Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives

 

van

 

Dinsdag 20 januari 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 20 janvier 2026

 

Matin

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 9.34 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.

La réunion publique de commission est ouverte à 9 h 34 et présidée par M. Ortwin Depoortere.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

01 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De aanpak van mensenhandel en economische uitbuiting en de versterkte ondersteuning van steden" (56011965C)

01 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La lutte contre la traite d'êtres humains, l'exploitation économique et le soutien accru aux villes" (56011965C)

 

01.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik verwijs naar mijn schriftelijke vraag.

 

Mevrouw de minister,

 

Recent werd in Antwerpen een bakkerij tijdelijk gesloten na ernstige aanwijzingen van mensenhandel. Tijdens een onaangekondigde controle werden vijf werknemers aangetroffen zonder contract, zonder duidelijk werkschema en in bijzonder slechte woon- en werkomstandigheden. De combinatie van extreem lange werkdagen, onofficiële verloning, ontoereikende huisvesting, het ontwijken van sociale bijdragen en een onzeker verblijfsstatuut wijst volgens de lokale diensten op economische uitbuiting en mensenhandel.

 

Deze casus staat niet op zichzelf. Ze toont opnieuw hoe kwetsbare mensen, vaak met een tijdelijk verblijfsdocument, bijzonder vatbaar blijven voor misbruik, én hoe uitdagend het is voor inspectiediensten om dergelijke situaties tijdig op te sporen.

 

In dat licht heb ik vijf vragen:

 

Hoe beoordeelt u deze casus en de vaststellingen die door de stedelijke en federale inspectiediensten zijn gedaan? Ziet u hierin signalen of patronen die structurele aandacht vergen?

 

Hoe verloopt de samenwerking tussen de verschillende inspectie- en politiediensten bij de opsporing van economische uitbuiting? Zijn er knelpunten die volgens u aangepakt moeten worden?

 

Een groot deel van de slachtoffers lijkt mensen met een precair verblijfsstatuut te betreffen. Hoe garandeert de regering dat slachtoffers gepast worden beschermd en niet ontmoedigd worden om misstanden te melden?

 

Ziet u nood aan bijkomende maatregelen, preventief of repressief om economische uitbuiting sneller te detecteren, bijvoorbeeld in sectoren waar veel kwetsbare arbeidskrachten werken?

 

Tot slot: steden spelen een cruciale rol in de eerste detectie van mensenhandel Hoe zal u steden en gemeenten ondersteunen voor zowel financieel, organisatorisch als via informatie-uitwisseling zodat zij sterker staan in de aanpak van economische uitbuiting en effectieve nazorg voor slachtoffers?

 

01.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer El Yakhloufi, de inspectiediensten voor de opsporing van arbeidsfraude leveren duidelijk goed werk. Zo konden al handelszaken en bedrijven worden gesloten naar aanleiding van mensenhandel en zwartwerk. Mijn diensten leveren waar nodig de gevraagde ondersteuning.

 

Met betrekking tot uw vragen inzake economische uitbuiting en de samenwerking tussen politie- en inspectiediensten dien ik u door te verwijzen naar de daartoe bevoegde ministers. Zij zullen u ook kunnen meedelen welke rol de lokale besturen hierbij spelen. Het betreft namelijk niet steeds acties in het kader van mensenhandel of mensensmokkel of illegaliteit.

 

Zoals in het regeerakkoord werd overeengekomen, worden in de strijd tegen mensenhandel en uitbuiting sociale inspecties, politie en Justitie versterkt en worden controles opgedreven. Er wordt ook ingezet op doelgerichte, grootschalige sensibiliseringscampagnes, die verwijzen naar het centrale aanmeldpunt voor slachtoffers van mensenhandel. Ik wens er wederom op te wijzen dat dit voornamelijk de bevoegdheid van de minister van Justitie is.

 

In België kunnen slachtoffers, zowel in irregulier verblijf als met een precair verblijf, potentiële slachtoffers van economische uitbuiting of die te werk gesteld zijn in omstandigheden strijdig met de menselijke waardigheid, beroep doen op de specifieke procedure, zoals voorzien in de artikelen 61.2 tot 61.5 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

 

De financiering van de gespecialiseerde centra voor de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel wordt in samenwerking met de deelstaten herbekeken en waar nodig geoptimaliseerd, ook wat betreft het aantal opvangplaatsen. We hebben hierbij bijzondere aandacht voor de complexe interfederale bevoegdheidsverdeling en verduidelijken de respectievelijke verantwoordelijkheden voor zowel meerderjarige als minderjarige slachtoffers, inclusief een geval van noodsituatie die zorgt voor een plotse toename van het aantal slachtoffers, zoals zich de afgelopen jaren meermaals heeft voorgedaan.

 

01.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik ben blij dat u bevestigt hoe ernstig de feiten zijn, maar zolang de slachtoffers bang zijn om te spreken, blijven de daders vaak buiten schot.

 

Ik ben blijer dan ik verwachtte door uw antwoord. Ik stel mijn vraag bewust in verschillende commissies, omdat in het regeerakkoord staat dat mensenhandel onder Asiel en Migratie hoort. Oké, daar zijn argumenten voor, al meen ik dat het niet alleen onder Asiel en Migratie hoort, maar ook onder Justitie.

 

Ik stoor me wel aan het vingerwijzen. De minister van Justitie zegt dat ik daarvoor bij de minister van Asiel en Migratie moet zijn en de minister van Economie zegt dat ik daarvoor bij de minister van Justitie moet zijn. Ik vind dat heel lastig. Het is daarom dat ik mijn vraag bewust in de drie commissies stel en op jullie antwoorden wacht.

 

Wat voor mij eigenlijk cruciaal is, is dat wie het slachtoffer is van mensenhandel zich beschermd moet voelen. Die mag geen angst voor sancties of voor verblijfsonzekerheid voelen. Anders blijft alles onder de radar.

 

Tegelijk wil ik onderstrepen hoe belangrijk het is dat we de steden ondersteunen. Zij zien wat fout loopt. Zij zien hoe men de dingen ernstig moet aanpakken. We moeten ze dan ook ernstig ondersteunen. Mensenhandel bestrijdt men niet alleen met wetten, maar ook met aanwezigheid op het terrein.

 

Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De hervorming van de federale administraties" (56011968C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De FOD Migratie" (56012615C)

02 Questions jointes de

- Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La réforme des administrations fédérales" (56011968C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le SPF Migration" (56012615C)

 

02.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): De federale regering heeft beslist om een aantal overheidsdiensten te hervormen en te herstructureren, met onder meer de oprichting van een nieuwe FOD Migratie waarin verschillende migratiediensten worden samengebracht, evenals een herschikking van bevoegdheden inzake gebouwen en facilitaire ondersteuning.

 

In dat kader heb ik volgende vragen:

 

Kan u toelichten welke doelstellingen u precies nastreeft met de oprichting van de FOD Migratie en welke administraties daaronder zullen ressorteren?

 

Hoe wordt binnen deze nieuwe structuur de onafhankelijkheid en beslissingsautonomie van instanties met een specifieke wettelijke opdracht, zoals het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, gegarandeerd?

 

Welke waarborgen worden ingebouwd om te verzekeren dat deze hervorming geen negatieve impact heeft op de kwaliteit, zorgvuldigheid en rechtszekerheid van beslissingen in asiel- en migratiedossiers?

 

Op welke manier worden de betrokken administraties en hun personeelsvertegenwoordigers betrokken bij de verdere uitwerking en implementatie van deze hervorming?

 

Wat is de vooropgestelde timing van de hervorming en op welke manier zal het parlement hierover verder geïnformeerd en betrokken worden?

 

Hoe zal nadien geëvalueerd worden of deze hervorming effectief leidt tot meer efficiëntie, betere samenwerking en een verbeterde dienstverlening aan burgers?

 

02.02  Francesca Van Belleghem (VB): In een interview met minister Matz van Les Engagés in De Tijd van 31 januari verklaarde zij dat de operatie van de FOD Migratie louter organisatorisch is en dat de autonomie en de beslissingsonafhankelijkheid van de betrokken instanties gewaarborgd moeten blijven.

 

Wat is de timing van de FOD Migratie? Bent u het ermee eens dat dit een louter organisatorische reorganisatie zal zijn? Wat is de voorziene kostprijs van deze overkoepeling? Welk budget wordt hiervoor voorzien en welk budget is reeds uitgegeven?

 

02.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw Van Belleghem, bedankt voor de vragen.

 

Mevrouw Van Belleghem, ik denk dat u wilt verwijzen naar een interview van 31 december en niet van 31 januari. Anders zou dat betekenen dat u een glazen bol hebt.  Ik denk dat dat gewoon een vergissing was.

 

De hervorming waarnaar u verwijst, omvat een integratie van de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, Fedasil en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in een overkoepelende FOD Migratie. Daarbij wordt gestreefd naar een geharmoniseerde werking, waarbij de ketenaanpak centraal staat. Dat is bijzonder belangrijk.

 

Met deze hervorming willen we de verkokering tegengaan en de dienstverlening optimaliseren. Daarbij gaat het onder meer om het verkorten van de doorlooptijd van procedures, het sneller afhandelen van meervoudige aanvragen zonder bijkomende elementen, gezamenlijke aankoopcentrales voor de centra en een kwalitatieve dienstverlening met bijzondere aandacht voor niet-begeleide minderjarigen en kwetsbare profielen enzovoort.

 

De hervorming doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid inzake beslissingsbevoegdheden en adviesverlening. Het is net de bedoeling de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren. Alle wettelijke verplichtingen inzake zorgvuldigheid en rechtszekerheid blijven vanzelfsprekend bestaan. De kwaliteit van de dienstverlening zal in de toekomst bovendien worden gemonitord.

 

Er werd een programmawerking PMO opgezet, met een sponsorgroep waarin de leidinggevenden van de betrokken instanties zetelen. Daarnaast is er een programmagroep met vertegenwoordigers van de verschillende diensten. Een eerste communicatie aan de medewerkers van de diensten werd in september van vorig jaar verspreid en vooraf bezorgd aan de vakorganisaties. Zeer binnenkort zal een overleg met de vakorganisaties specifiek over de FOD Migratie worden ingepland, waarna dit overleg periodiek zal worden herhaald. Er vindt overigens nu reeds periodiek overleg plaats met de vakorganisaties over alle thema’s die tot mijn bevoegdheden behoren.

 

In de ministerraad werd op 23 december beslist dat de FOD BOSA ondersteuning zal leveren in dit hervormingstraject. Dat zal in de komende weken verder worden geconcretiseerd.

 

Het jaar 2026 wordt een voorbereidend jaar waarin de reglementaire teksten, de harmoniseringstrajecten en de blauwdruk van de nieuwe organisatie zullen worden uitgewerkt. Vanaf 1 januari 2027 zal worden gestart met de geleidelijke implementatie van de inkanteling.

 

Mevrouw Van Belleghem, er zijn op dit moment nog geen berekeningen beschikbaar met betrekking tot de budgettaire impact. Tot dusver werd er nog niets uitgegeven. De regering voorziet wel 25 miljoen euro voor alle hervormingstrajecten in 2026 en opnieuw hetzelfde bedrag in 2027.

 

Mijnheer El Yakhloufi, u haalde verschillende interessante punten aan, waaronder het belang van een regelmatige evaluatie van die hervorming. Daarvoor is er de cel ketenmonitoring, die verschillende indicatoren onderzoekt, onder meer inzake dossierbehandeling, doorlooptijd en de inzet van personeel.

 

Tot daar, voorzitter.

 

02.04  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, professioneel verloopt onze samenwerking erg fijn. Als ik een vraag stel, geeft u mij immers meestal de antwoorden dat ik wil horen. Dat verrast mij.

 

U geeft aan dat er met de FOD zal worden gezorgd voor snellere procedures en dat de kwaliteit van de aanvragen zal verbeteren en dat kwetsbare personen, zoals minderjaren, zeker zullen worden beschermd. De onafhankelijkheid van het CGVS blijft daarbij gegarandeerd.

 

Daarnaast, mevrouw de minister, hoorde ik u zeggen dat u met verschillende mensen zou overleggen. Dat grote aantal overlegmomenten deed mij wel even opkijken. Vervolgens verwees u echter naar 1 januari 2027. U kent ons: we noteren vooral de data. U sprak ook over de komende weken, maar ik heb niet volledig begrepen wat er in die periode nog zou gebeuren. Ik zal dat in het verslag nalezen en er later opnieuw een vraag over stellen. Wat ik vooral heb onthouden, is dat we mogen rekenen op 1 januari 2027 als startmoment van de inkanteling, met andere woorden de opstart van de FOD Migratie, dat we daar naar mogen uitkijken. Dank u wel voor uw antwoord.

 

02.05  Francesca Van Belleghem (VB): Ik heb nog twee bemerkingen. Over de onafhankelijkheid van het CGVS en de RvV is er de afgelopen periode, vooral bij uw aantreden, veel te doen geweest. Daarna is dat wat gaan liggen. In het regeerakkoord staat dat het de bedoeling is dat het CGVS meer beslissingen zal nemen inzake subsidiaire bescherming en minder inzake de vluchtelingenstatus. Deze instructie van de minister aan het CGVS impliceert dat het CGVS daardoor deels haar onafhankelijkheid verliest. De vluchtelingencommissaris heeft al aangegeven daar niet naar te zullen luisteren. Zij is de mening toegedaan dat subsidiaire bescherming ondergeschikt is aan het vluchtelingenstatuut, ongeacht wat men in andere landen doet. In andere landen gelden andere maatregelen.

 

Wij vinden dat het CGVS niet onafhankelijk moet zijn. Ik vraag me wel af hoe dat in de praktijk zal verlopen en hoe uw instructies uitgevoerd zullen worden, ook voor de RvV. Er zijn veel aankondigingen gedaan daaromtrent, maar eigenlijk is er nog niets concreets. De clou van de zaak is bovendien niet alleen dat er een FOD Migratie zal zijn, maar ook dat die FOD Migratie zeer goed zal moeten communiceren met Justitie over het gevangeniswezen, gelet op het grote aantal illegalen in de gevangenis, maar ook met Binnenlandse Zaken. Het is belangrijk dat de politie daadwerkelijk illegalen oppakt en doorspeelt naar uw diensten en dat er ook samenwerking is met Buitenlandse Zaken over de terugnameakkoorden. De FOD Migratie alleen is dus niet voldoende, er is ook samenwerking nodig met de andere overheidsinstanties.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de Xavier Dubois à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect de l'État de droit dans les pays susceptibles d'accueillir nos détenus" (56011651C)

03 Vraag van Xavier Dubois aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De eerbiediging van de rechtsstaat in landen waar onze gedetineerden hun straf zouden uitzitten" (56011651C)

 

03.01  Xavier Dubois (Les Engagés): Madame la ministre, à la suite de votre visite en compagnie de la ministre Verlinden au Kosovo et en Albanie au mois d'octobre dernier, vous aviez mis en avant la faisabilité d'un élément de l'accord de gouvernement relativement à la construction ou à la location de prisons dans l'un de ces pays pour y envoyer les détenus en séjour illégal sur notre territoire. L'accord de gouvernement prévoit que cette possibilité ne soit envisagée que si et seulement si des garanties sont offertes quant à des conditions de détention décentes et humaines et que les pays concernés respectent leurs obligations en matière de droit international. Il est également prévu que ces garanties soient validées par le Conseil d'État et sur la base d'un avis favorable du Cedoca.

 

En octobre, vous aviez évoqué que celui-ci avait justement rendu un tel avis relativement aux conditions de détention dans ces deux pays. Au moyen d'une question écrite j'avais demandé à pouvoir prendre connaissance du rapport. Vous m'aviez répondu qu'il était disponible sur le site du Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA). Après avoir consulté ledit site, j'ai constaté qu'aucun rapport récent du Cedoca n'y figurait.

 

Madame la ministre, ces rapports existent-ils? Si oui, sont-ils favorables? Pouvez-vous nous les transmettre? C'est en effet la moindre des choses qu'en tant que députés, nous puissions recevoir ces informations. Si ce n'est pas le cas, pourquoi ces rapports ne peuvent-ils pas être rendus publics? Enfin, s'ils n'existent pas, pouvez-vous confirmer vos propos du mois d'octobre? ​

 

03.02  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Monsieur Dubois, à notre demande, le Cedoca, le département de recherche du CGRA, a établi au total neuf rapports concernant neuf pays différents. Étant donné que nous entamerons prochainement des discussions exploratoires avec certains pays, je reporte la publication de ces rapports à une date ultérieure. Dès qu'un pays deviendra réellement concret, le rapport du Cedoca sera d'abord discuté au sein du gouvernement, où votre parti est également représenté.

 

03.03  Xavier Dubois (Les Engagés): Merci pour votre réponse qui m’étonne quelque peu. Si les rapports existent, nous devrions pouvoir y avoir accès. S’ils ne peuvent pas être rendus publics, nous pourrions y accéder selon des modalités sécurisées, comme nous en avons l’habitude pour quantité d'autres thématiques. Au-delà de cela, parmi les rapports qui existent et qui sont rendus publics, ce qu’on lit dans les derniers qui concernent le Kosovo et l'Albanie et datent de janvier 2025 ne rassure pas. On parle de violences sur les détenus, de conditions physiques inacceptables ainsi que de liens avec les milieux du crime organisé. Toute une série de choses ne sont pas positives du tout dans ces rapports de 2025.

 

Il faudrait qu'il y ait eu une nette amélioration concernant ces éléments, par rapport à ces analyses du Cedoca de l'époque, pour que l'on considère pouvoir avancer dans une collaboration potentielle avec ces deux pays. Voilà donc ma demande: pouvoir accéder à ces documents les plus récents. S'il faut le faire dans des conditions spécifiques d'accès, je pense qu'on peut l'organiser. J'espère, bien sûr, qu'on tiendra compte d'une évolution potentiellement positive pour pouvoir continuer à collaborer avec ces pays. Sinon, je pense qu'il faudra suspendre les avancées concernant ces deux pays en particulier.

 

Je demande qu'on puisse organiser une consultation de ces documents avec les services de la commission. Merci d'avance.

 

Le président: On prend acte de votre demande. Je ne peux pas intervenir dans ce dossier.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het versnellen van procedures" (56011969C)

04 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'accélération des procédures" (56011969C)

 

04.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): De federale regering heeft herhaaldelijk aangegeven dat het versnellen van asiel- en migratieprocedures een belangrijke prioriteit is, zowel om rechtszekerheid te bieden aan betrokkenen als om de werking van de diensten efficiënter te maken en achterstanden weg te werken.

 

In dat kader heb ik volgende vragen:

 

Welke concrete maatregelen zijn momenteel genomen of gepland om de behandelingstermijnen binnen de asiel- en migratieprocedures te verkorten?

 

Welke doelstellingen hanteert de regering vandaag inzake maximale of gemiddelde doorlooptijden per fase van de procedure?

 

Op welke manier wordt bewaakt dat een versnelling van procedures niet ten koste gaat van de kwaliteit, zorgvuldigheid en individuele beoordeling van dossiers?

 

Welke rol spelen digitalisering, vereenvoudiging van administratieve processen en betere gegevensdeling tussen diensten in het versnellen van de procedures?

 

In welke mate wordt bijkomend personeel ingezet of herschikt om knelpunten in de behandeling van dossiers weg te werken?

 

Hoe zal de regering de impact van deze maatregelen opvolgen en hierover rapporteren aan het parlement?

 

04.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, de beleidsdoelstelling snellere procedures, die u aanhaalt, blijft voor mij een belangrijke prioriteit. Het versnellen en efficiënter maken van de asiel- en migratieprocedures is in het voordeel van alle partijen, zowel van de aanvrager in kwestie als van de diensten.

 

Ook proceduremisbruik willen we voorkomen. Om dat te bereiken, werden en worden enkele wetswijzigingen doorgevoerd. De genomen maatregelen, bijvoorbeeld de beperking van de opvang wanneer een verzoeker al bescherming geniet in een andere Europese lidstaat, leveren al zichtbare resultaten op en moeten mijn diensten op termijn ook de nodige ademruimte geven.

 

Wat de cijfers betreft over de aanvragen van mensen die al bescherming hebben in een andere lidstaat, is er van september tot december een daling van gemiddeld 81 % vastgesteld. Dat toont aan dat die maatregel werkt.

 

Dan ga ik nu concreet in op uw eerste vraag. Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen streeft constant naar verbeteringen op het vlak van de behandeling van dossiers. Dat kan verschillende vormen aannemen, zoals het uitwerken van heldere instructies, het optimaliseren van de kennisoverdracht, het beter ondersteunen van medewerkers, het beperken van de motivering van beslissingen tot de essentie, het bijsturen van de opleidingspakketten, enzovoort. In het najaar van 2025 werden aan het CGVS nieuwe personeelsmiddelen toegekend door mij, voornamelijk voor dossierbehandelaars, de protection officers. Ook in de loop van 2026 zullen nieuwe personeelsleden worden aangeworven.

