Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 30 november 2017

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 30 novembre 2017

 

Après-midi

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door de heer Siegfried Bracke.

La séance est ouverte à 14.20 heures et présidée par M. Siegfried Bracke.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:

Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l’ouverture de la séance:

Jan Jambon.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Philippe Blanchart, Véronique Caprasse, Vanessa Matz, wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Fabienne Winckel, met zending buitenslands / en mission à l'étranger;

Maya Detiège, Daniel Senesael, Benelux;

Elio Di Rupo, buitenslands / à l'étranger.

 

Federale regering / gouvernement fédéral:

Charles Michel, Top EU/Afrika (Abidjan) / Sommet UE/Afrique (Abidjan);

Steven Vandeput, met zending buitenslands / en mission à l'étranger;

Pieter De Crem, ambtsplicht / devoirs de mandat.

 

01 Regeling van de werkzaamheden

01 Ordre des travaux

 

01.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, over de regeling van de werkzaamheden, met name over het debat rond de effectentaks, hebben wij vooraf contacten gehad. Het debat heeft de voorbije dagen fel gewoed. Het dossier was immers zowat het sluitstuk van het Zomerakkoord en de begroting.

 

De taks zou in principe voor extra rechtvaardige fiscaliteit moeten zorgen. Voor sommige meerderheidspartijen is de taks zelfs een zaak van levensbelang.

 

Er zou een nieuw advies van de Raad van State zijn, dat onder andere door vice-eersteminister Kris Peeters druk is becommentarieerd.

 

Gelet op de afwezigheid van de eerste minister, leek het mij logisch vandaag Kris Peeters daarover te ondervragen. In het andere geval zal het debat immers alweer buiten het Parlement plaatsvinden, wellicht straks in Villa Politica met commentaar hier en commentaar daar. Nochtans moet het debat hier plaatsvinden en moeten wij hier de kans hebben over een dergelijk belangrijk dossier van rechtvaardige fiscaliteit met elkaar in gesprek te gaan.

 

U hebt mij laten weten dat het niet kan, wat ik betreur. Ik wens mijn treurnis ter zake te uiten, omdat het mij opnieuw bij mijn tweede punt in het kader van de regeling der werkzaamheden brengt.

 

Collega's, mag ik even?

 

De voorzitter: Mag ik vragen de heer Calvo te aanhoren?

 

01.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega's, mijn tweede punt in het kader van de regeling der werkzaamheden, ook voor de fracties die minder in rechtvaardige fiscaliteit zijn geïnteresseerd dan onze fractie, is het volgende.

 

Het debat brengt ons opnieuw bij minister van Financiën Johan Van Overtveldt, die gisteren door meerdere fracties is gevraagd het advies ter beschikking te stellen. De leden van de commissie voor de Financiën kunnen dat getuigen. Er is gisteren een lang debat geweest over de vraag of de leden het advies zouden kunnen inkijken, opdat het Parlement een eerlijk debat over de effectentaks alsook over de begroting en de rol van de effectentaks zou kunnen hebben.

 

Johan Van Overtveldt heeft geweigerd het advies ter beschikking te stellen. Het advies circuleert ondertussen al en wij hebben het ook al kunnen bemachtigen. Het advies stelt dat de effectentaks niet beantwoordt aan de ambitie om voor meer rechtvaardige fiscaliteit te zorgen.

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo, uw discours gaat niet meer over de regeling van de werkzaamheden. U houdt nu de discussie ten gronde.

 

01.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik kom nu bij het punt van de regeling der werkzaamheden.

 

Het is jammer dat wij de adviezen moeten zoeken, bovenhalen en ernaar moeten rondvragen en dat het Parlement ze niet spontaan krijgt.

 

Mijnheer de voorzitter, mijn vraag in het kader van de regeling der werkzaamheden is dan ook of u in uw hoedanigheid van Kamervoorzitter het advies op de banken kunt verspreiden – ik zal het u zo meteen bezorgen –, zodat de Parlementsleden weten wat de Raad van State zegt over de effectentaks. Op die mannier kunnen wij het debat op een correcte manier voeren, wat gisteren helaas niet het geval was.

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo, ik neem akte van uw bemerking. Ik heb u ook uitgelegd wat de beslissing heeft aangestuurd.

 

Mijnheer Van Rompuy, wil u ook spreken in het kader van de regeling van de werkzaamheden?

 

01.04  Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik wil reageren op wat de heer Calvo hier beweert. De effectentaks is gisteren uitvoerig besproken in de commissie. Minister Van Overtveldt heeft daar een hele uiteenzetting gegeven. Er werd inderdaad ook gevraagd naar het advies van de Raad van State. De minister heeft daarop geantwoord dat het advies nog niet rondgedeeld kon worden omdat het nog geen officieel document was. Het advies moet in beide talen vertaald worden. Het kan dus niet zomaar onmiddellijk rondgedeeld worden. De minister heeft dan ook beslist om op dat advies geen commentaar te geven. Binnen de regering zal eerst nagegaan worden in welke mate er al dan niet rekening mee gehouden zal worden.

 

Mijnheer Calvo, minister Peeters heeft juist het tegenovergestelde gedaan van wat u beweert. Hij heeft gezegd dat hij er geen commentaar op geeft. Hij heeft gezegd dat hij het advies ernstig neemt en het in de volgende dagen in de regering zal bespreken.

 

Mijnheer Calvo, u wekt de indruk alsof minister Peeters het advies al becommentarieerd heeft, terwijl minister Van Overtveldt de bevoegde minister is. Minister Van Overtveldt heeft daar gisteren een halfuur lang – volgens sommigen veel te lang – over gesproken. In de volgende dagen zullen we het verder verloop nog zien. U wekt echter de indruk dat het Parlement informatie onthouden werd en dat dergelijke vragen aan minister Van Overtveldt niet gesteld kunnen worden. U weet zeer goed dat dit niet juist is.

 

De voorzitter: Het incident lijkt mij gesloten.

 

Mijnheer Calvo, u krijgt straks nog de kans om uw vragen te stellen over de effectentaks.

 

Wij vatten de orde van onze werkzaamheden aan met de mondelinge vragen.

 

M Laaouej, vous demandez la parole sur l'ordre des travaux?

 

01.05  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, il serait utile que vous informiez l'ensemble de notre honorable assemblée de la présence de l'équipe qui filme dans l'hémicycle. Je pense que vous en aviez parlé en Conférence des présidents, mais il serait utile de le préciser à nouveau.

 

De voorzitter: U merkt dat er werkzaamheden aan de gang zijn, maar die zullen onze werkzaamheden niet verstoren. Er worden op dit moment YouTubefilmpjes gedraaid over de Kamer. Als u doet alsof u dat niet ziet, is er geen enkel probleem.

 

(…): (…)

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo, ik zal uw vraag in overweging nemen. Ik laat u daarover nog iets weten in de loop van deze vergadering.

 

Vragen

Questions

 

02 Vraag van de heer Raf Terwingen aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen, over "de gevolgen van het nieuwe drugsbeleid in Nederland voor Belgische grensgemeenten" (nr. P2426)

02 Question de M. Raf Terwingen au vice-premier ministre et ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de la Régie des Bâtiments, sur "les conséquences de la nouvelle politique en matière de drogues menée aux Pays-Bas pour les communes transfrontalières belges" (n° P2426)

 

02.01  Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, nu was ik eens blij dat ik de eerste vraag in plenaire vergadering kon stellen en nu gaat de heer Calvo weer met de pluimen lopen. Dat zal wel worden gecompenseerd door een uitgebreide uitzending van deze vraag tijdens Villa Politica. Mijn moeder zal ook content zijn.

 

Alle gekheid op een stokje, mijnheer de minister, ik maak mij zorgen omdat een groot stuk uit het regeerakkoord van de nieuwe regering in Nederland, die eindelijk is aangetreden, gaat over veiligheid en de aanpak van veiligheid en natuurlijk repercussies voor ons in Vlaanderen kan hebben.

 

Zo gaat het over motorbendes en hoe die aan te pakken. Ik heb u daarover al eerder ondervraagd. Het gaat vooral over het gedoogbeleid inzake cannabis en wietteelt en zelfs de legalisering ervan. Men maakt in het Nederlandse regeerakkoord daarover duidelijke afspraken. Ik vrees als burgemeester van de mooiste grensgemeente van Vlaanderen samen met de andere 36 Vlaamse grensgemeenten bij Nederland dat het gedoogbeleid, waarbij men zal overgaan tot een soort legaal circuit van cannabisplantages en tegelijkertijd een illegaal circuit zal afstoten, in Vlaanderen de nodige gevolgen zal hebben.

 

Mijn vraag is dan ook concreet. Wat kunt u nu al preventief en misschien ook proactief ondernemen om het problematische waterbed­effect van de cannabisteelt aan te pakken?

 

02.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Terwingen, u bent een goede ambassadeur van de grensgemeenten, niet alleen van die in Limburg, maar van alle gemeenten grenzend aan Nederland.

 

U hebt gelijk. In het Nederlandse regeerakkoord staat een hele passage over het drugsbeleid. Het is misschien goed om dit even voor te lezen.

 

Het regeerakkoord bepaalt, ik citeer: "Er komt wet- en regelgeving ten behoeve van uniforme experimenten met het gedoogd telen van wiet voor recreatief gebruik. Het kabinet komt daartoe, zo mogelijk, binnen zes maanden met wetgeving. Deze experimenten worden uitgevoerd in een aantal middel- of grote gemeenten, zes à tien. Doel van de experimenten is om te bezien of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet gedecriminaliseerd aan de coffeeshops toegeleverd kan worden, in een gesloten coffeeshopketen, en wat de effecten hiervan zijn. De experimenten worden onafhankelijk geëvalueerd, waarna het kabinet beziet wat het te doen staat."

 

Men gaat dus pilootprojecten opstarten. Voor mij was die passage alarmerend genoeg om contact op te nemen met mijn nieuwe collega in Nederland. Wij zijn overeengekomen dat wij het dossier samen zullen opvolgen en kijken welke gemeenten op basis van welke criteria worden geselecteerd. Zij is zich ook bewust van een mogelijk spillovereffect naar ons.

 

Zij wil dus overleggen over hoe wij de gevolgen kunnen indijken, waarbij het Nederlandse beleid in Nederland blijft, want wij hebben hier al genoeg werk.

 

Ik heb ook onze ambassadeur gevraagd de zaken op te volgen. Wij zullen ze van heel nabij opvolgen en wanneer het nodig is optreden tegen eventuele spillovereffecten.

 

Kortom, ik ben samen met u gealarmeerd door de passage. Wij zijn in overleg met Nederland om de gevolgen hier buiten te houden.

 

02.03  Raf Terwingen (CD&V): Mijnheer de minister, ik ben natuurlijk blij met uw heel concrete en duidelijke antwoord.

 

Voor onze fractie moet er, wat drugs aangaat, alleszins een no-tolerancebeleid zijn.

 

Wij moeten natuurlijk voorzichtig zijn, want, ere wie ere toekomt, enkele burgemeesters van Nederlandse grensgemeenten hebben ons al gecontacteerd om te zeggen dat hier ook problemen zullen ontstaan.

 

Ik meen dat ik spreek namens alle Belgische grensgemeenten met Nederland wanneer ik zeg dat onze politie sowieso al onder grote druk staat. Er wordt ook elders van onze gemeenten veel politie-inzet gevergd. Hoe dan ook moeten wij echt komen tot een actieplan voor de grensgemeenten dat zegt hoe wij de verschillende politiezones kunnen ondersteunen.

 

Als ik mij niet vergis, mijnheer de minister, neemt België volgend jaar het Benelux-voorzitterschap waar. Ik meen dat het dan voor u en uw collega van Justitie heel gemakkelijk wordt de kwestie op te volgen. Ik heb van minister Geens begrepen dat er ook verder over de bibobwetgeving wordt nagedacht. Wij moeten er alles aan doen, opdat door het waterbedeffect de problemen niet tot bij ons komen. Wij werken al keihard aan de controle op motorbendes. Hetzelfde moeten wij nu ook doen voor alles wat te maken heeft met cannabis- en wietplantages.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Els Van Hoof aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de relaties met de Democratische Republiek Congo" (nr. P2427)

- de heer Peter Luykx aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de relaties met de Democratische Republiek Congo" (nr. P2428)

03 Questions jointes de

- Mme Els Van Hoof au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les relations avec la République démocratique du Congo" (n° P2427)

- M. Peter Luykx au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et européennes, chargé de Beliris et des Institutions culturelles fédérales, sur "les relations avec la République démocratique du Congo" (n° P2428)

 

03.01  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het feestje voor de inhuldiging van het nieuwe Belgische ambassadegebouw  in Kinshasa werd verstoord door het feit dat de Congolese regering haar kat stuurde. Dat was een beetje een domper op de feestvreugde en wijst ook op de gespannen verhouding die er vandaag is tussen België en Congo.

 

Eigenlijk bevinden wij ons vandaag in exact dezelfde situatie als een jaar geleden. Er zijn geen signalen dat Kabila wil opstappen, er is een politieke impasse, er zijn humanitaire crisissen in verscheidene regio’s en er is toenemende onveiligheid. Het Congolese regime heeft duidelijk de rode kaarten met sancties die door de internationale gemeenschap werden gegeven, niet verteerd. Toch is het belangrijk om de dialoog te onderhouden en de contacten open te houden, dit met het oog op de organisatie van presidentsverkiezingen.

 

Er zijn evenwel redenen tot bezorgdheid. De eerste heb ik al aangehaald, met name dat de Congolese regering niet aanwezig was op de inhuldiging van de Belgische ambassade. Voorts worden meer en meer democratische rechten en vrijheden ingeperkt in Congo. Ik verwijs naar het eenzijdig uitstellen van de verkiezingen tot december 2018, naar de bespreking van de kieswet waarbij vier partijen al worden uitgesloten van deelname aan de verkiezingen, en naar de bedenkelijke ngo-wet, een regelrechte aanfluiting van alle internationale verdragen inzake mensenrechten. Die wet houdt in dat ngo’s maar mogen opereren na erkenning door de minister van Justitie. Zij moeten worden ontbonden zodra zij enige politieke onrust zouden kunnen veroorzaken. Internationale organisaties zullen dus het land worden uitgezet als zij politieke activiteiten zouden uitoefenen. Dit is gevaarlijk en glijdt af naar een dictatuur.

 

Mijnheer de minister, hebt u contact gehad met de Congolese autoriteiten? Zo ja, welke elementen kwamen daar ter sprake? Kwam daar de bedenkelijke ngo-wet ter sprake?

 

Wat is onze strategie in het Europese Congobeleid?

 

Hoe gaan wij om met ontwikkelings­samenwerking? U zegt dat u dit wil herbekijken, maar de vraag is welke stappen u zult zetten.

 

03.02  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze week werd de nieuwe Belgische ambassade in Kinshasa ingehuldigd.

 

Het is een indrukwekkend ambassadegebouw, en felicitaties voor de ontwerpers en de uitvoerders ervan zijn gepast. Ook de Nederlandse vertegenwoordiging, met wie de samenwerking goed verloopt, krijgt een plaats in dat mooie ambassadegebouw.

 

Het indrukwekkend ambassadegebouw staat echter in schril contrast met de minder indrukwekkende vertegenwoordiging van de Congolese regering ter plaatse. Dat komt ook omdat uw bezoek aan Congo kadert in het voortdurend uitstel van de verkiezingen. Vandaag nog vindt er een grote manifestatie plaats in de 134 districten van Kinshasa, de RassOp­mobilisatie. Wij weten dat en hebben er de voorbije jaren al een aantal keren op gewezen dat de verkiezingskalender maar één vaste waarde kent, met name voortdurend uitstel.

 

In 2011 kondigde men al aan dat er in december 2016 verkiezingen zouden plaats­vinden. Daarna sneuvelde het Sylvesterakkoord en zouden de verkiezingen in 2017 plaatsvinden maar nu zouden ze in 2018 worden georganiseerd. Ik geloof in Sinterklaas, maar ik denk niet dat de Congolezen nog in verkiezingen geloven. Voortdurend de ijdele hoop koesteren dat men mag gaan stemmen, telkens gevolgd door de ontgoocheling omdat het niet mag, tast het vertrouwen van de Congolezen in de democratie aan.

 

Bovendien wijs ik erop dat democratie niet alleen betekent een stemhokje neerzetten en de mensen hun stem laten uitbrengen. Democratie is meer dan dat, men moet ook de oppositie ruimte laten en een wisselwerking mogelijk maken. Het is het regime dat democratie mogelijk maakt.

 

Mijnheer de minister, mijn vragen betreffen de huidige positie van Kabila en zijn regering. Eigenlijk is deze regering vandaag niet meer gelegitimeerd. Sedert 2016 is Kabila geen president meer. U kondigt aan opnieuw over bilaterale samenwerking te willen onderhandelen, maar met wie zult u dan spreken? Hoe moet ik dat zien? En wat de inhoud betreft, wat zou een nieuwe samenwerking betekenen?

 

03.03 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik ben net terug uit de regio. Ik was in Kinshasa voor de inhuldiging van onze nieuwe kanselarij, met mensen van de meerderheid, het Parlement, de gouverneur van Kinshasa, mensen van de oppositie en zelfs de voorzitter van de CENI. Er waren dus veel aanwezigen tijdens de zeer mooie inhuldiging.

