Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 12 januari 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 12 janvier 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.21 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Kris Peeters, Willy Borsus.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Gautier Calomne, Sybille de Coster-Bauchau, Vanessa Matz, Karin Temmerman, Goedele Uyttersprot, wegens gezondheids­redenen / pour raisons de santé.

 

Federale regering / gouvernement fédéral:

Charles Michel, Didier Reynders, Koen Geens, wegens ambtsplicht / pour devoirs de mandat.

 

Chers collègues, permettez-moi de présenter mes meilleurs vœux à chacun et chacune d'entre vous.

 

Ik wens u allen vreugdes van zoveel mogelijk soorten.

 

01 Toelating, onderzoek van de geloofsbrieven en eedaflegging

01 Admission, vérification des pouvoirs et prestation de serment

 

Wij moeten overgaan tot de toelating en eedaflegging van de opvolger die in aanmerking komt om de heer Johan Vande Lanotte, die op 10 januari 2017 ontslag nam, te vervangen.

Nous devons procéder à l'admission et à la prestation de serment du suppléant appelé à siéger en remplacement de M. Johan Vande Lanotte, démissionnaire en date du 10 janvier 2017.

 

De opvolger die hem zal vervangen is mevrouw Annick Lambrecht, eerste opvolger voor de kieskring West-Vlaanderen.

Le suppléant appelé à le remplacer est Mme Annick Lambrecht, première suppléante de la circonscription électorale de Flandre occidentale.

 

De geloofsbrieven van mevrouw Annick Lambrecht werden tijdens onze vergadering van 19 juni 2014 geldig verklaard.

Les pouvoirs de Mme Annick Lambrecht ont été validés en notre séance du 19 juin 2014.

 

Daar het aanvullend onderzoek door artikel 235 van het Kieswetboek voorgeschreven, uitsluitend slaat op het behoud van de verkiesbaarheidsvereisten, gaat het, gelet op de verkregen stukken, in de huidige omstandigheden om een loutere formaliteit.

Comme la vérification complémentaire, prévue par l'article 235 du Code électoral, ne porte que sur la conservation des conditions d'éligibilité, il apparaît que cette vérification, n'a, au vu des pièces obtenues, qu'un caractère de pure formalité.

 

Ik stel u dus voor tot de toelating over te gaan van dit lid.

Je vous propose donc de passer à l'admission de ce membre.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi

 

Ik memoreer de bewoordingen van de eed: "Ik zweer de Grondwet na te leven" "Je jure d'observer la Constitution" "Ich schwöre die Verfassung zu befolgen".

Je rappelle les termes du serment: "Je jure d'observer la Constitution" "Ik zweer de Grondwet na te leven" "Ich schwöre die Verfassung zu befolgen".

 

Ik verzoek mevrouw Annick Lambrecht de grondwettelijke eed af te leggen.

Je prie Mme Annick Lambrecht de prêter le serment constitutionnel.

 

Mevrouw Annick Lambrecht legt de grondwettelijke eed af in het Nederlands. (Applaus)

Mme Annick Lambrecht prête le serment constitutionnel en néerlandais. (Applaudissements)

 

Mevrouw Annick Lambrecht zal deel uitmaken van de Nederlandse taalgroep.

Mme Annick Lambrecht fera partie du groupe linguistique néerlandais.

 

01.01  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, merci pour vos bons vœux et félicitations à la nouvelle venue. Je voulais simplement souligner que nous voici, avec un des grands groupes de cette assemblée, avec une majorité féminine. C'est tellement rare que je voulais le souligner! (Applaudissements)

 

Vragen

Questions

 

02 Questions jointes de

- Mme Laurette Onkelinx au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1711)

- M. Patrick Dewael au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1712)

- Mme Catherine Fonck au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1713)

- M. Servais Verherstraeten au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1714)

- M. Kristof Calvo au premier ministre sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1715)

- M. David Clarinval au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1716)

- Mme Meryame Kitir au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1717)

- M. Peter De Roover au premier ministre sur "l'accord interprofessionnel" (n° P1718)

02 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Laurette Onkelinx aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het centraal akkoord" (nr. P1711)

- de heer Patrick Dewael aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het centraal akkoord" (nr. P1712)

- mevrouw Catherine Fonck aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het centraal akkoord" (nr. P1713)

- de heer Servais Verherstraeten aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het centraal akkoord" (nr. P1714)

- de heer Kristof Calvo aan de eerste minister over "het centraal akkoord" (nr. P1715)

- de heer David Clarinval aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het centraal akkoord" (nr. P1716)

- mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "het centraal akkoord" (nr. P1717)

- de heer Peter De Roover aan de eerste minister over "het centraal akkoord" (nr. P1718)

 

02.01  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, un accord entre partenaires sociaux sur les salaires, sur la qualité de l'emploi, sur les prépensions, sur les augmentations d'allocations pour les pensionnés, les personnes en invalidité ou encore les personnes au chômage, un accord sur la lutte contre la pauvreté, je dirais que c'est inespéré. J'en viens dès lors directement à ma question.

 

Le gouvernement va-t-il soutenir à 100 % cet accord, comme le demandent les partenaires sociaux? En tout cas, cet accord démontre que, quand on fait confiance à la concertation sociale, au dialogue entreprises-syndicats, il y a des résultats.

 

Bien sûr, à l'heure où les rémunérations des grands patrons augmentent, explosent et où les dividendes d'entreprises ne cessent d'augmenter au détriment notamment de l'emploi – on l'a encore vu chez Caterpillar –, certains se diront qu'avoir juste un peu plus de 1 %, c'est peu. Et ceux qui disent cela, je les comprends; ils ont raison.

 

Mais je vous dirais qu'à l'heure où le gouvernement continue à fragiliser le pays avec votre projet de définancement de la sécurité sociale ou vos projets sur la flexibilité de l'emploi au détriment du bien-être des travailleurs, j'estime que toutes les nouvelles positives sont bonnes à prendre et qu'"un tiens vaut mieux que deux tu l'auras pas".

 

Cet accord montre aussi la responsabilité sociale tant des organisations d'employeurs que des syndicats qui sont tellement souvent décriés par une partie de cette assemblée. Aujourd'hui, ce sont ces acteurs-là que je veux soutenir car nous avons besoin, non pas de la confrontation que vous organisez sans cesse, mais de la cohésion qu'ils viennent de nous offrir.

 

Mon message consiste donc à dire, à vous: "soutenez-les!" et, à eux: "bravo!".

 

02.02  Patrick Dewael (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-eersteminister, collega’s, ook ik feliciteer het nieuwe Parlements­lid van de sp.a. Inzake het evenwicht wens ik uiteraard veel sterkte aan de resterende mannelijke leden van de socialistische fractie, maar dat zal wel lukken.

 

Mijnheer de voorzitter, ik stel vast dat de vertegenwoordigers van de PTB vandaag niet aanwezig zijn. Het gaat nochtans om een belangrijk moment in de sociale geschiedenis. Op een ogenblik dat akkoorden worden gemaakt die erop wijzen dat de sociale partners hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen, sturen deze volksvertegenwoordigers hun kat naar het Parlement. Ik weet niet of daaraan een symbolische betekenis moet worden gehecht.

 

Mijnheer de vice-eersteminister, gisteravond, iets voor middernacht, kwam mij via de media ter ore dat de sociale partners een akkoord hadden bereikt. Dat betekent dat de lonen zullen kunnen stijgen, namelijk met maximaal 1,1 % boven op de indexering van 2,9 %. Dat houdt dus in dat er een marge is van om en bij de 4 %.

 

Collega’s, wij weten allen dat wij uit een periode van aangehouden loonmatiging komen. Ik wil dat nog even in herinnering brengen. Die loonmatiging is er niet sinds de ploeg van de heer Michel is aangetreden. Ook tijdens de vorige legislatuur was er een concurrentiepact, dat uitging van het principe van een loonstop. Wij hebben toen maatregelen getroffen. Ik verwijs ook naar de verlaging van de btw op elektriciteit, die het mogelijk heeft gemaakt de lonen verder te modereren en onder controle te houden.

 

Collega’s, die maatregelen waren nodig, omdat onze bedrijven kampten met een loonhandicap van ongeveer 16 %. U kent de vicieuze cirkel waarin de bedrijfswereld dan belandt. Bedrijven krijgen het moeilijk, kunnen niet langer concurreren en gaan op de fles, waardoor er jobs verloren gaan. Er ontstaat aldus een neerwaartse spiraal voor onze economie.

 

Ik ben gelukkig te kunnen vaststellen dat het nieuwe loonakkoord de competitiviteit van de bedrijven niet in gevaar zal brengen. De lonen zullen nog altijd trager stijgen dan in de ons omringende landen. Dat is noodzakelijk, zolang er nog altijd een absolute loonhandicap bestaat die, ook in de loop van de komende maanden en jaren, verder moet afnemen.

 

Mijnheer de vice-eersteminister, het relancebeleid van de regering werkt. Bedrijven zijn opnieuw competitief en creëren jobs. Ik breng nog even in herinnering dat er in de voorbije periode meer dan honderdduizend jobs bij zijn gekomen. Bedrijven die groeien, kunnen ook hogere lonen uitkeren. Dat is dus goed voor de bedrijven en voor de werknemers, die tot 4 % meer zullen kunnen verdienen. Deze koopkrachtverhoging zal zuurstof geven aan de economie.

 

Dit akkoord is ook een goede zaak voor de sociale partners zelf. Zij hebben hun verantwoordelijkheid genomen. Als de sociale partners kunnen tonen dat zij hun verantwoordelijkheid nemen, dan zou ik de oppositie willen oproepen om op een bepaald ogenblik ook haar politieke verantwoordelijkheid te nemen door het beleid van deze regering te steunen, maar ik zal het vandaag niet te ver drijven. Op een dag als vandaag moet men wat matigen.

 

Mijnheer de vicepremier, mijn vraag is ook de vraag van mevrouw Onkelinx. Wat zal de regering nu doen? Er is een akkoord met de sociale partners. Dat is een geheel. Zult u onderdelen daarvan goedkeuren en andere ter discussie laten staan? Ik meen dat het belangrijk is dat, op het moment dat het akkoord voorligt, de regering zo snel mogelijk haar politieke verantwoordelijkheid neemt en haar politieke bedoelingen omtrent dit sociaal pact duidelijk maakt.

 

02.03  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, chers collègues, il faut d'abord pouvoir saluer cet accord et saluer le grand sens des responsabilités des partenaires sociaux. Si j'en parle, c'est qu'à mon avis, l'accord de cette nuit démontre avec force combien le gouvernement fait fausse route quand il veut reprendre la main sur des sujets comme, par exemple, la réforme du financement de la sécurité sociale ou la réforme de la loi de 1996, et ce alors que les partenaires sociaux savent trouver des accords

 

Ici, nous voyons que les partenaires sociaux sont en mesure de trouver un accord équilibré, en faveur à la fois du pouvoir d'achat et de la compétitivité des entreprises. C'est important.

 

Au-delà de la marge, cet accord contient des volets qualitatifs: des pistes de travail pour l'avenir (concernant le burn out), mais également sur l'évolution numérique de notre économie. Il y a aussi un aspect qualitatif qui concerne les victimes d'un licenciement collectif en 2016 – je pense par exemple à Caterpillar ou à ING. Cet accord leur permet de bénéficier d'un régime de prépension, appelé aujourd'hui chômage avec complément d'entreprise, maintenu à l'âge de 55 ans. C'est important pour tous ceux qui ont été victimes d'un licenciement brutal suite à des délocalisations.

 

Monsieur le vice-premier ministre, cette nuit, j'ai aussi vu sur Twitter qu'un partenaire de votre majorité avait déjà balayé d'un revers de bras cet accord, en accusant les partenaires sociaux de renvoyer la facture à l'État.

 

Chers collègues de la N-VA, je sais ô combien vous détestez les partenaires sociaux! Je sais ô combien vous voulez une politique d'étatisation, et non de cogestion avec les partenaires sociaux! Par ailleurs, permettez-moi de vous dire que cet argent n'est pas l'argent du gouvernement. C'est d'abord et avant tout l'argent des gens, qui est effectivement géré par le gouvernement.

 

Monsieur le vice-premier ministre, allez-vous exécuter et valider cet accord? Ou allez-vous plutôt suivre la piste de votre partenaire de gouvernement, la N-VA? Je vous remercie.

 

02.04  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-eersteminister, collega’s, onze fractie hamert dag in, dag uit op de meerwaarde van het sociaal overleg en de sociale dialoog. Wij zijn dan ook verheugd dat dit akkoord er is. Het is het bewijs, collega’s, dat het sociaal overleg werkt. Dat is de basis voor sociale vrede, dat is de basis waardoor ondernemers kunnen investeren, dat is de basis waardoor werknemers hun job kunnen behouden of er één kunnen vinden. Het is vooral een voedingsbodem, zodat mensen weer meer vertrouwen krijgen in de toekomst. De socialistische collega’s zullen het mij niet ten kwade duiden, en het gebeurt niet vaak dat ik Rudy De Leeuw citeer, maar hij zei: “Dit akkoord biedt perspectief.”

 

Als wij naar de loonmarge kijken voor de komende twee jaar, dan stel ik alleen maar vast dat het regeringsbeleid van loonkostenverlaging zijn vruchten afwerpt. Dat is goed voor degenen die geen job hebben, want er worden jobs gecreëerd, en dat is goed voor degenen die wel een job hebben, want zij gaan meer verdienen. Het gaat dan over het nettoloon en niet over allerhande cheques.

 

Wat de welvaartsenveloppe betreft, heb ik tijdens de State of the Union gezegd dat de vorige regering zeer lovenswaardige inspanningen deed en dat de huidige regering er nog meer zou doen. De regering vroeg uitdrukkelijk om te focussen op de meest kwetsbaren. De sociale partners doen dat en onze fractie is zeer verheugd dat er iets extra gebeurt voor alleenstaanden met kinderen ten laste.

 

Het brugpensioen is een gevoelig punt, collega’s. De regering heeft een wettelijk kader gecreëerd, waarbij de sociale partners konden afwijken van de verstrengingen waarin wij hadden voorzien. En de sociale partners passen dat toe. Zij verhogen de brugpensioenleeftijd, maar iets trager. Dat is misschien geen ideale oplossing en ik hoop dat, met de toekomstige jobs, de toepassing ervan zelfs niet nodig zal zijn, omdat er geen herstructureringen nodig zijn, maar in sommige omstandigheden is het niet de ideale, maar wel een sociaal aanvaardbare oplossing.

 

Ik feliciteer de sociale partners met dit akkoord en bedank hen om dat vanochtend te hebben verdedigd. Ik moedig hen aan zulks te blijven doen, zodat het akkoord door hun achterban wordt goedgekeurd en het via sectorale akkoorden kan worden uitgevoerd.

 

Ik heb nog een vraag voor u, mijnheer de vice-eersteminister, en voor de regering. In het regeerakkoord staan een paar voorafgaande verbintenissen. Eén van die verbintenissen is, ik citeer: “Het sociaal overleg moet worden gevaloriseerd.” Wel, mijnheer de eerste minister, onze fractie vraagt inderdaad dat het regeerakkoord wordt uitgevoerd en dat ter zake ook dit sociaal overleg integraal zou worden gehonoreerd.

 

02.05  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de vicepremier, deze regering heeft het de voorbije twee jaar absoluut niet gemakkelijk gemaakt om sociale akkoorden te sluiten. Door keer op keer de besparingen te leggen bij gewone mensen, bij mensen die het moeilijk hebben, bij mensen die aan de slag zijn, heeft men eigenlijk het ene protest na het andere besteld. Nog maar deze week wil u een belangrijk ontwerp dat mensen harder wil laten werken voor minder loon, door het Parlement jagen. Dit ontwerp zal ook de lonen van mensen blokkeren. Desondanks, collega’s, en dat verdient respect, zijn de sociale partners in die moeilijke context erin geslaagd om een interprofessioneel akkoord te sluiten.

 

Ik vind het een goede zaak dat politieke partijen die in dit halfrond heel vaak over het failliet van het sociaal overleg hebben gedeclameerd, vandaag worden teruggefloten. Ik vind het een goede zaak dat werkgevers en werknemers vandaag zeggen dat concurrentiekracht en koopkracht niet tegenstrijdig hoeven te zijn maar dat ze verzoenbaar zijn. Ik ben blij dat het VBO en het ACV vandaag samen zeggen dat degenen die keihard aan de slag zijn in dit land, wat opslag verdienen. Het zal nodig zijn met al die facturen! Ik ben blij dat UNIZO en het ABVV vandaag zeggen dat alleenstaande ouders met kinderen ten laste meer aandacht en een duwtje in de rug verdienen.

 

Ik denk dus dat u maar één zaak kunt doen, mijnheer Peeters, en dat is vandaag aan de sociale partners duidelijk zeggen dat u hen steunt en dat u het akkoord zult goedkeuren.

 

U mag vandaag niet opnieuw de pyromaan zijn, u moet vandaag de brandweerman spelen.

 

De sociale partners hebben een aantal akkoorden bereikt, maar hebben ook een aantal thema’s aangereikt aan u, aan ons, het Parlement, en aan de regering. Ik denk bijvoorbeeld aan de digitale agenda, aan mobiliteit — ook een factor inzake concurrentiekracht —, aan burn-out, aan de jeugdwerkloosheid — mensen van mijn generatie op zoek naar een job. Wij moeten van die onderhandelingsagenda een actieagenda maken.

 

Wat zult u daarmee doen? Er is het voornemen om te komen tot een nationaal investeringsplan. Laten wij dit plan samen uitschrijven. Laten wij de uitgestoken hand aannemen.

 

Maar eerst krijg ik graag duidelijkheid over de houding van deze regering omtrent het bereikte IPA.

 

02.06  David Clarinval (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, depuis des mois, on entend dans la rue, en commission des Affaires sociales, et parfois ici aussi, que la concertation sociale est morte en Belgique, et que le gouvernement ne respecte pas les partenaires sociaux; ce sont des propos très durs. Dès lors, on ne peut que se réjouir qu'un tel accord soit intervenu à l'unanimité du Groupe des Dix. Ce n'était plus arrivé depuis plus de dix ans. Je pense que tout le monde doit le saluer.

 

Selon nous, cet accord présente un bon équilibre. Il permet de continuer à restaurer la compétitivité de nos entreprises. On sait que c'est cela qui permet la création d'emplois, et qui permettra également de sauvegarder notre sécurité sociale. Mais il permet également de garantir le pouvoir d'achat des travailleurs les plus actifs de notre pays. Nous nous en réjouissons d'autant plus qu'il tient compte également de la future réforme de la loi de 1996. Il sauvegarde l'indexation des salaires. Il tient compte de toute une série d'objectifs en matière de prépension et d'enveloppe bien-être; j'oserais dire qu'il anticipe la responsabilisation que le gouvernement envisage d'appliquer en cette matière.

 

Dès lors, monsieur le ministre, j'ai quatre questions à vous poser. Le gouvernement va-t-il approuver l'accord interprofessionnel? Cet accord aura-t-il des conséquences budgétaires imprévues? Pouvez-vous donner des précisions sur le timing concernant les prépensions et l'enveloppe bien-être? Enfin, comment les choses se passeront-elles, vu la révision de la loi de 1996 et l'accord interprofessionnel?

 

02.07  Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, wij zijn bijzonder tevreden dat de sociale partners gisteren een interprofessioneel akkoord hebben bereikt. Daarmee wordt het mogelijk dat de lonen in de private sector met 1,1 % stijgen. Ook de laagste pensioenen en de vervangingsinkomens kunnen met 1 % stijgen. Het akkoord voorziet ook in een strijd tegen burn-outs en in een heroriëntering van het mobiliteitsbudget voor de werknemers. Ik ben dus een zeer tevreden Parlementslid, mijnheer de minister. Ik hoop ook dat na de definitieve goedkeuring door de vakbonden en de werknemers de voltallige regering de inhoud van het bereikte akkoord zal uitvoeren.

 

Ook al hebt u de sociale partners zeer moeilijke en strikte contouren opgelegd, de onderhandelaars zijn er toch in geslaagd om een evenwichtig en realistisch akkoord te bereiken. Dat was niet eenvoudig. Ze zijn er samen, werkgevers en werknemers, uitgeraakt, mijnheer de minister.

 

Wat kunnen wij daaruit concluderen? Daaruit kunnen we concluderen dat het sociaal model in ons land werkt en dat zij doen wat de regering niet kan. Sie schaffen das. Dat is hetgeen ik hieruit concludeer.

 

Mijnheer de minister, sommige collega’s uit de meerderheid willen net dat model zo graag afbreken en met de grond gelijk maken. De sociale partners hebben zich echter niet laten intimideren. Zij boeken nu resultaat en gaan met de beperkte middelen zeer creatief aan de slag.

 

Een deel van de bijstandsenveloppe zal gebruikt worden voor de uitkeringen van personen met een handicap, om die opnieuw tot het niveau van het leefloon te brengen. Dat is iets wat de regering heeft nagelaten. De sociale partners zetten nog blunders van het regeringsbeleid recht, met name op het vlak van de pensioenen. De sociale minima voor de werknemers met een onvolledige loopbaan worden verhoogd, wat vooral goed zal zijn voor de pensioenen van de vrouwen.

 

Mijnheer de minister, ik ben zeer tevreden, maar ik zit wel met één vraag. Zal de regering het akkoord volledig honoreren? Of bent u van plan om hieraan weer te sleutelen?

 

02.08  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, niets is wat het lijkt: het is blijkbaar het beleid van deze regering, dat het opnieuw mogelijk maakt om sociale akkoorden te sluiten. Blijkbaar is iedereen tevreden vandaag. Het brengt collega Dewael zelfs tot de droom dat de oppositie tot redelijkheid gebracht zou kunnen worden. Ik meen echter dat die verwachting vermoedelijk niet bewaarheid zal worden.

 

De regering heeft op bepaalde ogenblikken met haar beleid de moeilijke keuze moeten maken tussen wat we de in- en de outgroep zouden kunnen noemen. Wie een job heeft, moet natuurlijk op een bepaald ogenblik samen met alle andere verantwoordelijken aangesproken worden om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk personen tot hun groep kunnen toetreden en dus dat zoveel mogelijk steuntrekkers van de outgroep zich bij degenen die een job hebben, kunnen vervoegen.

 

Dat beleid heeft zijn vruchten afgeworpen. We hebben tienduizenden banen kunnen laten creëren. Laten we immers eerlijk zijn, de politiek schept geen banen; wij openen de mogelijkheid om banen te creëren. Na de inspanningen die we daarvoor hebben gevraagd, hebben wij nu eindelijk ook de mogelijkheid om de mensen die in die structuur zitten, die een baan hebben, mee te laten genieten van de economische heropbloei, met alle positieve gevolgen van dien, met een nettoloonsverhoging boven de inflatiecijfers. Dat keuren wij uiteraard goed. Het toont aan dat deze regering met haar beleid de mogelijkheid biedt om gezamenlijk stappen vooruit te zetten.

 

Wij zijn ook zeer blij dat de filosofie van het akkoord volledig past binnen de herdenking van de wet van 1996. Dat betekent dat wij niet laten tornen aan de beweging die erin bestaat om de loonkloof met het buitenland in te lopen, en dat er tegelijk de mogelijkheid is om een nettoloonsverhoging aan te bieden. Wij feliciteren de sociale partners daarmee, want in de visie van mijn fractie is het sociaal overleg altijd een meerwaarde vanaf het ogenblik waarop zij zelf tot een akkoord kunnen komen. Wij laten hen graag die ruimte, maar een en ander blijft onverminderd de verantwoordelijkheid van de politiek.

 

Ik heb hier onlangs, vóór het reces, nogal wat collega’s van de oppositie een grote bekommernis om het budgettaire evenwicht in dit land horen uitspreken.

 

Ik neem aan dat zij ook zullen respecteren dat elk akkoord, ook dit akkoord, tegen die achtergrond wordt bekeken.

 

Ik had deze vraag ook aan de eerste minister gesteld, maar u antwoordt mee in zijn naam. Zullen wij ook de budgettaire impact van het betreffende akkoord bekijken en ervoor zorgen dat wij dat positieve akkoord tussen werkgevers en werknemers kunnen inpassen in het algemeen beleid van de regering?

 

02.09 Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, de regering heeft daarstraks de sociale partners ontmoet en tekst en uitleg gekregen, in algemene termen, over de inhoud van het akkoord.

 

Les quatre pièces de l’accord sont très claires.

 

Het betreft de loonnorm, de welvaartsenveloppe, de verlenging van bestaande akkoorden en, ten slotte, een aantal belangrijke thema’s die de sociale partners zelf willen aanpakken.

 

Het is juist – dit werd ook onderstreept door de sociale partners – dat men een evenwicht heeft gevonden tussen koopkracht en concurrentie, dat men absoluut juridische stabiliteit heeft gewenst, zowel voor de werknemers als voor de bedrijven, en dat er een duidelijke visie in zit omtrent een aantal heel belangrijke thema’s, zoals burn-out en digitalisering, met een strikte timing. Het akkoord zorgt ook voor sociale vrede en sociale stabiliteit in de privésector met heel wat bedrijven en sectoren.

 

De reactie van de regering is zeer duidelijk: het akkoord, dat door iedereen als zeer goed wordt onderschreven, betekent een heel positieve evolutie.

 

J'ai compris que, nous tous, majorité comme opposition, nous montrions très positifs au sujet de cet accord conclu par le Groupe des Dix.

 

Ik denk dat met recht en reden. Dat was overigens niet evident. Tegelijk onderstreep ik dat de Groep van Tien, wanneer het ging over de loonnorm, onderhandeld heeft op basis van het wetsontwerp dat nu in de commissie wordt besproken. Wie ons verwijt geen respect te hebben voor de sociale partners, wijs ik er wel op dat de sociale partners wel de 1,1 % hebben onderhandeld op basis van de wet die nog niet is goedgekeurd en waarvan ik hoop dat ze zo snel mogelijk wordt goedgekeurd.

 

En outre, le Groupe des Dix a également bien compris le contenu du projet de loi sur le travail faisable et maniable.

 

Nogmaals, men verwijt ons onvoldoende tot geen respect te hebben voor de sociale partners, maar dan heeft de Groep van Tien wel heel veel respect, aangezien hij onderhandelt op basis van een wettelijk kader dat nog niet werd afgeklopt in het Parlement, waarvoor ik hun feliciteer.

 

Ik begrijp heel goed dat hier vragen worden gesteld. Welnu, ik zeg u dat de regering heel positief is. Wij hebben afgesproken dat de sociale partners tegen het einde van deze maand hun achterban zouden consulteren om het akkoord dat zij hebben gesloten, goed te keuren.

 

Die achterban en de onderhandelaars vragen om duidelijkheid van de regering te krijgen over een aantal heel belangrijke punten die in het akkoord staan.

 

Wij hebben zopas afgesproken dat de expertise van de sociale partners kan worden aangesproken om een aantal zaken toe te lichten. Na die toelichting en voordat de achterban wordt geconsulteerd, zal de regering de sociale partners op al die punten duidelijkheid verschaffen. Ik kan u nu al meegeven dat niemand in de regering het akkoord niet positief acht en dat wij allemaal heel positief zijn, omdat het een nieuw klimaat creëert, waarin ook andere maatregelen mogelijk zijn.

 

Wanneer de regering, inzonderheid bepaalde collega’s-ministers, initiatieven moet nemen om de wetgeving te wijzigen op basis van het akkoord, zullen wij hier terugkomen.

 

Ik hoop dat het akkoord, nadat de regering samen met de Groep van Tien technisch een en ander heeft uitgeklaard en alles heel snel duidelijk wordt, definitief wordt goedgekeurd, niet alleen door de Groep van Tien, maar ook door de regering.

 

02.10  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, je ne chicanerai pas sur les détails. Les partenaires sociaux ont discuté sur la base d'une marge salariale possible, qui a été déterminée par le Conseil Central de l'Économie, et c'est, bien entendu, dans ce cadre qu'ils ont négocié et évidemment pas sur les détails de la nouvelle loi de réforme de la loi de 1996 que vous proposez.

 

Peu importe! Ce n'est pas de cela que je veux parler maintenant. Un grand quotidien de notre pays a mené une enquête, par ailleurs toujours en cours, et dont les résultats divulgués jour après jour démontrent que, malheureusement, ce pays a le blues. Il a le blues, monsieur Van Quickenborne! Vous ne l'avez peut-être jamais, mais nombre de citoyens de ce pays ne se sentent pas bien. Il y a évidemment la peur due à la situation internationale, aux attentats, à la mondialisation non maîtrisée, mais il est vrai aussi que, depuis quelque temps, les travailleurs n'ont pas été épargnés, que ce soit à travers le saut d'index ou les taxes à la consommation. Pour eux, la peur se niche là aussi, c'est-à-dire sur le pouvoir d'achat.

