Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives

 

van

 

Woensdag 16 september 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 16 septembre 2026

 

Après-midi

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.06 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.

La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 06 et présidée par M. Ortwin Depoortere.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

01 Débat d'actualité sur la délivrance de visas aux étudiants boursiers gazaouis et questions jointes de

- Khalil Aouasti à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La délivrance de visas aux étudiants boursiers gazaouis" (56018496C)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le blocage de l'arrivée d'étudiants palestiniens en Belgique" (56018562C)

- François De Smet à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le blocage de l'évacuation d’étudiants boursiers palestiniens à la veille de la rentrée académique" (56018564C)

- Greet Daems à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les 13 étudiants en provenance de Gaza" (56018652C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les étudiants gazaouis" (56018773C)

- Claire Hugon Lecharlier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les chercheurs et étudiants boursiers gazaouis bloqués par le gouvernement" (56018875C)

- Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le refus d'accueillir 13 étudiants boursiers palestiniens de Gaza" (56018963C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les 13 étudiants palestiniens" (56018978C)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'introduction à distance de demandes de visa" (56018900C)

01 Actualiteitsdebat over de geblokkeerde komst van Palestijnse studenten en toegevoegde vragen van

- Khalil Aouasti aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De verstrekking van visums aan Gazaanse beursstudenten" (56018496C)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De geblokkeerde komst van Palestijnse studenten naar België" (56018562C)

- François De Smet aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het blokkeren van de evacuatie van Palestijnse beursstudenten vlak voor aanvang van het academiejaar" (56018564C)

- Greet Daems aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De 13 studenten uit Gaza" (56018652C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De studenten uit Gaza" (56018773C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De Gazaanse vorsers en beursstudenten die de regering niet wil laten overkomen" (56018875C)

- Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De blokkering van 13 Palestijnse beursstudenten uit Gaza" (56018963C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De 13 Palestijnse studenten" (56018978C)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De indiening van visumaanvragen op afstand" (56018900C)

 

01.01  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, on le sait, la situation en Palestine, que ce soit à Gaza ou en Cisjordanie, est absolument désastreuse. La campagne électorale actuellement menée ne résout absolument rien.

 

Dans cette grande histoire dans laquelle on voit que la colonisation se poursuit, avec toujours plus de violence et toujours plus d'impunité pour les colons, avec encore des destructions à Gaza et, encore aujourd'hui, des morts dans le cadre d'un bombardement – dans cette grande histoire, il y a aussi des petites histoires, mais qui comptent. Elles comptent parce qu'il s'agit d'éléments d'espoir et de points de lumière.

 

Les universités belges et les universités européennes décident de mettre en avant l'avenir de la Palestine, l'avenir de Gaza, à travers ses étudiants et ses chercheurs. Pour la Belgique, 13 étudiants avaient été sélectionnés à Gaza. Ils sont bénéficiaires de bourses universitaires dans des universités et hautes écoles à Bruxelles, en Wallonie et en Flandre.

 

La rentrée universitaire et académique a eu lieu ce lundi. Pourtant, alors que d'autres pays ont mis en place des mécanismes pour permettre à ces étudiants de venir en Europe, d'étudier, de se renforcer pour finalement œuvrer à l’avenir et à la reconstruction de leur État, dont on espère tous qu'un jour il soit en paix – la Belgique reste au balcon. Pire encore: elle décide de ne pas décider et de ne rien faire, loin des grandes déclarations du 2 septembre 2025.

 

On le voit, les conséquences sont importantes. Des personnes sont aujourd'hui dans l'impossibilité d'introduire des demandes. Des personnes qui l'ont introduite restent bloquées. Pourtant, vous vous êtes mis d'accord, au sein de votre gouvernement, de ne pas vous mettre d'accord et de les abandonner.

 

Madame la ministre, les étudiants boursiers ont-ils été autorisés à déposer électroniquement leur demande de visa? À défaut, pourquoi? Votre administration a-t-elle été saisie de ces dossiers? Des avis négatifs ou des réserves ont-elles été exprimés? Avez-vous donné des instructions spécifiques dans ces dossiers? Enfin, quand allez-vous rejoindre le camp des autres États européens et permettre à ces étudiants de venir étudier, pour ensuite reconstruire la Palestine?

 

01.02  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, 13 Palestijnse studenten uit Gaza zijn geselecteerd om hun studies voort te zetten aan een Belgische universiteit. Ze hebben een studiebeurs, sommigen van hen beschikken over een Belgisch visum, maar toch kunnen ze niet komen. Dat visum kunnen ze trouwens nog altijd niet op afstand aanvragen, want ze moeten nog altijd de onmenselijke tocht naar Jeruzalem maken.

 

Ze hebben een beurs, een onderwijsinstelling wil hen ontvangen en ze hebben een visum, maar toch bestempelt u hen als ongewenst. In De zevende dag had u het over het domino-effect, want ze zouden asiel of gezinshereniging kunnen aanvragen.

 

Wat moeten die studenten daar nu mee? Wat moeten zij daarvan denken? Ze voldoen aan de voorwaarden, ze hebben een beurs, sommigen hebben een visum en toch beslist u, als een Romeinse keizer met de duim omhoog of omlaag, over hun lot.

 

Hun lot is een onderdeel geworden van een heel pijnlijk, cynisch politiek spel. Voor u, de N-VA, is het belangrijk dat er een samenwerkingsakkoord met de taliban gesloten wordt en dat er terugkeerhubs komen. Dat zijn voor u de twee voorwaarden om te willen spreken over het lot van die 13 mensen. Beste collega's, politiek wordt niet cynischer.

 

Mevrouw de minister, kunt u dat domino-effect eigenlijk onderbouwen? Is dat buikgevoel, of kunt u cijfers voorleggen die uw stelling onderbouwen? Ik denk bijvoorbeeld aan de 280 Syrische christenen die destijds naar hier werden gehaald door u en uw partij. Was er toen een enorm aanzuigeffect? Was er toen dat domino-effect waar u het over hebt? Ik ben zeer benieuwd.

 

Ten tweede, in de Gazadeal is beslist dat illegale kolonisten geen visum meer zouden krijgen. Er worden nog altijd visa aan de lopende band gegeven; die mensen worden hier met open armen ontvangen. We zijn een van de enige landen in Europa die die groep nog ontvangt. Vreest u daar dan geen domino- of aanzuigeffect?

 

Heel wat landen, Frankrijk, Italië, Spanje, zijn ondertussen aan het evacueren en geven die mensen studiekansen. Wij dus niet. Daarbij vraag ik me af hoe dat gaat. Ligt u gewoon dwars op het kernkabinet, of hoe werkt dat juist?

 

Hoe zit het trouwens met die andere honderden Gazanen die een visum op zak hebben, maar moeten wachten tot deze Belgische regering ooit eens in actie schiet?

 

Mevrouw de minister, ik stel u niet veel vragen, want ik ken uw antwoord. U zit vast in een ideologische logica en het gaat altijd over het aanzuigeffect en het domino-effect.

 

Ik heb voor u ook een domino-effect. Wat denkt u van mijn stelling dat, als wij ervoor kiezen om hier 13 Gazanen te laten vormen en scholen, zij na hun studies kunnen terugkeren naar hun land om mee te werken aan de heropbouw van dat land? Dat is dan een land waar het goed is om te wonen, waar er niet constant oorlog en genocide moet zijn, waar de druk om te vluchten verkleint en waardoor er dus minder mensen naar Europa zullen komen. Ook dat is een domino-effect. Ik vraag mij af hoe u naar dat domino-effect kijkt.

 

Ik kan alleen maar vaststellen dat u ondertussen de hardvochtige minister blijft, de minister van miserie die politieke spelletjes speelt op de kap van radeloze mensen. Dat zijn mensen die in de hel wonen en geconfronteerd worden met een genocide. Op hun kap spelletjes spelen, vind ik schuldig verzuim. Ik word daar echt ziek van.

 

Mevrouw de minister, wanneer zult u echt actie ondernemen, in plaats van steeds weer te blokkeren?

 

01.03  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, mais que vous ont-ils fait, ces malheureux 13 étudiants? Ces 13 personnes, étudiants et chercheurs, ont été sélectionnées par leurs universités d'accueil sur la seule base de leur mérite académique et disposent, pour la plupart, d'un visa en règle. Certains attendent depuis 2024. Parmi elles figurent un étudiant en master admis à l'Institut de médecine tropicale d'Anvers, ainsi qu'un doyen d'une faculté d'ingénierie admis depuis deux ans à l'Université libre de Bruxelles.

 

Vendredi dernier, le kern n'est pas parvenu à un accord sur ce dossier. Le ministre Prévot a dit que sa note avait été accueillie “très froidement” par un partenaire de la coalition, sans doute le MR, et totalement rejetée par un autre, sans doute la N-VA, qui la conditionnerait à des concessions sur les expulsions vers l'Afghanistan et sur les hubs de retour extraterritoriaux. Le même jour, les dix recteurs et rectrices des universités de ce pays ont publié dans De Standaard une lettre ouverte commune dénonçant une situation où “la boussole morale de plusieurs partenaires de la coalition a disparu”, rappelant que ces candidats ne peuvent constituer ni un enjeu de négociation ni une variable d'ajustement et qualifiant d'infondée l'exigence d'une comparution en personne pour l'obtention du visa. Rappelons que, depuis 2024, plusieurs États membres de l'Union européenne, dont la France, l'Italie et l'Irlande, ont procédé à l'évacuation d'étudiants boursiers depuis Gaza sans qu'aucun effet systémique n'ait été documenté.

 

Madame la ministre, cette opposition de la part de ce gouvernement est une honte. Quelle est la base qui justifie jusqu'ici votre position? Sur quelles données objectives, chiffrées et vérifiables repose l'effet domino que vous invoquez? Et que pensez-vous des précédents français, italiens et irlandais, qui démontrent le contraire? Quelles conséquences tirez-vous du fait que ces 13 étudiants et chercheurs, sélectionnés à partir de critères académiques, vont finir par perdre leurs bourses à défaut d'une décision rapide? Enfin, confirmez-vous cette position de chantage rapportée par l'un de vos collègues, le ministre des Affaires étrangères, visant à échanger ces visas contre des renvois d'Afghans ou un engagement plus ferme de la Belgique sur les hubs de retour? Et estimez-vous qu'il s'agisse là d'une manière digne et juste de faire de la politique?

 

01.04  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, 13 jonge talenten uit Gaza wachten op een toekomst, maar twee regeringspartijen houden dat tegen. De verontwaardiging is heel groot. Dat zien we vandaag ook aan de volle tribune hier. Het is jammer dat blijkbaar niet iedereen binnen mocht.

 

Over wie gaat het hier eigenlijk? Bahaalddin wil onderzoek doen naar het gebruik van AI bij doven en slechthorenden. Ahmed wil een master in de volksgezondheid volgen aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Salwa wil communicatiewetenschappen studeren. Een andere student wil industrieel ingenieur worden. Er is ook een onderzoeker die zich wil toespitsen op infectieziekten. Ze kregen allemaal een beurs om in België te studeren of onderzoek te doen. Belgische universiteiten hebben hen geselecteerd op basis van hun talent en kwaliteiten. In uiterst moeilijke omstandigheden hebben ze zich bewezen.

 

Maar u, mevrouw de minister, zorgt er eigenhandig voor dat die studenten hun dromen mogen opbergen. Tegen hen zegt u: nee, laat ze maar in Gaza zitten. Ik begrijp dat niet. Waarom gaat u hier zo hard op de rem staan? Dat begrijpt bijna niemand. U hebt het over een domino-effect, maar dat effect leeft alleen in uw verbeelding. De cijfers tonen aan dat daar niets van aan is. Tussen 2021 en 2025 hebben slechts vijf Palestijnse studenten asiel aangevraagd in ons land.

 

Na de ministerraad van vorige vrijdag was minister Prévot echt woedend. Hij had het over chantage en over het gebruik van dit dossier om toegevingen te verkrijgen in andere dossiers. Mevrouw de minister, stop met die politieke spelletjes ten koste van die 13 beloftevolle Gazaanse studenten.

 

Hoe moet het nu verder, aangezien deze regering onderling zo verdeeld is? Klopt het dat er binnen de regering een meerderheid is om die studenten wel toe te laten? Klopt het dat hun toekomst afhangt van wat er gebeurt rond het dossier van de terugkeerhubs? Wat is er precies gezegd en beslist op de ministerraad?

 

01.05  Francesca Van Belleghem (VB): Minister, de insteek van mijn vragen zal enigszins anders zijn. Minister Prévot, cd&v en Vooruit willen 13 Palestijnse studenten naar dit land overbrengen.

 

Als ik goed tussen de lijntjes lees, wilt u dat eigenlijk ook. U wilt dat ook als er een deal komt over Afghanistan en over de terugkeerhubs. U laat zich dus gewillig chanteren door Les Engagés, cd&v en Vooruit. Als zij instemmen met een deal over Afghanistan en de terugkeerhubs, mogen die Palestijnen naar dit land komen. Mag ik u eraan herinneren dat de helft van de Europese Palestijnse asielaanvragen in dit land gebeurt? Wij doen al veel meer dan ons eerlijke deel. Dan zouden wij dat er nog eens bovenop moeten doen.

 

Ik vind het onaanvaardbaar dat die dossiers gekoppeld worden. Illegalen moeten teruggestuurd worden naar Afghanistan, de terugkeerhubs moeten er komen en er mogen niet nog meer Palestijnen naar dit land komen.

 

Het feit dat u die deal wilt maken, staat toch wel in contrast met wat u op sociale media verspreidde. U zei op sociale media immers het volgende: "Ondertussen ben ik vertrouwd met wat het wil zeggen als je binnen het domein van migratie de deur op een kier zet. Ngo's, sommige rechters en bepaalde politieke partijen zetten daar de koevoet op om de deuren wagenwijd open te zetten."

 

U bent echter ook bereid om die deuren wagenwijd open te zetten, zolang u die deal maar kunt sluiten. Ik verzoek u dat te verduidelijken, minister.

 

Mijn vraag gaat dus over die 13 studenten waarover we al veel in de pers hebben gelezen, maar ik wil ook uw standpunt vernemen over de overbrenging van die andere 300 Palestijnen. Is daar een akkoord over binnen de regering? Wat is het standpunt van de regering? Wat is uw standpunt? Zal dat gebeuren en onder welke voorwaarden zal dat zijn? Als er in de nabije toekomst een compromis wordt bereikt, zullen daar dan nog altijd dossiers aan gekoppeld zijn?

 

01.06  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, 13 étudiants et chercheurs gazaouis sont soutenus et attendus par des universités belges. La rentrée est là, mais rien ne bouge. Les rectrices et les recteurs vous interpellent, mais rien ne bouge.

 

D’abord, la Belgique en oblige certains à introduire leur demande de visa en personne. Cela signifie qu’ils devraient sortir de Gaza pour déposer une demande à Jérusalem ou au Caire, par exemple. C'est évidemment impossible au vu de la situation sur place. La semaine dernière, la justice a donné raison à l’une de ces étudiantes: la Belgique doit l’autoriser à introduire sa demande par voie électronique depuis Gaza, laquelle devra être enregistrée dans les deux jours.

 

Mais cela ne s’arrête pas là. Même lorsqu’ils disposent d’un visa, le gouvernement refuse d’organiser leur évacuation, alors que d’autres pays, comme les Pays-Bas, l’Espagne ou même l’Italie, le font. Environ 1 500 personnes seraient actuellement dans cette situation, dont les conditions catastrophiques viennent d’être décrites par mon collègue.

 

Vous dites vous opposer à leur venue, et l’on apprend qu’un odieux chantage a été organisé pour troquer leur arrivée contre des expulsions vers l’Afghanistan des talibans ou vers des hubs de retour. Vous dites également craindre un présumé "effet domino", qui pourrait donner des idées à d’autres étudiants, notamment venus du Yémen, du Soudan ou d’Afghanistan.

 

Mais sérieusement? C’est cela, vos scénarios catastrophes? Vous bloquez des étudiants gazaouis pour ne pas donner l’impression que la Belgique pourrait, par exemple, accueillir de jeunes Afghanes qui souhaiteraient se former chez nous alors qu’elles sont interdites d’éducation dans leur pays? Moi, cela me rendrait fière!

 

Vous craignez également que les personnes concernées puissent, par la suite, introduire une demande d’asile ou de regroupement familial. D’abord, nous n’en savons rien. Mais quand bien même ce serait le cas, où serait le problème? Ce sont des procédures légales, et ces demandes seraient examinées individuellement. Il faut m’expliquer où se situe le problème.

 

Madame la ministre, allez-vous respecter la décision de justice qui ordonne à la Belgique d’enregistrer une demande de visa déposée par voie électronique? Pourquoi cette procédure n’est-elle pas étendue de manière structurelle? Où en sont les discussions au sein du gouvernement? Quand allez-vous débloquer ce dossier et cesser d’utiliser des êtres humains comme monnaie d’échange?

 

01.07  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik ben enorm teleurgesteld. U zegt dat deze regering de doelstelling heeft om grip op migratie te krijgen. U stelt dat u daarbij steeds zorgt voor een humaan beleid, maar u doet hier net het tegenovergestelde. We hebben afgesproken duidelijke regels en legale trajecten te voorzien en vooral illegale migratie tegen te gaan. In dit dossier doet u het tegenovergestelde. Die 13 geïdentificeerde Palestijnse studenten en onderzoekers hebben een Belgische studiebeurs, een visum en een concrete plaats aan een Belgische universiteit of aan een onderzoeksinstelling. Die instellingen staan klaar om hen op te vangen. Toch blokkeert alleen u hun komst naar België uit vrees voor het zogenaamde domino-effect. Daarmee doelt u voor alle duidelijkheid op gezinshereniging. Het gaat echter om jonge twintigers. Wie zullen zij laten overkomen? Wat is het domino-effect? Ik ben oprecht benieuwd naar wat u daarmee bedoelt.

 

In de pers argumenteerde u dat ze later mogelijk asiel zouden aanvragen, om gezinshereniging zouden verzoeken of misschien niet zouden terugkeren. Ocharme, ze zouden niet kunnen terugkeren naar een land dat helemaal platgebombardeerd is en waar het grootste gevaar voor hen bestaat. Het gaat om slimme koppen die we hier nog zouden kunnen gebruiken. Bovendien staan de universiteiten klaar. Andere Europese landen slagen er trouwens wel in om die studenten te evacueren. Het Italië van Meloni, het lichtende voorbeeld van premier De Wever, slaagt erin om een veelvoud aan studenten te laten overkomen en niemand maakt daar een probleem van.

 

Mevrouw de minister, doe alstublieft niet aan politique politicienne op de kap van 13 studenten met een goedgekeurde beurs. Dit is echt een triest schouwspel. Zult u alsnog bijdragen aan de wederopbouw van Palestina door deze 13 studenten de kans te geven om zich verder te bekwamen? Mevrouw de minister, kies alstublieft niet voor een anti-Palestina- en pro-Israëlbeleid. Kies voor een beleid van menselijkheid en rechtvaardigheid.

 

01.08  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, collega's, het is een gevoelig debat en dat is normaal. We kennen allemaal de vreselijke situatie in Gaza. Daarnaast zijn er 13 dossiers waarop door de meeste partijen hier voornamelijk wordt gefocust. Als minister bent u natuurlijk bevoegd voor het algemeen belang en moet u veel ruimer kijken dan alleen naar die 13 individuele dossiers. We weten dat als men in het vreemdelingenrecht uitzonderingen voorziet op bepaalde procedures, die uitzonderingen vervolgens worden gebruikt om voor andere categorieën, voor andere groepen, rechten te creëren. In dat geval hebt u geen vat meer op de situatie en voert u eigenlijk een onbegonnen strijd. Daarom is het belangrijk dat u met het oog op het algemeen belang en voor dit land zeer goed uitkijkt wat u op dat vlak doet. U zegt dat ook. Mensen noemen u om die reden hardvochtig, een minister van miserie. Minister, u moet zich dat helemaal niet aantrekken. Dat is het lot van iedere minister van Asiel en Migratie die zijn job doet en die niet staat voor een opengrenzenbeleid. Die minister moet die dossiers bekijken zoals u dat op dit moment doet.

 

Wat de terugkeer richting Afghanistan betreft, hoor ik van een aantal partijen zelfs kritiek. Dat gaat over 60 dossiers, mensen die in de gevangenis zitten, criminele Afghanen die veroordeeld zijn voor verkrachtingen, die veroordeeld zijn voor slagen en verwondingen, voor ernstige feiten. Wat zullen diezelfde partijen zeggen als die mensen terug op straat belanden? Dan zal er ook gewezen worden naar de minister. Welnu, dan bent u het parlementslid van miserie, collega Vandemaele, dat zorgt voor de miserie van de slachtoffers die die mensen hier nog maken.

 

U moet er alles aan doen, minister, om van dat dossier inderdaad werk te maken. Bekijk uw dossier grondig, in het algemeen belang, en geef ons vandaag een stand van zaken. Wie zit er nu in die groep? Wat is het risico waar wij voor staan? Op welke manier zult u met dat dossier verdergaan?

 

01.09  Els Van Hoof (cd&v): Inderdaad, deze dagen zwaaien de deuren van de universiteiten wijdopen om nieuwe lichtingen van studenten te verwelkomen, ook in mijn thuisstad Leuven. Het zijn jongeren met talent, met dromen, jongeren met een drang om te leren, jongeren met ambitie en zin om bij te dragen aan de samenleving. U hebt echter de deur dichtgegooid in het gezicht van 13 Gazaanse studenten met die dromen door te weigeren hun vertrek vanuit Gaza te faciliteren.

 

Ik vraag me af waarom. Onze partij steunt uw beleid om illegale migratie te bestrijden en in te zetten op legale migratie. Ik zou zeggen: stick to the facts. Deze studenten zijn net een toonbeeld van die reguliere migratie. We weten wie ze zijn, wat ze gaan doen in ons land en waar ze op kot gaan, gesteund door de universiteiten. Ze hebben allemaal een studiebeurs. Het zijn knappe koppen. In het kader van de kenniseconomie hebben we toch ook afgesproken in het regeerakkoord om die studiemigratie mogelijk te maken. U zou dit eigenlijk moeten toejuichen.

 

Het is dus belangrijk om te weten hoe uw beleid hiermee spoort. Hoe spoort uw beleid vandaag met het regeerakkoord? We hebben ook een interuniversitaire samenwerking met Palestina. Palestina is een partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

 

We zouden dus mogen verwachten, mevrouw de minister, dat u helpt om het regeringsbeleid uit te voeren, maar dat doet u niet, of u zou het ten minste niet onredelijk mogen belemmeren. Ik wil u en uw partij echt niet verdenken van harteloosheid. Ik zou niet weten waarom, temeer omdat uw partij de evacuatie van Syrische christenen uiteindelijk ook mogelijk heeft gemaakt, en terecht. Van een domino-effect was er toen ook geen sprake. U spreekt nu wel over een domino-effect. Waar haalt u dat vandaan, of speelt de hele context van Gaza hier toch weer een rol?

 

Het kan ook anders, en dat hebt u ook al gehoord. Nederland, Frankrijk, Duitsland en nog meer landen evacueren en hebben universitaire corridors. De ijverigste is Italië. Het Italië van Meloni heeft 229 studenten geëvacueerd. Of ziet mevrouw Meloni misschien iets over het hoofd?

 

Ik heb hierover enkele vragen. Op welke concrete elementen baseert u zich om de evacuatie niet te faciliteren? Is deze beslissing volgens u in overeenstemming met het regeerakkoord?

 

01.10 Minister Anneleen Van Bossuyt: Goedemiddag allemaal. Alvorens dieper in te gaan op uw specifieke vragen, wil ik graag zeggen dat ik absoluut begrijp dat het in de media snel moet gaan en dat soms erg complexe dossiers in één quote moeten worden samengevat. Het voordeel van een commissievergadering als die van vandaag is dat we verder en dieper op de inhoud kunnen ingaan en dit toch wel complexe dossier ook ruimer kunnen bekijken.

 

Ik hoor hier velen van u zeggen –  ik heb dit de voorbije dagen vaak gehoord – dat het over slechts dertien studenten gaat. Wat is dan het probleem? Het gaat echter niet alleen maar over dertien studenten.

 

Ik wil heel duidelijk stellen dat de situatie in Gaza verschrikkelijk is. Daar bestaat geen discussie over, maar België heeft al veel gedaan voor Gaza. Ik hoorde daarnet iemand vragen wanneer ik echt actie zou ondernemen. Ik kan u zeggen dat België al veel heeft gedaan voor Gaza. We zijn nummer één per capita in de Europese Unie wat evacuaties uit Gaza betreft. We zijn nummer één per capita wat asielaanvragen van Palestijnen betreft en we zijn ook een van de weinige landen die medische evacuaties uitvoeren.

 

En ce qui concerne le dossier discuté vendredi dernier au sein du kern, je considère qu'il est de mon devoir d'attirer l'attention de mes collègues autour de la table sur certains risques et conséquences liés aux points de décision qui sont soumis, tant sur le plan juridique que politique. Il s'agit également d'une demande explicite visant à retrouver un équilibre entre un éventuel afflux supplémentaire et les initiatives permettant de rendre le retour possible.

 

Mijn inhoudelijke bemerkingen bij het voorliggende voorstel zijn de volgende. Ten eerste wordt er gevraagd om uitzonderingen te maken op de bestaande procedures die gelden om als student naar België te komen.

 

Sommigen stellen dat de 13 betrokken studenten een studiebeurs hebben en dus naar België mogen komen. Het is echter niet omdat men een studiebeurs heeft, dat men niet over de nodige documenten hoeft te beschikken om toegang te krijgen tot ons grondgebied. Er worden nu dus uitzonderingen gevraagd op bestaande procedures voor één specifieke groep, namelijk die 13 studenten.

 

Normaal moet men namelijk fysiek verschijnen op het consulaat om een visum aan te vragen. Er wordt nu gevraagd om voor die 13 studenten een uitzondering toe te staan en het voor hen mogelijk te maken om hun visum volledig digitaal aan te vragen, zonder dat ze moeten verschijnen op het consulaat of de ambassade.

 

Dat creëert natuurlijk een gevaarlijk precedent en een domino-effect. Waarom zouden we voor die specifieke groep, dus voor die 13 studenten, een uitzondering moeten maken? Waarom zou dan niet hetzelfde gelden voor bijvoorbeeld meisjes uit Afghanistan, die evenmin toegang hebben tot een consulaat? Waarom zou dan niet hetzelfde gelden voor homoseksuele mannen uit Senegal, die zelfs niet naar een consulaat durven te gaan? Iemand heeft me een lijst bezorgd van honderd homoseksuele mannen uit Senegal die letterlijk hun leven riskeren, omdat het regime daar verschrikkelijk is. Moet ik dan zeggen dat ik voor die 13 studenten een uitzondering heb gemaakt, maar dat dat voor die honderd Senegalese mannen niet gaat? Dat vind ik inhumaan. Ik zou dan keizer spelen en voor die 13 studenten een uitzondering maken, maar voor die anderen niet.

 

Als we voor één specifieke groep een uitzondering creëren, dan moeten we ook kunnen uitleggen waarom we die uitzondering creëren en waarom die niet zou gelden voor andere groepen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Als louter het hebben van een studiebeurs al voldoende is om rechtstreeks toegang te krijgen tot ons grondgebied, gaan al onze regels op de schop. Het is belangrijk dat de overheid de nodige veiligheidschecks kan uitvoeren en ook de wettelijke voorwaarden kan toetsen.

 

Dat is een eerste inhoudelijk element, namelijk de uitzonderingen die worden gevraagd op de procedureregels om toegang te krijgen tot ons grondgebied. Waarom zouden we die 13 studenten toelaten en anderen niet?

 

Een tweede element is dat ook wordt gevraagd om de 13 studenten actief te evacueren. Ook hier zou voor een kleine, specifieke groep een uitzonderingsregime worden gecreëerd omdat de problematiek voldoende media-aandacht krijgt. Zoals ik daarnet aangaf, dreigt dat een vorm van willekeur te worden. Waarom zouden we de regels immers moeten ombuigen voor die ene groep? Wat zou andere groepen beletten om vervolgens naar de rechter te stappen en dezelfde uitzonderingen te vragen?

 

Ik zit nu anderhalf jaar in dit beleidsdomein. Als er één iets is wat ik ondertussen heb geleerd, dan is het wel dat, als men in dit beleidsdomein de deur nog maar op een kier zet, bepaalde ngo’s, rechters en advocaten niets liever doen dan een koevoet tussen die deur steken en ze wagenwijd openzetten.

 

Ik kom nu tot de vraag om meer balans te hebben tussen de politiek van de instroom en de verstrengingen op het vlak van al dan niet gedwongen terugkeer.

 

Het is geen geheim dat ik de voorbije maanden meermaals met een dossier voor de terugkeer naar de ministerraad ben getrokken. Hoewel we over veel zaken een akkoord hebben kunnen sluiten, blijven er op het vlak van de terugkeer bepaalde initiatieven onbespreekbaar of onderbenut. Door opnieuw de deur open te zetten in het Gaza-dossier en dus voor de bijkomende instroom die daaruit zou kunnen volgen – zoals ik daarnet heb geschetst – wordt het onevenwicht tussen de instroom en de uitstroom opnieuw duidelijk. Als minister die naar een evenwichtig beleid streeft waarbij het voor ons belangrijk is dat we aan zowel de instroom als aan de uitstroom werken, is het mijn taak om mijn collega's daarop te wijzen.

 

Comme indiqué précédemment, la Belgique a déjà recouru à l'évacuation active de plus de 1 000 Palestiniens depuis 2023. Une nouvelle liste de 320 personnes nous est désormais soumise. Nous n'avons aucune garantie qu'il s'agira de la dernière évacuation. Il y a encore, plus ou moins, 1 800 Palestiniens disposant d'un visa à Gaza. Il ne s'agit donc pas de 13 étudiants et chercheurs, mais d'au moins 333 personnes. En outre, il s'agit à nouveau d'une évacuation active. Il est indiqué que les coûts seront partagés, mais, dans la réalité, cela semble difficilement réalisable. C'est pourquoi, vendredi dernier, j'ai demandé aux partenaires de la coalition que, lorsque nous discutons de régimes d'exception et d'un afflux légal supplémentaire, nous puissions également progresser en matière de retour. J'ai énuméré plusieurs pistes sur lesquelles ce gouvernement peut encore aller plus loin, tels que les hubs de retour, mais également le retour des Afghans en séjour irrégulier dans nos prisons et qui ont commis des faits criminels.

 

Er zijn ongeveer 60 Afghaanse mannen in illegaal verblijf, die in aanmerking komen voor verwijdering. Ze zitten momenteel een straf uit in een Belgische gevangenis en ze verblijven illegaal in ons land. Ik wil niet dat die personen op het einde van hun straf opnieuw in de Belgische straten worden vrijgelaten en mogelijk opnieuw voor leed zorgen bij de bevolking. Dat is ook inhumaan. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier onder andere over veroordeelde moordenaars en verkrachters.

 

Je reste à la table en tant que partenaire constructif afin de parvenir à un accord, mais je souhaite également obtenir des engagements concrets qui produisent effectivement et rapidement des résultats.

 

Concernant les questions plus techniques, monsieur Aouasti, l’enregistrement des demandes de visa pour études relève de la compétence du SPF Affaires étrangères et celui des demandes de permis unique des post-doctorants relève de la compétence de la région concernée.

 

L’Office des étrangers ne peut examiner que les demandes de visa et de permis unique enregistrées et transmises pour décision, octroi d’un visa pour étude ou d’un permis unique. Quand il est saisi d’une demande de visa pour étude ou d’une demande de permis unique, l’Office des étrangers vérifie si les conditions d’octroi sont remplies. Si c’est le cas, il accorde le visa ou le permis unique demandé.

 

Wat is de specifieke stand van zaken in de 13 dossiers?

 

Il y a quatre citations en référé contre les Affaires étrangères – l’Office des étrangers étant à chaque fois intervenu volontairement. Deux ordonnances ont condamné les Affaires étrangères à enregistrer la demande à distance.

 

Ik verwijs daarvoor naar mijn collega, minister Prévot.

 

Une ordonnance a condamné les Affaires étrangères à enregistrer la demande à distance et a été exécutée. L'Office des étrangers doit prendre une décision sur le fond. Enfin, je dois mentionner une affaire dont l'audience d'introduction a eu lieu aujourd'hui.

 

Par ailleurs, citons quatre citations visant à la fois le ministre des Affaires étrangères et moi-même en tant que partie défenderesses. Trois procédures sont en cours, et aucune ordonnance n'a encore été rendue. Un arrêt a été rendu par la cour d'appel, qui a condamné l'Office des étrangers à prendre une décision sur le fond. Aucune décision n'a encore été prise dans l'attente de la mise à jour du dossier.

 

Trois autorisations de travail ont été délivrées par la Région de Bruxelles-Capitale, et deux permis uniques ont été délivrés par l'Office des étrangers. L'un d'entre eux arrive prochainement à échéance, et aucune demande de renouvellement n'a encore été reçue. Une décision relative à un permis unique est en attente.

 

Enfin, deux étudiants sont pour l'instant inconnus de mes services.

 

Iedereen wordt op gelijke voet behandeld. Ik heb geen andersluidende instructies gegeven aan mijn diensten. Indien een visum geregistreerd is, wordt de aanvraag behandeld en zal de Dienst Vreemdelingenzaken een studentenvisum of gecombineerde vergunning afgeven als de voorwaarden vervuld zijn.

 

Mijnheer Vandemaele, ik heb in het verleden al uitgelegd waarom het niet wenselijk is om een visumaanvraag uitsluitend van op afstand in te dienen, en waarom dat vandaag dus niet mogelijk is. Artikel 60 van de vreemdelingenwet stelt wel degelijk dat een studentenvisum persoonlijk moet worden aangevraagd bij de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats van de aanvrager in het buitenland. Dat principe is ook opgenomen in de Schengenvisumcode. De huidige procedures zijn perfect conform het toepasselijke juridische kader en de Europese rechtspraak. Art. 61/1/3, § 2, 5°, van dezelfde wet bepaalt dat een visum kan worden geweigerd wanneer er bewijs bestaat of er ernstige en objectieve redenen zijn om aan te nemen dat het voorgenomen verblijf in werkelijkheid een ander doel dient dan studeren.

 

Om die wettelijke bepaling uit te voeren, moet de aanvrager persoonlijk in een gecontroleerde omgeving een vragenlijst beantwoorden om na te gaan of zijn academische achtergrond en zijn plannen om in België te studeren overeenstemmen. Dat gebeurt op onze consulaten of bij een eraan verbonden externe dienstverlener. Die vragenlijst kan ook worden aangevuld met een persoonlijk interview.

 

Bovendien worden vingerafdrukken genomen. Een aanvraag op afstand toestaan, zal leiden tot een zeer groot aantal aanvragen die niet kunnen worden geabsorbeerd door de bevoegde diensten. Er dient te worden gewezen op het feit dat we ook in uitzonderlijke omstandigheden moeten blijven waken over de integriteit van onze visumprocedures en over de noodzakelijke veiligheids- en identiteitscontroles.

 

Ook de voorwaarden om een dergelijk studentenvisum te verkrijgen moeten allemaal vervuld zijn. Zoals ik daarnet al zei, volstaat het niet om een studiebeurs te hebben.

 

01.11  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je vous ai parfaitement entendue. Ce que vous dites à nouveau me rappelle très fortement cette citation d'Oscar Wilde: "Le cynisme, c'est l'art de connaître le prix de tout et la valeur de rien." En réalité, c'est exactement ce qui se passe ici. Vous ne défendez pas la position du gouvernement, vous défendez la position de la N-VA au sein du gouvernement. Vous faites valoir vos propres intérêts, quitte à tronquer la réalité, à raconter une histoire, notamment lorsque vous évoquez les évacuations. À combien d'évacuations l'Arizona a-t-elle procédé, madame la ministre? Zéro! Les dernières évacuations de civils gazaouis ont été menées sous la Vivaldi et par les avions de la Défense qui avaient été affrétés par la ministre Dedonder, socialiste. Punt. Depuis ces évacuations, il y a eu zéro évacuation opérée par l'Arizona. C'est d'ailleurs le sens de toutes les interpellations que j'ai adressées à votre collègue, Maxime Prévot, ministre des Affaires étrangères, qui a, lui-même, avoué que toutes les évacuations, depuis la mise en place de ce gouvernement, ont été intégralement bloquées. Et ce, malgré les visas délivrés, malgré les conditions réunies par ces personnes dans la bande de Gaza, malgré la souffrance et la famine, malgré l'absence de soins et la mort qui guette, malgré les bombes.

 

Et que constate-t-on aujourd'hui ? On constate que le groupe du ministre des Affaires étrangères n'est même pas présent dans cette salle de commission pour défendre une position. Je ne pense pas que l'on puisse parler de dignité, lorsqu'on est absent d'un débat. Cela démontre, en réalité, tout le cynisme de cette décision: vous étiez d'accord, Les Engagés et la N-VA, pour ne pas prendre de décision. Vous étiez d'accord pour que chacun communique auprès de son propre électorat et pour ne pas vous compliquer la vie.

 

Alors, je l'ai dit et redit. À quoi ont servi votre communiqué de presse et votre grande déclaration du 2 septembre 2025? Comment prétendre et comment croire que vous vous êtes mis d'accord sur la reconnaissance d'un État de Palestine, quand vous n'arrivez même pas à vous entendre sur l'évacuation de 13 civils, étudiants et chercheurs méritants, qui ont introduit leur dossier, qui ont obtenu leur visa pour partir et qui devraient être ici pour leur séance de rentrée académique?

 

Tout cela n'est que de la communication politique sur le dos de vies humaines. Voilà ce qui constitue l'indignité absolue de ce gouvernement!

 

01.12  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik moet u bekennen dat u mij met verstomming hebt geslagen. Ik heb nog nooit zoveel nonsens in een antwoord gehoord. Met alle respect, maar u hebt de legitieme vraag van de betrokkenen volledig genegeerd en geparkeerd. Daar gaat het niet over. Het enige wat u doet, is het politieke spel spelen. Sorry, maar dat is cynisme ten top. Eigenlijk hebt u hier uw coalitiepartners gewoon in hun blootje gezet en zegt u dat, wat uw coalitiepartners ook in de krant mogen zeggen, u de lijn bepaalt.

 

Mevrouw De Vreese, u zegt dat u 13 dossiers ziet. Ik zie 13 mensen. Dat maakt natuurlijk dat wij een verschillend wereldbeeld hebben; dat klopt helemaal. Het siert u dat u mij probeert weg te zetten als het parlementslid van miserie. Sorry, ik word hier al twee jaar geconfronteerd met een minister van miserie die de hele tijd zegt dat ze streng, streng, streng zal zijn en elke legale weg onmogelijk zal maken.

 

Mevrouw de minister, aan de ene kant zegt u dat u focust op illegale migratie. Wat u echter doet, is tegelijkertijd elke legale migratie onmogelijk maken.

 

Mijn spreektijd is te kort om op alles in te gaan, maar als het gaat over fysiek verschijnen, weet u evengoed als ik dat het gewoon niet mogelijk is om vanuit Gaza fysiek te verschijnen. Het is dus heel gemakkelijk om op dat vlak voet bij stuk te houden. Als de heer Francken destijds dezelfde redenering had toegepast die u hier nu op mij toepast, waarbij u zegt dat ik voor open grenzen ben, dan is de heer Francken voor open grenzen. Dat was zonder visa, dat was zonder procedure. Hij is hen zelf gaan halen, op onze kosten.

 

Ik vraag u of u uw dominogezwans kunt onderbouwen. Er komt geen onderbouwing, het is dus gewoon buikgevoel. U kunt op geen enkele manier argumenteren dat er een domino-effect zou zijn. Uw hele argumentatie komt dus te vervallen.

 

Mevrouw de minister, echt waar, kruip onder de grond, schaam u. U zit rechts van Meloni met deze regering. Ik ben gedegouteerd.

 

01.13  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. J'essaie vraiment de vous suivre. Mais êtes-vous en train de nous dire que la Belgique ne va plus jamais laisser venir des étudiants boursiers venant de tout pays dont on pourrait suspecter qu'ils pourraient, un jour, introduire une demande d'aide internationale? Êtes-vous en train de nous dire que la Belgique doit se fermer à la possibilité d'accueillir tout étudiant qui viendrait d'un pays en difficulté? Si oui, comment accepter la différence de traitement, par exemple, avec les étudiants boursiers venant de pays européens? Par ailleurs, comment justifier cette atteinte inouïe à un autre principe que nous n'avons pas encore évoqué, à savoir la liberté académique? Je n'ai rien entendu dans votre réponse qui justifie que l'on empêche ces 13 étudiants, qui sont dans les conditions réglementaires, de venir. Ils n'ont pas à payer ni le prix de leur origine ni celui de notre politique migratoire.

 

Je pense même qu'il est de l'intérêt général, y compris de la Belgique, d'accueillir des étudiants brillants qui ont, aujourd'hui, la chance de poursuivre des études ailleurs que dans un pays confronté à une situation difficile, voire désastreuse, de se former ici et de contribuer peut-être, demain, à l'avenir de leur pays. Et je trouve ahurissant que vous assumiez que ce dossier constitue une monnaie d'échange.

 

01.14  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, het is gewoon absurd dat u de toekomst van 13 Gazaanse studenten blokkeert. U wilt geen precedent scheppen, maar andere lidstaten doen wel wat u zo gevaarlijk vindt. Landen als Nederland, zelfs Italië, evacueren wel studenten via de universitaire corridor. Wij ontvangen jaarlijks duizenden studenten van buiten de Europese Unie, omdat internationale uitwisseling zo'n verrijking is. U maakt van iets heel moois een probleem.

 

Wie voortdurend de strengste wil zijn, eindigt ermee streng te zijn tegen mensen die niets, maar dan ook niets, verkeerds hebben gedaan. Vandaag zijn 13 studenten uit Gaza daarvan het slachtoffer. Stop dus met die politieke spelletjes boven hun hoofden. Help hen om naar hier te komen.

 

U verklaarde zopas dat u geen uitzondering wilt maken in de visumprocedure. U blokkeert echter ook al meer dan een jaar de evacuatie van 1.500 mensen in Gaza met een visum voor gezinshereniging. Zij beschikken over een visum en hoeven geen uitzondering te krijgen, maar ze moeten wel geëvacueerd worden. Ook daar blokkeren u en uw partij de evacuatie.

 

Wilt u geen uitzondering maken of wilt u niet dat mensen uit Gaza naar België komen? Wat is het nu?

 

01.15  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, uw redenering klopt niet. De overbrenging van de betrokken 13 Palestijnen naar België vormt een uitzondering op de migratieregels. Dat hebt u helder geschetst. Dat vormt volgens u een precedent voor rechters, die dat zullen gebruiken of misbruiken in de toekomst. Slippery slope, tot zover kan ik u volgen.

 

U herhaalt echter opnieuw dat u bereid bent om dat gevaarlijke precedent te scheppen als de regering akkoord gaat over Afghanistan en over de terugkeerhubs. Dat slaat nergens op. U bent bereid om zo'n gevaarlijk precedent te scheppen waarvan u zelf zegt dat men met een koevoet tussen onze deur zal zitten, die helemaal open zal trekken en naar binnen komen. U bent bereid om dat te doen en daarmee de migratiewetgeving nog meer kapot te maken. Het is gewoon een schande dat u dat wilt doen, dat u dat compromis wilt sluiten.

 

Wij vangen al de meeste Palestijnen op van de hele Europese Unie. Ik herhaal dat de terugkeerhubs en het terugsturen van illegale Afghanen tot stand moeten komen, zonder compromis en zonder meer, zeker zonder dat u de migratiewetgeving helemaal op de helling zet door een uitzondering te maken.

 

01.16  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je ne vous demande pas de déroger aux procédures, mais bien de veiller à ce que les procédures légales soient réellement accessibles. La Belgique a déjà été condamnée par la Cour de justice de l'Union européenne par le passé parce qu'elle rendait excessivement difficile le dépôt des demandes en personne. Ces questions de procédure électronique doivent, à mon avis, valoir dans tous les cas où il est impossible de se présenter en personne, et non pas uniquement pour ces 13 personnes.

 

Je vous demande également de donner effet aux visas qui ont effectivement été octroyés par la Belgique au lieu de saboter nos propres procédures. Franchement, je suis assez écœurée par tout ce que vous nous avez raconté ici et je veux donc rappeler une fois de plus de quoi et de qui on parle. On parle d'un chercheur qui est attendu par une équipe pour travailler sur un projet concernant les personnes sourdes et malentendantes. On parle d'un médecin, qui pourra ensuite retourner à Gaza. On parle aussi – ou on en parle moins – d'un professeur recruté à Liège pour y poursuivre ses recherches, lequel a obtenu un visa il y a deux ans, et un permis de travail depuis deux ans. Ce professeur possède un document qui pourrait lui permettre d'aller chercher son visa, mais il ne peut pas quitter Gaza pour y aller.

 

Pendant que toutes ces personnes attendent en vain, je me permets juste de rappeler que, pour les talibans, il y avait des visas.

 

Vous prétendez lutter contre la migration illégale mais, en réalité, vous luttez contre la migration tout court et la rendez donc vous-même de plus en plus illégale: vous restreignez les voies légales d'accès. Vous les rendez plus chères. Vous rendez impossible le dépôt de demandes de visa. Vous refusez de faire venir les personnes qui ont obtenu des visas.

 

Vous reprochez, par ailleurs, à des personnes de vouloir potentiellement, dans le futur, abuser des procédures légales et vous en faites un argument pour ne pas les faire venir. En fait, avec vous, les personnes qui ont besoin de protection perdent à tous les coups.

 

Cette attitude a été décrite jeudi dernier par Pascal Debruyne dans son article dans De Standaard – je suis sûre que vous l'avez lu – qui parle du véritable effet domino: à coup de décisions comme celle-ci, on normalise l'extrême droite en reprenant ses concepts, ses images et ses solutions. M. Debruyne explique que, lorsque la protection est présentée comme un risque, l'accès légal comme une porte dérobée, le regroupement familial comme une menace et les décisions judiciaires comme des obstacles à l'administration, c'est là qu'on a un vrai effet domino, réellement dangereux.

 

C'est à cela qu'on assiste. Je ne resterai pas les bras croisés face à cette indignité, et les partis qui vous soutiennent au gouvernement et qui vous maintiennent à votre poste portent tous une responsabilité dans cette situation.

 

01.17  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, dit gaat niet over kiezen tussen migratie en geen migratie; daar gaat het echt niet over. U kiest hier ook niet voor een concrete toekomst, maar voor een denkbeeld, een schrikbeeld dat u probeert te creëren. De mensen die hiernaartoe willen komen, zijn jongedames en jongeheren die hier komen studeren, knappe koppen die mee onze universiteiten ten voordele van ons land versterken en mogelijk en hopelijk ooit ook ten voordele van Palestina, zodat ze daarnaartoe kunnen gaan om dat land weer op te bouwen. Kennismigratie staat in ons regeerakkoord en is iets – want ik luister altijd met volle aandacht naar u – waar u volledig achter staat.

 

Mevrouw de minister, u gebruikt het argument van de ambassades. Als u de situatie in Palestina op dit moment kent – u bent natuurlijk minister van Migratie, ik kan er niet van uitgaan dat u alles weet –, weet u om te beginnen dat we op dit moment geen Belgische ambassade in Palestina hebben. Die ligt in Israël, voor alle duidelijkheid. Ik ben heel benieuwd hoe die mensen daar zouden moeten raken. Ik ben er oprecht heel benieuwd naar, als dat uw argument is. Dat u in zo'n situatie durft te vragen: ga maar naar een ambassade van al dan niet je eigen land, maar in elk geval in een onmogelijk gevaarlijke situatie! Dat kunt u niet aanvoeren als argument.

 

En dan is er nog het argument van het precedent. Nu wordt het zeer interessant. Het is hier al gezegd: bij uw voorganger Theo Francken en de situatie toen in Syrië kon alles, en snel. Terecht, want iedereen die in een gevaarlijke situatie zit, moeten we zo snel mogelijk helpen. Daar mag geen verschil zijn. Het argument van "inhumaan, want we doen het voor de ene en niet voor de andere" is een verkeerde instelling, mevrouw de minister. Dat is een verkeerde instelling!

 

Mevrouw de minister, het gaat hier over 13 jonge studenten. Dertien studenten. Stelt u zich gewoon even voor – ik wil het niet persoonlijk maken – dat u mama of papa bent van die 13 studenten, die jong zijn en hun hele leven nog moeten voorbereiden. Die studenten willen hun kennis versterken in een ander land en dat ander land mee versterken, om daarna terug te keren naar hun eigen land, dat elke dag wordt kapotgebombardeerd. Daarbij moeten ze maar hopen dat de wereld ooit de ballen heeft om een tweestatenoplossing uit te werken. Tegen hen zegt u neen.

 

Ik sluit af. Mevrouw de minister, ik geloof niet dat u dat zegt, ik geloof niet dat hier mevrouw Van Bossuyt spreekt. Ik meen wel dat dit partijpolitiek is, de partijpolitiek die we van het Vlaams Belang al kenden, maar die ook de N-VA aanhangt en die ijvert voor een anti-Palestijns beleid en een pro-Israëlisch beleid.

 

01.18  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer El Yakhloufi, we zullen zelf wel beslissen welk beleid we voeren.

 

Mevrouw de minister, ik merk bij veel partijen een erg grote selectieve verontwaardiging op. Voor die 13 studenten uit Gaza moeten we plots alle registers opentrekken, geen controles meer uitvoeren en de normale procedures niet meer toepassen. Niemand hier pleitte met dezelfde selectieve verontwaardiging bij minister Van Bossuyt om dat ook voor die 100 Senegalezen te doen en om dat ook voor al die andere categorieën te doen, zodat er uiteindelijk geen rem meer op staat.

 

Iedereen gooit een heleboel zaken op één hoop. Ik denk dat de collega's vergeten zijn welke juridische strijd toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, heeft moeten voeren voor de aanvraag van een humanitair visum voor een Syrisch gezin, enkel en alleen met het doel om asiel aan te vragen. Die aanvraag kwam natuurlijk ook in de ambassade aan bod, door middel van een gesprek en een verhoor. Daar worden al die zaken gecontroleerd. Als het gaat om het afleveren van een studnetenvisum, worden daar gesprekken gevoerd en vragenlijsten aan toegevoegd, zodat men het werkelijke motief voor de reis naar België achterhaalt. De personen worden daar gecontroleerd. Mevrouw de minister, er moet effectief worden gebruikgemaakt van de mogelijkheid om op ambassades de nodige controles uit te voeren.

 

Collega’s, het is jammer dat op deze manier een puur politiek spel wordt gespeeld, inderdaad op de kap van 13 individuele dossiers.

 

Mevrouw de minister, het verheugt mij dat u wel uw job doet in het algemeen belang. Dat is een belangrijke taak en daarvoor zult u inderdaad heel wat onterechte verwijten krijgen. Uw diensten staan ook volledig achter die beleidslijn. Dat is ook altijd al de lijn geweest en dat zijn ook de zaken waarvoor zij waarschuwen. De experten zijn dag in, dag uit bezig met het vreemdelingenrecht. Op vlak van de humanitaire visa voor dat Syrische gezin kreeg toenmalig staatssecretaris Theo Francken over de hele lijn gelijk, tot in de zoveelste beroepsprocedure toe.

 

Mevrouw de minister, zorg ervoor dat u recht in uw schoenen staat. Bekijk het zelf ook altijd grondig. U kennende, zult u dat ook altijd doen met het hart op de juiste plaats.

 

01.19  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ik neem nog even het woord in de replieken.

 

Ik ben altijd bereid om te luisteren naar wat er wordt gezegd. Ik heb dat ook gisteren gezegd. Ik wilde nog eens grondig van u horen welke uitzonderingen of precedenten er al dan niet zouden spelen.

 

U gaf vooral twee argumenten. Een eerste argument betreft de fysieke verschijning op het consulaat. Een digitale aanvraag zou een precedent zijn, ongezien zijn en de deur openzetten. Het tweede argument heeft betrekking op de actieve evacuatie. Dat argument begrijp ik misschien wat beter, want waar begint dat en waar eindigt dat?

 

Uw argument dat de uitzonderingen precedenten zullen creëren en vervolgens een domino-effect zullen veroorzaken, overtuigt me eerlijk gezegd niet volledig. Het gaat immers over 13 dossiers van Palestijnse studenten die dus een visum krijgen en via een legale migratieweg naar ons land proberen te komen. Er is naar mijn mening sprake van een zeer uitzonderlijke situatie. Tegenover de digitale verschijning en de actieve evacuatie, waartoe andere landen blijkbaar wel bereid zijn en wij niet, is de precedentswaarde die wordt voorgehouden, toch heel mager.

 

Het is jammer dat die dossiers buiten proportie worden opgeblazen. Het doet mij een beetje onwillekeurig denken aan het VN-migratiepact destijds. Daar wordt de regering nu door gegijzeld. Een dossier dat feitelijk niet het gewicht moet krijgen dat het nu plots krijgt, doorkruist blijkbaar de begrotingsbespreking. Over dat dossier is het de laatste tijd gegaan. Het gaat veel te weinig over waar het over moet gaan, namelijk de begroting en de herlancering van onze economische groei. Ik vind het jammer dat die studenten niet naar hier kunnen komen wegens een aantal uitzonderingen of precedenten die worden opgeworpen en die er volgens mij niet zouden moeten zijn.

 

Het doet mij trouwens ook denken aan Olivier Vandecasteele uit Iran. De N-VA hield toen ook voor dat dat de deur zou openzetten voor allerhande kidnappings. Op een gegeven moment kunnen humanitaire daden worden gesteld zonder dat moet worden voorgehouden dat ze de deur openzetten naar een domino-effect, waarvan voor mij nog altijd niet duidelijk is hoe groot dat dan zou moeten zijn. Het gaat over studenten die hier zouden kunnen studeren en hun land weer opbouwen. Ik zie het niet. Ik vind het jammer.

 

De voorzitter: We sluiten dit actualiteitsdebat.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- François De Smet à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La suppression de places d'accueil dans le cadre du Brussels Deal" (56018003C)

- Greet Daems à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Brussels Deal" (56018653C)

- Khalil Aouasti à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Brussels Deal" (56018853C)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La réduction des places d'accueil dans le cadre du Brussels Deal" (56018872C)

- Claire Hugon Lecharlier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La suppression de 1 000 places d'accueil à Bruxelles par le gouvernement fédéral" (56018938C)

02 Samengevoegde vragen van

- François De Smet aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De schrapping van opvangplaatsen in het kader van de Brussels Deal" (56018003C)

- Greet Daems aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De Brussels Deal" (56018653C)

- Khalil Aouasti aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De Brussels Deal" (56018853C)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De afbouw van opvangplaatsen in het kader van de Brussels Deal" (56018872C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De schrapping van 1.000 opvangplaatsen in Brussel door de federale regering" (56018938C)

 

02.01  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, le gouvernement bruxellois a dénoncé en juillet dernier la décision unilatérale du gouvernement fédéral de supprimer une partie des 2 000 places d'accueil prévues dans le cadre du Brussels Deal. Ce dispositif, conclu en 2022, octroie chaque année 42 millions d'euros à la Région bruxelloise afin de financer 2 000 places d'accueil pour demandeurs de protection internationale. Selon le gouvernement bruxellois, la réduction a été décidée sans concertation préalable avec la région, alors même que Bruxelles concentre une part importante des besoins d'accueil du pays.

 

Rappelons que l'État belge a été condamné à de très nombreuses reprises, par des juridictions du travail comme par la Cour européenne des droits de l'homme, pour manquement à son obligation légale d'accueil, avec des astreintes à la clé. Le Brussels Deal ayant précisément été conçu pour renforcer la capacité d'accueil en associant la Région bruxelloise au financement fédéral, sa révision unilatérale interroge tant la loyauté fédérale que la capacité de la Belgique à respecter ses engagements internationaux.

 

Madame la ministre, confirmez-vous cette suppression dans le cadre du Brussels Deal? Si oui, de combien de places exactement parlons-nous?

 

Cette décision a-t-elle fait l'objet d'une concertation avec la région, et sur quelle base juridique?

 

Quel est l'impact chiffré de cette réduction sur la capacité globale d'accueil, sachant que le réseau Fedasil demeure sous tension et que la Belgique reste exposée à des condamnations et astreintes pour non-accueil?

 

De combien de places Bruxelles disposera-t-elle après cette décision?

 

L’articulation de cette mesure avec les obligations découlant de la loi du 12 janvier 2007 et de la directive Accueil a-t-elle été examinée?

 

Existe-t-il un mécanisme de compensation ou un calendrier de rétablissement des places?

 

02.02  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, toen de Brussels Deal eind 2022 gesloten werd, was de federale opvangcapaciteit volledig verzadigd. Daarom kwamen er in Brussel 2.000 tijdelijke opvangplaatsen bij, zodat mensen die recht hadden op opvang niet op straat zouden moeten slapen.

 

Nu hebt u de financiering van 1.000 plaatsen geschrapt. In De zevende dag zei u dat er op dit moment 664 mensen op de doorstroomlijst staan en dat het daarom niet logisch is om 2.000 plaatsen te blijven financieren. Als we kijken naar wat er zich afspeelt in de straten van Brussel, dan zien we echter dat er nog heel veel nood is aan opvang.

 

In juli moest Samusocial 244 gezinnen melden dat er geen plaats was. Bij die gezinnen waren 238 kinderen, onder wie 65 jonger dan 2 jaar. In de eerste week van september was er opnieuw geen plaats voor 78 gezinnen. Dat zijn gezinnen en kinderen die vandaag letterlijk geen bed hebben.

 

U zegt dat u als minister van Asiel en Migratie niet bevoegd bent voor daklozen. Wanneer federale beslissingen ertoe leiden dat mensen hun toegang tot opvang verliezen, dan kan de federale overheid toch moeilijk zeggen dat wat er daarna met die mensen gebeurt, haar niet aangaat.

 

Hebt u zicht op wie vandaag door uw opvangbeleid zonder opvang komt te zitten? Hoeveel mensen zijn er sinds de verstrenging van de opvangregels op straat of in de daklozenopvang terechtgekomen? Hoe verklaart u dat de doorstroomlijst volgens u afneemt, terwijl Samusocial tegelijk steeds meer gezinnen moet weigeren?

 

U beloofde overleg met de Brusselse regering. Heeft dat overleg plaatsgevonden? Bent u bereid de geschrapte plaatsen opnieuw te financieren zolang er op het terrein aantoonbaar geen opvangcapaciteit is?

 

02.03  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, depuis 2022, le Brussels Deal finance en réalité 2 000 places d’accueil pour des demandeurs d’asile à Bruxelles. Pour rappel, le Brussels Deal devait constituer une solution pour pallier la saturation du réseau Fedasil à la suite du choix qui avait été opéré par le ministre Francken de fermer des milliers de places en Belgique. Ces fermetures ont engendré une crise de l’accueil et du sans-abrisme à Bruxelles, et les autorités bruxelloises n’avaient eu d’autre choix que de pallier l’insuffisance et l’absence de l'autorité fédérale pour offrir un toit à ces familles, femmes, hommes et enfants.

 

Pendant des années, le rôle de Bruxelles dans la gestion de cette crise n’a pas été reconnu. Aujourd’hui, avec la décision que vous avez prise cet été, vous faites exactement de même. Or ce besoin est présent puisqu’on estime à près de 3 000 personnes le nombre de personnes à Bruxelles qui devraient bénéficier d’un accueil dans le réseau Fedasil, soit plus que les 2 000 places actuelles du Brussels Deal. Or vous avez profité de l’été pour annoncer une suppression brutale de 1 000 places d’accueil – 600 en plus que les 400 que vous aviez déjà annoncées, pour être tout à fait exact – dans le réseau bruxellois, sans concertation avec le gouvernement régional.

 

Vous justifiez la suppression de ces 1 000 places par la baisse de la demande, sans jamais indiquer si celle-ci se répartissait équitablement sur le territoire fédéral, d’autant plus lorsque vous réduisez structurellement la capacité d’accueil du réseau belge et que Bruxelles est le seul lieu d’enregistrement et d’inscription. Votre décision, prise sans concertation avec le secteur et avec les autorités politiques, aura des conséquences désastreuses. Vous ne semblez pas entendre les appels à l’aide des opérateurs de terrain et ne semblez pas lire les chiffres réels quant aux besoins d’accueil à Bruxelles.

 

Nous savons que le nombre de places actuelles n'est pas suffisant pour assurer un lit à toutes celles et tous ceux qui sont en procédure d’asile. Ce faisant, à l’approche de l’hiver, vous risquez de créer une crise de l’accueil doublée d’une crise du sans-abrisme à Bruxelles.

 

Madame la ministre, sur quelles données vous êtes-vous basée pour estimer les besoins de Bruxelles à 1 000 places d’accueil, alors que le secteur indique qu’il en faudrait au moins 3 000?

 

Quelles mesures transitoires offrez-vous au secteur qui fait face à cette décision brutale?

 

Quelles mesures comptez-vous prendre pour prévenir une situation similaire à celle du parc Maximilien?

 

Allez-vous soutenir Bruxelles pour faire face aux conséquences de vos décisions? Dans l'affirmative, comment? Comment compenser les CPAS qui devront intervenir? À quoi le budget de ces suppressions sera-t-il réaffecté?

 

02.04  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u besliste deze zomer om de opvangcapaciteit binnen de Brussels Deal te halveren van 2.000 naar 1.000 plaatsen. Sinds 2022 financiert de federale regering die opvangplaatsen om het tekort aan plaatsen in het reguliere netwerk op te vangen. Verzoekers om internationale bescherming met recht op opvang belanden vandaag op steeds straat. Er zouden nog zo’n 650 mensen op de wachtlijst staan. U antwoordde door te stellen dat de federale regering momenteel meer plaatsen financiert dan er mensen op de wachtlijst staan.

 

Ik weet niet of u als minister soms gaat wandelen in Brussel of in stationsbuurten, maar als men op straat kijkt, dan ziet men wel dat er wel degelijk een probleem is. Dat zeggen ook alle experten op het terrein.

 

U erkent aan de ene kant wel dat er een groot probleem is in Brussel, maar aan de andere kant stopt u gewoon met de huidige Brussels Deal. U alludeerde in de media op een soort Brussels Deal 2.0. Ik ben benieuwd wat dat dan zal worden.

 

Ik heb ook altijd gedacht – dat was de verzekering die collega El Yakhloufi ons gaf – dat er niet geraakt zou worden aan de opvangplaatsen voor de wachtlijst weg is. Ondertussen zien we dat dat dus wel gebeurt. Misschien bekijken ze dat bij Vooruit ondertussen anders.

 

Mijn vraag is concreet de volgende. Hoeveel mensen staan er nu nog op de wachtlijst? Blijft u erbij dat wat de ngo's over de humanitaire noodsituatie in Brussel zeggen, nonsens is? Dat is immers wat u elke keer opnieuw zegt.

 

Er is overleg geweest met de Brusselse regering. Werd er vooruitgang geboekt? Is daar iets uitgekomen? Hoe ziet u die Brussels Deal 2.0 concreet? Kunt u daarover wat informatie geven?

 

Ik herhaal mijn uitnodiging, mevrouw de minister. We zouden eens samen op stap gaan. Ik zou u de mensen tonen die recht hebben op opvang, maar die van u geen plaats krijgen. U zou mij andere dingen tonen, al weet ik niet meer wat. Het is nog mooi weer, we zouden een van deze weken aan elkaar kunnen tonen hoe het er nu werkelijk aan toe gaat.

 

De voorzitter: Ik herinner me dat, mijnheer Vandemaele.

 

02.05  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, dans le cadre de l'accord appelé "Brussels Deal", passé entre Fedasil et l'administration bruxelloise, environ 2 000 places d'accueil étaient financées par l'autorité fédérale pour les publics en migration en Région bruxelloise. En juin, je vous interrogeais sur l'intention de votre gouvernement de supprimer le financement de 300 de ces places d'accueil. Cette décision aurait pris effet pendant les vacances.

 

Courant juillet, nous avons appris votre intention de supprimer 700 places supplémentaires, soit près de 1 000 places qui disparaîtraient à Bruxelles dans un futur proche. Cela va diamétralement à l'encontre des besoins et observations du terrain. Le Samusocial communique qu'en juillet 2026, quatre familles sur cinq en besoin d'hébergement n'ont pu l'obtenir en raison de la saturation du réseau. Dans ces familles, il y avait 238 enfants, dont 65 de moins de 2 ans et 15 nourrissons de moins de 6 mois. Ces personnes se retrouvent à la rue à cause de la saturation du réseau.

 

Nous savons ce que produit ce genre de décision, car nous l'avons vu en 2015 et 2017. Des centaines de personnes se retrouvent sans solution d'hébergement, dans des conditions sanitaires complètement dégradées, et vont devoir aller au parc Maximilien, à la gare du Nord et dans d'autres endroits encore. Nous refusons que cette situation se reproduise.

 

Vous m'aviez répondu en juin dernier que vous entrepreniez la renégociation du Brussels Deal. Il semblerait que ces négociations conditionneraient notamment le financement à certaines trajectoires. Je voudrais en savoir plus à ce sujet, car je ne vois pas à quoi cela renvoie.

 

Madame la ministre, quelles sont les places concernées par ces suppressions? Quelles places resteront ouvertes? Comment ces décisions ont-elles été prises?

 

À quelle date le financement de ces places disparaîtra-t-il? À combien se montent les financements supprimés?

 

Quelle concertation est organisée avec les acteurs du secteur et les opérateurs de terrain, ainsi qu'avec le gouvernement bruxellois?

 

Quelles sont ces éventuelles trajectoires dont j'entends parler?

 

Quelle transition sera organisée entre l'accord initial et ce futur Brussels Deal?

 

Quelles sont les conséquences attendues de ces coupes sur le nombre de personnes à la rue et leur suivi juridique, sanitaire, médical, humanitaire? Mesurez-vous, outre la détresse, les parcours interrompus, le risque d'exploitation ou de traite des êtres humains? Comment une telle décision contribue-t-elle à la sécurité à Bruxelles?

 

Quelles seront les conséquences de ces coupes sur les opérateurs bruxellois? Quels sont les risques en termes de licenciement, de financement, de gestion et d'expertise?

 

Je vous remercie d'avance pour vos réponses et vous présente mes excuses de manière préventive, car je devrai peut-être partir pour participer au débat en commission de la Justice sur la surpopulation carcérale. Dans ce cas, je lirai vos réponses avec attention.

 

02.06  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, Brussel heeft altijd om een Brussels Deal gevraagd. Eigenlijk vraagt Brussel aan het federale niveau om de daklozenopvang te financieren. Onder Vivaldi en tijdens de grote instroom van toen werd er beslist om daarvoor financiële middelen uit te trekken.

 

Wat zeer opmerkelijk is, is dat de samenwerking met de diensten over wie er precies in de opvang zit, hoe we kunnen werken aan de terugkeer en hoeveel afgewezen asielzoekers van die opvang gebruikmaken, praktisch onbestaande is.

 

Mevrouw de minister, ik vind dat u van die samenwerking een voorwaarde moet maken. U moet duidelijk stellen dat er in een Brussels Deal, volgens het principe ‘voor wat hoort wat’, ook gewerkt moet worden aan de terugkeer, bij voorkeur vrijwillig. Als het niet anders kan, moet het om verplichte terugkeer gaan.

 

Het is niet de rol van de federale regering of een federale dienst om middelen te verstrekken voor de loutere opvang van daklozen in Brussel. We hebben de cijfers gezien. U hebt al gecommuniceerd over de daling van de asielcijfers. We zien een forse daling en hebben daarom ook gezegd dat we het aantal opvangplaatsen zullen afbouwen. Dat wilt u hier ongetwijfeld ook doen.

 

Mevrouw de minister, kunt u mij een stand van zaken geven over de afbouw van de opvangplaatsen en toelichting geven bij de huidige stand van zaken van de doorstroomlijst? Daarmee is het in het verleden onder Vivaldi immers begonnen: 2.000 plaatsen voor de opvang van personen op de doorstroomlijst. Hoe staat het daar momenteel mee?

 

02.07  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, u hebt in het verleden al 65.000 euro geschrapt voor het grootstedenbeleid. U schrapt jaar na jaar in de opvang voor daklozen in Brussel. We kunnen erover discussiëren of dat een taak voor Brussel is en of de federale regering daarin ook een belang heeft. Door de Europese richtlijnen of wetten die er zijn gekomen, heeft niet iedereen meer recht op opvang. Dat is nu eenmaal zo.

 

Ik zou heel scherp kunnen stellen dat dat door uw beleid komt, mevrouw de minister, maar het gaat om beleid dat vanuit Europa naar hier is gekomen en dat we toepassen. Dat klopt, maar, mevrouw de minister, ik ga het wel op u betrekken. Als u goed beleid voert en weet dat minder mensen recht hebben op opvang, dan moet u ook rekening houden met de gevolgen en de impact van dat beleid en die mee helpen oplossen. Door de nieuwe wetgeving en het beleid komen meer mensen op straat terecht en wordt Brussel met grotere problemen geconfronteerd. Vervolgens zegt u als federale minister – u bent nog steeds federaal minister, we zitten hier niet in het Vlaams Parlement – dat u uw handen daarvan aftrekt.

 

Mevrouw de minister, ik vind dat een heel rare redenering. Ik wil daarop verder ingaan in het belang van onze Belgen, onze Brusselaars en alle toeristen die Brussel aantrekt. Weet u waar die mensen naartoe gaan? Die wandelen door de straten, op verschillende manieren, en zijn het kwetsbaarst. Ze zijn niet gewassen en hebben niets boven het hoofd.

 

Weet u wat nog erger is? Dat zijn de goedkoopste werkkrachten voor het drugsmilieu, omdat ze moeten overleven. Dat zijn de mensen over wie we dagelijks lezen in de berichten over criminele feiten en over drugsdelicten. Dit gaat dus over meer dan alleen een Brussels Deal rond opvang. Dit heeft te maken met veiligheid. Ook u, mevrouw de minister, bent daarvoor verantwoordelijk. Daarom vraag ik u wat u zult doen voor de opvang van al die mensen in Brussel. Ik zeg het al op voorhand: het excuus waarmee u naar de minister van Binnenlandse Zaken verwijst, is zeker niet terecht, want het is uw verantwoordelijkheid. Het is immers een gevolg van uw beleid.

 

De voorzitter: Zijn er andere collega’s die nog het woord vragen? (Nee)

 

Dan geef ik het woord aan de minister.

 

02.08 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik wil graag even inpikken op wat mijnheer El Yakhloufi net zei. Blijkbaar zouden alle personen in illegaal verblijf in Brussel en het feit dat zij criminele feiten plegen enzovoort, mijn verantwoordelijkheid zijn.

 

Ik vind dat heel bijzonder, omdat we vandaag in Brussel het gevolg zien van een jarenlang beleid waarin niet mocht worden gezegd dat men, als men geen verblijfsrecht in België heeft, moet terugkeren. Heel veel organisaties vertelden aan de betrokkenen om te blijven en nog iets te proberen. Daarnet is het woordje humaniteit veel gevallen. Ik vind dat zeer onmenselijk.

 

U geeft het immers aan: wat is de enige uitweg voor die mensen? Dat is in de illegaliteit leven. Hoe kan men aan een inkomen geraken? Dat is bijna alleen door criminele feiten te plegen. Ik vrees dus dat er nu geoogst wordt wat er jarenlang gezaaid is in Brussel. We moeten gewoon samen veel meer dezelfde boodschap durven te vertellen, namelijk dat men moet terugkeren als men geen legaal verblijfsrecht heeft in België. Ik vind dat toch wel belangrijk.

 

Ik antwoord nu meer in het algemeen. Mevrouw Daems, u stelt in uw vraag dat ik bevoegd ben voor de Brusselse daklozenopvang. Ik zie u het hoofd schudden. In de schriftelijke neerslag van uw vraag zegt u evenwel: "Begrijpt u dat deze dakloze mensen eigenlijk ook deel uitmaken van uw bevoegdheid?" De Brusselse daklozen behoren echter niet tot mijn bevoegdheid. Wat ik als minister van Asiel en Migratie moet doen, is ervoor zorgen dat wie in een asielprocedure zit en recht heeft op opvang, die opvang ook werkelijk krijgt.

 

Voor personen die bescherming hebben gekregen – dus zodra de procedure is afgelopen en bescherming werd toegekend – en voor personen die geen asiel hebben gekregen of voor anderen, al dan niet Belgen, die van daklozenopvang gebruikmaken, ben ik als minister van Asiel en Migratie niet bevoegd.

 

Het klopt dat in de Brusselse daklozenopvang een groep personen in illegaal verblijf zit. Ik wil hier nog eens benadrukken dat wie een negatieve beslissing heeft gekregen in de asielprocedure en illegaal in het land verblijft, het land moet verlaten. Die terugkeer verloopt liefst vrijwillig, want dat is absoluut de duurzaamste vorm van terugkeer. Dat kan met re-integratiesteun, waarin we trouwens ook voorzien. De terugkeer verloopt echter gedwongen als het moet. Dat is nu eenmaal de wet.

 

Die eerlijke boodschap moet echter door iedereen worden gedragen, ook door de ngo's die zogezegd handelen in het belang van mensen in illegaal verblijf.

 

Je ne décide dès lors pas de la fermeture ou non des places d'accueil dans le cadre du Brussels Deal. Il s'agit d'une décision du gouvernement bruxellois.

 

Ce que j'ai en revanche décidé, c'est de réduire progressivement le financement fédéral de ces places, spécifiquement pour le public-cible des demandeurs d'asile. Étant donné que le nombre de demandeurs d'asile diminue sensiblement, Fedasil a de moins en moins besoin de ces places.

 

Sous la Vivaldi, il avait été décidé de prendre en charge "temporairement" – j'y insiste – une partie du financement de l'accueil des personnes sans abri à Bruxelles, parce qu'un grand nombre de demandeurs d'asile ne pouvaient pas être accueillis immédiatement dans un centre d'accueil ordinaire de Fedasil. Ils ont donc obtenu une place dans l'accueil bruxellois des personnes sans abri dans le cadre du Brussels Deal.

 

Die situatie is dankzij ons beleid veranderd. De instroom van asielzoekers blijft dalen. Daardoor kunnen we steeds meer mensen onderbrengen in een 'gewoon' opvangcentrum en staan er minder mensen op de doorstroomlijst. Ik denk dat het ons aller betrachting is dat er geen mensen meer op de doorstroomlijst staan en dat we de mensen die recht hebben op opvang, kunnen opvangen in een asielcentrum, dat daarvoor dient. De Europese Commissie tikt ons trouwens op de vingers voor het bestaan van die doorstroomlijst. Voor mij is het dus evident dat we de voorrang geven aan de opvang van Fedasil, als asielzoekers daar terechtkunnen.

 

Daaruit vloeit voort dat we stelselmatig de plaatsen voor asielzoekers terug kunnen geven aan de Brusselse regering voor de daklozenopvang, het doelpubliek waarvoor die plaatsen in de Brussels Deal ook gebruikt werden. U moet namelijk weten dat er in de Brusselse daklozenopvang een drieduizendtal opvangplaatsen waren. Het is niet zo dat er, sinds wij met de federale overheid 2.000 plaatsen financieren, 2.000 plaatsen bij zijn gekomen. Het aantal plaatsen is hetzelfde gebleven; er zijn er nu gewoon 2.000 die wij federaal financieren, terwijl Brussel er nog maar 1.000 moet financieren. Daarover gaat het. Er zijn geen plaatsen bij gekomen, Brussel heeft er gewoon voor gekozen om de financiering nu federaal te laten gebeuren. Het is dan ook logisch dat we onze federale bijdrage bijstellen.

 

De Brussels Deal heeft trouwens nauwelijks bijkomende plaatsen gecreëerd, zoals ik al zei. Het was in essentie een verschuiving van het regionale niveau naar het federale niveau op het vlak van financiering.

 

Votre question, monsieur De Smet, date déjà d'un certain temps. J'ai donc préparé des réponses à la question telle que vous l'aviez déposée. Entre-temps, la situation a quelque peu évolué, comme vous avez également pu l'apprendre par la presse.

 

Pour revenir concrètement à votre question, oui, le 30 juin dernier, à ma demande, Fedasil a effectivement entrepris la désactivation de 300 places d'accueil financées dans le cadre du Brussels Deal, dont 95 places destinées aux mineurs étrangers non accompagnés et 205 places génériques.

 

Ik zal het in het Nederlands zeggen, zodat ik geen fouten maak. Dat was trouwens op vraag van de organisaties zelf. Zij hadden gezegd dat ze te veel plaatsen voor niet-begeleide minderjarigen hadden die niet gebruikt werden, dus dat ze die plaatsen niet nodig hadden. Zij hebben ons dat signaal gegeven.

 

Cette décision a été annoncée une première fois lors du comité de pilotage du 20 mai, en présence des représentants des cabinets Dilliès, De Smedt et Laaouej, ainsi que de Bruss'Help. Elle a ensuite été confirmée lors d'une réunion bilatérale avec mon collègue le ministre Laaouej, le 1er juin, puis lors d'une réunion de suivi le 22 juin.

 

Monsieur Aouasti et madame Lecharlier, comme vous avez également pu le lire entre-temps, le nombre de places que nous finançons au niveau fédéral dans le cadre du Brussels Deal a été ramené à 1 000. L'argent des contribuables ne peut être dépensé qu'une seule fois. Si moins de 1 000 personnes figurent structurellement sur la liste de transition, je ne vais pas continuer à financer 2 000 places. Actuellement, 474 personnes figurent sur cette liste, soit largement en dessous du seuil de 1 000 personnes.

 

Er staan dus nog maar 474 personen op de doorstroomlijst, mijnheer Vandemaele. Dat is dus een enorme daling ten opzichte van het aantal personen dat op die lijst stond onder uw regering, of althans de regering waarvan uw partij deel uitmaakte. Het waren er toen bijna 4.000 en momenteel zijn het er 474. Dat toont heel goed aan dat wij werk willen maken van kwalitatieve opvang voor de mensen die daar recht op hebben.

 

Nous devons veiller à ce qu'aucune personne ayant droit à l'accueil ne dorme dans la rue, contrairement à ce qui se passait sous le gouvernement précédent.

 

Mijnheer Vandemaele en mevrouw Lecharlier, wat jullie vraag over de Brussels Deal 2.0 betreft, hebben we de Brusselse regering een nieuw voorstel gedaan, waarbij we willen inzetten op voorwaardelijke en duurzame trajecten voor personen zonder verblijfsrecht, onder meer via begeleiding naar vrijwillige terugkeer. We zijn daar helemaal niet toe verplicht. We moeten dat vanuit het federale niveau helemaal niet doen. Ik erken echter dat er een grote druk is op Brussel door asiel en migratie. Ik vind het dan ook mijn taak om toch een steentje bij te dragen, hoewel ik daar strikt genomen niet toe verplicht ben.

 

Het onvoorwaardelijke systeem zoals het vandaag bestaat, moet evolueren naar een geconditioneerd en oplossingsgericht model. Daarbij moeten we ook duidelijk zijn: wie geen verblijfsrecht heeft, kan in België geen duurzame toekomst opbouwen. Veel meer over de Brussels Deal 2.0 kan ik in deze fase dus nog niet zeggen. Hoewel de tegenstellingen groot zijn, zijn de gesprekken met de Brusselse regering volop aan de gang en verlopen ze constructief.

 

Mevrouw Daems, ik heb het al meermaals gezegd: de plaatsen die we vanuit de federale overheid financieren via de Brussels Deal dienen specifiek voor de mensen op de doorstroomlijst. Het is aan het Brussels Gewest om verder invulling te geven aan de manier waarop het de daklozenopvang organiseert.

 

Zoals u weet, ben ik als minister van Grootstedenbeleid bevoegd voor Housing First. Daarover volgt later in deze vergadering nog een vraag, meer specifiek over Housing First for Youth, een fantastisch project. Ik doe daarvoor al meer dan wat eigenlijk vanuit het federale niveau zou moeten. Dat komt onder meer omdat we echt wel geloven in de meerwaarde van dat project. Het is dan ook niet echt nodig om mij hier met de vinger te wijzen. We werken constructief voort en hebben ook al meermaals met de verantwoordelijken van de Brusselse regering samengezeten.

 

Ik heb het in het begin al gezegd: misschien kunt u uw steentje bijdragen door de juiste boodschappen aan de mensen te geven. Wie hier geen legaal verblijfsrecht heeft, moet terugkeren naar het land van herkomst. Voor die mensen zelf is dat trouwens ook de meest duurzame manier om opnieuw een toekomst op te bouwen.

 

02.09  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoord.

 

Ik zou willen reageren op uw verklaringen ten aanzien van de heer El Yakhloufi. U gooit alle mensen zonder verblijfsdocumenten op een hoop. Als u zegt dat zij enkel geld kunnen verdienen via crimineel gedrag, dan bent u compleet blind voor wat er zich echt afspeelt. Die mensen hebben een job, maar geen arbeidsrechten. Ze worden uitgebuit en verdienen amper 5 euro per uur. Zelfs bij Fedasil werden ze tewerkgesteld. Dat is gewoon een feit. Ik vind het bijzonder kwalijk dat u hen allemaal afschildert als criminelen. Dat beeld klopt helemaal niet.

 

Ik wil ook reageren op uw stelling dat u niet bevoegd bent voor daklozen. Dat is precies het probleem. U kijkt alleen naar de mensen die nog op uw officiële wachtlijsten staan, maar niet naar de mensen die door uw beleid van de lijsten verdwijnen en vervolgens op straat terechtkomen. Die mensen hebben geen dak boven hun hoofd, omdat u zelf beslist hebt dat ze daar geen recht meer op hebben. U hebt wetten gemaakt die het opvangrecht van mensen op de vlucht inperken.

 

Dan verklaart u dat die mensen niet uw verantwoordelijkheid zijn. Dat is nogal cynisch, mevrouw de minister. Het resultaat van deze politiek blijft hetzelfde: gezinnen met kinderen worden de straat opgeduwd, kinderen slapen op straat door uw beleid.

 

02.10  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, c'est une situation particulière, puisque vous nous indiquez, et je vais simplement traduire votre propos: “Je n'ai pas fermé les places, je leur ai juste retiré les moyens de les maintenir ouvertes”. C'est bien cela que vous dites: “Mais, en fait, moi, je n'ai pas pris la décision de fermer des places. J'ai simplement dit: "Vous n'aurez plus le financement pour les maintenir ouvertes”. Cela signifie exactement la même chose.

 

Vous avez eu de fausses concertations, puisque vous vous targuez d'avoir vu à deux reprises le ministre Laaouej ainsi que le ministre-président Boris Dilliès. Mais avec quelles demandes étaient-ils venus vers vous? Non pas avec une demande de suppression de places! Ils étaient venus vers vous avec les statistiques de leur administration, indiquant qu'il fallait au minimum 2 400 places à Bruxelles dans le cadre de l'accord de coopération Brussels Deal, pour faire en sorte d'éviter un report de charge de la compétence fédérale sur la région. Ils étaient donc venus vers vous en indiquant que les 2 000 places financées étaient déjà insuffisantes et qu'il y avait, du fait de cette insuffisance, un report de charges sur la Région bruxelloise.

 

Il ne s'agit pas d'une question de sans-abrisme, mais d'une réalité d'accueil, qui relève de la compétence exclusive du fédéral et qui devait être gérée de manière à éviter que des personnes ayant droit à l'accueil dorment à la rue. Cette situation devait être gérée par défaut par la Région bruxelloise. Eux viennent donc avec une demande de 2 400 places et vous leur dites qu'il faut réduire à 1 000 places.

 

C'est un dialogue de sourds. En réalité, il n'y a pas eu de concertation. Il y a eu une décision prise de votre côté, de manière unilatérale, en vous fondant sur les chiffres globaux du territoire, sans tenir compte de la situation spécifique de la Région bruxelloise, où les personnes qui demandent l'asile arrivent parce qu'elles n'ont pas d'autre choix que d'introduire leur demande dans un autre ville qu'à Bruxelles. Elles ne peuvent pas introduire leur demande à Anvers, à Charleroi, à Gand ou à Liège. Elles doivent être à Bruxelles pour le faire. En attendant de bénéficier d'une solution d'accueil, elles restent donc à Bruxelles, subissent cette situation de sans-abrisme et sont prises en charge par les autorités bruxelloises.

 

Oui, il y a un problème. Oui, cette suppression de 1 000 places va réentraîner, à l'approche de l'hiver, une crise de l'accueil et du sans-abrisme. Comme d'habitude, les autorités bruxelloises devront décider d'agir avec l'humanité et la dignité nécessaires, là où votre gouvernement continuera à les regarder depuis son balcon.

 

02.11  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, Brussel vraagt altijd aan het federale niveau. Dat is niet toevallig. Alle asiel- en migratie-instellingen liggen immers in Brussel. Het is dus niet heel onlogisch dat het federale beleid een impact heeft op de concrete situatie in Brussel op straat. Heel gek is dat niet.

 

Ik heb goed naar uw antwoord geluisterd. Ik heb gehoord dat het nu de ngo’s en de advocaten zijn die de mensen verkeerd advies geven. Zij zijn niet eerlijk. In het vorige debat waren het nog de politici en de rechters die niet eerlijk waren. In het volgende debat zullen het denkelijk de journalisten zijn. Daarna hebben wij ongeveer elke tegenmacht gehad. Iedereen heeft dus ongelijk, behalve u, waarvan akte.

 

U hebt altijd gesteld dat u geen plaatsen zou afbouwen vooraleer de crisis zou zijn bezworen. In Brussel zien wij echter het tegendeel. Ik hoor bijvoorbeeld van de jeugdverblijfcentra dat ze allemaal de boodschap hebben gekregen dat ze deze winter geen opvangplaatsen meer moeten voorzien. Dat is blijkbaar niet meer nodig. Er wordt dus niet afgebouwd in de toekomst, er wordt vandaag al afgebouwd. Parlementsleden die dus beweren dat er pas zal worden afgebouwd nadat de doorstroomlijst is weggewerkt, hebben het mis, want dat, dat is niet waar. De noodopvang deze winter in jeugdverblijfcentra is weg. Alle betrokken jeugdverblijfcentra hebben die boodschap gekregen, net zoals men in Brussel de boodschap heeft gekregen dat ze gewoon weg moeten.

 

Mevrouw de minister, u kuist statistieken op. Als wij ooit naar verkiezingen gaan – die dag komt, wat mij betreft liever vandaag dan morgen – zult u kunnen vragen om eens naar uw statistieken te kijken, want u hebt de statistieken opgekuist. De cijfers die uit uw tabellen verdwijnen, zijn echter mensen die op straat komen. Dat is het debat dat wij hier al maanden, ondertussen al twee jaar, met elkaar voeren. U kuist statistieken op, maar u lost de problemen niet op. U schuift ze gewoon door naar andere bevoegdheidsniveaus en naar andere ministers, whatever, zolang u maar kunt uitpakken met uw mooie statistieken.

 

Het is heel triestig dat aan het beleid van een federale regering op die manier wordt vormgegeven. Plus est en vous. Ik kijk ernaar uit om uw Brussels Deal 2.0 te bestuderen.

 

De voorzitter: Wensen nog andere leden aan te sluiten bij de replieken?

 

02.12  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ook voor dit dossier luister ik graag naar de vragen en uw antwoorden. Uw redenering begrijp ik op zich wel. U verklaart dat u binnen die Brussels Deal onder een aantal voorwaarden in opvangplaatsen hebt voorzien. We merken dat die binnen dat strikte kader worden afgebouwd, en in die zin moeten we dus plaatsen sluiten. Ook budgettair vind ik dat een logische redenering. Het enige wat ik hoop, is dat u goede afspraken maakt met de Brusselse collega's op alle niveaus. Ik neem aan dat u samen met mij beseft – dat is de teneur die hier vaak naar voren komt – dat voor Brusselaars of Vlamingen die in Brussel werken, een dakloze een dakloze is, ongeacht het statuut of onder wiens bevoegdheid of budget hij valt. Ik zou vooral willen oproepen om goed samen te werken, zodat er werk van wordt gemaakt dat er niet te veel daklozen of mensen rondzwerven op plaatsen waar ze niet moeten zijn, waardoor het onveiligheidsgevoel toeneemt en er overlastfenomenen zijn.

 

In die zin sluit ik me bij u aan, maar het moet wel een en-enverhaal zijn. U probeert terecht werk te maken van een streng terugkeerbeleid dat strikt wordt georganiseerd. Diegenen die hier echter al zijn, zijn hier natuurlijk. We moeten bekijken hoe we daarmee over de beleidsniveaus heen kunnen omgaan.

 

Ik kan mij niet inbeelden dat er een groot aanzuigeffect zou zijn als mensen hier weten dat ze in bepaalde opvangcentra als dakloze een dak boven hun hoofd kunnen krijgen. Ik geloof niet dat ze daardoor massaal hiernaartoe zouden komen. Ik zou echter wel durven hopen dat diegenen die hier al zijn, toch op een menswaardige manier kunnen worden opgevangen, zodat minstens het onveiligheidsgevoel bij de Brusselaar en bij de Vlamingen die in een bepaalde buurt terechtkomen, kan worden verholpen.

 

Mijn oproep is dus om samen met uw collega's in Brussel aan de slag te gaan en ervoor te zorgen dat die mensen blijvend van straat kunnen geraken.

 

De voorzitter: Geen ander lid vraagt nog het woord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Actualiteitsdebat over de migratiecrisis en toegevoegde vragen van

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De migratiecrisis in de Spaanse exclave Ceuta" (56018176C)

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De impact van de migratiecrisis in de Spaanse exclave Ceuta op de Europese asielketen" (56018178C)

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het rapport van de Spaanse veiligheidsdiensten over de instrumentalisering van migratie door Marokko" (56018504C)

- Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De migratiecrisis in Ceuta" (56018866C)

- Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De gedeclasseerde Spaanse rapporten over de grensincidenten in Ceuta van 30 en 31 juli" (56018960C)

03 Débat d'actualité sur la crise migratoire et questions jointes de

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La crise migratoire à Ceuta, l'enclave espagnole sur le continent africain" (56018176C)

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'impact de la crise migratoire dans l'enclave espagnole de Ceuta sur la chaîne d'asile européenne" (56018178C)

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le rapport des services de sécurité espagnols sur l'instrumentalisation de la migration par le Maroc" (56018504C)

- Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La crise migratoire à Ceuta" (56018866C)

- Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les rapports espagnols déclassifiés sur les incidents frontaliers à Ceuta des 30 et 31 juillet" (56018960C)

 

03.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, eindelijk kan ik u hierover ondervragen. Ik wilde u hierover ondervragen tijdens het zomerreces, maar de Kamervoorzitter weigerde om daarvoor vervroegd de commissie bijeen te roepen. Hij vond de invasie van 72.000 migranten in een stad van 80.000 inwoners, in Ceuta blijkbaar niet belangrijk genoeg. Wij vinden dat alvast wel belangrijk.

 

Er was een invasie van 72.000 migranten. Twee dagen later werd gezegd dat die migranten allemaal waren teruggekeerd. Nu blijkt dat nog steeds 10.000 migranten in de enclave zitten, onder wie heel veel minderjarigen, die willen en volgens de geldende Europese migratieregels eigenlijk ook kunnen en mogen doorreizen naar Spanje.

 

We hebben de voorbije maanden veel gezien. Migranten hielden als barbaren een babydolfijn in de lucht en vermoordden die. Er werd geplunderd bij handelaars. Ik heb al genoeg beelden gezien van burgers die in elkaar geslagen werden. We zien ook vrouwen die op straat komen. Men ziet illegale nederzettingen op het strand en de handeltjes die ze daar drijven. Men ziet een explosie van het aantal criminele feiten.

 

Die invasie van migranten kwam er ongeveer twee maanden nadat het EU-migratiepact in werking trad. Veel politici spreken niet meer over dat EU-migratiepact, dat zogezegd alles zou oplossen. Wel, nu is alleszins bewezen dat dit zeker niet het geval is. De druk op onze grenzen begeeft het volledig en stort als een kaartenhuis ineen als een groep migranten gewoon onze grenzen probeert te doorboren.

 

Ik vraag mij af welke actie deze regering heeft ondernomen. Niets, behalve dan dat u de zogenaamde binnenkomstcontroles hebt verlengd. We weten allemaal dat uit cijfers blijkt dat amper 20 illegalen werden teruggestuurd naar het land van herkomst of naar een ander EU-land, ondanks die duizenden binnenkomstcontroles. Dat is dus eigenlijk een maat voor niets.

 

Mevrouw de minister, zitten er nog steeds 10.000 migranten in die enclave? Hoeveel minderjarigen zijn er? Zij kunnen volgens de Europese regels immers eventueel doorreizen.

 

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het EU-overleg? Er is de zogenaamde videoconferentie geweest tussen de nationale ministers van de verschillende Europese landen. Nadien is iedereen blijkbaar weer met vakantie gegaan, want we hebben niets meer gehoord.

 

Recent, een paar dagen geleden, kwam dan het bericht dat Spanje aan 250.000 migranten uit de Westelijke Sahara de Spaanse nationaliteit wil geven. We zien daar opnieuw dat Marokko getriggerd zal worden en we zien gevaren voor een nieuwe migratiecrisis.

 

Wat is de stand van zaken en welke maatregelen hebt u genomen?

 

03.02  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ook ik ben blij dat we hierover even van gedachten kunnen wisselen, want inderdaad, meer dan 80.000 personen hebben de Spaanse enclave Ceuta bestormd: we kunnen het eigenlijk niet anders noemen. Een groot deel van hen is teruggekeerd, maar er zijn nog altijd een duizendtal mensen aanwezig.

 

Het toont de kwetsbaarheid van onze EU-buitengrenzen aan.

 

Wat ik vooral verontrustend vond, was de verdeeldheid die dat binnen de Europese Unie teweeg kan brengen. Vanuit verschillende lidstaten wordt dan krampachtig gereageerd over het eventuele verscherpen van grenscontroles binnen de EU, wat volgens mij op zich zeer moeilijk is en ook niet echt wenselijk binnen de Schengenzone. Het zal volgens mij ook niet veel oplossen. Vooral de controle aan de buitengrenzen moet goed verlopen.

 

Nog belangrijker is dat we eigenlijk zien dat er achterliggend iets groters speelt, namelijk dat migratie als geopolitiek wapen kan worden gebruikt om de Europese Unie uit verband te proberen te spelen. We hebben dat gezien met Wit-Rusland. We hebben het een tijd geleden ook gezien met Turkije, dat migranten of mensen die proberen de grens over te steken naar de grens met Griekenland bracht. Dat is altijd de grote uitdaging en het gevaar.

 

De reden waarom ik ook een tweede  vraag heb ingediend, is dat ik wil weten wat de rol van Marokko hierin is. Ik weet niet of u het politieonderzoek van de Spaanse inlichtingendiensten intussen al hebt kunnen bekijken. Hopelijk wel, want daaruit blijkt dat het niet zou gaan om spontane migratie of mensensmokkel. Daaruit zou blijken dat de Marokkaanse overheid een gestuurde en geplande operatie heeft uitgevoerd, waarbij agenten in burger actief migranten instrueerden om de grens met de EU te bestormen.

 

Het doel lijkt mij vrij duidelijk, namelijk, zoals ik zei, het destabiliseren van het Europese migratiebeleid en, bij uitbreiding, de Europese Unie, omdat we aanvoelen aan alles wat beweegt binnen de EU dat het migratiethema zeer sterk leeft en ook zeer gevoelig ligt, en niet ten onrechte natuurlijk. Wat mij op dat vlak enorm stoort, is dat die chantage in schril contrast staat met de bilaterale afspraken die wij als land en de EU proberen te maken met de Marokkaanse autoriteiten als het neerkomt op terugkeerakkoorden. Op dat vlak kunnen we het toch niet anders benoemen dan dat Marokko een dubbel spel speelt. Men gaat altijd met individuele lidstaten onderhandelen, ook met ons, om bepaalde voordelen te bekomen. Om de een of andere achterliggende reden, welke die ook moge zijn, wordt dan blijkbaar een dubbel spel gespeeld. Ik vind het ongelooflijk en eigenlijk schandalig dat zoiets gebeurt.

 

Mevrouw de minister, ik heb een hele resem vragen ingediend in de tekst van mijn vraag. U hebt ze gelezen. Ik zal er een aantal van opsommen.

 

Ten eerste, hebt u met de regering kennisgenomen van dat rapport van de Spaanse inlichtingendiensten? Is dat besproken? Werd dat eventueel ook op Europees niveau besproken tijdens de spoedvergadering op 4 augustus? Was dat ook onderdeel van dat gesprek?

 

Ten tweede, hoe zal België zich diplomatiek opstellen? Ik bedoel daarmee niet alleen op het vlak van Buitenlandse Zaken, maar ook vanuit migratieoogpunt. Zullen we Marokko op dezelfde manier bejegenen zoals we dat bijvoorbeeld doen ten aanzien van Wit-Rusland, of wordt dat op een andere manier benaderd? Ik denk wel dat we daar toch kordaat moeten zijn en ook als land aan Marokko moeten tonen dat wij niet tolereren dat zij dergelijke acties ondernemen en coördineren.

 

Ten derde, hebben wij voldoende garanties dat Marokko nog steeds een betrouwbare partner is, ook op het vlak van de terugkeerakkoorden?

 

Ten vierde, zijn er maatregelen genomen sinds die gebeurtenis om een eventuele doorstroom te voorkomen? Ik heb begrepen dat zo'n enclave een ander statuut heeft binnen de Unie, dus ik neem aan dat u daarop zult ingaan. Het interesseert mij om te horen hoe dat juist in elkaar zit.

 

Bij mijn weten wordt Marokko nog steeds aangemerkt als een veilig land. Er zitten daar nu nog een hele hoop mensen in die enclave, van wie ik vermoed dat een groot deel effectief Marokkanen zijn en niet enkel doorgestroomde mensen die op zoek zijn naar asiel. Hoe kunnen die mensen, Marokkanen die in principe afkomstig zijn uit een veilig land, snel en efficiënt worden teruggestuurd zonder dat de hele asielprocedure overbelast wordt? Wordt daarover nagedacht binnen de Europese Unie of mee vanuit ons land? Hoe kan dat worden aangepakt, zodat die instroom naar beneden kan worden gebracht?

 

Last but not least en vers van de pers, u hebt misschien de State of the Union van mevrouw von der Leyen gezien, waarin ze meedeelde dat blijkbaar een European Emergency Response Framework zal worden gelanceerd. Ik verwacht van u niet dat u zich daarover al kunt uitspreken, maar er zou onder andere worden gesproken over het feit dat in bepaalde gevallen, als zich zo'n crisis voordoet, men de asielprocedures voor een beperkte periode zou kunnen opschorten. Dat is een van de maatregelen die men wil nemen. Daarnaast zou onder andere ook Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, worden versterkt. Ik neem aan dat u met volle aandacht zult kijken naar wat de Europese initiatieven zijn en dat u zult meewerken om het Europees asiel- en migratiebeleid te versterken, opdat dit zeker in tijden van zulke crisissen beter zou kunnen worden aangepakt.

 

03.03  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, toen we de beelden zagen binnenkomen van de aantallen mensen die daar de grens overstaken, kon ik bijna niet geloven dat de beelden echt waren. In tijden van artificiële intelligentie, waarin zoveel beelden niet met de werkelijkheid stroken, kon ik bijna niet geloven dat die beelden echt waren. Blijkbaar was dat toch het geval.

 

Als we zien wat er momenteel nog in Ceuta gebeurt, stellen we vast dat daar nog steeds een tienduizendtal mensen illegaal verblijven. Dat legt natuurlijk een enorme druk op de gewone inwoners van Ceuta.

 

Niet alleen ter plaatse, maar in de volledige Europese Unie heeft die gigantische toestroom voor heel wat reacties gezorgd. Dat komt niet het minst doordat Spanje in de maanden voordien een zeer grootschalige regularisatie heeft aangekondigd. Toen werd al gewaarschuwd voor het risico op een aanzuigeffect. In onze commissie voor Binnenlandse Zaken wordt daar heel vaak lacherig over gedaan.

 

Door dergelijke communicatie geeft een land het signaal dat iedereen maar moet komen, omdat men na een aantal maanden toch verblijfspapieren zal krijgen. Dat is het tegenovergestelde signaal van wat we als Europese Unie zouden moeten geven. Hiermee ondergraaft men volledig de inspanningen die de Europese Unie wil leveren om illegale migratie tegen te gaan.

 

Er gaan zoveel middelen naar grensbewaking en Frontex. We moeten de zuidelijke buitengrenzen van Europa veel beter afschermen. Het Schengengebied zal alleen standhouden als we de buitengrenzen streng bewaken, illegale migratie tegengaan, mensensmokkelnetwerken bestrijden en een kordaat terugkeerbeleid realiseren. Illegale binnenkomst mag nooit tot verblijf leiden.

 

Mevrouw de minister, kunt u de huidige situatie schetsen? Hoe beoordeelt u de impact van die crisis op ons land? Kunt u daarover een stand van zaken geven? In hoeverre hebt u nog contact met uw Spaanse en Marokkaanse collega-ministers?

 

Hoe reageert u op de aankondiging van een migratienoodwet door de Europese Commissie, door Ursula von der Leyen in haar State of the Union?

 

Hebt u cijfers over het aantal asielaanvragen in ons land van migranten die via Spanje zijn doorgereisd?

 

Kunt u toelichting geven bij de Europese steunmaatregelen? De Europese Unie heeft immers 114,7 miljoen euro aan noodhulp aangeboden om de grensbewaking te versterken. Wat kunt u daarover meer vertellen?

 

03.04  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, de situatie die zich in Ceuta, of Sebta, zoals het ook wel eens wordt genoemd, heeft voorgedaan, kunnen we echt het dieptepunt noemen in ons Europese migratieverhaal. We worden geconfronteerd met een diepmenselijke crisis en ik wil die ook benoemen. Het gaat over jonge mensen van wie het hoofd op hol is gebracht op sociale media door mensenhandelaars of mensensmokkelaars, of door anderen. Daarover zijn er heel wat verschillende meningen. Die mensen zijn naar Spanje getrokken met de valse hoop dat ze een verblijfsvergunning zouden krijgen. Over de honderden jongens en meisjes die daarbij het leven lieten, hoor ik niemand spreken. Die jongeren zijn zo wanhopig dat ze dat risico nemen en hun leven laten. Dat is voor mij een zeer diepmenselijke crisis.

 

We hebben gezien dat er in Europa sprake was van paniekvoetbal en, wat mij betreft, zelfs van weinig teamsport. Ik wil die gebeurtenissen dus ook niet laten passeren als het zoveelste fait divers. Ik wil opvolgen hoe we als Belgen constructief kunnen meedenken, zodat dergelijke zaken niet meer gebeuren, zodat we de handen in elkaar slaan en we als Europa een dergelijke situatie op een diplomatieke en menselijke manier en met een koel hoofd aanpakken. Al die naïevelingen die geloven dat we alleen als Vlaanderen moeten optreden of de grenzen moeten dichtdoen, moeten eens wakker worden. We moeten ageren samen met de EU.

 

Op 9 september publiceerde de Spaanse regering een reeks gedeclassificeerde rapporten en interne waarschuwingen over de massale grensoverschrijding die op 30 en 31 juli in Ceuta heeft plaatsgevonden. Uit de documenten blijkt dat verschillende Spaanse veiligheids- en inlichtingendiensten vooraf rekening hielden met grootschalige pogingen om de grens over te steken. Tegelijk liepen de analyses over de houding van de Marokkaanse autoriteiten uiteen. Sommige diensten spreken over passiviteit, sommige over een nalatig optreden, terwijl andere net geen aanwijzingen zien dat de migratiestroom bewust door de Marokkaanse staat werd ingezet.

 

Aangezien die gebeurtenissen ook raken aan de buitengrenzen van de Europese Unie, kunnen we niet meegaan in het idee van sommige partijen om Spanje dan maar uit de Schengenzone te zetten. Het verleggen van de grens naar de Pyreneeën maakt geen verschil. Het grote verschil maakt men wanneer men als sterk Europa solidair en collectief naar een oplossing zoekt. Dat is de enige manier om die situatie op te lossen.

 

Mevrouw de minister, ik heb daarover enkele vragen ingediend. Ik zou het bij deze toelichting willen houden. Staat u me toe dat ik aan mijn eerste ingediende vraag de vraag toevoeg of u vandaag het voorstel van Ursula von der Leyen in haar State of the Union hebt gehoord. Hoe gaat u daarmee om en hoe denkt u dat u en België worden betrokken bij het onder controle krijgen van migratie in de toekomst, als Europa?

 

03.05 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik zal eerst ingaan op de laatste vraag, die gesteld werd naar aanleiding van de State of the Union van Ursula von der Leyen. Ik herinner me nog heel goed de periode waarin ik zelf in het Europees Parlement zat. Er werd altijd reikhalzend uitgekeken naar de State of the Union van de voorzitter van de Europese Commissie. Het is belangrijk om de prioriteiten voor het komende jaar te kunnen vernemen.

 

Ik heb vandaag eerlijk gezegd nog geen minuut tijd gehad om de State of the Union te bekijken of te beluisteren, maar ik zal dat met zeer veel aandacht doen. Vanmorgen werd er op de radio al gespeculeerd over wat er allemaal zou worden gezegd. Die bijzondere procedure werd toen al voorspeld. Ik moet het echter nog bekijken.

 

Ik zal daar straks ook iets over zeggen. Als er een ding is dat we hebben geleerd uit de gebeurtenissen in Ceuta – en ik heb dat toen trouwens ook gezegd – is het dat we ons absoluut niet uit elkaar mogen laten spelen. In plaats van het kind met het badwater weg te gooien en Schengen op te zeggen – zoals sommige lidstaten eigenlijk bijna doen – moeten we Schengen juist versterken. Ik zal dus zeker nog bekijken wat de details daarvan zijn.

 

Toen ik het nieuws hoorde en de beelden uit Ceuta zag, was ik, net als u, geschokt. Het was inderdaad bijna surreëel, collega De Vreese. Tienduizenden mensen staken op illegale wijze de Europese buitengrenzen over. Daarbij lieten iets meer dan 100 mensen het leven. De gevolgen waren dramatisch. Dagenlang dwaalden mensen vervolgens in de Spaanse enclave rond.

 

Die taferelen hebben bij velen terecht niet alleen verbazing, maar ook angst opgewekt. De situatie in Ceuta toont opnieuw aan hoe belangrijk het is dat Europa zijn buitengrenzen doeltreffend bewaakt en irreguliere migratie tegengaat. Daarom heeft België de gezamenlijke brief van 22 lidstaten gesteund. Tegelijkertijd staat België solidair naast Spanje om de buitengrenzen beter te kunnen bewaken.

 

We moeten ook duidelijk zijn: illegale grensoverschrijdingen mogen in de regel niet leiden tot een verblijfsrecht in de Europese Unie. Wie in Europa wil werken of hier wil verblijven, moet daarvoor de juiste legale procedures volgen. We hebben dus nood aan sterkere buitengrenzen via Frontex en ook aan een verdere versterking en verstrenging van ons asielbeleid. Binnenkort zijn er besprekingen over het nieuwe mandaat van Frontex en onderhandelingen over het nieuwe meerjarig financieel kader binnen de Europese Unie. Ik denk dat daar zeker ook de nodige aandacht naar moet gaan.

 

Wat in Ceuta is gebeurd, heeft niets te maken met een klassieke asielcrisis. Mensen werden, zoals hier werd aangehaald, door desinformatie en criminele netwerken valse verwachtingen voorgespiegeld, met soms dramatische gevolgen. De menselijke tol van die gebeurtenissen is enorm. Daarom moeten we niet alleen kordaat reageren, maar vooral voorkomen dat dergelijke situaties zich opnieuw voordoen.

 

Ik lees dat meerderen van jullie mij vragen om met een beschuldigende vinger te wijzen naar één schuldige voor de massale instroom. Ik denk echter dat iedereen hier ondertussen weet dat het bij asielfenomenen helemaal niet zo simpel is, maar dat het vaak een samenspel van factoren is. In dit geval is er misschien wel sprake van de perfect storm, zoals het soms wordt genoemd: mensensmokkelaars die fake news spuien, buitenlandse invloeden die migranten inzetten als middel om de druk op te voeren en verdeeldheid te zaaien. Dat is bijna het instrumentaliseren van migranten. Mevrouw De Vreese, u hebt die term al eerder gebruikt. Daarnaast zijn er rechterlijke uitspraken die verkeerde verwachtingen scheppen. Ik denk daarbij aan een uitspraak van het Spaanse Grondwettelijk Hof.

 

Gesprekken daarover met Europese landen en derde landen behandelen we zo discreet mogelijk. Ronkende verklaringen leiden nergens toe en kunnen de goede relaties alleen maar verzuren.

 

De belangrijkste vraag is dus hoe we een dergelijke invasie in de toekomst kunnen voorkomen. We moeten vermijden dat mensensmokkelaars zwakke plekken in het Europese grensbeheer uitbuiten en zo migratiestromen op gang brengen. Frontex moet daarbij over voldoende middelen beschikken, en Europese steun aan landen onder migratiedruk moet gericht worden ingezet op grensbeheer en op het voorkomen van irreguliere grensoverschrijdingen. Schengen blijft voor België een hoeksteen van de Europese integratie en van het vrije verkeer van personen.

 

Mijnheer Di Nunzio, u vroeg onder meer naar de relatie tussen Ceuta en Schengen. Het is niet omdat men in Ceuta aankomt dat men automatisch ook toegang heeft tot de Schengenzone. Daar zijn extra controles voor. Wat eerst beweerd werd, namelijk dat die mensen nu allemaal toegang hebben tot Schengen, klopt dus niet. We mogen het systeem niet opgeven, maar we moeten het versterken. Schengen werkt alleen wanneer er doeltreffende buitengrenzen zijn, er wederzijds vertrouwen bestaat en lidstaten solidair zijn.

 

In uitzonderlijke omstandigheden laat het Europese kader bovendien toe om tijdelijke en proportionele binnengrenscontroles in te voeren. Wij maken daar, zoals andere lidstaten, gebruik van. Dat zijn ook de boodschappen die ik heb meegegeven op de ministerraad van 4 augustus.

 

Van het totaal afsluiten van onze grenzen is inderdaad geen sprake geweest. Zoals u weet, heeft Spanje ervoor gekozen om de behandeling van de asielaanvragen maximaal in Ceuta zelf af te handelen. Mevrouw Van Belleghem, u laat het graag uitschijnen alsof we onze grenzen met een vingerknip kunnen afsluiten, maar dat is uiteraard niet het geval.

 

Op nationaal niveau nemen we al lang voor de gebeurtenissen in Ceuta maatregelen om meer controle te krijgen op onze binnengrenzen en zijn er de binnenkomstcontroles. U hebt er zelf naar verwezen. U doet er een beetje lacherig over, maar als we dat niet doen, zou u er wellicht ook kritiek op hebben. We hebben trouwens beslist om die maatregelen alvast te verlengen tot eind dit jaar. Daarnaast is er een beperking van toepassing inzake de secundaire migratie, wat een duidelijk effect heeft op onze instroomcijfers.

 

Aangezien Spanje als lidstaat betrokken is bij de gebeurtenissen in Ceuta, geef ik graag een antwoord op de specifieke vragen over de procedure wanneer een vreemdeling om internationale bescherming verzoekt en blijkt dat Spanje de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van het verzoek. In dat geval zal een overdrachtsbeslissing aan de verzoeker worden betekend.

 

Momenteel hebben we geen indicatie dat er zich een bijzondere stroom van secundaire migratie voordoet van personen die betrokken waren bij de bestorming van Ceuta.

 

De agenda van de volgende Europese top is nog niet bepaald. Die agenda opstellen is een exclusieve bevoegdheid van het voorzitterschap. Daarop heb ik dus geen invloed. Ik kan u wel meedelen dat de brief met vijf concrete acties die de bevoegde Europese commissaris, Magnus Brunner, aan Spanje heeft bezorgd, voer kan vormen voor een diepgaande discussie op de volgende Europese Raad. Het is ondertussen heel duidelijk dat asiel en migratie hoog op de Europese agenda staan, maar ik deel zeker ook de mening dat we nu concrete resultaten moeten zien. Sterkere buitengrenzen zijn daarbij voor mij een absolute prioriteit.

 

Mijnheer Di Nunzio, de meeste van uw vragen over het CENIF-rapport vallen onder de bevoegdheid van mijn collega-minister Prévot. Ik heb zelf nog niet kennisgenomen van het rapport.

 

De laatste bijeenkomst van de bevoegde ministers vond plaats, zoals ik daarnet zei, tijdens de uitzonderlijke digitale Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 4 augustus. Het rapport waarnaar u verwijst, dateert van na 4 augustus en is dus nog niet besproken op de bevoegde Europese ministerraad.

 

Mevrouw De Vreese, wat uw vraag over de Europese steunmaatregelen betreft, kan ik u meedelen dat de Europese Unie 114,7 miljoen euro ter beschikking zou stellen, waarvan 82,7 miljoen euro uit het Europees Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie (AMIF) en 32 miljoen euro uit het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (BMVI). Het geld is bestemd voor onder meer warmtecamera's, observatiesystemen, drijvende barrières, onderwaterdrones, extra grenspersoneel en registratiecentra. Ook wordt de opvang uitgebreid, met speciale aandacht voor alleenstaande minderjarigen, en wordt de terugkeer van mensen zonder verblijfsrecht gefinancierd. Naast financiële steun komt er ook operationele steun vanuit agentschappen zoals Frontex, Europol en EUAA (European Union Agency for Asylum).

 

Ik heb tijdens de Europese ministerraad begin augustus benadrukt dat onze solidariteitsbijdragen in het kader van het solidariteitsmechanisme – België betaalt daarvoor financiële bijdragen aan Spanje – alleen mogen worden aangewend om gerichte maatregelen te nemen teneinde de buitengrenzen te beschermen en illegale migratie te vermijden en te bestrijden. Het is voor ons echt belangrijk dat de middelen die wij betalen, daarvoor worden gebruikt en niet voor andere doeleinden.

 

In antwoord op de vragen naar het aantal personen dat zich nog in Ceuta zou bevinden, lopen de schattingen van de verschillende Spaanse overheden uiteen, waardoor het moeilijk is om daar een exact cijfer op te plakken. Wel kan ik nog meedelen dat de Spaanse regering op 26 augustus heeft beslist om de migratiewet aan te passen, waarbij het vasthouden en terugsturen van alle uitgeprocedeerde migranten zal worden vergemakkelijkt. Spanje was op Europees niveau een wat vreemde eend in de bijt inzake asiel- en migratiebeleid. Sinds de gebeurtenissen in Ceuta is nu echter ook Spanje een bocht aan het nemen. 

 

Tot slot heb ik op de vragen over de beslissing van Spanje tot collectieve regularisatie al in een vorige commissievergadering geantwoord.

 

03.06  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, u zegt dat Spanje een vreemde eend in de bijt was op het vlak van migratieregels, maar bent u die terugkeerverordening vergeten? Welke landen doen daar niet aan mee? Spanje en dit land hier. Wij hebben ons onthouden op die terugkeerverordening. Alle andere landen doen niet mee. U bent dus ook een vreemde eend in de bijt.

 

U zegt dat Spanje zijn migratiewetgeving nadien heeft aangepast, maar wat heeft het nadien nog gedaan? Het zal aan tienduizenden mensen uit de Westelijke Sahara de Spaanse nationaliteit geven. Spanje heeft dus helemaal niets geleerd.

 

U blaast ook koud en warm. Warm is dat u in de pers zei dat die algemene regularisatie van illegalen in Spanje heeft gezorgd voor een aanzuigeffect. Nadien werd u waarschijnlijk door het kernkabinet teruggefloten, want de volgende dag kwam er die Europese brief, waar België een side letter aan toegevoegd heeft, waarin letterlijk staat dat de gebeurtenissen in Ceuta niet komen door het migratiebeleid van Spanje. Daarin hebt u dus letterlijk ontkend dat het lakse migratiebeleid van Spanje mede de oorzaak vormt van die waanzinnige invasie van migranten. U wilt het probleem dus zelfs niet erkennen, terwijl een Marokkaanse minister zelf het lakse migratiebeleid van Spanje heeft gehekeld en veroordeeld.

 

Premier De Wever zei dat hij geen grenscontroles wil invoeren en u hebt dat hier nog eens duidelijk herhaald. Grenscontroles zouden immers Schengen ondermijnen. Duitsland voert al maandenlang grenscontroles uit; daar is dat blijkbaar geen probleem. Als er echter één land is dat Schengen volledig om zeep helpt, dan is het Spanje wel door die 1,2 miljoen regularisaties, door hun waanzinnige rechtspraak, door aan 250.000 mensen de Spaanse nationaliteit te willen geven.

 

Dan mogen wij onze grenzen niet beschermen, terwijl andere landen in de Europese Unie het voor ons kapotmaken met hun lakse migratiebeleid, dat u trouwens niet wilt erkennen. U zegt zelfs dat we Schengen nog moeten versterken. Dat voorval in Spanje is het bewijs dat het Migratiepact helemaal niet werkt en ook nooit zal werken. Twee maanden geleden riepen de meerderheidspartijen hier allemaal hoera en zeiden dat het een stap in de goede richting was, maar een maand later, in de zomer, kwam iedereen tot de vaststelling dat het misschien toch niet had mogen zijn. De aanvragen van die asielzoekers zouden immers aan de buitengrenzen worden behandeld en asielzoekers zouden worden teruggestuurd als ze vanuit een veilig land komen. Van dat alles is nog niets in huis gekomen.

 

In het vijfpuntenplan van von der Leyen in haar State of the Union vandaag staat eigenlijk geen enkele nieuwe maatregel of geen enkele maatregel die een beetje hoop zou kunnen geven dat het eindelijk is doorgedrongen tot de Europese Unie dat illegale migratie alleen wordt bestreden door geen asiel meer te geven na illegale migratie. Dat staat daar totaal niet in. Er is dus geen enkele deftige oplossing. Frontex kan zijn job alleen maar deftig uitvoeren als het ook mensen kan weren aan de buitengrenzen en kan terugsturen. Dat staat er niet in.

 

Wij blijven hier gewoon aanmodderen en we zien de migranten maar toestromen. Proficiat, hoor, mevrouw de minister.

 

03.07  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik raad u aan om dat CNI-rapport zeker eens te lezen. Ik begrijp dat u zich wellicht vanuit diplomatiek oogpunt niet geroepen voelt om daarover uitspraken te doen. Ik heb begrepen dat de premier van Spanje daar eigenlijk ook niet over spreekt. Dat is wellicht ook de reden waarom het rapport op het internet is gelekt. Het gaat dus om een rapport van de Spaanse inlichtingendiensten dat zeker de moeite loont om te lezen, namelijk welke analyses daarin worden gemaakt en wat de conclusies zijn.

 

Ik zal de vraag ook aan minister Prévot stellen maar op het vlak van migratiebeleid is het op zich wel belangrijk dat wij weten met wie we te maken hebben. Wellicht weet u beter dan wie ook wat Marokko doet. Marokko probeert effectief zoveel mogelijk bilateraal te onderhandelen en ons uiteen te spelen. Het is belangrijk om dit moment, mede op basis van het gelekte rapport, aan te grijpen om, hetzij officieus hetzij officieel, aan te geven dat de Europese Unie ter zake echt als één blok handelt. Dat is de enige manier om een land als Marokko, waarvan uit dat rapport blijkt dat het dubbel spel speelt, effectief in een bepaalde richting te krijgen.

 

Als het gaat over terugkeer en over de legale kant van de zaak, namelijk de manier waarop en de voorwaarden waaronder Marokkanen effectief naar de Europese Unie kunnen komen, moeten we echt lessen uit de situatie trekken. Ons land is misschien te klein om te wegen, maar ik zou wel bepleiten dat u op zijn minst in de wandelgangen met dat rapport in de hand duidelijk maakt dat de Europese lidstaten samen moeten handelen, zowel tegenover Marokko als tegenover andere landen zoals Wit-Rusland. Als wij dat immers niet doen, schieten wij onszelf in de voet.

 

Het principe dat u hebt verwoord, en dat ook collega De Vreese heeft aangehaald, namelijk dat een illegale binnenkomst nooit zou mogen leiden tot een gegronde asielaanvraag, kan op zich begrijpen. In een ideale wereld moeten we daar volgens mij naartoe. Maar in de praktijk zijn we zeker nog niet zover. Dat vereist immers dat op verschillende plaatsen in de wereld, al dan niet net buiten de grenzen met derde landen of in bepaalde conflictregio's, instellingen en voorzieningen zijn om dat op een deftige manier te doen.

 

Ik zou niet in een situatie willen terechtkomen waarin we alles op één hoop gooien en iemand die daadwerkelijk uit een oorlogsgebied vlucht of het risico loopt om in zijn eigen land vermoord te worden, bij een illegale binnenkomst plots te horen krijgt dat hij geen recht heeft op asiel. Volgens mij mag dat niet de bedoeling zijn.

 

In een ideale wereld is het natuurlijk beter dat iemand die op de vlucht is voor bepaalde risico's, in een veilig derde land een asielaanvraag kan indienen. Daar kan ik mij in vinden, maar laten we alstublieft het kind niet met het badwater weggooien.

 

Ik zou u dus aanraden om zeker naar de State of the Union van Ursula von der Leyen te luisteren. We zullen daar nog op doorgaan. Ik hoop dat we stappen in de goede richting kunnen zetten en dat we als Europese Unie als één blok de strijd kunnen aangaan als we opnieuw een dergelijke crisis meemaken.

 

03.08  Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, migranten worden door bepaalde regimes, bijvoorbeeld Wit-Rusland en op een bepaald moment ook in Turkije, geïnstrumentaliseerd om landen en de Europese Unie te destabiliseren. Als de Europese Unie daartegen een vuist wil maken, dan is de enige oplossing ervoor te zorgen dat illegale binnenkomsten nooit tot een verblijfsrecht binnen de Europese Unie kunnen leiden.

 

Daarvoor moet inderdaad worden gekeken naar opvang in de regio en samenwerking met UNHCR. Dat kan niet van de ene op de andere dag worden opgezet, maar is op lange termijn wel noodzakelijk om grip te krijgen op migratie en ervoor te zorgen dat mensensmokkelnetwerken volledig stilvallen.

 

Die mensen zullen dan niet meer met hun hele hebben en houden en hun laatste centen naar hier komen. Ze zullen de smokkelaars niet meer betalen als ze weten dat het geen enkele, maar dan ook geen enkele zin heeft. Daar mag dan ook geen enkele marge op zitten.

 

Dat horen we ook buiten de Europese Unie, bijvoorbeeld op de Balkan, in Albanië enzovoort. De autoriteiten daar zeggen zelf dat we geen enkele deur op een kier mogen laten staan. Zodra je mensen ook maar een beetje hoop geeft dat er toch een verblijfsrecht aan gekoppeld is, staan ze voor je het weet in Brussel om asiel aan te vragen. Ze denken immers dat zij de uitzondering zullen zijn, zelfs vanuit een veilig land, en in aanmerking komen om asiel te krijgen of geregulariseerd te worden.

 

Daarvoor moet de Europese Unie eendrachtig zijn. Oproepen tot solidariteit is een mes dat aan twee kanten snijdt. Ook Spanje zou zeer goed moeten nadenken over het beleid dat het wil voeren en de rol die het op dat vlak wil spelen binnen de Europese Unie en binnen de context van de Schengenzone.

 

03.09  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, we zijn deze legislatuur samen begonnen. Migratie is een groot onderdeel van het regeerakkoord. Het is de bedoeling om opnieuw grip te krijgen op migratie en vooral duidelijkheid te creëren over migratie. Uit de gebeurtenissen in Ceuta is gebleken dat er een probleem is van onduidelijkheid. Er is veel fake informatie en misinformatie, wat een groot probleem vormt. Daarom vraag ik dat we als land blijven inzetten op duidelijke communicatie over wanneer men een aanvraag kan doen en welke de legale mogelijkheden zijn. Als men niet aan de voorwaarden voldoet, krijgt men gewoonweg geen verblijfsvergunning. Zo eenvoudig is het nu eenmaal.

 

Een ander belangrijk punt in het debat, is dat geen enkel ander land, geen enkele mensenhandel- of mensensmokkelorganisatie mag bepalen wie er naar ons land komt. Om dat waar te maken, is de oplossing dat we ons land versterken en dat we ook de EU versterken. Als we dat niet doen, komen we in de problemen.

 

U hebt gelijk, mevrouw de minister, wanneer u zegt dat we Schengen moeten versterken. We moeten zorgen voor striktere controles aan de EU-buitengrenzen; ze moeten er zijn en ze moeten duidelijker zijn. We moeten een snellere grensprocedure hebben om mensen met een kleine kans om als vluchteling erkend te worden, daarover zo snel mogelijk te informeren. Dat is een taak voor een sterk Europa. Daar moeten we op inzetten.

 

Mevrouw de minister, al een jaar lang vraag ik u daaromtrent naar de stand van zaken en ik zal die vraag opnieuw indienen. Wat doet u binnen Europa om de nodige druk uit te oefenen? Uit de situatie in Ceuta heb ik geleerd dat communicatie en vooral miscommunicatie een groot probleem vormen. Of de informatie nu van Marokko of van mensensmokkelaars komt, het is gewoon een structureel probleem. We moeten ervoor zorgen dat we weer grip krijgen op migratie. Dat begint vooral bij duidelijkheid.

 

De voorzitter: Alle aanwezige fracties zijn aan bod gekomen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De vragen nrs. 56017028C en 56017581C van de heer De Smet worden uitgesteld.

 

04 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De gezinsherenigingscijfers van de DVZ" (56018148C)

04 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les chiffres de l'Office des étrangers concernant le regroupement familial" (56018148C)

 

04.01  Francesca Van Belleghem (VB): Ik heb daarnet nog eens de website van de Dienst Vreemdelingenzaken geconsulteerd: de cijfers over gezinshereniging van 2025 zijn nog altijd niet beschikbaar. Dat is natuurlijk bijzonder schrijnend, want we weten dus niet hoeveel mensen via gezinshereniging vorig jaar – laat staan dit jaar – naar ons  land zijn gekomen. Nochtans is dat het grootste migratiekanaal, groter dan asiel, met gemiddeld 50.000 personen per jaar.

 

Hoeveel waren dat er vorig jaar, mevrouw de minister? Enlighten me.

 

04.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik ga u proberen te enlighten zonder een gloeilamp in te slikken. Het is zo dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), in overeenstemming met de regelgeving rond de statistieken en het kwaliteitsbeleid voor de ontwikkeling, de productie en de publicatie van Europese statistieken, zoals op nationaal niveau vastgesteld door Statbel en de andere nationale statistische instanties, op zijn website een publicatiekalender publiceert voor de verschillende statistieken.

 

Op die publicatiekalender kunt u lezen dat het rapport over de verblijfskaarten in het kader van gezinshereniging op de agenda staat voor 1 oktober 2026. In afwachting van dat rapport kunt u gebruikmaken van de cijfers die de DVZ over dat thema al heeft gepubliceerd. Zo zijn er de Eurostatrapporten die op 30 juni van dit jaar werden gepubliceerd over de verblijfstitels voor niet-EU-onderdanen per verblijfsmotief, waaronder de gezinshereniging, en ook een rapport over de gezinshereniging met begunstigden van internationale bescherming.

 

Iedere maand publiceert de DVZ ook statistieken over de aanvragen en beslissingen inzake visa, waaronder de visa voor gezinshereniging.

 

04.03  Francesca Van Belleghem (VB): Eerder stond op de publicatiekalender van de Dienst Vreemdelingenzaken dat in juni van elk jaar de cijfers over gezinshereniging gepubliceerd zouden worden. Nu zegt u dat in oktober is. Als de Dienst Vreemdelingenzaken of u de cijfers gewoon aldoor vooruitschuift, dan hebben ze binnenkort geen enkele actualiteitswaarde meer. Wie is er immers eind 2026 nog geïnteresseerd in de cijfers over gezinshereniging van het jaar 2025? Dat is bijna twee jaar na datum.

 

Uw coalitiepartners spreken zo graag over transparantie. Toch hebt u de site migratie.be stopgezet hoewel die al heel veel geld had gekost. Het wordt ook stilaan duidelijk waarom. Ik zal dan maar te rade gaan bij Eurostat.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- François De Smet à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La convocation de demandeurs d'asile à l'Office des étrangers suivie d'arrestation administrative" (56018296C)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrestation de demandeurs d'asile après une invitation de l'Office des étrangers" (56018381C)

- Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrestation d'étrangers après une convocation par l'Office des étrangers" (56018961C)

05 Samengevoegde vragen van

- François De Smet aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De uitnodiging van asielzoekers voor een gehoor bij de DVZ en hun administratieve aanhouding" (56018296C)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De aanhouding van asielaanvragers na een uitnodiging van de Dienst Vreemdelingenzaken" (56018381C)

- Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De aanhouding van vreemdelingen na een uitnodiging door de Dienst Vreemdelingenzaken" (56018961C)

 

05.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, om het tempo wat op te drijven, verwijs ik naar mijn vraag zoals ik die schriftelijk heb ingediend.

 

Minister,

 

Volgens berichtgeving in de pers werden dit jaar tot 14 augustus al 68 verzoekers om internationale bescherming aangehouden nadat ze op uitnodiging van de Dienst Vreemdelingenzaken waren ingegaan voor een verhoor. In heel 2025 ging het om 71 personen.

 

Mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat zo een afschrikeffect kan ontstaan. Wie wil nog meewerken aan procedures als een gesprek kan uitmonden in vrijheidsberoving?

 

Opsluiten moet een laatste redmiddel zijn als minder dwingende maatregelen niet volstaan. De reactie van DVZ dat de stijging van het aantal aanhoudingen onder meer te maken heeft met meer beschikbare plaatsen in gesloten centra, is dan ook verbazend. De beschikbare capaciteit kan uiteraard geen reden zijn om iemand van zijn vrijheid te beroven.

 

Op welke gronden werden de 68 betrokken personen dit jaar vastgehouden?

 

Op welke manier wordt het risico op onderduiken ingeschat?

 

Hoe wordt telkens onderzocht of minder dwingende maatregelen mogelijk zijn?

 

Hoe moet ik de verklaring interpreteren dat de stijging samenhangt met meer beschikbare plaatsen in gesloten centra. Bevestigt u dat capaciteit een rol speelt bij de beslissing tot vasthouding?

 

Erkent u het risico dat deze werkwijze kan leiden tot een afschrikeffect?

 

Klopt het dat zelfs mensen die naar een afspraak met een ICAM-coach gaan op deze manier gevat worden?

 

05.02  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, een geloofwaardig migratiebeleid moet duidelijk en doeltreffend zijn. Wie geen recht heeft om in ons land te blijven, moet terugkeren.

 

We kunnen simplistisch, zoals het Vlaams Belang zou doen, beweren dat we gewoon iedereen zullen opsluiten en linea recta terugsturen. Verder kijken dan hun neus lang is en inzien dat dat beleid niet zou werken en naast extreem duur ook nodeloos inhumaan zou zijn, dat kunnen ze bij extreemrechts natuurlijk niet. Dat wisten we al.

 

U beseft daarentegen dat een geloofwaardig, humaan en doeltreffend terugkeerbeleid ook een aanklampend en vrijwillig traject nodig heeft. Volgens de cijfers – u houdt van cijfers – keren bijna ieder jaar evenveel mensen vrijwillig terug als gedwongen. In het licht van de begroting is dat goedkoper, maar ook efficiënter en mensvriendelijker. Ik moedig dat alleen maar aan.

 

Ik maak me dus zorgen over de recente berichtgeving, mevrouw de minister. Mensen die zich vrijwillig komen aanmelden bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), worden meteen opgepakt en naar een gesloten centrum overgebracht. Detentie blijft evenwel een zeer ingrijpende maatregel, collega's. Een paar maanden geleden heb ik enkele centra mogen bezoeken. Dat doet iets met u, dat heeft een impact op u.

 

Als we mensen die zich vrijwillig aanmelden en tonen dat ze te goeder trouw met de overheid willen meewerken, gewoon meteen oppakken, dan wil ik u waarschuwen dat dat ook gewoon het tegenovergestelde effect kan hebben. Mensen worden dan bang, zien de overheid als vijand en worden, ook al werken ze mee, door de overheid meteen in een detentiecentrum gestoken. Ik herhaal dat ik daar ben geweest, mevrouw de minister, en dat dat bijzonder ingrijpend is.

 

Een evenwichtig terugkeerbeleid moet daar dus rekening mee houden: medewerking met de terugkeerprocedure moet ook beloond worden, zodat mensen niet afgeschrikt worden en meteen uit beeld verdwijnen. We zullen die mensen dan immers niet meer zien. Ze zullen zich niet meer vrijwillig aanmelden en niet meer met ons samenwerken.

 

Daarom heb ik twee vragen. Welke individuele criteria hanteert de Dienst Vreemdelingenzaken om na zo'n uitnodiging over te gaan tot detentie en hoe wordt daarbij rekening gehouden met het feit dat iemand vrijwillig gevolg heeft gegeven aan die oproeping?

 

Mijn tweede vraag is hoe u het risico evalueert dat de bereidheid om mee te werken met de DVZ vermindert en dat mensen opnieuw onderduiken, wat we echt willen tegengaan? Hoe garandeert u dat die aanpak een effectief terugkeerbeleid versterkt in plaats van bemoeilijkt?

 

Voor Vooruit is dat uitgangspunt heel duidelijk: wie hier niet kan blijven, moet duidelijkheid krijgen en terugkeren naar zijn land van herkomst. Een kordaat migratiebeleid moet echter ook gewoon juridisch zorgvuldig, professioneel en vooral effectief zijn.

 

05.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele en mijnheer El Yakhloufi, ik was een beetje verbaasd door uw vragen, omdat die kwestie het voorwerp is geweest van een arrest van het Hof van Cassatie van 14 juli 2026, waarbij het Hof wat die werkwijze betreft geen schending van de bestaande wetgeving heeft vastgesteld.

 

Een aantal mensen had die procedure dus bij het Hof van Cassatie aangevochten, maar dat bepaalde dat er geen schending van de bestaande wetgeving werd vastgesteld. De praktijk die de DVZ hanteert, is dus volledig in overeenstemming met de bestaande wetgeving. Mijnheer Vandemaele, u bent altijd een van de eersten die zegt dat ik rechterlijke uitspraken naast mij neerleg, maar het Hof van Cassatie heeft op 14 juli bevestigd dat die praktijk perfect legaal is.

 

Er werd over het arrest door bijna alle Franstalige media en ook door een paar Nederlandstalige media bericht. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft naar aanleiding van dat arrest ook uitvoerig geantwoord op alle vragen die de pers daarover had gesteld. Het was echter zomervakantie, dus misschien is dat u ontgaan.

 

Sinds 1 januari tot en met 14 augustus 2026 werden 68 personen vastgehouden nadat ze zich bij de Dienst Vreemdelingenzaken hadden aangeboden voor een gesprek in het kader van hun verzoek om internationale bescherming. Vorig jaar, dus in 2025, ging het om 71 personen. Daarnaast waren er dit jaar – dan spreek ik over cijfers tot en met eind juli van dit jaar – 337 beslissingen tot vasthouding in Dublinzaken, tegenover 420 beslissingen tot vasthouding vorig jaar.

 

U vroeg naar de juridische basis om dat te doen, mijnheer Vandemaele. Artikel 74/6 vormt de wettelijke basis op grond waarvan de DVZ een verzoeker om internationale bescherming in een gesloten centrum kan vasthouden, maar uitsluitend in bepaalde welomschreven omstandigheden en na een individueel onderzoek.

 

Het artikel heeft onder meer betrekking op situaties waarin de identiteit moet worden vastgesteld of gecontroleerd en waarin bepaalde elementen die noodzakelijk zijn voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming moeten worden verkregen, met name wanneer er een risico op onderduiken bestaat of wanneer de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereist.

 

Er is dus absoluut geen beleidswijziging met betrekking tot de mogelijkheden om personen die in het kader van hun procedure voor internationale bescherming worden opgeroepen, in een gesloten centrum vast te houden. Er zijn evenmin wijzigingen in de praktijk binnen de Dienst Vreemdelingenzaken.

 

Mijnheer Vandemaele, u informeerde naar het risico op onderduiken. Dat risico wordt bepaald op basis van de criteria die zijn vastgelegd in artikel 1, §2, van de vreemdelingenwet. Het risico op onderduiken moet actueel en reëel zijn. Het wordt na een individueel onderzoek en op basis van een of meer van de in de wet opgesomde objectieve criteria vastgesteld, rekening houdend met alle omstandigheden die eigen zijn aan elk geval.

 

De afweging of minder dwingende maatregelen mogelijk zijn, wordt gemaakt op basis van een individuele analyse, rekening houdend met alle elementen in het dossier. Een vreemdeling die wordt uitgenodigd bij een ICAM-coach –mijnheer El Yakhloufi, u legde ook de link met de vrijwillige terugkeer – wordt bij die afspraak niet vastgehouden. Als het gaat over afspraken bij een ICAM-coach, gebeurt dat dus sowieso niet.

 

05.04  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Het Hof van Cassatie zegt uiteraard dat er geen schending van bestaande wetgeving is. Ik ben blij dat u zich neerlegt bij de wijsheid van het Hof van Cassatie. Het Hof van Cassatie zegt natuurlijk niet dat men die werkwijze moet toepassen, het zegt alleen dat het mag. Dat is toch iets anders.

 

Volgens reacties van de DVZ in de pers is er een relatie tussen het al dan niet oppakken van mensen na een administratieve stap in een procedure en het aantal beschikbare plaatsen in een gesloten centrum. Ik vind dat vreemd. Er zijn ofwel objectieve criteria – zoals u zegt in uw antwoord – en dan kan ik daar perfect mee leven, ofwel hangt het af van de vraag of er plaats is. Dat vind ik toch een beetje de wereld op zijn kop.

 

Over de ICAM-procedure hoor ik ook van mensen die in een gesloten centrum werken dat daar met de regelmaat van de klok mensen die een contact hadden in het kader van een ICAM-procedure, na dat gesprek zijn opgepakt. Dat zeggen uw eigen medewerkers. U zegt nu het tegenovergestelde. Er is dus opnieuw een verschil tussen uw realiteit en de realiteit die ik opvang van de mensen op het terrein. Dat vind ik problematisch. Misschien moet u bij de diensten nog eens goed informeren of het wel degelijk klopt dat er geen mensen in een ICAM-procedure na een onderhoud worden opgepakt.

 

05.05  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik wil zeker niet de wet betwisten. Wat ik vooral wil, is samen met de leden van de regering een duidelijk migratiebeleid voeren.

 

Als we mensen die te goeder trouw naar ons komen, vervolgens oppakken, dan vrees ik dat die informatie zich binnen het migratiecircuit heel snel verspreidt. Dat is ook gebleken uit uw campagnes. Mensen spreken elkaar en merken dat het moeilijker wordt. Die informatie verspreidt zich echter ook in de andere richting. We willen mensen op een vrijwillige manier, dus door samenwerking, laten terugkeren. We zien dat die aanpak werkt. Op dit moment gebeurt de helft van de terugkeer gedwongen en de andere helft vrijwillig.

 

Mijn vraag is dan ook – en dat mis ik vooral in uw antwoord op mijn tweede vraag – of u mijn bezorgdheid begrijpt. Als we mensen die meewerken aan hun terugkeer toch oppakken en als dat bekendraakt, zullen we dan niet minder mensen vrijwillig kunnen laten terugkeren? Op korte termijn kan die aanpak effect hebben, maar op lange termijn dreigt het tegenovergestelde. Ook het risico dat mensen onderduiken, zal groter worden.

 

Ik heb ook enkele mensen gesproken in de centra die ik heb bezocht. Zij spreken tegen wat u over ICAM zegt. Ik wil niet beweren dat hun informatie correct is, maar ik zou u willen vragen om dat bij de diensten na te vragen. Ik wil daar gerust in een volgende commissievergadering opnieuw een vraag over stellen. Het zou niet goed zijn als die informatie zou kloppen.

 

Mevrouw de minister, ons doel is uiteraard om het migratiebeleid opnieuw op orde te krijgen en duidelijkheid te scheppen. Ik denk dat we dat ook kunnen. Daarom zullen we daar als partner mee voor zorgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

-  Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De vrijlating van illegalen door de DVZ ondanks de beschikbaarheid van plaatsen in gesloten centra" (56018505C)

-  Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het drugsgeweld in Brussel en de vrijlating van illegalen door de DVZ" (56018774C)

06 Questions jointes de

-  Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La libération d'illégaux par l’OE malgré la disponibilité de places dans les centres fermés" (56018505C)

-  Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les violences liées à la drogue à Bruxelles et la libération de personnes en séjour illégal par l'OE" (56018774C)

 

06.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ik neem aan dat u zich de persconferentie van procureur des Konings Moinil naar aanleiding van het drugsgeweld in Brussel nog heel goed herinnert. Hij wees daarin op de gebrekkige opvolging van criminele feiten die gepleegd worden door personen in illegaal verblijf. Hij zei letterlijk dat mensen zonder wettig verblijf die feiten plegen bliksemsnel worden vrijgelaten nadat ze werden gevat.

 

Hij gaf daarbij cijfers en zei dat het in de zes Brusselse zones vorig jaar ging om 7.000 personen en dat 90 % daarvan door de DVZ werd vrijgelaten. Hij gaf het voorbeeld van 20 illegalen die bij een actie voor drugsfeiten werden opgepakt en meteen weer vrijgelaten. De boodschap die ik binnen kreeg toen ik dat hoorde, was dat we aan het dweilen zijn met de kraan open. Hij zei ook nog dat in de gesloten centra een tweehonderdtal plaatsen onderbenut zou zijn.

 

Ik ben geen vast lid van deze commissie, maar er zijn hoorzittingen en gedachtewisselingen geweest met andere ministers over de aanpak. Ik heb begrepen dat u daar niet bij betrokken was, dus ik vind het belangrijk om de cijfers aan u voor te leggen en u daarover te bevragen.

 

Mevrouw de minister, kloppen de genoemde cijfers van 7.000 personen en de onderbenutting van 200 plaatsen waarover de procureur des Konings het had? Als er een onderbenutting van 200 plaatsen is, waaraan ligt dat dan? Ligt dat dan aan een gebrek aan capaciteit? Ik was toch gealarmeerd door die persconferentie. Ook tijdens de gedachtewisseling met de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken werd vaak de link met uw departement gelegd. Ik ben dus benieuwd wat u mij daarover kunt zeggen.

 

06.02  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik sluit me eigenlijk wel aan bij collega Di Nunzio, maar ik wil nog één belangrijk punt aanvullen. Drie dagen geleden haalde de MR-burgemeester van Schaarbeek naar u uit, uw coalitiegenoot nota bene: “Moet dit het strengste migratiebeleid ooit voorstellen?”

 

Het gebeurt niet vaak, maar die MR-collega kan ik toch wel gelijk geven. Ik zal hem citeren: “Slechts 8 % van de opgepakte illegalen werd vastgehouden in een gesloten centrum met het oog op teruggestuurd te worden naar het land van herkomst.” Van de opgepakte illegalen wordt dus 92 % door de Dienst Vreemdelingenzaken gewoon weer in het wilde Brussel vrijgelaten. De cijfers voor Schaarbeek zijn eigenlijk nog erger dan de cijfers die procureur Moinil op zijn persconferentie van 28 augustus heeft aangehaald.

 

Mevrouw de minister, hoe is dat toch mogelijk? Al die illegalen die de Dienst Vreemdelingenzaken weer vrijlaat, zijn een godsgeschenk voor de drugsbendes, die hen rekruteren om hun vuile werk uit te voeren. Dat is gewoon een eindeloze vijver van goedkope werkkrachten. Zolang dat zo blijft, zolang al die opgepakte illegalen, of toch de overgrote meerderheid, weer worden vrijgelaten, kan men nog zoveel agenten aanwerven als men wil en dan kunnen er nog zoveel magistraten bijkomen als men wil, maar het probleem zal niet opgelost raken.

 

Ik wil daarom graag een verduidelijking van u. Op welke grond worden al die illegalen weer vrijgelaten? Is dat wegens een gebrek aan plaatsen in gesloten centra? Nochtans zei de heer Moinil dat er 200 plaatsen in gesloten terugkeercentra ongebruikt zijn. Hoe kunt u die twee met elkaar rijmen? Is dat door juridische bezwaren van de RVV, door de DVZ zelf of door een weigering van het herkomstland om die personen terug te nemen? Kunt u die cijfers voor ons kaderen? Ze tonen immers wel degelijk aan dat opgepakte illegalen gewoon weer in het Wilde Westen, in het wilde Brussel, worden vrijgelaten.

 

06.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Van Belleghem, eerst ga ik in op het door mevrouw Van Belleghem aangehaalde artikel met de burgemeester van Schaarbeek. ik had vorige week een ontmoeting met de burgemeester van Schaarbeek op mijn kabinet en ik heb hem daar ook zeer eerlijk gezegd dat ik zijn frustraties volledig deel. Jammer genoeg is het op het vlak van terugkeer niet zo eenvoudig om die personen gewoonweg in een vliegtuig te steken en ze terug te sturen.

 

Het probleem dat zich vandaag in Brussel manifesteert, waarbij geweld op straat meer dan ooit aanwezig is, is jammer genoeg geen nieuw probleem. Het is een situatie die is ontstaan door een jarenlang pamperbeleid van diezelfde Brusselse politieke klasse die nu staat te roepen dat het federale niveau deze situatie moet oplossen. Sint-Gillis was bijvoorbeeld een van de eerste gemeenten die een motie aannamen om de woonstbetredingen niet te zullen toepassen.

 

Decennialang was het ondenkbaar om zelfs maar te spreken over illegaliteit, laat staan over het verwijderen van personen die hier geen verblijfstatus hebben. Daar mocht niet over gesproken worden. Terwijl wij pleiten voor veel meer terugkeer, pleiten bepaalde politici voor massale regularisaties van die personen. Ik heb de indruk dat de laatste regularisatiecampagne in Spanje ook voor politieke en sociale druk heeft gezorgd. Terwijl mijn partij er jarenlang voor heeft willen zorgen dat de situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou worden aangepakt met passende en stevige maatregelen, probeerden de meeste Brusselse beleidsmakers en middenveldorganisaties dat te verhinderen, met als gevolg dat de georganiseerde misdaad quasi een vrijgeleide kreeg om steeds nieuwe paden te bewandelen om haar misdaden te plegen.

 

Nu wordt er absoluut terecht aan de alarmbel getrokken. De straten van onze hoofdstad en de omliggende gemeenten zijn niet meer veilig. Dat moet stoppen, laat ik dat zeer duidelijk stellen. Wij willen dus onze verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen, maar men kan een probleem dat al zoveel jaren aan het etteren is in de hoofdstad, niet oplossen in één beweging.

 

Het probleem benoemen als een probleem van enkel het federaal niveau of het toeschrijven aan de manier waarop de DVZ te werk gaat, is fout. Het klopt dat enkele plaatsen binnen het netwerk van gesloten centra niet benut kunnen worden. Ten eerste moeten er permanent een aantal bufferplaatsen vrijgehouden worden. Opnames kunnen immers op elk moment plaatsvinden. Er zijn verschillende steden met een problematiek, waarvoor plaatsen beschikbaar moeten zijn. Ook komt het voor dat personen na een mislukte verwijderingspoging naar het gesloten centrum moeten worden teruggebracht. Personen kunnen aan de grens worden onderschept en moeten dan ook in een gesloten centrum kunnen worden geplaatst. Ook kunnen personen zonder wettig verblijf door de politie op het grondgebied worden aangetroffen en overgebracht, enzovoort.

 

Ten tweede wil ik benadrukken dat we de bezetting in de gesloten centra stelselmatig opdrijven, waarbij we het aanbod aan plaatsen beter willen afstemmen op de vraag van de politie. We doen dat stapsgewijs en ook in nauw overleg met de vakbonden en de centrumdirecties. Ik heb trouwens vorige week maandag nog met hen samengezeten.

 

Tot slot zal iedereen die de gesloten centra bezocht heeft, zoals de heer El Yakhloufi, vastgesteld hebben dat heel wat centra verouderd zijn en aan renovatie toe zijn. Samen met minister Matz worden de renovatiewerken gestaag uitgevoerd. In sommige gevallen is "onderhoudswerken" nog zacht uitgedrukt, waar het bijvoorbeeld gaat om insijpelend water. Dat betekent in veel gevallen dat bepaalde vleugels tijdelijk onbruikbaar zijn.

 

Ik blijf echter niet bij de pakken zitten. Al lang voor de oproep van procureur Moinil heb ik actie ondernomen om binnen mijn bevoegdheid meer personen zonder verblijfsrecht te kunnen terugsturen. Tegelijkertijd zit daar zowel het probleem als de oplossing, want mensen zonder verblijfsrecht moeten terugkeren, maar spijtig genoeg wordt er onvoldoende gevolg gegeven aan een bevel om het grondgebied te verlaten. Mijnheer Di Nunzio, verder op de agenda staat daarover nog een vraag van u geagendeerd.

 

Het bevel om het grondgebied te verlaten, is geen vodje papier. Toch is er doorheen de tijd een cultuur ontstaan waarbij illegalen daar op die manier naar kijken, alsof het BGV er eigenlijk niet toe doet. Daar moeten we verandering in brengen.

 

Ik wil ook nog eens wijzen op het feit dat personen in illegaal verblijf pas kunnen worden opgesloten in een gesloten centrum als ze binnen een aanvaardbare termijn kunnen worden verwijderd. Dat is ook Europees zo vastgelegd. Men mag niet zomaar om het even wie in een gesloten centrum plaatsen. Er moet effectief uitzicht zijn op terugkeer. Het heeft geen zin om iemand maanden in een gesloten centrum te plaatsen als we weten dat die persoon daarna moet worden vrijgelaten.

 

Wij willen verandering brengen door in te zetten op de hervorming van de vrijwillige terugkeer, zoals ik al meermaals heb aangegeven en waarvoor wij ook maatregelen treffen, maar ook door de gedwongen terugkeer effectiever te maken. We gaan daarin vooruit met de verhoging van het aantal plaatsen in gesloten centra, waarvan er geleidelijk plaatsen in gebruik worden genomen, bijvoorbeeld in Merksplas. We zetten ook in op een gerichte aanpak van transmigratie door de samenwerking tussen de politie aan de kust en de Dienst Vreemdelingenzaken te versterken en door de aanwerving van extra escorteurs bij de Dienst Vreemdelingenzaken om de gedwongen terugkeer te begeleiden.

 

Wij zullen nu overigens voor het eerst ook escorteurs bij de Dienst Vreemdelingenzaken opleiden. Tot nu toe is het escorteren van personen bij een gedwongen terugkeer een exclusieve bevoegdheid van de luchtvaartpolitie. Wij zullen nu ook mensen van de Dienst Vreemdelingenzaken opleiden tot escorteur want hoe meer escorteurs er zijn, hoe beter dat is voor het kader de terugkeer. Ik heb maandag onze nieuwe rekruten daar verwelkomd en heb de fysieke proeven bijgewoond. Er komen dus extra escorteurs bij de Dienst Vreemdelingenzaken in het kader van de gedwongen terugkeer.

 

We zetten ook in op het wetsontwerp inzake woonstbetredingen, waarvan we eind september 2026 de tweede lezing zullen aanvatten. Over die woonstbetredingen wil ik graag nog iets kwijt. Het viel mij immers op dat tijdens de debatten over dat wetsontwerp voornamelijk de zogenaamd progressieve parlementsleden van de PS en Ecolo-Groen daartegen fulmineerden en nog steeds fulmineren. Tegelijkertijd zijn het echter wel hun burgemeesters die mij vragen om meer actie te ondernemen tegen wat zij zelf het illegalenprobleem noemen. Mocht ik de term "illegalenprobleem" in de mond nemen, het kot zou te klein zijn, maar als PS-leden dat woord in de mond nemen, kan dat echter wel. In de politiek veranderen de standpunten evenwel snel. Ik hoop dan ook dat jullie het voorliggende wetsontwerp rond de woonstbetreding ten volle zullen steunen in het belang van de veiligheid, onder andere van de bewoners van Brussel.

 

Ten slotte geef ik ook graag mee dat de dienst Vreemdelingenzaken vorig jaar 8.047 administratieve verslagen heeft ontvangen van de politie uit het gerechtelijk arrondissement Brussel. 3.918 daarvan werden geregistreerd als dossiers met openbare orde. Het betrof in totaal 3.079 personen, want één persoon kan natuurlijk verantwoordelijk zijn voor meerdere dossiers. Dat wijst erop dat bepaalde personen meermaals worden aangetroffen.

 

Van de 307 personen voor wie de dienst Vreemdelingenzaken na interceptie een vasthoudingsmaatregel nam, is 70 % teruggestuurd. Van de 768 personen die naar de gevangenis gingen, zijn er ondertussen ook 189 verwijderd.

 

06.04  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Op zich is het uiteraard zeer goed dat u inzet op terugkeerbeleid. Het beheerst de verschillende debatten, met diverse invalshoeken. Het is enorm belangrijk. Ik hoor dat u stelselmatig de capaciteit van de gesloten centra aan het opdrijven bent, wat zeker noodzakelijk is. Dat zijn stappen in de goede richting.

 

Ik mis nog een klein beetje het volgende, maar het is eerder constructieve kritiek. Op het vlak van samenwerking tussen uzelf en uw collega's van Justitie en van Binnenlandse Zaken ontbreekt het nog wat aan een goed, coherent samenspel tussen u drie over hoe dat probleem moet worden aangepakt, tenzij u het niet hebt gemeld.

 

Ik ben, als jurist, de eerste om te erkennen hoe complex de problematiek is. Iemand pleegt feiten. Wordt die persoon al dan niet verdacht? Moet die nog veroordeeld worden of niet? Er is het probleem van de gevangeniscapaciteit. Er is voorlopige hechtenis. Er zijn heel veel profielen. Het zit niet evident in elkaar.

 

De moeilijkheid waar politiek en regering voor staan, is proberen het probleem op te lossen. We spraken al over illegalen en daarnet ook over de daklozen, die al dan niet moeten opgevangen worden of onderdak krijgen, want ze liggen zichtbaar op straat. Dat is één ding. Hier gaat het over mensen zonder wettig verblijf die feiten plegen en van wie de procureur des Konings zegt dat zij onmiddellijk worden vrijgelaten, om gelijk welke reden. Ik hoor dat mensen zonder wettig verblijf bijvoorbeeld ook geen enkelband kunnen krijgen. Dat is een van die problemen. Het is dus complex.

 

Ik wil u oproepen, in de mate dat het nog niet gebeurt, om samen te zitten met uw collega's en om te proberen al die verschillende variabelen in kaart te brengen en te bekijken aan welke knoppen kan gedraaid worden om de capaciteit uit te breiden, om enkelbanden te voorzien, mocht dat al mogelijk zijn, om een coherenter plan te maken.

 

Ik vraag u niet om in conclaaf te gaan gedurende zes maanden, om dan met een masterplan van 150 bladzijden af te komen. Ik vraag om zo snel mogelijk effectief te bekijken welke maatregelen kunnen worden genomen, zodat wanneer effectief mensen zonder legaal verblijf worden opgepakt als ze feiten plegen, wat onder uw competentie valt, zij niet direct terug op straat komen, of dat dit toch veel minder het geval is. Dat zou ik graag horen en zien in de komende maanden, dat er effectief concreter werk van wordt gemaakt, samen met uw collega's.

 

06.05  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, van al die duizenden opgepakte illegalen zijn er volgens u 307 vastgehouden in de gesloten terugkeercentra en is 70 % teruggestuurd. Van die duizenden illegalen zijn er dus amper 215 teruggestuurd naar hun land van herkomst. Dat is haast nihil. Het is dus niet verwonderlijk dat de situatie in Brussel zo uit de hand loopt.

 

Het is inderdaad een probleem dat illegalen alleen in een gesloten centrum kunnen worden vastgehouden met het oog op terugkeer. Voor ons zou die mogelijkheid uitgebreid moeten worden. Dat is niet meer dan logisch. Anders heeft illegaliteit geen ontradend effect. De wetgeving moet in die zin worden aangepast.

 

Ik vraag mij af uit welke landen die 6.000 à 7.000 illegalen voornamelijk komen, uit Marokko, Tunesië, Algerije? Hoeveel Marokkanen, Tunesiërs en Algerijnen komen er elk jaar op legale wijze ons land binnen? Zij krijgen gewoon verblijfspapieren, terwijl in Brussel heel veel mensen met diezelfde nationaliteit illegaal in ons land verblijven. Het is niet logisch dat we die mensen op legale wijze moeten aanvaarden en tegelijk de illegalen niet teruggestuurd krijgen. Daar wordt duidelijk niet hard genoeg aan gewerkt. Een kleine verhoging van het aantal teruggekeerden lost het probleem niet op. Het verschil in aantallen blijft gigantisch.

 

Volgens de heer Moinil zijn er 6.000 tot 7.000 illegalen opgepakt. U zegt nu dat er 215 zijn teruggestuurd. Dat is een gigantische discrepantie. Ik moet de MR-burgemeester gelijk geven. Moet dit het strengste migratiebeleid ooit voorstellen? Ik denk het niet.

 

06.06 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik werd getriggerd door de constructieve kritiek van de heer Di Nunzio. Ik hou van constructieve kritiek. De heer Di Nunzio suggereert dat ik de komende maanden concrete maatregelen voorstel, maar ik kan nu al aangeven op welke manier we binnen deze regering heel goed samenwerken.

 

We hebben bijvoorbeeld maandag nog gezegd dat de terugkeer vanuit de gevangenissen momenteel 50 % hoger ligt dan onder de vorige regering. Dat is onder andere te danken aan de goede samenwerking met Justitie. We hebben 10 terugkeercoaches aangesteld in onze gevangenissen. We weten immers dat de terugkeer veel vlotter verloopt wanneer mensen al in de gevangenis worden voorbereid op het feit dat ze zullen worden teruggestuurd. Die samenwerking met Justitie loopt dus goed.

 

Samen met minister Crucke, die bevoegd is voor Mobiliteit, waaronder ook de luchtvaartmaatschappijen vallen, bekijken we hoe we druk kunnen zetten op de luchtvaartmaatschappijen. Sommige zeggen dat ze per vliegtuig maar een beperkt aantal mensen willen meesturen.

 

Minister Matz heeft een heel concreet lijstje van ons gekregen met dringende werkzaamheden in de gesloten centra, zodat de bezetting daar ook zo hoog mogelijk kan zijn.

 

Met minister Prévot werken we samen rond het terugnameakkoord. Ik denk dat ons terugnameakkoord met Algerije toch wel historisch genoemd kan worden. In april van dit jaar hebben we, na twintig jaar onderhandelen, eindelijk een terugnameakkoord met Algerije gesloten.

 

We zijn daaraan dus binnen de hele regering volop samen aan het werken.

 

De voorzitter: Bedankt, mevrouw de minister. Het laatste woord komt het Parlement toe.

 

06.07  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, dat zijn inderdaad al een aantal positieve elementen in verband met terugkeer, waarvan de cijfers op dit moment ook hoger liggen, of zouden liggen, dan bij de vorige regering. Ik neem aan dat dat ook te maken heeft met de maatregelen die de vorige regering in gang heeft gezet. Toen zijn namelijk ook akkoorden gesloten, waarmee de aanzet is gegeven. Ik ben dus blij dat dat zijn vruchten afwerpt.

 

Wat Algerije betreft heb ik een schriftelijke vraag ingediend om te peilen naar onder meer cijfers en doelstellingen. Misschien is het ondertussen al veranderd, maar het antwoord dat ik toen kreeg, bleef eigenlijk erg op de vlakte. Het moest allemaal nog operationeel worden en er waren ook geen becijferde doelstellingen. Ik wil u niet naar beneden praten, maar ook al is het een historisch akkoord, de vruchten ervan hebben we nog niet gezien. Ik hoop dus dat die er zullen komen.

 

Ik hoop dus dat die maatregelen daadwerkelijk genomen worden, dat ze vruchten afwerpen en dat we verder kunnen gaan. Zo kan de kraan waaronder we aldoor lopen te dweilen, alsmaar vaker dicht.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het gebrek aan gegevens inzake de bevelen om het grondgebied te verlaten" (56018506C)

07 Question de Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'absence de données concernant les ordres de quitter le territoire" (56018506C)

 

07.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijn vraag is getriggerd door een antwoord dat ik kreeg op een schriftelijke vraag. Het heeft te maken met het onderwerp waarover we het hebben: als men een goed beleid wil kunnen voeren, is het natuurlijk ook noodzakelijk om daarover duidelijke cijfers en gegevens te hebben. Het was ook uw collega van Binnenlandse Zaken, minister Quintin, die uitdrukkelijk pleitte voor het beter uitvoeren van bevelen om het grondgebied te verlaten. Dat klinkt op zich heel logisch en vanzelfsprekend, maar toch loopt dat nog altijd niet zo vlot, om het zacht uit te drukken.

 

Wat de situatie nog erger maakt, is het gebrek aan zicht op de realiteit. In een recent antwoord op mijn schriftelijke vraag moest u toegeven dat niet bekend is hoeveel personen een bevel om het grondgebied te verlaten naast zich neerleggen. U weet ook niet hoeveel illegalen het negeren, maar u weet vooral niet wie de personen zijn die op ons grondgebied blijven. Hoe kunt u dan een effectief beleid gaan voeren tegen drugscriminaliteit?

 

De minister van Binnenlandse Zaken wees duidelijk in uw richting. Ik heb het gevoel dat we op dit moment blindvaren als we die gegevens niet hebben. Als oplossing keek ik in de richting van het systeem eMigration. Dat zou mogelijk een oplossing kunnen zijn om de gebrekkige informatie-uitwisseling beter te centraliseren. De respons die ik daarover schriftelijk kreeg, was echter zeer mager en ook weinig daadkrachtig.

 

Er werd daarin gezegd dat het systeem nog niet voldoende matuur was, maar er werd verder geen enkele mijlpaal of timing vermeld. Ik vond dat, om eerlijk te zijn, zeer mager, daarom wou ik u de vraag mondeling stellen. Ik zal de vragen die ik heb ingediend, even overlopen.

 

Hoe vaak komt het voor dat personen in illegaal verblijf die door de politie worden aangehouden wegens een gebrek aan plaatsen in een gesloten centrum noodgedwongen opnieuw worden vrijgelaten met een bevel om het grondgebied te verlaten? Graag krijg ik concrete cijfers. Als ik die nu niet kan krijgen, wil ik ze gerust ook schriftelijk ontvangen.

 

Hoe verklaart u dat de overheid geen cijfers of zicht heeft op het aantal personen dat een bevel om het grondgebied te verlaten negeert?

 

Welke dringende initiatieven zult u nemen om de opvolging van de uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten beter in kaart te brengen?

 

Wat is de exacte huidige status van de ontwikkeling van het eMigration-platform? Welke specifieke modules of functionaliteiten zijn op dit moment wel of nog niet operationeel?

 

Beschikt u over een duidelijke tijdslijn met concrete mijlpalen en een definitieve streefdatum waarop eMigration volledig matuur en operationeel in gebruik zal worden genomen?

 

Op welke wijze zal het eMigration-systeem ervoor zorgen dat een uitgereikt bevel om het grondgebied te verlaten niet langer in de administratieve anonimiteit verdwijnt, maar effectief afdwingbaar en controleerbaar wordt voor de veiligheidsdiensten?

 

Ik hoop dat ik nu toch iets meer vlees aan het been krijg dan in uw schriftelijke antwoord.

 

07.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik zal uw vragen beantwoorden en u meer vlees aan het been bieden. Mijn antwoord zal dan ook langer duren dan de tijd die mij gegeven is.

 

Uw eerste vraag gaat uitsluitend over cijfergegevens. Het lijkt mij beter om daarvoor een schriftelijke vraag in te dienen. We zullen u die cijfers vervolgens met veel plezier bezorgen. Het heeft geen zin om die nu allemaal voor te lezen. We beschikken hier over bepaalde cijfers, maar ik moet die nog nakijken.

 

Wat uw tweede en derde vraag betreft, heb ik in deze commissie al meermaals gezegd dat er geen cijfers bestaan over personen in illegaal verblijf. Anders zouden ze bij wijze van spreken niet in illegaal verblijf zijn. Die mensen hebben vaak geen identiteitsdocumenten. Hun verblijfplaats wordt niet officieel geregistreerd. De overheid heeft geen zicht op hun bewegingen. Ze kunnen zich na ontvangst van een bevel om het grondgebied te verlaten naar een andere Europese lidstaat begeven. Ze kunnen ook onderduiken in ons land. Sommigen verlaten de Europese Unie. Dat vertrek wordt al dan niet geregistreerd.

 

De ontwikkeling en de uitrol van de Europese databanken, zoals het Schengen-informatiesysteem (SIS) en het Entry/Exit System (EES), zullen ons toelaten een breder beeld te krijgen van het aantal derdelanders dat op het Schengengrondgebied verblijft, het aantal dat een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) heeft ontvangen en het aantal dat het Schengengrondgebied heeft verlaten.

 

Die ontwikkelingen stellen ons, net als andere lidstaten, voor bijkomende uitdagingen op het vlak van digitalisering. De door de verordeningen vereiste digitalisering is op het niveau van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) grotendeels gerealiseerd.

 

Wat uw vierde en vijfde vraag betreft, investeert de DVZ veel tijd en middelen in de digitalisering van zijn processen. Het eMigration-programma is een doorlopende modernisering waarmee de migratiediensten de uitdagingen van de toekomst het hoofd moeten bieden. Het gaat niet om één programma, zoals bij i-Police, waar het alles of niets is. Het gaat om verschillende modules en processen die worden gedigitaliseerd om ze sneller, efficiënter en kwalitatiever te maken.

 

Binnen het eMigration-programma werd al een hele reeks toepassingen opgeleverd. In de eerste plaats is er de transversale infrastructuur: een cloudinfrastructuur waarop de verschillende modules kunnen inpluggen en vlot met elkaar kunnen communiceren. Daarnaast is er Smart Borders, met digitale toepassingen voor de integratie met Europese databanken zoals het SIS, het Visuminformatiesysteem, het EES en het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (ETIAS). Dat zal in 2027 het geval zijn.

 

Verder is er Mijn Adres in België (MAB), de digitale adresmelding. Het gaat om een digitale toepassing waarmee derdelanders een verblijfsadres in het kader van een kortverblijf kunnen melden.

 

Verder is er de databank Garanten, een referentiedatabank die door de interne gebruikers van de DVZ wordt gebruikt bij de beoordeling van verblijfsaanvragen. Wie bijvoorbeeld als student naar België komt, moet kunnen bewijzen over voldoende middelen te beschikken. Daarvoor wordt soms een garant ingeschakeld. De databank Garanten is dus ook beschikbaar via e-Migration.

 

Er is ook de single permit, waarmee verblijfsaanvragen volledig digitaal worden afgehandeld via het unieke loket. We hebben het daar voor de zomer trouwens nog over gehad.

 

Via het gemeenteportaal worden verblijfsaanvragen gestructureerd verzonden in plaats van via e-mail. Dat bevindt zich momenteel in een pilootfase met zes gemeenten. De uitbreiding is voorzien in 2027.

 

Daarnaast is er een nieuwe centrale identiteitenmodule voor de keten asiel en migratie, waarmee identiteiten kunnen worden opgezocht, aangemaakt en gewijzigd. Die moet op termijn de single source of truth worden.

 

Voor de afdeling Internationale Bescherming gaat het om de registratie-, Eurodac- en screeningprocessen, die zich in de laatste ontwikkelingsfase bevinden en eind oktober live gaan.

 

We hebben ook een vernieuwde digitale toepassing voor de gesloten centra en woonunits (GCF 2), die deel uitmaakt van het return case management system (RECAMAS). Ik ben daarvoor deze zomer nog bij In The Pocket in Gent geweest, met wie die toepassing samen ontwikkeld werd. Het is echt een topprogramma.

 

Verder staan er nog zaken op de planning die op korte en middellange termijn zullen worden opgeleverd. Het gaat onder meer om visumaanvragen voor kort en lang verblijf, de opvolging van legale migratie en verdere ontwikkelingen in het kader van RECAMAS. Daarbij worden de processen op het gebied van terugkeer gedigitaliseerd, in eerste instantie met betrekking tot bevelen om het grondgebied te verlaten en inreisverboden.

 

U ziet dat er al heel wat modules in ontwikkeling zijn.

 

Wat uw laatste vragen betreft, heeft de DVZ momenteel al een overzicht van de uitgereikte bevelen om het grondgebied te verlaten. Na het opstellen en betekenen van het bevel komt het dossier ofwel in een traject van individuele coaching, gericht op een duurzame oplossing, waarbij vrijwillige terugkeer de voorkeur geniet boven gedwongen terugkeer, ofwel wordt het dossier op basis van urgentie en prioriteit opgevolgd door de dienst Opvolging BGV.

 

Er wordt eveneens gestreefd om elke gedetineerde die de gevangenis verlaat, een BGV te geven en rechtstreeks vanuit de gevangenis te verwijderen. Ik heb daarnet de cijfers vermeld. We zitten momenteel al 50 % hoger dan in dezelfde periode twee jaar geleden, onder de vorige regering.

 

07.03  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, het was uiteraard niet mijn bedoeling om hier cijfergegevens op te vragen, want daar dienen schriftelijke vragen voor. Alleszins dank voor uw antwoord. Het stemt me blij dat u al een aantal zaken hebt aangegeven.

 

Ik heb er bij uw diensten en uw beleidscel voor gepleit dat men iets meer inspanningen levert om antwoorden te formuleren op schriftelijke vragen. In een niet zo ver verleden stond ik daar zelf voor in op een ander departement. Het is altijd belangrijk om daaraan te werken, zeker op vlak van IT-hervormingen. Ik hoop een aantal daadkrachtige medewerkers die beleidscel bemannen. Ik moet u gelijk geven dat het ondoenbaar is om dat aan te pakken zoals men met i-Police heeft gedaan. We hebben daarvoor piecemeal engineering nodig: voor elk onderdeel stapsgewijs vooruitgang boeken. Het is wel belangrijk om het vooropgesteld einddoel voor ogen te houden. Er zouden een aantal moeilijkheden zijn om effectief cijfers te hebben over die BVG's, zeker als men van land kan veranderen.

 

Het is wel belangrijk om te proberen dat doel na te streven om toch concrete cijfers te hebben, of op zijn minst ramingen of indicaties. Als we mondelinge of schriftelijke vragen stellen, lijkt het me belangrijk om de beschikbare data te verstrekken, al is het met de kanttekening dat bepaalde zaken zus of zo gelezen moeten worden wegens het ontbreken van bepaalde gegevens.

 

Op het vlak van justitie gebeurt dat ook vaak. Er worden cijfers opgevraagd, waarbij data-analisten de kanttekening meegegeven dat men geen conclusies van trekken aangezien om bepaalde redenen sommige cijfers slechts gedeeltelijk gekend zijn. Ik hoop dus dat zulke cijfers bestaan en dat die op onze vraag onder die omstandigheden ook kunnen worden gedeeld. Ik kijk uit naar de vooruitgang die zal worden geboekt. Ik zal daar ook in de toekomst vragen over stellen, in de hoop dat ik wat meer cijfers kan krijgen en dat u die ook krijgt zodat u een goed beleid kunt voeren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De nieuwe regels voor het vrijetijdsbudget van kinderen in opvangcentra" (56018555C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De inperking van het dagelijkse vrijetijdsbudget van minderjarigen die in Fedasilcentra verblijven" (56018842C)

08 Questions jointes de

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les nouvelles règles concernant le budget loisirs des enfants résidant dans des centres d'accueil" (56018555C)

- Claire Hugon Lecharlier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La limitation du budget journalier pour les loisirs des mineurs accueillis dans les centres Fedasil" (56018842C)

 

08.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik zal proberen in dezelfde positieve sfeer te blijven als de heer Di Nunzio van Anders.

 

Mijn vraag gaat over de vrijheidsbudgetten voor kinderen in opvangcentra. Ik werd gecontacteerd door een aantal jeugdorganisaties die mij meldden dat centra vroeger vrij konden kiezen hoe ze dat budget besteedden. Vandaag zou dat niet meer kunnen en is er een plafond van 24 euro. Daardoor komt de deelname aan meerdaagse kampen voor kinderen in die structuren in het gedrang en is het niet meer mogelijk om die kampen vanuit het jeugdwerk te organiseren.

 

Het grote aanbod aan jeugdwerk in Vlaanderen is uniek in de wereld. Iedereen die ooit een opvangcentrum heeft bezocht, weet dat dat geen goede plekken zijn om kinderen te huisvesten. Ik zal het op die manier formuleren.

 

Zelfs als u een heel streng migratiebeleid voor ogen hebt, kunt u de ouders daarop altijd nog aanspreken en duidelijk maken dat zij een foute keuze hebben gemaakt, maar de kinderen zijn gewoon hun ouders gevolgd. Zelfs bij het strengst mogelijke migratiebeleid ter wereld, moeten we ervoor zorgen dat we de kinderen ontzien en hun mogelijkheden geven om via vrije tijd een beetje kind te kunnen zijn. Eigenlijk vragen wij niet meer dan dat.

 

Het feit dat ons jeugdwerk een unieke positie inneemt in de wereld en ter zake geweldige inspanningen levert, is belangrijk. Die inspanningen gebeuren immers niet tegen kostprijs. Dat weten wij allemaal. Ze leveren daar zelf een geweldige inspanning voor.

 

Mevrouw de minister, ter zake moeten we opnieuw het evenwicht kunnen vinden tussen uw drang naar strengheid en wat wij die kinderen moeten geven om kind te zijn.

 

Ik zal het daarbij houden. Ik zal uw antwoord later moeten beluisteren, want ik moet aanwezig zijn in een andere vergadering. Ik weet echter dat u positief op mijn vraag zult antwoorden.

 

08.02  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, à l'instar de mon collègue, j'aimerais vous interroger à la suite d'un constat fait par plusieurs organisations de jeunesse, qui observent une baisse significative du nombre d'inscriptions aux camps et stages qu'elles organisaient cet été pour les jeunes et enfants hébergés dans des centres Fedasil. Il semblerait que cette baisse découle de nouvelles règles qui s'imposent aux centres concernant le financement des activités de loisirs pour les mineurs demandeurs d'asile.

 

Apparemment, il était auparavant loisible à ces centres de décider eux-mêmes de la façon dont ils dépensent cette enveloppe. Aujourd'hui, un montant maximal strict – on parle de 24 euros, je pense – s'appliquerait pour les camps de plusieurs jours. Et donc, dans la pratique, cela rend la participation des enfants et des jeunes hébergés quasiment impossible, parce que même pour les camps et les stages qui pratiquent les tarifs les plus bas, ce montant journalier est dépassé. Or, comme le disait le collègue Vandemaele, ces activités sont des endroits privilégiés pour les enfants accueillis par Fedasil, qui leur permettent à la fois d'apprendre une langue nationale, de rencontrer d'autres enfants ou de connaître d'autres conditions de vie que celles des centres d'accueil.

 

Madame la ministre, premièrement, confirmez-vous l'existence de nouvelles instructions concernant ces montants à octroyer? Dans l'affirmative, pouvez-vous fournir davantage de détails sur le contenu de ces instructions? De quand datent-elles et depuis quand sont-elles d'application? Quel est l'objectif de ce changement, s'il est bien confirmé?

 

Comment les plafonds sont-ils déterminés? Vous êtes-vous assurée qu'ils permettaient réellement aux enfants de participer à des activités de loisirs?

 

L'incidence de ces nouvelles règles – dans la mesure où vous les confirmez – est-elle analysée au regard des droits de l'enfant, sachant que la Convention internationale des droits de l'enfant (CIDE) consacre, en son article 31, le droit des enfants aux loisirs, au sport, à la culture et aux jeux?

 

Avec qui ces instructions ont-elles été élaborées? Avez-vous observé un effet sur la participation des enfants et des jeunes depuis l'entrée en vigueur de ces nouvelles règles?

 

08.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Imaginaire? Mijnheer Vandemaele en Mme Hugon Lecharlier, er is inderdaad een nieuwe instructie van Fedasil met betrekking tot de tenlasteneming van kosten voor preventieve en educatieve dagbesteding. Die instructie is tot stand gekomen na een interne evaluatie, dus intern binnen Fedasil, en trad op 1 september in werking. Voor alle duidelijkheid, die instructie is door Fedasil zelf uitgevaardigd, en dus niet door het kabinet. Wij waren daar dus niet bij betrokken. 

 

L'instruction vise en premier lieu à garantir que les ressources limitées disponibles soient utilisées de la manière la plus durable possible. À cet égard, l'objectif est de proposer une offre aussi diversifiée que possible d'activités culturelles, sportives, sociales et éducatives contribuant au bien-être et à l'épanouissement des résidents, en particulier des enfants et des jeunes. En outre, l'instruction vise à harmoniser davantage l'utilisation du budget consacré aux activités de loisir entre les différents centres d'accueil et, le cas échéant, à lutter contre toute utilisation abusive. Une attention particulière reste toutefois explicitement accordée au contexte local et aux collaborations existantes de chaque centre d'accueil.

 

De budgettaire enveloppe waarover elk centrum beschikt, wordt door die instructie niet gewijzigd. Elk centrum beschikt over een budget dat wordt berekend op basis van de capaciteit, namelijk 2 euro per bewoner per maand en 25 euro per niet-begeleide minderjarige tijdens de eerste opvangfase en 12 euro per niet-begeleide minderjarige tijdens de tweede opvangfase. Gegeven de huidige budgettaire context is een verhoging van die middelen momenteel niet mogelijk. Het is dan ook belangrijk dat de beschikbare middelen zo gericht en zo evenwichtig mogelijk worden ingezet, zodat zoveel mogelijk bewoners toegang krijgen tot een gevarieerd aanbod aan activiteiten.

 

Voor externe activiteiten en daguitstappen werd een maximum van 24 euro per bewoner vastgesteld. De centra worden daarbij aangemoedigd om maximaal gebruik te maken van voordelige tarieven, bijvoorbeeld via groepskortingen of initiatieven zoals Iedereen Verdient Vakantie. Voor betalende hobby's, zoals een lidmaatschap van een sportclub of jeugdbeweging, wordt enkel voor niet-begeleide minderjarigen in een financiële bijdrage voorzien met een maximum van 50 euro per jaar.

 

Wat specifiek de deelname aan de zomerkampen betreft, heb ik naar aanleiding van de signalen die ik daarover heb ontvangen, gevraagd om die bepaling opnieuw te analyseren. Op basis daarvan is dan verduidelijkt dat kampen die door jeugdwerkorganisaties worden georganiseerd, opnieuw kunnen worden vergoed, zolang dat binnen de bestaande budgettaire enveloppen van het opvangcentrum valt. De opvangcentra worden daarbij aangemoedigd om maximaal gebruik te maken van de beschikbare sociale tarieven.

 

Voor die zomerkampen verandert er dus niets ten opzichte van de situatie voordien. Het is dan ook niet de bedoeling om kinderen en jongeren de toegang tot vrijetijdsactiviteiten of zomerkampen te ontzeggen. Integendeel, binnen de beschikbare middelen willen we ervoor zorgen dat kinderen en jongeren toegang blijven hebben tot een zo divers mogelijk aanbod dat hun welzijn, ontwikkeling en sociale integratie ondersteunt.

 

08.04  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre. Mon collègue et moi-même relirons avec attention tous les chiffres et réponses que vous avez apportés.

 

Concernant les camps d'été, vous dites qu'on est revenu sur la décision qui avait été prise afin de ne pas faire obstacle à la participation. J'imagine que cela vaut pour les prochaines années, puisque, pour cet été, il a été documenté par les organisations qu'il y avait eu des obstacles à la participation.

 

Dans ce cas, je me réjouis qu'on ait pu tenir compte des signaux du terrain à ce sujet, car il est très important pour les enfants qui sont accueillis d'avoir accès à des activités à l'extérieur des centres, ceux-ci n'étant pas vraiment les endroits les plus épanouissants pour des enfants. Nous le savons tous.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mevrouw de minister, met uw goedvinden behandelen we eerst de vragen van de heer Van Rooy en de heer El Yakhloufi en daarna de elf vragen van mevrouw Van Belleghem.

 

09 Vraag van Sam Van Rooy aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Klein Kaboel in Antwerpen" (56018678C)

09 Question de Sam Van Rooy à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Petit Kaboul à Anvers" (56018678C)

 

09.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de voorzitter, de term Klein Kaboel hebben wij niet bedacht.

 

Mevrouw de minister, Antwerps schepen Stijn De Rooster, uw N-VA-partijgenoot, is aan de lokale Afghaanse bevolking in Klein Kaboel in Antwerpen-Noord gaan vertellen dat ze hun Klein-Kaboelidentiteit nog meer moeten etaleren. Dat is een boodschap die volledig indruist tegen de wens tot volledige integratie en ook een slag in het gezicht is van de Antwerpenaren die zich daar begrijpelijkerwijze allang niet meer thuis voelen of die wijk zijn ontvlucht. Onder hen is nota bene een andere partijgenoot van u, Antwerps burgemeester Els van Doesburg.

 

In Klein Kaboel heeft zich een etnocide voltrokken. Het is een ge-afghaniseerde wijk en een van de meest ge-islamiseerde plekken in Antwerpen. Onze cultuur is daar vrijwel alleen nog maar te herkennen aan de weginfrastructuur. Voor het Antwerpse N-VA-stadsbestuur is de wijk Klein Kaboel blijkbaar nog niet groot genoeg.

 

Mevrouw de minister, bent u het met mij eens dat de Klein-Kaboeluitspraak van uw partijgenoot en Antwerps schepen De Rooster waanzinnig is en indruist tegen uw doelstellingen?

 

Bent u net als ik van mening dat die uitspraak haaks staat op de noodzaak tot integratie?

 

Bent u net als ik van mening dat de oproep van De Rooster in feite een open uitnodiging is voor Afghaanse moslims om naar België te migreren en dus een aanzuigeffect creëert? Zo neen, dan hoor ik graag waarom niet.

 

Vindt u dat er meer of minder Afghaanse moslims naar ons land moeten komen?

 

Hoeveel Afghanen vroegen al asiel aan onder uw bewind? Hoeveel kregen er ook asiel?

 

Ik heb een persoonlijke vraag om af te sluiten, maar ik waag toch mijn kans. Zou u zelf in Klein Kaboel willen wonen? Ik neem aan dat u er toch al minstens één keer bent geweest in het kader van een van uw steekvlamacties. Ik ben zeer benieuwd naar uw hopelijk eerlijke antwoord.

 

09.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Rooy, als ik op pad ben, doe ik dat zonder steekvlammen of andere zaken. Om meteen op uw vraag te antwoorden: ik woon en leef heel graag in Gent, dus ik ben niet meteen geneigd om te verhuizen.

 

Als antwoord op uw eerste vraag wil ik u meedelen dat ik mij als federaal minister bevoegd voor Asiel en Migratie beperk tot de maatregelen die we op federaal vlak nemen om de instroom te beperken, de uitstroom te verhogen en waar mogelijk binnen mijn bevoegdheden de integratie te verbeteren door strengere eisen te stellen.

 

Ik verwijs daarvoor naar het uitgebreide pakket aan maatregelen dat in het regeerakkoord is afgesproken. De bindende nieuwkomersverklaring en de verstrenging van de cumulatieve voorwaarden voor het verkrijgen van een permanent verblijfsrecht zijn voorbeelden van strengere eisen inzake integratie. Die gelden voor alle nationaliteiten, dus ook voor Afghanen.

 

Voor het antwoord op uw tweede vraag moet ik u doorverwijzen naar de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor politie en veiligheid.

 

Wat uw derde vraag betreft, meer bepaald het aantal Afghanen dat asiel aanvraagt, kan ik u meedelen dat de Afghanen in 2026 tot nu toe op nummer één staan wat het aantal asielaanvragen betreft. Meer dan 50 % van die aanvragen wordt echter afgewezen door het CGVS. Voor specifiekere cijfers verwijs ik u naar de gedetailleerde rapporten op de website van het CGVS.

 

09.03  Sam Van Rooy (VB): Minister, dank voor uw antwoord. Ik zal even recapituleren. Uw N-VA-partijgenoot, de Antwerpse schepen Stijn De Rooster, is in de compleet geïslamiseerde wijk Klein Kaboel in Antwerpen-Noord doodleuk gaan verkondigen dat Afghaanse moslims vooral niet moeten integreren. Wat een aanzuigeffect heeft dat. Het is een open uitnodiging voor Afghaanse moslims om massaal naar België te komen. U, minister Van Bossuyt, neemt daar geen afstand van. U vindt dat kennelijk prima.

 

Duizenden Antwerpenaren werden al weggeduwd en zijn weggevlucht uit hun eigen wijk, die compleet geïslamiseerd is. U vindt dat dus kennelijk prima.

 

Ondertussen kwamen er onder uw beleid, op amper 19 maanden, in totaal al zo'n 8.000 Afghanen binnen. Zelf zou u, zo suggereerde u, uiteraard niet in zo'n ge-afghaniseerde geïslamiseerde wijk als Klein Kaboel willen wonen. Wat een hypocrisie…

 

09.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Rooy, ik begrijp dat u uw replieken altijd op voorhand schrijft, maar ik heb gezegd dat ik heel graag in Gent woon en leef. Misschien moet u uw replieken niet altijd op voorhand helemaal uitschrijven, want soms komt dat toch niet overeen met wat er effectief gezegd is.

 

09.05  Sam Van Rooy (VB): Ik heb goed geluisterd. U wilt daar eigenlijk niet wonen. U zegt dat u fijn woont in Gent. Mevrouw de minister, als u echt expliciet wilt zeggen dat het u niet uitmaakt of u in een Vlaamse, Europese, Westerse wijk woont of in een compleet geïslamiseerde wijk die daardoor Klein Kaboel is gaan heten, dan neem ik daar akte van. Dat zegt natuurlijk veel over uw beleid dat toelaat dat er jaarlijks duizenden Afghanen dit land binnenkomen.

 

Het is natuurlijk gemakkelijk gezegd, mevrouw de minister, want u woont niet in zo'n wijk en u wordt dus ook niet geconfronteerd met de etnocide die daar heeft plaatsgevonden, in tegenstelling tot – ik heb het u al gezegd – de duizenden Antwerpenaren die uit die wijk zijn weggevlucht. Die toestand is gecreëerd door de opeenvolgende regeringen, waaronder de uwe. Wees er maar trots op.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Questions jointes de

- Anne Pirson à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le déploiement de Housing First for Youth et l’accompagnement durable des jeunes sans abri" (56018826C)

- Achraf El Yakhloufi à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La poursuite du déploiement de Housing First for Youth (politique des grandes villes)" (56018962C)

10 Samengevoegde vragen van

- Anne Pirson aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Housing First for Youth en de duurzame begeleiding van dak- en thuisloze jongeren" (56018826C)

- Achraf El Yakhloufi aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De verdere uitrol van Housing First for Youth (grootstedenbeleid)" (56018962C)

 

De voorzitter: Mevrouw Pirson is niet aanwezig.

 

10.01  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik stel u deze vraag in uw bevoegdheid als minister van Grootstedenbeleid. Ik woon in Turnhout en ik woon er heel graag. Ik kan me voorstellen dat het in Gent ook heel fijn wonen is, en ook de stad Antwerpen vind ik een fijne stad; dat wil ik toch wel even meegeven.

 

Wist u dat één op de vijf dak- en thuislozen een jongere is? Weet u dat bij ons in de Kempen zelfs één op de drie daklozen een jongere is? Laat dat even tot u doordringen. Ja, dat zijn onze Vlaamse en Waalse jongeren die dak- of thuisloos zijn.

 

Eén op de vijf, in de Kempen één op de drie. Ik vind dat oprecht bijzonder zorgwekkend. Wie op die jonge leeftijd al zonder stabiele woonplek valt, dreigt problemen op te stapelen op het vlak van gezondheid, werk, schulden en opleiding. De impact is gigantisch. Vooreerst is dat menselijk erg en daarnaast zijn we die jongeren lang kwijt voor de toekomst. Jongeren die mee hun toekomst kunnen uitbouwen, mee kunnen groeien in onze samenleving, mee het verschil kunnen maken, we zijn die kwijt.

 

Housing First for Youth vertrekt van een heel eenvoudige en sterke logica, namelijk eerst zorgen voor een stabiel dak boven het hoofd, en vandaaruit verder bouwen aan zelfstandigheid om de jongeren weer op de rails te krijgen.

 

We zien dat het lokaal kan werken. Turnhout is de eerste stad waarin een woning is aangekocht. Binnen Housing First wordt, samen met het OCMW van Turnhout en CAW De Kempen, huisvesting gekoppeld aan intensieve begeleiding en doorstroming naar een duurzame woonoplossing.

 

De federale regering heeft nu opnieuw middelen en woningen vrijgemaakt om die aanpak verder uit te bouwen. Dat is positief. De vraag is echter hoe we ervoor zorgen dat dit niet een verzameling van tijdelijke projecten blijft, maar dat het een structurele aanpak wordt.

 

Mevrouw de minister, ik heb dan ook twee vragen in verband met uw beleidsnota rond Grootstedenbeleid.

 

Hoe wilt u Housing First for Youth de komende jaren verder uitwerken en ervoor zorgen dat succesverhalen, lokale modellen zoals dat van de toch wel geweldig mooie stad Turnhout, verder worden verspreid? Collega's, u bent welkom om er te komen wonen. Het is een heel fijne stad, met ook uitdagingen, als ik eerlijk moet zijn, bijvoorbeeld rond de genoemde problematiek.

 

Hoe zult u samen met de OCMW's en de verschillende welzijnspartners garanderen dat jongeren niet alleen een woning krijgen, maar ook voldoende begeleiding naar werk, opleiding, een goede gezondheid en uiteindelijk vooral naar zelfstandig wonen? Wie jongeren uit de dakloosheid wil halen, moet meer doen dan enkel tijdelijke opvang aanbieden. We moeten hun opnieuw een stabiele en duidelijke basis geven.

 

10.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, ik begrijp dat u graag in Turnhout woont. Zoals u weet, ben ik daar zondag geweest. Ik ben daar heel warm en hartelijk ontvangen, dus lang leve de Turnhoutenaars.

 

De projectoproep Housing First for Youth werd in 2023 gelanceerd door de POD Maatschappelijke Integratie. Tot op heden heeft die geleid tot de aankoop door de federale staat van 43 wooneenheden die ter beschikking worden gesteld aan zestien OCMW's. De renovatie van de woningen wordt momenteel afgerond en de laatste betalingen hebben in 2026 plaatsgevonden na de begrotingscontrole. Het totale budget, dus de aankoop van de wooneenheden, de werken en de administratieve kosten, wordt geraamd op bijna 8 miljoen euro.

 

Samen met mijn collega-minister Matz heb ik inderdaad beslist om het project Housing First for Youth te versterken en die woningen via erfpachtcontracten ter beschikking te stellen van de OCMW's. Alle koninklijke besluiten werden goedgekeurd en ondertekend. Daardoor heeft het federaal aankoopcomité van de Regie der Gebouwen het mandaat gekregen om die erfpachtcontracten op te stellen en te ondertekenen. De erfpachtcontracten werden reeds met vier OCMW's ondertekend en het doel is om tegen oktober de akten met nog tien OCMW's te ondertekenen. Tegen deze winter zouden alle erfpachtcontracten ondertekend moeten zijn. Mijn administratie, de POD Maatschappelijke Integratie, staat in voor de opvolging van deze fase tot de afronding ervan.

 

De implementatiefase, zijnde de huisvesting en de begeleiding, is voor bepaalde OCMW's reeds van start gegaan. Tot op heden konden al 31 huurders hun intrek nemen in een woning en psychosociale en medische begeleiding krijgen volgens de methodologie van Housing First for Youth. Het gaat immers niet alleen om een dak boven hun hoofd, wat heel belangrijk is, maar ze krijgen ook de nodige begeleiding, zowel psychosociaal als medisch.

 

Het project loopt gedurende dertig jaar, wat overeenkomt met de duur van de erfpachtovereenkomst. De OCMW's moeten gedurende die periode tegenover de POD Maatschappelijke Integratie blijven instaan voor de naleving van de voorschriften en het goede verloop van het project.

 

Mijn administratie, de POD Maatschappelijke Integratie, staat in voor de jaarlijkse controle bij de OCMW's met betrekking tot de huisvesting en de opvolging van de huurders.

 

Daarnaast vindt ook een jaarlijkse vergadering plaats tussen alle Housing First for Youth-projecten, met uitwisselingen van ervaringen en goede praktijken.

 

Housing First berust precies op het principe dat huisvesting en begeleiding onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ik geloof heel sterk in die aanpak. In Gent bestaat daarvan een heel mooi project in Drongen.

 

Een woning biedt de nodige stabiliteit, maar het is de begeleiding die mensen helpt om die stabiliteit ook op duurzame wijze te behouden en opnieuw toekomstperspectieven op te bouwen. Zoals ik daarnet heb uitgelegd, wordt die aanpak vandaag al concreet toegepast in het kader van Housing First for Youth.

 

Daarnaast zet ik via de projectoproepen van de Nationale Loterij ook verder in op Housing First, dus niet specifiek voor jeugd, maar Housing First in het algemeen. De lopende projectoproep voor 2026 tot 2028, met een budget van ongeveer 3,2 miljoen euro, focust specifiek op sociale innovatie, de continuïteit van zorg en Housing First for Youth. In totaal werden 27 projecten geselecteerd, verspreid over de drie gewesten.

 

Die inspanningen wil ik ook de komende jaren voortzetten. Mijn administratie bereidt daarom voor de jaren 2027 tot 2029 een nieuwe Housing First-projectoproep voor, met een geraamd budget van opnieuw ongeveer 3,2 miljoen euro.

 

10.03  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord en ook voor uw keuze om Housing First als een volwaardig onderdeel van uw beleid mee te nemen, in het bijzonder Housing First for Youth.

 

Het gaat over jongeren die net zo goed uw buurmeisje of buurjongen kunnen zijn, maar die een pechsituatie hebben meegemaakt, bijvoorbeeld een discussie met hun ouders of een slechte periode door verkeerde vrienden. Het gaat om onze jongeren. Jongeren in ons land kunnen gewoon pech hebben, waardoor zij niet meer thuis wonen en geen dak meer boven hun hoofd hebben.

 

Ik ben dus enorm blij, en naar ik denk zijn heel veel Belgen en Vlamingen dat ook, dat de overheid ervoor zorgt dat jongeren die pech hebben, uit die situatie kunnen worden geholpen en een dak boven hun hoofd kunnen krijgen. Excuseer voor mijn Kempische accent; het komt toch naar boven. Nee, ik hoef me niet te verontschuldigen voor mijn Kempische accent. Wij moeten die jongeren kunnen begeleiden en ervoor zorgen dat zij weer op de rails komen en hun weg vinden. Dat is immers ook de verantwoordelijkheid van de overheid, namelijk voor onze jongeren zorgen.

 

U bent minister van Asiel en Migratie, maar ook belast met het Grootstedenbeleid. Wij moeten ervoor zorgen dat onze jongeren in moeilijke tijden worden geholpen. Ik dank u en zal samen met u strijden om dat te blijven doen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Samengevoegde vragen van

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De aanbesteding en concessie voor de geplande site van het Europese terugkeercentrum in Nazareth" (56018669C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De brandveiligheid in het ETC in Nazareth" (56018763C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De milieuvergunning en de waterzuiveringsinstallatie van het ETC in Nazareth" (56018768C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De financiële kant van het ETC in Nazareth" (56018769C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het ETC in Nazareth en de hotelketen Van der Valk" (56018770C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De lokale politieke verantwoordelijkheid in verband met het ETC in Nazareth" (56018771C)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De politieke verantwoordelijkheid met betrekking tot het ETC in Nazareth" (56018772C)

11 Questions jointes de

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'adjudication et la concession relatives au site destiné à accueillir un CER à Nazareth" (56018669C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La sécurité en matière d'incendie dans le CER de Nazareth" (56018763C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le permis d'environnement et l'installation d'épuration de l'eau du CER de Nazareth" (56018768C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les aspects financiers du CER de Nazareth" (56018769C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le CER de Nazareth et la chaîne d'hôtels Van der Valk" (56018770C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La responsabilité politique à l'échelon local concernant le CER de Nazareth" (56018771C)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La responsabilité politique concernant le CER de Nazareth" (56018772C)

 

11.01  Francesca Van Belleghem (VB): Ik verwijs naar mijn ingediende vragen.

 

Het Van der Valk-hotel langs de E17 in Nazareth-De Pinte bevindt zich op een locatie die de hotelgroep in concessie heeft van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Deze aanbesteding werd destijds via openbare aanbesteding toegekend. Deze concessie zou binnen 9 jaar aflopen. Naar mijn goed begrip wordt de concessie van AWV nu doorverhuurd aan Fedasil.

 

De concessie zou bepalen dat de gebouwen ten dienste moeten staan van de weggebruikers.

 

Is het wettelijk toegestaan om een concessie door te verhuren zonder nieuwe openbare aanbesteding?

 

Is er geen sprake van oneerlijke concurrentie ten opzichte van andere inschrijvers uit de oorspronkelijke aanbesteding?

 

Wie waren de 2de en 3de inschrijver bij de aanbesteding? Kunnen zij bezwaar indienen bij de Raad van State?

 

Bevat de originele concessieovereenkomst tussen AWV en VDV een expliciete clausule die onderverhuur of bestemmingswijziging verbiedt of toelaat?

 

Heeft AWV als concessiegever zijn toestemming gegeven voor de doorverhuur aan Fedasil? Zo ja, op welke rechtsgrond?

 

Werd AWV als Vlaams agentschap geconsulteerd door de federale overheid? Is hier afstemming geweest tussen Vlaams en federaal niveau?

 

Indien de bestemming afwijkt van wat in de concessie is voorzien: kan AWV de concessie eenzijdig beëindigen of terugvorderen?

 

Wie draagt aansprakelijkheid bij incidenten in het centrum: VDV als concessiehouder, Fedasil als gebruiker, of AWV als eigenaar?

 

Hoeveel bedraagt de originele concessie-huur maandelijks/jaarlijks? Wat is de winstmarge van de VDV-keten maandelijks/jaarlijks hierop?

 

De capaciteit van het asielcentrum Van Der Valk stijgt van naar 300 (voor het centrum). Burgers stelden de terechte vraag of dit geen gevolgen heeft voor de brandveiligheid.

 

Welke instantie is bevoegd om brandveiligheidsnormen te controleren bij een functiewijziging: de brandweerzone, de gemeente of een federale instantie?

 

Heeft de bevoegde brandweerzone reeds een brandveiligheidsattest afgeleverd voor de nieuwe bezetting van 300 personen?

 

Zijn gangen voldoende breed voor 300 personen?

 

Zijn er (geen) bijkomende vluchtwegen nodig?

 

Zijn de eventuele aanpassingswerken vergunningsplichtig?

 

Hoeveel betreft de kostprijs van eventuele aanpassingswerken inzake brandveiligheid?

 

Kan de brandweerzone of burgemeester bij ontbreken van voldoende veiligheidsgaranties de ingebruikname verbieden of beperken?

 

Wie is aansprakelijk bij een incident als blijkt dat de brandveiligheidsnormen niet werden nageleefd?

 

Het geplande ETC in Nazareth kan voorlopig geen 300, maar max. 168 mensen huisvesten. De milieuvergunning laat die grotere capaciteit niet toe, omdat de nieuwe waterzuiveringsinstallatie is berekend op het bestaande hotel met 84 tweepersoonskamers (=168 personen). Voor 300 bewoners is een nieuwe installatie en een nieuwe milieuvergunning nodig.

 

De waterzuivering van het hotel en restaurant is volgens de VMM al lang een probleem, omdat er afvalwater in de gracht terechtkomt.

 

De milieuvergunning voor het WZI werd verleend op 24/08/026, op basis van een aanvraag die uitging van het bestaande hotel met 84 tweepersoonskamers. DVZ was dan al op de hoogte van de plannen voor het ETC. Waarom werd de aanvraag niet onmiddellijk afgestemd op de geplande bezetting van 300 personen?

 

Zijn de wekelijkse staalnames en maandelijkse rapportages aan VMM en de gemeente, zoals opgelegd als voorwaarde in de vergunning van 24/08, reeds opgestart? Wat zijn de resultaten?

 

De VMM stelde dat er al ong. 20 jaar afvalwater in de grachten aan de Hospicebossen terechtkomt. Welke handhavingsmaatregelen werden toen genomen, en waarom werd pas nu een nieuwe installatie vergund?

 

Schepen Agache (N-VA) stelt dat het aan Van der Valk en DVZ is om onderling te regelen wie de nieuwe vergunningsaanvraag indient voor een installatie geschikt voor 300 personen. Deelt u dit standpunt, of is DVZ als uitbater hier zelf verantwoordelijk? Werd deze aanvraag intussen ingediend?

 

Van de aanvraag voor de huidige installatie (eind 04/2026) tot de vergunningverlening (24/08/2026) verliepen bijna 4 maanden. Is de geplande opening voor 300 personen dan nog realistisch? Zal u de opening uitstellen als de nieuwe milieuvergunning er niet op tijd is? Kan het centrum opengaan op 01/12/2026 en zo ja, voor hoeveel personen?

 

De 59 voorziene personeelsleden genereren eveneens afvalwater. Werden zij meegenomen in de berekening van de vereiste capaciteit van de installatie? Zo nee, daalt het toegestane aantal bewoners dan niet verder onder de 168?

 

Waar wordt het afvalwater van het restaurant geloosd? Zal dit een afzonderlijke WZI voorzien? Of zal dit mee zijn water in nieuwe WZI sturen, waardoor deze nog meer capaciteit moet aankunnen?

 

Wanneer precies werd DVZ op de hoogte gesteld van de beperkingen van de milieuvergunning? Was dit vóór of ná de publieke aankondiging van het ETC?

 

Is er een evenredige vermindering van de huurprijs ingevolge de verminderde capaciteit?

 

Langs de E17 wordt een asielcentrum geopend.

 

Wat is de exacte huurprijs die Fedasil aan VDV betaalt? Wordt gerekend met een vaste huurprijs, een dagtarief per bewoner, of een gegarandeerd minimumbedrag ongeacht de effectieve bezetting?

 

Welke kosten komen boven op de huurprijs ten laste van de overheid? Graag een uitsplitsing per categorie: werken en aanpassingen, personeel, catering, beveiliging, medische en sociale begeleiding, transport en nutsvoorzieningen.

 

Hoeveel is er op datum van vandaag reeds uitgegeven, en wat is de geraamde totale kostprijs voor 2026 van het asielcentrum en over de volledige looptijd van de overeenkomst?

 

Hoe verhoudt de kostprijs per opvangplaats per dag in het ETC Nazareth zich tot de gemiddelde kostprijs in een regulier Fedasil-centrum? Fedasil zelf communiceert een gemiddelde van minder dan 50 euro per dag.

 

Werd een kostenvergelijkende studie gemaakt tussen het ETC Nazareth en de alternatieven, zoals opvang in leegstaande overheidsgebouwen of de 5 asielcentra die in 2026-2027 sluiten? Zo ja, wat zijn de resultaten? Over welk totaalbedrag aan meeruitgaven spreken we tot einde concessie in 2036? Hoe vallen deze onnodige meeruitgaven te verklaren in tijden met zware begrotingsproblemen?

 

Waarom is er in de concessie destijds geen clausule opgenomen dat de overheid deze kon stopzetten als het de gebouwen zelf om bepaalde doeleinden nodig had? Zo konden onnodige meeruitgaven aan VDV vermeden worden. Nu is het een absurde situatie dat VDV de concessie heeft van AWV (Vlaams Gewest) en deze vervolgens voor een veel hogere prijs doorverhuurt aan Fedasil (Federale overheid). VDV speelt m.a.w. nergens een actieve rol in het verhaal maar gaat met aanzienlijke winsten lopen.

 

Waarom gaf directeur-generaal van DVZ op infomoment mee dat de verlieslatende cijfers van de jongste jaren mee één van de argumenten was om het ETC hier in te richten?  Is het de taak v/d overheid om bedrijven jarenlange verliescijfers te helpen ombuigen naar winst?

 

Wat gebeurt er bij einde concessie VDV op 29/01/2036? Deze wordt dan sowieso stopgezet?​

 

Van Der Valk kwam in Nederland en Wallonië in opspraak voor: witwassen, corruptie, mensenhandel, grootschalige fraude, valsheid in geschrifte, tewerkstelling van illegalen. In verschillende vestigingen van de hotelketen werden in mei 2026 huiszoekingen uitgevoerd in onderzoek naar mensenhandel en zwartwerk bij toeleveranciers.

 

Is het aanvaardbaar dat de federale overheid contracten sluit met een bedrijf dat herhaaldelijk in opspraak is gekomen, zeker voor mensenhandel?

 

Bestaan er uitsluitingscriteria in de wet op de overheidsopdrachten die van toepassing zijn bij een (zelfs niet-definitieve) veroordeling voor fraude of corruptie? Werd dit nagekeken?

 

Heeft Fedasil een integriteitsscreening of due diligence uitgevoerd alvorens het contract te sluiten?

 

Lopen er nog actieve gerechtelijke procedures tegen Van der Valk of aan Van der Valk gelieerde entiteiten?

 

Heeft DVZ of Fedasil schriftelijk bevestigd dat zij op de hoogte waren van het reputatieverleden van Van der Valk? Zo niet: was dit een schending van de zorgplicht?

 

Zijn er andere overheidscontracten in België waarbij Van der Valk betrokken is?

 

Langs de E17 komt een asielcentrum in de Van der Valk.

 

Waarnemend burgemeester Thomas Van Ongeval (CD&V) stelde op 8 juli 2026 dat hij "twee weken geleden" op de hoogte werd gebracht, wat neerkomt op circa 24 juni 2026. Klopt deze datum? Op welke exacte datum werd het lokaal bestuur voor het eerst officieel ingelicht over de plannen voor het asielcentrum te Nazareth? Wanneer werd hij officieus op de hoogte gebracht?

 

Uw kabinetswoordvoerster bevestigde dat DVZ al in de loop van 2024 onderzocht of het hotel een terugkeercentrum kon worden. Op welke exacte datum wist het kabinet van Van Bossuyt dat het hotel effectief als asielcentrum zou worden ingezet? Was dat vóór of ná de informatie aan het lokaal bestuur van circa 24 juni 2026?

 

Bekijken van de livestream van de gemeenteraad dd. 31 augustus 2026 leerde dat al in het eerste semester van 2025 gesprekken waren over een gesloten terugkeercentrum op dezelfde locatie. Bevestigt de minister dit? Op welke datum vonden die eerste gesprekken precies plaats, en wie was daarbij aanwezig namens de federale overheid en de gemeente Nazareth?

 

Initieel was het plan om een gesloten asielcentrum te voorzien en was gemeente Nazareth fel tegen. Waarom gaat men nu wel akkoord met een open centrum, hetwelk net een veel grotere impact op de gemeente en omwonenden creëert?

 

Op de gemeenteraad van 31 augustus 2026 bleek dat bepaalde schepenen al eerder op de hoogte waren van de plannen voor een gesloten centrum in het eerste semester van 2025. Op welke datum hadden zij dat onderhoud met het ministerie of DVZ, en waarom werd de voltallige gemeenteraad hierover niet geïnformeerd?

 

Langs de E17 komt een asielcentrum in de Van der Valk.

 

Vincent Van Peteghem is titelvoerend burgemeester van Nazareth-De Pinte én vicepremier in de federale regering-De Wever. Op welke exacte datum werd hij als burgemeester ingelicht? En op welke datum werd hij als vicepremier, via de ministerraad of bilateraal overleg, op de hoogte gesteld?

 

Heeft Van Peteghem in zijn hoedanigheid van vicepremier bezwaar gemaakt of opmerkingen geformuleerd over de beslissing? Zo nee, hoe valt te verklaren dat de minister van Begroting de belangen van zijn eigen gemeente niet heeft verdedigd?

 

Was Van Peteghem op de hoogte van de gesprekken in 2025 over een gesloten centrum op dezelfde locatie? Zo ja, waarom werd de gemeenteraad hierover niet geïnformeerd?

 

Op welke exacte datum gaf de ministerraad of u definitief groen licht voor het asielcentrum te Nazareth? De publieke aankondiging verscheen op 7 juli 2026. Was de beslissing toen al formeel genomen, of volgde die nadien?

 

Werd de beslissing geagendeerd op de ministerraad? Zo ja, op welke datum en welk agendapunt? Zo nee, op welke rechtsgrond kon de minister deze beslissing autonoom nemen zonder formele ministerraadsbeslissing?

 

Wanneer precies werd de overeenkomst met Fedasil ondertekend, en door wie?

 

11.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, alvorens ik heel concreet op al uw vragen antwoord heb ik een algemene opmerking. U hebt inderdaad een heel aantal vragen ingediend over het Europese terugkeercentrum in Nazareth. Ik heb vastgesteld dat u dat centrum steevast een open asielcentrum blijft noemen. Daarmee verspreidt u dus doelbewust foute informatie. Dat laat ik echter voor uw rekening.

 

U vroeg me de voorbije maanden wanneer en waar het Europese terugkeercentrum zou openen. Hoe vroeger, hoe breder, leek het wel. Het moest zeker nog in 2026 opengaan. Toen sprak u nooit over een open asielcentrum. Nu u weet waar het centrum is, verandert u het geweer van schouder.

 

Ik zal per deelvraag antwoorden om het overzichtelijk te houden.

 

Ik begin met uw reeks vragen over de aanbesteding en de concessie. U had daar een negental vragen over. Alle vragen met betrekking tot de concessie moeten worden gesteld aan de bevoegde minister en het Agentschap Wegen en Verkeer. Die concessie zit niet in onze handen, maar bij het Agentschap Wegen en Verkeer.

 

Bij de voorbereiding van het dossier was er regelmatig contact tussen de betrokken partijen: DVZ, Fedasil, Van der Valk en het Agentschap Wegen en Verkeer. De maandelijkse huurprijs kan niet worden meegedeeld, aangezien dit een negatieve impact zou hebben op toekomstige onderhandelingen van Fedasil over huurovereenkomsten. Dat heb ik in het verleden al meegedeeld in antwoord op gelijkaardige vragen.

 

Wat de kosten als gevolg van een incident betreft, wie een incident veroorzaakt, is verantwoordelijk voor zijn daden. Dat is niet anders in het terugkeercentrum.

 

Dan had u ook een reeks vragen over de brandveiligheid. Daarover kan ik zeggen dat er geen sprake was van een functiewijziging. De DVZ en Fedasil hebben de nodige vergunningen verkregen. Van de verhuurder wordt verwacht dat die eveneens in orde is met de nodige vergunningen. De verhuurder voert de nodige aanpassingen uit voor de brandveiligheid. De gangen zijn voldoende breed en er zijn geen bijkomende vluchtwegen nodig. De brandweerzone diende geen attest af te leveren. De brandveiligheid van de site werd beoordeeld door de bevoegde diensten, waarbij rekening wordt gehouden met de geldende veiligheidsvoorschriften, met inbegrip van evacuatiewegen en circulatieruimtes.

 

Hoewel daartoe geen verplichting bestaat, werd de brandweer tijdens de werkfase betrokken om haar inzichten en expertise mee te nemen in de werken en de latere werking. Brandveiligheid is in ieder geval een van de belangrijke aandachtspunten tijdens de werkfase en de operationele fase van het project. Mijn diensten vervullen hun verplichtingen inzake brandveiligheidsnormen en zien er ook op toe dat de andere betrokken partijen, van verhuurder tot gebruiker, dat ook doen.

 

Wat de milieuvergunning en de waterzuivering betreft, daar had u negen vragen over. Ik beantwoord eerst de vragen 1, 2, 6, 8 en 9. De aanvraag voor de milieuvergunning werd ingediend door de verhuurder van het pand. De verhuurder heeft die op 26 augustus aan de DVZ en Fedasil bezorgd, dus recent. De DVZ en Fedasil zijn daarbij geen betrokken partijen. De verhuurder werd door hen op de hoogte gesteld van de vereiste capaciteit inzake bewoners en personeelsleden.

 

Uw derde vraag in dat kader moet u stellen aan de bevoegde Vlaamse minister.

 

Wat uw vierde vraag betreft, de milieuvergunning voor de waterzuiveringsinstallatie valt onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder, in dit geval Van der Valk. Dat is contractueel opgenomen in het huurcontract tussen Van der Valk en Fedasil.

 

Wat uw vijfde vraag betreft, de opening van het Europees terugkeercentrum staat gepland op 1 december van dit jaar. Die planning is realistisch. Bij de opening zal het Europese terugkeercentrum niet onmiddellijk op volle capaciteit functioneren. Dat is trouwens nooit het geval bij de opening van een nieuw centrum.

 

Wat uw zevende vraag betreft, moet u zich richten tot het betrokken lokale bestuur en Van der Valk.

 

U had ook een aantal vragen over het financiële aspect.

 

Wat het antwoord op uw eerste vraag daarover betreft, kan ik door gekende redenen de exacte huurprijs niet meedelen.

 

Wat de vragen 2, 3 en 4 betreft, de exploitatie van een Europees Terugkeercentrum omvat onder meer personeelskosten, catering, medische ondersteuning, onderhoud, nutsvoorzieningen en operationele werkingskosten. Het is op dit ogenblik niet mogelijk om een raming van de kosten te maken. De kostprijs per opvangplaats per dag voor het Europees terugkeercentrum ligt in dezelfde grootteorde als die van een regulier Fedasilcentrum. Exacte cijfers hierover kunnen niet worden vrijgegeven, omdat ze de huurprijs van het pand openbaar kunnen maken.

 

Wat uw vijfde vraag betreft, was de DVZ op zoek naar een site die aan bepaalde voorwaarden voldeed, zoals toegankelijkheid, operationaliteit, kostenefficiëntie, tewerkstelling en impact op de omgeving en de samenleving. De site in Nazareth beantwoordt aan al die voorwaarden.

 

De huidige site voldeed aan de voorgaande vereisten in die mate dat de DVZ een voorstel kon uitwerken dat uiteindelijk door de inspecteur van Financiën positief werd geadviseerd.

 

In antwoord op uw zesde vraag verwijs ik u voor vragen over de concessie door naar de bevoegde Vlaamse minister.

 

Wat uw zevende vraag betreft, het is niet de taak van de federale overheid om de bedrijfsresultaten officieel openbaar te maken. De directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken trachtte tijdens het infomoment in overleg te gaan met de aanwezige inwoners, waarbij oprechte antwoorden werden gegeven op de bezorgdheden van de aanwezigen. De gedane uitspraak past in die sfeer en heeft geenszins tot doel de bedrijfsresultaten van de verhuurder openbaar te maken.

 

Wat uw achtste vraag betreft, over de concessie van Van der Valk, die valt niet onder mijn bevoegdheid. Die vraag dient aan de bevoegde Vlaamse minister te worden gesteld. Het huurcontract is gesloten voor een termijn van tien jaar.

 

U hebt een zestal vragen gesteld over Van der Valk zelf.

 

Ten eerste, het contract voor het Europees terugkeercentrum in Nazareth werd binnen de geldende regelgeving en volgens de gebruikelijke maatstaven opgesteld.

 

Ten tweede en ten derde, de wettelijk bepaalde screenings werden door de DVZ en Fedasil uitgevoerd alvorens met de verhuurder een contract te sluiten. De DVZ en Fedasil hebben sowieso een profiel geschetst van de potentiële contractspartij en dat werd mee in overweging genomen in de precontractuele fase. Fedasil heeft voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de interne controles en de beoordelingsstappen doorlopen die gebruikelijk zijn voor dergelijke huurovereenkomsten.

 

Voor uw vierde vraag wil ik u vragen die te stellen aan de bevoegde ministers.

 

Ten vijfde, er is geen afzonderlijke schriftelijke bevestiging verstrekt. De beoordeling van een eventuele zorgplichtschending is afhankelijk van de concrete omstandigheden en kan niet louter uit het ontbreken van een dergelijke bevestiging worden afgeleid.

 

Voor uw zesde en laatste vraag verzoek ik u die aan de bevoegde ministers te stellen.

 

Vervolgens hebt u een vijftal vragen gesteld over de lokale politieke verantwoordelijkheid.

 

Ten eerste, het lokaal bestuur werd op 19 juni 2026 officieel geïnformeerd over de beslissing tot opening van een Europees terugkeercentrum.

 

Ten tweede, de mogelijke piste in Nazareth-De Pinte was voor mijn kabinet gekend vanaf het aantreden van het kabinet, aangezien de locatie al in de vorige legislatuur was onderzocht.

 

Wat uw derde vraag betreft, werd begin 2025 aan mijn kabinet door Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken voorgelegd dat de locatie in Nazareth-De Pinte een mogelijkheid was voor een tweede Europees terugkeercentrum. Op 14 mei 2025 werd op mijn kabinet een verkennend gesprek gehouden, waarin het lokaal bestuur geïnformeerd werd dat het Europees terugkeercentrum in Nazareth-De Pinte een mogelijke piste was.

 

Wat uw vierde en vijfde vraag betreft, dat zijn vragen die u aan het betrokken lokaal bestuur moet richten.

 

Dan kom ik bij een laatste reeks vragen die betrekking hebben op de politieke verantwoordelijkheid.

 

Wat uw eerste vraag daarover betreft, het lokaal bestuur werd op 19 juni 2026 officieel geïnformeerd over de beslissing tot opening van een Europees terugkeercentrum.

 

Wat uw tweede en derde vraag betreft, dient u zich te richten tot minister Van Peteghem.

 

Wat uw vierde vraag betreft, het dossier diende niet te worden voorgelegd aan de ministerraad. Na het verkrijgen van een positief advies van de Inspectie van Financiën op 9 juni 2026 werd het dossier gefinaliseerd.

 

Daarmee houdt ook uw vijfde vraag verband. De opening van een Europees terugkeercentrum valt onder mijn bevoegdheid als minister van Asiel en Migratie. Het dossier moest dus niet worden voorgelegd aan de ministerraad.

 

Wat uw zesde vraag betreft, is het zo dat de huurovereenkomst werd ondertekend door de directeur-generaal die de bevoegdheid heeft om Fedasil rechtsgeldig te verbinden, nadat advies werd ingewonnen van de inspecteur-generaal van Financiën. De overeenkomst werd ondertekend op 8 juli 2026.

 

Dat was een hele reeks antwoorden.

 

11.03  Francesca Van Belleghem (VB): Ja, een hele reeks antwoorden, maar op de helft van mijn vragen heb ik eigenlijk geen deftig antwoord gekregen. U zegt dat ik fake news verspreid door te zeggen dat dit een open asielcentrum is. Minister, is dit centrum open of gesloten? Het is een open centrum. Het is een open Dublincentrum. U hebt dat omgedoopt tot een terugkeercentrum. Het is wel degelijk een asielcentrum. Mensen die voldoen aan de Dublinregels, zijn asielzoekers.

 

Het belangrijkste is of het centrum open of gesloten is. U hebt in de media gesproken over een terugkeercentrum. De mensen denken dan dat het een gesloten centrum is, dat die mensen niet naar buiten kunnen en rechtstreeks worden teruggestuurd. De mensen moeten echter weten dat dit een open centrum is en dat de bewoners kunnen gaan en staan waar ze willen.

 

De burgers vrezen dat die mensen binnenkort in hun achtertuin zullen belanden. Langs de E17 kunnen de asielzoekers niet weg, tenzij ze de E17 oversteken, wat levensgevaarlijk is, of met een auto worden opgepikt. Dat laatste is wel plausibel als ze niet willen terugkeren. Ze zullen dus langs die achterweg vertrekken. Daar ligt een bos waar heel veel mensen gaan joggen en er wonen heel veel mensen. De enige manier om daar weg te raken, is via die achterweg. Dat willen de mensen niet. Door het centrum om te dopen tot een of ander terugkeercentrum hebt u de mensen eigenlijk verkeerd geïnformeerd.

 

Daarover gaat het. Mocht het een gesloten terugkeercentrum zijn, dan zouden de mensen er niet zo wakker van liggen. De burgers willen gewoon geen asielhotel. Het gaat ook over het feit dat u asielzoekers zult opvangen in hotels. Dat asielzoekers zomaar in hotels kunnen worden opgevangen en nadien weer kunnen verdwijnen in de vrije natuur, ergens in Nazareth, De Pinte of Sint-Martens-Latem is niet het signaal dat u in de Europese Unie moet geven.

 

Dat is mijn probleem met dat centrum, minister. U moet niet doen alsof ik daar plots een grote voorstander van was. Ik vind die Dublincentra een goede zaak, maar u moet die toch niet in een hotel onderbrengen, minister? Zeker niet in een viersterrenhotel van Van der Valk, dat verbonden is met Jan Jambon. Goede vriendjes allemaal samen. Dat is niet de bedoeling. Zeker niet bij Van der Valk, waar nog een paar maanden geleden huiszoekingen hebben plaatsgevonden op verdenking van mensensmokkel of mensenhandel. De Van der Valkketen wordt ervan verdacht illegalen tewerk te stellen en u sluit dan met Van der Valk een huurovereenkomst om daar asielzoekers onder te brengen. Chapeau.

 

Ik zal uw antwoorden heel grondig nalezen, maar ik wil toch nog één iets kwijt. Het gaat om de huurprijs. Dat zit mij echt tot hier, minister. Ik ben het kotsbeu dat u die probeert verborgen te houden. Ik ben dinsdag dat contract bij Fedasil gaan inkijken. Alle relevante informatie over de huurprijs, de kosten, de duurtijd – die hebt u nu al meegedeeld – en de bijlagen over de werken die in heel dat hotel zullen worden uitgevoerd, werd door Fedasil zwart gemaakt.

 

Burgers mogen blijkbaar niet weten hoeveel belastinggeld naar het hotel gaat dat u zult ombouwen tot een open centrum. Vindt u dat nog normaal? Waar is de transparantie? Al die zwartmakingen door Fedasil, waarschijnlijk op uw instructie, vormen een flagrante schending van de wet op de openbaarheid van bestuur. Dat is een flagrante schending.

 

Ik vind dat de burgers recht hebben op transparantie. Ook hier ging u heel snel over alle vragen heen. Voor de helft van de vragen hebt u mij doorverwezen en op de helft van de vragen die wel aan u gericht zijn, hebt u niet geantwoord. Ik zal die vragen blijven stellen en tot op de bodem uitspitten wat hier allemaal aan de hand is. De burgers hebben het recht om dat te weten.

 

U mag erop rekenen, binnen twee weken zit ik hier terug.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De gedwongen terugkeer naar Afghanistan" (56018870C)

12 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les retours forcés vers l’Afghanistan" (56018870C)

 

12.01  Francesca Van Belleghem (VB): Minister, u kondigt al een jaar aan dat u een oplossing hebt gevonden, eerst op Europees niveau, dan op nationaal niveau, om illegale Afghanen terug te sturen naar het land van herkomst. Intussen hebt u er welgeteld één teruggestuurd. Dat was dan nog een Afghaan die eigenlijk te dom was om zijn paspoort weg te gooien. Eigenlijk is die bijna per ongeluk teruggestuurd.

 

Hoe zit het nu, minister? Wanneer zult u daadwerkelijk werk maken van het systematisch terugsturen van die illegale Afghanen naar het land van herkomst, en niet alleen van diegenen die gewoon hun paspoort niet durven weg te gooien?

 

12.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, we bespreken binnen de regering de verschillende opties om tot een oplossing te komen voor het organiseren van de terugkeer naar Afghanistan. Een technische administratieve samenwerking is namelijk nodig om identificatie en reisdocumenten te verkrijgen. Daarvoor is absoluut geen steun aan of erkenning van het talibanregime nodig. Prioritair is vooral een oplossing nodig voor de veroordeelde criminelen die in onze gevangenissen zitten. Deze regering zet prioritair in op de verwijdering van illegale criminelen en we doen dat met succes. Zoals daarnet gezegd, werden nooit eerder dan in de eerste acht maanden van dit jaar zoveel gedetineerden zonder verblijfsvergunning gedwongen van ons grondgebied verwijderd.

 

Het werk is absoluut nog niet af. Dat betekent ook dat we in het dossier Afghanistan binnen de regering tot een oplossing moeten komen. Zoals gezegd, bespreken we dat verder binnen de regering.

 

12.03  Francesca Van Belleghem (VB): In oktober 2025 kondigde u aan dat illegale Afghanen zouden worden teruggestuurd. In de tijd die sindsdien is verstreken – dus bijna een jaar – heeft Duitsland er al 200 teruggestuurd. Hoeveel hebt u er teruggestuurd? Eén. Dat is natuurlijk het verschil tussen een land dat op bepaalde vlakken wel goede stappen zet en een land dat blijft slabakken omdat er onenigheid is binnen de regering, omdat u het niet mag van uw coalitiepartners, omdat u het nodig vond om een regering te vormen met partijen die eigenlijk elk streng migratiebeleid willen saboteren. U geeft daar gewoon gretig aan toe.

 

We zullen zien wat het resultaat zal zijn als ik binnen twee weken, binnen een maand of binnen anderhalve maand die vraag opnieuw stel. Hoelang moet die kwestie nog worden besproken binnen de regering? U zegt dat u werk zult maken van het terugsturen van die illegale criminele Afghanen. Er zitten zowat 60 van die mensen in de gevangenis, maar hoeveel zijn er intussen in al die tijd die u verloren hebt, niet vrijgelaten? Hoeveel incidenten hebben die niet al aangericht, omdat u die verwijdering niet kunt doorduwen? Daar gaat het over.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De terugkeerhubs" (56018873C)

13 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les hubs de retour" (56018873C)

 

13.01  Francesca Van Belleghem (VB): Begin maart kondigden vijf EU-lidstaten (Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Denemarken en Griekenland) werk te zullen maken van een strategisch plan m.b.t. het inrichten van zogenaamde terugkeerhubs. Opvallende afwezige in deze 'coalition of the willing' was België. Opvallend, omdat u niet alleen pretendeert 'het strengste migratiebeleid ooit' te voeren, maar (meermaals) stelde dat de regering 'de juridische mogelijkheid die binnen de nieuwe terugkeerverordening wordt gecreëerd' verwelkomde, gezien 'dit een belangrijk instrument kan vormen voor een doeltreffend terugkeerbeleid'.

 

De vijf voornoemde landen hebben het ondertussen niet bij aankondigingen gelaten. Vorige maand waren vertegenwoordigers van Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Denemarken en Griekenland met het oog op de inrichting van terugkeerhubs in Rwanda. Daarnaast zouden ook Oeganda, Kenia of Ghana in aanmerking kunnen komen.

 

Voor zover ons bekend, heeft de Belgische regering op dat vlak nog geen enkel initiatief genomen.

 

Waarom heeft België zich nog altijd niet aangesloten bij het initiatief van Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Denemarken en Griekenland?

 

Zal dat alsnog gebeuren? Zo ja, wanneer?

 

Bestaat er mbt de 'terugkeerhubs' binnen deze regering (die volgens u de mogelijkheid daartoe verwelkomde) eigenlijk - en eindelijk - een akkoord?

 

Zo ja, wanneer mogen we eindelijk concrete initiatieven ter zake verwachten?

 

13.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, zoals ik eerder al meermaals heb gecommuniceerd, is de regering het erover eens dat de juridische mogelijkheid die de terugkeerverordening biedt om terugkeerhubs op te zetten, wordt verwelkomd. Het al dan niet deelnemen aan zo’n terugkeerhub en de randvoorwaarden daarvoor maken voorwerp uit van discussie binnen de regering. Aangezien daarover voorlopig nog geen akkoord is, kan nog niet worden aangesloten bij het initiatief op ministerieel niveau van die vijf lidstaten.

 

Ik wil wel in herinnering brengen dat België in het verleden deelnam aan een andere werkgroep op technisch niveau die de mogelijkheden en randvoorwaarden van zo’n terugkeerhub bestudeerde.

 

Als er binnen de regering een akkoord wordt gevonden, kan de deelname aan de werkzaamheden van die groep worden overwogen. Een timing kan ik daarvoor niet geven. Intussen heb ik uiteraard met mijn collega-ministers van de betrokken lidstaten overlegmomenten waarbij dat onderwerp kan worden besproken.

 

Wat uw derde vraag betreft, bestaat er zoals ik al aangaf een principieel akkoord dat de juridische mogelijkheid voor de terugkeerhubs wordt verwelkomd. De effectieve deelname en de randvoorwaarden maken voorwerp uit van bespreking binnen de regering. Zoals al gezegd, kan ik ook geen timing geven.  

 

13.03  Francesca Van Belleghem (VB): Dit is eigenlijk nog exact dezelfde stand van zaken als voor de zomer. Er is niets veranderd, behalve dat Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Denemarken, Griekenland en intussen ook Italië effectief en concreet al aan een oplossing werken om in Rwanda, Oeganda, Kenia en Ghana terugkeerhubs te installeren. Waar staat u? U bent het idee nog altijd juridisch aan het verwelkomen. Er is de afgelopen maanden dus niets veranderd. In april hebt u me nagenoeg hetzelfde antwoord gegeven. Er verandert hier gewoon niets, terwijl andere landen er concreet werk van maken.

 

Bij het regeerakkoord was u zogezegd voortrekker van de coalition of the willing. We zouden hier de zevende locomotief aan de trein kunnen zijn, maar we zijn zelf geen bezemwagen of aanhangwagen. Wij hebben de terugkeerverordening zelfs niet goedgekeurd. U zit qua migratiebeleid op hetzelfde niveau als Spanje. Dat is wat u al verwezenlijkt hebt de afgelopen maanden.

 

Ik vind dat een schande. Zeker als men kijkt naar de relatieve asielcijfers, op basis van de grootte van de landen, zijn wij nog altijd een topbestemmingsland voor asiel. Nederland doet het veel beter dan ons. Ze hebben 143 asielaanvragen per 100.000 inwoners. Wij hebben er 205. Denemarken doet wel mee aan die terugkeerhubs, terwijl ze daar 25 asielaanvragen per 100.000 inwoners hebben. Als er dus een land is dat nood heeft om het signaal te zenden aan al die asielzoekers, aan al die illegalen dat ze hier worden teruggestuurd, dan is het dit land wel, maar wij verwelkomen het idee gewoon.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De evaluatie van het GEAS" (56018876C)

14 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'évaluation du RAEC" (56018876C)

 

14.01  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Op 12 juni trad het Europees migratiepact in werking. Een eerste evaluatie (die betrekking zou hebben op de naleving van titel III van de verordening, of de AMMR) zou half juli gebeuren.

 

Op dat vlak vormen Griekenland en - in het bijzonder - Italië vanouds 'probleemstaten'. Als we de berichtgeving mogen geloven, lijkt daar (alvast wat Italië betreft) weinig verandering in te zijn gekomen. In de eerste drie weken na het van kracht worden van het migratiepact zou Italië al meermaals overdrachtverzoeken (van Duitsland, Oostenrijk, Finland, Zweden, Nederland,….)  geweigerd hebben.

 

Wat zijn de bevindingen uit de eerste evaluatie door de Europese Commissie? Waar bevinden zich de knelpunten?

 

U stelde eerder (commissie 14.07.2026) dat België tussen 12 juni en 9 juli in totaal 100 verzoeken naar Griekenland had verstuurd en 60 naar Italië. Hoeveel zijn het er ondertussen? Wat was daarvan het concrete resultaat?

 

Werden er ondertussen ook Belgische overdrachtverzoeken geweigerd?

 

Werden er ondertussen reeds overdrachtverzoeken uitgevoerd? Zo ja, naar welke lidstaten?

 

14.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, wat betreft uw eerste vraag, in het eerste evaluatierapport, dat werd gepubliceerd op 15 juli, wordt vastgesteld dat er voor Griekenland positieve indicaties zijn dat de problematische praktijken geobserveerd in de implementatie van de Dublin III-regels worden weggewerkt. Voor Italië daarentegen zijn er volgens de Europese Commissie geen concrete indicaties dat dergelijke problematische praktijken, in concreto het niet aanvaarden van transfers, worden weggewerkt. De Commissie spreekt eerder in algemene bewoordingen en stelt voorlopig voor geen van beide lidstaten systemische tekortkomingen inzake de toepassing van titel 3 van de AMMR vast. Let wel, deze eerste evaluatie vond plaats amper één maand nadat het pact van toepassing was. De Commissie had dus slechts zeer beperkte informatie om die evaluatie op te baseren. Het ging dus eerder om een eerste preliminaire evaluatie.

 

Een tweede evaluatierapport wordt verwacht midden oktober, samen met de documenten die de tweede solidariteitscyclus inleiden. Aangezien het pact dan al enkele maanden langer van toepassing zal zijn, zou de Commissie over meer informatie moeten beschikken om een preciezere evaluatie te maken. In mijn contacten met hen hamer ik daar ook steevast op.

 

Wat betreft uw tweede vraag, België stuurde tot en met 13 september van dit jaar 298 verzoeken aan Griekenland en verkreeg 37 akkoorden. Aan Italië werd de vraag 345 keer gesteld en kwamen er 197 positieve antwoorden.

 

Wat betreft uw derde vraag, er werden inderdaad Belgische overdrachtsverzoeken geweigerd.

 

Wat betreft uw vierde vraag, tot en met augustus 2026 werden er 832 overdrachten uitgevoerd. Voor juli en augustus gaat het echter nog om voorlopige, niet geconsolideerde gegevens. Voor de geconsolideerde cijfers per lidstaat verwijs ik u naar de website van de DVZ, waarop u elke maand een gedetailleerd rapport kunt terugvinden.

 

14.03  Francesca Van Belleghem (VB): Dank voor uw antwoord. Italië heeft het dus nog altijd moeilijk om die Dublinregels toe te passen. Midden oktober zullen we u die vraag opnieuw stellen en zien wat de stand van zaken is. Het migratiepact lost het probleem van de secundaire migratie niet op. Huidige positieve indicaties zullen in de toekomst alweer negatieve indicaties worden. Die landen zullen immers niet blijven meewerken. Het probleem van primaire migratie is al zeker niet opgelost, gelet op de migratiecrisis in Spanje. Die toont aan hoe disfunctioneel en kapot dit systeem is, maar dat moet ik eigenlijk niet herhalen. We volgen dit verder op.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Vraag van Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De (gedwongen) terugkeer van gezinnen met kinderen en de evaluatie ervan" (56018878C)

15 Question de Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le retour (forcé) des familles avec enfants et son évaluation" (56018878C)

 

15.01  Francesca Van Belleghem (VB): De titel vat mijn vraag samen.

 

15.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik kan u meedelen dat er in 2025 22 gezinnen vertrokken zijn en dat er in 2026, tot en met augustus, 29 gezinnen zijn vertrokken. Deze cijfers bevatten niet de vertrekken vanuit de gevangenissen, bijvoorbeeld van een moeder met een kind.

 

De evaluatie waarnaar u verwijst, loopt nog. Ik verwacht later dit semester de eerste bevindingen. Ik kan u op dit moment dus nog niets meer meedelen.

 

15.03  Francesca Van Belleghem (VB): Bedoelt u dat er dit jaar 29 gezinnen gedwongen zijn teruggestuurd?

 

De vraag was in hoeveel gevallen er vorig jaar en dit jaar sprake was van een gedwongen terugkeer. Vorig jaar was dat het geval bij één gezin. De cijfers die u eerder hebt meegedeeld, waren volgens mij drie of één in 2024, 0 in 2025 en één gezin dat in de eerste jaarhelft gedwongen werd teruggestuurd.

 

Nu zegt u plots dat er in 2025 22 gezinnen zijn vertrokken en in 2026 29.

 

15.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Dat is een terechte opmerking. We zullen dat zeker nakijken, want ik kan uit de cijfers die hier voorliggen niet opmaken wat precies wordt bedoeld. Ik zal u de correcte cijfers zeker nog bezorgen.

 

15.05  Francesca Van Belleghem (VB): Vermoedelijk zijn ze dus vrijwillig vertrokken.

 

15.06 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik vermoed het, maar ik zal u dat antwoord zeker nog bezorgen.

 

15.07  Francesca Van Belleghem (VB): Op mijn derde vraag kan ik zelf het antwoord geven. De bevindingen van de Blijf-in-Belgiëwet zijn ronduit slecht. We weten dat allemaal. Er zullen geen gezinnen illegalen vrijwillig vertrekken als ze niet gedwongen worden teruggestuurd. Die wet moet dus dringend opnieuw worden geëvalueerd.

 

Eigenlijk had die evaluatie al moeten plaatsvinden, want ze was gepland twee jaar na de inwerkingtreding van de Blijf-in-Belgiëwet. Ze is er nog altijd niet. Als we kijken naar de manier waarop Les Engagés en andere partijen zich binnen de regering gedragen, weten we ook al hoe het zit. U zult misschien de juridische mogelijkheid verwelkomen om de wet te amenderen, maar of dat er komt of niet, daar heb ik grote vragen bij.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Bedankt, mevrouw Van Belleghem.

 

Ik bedank ook de minister voor haar vier uur durende aanwezigheid om op alle vragen van vandaag te antwoorden.

 

Vraag nr. 56018980C van mevrouw De Vreese zal schriftelijk worden behandeld.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.59 uur.

La réunion publique de commission est levée à 17 h 59.

 

Schriftelijk behandelde mondelinge vragen

Questions orales traitées par écrit

 

De antwoorden werden door de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid bezorgd.

Les réponses ont été fournies par la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes.

 

16 Vraag van Maaike De Vreese aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De dalende asielinstroom en de dalende beschermingsgraad" (56018980C)

16 Question de Maaike De Vreese à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La baisse du nombre de demandes d'asile et la diminution du niveau de protection" (56018980C)

 

Mevrouw de minister, onlangs zijn de asielcijfers van augustus bekend. Ons land telde vorige maand 2.142 asielaanvragen. Dat is 26 procent minder dan in augustus vorig jaar, toen het er 2.895 waren, en 36 procent minder dan in augustus 2024. Over de eerste acht maanden komen we uit op 16.471 aanvragen, terwijl er twee jaar geleden, onder de Vivaldi-regering, in dezelfde periode nog bijna 25.000 mensen asiel vroegen.

 

Terwijl de asielinstroom op Europees niveau dit jaar in de eerste zeven maanden met 18 procent daalde, ging het bij ons om een daling 30 procent. Dat is een duidelijk teken dat ons asiel- en migratiebeleid werkt. De keuzes die we hebben gemaakt hebben impact. Ook de beschermingsgraad blijft dalen. In mei van dit jaar bedroeg die nog 25,5 procent, in juli was dat 22,7 procent.

 

We moeten blijven inzetten op een streng asiel- en migratiebeleid. Door verdere hervormingen door te voeren, het aanzuigeffect verder weg te werken en de terugkeer van mensen in illegaal verblijf op te voeren. Ten slotte zorgt een verminderde instroom ervoor dat de druk op ons opvangnetwerk verlicht.

 

 

Daarom stel ik u deze vragen:

 

Kunt u de dalende asielcijfers toelichten? Hoe verklaart u dat de daling bij ons bijna dubbel zo sterk is als het Europese gemiddelde? Welke maatregelen hebben volgens u het grootste ontradingseffect gehad?

Kunt u toelichting geven bij de verder dalende beschermingsgraad? Wat zijn daarvan de voornaamste oorzaken, en verwacht u dat die graad zal blijven dalen?

Kunt u toelichting geven over de projecties van de instroom in de komende periode? Kunt u toelichting geven welke impact dit heeft op ons opvangnetwerk? Wat is de huidige stand van het opvangnetwerk en de doorstroomlijst?​

                                                                                

Antwoord - Réponse:

                                                                                

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.