 

Het klopt, mijnheer Luykx, dat er ook een goede samenwerking is met Nederland. Het is bijna een Benelux-ambassade. Ik heb ook contact gehad met de CENCO in Kinshasa en met een aantal verdedigers van de mensenrechten. Het is zeer nuttig om contact te hebben met mensenrechten­verdedigers ter plaatse.

 

Daarna heb ik in Abidjan contact gehad met een aantal collega's uit de regio. Ik denk aan mijn collega's van Angola, Oeganda en Gabon. Zoals ik enkele weken geleden al aangekondigd had, heb ik ook een geluncht met mijn Congolese collega, Léonard She Okitundu, in onze residentie, de Belgische ambassade in Abidjan. Hij was dus niet in Congo, maar in onze ambassade in Abidjan.

 

Ik wil hier eerst en vooral hetzelfde zeggen als in Kinshasa: wij zijn zeer duidelijk geëngageerd in Congo, maar wij kiezen geen kamp. Wij willen komen tot verkiezingen en wij staan aan de zijde van de Congolese bevolking. Dat is de reden waarom ik ook een bezoek heb georganiseerd in verschillende wijken in Kinshasa waar zeer arme mensen wonen, waar er op dit moment grote armoede is. Ik denk ook aan de zeer moeilijke veiligheidssituatie, niet alleen in Kasaï, maar ook in het Oosten.

 

Wat het verkiezingsproces betreft, nu hebben wij een datum. Spijtig genoeg valt die zeer laat, namelijk op 23 december 2018. Wij moeten alle mogelijke garanties krijgen, niet alleen vanuit Congo, maar ook uit de regio. Er is ook samenwerking nodig met de Europese Unie, de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties. Het gaat niet alleen om garanties voor een mogelijk verkiezingsproces voor de Congolese bevolking, er moet ook een zeer grote openheid bestaan voor een publiek debat. Er moeten maatregelen komen voor een décrispation. Ik verwijs daarvoor naar het akkoord van vorig jaar. Dat wil zeggen dat er mogelijkheden moeten komen voor veel opponenten om terug te keren naar Congo of voor de vrijlating van een aantal personen die nu in de gevangenis zitten.

 

Ten slotte heb ik gezien dat niet alle betogingen verboden waren. Er was een betoging juist naast de ambassade in Kinshasa. Daar vond een protestactie plaats om het stoffelijk overschot van Lumumba op te eisen. Ik heb gezegd dat wij een toelating vragen voor alle betogingen, zeker voor de opponenten. Dat is nu het geval. Er is een toelating voor een specifieke demonstratie op 30 november.

 

Ik heb voorts aan mijn collega gezegd dat de nieuwe ngo-wet onmogelijk is omdat zij misschien een verbod zou inhouden voor een aantal internationale ngo's om nog aan het werk te zijn in Congo.

 

Wij zijn, ten slotte, bereid om steun te verlenen aan het verkiezingsproces, niet alleen België, maar ook de internationale gemeenschap, maar wij moeten eerst garanties krijgen van Congo over een geloofwaardig proces tot en met december volgend jaar.

 

Ik heb bij mijn Congolese collega ook gepleit voor een herziening van onze samenwerking met Congo in de huidige omstandigheden. Ik heb dus een uitnodiging aan mijn collega gestuurd voor mijn reis naar Kinshasa en Abidjan, maar ik heb dat ook in Abidjan gezegd. Ik heb aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking van Congo gevraagd om naar Brussel te komen voor een echt gesprek met Alexander De Croo, minister van Ontwikkelingssamenwerking, en mijzelf voor een echte herziening van onze samenwerking.

 

U weet dat de militaire samenwerking is opgeschort op vraag van Congo, maar wij moeten bekijken wat er nu mogelijk is. Wij moeten tot een herziening van onze samenwerking komen, in de volgende week in een voorbereidende fase met de experten en misschien begin volgend jaar met een bezoek van de twee Congolese collega's aan Brussel.

 

03.04  Els Van Hoof (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw consequente houding. U blijft in dialoog gaan met iedereen, met uw collega's, maar ook met mensenrechtenverdedigers. Dat is een goede zaak. U volhardt ook in uw houding. Dat is zeer goed. Zoals u ook zei, moeten wij garanties vragen. Dat is absoluut van belang als wij de verkiezingen ondersteunen. Een ezel stoot zich geen derde keer aan dezelfde steen, dus de internationale gemeenschap mag dat ook niet doen. Er was al de glissement met de grondwet, er was al de schending van het Sylvesterakkoord. Als wij nu verdere stappen zetten en de verkiezingen ondersteunen, dan moeten wij garanties vragen.

 

Wij hebben een aantal garanties bepaald in de resolutie die wij vorig jaar, in 2016, met een ruime meerderheid in de Kamer hebben goedgekeurd. Ik verwijs naar enkele elementen: de grondwet mag niet worden gewijzigd voor de verkiezingen, Kabila mag niet voor een derde ambtstermijn gaan en – heel belangrijk – u verwees al naar de bedenkelijke ngo-wet – de democratische rechten en vrijheden van de oppositie en het middenveld moeten worden gevrijwaard. Het is ook heel belangrijk dat wij de bevolking niet laten stikken en blijven beschermen. U zult de ontwikkelings­samenwerking ter sprake brengen. Het is van belang dat de ontwikkelingssamenwerking die direct naar de bevolking gaat, blijft bestaan, maar niet de ontwikkelingssamenwerking die naar de overheid gaat. Ik geloof in uw rustige vastheid en ik wens u veel succes.

 

03.05  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, ik vind het goed dat u ervoor blijft pleiten dat de Congolezen moeten kunnen kiezen. U hebt dat ter plaatse in Kinshasa gezegd en hier herhaald. We vinden het goed dat u ook garanties vraagt voor een verkiezingsproces dat moet kunnen plaatsvinden en dat niet – zoals collega Els Van Hoof zei – keer op keer op niets uitloopt. In die zin dus alle lof.

 

Wanneer de CENI haar voorwaarden stelt in de aanloop – opnieuw – naar een verkiezingsproces in december van volgend jaar, dan zien we dat die voorwaarden zo streng zijn dat het leest alsof het al bijna onmogelijk is. We moeten ons daarvan dus bewust zijn. We moeten ons ook bewust zijn van de moeilijke positie waarin de Congolees zich bevindt. Ik richt me dan ook tot alle Congolezen, zoals u dat ook in Kinshasa hebt gedaan: "Na motema naza na bino." Dat wil zeggen: wij zijn met ons hart bij jullie, bij de Congolezen, die opnieuw in moeilijke omstandig­heden dit verkiezingsproces proberen door te maken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Barbara Pas aan de minister van Justitie over "de uitspraken van een Brusselse strafrechter en de vraag van burgemeesters van Halle-Vilvoorde met betrekking tot een staatshervorming" (nr. P2429)

- mevrouw Kristien Van Vaerenbergh aan de minister van Justitie over "de uitspraken van een Brusselse strafrechter en de vraag van burgemeesters van Halle-Vilvoorde met betrekking tot een staatshervorming" (nr. P2430)

- de heer Hendrik Vuye aan de eerste minister over "de uitspraken van een Brusselse strafrechter en de vraag van burgemeesters van Halle-Vilvoorde met betrekking tot een staatshervorming" (nr. P2431)

04 Questions jointes de

- Mme Barbara Pas au ministre de la Justice sur "les décisions d'un juge bruxellois et la demande de bourgmestres de Hal-Vilvorde concernant une réforme institutionnelle" (n° P2429)

- Mme Kristien Van Vaerenbergh au ministre de la Justice sur "les décisions d'un juge bruxellois et la demande de bourgmestres de Hal-Vilvorde concernant une réforme institutionnelle" (n° P2430)

- M. Hendrik Vuye au premier ministre sur "les décisions d'un juge bruxellois et la demande de bourgmestres de Hal-Vilvorde concernant une réforme institutionnelle" (n° P2431)

 

04.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in enkele opmerkelijke vonnissen van een Franstalige strafrechter in Brussel wordt zwaar uitgehaald naar de Nederlandstaligen: de politie in de Vlaamse Rand wordt beschuldigd van racisme tegen Franstaligen en het parket in Halle-Vilvoorde krijgt te horen dat het hen ontbreekt aan een minimum aan verstand. Vindt u dat dergelijke uitspraken thuishoren in een vonnis van een onafhankelijke rechter? Of deelt u mijn mening dat een vonnis niet dient om politieke stellingnames te doen?

 

Mijnheer de minister, het is alleszins geen geïsoleerd geval. Het is een weerspiegeling van wat leeft bij die Franstalige rechters in Brussel. Die rechters redeneren vanuit een grootstedenproblematiek, zij vergelijken de kleine vergrijpen in de Vlaamse Rand met de zware stadscriminaliteit in Brussel. Het gevolg is dat de anderstalige beklaagden systematisch bij die Franstalige rechters terechtkomen, omdat deze veel lakser zijn dan de Vlaamse rechters. Ondertussen tiert de criminaliteit in de rand welig en liggen de mensen daar wakker van een inbrakenplaag.

 

Toen in de jongste staatsmisvorming dat zeer zwaar gehandicapte gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde werd gecreëerd, heb ik zeer uitgebreid gewaarschuwd voor hetgeen vandaag gebeurt. Mijn voorstellen toen om een volwaardige eigen rechtbank te installeren, werden weggestemd door sp.a, Open Vld en CD&V. Hans Bonte en ongeveer 30 andere burgemeesters, die toen nog tegen waren, vragen vandaag zelf een eigen rechtbank in Halle-Vilvoorde, nadat hun partijen het weliswaar eerst in de Grondwet hebben vergrendeld.

 

Mijnheer de minister, hebt u ondertussen ook het voortschrijdend inzicht dat Halle-Vilvoorde nood heeft aan een volwaardig gerechtelijk arrondissement? Welke initiatieven zult u ter zake nemen?

 

04.02  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in een eerste vonnis beschuldigt een Franstalige Brusselse rechter de politie van Halle-Vilvoorde van discriminatie van Franstaligen. In het tweede vonnis beschuldigt men de Vlaamse slachtoffers van een misdrijf van racisme. In een derde vonnis verwijt men het parket een minimum aan intelligentie.

 

Mijnheer de minister, ik hoop dat u het met mij eens bent dat dergelijke ongemotiveerde, ongefundeerde uitspraken door een rechter onaanvaardbaar zijn. Het is een belediging voor het parket, voor de politie en bij uitbreiding een belediging voor alle inwoners van Halle-Vilvoorde.

 

De procureur van Halle-Vilvoorde reageerde uiteraard terecht scherp, gevolgd door een aantal Vlaamse burgemeesters van Halle-Vilvoorde, die deze kritiek uiteraard ook niet pikken. Zij eisen een eigen Vlaamse rechtbank, zoals wij die ook al zeer lang vragen.

 

Dan was er ook de reactie van de heer Hennart, voorzitter van de Brusselse Franstalige rechtbank. Men zou denken dat ook hij die ongefundeerde uitspraken zou veroordelen, maar neen, hij doet er nog een schepje bovenop. Hij gaat zich als rechter bemoeien met het vervolgingsbeleid terwijl dat helemaal zijn taak niet is. Hij zegt zelfs dat voor een kleine diefstal iemand vervolgen eigenlijk niet nuttig zou zijn.

 

De wijze waarop de Vlaamse rechtzoekenden en het parket in Halle-Vilvoorde nu worden behandeld, was al voorspeld bij de zesde staatshervorming en toch is dat zo goedgekeurd.

 

Mijnheer de minister, wij hebben nu drie concrete voorvallen. Wij kunnen eigenlijk al spreken van een systematiek want ik weet dat er op 20 december opnieuw een uitspraak zal vallen waarbij de argumentatie van taalracisme, uitgaande van de Nederlandstalige politie, opnieuw door de verdediging zal worden aangehaald.

 

Ik denk dat er echt een politiek van de Brusselse Franstalige magistraten aan de gang is, waarbij zij de repressievere houding van het parket van Halle-Vilvoorde gaan verwijten.

 

Ik heb hierover de volgende vragen, mijnheer de minister.

 

Ten eerste, waarom tekent het parket niet systematisch hoger beroep aan tegen dergelijke vonnissen die op een ongemotiveerde wijze worden geuit?

 

Ten tweede, wat gaat u ondernemen als reactie op deze uitlatingen?

 

Ten derde, hoe staat u tegenover de eigen rechtbanken voor Halle-Vilvoorde en het minder vaak toestaan van taalwijzigingen? Het systematisch kiezen voor de lakse Franstalige Brusselse rechtbanken door beklaagden in Halle-Vilvoorde moet immers een halt worden toegeroepen.

 

04.03  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de minister, die splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV is een onding. Het is een van de slechtste zaken in de zesde staatshervorming. Ook sp.a beseft dit nu als ik de heer Bonte mag geloven. Maar ja, berouw komt na de zonde. Al die Franstalige voorrechten zijn vergrendeld in de Grondwet, in de bijzondere wet met dank aan CD&V, Open Vld, Groen en sp.a en dus ook met dank aan de heer Bonte zelf. Die zijn vergrendeld tot na 2024, met dank deze keer aan de communautaire diepvriespartijen van de regering-Michel.

 

De Vlamingen willen een eigen parket om strenger te kunnen optreden? Wat blijkt nu? Dat parket wordt geboycot door de Franstalige Brusselse rechters. De klap op de vuurpijl: in een vonnis moeten wij lezen dat het parket een minimum aan intelligentie heeft, dat de politie in de Vlaamse Rand getuigt van racisme. Moeten wij dat blijven dulden? Moet wij eigenlijk dulden dat dergelijke zaken in vonnissen staan? Ik weet dat Vlamingen en Vlaams-nationalisten door Franstaligen heel makkelijk beschuldigd worden van racisme, maar het is wel de eerste keer dat dit in een vonnis staat, zwart op wit.

 

U weet dat ik veel respect heb voor de magistratuur maar wanneer een rechter zotte dingen doet, dan mag men ook zeggen dat het een zotte rechter is. En dat is net de rechter die oordeelt over de strafzaken die het parket van Halle-Vilvoorde aanhangig maakt te Brussel. Ik heb respect voor de onafhankelijkheid van de magistratuur, ik heb respect voor de scheiding der machten maar zijn rechters nu ook ongeleide projectielen? Zijn Franstalige rechters nu ook ongeleide projectielen die in vonnissen Vlamingen mogen beschuldigen van racisme? Zijn we daartoe gekomen? Zijn we nu zo laag gevallen? Dat kan toch niet zonder reactie van uwentwege blijven, mijnheer de minister van Justitie.

 

04.04 Minister Koen Geens: Geachte collega's, elke keer ben ik verheugd dat u over zoveel zaken mijn inzichten en mijn mening vraagt daar waar de grondwettelijke scheiding der machten het voor elke minister van Justitie, welke zijn partij ook weze, bijzonder delicaat maakt om uitspraken te doen. U daagt mij uit om de dunne lijn die de scheiding der machten trekt tussen de verschillende pouvoirs constitués, zoals mij dat geregeld wordt geleerd, met elegantie te bewandelen op het evenwichtskoord van de democratie.

 

Geachte collega's, ik huiver voor een rol waarin ik de inhoud van juridische beslissingen, wat er ook instaat, zou beginnen te becommentariëren. Als ik die weg eenmaal bewandel, dan is volgens mij het einde zoek. Van mijn zijde maak ik de mensen aan de overkant duidelijk, meestal binnenskamers, maar nu iets duidelijker, dat ook zij zich best onthouden van commentaar op hetgeen wat u als wetgevende macht doet. Wat de uitvoerende macht doet, wordt door iedereen van 's morgens tot 's avonds bekritiseerd. Daarom zitten wij in de uitvoerende macht en is iedereen zo jaloers op ons.

 

Nu kom ik tot de grond van de zaak. Eerst en vooral, ook het parket is onafhankelijk. Sedert de zaak-Dutroux staat dat met zeer veel woorden in de Grondwet.

 

In de zaak die we nu bespreken, zal het parket geen beroep instellen, omdat de inhoud van de uitspraak volgens het parket met die enkele obiter dicta, zoals dat zo mooi heet, niet gemengd is, wat men daarvan ook mag denken. De procureur-generaal verzekert mij er wel van dat hij een heel boze brief zal schrijven aan de eerste voorzitter en, via de eerste voorzitter, aan de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel, om duidelijk te maken dat wat in die beslissingen staat, niet kan en niet redelijk is in de genomen context.

 

Ik hoef u niet te herhalen dat elke macht over de eigen tucht beslist. Ik kan dan ook geen enkel tuchtrechtelijk initiatief nemen. De klacht die een burger eventueel wil indienen bij de Hoge Raad, als die om de inhoud van de beschikking heen draait, kan door de Hoge Raad behandeld worden. Ik neem aan dat u als vraagstellers onder de definitie van burger valt.

 

Onder welke legislatuur het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde gesplitst werd, weet ik niet precies, want mijn geheugen is niet meer zo goed, maar het is niet heel lang geleden. Ik zeg nu niet dat wij heel veel keuze hadden bij het kiezen van een coalitiepartner, maar ik ben er niet van overtuigd of wij met sp.a dan wel met N-VA een verdere splitsing van dat arrondissement hadden kunnen doorvoeren in ons land. Het zou alleszins met beide partijen heel moeilijk zijn geweest. Op dit ogenblik ben ik dus veeleer voorstander van het status quo. Als ik het goed begrijp, zijn er onder u, van om het even welke strekking eindigend op a, die zeer graag een aparte rechtbank zouden hebben in het arrondissement Halle-Vilvoorde, al dan niet verbonden met Leuven.