 

En commission des Affaires sociales, trois projets sont en cours d'examen. Ils ne sont pas bons! Pas bons pour notre société et sa sécurité sociale, pas bons pour la qualité de l'emploi! Et comme, nous avons effectivement un accord qui est salué tous azimuts - et c'est une bonne chose - ne pas le respecter serait un coup terrible pour les partenaires sociaux et pour les citoyens dans leur ensemble.

 

C'est à vous, monsieur le ministre, puisque vous avez cette responsabilité dans vos attributions, que je veux m'adresser. Comme tout le monde, vous avez des qualités et des défauts. Parmi vos défauts, relevons que vous n'êtes, hélas, pas un homme de gauche! Dommage! Mais nous savons, malgré tout que, de temps en temps, vous intervenez dans cette ambiance idyllique, paradisiaque du gouvernement pour empêcher le jusqu'au-boutisme de la violence des politiques libérales. Nous le savons!

 

Mais si vous échouez à convaincre sur la réalisation totale de l'accord qui est présenté, il y aurait une réaction sociale terrible – je le pense véritablement – mais en plus, vous le savez, notamment sur ce dossier, vous jouez votre crédibilité. Alors, monsieur le vice-premier ministre, au boulot!

 

02.11  Patrick Dewael (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-eersteminister, “vous n’êtes pas un homme de gauche”. Die woorden zullen u wel als een compliment in de oren hebben geklonken. Niettemin zou ik mevrouw Onkelinx willen waarschuwen. De legislatuur is nog niet voorbij. Wat niet is, kan nog komen. Alle gekheid op een stokje.

 

Ten eerste, het sociaal overleg is inderdaad niet dood. Het is belangrijk dat partners binnen de toegewezen materie die akkoorden kunnen maken. Dat was uiteindelijk ook al een hele tijd geleden. Dat ze een koopkrachtverhoging tot gevolg hebben, is een hele goede zaak – ik herhaal het – voor onze economie. Ze zijn brandstof voor onze economie.

 

Voeg daarbij de taxshift en de gevolgen van de taxshift – vanaf begin volgend jaar is er een verdubbeling – en ik meen te mogen stellen dat ze voor de werknemers in ons land een uitstekende zaak zijn.

 

Ten tweede, mijnheer de vice-eersteminister, er is nog een ander element, met name het primaat van de politiek dat op dat vlak zal moeten blijven spelen, zijnde de hervormingen.

 

Die hervormingen zijn onze verantwoordelijkheid. Het is de verantwoordelijkheid van de regering om samen met het Parlement ervoor te zorgen dat hervormingen blijven doorgevoerd worden die erop neerkomen dat de arbeidsmarkt zal zijn geflexibiliseerd en dat er zal zijn geactiveerd. Loonsverhogingen zijn immers uiteraard goed voor zij die werken. Ik ben bekommerd om zij die niet werken. Aan hen zou binnen de kortst mogelijke tijd een passende betrekking moeten kunnen worden aangeboden.

 

Voor het creëren van jobs zijn hervormingen nodig. Wij mogen dus niet op onze lauweren rusten.

 

Er is nu een sociaal akkoord. Wij kijken met belangstelling uit naar wat de regering daarmee zal doen.

 

Tegelijkertijd doe ik echter een oproep aan ons allemaal en aan de politiek om de hervormingstrein die is opgestart, rijdende te houden. Er liggen een paar belangrijke ontwerpen voor in de commissie voor de Sociale Zaken. Laten we die ontwerpen goedkeuren, opdat wij met een modernere economie zouden kunnen werken, die ertoe zal leiden dat de werkzaamheidsgraad in ons land zal verhogen, wat uiteindelijk op termijn ook voor de begroting goed nieuws zal zijn.

 

02.12  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Vous avez eu des propos clairs mais je vous rappelle qu'on ne peut pas dire que le gouvernement ait aidé, car à travers la réforme du financement de la sécurité sociale et la réforme de la loi de 1996, vous avez indiqué aux partenaires sociaux que vous vouliez les cadenasser et limiter leur capacité de cogestion en étatisant énormément tous ces volets fondamentaux.

 

L'accord est là et je ne peux que vous inciter à le valider intégralement, donc également le volet qualitatif. Il faudra valider la prépension à 55 ans pour les personnes qui ont été victimes d'un licenciement collectif, comme chez Caterpillar ou ING. Il faudra valider le volet pour les parents isolés avec charge de famille. Il faudra laisser les partenaires sociaux travailler sur les aspects burn out et transformation numérique de notre économie, sujets fondamentaux qui vont s'imposer à nous.

 

Je suis persuadée qu'en tant que ministre CD&V de l'Emploi, vous allez vous engager pour soutenir intégralement cet accord. Je vous invite dès lors à ne pas céder à un partenaire de votre gouvernement qui, dès cette nuit, sur Twitter, a voulu faire son marché et balayer d'un revers de la main la prépension à 55 ans pour ceux qui ont été victimes d'un licenciement collectif en 2016.

 

Monsieur le vice-premier ministre, tenez bon et vous aurez notre soutien!

 

02.13  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de vicepremier, ik dank u voor het antwoord.

 

Mijnheer de voorzitter, ik moet voor de tweede keer vandaag een socialist gelijk geven. Mevrouw Onkelinx zei dat de vicepremier niet links was. Dat klopt ook. Onze vicepremier is iemand van het evenwicht, van de rechtvaardigheid. Wij zijn het eens, mevrouw Onkelinx.

 

Ik ben het ook eens met het betoog van de heer Dewael waarin hij zei dat de politiek beslist. Een lezing van het sociaal akkoord leert ook dat dit geldt binnen de gemaakte afspraak van de meerderheid en binnen het wettelijk kader dat deze meerderheid heeft goedgekeurd.

 

De overheid heeft zich inspanningen getroost. Wij hebben van ondernemers, van gezinnen, van mensen veel inspanningen gevraagd. Dat blijkt de laatste tijd, zeker het afgelopen jaar, niet tevergeefs: 37 700 extra jobs; voor de VDAB 226 000 extra vacatures, 25 % meer, het vierde opeenvolgende jaar in stijgende lijn; 83 000 starters, 7 % meer dan vorig jaar en ook voor het tweede opeenvolgende jaar in stijgende lijn.

 

Dit jaar en volgend jaar steken wij er met deze regering nog een tandje bij dankzij de taxshift, waardoor wij nog eens meer nettoloon aan de mensen geven.

 

Mijnheer de vicepremier, ik roep u op om met de regering op deze weg verder te gaan, het prille economisch herstel niet op de helling te zetten, de sociale vrede verder te verankeren door de akkoorden en de afgesproken uitdagingen te respecteren, onder meer op het vlak van het budget voor mobiliteit om de files een halt toe te roepen en door oplossingen op het vlak van burn-out te bieden, samen met de sociale partners.

 

02.14  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de vicepremier, ik wil de goede sfeer helemaal niet vergallen. Dit is constructiever dan de traditionele kibbel- en vechtpartijen in de meerderheid. Ik vind het toch jammer dat u op dit punt niet gewoon 110 % duidelijk bent geweest. Ik vind dat echt jammer. Mijn fractie is oprecht een fractie die graag heeft dat fabrieken open zijn, dat fabrieken draaien, dat de winkel in beweging wordt gezet. Dan vind ik het een beetje een gemiste kans, minstens een beetje, dat u vandaag gewoon zegt: we gaan dat goedkeuren, we gaan dat doen.

 

Ik heb respect voor de sociale partners en waarover door hen werd onderhandeld. U bent al eerder over andere, moeilijke dingen meteen zeer concreet geweest. Vandaag lukt dat niet helemaal. De heer De Roover zegt dat het nog eerst nagerekend moet worden. Ik hoop dan wel, mijnheer De Roover, dat het niet door de heer Van Overtveldt zal gebeuren. Ik kan u alleen maar aanmoedigen, mijnheer de vicepremier, om snel aan de vakbonden en werkgevers te zeggen: jullie krijgen dit mandaat, overtuig jullie mensen en we zetten dit land in beweging. Niet alleen hierom, maar ook om andere punten.

 

Collega Dewael, ik hoor u zeggen dat we verder moeten hervormen. Dit akkoord toont aan dat hervormen niet per se ten koste van gewone mensen hoeft te gaan. Men kan werkgevers en werknemers verenigen rond sociale hervormingen. De thema’s werden genoemd door de sociale partners. Neem mobiliteit. We kunnen er perfect voor zorgen dat mensen gemakkelijker op hun werk geraken en tegelijkertijd iets doen voor het klimaat. Dat is verzoenbaar. We hoeven geen loon af te pakken van mensen om onze bedrijven meer concurrentiekracht te geven. We kunnen perfect iets doen voor jongere én oudere werknemers.

 

Laten we de thema’s die werden gesuggereerd door de sociale partners, mijnheer de vicepremier, en dat is mijn laatste oproep, samen aanpakken. Dat zal een stuk simpeler zijn als u meteen 110 % duidelijk bent over de positie van deze regering. Laat u alstublieft niet te veel belemmeren door de N-VA en door collega De Roover.

 

02.15  David Clarinval (MR): Monsieur le ministre, en ce qui nous concerne, vos réponses ont été très claires. Ceux qui n'ont pas compris devraient ouvrir davantage les oreilles parce que vos réponses étaient limpides.

 

Pour nous, cet accord symbolise trois choses. D'abord, la vacuité des discours populistes; on peut d'ailleurs déplorer aujourd'hui l'absence des collègues du PTB qui sont toujours là lorsqu'il y a des milliers de manifestants dans les rues mais sont absents quand il y a des accords avec les partenaires sociaux, ce qui n'est pas un hasard. Ensuite, contrairement à ce qui a été dit, cet accord est évidemment une marque de soutien des partenaires sociaux au gouvernement puisqu'un cadre a été fixé et que des lois ont même déjà été anticipées et seront probablement votées prochainement. Enfin, symbole le plus important, nous espérons que cet accord marque le retour de la paix sociale en Belgique et le début d'une nouvelle ère, avec une discussion plus constructive que par le passé.

 

Nous ne pouvons que nous réjouir de ces trois symboles.

 

02.16  Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ook ik vond dat u niet heel duidelijk was in uw antwoord. Ik herhaal nogmaals dat de sociale partners erin geslaagd zijn een akkoord te sluiten in zeer moeilijke omstandigheden. In uw antwoord hebt u zelfs gezegd dat zij rekening hebben gehouden met een wetsontwerp dat nog niet werd goedgekeurd. Zij hebben dus hun uiterste best gedaan. Zij hebben zich aan het vooropgestelde kader gehouden, een kader dat weinig ruimte bood. Met weinig middelen zijn zij toch heel creatief geweest.

 

U hebt toegelicht welke stappen nu zullen worden doorlopen. U eindigde met het uitspreken van de hoop dat zowel de achterban van de sociale partners als de voltallige regering dit akkoord zullen goedkeuren.

 

Mijnheer de minister, ik hoop dat wij hier over een maand niet opnieuw staan en dat u dan moet komen uitleggen waarom het niet kan. U bent precies verbaasd dat wij in twijfel trekken dat u de sociale partners ernstig neemt. Laat ik even teruggaan in de tijd met u. Er is ooit al eens een akkoord bereikt door de Groep van Tien, unaniem goedgekeurd. U zei toen ook dat u het akkoord zou bekijken. Een paar maanden later moest u komen melden dat niet alle leden van de regering akkoord gingen met dit unaniem akkoord van de Groep van Tien. Die voorzichtigheid en die twijfel is er dus niet zomaar gekomen.

 

Mijnheer de minister, het is nu aan u om te tonen dat u de sociale partners echt ernstig neemt, zodat we hier over een paar maanden niet opnieuw staan met een of andere drogreden.

 

02.17  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer Peeters, ik wil mij aansluiten bij mevrouw Onkelinx als zij zegt dat er in eenieder iets goeds zit, maar dat er bij iedereen ook mankementen zijn. Dat geldt ook voor mevrouw Onkelinx trouwens. Het is een zeer aimabele dame. Ze heeft maar een nadeel: ze is links!

 

Wij hebben allemaal opgemerkt dat de PTB in dit debat spijtig genoeg ontbreekt. Het was aan Kristof Calvo om de rol van zuurpruim over te nemen en hij heeft die rol ook met verve vervuld.

 

Voor de rest meen ik dat wij met de regering een duidelijk kader hebben gecreëerd. Ook met de wetsontwerpen, die momenteel ter goedkeuring voorliggen in de commissie voor de Sociale Zaken, hebben wij een kader gecreëerd waarin sociale akkoorden mogelijk zijn. Met deze akkoorden kunnen wij zowel de actieven als de niet-actieven betrekken in een totaalplaatje.

 

Ik mag echt wel hopen dat dit akkoord past binnen het budgettaire pad dat wij onszelf opleggen. Als de regering tot die vaststelling komt, hoop ik dat de fracties, die vandaag vrij lichtzinnig omspringen met de vraag of bepaalde afspraken ook budgettaire implicaties hebben, zich bij de volgende begrotingsbesprekingen zullen onthouden van commentaar en kritiek.

 

De voorzitter: Collega’s, ik ben bij dit eerste hoofdstuk een beetje mild geweest. Ik mag u wel herinneren aan het Reglement dat de spreektijd vastlegt op twee minuten per vraag, twee minuten voor het antwoord en een minuut voor de repliek.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Questions jointes de

- M. Willy Demeyer au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les préavis de grève déposés par la police technique et scientifique" (n° P1719)

- M. Olivier Maingain au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les préavis de grève déposés par la police technique et scientifique" (n° P1720)

- M. Philippe Pivin au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les préavis de grève déposés par la police technique et scientifique" (n° P1744)

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Willy Demeyer aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de stakingsaanzegging bij de technische en wetenschappelijke politie" (nr. P1719)

- de heer Olivier Maingain aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de stakingsaanzegging bij de technische en wetenschappelijke politie" (nr. P1720)

- de heer Philippe Pivin aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de stakingsaanzegging bij de technische en wetenschappelijke politie" (nr. P1744)

 

03.01  Willy Demeyer (PS): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, chers collègues, ma question porte sur la chaîne de sécurité de notre pays, sujet ô combien d'actualité. En effet, les laboratoires de la police technique et scientifique, appelés "labos PTS", en constituent un maillon très important. Or ces labos souffrent d'un véritable désinvestissement en termes de personnel et d'infrastructures.

 

Sur le plan du personnel, tout d'abord, les services comptent actuellement quelque quatre cents membres, alors que les syndicats nous indiquent qu'il en faudrait au moins sept cents.

 

Quant aux infrastructures, des adaptations sont absolument nécessaires pour obtenir en 2018 l'accréditation européenne pour l'analyse des empreintes digitales et des traces ADN.

 

La situation est donc très préoccupante. D'une part, les syndicats – toutes sensibilités confondues – menacent de partir en grève dans les dix ou quinze jours si aucun recrutement n'est prévu. D'autre part, de nombreux arrondissements judiciaires pourraient ne plus disposer de labos accrédités dans un avenir proche, à défaut d'interventions émanant du gouvernement.

 

Monsieur le ministre, certaines sources rapportent que vous voudriez réduire le nombre de labos. Plusieurs scénarios seraient explorés: un modèle à quatorze labos, avec les arrondissements judiciaires; un autre à cinq labos par ressort de cour d'appel et peut-être encore d'autres à trois labos, dit-on. Il existerait même une quatrième version suivant laquelle il n'y aurait plus du tout de labo, les analyses étant alors confiées au privé.

 

Dans ce contexte, il importe que vous puissiez présenter les différents modèles en présence, leur logique, les contraintes budgétaires qui vous guident – en cohérence avec le travail de terrain – et les processus mis en œuvre.

 

Voici, monsieur le président, mes trois questions. Monsieur le ministre, quel scénario allez-vous privilégier pour les labos PTS? Ensuite, quelles mesures allez-vous prendre pour régler le problème des accréditations en 2018? Enfin, quel signal allez-vous donner aux syndicats qui menacent de partir dans dix ou quinze jours, puisqu'ils pensent que les recrutements annoncés seront insuffisants? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

 

03.02  Olivier Maingain (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, mon collègue M. Demeyer vient de très bien dresser le tableau de l'état particulièrement préoccupant de la police technique et scientifique dépendant de la police fédérale. Ce n'est pas la première fois que les syndicats tirent la sonnette d'alarme. Je vous ai entendu, récemment, sur la chaîne radio La Première, à la RTBF, dire: "Tranquillisez-vous. Nous avons pris la décision de recruter. La preuve en est qu'en 2016, nous avons 1 600 jeunes et moins jeunes en formation dans les écoles de police, et il y en aura 1 400 cette année-ci. Nous aurons donc des effectifs."

 

Si ce n'est, monsieur le ministre, qu'à chaque fois que l'on vous parle de carences et de manquements dans les effectifs, vous refaites le coup: les écoles seraient en train de nous préparer les nouvelles générations de policiers. Sauf que les écoles préparent ces générations de policiers pour les zones de police locale et pour d'autres services de la police fédérale, et que, comme les syndicats vous le disent d'ailleurs, ce ne sont pas ces écoles-là qui forment les spécialistes de la police technique et scientifique. Ce ne sont donc pas ces écoles qui, à elles seules, vont pouvoir fournir les effectifs manquants.

 

Je voudrais des engagements précis. De combien de membres du personnel estimez-vous devoir doter la police technique et scientifique? Les syndicats disent qu'elle doit compter au minimum 700 personnes. Il n'y a que 400 effectifs aujourd'hui. Allez-vous porter l'effectif total à 700, et à quel rythme précisément?

 

Deuxièmement, la question de M. Demeyer était tout aussi pertinente: selon quelle architecture allez-vous le faire? Attention à la tentation, en effet, à ne pas vous diriger vers la privatisation! C'est l'une de vos obsessions: la privatisation d'un certain nombre de missions de services de police. Vous serez peut-être encore tenté, dans ce secteur, de proposer des formes de privatisation.

 

Troisième question: allez-vous enfin ouvrir un vrai dialogue avec les syndicats sur toutes ces questions? Il est assez étonnant, finalement, que le parti qui se revendique celui de l'ordre et du respect de la sécurité publique ait à ce point suscité autant de mécontentement au sein des services de police, depuis que vous en assumez la responsabilité, monsieur le ministre.

 

03.03  Philippe Pivin (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, il y a déjà plusieurs années qu'existe un retard évident en matière de recrutement policier, tant local que fédéral. C'est la raison pour laquelle, comme l'a rappelé M. Maingain, le gouvernement a décidé d'un recrutement complémentaire inédit: 1 600 personnes en 2016, 1 400 en 2017 et 1 400 en 2018.

 

Aujourd'hui, c'est la police technique et scientifique qui confirme qu'il manque du personnel. Ce n'est pas neuf et c'est d'autant plus important à entendre que ces personnes ont fait face à de terribles charges de travail suite aux attentats en Belgique.

 

Il faut se souvenir que lors de la réforme des polices, la police technique et scientifique comptait 160 personnes. En 2013, ils étaient 250 et aujourd'hui, ils sont 400. Une progression a donc eu lieu mais ils ont besoin de davantage d'éléments.

 

Il s'agit d'un personnel sophistiqué, personne ne va le contester. C'est pourquoi, l'année passée, plusieurs emplois pour les laboratoires ont été ouverts dans le cadre de la mobilité interne, notamment pour les laboratoires de Mons, de Liège et du Limbourg.

 

Monsieur le ministre, vous aviez aussi annoncé qu'une formation complète spécialisée "labo" serait mise en oeuvre par l'Académie Nationale de Police au mois d'octobre 2016. La question de la formation pour ce recrutement très spécifique est primordiale. Mais une zone de police n'est pas l'autre, les fonctionnements sont différents et tout le monde n'automatise pas son fonctionnement de la même façon.

 

Combien d'effectifs allez-vous apporter en renfort à la police technique et scientifique suite aux décisions de recrutement qui ont été prises l'année dernière? Combien de laboratoires sont-ils actuellement opérationnels et quelles sont leurs perspectives?

 

Puisqu'une directive européenne va obliger à une harmonisation en 2018 du traitement des relevés d'empreintes, quelles décisions prendrez-vous ou avez-vous déjà prises pour que le pays soit prêt en termes d'infrastructures et de formation?

 

03.04  Jan Jambon, ministre: Monsieur le président, chers collègues, d'abord, je dois vous dire qu'il n'y a pas de préavis de grève. Les syndicats se sont réunis hier, au sein du comité de négociation. La problématique de l'accréditation a été abordée. La direction de la police fédérale a entendu les remarques qui ont été émises et en tiendra compte.

 

En ce qui concerne l'accréditation des laboratoires, plusieurs scénarios ont été analysés et comparés au cours de l'année 2016. Ce travail a été mené au sein de la police fédérale. Lundi dernier, un avis final a été rendu sur ce dossier. Au terme d'une analyse à effectuer par mon cabinet, je me concerterai avec mon collègue de la Justice, Koen Geens, la responsabilité étant partagée, afin de pouvoir adresser au plus vite une décision à la direction de la police fédérale.

 

Vous avez donc raison, plusieurs scénarios sont sur la table, mais une décision ne vas pas tarder concernant cette structure de laboratoire.

 

Pour répondre concrètement au déficit en termes de capacités, pour les quatorze PJF, le déficit moyen est de l'ordre de 15,62 %. Comme M. Pivin l'a dit, une formation d'inspecteurs principaux "spécialisés labo" a commencé le 1er septembre 2016. Elle se terminera en mai 2018. Un nouveau recrutement sera organisé dans le courant 2017.

 

Pour répondre aux problèmes de capacité opérationnelle au sein de certaines unités médico-légales, diverses mesures ont déjà été mises en place dont notamment le détachement d'appuis latéraux structurels entre unités médico-légales et le recrutement via mobilité. Une réflexion sera menée dans les prochaines semaines au sein du pilier judiciaire et avec les différents partenaires en ce qui concerne l'optimalisation du nombre de permanences "Crimes" sur l'ensemble du territoire.

 

03.05  Willy Demeyer (PS): Monsieur le ministre, j'ai entendu vos réponses mais je ne suis pas rassuré. Je ne suis pas rassuré quant au personnel. Vous n'avez pas indiqué le caractère prioritaire des recrutements. Vous n'avez pas indiqué de chiffres.

 

En ce qui concerne le modèle, je regrette que vous ne soyez pas clair sur un modèle à trois composantes qui ressemblerait plus à l'application d'un programme politique de régionalisation qu'à un programme fonctionnel qui irait avec les arrondissements ou les ressorts de cour d'appel.

 

Enfin, pour ce qui est des contraintes budgétaires, elles sont celles qui ont été créées.

 

Je terminerai en disant que, dans certains pays nordiques, monsieur le président, les victimes qui souhaitent une exploitation maximale des traces peuvent l'obtenir mais en payant. Donc, si le gouvernement souhaite faire des économies en appliquant ces doctrines, nous ne pourrons pas souscrire à un modèle de police scientifique à deux vitesses. Nous souhaiterions être rassurés sur ce point également.

 

03.06  Olivier Maingain (DéFI): Monsieur le ministre, nous dire que, depuis un an, le travail de réflexion est mené mais qu'aujourd'hui, vous ne pouvez pas nous dire, selon vous et selon vos choix politiques, quel est le cadre effectif réel que vous souhaitez pour la police technique et scientifique, c'est l'aveu tout simplement que la réflexion tourne en rond et que vous n'avez pas, en somme, une vision claire de cette mission essentielle de la police fédérale. Je ne puis que le déplorer.

 

03.07  Philippe Pivin (MR): Monsieur le ministre, en tant que président du collège de police de la zone de Bruxelles-Ouest, je sors d'une concertation syndicale au cours de laquelle on a eu à trouver des solutions pour le renforcement des services d'intervention. Vous nous avez aidés au moment où on l'a demandé.

 

Je n'ai aucune difficulté à penser que vous aiderez cette pierre angulaire de l'appareil judiciaire belge qu'est la police technique et scientifique dans sa demande de renforcement de personnel. Je suis, pour ma part, rassuré sur l'écoute que vous aurez à leur attention. Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van de heer Filip Dewinter aan de minister van Justitie over "de radicalisering in de gevangenissen" (nr. P1745)

04 Question de M. Filip Dewinter au ministre de la Justice sur "le phénomène de radicalisation dans les prisons" (n° P1745)

 

04.01  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de voorbije week is uit verschillende getuigenissen in de media gebleken dat onze gevangenissen rekruteringscentra en broeihaarden voor jihadisten van IS en andere radicale moslimbewegingen zijn geworden. Ik heb mijn allergrootste bedenkingen bij het uitgangspunt dat men dat soort van mensen kan deradicaliseren. Het probleem is niet de radicalisering, het probleem is de islam. Dat is mijn analyse en dat weet u. Dat debat gaan wij vandaag niet voeren.

 

Ik wil vandaag wel het debat voeren over de manier waarop u meent het probleem te kunnen oplossen. U stelt voor om meer islamconsulenten aan te werven, meer deradicaliseringsprogramma’s te organiseren en meer geld te pompen in dat soort van initiatieven. Laat mij toe te zeggen dat ik de indruk heb dat u de brand wilt bestrijden door uitgerekend pyromanen naar de brandhaard te sturen. Heeft het zin om imams aan te werven om te deradicaliseren? Ik denk het niet. Ik denk dat het resultaat net het omgekeerde zal zijn.

 

Wij moeten af van de illusie van deradicalisering. Wij moeten voor andere oplossingen durven te gaan, mijnheer de minister. Dat betekent het afnemen van de Belgische nationaliteit van degenen die de dubbele nationaliteit hebben — 90 % van de 450 die als jihadist in de gevangenis zitten — en hen terugsturen naar hun landen van herkomst. Voor mijn part moet men hen laten berechten op de plaats waar zij oorlogsmisdaden en andere misdaden tegen de mensheid hebben gepleegd, als IS-sympathisant of –strijder, in Syrië en Irak. Ik kan u verzekeren dat het regime daar wel weg weet met dat soort van terroristen. Daar kiest men niet voor halfzachte oplossingen, maar voor een duidelijke afrekening met het terrorisme en met degenen die het terrorisme aanhangen.

 

Mijn vraag aan u ligt dan ook voor de hand. Wat zult u doen, nu de problemen zich zo acuut en zo duidelijk stellen? Wat zult u doen aan het feit dat de gevangenissen rekruteringscentra en, naar het schijnt, ook opleidingscentra zijn voor IS-militanten? De handleidingen over het maken van explosieven gaan er van cel tot cel. Hoe lost u dat op?

 

Ik stel de vraag misschien aan de juiste minister, bevoegd voor Binnenlandse Zaken, die op het terrein met deze problemen moet afrekenen, maar wiens collega van Justitie er niet in slaagt om zij die opgepakt zijn op zijn minst onder controle te houden.

 

04.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Dewinter, u weet zeer goed dat dit een vraag is die binnen het bevoegdheidsdomein van minister Geens valt. Ik heb dus ook de nobele taak om het antwoord te verstrekken namens minister Geens.

 

Eerst wil ik evenwel meegeven dat ik het totaal oneens ben met minstens één punt van uw discours. Er moet eens goed worden nagedacht over wat u zegt. U zegt dat een imam, wie het ook is, naar de gevangenis sturen de radicalisering in de hand werkt. Daarmee geeft u dus aan dat er zich in de hele moslimgemeenschap in dit land, die zevenhonderd- tot achthonderdduizend moslims telt, geen bonafide personen bevinden die hetzelfde objectief voor ogen hebben als wij, met name terroristen, gewelddadige extremisten, trachten te neutraliseren. Wel, ik ben het fundamenteel oneens met u op dat vlak.

 

Ik geef u nu, namens minister Geens, het antwoord op uw vraag. Trouwens, iets in mij zegt dat hij het met dit eerste deel ook eens zou zijn.

 

Ik ga u een bondige stand van zaken geven inzake de aanpak van de problematiek van radicalisering in de gevangenissen. Het is zo dat de afgelopen twee jaar in eerste instantie sterk werd geïnvesteerd in de opleiding van zowel de personeelsleden die specifiek ingezet worden ten aanzien van geradicaliseerde gedetineerden als van het gevangenispersoneel in het algemeen. Vervolgens werd op basis van een screening gewerkt aan een moduleerbare plaatsingspolitiek. Het beleid van de minister van Justitie bestaat erin om de geradicaliseerde gedetineerden in eerste instantie maximaal te blijven integreren in de gewone gevangenissen. Slechts indien er geen andere opties zijn, wordt er gekozen voor een plaatsing van deze gedetineerden, ofwel in satellietgevangenissen waar nog intensiever op tendensen van extremisme en radicalisering wordt toegekeken, ofwel in een DeRadex-afdeling waar zij gescheiden verblijven van de andere gedetineerden.

