|
Commissie
voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken |
Commission
de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières
administratives |
|
van Woensdag 24 juni 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 24 juin 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.04 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 04 et présidée par M. Ortwin Depoortere.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mijn interpellatie is al enige tijd geleden ingediend. Gisteren kwam het tot een climax wat Afghanistan betreft. Ik heb mijn interpellatie nog wat aangepast, maar ik zal ze toch brengen zoals ingediend.
Op 21 april stelde uw collega, minister Prévot, in De Morgen dat het heel duidelijk was dat we geen leden van de taliban uitnodigen in ons land, ook niet op technisch niveau. Hij voegde daaraan toe dat dat het standpunt was van de voltallige regering. Dat standpunt heeft hij twee dagen later ook herhaald in de plenaire vergadering.
Dat was op 23 april, dus al even geleden. Op dat moment leek het alsof de terugkeer naar Afghanistan volledig onmogelijk was. Als men een illegale Afghaan wil terugsturen, dan heeft men natuurlijk contacten nodig, bilaterale contacten op technisch niveau.
Twee maanden later is de realiteit enigszins anders. De visa zijn intussen verstrekt. We hebben in de pers toch kunnen lezen dat leden van de taliban hier zijn geweest. Er was Europees overleg over de terugkeer naar Afghanistan, maar dat impliceert natuurlijk nog niet dat er bilateraal overleg is geweest. Daarover gaat mijn interpellatie vandaag.
Kunt u bevestigen dat het standpunt van minister Prévot was dat er geen leden van de taliban worden uitgenodigd, ook niet op technisch niveau? Kunt u bevestigen dat dat toen ook het regeringsstandpunt was? Hoe rijmt u dat dan met het feit dat vijf talibanleden visa kregen in Brussel en dat minister Prévot dat zelf heeft bevestigd? Die twee lijken met elkaar in tegenspraak te zijn.
Op welke manier is de beslissing om die visa te verlenen tot stand gekomen? Werd de volledige coalitie tijdig en vooraf geïnformeerd of geconsulteerd, dan wel pas na de feiten?
Heeft België naast het Europese aspect dat verbonden is aan de afgifte van die visa aan de leden van de taliban, afzonderlijk bilateraal overleg gehad? Zijn er gesprekken geweest? Is een eenmalig bilateraal overleg voldoende om in de toekomst illegale Afghanen terug te sturen? Volgens mij is dat hier de hamvraag. Is het voldoende om eenmalig zo’n bilateraal overleg te hebben? Wie vertegenwoordigde dit land als er bilaterale gesprekken zijn geweest? Met welk mandaat was dat?
Ten vierde heeft de taliban er een strategisch belang bij om via dit soort van bezoeken internationale legitimiteit te verwerven. Daar moeten we voorzichtig mee zijn, we moeten ervoor zorgen dat we de illegale Afghanen terugsturen, maar tegelijkertijd de taliban niet gaan erkennen. Houdt u daar rekening mee? Op welke manier?
Verwacht u na dit bezoek ook een principiële beslissing binnen het kernkabinet over de verdere aanpak? Zal België bijvoorbeeld, zoals Duitsland, een soort permanente vertegenwoordiging van de taliban in het land toelaten, zonder daarmee het regime te erkennen? Komt zoiets binnenkort nog aan bod in de ministerraad?
Hoe zullen we ervoor zorgen dat het niet blijft bij woorden en vergaderingen, maar dat illegale Afghanen ook daadwerkelijk worden teruggestuurd naar hun land van herkomst?
À votre initiative, la Commission européenne a donc invité les talibans pour négocier des expulsions forcées vers l'Afghanistan, actuellement l'un des pires pays au monde pour les droits humains, s'il faut encore le rappeler. Et le ministre Prévot a décidé d'octroyer cinq visas d'un jour.
Contrairement à ce qu'il dit, il aurait pu et il aurait dû refuser, mais il a décidé de donner ces visas, et ces personnes étaient à Bruxelles hier. On a déjà beaucoup parlé de cette affaire, mais je voudrais évoquer deux éléments qui éclairent encore mieux ce dossier scandaleux.
Depuis le début, vous nous dites qu'il s'agit de discussions à un niveau technique, et non politique. Or l'une des personnes talibanes venues hier a été identifiée: c'est l'actuelle porte-parole du ministère des Affaires étrangères. C'est aussi un ancien responsable de la propagande talibane, chargé de rendre le régime présentable à l'étranger. Il serait lié à plusieurs affaires d'intimidation de journalistes et n'a pas vraiment le profil de simple technicien non politique.
Par ailleurs, depuis le début, nous vous disons que, dans ce type d'accord, les talibans vont demander quelque chose en échange. Depuis le début, on nous répond qu'il n'est pas question de reconnaître ou de légitimer ce régime. Mais, sans surprise, c'est exactement ce qui est demandé. Selon Euractiv, les talibans exigent l'acceptation de diplomates désignés par leur régime au sein des ambassades. En bref, en échange de retours forcés, ils voudraient une présence diplomatique, une reconnaissance internationale et une légitimité, exactement ce que le ministre Prévot et vous-même prétendez ne pas vouloir leur accorder.
Madame la ministre, quelles ont été les conclusions des discussions entre les talibans et la Commission? Une délégation belge a-t-elle rencontré les talibans? Qui en faisait partie? Avec quel mandat? Et quel a été le résultat? Continuez-vous à dire qu'il s'agissait de discussions purement techniques, malgré le profil des représentants envoyés et les demandes qui ont été formulées? La Belgique acceptera-t-elle les contreparties qui seraient demandées par les talibans et légitimer, en réalité, voire reconnaître ce régime odieux?
Je vous remercie et je souhaite d'ores et déjà présenter mes excuses, parce que j'ai un impératif familial qui va m'obliger à partir à 14 h 30. Je crains donc de ne pas pouvoir assister à tout le débat, mais mon collègue ici présent sera bien là pour y participer dans son intégralité.
01.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, u weet dat mijn partij ook staat voor een kordaat asiel- en migratiebeleid. Terugkeer is daarvan een absoluut sluitstuk als we dat beleid geloofwaardig willen maken en houden.
Op dat vlak vinden wij ook dat er moet worden gesproken met Afghanistan, om te bekijken in welke mate en onder welke voorwaarden een terugkeer mogelijk kan zijn. In elk geval moet worden nagegaan of het kan, onder welke voorwaarden is dan een andere vraag. In die zin onderscheiden wij ons van andere partijen. Wij vinden dat die gesprekken moeten kunnen worden gevoerd en dat voor bepaalde profielen in bepaalde omstandigheden een terugkeer aan de orde kan zijn.
Waar wij het wat moeilijk mee hebben – dat hebt u ook gezien aan onze vraagstelling in het verleden, want we hebben die vraag ook gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken – is op welke manier die terugkeer georganiseerd wordt.
We hebben nu gezien dat er leden van de taliban uitgenodigd zijn naar Brussel. Ze hebben visa gekregen en zijn naar hier gekomen. Dat vinden wij op zich al fundamenteel problematisch. Het lijkt ons niet noodzakelijk om die mensen naar Brussel uit te nodigen en visa aan hen af te leveren om die gesprekken hier te voeren. Dat houdt immers impliciet een bepaalde erkenning of legitimatie in.
Ik heb gelezen – en ik heb u horen zeggen – dat u vindt dat dit niet het geval is. Wij vinden dat absoluut wel het geval. U zou gemakkelijk aan de bezorgdheden tegemoet kunnen komen door de technische gesprekken in derde landen buiten Europa te houden, zonder dat regime uit te nodigen en er visa voor af te leveren. Nu worden ze bij wijze van spreken met de rode loper ontvangen. Dat lijkt ons geen goede zaak te zijn.
Ik moet mijn collega’s bijtreden dat de ambiguïteit van de communicatie in het verleden er inderdaad was. Eerst werd er gezegd dat we geen visa gingen afleveren, maar uiteindelijk gebeurde het wel.
Vandaar, ten eerste, wat is het standpunt? Ik neem aan dat deze regering vindt dat de taliban hier wel degelijk mochten zijn.
Ten tweede, wat is de stand van de besprekingen? Wat ligt er op tafel om te zorgen voor een eventuele terugkeer van Afghanen naar Afghanistan?
01.04 Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, j'ai deux questions pour vous.
Le régime théocratique des talibans n'est actuellement reconnu par personne au niveau international, à l'exception de qui? La Russie, avec laquelle je pensais que les États européens étaient en conflit en raison de la guerre russo-ukrainienne. Cette absence de reconnaissance est liée au fait que le régime des talibans est un régime totalitaire, théocratique, responsable de violations massives, systématiques et documentées des droits humains. Les femmes et les filles sont privées de participation à la vie publique, de liberté de mouvement, d'accès à l'éducation, au travail, aux soins de santé, à la représentation judiciaire.
Le 4 janvier 2026, le nouveau code pénal afghan et les menaces qu'il fait peser sur les femmes a fait dire à Volker Türk, qui est ni plus ni moins que le Haut-Commissaire des Nations Unies pour les droits humains, que ce code opère un "apartheid de genre". Le régime inflige des châtiments corporels, il a rétabli l'esclavage et recourt à des exécutions sans procès équitable à l'encontre de ses ressortissants.
Je rappelle qu'il existe certains droits fondamentaux – même s'ils sont contestés et que des courriers sont adressés aux hautes autorités européennes – à savoir le droit à la vie, à l'article 2, et le droit à ne pas être soumis à la torture et à des traitements inhumains et dégradants, à l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme. Le rapport UNAMA (United Nations Assistance Mission in Afghanistan) au Haut-Commissariat des Réfugiés (HCR) et les dernières données objectives rappellent que l'Afghanistan constitue, je les cite à nouveau, "un cimetière des droits humains".
Malgré ces données objectives, malgré les recommandations internationales, notamment celles du HCR qui appellent à suspendre tout retour forcé, y compris pour les personnes déboutées de l'asile en raison du risque élevé de violations graves et du principe de non-refoulement, vous avez indiqué avoir engagé des contacts techniques avec les autorités talibanes.
Madame la ministre, il semblerait que ces contacts techniques aient amené la Commission européenne, sous la pression de 19 États européens et malheureusement sous celle de la Belgique – j'aurais cette fois aimé que nous soyons du côté des États minoritaires – à adresser, le 12 mai 2026, une invitation au régime des talibans afin d'organiser une "réunion technique" relative au renvoi des ressortissants afghans. Cette lettre d'invitation confirme donc deux éléments. Premièrement, elle confirme l'absence de mandat européen octroyé à M. Roosemont pour se rendre à Kaboul, puisque son départ et son voyage à Kaboul précèdent le 12 mai 2026.
Or j'ai appris avec certitude qu'au moins un ressortissant afghan serait actuellement détenu en centre fermé en vue d'un éloignement vers Kaboul. Je ne parle pas d'un rapatriement Dublin, mais d'un éloignement vers Kaboul.
Madame la ministre, vous et votre administration ne pouvez ignorer les dispositions de la loi de 1980, qui imposent que, pour qu'une détention en vue d’un éloignement puisse excéder deux mois, il faut que des démarches soient entreprises endéans les sept jours de la détention. Jusqu'à aujourd'hui, de telles démarches n'existaient pas, en raison tant de l'absence de légitimité des autorités afghanes que du principe de non-refoulement. Or cette situation nouvelle de détention suppose que de telles démarches aient repris, sans quoi cette personne devrait être libérée.
Mes questions sont nombreuses puisqu'elles concernent deux points. Pourriez-vous nous communiquer qui a décidé de la participation du directeur de l'Office des étrangers à la mission de l'UE à Kaboul? Avez-vous pris vous-même part à ces négociations avec le régime taliban hier sur notre territoire?
Confirmez-vous la détention en centre fermé d'un Afghan avec pour destination Kaboul? Si oui, quelles démarches ont-elles été entreprises endéans le délai légal de sept jours? Quels éléments permettent-ils de penser que les autorités talibanes vont délivrer un laissez-passer?
Sur la base de quel mandat, de quelle instruction ministérielle ou gouvernementale, ces contacts ont-ils été pris, préalablement même à toute réunion technique? Pouvez-vous confirmer que, dans l'hypothèse où des retours seraient organisés, les femmes et les mineurs ne seraient en aucun cas concernés?
Comment pouvez-vous justifier, à ce stade, la poursuite de contacts dits "techniques" visant à envisager des retours vers l'Afghanistan alors que cette réunion technique n'a eu lieu qu'hier et que les recommandations de l'ONU et d'autres organisations internationales appellent à suspendre tout retour et tout rapatriement en raison des violations graves des droits humains commises par les autorités talibanes?
01.05 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, u bent van dag één zeer duidelijk geweest over uw prioriteiten: de beperking van de instroom en de intensifiëring van de uitstroom met de terugkeer van zeker illegalen die criminele feiten plegen. Jammer genoeg moeten we inderdaad vaststellen dat heel wat Afghanen strafbare feiten plegen. Dan hebben we het voornamelijk over seksuele misdrijven, aanrandingen en verkrachtingen. Dat is ook niet nieuw. Wij moeten daar de nodige aandacht aan besteden. Dat zijn we absoluut verschuldigd aan de slachtoffers van dat brute geweld.
Er is natuurlijk de kwestie van de nationaliteit van de betrokkenen en die stelt u voor een dilemma waarbij het moeilijk is om te beslissen. Het is correct om hier samen met de Europese Commissie vertegenwoordigers van het Afghaanse talibanregime te ontvangen omwille van het terugsturen van criminelen, die vaak ernstige feiten hebben gepleegd, naar hun land van herkomst. Ik raad wie kritiek heeft op het overleg, net zoals wie kritiek heeft op het wetontwerp inzake de woonstbetredingen, wetsontwerp dat nochtans een oplossing kan bieden voor het mogelijke gevaar dat illegale Afghanen die in voorlopige vrijheid werden gesteld, voor onze bevolking kunnen betekenen, aan om de slachtoffers onder ogen te komen.
Hoever staat het met de onderhandelingen? Hoe zullen die verder verlopen? Wat zijn de verdere stappen in het proces?
Wat is de stand van zaken in het dossier van de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan?
Kunt u een overzicht geven van de lidstaten van de Europese Unie die gedwongen terugsturen? Hoe verlopen de repatriëringen en met welke landen ziet u samenwerking mogelijk? We hebben in het verleden ook al samengewerkt met andere lidstaten van de Europese Unie bijvoorbeeld om een special flight naar een bepaald land te organiseren. Bekijkt u die mogelijkheid ook?
01.06 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je suis déjà intervenu en séance plénière, mais je voudrais m’attarder sur un point précis et nouveau. Vous avez vous‑même confirmé, mardi soir, que la Belgique avait mené une concertation bilatérale, distincte, avec ce que vous appelez les autorités afghanes de facto.
Avec qui cet entretien a‑t‑il eu lieu? À ce jour, un seul participant est identifié: le porte‑parole de la diplomatie talibane, ancien cadre de la commission de propagande du mouvement, déjà mêlé à des faits d’intimidation de journalistes. Voilà l’interlocuteur que la Belgique a choisi.
Madame la ministre, avez‑vous, vous‑même, votre cabinet ou l’Office des étrangers, tenu une réunion avec ce porte‑parole ou avec des personnes figurant sur une liste de sanctions des Nations Unies? Il est très important que nous ayons une réponse à cette question.
À quelle fin cette réunion a-t-elle été organisée? Pour, dites‑vous, faciliter l’identification et la délivrance de documents de voyage, autrement dit, transmettre à Kaboul des noms, des parcours, des données. Mais, madame la ministre, il y a aussi sur notre territoire des personnes qui ont fui ce régime, des familles qui vivent encore sous l’autorité des talibans.
En séance plénière, la semaine dernière, vous m’avez répondu avec une galerie de portraits. Vous m’avez dit, en gros: "Regardez tous ces horribles criminels. Vous n’allez quand même pas pleurer parce qu’on les renvoie chez les talibans." J’ai deux choses à répondre à ces propos.
Premièrement, pouvez‑vous nous assurer que, si vos accords techniques aboutissent, vous ne renverrez que des personnes emprisonnées en Belgique qui ont commis un crime, et uniquement celles‑là? Je pense qu’à terme, vous voulez renvoyer tous les Afghans possibles, même ceux qui sont simplement en séjour irrégulier. Je vous remercie donc de clarifier ce point, qui est ambigu depuis le début.
Deuxièmement, je sais que ce n’est pas populaire à dire, mais dans un État de droit, le fait d’être un criminel n’est pas suffisant pour être envoyé chez d’autres criminels. Je sais que vous n’aimez pas l’article 3 de la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH) et le principe de non‑refoulement. Mais si vous renvoyez des gens chez eux, même s’ils ont commis les pires crimes, vous devez au moins fournir des garanties qu’ils ne seront pas eux‑mêmes torturés ou assassinés.
Quelles garanties avez‑vous obtenues? Quelles garanties des criminels peuvent‑ils apporter qu’ils traiteront correctement d’autres criminels?
Je vous remercie.
01.07 Minister Anneleen Van Bossuyt: Voor het merendeel van de vragen kan ik verwijzen naar mijn uitgebreide antwoorden tijdens de commissievergadering van 22 april 2026 en naar mijn antwoord tijdens de plenaire vergadering van vorige week, op 18 juni 2026, wat het non-refoulementbeginsel op grond van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of EVRM betreft. Vorige week heb ik expliciet onderstreept dat de artikel 3-check wel degelijk gebeurt en dat beslissingen altijd de juridische toetsing doorstaan.
Pour toutes vos questions relatives à la délivrance de visas, je vous invite à vous adresser au ministre des Affaires étrangères. La visite en Afghanistan a été organisée par la DG Home du Service européen pour l'action extérieure avec, à leur demande, le directeur général de l’Office de étrangers en tant que représentant des 19 autres États membres signataires. Je n’ai pas participé à cette réunion, prévue pour n’aborder que le niveau technique. Il n’y avait pas eu de contacts bilatéraux.
Monsieur Aouasti, concernant vos questions relatives aux dossiers individuels, vous savez que je ne suis pas en mesure de communiquer sur ce type de cas individuels.
België nam gisteren deel aan de verkennende gesprekken met de Afghaanse de-factoautoriteiten, samen met Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Finland, Griekenland, Litouwen, Nederland, Oostenrijk, Polen, Slovenië, Tsjechië, Zweden en Noorwegen. Dat is een lange lijst van landen. We vormen dus geen grote uitzondering in de Europese Unie.
Ik zat zelf niet mee aan tafel, aangezien het geen politieke missie betrof. Het gaat, zoals al vaker gezegd, over administratieve en technische gesprekken en daarom werd België vertegenwoordigd door de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken, die ook heel kort een bilateraal overleg had.
Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke overlegmomenten helpen om het doel te bereiken. Ze betekenen géén steun aan en ook geen erkenning van het talibanregime. Het gaat over een technisch-administratief contact om de identificatie en de afgifte van reisdocumenten mogelijk te maken voor illegale Afghanen op ons grondgebied. Zonder papieren is terugkeer immers niet nodig. Daarvoor heeft men dus de Afghaanse administratie nodig. Er moeten dus sowieso vertegenwoordigers hierheen komen voor de identificatie, want er is hier geen personeel op de ambassade dat de betreffende documenten kan afleveren.
De prioriteit ligt bij veroordeelde criminelen die illegaal in België verblijven. Er zijn meerdere dossiers van Afghanen die onder meer veroordeeld zijn voor aanranding van minderjarigen, de verkrachting van een 14-jarig meisje, drugsfeiten of wapendracht. Ik vind dat niet uit. Dat is vandaag de realiteit. Trouwens, in de vonnissen en de arresten spreekt de rechter zelfs de vrees voor recidive bij veel van die personen uit; zoals ik al vorige week in de plenaire vergadering opmerkte.
Momenteel verblijven er 157 Afghanen in onze gevangenissen, van wie 72 personen geen recht hebben om in België te verblijven. Daarnaast is er ook nog de grote groep die de voorbije jaren is vrijgekomen en momenteel illegaal in ons land verblijft, zoals mevrouw De Vreese heeft aangehaald. We kunnen niet tolereren dat Afghanen die hier verschillende zware feiten hebben gepleegd, na hun gevangenisstraf vrij rondlopen op de Belgische straten en hier illegaal verblijven. Mensenrechten zijn absoluut essentieel, maar ook slachtoffers hebben rechten. Onze burgers verdienen veiligheid. Voor mij is het duidelijk: wie illegaal verblijft en criminele feiten heeft gepleegd, moet zo snel mogelijk terugkeren naar het land van oorsprong, zelfs als dat Afghanistan is.
De gesprekken gisteren zijn positief en constructief verlopen. De nodige elementen liggen nu op tafel om een dossier voor te bereiden voor de ministerraad en de volgende stappen te zetten met het oog op een effectieve terugkeer. Dat kan bijvoorbeeld inderdaad in samenwerking met andere lidstaten gebeuren.
Mevrouw De Vreese, tot nu toe zijn er dit jaar 7 personen vrijwillig teruggekeerd en zijn er 7 lopende dossiers.
01.08 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, een eenmalig bilateraal overleg zoals gisteren is natuurlijk niet voldoende om in concreto illegale Afghanen terug te sturen. We zullen daaraan moeten blijven werken. Het is duidelijk dat er nog geen regeringsstandpunt bestaat over de vraag of we dat al dan niet zullen doen en dat daarover nog een beslissing moet worden genomen. We blijven dus eigenlijk nog steeds op onze honger wanneer het gaat over het concreet terugsturen van illegale Afghanen.
We lopen eigenlijk al anderhalf jaar achter op de feiten. In Duitsland zijn al ongeveer 200 criminele illegale Afghanen teruggestuurd. Hier zijn dit jaar slechts 7 personen vrijwillig teruggekeerd en vorig jaar 8. Volgens de informatie die ik bij minister Verlinden heb opgevraagd, hebben in 2025 7 criminele illegale Afghanen de gevangenis verlaten, in 2024 14, in 2023 23 en in 2022 13 en in 2021 21. Dat telt dus op. De pool illegalen die u kunt terugsturen, is echt gigantisch. Voor velen van hen is nu het onderzoek van verblijf lopende en zij zullen waarschijnlijk worden afgewezen, aangezien ze ui de gevangenis komen. Het aantal criminele Afghanen is dus gigantisch.
We mogen ons ook niet beperken tot criminele illegale Afghanen. Ook gewone illegalen moeten naar hun land van herkomst worden teruggestuurd. Zo niet geeft men het signaal dat illegaliteit wordt beloond en dat illegalen nooit terug zullen worden gestuurd. Als het discours luidt dat alleen criminele illegale Afghanen worden teruggestuurd, dan weten de andere illegale Afghanen goed genoeg dat zij nooit zullen worden teruggestuurd.
Het discours is dus veel te beperkt en we lopen gewoon achter op de feiten. Kijk maar naar Duitsland. Wij bevinden ons nog altijd in een onderhandelingsfase. Na anderhalf jaar is er dus nog steeds geen duidelijk regeringsstandpunt over de vraag of we aan het initiatief zullen deelnemen of niet.
Ik vind dat toch wel schandalig. Ook al is er gisteren een stap in de goede richting gezet – u zult mij dat niet horen ontkennen –, dien ik een motie van aanbeveling in om het Duitse voorbeeld te volgen en effectief werk te maken van het terugsturen van illegale Afghanen, zoals de Duitsers al gedaan hebben en wij duidelijk nog niet.
01.09 Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
In de mate dat het nodig is, herhaal ik dat ons standpunt ietwat anders is. Ook wij menen dat er moet worden overlegd om na te gaan onder welke goede omstandigheden er van terugkeer sprake kan zijn.
Het belangrijkste punt van kritiek is het volgende. Ik begrijp dat het voor de identificatie nodig is dat men naar ons land komt, omdat dat op geen enkele manier technisch mogelijk is buiten ons grondgebied. Er is echter nog wel een verschil tussen het technisch-administratief mogelijk maken van terugkeer en de wijze waarop dat gebeurt. Zo heb ik begrepen dat de visa zijn afgeleverd aan een delegatie die in Brussel is toegekomen. Dat wekt toch op zijn minst de indruk dat het regime iet of wat wordt erkend, ook al vindt u van niet. Ik kan mij inbeelden dat u noch België die bedoeling heeft, maar wij vinden het wel problematisch dat het regime beelden zal kunnen knippen, plakken en framen alsof men hierheen is gekomen voor officieel overleg. Daardoor zal in het thuisland de indruk worden gewekt dat er wel degelijk een vorm van erkenning bestaat. Dat vinden wij een probleem en betreuren wij ten zeerste. Vandaar dat wij het doodzonde vinden dat er blijkbaar geen manier is om alles in derde landen te organiseren. Ik ben geen specialist, maar mocht er technisch toch een noodzaak bestaan om met Afghanen de identificatie op poten te zetten en mogelijk te maken, dan zou dat volgens ons het best op een zo laag mogelijk niveau gebeuren, zodat men daar in Afghanistan zelf niet mee kan uitpakken om het eigen regime te legitimeren tegenover de bevolking die men wil onderdrukken en tegenover de internationale gemeenschap.
01.10 Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je ne sais plus quoi penser de vos réponses.
Tout d'abord, vous nous dressez une liste d'États européens. Dans ce cadre-là et compte tenu des relations avec le régime taliban, il vaut mieux être seul que mal accompagné. Si le résultat d'être seul est d'être le garant de la dignité humaine, des droits fondamentaux et des droits humains, alors oui, je préfère rester seul que de m'associer à d'autres États qui considèrent que la vie humaine n'est qu'une donnée numérique et un outil statistique, qui peut être foulé au pied par des considérations purement utilitaristes et mécaniques.
Vous commettez une faute morale et éthique. Au-delà de cette question-là, vous nous renvoyez à cette citation que l'on attribue à Machiavel: "La fin justifie les moyens". La fin justifie tout, dans un cadre et dans une perspective utilitariste. Je propose de faire un peu de philosophie. Personnellement, je préfère Kant à Machiavel, qui a une éthique de l'individu et qui considère que ce dernier doit être considéré en tant que tel et que sa dignité doit être préservée avant tout.
Pour le reste, vous ne répondez à aucune des questions. Vous avez écarté l’une d’entre elles en affirmant qu’il ne vous appartenait pas de commenter un cas individuel. Je ne vous demande pas de vous prononcer sur une situation individuelle, mais d’expliquer, dans un cas concret, quelle démarche a été entreprise par votre administration. A-t-elle, oui ou non, pris contact avec le régime taliban avant même l’arrivée de ses représentants sur notre territoire? A-t-elle établi des contacts avant même que la réunion qualifiée de "technique" ne soit organisée et ne se tienne effectivement?
Si tel est le cas, c'est une faute de votre administration puisque les conditions de cette réunion technique ne pouvaient pas avoir été définies dès lors qu'elle n'a eu lieu qu'hier. C'est problématique et cela expose votre responsabilité politique. C'est une question à laquelle vous devez répondre.
Vous parlez de prendre en considération les victimes. Je les prends en considération, madame la ministre. Vous parlez de violeurs et d'agressions sexuelles sur des fillettes, mais vous ne pouvez pas ignorer que le Code pénal afghan a dépénalisé le viol et les agressions sexuelles sur les filles.
Ce que vous faites en renvoyant des violeurs vers l'Afghanistan, c'est donner un bon de sortie à ces criminels, que vous appelez vous-même de la sorte. Comment allez-vous justifier cela, alors que vous pourriez les garder en prison ici? Vous donnez un bon de sortie à des délinquants et à des criminels, que vous allez défendre vis-à-vis des parties civiles et des personnes ayant subi ces agressions sexuelles et ces viols.
Très sincèrement, votre réponse – puisqu'elle engage le gouvernement – me déçoit plus que fortement. Puisque l'utilité est souvent évoquée, Elie Wiesel, un survivant de la Shoah, disait qu'il n'y avait pas de neutralité possible entre le bien et le mal. Ces mots devraient résonner dans ce Parlement.
01.11 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, wat mij al jaren opvalt in dit soort discussies, is dat als er slachtoffers vallen, iedereen, ook leden van politieke partijen die de minister of de staatssecretaris van Asiel en Migratie morele lesjes proberen te leren, moord en brand schreeuwt, de minister of de staatssecretaris vraagt hoe het toch mogelijk is dat illegalen die zware misdrijven plegen, hier nog steeds rondlopen en intussen om hulp smeken, omdat het in Brussel helemaal in het honderd loopt door het beleid van een aantal PS-burgemeesters in Brussel. Als er concrete maatregelen naar voren worden geschoven, maatregelen die een minister ook niet gelukkig maken, dan hebt u het, mijnheer Aouasti, over de rechten van het individu. Waar zijn evenwel de rechten van het individuele slachtoffer, van toekomstige slachtoffers, van de samenleving tout court? Waarom legt u het algemeen belang niet in de weegschaal? U argumenteert dat wie zijn of haar straf uitgezeten heeft, niet een tweede keer mag worden gepenaliseerd. We kunnen Afghanen die hun straf hebben uitgezeten, dus niet eeuwig in de gevangenis vasthouden. Als ze illegaal op ons grondgebied zijn, kunnen we ze wel terugsturen naar hun land van herkomst. Dat is een taak voor een minister van Asiel en Migratie.
Staat men te juichen en te springen? Absoluut niet. Zijn dat allemaal veroorzakers van menselijke drama's die de slachtoffers voor de rest van hun leven tekenen? Absoluut wel. Dus, als het gaat over slachtoffers, kom hier dan niet met uw linkse vingertjes naar ons wijzen, want iedere mogelijke maatregel die wij hier willen nemen, of het nu gaat over de woonstbetredingen of over het terugsturen naar Afghanistan, wilt u boycotten.
De voorzitter: Mijnheer Aouasti wil even reageren. Zijn naam is immers genoemd. (Protest van mevrouw De Vreese)
Collega's, ik zal het niet te technisch maken, maar de griffier van de Kamer heeft gezegd dat wat geldt voor de plenaire vergadering, mutatis mutandis ook geldt voor de commissie.
01.12 Khalil Aouasti (PS): En fait, madame De Vreese, vous me citez. Vous me citez en réalité parce que je considère effectivement que droits des victimes sont capitaux et importants. Les droits des victimes ne consistent pas à renvoyer des personnes vers un pays où le viol a été dépénalisé. Lorsque vous évoquez les choses, et c'est peut-être plus philosophique et plus important même encore, cela m'effraye. En effet, si vous avez envie de traiter un violeur comme vous entendez traiter les violeurs afghans, et je pose bien les deux catégories, alors rétablissez en réalité la peine de mort en Belgique, établissez la castration chimique. Qu'est-ce qui vous arrête, en réalité? Vous montrez une logique perpétuelle de vouloir changer les choses, là où on a construit un système depuis deux siècles, un système de check and balance, dans lequel effectivement on désapprouve des comportements inappropriés ou interdits dans la société.
On sanctionne les personnes, on protège les victimes, mais on ne va jamais dépasser cette ligne rouge des droits fondamentaux pour nos propres ressortissants qui commettent des viols, comme pour les ressortissants étrangers qui commettent des viols. Et les ressortissants étrangers qui commettent des viols, on ne peut pas les renvoyer vers un État qui va soit les libérer – dans le cas de l'Afghanistan –, soit qui va les condamner à mort – dans d'autres États. Voilà la ligne rouge morale, éthique, juridique aussi. C'est celle du Parti Socialiste, et j'ose espérer celle de tous les démocrates.
01.13 Maaike De Vreese (N-VA): Als andere Europese lidstaten starten met het repatriëren van Afghanen die criminele feiten hebben gepleegd en wij blijven als enige land achter, dan worden we – zeker in Brussel, want daar is blijkbaar heel veel toegestaan – een vrijhaven voor criminelen die in illegaal verblijf zijn. We hebben dat al meegemaakt in Brussel. We hebben een Kanaalplan moeten opstellen en we hebben al moeten ingrijpen in Brussel, want we waren een vrijhaven voor iedereen die gekend was voor terreur en voor banden met terroristische organisaties. We maken het nu opnieuw mee met extreemlinkse organisaties. Collega, het zal niet met ons zijn, niet zolang de N-VA een minister op de stoel van Asiel en Migratie heeft. Wij zullen alles op een correcte manier in het werk stellen, rekening houdende met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en alle andere Europese richtlijnen, om die repatriëringen effectief uit te voeren.
De voorzitter: Mijnheer Vandemaele wenst zich hierbij aan te sluiten.
01.14 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het valt mij op dat u bij een aantal pertinente vragen van andere leden voortdurend om de kwestie heen fietst. Ik herinner mij nog dat ik toen het thema de eerste keer werd besproken, namens mijn fractie heb aangegeven wat de taliban van ons willen. Zij willen erkenning. Zij willen dat hun regime wordt erkend.
Nu hebt u hen ontvangen met de Europese Unie. Misschien hebt u hen daarmee niet erkend maar u hebt hen minstens gelegitimeerd.
U beweerde dat het uitsluitend om technici ging en dat er geen politici tussen zaten. Collega’s, de woordvoerder van de minister van Buitenlandse Zaken van de taliban en de voormalige wereldwijde woordvoerder van de taliban, is dat een politicus of een technicus? Is dat iemand die in een klein, stoffig kantoortje in Kandahar ver weg van de politiek werkt? Neen, dat is een politicus.
Mevrouw de minister, ik kan dus niet anders dan vaststellen dat u niet de waarheid hebt gesproken. U hebt verklaard dat u technisch zou onderhandelen maar u hebt niet technisch onderhandeld, u hebt onderhandeld met de taliban.
Mijn tweede vraag destijds, ook maanden of weken geleden, was wat de taliban van u terugkrijgen. U antwoordde dat zij niets terugkrijgen. Zij komen dan wellicht voor uw schone ogen. De vraag blijft echter wat zij terugkrijgen. Gisteren werd dat duidelijk. Wij lezen in de internationale media dat zij opnieuw diplomatieke voet aan de grond willen krijgen in de Europese Unie met ambassades, consulair personeel en dies meer, om een permanente politieke vertegenwoordiging van de taliban op ons grondgebied te organiseren. Dat is wat de taliban willen.
Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig. Bent u bereid de taliban dat te geven, in de hoop dat u in ruil heel misschien een, twee of drie Afghanen zult kunnen terugsturen? Collega’s, daarover gaat het immers. Men doet hier alsof wij honderden verkrachters en wie nog allemaal zullen kunnen terugsturen naar Afghanistan. Uiteraard weet iedereen dat dat niet zal gebeuren en dat dat ook niet de bedoeling is.
Mevrouw de minister, u mag daarvan zeggen wat u wilt. Dat klinkt allemaal heel chic. De realiteit is dat het er mogelijk een paar zullen zijn maar dat u in ruil dat regime zult legitimeren en opnieuw diplomatiek en politiek zult laten vertegenwoordigen in ons democratisch land. U wilt dat doen voor een regime dat vrouwen tot B-burgers maakt en hen institutioneel mishandelt. U zou zich moeten schamen.
Motions
De voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Francesca Van Belleghem en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellatie van mevrouw Francesca Van Belleghem
en het
antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie,
belast met Grootstedenbeleid,
- gelet op het feit dat de instroom van Afghanen groot blijft, zes op tien asielaanvragen afgewezen wordt en de facto in de illegaliteit verdwijnen;
- gelet op het feit dat een land zoals Duitsland daarentegen reeds concrete stappen heeft gezet op het vlak van gedwongen terugkeer naar Afghanistan, er ondertussen al een 200-tal criminele Afghanen effectief vanuit Duitsland werd gerepatrieerd, het tempo nog verder zal worden opgevoerd tot gemiddeld drie chartervluchten per maand;
- overwegende het feit dat België, ook bijna anderhalf jaar na het aantreden van deze regering, nog altijd geen vergelijkbaar concrete resultaten kan voorleggen – en gedwongen terugkeer naar Afghanistan vanuit dit land de facto nog steeds onmogelijk is;
vraagt de regering:
- naar het voorbeeld van Duitsland een concreet plan op te stellen voor de organisatie van chartervluchten naar Afghanistan, annex individuele terugkeer via lijnvluchten, met prioriteit voor Afghanen die veroordeeld zijn voor ernstige misdrijven of een gevaar vormen voor de openbare orde;
- aan het Parlement een tijdlijn voor te leggen met concrete doelstellingen inzake het aantal gedwongen terugkeerders naar Afghanistan voor het einde van 2026."
Une motion de recommandation a été déposée par Mme Francesca Van Belleghem et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de Mme Francesca Van Belleghem
et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,
- vu que l'afflux d'Afghans reste élevé, que six demandes d'asile sur dix sont refusées et que les intéressés disparaissent de facto dans l'illégalité;
- vu qu'à l'inverse, un pays tel que l'Allemagne a déjà pris des dispositions concrètes en matière de retours forcés vers l'Afghanistan, que dans l'intervalle, environ 200 Afghans criminels ont déjà été effectivement rapatriés d'Allemagne dans leur pays et que le rythme va encore s'accélérer pour atteindre une moyenne de trois vols charters par mois;
- vu que la Belgique, même près d'un an et demi après l'entrée en fonction de ce gouvernement, n'est toujours pas en mesure de présenter des résultats concrets comparables – et que les retours forcés de notre pays vers l'Afghanistan sont, dans les faits, toujours impossibles;
demande au gouvernement:
- de suivre l'exemple de l'Allemagne et d'élaborer un plan concret pour l'organisation de vols charters vers l'Afghanistan et de retours individuels sur des lignes régulières, en donnant la priorité aux Afghans condamnés pour des infractions graves ou qui constituent un danger pour l'ordre public;
- de présenter au Parlement un calendrier assorti d'objectifs concrets s'agissant du nombre de retours forcés vers l'Afghanistan à organiser avant la fin de l'année 2026."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike
De Vreese.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
02.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, op 22 april stelde ik u in deze commissie expliciet de vraag welk bedrag aan dwangsommen door alle diensten samen effectief werd uitbetaald. Ik vroeg dus naar de uitbetaling van dwangsommen, niet alleen door uw kabinet, maar door alle kabinetten samen. U antwoordde toen heel helder: "Ik kan en ik zal die dwangsommen niet uitbetalen." Toen dacht ik dat daarmee de kous af was.
De dag nadien, op 23 april, berichtten de media echter dat vier asielzoekers wel degelijk een uitbetaling van dwangsommen hadden ontvangen via een geblokkeerde schuld van de Regie der Gebouwen. Het gaat om een zaak die teruggaat tot 2022. Toen werden dwangsommen van ongeveer 250 euro per dag opgelegd wegens het niet verstrekken van opvang. De Belgische Staat had die rechterlijke beslissingen jarenlang, sinds ongeveer 2022, genegeerd en de dwangsommen niet uitbetaald. Ook de vivaldiregering heeft die dwangsommen nooit uitbetaald. Uiteindelijk slaagde een advocate, mevrouw Doutrepont, er toch in die schuld in beslag te nemen. Dat gebeurde via het kabinet van minister Matz. Minister Matz heeft toen ook in de media verklaard dat het kabinet van de minister van Asiel en Migratie op de hoogte was gebracht van de uitbetaling van die dwangsommen.
Ik heb in het kader van de openbaarheid van bestuur die mails ingekeken. Daaruit bleek dat uw kabinet op 22 april rond 6.00 uur 's morgens, op de dag waarop ik die vraag stelde, door het kabinet van minister Matz werd gemaild met de mededeling dat men zou doorgaan met die betaling. Uw kabinet heeft vervolgens om 9.00 uur 's morgens geantwoord met een bericht in de trant van: "Bedankt voor uw antwoord." Diezelfde dag hebt u hier in de commissie omstreeks 16.00 uur nochtans verklaard: "Nee, ik kan en ik zal die dwangsommen niet betalen."
Ik wil daarom de feiten nog eens helder op een rij krijgen.
De eerste mogelijkheid is dat u wel degelijk op de hoogte was van die betaling van de dwangsommen door de Regie der Gebouwen, gelet op die mail van 6.00 uur. In dat geval hebt u het Parlement bewust misleid door onvolledig te antwoorden op mijn vraag. Ik heb immers expliciet gevraagd naar betalingen door alle kabinetten samen. Die houding zou strijdig zijn met de ministeriële verantwoordingsplicht.
De tweede mogelijkheid is dat u toch niet op de hoogte was. Dat betekent dan dat er binnen uw beleidsdomein betalingen aan asielzoekers worden uitgevoerd waarvan u geen weet hebt en waarvoor andere ministers van Les Engagés in uw plaats verantwoordelijkheid opnemen. Daar komt het eigenlijk op neer. Blijkbaar wist u dat bovendien niet. Ook dat is onacceptabel. Dat is helemaal geen loyaal gedrag binnen de regering.
In beide gevallen hebben het Parlement en, nog veel meer, de burgers recht op transparantie, want in beide gevallen is uw antwoord van donderdag totaal onvoldoende gebleken. U had die ochtend immers de mails van het kabinet ontvangen, maar u hebt daar toen niets over gezegd. Mijn vragen zijn dan ook de volgende.
Was uw kabinet op de hoogte van de nakende betaling via de Regie der Gebouwen op het moment dat u woensdag in de commissie verklaarde dat u de dwangsommen niet kunt en zult betalen? Zo ja, waarom hebt u het Parlement daar dan niet over geïnformeerd? Zo nee, hoe is dat in godsnaam mogelijk?
Wanneer precies werd uw kabinet door het kabinet van minister Matz of door de FOD Kanselarij van de Eerste Minister op de hoogte gebracht van de betaling? Wanneer hebt u daarop geantwoord?
Zijn er nog andere lopende procedures waarbij overheidsdiensten buiten uw kabinet om dwangsommen vereffenen of dreigen te vereffenen? Dat ‘dreigen te vereffenen’ is bijzonder relevant. Zo ja, over welke bedragen gaat het?
Hoe verzoent u het publiek gevoerde beleid van niet-betaling van door rechtbanken opgelegde dwangsommen met het feit dat andere overheidsdiensten die dwangsommen toch betalen? Hoe kunt u beide met elkaar verzoenen? Zoals in een liedje van Bob Dylan wordt gezegd: "You can't have your cake and eat it too."
D‘une part, vous assumez une position très ferme – et, selon moi, illégale – consistant à fièrement refuser de payer des astreintes. D’autre part, votre collègue Mme Matz, chargée de la Régie des Bâtiments, quant à elle, paie en quelque sorte pour vous. En principe, il n’y a qu'un seul gouvernement. Or cette séquence brouille totalement votre action collective: il ne peut pas avoir à la fois une ministre qui refuse de payer des astreintes et une autre qui les paie.
Comment justifiez-vous le maintien de la politique de non-exécution des décisions de justice au regard du principe fondamental de l’État de droit? Estimez-vous que la divergence entre votre position et celle matérialisée par ce paiement ne fragilise pas la cohérence et la crédibilité de toute l’action gouvernementale? Avez-vous été consultée par votre collègue Mme Matz avant qu’elle ne paie ces astreintes? Le gouvernement entend-il appliquer désormais de manière uniforme une décision judiciaire?
De voorzitter: Ik merk dat de overige vraagstellers niet aanwezig zijn. Mevrouw de minister moet hier echter wel blijven om te antwoorden.
02.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het was trouwens opvallend dat tweemaal dezelfde vraag was ingediend, door mevrouw Schlitz en mevrouw Hugon Lecharlier. Zelfs na twee pogingen zijn ze niet aanwezig.
Mevrouw Van Belleghem, gelet op uw uitspraken op sociale media en in een krant zal ik u duidelijk maken waarom u en uw partij een loopje nemen met de gang van zaken. Laten we uw vragen over dit onderwerp uit de commissie van 22 april herhalen door uit het verslag te citeren. Uw eerste vraag luidde: "Hoeveel veroordelingen kreeg u al en welk bedrag aan dwangsommen werd al opgelegd?" U stelde die vraag duidelijk aan mij, met betrekking tot mijn diensten, en ik heb ze ook beantwoord.
Uw tweede vraag luidde: "Voor welk bedrag werd in beslag genomen en voor hoeveel deed u al uitbetalingen?" U stelde die vraag aan mij, met betrekking tot mijn diensten, en ik heb ze ook beantwoord.
Uw volgende vraag luidde: "Hebben asielzoekers zelf bedragen ontvangen? Over hoeveel personen en welke bedragen gaat het?" U stelde die algemene vraag op 22 april. Ook daar blijft mijn oorspronkelijke antwoord geldig. Op 22 april luidde het antwoord: "Nul euro tijdens deze legislatuur."
U zegt zelf in uw interpellatie van vandaag dat pas op 23 april tot een uitbetaling is overgegaan. Dat is ook bevestigd door het kabinet van minister Matz.
Een andere vraag luidde: "Hoeveel openbare verkopen hebben plaatsgevonden, wat hebben die opgebracht en zijn er nog gepland?" U stelde een algemene vraag. Ook vandaag zou het antwoord hetzelfde zijn als het antwoord dat ik op 22 april gaf: "Tijdens deze legislatuur hebben er voor wat betreft Asiel en Migratie geen openbare verkopen plaatsgevonden."
Uw laatste vraag luidde: "Welke kabinetten of overheidsdiensten werden intussen geviseerd door inbeslagnames?" Ook daarop zou mijn antwoord vandaag exact hetzelfde zijn: "Naar mijn kennis hebben er tijdens deze legislatuur geen inbeslagnames plaatsgevonden in het kader van Asiel en Migratie, zoals tijdens de vorige regering. Om een volledig beeld te krijgen van alle mogelijk niet-betaalde dwangsommen, raad ik u aan alle regeringsleden te bevragen."
Mevrouw Van Belleghem, de eventuele informatie die u hebt verkregen door de e-mails tussen de kabinetten in te kijken, zou niets veranderen aan mijn antwoord op de vragen die u hebt gesteld.
Als u dan toch mijn rekening wilt maken, heb ik misschien ook een vraag voor u. Wat zou in godsnaam de motivatie kunnen zijn om de effectieve betaling door een collega-minister te verzwijgen? Meent u dat ik zou denken dat een dergelijke uitbetaling in een gekend dossier, dat al gekend was sinds oktober van vorig jaar, geruisloos zou voorbijgaan?
Het spreekt voor zich dat ik graag een andere beslissing had gezien. Dat hebt u ook kunnen lezen in die mails. Daarop werd ook aangedrongen door mijn kabinet. U hebt dat zelf zwart op wit kunnen lezen. De uitbetaling is en was publieke informatie, dat is een evidentie. Met andere woorden, mijn antwoord zou exact hetzelfde zijn.
Dan kom ik aan de vragen die u stelt in uw ingediende interpellatie die vandaag voorligt.
Met betrekking tot de eerste deelvraag, mijn kabinet is op de hoogte van het specifieke dossier waarover u het hebt, hoewel noch Fedasil, noch mijn kabinet partij waren bij de uiteindelijke uitspraak. Over deze zaak zijn de voorbije maanden trouwens al artikels in de pers verschenen. Het gaat om de uitvoering van een uitspraak van het hof van beroep te Brussel van 21 november vorig jaar inzake het uitgesproken derdenbeslag ten aanzien van de Regie der Gebouwen op een factuur van 39.567,50 euro, als gevolg van een eerdere beslaglegging die werd uitgesproken naar aanleiding van de oorspronkelijke beschikking van de arbeidsrechtbank te Brussel van 28 november 2022.
Het gaat hier dus om een uitspraak in een zaak die werd aangespannen tijdens de periode van de vivaldiregering, door vier asielzoekers die in een periode van ten vroegste 7 oktober 2022 tot uiterlijk 23 december 2022 geen opvangplaats kon worden aangeboden door Fedasil.
Met betrekking tot uw tweede deelvraag, op 2 april van dit jaar kreeg mijn kabinet de vraag van de Regie der Gebouwen of mijn diensten in dit specifieke geval al sommen hadden betaald. In hetzelfde schrijven stond dat de Regie klaar was om over te gaan tot het vrijmaken van de sommen uit de veroordeling. Diezelfde dag nog reageerde mijn kabinet op dat schrijven dat mijn diensten geen middelen hebben om dergelijke sommen aan individuele asielzoekers te betalen en dat er ondertussen plaats is voor iedereen die recht heeft op opvang. Daarnaast werd meegegeven dat dit de lijn is die deze regering hanteert, om geen nieuwe precedenten te creëren.
Die mail hebt u ook zelf kunnen inkijken in alle transparantie op mijn kabinet, in navolging van uw vraag in het kader van de openbaarheid van bestuur.
Mijn kabinet werd nadien, op woensdagvoormiddag 22 april, geïnformeerd door het kabinet van minister Matz dat zij alsnog uitvoering zou geven aan de uitspraak van het hof van beroep te Brussel van 21 november vorig jaar inzake het uitgesproken derdenbeslag ten aanzien van de Regie der Gebouwen. Op 23 april, dus een dag na uw vraag, liet het kabinet-Matz weten dat het bedrag die ochtend werd vrijgegeven.
Met betrekking tot uw derde deelvraag, ik heb momenteel geen weet van andere lopende procedures.
Met betrekking tot uw vierde vraag, ik stel vast dat dit een juridische weg is die wordt gebruikt door een bepaald netwerk van advocaten dat gelinkt is aan een partij die in dit Parlement vertegenwoordigd is, namelijk PVDA-PTB. Voor mij is de reden voor niet-betaling heel eenvoudig: mijn diensten en ik hebben de middelen simpelweg niet. Als ik iedereen die recht heeft op opvang ook effectief opvang moet geven, heb ik elke euro nodig.
Voor vragen over de besteding van de budgetten van mijn collega's stel ik voor dat u die tot hen richt. Ik zal de situatie en eventuele nieuwe juridische procedures van zeer nabij opvolgen.
Monsieur De Smet, je préfère investir dans le renforcement de la politique de l'asile et de l'immigration avec une diminution des entrées et une augmentation des retours, comme l'ont du reste demandé les électeurs, plutôt que dans le versement de sommes importantes à des demandeurs d'asile individuels. Si je devais payer des astreintes, ce serait autant de moyens en moins pour mener une politique efficace et raisonnable, également pour l'accueil.
De voorzitter: Ik deel uw verbazing, mevrouw de minister, over het feit dat er eerst een vraag wordt gesteld en men vervolgens niet de beleefdheid heeft om het antwoord af te wachten.
02.04 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, het was uw plicht om op 23 april in de commissie een eerlijk en plichtsbewust antwoord te geven op vragen inzake asiel en migratie, inclusief over de gebouwen van Fedasil. Aangezien u duidelijk de mail op 22 april van het kabinet van minister Matz ontving, was uw kabinet wel degelijk op de hoogte, ten bewijze de bevestiging van ontvangst van de mail. U wist dus dat de betaling nakend was, maar u hebt op die vragen toen niet geantwoord.
Ik vind dat enorm beschamend en schandelijk. Dat is niet hoe het Parlement mag werken. Burgers hebben recht op informatie en u wist dat de uitbetaling nakend was. Minister Matz had u daar letterlijk van op de hoogte gesteld. Het is onaanvaardbaar dat u in de namiddag deed alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Het was toen uw plicht om op de vraag eerlijk te antwoorden. U kunt misschien bepaalde zaken terecht genegeerd hebben, maar het is alleszins duidelijk dat uw antwoord toen onvolledig was. Mevrouw de minister, u wist dat er zou worden uitbetaald en het is dan ook uw plicht om dat mee te delen aan de Parlementsleden. Zo niet kunnen we hier nog lang zitten. Het feit dat minister Matz via de Regie der Gebouwen, die deels bevoegd is voor de gebouwen van Fedasil, uitbetalingen doet en u daarna pas op de hoogte wordt gebracht, toont voldoende aan dat u geen enkel vat heeft op uw coalitiepartners. Zij doen gewoon wat ze willen en doen zaken die totaal niet zijn afgesproken in de regering.
U hebt kennelijk op niemand hier vat, zeker niet op Les Engagés, talrijke voorbeelden bewijzen dat. Ik stel vast dat er met de zogenaamde rechtse arizonaregering zaken gebeuren die zelfs onder de vivaldiregering nooit zijn gebeurd. Toen de groenen in de regering zitting hadden werden er nooit dwangsommen betaald. Nu, met Les Engagés in de regering, gebeurt dat wel. Dat zegt natuurlijk genoeg.
Ik heb opnieuw een motie van aanbeveling waarin wij u vragen om het Parlement in de toekomst volledig te informeren over alle lopende procedures met alle overheidsdiensten en niet alleen ten opzichte van uw kabinet en over alle dwangsommen.
Motions
De voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Francesca Van Belleghem en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellatie van mevrouw Francesca Van Belleghem
en het
antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie,
belast met Grootstedenbeleid,
- overwegende dat het kabinet van minister Matz uitdrukkelijk heeft bevestigd dat het kabinet van Asiel en Migratie op de hoogte werd gebracht van de betaling van dwangsommen via de Regie der Gebouwen,
- overwegende dat minister Van Bossuyt op 22 april 2026 in de commissie voor Binnenlandse Zaken verklaarde dat ze dwangsommen niet kan en zal inlossen, zonder het Parlement te informeren over deze betaling,
- overwegende dat het Parlement recht heeft op volledige en correcte informatie van de regering,
verzoekt de minister:
- het Parlement onverwijld en volledig te informeren over wanneer en via welk kanaal haar kabinet op de hoogte werd gebracht van de betaling via de Regie der Gebouwen;
- een volledig overzicht te bezorgen van alle lopende procedures waarbij overheidsdiensten buiten haar kabinet om dwangsommen vereffenen of dreigen te vereffenen, met vermelding van de betrokken bedragen;
- het Parlement voortaan proactief te informeren over betalingen van dwangsommen, ongeacht via welke overheidsdienst die worden uitgevoerd;
- een antwoord te formuleren op de vaststelling dat rechterlijke uitspraken worden afgedwongen via andere overheidsdiensten terwijl zij als bevoegde minister een beleid van niet-betaling voert;
- te rapporteren over de samenwerking tussen de betrokken federale diensten zodat soortgelijke situaties worden vermeden."
Une motion de recommandation a été déposée par Mme Francesca Van Belleghem et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l'interpellation de Mme Francesca Van Belleghem
et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,
- considérant que le cabinet de la ministre Matz a confirmé explicitement que le cabinet de l’Asile et de la Migration avait été informé du paiement d'astreintes par le biais de la Régie des Bâtiments;
- considérant que la ministre Van Bossuyt a déclaré le 22 avril 2026 en commission de l'Intérieur qu'elle ne pouvait pas s'acquitter d'astreintes et ne s'en acquitterait pas, sans en informer le parlement;
- considérant que le parlement a droit à une information correcte et complète de la part du gouvernement,
demande à la ministre:
- de préciser sans délai et de manière exhaustive au Parlement à quel moment et par quel canal son cabinet a eu connaissance du paiement effectué par le biais de la Régie des Bâtiments;
- de fournir un aperçu complet, comprenant les montants concernés, de toutes les procédures en cours avec règlement ou risque de règlement d'astreintes par des services publics sans consultation de son cabinet;
- d'informer désormais le parlement de manière proactive du paiement d'astreintes, quel que soit le service public par le biais duquel il est effectué;
- de répondre au constat que des décisions judiciaires sont respectées par le biais d'autres services publics alors qu'elle mène, en tant que ministre compétente, une politique de non-paiement;
- de rendre compte de la coopération entre les services fédéraux concernés, afin d'éviter que de telles situations ne se reproduisent."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike
De Vreese.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
03.01 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, in de plenaire vergadering ondervroeg ik vorig jaar premier Bart De Wever naar aanleiding van een groot artikel in het Franse magazine Le Figaro, met de titel Voyage en Belgikistan, comment l'islam s'est imposé en Belgique, oftewel Reis naar Belgistan: hoe België islamiseert. Zeven jaar eerder, in 2018, had Le Figaro al een vlammende oproep van honderd schrijvers, academici en intellectuelen gepubliceerd tegen het nieuwe islamistische totalitarisme en het islamistische separatisme. Uit het maar liefst negen pagina's tellende artikel komt treffend naar voren, lees het misschien eens, dat België steeds islamitischer wordt. Dat betekent voor alle duidelijkheid niet dat er in dit land steeds meer moslims zijn, maar vooral, dat komt daar natuurlijk uit voort, dat de invloed van islamitische regels, tradities, wetten, normen en waarden almaar groeit, wijk per wijk, school per school.
Daar zijn helaas letterlijk elke dag voorbeelden van te vinden. Gisteren nog vernamen we dat een katholieke school in Borgerhout al jarenlang niet-moslimleerkrachten discrimineert. Zij moeten op islamitische feestdagen naar school komen, terwijl hun moslimcollega's betaald vrijaf krijgen. Dat is een van de vele voorbeelden. Laat het tot u doordringen hoe ver het al is gekomen. Lees in dat verband, dat raad ik u en de hele regering aan, het zorgwekkende boek met de veelzeggende titel Allah heeft niets te zoeken in mijn klas, waarin leraren de alarmbel luiden over de islamisering in onze scholen.
Le Figaro pakte uit met zeer zorgwekkende getuigenissen van ervaringsdeskundigen in dit land, waaronder uiteraard ex-moslims die zich uitspreken tegen de islamisering van onze samenleving. Zij hebben het over dwang binnen de moslimgemeenschap, maar ook over wat iedereen, ook u en ik, kan vaststellen in steeds meer wijken, namelijk de zichtbare islamisering, bijvoorbeeld het toenemende aantal gesluierde vrouwen en meisjes die in België op steeds jongere leeftijd een sluier dragen. Kijk met dit goede weer maar eens naar de taferelen die we zien bij moslimgezinnen op straat, waarbij de man vrolijk in een T-shirt en korte broek loopt, terwijl de vrouw en de jonge meisjes vaak volledig gesluierd achter hem lopen.
Na Le Figaro trekt opnieuw een Frans
weekblad aan de alarmbel over de islamisering van België. Dit keer gaat het om
het links georiënteerde magazine Marianne, dat ik hier bij me heb. Op de
cover staat de titel België in de greep van het islamisme, Frankrijk binnen
tien jaar?
Het betreft een reportage over de islamisering van gemeenten als Molenbeek en Vilvoorde, die in dit magazine het hart van Belgistan worden genoemd. Het islamiserende België blijkt dus voor Frankrijk en trouwens ook voor steeds meer andere landen, het voorbeeld te zijn van hoe het niet moet. België staat, aldus Marianne, nogmaals een links georiënteerd weekblad, symbool voor een doemscenario, namelijk een samenleving die steeds islamitischer wordt. De oorzaak is, opnieuw volgens het magazine, de weigering om het probleem ernstig te erkennen en te benoemen, in de eerste plaats door beleidsmakers.
Van gebedshuizen tot scholen, van verenigingen tot gemeenteraden, zelfs in het publieke debat, het islamisme wint terrein en rukt op binnen de mazen van de democratie. Dat uit zich aanvankelijk vooral, ik citeer uit het magazine, in het dagelijkse leven. Jonge meisjes worden terechtgewezen vanwege de manier waarop ze zich kleden. Ouders worden aangemoedigd om lessen over seksualiteit, gendergelijkheid of geschiedenis aan te vechten. Het is, zo onderstreept het magazine Marianne, een slinkse aanpak die in België de voorbije jaren op weinig tegenstand botste, al zeker niet bij het gerecht.
Nu komt het. Als schoolvoorbeeld van die islamisering haalt de hoofdredacteur van Marianne de zaak-Mohamed Toujgani aan. Dat is inderdaad een schoolvoorbeeld van islamisering en van al het voornoemde, van de voorbeelden die ik heb opgesomd. Ik som even de voorgeschiedenis van deze fijne figuur in België op. Hij was hoofdimam van de Al-Khalilmoskee in Molenbeek, de grootste moskee van Brussel. Hij heeft hier twee vrouwen, elf kinderen en meerdere kleinkinderen. Hij spreekt noch Nederlands, noch Frans. Hij werd – of wordt, dat zult u mij wellicht willen vertellen – door de staatsveiligheid bestempeld als een moslimextremist en een ernstig gevaar voor de nationale veiligheid.
Deze Toujgani huldigt de verderfelijke, typisch islamitische leerstellingen over holebi's, niet-moslims, afvalligen, democratie, meisjes en vrouwen. Zo ziet hij er geen graten in dat moslims met meisjes van negen jaar zouden trouwen. Op hun negende, zo zegt dit sujet, zijn sommige meisjes immers al geslachtsrijp.
Hij riep onder meer op tot het verbranden van de zionisten, de joden dus, zoals ook in de pers is verschenen. Mogelijk is dat sujet een agent van de Moslimbroederschap. Let nu goed op, want wat nu volgt, is een schoolvoorbeeld van hoe slechte, lakse wetgeving ervoor zorgt dat dit land totaal niet is opgewassen tegen de islamisering en tegen dat soort haatimams.
In 2021 trok Sammy Mahdi die toen staatssecretaris voor Asiel en Migratie was, aan de alarmbel en nam hij de verblijfsvergunning van Mohamed Toujgani af. Hij gaf hem zelfs een inreisverbod van tien jaar. Sammy Mahdi zei toen - ik had nooit gedacht dat ik hem nog eens zou citeren, maar ik doe het toch -: "Laat dit een signaal zijn. Wie haat zaait, onze samenleving verdeelt en een bedreiging vormt voor onze veiligheid, is niet welkom in ons land, vandaag niet, maar ook de komende jaren niet." Drie jaar later, in 2024, werd bekend dat Toujgani de Belgische nationaliteit kreeg. Ondanks het inreisverbod had hij daarvoor in 2019 een aanvraag ingediend. Vorig jaar, in 2025, keerde hij vanuit Marokko triomfantelijk terug naar België. Op de luchthaven van Zaventem werd hij opgewacht door een groep fans en aanhangers. Tot daar Belgistan. Dit jaar, eind april, werd bekend dat die haatimam opnieuw zou gaan preken in moskeeën op ons grondgebied, met name op 1 mei in de Averroesmoskee in Jette.
Laat die waanzin, minister, goed tot u doordringen. Op vijf jaar tijd gaat die haatimam, Mohamed Toujgani, van een gevaarlijke, zelfs staatsgevaarlijke imam die het land wordt uitgezet naar een Belgische medeburger die opnieuw predikt in moskeeën op ons grondgebied. Typisch Belgisch surrealisme. Na enige ophef werd die preek in de moskee in Jette naar verluidt geannuleerd. Was dat zo? Wie heeft dat gecontroleerd? Ik weet het niet.
Haatimams zoals Mohamed Toujgani zijn natuurlijk populair in België, want in juni, deze maand dus, was hij opnieuw uitgenodigd om te prediken, dit keer in de Al Umma-moskee op Linkeroever in Antwerpen. Na het persbericht dat ik daarover uitstuurde - of dat de oorzaak was, laat ik in het midden - werd ook die preek geannuleerd, maar volgens de moskee louter om onpraktische redenen. De man, ik citeer, "heeft geen vervoer van Brussel naar Antwerpen", aldus de communicatie van de moskee.
Mevrouw de minister, Mohamed Toujgani, de haatimam, de staatsgevaarlijke prediker, is het typevoorbeeld van wat de Nederlandse arabist Hans Jansen een beroepsmoslim noemt, namelijk een moslimfundamentalist die de integratie tegenwerkt, die de geesten van moslims, ook jonge moslims, vergiftigt en die de regels en wetten van de islam ingang wil doen vinden in onze samenleving.
Mijn vragen zijn dan ook evident. Het zijn er slechts twee.
Ten eerste, waar bevindt Mohamed Toujgani zich momenteel en hoe wordt gecontroleerd dat dit stuk vergif nergens gaat prediken?
Ten tweede, mevrouw de minister, wilt u de nationaliteit van haatimam Toujgani intrekken en hem voorgoed het land uitzetten? Zo ja, wat zult u daartoe ondernemen?
Ik dank u alvast voor uw antwoord.
03.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Rooy, ik merk dat u in het eerste deel van uw inleiding bij uw interpellatie meer in het algemeen sprak over islamisering. Daarover had u ook een aparte vraag ingediend, namelijk vraag nr. 56016260C. Misschien is het daarom efficiënter om beide samen te behandelen. Ik zal dus eerst ingaan op het algemene deel rond islamisering, uw vraag nr. 56016260C, en daarna specifiek op de case van de haatimam, zoals u het zegt.
Inzake islamisering had u het onder meer over het vergunnen van moskeeën. U weet echter dat dit een bevoegdheid van de deelstaten is. Daarop kan ik u geen antwoord geven, want dat is een aangelegenheid voor het Vlaams Parlement. Ik kan u wel meedelen dat wij als federale regering overtuigd zijn van de nood aan voldoende integratie en inburgering. Gelet op de regionalisering van deze bevoegdheid is het nemen van maatregelen op federaal niveau veeleer beperkt. Waar mogelijk zijn in het regeerakkoord wel doelstellingen vastgelegd.
Daarom zullen de rechten en plichten, en de waarden en normen die in onze samenleving gelden, worden toegelicht in een bindende nieuwkomersverklaring die elke nieuwkomer moet ondertekenen bij een visum- of verblijfsaanvraag. Daarmee stemmen zij onder meer in met de strikte neutraliteit van de Staat en met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De federale regering zal daarover een samenwerkingsakkoord sluiten met de deelstaten.
Wie weigert de bepalingen in de nieuwkomersverklaring te respecteren en zich overeenkomstig artikel 1/2, § 3, van de vreemdelingenwet onvoldoende integreert in onze samenleving, zal de toegang tot dit land worden ontzegd of verliest desgevallend zijn verblijfsrecht.
Ook het verkrijgen van een permanent verblijfsrecht zal aan strengere cumulatieve voorwaarden worden onderworpen, met een taal- en inburgeringstest. Daarnaast verstreng ik ook de voorwaarden voor het verkrijgen van een leefloon, door daaraan strengere integratievoorwaarden te koppelen, in samenwerking met de deelstaten. Daar wordt de hoogte van het leefloon gekoppeld aan de mate waarin iemand integreert. Dat gaat dan over de mensen met een beschermingsstatuut. Een voorontwerp van wet is in eerste lezing al door de ministerraad goedgekeurd. We verwerken nu de adviezen van de Raad van State, om het in tweede lezing aan de ministerraad te kunnen voorleggen.
Met betrekking tot de specifieke zaak van Mohamed Toujgani, met deze regering pakken we extremisme in elke vorm streng aan, met gerichte investeringen en het versterken van de noodzakelijke diensten, zowel mijn diensten als die van de collega's Quintin en Verlinden.
De nationaliteitsverwerving of het intrekken van de nationaliteit hebben betrekking op de bevoegdheden van de minister van Justitie, mevrouw Verlinden. Daarnaast verwijs ik ook naar de onlangs goedgekeurde wet, die we in april in het Parlement hebben goedgekeurd, ook uw partij, inzake het opleggen van levenslange inreisverboden aan onder andere haatpredikers en terroristen, wat wel onder mijn bevoegdheid valt.
03.03 Sam Van Rooy (VB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Ik heb genoteerd dat u in het begin zei dat de federale bevoegdheden om islamisering tegen te gaan, eerder beperkt zijn. Ik zou dat toch willen tegenspreken, want ik noem u onmiddellijk twee maatregelen op die de federale overheid zou kunnen nemen om de islamisering tegen te gaan.
Ten eerste, trek de erkenning van de islam in. De kernopdracht van de islam is namelijk islamisering, het islamitischer maken van de gastsamenleving, een ander volk, een andere cultuur en een andere beschaving. Dat weet u, mevrouw de minister, of dat kunt u weten, want de geschiedenis van de islam is daarvan een langgerekte getuigenis. Alle volkeren en religies die er waren, of voor een stukje nog zijn, in het Midden-Oosten, in Afrika en in grote delen van Azië – denk aan christenen, boeddhisten, hindoes en zoroastriërs – zijn geheel of gedeeltelijk kapotgemaakt door de komst van de islam, door de islamisering. Dat dreigt hier ook te gebeuren.
Wat doet de regering waarvan u deel uitmaakt? Die erkent de islam, waardoor die hier vrijheid van religie geniet alsof het een religie is zoals alle andere. Niets is natuurlijk minder waar, mevrouw de minister. Daardoor kan de islam bovendien massaal belastinggeld krijgen, elk jaar opnieuw.
Een tweede maatregel ligt natuurlijk pal in uw beleidsdomein, mevrouw de minister. Als u de islamisering wilt tegengaan – voor alle duidelijkheid, u hebt dat niet letterlijk gezegd, maar tussen de lijnen door meen ik toch te merken dat u, net als ik, niet voor de islamisering van onze samenleving bent, maar ertegen, en die dus wilt tegengaan – dan moet u natuurlijk de migratiekraan van mensen uit de islamitische wereld die een orthodox-islamitische achtergrond hebben, dichtdraaien.
De doekjes voor het bloeden die u hebt opgesomd en die misschien wel een ministapje in de goede richting zijn – een nieuwkomersverklaring, het koppelen van een leefloon aan bepaalde voorwaarden – zijn allemaal mooi meegenomen. Wellicht zullen wij die ook goedkeuren als de modaliteiten correct zijn. Daarmee zult u de islamisering echter niet oplossen.
Neem bijvoorbeeld die nieuwkomersverklaring. Het is gemakkelijk om te verklaren dat men het daarmee eens is, dat men de normen en waarden in Europa, in het Westen en in Vlaanderen zal omarmen. Vervolgens doet men natuurlijk net het tegenovergestelde. Dat zien we ook bij veel van die integratiecursussen. Die worden wel gevolgd, maar hebben op veel mensen – niet op allemaal uiteraard – geen impact. U zou dus de migratie en de asielinstroom uit de islamitische wereld sterk aan banden moeten leggen en de erkenning van de islam intrekken.
Het geval van Mohamed Toujgani is natuurlijk tekenend. Als er nu één gevaarlijke prediker is die jarenlang van de daken heeft geschreeuwd dat hij niet wil integreren, dat hij wil islamiseren, dat hij wil dat België een kalifaat wordt en dat hij vindt dat meisjes vanaf 9 jaar kunnen huwen, vrouwonvriendelijk en negatief over ons, de ongelovigen, dan is hij het wel. Zo iemand komt hier dan vrolijk opnieuw binnengewandeld. Weet u waar hij is? Weet u waar hij mogelijk aan het prediken is? Weet iemand van deze regering dat? Ik denk het niet, anders had u het mij misschien wel willen vertellen.
Dat is tekenend voor het totale gebrek aan beleid om islamisering tegen te gaan, want zo'n beroepsmoslim, zoals ik hem heb genoemd, is natuurlijk het schoolvoorbeeld van waarom onze samenleving islamiseert. Hoeveel geesten is Mohamed Toujgani nu alweer aan het vergiftigen in onze samenleving, met orthodox-islamitische ideeën, onder andere over jonge meisjes en vrouwen? Ik maak me daar ontzettend zorgen over.
Daarom heb ik deze interpellatie ingediend. Ik zal deze vraag uiteraard ook stellen aan andere ministers, want deze Mohamed Toujgani moet de nationaliteit worden afgenomen en moet het land worden uitgezet. Ik heb u dat niet horen zeggen. Ik heb u zelfs niet horen uitspreken dat u vindt dat dit zou moeten. Uw antwoord roept bij mij alleen maar meer vragen en meer zorgen op over de islamisering van onze samenleving, helaas.
De voorzitter: Er wordt geen motie ingediend.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
Vraag nr. 56015443C van de heer Dubois is zonder voorwerp.
04.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, sinds de herziening van de Schengencode is de Europese Commissie verplicht om eenmaal per jaar de medewerking van derde landen op het gebied van de overname van illegalen te beoordelen. Vervolgens kan de Raad positieve of negatieve gevolgen koppelen aan de bevindingen uit dat rapport. Op 7 januari heb ik u min of meer dezelfde vraag gesteld. U stelde toen dat de inhoud van het rapport verschillende keren werd besproken onder het Deense voorzitterschap, maar dat die besprekingen nog niet hadden geleid tot concrete beslissingen. Daarom heb ik die vraag opnieuw ingediend in april. We zijn nu juni, dus ik hoop dat er wel degelijk al vorderingen zijn.
Het feit blijft natuurlijk dat het bestaande visumsanctiemechanisme op zijn zachtst uitgedrukt voor verbetering vatbaar is. Werden de besprekingen met betrekking tot de cyclus van 2025 intussen afgerond? Zo ja, met welk concreet resultaat? Tegen welke van de voornoemde landen worden sancties uitgevaardigd?
U stelde eerder ook dat de Europese Commissie begin 2026 een nieuwe Europese visumstrategie had aangekondigd. Is die nieuwe visumstrategie intussen beschikbaar? Zo ja, wat houden de concrete vernieuwingen in? In welke mate komt ze tegemoet aan een eenvoudigere en flexibelere toepassing van artikel 25bis van de Visumcode? In welke mate werd er werk gemaakt van een vaste kalender?
04.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, wat uw eerste vraag betreft, zijn de besprekingen met betrekking tot de cyclus van 2025 nog steeds lopende. Sinds de aanneming van het laatste rapport werden geen nieuwe visumsancties genomen. Dat betekent dat de voorstellen voor visumsancties tegen Guinee, Senegal en Somalië nog steeds op tafel liggen. Op dit moment blijft het eerste sanctiepakket ten aanzien van Gambia van kracht wegens onvoldoende verbetering. De Europese Commissie diende zeer recent, op 20 april, een voorstel in om de restrictieve visumsancties ten aanzien van Ethiopië in te trekken.
Wat uw tweede en derde vraag betreft, de visumstrategie werd op 29 januari van dit jaar gepubliceerd. U kunt die online vinden op de website van de Europese Commissie. Ik raad u dus zeker aan dat document te lezen. Het bevat heel wat interessante elementen. Het bevat de belangen en de langetermijndoelstellingen van de Europese Unie op het gebied van visumbeleid en is bedoeld als strategisch instrument waarin de prioriteiten van de Europese Unie op het gebied van veiligheid, concurrentievermogen en geopolitieke invloed worden gepresenteerd.
Aangezien het document een strategie is, bevat het op zichzelf geen wetgevingsvoorstellen. Sommige elementen kunnen daar wel toe leiden, zoals een herziening van artikel 25a van de Visumcode, waar u zelf naar verwijst.
Wat uw vierde vraag betreft, bevat de strategie de grote lijnen voor een toekomstig wetgevend voorstel tot herziening van artikel 25 van de Visumcode en focust daarbij op het strategischer en flexibeler maken van het mechanisme. Ik geef enkele interessante elementen mee. Zo zal meer flexibiliteit worden ingebouwd in het stadium van het commissievoorstel tot visumsancties en in de keuze van de restrictieve visummaatregelen, bijvoorbeeld de opschorting van de versnelde afhandeling van visa en van visa met meerdere binnenkomsten, of de opschorting van de afgifte van visa voor bepaalde categorieën van paspoorten.
Ook zou het mechanisme moeten toestaan om snel te reageren bij een ernstige en plotse verslechtering op het gebied van overname en terugkeer. Die snelle acties kunnen de vorm aannemen van een onmiddellijke activering van restrictieve visummaatregelen.
Ik kijk alleszins uit naar het concrete wetgevende initiatief van de Europese Commissie, want het visumbeleid als hefboom voor medewerking inzake terugkeer is absoluut essentieel.
04.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik kijk daar ook naar uit, maar als we blijven uitkijken, is de regeerperiode intussen ook afgelopen. Ik hoor veel woorden als kunnen, zouden, willen, mogen, eventueel en misschien, maar er gebeurt gewoon niets.
Ik meende dat er ook visumsancties op tafel lagen tegen Irak en Bangladesh. Daar heb ik niets meer over gehoord. De sancties tegen Ethiopië zouden dan weer worden opgeheven. Het Europese mechanisme is eigenlijk volledig ontoereikend. Op zich is dat in theorie een uitstekend systeem, maar het is zo traag en log dat het nergens op slaat. Bovendien is de bestaande lijst onvoldoende.
Op nationaal niveau zouden we minstens ook Brazilië, Albanië, Turkije, Congo, Kameroen en Tunesië moeten toevoegen aan de landen waartegen visumsancties worden genomen. Als je kijkt naar de top tien van landen waarvan onderdanen een bevel krijgen om het grondgebied te verlaten, dan staan die landen daarin. Toch zie ik niet dat er sancties tegen die landen worden genomen.
Het systeem is dus te traag en te log. In theorie klinkt het heel goed, maar in de praktijk zien we geen gevolgen, behalve voorwaardelijk geblaat. We dragen daar wel degelijk de gevolgen van als je kijkt naar het aantal illegalen dat in dit land verblijft. Ik ben een grote voorstander van visumsancties, maar ze moeten wel toegepast worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, toen ik u begin 2026 ondervroeg over de evaluatie en de mogelijke aanpassing van de ICAM-procedure, beaamde u volmondig dat er aanpassingen nodig waren. U stelde ook dat u dat zou kaderen in een bredere oefening. Ik meen dat daarover toen zelfs een persmededeling was of dat het minstens in de krant heeft gestaan.
Is de oefening intussen al afgerond? Indien dat het geval is, wat zijn de voornaamste conclusies? Welke aanpassingen dringen zich op? Welke concrete initiatieven zullen uit de oefening volgen? Indien dat niet het geval is, tegen wanneer mogen wij de vraag opnieuw stellen?
05.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik heb samen met de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil een evaluatie gemaakt van de vrijwillige terugkeer. Op basis van die evaluatie hebben wij een aantal actiepunten geformuleerd die momenteel nader worden verfijnd.
De actiepunten situeren zich voornamelijk rond, ten eerste, de harmonisatie van de begeleiding door Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken. Voor mij is het belangrijk dat, ongeacht waar de vreemdeling zich aanbiedt, hij dezelfde informatie en begeleiding krijgt.
Ten tweede, het gaat ook om de efficiëntie van de loketten van ICAM en Fedasil. Wij streven naar gezamenlijke loketten.
Ten derde, het betreft eveneens de communicatie naar de vreemdeling. Daarbij beklemtonen wij dat terugkeer een verplichting is en geen vrijblijvende keuze. De verschillende communicatie- en informatiekanalen worden in die zin aangepast. De vreemdeling die vrijwillig wil terugkeren, kan alle informatie verkrijgen via één website en één telefoonnummer.
Ten vierde, om misbruik te voorkomen, wordt waar mogelijk een inreisverbod opgelegd en wordt elke aanvraag doorgegeven aan en gecontroleerd door de Dienst Vreemdelingenzaken. De verfijning en de uitwerking gebeuren momenteel in overleg met de betrokken diensten.
U ziet dat ik behalve duidelijkheid voor de vreemdeling ook streef naar het maximaal beteugelen van misbruik van re-integratiesteun door een controle van het administratief dossier door de DVZ en het opleggen van een inreisverbod waar dat wettelijk mogelijk is.
05.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U spreekt over verschillende begeleidingen tussen Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken, maar er is natuurlijk maar één begeleiding nodig, namelijk naar het land van herkomst.
Wij stellen vast dat veel te weinig mensen vrijwillig terugkeren naar hun land van herkomst. Dat komt natuurlijk ook doordat niet voldoende gedwongen wordt teruggestuurd.
Ik blijf echter op mijn honger zitten na uw antwoord op mijn vragen. Tegen wanneer mogen wij concrete resultaten verwachten? Het feit dat de begeleiding tussen Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken op een uniforme manier zou verlopen, betekent niet automatisch dat het aantal mensen dat vrijwillig terugkeert naar het land van herkomst, significant zal stijgen. De incentives daarvoor moeten veel groter zijn.
Wij verwachten dan ook concrete resultaten, zijnde een significante stijging van het aantal vrijwillige terugkeerders.
Het incident
is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Francesca Van Belleghem (VB): In november vorig jaar werd er inzake de zogenaamde EU-talentenpool een politiek akkoord afgesloten tussen de Raad en het Europees Parlement. Eerder stelde u dat op nationaal niveau de vervolgstap zou bestaan uit een coördinatievergadering met de deelstaten, waar bepaald zal worden of België wel of niet in die talentenpool zal instappen. Verder stelde u dat het van belang zou zijn in welke mate de gewesten interesse hebben om deel te nemen.
Heeft die coördinatievergadering ondertussen plaatsgevonden? Wat was het resultaat ervan?
Hebben de gewesten hebben interesse om erin te stappen?
Zal België er ook instappen?
06.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, in november 2025 is er op Europees niveau inderdaad een politiek akkoord gevonden over het voorstel om een EU-talentenpool te creëren.
U bent er zich ongetwijfeld ook van bewust dat er na een dergelijk politiek akkoord uiteraard nog enkele formele stappen moeten worden gezet. Ondertussen keurde zowel het Europees Parlement als de Raad de finale tekst goed, in maart 2026, en werd de verordening effectief gepubliceerd. De Europese Commissie heeft ondertussen kenbaar gemaakt dat het de bedoeling is om die pool nog voor 2028 op te leveren.
Het is gangbaar bij dergelijke vrijwillige Europese initiatieven dat de Europese Commissie vervolgens bij de lidstaten polst naar hun effectieve intentie tot deelname. Deze formele vraag is ondertussen gesteld. De Permanente Vertegenwoordiging heeft, zoals gewoonlijk, de intra-Belgische coördinatie verzocht het Belgische standpunt te bepalen. Midden mei werd daartoe een coördinatievergadering opgezet. De gefedereerde entiteiten waren daarbij aanwezig om hun standpunt te verduidelijken.
Zowel van mijn kant als van de kant van de deelstaten kwam het signaal dat er nog een aantal vragen openstaan inzake de operationele en de financiële uitwerking van dit initiatief. De Europese Commissie is zich daar ook van bewust en plant een aantal informatiemomenten in om meer tekst en uitleg te geven naarmate de talentenpool verder vorm krijgt. Aan de lidstaten werd dan ook de mogelijkheid gegeven voorlopig deel te nemen als observator.
België zal van deze optie gebruikmaken, zonder dat dit een voorafname is van een latere positie of beslissing.
06.03 Francesca Van Belleghem (VB): Ik noteer dat we deze vraag binnenkort opnieuw moeten stellen om te polsen naar het definitieve standpunt over de talentenpools.
Het zal u niet verbazen dat ik daar geen voorstander van ben. We vinden dat arbeidsmigratie beperkt moet blijven tot hooggeschoolde arbeidsmigratie. Dat levert op lange termijn inderdaad een bijdrage aan de schatkist. Daar wordt echter vaak niet naar gekeken. We zien dat arbeidsmigratie op termijn al te vaak een kostenpost is. Het is dus totaal niet rationeel om dat in te gaan voeren.
Ik noteer dat België als observator zal deelnemen en we zullen deze vraag binnenkort opnieuw stellen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
En effet, lorsque l'on cherche des réponses dans la note de politique générale "Asile et Migration", on ne trouve qu'une formule prudente: "Une concertation sera menée avec Fedasil et les régions afin de déterminer les besoins en matière d'accueil et d'accompagnement". Rien ne précise donc la forme que prendra cette structure.
Les acteurs de terrain, eux, identifient précisément ce qui manque: des unités à petite échelle, ancrées localement, adaptées à des profils spécifiques, en particulier les jeunes hommes et les victimes d'exploitation sexuelle, qui peinent à trouver leur place dans les dispositifs existants. C'est d'ailleurs ce que recommandait déjà la Commission parlementaire spéciale, et ce que Myria réitère aujourd'hui.
Madame la ministre, où en est concrètement la réflexion sur cette structure d'accueil séparée et sécurisée pour les mineurs étrangers non accompagnés (son modèle, sa tutelle, son financement et son calendrier)? Y a-t-il une concertation ou collaboration avec la ministre de la Justice pour la mise en place globale de structures plus petites, qui permettraient un accueil plus sécurisant et adapté (surtout pour les mineurs)? Comment les profils spécifiques des mineurs les plus difficiles à atteindre, en particulier les jeunes hommes et les victimes d'exploitation sexuelle, seront-ils pris en compte dans la conception de cette structure?
Au cours des derniers mois, plusieurs réunions exploratoires ont été organisées concernant la mise en place d'une structure d'accueil séparée et sécurisée pour les mineurs étrangers non accompagnés (MENA). La réunion la plus récente s'est tenue ce vendredi 24 avril. Ces réunions ont rassemblé différents partenaires spécialisés, parmi lesquels Fedasil, des acteurs de l'aide à la jeunesse comme Esperanto et Minor-Ndako, les centres spécialisés pour les victimes de traite des êtres humains, comme Payoke, PAG-ASA et Sürya, ainsi que Paso Universitair Psychiatrisch Centrum (UPC) KU Leuven.
Pour la réponse à vos autres questions, je renvoie intégralement aux réponses que j'ai déjà apportées dans cette commission le 22 avril dernier aux questions de M. El Yakhloufi concernant la traite des êtres humains et le trafic de migrants, ainsi qu'aux questions similaires posées dans le cadre du débat d'actualité relatif à la transmigration.
Bien que l'accord de gouvernement comporte, dans la partie "Asile et Migration", des dispositions relatives à cette thématique, je tiens néanmoins à rappeler une nouvelle fois que la grande majorité des mesures nécessaires relèvent de la compétence de la ministre de la Justice.
07.03 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci pour la réponse, madame la ministre.
Le Règlement n'interdit pas de déposer deux fois la même question. Cet après-midi, de nombreuses commissions se réunissent en même temps. Il n'est donc pas toujours évident de savoir qui aura la possibilité de poser sa question. Il n'y a aucun problème à procéder de la sorte, en réalité.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, deze vraag heb ik al enige tijd ingediend. Uw zogenoemde strengste asielbeleid ooit levert blijkbaar ook het grootste gat in de begroting op tot nu toe. Uit een intern regeringsdocument, dat enige tijd geleden openbaar werd gemaakt, blijkt immers dat juist bij Asiel en Migratie het verschil het grootst is tussen wat de regering heeft beloofd en wat effectief wordt gerealiseerd.
Voor dit jaar zouden voor 717 miljoen euro aan besparingen niet worden gehaald. Zonder extra maatregelen loopt dat verschil volgens dat document op tot 1,3 miljard euro tegen 2029. In totaal is er zelfs sprake van 3,8 miljard euro aan verloren besparingen. Met andere woorden: minder instroom, veel communicatie en grote verklaringen, maar de beloofde besparingen zoals ingeschreven in de begroting blijven uit. Daarom heb ik een aantal vragen.
Ten eerste, hoe verklaart u dat uw beleid tegelijk het grootste begrotingsgat slaat, uiteraard ten opzichte van wat werd ingeschreven?
Ten tweede, welke concrete besparingen had u exact ingeboekt voor 2026 en hoeveel daarvan blijken er vandaag niet realiseerbaar te zijn? Waar zit de fout, in de ramingen of in het beleid?
Ten derde, erkent u dat de regering de budgettaire opbrengst van haar asielbeleid heeft overschat? Dat is de conclusie die men zou kunnen trekken.
Ten vierde, welke bijkomende maatregelen legt u nu op tafel om het gat van 717 miljoen euro dit jaar en 1,3 miljard euro tegen 2029 te dichten?
08.02 Francesca Van Belleghem (VB): Mijnheer de voorzitter, ik
verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op het
beleidsdomein asiel en migratie was een totale besparing van 1,4 miljard euro
ingeschreven in de begroting. Dat geld stond genoteerd “alsof het al bespaard
was", cf. De Standaard dd. 21.04.2026.
De
realiteit is een andere.
“Dit
jaar zou dat 172 miljoen opleveren, tegen 2029 zelfs 538 miljoen. Maar de
maatregelen om aan dat bedrag te komen, staan nog niet op punt. Ook een andere
maatregel als het vervangen van een deel leefloon door voorwaardelijke
integratiesteun, levert minder op dan verwacht (276 miljoen in 2029). Net als
de invoer van een wachttijd van vijf jaar voor sociale bijstand (362 miljoen in
2029)", dat zijn niet mijn woorden, maar deze van journalist Hannes
Heynderickx.
Zonder
bijkomende maatregelen loopt dat tekort op tot 1,3 miljard euro tegen 2029.
De
cijfers spreken voor zich. U startte met 36.478 opvangplekken. Uw doelstelling
was een afbouw naar 11.000 plekken. Tot nu toe werden er amper 2.000 gesloten,
goed voor een jaarlijkse besparing van 36 miljoen euro. Uw bijgestelde
doelstelling voor dit jaar bedraagt 29.600 plekken. Dat is niet een half
geslaagde maatregel, dat is een begroting die grotendeels op drijfzand was
gebouwd. Uw eigen begrotingsminister plaatste zelfs de expliciete annotatie:
"In afwachting van besparingsplan."
Als
reactie stelde u dat de tabel verouderd was, maar volgens uw regeergenoten
Clarinval is dat niet het geval (Het Nieuwsblad, dd. 25.04.2026).
Wanneer
ligt het concrete besparingsplan dat ontbreekt, ter bespreking voor in het
Parlement? Kunt u ons dit document overmaken?
Is het
document verouderd of niet? Zo ja, in welke mate?
Hoeveel
werd intussen in 2025 en 2026 effectief bespaard?
Hoeveel
werd initieel begroot om in 2025 en 2026 te besparen?
Welke
maatregelen bevat het en welke budgettaire impact wordt eraan gekoppeld?
Op
welk tijdstip verwacht u de 11.000 opvangplekken te realiseren? Of geeft u toe
dat die doelstelling de facto verlaten is?
Hoe
verantwoordt u dat de Belgische belastingbetaler werd opgezadeld met een extra
begrotingsgat, op basis van maatregelen die bij de opmaak van de begroting nog
lang niet op punt stonden?
08.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Van Belleghem, bij het opstellen van het regeerakkoord werden twee grote besparingen inzake Asiel en Migratie ingeschreven. Enerzijds wil deze regering besparen op de asielopvang, onder meer door het aantal plaatsen te verminderen en de opvang efficiënter te organiseren. Daarnaast willen we besparen door een efficiënter terugkeerbeleid, het sluitstuk van een goed asiel- en migratiebeleid. Voor 2026 werd een besparing van 172 miljoen euro op de opvang ingeschreven. Daarnaast werden voorf 75 miljoen euro aan besparingen ingeschreven in het kader van een efficiëntere terugkeer.
Bij de start van de regering werden we geconfronteerd met een werkvoorraad van 61.000 te behandelen dossiers. Die achterstand is onder de vorige regering fors opgelopen. Mijnheer Di Nunzio, als lid van een partij van die regering zult u dat beter dan wie ook weten.
De instroom van asielzoekers is tegen eind 2025 afgenomen, met positieve vooruitzichten voor dit en volgend jaar. Momenteel ligt de instroom gemiddeld 30 % lager dan in dezelfde periode van vorig jaar. Er wordt geïnvesteerd in een hogere verwerkingscapaciteit, zodat de achterstand kan worden weggewerkt. Zolang de berg dossiers van Vivaldi niet volledig is weggewerkt, blijven verzoekers te lang in de opvang.
Het huidige aantal opvangplaatsen blijft momenteel nodig om de achterstand weg te werken. Gelet op de verdere daling van de instroom wordt tegelijk voortgewerkt aan een systematische vermindering van het aantal beschikbare plaatsen. Zoals al meegedeeld tijdens de commissievergadering van 22 april staat binnenkort de sluiting van de centra in onder meer Koksijde en Ieper op het programma. Zoals al meermaals gezegd, werkt de administratie intussen verder aan een afbouwplan. U zult begrijpen dat zo’n plan niet in een handomdraai kan worden opgesteld, aangezien met heel wat factoren rekening moet worden gehouden. Dat zal uiteindelijk helpen om de besparingen te realiseren.
Voorts zullen de komende periode nog besparingen kunnen worden gerealiseerd door aankomende maatregelen op nationaal niveau, zoals een betere ketenaanpak, die de doorlooptijd van dossiers en de duur van de opvang moet verkorten, door interne besparingen op de opvangstructuur waar mogelijk en door de inwerkingtreding van de bepalingen uit het Europees Asiel- en Migratiepact, die een verdere daling van het aantal aanvragen moet bewerkstelligen.
08.04 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben ontgoocheld omdat u niet echt concreet ingaat op waar die verschillen exact zitten. Ik ben hierover ontgoocheld omdat de begroting centraal staat voor deze regering en u daarmee campagne hebt gevoerd. U zegt dat discipline enorm belangrijk is, maar als ik hier dan concrete vragen stel op basis van het document dat in de pers heeft gestaan, met de 717 miljoen euro besparingen die niet gehaald worden en ramingen die tegen 2029 richting 1,3 miljard euro gaan en u spreekt die niet tegen, dan neem ik aan dat ze kloppen en vind ik het ongelofelijk jammer dat u niet concreet kunt zeggen wat er is fout gelopen. U zou kunnen zeggen dat we in de begrotingsbespreking op post x, y en z zoveel besparingen hadden voorzien, maar dat we dat niet hebben gehaald om die en die reden. Dat zou een antwoord zijn dat ik kon verwachten, met toch wat meer details.
U verwijst naar de vivaldiregering, maar dat heeft er niets mee te maken. U staat mogelijks wel voor uitdagingen uit het verre verleden, maar dit gaat over de begroting die u hebt opgemaakt. Dan mag toch van een minister, van een regering worden verwacht dat dat minutieus gebeurt en dat u daarin ook conservatief probeert te zijn.
U hebt zich ongetwijfeld ook in uw koffie verslikt toen u zag dat u bovenaan het lijstje stond van het verschil tussen de begroting en wat er effectief gerealiseerd wordt. Misschien moet ik nog eens schriftelijk vragen waar die verschillen lijn per lijn zitten. Er moet toch duidelijk iets fout zijn gelopen bij uw administratie en/of de beleidscel als daar zo'n groot verschil op zit. Ik verwacht meer van een minister als het gaat om begroting. Ik verwacht meer details en ook concretere antwoorden op dergelijke vragen, want het gaat over gigantische bedragen. Als u als minister en uw partij de begrotingsorthodoxie effectief vooropstellen, dan moet dit veel beter en veel correcter worden begroot.
08.05 Francesca Van Belleghem (VB): Collega Di Nunzio, ik zal u zeggen waar het gat zit tussen de gehoopte besparingen en de niet-gerealiseerde besparingen. Dat ligt gewoon aan de afbouw van het aantal asielopvangplaatsen, zoals initieel voorzien in de besparingen, die vele malen lager ligt dan wat beoogd werd. Men wil tegen 2029 nog 11.000 asielopvangplaatsen overhouden, maar momenteel zijn er nog altijd 34.000 plaatsen. Dat betekent dat er op drie jaar tijd nog 23.000 plaatsen moeten worden gesloten. Daar zit het gat. Op basis van dit beleid is dat niet realistisch en zal een dergelijke afbouw niet gebeuren. Het gat zit bij Fedasil, waar er veel meer opvangplaatsen zijn dan budgettair voorzien. Daardoor wordt er minder bespaard. Daar moet dus veel sneller werk van worden gemaakt.
Op het vlak van asiel en migratie is er ook heel veel geldverspilling. Kijk bijvoorbeeld naar de Dienst Vreemdelingenzaken, waar hele hangars staan met busjes die niet worden gebruikt of met laptops die daar liggen. Ik weet niet of het daadwerkelijk laptops zijn, maar men ziet gewoon dat er sprake is van wanbeheer. Ik zeg niet dat dat uw verantwoordelijkheid is, mevrouw de minister, maar het is minstens een verantwoordelijkheid uit het verleden. Ik kan u niet zeggen of dit vandaag nog altijd uw verantwoordelijkheid is, maar er is gewoon sprake van wanbeheer. Als men ziet hoeveel geld wordt gegeven aan IT-projecten bij Fedasil om zaken te digitaliseren, dan merkt men dat daar enorme gaten zitten en dat men daar zeer slecht omgaat met geld. Uiteindelijk is het altijd dezelfde persoon die daarvoor betaalt, namelijk de belastingbetaler.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, al geruime tijd wordt dit land met een hoog aantal asielaanvragen uit Turkije geconfronteerd. Ik vind dat opmerkelijk, want tal van Vlamingen gaan op vakantie naar Turkije. Vorig jaar waren er 2.370 asielaanvragen uit Turkije, goed voor een vijfde plaats, na Congo. Op dit moment staat Turkije zelfs in de top drie van het aantal asielaanvragen.
Dat is verwonderlijk, want Turkije staat niet in de top tien van landen van herkomst waarnaar een gedwongen terugkeer plaatsvindt. Terwijl het aantal asielaanvragen van Turken bijzonder hoog ligt, zien we bijna geen gedwongen terugkeer naar Turkije. Vorig jaar werden 59 personen gedwongen teruggestuurd en keerden 111 personen vrijwillig terug.
Eerder kondigde u aan dat er een missie naar Turkije zou plaatsvinden. Als we die cijfers zien, weten we dat die missie eigenlijk veel te laat komt. Mevrouw de minister, heeft die missie al plaatsgevonden? Wat zijn uw voornaamste conclusies? Welke resultaten heeft die missie opgeleverd? Als ze nog niet heeft plaatsgevonden, wanneer zal ze dan plaatsvinden? Zult u zelf deel uitmaken van die missie?
09.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste en tweede vraag, de missie werd uitgesteld omdat er in die periode een ministerwissel in Turkije plaatsvond.
Op uw derde vraag, er is momenteel nog geen nieuwe datum gepland. Omdat ik zelf het initiatief voor deze missie heb genomen, zal ik er natuurlijk ook aan deelnemen, zodra er een nieuwe datum is vastgelegd.
09.03 Francesca Van Belleghem (VB): Ik heb het hier net nog eens opgezocht. Dit jaar zijn er al 711 asielaanvragen uit Turkije. Turkije staat gewoon in de top drie, na Afghanistan en Palestina. Dat is toch waanzin. Hoeveel Vlamingen zijn er niet al op reis geweest naar Turkije? Dat zijn er gigantisch veel. Jaarlijks ontvangt het land miljoenen toeristen. Ik hoop dan ook dat het uitstel van de missie geen afstel wordt, want u bent al anderhalf jaar aan zet. Ik zou toch minstens verwachten dat er sancties worden genomen tegen Turkije.
Er gaan zoveel Vlamingen naar Turkije op reis, maar hoeveel Turken komen er niet op legale wijze naar hier? Misschien moeten we daar paal en perk aan stellen. Als Turkije zijn illegalen niet terugneemt, dan vind ik dat we minstens geen nieuwe Turken meer moeten aanvaarden.
We zouden ook visumsancties kunnen invoeren, een maatregel waar de Europese Unie volgens mij veel te laat in actie komt. Waarom doen we dat niet op nationaal niveau?
Er zijn zoveel maatregelen die we zouden kunnen nemen. Elke dag dat we wachten, is een dag waarop er nieuwe illegale Turken bij komen. Ik zal deze vraag binnenkort opnieuw moeten indienen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Francesca Van Belleghem (VB): Ik heb al eens een mondelinge vraag gesteld naar aanleiding van uw bezoek aan Congo. U sprak toen over het versterken van de samenwerking tussen België en Congo op het vlak van terugkeerbeleid en het tegengaan van illegale migratie. De cijfers tonen aan dat er nog een gigantische marge voor verbetering is, ik druk het heel lief uit.
Deze keer zou ik graag een concreet antwoord krijgen op mijn vragen, want tijdens de vorige sessie met mondelinge vragen kreeg ik niet echt een concreet antwoord.
Ten eerste, hebt u van Tshisekedi op het vlak van terugkeer concrete toezeggingen gekregen of bleef het bij een goed gesprek? Zo ja, over welke toezeggingen gaat het?
Ten tweede, staan die toezeggingen ook op papier? Dat is natuurlijk bijzonder relevant.
Ten derde, stelt u sancties in het vooruitzicht voor het geval Congo zijn verplichtingen niet nakomt? Zo ja, welke?
Ten vierde, u stelde dat uw missie geslaagd is als het aantal asielaanvragen van Congolezen niet verder stijgt. Dat vond ik toch een bijzonder antwoord. We zien dat Congo dit jaar in de top vier staat, met al 685 asielaanvragen van Congolezen. U stelde toen dat uw missie geslaagd was als het aantal asielaanvragen niet verder stijgt en dat u bereid bent alle middelen aan te wenden om dat doel te bereiken. Wat bedoelt u met alle middelen? Kunt u dat verder concretiseren? Welke maatregelen gaat u nemen om de rampzalige terugkeercijfers van Congolezen op te krikken? Hebt u een streefcijfer voor ogen?
U bevestigde tijdens de vorige commissievergadering dat er een vlucht met uitgewezen Congolezen naar Kinshasa was vertrokken. Over hoeveel personen ging het? Ging het om terugdrijvingen aan de grens, om illegale criminelen of om nog anderen? Wat was de samenstelling van die groep? Zijn er nog dergelijke vluchten gepland? Hebben er intussen, tussen het indienen van de vraag en vandaag, nog vluchten plaatsgevonden?
10.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste vraag antwoord ik dat president Tshisekedi de bestendiging van de goede relaties en van de lopende operationele samenwerking heeft bevestigd.
Wat uw tweede en derde vraag betreft, ons land heeft al in 2006 een Memorandum of Understanding met de Democratische Republiek Congo (DRC) ondertekend. Dat werd vernieuwd in 2017. De samenwerking verloopt goed op het vlak van identificatie en terugkeer. Er zijn dagelijks contacten met de Congolese autoriteiten via de migratieliaison van de Dienst Vreemdelingenzaken ter plaatse om de bilaterale samenwerking op te volgen. Sancties zijn dan ook niet aan de orde.
Wat uw vierde vraag betreft, de middelen waarnaar u vraagt, kunnen velerlei zijn: intensivering van bilaterale contacten, persconferenties, missies verplaatsen, onlinecampagnes enzovoort.
Wat uw vijfde vraag betreft, de identificatie en terugkeer verlopen op een gestage en constante manier. De migratieliaison in Congo faciliteert de nodige maatregelen die ter plaatse genomen moeten worden om identificatie en terugkeer mogelijk te maken. Ik ben daar dus geweest, zoals u weet. Ik denk dat de liaison ondertussen zelf half Congolese is geworden. Ik was heel blij om samen met haar die missie te mogen doen. Het was fascinerend.
Wat uw laatste vraag betreft, op 21 april organiseerde België een special flight naar Kinshasa waarbij elf Congolezen in onwettig verblijf werden gerepatrieerd. Het ging dus niet om terugdrijvingen aan de grens naar Kinshasa. Vier van die elf personen werden in het verleden veroordeeld. Die vluchten worden regelmatig georganiseerd.
10.03 Francesca Van Belleghem (VB): Ik zal de cijfers over die regelmatige vluchten schriftelijk opvragen. Als men de cijfers van 2025 en de top verwijderingen bekijkt, dan ziet men dat daarin alleen de terugdrijvingen aan de grens van Congolezen voorkomen, vorig jaar goed voor 66 gevallen. U zegt nu dat er met een special flight elf personen werden teruggestuurd. Men kan moeilijk zeggen dat dat wijst op goede relaties. Het aantal asielaanvragen is immers bijzonder hoog en behoort tot de top vier, terwijl het aantal verwijderingen bijzonder laag ligt. Wat enkele weken geleden in Congo is gebeurd, is een bevestiging van de goede relaties. Men kan echter moeilijk stellen dat die relaties zo goed zijn als er zo weinig gevolg aan wordt gegeven.
We zullen die cijfers schriftelijk opvragen. We volgen het dossier op, zoals bij zoveel eerdere vragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Francesca Van Belleghem (VB): Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Tijdens een informele Europese Raad in
Cyprus waarschuwden de regeringsleiders van Cyprus, Griekenland, Italië en
Malta voor een nieuwe migratiegolf als gevolg van de aanhoudende conflicten in
het Midden-Oosten. Ze onderstreepten de nood aan een gecoördineerde Europese
aanpak om een herhaling van de crisis van 2015 te vermijden. Concrete
maatregelen werden echter niet geformuleerd.
Werd dit land/u vertegenwoordigd bij deze
informele bijeenkomst? Zo ja, welk standpunt heeft u of de premier er
ingenomen?
Deelt u de bezorgdheid van deze vier
frontlijnstaten over een nakende migratiegolf? Welke concrete signalen ontvangt
uw diensten vanuit het Midden-Oosten en de Middellandse Zeeroute?
Wat onderneemt de federale regering nu al
om België voor te bereiden op een mogelijke verhoogde instroom?
In uw beleidsnota stond te lezen dat deze
regering eventueel bijkomende maatregelen zou nemen om de toestroom van
asielzoekers te doen dalen. Werd hier intussen een beslissing genomen? Welke
maatregelen overweegt u?
11.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, in uw eerste vraag verwijst u naar een informele raad waar regeringsleiders aanwezig waren, maar ik ben natuurlijk geen regeringsleider. Voor het antwoord op die vraag dien ik u dan ook door te verwijzen naar de eerste minister.
Op uw tweede vraag, het is belangrijk om de ontwikkelingen in de regio nauw op te volgen en alert te blijven voor stijgende migratiecijfers. De DVZ ziet momenteel voornamelijk interne ontheemding in onder meer Libanon door het geweld in het zuiden van het land. Ontheemding in Iran laat zich moeilijk monitoren door een gebrek aan contacten of partners.
Ondanks de interne stromen die daardoor worden veroorzaakt, is er momenteel geen sprake van een verhoogde migratie naar de Europese Unie. De nodige ondersteuning om de regio en de humanitaire situatie aldaar zo veel mogelijk te stabiliseren, is belangrijk. Uit voorgaande conflicten in de regio, met name het conflict in Syrië, weten we dat hoe langer het geweld aanhoudt, hoe groter de kans is op migratiestromen richting Europa.
Wat uw derde vraag betreft, ik herinner u graag aan het pakket crisismaatregelen dat u zelf vorige zomer in het Parlement mee hebt goedgekeurd, om op die manier het hoofd te bieden aan de hoge instroom in ons land. Zoals ik eveneens al meermaals heb gecommuniceerd in de commissie voor Binnenlandse Zaken, werpen die maatregelen hun vruchten af, met dalende instroomcijfers.
Op uw vierde vraag, er wordt momenteel gewerkt aan een wet inzake misbruikprocedures. Daarover hebben al verschillende overlegmomenten plaatsgevonden. Daarnaast vermeld ik graag nogmaals het besparingsplan van Fedasil, waardoor de opvang en dus ook de instroom minder aantrekkelijk worden in ons land.
11.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, dank voor uw antwoorden. Dat laatste volgen we verder op.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Enkel mevrouw Van Belleghem is aanwezig om haar vraag te stellen.
12.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Op 3 april keurde de ministerraad in
tweede lezing het wetsontwerp goed dat woonstbetreding mogelijk maakt bij
illegale vreemdelingen die structureel weigeren mee te werken aan hun terugkeer
en een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Wat ons echter zorgen baart, is wat er
zich afspeelt binnen uw eigen coalitie. De krant La Libre Belgique publiceerde
op 24.04.2026 dat Les Engagés een interne nota heeft rondgestuurd naar zijn
lokale mandatarissen met kant-en-klare argumenten om moties tegen de woonstbetreding op te vangen in
gemeenteraden. In Genappe (waar ook MR de motie steunde), La Louvière en
Verviers werden dergelijke motions al aangenomen, soms mede door lokale
Engagés-mandatarissen. Deputé fédéral Xavier Dubois, zelf lid van Les Engagés,
stelt bovendien expliciet dat het wetsontwerp "nog niet definitief
goed" is en dat het bij een negatief advies van de Raad van State opnieuw
moet worden herzien.
In de nota zou ook staan dat “Het plegen
van een strafbaar feit vormt op zich geen gevaar voor de openbare orde of
nationale veiligheid."
Dit roept serieuze vragen op over de
slagkracht van dit wetsontwerp:
Heeft u de nota dd. 17.04.2026 kunnen
inkijken? Zo ja, wat staat erin? Hoe analyseert u dit?
Kunt u een kopie overmaken aan het
parlement van deze nota?
Hoe beoordeelt u de situatie waarbij een
coalitiepartner zijn lokale mandatarissen voorziet van argumenten om de
uitvoering van een door diezelfde partij goedgekeurd federaal wetsontwerp te
bekritiseren?
Heeft u garanties van Les Engagés dat zij
dit wetsontwerp, na advies van de Raad van State, ook in het parlement zullen
goedkeuren, en dit zonder nog meer bijkomende beperkende amendementen die de
maatregel effectief uithollen?
Bevestigt u dat het plegen van een
strafbaar feit vormt op zich geen gevaar voor de openbare orde of nationale
veiligheid? Of klopt de interpretatie van Les Engagés niet?
Welke concrete timing voorziet u voor de
parlementaire bespreking en stemming?
Waarom bent u nog steeds niet naar het
parlement gekomen met het wetsontwerp? Wanneer kunnen we dit verwachten?
12.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, om te beginnen verwijs ik in grote lijnen naar het antwoord dat ik gaf tijdens de commissievergadering van 22 april op een vraag van mevrouw Hugon Lecharlier over hetzelfde onderwerp, en ook naar de commissievergadering van 16 juni, toen het wetsontwerp omtrent de woonstbetredingen hier werd geïntroduceerd.
Het is niet aan mij als minister om mij uit te spreken over hoe andere partijen, regeringspartijen of niet, zich intern dienen te organiseren. Voor het voeren van beleid en het opstellen van wetgeving gebruik ik het regeerakkoord als leidraad. Daarin is duidelijk overeengekomen dat we woonstbetredingen zullen mogelijk maken.
Na goedkeuring in tweede lezing door de ministerraad werd het dossier een laatste keer voorgelegd aan de Raad van State. Die heeft zich over de tekst gebogen en op 11 mei 2026 een nieuw advies uitgebracht. Daarin formuleerde de Raad van State geen opmerkingen. In tegenstelling tot wat ik kon lezen in bepaalde Franstalige media, heeft de Raad van State dus niet geweigerd zich opnieuw uit te spreken. De Raad van State heeft eenvoudigweg vastgesteld dat het aangepaste voorontwerp geen nieuwe of bijkomende observaties vereiste. Het dossier werd vervolgens op de ministerraad van 29 mei in derde lezing goedgekeurd en op 8 juni rondgedeeld aan de Kamerleden. Zoals gezegd, startte vorige week de bespreking ervan.
De parlementaire werkzaamheden met betrekking tot het wetsontwerp behoren tot de bevoegdheid van deze commissie. Gelet op het belang van dit wetsontwerp reken ik op een grote steun in dit Parlement voor het wetsontwerp.
12.03 Francesca Van Belleghem (VB): Het is een beetje absurd, want er is de bespreking in commissie en daarnaast deze vraag, die gewoon veel ouder is. Maar goed, wij volgen het op tijdens de bespreking over de woonstbetredingen in deze commissie.
De voorzitter: Collega’s, vrijdag staan er hoorzittingen over dit wetsontwerp op de agenda.
L'incident est
clos.
Het incident is gesloten.
13.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, vous indiquez régulièrement que toute personne qui a droit à l’accueil se voit proposer une place. Mais, dans la pratique, cela ne semble pas être le cas, comme le souligne encore un rapport de plusieurs associations sur la politique de non‑accueil au deuxième semestre 2025.
Je vais me permettre de décrire le déroulement d’une journée d’enregistrement pour un homme seul. Il se présente au centre d’enregistrement de la rue Belliard, s’enregistre et dépose sa demande. L’Office lui remet un dépliant avec le logo de Fedasil, indiquant qu’il n’y a pas de place dans le réseau d’accueil. Un code QR sur ce dépliant renvoie vers une liste d’attente. On lui indique ensuite la sortie du centre.
Il doit alors s’inscrire lui‑même sur cette liste d’attente et trouver par ses propres moyens un logement convenable. S’il connaît le chemin, il pourra se rendre au hub humanitaire, ou appeler le Samu social pour demander une place dans le réseau bruxellois. Mais il y a de fortes chances qu’on lui refuse l’accès, car ces places sont complètement saturées.
Le fait que le niveau fédéral finance 2 000 places ne change rien à cette réalité. Nous reviendrons d'ailleurs plus tard sur ce financement. Cela ne signifie pas que les demandeurs d’asile obtiennent automatiquement une place. De plus, la Cour de justice de l’Union européenne a clairement indiqué que Fedasil ne peut pas se décharger de ses responsabilités légales sur les ONG humanitaires.
Fedasil n’interagit à aucun moment avec cet homme seul. Elle ne lui propose pas de manière proactive une place d’accueil, ne l’inscrit pas non plus elle‑même sur la liste d’attente. Si cet homme ne s’inscrit pas lui‑même, il ne pourra jamais bénéficier d’un hébergement officiel. S’il ne sait pas comment trouver refuge en Région bruxelloise, cette forme d’hébergement ne lui sera jamais proposée.
Un homme seul, donc, n’interagit avec Fedasil que s’il se rend, de sa propre initiative, à l’Infopunt, qui peut l’aider à s’inscrire sur la liste d’attente, mais qui ne propose pas de place d’accueil dans le réseau bruxellois ni dans le réseau Fedasil.
L’attribution est effectuée par le service de répartition, sur la base de l’inscription sur la liste d’attente et de la date de la demande. En moyenne, les hommes seuls attendent deux mois avant de recevoir une place d’accueil Fedasil. Actuellement – ou en tout cas fin avril, lorsque j’ai déposé la question – 1 200 hommes seuls figuraient sur la liste d’attente.
Madame la ministre, compte tenu de ce qui précède, pourriez‑vous préciser comment vous arrivez à la conclusion que toute personne ayant droit à l’accueil se voit attribuer une place d’accueil? Je vous remercie.
13.02 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik blijf deze vraag steeds opnieuw stellen. Ik denk dat het al de vijfde, zesde of zevende keer is dat ik ze stel. Er zit een grote discrepantie tussen wat u mij straks zult antwoorden en wat we te horen krijgen van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Caritas en Artsen Zonder Grenzen, allemaal ngo's die hier in Brussel, maar uiteraard niet alleen in Brussel, werken. Net als de mensen van bijvoorbeeld de Humanitaire Hub geven zij aan dat er toch een verschil is tussen uw stelling dat iedereen die recht heeft op opvang, opvang krijgt, en de realiteit die zij vaststellen. Ik heb gehoord dat deze week niet alleen alleenstaande mannen, maar ook vrouwen gebruikmaken van de diensten van de Humanitaire Hub. Dat impliceert toch dat zij niet terechtkunnen in de opvang zoals die is voorzien.
U verwijst vaak naar de 2.000 plaatsen noodopvang. Goed, die zijn natuurlijk voorzien voor iedereen in nood en worden niet specifiek toegewezen aan asielzoekers. U zult dat straks ontkennen. Ik kijk alvast uit naar uw antwoord. Ik heb het gevoel dat het een soort rekenoefening is. Er staan 1.200 mensen op de wachtlijst, hopelijk intussen wat minder, en er zijn die 2.000 plaatsen. Dan lijkt het alsof dat elkaar automatisch opheft. Mensen die bij Fedasil aankloppen, worden evenwel niet automatisch doorverwezen naar die 2.000 plaatsen. Dat moeten zij dan zelf maar ontdekken.
Mijn vragen zijn vrij eenvoudig. Hoe zit het met de wachtlijst? Hoeveel mensen staan erop?
Spreekt u mij opnieuw tegen wanneer ik zeg dat niet iedereen die volgens u recht heeft op opvang, ook daadwerkelijk opvang krijgt? Ik hoor immers dat dat niet het geval is. Hoe kijkt u daarnaar?
Kunt u bovendien nogmaals garanderen dat u de opvangcapaciteit niet zult afbouwen voordat de wachtlijst volledig is weggewerkt? Ik vraag dat niet voor mezelf, maar omdat de collega's van Les Engagés en Vooruit dat belangrijk vinden, al durven zij u die vraag niet te stellen. Daarom help ik hen even en stel ik de vraag in hun plaats. Kunt u dat engagement nogmaals bevestigen?
13.03 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Hugon Lecharlier, mijnheer Vandemaele, la liste de transit ne comprend que des hommes seuls et aucune famille. Comme vous le savez, cette liste est utilisée en raison de la saturation du réseau d'accueil, conséquence de la politique désastreuse, il faut le dire, du gouvernement précédent, au sein duquel votre parti plaidait pour une politique de frontières ouvertes, bloquait toutes les réformes nécessaires en matière d'asile et de migration et a ainsi contribué à mettre le réseau d'accueil sous pression.
Mijnheer Vandemaele, wij financieren, zoals u zelf aangeeft, maar liefst 2.000 extra plaatsen in de Brusselse daklozenopvang, uitsluitend voorbehouden voor verzoekers om internationale bescherming. Die 2.000 plaatsen dienen dus allemaal te worden ingevuld door verzoekers om internationale bescherming met recht op opvang, en niet door bijvoorbeeld mensen in illegaal verblijf. Ik herinner u in dat kader aan de dalende doorstroomlijst, waarop momenteel 1.022 alleenstaande mannen staan. Onder uw regering waren dat er bijna 4.000. Nu zijn het er 1.022. Dat ligt dus ver onder de 2.000 beschikbare plaatsen. Verzoekers om internationale bescherming die recht hebben op opvang, hoeven dus niet op straat te slapen. Zij kunnen zich aanbieden bij de opvangcentra van de Brussels Deal. Of men dat doet of niet, komt mij niet toe om te beslissen.
Mijnheer Vandemaele, u spreekt over foutieve uitspraken, maar daarvan is allesbehalve sprake. Er is dus ook geen noodzaak om enig woord terug te nemen. Ik blijf dus bij mijn stelling. Iedereen die recht heeft op opvang, krijgt die vandaag de dag.
We werken verder aan de noodzakelijke hervormingen om de druk op onze migratiediensten verder te verlagen, de doorlooptijd van de procedure in te korten en tegelijk de druk op het opvangnetwerk te verminderen, zonder extra miljoenen euro belastinggeld in opvang te moeten pompen.
Het opvangnetwerk zal conform het regeerakkoord worden afgebouwd – de coalitiepartners weten dat heel goed, mijnheer Vandemaele, en daarom hoeven zij die vraag niet te stellen – en dat betekent dat dit verder gebeurt bij een duurzame daling van de instroom.
13.04 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre pour vos réponses, mais si vous voulez regarder dans le passé, je suggère que vous remontiez encore un peu plus loin et que vous vous souveniez que votre collègue M. Francken a fermé des tas de places lorsqu’il occupait votre poste, des places qui permettaient un peu de souplesse et des places tampon dans l’accueil.
Vous dites que le réseau est saturé, mais vous aussi, vous fermez des places. Presque tous les acteurs humanitaires nous indiquent qu’ils ont atteint leurs limites. Les structures d’accueil pour les sans-abri à Bruxelles sont complètement saturées, ce qui les oblige à refuser régulièrement des demandes, y compris pour l’accueil de femmes ou familles avec enfants. À nouveau, je vous rappelle que la Cour de justice de l’Union européenne a établi que Fedasil ne peut pas simplement se décharger de ses responsabilités sur les ONG humanitaires. Cela signifie que, même s’il y avait suffisamment de places dans le réseau bruxellois, Fedasil devrait tout de même proposer une place d’accueil au sein de son propre réseau.
Avec ce rapport, les ONG réfutent donc votre affirmation selon laquelle personne ne devrait dormir dans la rue. En effet, Fedasil continue de refuser chaque jour des places d’accueil à des hommes seuls, qui ne sont pas automatiquement inscrits sur la liste d’attente, qui ne sont pas automatiquement orientés vers les structures du Brussels Deal et qui, si les ONG ne trouvent pas de solution elles-mêmes, se trouveront à la rue. C’est bien ce que montre ce rapport.
13.05 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het ging in uw antwoord uiteraard opnieuw over de vorige regering. Dat zijn blijkbaar de toverwoorden, of dat is de oplossing voor elk probleem. Zeg gewoon dat het gecreëerd is door de vorige regering. Eigenlijk hadden wij dat in de vorige regering ook kunnen zeggen. Onder de Zweedse regering zijn er immers bijzonder veel plaatsen afgebouwd. Toen de vorige regering aantrad, konden we alleen maar vaststellen dat het hele netwerk was gereduceerd tot ver onder wat nodig was. Er is dus zeer stevig op ingezet om het opnieuw uit te bouwen. We hebben daarin inderdaad geïnvesteerd. Nu doet u net hetzelfde als toen. Zoals er onder de Zweedse regering sterk is afgebouwd, bouwt u nu ook sterk af. Après nous le déluge; de volgende regering zal het dan wel weer oplossen.
Wat mij meer stoort in uw antwoord, is dat u gewoon ontkent en zegt die ngo's allemaal zever verkopen of dat hun rapport nergens op slaat. Die ngo’s, u en ik, leven in twee parallelle werelden. Ik heb u al een aantal keer een suggestie gedaan om daaruit te treden. Laten we, u en ik, binnenkort, tijdens het reces, wanneer er wat meer tijd zal zijn, eens samen op stap gaan in Brussel. Ik toon u de mensen die recht hebben op opvang, maar geen opvangplaats krijgen. U geeft mij daarvoor een uur de tijd. Daarna toont u mij de lege plaatsen in de opvang.
Volgens uw redenering zijn er namelijk 1.022 mensen met recht op opvang, maar zijn er 2.000 plaatsen voorbehouden in de Brussels Deal. Dat wil zeggen dat er op dit moment nog ruim 900 plaatsen leeg zijn. U betwist mijn stelling, ik betwist de uwe. Twee uur samen op pad in Brussel, en we kunnen zien wie gelijk heeft. Van mij mogen zelfs alle journalisten van het land mee, zodat eindelijk kan worden beslecht wie de werkelijkheid ziet en wie in een fictie leeft.
De voorzitter: Daar kijk ik alvast naar uit, mijnheer Vandemaele.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
14.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik bundel mijn twee vragen, omdat ze in wezen over hetzelfde gaan.
Mevrouw de minister, het is mij een genoegen om in deze commissie aanwezig te zijn. Ik kom hier niet vaak, omdat ik lid ben van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ik heb de minister van Buitenlandse Zaken al enkele keren vragen gesteld over de bevroren evacuatielijst van personen die vastzitten in Gaza, hoewel zij over een visum beschikken.
Het gaat onder meer om rechthebbenden van consulaire bijstand en om kerngezinsleden van personen in België. Ik heb vandaag – letterlijk daarnet nog – een mail ontvangen over iemand wiens kinderen in Gaza zitten en die al acht jaar wacht op gezinshereniging, maar die het afgelopen jaar een visum had kunnen verkrijgen. Het gaat om erkende vluchtelingen en derdelanders met een visum en met een sterke band met ons land, dus niet om mensen die toevallig op een lijst staan.
Al veel Belgen en personen met een band met ons land zijn geëvacueerd sinds oktober 2023, toen de hel losbarstte na de vreselijke aanslag. Personen met een visum D voor gezinshereniging konden zich registreren op de evacuatielijst van de FOD Buitenlandse Zaken, maar die lijst werd nadien bevroren. Daardoor zitten nog heel wat mensen vast, hoewel zij een verblijfsrecht in ons land hebben.
De procedure voor gezinshereniging is bijzonder complex, tijdrovend en duur. De aanvragen kunnen sinds kort digitaal worden ingediend, maar de behandeling zelf is niet versoepeld. Er kan nog altijd worden geëist dat aanvragers zich persoonlijk aanbieden op een ambassade om hun identiteit te bevestigen, dat ze gelegaliseerde en vertaalde documenten, zoals huwelijksakten, voorleggen en dat ze DNA-testen ondergaan. Zelfs als mensen erin slagen die moeilijke procedure in verschrikkelijke omstandigheden te volgen en die uiteindelijk leidt tot een goedgekeurd visum, blijkt het in de praktijk nagenoeg onmogelijk om Gaza te verlaten door het uitblijven van evacuaties, zelfs nadat Israël zelf heeft aangegeven dat er mogelijkheden zijn.
Ondertussen dreigen verschillende van die visa te verstrijken. Hun geldigheid loopt af, waardoor mensen opnieuw die hele complexe, dure en gevaarlijke procedure zouden moeten doorlopen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Myria laten weten dat met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) contact werd opgenomen met de vraag om de visa te verlengen, zodra er perspectief is op evacuaties.
De minister van Buitenlandse Zaken heeft in de commissie ook al tweemaal expliciet naar u verwezen om een antwoord te geven op de vraag naar een mogelijke verlenging van die visa die dreigen te verstrijken, omdat de politieke beslissing om de evacuatielijst te bevriezen voorlopig zou blijven gelden. Het debat is gaande, zo zei hij in commissie.
Ik hoop alleszins dat dat debat snel tot resultaat leidt en tot een ontvriezing van de evacuatielijst. Als het onder deze hitte niet kan, weet ik niet onder welke hitte wel, letterlijk en figuurlijk, zowel wat de situatie in Gaza betreft als de letterlijke warmte. Ondertussen blijven de mails en noodkreten van betrokkenen binnenkomen.
Aangezien er zelfs geen registraties meer mogelijk zijn, vinden er ook geen identificaties meer plaats van wie nog recht zou kunnen hebben op een evacuatie. We beschikken zelfs niet meer over cijfers van de dienst om te weten hoeveel mensen nog nood hebben aan of recht hebben op een evacuatie.
Gezien de dramatische situatie wil ik u daarom een aantal vragen stellen.
Is er contact geweest tussen u en minister Prévot over deze situatie, over de vraag naar een heropstart van de evacuaties en over het verlengen van de geldigheid van de visa? Zijn er concrete stappen besproken of genomen? Is er een timing? Wordt daar momenteel aan gewerkt?
Waarom lukte het tot voor kort wel om personen uit Gaza te evacueren? Waarom werd die evacuatielijst bevroren?
Wat uw eigen bevoegdheden betreft, waarvoor ik hier vandaag ben gekomen: bent u bereid om in de huidige omstandigheden flexibel om te gaan met de visumprocedures, gelet op de situatie ter plaatse en het debat dat binnen de regering wordt gevoerd?
Hebt u een oplossing voor de mensen van wie het visum dreigt te vervallen omdat de evacuaties uitblijven?
14.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Tot heden zijn er geen plannen om de evacuaties te hervatten. Het tijdelijk bevriezen van die evacuaties was een beslissing van de regering. Ik herinner u eraan dat ik hiervoor niet bevoegd ben. Mijn diensten zijn uitsluitend bevoegd voor het behandelen en al dan niet toekennen van visum- of verblijfsaanvragen.
Een aanvraag tot gezinshereniging kan per e-mail worden ingediend. De persoonlijke verschijning kan worden uitgesteld tot een later stadium van de procedure, uiterlijk tot het moment van afgifte van het visum. Bovendien behandelt de Dienst Vreemdelingenzaken de aanvragen zo snel mogelijk. De voorwaarden voor gezinshereniging, zoals vastgelegd in de Vreemdelingenwet, moeten uiteraard wel worden nageleefd.
Wanneer een aanvraag tot gezinshereniging op afstand, dus per e-mail, wordt ingediend, staat het Hof van Justitie van de Europese Unie de lidstaten toe om in een later stadium van de procedure een persoonlijke verschijning verplicht te stellen. In de context van Gaza zal die persoonlijke verschijning alleen worden opgelegd aan personen van wie de visumaanvraag is goedgekeurd, uiterlijk bij het ophalen van het visum. Die verschijning maakt het mogelijk om de identiteit van de betrokkene te verifiëren, diens biometrische gegevens vast te leggen en de authenticiteit van de originele documenten te controleren.
Op dit ogenblik bestaat er dus geen evacuatieprogramma.
Over het algemeen machtigt de Dienst Vreemdelingenzaken de betrokken diplomatieke of consulaire post om de geldigheidsduur van een visum voor gezinshereniging met nog eens zes maanden te verlengen, zonder voorafgaande raadpleging van de Dienst Vreemdelingenzaken.
Na meer dan een jaar – dus na die eerste zes maanden en een verlenging met nog eens zes maanden – is de Dienst Vreemdelingenzaken van oordeel dat de betrokken persoon zich in dezelfde situatie bevindt als iemand die een verlenging van een verblijfskaart aanvraagt. De betrokken post moet daarom de Dienst Vreemdelingenzaken raadplegen. Die zal nagaan of er nog steeds aan de belangrijkste voorwaarden voor gezinshereniging is voldaan, bijvoorbeeld of geen van beide partijen is overleden en of de wil om het gezinsherenigingsproject voort te zetten nog aanwezig is. De betrokken persoon hoeft dus geen nieuwe visumaanvraag in te dienen.
14.03 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): In mensentaal samengevat: ja, ze worden verlengd voor een jaar.
14.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik heb gezegd dat de geldigheid zes maanden bedraagt. De volgende zes maanden worden via de diplomatieke post toegekend, zonder dat de Dienst Vreemdelingenzaken daarin moet tussenkomen. Na een jaar wordt nagegaan of nog altijd aan de belangrijke voorwaarden voor gezinshereniging is voldaan.
14.05 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Principieel hoor ik u dus zeggen dat de visa eigenlijk worden verlengd, maar dat na een jaar wordt gecontroleerd of nog aan de voorwaarden is voldaan.
14.06 Minister Anneleen Van Bossuyt: Er moet geen nieuwe visumaanvraag worden ingediend, maar er wordt wel gecontroleerd of nog aan de voorwaarden is voldaan.
14.07 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Dan denk ik dat twee zaken belangrijk zijn, mevrouw de minister.
Ten eerste, het politieke debat is belangrijk. U zegt dat het niet uw bevoegdheid is, maar u kunt natuurlijk wel vragen aan de ministers en de premier om die bevriezing te stoppen, want de situatie wordt alleen maar erger. Ik hoop dat u dat doet.
Ten tweede, het is belangrijk dat er proactief wordt gecommuniceerd met de mensen wiens visum dreigt te vervallen. Wat u hier hebt gezegd, is ongelooflijk belangrijk. Ik zal dat ook mailen naar die mensen. Ik ben tevreden dat ik hen een concreet antwoord kan geven: zes maanden plus zes maanden en daarna wordt nagegaan of nog aan de voorwaarden is voldaan.
Er kan misschien ook automatisch door de diensten worden gecommuniceerd. Nu denken de mensen dat hun visum vervalt en dat zij opnieuw van nul moeten herbeginnen. Dat zijn de mails en noodkreten die wij, en ik vermoed ook uw diensten, op dit moment krijgen.
Ik zal hen het correcte antwoord bezorgen, maar ik denk dat het goed zou zijn, aangezien u over die lijst van mensen beschikt, dat die communicatie automatisch vanuit de diensten naar hen wordt gestuurd. Ik wil daar echt toe oproepen, want op dit moment hebben zij al heel veel angst. Dit is dan nog een bijkomende angstfactor die er onnodig bijkomt. Ik dank u voor uw antwoord. Ik zal de mensen op de hoogte brengen.
Ik kan ook alleen maar blijven pleiten voor het hervatten van de evacuaties uit Gaza. Ik hoop ook dat er vanuit de diensten een heel duidelijke communicatie komt naar de mensen wier visum dreigt te vervallen of misschien al vervallen is.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15.01 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u bent de vijfde minister aan wie ik vandaag een vraag mag stellen. We gaan er dus tegenaan. Het is een vraag die al even rondzweeft, denk ik. Ze gaat terug op een bericht van januari op uw eigen website over een projectoproep rond Housing First.
Dat verbaasde mij toen, omdat u in de plenaire vergadering zelf hebt gezegd dat daklozenopvang en dergelijke geen federale bevoegdheid zijn. Dat is natuurlijk wel de doelstelling van het Housing First-beleid. Maar goed, we nemen wat we kunnen krijgen. Ik vind Housing First belangrijk en beschouw het als een gezond principe. Aangezien het project ook ontbreekt in uw beleidsnota en de begroting, althans op het eerste gezicht, heb ik daarover een aantal vragen.
Hoeveel budget is er dit jaar effectief uitgetrokken en hoeveel projecten worden daarmee gefinancierd? Hoeveel van het budget wordt verstrekt door de Nationale Loterij? Ik heb begrepen dat het om een project samen met de Nationale Loterij gaat. Hoeveel bedraagt de eigen bijdrage van de regering en waar komt dat budget vandaan?
In de projectoproep is een maximumbedrag van 70.000 euro opgenomen. Dat is tegelijk veel en weinig. Als het de bedoeling is om met die 70.000 euro woningen te verwerven en ter beschikking te stellen, lijkt mij dat zeer weinig. Mogelijk zit er een andere doelstelling achter. Welke specifieke doelstelling koppelt u aan het project?
Hoe past het project binnen uw beleid? U hebt gezegd dat het misschien niet rechtstreeks om een federale bevoegdheid gaat, maar hoe ziet u dat dan wel?
Hoe zullen de projecten worden geëvalueerd? Kan een positieve evaluatie leiden tot een structurele verankering van de projectmiddelen? De middelen die voor 2025 waren uitgetrokken, moesten nog worden vereffend. Wat is daarvan de stand van zaken?
Tot slot lees ik in de beleidsverklaring van 2025 dat een bedrag van 220.000 euro moest worden herverdeeld. Wat is daarvan de stand van zaken en welke resultaten zijn daarmee geboekt?
De voorzitter: Ik wil mij niet uitspreken, maar die vraag heeft eigenlijk te maken met uw bevoegdheid inzake Grootstedenbeleid. Hoe kan die dan bij Asiel en Migratie terechtkomen?
15.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Lysebettens, u bent een bezige bij, dus ik ben blij dat ik de vijfde in de rij mag zijn.
Wat uw eerste vraag betreft, er zullen 27 nieuwe Housing First-projecten worden gefinancierd dankzij de samenwerking met de Nationale Loterij en de verantwoordelijke minister Jambon. Er wordt een budget van 3.200.683,43 euro ter beschikking gesteld voor een periode van één tot twee jaar, afhankelijk van de duur van de projecten. De lijst met geselecteerde projecten werd op 31 maart van dit jaar bekendgemaakt. Die werd gepubliceerd op de website van de POD MI.
Wat uw tweede vraag betreft, de projectoproep werd volledig gefinancierd door de Nationale Loterij. De beschikbare kredieten zijn afkomstig uit de subsidieverdelingsplannen voor de boekjaren 2023, 2024 en 2025. De projectdragers nemen elk 20 % van het budget van het voorgestelde project voor eigen rekening.
Wat uw derde vraag betreft, mijn initiatief vormt een aanvulling op de inspanningen van de andere bestuursniveaus en is verankerd in thema's die onder de federale bevoegdheden vallen. De projectoproep voor 2026-2028, die op 23 februari van dit jaar werd afgesloten, had een tweeledig doel: Housing First for Youth en de begeleiding van zorgtrajecten.
De Housing First for Youth-projecten zijn gericht op de leeftijdsgroep van 16 tot 30 jaar en ontwikkelen zorgtrajecten die zijn afgestemd op jongeren zonder vaste verblijfplaats. De projecten voor de begeleiding van zorgtrajecten maken het mogelijk werkmethoden te evalueren die met name gericht zijn op de opvang bij ontslag uit het ziekenhuis, de continuïteit van de zorg voor patiënten buiten ziekenhuisinstellingen en het voorkomen van een verslechtering van hun gezondheidstoestand.
Wat uw vierde vraag betreft, Housing First staat vermeld in mijn beleidsnota Grootstedenbeleid. De Inspectie van Financiën beoordeelt Housing First echter als een usurperende bevoegdheid. Deze projectoproep kadert echter in de subsidies van de Nationale Loterij onder toezicht van de federale regering. Het beheer van de opvangcentra voor daklozen tijdens de winter is geen federale bevoegdheid. Het is dus essentieel dat de rol van de federale overheid en die van de deelstaten duidelijk wordt bevestigd en afgebakend.
Wat uw vijfde vraag betreft, de POD MI zal de verschillende gesubsidieerde projecten evalueren. Daartoe stelt zij een contactpunt ter beschikking van de deelnemende organisaties voor alle vragen met betrekking tot de projecten. De organisaties verbinden zich ertoe tussentijdse en eindverslagen over de inhoud alsook een financieel eindverslag in te dienen bij de POD MI.
Elke geselecteerde organisatie is verplicht actief deel te nemen aan het verzamelen van gegevens die nuttig zijn voor de kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie, gecoördineerd door de POD Maatschappelijke Integratie. Het niet naleven van die verplichting kan de uitbetaling van de subsidie in gevaar brengen. De administratie verstrekt de nodige modellen en het bijbehorende tijdschema.
Voor uw zesde vraag kan ik meegeven dat de afrekening van de kredieten waarnaar u verwijst en die deel uitmaken van een oorspronkelijk budget van 10 miljoen euro van het herstelplan, het volgende mogelijk heeft gemaakt: de aankoop van 44 woningen, renovaties 1 voor acht panden, renovaties 2 voor zeven panden en diverse geraamde administratieve kosten.
Ten slotte, de kredieten die u in uw zevende vraag noemt, hadden betrekking op personeelsleden en werden herverdeeld. Het werk gaat door en is nu gericht op de organisatie van projectoproepen, meer bepaald de opvolging en evaluatie daarvan.
Ten tweede is er de organisatie van een gestructureerd overleg met de gefedereerde entiteiten, waarbij twee keer per jaar alle actoren van Housing First in België, zowel institutionele als verenigingsactoren, worden samengebracht. Dat is erg interessant. Ik heb daar dit jaar zelf ook aan deelgenomen.
Ten derde is er het versterken van de kennis via de jaarlijkse gegevensverzameling over het hele grondgebied en de verspreiding van kennis met het oog op het evalueren en ondersteunen van efficiënte strategieën op het gebied van Housing First. In dat kader blijft de POD Maatschappelijke Integratie de interfederale werkgroep Gegevensverzameling coördineren om de praktijken en indicatoren te harmoniseren en de uitrol van Housing First in België op te volgen.
Ook worden de werkzaamheden van het Europees Platform voor de Bestrijding van Dakloosheid of EPOCH op het gebied van Housing First opgevolgd. Dat heeft met name tot doel de Europese agenda te volgen en kennis en informatie te delen tijdens de vergaderingen van het technisch comité van EPOCH Belgium.
Ten slotte is België vertegenwoordigd op Europese evenementen in verband met Housing First.
15.03 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik dank u voor het gedetailleerde en grotendeels positieve antwoord, mevrouw de minister.
U hebt het evaluatietraject van de geselecteerde projecten zeer grondig toegelicht. Het is goed dat dat gebeurt. Het is mij niet helemaal duidelijk of een structurele verankering van de middelen een mogelijkheid is. Het is mij ook niet helemaal duidelijk of u dat als een bevoegdheid van uzelf beschouwt. Ik ga er vanuit dat dat niet zo is.
U weet dat ik het niet helemaal eens ben met de interpretatie van de usurpatie, dat even terzijde, maar ik wil u wel oproepen om die evaluatie ook te delen met de bevoegde overheden ter plaatse. Ik denk immers dat er veel kan worden geleerd uit de geselecteerde projecten in het kader van Housing First en de specifieke doelgroepen waarvoor die projecten worden opgezet. Als er goede projecten bijzitten, ik ga ervan uit dat dat zo is, moet er toch ook een mogelijkheid zijn om die voort te zetten. Het zou jammer zijn dat we die projecten moeten afbreken omdat de middelen er niet langer zijn. Ik veronderstel bovendien dat de Nationale Loterij die projectmiddelen niet tot in de eeuwigheid zal financieren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik vraag elk jaar via een schriftelijke vraag hoeveel mensen in onze opvangcentra die mogen werken, effectief aan het werk zijn. De eerste keer dat ik dat deed, was ik zeer aangenaam verrast door dat cijfer. Ik hoor hier collega’s soms zeggen dat mensen naar hier komen om het systeem uit te zuigen, zo weinig mogelijk bij te dragen en een leven lang te profiteren. Die cijfers tonen aan dat dat beeld niet klopt. Mensen willen, zodra ze hier zijn, zo snel mogelijk aan de slag. Dat geldt uiteraard niet voor iedereen, maar wel voor een heel grote groep. Meer dan de helft van de mensen die mag werken, gaat ook effectief aan het werk. Er zijn verschillen tussen de centra, maar er is veel bereidheid om te werken.
Nu zien we echter dat die cijfergegevens in 2025 een knik naar beneden vertonen. Eigenlijk wil ik heel eenvoudig weten hoe dat komt. Zou dat te maken kunnen hebben met het KB Cumul?
Ik ben onlangs zelf in het centrum van Poelkapelle geweest, waar ik goed ben ontvangen. Dat is een van de centra waar veel mensen die mogen werken, ook effectief werken. Dat komt onder meer doordat bedrijven hun vacatures in het centrum zelf promoten en er systemen bestaan om die mensen naar de werkplekken te brengen. Ik hoor daar echter ook dat mensen heel veel moeten afgeven op basis van het KB Cumul. Zou hun, ik formuleer het positief, vrij substantiële bijdrage een negatieve impact kunnen hebben op de werkbereidheid? Dat zou uiteraard jammer zijn.
Misschien zegt u dat ik spoken zie. Dat kan, maar dan moet er een andere verklaring zijn. Ik ben zeer benieuwd welke verklaring dat zou kunnen zijn.
Vroeger was er ook het project ‘Asielzoeker zoekt match’. Bestaat dat project nog? Wordt het nog gebruikt? Kunt u daarover wat toelichting geven?
Ik heb het goede voorbeeld van Langemark-Poelkapelle aangehaald omdat ik daar toevallig op bezoek ben geweest en men mij dat daar heeft verteld. Zijn er in andere centra gelijkaardige initiatieven om mensen die mogen werken te stimuleren en hen te helpen bij het vinden van een job?
16.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, wat uw eerste vraag betreft, een deel van de daling is te verklaren doordat minder verzoekers om internationale bescherming toegang vonden tot de arbeidsmarkt. Een ander deel kan worden toegeschreven aan het feit dat verschillende verzoekers om internationale bescherming de opvang hebben verlaten en zelf in hun levensonderhoud voorzien.
In de groep van mensen die de opvang hebben verlaten, zijn er enerzijds personen die vrijwillig het opvangnetwerk verlaten en anderzijds personen die het opvangnetwerk verlaten nadat zij een beperking van de materiële hulp kregen, de code no-show, wegens het niet naleven van de bijdrageplicht.
Het aantal personen dat er vrijwillig voor kiest o mhet opvangnetwerk te verlaten, zit al geruime tijd in de lift. Het aantal vrijwillige vertrekken ligt sinds de invoering van de bijdrageregeling met enkele honderden per maand hoger dan voordien. Een vrijwillig vertrek kan echter vele verschillende redenen hebben, zoals een verblijf bij het eigen netwerk. De motivering voor vrijwillige vertrekken uit de opvang wordt niet bijgehouden.
Het aantal personen dat sinds de invoering van de nieuwe regeling in juni 2025 is vertrokken na de toewijzing van een code no-show wegens het blijvend niet-naleven van de bijdrageplicht, bedroeg op 17 juni van dit jaar 528.
Andere factoren die kunnen verklaren waarom de activeringsgraad is gedaald, zijn wijzigingen in de gezinssamenstelling van de verzoekers om internationale bescherming. Zo verblijft een groter aandeel van hen in familieverband met kinderen in de opvang, wat activering bemoeilijkt. Het is niet mogelijk om vast te stellen of een deel van de activiteit is verschoven naar niet-aangegeven werk.
Wat uw tweede vraag betreft, het project 'Asielzoeker zoekt match' is in zijn oorspronkelijke vorm afgerond. De opgedane expertise en dienstverlening zijn geïntegreerd in de diensten die verantwoordelijk zijn voor begeleiding, waaronder informatieverstrekking en doorverwijzing op het vlak van tewerkstelling en competenties. Er zijn momenteel geen externe partners die aparte projectmiddelen ontvangen inzake activering.
Wat uw derde en vierde vraag betreft, aangezien tewerkstelling geen federale bevoegdheid is, heeft Fedasil niet de opdracht om verzoekers om internationale bescherming intensief en individueel naar werk te begeleiden. Fedasil heeft wel de taak om hen te informeren en door te verwijzen. Fedasil ondersteunt verzoekers om internationale bescherming die willen werken door informatie op te maken en te verstrekken aan de betrokkenen, het opvangnetwerk en de doorverwijzers. Het speelt een informerende en doorverwijzende rol naar lokale netwerken en institutionele partners die wel bevoegd zijn inzake tewerkstelling.
Werkgevers en sectoren met specifieke vragen en noden krijgen een gecoördineerde opvolging op maat, bijvoorbeeld wanneer er dringend behoefte is aan arbeidskrachten in de tuinbouw.
Er zijn samenwerkingsovereenkomsten met de arbeidsdiensten, op basis van het recht van de verzoekers om internationale bescherming om zich bij die diensten voor begeleiding in te schrijven op het moment dat zij toegang krijgen tot de arbeidsmarkt, of, sinds 12 juni, bij de inwerkingtreding van het migratiepact, voor beroepsopleidingscursussen.
Vanuit mijn beleid wens ik de arbeidsmarktintegratie van asielzoekers niet te belemmeren. Daarom bekijk ik momenteel de mogelijkheid om de toegang tot de arbeidsmarkt voor bepaalde categorieën van asielzoekers te vervroegen, zoals dat recent ook in Duitsland werd aangepast.
16.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister.
Dit is een van de domeinen waar u en ik elkaar zouden kunnen vinden binnen het asiel- en immigratiebeleid. Ik ben er sterk van overtuigd dat het voor mensen die in opvangstructuren verblijven, goed is dat zij kunnen werken. Dat is ook een goede zaak voor ons land. Wie werkt, draagt immers bij en heeft bovendien een zinvolle dagbesteding. Mensen leren ook sneller de taal wanneer zij werken. We moeten dus al het mogelijke doen om mensen te stimuleren om te werken.
U hebt verschillende oorzaken aangehaald. Sommige zaken zijn niet duidelijk. Daaraan zou moeten worden gewerkt, vooral omdat er zoveel positieve elementen verbonden zijn aan tewerkstelling.
U gaf aan dat begeleiding naar werk geen kerntaak is. Daar ben ik het volledig mee eens. Het voorbeeld in Langemark vond ik bijzonder positief, omdat men daar werkgevers uitnodigt in het centrum om hun aanbod rechtstreeks aan de bewoners voor te stellen. Ik kan me alleen uitspreken over West-Vlaanderen, waar de krapte op de arbeidsmarkt bijzonder groot is. Zo helpen we de werkgevers, de betrokken mensen én uiteindelijk ook de Belgische staat.
Ik pleit er dus voor om niet louter te stellen dat u het niet zult belemmeren en dat het geen kerntaak is, maar te overwegen om de centra wat meer ruimte te geven om daarmee proactief om te gaan. De voordelen van tewerkstelling voor de verschillende partners zijn immers groot. We kunnen dus grote stappen vooruitzetten met heel kleine inspanningen. Meer heb ik daar niet aan toe te voegen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, u hebt het goed begrepen. Ik was zeer verrast om dat te horen.
Mevrouw de minister, dit is toch opmerkelijke informatie over de gang van zaken in het opvangcentrum in Broechem. Wat is het verhaal? Om te voorkomen dat de bewoners op hun kamer zouden koken, wat veiligheidsrisico's meebrengt, zou beslist zijn om in de hoofdkeuken van het centrum uitsluitend nog halalvoedsel te serveren. Ondanks die aanpassing blijft het oorspronkelijke probleem bestaan. De mensen blijven op hun kamer koken. De maatregel heeft het probleem dus niet opgelost.
Voorzitster:
Maaike De Vreese.
Présidente: Maaike De Vreese.
Als reactie daarop zou men een zelfbedieningskeuken inrichten, dus een extra kleine keuken waar de asielzoekers zelf hun maaltijden kunnen bereiden. Dat roept vragen op over de financiële impact, maar vooral ook over het beheer van het opvangcentrum en het beleid dat daar wordt gevoerd.
Mijn vragen zijn de volgende, mevrouw de minister.
Kunt u dat bevestigen? Bevestigt u dit voorval en de specifieke beslissingen in het opvangcentrum van Broechem?
Hoelang wordt er al uitsluitend halalvoedsel geserveerd in de grootkeuken van dit centrum? Als dat ondertussen is stopgezet, hoelang heeft men dat gedaan?
Klopt het plan voor de nieuwe kookfaciliteiten en hoeveel zal de bouw en inrichting van die zelfbedieningskeuken kosten?
Zijn er nog andere vergelijkbare situaties in andere centra, zowel wat betreft het exclusief serveren van halalvoedsel als het bijbouwen van keukens wegens het koken op de kamers? Zo ja, om welke centra gaat het precies en wat zouden de meerkosten daarvan bedragen?
17.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Bertrand, de aaneenschakeling van beslissingen die u vooropstelt, komt niet overeen met de realiteit. Het klopt dat het beleid van het agentschap erop gericht is koken op de kamers te vermijden en daarop gepast te reageren als dat zich toch voordoet. Zoals in elk opvangcentrum worden ook in Broechem bewoners daarop betrapt.
Vanuit hygiënisch oogpunt en met het oog op de preventie van incidenten gaat men dit in de centra zoveel mogelijk tegen. Elk opvangcentrum beschikt over een huishoudelijk reglement dat bepaalt dat het verboden is op de kamer te koken.
De intentie om een individuele kookgelegenheid te installeren staat daar los van. Fedasil heeft de intentie zelfkookvoorzieningen te organiseren in het opvangcentrum in Broechem. Net als in andere centra waar nu nog sprake is van collectieve catering, wordt getracht dat aanbod te realiseren door de installatie van een beperkt aantal individuele kookgelegenheden. Dit stelt de bewoners in staat om uitzonderlijk en beurtelings zelf te koken.
De exacte kosten zijn nog niet bekend, maar het gaat niet over bijbouwen, maar wel om kleine aanpassingswerken in de bestaande gebouwen. Zelfkookfaciliteiten zijn op meerdere vlakken een win-win. Ten eerste zijn ze vaak goedkoper dan fullservice collectieve catering, zodat er een besparing wordt gerealiseerd. Ten tweede versterken ze de individuele autonomie van de bewoners. Ten derde ondersteunen ze de lokale handelaars. Ten vierde verminderen ze de spanningen onder de bewoners.
De overheidsopdracht voor de catering in de federale opvangcentra, die ook van toepassing is op Broechem, werd gegund tijdens de vorige legislatuur, waarin u als staatssecretaris van Begroting deel uitmaakte van de regering.
In het lastenboek wordt van leveranciers verwacht dat het aanbod afgestemd is op de doelgroep en dat zij flexibel zijn als die doelgroep wijzigt. Daarnaast mag die flexibiliteit nooit een prijsstijging inhouden, aangezien zij expliciet deel uitmaakt van de basisprestaties en een prijswijziging op die basis niet opgenomen is in de volgens het bestek toegelaten wijzigingen aan de opdracht.
17.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mevrouw de minister, u hebt min of meer geantwoord met betrekking tot de financiële aspecten, maar de hoofdvraag was natuurlijk waarom daar uitsluitend halalvoedsel geserveerd wordt. Ik kan daar niet achter staan. U hebt dat niet ontkend. U hebt dat ook niet bevestigd. Ik heb die informatie gekregen van iemand die daar gewerkt heeft. Een van de twee personen zou dan niet de waarheid spreken. Ik geloof de getuigenis van de persoon die daar maandenlang gewerkt heeft.
Dat er halalvoedsel wordt geserveerd, begrijp ik volledig. Dat er uitsluitend halalvoedsel wordt geserveerd, daar heb ik echter een fundamenteel probleem mee. Het wordt opgelegd aan andere mensen die deze keuze niet hebben gemaakt. De vraag was sinds wanneer dat in dat centrum wordt gedaan en in welke andere centra dat ook gebeurt. Ik vind dat een fundamenteel problematisch beleid.
U hebt er niet op geantwoord. Ik ben verrast, want dat was natuurlijk essentieel in de vraag. Dat was ook de aanleiding voor de aanpassingen die gebeurd zijn. U zegt dat dit niet de aanleiding is en dat dit gewoon een keuze is die overal wordt gemaakt. Oké, geen probleem.
Ik heb die informatie uit de eerste hand gekregen van iemand die daar maandenlang heeft gewerkt. Waarom zou die persoon liegen? Waarom antwoordt u daarop niet? Wat is de situatie? Dat was de vraag, mevrouw de minister. Ik vind dat heel belangrijk. Dat zijn fundamentele samenlevingskeuzes. Ik denk dat dit probleem zich niet alleen stelt in asielcentra, het kan zich overal stellen. Uitsluitend halalvoedsel serveren en dat aan iedereen opleggen, vind ik zeer erg. Ik begrijp dan ook niet dat u daarop geen antwoord hebt gegeven. Ik vermoed dat dit een bevestiging is van die situatie.
18.01 François De Smet (DéFI): Madame la présidente, je renvoie à la version écrite de ma question.
La presse a consacré récemment un dossier au
futur centre fermé de Jumet, présenté comme un équipement-clé de la politique
fédérale d'asile et d'éloignement,
La création du nouveau centre fermé à Jumet
concrétise la deuxième phase du Masterplan Centres fermés approuvé par le
Conseil des Ministres en mai 2017.
La création de ce centre, dont la
construction devrait débuter en janvier 2027,
soulève des questions qui ne peuvent être résolues par la seule
communication ministérielle et qui justifient un débat parlementaire complet,
conformément aux exigences de la Convention européenne des droits de l'homme et
de la jurisprudence constante de la Cour européenne en matière de privation de
liberté administrative.
Sur le site de la Régie des Bâtiments, qui
est chargée de cette construction, on peut lire: “C’est le Plan intégré
d'infrastructure relatif au retour approuvé en février 2022 qui constitue le
cadre de ce projet ainsi que de tous les projets d’infrastructures de retour de
l’Office des Étrangers qui prône une politique de retour sans cruauté. Le
nouveau Centre fermé pour illégaux de Jumet sera le second en Wallonie et
permettra d’augmenter la capacité d’accueil des centres fermés en Belgique. Une
fois en fonction, il sera géré par l’Office des Etrangers.”
En conséquence, Mme la ministre peut-elle me
faire savoir:
a)Quelle sera la capacité d'accueil exacte
du centre de Jumet, ventilée par type d'occupant (adultes isolés, familles,
mineurs accompagnés, mineurs étrangers non accompagnés)?
b)si elle confirme, ou exclut la détention de mineurs?
c) Quel est le calendrier précis de mise en
service, et quel est le coût d'investissement total ainsi que le coût récurrent
annuel projeté (personnel, sécurité, soins, scolarisation éventuelle, recours
juridique)?
d) Quelles garanties procédurales seront
effectivement opposables aux personnes détenues : accès systématique à un
avocat dès l'arrivée, à un médecin indépendant, à un interprète, et délai
maximum d'examen judiciaire de la mesure?
e) Quelle articulation est prévue entre la capacité de détention administrative annoncée et la capacité d'éloignement effective: combien d'éloignements effectifs sont attendus depuis Jumet par mois, et sur quels accords de réadmission reposent-ils?
Le centre est construit pour la détention administrative des étrangers sans titre de séjour. Compte tenu de l'afflux actuel, il est prévu par l'Office des étrangers que la population du centre soit composée d'hommes.
Les mineurs non accompagnés, quant à eux, ne peuvent pas être détenus comme des familles avec les enfants mineurs. Comme prévu dans l'accord de gouvernement, l'interdiction de placer des enfants en centre fermé fera l'objet d'une évaluation.
En ce qui concerne votre troisième question, selon les données actuelles de la Régie des Bâtiments, le début des travaux est prévu à partir d'avril 2027, la mise en service étant prévue pour début 2029. Comme pour tous les projets de construction de grande envergure, ce calendrier est indicatif.
Voorzitter: Ortwin Depoortere.
Président: Ortwin
Depoortere.
Eu égard aux droits et aux procédures, ils seront garantis, comme c'est actuellement le cas dans les centres fermés par les dispositions de la législation en vigueur, plus particulièrement par l'arrêté royal du 2 août 2002 fixant les régimes et les mesures de fonctionnement dans les centres fermés.
Enfin, à propos de la capacité, elle a été initialement fixée dans le masterplan des centres fermés de 2017, puis confirmée en 2022 dans le plan d'infrastructure intégré pour le retour.
L'Office des étrangers s'efforce en permanence d'éloigner effectivement le plus grand nombre possible d'étrangers en séjour illégal détenus dans les centres fermés. Pour diverses raisons, ce n'est toutefois pas possible dans tous les cas dans la pratique.
18.03 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19.01 Maaike De Vreese (N-VA): Hier stel ik eigenlijk graag vragen over, minister. We zien in de cijfers die het Commissariaat-generaal van de Vluchtelingen en de Staatlozen gepubliceerd heeft dat er in de recente instroom, in mei, opnieuw een daling is vastgesteld, met 28 % ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. We zien nu zeker al vijf maanden op rij dat er een ernstige daling is, zeker vergeleken met het gemiddelde binnen de Europese Unie. Dat komt natuurlijk door het feit dat u crisismaatregelen genomen hebt en dat u er telkenmale aan werkt de instroom naar beneden te krijgen. Ik meen dat de hervormingen die u uitvoert, conform het regeerakkoord, hun effect niet missen.
Wat ik ook merk, is dat de beschermingsgraad ten opzichte van vorig jaar opnieuw een dalende trend vertoont. Terwijl er in mei 2025 nog een beschermingsgraad van 30,8 % was, was die in mei 2026 25,5 %. In de eerste maanden van 2025 was die nog 34 %, maar we zien dat die in enkele maanden met 10 % gedaald is. Als we kijken naar de periode 2016-2018, zien we daar een erkenningsgraad van meer dan 50 %. Dan vind ik dat er terecht aandacht is voor het feit dat er minder asielaanvragen zijn, maar er worden ook minder mensen erkend.
Kunt u toelichting geven over wat de belangrijkste redenen zijn voor de dalende beschermingsgraad?
Ziet u de beschermingsgraad nog verder dalen? Meent u dat er ergens een limiet is? Wat voorspellen de diensten?
Hoe komt het precies? Er is een aantal redenen dat voor de hand ligt, maar zijn er nog achterliggende redenen die u ons kunt meegeven?
19.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw De Vreese, in maart van dit jaar lag het aantal aanvragen op het laagste niveau sinds 2022. Daarbij ging het om een daling van 23 % ten opzichte van maart vorig jaar. In april zette die trend zich verder. Ten opzichte van april vorig jaar – wat ook al een daling was ten opzichte van het jaar daarvoor – daalden de asielcijfers met 27 %. Ook in mei van dit jaar was er een sterke daling van 28 % ten opzichte van mei 2025.
In de eerste vijf maanden van 2026 was er op Europees niveau sprake van een gemiddelde daling van ongeveer 16 % van de asielcijfers in vergelijking met dezelfde periode in 2025. België scoort met een gemiddelde daling van 30,5 % bovengemiddeld goed in vergelijking met de andere Europese lidstaten. Dat de Belgische cijfers het beter doen dan het Europees gemiddelde, is het geval sinds de invoering van de crisismaatregelen in augustus vorig jaar.
Het is nog opvallender als u weet dat onder de vorige regering de asielcijfers in België nog met 12 % stegen, terwijl het Europees gemiddelde met 12 % daalde. We zien dus dat ons beleid een ontradend effect heeft. Door op verschillende vlakken de regels aan te scherpen, zenden we een duidelijke boodschap uit: België is niet het land van melk en honing waar je zomaar asiel of opvang krijgt.
Tot slot, wat de beschermingsgraad betreft: in april van dit jaar bedroeg die 24,5 % en in mei, zoals u aangeeft, 25,5 %. De redenen voor een dalende beschermingsgraad zijn dat er meer niet-ontvankelijkheidsbeslissingen worden genomen, onder andere ten aanzien van Syriërs of personen met een M-status.
19.03 Maaike De Vreese (N-VA): Bedankt, minister. Ik ben benieuwd naar een meer gedetailleerde analyse van die beschermingsgraad, zeker wat betreft die niet-ontvankelijkheidsbeslissingen van onder andere Syriërs. Ik denk dat we dat goed onder de loep moeten nemen en eens moeten vergelijken met andere landen. Maken we daar inderdaad een verschil, en waardoor komt dat dan precies? Dat kan bijvoorbeeld komen doordat we bepaalde zaken hebben verstrengd, waardoor die cijfers binnen een bepaalde populatie of gemeenschap inderdaad dalen. Dan kunnen we bekijken op welke manier nog andere maatregelen kunnen worden genomen.
Ik denk dat het een goede zaak is dat de cijfers en het aantal aanvragen dalen, maar ook dat de erkenningsgraad daalt. Dat wil zeggen dat er ook sterk moet worden gewerkt aan terugkeer. Als ik dan even mag terugkomen op het vorige debat in verband met de tewerkstelling: met een erkenningsgraad van 20 % denk ik niet dat het de bedoeling is om mensen te integreren. Ik denk dat u vooral moet werken aan een zeer snelle asielprocedure, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn. Met die 20 à 25 % die erkend zijn, moet dan op Vlaams niveau volop aan de slag worden gegaan om die mensen zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt te krijgen.
De eerste taak van u als minister van Asiel en Migratie is om de mensen zo snel mogelijk duidelijkheid te geven in die asielprocedure, liefst nog vóór die vier maanden, want ze moeten vier maanden wachten voor ze kunnen werken. Zo doen we ook geen nodeloze integratie en geven we die mensen geen valse hoop. We weten immers ook dat die mensen valse hoop krijgen als ze beginnen te werken, hier naar school gaan of de taal leren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20.01 Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, hier ben ik weer, over diezelfde walgelijke figuur Mohamed Khatib. "Mohamed Khatib, de terroristenleider van Samidoun in Europa en een asielbedrieger, wordt vanaf vandaag op de zwarte OFAC-sanctielijst van het Amerikaanse ministerie van Financiën gezet. Gedaan met al die decolonize- en intifadaronselreisjes door Europa." Einde citaat, want dat zijn niet mijn woorden, maar wel die van minister van Defensie Theo Francken, u welbekend, mevrouw de minister. Ik citeer hem, want als het goed is, zeggen we het uiteraard ook.
Mijn vraag is natuurlijk of het inderdaad gedaan is met al die decolonize- en intifadaronselreisjes door Europa. Kan Mohamed Khatib inderdaad niet meer reizen op ons continent, in België? Wat is de stand van zaken, minister, met betrekking tot de verblijfsstatus en verblijfplaats of woonplaats van Mohamed Khatib? Indien Mohamed Khatib – laat ons hopen – zich niet meer in België zou bevinden, kan hij dan desgewenst nog naar België reizen? Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.
20.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Dank u wel, mijnheer Van Rooy.
Wat uw eerste vraag betreft, de betrokkene heeft een schorsend beroep ingediend – ik heb u daar al op geantwoord – bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tegen de beslissing van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen van 31 juli 2025, die zijn vluchtelingenstatuut intrekt. De intrekkingsbeslissing van het CGVS is dus nog niet definitief, aangezien er een beroep is ingediend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Op uw tweede vraag, aangezien er nog geen uitspraak is in het beroep dat aanhangig is bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, werd er ook nog geen beslissing genomen over de verblijfstitel. Men kan dat niet doen zolang die uitspraak er niet is van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Wat uw derde vraag betreft, door het hangende beroep heeft hij het recht om in België te verblijven en ernaar terug te keren.
Voor vragen betreffende de binnenlandse veiligheid of Justitie dien ik u door te verwijzen naar mijn bevoegde collega’s.
20.03 Sam Van Rooy (VB): Ja, minister, het is natuurlijk al erg genoeg dat deze regering de jihadistische organisatie Samidoun nog altijd niet verboden heeft – over prioriteiten gesproken –, maar ik heb het hier dus opnieuw, en ook bij de andere ministers – maak u geen zorgen –, over Samidounleider Mohamed Khatib, die dodelijk jihadistisch terrorisme verheerlijkt.
Hij steunt terreurorganisatie Hamas. Hij noemt de geëlimineerde Hamasleider Yahya Sinwar een “voorbeeld van een leider” en de genocidale massaslachting van Hamas op 7 oktober 2023 noemde hij “een grote dag”. En weet u wat, minister? U krijgt zelfs Mohamed Khatib niet onmiddellijk het land uit, maar het overgrote deel van de Palestijnen uit Gaza, en bij uitbreiding talloze moslims op ons grondgebied, denken er net zo over.
In tegenstelling tot deze regering zeg ik dus, de schrander auteur Douglas Murray indachtig: I do not want to live in a country with Hamas supporters. I want them deported. Simpel. Ik wil niet leven, minister, in een land met Hamassupporters. Ik wil dat ze worden gedeporteerd, direct. Zo simpel is het.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56016260C van de heer Van Rooy werd reeds beantwoord.
21.01 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, het Grondwettelijk Hof vernietigde recent een bepaalde bepaling van een van de crisismaatregelen die u had genomen, een zeer belangrijke bepaling, namelijk het feit dat mensen die hier geen opvang krijgen wel materiële hulp krijgen, maar niet in financiële vorm. Waarom is die maatregel belangrijk? Als men mensen een financiële uitkering of bijstand geeft, zorgt dat natuurlijk voor een aanzuigeffect richting dit land. In het verleden kregen ze af en toe financiële steun via het OCMW, en door de maatregel die u nam, zou ook het OCMW daarvan natuurlijk worden ontlast.
Ik vind het opmerkelijk dat het Grondwettelijk Hof deze maatregel vernietigt, maar het is wel belangrijk te benadrukken dat er momenteel inderdaad geen probleem is qua opvang, aangezien de cijfers dalen. Iedereen komt dus in aanmerking om in een opvangstructuur te worden opgenomen.
Waar we daar botsen, is het standstillbeginsel van artikel 23 van de Grondwet. We zien al in verschillende thematieken dat artikel 23 ervoor zorgt dat bepaalde hervormingen, waarvan ik vind dat ze wel degelijk noodzakelijk zijn, niet of slechts zeer moeilijk kunnen worden doorgevoerd. Nochtans zien we daarvoor een zeer groot draagvlak binnen onze bevolking en ook een meerderheid hier in de regering.
Kunt u meer toelichting geven bij dat arrest? Het is ondertussen al een tijdje geleden. Wat is uw juridische analyse en op welke manier zult u uw beleid aanpassen, bijsturen of corrigeren? Kunt u verder toelichten welke impact dit op dit moment heeft op het beleid en welke timing u daarvoor vooropstelt, mevrouw de minister?
21.02 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik ging eigenlijk verwijzen naar mijn vraag zoals ingediend, maar toen begon collega De Vreese over artikel 23 en het standstillbeginsel. Dat is een artikel dat ik tot de laatste dag dat het bestaat zal verdedigen, want het is natuurlijk op basis van dat artikel dat men ons in West-Vlaanderen bijvoorbeeld niet permanent giftig drinkwater kan geven. U begrijpt dus dat ik dat artikel altijd zal verdedigen. Ik wilde dat toch even gezegd hebben, maar aangezien ik dat nu heb gezegd, kan ik niet meer verwijzen naar mijn vraag zoals ingediend, dus zal ik ze toch stellen.
Het Grondwettelijk Hof heeft, zoals eigenlijk verwacht, de wetgeving die het recht op leefloon voor verzoekers om internationale bescherming beperkte, definitief vernietigd. In principe hebben verzoekers om internationale bescherming alleen recht op materiële opvang – dat weten we allemaal –, maar in uitzonderlijke situaties kon er toch een leefloon worden toegekend wanneer het opvangnet verzadigd was of wanneer de opvang niet aangepast was aan de specifieke noden van een persoon, zoals bijvoorbeeld medische problematieken.
In een communicatie op sociale media gaf u aan, mevrouw de minister, dat u het arrest zult respecteren, maar u stelde ook dat er in de praktijk niets verandert omdat iedereen die recht heeft op opvang ook effectief toegang heeft tot het opvangnetwerk. Daar hebben we het daarnet ook al over gehad.
In mijn voorbereiding staat nog – ik zal het voorlezen omdat ik het ook echt geloof – dat we allebei weten dat dit niet klopt, want de wachtlijst is niet weggewerkt en de plaatsen binnen de Brussels Deal zijn niet specifiek alleen voor asielzoekers. Goed, over dat stuk van de beschrijving bent u het al niet eens, maar ik zal u toch mijn vragen voorleggen.
Zult u het arrest van het Grondwettelijk Hof daadwerkelijk respecteren? Erkent u dat een leefloon nog steeds kan worden toegekend wanneer de opvang niet aangepast is aan de specifieke noden? Erkent u dat verzoekers om internationale bescherming die geen toegang krijgen tot het reguliere opvangnetwerk niet automatisch toegang krijgen tot de Brussels Deal en bijgevolg recht kunnen hebben op een leefloon? En hoe zult u voorkomen dat toekomstige wetgeving telkens weer wordt teruggefloten door het Grondwettelijk Hof?
21.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je renvoie au texte de ma question déposée.
Madame la ministre,
Le 26 février dernier, la Cour
Constitutionnelle a suspendu deux de vos mesures par son arrêt n° 23/2026
introduit par des demandeurs d'asile concernés. Elles concernaient d'une part
la suppression du droit d'accueil pour les personnes bénéficiant d'asile dans
un autre pays de l'UE, et de l'autre la suppression d'aide financière pour les
demandeurs d'asile. Et ce 21 mai, la Cour a rendu sa décision finale sur cette
deuxième mesure et a annulé ce volet de votre loi.
Cette aide financière était octroyée
lorsqu'il n'y avait aucune possibilité d'octroyer une aide matérielle (une
place dans un centre d'accueil) à cause la saturation du réseau ou si aucune
place adaptée à la situation particulière n'était libre. Lors du vote de ce
texte, nous avions exprimé notre grande inquiétude face au fait que cette
mesure allait entraver à la dignité humaine des personnes concernées, qui
allaient être contraints de vivre à la rue. Et la Cour Constitutionnelle nous a
donné raison.
En effet, la Cour soutient que cette mesure
entraîne un recul significatif non justifié de la garantie du droit à une vie
conforme à la dignité humaine (article 23 de la Constitution), une violation du
droit au respect de la vie privée et familiale (article 22), et de l'égalité
devant la loi et la non-discrimination (articles 10 et 11), lu conjointement
avec les dispositions de la directive européenne d’accueil des demandeurs
d'asile de 2013. La Cour s'est en outre appuyée sur plusieurs arrêts de la Cour
de Justice de l'Union Européenne pour justifier cette annulation.
Vous avez réagi à cette décision de la Cour
en affirmant que cela "ne changera pas grand-chose", puisqu'il y a
beaucoup moins de demandes d'asile, et donc plus de places libérées dans notre
réseau d'accueil. Mais en parallèle, vous voulez réduire drastiquement les
capacités d’accueil cette législature, de quelque 35 000 places à 12 000.
Madame la ministre,
Confirmez-vous que vous allez appliquer
cette décision et octroyer une aide financière aux demandeurs d'asile qui n'ont
pas de place en centre d'accueil adaptée à leur besoins ?
Comment allez-vous vous assurer que les
demandeurs d'asile qui se sont vu refuser de l'aide financière seront mis au
courant de l'annulation de votre mesure, et pourront avoir recours à cette aide
des CPAS ?
Pouvez-vous nous donner les chiffres
d'occupation des centres d'asile qui appuient votre argumentaire ?
Je vous remercie.
21.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw De Vreese, mevrouw Hugon Lecharlier, mijnheer Vandemaele, het Grondwettelijk Hof vernietigde de bepalingen die de mogelijkheid afschaffen in bijzondere omstandigheden materiële hulp in financiële vorm toe te kennen aan asielzoekers. Met andere woorden, deze wet wilde ervoor zorgen dat de asielzoekers alleen materiële steun ontvangen in de vorm van opvang in een centrum en geen financiële steun via het OCMW. Op die manier zouden we enerzijds de OCMW’s ontlasten en anderzijds het aanzuigeffect wegnemen dat ontstaat wanneer financiële hulp in crisissituaties te gemakkelijk toegankelijk wordt.
Ik respecteer de rechtsstaat en daarom zullen we het nodige gevolg geven aan dit arrest. De wet zal conform het arrest van het Grondwettelijk Hof worden aangepast, voor zover nodig. Het Hof vernietigde de bepalingen onder meer omdat artikel 23 van de Grondwet geschonden zou zijn. Volgens het Hof zouden de bestreden bepalingen met name leiden tot een wezenlijke achteruitgang in het beschermingsniveau van het recht op menselijke waardigheid, het recht op maatschappelijke hulp en het recht op een behoorlijke huisvesting.
Onder het huidige beleid daalde de instroom al significant en is er voor iedereen die daar recht op heeft een plaats in het opvangnetwerk of binnen de Brussels Deal. Ik zal het gewoon herhalen, mijnheer Vandemaele. We hebben er misschien elk een andere visie over, maar goed, geen enkele asielzoeker met recht op opvang moet vandaag op straat slapen. Dat is ook te merken aan het aantal veroordelingen met dwangsommen, dat onder deze regering daalde met maar liefst 54 %. Het arrest zal in de praktijk dus maar weinig veranderen.
Er is met andere woorden met de huidige instroom geen aanleiding financiële hulp te geven wegens het gebrek aan opvangplaatsen. Breder blijft wel de vaststelling dat artikel 23 van de Grondwet vandaag bijna elke fundamentele hervorming onmogelijk maakt. Dit is en blijft een Grondwettelijke aberratie. Samen met Ecuador is België het enige land ter wereld dat een dergelijke rem plaatst onder sociaaleconomische hervormingen. We zijn in dit land decennialang veel te gul geweest. Wanneer men eindelijk de tering naar de nering wil zetten, botst men op een systeem dat een legitieme aanpassing bijna onmogelijk maakt.
Ik voer dit arrest uit, maar ik blijf werken aan een asielsysteem dat wel werkt en op de steun van de bevolking kan rekenen.
21.05 Maaike De Vreese (N-VA): Daar vertrouwen we op, minister.
21.06 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Wat moeten we op de duur nog zeggen tegen elkaar. Aanzuigeffect, een gemakkelijk leefloon, ik snap wel dat u dat riedeltje blijft herhalen, maar ik meen dat de werkelijkheid ook haar rechten heeft.
Maar goed, u blijft het maar doen. Ik zal mijn alternatieve versie dan ook maar blijven vertellen. Ik zal vooral artikel 23 blijven verdedigen. Ik snap dat de N-VA sinds kort haar pijlen richt op artikel 23, want dat staat haar geweldig in de weg. Natuurlijk, als de essentie is, sociale afbraak, als de essentie is, opgebouwde rechten afbreken, of het nu gaat over sociale rechten, milieuwetgeving, uiteraard staat artikel 23 dan in de weg.
Eén ding is zeker. Mijn partij zal artikel 23 verdedigen tot de allerlaatste dag.
21.07 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre, mais vous continuez à dire qu'aucune personne ayant droit à l'accueil ne dort dans la rue, alors qu'on vient d'avoir tout un échange qui prouvait que ce n'était pas le cas. Je ne comprends pas pourquoi vous persistez avec cette affirmation.
À l'instar de mon collègue, je comprends bien que l'article 23 vous gêne, mais c'est à mon avis une disposition tout à fait fondamentale. Contrairement à ce que vous dites, elle n'empêche absolument pas de faire des réformes. Elle vous oblige simplement à les justifier correctement. Et c'est une mesure protectrice qui permet d'éviter des reculs trop importants et non justifiés. Des obligations y sont donc liées, mais elle n'empêche absolument pas de faire la moindre réforme qui soit bien pensée.
Je vous conseille par ailleurs la lecture du rapport annuel 2025 de l'Institut Fédéral des Droits Humains (IFDH) qui consacre justement cet ouvrage à la protection des droits sociaux, et donc à l'article 23. Cela pourrait être très instructif.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
Le président: Mme Hugon Lecharlier trouve
qu’une majorité des Belges est favorable à la régulation.
En mevrouw De Vreese zegt dat het maatschappelijk draagvlak ontbreekt. En toch zijn hun vragen samengevoegd.
22.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le 14 avril dernier, le gouvernement espagnol a officiellement validé une mesure de régularisation de 500 000 personnes sans papiers, dont la mise en œuvre a entre-temps débuté. À cette occasion, le premier ministre espagnol, M. Pedro Sánchez, soulignait qu’il s’agissait d’un acte de justice et de normalisation de la situation de centaines de milliers de personnes qui font déjà partie intégrante de la société espagnole et qui, pour la plupart, travaillent déjà. En faisant ce choix, l’Espagne nous montre qu’une autre politique en matière d'asile est possible.
Par ailleurs, une étude récente du Centre d’Études de l’Ethnicité et des Migrations de l’Université de Liège démontrait que 53 % des Belges – soit une majorité – sont favorables à la régularisation des personnes sans papiers qui travaillent. Cette mesure est même populaire des deux côtés de la frontière linguistique: six Bruxellois et Wallons sur 10 y sont favorables, tout comme près d’un Flamand sur deux.
Lorsque l’on connaît les difficultés d’accueil auxquelles sont confrontés les demandeurs d’asile, une telle mesure pourrait faciliter leur intégration dans la société en leur donnant l’opportunité de participer pleinement à la vie sociale et économique de notre pays, ce qu’ils font déjà en sous-marin. À la lumière de cette décision importante du gouvernement espagnol et de cette étude récente, mes questions sont les suivantes. Cette décision du gouvernement espagnol a-t-elle suscité des réflexions au sein du gouvernement – on peut rêver? Avez-vous pris connaissance de l’étude réalisée par l’Université de Liège? Quels enseignements en tirez-vous?
22.02 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, toen ik de vraag van collega Hugon Lecharlier zag, stelde ik vast dat ik andere conclusies trek wanneer ik rondwandel en de studie bekijk. Er is inderdaad een recente bevraging van het Centre d'Études de l'Ethnicité et des Migrations van de Universiteit van Luik. Het centrum publiceerde een studie over de houding van de bevolking tegenover regularisaties van mensen zonder wettig verblijf. Uit die cijfers blijkt dat er geen draagvlak is voor een algemene regularisatie van personen zonder wettig verblijf. Slechts een vijfde kon zich daarin vinden. Ook de steun voor regularisatie van mensen die sterke sociale banden hebben opgebouwd, blijft met 44,5 % onder de helft.
De massale regularisatie door de Spaanse regering van maar liefst 500.000 mensen is trouwens een compleet verkeerd signaal. Ik ben principieel tegenstander van collectieve regularisaties.
De studie geeft aan dat een kleine meerderheid van de bevolking voorstander zou zijn van de regularisatie van mensen die hier werken of een knelpuntberoep uitoefenen. Er zou naar mijn mening een heel ander antwoord uit de enquête komen als bij de vraagstelling ook de juiste duiding zou zijn gegeven. De geschiedenis en het verleden hebben bewezen dat regularisatiecampagnes een aanzuigeffect creëren en op die manier voor bijkomende instroom zorgen.
Het verleden heeft ook bewezen dat regularisatiecampagnes, zeker wanneer ze worden gekoppeld aan werk, ertoe leiden dat mensen worden uitgebuit door mensenhandelaars en van hen afhankelijk worden gemaakt. Dat is zeker niet humaan. Bovendien gaat het, voor wie buiten de bepaalde criteria valt, gepaard met hongerstakingen en pure ellende.
Mevrouw de minister, ik bekijk die cijfers inderdaad volledig anders.
Daar komt nog bij dat er legale wegen bestaan om hier te komen werken. Wie regularisatie toekent aan mensen die hier op illegale wijze komen en hier worden tewerkgesteld, behandelt degene die onze regelgeving op een correcte manier toepast op een oneerlijke manier.
Op die manier wordt alleen maar aangemoedigd om illegaal naar hier te komen en hier illegaal te blijven werken. Dat komt neer op een de facto opengrenzenbeleid, zeker als na een aantal jaar systematisch en telkens opnieuw een grote regularisatiecampagne wordt georganiseerd.
Dat staat haaks op mijn visie op wat migratie zou moeten inhouden. Het staat ook haaks op het regeerakkoord. In ons land is er duidelijk geen draagvlak voor illegale migratie. Ik blijf bij mijn standpunt dat illegale migratie nooit beloond mag worden.
Mevrouw de minister, hoe beoordeelt u die studie? Deelt u onze mening dat er absoluut geen maatschappelijk draagvlak is voor collectieve regularisaties?
Hoe beoordeelt u de Spaanse massaregularisatie? Indien er personen uit Spanje doorreizen naar België, welke impact schat u in qua grootteorde en het effect op onze Dublincentra? Moeten er extra afspraken worden gemaakt met de Spaanse autoriteiten?
22.03 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Hugon Lecharlier, madame De Vreese, la position de ce gouvernement concernant les campagnes de régularisation est claire et figure à la page 168 de l'accord de gouvernement. Cette position n'a pas changé et ne changera pas.
Ik steun dan ook niet het idee achter dergelijke massale regularisatiecampagnes.
Een collectieve regularisatie kent in mijn ogen enkel negatieve effecten. Zo is er een overduidelijke poolfactor naar ons land, omdat we door één regularisatiecampagne verwachtingen creëren voor een volgende. Mevrouw De Vreese heeft daar ook naar verwezen.
Daarnaast zet dat een enorme druk op de administraties en ondergraaft het de geloofwaardigheid van een migratiebeleid. Om nog maar te zwijgen van hoe oneerlijk een dergelijke regularisatiecampagne is ten opzichte van personen die een legaal migratiekanaal volgen. Met een dergelijke regularisatie wordt illegaal verblijf alleen maar aangemoedigd, met als gevolg zwartwerk, uitbuiting, het ten prooi vallen aan huisjesmelkerij, criminaliteit enzovoort. Het zijn naar mijn idee niet meteen zaken waar iemand voor staat te springen.
Ik acht de kans momenteel vrij klein dat de Spaanse regularisatiegolf ook in ons land tot een verhoogde instroom van migranten leidt. Een aanpassing van de werkafspraken is dan ook momenteel nog niet aan de orde.
22.04 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Je pense que les personnes qui encouragent à venir de façon illégale sont celles qui restreignent chaque jour davantage les voies légales pour arriver ici. Il n'y a pas de miracle. Si on rend plus difficile le fait d'arriver par des voies légales, les personnes qui quittent leur pays d'origine pour des raisons impératives viennent par des voies illégales.
En tout cas, ce qui est certain, c'est que chez Ecolo, nous voulons établir des critères légaux, clairs, permanents pour la régularisation de personnes sans papier, notamment en donnant accès à la régularisation par le travail. Les personnes sans papier ont en général des attaches durables avec la Belgique. Elles vivent ici, elles participent à la société, elles scolarisent leurs enfants dans les mêmes écoles que nous. Beaucoup d'entre elles travaillent ici, parfois depuis de nombreuses années. Et c'est bien là qu'il y a de l'exploitation et du travail au noir, parce qu'elles ne bénéficient pas de droits sociaux et bien souvent, ces personnes travaillent dans des conditions indignes. La régularisation de personnes sans papier doit se faire sur des critères clairs et permanents.
Le fait d'avoir un travail ou une promesse d'embauche devrait être un critère décisif. Régulariser les travailleurs et travailleuses sans papier, c'est aussi renforcer le financement de la sécurité sociale et lutter contre le dumping social. Ces personnes ne veulent pas profiter du système, elles souhaitent simplement y vivre et qu'on y reconnaisse la place qu'elles y tiennent déjà.
Vous refusez leur contribution, j'en prends acte sans beaucoup d'étonnement.
22.05 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw Hugon Lecharlier, ik vind het altijd vreemde redeneringen van linkse partijen. Ze zeggen steeds een grote voorstander te zijn, terwijl zelfs ngo’s zeggen dat de regularisatie op basis van tewerkstelling zoals we die gekend hebben onder Wathelet, een grote fiasco was. Ik kan dat weten, want ik heb die controles op het terrein uitgevoerd. Ik heb die mensen gesproken en die dossiers gezien. Ik kan dus ook bevestigen dat er daardoor heel wat uitbuiting is geweest, met spookfirma's en mensen die afhankelijk werden gemaakt van hun werkgever. Er bestaan voldoende mogelijkheden, en ook strikte regels, om hier te komen werken.
Wat jullie eigenlijk doen, is een voordeel geven aan mensen die hier illegaal binnenkomen en hier blijven. Tegelijk geven jullie het signaal dat het helemaal geen zin heeft om te vertrekken en dat men dat zelfs niet hoeft te doen.
Bij dat soort campagnes kunnen we de vrijwillige terugkeer tot nul herleiden. Nochtans pleiten jullie altijd voor vrijwillige terugkeer en willen jullie die stimuleren. Hoe zal de vrijwillige terugkeer stijgen als u mensen het signaal geeft dat zij, wanneer zij lang genoeg hier zwartwerken, uiteindelijk toch papieren krijgen? Ik vind dat altijd vreemd. Ik vind het bovendien absoluut niet humaan om daarvoor te pleiten. Integendeel, u zorgt ervoor dat mensen hoop krijgen om hier illegaal te blijven. De brave asielzoeker die een negatieve beslissing krijgt en terugkeert naar zijn land van herkomst, wordt daarbij gewoon over het hoofd gezien en onheus behandeld.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Seule Mme Hugon Lecharlier est présente pour poser sa question.
Actuellement, le gouvernement régional reçoit 42 millions d'euros du fédéral, à la suite de l'accord conclu en 2022, connu sous le nom d’"Accord de Bruxelles" ou "Brussels Deal", afin de remédier à la pression exercée sur le système d’asile bruxellois en raison d’un manque de soutien fédéral. Mais la situation à Bruxelles semble s'aggraver au lieu de s'améliorer: le rapport de sept organisations humanitaires, que j'ai déjà eu l'occasion d'évoquer précédemment, démontre que votre politique de non-accueil accentue la crise, y compris dans le réseau d'accueil bruxellois. Des milliers de personnes dorment à la rue, leur santé se détériore et est directement affectée par leurs conditions de vie précaires. Beaucoup sont en situation de détresse psychologique.
Médecins Sans Frontières, Médecins du Monde, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, le CIRÉ, BelRefugees, Caritas International et le Hub humanitaire demandent justement une augmentation de la capacité d'accueil. Votre volonté de réduction des places d'accueil à travers le pays, en particulier à Bruxelles, va donc clairement à l'encontre des besoins et observations du terrain.
Madame la ministre, où en sont les discussions budgétaires à ce sujet? Comment justifiez-vous ces coupes budgétaires, si elles sont avérées, au vu de la situation humanitaire que Bruxelles traverse?
23.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik kijk even in mijn aantekeningen. De heer Dubois heeft hier immers ook een vraag ingediend die niet gesteld is.
Madame Hugon Lecharlier, l'analyse porte sur un éventuel ajustement de la contribution fédérale, compte tenu de la forte diminution de la liste d'attente. Les modalités précises ainsi que le calendrier font encore l'objet de discussions politiques avec la Région bruxelloise. Il ne s'agit pas d'un désengagement, mais d'une adaptation à l'évolution de la situation.
La baisse importante de la liste attente a réduit la pression sur le dispositif bruxellois, en raison de la diminution du nombre de demandeurs de protection internationale ne pouvant être pris en charge faute de places d'accueil. Cette diminution, combinée au contexte actuel d'économies, rend nécessaire une révision.
Nous entamons des concertations politiques en vue de renégocier le Brussels Deal, étant donné que le besoin en places d'accueil supplémentaires diminue en raison de la poursuite de la baisse du nombre de personnes figurant sur la liste de transit.
23.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, j'entends bien qu'il n'y a pas encore grand-chose de concrètement décidé.
Vous parlez d'une forte diminution de la liste d'attente qui justifie les démarches, mais j'ai l'impression que c'est quand même prendre les choses à l'envers. Les ONG, dans ce rapport que j’évoquais, disent que la situation ne va pas dans le bon sens et que le dispositif bruxellois est saturé.
Or, vous nous dites qu'il y a des places en suffisance et que c'est pour cela que nous pouvons envisager d'en fermer. Ce que vous nous répondez ici n'est pas du tout en cohérence avec ce que disent les ONG du réseau bruxellois, qui nous rapportent que la situation est catastrophique.
J'espère que dans les discussions qui vont avoir lieu, il pourra être tenu compte de la situation telle qu'elle est réellement rapportée par les organisations qui mettent en œuvre cet accueil.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
De voorzitter: De heer De Smet laat zich verontschuldigen.
24.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, begin deze maand werd een akkoord bereikt over de terugkeerverordening, waarbij de EVP het nodig vond om met extreemrechts samen te werken, waarvan akte. Een van de elementen daarin zijn de zogenaamde terugkeerhubs. Dat is een soort troetelnaampje voor buitenlandse gevangenissen waar mensen zonder wettig verblijf kunnen worden opgesloten. Ook gezinnen met kinderen zouden daar jarenlang kunnen worden gedumpt zonder enig zicht op een echte toekomst.
Ik vind dat sommige zaken moreel mogen worden verworpen. Dit is iets wat ik moreel verwerp en ik vind het belangrijk om dat ook zo te zeggen. Het is echter niet alleen moreel verwerpelijk, maar ook praktisch, financieel en juridisch vrijwel onhaalbaar. Er rijzen immers heel wat vragen. Hoe gaan we dat betalen? Wat zal dat kosten? Gaan we daar zelf personeel heen sturen of zal het personeel afkomstig zijn uit het betrokken land? Welke wetgeving geldt in die centra? Enzovoort.
Dit klinkt dus allemaal goed, maar wij gaan ervan uit dat het er in de praktijk niet van zal komen. Dat blijkt ook uit eerdere pogingen, bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, om zoiets op te zetten. Mijn vragen, mevrouw de minister, zijn de volgende.
Welke bepalingen van de Europese terugkeerverordening moeten worden omgezet in Belgische wetgeving? Welke timing voorziet u daarvoor? Wat is het standpunt van de regering over de terugkeerhubs?
Stel dat u zulke terugkeerhubs zou willen invoeren, hebt u daar dan budget voor? In de begrotingstabellen die ik heb geraadpleegd, zie ik daarvoor geen middelen ingeschreven. Gelooft u zelf dat ze juridisch en praktisch uitvoerbaar zijn? Op mijn morele kritiek hoeft u zelfs niet te antwoorden.
Heb ik bovendien goed gelezen dat Les Engagés publiek heeft verklaard dat er in terugkeerhubs nooit ofte nimmer een kind zal worden opgesloten, of dat de partij anders weleens heel lelijke dingen zou kunnen doen?
24.02 Francesca Van Belleghem (VB): Ik vraag me af of de regering het eigenlijk nog weet als het gaat over de terugkeerhubs en de terugkeerverordening. Vorige week was er de brief van de premier waarin hij terecht zijn steun voor die terugkeerhubs uitsprak. Dat is één kamp. Dan is er een ander kamp waar Les Engagés zegt dat ze niet meedoen aan terugkeerhubs, dat ze daarin nooit zullen meegaan en dat België zich in het verleden over die terugkeerhubs heeft onthouden. Ik vraag mij af wat het standpunt van de regering over die terugkeerhubs en de terugkeerverordening nu is, en wat uw persoonlijk standpunt over die terugkeerhubs is, mevrouw de minister, maar dat ken ik eigenlijk al.
Mevrouw de minister, zal dit land zich finaal onthouden in de Raad over die terugkeerverordening? Is dat al beslist? Is het regeringsstandpunt al duidelijk? Wanneer wordt dat beslist? Is er nog een wijziging van het stemgedrag mogelijk?
Welke coalitiegenoot blokkeert een positieve stemming in de Raad? Welke stappen onderneemt u om dat obstakel te overwinnen?
Beschikt u over een concreet plan om van die nieuwe terugkeerverordening gebruik te maken? Stel dat we de terugkeerverordening in de Raad alsnog goedkeuren, dan betekent dat nog niet dat we in de praktijk aan die terugkeerhubs zullen deelnemen. Het gaat om de effectieve uitvoering ervan.
In De Standaard konden we bovendien lezen: "Zonder overleg binnen zijn regering ondertekent De Wever een Europese oproep voor terugkeerhubs buiten de EU." Wat is dan het regeringsstandpunt? Heeft de premier daar een standpunt ingenomen dat niet overeenstemt met het regeringsstandpunt?
Graag de nodige verduidelijkingen, mevrouw de minister.
24.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, mevrouw Van Belleghem, voor het grootste deel van mijn antwoord verwijs ik naar mijn antwoord in de plenaire vergadering van 11 juni.
Het concept van de terugkeerhubs maakt deel uit van het voorstel voor een Europese verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijk terugkeersysteem. Momenteel worden de interinstitutionele onderhandelingen daarover afgerond.
Intussen werd tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie een politiek akkoord bereikt in het kader van de triloogonderhandelingen. De tekst heeft onder meer tot doel om onder bepaalde voorwaarden de overbrenging mogelijk te maken van onderdanen van derde landen tegen wie een terugkeerbesluit werd genomen naar een derde land waarmee een lidstaat een specifieke overeenkomst of regeling heeft afgesloten.
Sommige bepalingen uit de terugkeerverordening treden de dag na publicatie in het publicatieblad van de Europese Unie in werking, terwijl andere bepalingen pas 12 maanden later in werking zullen treden. Gezien het voorzitterschap van de Raad de definitieve volledige tekst van het akkoord nog niet heeft bezorgd, kon de analyse van de bepalingen die moeten worden omgezet in de Belgische vreemdelingenwet nog niet starten, noch kan hierover een timing worden gegeven. Het gaat hier evenwel om een verordening, waardoor de verwachting is dat de omvang van de bepalingen die in de Belgische vreemdelingenwet zullen moeten worden omgezet, eerder beperkt zal zijn.
De terugkeerverordening voorziet inderdaad in een juridische basis voor het concept van de terugkeerhubs, om onder bepaalde voorwaarden de overbrenging mogelijk te maken naar een derde land waarmee een lidstaat een overeenkomst of regeling in die zin heeft gesloten van derdelanders tegen wie een terugkeerbesluit werd genomen. De regering staat positief tegenover de mogelijkheid die door de nieuwe terugkeerverordening wordt geboden om dergelijke hubs te creëren. Ik denk dat niemand daar verbaasd over moet zijn. België heeft tijdens de onderhandelingen over de terugkeerverordening steeds benadrukt dat wij de mogelijkheid die daartoe wordt gecreëerd, verwelkomen. In parlementaire vragen hierover heb ik dat ook steeds bevestigd, net zoals ik heb bevestigd dat wij als lidstaat sinds vorig jaar deelnemen aan verschillende werkgroepen die reflecteren over het operationaliseren ervan.
In die optiek was ik op 16 december van vorig jaar samen met 19 collega’s van andere lidstaten medeondertekenaar van een gezamenlijke brief inzake innovatieve oplossingen, gericht aan de Europese Commissie. In die brief roepen mijn collega's en ik op tot samenwerking met internationale organisaties en EU-agentschappen bij de uitvoering van innovatieve oplossingen, alsook op de noodzaak om voldoende aandacht te besteden aan de financiering ervan.
Tot slot heeft de eerste minister in de marge van de laatste Europese Raad samen met 17 andere regeringsleiders een brief ondertekend waarin het belang van terugkeerhubs wordt benadrukt en waarin wordt gesteld dat zij persoonlijk de leiding zullen nemen om dit ook in de realiteit om te zetten.
Verdere gesprekken over het operationaliseren van dat concept zullen plaatsvinden binnen de regering.
24.04 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
U bent wel een crack in origineel taalgebruik. Innovatieve oplossingen klinken natuurlijk veel beter dan wat het echt is. Ook terugkeerhubs klinken veel beter dan wat ze werkelijk zijn. Ik kan niet genoeg herhalen wat het in werkelijkheid is. Het is een gevangenis waar we mensen zonder papieren, ook gezinnen met kinderen, jarenlang kunnen dumpen en opsluiten in een land waar ze nooit eerder zijn geweest, waarmee ze geen enkele binding hebben en waar ze geen enkel perspectief hebben.
Het is goed dat iedereen kan horen dat Les Engagés en Vooruit achter het idee staan om gezinnen met kinderen jarenlang rechteloos op te sluiten in buitenlandse gevangenissen. Ik vind het belangrijk dat hier te zeggen. In die zin ben ik blij met uw antwoord, omdat het zo eerlijk is. Les Engagés zal wellicht in een of andere krant opnieuw verkondigen dat het voor de kinderrechten is. Collega Achraf El Yakhloufi zal hier wellicht ook nog eens uitbarsten en aangeven dat ze goed bezig zijn om grip te krijgen op migratie. Terloops slagen ze er volgens hem ook nog in het hoger belang van het kind te verdedigen.
Hoe kunt u nu het hoger belang van het kind verdedigen als u in dat terugkeerbeleid meegaat? Ik kan dat niet begrijpen en ik zal mij daartegen verzetten tot de laatste snik.
24.05 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, de contradicties beginnen zich op te stapelen. Enerzijds is uw slagzin dat wij positief staan tegenover de mogelijkheid, maar dat is iets totaal anders dan wij doen eraan mee of wij zijn bezig met de concrete uitwerking ervan. Vijf landen – Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Griekenland en Denemarken – zijn al concreet bezig met de realisatie van die terugkeerhubs. Ze zetten nu al concrete stappen, maar wat zijn wij aan het doen? Briefjes aan het schrijven, steeds opnieuw briefjes schrijven. Hetzelfde als met Afghanistan, ook weer briefjes ondertekenen op Europees niveau. Dat is totaal ontoereikend, terwijl de andere landen er concreet werk van maken, zoals met Afghanistan, zijn wij hier altijd aan het schrijven, schrijven en schrijven. Dat is onvoldoende.
U weet ook dat er binnen de regering nog veel zal moeten gebeuren wat betreft die terugkeerhubs. U zult Les Engagés aan boord moeten trekken, maar het is niet omdat er op de Raad misschien ooit nog een positieve stem komt van dit land, dat er concreet aan meegewerkt zal worden. U zult waarschijnlijk voorstemmen en dan zeggen dat u de mogelijkheid verwelkomt, maar als u niets doet met die mogelijkheid, dan levert dat niets op. Dat is het bilan van deze regering.
Dat is erg omdat de veiligheid van dit land op het spel staat. Al die illegalen in dit land zorgen voor zoveel criminaliteit, met diefstallen, drugs of zwartwerk, wat voor mij ook criminaliteit is. Die mensen moeten zo snel mogelijk uit het land worden gezet. Zij hebben geen recht om hier te zijn en u moet alle nodige acties ondernemen om dat te realiseren. Dat wil dus zeggen nu al concreet werken aan die terugkeerhubs en stoppen met dwaze brieven te ondertekenen. Ik zeg niet dat dat geen goede zaak is, maar u moet er een concreet gevolg aan geven en werk maken van die terugkeerhubs, zoals vijf andere landen van de Europese Unie al doen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
25.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Bewoners van het opvangnetwerk van
fedasil die werken, zijn verplicht om bij te dragen in de kosten van hun
opvang. Dit principe bestaat al langer, maar wordt pas sinds 2024 effectief
afgedwongen, nadat fedasil toegang kreeg tot de kruispuntbank van de sociale
zekerheid. De hoogte van de bijdrage hangt af van het inkomen en kan
aanzienlijk oplopen. Wanneer niet spontaan wordt voldaan aan de bijdrageplicht,
kan een terugvordering worden opgelegd van 50% van het brutoloon.
Volgens de arbeidsrechtbank in Luik
moeten is deze sanctie in strijd met artikel 173 van de Grondwet, aangezien de
bijdrageplicht moet gezien worden als een retributie en fedasil geen
sanctioneringsbevoegdheid heeft. Daarnaast stelt de arbeidsrechtbank ook dat
retributies in een redelijke verhouding moeten staan tot de geleverde
dienstverlening. Volgens het vonnis is er geen enkel verband tussen de hoogte
van de bijdrage en de kost van opvang. Eerder heeft de arbeidsrechtbank ook al
geoordeeld dat het recht op opvang niet mag geschrapt worden, wanneer de
sanctie niet betaald werd. Mijn vragen zijn:
Wat is uw reactie op deze uitspraak?
Bent u van plan om de sanctie waarbij
werkende asielzoekers 50% van hun brutoloon moeten terugbetalen te herzien?
Bent u van oordeel dat de bijdragen in
het KB Cumul moeten worden aangepast, zodat ze in verhouding staan met de
geleverde dienstverlening en niet op basis van het inkomen?
In hoeveel gevallen werd de opvang
beëindigd omdat de sanctie niet werd betaald?
Vindt u de bijdragen die bewoners van fedasil moeten betalen voor hun opvang redelijk?
25.02 Francesca Van Belleghem (VB): Ook ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Wie in dit land asiel aanvraagt, krijgt
gratis opvang, begeleiding en medische zorg ten laste van de belastingbetaler.
Wie na vier maanden ook nog eens betaald mag werken, dient daarvoor een
financiële bijdrage te leveren. Dat is een rechtvaardig principe. Het is dan
ook niet meer dan billijk dat wie een inkomen verwerft, meebetaalt aan zijn
eigen verblijf.
Het KB Cumul van 16 april 2024
concretiseert dit principe: werkende asielzoekers dragen progressief bij, en
wie zijn inkomsten niet spontaan aangeeft, betaalt een sanctietarief tot 50%
van het brutoloon.
De arbeidsrechtbank in Luik heeft dit
handhavingsmechanisme echter in februari 2026 uitgehold. Zij oordeelde dat de
sanctie van 50% ongrondwettig is bij gebrek aan een voldoende wettelijke
delegatie, en dat de bijdrage zelf als retributie evenmin rechtmatig is
ingevorderd, omdat Fedasil niet aantoonde dat die in verhouding staat tot de
werkelijke opvangkosten. Fedasil werd veroordeeld om de betrokken asielzoekers
opvang te verlenen zonder bijdrage.
Dit vonnis ondermijnt niet alleen de
handhaving van het KB Cumul, maar stelt ook de rechtsbasis van de volledige
bijdrageregeling ter discussie. Als de overheid haar eigen bijdrageregeling
juridisch niet sluitend kan onderbouwen, dreigt de belastingbetaler de
volledige rekening te blijven dragen.
Deelt u het principe dat werkende
asielzoekers moeten bijdragen aan de kosten van hun opvang? En is het de
bedoeling dit principe ook na dit vonnis overeind te houden?
Gaat u in beroep tegen de uitspraak van
de arbeidsrechtbank Luik? Zo niet, waarom niet?
Welke stappen onderneemt u om het KB
Cumul juridisch te verankeren in de Opvangwet, zodat zowel de bijdrageplicht
als de sancties een afdoende wettelijke grondslag krijgen?
Hoeveel werkende asielzoekers zijn er
momenteel in het Fedasil-opvangnetwerk, en welk totaalbedrag aan bijdragen
staat er uit of is oninbaar geworden als gevolg van deze rechtspraak?
Hoeveel asielzoekers hebben hun inkomsten
niet spontaan aangegeven, en welk bedrag aan sancties kon hierdoor niet geïnd
worden?
Bent u bereid Fedasil te verplichten de
werkelijke opvangkosten per bewoner te documenteren, zodat de bijdrageplicht in
de toekomst wél als rechtsgeldige retributie kan worden gekwalificeerd?
Welke bijkomende maatregelen overweegt u om te vermijden dat werkende asielzoekers via gerechtelijke procedures definitief aan de bijdrageplicht ontsnappen?
25.03
Minister Anneleen Van Bossuyt:
Ik verwijs naar mijn antwoord dat ik gegeven zou hebben. (Hilariteit)
Mijnheer Vandemaele, mevrouw Van Belleghem, ik ben op de hoogte van de uitspraak van de arbeidsrechtbank van Luik. Mijn kabinet, mijn administratie en ikzelf bekijken momenteel de verschillende uitspraken die er zijn om zo het KB Cumul te optimaliseren.
Zoals ik eerder aangaf, is de rechtspraak aangaande de bijdrageregeling niet eenduidig. Er is bijvoorbeeld een uitspraak van 15 mei 2026 van de arbeidsrechtbank van Luik, afdeling Namen, die stelt dat de bijdrage niet als een retributie kan worden beschouwd aangezien de wetgever nooit de bedoeling heeft gehad het bedrag ervan in overeenstemming te brengen met de werkelijke kosten van de verleende materiële hulp. De rechter heeft daarmee het principe zelf van de bijdrage bekrachtigd en oordeelde ook dat het KB Cumul op dat punt niet onwettig was. Ik acht het momenteel niet noodzakelijk om in beroep te gaan.
Ik ben niet van plan om het sanctiemechanisme waarvan sprake momenteel aan te passen. Ik deel dus het principe dat werkende asielzoekers moeten bijdragen aan de kosten van hun opvang.
De 50 % waarvan sprake is, is het tarief dat geldt wanneer personen bijvoorbeeld informatie achterhouden over loon uit werk en wanneer zij na meerdere verwittigingen en een ingebrekestelling niet voldoen aan hun verplichting om bij te dragen. Het lijkt mij vanzelfsprekend dat er een mechanisme nodig is dat werkenden stimuleert om tijdig hun bijdrage te leveren, zodat wij het systeem kunnen handhaven.
Ik heb ervoor gekozen om een systeem uit te werken dat proportioneel verbonden is aan het inkomen van een persoon. Zelfs bij een relatief hoog inkomen dekt de bijdrage de volledige kosten van de opvang per persoon immers zelden of nooit. In een systeem dat geen rekening houdt met het inkomen, zouden personen met een lager inkomen proportioneel te veel moeten bijdragen. Ik heb daar bewust niet voor gekozen. Van bewoners die ervoor kiezen maandelijks hun inkomsten aan te geven, die de regeling dus respecteren en op tijd hun bijdrage betalen, wordt een redelijke bijdrage gevraagd.
Ik nodig u ten slotte uit om de gevraagde gedetailleerde cijfers op te vragen via een schriftelijke vraag, zoals het Kamerreglement dat voorziet.
25.04 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik ben het niet per definitie eens met de stelling dat die bijdragen redelijk zijn. Ik denk dat ze eigenlijk hoog zijn. Ik herinner mij nog dat Fedasil na de verkiezingen "fix the basics" als slogan had, omdat het zelf aangaf dat de kwaliteit van de opvang allerminst goed is. Die bedragen dan als redelijk bestempelen, vind ik vreemd.
Ik heb daarnet wel iets bijgeleerd. In die zin was mevrouw De Vreese verhelderend. U hebt eigenlijk gezegd dat de N-VA wil dat mensen die nog niet erkend zijn niet werken. Waarom zouden we hen integreren? Waarom zouden we beginnen met integratie en mensen valse hoop geven? Dat is toch wat ik daarnet gehoord heb. Dat heeft volgens u geen zin. Ik vind dat bijzonder, maar het is wel een van de zaken die ik vandaag heb bijgeleerd. Waarvan akte.
25.05 Maaike De Vreese (N-VA): Dat klopt. Wij kiezen er als partij voor om het inburgeringstraject pas te starten op het moment dat mensen erkend zijn en dus uitsluitsel hebben over hun verblijfsstatus.
Wat ik daarnet heb gezegd, is dat de voornaamste taak van de minister erin bestaat in te zetten op zeer snelle procedures, omdat dat ervoor zal zorgen dat mensen snel duidelijkheid hebben en, als ze hier kunnen blijven, op een normale manier werk kunnen zoeken, integreren, inburgeren en de taal leren.
De grootste uitdaging op federaal niveau bestaat erin mensen zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over hun procedure. Na vier maanden kunnen mensen inderdaad gaan werken. Ik denk echter niet dat het uitgangspunt moet zijn om asielzoekers zo veel mogelijk aan het werk te krijgen. De prioriteit van de minister moet erin bestaan de asielprocedure zo kort mogelijk te houden.
Als die toch lang duurt, kunnen mensen na vier maanden gaan werken. Dat is dan maar zo. Wat zitten die mensen anders zo lang te doen, collega Vandemaele? Met hun vingers draaien kan ook niet de bedoeling zijn. Als ze een centje kunnen bijdragen aan bed en brood, zoveel te beter. Toch vind ik dat de prioriteiten van de minister duidelijk moeten zijn.
25.06 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik vind het grappig dat u een persoonlijk feit inroept om te bevestigen dat wat ik zei juist is.
25.07 Francesca Van Belleghem (VB): Het KB Cumul is als ik me niet vergis tot stand gekomen onder de vorige regering, de vivaldiregering. Dat was een van de goede maatregelen die die vivaldiregering en Nicole de Moor hebben genomen. Het feit dat de sanctie van 50 % in een individueel geval niet standhoudt, is uiteraard opnieuw verontrustend.
Als men in dit land een maatregel neemt die een stap in de goede richting of een verstrenging inhoudt, wordt die bijna altijd vernietigd door rechters, zowel door hoven en rechtbanken als in hogere en lagere aanleg. Dat is de juristocratie waarin we leven. Daardoor krijgen beleidsmakers onvoldoende ruimte om maatregelen te nemen, omdat rechters onze wetgeving op die manier interpreteren.
We zien dat hier opnieuw gebeuren. De belastingbetaler zal daar weer voor opdraaien. In dit individuele geval werd Fedasil veroordeeld om de betrokken asielzoeker zonder bijdrage op te vangen. Dat betekent opnieuw kosten voor de belastingbetaler.
Ik hoop in elk geval dat dit beperkt blijft tot individuele gevallen, maar we zullen het verder opvolgen. Ik vraag me af of het niet nodig is om het KB Cumul anders te formuleren, zodat het de rechtspraak kan doorstaan. Ik zie hiervoor geen andere oplossing. We zullen dit verder opvolgen, minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56016508C van de heer Dubois is zonder voorwerp.
26.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Binnen de DVZ werd tijdens de vorige
legislatuur de dienst Alternatieven voor Detentie (ATD) opgericht. Binnen deze
dienst begeleiden ICAM-coaches personen in onwettig verblijf naar een duurzaam
toekomstperspectief, hetzij een verblijfsrecht, hetzij via vrijwillige
terugkeer. De resultaten van de dienst ATD stijgen jaarlijks.
Ondanks deze bemoedigende resultaten
stelde u in uw antwoord op de schriftelijke vraag dat u, gelet op het gebrek
aan succes dat de ICAM-aanpak oplevert werkt aan een hervorming. In het
regeerakkoord stond dat de ICAM-procedure wordt geëvalueerd aangepast waar
nodig.
Binnen de DVZ werd de begeleiding vanuit
de FITT-woningen verschoven naar de dienst ATD. Dit roept vragen op, aangezien
FITT-woningen deel uitmaken van het detentiesysteem in kader van gedwongen
terugkeer. De opdracht van een terugkeerfunctionaris in een FITT-woning
verschilt wezenlijk van die van een ICAM-coach.
Wat zijn de resultaten en conclusies van
de evaluatie van ICAM-begeleiding? Zullen deze publiek beschikbaar worden
gesteld?
Op basis van welke criteria werd het
succes of falen van de ICAM-begeleiding beoordeeld?
Op basis van welke elementen of
vaststellingen baseert u zich om te besluiten dat een hervorming van
ICAM-begeleiding noodzakelijk is?
Wat houdt deze hervorming concreet in en
welke doelstellingen wenst u ermee te bereiken?
Waarom werd begeleiding vanuit de
FITT-woningen verschoven naar de dienst ATD? Erkent u dat deze
terugkeerbegeleiders op een totaal andere manier werken?
Worden personen met een lopende
asielaanvraag die worden vrijgesteld uit de FITT-woning in de statistieken
geregistreerd onder de categorie "verblijf"?
Hoe worden personen die tijdens het
ICAM-traject gedwongen worden teruggestuurd geregistreerd in de statistieken?
Hoe kan ik “verblijf" interpreteren, gaat het om personen waarbij effectief een verblijfsrecht is vastgesteld, of waarbij werd vastgesteld dat er een realistisch verblijfsperspectief bestaat?
26.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, wat uw eerste tot en met vierde vraag betreft, de evaluatie van het ICAM-traject en de hertekening van het volledige vrijwillige terugkeertraject zijn nog steeds bezig, in samenwerking met de bevoegde diensten. Ik heb daar trouwens in het kader van een vraag van mevrouw Van Belleghem eerder in deze commissie al uitgebreid op geantwoord. We denken die oefening tegen het einde van dit jaar af te ronden.
Intussen hebben we sinds begin dit jaar een nieuw programma voor vrijwillige terugkeer opgestart, waarbij we sterk inzetten op de vereenvoudiging van het model en op het stimuleren van vrijwillige terugkeer door middel van extra ondersteuning.
Wat uw vijfde vraag betreft, de woonunits kunnen worden beschouwd als een alternatief voor de vasthouding van gezinnen met minderjarige kinderen. Het gaat immers om individuele woningen binnen een open community, waar zij vóór en tot aan hun terugkeer worden begeleid door coaches. Ondanks de administratieve vasthouding gaat het in de praktijk om open woonunits. De gezinnen kunnen zich vrij bewegen, kinderen kunnen naar school en de families mogen de woning verlaten. In principe moet steeds één volwassene aanwezig zijn, maar uitzonderingen zijn toegestaan. De familie mag haar advocaat en arts bezoeken enzovoort.
De coaches werken steeds volgens het principe van individual case management. De begeleiding wordt ook hier afgestemd op basis van het individuele dossier van de betrokkenen. In alle gevallen blijft de begeleiding vanuit de Dienst Vreemdelingenzaken gebaseerd op informeren, adviseren en begeleiden. De coaches trachten daarbij, binnen het toepasselijke juridische kader, obstakels die een terugkeer of verdere procedurele afhandeling bemoeilijken in kaart te brengen en weg te werken. De integratie van de woonunits maakt het bovendien mogelijk om coaches flexibeler in te zetten op de plaatsen of binnen de diensten waar de ondersteuningsnoden het grootst zijn.
Wat uw zesde vraag betreft: neen, verblijf betekent dat iemand verblijfsrecht heeft verkregen tijdens een ICAM-traject. Personen die tijdens een lopend PIB worden vrijgesteld uit een FITT-woning, worden niet meegeteld bij de resultaten onder de categorie verblijf.
Wat uw zevende vraag betreft, een ICAM-traject loopt enkel zolang personen medewerking verlenen. Tijdens het ICAM-traject wordt er geen gedwongen terugkeer georganiseerd, tenzij om redenen van openbare orde of gelijkaardige omstandigheden. Bijgevolg is er tot op heden geen weet van personen die tijdens een ICAM-traject gedwongen werden teruggestuurd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
27.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Vlaams Minister Demir heeft terecht
scherpe kritiek geuit op een au-pair agency van realityfiguren dat het systeem
in de markt zet als een goedkope vorm van kinderopvang. Het au-pairsysteem is
opgezet als een cultureel uitwisselingsprogramma, waarbij jonge mensen de kans
krijgen om een buitenlandse ervaring op te doen en de taal te leren in ruil
voor het uitvoeren van lichte huishoudelijke taken. Au-pairs mogen maximaal 20
uur per week en 4 uur per dag werken. In ruil krijgen zij een vergoeding van
minimaal 450 euro per maand.
Bij 40 procent van de controles van de
sociale inspectie in Vlaanderen werd minstens één wettelijke inbreuk
vastgesteld. Volgens Fairwork Belgium bestaat er een verkeerd beeld van wat een
au-pair is, en worden ze vaak ingezet als goedkope huishoudhulp. Fairwork pleit
ervoor om ofwel van het au pairstatuut een arbeidssysteem te maken, waarbij
werknemers alle arbeidsrechten krijgen, of het au-pairsysteem zelfs volledig af
te schaffen.
In het regeerakkoord staat dat de
gecombineerde vergunning zou worden toegepast bij verblijfsaanvragen van
au-pairs. Mijn vragen zijn:
Wat is de stand van zaken met betrekking
tot de plannen van deze regering om de gecombineerde vergunning toe te passen
bij au-pairs?
Gaat deze hervorming ook gepaard met een
hervorming van het au-pairsstatuut, waardoor ze een loon krijgen met
arbeidsrechten- en plichten?
Wordt dit op een interministeriële
conferentie geagendeerd?
Hoe kunnen we au-pairs uit Europese
lidstaten beter beschermen?
Zou het opzetten van een arbeidssysteem
voor au-pairs ook van toepassing zijn op Europeanen?
Hoe kunnen we de registratie van Europese
au-pairs bij de gemeente verbeteren? Kunnen bewijsstukken worden gevraagd zoals
een au-pairovereenkomst?
Hoe kijkt u naar de specifieke
erkenningen voor uitzendbureaus die au-pairs koppelen aan Belgische gezinnen?
Zal deze regering daar werk van maken?
Welke maatregelen kunnen binnen uw bevoegdheden genomen worden om au-pairs beter te beschermen?
27.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, er is de afgelopen weken inderdaad veel gezegd en geschreven over au pairs. Om mij een volledig beeld te vormen van de problematiek, ben ik de afgelopen maanden in gesprek getreden met verschillende actoren, waaronder au-pairbureaus, Fairwork Belgium en de inspectiediensten. Allemaal bevestigden ze dat er echt nood is aan een grondige hervorming van het huidige systeem. Ik heb daar ook mijn conclusies uit getrokken. De kritiek op het huidige au-pairstatuut is wat mij betreft dan ook zeer terecht.
Wat is nu het fundamentele probleem? Het oorspronkelijke doel van het au-pairstatuut was een tijdelijke culturele uitwisseling. Jongeren zouden voor een beperkte periode in België verblijven, onze samenleving leren kennen en deel uitmaken van hun gastgezin. Vandaag stellen we echter vast dat die oorspronkelijke doelstelling steeds vaker naar de achtergrond verdwijnt. Enerzijds zien we dat sommige gastgezinnen het statuut vooral benaderen als een manier om bijkomende ondersteuning in het huishouden te organiseren. Uiteraard zijn er ook gezinnen met oprechte intenties, maar we kunnen niet ontkennen dat het culturele-uitwisselingsaspect vaak niet langer de voornaamste drijfveer is.
Anderzijds merken we dat ook voor een deel van de jongeren het economisch perspectief of de kans op een langer verblijf in België of de Europese Unie een belangrijke motivator is. Zo zijn er bijvoorbeeld au pairs die net na aankomst een verzoek om internationale bescherming indienen of andere verblijfsprocedures opstarten om het land niet te hoeven verlaten na een jaar.
Ten slotte zien we ook de groeiende rol van au-pairbureaus, die tegen betaling een bemiddelende rol tussen gastgezinnen en jongeren spelen en ervoor zorgen dat het systeem bekender en populairder wordt.
Het systeem is vandaag dus fundamenteel scheefgegroeid. Het wettelijk kader loopt achter op de realiteit en biedt onvoldoende waarborgen, zowel voor de bescherming van de au pair zelf als om te verzekeren dat jongeren met de juiste intenties naar ons land komen.
Die vaststelling is niet nieuw. De problemen zijn al geruime tijd gekend. Concrete verandering op het terrein blijft echter uit. Het is duidelijk dat het au-pairdossier een schoolvoorbeeld is geworden van hoe een versnipperde bevoegdheidsverdeling hervormingen jarenlang kan vertragen.
Ik hoef u dan ook niet te wijzen op de institutionele complexiteit van dit dossier. Bij de zesde staatshervorming werd economische migratie grotendeels geregionaliseerd, maar voor au pairs bleef het federale regelgevende kader gedeeltelijk behouden. Daardoor ontstond een hybride systeem waarbij de federale overheid het historische normatieve kader behield, terwijl de gewesten instaan voor de toepassing, de vergunningverlening en de controle.
Om veranderingen door te voeren, moeten alle neuzen in dezelfde richting staan. Daarom heb ik ondertussen al verschillende overlegmomenten georganiseerd met de betrokken actoren. Die gesprekken lopen momenteel nog.
Ik kom dan tot uw concrete vragen, te beginnen met uw vraag over de gecombineerde vergunning. Die piste is inderdaad al naar voren geschoven als mogelijke hervorming van de aanvraagprocedure. We moeten echter vaststellen dat dit in essentie een procedurele wijziging is. Op zich biedt de toepassing van de gecombineerde vergunning geen bijkomende bescherming aan de au pairs. Voor mij is vooral de geest van het regeerakkoord belangrijk. Dat regeerakkoord vraagt niet in de eerste plaats een andere procedure, maar wel meer bescherming voor de betrokken jongeren. Mijn focus ligt daarom op de vraag hoe we beter kunnen waarborgen dat het au-pairstatuut wordt gebruikt waarvoor het bedoeld is.
U vroeg ook naar de verloning en de arbeidsrechten van au pairs. U weet even goed als ik dat mijn bevoegdheid zich beperkt tot de verblijfsrechtelijke aspecten van dit dossier. Ik kan dus niet eenzijdig beslissen over de toekenning van arbeidsrechten of arbeidsvoorwaarden. Ik kan wel meegeven dat die vragen en de verschillende mogelijke pistes actief worden besproken en geanalyseerd. In datzelfde kader dient ook te worden bekeken welke rol au-pairbureaus eventueel moeten spelen en onder welke voorwaarden.
U vroeg daarnaast of dit dossier werd besproken op de IMC Werk. Dat is inderdaad het geval. Het dossier werd geagendeerd op de IMC Werk van 19 juni, waar een stand van zaken van de lopende werkzaamheden werd gegeven.
U had ook enkele vragen over Europese au pairs. Daar bevinden we ons natuurlijk in een volledig andere juridische context. Op burgers van de Europese Unie zijn de regels inzake het vrij verkeer en verblijf van toepassing. Die regelgeving voorziet niet in een afzonderlijke categorie voor au pairs. Om die reden worden aanvragen voor langdurig verblijf van Europese au pairs vandaag binnen de categorie werknemers geregistreerd. Zij moeten daarbij nu al een plaatsingsovereenkomst voorleggen, gebaseerd op de modellen die de gewesten ook gebruiken voor niet-Europese au pairs. Dat is geen arbeidsovereenkomst, maar het biedt wel een minimaal beschermingskader dat rekening houdt met de specifieke aard van een aupairplaatsing.
27.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Bedankt.
27.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Dan heb ik zoveel moeite gedaan. (…)
De voorzitter: De heer Vandemaele apprecieert uw antwoord!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De vragen nrs. 56016709C en 56016775C van de heer De Smet worden uitgesteld.
28.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Al vele jaren kampen de migratiediensten
met hardnekkige en structurele problemen. Uit hat jaarverslag van de federale
ombudsman blijkt dat in 2025 maar liefst 44% van de klachten betrekking hadden
op migratie. De klachten zijn uiteenlopend: een gebrek aan duidelijke en
toegankelijke informatie, moeilijk bereikbare klantendiensten, lange
behandelingstermijnen waarbij wettelijke of redelijke termijnen worden
overschreden, onvoldoende motivering van weigeringsbeslissingen en een te
restrictieve toepassing van de wet, zonder voldoende aandacht voor de
individuele situatie van betrokkenen.
De federale ombudsman heeft een
thematisch verslag opgesteld. Daarmee wil hij beleidsmakers en administraties
ondersteunen bij het verbeteren van de migratiediensten, waken over de rechten
van migrerende burgers en het vertrouwen in de overheid herstellen. Het verslag
stelt vast dat de DVZ op verschillende tekortschiet ten aanzien van de
ombudsnormen.
Achter elk dossier schuilt een mens, en
beslissingen kunnen leiden tot inbreuken van fundamentele rechten.
Ontoegankelijke informatie, langdurige behandelingen of een te strikte
interpretatie van de wet kan ertoe leiden dat mensen in onwettig verblijf terechtkomen
of niet kunnen herenigen met een kind of partner. Mijn vragen zijn:
Wat is uw reactie op het rapport van de
federale ombudsman?
Wat zijn volgens u de voornaamste
verklaringen voor het enorm hoge aantal klachten gericht aan de DVZ?
Heeft u hierover overleg gehad met de directeur-generaal
van de DVZ? Wat zijn daarvan de belangrijkste conclusies?
In welke mate dreigt de algemene
besparing van 1,8% op overheidsdiensten de bestaande problemen te verergeren?
Hoe zal u de bereikbaarheid van de DVZ
verbeteren voor burgers die vragen hebben over hun individueel dossier? Hoe zal
u concreet de klantendienst versterken?
Wat zal u verder doen om de structurele,
hardnekkige problemen bij de DVZ weg te werken?
28.02 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ook ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Het verslag dat de Federale Ombudsman
heeft uitgebracht, is niets minder dan een kaakslag voor de werking van onze
migratiediensten. De cijfers liegen er niet om: in 2025 ging maar liefst 43,53
procent van alle ontvankelijke klachten bij de ombudsman over deze materie. Het
verslag toont zwart op wit aan dat we hier niet te maken hebben met geïsoleerde
incidenten, maar met hardnekkige, structurele knelpunten bij de Dienst
Vreemdelingenzaken (DVZ). De behandeltermijnen zijn veel te lang. Mensen die
tijdig de verlenging van hun verblijfstitel aanvragen, moeten maandenlang
wachten, waardoor ze tijdelijk illegaal dreigen te worden, hun baan verliezen
of hun huurcontract mislopen. Ook over de communicatie worden heel wat
opmerkingen gegeven.
Mijn vragen aan u:
1. Hoe analyseert u het rapport van de
Federale Ombudsman?
2. Welke concrete maatregelen gaat u
bijkomend nemen om de behandeltermijnen drastisch in te korten en de procedure
transparanter te maken?
Bent u bereid de specifieke aanbeveling
van de Ombudsman te volgen om buitenlanders, wier tijdelijke verblijfstitel
dreigen te vervallen buiten hun eigen schuld om, automatisch te voorzien van
een tijdelijk elektronisch document waarmee zij hun sociale en economische
rechten (zoals werk en huisvesting) integraal kunnen behouden?
28.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, mijnheer Di Nunzio, mijn diensten en ik hebben kennisgenomen van het rapport van de federale Ombudsman. De DVZ en mijn kabinet zullen de aanbevelingen samen grondig analyseren. De DVZ erkent dat het rapport verschillende aandachtspunten aanreikt met betrekking tot de werking van de dienst, onder meer betreffende de behandelingstermijnen.
Binnen het bestaande wettelijke en reglementaire kader blijft de Dienst Vreemdelingenzaken inzetten op een correcte, zorgvuldige en zo transparant mogelijke uitvoering van zijn opdrachten. De aanbevelingen van de federale Ombudsman worden daarom meegenomen in de lopende en toekomstige evaluaties van zijn werking, met het oog op een verdere verbetering van de administratieve praktijk.
Het aantal aanvragen steeg tot en met 2024 elk jaar, uitgezonderd de covidjaren. Het is dus niet verbazingwekkend dat ook het aantal klachten stijgt. Enerzijds zijn niet al deze klachten gegrond, anderzijds worden ze niet allemaal afgesloten met een negatieve vermelding voor de DVZ.
In eerste instantie beschikt de federale Ombudsman alleen over de versie van de klager. De voorbije jaren is het indienen van een klacht, een beroep of een tussenkomst gangbaar geworden, niet alleen in het kader van de procedures die door de DVZ worden beheerd, maar ook in de maatschappij in het algemeen. De kosteloosheid van de diensten van de federale Ombudsman en het feit dat die gemakkelijk toegankelijk zijn, verklaren waarschijnlijk waarom sommige personen zich rechtstreeks tot hem wenden.
Zoals ik al meermaals heb verklaard, kampen mijn diensten met een enorme werkvoorraad, die werd opgebouwd tijdens de periode van de vorige regering. De redenen daarvoor liggen voor de hand; ik heb ze al meermaals opgesomd. Zoals u eveneens weet, heb ik al vanaf mijn aantreden als minister maatregelen genomen om de instroom te verminderen, maar ook om bepaalde asiel- en migratiediensten, al dan niet tijdelijk, te versterken met het oog op het wegwerken van die werkvoorraad, om zodoende op termijn onze besparingsoefening te kunnen waarmaken.
De Dienst Vreemdelingenzaken werkt voortdurend aan de uitbreiding van zijn website. De DVZ controleert ook regelmatig de gepubliceerde informatie, om ervoor te zorgen dat die actueel is. Waar mogelijk wordt de informatie op een begrijpelijke manier gepresenteerd, zodat ze voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk is. Het chatbotproject vordert goed. Ten slotte werd aan de tekst een beschrijving in beeldvorm van de aanvraagprocedure voor een studievisum toegevoegd. Als deze aanvulling op de informatie goed wordt ontvangen, zal ze worden uitgebreid naar alle aanvraagprocedures voor visa en verblijfsvergunningen. Daarnaast evalueert de DVZ samen met de bevoegde partners, namelijk de consulaire posten en de gemeenten, hoe verder kan worden ingezet op een uniforme en duidelijke communicatie over de migratieprocedures.
De resultaten die uit het rapport voortvloeien, dienen dus, zoals vaak het geval is, met de nodige nuance te worden bekeken. Het verbeteren van de dienstverlening is een doelstelling die ik uiteraard ook behartig. Ik kan u verzekeren dat ik mijn diensten heb gevraagd het rapport en de aanbevelingen grondig te analyseren en verder op te volgen. Op korte termijn zal ik met hen samenzitten om hun analyse te bespreken en na te gaan op welke wijze verdere stappen kunnen worden gezet. Een aanzienlijk deel van de aanbevelingen situeert zich bovendien binnen de bredere context van studiemigratie. Het is mijn bedoeling daarover in het najaar een wetgevend initiatief te lanceren. De aanbevelingen zullen dan ook worden meegenomen in de voorbereidende werkzaamheden die momenteel lopen.
Voor het overige is het momenteel nog te voorbarig om in detail in te gaan op de vragen over welke aanpassingen eventueel dienen te gebeuren.
28.04 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u zegt dat u de aanbevelingen zult oppakken en er iets mee zult doen. Dat is een goede zaak. Ik hoorde u ook zeggen dat een van de factoren waarom er zoveel klachten zijn, is dat de ombudsman kosteloos en laagdrempelig is. Ik ben er nogal voor dat ombudsmannen kosteloos en laagdrempelig, en dus toegankelijk zijn. Ik denk dat dat alleen maar kan helpen om de dienstverlening te verbeteren.
Uw diensten moeten ook de besparing van 1,8 % ondergaan. Daarop hebt u niet gereageerd. In een dienst waarover al heel veel klachten zijn en waarop dan ook nog recurrent 1,8 % wordt bespaard, verbetert doorgaans de dienstverlening niet. Ik zal daar op het gepaste moment op terugkomen.
28.05 Sandro Di Nunzio (Anders.): Hartelijk dank voor uw antwoorden.
Deels sluit ik mij aan bij wat collega Vandemaele zegt. Ik denk dat het interessant zal zijn dat we u binnen een aantal weken of maanden kunnen bevragen over de vorderingen bij het opvolgen van de aanbevelingen van de ombudsman. Ik hoop dat we dan concreet een aantal stappen zullen kunnen zien en horen. Ik dank u.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56017028C van de heer De Smet, de samengevoegde vragen nrs. 56017259C van de heer Di Nunzio en 56017356C van mevrouw Van Belleghem, en de vragen nrs. 56017350C en 56017359C van mevrouw Van Belleghem worden uitgesteld naar een volgende vergadering.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.59 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 59.