Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives

 

van

 

Dinsdag 14 juli 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 14 juillet 2026

 

Après-midi

 

______

 

De behandeling van de vragen vangt aan om 14.26 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.

Le développement des questions commence à 14 h 26. La réunion est présidée par M. Ortwin Depoortere.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

De voorzitter: Collega’s, ik heropen de commissie voor Binnenlandse Zaken voor een aantal vragen aan de minister voor Asiel en Migratie. Hartelijk welkom, mevrouw de minister.

 

01 Actualiteitsdebat over het arrest van de Raad van State en toegevoegde vragen van

- Greet Daems aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De derde schorsing van de opvangweigering door de Raad van State" (56017890C)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het schorsingsarrest van de Raad van State inzake de opvang van personen met een M-status" (56017891C)

- François De Smet aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De schorsing door de Raad van State van de beperking van de materiële hulp aan asielzoekers" (56017901C)

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De opeenvolgende schorsingen door de Raad van State" (56017912C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De schorsing door de Raad van State" (56017981C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De schorsing door de Raad van State" (56018015C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De nieuwe schorsing door de Raad van State van een onwettige instructie aan Fedasil" (56018021C)

- Xavier Dubois aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het schorsingsarrest van de Raad van State inzake de personen met een M-status" (56018032C)

01 Débat d’actualité sur l’arrêt du Conseil d'État et questions jointes de

- Greet Daems à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le troisième arrêt suspensif rendu par le Conseil d'État concernant le refus d'accueil" (56017890C)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt suspensif du Conseil d'État concernant l'accueil de personnes possédant le statut M" (56017891C)

- François De Smet à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La suspension par le Conseil d'État de la limitation de l'aide matérielle aux demandeurs d'asile" (56017901C)

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les suspensions successives prononcées par le Conseil d’État" (56017912C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt suspensif du Conseil d'État" (56017981C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt suspensif du Conseil d'État" (56018015C)

- Claire Hugon Lecharlier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La nouvelle suspension par le Conseil d'État d'une instruction illégale à Fedasil" (56018021C)

- Xavier Dubois à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt suspensif du Conseil d'État concernant les bénéficiaires du statut M" (56018032C)

 

01.01  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, vorige zomer hebt u een opvangstop ingevoerd voor mensen die al bescherming hebben gekregen in een andere EU-lidstaat. U weet, net als ik, dat het gaat over kwetsbare mensen op de vlucht die via Griekenland doorkomen. In Griekenland krijgen ze de boodschap dat ze niet welkom zijn. Ze worden uitgesloten van huisvesting en toegang tot werk. Ze kunnen daar hun leven niet veilig opstarten. Eigenlijk vluchten ze dus een tweede keer.

 

Van u krijgen ze geen opvang meer in België. Het Grondwettelijk Hof was het daar echter niet mee eens. In februari werd uw maatregel dan ook geschorst, omdat de opvangweigering niet wettig was en er bovendien een groot risico bestond op een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel.

 

U hebt zich daar niets van aangetrokken. Ondanks de schorsing door het Grondwettelijk Hof hebt u Fedasil de instructie gegeven om mensen op de vlucht de opvang te weigeren.

 

Wat u toen deed, was onwettig en ging in tegen de principes van de democratische rechtsstaat. U zei toen dat dat  niet zo erg was, omdat het straks toch zou mogen op grond van het Europees Migratiepact.

 

Opnieuw geeft de Raad van State u ongelijk. Volgens de Raad van State zijn volgende verzoeken en mensen met een M-status niet hetzelfde. Ook het Europees recht maakt dat onderscheid. Daarom is een automatische gelijkstelling van die twee niet toegestaan.

 

Mevrouw de minister, hoe reageert u op de uitspraak van de Raad van State? Zult u die deze keer wel respecteren? Zult u dus opvang verlenen aan mensen die al bescherming hebben in een andere EU-lidstaat?

 

Hoeveel mensen zijn er ondertussen al gedupeerd, voor hoeveel mensen werd opvang geweigerd sinds de eerste schorsing door het Grondwettelijk Hof?

 

01.02  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, de Raad van State heeft opnieuw een instructie geschorst waarmee u de opvang voor personen met een M-status wilde beperken. In een eerste reactie zei u dat het om een politiek gemotiveerd arrest ging.

 

Ik heb de lijst eens opgesteld. Op 26 februari schorste het Grondwettelijk Hof delen van de regeling inzake gezinshereniging. Diezelfde dag schorste het Grondwettelijk Hof ook de uitsluiting van de opvang voor personen met een M-status. Op 27 maart volgde een instructie om de opvangweigeringen voor personen met een M-status voort te zetten. Die instructie werd door de Raad van State geschorst. Op 21 mei vernietigde het Grondwettelijk Hof de afschaffing van de mogelijkheid om een leefloon toe te kennen aan verzoekers buiten het opvangnet. Op 8 juli schorste de Raad van State opnieuw instructies. Dat is een lange lijst, mevrouw de minister.

 

U hebt het graag over activistische rechters en politiek gemotiveerde vonnissen. Zult u die insinuatie nu opnieuw gebruiken? Zult u werkelijk blijven beweren dat de Raad van State en het Grondwettelijk Hof politiek gemotiveerde uitspraken doen en dat activistische rechters op bestelling van opengrenzen-ngo’s vonnissen vellen? Zult u dat werkelijk blijven vertellen, of zult u eindelijk tot inkeer komen?

 

Mevrouw de minister, blijft u bij uw uitspraak dat dit opnieuw een politiek gemotiveerd arrest is?

 

Waarom blijft u instructies uitvaardigen waarvan u weet dat ze zullen worden vernietigd? Waarom wachten we niet op de definitieve uitspraak van het Hof van Justitie?

 

Blijft u erbij dat het Migratiepact een wettelijke basis biedt om opvang te weigeren aan personen met een M-status? Vandaag krijgt u immers weer geen gelijk, opnieuw, opnieuw, opnieuw. Blijft u desondanks bij dat standpunt?

 

De bottomline is heel simpel. Wanneer zult u eindelijk de rechterlijke uitspraken respecteren en doen wat van een minister mag worden verwacht, namelijk de wet naleven?

 

01.03  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, u hebt in de zomer van 2025 een aantal belangrijke crisismaatregelen genomen, waardoor de instroom enorm is gedaald. De Raad van State stelt zich nu zeer voortvarend op en doet snel een uitspraak, nog vóór het Hof van Justitie de prejudiciële vragen heeft beantwoord, met als gevolg dat u uw gevoerde beleid stil moet leggen, althans volgens mijn conclusie. U neemt nochtans, tegemoetkomend aan de smeekbede van de bevolking om de instroom binnen de perken te houden, de zeer rechtvaardige maatregel om asielzoekers die al in een andere lidstaat van de Europese Unie bescherming kregen of daar een aanvraag hebben ingediend, van onze opvang uit te sluiten. Ook het Migratiepact, dat op 12 juni in werking trad, volgt die redenering.

 

Kunt u extra toelichting geven bij die uitspraak van de Raad van State? Hoe analyseert u die uitspraak en wat zijn de gevolgen op het terrein?

 

De Raad van State lijkt zich op dit moment al ten gronde uit te spreken, terwijl er nog prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie hangende zijn. Hoe beoordeelt u dat? Wat denkt u daar zelf over? Wat zijn de gevolgen van de uitspraak? Wat zullen uw volgende stappen zijn?

 

01.04  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik hoef u de feiten niet meer te schetsen; die heeft de spreker op de banken rechts van mij zij het op een ietwat andere manier al aangehaald. Het komt erop neer dat onze nationale rechtbanken u, helaas, al drie keer hebben teruggefloten en geoordeeld dat de regels inzake volgend verzoek niet van toepassing zijn op wie al internationale bescherming geniet en dus een verblijfsstatus in een ander land heeft gekregen.

 

U kent ons standpunt. Wie al bescherming in een ander EU-land geniet, hoeft hier niet nog eens gratis bed, bad en brood te krijgen. Dat is de logica zelf. De vraag is echter hoe u dat principe juridisch waterdicht zult verankeren. Beschikt u over een concreet plan om de materiële hulp voor de M-statushouders alsnog wettelijk te beperken? Hoe zult u dat bewerkstelligen?

 

Hoeveel M-statushouders ontvangen momenteel, als gevolg van de drie schorsingen, alsnog materiële opvang, dus bed, bad en brood, in ons land? Wat is daarvan de budgettaire impact?

 

Ik heb nog een bijkomende vraag, die ik niet schriftelijk had ingediend. De uitspraak van het Europees Hof van Justitie is natuurlijk ook van belang. Wanneer wordt die uitspraak verwacht? Hebt u daar zicht op? Kan die de nationale rechtspraak alsnog veranderen? Kan de Europese rechtspraak voor een keer een oplossing bieden voor onze eigen nationale rechtspraak?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

 

01.05  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le 8 juillet dernier, le Conseil d'État a suspendu l'instruction que vous aviez illégalement donnée à Fedasil, selon laquelle les demandes de protection internationale introduites en Belgique par des personnes déjà bénéficiaires de la protection internationale dans un autre État de lieu doivent être traitées comme des demandes ultérieures. En conséquence de cette interprétation qui est la vôtre, vous indiquez que Fedasil peut décider de limiter le droit à l'aide matérielle, cette limitation devant s'appliquer aux demandes de protection internationale introduites à partir du 15 juin. C'est la troisième fois maintenant que la justice censure votre volonté de priver d'accueil ces personnes qui bénéficient du statut M.

 

Une telle instruction avait déjà été suspendue par le Conseil d'État le 27 mars dernier. Cette première instruction avait été donnée par vous afin de contourner un arrêt de la Cour constitutionnelle. Lors de la suspension par la Cour constitutionnelle, de nombreux experts avaient déjà souligné qu'il fallait attendre la réponse de la Cour de justice de l'Union européenne aux questions préjudicielles de la Cour constitutionnelle et l'arrêt au fond de cette dernière. Il avait également été souligné que l'entrée en vigueur du pacte migratoire le 12 juin ne fournirait pas de base légale suffisante dans cette attente, mais vous n'en avez pas tenu compte.

 

Au bout du compte, votre réaction consiste à critiquer une décision politique qui ferait obstacle à des décisions prises démocratiquement au niveau européen. Madame la ministre, vous affirmez souvent que vous respectez l'État de droit et la séparation des pouvoirs, "mais"… Il y a toujours un petit "mais" qui suit. En l'occurrence, vous accusez le Conseil d'État de prendre une décision politique. Comment conciliez-vous une affirmation de respect de l'État de droit et une accusation visant le Conseil d'État selon laquelle il prendrait des décisions politiques? Vous engagez-vous à respecter cette dernière suspension et à ne plus prendre aucune autre initiative visant à restreindre ou à supprimer l'accueil des personnes sous statut M tant que la Cour de justice n'aura pas répondu et que la Cour constitutionnelle n'aura pas tranché au fond? Je vous remercie.

 

01.06  Xavier Dubois (Les Engagés): Par son arrêt n° 267.364 du 8 juillet 2026, le Conseil d'État a suspendu en extrême urgence votre décision visant à limiter l'aide matérielle aux demandeurs de protection internationale ayant déjà obtenu une protection dans un autre État membre de l'Union européenne.

 

Au-delà de la suspension elle-même, les motifs retenus par le Conseil d'État sont particulièrement sévères.

 

D'une part, le Conseil rejette votre argument selon lequel il ne s'agissait que d'une simple communication interne. Il constate au contraire que vous avez adopté une règle générale et obligatoire, imposant à FEDASIL de traiter systématiquement ces demandes comme des demandes ultérieures, sans marge d'appréciation.

 

D'autre part, le Conseil d'État estime que cette interprétation est contraire au Pacte européen sur l'asile et la migration. Il rappelle que le règlement européen distingue explicitement les demandes introduites par des personnes déjà bénéficiaires d'une protection internationale dans un autre État membre des véritables demandes ultérieures. Il souligne également que ces personnes conservent, pendant leur recours, un droit au séjour et, par conséquent, le droit à l'aide matérielle nécessaire pour mener une vie conforme à la dignité humaine.

 

Plus encore, le Conseil relève à plusieurs reprises que le Gouvernement n'explique pas pourquoi il assimile deux catégories que le législateur européen a précisément choisi de distinguer, ni pourquoi il écarte les conséquences juridiques de cette distinction.

 

Cet arrêt soulève donc des questions importantes quant au respect de l'État de droit, à la correcte application du droit européen et aux conséquences concrètes pour les personnes concernées ainsi que pour FEDASIL.

 

Madame la ministre, tirez-vous les conséquences de cette suspension et allez-vous retirer immédiatement les instructions litigieuses afin que l'ensemble des demandeurs concernés bénéficie à nouveau de l'aide matérielle prévue par la loi?

 

Pouvez-vous également indiquer sur quelle base juridique précise vous continuez à soutenir que ces demandes doivent être assimilées à des demandes ultérieures, alors que le Conseil d'État considère que le règlement européen opère une distinction claire entre ces deux catégories?

 

Enfin, quelles mesures comptez-vous prendre pour garantir que les décisions de FEDASIL seront désormais pleinement conformes au droit européen et aux enseignements de cet arrêt, dans l'attente de la décision au fond du Conseil d'État?​

 

01.07  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Je commencerai par vous dire que j'ai été extrêmement surprise par la manière dont cet arrêt a été communiqué. J'en ai pris connaissance via le communiqué de presse diffusé par le Conseil d'État et ce, avant même que les parties concernées, dont moi-même, n'en soient officiellement informées.