 

De samenwerking met diverse partners, waaronder de diensten van de Veiligheid van de Staat, de politiediensten en de gerechtelijke diensten, heeft ertoe geleid dat wij vandaag in staat zijn om een relatief betrouwbare inschatting te maken van de mate waarin en de wijze waarop de radicaliseringstendensen zich in de gevangenissen manifesteren.

 

Op het vlak van de begeleiding van die gedetineerden werken wij momenteel in nauw overleg met de diensten van de Gemeenschappen aan draaiboeken om de invulling ervan verder te ontwikkelen en op punt te stellen. Die begeleiding is de moeilijkste stap in het actieplan, maar gelukkig kunnen wij rekenen op een goede samenwerking met de Gemeenschappen.

 

Ten slotte meld ik nog dat de uitbreiding van het oorspronkelijk kader wat de islamconsulenten betreft, van 17 voltijdse equivalenten naar 28 voltijdse equivalenten, bijna een feit is. Ook zij worden specifiek opgeleid met betrekking tot het fenomeen van radicalisering. Zij worden vanuit de eigenheid van hun functie geïntegreerd in de aanpak en de begeleiding van de gedetineerden. Om het belang van hun inbreng te onderstrepen, wordt momenteel ook werk gemaakt van een aangepast statuut, wat door hen in vraag werd gesteld.

 

04.03  Filip Dewinter (VB): Mijnheer de minister, zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat blijkt ook in dit dossier van de zogenaamde islamradicalisering in de gevangenissen. U gaat het probleem niet oplossen met de alternatieven die minister Geens hier naar voren brengt, integendeel.

 

De hele bevolking stelt zich, samen met mij, heel veel vragen hierbij en is verontrust. Als wij al niet de 450 jihadisten die wij hebben opgepakt de baas kunnen in de gevangenis, hoe kunnen wij dan de islamradicalen die zich vrij in onze samenleving bewegen — dat zijn er geen 450, maar misschien 45 000 of meer — in hemelsnaam onder controle houden?

 

Ik heb tot slot een opmerking over wat u in eigen naam hebt gezegd. U zegt dat er ongetwijfeld wel wat gematigde moslims zijn in ons land, die het terrorisme afkeuren en de jihadisten tegenspreken. Ongetwijfeld, maar dat is niet de essentie van het probleem. De vraag is of er gematigde moslims zijn. De vraag is of er een gematigde islam is. Die is er niet! De Koran is een militair handboek dat oproept tot de gewapende jihad tegen de kafirs. Dat zijn wij, of toch bijna ieder van ons, namelijk de niet-moslims, de ongelovigen. Dat is de realiteit en dat zullen die imams ook in de praktijk brengen, de ene al wat meer met de taqiyya, de omzwachteling, de andere op een uitdrukkelijkere manier, maar in de praktijk zullen zij het woord van de Koran, het woord van Allah, neergeschreven door Mohammed, uiteindelijk prediken bij hun gelovigen.

 

De voorzitter: U moet afronden, mijnheer Dewinter.

 

04.04  Filip Dewinter (VB): Laten wij ons daarover geen naïeve veronderstellingen maken. Wij weten dat geweld tot de islam behoort en wordt gepredikt door imams. Dus, imams horen niet thuis in de gevangenissen en al zeker niet bij jihadisten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het tariefakkoord met de artsen en kinesisten" (nr. P1746)

- mevrouw Karin Jiroflée aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het tariefakkoord met de artsen en kinesisten" (nr. P1747)

- mevrouw Ine Somers aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het tariefakkoord met de artsen en kinesisten" (nr. P1748)

05 Questions jointes de

- Mme Nathalie Muylle à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la conclusion d'un accord tarifaire avec les médecins et les kinésithérapeutes" (n° P1746)

- Mme Karin Jiroflée à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la conclusion d'un accord tarifaire avec les médecins et les kinésithérapeutes" (n° P1747)

- Mme Ine Somers à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "la conclusion d'un accord tarifaire avec les médecins et les kinésithérapeutes" (n° P1748)

 

05.01  Nathalie Muylle (CD&V): Mevrouw de minister, ik toon u de affiche die sinds 1 januari 2017 wordt uitgehangen in verschillende kabinetten van kinesisten in Vlaanderen. Er worden namelijk in heel wat kinepraktijken nieuwe tarieven voor patiënten toegepast, nu het tweejaarlijks tariefakkoord met de kinesisten ten einde is en er nog steeds geen nieuw akkoord werd gesloten. De tarieven gaan van 22 euro naar 25 tot 27 euro voor een half uur. Dat betekent concreet dat de patiënt voor een behandeling van de kinesist bijna 20 % meerkosten heeft, die volledig uit eigen zak moeten worden betaald en die hij helaas ook niet in rekening van de maximumfactuur kan brengen.

 

Mevrouw de minister, de kinesisten zijn niet tevreden. Zij vinden dat hun honoraria te laag zijn. Sinds 2009 zijn er verscheidene hele en halve indexsprongen geweest. Zij vinden dat hun beroep de voorbije jaren heel sterk is geëvolueerd en meer evidence-based werd. Het grootste deel van de kinesisten heeft ook een masteropleiding. Zij vinden dat hun verplaatsingsvergoedingen te laag zijn, dat ze ondervertegenwoordigd zijn. Dat zijn enkele van hun grieven.

 

Mevrouw de minister, ik stel deze vraag ook omwille van het belang van de patiënten. Waar staan wij vandaag?

 

Ik heb begrepen dat er onderhandelingen bezig zijn met de ziekenfondsen en het RIZIV. De beroepsorganisaties willen graag een nieuw akkoord, maar ze vinden wat vandaag op tafel ligt, te weinig.

 

Mevrouw de minister, ik heb drie concrete vragen.

 

Ten eerste, in hoeverre worden de nieuwe vrije tarieven sinds 1 januari toegepast? Hebt u daar een zicht op? Een telefonische ronde vertelt mij dat de nieuwe tarieven vandaag in heel wat kabinetten worden toegepast.

 

Ten tweede, hoever staat het vandaag met de onderhandelingen? Welk voorstel ligt op tafel?

 

Ten derde, mocht men niet tot een voorstel komen, zult u dan zelf een individueel conventietarief bepalen? Zo ja, hoe hoog wordt dat tarief?

 

05.02  Karin Jiroflée (sp.a): Mevrouw de minister, zal ik u hartelijk danken voor het fijne nieuwjaarsgeschenk: prijsstijgingen bij de kinesist en prijsstijgingen bij de artsen? Dat is voorwaar bijzonder fijn om het nieuwe jaar mee in te zetten, vooral voor wie het financieel wat moeilijker heeft, nietwaar?

 

De kinesisten kunnen tot 32 % meer doorrekenen aan de patiënt vanaf 1 januari, doordat de tariefakkoorden niet vernieuwd zijn. De twee grootste artsensyndicaten hebben aan het RIZIV laten weten dat zij het akkoord opzeggen. Als er niets gebeurt, zullen zij vanaf 1 februari hun tarieven vrij bepalen. In beide gevallen is dat rechtstreeks het gevolg van uw blind besparingsbeleid. Als de artsen alleen al de besparingen willen compenseren die u hen oplegt, dan wacht de patiënt een factuur van 150 miljoen euro. Du jamais vu. Het opzeggen of negeren van akkoorden op zo’n grote schaal is nooit gezien. Zowat de hele zorgsector tegen u krijgen, il faut le faire. Proficiat!

 

Wij waarschuwen voor dat scenario al maanden. Wat hebt u eigenlijk nog nodig om wakker te schieten?

 

Mevrouw de minister, wat zult u nu doen? Zult u alsnog trachten om de akkoorden te redden en zult u dus terugkomen op uw blinde besparingen? Of zult u zelf tarieven opleggen? Of doet u niets en laat u de mensen daarvoor opnieuw opdraaien? Dat had ik graag toch eens van u vernomen.

 

05.03  Ine Somers (Open Vld): Mevrouw de minister, de kinesisten trekken aan de alarmbel. Het is al gezegd, zij hebben drie belangrijke vragen. Ten eerste willen zij een hogere vergoeding voor hun consultaties. Ten tweede willen zij hogere verplaatsingsvergoedingen. Ten derde klagen zij over de enorme administratieve lasten van hun beroep.

 

Uiteraard zijn wij als liberalen niet ongevoelig voor de vragen van de kinesisten, maar wij weten dat wij in een stringente budgettaire context moeten werken. De bestaande conventie is intussen opgezegd en niet verlengd. Vanaf nu gelden er hogere tarieven. Zoals mevrouw Muylle al heeft gezegd, betaalt men nu 25 euro voor een consultatie, 27 euro voor een huisbezoek.

 

Mevrouw de minister, wij weten dat er op uw initiatief een overleg met de ziekenfondsen georganiseerd wordt, in de betrokken overeenkomstencommissie van het RIZIV. Dat toont aan dat u als minister belang hecht aan het bereiken van een overeenkomst met de kinesisten.

 

Ik kom tot mijn vragen, mevrouw de minister. Daar u een nieuw overleg plant, gaat u er volgens ons van uit dat u met nieuwe onderhandelingen toch enigszins kunt tegemoetkomen aan bepaalde vragen van de kinesisten. Hoe groot is volgens u de kans uiteindelijk tot een akkoord te komen?

 

05.04 Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, collega's, de beroepsvereniging van de kinesitherapeuten heeft vorig jaar inderdaad de nationale overeenkomst met de verzekeringsinstellingen opgezegd. Diverse pogingen om tot een nieuwe overeenkomst te komen, hebben niet tot het verhoopte resultaat geleid. Er is dus op dit moment inderdaad geen overeenkomst meer.

 

Ik heb dan ook aan de voorzitter van de overeenkomstencommissie gevraagd om opnieuw een vergadering van de commissie te beleggen. Die vergadering is vandaag om 14 uur begonnen op het RIZIV. Terwijl ik u toespreek, zijn de kinesitherapeuten en de verzekeringsinstellingen dus opnieuw aan het onderhandelen. Ik zet maximaal in op het overleg om tot een oplossing te komen die de patiënten optimale zekerheid over de tarieven kan bieden.

 

Ik heb begrip voor de bezorgdheden van de kinesitherapeuten. Er is onder andere het denkspoor van een betere vergoeding voor bezoeken aan huis bij zwaar zieke patiënten voor wie een verplaatsing naar het kabinet van de kinesitherapeut moeilijk of onmogelijk is. De nodige zorg aan het bed verdient inderdaad voorrang op comfortbehandelingen. Er is een indexmassa van 3,6 miljoen beschikbaar om de honoraria te indexeren.

 

Wat de artsen betreft, wij weten via communiqués wat de zienswijze van BVAS en Kartel is, terwijl de derde artsenorganisatie AADM een meer genuanceerd standpunt lijkt in te nemen. De voorzitter van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen roept een volgende vergadering samen op 25 januari.

 

In het vooruitzicht van die vergadering is het niet raadzaam om verdere uitspraken te doen. Ik wens immers ook daar maximaal in te zetten op het overleg in de geëigende organen, zoals dat overlegmodel al jaren werkt in ons land, mevrouw Jiroflée.

 

U doet alsof het de eerste keer is dat een akkoord wordt opgezegd, maar dat gebeurt in alle tijden, bij alle soorten overlegcomités. Het is niet de eerste keer dat het daar stormt of waait. Dus ik zou toch wat realiteitszin aan de dag leggen.

 

05.05  Nathalie Muylle (CD&V): Net zoals de minister wil ik erop wijzen dat het geen enkele zin heeft om te zwartepieten. Het overslaan van een indexaanpassing of het halveren van een indexaanpassing gebeurt reeds sinds 2009. Wij weten allemaal dat wij in die periode een andere minister van Volksgezondheid hadden, mevrouw Kitir. We moeten nu dus niet beginnen te zwartepieten.

 

Ik maak me wel zorgen om de patiënt, mevrouw Kitir, die vanaf 1 januari 20 % meer bepaald voor een raadpleging. Ik hoop, mevrouw de minister, dat wij in het belang van die patiënt tot een overeenkomst kunnen komen. Er zijn al eerder tariefafspraken opgezegd, maar we zijn er altijd in geslaagd om tot een nieuw akkoord te komen. We moeten goed opvolgen in hoeverre de nieuwe vrije tarieven worden toegepast. Bovendien moeten we maximale inspanningen leveren om tot een conventietarief te komen, in het belang van de actoren en het budget voor de gezondheidszorg.

 

05.06  Karin Jiroflée (sp.a): Mevrouw de minister, dat men op deze schaal akkoorden opzegt, is echt wel nooit gezien. Ik heb dat nagevraagd. U kiest hier duidelijk voor het conflictmodel. Ook wij hebben begrip voor de besognes van kinesisten en artsen, maar in de eerste plaats toch van patiënten en daarover hoor ik u niets zeggen.

 

Ik hoop van harte dat de onderhandelingen tot een goed einde kunnen worden gebracht en dat de patiënt er niet de dupe van zal worden. U vertelt al een paar jaar dat de patiënt het niet zal voelen, maar de patiënt voelt het wel, en hoe! Denken we maar aan het feit dat de derdebetalersregeling wordt teruggeschroefd, dat de grens van de maximumfactuur wordt verhoogd, dat de wijkgezondheidscentra worden aangepakt en dat medicatie duurder wordt, en nu dit, duurdere tarieven.

 

In stukjes maakt u de gezondheidszorg minder toegankelijk, mevrouw de minister, en u moest zich schamen!

 

05.07  Ine Somers (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik sluit mij aan bij de repliek van mevrouw Muylle. Het is belangrijk dat u alle kansen aan een goed overleg geeft.

 

U hebt hier ook een aantal suggesties aangereikt, die mogelijk tot een akkoord kunnen leiden. Het is belangrijk dat u in het overleg de focus legt op de patiënten die niet tot in het kabinet van de kinesist kunnen geraken, en dus prioriteit geeft aan de huisbezoeken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Veerle Wouters aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de RIZIV-nummers en het koninklijk besluit dat in dat verband eventueel genomen moet worden" (nr. P1749)

- mevrouw Catherine Fonck aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de RIZIV-nummers en het koninklijk besluit dat in dat verband eventueel genomen moet worden" (nr. P1755)

- mevrouw Valerie Van Peel aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de RIZIV-nummers en het koninklijk besluit dat in dat verband eventueel genomen moet worden" (nr. P1750)

- mevrouw Nathalie Muylle aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de RIZIV-nummers en het koninklijk besluit dat in dat verband eventueel genomen moet worden" (nr. P1751)

06 Questions jointes de

- Mme Veerle Wouters à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les numéros INAMI et l'éventuel arrêté royal qui doit être pris à cet égard" (n° P1749)

- Mme Catherine Fonck à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les numéros INAMI et l'éventuel arrêté royal qui doit être pris à cet égard" (n° P1755)

- Mme Valerie Van Peel à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les numéros INAMI et l'éventuel arrêté royal qui doit être pris à cet égard" (n° P1750)

- Mme Nathalie Muylle à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les numéros INAMI et l'éventuel arrêté royal qui doit être pris à cet égard" (n° P1751)

 

06.01  Veerle Wouters (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, wat is dat toch met die RIZIV-nummers? Al sedert 1997 organiseren de Vlamingen een toelatingsproef voor artsen en tandartsen, terwijl er in Franstalig België vrijheid-blijheid is, geen toelatingsproef, geen barrières. Al twintig jaar lang proberen de Vlamingen de kosten in de gezondheidszorg te beperken, terwijl de Franstaligen ons gewoon vierkant uitlachen. Wat doen zij? Zij souperen toekomstige RIZIV-nummers zomaar op, de zogenaamde lissage.

 

Mevrouw de minister, u had een oplossing. U zei een compensatie voor het verleden te zullen doorvoeren, de zogenaamde negatieve lissage. U hebt in december 2014 een akkoord kunnen sluiten met de studenten, de faculteiten, de Gemeenschappen en de Planningscommissie. Het akkoord hield in dat er een toelatingsproef zou komen voor het academiejaar 2015-2016 in de Franse Gemeenschap. Het academiejaar 2015-2016 is al voorbij, 2016-2017 is al bezig, we zijn bijna in het academiejaar 2017-2018 en er is nog altijd geen toelatingsproef.

 

Ik moest iets heel vreemd vaststellen, mevrouw de minister. Op 23 december, na afloop van de Ministerraad, tweette u: “Laatstejaarsstudenten van de Franse Gemeenschap krijgen hun RIZIV-nummer.” De premier was een van de eersten om u te retweeten. Ik kon alleen maar vaststellen dat minister Marcourt had gewonnen: nog geen toelatingsproef en toch krijgt hij zijn RIZIV-nummers. Gisteren beweerde een van uw regeringspartners, mevrouw de minister, dat er die dag geen akkoord werd gesloten, dat er nog een KB nodig is en dat er nog voorwaarden zijn.

 

Mijn vragen zijn heel simpel, mevrouw de minister. Wat is er nu wel of niet beslist op de Ministerraad van 23 december? Is er voor die beslissing nog een KB nodig of kunt u dat gewoon zelf invullen? Als er een KB komt, wat is dan de inhoud daarvan? Ik lees in het KB van 2008 dat in een lissage is voorzien tot 2018. Zult u daar iets aan veranderen? Ten slotte, wanneer kunnen wij die veranderingen bij de Franse Gemeenschap verwachten?

 

06.02  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, madame la ministre, nous ne pouvons pas continuer à maintenir les étudiants en médecine dans l'incertitude la plus totale. Aucun d'entre eux, en début ou en fin de parcours, ne peut avoir de réponses et ni de vision claire de la part du gouvernement.

 

Cela concerne d'abord ceux qui sont aujourd'hui en dernière année d'études de médecine, qui seront diplômés dans quelques mois. J'entends tout et son contraire de ce gouvernement. Certains disent qu'ils auront leur numéro INAMI quand ils seront diplômés en juin. D'autres partenaires de votre gouvernement disent qu'ils n'auront pas leur numéro INAMI. Alors, oui on non, les étudiants de dernière année auront-ils leur numéro INAMI? Qu'avez-vous décidé au Conseil des ministres de fin décembre pour ce qui les concerne?

 

Il s'agit aussi des étudiants qui sont rentrés en première année en septembre 2016. Madame la ministre, mesdames et messieurs les membres de la majorité, la loi, je le rappelle, prévoit que vous pouvez, madame la ministre – et vous avez décidé de le faire – définir par arrêté royal le nombre de numéros INAMI pour les étudiants qui rentrent en première année, quand ils sortiront.

 

En l'occurrence, un arrêté royal devait être pris pour définir le nombre de numéros INAMI à attribuer en 2022 aux futurs médecins ayant commencé leurs études en septembre 2016. La loi prévoit, madame la ministre, que vous deviez prendre cet arrêté royal avant septembre 2016. Nous sommes en janvier 2017. Mauvaise gouvernance: vous n'avez en rien respecté la loi. Vous êtes balayée par le Conseil d'État qui a remis un avis négatif concernant votre projet d'arrêté royal. Depuis lors, rien ne bouge!

 

Allez-vous, oui ou non, enfin faire preuve de bonne gestion et de bonne gouvernance et prendre des décisions claires, de manière sérieuse? Vous ne pouvez plus vous permettre de jouer avec les étudiants. Ils sont aujourd'hui les victimes, à quelque étape de leurs études de médecine qu'ils soient. C'est totalement inacceptable et irresponsable.

 

06.03  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, hier staan wij weer. Als dit dossier ooit opgelost raakt, dan geef ik geen feestje, maar de grootste fuif die in dit land ooit gegeven is. Alle gekheid op een stokje, dit dossier is eigenlijk niet om mee te lachen. Ik wil mij aansluiten bij de woorden van mevrouw Fonck, want het is inderdaad schandalig, het is ongelofelijk schandalig dat er vandaag in de Waalse universiteiten studenten zitten die niet weten of zij een RIZIV-nummer zullen krijgen.

 

Het is ook schandalig dat in Vlaanderen al negentien jaar gezinnen geconfronteerd worden met een ingangsexamen en met dromen die kapotgemaakt worden. Het is evengoed schandalig dat wij allemaal meebetalen voor het feit dat er in de Franse Gemeenschapsregering al negentien jaar niets gebeurt. Laten we duidelijk zijn, het is schandalig, mevrouw Fonck, maar die verantwoordelijkheid ligt waar ze ligt. De verantwoordelijkheid voor het feit dat wij hier over dit dossier telkens opnieuw, tot treurens toe, vragen moeten stellen, ligt bij de Franse Gemeenschapsregering en nergens anders. Laat dat om te beginnen duidelijk zijn.

 

Mevrouw de minister, wij staan hier vandaag ook wel omdat dit dossier geen onduidelijkheid verdraagt. De gevolgen zijn duidelijk, de verantwoordelijkheid is duidelijk, maar onduidelijkheden verdraagt dit dossier niet. Als meerderheidspartij hebben wij bij het begin van de legislatuur een akkoord onderhandeld om deze zaak eindelijk, voor eens en voor altijd, op te lossen. Dat akkoord was ook heel duidelijk. Er stond in dat er voorwaarden werden gekoppeld aan het feit dat de studenten die vandaag in die studierichtingen zitten nog RIZIV-nummers zouden krijgen. Die voorwaarden waren de volgende. Er moet een filter komen. Er moet een 60/40-verdeling blijven of in ieder geval een goed onderbouwde verdeling. Wat ons betreft, blijft het een 60/40-verdeling. Het overtal aan artsen dat in de laatste twintig jaar is opgebouwd, zal moeten worden afbetaald. Dat waren en zijn de voorwaarden. Pas daarna kunnen er nog RIZIV-nummers uitgedeeld worden.

 

Collega Wouters heeft gezegd – zij heeft daarin gelijk – dat wij sindsdien weer een paar jaar verloren hebben omdat de heer Marcourt er iets op had gevonden. Een filter kan ook een eindejaarsexamen zijn, zo dacht hij, en hij probeerde dat eerst. Ik heb altijd gezegd dat dat niet zou standhouden. Het heeft ook niet standgehouden. Dat wist hij zelf ook. Daarom heeft hij voor één keer vooraf zelf geen advies aan de Raad van State gevraagd. Wij hebben die jaren verloren. Akkoord, dat zijn oude koeien. Er ligt nu een ingangsexamen. Laten we nu doorgaan. Hij zal het overtal van de laatste twee jaar toch mee moeten afbetalen.

 

Mevrouw de minister, wilt u alstublieft nog eens bevestigen dat er aan het principeakkoord van deze meerderheidspartijen niets veranderd is en dat aan al die voorwaarden voldaan zal moeten zijn vooraleer er RIZIV-nummers worden gegeven? Misschien brengt het ook wel op dat de communicatie op de site van de regering een beetje wordt aangevuld, want die was deze keer zeer onvolledig.

 

06.04  Nathalie Muylle (CD&V): Mevrouw de minister, we staan hier inderdaad opnieuw. Ik wil nogmaals herhalen dat wij als partij de studenten vandaag helemaal geen RIZIV-nummers willen ontnemen, maar dat er nu voor eens en voor altijd een oplossing moet komen. Daarover zijn wij het, meen ik, allemaal eens.

 

Mevrouw de minister, ik was ook geschrokken van de communicatie die op 23 december door de regering gelanceerd werd in het kader van het toekennen van RIZIV-nummers voor studenten in het laatste jaar, zodat ze hun stage kunnen starten. Waarom was ik daarvan geschrokken? Ik sluit mij daarvoor aan bij collega Van Peel. We hebben altijd gezegd – en dat is ook altijd de houding geweest van CD&V als meerderheidspartij – dat er een oplossing moest komen voor een effectieve filter, een tweede lezing in het kader van het indienen van het decreet bij het Waals Parlement, maar er moet ook een koppeling zijn.

 

Collega’s, voor die 1 300 artsen die er vandaag te veel zijn in Wallonië, maar ook voor de 400 artsen die we vandaag te kort hebben in Vlaanderen, moeten er nu oplossingen komen. Mevrouw de minister, ik herhaal dat het heel belangrijk is dat de negatieve lissage – u weet dat dit mijn stokpaardje is – wordt gekoppeld aan het programma en de financiering van de stages in het kader van de dubbele cohorte die op ons afkomt, ook in het kader van de attractiviteit van het beroep, waar wij zien dat heel wat subquota niet worden ingevuld. Ik weet dat u daarover in gesprek moet met de Gemeenschappen. Dat zijn voor ons noodzakelijke voorwaarden die daaraan moeten worden gekoppeld vooraleer de nieuwe nummers kunnen worden gegeven.

 

Mevrouw de minister, ik wens van u alleen duidelijkheid. Ik hoop dat de communicatie van 23 december slechts de halve communicatie was en dat u ook de voorwaarden, die o zo nodig zijn om tot de oplossing te kunnen komen, hier vandaag nog eens kunt bevestigen.

 

06.05 Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik dank u allen voor de bijkomende vraag over de RIZIV-nummers.

 

De regering heeft op 23 december 2016 inderdaad beslist – ik herhaal wat ik toen drie keer heb medegedeeld – om op voorwaarde dat binnen de Franse Gemeenschap een ingangsexamen wordt georganiseerd dat werkt, alle studenten die op het einde van het lopende academiejaar zullen promoveren, de mogelijkheid te geven de stage aan te vatten. De regering heeft dus beslist aan wie wil een RIZIV-nummer te geven.

 

Onder de voorwaarde dat het toegangsexamen in beide landsdelen efficiënt is, zal de regering jaar per jaar aan de studenten die in 2018, 2019 en 2020 promoveren, die toelating verlenen. Telkens worden de voorwaarden dus nagekeken en in functie daarvan wordt het aantal vrij te geven RIZIV-nummers bepaald.

 

Mevrouw Van Peel, de huidige situatie is, zoals u hebt opgemerkt, het gevolg van beslissingen in een van die dossiers die dateren van vóór het begin van de huidige legislatuur. Het betreft dus de zogenaamde ‘lijken uit de kast’.

 

De situatie van vandaag is wat ze is. Het is onze plicht een oplossing te bieden voor de studenten die tot de studies toegang hebben gekregen en daarvoor ook de nodige inspanningen hebben geleverd. Zeven jaar studeren en niet de kans krijgen om het beroep uit te oefenen waarvoor men heeft gekozen, kan dus niet.

 

Le Conseil d'État a constaté que le projet d'arrêté royal qui fixe les quotas 2022 ne serait pas adopté suffisamment à temps. Une fixation par la loi de quotas, comme le suggère cette instance, est techniquement impossible.

 

Het nu nog in gang zetten van een wettelijke procedure zou ook te laat komen.

 

La procédure préparatoire à cette disposition légale ne permettra pas non plus une publication en temps utile.

 

Om die reden heeft de regering er dan ook voor geopteerd om hierover geen wet te maken. In de feiten verandert er dus niets, omdat het duidelijk mag zijn dat de regering geenszins een blanco cheque geeft. Met het aantal kandidaten dat boven op en naast de quota wordt opgeleid, zal rekening worden gehouden bij de bepaling van het totaal af te bouwen overtal, dus bij de negatieve lissage, die inderdaad, mevrouw Van Peel, in het verdere akkoord nog moet worden uitgewerkt.

 

De verantwoordelijkheid van elke Gemeenschap blijft inderdaad onverminderd bestaan en het is nodig dat nu – dat is toen ook gezegd geweest – voor het vastleggen van deze RIZIV-nummers een specifiek ontwerp-KB wordt opgemaakt, dat ter goedkeuring aan de Ministerraad wordt voorgelegd.

 

Wat de specifieke vraag van mevrouw Muylle betreft, kan ik meegeven dat ik de opdracht heb gegeven om de interfederale IKW die werd opgericht in het kader van de IMC samen te roepen teneinde de dialoog met de deelentiteiten zo spoedig mogelijk op gang te brengen.

 

Mevrouw Muylle verwijst ook naar de problematiek van de stagemeesters en het flankerend beleid omtrent de aantrekkelijkheid van het beroep. Dat loopt samen met alle interventies die nodig zijn in het kader van het kunnen beheersen van de dubbele cohorte. Daar is ook een werkgroep mee bezig en daaraan wordt ook simultaan verder gewerkt.

