Commission de la Constitution et du Renouveau institutionnel

Commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing

 

du

 

Mercredi 28 février 2024

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Woensdag 28 februari 2024

 

Namiddag

 

______

 

Le développement des questions commence à 17 h 01. La réunion est présidée par M. Jan Briers.

De behandeling van de vragen vangt aan om 17.01 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Jan Briers.

 

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

De teksten die in cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

 

01 Samengevoegde vragen van

- Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De bekendmaking van voorbereidende wetgevende teksten" (55040167C)

- Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De conceptnota betreffende institutionele hervormingen" (55041647C)

- Sander Loones aan David Clarinval (VEM Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De conceptnota betreffende institutionele hervormingen" (55041648C)

- Joris De Vriendt aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het opstellen van wetteksten" (55041674C)

- Joris De Vriendt aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De communautarisering van de gezondheidszorg" (55041673C)

- Joris De Vriendt aan David Clarinval (VEM Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het opstellen van wetteksten" (55041675C)

01 Questions jointes de

- Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La publication de textes législatifs préparatoires" (55040167C)

- Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La note conceptuelle concernant les réformes institutionnelles" (55041647C)

- Sander Loones à David Clarinval (VPM Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes instit. et Renouv. démocratique) sur "La note conceptuelle concernant les réformes institutionnelles" (55041648C)

- Joris De Vriendt à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La rédaction de textes de loi" (55041674C)

- Joris De Vriendt à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La communautarisation des soins de santé" (55041673C)

- Joris De Vriendt à David Clarinval (VPM Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes instit. et Renouv. démocratique) sur "La rédaction de textes de loi" (55041675C)

 

01.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, deze vraag is specifiek aan minister Verlinden gericht. Ik vat ze kort samen.

 

Mevrouw de minister, volgens het regeerakkoord moeten u en minister Clarinval wetteksten over institutionele aspecten voor alle mogelijke beleidsdomeinen voorbereiden. Op onze vragen daarover in de commissie hier hebt u onderstreept dat u uw huiswerk hebt gedaan, dat uw voorstellen in de ministerraad werden besproken, maar dat daarover geen consensus bestaat en u bijgevolg de teksten niet bekend kon maken. Ik heb ze aan de eerste minister gevraagd, maar hij hoorde het in Keulen donderen: hij wist van geen teksten.

 

Vervolgens heb ik al uw collega's, behalve de heer Clarinval, ondervraagd hoe het nu precies zat, of er teksten waren of niet, of ze publiek konden worden gemaakt en wie er blokkeerde. Alle vice-eersteministers antwoordden dat niet over wetteksten, maar over een conceptnota was gesproken, een nota waarover geen consensus bestaat en die niet publiek is gemaakt.

 

Mevrouw de minister, kunt u, ten eerste, de conceptnota bekendmaken? U kunt dat op eigen initiatief doen. Dat zou trouwens in de stijl van cd&v zijn. Minister Van Peteghem heeft dat ook gedaan. Hij heeft zijn voorstellen voor een fiscale hervorming gewoon publiek gemaakt, ook al is er geen consensus over in de regering. Ook mevrouw de Moor heeft dat gedaan. Zij heeft inzake migratie een aantal voorstellen publiek gemaakt, ook al is er geen consensus over in de regering. Kunt u de conceptnota dus publiek maken?

 

Ten tweede, bestaan er naast die conceptnota ook wetsontwerpen? In het regeerakkoord wordt toch gevraagd dat u die beiden voorbereidt.

 

01.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, we hebben het thema inderdaad al enkele keren besproken in de commissie hier.

 

Zoals vorig jaar in november werd toegelicht, heeft de regering inderdaad voorbereidende werkzaam­heden verricht onder meer met betrekking tot de homogenisering van de gezondheidszorg. Daar is tot op heden geen consensus over gevonden. Ik vertel u daarmee niets nieuws.

 

Het spreekt voor zich dat documenten waarover geen consensus bestaat, niet kunnen worden bezorgd en dat daar niet gedetailleerd op kan worden ingegaan.

 

Ik begrijp dat u nieuwsgierig bent en dat is perfect logisch, maar u zult begrijpen dat ik mij terughoudend opstel wanneer het erom gaat documenten waarover geen consensus bestaat, te verspreiden, dat alles om de debatten niet te bemoeilijken.

 

01.03  Sander Loones (N-VA): Dat is natuurlijk jammer. U zegt dat u de debatten niet wil bemoeilijken. Minister Vincent Van Peteghem doet dat allezins wel. Hij maakt teksten wel publiek, ook al is er geen beslissing in de regering. Ik stel ook vast dat uw cd&v-collega Nicole de Moor dat doet. Vindt u dat zij de debatten moeilijker maken? Ik denk het tegenovergestelde. Zij zorgen voor transparantie en dat er draagvlak rond bepaalde voorstellen kan worden gecreëerd. Ik vind het jammer dat u het voorbeeld van uw twee cd&v-collega’s niet volgt.

 

Of er effectief wetteksten of voorstellen bestaan, weten we dus nog altijd niet. Ik vind dat straf, want als die bestaan, zijn ze gemaakt met belastinggeld, met publieke middelen. U hebt daar experts en academici, mensen met kennis van zaken, op gezet. Er is daar publiek geld voor gebruikt en dus is dat publieke informatie.

 

Ik blijf u dus naar de nodige transparantie vragen, zeker wat teksten betreft die met overheids­middelen zijn voorbereid. Als de opmaak van die teksten puur een initiatief was van cd&v, dan lag de zaak natuurlijk anders. Als er echter ook maar enige link met uw kabinet is, gaat het over teksten van algemeen belang.

 

01.04  Joris De Vriendt (VB): Mijnheer de voorzitter, ik had inderdaad dezelfde vraag als de heer Loones. Ik neem aan dat ook voor mijn vragen hetzelfde antwoord geldt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het opstellen van de lijst van grondwets­artikelen die voor herziening vatbaar zijn" (55041649C)

- Joris De Vriendt aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het opstellen van een lijst van grondwets­artikelen door de preconstituante" (55041679C)

- Joris De Vriendt aan David Clarinval (VEM Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het opstellen van een lijst van grondwetsartikelen door de preconstituante" (55041680C)

02 Questions jointes de

- Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "L'établissement de la liste des articles de la Constitution ouverts à révision" (55041649C)

- Joris De Vriendt à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "L'établissement par le préconstituant d'une liste d'articles de la Constitution" (55041679C)

- Joris De Vriendt à David Clarinval (VPM Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes instit. et Renouv. démocratique) sur "L'établissement par le préconstituant d'une liste d'articles de la Constitution" (55041680C)

 

02.01  Sander Loones (N-VA): Mijn vraag betreft de grondwetsartikelen die voor herziening vatbaar zijn. Dat onderwerp is al meermaals aan bod gekomen.

 

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, het einde van de legislatuur nadert. Er zal dus moeten worden bepaald welke artikelen voor herziening vatbaar worden verklaard. U hebt in het verleden al verklaard dat er bij het begin van de legislatuur al een eerste worp is geweest. Het betreft een lijst van een viertal artikelen. Die lijst zou worden aangevuld op basis van wat we de voorbije jaren hebben geleerd via het democratisch debat, de onlineburgerbevraging enzovoort. We naderen stilaan dat moment en ik wil graag over de jongste stand van zaken beschikken.

 

Wat hebt u geleerd? Welke conclusies hebt u getrokken uit wat er gebeurd en niet gebeurd is?

 

Zult u de lijst met grondwetsartikelen die voor herziening vatbaar zijn, verder vervolledigen?