 

In antwoord op uw tweede vraag, de wettelijke behandelingstermijn bedraagt in de standaardprocedure zes maanden na overdracht door de Dienst Vreemdelingenzaken, maar kan worden verlengd tot maximaal eenentwintig maanden. Uiteraard wordt er steeds naar gestreefd om die behandelingstermijn zo kort mogelijk te houden, maar elk dossier is afhankelijk van specifieke individuele omstandigheden. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de tijdelijke opschorting van de behandeling van verzoeken om internationale bescherming uit een bepaald land wegens een plotse wijziging van de veiligheidssituatie. Bij Syrië hebben we dat bijvoorbeeld meegemaakt. Voor bijzondere procedures gelden kortere termijnen, zoals vijftien werkdagen in bepaalde gevallen en tien werkdagen of twee dagen bij detentie voor volgende verzoeken.

 

Nu kom ik tot uw derde en uw vierde vraag. Net zoals elk ander dossier worden dossiers die versneld worden behandeld, gesuperviseerd door een ervaren medewerker, nadat de dossierbehandelaar een beslissing heeft opgesteld. Het digitaliseringsprogramma dat samen met de ketenpartners wordt uitgewerkt, zal in de toekomst leiden tot een vollediger dossier met meer en betere data, dat volledig elektronisch wordt uitgewisseld. Dat zal alvast leiden tot een aantal dagen winst in de doorlooptijd.

 

In antwoord op uw laatste vraag, dossierbehandelaars op het CGVS worden opgeleid om expertise over een bepaald land of thematiek op te bouwen, bijvoorbeeld met betrekking tot de behandeling van dossiers van niet-begeleide minderjarigen. Dossierbehandelaars stellen zich flexibel op en passen zich aan, naargelang de instroom van landen en/of profielen.

 

Met betrekking tot uw vraag over de rapportering aan het Parlement kan ik u meedelen dat ik in alle transparantie de voortgang zal meedelen. Daarnaast volgt de cel Ketenmonitoring de evolutie op de voet op, zodat wij waar nodig kunnen bijsturen. Het Parlement kan steeds het initiatief nemen om daarover een commissievergadering te organiseren.

 

04.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Het is een goed verhaal. U zegt dat we ervoor moeten zorgen dat de procedures beter verlopen. U verwijst ook naar concrete acties. Ik ben altijd zeer geïnteresseerd in uw antwoorden. Wij stellen vragen, maar als u goede antwoorden geeft, was het ook een goede vraag. U hebt het voorts ook over duidelijkheid, versnelling, de aanwerving van capaciteit en intern bekijken hoe het efficiënter kan. Ik vind dat allemaal heel belangrijk.

 

We mogen geen situaties meer laten gebeuren van beslissingen omtrent mensen die hier al jarenlang wonen, participeren aan onze samenleving en dat eigenlijk heel goed doen. Sommige partijen zeggen dat die mensen allemaal slecht zijn, maar het merendeel wil hier gewoon een goed leven, wil bijdragen, wil de taal leren, enzovoort. Wij moeten zorgen voor duidelijkheid en erkenning inzake hun verblijf. Het faciliteren daarvan is onze taak. Als mensen hier jarenlang in onzekerheid moeten leven, dan is er een probleem.

 

Inzake de digitalisering wil ik het volgende opmerken. Misschien ligt het aan mijn nog redelijk jonge leeftijd, maar ik let altijd bijzonder op wanneer ik hoor dat alles gedigitaliseerd wordt. U had het meer bepaald over de digitalisering van de aanmeldprocedures. Niet iedereen kan daarmee vlot overweg. De digitalisering moet zorgen voor een versnelling van de procedures, maar mogelijk zorgt digitalisering ervoor dat mensen tegengehouden worden. Al weet ik dat er ook een praktische ondersteuning is, dat is toch een heel belangrijke opmerking die ik wil meegeven.

 

Ik heb nog een laatste vraag. Het zou fijn zijn als u daarop nog kort kunt antwoorden. U spreekt over zes maanden en maximum eenentwintig maanden. Zijn er procedures die langer duren dan die eenentwintig maanden?

 

04.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, ik kan daar zeer kort op antwoorden. Uit het hoofd ken ik niet alle cijfers, maar sommige procedures slepen vier jaar aan. Dat kan om verschillende redenen, bijvoorbeeld beroepsprocedures die ingesteld worden; er zijn honderd-en-een redenen. We willen dat zoveel mogelijk tot het minimum beperken, maar het gaat vaak om redenen die buiten onze mogelijkheden liggen.

 

De voorzitter: Mijnheer El Yakhloufi, volstaat dat voor u? (Instemming)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Ik wil een technische opmerking maken, niet alleen voor u, maar ook voor andere collega’s die het misschien niet weten. Voor het integraal verslag van de mondelinge vragen wordt ofwel uw interventie genoteerd zoals uitgesproken in de commissievergadering, ofwel verwijst u naar de tekst van uw vraag zoals ingediend, en dan komt die tekst geheel in het verslag. Maar we kunnen dat niet combineren. U kunt niet een interventie houden en ook nog eens verwijzen naar uw vraag. Het is het ene of het andere.

 

Mijnheer El Yakhloufi, ik meen dat u bedoelde dat de minister wel kon antwoorden op de vragen die u had ingediend.

 

Ik geef het maar even mee, want ook andere collega’s zijn daarvan misschien niet op de hoogte.

 

05 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het terugkeerbeleid, de samenwerking met herkomstlanden en het gebruik van visummaatregelen" (56011970C)

05 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La politique de retour, la coopération avec les pays d’origine et les mesures en matière de visas" (56011970C)

 

05.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik wil nog even terugkomen op wat u net opmerkte. Dat klopt. Het is louter omdat ik niet alle vragen hier wil herhalen en vooral mijn vraag en onze visie wil toelichten, dat ik meestal verwijs naar mijn schriftelijke vraag, ook om de administratie niet onnodig te belasten met extra lasten.

 

Mevrouw de minister, laat ons beginnen met de basis waarin iedereen in ons land zich kan vinden. Wie het recht heeft om hier te blijven, moet zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen. Wie dat recht niet heeft, moet ook effectief kunnen terugkeren. Anders wordt het draagvlak voor het hele systeem ondergraven. Terugkeer staat of valt met de samenwerking met de herkomstlanden. Wij zien ook internationaal dat landen druk uitoefenen op de visummaatregelen. Het Verenigd Koninkrijk doet dat expliciet. Dat roept bij mij twee vragen op die wij eerlijk moeten durven stellen.

 

Ten eerste, werkt dat echt of gaat het vooral om symboolpolitiek?

 

Ten tweede, wanneer met visa wordt gewerkt, worden dan ook studenten, gezinnen, werknemers en gewone burgers geraakt die niets hebben misdaan? Dat brengt het risico van collectieve straffen met zich en dat wil niemand.

 

Ikzelf en mijn partij Vooruit geloven ook in een whole-of-governmentaanpak, waarbij rechten en plichten op een verstandige manier aan elkaar worden gekoppeld. Er wordt onderhandeld over terugkeer maar tegelijkertijd kunnen op een zinvolle manier legale kanalen worden aangeboden, zoals arbeidsmigratie binnen duidelijke voorwaarden.

 

Hoe is het vandaag gesteld met de samenwerking met onze belangrijkste herkomstlanden? U hebt ze al regelmatig opgesomd. Welke hefbomen overweegt u op Belgisch of Europees niveau? Hoe bewaakt u de professionaliteit en de rechtsstaat, zodat het beleid een stevig beleid wordt en vooral geen botte bijl?

 

05.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, u hebt een zevental vragen gesteld.

 

Als antwoord op uw eerste vraag kunt u, zoals u kunt lezen in de asielstatistieken, vaststellen dat het grootste aandeel van de asielzoekers afkomstig is uit Palestina, Afghanistan, Turkije, Eritrea en Congo. Met de meeste van deze landen verloopt de samenwerking vlot. Voor Afghanistan wordt op mijn initiatief op Europees niveau bekeken hoe we met het regime daar kunnen onderhandelen over de terugname van hun onderdanen, waaronder ook criminelen. Al deze onderhandelingen moeten, zoals ik ook al meermaals aan uw collega mevrouw Van Belleghem heb gezegd, in alle discretie worden gevoerd om de slaagkansen te vergroten.

 

Wat uw tweede vraag betreft, zoals u weet pleiten we met deze regering, en u hebt daar zelf ook naar verwezen, voor een whole-of-governmentaanpak van onze betrekkingen met derde landen, waaronder de toekenning van gouvernementele ontwikkelingshulp. Daarom houden we rekening met verschillende aspecten van deze betrekkingen, zoals de terugname van illegale vreemdelingen, in het bijzonder mensen die een gevaar vormen voor de openbare orde en de nationale veiligheid en ook samenwerking op het vlak van Justitie, veiligheid, handel en economie, visumbeleid en sociale fraude. In toekomstige partnerschappen wordt deze voorwaarde opgenomen. Binnen de regering bestaat er een werkgroep die op periodieke basis hierover samenkomt en in overleg met de bevoegde diensten zowel strategische als operationele beslissingen neemt.

 

Wat uw derde en vierde vraag betreft, het Europese juridische kader bestaat hiervoor al. Voor visumplichtige landen is er het zogenaamde mechanisme van artikel 25bis van de visumcode, dat voorziet in de mogelijkheid om visumsancties op te leggen bij gebrek aan medewerking aan de terugname van hun onderdanen. Als de samenwerking verbetert, kunnen opnieuw positieve maatregelen worden genomen. Het gaat dus om een combinatie van wortel en stok.

 

Dit mechanisme wordt effectief toegepast en het voorbeeld van Ethiopië bewijst dat een systeem van wortel en stok werkt. Voor visumvrijgestelde landen bestaat er het zogenaamde visumopschortingsmechanisme, vervat in artikel 8 van de visumverordening, dat eveneens voorziet in de mogelijkheid om maatregelen te nemen, onder meer bij gebrek aan medewerking aan de terugname van hun onderdanen. Het mechanisme werd recent herzien en versterkt en is eind december in werking getreden. Dat geeft de Europese Unie meer mogelijkheden om op te treden indien nodig.

 

Ik ben een grote voorstander van het gebruik van het visumbeleid als hefboom. Ik heb ook altijd gepleit voor een versterking ervan. In die optiek heb ik enkele maanden geleden een oproep van mijn Zweedse ambtsgenoot gesteund en enkele weken geleden ook een oproep van mijn Luxemburgse ambtsgenoot. Een gemeenschappelijk Europees visumbeleid is een sleutelcomponent van een goed migratiebeheer en werkt als een krachtig instrument in de relaties met derde landen. Het Europese visumbeleid moet meer geïnspireerd worden door de Amerikaanse en Canadese strategie, met systematische en versterkte monitoring. De Europese Commissie zal binnenkort een nieuwe Europese visumstrategie aannemen. Over de inhoud en eventuele wijzigingen aan het bestaande wettelijk kader is er nog niets bekend. Ik kijk er wel naar uit dat het Europese visumbeleid verder versterkt zal worden.

 

Ik kom tot uw vijfde en zesde vraag. Het gebruik van visummaatregelen, zowel ten aanzien van visumplichtige landen als van visumvrijgestelde landen, gaat niet over collectieve bestraffing. Het is belangrijk te benadrukken dat noch het verkrijgen van een visum, noch een visumvrijstelling een recht is, maar wel een gunst. Aan gunsten zijn voorwaarden verbonden, waarvan de medewerking van de autoriteiten aan de terugname van hun eigen onderdanen er een is. Visumsancties houden niet in dat het onmogelijk wordt om nog een visum te verkrijgen. Er kunnen bijvoorbeeld bijkomende voorwaarden worden opgelegd. Het opschorten van een visumvrijstelling betekent ook niet dat men niet meer naar de Europese Unie kan reizen, maar wel dat men een visum zal moeten aanvragen. Bovendien gebeurt het nemen van maatregelen steeds proportioneel en trapsgewijs en wordt er uiteraard altijd eerst ingezet op dialoog met het land in kwestie.

 

Zoals gezegd komt de Europese Commissie binnenkort met een nieuwe Europese visumstrategie. Wat mij betreft is dat een essentiële component van een goed migratiebeheer, ook in de relaties met derde landen. Naast deze nieuwe visumstrategie vormt ook een nieuwe Europese terugkeerverordening een belangrijk element van een Europees terugkeerbeleid. De lidstaten bereikten in december vorig jaar een onderhandelingsmandaat. Dat vormt nu de basis voor de onderhandelingen met het Europees Parlement, zodra dat zelf een mandaat heeft bereikt.

 

Ik kom tot uw laatste vraag. Een kordaat terugkeerbeleid is een prioriteit voor deze regering. Dat gebeurt uiteraard altijd met respect voor de mensenrechten en de geldende regelgeving. In het regeerakkoord zijn verschillende concrete maatregelen opgenomen die dit moeten faciliteren. Sommige daarvan zijn reeds beslist, andere zijn volop in voorbereiding. Het gaat bijvoorbeeld om de bouw van een extra gesloten centrum in Steenokkerzeel, waarvan de eerste steenlegging is gebeurd en om een wettelijk kader rond huisbetreding, dat in eerste lezing door de ministerraad is goedgekeurd. Daarnaast wordt het aantal escorteurs om terugkeer te begeleiden opgeschaald, waarvoor concrete afspraken zijn gemaakt met minister Quintin. Er wordt ook gewerkt aan een wettelijk kader voor het levenslang inreisverbod en aan de versterking van de terugkeerdiensten.

 

Op bijna één jaar tijd hebben we dus al een aanzienlijk aantal maatregelen gerealiseerd of opgestart. We blijven binnen de regering verder werken om de verschillende maatregelen uit het regeerakkoord in de komende maanden en jaren te realiseren en zo een concreet verschil te maken op het terrein, dat al jaren vraagt naar oplossingen.

 

05.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u voor uw uitgebreid antwoord en voor de tijd die u daarvoor neemt. Het is voor mij zeer belangrijk dat wat we doen, ook effectief werkt en dat we niet aan symboolpolitiek doen. Met uw antwoord hebt u mij werkelijk gerustgesteld. Dat had ik, voor alle duidelijkheid, niet verwacht. Mijn excuses daarvoor, maar ik wil daar eerlijk in zijn. Ik heb het gevoel dat u duidelijk, gefocust en realistisch te werk gaat.

 

Ik blijf dit evenwel bij u aankaarten en zal dat ook blijven doen. Dat is mijn taak als parlementslid. Het gaat er vooral om dat de maatregelen die we nemen voldoende duidelijk zijn, dat ze geen symboolpolitiek inhouden en dat we daarmee geen andere groepen, in alle facetten – bijvoorbeeld studentengezinnen enzovoort – kwetsen.

 

Tegelijk moeten we eerlijk zijn, zonder een effectief terugkeerbeleid verliest het hele systeem zijn geloofwaardigheid, wat het cynisme en de extremen voedt. Daar moeten we dus echt voor opletten. Vooruit staat voor een verstandige koppeling van rechten en plichten. Niet alles blokkeren, maar wel slim onderhandelen, legale kanalen waar het kan en duidelijke consequenties waar het moet. Dank u wel voor uw antwoorden. Ik blijf dit ook verder opvolgen, mevrouw de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De personele capaciteit en de besluitvorming in Dublindossiers" (56011971C)

06 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les effectifs et la prise de décision dans les dossiers Dublin" (56011971C)

 

06.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister,

 

Een zorgvuldige en tijdige behandeling van Dublin-dossiers veronderstelt voldoende personele capaciteit en werkbare procedures.

 

Beschikken de bevoegde diensten vandaag over voldoende personele capaciteit om alle Dublin-dossiers tijdig en kwalitatief te behandelen?

 

In welke mate slagen de diensten erin het huidige werkaanbod bij te houden? Worden er structurele achterstanden vastgesteld?

 

Welke maatregelen zijn reeds genomen of gepland om de personele capaciteit en de kwaliteit van de besluitvorming te versterken?

 

06.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Momenteel werken er bij de Dienst Vreemdelingenzaken ongeveer 2.500 personeelsleden, van wie er bijna 250 actief zijn binnen de dienst Internationale Bescherming. Daarvan houden 59 medewerkers zich specifiek bezig met de behandeling van Dublindossiers. Ook hun collega’s binnen de DVZ komen in aanraking met die dossiers en ondersteunen de verwerking ervan. Dat gebeurt vanaf de aanmelding en de interviews tot en met de terugzending naar het Europese land waar de andere asielaanvraag loopt.

 

Het probleem situeert zich hier niet in de eerste plaats op het vlak van een personeelstekort, maar wel bij de procedure zelf en bij de medewerking daaraan door zowel de aanvragers als de betrokken lidstaten. Die aanpak moet efficiënter verlopen, aangezien wie reeds een aanvraag heeft lopen in een andere Europese lidstaat, niet gebaat is bij een tweede zware en langdurige procedure in België. Om die reden werd in augustus 2022 het Dublincentrum Zaventem opgericht. Dat centrum hanteert een versnelde procedure voor verzoekers die reeds een procedure in een andere lidstaat hebben lopen en voor wie de Dublinprocedure waarschijnlijk van toepassing is. Die personen kunnen aan dat specifieke centrum worden toegewezen, waardoor een snelle en efficiënte opvolging van de Dublindossiers wordt verzekerd, tot aan de effectieve overdracht. Sinds de invoering van die versnelde procedure stellen we een daling vast van het aantal terugnameverzoeken in het kader van de Dublinprocedure, wat een positieve evolutie is.

 

Gelet op het succes van dat Dublincentrum is het dan ook onze ambitie, zoals u weet, om de capaciteit van die Dublinplaatsen verder uit te breiden.

 

06.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u wel, mevrouw de minister. Dublin is een van uw stokpaardjes. Ook de voorgaande ministers van Asiel en Migratie hebben daar steeds sterk op gefocust. Ik ben tevreden dat u op dat vlak een duidelijk beleid voert. U geeft aan dat er een uitbreiding komt. Ik heb hierover nog één specifieke vraag, mevrouw de minister. Waar mogen we het nieuwe Dublincentrum verwachten?

 

06.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, u kunt daar uiteraard een bijkomende vraag over stellen, maar ik meen dat ik daarop in december reeds heb geantwoord.

 

06.05  Achraf El Yakhloufi (Vooruit):Ik heb die vraag inderdaad al eerder gesteld en toen hebt u aangegeven dat u daar nog niet op wilde antwoorden. Dat was tijdens de vorige commissievergadering, meen ik mij te herinneren. Ik had gehoopt dat u intussen meer duidelijkheid zou kunnen geven, aangezien ik heb opgevangen dat er mogelijk al een locatie bekend is. Het kan echter aan mij liggen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De uitvoering van Dublinoverdrachten en de Europese solidariteit" (56011972C)

07 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'exécution des transferts Dublin et la solidarité européenne" (56011972C)

 

07.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, de effectieve uitvoering van de Dublinoverdrachten is essentieel voor de geloofwaardigheid van ons Europees asielbeleid en veronderstelt loyale samenwerking tussen de lidstaten.

 

Hoe verloopt de uitvoering van de Dublinoverdrachten in de praktijk?

 

Worden alle besliste overdrachten effectief uitgevoerd? Indien niet, wat zijn de voornaamste redenen?

 

Zijn er lidstaten die hun medewerking aan de Dublinoverdrachten systematisch weigeren of vertragen? Over welke lidstaten gaat het dan concreet?

 

Hoe beoordeelt u die situatie in het licht van het beginsel van de Europese solidariteit, onder meer gelet op solidariteitsmechanismen en de financiële bijdragen binnen de Europese Unie?

 

07.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, wie in België een verzoek om internationale bescherming indient, maar voor wie volgens de Dublinregels een andere lidstaat verantwoordelijk is, krijgt na een terug- of overnameakkoord van de lidstaat in kwestie een overdrachtsbesluit met het oog op terugkeer naar die lidstaat. In de meeste gevallen wordt die beslissing persoonlijk ter kennis gebracht, waarbij elke verzoeker uitleg krijgt. Die uitleg omvat ook pertinente informatie over de praktische organisatie van de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat. Indien nodig wordt ook ICAM-coaching georganiseerd om een vrijwillige overdracht te faciliteren. Net zoals met betrekking tot terugkeer naar een derde land kan die overdracht, naast vrijwillig, ook gedwongen plaatsvinden.

 

Net zoals met betrekking tot terugkeer naar een derde land worden niet alle personen die een overdrachtsbesluit kregen, effectief overgedragen. Een terug- of overnameakkoord van de andere lidstaat is zes maanden geldig. Dat betekent dat als de betrokkene niet binnen die termijn kon worden overgedragen, België alsnog verantwoordelijk wordt voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. Die termijn kan worden verlengd tot maximaal achttien maanden, onder andere indien de betrokkene onderduikt en zich dus onttrekt aan de verplichting om zich naar de andere lidstaat te begeven.

 

Ondanks het feit dat de verzoeker in de meeste gevallen de kans krijgt om vrijwillig gevolg te geven aan de beslissing en ondanks de ondersteuning die wordt geboden om die overdracht te faciliteren, beslist jaarlijks een aanzienlijk aantal personen om zich aan de maatregel te onttrekken en te wachten tot de overdrachtstermijn van zes of achttien maanden is verstreken, om zo de procedure in België te kunnen voortzetten. De mensen in het registratiecentrum kunnen daarover veel verhalen vertellen. Maandenlang onderduiken is dan ook een van de belangrijkste redenen waarom de overdracht niet wordt uitgevoerd en waardoor België alsnog verantwoordelijk wordt. Andere redenen zijn bijvoorbeeld een gebrek aan medewerking van de andere lidstaat om de overdracht te organiseren.