 

Ik wacht dus met ongeduld, mevrouw Van Peel, op de tweede poging van de heer Marcourt om zijn filter te installeren. Wij wachten op de tweede lezing. Dan pas kunnen over de andere voorwaarden – zoals over de periode waarin wij de negatieve lissage zullen doen, om hoeveel het gaat enzovoort – beslissingen worden genomen. Ik heb ook aan de Planningscommissie gevraagd om haar cijfers te herbekijken met een jaar meer. Daar wachten wij natuurlijk op om de verdere besprekingen in de regering te voeren. De voorwaarden die er waren, die blijven er nu ook nog.

 

Mevrouw Wouters, in uw artikel geschreven met collega Vuye heb ik ook gelezen dat u niet verstaat waarom zo’n beslissing moet worden genomen. Wel, aan een faculteit Geneeskunde doen de laatstejaarsstudenten hun stages na nieuwjaar in functie van een verdere keuze. Zij moeten daarvoor ook voldoen aan een aantal voorwaarden en moeten hun keuze kunnen maken. Het was dus echt in het belang van de studenten dat die beslissing eind december is genomen. U zegt dat wij hadden moeten wachten tot juli, maar dat zou bijna misdadig zijn geweest, want de meeste studenten zouden hun keuze dan echt niet hebben kunnen maken, in de voortzetting van hun studie en specialisatie.

 

Mevrouw Wouters, ik weet dat u geacht wordt om uw dossierkennis, maar hier hebt u toch een steekje laten vallen.

 

06.06  Veerle Wouters (Vuye&Wouters): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, hartelijk dank voor uw uitgebreide uitleg en uw correctie. Mijn vraag was waarom u dat nu beslist. U geeft die Franstalige studenten dus valse hoop. Als minister Marcourt niet in orde is met zijn toelatingsproef, dan gaat u die RIZIV-nummers immers niet geven, zo gaf u toe. Het gevolg is dat u de wijde wereld de boodschap geeft dat de Franstalige studenten hun RIZIV-nummers krijgen. Ik moet toegeven dat mevrouw Van Peel ook gelijk heeft dat die communicatie dan toch wel gebrekkig was, want in de persbrief vanuit de regering stonden er geen voorwaarden.

 

Ten tweede, ik begrijp dat u mensen zekerheid wilt geven, maar valse hoop geven vind ik nog veel erger. U zegt nu: “U hebt uw RIZIV-nummer, u kunt uw stage kiezen.” Wat als in juni die toelatingsproef er nog niet is? Zij studeren wel in juni af. Mevrouw de minister, als er in beroep wordt gegaan, zijn we in december of volgend jaar en hebben die studenten het nummer nog niet. Dan studeren ze af, kunnen ze geen stage doen en zitten ze een jaar met hun vingers te draaien. Mevrouw de minister, ik wil u ook van antwoord dienen, dan moet u dat ook niet doen.

 

U denkt nu dat de heer Marcourt woord gaat houden. U hebt het gezien in het verleden, in 2015 vroeg hij geen advies aan de Raad van State en zijn besluit was bijgevolg onwettig. De vraag rijst natuurlijk ook of de studenten in beroep zullen gaan. Wereldvreemde Franstalige rechters, denkt u nu echt dat zij die negatieve lissage zullen aanvaarden? Ik denk dat wij nog niet aan het einde van dit verhaal zijn.

 

06.07  Catherine Fonck (cdH): Madame la ministre, qui dit la vérité? Si les membres du gouvernement, qui siégeaient en séance du Conseil des ministres, fin décembre, tiennent des propos différents à la sortie ou interprètent à leur sauce ce qui les arrange, cela commence à devenir plus compliqué et, singulièrement, c'est vraiment prendre tous les étudiants en médecine, y compris ceux qui terminent, en otage.

 

Le MR disait, fin décembre: "Les étudiants de dernière année auront leur numéro INAMI" et un mois plus tard, on leur ajoute des conditions. Je ne participais pas au Conseil des ministres. J'imagine que vous y étiez, mais entre votre version et celle du parti du premier ministre, cela ne colle manifestement pas.

 

Par ailleurs, madame la ministre, je ne peux que vous inciter à respecter la loi et la bonne gestion. La loi dit que "vous auriez dû prendre un arrêté royal au bon moment", à savoir pour les étudiants en médecine qui commencent, avant leur entrée en première année pour définir le nombre de numéros INAMI pour 2022. Vous intervenez après six mois et trop tard!

 

Dans ce dossier, je voudrais appeler à reprendre un peu de hauteur et essayer d'avoir une solution d'ensemble. Je le plaide depuis longtemps: l'idéal est de combiner un examen d'entrée – il est passé en première lecture au gouvernement de la Communauté française – tout en garantissant un numéro INAMI une fois ce premier filtre passé pour ne plus se moquer des étudiants, en tenant compte des besoins, du terrain, du cadastre et aussi du fait que 40 % des médecins qui reçoivent un numéro INAMI en 2015 en Communauté française sont des médecins étrangers.

 

Si vous préférez maintenir l'option de faire venir des médecins étrangers, alors que notre pays connaît des pénuries en la matière, plutôt que de supporter nos étudiants en médecine et nos médecins diplômés, excusez-moi de le dire, chers collègues, c'est complètement surréaliste!

 

Le président: Vous avez été beaucoup trop longue dans la réplique!

 

06.08  Valerie Van Peel (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Toch, voor alle duidelijkheid, er zijn nog altijd voorwaarden aan het doorgeven van RIZIV-nummers. Het ingangsexamen moet goedgekeurd zijn, en het overtal moet worden afgebouwd.

 

Over al die zaken zal eerst een akkoord moeten worden bereikt voor wij verder gaan. Het stopt echt wel hier en nu. Er is een compromis gemaakt. Er was trouwens al een compromis, mede door mijn partij, omdat wij niet willen dat die studenten het slachtoffer worden van het non-beleid van de Franstalige Gemeenschapsregering.

 

Dit is wel onze absolute ondergrens. Op zich is het erg cynisch dat de federale regering die miserie moet oplossen, en zeker dat de Vlamingen die miserie moeten oplossen, terwijl wij wel al negentien jaar doen wat wij moeten doen.

 

Ik wil in dit dossier hoe dan ook niet langer aan Vlaamse studenten en hun families moeten uitleggen dat de regels voor hen anders zijn en dat wij mensen hun dromen ontzeggen, maar dat zij vervolgens wel mogen meebetalen voor eenieder die aan Franstalige kant arts wil worden, met alle overconsumptie tot gevolg. Dat kan niet langer! Wij blijven op dat compromis staan!

 

06.09  Nathalie Muylle (CD&V): Mevrouw de minister, ten eerste vind ik het positief dat u een werkgroep opstart inzake de stages en de attractiviteit, met het oog op de dubbele cohorte die op ons af komt. Het is niet de eerste keer dat wij het hierover hebben. U weet dat er een grote noodzaak is en ik voel op het terrein dat die steeds prangender wordt.

 

Ten tweede, u hebt inzake de voorwaarden in uw tekst duidelijk een koppeling gemaakt tussen het geven van RIZIV-nummers en het al dan niet van toepassing zijn van het ingangsexamen. Laat ik heel duidelijk zijn: ook voor ons is er de noodzaak aan een bijkomende voorwaarde, met name dat met het oog op de overtallen de negatieve lissage moet worden toegepast.

 

Mevrouw de minister, ik heb dat niet in alle duidelijkheid gehoord. Ik hoop dat die voorwaarde daaraan ook gekoppeld is en dat wij zo snel mogelijk tot een oplossing komen. Wij zijn een bescheiden partij, mevrouw de minister en collega Van Peel. Wij geven geen megafuiven wanneer dossiers opgelost zijn, maar als dit opgelost is, wil ik wel een vat geven op uw fuif.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Persoonlijk feit

Fait personnel

 

De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, ik kan u alleen het woord geven in verband met de regeling van de werkzaamheden, maar niet over het onderwerp zelf, want u heeft geen mondelinge vraag ingediend.

 

06.10  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur le président, j'ai entendu que certains collègues libéraux ont blâmé notre absence tout à l'heure. Je voulais leur dire que nous étions à l'enterrement d'une camarade qui nous a quittés récemment et qui nous a beaucoup touchés. Nous sommes malgré tout présents à chaque séance plénière, et c'est petit d'attaquer sous l'angle de "l'accord interprofessionnel n'est pas une raison pour être absents"; nous sommes là tous les jeudis. J'espère que tout le monde restera correct dans l'hémicycle et qu'il n'y aura pas d'attaques sous la ceinture. Je vous remercie.

 

06.11  Patrick Dewael (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik heb uiteraard begrip voor begrafenissen, maar zijn uw diensten verwittigd over de afwezigheid van beide collega’s?

 

De voorzitter: Voor zover ik weet niet.

 

06.12  Patrick Dewael (Open Vld): Ik heb het nagetrokken. Dat is niet het geval. Mocht ik een bericht van verhindering hebben vernomen, dan had ik die opmerking niet gemaakt. Misschien is dat de aangewezen weg: als men een legitieme reden heeft, laat men dat weten aan de diensten van de Kamer.

 

06.13  Raoul Hedebouw (PTB-GO!): Monsieur Dewael, nous comptions venir à la séance. L'enterrement se déroulait sur le temps de midi. Nous ne comptions pas être absents toute l'après-midi. Par ailleurs, vous savez que nous sommes ici à chaque séance, tous les jeudis, même si nous ne posons pas forcément des questions. C'était petit, mais restons-en là. C'était un enterrement, et je crois que c'est assez douloureux comme cela. Ce n'est pas la première fois que cela arrive du côté libéral; la même chose s'est produite avec M. Maingain. Restez corrects dans les débats.

 

Le président: Monsieur Hedebouw, l'incident est clos.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Mme Muriel Gerkens au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "les accises sur le tabac" (n° P1752)

07 Vraag van mevrouw Muriel Gerkens aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de accijnzen op tabak" (nr. P1752)

 

07.01  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, bien que vous soyez en charge des Finances, j'aurais voulu savoir quelle valeur avait la santé à vos yeux, au-delà de constituer – puisque c'est ce qu'elle semble être pour vous – une variable d'ajustement budgétaire, à tel point que vous proposez de diminuer les accises sur le tabac.

 

Plus encore, le lobby du tabac devient votre interlocuteur. On entend maintenant les cigarettiers s'exprimer et se faire de la publicité en déclarant que, chaque jour, 4,78 euros échappent au Trésor public. Quant à vous, vous les relayez. Quel cynisme! Surtout au vu des chiffres que je vais vous rappeler. Chaque année, en Belgique, 20 000 personnes perdent prématurément la vie à cause du tabac. Cela signifie cinquante-cinq personnes par jour, autrement dit deux individus par heure. Ces taux doivent aussi vous préoccuper et constituer pour vous une priorité.

 

Vous me rétorquerez que les accises incitent les fumeurs à aller acheter leur tabac à l'étranger et que d'autres politiques sont nécessaires. Or, en l'occurrence, il ne se passe rien. Donc, agissez, monsieur le ministre! Vous et votre collègue de la Santé publique, agissez pour supprimer complètement la publicité, pour élaborer des politiques cohérentes de prévention contre le tabac entre le fédéral et les entités fédérées! Agissez concrètement! Or rien ne bouge pour le moment.

 

Monsieur le ministre, j'aimerais vous poser trois questions simples. Quels sont vos interlocuteurs privilégiés en ce domaine? Sont-ce les cigarettiers ou bien les citoyens et les acteurs de la santé? Quelles sont vos préoccupations prioritaires? S'agit-il des bénéfices des cigarettiers ou de la santé des citoyens? Enfin, qu'allez-vous corriger? Allez-vous cesser de vous tromper systématiquement dans les estimations des recettes fiscales – il s'agit ici d'une erreur de 150 millions portant sur les accises du tabac – ou bien allez-vous enfin tenir compte des coûts résultant des décès, des maladies, des soins nécessaires – en l'espèce, vingt milliards sont estimés pour le budget?

 

07.02  Johan Van Overtveldt, ministre: Madame Gerkens, un certain nombre de chiffres, d'analyses et de commentaires ont circulé ces derniers jours au sujet des accises sur le tabac. Malheureusement, ma réaction, mes arguments et les nuances que j'ai pu apporter n'ont pas porté. Permettez-moi de réitérer l'exercice devant vous.

 

Les accises sur le tabac ont été significativement majorées dans le cadre du tax shift. Le but était de réduire l'écart de prix important entre les cigarettes et le tabac à rouler. Par cette adaptation des accises un effet incitatif était également recherché, à savoir décourager l'usage du tabac et améliorer de la sorte la santé publique. Y sommes-nous parvenus?

 

Si nous prenons en considération les recettes globales des accises pour 2016, les estimations les plus récentes indiquent que nous réaliserons les objectifs, dans les grandes lignes. Nous observons, cependant, de fortes variations en fonction des catégories de produits. Les recettes des accises sur les carburants ont augmenté plus que prévu alors que celles sur le tabac et sur l'alcool n'ont pas atteint cet objectif. Ces tendances s'expliquent par différents éléments. D'abord, la vente transfrontalière: les premiers chiffres provisoires montrent que la vente frontalière est 10 à 25 % inférieure aux chiffres du passé et que, simultanément, les ventes à l'étranger, dans ces mêmes régions, augmentent fortement. Ensuite, les ventes illégales de cigarettes que nous suivons avec attention. Enfin, incontestablement, la consommation se déplace vers les cigarettes électroniques dont les effets sur la santé ne sont pas encore bien connus.

 

Je compte cartographier ces évolutions le mieux possible. Quoi qu'il en soit, on ne peut cependant pas déduire que le niveau moins favorable des recettes des accises sur le tabac correspond à une baisse de l'usage du tabac.

 

En outre, je n'ai jamais dit que je comptais baisser les accises sur le tabac. J'ai dit qu'il existe une limite à ce que l'on peut attendre de l'augmentation des accises, certainement dans un pays déjà très taxé et très ouvert.

 

De voorzitter: U moet afronden, mijnheer de minister.

 

07.03  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur le président, il me reste encore une phrase un peu longue.

 

De voorzitter: Dat gaat niet!

 

07.04  Johan Van Overtveldt, ministre: Je peux, par exemple, imaginer une révision approfondie des accises qui soit parfaitement en harmonie avec les impératifs de santé qui restent, soyez-en assurés, aussi pour moi un élément central. (Le micro est coupé)

 

De voorzitter: Dank u wel.

 

07.05  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, dans le secteur de la Santé, les acteurs du tabac sont un lobby puissant qui utilise toutes les failles et toutes les possibilités pour se positionner, pour faire parler de lui et pour se donner une image positive. Et vous êtes tombé dans le panneau de leur communication en embrayant sur la remise en question des accises à la suite de leur interpellation. Celle-ci consistait à dire qu'on vend moins de cigarettes en Belgique à cause des accises. C'était cela le fondement de leur communication.

 

Je tiens compte de votre réponse dans laquelle vous dites que la santé est aussi importante. Alors, je compte sur vous pour que ce gouvernement prenne aussi des mesures globales. On attend ces mesures. En commission de la Santé, cela fait plus d'un an qu'on essaie de travailler avec la ministre de la Santé pour diminuer la publicité, pour organiser des politiques de prévention et de réelles politiques de santé. S'il y a un acteur qui soutient la cigarette électronique, pas uniquement dans le but d'arrêter l'usage du tabac, c'est bien votre gouvernement aussi. J'espère qu'à la suite de notre entretien, on aboutira à une certaine cohérence.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van de heer Bert Wollants aan de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling over "de subsidies voor offshorewindparken" (nr. P1753)

08 Question de M. Bert Wollants à la ministre de l'Énergie, de l'Environnement et du Développement durable, sur "les subsides octroyés aux parcs éoliens offshore" (n° P1753)

 

08.01  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, de Nederlanders moeten 2 miljard euro minder betalen voor hun windparken dan wij. Dat betekent dat die 2 miljard in ons land ook op de factuur van de gezinnen en de bedrijven terechtkomt. De reden is duidelijk, wij slepen al meer dan tien jaar een systeem mee waarbij wij zones toewijzen aan een investeerder, niet omdat hij goedkoper of beter is, maar omdat hij aan alle voorwaarden voldoet. Wat de investeerder daarvoor vraagt, interesseert ons echter niet. Dat betekent dat men zich in een lastig parket bevindt. Het is alsof men naar een aannemer stapt voor een opdracht maar pas nadien verneemt wat het zal kosten.

 

Mevrouw de minister, dat is een molensteen rond de nek waarmee u aan de slag moet. U kunt immers niet voor de goedkoopste partner kiezen. U moet met die welbepaalde partner onderhandelen over de prijs, terwijl deze al lang een contract in zijn binnenzak heeft zitten. Dat is een moeilijke situatie. Wij zien dat de Nederlanders dat anders en beter aanpakken.

 

De momenteel bestaande oversubsidiëring wordt niet meer aanvaard. Diverse collega’s hebben zich over deze zaak uitgesproken en niemand wil te veel betalen voor windstroom.

 

Mevrouw de minister, met de cijfers van de CREG in de hand zult u aan de slag moeten, zult u moeten onderhandelen. Er zijn namelijk drie windparken gepland waaromtrent nog over subsidies moet worden beslist. Ik denk dat u de zaken moet aanpakken met die cijfers in de hand. In eerste instantie moet u ervoor zorgen dat er wordt onderhandeld. Wij moeten, zoals de CREG het aanhaalt, over de prijzen kunnen beschikken. Ten tweede, als dat niet lukt, dan meen ik dat wij verlost moeten worden van het dure systeem dat tien jaar geleden onder de paarse regering werd goedgekeurd. In dat geval moeten de concessies verbroken worden, moeten wij een tender uitschrijven en moet de goedkoopste offerte gekozen worden, in het belang van onze bedrijven.

 

Mevrouw de minister, bent u daartoe bereid? Dat is onze voornaamste vraag.

 

08.02  Marie-Christine Marghem, ministre: Monsieur le président, chers collègues, meilleurs vœux à tous!

 

Pour ce qui concerne la question, nous sommes dans un cadre juridique particulier dont il convient de respecter les éléments essentiels sous peine de produire de l'insécurité juridique, même pour les trois parcs futurs.

 

Sur la base du rapport de la CREG, que j'ai sollicité lorsque j'ai vu apparaître les prix pratiqués suite à l'émulation et la concurrence entre différents exploitants en Hollande, j'obtiens des bases de soutien qui sont largement inférieures à celles que la CREG avait prévues dans les années antérieures. Je vais travailler avec ces bases de soutien pour les trois prochains parcs pour voir comment arriver à un soutien correct qui ne fasse pas exploser la facture du consommateur. C'est d'ailleurs ce que nous avons fait avec ce gouvernement puisque, pour les deux derniers parcs, Northern et Rentel, nous avons diminué le soutien par rapport à ce que la CREG prévoyait dans son rapport de 2015.

 

En ce qui concerne la volonté de passer à un système hollandais, mon collègue Philippe De Backer est responsable des concessions et je vous renvoie donc vers lui pour une question à ce sujet.

 

Sachez encore que nous travaillons ensemble et que nous évoquerons ensemble cette possibilité.

 

08.03  Bert Wollants (N-VA): Mevrouw de minister, het is inderdaad zo dat deze regering al meer dan 1 miljard euro van de kostprijs heeft kunnen halen, maar ik meen dat er nog veel meer in zit en wij moeten er volgens mij alles aan doen om de juiste prijs te krijgen. Als dat niet lukt via onderhandelingen, dan meen ik dat wij moeten durven afstappen van die concessies en voor een ander systeem kiezen, want dan blijkt dat dit systeem niet werkt in het belang van de consument.

 

Ik zal u en uw collega De Backer uiteraard blijven ondervragen en ondersteunen om ervoor te zorgen dat onze gezinnen en bedrijven niet de dupe worden van een keuze uit het verleden om te werken met concessies. Wij moeten krijgen wat wij moeten hebben, namelijk groene stroom en lage prijzen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Question de Mme Isabelle Poncelet au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'avenir d'Infrabel" (n° P1754)

09 Vraag van mevrouw Isabelle Poncelet aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "de toekomst van Infrabel" (nr. P1754)

 

09.01  Isabelle Poncelet (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, cette semaine, la presse a annoncé une diminution importante d'emplois au sein d'Infrabel. Il est question de 4 000 postes menacés chez Infrabel d'ici 2020. À coup sûr, cela aurait un impact négatif sur les services ferroviaires en Belgique.

 

Le plan d'entreprise 2016-2020 d'Infrabel prévoirait donc une diminution de près de 27 % du nombre de salariés dans les années à venir. On ne peut que faire le lien avec les annonces de réduction budgétaire faites en début de législature.

 

Parallèlement à la diminution du nombre de salariés, il semblerait qu'il y ait une explosion du nombre de marchés attribués par Infrabel à des firmes privées. On assiste donc à une privatisation des missions du gestionnaire du réseau ferroviaire, notamment celles liées à son core business.

 

Monsieur le ministre, j'ai trois questions. Confirmez-vous les chiffres de suppression d'emplois évoqués dans la presse ces derniers jours? Confirmez-vous la sous-traitance des services en lien avec le core business d'Infrabel? Allez-vous réaliser une analyse sur les missions attribuées aux filiales et aux sous-traitants afin de voir s'il ne serait pas avantageux de réintégrer certaines activités au sein d'Infrabel?

 

09.02  François Bellot, ministre: Madame, le chiffre de 4 000 qui a été cité concerne Infrabel et ses filiales.

 

Les chemins de fer belges prévoient, au cours des prochaines années, un départ à la retraite de plusieurs milliers de cheminots engagés à la fin des années 1970 et au début des années 1980. Il s'agit d'un défi d'envergure auquel Infrabel se prépare depuis longtemps.

 

Le gestionnaire d'infrastructure m'informe qu'il applique une politique de simplification administrative, d'automatisation, de digitalisation qui génère des gains de productivité conséquents. Infrabel est ainsi engagée dans une modernisation sans précédent de son outil industriel. Le projet de concentration des postes de signalisation en est la parfaite illustration. Cette rationalisation va de pair avec une modernisation totale de la gestion du trafic.

 

L'utilisation de nouveaux systèmes informatiques et d'un support informatique real time de pointe pour les signaleurs permettent à ces derniers de se consacrer davantage aux nœuds les plus importants au sein de la zone d'action, et à la résolution des incidents.

 

Les chiffres eux-mêmes sont issus d'une proposition de plan d'entreprise, faite par le management d'Infrabel, qui n'a pas encore été approuvée par le conseil d'administration.

 

J'ai défendu auprès du Conseil des ministres la possibilité, pour les sociétés Infrabel et SNCB, d'investir un supplément d'un montant total d'un milliard en sus de l'endettement déjà approuvé, dans le cadre des conventions de préfinancement, afin de financer des projets qui réduisent la congestion sur les routes, améliorent la mobilité en Belgique et favorisent le fret ferroviaire. Je pense notamment à la deuxième sortie du port d'Anvers, à la fin des travaux du RER, à l'électrification de la ligne Hamont-Weert par exemple. Il est clair qu'Infrabel doit tenir compte de cette demande dans le cadre de son plan d'entreprise, d'autant plus, en ce qui concerne l'emploi, dans sa filiale TUC RAIL, afin qu'Infrabel soit en mesure d'assumer ses missions et les chantiers que je viens de vous citer.

 

En ce qui concerne le regroupement et la diminution des filiales, Infrabel me fait savoir qu'elle poursuit l'intégration d'un certain nombre de filiales et de leur personnel au sein des responsabilités d'Infrabel. Il n'y a pas plus de marchés externes maintenant, en termes de volume et de pourcentage, que dans les années antérieures.

 

09.03  Isabelle Poncelet (cdH): Monsieur le ministre, j'entends bien votre réponse. Permettez-moi de rester inquiète à ce sujet. Le gouvernement a quand même décidé, en début de législature, ces insoutenables réductions de budgets, tout en demandant parallèlement un gain de productivité, sans tenir compte de l'impact de ces décisions. Je maintiens mon inquiétude.

 

Cet hiver, on a constaté de nombreux retards liés aux problèmes d'infrastructure et aux conditions climatiques. L'hiver vient de commencer. Nous verrons cette nuit ce qu'il en résultera. Il n'est pas sûr que l'infrastructure résistera à cette météo, et que les investissements et le mode de fonctionnement soient à la hauteur de la demande de nos navetteurs.

 

Nous pensons que cette politique ne fait qu'augmenter le nombre de retards. On sait que ceux liés aux infrastructures sont très nombreux. Les retards ne feront qu'augmenter. Nous ne pouvons pas l'accepter et nous demandons qu'une analyse soit faite, et que votre ambition soit à la hauteur des besoins des voyageurs de notre pays.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Einde van de mondelinge vragen.

 

Wetsontwerpen en voorstel

Projets de loi et proposition

 

10 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (2141/1-6)

10 Projet de loi modifiant la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées (2141/1-6)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

10.01  Jean-Marc Delizée, rapporteur: Monsieur le président, j'étais le rapporteur de la première lecture. Je crois que les débats ont montré que le sujet était controversé. Chacun a donné son argumentation et je pense que le rapport écrit est complet à ce sujet. Le débat montrera certainement les divergences, les critiques et les questions des uns et des autres. Je me réfère donc au rapport écrit pour la première lecture.

 

De voorzitter: Ik zie de heer Vercamer niet, om verslag uit te brengen over de tweede lezing. Hij verwijst ook naar zijn schriftelijk verslag.

 

Het woord is aan de heer Spooren.

 

10.02  Jan Spooren (N-VA): Mijnheer de voorzitter, de N-VA-fractie steunt dit wetsontwerp om de inkomensgarantie voor ouderen te koppelen aan een verblijfsvoorwaarde van tien jaar. Deze nieuwe maatregel heeft tot doel misbruik van ons sociaal systeem te voorkomen. Immers, doordat die uitkering hoger ligt dan het leefloon — tot 1 052 euro per maand — dreigen wij anders een uitkeringsmigratie aan te trekken.

 

Tevens is dit geen asociale maatregel, want degenen die nog niet in aanmerking komen voor de IGO hebben recht op een leefloon. Voor de N-VA is het belangrijk dat het leefloon, in tegenstelling tot de IGO, wel gekoppeld is aan de voorwaarden tot integratie. Wij vinden het belangrijk dat mensen aantonen dat zij deel willen uitmaken van de maatschappij en dat zij dat ook een tijd hebben bewezen, vooraleer zij recht hebben op een hogere socialezekerheidsuitkering dan het leefloon.

 

Ten derde zal deze maatregel vanaf september 2017 een budgettaire impact hebben, geraamd op een besparing van 2 miljoen euro in 2017. Tegen 2021 zal dat bedrag oplopen tot 9 miljoen.

 

In het algemeen zijn wij van oordeel dat onze sociale zekerheid alzo rechtvaardiger wordt door de band tussen een uitkering en een minimale bijdrage via werk of participatie in de maatschappij, te herstellen.

 

10.03  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, la garantie de revenus aux personnes âgées (GRAPA) a un but: garantir à nos aînés un revenu suffisant afin de pouvoir mener une vie digne. Cela a été souligné en commission, notre système est parmi les plus performants au monde et nous devons en être fiers et ne pas prendre cela comme argument pour la diminuer. Nous nous sommes toujours battus et nous nous battrons encore pour que nos concitoyens aient la protection sociale la meilleure et la plus étendue possible. Il ne faut pas se leurrer pour autant. La GRAPA aujourd'hui est loin d'être Byzance. Elle est inférieure au seuil de pauvreté et ne permet donc pas de prémunir nos aînés du risque de pauvreté.

 

Aujourd'hui, le gouvernement veut imposer une double condition pour bénéficier de la GRAPA et diminue ainsi la protection de nos concitoyens en laissant certains d'entre eux sur la touche. Alors que le gouvernement prétend ici lutter contre la pauvreté, l'analyse d'impact est sans appel: il y a un impact négatif dans la lutte contre la pauvreté, c'est dans le rapport.

 

À l'avenir, nos concitoyens qui n'ont pas résidé dix ans en Belgique, dont cinq ans ininterrompus, seront exclus. Monsieur le ministre, pour ma part, je considère que toute personne vivant en Belgique est un citoyen à part entière, il ne peut y avoir de citoyens de seconde zone. Le fait de justifier ce projet de rapport en indiquant qu'il n'est pas normal qu'une personne qui réside depuis moins de dix ans en Belgique puisse bénéficier d'une pension supérieure à un indépendant, comme certains ont osé le dire, pourrait apparaître comme une déclaration flirtant avec des discours populistes. En effet, c'est oublier que les indépendants aussi peuvent bénéficier de la GRAPA.