 

Ik denk daar dus niets van, want dat staat niet in het regeerakkoord, en net zoals ik in het kader van de scheiding der machten niet mag oordelen, moet ik het regeerakkoord uitvoeren.

 

Veel belangrijker is, ik meen te weten – maar ik ben niet zeker, want ik ben geen grote proceduralist, collega Vuye – dat een Franstalige die in Halle-Vilvoorde woont, ook wanneer wij dat arrondissement splitsen zoals u het zou willen, altijd het recht zal hebben te vragen in Brussel in het Frans berecht te worden. U zult straks repliceren dat het niet zo is.

 

Tot slot, mevrouw Van Vaerenbergh, het aantal Franstalige zaken dat van Halle-Vilvoorde naar Brussel verplaatst wordt, bedraagt 2 tot 3 %. Die andere 97 % gaan keisnel. Het gaat veel beter dan vroeger, al bent u het misschien niet volledig eens met wat CD&V samen met de grote 6 of de grote 8 gedaan heeft. De 3,5 % gedelegeerden van de Nederlandstalige naar de Franstalige rechtbank tellen niet mee voor het personeelskader. Ik kan dus een aantal mensen benoemen in het Nederlandstalige kader.

 

Collega's, ik hoop op die manier, binnen de grenzen, die zeer streng zijn voor een minister van Justitie, toch op uw vragen geantwoord te hebben.

 

04.05  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, er worden wel heel wat open deuren opengetrapt in het vragenuurtje. De N-VA gelooft nog in Sinterklaas, heb ik daarnet gehoord, en het geheugen van CD&V blijkt niet meer zo goed.

 

Ik reken er alleszins op dat het geheugen van de kiezer wel zeer goed is, en als het nodig is, zullen wij die wel aan een en ander herinneren.

 

Mijnheer de minister, omdat op heterdaad betrapte inbrekers telkens opnieuw worden vrijgelaten in het arrondissement Halle-Vilvoorde, heb ik u vorig jaar al gevraagd hoe het zit met een eigen rechtbank voor dat gerechtelijk arrondissement. U hebt toen geantwoord dat het daar te vroeg voor was. U hebt toen ook gezegd dat u daar heel diep over zou nadenken. Dat is prima. Van nadenken wordt een mens wijs, en wijsheid maakt het leven draaglijker. Maar uit uw antwoord nu, mijnheer de minister, blijkt duidelijk dat u in die denkfase zonder wijsheid bent blijven zitten. Want ondertussen kiezen de daders nog altijd voor Franstalige procedures, omdat die mildere straffen opleveren. Ondertussen blijft de inbrakenplaag in dat gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde bestaan.

 

Die 600 000 inwoners zijn geen tweederangs­burgers. Zij hebben evenveel recht op veiligheid als eenieder.

 

04.06  Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de minister, u zegt dat u niet weet of het anders zou zijn geweest als de N-VA die staatshervorming had gesteund. Het had misschien anders kunnen zijn, maar u zult mij vergeven wanneer ik zeg dat u het misschien eens had kunnen proberen en u zult ook ons vergeven dat wij niet hebben meegewerkt aan die communautaire achteruitgang.

 

Voor de volledigheid, zal ik u nog een kort lijstje meegeven over de werking van de Franstalige Brusselse rechtbank. 100 000 euro was nodig om Dutroux naar de rechtbank te brengen, omdat de rechter niet naar de gevangenis wil; een drugsdealer komt vrij, omdat de onderzoeks­rechter geen taxi wil nemen om in de gevangenis een ondervraging te doen; vier in Meise betrapte inbrekers komen vrij, omdat er geen onderzoeksrechter beschikbaar is in Brussel; er is een gebrek aan tuchtonderzoeken bij zware fouten; er wordt herhaaldelijk pertinent geweigerd om mee te werken aan audits; men transfereert onrechtmatig Nederlandstalige personeelsleden naar de Franstalige griffie; magistraten houden een stakingsactie tegen politieke beslissingen; er zijn nu de vonnissen van de Franstalige rechtbank; er is geen enkel respect voor de werking van politie en parket en geen enkel respect voor de Vlamingen uit Halle-Vilvoorde.

 

Mijnheer de minister, ik denk dat het tijd is dat u ingrijpt en werk maakt van een Vlaamse rechtbank.

 

04.07  Hendrik Vuye (Vuye&Wouters): Mijnheer de minister, de scheiding der machten geldt niet enkel voor de minister van Justitie, maar ook voor de magistraten.

 

Waar het mij om draait, is iets waar Franstaligen heel goed in zijn, waarin ze zelfs superieur zijn, namelijk het wegzetten van Vlamingen als racisten. Wat heb ik hier al allemaal meegemaakt! Het parket van Halle-Vilvoorde, dat zijn racisten. De politie in de Vlaamse rand, dat zijn racisten. De N-VA, dat zijn racisten. Francken, dat is een nazi. Het Vlaams Belang, dat zijn racisten. Vuye-Wouters, dat zijn racisten. Nu wordt dat zelfs gezegd in een vonnis en dat moeten wij nog altijd blijven dulden als Vlamingen!

 

Wij zijn dat kotsbeu, mijnheer de minister, wij zijn het spuugzat. Ik zal het zelfs in het Frans zeggen, zodat ze het begrijpen: les Flamands en ont ras-le-bol de ces accusations gratuites, vraiment ras-le-bol. Wees vooral intellectueel eerlijk: niemand, maar dan ook niemand, verplicht u om in één land samen te leven met die racistische Vlamingen! Wees logisch, wees consequent, richt uw eigen paradijs op!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de Mme Nawal Ben Hamou à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "l'écartement des femmes enceintes" (n° P2432)

05 Vraag van mevrouw Nawal Ben Hamou aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "de werkverwijdering van zwangere vrouwen" (nr. P2432)

 

05.01  Nawal Ben Hamou (PS): Monsieur le président, madame la ministre, certains secteurs, certaines professions, certaines activités comprennent des dangers pour la santé des femmes enceintes et de leur bébé. D'où la nécessité de les écarter temporairement pour qu'elles ne courent aucun risque pendant leur grossesse.

 

Vous en conviendrez, la protection de la maternité est essentielle dans le monde du travail. Vous savez d'ailleurs qu'aujourd'hui encore elle engendre de nombreuses discriminations à l'égard des femmes, ce qui est totalement inacceptable pour mon groupe.

 

Vous avez annoncé vouloir revoir le système d'écartement pour les femmes enceintes. J'entends bien que certaines femmes se sentent assez en forme pour continuer à travailler si le risque est écarté dans l'entreprise. C'est tout à leur honneur et, quand c'est possible, elles doivent avoir le choix. Mais il est évidemment impensable d'envisager une réforme globale sans tenir compte des spécificités des métiers et des fonctions; d'abord parce que c'est au médecin de donner la règle générale et à la médecine du travail de la mettre en œuvre dans le monde professionnel; ensuite, parce que dans la sphère économique, la notion du libre choix, plus encore pour les femmes, doit être maniée avec précaution.

Finalement, il y a des mots que nous ne pouvons pas entendre lorsqu'il s'agit de protéger la grossesse et la santé des femmes: "économie" et "austérité". Ils n'ont pas de place dans ce débat.

 

Madame la ministre, quel est l'objectif réel de cette réforme? Laissez-moi vous dire que nous ne sommes pas dupes. Nous savons les économies que vous poursuivez. Vous avez annoncé entamer les discussions avec le patronat dans ce cadre. Permettez-moi de vous dire que c'est avec la médecine du travail et les représentants des travailleurs concernés que vous devez d'abord discuter. Est-ce prévu?

 

J'aimerais, enfin, que vous me confirmiez qu'en aucun cas, dans la réforme que vous envisagez, la femme enceinte ne sera contrainte de poursuivre son travail si elle ne le souhaite pas et qu'elle continuera à être protégée de la même manière face au licenciement.

 

05.02  Maggie De Block, ministre: Je vous remercie, madame Ben Hamou. Je vous félicite également pour la naissance de votre bébé. Heureusement, vous n'avez pas été écartée. Ce métier est pourtant parfois dangereux!

 

Permettez-moi de préciser quelques éléments. Il y a eu de la confusion et les propos de certains n'ont pas aidé à clarifier la question. Tout d'abord, il faut écarter les femmes enceintes des risques visés dans la législation. En effet, il est évident que les femmes enceintes ne peuvent pas être exposées à des risques comme les produits chimiques ou porter des charges lourdes, etc.

 

Écarter d'un risque ne veut pas forcément dire écarter du travail. J'espère que nous sommes tous d'accord sur le fait qu'il ne faut pas obliger inutilement les femmes à rester chez elles. À mon avis, les femmes préfèrent prendre leurs propres décisions au minimum. Bien sûr, il faut les écarter directement du risque mais avant de les écarter définitivement du travail, il faut chercher une solution pour un travail adapté. Cela peut être une reprise à temps partiel ou un autre poste, comme cela est prévu dans la loi.

 

Si le travail adapté n'est pas possible, la femme est alors écartée. Il s'agit d'une obligation légale. Cela demande un certain effort de la part de l'employeur pour analyser la situation et trouver une solution. Les chiffres montrent que l'écartement total est la voie majoritairement utilisée et que l'écartement partiel reste anecdotique. Et là, je pense que l'on peut faire mieux dans l'intérêt de certaines femmes.

 

Pour les femmes, il est très frustrant d'être écartées en début de grossesse, si tout se passe bien. En effet, selon le personnel, qui dit travailler dit des contacts humains dans le cadre son activité, des revenus professionnels, sans compter l'impact en termes de confiance en soi et la reconnaissance que cela engendre.

 

On observe sur le terrain que, dans un même secteur à taille comparable, certains employeurs trouvent des solutions, contrairement à d'autres. Il s'agit donc plutôt de volonté et de culture d'entreprise; je pense ici notamment aux hôpitaux.

 

C'est la raison pour laquelle nous voulons lancer, comme le prévoit ma note de politique générale, une campagne d'information et de sensibilisation pour encourager les employeurs à trouver des solutions dans l'intérêt des femmes.

 

05.03  Nawal Ben Hamou (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. C'est vrai, voici quelques mois, je me tenais ici devant vous, avec mon ventre rond. J'attendais mon petit garçon. Si j'ai pu être là, c'est parce que j'ai la chance d'avoir un travail qui m'a permis de poursuivre ma grossesse dans des conditions confortables.

 

Malheureusement, madame la ministre, ce n'est pas le cas pour les infirmières qui travaillent dans les homes et les hôpitaux. Ce n'est pas le cas non plus des policières, des ouvrières qui portent des charges lourdes, des enseignantes, des puéricultrices, etc. Je ne comprends pas que le médecin et la maman que vous êtes ne soit pas du côté de ces femmes.

 

Pour mon groupe, la santé ne peut jamais rimer avec austérité. Nous voulons protéger la santé de ces femmes enceintes et de leur bébé. Certes, être enceinte, ce n'est peut-être pas une maladie mais les femmes ne sont pas des robots et, pendant qu'elles créent la vie, protégeons-les!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Meryame Kitir aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "500 euro belastingvrij bijverdienen" (nr. P2433)

- de heer Egbert Lachaert aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "500 euro belastingvrij bijverdienen" (nr. P2434)

06 Questions jointes de

- Mme Meryame Kitir au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "les revenus supplémentaires exonérés d'impôt à concurrence de 500 euros" (n° P2433)

- M. Egbert Lachaert à la ministre des Affaires sociales et de la Santé publique sur "les revenus supplémentaires exonérés d'impôt à concurrence de 500 euros" (n° P2434)

 

06.01  Meryame Kitir (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, in het Zomerakkoord heeft de regering afgesproken dat mensen die vier vijfde werken voortaan onbelast 500 euro per maand kunnen bijverdienen, met een loonplafond van 1 000 euro per maand en een maximum van 6 000 euro op jaarbasis.

 

Het is een interessant debat en het kan ook nuttig zijn voor bepaalde prestaties zoals in de sportclubs. Het is interessant om over na te denken maar de vraag rijst, mevrouw de minister, waarom het zo algemeen moet. Wij ontkennen niet dat de maatregel voor bepaalde sectoren nuttig is en dat het debat moet worden opgestart. De vraag is echter waarom de regering ervoor kiest de maatregel zo algemeen in te voeren.

 

Deze week zijn vanuit bijna alle hoeken van de samenleving bezorgdheden en kritieken over de maatregel geuit. Iedereen – professoren, het middenveld, de sociale partners, vakbonden en werkgevers – maakt zich zorgen en stelt zich vragen. Hun vragen zijn terecht. Het gaat immers over iets heel belangrijk. Er is een open brief geweest met als titel: "Waarom 500 euro onbelast bijverdienen een sociale ramp kan worden". Een andere titel was bijvoorbeeld: "Belastingvrij bijverdienen kan de arbeidsmarkt verstoren".

 

Mevrouw de minister, na het aanhoren van alle bezorgdheden zijn ze volgens mij terecht. Het enige antwoord dat u deze week hebt gegeven, is echter dat het om paniekzaaierij gaat. Dat is het enige antwoord dat ik heb gehoord, terwijl ik van mening ben dat de betrokkenen fundamenteel wel terechte vragen stellen.

 

Ik geef een paar voorbeelden. Verenigingen die vandaag met heel veel vrijwilligers werken en hun alleen maar onkosten kunnen betalen, vrezen morgen geen vrijwilligers meer te zullen vinden omdat zij niet in staat zijn die mensen een loon te betalen. Ik denk ook aan de kleine zelfstandigen die vrezen dat er oneerlijke concurrentie zal komen omdat een zelfstandige voortaan ook kan bijverdienen. Ik denk bijvoorbeeld aan de sociale partners die zich over de kwaliteit van de jobs zorgen maken.

 

Mevrouw de minister, u weet dat de mensen die vandaag in de zorgsector aan de slag zijn aan opleidingen en aan heel zware kwaliteitsnormen onderworpen zijn omdat wij zorg belangrijk achten. Indien wij dat morgen loslaten door het bijverdienen toe te laten, op welke manier zal u er dan voor zorgen dat de zorg morgen nog kwalitatief is?

 

Ten slotte, het belangrijkste van alles is dat de huidige regering eigenlijk stelt dat wie vier vijfde werkt, bovenop onbelast mag bijverdienen. Voor 30 uur per week heeft de betrokkene sociale bescherming en voor het overige bijklussen moet hij of zij zijn plan maar trekken.

 

Mevrouw de minister, welke antwoorden biedt u op die fundamentele, terechte vragen, los van het antwoord dat het alleen maar om paniekzaaierij gaat?

 

Ik kijk uit naar uw antwoord.

 

06.02  Egbert Lachaert (Open Vld): Mevrouw de minister, de geschiedenis van de afgelopen jaren herhaalt zich. De regering wil de activiteitsgraad in ons land optrekken omdat zij gelooft dat dit goed is voor onze economie en omdat dat de enige manier is om onze sociale zekerheid op lange termijn leefbaar te houden. Meer mensen werken, meer mensen betalen bijdragen en als zij iets bijverdienen dan consumeren zij dat opnieuw en… (Tumult)

 

De voorzitter: Laat de heer Lachaert misschien spreken.

 

06.03  Egbert Lachaert (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, het is al de tweede week op rij dat de sp.a-fractie mij op deze manier onderbreekt. Ik vind dat eerlijk gezegd vrij storend. Wij zullen dat op een ander moment eens hernemen.

 

Het is altijd hetzelfde: als wij dit recept op tafel leggen, dan staan de krachten van het status quo, van het conservatisme opnieuw op, en zij zitten hier ook. Zij willen niet dat het land vooruitgaat, dat er nieuwe initiatieven worden genomen, dat de economie vooruitgaat en dat wij op termijn de sociale zekerheid veiligstellen. (Applaus)

 

Wij hebben het meegemaakt bij de invoering van de flexi-jobs twee jaar geleden, mevrouw de minister. Ook toen ging het over dezelfde rampspoed. De financiering van de sociale zekerheid zou worden onderuitgehaald, vaste contracten zouden onder druk komen te staan door de flexi-jobbers en het systeem zelf zou geen succes worden. Wat is het resultaat na twee jaar? Een fantastisch succes van de flexi-jobs in de horeca, het aantal vaste contracten is gestegen in de horecasector, mevrouw Kitir, en de sociale zekerheid heeft een extra inkomst van 15 à 20 miljoen euro die er anders niet was geweest. Zo stellen wij onze welvaart op termijn veilig.

 

Opnieuw staan diezelfde krachten vandaag te roepen dat wat wij doen de werkende mens en de sociale zekerheid in gevaar brengt. Laat ons alstublieft niet in die val trappen, maar laat ons doorzetten. Wat is er in godsnaam mis met een leerkracht die bijles geeft aan een kind dat nood heeft aan hulp? Wat is het probleem? Vandaag gebeurt dat ofwel niet, ofwel in het zwart. Laat ons daar gewoon heel eerlijk over zijn. Het gaat over taken en jobs die vandaag niet gebeuren of in de zwarte zone zitten en vandaag niet in het reguliere circuit zitten. U wilt dat daar houden. U wilt dat mensen niet werken en ze verplichten om passief te blijven en niet bij te dragen.

 

Wij zijn niet van die overtuiging. Wij brengen de activiteitsgraad in dit land naar omhoog. Wij willen de economie nog meer stimuleren en de sociale zekerheid op termijn veiligstellen.

