|
Commissie
voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken |
Commission
de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières
administratives |
|
van Woensdag 7 januari 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 7 janvier 2026 Après-midi ______ |
De behandeling van de vragen vangt aan om 15.34 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.
Le développement des questions commence à 15 h 34. La réunion est présidée par M. Ortwin Depoortere.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitter:
Vraag nr. 56011069C van mevrouw Pirson wordt omgezet in een schriftelijke
vraag.
01.01 Francesca Van Belleghem (VB): Ik ben blij dat we naar het leuke deel van de dag kunnen overgaan.
Eerder werd meermaals gesteld dat de lidstaten die solidariteit ontvangen de Europese regels moeten naleven, waaronder ook de Dublinverplichtingen. U hebt gezegd – en ik citeer – dat België enkel solidariteit kan tonen als er ook verantwoordelijkheid wordt genomen. Dat klinkt als de logica zelve. U voegde in die commissie daaraan ook toe dat dit pas voor het eerst wordt geëvalueerd in juli 2026, wat volgens u – en volgens ons – veel te laat was. U gaf daarbij ook aan dat u een concreet stappenplan mist om de naleving al in de komende maanden op te volgen.
Mijn vraag is of er intussen zo’n concreet stappenplan is, of mist u dat nog steeds? Zo ja, wat houdt dat plan in? Vanaf wanneer zal de naleving van de Dublinregels worden opgevolgd? Welke garantie hebt u dat landen zoals Italië en Griekenland in de toekomst wél hun verplichtingen zullen naleven?
Ik voeg daaraan nog toe: quid solidariteitsbijdrage? U bent bezig met het bedrag van 12,9 miljoen euro en onderhandelt om dat te verlagen. Is daar intussen enige evolutie in, of is dat nog altijd in stilte?
Hebben Griekenland en Italië intussen Dubliners teruggenomen?
Ik dank u om eventueel ook mijn bijgevoegde vragen te beantwoorden.
01.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, u spreekt over een stappenplan. Dat stappenplan is er nog niet.
Het Europese Asiel- en Migratiepact voert versterkte juridische en procedurele garanties in, namelijk door een expliciete link te leggen tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. De naleving van de Dublinregels wordt continu opgevolgd door de Europese Commissie. In het kader van de eerste solidariteitscyclus zijn er twee specifieke evaluatiemomenten – we hebben het er eerder al over gehad: 12 juli en 15 oktober – vastgelegd door de Europese Commissie.
Op die momenten zal de Commissie de vooruitgang inzake het volledig respecteren van de verantwoordelijkheidsregels nagaan en, indien nodig, systematische tekortkomingen vaststellen. Als de Commissie systematische tekortkomingen zou vaststellen, bestaat de mogelijkheid dat andere lidstaten niet langer verplicht zijn om solidariteit te verlenen aan die lidstaten.
Ook de klassieke instrumenten van het Unierecht blijven van toepassing. Denk aan de inbreukprocedure die de Europese Commissie kan instellen als lidstaten hun verdragsverplichtingen niet nakomen. Die vormen geen onmiddellijke dreiging, maar dragen wel bij aan het verhogen van de politieke en juridische druk op de betrokken lidstaten.
Wat uw bijkomende vraag betreft over de bijdrage en dan specifiek Italië en Griekenland, we zijn onderhandelingen aan het voeren met Griekenland en Italië in het kader van de historische solidariteit. Die onderhandelingen lopen, en ondertussen zijn er geen wijzigingen in de mate waarin de Dublinregels door die landen worden nageleefd.
01.03 Francesca Van Belleghem (VB): ‘Geen wijzigingen’ wil natuurlijk zeggen dat de systematische tekortkomingen van Italië en Griekenland eigenlijk al zichtbaar zijn in onze cijfers, als men die Dublin-cijfers nagaat. Daarin ziet men zwart op wit dat Italië en Griekenland niet voldoen aan hun plicht. Eerlijk gezegd is dat voor ons natuurlijk nadelig, maar men kan het hun zelf moeilijk kwalijk nemen, gelet op het feit dat ze het eerste land zijn waar de asielzoekers aankomen. In ons eigen belang is het uiteraard wenselijk dat zij die regels naleven. 12 juli is echter veel te laat om die eerste systematische tekortkomingen vast te stellen, want ze zijn de facto al vastgesteld. Wij volgen het stappenplan verder op.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02.01 Francesca Van Belleghem (VB): Meer dan twee maanden geleden heb ik u al ondervraagd over de lijst van veilige landen die jaarlijks bij koninklijk besluit wordt vastgesteld. Ik wees er toen ook op dat de meeste landen die op de lijst van veilige landen van de Europese Commissie staan, die de Europese Commissie eerder dit jaar voorstelde, niet op onze eigen lijst van veilige landen staan. Het gaat om Bangladesh, Colombia, Egypte, Marokko – waarover ik straks nog iets te zeggen heb – en Tunesië. Uw antwoord was toen dat we zouden bekijken of de huidige lijst kon worden uitgebreid.
Het woord ‘uitbreiden’ is hier belangrijk, omdat u bij die gelegenheid ook stelde dat u het voorstel van de Europese Commissie als leidraad zou gebruiken voor de uitwerking op nationaal niveau. Intussen is die nieuwe lijst van veilige landen er. Er zijn daarbij een aantal opvallende zaken. Er is slechts één niet-Europees land dat op de Europese lijst staat, en dat is Marokko. U hebt Marokko aan onze eigen lijst van veilige landen toegevoegd, maar andere niet-Europese landen die op de Europese lijst staan, zoals Bangladesh, Colombia, Egypte en Tunesië, ontbreken op onze nationale lijst. Bovendien hebt u India geschrapt. Het eindresultaat, en dat is heel belangrijk, is dat de lijst van veilige landen niet uitgebreid is, zoals u toen beweerde, maar zelfs korter is dan voordien. Er staan nu maar zeven landen op in plaats van acht.
Waarom hebt u Bangladesh, Colombia, Egypte, India en Tunesië niet meer in die lijst opgenomen? Waarom werd India geschrapt? Dezelfde vraag geldt voor Moldavië, dat vorig jaar nog op de lijst van veilige landen stond en nu niet meer. U bent daar onlangs op ontradingsmissie geweest. Moldavië is kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Het lijkt mij nochtans een voorwaarde om lid te worden van de Europese Unie dat een land als veilig wordt beschouwd.
02.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, voor de landen Bangladesh, Colombia en Egypte werd geen advies gegeven door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen wegens de zeer beperkte instroom vanuit die landen in België. Alleen landen waarvoor het advies van het CGVS wordt ingewonnen, kunnen worden opgenomen op de lijst. Dat is de reden waarom die drie landen niet op de lijst stonden.
In tegenstelling tot vorige jaren staan India en Moldavië inderdaad niet op de lijst van veilige landen. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een land volledig veilig moet zijn en dat dit moet gelden voor alle regio’s van dat land. Hoewel de situatie in Moldavië en India in het algemeen als veilig kan worden beschouwd, zijn er in beide landen regio’s waarvoor de omstandigheden nog niet als veilig kunnen worden beschouwd. Voor Moldavië gaat het om Transnistrië en voor India om Kasjmir. Daarom kunnen die landen volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie niet in hun geheel als veilig worden beschouwd.
Het is wel zo dat in het Migratiepact, dat in juni in werking zal treden, tegemoetgekomen wordt aan de gevolgen van die rechtspraak. Vanaf de inwerkingtreding van het pact kunnen landen wel als gedeeltelijk veilig worden verklaard, met uitsluiting van bepaalde regio’s. Vanaf dan is dat dus mogelijk.
Voor Tunesië werd beslist om de uitkomst van de lijst van veilige landen op Europees niveau af te wachten. Tegelijkertijd werd beslist om Marokko al als veilig land te kwalificeren. Het is de eerste keer dat Marokko als veilig land wordt beschouwd. Daarmee beogen we de asielaanvragen uit Marokko sneller en efficiënter te behandelen.
02.03 Francesca Van Belleghem (VB): Ik dank u voor uw antwoord.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03.01 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre, ces derniers jours, une vidéo diffusée sur les réseaux sociaux, et notamment sur TikTok, affirme qu'un achat immobilier permettrait d'obtenir un séjour légal en Belgique via ce qui est présenté comme un visa rentier.
Dans cette vidéo, l'auteur, se présentant comme un professionnel du droit et auteur de plusieurs vidéos de conseils en matière d'asile, explique qu'il serait possible d'obtenir un titre de séjour en Belgique sur la base d'un investissement immobilier, sans seuil minimum clairement défini et à condition de démontrer l'existence de revenus locatifs suffisants, d'autres rentes à l'étranger ainsi qu'un lien effectif avec la Belgique. Il est également avancé que ce dispositif ne serait pas formellement prévu par la loi mais que, en pratique, l'administration a dégagé quelques règles qui permettent d'obtenir ce type d'investissement.
Ces affirmations très explicites et accessibles à un large public, présentées comme des conseils juridiques fiables, interrogent quant au risque de diffusion d'informations erronées ou trompeuses en matière migratoire, susceptibles de créer de fausses attentes et de contourner l'esprit de la législation en vigueur.
Madame la ministre, pouvez-vous préciser officiellement quel est le cadre juridique applicable en Belgique en matière de droit au séjour lorsqu'un ressortissant d'un pays tiers procède à l'achat d'un bien immobilier? Quelles sont les règles en vigueur en la matière?
Par ailleurs, alors que des campagnes de communication ont déjà été lancées afin de ralentir l'afflux d'arrivées de personnes en Belgique, une communication spécifique est-elle prévue pour contrecarrer la diffusion de ce type de vidéos sur les réseaux sociaux?
03.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Vandeberg, actuellement de nombreux messages simplifiés ou erronés concernant la migration circulent sur les réseaux sociaux. Les différentes tendances se succèdent rapidement. Ce cas ne fait pas exception, malheureusement.
Permettez-moi d'être très claire: la législation belge ne prévoit aucun droit de séjour automatique basé uniquement sur un investissement immobilier ou d'autres revenus locatifs. Il est vrai qu'en vertu de l'article 9 de la loi sur les étrangers, il est possible de demander un séjour en tant que rentier. Cet article n'accorde aucun droit, mais constitue une disposition légale relevant de la compétence discrétionnaire du ministre. Le séjour est donc une faveur et non un droit.