 

Om die reden werd, zoals in antwoord op een vorige vraag nog gezegd, in augustus 2022 het Dublincentrum Zaventem opgericht. Dat voert een versnelde procedure in voor verzoekers die al een procedure in een andere lidstaat hebben lopen en voor wie de Dublinprocedure waarschijnlijk van toepassing is. Die personen kunnen worden toegewezen aan dat specifiek centrum, waardoor een snelle en efficiënte opvolging van de Dublindossiers verzekerd wordt tot aan de effectieve overdracht. Ik heb in het voorgaand antwoord al gezegd dat sinds de invoering daarvan we een daling zien van het aantal terugnameverzoeken in het kader van de Dublinprocedure, wat een goede zaak is. We zijn aan het bekijken hoe we die capaciteit kunnen uitbreiden.

 

Het is geen geheim dat de grootste problemen inzake de toepassing van de Dublinregels zich voordoen met Griekenland en Italië. Griekenland past de Dublinregels al jarenlang niet toe, terwijl Italië dat wel doet, maar tegelijkertijd ook al jarenlang geen gedwongen overdrachten meer uitvoert. Daarnaast zijn er problemen geweest met landen zoals Kroatië en Hongarije, maar daar zien we wel een verbetering.

 

Wat betreft de link met het Europees solidariteitsmechanisme en de financiële bijdrage die België in het kader daarvan zal moeten betalen aan lidstaten onder migratiedruk, de huidige situatie moet inderdaad bekeken worden in het licht van de nakende hervorming van het Europees asiel- en migratiestelsel. Dat zal vanaf juni van kracht zijn, met onder andere de nieuwe asiel- en migratiebeheerverordening, die de huidige Dublinregels inzake verantwoordelijkheid aanscherpt en aanvult met een verplicht maar flexibel solidariteitsmechanisme.

 

Het uitgangspunt is dat solidariteit niet zonder verantwoordelijkheid kan, zoals ik altijd heb benadrukt. Ik blijf hameren op het belang van monitoring van de toepassing van de Dublinregels. In die optiek is het belangrijk dat met de start van de eerste solidariteitscyclus, in november 2025, de Europese Commissie in haar documenten expliciteerde dat de huidige Dublinmedewerking van bepaalde lidstaten, met name Griekenland en Italië, onvoldoende is. De Europese Commissie voert de druk op beide lidstaten op door te stellen dat indien verbetering van de situatie uitblijft tegen de inwerkingtreding van het pact in juni 2026, dat kan leiden tot de vaststelling van systematische tekortkomingen. Met een evaluatiemoment voor die systematische tekortkomingen in juli en oktober is het echter niet zeker of die conditionaliteit concrete effecten zal genereren in de eerste cyclus.

 

Tot slot, tijdens de onderhandelingen over de eerste solidariteitscyclus zijn we erin geslaagd om in de tekst een bepaling te voorzien dat de historische impact van secundaire bewegingen, die zoals u weet heel groot is in België, als een vorm van een de facto solidariteit uit het verleden kan worden beschouwd en dus kan leiden tot een vermindering van de solidariteitsbijdragen.

 

Op die manier zouden de lidstaten in kwestie verantwoordelijkheid kunnen opnemen voor de historische impact van secundaire bewegingen. Daar dat enkel kan als er met de lidstaat in kwestie een bilateraal akkoord bestaat, vonden daarover in de afgelopen weken gesprekken plaats met Griekenland en met Italië. Die gesprekken worden in de komende weken en maanden voortgezet.

 

07.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord. Nogmaals, ik apprecieer dat enorm als parlementslid.

 

De meeste dingen zijn duidelijk. Dat Griekenland en Italië ter zake moeilijke landen zijn, had ik als antwoord wel verwacht en ik dank u voor de bevestiging.

 

Mijn vraag ging puur over de Europese solidariteit inzake asiel en migratie. Veel mensen en zelfs sommige partijen menen dat enkel Vlaanderen dat kan oplossen, of België in zijn totaliteit, maar zo eenvoudig is het niet. Er is Europese solidariteit nodig, en ik gebruik dat woord bewust. Die solidariteit draait volgens mij nog niet op en top, eerlijk gezegd. Het gebrek aan Europese flexibiliteit, waarover u sprak, kan een gevaar zijn.

 

Ik kan de druk op Italië en Griekenland wel begrijpen, want dat zijn de landen waar de mensen het eerst instromen. Het zal dus een belangrijke taak zijn – en u kunt daar een belangrijke rol in spelen, net als de premier, die er zich al duidelijk over heeft uitgesproken op jullie nieuwjaarsreceptie – om druk te blijven zetten op alle Europese landen opdat ze hun verantwoordelijkheid ter zake opnemen. Die druk op Griekenland en Italië is belangrijk. Ons eigen land draagt inzake ontheemden de verantwoordelijkheid voor de betaling van de bedragen en dat doen we ook. Ik meen dat het in de situatie van België duidelijk is waarom we dat doen. Maar al die andere landen in Europa moeten verdomd mee hun verantwoordelijkheid opnemen en de lasten verdelen.

 

Ik meen dat alleen een eerlijke spreiding ervoor zal zorgen dat de asielkwestie echt onder controle krijgen, en dat we de migratiestromen in orde krijgen. Daar kijk ik enorm naar uit. Ik hoop dat u, zoals u al vaker hebt beloofd, druk blijft zetten binnen Europa opdat alle landen hun verantwoordelijkheid opnemen. Dat is zelfs in het voordeel van de extreemrechtse partijen, of misschien net niet, want dan kunnen ze hun populistische uitspraken, die we in België al kennen, niet meer doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De asielprocedures, de termijnen en de rol van de beroepsinstanties" (56011973C)

08 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les procédures d'asile, les délais et le rôle des instances de recours" (56011973C)

 

08.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, een efficiënte asielprocedure vereist niet alleen snelle beslissingen in eerste aanleg, maar ook een vlotte en rechtszekere behandeling van beroepen. Ik heb daarover enkele vragen.

 

Hoe evalueert u vandaag de werking en de onderlinge afstemming van de verschillende instanties die betrokken zijn bij de asielprocedure, met name de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen?

 

Erkent u dat vertragingen in de beroepsprocedures het effect van snellere procedures in eerste aanleg ondermijnen? Het nieuwe Europese migratiepact voorziet in semi-termijnen voor versnelde procedures. Hoe verhouden die zich tot de vaak langdurige beroepsprocedures? Welke concrete maatregelen worden genomen om de doorlooptijden bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te verkorten en is die instantie daar vandaag organisatorisch en personeelsmatig voldoende op voorbereid?

 

08.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, de werking en de onderlinge afstemming tussen de verschillende instanties vormen een proces waarmee we dagelijks bezig zijn. Daarbij blijft steeds marge voor verbetering. Er wordt voortdurend ingezet op een zo efficiënt mogelijke samenwerking en afstemming tussen de verschillende diensten, met respect voor ieders bevoegdheden en voor de respectieve onafhankelijkheid van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen als beslissingsautoriteit en van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als onafhankelijke rechtbank. Om de volledige asielprocedure op te volgen en te monitoren, bestaat de cel Ketenmonitoring, die tot doel heeft knelpunten tijdig te detecteren en de samenwerking verder te optimaliseren.

 

Wat uw vragen over de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft, kan ik u meedelen dat een specifieke wet wordt uitgewerkt waarin alle procedurele bepalingen met betrekking tot dit rechtscollege worden gebundeld. Dat wetsontwerp ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Ze beoogt de duidelijkheid en de rechtszekerheid te versterken, bestaande procedurele knelpunten weg te werken en de procedure in overeenstemming te brengen met de verplichtingen die voortvloeien uit het migratiepact. Dit wetsontwerp biedt een uitgelezen kans om de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen efficiënter te laten werken, zonder dat bijkomende middelen noodzakelijk zijn.

 

Tegelijk is er de realiteit dat voor bepaalde dossiers een aanzienlijke achterstand bestaat bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ondanks die achterstand wordt er steeds naar gestreefd om de beroepsprocedures zo goed mogelijk af te stemmen op de beslissingsprocedures van de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Wanneer er sprake is van prioritaire of versnelde behandeling bij een van die instanties, wordt dat ook voorzien bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

 

08.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De impact van lange procedures op asielzoekers en op integratie" (56011974C)

09 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'impact des longues procédures sur les demandeurs d'asile et sur leur intégration" (56011974C)

 

09.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Langdurige asielprocedures hebben niet alleen administratieve gevolgen, maar ook een directe impact op het leven en de integratiekansen van asielzoekers.

 

Hoe beoordeelt u de impact van lange wachttijden in asielcentra op de integratie van kansrijke asielzoekers?

 

Er wordt vastgesteld dat door de focus op versnelde procedures andere dossiers, waaronder dossiers met een grote kans op erkenning, langer blijven liggen. Deelt u de bezorgdheid dat dit nadelig is voor integratie en participatie?

 

Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat asielzoekers gedurende lange tijd in collectieve opvang blijven zonder toegang tot voldoende taalonderwijs en inburgeringsinitiatieven?

 

09.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Er zijn dossiers die prioritair moeten worden behandeld, zoals de dossiers van niet-begeleide minderjarigen of verzoekers in gesloten centra en ook de dossiers van verzoekers uit landen die in de Fast Track Procedure zitten. Momenteel zijn dat Benin, Angola, Georgië, India, Moldavië en alle veilige landen van herkomst. Daarnaast wordt de behandeling van aanvragen uit bepaalde herkomstlanden soms on hold gezet, om de gewijzigde veiligheidssituatie grondig te kunnen herevalueren. Ik heb al verwezen naar Syrië. Dat heeft inderdaad een impact op andere dossiers en op de verblijfsduur in de opvang.

 

De impact van lange asielprocedures toont zich op verschillende vlakken, niet alleen op de mogelijke integratie van verzoekers om internationale bescherming met een hoge kans op bescherming. Het lange wachten zorgt niet alleen voor onzekerheid voor de betrokken verzoeker om internationale bescherming, maar het zorgt ook voor spanningen in de opvangstructuur, waardoor de veiligheid van bewoners en medewerkers in het gedrang komt.

 

Wat betreft de integratie van asielzoekers wens ik erop te wijzen dat asielzoekers sinds 2019 niet langer een doelgroep van de regionaal georganiseerde inburgeringscursussen zijn. Gelet op het feit dat momenteel slechts 25,2 % daadwerkelijk internationale bescherming krijgt en het volgen van een dergelijke inburgeringscursus de asielzoeker een verkeerd beeld van de mogelijke afloop van zijn asielprocedure kan geven, vind ik dat niet meer dan logisch. Dit geldt dus al sinds 2019.

 

Desalniettemin is een nuttige dagbesteding belangrijk om onder andere de rust in de opvang te bewaren. De activering van asielzoekers is daar een goed voorbeeld van. De maatschappelijke werkers in onze opvangstructuren begeleiden, informeren en oriënteren de bewoners gedurende hun hele verblijf. Deze begeleiding heeft onder meer betrekking op de beschikbare opleidingen, zowel intern georganiseerd als aangeboden door externe organisaties, zoals de centra voor sociale promotie, de VDAB, FOREM, Actiris of andere partners. Dit omvat ook essentiële aspecten van het dagelijks leven in België, bijvoorbeeld inzicht in de werking van de Belgische samenleving, de toegang tot activiteiten, het gebruik van het openbaar vervoer, evenals de rechten en plichten van de bewoners.

 

Daarnaast ontwikkelen de opvangstructuren talrijke samenwerkingen met scholen, verenigingen, vzw's en lokale actoren, om de integratie van de bewoners in het sociale en burgerlijke leven van de gemeente te bevorderen. Bewoners hebben ook de mogelijkheid om zich in te zetten via vrijwilligerswerk.

 

09.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Ik heb nog één bijkomende vraag. Ik besef dat het een bijzonder moeilijke kwestie is. U gaf aan dat het om 25,9 % gaat, denk ik. Er zijn immers mensen die elders in Europa een andere aanvraag hebben lopen. Het zou voor ons land interessant zijn, dat is de enige bezorgdheid die ik hier wil delen. Het is een regionale bevoegdheid. Voor de mensen die hier mogen blijven, is het van groot belang dat ze zo snel mogelijk worden meegenomen in taalverwerving en tewerkstelling. Ik begrijp dat dat moeilijk ligt, aangezien de procedures nog lopen en het niet altijd duidelijk is waar men staat. Daarom verwijs ik naar mijn eerdere vragen. We moeten er echt op inzetten dat die procedures sneller verlopen en dat mensen sneller duidelijkheid krijgen. Nogmaals, ik voel dat u daar zeker de bereidheid toe hebt. Het is belangrijk dat we die mensen activeren en dat ze een dagbesteding hebben. Het is zeer goed dat we dat doen en dat is ook in het belang van ons land. Hoe sneller mensen de taal leren en kunnen meewerken in onze samenleving, hoe beter. Dat is goed voor hen, maar ook zeer goed voor onze economie.

 

Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De kinderen in de asielcentra en de kinderrechten" (56011975C)

10 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La présence d'enfants dans les centres d'accueil pour demandeurs d'asile et les droits des enfants" (56011975C)

 

10.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, als er één groep is waarvan we echt nooit mogen wegkijken, is het die van de kinderen. Iedereen snapt dat. Iedereen voelt dat intuïtief. Een kind dat maanden of jaren in een collectieve opvang leeft, betaalt daar een prijs voor in zijn ontwikkeling, welzijn, scholing en vertrouwen.

 

We weten dat kinderen een groot deel uitmaken van de bewoners van die opvang. We weten ook dat langdurige procedures en achterstanden daarin ervoor zorgen dat gezinnen daar veel te lang blijven hangen. Dat is slecht voor die kinderen, maar ook slecht voor ons systeem. Hoe langer de onzekerheid duurt, hoe groter de problemen worden en hoe moeilijker de integratie of de terugkeer wordt.

 

Een kind kan niet pauzeren tot onze administratie klaar is. Dat kan gewoon niet. Dat kind blijft leven en het blijft groeien. Daarom wil ik van u niet alleen principes horen, maar ook echt cijfers en keuzes.

 

Hoeveel kinderen verblijven er vandaag langdurig in de opvang? Wat is de gemiddelde verblijfsduur?

 

Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat kinderen disproportioneel lang in de collectieve opvang blijven?

 

Vooral, welke aanbevelingen inzake kinderrechten – want ik verwijs naar het rapport van de Kinderrechtencommissaris dat pas gepubliceerd is – worden vandaag echt uitgevoerd? Welke blijven steken in goede bedoelingen?

 

10.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, Fedasil stelt altijd alles in het werk om de opvang voor al zijn bewoners, en bij uitstek natuurlijk kwetsbare profielen, zo kwaliteitsvol mogelijk te organiseren, vaak in moeilijke omstandigheden. Alle respect dus voor de personeelsleden. Ik meen dat oprecht. Ik heb er al verschillende bezocht. Ik vind het onvoorstelbaar.

 

De minimale normen inzake opvang zijn een onderdeel van een ruimer kwaliteitssysteem met monitoring, interne audits, aanbevelingen en actieplannen. De normen kunnen niet los gezien worden van de ondersteunende en controlerende processen binnen het globale kwaliteitssysteem.

 

Naar aanleiding van het project Kind in een Asielcentrum, dat gefinancierd werd door het Europese AMIF-fonds wordt nu een actieplan gefinaliseerd om de kansen en de rechten van de minderjarigen in de opvangstructuren te versterken. Het gaat daarbij om acties inzake de infrastructuur van de centra, protocollen ter preventie en opvolging van onveilige situaties in de centra, opleiding voor de medewerkers enzovoort.

 

Een van de belangrijkste prioriteiten van het agentschap Fedasil voor 2026 blijft fix the basics.

 

Conform het regeerakkoord wil ik inzetten op kleinere collectieve opvangcentra, specifiek voor de opvang van kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarigen. Dergelijke centra bestaan reeds, onder meer in Overijse en Dilbeek.

 

U vroeg ook een groot aantal cijfers. Voor het verkrijgen van die gedetailleerde cijfermatige informatie verzoek ik u om een schriftelijke vraag in te dienen, zoals het Kamerreglement dat voorschrijft.

 

10.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik heb daarover reeds een schriftelijke vraag ingediend. Ik hoop dat ze ondertussen bij u is aangekomen, aangezien ik heb vernomen dat er een aanzienlijke vertraging is bij de behandeling van schriftelijke vragen.

 

Ik wil, ten eerste, mijn respect uitspreken voor de personeelsleden en voor het werk dat ze elke dag verrichten. Ook op mijn planning staan heel veel bezoeken. Het is inderdaad belangrijk om te bekijken hoe de werking in de praktijk verloopt.

 

Ik ben ook blij dat u verwijst naar het regeerakkoord. Wij hebben er mee voor gestreden om een en ander in het regeerakkoord opgenomen te krijgen, zoals de kleinschalige opvang voor kwetsbare gezinnen, kinderen en specifieke situaties.

 

Zolang kinderen maanden of jaren in collectieve opvang verblijven, blijven wij achter de feiten aanlopen. Dat is nefast voor hun ontwikkeling maar ook voor hun toekomstkansen, ongeacht of die kansen hier liggen of elders. Procedures moeten zich aanpassen aan het ritme van het kind en niet omgekeerd. Elk jaar van onzekerheid is een jaar dat niet kan worden teruggegeven.

 

Ik ben dus blij als ik uw antwoorden hoor en vaststel dat wij daar tijdens de huidige legislatuur daadwerkelijk op zullen focussen. Ik zal u regelmatig blijven ondervragen met betrekking tot de stand van zaken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De centralisatie, de ketenmonitoring en de coördinatie van de begeleiding" (56011977C)

11 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La centralisation, le monitoring de la chaîne et la coordination de l'accompagnement" (56011977C)

 

11.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Mevrouw de minister,

 

De begeleiding binnen het asiel- en opvangbeleid is de voorbije jaren geëvolueerd van een grotendeels gecentraliseerde aanpak naar een meer versnipperde praktijk, waarbij verschillende actoren gelijktijdig piekmomenten kennen. Dit roept vragen op over overzicht, efficiëntie en beleidssturing.

 

Kan u schetsen hoe de begeleiding vandaag georganiseerd is en in welke mate deze nog gecentraliseerd verloopt, in vergelijking met de vroegere werking waarbij begeleiding voornamelijk bij één dienst was ondergebracht, onder meer met betrekking tot leeftijdsbeoordeling?

 

Ketenmonitoring. Kan u toelichten hoe deze vandaag concreet wordt ingevuld en welke beleidsbijsturingen hieruit voortvloeien?

Overweegt u, in afwachting van verdere structurele hervormingen of bijkomende middelen, de aanstelling van een coördinerend figuur die toezicht houdt op begeleiding, vorming en beleidsrichtingen binnen de keten?

 

Zo ja, binnen welke timing en met welk mandaat? Zo niet, hoe verzekert u vandaag dat er voldoende overzicht en samenhang blijft in de begeleiding?

 

11.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, zoals afgesproken in ons regeerakkoord worden de migratiediensten geharmoniseerd. Ik heb daarover eerder vandaag al uitgebreid toelichting gegeven en ik herhaal graag dat daarbij de ketenaanpak tussen de verschillende migratiediensten centraal staat. We integreren dus de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal, Fedasil en de RVV in één overkoepelende FOD met gerationaliseerde diensten en personeel. Binnen die FOD zal eveneens een aparte cel kwetsbare profielen worden opgericht. Die cel is bevoegd voor de identificatieprocedure en ook de leeftijdsbepaling van verklaarde minderjarigen en vormt het vertrekpunt van waaruit de samenwerking en doorstroom wat betreft opvang en samenwerking met de gemeenschappen, met name de jeugdhulp, wordt gecoördineerd.

 

De voorbereiding voor die FOD is volop bezig, zoals ik daarnet al aangaf. Ik heb ook al eerder, niet vandaag maar in een vorige commissievergadering, aangegeven dat er op mijn kabinet één persoon is die zich daar voltijds mee bezighoudt om spoedig tot resultaten te komen. Een extra coördinerende figuur, waarnaar u vroeg, lijkt mij op dit moment dan ook niet aan de orde.

 

11.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De bufferplaatsen" (56011979C)

12 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les places tampons" (56011979C)

 

12.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister,

 

De wachtlijst van asielzoekers die recht hebben op opvang, schommelt al geruime tijd rond de 1.800 personen. Tegelijkertijd zien we de totale opvangcapaciteit dalen naar ongeveer 34.840 plaatsen, toch een aanzienlijke daling ten opzichte van het begin van de legislatuur.

 

Die 1.800 personen kunnen in principe via de zogenaamde ‘Brussels Deal’ van opvang genieten, maar dat is tijdelijke noodopvang. Het doel van een humaan en efficiënt asielbeleid moet zijn dat iedereen direct in een regulier Fedasil-centrum terechtkomt, zonder deze onzekere tussenstop.

 

Het is belangrijk om genoeg bufferplaatsen (zeker gezien ook het sluiten van de defensiecentra) te hebben aangezien asiel per definitie volatiel is en bij de minste meerinstroom we niet opnieuw terechtkomen in een opvangcrisis.

 

Daarom mijn vragen:

 

Welke opvangcentra zijn het afgelopen jaar precies gesloten en wat is de exacte reden per locatie? Hoe rijmt u deze sluitingen met een wachtlijst die niet verdwijnt?