 

En réalité, en s'attaquant à la GRAPA, on s'attaque à la protection des citoyens et notamment des indépendants. Par exemple, l'indépendant qui s'établit en Belgique à l'âge de 59 ans et qui veut prendre sa pension à 65 ans n'aura plus droit à la GRAPA, il devra attendre quatre ans avant de pouvoir en bénéficier. L'impact sur la pauvreté est donc bien réel.

 

La lutte contre la pauvreté se situe au cœur de notre combat politique. Chaque jour, nous nous battons pour plus de justice sociale. Pour mon groupe, cette mesure est donc inacceptable.

 

De plus, notre sentiment est que ce projet de loi contrevient au droit européen. À cet égard, nous avons assisté en commission à une évolution du côté du gouvernement. Le ministre a d'abord affirmé que ce texte était conforme au droit européen. Ensuite, il a reconnu qu'un risque existait. Qui sait? Peut-être le gouvernement admettra-t-il aujourd'hui que son projet est contraire à la législation. En tout état de cause, le risque est grand qu'il soit sanctionné par les juridictions européennes.

 

Je ne serai pas plus long. Vous l'aurez compris: pour toutes ces raisons, nous ne pourrons pas soutenir ce projet de loi.

 

10.04  Stéphanie Thoron (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, il est aujourd'hui possible, dans notre pays, sans avoir cotisé le moindre sou pour notre sécurité sociale, de bénéficier d'une allocation sociale pouvant être plus élevée que celle de certains travailleurs qui, eux, ont cotisé toute leur vie durant.

 

Le projet de loi que nous nous apprêtons à voter a pour objectif de corriger cette inégalité. Jusqu'à ce jour, tout résident belge remplissant les conditions de revenus, d'âge et de nationalité pouvait bénéficier de la garantie de revenus aux personnes âgées. Comme vous le savez, ce projet de loi vise à introduire une condition supplémentaire pour pouvoir y avoir droit, à savoir la condition de résidence effective en Belgique pendant dix ans minimum, dont cinq ans sans interruption. Elle s'applique à tous, indépendamment de l'origine et de la nationalité. Par ailleurs, elle est déjà en vigueur dans plusieurs États membres de l'Union européenne, comme la Finlande.

 

Les objectifs de cette mesure sont clairs et légitimes. Il s'agit tout d'abord de renforcer le lien qui existe entre le bénéficiaire de la GRAPA et la Belgique et de veiller également à ce que ce régime reste exceptionnel et ne devienne pas un dispositif encourageant le shopping social.

 

Chers collègues, au cours des deux débats, plusieurs remarques infondées ont été émises. Le groupe MR aimerait y revenir.

 

Tout d'abord, non, ce texte ne renforce pas la précarité des pensionnés de notre pays. Les personnes déjà bénéficiaires de la GRAPA ne sont pas concernées par la mesure; personne ne perdra ses droits à la GRAPA. Mais, oui, comme la rappelé le ministre en commission, il y aura un effet négatif sur les revenus de certaines personnes qui n'ont jamais vécu en Belgique par le passé et n'ont jamais contribué à notre système social. L'objectif du projet de loi est bien de limiter l'accès à la GRAPA aux personnes qui ont un lien avec notre pays. En Belgique, le montant de la GRAPA est l'un des plus élevés de l'Union européenne. Ce qui prouve que la lutte contre la pauvreté constitue une priorité politique dans notre pays.

 

Suite aux réserves émises par le Conseil d'État quant au respect de l'article 23 de la Constitution, ce projet ne porte aucunement atteinte à la protection sociale étant donné que ni le montant ni la méthode de calcul de la GRAPA ne sont modifiés. Aussi, comme l'a rappelé notre collègue, Vincent Van Quickenborne, le projet sert l'intérêt général en maintenant un équilibre entre les contributions et les droits. Avant de s'alarmer, il est important de rappeler que, dans tous ses avis, le Conseil d'État émet des réserves quant au respect de l'article 23 de la Constitution, dès qu'il est question de protection sociale et quel que soit le contenu du projet.

 

Certains collègues ont émis des réserves sur la conformité de cette réglementation avec le droit européen. Comme M. le ministre l'a fait en commission et à l'image de ce qui ressort de l'avis rendu par le Conseil d'État, je voudrais rappeler que c'est à la Cour de justice de l'Union européenne qu'il reviendra de se prononcer sur l'interprétation correcte à donner au règlement si cette question est soulevée dans le cadre d'un recours en la matière.

 

Chers collègues, nous ne pensons pas que ce texte soit contraire à la législation européenne dans le sens où aucune distinction sur base de la nationalité n'est émise. D'autres États membres réservent pourtant l'octroi de ce type d'allocations à leurs nationaux.

 

En conclusion, monsieur le ministre, chers collègues, le groupe MR tient à saluer le gouvernement et particulièrement le ministre des Pensions pour ce projet de loi.

 

Une fois de plus, vous nous démontrez la rigueur de votre travail pour assurer un système de pension plus juste et plus égalitaire pour les citoyens. C'est donc en toute logique que notre groupe soutiendra ce projet. Je vous remercie.

 

10.05  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les différents collègues ont réexpliqué le contenu de ce projet de loi. Je ne vais donc pas reprendre ces différents éléments mais je voudrais quand même m'arrêter de manière significative sur les deux critiques importantes du Conseil d'État sur ce texte.

 

Il y a la conformité avec l'article 23 de la Constitution mais il y a clairement aussi le volet sur la non-conformité avec le droit européen. Je me permets de rappeler les articles 4 et 5 du Règlement (CE) n° 883/2004 du Parlement européen et le Règlement du Conseil du 29 avril 2004 qui porte sur la coordination des systèmes de sécurité sociale en vertu desquels une résidence dans un pays donné de l'Union européenne doit être assimilée à une résidence dans un autre État membre de l'Union européenne dans le cadre de l'évaluation du droit à une allocation, ce qui n'est pas le cas dans le projet de loi soumis ici par le gouvernement. Seule une résidence en Belgique de dix années, dont cinq années ininterrompues, donne droit à l'octroi de la GRAPA. Or, monsieur le ministre, dans votre projet, vous avez prévu qu'une résidence dans un autre État membre de l'Union européenne n'est pas assimilée à une résidence en Belgique, ce qui est contraire aux deux Règlements européens que je viens de rappeler.

 

En commission, j'ai déposé un amendement pour corriger le dispositif sur le volet européen. Reconnaissons ici – cela devient une habitude – que ces amendements sont rejetés sans même la moindre analyse juridique. Monsieur le ministre, rappelons aussi que vous n'avez même pas levé l'incertitude juridique en commission. Vous êtes allé jusqu'à reconnaître que le texte pouvait poser un problème au niveau du droit européen.

 

Vous vous êtes retranché derrière le fait que, le cas échéant, il reviendrait à la Cour de justice de se prononcer. Je trouve cette situation surréaliste. Si chaque État membre de l'Union européenne commence à faire fi des dispositions du droit européen et d'aviser quand la Cour de justice tranchera… D'ailleurs, elle ne sera pas nécessairement saisie, dans un sens ou dans l'autre. Ce n'est absolument pas sérieux.

 

Vous proposez donc un texte dont vous savez, et le Conseil d'État le confirme clairement, qu'il est bancal sur le plan juridique et non conforme au droit européen. Pour moi, c'est ce qui pose le plus question.

 

Je me permettrai de dire également qu'il demeure quand même beaucoup d'incertitudes sur l'estimation du nombre de personnes potentiellement concernées et sur l'estimation des économies. Comme souvent, si ces économies sont réalisées, elles seront en grande partie, si pas complètement, répercutées sur les CPAS. Il s'agit donc d'un renvoi vers les CPAS de charges financières supplémentaires, selon un système de vases communicants.

 

Je n'interviendrai pas plus longuement sur ce dossier. Vous le comprendrez, nous nous abstiendrons. Je trouve vraiment dommage et dommageable qu'un travail sérieux n'ait pas pu être réalisé et que le gouvernement vienne avec un texte contraire au droit européen, sans même avoir pris la peine de le justifier. Je comprends bien que vous êtes dans l'incapacité de le défendre sur le plan juridique.

 

En tant qu'europhile, je trouve assez déplorable de se dire que dans le fond, on verra bien ce que dira la Cour de justice de l'Union européenne, sans même avoir corrigé le texte pour qu'il soit conforme au droit européen, ce qui était possible. Je le regrette. Nous nous abstiendrons donc sur ce texte. Je vous remercie.

 

10.06  Daniel Bacquelaine, ministre: Monsieur le président, je ne reprendrai pas les débats qui ont eu lieu en commission à ce sujet. Je voudrais, toutefois, insister sur trois éléments et, premièrement, rappeler l'objectif.

 

Ik ga akkoord met de heer Spooren. De eerste doelstelling bestaat erin de band met België en zijn systeem van sociale bijstand, die de begunstigde van de IGO moet hebben, te versterken.

 

Je considère anormal que des personnes qui n'ont aucun lien avec le pays choisissent soudainement de venir résider en Belgique au moment où ils ont 65 ans, parce que la Belgique offre le niveau de revenus garantis aux personnes âgées (GRAPA) le plus élevé d'Europe. C'est évidemment une façon de conduire à des abus qui ne sont pas acceptables. Je le rappelle, nous ne sommes pas dans un système d'assurances, nous sommes dans un système d'assistance.

 

Eu égard à la remarque émise par M. Daerden, il est vrai que, si un indépendant vient ouvrir une activité d'indépendant à 59 ans, il n'aura, effectivement, pas dix années d'activité à l'âge de 65 ans, mais je peux vous garantir que si c'est un vrai indépendant, il travaillera jusqu'à 69 ans pour avoir droit à ce à quoi il a droit.

 

Madame Fonck, je suis désolé, mais ce n'est pas notre projet qui n'est pas clair, c'est la réglementation européenne en la matière! Celle-ci stipule clairement à l'article 3, 5°, de l'annexe 10 que "sont exclus les régimes d'assistance du champ d'application de ce règlement européen". Certes, dans une annexe, on reprend notamment la garantie de revenus aux personnes âgées dans un système qui rentrerait dans l'application, mais dans le corps même du texte, l'article 3, 5°, exclut formellement les régimes d'assistance du champ d'application du règlement européen.

 

C'est la raison pour laquelle nous devons voter ce texte, qui permet de faire en sorte que la garantie de revenus pour personnes âgées soit allouée à tout résident dans notre pays depuis dix ans, dont cinq ans de résidence continue, qu'il soit Belge ou pas, sans discrimination aucune. Quelle que soit son origine, quelle que soit sa confession, quelle que soient ses convictions, chacun a droit au même type de calculs et au même type de droits, mais avec des conditions qui sont énumérées dans la loi actuelle, auxquelles nous ajoutons une nouvelle condition qui me semble juste, tant il est vrai, je le répète, qu'il est anormal qu'une personne qui n'a jamais résidé dans notre pays ou n'y a même jamais travaillé ait une allocation sociale supérieure à la pension que proméritent des indépendants qui ont peut-être travaillé 35 ans ou des salariés qui ont travaillé 30 ans dans notre pays.

 

Telle est la réalité! Si vous trouvez que cette situation est normale, c'est une conception particulière que je ne partage pas. Je crois, au contraire, qu'il faut faire appel ici à un minimum de responsabilités.

 

10.07  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, je réagirai à deux éléments de la réponse de M. le ministre. D'abord, il n'est pas sérieux de dire et de penser qu'une personne de 65 ans va quitter son pays et choisir la Belgique, après avoir effectué une analyse approfondie du lieu où la GRAPA est la plus élevée. Elle ne va pas quitter son pays pour quelques euros de plus que dans un autre pays. Cela ne me paraît pas sérieux du tout.

 

Deuxième élément: je reviens sur une contre-vérité que vous venez de dire et de répéter. Quelqu'un qui a travaillé quelques années a aussi droit à la GRAPA. Cette personne n'aura pas moins que la personne qui, jusqu'à présent, n'a pas vécu dix ans en Belgique et qui a droit à la GRAPA. Il aura droit à la même GRAPA. Ne dites pas que ces personnes auront plus que quelqu'un qui a travaillé, car ce n'est pas juste!

 

10.08  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le ministre, je me permets de vous répondre sur le volet du droit européen. En effet, vous vous en référez à la Cour de justice de l'Union européenne, qui tranchera. Mais cette Cour a tranché, de façon très claire. Je cite de nouveau sa décision pour le rapport. L'incertitude que vous évoquez a été clairement levée par l'arrêt Dano du 11 novembre 2014. Celui-ci a établi nettement que les périodes de séjour dans n'importe quel État membre de l'Union européenne doivent être assimilées à un séjour dans un pays déterminé. Je le redis et c'est le point qui me pose problème dans ce dossier: l'absence de conformité avec le droit européen.

 

10.09  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, wij zullen dit wetsontwerp zeker goedkeuren, want het is een stapje in de goede richting.

 

Ik volg de minister ook in zijn redenering, behalve als hij er prat op gaat dat er geen discriminatie is tussen mensen die de nationaliteit al dan niet hebben. Ik heb mevrouw Thoron zojuist horen verwijzen naar Finland. Ik verwijs naar Italië, Letland, Luxemburg, Polen, Portugal en Slovenië, waar men wel uitdrukkelijk voor de voorwaarde kiest dat men de nationaliteit moet hebben om zo’n bijstand te kunnen genieten. Daar is helemaal niets mis mee.

 

Wij hebben amendementen in die zin ingediend want dat zou een veel groter verschil maken dan de beperking op de voorwaarden die u in dit wetsontwerp opneemt. Hoe men het ook draait of keert, het probleem wordt immers voor het grootste stuk verlegd naar de leeflonen bij OCMW’s, die zullen toenemen als men uit het bijstandstelsel valt.

 

Wij rekenen op uw steun, collega’s, voor de amendementen, want wij hebben er ook rekening mee gehouden dat landen waarmee dit land een wederkerigheidsovereenkomst heeft gesloten buiten de strikte voorwaarde van de nationaliteit vallen. Dat lijkt mij de logica zelve. Het zou veel meer effect hebben dan het wetsontwerp dat u vandaag ter stemming voorlegt.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking aan van de artikelen. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2141/6)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2141/6)

 

Het wetsontwerp telt 5 artikelen.

Le projet de loi compte 5 articles.

 

*  *  *  *  *

Ingediende amendementen:

Amendements déposés:

Art.2

  • 2 – Barbara Pas (2141/7)

Art.3

  • 3 – Barbara Pas (2141/7)

  • 6 – Catherine Fonck (2141/8)

Art.4

  • 4 – Barbara Pas (2141/7)

Art.5

  • 5 – Barbara Pas (2141/7)

*  *  *  *  *

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen en artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

*  *  *  *  *

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Conclusion de la discussion des articles:

 

Aangehouden: de stemming over de amendementen en de artikelen 2 tot 5.

Réservé: le vote sur les amendements et les articles 2 à 5.

 

Aangenomen: artikel 1.

Adopté: article 1.

*  *  *  *  *

 

11 Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, inzake de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingen, gedaan te Den Haag op 24 april 2014 (2119/1-3)

11 Projet de loi portant assentiment à l'Accord entre le Royaume de Belgique et le Royaume des Pays-Bas, en ce qui concerne Aruba, en vue de l'échange de renseignements en matière fiscale, fait à La Haye le 24 avril 2014 (2119/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De rapporteur is mevrouw Rita Bellens, die verwijst naar haar schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2119/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2119/1)

 

Het wetsontwerp telt 2 artikelen.

Le projet de loi compte 2 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

12 Wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen, gedaan te Brussel op 29 juni 2012 en te Genève op 9 juli 2012 (2120/1-3)

12 Projet de loi portant assentiment à l'Accord de Siège entre le Royaume de Belgique et la Fédération internationale des Sociétés de la Croix-Rouge et du Croissant-Rouge, fait à Bruxelles le 29 juin 2012 et à Genève le 9 juillet 2012 (2120/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Mevrouw Fatma Pehlivan, rapporteur, verwijst naar haar schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2120/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2120/1)

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 à 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 tot 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

13 Wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en het Internationaal instituut voor democratie en electorale bijstand, gedaan te Brussel op 15 mei 2014 (2121/1-3)

13 Projet de loi portant assentiment à l'Accord de siège entre le Royaume de Belgique et l'Institut international pour la démocratie et l'assistance électorale, fait à Bruxelles le 15 mai 2014 (2121/1-3)

 

Zonder verslag

Sans rapport

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2121/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2121/1)

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 à 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 tot 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

14 Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag nr. 172 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in hotels, restaurants en gelijksoortige inrichtingen, aangenomen te Genève op 25 juni 1991 (2158/1-3)

14 Projet de loi portant assentiment à la Convention n° 172 de l'Organisation internationale du Travail concernant les conditions de travail dans les hôtels, restaurants et établissements similaires, adoptée à Genève le 25 juin 1991 (2158/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De heer Vincent Van Peteghem, rapporteur, verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking aan van de artikelen. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2158/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2158/1)

 

Het wetsontwerp telt 2 artikelen.

Le projet de loi compte 2 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

15 Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en het Europees Instituut voor Bosbouw betreffende de voorrechten en immuniteiten van het verbindingsbureau van het Europees Instituut voor Bosbouw, gedaan te Brussel op 9 oktober 2013 (2159/1-3)

15 Projet de loi portant assentiment à l'Accord entre le Royaume de Belgique et l'Institut européen de la Forêt sur les privilèges et immunités du bureau de liaison de l'Institut européen de la Forêt, fait à Bruxelles le 9 octobre 2013 (2159/1-3)

 

Zonder verslag

Sans rapport

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking aan van de artikelen. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2159/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2159/1)

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

16 Wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en de Wereldorganisatie voor Diergezondheid, gedaan te Brussel op 14 maart 2013 (2160/1-3)

16 Projet de loi portant assentiment à l'Accord de siège entre le Royaume de Belgique et l'Office International des Epizooties, fait à Bruxelles le 14 mars 2013 (2160/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

16.01  Peter Luykx, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, ik wil er alleen op wijzen dat dit een gemengd verdrag is, waarbij ook de Gemeenschappen en Gewesten van dit land hun instemming en akkoord hebben gegeven. Het is in de commissie ook eenparig aangenomen.

 

Verder verwijs ik naar het schriftelijk verslag van de commissie.

 

De voorzitter: Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking aan van de artikelen. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2160/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2160/1)

 

Het wetsontwerp telt 3 artikelen.

Le projet de loi compte 3 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

17 Voorstel van resolutie in verband met de problematiek van de verkrachtingen (2233/1)

17 Proposition de résolution sur la problématique des viols (2233/1)

 

Bespreking

Discussion

 

Dit voorstel werd aangenomen door het adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie met toepassing van artikel 76 van het Reglement.

Cette proposition a été adoptée par le comité d’avis pour l’Émancipation sociale en application de l'article 76 du Règlement.

 

De door het adviescomité aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking (Rgt 85, 4) (2233/1)

Le texte adopté par le comité d'avis sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2233/1)

 

De bespreking is geopend.

La discussion est ouverte.

 

De rapporteurs zijn mevrouw Nele Lijnen en mevrouw Karin Jiroflée. Omdat de verslaggevers hebben gevraagd om na hun verslag hun eigen commentaar te kunnen toevoegen over het voorstel van resolutie, open ik bij dezen de algemene bespreking. Ik geef het woord aan mevrouw Lijnen.

 

17.01  Nele Lijnen, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, collega’s, al in 2015 is het adviescomité gestart met het onder de loep nemen van de problematiek van verkrachting. Het wou inderdaad de problematiek van verkrachtingen beter leren kennen en aflijnen en een holistische visie uitbouwen waarin alle facetten van de problematiek van verkrachtingen aangepakt worden. Daartoe hebben wij heel wat ongelooflijk interessante hoorzittingen georganiseerd. Ik heb met mevrouw Jiroflée afgesproken dat ik u een bepaald deel van het verslag zal toelichten en zij het andere deel.

 

Collega’s, sta mij toe erop te wijzen dat het om een heel belangrijk thema gaat, reden waarom wij erop staan het verslag hier ook mondeling toe te lichten. Bij momenten werden wij immers door emoties gepakt.

 

17.02  Laurette Onkelinx (PS): Monsieur le président, le sujet étant important, ne serait-il pas bien que la ministre soit présente?

 

Le président: La ministre sera parmi nous dans quelques instants.

 

Mevrouw De Block komt ook net binnen.

 

U hebt echter gelijk dat het onderwerp van dien aard is dat het beter is dat een minister aanwezig is. De heer Francken komt zo meteen ook terug.

 

17.03  Nele Lijnen (Open Vld): Mevrouw De Block was eveneens aanwezig in de commissie, gelet op haar bevoegdheden ter zake.

 

Collega’s, ik vond het belangrijk om samen met mijn collega-rapporteur vandaag wat dieper in te gaan op het onderwerp en u te vertellen welke momenten ons hebben aangegrepen tijdens de hoorzittingen.

 

Tijdens de vergadering van 16 juni 2015 kwam eerst mevrouw Magda De Meyer, de voorzitster van de Vrouwenraad, aan het woord, vervolgens mevrouw Liesbet Stevens, directrice, en mevrouw Marijke Weewauters, diensthoofd van het federaal steunpunt geweld op vrouwen van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Voorts hebben we ook mevrouw Viviane Teitelbaum, voorzitster van de Conseil des femmes francophones de Belgique, en mevrouw Pierrette Pape, directrice van de campagnes en het beleid Europese Vrouwenlobby, gehoord. Er werd vooral gesproken – overigens ook tijdens de andere hoorzittingen – over de Seksuele Agressie Set. Het materiaal is dus voorhanden en het gebruik ervan is stap voor stap uitgelegd, maar moet optimaal worden gebruikt. Bovendien is er in België een gebrek aan specifieke forensische analyse en zijn er onvoldoende forensische deskundigen om voorafgaand advies te verlenen over het afnemen van sporen.

 

De magistraat moet zelf beslissen welke analyses moeten gebeuren, zonder dat hij of zij een beroep kan doen op deskundigen bij het nemen van die beslissing. Magistraten moeten motiveren waarom zijn geen gebruikmaken van de Seksuele Agressie Set, maar over het algemeen doen zij dat niet. Er zijn te weinig wetsdokters met deskundigheid in de materie. Ook huisartsen zijn te weinig opgeleid voor de opvang van slachtoffers van verkrachting. Dat is volgens de sprekers te betreuren, des te meer omdat zij vaak als eerste op de hoogte worden gebracht en zij het slachtoffer goed kennen. Het is zaak hun richtlijnen te verschaffen.

 

Er is geen uniformiteit in de aanpak tussen de politiezones en de gerechtelijke arrondissementen.

 

Ook in België moeten de slachtoffers een beroep kunnen doen op traumapsychologen, wat momenteel niet kan.

 

Het is interessant op te merken dat het aantal gevallen waarin geen aangifte wordt gedaan, veel hoger ligt bij seksuele misdrijven dan bij andere misdrijven en dat het aantal aangiftes niet toeneemt. Gezien de zware gevolgen van seksuele misdrijven voor de fysieke en psychische integriteit van het slachtoffer moet verkrachting als een zwaar misdrijf worden aanzien, dat een groot aantal meisjes en vrouwen treft. Het draagt bij tot hun vernietiging, hun onderdanigheid en hun marginalisatie, aldus de dames op 16 juni 2015.

 

Mevrouw Pierrette Pape van de European Women’s Lobby merkt op dat het Europees Agentschap voor Fundamentele Rechten uit een peiling, waaraan 42 000 Europese vrouwen hebben deelgenomen, heeft vastgesteld dat een vrouw op drie het slachtoffer werd van psychisch of seksueel geweld.

 

Tweeëntwintig procent van de 42 000 onder­vraagde Europese vrouwen heeft familiaal geweld ondergaan; één vrouw op drie ondervindt psy­chisch geweld van haar partner; 5 % van meer dan vijftien jaar oud werd verkracht; 45 % tot 55 % maakt ongewenste intimiteiten mee. Dat betekent, collega’s, dat in Europa 100 miljoen vrouwen het slachtoffer waren van geweld.

 

Ook seksueel geweld is een veel voorkomend fenomeen. Mevrouw Marijke Weewauters bevestigt op basis van diverse bronnen dat specifiek onder studenten significant meer gevallen van verkrachting voorkomen. Mannen zijn mogelijk ook het slachtoffer van verkrachtingen, maar in veel mindere mate. Het taboe onder mannen is dan weer groter.

 

De samenwerking tussen het gerecht en de ziekenhuizen is afhankelijk van de plaatselijke verhoudingen, bijvoorbeeld of daarmee een samenwerkingsprotocol werd gesloten. Er is effectief grote nood aan een uniforme aanpak. De praktijk wijst uit dat de aangiftebereidheid van slachtoffers sterk toeneemt bij een adequate opvang.

 

Collega’s, u hebt het verslag waarschijnlijk allemaal gelezen. Graag overloop ik de werkzaamheden in de vergadering van 30 juni 2015, waarbij we een zeer interessante uiteenzetting hebben gehad van mevrouw Karine Minnen, afdeling Zeden van de politie Brussel-Elsene, en mevrouw Diane Reynders, Comité P. Vaak zal een slachtoffer de feiten voorstellen zoals de maatschappij dat van haar verwacht. Er is geen specifieke opleiding bij de politie voor het ondervragen van daders van seksuele misdrijven. De voorwaarden voor de vrijlating onder voorwaarden worden wel aan de politiediensten meegedeeld, maar alleen op specifieke vraag van de magistraat wordt de naleving van de voorwaarden ernstig geverifieerd. De situatie is, vooral in de gevallen van pedofilie, zeer onrustwekkend.

 

Uit nazicht van de klachten betreffende verkrachtingen en bejegening van personen die het slachtoffer werden van verkrachtingen die bij het Vast Comité P sinds 2012 tot mei 2015 werden ingediend, leren wij dat een deel van de klachten betrekking heeft op het minimaliseren van de feiten en het niet au sérieux nemen door de politie van het slachtoffer van verkrachting bij de indiening van een klacht. Slachtoffers van zedenfeiten laten ook weten dat het onthaal bij de politie niet naar behoren verloopt en klagen onder andere over lange wachttijden. Slachtoffers zijn ook ontevreden over de psychologische opvang achteraf.

 

De onthaalinfrastructuur blijft cruciaal. Het is niet altijd gemakkelijk om een evenwicht te vinden tussen de veiligheid van de onthaalmedewerkers en een klantvriendelijk onthaal door de aanwezigheid van veiligheidsglas.

 

Door dat glas moet de bezoeker vaak luidop de reden van zijn of haar komst uiteenzetten. Karine Minnen van de afdeling Zeden van de politie van Brussel-Elsene drong aan op een verplichting om alle slachtoffers van seksueel geweld audiovisueel te verhoren. Indien het audiovisueel verhoor voor iedereen wordt veralgemeend, zal het na verloop van tijd ook worden toegepast. Ook bij minderjarigen is men voorzichtig begonnen met weinig middelen. Toen het verplichtend werd, zijn een aantal technische normen ingevoerd. Nu bij wet is bepaald dat het verhoor van minderjarigen audiovisueel moet worden afgenomen, hebben alle korpsen de daartoe noodzakelijke middelen toegepast, in het korps zelf of door samenwerking binnen de zone of met de hulp van de federale politie.

 

Ik ga over naar de vergadering van 14 juli 2015, waarin wij de dames Christine Van Herck, Angélique Janssens en Célia Baltus van de dienst voor slachtofferbegeleiding van de politie van Schaarbeek hebben gehoord. In de zone Polbruno of Brussel-Noord, namelijk Schaarbeek, Evere en Sint-Joost, hangt de dienst af van de buurtpolitie. De dienst is verspreid over vier antennes, die ofwel in een commissariaat gevestigd zijn, ofwel in een neutraal gebouw buiten het commissariaat, zodat slachtoffers die het er moeilijk mee hebben naar de politie te stappen, toch van de dienst gebruik kunnen maken.

 

In samenwerking met de dienst Overlegassistenten verzekeren sommige leden van de dienst Politiehulp een wachtdienst de klok rond. Die kan worden opgeroepen wanneer de agent van wacht opmerkt dat een persoon hulp nodig heeft, wat geregeld voorkomt in gevallen van seksueel geweld. Die zorgt niet alleen voor begeleiding bij het verhoor, maar zal ook meegaan naar het ziekenhuis voor een Seksuele Agressie Set.