Plusieurs conditions sont associées à ce droit de séjour et chaque dossier est examiné individuellement et avec soin. Une des conditions est la démonstration d'un lien étroit avec la Belgique. Cela peut être le cas si le demandeur a été employé en Belgique pendant une longue période ou y a séjourné pour d'autres raisons sur des périodes prolongées.
D'autres conditions s'appliquent également, notamment la preuve de moyens d'existence suffisants pour ne pas dépendre de l'État belge, que ce soit sur la base d'une pension belge ou d'autres revenus, la possession d'une assurance maladie, la présentation d'un certificat de bonne conduite et de mœurs, d'un certificat médical et d'un passeport national valide, et la communication éventuelle de projets futurs en Belgique. Après une décision positive, le séjour accordé est d'un an, renouvelable chaque année, sous réserve du respect des conditions de renouvellement.
Concernant votre deuxième question, comme je l'ai dit, je regrette que de tels messages circulent sur les réseaux sociaux. Ces messages peuvent inciter les personnes à entamer des procédures ayant peu ou pas de chances de succès, ce qui surcharge les administrations. Il n'est toutefois pas réaliste de lancer immédiatement une contre-communication spécifique pour chaque tendance ou vidéo individuelle.
Les conditions correctes en vigueur sont consultables en ligne. Si une personne, après avoir vu une vidéo TikTok ou autre, envisage d'explorer cette piste pour obtenir un droit de séjour, elle constatera rapidement que, d'une part, les conditions sont plus larges que ce qui est présenté dans la vidéo et, d'autre part, elles sont strictement évaluées. Mon espoir est donc qu'une personne raisonnable comprenne rapidement qu'investir uniquement dans l'immobilier belge ne suffit pas pour obtenir un droit de séjour.
J'ai toutefois donné instruction à l'administration de suivre si ces informations trompeuses entraînent une augmentation structurelle et significative des demandes. Si ces fake news devaient avoir un effet réel et persistant, il serait alors envisageable de prévoir une communication ciblée supplémentaire.
03.03 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et vos éclaircissements.
Il est évident qu'on ne peut pas suivre chaque vidéo qui est postée sur TikTok ou chaque fake news, sur TikTok ou ailleurs d'ailleurs, car elles sont nombreuses à être publiées. Il est rassurant de savoir que vous suivez cela, ainsi que l'administration, et qu'une réponse sera prévue le cas échéant si ces vidéos ont effectivement un impact sur le nombre d'arrivées.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
04.01 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, cinq Guinéens ont été déportés le 29 novembre dernier. D'après mes informations, ils ont été expulsés entourés d'une cinquantaine de policiers dans un avion de ligne. Certaines de ces personnes vivent une situation particulière: l'une d'entre elles est malade, tandis que la compagne d'une autre vient d'accoucher en Belgique. L'autre moitié de l'avion était occupée par des passagers classiques. L'expulsion se serait déroulée violemment. J'aimerais donc obtenir plus d'informations au sujet de la manière dont cette expulsion s'est déroulée.
Madame la ministre, quel était le motif de cette expulsion? Comment s'est-elle déroulée? Avez-vous pris connaissance de violences commises durant le vol? Pourquoi un déploiement policier d'une telle ampleur? S'agissait-il d'un vol régulier vers la Guinée? Pourriez-vous vérifier si un protocole strict relatif au respect des droits fondamentaux des personnes expulsées a été appliqué?
04.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Schlitz, il s'agissait de l'éloignement forcé de personnes en séjour irrégulier qui n'avaient pas donné suite à la décision de retour qui leur avait été notifiée. Si les personnes concernées ne se conforment pas volontairement à cette obligation, il appartient aux autorités publiques, en vertu des obligations nationales et européennes, de veiller à ce que les décisions de retour soient respectées et exécutées.
L'éloignement a été effectué par un vol régulier, en concertation avec le pays d'origine et la compagnie aérienne, afin notamment de déterminer le nombre de personnes à éloigner. Après une analyse des risques, le dispositif nécessaire pour l'éloignement est déterminé, comme c'est le cas pour chaque éloignement. Il s'agissait en effet d'un vol régulier vers la Guinée.
Le retour est exécuté conformément au protocole et aux lignes directrices relatives à l'exécution des éloignements par avion ainsi qu'à l'arrêté ministériel du 11 avril 2000 réglant les conditions de transport à bord des aéronefs civils de passagers présentant des risques particuliers pour la sécurité, tel que modifié par l'arrêté ministériel du 20 juin 2019.
Le suivi du retour est assuré par l'Inspection générale de la police fédérale, qui veille en particulier au respect des droits humains. Pour ce vol, un monitoring par l'Inspection générale de la police fédérale a été effectué jusqu'à la destination finale. Pour plus d'informations, veuillez vous adresser au ministre de l'Intérieur chargé de la police aérienne qui exécute les escortes.
Enfin, vous indiquez également que 50 agents étaient présents. C'est totalement incorrect.
04.03 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci pour ces informations, néanmoins partielles. Je pense que si des faits de violence ont accompagné cette expulsion, ils doivent vous alerter. La Belgique a un passé problématique en la matière et vous devez vous assurer qu’aucune violence n’entoure l’expulsion de ces personnes.
Par ailleurs, je n’ai pas non plus de réponse concernant une personne qui allait devenir papa d’un enfant, avec un titre de séjour régulier. C’est une autre question que je vous ai adressée. Nous y reviendrons tout à l’heure. Ces pratiques sont extrêmement problématiques.
Il s’agit de personnes qui ont le droit de rester dans le pays, étant donné leur lien familial. Or elles se retrouvent éloignées de leur compagne et, en l’occurrence, de leur futur enfant.
Je pense donc qu’il y a un non-respect des règles et des droits des personnes concernées.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Sandro Di Nunzio (Open Vld): Tijdens de Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken in december hebben de lidstaten een onderhandelingsmandaat vastgelegd voor nieuwe maatregelen rond de terugkeer en over twee dossiers die de toepassing van veiligelandenconcepten in het asielbeleid moeten versterken. Het gaat enerzijds om de hervorming van het concept van veilig derde land en anderzijds om de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst.
Een sterker terugkeerbeleid is een van de prioriteiten van uw beleid en van deze regering. Er is ook sterk mee uitgepakt dat dit in deze regering grondig aangepakt zou worden. Toch verneem ik in de wandelgangen dat België zich bij de stemming over deze dossiers in de Raad onthouden zou hebben. Dat kan naar mijn oordeel de Belgische onderhandelingspositie in Europa op dat punt verzwakken.
Mijn vragen aan u zijn dan ook de volgende. Kunt u bevestigen of België zich in de Raad onthouden heeft? Zo ja, waarom is dat gebeurd? Klopt het dat die onthouding het gevolg was van een gebrek aan eensgezindheid binnen de federale regering? Hoe rijmt u, als dat het geval is, die onthouding met uw beleidsplannen inzake terugkeer? Wat is vandaag het Belgische onderhandelingsmandaat voor de verdere Europese onderhandelingen? Hoe zult u vermijden dat België door interne verdeeldheid opnieuw zonder duidelijk standpunt en dus met minder invloed aan de Europese tafel verschijnt?
05.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Di Nunzio, het klopt dat ons land zich heeft onthouden bij het voorstel van onderhandelingsmandaat inzake de Europese lijst van veilige landen van herkomst. Dat mandaat vormde de basis voor verdere triloogonderhandelingen. Het ging dus nog maar om het onderhandelingsmandaat, dat de basis vormde voor de verdere triloogonderhandelingen met het Europees Parlement.
Die triloogonderhandelingen zijn intussen afgerond, namelijk op 18 december, waardoor het voorstel binnenkort formeel binnen de Raad en het Europees Parlement zal worden aangenomen. U weet dat er voor de bepaling van Europese standpunten eensgezindheid moet bestaan tussen alle coalitiepartners. Zelfs indien ik als bevoegde minister volledig achter een voorstel sta, moeten we ons onthouden als niet alle coalitiepartners het daarmee eens zijn.
De reden voor de onthouding had te maken met het feit dat niet alle coalitiepartners het eens waren over de aanwezigheid van alle landen op die lijst. De onthouding doet allesbehalve afbreuk aan mijn ambitie en die van de hele regering om een kordaat asiel- en migratiebeleid te voeren. Wat de Europese dossiers betreft, wil ik er alleszins op wijzen dat de lijst van veilige landen van herkomst, ondanks onze onthouding, zoals ik daarnet zei, aangenomen werd en binnenkort van toepassing zal zijn. Dat betekent ook dat we de Europese lijst van veilige landen van herkomst integraal zullen toepassen.
Daarnaast werd intussen ook over een ander Europees voorstel, namelijk de uitbreiding van het concept van veilig derde land, na triloogonderhandelingen op 18 december een akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement. Dat voorstel zal binnenkort eveneens formeel worden aangenomen. België zal daarbij voorstemmen.
Op nationaal vlak zal ik de komende tijd ook met enkele belangrijke wetsontwerpen rond terugkeer naar de Kamer komen, waaronder het wetsontwerp over de woonstbetreding en het levenslang inreisverbod. Het gaat om krachtdadige beleidswijzigingen waarover er eensgezindheid bestaat binnen de regering.
Onze ambitie blijft dus ongewijzigd en dat vertaalt zich al in dalende instroomcijfers en ook in een stevige verhoging van het aantal verwijderingen van criminelen naar het land van herkomst, een stijging van 25 % ondertussen trouwens. Dat is een stevige trendbreuk met de vorige regering, waarin volgens mij uw partij zat, die misschien zelfs de eerste minister leverde.
05.03 Sandro Di Nunzio (Open Vld): Dank voor uw antwoorden, mevrouw de minister
Wat mij natuurlijk opvalt bij die onthouding, is dat dit voor een deel vergelijkbaar is met Mercosur. Ik hoor u graag zeggen dat u daar een andere visie over hebt, maar ik herinner mij dat bij de voorstelling van het regeerakkoord migratie effectief een belangrijk thema was en dat het strengste migratiebeleid zou worden gevoerd. Ik vind het dan ook jammer te moeten vaststellen dat de eensgezindheid daarvoor ontbreekt. Ik heb het, toen het over Mercosur ging, ook met de eerste minister daarover gehad. Er is nu toch die gedroomde coalitie, met spiegelcoalities in Wallonië en in Vlaanderen. Dan zou men toch verwachten dat er zowel binnen de regering als in de verschillende deelstaten een zekere eensgezindheid gevonden kan worden en dat u met uw partij, die toch de grootste Vlaamse partij is, dat ook kunt bewerkstelligen.