 

Hoeveel structurele bufferplaatsen acht u nodig om toekomstige pieken in de instroom op te vangen zonder dat er opnieuw mensen op straat belanden? Welke stappen hebt u hiervoor al genomen?

 

Hoe garandeert u dat we niet vervallen in onze fouten van het verleden, waarbij een te snelle afbouw leidde tot enorme tekorten en chaos bij de eerste de beste stijging van het aantal aanvragen?

 

Op welke termijn wilt u die wachtlijst definitief afbouwen en op welke manier?

 

12.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, het is mijn bedoeling, en die van de hele regering, om de doorstroomlijst zo snel mogelijk verder te doen dalen, wat ondertussen ook al is gebeurd, u gaf dat zelf aan. Dit is voor de diensten een huzarenstukje, gelet op de enorme achterstand die door de vorige regering is opgebouwd. Om hieraan tegemoet te komen, worden enkele diensten van de Dienst Vreemdelingenzaken en ook het CGVS versterkt.

 

In antwoord op uw eerste vraag, het is zo dat er in 2025 verschillende tijdelijke en uitzonderlijke opvangstructuren zijn gesloten. Het gaat concreet om AMONSOLI in Verviers, met 45 plaatsen voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, met de stopzetting van de partnerconventie. In Jabbeke verdwenen 270 plaatsen in de eerstefaseopvang door de herbestemming van de site door de gemeente. In Berlaar verdwenen 600 plaatsen in de reguliere opvang naar aanleiding van de ingebruikname van de site door Defensie. Verder werden intussen ook de vijf hotels gesloten, samen goed voor 448 plaatsen. Er zijn deze legislatuur dus al meer dan 1.000 opvangplaatsen in de reguliere opvang afgebouwd, door de omstandigheden die ik net heb aangehaald. De sluiting van de hotels is een directe uitvoering van het regeerakkoord. De overige sites werden gesloten om redenen buiten mijn beslissingsbevoegdheid.

 

Ik moet zeker benadrukken dat dit inherent is aan het opvangnetwerk, waarbij de vastgoedportefeuille constant fluctueert. Fedasil voorziet vervangcapaciteit door de opening van andere centra indien nodig, al gaat het om aanzienlijk minder plaatsen dan diegene die ondertussen verdwenen zijn.

 

In antwoord op uw tweede en derde vraag, zoals vastgelegd in het regeerakkoord voorzien we bij de afbouw van het aantal opvangplaatsen in het reguliere opvangnetwerk steeds voldoende bufferplaatsen om fluctuaties te beheersen. Een concreet aantal bufferplaatsen kan ik momenteel nog niet meegeven. Dat hangt af van de toekomstige noden van het opvangnetwerk na het effect van de crisismaatregelen. We bekijken ook hoe we deze bufferplaatsen zo efficiënt mogelijk kunnen inpassen in het bestaande opvangmodel, bijvoorbeeld via gedeeld gebruik met andere instanties.

 

In antwoord op uw vierde vraag, het afbouwen van de doorstroomlijst en een betere monitoring van de plaatsen die ter beschikking worden gesteld via de Brusseldeal zijn prioritair voor mij en mijn diensten. Zoals ik daarnet al heb aangehaald, worden hiervoor de verschillende diensten binnen het CGVS en de DVZ versterkt. Ook de doelstelling om de asielprocedure efficiënter te laten verlopen zal hieraan bijdragen, doordat verzoekers minder lang op hun beslissing moeten wachten en daardoor ook minder lang in het opvangnetwerk zullen verblijven.

 

12.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, het is heel duidelijk dat u hier communiceert over de hotelopvang. U hebt daar de voorbije dagen ook over gecommuniceerd in de kranten. U hebt daar bovendien vorige keer in de commissie al deels op geantwoord. Ik denk dat dat op zich een goed verhaal is. Ik zit nog maar sinds kort in het Parlement, maar ik vind het wel een vreemde keuze om mensen in hotels op te vangen. Ik ben voor alle duidelijkheid tegen niet opvang, maar we moeten mensen niet in hotels steken. We moeten investeren in goede opvang en mensen niet in hotels onderbrengen. In die zin is het goed dat u die hotelopvang hebt afgebouwd.

 

Wat de vraag over bufferplaatsen betreft, ik stel die bewust. U hebt daar eigenlijk bijna volledig op geantwoord. Het enige waarvoor ik schrik heb, is dat er al jaren over migratie wordt gesproken en dat daar in het verleden naar mijn mening te weinig mee is gebeurd. Dat is de realiteit. Wie daarvoor verantwoordelijk is of welke regering dat was, interesseert me minder. Er is gewoon te weinig gebeurd. Er is iets waarvoor ik u zeker wil waarschuwen. Het jaar is nog maar net begonnen. U hebt gehoord wat er in Venezuela gebeurt, wat er in Groenland aan de hand is, wat er nog steeds gebeurt in Israël en Palestina en wat er gaande is in Oekraïne en Rusland. We weten niet wat er nog kan gebeuren, ook in Iran. Overal in de wereld heerst chaos. Ik wil niet dat we door gebeurtenissen die zich jammer genoeg elders in de wereld voordoen, opnieuw in een asielcrisis belanden waarbij mensen hier toekomen en we het niet aankunnen. U bevestigt deels mijn bezorgdheid over de opvang.

 

De enige vraag die ik u hier echt nog wil blijven stellen, is dat u ervoor zorgt dat er voldoende bufferplaatsen zijn. Wat u zegt over gedeeld gebruik, lijkt mij een goed idee. Zorg ervoor dat we opvangplaatsen hebben die ook voor andere maatschappelijke doeleinden binnen de gemeenten kunnen worden ingezet. We kunnen bekijken of we dat als federale overheid financieel kunnen ondersteunen, samen met die gemeenten, zodat het een win-winsituatie wordt voor de lokale besturen. Tegelijk moeten die plaatsen bij noodsituaties onmiddellijk kunnen worden ingezet om mensen op te vangen.

 

Dank u wel voor al uw antwoorden van vandaag. Ik kom straks nog even terug voor een bijkomende vraag, maar dank u daarvoor.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De ingebruikname van leegstaande gezinswoningen op de site 127bis" (56012003C)

13 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'occupation de logements familiaux vacants sur le site 127bis" (56012003C)

 

13.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, tijdens een bezoek aan het gesloten terugkeercentrum 127bis hebben we van de gelegenheid gebruikgemaakt om ook de daarnaast gelegen gezinswoningen te bezoeken. We hebben daarbij kunnen vaststellen dat het zeker niet om zogezegd gevangenissen gaat, maar wel om mooie haast Centerparcachtige huisjes, weliswaar met een omheining errond. Die omheining is echter lager dan die van de 127bis, waardoor het onmogelijk zou zijn om er mannen in op te vangen omdat het ontsnappingsrisico, dat al reëel en hoog is in 127bis, daar nog hoger zou zijn. Het zou eventueel wel mogelijk zijn om daar vrouwen in illegaal verblijf in op te sluiten.

 

Op dit moment staan die huisjes gewoon leeg. Dat is dus onbenutte capaciteit.

 

Mevrouw de minister, acht u dat verantwoord? Zult u daar iets aan doen en die leegstaande huisjes, die volgens wat ik vernomen heb worden gefinancierd met Europees geld, wat voor moeilijkheden kan zorgen, opnieuw in gebruik nemen?

 

13.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, wat uw eerste vraag betreft, volgens de DVZ vereist het benutten van die extra capaciteit bijkomend personeel. Door een tekort aan medewerkers op sommige plaatsen kan de reguliere capaciteit van de gesloten centra momenteel niet altijd volledig worden benut.

 

Vanuit die optiek wordt er in de eerste plaats naar gestreefd om de reguliere capaciteit zo volledig mogelijk te benutten. Ik voorzie daarom 134 extra personeelsleden voor de gesloten centra en 40 extra medewerkers bij de terugkeerdiensten om de capaciteit van de gesloten centra op te drijven en de opvolging van de terugkeer te verzekeren.

 

Wat betreft uw tweede en derde vraag, zoals voorzien in het regeerakkoord, zal er een evaluatie plaatsvinden van de wet die het vasthouden van gezinnen met minderjarigen verbiedt. Momenteel volstaat het aantal beschikbare plaatsen voor vrouwen in de gesloten centra. Indien in de toekomst bijkomende capaciteit noodzakelijk blijkt, zal worden onderzocht hoe die op de meest efficiënte manier kan worden gerealiseerd, inclusief het voorzien van het benodigd personeel.

 

13.03  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Als het de bedoeling is om de capaciteit van de gesloten terugkeercentra tijdens de huidige legislatuur te verdubbelen, mogen we natuurlijk geen enkele nu reeds bestaande capaciteit onbenut laten.

 

U kent mijn menig over het verbod om gezinnen op te sluiten in gesloten terugkeercentra. In de vorige legislatuur hadden wij daar dezelfde visie over. Later op de agenda komt nog een vraag van mij over de stand van zaken in verband met dat verbod.

 

Illegaliteit is een groot probleem. Immers, zodra iemand bijna een kind heeft, dus een illegaal kind maakt en een gezin wordt, is het bijna onmogelijk om die persoon gedwongen terug te sturen. Die huisjes moeten dus zo snel mogelijk in gebruik worden genomen.

 

Een andere mogelijkheid is trouwens dat de reeds bestaande capaciteit voor vrouwen wordt verlegd naar die huisjes en dat de capaciteit die op die manier vrijkomt, wordt opengesteld voor mannen. Aangezien er in de gesloten terugkeercentra heel veel rellen plaatsvinden, is dat echter niet zo evident.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de Sarah Schlitz à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La visite du centre fermé de Vottem" (56012011C)

14 Vraag van Sarah Schlitz aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het bezoek aan het gesloten centrum van Vottem" (56012011C)

 

14.01  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le 24 décembre dernier, j’ai effectué une visite officielle dans le centre fermé de Vottem. J’ai pu m’entretenir à la fois avec des visiteurs accrédités, la direction, ainsi qu’avec des personnes emprisonnées dans le centre. Cette visite a éveillé de nombreuses questions, au vu des zones d’ombre qui apparaissaient dans la gestion de certains aspects du centre.

 

Madame la ministre, j’aimerais aujourd’hui avoir votre avis sur ces différents points. Tout d’abord, pouvez-vous me confirmer qu’une mise en isolement doit toujours être notifiée à l’avocat du détenu? Quels sont les motifs légaux justifiant une mise en isolement, étant donné qu’il s’agit, au-delà de la privation de liberté, d’un traitement spécifique qui peut être très violent pour certaines personnes? Quelle est la durée maximale d’une mise en isolement?

 

Ensuite, j’ai été alertée sur l’usage des menottes. Dans quels cas se justifie-t-il dans les centres fermés?

 

Par ailleurs, comment les plaintes des détenus en centre fermé sont-elles traitées? Dans nos prisons, il existe des organismes vers lesquels les détenus peuvent se tourner lorsqu’ils souhaitent rapporter une situation qu’ils considèrent comme injuste ou illégale. Dans les centres fermés, comment les personnes détenues peuvent-elles faire valoir leurs droits?

 

Enfin, combien de temps à l’avance les détenus doivent-ils être informés de leur expulsion forcée, une fois celle-ci programmée? Dans quel pourcentage des cas ce délai est-il respecté?

 

14.02  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Schlitz, vous trouverez la réponse à vos questions dans la législation pertinente, à savoir l’arrêté royal du 2 août 2022 fixant le régime et les mesures de fonctionnement applicables aux lieux situés sur le territoire belge, gérés par l’Office des étrangers, où un étranger est détenu, mis à la disposition du gouvernement ou maintenu, conformément aux dispositions visées à l’article 74/8, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l’accès au territoire, le séjour, l’établissement et l’éloignement des étrangers, et plus spécifiquement aux articles 62, 96, 98, 101, 103, 104, 129 et de 130 à 134.

 

14.03  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, vous n’avez répondu à aucune de mes questions. Vous faites référence à des articles de loi.

 

Je vous demande si vous pouvez me confirmer qu’une mise à l’isolement doit toujours être motivée. Vous n’avez pas répondu à cette question. Dans quel cas l’usage des menottes est-il justifié? Les délais sont-ils bien respectés dans tous les cas lorsqu’une expulsion est programmée? En fait, vous me citez la loi.

 

La loi, je peux aller la consulter, il n’y a pas de problème. Mais je vous demande, dans mes questions, de me donner un feedback sur le respect des procédures au sein des centres fermés. Vous vous foutez de moi, et vous me renvoyez vers la loi. J’en prends acte, madame la ministre.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Question de Sarah Schlitz à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La détention de pères d'enfants belges en centre fermé" (56012018C)

15 Vraag van Sarah Schlitz aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De opsluiting van vaders van Belgische kinderen in gesloten centra" (56012018C)

 

15.01  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, lors de ma visite du 24 décembre 2025 au centre fermé de Vottem qui est réservé aux hommes, j'ai pu rencontrer plusieurs pères ou futurs pères d'enfants qui sont soit belges, soit en situation régulière sur le territoire belge. Ces personnes pourraient donc avoir recours à un regroupement familial pour régulariser leur situation, ce qui se produira très certainement dans le futur. En effet, dans la majorité des cas, leurs avocats s'appuieront sur cet aspect pour régulariser la situation de ces personnes.

 

Madame la ministre, pourquoi dès lors votre administration met-elle de l'énergie dans ce type de dossier, dont l'issue est pratiquement connue? S'agit-il d’une directive de votre part demandant à votre administration de cibler spécifiquement ce type de profil?

 

15.02  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Schlitz, le droit de séjour n'est pas automatique pour le père d'un enfant belge ou d'un enfant séjournant légalement en Belgique. Chaque dossier est examiné et évalué individuellement.

 

Les personnes en centre fermé sont celles qui ont reçu une décision de retour. La décision de retour est motivée en fait et en droit, où tous les éléments sont pris en compte. Il n'existe aucune instruction spécifique concernant la prise d'une décision de maintien et l'exécution du retour de ces personnes.

 

15.03  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je vous remercie pour cette réponse.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

16 Question de Sarah Schlitz à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La mise en centre fermé de personnes disposées à un retour volontaire" (56012014C)

16 Vraag van Sarah Schlitz aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De opsluiting in een gesloten centrum van personen die bereid zijn vrijwillig terug te keren" (56012014C)

 

16.01  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, lors de ma visite du 24 décembre dernier au centre fermé de Vottem, j'ai eu l'occasion de discuter avec un détenu en statut M devant être renvoyé vers l'Allemagne.

 

Ce n'est pas la première fois que je rencontre un cas similaire, où une personne devant être renvoyée aux Pays-Bas ou en France par exemple, qui accepte le retour volontaire, est pourtant détenue en centre fermé, parfois pendant une semaine ou plus.

 

La personne en question a été arrêtée au moment où elle a reçu sa décision négative, alors qu'elle a déclaré à ce moment-là qu'elle était disposée à se rendre d’elle-même en Allemagne.

 

Pouvez-vous m'expliquer quelle est l'utilité d'emprisonner et de priver de liberté – ce qui est une mesure très forte – des personnes qui souhaitent aller d'elles-mêmes vers le pays dans lequel elles ont une reconnaissance?

 

16.02  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Schlitz, aucune déclaration ne peut être faite concernant des dossiers individuels.

 

En ce qui concerne l'intention de départ de l'intéressé, on peut affirmer de manière générale que chaque personne est libre de faire part de son intention de départ et que le service compétent examine alors les moyens de le satisfaire.

 

Il est vrai que chaque cas est évalué individuellement et que, en ce qui concerne la légalité, chaque décision de retour et chaque décision de maintien doit être motivée en fait et en droit. Ces décisions peuvent également faire l'objet d'un recours.

 

16.03  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci pour cette réponse.

 

Ce que je constate, à chacune de mes visites en centre fermé, c'est le symbole d'une politique que je ne soutiens absolument pas, qui vise à priver de liberté des personnes qui n'ont commis aucun crime à part le fait d'être présentes sur notre territoire. La détention est totalement excessive.

 

Mais ici, on a carrément affaire à de l'amateurisme, quand on enferme des personnes qui souhaitent rentrer chez elles et attendent depuis des jours, parfois une semaine ou deux, de pouvoir retourner dans le pays voisin. C’est de la bureaucratie qui a un impact.

 

Vous dites qu’on ne peut pas s'exprimer sur des dossiers individuels. Je vous parle de cas que j'ai rencontrés fréquemment. Je pense que vous devriez alerter vos services sur le fait que dès qu'une personne mentionne sa volonté de retourner dans le pays dans lequel elle a été reconnue, il faut exécuter au plus vite cette demande. On ne peut pas la maintenir enfermée pendant une semaine ou deux, alors qu'elle accepte un retour volontaire.

 

16.04  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Schlitz, je tiens à réagir, parce que ce ne sont plus seulement des personnes de mon cabinet que vous mettez en cause, ce sont désormais mes services que vous qualifiez d’amateurs.

 

Vous parlez d’amateurisme. Je n’accepte absolument pas ce terme et je ne pense pas qu’il vous incombe de porter de tels jugements. Les femmes et les hommes que vous visez sont des professionnels, qui font de leur mieux chaque jour.

 

16.05  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le rôle du Parlement est de contrôler l’action de l’exécutif, c’est-à-dire la manière dont les politiques sont mises en œuvre. Dès lors que des personnes sont privées de liberté, alors même qu’elles acceptent, dans le cadre légal, un retour volontaire, il est de mon devoir de signaler des dysfonctionnements graves au sein de l’administration.

 

Plutôt que de vous en prendre au messager, vous feriez mieux de vous pencher sérieusement sur ces dysfonctionnements!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

17 Vraag van Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De hervorming van de terugkeerpremies en de afschaffing van de premies voor Brazilianen" (56012269C)

17 Question de Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La réforme des primes de retour et la suppression de ces primes pour les Brésiliens" (56012269C)

 

17.01  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, u hebt reeds een aantal aanpassingen gedaan aan de hervorming. U bent immers bezig met een hervorming van de terugkeerpremies. In het regeerakkoord is een mogelijke differentiatie in de terugkeerpremies opgenomen. Door die premies meer op maat te bekijken, kunnen wij inderdaad nauwkeurig sleutelen en het systeem efficiënt en gericht toepassen op bepaalde nationaliteiten. Wij zien immers dat die premie ook een aantrekkingsfactor kan zijn om naar hier te komen en gebruik te maken van een gratis vliegticket met bovenop nog een premie.

 

U hebt de terugkeerpremie voor Moldaviërs geschrapt. Dat zorgde voor een duidelijke daling in de cijfers. Onlangs hebt u ook bekendgemaakt dat u de terugkeerpremie voor Brazilianen zult schrappen of al hebt afgeschaft. De premie kon oplopen tot 2.500 euro. Wij merken dat veelal mensen die hier helemaal geen asiel hadden aangevraagd, vanuit de illegaliteit gebruikmaakten van het systeem om op een heel goedkope en zelfs winstgevende manier naar het land van herkomst terug te keren. Het misbruik van die re-integratiesteun kunnen wij natuurlijk niet tolereren.

 

Hoe kijkt u nu naar dat systeem van de terugkeerpremies? Zult u daar nog meer aan hervormen? Wij hebben Moldavië gehad en Brazilië, maar zijn er nog andere visumvrije landen die in uw vizier komen?

 

Kunt u daarover meer toelichting geven, bijvoorbeeld over de Brazilianen? Hoe zijn die cijfers geëvolueerd?

 

Wat is het huidige beleid inzake vrijwillige terugkeer? Welke veranderingen zijn al doorgevoerd en naar welke toekomstige veranderingen zult u gaan?

 

In welke mate zullen nog wijzigingen worden doorgevoerd aan de terugkeerpremies voor bepaalde andere nationaliteitsgroepen?

 

17.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw De Vreese, dank u voor uw aandacht voor de noodzakelijke aanpassingen aan het systeem van de vrijwillige terugkeer. Zoals u weet kan de terugkeerder via het vrijwillige terugkeerprogramma in zijn land van herkomst een terugkeerpremie en re-integratiesteun krijgen, afhankelijk van de persoonlijke situatie.

 

Fedasil hanteert een controlekader aan de hand waarvan dossier per dossier wordt nagegaan of de persoon in aanmerking komt voor het programma van vrijwillige terugkeer en welke ondersteuning een persoon kan krijgen: geen ondersteuning via het programma, alleen een ticket of een ticket met re-integratieondersteuning. Zo verzekert Fedasil een coherent programma met ondersteuning voor wie er recht op heeft.

 

De afgelopen jaren werd onder de vorige regering het bedrag van de re-installatiepremie fors verhoogd voor de terugkeerders naar visumplichtige landen, maar ook terugkeerders naar niet-visumplichtige landen konden een beroep doen op dit bedrag. Met deze regering, u weet dat beter dan wie ook, hebben we besloten om het systeem van de vrijwillige terugkeer goed onder de loep te nemen en bepaalde terugkeerpremies af te schaffen, zoals die voor de Brazilianen en eerder ook al die voor de Moldaviërs, zoals u ook al zei. In de toekomst volgen er nog dergelijke wijzigingen.