 

Mevrouw de minister, ik kijk uit naar uw reactie.

 

06.04 Minister Maggie De Block: Mevrouw Kitir en mijnheer Lachaert, ik dank u voor uw interessante vragen.

 

Er is vandaag heel wat discussie over de maatregel van het 500 euro onbelast bijverdienen. Dat is goed, want het is een zeer belangrijke maatregel. Ik merk dit dagelijks aan de interessante vragen, maar ook de enthousiaste reacties van de mensen in de straat en de kleine verenigingen.

 

Dit staat enigszins in contrast met de koudwatervrees van bepaalde zuilen of structuren. Ik zeg er meteen bij dat wij de bemerkingen ernstig nemen. Wij willen uiteraard geen ongewenste effecten. Het doembeeld en de woorden waarmee sommigen de mensen angst aanjagen, is niet realistisch te noemen.

 

Ik ben blij dat wij een belangrijke stap kunnen zetten zodat kleine klusjes tussen particulieren, simpel en onbelast kunnen worden uitgevoerd. Vandaag kan dit niet! Vandaag zit dit in het grote, zwarte circuit. Vind maar eens iemand om een luster op te hangen. Vind maar eens iemand in het reguliere zorgcircuit om uw kinderen op woensdagnamiddag op te vangen. Hoe vaak kan men dit vragen aan de buurman?

 

Ik hoor professor Janvier graag zeggen dat men dan maar een kratje wijn moet geven op het einde van het jaar. Ja, maar men zou die buurman ook kunnen betalen en dan kan hij zelf een goede fles wijn kopen.

 

Is men dan met alles in orde? Wat als men een ongeval heeft? Vanaf 1 januari kan dit worden geregeld.

 

De laatste dagen is er een echt mediaoffensief geweest om te wijzen op al die gevaren. Ik heb destijds in dit Halfrond de vrijwilligerswet helpen dragen, maar ik zou de vrijwilliger hiermee nu ten grave dragen.

 

Ik verwijs naar het advies van de Hoge Raad van vorig jaar. In dit advies werd om een statuut gevraagd tussen vrijwilligerswerk en normale arbeid. Het Rode Kruis heeft terecht getweet dat vrijwilligerswerk geen verenigingswerk is.

 

Ik zou ook gaten trekken in de sociale zekerheid, daar waar ik ze net in evenwicht heb gebracht. Door de hervorming van onze sociale zekerheid heeft men dit jaar de evenwichtsdotatie moeten verlagen. Dit is de eerste keer sinds vele jaren.

 

Mijnheer Lachaert, u verwees naar de flexi-jobs. Dat was ook zo'n zaak die des duivels was; het Grondwettelijk Hof zou die wet wel vernietigen. Welnu, het Grondwettelijk Hof heeft ons helemaal gelijk gegeven, ondanks de goede advocaten van de vakbonden.

 

Collega's, deze maatregel is nodig en beantwoordt aan een reële nood in de samenleving. Dat voelt men ook als men op het terrein gaat. De bezorgdheden nemen wij mee. Wij hebben op verzoek van mensen op het terrein ook een groot aantal garanties ingebouwd. Wij hebben ook heel veel adviezen gekregen. De sociale bescherming is gegarandeerd, doordat men minstens vier vijfde of voltijds moet werken of al met pensioen moet zijn. Dan heeft men zijn sociale rechten al opgebouwd.

 

Er is een lijst van activiteiten en er is een app in ontwikkeling. Die zal klaar zijn op 1 januari en zal controle mogelijk maken. Allerlei waardevolle activiteiten die vandaag niet kunnen, zullen mogelijk gemaakt worden. Dat is een goede zaak voor de burgers van ons land.

 

Er is nog een tweede lezing om de adviezen te analyseren. Wij hebben binnen het jaar in een monitoring en een evaluatie voorzien. Er kan altijd worden bijgestuurd. Laat het gebeuren, vanaf 1 januari. Het principe zelf is voor mij en voor veel mensen te belangrijk. Wij gaan ermee door, zoveel is duidelijk.

 

06.05  Meryame Kitir (sp.a): Mevrouw de minister, mijnheer Lachaert, ik begrijp die koppigheid eerlijk gezegd niet. U luistert niet. U zegt gewoon dat u de door u gekozen weg zult volgen en dat alle adviezen die afwijken van wat u doet, niet kloppen of neerkomen op paniekzaaierij.

 

Mevrouw de minister, ik denk aan de adviezen van professoren, van het middenveld, van de sociale partners. Sinds wanneer gooien wij het advies van de sociale partners zomaar in de vuilnisbak? Dat zijn de werkgeversorganisaties, dat zijn de vakbonden. Iedereen is bezorgd over deze maatregel. Zeggen wij dat wij daarover niet willen praten? Nee, dat zeggen wij niet. Wij willen het debat daarover aangaan, maar laten wij dat op een fatsoenlijke manier doen in plaats van snel te werk te gaan en morgen met de gevolgen ervan te worden geconfronteerd.

 

Als u het echt goed meent, mevrouw de minister, dan zou u een tweede lezing moeten afwachten, het advies van de sociale partners moeten meenemen en het debat in de Kamer moeten voeren alvorens gewoon uw weg voort te zetten. Ik snap die houding eerlijk gezegd niet.

 

06.06  Egbert Lachaert (Open Vld): Mevrouw de minister, mevrouw Kitir begrijpt uw houding niet. Wel, ik begrijp het conservatisme van de socialisten niet. Als andere sociaaldemocraten in Europa zoals Gerard Schröder nooit hadden gedaan wat zij voor Duitsland hebben gedaan, dan stond de Duitse economie vandaag ook niet waar zij staat.

 

Beste collega's, laten wij dit een kans geven. Het is een mooi ontwerp en laten wij ermee voortdoen. Wij zijn niet blind voor bijsturingen. Laten wij het monitoren. Laten wij ons ook buigen over het lot van de kleine kmo', van de zelfstandige die een discussie kan hebben over bepaalde taken. Die lijst moet zo afgebakend zijn dat er inderdaad geen concurrentie mogelijk is, dat er geen oneigenlijk gebruik is, maar er zijn precies al antimisbruikbepalingen in dit ontwerp ingeschreven.

 

Beste collega's, laten wij dit gewoon een kans geven en te gepasten tijde monitoren. Ik ben er zeker van dat wij twee jaar later een soortgelijke discussie kunnen voeren, zoals dat ook het geval was voor de flexi-jobs.

 

Mevrouw de minister, ik wens u alle succes. Doe zo voort.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo heeft het woord over de regeling van de werkzaamheden.

 

06.07  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik besef dat ik heel zuinig moet zijn, dus ik zal kort zijn.

 

Ik meen dat u aan minister De Block moet vragen of haar antwoord van daarnet een antwoord is van haarzelf of van de volledige regering. Immers, terwijl zij dat antwoord gaf, zei een coalitiepartner buiten dat die maatregel moet…

 

De voorzitter: Mijnheer Calvo, ten eerste, dit heeft niets te maken met de regeling van de werkzaamheden en, ten tweede, per definitie heeft de minister geantwoord namens de regering. Dat is het principe.

 

07 Questions jointes de

- M. Benoît Dispa au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la modification du régime de l'épargne-pension" (n° P2435)

- Mme Sybille de Coster-Bauchau au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la modification du régime de l'épargne-pension" (n° P2436)

07 Samengevoegde vragen van

- de heer Benoît Dispa aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de aanpassing van het stelsel van het pensioensparen" (nr. P2435)

- mevrouw Sybille de Coster-Bauchau aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de aanpassing van het stelsel van het pensioensparen" (nr. P2436)

 

07.01  Benoît Dispa (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, le troisième pilier de pension, en Belgique, n'est pas rien. Plus de 2 milliards d'euros sont versés chaque année par 2,5 millions de nos concitoyens. Pour la collectivité, cela représente un coût fiscal de l'ordre de 600 millions d'euros.

 

Vous avez annoncé votre volonté de renforcer l'attractivité de ce dispositif en introduisant un nouveau plafond, en le faisant passer de 940 à 1 200 euros et en introduisant un double taux de déduction: 30 % jusqu'à 940 euros et 25 % au-delà, jusqu'à 1 200 euros.

 

Le problème vient de cet audit de la Cour des comptes, qui révèle ce qui a été appelé un piège ou en tout cas un effet pervers. Les personnes qui vont cotiser jusqu'à 1 128 euros perdront l'avantage fiscal qu'elles auraient pu obtenir dans l'ancien régime.

 

Nous vous avons interrogé en commission des Finances sur le sujet. Vous nous avez répondu que vous veilleriez à ce que la transparence soit totale, que les banques et les organismes assureurs fournissent une information complète à chaque personne concernée. En somme, vous nous dites: "Oui, il y a un piège, mais nous allons mettre un panneau Attention, il y a un piège." Tant pis pour ceux qui tomberont dans le piège, malgré tout. Nous pourrons leur dire: "Nous vous avions prévenus."

 

Monsieur le ministre, je ne vais pas vous interroger sur la fiabilité de l'information qui sera délivrée aux intéressés. On sait bien qu'il y a des biais et qu'un certain nombre de personnes pourront échapper à l'information complète et transparente que vous voulez leur donner.

 

Je voudrais surtout, ici, dénoncer ce qui m'apparaît comme une contradiction dans votre nouveau dispositif. De deux choses l'une: soit personne ne tombe dans le piège et il n'y aura que des gagnants. Dans ce cas-là, la neutralité budgétaire ne pourra pas être garantie, puisqu'il y aura nécessairement un impact sur le budget fédéral, contrairement à l'engagement du gouvernement fédéral.

 

Soit, au contraire, la neutralité budgétaire est respectée. Dans ce cas-là, nécessairement - c'est mathématique -, il y aura des gagnants, mais il y aura aussi des perdants. C'est contradictoire avec votre volonté annoncée de renforcer l'attractivité du système.

 

07.02  Sybille de Coster-Bauchau (MR): Monsieur le ministre, cette semaine, la presse a évoqué à plusieurs reprises la question de l'établissement d'un nouveau plafond pour l'épargne-pension, que vous avez relevé de 940 euros à 1 200 euros. Comme mon collègue l'a rappelé, l'épargne-pension est de première importance pour nos concitoyens, puisque 2,5 millions d'entre eux y souscrivent. Pour mon groupe, encourager la constitution d'un capital pension est primordial. Désormais, chacun pourra choisir de verser 940 euros avec une déductibilité de 30 % ou 1 200 euros avec une déductibilité de 25 %.

 

Cette initiative représente une excellente nouvelle pour les épargnants, puisqu'elle va leur permettre de cotiser davantage pour leur retraite complémentaire. D'aucuns parlent de cynisme, voire d'escroquerie, mais il s'agit là d'une véritable entreprise de désinformation. Il convient, monsieur le ministre, d'informer correctement nos concitoyens et de les rassurer quant à cette mesure qui n'a pas pour objectif de duper les épargnants. Cela me semble essentiel.

 

J'en viens à mes questions, monsieur le ministre. Pourriez-vous tout d'abord assurer qu'aucun piège n'est tendu aux épargnants, contrairement à ce que certains prétendent? Pourriez-vous nous confirmer que les citoyens vont toujours pouvoir placer ces 940 euros en bénéficiant d'un taux maintenu de déductibilité de 30 %? De même, pourriez-vous confirmer que tout épargnant qui cotise plus bénéficiera d'un capital-pension plus élevé?

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous enfin garantir une information complète auprès des banques et des compagnies d'assurances, de sorte que le citoyen soit totalement rassuré au sujet du choix qu'il formera?

 

07.03  Johan Van Overtveldt, ministre: Monsieur le président, chers collègues, comme vous tous, j'ai pris connaissance cette semaine des articles dans la presse relatifs au traitement fiscal de l'épargne-pension et à cette mesure qui fait partie de l'accord de l'été. L'interprétation qui a été faite de cette mesure et qui donne l'impression que les épargnants pourraient être désavantagés travestit la réalité. Le plafond fiscal de l'épargne-pension est fixé à 940 euros par an, avec une déductibilité fiscale de 30 %. Désormais, les épargnants auront la possibilité de choisir entre le système actuel et une nouvelle possibilité, à savoir une épargne-pension s'élevant à 1 200 euros avec une déductibilité fiscale de 25 %. Dans ce dernier cas, le contribuable bénéficie même d'un avantage fiscal légèrement plus élevé ainsi que d'une épargne-pension bien mieux fournie. La mesure a donc explicitement pour objectif d'offrir la possibilité aux gens de constituer une réserve de pension plus importante via un système fiscal qui reste très avantageux.

 

Les articles de presse se sont focalisés sur les contribuables épargnant entre 940 et 1 200 euros, montant sur lequel "seul" un pourcentage de 25 % sera d'application. Je ferai deux remarques importantes à ce sujet. Premièrement, un devoir d'information de la part des établissements financiers est prévu. L'établissement financier informera l'épargnant et celui-ci devra chaque année donner explicitement son accord signifiant qu'il opte pour une épargne supérieure à 940 euros. L'objectif est d'insister auprès du contribuable sur le fait que la réduction d'impôts est de 25 % et de l'informer clairement du nouveau régime. Deuxième point, même si l'épargnant opte pour un montant situé entre 940 et 1 200 euros, avec une déduction fiscale de 25 %, cela signifie toujours que l'épargnant peut se constituer une réserve de pension bien plus importante, avec déduction fiscale, que par le passé.

 

Aussi, les moyens récoltés via les fonds de pension peuvent être investis dans l'économie réelle, ce qui va encourager les investissements, l'emploi et aider les finances publiques.

 

En résumé, le nouveau système offre davantage de possibilités, permet de se constituer davantage de réserves et renforce les investissements. En outre, l'épargnant devra être informé chaque année sur ses options.

 

07.04  Benoît Dispa (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Vous ne contestez pas que pour le cotisant qui versera 1 000 euros, il y aura effectivement une diminution de l'avantage fiscal. Comment croire que la réforme que vous proposez pourra à la fois octroyer un avantage fiscal supplémentaire sans aucune perte pour quiconque et sans aucun impact sur le budget fédéral? C'est mathématiquement impossible, sauf à être un adepte de la pensée magique! Je vais finir par croire que vous en êtes un car ce n'est pas la première fois que vous vendez des avantages fiscaux qui ne coûtent rien à personne, et surtout pas au budget fédéral!

 

Monsieur le ministre, vous complexifiez le système là où nos concitoyens ont besoin d'une certaine simplicité, vous semez le doute là où ils ont besoin de sécurité juridique et vous trompez les gens là où ils ont besoin de confiance!

 

07.05  Sybille de Coster-Bauchau (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses très éclairantes. Je retiens que vous confirmez que le citoyen sera bien informé et qu'il pourra donc agir en connaissance de cause. Soit il investira 940 euros, soit il investira plus de 1 000 euros; il aura cette possibilité. Celui qui cotisera plus, il recevra plus et il pourra obtenir une pension plus importante.

 

La désinformation pose problème au citoyen car le but de certains est de lui faire peur. C'est d'autant plus déplorable qu'on fait passer dans la population l'idée que celle-ci aurait intérêt à moins investir pour son avenir.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- de heer Kristof Calvo aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, over "de effectentaks" (nr. P2437)

- de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de effectentaks" (nr. P2438)

08 Questions jointes de

- M. Kristof Calvo au vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur, sur "la taxe sur les comptes-titres" (n° P2437)

- M. Peter Vanvelthoven au ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale, sur "la taxe sur les comptes-titres" (n° P2438)

 

08.01  Peter De Roover (N-VA): Namens wie spreekt u?

 

08.02  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijnheer De Roover, dat is een interessante vraag, u vraagt namens wie ik spreek. Ik denk in dit debat de woordvoerder te kunnen zijn van een heel grote maatschappelijke meerderheid die een eerlijke bijdrage van de grootste vermogens wil. U maakt zich daar vrolijk over, maar het feit dat deze meerderheid het over heel veel maatregelen oneens is, is geen goede zaak.

 

Mijnheer de minister, collega's, ik kom tot de essentie. Wij hebben in dit land en in dit Parlement reeds enkele jaren een debat over rechtvaardige fiscaliteit. Dat is normaal, omdat in ons land vandaag arbeid nog steeds wordt kapot belast. Iets dat wij belangrijk vinden, namelijk werken, is vandaag nog veel te veel een bron van belastingen in ons land. Tegelijkertijd is er een grote budgettaire inspanning die moet gebeuren. Er is dus een legitieme en logische vraag, een maatschappelijk sterk gedragen vraag om de grote vermogens meer te laten bijdragen.

 

Beste collega's, het antwoord op dat maatschappelijk en politiek debat was de effectentaks, een minibijdrage van de vermogens, goed voor ongeveer 250 miljoen euro. Dat was toen reeds voor ons een effectentaks met veel te weinig effect, met veel te weinig bijdrage van de grootste vermogens. Ondertussen zeggen het Rekenhof en de Europese Commissie dat dit veel minder zal opleveren, maximaal 175 miljoen euro. De regering vraagt tegelijkertijd in het Zomerakkoord veel meer inspanningen van gepensioneerden en mensen die het moeilijk hebben. Collega's, voor ons is dat een onrechtvaardige keuze.