 

Is daarover al gesproken binnen de regering? Wanneer plant u dat te doen?

 

Wat is het tijdschema waarmee de regering al dan niet een aangevulde lijst bekend zal maken?

 

Of blijft u bij de lijst die de regering helemaal in het begin van de legislatuur heeft vastgesteld?

 

02.02  Joris De Vriendt (VB): Mevrouw de minister, mijnheer de minister, ik heb dezelfde vraag. Ik volg het werk op van mevrouw Barbara Pas, die ook regelmatig die vraag heeft gesteld. We beschikken over de lijst van vijf artikelen. Ondertussen wachten we vol spanning op het resultaat van de rest van de werkzaamheden.

 

De essentie is: wat is het tijdschema? Wanneer mogen we de aanvullende voorstellen verwachten?

 

02.03 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Loones, mijnheer De Vriendt, ik kan meegeven dat het proces lopende is binnen de regering. Ik kan op dat proces ook niet vooruitlopen. De besprekingen zijn echter aangevat.

 

Het initiatief om een verklaring tot herziening van de Grondwet op te stellen, komt toe aan de Kamer, de Senaat en de Koning. Uit de constitutionele praktijk blijkt dat de Koning over het initiatiefrecht beschikt om een ontwerp van herzienings­verklaring in te dienen in Kamer en Senaat.

 

Het is uiteraard die procedure die zal worden gevolgd.

 

De voorzitter: Mijnheer Clarinval, wilt u ook nog op de vragen ingaan? (Nee)

 

Dan volgen nu de replieken.

 

02.04  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, er is geen repliek te geven behalve dan dat wij hopen binnenkort meer informatie te krijgen.

 

02.05  Joris De Vriendt (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, het is voor het Parlement moeilijk werken als de regering geen tijdkader vooropstelt. Natuurlijk willen we vanuit het Parlement initiatieven nemen. Dat is echter ook een cirkel zonder einde. Het is spijtig dat ook voor dit dossier de regering niet het minste tijdkader of de minste doelstelling kan voorleggen. Dat bemoeilijkt de werkzaamheden voor iedereen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Sander Loones aan David Clarinval (VEM Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De samenwerkingsakkoorden van 1994" (55041650C)

03 Question de Sander Loones à David Clarinval (VPM Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes instit. et Renouv. démocratique) sur "Les accords de coopération conclus en 1994" (55041650C)

 

03.01  Sander Loones (N-VA): Deze vraag is specifiek gericht aan minister David Clarinval. Ik ga er dus van uit dat hij die vraag beantwoordt. Er is immers ook een link met het buitenlands beleid en dat is de bevoegdheid van zijn MR-collega, mevrouw Hadja Lahbib.

 

Er zijn afspraken gemaakt over wie België vertegenwoordigt op het internationaal toneel. Dat zou best aansluiten op de bevoegdheidsverdeling, maar dat is vandaag niet het geval. Als het over landbouw gaat, zit bijvoorbeeld u, minister Clarinval, aan tafel, maar u kunt geen beroep doen op een uitgebreide administratie. Dus moet u proberen kort te sluiten met de deelstaten, die niet rechtstreeks in de zaal zitten. Dat is geen ideale situatie. Bij visserij verloopt het anders, daar zit minister Crevits in de zaal – de Noordzee ligt nu eenmaal waar ze ligt, en dat is niet in Wallonië.

 

In de samenwerkingsakkoorden van 1994 zijn daar afspraken over gemaakt. De vorige regering wilde die actualiseren. Uw regeerakkoord zegt dat ook, alleen merken we daar niet veel van. Dat kost ons geld, want strategisch verzwakken we op het internationale toneel, bijvoorbeeld in het kader van het Europees voorzitterschap. Aan tafel zit immers niet altijd de meeste expertise. Dat is dus geen ideale situatie.

 

Het regeerakkoord zegt dat dat in orde zou worden gebracht, maar we zien niets komen. Hoe zit het met de werkzaamheden? Wanneer is daar nog over gesproken? Wie wordt daarbij betrokken? Wanneer kunnen we nieuws verwachten?

 

03.02 Minister David Clarinval: Mijnheer Loones, zoals alle vicepremiers word ik op de hoogte gehouden van het dossier dat gepiloteerd wordt door de minister van Buitenlandse Zaken. Zoals voor andere dossiers uit het regeerakkoord is het aan de functionele minister om de gesprekken te leiden. Onze kabinetten worden geïnformeerd over de vooruitgang van de gesprekken en leveren waar nodig expertise ter zake.

 

Voor het overige verwijs ik naar wat mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, in detail toegelicht heeft in de commissie aan mevrouw Van Bossuyt en in antwoord op de schriftelijke vraag nr. 295 van mevrouw Barbara Pas, namelijk dat de interministeriële conferentie vooruitgaat in haar zoektocht naar een consensus tussen de federale staat en de deelstaten.

 

Er hebben werkgroepen plaatsgevonden op verschillende niveaus binnen de federale overheid, andere met de deelstaten en op het niveau van de administraties over alle kwesties in verband met de herziening van de akkoorden uit 1994, hoofdzakelijk voor wat betreft de vertegenwoor­diging van België en de Raden van de Europese Unie. Ik werd er bovendien van geïnformeerd dat de interministeriële conferentie Buitenlands Beleid tijdens haar vergadering van oktober 2023 kennis heeft genomen van de stand van zaken van de werkgroepen. Twee van de drie werkgroepen hebben hun werkzaamheden afgerond. Een externe expertengroep moet zijn verslag nog indienen. Er hebben verschillende vergaderingen plaatsgevonden tussen de betrokken kabinetten. De laatste heeft naar mijn weten plaatsgevonden in december 2023.

 

Die werkzaamheden zullen vervolgens bekeken worden op politiek niveau. Het doel is de komende weken te gebruiken om de resultaten van de verschillende werkgroepen op het politieke niveau te bespreken. Er moeten nog steeds beslissingen worden genomen over kwesties waarvoor een politiek mandaat nodig is. Zoals u ziet, wordt er veel werk verzet om dat dossier te doen vooruitgaan, ondanks de nog steeds bestaande meningsverschillen. Het is essentieel om een compromis te vinden waarin alle belanghebbenden zich kunnen terugvinden.

 

03.03  Sander Loones (N-VA): U zegt dat het belangrijk is om een tekst te hebben waarin alle belanghebbenden zich kunnen terugvinden, vooral de PS en de MR. Ik vraag me dikwijls af waarom jullie een regeerakkoord hebben als uiteindelijk toch de PS en de MR bepalen wat er al dan niet van wordt uitgevoerd. Ik vraag me dat echt af, zeker wanneer het gaat om zo’n dossier waarmee we onszelf in de voet schieten.