U zei het zelf, het gaat om een onderhandelingsmandaat. U sprak over de landen die erop stonden. Dan vraag ik mij af of er nog ruimte was voor onderhandelingen over de landen die al dan niet op die lijst zouden terechtkomen, of is dat niet het geval? Ik zie u knikken van nee.
Ik kan het alleen maar betreuren dat er binnen een regering die voor zo’n streng migratiebeleid staat geen eensgezindheid bestaat om daar volmondig mee akkoord te gaan. Wij vinden dat jammer. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, ik wil u eerst en vooral een gelukkig nieuwjaar wensen. Mijn allerbeste wensen ook aan de andere collega’s in de zaal, want dat had ik nog niet gedaan.
Ik wil het vandaag hebben over Ahed, een Palestijns meisje uit Gaza. Ze was 17 jaar oud toen haar leven werd verwoest. Ze verloor haar tante door Israëlische bombardementen. Ze verloor haar huis en op 19 december 2023 verloor ze ook haar been. Die ochtend ging ze, zoals elke dag, naar het dak van haar woning om te bellen met haar vader. Haar vader was zeven jaar eerder naar België gevlucht, nadat zijn restaurant in Gaza al drie keer was gebombardeerd. Tijdens dat telefoongesprek vuurde een Israëlische tank op het huis. Het been van Ahed werd volledig verbrijzeld. Haar voet hing nog amper vast. Haar oom, een arts, heeft haar leven kunnen redden door haar been te amputeren, op de keukentafel en zonder verdoving.
Na twee maanden werd Ahed geëvacueerd naar de Verenigde Staten. Daar onderging ze vier operaties. Ze kreeg een prothese en een op maat gemaakte antibioticabehandeling voor een zware botinfectie, die ondertussen ook al haar been aan het aantasten was. Ahed en haar zus konden echter niet in de Verenigde Staten blijven. Ze besloten daarom naar hun vader in België te komen. In juni 2024 zijn ze hier aangekomen. Ze hebben asiel aangevraagd. Aan de grens werd hun gevraagd waarom ze naar België kwamen en waarom ze niet in de Verenigde Staten bleven, want daar zou het veilig zijn. Ze werden opgesloten in het gesloten centrum Caricole.
Twee zwaar getraumatiseerde meisjes, van wie er één dringende medische zorg nodig had, werden vastgehouden zonder contact met hun vader en zonder aangepaste medische begeleiding. De levensnoodzakelijke antibiotica van Ahed werden afgenomen. Daardoor kreeg ze hoge koorts, die twee weken heeft aangehouden. Ze kreeg daarvoor enkel ibuprofen toegediend.
Mevrouw de minister, hoe is het mogelijk dat slachtoffers van genocide zo worden behandeld in ons land? Hoe is het überhaupt mogelijk dat iemand zo wordt behandeld? Waarom werd er niet gekeken naar andere opties? Hun vader woont legaal in België. Ze hadden toch ook gewoon bij hem kunnen verblijven? Tot slot, waarom zaten Ahed en haar zus opgesloten in Caricole?
06.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Daems, ik had iedereen daarnet collectief al mijn beste wensen aangeboden, maar aangezien u het nu individueel doet, doe ik dat graag ook nog eens individueel voor u.
Ik heb dit al vaker in deze commissie gezegd: het is niet wenselijk om informatie uit een individueel dossier openbaar mee te delen. U hebt de situatie van de betrokkenen in uw vraag echter al in detail besproken. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt mij mee dat het om twee zussen gaat die uit Newark kwamen en in Brussel zouden transiteren naar Caïro. Op het vliegtuig hebben ze hun documenten weggegooid en vervolgens hebben ze aan de grens in Brussel een verzoek om internationale bescherming ingediend.
Ze toonden aan de medewerkers van de Dienst Vreemdelingenzaken op hun gsm een foto van de ID-pagina van hun Palestijnse paspoorten. Ze hebben hun documenten doelbewust weggegooid, waardoor ze niet langer in het bezit waren van grensoverschrijdende documenten.
Op uw specifieke vragen kan ik het volgende antwoorden. De betrokkenen boden zich, zoals u aangeeft, aan de grens aan en dienden een verzoek om internationale bescherming in. Ze werden in het gesloten centrum Caricole geplaatst en kregen, zoals gebruikelijk, binnen de 24 uur een medische intake. Dat is een standaardprocedure. Bij een dergelijke medische intake wordt informatie verzameld over de medische antecedenten en de huidige problematiek. Op basis van die informatie werd het medicatieschema opgesteld en voortgezet. Het is niet opportuun om hier verdere medische informatie te delen.
Ik kan u enkel meedelen dat er geen voorschrift was voor een aangepast dieet en dat er ook geen melding was van de nood daaraan. Het standaardvoedingsplan van het centrum voorziet in een gevarieerd voedingspatroon, inclusief eiwitbronnen. Bij haar aankomst in België werd de betrokkene medisch stabiel bevonden, zonder tekenen van medische urgentie. Ze werd geschikt bevonden om tijdelijk in het centrum te verblijven.
Op 12 juni werd telefonisch contact opgenomen met de dienst traumatologie van het UZ Leuven om gespecialiseerd advies in te winnen en de verdere zorgbehoeften te evalueren. Er werd op korte termijn een afspraak ingepland, in samenspraak met een specialist.
Bij het verlaten van het centrum kreeg ze de nodige informatie over die afspraak met de specialist in het UZ Leuven.
06.03 Greet Daems (PVDA-PTB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Het blijft uw taak om vluchtelingen te beschermen. Ik vind dat de detentie van die twee meisjes onnodig en enorm pijnlijk was. Ik denk dat u dat ook zou moeten kunnen toegeven.
Ahed en haar zus hebben de hel doorstaan. Daar bestaat geen ander woord voor. Trauma boven op trauma boven op trauma. Tegen die twee meisjes werd gezegd dat ze in de Verenigde Staten hadden moeten blijven. Dat is een land waarvan de president al meermaals heeft getoond hoe onwelkom vluchtelingen daar zijn. Er moet iets veranderen aan de manier waarop de Staat omgaat met slachtoffers van genocide. Ze hebben nood aan begeleiding, aan steun en aan familie, en zeker niet aan kilheid, opsluiting en het afpakken van hun medicatie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.01 Francesca Van Belleghem (VB): Voorzitter, dank u wel voor de soepele behandeling van mijn vragen. Ik ben net in de commissie voor Justitie geweest en daar heb ik uiteindelijk geen antwoord gekregen op mijn vraag. Ik hoop dat ik nu wel een antwoord zal krijgen, wat de minister trouwens vaak wel geeft.
Mevrouw de minister, sinds de herziening van de Schengencode is de Europese Commissie verplicht één keer per jaar de medewerking van derde landen op het gebied van de overname te beoordelen, waarna de Raad positieve of negatieve gevolgen kan koppelen aan de bevindingen uit het rapport.
Ter zake werden eerder sancties uitgevaardigd tegen Gambia en Ethiopië, terwijl er ook voorstellen voor sancties op tafel zouden liggen voor Irak, Senegal, Somalië, Guinee en Bangladesh.
Werden de besprekingen inzake de cyclus van 2025 ondertussen afgerond? Zo ja, met welk concreet resultaat? Tegen welke van voornoemde landen werden sancties uitgevaardigd? Is die nieuwe visumstrategie er ondertussen al? Zo ja, wat houdt die aan concrete vernieuwingen in?
Heel wat lidstaten zouden pleiten voor verbeteringen, zowel via wetwijzingen als via aanpassingen van het huidige mechanisme. Wat mogen we verwachten? Hebt u een tijdslijn?
07.02 Minister Anneleen Van Bossuyt:Mevrouw Van Belleghem, ik antwoord graag op uw vragen.
Wat uw eerste en uw tweede vraag betreft, het rapport over de medewerking van derde landen inzake overname op basis van de Visumcode moet inderdaad jaarlijks gepubliceerd worden. De inhoud ervan werd verschillende keren besproken in de Raad onder het Deense voorzitterschap. Deze besprekingen hebben echter nog niet geleid tot concrete beslissingen. Dit betekent dat de opsomming van de landen waartegen sancties werden uitgevaardigd, en ook de opsomming van landen waartegen voorstellen van sancties hangend zijn, zoals die welke vermeld werden in uw vraag, nog steeds actueel is.
Wat uw derde en vierde vraag betreft, in een recente mededeling kondigde de Europese Commissie de aanname aan van een visumstrategie voor begin 2026. De Commissie heeft al laten weten dat deze strategie zich moet richten op eenvoudigere en ook flexibelere manieren om het mechanisme van artikel 25bis van de Visumcode toe te passen, hoewel er tot hiertoe nog geen wetgevingsvoorstel met concrete wijzigingen bij de strategie gevoegd werd.
Procedurele aanpassingen en ook een duidelijker tijdsschema behoren tot de verwachte verbeteringen, maar de exacte inhoud van de strategie, die de vorm zal aannemen van een algemeen beleidsdocument, moet nog worden afgewacht.
07.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is te wijten aan de Europese Unie of de Europese Commissie maar het is natuurlijk spijtig dat het opnieuw bij aankondigingen blijft en dat er geen akkoord of strategie tot stand komt, waardoor men blijft aanmodderen.
Ik heb vandaag de website van de Dienst Vreemdelingenzaken geconsulteerd en een lijst opgesteld van de tien meest voorkomende nationaliteiten bij illegaal verblijf. Het gaat daarbij voornamelijk om personen uit Marokko, Algerije, Afghanistan, Brazilië, Albanië, Palestina, Turkije en Congo. Die landen staan niet op de lijst van visumsancties, allicht omdat hun onderdanen reeds aan strenge voorwaarden moeten voldoen.
Dat toont echter aan dat visumsancties alleen niet volstaan. Tegelijk moeten visumsancties wel worden uitgevaardigd tegen andere landen. Het geheel illustreert echter dat de whole-of-government approach, waarnaar steeds wordt verwezen, nog lang niet op punt staat.