 

Vandaag is er dan een tweede advies van de Raad van State, een advies dat u gisteren niet wilde geven aan de parlementsleden, dat heel kritisch is voor die effectentaks. Het zegt dat als het de bedoeling was om de grootste vermogens te laten bijdragen, die effectentaks tekortschiet, dat die effectentaks dan dat effect helaas niet heeft. Beste collega's, de Raad van State zegt dat dit wellicht zal moeten worden beslecht door het Grondwettelijk Hof.

 

Mijnheer de minister, dan denk ik dat wij dat advies gewoon au sérieux moeten nemen, dat wij daarmee iets moeten doen in plaats van naar een periode van maanden maatschappelijk en politiek debat, naar een periode van maanden misschien zelfs jaren rechtsonzekerheid te gaan.

 

Mijnheer de voorzitter van Financiën, u hebt nu het advies kunnen lezen. Wij hebben het ook kunnen lezen. Helaas hebben wij het zelf moeten zoeken. Gaat u dat au sérieux nemen? Zal het ontwerp worden bijgestuurd, ja of neen?

 

08.03  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het gaat hier inderdaad over het debat omtrent een rechtvaardige fiscaliteit. Wie had kunnen denken dat een Vlaams spreekwoord daaraan te pas zou komen? Iedereen kent het spreekwoord "Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen".

 

De vraag is wie de ezel is. De eerste keer dat de ezel passeerde, passeerde hij langs de speculatietaks. Wij herinneren ons allemaal dat die er plots was, maar dat niemand hem wilde. Geen enkele van de vier meerderheidspartijen zei dat die van haar kwam. Ook CD&V zei dat die niet van haar was, maar hij was er wel. Hij zou 34 miljoen opbrengen en uiteindelijk kostte hij de Schatkist 50 miljoen euro. Afgevoerd dus.

 

De ezel liep verder en passeert nu langs de effectentaks. 254 miljoen, bijna tien keer zoveel als de vorige taks. CD&V klopt zich op de borst en zegt de trofee binnen te hebben en dat rechtvaardige belastingen er eindelijk zijn.

 

CD&V was de enige partij die de effectentaks wilde. MR, Open Vld en N-VA wilden die eigenlijk niet. Er is een hele discussie geweest ten tijde van het Zomerakkoord. Uiteindelijk komt die taks er. Een op de vier meerderheidspartijen wilde hem wel.

 

En nu zegt de Raad van State klaar en duidelijk dat de effectentaks geen antwoord biedt op de vraag naar fiscale rechtvaardigheid. Wij wisten dat. Alle fiscale experts hadden het al gezegd en toch ging men ermee door.

 

De bijzondere vaststelling is dat de drie partijen die tegen de effectentaks waren, er nu voor zijn. Waarom zijn ze er voor? Omdat hij niets zal opbrengen. Het Grondwettelijk Hof zal die taks weggooien en nu wil de minister van Financiën absoluut doordrijven, nu hij weet dat die taks niets zal opbrengen.

 

Mijnheer de minister, ik heb één vraag voor u. Gaat u ermee akkoord of niet dat, zoals de Raad van State zegt, het huidig ontwerp van effectentaks geen antwoord biedt op de vraag naar fiscale rechtvaardigheid?

 

08.04 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer Calvo, mijnheer Vanvelthoven, de taks op de effectenrekening maakte integraal deel uit van het Zomerakkoord en is als dusdanig ook bekrachtigd door de regering. Het is een taks van 0,15 % op een omschreven pakket activa dat zich op een effectenrekening bevindt voor zover die effectenrekening meer dan 500 000 euro bevat. Daar zijn ook certifacten, trackers en niet-beursgenoteerde aandelen bij ondertussen. De verwachte opbrengst, bekrachtigd door de hele regering, is inderdaad vastgelegd op 254 miljoen euro.

 

De Raad van State heeft bij het eerste ontwerp een aantal bemerkingen geformuleerd. We hebben daar op geantwoord. Ik wil nog even herhalen dat als u de eerste opmerkingen van de Raad van State aandachtig leest u ziet dat het een vraag is om bijkomende uitleg, om bijkomende verantwoording. Die is gegeven. Nu is er dus het tweede advies dat vandaag voorligt. Het wordt bestudeerd door de administratie en de regering. Het zal zeer spoedig besproken worden binnen de regering.

 

Ik wijs erop dat het ontwerp zoals het vandaag voorligt in een enkele taal meegedeeld is. U zou moeten weten, mijnheer Calvo, dat elk advies van de Raad van State pas officieel is als het voorligt in de twee talen. Ik beschouw dit als een detail maar tegelijk maakt het deel uit van het parlementaire en het wettelijke gegeven. U kunt daar om lachen maar dat is helaas de realiteit. Ik heb die realiteit niet gemaakt en ik ga ze ook niet veranderen. Het is echter wel de realiteit.

 

Ik begrijp uiteraard dat u daar nu een debat over wil voeren maar de parlementaire geplogenheden, de wetgevende geplogenheden maken dat dit soort documenten bij het wetsontwerp horen wanneer dat wetsontwerp voorligt. Hoe kunt u trouwens een duiding van de Raad van State bij een wetsontwerp dat niet voor u ligt correct interpreteren? Dat lijkt mij de evidentie zelf. Maar goed, zoals u nu over het advies van de Raad van State beschikt zult u misschien ook over de wetsontwerpen beschikken. Het lijkt mij beter om de kar niet voor het paard te spannen. Het paard heeft dat over het algemeen niet graag en de kar geraakt dan ook niet goed vooruit.

 

Het betrokken wetsontwerp zal dus via de geijkte procedure met alle stukken die er bijhoren zo spoedig mogelijk aan het Parlement worden voorgelegd. Ik neem aan dat we daar dan verder over zullen discussiëren, met alle documenten op tafel ter inzage.

 

08.05  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Hoever is het gekomen dat voor een dergelijk belangrijk maatschappelijk debat een minister van Financiën zich moet verschuilen achter het argument dat het advies nog niet vertaald is? Het advies is nu in het Nederlands opgesteld, maar zelfs had het in het Frans opgesteld geweest, dan zou ik het nog begrijpen. Het advies zegt dat de effectentaks op niets trekt. De effectentaks heeft geen effect. Het is uw opdracht om daarmee aan de slag te gaan. Het is uw opdracht om iets te doen met de zeer brede roep om rechtvaardige fiscaliteit.

 

Het is niet alleen een inhoudelijk debat, het is ook een kwestie van goed bestuur en bestuurlijk fatsoen. Collega's, als nu al wordt aangekondigd dat dit ontwerp het voorwerp zal uitmaken van procedures voor het Grondwettelijk Hof, dan heeft toch niemand er belang bij om gewoon door te zetten? Wat heeft een ambtenaar, een gepensioneerde of zelfs een eigenaar van een effectenrekening aan een debat van maanden of jaren over die maatregel?

 

U zou gewoon moeten bijsturen. U zou die adviezen ter harte moeten nemen. Wij zien hetzelfde – waarmee wij bij het functioneren van ons Parlement komen – rond de maatregelen van onbeperkt bijverdienen. Ook daarover zijn er adviezen. Ook daarover zeggen actoren dat dit niet werkt, gevaarlijk is en geld zal kosten. Een minister en een regering moeten in zo'n geval bijsturen. Als het niet lukt op het niveau van de regering, collega's, dan meen ik dat wij het moeten doen op het niveau van het Parlement. Dan moeten wij die slechte maatregel verbeteren, in het belang van ons land en van de werknemers en de gepensioneerden, die zwoegen om de begroting te doen kloppen en recht hebben op een eerlijke bijdrage van de grootste vermogens.

 

08.06  Peter Vanvelthoven (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt gelijk wanneer u zegt dat het Parlement het ontwerp als dusdanig nog niet gezien heeft. Dat klopt, maar er zijn twee instanties die het wel gezien hebben en al advies gegeven hebben. De Europese Commissie heeft het gezien. De Europese Commissie schat de opbrengst in op 175 miljoen euro.

 

(…): (…)

 

08.07  Peter Vanvelthoven (sp.a): Toch zoveel, ja, maar u doet er 50 % bij. De regering doet er 50 % bij. Advies of geen advies van de Europese Commissie, het interesseert u niet.

 

De tweede instantie die het wetsontwerp gezien heeft, is de Raad van State. Die zegt dat er geen antwoord gegeven werd op de vraag naar fiscale rechtvaardigheid. Het wetsontwerp is met andere woorden kaduuk. De fiscale advocaten zitten klaar – dat weten wij allemaal – om de dag nadat het hier goedgekeurd zal zijn naar het Grondwettelijk Hof te gaan. De opbrengst zal dan geen 175 miljoen meer bedragen, maar nul euro.

 

Mijnheer de minister, ik kom tot de conclusie van het verhaal.

 

Ten eerste, het is voor mij de eerste keer dat ik een minister zie die absoluut een wet wil waarvan wij allemaal weten dat die niet zal werken.

 

Ten tweede, CD&V is dat bijzonder dier dat zich voor de tweede maal aan dezelfde steen zal stoten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, over "de evaluatie van ambtenaren" (nr. P2439)

09 Question de M. Vincent Van Quickenborne au ministre de la Défense, chargé de la Fonction publique, sur "l'évaluation des fonctionnaires" (n° P2439)

 

De voorzitter: Het antwoord zal worden gegeven door de minister van Financiën.

 

09.01  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, 39 ambtenaren hebben een negatieve evaluatie gekregen, van wie 7 van uw departe­ment. Deze 39 ambtenaren, op een totaal van 53 000 federale ambtenaren, vertegenwoordigen 0,07 %. Dat behoort tot de categorie van de cero cero cero; u kent die categorie.

 

Veel ambtenaren leveren goed werk en wij moeten die personen steunen. Maar wie van u gelooft dat er bij de federale overheid slechts 39 ambtenaren onvoldoende presteren?

 

De oorzaak is bekend, het huidig evaluatie­systeem deugt niet. Er werd verschillende keren aan gesleuteld, maar het is nog veel te log en veel te bureaucratisch. Daarom beginnen de leidinggevenden er gewoon niet aan. Nochtans is evalueren op een moderne manier van cruciaal belang.

 

Daarom stel ik voor om de evaluaties te houden zoals een modern bedrijf dat doet. In plaats van één keer per jaar met veel formulieren te evalueren, stel ik voor om permanent feedback te geven, zodanig dat mensen kansen krijgen, kunnen worden bijgestuurd en op een betere positie kunnen terechtkomen. Als zij zich gelukkig voelen op de werkvloer, kunnen zij ook beter werk leveren. Wij moeten echter ook ingrijpen als iemand systematisch niet voldoet maar dat is nog altijd een taboe bij de overheid.

 

Mijnheer de minister, iedereen weet dat het systeem niet werkt. Collega Vermeulen heeft dat vandaag nog bevestigd. Uw collega, minister Vandeput, zit al drie jaar aan de knoppen om daar iets aan te doen. Uw politieke slogan is "de kracht van verandering", maar in dit dossier speelt de kracht van de stilstand. Wel, de tijd is rijp om daar iets aan te veranderen.

 

Mijnheer de minister, om die reden heb ik één eenvoudige vraag voor u. Wanneer dient minister Vandeput een ontwerp in om werk te maken van een moderne evaluatie, een permanente feedback bij de overheid, zodanig dat wij een betere en efficiënte overheid krijgen, waar alle burgers recht op hebben?

 

09.02 Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Quickenborne, het evaluatiesysteem voor de federale ambtenaren werd in 2013, onder de vorige legislatuur, ingevoerd. De huidige minister belast met Ambtenarenzaken laat in zijn antwoord, dat ik vandaag graag voor hem vertolk, weten dat hij dat evaluatiesysteem een kans wilde geven. Het basisidee leek immers goed.

 

Hij stelt evenwel vast dat het huidig evaluatiesysteem niet tot de verhoopte resultaten leidt. Het weegt administratief zeer zwaar en, zoals u aangeeft, is er jaarlijks een onevenwicht tussen het aantal vermeldingen "uitstekend" en "onvoldoende".

 

Daarom werd het initiatief genomen om de wetgeving aan te passen. Door het koninklijk besluit van 15 juli 2016 worden nu ook topambtenaren geëvalueerd op de tijdige realisatie en op de kwaliteit van alle evaluaties in hun organisatie.

 

De bevoegde minister laat weten dat hij er zich van bewust is dat wij de hervorming van het evaluatiesysteem moeten voortzetten. Daarom heeft hij nu in de codificatie van het statuut een verregaande vereenvoudiging voorgesteld. Ik geef een vijftal voorbeelden.

 

Ten eerste, de administratieve lasten worden verminderd door het beperken van het aantal gesprekken.

 

Ten tweede, de leidinggevende besliste autonoom over de vermelding, terwijl nu ook de chef van de leidinggevende daarbij betrokken moet worden.

 

Ten derde, het personeelslid wordt sneller geëvalueerd, dat wil zeggen vanaf het moment dat hij 3 maanden heeft gepresteerd, terwijl dat nu na 6 maanden is.

 

Ten vierde, het aantal vermeldingen wordt tot 3 beperkt, zijnde: "voldoet aan de verwachtingen," "te verbeteren" en "onvoldoende."

 

Ten vijfde, de ontslagregeling wordt versoepeld.

 

De evaluatie moet eerst en vooral een positief verhaal zijn. Een medewerker heeft recht op feedback en desgevallend beloning, waardoor hij of zij ook kans heeft te werken aan competenties.

 

De minister van Ambtenarenzaken wil een evaluatiesysteem dat eenvoudig is en dat ook effectief werkt. Er kan een kader worden aangereikt, maar mijn collega benadrukt dat elke leidinggevende zijn verantwoordelijkheid moet opnemen, in het belang van de organisatie zelf maar ook in het belang van de dienstverlening aan de burgers.

 

09.03  Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, in het Zomerakkoord is een belangrijke principebeslissing genomen, met name dat wij voortaan in principe met contractuelen werken in plaats van met vastbenoemde ambtenaren. Dat is een enorme stap vooruit omdat het onze overheid binnenbrengt in de 21e eeuw.

 

Het is even belangrijk dit principe door te trekken naar de evaluaties. Ik hoor de intentie van de minister het evaluatiesysteem te versoepelen en te vereenvoudigen. Laten wij er wel over waken dat wij werk maken van een systeem zoals de beste bedrijven er een hebben. En dat is niet één keer per jaar overgaan tot evaluatie, met formulieren en toezicht, maar dat betekent wel werken aan permanente feedback, waarbij het inderdaad de bedoeling moet zijn om degenen die goed werk leveren kansen te geven, bij te sturen, en op een betere positie te krijgen. Tevens moet het de bedoeling zijn om ervoor te zorgen dat zij die niet goed functioneren in de organisatie daar de conclusies uit moeten trekken.

 

Kortom, wij zijn zeer benieuwd naar het plan van de minister. U hebt de contouren geschetst. Weet wel dat de tijd dringt, mijnheer de minister. Over anderhalf jaar zijn er federale verkiezingen en het wordt tijd dat de kracht van verandering ook in dit dossier wordt getoond.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Questions jointes de

- M. Marco Van Hees au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'accident de train à Morlanwelz et la multiplication des accidents ces dernières années" (n° P2440)

- M. Laurent Devin au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'accident de train à Morlanwelz et la multiplication des accidents ces dernières années" (n° P2441)

- Mme Catherine Fonck au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'accident de train à Morlanwelz et la multiplication des accidents ces dernières années" (n° P2442)

- M. Marcel Cheron au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'accident de train à Morlanwelz et la multiplication des accidents ces dernières années" (n° P2443)

- M. Jean-Jacques Flahaux au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'accident de train à Morlanwelz et la multiplication des accidents ces dernières années" (n° P2444)

- M. Olivier Maingain au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société Nationale des Chemins de fer Belges, sur "l'accident de train à Morlanwelz et la multiplication des accidents ces dernières années" (n° P2445)

10 Samengevoegde vragen van

- de heer Marco Van Hees aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "het treinongeval in Morlanwelz en de toename van het aantal ongevallen in de afgelopen jaren" (nr. P2440)

- de heer Laurent Devin aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "het treinongeval in Morlanwelz en de toename van het aantal ongevallen in de afgelopen jaren" (nr. P2441)

- mevrouw Catherine Fonck aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "het treinongeval in Morlanwelz en de toename van het aantal ongevallen in de afgelopen jaren" (nr. P2442)

- de heer Marcel Cheron aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "het treinongeval in Morlanwelz en de toename van het aantal ongevallen in de afgelopen jaren" (nr. P2443)

- de heer Jean-Jacques Flahaux aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "het treinongeval in Morlanwelz en de toename van het aantal ongevallen in de afgelopen jaren" (nr. P2444)

- de heer Olivier Maingain aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, over "het treinongeval in Morlanwelz en de toename van het aantal ongevallen in de afgelopen jaren" (nr. P2445)

 

10.01  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le président, monsieur le ministre, lundi, ma commune de Morlanwelz a connu un drame. Un train fantôme a dévalé quatorze kilomètres de voies. Il a traversé cinq passages à niveau dans ma commune. Il a tué deux ouvriers se trouvant sur la voie. Il a fait plusieurs blessés dont deux très graves.

 

Monsieur le ministre, c'est le troisième accident grave qui se produit sur la voie en dix jours et le quatrième en deux mois.

 

Quatre enquêtes sont en cours et il est trop tôt pour tirer des conclusions dans un sens ou dans un autre. Mais cela ne vous a pas empêché de déclarer, dès le lendemain du drame, à la RTBF ce qui suit: "Il va falloir faire de gros efforts à l'intérieur de l'entreprise pour réduire les accidents." Pour vous, les choses sont donc déjà claires: c'est à l'intérieur de l'entreprise, c'est du côté des cheminots qu'il faut aller chercher le ou les responsables.