 

U beseft toch ook dat we op het internationale toneel niet op ons sterkst staan, wanneer niet de mensen met de meeste expertise daar worden afgevaardigd. Ik kan me inbeelden dat het voor u politiek plezant is om daar te zitten als minister van Landbouw, maar zeer comfortabel kan dat toch niet zijn, als u geen ruime administratie achter u hebt die vlug een aantal cijfers kan aanleveren, simulaties kan maken om te zien wat de impact is op de verschillende regio’s. We verzwakken onszelf strategisch op internationaal niveau. Dat is bijzonder jammer.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Sander Loones aan David Clarinval (VEM Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De betaalde deelstatelijke feestdagen" (55041651C)

- Joris De Vriendt aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De betaalde feestdagen voor de deelstaten" (55041676C)

- Joris De Vriendt aan David Clarinval (VEM Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De betaalde feestdagen voor de deelstaten" (55041677C)

04 Questions jointes de

- Sander Loones à David Clarinval (VPM Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes instit. et Renouv. démocratique) sur "Les jours fériés rémunérés des entités fédérées" (55041651C)

- Joris De Vriendt à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "Les jours fériés rémunérés des entités fédérées" (55041676C)

- Joris De Vriendt à David Clarinval (VPM Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes instit. et Renouv. démocratique) sur "Les jours fériés rémunérés des entités fédérées" (55041677C)

 

04.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de minister, ik veronderstel dat u zult antwoorden dat ik mijn vraag aan minister Dermagne moet stellen, maar ik wil het u toch vragen. Ik heb die vraag opnieuw aan u gericht, omdat we daarover al een aantal keren van gedachte gewisseld hebben met minister Verlinden. Haar standpunt kennen we dus, maar het uwe eigenlijk niet. Ik wil u specifiek vragen hoe u die kwestie opvolgt. Zal dat sneller gebeuren? Wanneer zal er sprake zijn van regionale feestdagen?

 

Eerste minister De Croo heeft letterlijk gezegd dat hij u beiden zou contacteren. Dus niet alleen minister Dermagne, maar ook u. Ik ga ervan uit dat dat gebeurd is. Wat was het resultaat van het gesprek met de eerste minister daarover?

 

04.02  Joris De Vriendt (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Het regeerakkoord bevat een bepaling die stelt dat de deelstaten de mogelijkheid zal worden geboden om van hun feestdag een betaalde feestdag te maken.

 

Dat dossier sleept al geruime tijd aan, onder meer naar verluidt omdat het Waalse Gewest geen antwoord geeft op de brief die minister Dermagne daarover heeft verstuurd.

 

Dat zou geen reden mogen zijn om geen voortgang te maken met dit dossier voor wie wel mee is. Het regeerakkoord bepaalt immers ook dat er federaal asymmetrisch beleid kan worden gevoerd op maat van de deelstaten. Het is dus, in overeenstemming met en in uitvoering van het regeerakkoord, perfect mogelijk dit te regelen voor de Vlaamse Gemeenschap, die hiervoor vragende partij is, los van de andere deelentiteiten.

 

Vraag is of het Waalse Gewest wel de enige reden is voor het aanslepen van dit dossier. Uit de commissiebespreking van 28 november ll. noteer ik vanwege minister Dermagne dat het voorstel dat hij heeft geformuleerd “nog op bepaalde punten op een blokkering binnen de regering stuit".

 

Wat is de stand van zaken in dit dossier?

 

Klopt het dat er ook binnen de federale regering nog knelpunten zijn met betrekking tot dit dossier en zo ja, waar liggen deze knelpunten?

 

Indien dat niet zo is, welke stappen onderneemt u om uitvoering te geven aan dit aspect uit het regeerakkoord voor wat de Vlaamse Gemeenschap betreft?

 

04.03 Minister David Clarinval: Zoals ik in deze commissie al meerdere malen gezegd heb, moet voor de uitvoering van dit punt uit het regeerakkoord een initiatief worden genomen door de minister van Werk. Bovendien herinner ik eraan dat dat moet gebeuren zonder bijkomende budgettaire kosten, overeenkomstig het regeerakkoord.

 

De leden van de regering werden niet op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in het dossier. U zult dan ook begrijpen dat ik niet beschik over elementen die ik u kan communiceren om te antwoorden op uw vragen. Ik nodig u dan ook uit om uw vragen rechtstreeks aan mijn collega te stellen.

 

04.04  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de vicepremier, mevrouw Verlinden weet dat ik de samenstelling van de kabinetten nogal nauw opvolg. Dat doe ik ook bij u. U hebt vijf personen die bevoegd zijn voor institutionele dossiers, 5 VTE's. Wat doen die in godsnaam? Ten aanzien van mevrouw Verlinden kan ik dat punt niet maken, want ze zijn er niet, maar bij u zijn er vijf.

 

U zegt dat ik mij moet richten tot minister Dermagne en tot minister Vandenbroucke. U zegt zelfs letterlijk dat u niet op de hoogte wordt gehouden. Waarom stelt u die mensen dan te werk op uw kabinet? U zou een goede en logische besparing kunnen doorvoeren. Dat zou dan de eerste zijn die door de MR effectief wordt voorgesteld. Als u constant uw paraplu opentrekt, is het misschien nuttiger om die mensen op een andere manier in te zetten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De veiligheidsbevoegdheden voor het BHG ten gevolge van de 6de staatshervorming" (55041652C)

05 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "Les compétences en matière de sécurité de la RBC à la suite de la 6ème réforme de l'État" (55041652C)

 

05.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In het regeerakkoord is volgende passage te lezen over de veiligheidsbevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: “Om tot een meer geïntegreerd en globaal veiligheidsbeleid te komen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zullen de bevoegdheden inzake preventie en veiligheid die aan het Brussels Gewest toegekend werden in het kader van de Zesde Staatshervorming, versterkt worden en beter territoriaal ingebed.” (…) Tevens beoogt een meer geïntegreerd en globaal veiligheidsbeleid schaalvoordelen te creëren die evenwel geen afbreuk mogen doen aan een sterk gedecentraliseerde wijkwerking dichtbij de burger en nabijheidspolitie.”

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Kan u een opsomming geven van welke zaken in dit kader reeds werden gerealiseerd?

 

2/ Kan u tevens een opsomming geven van welke zaken in dit kader nog moeten worden gerealiseerd?

 

3/ Kan u tevens een opsomming geven van welke institutionele wijzigingen er volgens u moeten gebeuren om het veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanzienlijk te versterken?

 

05.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, de gebeurtenissen van de afgelopen weken in Brussel confronteerden ons met een realiteit die we (…)

 

(Minister Clarinval maakt aanstalten om te vertrekken)

 

05.03  Sander Loones (N-VA): Ik had een vraag over de vliegwet, maar die had ik eigenlijk ook aan minister Clarinval willen stellen, gelet op de bijzondere context. Tenzij ze onderling afspreken dat mevrouw de minister antwoordt. Ik wilde dat even aangeven.

 

05.04 Minister David Clarinval: Ik begrijp het, maar alle andere antwoorden zijn voor mijn collega. Ik heb er niets aan toe te voegen.

 

05.05 Minister Annelies Verlinden: Ik zei dat de schietpartijen van de afgelopen weken in Brussel ons confronteren met een realiteit die aantoont dat we op alle niveaus inspanningen moeten leveren in de strijd tegen het drugsgeweld, vooral samen.

 

Binnen het veiligheids- en preventiebeleid in Brussel zijn immers verschillende partners actief: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat sinds de zesde staatshervorming een coördinerende bevoegdheid heeft, maar ook de lokale besturen, met hun lokale politiezones, en daarnaast ook de federale diensten, in ondersteuning. Een goede samenwerking tussen al die instanties, waarbij iedereen maximaal de eigen verantwoordelijkheid neemt en bevoegdheden uitoefent, is cruciaal om invulling te geven aan dat Brusselse veiligheidsbeleid.

 

U weet dat ik samen met de partners in de federale regering deze legislatuur werk heb gemaakt van nieuwe investeringen in veiligheid. Het gaat daarbij onder meer ook om bijkomende middelen voor de federale gerechtelijke politie in Brussel en de oprichting van het havenbeveiligingskorps in Antwerpen, om nog meer drugs uit de straten te houden. De cijfers van de inbeslagnames van drugs vorig jaar tonen aan dat dat loont. We hebben ook beslist om de federale spoorwegpolitie, onder meer in Brussel, te versterken en we zijn overgegaan tot de oprichting en inwerkingtreding van het nationaal drugscommissariaat.