Onder die tien meest voorkomende nationaliteiten bij illegaal verblijf vallen immers ook de meeste gezinsmigranten. Ik wil daarom een nieuw taboe doorbreken, namelijk dat landen die niet meewerken aan de terugname van personen die illegaal in ons land verblijven, geen recht zouden mogen hebben op gezinshereniging. Gezinshereniging is immers ook een vorm van gunst die wordt verleend aan een land, door toe te laten dat een onderdaan naar ons land komt. Dat is een gunst. Ook dat instrument moet dus worden gekoppeld aan samenwerking inzake terugname.
Wij moeten het debat daarover durven voeren en dat doe ik bij dezen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, het aspect van deze vraag heb ik bij mijn vorige vraag opzettelijk nog niet vermeld. Gunstige handelstarieven dienen gekoppeld te worden aan de terugname van illegalen. Dat is voornamelijk ook weer een Europees gegeven.
Om de commissievergadering wat sneller te laten verlopen, verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Als we de berichtgeving mogen geloven,
zal “nieuwe wetgeving de Europese Commissie meer slagkracht geven om lande te
dwingen uitgewezen migranten terug te nemen" en zouden “voordelige
handelstarieven waarvan heel wat landen genieten vanaf 2027 ingetrokken kunnen
worden."
Meer dan vier jaar geleden was er al eens
een poging om die gunstige handelstarieven te koppelen aan de bereidheid van
derde landen om hun onderdanen terug te nemen: in het toenmalige voorstel van
de Commissie om de gunstige voordelen voor een nieuwe periode van tien jaar te
verlengen, was destijds ook een hefboom opgenomen om deze landen aan te zetten
tot samenwerking op het vlak van terugkeer van hun onderdanen, wat zou (kunnen)
betekenen voornoemde handelsvoordelen zouden kunnen worden opgeschort als een
land zijn terugnameverplichting niet nakomt. Zoals eerder bleek uit het
antwoord van uw voorganger, konden de onderhandelingen met de Raad en het
Europees Parlement niet tijdig worden afgerond, waardoor de van kracht zijnde
voorwaarden dan maar gewoon werden verlengd…
Graag een antwoord op volgende vragen:
Gelet op voorgaande ervaring(en): welke
garanties heeft u dat de strengere regels vanaf 2027 effectief van kracht
zullen zijn?
Welke garanties zijn er dat ze ook
effectief zullen toegepast worden?
Werden op dat vlak lessen getrokken uit
(gebrekkige) werking van het Europese visumsanctiemechanisme?
De strengere regels zouden vanaf 2027
gelden voor een groot deel van de landen, maar voor de minst ontwikkelde landen
zouden ze twee jaar worden uitgesteld. Wat is daarvan de bedoeling? Over welke
landen gaat het concreet?
08.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste vraag, de Europese Commissie heeft in september 2021 een wetgevend voorstel voor het Algemeen Preferentiestelsel, GSP in het Engels, voor de periode 2024-2034 gedaan. Ze stelde toen onder andere voor om de zogenaamde re-admissiehefboom op te nemen in het licht van de verschillende conclusies van de Europese Raad, die opriepen tot het aanwenden van verschillende hefbomen, waaronder handel.
Aangezien er geen tijdig akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement tegen het aflopen van het reeds bestaande stelsel kon worden gevonden, werd in november 2023 besloten tussen de Raad en het Europees Parlement om het bestaande stelsel te verlengen tot 2027, om zo in voldoende tijd te voorzien om over het nieuwe stelsel tot een akkoord te komen.
In december 2025, dus vorige maand, werd een voorlopig akkoord gevonden over de hele tekst tussen de Raad en het Europees Parlement, dat binnenkort officieel wordt bekrachtigd.
De nieuwe GSP treedt in werking op 1 januari 2027. Voor de zogenaamde least developed countries wordt er voor de re-admissiecomponent in een transitieperiode van twee jaar voorzien. Voor hen gaat het dus in op 1 januari 2029.
Op uw tweede vraag, de re-admissiehefboom wordt nu voor het eerst juridisch verankerd en maakt dus binnenkort deel uit van de EU-wetgeving. Dat kan worden toegejuicht, want het is een belangrijk signaal ten aanzien van derde landen die op het vlak van re-admissie gebrekkig samenwerken.
Zelf betreur ik evenwel dat de taal rond re-admissie aan ambitie heeft ingeboet ten aanzien van het aanvankelijk voorstel van de Europese Commissie, door de toepassing van die re-admissiehefboom rechtstreeks te koppelen aan de visumhefboom, voorzien in artikel 25a van de Visumcode, waarover we het bij uw vorige vraag hadden. Ik vind het heel jammer dat die koppeling is ingesteld. Dat zorgt ervoor dat het toepassingsgebied wordt beperkt. Om die reden zal België zich bij de stemming over dat dossier dan ook onthouden.
Op uw derde vraag, er werden tot op heden goede resultaten geboekt onder het visumsanctiemechanisme, maar er is inderdaad ruimte voor verbetering. België ijvert binnen de Raad voor een versterkte en ook een meer strategische visumhefboom, ook met het oog op de nakende nieuwe visumstrategie van de Europese Commissie, die in de komende weken wordt verwacht.
Op uw vierder vraag, zoals ik eerder vermeldde, treedt de re-admissiecomponent voor de zogenaamde least developed countries twee jaar later in werking, dus pas in januari 2029 in de plaats van in januari 2027. Dat was het compromis dat werd gevonden met het Europees Parlement, dat zich heel lang in het algemeen heeft verzet tegen ook maar enige vorm van conditionaliteit op het vlak van re-admissie.
Over welke landen gaat het dan, als we spreken over de least developed countries? Het betreft Afghanistan, Angola, Bangladesh, Benin, Bhutan, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, de Comoren, Congo, Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Guinee, Guinee-Bissau, Haïti, Kiribati, Laos, Lesotho, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritanië, Mozambique, Myanmar, Nepal, Niger, Rwanda, Sao Tomé en Principe – waarvan ik eerlijk gezegd niet weet waar het ligt –, Senegal, Sierra Leone, de Salomonseilanden, Somalië, Soedan, Zuid-Soedan, Tanzania, Oost-Timor, Togo, Tuvalu, Oeganda, Jemen en Zambia.
08.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, u hebt bijna een derde van de landen in de wereld opgesomd, maar ik wil het nogmaals eenvoudig stellen. Als ik het juist heb begrepen, kunnen die handelssancties enkel worden genomen tegen landen waartegen visumsancties zijn ingesteld. Van de landen op uw lijst gaat het dus eigenlijk om Gambia en Ethiopië, en dat zal pas in 2029 zijn. Als er geen akkoord over de visumsancties wordt bereikt om de lijst uit te breiden, kunnen in 2029 enkel handelssancties worden uitgevaardigd tegen Gambia en Ethiopië. Dat is dus eigenlijk opnieuw een maat voor niets.
Het is natuurlijk aantrekkelijk om in de krantenkoppen te stellen dat Europa gunstige handelstarieven koppelt aan de terugname van illegale onderdanen, maar bij nadere bestudering blijkt dat in feite niemand onder die regeling valt. Het is eigenlijk weer huilen met de pet op.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Frank Troosters (VB): Ik was aan het begin van de zitting nog niet aanwezig, dus langs deze weg bied ik ook mijn beste wensen voor het nieuwe jaar aan, voor alle aanwezigen.
Mevrouw de minister, ik kom nog eens terug op de uitbating van het asielcentrum in Hasselt. Ik ondervraag u daar geregeld over. In december, toen ik u daar het laatst over ondervroeg, was de sluitingsdatum vastgelegd op 31 december 2025.
We zijn intussen het nieuwe jaar gestart, vandaar mijn vragen. Wordt het asielcentrum in Hasselt momenteel nog uitgebaat? Is het in gebruik? Zo ja, werd er een nieuwe uitbatingsovereenkomst afgesloten? Wanneer trad die in werking, met wie en onder welke voorwaarden? Welke specifieke vergoeding zal voor de huur betaald moeten worden? Wat is de nieuwe geplande sluitingsdatum?
09.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Troosters, op mijn beurt wens ik u het beste voor het nieuwe jaar.
Als antwoord op uw eerste vraag kan ik meegeven dat vanaf 1 januari, dus enkele dagen geleden, Fedasil de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt zelf heeft overgenomen en het personeel zoveel mogelijk heeft overgenomen. Het centrum zal functioneren zoals de andere opvangcentra die door Fedasil worden uitgebaat.
Wat uw tweede vraag betreft, zal aan de eigenaar van het gebouw in Hasselt voor het eerste trimester, dus de eerste drie maanden van 2026, een bedrag van 118.296 euro, inclusief btw, worden betaald in het kader van de navolgende opdracht, perceel 1, van de overheidsopdracht Fedasil huur 2024-00-01. Daarmee beschikt u over alle informatie.
Wat uw derde vraag betreft, werd binnen de overheidsopdracht die ik daarnet vermeld heb de navolgende opdracht binnen perceel 1, met betrekking tot het ter beschikking stellen van de site voor het opvangcentrum in Hasselt, gegund aan de eigenaar van het gebouw voor een periode van maximaal vier jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2026. In het afbouwplan dat momenteel in opmaak is, zal elk opvangcentrum geëvalueerd worden en dit zal worden meegenomen in de denkoefening. Ook het opvangcentrum in Hasselt zal daarvan deel uitmaken.
09.03 Frank Troosters (VB): Dank u wel, mevrouw de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Francesca Van Belleghem (VB): Het begint stilaan een obsessie te worden, want daarnet stelde ik ook aan de minister van Justitie een vraag over Trabelsi. Zij weigerde te antwoorden. Ik hoop dat u wel op mijn vragen zult ingaan. Het zijn andere vragen, wat het een stuk eenvoudiger maakt.
De veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi zou aan u of aan uw diensten gevraagd hebben om hem over te brengen naar Afghanistan, omdat hij daar nog een huis zou bezitten. Heeft uw kabinet of hebt u een dergelijk verzoek ontvangen van de heer Trabelsi? Op welke wijze heeft hij dat verzoek overgebracht en via welk kanaal? Wat is uw antwoord daarop? Zult u hem daarbij helpen of overweegt u dat? Op basis van welke juridische gronden zou u hem kunnen helpen? Als hij een dergelijk verzoek kan indienen, kan elke burger dat dan ook zomaar vragen? Welke financiële implicaties zou dat hebben? Graag een gedetailleerde kostenraming.
Bent u op de hoogte van contact tussen de heer Trabelsi en de Taliban? Indien dat het geval is, wat is de aard daarvan? Is de Veiligheid van de Staat daarover ingelicht?