 

Sommige slachtoffers, ten slotte, ontlopen alle administratieve stappen die met de agressie te maken hebben, omdat zij dan onvermijdelijk aan de agressie worden herinnerd. Daarom neemt de dienst zelf contact op met de slachtoffers, voordat zij daar zelf om verzoeken.

 

De spreeksters verwijzen naar een conclusie van Etienne Vermeiren, als psycholoog verbonden aan de spoeddienst van de Cliniques universitaires Saint-Luc, dat er na een verkrachting een acht keer grotere kans is op een poging tot zelfdoding. Nog volgens hem zijn de hulpverleners zeer sterk in het vroegtijdig ingrijpen na een traumatische ervaring, maar is het veel moeilijker om oudere trauma’s te behandelen. De manier waarop het eerste onthaal gebeurt, is in dat opzicht zeer belangrijk. Geregeld is de infrastructuur evenwel niet aangepast. De artsen van de referentieziekenhuizen zijn soms te weinig vertrouwd met de Seksuele Agressie Set en leren dat instrument pas kennen op het ogenblik dat zij het moeten gebruiken. Om budgettaire redenen wordt het vaak niet gebruikt, hoewel de slachtoffers er veel van verwachten.

 

Het contact met het gerechtelijk systeem is vaak confronterend voor de slachtoffers. Zij begrijpen vaak niet waarom bepaalde beslissingen worden genomen en waarom de daders niet zwaarder worden gestraft.

 

Sommige magistraten van wacht kennen de problematiek te weinig en zouden beter moeten worden gesensibiliseerd.

 

De kosten voor een advocaat zijn vaak te hoog voor slachtoffers die geen toegang tot een pro-Deoadvocaat hebben.

 

Verkrachting komt regelmatig voor in geval van echtelijk geweld. Het slachtoffer doet daar geen aangifte van, vaak omdat zij niet weet dat verkrachting ook binnen het huwelijk mogelijk en dus strafbaar is.

 

Veel slachtoffers hechten veel belang aan de bewijzen die tijdens het onderzoek met de Seksuele Agressie Set worden aangereikt. Sommige van die bewijzen zijn niet bruikbaar of worden niet gebruikt. Indien een aangifte gebeurt binnen een termijn van 72 uur, worden de sporen opgenomen. Het is niet altijd duidelijk wat er daarna gebeurt met de bewijzen. Omdat de afname van biologische sporen duur is, gebeurt dat niet systematisch. Wanneer er sporen worden afgenomen die achteraf niet worden gebruikt, bestaat het risico van secundaire victimisatie en dat is geen goede situatie.

 

De Seksuele Agressie Set is gemaakt voor volwassenen en voor minderjarigen. Of de Seksuele Agressie Set goed gebruikt wordt, zal sterk afhangen van de betrokken arts.

 

Tijdens de vergadering van 20 oktober 2015 hebben wij geluisterd naar mevrouw Myriam Claeys, substituut-procureur des Konings van de regio Gent, en mevrouw Eveline Gerrits, rechter bij de Franstalige politierechtbank van Brussel.

 

Bij chronisch seksueel misbruik is de aangifte van de verkrachting vaak nog moeilijker en duurt het nog langer vooraleer er aangifte wordt gedaan.

 

De resultaten van het onderzoek met behulp van de Seksuele Agressie Set worden niet steeds geanalyseerd. Mevrouw Claeys is van oordeel dat het beter is om de met de Seksuele Agressie Set geregistreerde resultaten altijd te analyseren, onder meer om eventueel het verband met andere dossiers te kunnen leggen of om na te gaan of het slachtoffer al dan niet drugs toegediend kreeg. Er kunnen ook bijkomende sporen worden verzameld op bijvoorbeeld het beddengoed of andere voorwerpen die op de plaats van het misdrijf worden gevonden. De spreker zegt dat voor haar een zedenzaak maar om twee gegronde redenen kan worden geseponeerd: ofwel wordt de dader niet gevonden, ofwel is er onvoldoende bewijs.

 

De Seksuele Agressie Set en het mogelijke dokterscertificaat van slagen en verwondingen kunnen helpen, maar zijn niet in elk dossier beschikbaar. Daarom is er nood aan goede, deskundige verslagen.

 

Het gaat hier onder meer om de psychologische certificaten van het kind of het meerderjarige slachtoffer of om de psychiatrische analyse van de verdachte.

 

Momenteel is er een tekort aan goede deskundigen, omdat de Belgische Staat de deskundigen te weinig en te laat betaalt. Dat heeft tot gevolg dat de kwaliteit van de dienst ook achteruitgaat.

 

De procedure van de taxatie duurt te lang. Er zou een maximumtermijn moeten worden bepaald waarbinnen de honoraria moeten worden betaald.

 

Die situatie leidt tot een vermindering van de kwaliteit van de deskundige verslagen. De deskundigen waarmee normaal wordt gewerkt, nemen minder tijd, waardoor fouten kunnen gebeuren, wat tot gerechtelijke dwalingen kan leiden en tot dossiers waarin het moeilijk is vooruitgang te boeken.

 

Het CAB is een centrum dat instaat voor de samenwerking tussen Justitie en Volksgezondheid voor de opvang van daders van zedenzaken, zodat zij naar de juiste centra zouden worden verwezen. Het CAB heeft in zijn jaarverslag ook gewezen op het gebrek aan omkadering voor minderjarige daders, waardoor het risico van recidive groot is.

 

Er bestaan ook dergelijke centra in Vlaanderen en Wallonië. Het CAB kan helpen bij de behandeling en de doorverwijzing van de daders.

 

Het is opportuun in elk dossier een Seksuele Agressie Set te nemen. Het is te betreuren dat er soms, om budgettaire redenen, geen analyse van wordt gemaakt. Een dader kan immers een eerdere bekentenis naderhand nog intrekken. Het verhoor heeft sinds de Salduzwetgeving aan belang verloren. Het materiële bewijs is dus steeds belangrijker.

 

Mevrouw Claeys bevestigt dat het aantal aangiftes in Nederland sinds het bestaan van de referentiecentra is toegenomen.

 

Collega’s, ik sluit het verslag af en ga over tot mijn persoonlijk uiteenzetting.

 

De voorliggende resolutie werd op 8 november 2016 unaniem goedgekeurd door het adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie. Het adviescomité heeft zichzelf de opdracht gegeven de problematiek van de verkrachtingen te bestuderen. Niet alleen experts uit de medische wereld, van de politie en van Justitie zijn naar het comité gekomen. Ook de bevoegde leden van de regering zijn hun beleid komen toelichten.

 

Na meer dan een jaar hebben wij onze conclusies opgesteld en die zijn ontluisterend. Elke dag stappen gemiddeld tien mensen naar de politie, om te vertellen dat zij zijn verkracht. Negen op tien slachtoffers houdt echter haar of zijn mond. Volgens schattingen van mevrouw de staatssecretaris Sleurs zijn er elk jaar zowat 43 000 slachtoffers. Elk jaar registreert de politie meer dan tweehonderd groepsverkrachtingen.

 

Collega’s, meten is weten en dat is in dit huis bijna een cliché, maar het maakt het niet minder waar. Feit is gewoon dat wij bitter weinig weten over de problematiek. Het zogenaamde dark number is zeer groot. Negen op tien zwijgt omdat men beschaamd, bang of wanhopig is. Beschaamd, omdat de dader uit de naaste omgeving komt of omdat er hun verteld wordt dat het hun eigen schuld is. Bang, omdat zij met een enorm trauma leven. Slachtoffers kampen met enorme psychologische problemen en slechts weinigen ontvangen gepaste hulp om die te verwerken. Wanhopig, omdat zij denken dat naar de politie stappen toch niets uithaalt en wie het toch doet, moet zijn of haar – vooral haar – verhaal opnieuw en opnieuw vertellen en dus opnieuw en opnieuw de nachtmerrie beleven.

 

Vaak gebeurt de aangifte veel te laat. Het is nochtans cruciaal voor het sporenonderzoek dat slachtoffers binnen 72 uur aangifte doen. Het gevolg is dat één op twee klachten wordt geseponeerd. Dat blijkt ook uit de cijfers die ik aan minister Geens vroeg. Op vijf jaar gaat het over 11 665 dossiers. Van die seponeringen is 93 % van technische aard, waarbij het gaat om verjaring, 4 %, geen bewijs, 61 % – meer dan 7 000 dossiers – of waarbij de dader onbekend is.

 

Dat gebrek aan bewijs doet ons pijn, beste collega’s, want wij hebben daarnet gehoord – mijn collega zal daarop nog verder ingaan – dat de Seksuele Agressie Set vaak niet wordt gebruikt en dat er, in het geval van afname, vaak zelfs niets gebeurt met de resultaten die bij wijze van spreken de koelkast ingaan. Nochtans vertelde een expert dat er vaak wordt veroordeeld als een zaak voor de correctionele rechtbank komt. Van alle aangiften leidt slechts 14 % tot een veroordeling.

 

Het is een vicieuze cirkel van veel seponeringen, omdat het dossier tegen de dader niet sterk genoeg is, en van te weinig aangiftes, omdat slachtoffers hun verhaal niet willen of durven doen, waardoor daders ongestraft blijven. Ook de Verenigde Naties hebben ons land al aangespoord om hieraan te werken. Wij sluiten ons daarbij aan en vragen dat het dark number wordt achterhaald, maar daarmee is het laatste woord over de seponeringen nog niet gezegd.

 

Wij lazen het onlangs in Humo, maar ik heb ook de redenen voor seponering bij de minister opgevraagd: de beperkte maatschappelijke weerslag van de zaak; het nadeel was te gering; het ging om een misdrijf van relationele aard; intrafamiliaal geweld; de dader was te jong; een wanverhouding met de gevolgen van een eventuele vervolging die zou leiden tot maatschappelijke verstoring; het lag aan de houding van het slachtoffer; er was niet genoeg recherchecapaciteit of men had op dat moment andere prioriteiten.

 

Eigenlijk zijn de redenen en de motieven voor seponering die ik zonet heb opgenoemd onaanvaardbaar. Dat kan niet in ons land. Wij geven zo als maatschappij het signaal aan elke potentiële dader: doe maar verder.

 

Het kan zo niet langer. Ook minister Geens gaf ons daarin gelijk. Hij wil werken aan meer aangiften, een lagere drempel, een sterker dossier, en finaal meer veroordelingen. Hij maakte duidelijk dat een duidelijke en snelle reactie van het gerechtelijk systeem noodzakelijk is en dat de legitimiteit van dit systeem op het spel staat. Inderdaad. Want, zo ging hij verder, anders ontstaat er een gevoel van straffeloosheid bij de daders en van machteloosheid bij de slachtoffers.

 

Ik kan alleen zeggen: mijnheer de minister, maak hier werk van. Volg uw collega, de staatssecretaris, die ter zake een nationaal actieplan heeft uitgewerkt. De regering is gelukkig niet bij de pakken blijven zitten. Zij heeft een nationaal actieplan opgesteld ter bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld. Verkrachtingen zijn daarin een belangrijk deel van het verhaal.

 

Een cruciaal onderdeel is het opstarten van de zogenaamde multidisciplinaire referentiecentra. Daar zullen politie, medisch en juridisch personeel worden samengebracht om slachtoffers op te vangen, te verzorgen en te begeleiden.

 

Dit moet ervoor zorgen dat een slachtoffer maar één keer haar verhaal moet doen. Het slachtoffer zal een begeleider krijgen die hem of haar helpt met alle procedures. Wat mij betreft, en dit was ook de visie van het volledige adviescomité, moeten die centra zo snel mogelijk opengaan, in het hele land.

 

Het Verdrag van Istanbul, dat wij in dit Parlement niet zolang geleden hebben goedgekeurd, vraagt voor ons land een centrum per 200 000 inwoners.

 

Ook wil de regering ervoor zorgen dat een degelijk sporenonderzoek, aan de hand van de Seksuele Agressie Set, veel vaker gebeurt. Zo’n onderzoek is cruciaal om na een verkrachting bewijzen te verzamelen. Collega’s, ik heb het hier al gezegd, die sets worden veel te weinig gebruikt. In 2014, bijvoorbeeld, werd 19 % van de sets geanaly­seerd. 19 %! Hoeveel blijven er in de diepvries liggen, als ze überhaupt al correct zijn op­geslagen? Wij hebben daar nauwelijks zicht op.

 

Wat staat er verder in onze resolutie? De uitbouw van referentiecentra en het opsplitsen van de aangiften volgens geslacht en leeftijd, zowel van het slachtoffer als van de dader. Ook de mogelijke band tussen beiden moet worden geregistreerd. Deze gegevens zijn noodzakelijk als wij meer inzicht willen krijgen in deze problematiek.

 

Ik begon daarstraks met: meten is weten. Deze registratie is daar een heel belangrijk element van.

 

Ook moeten de redenen van seponering worden bijgesteld. Er moet een correcte inventarisatie van de bewijsstukken komen. Er moet ook een nationaal register van seksuele misdadigers worden opgezet, gekoppeld aan gelijkaardige internationale registers, met inbegrip van DNA-gegevens.

 

Voorts is er het verplicht onderzoek op hiv en andere soa’s bij mogelijke daders. Ik verwijs naar het wetsvoorstel van collega Van Cauter, dat wet is geworden en dat zo snel mogelijk in uitvoering moet worden gebracht. Dit onderzoek moet zo goed mogelijk gefaciliteerd worden bij de slachtoffers.

 

Een ander belangrijk punt is de terugbetaling van de juridische en medische kosten voor het slachtoffer.

 

Collega’s, alvorens het woord te geven aan collega Jiroflée, wijs ik erop dat deze resolutie het resultaat is van een lange reeks werkzaamheden. Maar daarmee is de kous niet af. Wij moeten werken aan meer bewustzijn ter zake. Preventie is cruciaal en daarvoor moeten ook de regio’s hun verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld in het onderwijs.

 

Ik wil ook nog de staatssecretaris citeren die in het tijdschrift Humo, dat daarover een zeer mooie reportage publiceerde die bijdraagt aan de vermaatschappelijking van het probleem, het volgende verklaarde: “De houding van de magistratuur hangt samen met de mentaliteit in de samenleving. De maatschappelijke belangstelling voor dit probleem is laag en dus zijn de rechtspraak en de magistratuur ook niet geïnteresseerd. Dat ziet men aan de strafmaat voor verkrachting in dit land.”

 

Collega’s, verkrachting maakt een mens kapot. Tot vandaag slagen wij er niet in te voorzien in een degelijk pakket van zorg en juridische opvolging voor de slachtoffers, laat staan een bestraffing voor vele daders. Het is mijn partij maar ook alle partijen in dat adviescomité menens om daarin verandering te brengen. Ik wil u daarvoor heel erg bedanken.

 

Tot slot dank ik de diensten van het adviescomité die onwaarschijnlijk veel werk hebben verricht om ons te helpen met het opstellen van het verslag. Ik dank eveneens collega Jiroflée, met wie het prettig was om samen te werken. Vooral de unanimiteit met betrekking tot dit verslag is een sterk signaal.

 

17.04  Karin Jiroflée, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral dank ook ik mevrouw Lijnen voor de prettige samenwerking. Ik kom daar straks nog even op terug.

 

Ik vervolg met het verslag waar mevrouw Lijnen is gestopt. Op 10 november 2010 hebben wij mevrouw Ines Keygnaert, postdoctoraal onderzoeker van de Universiteit Gent, en de heer Gert Vermeulen, professor strafrecht aan de Universiteit Gent, gehoord. Zij hadden het over de holistische aanpak die uit drie luiken moet bestaan, namelijk een forensisch, een medisch en een psychosociaal luik. Als het op die manier wordt aangepakt, zou dat moeten leiden tot een betere kwaliteit van de zorg, een snellere en grotere kans op herstel en minder kans op revictimisatie.

 

Wij merken dat ook bij de Raad van Europa, waar de Conventie van Istanbul werd ondertekend, wordt gepleit voor de holistische aanpak. In die Conventie wordt gestipuleerd dat alle gevallen van seksueel geweld moeten worden geregistreerd en het voorwerp moeten uitmaken van onderzoek. Ook hier pleit men dus voor een holistische aanpak via gespecialiseerde centra.

 

In ons land is het Universitair Ziekenhuis Gent een van de weinige ziekenhuizen die al meer dan tien jaar met een holistisch geweldsprotocol werken. Er is daar, volgens leeftijd en geslacht, in verschillende inrijpoorten voorzien. Bij de intake worden alle verschillende stappen toegelicht en wordt rekening gehouden met wat het slachtoffer wel of niet wenst. Indien dat nog niet is gebeurd, wordt ook de politie bij de procedure betrokken.

 

Voorzitter: André Frédéric, ondervoorzitter.

Président: André Frédéric, vice-président.

 

In het UZ Gent gebeurt het dus op die manier, maar uit een bevraging van verschillende ziekenhuizen in andere provincies blijkt het niet overal even goed te verlopen, in die zin dat de praktijk in de verschillende ziekenhuizen zeer divers is. Ik geef een paar voorbeelden. Er is wel of geen samenwerking met politie en parket, de SAS-test of Seksuele Agressie Set wordt niet overal systematisch gebruikt. Wie de SAS-test uitvoert is ook zeer verschillend, alsook waar deze wordt uitgevoerd. Er wordt zelden voorzien in psychosociale ondersteuning en bovendien — en dat is net zo cynisch — is dit vaak alleen mogelijk tijdens de kantooruren. Daar heeft een verkrachte vrouw uiteraard geen boodschap aan.

 

Tijdens een volgende vergadering, op 8 december, hoorden wij dokter Joke Wuestenbergs, arts-specialist in de gerechtelijke geneeskunde, dokter Anne Marcotte, gerechtelijk deskundige, en de heer Gert De Boeck van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. Zij stellen dat het onderzoek naar seksuele agressie, dat op vraag van een gerechtelijke instantie wordt uitgevoerd, steeds drie doelen voor ogen zou moeten hebben. Ten eerste, het documenteren van de agressie in haar totaliteit en niet louter beperkend tot seksuele agressie; ten tweede, het verzamelen van bewijsmateriaal als enig objectief vaststelbaar gegeven; ten derde, er moet rekening worden gehouden met de arbeidsongeschiktheid of met blijvende psychische of fysieke letsels en met een mogelijke zwangerschap of seksueel overdraagbare aandoening.

 

Momenteel, zo stellen zij, is de SAS het enige objectieve middel dat het verhaal van het slachtoffer van seksueel geweld kan schragen. Zoals ook de vorige sprekers al zeiden, bestaan er grote regionale verschillen, zoals het slachtoffer dat bij wijze van spreken even tussen de dossiers door ondervraagd wordt, zonder bijkomende begeleiding. Er wordt bijvoorbeeld ook gewerkt afhankelijk van de beschikbaarheid van een daartoe bereid gevonden arts. Bovendien zijn er verschillen in overbrenging, bewaring en analyse van de SAS. De SAS zou eigenlijk voor uniformiteit moeten zorgen, maar wij merken dat dit absoluut niet het geval is.

 

De conclusie van die dag was vooral dat de afname van de SAS-test moet gebeuren door forensisch geschoolde artsen in een daartoe voorziene ruimte met aandacht voor het geheel van de agressie, maar niet alleen met de seksueel gerelateerde letsels, en met de gevolgen van de agressie.

 

Aansluitend bij wat mevrouw Lijnen zei, wat mij die dag verschrikkelijk heeft getroffen, is dat er inderdaad wel een aantal SAS-tests worden afgenomen, maar dat een groot deel ervan in de vriezer belandt en dus niet wordt geanalyseerd.

 

De laatste hoorzitting vond plaats met mevrouw Joëlle Delmarcelle van SOS Viol en de dames Muriel Salmona, psycholoog en Judith Trinquart, wetsdokter. Zij gaven een aantal cijfers die ik u niet wil onthouden. Uit een enquête van Amnesty International blijken de volgende resultaten.

 

Aan de collega’s die dit geen belangrijk onderwerp vinden, luister alstublieft naar de volgende cijfers.

 

Zesenvijftig procent van de Belgen kent in zijn omgeving ten minste één persoon die het slachtoffer is of is geweest van ernstig seksueel geweld; 46 % van de respondenten, mannen en vrouwen, is of was het slachtoffer van ernstig seksueel geweld; één op vier vrouwen is ooit fysiek lastiggevallen in openbare ruimtes; 24,9 % van de vrouwen is ooit of wordt nog steeds verplicht seks te hebben met hun partner of echtgenoot; dat is dus één vierde. Zeven procent van de respondenten wordt of werd seksueel lastiggevallen of misbruikt door een volwassene tijdens de minderjarigheid. Bijna 25 % van de vrouwelijke respondenten die aan dat ernstig seksueel geweld worden of werden blootgesteld, bagatelliseert dat geweld. Twee op de zes die het slachtoffer zijn geweest van ernstig seksueel geweld, heeft er nooit iets over gezegd en nooit iets tegen ondernomen; zij hebben erover gezwegen.

 

Voorzitter: Siegfried Bracke, voorzitter.

Président: Siegfried Bracke, président.

 

Deze cijfers waren een slag in mijn gezicht. Daar moeten wij allemaal toch even over nadenken.

 

Wat wij die dag ook hebben geleerd, is dat seksueel geweld een verwoestende impact heeft op de gezondheid. Men zou altijd gespecialiseerde medische en psychotherapeutische behandelingen ter beschikking moeten kunnen stellen.

 

Mijnheer de voorzitter, tot daar het verslag. Ik herhaal wat mevrouw Lijnen zei. Wegens de schokkende cijfers en de schokkende vaststellingen vonden wij het belangrijk om uitgebreid te rapporteren over al wat wij hebben gehoord en in ons verslag hebben opgenomen.

 

Met uw goedvinden, mijnheer de voorzitter, ga ik thans over tot mijn interventie namens mijn fractie.

 

Ik begin met enkele krantenkoppen van het afgelopen jaar: “Je kunt maar beter de verkrachter zijn", “DNA-analyse na verkrachting te opper­vlakkig", “Wel verkrachter, geen strafblad", “Worden verkrachte vrouwen ernstig genomen?” Seksueel geweld in het algemeen en verkrachting in het bijzonder blijven een topic. Als we naar de cijfers kijken, dan scoort België eigenlijk op verschillende vlakken slecht. Ook de VN-Mensenrechtenraad vindt dat, want al in 2011 werd België daarop aangesproken en de overheid heeft toen een aantal maatregelen genomen, maar dat was blijkbaar niet genoeg en daarom horen wij, helaas, nog steeds bij de slechtere leerlingen van de klas.

 

De politie registreert per dag gemiddeld acht verkrachtingen en tien gevallen van seksueel geweld. Zorgwekkende cijfers, zult u zeggen, maar het is helaas maar het topje van de ijsberg. Een heleboel slachtoffers durven immers helemaal geen melding te maken van wat hen is overkomen. Volgens de Veiligheidsmonitor van de federale politie blijft het in ongeveer 90 % van alle seksuele misdrijven gewoon stil.

 

Durft het slachtoffer de feiten toch aan te geven, dan valt ook op hoe weinig daarmee gebeurt. Van de klachten wordt 44 % geseponeerd en amper 13 % draait uit op een veroordeling. Dat laatste cijfer ligt onder het Europese gemiddelde. Dat is mede te wijten aan het feit dat de drempel om naar politie- of hulpdiensten te stappen te hoog blijft. Het dark number, waarover zowel de vrouwenorganisaties, de politie als het parket het hebben, moet ons allemaal grote zorgen baren.

 

Al die vaststellingen hebben ertoe geleid dat het adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie unaniem ervoor heeft gekozen om tijdens deze legislatuur van verkrachtingen zijn eerste grote thema te maken. Wij hebben in het verslag gehoord dat wij een hele reeks hoorzittingen hebben gehouden. Ik zal niet opnieuw opsommen wie wij allemaal hebben gehoord, maar daarnaast is er gekeken naar good practices in het buitenland en ook de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Volksgezondheid, en de staatssecretaris voor Gelijke Kansen werden erbij betrokken.

 

Ik wil nog even onderstrepen dat ik, net zoals mevrouw Lijnen, er bijzonder blij mee ben dat we op basis van al hetgeen wij gehoord hebben, over partijgrenzen heen besloten hebben om een voorstel van resolutie uit te werken, dat ook over partijgrenzen heen unaniem in de commissie werd goedgekeurd. Ik wil graag iedereen daarvoor bedanken.

 

Het allerbelangrijkste daarin is ons pleidooi om werk te maken van de uitbouw van de multidisciplinaire referentiecentra voor seksueel geweld. Ik weet dat mevrouw Sleurs met een pilootproject bezig is. Wij zouden uiteraard graag zien dat er in elke provincie zo’n referentiecentrum komt.

 

Met betrekking tot het slachtoffer pleiten wij voor de invoering van het audiovisueel verhoor, zoals nu reeds voor minderjarigen gebeurt. Wij pleiten er ook voor dat de juridische en medische kosten voor het slachtoffer worden terugbetaald en dat daartoe de nodige voorwaarden en modaliteiten worden uitgewerkt. Collega’s, ik vind dat bijzonder belangrijk, want men zal maar verkracht worden, naar een arts gaan en daar geholpen worden, waarna alle daaruit voortvloeiende medische kosten voor het slachtoffer zelf zijn.

 

Een ander bijzonder belangrijk punt in het voorstel van resolutie is de vraag naar het uitwerken van aangepaste ondersteuning en behandeling van de dader. Uiteraard moet het slachtoffer op een goede manier omringd worden en moet haar recht gedaan worden, maar wij verliezen al te vaak uit het oog dat er ook een dader is. Het klinkt misschien niet erg sympathiek, maar als wij het goed voorhebben met onze samenleving, moeten wij ook zorgen voor aangepaste ondersteuning en behandeling van de dader zowel tijdens als na de detentie, met het oog op re-integratie.

 

Voorts hebben wij in ons voorstel van resolutie ingeschreven dat het gebruik van de Seksuele Agressie Set verplicht zou moeten worden en dat de registratie en de opvang door de politie zouden moeten worden verbeterd. Op het vlak van justitie vragen wij om te onderzoeken of de verjaringstermijnen kunnen worden bijgesteld, en om de redenen voor seponering bij verkrachtingszaken aan te passen.

 

Ik heb er een aantal verzoeken uitgehaald. Er staan er nog veel meer in het voorstel, maar wat mij betreft, zijn dat de belangrijkste. Onze fractie zal met volle overtuiging onderhavig voorstel van resolutie goedkeuren.

 

Ik wil hier echter niet weggaan zonder hier een aantal dankwoorden uit te spreken. Er is hard gewerkt en ik wil op de eerste plaats collega Nele Lijnen bedanken voor de inderdaad zeer prettige samenwerking; we hebben daar veel aan gehad.

 

Ik wil alle collega’s over de partijgrenzen heen bedanken voor de opbouwende sfeer waarin de bespreking gebeurd is.

 

Ik wil uiteraard alle intervenanten in de hoorzittingen bedanken. Ook minister De Block, minister Geens, minister Jambon en staatssecretaris Sleurs, bedankt voor de medewerking. Ik denk dat we op die dagen en vandaag het er allemaal over eens zijn dat we met die zaak vooruitgang moeten boeken.

 

Last but not least wil ik ook de voorzitter van het adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie, mevrouw Winckel, bedanken. Ik denk dat ze heel veel werk heeft gehad om dat allemaal in goede banen te mogen leiden.

 

Collega’s, wij zullen de tekst goedkeuren. Ik hoop uiteraard van u hetzelfde. Bedankt voor het luisteren.

 

17.05  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, we hebben hier een lijvig verslag van het adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie. Ik wil ook even de collega’s Nele Lijnen en Karin Jiroflée danken voor het initiatief, en eigenlijk alle collega’s voor de constructieve samenwerking.

 

Er ligt vandaag een voorstel van resolutie voor, dat wordt gesteund door alle partijen. Dat is een belangrijk signaal. Zeker zo belangrijk is dat staatssecretaris Elke Sleurs vorig jaar al een actieplan tegen gendergerelateerd geweld heeft voorgesteld en reeds verschillende zaken in gang heeft gezet om de strijd tegen seksueel geweld concreet aan te gaan. Dat alles is onmiskenbaar belangrijk, nog steeds broodnodig en dus zonder meer een goede zaak. De collega’s voor mij hebben dat allemaal voldoende onderstreept en ik zal ook de concrete maatregelen en alle mensen die we hebben gehoord, niet herhalen.

 

Ik wil nog wel op één zaak wijzen.