 

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft sinds de zesde staatshervorming een coördinerende taak op het vlak van preventie en veiligheid. Om een coherent en geïntegreerd stedelijk veiligheidsbeleid te waarborgen, werd de functie van gouverneur van het administratieve arrondissement Brussel-Hoofdstad opgeheven. Die bevoegdheden werden verdeeld onder de minister-president en de hoge ambtenaar. Sinds 2014 oefent de Brusselse minister-president de bevoegdheden uit voor de ordehandhaving en is de hoge ambtenaar bevoegd voor de taken van de gouverneur in verband met civiele veiligheid en voor de uitwerking van plannen voor noodtoestanden op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 

De specifieke opdrachten zijn, zoals overigens ook vermeld is op de website van de Brusselse regering, de coördinatie van het veiligheidsbeleid, met inbegrip van de observatie en de registratie van de criminaliteit, alsook de coördinatie van het preventiebeleid, de uitwerking van een gewestelijk veiligheidsplan en de deelname aan het opstellen van richtlijnen voor het crimineel beleid, met inbegrip van onderzoeks- en vervolgingsbeleid.

 

Voor de concrete uitvoering van die nieuwe bevoegdheden riep de Brusselse regering een nieuwe instelling van openbaar nut in het leven, Safe Brussels, die rechtstreeks afhangt van de Brusselse minister-president, met als doel de organisatie van een gecentraliseerd en transversaal veiligheidsbeheer in Brussel en de uitbouw van een gewestelijk veiligheidsbeleid. Hierdoor is er onder meer, naast het nationaal veiligheidsplan, een Globaal Veiligheids- en Preventieplan (GVPP) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat een leidraad moet vormen voor die geïntegreerde en integrale samenwerking. In uitvoering daarvan wordt overleg gepleegd met de federale politie, de lokale politiezones en het parket, om na te gaan hoe de inzet van zowel lokale als federale politiemensen kan worden geoptimaliseerd.

 

Voor de uitoefening van die bevoegdheden heeft de federale regering in extra middelen voorzien. Zo ontvangen vijftien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest subsidies voor hun strategische veiligheids- en preventieplannen. Ook is in middelen voorzien voor de ex-veiligheidscontracten en voorzien we in 35 miljoen euro extra voor de politiezones, ter versterking van de veiligheid voor het openbaar vervoer en het veiligheidsbeleid op zonaal niveau, en wordt 20 miljoen euro gegeven voor het sociale preventieproject in het kader van het Brusselse Preventie- en Buurtplan.

 

Los van de financiële ondersteuning focust de federale gerechtelijke politie in Brussel uiteraard ook op de criminele netwerken en biedt de federale politie gerichte ondersteuning aan de politiezones, bijvoorbeeld voor de uitvoering van welbepaalde acties of de opvolging van manifestaties of het in goede banen leiden van voetbalwedstrijden.

 

Ik heb in mijn visietekst voor een politie van de toekomst, naar aanleiding van de Staten-Generaal, benadrukt dat we moeten evolueren naar grotere politiezones om als organisatie voldoende wendbaar te zijn en voldoende slagkracht te hebben om te kunnen omgaan met de complexe oorzaken van onveiligheid.

 

Ik ben van mening dat het debat over de organisatie van de Brusselse politiezones, onder meer op het vlak van samenwerking en eenheid van commando, mede kan worden beslecht door specialisatie en schaalvergroting. Een fusie of een doorgedreven samenwerking van de Brusselse zones mag daarbij geen taboe zijn.

 

Het standpunt van mijn partij, zoals daarstraks herhaald door de heer Verherstraeten, is ook gekend. Een eengemaakte Brusselse zone die het mogelijk maakt om een duidelijke eenheid van commando te installeren en ondersteunende diensten te centraliseren, kan de situatie op het terrein verder verbeteren. Het lijkt mij dat dit ook onderwerp moet zijn van besprekingen van een volgend regeerakkoord. We moeten er alles aan doen om onze hoofdstad, de Europese hoofdstad, zo veilig mogelijk te maken en onze structuren daarop aan te passen. Zaken als onderlinge concurrentie tussen Brusselse politiezones voor rekrutering zijn uiteraard niet wenselijk.

 

Voor mij moet dat hand in hand gaan met nabijheid. De uitbouw van een grotere achterliggende structuur, zeker ook in Brussel, kan de nabijheids­politie, die essentieel is voor de veiligheid en leefbaarheid, versterken. In dat kader heeft de regering op mijn vraag tijdens de laatste begrotingsonderhandelingen nog 1,5 miljoen euro extra vrijgemaakt voor de ondersteuning van innovatieve projecten ter versterking van de nabijheid en de bereikbaarheid van de politie. Daarover zullen we weldra een projectoproep lanceren. Ik hoorde al in de wandelgangen dat daar bijzonder veel interesse in en enthousiasme voor is.

 

Het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, om te komen tot een geïntegreerd en globaal veiligheidsbeleid, ligt ter bespreking in het Parlement. Dat instrument kan de bevoegdheid van het Brusselse Gewest op het vlak van de veiligheid op het terrein verder versterken. Het is uw overtuiging en die van uw partij dat we daarin verder moeten gaan. Het is alvast goed dat we stapjes in de juiste richting kunnen zetten. Ik ben dus heel blij dat de commissie daarstraks ook goedkeuring heeft gegeven aan dit wetsontwerp, dat vervolgens naar de plenaire vergadering van het Parlement gestuurd kan worden.

 

05.06  Sander Loones (N-VA): Bedankt voor uw uitvoerige antwoord, mevrouw de minister. 

 

Het is goed dat u mijn vraag niet hebt verwezen naar de commissie voor Binnenlandse Zaken, waar die ook beantwoord had kunnen worden, in overeenstemming met andere antwoorden die u geeft. Ik apprecieer dat u hier die informatie geeft.

 

Het is ook goed dat u nog eens een stand van zaken hebt gegeven en duidelijk hebt gemaakt hoe de zaken vandaag al dan niet georganiseerd zijn, maar vooral niet werken en dus zeker beter kunnen. Ik apprecieer ook dat de heer Aouasti hier aanwezig is in de zaal. Hij komt uit Brussel en zal ongetwijfeld het pleidooi voor een sterkere samenwerking, zelfs een fusie van politiezones, in Brussel nog eens ter harte nemen, en misschien ooit zelfs bijtreden. Ik kan het alleen maar hopen. Het toont wel opnieuw aan dat er anomalieën in het systeem zitten.

 

Daarstraks hebben we een debat gehad over het feit dat de deelname aan deelstaatverkiezingen niet kan worden bepaald door de deelstaten. Dat moet nog altijd door de federale overheid worden beslist.

 

Ook op dit punt zitten we met een bijzondere situatie, waarbij de federale overheid moet beslissen hoe de politie wordt georganiseerd binnen Brussel. Men zou daar misschien ook een andere bevoegdheidsverdeling rond kunnen leggen, zodat Brussel meer eigen keuzes kan maken.