Welke veiligheidsgaranties kan België verkrijgen dat de heer Trabelsi bij een eventuele overbrenging naar Afghanistan zijn terroristische activiteiten niet zal hervatten en dat hij nadien niet zal terugkeren naar dit land of een ander Europees land?
Heeft er overleg met de Amerikaanse autoriteiten plaatsgevonden?
Hebben uw diensten een risico-evaluatie uitgevoerd over de mogelijke precedentwaarde van een dergelijke zaak?
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat het verzoek van de heer Trabelsi een propagandaoverwinning wordt voor terroristische organisaties?
Welke bijkomende maatregelen hebt u genomen om de heer Trabelsi terug te sturen naar Tunesië?
10.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Op uw eerste vraag, of wij een verzoek hebben ontvangen namens de heer Trabelsi, is mijn antwoord kort: neen. U kijkt misschien verbaasd, maar dat is het antwoord, neen.
In uw tweede vraag peilde u ernaar wat mijn principiële antwoord zou zijn indien we een dergelijk verzoek hadden ontvangen. Zoals ik eerder zei, hebben we geen verzoek ontvangen. In elk geval geldt dat als de heer Trabelsi zich in een ander land dan het zijne wenst te vestigen, het aan hem is om de nodige stappen te ondernemen om zich daar te vestigen. Hij geeft bovendien aan over goederen in Afghanistan te beschikken, met name een huis.
Niets weerhoudt hem er bovendien van om stappen te ondernemen om bij de Tunesische autoriteiten een geldig reisdocument te bekomen om vrijwillig terug te keren naar zijn land van herkomst. Mijn diensten willen de heer Trabelsi steeds bijstaan bij een terugkeer naar zijn land van herkomst, namelijk Tunesië. Wat ik echter niet zal doen, is een veroordeelde salafistische terrorist op kosten van de Belgische belastingbetaler terugbrengen naar het talibanregime.
Wat uw derde vraag betreft over de financiële implicaties, de heer Trabelsi heeft ondertussen voldoende middelen gekregen van de Belgische Staat. Hij kan zijn vlucht zelf betalen met de toegekende schadevergoeding, maar hij besteedt die middelen blijkbaar liever aan hotelverblijven. Ik hoop dat, indien hij een ticket aankoopt, het een eenrichtingsticket zal zijn.
Wat uw vierde vraag betreft of ik op de hoogte ben van eventuele contacten tussen de heer Trabelsi en de Taliban, luidt het antwoord ontkennend.
Wat uw vijfde vraag betreft over veiligheidsgaranties, kan ik dergelijke garanties niet bieden, aangezien dat niet tot mijn bevoegdheden behoort.
Wat uw zesde vraag betreft over overleg met de Amerikaanse autoriteiten, is het antwoord eveneens negatief.
Wat uw zevende vraag betreft of mijn diensten een risico-evaluatie hebben uitgevoerd, is het antwoord negatief, aangezien wij dat verzoek niet hebben ontvangen en hij zelf de nodige stappen kan zetten om naar Afghanistan te gaan, indien hij dat wenst.
Wat uw achtste vraag betreft, met name welke maatregelen ik neem om te voorkomen dat zijn verzoek onderdeel zou worden van een propagandaoverwinning voor terroristische organisaties, herinner ik u eraan dat ik niet bevoegd ben voor de strijd tegen het terrorisme. Daarnaast wil ik, mevrouw Van Belleghem, ook benadrukken dat de heer Trabelsi de Belgische media heel goed weet te bespelen. De ene keer wil hij absoluut in België blijven. De eindeloze procedureslag tegen zijn uitwijzing getuigt daarvan. De andere keer wil hij vertrekken. Zijn laatste ballonnetje om naar Afghanistan te worden gebracht, past volledig in dat rijtje. Ik heb beslist om niet te reageren op persvragen hierover, hoewel ik die wel degelijk heb ontvangen. Het is duidelijk dat u wel in de val trapt om dergelijke mediastunts verder aan te wakkeren en u op die manier de heer Trabelsi opnieuw een podium geeft.
Wat uw laatste vraag betreft over de bijkomende maatregelen die werden genomen om de heer Trabelsi gedwongen terug te sturen naar Tunesië, kan ik meegeven dat de Dienst Vreemdelingenzaken contacten blijft onderhouden met Tunesië in het kader van de opvolging van dit dossier.
10.03 Francesca Van Belleghem (VB): Minister, u kunt mij toch niet verwijten dat ik vragen stel over Nizar Trabelsi en dat ik hem daarmee een podium geef? Ik probeer al maanden te achterhalen hoeveel geld de Belgische regering, niet alleen dit jaar maar ook in het verleden, al aan Nizar Trabelsi heeft betaald. Ik weet dat hij veel meer ontvangen heeft dan 300.000 euro. Dat hij dat hier opsoupeert aan hotels, is verschrikkelijk om te horen, want slachtoffers van terroristische aanvallen moeten jarenlang procederen om een veel kleiner bedrag van de Belgische Staat te ontvangen of om een veroordeling op te strijken om dwangsommen of schadevergoedingen te krijgen. Hij krijgt zomaar 300.000 euro, maar eigenlijk nog veel meer.
In HLN stond letterlijk dat Nizar Trabelsi aan de federale regering vraagt om hem te helpen naar Afghanistan te verhuizen. Dan is het mijn plicht als volksvertegenwoordiger om de minister daarover te ondervragen. Ik denk dat het mijn taak is en ik zal dat altijd blijven doen. Het kan mij eigenlijk niet schelen dat ik zijn naam vernoem en dat ik hem daarmee een podium geef. Wij hebben als burger het recht om te weten wat die man van plan is en wat hij hier nog allemaal doet. Vooral het feit dat hij eigenlijk nog altijd niet gedwongen is teruggestuurd en dat we nog altijd niet weten hoeveel geld hij werkelijk heeft ontvangen, stoot mij tegen de borst. Ik ga die vragen blijven stellen, minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Francesca Van Belleghem (VB): Het asielcentrum in Lommel blijft de gemoederen beroeren. Ondanks talrijke incidenten en de groeiende onveiligheid die de inwoners van Lommel ervaren, blijkt uw departement opnieuw te onderhandelen over een verlenging van het contract. U kent mijn vragen intussen ook al.
Werd er intussen een nieuw contract afgesloten? Zo ja, voor welke termijn? Voor hoeveel plaatsen? Wat is de huurprijs? Zal die huurprijs toenemen of dalen? Daarnaast had ik vragen over het aantal incidenten dat in en rond het centrum werd geregistreerd. Hoeveel politie-interventies waren er nodig? Wat is de kostprijs daarvan? Hebt u bij de verlenging van het contract rekening gehouden met de talrijke klachten van de buurtbewoners en het lokaal bestuur?
Onlangs, eind december, was ik aan het asielcentrum in Lommel. Het waren geen Vlaams Belangers, maar Nederlanders die mij daar aanklampten. Zij zeiden dat ze al maanden, of misschien zelfs jaren – ik weet het niet meer precies – proberen hun huis te verkopen, maar dat dat niet lukt door het asielcentrum. Mensen willen niet naast een asielcentrum wonen. Dat zijn ook de klachten die mensen in de regio ervaren. Houdt u daar rekening mee? Hebt u de mogelijkheid overwogen om dat centrum te sluiten?
11.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, er werd een nieuw huurcontract afgesloten voor het opvangcentrum in Lommel, met een capaciteit van 750 plaatsen, dus dezelfde capaciteit als tot op heden voorzien. Het contract loopt maximaal tot 2030. Vanaf 2029 beschikt het agentschap over de mogelijkheid om, als de situatie binnen het opvangnetwerk dit toelaat, de gehuurde capaciteit af te bouwen.
Het nieuwe huurcontract voorziet in gunstigere voorwaarden voor het agentschap, met een lagere huurprijs dan in de vorige contracten. Het lokale bestuur werd geïnformeerd over de verlenging. In het nieuwe contract zijn bijkomende maatregelen opgenomen om de veiligheid te verbeteren en eventuele overlast te beperken. Zo zal onder meer de grote loods, zijnde de voormalige discotheek, niet langer toegankelijk zijn voor derden en zal de verhuurder buitenverlichting met lichtsensoren voorzien op het terrein.
Tussen 2020 en 2025 werden er 126 bewonersincidenten gerapporteerd. In diezelfde periode, van 2020 tot eind 2025, waren er 74 politie-interventies.
Ik houd mij aan het regeerakkoord. Ik zal dus de afbouw van het collectieve opvangnetwerk doorvoeren wanneer de druk op het opvangnetwerk dat toelaat en de hotels en lokale opvanginitiatieven afgebouwd zijn.
We zetten momenteel volop in op het inperken van de asielinstroom, met resultaat. De cijfers dalen maandelijks en de opvang in hotels kunnen we intussen al afbouwen. Een afbouw van de lokale opvanginitiatieven en binnen andere asielcentra is pas aan de orde zodra een verdere daling dit toelaat. Dat staat duidelijk zo in het regeerakkoord. In het afbouwplan dat momenteel in opmaak is, zal elk opvangcentrum worden geëvalueerd en het centrum in Lommel zal dus meegenomen worden in de denkoefening.
11.03 Francesca Van Belleghem (VB): Minister, u weet – of u weet het niet – dat ik op 22 december normaal gezien alle huurcontracten van Fedasil zou inkijken. Dat was op uw verzoek. U zei dat ik alle huurcontracten moest inkijken in het kader van de openbaarheid van bestuur. Ik heb die vraag dan ook ingediend bij Fedasil. Ik had een afspraak op 22 december. Fedasil had dus toegestaan dat ik alle huurcontracten zou inkijken. Vier dagen voordien kreeg ik echter plots een e-mail waarin stond dat ik alle huurcontracten mocht inkijken, maar dat de huurprijzen zwartgemaakt zouden worden. Ik mocht die dus blijkbaar niet meer zien, zogezegd wegens het financiële belang, maar dat geloof ik niet.
De reden die werd gegeven – dat zijn niet mijn woorden – was dat, als de huurprijzen van alle asielcentra publiek zouden zijn, het moeilijker zou zijn voor Fedasil om nieuwe huurcontracten te onderhandelen. Ik vind dat onzin. U bevestigt hier eigenlijk deels wat ik denk.