 

U vroeg om de problematiek met de Brazilianen toe te lichten. In 2025 keerden 3.122 personen vrijwillig terug naar hun land van herkomst, onder wie 953 Brazilianen. Dat is goed voor meer dan 30 % van alle vrijwillige terugkeerders. In 2024 ging het zelfs om ongeveer 1.000 personen uit Brazilië. Het grootste deel van de Brazilianen dat naar België komt, start geen asiel- of verblijfsprocedure op. Vervolgens vragen ze na een langdurig illegaal verblijf re-integratiesteun voor hun terugkeer aan. Dat kan absoluut niet de bedoeling zijn. Fedasil is geen veredeld reisbureau. Sinds 1 december hebben we daarom besloten dat Brazilianen bij vrijwillige terugkeer geen re-integratiesteun meer kunnen krijgen.

 

17.03  Maaike De Vreese (N-VA): Door zeer hoge terugkeerpremies te koppelen aan nationaliteiten die daar inderdaad misbruik van maken, worden de vrijwillige terugkeercijfers kunstmatig opgevoerd. Het gaat immers niet om mensen die na een negatieve asielprocedure terugkeren, maar om personen die naar België komen om van de premie die daaraan gekoppeld is, misbruik te maken.

 

Mevrouw de minister, door de maatregelen die u neemt, zult u de vrijwillige terugkeercijfers nauwgezet moeten monitoren en van de nodige duiding voorzien, want het is goed mogelijk dat die cijfers aanzienlijk zullen dalen.

 

Volgens de cijfers is momenteel 30 % van de terugkeerders Braziliaan. U schaft deze premie af, waardoor een sterke daling te verwachten is. Men zal dan wellicht zeggen dat de vrijwillige terugkeercijfers weer moeten stijgen. U zult daarnaast initiatieven moeten nemen om de mensen die daadwerkelijk vrijwillig moeten terugkeren, te stimuleren om dat echt te doen.

 

Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

18 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Iraniërs die naar België willen komen" (56012313C)

- Khalil Aouasti aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De situatie in Iran" (56012332C)

18 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les Iraniens qui souhaitent venir en Belgique" (56012313C)

- Khalil Aouasti à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La situation en Iran" (56012332C)

 

18.01  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, in Iran heeft zopas opnieuw een zoveelste massaslachting op vrijheidslievende Iraniërs plaatsgevonden. Op enkele dagen tijd werden naar schatting minstens 16.500 Iraniërs vermoord. Zowat 330.000 Iraniërs raakten gewond of werden verminkt. Dit is de 7 oktober 2023 van Iran, uitgevoerd door dezelfde moorddadige jihadisten, namelijk de Islamitische Revolutionaire Garde, IRGC, een van de belangrijkste sponsors van Hamas. Het islamitisch regime verkracht, martelt en moordt erop los. Daarvoor importeren ze zelfs duizenden jihadisten uit Arabische landen. Weinig politici weten dat, maar ayatollah Khamenei en de IRGC hebben tot doel om de Islamitische Revolutie ook buiten Iran te exporteren.

 

Het Iraanse islamitisch regime wil via het voeren van jihad ook de rest van de wereld, ook ons, islamiseren. Het is dan ook een van de grootste terreursponsors ter wereld.

 

De screening in dit land is een lachertje, want naast Iraniërs die een verrijking zijn voor onze samenleving, zijn er de afgelopen decennia ook heel wat aanhangers van het islamitisch regime en agenten van de IRGC naar Europa en naar België kunnen komen. Zeker nu de Iraanse contrarevolutie hopelijk in de steigers staat, is het van fundamenteel belang dat Iraniërs die meewerken met dit moorddadige islamitische regime niet naar België kunnen komen.

 

Wat onderneemt u om aanhangers van het Iraanse islamitisch regime en agenten van de IRGC het land uit te zetten? Hoe zorgt u ervoor dat dergelijk jihadistisch tuig nooit naar België kan komen?

 

18.02  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, depuis plusieurs semaines, les Iraniennes et Iraniens clament leur liberté et manifestent dans toutes les villes de leur pays, au péril de leur vie. Aujourd'hui, nous devons constater que des Belges ou des Iraniens établis sur notre territoire s'inquiètent pour les membres de leur famille restés en Iran et qui manifestent pour leur liberté. En effet, à la suite des première manifestations, internet a été coupé; ce qui rend difficile, voire impossible, tout contact entre membres d'une même famille. Certaines personnes installées en Belgique n'ont toujours pas pu contacter leurs proches, depuis plusieurs jours voire plus de deux semaines. Cette coupure s'accompagne d'une répression violente, sanglante et meurtrière. Plusieurs milliers de personnes ont été tuées. Le décompte officiel n'est malheureusement pas terminé.

 

Sans entrer dans des considérations diplomatiques, il me paraît normal de permettre à celles et ceux qui ont de la famille en Belgique de venir la rejoindre afin d'être sains et saufs et de faciliter les procédures pour ce faire, notamment au travers de la procédure "visa court séjour", qui a déjà été appliquée par le passé en d'autres circonstances.

 

Madame la ministre, quelles mesures avez-vous prises pour permettre à celles et ceux qui souhaitent échapper à la répression actuelle de venir rejoindre, selon un canal migratoire sûr, leur famille présente ici en Belgique? Comment facilitez-vous l'introduction de leurs dossiers par voie électronique? Avez-vous pris des initiatives au plan européen pour offrir une protection internationale effective et rapide aux personnes recherchées par le régime iranien et qui souhaiteraient trouver asile et refuge sur notre territoire?

 

18.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Rooy, monsieur Aouasti, het spreekt voor zich dat ik geen voorstander ben van het verlenen van een veilige haven voor leden van het Iraanse regime.

 

De algemene regels zijn ook voor hen van toepassing. Ze hebben een visum en een geldig reismotief nodig om naar de Schengenzone te komen. Dat zal hun vanzelfsprekend worden geweigerd conform de visumregels.

 

Pour les autres, toute personne qui souhaite venir en Belgique, quelle que soit la durée du séjour envisagé ou l’objet de ce séjour, doit demander un visa, conformément à la procédure décrite sur le site du poste diplomatique ou consulaire concerné.

 

La réception des demandes de visa relevant de la compétence de mon collègue en charge des Affaires étrangères, je vous invite à lui adresser votre question.

 

18.04  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, ayatollah Khamenei en de IRGC zijn een bende islamonazi’s die Iran bezetten en het moedige Iraanse volk systematisch afslachten. Het regime van Iran martelt, moordt en verkracht erop los. Het is ook een van de grootste terreursponsors op aarde en wil via het voeren van jihad ook ons islamiseren.

 

Dat regime bedreigt nu ook expliciet vrijheidslievende Iraniërs in het Westen en in België. Deze regering beseft eigenlijk niet met wat voor meedogenloze doodsvijand we te maken hebben, want er bevinden zich al veel, té veel agenten van de IRGC en aanhangers van het islamitische regime op ons grondgebied. Ik zal u er binnenkort een aantal aanwijzen, mevrouw de minister . Spoor ze op, zet ze samen met hun gezin het land uit en zorg ervoor dat geen enkele marionet van het islamitisch regime van Iran ooit nog naar België kan komen.

 

18.05  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je ne sais pas si vous avez relu votre propre réponse avant de la prononcer.

 

Ce que vous dites aux Iraniens en Iran à qui on a coupé internet, c'est d'aller sur le site de l'Office des étrangers et de regarder les conditions pour introduire un visa de court séjour afin de venir en Europe. Voilà votre réponse. À celles et ceux à qui on a coupé internet, tout serait expliqué sur le site internet de l'Office des étrangers.

 

Ce que je vous demande ici, madame la ministre, c'est de prendre vos responsabilités. Il ne s'agit pas de renvoyer des personnes vers un site internet de l'Office des étrangers auquel elles n'ont pas accès, alors qu'elles ne savent même pas téléphoner à leurs proches pour savoir s'ils sont vivants, blessés, hospitalisés ou dans quelle région du pays ils se trouvent.

 

Ce que je vous demande, madame la ministre, c'est de prendre vos responsabilités et de faire en sorte que ces personnes, qui ne remplissent pas les conditions du visa Schengen, puissent bénéficier d'un accès facilité. Les conditions du visa Schengen exigent de pouvoir démontrer des revenus. Comment voulez-vous que, dans une situation de guerre civile, des personnes menacées, qui militent et manifestent au lieu d'aller travailler, puissent produire des fiches de salaire pour expliquer qu'elles vont passer trente jours de vacances en Belgique?

 

Ce n'est pas cela que je vous demande, madame la ministre. Il y a des gens qui sont en train de crever en Iran. Leurs familles ici sont inquiètes. Ce que je vous demande, c'est de faire en sorte que ces personnes qui veulent rejoindre leur famille en Belgique puissent disposer d'un accès réellement facilité, et non d'être renvoyées vers un site internet de l'Office des étrangers auquel elles n'ont pas accès.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

19 Vraag van Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De fouten in het COI-rapport over Griekenland" (56012381C)

19 Question de Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les erreurs dans le rapport COI sur la Grèce" (56012381C)

 

19.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, de protection officers van het CGVS nemen individuele beslissingen. Ze doen dat op basis van objectieve en transparante landeninformatie die in die rapporten wordt verzameld. Nu blijkt dat verschillende Griekse middenveldorganisaties het CGVS erop hebben gewezen dat de landeninformatie over Griekenland niet juist of verouderd zou zijn. Het gaat onder meer over de toegang tot sociale rechten, gezondheidszorg, huisvesting en daklozenopvang voor erkende vluchtelingen. In die COI-rapporten zou worden verwezen naar projecten en organisaties die intussen niet meer bestaan. Intussen heeft het CGVS die landeninformatie over Griekenland van de website verwijderd. De vraag is echter of er beslissingen zijn genomen op basis van de informatie zoals die op de website stond, dus op basis van foutieve of achterhaalde informatie.

 

Kunt u garanderen dat er geen beslissingen meer worden genomen op basis van die informatie? Behandelt het CGVS momenteel verzoeken om internationale bescherming van personen die erkend zijn als vluchteling in Griekenland en op basis van welke landeninformatie gebeurt dat dan?

 

Hoeveel verzoeken om internationale bescherming van personen met een M-status worden behandeld op basis van het COI-rapport van 25 juli 2025? Hoeveel van die mensen zijn op basis van die informatie teruggestuurd naar Griekenland?

 

Wat is de stand van zaken met betrekking tot een nieuw rapport met landeninformatie?

 

Worden die COI-rapporten geëvalueerd en bijgestuurd? Zo ja, hoe frequent gebeurt dat?

 

19.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, in antwoord op uw eerste vraag kan ik zeggen dat met het door u aangehaalde COI-rapport geen rekening meer wordt gehouden door het CGVS. Het CGVS hield rekening met verschillende opmerkingen en andere informatie om het COI-rapport te actualiseren. De commissaris-generaal heeft de brieven beantwoord en het CGVS volgt de situatie in Griekenland op de voet. Daarnaast werd de COI-informatie van de website gehaald, wat een gangbare praktijk is bij COI-landeninformatie die regelmatig wordt geactualiseerd.

 

Wat uw tweede vraag betreft, kan ik bevestigen dat het CGVS verzoeken behandelt van personen die bescherming hebben verkregen in Griekenland. Het CGVS is van oordeel dat de situatie voor begunstigden van internationale bescherming niet van die aard is dat automatisch bescherming moet worden toegekend omwille van zeer verregaande materiële deprivatie. Elk verzoek om internationale bescherming wordt individueel beoordeeld.

 

Elke verzoeker wordt uitgenodigd voor een persoonlijk onderhoud, waarbij hij de kans krijgt uiteen te zetten om welke redenen de bescherming die in Griekenland verleend werd niet effectief zou zijn. Het CGVS houdt hierbij rekening met algemene informatie inzake de situatie van begunstigden van internationale bescherming in Griekenland, met onder meer het toonaangevende AIDA-rapport van september 2025.

 

U vroeg hoeveel verzoeken om internationale bescherming van personen met een M-status op basis van het COI-rapport van 25 juli behandeld werden. Ik wijs erop dat het COI-rapport slechts in een minderheid van de beslissingen werd opgenomen en nooit als alleenstaande bron werd gebruikt. Elke beslissing is gebaseerd op verschillende algemene rapporten over de specifieke situatie van begunstigden van internationale bescherming.

 

Wat uw vierde vraag betreft, het CGVS verzamelt informatie over de landen van herkomst, met betrekking tot  Griekenland of elk ander land, afhankelijk van de vastgestelde behoeften. Een deel van deze informatie wordt opgenomen in thematische rapporten. In dit verband is de publicatie van het rapport over verenigingen ter ondersteuning van verzoekers om internationale bescherming in Griekenland gepland voor 2026.

 

Uw laatste vraag ging over de evaluatie van COI-rapporten door Cedoca. Ze worden opgesteld in overeenstemming met de gemeenschappelijke EU-richtlijnen voor de verwerking van informatie van het land van herkomst, uit april 2008. Deze richtlijnen garanderen de naleving van de fundamentele beginselen van neutraliteit, objectiviteit en transparantie. De kwaliteit en het nut van deze rapporten worden beoordeelt op basis van de feedback van de gebruikers, zowel intern bij het CGVS als extern. Ze worden indien nodig bijgewerkt, met name rekening houdend met de evolutie van de situatie in de landen van herkomst.

 

19.03  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het is goed dat dat rapport niet meer gebruikt wordt en dat er bijgestuurd wordt. Daar ben ik blij om.

 

U zegt dat het een van de rapporten is waarmee rekening werd gehouden. U draait wat rond de pot. De vraag is of dat in bepaalde individuele gevallen doorslaggevend is geweest. Het gaat hier immers niet over nummers of dossiers, maar wel over mensen. Het is belangrijk dat uw diensten nakijken of er in de gevallen waarin rekening werd gehouden met die rapporten om tot een beslissing te komen, een andere beslissing zou zijn genomen als die informatie correct was geweest. Ik denk dat dat in die individuele gevallen het minste is wat de overheid kan doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

20 Vraag van Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De noodopvang tijdens de wintermaanden" (56012414C)

20 Question de Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'hébergement d'urgence pendant les mois d'hiver" (56012414C)

 

20.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik heb met collega El Yakhloufi – die er nu niet meer is – al wat discussie gehad over de opvang tijdens de winter en de opvang in het algemeen. Er waren deze kerstvakantie en de winterprik erna toch wel wat signalen dat er mensen op straat sliepen die daar niet thuishoorden.

 

We hoorden dat er bijzonder grote inspanningen gebeurd zijn. Daar is geen discussie over. Als we echter horen dat de Brusselse daklozenorganisaties dagelijks mensen hebben moeten weigeren omwille van plaatsgebrek, is er een probleem. Het Rode Kruis meldt bijvoorbeeld dat het in de nacht van 6 op 7 januari 100 aanvragen voor een bed ontving, terwijl er maar 80 plaatsen waren. Samusocial gaf aan op één nacht 55 personen in gezinsverband en 10 vrouwen te hebben moeten weigeren. Bij alleenstaande mannen konden slechts 54 van de 115 vragen worden ingewilligd.

 

Als ik die cijfers leg naast de uitspraak dat er altijd voor iedereen die daar recht op heeft, een bed is, dan knettert het in mijn hoofd. Ik ben benieuwd hoe u dat verschil verklaart en vooral hoe we ervoor zullen zorgen dat mensen die effectief recht hebben op opvang, die opvang ook daadwerkelijk krijgen. Mijn vragen zijn dan ook de volgende.

 

Hoeveel verzoekers om internationale bescherming staan vandaag nog op de wachtlijst voor opvang? Blijft u formeel ontkennen dat verzoekers om internationale bescherming die op de wachtlijst staan, op straat moeten slapen? Hebben zij volgens u effectief onmiddellijke toegang tot de nachtopvang? Er is immers een verschil tussen het theoretische construct van de 2.000 plaatsen en het daadwerkelijk hebben van een plaats. In welke mate houdt u bij de afbouw van het opvangnetwerk rekening met het wegwerken van die wachtlijst? Hebt u ondertussen overleg gehad met de stad Brussel en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over de creatie van bijkomende winteropvang? Misschien komen er geen grote koudepieken meer, maar dat kan uiteraard wel. Welke bijkomende maatregelen of plannen hebt u om tijdens de wintermaanden te voorkomen dat verzoekers om internationale bescherming op straat moeten slapen?

 

Ik blijf deze vraag stellen, omdat het over mensen gaat. Ik wil zeker niet zeggen dat er geen inspanningen gebeuren, maar ik denk dat we er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat mensen niet op straat moeten slapen, zeker als het gaat over vrouwen, kinderen en gezinnen. Dank u wel, mevrouw de minister.

 

20.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, op 12 januari stonden er 1.653 personen die recht hebben op opvang op de doorstroomlijst. Zoals meermaals is gecommuniceerd, financiert de federale overheid binnen de Brusselsdeal 2.000 plaatsen in de daklozenopvang, specifiek voor deze doelgroep. Dat is dus ruim voldoende om deze 1.653 personen op te vangen in afwachting van een reguliere plaats in het opvangnetwerk. Het is trouwens de Brusselse overheid, waar uw partij voorlopig nog mee bestuurt, die deze deal uitvoert.

 

Voor alle duidelijkheid, de federale regering financiert deze plaatsen om verzoekers om internationale bescherming die recht hebben op opvang, een tijdelijke opvangplaats te geven en dus niet aan daklozen, personen in illegaal verblijf of dergelijke. Laat mij dus gerust weten als deze deal gebrekkig zou worden uitgevoerd. Het is niet de bedoeling dat federale middelen worden gebruikt om een regionale kwestie, zijnde dak- en thuisloosheid, te financieren.

 

U haalt voorbeelden aan van families en alleenstaande vrouwen. Als zij recht hebben op opvang conform de crisismaatregelen, dan worden die personen meteen opgevangen in het reguliere opvangnetwerk. Het staat hen dus vrij om aan te kloppen bij Fedasil.

 

Met betrekking tot personen met een M-status, u kunt mij misschien hardvochtig vinden, maar deze maatregelen zijn al sinds de zomer van kracht. Dit zou voldoende tijd moeten zijn voor deze personen om zich te begeven naar het Europees land waar zij effectieve bescherming krijgen. Zoals ook al is meegegeven, ik kan hen opvang geven in een centrum dat hun terugkeer effectief realiseert, met ondersteuning van mijn diensten.

 

Met betrekking tot de afbouw, ik wil erop wijzen dat met de volledige afbouw van de hotelopvang de eerste fase zal worden afgerond. Het regeerakkoord is hierin duidelijk. Fedasil draagt binnen de Brusselsdeal ook jaarlijks zijn steentje bij aan Le Plan Grand Froid voor het Brussels Gewest. Zoals ook al meermaals aangehaald en bovenop al het reeds genoemde, Fedasil voorziet jaarlijks tijdelijke winterplaatsen in jeugdherbergen om de winterpiek op te vangen en vivalditoestanden te vermijden.

 

Ik herhaal het nogmaals, zodat iedereen die het nog niet zou hebben gehoord, het toch zeker weet. Onder de vorige regering, waarin uw partij vertegenwoordigd was, moesten gezinnen op straat slapen, omdat onder andere uw partij geen doortastende maatregelen durfde te nemen, de ogen dichtkneep en haar verantwoordelijkheid van zich afschoof, met een paar scherpe tweets. Dat is vandaag, onder deze regering, zonder uw partij, niet het geval.

 

20.03  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, uw antwoord getuigt van een grote tristesse. Het is echt beneden alle peil.

 

U stelt dat er 1.650 asielzoekers op de wachtlijst staan. Dat hebt u zopas verklaard. Er is de theoretische constructie met de 2.000 plaatsen. U stelt nu dat dat specifiek voor vluchtelingen is. Plots is dat dan blijkbaar het geval. U doet de paraplu open richting het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en u trapt nog wat na naar andere partijen en naar het verleden. Mijn vraag is de volgende.

 

Het gaat over gezinnen met kinderen die vandaag op straat slapen. Dat is uw verantwoordelijkheid. U kunt hier blijven beweren dat wij de slechtste mensen ooit op aarde zijn, dat wij wanbeleid hebben gevoerd, dat wij idioten zijn en dat wij het verschrikkelijk hebben aangepakt. Het is uw recht om dat te beweren. U mag dat hier honderd keer of duizend keer stellen, maar dat ontslaat u niet van uw verantwoordelijkheid voor de situatie van vandaag. Vandaag bent u immers bijna een jaar minister. Het is uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er geen gezinnen met kinderen op straat slapen. Het is niet omdat er ooit kinderen op straat hebben geslapen, dat u daar nu niet verantwoordelijk voor zou zijn. U kunt dus blijven vertellen hoe slecht het verleden was. De vraag is wat u doet als minister.

 

U komt eigenlijk niet verder dan een theoretische constructie van 2.000 plaatsen die u tegenover die 1.650 asielzoekers op de doorstroomlijst plaatst of op de wachtlijst of hoe u die lijst ook wilt noemen. U komt niet verder dan clichés en algemene aannames. U lost het probleem niet op van die mensen. Dat zijn echte mensen van vlees en bloed. Dat zijn kinderen zoals ik er thuis heb, zoals andere parlementsleden er thuis hebben. U stuurt ze de straat op.