 

Mevrouw de minister, voor ons is de keuze alvast duidelijk. Dat is de keuze die u ook formuleert, namelijk de keuze voor een fusie en meer verantwoordelijkheid, zodat er eindelijk terdege kan worden opgetreden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Artikel 7bis van de Grondwet" (55041658C)

06 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "L'article 7bis de la Constitution" (55041658C)

 

06.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In het regeerakkoord is het volgende te lezen over art. 7bis van de grondwet: “De regering zal een voorstel neerleggen om artikel 7bis, dat voor herziening vatbaar is verklaard, aan te passen. Het voor herziening vatbaar verklaarde artikel 7bis over duurzame ontwikkeling wordt deze beleidsperiode gemoderniseerd met aandacht voor de rechtvaardige transitie naar een klimaatneutrale samenleving, de circulaire economie en de stopzetting van het verlies aan biodiversiteit. In dat kader onderzoekt de regering, samen met de gewestregeringen, hoe de federale overheid en de deelstaten tot meer samenwerking en een betere coördinatie kunnen komen inzake klimaat, met respect voor hun respectieve bevoegdheden. Mits het akkoord van de deelstaten, en enkel in dat geval, kan deze update van artikel 7bis uitgroeien tot een basis voor een samenwerkingsakkoord en/of bijzondere interfederale klimaatwet. Wanneer deze update in deze beleidsperiode onmogelijk blijkt, zal de regering artikel 7bis opnieuw opnemen in de verklaring tot herziening.”

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Zal art. 7bis van de grondwet worden opgenomen in de definitieve lijst van grondwetsartikelen ter herziening opgesteld door de regering?

 

2/ Wat is de stand van zaken in dit dossier?

- Werd hierover reeds overlegd met de deelstaten zoals het regeerakkoord beoogd? Zo ja, wanneer en welk resultaat had dit overleg? Zijn hier al eerste aanzetten voor een samenwerkingsakkoord en/of een bijzondere interfederale klimaatwet?

- Werd reeds een voorontwerp van artikel opgemaakt met het oog op een ‘modernisering’ van het artikel?

 

06.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, er is daarover nog geen akkoord gevonden.

 

Voor het overige verwijs ik naar mijn antwoord op uw vraag in verband met de op te stellen lijst van voor herziening vatbaar verklaarde grondwets­artikelen. Uiteraard zal het betreffende artikel ook aan de orde komen in het debat dienaangaande.

 

06.03  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de minister, dat antwoord is interessant. Bedankt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het ontwerp van evenwichtige vliegwet" (55041659C)

07 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "Le projet de loi aérienne équilibrée" (55041659C)

 

07.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In het regeerakkoord is het volgende te lezen: “We realiseren een oplossing voor de geluidshinder en voor de rechtsonzekerheid waarmee de luchthaven Brussel-Nationaal wordt geconfronteerd. De regering werkt een ontwerp van evenwichtige vliegwet uit.” Op heden werd dergelijk vliegwet nog niet voorgelegd in het parlement.

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Plant de regering nog actie te ondernemen in dit dossier?

 

2/ Wanneer heeft u hierover laatste contact gehad met de bevoegde vakminister vanuit uw bevoegdheid ‘institutionele zaken’?

 

3/ Zijn hieromtrent al voorbereidende wetteksten gemaakt? Zo ja, kan u deze desgevallend bezorgen aan het parlement?

 

07.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, ik antwoord u graag namens de regering dat daarover nog geen akkoord werd gevonden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het asymmetrisch beleid met betrekking tot vrijwilligerswerk" (55041660C)

08 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La politique asymétrique en ce qui concerne les activités de volontariat" (55041660C)

 

08.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In uw beleidsnota voor het jaar 2024 gaf u aan dat er nog initiatieven inzake asymmetrisch beleid opende zijn inzake het arbeidsmarktbeleid, meer specifiek over vrijwilligerswerk.

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Wat is de stand van zaken van de uitrol hiervan?

 

2/ Welke timing houdt u de bevoegde vakminister aan?

 

3/ Is hierover al contact geweest met de deelstaten?

 

08.02 Minister Annelies Verlinden: Ik verwijs u door naar minister Dermagne, die bevoegd is voor het beleidsdomein Werk.

 

Wat het proces betreft, begrijp ik dat Vlaanderen de VDAB de mogelijkheid wil geven om de toelating voor vrijwilligerswerk zelf rechtstreeks toe te kennen. Zo wordt vrijwilligerswerk actief ingezet als eerste opstap in een traject naar werk. Dan kan de werkzoekende alvast bepaalde competenties verwerven of aanscherpen. Het regelgevend kader daaromtrent waarover overlegd werd bij het interfederaal platform en waarbij vanzelfsprekend contact werd opgenomen met de deelstaten, wordt door de federale regering voorbereid. Collega Dermagne zal u daarvan vast een geüpdatete stand van zaken kunnen geven.

 

08.03  Sander Loones (N-VA): In overeenstemming met uw vorige antwoorden verwijst u naar minister Dermagne, maar dat ligt niet in de lijn van uw beleidsnota. Daarin hebt u zelf specifieke passages daarover opgenomen. Ik ga er dan ook van uit dat u de kwestie zelf van nabij opvolgt, zeker gelet op de uitspraken van uw partijgenote Crevits, die daarover een aantal zeer stellige verklaringen heeft afgelegd, toen zij minister van Werk was. Ik wil u nogmaals oproepen de behandeling van het dossier niet alleen aan minister Dermagne over te laten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het asymmetrisch beleid met betrekking tot het revalidatiebeleid en de geïntegreerde zorg" (55041661C)

09 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La politique asymétrique concernant la réadaptation et les soins intégrés" (55041661C)

 

09.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In uw beleidsnota voor het jaar 2024 gaf u aan dat er nog initiatieven inzake asymmetrisch beleid lopende zijn inzake het gezondheidsbeleid, meer specifiek over revalidatie en geïntegreerde zorg.

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Wat is de stand van zaken van de uitrol hiervan?

 

2/ Welke timing houdt u de bevoegde vakminister aan?

 

3/ Is hierover al contact geweest met de deelstaten?

 

09.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, ik moet u ook hier vragen om uw vraag te richten aan minister Vandenbroucke die bevoegd is voor het beleidsdomein Volksgezondheid.

 

Wat de geïntegreerde zorg betreft, begrijp ik dat op 8 november 2023 een interfederaal protocol­akkoord werd goedgekeurd op de interministeriële conferentie Volksgezondheid. Dat is een belangrijke stap vooruit. Vooreerst dient te worden onderstreept dat een asymmetrische uitvoering van de gemaakte afspraken uit het protocolakkoord tot de mogelijkheden behoort. Ook wordt een structurele interfederale samenwerking opgezet over de geïntegreerde zorg tussen de federale overheid en de deelstaten.

 

Voorts kunnen de federale overheid en de deelstaten overeenkomsten sluiten om te voorzien in de organisatie en de financiering van gezamenlijk afgesproken programma's om zo geïntegreerde zorg tot stand te brengen. In zo'n programma, bijvoorbeeld op het vlak van perinatale zorg, kwetsbare personen en kinderen en jongeren met obesitas, worden vervolgens afspraken gemaakt over hoe de zorgplanning en de zorgcoördinatie van een zorgafhankelijk persoon kunnen worden gerealiseerd op het vlak van welzijn, preventie en medische zorg. Voorts zal een KB worden genomen, onder meer met het oog op een gelijkwaardig en gedeeld eigenaarschap van de programma's geïntegreerde zorg door de federale overheid en door de deelstaten. Dat KB zal overigens ook een asymmetrische invulling krijgen, waarbij het met name mogelijk zal zijn om enkel overeenkomsten te sluiten met het Departement Zorg of het agentschap Opgroeien.