U zegt dat we voor Lommel gunstigere voorwaarden hebben kunnen onderhandelen. Nochtans zegt men dat ik de huurprijzen niet mag kennen omdat dat tot hogere huurprijzen zou leiden. Het feit dat ik de huurprijs voor Lommel heb bekendgemaakt en dat dit nu heeft geleid tot een lagere huurprijs, draait de feiten volledig om en bewijst dat ik gelijk heb.
De mensen hebben het recht om te weten hoeveel de huurprijs bedraagt. Dat de voorwaarden gunstiger zijn, is niet zo moeilijk te noemen, want de huurprijs bedroeg 5 miljoen euro per jaar, wat gigantisch veel is voor één asielcentrum. Ik blijf mijn strijd voortzetten. De mensen hebben het recht om te weten hoeveel een asielcentrum kost en hoeveel die privéspelers maandelijks ontvangen aan huurgeld. Mijn strijd gaat dus verder. Ik geef niet op.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12.01 Francesca Van Belleghem (VB): Het DVZ-gebouw in de Belliardstraat is een tijdelijke oplossing. Die zou in principe in het najaar van 2025 aflopen. In december zei u dat er een verlenging was tot 31 maart, die nadien, denk ik, nog verlengbaar is. Er liep toen een procedure om die tijdelijke verlenging te formaliseren.
Ondertussen worden pistes onderzocht voor een nieuw aanmeldcentrum. Wat is daar de stand van zaken van? Kunt u daarover meer toelichting geven? Wanneer is de verhuis gepland en met welke criteria houdt u daarbij rekening?
12.02 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, we zeggen al jarenlang dat procedures sneller moeten verlopen, dat diensten beter moeten samenwerken en personen die asiel aanvragen duidelijkheid moeten krijgen, maar dan blijft de eerste logische stap ontbreken. Iedereen die ooit met de keten heeft gewerkt, weet dat als de start chaotisch is, alles chaotisch blijft. Mensen worden van hot naar her gestuurd, diensten missen informatie, medewerkers draaien overuren. Het systeem verliest tijd op momenten waarop men juist snelheid nodig heeft. Dus maak het simpel: alles op één plek, één degelijk aanmeld- en registratiecentrum, waar alle diensten samenzitten. Dat is beter voor de mensen die zich aanmelden en voor het personeel. Het leidt tot snellere beslissingen, een betere bescherming, duidelijkheid voor wie kan blijven en voor wie moet vertrekken.
Wat is de stand van zaken van uw plannen? Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding in mijn vraag.
Het DVZ-gebouw in de Belliardstraat zou
een tijdelijke oplossing zijn als registratiecentrum, dat in het najaar van
2025 in principe zou aflopen. In december wist u te vertellen dat het gebruik
van de site in de Beliardstraat contractueel vastgelegd is tot 31 maart 2026,
maar wel verlengbaar is. Er was toen een procedure lopende om een tijdelijke
verlenging te formaliseren. Ondertussen werden een aantal pistes onderzocht
voor een nieuw aanmeldcentrum. Die waren echter nog in een te vroeg stadium om
daarover al meer informatie te kunnen verspreiden.
1. Wat is de stand van zaken van het
nieuwe aanmeldcentrum?
2. Kunt u over die nieuwe pistes al meer
vertellen?
3. Wanneer staat de verhuizing gepland?
4. Met welke criteria houdt u rekening
bij de keuze van een nieuwe locatie?
12.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, mijnheer El Yakhloufi, mijn antwoord is vrij kort, aangezien mijn diensten momenteel hard werken aan het onderzoeken van de verschillende mogelijkheden. Ik kan daarover momenteel dus nog geen concrete mededelingen doen. Wel kan ik meegeven dat daarin in de nabije toekomst verandering zal komen.
De Regie der Gebouwen heeft een verlenging van minimaal drie maanden gevraagd voor de huidige locatie aan de Belliardstraat voor de Dienst Vreemdelingenzaken. De DVZ meldt mij dat er normaliter niet zal worden verhuisd vóór juni 2026.
Bij de keuze van de nieuwe locatie wordt onder meer rekening gehouden met de ligging en de bereikbaarheid. Ook moet het, zoals ik reeds heb aangegeven, mogelijk zijn om op de nieuwe locatie de verschillende partners van de asielketen samen te brengen in het belang van de efficiëntie van de procedure.
12.04 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
12.05 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik hoor dat er pistes zijn, dat er gesprekken lopen en dat uw diensten heel hard aan het werk zijn. Dat hoor ik al enige tijd, maar intussen blijft de eerste stap van de procedure versnipperd. Zolang die eerste stap niet op orde is, blijft alles trager, moeilijker en frustrerender.
Ik wil voor alle duidelijkheid geen kritiek uiten, want dat is heel eenvoudig. Kritiek geven is altijd gemakkelijk. Wat ik vooral wil benadrukken, is dat alles op één plek samenbrengen geen luxe is, maar puur gezond verstand. Ik hoor bovendien dat u dat ook steunt, zowel voor het personeel als voor een efficiënter systeem.
Mijn oproep aan u is dan ook duidelijk. Maak daarvan echt een prioriteit met een duidelijke timing. Snellere beslissingen betekenen immers bescherming voor iedereen. Ik hoop over het dossier heel binnenkort een antwoord te mogen ontvangen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, in de voorbije maanden is het aantal noodopvangplaatsen, onder meer in hotels, sterk afgebouwd. Die afbouw lijkt voorlopig zonder grote problemen te verlopen, maar roept bij mij vragen op over de duurzaamheid van het opvangnetwerk.
Ik wil daarbij het volgende verduidelijken. Het betreft het frame en beeld ten aanzien van de burgers over noodopvang in hotels. Ik ben een parlementslid dat vooral denkt in het belang van dit land en ook mijn partij staat daar nu zo in. Eigenlijk is het heel raar dat die mensen in hotels verblijven. We moeten een continuïteit van plaatsen hebben. Er moeten voldoende plaatsen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld voor het geval er iets zots gebeurt. Er hoeft maar een zot iets te doen in Venezuela of een ander land en dat kan snel gevolgen hebben. Ik verwacht dit jaar jammer genoeg nog veel dergelijke geopolitieke situaties.
Mevrouw de minister, ik heb daar enkele vragen bij en verwijs voorts naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Mevrouw de minister,
De voorbije maanden is het aantal
noodopvangplaatsen, onder meer in hotels, sterk afgebouwd. Deze afbouw lijkt
voorlopig zonder grote problemen te verlopen, maar roept vragen op over de
duurzaamheid van het opvangnetwerk.
1. Kan u bevestigen hoeveel hotels
vandaag nog worden ingezet voor opvang en binnen welke timing deze volledig
zullen worden gesloten?
2. Hoe evalueert u de sluiting van deze
hotels tot dusver, zowel op operationeel vlak als wat betreft de doorstroom van
bewoners?
3. Welke garanties bestaan er dat de
verdere afbouw van noodopvang geen nieuwe druk zal creëren op het reguliere
opvangnetwerk?
Ik dank u voor uw antwoord.
13.02 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, heel het regeerakkoord is erop gericht om paal en perk te stellen aan de ongebreidelde illegale instroom van migranten in ons land. We stellen vast dat het beleid dat tot nu toe is gevoerd, de maatregelen die zijn genomen, zoals de verstrenging van de gezinshereniging, evenals het feit dat geen opvang meer wordt voorzien voor mensen met een M-status, al effect hebben.
We zien nu al dat die instroom sterk aan het dalen is. Ik ben uiteraard benieuwd naar de cijfers van december, maar ik weet dat die verder dalend zijn.
Er zijn daarover ook duidelijke afspraken gemaakt. Eerst wordt gestart met de afbouw van de hotelopvang, daarna volgen de lokale opvanginitiatieven en vervolgens wordt gekeken naar de collectieve opvang.
Mevrouw de minister, eind oktober hebt u aangegeven dat u de hotelopvang spoedig zou afbouwen. Mijn vraag aan u is dan ook of u ons de laatste stand van zaken kunt geven. Hoeveel plaatsen zijn momenteel nog in gebruik en op welke termijn zal de hotelopvang volledig zijn afgebouwd?
13.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw De Vreese, om te beginnen wil ik meedelen dat er momenteel nog slechts één hotel is waar opvang van asielzoekers wordt georganiseerd. Dat hotel had op 5 januari een bezetting van twaalf personen. Deze regering is gestart met een kleine vierhonderd mensen in hotelopvang; vandaag gaat het nog om twaalf personen. De opvang van asielzoekers in hotels is geen duurzame oplossing om de druk op het opvangnetwerk op te vangen. Daarom heb ik de voorbije maanden die opvangplaatsen prioritair gesloten. Ik heb van de ministerraad het mandaat gekregen om alle hotelopvang volledig af te bouwen tegen eind februari. Gezien de huidige cijfers is een volledige sluiting op een vroeger tijdstip waarschijnlijk.
De afbouw van de hotelopvang is gebeurd in functie van de algemene beschikbaarheid van opvangcapaciteit en is operationeel vlot verlopen.
Wat uw laatste vragen betreft, is het regeerakkoord zeer duidelijk. Ik zal slechts een structurele afbouw opstarten op het ogenblik dat het opvangnetwerk dat toelaat, met andere woorden, wanneer de vermindering van de instroom, onder meer door de genomen crisismaatregelen, zich blijft doorzetten.
13.04 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben blij met uw antwoord. Ik hoor twee zaken.
Ten eerste, hotelopvang is geen duurzame oplossing en is ook niet verantwoord. We gaan die hotels voor opvang sluiten. U zegt dat voor opvang nog één hotel open is, waar twaalf mensen slapen. We zijn begonnen met vierhonderd. Dat is dus een duidelijke afbouw. Dat is een duidelijk asielbeleid dat we met deze regering voeren. Partijen die beweren dat dat niet zo is, hebben het verkeerd, want er is een duidelijk en goed beleid.
Ten tweede, het is wel belangrijk dat we opvangcapaciteit blijven garanderen, zoals ik hoor u zeggen, en dat we ook een buffer in de opvang moeten hebben. Dat moet altijd gegarandeerd blijven, puur vanwege de menselijkheid.
Ik ben heel blij met uw antwoord.