 

Monsieur le ministre, disposez-vous déjà d'éléments de l'enquête vous permettant d'affirmer qu'une autre cause comme le manque de moyens, le manque de personnel n'est nullement à l'origine de ce qui s'est passé? Avez-vous des éléments stipulés noir sur blanc sur lesquels vous pouvez vous baser pour tenir de tels propos?

 

Vous avez dit qu'il fallait faire de gros efforts. Cela signifie-t-il que vous estimez que les cheminots ne sont pas encore assez conscients des risques qu'ils courent alors qu'ils travaillent, chaque jour, la peur au ventre parce qu'ils connaissent très bien les dangers auxquels ils s'exposent en travaillant sur les voies de chemin de fer? De nombreux témoignages en attestent.

 

Par ailleurs, disposez-vous d'une étude démontrant que les milliards d'économies que vous imposez, avec votre gouvernement, aux chemins de fer n'ont absolument aucune incidence sur la sécurité? Autrement dit, avez-vous connaissance d'une étude qui le démontre? Cette question est d'autant plus d'actualité que l'on sait que le plan d'entreprise qui a été présenté dans la presse aujourd'hui prévoit encore la suppression de 4 000 emplois d'ici 2022. Pouvez-vous nous garantir que cela n'aura aucun impact sur la sécurité?

 

Enfin, pouvez-vous affirmer que la productivité en hausse constante ne met pas les cheminots dans des situations qui les obligent à ne pas respecter à la lettre les consignes de sécurité? Pouvez-vous nous assurer que ce n'est pas leur hiérarchie qui leur impose de procéder de cette manière?

 

10.02  Laurent Devin (PS): Monsieur le président, chers collègues, monsieur le ministre, avant toute chose, permettez-moi de préciser que mon propos aujourd'hui ne vise pas à faire polémique ni à attiser inutilement les tensions, car, trois jours après ce très grave accident mortel à Morlanwelz, le temps est à l'émotion, à la compassion et à la solidarité.

 

Oui, nous devrons comprendre ce qu'il s'est passé mais il faut, comme on le dit, laisser le temps au temps, le temps de la décence mais aussi le temps des enquêtes.

 

Lundi soir, des cheminots ne sont pas rentrés de leur travail car ils y ont perdu la vie. Les émotions sont encore vives. Une période de deuil s'est ouverte que nous devons respecter et partager. Nos pensées vont aux victimes, à leur famille et aux collègues présents sur place.

 

Habitant la commune voisine, je me suis rendu sur le lieu du drame lundi soir. Vous y étiez, monsieur le ministre. Vous y étiez, monsieur Van Hees. Un silence glaçant, des familles endeuillées qui pleuraient la perte de leur être cher, des cheminots fracassés par les émotions négatives qu'ils venaient de vivre. Les équipes d'aide aux victimes les encadraient. Je crois que vous avez pris la mesure du drame. Les CEO d'Infrabel et de la SNCB étaient présents. Vous y étiez aussi. La douleur, la peine, l'effroi, le silence glacé…

 

Aujourd'hui encore, au nom de mon groupe, je souhaite présenter mes condoléances aux familles et aux proches endeuillés par la perte de leur être cher. Au nom de mon groupe, je souhaite également adresser toutes nos pensées, tout notre courage aux blessés qui, aujourd'hui, sont encore à l'hôpital ainsi qu'à leurs proches. Nous adressons aussi notre solidarité à la grande famille des cheminots, à l'ensemble du personnel d'Infrabel et de la SNCB qui, au quotidien, encore aujourd'hui, oeuvre à l'intérêt commun. Ces hommes et ces femmes sont amenés à travailler dans des conditions difficiles.

 

Chers collègues, nous devons, par respect pour les victimes et leurs familles, rester dignes et nous engager, sans réserve, à apporter toute la clarté sur ce drame. Nous devons nous engager à apporter des réponses aux nombreuses questions que tout un chacun se pose. Il faudra ainsi faire la part des choses entre ce qui relève de la fatalité et ce qui relève de la responsabilité. Notre devoir sera alors de tirer toutes les leçons pour éviter qu'un tel incident ne se reproduise.

 

Monsieur le ministre, permettez-moi, dès lors, de vous poser les deux questions suivantes. Quelles mesures d'accompagnement ont-elles été proposées aux victimes et à leurs familles?

 

Que pouvez-vous déjà nous dire sur les circonstances ayant entraîné cet accident dramatique et mortel?

 

10.03  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, d'abord et avant tout, nos pensées vont vers les victimes de cette catastrophe. Ce jour-là devait être un jour de travail comme un autre. Je songe d'abord à ces familles qui perdent un papa, un fils, un frère. Je songe aussi aux blessés qui tentent, aujourd'hui, de s'en sortir et je leur souhaite un bon rétablissement. Ils tentent de se reconstruire après ce traumatisme. Je pense également à l'ensemble des cheminots, à l'ensemble des travailleurs d'Infrabel et de la SNCB ainsi qu'à l'ensemble des voyageurs touchés lors de cet accident.

 

Ce sont de nombreux Hennuyers qui avaient déjà été touchés dans l'accident de Buizingen. Le Hainaut est de nouveau fortement marqué par un nouvel accident grave, quelques années plus tard.

 

Ensuite, vient le temps de l'enquête. Votre responsabilité, monsieur le ministre, sera de faire toute la lumière sur les causes de ce dramatique accident. De nombreuses questions se posent sur la culture de la sécurité, sur les moyens qui y sont consacrés au sein de la SNCB et d'Infrabel. Depuis l'été, c'est déjà le quatrième accident sur les voies ou à proximité des voies, avec des ouvriers qui ont été touchés. Toutes les leçons de ces accidents successifs ont-elles été tirées?

 

L'enquête répondra à ces questions, mais d'ores et déjà, monsieur le ministre, j'ai deux demandes incontournables et urgentes à vous adresser. Vous engagez-vous à réexaminer en urgence toutes les procédures de sécurité pour les ouvriers qui interviennent sur les voies? Ces accidents successifs doivent absolument nous amener à nous remettre en question, de même qu'Infrabel et que la SNCB. On ne peut laisser intervenir des ouvriers que si la sécurité est garantie à 100 %.

 

Ensuite, vous engagez-vous à revoir le rythme et la taille des économies majeures qui sont imposées à la SNCB et à Infrabel? La sécurité ne peut en rien être bradée. La sécurité, c'est une question de matériel et de dispositif de sécurité mais plus encore et de manière fondamentale, la sécurité, c'est aussi une question de moyens humains. C'est tout aussi crucial. Avec les défauts de ponctualité mais également la problématique des trop nombreux trains supprimés, c'est chaque jour que les navetteurs voient les effets de ces économies. Monsieur le ministre, c'est le moment, aujourd'hui, de vous réinterroger sur cette stratégie politique. C'est fondamental!

 

10.04  Marcel Cheron (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, c'est un drame horrible qui s'est déroulé dans la commune de Morlanwelz lundi soir. Je pense qu'il est important que dans cette Chambre, nous puissions, comme nous l'avons fait en commission de l'Infrastructure, avoir des pensées positives à l'attention des familles et de la famille des cheminots parce que c'est toute une profession qui est touchée. Ce sont aussi des navetteurs qui sont touchés. J'ose dire que globalement, c'est toute la Belgique qui ressent cette émotion parce que les circonstances même, que certains qualifient de fait divers, ont fait que des travailleurs, dans la nuit, sur leur lieu de travail, ont été tués dans ces conditions-là, qui sont tout simplement abominables. Il n'y a pas de mots pour décrire ce qui a été vécu là-bas.

 

Nous n'allons pas faire l'enquête ici. Ce n'est pas notre travail. Les enquêtes sont diligentées. Nous aurons déjà la semaine prochaine, en commission de l'Infrastructure, de premières auditions.

 

Cette émotion collective qui est ressentie dans l'ensemble du pays concerne le rail qui doit être aujourd'hui plus que jamais une priorité nationale. Nous savons que le rail constitue l'architecture de la mobilité du futur. Les embouteillages dans ce pays, la congestion automobile fait qu'aujourd'hui, la question qui est posée, ce n'est pas seulement celle de savoir s'il faut maintenir l'actuelle part modale du train dans l'ensemble des déplacements. Il faut l'augmenter, monsieur le ministre, dans le cadre de la fiabilité! Ce qui importe, je crois, à l'ensemble des travailleurs, des navetteurs et de nos concitoyens, c'est que cette fiabilité soit fondée sur des investissements intelligents qui accroissent la part modale du train, dans le cadre du couple indissociable que forment la ponctualité et la sécurité.

 

Je parle, chers collègues, de la sécurité pour les navetteurs. Après l'horrible drame de Buizingen, des politiques ont été menées, et vous y avez participé, monsieur le ministre, avec le déploiement de l'ETCS. Vous étiez alors parlementaire. La sécurité est aujourd'hui la question qui se pose pour les travailleurs du rail.

 

Monsieur le ministre, ma question est simple. Vous avez prochainement trois rendez-vous très importants pour le rail et son développement. Il s'agit des contrats de gestion, du plan pluriannuel d'investissement (PPI) et du plan d'entreprise. Pouvez-vous devant cette Chambre affirmer avec solennité que les budgets, les investissements et le nombre de cheminots seront à la hauteur pour garantir et même pour augmenter ce que nous voulons et que nous appelons la fiabilité et la sécurité du rail pour l'avenir?

 

10.05  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, lundi soir un double accident mortel s'est produit durant les travaux de réfection des voies de chemin de fer à Morlanwelz. Je ne décrirai pas, à nouveau, cet accident particulièrement grave, mes collègues l'ayant déjà fait. Nous parlons ici de personnes décédées et grièvement blessées. De nombreuses familles sont en deuil et sont plongées dans un état de tristesse indescriptible. Permettez-moi d'ailleurs d'adresser, au nom du groupe MR, nos plus sincères condoléances aux familles des victimes.

 

Monsieur le ministre, je sais que vous-même et vos collaborateurs êtes aux côtés des familles des victimes. Pour rappel, quatre enquêtes sont en cours: à la SNCB, chez Infrabel, au parquet et bien sûr au sein de l'Organisme d'enquête pour les accidents et incidents ferroviaires. Puis-je me permettre d'insister sur le fait que ce sont ces enquêtes qui détermineront ce qui s'est réellement passé? Nous comprenons que vous ne puissiez pas, aujourd'hui, nous donner des informations plus détaillées.

 

Bien sûr, nous sommes sous le coup d'une émotion partagée. Mais cela signifie-t-il pour autant qu'il faille dire n'importe quoi? Je dois vous avouer que je suis particulièrement choqué d'entendre dire, depuis deux jours, que cet accident serait le résultat des économies faites à la SNCB, alors que les familles sont en deuil.

 

Comment la FGTB, par exemple - mais ce fut dit également par d'autres orateurs ici -, peut-elle instrumentaliser le malheur des gens à des fins politiques? Comment le secrétaire général d'un syndicat aussi valable que la FGTB peut-il oser dire ce genre de choses, alors même que des enquêtes sont actuellement en cours?

 

Monsieur le ministre, je voudrais dès lors vous poser deux questions. Dans un premier temps, pourriez-vous nous donner un calendrier des différentes actions actuellement menées? Quand les premiers résultats des enquêtes susmentionnées seront-ils communiqués?

 

Dans un second temps, pourriez-vous nous rassurer quant à votre volonté de continuer à renforcer la sécurité du rail? Je crois que jusqu'à présent, ni Infrabel ni la SNCB n'ont fait d'économies sur la sécurité. En tant qu'ancien président de la commission Buizingen, je suis d'ailleurs certain que vous faites le maximum en ce sens.

 

10.06  Olivier Maingain (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, la communauté des cheminots a connu un nouveau drame dans des circonstances qu'il appartiendra à l'enquête de déterminer, ainsi que les éventuelles responsabilités. Je me joins aux collègues qui ont exprimé aux victimes, à leurs familles, non seulement leurs pensées émues, mais aussi leurs encouragements pour faire face à cette épreuve, à cette douleur, et à ce sentiment que la communauté des cheminots a peut-être trop subi une succession de drames, dont certains auraient sans doute pu être évités.

 

Aujourd'hui, il ne nous appartient pas de dire si celui-ci aurait pu l'être. Mais, qu'on le veuille ou non, il vient ajouter une dimension supplémentaire à ceux déjà subis par le passé de manière douloureuse. La communauté des cheminots la ressent à juste titre comme l'expression, peut-être, d'un abandon de l'autorité publique.

 

Monsieur le ministre, je salue d'abord votre présence et celle des collègues qui se sont rendus sur place. Vous avez pris des mesures pour accompagner les familles des victimes. Je crois que maintenant, les milieux concernés attendent sans doute une prise de conscience et une volonté plus affirmée encore.

 

Je n'ignore pas ce que peut être votre volonté de veiller à la sécurité du rail. Mais n'est-il pas temps d'associer plus largement et plus concrètement tous les partenaires de la communauté à une réflexion et à la détermination d'une véritable politique de sécurité pour le rail?

 

Certes, des engagements budgétaires ont été pris en ce qui concerne certains aspects. Certes, des mesures ont été prises. Cependant, il importe à présent de développer une approche générale de la sécurité du rail, qui protège le personnel, les usagers et les tiers.

 

N'estimez-vous pas le temps venu, monsieur le ministre, d'instituer un organe spécifique qui réunirait tous les partenaires de la communauté du rail pour défendre cette ambition commune et, ainsi, prévenir de nouveaux drames qui ne peuvent plus être admis?

 

10.07  François Bellot, ministre: Monsieur le président, mes chers collègues, je présente une fois encore nos condoléances aux familles et proches des cheminots qui ont perdu la vie lundi soir. C'est, au demeurant, le sens de vos différentes interventions. Et je tiens à vous remercier de cette solidarité que nous sommes capables de trouver en de tels moments.

 

Je dois bien avouer, et je ne vise pas nécessairement des personnes présentes ici, que je suis dépité par l'interprétation de cet événement tragique à laquelle certains se livrent. Ils instrumentalisent un drame pour appuyer leurs revendications quelques heures à peine après l'accident. Je considère que nous devons faire preuve de dignité - et celle-ci fait partie des valeurs qui nous animent tous aujourd'hui.

 

Ensuite, distinguez bien la question de la sécurité ferroviaire des voyageurs et celle de la sécurité au travail. La première a, par exemple, été illustrée le matin même, quand des automobilistes n'ont pas respecté des règles élémentaires du Code de la route et ont, de la sorte, provoqué un accident ferroviaire. Quant à la seconde, si elle en est parfois proche, elle n'en constitue pas moins un autre problème. Lorsque Mme Dutordoir s'est présentée devant la commission de l'Infrastructure, elle a indiqué que le taux d'accidents internes à l'activité ferroviaire, dans la catégorie des accidents du travail, était supérieur à la moyenne du taux d'accidents qui surviennent dans le secteur industriel - pour prendre un point de comparaison.

 

Il convient aussi d'attendre les résultats des différentes enquêtes qui sont en cours avant d'émettre un jugement. C'est certainement plus approprié avant de tirer des conclusions. Vous dire quand les résultats de ces enquêtes nous parviendront, je n'en sais rien. Je pense qu'Infrabel et la SNCB nous communiqueront les leurs dans un délai assez court.

 

Par contre, l'organe officiel d'enquête fédéral, qui mène une enquête encore plus approfondie, et l'enquête judiciaire prendront beaucoup plus de temps. Je ne dispose pas des leviers pour agir sur ces enquêtes.

 

Je peux aussi vous affirmer qu'aucune économie n'a jamais été réalisée sur la sécurité. Vous n'avez jamais entendu au sein de la commission de l'Infrastructure, qui assure le suivi des travaux de la commission Buizingen, que les moyens manquaient en matière de sécurité ferroviaire. Je suis le premier à dire que la sécurité est la priorité numéro 1, que ce soit pour les voyageurs ou les travailleurs. Les CEO des deux entreprises adhèrent totalement à cet objectif. Malheureusement, le risque zéro n'existe pas. Mais c'est un idéal vers lequel il faut tendre, en améliorant toujours les processus et les méthodes.

 

Quatre enquêtes sont en cours. Je souhaite que nous puissions comprendre au plus vite ce qu'il s'est passé. Tenir compte des accidents pour renforcer la sécurité est un processus continu et indispensable, qui doit être discuté - comme le disait M. Maingain - dans des organes internes à la SNCB et dans l'organe fédéral de sécurité qui dépend de mon collègue M. Ducarme.

 

Enfin, en ce qui concerne les investissements, aucune économie en matière de sécurité n'a été réalisée ou ne sera réalisée dans les prochains plans pluriannuels d'investissement (PPI) de la SNCB et d'Infrabel par rapport aux précédents. Ceux qui disent le contraire voudraient instaurer un climat de peur qui serait intolérable.

 

Du point de vue du remplacement du personnel, Mme Dutordoir a indiqué ce matin dans la presse que chaque départ à la pension d'un membre du personnel opérationnel, en particulier le personnel roulant et celui de la sécurité, serait remplacé "un pour un". Elle citait d'autres professions, par exemple dans l'administration, où les proportions seraient bien différentes.