 

Collega’s, wanneer puntje bij paaltje komt, zal de strijd immers niet hier in het Parlement worden gewonnen. Wij zullen die strijd in ieder geval niet alleen hier winnen en hem ook niet alleen hier moeten voeren. De strijd tegen seksueel geweld en alles wat daarbij komt kijken, zal immers vooral in de geesten van eenieder moeten worden gewonnen.

 

Daarin dragen wij allemaal een verantwoordelijkheid. Daaraan moeten wij allemaal helpen. Seksueel geweld maakt immers zo snel zo veel kapot en is een wijdverspreid probleem. Wie kranten leest, ziet het thema bijna dagelijks passeren, vaak in hallucinante contexten en in alle gradaties, hier en daar ook met compleet foute reacties tot gevolg. Nog maar onlangs was er de Universiteit Gent, die grensoverschrijdend seksueel gedrag wil tegengaan door proffen in glazen hokjes te stoppen. Dat is de wereld compleet op zijn kop. Ik hoop dat iedereen hier het daarover eens is.

 

Ook zijn er onderzoeken die uitwijzen dat een significant deel van onze mannen verkrachtingen in bepaalde situaties aanvaardbaar of begrijpelijk vindt. Dat wordt dan, om zichzelf enigszins goed te praten, seks zonder toestemming genoemd. Collega’s, dat is echter exact hetzelfde. Dat is verkrachting.

 

Meestal gaat het over heel korte artikels in de krant met titels als “Meisje met beperking verkracht in school” en “Vijf jaar cel voor verkrachting die leidt tot zelfmoord”. Dat laatste kreeg, voor alle duidelijkheid, trouwens zes lijnen in de krant, wat voor mij evenredig is met de veel te lage straf die werd uitgesproken.

 

Andere titels zijn: “Kindermisbruik in de sport wijdverspreid”, “Kindermisbruik in de Kerk wijdverspreid”, “Mensen met een beperking gevoelig voor misbruik” en “Vrouwen massaal lastiggevallen op straat”. Zo zou ik spijtig genoeg nog heel lang kunnen voortgaan.

 

Voor mij en voor velen met mij snijdt elk artikel door merg en been. Het probleem is echter dat de materie aan zeker evenveel mensen compleet voorbijgaat. Ondanks alles is het taboe immers nog steeds groot. Dat bewijst het groot aantal zaken dat niet wordt aangegeven. Dat bewijst ook het groot aantal slachtoffers dat nooit hulp zoekt. Dat bewijst tevens het groot aantal daders zonder enig schuldbesef. Neem mij niet kwalijk dat ik dit opmerk, maar dat bewijzen ook de soms wereldvreemde sancties die in verkrachtingszaken worden uitgesproken.

 

Wij kunnen zo blijven voortgaan.

 

Afhankelijk van het onderzoek en van de vraag of met het dark number rekening wordt gehouden, zal één vrouw op drie in haar leven met de ene of andere vorm van seksueel geweld worden geconfronteerd. Ik vrees bovendien dat genoemd cijfer veel te laag ligt. De realiteit is immers erger.

 

Het thema is bij uitstek een thema waarbij nooit gewenning mag optreden en dat niet genoeg aan bod kan komen om echt alle taboes erover uit de wereld te helpen.

 

Alleen zo kunnen wij het probleem effectief maatschappelijk aanpakken, door het als één blok op alle vlakken en in al zijn vormen te veroordelen, door aan de slachtoffers duidelijk te maken dat er geen enkele schuld bij hen ligt, door hun te zeggen dat schaamte niet nodig is, en dat wij als één blok veroordelen wat er met hen is gebeurd, dat niets maar dan ook niets kan goedpraten dat iemand ongewenst aan je lijf komt, door te voorkomen, maar indien dat niet lukt, door ook duidelijk een signaal te geven aan slachtoffers dat er ook wel een uitweg is, dat men er niet alleen voor hoeft te staan en dat men het een plaats kan geven mits de nodige hulp en steun. Alstublieft, kom met uw verhaal naar buiten, geef het aan en laat u helpen. Seksueel geweld maakt heel snel heel veel kapot. Dat kan en mag niemand alleen moeten dragen.

 

De voorbije decennia heeft de maatschappij zeker al stappen gezet in het omgaan met kindermisbruik, bijvoorbeeld sinds de zaak-Dutroux, het misbruik in de Kerk enzovoort. Vóór die periode werd er amper over die problematiek gesproken, laat staan dat zij werd aangepakt. Tegenwoordig sluiten wij de ogen gelukkig al heel wat minder, maar wij zijn er nog niet.

 

Ook in het omgaan met seksueel geweld hebben initiatieven als “Wij overdrijven niet” of reportages als “Femme de la rue” – want het gaat van klein naar groot, collega’s – de debatten gevoed. Ook nu doen wij dat met talrijke initiatieven in het Parlement en een resolutie die door alle partijen wordt gesteund.

 

Wij zijn er nog niet. Blijf dus attent voor het debat, collega’s. Het is aan ons als maatschappij en als volksvertegenwoordigers om te voorkomen dat dit nog generaties lang op dezelfde manier en frequentie blijft doorgaan. Laat ons er dus nooit over zwijgen.

 

De resolutie is fantastisch, maar zij mag en zal geen eindpunt zijn. Ik dank u.

 

17.06  Fabienne Winckel (PS): Monsieur le président, madame la secrétaire d'État, madame la ministre, la lutte contre toutes les formes de violence est une véritable priorité pour mon groupe. Ces violences faites aux femmes, mais également aux hommes, doivent être combattues en permanence et avec force car il s'agit vraiment d'un élément essentiel qui nous permet de travailler pour arriver à une véritable égalité entre les hommes et les femmes.

 

Depuis 2001, déjà, notre pays a consolidé sa politique en matière de lutte contre les violences basées sur le genre au sein de différents plans d'action successifs. Le dernier plan que Mme Sleurs a présenté fin 2015 doit encore se concrétiser à bien des égards et nous accordons une grande attention à sa mise en œuvre effective.

 

La Belgique a par ailleurs ratifié, il y a quelques mois, la convention d'Istanbul, généralement présentée comme l'ensemble le plus avancé et le plus complet des normes internationales en matière de lutte contre la violence à l'égard des femmes et la violence domestique. Un pas important a à nouveau été franchi.

 

Mais ce n'est pas le moment de baisser les bras. Au contraire, nous devons redoubler d'efforts et à tous les niveaux de pouvoir. Nous devons continuer à élargir nos actions en matière de lutte contre les violences faites aux femmes et aux hommes mais également élargir les mesures pour faire face aux violences spécifiques que représentent les viols, les crimes d'honneur et les mutilations. C'est précisément cette violence spécifique que constituent les viols qui nous occupe aujourd'hui. C'est une problématique qui mérite qu'on s'attarde sur les chiffres, même si mes collègues l'ont déjà fait. Ces chiffres sont interpellants et édifiants et, à eux seuls, ils démontrent à quel point il est nécessaire que la société dans son ensemble porte un intérêt spécifique à ce type de violence. En effet, plus de 16 000 cas de viols ont été enregistrés par la police entre 2010 et 2014, soit environ 3 000 viols par an. Chaque jour, une dizaine de victimes de viol portent plainte. Je trouve que ces chiffres font froid dans le dos et restent beaucoup trop élevés. Ils ne représentent malheureusement que la face visible de l'iceberg. En effet, le chiffre noir, c'est-à-dire les faits de violence non enregistrés est particulièrement élevé dans notre pays.

 

Ce chiffre représente plus ou moins 90 % des cas. Dans 90 % des cas, les victimes ne font, en effet, pas de déclaration à la police. La honte, la crainte, le manque de confiance envers le système policier et judiciaire, telles sont les principales raisons qui amènent les victimes à rester dans le silence, provoquant ainsi des traumatismes divers, dont elles sauront difficilement, voire peut-être même jamais se défaire.

 

Interpellant également le nombre de dossiers classés sans suite: plus de 40 dossiers ont été classés sans suite en 2013 et seulement 14 % des déclarations débouchent sur une condamnation. La proposition de résolution qui nous est soumise aujourd'hui est le résultat d'un long travail qui a été effectué au sein du Comité d'avis pour l'Émancipation sociale, que j'ai l'honneur de présider. Nos travaux ont débuté, il y a maintenant déjà plus d'un an.

 

En parallèle à nos travaux, le gouvernement s'est engagé à mettre en place des centres de référence multidisciplinaires pour les violences sexuelles. Ces structures devraient être liées à l'hôpital et à différents services médicaux, psychologiques, policiers et judiciaires ce, en vue de simplifier les démarches et, surtout, d'améliorer la prise en charge des victimes.

 

Des projets pilote sont d'ailleurs annoncés pour cette année dans les trois Régions de notre pays. Dès le départ, tous les membres de notre comité ainsi que mon groupe ont pleinement soutenu cette initiative. Mais il est, pour nous, indispensable qu'un budget adéquat puisse être consacré à ces centres. Un amendement au texte qui vous est soumis allait dans ce sens. Hélas, les partenaires de la majorité ne nous ont pas suivis et n'ont pas jugé opportun de voter favorablement cet amendement, estimant que la résolution qui vous est proposée, aujourd'hui, était suffisamment claire sur ce point. Pourtant, vous admettrez que, sans budget adéquat et nécessaire, ces centres ne pourront pas fonctionner.

 

Au vu des gigantesques économies réalisées, notamment au niveau de nos soins de santé et des hôpitaux par ce gouvernement, nous continuons à avoir de réelles inquiétudes en la matière.

 

Par ailleurs, la décision de mise en place effective de ces centres ne pourra pas être prise sous cette législature. Nous le regrettons vivement.

 

Nous espérons donc que la résolution présentée aujourd'hui et soutenue par l'ensemble du comité permettra de garantir la continuation de cette initiative, ô combien importante, pour les victimes de violences sexuelles. Car ce sont ces victimes de viol qui ont été au centre de l'ensemble de nos travaux.

 

Je profite de l'occasion pour remercier les dizaines de personnes qui ont été auditionnées et qui nous ont fait part de leurs réalités de terrain, tant sur le plan médical, judiciaire, policier que sur l'accompagnement des victimes ou du niveau associatif ou sur le plan pénal.

 

Je remercie les rapporteurs, Mmes Lijnen et Jiroflée, pour tout le travail qui a été réalisé. Je remercie aussi notre secrétaire de commission qui a fait un excellent travail ainsi que les services de la Chambre qui nous ont permis de travailler dans d'excellentes conditions.

 

En effet, toutes ces auditions nous ont permis de mieux cerner la problématique, de l'analyser, de la comprendre et de dégager des propositions nouvelles en termes d'encadrement et d'accompagnement des victimes mais aussi des auteurs de violence.

 

Tout ce travail nous a permis de déboucher sur des propositions pour améliorer l'accueil et la prise en charge humaine et multidisciplinaire des victimes, à travers notamment la mise en place des centres de référence, mais également à travers une meilleure utilisation du set d'agression sexuelle, un remboursement complet des frais judiciaires et médicaux et une formation continue des professionnels concernés par la problématique.

 

On a également fait des propositions pour améliorer le signalement et l'enregistrement des cas de violence sexuelle, des propositions pour améliorer la connaissance du phénomène à travers la collecte de données pertinentes, des propositions pour améliorer, voire restaurer la confiance des victimes à l'égard du système judiciaire, en réduisant notamment le nombre de dossiers classés sans suite mais également des propositions pour accroître davantage encore la sensibilisation et la prévention et cela, en étroite collaboration avec les entités fédérées.

 

Mais, chers collègues, soyons clairs, le plus gros du travail reste à venir. Cette résolution devra encore être mise en œuvre par le gouvernement et, comme pour toutes les résolutions, notre Assemblée pourra s'assurer du suivi qui lui sera accordé. Et, cette fois, élément très positif, nous l'avons formellement indiqué dans le texte et nous avons prévu qu'une évaluation sera réalisée ainsi tous les trois ans.

 

Et si, certes, la Belgique n'est pas un mauvais élève en matière de lutte contre les violences, ne pas être un mauvais élève ne suffit pas dans ce cadre. Ce qu'il faut, c'est rester dans le peloton de tête. C'est avoir les législations et un arsenal d'outils les plus avancés pour lutter le plus efficacement possible contre toutes les formes de violences basées sur le genre, qu'elles soient verbales, physiques, sexuelles mais aussi économiques.

 

C'est aussi lutter contre les inégalités et les discriminations fondées sur le sexe qui sont une cause majeure des violences faites aux femmes. C'est aussi adopter des politiques qui ne créent pas ou n'accentuent pas ces inégalités et discriminations. Votre gouvernement doit en avoir conscience.

 

Comptez sur mon groupe, madame la secrétaire d'État et madame la ministre, car plusieurs membres du gouvernement ont des dispositions à prendre dans le cadre de la mise en œuvre de cette résolution. Vous vous en doutez, nous n'attendrons pas le rapport d'évaluation dans trois ans pour faire le point sur la situation.

 

17.07  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le président, madame la ministre de la Santé et des Affaires sociales, madame la secrétaire d'État à l'Égalité des chances, chers collègues, le sujet que nous abordons aujourd'hui se situe évidemment dans un cadre beaucoup plus global. Je remercie par ailleurs les deux rapporteuses.

 

Aujourd'hui encore, des actualités montrent que beaucoup d'efforts sont encore à accomplir pour atteindre une véritable égalité hommes-femmes. Ces efforts sont à faire à l'égard des femmes, parce que la petite graine n'est pas encore entrée dans la tête de suffisamment d'êtres humains, et particulièrement des hommes, les amenant à considérer alors que la femme est véritablement l'égale de l'homme. Bien entendu, hommes et femmes sont différents mais complémentaires. Nous ne sommes pas inégaux. Le grand travail qui doit être mené est celui de l'égalité.

 

Voici seulement trois jours, une publicité de la Région wallonne incitait les petites filles à devenir un jour femmes de ménage. C'est déjà un signe que l'égalité n'est pas atteinte dans les mentalités. On ne changera véritablement le système que lorsqu'une véritable égalité sera établie. Malheureusement, ce qui se passe au niveau mondial ne cesse de nous inquiéter: les comportements, attitudes ou déclarations des nouveaux présidents américain, philippin et autres me font dire qu'il y a plus de travail que jamais à ce point de vue.

 

Je parle avec l'approbation de l'ancienne ministre Laurette Onkelinx. C'est vraiment en homme que je veux intervenir devant cette assemblée. En effet, ce sont d'abord les hommes qui devraient se préoccuper des violences faites aux femmes, et non pas les femmes, qui en sont victimes.

 

Les hommes en sont responsables. À la limite, il ne devrait presque y avoir que des hommes qui interviennent pour battre leur coulpe et trouver des solutions.

 

Notre assemblée agit contre les violences faites aux femmes. Pas plus tard que cette semaine, à l'instigation de Mme Kattrin Jadin, mais avec l'appui d'autres parlementaires, la commission des Relations extérieures a voté à l'unanimité une résolution en ce sens. Je remercie tous les représentants, majorité et opposition, qui l'ont votée.

 

Nous avançons concrètement. Nous sommes presque une assemblée modèle, si j'ose dire. Nous avançons pas à pas. Mais au-delà de cette enceinte, il faut constamment faire en sorte que le consensus que nous avons pu trouver ici soit élargi à la société dans son ensemble. Je sais que c'est un travail de longue haleine, mais il est absolument nécessaire.

 

Les chiffres terribles des violences sexuelles dans notre pays ont déjà été rappelés par mes éminentes collègues. En Belgique, une femme sur quatre a déjà subi une violence sexuelle. Une femme sur quatre! Vous imaginez? Je pense que si un homme sur quatre avait été victime d'une violence sexuelle, d'autres moyens d'action, plus rapides, auraient été pris.

 

Je veux vous rendre tous attentifs. Cette violence est exercée par un inconnu, un supérieur hiérarchique, un compagnon (c'est malheureusement le cas le plus fréquent) ou, lorsqu'elles étaient mineures, par des responsables de leur éducation.

 

Malheureusement, encore aujourd'hui, trop peu de femmes osent se plaindre et porter plainte. Récemment, en France, Mme Sauvage s'est heureusement – je le dis clairement – vu accorder la grâce présidentielle par M. Hollande. Pendant 25 ans, elle avait été victime de viols répétés par son mari. Ses filles en ont également été victimes. Les mentalités étant ce qu'elles étaient, elle n'avait jamais déposé plainte. C'est le gros problème.

 

Il y a là une erreur, mais une erreur qui se comprend par le contexte social de l'époque. C'est ce qu'on ne peut plus accepter. Aujourd'hui, dès qu'il y a une violence, dès qu'il y a une gifle, il faut absolument que cela aboutisse au dépôt d'une plainte. Malheureusement, au début, les femmes ont tendance à accepter, à se dire qu'elles aiment quand même l'homme qui fait cela. Et puis un enchaînement se crée, accompagné par une peur, qui fait en sorte que, finalement, on en arrive à des comportements inacceptables.

 

Donc, le comité d'avis pour l'Émancipation sociale, avec l'aide de la secrétaire d'État, qui suit régulièrement nos travaux, a décidé de travailler sous l'égide de notre présidente, Fabienne Winckel, sur des recommandations et mesures concrètes pour lutter contre les viols.

 

Je remercie Nele Lijnen et sa co-rapporteuse, Karin Jiroflée, pour le suivi qui a été fait. Nous n'étions pas souvent nombreux, mais c'est pour cela aussi qu'il est important, en séance plénière, de rapporter ce qui s'est fait et, surtout, comme chacun l'a dit, de faire en sorte que ce que nous allons voter, j'espère à l'unanimité, puisse être suivi d'effets. Bien entendu, comme l'a dit la présidente, un rapport sera fait tous les trois ans. Mais nous suivrons la mise en œuvre des actions pour faire en sorte que toute déclaration d'agression se fasse de manière plus aisée, plus efficace et que, surtout, il n'y ait pas toute une série de pertes de données comme c'est le cas pour l'instant.

 

En effet, la violence à l'égard des femmes, phénomène accepté, toléré, quand il n'est pas valorisé comme c'est encore le cas dans certaines sociétés – dans les jeux, les expressions artistiques, comme l'expression de la jalousie, de la passion et des pulsions viriles –, exprime une relation de domination de la femme par l'homme, de la soumission du corps de la femme à la volonté de l'homme, au mépris de son intégrité physique et morale. Au point de conduire les victimes à craindre de n'être pas crues lors de la dénonciation de l'agression qu'elles ont subie, d'avoir honte, de la vivre pendant toute leur vie, comme une charge, comme un tabou.

 

À la suite de nombreuses auditions des mondes médical, judiciaire, associatif, policier – déjà auteurs de brochures d'information, de manuels à l'usage des professionnels, de fascicules et de sites internet informatifs –, mais aussi des ministres de l'Intérieur, de la Justice, de la Santé publique et des Affaires sociales ainsi que de l'Égalité des chances – je remercie au passage tous ceux qui ont été "auditionnés" ou qui sont venus donner leur avis sur cette question –, les membres du comité d'avis ont travaillé à briser ce tabou, à offrir une issue positive et plus aisée aux femmes agressées sexuellement et à accroître le nombre de condamnations des auteurs.

 

À partir d'une vision générale aboutie, ils ont voulu élaborer une feuille de route. L'accueil des victimes; l'enregistrement de leurs déclarations; le prélèvement des preuves; l'information et l'accompagnement des victimes dans leurs démarches de reconstruction à la suite de la violence subie; la question de la prévention ainsi que celle de la formation des policiers et des magistrats, des services d'études aux victimes, du personnel médical et paramédical des services médicaux d'urgence; l'amélioration des procédures judiciaires et policières ont fait l'objet, à l'appui des informations collectées lors des auditions, de débats qui se sont traduits par autant de propositions concrètes que nos collègues ont réunies dans la proposition de résolution qui est soumise à votre approbation aujourd'hui. Je ne vais donc pas les relire, car mes collègues les ont bien explicitées. Il est clair que les campagnes de sensibilisation et de stimulation des dépôts effectifs permettront majoritairement d'assurer un suivi réel des trop nombreuses situations de non-dépôt de plaintes – neuf cas sur dix, estime-t-on.

 

Comme vous le voyez, chers collègues, le comité d'avis pour l'Émancipation sociale a rédigé ce rapport pour faire reculer le nombre de violences sexuelles dans notre pays. En effet, à partir du moment où on les prendra mieux en compte, nous espérons tous que ceux qui voudraient en commettre ne le feront plus, soit parce qu'ils se sentiront contraints soit parce que leur mentalité changera de sorte qu'ils estimeront que recourir aux violences sexuelles constitue un acte honteux. De ce point de vue, cette proposition de résolution représente une avancée importante, voire considérable.

 

Nous avons conscience que la politique qui en résultera devra être évaluée périodiquement et, le cas échéant, être modifiée et améliorée pour répondre aussi efficacement que possible à l'objectif de ce texte: mettre un terme aux violences sexuelles.

 

Dès lors, je suis heureux, au nom du groupe MR, d'avoir contribué, en plein accord avec mes collègues du comité d'avis, à cette avancée majeure dans le règlement du phénomène des viols. C'est pourquoi nous vous demandons d'adopter à l'unanimité – je l'espère – cette proposition de résolution, fruit d'un travail consensuel entre les membres du comité d'avis, et qui ne pourra qu'être renforcée par le soutien de tous les collègues de ce parlement. Je vous remercie.

 

17.08  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik dank alle collega’s voor hun samenwerking, en in het bijzonder de collega’s Nele Lijnen en Karin Jiroflée, die zeer hard gewerkt hebben aan het verslag. Dat mag zeker gezien worden.

 

Onze fractie hecht heel veel belang aan de problematiek van verkrachting. Dat doen wij al 32 jaar. Tweeëndertig jaar geleden werd de eerste staatssecretaris voor Emancipatie aangesteld, staatssecretaris Miet Smet. Zij heeft als eerste regeringslid deze problematiek op de agenda gezet.

 

Jammer genoeg zijn de redenen om dit op de agenda te zetten vandaag nog steeds dezelfde, omdat de problematiek van verkrachting onderbelicht is. Omdat de impact van verkrachting op de slachtoffers nog steeds onderschat wordt, hebben wij deze resolutie opgesteld. De redenen waren 32 jaar geleden dezelfde. Toen ook trachtten wij de slachtoffers zo goed en zo snel mogelijk op te vangen en te begeleiden. Verder werd ook geprobeerd de daders te pakken, te bestraffen en te behandelen.

 

Vandaag hebben wij al stilgestaan bij talrijke cijfers. Het is choquerend dat er nog altijd acht meldingen per dag zijn. Er is bovendien nog een dark number dat onderbelicht blijft. Ik meen dat wij moeten vooruitkijken en niet te lang mogen stilstaan bij de cijfers. Wij moeten vooral kijken wat wij kunnen doen met het oog op de toekomst.

 

Ik meen dat uit de beleidsnota van staatssecretaris Sleurs, die voor de helft ging over geweld op vrouwen, duidelijk blijkt dat deze regering dit heel ernstig neemt.

 

Wat zijn voor ons de belangrijkste punten? Ik zal niet alles overlopen, maar ik meen dat de belangrijke punten die wij met deze regering zullen realiseren, naar aanleiding van deze resolutie en ook van de beleidsnota, hier wel even mogen worden belicht.

 

Ik denk, ten eerste, aan de oprichting van referentiecentra voor seksueel geweld, de zogenaamde SARC’s. Dat zijn multidisciplinaire centra waar slachtoffers van seksueel geweld terecht zullen kunnen voor de eerste acute medische en psychologische zorg. Het is erg dat dit vandaag nog altijd niet mainstream is en dat dit nog altijd niet op een goede manier gebeurt. Het gebeurt te vaak dat het sporenmateriaal niet voldoende wordt onderzocht, of dat het, als het onderzocht wordt, in de koelkast wordt gestoken. De Seksuele Agressie Set is destijds door Miet Smet als instrument naar voren geschoven. Het is jammer dat die nog zo weinig op een goede manier wordt gebruikt, en als hij gebruikt wordt, dan vaak niet als bewijsmateriaal.

 

Gezien de belangrijke taken die de SARC's op zich zullen nemen, kijken wij dan ook uit naar de drie pilootprojecten die hopelijk dit jaar van start zullen gaan. Wij hopen dat dit systeem in alle provincies zal worden uitgerold en dat op die manier elk slachtoffer heel dichtbij en heel toegankelijk terechtkan in een SARC voor de nodige medische en psychologische hulp en voor de nodige politionele en juridische bijstand.

 

Dit vraagt om samenwerking tussen verschillende ministers, maar ik denk dat wij goed op weg zijn om die SARC's op te richten.

 

The proof of the pudding is in de samenwerking. Het is belangrijk dat verschillende instanties samenwerken. Daarvoor zijn nog een aantal wettelijke maatregelen nodig, waarvan wij vandaag werk maken. Ik denk in eerste instantie aan het feit dat informatie afkomstig van de medische, psychologische en politionele hulp moet worden gedeeld.

 

Vandaag is er het beroepsgeheim dat niet kan worden gedeeld. Ook minister Geens en staatssecretaris Sleurs maken van dat gedeeld beroepsgeheim een prioriteit. Het heeft immers geen zin dat men in team gaat werken, terwijl men de eigen informatie niet kan delen.

 

Het is van belang om te weten dat minister Geens hierin verandering zal brengen. Het wettelijk kader voor het gedeeld beroepsgeheim zal ervoor zorgen dat de interdisciplinaire teams in de SARC's doeltreffend zullen kunnen werken.

 

Een tweede belangrijk punt dat wij even willen belichten en waarvan ook met de steun van staatssecretaris Sleurs werk wordt gemaakt door minister Geens, is de hervorming van het Strafwetboek. Dat is in voorbereiding en normaal gezien zullen de resultaten er eind dit jaar zijn.

 

Ook het seksueel strafrecht wordt bestudeerd en er wordt nagegaan of de strafbepalingen en het toepassingsgebied moeten worden aangepast wanneer er fundamentele hiaten blijken.

 

Ik wil het gerucht uit de wereld helpen dat niet wordt gedacht aan de verjaringstermijnen. Er zal een globale visie worden ontwikkeld die in het kader van de hervorming van de strafprocedure eind 2017 naar voren zal worden geschoven.

 

Een derde belangrijk element is het werken aan preventie. Ik meen dat dit nog niet voldoende werd belicht. Dat is een samenwerkingsverband met de deelstaten. Ik denk dat het van belang is dat er wordt overlegd omdat preventie een belangrijk onderdeel is van de strijd tegen geweld.

 

Het schokkende is dat de meest kwetsbare personen de jongeren tussen 18 en 24 jaar zijn. Dat is een belangrijke doelgroep waaraan men zal moeten werken. Ook op het vlak van sensibilisering en aangiftebereidheid is er nog werk aan de winkel en dat vraagt om campagnes.

 

Collega’s, daarmee wil ik besluiten, omdat ik de voor ons belangrijkste elementen aangehaald heb waarin wij op korte termijn vooruitgang willen boeken. Ik hoop dan ook dat wij dat tweejaarlijks kunnen evalueren, ook in het adviescomité, zoals we vooropstellen.

 

Ik hoop dat dit zogenaamd vergeten probleem niet vergeten wordt en dat er goed vooruitgang wordt geboekt via onze evaluatie, zodat de slachtoffers, die een nachtmerrie hebben meegemaakt en een trauma moeten verwerken, hun leven toch kunnen herpakken en opnieuw kunnen dromen.

 

17.09  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen): Chers collègues, mesdames et messieurs les ministres, ce moment est important car il est l'aboutissement d'un long travail réalisé par les membres du comité d'émancipation. De nombreuses auditions et échanges ont eu lieu, dans une volonté de faire participer les parlementaires des différentes familles politiques. Si ce moment est aussi important, c'est parce qu'il est incompréhensible que, dans des sociétés comme les nôtres, dans un pays comme la Belgique, il y ait encore autant de victimes de violences de nature sexuelle.

 

Ces chiffres interpellent. Je ne vais pas reprendre ceux que mes collègues ont cités, mais on ne peut s'empêcher de penser que, chaque jour, dix personnes s'adressent à un commissariat pour signaler une agression. Malgré ce chiffre, 90 % des victimes de ces violences ne se rendent pas au commissariat. On sait que seuls 14 % des signalements aboutissent à une condamnation, et que 42 % des plaintes sont classées sans suite et ce, souvent, sans motivation suffisante, et parfois, sans motivation tout court. Cependant, on sait que lorsqu'il y a dépôt de plainte et que le dossier est porté devant le tribunal correctionnel, 74 % des plaintes aboutissent à une condamnation.