 

Ik hoop echt dat u tegen het einde van de legislatuur kunt beginnen te spreken over uw eigen beleid en niet de hele tijd blijft hangen in clichés over het verleden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

21 Samengevoegde vragen van

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De toekomst van de tijdelijke bescherming voor Oekraïners" (56012465C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het tijdelijke beschermingsstatuut voor Oekraïners" (56012514C)

21 Questions jointes de

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'avenir de la protection temporaire des Ukrainiens" (56012465C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'octroi du statut de protection temporaire aux Ukrainiens" (56012514C)

 

21.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Ons land vangt al vier jaar Oekraïense vluchtelingen op. Volgens de meest recent cijfers op de website van de DVZ werden tussen januari en november 2025 nog 8.157 attesten van tijdelijke bescherming afgeleverd. Er bereiken zijn signalen dat de DVZ over onvoldoende registratiecapaciteit zou beschikken voor deze doelgroep. Zo zouden sommige Oekraïners bij de eerste aanmelding een uitnodiging krijgen voor een nieuwe afspraak tot bijna twee weken later. Bovendien zou er bij een eerste aanmelding niet altijd opvang voorzien zijn voor Oekraïners met een opvangnood.

 

Het statuut van tijdelijke bescherming werd voorlopig verlengd tot 4 maart 2027. Wat daarna zal gebeuren, blijft onzeker. Indien dit statuut niet opnieuw wordt verlengd, is het belangrijk om tijdig werk te maken van overgangsmaatregelen. Een deel van de Oekraïners zal na de oorlog terugkeren, maar een ander deel heeft intussen in België een duurzaam leven opgebouwd. We moeten vermijden dat deze mensen na de oorlog in een situatie van rechtsonzekerheid of zelfs onwettig verblijf terechtkomen. Mijn vragen zijn:

 

Klopt het dat de DVZ over onvoldoende registratiecapaciteit beschikt voor personen met tijdelijke bescherming? Welke maatregelen zal u nemen om de registratiecapaciteit te verhogen? 

Welk aandeel van de Oekraïners geeft bij de registratie aan opvang nodig te hebben?

Is er momenteel voldoende noodopvang voor Oekraïners beschikbaar in afwachting van de doorstroom naar de regio's?

Hoe verloopt de doorstroming naar de regionale opvangplaatsen? Hoe lang verblijven Oekraïners gemiddeld in noodopvangstructuren?

Welke maatregelen neemt u om de toegang tot noodopvang te verbeteren?

Hoe kijkt u naar het verblijfsstatuut van Oekraïners na maart 2027?

Kunnen Oekraïners die vijf jaar in het land verblijven in aanmerking komen voor een onbeperkt verblijfsrecht?

Ziet u mogelijkheden voor de overgang naar een ander verblijfsstatuut na maart 2027?

Bent u van plan om samen met de andere Europese migratieministers te werken aan overgangsmaatregelen?

 

21.02  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, eind februari 2022 startte de oorlog in Oekraïne. Vervolgens hebben we gezien dat er miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen. Bijna 7 miljoen mensen zijn op de vlucht in Europa, maar er zijn ook 3,7 miljoen mensen ontheemd in het land zelf.

 

In ons land hebben ongeveer 9.963 Oekraïners tijdelijke bescherming hebben gekregen; ik bekeek het daarnet nog even. Voor die mensen, collega Vandemaele, heeft Vlaanderen inderdaad opvang voorzien. Het mag toch wel duidelijk zijn dat, ook onder de Zweedse regering, de N-VA ervoor heeft gezorgd dat mensen opvang kregen, bed, bad, brood. Nu opnieuw, terwijl de verantwoordelijkheid door de vivaldiregering volledig werd doorgeschoven naar het Vlaams niveau, heeft Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid opgenomen, met de N-VA, om voor al die mensen opvang te voorzien. Dan moet het inderdaad een zeer pijnlijke conclusie zijn voor u dat uw partij, die altijd morele lesjes spelt aan anderen, daar niet in slaagt en dat wij, die die morele lesjes naast ons neerleggen, er wel in slagen, met de minister op kop, die haar verantwoordelijkheid opneemt om alle mensen bed, bad en brood te geven.

 

Het verblijfstatuut van die tijdelijk ontheemden wordt verlengd tot maart 2027. Hoelang de oorlog zal duren, weten we natuurlijk niet.

 

Mevrouw de minister, kunt u meer toelichting geven bij de registraties van het aantal Oekraïners hier? Welke trend tekent zich af en welke verwachtingen zijn er? Hoe gebeurt momenteel de opvang en de doorverwijzing naar de deelstaten? Hoe verloopt de samenwerking?

 

Wat het statuut betreft, de statuten werden gestart in 2022 en in 2027 zijn we vijf jaar verder. Na vijf jaar kan men onbeperkt verblijf aanvragen. Geldt dat bijvoorbeeld ook voor die tijdelijk ontheemden of is er voor hen een andere procedure voorzien?

 

21.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, mevrouw De Vreese, voor alle duidelijkheid, het registratiecentrum beschikt momenteel over voldoende capaciteit om alle binnenkomende aanvragen binnen de dag te verwerken, in tegenstelling tot wat u in uw vraag suggereert, mijnheer Vandemaele.

 

Sinds de fusie van de cel tijdelijke bescherming met het registratiecentrum internationale bescherming op 1 augustus 2025 heeft gemiddeld 13,2 % van de verzoekers om tijdelijke bescherming aangegeven nood te hebben aan opvang. Sinds november zien we daarvan een lichte daling naar 10 %. Er zijn momenteel twee noodopvangcentra, het centrum Ariane, met een capaciteit van 130 plaatsen, en het centrum Marie Curie, met een capaciteit van 25 plaatsen. Op dit moment zijn er nog voldoende plaatsen in die centra om personen met tijdelijke bescherming op te vangen, al merken we wel dat de beschikbare plaatsen voor alleenstaande mannen verzadigd zijn.

 

Het aantal overplaatsingen naar de deelstaten ligt systematisch lager dan het aantal nieuwkomers. Sinds half januari is er echter een geleidelijke heropleving van de overplaatsingen in Vlaanderen. Met dit tempo hopen we meer plaatsen vrij te maken in de noodopvangcentra en zo beter tegemoet te komen aan de behoeften van de aanvragers van tijdelijke bescherming. Ik kan hier alleen maar onderstrepen wat mevrouw De Vreese net zei, namelijk dat de samenwerking met de deelstaten, en zeker met Vlaanderen, zeer vlot verloopt. Wanneer wij op federaal niveau signalen opvangen of vaststellen waar het eventueel fout loopt, bekijken we in overleg met Vlaanderen hoe we dat kunnen opvangen.

 

In het opvangcentrum Ariane worden we momenteel geconfronteerd met het probleem dat voor bepaalde personen met specifieke medische noden geen aangepaste plaats wordt aangeboden door de deelstaten. Ik heb recent een schrijven gericht aan mijn collega-ministers om hen op die situatie te wijzen en om ook voor die personen, van wie een deel al meer dan een jaar in dat centrum verblijft, een verblijfsoplossing te vinden.

 

Wat betreft hun bescherming en de overgang naar een eventueel ander statuut werken we samen met de administratie verschillende scenario’s uit. We streven ernaar om personen met een tijdelijk beschermingsstatuut tijdig en correct te informeren. De overgang naar andere bestaande statuten is nu al mogelijk, bijvoorbeeld een gecombineerde vergunning of een studentenverblijf, op voorwaarde uiteraard dat de personen aan de vereiste voorwaarden voldoen. Daarover zullen we ook met de regio’s overleggen.

 

Daarnaast streven we naar een Europees gecoördineerde aanpak, waarbij wordt ingezet op transitie naar andere statuten en op een door de Europese Unie gecoördineerde vrijwillige terugkeer. Rond terugkeer werkte de Commissie aanbevelingen uit. Wat de transitie naar andere statuten betreft, kijken we ook naar mogelijke nationale praktijken in andere lidstaten. Tot slot moet worden onderstreept dat het Europees uitgangspunt voor een duurzame transitie erin bestaat om steeds nauw met Oekraïne samen te werken.

 

21.04  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. U zegt dat er in het registratiecentrum eigenlijk geen capaciteitsprobleem is. Ik ben blij om dat te horen. Ik hoor dat er af en toe wel dagen zijn waarop het niet lukt, maar ik ben gerust bereid om u te geloven.

 

We mogen ook onze kop niet in het zand steken als het gaat over de alternatieve verblijfstatuten, maar dat doet u ook niet. Een deel van die mensen zal hier blijven hangen, wat er in Oekraïne ook gebeurt. Ik denk dat het goed is om te bekijken welke statuten we daarvoor kunnen uitwerken of in welke statuten we die mensen kunnen onderbrengen, zodat de integratie maximaal kan gebeuren. Ik denk niet dat we elkaar van iets anders moeten proberen te overtuigen.

 

Dan kom ik nog even terug op wat mevrouw De Vreese zei. Uw tristesse is bij momenten besmettelijk en mevrouw De Vreese heeft er ook last van. Het gaat over de morele lesjes. U mag alle zonden van Israël op mij schuiven, zeker die van Vivaldi, maar voor mij gaat het over de kinderen op straat. U mag lelijke dingen zeggen over mij, maar ik zal dat blijven aankaarten. Welke morele les ik daaromtrent te krijgen heb, zie ik niet in. Het gaat mij erom dat er kinderen en gezinnen op straat slapen. Ik vind het mijn plicht als parlementslid om dat hier aan te kaarten. Ik zal dat doen tot de laatste dag dat ik hier zit. U mag dat wegzetten als morele lesjes, mevrouw De Vreese, so be it, maar leer ermee leven, want het zal gebeuren tot de laatste dag dat ik hier zit. Beter nog, in plaats van ermee te leren leven, los het gewoon op.

 

De voorzitter: We gaan wel proberen om binnen het thema van de vraag te blijven, want anders wordt het een vreemd verslag.

 

21.05  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, we moeten ons voorbereiden op wat er zal gebeuren na 4 maart 2027. We moeten dat ook op de agenda van de Europese Unie plaatsen en dat zeker blijven opvolgen.

 

We hebben vanuit het Vlaamse niveau gevraagd hoe de inburgering nu verder moet worden aangepakt en hoe men die mensen kan tewerkstellen. Behalve de acute noodopvang zijn er nog een aantal andere vraagstukken. Door een verandering van statuut worden er andere voorwaarden gesteld aan het verblijf hier. We moeten daar goed over nadenken voor we mensen een onbeperkt verblijf toekennen. Mensen die hier al waren, hebben die termijn van vijf jaar misschien al bereikt. We moeten nagaan op welke manier er nog een stimulans onder kan worden gezet.

 

Gelukkig hoefden er geen kinderen of Oekraïners op straat te slapen. Dat was een hele opgave. Ook in situaties die onder andere aspecten van uw bevoegdheid vallen, hoefden er geen mensen op straat te slapen.

 

Het is in dat opzicht heel hypocriet van Groen, dat deel uitmaakt van de Brusselse regering, om niet te verwijzen naar de PS-burgemeesters. De problematiek in de winteropvang in Brussel bestaat al jaar en dag, maar toch wordt niets gedaan om te vermijden dat kinderen, gezinnen en bedelaars in Brussel 's winters op straat staan. Er gebeurt ook niets op het vlak van de controle inzake al dan niet illegaal verblijf op het grondgebied en de opvolging van dossiers. Dat is schuldig verzuim en we zullen dat blijven benadrukken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

22 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De dalende trend in het aantal asielaanvragen" (56012513C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De daling van de beschermingsgraad" (56012630C)

22 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La tendance à la baisse des demandes d'asile" (56012513C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La diminution du taux de protection" (56012630C)

 

De voorzitter: De eerste spreker is mijnheer Di Nunzio van de fractie Anders.

 

22.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat het er al direct goed in zit. Ik zie er niet anders uit, maar ik voel me wel een beetje anders. Wat een goede receptie niet met een mens kan doen.

 

Wij hebben samen gezien dat in 2025 het aantal asielaanvragen in ons land met 5.000 is verminderd. Dat is richting een kleine 35.000 asielaanvragen, wat op zich een goede zaak is als cijfer. Dat valt niet te ontkennen. Daarbij moeten we ook twee zaken vaststellen. Ten eerste is er een sterke terugval geweest van het aantal Syrische asielaanvragen. Dat zijn er ongeveer 4.000 minder, waarbij we vermoeden dat dat vooral door een externe factor is, zoals de veranderde situatie na Assad. Wij durven aan te nemen dat er minstens een belangrijke externe impact aan de basis ligt van die terugval. Ten tweede valt op dat er in de Europese Unie een daling is van bijna 25 %, terwijl het in België slechts 13 % is. In Duitsland bedraagt de daling ongeveer 50 %. Met die daling van 13 % staan we nog altijd op de zesde plaats qua absolute cijfers van asielaanvragen.

 

Ik heb enkele vragen. U had op uw website geplaatst, mevrouw de minister, dat de jaarcijfers uw koerswijziging ook bevestigen, dat uw beleid wordt bevestigd en dat het dus een trendbreuk is. Is dat effectief een trendbreuk? Tonen die cijfers dat aan? In welke mate is die daling het gevolg van uw beleid?

 

U spreekt over een daling van bijna een derde sinds uw crisisbeleid, dat is de fameuze 38 %. Het was 28 %, excuseer. Over welke termijn gaat het precies? Hoe berekent u dat exact? Hoe koppelt u dat concreet aan uw gevoerde beleid?

 

Maar belangrijker, wij staan nog altijd op de zesde plaats. Wij dalen een stuk minder dan in Europa. Wat zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat wij die zesde plaats verlaten?

 

22.02  Maaike De Vreese (N-VA): Terwijl de cijfers inderdaad Europees bleven dalen, merkten we dat de cijfers hier onder Vivaldi nog altijd bleven stijgen. Het is pas nu dat de cijfers opnieuw onder 35.000 duiken. Dat is geleden sinds 2021.

 

Het gebeurde na de crisismaatregelen die deze regering genomen heeft. Het is dus is wel degelijk een trendbreuk.

 

Maar wat viel me ook op? Niet enkel het aantal asielzoekers is gedaald, ook de beschermingsgraad is enorm gedaald. De erkenningsgraad is nu gemiddeld 29 %, terwijl in 2024 nog bijna de helft van de asielzoekers erkend werden.

 

Kunt u daar toelichting over geven? Wat is de reden van de dalende beschermingsgraad?

 

Hebt u ook de cijfers voor december? Welke tendens ziet u in de beschermingsgraad? Blijft dezelfde trend aanhouden of niet?

 

Vorig jaar werd een prognose gemaakt van de instroom voor 2025. De diensten zeiden toen dat u moest opletten, omdat er 50.000 asielaanvragen zouden komen, ondanks de crisismaatregelen die u genomen hebt. Wordt er ook een prognose gemaakt voor 2026? Kunt u die ons meedelen?

 

22.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw De Vreese, het tegengaan van de asielinstroom en het indijken van de exploderende cijfers was en is absoluut de bedoeling van mij en van de regering. Ik heb dat vorige week in de plenaire vergadering nog duidelijk herhaald.

 

Ik herinner er ook graag aan dat ik een crisis heb geërfd van de vorige regering, met aan het roer uw partij, mijnheer Di Nunzio, en dat zal niet anders worden. De voorspelling aan het begin van de legislatuur liep op tot maar liefst 50.000 aanvragen bij ongewijzigd beleid.

 

Sinds het ingaan van de crisismaatregelen in augustus zijn de asielaanvragen gedaald met 28 %. Uiteraard surfen wij mee op de dalende Europese trend, maar die trend was er ook al onder Vivaldi. In 2024 zagen wij onder Vivaldi dat de Europese trend een daling van 12 % van het aantal asielaanvragen vertoonde, terwijl in België de aanvragen toen met 12 % stegen. Sinds de crisismaatregelen doen wij het zelfs beter dan het Europees gemiddelde.

 

Het is uiteraard niet mogelijk om exact te kwantificeren hoeveel van de 5.000 asielaanvragen toe te schrijven zijn aan gewijzigde situaties, bijvoorbeeld in Syrië, en hoeveel aan specifieke beleidsmaatregelen. Dat de daling echter toe te schrijven is aan nationaal beleid, is heel duidelijk. De belangrijkste maatregel die op korte termijn effect heeft op het aantal asielaanvragen, is het beperken van de opvang voor personen die al bescherming genieten in een andere lidstaat. Dat was een van de twee crisismaatregelen: mensen die al bescherming hebben in een andere lidstaat worden hier niet meer opgevangen. Ik kan zeggen dat de instroom van deze verzoekers gedaald is met 81 %. Die is dus zo goed als stilgevallen. Het is duidelijk dat een daling van 81 % in deze doelgroep in zeer grote mate heeft bijgedragen aan de algemene daling van het aantal asielaanvragen.

 

Wat de daling van 28 % betreft, mijnheer Di Nunzio, hierbij wordt het aantal verzoeken in een bepaalde periode in 2025 vergeleken met het aantal verzoeken in dezelfde periode in 2024. Specifiek gaat het over de periode van september tot december, omdat toen de crisismaatregelen in werking waren getreden.

 

Is die daling voldoende? Nee. We komen van ver. We hebben al veel gedaan, maar we gaan vooral nog veel doen. Ik ben het ermee eens dat de cijfers nog veel meer naar beneden moeten en daarom komen we binnenkort met een volgend pakket maatregelen.

 

Mevrouw De Vreese, u vroeg of de cijfers voor december met betrekking tot de beschermingsgraad al beschikbaar zijn. De beschermingsgraad bedroeg in december 23,9 %, wat opnieuw duidelijk de dalende trend aantoont. De beschermingsgraad is het aantal dossiers waarvoor het CGVS de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus verleende ten opzichte van het totaal aantal dossiers waarin een eindbeslissing werd genomen, de intrekkingen en de opheffingen. Voorspellingen daarover zijn moeilijk, gelet op de grote inspanningen die mijn diensten blijven leveren om de historische achterstand weg te werken.

 

22.04  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, u hebt het al een aantal keer gedaan, niet alleen vandaag maar ook in het verleden, maar het blijft opvallend dat u steeds uithaalt naar Vivaldi en naar het feit dat iemand van mijn partij, die toen nog anders heette, daarover de leiding had.

 

Ik heb nochtans een zeer inhoudelijke vraag gesteld en ik heb dat intellectueel correct gedaan. Ik doe in mijn vraag gewoon een vaststelling. U bent nu een jaar bezig en schrijft een aantal cijfers toe aan uw beleid. Ik stel daarover gewoon inhoudelijk vragen. Toch haalt u telkens uit naar die vorige vivaldiregering en naar het beleid dat daar werd gevoerd.

 

Het volgende vind ik ook bijzonder. Er stond toen een staatssecretaris van cd&v aan het roer, een partij die vandaag opnieuw met u bestuurt. Ik vind het jammer dat die uithaal er blijkbaar telkens bij hoort. Ik hoop dat dit niet tot 2029 zal blijven duren.

 

Dan kom ik aan de inhoud van mijn kritische vraag. U presenteert een trendbreuk, maar ik zie vooral twee elementen. Ten eerste is de daling in België een stuk lager dan in de rest van Europa. In Europa is er een globale daling van 25 %, terwijl dat in België slechts 13 % is. We blijven op de zesde plaats staan. Ik laat mij zelfs influisteren dat het relatief bekeken om de derde plaats zou gaan. Op dat vlak is er geen verandering en dus ook geen duidelijke trendbreuk.

 

Ten tweede valt de daling met 5.000 die u aanhaalt, vooral samen met de afname van de Syrische instroom. De toekomst zal moeten uitwijzen in welke mate dit louter een externe factor is dan wel of er toch ook elementen van uw beleid in meespelen. Ik wil u daar het voordeel van de twijfel geven.

 

Met betrekking tot de beschermingsgraad, de samenstelling van de instroom, de verandering daarvan, kan een belangrijke invloed hebben. Ook daar vraag ik u gewoon om intellectuele eerlijkheid aan de dag te leggen en niet meteen een aantal cijfers toe te schrijven aan uw beleid, dat een grondige koerswijziging of verandering zou inhouden. Ik stel gewoon vast dat u dat zeer snel doet. We moeten daar vraagtekens bij plaatsen. Ik meen dat pas op langere termijn, na een grondige analyse, kan worden vastgesteld of het effectief beleidsmaatregelen waren die daartoe leidden.

 

Dat is eigenlijk mijn punt, los van Vivaldi. Dat is mijn punt van kritiek in de vraagstelling hier vandaag.

 

22.05  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, mij valt alvast één ding op, iets wat helemaal niet “anders” is. De mensen van Anders of Open Vld negeren natuurlijk de volledige verantwoordelijkheid voor de rol die ze in het verleden gespeeld hebben, ook hier. De verantwoordelijkheid hebben ze op dat moment niet genomen en ook nu niet. Op dat vlak is Anders helemaal niet anders dan wat het vroeger was, Open Vld dat zich verstopte achter verantwoordelijkheden.

 

Ik ben eigenlijk vooral geïnteresseerd in de reden van de daling van de beschermingsgraad. Waarom zien we zo’n groot verschil, 50 % ongeveer in 2024 en een beschermingsgraad van 25 % in november 2025?