 

J'espère que la dignité et le respect l'emporteront dans l'analyse de cet accident et des conclusions qu'il conviendra d'en tirer. Il faut tirer ces conclusions et il faut adopter les process nécessaires si c'est indispensable pour ne plus que pareil accident se produise. Je ferai aussi remarquer que tous les travailleurs qui étaient présents lors de cet accident sont des travailleurs expérimentés, qui avaient "de la bouteille" et une large expérience derrière eux. On ne peut même pas incriminer un système de formation de jeunes techniciens.

 

Je dois bien vous avouer qu'il y a des choses surprenantes dans la presse. Comme vous, je me pose des questions. Mais ce sont les enquêtes qui, de manière indépendante, devront déterminer exactement les circonstances et surtout les causes de cet accident qui est un accident de trop.

 

De toute façon, chaque fois qu'un accident se produit, c'est un accident de trop! Mais comme je l'ai indiqué, toute activité humaine est sujette à risques et ces derniers doivent être réduits. Toutefois, si les supprimer définitivement est l'idéal vers lequel on doit tendre, il est impossible à atteindre tant l'activité humaine est dépendante des conditions d'exécution.

 

10.08  Marco Van Hees (PTB-GO!): Monsieur le ministre, je prends acte de ce que vous venez de dire, à savoir qu'il convient d'attendre les conclusions des enquêtes.

 

J'en conclus que vous revenez sur les propos que vous avez tenus le lendemain du drame. Je rappelle que vous aviez déjà tiré des conclusions en disant que le problème se situait à l'intérieur de l'entreprise.

 

10.09  François Bellot, ministre: (…)

 

10.10  Marco Van Hees (PTB-GO!): Je retiens, en tout cas, que vous revenez sur vos propos, ce dont je me réjouis.

 

Vous avez dit qu'aucune économie n'était réalisée sur la sécurité. Vous avez certainement raison si on considère les investissements au sens étroit en matière de sécurité. Mais, de manière beaucoup plus large, on sait qu'il y a du matériel vétuste et mal entretenu. Quand on entend qu'il n'y a qu'une seule personne pour surveiller la voie alors que réglementairement il en faudrait trois ou que le personnel est fatigué parce qu'il a presté trop d'heures, cela a aussi un effet sur la sécurité. J'espère que vous ne l'ignorez pas.

 

À ce propos, je voudrais citer le témoignage d'un ouvrier de la voie que j'ai reçu hier par message privé sur Facebook. Je le cite: "Il y a deux ans, j'ai sauvé la vie de mon collègue au péril de ma vie. En trois ans, j'ai risqué dix fois ma vie dans les voies. Notre travail est de pire en pire. Toujours plus de travail avec moins de personnel et donc moins de sécurité. De plus, nous sommes en régime régulier (donc travail de jour) et nous passons une grande partie du travail de nuit avec tous les risques que cela implique."

 

10.11  Laurent Devin (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je pense que c'est dans l'unité et la dignité que l'on peut faire face à des drames comme celui que nous avons vécu lundi à Morlanwelz.

 

Le groupe socialiste sera aux côtés de toutes celles et ceux qui sont en train de mener les enquêtes. C'est dans la volonté partagée de faire toute la lumière sur cet accident dramatique que nous aiderons les familles des victimes à comprendre l'impensable et que nous permettrons aussi au personnel de la SNCB et d'Infrabel de continuer à œuvrer dans le sens de l'intérêt général pour le service aux citoyens dans des conditions de sécurité maximales.

 

Dès la semaine prochaine – et c'était notre demande –, nous serons en commission avec vous, monsieur le ministre, avec le ministre Ducarme, avec les CEO de la SNCB et d'infrabel et aussi avec le représentant des cheminots, pour commencer à comprendre ce qui a mené à ce drame. C'est notre devoir pour la grande famille des cheminots et aussi pour l'ensemble des navetteurs et des citoyens marqués par ce drame.

 

10.12  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre intervention. Le risque zéro n'existe pas. Mais même si le risque zéro n'existe pas, vous l'avez dit, je voudrais insister sur le fait que chaque incident, et a fortiori un incident aussi grave que celui-ci, doit amener le politique, vous comme ministre, mais aussi les entreprises concernées, la SNCB et Infrabel, à se remettre en question.

 

Certes, cet organe de coordination et de sécurité existe mais il faut pouvoir réexaminer les procédures de sécurité et les verrous à activer pour chaque aspect de sécurité de manière à éviter qu'une cascade d'événements ne mène à un drame. Il faut pouvoir réexaminer cela le plus rapidement possible, même dans l'attente de l'enquête.

 

Enfin, il est aujourd'hui temps de choisir l'avenir du rail que nous voulons. Si nous voulons un rail fiable, ponctuel, parfaitement sécurisé, il faut que les politiques et les choix du gouvernement soient clairs. Cet avenir est, à nos yeux, majeur en matière de politique de mobilité.

 

10.13  Marcel Cheron (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le ministre, je voudrais me réjouir de la dignité du débat sur cette question. Nous sommes habitués à des débats parfois très vifs, très durs, parfois caricaturaux. Ici, il est des moments forts, des moments importants. Face à un tel drame, il était bon que cette dignité soit de mise, dans le respect des victimes et le respect de l'analyse lucide de ce qui s'est passé. L'enjeu sera de faire plus et mieux de rail. C'est l'avenir de notre société qui passe par là. Nous allons aussi devoir apaiser des tensions entre l'exigence nécessaire de ponctualité et l'exigence de sécurité.

 

On sait qu'il fallait remettre les lignes en état le plus vite possible: des hommes travaillent la nuit pour que le train soit disponible le lendemain. C'est une tension qui existe. Nous allons devoir trouver des processus et sans doute des lieux où la culture d'entreprise peut être mise à jour dans le contexte de la sécurité pour tous. On a beaucoup travaillé sur l'ETCS, les dépassements de feux et les exigences européennes suite à l'accident de Buizingen mais la sécurité des travailleurs s'impose aussi aujourd'hui pour que nous ayons demain un rail fiable pour tous, les usagers comme les travailleurs.

 

10.14  Jean-Jacques Flahaux (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse et votre analyse de la situation. Elles montrent combien vous êtes déterminé à découvrir les causes de cet accident terrible.

 

Il y a quatre temps à propos de cet accident. Aujourd'hui, c'est le temps de l'émotion. J'avoue que j'aurais souhaité le respect de tous vis-à-vis de ce moment d'émotion. Cela n'a pas été le cas. Deuxièmement, la commission de l'Infrastructure se réunira le 6 décembre afin d'établir un premier bilan, en présence de tous les partenaires du rail. Troisièmement, il y aura les conclusions des quatre enquêtes. Enfin, ce sera le temps de l'action et des moyens à mettre en œuvre pour éviter autant que possible les accidents. Monsieur le ministre, en tant qu'ancien président de la commission Buizingen, vous vous y attacherez.

 

10.15  Olivier Maingain (DéFI): Monsieur le ministre comme d'autres collègues, je salue d'abord votre appel à la dignité dans les réactions face à ce drame. Nous partageons cette exigence et nous vous rejoindrons chaque fois que vous manifesterez la volonté de renforcer la sécurité pour protéger les travailleurs du rail et les usagers.

 

Permettez-moi quand même d'insister sur ce que je suggérais. Je crois qu'existe dans cette communauté du rail une formidable attente pour que des lieux de dialogue, de concertation et d'écoute soient instaurés, au-delà des organes officiels, au-delà de ceux qui ont reçu la mission, notamment au sein de l'organe fédéral de sécurité, d'assumer le contrôle. Trop souvent, après les drames, après la compassion et l'attention que l'on doit manifester à l'égard des victimes, ceux qui représentent ces dernières ne sont plus entendus ou accompagnés. A fortiori, ceux qui, par leur expérience professionnelle, peuvent dire très concrètement comment ils vivent l'exigence de sécurité sur le terrain n'ont plus voix au chapitre. Donnez à ceux-là l'occasion d'être et de rester longtemps associés au travail que vous allez mener avec les organes de la SNCB et d'Infrabel pour renforcer la sécurité.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van de heer Wim Van der Donckt aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, en Wetenschapsbeleid, belast met Grote Steden, toegevoegd aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over "de winteropvang in Brussel" (nr. P2446)

11 Question de M. Wim Van der Donckt à la secrétaire d'État à la Lutte contre la pauvreté, à l'Égalité des chances, aux Personnes handicapées, et à la Politique scientifique, chargée des Grandes Villes, adjointe au ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sur "l'accueil hivernal à Bruxelles" (n° P2446)

 

11.01  Wim Van der Donckt (N-VA): Mevrouw de staatssecretaris, het wordt wat kouder, de eerste sneeuwvlokjes vallen en men kan er geheid de klok op gelijkstellen: elk jaar opnieuw steekt de daklozenopvangsaga in Brussel opnieuw haar kop op. Blijkbaar vinden zeventien gezinnen geen plaats om te overnachten. Iedereen vraagt zich dan natuurlijk af hoe dat nu in godsnaam mogelijk is.

 

Ik geef even een korte schets. Als ik het goed voorheb – en u zult mij eventueel willen verbeteren – is de vzw Samusocial als gemandateerde van het Brusselse Gewest de hoofdverantwoordelijke en de coördinator voor de winteropvang. Om haar taak uit te oefenen, krijgt zij van diverse overheden niet onaanzienlijke subsidies toegestopt en kan zij rekenen op giften allerhande. Die zijn de voorbije tijd ten gevolge van de ons allen bekende schandalen uit een recent verleden wel met 30 % gedaald. Samusocial beschikt over 388 permanente opvangplaatsen, verspreid over de stad. Daarnaast zijn er nog 600 plaatsen in bijstand, te weten 300 in de Poincarélaan en 300 in de Koningstraat. In totaal beschikt Samusocial dus over een duizendtal bedden. Ik mag veronderstellen dat de bepaling van dat aantal gebeurd is op basis van een deskundige monitoring door Samusocial zelf.

 

Daarnaast en bovenop springt ook de federale overheid bij door nog eens in 300 noodbedden in een zogenaamde federale reserve te voorzien, meer bepaald in een gebouw in Haren dat het eigendom is van Citydev, een autonoom agentschap van de Brusselse Gewestregering. Thans zou er dringend nood zijn aan opvang van gezinnen en volgens Samusocial zou die daarvoor niet over de nodige geschikte plaatsen en/of middelen beschikken. De federale tweedelijns­opvang, dus de federale reserve, zou volgens de recentste berichten niet volledig operationeel zijn, omdat Citydev op dat punt in gebreke blijft. Minister Pascal Smet van de Brusselse regering poogt de verantwoordelijkheid in uw schoenen te schuiven. Er is dus wat onduidelijkheid, mevrouw de staatssecretaris. In de pers spreekt men over een welles-nietesspelletje en daar is uiteraard niemand mee gediend, zeer zeker de daklozen niet.

 

Kunt u ons vertellen wat de huidige stand van zaken is? Kan de winteropvang in Haren starten?

 

11.02 Staatssecretaris Zuhal Demir: Eerst geef ik het belangrijkste en goede nieuws. Ik heb deze namiddag een overeenkomst laten tekenen tussen het Rode Kruis en Citydev, de vastgoed­beheerder van het Brussels Gewest, waardoor de winteropvang in Haren gegarandeerd is en van start kan gaan.

 

Nog geen zes uur geleden zag het er helemaal anders uit. Volgens sommigen had ik mijn zaken niet op orde, nu dus wel. Soms kan het inderdaad snel gaan. Ik ben in ieder geval blij dat ik hier met goed nieuws sta, na een storm in een glas water.

 

Ik licht graag even toe wat er is gebeurd.

 

Ja, ik heb gisteren een geschreven persbericht uitgestuurd om een publieke oproep te doen om het dossier rond de daklozenopvang in Brussel vlot te trekken. Dat was ook nodig! Het budget was er. Ik had middelen vrijgemaakt, meer dan vorig jaar. Het Rode Kruis was ook klaar. Het enige wat nog ontbrak, was het huurcontract met Citydev. Mijns inziens stootten wij de voorbije weken op een gebrek aan een sense of urgency. De winter staat voor de deur. Vandaar mijn oproep om tot een oplossing te komen. Ik heb in mijn oproep geen stenen geworpen naar andere partijen of regeringen.

 

Laat u dus vooral niet misleiden door het vreemde gedrag van minister Smet. Hij leek de federale regering vooral te verwijten zo dom te zijn om een gebouw van het Brusselse Gewest te willen huren, alsof dat synoniem moet staan aan miserie. Misschien kan hij dat weten, maar dat laat ik vooral voor zijn rekening.

 

Ik voelde vandaag in elk geval niet de drang om voor de camera te roepen en te zeggen wie er schuld draagt. De daklozen hebben daar immers niets aan. Deze namiddag is er een contract ondertekend, zodat wij eindelijk van start kunnen gaan. Dat is voor mij het belangrijkste.

 

Waarom zijn de onderhandelingen in vergelijking met vorig jaar moeizaam verlopen? Wat is er veranderd? Ten eerste, de eigenaar van het gebouw is nu Citydev, de vastgoedbeheerder van het Brusselse Gewest. Ten tweede, de partner die de daklozen opvangt in opdracht van de federale regering, is niet langer Samusocial, maar het Rode Kruis.

 

Wat wij vandaag moeten onthouden, is niet de zwartepietdiscussie, waaraan ik ook niet heb meegedaan, maar wel het feit dat er een oplossing is en dat de winteropvang voor daklozen in Brussel van start kan gaan.

 

11.03  Wim Van der Donckt (N-VA): Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor dat zeer kordate antwoord. Ik denk dat de daklozen u eeuwig dankbaar zullen zijn, omdat u het heikele dossier zo wijs, discreet maar toch kordaat hebt aangepakt.

 

Hopelijk is de malaise in de nasleep van het PS-wanbeleid uit het verleden nu achter de rug en zullen de daklozen ook volgend jaar op een warm bed in Brussel kunnen rekenen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Einde van de mondelinge vragen.

 

12 Agenda

12 Ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 29 november 2017, stel ik u voor op de agenda van de plenaire vergadering van deze namiddag de benoeming van een Franstalig lid van de Federale Deontologische Commissie in te schrijven.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 29 novembre 2017, je vous propose d’inscrire à l’ordre du jour de la séance plénière de cet après-midi la nomination d’un membre francophone de la Commission fédérale de Déontologie.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Wetsontwerpen

Projets de loi

 

13 Wetsontwerp houdende bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (2704/1-3)

13 Projet de loi portant confirmation des arrêtés royaux pris en vertu de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations (2704/1-3)

 

Zonder verslag

Sans rapport

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2704/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2704/1)

 

Het wetsontwerp telt 4 artikelen.

Le projet de loi compte 4 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 4 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 4 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

14 Wetsontwerp tot toewijzing van nieuwe inningstaken aan en tot integratie van sommige opdrachten en een deel van het personeel van de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden in de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (2702/1-3)

14 Projet de loi portant affectation de nouvelles missions de perception et intégration de certaines missions et d'une partie du personnel de la Caisse de Secours et de Prévoyance en faveur des marins à l'Office National de Sécurité Sociale et à la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité (2702/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De heer Vercamer, rapporteur, verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking aan van de artikelen. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2702/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2702/3)

 

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in “wetsontwerp tot toewijzing van nieuwe innings­taken aan en tot integratie van sommige opdrachten en een deel van het personeel van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden in de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering".

L’intitulé a été modifié par la commission en “projet de loi portant affectation de nouvelles missions de perception et intégration de certaines missions et d'une partie du personnel de la Caisse de Secours et de Prévoyance en faveur des marins à l'Office national de sécurité sociale et à la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité”.

 

Het wetsontwerp telt 34 artikelen.

Le projet de loi compte 34 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 34 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 34 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

15 Wetsontwerp houdende wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (2738/1-4)

15 Projet de loi portant modification de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire (2738/1-4)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Mme Ben Hamou se réfère à son rapport écrit.

 

15.01  Alain Top (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega's, wij gaan uiteraard akkoord met het principe dat, gezien de huidige omstandigheden, voorzichtiger moet worden omgesprongen met radioactieve stoffen. Toch zullen wij ons bij de stemming over het voorliggend wetsontwerp onthouden om de volgende redenen.

 

In het wetsontwerp is niet duidelijk omschreven welke beveiligingsmaatregelen het FANC zal nemen, in welke sectoren, voor welke bronnen en voor welke toestellen. Wij hebben de minister in de commissie gevraagd hoe zal worden gegarandeerd dat dit geen blanco cheque is voor het FANC, en of er over deze maatregel overleg is geweest met de betrokken sectoren. Voor bijvoorbeeld de medische sector en de sociale zekerheid kan deze maatregel duur zijn. De minister heeft toen bevestigd dat er weliswaar overleg is gepleegd met de sectoren, maar dat dit nog niet is afgerond en zal worden voortgezet bij de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten.

 

Aangezien het Parlement daarover dan niet meer zal kunnen oordelen, achten wij onze vraag naar waarborgen om een blanco cheque tegen te gaan onvoldoende beantwoord en zal onze fractie zich bij de stemming over dit wetsontwerp onthouden.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2738/4)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2738/4)

 

Het wetsontwerp telt 15 artikelen.

Le projet de loi compte 15 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 15 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 15 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

16 Belangenconflicten

16 Conflits d'intérêts

 

Bij brief van 24 november 2017 zendt de voorzitster van de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie de tekst van de bevestiging door de Raad dat zij nog steeds meent ernstig benadeeld te zijn door het aannemen in tweede lezing van het wetsontwerp nr. 2652 door de commissie voor de Volksgezondheid van de Kamer.  Tekst aangenomen op 24 november 2017 in plenaire vergadering van de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie.