13.05 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, we maken inderdaad een duidelijk verschil met dit beleid tegenover het vorige. De hotelopvang is volledig gekelderd. Er zitten nog twaalf personen in een hotel. Dat betekent in feite dat u er al in bent geslaagd om de hotelopvang stop te zetten. Dat is inderdaad zeer belangrijk, want dat was vroeger een echte aantrekkingsfactor naar ons land. Dat hebt u nu gestopt. Op naar de volgende maatregelen om een nog sterker signaal te geven. Ik wens u daarmee heel veel succes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, iedereen begrijpt dat noodmaatregelen niet eeuwig kunnen blijven bestaan, maar iedereen begrijpt ook iets anders, iets heel intuïtief, namelijk dat men geen dak afbreekt zolang het regent. De aankondiging dat alle opvangplaatsen binnen Defensie zouden worden gesloten, roept bij mij dan ook heel veel vragen op, niet omdat Defensie geen andere kerntaken heeft, maar omdat deze beslissing directe gevolgen heeft voor Fedasil, voor het opvangnetwerk en voor de mensen die vandaag al op de wachtlijst staan en op wie een verandering een enorme impact heeft.
Vanochtend las ik dat de beslissing is genomen om Ieper eind dit jaar te sluiten. U weet dat asiel geen rechte lijn is. De instroom schommelt, ook al voeren we een duidelijk beleid, dat stilaan – u weet dat ik constructief kritisch ben – effect heeft. Eén geopolitieke crisis, één wijziging in de buurlanden en die druk kan echter opnieuw snel toenemen. Net daarom zijn bufferplaatsen geen luxe, maar wel een kwestie van gezond verstand. Ze zorgen ervoor dat we niet bij elke schommeling opnieuw in een crisis belanden. Wie capaciteit afbouwt, moet er zeker van zijn dat hij die morgen niet opnieuw nodig heeft.
Daarom wil ik graag duidelijkheid van u, niet alleen over hoeveel plaatsen er sluiten, maar vooral over hoe u vermijdt dat Fedasil opnieuw voor voldongen feiten komt te staan en we binnen enkele maanden opnieuw noodgrepen moeten toepassen.
Voor het overige verwijs ik naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Mevrouw de minister,
Recent werd aangekondigd dat de minister
van Defensie alle opvangplaatsen binnen Defensie wil sluiten. Deze beslissing
heeft directe gevolgen voor Fedasil en het bredere opvangnetwerk.
Kan u verduidelijken hoeveel
opvangplaatsen binnen Defensie momenteel nog operationeel zijn en binnen welke
termijn deze zullen worden gesloten?
In welke mate werd Fedasil betrokken bij
deze beslissing en welke beleidsruimte heeft Fedasil nog om de gevolgen van
deze afbouw op te vangen?
Welke alternatieven worden voorzien om
het wegvallen van deze opvangplaatsen te compenseren, en hoe wordt vermeden dat
Fedasil voor voldongen feiten komt te staan?
Ik dank u voor uw antwoord.
14.02 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, we staan voor zeer grote geopolitieke uitdagingen. Defensie moet in het licht van deze uitdagingen de militaire kwartieren kunnen gebruiken voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. Die kazernes waren bedoeld als een noodoplossing. De N-VA heeft steeds gepleit voor een daling van de instroom. Dat moet ervoor zorgen dat we defensie opnieuw kunnen opbouwen en weerbaar maken. Als minister staat u dus voor grote uitdagingen. Er wordt inderdaad een daling van de instroom waargenomen, maar die daling is nog niet van die aard dat u geen enkele opvangplaats meer nodig hebt.
In de voorbije jaren werden al defensiesites ingezet als tijdelijke oplossing. De site in Berlaar sloot. De site Ieper zal eind dit jaar sluiten. De site Westakkers in Sint-Niklaas zal eind 2028 sluiten. Deze twee steden hebben heel wat gedaan op het vlak van asielopvang met twee grote opvangcentra op hun domein. Het is niet meer dan normaal dat die tijdelijke noodoplossingen daar worden stopgezet. Minister Franken, die volop bezig is met zijn ruimer kwartierplan, bevestigde dit vanochtend.
Welke impact heeft dat op uw departement? Hoeveel opvangplaatsen zijn er op die defensiesites en hoeveel daarvan zullen er sluiten? Op welke manier wordt dat afgestemd met minister Franken, zodat er geen problemen ontstaan rond de opvangcapaciteit?
14.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw De Vreese, momenteel heeft Fedasil ongeveer 4.000 plaatsen op sites van Defensie. In het najaar van 2025 heeft Fedasil al 270 plaatsen in Jabbeke en 600 plaatsen in Berlaar gesloten, omdat de uitstroom de voorbije maanden hoger lag dan de instroom. De heringebruikname van de sites door Defensie kadert in hun algemeen kwartierplan. Dit plan zal spoedig worden voorgelegd aan de ministerraad. Er is nog geen sprake van een formele beslissing hieromtrent.
De operationele diensten van Fedasil en van Defensie staan periodiek met elkaar in contact over de door Fedasil gebruikte infrastructuur. Er vond ook overleg plaats tussen mijn beleidscel en die van de minister van Defensie om de toekomst van de asielcentra op hun domeinen te bespreken. Dit overleg blijft plaatsvinden om op eventuele sluitingen te anticiperen en die te organiseren, zodat het regeerakkoord voor beide beleidsdomeinen kan worden uitgevoerd.
14.04 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Zei u nu dat het beheersbaar is en dat u naar alternatieven kijkt?
14.05 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik heb gezegd dat er momenteel 4.000 plaatsen zijn op de sites van Defensie. Daarvan zijn er sinds vorig jaar al 270 in gebruik. Er zijn er nu ook 600 weg in Berlaar. Dat is dus een flink aantal.
Dankzij ons beleid is de uitstroom uit de opvang momenteel hoger dan de instroom. Momenteel is het dus doenbaar. Defensie en mijn diensten staan echter continu in contact om te bekijken hoe we in de toekomst, op basis van hun kwartierplan, kunnen anticiperen en organiseren als er bijkomende plaatsen zouden verdwijnen.
14.06 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Er is over de rest nog geen beslissing genomen? Over al die andere van de 4.000 plaatsen? Oké.
Mevrouw de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat goed blijven volgen, ook binnen het kwartierplan dat hier wordt aangekaart.
Nogmaals, we hebben in het verleden al meegemaakt dat we dachten dat het in orde was en dat we konden afbouwen. Dat is natuurlijk wat we allemaal willen. Veel kranten en voorspellers – ik wil niet beweren dat dat allemaal waarheid is, maar toch – geven echter aan dat 2026 een zeer druk geopolitiek jaar zal worden, waarin veel zal gebeuren.
Ikzelf ben niet snel bang, voor alle duidelijkheid, maar er is veel aan de hand. De Verenigde Staten kondigen ook aan dat ze nog meer zullen doen. Ik wil gewoon het nuchtere, Vlaamse boerenverstand hier even gebruiken. Ik wil u en de minister van Defensie dan ook vragen om zeker waakzaam te zijn en naar de toekomst te kijken.
14.07 Maaike De Vreese (N-VA): Ik zal nog wat West-Vlaams boerenverstand toevoegen.
Ik denk dat heel wat mensen terecht zeer benieuwd zijn naar hoe dat kwartierplan eruit zal zien. Onze diensten, de DVZ, Fedasil, maar ook natuurlijk Defensie en onze militairen moeten dringend weten hoe dat kwartierplan eruitziet, waar zij infrastructuur moeten voorzien en dergelijke meer.
Ook alle inwoners van onze steden en gemeenten en onze lokale besturen hebben het recht te weten waar ze aan toe zijn. We weten immers dat zij al heel lang zeggen dat de opvang voor hen heel zwaar is. Zij zien ook graag een militaire kazerne terugkomen. Er zijn eveneens heel wat steden en gemeenten die andere plannen hebben met de sites van Defensie die eventueel vrijkomen. We zullen dit dus zeker blijvend opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Ik geef even mee aan de collega’s dat we werken tot 17.00 uur. We zijn gekomen aan een reeks vragen van de heer El Yakhloufi. Hij zou ze aan een recordtempo moeten stellen opdat we ook de vragen van mevrouw van Belleghem en die van mevrouw Schlitz nog kunnen behandelen.
15.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Laten we beginnen bij iets waar iedereen het over eens is, kinderen horen veilig te zijn. Zo simpel is dat. Als de overheid kinderen niet kan beschermen in de opvang, faalt het systeem op het meest basale niveau. Het onderzoek van professor Katja Fournier van de Odisee Hogeschool, gebaseerd op vijf jaar terreinwerk in Belgische opvangcentra en gesprekken met honderden gezinnen, kinderen en medewerkers, leidt tot een bijzonder verontrustende conclusie. Die conclusie is hard om te lezen, niet omdat ze verrassend is, maar omdat ze bevestigt wat veel mensen al lang signaleren: overbezetting, te weinig privacy, gedeelde sanitaire voorzieningen die niet eens degelijk kunnen worden afgesloten, te weinig begeleiding en te weinig mensen op de vloer. Dat leidt onvermijdelijk tot spanningen, geweld en grensoverschrijdend gedrag. Niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat kwetsbare groepen veel te lang in een context worden geplaatst die hen kwetsbaar maakt. Ik keur dat gedrag niet goed, integendeel.
Wij moeten ervoor zorgen dat zulke situaties kunnen worden vermeden. Tegelijk horen we spreken over plannen over afbouw en besparingen. We mogen discussiëren over aantallen, maar besparingen kunnen zeker niet ten koste gaan van veiligheid en menselijkheid. Dat zijn geen besparingsposten.
Mijn kernvraag is dan ook eenvoudig. Wat verandert u concreet, zodat kinderen niet langer mee moeten draaien in een systeem dat hen niet beschermt en zodat personeel niet opbrandt in een onmogelijke job?
Voor de verdere toelichting verwijs ik naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Recent verscheen een uitgebreid onderzoek
van professor Katja Fournier (Odisee Hogeschool), gebaseerd op vijf jaar
terreinwerk in Belgische opvangcentra en gesprekken met honderden gezinnen,
kinderen en medewerkers. De conclusies zijn bijzonder verontrustend.
Het onderzoek stelt vast dat de
veiligheid van kinderen in opvangcentra vandaag niet kan worden gegarandeerd,
noch op emotioneel, noch op fysiek of seksueel vlak. Er wordt melding gemaakt
van intrafamiliaal geweld, vechtpartijen, pestgedrag en seksueel grensoverschrijdend
gedrag. Een derde van de bewoners in opvangcentra zijn kinderen, waarvan twee
derde jonger dan twaalf jaar, en zij verblijven gemiddeld achttien maanden in
deze context. Dat is een zeer lange periode in een kinderleven.