 

Natuurlijk houdt iedereen ervan dat er een bepaalde prognose, een voorspelling, wordt gemaakt, om te zien hoe  het zal evolueren in de toekomst, maar misschien is het te vroeg in het jaar om die op dit moment al te maken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

23 Samengevoegde vragen van

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De ‘binnenkomstcontroles’" (56012523C)

- Franky Demon aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De binnenkomstcontroles" (56012546C)

23 Questions jointes de

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les contrôles à l'entrée sur le territoire" (56012523C)

- Franky Demon à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les contrôles à l'entrée" (56012546C)

 

23.01  Francesca Van Belleghem (VB): Op 19 juni 2025 was er de aankondiging van de zogenoemde binnenkomstcontroles. Dat is gisteren exact zeven maanden geleden. Er zouden halfjaarlijkse controles worden uitgevoerd. Intussen hebben de bevoegde instanties ruim de tijd gehad om dat te doen. Vandaag zijn wij immers zeven maanden en één dag later.

 

Hoeveel dergelijke binnenkomstcontroles hebben er plaatsgevonden? Op welke plaatsen hebben ze voornamelijk plaatsgevonden? Kunt u mij ook een overzicht geven van de evolutie en van de stand van zaken? De laatste cijfers die u hebt gegeven, dateren van 10 december 2025. Wat is de evolutie sindsdien? Graag kreeg ik dus de halfjaarlijkse tussentijdse evaluatie. Heeft ze intussen plaatsgevonden? Indien niet, wanneer zal ze wel gebeuren?

 

23.02  Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister, midden 2025 startten in België de zogenoemde binnenkomstcontroles, gericht op personen zonder papieren en asielzoekers die al in een andere staat bescherming hebben gekregen. Op die manier wenst de regering de strijd tegen secundaire migratie op te voeren. De doelstelling was met name langs de belangrijkste invalswegen, op het openbaar vervoer en bijvoorbeeld op flexbussen dergelijke controles uit te voeren. Wij zijn een half jaar later. Ik had graag een stand van zaken gekregen.

 

Hoeveel binnenkomstcontroles zijn ondertussen uitgevoerd? Op welke locaties zijn ze uitgevoerd? Hoeveel en welke beslissingen werden op basis van de vaststellingen tijdens de binnenkomstcontroles door de Dienst Vreemdelingenzaken genomen? Is uw algemene evaluatie van de binnenkomstcontroles intussen afgerond? Indien het antwoord ‘ja’ is, hebt u al belangrijke conclusies voor ons? Welke effecten zijn waargenomen, ook op het aantal asielaanvragen van personen die al bescherming kregen in een andere lidstaat? Overweegt u aanpassingen, bijsturingen of vervolgmaatregelen op basis van de eerste evaluatie?

 

23.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Collega's, ik schets graag nog even de context waarbinnen de beslissing tot het uitvoeren van binnenkomstcontroles tot stand is gekomen. Vorige zomer besliste de federale regering om verscherpte binnenkomstcontroles uit te voeren op ons grondgebied, op basis van artikel 23 van de Schengengrenscode. Enkele buurlanden verstrengden hun beleid en daarop dienden wij actie te ondernemen. Anders dreigde ons land een magneet te worden voor wie elders werd tegengehouden.

 

Het doel van de controles is de strijd aangaan tegen illegale migratie en zogeheten secundaire migratie, waarbij asielzoekers die al een aanvraag hebben lopen of zelfs al bescherming krijgen in een ander EU-land, toch nog naar hier komen zonder verblijfsrecht te hebben in België of met het doel een nieuwe procedure in te dienen. Deze maatregel heeft al zijn vruchten afgeworpen, zoals ik in deze commissievergadering al antwoordde op de vraag van de heer Di Nunzio vlak voor het kerstreces.

 

In mijn laatste antwoord gaf ik u de cijfers tot en met 10 december 2025. Deze zijn ongeveer gelijk gebleven. Het aantal gedwongen verwijderingen is ondertussen opgelopen tot 12. Voor de rest van de cijfermatige zaken wil ik u vragen om een schriftelijke vraag in te dienen.

 

Wat betreft de evaluatie waarnaar wordt gevraagd, dat is een gezamenlijke oefening die we momenteel maken met de minister van Binnenlandse Zaken. Op basis van deze evaluatie zullen we de volgende stappen gezamenlijk uitwerken.

 

23.04  Francesca Van Belleghem (VB): Bedankt, mevrouw de minister. Ik ben mijn vraag al schriftelijk aan het indienen.

 

23.05  Franky Demon (cd&v): Ik zal het nodige doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

24 Samengevoegde vragen van

- Franky Demon aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De terugkeer van gedetineerden in illegaal verblijf en de impact op strafeinde en detentiecapaciteit" (56012547C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De illegale gedetineerden en de gevangeniscapaciteit in het buitenland" (56012606C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De terugkeer van criminelen zonder verblijfrechts vanuit de gevangenis" (56012629C)

24 Questions jointes de

- Franky Demon à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'incidence sur la fin de la peine et la capacité carcérale du retour de détenus en séjour illégal" (56012547C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les détenus en séjour illégal et la capacité carcérale à l'étranger" (56012606C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le retour de criminels sans droit de séjour directement depuis la prison" (56012629C)

 

24.01  Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister, afgelopen week communiceerde u dat de terugkeer van gedetineerden in illegaal verblijf in 2025 met een kwart is gestegen ten opzichte van 2024. Het gemiddeld aantal maandelijkse verwijderingen is gestegen tot 146. Gelet op de overbevolking van onze gevangenissen kunnen we die beweging uiteraard enkel toejuichen.

 

Tegelijkertijd stellen we vast dat het aantal illegale vreemdelingen in de gevangenissen niet daalt en ongeveer 30 % van de gevangenispopulatie blijft uitmaken. We moeten daarom vermijden om ons blind te staren op louter het aantal verwijderingen. Het is interessant om te weten in welke fase van hun detentie die illegale vreemdelingen zaten toen ze werden verwijderd. Wanneer het voornamelijk om mensen aan het einde van hun straf gaat, heeft dat uiteraard geen impact voor het gevangeniswezen.

 

Daarnaast vernemen we dat de periode tussen het besluit tot verwijdering en de overbrenging naar een gesloten centrum of de effectieve terugkeer vaak veel tijd in beslag neemt, waardoor die capaciteit in de gevangenissen bezet blijft.

 

U gaf zelf aan dat de huidige cijfers nog niet volstaan en dat u bijkomende maatregelen wilt nemen om de terugkeer verder op te voeren.

 

Welke bijkomende maatregelen wilt u in 2026 nemen om de terugkeer vanuit detentie verder te verhogen? Wat is de stand van zaken van die bijkomende maatregelen? Hebt u een doelstelling voor het aantal bijkomende verwijderingen dat u gemiddeld maandelijks wilt realiseren?

 

Hoeveel gedetineerden in illegaal verblijf werden verwijderd? Hoeveel van die verwijderingen hadden betrekking op illegale gedetineerden die het einde van hun straf nog niet hadden bereikt en dus verwijderd werden voor strafeinde? Hoeveel van die verwijderingen hadden betrekking op gedetineerden die aan het strafeinde waren en hun straf in België volledig uitzaten?

 

Hoeveel detentiedagen zijn er in 2024 en 2025 in de gevangenissen effectief uitgespaard door de verwijderingen van gedetineerden in illegaal verblijf?

 

24.02  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, op 16 januari noemde uw collega of beter uw concullega Verlinden de problematiek van de overbevolking in de Belgische gevangenissen een collectief falen van deze regering. In De Morgen had ze het over onvoldoende wil bij andere regeringsleden om dat snel op te lossen. Uw concullega verwees daarbij ook naar u, door te herhalen dat er in de Belgische gevangenissen meer dan 4.000 illegalen zitten en dat het u, de minister van Asiel en Migratie, toekomt om hen terug te sturen.

 

Van de mogelijke gevangeniscapaciteit in het buitenland mogen we volgens Annelies Verlinden ook geen magische oplossing verwachten. Ik citeer: “Het is een creatieve aanpak, maar het duurt te lang om dat voor elkaar te krijgen en het is niet goedkoop.” Verder zei ze ook: “Die mensen hebben natuurlijk ook bezoekrecht, maar je kunt de familie niet telkens naar Kosovo sturen.” Bovendien zou er in Kosovo niet eens een gevangenis leegstaan. Op dit moment is de collega-minister in de Balkan, ik denk zelfs in Kosovo. Misschien heeft dat er ook iets mee te maken. Kunt u dat verduidelijken?

 

Mevrouw de minister, ik wil vooral weten of u zich aangesproken voelt door de woorden van mevrouw Verlinden als ze zegt dat het om een collectief falen van deze regering gaat en dat er onvoldoende wil is bij andere regeringsleden. Bent u dat ander regeringslid, of wie bedoelt zij met andere regeringsleden?

 

Een dag eerder pakte uzelf uit met het bericht dat de terugkeer van illegale criminelen vanuit de gevangenis met 25 % is gestegen. Dat is een stap in de goede richting, maar gelet op de absolute cijfers is er natuurlijk nog een lange weg te gaan, ook rekening houdend met de uitspraken van collega Verlinden. Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen om die terugkeer op te krikken? Deelt u de scepsis van uw collega met betrekking tot de buitenlandse gevangeniscapaciteit dat het geen magische oplossing is?

 

Wat is ondertussen de concrete stand van zaken in de zoektocht naar buitenlandse gevangeniscapaciteit? Tegen wanneer mogen we eindelijk resultaat verwachten?

 

24.03  Maaike De Vreese (N-VA): Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Onlangs maakte u de cijfers bekend omtrent de terugkeer van illegale criminelen uit de gevangenis. Terwijl er gemiddeld 105 verwijderingen per maand vanuit detentie gebeurden in 2024, steeg dit sinds september 2025 met gemiddeld 146 verwijderingen per maand. Dat betekent een stijging van ongeveer 25 procent ten opzichte van 2024 en het beste cijfer in de afgelopen 7 jaar. Dankzij ons gevoerde beleid en het harde werk van de Dienst Vreemdelingenzaken, zorgen we voor een kantelpunt in deze terugkeercijfers.

 

De top 3 nationaliteiten van illegale gedetineerden zijn Marokko, Algerije en Nederland. Terwijl uitzettingen vaak moeizaam verlopen wegens samenwerking met het land van herkomst, blijkt de samenwerking met Marokko op dit moment goed te verlopen.

 

Een effectief en kordaat terugkeer is het sluitstuk van een goed asiel- en migratiebeleid, in bijzonder vanuit detentie. Wegens de overbevolking kunnen onze gevangenissen criminelen zonder verblijfsrecht missen als kiespijn. Zij hebben geen plaats in onze gevangenissen en moeten in eerste instantie hun straf uitzitten in het land van herkomst.

 

Daarom stel ik deze vragen:

 

Kunt u toelichting geven over de terugkeer van illegale criminelen uit de gevangenis? Wat zijn de meeste voorkomende nationaliteiten die werden teruggestuurd? Kunt u de verhouding schetsen tussen EU-onderdanen en derdelanders? Kunt u toelichting geven over de samenwerking met Marokko en de terugkeercijfers met dat land?

Kunt u een overzicht geven van de personen en meest voorkomende nationaliteiten die hun straf uitzitten in het land van herkomst? Kunt u een overzicht geven over de interstatelijke overbrengingen? Hoe zit daar de evolutie? Bent u betrokken bij de onderhandelingen mbt akkoorden om de interstatelijke overbrengingen vlotter te laten verlopen? Hoe is de samenwerking met justitie en de Minister van Justitie?

Kunt u duiding geven over de andere initiatieven om de terugkeer uit detentie op te schalen? Waar ziet u nog marge? Kunt u een overzicht inzake de vooruitgang van de terugname-akkoorden met landen van herkomst (“Voor-wat-hoort-wat-aanpak")?

 

24.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Demon, mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, voor alle duidelijkheid, personen in detentie met een andere nationaliteit terugsturen naar hun land van herkomst om daar hun straf verder uit te zetten, dus die tussenstaatse overbrengingen, is een procedure die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Mevrouw De Vreese merkt terecht op dat inzetten op die procedure de meeste detentiedagen zal uitsparen en dus ook het grootste effect hebben op de overbevolking. Voor de concrete cijfers nodig ik u uit om die vraag te stellen aan collega Verlinden.

 

Ik geef graag mee dat van de 4.000 personen in illegaal verblijf in onze gevangenissen bijna een derde in voorhechtenis zit. Daar kan de Dienst Vreemdelingenzaken niet tegen optreden. De Dienst Vreemdelingenzaken kan vreemdelingen in illegaal verblijf pas van het grondgebied verwijderen nadat ze hun straf hebben uitgezeten en dus vrijgesteld worden door Justitie. Daarin is vorig jaar sterk geïnvesteerd en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Vorig jaar werden, volgens de cijfers van de DVZ, 1.575 personen zonder recht op verblijf verwijderd na het verlaten van de gevangenis. Dat waren er 678 na strafeinde en 897 vóór strafeinde, en vooral, dat waren er 314 meer dan in 2024. Het is meteen een doelstelling van de regering die al tot uitvoering komt.

 

De top drie van nationaliteiten betreft, zoals mevrouw De Vreese al heeft aangegeven, Marokko, Algerije en Nederland.

 

Zoals u allen weet, hanteert de regering een whole-of-governmentaanpak in de betrekkingen met derde landen. Dat omvat onder andere economische samenwerking, maar ook het visumbeleid dat gekoppeld wordt aan de bereidwilligheid van het land in kwestie om hun onderdanen over te nemen. Die aanpak werpt tot nu toe zijn vruchten af en zal worden verdergezet.

 

De dienst die de gedetineerden zonder recht op verblijf opvolgt, werd versterkt. In totaal versterken we de terugkeerdiensten met 40 extra vte's. Vorige week heb ik de terugkeerdiensten van de DVZ overigens bezocht. Die mensen verrichten fantastisch werk. Ze hebben trouwens ook een heel interessant spel gemaakt om aan bijvoorbeeld politiemensen toe te lichten hoe ingewikkeld de terugkeer is. Het is niet opgelost door ze allemaal gewoon op het vliegtuig te zetten. Er zijn veel verschillende stappen te zetten. Het spel illustreert welke hinderpalen er allemaal kunnen opduiken.

 

De terugkeerdiensten zijn met 40 extra vte’s versterkt, vooral met de bedoeling om meer gedetineerden en overlastplegers in illegaal verblijf te verwijderen van het grondgebied. We trachten ook om extra capaciteit te creëren voor de verwijderingen.

 

Het is onmogelijk uitspraken te doen over de toekomst, maar laat het duidelijk zijn dat we hier sterk op blijven inzetten, want criminele illegalen horen niet thuis in ons land.

 

Het zoeken naar buitenlandse gevangeniscapaciteit doe ik samen met de bevoegde minister, de minister van Justitie. U weet dat we al een missie naar Kosovo en naar Albanië achter de rug hebben. Daar alles nog in een onderhandelingsfase zit, kan ik er geen verdere informatie over geven.

 

De vraag naar het aantal uitgespaarde detentiedagen kan ik niet beantwoorden, aangezien dat niet onder mijn bevoegdheid valt.

 

24.05  Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.  Akkoord, u werkt samen met de minister van Justitie, mevrouw Verlinden. U verwijst daarnaar. In uw verdere antwoord, dertig seconden later, zei u ook: in overeenstemming met het regeerakkoord hebben we whole-of-governmentaanpak ondertekend. Ik meen dus dat die whole-of-governmentaanpak ook inzake terugkeer afgesproken is en integraal samen bekeken moet worden. Mijn persoonlijke mening is dat het geen zin heeft om naar elkaar te wijzen. Ik heb minister Verlinden daar ook al over gesproken. Ik meen dat ze de samenwerking zoekt en dat het belangrijk is, voor u en voor mevrouw Verlinden, om samen die bereidheid vast te pakken, opdat u zo sneller mensen uit de gevangenis zult kunnen krijgen.

 

24.06  Francesca Van Belleghem (VB): Sta mij toe enigszins verbaasd te zijn. De gevangenissen zitten vol illegalen, met name 4.000. Vorige week vroeg u mij of ik een spel had gespeeld met de Dienst Vreemdelingenzaken. U en minister Verlinden spelen op dit moment echter een spel. U speelt een rondje zwartepieten of een rondje roetpieten. Hoe moet ik dat noemen? Nu is het niet langer het moment om spelletjes te spelen. Er slapen heel veel gevangenen op de grond. De gevangenissen puilen uit van de illegalen.

 

Annelies Verlinden noemde dat een collectief falen met onvoldoende wil bij andere regeringsleden. Het is de Dienst Vreemdelingenzaken en dus u, de minister van Asiel en Migratie, die moet samenwerken met minister Verlinden. Ik kan haar woorden dus niet anders interpreteren dan dat u dat andere regeringslid bent dat weigert samen te werken. Ik zie niet in wie zij anders kan bedoelen.

 

U antwoordt nu op mijn vraag dat het probleem niet bij u ligt maar bij minister Verlinden. Het zijn de tussenstaatse overbrengingen die slecht verlopen. Dat is allemaal goed mogelijk maar het gebeurt dus opnieuw. Mevrouw Verlinden verwijst namelijk naar u, waarop u naar Verlinden verwijst en er op het einde van de rit niets verandert. De illegalen blijven dus in de gevangenissen zitten.

 

De whole-of-government approach, waarnaar ook de heer Demon verwees, begint bij de regeringsleden zelf. De regeringsleden moeten zelf samenwerken. U knikt nu. Dat wil dan weer zeggen dat het mevrouw Verlinden is die niet met u samenwerkt. Vervolgens zal mevrouw Verlinden opperen dat het mevrouw Van Bossuyt is die niet met haar samenwerkt. Kunnen jullie eigenlijk wel door één deur?

 

24.07  Maaike De Vreese (N-VA): Dat is nu eenmaal de bestaande bevoegdheidsverdeling, met administraties die verantwoordelijk zijn voor bepaalde bevoegdheden. Iedereen heeft zijn bevoegdheden. De tussenstaatse overbrengingen en het uitzitten van de straf in het land van herkomst, vallen onder de bevoegdheid van Justitie. Op dat departement is daar ook een aparte dienst voor.

 

Mevrouw de minister, ik geef de andere vraagstellers gelijk dat het geen zin heeft om deze of gene met de vinger te wijzen. Het is een en-enverhaal. Eerst en vooral moet u uw bevoegdheid volledig uitvoeren, namelijk zoveel mogelijk mensen in illegaal verblijf die in onze gevangenissen zitten en het einde van hun straf hebben bereikt, repatriëren naar het land van herkomst. Wij moeten, ten tweede, veel vroeger in dat proces proberen in te grijpen. Dat betekent dat die mensen hun straf uitzitten in het land van herkomst. Daarom vroeg ik u ook naar de nationaliteiten. Als ik daarbij Marokko en Algerije maar ook Nederland in de top zie staan, dan begrijp ik niet goed waarom bijvoorbeeld alvast Nederland of andere lidstaten van de Europese Unie hun eigen onderdanen niet terugnemen om hun straf daar uit te laten zitten. Dat lijkt me iets dat u samen met minister Verlinden in detail moet bekijken, om te zien of we daar geen quick win kunnen vinden om dat op te krikken.

 

Ten derde, we moeten heel inventief zijn en, zoals in het regeerakkoord staat, ook buiten de Europese Unie bekijken met welke landen we kunnen samenwerken om mensen in illegaal verblijf daar hun straf te laten uitzitten. Dat zijn mensen die hier geen familie hebben, dus die moet niet overgevlogen worden. Dat kan geen excuus zijn om die piste niet verder te onderzoeken.

 

Blijf op alle mogelijke pistes inzetten, want onze cipiers lijden daaronder. In Brugge werden er net nog eens vier cipiers aangevallen. We moeten die problematiek samen aanpakken, ook voor de mensen die daar tewerkgesteld zijn. Ik wens u daarvoor alle succes.

 

24.08 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik heb geantwoord op de vragen die mij werden gesteld en ik heb op geen enkel moment met de vinger gewezen.

 

Mevrouw Van Belleghem, wat betreft die whole-of-government approach, u zegt dat er blijkbaar niets wordt gedaan. Ik heb vorige week heel expliciet gezegd dat we voor die problematiek met de hele regering samenwerken, specifiek wat betreft de terugkeer van illegale gedetineerden. Wat hebben we al gedaan? Samen met minister Prévot hebben we die terugnameakkoorden geregeld en bekijken we op welke manier we dat kunnen koppelen aan bijvoorbeeld het visumbeleid. We hebben eind oktober een akkoord gesloten met Marokko.

 

Met minister Quintin stellen we een plan op specifiek wat betreft de escorteurs. We zijn immers afhankelijk van escorteurs voor die terugkeervluchten. Tegen eind dit jaar zullen we 72 extra escorteurs hebben. Met minister Crucke zal ik met de luchtvaartmaatschappijen praten om na te gaan of zij bijvoorbeeld meerdere personen per vlucht willen toelaten. Met minister Verlinden bekijken we de terugkeercoaches in de gevangenissen, ook voor die buitenlandse gevangeniscapaciteit. Met minister Matz en de Regie der Gebouwen bekijken we hoe we naar een verdubbeling van de capaciteit in de gesloten centra kunnen gaan.

 

Beweren dat er niet samengewerkt wordt binnen de regering vind ik toch heel bijzonder. Ik heb hier net een hele lijst opgesomd van de zaken waarin we heel concreet samenwerken.

 

24.09  Francesca Van Belleghem (VB): Ik zeg gewoon dat u en minister Verlinden aan het zwartepieten zijn. Minister Verlinden zegt dat er onvoldoende wil is bij andere regeringsleden om dit snel op te lossen. In uw antwoord verwijst u ook weer naar minister Verlinden. Ik zeg gewoon dat u allebei naar elkaar verwijst, wat aangeeft dat de samenwerking moeilijk verloopt.

 

Ik ondersteun de whole-of-government approach, maar dat zou moeten betekenen dat op elk departement alles in het werk wordt gesteld om illegalen terug te sturen naar het land van herkomst. Alles, maar dan ook alles.

 

U knikt, maar vorige week heeft de N-VA ons wetsvoorstel om het zakgeld van illegalen af te nemen weggestemd. Dat is nochtans ook een manier om illegaal verblijf minder aantrekkelijk te maken. Dat is ook weer slechts een klein onderdeel en geen wonderoplossing. Alle aspecten zouden betrokken moeten worden. Ook het Vlaams niveau zou trouwens moeten worden betrokken bij de whole-of-government-aanpak, bijvoorbeeld om de huurovereenkomsten voor illegalen onmogelijk te maken. Dat staat al lang in het regeerakkoord, maar is nog nooit uitgevoerd. Dat is een whole-of-government-benadering, op alle aspecten werken.

 

De voorzitter: U mag nog repliceren op het antwoord van de minister, mevrouw De Vreese.

 

24.10  Maaike De Vreese (N-VA): Het is duidelijk dat er inderdaad samenwerking nodig is op alle niveaus, mevrouw de minister. De administraties moeten samenwerken en wekelijks overleg hebben, niet enkel als het gaat over de gevangenissen, maar bijvoorbeeld ook over de forensische penitentiaire en psychiatrische instellingen. Dat zijn immers heel dure plaatsen en ook daar zitten soms mensen van andere nationaliteiten. Door die mensen hun sanctie elders te laten uitzitten, kan er weer doorstroming ontstaan. Het gaat over grote aantallen en zeer moeilijke dossiers. Ik heb dergelijke dossiers vroeger zelf behandeld, maar wellicht kan uw kabinet zich hier eens over buigen. Iedere mogelijke inspanning helpt immers.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

25 Vraag van Franky Demon aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De High Trouble-acties" (56012548C)

25 Question de Franky Demon à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les actions High Trouble" (56012548C)

 

25.01  Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister,

 

In de vorige legislatuur werd op initiatief van staatssecretaris Nicole de Moor van start gegaan met de zogenaamde 'High Trouble-acties'. Deze acties zijn gericht op de aanpak van overlast door illegale vreemdelingen en berust op een goede samenwerking tussen DVZ, politie en parket. Concreet houdt DVZ plaatsen vrij in de gesloten centra voor illegale vreemdelingen die veelvuldig overlast veroorzaken en criminele feiten plegen. De politie zorgt voor de identificatie zodat een verwijderingsbeslissing beter voorbereid kan worden. Wanneer deze personen dan door de politie gevat worden, zijn de politiediensten er zeker van dat er plaats beschikbaar is in de gesloten centra en onderneemt DVZ de noodzakelijke stappen om tot verwijdering over te gaan.

 

Ik heb hierover volgende vragen:

 

Hoeveel 'High Trouble-acties' werden er in 2025 uitgevoerd? Kan u verduidelijken in welke steden en gemeenten dergelijke acties op touw werden gezet?

Hoeveel illegale vreemdelingen werden er in het kader van deze acties door de politie aangemerkt en geïdentificeerd? Hoeveel illegale vreemdelingen werden er in het kader van een dergelijke actie in 2025 ook effectief van het grondgebied verwijderd? Hoe verhoudt dat cijfer zich tot het aantal verwijderingen in 2024?

Plant u initiatieven om de High Trouble-werking verder uit te breiden? Zo ja, welke initiatieven?

Alvast bedankt voor uw antwoorden!

 

25.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Demon, wat uw eerste vraag betreft, het gaat niet om specifieke acties. Voor zover de DVZ weet, worden er immers geen specifieke acties of operaties High Trouble gevoerd door de politiediensten. U dient deze vraag dan ook beter voor te leggen aan de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor de politie.

 

Het gaat echter wel om bepaalde profielen, recidivisten, overlastplegers en dergelijke in illegaal verblijf die in overleg met politie en parket het statuut High Trouble krijgen toegekend. Deze personen worden door de DVZ als prioritair beschouwd om van het grondgebied verwijderd te worden.

 

Wat uw tweede vraag betreft, in totaal kregen 118 vreemdelingen het statuut High Trouble. Ten aanzien van 90 van deze personen werd een beslissing tot vasthouding genomen. Volgens de DVZ kon het aantal verwijderde personen niet worden meegedeeld, aangezien dit te arbeidsinitiatief is om dat in de korte termijn tussen de indiening van uw vraag en mijn antwoord op te zoeken. U kunt altijd een schriftelijke vraag indienen, dan zullen we daarop zo snel mogelijk antwoorden.

 

Uw laatste vraag dient te worden voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor de politie.

 

25.03  Franky Demon (cd&v): Dat is helder. Ik heb geen verdere vragen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

26 Samengevoegde vragen van

- Franky Demon aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De LOI's en de informatievoorziening naar lokale besturen" (56012549C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De stopzetting van de LOI's" (56012614C)

26 Questions jointes de

- Franky Demon à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les ILA et l'information des pouvoirs locaux" (56012549C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La suppression des ILA" (56012614C)

 

26.01  Franky Demon (cd&v): Lokale besturen spelen vandaag nog steeds een cruciale rol in de opvang van verzoekers van internationale bescherming via de lokale opvanginitiatieven. Wanneer men een positieve beslissing krijgt, moet men in principe het LOI binnen de twee maanden verlaten, een termijn die maximaal drie keer met een maand kan worden verlengd. Op de huidige woningmarkt is het bijzonder moeilijk geworden om binnen de vier of vijf maanden een gepaste woning te vinden, wat grote druk legt op de OCMW's.

 

Ik pleit niet voor een langere overgangstermijn, voor alle duidelijkheid. Wel rijst de vraag of en hoe we verzoekers van internationale bescherming nog beter kunnen begeleiden bij de uitstroom uit de opvang en of er vooraf daaraan al een beslissing van het CGVS kan worden ingezet.

 

Deze regering heeft afgesproken om, wanneer de instroom dat toelaat, LOI's af te bouwen en in te zetten op collectieve opvang. Dat heeft tot gevolg dat een beperkter aantal gemeenten betrokken zal zijn, maar ook dat een aantal OCMW's potentieel nog meer druk zal ervaren. De lokale besturen vragen dan ook om tijdige en duidelijke communicatie en een concreet plan van aanpak omtrent de afbouw van de LOI's.

 

Mevrouw de minister, ik heb u daarover enkele concrete vragen gesteld die ik niet zal aflezen.

 

26.02  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, in het regeerakkoord staat het volgende te lezen over de LOI’s: “Bij het afbouwen van het opvangnetwerk verdwijnt prioritair de hotelopvang en daarna geleidelijk de opvang van asielzoekers in lokale opvanginitiatieven.” De LOI’s verdwijnen dus geleidelijk. Het duurde elf maanden, 334 dagen, om de hotelcapaciteit voor asielzoekers van ongeveer 450 naar nul te brengen. Dat is ongeveer 1,3 plaatsen per dag.

 

Op dit moment bedraagt het aantal plaatsen in de LOI’s ongeveer 4.300. Is dat nog altijd zo of niet? Is het de bedoeling van de regering om de LOI’s in deze legislatuur volledig stop te zetten of alleen maar geleidelijk af te bouwen? Kunt u dat verduidelijken? Wat is de timing van het afbouwen of de stopzetting? Hebt u een concreet plan?

 

Laat u de gemeenten toe om nieuwe LOI’s te openen? In mijn gemeente, Erpe-mere, zal er binnenkort immers een nieuwe LOI openen. Zult u de gemeenten laten weten dat het de bedoeling is dat zij spontaan met die LOI’s stoppen? Hoe ziet u dat in de toekomst?

 

Kunt u bevestigen dat het niet de bedoeling is om in de bestaande LOI’s, waarover de gemeenten zeggen dat ze niet meer willen dat er asielzoekers worden opgevangen, erkende vluchtelingen op te vangen? Dan verplaatst men immers gewoon het probleem.

 

26.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Demon, mevrouw Van Belleghem, het gaat over de vervanging van de bestaande LOI-plaatsen in Erpe-Mere door de verhuizing naar een nieuw gebouw en dus niet over nieuw gecreëerde plaatsen.

 

Het regeerakkoord stelt duidelijk dat indien de instroom het toelaat, de opvang opnieuw collectiever georganiseerd, zal worden. Eerst zal de opvang in hotels worden afgebouwd en daarna zal indien mogelijk geleidelijk en verantwoord de LOI-opvang worden afgebouwd. We hebben dat ook zo gedaan. De hotelopvang is intussen volledig afgebouwd. De opvang in het laatste hotel waarin die werd voorzien, werd vorige week stopgezet. Dat gebeurde zelfs enkele weken eerder dan gepland, dankzij de duidelijke daling van het aantal asielaanvragen. Ook op vlak van de LOI-opvang is het regeerakkoord duidelijk. Bij een afname van het aantal asielaanvragen zullen deze prioritair afgebouwd worden, zodat opvang zoveel mogelijk in grote collectieve centra kan plaatsvinden. Een afbouw zal er enkel komen indien er voldoende opvangcapaciteit in de collectieve centra is. Het is op dit moment te vroeg om daar een timing op te plakken.

 

Ik heb aan het begin van de legislatuur het Impulsfonds afgeschaft dat gemeenten financieel aanmoedigde om nieuwe LOI's op te starten. Dat was een bewuste beleidskeuze, onder meer om de LOI-opvang zeker niet te laten toenemen. Ik blijf mij inzetten om het LOI-netwerk af te bouwen voor de opvang van asielzoekers. Ik kan gemeenten uiteraard niet dicteren wat zij met hun vastgoed doen, maar Fedasil zal geen nieuwe LOI-plaatsen meer activeren om verzoekers om internationale bescherming op te vangen. Of en wanneer er wordt overgegaan van een organische afbouw naar een actieve, gecoördineerde afbouw – want er zijn ondertussen al heel wat gemeenten die zelf beslissen om hun LOI-plaatsen af te bouwen – zal afhangen van hoe die natuurlijke uitstroom verder evolueert en van de globale situatie in het opvangnetwerk. Fedasil werkt momenteel een concreet theoretisch afbouwplan uit, zodat het klaar is wanneer de omstandigheden dat toelaten. Dat plan zal ook voorzien in duidelijke en tijdige communicatie naar de betrokken lokale besturen.

 

De uitstroom van internationaal beschermden blijft bijzonder moeilijk door de verzadiging van de woningmarkt. Huisvesting is een regionale bevoegdheid. Vanuit het federaal niveau ondersteunen we dit wel waar mogelijk. Zo lopen er samen met Fedasil, IOM en ORBIT vzw projecten zoals PATHS, die internationaal beschermden begeleiden richting duurzame huisvesting en samenwerking stimuleren met lokale actoren en de private markt.

 

Ik kom tot de vrees dat LOI-woningen automatisch zouden worden omgevormd tot opvang voor internationaal beschermden. Het regeerakkoord laat toe dat in overleg met de deelstaten en mits het lokaal bestuur daarmee expliciet instemt, tijdelijke noodopvang kan worden voorzien voor internationaal beschermden in afwachting van hun doorstroom naar de woningmarkt. Dat gebeurt niet automatisch en nooit zonder lokaal akkoord. We zullen hierover inderdaad verder in gesprek gaan met de regio’s.

 

Tot slot, het project Opvang en Oriëntering waarnaar de heer Demon vroeg, kreeg een positief advies van de inspecteur van Financiën en werd verlengd voor zes maanden, dus tot juni van dit jaar. In een evaluatie van het project is voorzien.

 

26.04  Franky Demon (cd&v): Eén van de belangrijkste zaken die ik wou meegeven, is dat het tijdig erbij betrekken van de lokale besturen effectief tijdig moet gebeuren. Dat is wat ik wou beklemtonen. Dank u wel.

 

26.05  Francesca Van Belleghem (VB): Dank u, minister. Ik wil het daarbij houden. Ik wil graag nog enkele andere vragen stellen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

27 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De btw-verhoging op bereide maaltijden in asielcentra" (56012565C)

27 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'augmentation de la TVA sur les plats préparés dans les centres d'accueil pour demandeurs d'asile" (56012565C)

 

27.01  Francesca Van Belleghem (VB): Vanaf 1 maart 2026 stijgt het Btw-tarief op take away catering van 6% naar 12%, een beslissing uit het begrotingsakkoord van uw regering-De Wever. Asielcentra en gesloten terugkeercentra maken gebruik van cateraars die dagelijks maaltijden leveren. Het migratiebudget is de voorbije jaren al enorm gestegen tot 1,1 miljard euro.

 

Hoeveel gaat de Btw-verhoging op catering extra kosten voor de maaltijden in de asielcentra?

 

Hoeveel gaat dit extra kosten voor de maaltijden in gesloten terugkeercentra?

 

Hoe zullen deze bijkomende kosten worden opgevangen? Komen ze bovenop het reeds oplopende asielbudget of worden ze gecompenseerd door besparingen?

 

27.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, voor de federale open centra schatten we dat de maximale budgettaire impact van deze maatregel in 2026 ongeveer 1.250.000 euro zal bedragen. Deze schatting houdt geen rekening met prijsveranderingen, elasticiteiten of concurrentiële werking bij heraanbestedingen. Zodra alle technische modaliteiten van de maatregelen volledig zijn vastgesteld, zal een meer verfijnde raming kunnen worden opgemaakt. Wat de gesloten centra betreft, zij kennen voornamelijk maaltijdbereidingen ter plaatse en zijn daardoor dus niet getroffen.

 

Er werden in het kader van deze btw-verhoging geen bijkomende middelen toegekend aan Fedasil of de DVZ. Deze kosten zullen dus binnen het toegekende budget worden gecompenseerd via besparingen. Er wordt binnen Fedasil gewerkt aan diverse projecten om de catering goedkoper te maken, bijvoorbeeld via aanpassing van de infrastructuur, zoals de installatie van aangepaste zelfkookkeukens, zodat de bewoners zelf voor hun maaltijden kunnen instaan. Deze praktijk is zeker in personeelskosten, maar vaak ook in voedselkosten goedkoper dan externe catering en kan de kosten door deze btw-verhoging helpen opvangen.

 

27.03  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

28 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De tussentijdse evaluatie van de (gedwongen) terugkeer van gezinnen met kinderen" (56012602C)

28 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'évaluation intermédiaire du retour (forcé) de familles avec enfants" (56012602C)

 

28.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, sinds er geen gezinnen met kinderen meer worden ondergebracht in aangepaste gesloten terugkeercentra is de gedwongen terugkeer van gezinnen de facto vrijwel nihil. In 2022 waren er drie gedwongen verwijderingen vanuit de community-based open woonunits. In 2023 was dat één, in 2024 nul en in 2025 één. U ziet dus dat het bijna nul is. De facto is er geen gedwongen terugkeer van gezinnen met kinderen.

 

In het regeerakkoord werd afgesproken om de blijf-in-Belgiëwet na twee jaar, dus in 2027, te evalueren. Over welke bijkomende kennis, feiten of inzichten denkt u dan te kunnen beschikken ten opzichte van nu, aangezien er de facto al geen terugkeer plaatsvindt? We zullen zien, in 2026 zal er mogelijk ook nul, één of twee gezinnen terugkeren.

 

Eerder stelde u trouwens over voldoende kennis en gegevens te beschikken om een grondige evaluatie te maken. Hoe evalueert u op dit moment de gedwongen terugkeer van gezinnen met kinderen van het afgelopen jaar? Kunt u een update geven van de recentste cijfers?

 

Tijdens dezelfde commissievergadering stelde u ook dat voor vrijwillige terugkeer geen cijfers beschikbaar zijn, omdat gezinnen niet als teleenheid worden geregistreerd. In hetzelfde antwoord zei u dat onder meer de resultaten van de vrijwillige terugkeer van gezinnen via Fedasil en ICAM-coaching zullen worden geanalyseerd. Hoe kunt u iets analyseren als er geen cijfers beschikbaar zijn? Graag meer duidelijkheid.

 

28.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik antwoordde het eerder al op een gelijkaardige vraag van u. Zoals voorzien in het regeerakkoord, zal een evaluatie plaatsvinden van de wet die het vasthouden van gezinnen met minderjarigen verbiedt. Die evaluatie is nog niet gemaakt. In het regeerakkoord is daar ook een timing over afgesproken.

 

Daarnet heb ik op een andere vraag al geantwoord over die woningen in de 127bis. Dat antwoord zal ik niet herhalen.

 

Tot slot, een gezin is in het kader van vrijwillige terugkeer geen teleenheid, zoals ik reeds meedeelde en waarnaar u ook verwijst in uw vraag. Wel wordt de categorie in acht genomen, maar dan op basis van gemeenschappelijke dossiernummers. Zo komt Fedasil tot de schatting dat 48 % van de personen die vrijwillig terugkeerden in 2025, dat in familieverband deden.

 

28.03  Francesca Van Belleghem (VB): Dank u wel, minister. Ik blijf erbij dat die evaluatie volstrekt onnodig is. Gezinnen met kinderen in illegaal verblijf keren niet terug, punt, of misschien één gezin, misschien twee, maar de facto dus geen. De boodschap blijft dus dat als men hier als illegaal kinderen krijgt, men bijna niet meer gedwongen teruggestuurd kan worden. Dat is de evaluatie, dat is de harde realiteit. U hoeft echt niet nog een jaar op die evaluatie te wachten. Het regeerakkoord faalt volledig op dat vlak. Die evaluatie hoeft niet gemaakt te worden, want dat is puur tijdverspilling en, meer nog, geldverspilling.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

29 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De evaluatie (en aanpassing) van de ICAM-procedure" (56012603C)

29 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'évaluation (et l'adaptation) de la procédure ICAM" (56012603C)

 

29.01  Francesca Van Belleghem (VB): Vroeger kreeg men gewoon een vodje papier om het land te verlaten; nu is er terugkeercoaching, waarbij men begeleiding krijgt om het land te verlaten. Het komt de facto bijna – niet helemaal – op hetzelfde neer.

 

In 2024 besloten de betrokkenen bij 4.792 trajecten voor ICAM-coaching immers dat ze uiteindelijk toch geen vrijwillige terugkeer wensen. Bij 607 dossiers heeft men een duurzaam toekomstperspectief kunnen vinden na terugkeercoaching. Van die 607 personen hebben er 326 het land daadwerkelijk verlaten, terwijl er 281 toch nog verblijfsrecht hebben gekregen.

 

Dat is de kern van de evaluatie van de terugkeercoaching. Van de 5.399 dossiers zijn er uiteindelijk 6 personen teruggekeerd na terugkeercoaching. Hoe evalueert u het ICAM-project? U hebt aangekondigd dat u met iets zult komen. Wat houdt dat voorstel in, welke aanpassingen dringen zich volgens u op en wanneer mogen we uw initiatief verwachten?

 

29.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik ben het absoluut met u eens dat er aanpassingen nodig zijn. Ik kader die aanpassingen van het aanklampende terugkeerbeleid in een bredere oefening van harmonisatie van het beleid inzake de vrijwillige terugkeer. Deze oefening ben ik momenteel aan het maken, samen met mijn administraties, en die zal in concrete initiatieven resulteren. Binnenkort zal ik hierover meer informatie verschaffen, als die oefening helemaal rond is.

 

Mijn doelstelling is duidelijk. Meer efficiëntie in de terugkeer en dus ook in de vrijwillige terugkeer, harmonisatie in de begeleiding en duidelijkheid in de communicatie vormen daarbij sleutelbegrippen. Wie een bevel om het grondgebied te verlaten ontving, moet daar gevolg aan geven, vrijwillig als het kan en gedwongen als het moet.

 

29.03  Francesca Van Belleghem (VB): Dank voor uw antwoord.

 

Ik wil dit moment aangrijpen om nog iets anders te zeggen. De publicatie van de asielcijfers vond vroeger bij het begin van de maand plaats. Daarna werd de volledige cijfers in het midden van de maand op de website van het CGVS gepubliceerd. Nu is het al 20 januari. Op 27 januari, binnen zeven dagen, geeft u een persconferentie met alle asieldiensten. Ik vermoed dat dit de reden is waarom de totale asielcijfers van 2025 en van het hele dossier nog niet gepubliceerd zijn.

 

De DVZ was de afgelopen tijd iets beter in het publiceren van de cijfers online, maar ook daar is nu nog niets te vinden. Men vindt er alleen de cijfers tot en met november. Dat heeft volgens mij te maken met uw persconferentie op 27 januari. U houdt die cijfers gewoon in uw portefeuille om dan het nieuws te halen. Ik vind dat een zeer vervelende manier van werken. Dat is enorm frustrerend. Dat zou allemaal op de website migratie.be moeten worden gepubliceerd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Ik heb nog een opmerking. Men misbruikt hier de repliektijd om het over totaal andere onderwerpen te hebben dan waarover het in de initiële vraag ging. Ik heb het dan niet alleen over mevrouw Van Belleghem, maar ook over andere collega’s. Ik ga daar in de toekomst strenger op toezien.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.32 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12 h 32.