 

Na analyse van het arrest was ik met verstomming geslagen. Als jurist gespecialiseerd in Europees recht, plaats ik vraagtekens bij de manier waarop de Raad van State de principes van de Europese Unie, de bevoegdheidsverdeling en de hiërarchie der normen toepast of, beter gezegd, niet toepast. De Raad stelt zich immers in de plaats van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat als enige bevoegd is om het Europees recht te interpreteren.

 

Laat ik eerst nog de voorgeschiedenis voor het arrest van de Raad van State schetsen. De wetgeving waarover het gaat, werd hier vorige zomer door de meerderheid en enkele oppositiepartijen goedgekeurd. Vervolgens werd ze eind februari van dit jaar geschorst door het Grondwettelijk Hof, waarbij dat hof prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie stelde, namelijk of de wetgeving verenigbaar was met het Europees recht en of M-statushouders als volgende verzoekers kunnen worden gekwalificeerd.

 

Intussen werd een instructie aangenomen om aan Fedasil te vragen M-statushouders toch te blijven uitsluiten van de opvang, omdat het om volgende verzoekers ging, maar op basis van een andere wettelijke grondslag dan dewelke die door het Grondwettelijk Hof was geschorst, in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de prejudiciële vragen. Die instructie werd dan weer geschorst door de Raad van State, omdat het om een algemene instructie ging. De motivering van de Raad van State was dat de beperking van de opvang een mogelijkheid is en niet algemeen voor alle gevallen mag worden bevolen. Naar aanleiding van dat arrest van de Raad van State paste Fedasil die bepalingen alleen nog toe op basis van een individuele motivering.

 

Met de inwerkingtreding van het pact op 12 juni werd intern, zonder instructie vanuit mijn kabinet, door Fedasil gecommuniceerd om M-statushouders op individuele basis uit te sluiten van de opvang, op basis van het feit dat het om volgende verzoekers ging. Dat kan sinds 12 juni op basis van de asielprocedureverordening, die rechtstreekse werking heeft. De asielprocedureverordening biedt daarvoor een betere en rechtstreeks werkende juridische grond. De interne instructie werd aangevochten bij de Raad van State, waarna hij het arrest heeft geveld waarover u vandaag vragen stelt.

 

Wat mijn analyse van het arrest betreft, het arrest van de Raad van State bevat manifeste fouten. Dat zeg ik niet lichtzinnig. Zo stelt de Raad van State dat de categorieën van personen die al internationale bescherming genieten, personen dus met een M-status, en de volgende verzoekers niet mogen worden gelijkgesteld. Daarvoor haalt de Raad twee argumenten aan.

 

Premièrement, le Conseil d'État considère que ces deux catégories relèvent de régimes différents en ce qui concerne le traitement de leurs demandes d'asile. Il fait totalement abstraction du fait qu'il existe une distinction entre le traitement d'une demande d'asile et sa qualification. Or seule cette dernière question est pertinente lorsqu'il s'agit de limiter l'accueil. Sur cette qualification, le règlement européen ne laisse place à aucun doute: il s'agit bien de demandes ultérieures.

 

Deuxièmement, le Conseil d'État affirme à plusieurs reprises qu'il existe une différence entre les titulaires d'un statut M et les demandeurs ayant introduit une demande ultérieure en ce qui concerne la procédure de recours et son éventuel effet suspensif. Sur ce point, le Conseil d'État se fonde sur une version erronée et dépassée du règlement.

 

Ce n'est pas un détail. Le règlement du 24 février 2026 modifiant le règlement européen relatif à la procédure d'asile a précisément aligné ces deux catégories. Dès lors, l'argumentation principale du Conseil d'État repose, selon moi, sur une méconnaissance manifeste de la réglementation applicable. Je maintiens donc que cette décision du Conseil d'État est davantage motivée par des considérations politiques que par des considérations juridiques.

 

Het arrest leidt bovendien tot een absurde situatie. Terwijl het Grondwettelijk Hof de correcte interpretatie van de bepalingen van de Europese verordening aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voorlegt, eigent de Raad van State zich de interpretatie nu zelf toe, nog voordat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan. Nochtans is het Hof van Justitie de enige bevoegde instantie in de Europese Unie om zich uit te spreken over de interpretatie van het Europees recht. De Raad van State doet dus een duidelijke voorafname op het arrest van het Hof van Justitie.

 

Wat het nog erger maakt, is dat de voorafname gebaseerd is op inhoudelijk aantoonbare denkfouten en op een foutieve, verouderde versie van de verordening. Dat vind ik eerlijk gezegd vrij hallucinant.

 

Wat brengt de nabije toekomst? Op een schorsingsarrest volgt in principe altijd een annulatiearrest, waarin de Raad van State zich ten gronde uitspreekt. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat de Raad van State tot een ander oordeel komt. Een annulatiearrest kan echter meerdere maanden tot zelfs jaren op zich laten wachten. Normaal gezien zal het arrest van het Hof van Justitie er eerder zijn. Daarmee geef ik meteen ook een antwoord op uw bijkomende vraag, mevrouw Van Belleghem.

 

Ik bekijk momenteel wat mogelijk is en of nog individuele beslissingen tot weigering van opvang kunnen worden genomen op basis van een juridisch correcte motivering. De Europese verordening is immers niet geschorst en blijft van toepassing zolang het Hof van Justitie zich niet heeft uitgesproken. Ik zal de juridische procedures hoe dan ook voor het Hof van Justitie en ten gronde voor de Raad van State voortzetten.

 

Tot slot merk ik op dat, gelet op de bepalingen van het Reglement van de Kamer en het feit dat sommigen onder u naar cijfergegevens vroegen, gedetailleerde cijfers moeten worden opgevraagd via een schriftelijke vraag.

 

01.08  Greet Daems (PVDA-PTB): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden.

 

U herhaalt uw kritiek op de Raad van State, die u eerder ook al in de media hebt geuit. U zegt dat de uitspraak politiek gemotiveerd lijkt. Vandaag gaat u zelfs nog een stap verder, want u zegt dat het arrest manifeste fouten bevat en gebaseerd is op inhoudelijke denkfouten.

 

Ik vind dat nogal gemakkelijk, want zo kunt u zichzelf altijd uit de wind zetten. De Raad van State velt een oordeel op basis van een inhoudelijke argumentatie over het Europees recht. De conclusie is dat uw beleid niet in overeenstemming is met het recht. Dat heeft de Raad van State uiteengezet in meer dan 25 pagina's. Dat kunt u dus niet zomaar een politieke beslissing noemen.

 

Als u uw zin niet krijgt van de rechter, is dat omdat u onwettig beleid voert. Laat die excuses dus achterwege, mevrouw de minister, en leg u neer bij het arrest. U moet, net als iedereen, de rechtsstaat respecteren.

 

De opvangstop is altijd onwettig geweest en blijft dat vandaag ook het geval, met of zonder Europees Migratiepact.

 

01.09  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister. Mevrouw De Vreese noemt de Raad van State voortvarend en uw beleid stil wil leggen, maar de Raad van State doet niet meer of niet minder dan de wettigheid toetsen.

 

Voor de zoveelste keer geeft een uitspraak van een rechter u ongelijk. Dat kan gebeuren. Men kan wetgevend werk of instructies opstellen die een fout bevatten. Er kan eens worden ingegrepen door het Grondwettelijk Hof of door de Raad van State. Hier gaat het echter over een heel systematisch ingrijpen. U zegt dat de uitspraken politiek gemotiveerd zijn en u spreekt over activistische rechters.

 

Met alle respect, mevrouw de minister, maar wij weten allebei dat dat niet waar is. Zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof heeft een heel specifieke taak in ons systeem. Zij moeten ervoor zorgen dat ministers zoals u, die uit de bocht gaan en dat consequent doen, worden tegengehouden en zich gewoon aan de wet houden.

 

Ik vind het helemaal niet erg als u op café of op N-VA-partijfeestjes spreekt over activistische rechters bij de Raad van State. In het Parlement moet u echter minister zijn. U bent minister van 11 miljoen Belgen. Een van de waarborgen in een democratie is dat u de rechtsstaat respecteert.

 

U verklaart dat de rechters grote denkfouten maken. Dat is een heel verregaande uitspraak. U zou nog kunnen zeggen dat zij een materiële vergissing hebben gemaakt, fair enough, maar u spreekt over grote denkfouten. Het feit dat een minister zegt dat een juridische actor grote denkfouten maakt, baart mij zorgen. Ik denk niet dat u dat moet doen. U moet gewoon de wet volgen, net zoals de andere 11 miljoen Belgen dat doen.

 

Ik hoop dan ook dat we hier binnenkort niet opnieuw zitten, omdat u weer wordt geconfronteerd met een schorsing of een vernietiging. Volg dus gewoon de wet.

 

01.10  Maaike De Vreese (N-VA): Collega Vandemaele, op N-VA-partijfeestjes doen we wel iets anders dan discussiëren over de Raad van State. We hoeven daar in de partij ook niet over te discussiëren, want we zijn het allemaal volmondig eens met onze minister en met de interpretatie die zij geeft aan de uitspraak van de Raad van State.

 

Mevrouw de minister, het zal u dus niet verbazen dat ik, in tegenstelling tot de heer Vandemaele, u volledig gelijk geef wanneer u uw beleid terecht verdedigt. U bent er rotsvast van overtuigd dat het voldoet aan alle nieuwe richtlijnen van de Europese Unie en aan het migratie- en asielpact. Leg u dus niet neer bij de uitspraak en ga daarmee door tot op het hoogste niveau. Heel veel burgers verwachten ook van u dat de instroom daalt en de feiten hebben aangetoond dat de maatregel wel degelijk nut heeft.

 

Hij komt ook tegemoet aan een groot rechtvaardigheidsgevoel bij heel wat mensen. Zij vinden terecht dat men niet zomaar kan shoppen in elk land om de beste sociale voordelen te krijgen, want daar draait het uiteindelijk om. Mensen met een M-status gaan na waar ze de beste sociale voordelen genieten en trekken vervolgens naar dat land om daar nogmaals asiel aan te vragen omwille van de voordelen. Dat kunnen we absoluut niet toestaan, mevrouw de minister.

 

01.11  Francesca Van Belleghem (VB): We zien maand na maand rechtspraak die een streng migratiebeleid onmogelijk maakt. Niet alleen u hebt daar last van; dat was zelfs al het geval voor de linkse vivaldiregering. Collega Vandemaele, u hebt wel een heel selectief geheugen. Ik herinner eraan hoe de toenmalige regering, waarvan uw partij deel uitmaakte, expliciet besliste om dwangsommen voor asielzoekers niet te betalen en rechtspraak naast zich te leggen. Nu zit u hier te kraaien dat de rechtsstaat niet wordt gerespecteerd omdat men bepaalde rechtspraak niet wil aanvaarden of omdat men het niet eens is met de inhoud. Onder de vorige regering was dat nog veel meer het geval.

 

We zien niet alleen vernietigende rechtspraak inzake de dwangsommen en leeflonen, maar nu ook over de M-statussen. Ik voorspel u, mevrouw de minister, dat er gelijkaardige rechtspraak zal worden ontwikkeld om woonstbetredingen onmogelijk te maken. Het wetsontwerp dat u hebt opgesteld, is zo geformuleerd dat het daarop zal vastlopen. U weet dat ook, mevrouw de minister. U hebt de verantwoordelijkheid om die regeling niet zo fragiel te formuleren dat de rechtspraak bij een volgende stap de woonstbetredingen onmogelijk zal maken..

 

01.12  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je suis assez sidérée par la réponse que j'ai entendue. C'est une chose de considérer que le Conseil d'État a pu faire une erreur de droit ou de fait dans une décision individuelle, personne n'est infaillible. Si cela s'arrêtait là, ce ne serait pas si grave, même si je suppose que ce que vous nous avez dit ici, vous avez certainement eu l'occasion de le soulever devant le Conseil d'État pendant la défense de l'affaire.

 

Et, franchement, comme je vous le dis depuis le début, il est évidemment possible que la Cour de Justice vous donne raison en temps et en heure, mais il sera alors temps de s'adapter à ce moment-là. C'est une chose de considérer une erreur juridique, c'est complètement autre chose de dire que le Conseil d'État prend des décisions sur une base politique. À trois reprises, les raisonnements juridiques sur lesquels vous vous basez sont invalidés, mais au lieu de l'accepter, vous dites que c'est politique. Je suis désolée mais vous ne pouvez pas continuer à répéter que vous respectez la séparation des pouvoirs et l'État de droit, tout en disant que le Conseil d'État prend des décisions politiques.

 

Comme l'a dit ma collègues, 25 pages de raisonnement juridique se penchent ici sur la différence juridique entre les deux situations et considèrent qu'elles ne sont pas identiques. Ce que vous faites est dangereux pour la démocratie. La démocratie, ce n'est pas juste avoir une majorité des voix et ce n'est pas se cacher derrière le fait que les mesures qu'on prend seraient populaires auprès de l'électorat flamand. Ce n'est pas "quand on veut on peut". La démocratie, c'est accepter, en tant que responsable politique, que vous n'êtes pas au-dessus des lois, au-dessus de la Constitution et au-dessus des contrôles. Votre action est contrôlée et elle est parfois censurée, et il est d'autant plus important de respecter cela quand le contrôle vous contrarie. Or vous faites justement le contraire. Ce n'est pas une petite critique juridique d'un arrêt, non, vous remettez en cause la légitimité de l'institution indépendante qui contrôle votre action, et ce faisant, une fois de plus, vous affaiblissez l'État de droit. Cela doit cesser et nous ne cesserons en tout cas pas de le dénoncer!

 

01.13  Xavier Dubois (Les Engagés): Madame la ministre, merci pour votre réponse. C’est bien entendu interpellant. J’entends que le Conseil d'État aurait fait des erreurs sur les bases juridiques qu’il aurait utilisées. Nous allons prendre le temps d’analyser votre réponse de manière détaillée et voir la suite que vous donnerez concrètement.

 

Par contre, dire qu’il s’agit d’une décision politique, j’estime que cela va trop loin. On n’a pas à dire cela. Cela n’amène rien. Cela ne règle pas le débat. Par contre, qu’il y ait un débat sur le fond, sur les bases juridiques utilisées, d’accord. Tout le monde a le droit de le faire.

 

Nous allons analyser cela de manière concrète. Si j’ai bien compris, nous attendons une réponse de la Cour de justice de l’Union européenne avant que le Conseil d'État se prononce ici sur le fond. Nous aurons donc une réponse définitive et nous saurons alors qui a raison.

 

01.14  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, de wet die wij hebben goedgekeurd, is duidelijk bedoeld om migratie en zeker secundaire migratie aan te pakken. Wij zien ook, in het jaar dat de wet van kracht is, dat ze effect heeft. Collega’s – ik richt mij in het bijzonder tot de andere linkse partijen –, als het ergens misloopt, is dat te wijten aan het feit dat lidstaten hun deel niet doen, dus aan de gebrekkige Europese solidariteit daaromtrent.

 

Eigenlijk is het heel eenvoudig. Mevrouw de minister Van Bossuyt en de Raad van State hebben een andere mening over het EU-pact. De eindinterpretatie ligt echter bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daarop zullen wij moeten wachten. Alleen laat de scheidsrechter momenteel op zich wachten. Wij wachten dat oordeel af.

 

Het doel van de wet, waar ik volledig achter sta, blijft nog steeds om de secundaire migratie aan te pakken en te verminderen. Dat is dit jaar ook gelukt.

 

Ik herhaal dat het eigenlijk een nutteloze discussie is, aangezien het Hof van Justitie van de Europese Unie de eindbeslissing zal nemen. Daarna kunnen we verder praten. Als het hof de minister geen gelijk, laat het dan duidelijk zijn dat voor Vooruit de rechtspraak altijd moet worden aanvaard. Het is dus het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat over de zaak moet oordelen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56017350C van mevrouw Van Belleghem over subsidies voor ngo's in de asielsector wordt  schriftelijk behandeld.

 

02 Samengevoegde vragen van

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De eerste effecten van het EU-migratiepact op de Dublinoverdrachten aan Griekenland en Italië" (56017359C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het nieuwe Dublincentrum" (56017831C)

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het nieuwe terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte" (56017848C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het nieuwe Dublincentrum" (56017993C)

- Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De Dublinprocedure en de impact van het Europees Pact" (56018034C)

02 Questions jointes de

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les premiers effets du pacte migratoire européen sur les transferts Dublin vers la Grèce et l'Italie" (56017359C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le nouveau centre Dublin" (56017831C)

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le nouveau centre de retour à Nazareth-De Pinte" (56017848C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le nouveau centre Dublin" (56017993C)

- Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La procédure Dublin et l'impact du pacte européen" (56018034C)

 

De voorzitter: Hier kan de heer Di Nunzio geen aanspraak maken op uitstel.

 

02.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, op 12 juni trad het migratiepact in werking. Ten eerste, wat betreft de Dublinproblematiek zijn Griekenland en Italië vanouds twee probleemstaten. Heeft Griekenland sinds 12 juni al effectief een of meerdere overdrachtsverzoeken vanuit dit land aanvaard en/of uitgevoerd onder het nieuwe pact? Wat is de officiële Griekse houding? Zijn er besprekingen aan de gang? Ik heb dezelfde vragen wat betreft Italië.

 

Hoeveel lopende overdrachtsverzoeken stonden er op datum van de inwerkingtreding van het pact nog open? Welk concreet rechtsmiddel of sanctiemechanisme kan dit land inzetten wanneer Griekenland of Italië structureel weigert de overdrachtsverplichtingen na te komen? Hebben we met het nieuwe pact überhaupt een stok achter de deur of blijft het gewoon een oefening op papier?

 

Wat betreft het nieuwe Dublincentrum in De Pinte-Nazareth, zoals u weet zijn we niet tegen Dublincentra, maar we pleiten ervoor om daarvoor de bestaande capaciteit, de bestaande asielcentra die toch zouden moeten leeglopen, daarvoor te gebruiken. Het signaal dat u nu in de hele Europese Unie geeft, is dat asielzoekers in dit land gewoon op hotel worden opgevangen. Dat is het signaal dat u geeft, dat asielzoekers in een Van der Valk terecht zullen komen. Dat lijkt ons een zeer slecht signaal omdat het doorreizen naar ons land aantrekkelijk maakt. Dat is wat we willen aankaarten en dat is ook wat collega Depoortere vorige week donderdag met brio heeft aangekaart in de plenaire vergadering. U weet dat ook maar al te goed.

 

We hebben de bewoners van Nazareth en De Pinte geconsulteerd en zij zijn ook niet te spreken over het nieuwe Dublincentrum. Ik heb daarover dus veel vragen. Is er op voorhand overleg geweest met het lokaal bestuur? We krijgen ook graag een motivering van de locatiekeuze. Wat waren de alternatieve locaties? Werd er een analyse gemaakt van de impact op de leefomgeving, de veiligheid en de mobiliteit? Was er voorafgaand overleg met de omwonenden? Zo niet, waarom niet? Zullen ze bijkomend ingelicht worden, bijvoorbeeld met een flyer in de brievenbus of een infomoment? Men zit in Nazareth en De Pinte immers met heel veel vragen.

 

U zult allicht die buurt hebben bezocht. Er is daar een landwegel richting De Pinte. Zal die afgesloten worden of zal men die net extra gaan benutten? Wat zal men doen met dat wegje daar? Ik veronderstel dat die weg niet zomaar afgesloten kan worden, aangezien het een openbare weg is. Wat zult u daarmee doen?

 

Ik zou graag ook een lijst willen van de voorziene veiligheidsmaatregelen voor de iets verder gelegen aanpalende wijk en het aangrenzende bosgebied.

 

Een belangrijke vraag is wat de duurtijd is van de afgesloten overeenkomst. Een nog belangrijkere vraag is wat de maandelijkse huurprijs is. Voor welke periode werd de huurovereenkomst bepaald? Hoeveel bedragen de bijkomende kosten? Waarom werd er in godsnaam gekozen voor hotelinfrastructuur? Zoals ik zo-even zei, geeft u daarmee toch een signaal dat asielzoekers in dit land op hotel worden opgevangen. Zelfs indien het hotel nadien de deuren sluit en er een asielcentrum van wordt gemaakt, wordt toch nog het signaal gegeven dat asielzoekers op hotel worden opgevangen.

 

Welke garanties zijn er inzake overlast en onveiligheid? Wat zijn de ervaringen op dat vlak van het bestaande centrum in Zaventem? Wat zijn de ervaringen inzake de effectieve terugkeer?

 

02.02  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, ik denk dat de oprichting van een nieuw Dublincentrum ook tegemoetkomt aan wat in het regeerakkoord werd afgesproken. Het is ook belangrijk om die secundaire migratie aan te pakken en in te zetten op terugkeer. Daarvoor zijn er natuurlijk ook plaatsen nodig. Hier creëert u 300 plaatsen om mensen te doen terugkeren naar het land waaruit zij naar hier zijn gereisd. De Dublinprocedures moeten absoluut worden gerespecteerd. Zoals we ook gezien hebben bij de gewone opvangcentra, zorgt de komst van een centrum altijd voor heel wat ongerustheid bij de buurtbewoners. Af en toe moet u natuurlijk ook een knoop doorhakken en het centrum moet nu eenmaal ergens komen. Nu is dat in De Pinte het geval.

 

Er is ook een Dublinterugkeercentrum in Zaventem. Hoe evalueert u dat terugkeercentrum in Zaventem? Welke good practices zullen worden meegenomen in de uitbating van het nieuwe centrum? Is er bijvoorbeeld sprake van overlast in de buurt? Op welke manier zal de lokale politie hierbij worden betrokken, zodat er in voldoende agenten is voorzien om de overlast in de buurt tot een minimum te beperken?

 

Werd er effectief overleg gepleegd met het lokale bestuur vóór de aankondiging van het nieuwe terugkeercentrum? Hoeveel mensen zullen daar terechtkomen? Ziet u dat u meer aanvragen krijgt waarbij wordt vastgesteld dat mensen al doorgereisd zijn? Zijn er dus meer Dublingevallen of ziet u dat dit aantal stagneert? Kunt u daar iets meer over zeggen? Dat hoeven geen precieze cijfers te zijn, maar ik zou graag hebben dat u de tendens schetst van het aantal Dublingevallen hier.

 

02.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, grip krijgen op migratie betekent in de eerste plaats de Europese rechtsregels efficiënt en consequent toepassen. Het zogenoemde shoppen in de asielprocedure, waarbij verzoekers die al geregistreerd staan in andere Europese lidstaten doorreizen naar ons land, ondergraaft het draagvlak van ons opvangnetwerk, omdat ze al in een andere lidstaat bescherming hebben gezocht. Die personen moeten via de Dublinprocedure snel en consequent worden overgedragen. Die procedure is heel duidelijk en zou zo moeten verlopen.

 

U kondigde recent de opening aan van een nieuw terugkeer- en Dublincentrum in Nazareth-De Pinte, met een capaciteit van 300 plaatsen, naar analogie van de bestaande faciliteit in Zaventem. Het doel is heel duidelijk: snelle procedures en een snelle terugkeer om de druk op Fedasil te verlichten. De opening van een centrum is één ding, maar de asielketen effectief laten functioneren is iets anders. Uit recente cijfers bleek immers dat de effectieve Dublinoverdrachten historisch stroef verlopen door administratieve belemmeringen en een gebrek aan operationele slagkracht op het terrein. Een nieuw gebouw lost de structurele knelpunten in de overdrachtsprocedures met de andere Europese lidstaten niet automatisch op. Dat is de Europese solidariteit waarnaar ik al vaker heb verwezen.

 

Daarom heb ik voor u enkele gerichte vragen.

 

Wat is de actuele doorlooptijd van een Dublinprocedure vanaf de instroom in het centrum van Zaventem tot de effectieve overdracht? Welke structurele administratieve of juridische knelpunten die u daar hebt vastgesteld, hoopt u in Nazareth-De Pinte operationeel te overbruggen?

 

Dan heb ik nog een vraag over de Europese bilaterale akkoorden. Sinds de invoering van het Europees Migratiepact zouden overdrachten naar de landen van eerste aankomst vlotter moeten verlopen. Loopt de samenwerking met die lidstaten vandaag vlot of stuiten we daar op materiële weigeringen?

 

Mijn laatste vraag gaat over de lokale impact van het centrum. Hoe verloopt het contact met de gemeenten, de politie en de burgers? In de regio is het bijzonder belangrijk dat daar goede afspraken over worden gemaakt, zodat er in geen enkele zin onrust kan ontstaan. Hoe hebt u daarmee omgegaan? Ik hoop alvast dat dat al is gebeurd. Hoe zult u of zullen uw diensten daar de komende tijd verder mee omgaan?

 

Alvast bedankt voor uw antwoord.

 

02.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Collega's, mijn antwoord op jullie vragen bestaat uit twee delen: ten eerste het nieuwe Europese terugkeercentrum en ten tweede de Dublinprocedure zelf.

 

Ik heb vorige week in de plenaire vergadering al geantwoord op een vraag over het Europese terugkeercentrum. Sindsdien is er natuurlijk niets veranderd, maar ik beantwoord wel graag enkele deelvragen die toen niet aan bod zijn gekomen.

 

Het is positief te kunnen aankondigen dat er in 300 plaatsen kan worden voorzien in een nieuw Europees terugkeercentrum. Dat zijn geen gewone opvangplaatsen, zoals sommige partijen op hun sociale media willen laten uitschijnen. De werking van het terugkeercentrum in Zaventem evalueer ik als positief, want alles is gericht op één doel, namelijk mensen zo snel mogelijk begeleiden naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor hun procedure. Dat is eerlijker, efficiënter en noodzakelijk om het opvangnetwerk te ontlasten.

 

In Zaventem bedraagt de gemiddelde verblijfsduur dan ook maar 41 dagen. De individuele en aanklampende begeleiding door de Dienst Vreemdelingenzaken in Zaventem geldt als een goede praktijk die voor een snellere overdracht naar de verantwoordelijke Europese lidstaat zorgt.

 

Hoewel de opening van een centrum zoals het tweede Europese terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte tot mijn discretionaire verantwoordelijkheid behoort, zijn de betrokken diensten en mijn kabinet uiteraard in overleg gegaan met het lokaal bestuur.

 

We hebben de bezorgdheden van het lokaal bestuur dus zeker gehoord. De Dienst Vreemdelingenzaken en Van der Valk zullen nu de nodige werken starten om het gebouw om te vormen voor de sobere opvang die we beogen in het Europese terugkeercentrum.

 

De start van de huurovereenkomst was 1 juli, dus nu ongeveer een of twee weken geleden. Het terugkeercentrum heeft een huidige maximale operationele looptijd van negen jaar.

 

Jullie stelden ook vragen over de operationalisering van het terugkeercentrum. De site werd geselecteerd omdat ze voldoet aan de vereiste veiligheids- en kwaliteitsnormen. Dat werd grondig bestudeerd. De bereikbaarheid vormt net een voordeel voor bewoners en medewerkers, en ook voor de opzet van het centrum, van waaruit een vlotte terugkeer naar de bevoegde lidstaat moet worden georganiseerd. Er zullen extra maatregelen worden genomen, zoals een afsluithek om de veiligheid te optimaliseren. Buurtbewoners nodeloos een onveiligheidsgevoel aanpraten, is dan ook niet op zijn plaats.

 

De Dienst Vreemdelingenzaken heeft op zijn website een specifieke pagina met een volledige Q&A in verband met het terugkeercentrum.

 

Aangezien het geen standaardopvangcentrum is, maar een Europees terugkeercentrum, en gelet op de specifieke aard van het centrum – met een kort verblijf, geen schoolgang voor de kinderen en geen inschrijving in de gemeente – zal de impact beperkter zijn dan die van een regulier opvangcentrum.

 

Vanuit het centrum kan een terugkerend overleg worden georganiseerd met het lokaal bestuur, de lokale politiezone en andere betrokken partijen om alle vragen en bezorgdheden op te vangen en steeds kort op de bal te kunnen spelen. Dat geldt ook voor de buurtbewoners.

 

Tot slot, de locatie werd al eerder aangeboden aan Fedasil. Bij de zoektocht naar een geschikte plek voor een tweede Europees terugkeercentrum werd deze locatie aangeboden aan de Dienst Vreemdelingenzaken en door de Dienst Vreemdelingenzaken geschikt bevonden.

 

Vragen naar specifieke cijfers kunnen, zoals ik eerder al heb gezegd, op basis van het Kamerreglement schriftelijk worden opgevraagd.

 

Wat de Dublinprocedure betreft, is het Europees migratie- en asielpact nog maar één maand in werking. Nu al vragen naar de resultaten daarvan lijkt me toch wel zeer snel, wetende dat de procedures voor overdrachten en terugkeer enige tijd in beslag nemen. Zelfs als we op 12 juni een Dublinprocedure hadden opgestart – dus op de dag van de inwerkingtreding van het pact – kan die niet zo snel worden afgerond. Er is immers het Dublininterview, het versturen van het verzoek, het antwoord van de betrokken lidstaat, het uitschrijven en ter kennis brengen van het overdrachtsbesluit enzovoort.

 

Niettemin zal ik een antwoord geven op de detailvragen daarover. Tussen 12 juni en 9 juli zijn in totaal 100 verzoeken naar Griekenland verstuurd. In diezelfde periode werden 60 verzoeken naar Italië gestuurd. Sinds de inwerkingtreding van het pact konden nog geen overdrachtsverzoeken aan die twee lidstaten worden uitgevoerd.

 

Zoals u weet, voorziet het pact in juridische verplichtingen voor elke lidstaat en worden de lidstaten verondersteld die uit te voeren. De Europese Commissie voorziet binnenkort een eerste evaluatie en midden oktober een tweede evaluatie. Zoals ik al meermaals heb aangegeven, hecht ik veel belang aan die evaluatie.

 

Daarnaast zijn er natuurlijk ook regelmatig contacten op administratief, diplomatiek en politiek niveau, waarbij het belang van de toepassing van de Dublinregels wordt benadrukt. Zoals ik al heb aangegeven, is met Griekenland een memorandum of understanding gesloten, waarin het land zich ertoe verbindt de Dublinregels toe te passen.

 

02.05  Francesca Van Belleghem (VB): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dat is toch wel vreemd, minister. U stelt dat de overeenkomst met Van der Valk van start is gegaan op 1 juli 2026. Dat heb ik althans zo begrepen. Als ik evenwel naar de website van dat hotel ga en een kamer wil boeken, lukt dat nog altijd perfect. De overeenkomst is dus al van start gegaan, maar een privépersoon kan er nog altijd boeken, bijvoorbeeld een kamer voor 170 euro zonder ontbijt. Dat is toch bijzonder vreemd.

 

De clou van de zaak is natuurlijk dat u zo het signaal geeft dat asielzoekers in dit land in hotels worden opgevangen.

 

Ik heb de Q&A waarnaar u verwees ook doorgenomen. Daarin staat dat het Europees terugkeercentrum een open centrum is. Dat wil dus zeggen dat asielzoekers daar gewoon enkele nachten kunnen verblijven. Als de gemiddelde verblijfsduur 41 dagen is, kunnen zij daar perfect 40 dagen verblijven en vervolgens verdwijnen. Zij hebben dan wel opnieuw 40 dagen gratis bed, bad en brood gekregen, zij het dan op sobere wijze, zoals u opmerkt. Dat is natuurlijk het probleem. De asielzoekers kunnen gewoon opnieuw verdwijnen wanneer ze dat willen.

 

Over de evaluatie van het migratiepact en meer specifiek de Dublinregels stelt u dat het te vroeg is om naar concrete resultaten te vragen. Er was echter wel al een analyse voorzien, want in de pers konden we lezen dat er in juli 2026 een analyse zou komen van de manier waarop de andere landen hun Dublinregels toepassen. Komt die Europese analyse er dan niet? Het is geenszins te vroeg om die vraag te stellen, want we zijn vandaag al 14 juli. We kunnen dus perfect analyseren of Griekenland of Italië al dan niet meewerken.

 

Ik heb echter niet veel goede hoop voor de echte analyse die midden oktober 2026 zal plaatsvinden. Ik zie niet in waarom die landen plots specifiek en structureel zouden meewerken. Als ze meewerken, zal het over enkele Dublindossiers gaan om hun goede wil te tonen en te bewijzen dat ze die regels respecteren. We weten echter allebei dat die regels dode letter zullen blijven.

 

02.06  Maaike De Vreese (N-VA): Collega Van Belleghem, de minister heeft gezegd dat er binnenkort een eerste evaluatie aankomt, dus ik ga ervan uit dat we over de nodige informatie zullen beschikken wanneer die wordt rondgedeeld.

 

Mevrouw de minister, het is een heel goede zaak dat er gedifferentieerd wordt in het soort opvang en terugkeer dat u biedt. Ik denk dat dat tot nu toe een tekort was, want iedere asielzoeker kwam op dezelfde plaats terecht, ongeacht de hoge of lage erkenningsgraad, de veiligheid of onveiligheid van het land van oorsprong en het van toepassing zijn of niet van de Dublinprocedure. Ik vind het dus absoluut een heel goede stap om de Dublinterugkeer op te schroeven en daar zo snel mogelijk op in te zetten, zodat we mensen met eenzelfde mindset samenzetten: mensen die weten dat het hier voor hen afgelopen is en die beseffen dat ze dus maar beter meewerken aan hun terugkeer. Dat maakt het verschil, we zetten vanaf nu niet zomaar iedereen samen.

 

We gaan voor fast-trackprocedures in aparte centra voor mensen die van een veilig land komen, om zeer snel aan die terugkeer te werken. Dat zal nu ook het geval zijn met die Dublincentra, met dat tweede Dublincentrum van 300 plaatsen. Dat zijn ongelooflijk veel plaatsen om in te zetten in korte procedures. Daar ligt volgens mij ook een bijkomende oplossing om ons migratieprobleem aan te pakken. We moeten naar veel kortere procedures gaan en veel sneller duidelijkheid brengen. Ook dat zal door die opvang zeer duidelijk blijken. Men gaat immers niet naar een gewoon opvangcentrum, maar naar een terugkeercentrum, waar de volledige focus ligt op de terugkeer naar een andere lidstaat van de Europese Unie. Ook voor de andere lidstaten van de Europese Unie zal het dan heel duidelijk zijn dat België overtuigd is van die medewerking en erop zal staan dat ze vereist is. Daarmee staat of valt het volledige systeem. We kunnen niet meer tolereren dat die mensen zomaar naar hier doorreizen. Dit is dus weer een stap vooruit in een streng migratiebeleid.

 

02.07  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Ik zal niet te veel herhalen. Zoals mevrouw De Vreese ook zei, is een stap vooruit altijd een goede stap.

 

Twee elementen zijn heel belangrijk. Het is heel belangrijk dat u de buurt, de stad en de gemeente goed bij de zaken betrekt. Het draagvlak voor een goed asielbeleid staat de laatste jaren onder druk. Mensen zijn het beu. We maken met deze regering duidelijk werk van een efficiënter terugkeerbeleid. Dat doet u ook. Ook de differentiatie van de verschillende opvangplaatsen is een heel goede keuze. Ik wil evenwel nog meegeven dat u zeker centrum 127bis eens moet bezoeken, zodat we sommige centra kunnen verbeteren, de procedure kunnen versnellen en ook de veiligheid van iedereen daar kunnen garanderen.

 

Bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uit naar het vervolg en we zullen dat dossier ook verder opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Alexander Van Hoecke aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De vasthoudingen door de justitie in het kader van de binnenkomstcontroles" (56017436C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De binnenkomstcontroles" (56017980C)

03 Questions jointes de

- Alexander Van Hoecke à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les détentions par la justice dans le cadre des contrôles à l'entrée" (56017436C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les contrôles à l'entrée" (56017980C)

 

03.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, mijn vraag heeft een andere insteek. Eigenlijk hoop ik vandaag een mysterie te kunnen ontrafelen. Ik ben daar al een tijdje mee bezig en ik heb verschillende ministers bevraagd over een uitspraak die u op 16 december in deze commissie deed. U zei toen dat de Dienst Vreemdelingenzaken sinds de start van de zogenaamde binnenkomstcontroles tot en met 10 december 2025 beslissingen had genomen met betrekking tot 108 personen. Van hen kregen 52 het bevel om het grondgebied te verlaten. Bij 9 personen werd dat bevel herbevestigd. 23 personen werden vastgehouden met het oog op verwijdering. Voor 18 personen nam de DVZ geen maatregel, omdat er een recht op verblijf of een lopende procedure was, en 3 personen waren minderjarig.

 

Volgens u werd er voor de overige personen ofwel geen beslissing genomen ofwel werden ze vastgehouden door Justitie. Dat ene zinnetje is momenteel nog een beetje een mysterie, want toen ik de minister van Justitie daarover bevroeg, kon zij daarop niet antwoorden. Ze zei dat mijn vraag niet duidelijk genoeg was, hoewel ik letterlijk had weergegeven wat de minister van Asiel en Migratie had verteld. Daarna heb ik dat via een schriftelijke vraag herhaald, waarop de minister van Justitie mij doorverwees naar de minister van Binnenlandse Zaken, die mij op zijn beurt weer doorverwees naar de minister van Justitie.

 

Ik probeer de kwestie dus nog eens bij u aan te kaarten, mevrouw de minister. Ik heb eigenlijk een paar heel concrete vragen.

 

Ten eerste, wat bedoelde u precies met uw uitspraak dat de overige personen door Justitie werden vastgehouden? Wat betekent dat juist?

 

Ten tweede, hoeveel personen werden of worden sinds de start van de binnenkomstcontroles tot op vandaag door Justitie vastgehouden?

 

Ten derde, welke redenen lagen aan de basis van die beslissing?

 

Ten vierde, kunt u ook meer informatie verschaffen over de nationaliteit van die personen?

 

Ten vijfde, hoeveel van de vastgehouden personen zijn er ondertussen opnieuw in vrijheid gesteld?

 

Ten zesde, op welke manier worden die personen opgevolgd als ze opnieuw in vrijheid zouden zijn gesteld?

 

Ik hoop dat u daar een antwoord op kunt geven.

 

03.02  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, om de zoveel maanden ondervraag ik u over het resultaat van de binnenkomstcontroles. In het verleden hebt u in de commissie altijd op mijn cijfervraagjes geantwoord, dus bij dezen stel ik de vraag opnieuw. Ik hoop dat u een antwoord kunt geven, zeker omdat er nu opnieuw een verlenging van de binnenkomstcontroles zou moeten zijn. Die worden immers om de zes maanden verlengd. Ik krijg graag een antwoord op mijn vragen.

 

03.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Collega's, met "vastgehouden door Justitie" wordt bedoeld dat het parket of de onderzoeksrechter heeft beslist om de betrokkenen aan te houden.

 

Wat uw vragen twee tot en met vier betreft, is na controle van de dossiers achter de statistieken gebleken dat een persoon van Guinese origine door Justitie werd weerhouden om zijn straf uit te zetten. Wat uw vijfde en zesde deelvragen betreft, komen in principe alle dossiers van vreemdelingen die voor Justitie zouden kunnen worden vrijgesteld, bij de Dienst Vreemdelingenzaken terecht. Daarbij wordt op basis van het individuele dossier en de beschikbare informatie beslist welke administratieve maatregel er ten opzichte van die personen zal worden genomen. Dat kan een vrijstelling zijn zonder meer, als er bijvoorbeeld een recht op verblijf is of als een lopende, opschortende verblijfs- of beroepsprocedure wordt vastgesteld. Dat kan een bevel zijn om het grondgebied te verlaten, al dan niet vergezeld van een inreisverbod, omdat een directe overbrenging naar een gesloten centrum in het kader van een gedwongen terugkeer niet mogelijk is. Het kan verder ook gaan om een bevel om het grondgebied te verlaten met vasthouding, met het oog op gedwongen verwijdering, al dan niet vergezeld van een inreisverbod.

 

Aan de betrokken Guinese onderdaan waarnaar ik juist verwees, werd op 20 maart van dit jaar een bevel om het grondgebied te verlaten afgegeven, met een inreisverbod van acht jaar.

 

Mevrouw Van Belleghem, in verband met uw eerste twee deelvragen verzoek ik u – zoals ik dat al enkele keren heb gedaan vandaag – om een schriftelijke vraag in te dienen omdat het gaat over echt heel specifieke cijfers en aantallen. Ik beantwoord dergelijke vragen heel snel.

 

In antwoord op uw derde en vierde deelvragen moeten de laatste resultaten nog worden geanalyseerd. Die resultaten, samen met de cijfers van de asielaanvragen en de secundaire migratiestromen, zullen worden meegenomen in de beslissing om de controles al dan niet voort te zetten. Natuurlijk zal ik die beslissing samen met minister Quintin nemen.

 

03.04  Alexander Van Hoecke (VB): Ik dank u oprecht, mevrouw de minister. Ik begrijp niet dat het een half jaar heeft geduurd vooraleer we daarover duidelijkheid kregen.

 

Ik begrijp ook niet dat de minister van Justitie geen antwoord kon geven op die vraag, aangezien het gaat om een beslissing tot aanhouding door het parket of de onderzoeksrechter.

 

Ik onthoud uit uw antwoord dat er één persoon, een Guinees, effectief aangehouden werd, die zijn straf zou moeten hebben uitgezeten en tegen wie ondertussen een bevel is uitgevaardigd om het grondgebied te verlaten.

 

Ik ben uiteraard geïnteresseerd in concretere cijfers over de vrijlatingen zonder meer, de bevelen om het grondgebied te verlaten, hoeveel daarvan met vasthouding waren en hoeveel zonder. Daarop bent u niet ingegaan.

 

Alleszins ben ik blij dat we na zes maanden eindelijk weten wat er bedoeld wordt met de mededeling dat sommigen door Justitie worden vastgehouden.

 

Ik vraag mij dan ook af, mevrouw de minister, of u daarover overlegt met de minister van Justitie en met de minister van Binnenlandse Zaken. Het lijkt mij de logica zelf dat daarover in de regering overleg wordt gepleegd. Ik blijf het heel bizar vinden dat een parlementslid van de kast naar de muur wordt gestuurd tussen verschillende ministers over iets dat uiteindelijk toch een bevoegdheid zou moeten zijn waarover overleg wordt gepleegd. Als bij binnenkomstcontroles mensen opduiken die strafbare feiten hebben gepleegd, lijkt het mij logisch dat daarover overleg wordt gepleegd met de minister van Justitie. Als een parlementslid daarover een vraag indient, zou ik het ook logisch vinden dat de minister van Justitie een berichtje zou sturen naar uw kabinet om te vragen wat u daarmee juist bedoelt. Dat zou veel onduidelijkheid voorkomen. Qua efficiëntie zou dat alleszins niet slecht zijn. Bedankt voor uw antwoord.

 

03.05  Francesca Van Belleghem (VB): Ik vind het spijtig dat u niet wilt antwoorden op mijn vragen. In het verleden – toen ik die cijfers eveneens via een mondelinge vraag opvroeg –  hebt u wel altijd geantwoord. Nu begint u ineens te schermen met het Kamerreglement. Ik heb mijn vraag alvast schriftelijk heringediend.

 

Wat mijn vierde vraag betreft, vind ik het bijzonder dat het nog geëvalueerd moet worden. Als ik me niet vergis, ging het om cycli van zes maanden, dus van januari tot juni. Als u nu nog moet analyseren of de controles moeten worden voortgezet, wil dat zeggen dat de cyclus van januari tot juni afgelopen is en dat er op dit moment geen binnenkomstcontroles zijn. Dat is althans de enige conclusie die ik daaruit kan trekken, aangezien ze niet expliciet verlengd werden. Anders zou u ook gewoon zeggen dat de beslissing genomen is. Dat betekent dus dat er op dit moment geen binnenkomstcontroles zijn, omdat de analyse nog niet is afgerond.

 

Wat de cijfers betreft, ben ik teleurgesteld. Ik ben blij dat collega Van Hoecke een antwoord heeft gekregen op zijn vraag; dat was toch het belangrijkste. De cijfers zullen we dan later moeten bekijken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Sam Van Rooy aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het aanbieden van halalvoedsel in de asielcentra" (56017492C)

04 Question de Sam Van Rooy à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'alimentation halal proposée dans les centres d'accueil pour demandeurs d'asile" (56017492C)

 

04.01  Sam Van Rooy (VB): Minister, u herinnert het zich vast nog. U werd ondervraagd door Alexia Bertrand over een medewerker van het asielcentrum in Broechem die haar had laten weten dat daar enkel halalvoeding wordt geserveerd. Uw antwoord op die vraag blonk helaas uit in vaagheid. Daarom heb ik deze mondelinge vraag ingediend.

 

Minister, kunt u mij zeggen in hoeveel asielcentra halalvoeding wordt geserveerd? Kunt u mij meedelen in hoeveel asielcentra alleen halalvoeding wordt geserveerd? Welke centra zijn dat en waarom precies? Wat vindt u daarvan? Wat onderneemt u daar desgevallend tegen?

 

Ik heb u vorige week geïnterpelleerd over de islamisering van onze samenleving. Tussen de lijnen door gaf u er blijk van dat u zeker niet voor de islamisering van onze samenleving bent. Daarom ben ik zeer benieuwd naar uw mening over het serveren van halalvoeding in asielcentra.

 

Vindt u niet, mevrouw de minister, dat dit in het kader van integratie en inburgering eigenlijk zou moeten worden afgeschaft? Halal staat in de islam immers voor veel meer dan alleen voeding. Het is een onderdeel van de weerzinwekkende sharia of de islamitische wet. Het aanbieden daarvan stimuleert de integratie en inburgering alvast zeker niet, integendeel. Ik ben dus zeer benieuwd naar uw antwoorden.

 

04.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Rooy, wat uw eerste twee vragen betreft: in het kader van het huidige cateringcontract van Fedasil beschikken 34 opvangcentra over een cateringdienst met een gemeenschappelijke keuken. Het is geen actieve beleidskeuze van mij om in te zetten op halalcatering. Als Fedasil of andere opvangpartners van mening zijn dat aangepaste voeding noodzakelijk is om een vlot verloop in het centrum te garanderen, dan bestaat die mogelijkheid.  We stellen vast dat veel leveranciers dat standaard aanbieden. Onze voorwaarde is dat het niet meer mag kosten dan andere maaltijden.

 

Dus, mijnheer Van Rooy, nee, het is geen keuze van mij als minister om in de opvangcentra halalvoeding te laten serveren. Wat ik wel ondersteun, is dat waar mogelijk in de centra zelf kookkeukens worden uitgerold. Op die manier wordt koken de verantwoordelijkheid van de bewoners zelf en realiseren we opnieuw een kostenbesparing.

 

Wat uw derde en laatste deelvraag betreft, stel ik vast dat het Vlaams Belang bezorgd is om de integratie en de inburgering van personen van wie het verblijfsstatuut onzeker is. Dat is opmerkelijk, want ik herinner u er graag aan dat slechts 25 % van de asielzoekers een statuut krijgt. Wat mij betreft, vormen inburgering en integratie dus geen elementen waarop ik actief beleid moet voeren, en al zeker niet wat catering betreft. Als drie op de vier asielzoekers een negatieve beslissing krijgen, zet ik de beschikbare middelen veel liever in voor snellere procedures en terugkeer.

 

04.03  Sam Van Rooy (VB): Dank u, minister. Het is wel amusant dat u denkt dat u hier iets hebt gevonden. Het is blijkbaar nog niet erg genoeg dat niet-moslims, vrouwen en holebi’s vaak worden geïntimideerd of bedreigd in onze geïslamiseerde asielcentra. Islamitische asielzoekers worden hier niet alleen beloond met opvang en, na erkenning, een royale sociale zekerheid, ze krijgen in onze opvangcentra ook nog eens halalvoedsel geserveerd. Dat stelt u samen met mij vast.

 

Dat gebeurt allemaal op kosten van onze belastingbetalers, ook al zullen ze hier in de toekomst niet blijven. Alsof er in dit land geld op overschot is.

 

Halal is een onderdeel van de sharia, de tirannieke, weerzinwekkende islamitische wet. Deze regering importeert en financiert dus de islamisering van onze samenleving.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- Marijke Dillen aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De gevolgen van het arrest van het Grondwettelijk Hof betreffende videoconferentie bij asielverhoren" (56017545C)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het arrest van het Grondwettelijk Hof over het persoonlijke gehoor via videoconferentie" (56017643C)

05 Questions jointes de

- Marijke Dillen à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt de la Cour constitutionnelle et les auditions en matière d'asile par visioconférence" (56017545C)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt de la Cour constitutionnelle concernant les auditions individuelles par vidéoconférence" (56017643C)

 

05.01  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de voorzitter, omdat ik in zware tijdnood zit, en eigenlijk al in de commissie voor Justitie moest zijn voor een wetsontwerp, verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Het Grondwettelijk Hof heeft in het arrest van 18.6.2026 (nr. 73/2026) geoordeeld dat het wettelijk kader betreffende videoconferenties bij asielverhoren onvoldoende waarborgen bevat mbt de verwerking van persoonsgegevens. Het Hof oordeelt dat een persoonlijk onderhoud via videoconferentie gepaard gaat met een verwerking van persoonsgegevens, niet alleen voor de inhoud van het gesprek maar ook voor de digitale doorgifte van gegevens en de verwerking van zogenaamde megadata. Aangezien de verwerking raakt aan het recht op eerbiediging van het privéleven, gelden strikte vereisten inzake legaliteit, transparantie en voorzienbaarheid. Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de Vreemdelingenwet die waarborgen niet bevat. Er ontbreken essentiële elementen die volgens de Grondwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming in de wet zelf moeten worden vastgelegd, zoals o.m. welke gegevens worden verwerkt, welke doeleinden worden nagestreefd, wie toegang heeft tot de gegevens en zelfs een uitdrukkelijke wettelijke basis voor het gebruik van de videoconferentie zelf.  Door deze lacunes voldoet de regeling niet aan het legaliteitsbeginsel.

 

Het Hof komt tot een genuanceerd oordeel : indien de Vreemdelingenwet zo wordt geïnterpreteerd dat zij videoconferentie toelaat, is ze strijdig met artikel 22 Grondwet, de AVG en artikel 8 EVRM. Het Hof maakt duidelijk dat het aan de wetgever is om een duidelijk en volledig wettelijk kader uit te werken indien men videoconferenties in asielprocedures wil blijven gebruiken.  Het is belangrijk de wet aan te passen teneinde procedurefouten te vermijden.

 

Wat is de reactie van de Minister op dit arrest? Erkent de Minister dat er een wettelijk kader werd uitgewerkt dat essentiële grondwettelijke- en privacy waarborgen mist ?

 

Welke onmiddellijke gevolgen verbindt de Minister aan dit arrest voor de organisatie van asielverhoren? Zal de toepassing van videoconferenties bij asielverhoren onmiddellijk worden opgeschort zolang er geen nieuwe wettelijke basis bestaat ?

 

Gaat de Minister een wettelijk initiatief nemen om de Vreemdelingenwet aan te passen aan de terechte opmerkingen van het Grondwettelijk Hof ?

 

Heeft de Minister kennis van het aantal asielverhoren die er inmiddels via videoconferentie werden georganiseerd ?  Hoeveel lopende of afgesloten dossiers kunnen door dit arrest worden geraakt en welke gevolgen kan dit hebben voor de rechtsgeldigheid van de genomen beslissingen?  Bestaat het risico dat indien de rechtsgeldigheid van dergelijk genomen beslissingen wordt aangevochten, dit aanleiding kan geven tot vorderingen tot het betalen van schadevergoedingen?

 

05.02  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik zal zo coulant zijn om ook te verwijzen naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

In arrest Nr. 73/2026 heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de vraag of de huidige bepalingen van de vreemdelingenwet een voldoende wettelijke basis bieden om verzoekers om internationale bescherming door DVZ en het CGVS te horen via videoconferentie. Deze mogelijkheid werd ingevoerd via KB's van 26 november 2021.

 

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat deze KB's onvoldoende wettelijke waarborgen bevatten met betrekking tot onder meer privacy, toegang tot data, bewaartermijnen en de kwaliteit van het persoonlijk onderhoud.

 

Ook bij de bespreking van het wetsontwerp inzake woonstbetredingen kaart de GBA in haar advies aan dat de DVZ geen wettelijk kader heeft om persoonsgegevens te verwerken en dat er hierdoor onvoldoende waarborgen bestaan om het recht op privacy te garanderen. In de toelichting van het wetsontwerp geeft u aan dat er wordt gewerkt aan een afzonderlijk wetsontwerp betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Algemene Directie Dienst Vreemdelingenzaken. Mijn vragen zijn:

 

Wat is uw reactie op het arrest van het Grondwettelijk Hof? Welke gevolgen trekt u hieruit voor de huidige praktijk van persoonlijke gehoren via videoconferentie bij DVZ en het CGVS?

In welke gevallen worden vandaag interviews bij de DVZ en het CGVS via videoconferentie georganiseerd?

In hoeveel gevallen werd een gehoor via videoconferentie georganiseerd sinds de invoering van de KB's van 26 november 2021?

 

In welke mate zal het aangekondigde wetsontwerp inzake de verwerking van persoonsgegevens ook een antwoord bieden op het gebrek aan een wettelijk kader voor het persoonlijk gehoor via videoconferenties? Wanneer komt u met dit wetsontwerp naar het Parlement?

 

Acht u het, gelet op het arrest van het Hof en het advies van de GBA over woostbetredingen, nog verdedigbaar om nieuwe ingrijpende hervormingen aan de DVZ toe te kennen vóór het algemene gegevensverwerkingskader wettelijk is geregeld?

 

Hoe zal u garanderen dat persoonlijke gehoren via videoconferentie voldoen aan de vereiste waarborgen inzake gegevensbescherming en privacy?

 

05.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Dillen, mijnheer Vandemaele, de persoonlijke onderhouden via videoconferentie werden tot nu toe niet in de wet geregeld, maar alleen in het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

 

Sinds 12 juni van dit jaar, dus de inwerkingtreding van het pact, is de regeling van gehoren via videoconferentie duidelijk wettelijk verankerd in artikel 13, lid 10, van verordening 2024/1348, die een directe werking heeft, en ook in het nieuwe artikel 57/5 sexies van de Vreemdelingenwet, zoals ingevoegd door de wet van 16 juni 2026 ter uitvoering van het migratie- en asielpact van de Europese Unie, waarover we hier urenlang hebben mogen debatteren.

 

Er is bovendien een uitdrukkelijke delegatie aan de Koning om bepaalde modaliteiten verder uit te werken, zoals is gebeurd in het koninklijk besluit van 11 juli 2003.

 

De lezing van het arrest van het Grondwettelijk Hof, waarbij het Hof stelt dat de vroegere artikelen van de Vreemdelingenwet in die zin werden geïnterpreteerd dat zij het gehoor per videoconferentie niet toestaan, wordt aldus gevolgd, zodat er geen schending bestaat van artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 3, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

 

Sinds de inwerkingtreding van het pact bestaat er dus wel degelijk een wettelijk kader voor gehoren via videoconferentie. Bovendien voegt het CGVS bij het gehoor via videoconferentie steeds een privacyverklaring aan de oproepingsbrief toe, zodat de verzoeker om internationale bescherming vooraf op de hoogte is van de modaliteiten en de essentiële elementen van de gegevensverwerking. Op die manier komen we volledig tegemoet aan het arrest van het Grondwettelijk Hof.

 

Mevrouw Dillen en mijnheer Vandemaele, u stelde ook enkele vragen naar cijfers en de impact van deze wijziging. De impact is beperkt, aangezien het CGVS alleen gebruikmaakt van gehoren via videoconferentie in dossiers van gesloten centra en die dossiers kort na de indiening worden beslist. Bovendien bestaat er sinds de inwerkingtreding van het EU-pact wel een wettelijk kader voor nieuwe asielaanvragen.

 

In de periode 2021 tot en met juni 2026 werden door het CGVS 1.615 persoonlijke onderhouden via videoconferentie georganiseerd. Ik verwijs voor de modaliteiten rond gegevensgebruik en gegevensverwerking ook naar het wetsontwerp 1631, dat in het Parlement werd ingediend op 25 juni en vorige week in de commissie voor Binnenlandse Zaken werd ingeleid.

 

Mijnheer Vandemaele, het CGVS houdt actueel via VCI persoonlijke onderhouden op afstand met verzoekers uit alle gesloten centra. Bij technische problemen zal een protection officer van het CGVS ter plaatse gaan.

 

05.04  Marijke Dillen (VB): Ik dank u voor uw uitvoerige antwoord, mevrouw de minister. Deze vragen en het arrest van het Grondwettelijk Hof hebben de wet gekruist die in de Kamer op 16 juni is goedgekeurd. Ik ben blij te horen dat daar nu een wettelijke basis voor is, want dat is natuurlijk bijzonder belangrijk om procedurefouten te voorkomen; daarop hoef ik u niet te wijzen.

 

05.05  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56017632C van mevrouw Almaci is ingetrokken. Vraag nr. 56017832C van de heer El Yakhloufi over Global Chain is ingetrokken. Als u het goedvindt, mevrouw de minister, zullen we de laatste vraag van de heer El Yakhloufi eerst behandelen, voor de reeks vragen van mevrouw Van Belleghem, die deze commissie vandaag in schoonheid wil eindigen.

 

06 Vraag van Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De opvang van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen" (56018030C)

06 Question de Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'accueil des mineurs étrangers non accompagnés" (56018030C)

 

06.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, in onze asielketen leveren heel wat mensen elke dag uitstekend werk voor de minderjarigen. Of het nu gaat om de gespecialiseerde diensten bij Fedasil, de DVZ, het CGVS of de Dienst Voogdij, de inzet op het terrein is enorm groot. Toch weten we al langer dat er gaten zijn in het net, die we niet kunnen tolereren. We hebben die knelpunten dan ook bewust geïdentificeerd in het regeerakkoord.

 

Hoewel er stappen worden gezet richting multidisciplinaire leeftijdstesten en een snellere aanstelling van voogden, blijft de opvang een groot pijnpunt. Dit ligt voor een deel aan de versnippering. Minderjarigen worden vandaag opgevangen op basis van hun profiel: federaal, via de reguliere jeugdzorg of via pleegzorg. Met name voor jongeren die het slachtoffer zijn, of dreigen te worden, van mensenhandel en mensensmokkel, is er echter nog te weinig gespecialiseerde opvang en zorg.

 

In het regeerakkoord hebben we daarom een duidelijke afspraak gemaakt: de oprichting van een aparte, beveiligde opvangstructuur voor deze kwetsbare niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

 

Tegelijkertijd werkt u samen met uw collega, minister Verlinden, aan een bredere hertekening van het systeem rond de aanpak van mensenhandel. Dat hoop ik toch. Het is voor onze fractie, Vooruit, essentieel dat de specifieke noden en de bescherming van deze minderjarigen hierin worden meegenomen.

 

Daarom heb ik voor u enkele vragen.

 

Wat is de stand van zaken en de timing voor de realisatie van deze beveiligde opvangstructuur voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen?

 

Wordt er samengewerkt met de bestaande gespecialiseerde centra voor mensenhandel om deze structuur vorm te geven, zodat hun expertise echt wordt benut?

 

Hoe zorgt u er samen met minister Verlinden voor dat de positie en de bescherming van minderjarige slachtoffers een kernpunt vormen binnen de hertekening van de strijd tegen mensenhandel?

 

06.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, wat uw eerste twee deelvragen betreft: de afgelopen maanden werden op initiatief van mijn kabinet al verschillende verkennende vergaderingen georganiseerd over de oprichting van een afzonderlijke en beveiligde opvangstructuur voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. De meest recente bijeenkomst vond plaats op vrijdag 19 juni. Aan die vergaderingen namen verschillende gespecialiseerde partners deel, waaronder Fedasil, maar ook actoren uit de jeugdhulp, zoals Esperanto en Minor-Ndako, de gespecialiseerde centra voor slachtoffers van mensenhandel, zoals Payoke, PAG-ASA en Sürya, evenals Paso van UPC KU Leuven. Deze zomer heeft Fedasil hierover ook nog overleg met Child Focus.

 

De ambitie is om een kleinschalig en gespecialiseerd opvangaanbod te ontwikkelen, in het bijzonder voor niet-begeleide minderjarige jongens. Vandaag vormt dat inderdaad een lacune binnen het bestaande opvanglandschap.

 

Er moet echter worden benadrukt dat het om een bijzonder complexe doelgroep gaat. Het betreft onder meer minderjarigen die slachtoffer zijn van seksuele en criminele uitbuiting. Veel van deze jongeren formuleren geen expliciete hulpvraag en vertonen in sommige gevallen een dader-slachtofferprofiel. Met die realiteit zal ten volle rekening worden gehouden bij de uitwerking van een opvang- en begeleidingsaanbod. Dat vereist een gedifferentieerde, gespecialiseerde en beveiligde aanpak, die erin slaagt die jongeren te bereiken en een vertrouwensband met hen op te bouwen.

 

De partnerorganisaties zullen de komende maanden hun werkzaamheden voortzetten om het uit te werken model verder te definiëren en te verfijnen, rekening houdend met die specifieke profielen. Parallel daarmee wordt ook met de gemeenschappen overlegd, aangezien het hier om een gedeelde bevoegdheid gaat. Ik wil daarbij overigens benadrukken dat wij al tien jaar een constructieve samenwerking onderhouden inzake de opvang en begeleiding van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, zowel met Vlaanderen als met de Fédération Wallonie-Bruxelles.

 

Los van de ontwikkeling van dit specifieke opvangaanbod onderzoekt Fedasil momenteel ook hoe de samenwerking met de directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit (DJSOC) van de federale politie verder kan worden versterkt, onder meer in het kader van de aanpak van seksuele uitbuiting. Een nauwe samenwerking met de politie- en justitiediensten zal ook binnen het toekomstige opvangaanbod essentieel zijn, gelet op hun cruciale rol bij de aanpak van criminele netwerken.

 

Wat uw derde vraag betreft, de meeste dossiers inzake de strijd tegen mensenhandel behoren inderdaad tot de bevoegdheid van de minister van Justitie. Uiteraard werken wij hierover nauw en constructief samen.

 

Die samenwerking komt onder meer tot uiting bij de implementatie van EU-richtlijn 2024/1712 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van de slachtoffers daarvan. Bij de omzetting van die richtlijn besteden we bijzondere aandacht aan de positie van minderjarige slachtoffers. Het is de bedoeling om bijkomende waarborgen te voorzien voor die kwetsbare doelgroep, onder meer voor minderjarigen die het slachtoffer zijn van uitbuiting via gedwongen criminaliteit.

 

Daarnaast werken we ook samen aan de gedeelde ambitie om een voogdijpermanentie structureel te verankeren. Voor meer vragen daarover kunt u zich ook rechtstreeks tot de minister van Justitie richten.

 

06.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoord. Wat uw laatste punt betreft, ik heb die vragen al meermaals aan de minister van Justitie gesteld, maar dan volgde er lange tijd een pingpong tussen de ministers. Dat is de reden waarom ik ze ook aan u stel. Dat is geen verwijt aan uw adres. U hebt telkens correct geantwoord binnen uw bevoegdheden. Maar wanneer ik de vragen eerst aan de minister van Justitie stelde, kreeg ik te horen dat ik mij beter tot de minister van Asiel en Migratie kon richten. Daar ben ik jammer genoeg nogal cynisch over geworden.

 

Mevrouw Van Bossuyt, ik ben wel bijzonder blij met uw antwoorden. U zegt wat ik wil horen en dat is positief. Nu komt het erop aan dat ook uit te voeren. Ik ben blij dat er concrete initiatieven lopen en ik zal de verdere uitvoering daarvan blijven opvolgen.

 

Mensenhandel en mensensmokkel zijn niet toevallig thema's die ik onder de aandacht blijf brengen. Elke partij in dit Parlement is daartegen, van uiterst links tot uiterst rechts. Daarover bestaat een brede consensus. De commissie die daarover heeft vergaderd heeft aanbevelingen geformuleerd, maar daar is tot nu toe nog te weinig mee gebeurd. In het regeerakkoord hebben we daarover nochtans concrete afspraken gemaakt.

 

Het zal de komende maanden mijn taak zijn om samen met u werk te maken van de uitvoering daarvan. Ook de minister van Justitie zal ik daar geregeld over bevragen, telkens wanneer zich daartoe een gelegenheid voordoet.

 

Wat daar gebeurt, is gewoon schandalig. We spreken over kinderen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Dat zijn bijzonder kwetsbare mensen. We moeten er alles aan doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om hen te beschermen, duidelijke regels uit te werken en hen ook als partner te durven zien, zelfs in moeilijke situaties. Alleen zo kunnen we de grote criminele netwerken van mensenhandelaars en mensensmokkelaars doeltreffend aanpakken en dergelijke praktijken voorkomen.

 

Bedankt voor uw antwoord. Ik kom daar in het nieuwe politieke jaar zeker op terug.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De stand van zaken met betrekking tot de solidariteitsbijdrage" (56017982C)

07 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'état de la situation en ce qui concerne la cotisation de solidarité" (56017982C)

 

07.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mijn vraag gaat over het nieuwe Europese solidariteitsmechanisme, dat ik een chantagemechanisme noem. Volgens dat mechanisme zou dit land 646 asielzoekers extra moeten overnemen uit andere EU-landen, tenzij we een boete van 12,9 miljoen euro betalen.

 

Dit land koos voor de laatste optie, namelijk het betalen van de boete. U zei echter toen wel bij dat u er alles aan zou doen om dat bedrag te doen dalen. U zei toen zelfs letterlijk: “Ik wil de teller op nul krijgen, door onze historische solidariteit erbij te gaan rekenen.” Met Griekenland werd intussen een common understanding ondertekend, waarin werd afgesproken dat de historische Dublincases en M-statuscases waarvoor dit land verantwoordelijk werd als historische solidariteit werden beschouwd.

 

Welk concreet gevolg heeft deze overeenkomst met betrekking tot de Belgische solidariteitsbijdrage? Bestaat daar intussen meer duidelijkheid over? Zijn de onderhandelingen met Italië – u hebt toen aangekondigd dat u daarover aan het onderhandelen was – intussen afgerond? Zo ja, met welk resultaat?

 

07.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, een verdeling van de solidariteitspool onder de begunstigde lidstaten – dus Cyprus, Spanje, Italië en Griekenland – en de bijdragende lidstaten ligt momenteel op tafel. Die verdeling is een complexe oefening, omdat ze niet alleen rekening houdt met de vorm van solidariteit die de begunstigde en de bijdragende lidstaten verkiezen, maar ook met eventuele bilaterale akkoorden die gesloten werden om de bijdrage te verminderen op basis van historische solidariteit. Het gaat dan met andere woorden over historische Dublintransfers die niet uitgevoerd werden.

 

Ik heb altijd gezegd dat ik mijn best zou doen om de Belgische bijdrage zo laag mogelijk te houden. Ik heb nooit gezegd dat die op nul zou komen. Ik heb gezegd dat ik die zo laag mogelijk wilde krijgen. Het initiële voorstel van de Europese Commissie voorzag in een solidariteitspool van 30.000 herplaatsingen of 600 miljoen euro. Samen met enkele andere lidstaten zijn we er tijdens de onderhandelingen in geslaagd om die omvang te doen dalen naar 21.000 herplaatsingen of 420 miljoen euro. Daarmee daalde de maximale Belgische bijdrage van ongeveer 18.460.000 euro naar ongeveer 12.920.000 euro. Dat is dus al een daling van 30 %.

 

Vervolgens werd met Griekenland een memorandum of understanding onderhandeld, waardoor wij op basis van de historische solidariteit aan hen geen solidariteitsbijdragen zouden moeten betalen. Door het sluiten van dit akkoord kon onze solidariteitsbijdrage tijdens de verdere onderhandelingen nog eens met 50 % verminderd worden, tot 6.460.000 euro.

 

Door via onderhandelingen een vermindering van de totale solidariteitspool te bekomen en een bilateraal akkoord met Griekenland te sluiten, kon onze initiële bijdrage dus verminderd worden met ruim 65 %. Bovendien - en dat was voor mij zeer belangrijk - komt dit bedrag enkel Spanje ten goede. Tijdens de onderhandelingen is duidelijk gemaakt dat we geen bijdrage zouden betalen aan Griekenland en Italië en dat we vanuit Cyprus geen herplaatsingen zouden doen. Spanje past de Dublinregels correct toe en met deze bijdragen kunnen zij structurele maatregelen nemen die de gehele EU ten goede kunnen komen.

 

Voor de volledigheid, de effectieve finale bijdrage van elke lidstaat ligt formeel pas vast op 31 december 2026 en kan in theorie nog wijzigen als bijdragende lidstaten alsnog hun voorkeur voor de vorm van solidariteit zouden wijzigen, maar die kans is klein, aangezien dit het precaire evenwicht dat bereikt werd onderuit zou halen.

 

Wat betreft uw tweede vraag over een eventueel akkoord met Italië, ik denk dat u uit mijn antwoord kan afleiden dat ik daar negatief op moet antwoorden. In de marge van de JBZ-raad van 22 januari 2026 had ik een bilateraal gesprek met mijn Italiaanse collega-minister Piantedosi, waarbij een principeakkoord bereikt werd, naar analogie van het akkoord dat met Griekenland bereikt werd. Er werd overeengekomen dat dit principeakkoord verder uitgewerkt zou worden, maar vervolgens hebben de Italianen te kennen gegeven niet langer interesse te hebben in een dergelijk akkoord.

 

Misschien kan ik voorspellen wat u zult zeggen, namelijk dat het allemaal niet genoeg is en dat we nog eens een boete moeten betalen, maar ik herhaal nogmaals voor uw goed begrip dat het niet gaat om een boete om van herplaatsingen af te komen, maar wel om twee gelijkwaardige vormen van solidariteit. Van de zijlijn is het natuurlijk eenvoudig om te zeggen dat we geen eurocent mogen betalen, maar zo werkt het niet in de realiteit. Ik kan ervoor kiezen om mij buiten de Europese rechtsorde te plaatsen en dus een paria binnen de EU te worden, maar dat is een keuze die ik niet maak. De keuze die ik wel maak, is om mij aan het rechtskader te houden en binnen dat rechtskader via onderhandelingen onze bijdrage maximaal te doen dalen en te zorgen dat deze enkel toekomt aan een lidstaat die de Dublinregels wel toepast. Een vermindering van 65 % is voor een kleine lidstaat als België een mooi resultaat dat ik graag verdedig.

 

07.03  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, in Het Nieuwsblad zei u het volgende over die boete van 13 miljoen euro: "Pas in de loop van 2026 weten we of het ook lukt om dat op nul te krijgen." U hebt dus al gezegd dat u die boete tot nul wilt herleiden. Intussen bedraagt die nog steeds 6,5 miljoen euro. U zegt dat die alleen Spanje ten goede komt, maar dat is net het land dat 1,1 miljoen illegalen zal regulariseren. Dat land gaan we nu ook nog belonen door er geld aan te geven. Dat is toch pure waanzin. Spanje past dan wel de Dublinregels toe, maar het zal 1,1 miljoen illegalen regulariseren. Zo'n land moet men niet belonen, zelfs al neemt het zijn Dubliners terug.

 

Hetzelfde geldt voor Italië. Dat stuurt iedereen naar hier door en neemt niemand terug. Dan moeten wij solidair zijn met een land als Italië. Dat vind ik ook pure waanzin. Met Griekenland hebt u dan weer een overeenkomst bereikt, waardoor dat daar niet speelt.

 

Dat Europese solidariteitsmechanisme is echter zo ingewikkeld dat het gemaakt lijkt om te falen. In de pers verscheen dat tijdens persconferenties over dat solidariteitsmechanisme werd gezegd dat het systeem zo complex is dat zelfs de experts van de Europese Commissie elkaar tijdens een briefing soms tegenspraken. Het systeem werkt van geen kanten. Nu moeten we Spanje ook nog belonen. U kunt het noemen zoals u wilt, maar voor mij blijft het een boete. Een land dat zoveel illegalen regulariseert daarvoor belonen, is voor mij pure waanzin. Dat gaat er bij mij niet in.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De eerste evaluatie van het EU-migratiepact" (56017986C)

08 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La première évaluation du pacte de l'UE sur la migration" (56017986C)

 

08.01  Francesca Van Belleghem (VB): Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Toen de Europese Commissie in mei evalueerde hoe ver de lidstaten stonden met hun voorbereidingen bleek dat in slechts elf lidstaten de ICT helemaal op punt stond, (uitgerekend) de grenslanden Griekenland en Italië 'onvoldoende' voorbereid waren op de nieuwe grensprocedures,… enz.

 

Daags voor de inwerkingtreding van het EU-migratiepact stelde commissaris voor Migratie, Magnus Brunner, dat de Europese Commissie de uitvoering van het pact nauwlettend in de gaten zal houden én dat landen die zich niet houden aan de regels kunnen rekenen op strafmaatregelen. Nog volgens Brunner zullen we “vanaf morgen (12 juni) weten waar de knelpunten zich bevinden." Een eerste controlemoment is deze maand voorzien: in juli zou de Commissie met een eerste voortgangsrapport komen.

 

Is die eerste evaluatie reeds gebeurd? Zo ja, wat waren de belangrijkste vaststellingen? Waar bevinden zich de knelpunten?

Is de situatie in belangrijke aankomstlanden zoals Italië ondertussen verbeterd?

Welke zijn de (mogelijke) strafmaatregelen?

 

08.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, een deel van het antwoord dat ik eerder vandaag al gaf, kan ik hier herhalen. Het pact is nog maar één maand in werking. Het is dus nog heel vroeg voor eerste resultaten en analyses, maar daar hebben we het al over gehad.

 

De eerste evaluatie zou, zoals gezegd, half juli plaatsvinden. We verwachten dus elk moment de documenten van de Europese Commissie. Die evaluatie heeft enkel en alleen betrekking op de naleving van titel III van de Asiel- en Migratiebeheerverordening of de AMMR, de zogenaamde Dublinregels, en niet op het gehele pact. Het is dan ook nog niet mogelijk om u op dit moment al uitgebreide vaststellingen mee te delen.

 

Op uw tweede vraag, het is over het algemeen te voorbarig om harde conclusies te trekken, omdat er nog onvoldoende tijd is verstreken om de procedures geheel te doorlopen. Ik heb u daarnet al geantwoord op uw vraag over Italië.

 

Op uw derde vraag, lidstaten waarvoor de Europese Commissie systemische tekortkomingen vaststelt, zullen geen solidariteit meer ontvangen. Zij ontvangen noch people solidarity, in de vorm van herplaatsingen of verantwoordelijkheidscompensaties, noch financiële solidariteit of alternatieve solidariteit.

 

08.03  Francesca Van Belleghem (VB): Magnus Brunner, u kent hem wel, zei een maand geleden: "Vanaf morgen," waarmee hij 12 juni bedoelde, "weten we waar de knelpunten van het migratiepact zich bevinden." Welnu, het is inderdaad duidelijk waar die knelpunten zich bevinden, namelijk bij de nieuwe Dublin IV-regels. We weten dat daar de knelpunten zitten.

 

De tussentijdse evaluatie komt eerstdaags. Deze commissievergadering komt eigenlijk enkele dagen te vroeg. In september zullen we de vraag opnieuw stellen. Ik vrees dat de bezorgdheden die we vandaag uiten, en die we al maanden uiten, dan realiteit zullen zijn. Ik vrees ook dat in het rapport zal worden bevestigd dat de Dublin IV-regels niet werken, omdat het systeem gewoon fout in elkaar zit. U weet hoe ik daarover denk.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De nieuwkomersverklaring en de integratievoorwaarden" (56017989C)

09 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La déclaration des primo-arrivants et les conditions d'intégration" (56017989C)

 

09.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, in een antwoord op een eerdere vraag over de stand van zaken met betrekking tot de nieuwkomersverklaring en de strengere integratievoorwaarden stelde u dat de voorbereidende fase lopende was. U voegde eraan toe dat u voor de zomer opnieuw contact zou opnemen met de deelstaten om de resultaten van het voorbereidende werk voor te leggen. Intussen is de zomer, afgaande op de temperaturen buiten, zeker begonnen.

 

Heeft dat contact met de deelstaten intussen plaatsgevonden? Wat zijn de belangrijkste bevindingen en conclusies, zeker langs Franstalige kant, waar de samenwerking wellicht het moeizaamst verloopt? Welke volgende stappen voorziet u?

 

09.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, integratie is essentieel om een sterke basis te leggen en een toekomst op te bouwen binnen de nieuwe gemeenschap. Daarom is het de doelstelling van deze regering de rechten en plichten, de waarden en normen die in onze samenleving gelden, toe te lichten in een bindende nieuwkomersverklaring die elke nieuwkomer ondertekent bij de visum- of verblijfsaanvraag. Daarmee stemmen zij in met de strikte neutraliteit van de staat en de gelijkheid tussen man en vrouw. Het is de bedoeling daarover samenwerkingsakkoorden af te sluiten met de deelstaten.

 

Als antwoord op uw eerste drie deelvragen kan ik u bevestigen dat er vanuit mijn kabinet contacten hebben plaatsgevonden met de deelstaten. We hebben toegelicht hoe we de nodige wetswijzigingen zien, wat de federale visie is op de invulling ervan wat betreft bevoegdheden en rolverdeling. We hebben meegedeeld dat we zullen terugkoppelen zodra het federale voorontwerp van die wetsaanpassing definitief is.

 

Ik kom tot mijn antwoord op uw vierde deelvraag. Het is de bedoeling om in het najaar concretere stappen te ondernemen, zodat we tot een samenwerkingsakkoord kunnen komen.

 

Tot slot geef ik nog mee dat, gelet op het regeerakkoord, wie weigert de nieuwkomersverklaring te ondertekenen, de bepalingen ervan niet respecteert en zich overeenkomstig artikel 1/2, § 3, van de Vreemdelingenwet onvoldoende integreert in onze samenleving, de toegang tot ons land wordt ontzegd of, in voorkomend geval, zijn verblijfsrecht verliest.

 

09.03  Francesca Van Belleghem (VB): Ik mag hopen dat dat samenwerkingsakkoord in het najaar wordt ondertekend en dat die nieuwkomersverklaring er eindelijk – na tien jaar – komt. Mensen wachten daar al zo lang op; dat blijft al zolang dode letter. We wachten op dat samenwerkingsakkoord en zullen het blijven opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De terugkeer naar Syrië" (56017990C)

10 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le retour vers la Syrie" (56017990C)

 

10.01  Francesca Van Belleghem (VB): We stellen niet alleen veel vragen over terugkeer naar Afghanistan, maar ook over terugkeer naar Syrië als een van onze stokpaardjes.

 

Mevrouw de minister, u noemde destijds de ambtelijke missie in februari een goede eerste stap. Welke gevolgen hebt u daaraan gekoppeld? U kondigde voorts aan de daaropvolgende maanden stap voor stap te zullen werken. Sinds februari moet u dus al verscheidene maatregelen hebben ondernomen. Welke zijn dat? Kunt u daarover concrete uitleg geven? Is er op dit moment sprake van gedwongen terugkeer naar Syrië of wordt die in het vooruitzicht gesteld?

 

U stelde een nieuwe regeling voor de re-integratiesteun voor Syriërs die kiezen voor vrijwillige terugkeer, in het vooruitzicht. Hoeveel Syriërs hebben zich daarvoor intussen aangemeld? Hoeveel zijn er effectief vertrokken?

 

Sinds begin dit jaar lopen in de asielcentra ook bewustmakingscampagnes. Daarnaast zijn buiten de opvangcentra andere campagnes gepland. Kunt u daarover meer informatie geven? Hoe evalueert u die campagnes?

 

10.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, de voorbije maanden werd vooral gefocust op samenwerking met andere EU-lidstaten die al een beperkt aantal gedwongen terugkeeroperaties hebben uitgevoerd. Dat is belangrijk willen we dat onze eerste Belgische operaties van gedwongen terugkeer vlot verlopen, gelet op het feit dat die landen daarbij op heel wat problemen botsten.

 

De gesprekken met de Syrische vertegenwoordiging hier in Brussel werden opgevoerd om operationele samenwerking mogelijk te maken voor de identificatie en de afgifte van documenten met het oog op niet-vrijwillige terugkeer.

 

De terugkeer naar Syrië was tijdelijk opgeschort vanwege de gewijzigde situatie daar. Die werd op 24 maart van dit jaar hervat. Sinds 15 januari van dit jaar, toen de verhoogde re-integratiesteun werd ingevoerd, tot en met juni hebben 136 personen met de Syrische nationaliteit via Fedasil een dossier voor vrijwillige terugkeer geopend. Meer dan de helft van hen is intussen ook effectief vertrokken.

 

Het klopt dat ik het re-integratiemodel heb aangepast om het beter af te stemmen op bepaalde nationaliteiten en behoeften. Brazilianen en Moldaviërs kunnen bijvoorbeeld geen re-integratiesteun meer ontvangen.