Par lettre du 24 novembre 2017, la présidente de l'Assemblée de la Commission communautaire française transmet le texte de confirmation par l’Assemblée qu’elle estime toujours ses intérêts gravement lésés suite à l’adoption en seconde lecture du projet de loi n° 2652 par la commission de la Santé publique de la Chambre.  Texte adopté le 24 novembre 2017 en séance plénière par l'Assemblée de la Commission communautaire française.

 

Het belangenconflict betreft het wetsontwerp tot wijziging van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015, nr. 2652/1.

Le conflit d'intérêts porte sur le projet de loi  portant modification de la loi relative à l'exercice des professions des soins de santé, coordonnée le 10 mai 2015, n° 2652/1.

 

Bij brief van 24 november 2017 zendt de voorzitster van de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie de tekst over van een op 24 november 2017 door de plenaire vergadering aangenomen motie betreffende een belangenconflict, bedoeld in artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Par lettre du 24 novembre 2017, la présidente de l'Assemblée de la Commission communautaire française transmet le texte d'une motion adoptée, en séance plénière, le 24 novembre 2017, concernant un conflit d'intérêts tel que défini par l'article 32 de la loi ordinaire du 9 août 1980 de réformes institutionnelles.

 

Het belangenconflict betreft het wetsontwerp met betrekking tot het niet in aanmerking nemen van diensten gepresteerd als niet-vastbenoemd personeelslid voor een pensioen van de overheidssector, tot wijziging van de individuele responsabilisering van de provinciale en lokale overheden binnen het gesolidariseerd Pensioenfonds, tot aanpassing van de reglementering inzake aanvullende pensioenen, tot wijziging van de modaliteiten van de financiering van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen en tot bijkomende financiering van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen, nr. 2718/1.

Le conflit d'intérêts porte sur le projet de loi relatif à la non prise en considération de services en tant que personnel non nommé à titre définitif dans une pension du secteur public, modifiant la responsabilisation individuelle des administrations provinciales et locales au sein du Fonds de pension solidarisé, adaptant la règlementation des pensions complémentaires, modifiant les modalités de financement du Fonds de pension solidarisé des administrations locales et provinciales et portant un financement supplémentaire du Fonds de pension solidarisé des administrations locales et provinciales, n° 2718/1.

 

Overeenkomstig artikel 102, nr. 3, van het Kamerreglement zal ik het overleg met de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie regelen inzake deze beide belangenconflicten.

Conformément à l'article 102, n° 3, du Règlement de la Chambre, j'organiserai une concertation avec l'Assemblée de la Commission communautaire française concernant ces deux conflits d’intérêts.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

17 Grondwettelijk Hof – Vervanging van een Nederlandstalige rechter

17 Cour constitutionnelle – Remplacement d'un juge d'expression néerlandaise

 

Bij brief van 14 november 2017 deelt de voorzitter van het Grondwettelijk Hof mee dat in het Belgisch Staatsblad van 20 november 2017 een vacature zal worden bekendgemaakt voor het ambt van Nederlandstalige rechter, als gevolg van de opruststelling van de heer Etienne De Groot op 17 februari 2018.

Par lettre du 14 novembre 2017, le président de la Cour constitutionnelle fait savoir qu’à la suite de la mise à la retraite de M. Etienne De Groot le 17 février 2018, une vacance d’emploi de juge néerlandophone sera publiée au Moniteur belge du 20 novembre 2017.

 

In deze vacature werd meegedeeld dat de Kamer binnenkort een officieel bericht zou laten verschijnen met vermelding van de termijn waarbinnen de kandidaat­stellingen haar moeten worden gericht.

Dans cette vacance d’emploi, il est communiqué que la Chambre ferait paraître prochainement un avis officiel indiquant le délai dans lequel les candidatures doivent lui être adressées.

 

Overeenkomstig artikel 32, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof worden de rechters van het Hof voor het leven benoemd door de Koning uit een lijst met twee kandidaten, beurtelings voorgedragen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en door de Senaat. De lijst dient te worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de stemmen van de aanwezige leden.

Conformément à l’article 32, premier alinéa, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, les juges de la Cour sont nommés à vie par le Roi sur une liste double, présentée alternativement par la Chambre des représentants et par le Sénat. La liste doit être adoptée à la majorité des deux tiers des suffrages des membres présents.

 

Aangezien de laatst benoemde rechter werd voorgedragen door de Senaat is het thans aan de Kamer om een lijst voor te dragen.

Étant donné que le juge nommé en dernier avait été présenté par le Sénat, il revient à présent à la Chambre de présenter une liste.

 

In de vacature zal worden voorzien op grond van artikel 34, § 1, 2°, van de bijzondere wet (categorie “gewezen parlementslid“). De kandidaten dienen dus ten minste vijf jaar lid te zijn geweest van de Senaat, van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van een gemeenschaps- of gewestparlement.

Il sera pourvu à cette vacance sur la base de l’article 34, § 1er, 2°, de la loi spéciale (catégorie “ancien parlementaire“). Les candidats doivent donc avoir été membre pendant cinq ans au moins du Sénat, de la Chambre des représentants ou d’un parlement de Communauté ou de Région.

 

Het Hof telt rechters van verschillend geslacht, zowel wat betreft de rechters bedoeld in § 1, 1° (categorie “juristen”), als deze bedoeld in § 1, 2° (categorie “gewezen parlementsleden“), van hogervermelde wet. Aan die voorwaarde wordt momenteel hoe dan ook voldaan.

La Cour se compose de juges de sexe différent, tant en ce qui concerne les juges visés au § 1er, 1°  (catégorie “juristes“) que ceux visés au § 1er, 2° (catégorie “anciens parlementaires“) de la loi précitée. En tout état de cause, il est actuellement satisfait à cette condition.

 

Artikel 34, § 5, tweede lid, van de bijzondere wet, ingevoegd bij artikel 12 van de bijzondere wet van 4 april 2014 tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, bepaalt bovendien dat het Hof minstens één derde rechters van elk geslacht telt. Deze bepaling treedt evenwel pas in werking op het ogenblik dat het Hof effectief ten minste één derde rechters van hetzelfde geslacht telt. Dit is tot op heden nog niet het geval aangezien het Hof momenteel twee vrouwelijke en tien mannelijke rechters telt.

L’article 34, § 5, deuxième alinéa, de la loi spéciale inséré par l’article 12 de la loi spéciale du 4 avril 2014 portant modification de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle prévoit en outre que la Cour compte au moins un tiers de juges de chaque sexe. Cette disposition ne sera toutefois d’application qu’au moment où la Cour comptera effectivement un tiers au moins de juges du même sexe, ce qui n’est pas le cas à ce jour étant donné que la Cour compte actuellement deux juges féminins et dix juges masculins.

 

Tot die datum benoemt de Koning, gelet op artikel 38 van de bijzondere wet van 4 april 2014, een rechter van het minst vertegenwoordigde geslacht wanneer de twee vorige benoemingen het aantal rechters van dat geslacht niet hebben verhoogd.

Jusqu’à cette date, vu l’article 38 de la loi spéciale du 4 avril 2014, le Roi nommera un juge du sexe le moins représenté si les deux nominations précédentes n’ont pas augmenté le nombre de juges de ce sexe.

 

Aangezien mevrouw Riet Leysen als laatste rechter werd benoemd, heeft de Kamer thans de keuzevrijheid om een mannelijke of vrouwelijke rechter voor te dragen.

Mme Riet Leysen étant la juge nommée en dernier, la Chambre est actuellement libre de choisir de présenter soit un juge masculin, soit un juge féminin.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 29 november 2017, stel ik u voor een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken en de termijn voor het indienen van de kandidaturen op 30 dagen vast te stellen.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 29 novembre 2017, je vous propose de publier un appel aux candidats au Moniteur belge et de fixer à 30 jours le délai pour le dépôt des candidatures.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

18 Federale Deontologische Commissie - Benoeming van een nieuw lid

18 Commission fédérale de déontologie - Nomination d'un nouveau membre

 

Als gevolg van het ontslag van de heer François-Xavier de Donnea dient de Kamer in een vervanger te voorzien voor de resterende duur van zijn mandaat, overeenkomstig artikel 10 van de wet van 6 januari 2014 houdende oprichting van een Federale Deontologische Commissie.

À la suite de la démission de M. François-Xavier de Donnea, la Chambre doit pourvoir à son remplacement pour la durée restante de son mandat, conformément à l'article 10 de la loi du 6 janvier 2014 portant création d'une Commission fédérale de déontologie.

 

De kandidatuur van de heer Etienne Knoops werd aangekondigd tijdens de plenaire vergadering van 16 november 2017.

La candidature de M. Etienne Knoops a été annoncée au cours de la séance plénière du 16 novembre 2017.

 

Aangezien er slechts één kandidaat is en overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 29 november 2017, stel ik u voor de heer Etienne Knoops - met toepassing van artikel 157.6 van het Kamerreglement - te benoemen tot lid van de Federale Deontologische Commissie voor de categorie "Voormalige leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en/of de Senaat".

Étant donné qu’il n’y a qu’un seul candidat et conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 29 novembre 2017, je vous propose de nommer M. Etienne Knoops en qualité de membre de la Commission fédérale de déontologie pour la catégorie "Anciens membres de la Chambre des représentants et/ou du Sénat", en application de l’article 157.6 du Règlement de la Chambre.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

19 Inoverwegingneming van voorstellen

19 Prise en considération de propositions

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverweging­neming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

20 Urgentieverzoeken vanwege de regering

20 Demandes d'urgence émanant du gouvernement

 

De regering heeft de spoedbehandeling gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen III, nr. 2791/1.

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi portant des dispositions fiscales diverses III, n° 2791/1.

 

De regering heeft eveneens de spoedbehandeling gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen IV, nr. 2792/1.

Le gouvernement a également demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi portant des dispositions fiscales diverses IV, n° 2792/1.

 

Ik stel u voor om ons over deze vragen uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur ces demandes.

 

Mais avant cela, le gouvernement va justifier ces demandes.

 

20.01 Staatssecretaris Zuhal Demir: Mijnheer de voorzitter, beste collega's, ik heb drie urgentieverzoeken, die ik heel even kort wil toelichten.

 

Het eerste is het wetsontwerp nr. 54/2704 van collega Marghem. Het ontwerp van wet bekrachtigt twee koninklijke besluiten, die bij gebrek aan bekrachtiging bij wet binnen 12 maanden na hun inwerkingtreding worden geacht niet in werking te treden. Daarom moet de bekrachtiging gebeuren vóór het einde van dit jaar, vandaar de hoogdringendheid.

 

Dan is er het wetsontwerp nr. 2791 houdende diverse fiscale bepalingen. Dat gaat onder andere over de vrijstelling van vergoedingen in 2017 betaald aan de melksector naar aanleiding van de melkcrisis in 2006 en de pensioenen toegekend aan oorlogsslachtoffers. Om de retroactiviteit in fiscale zaken te vermijden is een behandeling door het Parlement vereist vóór het einde van het jaar.

 

Dat geldt ook voor wetsontwerp nr. 2792 houdende diverse fiscale bepalingen. Deze betreffen wijzigingen aan te brengen op het vlak van inkomstenbelastingen, diverse rechten en taksen, douane en accijnzen. Ook hier speelt de snelle uitvoering vanwege de rechtszekerheid of om de retroactiviteit te voorkomen.

 

De voorzitter: Mevrouw Demir, er is vermoedelijk een technisch probleem. Mij zijn slechts twee vragen om urgentie bekend voor twee ontwerpen houdende diverse fiscale bepalingen.

 

Het eerste verzoek dat u vermeldde, ging om een ontwerp van mevrouw Marghem. Dat was bij mij noch bij de diensten bekend. Mag ik vragen dat iemand dat document ophaalt bij de staatssecretaris? (Samenspraak)

 

Collega's, er was blijkbaar een vergissing in het spel. De urgentie voor dat ontwerp is al toegekend. Meer nog, wij zullen er straks over stemmen.

 

20.02 Staatssecretaris Zuhal Demir: Mijnheer de voorzitter, ik doe wat de collega's mij vragen. Bij dezen is die vergissing rechtgezet.

 

De voorzitter: Ik dank u, mevrouw Demir.

 

Staat u mij toe om over het verzoek tot spoedbehandeling van beide ontwerpen houdende fiscale bepalingen in één keer te laten stemmen bij zitten en opstaan? (Instemming)

 

Beide verzoeken worden bij zitten en opstaan aangenomen.

Les deux demandes sont adoptées par assis et levé.

 

Het was overigens uw laatste wapenfeit, mevrouw Demir, voor u met bevallingsverlof vertrekt. Wij wensen u vanzelfsprekend het allerbeste. (Applaus)

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

21 Projet de loi portant confirmation des arrêtés royaux pris en vertu de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations (2704/1)

21 Wetsontwerp houdende bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (2704/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

132

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2704/4)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2704/4)

 

22 Wetsontwerp tot toewijzing van nieuwe inningstaken aan en tot integratie van sommige opdrachten en een deel van het personeel van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden in de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (nieuw opschrift) (2702/3)

22 Projet de loi portant affectation de nouvelles missions de perception et intégration de certaines missions et d'une partie du personnel de la Caisse de Secours et de Prévoyance en faveur des marins à l'Office national de sécurité sociale et à la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité (nouvel intitulé) (2702/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

132

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2702/4)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2702/4)

 

23 Wetsontwerp houdende wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (2738/4)

23 Projet de loi portant modification de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire (2738/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

119

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

13

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2738/5)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (2738/5)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

24 Goedkeuring van de agenda

24 Adoption de l’ordre du jour

 

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van donderdag 7 december 2017.

Nous devons procéder à l’approbation de l’ordre du jour de la séance du jeudi 7 décembre 2017.

 

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

 

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 7 décembre 2017 à 14.15 heures.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 7 december 2017 om 14.15 uur.

 

La séance est levée à 16.57 heures.

De vergadering wordt gesloten om 16.57 uur.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 54 PLEN 200 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 54 PLEN 200 annexe.

 

 

 


Detail van de naamstemmingen

 

Détail des votes nominatifs


 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

132

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Calvo Kristof, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chabot Jacques, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dewinter Filip, De Wit Sophie, Dierick Leen, Dispa Benoît, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Galant Isabelle, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

132

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Calvo Kristof, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chabot Jacques, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, De Coninck Monica, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dewinter Filip, De Wit Sophie, Dierick Leen, Dispa Benoît, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Galant Isabelle, Gantois Rita, Geerts David, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Hedebouw Raoul, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Jiroflée Karin, Kir Emir, Kitir Meryame, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Pehlivan Fatma, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Temmerman Karin, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Top Alain, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van der Maelen Dirk, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

119

Ja

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Bellens Rita, Ben Hamou Nawal, Bogaert Hendrik, Bracke Siegfried, Brotcorne Christian, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Calomne Gautier, Calvo Kristof, Carcaci Aldo, Cassart-Mailleux Caroline, Ceysens Patricia, Chabot Jacques, Chastel Olivier, Cheron Marcel, Clarinval David, Crusnière Stéphane, Daerden Frédéric, Dallemagne Georges, De Coninck Inez, de Coster-Bauchau Sybille, Dedecker Peter, Dedry Anne, Degroote Koenraad, de Lamotte Michel, Delannois Paul-Olivier, Delizée Jean-Marc, Delpérée Francis, Demon Franky, De Roover Peter, Deseyn Roel, Devin Laurent, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dewinter Filip, De Wit Sophie, Dierick Leen, Dispa Benoît, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julie, Flahaux Jean-Jacques, Fonck Catherine, Foret Gilles, Frédéric André, Friart Benoît, Gabriëls Katja, Galant Isabelle, Gantois Rita, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Grovonius Gwenaëlle, Gustin Luc, Heeren Veerle, Hellings Benoit, Jadin Kattrin, Janssen Werner, Janssens Dirk, Kir Emir, Klaps Johan, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lahaye-Battheu Sabien, Lalieux Karine, Lanjri Nahima, Lijnen Nele, Lutgen Benoît, Luykx Peter, Maingain Olivier, Massin Eric, Metsu Koen, Miller Richard, Muylle Nathalie, Nollet Jean-Marc, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Pas Barbara, Penris Jan, Piedboeuf Benoît, Pirlot Sébastian, Pivin Philippe, Raskin Wouter, Schepmans Françoise, Scourneau Vincent, Smaers Griet, Smeyers Sarah, Somers Ine, Spooren Jan, Terwingen Raf, Thiéry Damien, Thoron Stéphanie, Uyttersprot Goedele, Van Biesen Luk, Van Camp Yoleen, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van de Velde Robert, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Mechelen Dirk, Van Peel Valerie, Van Peteghem Vincent, Van Quickenborne Vincent, Van Rompuy Eric, Van Vaerenbergh Kristien, Vercamer Stefaan, Vercammen Jan, Verherstraeten Servais, Vuye Hendrik, Willaert Evita, Wollants Bert, Wouters Veerle, Yüksel Veli

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

013

Onthoudingen

 

De Coninck Monica, Geerts David, Hedebouw Raoul, Jiroflée Karin, Kitir Meryame, Lambrecht Annick, Pehlivan Fatma, Temmerman Karin, Top Alain, Van der Maelen Dirk, Van Hees Marco, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter