|
Commissie
voor Financiën en Begroting |
Commission des Finances et du Budget |
|
van Dinsdag 14 juli 2026 Voormiddag ______ |
du Mardi 14 juillet 2026 Matin ______ |
De behandeling van de vragen vangt aan om 10.09 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Steven Vandeput.
Le développement des questions commence à 10 h 09. La réunion est présidée par M. Steven Vandeput.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je trouve normal que nous posions des questions sur le calendrier budgétaire du gouvernement. Nous savons déjà que tout le travail est postposé pour chercher les 10 milliards après l'été. Je voulais vous interpeller sur deux choses qui m'ont frappée ces derniers jours.
Il s'agit en premier lieu de votre interview sur les flexi-jobs, largement relayée dans la presse hier. Vous y avez répété vos propos selon lesquels les flexi-jobs sont en train de saper notre sécurité sociale et notre État-providence. En effet, et nous l'avions dit au moment où le gouvernement, il y a quelques semaines, a élargi les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs, on voit clairement qu'il y a non seulement une concurrence avec l'emploi régulier dans plusieurs secteurs, mais aussi des impôts et des cotisations à la sécurité sociale qui ne rentrent pas dans les caisses de l'État.
Je trouve donc un peu hypocrite de votre part, monsieur le ministre, que, d'un côté, vous affirmiez que c'est un problème pour notre sécurité sociale mais que, de l'autre, vous ayez tous voté l'élargissement des flexi-jobs à l'ensemble des secteurs, tant au niveau du privé que du public. C'est là une technique connue, que nous avions déjà éprouvée sous le gouvernement Michel, dont vous faisiez partie également. On avait alors procédé au tax shift, en diminuant les cotisations patronales de 32 à 25 % à tous les étages. Cette mesure coûte aujourd'hui 8 milliards d'euros aux recettes de l'État. Aujourd'hui, vous faites la même chose avec les flexi-jobs.
Ma question est donc très claire: voulez-vous aujourd'hui – si l'on en croit votre interview d'hier – remettre sur la table l'extension des flexi-jobs? De fait, si vous dites A, vous devez aussi dire B, et prendre des mesures, par exemple en revenant sur l'élargissement ou sur le plafond, etc.
La deuxième chose qui m'a frappée dans
l'interview, monsieur le ministre, c'est votre réponse à la question du
journaliste du Nieuwsblad qui vous demandait si vous pourriez faire
passer la TVA de 21 à 22 %. Vous avez répondu: "Dat kan, met een hervorming van de laagste
BTW-tarieven, ik blijf daarvoor pleiten – keep it simple".
Vous dites vouloir revoir les taux de la TVA. "Restons simples". Monsieur le ministre, cela me révolte! Comme le disait Coluche: "Taxons les pauvres, ils sont nombreux". Bien sûr, c'est simple de taxer tout le monde. Mais surtout, qui va payer la TVA? Ce sont, bien sûr, les travailleurs, les pensionnés et les ménages aux revenus modestes. Pour eux, une augmentation de la TVA, qu'elle passe de 6 à 9 % ou de 21 à 22 %, représente une charge supplémentaire.
D'un autre côté, nous avons pu lire dans votre interview que faire davantage contribuer les grandes fortunes et instaurer une véritable taxe sur les millionnaires n'est pas une solution pour vous. Pourtant, cette proposition est avancée par plusieurs de vos collègues au sein du gouvernement, notamment du côté de Vooruit et des Engagés. Vous dites régulièrement qu'il faut faire contribuer davantage les épaules les plus larges. Aujourd'hui, monsieur le ministre, n'est-il pas temps de faire réellement contribuer les ultra-riches?
01.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik draag vandaag bloedrode kledij, de kleur van uw begroting. In het voorjaar werd er bij monde van eerste minister De Wever uitgegaan van een bijkomende begrotingsinspanning van ongeveer 4,9 miljard tegen 2029 om uiteindelijk te voldoen aan de fameuze Europese uitgavennorm. De voorbije maanden verklaarde u als minister echter herhaaldelijk dat die oefening aanzienlijk groter was geworden. Eind april sprak u al over 6 à 7 miljard, waarbij u uiteraard verwees naar de gewijzigde geopolitieke en macro-economische omstandigheden. Recent ging u als minister er zelfs van uit dat een inspanning van minstens 7 miljard nodig zou zijn om de begroting opnieuw in rustiger vaarwater te brengen. Volgens de jongste ramingen van het Monitoringcomité moet uw regering, de regering-De Wever, tegen 2029 bijkomende maatregelen nemen ten bedrage van 7,7 miljard om aan de Europese begrotingsregels te voldoen.
Premier De Wever verklaarde recent tijdens de NAVO-top in Turkije dat de federale regering op een begrotingsinspanning van 10 miljard euro mikt, wat ongeveer overeenstemt met de geraamde 9,8 miljard euro aan gecumuleerde afwijking van het netto-uitgaventraject in 2031.
Tegelijk blijkt uit de recentste ramingen van de Nationale Bank dat ongeveer 11 miljard nodig zou zijn om het begrotingstekort tegen het einde van de legislatuur in de richting van 4% van het bbp te brengen. Dat is op zijn beurt hoger dan de 3% die volgens het recentste jaarverslag van de Nationale Bank nodig is om de schuld te stabiliseren. Herinner u eraan dat Europa ooit 3% werd beloofd. Als er ook rekening wordt gehouden met de geplande lastenverlagingen, dan loopt de totale oefening volgens dezelfde ramingen zelfs op tot ongeveer 14 miljard euro.
De opeenvolgende bijstellingen roepen fundamentele vragen op over de werkelijke omvang van de budgettaire uitdaging waarmee uw regering wordt geconfronteerd.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat de federale regering een begrotingsinspanning van 10 miljard euro voorbereidt?
Kunt u bevestigen dat de inspanning van 10 miljard euro overeenstemt met de gecumuleerde afwijking van het netto-uitgaventraject, zoals recent geraamd door het Monitoringcomité? Is dat bedrag daarvan afkomstig?
Kunt u bevestigen dat de regering bijkomende maatregelen zal blijven nemen als het netto-uitgaventraject bij een volgende actualisatie een negatieve afwijking vertoont? Stel dat de cijfers plots wijzen op 12 miljard euro, zou u dan ook uw begrotingsdoelstelling aanpassen?
Bevestigt u dat de regering ernaar streeft het netto-uitgaventraject na te leven zonder enige negatieve afwijking in 2029?
Engageert u zich ertoe in 2029 een netto-uitgaventraject na te laten dat ook voor 2030 en 2031 op koers ligt en dus geen negatieve afwijking vertoont?
Kunt u toelichten binnen welke tijdspanne de beoogde inspanningen effectief moeten gebeuren? Zal de regering maatregelen nemen die onmiddellijk ingaan, of zal ze een deel ervan pas in 2029 of 2031 laten ingaan?
Welk deel van de beoogde inspanning van 10 miljard euro zal bestaan uit nieuwe belastingen, besparingen of andere maatregelen?
01.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik lag gisteren in de hitte en had moeite om te slapen. Ik lag te denken dat u stilaan een beetje de Dr. Jekyll en Mr. Hyde van deze regering bent. Op 18 juni 2026 stemde uw partij vóór de uitbreiding van de flexi-jobs. U steunt dat, u keurde dat goed. Een paar weken later, op 13 juli, verklaarde u dat diezelfde maatregel onze sociale zekerheid zou ondergraven.
Op 30 juni hadden we een goed debat over de begroting. U zat daar in de plenaire vergadering en verklaarde hier in dit Parlement dat deze regering geen nieuwe belastingen zou invoeren. U hebt dat gezegd. Ik heb u dat laten herhalen: geen nieuwe belastingen. Nauwelijks twee weken later, gisteren dus, richt u uw pijlen op managementvennootschappen. Plots zijn die volgens u de nieuwe langdurig zieken die extra belast moeten worden.
Wat is het nu? Dat is toch schizofrenie? U zegt A en twee weken later wordt het B. Dat is de ziekte van dit land, mijnheer de minister, dat er nul rechtszekerheid bestaat voor de ondernemers. Managementvennootschappen zijn geen probleem. Dat zijn ondernemers. Dat zijn kleine zelfstandigen en professionals die investeren. Dat zijn mensen die risico's nemen. Dat zijn mensen die jobs en welvaart creëren. Dat is de motor van onze welvaart. Ze doen onze economie draaien.
Bij Anders willen we er meer, niet minder. Hetzelfde geldt voor de flexi-jobs. Ook daarvan willen we er meer, niet minder.
Wat mij vooral stoort, is dat u voortdurend de mensen viseert die werken, ondernemen en welvaart creëren. Intussen vertrekt deze regering twee maanden met vakantie, terwijl u voor de begrotingsopmaak nog altijd op zoek moet naar 10 miljard euro.
Wat is het nu? Gaan we de voorlopige twaalfden vermijden? Hoe gaat u die 10 miljard euro vinden, mijnheer de minister?
Kunt u bevestigen dat er geen nieuwe belastingen zullen komen of om verhogingen van bestaande belastingen? Wat is het nu? Wat de flexi-jobs betreft, dat heet eigenlijk schizofrenie.
01.04 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le ministre, mes questions s'articulent en deux parties. La première concerne le calendrier et l'effort budgétaires, et la seconde le déficit budgétaire et l'analyse du rapport du Comité de monitoring.
Votre gouvernement s’est réuni en kern ce vendredi et a décidé de fixer l’effort pour 2029 à 10 milliards d'euros afin d’éviter un effet "boule de neige", selon les déclarations du premier ministre.
Monsieur le ministre, s'agissant de l'anticipation de l'effort nécessaire pour le respect de la norme de croissance des dépenses à l'horizon 2031, confirmez-vous bien l’objectif de 10 milliards d'euros? Votre gouvernement pourrait-il communiquer les calculs qui attestent que cet effort écarterait le risque d'effet "boule de neige" à plus long terme? L'objectif du gouvernement est-il donc bien un déficit de 3,8 % du PIB en 2029, soit environ 28 milliards de déficit?
Le premier ministre expliquait vendredi qu’il n’y avait pas d’alternative à la politique du gouvernement. Qu’en est-il des travaux sollicités auprès des experts et collationnés par le Bureau fédéral du Plan? Qu'allez-vous faire de ces propositions?
Votre gouvernement s'est-il déjà accordé sur une répartition de l'effort entre les dépenses et les recettes? Au vu des déclarations des uns et des autres ces dernières semaines, je pense que c'est un point important.
Le gouvernement a-t-il déjà décidé de dégager, ou non, des moyens pour un plan de croissance? On sait en effet que l'un des enjeux majeurs sera la relance de l'activité économique, la croissance et la réindustrialisation. Qu'en est-il des moyens qui seront consacrés au soutien de cette politique?
Par ailleurs, vous avez déclaré ce week-end que le système des flexi-jobs n'était pas équitable entre les travailleurs, qu'il creusait des trous au sein de la sécurité sociale. Ce n'est malheureusement pas une surprise. Selon vous, il engendre également une concurrence déloyale, tant entre les travailleurs et les travailleuses qu'entre les employeurs, selon qu'ils recourent massivement ou non à ce type de dispositif.
Au-delà de vos déclarations dans la presse ces derniers jours sur les flexi-jobs, avez-vous déposé, ou allez-vous déposer, sur la table du gouvernement une proposition visant à mieux encadrer ce système? Vous avez en effet annoncé vouloir lutter contre les dérives et les abus.
Enfin, vous avez déposé voici quelques mois un exercice d’évaluation des rendements budgétaires des différentes mesures sur la table du gouvernement. Pour quand et comment les ministres doivent-ils présenter des alternatives aux rendements qui n'auraient pas été atteints et qui seront impossibles à atteindre dans les mois à venir?
Monsieur le ministre, cet effort permettra-t-il au gouvernement d’aboutir à un déficit inférieur à 3 % en 2030, comme prévu dans l’accord de gouvernement, ou le gouvernement a-t-il abandonné cet objectif, à l’instar du ministre-président wallon qui a annoncé avoir renoncé à l’objectif d’un taux d’emploi de 80 %?
Pour conclure, monsieur le ministre, j'aurais quelque questions précises. Avez-vous intégré dans la trajectoire les moyens nécessaires pour les CPAS à la suite de la limitation des allocations de chômage? Le Comité de monitoring évoque plus de 500 millions d’euros de compensations qui, à ce stade, ne sont pas budgétées. Qu’en est-il de l’augmentation de la norme de dépenses de défense à 3,5 % du PIB, à laquelle votre gouvernement s’est engagé? Un montant d’environ 12 milliards d’euros est évoqué
Qu’en est-il également de la compensation du trou budgétaire résultant d’un rendement moins important que prévu de la neutralisation des dépenses de défense, estimé à 550 millions d’euros? Enfin, quel sera l’impact des économies réalisées dans les services publics, chiffrées à 470 millions d’euros par le SPF Finances dans son analyse du rapport du Comité de monitoring?
01.05 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je trouve que vous vous exprimez assez peu dans la presse mais quand vous le faites, "vous envoyez", comme on le dit en français. Vous devriez le faire plus souvent. Au journal De Standaard, vous affirmez en effet que le régime des flexi-jobs dérape au point de saper notre sécurité sociale. Vous avez même qualifié ce régime de "nouveau malade de longue durée du budget" et vous mettez aussi en cause les sociétés de management conçues selon vous pour protéger l'entrepreneur qui prend un risque et non pour la seule optimisation fiscale. Vous avez même évoqué l'avertissement du FMI sur une trajectoire de la dette qui pourrait nous amener vers un scénario à la grecque.
Le problème, c'est que votre diagnostic intervient quand même à une drôle de période, 13 jours après que votre propre majorité a voté l'extension des flexi-jobs à l'ensemble des secteurs et alors que le ministre de l'Emploi, votre collègue, prétend au contraire que ce même régime est une ressource importante pour les finances publiques. Cela intervient surtout au moment où le dernier rapport du Comité de monitoring chiffre l'effort nécessaire à 7,7 milliards d'euros et où votre gouvernement se donne comme objectif un tiramisu d'environ 10 milliards d'euros en octobre.
Un diagnostic budgétaire n'a de portée que s'il est chiffré. Je suppose donc que vous allez être cohérent avec vous-même. Si vous nous dites que le système dérape, vous pouvez peut-être nous préciser de combien et comment on peut corriger le tir.
Monsieur le ministre, comment se décompose, entre mesures en recettes et mesures en dépenses, l'effort de l'ordre de 10 milliards que vous jugez nécessaire pour la prochaine législature? Quelle part de cet effort entendez-vous faire porter par la fermeture des trous que vous identifiez et des échappatoires fiscales que vous dénoncez à présent publiquement? Il serait inconcevable qu'il n'y ait pas une action du gouvernement. Afin d'objectiver un débat légitime, disposez-vous d'un chiffrage quant au manque à gagner net que le régime actuel des flexi-jobs fait peser sur les finances publiques? Qu'est-il également de la question des sociétés de management? Ceci nous aiderait tous à pouvoir mener ce débat sur des bases les plus rationnelles possibles.
De voorzitter: Vraagt iemand nog het woord, aansluitend bij de vragen? (Neen)
01.06 Minister Vincent Van Peteghem: Collega's, dank voor uw vragen over de omvang van de begrotingsinspanning. Ik merk aan uw vragen dat u gisteren de kranten goed hebt gelezen. Ik heb in de lijst van vragen gezien dat er binnen een tiental à twintigtal minuten daarover ook nog vragen zullen worden gesteld, dus ik stel voor dat we ons nu beperken tot het thema van deze vragen, de omvang van de begrotingsinspanning.
De regering heeft altijd aangegeven dat zij de minimale begrotingsinspanning bepaalt op basis van het rapport van het Monitoringcomité. Het laatste beschikbare rapport is gepubliceerd op 6 juli 2026. De evaluatie van de uitgavennorm toont daarin een minimale inspanning van 7,7 miljard euro op horizon 2029 en 9,8 miljard euro op horizon 2031. Dat is inderdaad, mijnheer Vermeersch, zonder enige afwijking. Zoals ik altijd heb gezegd, is de inspanning die we op basis van de uitgavennorm moeten leveren, de ondergrens, dus de minimale inspanning die we moeten leveren. Ik heb trouwens ook al vaak in de commissie de verhouding van die uitgavennorm tot de 3 %-norm toegelicht, alsook wat de uitgavennorm precies inhoudt en of die norm al dan niet een goede budgettaire graadmeter is. Mijn visie daarop is vast en zeker niet gewijzigd.
Zoals het rapport van het Monitoringcomité ook aangeeft, is die significante verhoging van de vereiste inspanning grotendeels te wijten aan het conflict in het Midden-Oosten en de macro-economische evolutie die daaruit voortvloeit. Zoals ik echter ook heb gezegd, levert deze regering hervormingsinspanningen die een grotere budgettaire sanering op langere termijn moeten inhouden. De recente waarschuwingen van onder andere het IMF tonen echter dat een significante inspanning op korte termijn ook noodzakelijk is om het vertrouwen van de financiële markten met zekerheid te behouden.
Daarom is binnen de regering consensus ontstaan over de noodzaak om een ambitieuze doelstelling vast te leggen. We gaan dus voor een begrotingsinspanning van 10 miljard euro tegen 2029.
Monsieur Dermagne, il est vrai que, compte tenu des perspectives macroéconomiques actuelles, cet effort ne permettra pas de ramener le déficit à 3 % du PIB. Ce n’est pas la faute de ce gouvernement, mais celle de paramètres macroéconomiques défavorables et de la nécessité de consentir des efforts supplémentaires en matière de défense.
Gezien het risico op een rentesneeuwbal willen we de begrotingsinspanning realiseren die nodig is om de uitgavennorm tegen 2031 te behalen. Mevrouw Merckx en anderen, hoe die inspanning zal worden verdeeld, zullen we uiteraard uitgebreid binnen de regering bespreken. Daarbij zal ongetwijfeld inspiratie worden geput uit de maatregelen die ook het Federaal Planbureau heeft opgelijst. Bepaalde van die maatregelen werden doorgerekend, zodat de verschillende puzzelstukken voor een begrotingsakkoord zoveel mogelijk klaarliggen. Op die maatregelen en de timing ervan kom ik straks nog terug bij de vragen van de heer Vermeersch en mevrouw Bertrand.
Monsieur Dermagne, ce gouvernement ne conçoit pas l'effort à fournir comme une distinction artificielle entre dépenses et recettes. Il s'est toutefois engagé à ce que l'effort budgétaire résulte principalement de l'effet de réformes structurelles. À la fin de la législature, celles-ci devront représenter plus des deux tiers de l'effort total. Et dans le cadre de cette enveloppe de réformes, il est en effet nécessaire, dans un premier temps, de mettre en œuvre les réformes prévues, y compris dans le domaine de la migration, par exemple.
Dans la période à venir, des groupes de travail continueront à œuvrer à l'élaboration de solutions alternatives dans le cadre de ce qu'on appelle l'exercice de ligne zéro.
En ce qui concerne vos questions complémentaires sur l'ajout à la trajectoire, monsieur Dermagne, il faut savoir qu'une estimation maximale des compensations pour les CPAS est déjà prise en compte dans la base du Comité de monitoring. L'augmentation des dépenses de défense n'est absolument pas prévue à l'horizon 2031, sur lequel porte actuellement le travail.
Quant à l'hypothèse d'une éventuelle baisse des recettes du SPF Finances, je tiens à souligner qu'elle repose sur un scénario très pessimiste, dans lequel le SPF Finances ne réaliserait aucun gain d'efficacité au fil des ans. J'ai récemment appelé le SPF Finances à s'engager dans la modernisation afin de pouvoir mettre en œuvre les économies prévues sans perte de recettes.
Collega’s, laat mij duidelijk zijn, de inspanning van 10 miljard euro tegen 2029 zullen we allemaal voelen. Als we willen zorgen dat het morgen beter is, zullen we ons uiteraard moeten blijven inzetten voor een gezondere en betere begroting.
01.07 Wouter Vermeersch (VB): Ik wil mij vooral focussen op de grootte van die inspanning. Straks komen we nog terug op de andere aspecten, maar elke nieuwe raming die verschijnt, is uiteindelijk een bekentenis dat de vorige niet geloofwaardig was, dat die begroting niet geloofwaardig was. Hoe langer de regering-De Wever bezig is, hoe groter uiteindelijk de begrotingsfactuur wordt.
Bij de start van dit jaar werd gesproken
over 4,9 miljard euro. Daarna werd dat 7 miljard euro. Vandaag lezen
we dat de Nationale Bank van België uitkomt op 11 miljard euro. Wanneer de geplande lastenverlaging, die
nu is goedgekeurd, wordt meegerekend, spreken we zelfs over 14 miljard
euro. Dat is niet zomaar een bijsturing, maar een verdrievoudiging ten opzichte
van de oorspronkelijke raming aan het begin van dit jaar.
U zegt dat de
oorlog in het Midden-Oosten en de geopolitieke context een rol spelen. Dat
klopt, maar dat is slechts een deel van het verhaal. De realiteit is dat de
Belgische begroting al lang vóór die crisis ontspoord was.
U hebt uw
doelstelling trouwens volledig bijgesteld. Door het onvermogen van uw regering
en uw regeringspartners richt u zich alleen nog op de uitgavengroeinorm. U
respecteert uw regeerakkoord niet meer, waarin heel duidelijk stond dat de
doelstelling voor entiteit I 3 % was. Uw
regering zwakt de doelstelling dus af omdat ze niet meer in staat is
beslissingen te nemen.
U, samen met de heer De Wever en de hele regering, vraagt de bevolking de komende dagen en weken offers te brengen, maar u kunt vandaag niet duidelijk zeggen hoe groot die rekening uiteindelijk zal zijn, wanneer ze betaald zal worden en wie ze zal betalen.
Het fundamentele probleem is dat deze regering voortdurend achter de feiten aanholt, hoewel u beloofde dat de begroting de absolute prioriteit van deze regering zou zijn. Met elke nieuwe raming en elke maand die verstrijkt, wordt de put dieper, terwijl u blijft hopen op terugverdieneffecten en economische meevallers. Mijn vraag is dus eenvoudig. Zult u eindelijk eerlijk zeggen hoe groot die factuur werkelijk is, of blijft u die begrotingsrekening stukje bij beetje aan de bevolking presenteren en voor u uitschuiven?
Voor het Vlaams Belang, is de keuze duidelijk. We willen geen begrotingstrucs meer. We willen volledige transparantie, geen nieuwe belastingen en geen schulden op de kap van de volgende generaties, maar wel structurele besparingen en eindelijk duidelijk rechtse politieke keuzes: geen uitgaven meer voor migratie, geen uitgaven meer voor ontwikkelingssamenwerking of klimaatfinanciering. We hebben immers simpelweg geen geld.
Besparen op onze bijdragen aan de Europese Unie, besparen op de sociale zekerheidsuitgaven aan nieuwkomers, dat zijn duidelijke en rechtse politieke keuzes die zich vandaag opdringen.
Tot slot, de financiële markten liggen vandaag op de loer. Dat beseft u, mijnheer de minister. We zullen het er straks nog over hebben. Elk verder uitstel van u en uw regering zal uiteindelijk zeer duur betaald worden door de hardwerkende Vlaming.
We zullen blijven op die nagel kloppen en dat probleem aankaarten. U moet nu handelen. U mag dat niet verder uitstellen. U moet de waarheid vertellen aan de bevolking.
01.08 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je regrette que vous ne répondiez pas. Pourtant, il s’agit d’un débat d’actualité. Nous écouterons ce que vous direz au sujet des flexi-jobs. En tout cas, une chose est claire, vous aviez annoncé que ce gouvernement allait remettre les comptes en ordre. Or, après deux ans, force est de constater que ce n’est pas de tout le cas et vous en êtes la cause.
Par exemple, en 2014, avec le tax shift, vous avez créé un trou de 8 milliards d’euros par an pour notre sécurité sociale. Aujourd’hui, vous faites la même chose avec les flexi-jobs, dont le coût atteindrait près de 200 millions d’euros par an à l’horizon 2030.
En outre, le problème des flexi-jobs est qu’ils n’augmentent pas le taux d’emploi. On constate notamment que, dans le secteur du commerce, le nombre d’embauches à temps plein a fortement diminué depuis l’introduction de ce dispositif.
Monsieur De Wever a affirmé qu’il n’y avait pas d’alternative. Pourtant, la séquence des dernières semaines et les différentes pistes avancées par le Bureau fédéral du Plan démontrent qu’il existe des alternatives.
Si nous taxions davantage les ultra-riches, par exemple, cela pourrait rapporter jusqu’à 8 milliards d’euros. Nous serions alors déjà proches de l’objectif. De même, une réduction, même limitée, des dépenses de défense permettrait d’économiser plusieurs milliards d’euros. Enfin, il faudrait mettre fin à certaines niches fiscales. Je ne parle pas seulement des sociétés de management, mais aussi des grandes niches fiscales. Je pense notamment au régime des revenus définitivement taxés (RDT), qui coûte plusieurs milliards d’euros par an et permet à certaines grandes entreprises de ne pas contribuer à hauteur de leur juste part.
Dès lors, monsieur le ministre, il existe des alternatives. Lorsque vous affirmez que les deux tiers de l’effort seront financés par des réformes structurelles, cela signifie que c'est la classe travailleuse qui paiera la facture, notamment à travers la réforme des pensions. En définitive, ce sont les travailleurs qui supportent l’essentiel de l’effort. Nous reviendrons évidemment sur ce débat dans les semaines à venir.
01.09 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik zal achteraan aansluiten, uit respect voor de collega's, want ik heb maar een deel van het antwoord gehoord.
01.10 Alexia Bertrand (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister, maar ik blijf toch met één vraag zitten. Was dit nu het antwoord van Dr. Jekyll of van Mr. Hyde, want de tegenstrijdigheden blijven bestaan? De ene dag zegt u in de plenaire vergadering dat er geen nieuwe belastingen komen. Enkele dagen later viseert u de ondernemers met allerlei nieuwe fiscale pistes. Ondernemers vragen geen slogans, maar rechtszekerheid, mijnheer de minister.
De werkelijkheid is dat alle indicatoren op rood staan. U hebt ook het verslag van het Monitoringcomité gelezen. De schuld ontploft. Het is ongezien. Het primair tekort stijgt, maar wat doet deze regering? Ze vertrekt met vakantie. Leg dat eens uit aan de zelfstandigen die extra uren kloppen. U krijgt dan ook nog vakantiegeld, maar zij niet. Zij hebben geen sociale bescherming. Dat zijn mensen die risico’s nemen, die ondernemen, die welvaart creëren.
U zegt dat het niet de fout van deze regering is, maar dat het aan de geopolitieke context te wijten is, mijnheer de minister. Dat is echter de vraag niet, de vraag is hoe u dat gaat oplossen. Zoals een collega heeft gezegd, is het grotendeels uw fout, want de lelijke kamelen zijn niet te wijten aan de geopolitieke context. Het uitstel, de ambities die verdwijnen of verlaagd worden, de terugverdieneffecten die uitblijven, zijn niet te wijten aan de geopolitieke context. Dat is uw verantwoordelijkheid.
De vraag is echter niet wiens fout het is, maar hoe u dat gaat oplossen. Die rentesneeuwbal komt ongezien dichtbij. Het Rekenhof heeft het nogmaals bevestigd. Ook het Monitoringcomité is bezorgd over dat risico. U moet dat aanpakken. Zelfs de 2 % voor defensie haalt u niet, mijnheer de minister, terwijl het tekort ontploft.
U hebt op geen enkele van mijn vragen geantwoord. Wat is de aanpak? Wat is de timing? Gaan we de voorlopige twaalfden dit jaar kunnen vermijden? U hebt gezegd dat 7,7 miljard euro de ondergrens is, maar stop met goochelen met cijfers. Leg de lat ergens en houd u aan die lat. We zien wat uw vorige cijfers waard waren. Eerst was het 20 miljard euro, daarna 15 miljard euro, vervolgens 10 miljard euro, dan 7 miljard euro en uiteindelijk hebt u slechts 4 miljard euro aan saneringen gerealiseerd, zeker niet de 32 miljard euro waarover men sprak.
Wij wachten dus op wat rechtszekerheid, mijnheer de minister, en de ondernemers ook.
01.11 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos quelques éléments de réponse. Je dois vous avouer que je reste quelque peu sur ma faim à bien des égards. Vous aviez aiguisé mon appétit en début de semaine avec un point de vue courageux, qui dénote avec la ligne majoritaire au sein de votre gouvernement quant à l'analyse du phénomène des flexi-jobs et de ses conséquences à la fois sur le marché du travail, mais aussi et surtout sur nos finances publiques. Clairement, à vous entendre aujourd'hui, nous percevons tout de suite une courbe rentrante, tant en ce qui concerne l'ambition que dans la recherche de solutions alternatives et relativement au courage de s'attaquer à certains grands problèmes.
Nous constatons également une forme de myopie, monsieur le ministre, malgré vos lunettes. Vous faites référence au dernier rapport du Comité de monitoring disponible, mais celui-ci n'annihile pas les précédents, notamment celui du mois de mars dernier dans lequel le Comité de monitoring prévoyait déjà un déficit à 38 milliards d'euros. Finalement, entre mars et juin, nous assistons à une dégradation de deux milliards d'euros que l'on peut attribuer au contexte international et à la guerre américano-israélienne contre l'Iran. Mais ce n'est pas la seule raison!
En vérité, le ver est dans la pomme depuis le début. Vous avez évoqué le fait qu'il n'existait pas de répartition arrêtée ou de distinction entre économies en dépenses ou en recettes. Selon vous, la majeure partie des rendements budgétaires devrait provenir de réformes structurelles. Or celles-ci se révèlent à présent contre-productives. Nous vous l'avions dit: elles dégradent la demande interne et, par conséquent, la situation économique de notre pays. Et je ne suis pas le seul à le dire, puisque même le patron de la Fédération des Entreprises de Belgique l'a dit voici une dizaine de jours. C'était assez surprenant. Vous savez que je ne suis pas le premier à me faire le porte-parole ou à reprendre les propos de M. Timmermans, mais je pense qu'en l'occurrence, il a dit juste et il a dit vrai. En effet, vos mesures, vos politiques sont contre-productives sur le plan économique et, donc, également budgétaire.
Monsieur le ministre, des alternatives existent, et vous l'avez prouvé ce lundi. Par conséquent, nous attendons de vous que vous les exposiez, que vous ayez le courage de les défendre et de faire en sorte que ce ne soit pas à nouveau la classe moyenne, les travailleuses et les travailleurs de ce pays qui paient la facture de vos mauvaises politiques.
01.12 Kjell Vander Elst (Anders.): Minister, dank u voor uw antwoord. Ik hoop dat u het met mij eens bent dat dat gepingpong met begrotingscijfers niemand vooruit helpt. Men sprak over 7,7 miljard, vervolgens 10 miljard. Er was ook al sprake van 14 miljard en ooit zelfs van 20 miljard. Men spreekt nu over tiramisu's en lasagnes. Niemand heeft iets aan dat gepingpong met cijfers. Tegelijk zegt u dat het voorbereidende werk klaar is. Vorige week zei de premier in de plenaire vergadering echter dat het voorbereidende werk tijdens de zomer zou plaatsvinden. Wat is het nu, mijnheer de minister? Er is duidelijk nog niets gebeurd. Het enige wat wel nog gebeurt en waar deze regering heel sterk in is, is ballonnen oplaten. De managementvennootschappen nog eens goed aanpakken. Mensen die iets proberen te realiseren, worden telkens opnieuw aangepakt. De flexi-jobs zijn nog maar net uitgebreid, maar toch gaat men bekijken of daar opnieuw op kan worden bespaard.
Mijnheer de minister, uw huiswerk is niet klaar. U zegt dat het voorbereidende werk klaar is, maar dat is niet het geval. Als het klaar was, dan had u kunnen schakelen en had u, zoals het hoort, een akkoord gehad vóór het reces. Dat gebeurt nu niet. We verliezen tijd. We staan stil op een moment waarop zelfstandigen en ondernemers moeten blijven doorwerken en de eindjes aan elkaar moeten knopen. Zij krijgen alleen maar taksen op hun dak. Wat doet deze regering? Die gaat binnen enkele dagen met vakantie. Mijnheer de minister, ik vind dat onbegrijpelijk. In tijden waarin de begroting compleet ontspoort, vind ik het onbegrijpelijk dat men de boeken nu sluit en alles even neerlegt, om tijdens de vakantie wel te zien waar men uitkomt. In het najaar zal men dan wel beslissen. Ik vind dat onbegrijpelijk, mijnheer de minister, in deze tijden. Uiteindelijk zullen mijn generatie en de komende generaties die belastingen, taksen en schulden moeten afbetalen.
Daarom roep ik u nogmaals op, mijnheer de minister, om alstublieft zo snel mogelijk werk te maken van een volwaardige begroting, zodat mijn generatie en de komende generaties die schulden niet zullen moeten afbetalen.
01.13 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie parce vous avez mis le doigt sur un problème de taille pour nos finances publiques et dont nous avons déjà parlé dans le cadre de l’ajustement budgétaire: l’érosion de nos recettes fiscales. Ce n’est, du reste, pas seulement vous qui le dites. Plusieurs partenaires, certains partis politiques, la Cour des comptes, mais aussi des professeurs d’économie, notamment Paul De Grauwe, mettent en avant une perte de recettes importante. On parle de près de 20 milliards d’euros perdus en raison des nombreuses niches fiscales, des exonérations et du système des sociétés de management. Nous ne devons pas craindre d’aborder cette question. En parler ne revient pas à s’attaquer aux entrepreneurs. Cela dit, il ne faut pas non plus se voiler la face: nous savons très bien que de nombreuses sociétés sont créées à des fins d'optimisation fiscale. C’est pourquoi je pense que nous devons vraiment prendre ce dossier à bras-le-corps.
Comme nous l’avons déjà souligné lors de l’ajustement budgétaire, ces 20 milliards d’euros ne signifient évidemment pas qu’il serait possible de tout récupérer. Cependant, ils représentent un champ de travail très vaste et offrent des pistes pour faire face à l'enjeu qui se trouve devant nous. Il est donc temps de s’attaquer à l’érosion de nos recettes fiscales. Il faut le faire sereinement, objectivement et, sans doute, de manière indépendante. À ce sujet, il serait certainement judicieux de demander à la Cour des comptes de réaliser une évaluation de l’efficacité et de l’efficience de toutes ces niches fiscales et de ces systèmes qui réduisent notre base fiscale. Ce travail est nécessaire. Nous devons absolument nous pencher sur ce dossier avant d’envisager la levée de nouveaux impôts. Merci, en tout cas, monsieur le ministre, pour le travail que vous allez fournir sur cette question.
01.14 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister, begrotingsgesprekken zijn nooit gemakkelijk. Er moet altijd een lange weg worden afgelegd, maar u hebt duidelijk gemaakt wat de doelstelling is, namelijk 10 miljard tegen 2029.
Mijnheer Vander Elst, u noemt dat gepingpong, maar dat is een duidelijk cijfer. Het gepingpong komt van u, want u strooit allerlei cijfers in het rond.
De regering heeft gezegd dat het 10 miljard is tegen 2029 en dat is een duidelijk signaal. Bij elke begrotingsoefening, zowel vroeger als nu, zal een evenwicht gezocht moeten worden tussen inkomsten en uitgaven. Wie iets anders beweert, leeft op een andere planeet. Een begroting bestaat simpel gezegd uit twee delen, inkomsten en uitgaven, of uitgaven en inkomsten, u kunt het draaien zoals u dat wilt.
Voor de Vooruitfractie is het belangrijk dat er in die twee gebieden wordt gekeken waar er mogelijkheden zijn. Ook aan de inkomstenzijde moeten we kijken waar er ontsporingen zitten. Ik heb dit weekend gelezen dat twee economen stellen dat er ontsporingen zitten bij onder meer de flexi-jobs. Dan moet men daarnaar kijken. Ook bij de fiscale uitgaven zitten er ontsporingen en ook daarnaar moeten we kijken. Zitten er aan de uitgaven ontsporingen? Ook daar moet men naar kijken. Men moet dus aan beide kanten kijken en daarin een evenwicht zoeken. Het is nooit anders geweest en dat zal het nu ook niet zijn.
Dat is een oefening die we moeten doen en daarvoor moet men in deze moeilijke tijden zijn botten aantrekken en door het slijk gaan. Dat zullen alle partijen moeten doen binnen de regering en dat zullen we ook doen. De Vooruitfractie zal er mee voor zorgen dat er tussen beide twee kanten een evenwicht is.
01.15 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, de regering heeft vorige week een duidelijke doelstelling geformuleerd. Het Monitoringcomité spreekt over 7,7 miljard euro. De regering wil de lat op 10 miljard euro leggen.
Er is ook duidelijk afgesproken om na het reces onmiddellijk aan de slag te gaan, teneinde tegen begin oktober een geloofwaardig pakket naar voren te brengen. Dat is een heel belangrijke uitdaging.
Zoals daarnet al is aangegeven en zoals wij de voorbije weken ook al op verschillende momenten tijdens de plenaire vergadering hebben kunnen meegeven, zal dat een en-en-enverhaal zijn. Zij die menen dat alles met een one shot of met wat populistische maatregelen wordt opgelost, doen de waarheid geweld aan. Het zal een en-enopdracht zijn.
Over de uitgaven blijkt volgens het Monitoringcomité duidelijk dat ze het voorbije jaar in dezelfde lijn zijn geëvolueerd.
Wat de inkomstenzijde betreft, merk ik dat de verslagen van het Rekenhof selectief worden gelezen. Ze worden aangehaald wanneer dat goed uitkomt. Ik zou de collega's aanraden om ze ook eens volledig te lezen. Het Rekenhof heeft al verschillende keren gewezen op de ontsporingen, onder meer rond de managementvennootschappen. Het Rekenhof heeft al meermaals gevraagd om ter zake eens grondig te kijken of er geen ontsporingen zijn in verhouding tot het doel waarvoor de regeling bestaat. Het doel is niet om de kleine zelfstandigen in het vizier te brengen. U weet echter ook dat andere groepen, die niet in eerste instantie via managementvennootschappen een zelfstandige activiteit uitoefenen, daar eveneens van kunnen gebruikmaken.
Als wij de structurele sanering op een geloofwaardige en duurzame manier willen realiseren, moet het een en-enverhaal zijn.
Laten we ten slotte niet vergeten dat wij ook groeistimulerende maatregelen moeten nemen. De enige oplossing voor het streven naar een duurzame sanering van onze overheidsfinanciën is immers dat de werkzaamheidsgraad naar 80 % stijgt. Dat is absoluut nodig en een echte structurele en duurzame manier om onze overheidsfinanciën gezond te houden. Werken moet dus absoluut lonen. Daarom is en blijft de handhaving van de fiscale hervorming die wij vorige week hebben goedgekeurd, voor ons een prioriteit. Ze is absoluut nodig om onze werkzaamheidsgraad naar 80 % te brengen.
01.16 Steven Vandeput (N-VA): Collega's, ik was eigenlijk niet van plan om het woord te nemen. Is het me toegestaan om vanop de voorzittersstoel namens mijn fractie het woord te nemen? (Instemming)
Mijnheer de minister, wat u zegt, bevestigt wat we al zo lang hebben afgesproken en wat eigenlijk de basis vormt van dit regeerakkoord. In dat kader is het essentieel – ik weet dat de collega's het belangrijk vinden daarover vragen te blijven stellen – om telkens opnieuw te horen dat de doelstelling om de begroting onder controle te krijgen overeind blijft. Dat is het eerste punt.
Ten tweede, ik heb tot nu toe, ondanks wat collega's hier zeggen of aanbrengen als alternatieven, geen wijziging gezien in de afspraken die bij de start van de regering zijn gemaakt over de verdeling van de saneringen, door ingrepen, door hervormingen en door, waar nodig en in de afgesproken verhoudingen, ook naar de uitgavenzijde te kijken.
Laten we eerlijk zijn, collega's. Als er vandaag langs de inkomstenzijde of de fiscaliteit een lek is, dan heeft dat twee oorzaken. De eerste is dat het verleden nu eenmaal het vertrekpunt is. We kunnen maar vertrekken waar we staan, en dat is uiteindelijk het resultaat van het verleden.
De tweede oorzaak is dat de economische groei, die zo enorm belangrijk is, dreigt stil te vallen. Ik denk dat het, ondanks alle suggesties, naast de sanering van de begroting, essentieel is dat de regering ook maatregelen neemt, zoals ze dat doet, om de arbeidsmarkt te bevrijden, het aantal flexi-jobs te verhogen en tal van andere maatregelen te nemen ten gunste van de economie. We moeten het economisch leven absoluut vooruithelpen.
Laat me nog één zaak zeggen. Door telkens weer een nieuwe groep te viseren, zullen we er echt niet geraken. Het gaat erom dat we met zijn allen aan de slag gaan, de handen uit de mouwen steken en werken. Alleen op die manier kan de koek groter worden en alleen een grotere koek biedt de waarborg dat we kunnen blijven verdelen en herverdelen, zoals we dat altijd hebben gedaan.
Daarmee is het incident gesloten.
01.17 Kjell Vander Elst (Anders.): (…)
De voorzitter: Mijnheer Vander Elst, we zitten in een actualiteitsdebat, een debat tussen mensen. Het is nogal normaal dat u daarin rechtstreeks wordt aangesproken.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
02.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, uw repliek daarnet was werkelijk hemeltergend. U bent een beetje de comical Steven van dit Parlement. U verwees naar het regeerakkoord, waarin staat (…)
De voorzitter: Mijnheer Vermeersch, ik zal u even onderbreken.
02.02 Wouter Vermeersch (VB): (…)
De voorzitter: Nee, nu gaat u zwijgen! Ik ontneem u het woord!
02.03 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb twee vragen. Ik mag vier minuten spreken. Ik zal die spreektijd gebruiken. U moet nu zwijgen. Ik ben parlementslid en ik zal mijn betoog houden zoals ik het voorbereid heb.
De voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, (....)
02.04 Wouter Vermeersch (VB): U valt uit uw rol. Ik zal niet toestaan dat u als voorzitter vanop die stoel tussenbeide komt, want u misbruikt uw functie om antwoorden van parlementsleden tegen te houden! Dat kan niet in dit Parlement, mijnheer de voorzitter.
De voorzitter: U (…)
02.05 Wouter Vermeersch (VB): Het is nu aan mij. Ik zal het woord nemen en ik dank u daarvoor.
De voorzitter: Ik zal u nu zeggen, mijnheer Vermeersch, dat u het woord hebt voor uw vragen die geagendeerd staan. Het vorige incident is en was gesloten. Ik pas hier de regels van het Parlement toe, zoals het in het boekje staat. Het ligt hier naast me. Als u het daar niet mee eens bent, moet u maar bij de bevoegde organen daarvoor uw beklag doen.
U krijgt nu wel het woord voor wat geagendeerd is, uw samengevoegde vragen over de timing van de federale begrotingsonderhandelingen. Ik ga u wel meegeven dat ik dit soort persoonlijke uitspraken beneden alle peil vind in dit Parlement. Dit (…)
02.06 Wouter Vermeersch (VB): U misbruikt uw rol. U komt niet tussenbeide vanop uw eigen stoel. U misbruikt uw voorzittersfunctie om antwoorden van andere parlementsleden tegen te houden. Dat kan niet in een Parlement.
De voorzitter: Het is u toegestaan (…)
02.07 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb vier minuten spreektijd, mijnheer de voorzitter. Ik zal u nu al zeggen dat ik die zal invullen zoals ik zelf wil. Ik ben verkozen. Ik heb vrij spreekrecht. Ik zal vier minuten spreken, tegen wil en dank van u, zoals ik het zelf wil, mijnheer de voorzitter. Daarin kunt u me niet tegenhouden. Dat staat helemaal niet in het Reglement.
Ik mag zeggen in deze commissie wat ik wil, zolang het binnen het parlementair taalgebruik blijft. En daar hou ik me heel strikt aan.
De voorzitter: U mag dat doen in de mate waarin u geen persoonlijke aanvallen doet tegen eender wie hier in het Parlement.
U krijgt het woord voor uw vragen.
02.08 Wouter Vermeersch (VB): Voorzitter, er werd in de vorige antwoorden verwezen naar het regeerakkoord. Ik zal het uiteraard ook hebben over de timing van de federale begroting, maar het moet toch duidelijk zijn dat elke voorwaarde die in het regeerakkoord staat, ondertussen verlaten werd door deze regering. Er staat onder andere in dat men tegen 2030 een tekort van minder dan 3 % zou aanhouden voor entiteit I. Dat is een doelstelling die al lang verlaten is en die niemand in deze regering nog gebruikt.
Daarin staat ook een verdeelsleutel waarbij maximaal 11 % via nieuwe belastingen zou worden gerealiseerd. Ook die doelstelling heeft deze regering volledig verlaten. Bovendien staat daarin dat de belastingdruk helemaal niet zou stijgen. We zien echter dag na dag nieuwe taksen – taks na taks na taks – en we zien de belastingdruk in dit land absoluut stijgen.
(De minister verlaat even de zaal.)
Mijnheer de voorzitter, ik kom tot de essentie van mijn vraag. Dit voorjaar werd vanuit de regering gewezen op 21 juli als richtdatum. Ik zie dat de minister niet aanwezig is. Misschien moeten we even wachten tot hij terug is. Ik ga toch even wachten, mijnheer de voorzitter, tot de minister terug is, zodat hij mijn vraag kan aanhoren.
Mijnheer de voorzitter, ik vraag de aanwezigheid van de minister.
02.09 De voorzitter: We hebben de tijd stopgezet. We wachten op de minister.
(Korte pauze)
02.10 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, we hebben uiteraard uw pauze gerespecteerd. Nu kom ik tot mijn vraag.
Mijnheer de minister, dit voorjaar werd vanuit de regering gewezen op 21 juli als richtdatum om te landen met een begrotingsakkoord.
Ondertussen vernemen we dat de regering eerst een reeks andere dossiers wil afwerken alvorens de eigenlijke begrotingsonderhandelingen ten gronde aan te vatten. Tegelijk werd in de berichtgeving steeds vaker verwezen naar de indiening van de begroting bij de Europese instellingen in oktober als werkelijke deadline, dus ongeveer 15 oktober, ook het traditionele moment van de regeerverklaring. Premier Bart De Wever verklaarde echter op de NAVO-top in Turkije dat de eigenlijke begrotingsonderhandelingen pas in september zullen worden aangevat.
Daarover heb ik een vijftal vragen, mijnheer de minister.
Kunt u ten eerste bevestigen dat de begrotingsonderhandelingen pas in september zullen starten?
Ten tweede, waarom wordt afgeweken van de eerder vooropgestelde timing of deadline van 21 juli, die ook u hebt uitgesproken?
Ten derde, heeft dit uitstel gevolgen voor het begrotingstraject en de Europese engagementen van België?
Ten vierde, bevestigt u dat de regering de Europese deadline, maar ook de nationale deadline uit de wet van 22 mei 2003, namelijk 15 oktober, als harde deadline beschouwt en die zal honoreren?
Ten vijfde, welke voorbereidende werkzaamheden zullen tijdens deze zomer nog plaatsvinden?
02.11 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vermeersch, de begrotingsopmaak blijft uiteraard de kerntaak van deze regering. De verschillende dossiers die op de regeringstafel liggen, worden in onderlinge samenhang behandeld en de begrotingswerkzaamheden lopen dus ook onverminderd verder. De begrotingswerkzaamheden zijn opgestart bij de afsluiting van de begrotingscontrole, zoals ik al eerder heb gezegd.
Er werd een nullijnoefening gemaakt binnen de regering om de rendementen van de afgesproken maatregelen te evalueren. Daarnaast werden vele voorstellen van experts doorgenomen en werden ook verschillende voorstellen doorgerekend. Met het rapport van het Monitoringcomité van 6 juli werden de werkzaamheden verder geïntensiveerd.
De klassieke werkgroepen hieromtrent vonden plaats en er vond ook een gedachtewisseling plaats in het kernkabinet over de omvang van de oefening. Over die omvang sprak ik daarnet al.
Zoals ik altijd heb aangegeven, ligt de deadline voor mij op de datum waarop we een voldoende ambitieus akkoord vinden over de verbetering van onze begrotingssituatie. Dat akkoord zullen we niet vinden tegen 21 juli.
De regering is zich vanzelfsprekend ten volle bewust van haar nationale en Europese begrotingsverplichtingen. De begrotingswerkzaamheden worden dan ook georganiseerd met het oog op een tijdige afronding van het proces en een tijdige indiening van de vereiste begrotingsdocumenten bij de Europese instellingen. Ik heb er vertrouwen in dat de regering haar verantwoordelijkheid op dat vlak zal nemen.
02.12 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel ten opzichte van vorig jaar. Ook toen werd die deadline voortdurend vooruitgeschoven. Uiteindelijk werd verwezen naar 15 oktober, maar die deadline werd niet gehaald. Vervolgens werd naar november verwezen. Pas heel laat in het najaar van 2025 hebben we een eerste oplevering van begrotingsmaatregelen gezien, waardoor we uiteindelijk in de voorlopige twaalfden zijn gesukkeld. Dat was nog nooit gebeurd: een regering die met een noodbegroting werkt. Daardoor zijn we grandioos te laat en moeten we vandaag extra inspanningen leveren wegens die laattijdigheid en het onvermogen van de regering-De Wever om knopen door te hakken.
Enkele maanden geleden werd nog expliciet verwezen naar 21 juli als streefdatum. Vandaag blijkt die datum opnieuw bijna geruisloos te worden verlaten en verschuift alle aandacht al naar oktober, wanneer de begroting moet worden ingediend. Dat roept toch vragen op, mijnheer de minister, over de manier waarop u en uw regering het begrotingsproces organiseren. Een begroting is normaal het kernstuk, het werkstuk van een regering. Toch krijgen we vandaag de indruk dat eerst allerlei andere politieke dossiers moeten worden afgewerkt vooraleer men zich aan die begroting waagt. Men durft er duidelijk vóór 21 juli niet aan te beginnen. U vertrekt liever op vakantie.
Premier De Wever noemde de begroting een tiramisu of een lasagne. Een tiramisu die de hele zomer in de koelkast blijft staan, zal in september bijzonder zuur smaken. Dat kan ik u garanderen. Een lasagne maak je ook niet door de hele zomer alleen maar ingrediënten op elkaar te stapelen. Op een bepaald moment moet er worden gekookt en moeten er beslissingen worden genomen. We stellen vast dat deze regering daar niet in slaagt.
België heeft geen nood aan culinaire metaforen. De hardwerkende Vlamingen hebben daar helemaal geen nood aan. Ze hebben nood aan een regering die eindelijk haar begrotingswerk doet. Dat is vandaag mijn oproep aan u: begin eraan. Schuif de factuur niet langer door. Elk verder uitstel zal uiteindelijk zeer duur worden betaald door de hardwerkende Vlamingen. Dat is onaanvaardbaar.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Wouter Vermeersch (VB): De premier zou tijdens de EU-top van 18 juni 2026 hebben gepleit om de Belgische bijdragen aan het nieuw meerjarig financieel kader te beperken. Ik herinner u aan het pleidooi dat ik en mijn partij al zes of zeven jaar in de commissie voor Financiën houden.
Naargelang de modaliteiten van het aan te nemen MFK zou de Belgische bijdrage aan de Europese begroting met 2,5 tot 3,4 miljard euro per jaar toenemen. Dat komt boven op de inspanningen die we nu al moeten leveren. Uit de aanpassing van de uitgavenbegroting valt af te leiden dat de BNI-bijdragen dit jaar al zijn toegenomen tot 4,9 miljard euro. Dat is een stijging met 1,5 miljard euro ten opzichte van de realisaties voor 2024.
Naast de toegenomen BNI-bijdragen zou België ook een groter deel van de inkomsten uit de douanerechten moeten afdragen. In juli 2025 berichtte de VRT al dat een wijziging van de afdracht van 75°% naar 90°% vanaf 2028 jaarlijks een derving van maar liefst 600 miljoen euro voor de Belgische begroting zou betekenen. Dat komt dus boven op al de cijfers die we tot nu toe hebben genoemd.
Gezien de beperkte budgettaire ruimte in verschillende lidstaten, ook in België, zou worden geopperd om Europese schulden aan te gaan voor de financiering van het nieuwe MFK. Ook de regeringspartijen Vooruit en Les Engagés zouden voor die piste gewonnen zijn.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten welk pleidooi de premier precies hield voor de beperking van de Belgische bijdragen aan de Europese Unie? Kunt u ook toelichten wat de geraamde budgettaire impact zal zijn van de toegenomen bijdragen? Welke nood aan bijkomende inspanningen zal dat creëren om de begrotingsdoelstellingen van deze regering te behalen? Volgens de tussenkomst van een collega eerder gaat het om minder dan 3°% tegen 2030, zoals bepaald in het regeerakkoord. In welke mate acht u het wenselijk en redelijk om een extra nationale bijdrage te leveren aan het nieuwe MFK? Wat is het regeringsstandpunt over het aangaan van Europese leningen en dus schulden, ter financiering van dat nieuwe meerjarig financieel kader?
03.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vermeersch, ik zal de tijd nemen om wat uitgebreider te antwoorden, maar ik wil u wel vragen om cijfermatige vragen maximaal schriftelijk te stellen, zodat alles zo efficiënt mogelijk kan verlopen.
We worden inderdaad geconfronteerd met heel wat nieuwe Europese prioriteiten en nationale overheden kijken vaak naar het Europese niveau voor oplossingen. Denk onder meer aan competitiviteit, artificiële intelligentie, defensie, klimaat en energie. Het is dan ook evident dat daar de nodige middelen tegenover moeten staan.
Gezien de nood aan Europese financiering, maar ook de budgettaire uitdagingen in heel wat lidstaten en dus de beperkte mogelijkheden om de nationale bijdragen te laten stijgen, moeten we volgens mij openstaan voor een discussie over mogelijke nieuwe eigen middelen. Er zijn trouwens nog maar weinig lidstaten die dat in vraag stellen. Nog vóór een discussie over nieuwe eigen middelen wordt gevoerd, zal het debat op Europees niveau de komende periode vooral gaan over welke die nieuwe eigen middelen dan moeten zijn.
De Belgische totale budgettaire impact binnen het huidige MFK wordt geraamd op gemiddeld ongeveer 4,4 miljard euro per jaar. De Europese Commissie heeft voor het MFK 2028-2034 een begrotingsvolume van bijna 2.000 miljard euro voorgesteld. Als het huidige stelsel van eigen middelen behouden blijft, wordt de totale budgettaire impact voor die periode geraamd op gemiddeld ongeveer 7,2 miljard euro per jaar. Als de door de Commissie voorgestelde nieuwe eigen middelen worden ingevoerd, zou de budgettaire impact voor België dalen tot gemiddeld ongeveer 6,9 miljard euro per jaar. Het is dus duidelijk dat de invoering van nieuwe eigen middelen, zoals die nu door de Commissie worden voorgesteld, budgettair een stuk interessanter is voor België dan een financiering via afdrachten op basis van de BNI-bijdrage.
Wat uw vraag over de douanerechten betreft, de Europese Commissie raamt de bruto-opbrengst van de douanerechten voor België op gemiddeld bijna 6 miljard euro per jaar. Daarbij wordt al rekening gehouden met de voorgestelde hervormingen van het douanekader, waaronder de invoering van een handling fee en de afschaffing van de de-minimisdrempel.
De afdracht van traditionele eigen middelen aan de Europese begroting vormt op zich geen bijkomende budgettaire kosten voor de Belgische overheid, aangezien die ontvangsten worden beschouwd als middelen die aan de Europese Unie toekomen.
België ontvangt wel een vergoeding voor de inningskosten. Momenteel bedraagt die vergoeding 25 % van de geïnde douanerechten. Op basis van de huidige ramingen komt dat neer op gemiddeld ongeveer 1,5 miljard euro per jaar.
De Europese Commissie stelt voor om dat percentage te verlagen tot 10 %. In dat geval zou de vergoeding voor België dalen tot ongeveer 0,6 miljard euro per jaar. Dat zou leiden tot een geraamde minderontvangst van ongeveer 0,9 miljard euro per jaar voor de nationale begroting.
Wat de eigen middelen betreft, stelt de Europese Commissie vijf nieuwe eigen middelen voor, gebaseerd op ETS1, CBAM, e-afval, TEDOR, dus de tabaksaccijnzen, en CORE, de Corporate Resource for Europe. Op basis van de beschikbare ramingen zou via die nieuwe eigen middelen vanuit België gemiddeld ongeveer 1,5 miljard euro per jaar naar de Europese begroting vloeien.
De rechtstreekse budgettaire impact op de Belgische overheidsfinanciën wordt geraamd op ongeveer 1,1 miljard euro per jaar. De bijdrage uit CORE, geraamd op ongeveer 0,4 miljard euro per jaar, wordt daarbij buiten beschouwing gelaten, aangezien die rechtstreeks door de betrokken ondernemingen zou worden gedragen en niet via de nationale begroting wordt gefinancierd. De voorgestelde CORE-bijdrage heeft geen rechtstreekse impact op de uitgaven of ontvangsten van de Belgische begroting.
Volgens de ramingen van de Europese Commissie zou de voorgestelde bijdrage op basis van de tabaksaccijnzen leiden tot een gemiddelde afdracht van ongeveer 0,4 miljard euro per jaar vanuit België aan de Europese begroting.
De afdrachten aan de EU worden tot nu toe gedragen door de federale regering, terwijl het grootste deel van de EU-inkomsten naar de regio’s vloeit. In de meerjarenramingen van de federale begroting werd alvast een interfederale bijdrage voor het nieuwe MFK van 500 miljoen euro per jaar ingeschreven vanaf 2028.
Daarnaast zijn bepaalde nieuwe eigen middelen gekoppeld aan beleidsdomeinen waarvoor de gewesten bevoegd zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bijdrage op niet-gerecycleerd kunststofverpakkingsafval, de plasticbijdrage, en voor het voorstel inzake e-waste, waarvoor de onderliggende beleidsbevoegdheden grotendeels bij de gewesten liggen. De verdeling van dergelijke lasten tussen de verschillende overheden maakt het voorwerp uit van intra-Belgisch overleg.
Over de budgettaire impact van het MFK 2028-2034 dient te worden benadrukt dat er nog aanzienlijke onzekerheid bestaat. De hierboven vermelde ramingen zijn gebaseerd op het initiële voorstel van de Europese Commissie en moeten steeds als indicatief worden beschouwd.
De onderhandelingen binnen de Raad zijn momenteel volop aan de gang. Enerzijds heeft een aantal lidstaten al aangegeven dat het voorgestelde begrotingsvolume en de daaruit voortvloeiende nationale bijdragen moeilijk te verzoenen zijn met de budgettaire realiteit waarmee ze worden geconfronteerd. Anderzijds geven zeventien cohesielanden expliciet aan geen dalingen te zullen aanvaarden van de middelen voor traditionele prioriteiten, zoals cohesie en landbouw.
Het is dan ook voorbarig om vooruit te lopen op eventuele bijkomende maatregelen zolang de contouren van het toekomstige MFK niet zijn vastgelegd. De regering heeft op dit ogenblik nog geen definitief standpunt ingenomen over de financieringswijze van het toekomstige meerjarig financieel kader. Dat geldt zowel voor de voorstellen inzake nieuwe eigen middelen als voor eventuele vormen van Europese leningsfinanciering. De regering zal die voorstellen beoordelen in het kader van de lopende onderhandelingen, rekening houdend met de budgettaire gevolgen, de Europese meerwaarde en de impact op de houdbaarheid van de openbare financiën.
De Europese Commissie stelt voor de periode 2028-2034 een omvangrijker kader voor. In die context kan het niet de bedoeling zijn om structureel nieuwe gezamenlijke Europese schulden aan te gaan voor de financiering van de gewone Europese begroting of permanente uitgaven. Dat neemt niet weg dat gemeenschappelijke schulduitgiften in uitzonderlijke omstandigheden een passend instrument kunnen zijn om het hoofd te bieden aan gemeenschappelijke Europese uitdagingen die, vanwege hun omvang of aard, een gecoördineerde Europese respons vereisen. Ik denk dat de financiering van de uitzonderlijke steun aan Oekraïne daarvan een perfect voorbeeld is. Een pragmatische benadering is dus belangrijk, waarbij elk voorstel tot gezamenlijke schuldfinanciering afzonderlijk wordt beoordeeld op basis van de noodzaak, de Europese meerwaarde, de tijdelijke aard van de maatregel en de gevolgen voor de houdbaarheid van de openbare financiën.
Mijn excuses, mijnheer de voorzitter, voor het iets langere antwoord, maar ik wil hierover toch zo volledig mogelijk zijn.
03.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, het was een langer antwoord, maar dat debat wordt grondig onderschat. Bovenop de tiramisu van 10 miljard moeten er nog vele miljarden voor Europa bijkomen. Bovenop uw tiramisu komt nog een zure Europese laag room. De kern van de zaak blijft uiteindelijk overeind. Dit land staat financieel met de rug tegen de muur en toch dreigt de Europese factuur verder op te lopen.
Vandaag zei u in uw antwoord dat we al 4,4 miljard aan bni-bijdragen betalen. Volgens ons gaat het om een groter bedrag, volgens ons gaat het om 4,9 miljard. Dat bedrag zal in enkele jaren tijd, als de plannen van Europa doorgaan, verder stijgen naar ofwel 7,2 miljard, ofwel 6,9 miljard als men rekening houdt met die nieuwe Europese eigen middelen. Een verschil van slechts 300 miljoen euro is een gigantisch bedrag. Nu liggen er dus plannen op tafel om België nog eens extra miljarden te laten betalen. Laat mij duidelijk zijn, zelfs als men die nieuwe eigen middelen gebruikt, blijft het verschil slechts 300 miljoen euro. Dat zijn uiteindelijk nieuwe Europese belastingen.
Daarnaast komen nieuwe Europese schulden. Maar Europese schulden bestaan helemaal niet. U weet dat, als minister van Begroting, beter dan ik. De schulden van vandaag zijn de belastingen van morgen. Uiteindelijk zijn Europese schulden dus nieuwe belastingen.
Laat ik duidelijk zijn, voor het Vlaams Belang kan er geen verdere overdracht van middelen aan Europa zijn zonder een grondige hervorming van de Europese uitgaven. Dat zou het duidelijke standpunt van dit land moeten zijn op het Europese niveau. Dit land staat immers met de rug tegen de muur. We moeten pleiten voor minder Europese uitgaven.
Geen Europese schuldenunie. Geen extra factuur voor de Vlaamse belastingbetaler terwijl deze regering zelf haar begrotingsdoelstellingen helemaal niet haalt. Het is, ook wat Europa betreft, vijf voor twaalf.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, een recente studie van de Nederlandse Defensie Academie, de NLDA, gepubliceerd in het vakblad Militaire Spectator, stelt vast dat verschillende West-Europese NAVO-lidstaten, waaronder dit land België, voor een bijzonder zware uitdaging staan om de nieuwe NAVO-uitgavennorm van 5 % te realiseren. België besteedt vandaag volgens de beschikbare cijfers ongeveer 2 % van het bruto binnenlands product aan klassieke defensie-uitgaven, hoewel het Monitoringcomité ook daar alweer vraagtekens bij plaatst. Ik kom daar straks nog op terug.
De nieuwe NAVO-doelstelling voorziet evenwel dat tegen 2035 in totaal 5 % van het bruto binnenlands product wordt besteed aan defensie en weerbaarheid, waarvan 3,5 % voor klassieke militaire uitgaven. De onderzoekers wijzen erop dat België al met een hoog begrotingstekort kampt, een hoge overheidsschuld en een heel hoge fiscale druk. Wij kunnen dat alleen beamen. Volgens hen beschikt het land over weinig budgettaire manoeuvreerruimte om bijkomende defensie-uitgaven te financieren. Zij waarschuwen bovendien dat financiering via bijkomende schulden, belastingen of besparingen aanzienlijke economische en maatschappelijke gevolgen kan hebben.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op de studie? Hebt u ze gelezen?
Beschikt de regering ondertussen over een meerjarenstrategie voor de financiering van de extra defensie-uitgaven na het bereiken van de 2 %-norm?
Kunt u uitsluiten dat nieuwe belastingen zullen worden ingevoerd om toekomstige defensie-uitgaven te financieren?
04.02 Minister Vincent Van Peteghem: Ik kan helaas niet anders dan de vaststellingen van de recente studie van de Nederlandse Defensie Academie beamen. Uit recente cijfers uit het rapport van het Monitoringcomité en in het bijzonder uit de stijgende schuldgraad van ons land blijkt heel duidelijk dat er momenteel geen budgettaire ruimte is voor een sterke toename van de uitgaven.
Zoals ik al vaker heb opgemerkt, mag de regering niet de fout maken van vorige regeringen en enkel op korte termijn kijken. Wij moeten maximaal budgettaire ruimte creëren om budgettaire schokken op te vangen. De regering heeft een broodnodige inhaaloperatie uitgevoerd. Echter, zoals ik al vaak heb aangegeven, moet er ook een kritische reflectie zijn over alle uitgaven, dus ook over de defensie-uitgaven.
De vraag in welke mate het opportuun is om in 2035 de defensie-uitgaven naar 3,5 % te verhogen, zal dan ook op dat moment door de regering moeten worden geëvalueerd. Op welke manier die verhoging dan moet worden gefinancierd, is eveneens een vraag die elke volgende regering zich zal moeten stellen.
04.03 Wouter Vermeersch (VB): Ondertussen schuift u de factuur gewoon blindelings door naar de volgende regering. Het is de eerste keer, mijnheer de minister, dat ik vaststel dat u eigenlijk zegt: sorry, maar dit is het probleem van de volgende regering.
Uw antwoord bevestigt wat iedereen al vermoedde. De regering heeft vandaag geen geloofwaardig plan om de bijkomende NAVO-factuur op te vangen. U gaat op internationaal niveau, met Theo Francken op kop, nieuwe engagementen aan, maar u kunt de burger, de belastingbetaler, niet zeggen hoe, door wie en wanneer die uiteindelijk betaald zullen worden.
Uw antwoord is werkelijk tekenend. Dit is
opnieuw de kern van het probleem. België vertrekt van een slechte
uitgangspositie met een ontsporend begrotingstekort, een torenhoge staatsschuld
en een van de hoogste belastingdrukken, zo niet de hoogste belastingdruk ter
wereld. U erkent dat ook in uw antwoord, maar toch blijft uw regering nieuwe
verplichtingen aangaan, opnieuw met Theo Francken op kop, zonder structurele
financiering.
Voor het Vlaams Belang is het heel duidelijk: geen nieuwe schulden, geen nieuwe belastingen, geen begrotingstrucs, wel echte politieke keuzes en structurele besparingen op de uitgaven, zodat defensie wel gefinancierd wordt zonder de hardwerkende Vlaming opnieuw de rekening te presenteren, zonder de rekening door te sturen naar de volgende regering en zonder de rekening door te sturen naar de volgende generaties.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u hebt een lijvig rapport laten publiceren met maar liefst 264 concrete maatregelen om onze federale begroting weer op de rails te krijgen. In het rapport windt men er geen doekjes om. Er is haast bij, want als we niet snel ingrijpen, dreigen de rentelasten op onze nationale schuld op te lopen van 12,3 miljard euro dit jaar tot maar liefst 17 miljard euro tegen het einde van de regeerperiode. Ik weet nog dat die rentelasten in 2022, toen ik aankwam, nog maar 8 miljard euro bedroegen. Het gaat dus zeer snel. Daarom ook de vrees voor een rentesneeuwbal.
Daar wil ik het echter niet over hebben. Ik wil het hebben over de verschillende maatregelen en voorstellen. Het rapport is zeer breed. Er staan politiek gevoelige voorstellen in, zoals het verlagen van de groeinormen in de sociale zekerheid en het invoeren van een indexsprong.
Ik hoor van de coalitiepartners dat sommigen sceptisch zijn. U noemde dit een professionalisering en objectivering van het begrotingsbeleid. U verwees naar het voorbereidende werk, maar de premier zei dat we nog aan het voorbereidende werk moesten beginnen. Wat bedoelt u met het voorbereidende werk? Verwees u naar het werk van het Federaal Planbureau?
Het rapport is een menukaart met heel veel voorstellen, maar dan moet men nog veel knopen doorhakken. Dat wordt allemaal berekend, maar dat gebeurt niet tot in alle details. Hoe beoordeelt u zelf de haalbaarheid van die menukaart? Welke specifieke maatregelen of domeinen genieten uw persoonlijke voorkeur om de begroting te saneren? Hoe reageert u op de interne kritiek binnen uw regering dat dit rapport niet bijdraagt tot het vinden van een politiek compromis? Hoe zult u dit rapport strategisch gebruiken om de moeilijke discussies binnen de arizonacoalitie te beslechten? Hoe zult u op basis van dit rapport te werk gaan?
Het Federaal Planbureau waarschuwt ook dat vereiste aanpassingen dringend zijn. Wat is de exacte timing voor de bespreking van dit rapport? Ik heb u die vraag al tijdens het actualiteitsdebat gesteld, maar ik heb daarop geen antwoord gekregen. Welke van de 264 voorstellen zult u prioritair door het Federaal Planbureau laten becijferen?
05.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw Bertrand, het Federaal Planbureau heeft mijns inziens zeer uitgebreid en transparant gerapporteerd over de maatregelen die experten hebben geselecteerd. Het klopt inderdaad dat de regering vervolgens de vraag heeft gesteld om bepaalde maatregelen door te rekenen. Of het Federaal Planbureau daar al dan niet over zal rapporteren, is natuurlijk een vraag voor het Planbureau zelf. Het is niet aan mij als minister van Begroting – maar dat weet u ook – om het Federaal Planbureau, net zoals de Hoge Raad van Financiën, die beiden een independent fiscal institution zijn, te gaan instrueren.
Veel ramingen vindt u eigenlijk al terug in de publicatie van het Federaal Planbureau. Ik zal een vijftal citaten uit dat rapport aanhalen, waaruit duidelijk blijkt dat er toch al een aantal berekeningen zijn gebeurd.
Eerste citaat: “Vele voorstellen in het domein van de gezondheidszorg hebben betrekking op de groeinorm, waarbij met name wordt aanbevolen deze beter af te stemmen op en in overeenstemming te brengen met de zwakke bbp-groei. Dergelijke maatregelen zijn geëvalueerd in het kader van de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s in 2024. De initiële impact werd daarin geraamd op 3,3 tot 4,5 miljard euro, afhankelijk van de modaliteiten van de maatregel.”
Tweede citaat: “Tijdens de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s in 2024 werd geraamd dat het voorstel om alle vormen van alternatieve beloning in de heffingsgrondslag op te nemen, de ontvangsten van de sociale zekerheid direct met twee miljard euro zou doen stijgen.”
Derde citaat: “Een dergelijke belasting op het nettovermogen werd door verschillende partijen voorgesteld in het kader van de doorrekening van het verkiezingsprogramma in 2024. Afhankelijk van de modaliteiten werd de opbrengst van deze belasting geraamd op 2,0 tot 7,5 miljard euro.”
Vierde citaat: “Bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma in 2024 werd geraamd dat de afschaffing van fiscale niches - bedrijfswagens, tankkaart, ecocheques en maaltijdcheques - de fiscale ontvangsten direct met 4,5 tot 5,5 miljard euro zou verhogen. Er wordt ook een wijziging voorgesteld in de berekening van het voordeel in natura.”
En het laatste citaat: “De afschaffing van dergelijke subsidies in de transportsector - waaronder de professionele diesel - werd bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s in 2024 geraamd op 800 miljoen tot 1,25 miljard euro.”
Dat waren dus vijf citaten en een aantal bedragen. Op uw vraag of we met de voorstellen van het Planbureau theoretisch gezien een voldoende grote inspanning kunnen leveren, kan ik in ieder geval bevestigend antwoorden. Of dat de inspanningen zijn die de regering opportuun acht, zal natuurlijk tijdens de komende begrotingsdiscussie worden opgehelderd.
05.03 Alexia Bertrand (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister.
U hebt mijn vragen niet beantwoord. U hebt een paar citaten uit het rapport aangehaald. Die had ik ondertussen ook al gelezen, maar dat is net mijn punt. Het is een catalogus, een menukaart. De vraag is hoe u de politieke knopen zult doorhakken. Dat is mij nog niet duidelijk.
Welke methodologie zult u hanteren? Hoe zult u op basis van dit rapport te werk gaan? Zal het echt helpen? Ik hoor ook de uitspraken van de verschillende coalitiepartners. Ik heb niet de indruk dat er unanimiteit bestaat over de verschillende oplossingen, aanbevelingen of maatregelen die in het rapport staan. Dat is ook logisch. Sommige van die maatregelen komen van experten, maar andere zijn gewoon afkomstig uit de verkiezingsprogramma's van de verschillende partijen. Dat daarover een consensus zou bestaan, zou een heel grote verrassing zijn.
Ik hoor dus dat het rapport voor u een basis vormt voor de begrotingswerkzaamheden, maar hoe, wanneer en op welke manier, is nog niet duidelijk. Ik vermoed dat we achteraf de analyse zullen maken van de mate waarin dit al dan niet heeft geholpen in het debat. Ik zal u daar dan achteraf over ondervragen, hopelijk vóór de maand februari 2027, want het is toch de bedoeling om dit jaar de voorlopige twaalfden te vermijden.
Ik wens u in ieder geval veel succes.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, de regeringstop – misschien kunt u bevestigen dat u daar ook aanwezig was – zat recent samen met het IMF en de Nationale Bank van België over de verontrustende economische toestand van ons land.
Het IMF is in zijn doorlichting duidelijk: de huidige sociaal-economische hervormingen zullen niet volstaan om het tekort en de kwetsbaarheid ten gevolge van onze torenhoge staatsschuld structureel terug te dringen. De situatie wordt steeds urgenter, zeker nu de geopolitieke spanningen de economische groei afremmen.
Om tegen 2030 aan de Europese uitgavennorm te voldoen – dat is uw nieuwe doelstelling, een lagere lat dan oorspronkelijk in het regeerakkoord, waarin u uitging van een federaal tekort van 3 % – zal de regering een loodzware inspanning moeten leveren. Intussen weten we bovendien dat zelfs die uitgavennorm niet volstaat.
De eerste minister spreekt over een inspanning van 7 miljard euro. De Nationale Bank van België spreekt eerder over een inspanning van 14 à 15 miljard euro. Er wordt dus met cijfers gegoocheld. Ik heb intussen begrepen dat de regering uitgaat van ongeveer 10 miljard euro, maar ook dat is me nog niet helemaal duidelijk.
Welke voornaamste conclusies en beleidsaanbevelingen neemt u mee uit de recente werklunch met de specialisten van het IMF en de Nationale Bank van België? Wordt daarvan een rapport opgesteld? Kunnen wij een schriftelijk verslag van die ontmoeting ontvangen?
Daarnaast blijft er onduidelijkheid bestaan over de grootte van de inspanning. Gaat het nu om 7, 10 of 14 miljard euro?
Erkent u bovendien dat de deadline van 21 juli of zelfs begin september niet langer realistisch is? Kunt u bevestigen dat er wel een begroting zal zijn tegen de State of the Union?
Tot slot,…
De voorzitter: Mevrouw Bertrand,…
06.02 Alexia Bertrand (Anders.): De heer Vermeersch krijgt soms meer dan één minuut extra spreektijd, maar daar zegt u niets van.
De voorzitter: Dat is niet waar. De heer Vermeersch houdt zich aan zijn…
06.03 Alexia Bertrand (Anders.): Ik ga mijn vraag dus afronden. Dank u wel, mijnheer de voorzitter.
Mijnheer de minister, u luistert naar het IMF in dezen, maar niet naar wat het zegt over de gezondheidszorg. Er bestaan rapporten die zeggen dat wij 20 à 30 % duurder zijn dan andere landen (…)
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, u kent het Reglement. Ik geef het woord aan de heer Vermeersch.
06.04 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik wil focussen op een specifiek aspect van uw opmerkelijk interview van 13 juli in De Standaard. We hebben vandaag al veel opmerkelijke uitspraken gehoord, maar in dat interview waarschuwde u voor de eerste keer voor een interventie binnen vijf jaar van het IMF, de Europese Commissie en nog een rist instellingen, de zogenaamde trojka die ook neergestreken is in bijvoorbeeld Griekenland.
Die zou aan het schrappen kunnen gaan vanwege de penibele begrotingstoestand van dit land. Dit is ongezien. Ik weet dat de gouverneur van de Nationale Bank eerder al verwees naar een mogelijk Portugees scenario. U weet dat de situatie in Portugal weliswaar niet zo ernstig was als in Griekenland, maar ook daar was een interventie nodig, onder andere vanuit Europa, omdat de begrotingstoestand compleet aan het ontsporen was. U zegt eigenlijk, met de handen in het lucht, zoals Moody's ook al waarschuwde, dat u op dit moment politiek niet meer in staat bent om de situatie recht te trekken.
Ik wil het graag even van u horen, mijnheer de minister. Dit is een ongeziene uitspraak van een Belgische minister van Begroting, van een regeringslid. Ik wil u dus vragen of u uw uitspraken kunt toelichten en nuanceren. Dat is immers belangrijk omdat de financiële markten steeds meer naar ons land kijken. Welke risico's ziet u heel concreet? Dat zou ik graag van u vernemen. Ik zou dus graag geen algemeen afgelezen antwoord krijgen, maar wel een heel duidelijk antwoord.
06.05 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw Bertrand en mijnheer Vermeersch, de vragen over de omvang van de inspanning en timing zijn volgens mij al beantwoord.
Wat betreft de werklunch met het IMF en de Nationale Bank, geef ik graag nog wat bijkomende toelichting. Die gedachtewisseling met hun experts was bijzonder waardevol. Hun analyse bevestigt in grote lijnen wat ook andere instellingen al een tijdje aangeven, namelijk dat de toestand van onze overheidsfinanciën vraagt om een geloofwaardig en volgehouden begrotingstraject.
De centrale boodschap was dat ons land vandaag geen buffer meer heeft om toekomstige economische of geopolitieke schokken op te vangen. We hebben daarnaast ook gezien dat de rentelasten op de overheidsschuld de komende jaren sterk zullen toenemen, waardoor steeds meer begrotingsmiddelen naar intrestbetalingen zullen gaan in plaats van naar investeringen en sociale bescherming of andere beleidsprioriteiten. Ik veronderstel dat u ook de tabel hebt gezien in het rapport van het Monitoringcomité, waaruit blijkt dat tegen 2031 3 % van ons tekort van 5,7 % naar intrestlasten zal gaan. Meer dan de helft gaat dus naar intrestaflossing.
Dat maakt toch wel duidelijk dat we kwetsbaarder zijn voor een eventuele verslechtering van het vertrouwen op de financiële markten. Dat is exact ook de boodschap die men heeft gebracht. Let op, een crisis is nooit lineair, zoals ik ook in het interview heb aangegeven. Een crisis is nooit lineair. De financiële markten kunnen plotseling voor de deur staan, met een enorme toename van de spread die kan worden vastgesteld. De aanbevelingen sluiten natuurlijk nauw aan bij de koers die we ook willen volgen. Een begrotingsinspanning moet voldoende omvangrijk en structureel zijn en kan niet alleen steunen op een aantal eenmalige maatregelen. Daarbij moet ook worden gekeken naar de beheersing van de lopende uitgaven, met bijzondere aandacht voor de efficiëntie van onze overheidsuitgaven, maar volgens de instellingen ook onder meer in de gezondheidszorg, het onderwijs en de publieke investeringen. Ook heeft het IMF gewezen op de noodzaak van een kritische doorlichting van onze fiscale uitgaven en uitzonderingsregimes, die ook kunnen bijdragen tot een duurzamere en eerlijkere begroting, zonder dat we de wettelijke belastingtarieven noodzakelijk dienen te verhogen.
Kortom, de gesprekken hebben nogmaals bevestigd dat een begrotingssanering geen doel op zich is, maar wel een noodzakelijke voorwaarde om onze financiële geloofwaardigheid te vrijwaren, de toekomstige rentelasten onder controle te houden en voldoende beleidsruimte te behouden voor de uitdagingen en de crisissen van morgen, zodat we ook onze welvaartsstaat overeind kunnen houden.
06.06 Alexia Bertrand (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister. U hebt gezegd dat men de zaken op orde kan brengen zonder dat men de wettelijke belastingtarieven dient te verhogen. Dat is natuurlijk de hele ambiguïteit van uw uitspraken. U hebt dat ook zo in de plenaire vergadering gezegd. Toch viseert u de managementvennootschappen, de flexi-jobbers en de mensen die de welvaart creëren. U speelt dus met woorden. Het gaat niet over nieuwe belastingen creëren, hoewel uw zusterpartij Les Engagés heeft aangegeven dat er een vermogensbelasting op tafel ligt. Het zou mij niet verbazen als u die zou steunen. Het gaat wel over het verhogen van de huidige belastingen, zonder dat u nieuwe tarieven invoert. Dat vind ik zeer jammer, want dat creëert geen rechtszekerheid voor de mensen die de motor zijn van onze economie.
Ik wil er vooral op aandringen dat u geen lelijke kamelen meer creëert, geen uitstel en geen uitholling van uw hervormingen. Het is de eerste keer dat ik u hoor zeggen dat de gezondheidszorg een sector is die dringend hervormingen nodig heeft. Dat begint nu langzaam door te dringen, terwijl ik dat al jaren zeg.
In een rapport van het IMF van drie jaar geleden stond ook al dat ons gezondheidszorgsysteem 20 tot 30 % duurder is dan het gemiddelde in de OESO-landen, met dezelfde kwaliteit van zorg en dienstverlening. Als dat in een bedrijf zou gebeuren, zou dat niet lang standhouden. Dan zou men dat dringend aanpakken, maar wij vinden het blijkbaar normaal dat het hier 20 tot 30 % duurder is voor dezelfde kwaliteit van dienstverlening. Dat is iets wat u moet aanpakken.
U hebt daarnet de groeinorm genoemd. Die kon drie tot vier miljard euro opleveren. Ik denk dat u dat dringend moet aanpakken, mijnheer de minister, want daar zijn zeker efficiëntiewinsten te halen, onder meer inzake overconsumptie en de netwerken van ziekenhuizen.
06.07 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik weet niet of u het al gezien hebt, maar op dit eigenste moment luidt de titel in De Tijd: Franse rente klimt naar hoogste peil sinds 2009. Dat is een rampscenario dat zich op dit moment aan het ontplooien is. Als het regent in Parijs, druppelt het ook in Brussel.
Ik wil nog even de nadruk leggen op de ernst van wat u zegt over het IMF en de tussenkomst van de Europese Commissie. U bent minister van Begroting. Als u vandaag zegt dat België binnen vijf jaar onder curatele van het IMF of de Europese Commissie dreigt te komen, dan zegt u hier open en bloot dat uw eigen begrotingsbeleid faalt. U bevestigt gewoon wat wij al maanden in deze commissie zeggen. De Belgische begroting is een kaartenhuisje. De Nationale Bank van België, het Monitoringcomité, het IMF en al die instellingen trekken al langer aan de alarmbel. Ik verwijs ook naar de kredietbeoordelaars. Nu doet u dat zelf als minister van Begroting.
Waar blijft dan de daadkracht van deze regering om onmiddellijk in te grijpen? De financiële markten zullen niet wachten tot september, mijnheer de minister. Het is vijf voor twaalf. Eigenlijk is het al vijf na twaalf. We zijn al in de namiddag. We staan aan de vooravond van een totale ontsporing van de financiën van dit land.
Het moet ook duidelijk zijn dat we geen buffers meer hebben als er een nieuwe economische crisis komt en die komt er. De vraag is alleen wanneer. Als men geen buffers voorziet, dan dreigt over vijf jaar een Grieks of Portugees scenario en zijn de meest kwetsbaren uiteindelijk het slachtoffer. Dit is een tikkende tijdbom. Het is slechts een kwestie van tijd voor de financiële markten en de internationale context dit land een mes op de keel zullen zetten en de regeringen van dit land zullen dwingen om pijnlijke keuzes aan de eigen bevolking op te leggen. Het is nu dat er moet worden ingegrepen. Uitstel is onaanvaardbaar.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega’s, ik moet u helaas verlaten. Wil een van de collega’s mij vervangen?
Voorzitter:
Vincent Van Quickenborne.
Président: Vincent Van Quickenborne.
07.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, mijn vragen gaan over de oplopende rentelasten en de rentesneeuwbal.
Uit een recente analyse in De Tijd blijkt dat België na dertig jaar van historisch lage rentevoeten wordt geconfronteerd met een fundamentele omslag. Gedurende jaren konden opeenvolgende regeringen de dalende rentelasten gebruiken om steeds hogere primaire uitgaven te financieren zonder dat de onderliggende begrotingsproblemen zichtbaar werden. Volgens de analyse zijn de primaire overheidsuitgaven gestegen van 43,6 % van het bruto binnenlands product in 1995 tot ongeveer 52 % vandaag.
Tegelijk lopen de rentelasten opnieuw snel op door een combinatie van hogere marktrentes, zoals wij vanmorgen opnieuw hebben kunnen zien, aanhoudende begrotingstekorten en een stijgende overheidsschuld. De directeur van het Federaal Agentschap van de Schuld waarschuwt dat België zijn begrotingstekort richting 3 % moet brengen om de schuldgraad te stabiliseren. Indien dat niet gebeurt, dreigt een zogenaamde rentesneeuwbal waarbij nieuwe schulden moeten worden aangegaan om de rentelasten te financieren.
Ook verschillende economen waarschuwen dat zonder een verbetering van het primaire saldo een nieuwe kredietratingverlaging dreigt, waardoor de rentes uiteraard stijgen.
Mijnheer de minister, erkent u dat dit land vandaag bijzonder kwetsbaar is voor de stijgende rentelasten omdat de besparingen van de voorbije decennia grotendeels werden opgesoupeerd door steeds hogere primaire uitgaven?
Welke bijkomende structurele maatregelen zal de regering tijdens de komende begrotingsonderhandelingen nemen om de schuldgraad te stabiliseren en de rentesneeuwbal te vermijden?
Acht u het risico reëel dat België opnieuw een kredietverlaging krijgt als het begrotingssaldo niet snel verbetert?
In het recente rapport van het Monitoringcomité van 6 juli werd een geactualiseerd overzicht van de evolutie van de interestlasten opgenomen. Daaruit is af te leiden dat de intrestlasten ten laste van de schatkist 12,5 miljard euro bedragen voor 2026, wat een stijging is met 1,74 miljard euro ten opzichte van de realisaties voor 2025. Het Monitoringcomité merkt op dat die cijfers ook een stijging van 1,8 % ten opzichte van de begrotingscontrole voor 2026 inhouden.
In tabel 26 van de algemene toelichting bij de begrotingscontrole valt af te leiden dat de intrestlasten zouden oplopen tot 13,8 miljard euro in 2027 en 17,5 miljard euro in 2029. Voor 2027 worden de federale intrestlasten inmiddels geraamd op bijna 15 miljard euro, terwijl ze 18,8 miljard euro bedragen voor 2029. Ze zouden tegen 2031 oplopen tot maar liefst 23,7 miljard euro.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op de vaststellingen van het Monitoringcomité met betrekking tot de interestslasten? Hoe verklaart u de aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de begrotingscontrole? Hoe verklaart u dat de ramingen van het Monitoringcomité nog slechter uitvallen dan de ramingen bij ongewijzigd beleid uit de begrotingscontrole? Wat is de doelstelling van de regering met betrekking tot de stabilisatie van de interestslasten? Wat is volgens u een haalbare en wenselijke doelstelling en zult u die bewerkstelligen?
In datzelfde rapport van het Monitoringcomité werd op de pagina's 78 en 79 een geactualiseerd overzicht van de evolutie van de gemiddelde interesthypothesen opgenomen. Daaruit blijkt en valt af te leiden dat de te verwachten gemiddelde rentevoeten danig hoger liggen dan bij de begrotingscontrole van 2026 werd voorzien. We hebben daarvoor toen ook gewaarschuwd.
Op een termijn van tien jaar zou voor 2026 worden gerekend op een gemiddelde rentevoet van 3,53 %, terwijl die voor 2027 al 3,73 % zou bedragen. Dat lijkt weinig, maar op een overheidsschuld van honderden miljarden euro is dat natuurlijk zeer veel. De gewogen gemiddelde rentevoet en de gewogen gemiddelde looptijd van de uitgiften op lange termijn bedragen in de ramingen voor 2027 respectievelijk 3,92 % en 16,27 jaar.
Tijdens de begrotingscontrole verklaarde u dat, rekening houdend met de verwachte nominale groei en inflatie, men er zeker van kan zijn – ik citeer u – dat zich geen rentesneeuwbal zal voordoen zolang de rentevoet op de overheidsschuld onder de 3 % ligt. Volgens de laatste cijfers, daterend van 30 juni 2026 en gepubliceerd op de website van het Federaal Agentschap van de Schuld, zou de impliciete rentevoet in mei 2026 zijn opgelopen tot 2,20 %. Voor entiteit I – dat hebben we in de commissie al vernomen en vermeld – zou de rentesneeuwbal op dit eigenste moment al aan het rollen zijn.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op de vaststellingen van het Monitoringcomité met betrekking tot de interesthypothesen? Hoe verklaart u de aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de begrotingscontrole? Beschikt u over geactualiseerde ramingen die weergeven wanneer de impliciete rentevoet de door u aangemerkte kritieke drempel van 3 % zal overschrijden? Wat is volgens u de impact van de verslechterde interesthypothesen op de stelling van het Rekenhof en het Federaal Planbureau dat er vanaf 2031 een rentesneeuwbal dreigt, wetende dat die stelling voor het eerst werd geopperd bij de initiële begrotingsopmaak voor 2026 en er sindsdien geen significante verslechteringen zijn opgetekend?
07.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, De Morgen chiffrait ce 2 juillet 2026 à 10,78 milliards d'euros la charge d'intérêt de la dette de l'État fédéral pour l'année 2025, en nette progression. La presse a également relayé la mise en garde de l'Agence de la Dette selon laquelle, dès 2031, "l'effet boule de neige des intérêts" menacerait la trajectoire budgétaire belge, les intérêts s'auto-alimentant plus vite que la croissance ne peut le compenser.
Ces éléments convergent vers le même constat: la charge des intérêts pèse structurellement très lourd, trop lourd, sur les marges de manœuvre du budget fédéral. Nous sommes toujours sous procédure de déficit excessif depuis 2024, avec pour implication un plan d'ajustement budgétaire pluriannuel contrôlé par les autorités européennes. Nous le savons, le comité de monitoring et la Cour des comptes ont alerté, à plusieurs reprises, sur le caractère insuffisamment documenté des trajectoires budgétaires successives.
Monsieur le ministre, confirmez-vous ce montant
de 10,78 milliards d'euros de charge d'intérêt en 2025, ainsi que
l'analyse de l'Agence de la Dette sur l'effet "boule de neige"
attendu à partir de 2031? Quelles sont les mesures structurelles envisagées
pour infléchir cette trajectoire de la dette et de son coût? Quel est le
calendrier de retour sous les critères du Pacte de stabilité qui sera soumis à
la Commission européenne? Je vous remercie.
07.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, de macro-economische realiteit begint de regering in te halen. Als u naar de schuldgraad kijkt, ziet u dat die gewoon ontploft. Op dat vlak doet u het zelfs slechter dan bij ongewijzigd beleid.
Niet dat ik geloof in dat criterium van ongewijzigd beleid, maar dat is jullie logica. Als ik mij daaraan aanpas en naar 2031 kijk, gaan we richting een federale schuldgraad van 98 %. We zijn in 2024 begonnen met 84 %. Dat is gigantisch.
Wat gaat u daaraan doen? Mijn bezorgdheid, mijn vrees, is natuurlijk dat we richting een rentesneeuwbal gaan. U bent zich daarvan bewust. U hebt dat ook in een interview gezegd. Dat kan veel sneller gaan dan we kunnen voorspellen, want die evolutie is niet lineair. Op een bepaald moment begint die rentesneeuwbal plots te rollen.
Mijn grootste bezorgdheid is dat u nu een inspanning van 10 miljard euro wilt leveren. De vorige keer sprak u ook over een inspanning van 10 miljard euro. Vervolgens werd dat 9,2 miljard euro, daarna iets meer dan 7 miljard euro. Uiteindelijk hebt u volgens onze berekeningen slechts 4,4 miljard euro gesaneerd.
De btw-maatregel is weggevallen, net als de pakjestaks en andere maatregelen. De centenindex is met vertraging ingevoerd en de pensioenhervorming is uitgehold. U bent dus overal geld kwijtgeraakt.
Wie of wat garandeert dat het deze keer niet hetzelfde verhaal wordt? U zult opnieuw zeggen dat u een inspanning van 10 miljard euro zult leveren, maar vervolgens wordt dat 8 miljard euro, daarna 6 miljard euro en uiteindelijk in werkelijkheid slechts 3 miljard euro. Het Monitoringcomité zal dat achteraf wel blootleggen, maar ondertussen zijn we veel tijd en geld kwijt.
Mijnheer de minister, welke garanties kunt u bieden dat we niet richting een rentesneeuwbal gaan? Acht u een schuldgraad van 122,6 % in 2031 nog houdbaar? Wat is de specifieke afbouwdoelstelling van deze regering op middellange termijn? Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke investeringen toch plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van onze economische groeistrategie?
07.04 Minister Vincent Van Peteghem: Geachte Kamerleden, het laatste rapport toont inderdaad onverbloemd de zorgwekkende evolutie van de rentelasten aan. Zonder bijkomende maatregelen zullen deze rentelasten, zoals ik daarnet ook al heb gezegd, oplopen tot 3 % van het bbp tegen 2030 en meer dan de helft van ons begrotingstekort uitmaken. In absolute termen zullen de interestlasten dan 23,67 miljard euro bedragen. Dat geld kan dus niet voor essentiële overheidsstaken gebruikt worden.
D'après le dernier rapport du comité de monitoring, le risque d'un effet "boule de neige" sur les intérêts est en effet bien réel si aucune mesure n'est prise, comme l'avait déjà souligné le Bureau fédéral du Plan.
Mijnheer Vermeersch, mijn antwoord op uw vraag over welke structurele maatregelen de regering in de komende begrotingsopmaak zal nemen, is voorspelbaar. Dat zal in eerste instantie aan de regeringstafel besproken worden.
Het komt de regering daarentegen niet toe om te speculeren over toekomstige beslissingen van ratingagentschappen. Die maken natuurlijk een beoordeling op basis van een brede waaier aan elementen. Het gaat niet alleen over de toestand van de overheidsfinanciën, maar ook over economische prestaties, de kwaliteit van onze instellingen en het algemene investeringsklimaat. Tegelijkertijd moeten we de impact van een ratingwijziging natuurlijk ook correct duiden. De analyse van het Federaal Agentschap van de Schuld toont aan dat de financiële markten ratingbeslissingen vaak vooraf incalculeren. De onmiddellijke marktreactie op de recente ratingaanpassingen voor ons land en ook voor Frankrijk was beperkt, al bestaat er natuurlijk op lange termijn steeds een duidelijke samenhang tussen een lagere rating en hogere financieringskosten.
Net daarom zet deze regering in op een structurele sanering van de overheidsfinanciën, niet om een bepaald ratingbureau tevreden te stellen, maar wel omdat gezonde overheidsfinanciën de beste garantie zijn om het vertrouwen van investeerders te behouden, de rentelasten onder controle te houden en ook de beleidsruimte voor de toekomst veilig te stellen.
À cet égard, nous devons en effet continuer à nous fixer comme objectif
de respecter à moyen terme les critères de la norme de Maastricht, monsieur
De Smet. Cela va
de soi.
07.05 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, uw antwoord bevestigt vooral één zaak, namelijk dat rente geen zaak is die zomaar uit de lucht komt vallen. Die hoge rente is een gevolg van jarenlang begrotingsfalen in dit land. U zegt dat de rente uiteraard stijgt door de internationale marktomstandigheden. Dat klopt gedeeltelijk. Waarom wordt dit land dan harder getroffen dan landen die hun begroting wel op orde hebben? Het probleem is dus niet alleen de rente. Het probleem is de omvang van de schuld en het aanhoudend hoge tekort. Die cijfers worden bij elke begrotingsoefening slechter. Toch blijft deze regering haar eigen doelstellingen voortdurend achteruit schuiven. Eerst was er sprake van 13,8 miljard euro aan interestlasten in 2029. Nu is dat al bijna 19 miljard euro. Binnen enkele jaren dreigt dat zelfs bijna 24 miljard euro te worden. Minstens de helft of zelfs meer dan de helft van het tekort zal daaruit voortkomen. Dat zijn uiteindelijk miljarden, mijnheer de minister, die niet naar veiligheid kunnen gaan, niet naar de zorg kunnen gaan en niet naar belastingverlaging kunnen gaan, maar alleen weggesmeten geld zijn richting schuldeisers.
Die rentesneeuwbal is bovendien geen theoretisch risico meer voor een verre toekomst. Die rolt vandaag al. Ik heb het al gezegd. Het Monitoringcomité, het Federaal Planbureau, de Nationale Bank van België, het Rekenhof en het Federaal Agentschap van de Schuld trekken allemaal aan de alarmbel. Alleen blijft deze regering de nodige inspanningen voor zich uitschuiven. U richt zich alleen op die uitgavengroeinorm, maar dat zal helemaal niet volstaan. Verschillende instellingen hebben al gezegd dat dat onvoldoende is om de schuld onder controle te krijgen.
U zegt dat het vertrouwen behouden moet
worden, maar wij zijn het vertrouwen in u en uw regering al lang verloren.
Stilaan - dat zien we ook bij de kredietbeoordelaars - verliezen de financiële
markten eveneens het vertrouwen in u en uw regering. Dan zullen we uiteraard
van de regen in de drup terechtkomen, dan zal dit land massaal in de problemen
komen en zal er een interventie nodig zijn van internationale instellingen,
zoals u aankondigt. Dat zou voor
heel wat problemen zorgen.
07.06 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, nous n'avons pas appris grand-chose aujourd'hui, puisque vous vous êtes cantonné au diagnostic. Ces 10 milliards d'euros d'intérêts de la dette constituent un montant gigantesque. À titre de comparaison, cela représente pratiquement tout le régalien, à savoir l'ensemble des moyens consacrés à nos forces de police et à notre système judiciaire. Vous confirmez donc le diagnostic et, plus que jamais, la menace de l'effet "boule de neige".
La grande question qui se posera d'ici le mois
d'octobre est de savoir comment vous allez concilier le caractère net, clair et
imparable de ce diagnostic avec la multiplication des zizanies, des solutions,
des vetos et des contre-propositions qui émergent au sein des partis de la
coalition. Ce gouvernement a beaucoup d'idées, mais, collectivement, il fait
encore preuve de très peu de maturité. Je vous remercie.
07.07 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u stelt de juiste diagnose. U ziet de situatie en benoemt ze, maar u lost ze niet op en u geeft mij geen antwoord op de vraag hoe u dit zult aanpakken. Dat is mij helemaal niet duidelijk.
In uw interview zegt u duidelijk dat wij mogelijks naar een rentesneeuwbaal gaan. Dat is heel zorgwekkend, maar ik zie heel weinig oplossingen op tafel en zeker niet van een regering die gewoon met vakantie vertrekt, terwijl de gewone mensen, de ondernemers, de flexi-jobbers, de mensen met een managementvennootschap wel hard blijven werken. Zij moeten wel hun uren kloppen tijdens de zomer, maar intussen zitten we hier met een krekelregering. U kent het fabeltje van de krekel en de mier allicht. Iedereen weet hoe dat afloopt. De krekel blijft de hele zomer zingen en dansen, maar als de winter eraan komt, moet hij bij de mier aankloppen, want de mier heeft hard gewerkt.
Ik vrees dat de mier, dat zijn de managementvennootschappen en de flexi-jobbers, meer zullen moeten betalen omdat de anderen niet voldoende hebben bijgedragen. En neen, dat zijn niet de nieuwe langdurig zieken, dat zijn de mensen die de motor van onze economie vormen. Op het vlak van de langdurig zieken zien we geen enkel resultaat. Integendeel, hun aantal blijft maar exploderen.
Pak de situatie aan, stop met analyseren en diagnosticeren. Zorg voor oplossingen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Wouter Vermeersch (VB): Na de publicatie van het rapport van het Monitoringcomité
zouden de begrotingsonderhandelingen in een hogere versnelling schakelen.
België moet op 15 oktober zijn ontwerpbegrotingsplan
overeenkomstig de Europese begrotingsregels aan de Europese Commissie bezorgen.
Tegelijkertijd dwingt de wet van 22 mei 2003 de regering ertoe om de ontwerpen
van begroting uiterlijk op 31 oktober in te dienen, en dit om te vermijden dat
er met voorlopige kredieten geopend moeten worden. Met het oog op een tijdige
begrotingsopmaak werd in de media reeds verwezen naar de politieke ambitie om
vóór de nationale feestdag van 21 juli een eerste begrotingsakkoord te sluiten,
of minstens de krachtlijnen vast te leggen.
Hoe reageert de minister op het rapport
van het Monitoringcomité?
Welke begrotingsinspanning blijkt volgens
de eerste analyses noodzakelijk?
Welke concrete tijdslijn hanteert de
regering? Welke beslissingen wil de regering uiterlijk tegen 21 juli nemen?
Tegen welke datum zal de ontwerpbegroting definitief worden goedgekeurd met het
oog op de indiening van het Draft Budgetary Plan bij de Europese Commissie in
oktober?
Wanneer plant de regering een volledig
begrotingsconclaaf?
Zal het parlement nog vóór de indiening bij Europa volledig geïnformeerd worden over de gemaakte keuzes?
08.02 Minister Vincent Van Peteghem: Het onderwerp is inderdaad al veel besproken.
Ik zal wel nog even de deadline meegeven, hoewel die u bekend is, namelijk 15 oktober 2026. Klassiek vindt de State of the Union plaats vóór de indiening van de ontwerpbegroting. In die zin zal het parlementaire debat dus wel degelijk plaatsvinden vóór de indiening van het ontwerpbegrotingsplan.
Verder debat vindt steeds plaats hier in de commissie na de indiening van alle stukken. Op dat moment zult u natuurlijk volledig geïnformeerd zijn voor een boeiend debat.
08.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Dat is inderdaad de standaardprocedure in het Parlement. Alleen hebben wij vastgesteld dat uw regering ze nog nooit heeft gerespecteerd. Tijdens deze legislatuur hebben wij al eens een dergelijk moment meegemaakt. Op 15 oktober 2025 of de tweede dinsdag van oktober 2025 was er een deadline waarop er nog geen begroting voorlag. Ze lag uiteindelijk pas voor tegen eind 2025. De uiteindelijke begroting werd vervolgens pas veel later goedgekeurd, namelijk in het voorjaar van 2026..
Wij zullen de zaak dus blijven opvolgen, ook in het najaar. Wordt vervolgd.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, de scheeftrekking tussen de primaire en de sociale uitgaven is mij opgevallen in het verslag van het Monitoringcomité. Ik vind dat altijd een zeer interessant verslag, zeker omdat er een gevaarlijke scheeftrekking in onze begroting wordt blootgelegd.
De uitgaven voor de sociale zekerheid blijven stijgen, terwijl de primaire uitgaven dalen. Dat is opmerkelijk. Die uitgaven dalen, terwijl we meer moeten investeren in defensie en zelfs de 2 %-norm niet halen. Dat is zeer bijzonder, want het betekent dat wordt gesnoeid in absolute kerntaken zoals justitie en politie, terwijl de afgesproken besparingen op asiel en migratie simpelweg niet worden gehaald. Dat weten we uit de pers en uit uw nullijntabel.
Mijnheer de minister, welke structurele remmen zult u inbouwen om de exponentiële groei van de sociale uitgaven een halt toe te roepen? Hoe verklaart u de vaststelling van het Monitoringcomité dat de sociale uitgaven blijven toenemen, terwijl de primaire uitgaven dalen? Wat is uw analyse daarvan?
09.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw Bertrand, ik wil erop wijzen dat deze regering al veel structurele maatregelen heeft genomen om de groei van de sociale uitgaven onder controle te krijgen. Ik verwijs daarvoor naar de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen, het uitdoven van het SWT, het schrappen van de welvaartsenveloppen, een omvattende pensioenhervorming, diverse maatregelen, waaronder ook de derde en vierde golf, om het aantal personen met een invaliditeitsuitkering terug te dringen en hen opnieuw aan de slag te krijgen, en het inbouwen van structurele efficiëntiewinsten in de gezondheidszorg, om er maar enkele te noemen. Dat zijn geen voorstellen in de marge, maar essentiële en doortastende ingrepen om onze sociale uitgaven onder controle te brengen.
Ik stel eveneens met u vast dat nog ingrijpende bijkomende inspanningen zullen moeten worden geleverd om onze begroting op orde te krijgen. Ik heb altijd gezegd dat we die uitdaging met een open vizier moeten aangaan, zonder vooraf al te veel rode lijnen te trekken.
Er moet dus ook naar de sociale uitgaven worden gekeken, net zoals we naar de dalende inkomsten moeten kijken, om een inspanning van 10 miljard euro te leveren. Er bestaan immers geen duizend verschillende recepten.
U weet – ik herhaal mezelf – dat achter de schermen volop wordt gewerkt aan mogelijke maatregelen. We hebben het daarnet gehad over de voorstellen van de experts. U zult mij vandaag natuurlijk geen uitspraken horen doen over welke maatregelen we al dan niet zullen meenemen in deze oefening. We zullen dat eerst in alle vertrouwen binnen de regering bespreken. Op een later tijdstip, wanneer de begroting rond is, zullen we dat hier uiteraard uitgebreid toelichten.
09.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u bevestigt eigenlijk dat de primaire uitgaven dalen. Dat betekent dat de investeringen in departementen zoals Justitie, de politie, Buitenlandse Zaken en Wetenschapsbeleid afnemen. Dat is immers het gevolg van wat het Monitoringcomité zegt.
De sociale uitgaven nemen toe, terwijl de primaire uitgaven dalen. Dat is toch heel erg? En dat zelfs zonder de 2 %-norm voor defensie te halen.
U zegt dat we al een aantal structurele maatregelen hebben genomen inzake de sociale uitgaven. Dat klopt, maar die volstaan helemaal niet. Tijdens de hoorzitting heeft het Federaal Planbureau gezegd dat de pensioenuitgaven tegen 2070 toenemen met 0,9 %. Daar moesten we hervormen. Dat heeft uw regering gedaan en dat hebben we ook gesteund. Maar de uitgaven voor de gezondheidszorg stijgen tegen 2070 met 2,1 %, dus meer dan dubbel zoveel. Ik heb nog geen enkele hervorming in de gezondheidszorg gezien. Integendeel, er wordt meer uitgegeven en er wordt om meer geld gevraagd door minister Vandenbroucke. De groeinorm stijgt tegen het einde van deze legislatuur zelfs naar 3 %.
Mijn punt is dus dat de sociale uitgaven helemaal niet onder controle zijn. Dat klopt niet. Kijk naar de langdurig zieken. Kijk naar de kosten van de sociale zekerheid. Die ontploffen gewoon.
Terwijl die uitgaven ontploffen, dalen de primaire uitgaven in de departementen waar we net investeringen nodig hebben, namelijk Justitie, de politie, Buitenlandse Zaken en Wetenschapsbeleid, kortom alle kerntaken van de overheid.
Er is dus een scheeftrekking in onze begroting. De sociale uitgaven ontploffen, terwijl de primaire uitgaven niet langer volstaan voor de kerntaken van de overheid. Die worden niet langer vervuld. Dat ligt niet aan de vorige regering, dat is het gevolg van de keuzes van deze regering.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.01 Alexia Bertrand (Anders.): Ik had het net over de fabel van de krekel en de mier, de bekende fabel van Jean de La Fontaine. We hebben het tijdens het begrotingsdebat gehad over de haas en de schildpad, maar eigenlijk zijn andere vergelijkingen nog relevanter voor de regering, die met vakantie vertrekt en de boeken toedoet op het moment dat er 10 miljard euro moet worden gezocht. Ik hoor in de wandelgangen en lees in de pers dat dat te wijten zou zijn aan de slechte sfeer binnen de regering. Ik weet niet of u dat kunt bevestigen, mijnheer de minister, maar ik vind het in ieder geval een rare methodologie. Als er een slechte sfeer hangt, ga dan één dag aan teambuilding doen met uw collega's. Zorg ervoor dat de sfeer weer goed wordt, maar geef de rekening niet aan de burger, die twee maanden lang moet wachten op een oefening. We weten immers wat de gevolgen zijn. Mogelijk komen er voorlopige twaalfden en dat betekent stilstand. Dat hebben we voor de allereerste keer, u zult me terecht corrigeren, voor de tweede keer, meegemaakt in onze geschiedenis. Ik hoop dat we dat geen derde keer zullen meemaken. U kent echter ook de uitspraak: jamais deux sans trois. Driemaal is scheepsrecht.
De feiten uit het rapport van het Monitoringcomité zijn onthutsend. In amper twee weken tijd, sinds de begrotingscontrole, is het tekort alweer met 0,2 % van het bbp verslechterd. Hoe verklaart u, mijnheer de minister, de plotse verslechtering van het begrotingstekort met 0,2 % van het bbp in amper twee weken tijd? Of loopt men met de begrotingscontrole achter de feiten aan en blijft de regering gewoon achter de feiten aanlopen?
Welke concrete acties zal de regering tijdens de zomermaanden ondernemen? Dat is mij nog altijd niet duidelijk. Zult u nog voorbereidend werk uitvoeren of niet of is dat voorbereidend werk al uitgevoerd? Erkent u dat de regering de controle over het oplopende primaire tekort aan het verliezen is? Hoe zult u dat structureel ombuigen? Dat zijn voorlopig mijn vragen.
10.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw Bertrand, de antwoorden op de laatste twee vragen werden al in de antwoorden op vorige vragen gegeven, maar wat betreft de begrotingscontrole waarnaar u verwijst, wil ik nog eventjes een aantal zaken melden.
Ten eerste, ik hoop dat u als voormalig staatssecretaris weet dat die begrotingscontrole niet gebaseerd is op de economische cijfers van twee weken geleden. De controle die we in het Parlement hebben goedgekeurd, was de laatste stap in een proces dat begonnen is binnen de regering, maar dat ook begonnen is met de macro-economische vooruitzichten van februari. Bij de begrotingscontrole hebben we gebruikgemaakt van het rapport van het Monitoringcomité van maart. Dat is dus niet twee weken geleden, maar vier maanden geleden.
De reden waarom de cijfers vandaag anders zijn dan vier maanden geleden, is logisch. Dat is vanwege het conflict in het Midden-Oosten waarmee er nog geen rekening werd gehouden in de vooruitzichten van februari en die een bijzonder negatieve impact hebben op onze begroting. U vindt op pagina 16 van het rapport van het Monitoringcomité van juni trouwens een uitgebreid overzicht van de redenen terug.
In de eerste plaats blijft de impact op het federale niveau beperkt, met een verslechtering van 54 miljoen euro. Bij de sociale zekerheid bedraagt die verslechtering 483 miljoen euro, voornamelijk doordat de uitgaven voor de openbare pensioenen en enkele andere socialezekerheidsregelingen sterker toenemen dan de ontvangsten. Daarnaast is er ook nog een impact van 713 miljoen euro bij onverdeelde maatregelen. Die houden voornamelijk verband met de methodologische aanpassing door het Monitoringcomité. Het gaat om een aantal maatregelen die bij de begrotingscontrole nog als onverdeeld waren opgenomen, onder andere fraudebestrijding en het complianceprogramma van de FOD Financiën. Het nationaal financieel parket wordt voortaan als een onderdeel van de structurele basis voor 2026 beschouwd. Die technische herclassificatie heeft uiteraard ook het geraamde financieringssaldo beïnvloed.
10.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb een paar reacties.
U stelt dat op federaal niveau de situatie of de verslechtering beperkt blijft. U hebt ons tientallen keren uitgelegd dat u precies naar de meerjarenbegroting kijkt. In 2026 is dat uiteraard beperkt, hoewel een en ander niet in de goede richting gaat. Vooral voor de komende jaren wordt die verslechtering alsmaar groter. Als ik naar 2027 kijk, is het resultaat al veel slechter dan wat voorzien was.
U merkt op dat de begrotingscontrole niet is gebaseerd op de meest recente cijfers die wij net in het Parlement hebben goedgekeurd. Wij hebben ze niet goedgekeurd, maar de meerderheid wel.
Het probleem is dat alles laattijdig is. U loopt gewoon constant achter de feiten aan. U leeft met de regering in het verleden. Dat is omdat uw timing is opgeschoven vanwege de voorlopige twaalfden en vanwege het feit dat u laattijdig begonnen bent, dat er geen State of the Union en geen begroting waren en dat u vervolgens drie maanden lang met voorlopige twaalfden hebt moeten leven. U blijft die achterstand dus meenemen.
U doet in 2026 exact hetzelfde. U begint er te laat aan. Wij meenden dat u de lessen uit het gebeurde van vorig jaar had getrokken, maar dat is niet het geval. U vertrekt gewoon met de hele regering twee maanden op vakantie,. Het is niet dat u nu nog een paar dagen zult werken. Wij stoppen dit jaar op 16 juli 2026, zelfs niet op 20 juli. Op 16 juli stoppen wij.
De regering komt terug samen op 1 september 2026. Misschien wordt er begin september iets gedaan, maar de datum die door de premier in de pers is gegeven, is 1 september 2026. Vervolgens hoopt u nog een begroting te hebben voor de State of the Union op de tweede dinsdag van oktober 2026. Voorzichtig is dat niet. Ik meende nochtans dat u een voorzichtig mens was,. Ik had toch iets anders verwacht.
Kunt u dat misschien niet aan uw coalitiepartners opleggen? Kunt u hen niet verzamelen en tijdens de zomer laten vergaderen? De gewone mensen blijven wel werken tijdens de zomer. Ik zie dat de regering dat anders doet. Ondertussen komt u met de oplossing van extra belastingen. Wij zullen maar afwachten tot eind september 2026 in de hoop dat er iets naar het Parlement komt voor de tweede dinsdag van oktober.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.04 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, ik zou een voorstel willen doen. Wij worden met drie personen verwacht op de Conferentie van voorzitters die ondertussen om 12.00 uur al is begonnen. De aanwezige leden daar wachten op ons. Wij zijn de enige aanwezige parlementsleden.
Ik kijk ook naar de minister om eventueel zijn tijd te besparen. Ik kijk ook naar de diensten en naar de voorzitter van de commissie. Is hij bereid om de antwoorden op onze vragen toe te voegen aan het verslag, zodat wij die antwoorden hebben? Op die manier kunnen wij met de drie betrokken leden vertrekken naar de Conferentie van voorzitters en de commissie beëindigen. Dat zou mijn voorstel zijn.
Ik meen dat wij op die manier een win-winsituatie creëren voor de Conferentie, voor de commissie en uiteraard ook voor de minister.
De voorzitter: Mijnheer de minister, bent u bereid om de resterende vragen van collega’s Bertrand en Vermeersch schriftelijk te bezorgen?
10.05 Minister Vincent Van Peteghem: (…)
De voorzitter: Dan zullen we de vragen en antwoorden toevoegen aan het verslag. Ik zal mijn eigen vragen wel nog stellen.
11.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Mijnheer de minister, in het
regeerakkoord engageerde de federale regering zich om een einde te maken aan
een aantal zogenaamde usurperende bevoegdheden: federale uitgaven in
beleidsdomeinen waarvoor de gemeenschappen en gewesten intussen bevoegd zijn.
Daarbij werd een besparing vooropgesteld van 12 miljoen euro in 2025 en 24
miljoen euro vanaf 2026.
Die operatie moest niet alleen bijdragen
tot een gezondere begroting, maar ook zorgen voor een grotere transparantie en
een correcte bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende beleidsniveaus.
Daarom heb ik de volgende vragen.
1. Wat is de huidige stand van zaken van de afbouw van de usurperende
bevoegdheden?
2. Hoeveel van de vooropgestelde besparing van 12 miljoen euro in 2025
werd effectief gerealiseerd? Kan u een overzicht geven van de concrete
maatregelen en de gerealiseerde bedragen per bevoegdheid of subsidie?
3. Hoe staat het met de structurele
besparing van 24 miljoen euro in 2026? Welk bedrag werd reeds gerealiseerd en
welke maatregelen moeten nog worden uitgevoerd?
4. Indien de vooropgestelde besparingen
niet volledig werden gerealiseerd, hoe groot is het verschil met de
doelstelling en op welke wijze zal dit worden gecompenseerd binnen de
begroting?
5. Welke federale uitgaven beschouwt de regering vandaag nog steeds
als usurperende bevoegdheden? Tegen wanneer verwacht u de volledige oefening af
te ronden?
11.02 Minister Vincent Van Peteghem: In de notificaties van de begrotingsopmaak 2026, die met het Parlement werden gedeeld, met name in notificatie 130 vindt u het exacte overzicht van de besparingen op de usurperende bevoegdheden.
Voor 2026 werden de voornaamste besparingen doorgevoerd op de volgende basisallocaties: subsidies voor participatie en sociale activering: 10,01 miljoen euro, samenlevingsdienst: 7,5 miljoen euro, digital Belgium skills: 2,69 miljoen euro, lokale machten: 2,2 miljoen euro, organisatieproject armoedebestrijding: 0,77 miljoen euro. De voorgestelde besparing voor het jaar 2026 werd daarmee volledig gerealiseerd. Uiteraard wordt de oefening voortgezet in het kader van de begrotingsopmaak 2027 om de budgettaire opstap te realiseren.
De uitgevoerde oefening is gebaseerd op een gecoördineerd advies van 14 maart 2023 van de Inspectie van Financiën. Dat advies werd opgesteld op verzoek van de toenmalige staatssecretaris van Begroting met betrekking tot de lijst van bevoegdheden waaraan met zekerheid een usurperend karakter kan worden toegekend.
Naast die oefening, die vooral focust op de uitgavenkredieten, zijn er tevens een aantal fiscale uitgaven en subsidies vanuit de sociale zekerheid die potentieel ook als usurperende uitgaven kunnen worden gekwalificeerd.
11.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister. We zullen die notificatie bekijken.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, in een interview van gisteren in De Standaard richt u uw pijlen op de managementvennootschappen. Dat lijkt stilaan een constante te worden. Ook vorig jaar, bij de opmaak van de begroting 2025, gaf u daarover een interview in De Standaard. U zegt dat managementvennootschappen onze sociale zekerheid bedreigen, ondermijnen. Volgens experten is een managementvennootschap echter geen ziekte, maar een symptoom van de veel te hoge belastingen op arbeid in ons land. Men betaalt 50 % belastingen zodra men 3.600 euro netto per maand verdient. Bovendien zijn de persoonlijke werknemersbijdragen onbeperkt en niet geplafonneerd, waardoor men veel meer bijdraagt dan men ervoor terugkrijgt.
U vergelijkt ook appels met peren, mijnheer de minister. Bij een managementvennootschap is er immers geen werkloosheidsvergoeding, geen opzegvergoeding, geen dertiende maand, geen vakantiegeld. Mensen met een werknemersstatuut hebben die voordelen wel. Bovendien bestaat een managementvennootschap niet in het fiscaal recht. Uw collega, minister van Financiën Jan Jambon, heeft vorige week in de plenaire vergadering gezegd dat een managementvennootschap in ons recht niet bestaat. Hoe kunt u die dan aanpakken?
Mijnheer de minister, welke concrete maatregelen stelt u voor en welke budgettaire opbrengst verwacht u? Er zijn al maatregelen genomen: de voordelen van alle aard zijn beperkt tot 20 % en de minimale bezoldiging is opgetrokken tot 50.000 euro. Welke extra maatregelen stelt u voor?
Ten tweede, op welke cijfers baseert u uw uitspraak? Erkent u dat een vergelijking met werknemers geen rekening houdt met de verschillen in sociale bescherming?
Ten derde, hoe definieert u een managementvennootschap juridisch?
Ten vierde, hoe voorkomt u dat u met uw pijlen op managementvennootschappen ook kmo’s, vrije beroepen en zelfstandigen treft? Met de verhoging van de roerende voorheffing van 15 % naar 18 %, wat een taksverhoging van 20 % betekent, treft u niet alleen managementvennootschappen, maar ook alle kleine vennootschappen. In ons land zijn dat er meer dan 200.000.
Klopt het dat er binnen de regering een voorstel circuleert om voor managementvennootschappen een afzonderlijk tarief in de vennootschapsbelasting te voorzien, in de richting van 30 % in plaats van de bestaande 20 % voor kleine vennootschappen?
Erkent u de analyse van professor Delanote en de heer Putman dat managementvennootschappen vooral een symptoom zijn van de hoge belastingdruk op arbeid?
Ten slotte, waarom hebt u bij de hervorming van de personenbelasting niet gekozen om het tarief van 50 % af te schaffen? Dat zou een stap zijn geweest om mensen ervan te overtuigen om minder snel over te stappen naar een vennootschap.
12.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Van Quickenborne, ik begin met dat laatste. De vorige regering heeft natuurlijk een unieke kans gemist om dat te doen.
Als minister van Begroting sta ik voor de opdracht om de overheidsfinanciën op een duurzame manier te saneren. Tegelijk moeten we streven naar een eenvoudiger, rechtvaardiger en economisch sterker fiscaal kader.
In dat kader moeten verschillende pistes worden onderzocht, zeker diegene die door een groot deel van de samenleving als onrechtvaardig worden beoordeeld. Ik wens te benadrukken dat daarover nog altijd geen definitieve beslissingen zijn genomen. Het is ook niet aangewezen om vooruit te lopen op individuele maatregelen of budgettaire ramingen zolang de besprekingen daarover binnen de regering lopen.
Zoals ik destijds in mijn blauwdruk voor de fiscale hervorming al heb aangegeven, streef ik naar een evenwicht tussen enerzijds een billijke fiscale behandeling van de verschillende inkomens- en ondernemingsvormen en anderzijds het behoud van een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en de rechtszekerheid voor zelfstandigen, vrije beroepen en kmo's.
Daarom zal de regering ook een belastingverlaging doorvoeren via de belastingvrije som, zodat iedereen die werkt meer overhoudt. Eventuele aanpassingen aan bestaande regimes zullen zorgvuldig worden getoetst op hun juridische haalbaarheid, economische impact en uitvoerbaarheid. In dat kader is het ook nuttig te verwijzen naar het advies van de Hoge Raad van Financiën van oktober 2024, in het bijzonder omtrent de werkloosheids- en promotieval en de verschillen in belastingdruk naargelang de ondernemingsvorm.
Het spreekt voor zich dat maatregelen pas zullen worden meegedeeld wanneer daarover een regeringsbeslissing is genomen. Op dat ogenblik zullen ook de concrete modaliteiten, de budgettaire effecten en eventuele wetsontwerpen aan het Parlement worden voorgelegd, zodat daarover een grondig democratisch debat kan worden gevoerd.
12.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u zegt dat het voor maatregelen nog te vroeg is. Wat u intussen wel doet, is de managementvennootschappen aan het kruis nagelen.
We weten intussen van de socialisten dat zij vinden dat ondernemers mensen zijn die languit aan een zwembad liggen, een Porsche voor de deur hebben staan en miljoenen op de rekening hebben. Ik had nooit gedacht dat u de socialisten daarin naar de kroon zou steken, maar dat is exact wat u doet. Met uw interviews zegt u eigenlijk dat managementvennootschappen mensen zijn die het systeem misbruiken.
Ik vraag me af wanneer u eens respect zult tonen voor mensen die hard werken. Wanneer zult u eens respect tonen voor mensen die er zelf voor kiezen om minder sociaal beschermd te zijn, maar daar natuurlijk ook de bijdragen voor betalen?
Het valt mij ook op dat u niet antwoordt op mijn vraag of u al dan niet appels met peren aan het vergelijken bent. Een managementvennootschap heeft geen dertiende maand, geen vakantiegeld, geen werkloosheidsuitkering en geen opzegvergoeding, terwijl werknemers dat wel hebben. U maakt dus eigenlijk vergelijkingen die niet opgaan.
Als een systeem ziek is, dan moet u niet de thermometer kapot gooien, maar wel iets doen aan het onderliggende probleem. Het onderliggende probleem is dat het tarief van 50 % mensen uit de middenklasse treft. Dat zorgt ervoor dat mensen de stap zetten naar een managementvennootschap. Wij hebben destijds de tarieven van 55 % en 52,5 % afgeschaft.
De hervorming van de personenbelasting is een totaal gemiste kans. U verwijst naar het rapport van de Hoge Raad van Financiën, maar datzelfde rapport van oktober 2024 heeft uitdrukkelijk gewaarschuwd dat de verhoging van de belastingvrije som ten eerste het probleem van de promotieval alleen maar groter maakt – dat is net bewezen – en dat u ten tweede door het tarief van 50 % te behouden ervoor zorgt dat er een lekkage is naar managementvennootschappen.
Mijnheer de minister, managementvennootschappen ondermijnen de sociale zekerheid niet. Weet u wat de sociale zekerheid ondermijnt? Dat zijn die 1,9 miljoen inactieve mensen, de mensen die niet bijdragen aan het systeem. Hun facturen worden betaald door al de mensen die werken, én door de managementvennootschappen, én door de harde werkers én door al die mensen die vandaag aan de slag zijn.
U moet uw prioriteiten op orde hebben, in plaats van managementvennootschappen zo te viseren.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
13.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mijnheer de minister, reeds in maart 2025
stelde ik u hierover een schriftelijke vraag naar aanleiding van de
begrotingslijn "afbouw federale subsidies", waarin een besparing van
25 miljoen euro in 2025 werd ingeschreven, oplopend tot 200 miljoen euro in
2029. Uit de antwoorden van de verschillende ministers bleek dat het overgrote
deel van de uitgaven waarop werd gewezen betrekking had op subsidies aan de
sociale zekerheid, waarvan onder meer minister Vandenbroucke zelf aangaf dat
daarop onmogelijk kon worden bespaard zonder de uitbetaling van sociale
uitkeringen in het gedrang te brengen.
Tijdens mijn mondelinge vraag van 21 januari 2026
kon u evenmin meedelen hoeveel van de vooropgestelde besparing van 25 miljoen
euro in 2025 daadwerkelijk was gerealiseerd. U verwees daarvoor naar een
schriftelijke vraag. U gaf wel aan dat het federale subsidieregister "dit
voorjaar" via een publiek toegankelijke website zou worden gelanceerd en
sprak uw vertrouwen uit dat de vooropgestelde besparingen haalbaar zouden zijn.
Intussen zijn we opnieuw enkele maanden
verder.
Daarom heb ik de volgende vragen.
1. Hoeveel van de voorziene besparing van 25 miljoen euro in 2025
werd uiteindelijk effectief gerealiseerd? Kan u een overzicht geven van de
concrete subsidiestromen waarop werd bespaard en voor welk bedrag?
2. Hoe
staat het vandaag met de voorziene structurele besparing van 50 miljoen
euro in 2026? Welk bedrag werd reeds gerealiseerd en welke maatregelen moeten
nog worden uitgevoerd?
3. Indien
de vooropgestelde besparingen niet volledig werden gerealiseerd, hoeveel
bedraagt het verschil met de begrotingsdoelstelling? Op welke wijze zal dat
tekort worden gecompenseerd?
4. Tijdens mijn mondelinge vraag van 21 januari
verklaarde u dat het federale subsidieregister "dit voorjaar" via een
publiek toegankelijke website zou worden gelanceerd. Waarom is dat register
vandaag nog steeds niet operationeel? Welke hinderpalen hebben voor de
vertraging gezorgd?
5.
Wanneer zal het subsidieregister effectief
online beschikbaar zijn? Zal het vanaf de lancering een volledig overzicht
bevatten van alle federale subsidies, toelagen en dotaties, inclusief de
begunstigden en de toegekende bedragen?
13.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Van Quickenborne, wat betreft uw eerste vragen, verwijs ik ook naar mijn antwoord op de schriftelijke vraag nr. 111, waarin die besparingen duidelijk worden uiteengezet.
Wat betreft de operationalisering van het federaal subsidieregister zult u niet lang meer op uw honger moeten blijven. Er is beslist om de informatie die recent werd aangeleverd door de openbare instellingen van sociale zekerheid en van de autonome openbare instellingen nog te verwerken, zodat er een volledig overzicht beschikbaar is dat heel binnenkort zal worden bekendgemaakt. Ik ben ervan overtuigd dat dit opnieuw tot heel wat vragen en discussies in deze commissie zal leiden.
13.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, op de vraag over de 25 miljoen van 2025 hebt u inderdaad een schriftelijke antwoord gegeven, maar daaruit bleek dat u eigenlijk maar 1 van de 25 miljoen had gerealiseerd. De andere zaken waren onderbenuttingen en u weet dat dat geen besparingen zijn.
U zegt dat het register er heel binnenkort aankomt, dus ik veronderstel dat u van de komkommertijd zult gebruikmaken om dat mooi te lanceren. We zijn zeer benieuwd wat daarin zal staan.
Op mijn tweede vraag hebt u niet geantwoord. Ik heb gevraagd hoe het zit met de 50 miljoen aan structurele besparingen op subsidies in 2026. Die vraag hebt u niet beantwoord, ook niet met een schriftelijk antwoord. Als u mij daarop nog een antwoord kunt geven, dan weet ik dat alvast.
13.04 Minister Vincent Van Peteghem: Ook daarvoor verwijs ik naar het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 111, waarin we zeggen dat we daarmee effectief bezig zijn en er binnenkort ook duidelijkheid over zullen geven.
13.05 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Maar die schriftelijke vraag ging over 2025, niet over 2026. Ik zal ze opnieuw stellen en hoop dan een antwoord te krijgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijn laatste vraag betreft de flexi-jobs. Er valt iets op. De flexi-jobs zijn ingevoerd in 2015 met de steun van uw partij. Ze zijn uitgebreid in 2018 met de steun van uw partij. Ze zijn verder uitgebreid in 2020 met de steun van uw partij. Uw partij en u hebben ze zelfs verruimd in 2023. U hebt ze bovendien veralgemeend naar alle sectoren op de ministerraad van 30 april van dit jaar. U hebt daar zelfs een positief advies over gegeven. Over de hele lijn is uw partij dus al tien jaar positief over de flexi-jobs. Dertien dagen na de inwerkingtreding van de flexi-jobs voor de hele economie zegt u nu dat ze de welvaartsstaat ondermijnen.
Ik vraag me af wat u die tien jaar in de regering hebt gedaan. Was u afwezig? Is er beslist tijdens een plaspauze? Was u aan het slapen? Hebt u niet goed opgelet? Dat is toch onwaarschijnlijk. U zegt letterlijk dat de flexi-jobs de nieuwe langdurig zieken zijn. Zegt u dan dat die 260.000 mensen die extra werken bovenop hun gewone job of gepensioneerden die hun hele leven hebben gewerkt, de nieuwe langdurig zieken zijn? Dat is toch een schandalige uitspraak. Hoe kunt u zoiets beweren? Ik vind dat ongelooflijk.
Mijnheer de minister, bent u ervan op de hoogte dat mensen met een flexi-job al een voltijdse job hebben? Zij betalen dus al volop belastingen en sociale bijdragen. 83 % van die mensen heeft zelfs een vijf-vijfde job of het gaat om gepensioneerden die hun hele leven hebben gewerkt en nu iets extra willen doen door een flexi-job uit te oefenen. Mensen met een flexi-job vangen tekorten in de economie op. Mensen met een flexi-job doen eigenlijk overuren bij een andere werkgever. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat u die 260.000 mensen die extra werken zo viseert. Daarom heb ik een aantal vragen voor u.
Ten eerste,hebt u op 30 april binnen de ministerraad ingestemd met de uitbreiding van de flexi-jobs naar alle sectoren?
Ten tweede, waarom hebt u deze uitbreiding goedgekeurd, terwijl u beweert dat flexi-jobbers onze sociale zekerheid ondermijnen?
Ten derde, op welke cijfers baseert u uw uitspraak dat flexi-jobs de welvaartsstaat onbetaalbaar zouden maken?
Ten vierde, spreekt u namens de regering of gaat het om een persoonlijk standpunt?
Ten vijfde, welke concrete maatregelen stelt u voor? Wil u sectoren opnieuw uitsluiten? Wil u de fiscale vrijstelling beperken? Wil u persoonlijke sociale bijdragen invoeren? Wil u de pensioenrechten verminderen of het inkomensplafond verlagen?
Ten zesde en tot slot, wat vindt u van het feit dat vandaag 8.000 langdurig zieken kunnen flexi-jobben. Dat is de realiteit. Is het niet beter uw pijlen te richten op dat soort misbruik in plaats van harde werkers aan te vallen?
14.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Van Quickenborne, laat ik beginnen met duidelijk te zijn over iets wat ik ook in mijn interview naar voren heb gebracht, maar wat blijkbaar anders in de markt gezet is. De flexi-jobs hebben een plaats op onze arbeidsmarkt. In vele sectoren is er effectief nood aan flexibiliteit. We moeten bijvoorbeeld vlot kunnen inspelen op pieken en dalen in de horeca. Ik ben ervan overtuigd dat flexi-jobs daar een uitstekend instrument voor zijn.
Voor alle duidelijkheid, u mag er gerust in zijn dat ik me ervan bewust van ben dat er ook in andere sectoren, die onderhevig zijn aan conjuncturele schommelingen en aan seizoensgebonden drukte, nood is aan meer flexibiliteit in het arbeidsaanbod. Ik heb er dan ook geen probleem mee te erkennen dat ik de algemene uitbreiding mee heb goedgekeurd, mijnheer Van Quickenborne. We moeten de zaken wel kritisch tegen het licht durven te houden en de impact durven te blijven opvolgen.
Verder kijken dan vandaag en ook naar morgen kijken, is een rode draad doorheen mijn beleid. Voor mij is dat niets minder dan goed bestuur.
Daarom maak ik ook de vergelijking met de langdurig zieken. Het gaat mij vooral om het feit dat we vandaag alles goed opvolgen en dat we geen tien jaar wachten, zoals we bij de langdurig zieken hebben gedaan, om een aantal belangrijke maatregelen te nemen. Als we zien dat zich een bepaalde evolutie voordoet, moeten we daarnaar durven kijken. Voor mij is dat goed bestuur: verder kijken dan vandaag en ook naar morgen kijken.
In het begrotingsakkoord werden voor die uitbreiding ook diverse voorwaarden opgenomen met betrekking tot de monitoring van de budgettaire impact, de gederfde fiscale en parafiscale inkomsten, de impact op de werkgelegenheid en de economische activiteit enzovoort.
De wet voorziet bovendien ook in een uitgebreid evaluatiemechanisme van de flexi-jobs. De kosten van de flexi-jobs bij een maximale verdringingsratio bedroegen in 2025 ongeveer 500 miljoen euro. Dat bedrag vloeit voort uit een geëxtrapoleerde fiscale minderontvangst van 362 miljoen euro en een minderontvangst aan werknemersbijdragen voor de sociale zekerheid van 125 miljoen euro. Uiteraard is het netto-effect iets kleiner door de hogere werkgeversbijdragen voor flexi-jobs. Deze cijfers zijn gebaseerd op de gegevens voor de algemene uitbreiding van de flexi-jobs. We kunnen er dus van uitgaan dat die cijfers zullen toenemen. We volgen die uiteraard ook nauwgezet op.
Men kan natuurlijk niet ontkennen dat de algemene uitbreiding van de flexi-jobs verschillende onrechtvaardigheden en tegenstrijdigheden met zich meebrengt ten opzichte van andere regelingen. Voor een flexi-job betaalt men vandaag geen persoonlijke sociale bijdrage, maar men bouwt wel pensioenrechten op. Voor een studentenjob betaalt men wel een persoonlijke bijdrage, maar bouwt men geen pensioenrechten op. Wie bijverdient via het verenigingswerk moet dan weer 20 % belasting betalen. Dat zijn verschillen die niet uit te leggen zijn. Voor mij is dat pure Kafka.
Bovendien houdt iemand die vandaag voltijds werkt, vaak minder over dan iemand die vier vijfde werkt en daarbovenop een flexi-job doet, ook al doen beiden exact dezelfde job. Beroepsbrandweerlieden, ook in uw omgeving, kiezen ervoor om in een andere zone bij te werken in plaats van in hun eigen zone, omdat ze anders meer dan 5 % extra belasting moeten betalen. Ook dat verschil is niet uit te leggen.
Pleiten om die flexibele regimes meer op elkaar af te stemmen, is voor mij dan ook niets meer dan goed gezond verstand.
14.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik vond uw antwoord interessanter dan wat u op andere vragen hebt geantwoord, want u bent wat dieper op de materie ingegaan.
Eerst en vooral vond ik het interessant om u in het begin van uw antwoord te horen zeggen dat het wat anders in de markt is gezet. Blijkbaar is het dan de fout van de journalist om het zo op flessen te trekken.
Wat ik vooral interessant vond aan uw antwoord, is dat u zegt dat de kostprijs van de flexi-jobs in 2025, vóór de uitbreiding ervan, ongeveer een half miljard euro bedraagt. U hebt gezegd dat er een fiscale lekkage is, omdat er geen belastingen en ook geen persoonlijke werknemersbijdragen worden betaald, terwijl u wel rekening houdt met de werkgeversbijdrage van 28 % in plaats van 25 %. Het is op zich interessant dat u die berekening van een half miljard euro hebt gemaakt. U zegt ook dat dat bedrag met de uitbreiding in 2026 waarschijnlijk groter zal worden. Het is op zich interessant dat de regering voor de eerste keer een cijfer naar voren schuift.
Denkt u echter werkelijk dat als we morgen het systeem van flexi-jobs zouden stopzetten, al die mensen in de horeca in het wit zouden blijven werken? Denkt u werkelijk dat al die gepensioneerden die vandaag een flexi-job doen, dat werk dan plots zouden blijven doen? Ik denk van niet.
Ten tweede zegt u dat het onrechtvaardig is, omdat flexi-jobbers geen persoonlijke werknemersbijdragen betalen, maar wel sociale rechten opbouwen. Mijnheer de minister, u moet dingen vergelijken die te vergelijken zijn. Iemand die overuren presteert bij zijn werkgever, betaalt evenmin geen belasting. Hij betaalt zelfs geen werknemers- of werkgeversbijdragen en bouwt nog altijd sociale rechten op. Een flexi-job betekent – ik probeer u te overtuigen, mijnheer de minister – dat men overuren presteert bij een andere werkgever. Klassieke overuren presteert men evenwel bij de eigen werkgever.
Als u het speelveld wilt gelijktrekken, ook voor de brandweerlieden, de politiemensen en in het onderwijs, dan wil ik u nog een tip meegeven.
Heel veel mensen uit de publieke sector hebben vandaag een flexi-job. Weet u hoe dat komt? Die mensen mogen nauwelijks overuren presteren, ofwel worden de overuren die ze presteren zo zwaar belast dat het niet interessant is om dat te doen.
Mijnheer de minister, wat is dus de oplossing? Veralgemeen het flexi-jobsysteem, niet alleen bij een andere werkgever, maar ook bij de eigen werkgever. Dat zal mensen toelaten om bij de eigen werkgever extra werk te verrichten. Die gelijktrekking moet u doorvoeren, zodat alle mensen die meer dan 38 uur werken, altijd krijgen waarop ze recht hebben, netto en bruto. Zo hoort het ook.
Mijnheer de minister, ik denk dat ik u een aantal tips heb gegeven om het systeem gelijk te trekken en ervoor te zorgen dat mensen die hard werken, ook worden beloond. Ik denk eerlijk gezegd dat u het harde werk van veel mensen respecteert. We kijken dan ook uit naar uw oplossingen, hopelijk bij de begrotingsopmaak van de volgende jaren.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.40 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12 h 40.
De antwoorden werden door de
Les réponses ont été fournies par
56017947C
Minister Francken stelde zeer recent nog
dat de 2% NAVO-norm voor defensie-uitgaven "non-negotiable" is. Het
oorspronkelijke plan van de regering was om deze doelstelling deels te bereiken
door bestaande uitgaven simpelweg als militaire uitgaven te herclassificeren
(de zogenaamde "standardisation").
Het Rekenhof waarschuwde eerder al voor
deze budgettaire trucs, en nu geeft ook het Monitoringcomité hen gelijk: de
bedragen die kunnen worden geherclassificeerd, liggen ver onder de ramingen.
Doordat 500 miljoen aan bestaande uitgaven niet NAVO-aanrekenbaar gemaakt kan
worden, strandt ons land in 2029 op amper 1,93 procent van het bbp. Tenzij het
kabinet dit via een andere weg al rechtgezet zou hebben, betekent dit dat er
nóg een stijging van de uitgaven nodig is om uw woord te houden.
- Erkent de minister dat de
herclassificatietruc van bestaande uitgaven is mislukt, waardoor we in 2029
stranden op 1,93% in plaats van de beloofde 2%?
-
Waar gaat de minister de ontbrekende 500 miljoen euro vandaan halen nu
deze niet via de "standardisation" gevonden kan worden?
56018004C
In het recentste rapport van het
Monitoringcomité, d.d. 6 juli 2026, werd een geactualiseerd overzicht van de
evolutie van de defensie-inspanningen opgenomen. Daaruit valt af te leiden dat
de defensie-inspanningen volgens de NAVO-definitie vanaf 2027 onder 2% van het
bbp zouden vallen, met name tot 1,98% in 2027, 1,96% in 2028 en 1,93% in
2029-2031. Tegelijkertijd valt er voor de jaren 2029-2031 een verschil op te
tekenen met de Geactualiseerde Strategische Visie wat betreft de omvang van de
nominale defensie-inspanningen. Deze ligt 307 miljoen euro lager in 2029, 291
miljoen euro lager in 2030 en 876 miljoen euro lager in 2031. Dit ondanks het
voornemen van de minister en de regering om eventuele schommelingen te
compenseren en de uitgaven mee te laten evolueren met de bbp-groei.
Hoe reageert de minister op de
vaststelling dat de defensie-uitgaven onder 2% van het bbp zouden zakken vanaf
2027?
Hoe verklaart de minister dit
“tekort"?
Zal de regering bijkomende
defensie-inspanningen beslissen of beoogt de regering gezien de budgettaire
krapte de uitgaven op dit verlaagde peil te houden?
Hoe verklaart de minister dat de totale
nominale defensie-inspanningen voor 2029-2031 lager geraamd worden in het
rapport van juli 2026 dan in de Geactualiseerde Strategische Visie, die nog
uitging van de previsie van februari 2025?
Antwoord - Réponse:
Collega's, net als u heb ik vastgesteld
dat het Monitoringcomité ervanuit gaat dat de normeringsdoelstelling niet
volledig ingevuld geraakt voor de komende jaren.
De verklaring hiervan ligt grotendeels
bij de strenge NAVO-definitie die ervoor zorgt dat veel uitgaven die initieel
beoogd werden in de normeringsoefening niet kwalificeren.
Over hoe dat gat eventueel opgevuld
wordt kan u in het defensieplan volgende passage terugvinden:
Voor de structurele financiering zal de
regering jaarlijks bij de opmaak van de begroting (vanaf opmaak 2026) bekijken
welke bijkomende maatregelen nodig zijn om, naast de doelstelling inzake
normering voldoende structurele financiering te voorzien, conform de principes
van het regeerakkoord.
Meneer Vermeersch wat betreft uw laatste
vraag over het verschil in inspanning is het belangrijk de juiste definities
met elkaar te vergelijken. De afwijkingen tussen de NAVO en de COFOG-definitie
zijn zoals ook blijkt uit het rapport van het Monitoringcomité reëel.
Premier Bart De Wever verklaarde recent
dat de noodzakelijke begrotingsinspanning mogelijk is "zonder dat we onze
economische groei fnuiken".
Tegelijk wijzen de recentste economische
vooruitzichten van de Nationale Bank op een duidelijke groeivertraging. Voor
dit jaar wordt nog slechts een economische groei van ongeveer 0,6 procent
verwacht, wat bovendien lager ligt dan het Europese gemiddelde.
Kan de minister toelichten hoe een
sanering "theoretisch gezien mogelijk is" zonder de groei te fnuiken?
Op welke economische prognoses baseert
de regering zich wanneer zij stelt dat de begrotingsinspanning de groei niet
zal afremmen?
Hoe beoordeelt de minister de recente
neerwaartse groeiramingen van de Nationale Bank?
Welke maatregelen zal de regering nemen
om economische groei en investeringen te ondersteunen?
Is de regering bereid haar
begrotingsstrategie bij te sturen indien de economische groei verder zou
vertragen, bijvoorbeeld door de heropflakkering van het conflict tussen de
Verenigde Staten en Iran?
Wat beschouwt de minister een wenselijke
groeidoelstelling?
Antwoord - Réponse:
Een gezonde begroting en een sterke
economie zijn geen tegengestelde doelstellingen, maar versterken elkaar. Een
duurzaam begrotingsbeleid creëert vertrouwen bij gezinnen, ondernemingen en
investeerders, houdt de rentelasten onder controle en zorgt ervoor dat de
overheid ook in de toekomst kan blijven investeren in haar kerntaken.
Theoretisch én praktisch is een begrotingssanering dus perfect mogelijk zonder
de economische groei te fnuiken, op voorwaarde dat de inspanningen gepaard gaan
met structurele hervormingen die onze productiviteit, innovatie en werkzaamheid
verhogen.
De regering baseert haar
begrotingsbeleid op de macro-economische vooruitzichten van het Federaal
Planbureau. De vooruitzichten van de Nationale Bank van België en de Europese
Commissie zijn interessante vergelijkingspunten. Uiteraard volgen wij de economische
evoluties en de actualiseringen van die vooruitzichten nauwgezet. De recente
neerwaartse bijstelling van de groeiramingen door de Nationale Bank
onderstreept dat de internationale economische context onzeker blijft. Dat
bevestigt net het belang van gezonde overheidsfinanciën, zodat België voldoende
weerbaar blijft om toekomstige schokken op te vangen.
Tegelijk mogen we de begrotingsopmaak
niet reduceren tot een louter besparingsverhaal. We moeten ook sterk inzetten
op het versterken van ons groeipotentieel. Daarom voert de regering de
structurele hervormingen uit het regeerakkoord verder uit: een modernere
arbeidsmarkt, een hogere werkzaamheidsgraad, een verdere activering van
langdurig zieken, een verlaging van de lasten op arbeid en maatregelen die onze
energiezekerheid versterken.
Daarnaast is het zaak om de bestaande
steun aan ondernemingen doelmatiger inzetten. België investeert aanzienlijke
middelen in innovatie en onderzoek. Die middelen moeten maximaal bijdragen tot
meer groei, meer investeringen, meer doorgroeiende ondernemingen en meer
kwalitatieve werkgelegenheid. Het gaat dus niet noodzakelijk om meer middelen,
maar wel om een hogere return on investment van de middelen die vandaag al
worden ingezet.
Ook de toegang tot groeikapitaal, een
aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een competitieve energiekost blijven
belangrijke aandachtspunten. Daarom ondersteunen we initiatieven die innovatie
en schaalvergroting bevorderen en werken we aan maatregelen die de
concurrentiekracht van onze ondernemingen versterken.
Tot slot is er geen magisch
groeipercentage dat alle begrotingsuitdagingen oplost. Wat voor deze regering
telt, is dat België opnieuw een duurzaam hoger groeipotentieel ontwikkelt dan
vandaag, gedragen door meer investeringen, hogere productiviteit en een hogere
werkzaamheidsgraad. Alleen op die manier kunnen we onze welvaartsstaat ook op
lange termijn financieren. Groei en begrotingsdiscipline zijn daarom geen
tegenpolen, maar twee noodzakelijke voorwaarden voor hetzelfde doel: een sterk,
veerkrachtig en toekomstgericht België.
MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez
verklaarde recent dat de federale begroting op termijn niet houdbaar is zonder
een herziening van de bijzondere financieringswet. Volgens hem is er een
fundamenteel onevenwicht ontstaan waarbij de federale overheid de zwaarste
uitgaven draagt, zoals de pensioenen en een belangrijk deel van de
gezondheidszorg, terwijl de deelstaten over steeds ruimere financiële middelen
beschikken om een eigen beleid te voeren.
Hij besloot daaruit dat een herverdeling
van de middelen tussen de federale overheid en de deelstaten onvermijdelijk
wordt om de federale financiën opnieuw structureel gezond te maken.
Die analyse sluit aan bij eerdere
oproepen van verschillende academici, die eveneens stelden dat een duurzame
sanering van de federale begroting moeilijk denkbaar is zonder ook de financieringsstromen
tussen de verschillende beleidsniveaus te herbekijken.
Erkent de minister van Begroting, in het
licht van de uitspraken van de MR-voorzitter, dat de huidige bijzondere
financieringswet een fundamenteel onderdeel is van het Belgische
begrotingsprobleem?
Hoe reageert de minister op de
vaststelling van de heer Bouchez dat de overheidsuitgaven in Nederland 45
procent bedragen, terwijl deze in België 55 procent bedragen? Hoe verklaart de
minister deze discrepantie?
Heeft de regering reeds onderzocht welke
budgettaire impact een ruimere fiscale autonomie van de deelstaten kan hebben
op het federale begrotingstraject?
Is de minister bereid om bij een
eventuele hervorming van de bijzondere financieringswet niet te vertrekken van
méér herfederalisering, maar van méér responsabilisering en maximale financiële
autonomie voor de deelstaten? Waarom wel of waarom niet?
Antwoord - Réponse:
Als zowat alle experten aangeven dat een
herziening van de bijzondere financieringswet aangewezen is, ga ik daar als
minister van Begroting geen ander standpunt over innemen. Zo een herziening
vergt echter veel voorbereidend werk en moet steunen op een breed politiek en
maatschappelijk draagvlak.
Voor het overige denk ik dat het niet
wijs is om op voorhand bepaalde pistes in een eventuele herziening uit te
sluiten. Echter is het wel noodzakelijk dat iedereen durft te kijken naar de
meest efficiënte vormgeving van onze staat. Daarbij zou men zowel
herfederalisering als bijkomende autonomie voor de deelstaten op bepaalde
domeinen moeten onderzoeken.
56017995C
Tijdens de begrotingscontrole bevestigde
de minister dat er voor 150,8 miljoen euro aan RRF-fondsen in het Defensiefonds
geïnjecteerd zouden worden. Deze kapitaalinjectie had echter nog niets
plaatsgevonden aangezien mijlpaal 257 inzake de audit van het investeringsbeleid,
het management en het controlebeleid nog niet volbracht was en de volbrenging
hiervan op zijn beurt afhankelijk was van de voltooiing van de oprichting van
het Defensiefonds, inclusief het bestuursorgaan.
De minister stelde hierover expliciet:
“Alle regeringspartners zijn zich bewust van de urgentie hiervan in het licht
van de nakende einddatum van het RRF." In herinnering te brengen valt
tevens dat de kapitaalinjectie in het Defensiefonds als terugvaloptie werd
opgenomen in de beleidsnota begroting van 13 januari 2026, en dit voor het
geval niet alle mijlpalen tijdig gehaald konden worden.
Kan de minister een stand van zaken
geven over de voltooiing van de oprichting van het Defensiefonds, inclusief het
bestuursorgaan?
Kan de minister een stand van zaken
geven met betrekking tot mijlpaal 257?
Kan de minister een stand van zaken
geven met betrekking tot de kapitaalinjectie?
Indien er reeds een kapitaalinjectie
plaatsvond: welke bedrag werd er in voorliggend geval geïnjecteerd?
56017997C
Tijdens de begrotingscontrole lichtte
het Rekenhof toe dat het Defensiefonds (SFPIM Defence) een jaarlijks
trekkingsrecht van 252 miljoen euro zou hebben, hetgeen gefinancierd zou worden
via de dividenden die de SFPIM ontvangt. Daarnaast was er sprake van een
bijkomend trekkingsrecht ten belope van 300 miljoen euro, waar op dat moment
weinig over bekend was.
De minister bevestigde in zijn
antwoordde omvang van deze trekkingsrechten en stelde dat de 300 miljoen euro
aan extra trekkingsrechten zou dienen voor een situatie waarin er in een
bepaald jaar heel grote participaties zouden worden genomen. Evenwel kon de
minister niet zeggen hoeveel middelen er tegen jaareinde in SFPIM Defence
zouden zitten, daar dit bedrag in functie zou zijn van de participaties die dit
jaar zouden worden beslist.
Werden er dit jaar reeds participaties
genomen door SFPIM Defence? Zo ja, ten belope van welk bedrag?
Heeft de minister zicht op welke
kapitaalinjecties er dit jaar nog beoogd worden?
56018002C
Over het Plan voor Herstel en Veerkracht
(PHV/RRF), gaf de minister tijdens de begrotingscontrole de volgende stand van
zaken:
“Momenteel heeft de gezamenlijke
Belgische overheid een bedrag van 2,97 miljard euro aan subsidies en 103,3
miljoen euro aan leningen ontvangen. Hierin zitten tevens de verkregen
voorschotten begrepen. Daarmee heeft België procentueel inderdaad een kleiner
deel ontvangen dan de gemiddelde Europese lidstaat.
Twee betalingsaanvragen zijn momenteel
nog aanhangig bij de Europese Commissie. De vierde betalingsaanvraag, ingediend
in december 2025, wachtte nog op de goedkeuring van de pensioenhervorming. De
beoordeling door de Europese Commissie zal nu spoedig afgerond kunnen worden,
waarna de betalingsaanvraag ter goedkeuring aan de Ecofin-vergadering wordt
voorgelegd. Hetzelfde geldt voor de vijfde betalingsaanvraag die eerder dit
jaar werd ingediend. Rest dan nog één betalingsaanvraag die in september van
dit jaar ingediend moet worden. Alles wordt momenteel in het werk gesteld om
deze zomer alle resterende mijlpalen, vervat in die betalingsaanvraag,
succesvol af te ronden."
De Europese Commissie verwacht dat de
lidstaten alle mijlpalen en doelen halen tegen 31 augustus 2026 en zal daarna
uiterlijk op 31 december 2026 overgaan tot een finale betaling.
Kan de minister een actuele stand van
zaken geven met betrekking tot de beoordeling van de vierde en vijfde
betalingsaanvraag?
Kan de minister toelichten hoeveel
subsidies en leningen België actueel ontvangen heeft?
Kan de minister toelichten in welke mate
er reeds vordering is geboekt met betrekking tot de resterende mijlpalen die
deze zomer zouden worden afgerond?
Kan de minister mededelen hoeveel
procent van de mijlpalen momenteel reeds behaald zijn, wetende dat het Rekenhof
mededeelde dat dit op 26 maart 2026 ongeveer 58% was?
Antwoord - Réponse:
Wat betreft het Defensiefonds ga ik me
beperken tot de vragen die verband houden tot de mijlpaal opgenomen in het PHV.
Het Defensiefonds behoort immers tot de bevoegdheid van mijn collega Jambon.
Het bestuursorgaan werd intussen, na
validatie op de Ministerraad van 26 juni jongstleden opgericht. Momenteel voert
de auditautoriteit de in de mijlpaal vermelde audit over het management- en
controlesysteem uit. Na succesvolle afronding hiervan kan overgegaan worden tot
een kapitaalinjectie in uitvoering van de verschillende mijlpalen. Die
kapitaalinjectie wordt dus wel degelijk dit jaar, en zelfs nog deze zomer,
beoogd.
Wat uw overige vragen inzake het PHV
betreft:
De vierde betalingsaanvraag heeft
intussen, na de goedkeuring van de pensioenhervorming, een gunstig advies van
de Europese Commissie verkregen. Die wordt normaal gezien dan ook goedgekeurd
op een volgende ECOFIN-raad.
De vijfde betalingsaanvraag zit in de
laatste fase van evaluatie bij de Europese Commissie. Op het federaal niveau is
de evaluatie reeds gunstig afgerond maar bepaalde mijlpalen vanuit de regio’s
behoeven nog verdere duiding.
De zesde betalingsaanvraag ligt
momenteel voor bij de nationale auditautoriteit voor controle op het bereiken
van de verschillende mijlpalen en doelstellingen.
Een groot deel daarvan is afgerond of
bijna afgerond. Voor enkele projecten zullen echter nog inspanningen in de
komende weken nodig zijn, onder andere dus zoals reeds aangegeven voor het
defensiefonds.
Wat betreft de uitbetalingen zijn er op
dit ogenblik geen ontwikkelingen sinds mijn laatste antwoord. Zoals ik al zei
werd de vierde betalingsaanvraag nog niet formeel goedgekeurd. Het percentage
in mijlpalen dat behaald wordt, wordt ook bepaald door de formele goedkeuring.
Ook hier is in de cijfers dus geen evolutie, terwijl het in de praktijk wel
degelijk zo is dat bijna alle federale maatregelen inmiddels gerealiseerd
werden.
Op 15 juli 2025 antwoordde de minister
van Begroting op een eerdere vraag over de 'hangende interfederale dossiers met
een significante budgettaire impact', dat de gesprekken met de regio's gefocust
waren op de verdeling van de uitgavennorm en de aanpassing van de verschillende
samenwerkingsakkoorden inzake begrotingscoördinatie, maar er na het zomerreces
in kader van de IMC Financiën en begroting gezocht zou worden naar een globaal
evenwicht.
Op 21 januari 2026 viel uit het antwoord
van de minister louter af te leiden dat men bereid was te werken aan een
compromis en dat men dit op de eerstvolgende vergadering van het Overlegcomité
hoopte te bereiken.
Op 21 april werd de kwestie opnieuw
aangehaald, in de marge van het toen recent gesloten budgettaire
samenwerkingsakkoord, waarbij de minister stelde dat het samenwerkingsakkoord
los gezien moest worden van de onverdeelde facturen, en dit ondanks het feit
dat de gesprekken hieromtrent een belemmering vormden voor de start van
concrete onderhandelingen omtrent de onverdeelde facturen, zoals geïmpliceerd
in het antwoord d.d. 15 juli 2025.
Kan de minister een stand van zaken
geven met betrekking tot de onverdeelde facturen?
Welke vorderingen werden er het
afgelopen jaar geboekt op dit punt?
Welke zaken dienen er nog overeengekomen
te worden en binnen welke termijn beoogt de minister dit te bewerkstelligen?
Wanneer komt het volgende Overlegcomité
samen waarop de onverdeelde facturen besproken zullen worden?
Antwoord - Réponse:
Meneer Vermeersch, op 19 mei 2026 werd
het punt inzake de hangende interfederale begrotingsdossiers opnieuw besproken
op het Overlegcomité.
De zogenaamde "onverdeelde
facturen" omvatten een brede waaier aan interfederale dossiers die
historisch gegroeid zijn of voortvloeien uit nieuwe maatschappelijke en
Europese ontwikkelingen. Het gaat daarbij om uiteenlopende thema's waarbij de budgettaire
impact en de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende overheden niet
steeds eenduidig zijn. Om die reden heb ik ervoor gekozen om deze dossiers op
een gestructureerde en transparante manier te inventariseren en voor elk
dossier de bevoegde technische werkgroepen samen te brengen.
Die werkgroepen dienen in eerste
instantie om de budgettaire impact te objectiveren terwijl de werkgroepen
gespecialiseerd in de inhoud zoals buitenlandse zaken, klimaat, telecom en zo
voort verder besprekingen blijven voeren.
Uiteraard blijven er nog een aantal
belangrijke knopen door te hakken. Voor verschillende dossiers moeten de
technische analyses nog worden afgerond, moeten de budgettaire gevolgen verder
worden geobjectiveerd of is bijkomend overleg tussen de betrokken overheden
noodzakelijk. Mijn ambitie blijft om stap voor stap tot evenwichtige en
gedragen oplossingen te komen, met respect voor de bevoegdheidsverdeling en de
budgettaire verantwoordelijkheid van elke overheid. Waar mogelijk zullen
dossiers afzonderlijk worden afgewerkt; voor meer complexe dossiers zal verder
interfederaal overleg nodig blijven.
Dit najaar zullen alleszins verdere
besprekingen op het niveau van het Overlegcomité hopelijk verdere vooruitgang
met zich meebrengen.
Tijdens de begrotingscontrole voor 2026
stelde de minister dat “de meerjarenoefening zal vertrekken vanuit een
nullijnanalyse, waarbij alle afgesproken maatregelen worden geëvalueerd en de
beoogde ontvangsten worden vergeleken met de huidige inschattingen".
Uit de berichtgeving in Het Nieuwsblad
viel reeds te vernemen dat er 3,8 miljard euro aan niet-gerealiseerde of
overschatte opbrengsten gecompenseerd dienden te worden, hetgeen gedaan zou
worden via een zogenaamde “nullijnoefening". Uit het jongste rapport van
het Monitoringcomité werd geconcludeerd dat er - naast de reeds afgeklopte
maatregelen, en dus naast de nullijnoefening - er in 2029 een gecumuleerde
negatieve afwijking van 7,7 miljard euro verwacht wordt, welke gecompenseerd
moet worden om het netto-uitgaventraject na te leven.
Kan de minister bevestigen dat de
komende begrotingsopmaak ook de meerjarenoefening zal bevatten waarvan sprake
was tijdens de begrotingscontrole?
Kan de minister bevestigen dat die
meerjarenoefening een uitvoerig verslag zal bevatten van de door de regering
verrichtte nullijnanalyse, waaruit af te leiden valt wat de meer- of
minderopbrengst is per afgesproken maatregel?
Kan de minister reeds een geactualiseerd
bedrag voor de nullijnoefening mededelen?
Antwoord - Réponse:
Meneer Vermeersch, het is niet correct
om aan de hand van het uitgavenaggregaat de regeringsmaatregelen op te volgen.
Immers hebben ook externe factoren, zoals wijzigende inflatievooruitzichten een
significante impact op het uitgavenaggregaat en de bijkomende inspanningen die
de regering moet realiseren. Hogere ontvangsten door inflatie worden immers
niet meegenomen in de berekening van het uitgavenaggregaat, terwijl dat voor
hogere uitgaven wel het geval is.
Wat de komende begrotingsoefening
betreft kan ik inderdaad bevestigen dat deze gevoed zal worden door de
zogenaamde nullijnoefening. De regering is dat overeengekomen bij de
begrotingscontrole 2026.
Ook onderliggend aan het rapport van het
Monitoringcomité wordt telkens door de verschillende administraties een
herevaluatie gemaakt van de verschillende rendementen. De te leveren inspanning
op basis van dat rapport houdt dus reeds rekening met eventuele bijstellingen.
Tijdens de begrotingscontrole voor 2026
stelde de minister dat hij hoopte dat de spending reviews voor dit jaar in de
maand juni opgeleverd zouden worden.
Kan de minister bevestigen of zijn hoop
op dit punt werkelijkheid is geworden?
Kan de minister desgevallend de
bevindingen uit deze spending reviews toelichten?
Kan de minister toelichten welke lessen
de regering trekt uit de spending reviews en welke maatregelen daaraan
verbonden zullen worden?
Antwoord - Réponse:
Het ontwerp van de drie spending reviews
werd inderdaad recent overgemaakt aan de regering.
De regering zal de bevindingen uit de
verschillende aanbevelingen uit de rapporten uitgebreid bespreken. De finale
rapporten zullen zoals steeds worden gepubliceerd, waarna u kennis kunt nemen
van de verschillende aanbevelingen.
Eenmaal publiek ga ik graag verder met
het parlement in discussie hieromtrent.