 

Een verhoogde steun is er voor personen die tijdens de asielprocedure kiezen voor vrijwillige terugkeer en ook voor postconflictlanden. Op dit moment wordt Syrië als een postconflictland beschouwd. De informatiecampagnes hierrond zijn nog maar pas opgestart, met informatieverstrekking vanaf de asielaanvraag in het registratiecentrum. Ook bij een negatieve beslissing van het CGVS wordt informatie over vrijwillige terugkeer meegegeven. Het is dus nog te vroeg om een grondige evaluatie te maken, maar als algemene regel geldt dat er maximaal gebruik wordt gemaakt van Europese middelen, zowel voor de vluchten als voor de re-integratiesteun.

 

10.03  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, uit uw antwoord kan ik afleiden dat er zo’n 70 à 80 illegale Syriërs vrijwillig zijn teruggekeerd naar het land van herkomst sinds de verhoogde re-integratiesteun. Dat is natuurlijk niet veel meer. In april werd die vraag ook gesteld en toen zijn er 17 personen vrijwillig teruggekeerd. Het aantal is dus niet significant opgelopen. We kunnen dat niet echt een groot succes noemen.

 

Wat we nog minder een succes kunnen noemen, is de gedwongen terugkeer. Er heeft nog altijd geen concrete gedwongen terugkeer naar Syrië plaatsgevonden. Mensen zullen ook niet massaal vrijwillig terugkeren als er geen gedwongen terugkeer is. Er is geen enkele stok achter de deur om de illegalen te dwingen terug te keren naar het land van herkomst. Daarom is het project van de verhoogde re-integratiesteun een beetje geflopt, aangezien er maar 70 of 80 personen vrijwillig zijn teruggekeerd.

 

Ook dat dossier blijven we verder opvolgen. We zullen zeker blijven vragen stellen over de missie naar Syrië eind februari en over het feit dat er sindsdien nog altijd geen gedwongen terugkeer is. Ik heb ook wel de indruk dat dat werkt, want uiteindelijk krijgt me er toch een antwoord op. In september of oktober komen we hierop terug.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het terugnameakkoord met Algerije" (56017991C)

11 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'accord de réadmission avec l'Algérie" (56017991C)

 

11.01  Francesca Van Belleghem (VB): Eind maart werd het terugnameakkoord met Algerije gesloten. Daardoor zouden meer illegaal verblijvende Algerijnen moeten worden teruggestuurd naar hun land van herkomst. Is Algerije intussen van start gegaan met de versnelde identificatie? Zo niet, wanneer zal dat dan het geval zijn? Zijn er ook vorderingen inzake de verlengde geldigheid van de laissez-passers?

 

De afgelopen periode heeft de Dienst Vreemdelingenzaken ook werk gemaakt van de screening van alle gedetineerden die verklaren de Algerijnse nationaliteit te hebben. Is die screening afgerond? Zo ja, wat zijn de voornaamste vaststellingen? Is er intussen ook enig effect merkbaar van het terugnameakkoord op het vlak van de terugkeer naar Algerije?

 

11.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, het verdrag met Algerije dient het ratificatieproces in zowel België als Algerije te doorlopen voordat het in werking kan treden.

 

De ratificatie van een verdrag in België verloopt in verschillende stappen, waarbij de afspraken uit het verdrag worden omgezet in een voorontwerp van wet. Nadat de ministerraad op 30 april van dit jaar het wetsontwerp had goedgekeurd, werd het voor advies voorgelegd aan de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Die adviezen worden momenteel verwerkt door de Dienst Vreemdelingenzaken en de FOD Buitenlandse Zaken, met het oog op de indiening en bespreking in het Parlement na het zomerreces.

 

Wat de voortgang betreft, kan ik u meedelen dat onze diensten met de Algerijnse autoriteiten overleg plegen om ervoor te zorgen dat het verdrag, met concrete afspraken inzake identificatie en terugkeer, zo snel mogelijk na de ratificatie in werking kan treden. De afgelopen maanden hebben hierover al verschillende gesprekken plaatsgevonden, telkens in een positieve en constructieve sfeer.

 

De op 31 maart van dit jaar gesloten overeenkomst met Algerije kadert in de ruimere ambitie van de regering om de politieke dialoog en de samenwerking verder uit te bouwen, ook op het vlak van de terugkeer van Algerijnse onderdanen die illegaal in ons land verblijven.

 

Hoewel het verdrag nog niet in werking is getreden, zien we nu al duidelijk positieve effecten in de resultaten. Waar in 2024 nog 73 Algerijnse onderdanen werden teruggestuurd, steeg dat aantal in 2025 naar 84. In de eerste zes maanden van dit jaar werden al 68 Algerijnse onderdanen verwijderd naar Algerije. Dat is 50 % meer dan in de eerste zes maanden van vorig jaar en maar liefst 143 % meer dan in de eerste zes maanden van 2024.

 

Dergelijke overeenkomsten volgens het whole-of-governmentprincipe zijn cruciaal met het oog op een geloofwaardig terugkeerbeleid, waar deze regering sterk op inzet.

 

11.03  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, het feit dat er meer illegale Algerijnen worden teruggestuurd naar hun land van herkomst, namelijk 68 personen in de eerste zes maanden, is een goede zaak.

 

In april verklaarde u echter dat u verwachtte dat dat wetsontwerp vóór de zomer zou worden ingediend. "We verwachten dat we nog vóór het zomerreces deze verdragen aan het Parlement ter stemming kunnen voorleggen, zodat ze nadien in werking kunnen treden." Nu verklaart u dat het pas na het zomerreces zal zijn. Er gaan dus opnieuw maanden verloren. Het is natuurlijk spijtig dat het weer wordt uitgesteld. Het feit dat de gevolgen echter nu al merkbaar zijn, is dan weer een goede zaak.

 

Ik wilde graag zeggen dat we de vergadering zo op een positieve noot kunnen afsluiten, maar ik zie dat er mij nog een laatste vraag rest.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De huur van buitenlandse gevangeniscapaciteit in Estland, Kosovo en Albanië" (56017259C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De stand van zaken met betrekking tot de huur van buitenlandse gevangeniscapaciteit" (56017356C)

12 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La location de capacités carcérales à l'étranger en Estonie, au Kosovo et en Albanie" (56017259C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La situation en ce qui concerne la location de capacité pénitentiaire à l'étranger" (56017356C)

 

De voorzitter: De heer Di Nunzio is verontschuldigd.

 

12.01  Francesca Van Belleghem (VB): In februari van dit jaar reisde u samen met de minister van Justitie naar Estland. U kent het verhaal, want u was er zelf bij. Ik hoef het dus niet opnieuw te schetsen. Intussen zijn we vijf maanden verder en zijn de verkiezingen in Estland achter de rug.

 

Uw kabinet sprak eerder over een beoogd akkoord na de verkiezingen. Onze vraag is dan ook duidelijk. Wat is de stand van zaken van de onderhandelingen met Estland? Welke stappen zijn er gezet? Ligt er een intentieverklaring of een ander document?

 

Ook Kosovo en Albanië werden verkend als mogelijke partners. Wat is daar de stand van zaken? We willen ook verduidelijking over de doelgroep. Gaat het alleen om veroordeelde gedetineerden zonder wettig verblijf of wordt de regeling uitgebreid?

 

Bestaat er per land een kosten-batenanalyse?

 

De huur van buitenlandse gevangeniscapaciteit pakt natuurlijk slechts een symptoom aan, zeker omdat 45 % van de gevangenisbevolking niet-Belg is en 30 % illegaal in het land verblijft. Gevangeniscapaciteit in het buitenland huren pakt net dat symptoom aan.

 

Het zou beter zijn om nog meer gedetineerden vanuit de gevangenissen terug te sturen. Hoe staat het daarmee? Houden de positieve cijfers die u enkele maanden geleden aankondigde nog altijd aan?

 

Welke concrete timing hanteert u voor elk van de drie landen afzonderlijk?

 

12.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik onderzoek inderdaad samen met de minister van Justitie verschillende pistes, zoals het gebruik van infrastructuur in het buitenland, met het oog op het creëren van bijkomende gevangeniscapaciteit. De bezoeken die u aanhaalt betroffen steeds een eerste stap, waarna de besprekingen op technisch niveau en achter de schermen konden worden voortgezet. Dat is een van de vele maatregelen die de regering neemt om de druk op het gevangenissysteem te verlichten en zo de veiligheid van onze burgers te vergroten.

 

Voor alle vragen met betrekking tot het creëren van extra gevangeniscapaciteit in het buitenland, de technische obstakels die daarvoor moeten worden weggewerkt en de specifieke voorwaarden, kunt u zich in de eerste plaats richten tot de minister van Justitie.

 

Vanuit mijn bevoegdheid kan ik wel meedelen dat, in navolging van het overleg met Albanië, het Electronic Readmission Case Management System in februari van start is gegaan. Dat platform maakt een snellere en efficiëntere uitwisseling inzake identificatie tussen België en Albanië mogelijk. Op die manier zal terugname vlotter kunnen verlopen. Later dit jaar zal dit platform ook met Kosovo worden geïnstalleerd. Het bilaterale overleg heeft dus wel degelijk iets concreets opgeleverd, met een positieve impact op het terugkeerproces.

 

Het is misschien een constante in uw communicatie dat u het hebt over een falend terugkeerbeleid. Daarjuist verwees u nochtans zelf naar een lichtpuntje wat Algerije betreft. Ik zal de eerste zijn om te erkennen dat er heel wat uitdagingen zijn op het vlak van terugkeer, absoluut. Dat geldt niet alleen voor België, maar voor de hele Europese Unie. Echter, laten uitschijnen dat er niets gebeurt, doet de waarheid oneer aan. Sinds de start van deze regering hebben we van de terugkeer van illegaal verblijvende gedetineerden een prioriteit gemaakt, en dat werpt zijn vruchten af. In 2025 werden door de Dienst Vreemdelingenzaken 25 % meer illegaal verblijvende gedetineerden verwijderd. Dat is het hoogste aantal in zeven jaar tijd. Ook dit jaar zien we een gelijkaardige trend en zal het aantal nog hoger liggen dan in 2025.

 

Tot slot is het niet aan de orde om een concrete timing voorop te stellen. Ik hoop dat u beseft dat dit voor de ontvangende landen een gevoelig dossier is. De onderhandelingen moeten dan ook in alle sereniteit worden gevoerd, zodat de kans op slagen zo groot mogelijk is en we onze doelstelling kunnen bereiken.

 

12.03  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik noteer dat er nog altijd geen overeenkomst is. In februari bent u naar Estland gegaan. Vervolgens was er ook het verhaal van Kosovo en Albanië. In april zei u letterlijk dat de analyse nog aan de gang was. Nu zien we dat die analyse nog altijd loopt. We zijn intussen zes maanden verder en er is nog altijd geen overeenkomst over de buitenlandse gevangeniscapaciteit.

 

Overigens heeft minister Verlinden daar ook al bezwaren tegen geuit. Zij stelde immers de vraag hoe het bezoekrecht van de personen in illegaal verblijf die daar zouden worden opgesloten, kan worden gegarandeerd. Daarmee leek de minister van Justitie de piste van buitenlandse gevangeniscapaciteit op voorhand al te hebben begraven en lijkt dat systeem al op voorhand dood te bloeden. We zien dus dat er binnen de regering verschillende standpunten bestaan over de buitenlandse gevangeniscapaciteit.

 

Zoals steeds zullen we dat verder opvolgen. Ik zal uw antwoord ook bezorgen aan collega Di Nunzio.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van onze werkzaamheden voor vandaag.

 

Mevrouw de minister, hartelijk dank. Ook dank voor het voorbije politieke werkjaar. Het was pittig, maar ik denk toch ook vruchtbaar.

 

Ik dank ook iedereen voor de vragen en het debat over asiel en migratie.

 

We zien elkaar terug in september. Ik wens iedereen een deugddoend verlof.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.14 uur.

La réunion publique de commission est levée à 16 h 14.

 

 

Schriftelijk behandelde mondelinge vragen

Questions orales traitées par écrit

 

De antwoorden werden door de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid bezorgd.

Les réponses ont été fournies par la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes.

 

13 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De subsidies voor ngo's in de asielsector" (56017350C)

13 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les subventions octroyées aux ONG dans le domaine de l'asile" (56017350C)

 

De federale regering in Duitsland besliste om de subsidies aan ngo's die asielzoekers juridisch en op andere vlakken begeleiden stop te zetten. In 2025 werden nog 67.687 migranten door dergelijke ngo's begeleid, op kosten van de belastingbetaler wel te verstaan. De regering stelt nu dat de budgettaire crisis vereist dat men zich beperkt tot de belangrijkste prioriteiten.

Welke ngo's ontvangen in België federale subsidies voor de juridische of andere begeleiding van asielzoekers?

Wat was per organisatie het toegekende bedrag voor 2025, en het totaalbedrag?

Bent u, naar Duits voorbeeld, bereid een evaluatie te maken rond deze subsidies, met het oog op mogelijke besparingen?

Heeft u zelf de bedoeling om ze te schrappen?

 

 

Antwoord - Réponse:

 

 

Mevrouw Van Belleghem, 

 

Ik nodig u uit om de gevraagde cijfermatige informatie via een schriftelijke vraag te bevragen, daar dit middel beter geschikt is om dergelijke informatie te krijgen. 

 

In verband met uw vraag naar mijn intenties kan ik u meedelen dat we deze subsidies aan NGO’s en andere organisaties zullen evalueren op vlak van noodzaak en geleverde dienstverlening. Wat betreft de juridische begeleiding verwijs ik naar het regeerakkoord waarbij afgesproken werd om de remuneratie van de kosteloze juridische bijstand te herevalueren en de controle op en strijd tegen misbruik te verscherpen. Dit blijft mijn ambitie.