 

Wat het revalidatiebeleid betreft, kan ik nog meegeven dat inzake de maximumfactuur de forfaitaire toelage voor chronisch zieken en het statuut van personen met een chronische aandoening een eerste ontwerp van samenwerkingsakkoord werd goedgekeurd. Voor de maximumfactuur wordt een interfederale teller uitgewerkt waarin alle remgelden worden opgenomen, ook de uitgaven in de Vlaamse revalidatieziekenhuizen en de voorzieningen met een revalidatieovereenkomst. Voorts worden asymmetrische werkgroepen opgericht rond revalidatiebeleid, gelet op het asymmetrisch zorglandschap, om te identificeren wat de gemeenschappelijke federale lijn is en welke punten asymmetrisch beleid behoeven. De werkgroepen zullen zich onder meer buigen over de vraag hoe het revalidatielandschap eruit moet zien, welke patiëntenprofielen onder welke voorwaarden thuishoren in revalidatieziekenhuizen en hoe het revalidatielandschap vorm moet krijgen in overeenstemming met de huidige bevoegd­heden en uiteraard ook rekening houdend met de beschikbare middelen.

 

Samengevat, zowel rond de geïntegreerde zorg als rond het revalidatiebeleid zijn en worden nog steeds belangrijke stappen gezet in het kader van asymmetrisch beleid.

 

09.03  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de minister, ik dacht dat u hetzelfde antwoord ging geven, namelijk dat het in uw beleidsnota staat en een verwijzing naar de vakministers, maar hier geeft u duidelijk aan – dat leid ik alvast af uit uw antwoord – dat u het van nabij opvolgt. Dat is een goede zaak. Net als het thema Werk, zit het thema Welzijn in de Vlaamse regering ook bij cd&v. Gezondheidszorg moet natuurlijk worden gesplitst. Het is belangrijk om dat van zeer nabij op te volgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De openbaarheid van bestuur" (55041662C)

10 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La publicité de l'administration" (55041662C)

 

10.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In uw laatste beleidsnota is te lezen dat de voorstellen tot wijziging van de wet van 11 april nog ter stemming zal voorgelegd worden aan het parlement. Er zal daaropvolgend ook een KB worden uitgewerkt in het kader van de nieuwe wijzigingen. En er zou ook een brief volgen naar de federale overheidsinstanties om hen erop te wijzen dat ze ook vallen onder de nieuwe bepalingen van de wet.

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Wat is de stand van zaken van dit dossier?

 

2/ Welke timing houdt u aan om dit dossier tot einde te brengen?

 

3/ Werd er reeds een uitvoerings-KB opgemaakt ter voorbereiding?

 

10.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, met betrekking tot het dossier openbaarheid van bestuur wil ik verwijzen naar de behandeling in de plenaire vergadering van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 11 april 1994. Nogmaals wil ik onderstrepen, zoals ik toen heb gedaan, dat ik de houding van de leden van de oppositie in dit dossier betreur, omdat herhaald amendementen voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd over discussiepunten die we in de commissie al besproken hadden. Op die manier wordt de behandeling van het dossier ernstig vertraagd.

 

Ik heb altijd gezegd dat dit wetsontwerp een eerste stap is en dat er nog steeds andere debatten over de openbaarheid van bestuur mogelijk zijn, maar dat ik het regeerakkoord uitvoer. Het is jammer dat een stap in die richting nog geen doorgang kan vinden. De bijkomende besprekingen kunnen uiteraard gevoerd worden en kunnen ook in een volgende fase uitgewerkt en gedetailleerd worden.

 

We werken intussen alvast verder aan het overigens facultatief ontwerp van koninklijk besluit, waarin enkele van de nieuwe actieve openbaarheidsverplichtingen en uitvoerings­modaliteiten verder worden geconcretiseerd. Het spreekt voor zich dat dit uitvoeringsbesluit maar kan worden vastgelegd en aangenomen zodra de wettelijke basis daarvoor, vervat in het wetsontwerp dat nu opnieuw voor amendering naar de Raad van State is gestuurd, in werking is getreden. Een schrijven aan de federale administratieve instanties met een overzicht van de wijziging van de wet zal vanuit die optiek eveneens te gepasten tijde kunnen worden verspreid.

 

10.03  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de minister, dit is typisch weer een dossier op de scheidingslijn tussen de commissie voor Binnenlandse Zaken en de commissie voor Grondwet, maar dat eigenlijk eerder bij Binnenlandse Zaken hoort. Ik heb de vraag in deze commissie gesteld omdat openbaarheid van bestuur ook in uw beleidsnota stond.

 

De discussie over de amendering en verwijzing naar de Raad van State hebben we in de plenaire vergadering gevoerd en ik zal die niet herhalen.

 

Vanuit het oogpunt van de  begroting interesseert het dossier mij nogal, omdat door de amendering een punt is toegevoegd van de oprichting van een soort van federale subsidiedatabank. Het doel is dat er transparantie komt over de subsidies. In de komende jaren zal dat zeker relevant worden. Om die reden vind ik dat interessant om te volgen.

 

Het is goed dat u, ook al is het facultatief, alvast aan de slag gaat met het uitvoerings-KB, zodat er geschakeld kan worden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "Het lobbyregister" (55041663C)

11 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "Le registre des lobbies" (55041663C)

 

11.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

In uw beleidsnota voor 2024 is het volgende te lezen: “Teneinde gevolg te geven aan de aanbevelingen van de GRECO en het regeerakkoord, is een ontwerptekst opgesteld waarvan het toepassingsgebied specifiek gericht is op de leden van de federale uitvoerende macht. (…)  Er vinden thans besprekingen plaats over een reeks technische punten in de ontwerptekst waarover de Ministerraad binnenkort zal worden gevraagd een standpunt in te nemen. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp van regelgevend kader voor de regering, zullen we uiteraard ook in gesprek blijven met het Parlement.”

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

Wat is de stand van zaken van dit dossier?

 

Welke timing houdt u aan om dit dossier tot einde te brengen?

 

Wanneer plant u hierover in dialoog te gaan met het parlement en een ontwerptekst voor te leggen?

 

11.02 Minister Annelies Verlinden: Zoals ook in onze beleidsnota werd toegelicht, werden er inderdaad ontwerpteksten opgesteld met het oog op het versterken van de transparantie in de relatie tussen de regeringsleden en hun medewerkers enerzijds en de belangenvertegenwoordigers anderzijds. Op die manier kan elke burger de mogelijkheid krijgen om de activiteiten van de belangen­vertegen­woordigers ten aanzien van de regeringsleden op te volgen.

 

Het beleidsdomein democratische vernieuwing heeft geen administratie. Daarom werd besloten om de implementatie van dat transparantieregister voor de federale regering onder te brengen bij de Kanselarij. Het is dan ook de Kanselarij en het kabinet van de eerste minister die zich hebben geëngageerd om de teksten voor te leggen aan hun inspecteur van Financiën en aan de staatssecretaris voor Begroting, met het oog op de goedkeuring van de ontwerptesten over dat register door de ministerraad.

 

Ik citeer in die zin ook graag uit de beleidsnota van de eerste minister die het volgende stelde: “Het regelgevend kader voor het transparantieregister zal worden voorzien opdat regeringsleden een lijst zullen opstellen van de contacten die zij zelf of hun medewerkers hebben gehad met belangenvertegenwoordigers. De belangenvertegenwoordigers van hun kant worden uitgenodigd om zich vooraf te registreren bij de FOD Kanselarij van de eerste minister, die als gegevensverantwoordelijke optreedt. De FOD Kanselarij zal dan op driemaandelijkse basis een transparantieregister opstellen en publiceren voor de afgelopen periode.”

 

Ik ben momenteel aan het wachten op de verdere stappen van de eerste minister om het dossier te laten goedkeuren op de ministerraad. Ik hoop dat we dat dossier zo snel mogelijk kunnen voortzetten, alsook de dialoog hierover met het Parlement.

 

11.03  Sander Loones (N-VA): Ik zal dat graag opnemen met de eerste minister, om te kijken of dat onderwerp deze legislatuur nog effectief behandeld en goedgekeurd zal kunnen worden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De mobiliserende campagne om de participatiegraad te verhogen" (55041664C)

12 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La campagne de mobilisation visant à accroître le taux de participation aux élections" (55041664C)

 

12.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

De regering plant om via de FOD Binnenlandse Zaken een mobiliserende campagne op poten te zetten om de participatiegraad te verhogen bij de nakende verkiezingen. Er zou een specifieke focus zijn op doelgroepen die minder geneigd zijn om te gaan stemmen.

 

Graag stel ik u hierover de volgende vragen:

 

1/ Wat is de gebudgetteerde kost voor deze campagne?

 

2/ Wanneer zal de campagne precies lopen? Graag de begin- en einddatum vermelden.

 

3/ Via welke kanalen zal de campagne te zien/horen zijn?

 

4/ Wordt er ook zo’n campagne gepland voor de daaropvolgende lokale verkiezingen?

 

12.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, mijn administratie is inderdaad volop bezig met de voorbereiding van de informerende en mobiliserende campagne met het oog op een hoge participatiegraad bij de verkiezingen van 9 juni, wat uiteraard heel belangrijk is voor onze democratie.

 

Omdat men met een campagne niet iedereen kan aanspreken en omdat volgens onderzoek ook niet iedereen vatbaar is voor zulke campagnes, zal de focus op drie doelgroepen liggen: ten eerste de jongeren, inclusief de 16- en 17-jarigen, ten tweede de ouderen en ten derde de kortopgeleiden. Voor die doelgroepen is wetenschappelijk aangetoond dat ze meer dan andere groepen kiezers omvatten die minder geneigd zijn om te gaan stemmen en daartoe extra informatie maar ook motivatie nodig hebben.

 

De opdracht werd eind vorig jaar gegund aan het bureau Ogilvy Social.Lab. Het geraamde budget voor die mobiliserende campagne bedraagt 200.000 euro.

 

Om de verschillende doelgroepen van de campagne te bereiken, is ook in een budget van 140.000 euro voorzien voor de aankoop van mediaruimte, onder op sociale media.

 

De campagne zal hoofdzakelijk lopen gedurende de vier weken voor de verkiezingen en eindigen op 9 juni. Het voorziene campagnemateriaal, affiches, brochures, flyers zullen op voorhand ter beschikking worden gesteld van organisaties en gemeenten die dat op hun websites, in infobladen en in nieuwsbrieven kunnen plaatsen. In april zullen dus ook al brochures beschikbaar zijn, alsook een specifieke website voor de campagne.

 

De campagne zal ook lopen op de verschillende sociale media van de FOD Binnenlandse Zaken. Daartoe zal advertentieruimte aangekocht worden. Daarnaast wordt met verschillende belangen­organisaties, zoals De Ambrassade, Infor Jeunes en de Ouderenraad, samengewerkt, die op hun beurt hun kanalen zullen gebruiken om het campagnemateriaal zo breed mogelijk te verspreiden.

 

De klassieke kanalen, radio, tv en kranten, worden omwille van budgettaire redenen en de beschikbare middelen niet ingezet.

 

De gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 13 oktober worden georganiseerd door de gewesten en niet door de FOD Binnenlandse Zaken. De huidige campagne zal, zoals ook bepaald in het regeerakkoord, dus alleen lopen in aanloop naar de federale, regionale en Europese verkiezingen van zondag 9 juni 2024.

 

12.03  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor die info. Dat was best wel nieuwe informatie.

 

Ik heb nog een twee korte opmerkingen.

 

Ten eerste dacht ik dat het budget voor de grote onlineburgerbevraging en de communicatie ongeveer 1,3 miljoen euro bedroeg. Ik kan me vergissen, maar dat bedrag heeft zich genesteld in mijn hoofd. Hier spreken we over nog geen zesde daarvan, hoewel het over de verkiezingsdeelname gaat. Dat voor het eerste zes maal meer geld wordt gebruikt dan voor dit, is toch wel een aparte beleidskeuze, tenzij ik mij vergis over de bedragen.

 

Ten tweede denk ik nog steeds dat het beter zou zijn dat u eerst naar het Parlement komt met die campagne. Dat mag ook de commissie voor Binnenlandse Zaken zijn, dat maakt me niet uit. Er moet daarover eerst transparantie worden gegeven aan de democratische vertegenwoor­digers in dit huis, vooraleer het effectief wordt gelanceerd. Op die manier kan daar een gedachtewisseling over plaatsvinden. Dat zou verstandig zijn om te anticiperen op eventuele frustratie daarrond.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van Sander Loones aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De Vlaamse bevoegdheid in de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging" (55041678C)

13 Question de Sander Loones à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La compétence flamande au sein de l’Autorité Nationale de Sûreté Maritime" (55041678C)

 

13.01  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Mevrouw de Minister,

 

Er zijn zeventien overheidsinstanties (op Vlaams en federaal niveau) die samen met de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen die bevoegd zijn voor alle activiteiten op de Noordzee. Hierbij zijn drie principes van belang: gelijkwaardigheid tussen de verschillende partners, respect voor elkaars bevoegdheden en efficiëntie om extra kosten te vermijden.

 

In deze context bestaat ook de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging (NAMB). Een overlegorgaan van verschillende overheidsdiensten (Douane, Scheepvaartpolitie, VSSE, Defensie, NCCN, OCAD en ADIV) aangevuld met de gewesten, de waterwegbeheerders en de havens. De Cel Maritieme Beveiliging staat in voor de dagelijkse werking en opvolging van het NAMB.Vlaanderen kan uitgenodigd worden op het NAMB, maar is dus geen vast lid. Evenmin heeft het Vlaams Gewest stemrecht of een beroepsmogelijkheid tegen beslissingen van het NAMB.

 

Graag stel ik u hierover volgende vragen:

 

1/ Wat vindt u van het feit dat het Vlaams Gewest, en haar instanties die ongetwijfeld een belangrijke rol spelen in de ketenaanpak die Maritieme Beveiliging is, geen vast lid is in het NAMB, en er geen stemrecht en beroepsmogelijkheid heeft?

 

2/ Vindt u dat in dat de gelijkwaardigheid van alle betrokken partners wordt eerbiedigd in deze?

 

13.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Loones, de aangehaalde principes werden inderdaad opgenomen in artikel 2 van het samen­werkings­akkoord van 8 juli 2005 tussen de federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de oprichting van en de samenwerking in een structuur kustwacht. Die structuur treedt evenwel niet in de plaats van bestaande organismen die hun exclusieve federale of Vlaamse bevoegdheden uitoefenen. Het is dus niet correct te stellen dat de 17 kustwachtpartners samen met de gouverneur bevoegd zijn voor alle bevoegdheden op zee. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn bijvoorbeeld geen lid van de kustwacht, maar spelen wel degelijk een belangrijke rol in de maritieme kustbeveiliging.

 

De rechtspraak is momenteel in die zin dat de Belgische zeegebieden, dus zowel de territoriale zee als de exclusieve economische zone, niet behoren tot het grondgebied van de gewesten, maar tot het grondgebied van de federale Staat. De bijzondere wet tot hervorming van de instellingen bepaalt wel dat de gewesten bevoegd zijn voor bepaalde aspecten zoals de beloodsing, sleepdiensten en de verkeersbegeleiding in die gebieden. Beveiliging daarentegen is een volledig federale bevoegdheid. De beveiliging van de infrastructuur op de Noordzee zoals de communicatie- of de elektriciteitskabels en de energiepijpleidingen behoort dus exclusief tot de federale bevoegdheid.

 

Uiteraard zijn er raakpunten met de Vlaamse bevoegdheden. Dat is dan ook de reden waarom de Vlaamse overheid desgevallend wordt uitgenodigd op de vergadering van de Nationale Autoriteit. Dat is al het geval sinds de oprichting van de Nationale Autoriteit in 2007, waarbij de autoriteit ernaar streeft om alle beslissingen in consensus te nemen, zonder over te gaan tot formele stemmingen.

 

Het is, tot slot, niet correct te stellen dat Vlaanderen geen beroepsmogelijkheden heeft tegen beslissingen van de Nationale Autoriteit. Er kan tegen die beslissingen, net zoals tegen beslissingen van elk overheidsorgaan beroep bij de Raad van State worden aangetekend.

 

13.03  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de minister, ik ben mij wat meer aan het inwerken in Vlaamse thema's, omdat ik straks op de Vlaamse lijst sta. Ik begin natuurlijk met mijn geliefde thema Noordzee en de Vlaamse Kust.

 

Voor zover ik nu kan concluderen, sporen uw antwoorden wellicht wel met het juridische kader, maar niet met de praktijk. U zegt dat de federale instelling rond maritieme beveiliging niet in de plaats van Vlaanderen treedt en dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen wat te maken heeft met veiligheid en wat te maken heeft met economie. Uit wat ik zie, lees en hoor, leid ik evenwel af dat het is zoals met corona destijds: toen was plots alles veiligheid en werd vanuit het federale niveau zelfs over onderwijs en economie dwangmatig gesproken.

 

Hier lijkt dat ook het geval te zijn. Dat heeft een grote impact op onze havens. Zo kunnen er geen ankerplaatsen in zee worden toegewezen, omdat die instelling vanuit het federale niveau zich op een oneigenlijke manier komt mengen en effectief in de plaats treedt van Vlaanderen. Daarop moet toch wel een extra blik geworpen worden.

 

U argumenteert dat Vlaanderen uitgenodigd wordt op die vergaderingen. Dat is niet zo. De afspraak is dat Vlaanderen uitgenodigd kan worden en dat blijkt zeer vaak niet te gebeuren. U zegt dat er in consensus wordt beslist. Dat is natuurlijk ook wel een bijzondere opmerking: als men niet aan tafel zit en zelfs niet wordt gevraagd, kan men ook moeilijk deel zijn van de consensus.

 

U zegt dat er een beroepsmogelijkheid is bij de Raad van State. Dat is vanzelfsprekend. Ik ga ervan uit dat een regering die zich als ultieme doelstelling heeft gesteld om meer samen te werken in dit land, ook andere manieren kan verzinnen om dat op een effectieve manier te doen, zonder dat zij daarvoor de Raad van State extra moet belasten.

 

Het is dus de moeite om dat dossier toch nog eens meer van nabij te bekijken.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de Khalil Aouasti à Annelies Verlinden (Intérieur, Réformes instit. et Renouveau démocratique) sur "La magistrature debout et la présidence de bureaux de vote et de dépouillement" (55041280C)

14 Vraag van Khalil Aouasti aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De staande magistratuur en het voorzitter­schap van stem- en telbureaus" (55041280C)

 

14.01  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, le Code électoral énumère les professions parmi lesquelles le président du bureau principal de canton peut désigner les présidents ou présidentes.

 

Depuis 2009, la loi permet à tous les magistrats de l'ordre judicaire d'occuper cette fonction.

 

Les chefs de corps des parquets et des auditorats du travail estiment cependant, sur la base d'une circulaire – et non pas de la loi –, que les membres de leurs corps n'ont pas à prendre part aux opérations de scrutin et que, s'ils sont désignés, ils doivent décliner cette désignation.

 

La raison invoquée est la suivante: "le parquet est compétent afin d'engager d'éventuelles poursuites à l'encontre d'infractions commises dans le cadre des élections".

 

À l'heure actuelle, aucune communication n'a permis d'établir clairement quelle position il convenait d'adopter et des clarifications s'imposent puisque les présidents de bureaux de vote seront à désigner prochainement. 

 

Madame la ministre, l'article 95, § 4, du Code électoral englobe-t-il sous l'intitulé "les magistrats de l'Ordre judiciaire" les membres du ministère public ou y a-t-il une autre définition des magistrats de l'Ordre judiciaire?

 

Dans l'affirmative, existe-t-il un motif légal d'exempter ces derniers d'une désignation comme président de bureau de vote?

 

Dans la négative, la circonstance que le parquet soit susceptible d'engager d'éventuelles poursuites à l'encontre d'infractions commises dans le cadre des élections constitue-t-il une justification suffisante pour exempter, contre le prescrit de la loi, les magistrats du ministère public dans leur ensemble alors que les juges du tribunal de première instance ou les présidents et conseillers des cours d'appel, qui sont fréquemment désignés à ces fonctions électorales, sont également susceptibles de devoir connaître des poursuites qui seraient engagées par le parquet?

 

14.02  Annelies Verlinden, ministre: Monsieur Aouasti, comme vous le mentionnez, la notion de "membre de l’Ordre judiciaire" a été insérée dans l’article 95, § 4, du Code électoral par une loi du 14 avril 2009. Avant cette modification, n’étaient visés que les membres du siège, à savoir les juges ou juges suppléants du tribunal de première instance, du tribunal du travail et du tribunal du commerce selon leur rang d’ancienneté, les juges de paix ou juges de paix suppléants selon leur rang d’ancienneté, et les juges du tribunal de police ou leurs suppléants selon leur rang d’ancienneté.

 

Par référence au Code judiciaire, et notamment à l’article 315ter relatif à la liste électronique des membres de l’Ordre judiciaire, le terme "magistrat de l’Ordre judiciaire" vise bien l’ensemble des magistrats, tant du siège que du ministère public.

 

À cet égard, le Code électoral ne détermine pas de motif légal d’empêchement à siéger dans un bureau de vote ou de dépouillement. Si un magistrat du ministère public s’estime dans ce cas, il doit en avertir le président du bureau principal de canton qui l’a désigné dans les 48 heures. C’est ce dernier qui acceptera ou non le motif d’empêchement soumis.

 

In fine, si le magistrat en question du ministère public dont le motif d’empêchement n’a pas été accepté n’exerce pas la fonction électorale à laquelle il a été désigné, il pourra être poursuivi devant le tribunal de première instance qui devra juger si le motif d’empêchement soumis est acceptable ou non.

 

Bien que le parquet soit susceptible d’engager d’éventuelles poursuites à l’encontre d’infractions commises dans le cadre des élections, il me semble qu’une bonne organisation du ministère public ne devrait limiter cette tâche qu'à un nombre restreint de magistrats du ministère public, que le chef du corps du parquet concerné pourrait identifier par avance, sans viser l’ensemble de ses membres.

 

Dans une démocratie comme la nôtre, il est en effet sain que l’ensemble de nos concitoyens participent aux opérations électorales, en ce compris les magistrats du ministère public.

 

Je demanderai donc à mon collègue, le ministre de la Justice, de bien vouloir conscientiser les chefs de corps des parquets sur ce point. Ceci dans la mesure où, comme je l’ai mentionné, c’est bien au président du bureau principal de canton et au tribunal de première instance qu’il revient de statuer sur le motif d’empêchement présenté en cas de poursuites.

 

14.03  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour la clarté de votre réponse, qui permettra de rappeler la loi à ceux qui l'appliquent.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La réunion publique de commission est levée à 17 h 51.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.51 uur.