Daarnaast wijst het onderzoek op
structurele problemen zoals gebrek aan privacy, overbezetting, gedeeld sanitair
dat niet veilig kan worden afgesloten, onvoldoende psychologische begeleiding
en een schrijnend tekort aan personeel. Die omstandigheden leiden niet alleen
tot verergering van trauma’s bij bewoners, maar ook tot secundaire
traumatisering en burn-outs bij medewerkers. Medewerkers getuigen over
situaties waarin zij ernstige incidenten probeerden te voorkomen, maar zelf
onvoldoende ondersteuning kregen.
Tegen deze achtergrond maakt het mij
bijzonder bezorgd dat er plannen circuleren om het aantal opvangplaatsen verder
af te bouwen en dat er gesproken wordt over aanzienlijke besparingen bij
Fedasil en de lokale opvanginitiatieven, terwijl net de kwaliteit en veiligheid
van de opvang onder druk staan.
Daarom heb ik volgende vragen voor u,
mevrouw de minister:
Hoe beoordeelt u de conclusies van dit
onderzoek, in het bijzonder de vaststelling dat de veiligheid van kinderen in
opvangcentra vandaag niet kan worden gegarandeerd?
Welke concrete maatregelen neemt of plant
u om de bescherming van kinderen in opvangcentra te versterken, zowel op vlak
van infrastructuur, privacy als begeleiding?
Hoe zorgt u ervoor dat opvangcentra
voldoende personeel, psychologische ondersteuning en externe controle hebben om
grensoverschrijdend gedrag en geweld preventief aan te pakken?
Hoe verhoudt de geplande afbouw van
opvangplaatsen en de aangekondigde besparingen bij Fedasil en de LOI’s zich tot
de nood aan meer kwalitatieve, veilige en kleinschalige opvang?
Bent u bereid om, op basis van deze
bevindingen, het huidige opvangbeleid en de financiering ervan te herevalueren,
met bijzondere aandacht voor kinderen en het welzijn van het personeel?
15.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, ik neem de veiligheid en het welzijn van kinderen in de opvang zeer ernstig. Elk signaal van onveiligheid of grensoverschrijdend gedrag wordt opgevolgd en leidt waar nodig tot een interventie.
Het onderzoek waarnaar u verwijst, toont terecht aan hoe overbezetting, lange verblijfsduren en noodopvang tijdens de opvangcrisis een zware druk hebben gelegd op kinderen en op medewerkers. Die analyse neem ik ter harte. Ik onderschrijf echter niet de conclusie dat de veiligheid van kinderen vandaag structureel niet kan worden gegarandeerd.
Er bestaan duidelijke procedures inzake kinderbescherming, meldingsplicht en samenwerking met jeugdhulp en Justitie, die ook effectief worden toegepast. Om de bescherming van kinderen te versterken, worden gezinnen met kinderen en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen prioritair opgevangen op aangepaste plaatsen. Er wordt ingezet op meer privacy en betere infrastructuur, onder meer door de afbouw van tijdelijke crisisopvang. Preventie- en opvolgingsprotocollen worden verder versterkt en momenteel wordt een actieplan rond kinderen in de opvang gefinaliseerd, dat binnenkort wordt uitgerold. Wat personeel en begeleiding betreft, investeren we in bijkomende ondersteuning van teams, opleiding en psychologische begeleiding in samenwerking met externe partners, met blijvende externe controle en inspectie.
De geplande afbouw van opvangplaatsen en de bijbehorende financiering kaderen binnen de crisismaatregelen, die sinds augustus van kracht zijn en tot doel hebben de instroom te beheersen en zo de druk op het opvangnetwerk te verlagen. Deze maatregelen hebben geen impact op de geldende kwaliteits- en infrastructuurnormen, die onverkort van toepassing blijven. Er zijn drie pijlers essentieel in het beleid: de instroom verlagen, de uitstroom verhogen en zo een meer humane opvang bieden aan de mensen die het echt nodig hebben.
Het opvangbeleid en de financiering worden continu geëvalueerd, met bijzondere aandacht voor de bescherming van kinderen en werkbare omstandigheden voor het personeel.
15.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, in het regeerakkoord, dat we samen tot stand hebben gebracht en waarin veel elementen voorkomen waaromtrent we water in de wijn hebben moeten doen, zijn we het eens over het belang van de bescherming van het kind. Dat is een gigantische prioriteit. Ook voor Vooruit is de bescherming van het kind, in welke situatie dan ook, van essentieel belang. Ik ben dan ook blij met uw positieve analyse van het onderzoek, natuurlijk niet helemaal, want het zou politiek onverstandig zijn om het helemaal eens te zijn.
Over het structurele aspect was u het niet helemaal eens. Ik ben deels gerustgesteld, maar, nogmaals, ik denk dat we dat rapport zeker moeten opvolgen. U zegt ook dat u de prioriteit bij minderjarigen blijft leggen.
Er zijn toch enkele fundamentele bezorgdheden. We horen vaak dat richtlijnen, protocollen en monitoren bestaan. Het probleem vandaag ligt niet alleen in gebrekkige procedures, maar is soms de realiteit op het terrein, die lastig is. U hebt gelijk om de instroom te doen dalen en de uitstroom te doen stijgen, waarvoor ook de regering duidelijk heeft gekozen. Dat moet op een humane en correcte manier gebeuren, zodat we de betrokkenen kunnen beschermen.
Als de veiligheid van kinderen niet kan worden gegarandeerd, dan volstaat het niet om te zeggen dat we het opvolgen, maar dan moeten we echt keuzes maken. Dat is heel belangrijk en dat doet deze regering ook. Ook in de tussentijd moeten we dat blijven garanderen.
Er zijn meer begeleiding, meer privacy en meer personeel nodig en er mogen minder mensen te lang in dezelfde opvangcontext blijven zitten. Dus mijn punt blijft heel duidelijk: kinderen mogen geen nevenschade ondervinden van een overbelast systeem. Dat vraagt niet alleen beheer, maar dat vraagt ook politieke durf.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de minister, mevrouw de minister, iedereen wil grip op migratie. Voor alle duidelijkheid, ook Vooruit pleit daarvoor. Af en toe wordt er wel eens gelachen omdat ik de woorden 'grip op migratie' heel vaak gebruik, maar ik meen het ook. Mensen aan de grens, burgers in onze steden en onze diensten willen dat.
Er ontstaat een probleem wanneer landen opnieuw grenscontroles invoeren, alsof Schengen een lichtschakelaar is die men zomaar kan aan- of uitzetten. Duitsland voert al een tijdje systematisch controles uit aan de grenzen en dat heeft gevolgen. Cijfers tonen dat aan met betrekking tot de terugsturing naar België. Dat klinkt technisch, maar voor onze keten is het zeer concreet. Het gaat over wie waar wordt geregistreerd, wie opvang nodig heeft, wie verantwoordelijkheid draagt en hoe snel dat verloopt.
Ik wil vooral vermijden dat België plots de wachtruimte van Europa of West-Europa wordt, dat procedures en verantwoordelijkheden onduidelijk worden. Tegelijk moeten we dit Europees blijven aanpakken, niet elk land apart en niet iedereen zijn eigen show. Ik kies hier bewust voor het woord show.
Hoe volgen we dit op? Hoe strak is de samenwerking met Duitsland daaromtrent? Welke afspraken maken we om te vermijden dat deze controles leiden tot extra druk op onze registratie- en opvangdiensten?
U hebt mij in het verleden vaak horen pleiten voor Europese samenwerking. Dat is heel belangrijk. We moeten druk zetten. Onze premier spreekt heel goed Duits en onderhoudt goede contacten met Duitsland. Hij speelt daarin een belangrijke rol, maar dat geldt natuurlijk ook voor u, als minister van Asiel en Migratie.
16.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer El Yakhloufi, ik verdedig de soevereiniteit van lidstaten om te kiezen hoe zij omgaan met de controle van hun landsgrenzen. Duitsland kiest voor dergelijke grenscontroles, terwijl wij sinds vorige zomer opteren voor binnenkomstcontroles.
De contacten met de Duitse collega’s verlopen zowel bilateraal als op Europees niveau zeer goed. Als buurlanden zijn we uiteraard van elkaar afhankelijk bij de genomen beslissingen. Op operationeel niveau zijn er op regelmatige basis contacten met de bevoegde Duitse autoriteiten. De liaison van de DVZ voor Duitsland volgt de evoluties op de voet.
De controles die Duitsland uitvoert, zijn, zoals u aangaf, al enige tijd bezig. We zien geen opmerkelijke stijging in het aantal aanvragen of druk op onze asielketen. Integendeel, de instroomcijfers dalen al maanden. Een aanpassing is dan ook niet aan de orde.
16.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik hoor u zeggen dat de samenwerking met Duitsland goed verloopt en alles wordt opgevolgd. Dat is goed, maar we mogen natuurlijk niet naïef zijn. Wanneer één land opnieuw de grenzen sluit, schuift die druk automatisch door naar andere landen. U zegt dat elk land zijn soevereiniteit heeft. Ik volg u daar gedeeltelijk in, maar voor de problematiek van asiel en migratie moeten we met West-Europa, eigenlijk met heel Europa, collectief handelen.
Als Duitsland en nog een paar andere landen hun grenzen beginnen te sluiten, dan gaan die mensen ergens terechtkomen. Ook als dat niet in België is, dan wil ik er als Europeaan, maar ook als Belg en als socialist, voor wie solidariteit heel belangrijk is, voor zorgen dat er elders geen verschuivingen of wachtruimtes ontstaan waar mensen dan maar moeten gaan wachten. Dat verhoogt de concentratiedruk in een land immers enorm. Dat ervaren wij in België heel sterk. In vergelijking met andere Europese landen hebben wij in ons land in verhouding een zeer grote opvang. Dat wil ik vermijden. Daarom stel ik die vraag.
Als procedures en verantwoordelijkheden niet glashelder zijn, dan betaalt de zwakste schakel die prijs. Dat wil ik ten stelligste vermijden.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Mevrouw de minister, dank u voor het beantwoorden van de vele vragen. De onbeantwoorde vragen worden bij een volgende vragensessie geagendeerd. Dat is normaal gezien gepland op 20 januari.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.03 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 03.