 

Cela signifie que nous devons agir sur le plan politique, mais aussi concrètement, de manière multidisciplinaire et multidirectionnelle. Nous y sommes d'autant plus obligés que nous avons ratifié, voici quelques mois seulement, la convention d'Istanbul, qui nous oblige à prendre des dispositions en la matière. Un plan de lutte contre les violences basées sur le genre 2015-2019 existe; il faut donc le concrétiser.

 

Ce sera l'enjeu et le défi qui nous sont imposés: au gouvernement actuel, parce qu'il faudra concrétiser ces dispositions ainsi que prévoir et consacrer les budgets suffisants, mais également à nous, parlementaires, pour évaluer et continuer à porter l'attention sur ce dossier tout comme aux différents acteurs concernés par les mesures à prendre.

 

Je voudrais simplement relever qu'il y a unanimité à dire que le traumatisme subi en cas d'agression sexuelle est non seulement d'ordre physique mais aussi psychique et social. La manière dont la victime pourra survivre et se relever d'une telle agression nécessitera qu'elle aborde tous ses sentiments d'agression, de trahison, parce que ce sont souvent des personnes proches qui se rendent coupables de telles violences; c'est aussi un sentiment d'abandon mélangé à la colère et à la peur d'être abandonné par ceux qui entourent. Elle oscille ainsi constamment entre loyauté, colère, sentiment d'abandon et avec une image de soi ternie et un manque de confiance dans l'autre.

 

Si ces traumatismes ne sont pas travaillés avec les victimes, ce sont des sentiments et des images de soi et de perception de l'autre que l'on va transmettre à nos enfants et aux générations qui suivent.

 

Agir en la matière est important non seulement pour les victimes mais aussi parce que ce travail aura des conséquences au niveau sociétal. Il faut également un accompagnement social, parce que ces personnes ne sont pas isolées. Il faut pouvoir entretenir des relations, en recréer parfois, après avoir été victimes d'un tel acte.

 

Parmi les mesures que notre résolution propose, il y a ces structures intéressantes que sont les centres de référence multidisciplinaires. Il importe non seulement de pouvoir les tester mais de les développer à travers l'ensemble du pays. Je me permettrai d'insister également sur la nécessité, au sein de la police et au sein du monde de la justice, d'intervenir prioritairement en la matière.

 

On l'a vu à Liège à un moment donné: il y a eu une volonté de considérer ces dossiers comme prioritaires.

 

On a vu une influence et un impact immédiats dans le nombre de dossiers traités, dans la manière dont ils ont été traités et dans le suivi qui leur a été donné. Et puis, l'attention se relâche. Considérer qu'il s'agit tout le temps de dossiers prioritaires, qu'il s'agit d'améliorer l'accueil, la formation, l'information, la qualité des entretiens et de l'accompagnement dès qu'on se présente dans un commissariat est évidemment fondamental.

 

La nécessité de donner l'information en permanence aux victimes pendant tout le processus, tant dans leurs contacts avec la police qu'au moment où elles seront confrontées aux acteurs de la justice, s'avère également indispensable pour garder cette confiance et se sentir considérées dans ce qui leur arrive.

 

Parmi les éléments interpellants, relevons le fait de pouvoir non seulement utiliser les kits, le SAS, mais aussi de considérer qu'on a une banque de données et que ces données doivent être analysées, classifiées pour pouvoir répondre à un des objectifs poursuivis, à savoir identifier les auteurs. Cela ne sert à rien d'avoir des pièces à conviction rangées quelque part si elles ne servent pas à lutter contre le phénomène, à identifier et à sanctionner les auteurs.

 

Les classements sans suite sont insupportables à vivre, surtout lorsqu'on n'a pas d'explication. C'est pourquoi cela fait partie des priorités qui ont été relevées parmi les recommandations ou les demandes qui nous ont été formulées, à nous ainsi qu'à la police.

 

Une attention particulière doit être consacrée aux types de personnes particulièrement vulnérables face à ces agressions. Nous sommes tous conscients qu'une personne handicapée est une personne vulnérable face à des agresseurs. Mais ce qui est plus étonnant, au vu des chiffres qui nous ont été transmis, c'est de voir que les jeunes et les étudiants sont considérés comme public vulnérable et particulièrement victimes de ces agressions.

 

Là, notre responsabilité est évidemment d'autant plus énorme que les étudiants, les jeunes, représentent une grande partie de la population. Cela mérite vraiment qu'une attention soit portée pour déterminer les types de jeunes, d'étudiants à risque et ce qui peut être mis en place entre les différents niveaux de pouvoir pour agir à ce niveau.

 

Nous devons mieux comprendre et connaître tous ces phénomènes. Les auteurs, bien sûr, sont aussi à accompagner pendant l'exercice de leur sanction, mais également après. Notre objectif étant qu'ils ne soient pas récidivistes, ce qui est encore trop souvent le cas.

 

L'évaluation tous les deux ans au sein du parlement et du comité d'avis est indispensable puisque le phénomène est difficilement acceptable. Il est parfois difficilement compréhensible d'avoir un nombre trop important de ces actes de violence, de n'être pas capable d'y apporter de réponse satisfaisante depuis si longtemps. Nous proposons des mesures. Il est donc important de comprendre, à un moment donné, ce qui fera que ça marchera ou non, ce qu'il faudra mieux analyser.

 

Je remercie les ministres et les collègues pour le travail collectif réalisé.

 

17.10  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, chers collègues, nous ne le répéterons jamais assez: le viol est inacceptable! C'est une problématique qui ne devrait pas exister. Pourtant, nous sommes bien obligés de nous pencher sur le phénomène, tellement il est courant dans notre société, pourtant dite civilisée. Onze viols sont dénoncés chaque jour. Rien qu'aujourd'hui, chers collègues, pendant que nous discutions dans cette assemblée, un certain nombre d'entre eux se sont produits en Belgique et ailleurs dans le monde.

 

Le viol est une barbarie, qu'il se déroule dans le milieu intra-familial ou à l'extérieur de celui-ci. Il l'est évidemment d'autant plus dans des zones de conflit, lorsqu'il est utilisé comme arme de guerre et de destruction.

 

Revenons, maintenant, dans le cadre belge. Cela a été dit, les chiffres sont d'autant plus alarmants qu'ils ne reflètent que la partie émergée de l'iceberg. De très nombreux cas ne sont pas répertoriés car la honte d'en parler et la peur des représailles du ou des auteurs empêchent trop souvent victimes de dénoncer ces actes.

 

La commission Émancipation sociale s'est longuement penchée sur cette problématique. Elle a permis d'énoncer une proposition de résolution qui est votée à l'unanimité. J'espère qu'elle le sera aussi ici. Il faut le souligner envers l'ensemble des collègues qui s'y sont investis. Pour le cdH, c'est Vanessa Matz qui a suivi ce dossier. Vous me permettrez de prendre la parole au nom du groupe.

 

Nous partageons les recommandations proposées. Je tiens à en relever quelques-unes et à mettre un coup de projecteur plus important sur certaines d'entre elles.

 

Je voudrais d'abord penser aux victimes. Les victimes de viol doivent être encouragées à porter plainte. Elles doivent pour cela être informées, soutenues et accompagnées médicalement, psychologiquement, socialement et financièrement, par la prise en charge de tous les frais judiciaires et médicaux.

 

Immédiatement après les faits, l'accueil par les médecins et la police est essentiel sur le plan humain. Ces victimes doivent pouvoir être accueillies dans des centres de référence, comme nous sommes plusieurs à l'avoir rappelé cet après-midi. Madame la ministre, il faut développer ces centres de référence dans tout le pays et les financer suffisamment.

 

Des procédures claires, à définir dans chaque structure, doivent encadrer l'accueil et le suivi pour éviter tout défaut de procédure et donc tout défaut de prise en charge. Il faut veiller à ce que la victime soit informée de la procédure tout au long de celle-ci.

 

Après les victimes, je voudrais aborder le volet médical. La formation de tous les médecins généralistes à cette problématique et à l'utilisation des fameux "sets d'agression sexuelle" doit être renforcée et généralisée. Je propose que nous insistions auprès des Communautés pour que cette formation soit incluse dans la formation médicale universitaire. C'est essentiel pour une approche correcte du phénomène et pour éviter de perdre du temps précieux, nécessaire à la récolte des preuves et au suivi post-traumatique. De plus, il convient de généraliser l'examen et le suivi des victimes concernant les différentes maladies sexuellement transmissibles ou une grossesse éventuelle.

 

Abordons maintenant l'aspect policier et judiciaire. L'accueil par les policiers des victimes d'un viol est toujours un moment délicat. Mettons-nous d'abord et avant tout à la place de ces femmes. Il ne faut pas que cet accueil dépende de la présence d'un personnel spécialisé à certaines heures et pas à d'autres.

 

Pour cela, une formation de l'ensemble des policiers à l'accueil des victimes de viol nous paraît fondamentale, sinon lors de certaines tranches horaires, il n'y aura pas nécessairement de policiers présents spécifiquement formés à cette fin.

 

On ne peut plus entendre aujourd'hui que, dans certains cas, heureusement de plus en plus rares, la victime s'est retrouvée suspectée d'avoir elle-même provoqué les faits, ou de procéder à une dénonciation calomnieuse. Pour éviter le risque réel et courant de menaces de la part des auteurs à l'égard des victimes, nous avons déposé une proposition de loi précisant que la dénonciation calomnieuse est conditionnée à une motivation d'acquittement et de non-lieu, indiquant spécifiquement l'absence de commission de l'infraction.

 

Chers collègues, cette proposition de loi est déjà déposée, mais je l'ouvre à la signature. Je l'avais déjà envoyée en son temps et je propose aux collègues qui se sont exprimés aujourd'hui de façon claire sur la problématique du viol de prendre connaissance de cette proposition. Si vous êtes intéressés, vous pouvez vous joindre, et la co-signer. Nous pourrons peut-être ensemble la faire avancer en commission de la Justice.

 

Si cela me semble important, c'est parce qu'aujourd'hui, la situation est régulièrement défavorable aux victimes. L'équilibre entre les deux n'est pas suffisant. Moins d'une victime sur cinq déposerait plainte, notamment par peur de représailles, ou par peur d'être accusée de dénonciation calomnieuse.

 

Le comité d'avis pour l'Émancipation sociale recommande également de soumettre les auteurs à un dépistage obligatoire, de développer un système de profilage d'auteurs potentiels et de mettre au point un soutien et un traitement adaptés, tant au cours de la détention qu'après celle-ci.

 

Enfin, je ne doute pas que la commission chargée de l'élaboration du nouveau Code pénal aura cette problématique à cœur, et qu'elle définira les sanctions adéquates qui permettront l'absence de récidive.

 

Tout est dit, mais en conclusion, tout reste à faire. Au nom de mon groupe, je souhaiterais que le gouvernement puisse exécuter, avec tout le sérieux requis, ces recommandations, fruit du travail accompli en commission. En effet, madame la ministre, et je me tourne à nouveau vers vous, plusieurs mesures opérationnelles doivent être directement prises par le gouvernement.

 

Ensuite, chers collègues des différents partis, tant de la majorité que de l'opposition, certaines recommandations se situent sur le plan législatif. Plusieurs d'entre elles peuvent être portées assurément par le gouvernement, mais elles pourraient également l'être par les députés. En l'espèce, des initiatives parlementaires pourraient être prises en accord avec cette belle unanimité à laquelle nous assistons aujourd'hui. Nous ne devons poursuivre qu'un seul objectif: travailler en vue d'aboutir rapidement à une amélioration notable de la situation actuelle, parce que les chiffres connus, mais aussi méconnus, de viols et de tentatives de viol attestent d'une indignité toute particulière.

 

Je vous remercie et espère que nous pourrons, tous ensemble, faire avancer concrètement ces travaux.

 

17.11  Véronique Caprasse (DéFI): Monsieur le président, j'ai entendu les différentes interventions et suis allée féliciter Mme Jiroflée. Il est évident que notre parti va soutenir cette proposition de résolution. Il est essentiel de prendre absolument conscience du phénomène du viol, qui est mondial. En Belgique, de nouvelles mesures doivent être prises pour le combattre.

 

J'ajoute qu'il est regrettable que l'amendement proposé par Mme Winckel n'ait pas été retenu. Pour certaines initiatives, des moyens financiers sont en effet nécessaires. Nous verrons ce qu'il en sera par la suite.

 

De voorzitter: Ik weet dat het over een voorstel van resolutie gaat en dat het niet gebruikelijk is dat de regering daarover het woord neemt, maar ik wil vanzelfsprekend het woord geven als het wordt gevraagd.

 

17.12 Staatssecretaris Elke Sleurs: Mijnheer de voorzitter, ik wens iedereen te bedanken voor het vele werk in het adviescomité. Er zijn heel veel hoorzittingen geweest.

 

Je remercie aussi vivement Mme Winckel pour son travail au sein du comité d'avis.

 

Ik wens dan ook mijn dank uit te spreken. Iedereen weet dat het voor mij een grote prioriteit is om seksueel geweld in onze maatschappij aan te pakken. Het verheugt mij dan ook om een grote unanimiteit vast te stellen over de partijgrenzen heen. Ik neem alle opmerkingen ter harte. Laten wij verder samenwerken in de strijd tegen geweld.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

Er werden geen amendementen ingediend of heringediend.

Aucun amendement n'a été déposé ou redéposé.

 

De stemming over het voorstel van resolutie zal later plaatsvinden.

Le vote sur la proposition de résolution aura lieu ultérieurement.

 

18 Rekenhof – Benoeming van de voorzitter van de Nederlandse Kamer

18 Cour des comptes – Nomination du président de la Chambre néerlandaise

 

Als gevolg van de nakende pensionering van de heer Ignace Desomer besliste de plenaire vergadering van 8 december 2016 een nieuwe voorzitter van de Nederlandse Kamer van het Rekenhof te benoemen onder de raadsheren van deze Kamer.

À la suite de la mise à la retraite de M. Ignace Desomer, la séance plénière du 8 décembre 2016 a décidé de nommer un nouveau président de la Chambre néerlandaise de la Cour des comptes parmi les conseillers de cette Chambre.

 

De volgende kandidatuur werd binnen de voorgeschreven termijn ingediend: mevrouw Hilde François, raadsheer in de Nederlandse Kamer.

La candidature suivante a été introduite dans le délai prescrit: Mme Hilde François, conseillère à la Chambre néerlandaise.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 11 januari 2017 zal de kandidatuur van mevrouw Hilde François aan de politieke fracties worden bezorgd.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 11 janvier 2017, la candidature de Mme Hilde François sera transmise aux groupes politiques.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

19 Urgentieverzoeken vanwege de regering

19 Demandes d’urgence émanant du gouvernement

 

De regering heeft de spoedbehandeling gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van volgende wetsontwerpen:

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt des projets de loi suivants:

 

1. Wetsontwerp houdende hervorming van de financiering van de sociale zekerheid, nr. 2229/1.

1. Projet de loi portant réforme du financement de la sécurité sociale, n° 2229/1.

 

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande par assis et levé. Avant cela – c'est une question d'habitude –, il nous faut une motivation, madame la ministre.

 

19.01 Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, zoals bij de indiening werd gesteld, heeft het wetsontwerp betreffende de financiering van de sociale zekerheid een spoedeisend karakter. Immers, de begroting 2017 werd ook op basis van het ontwerp ingediend.

 

Ainsi, le chapitre relatif au financement alternatif de la gestion globale ONSS, de la gestion globale INASTI et du régime des soins de santé prévoit le versement en tranches mensuelles, au plus tard le 25 de chaque mois. En outre, le chapitre 4 relatif aux dotations d'équilibre d'un régime de sécurité sociale des salariés et des indépendants prévoit le versement de ces dotations en tranches mensuelles, au plus tard le 13 de chaque mois.

 

Ook bij het advies van de sociale partners werd gezegd dat de nieuwe financiering van de sociale zekerheid er dringend moest komen.

 

De voorzitter: Het is niet gebruikelijk dat wij daarover debatteren, maar u krijgt twee minuten spreektijd, mijnheer Calvo.

 

19.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, er moet mij iets van het hart.

 

Daarnet heb ik een kamerbrede consensus vastgesteld over de meerwaarde van het akkoord dat vandaag is bereikt door de sociale partners. Ik betreur dat op diezelfde dag de meerderheid olie op het vuur giet door de hoogdringendheid te vragen voor een wetsontwerp waarover al heel veel polemiek bestaat binnen én buiten dit Parlement.

 

Wij hebben de open brief gelezen van de sociale partners over de financiering van de sociale zekerheid. Wij hebben een zeer moeilijke start gekend van de besprekingen in de commissie. Ondanks het optreden van de regering is er in de commissie een akkoord bereikt over de eerste fase van de besprekingen en toch vraagt men nu ook nog eens de hoogdringendheid.

 

Onze fractie zal in elk geval tegenstemmen. Dit wetsontwerp verdient een ernstige bespreking in de commissie en in de plenaire vergadering. Ik zou willen vragen om volgende week woensdag in de Conferentie van voorzitters te bekijken hoe wij met die drie wetsontwerpen moeten omspringen. Dit begint echt een boeltje te worden en bovendien zijn er nog de provocaties van de meerderheid. Ik kan dit eerlijk gezegd maar weinig smaken.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

2. Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juni 2007 betreffende diverse arbeidsbepalingen en de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006, nr. 2245/1.

2. Projet de loi modifiant la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail et la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006, n° 2245/1.

 

Ik geef het woord aan staatssecretaris Francken voor de motivering.

 

19.03 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, collega’s, België is sinds 20 augustus 2013 partij bij het internationaal Verdrag betreffende maritieme arbeid van 2006. De amendementen van dat verdrag treden op 18 januari 2017 internationaal in werking. Dat betekent dat alle schepen onder Belgische vlag op 18 januari 2017 voorzien moeten zijn van twee certificaten waarin wordt bevestigd dat zij voldoen aan die internationale regels. Die certificaten kunnen echter enkel worden uitgereikt indien er een wettelijke basis voorhanden is. Om te vermijden dat schepen zouden uitvlaggen, is het noodzakelijk dat het voorontwerp van wet zo snel mogelijk wordt aangenomen, vóór de inwerkingtreding van de amendementen.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

3. Wetsontwerp betreffende werkbaar en wendbaar werk, nr. 2247/1.

3. Projet de loi concernant le travail faisable et maniable, n° 2247/1.

 

19.04 Staatssecretaris Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, het betreft hier het wetsontwerp met betrekking tot wendbaar en werkbaar werk. De wetten treden in werking op 1 februari 2017 en zijn de basis waarop het interprofessioneel akkoord gesloten kan worden. De maatregelen in beide wetten zijn ook de basis voor de komende sectorale onderhandelingen. Bijgevolg zijn ze dringend nodig als rechtsbasis voor de onderhandelingen, die dringend van start moeten gaan, zoals wij allemaal weten.

 

19.05  Georges Gilkinet (Ecolo-Groen): Monsieur le président, c'est donc le deuxième texte – il y en aura peut-être un troisième – sur lequel la majorité demande l'urgence. Il s'agit de textes travaillés et commentés de longue date par la presse, et qui changent, changeront ou changeraient le fonctionnement de la sécurité sociale, ce socle important en Belgique, ce stabilisateur socio-économique. Nous allons essayer de convaincre la majorité de changer ses intentions.

 

Nous contestons cette demande d'urgence. Il a fallu se battre ce mardi, en commission des Affaires sociales, pour obtenir, dans des conditions qui ne seront pas optimales, des auditions qui auront lieu demain. Cette manière de travailler n'est pas respectueuse de l'ensemble des personnes concernées par la sécurité sociale, ni des partenaires sociaux.

 

Un débat a eu lieu tout à l'heure à propos d'un nouvel accord interprofessionnel; beaucoup de nos collègues, la majorité d'entre eux - presque l'entièreté -, se sont réjouis du retour du dialogue entre employeurs et travailleurs et ont souligné son importance.

 

En demandant l'urgence, et en travaillant de façon précipitée, en légiférant aussi mal, la majorité prend de nouveau le risque d'obtenir la colère, des dysfonctionnements de notre économie, la rupture du dialogue social et de la paix sociale dans notre pays. Je demande aux collègues de ne pas voter l'urgence, de prendre le temps de travailler ces textes correctement et d'entendre les alternatives que nous avons à défendre par nos amendements.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

4. Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, nr. 2248/1.

4. Projet de loi modifiant la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité, n° 2248/1.

 

De regering verwijst naar de motivering die is gegeven bij het vorige urgentieverzoek.

 

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

20 Inoverwegingneming van voorstellen

20 Prise en considération de propositions

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 11 januari 2017, stel ik u ook voor het voorstel van resolutie (de heren Olivier Maingain en Stéphane Crusnière, mevrouw Véronique Caprasse en de heer Daniel Senesael) over de verduidelijking en de stopzetting van de regeling inzake pensioenen die worden toegekend aan Belgische voormalige militaire collaborateurs van het Duitse nationaalsocialistische regime tijdens de Tweede Wereldoorlog, nr. 2243/1, in overweging te nemen.

Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 11 janvier 2017, je vous propose également de prendre en considération la proposition de résolution (MM. Olivier Maingain et Stéphane Crusnière, Mme Véronique Caprasse et M. Daniel Senesael) visant à clarifier et à abroger le régime des pensions octroyées aux anciens collaborateurs militaires belges du régime national-socialiste allemand durant la Seconde Guerre mondiale, n° 2243/1.

Renvoi à la commission des Relations extérieures

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

21 Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (2141/1-8)

21 Amendements et articles réservés du projet de loi modifiant la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées (2141/1-8)

 

Stemming over amendement nr. 2 van Barbara Pas op artikel 2. (2141/7)

Vote sur l'amendement n° 2 de Barbara Pas à l'article 2. (2141/7)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

5

Oui

Nee

134

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 2 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 2 est adopté.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

Stemming over amendement nr. 3 van Barbara Pas op artikel 3. (2141/7)

Vote sur l'amendement n° 3 de Barbara Pas à l'article 3. (2141/7)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 1)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 6 van Catherine Fonck op artikel 3. (2141/8)

Vote sur l'amendement n° 6 de Catherine Fonck à l'article 3. (2141/8)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

58

Oui

Nee

82

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 3 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 3 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 4 van Barbara Pas tot weglating van artikel 4. (2141/7)

Vote sur l'amendement n° 4 de Barbara Pas tendant à supprimer l'article 4. (2141/7)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

5

Oui

Nee

135

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 4 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 4 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 5 van Barbara Pas op artikel 5. (2141/7)

Vote sur l'amendement n° 5 de Barbara Pas à l'article 5. (2141/7)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is het artikel 5 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 5 est adopté.

 

22 Geheel van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (2141/6)

22 Ensemble du projet de loi modifiant la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées (2141/6)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

82

Oui

Nee

50

Non

Onthoudingen

8

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2141/9)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2141/9)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

23 Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, inzake de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingen, gedaan te Den Haag op 24 april 2014 (2119/1)

23 Projet de loi portant assentiment à l'Accord entre le Royaume de Belgique et le Royaume des Pays-Bas, en ce qui concerne Aruba, en vue de l'échange de renseignements en matière fiscale, fait à La Haye le 24 avril 2014 (2119/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

138

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2119/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2119/4)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

24 Wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen, gedaan te Brussel op 29 juni 2012 en te Genève op 9 juli 2012 (2120/1)

24 Projet de loi portant assentiment à l'Accord de Siège entre le Royaume de Belgique et la Fédération internationale des Sociétés de la Croix-Rouge et du Croissant-Rouge, fait à Bruxelles le 29 juin 2012 et à Genève le 9 juillet 2012 (2120/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

136

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2120/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2120/4)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

25 Wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en het Internationaal instituut voor democratie en electorale bijstand, gedaan te Brussel op 15 mei 2014 (2121/1)

25 Projet de loi portant assentiment à l'Accord de siège entre le Royaume de Belgique et l'Institut international pour la démocratie et l'assistance électorale, fait à Bruxelles le 15 mai 2014 (2121/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

140

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2121/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2121/4)

 

26 Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag nr. 172 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in hotels, restaurants en gelijksoortige inrichtingen, aangenomen te Genève op 25 juni 1991 (2158/1)

26 Projet de loi portant assentiment à la Convention n° 172 de l'Organisation internationale du Travail concernant les conditions de travail dans les hôtels, restaurants et établissements similaires, adoptée à Genève le 25 juin 1991 (2158/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

140

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2158/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2158/4)

 

27 Projet de loi portant assentiment à l'Accord entre le Royaume de Belgique et l'Institut européen de la Forêt sur les privilèges et immunités du bureau de liaison de l'Institut européen de la Forêt, fait à Bruxelles le 9 octobre 2013 (2159/1)

27 Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord tussen het Koninkrijk België en het Europees Instituut voor Bosbouw betreffende de voorrechten en immuniteiten van het verbindingsbureau van het Europees Instituut voor Bosbouw, gedaan te Brussel op 9 oktober 2013 (2159/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

139

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

139

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2159/4)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2159/4)

 

28 Projet de loi portant assentiment à l'Accord de siège entre le Royaume de Belgique et l'Office International des Epizooties, fait à Bruxelles le 14 mars 2013 (2160/1)

28 Wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en de Wereldorganisatie voor Diergezondheid, gedaan te Brussel op 14 maart 2013 (2160/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 10)

Ja

140

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2160/4)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2160/4)

 

29 Voorstel van resolutie in verband met de problematiek van de verkrachtingen (2233/1)

29 Proposition de résolution sur la problématique des viols (2233/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 11)

Ja

140

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement. (2233/2)

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht. (2233/2)

 

(Applaudissements)

(Applaus)

 

30 Goedkeuring van de agenda

30 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van donderdag 19 januari 2017.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour de la séance du jeudi 19 janvier 2017.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 19 janvier 2017 à 14.15 heures.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 19 januari 2017 om 14.15 uur.

 

La séance est levée à 18.55 heures.

De vergadering wordt gesloten om 18.55 uur.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 152 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 152 annexe.

 

 

 


Detail van de naamstemmingen

 

Détail des votes nominatifs

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

005

Ja

 

Dewinter Filip, Pas Barbara, Penris Jan, Vuye Hendrik, Wouters Veerle

 

Non        

134

Nee

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pehlivan Fatma, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Carcaci Aldo

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

058

Ja

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Brotcorne Christian, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Monica, Dedry Anne, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Fernandez Fernandez Julie, Fonck Catherine, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lutgen Benoît, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pehlivan Fatma, Pirlot Sébastian, Poncelet Isabelle, Senesael Daniel, Thiébaut Eric, Top Alain, Vanden Burre Gilles, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Willaert Evita, Winckel Fabienne

 

Non        

082

Nee

 

Becq Sonja, Bellens Rita, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Capoen An, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, De Coninck Inez, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Pas Barbara, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

005

Ja

 

Dewinter Filip, Pas Barbara, Penris Jan, Vuye Hendrik, Wouters Veerle

 

Non        

135

Nee

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pehlivan Fatma, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Yüksel Veli

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

082

Ja

 

Becq Sonja, Bellens Rita, Bracke Siegfried, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Capoen An, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, De Coninck Inez, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Flahaux Jean-Jacques, Foret Gilles, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Klaps Johan, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Luykx Peter, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Pas Barbara, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vandenput Tim, Van de Velde Robert, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

050

Nee

 

Almaci Meyrem, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Calvo Kristof, Caprasse Véronique, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, De Coninck Monica, Dedry Anne, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Demeyer Willy, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Di Rupo Elio, Fernandez Fernandez Julie, Frédéric André, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Hellings Benoit, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pehlivan Fatma, Pirlot Sébastian, Senesael Daniel, Thiébaut Eric, Top Alain, Vanden Burre Gilles, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Willaert Evita, Winckel Fabienne

 

Abstentions

008

Onthoudingen

 

Brotcorne Christian, Dallemagne Georges, de Lamotte Michel, Delpérée Francis, Dispa Benoît, Fonck Catherine, Lutgen Benoît, Poncelet Isabelle

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

138

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Hedebouw Raoul, Van Hees Marco

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

136

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pehlivan Fatma, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

003

Onthoudingen

 

Dewinter Filip, Pas Barbara, Penris Jan

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

140

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

140

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 009

 

 

Oui        

139

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 010

 

 

Oui        

140

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 011

 

 

Oui        

140

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calvo Kristof, Capoen An, Caprasse Véronique, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chastel Olivier, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demeyer Willy, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Detiège Maya, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wever Bart, Dewinter Filip, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Di Rupo Elio, Dispa Benoît, Ducarme Denis, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Hufkens Renate, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Mathot Alain, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Poncelet Isabelle, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Turtelboom Annemie, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vermeulen Brecht, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Winckel Fabienne, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non         

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen