CRIV 56 COM 484

Logo_Kamer_zwartwit_outline

CRIV 56 COM 484

 

Niet citeren zonder bronvermelding

De definitieve versie bevat ook de integrale vertaling. De bijlagen zijn in een aparte brochure opgenomen.

 

 

 

Ne pas citer sans mentionner la source

La version définitive comprend aussi la traduction intégrale. Les annexes sont reprises dans une brochure séparée.

 

Belgische Kamer van

volksvertegenwoordigers

Chambre des représentants

de Belgique

 

Voorlopig Verslag

Compte Rendu Provisoire

Commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat

Commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat

Woensdag

Mercredi

21-10-2026

21-10-2026

Voormiddag

Matin

 

 

 

 

De teksten werden nog niet door de sprekers nagezien. Zij kunnen hun correcties schriftelijk
meedelen vóór

Les textes n’ont pas encore été révisés par les orateurs. Ceux-ci peuvent communiquer leurs corrections par écrit avant le

26-10-2026, om 16 uur

 

aan de Dienst Integraal Verslag.

26-10-2026, à 16 heures

 

au Service du Compte rendu intégral.

 

 

e-mail: CRIV@dekamer.be

 

e-mail: CRIV@lachambre.be


N-VA

Nieuw-Vlaamse Alliantie

VB

Vlaams Belang

MR

Mouvement Réformateur

PS

Parti Socialiste

PVDA-PTB

Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique

Les Engagés

Les Engagés

Vooruit

Vooruit

cd&v

Christen-Democratisch en Vlaams

Ecolo-Groen

Ecologistes Confédérés pour  l’organisation de luttes originales – Groen

Anders.

Anders.

DéFI

Démocrate Fédéraliste Indépendant

INDEP-ONAFH

Indépendant – Onafhankelijk

 

Afkortingen bij de nummering van de publicaties :

Abréviations dans la numérotation des publications :

DOC 56 0000/000

Parlementair stuk van de 56e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer

DOC 56 0000/000

Document parlementaire de la 56e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif

QRVA

Schriftelijke Vragen en Antwoorden

QRVA

Questions et Réponses écrites

CRIV

Voorlopige versie van het Integraal Verslag

CRIV

Version provisoire du Compte Rendu Intégral

CRABV

Beknopt Verslag

CRABV

Compte Rendu Analytique

CRIV

Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen)

CRIV

Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit des interventions (avec les annexes)

PLEN

Plenum

PLEN

Séance plénière

COM

Commissievergadering

COM

Réunion de commission

MOT

Moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)

MOT

Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige)

 

Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers

Bestellingen :

Natieplein 2

1008 Brussel

Tel. : 02/549 81 60

www.dekamer.be

e-mail : publicaties@dekamer.be

Publications officielles éditées par la Chambre des représentants

Commandes :

Place de la Nation 2

1008 Bruxelles

Tél. : 02/549 81 60

www.lachambre.be

e-mail : publications@lachambre.be

 


 

INHOUD

 

SOMMAIRE

 

 

 

 

 

Actualiteitsdebat over de COP31  en toegevoegde vragen van

1

Débat d'actualité sur la COP31 et questions jointes de

1

- Roberto D'Amico aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31" (56019646C)

1

- Roberto D'Amico à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31" (56019646C)

1

- Natalie Eggermont aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31" (56019647C)

1

- Natalie Eggermont à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31" (56019647C)

1

- Phaedra Van Keymolen aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De Belgische inzet voor de COP31" (56020057C)

1

- Phaedra Van Keymolen à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'engagement de la Belgique pour la COP31" (56020057C)

1

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De positie van België op de COP31" (56020246C)

1

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La position de la Belgique lors de la COP31" (56020246C)

1

- Sam Van Rooy aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De 31ste klimaattop van de VN (COP31)" (56020249C)

1

- Sam Van Rooy à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Le 31e sommet des Nations Unies sur le climat (COP31)" (56020249C)

1

- Rajae Maouane aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31 en het plan voor de uitfasering van fossiele energie" (56020253C)

1

- Rajae Maouane à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31 et le plan de sortie des énergies fossiles" (56020253C)

1

- Rajae Maouane aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31 en de klimaatfinanciering" (56020254C)

1

- Rajae Maouane à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31 et le financement climatique" (56020254C)

1

Sprekers: Roberto D'Amico, Phaedra Van Keymolen, Jeroen Van Lysebettens, Sam Van Rooy, Katrijn van Riet, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Roberto D'Amico, Phaedra Van Keymolen, Jeroen Van Lysebettens, Sam Van Rooy, Katrijn van Riet, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Vraag van Funda Oru aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De daging van België voor het Europees Comité voor Sociale Rechten wegens PFAS-vervuiling" (56017921C)

7

Question de Funda Oru à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La citation de la Belgique devant le Comité européen des Droits sociaux pour pollution aux PFAS" (56017921C)

7

Sprekers: Funda Oru, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Funda Oru, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Vraag van Katrijn van Riet aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De evoluties inzake CCS" (56019441C)

8

Question de Katrijn van Riet à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Les évolutions en matière de CSC" (56019441C)

8

Sprekers: Katrijn van Riet, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Katrijn van Riet, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Vraag van Staf Aerts aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De emissievrije taxi's en verhoogde thematische investeringsaftrek voor koolstofemissievrij vervoer" (56018918C)

9

Question de Staf Aerts à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Les taxis zéro émission et déduction majorée pour investissement thématique dans le transport propre" (56018918C)

9

Sprekers: Staf Aerts, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Staf Aerts, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

10

Questions jointes de

10

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De klimaatmars en het Belgische klimaatbeleid" (56019688C)

10

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La marche pour le climat et la politique climatique belge" (56019688C)

10

- Sarah Schlitz aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De klimaatmars, allen daarheen!" (56019697C)

10

- Sarah Schlitz à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La marche climat, tout le monde y va !" (56019697C)

10

- Marie Meunier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De klimaatmars op 11 oktober 2026" (56020237C)

10

- Marie Meunier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La marche pour le climat du 11 octobre 2026" (56020237C)

10

Sprekers: Jeroen Van Lysebettens, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling, Marie Meunier

 

Orateurs: Jeroen Van Lysebettens, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable, Marie Meunier

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

13

Questions jointes de

13

- Sam Van Rooy aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De studie Be-Adapt" (56019798C)

13

- Sam Van Rooy à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'étude Be-Adapt" (56019798C)

13

- Phaedra Van Keymolen aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De studie Be-Adapt en de voorbereiding van het federaal adaptatieplan 2027-2031" (56020060C)

13

- Phaedra Van Keymolen à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'étude Be-Adapt et la préparation du plan fédéral d'adaptation 2027-2031" (56020060C)

13

Sprekers: Sam Van Rooy, Phaedra Van Keymolen, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Sam Van Rooy, Phaedra Van Keymolen, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

14

Questions jointes de

15

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De opvolging van het arrest in de zaak betreffende de vzw Klimaatzaak" (56020076C)

14

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La suite à réserver à l'arrêt concernant l'ASBL Affaire Climat" (56020076C)

15

- Sam Van Rooy aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "Het klimaatarrest" (56020106C)

15

- Sam Van Rooy à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'arrêt dans l'Affaire Climat" (56020106C)

15

- Claire Hugon Lecharlier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De naleving van het 'klimaatarrest' van 30 november 2023 en de eisen van Klimaatzaak" (56020242C)

15

- Claire Hugon Lecharlier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Le respect de l'arrêt "climat" du 30 novembre 2023 et les revendications de Klimaatzaak" (56020242C)

15

Sprekers: Jeroen Van Lysebettens, Sam Van Rooy, Claire Hugon Lecharlier, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Jeroen Van Lysebettens, Sam Van Rooy, Claire Hugon Lecharlier, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Vraag van Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De uitvoering van de federale klimaatwet" (56020100C)

18

Question de Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'exécution de la loi fédérale climat" (56020100C)

18

Sprekers: Jeroen Van Lysebettens, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Jeroen Van Lysebettens, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Vraag van Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "Het advies van de FRDO op het federaal plan voor duurzame ontwikkeling" (56020103C)

19

Question de Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'avis du CFDD concernant le plan fédéral de développement durable" (56020103C)

19

Sprekers: Jeroen Van Lysebettens, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Jeroen Van Lysebettens, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

21

Questions jointes de

21

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "Het Belgische standpunt op de biodiversiteitstop" (56020115C)

21

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La position de la Belgique au sommet sur la biodiversité" (56020115C)

21

- Marie Meunier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De deelname van België aan de COP17 in Armenië" (56020235C)

21

- Marie Meunier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La participation de la Belgique à la COP17 en Arménie" (56020235C)

21

- Rajae Maouane aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP17 over biodiversiteit en het natuurherstelbeleid in België" (56020255C)

21

- Rajae Maouane à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP17 sur la biodiversité et les politiques relatives à la restauration de la nature en Belgique" (56020255C)

21

Sprekers: Jeroen Van Lysebettens, Marie Meunier, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Jeroen Van Lysebettens, Marie Meunier, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Vraag van Marie Meunier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De blokkering van de Belgische klimaatbudgetten" (56020236C)

23

Question de Marie Meunier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Le blocage des budgets belges pour le climat" (56020236C)

23

Sprekers: Marie Meunier, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Marie Meunier, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 


 

Commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat

Commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat

 

van

 

Woensdag 21 oktober 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 21 octobre 2026

 

Matin

 

______

 


De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door de heer Jeroen Van Lysebettens.

La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 05 et présidée par M. Jeroen Van Lysebettens.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

01 Débat d'actualité sur la COP31 et questions jointes de

- Roberto D'Amico à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31" (56019646C)

- Natalie Eggermont à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31" (56019647C)

- Phaedra Van Keymolen à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'engagement de la Belgique pour la COP31" (56020057C)

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La position de la Belgique lors de la COP31" (56020246C)

- Sam Van Rooy à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Le 31e sommet des Nations Unies sur le climat (COP31)" (56020249C)

- Rajae Maouane à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31 et le plan de sortie des énergies fossiles" (56020253C)

- Rajae Maouane à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP31 et le financement climatique" (56020254C)

01 Actualiteitsdebat over de COP31  en toegevoegde vragen van

- Roberto D'Amico aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31" (56019646C)

- Natalie Eggermont aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31" (56019647C)

- Phaedra Van Keymolen aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De Belgische inzet voor de COP31" (56020057C)

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De positie van België op de COP31" (56020246C)

- Sam Van Rooy aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De 31ste klimaattop van de VN (COP31)" (56020249C)

- Rajae Maouane aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31 en het plan voor de uitfasering van fossiele energie" (56020253C)

- Rajae Maouane aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP31 en de klimaatfinanciering" (56020254C)

 

01.01  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, la COP31 se tiendra du 9 au 20 novembre à Antalya, en Turquie. De nombreux scientifiques estiment désormais qu'un dépassement du seuil de 1,5 degré est devenu inévitable. Sur le plan national, la Belgique a finalement remis son Plan climat-énergie avec plus d'un an de retard. Ce plan reste néanmoins insuffisant.

 

L'explosion du prix du pétrole survenue cette année nous rappelle par ailleurs à quel point notre dépendance aux énergies fossiles importées nous rend vulnérables. Par ailleurs, les investissements dans le secteur militaire vont augmenter, tout comme les émissions de gaz à effet de serre. Avez-vous une estimation du bilan carbone des plans de militarisation de la Belgique? Dans la négative, pourquoi ne pas en tenir compte alors que c'est sans doute le secteur dont les émissions vont le plus augmenter dans les prochaines années?

 

En mai, vous disiez que les grands producteurs d'énergies fossiles feraient bien de comprendre que ce monde a décidé d'avancer sans les attendre. Qu'en est-il d'un plan belge pour sortir des énergies fossiles en faisant payer les géants du pétrole qui profitent de la crise actuelle en engrangeant des profits records?

 

Plusieurs pays, dont la France, l'Allemagne et les Pays-Bas, ont dévoilé des feuilles de route qui incluent des dates précises pour la sortie du pétrole, du gaz et du charbon. Pourquoi la Belgique, qui a participé en avril 2026 à la conférence de Santa Marta pour une sortie juste et équitable des énergies fossiles, n'a-t-elle pas encore une telle feuille de route à partager?

 

Lors de la COP30, les États se sont accordés sur le triplement du financement de l'adaptation pour les pays en développement d'ici 2035, mais sans préciser l'année de référence. Pourtant, sous la première année de l'Arizona, le financement climatique international a chuté de plus de 20 % pour atteindre 225 millions d'euros en 2025, alors que sa juste part – comme écrit dans la stratégie climatique internationale fédérale – serait d'au moins 1 milliard d'euros.

 

Comment la Belgique compte-t-elle faire preuve de solidarité internationale avec la COP alors qu'elle coupe dans les budgets qui aident les pays du Sud à faire face à une crise qu'ils n'ont pas causée? Quelle est la stratégie pour accroître les financements publics?

 

Quelle est la vision de la Belgique sur les précisions à apporter à cet objectif? Enfin, la Belgique soutiendra-t-elle un triplement des budgets d'ici la fin 2035? Merci.

 

01.02  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, inderdaad, van 9 tot en met 20 november vindt in het Turkse Antalya de 31ste VN-klimaatconferentie plaats, de COP31. Die conferentie komt op een moment waarop het VN-milieuprogramma vaststelt dat we de grens van 1,5° Celsius opwarming helaas niet meer kunnen vermijden. De uitdaging is nu om die overschrijding zo klein en zo kort mogelijk te houden en de opwarming op termijn opnieuw tot onder die grens te brengen.

 

Ik hoef u dat echter niet uit te leggen, mijnheer de minister. De Europese Unie heeft alvast haar prioriteiten voor de COP31 vastgelegd in de raadsconclusies van 12 oktober. Daarin ligt de nadruk onder meer op een snellere energietransitie, de vermindering van de methaanuitstoot, klimaatadaptatie en internationale klimaatfinanciering. Het lijkt me belangrijk dat ons land ook met duidelijke prioriteiten en een goed afgestemde delegatie naar Antalya trekt.

 

Wat zijn onze prioriteiten en onderhandelingsdoelen voor de COP31? Welke concrete resultaten wilt u binnenhalen? Hoe sluiten onze standpunten aan bij de Europese positie?

 

Ik heb ook nog een vraag over de samenstelling van de Belgische delegatie. Gaat u zelf naar Antalya? Uit hoeveel personen bestaat de delegatie? Welke ministers en vertegenwoordigers van de federale overheid en de gewesten zullen aanwezig zijn?

 

01.03  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik denk dat de collega's het al hebben geduid. We trekken straks naar de COP en als ik goed geïnformeerd ben, wordt de Kamer vertegenwoordigd door mezelf en mevrouw van Riet, om alvast een antwoord te geven op de vraag van mevrouw Van Keymolen.

 

Ik had graag wat duiding gekregen bij het Belgische standpunt dat op de COP zal worden ingenomen. Ik heb kennisgenomen van het Europese standpunt en ik ben blij daarin te lezen dat we het Klimaatakkoord van Parijs bekrachtigen en verder willen werken aan de doelstellingen die daarin zijn vastgelegd. Welke rol hebben België en uzelf gespeeld bij de totstandkoming van het Europese standpunt?

 

Los daarvan kwam vorige week in het nieuws dat er op de IPCC-top in Addis Abeba onenigheid was over de publicatie van het nieuwe AR7-rapport, dat de voortgang van het klimaatbeleid wereldwijd tegen 2028 zou moeten monitoren, meten en rapporteren. De COP van 2028 is een zeer cruciale top, omdat dan ook daadwerkelijk zal worden nagegaan in hoeverre de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs worden gehaald. Er is echter onenigheid over de publicatie van het rapport, omdat veel olieproducerende landen die willen tegenhouden. In de berichtgeving over de IPCC-top werd gesteld dat er geen akkoord was bereikt, maar dat de lidstaten daarover in de marge van de COP31 in Antalya zouden onderhandelen.

 

Welk standpunt neemt België daarin in? Zal België de strikte en ambitieuze timing voor het AR7-rapport respecteren en daar ook voor pleiten in de marge van de COP in Antalya?

 

01.04  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, opnieuw is er de zoveelste klimaattop, de 31ste dit keer, in het Turkse Antalya. Centraal staat onder andere – voor ons zeer belangrijk om te benadrukken – de nieuwe mondiale klimaatfinancieringsdoelstelling van COP29, die al enkele jaren geleden werd vastgelegd. Tegen 2035 zou daardoor jaarlijks minstens 3 miljard dollar naar ontwikkelingslanden moeten gaan. Ik heb vijf concrete vragen.

 

Wat zal België precies verkondigen tijdens COP31 in Turkije? Welke concrete engagementen plant België aan te gaan?

 

Wat zijn de totale geraamde kosten van de Belgische deelname aan COP31 in Turkije? Ik bedoel daarmee alle kosten voor de voorbereiding, de verplaatsingen, het verblijf en het meereizende personeel.

 

Hoeveel euro besteedt België dit jaar aan internationale klimaatfinanciering en welke bedragen zijn voor de komende jaren voorzien? Wat gebeurt er concreet met dat geld? Ik heb die vraag niet ingediend, maar stel ze nu graag, als u daarop kunt en wilt antwoorden.

 

Hoeveel euro zal de regering de komende jaren besteden aan klimaatmitigatie en hoeveel aan klimaatadaptatie? We zien eindelijk een verschuiving naar meer klimaatadaptatie. Zult u geld dat in beginsel bestemd was voor klimaatmitigatie, heroriënteren naar klimaatadaptatie? Zo ja, om welk bedrag gaat het precies? Zo nee, waarom niet?

 

Tot slot hebt u recent in de pers, in een groot interview met vier klimaatministers in De Morgen, naar ik meen, gesteld dat u 0,3 % van ons bbp buiten de begroting wilt investeren in de energietransitie en in de capaciteit van onze netwerken. Vindt u dat echt verantwoord? Dat is misschien een retorische vraag. Belangrijker is of u op dit moment probeert premier De Wever daarvan te overtuigen. Wat is de stand van zaken binnen de regering? Dank u wel.

 

De voorzitter: In een actuadebat kunnen de fracties die nog niet het woord hebben genomen, nu of straks tijdens de repliek aansluiten. Ik kijk daarbij naar mevrouw van Riet, aangezien haar fractie de enige is die nog niet het woord heeft gekregen.

 

01.05  Katrijn van Riet (N-VA): Ik kan ook straks tijdens de repliek aansluiten.

 

De voorzitter: Het is natuurlijk het een of het ander.

 

01.06  Katrijn van Riet (N-VA): Ik heb ook een vraag ingediend over het Nationaal Energie- en Klimaatplan en die gekoppeld aan COP31. Ik kan die vraag misschien nu stellen. Ik weet niet of de minister die vraag afzonderlijk zal beantwoorden. We willen graag weten of het verhaal van ons land anderen kan inspireren, waar er verbeterpunten zijn en of we op schema zitten met het Nationaal Energie- en Klimaatplan.

 

Wat zijn de laatste ontwikkelingen? Die informatie kunnen we immers meenemen naar de top.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, ik stel voor om het antwoord te integreren in het actuadebat, zodat mevrouw van Riet straks ook kan aansluiten bij de repliek.

 

01.07 Minister Jean-Luc Crucke: Mijnheer de voorzitter, in september 2026 publiceerde het VN-Milieuprogramma zijn baanbrekende Overshoot Report. Zoals mevrouw Van Keymolen al aangaf, geeft het rapport aan dat we de doelstelling om de opwarming tot 1,5°C te beperken, naar alle waarschijnlijkheid zullen overschrijden. In het meest positieve scenario beperken we de globale opwarming tot 1,8°C, maar een opwarming van 2,6°C is waarschijnlijker. Het rapport zet de toon voor COP31. We moeten blijven inzetten op klimaatbeleid, zowel om de globale emissies te reduceren als om ons aan te passen aan het wijzigende klimaat. Dat vereist ook actie op mondiaal niveau.

 

De Europese Unie is ambitieus met haar klimaatneutraliteitsdoelstelling tegen 2050 en haar tussentijdse doelstellingen van een emissiereductie met 55 % tegen 2030 en 90 % tegen 2040. Als we de klimaatverandering echter ernstig willen aanpakken, moeten alle landen een ambitieus beleid voeren. De eerste Europese en Belgische prioriteit voor COP31 is dan ook het versnellen van de wereldwijde implementatie van het Akkoord van Parijs. Dat betekent dat alle landen een klimaatplan moeten indienen. We missen nog plannen van meer dan veertig landen die gezamenlijk bijna een kwart van de globale emissies vertegenwoordigen. De belangrijkste speler daarbij is de Verenigde Staten.

 

De implementatie van het Akkoord van Parijs betekent ook dat landen waarvan het klimaatplan onvoldoende ambitieus is, in het bijzonder de grote uitstoters, moeten worden aangespoord om meer ambitie te tonen. België en Europa pleiten daarbij specifiek voor een ruimer gebruik van koolstofbeprijzingsmechanismen door alle landen als instrument om investeringen in decarbonisatie te stimuleren, concurrentievervalsing tegen te gaan en de klimaatdoelstellingen op een kostenefficiëntere manier te realiseren.

 

Tegelijk maakt de bijzonder complexe geopolitieke en economische context duidelijk dat we een transitie moeten waarborgen die tegelijkertijd rechtvaardig, betaalbaar en gunstig is voor het concurrentievermogen van onze economie. Ons klimaatbeleid moet de uitstoot verminderen zonder de-industrialisering te veroorzaken of onze energiezekerheid in gevaar te brengen. Dat is dan ook de tweede prioriteit, namelijk het verzekeren van een gelijk speelveld voor onze samenleving, onze burgers en onze economie.

 

Met dat doel engageren België en Europa zich in de verschillende initiatieven om uitvoering te geven aan de globale doelstelling van een geleidelijke transitie weg van fossiele brandstoffen en een verdrievoudiging van de capaciteit aan hernieuwbare energie. We steunen in dat verband dat COP31 een sterk signaal geeft inzake de nood aan een versnelde elektrificatie van de wereldwijde energiesystemen op basis van zuivere energiebronnen, zoals hernieuwbare en nucleaire energie.

 

En outre, la présidence brésilienne de la COP30 publiera, dans la perspective de la COP31, des feuilles de route relatives à la sortie progressive des combustibles fossiles ainsi qu'à la lutte contre la déforestation comme nous l'avions prévu et convenu à Santa Marta.

 

L'Union européenne et la Belgique encouragent la présidence de la COP31 à mettre en place un processus de suivi à cet égard dans le cadre du processus formel de négociation.

 

En ce qui concerne le financement international de l'action climatique, l'Union européenne et la Belgique sont disposées à dialoguer sur la mise en œuvre des engagements existants, mais ce dialogue doit respecter les accords déjà conclus et tenir compte des réalités budgétaires à la fois européennes et nationales. Le nouvel objectif quantifié, le New Collective Quantified Goal (NCQG) convenu en 2023, constitue donc le cadre de référence. Dans ce cadre, nous œuvrons à l'élargissement de la base des donateurs aux pays donateurs non traditionnels ainsi qu'à l'alignement de l'ensemble des flux financiers, tant public que privé sur un développement neutre pour le climat et résilient aux changements climatiques. Il existe toutefois une marge de manœuvre pour examiner les moyens d'améliorer l'accès au financement climatique pour les pays en développement les plus vulnérables.

 

Mijnheer Van Rooy en mevrouw Maouane, voor uw vragen over de internationale klimaatfinanciering van België moet ik u doorverwijzen naar minister Prévot, die daarvoor bevoegd is.

 

En ce qui concerne le GIEC, nous plaidons pour que le septième rapport d'évaluation soit publié avant le deuxième bilan mondial Global Stocktake lors de la COP33 en 2028, afin que les connaissances scientifiques les plus récentes puissent bien éclairer ce processus. J'ai moi-même récemment cosigné, au nom de la Belgique, la déclaration de la High Ambition Coalition à ce sujet.

 

La délégation officielle belge se compose d'une quarantaine de représentants des différentes autorités et assemblées parlementaires belges, et est donc nettement réduite par rapport à d'autres COP. En ma qualité de chef de la délégation belge, je participerai à la deuxième semaine au niveau ministériel.

 

Collega Depraetere van de Vlaamse regering zal ook aanwezig zijn, zij het enkel de eerste week.

 

Par contre, nous ne disposons pas d'une estimation du coût de la délégation officielle belge, puisque chaque instance prend elle-même en charge les frais liés à sa participation.

 

Mijnheer Van Rooy, ik kan u wel de precieze uitgaven ter zake van de federale overheid laten geworden. Ik heb die precieze cijfers nu niet bij. Ik zal ze u echter bezorgen.

 

S'agissant de la délégation de mon administration, les coûts s'inscrivent dans le cadre du budget annuel approuvé par le Parlement. Pour ce qui est du coût de la participation des deux représentants de la Chambre, comme cela a été dit par le président, le secrétariat de cette commission pourra éventuellement vous fournir davantage d'informations. Enfin, concernant les différentes questions relatives à la politique menée au niveau belge, je vous renvoie à mes réponses aux questions portant sur la marche pour le climat et l'arrêt concernant l'affaire climat.

 

Ten slotte, vooraleer ik op de vragen van mevrouw van Riet antwoord, wil ik nog het volgende meegeven.

 

On pourrait considérer que l'ambiance dans laquelle cette COP31 va se tenir est difficile. D'abord parce que, comme je l'ai dit, des émetteurs importants sont absents pour la deuxième fois et rompent manifestement tous les engagements qu'ils avaient pris dans le passé. Il ne faut pas sous-estimer ce fait. Pour autant, adopter ce type d'attitude serait contraire à nos obligations, qui consistent à répondre aux marges que nous nous sommes fixées en termes d'adaptation et de réduction des émissions. Ces marges sont d'ailleurs évoquées dans le rapport du Programme des Nations Unies pour l'environnement (PNUE) que j'ai cité et qui a été publié récemment. Les chiffres évoqués tout à l'heure ne sont pas bons, il faut pouvoir le reconnaître.

 

Toutefois, ce rapport contient des pistes prouvant que nous pouvons changer notre trajectoire et intervenir pour la modifier. Ce même document indique clairement qu'aujourd'hui, notre capacité en énergies renouvelables est trois fois supérieure à ce qui avait été prévu lors des accords de Paris. De même, notre capacité photovoltaïque est huit fois plus élevée que les projections de l'époque. Enfin, l'augmentation de la consommation des énergies fossiles est nettement moindre que celle qui avait été évaluée lors de ces mêmes accords. Il y a donc des messages positifs qu'il convient de renforcer et de répéter.

 

Avant de répondre à la question de notre collègue, je me permettrai un dernier avis: ce qui nous manque vraiment aujourd'hui sur le plan mondial, c'est du leadership en la matière. Il faut cesser de se renvoyer systématiquement la balle ou de se tirer une balle dans le pied sur le plan européen. Nous sommes le continent le plus crédible en la matière. Est-ce suffisant? Non. Mais nous sommes ceux qui, proportionnellement, ont fourni le plus d'efforts. On peut également citer la Chine, dont la programmation s'étend jusqu'en 2060, mais personne ne peut tenir le même message que celui que les Européens sont en capacité de tenir. Il faut aussi le répéter de temps à autre.

 

Mevrouw van Riet, ik zal nu antwoorden op uw vragen.

 

Ons land beschikt sinds oktober 2025 over een geactualiseerd Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030. We bevinden ons nu in de uitvoerings- en opvolgingsfase, waarin zowel de federale overheid als de gewesten de opgenomen maatregelen verder moeten implementeren en monitoren.

 

Op federaal niveau gebeurt die opvolging via de federale beleidscyclus die sinds 2024 wettelijk is verankerd. Jaarlijks worden de routekaarten en voortgangsverslagen van de betrokken administraties geëvalueerd om na te gaan of bijkomende inspanningen nodig zijn.

 

Er is nog geen akkoord over de verdeling van de energie- en klimaatdoelstellingen, de internationale klimaatfinanciering en de inkomsten uit ETS en CBAM tegen 2030. Er is dus ook geen akkoord over de verantwoordelijkheden. Die zaken hangen samen. Ik wil geen akkoord ondertekenen waarbij we alleen de inkomsten kunnen verdelen zonder dat de verantwoordelijkheden voor iedereen zijn bepaald.

 

Vlaanderen heeft als voorzitter van de Nationale Klimaatcommissie in juni 2026 een voorstel voor burden sharing ingediend. Ook op federaal niveau wordt nog overlegd om tot een mandaat te komen.

 

Tegelijk zijn de voorbereidingen voor het volgende geïntegreerde NEKP 2031-2040 gestart.

 

Door de Nationale Klimaatcommissie en de verschillende technische werkgroepen wordt gewerkt aan de methodologie, de prognoses en de lessen uit de vorige NEKP-cyclus. Daarbij wordt ingezet op een betere afstemming tussen de beleidsniveaus, meer transparantie, een sterkere strategische visie en vroegtijdig politiek overleg.

 

Mijn belangrijkste prioriteiten blijven de effectieve uitvoering van de bestaande maatregelen, de versterking van de monitoring en rapportering, de bijkomende ontwikkeling van maatregelen en investeringen voor de energie- en klimaattransitie en de voorbereiding van het NEKP 2031-2040.

 

Daarnaast moet de toekomstige Europese doelstelling inzake de rapporteringsvereisten over de periode na 2030 nog op Europees niveau worden vastgelegd.

 

De bevoegdheidsverdeling zelf staat vast en volgt uit de bestaande grondwettelijke en wettelijke verdeling tussen de federale overheid en de gewesten. Klimaatbeleid is een gemengde bevoegdheid, waardoor samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus essentieel is.

 

In het kader van de onderhandelingen over de lastenverdeling moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de verdeling van de verantwoordelijkheden en over de juridische en financiële gevolgen bij een eventuele ingebrekestelling.

 

Er wordt veel gevraagd, ook op het vlak van verantwoordelijkheden. Er zijn vandaag echter geen sluitende afspraken over de manier waarop we de gevolgen opvangen als België zijn Europese of internationale verplichtingen niet nakomt.

 

01.08  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses, même si vous vous doutez qu’elles ne sont pas satisfaisantes à mes yeux. Le plan de la Belgique est vraiment insatisfaisant. Vous me parlez des États-Unis, et cela ne m'étonne guère, parce que si les États-Unis se préoccupaient de la planète, cela se saurait, et vous le sauriez aussi.

 

Le 11 octobre, 60 000 personnes se sont rassemblées dans les rues de Bruxelles à l'occasion de la marche pour le climat. Certains calicots dénonçaient l’inaction du gouvernement belge face à la situation, envoyant un véritable signal au gouvernement. Je pense qu’il est vraiment temps d’agir et de mettre en place une politique ambitieuse pour le climat. Comme je l’ai dit dans ma question, plutôt que d’investir dans la militarisation, qui ne fera qu'aggraver la situation, il serait préférable d'investir dans les besoins de la société, autrement dit reprendre notre secteur énergétique et investir dans la transition pour sortir de ces énergies fossiles.

 

01.09  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Het is positief dat België zich in aanloop naar de COP31 schaart achter de Europese klimaatambities. Tegelijkertijd zal het erop aankomen om die internationale engagementen om te zetten in concrete realisaties en resultaten op het terrein.

 

De klimaatuitdaging vereist niet alleen ambitie, maar ook verantwoordelijkheid en een draagvlak. Daarom is het heel belangrijk dat België in Antalya met één stem spreekt en bijdraagt aan realistische en doeltreffende oplossingen die de uitstoot verminderen, de energiezekerheid versterken en rekening houden met iedereen, zowel gezinnen als ondernemingen. De transitie moet immers slagen. Er is een sense of urgency. Ik hoop dan ook dat de COP31 niet alleen leidt tot bijkomende engagementen of een nieuw, mooi rapport, maar vooral tot uitvoering van meer maatregelen met betere resultaten. Ik wens u daar dan ook heel veel succes mee.

 

01.10  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Een aantal positieve elementen uit uw antwoord kan ik zeker onderschrijven, zoals het vasthouden aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs en aan de deadline voor het AR7-rapport. We moeten alles in het werk stellen om die deadline te halen.

 

Ik kan u ook volgen dat we op Europees vlak meer leiderschap moeten tonen. Onze Europese bedrijven geven het goede voorbeeld van wat we op klimaatvlak kunnen doen. Ook onze Europese overheden leveren inspanningen. Dat neemt niet weg dat uzelf ook leiderschap op u moet nemen. Immers, op Belgisch niveau blijven het Nationaal Energie- en Klimaatplan en de verdeling van zowel de ETS-inkomsten als de verantwoordelijkheden uit. Elke regering in dit land moet haar verantwoordelijkheid opnemen. We kunnen niet bepleiten dat we leiderschap moeten tonen als we onze eigen winkel nog niet op orde hebben.

 

Ook inzake een klimaatbeleid dat gunstig is voor de economie kunnen we een aantal voor de hand liggende zaken doen, namelijk de industrie en het bedrijfsleven stimuleren om bij te dragen aan klimaatoplossingen. Ik geef het concrete voorbeeld van de ontwikkeling van offshore productie van windenergie. Overal ter wereld zijn Belgische bedrijven daarmee bezig. Onze baggerbedrijven staan op dat vlak aan de top.

 

Wie slaagt er echter niet in om hier offshore windenergieproductie te ontwikkelen? De Belgische regering. Nochtans kunnen we daarmee zowel onze klimaatdoelstellingen halen als onze economie wapenen.

 

01.11  Sam Van Rooy (VB): Minister, ondanks nieuwe klimaatplannen stevent de wereld af op meer opwarming. Dat kopt De Tijd vandaag. Dat geldt des te meer voor België. Onze impact op het wereldwijde klimaat bedraagt 0,0000. Wie iets anders beweert, liegt. Het enige wat we moeten doen, is ons aanpassen aan een veranderend klimaat. De mens heeft dat altijd al gedaan. Het klimaat verandert immers altijd, vroeg of laat, met of zonder menselijke invloed.

 

Of de internationale klimaattop nu plaatsvindt in Brazilië of, zoals dit jaar in Turkije, de overheid moet stoppen met dure reizen naar die toppen. Die hebben immers alleen maar tot gevolg dat het leven voor onze burgers en bedrijven telkens opnieuw duurder wordt door de toenemende CO2-regelneverij.

 

Centraal op de klimaattop staat de nieuwe mondiale klimaatfinancieringsdoelstelling, waarbij ontwikkelingslanden tegen 2035 jaarlijks niet 100 miljard dollar, maar minstens 300 miljard dollar zouden moeten krijgen. Dat is complete waanzin. Minister, stop onmiddellijk met die zogenaamde internationale klimaatfinanciering. Daarmee vloeien honderden miljoenen euro’s van ons belastinggeld jaarlijks naar Afrika. Dat is een verkapte vorm van ontwikkelingsgeld. We weten dat het nooit genoeg zal zijn voor de bodemloze putten daar. Als premier De Wever geld zoekt, moet hij het daar halen en niet bij de hardwerkende burgers in dit land.

 

01.12  Katrijn van Riet (N-VA): De N-VA steunt het Akkoord van Parijs en de doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050, maar klimaatbeleid moet, zoals ik al vaker heb gezegd, haalbaar en betaalbaar blijven, zonder onze industrie, jobs of energiezekerheid in gevaar te brengen. Betaalbare energie, kernenergie, innovatie, minder administratieve lasten en een sterke industrie staan centraal.

 

Ik verwijs naar het actuadebat vanmorgen met onze eerste minister in de commissie voor Europese Aangelegenheden. Daar heeft hij nogmaals onderstreept naar aanleiding van de Europese top van vorige week dat decarboniseren niet gelijkstaat met de-industrialiseren. Dat moeten we altijd in het achterhoofd houden. We moeten ambitieus zijn, maar ook rekening houden met onze beperkingen en alle spelers moeten mee in het bad.

 

"L'Europe est le continent le plus crédible", onderstreepte u, maar is dat voldoende? Neen, we kunnen natuurlijk vanuit België niet de fouten van de hele wereld rechttrekken. Daarom pleiten we voor mitigatie en adaptatie. We moeten onze engagementen inzake financiering nakomen, maar ook onze budgettaire beperkingen respecteren. Onze fractie is absoluut gekant tegen nieuwe financiële engagementen die men mogelijks van ons vraagt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van Funda Oru aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De daging van België voor het Europees Comité voor Sociale Rechten wegens PFAS-vervuiling" (56017921C)

02 Question de Funda Oru à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La citation de la Belgique devant le Comité européen des Droits sociaux pour pollution aux PFAS" (56017921C)

 

02.01  Funda Oru (Vooruit): Mijnheer de minister, België werd als eerste Europese lidstaat voor het Europees Comité voor Sociale Rechten gedaagd wegens de PFAS-vervuiling. Volgens de indieners schiet ons land tekort in de bescherming van het recht op gezondheid van de burgers tegen die hardnekkige vervuiling. Dat is een bijzonder ernstig signaal, want PFAS verdwijnt niet vanzelf en treffen we aan in de bodem, het water en uiteindelijk ook in het lichaam van mensen.

 

In uw beleidsnota geeft u aan dat de strijd tegen vervuiling een prioriteit is en dat een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is. Hoe beoordeelt u die internationale klacht? Hoe staat het met de impactstudie die u zou uitvoeren? In welk stadium bevindt die zich momenteel? Hebt u al tussentijdse resultaten? Zo ja, kunt u die toelichten?

 

02.02 Minister Jean-Luc Crucke: Geachte collega, ik begrijp de bezorgdheid van de burgers over PFAS. Die is legitiem en ik deel die bezorgdheid. Door hun persistentie vormen PFAS een grote uitdaging voor zowel het leefmilieu als de volksgezondheid.

 

In afwachting van een eventuele beslissing over de ontvankelijkheid en een uitspraak zetten we de werkzaamheden rond PFAS in België uiteraard voort. Sinds het begin van deze legislatuur heb ik een federale PFAS-strategie gelanceerd, waaronder een gedetailleerde impactbeoordeling van consumentenproducten en de beschikbaarheid van PFAS-vrije alternatieven.

 

Daarnaast werken we samen met mijn federale collega's en de gewesten aan een PFAS-financieringsmechanisme.

 

Wat de handhaving betreft, hebben textielanalyses uit 2024 en 2025 aangetoond dat er nog steeds niet-conforme producten in de handel zijn, onder meer via onlineverkoop. Een versterking van de handhaving en de samenwerking met de douane is dan ook noodzakelijk. België heeft dat recent nog aangekaart tijdens de Leefmilieuraad van 25 juni 2026.

 

Ook op het vlak van communicatie werden initiatieven genomen. De FOD Volksgezondheid lanceerde een website met informatie over PFAS en er werden campagnes rond hormoonverstoorders, waaronder sommige PFAS, georganiseerd.

 

Daarnaast wordt binnen het NEHAP3 gewerkt aan een e-learning over PFAS voor gezondheidsprofessionals.

 

Met betrekking tot de Europese PFAS-restrictie in het kader van REACH blijf ik een fervent voorstander van een ambitieuze Europese restrictie. Een geleidelijke uitfasering van PFAS, met strikte uitzonderingen voor werkelijk essentiële toepassingen waarvoor geen alternatieven beschikbaar zijn, moet worden gekoppeld aan strenge voorwaarden voor emissies en lozingen. Gelet op het grote aantal PFAS en een duidelijke persistentie blijft ook het voorzorgsprincipe essentieel en is een aanpak aan de bron noodzakelijk.

 

De impactstudie loopt nog. Eind juni werden tussentijdse resultaten aan de administratie voorgesteld tijdens een tweede vergadering van de stuurgroep. Die boden nog geen volledig beeld van de mogelijke impact van deze producten op het leefmilieu, noch van de beschikbaarheid van alternatieven. Daarom werd gevraagd de analyse verder te verfijnen. De definitieve resultaten zullen tijdens de volgende vergadering van de stuurgroep, eind oktober, worden voorgesteld.

 

Op basis daarvan zullen we de resultaten nader bekijken. Ik hoop u dan meer details te kunnen geven.

 

02.03  Funda Oru (Vooruit): Ik dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord en zeker ook voor het uitwerken van een PFAS -strategie om te evolueren naar een PFAS -vrije samenleving. We weten allemaal welke gevolgen PFAS hebben voor de volksgezondheid en het leefmilieu. Mensen die met PFAS -vervuiling te maken hebben, zijn dan ook terecht bezorgd. Ik ben benieuwd naar de resultaten.

 

Vandaag was er ook een bericht over het pesticide DDT, dat al sinds 1974 verboden is, maar toch nog in de bodem wordt teruggevonden. Dat toont aan dat dergelijke vervuiling heel lang kan blijven doorwerken. Ik ben benieuwd naar de resultaten en hoop dat er snel duidelijkheid komt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Katrijn van Riet aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De evoluties inzake CCS" (56019441C)

03 Question de Katrijn van Riet à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Les évolutions en matière de CSC" (56019441C)

 

03.01  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, in april 2026 stelde ik u een vraag over de creatie van een haalbaar kader voor CCS in het kader van Kairos@C. U stelde dat investering hierin cruciaal is en dat er naast de reeds actieve samenwerkingen voor onder andere opslag met Denemarken, Nederland en Noorwegen ook gesprekken met het Verenigd Koninkrijk liepen. Uw antwoord destijds luidde dat in eigen land koolstofafvang en -opslag tot heden niet mogelijk is door de breed verdeelde bevoegdheden.

 

Welke evoluties hebben zich intussen voorgedaan bij de diverse politieke instellingen die betrokken zijn bij de regelgeving inzake koolstofopvang? Welke stappen zijn gezet in de richting van een eigen vorm van CCS en wat staat er nog op de planning? Als er al stappen zijn gezet, heeft uw kabinet dan de volledige keten voor CO₂-afvang en -opslag in kaart gebracht? Ik denk dan aan transport, pijpleidingen, vergunningen, aansprakelijkheden en de kosten voor bedrijven.

 

Hoe verlopen de gesprekken met het Verenigd Koninkrijk? Wanneer verwacht u dat de bedrijven voldoende zekerheid zullen hebben om over dergelijke CCS-investeringen te beslissen? Als de belangstelling snel zou groeien, beschikken we dan over voldoende Europese opslagcapaciteit en transportinfrastructuur? Zijn er nog andere belangrijke knelpunten op het gebied van CCS waarmee ons land te maken heeft?

 

03.02 Minister Jean-Luc Crucke: Collega van Riet, om precies op uw vraag te antwoorden, u hebt misschien ook gelezen in het milieuverslag van de Verenigde Staten dat de studie van en de opleidingen over CCS niet mogen worden stopgezet. Dat is immers een belangrijke stap voor onze toekomst. Ik denk dat dat een belangrijke boodschap is uit het milieuverslag van de Verenigde Staten.

 

De voorbije periode zijn belangrijke juridische en infrastructurele stappen gezet, maar een volledig operationele Belgische CCS-keten bestaat nog niet.

 

België heeft op 26 maart 2026 een bilaterale overeenkomst met Noorwegen ondertekend over grensoverschrijdend CO₂-transport en -opslag. Met het Verenigd Koninkrijk is een memorandum van overeenstemming opgesteld. De definitieve investeringsbeslissing voor de noodzakelijke transportinfrastructuur moet evenwel nog volgen.

 

Ook de gewesten hebben verdere stappen gezet. Vlaanderen en Wallonië hebben Fluxys c-grid aangewezen als beheerder van het CO₂-transportnet. De uitwerking van de tarieven, technische regels, standaardcontracten en ontwikkelingsplannen loopt.

 

In de Antwerpse haven werd Fluxys c-grid ook aangewezen als beheerder van de lokale CO₂-transportcluster. Op Europees niveau bestaat er al een regelgevend kader via de CCS-richtlijn, het ETS, de verordening Trans-European Networks for Energy (TEN-E) en de Net-Zero Industry Act.

 

De Europese Commissie werkt daarnaast aan bijkomende regelgeving inzake CO₂-transport en -opslag.

 

Voor de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk blijven er juridische uitdagingen bestaan. Voor CO₂-opslag in het Verenigd Koninkrijk zijn extra aanpassingen nodig binnen het ETS-kader en de regels voor monitoring en rapportering. Ook de onderhandelingen over een koppeling tussen het EU ETS en het Britse ETS zijn belangrijk. De besprekingen worden voortgezet om de resterende technische problemen op te lossen.

 

Investeringszekerheid blijft cruciaal. Die vereist voorspelbare toegang tot transport- en opslaginfrastructuur, een stabiel regelgevend kader, voldoende capaciteit en een duidelijke verdeling van risico's en verantwoordelijkheden. Daaraan wordt gewerkt, maar de uiteindelijke investeringsbeslissingen blijven de verantwoordelijkheid van de ondernemingen.

 

België blijft daarom een sterk Europees emissiehandelssysteem ondersteunen. Voor ons land is vooral toegang tot buitenlandse opslagcapaciteit belangrijk, aangezien er momenteel geen operationele binnenlandse opslaglocatie beschikbaar is.

 

Ten slotte blijft België aandacht vragen voor het risico op dubbele belasting, waarbij ondernemingen investeren in CO₂-afvang, maar toch emissierechten moeten inleveren wanneer transport en opslag tijdelijk onmogelijk zijn door operationele problemen. België blijft zich daarom inzetten voor een specifiek instrument voor derisking binnen het EU ETS.

 

03.03  Katrijn van Riet (N-VA): Dank u, mijnheer de minister. Zou u het eerste punt dat u aanhaalde, over het milieuverslag van de Verenigde Staten, nog even willen herhalen? Ik heb dat niet goed begrepen.

 

03.04 Minister Jean-Luc Crucke: In het milieuverslag van de Verenigde Staten, waarover we zojuist hebben gesproken, staat een volledige paragraaf over CCS. Daarin staat dat de staten deze opkomende technologie moeten volgen, en dus ook België. Ik denk dat we daarin een voorsprong hebben op andere landen. We moeten dat kunnen volgen. Ik vind het een interessante boodschap van de Verenigde Staten.

 

03.05  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, dank u wel voor de verduidelijking. Nu heb ik het beter begrepen.

 

Het akkoord met Noorwegen is al eerder dit jaar gesloten. Voor een akkoord met het Verenigd Koninkrijk moeten er nog obstakels worden weggewerkt.

 

De gewesten hebben stappen gezet. Er bestaat een regelgevend kader van de Europese Unie. Dat bestaat vaak sneller dan andere zaken.

 

De ondernemingen blijven terecht de beslissingen nemen. Jammer genoeg heb ik gelezen in de media dat de meeste bedrijven CCS on hold hebben gezet. Dus we kunnen niet anders dan dit dossier verder samen met u mee opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Staf Aerts aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De emissievrije taxi's en verhoogde thematische investeringsaftrek voor koolstofemissievrij vervoer" (56018918C)

04 Question de Staf Aerts à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Les taxis zéro émission et déduction majorée pour investissement thématique dans le transport propre" (56018918C)

 

04.01  Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dacht dat deze vraag op de agenda van de commissie voor Mobiliteit zou verschijnen, maar uiteindelijk komen we hier terecht. Het gaat om de taxisector.

 

Op de website wordt aangegeven dat personenwagens in principe uitgesloten zijn van de investeringsaftrek, tenzij ze uitsluitend worden gebruikt voor taxidiensten of verhuur met bestuurder. In dat geval vallen ze niet onder die uitsluiting. Er bestaat echter enige verwarring over de vraag of die voertuigen al dan niet in aanmerking komen voor de vrijstelling als het gaat om elektrische personenwagens van categorie M1. Daarom heb ik een aantal vragen opgesteld.

 

Voor de specifieke vragen verwijs ik graag naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

04.02 Minister Jean-Luc Crucke: Emissievrije M1-voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor taxidiensten of verhuur met bestuurder, zijn momenteel niet opgenomen in de lijst van vervoersinvesteringen die in aanmerking komen voor de verhoogde thematische investeringsaftrek van 40 % voor koolstofemissievrij vervoer. Enkel vormen van professioneel personenvervoer met emissievrije autobussen en auto’s zijn momenteel wel in die lijst opgenomen.

 

Er moet evenwel worden verduidelijkt dat taxi’s als dusdanig niet zijn uitgesloten van de algemene regeling inzake de investeringsaftrek. Zoals de minister van Financiën in zijn antwoord aan het Parlement heeft aangegeven, vallen voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor een taxidienst of voor verhuur met bestuurder en die op grond daarvan zijn vrijgesteld van de verkeersbelasting, niet onder de algemene uitsluitingen die van toepassing zijn op personenwagens. Aangezien dit dossier rechtstreeks werd behandeld door het kabinet van mijn voorganger, minister Gilkinet, laten de elementen waarover ik beschik mij niet toe de redenen te verduidelijken waarom emissievrije M1-voertuigen die als taxi worden gebruikt, niet werden opgenomen in die lijst.

 

De minister van Financiën, Jan Jambon, heeft mijn kabinet onlangs uitgenodigd om deel te nemen aan de werkzaamheden in het kader van de herziening van het besluit inzake de investeringsaftrek. Het beleid inzake de taxisector behoort evenwel tot de bevoegdheden van de gewesten. De eventuele opname van emissievrije M1-voertuigen die worden gebruikt voor taxidiensten of verhuur met bestuurder, zal daarom in het kader van de werkzaamheden rond de herziening van die lijst in overleg met de betrokken gewesten moeten worden onderzocht.

 

04.03  Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, als ik uw antwoord goed lees, heb ik de indruk dat het de ambitie is om die situatie recht te zetten en die voertuigen dus wel in de lijst op te nemen. Ik denk dat dat een goede stap en een goede zaak is.

 

We moeten emissievrij, elektrisch vervoer zoveel mogelijk stimuleren, zeker als het om collectief vervoer gaat. Als die anomalie kan worden weggewerkt, zal de taxisector daar ook wel bij varen en zal onze samenleving daar eveneens baat bij hebben. Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De klimaatmars en het Belgische klimaatbeleid" (56019688C)

- Sarah Schlitz aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De klimaatmars, allen daarheen!" (56019697C)

- Marie Meunier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De klimaatmars op 11 oktober 2026" (56020237C)

05 Questions jointes de

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La marche pour le climat et la politique climatique belge" (56019688C)

- Sarah Schlitz à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La marche climat, tout le monde y va !" (56019697C)

- Marie Meunier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La marche pour le climat du 11 octobre 2026" (56020237C)

 

05.01  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, op 11 oktober 2026 trok de klimaatmars massaal door Brussel. Voor u als minister van Klimaat was dat eigenlijk een heuglijke gebeurtenis. Meer dan 16.000 mensen kwamen immers op straat om u te vragen meer ruimte in te nemen, meer beleid te voeren, meer klimaatbeleid te voeren en te streven naar een fossielvrije wereld.

 

De crisis in de Straat van Hormuz toont opnieuw hoe kwetsbaar onze economie en onze huishoudens zijn zolang we afhankelijk blijven van olie en gas. Het huidige beleid faciliteert de uitstap uit fossiele brandstoffen nog onvoldoende. Denk maar aan de fossiele subsidies die ook de huidige federale regering nog altijd in grote mate toekent. Wie vandaag afhankelijk is van gas of petroleum, ziet de facturen stijgen. Voor mensen in kwetsbare situaties weegt dat het zwaarst, of het nu gaat om wonen, mobiliteit, landbouw of bedrijven. Overheden moeten mensen en bedrijven blijven ondersteunen bij die omslag.

 

De vraag, zowel van mezelf als van de verschillende mensen die op straat kwamen, was dan ook hoe we van die fossiele brandstoffen af kunnen geraken. Het thema van de klimaatmars was 100 % fossielvrij.

 

Welke plannen hebt u om ons land volledig fossielvrij te maken?

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, bij gebrek aan andere vraagstellers geef ik u het woord.

 

05.02 Minister Jean-Luc Crucke: Mijnheer de voorzitter, ik zal ook de vragen van de andere vraagstellers beantwoorden.

 

Je partage bien évidemment l'inquiétude des dizaines de milliers de personnes qui sont descendues dans la rue pour exprimer leur colère et leurs inquiétudes. Concernant les subsides aux énergies fossiles, plusieurs mesures ont déjà été prises depuis le début de la législature : le tax shift de l'électricité via les combustibles fossiles, la norme énergétique, la baisse de TVA sur les pompes à chaleur ainsi que l'augmentation de la fiscalité sur le charbon, certaines chaudières et les vannes.

 

U hebt gisteren ook de boodschap van Ryanair kunnen lezen.

 

Dans le cadre du budget pluriannuel, nous poursuivons ce travail conformément à l'accord de gouvernement et aux recommandations de la spending review. Les besoins d'investissement public et privé pour l'atténuation et l'adaptation restent importants. La Commission européenne a récemment ouvert la possibilité d'élargir la flexibilité budgétaire à certains mesures, contribuant à la sécurité énergétique et à la décarbonation.

 

Ik hoop dat we dat zullen kunnen doen tijdens de huidige begrotingsonderhandelingen.

 

Ik kan niet vooruitlopen op de uitkomst van de begrotingsonderhandelingen, maar het is essentieel dat de nodige investeringen worden gedaan. De Europese begrotingsflexibiliteit is een van de instrumenten om ze mogelijk te maken.

 

Concernant une éventuelle taxation des surprofits, je rappelle que la Belgique avait instauré en 2022 et 2023 une contribution de solidarité dans certains secteurs énergétiques dans le cadre d'un règlement européen.

 

L'Union européenne ne prévoit actuellement pas de cadre similaire, mais un groupe de travail a été créé pour échanger des bonnes pratiques entre États membres tout en garantissant le level playing field. Une telle taxe relève toutefois avant tout de la politique économique et de la compétence de mes collègues. Je les soutiendrai s'il était décidé de mettre en place une telle taxation. À mon sens, davantage de ressources budgétaires doivent être consacrées à l'atténuation et à l'adaptation au changement climatique.

 

Ten tweede heeft deze regering zich geëngageerd om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen stapsgewijs af te bouwen en tegelijk de open strategische autonomie van onze landen te versterken. De totale uitstoot van broeikasgassen lag in 2024 32,6 % lager dan in 1990. De prognose voor 2030 wijst op een daling van 42,5 % ten opzichte van 2005 in de ESR-sectoren. Er blijft dus een kloof ten opzichte van de bindende nationale ESR-doelstelling van -47 %. Flexibiliteitsmechanismen kunnen helpen om die kloof te dichten. We moeten echter ook de uitvoering van bestaande maatregelen versnellen en waar nodig bijkomende maatregelen nemen.

 

De voorbereiding van het NEKP 2031-2040 is ondertussen gestart. De strategische beleidslijnen en maatregelen worden voorbereid met de betrokken administraties. Samen met minister Bihet heb ik hierover ook advies gevraagd aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

 

La Commission européenne soumettra en principe sa proposition de révision du règlement de la gouvernance climatique, lequel encadre la préparation du prochain PNEC. Il est attendu que la Commission y inclue une demande aux États membres de prévoir une feuille de route de sortie des énergies fossiles. Je serai bien entendu favorable à ce que nous l'examinions dans le cadre des objectifs européens pour 2040.

 

Concernant le PNEC, l'une des principales recommandations de la Commission porte sur sa mise en œuvre complète et dans les délais d'action prévus. Le rapport d'avancement de la politique climatique fédérale permettra d'identifier les domaines dans lesquels des efforts supplémentaires sont nécessaires.

 

Troisièmement, la restauration de la nature constitue un pilier essentiel de notre politique climatique, tant pour l'atténuation que pour l'adaptation. Les plans régionaux de restauration sont en cours d'élaboration et seront intégrés dans un plan national qui devrait être soumis à la Commission européenne début 2027.

 

Concernant la transition juste, remédier aux pénuries de main d'œuvre et de compétences est essentiel à la réussite de la transition climatique et à la compétitivité. Mon administration a analysé les besoins liés à cette transition et je suis prêt à poursuivre ce travail avec les ministres compétents. L'utilisation efficace des recettes d'ETS 2 sera également cruciale pour accompagner les ménages et les entreprises vers des alternatives respectueuses du climat.

 

Enfin, concernant les engagements internationaux, je pense pouvoir renvoyer aux réponses qui ont été fournies dans le cadre de la question sur la COP 31.

 

05.03  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Eerst en vooral, wat Ryanair betreft, ik denk dat we ons niet te veel moeten laten leiden door mensen die er financieel baat bij hebben dat we niet van olie zouden afstappen.

 

U zegt terecht dat er nog een heel grote kloof is om de doelstelling voor 2030 te halen. Als we specifiek naar België kijken, springen er volgens mij twee sectoren uit: transport en patrimonium. Dankzij het ETS heeft onze industrie al een grote inspanning geleverd. De uitstoot van de transportsector is in België in diezelfde periode echter gestegen. U hebt op het vlak van mobiliteit voor een stuk de bevoegdheid om daar iets aan te doen. Als klimaatminister hebt u normaal gesproken een coördinerende rol ten aanzien van de bevoegde ministers die daadwerkelijk maatregelen kunnen nemen. Op het vlak van mobiliteit hebt u echter zelf een aantal sleutels in handen. Ik roep u dan ook op om daar maximaal gebruik van te maken.

 

Wat het patrimonium betreft, blijft het belangrijk om gezinnen te ondersteunen. Niet iedereen kan op eigen kracht decarboniseren. Ik ben blij dat u zegt dat zal worden bekeken of u daarvoor de ETS2-middelen kunt gebruiken. Dat zal ook noodzakelijk zijn, maar we zullen die middelen op structurele maatregelen moeten richten.

 

Ik denk dat een groot deel van onze huidige uitgaven voor fossiele brandstoffen dient om de kosten van verwarming op olie en gas te dekken. Dat is terecht, maar daarmee raken mensen niet van die brandstoffen af. We moeten meer inzetten op structurele maatregelen om ervoor te zorgen dat mensen zich in de toekomst duurzaam zullen kunnen verwarmen en verkoelen.

 

Le président: Madame Meunier, souhaitez-vous répliquer?

 

05.04  Marie Meunier (PS): Oui, je voudrais m'excuser de ne pas avoir été là pour poser ma question, j'interrogeais votre collègue la ministre de l'Intégration sociale: il y a du travail aussi de ce côté-là!

 

J'ai entendu une partie de la réponse et j'analyserai cela plus en détail par la suite, n'ayant pas entendu la totalité. Je souhaiterais néanmoins vous rappeler que nous avons été en contact avec les représentants de la Coalition climat, qui manifestement a récemment rencontré le cabinet du premier ministre et ils en sont ressortis sans avoir reçu d'engagement concret. Vous étiez présent? Ils vous ont donc rencontré aussi. Mais vis-à-vis du premier ministre?

 

05.05  Jean-Luc Crucke, ministre: (…)

 

05.06  Marie Meunier (PS): J'espère en tout cas, car il serait dommage que ce ne soit pas plus positif de la part du ministre du Climat! Mais ce qui reste triste, c'est qu'il y a un sentiment de manque d'engagement concret de la part du premier ministre, et de manque d'ambition quant aux mesures qui sont prises de manière générale par le gouvernement.

 

Je vous invite clairement – et le Parti socialiste vous le demande – à viser vraiment une réorientation des soutiens publics aux énergies fossiles et plus globalement d'avoir une réflexion européenne quant à la taxation des surprofits des entreprises pétrolières et gazières. J'espère que vous pourrez peser de tout votre poids au sein de ce gouvernement pour faire bouger un peu les lignes.

 

Je le répète: si à un moment donné nous voyons une fenêtre d'opportunité, nous apporterons notre soutien, mais de grâce, faites en sorte que quelque chose bouge, parce que manifestement autour de la table, cela manque clairement d'ambition à ce sujet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De studie Be-Adapt" (56019798C)

- Phaedra Van Keymolen aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De studie Be-Adapt en de voorbereiding van het federaal adaptatieplan 2027-2031" (56020060C)

06 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'étude Be-Adapt" (56019798C)

- Phaedra Van Keymolen à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'étude Be-Adapt et la préparation du plan fédéral d'adaptation 2027-2031" (56020060C)

 

06.01  Sam Van Rooy (VB): De studie BeAdapt somt zes prioritaire klimaatrisico's op ter voorbereiding van het federaal adaptatieplan, mijnheer de minister, waarvan u de opmaak coördineert. Een serieuze kostenraming is er vooralsnog niet. In het rapport wordt aangegeven dat een volledige economische evaluatie buiten het bestek viel. Dat staat op pagina 9. De studie kent hittestress volgens mij terecht het hoogste urgentieniveau toe. Dat staat op pagina 32.

 

Er wordt onder andere vermeld dat het voorstel om federale gebouwen toegankelijk te maken als koelruimte niet verder werd uitgewerkt, aangezien uw kabinet dat al zou aanpakken. Ik zal u dadelijk naar de stand van zaken vragen, maar die koelruimten zijn uiteraard slechts een doekje voor het bloeden. Ik wil erop wijzen dat in landen als Japan en Israël airconditioningsystemen in gebouwen en het vervoer al decennialang de norm zijn. Dat is volgens mij een voorbeeld voor ons.

 

Welke beleidsconclusies trekt u uit die nieuwe studie en zult u een volledige kostenraming laten uitvoeren? Dat is toch niet onbelangrijk.

 

Vindt u dat de overheid ernaar zou moeten streven om alle openbare gebouwen en het openbaar vervoer zo snel mogelijk van airconditioning te voorzien, zoals in de door mij genoemde landen?

 

Vindt u dat de overheid ervoor moet zorgen dat airconditioning overal in onze samenleving ingeburgerd raakt waar dat nodig is, bijvoorbeeld in winkels, horecazaken en kantoorgebouwen? Ik laat in het midden hoe dat moet gebeuren. Ik zou uiteraard niets willen verplichten, maar het zou wel een doelstelling van de overheid moeten zijn.

 

Tot slot kom ik terug op de openstelling van federale gebouwen als koelruimte. Wat is daarvan de stand van zaken, mijnheer de minister?

 

06.02  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, de voorbije zomer heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar ons land is voor de gevolgen van de klimaatverandering. Hittegolven, droogte en natuurbranden zetten onze gezondheidszorg, infrastructuur en hulpdiensten onder druk. We hebben dat helaas van zeer nabij kunnen meemaken. Ook de risico’s op overstromingen en de economische gevolgen van extreme weersomstandigheden vragen om een doordacht adaptatieplan.

 

Op 1 oktober werd de BeAdapt-studie gepubliceerd, die mogelijke federale maatregelen in kaart moet brengen. Die studie onderzoekt tien klimaatrisico’s, waarvan er zes diepgaand werden geanalyseerd. Voor de vier overige risico’s werd aangesloten bij bestaande processen en expertise. De studie moet een belangrijke bouwsteen vormen voor het nieuwe federale adaptatieplan 2027-2031.

 

Mijn eerste vraag is dan ook wat de concrete stand van zaken is van de voorbereiding van het federale adaptatieplan. Welke stappen moeten nog worden genomen en volgens welke timing?

 

Daarnaast werden vier van de tien onderzochte klimaatrisico’s minder diepgaand geanalyseerd. Op welke bestaande processen werd daarvoor een beroep gedaan? Hoe zal worden verzekerd dat ook die risico’s voldoende aandacht krijgen bij de uitwerking en de uitvoering van het nieuwe adaptatieplan?

 

06.03 Minister Jean-Luc Crucke: Geachte collega’s, de voorbereidingen van het federale adaptatieplan 2027-2031 zullen begin 2027 formeel van start gaan. Momenteel ligt de focus op de eindevaluatie van het federale adaptatieplan 2023-2026. In dat kader vindt reeds een administratieve uitwisseling plaats om de uitvoering en de resultaten van het huidige plan te evalueren.

 

Bij de uitwerking van het nieuwe plan zal worden voortgebouwd op het Belgian Climate Risk Assessment van CERAC, waarin de belangrijkste klimaatrisico’s voor België in kaart werden gebracht en op de BeAdapt-studie, die specifieke federale maatregelen voorstelt voor de belangrijkste geïdentificeerde risico’s.

 

De zes risico’s die in de BeAdapt-studie diepgaand werden uitgewerkt, zijn geselecteerd omdat een verdere verdieping ervan de grootste meerwaarde bood voor de voorbereiding van het federale adaptatiebeleid. Voor de overige risico’s kan grotendeels worden voortgebouwd op bestaande kennis, expertise en lopende werkzaamheden binnen de bevoegde administraties.

 

De BeAdapt-studie, uitgevoerd door externe experten in opdracht van mijn administratie, vormt een belangrijke wetenschappelijke basis voor het nieuwe plan. De voorgestelde maatregelen vormen echter geen definitieve lijst. In overleg met de betrokken administraties en op politiek niveau zal worden bekeken welke maatregelen worden behouden, aangepast of aangevuld.

 

Daarbij houden we ook rekening met de eindevaluatie van het huidige plan, de maatregelen die de administraties zelf identificeren en de relevante Europese ontwikkelingen, waaronder het aankomende Climate Resilience Framework. Het uiteindelijke federale adaptatieplan moet alle relevante federale beleidsdomeinen omvatten en ook alle kosten volledig becijferen. Op basis daarvan kan samen met de bevoegde ministers worden bepaald welke maatregelen binnen welk tijdsbestek worden uitgevoerd.

 

Wat hitte betreft, moeten we collectief maatregelen nemen die oververhitting tegengaan, zoals goede isolatie, buitenzonwering, natuurlijke of nachtelijke ventilatie, klimaatbestendig bouwen en natuurgebaseerde oplossingen, waaronder vergroening en verblauwing in onze steden. Deze maatregelen beperken de opwarming van gebouwen en hun omgeving en verminderen structureel de behoefte aan actieve koeling. Ze vormen doorgaans de meest duurzame en kosteneffectieve aanpak.

 

Airconditioning heeft uiteraard ook een rol te spelen, maar kan niet los worden gezien van de noodzaak om structurele maatregelen te nemen. In gebouwen die onvoldoende tegen hitte zijn beschermd, blijft de koelbehoefte immers hoog, met een blijvende energievraag en bijbehorende kosten. In het aankomende nationale actieplan tegen hitte zullen we samen met de federale en regionale ministers en administraties bijkomende maatregelen voorstellen om de blootstelling aan hittestress te verminderen, in het bijzonder bij kwetsbare personen.

 

Minister Matz heeft deze zomer al aangekondigd dat ze de ontvangstruimtes van de federale musea als koeltezones zal openstellen. Het is de bedoeling om dit initiatief structureel te verankeren en samen met de gewesten, gemeenschappen en lokale overheden een inventaris op te stellen van alle publiek toegankelijke koele plekken in België en dit helder aan de bevolking te communiceren.

 

06.04  Sam Van Rooy (VB):  Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. De regering moet op het vlak van klimaatadaptatie echt een serieuze versnelling hoger schakelen. Dat kan alleen als u eindelijk het waanidee laat varen dat de mens of de burger in dit land de aardse temperatuur zou kunnen regelen en u zich voor 100 % op klimaatadaptatie focust. Daar moet al uw aandacht en energie naartoe gaan. Dat zal uiteindelijk ook minder kosten en vooral veel meer opleveren.

 

De mens is God niet. Zon, wind en regenval vergen infrastructurele en technologische maatregelen. Onze overheid moet op het vlak van klimaatadaptatie kijken naar voorbeeldlanden zoals Israël en Japan. Die landen zetten daar al decennia op in en beschikken onder meer over performante airconditioning in gebouwen. Waar wacht België op?

 

06.05  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is duidelijk dat we de risico's van de klimaatverandering ondertussen kennen. De vraag is niet langer of we ons moeten aanpassen, maar hoe snel en hoe doeltreffend we dat doen.

 

Voor cd&v is het belangrijk dat alle klimaatrisico's ernstig worden genomen en dat het nieuwe adaptatieplan niet alleen sterk is op papier, maar ook tot concrete realisaties leidt. Dat zal de echte test zijn.

 

Voorzitter: Katrijn van Riet.

Président: Katrijn van Riet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Samengevoegde vragen van

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De opvolging van het arrest in de zaak betreffende de vzw Klimaatzaak" (56020076C)

- Sam Van Rooy aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "Het klimaatarrest" (56020106C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De naleving van het 'klimaatarrest' van 30 november 2023 en de eisen van Klimaatzaak" (56020242C)

07 Questions jointes de

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La suite à réserver à l'arrêt concernant l'ASBL Affaire Climat" (56020076C)

- Sam Van Rooy à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'arrêt dans l'Affaire Climat" (56020106C)

- Claire Hugon Lecharlier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Le respect de l'arrêt "climat" du 30 novembre 2023 et les revendications de Klimaatzaak" (56020242C)

 

07.01  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Deze vraag is een beetje gerelateerd aan mijn vorige vraag over de klimaatmars.

 

In 2023 veroordeelde het hof van beroep de federale Staat, de Vlaamse regering en de Brusselse regering met een baanbrekend klimaatarrest. Het tot dan toe gevoerde klimaatbeleid was onvoldoende in staat gebleken om de mensenrechten te vrijwaren. Het hof legde de verschillende overheden een uitstootreductie op van 55 % tegen 2030 ten opzichte van 1990. Het beleid van deze regering komt daar helemaal niet aan toe. Dat hebt u daarnet ook gezegd. We zitten met een gap van 13 %.

 

Niet alleen stroken de reductiedoelstellingen in het regeerakkoord niet met wat het hof heeft opgelegd, officiële cijfers tonen aan dat de uitstoot van broeikasgassen sinds 2023 opnieuw stijgt. Op Europees vlak bepleit deze regering dan weer emissieruimte – dus uitstoot – in de Europese ETS, zonder daar evenwaardige emissiereducties tegenover te stellen.

 

De klimaatontwrichting kent geen pauze. Dat hebben we deze zomer jammer genoeg ondervonden. Reden te meer om gehoor te geven aan onze wettelijke verplichtingen. Ik heb daarom de volgende vragen. Erkent u dat de regering gehouden is het klimaatarrest uit te voeren en samen met de overige overheden de uitstoot tegen 2030 met minstens 55 % te reduceren? Welk overleg vindt plaats tussen de verschillende regeringen over de verdeling en de gezamenlijke uitvoering van de opgelegde reductie? Welke maatregelen zal de regering nemen om het verschil, de gap tussen het huidige beleid en de door het hof opgelegde doelstelling, te dichten? Hoe zult u hierover rapporteren aan het Parlement?

 

07.02  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, de feiten zijn gekend. Het hof van beroep heeft de federale Staat, het Vlaams Gewest en het Brussels Gewest veroordeeld tot een gezamenlijke emissiereductie van minstens 55 % tegen 2030 ten opzichte van 1990. De Vlaamse regering heeft terecht cassatieberoep aangetekend, maar dat beroep heeft geen schorsende werking, dus het arrest blijft uitvoerbaar.

 

In juli heeft de Klimaatzaak de rechtbank verzocht dwangsommen van 120 miljoen euro op te leggen omdat het de inspanningen om de uitstoot te verminderen ontoereikend acht. Diezelfde organisatie is nu begonnen met het organiseren van protestacties binnen en buiten het federaal Parlement.

 

Ik heb drie vragen. Ten eerste, wat is de stand van zaken? Hoe beoordeelt u de voortgang van uw CO2-reductiebeleid in het licht van het klimaatarrest? Ten tweede, overweegt of neemt u federale maatregelen in het licht van het klimaatarrest en die mogelijke dwangsommen? Zal de federale overheid deze eis tot dwangsommen aanvechten? Ten slotte, hoe verzoent u de oproepen van de Belgische bedrijven tot klimaatrealisme met de tenuitvoerlegging van dit arrest op nationaal niveau?

 

07.03  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, juste après la marche pour le climat qui a rassemblé plus de 60 000 personnes à Bruxelles, les représentants de Klimaatzaak – qui porte la voix de plus de 72 000 citoyens – se sont levés en silence dans la tribune de notre Parlement. C'est un signal très clair envoyé aux représentants du peuple que nous sommes.

 

Rappelons les faits, le 30 novembre 2023, la cour d’appel de Bruxelles a condamné l’État fédéral, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale pour inaction climatique, et leur a imposé une réduction d’au moins 55 % des émissions d’ici 2030 par rapport à 1990. Cet arrêt historique se fonde sur les articles 2 et 8 de la Convention européenne des droits de l’homme: le droit à la vie, et à la vie privée et familiale.

 

Depuis lors, de façon assez dramatique, les émissions belges sont reparties à la hausse. L’accord de gouvernement ne mentionne même pas l’objectif de réduction de 55 %. La Flandre a préféré se pourvoir en cassation plutôt que d’agir. Bref, les gouvernements condamnés se placent, une fois encore, au-dessus d’une décision de justice définitive, ce qui est un problème tant démocratique que climatique.

 

Ne nous y trompons pas; on voit bien qu'on recule partout. Bruxelles a définitivement enterré les primes RENOLUTION. La Flandre ne fait même pas semblant de vouloir atteindre l'objectif de réduction de 55 %. Et, côté wallon, vu les nombreux reculs climatiques du gouvernement actuel, je ne suis pas certaine que cette Région qui a été la seule épargnée en 2023 s'en tirerait aussi bien si l'arrêt tombait aujourd’hui.

 

Pendant qu’on tarde à agir sur les causes, on subit déjà les conséquences. Avec 3 000 décès et plus de 3 000 hectares partis en fumée, l’été dernier nous a brutalement rappelé le coût de l’inaction. Mon groupe a d’ailleurs déposé une proposition de commission d’enquête sur notre impréparation à cet été 2026.

 

Monsieur le ministre, aujourd'hui, je me fais le relais des questions portées par Klimaatzaak. Le gouvernement reconnaît-il qu’il est tenu d’appliquer l’arrêt climat et, en concertation avec les autres entités, de réduire les émissions d’au moins 55 % d’ici 2030? Quelles mesures supplémentaires comptez-vous prendre pour combler l’écart avec l’objectif imposé par la cour, et à quel rythme en rendrez-vous compte au Parlement? Enfin, comment justifiez-vous l’absence de cet objectif judiciaire dans l’accord de gouvernement?

 

07.04 Minister Jean-Luc Crucke: Mevrouw de voorzitster, collega’s, de uitvoering van het klimaatarrest moet worden bekeken binnen onze federale staatsstructuur waarin de bevoegdheden en hefbomen inzake het klimaatbeleid over verschillende overheden zijn verdeeld. Een interfederale samenwerking is daarom essentieel.

 

Momenteel lopen onder leiding van het Vlaams Gewest gesprekken tussen de federale overheid en de gewesten over de verdeling van de nationaal bindende doelstellingen en de inkomsten uit ETS en CBAM tegen 2030. Ook responsabilisering en elementen die verband houden met de klimaatzaak, maken deel uit van die gesprekken. De onderhandelingen verlopen moeizaam, zoals u weet, maar het doel blijft om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen. Vandaag bestaat in België geen mechanisme voor de verdeling van eventuele Europese boetes bij niet-naleving van de bindende nationale doelstellingen. Ik wil dat er een dergelijk mechanisme komt.

 

Het arrest verplicht de federale Staat, het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om in overleg met het Waals Gewest tegen 2030 een emissiereductie van minstens 55 % te realiseren ten opzichte van 1990. Inzake de gevraagde dwangsommen wil ik niet vooruitlopen op de lopende gerechtelijke procedure en de mogelijke dwangsommen die aan elk van de veroordeelden afzonderlijk zouden kunnen worden opgelegd.

 

De federale regering neemt ondertussen haar eigen verantwoordelijkheid. Via haar bijdrage aan het geratificeerde NEKP 2021-2030 heeft ze zich geëngageerd om binnen haar bevoegdheden bij te dragen aan de Belgische doelstelling om de broeikasgasemissies in de ESER-sectoren tegen 2030 met 47 % te verminderen ten opzichte van 2005. Er worden belangrijke stappen gezet, maar bijkomende inspanningen blijven noodzakelijk. Ik heb dat daarstraks ook al aangegeven.

 

De meest recente emissieprognoses tonen aan dat de reductiedoelstelling van 47 % momenteel niet wordt bereikt, noch met de bestaande maatregelen, noch wanneer rekening wordt gehouden met de voorziene bijkomende maatregelen. De regering heeft zich geëngageerd om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen stapsgewijs af te bouwen, de elektrificatie verder uit te bouwen en het aandeel hernieuwbare energie te verhogen.

 

Zo werd onder meer de energienorm goedgekeurd, die de elektriciteitskosten voor energie-intensieve ondernemingen verlaagt en de verdere elektrificatie en verduurzaming van de industrie ondersteunt.

 

De voortgang van de federale maatregelen wordt jaarlijks opgevolgd via de wettelijke federale beleidscyclus. Het Parlement wordt daarover geïnformeerd via de jaarlijkse rapportering over de uitvoering en voortgang van het federale klimaatbeleid. De uitdaging bestaat erin de uitvoering te versnellen, de resterende kloven te verkleinen en interfederaal tot afspraken te komen. Elke overheid moet daarbij binnen haar bevoegdheden haar verantwoordelijkheid opnemen.

 

Ten slotte is er geen tegenstelling tussen klimaatactie en de oproep van het bedrijfsleven. Bedrijven en investeerders vragen in de eerste plaats om een stabiel en voorspelbaar beleidskader, zodat investeringen in koolstofarme technologieën mogelijk worden en worden aangetrokken. Klimaatbeleid en concurrentievermogen moeten daarom samen worden bekeken. De transitie moet ambitieus zijn, maar tegelijk uitvoerbaar en economisch houdbaar.

 

Le respect de cet arrêt dépend d'un certain nombre d'accords que nous devons trouver entre les régions et le fédéral. Non seulement cet accord doit être trouvé, mais il doit aussi être un accord sur les responsabilités et le partage de celles-ci en cas d'indemnisation à payer.

 

Pour moi, c'est extrêmement clair: il n'y aura pas d'accord s'il n'y a pas de responsabilités prises en termes de partage au regard desdites responsabilités. Notre collègue Hugon-Lecharlier évoque le fait que la Wallonie n'avait pas été sanctionnée par la cour en son temps. Son pronostic est pessimiste pour l'avenir. Je ne me permettrai pas de me placer à la place des magistrats qui auraient éventuellement un jour à en juger, tout simplement, et avec toute la modestie voulue, parce qu'en tant que ministre, nous ne sommes jamais qu'une chaîne dans le suivi politique.

 

Madame Hugon-Lecharlier, à l'époque, j'exerçais les compétences de ministre de l'Énergie et du Climat en Wallonie. Comme vous l'avez précisé, la Wallonie n'a pas été condamnée. J'espère que mes successeurs pourront avoir un bulletin glorieux, mais il ne l'est jamais assez. Que les choses soient claires. Il reste des efforts très importants à réaliser, que ce soit au niveau des régions ou du fédéral. C'est un fait qui ressort d'une condamnation judiciaire. Je voulais juste vous apporter cette précision, mais vous la connaissez, j'en suis persuadé.

 

07.05  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar u zegt eigenlijk weinig nieuws.

 

Ten eerste is het godgeklaagd dat wij elke keer opnieuw ad hoc moeten onderhandelen over de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de verschillende gewesten in dit land. Daardoor kunnen we intussen geen echt beleid voeren. We zijn eigenlijk bezig met de verdeling van de beleidsdoelstellingen onder elkaar. Ik denk dat we structureel moeten nadenken over de vraag of we dat institutioneel niet beter kunnen organiseren.

 

Ten tweede, u zegt dat de federale regering bijdraagt en binnen haar bevoegdheden doet wat ze kan. Vervolgens zegt u dat u binnen uw bevoegdheden streeft naar een emissiereductie van 47 %, terwijl het arrest een reductie van 55 % vraagt. Dat is eigenlijk een volledig deloyale houding. Daardoor zegt de federale regering tegen de deelstaten dat ze nog meer moeten doen dan de federale regering zelf. De doelstelling van 55 % kan immers alleen gezamenlijk worden behaald als iedereen gemiddeld 55 % realiseert. Als de federale regering zegt dat ze binnen haar bevoegdheden en doelstellingen slechts naar 47 % zal streven, dan zegt u eigenlijk dat u zich niet aan het klimaatarrest houdt ofwel dat de verschillende deelstaten disproportioneel veel meer moeten bijdragen dan de federale regering. Ik vind dat niet correct.

 

Ik kan dan ook niet anders dan het pessimisme van mijn collega delen. Als dat de mentaliteit is waarmee u eraan begint, is dat ook het logische gevolg. Men gaat engagementen aan, maar laat vervolgens na om daar concrete acties aan te koppelen. Daardoor stelt men zich uiteraard juridisch kwetsbaar op. Ik vind dat spijtig en denk dat we dat moeten verhinderen.

 

07.06  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

 

We leven helaas steeds meer in een juristocratie. Dat betekent een uitholling van de democratie, die ons allen toch lief is, mag ik hopen. Politiek beleid, ook op het vlak van klimaat, moet in parlementen worden beslist, niet in rechtszalen.

 

Straks zorgen die CO2-hysterici er nog voor dat er veel belastinggeld naar de betaling van dwangsommen gaat. Ze eisen 1 miljoen euro per maand per overheid. Dat is totale waanzin.

 

Ik roep de overheid dus op om te strijden tegen de juridische demarches van Klimaatzaak, want het komt niet de Anuna’s en de Greta’s toe om ons beleid te bepalen.

 

07.07  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Vous nous dites ce que vous faites déjà, que le gouvernement prend ses responsabilités, mais on n'en fait manifestement pas assez puisque les émissions remontent.

 

Il y a une complexité fédérale, bien sûr, de là où vous parlez mais c'est la popote interne de la Belgique qui n'intéresse pas la justice et, par ailleurs, la cour d'appel n'a pas condamné la Belgique en général mais certains gouvernements dont le gouvernement fédéral. Alors, je ne doute pas de votre volonté pour une transition ambitieuse mais on doit constater que ça recule partout plutôt que d'avancer.

 

Et en fait, vos partenaires n'ont absolument aucune prise de conscience de la gravité politique de la situation et de la gravité en général de la situation. Vous me trouvez pessimiste mais cette absence de prise de conscience politique, vous l'avez déjà vous-même constatée publiquement, et aussi votre collègue Coppieters au niveau wallon. Vous avez au kern au moins un climato-sceptique notoire et vous avez la ministre N-VA au gouvernement flamand qui dit que le changement climatique ne l'empêche pas de dormir.

 

Voilà, moi je ne me substitue certes pas à des juges futurs mais j'émets un doute au vu de la trajectoire qui va dans la mauvaise direction partout. Vous êtes en majorité avec des saboteurs de l'action climatique. Je ne dis pas que c'est votre position personnelle mais c'est le cas de vos partenaires.

 

Je m'apprête à aller défendre en commission de la Justice notre proposition de loi visant à créer des juridictions de l'environnement. Je vous ai entendu récemment plaider fortement en faveur de cette évolution du système judiciaire pour une meilleure spécialisation des tribunaux. Je pense qu'il y aura peut-être un travail à faire à l'intérieur de la majorité pour que vos collègues puissent également apporter leur soutien. Je compte donc sur vous.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De uitvoering van de federale klimaatwet" (56020100C)

08 Question de Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'exécution de la loi fédérale climat" (56020100C)

 

08.01  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de federale klimaatwet voorziet in een mechanisme om het bedrag dat equivalent is aan het federale aandeel van de inkomsten uit de veiling van emissierechten transparant en doelgericht te besteden aan het federale klimaatbeleid.

 

Daartoe dienen de federale departementen en overheidsinstellingen in hun voortgangsverslagen elk jaar onder andere hun nieuwe financieringsverzoeken in het kader van de begrotingsopmaak in, waar men nu volop mee bezig is. Bij die nieuwe financieringsverzoeken geven ze een inhoudelijke toelichting en verantwoorden ze die op basis van de doelstellingen die in de routekaarten zijn opgenomen.

 

De Dienst Klimaatverandering analyseert de voortgangsverslagen en dient bij de minister van Klimaat, dus bij uzelf, een voorstel in voor de rangorde van de uitgaven, met inbegrip van de nieuwe financieringsverzoeken.

 

Over dat door de wet opgelegde mechanisme heb ik een aantal vragen.

 

Ten eerste, hebben de federale departementen en overheidsinstellingen nieuwe financieringsverzoeken ingediend tijdens deze begrotingsoefening?

 

Ten tweede, heeft de federale klimaatadministratie een lijst opgesteld waarin de financieringsverzoeken worden gerangschikt? Kunnen wij als parlementsleden die lijst inzien?

 

Ten derde, hebt u die lijst aan de regering voorgelegd, zoals de wet bepaalt? Ik durf niet te zeggen dat we aan het einde van de begrotingscyclus zitten, maar we zijn daarin toch al redelijk ver gevorderd. Hebt u die lijst aan de regering voorgelegd en wat was het resultaat daarvan? Welke nieuwe financieringsverzoeken zullen worden ingewilligd?

 

08.02 Minister Jean-Luc Crucke: Geachte mijnheer Van Lysebettens, uw vraag bewijst voor mij dat de beleidscyclus die wetten creëert in de federale beleidscyclus, zijn vruchten afwerpt, al is het nog te vroeg om op al uw vragen te antwoorden.

 

De federale departementen en overheidsinstellingen hebben inderdaad in de verschillende beleidsdomeinen verscheidene financieringsverzoeken ingediend voor de besteding van een deel van de federale ETS-inkomsten. Ook de gebouwenbeheerders, die elk een eigen routekaart hebben met daarin federale beleidsdoelstellingen en maatregelen voor de energetische renovatie van de federale overheidsgebouwen, hebben dat kunnen doen.

 

Er werden financieringsverzoeken ontvangen van Defensie, de FOD Economie, de SFPIM, de FOD Volksgezondheid, de FOD Buitenlandse Zaken en de FOD Mobiliteit voor de NMBS en Infrabel, voor de besteding van een deel van de federale ETS-inkomsten die door het Kyotofonds worden beheerd.

 

De Dienst Klimaatverandering van de FOD Volksgezondheid heeft een advies met rangorde opgemaakt, op basis van de evaluatiecriteria in de wet en het uitvoeringsbesluit. Die rangorde geldt uitdrukkelijk als een advies van de administratie en niet als een voorafname op de uiteindelijk geselecteerde projecten.

 

Er werd nog geen selectie van te financieren verzoeken aan de regering voorgelegd. Dat zal zo snel mogelijk gebeuren, op basis van mijn definitieve selectie. Ik breng u te gelegener tijd graag op de hoogte van de verdere beslissingen in deze.

 

Ik kan u wel al meegeven dat er een groot aantal financieringsverzoeken uit verschillende beleidsdomeinen werd ontvangen. De vraag overtreft het beschikbare budget ruimschoots. We zullen dan ook op zoek moeten gaan naar andere manieren om klimaatinvesteringen te financieren.

 

U kent mijn voorstel om voor dergelijke investeringen, net zoals voor defensie, een beroep te doen op de Europese ontsnappingsclausule, om zo bijkomende begrotingsruimte te geven en te vermijden dat die investeringen door de normale begrotingsregels worden afgeremd.

 

De invoering van ETS2 voor gebouwen en wegtransport en zeker ook de lopende herziening van ETS1 op EU-niveau bieden op het vlak van de ETS-inkomsten mooie kansen. We moeten ervoor zorgen dat de miljarden die door dit Europese mechanisme worden gegenereerd veel meer dan nu in de klimaattransitie worden geïnvesteerd. Op die manier kunnen we de transitie rechtvaardiger maken voor onze burgers en de decarbonisering van onze bedrijven ondersteunen en daarmee ook hun concurrentievermogen versterken.

 

08.03  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord.

 

Ik ben gematigd positief over het feit dat er veel verzoeken zijn ingediend. Dat bewijst alleen dat er nood is aan investeringen in klimaatbeleid. We kunnen in de dagelijkse gang van zaken vaststellen dat die investeringen absoluut noodzakelijk zijn.

 

U zegt dat u nog geen voorstel aan de regering hebt voorgelegd. Dat begrijp ik niet goed. We zijn volop bezig met het afronden van de meerjarenbegroting. Al was het maar om aan te geven hoeveel budgettaire ruimte er vandaag al wordt aangevraagd, dat zou een nuttig element zijn om het kernkabinet en uw collega-ministers ervan te overtuigen meer budget in klimaatbeleid te investeren. Ik sta volledig open voor het gebruik van de European Escape Clause. Ik sta ook volledig open voor het gebruik van de ETS2-inkomsten.

 

De federale begroting kan echter op zichzelf ruimte creëren voor klimaatinvesteringen, net zoals dat gebeurt voor defensie-investeringen. Daarvoor wordt namelijk wel meer geld uitgetrokken. U zou dat ook voor klimaatbeleid kunnen vragen. Net omdat de diensten van de verschillende ministers budget voor hun projecten vragen, moet u dat ook doen. Ik heb uiteraard geen exhaustieve lijst van die projecten, maar ik kijk ernaar uit om ze in de toekomst met u te bespreken, in het bijzonder de projecten die uit de boot zullen vallen omdat u nalaat voldoende budget aan te vragen.

 

Het is nu het moment. Alle begrotingen worden momenteel afgeklopt. Als de budgettaire ruimte niet toeneemt, zullen de terechte noden niet kunnen worden ingevuld. Dat vind ik jammer.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "Het advies van de FRDO op het federaal plan voor duurzame ontwikkeling" (56020103C)

09 Question de Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "L'avis du CFDD concernant le plan fédéral de développement durable" (56020103C)

 

09.01  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

 

Mijnheer de minister,

 

op 17 augustus laatst leden vroeg u het advies van de federale raad voor duurzame ontwikkeling op uw ontwerp van federaal plan voor duurzame ontwikkeling. Dat advies werd opgeleverd en goedgekeurd op de AV van 7 oktober en dienst overeenkomst ook gepubliceerd opde website van het FRDO.

 

Het advies is op zijn zachts gezegd nog al kritisch. In de inleiding betreurt het FRDO dat er geen rekening is gehouden met vorige adviezen, dat er onvoldoende koppeling is naar de SDG doelstellingen 2030 en dat de tekst vooral bestaat uit verwijzingen naar procedures van andere overheidsdiensten - in plaats van concrete inhoudelijke voorstellen. Het federaal plan voor duurzame ontwikkeling dreigt maw een papieren tijger te worden die de administratie kan gebruiken om andere administraties administratief te administreren, maar in de feiten niets verandert. Mijn vragen zijn dan specifiek naar de aanbevelingen van het frdo en wat u gaat doen om wel tot een slagkrachtig plan te komen:

 

1) Het FRDO pleit voor een federaal plan dat wel beantwoordt aan de wettelijke opdracht: dat lijkt mij het absolute minimum te zijn. In dit plan zitten nauwelijk concrete maatregelen - en dus zullen de beleidsdoelstellingen niet bereikt worden. Welke concrete maatregelen zal u toevoegen aan het ontwerp om hieraan tegemoet te komen?

 

2) Hoe zal u het federaal plan aanpassen om zich te verhouden tot de SDG implementatiestrategie? Nu wordt er enkel gesproken dat regeringsleden de SDG's in acht moeten nemen...maar welke politieke engagement neemt deze regering om de SDG's te verwezenlijken en/of de uitvoering ervan te versnellen?

 

3) Het plan spreekt nu van een gap analyse om na te gaan waar de SDG's onvoldoende worden bereikt...maar welke concrete vervolgacties worden daaraan gekoppeld?

 

4) Waarom werden de vorige adviezen van de raad niet opgenomen in het nieuwe plan?

 

5) Wat is nu de status van dit voorontwerp tot plan? Zal u bijsturingen doen op basis van de feedback van het FRDO? Hoe snel zal u die doen en zal u dan opnieuw advies vragen aan het FRDO?

 

09.02 Minister Jean-Luc Crucke: Collega, een plan moet meer zijn dan een papieren witboek, daarover zijn we het eens. De vraag is hoe een plan het bestaande beleid versterkt zonder dat er een parallel circuit wordt gecreëerd.

 

Er bestaan al talrijke plannen, onder meer voor het klimaat, armoedebestrijding en circulaire economie. Daarom koos de Interdepartementale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (ICDO) ervoor om de Agenda 2030 in de bestaande beleidsprocessen te integreren. Ik vind dat redelijk. Het federale plan voor duurzame ontwikkeling moet de andere plannen niet vervangen, maar de samenhang versterken en zorgen voor een doeltreffende inzet van de beschikbare middelen.

 

Dat neemt uw vraag naar concrete maatregelen niet weg. Volgens het voorontwerp moeten die voortvloeien uit de openbare raadpleging, de aansluiting bij andere transversale plannen en de engagementen van de regeringsleden om de SDG's te verwezenlijken. Ik kan vandaag niet vooruitlopen op de maatregelen die na dat overleg worden opgenomen.

 

De koppeling met de SDG-strategie is een van de drie pijlers van het voorontwerp, naast beleidscoherentie en het duurzame interne beheer van de federale diensten. Ook eerdere aanbevelingen van de FRDO over de verankering en de evaluatie van de SDG's liggen mee ten grondslag aan die aanpak. Dat betekent niet dat elk eerder advies volledig is overgenomen.

 

Op basis van de gapanalyse, die de huidige situatie met de doelstellingen vergelijkt, worden er aanbevelingen geformuleerd, die op hun beurt met de ICDO-leden worden besproken. De opvolging ligt bij de ICDO en bij de bevoegde ministers, elk binnen hun bevoegdheden. De uitvoering hangt af van politieke prioriteiten en beschikbare middelen. Ze verloopt dus niet uitsluitend via het plan. Een volgende analyse is gepland in 2027. Daarnaast worden de indicatoren van het Federaal Planbureau jaarlijks bijgewerkt.

 

Tot slot herinner ik eraan dat het nog een voorontwerp van plan betreft. De openbare raadpleging eindigt op 18 oktober. De ICDO heeft tot en met 16 december 2026 de tijd om de adviezen te onderzoeken, federale deskundigen te raadplegen en haalbare relevante elementen te verwerken. Ook de voorstellen van de FRDO worden onderzocht.

 

Als een voorstel niet wordt overgenomen, zal de ICDO dat tegenover de raad moeten motiveren.

 

Daarna volgen opnieuw een interkabinettenoverleg en goedkeuring door de ministerraad. De wet voorziet daarbij niet in een nieuwe adviesaanvraag aan de FRDO, ook niet over latere wijzigingen. De inzet is dus niet om nog meer plannen naast elkaar te leggen, maar om te zorgen voor een betere samenhang en concrete opvolging door de bevoegde ministers.

 

09.03  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, u wijst er, ten eerste, op dat er al veel plannen ter beschikking zijn. Dat kan wel zo zijn, maar het plan voor duurzame ontwikkeling is een wettelijke opdracht. U bent gebonden om dat deftig te doen. Als het geen concrete acties bevat, bestendigt u de situatie.

 

Het is zoals een self-fulfilling prophecy: als die plannen volgens u toch alleen maar papier zijn, waar u zomaar iets inschrijft, u alle kritiek erop loslaat om er vervolgens niets mee aan te vangen, dan zijn we inderdaad bezig met een papieren democratie, waarin verschillende papieren naar elkaar worden doorgeschoven. Ik roep u op om dat wel degelijk coherent in te vullen. Ofwel moet u wetgevend werk voorstellen waarin u uw wettelijke verplichtingen bundelt en dan zullen we dat op zijn merites beoordelen.

 

Ten tweede, u herinnert eraan dat het hier gaat om een voorontwerp van plan, waarover het door u gevraagde advies van de FRDO vernietigend was, en dat u naar aanleiding van de adviesronde een aantal bijsturingen zult doen, maar dat u het daarna niet opnieuw aan de FRDO zult voorleggen? Ik vind dat raar. Ik begrijp dat dat wettelijk niet verplicht is, maar het zou toch getuigen van enige constructiviteit als u aan de FDRO zou laten weten dat u wel degelijk rekening hebt gehouden met zijn opmerkingen en dat na die opmerkingen, het voorontwerp en de consultatiefase acties worden opgenomen die voortvloeien uit zijn feedback. Zelfs al is dat geen wettelijke verplichting, ik wil u toch adviseren aanraden om dat te doen, uit constructiviteit tegenover de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- Jeroen Van Lysebettens aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "Het Belgische standpunt op de biodiversiteitstop" (56020115C)

- Marie Meunier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De deelname van België aan de COP17 in Armenië" (56020235C)

- Rajae Maouane aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De COP17 over biodiversiteit en het natuurherstelbeleid in België" (56020255C)

10 Questions jointes de

- Jeroen Van Lysebettens à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La position de la Belgique au sommet sur la biodiversité" (56020115C)

- Marie Meunier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La participation de la Belgique à la COP17 en Arménie" (56020235C)

- Rajae Maouane à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La COP17 sur la biodiversité et les politiques relatives à la restauration de la nature en Belgique" (56020255C)

 

10.01  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen):  Mijnheer de minister, op het vlak het Belgische standpunt op de biodiversiteitstop ben ik een beetje ontgoocheld in u.

 

Tijdens de vorige vragensessie heb ik al een vraag gesteld over de biodiversiteitstop in Armenië. U hebt toen gezegd dat het wat prematuur was. U zou zelf naar de top gaan en u stelde voor, aangezien de vragensessie van vandaag vlak voor die top plaatsvindt, om een gedachtewisseling te organiseren. Helaas staat vandaag geen gedachtewisseling op de agenda. Ik heb daarom zelf een vraag ingediend, waarbij enkele collega's zich gelukkig hebben aangesloten. Hopelijk wordt het op die manier toch een soort van gedachtewisseling.

 

Het gaat immers niet goed met de mondiale biodiversiteit, noch met de Belgische biodiversiteit. Het aantal soorten gaat achteruit.

 

Mijnheer de minister, met welk standpunt vertrekt u naar de biodiversiteitstop? Wat is het standpunt van de Belgische regering? Welke maatregelen wilt u nemen om de achteruitgang van het aantal soorten tegen te gaan? Welke internationale afspraken wilt u daarover maken? Op welke manier zijn die afspraken afgestemd met de deelstaten, met de gewestregeringen?

 

10.02  Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre, la COP17 sur la biodiversité s'est ouverte ce lundi en Arménie. C'est une étape importante dans la mise en œuvre du cadre mondial pour la biodiversité décidé à la COP15, dont un des grands objectifs – faut-il le rappeler – est d'enrayer l'érosion de la biodiversité et de protéger 30 % des terres et des mers d'ici 2030.

 

Malheureusement, les grands engagements internationaux restent trop peu souvent suivis d'effets concrets. À quatre ans de cette échéance de 2030, les retards s'accumulent et les financements nécessaires sont aujourd'hui insuffisants.

 

La Belgique a également des efforts à fournir. Notre pays accuse des retards dans la mise en œuvre de ses engagements, notamment en matière de restauration de la nature. Si je ne m'abuse, vous menez la délégation belge à cette COP17 et j'espère que cela se traduira par des engagements concrets et une action renforcée au niveau national.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous détailler la composition de la délégation belge? Pouvez-vous nous définir les priorités que vous défendez au nom de la Belgique lors de cette conférence? Où en est l'inventaire belge des subventions nuisibles à la biodiversité? Quand le gouvernement compte-t-il présenter des mesures concrètes pour les supprimer? Comment comptez-vous garantir que les engagements défendus à Erevan se traduisent par des mesures effectives en Belgique, compte tenu du manque de volonté des gouvernements actuels?

 

10.03 Minister Jean-Luc Crucke: Mevrouw de voorzitster, geachte Kamerleden, ik moet mij voorafgaand verontschuldigen bij de heer Van Lysebettens. Ik zie immers dat mijn antwoord enkel in het Frans is opgesteld.

 

Mijnheer Van Lysebettens, ik weet echter dat u ook Frans begrijpt. Niettemin verontschuldig ik mij daarvoor.

 

La Belgique participe activement à la COP17 – Convention sur la diversité biologique. Cette conférence constitue un moment important, puisqu'elle permet pour la première fois d'évaluer collectivement les progrès accomplis depuis l'adoption du cadre mondial pour la biodiversité en 2022.

 

Le bilan mondial montre que si une majorité de pays ont établi des stratégies et plans d'action nationaux et que des progrès ont été réalisés, notamment en matière d'aires protégées et de restauration des écosystèmes, moins de la moitié des objectifs nationaux évalués sont actuellement en bonne voie. Des avancées importantes restent donc nécessaires et impérieuses sur le terrain.

 

La première priorité de la Belgique est une meilleure intégration de la biodiversité dans l'ensemble des politiques publiques, en reconnaissant que la protection du vivant est indissociable de la santé, de la sécurité alimentaire, de la résilience climatique et de la prospérité économique.

 

Dat betekent ook dat ambitie hand in hand moet gaan met draagvlak. Biodiversiteitsbeleid moet voldoende gedragen worden door de betrokken actoren om de mondiale doelstellingen op een werkbare en effectieve manier te realiseren.

 

La mobilisation des ressources financières constitue un autre enjeu central. La Belgique soutient une approche pragmatique visant à accroitre les financements en faveur de la biodiversité en mobilisant les acteurs publics et privés et en encourageant un élargissement progressif de l'effort collectif.

 

La Belgique accorde également une importance particulière à l'opérationnalisation du mécanisme relatif aux informations de séquençage numérique ou DSI et du fonds Cali. Ce mécanisme doit permettre de garantir un partage juste et équitable des bénéfices issus de l'utilisation des informations génétiques, tout en assurant la sécurité juridique nécessaire aux acteurs économiques concernés.

 

Au cours de l'année écoulée, plusieurs tables rondes ont été organisées avec des représentants de l'industrie belge. Ces échanges nourrissent la position portée aujourd'hui à la COP. L'entreprise belge E-BIOM est d'ailleurs devenue la troisième société au monde à annoncer une contribution financière au fonds Cali, montrant que le secteur privé peut également jouer un rôle moteur, et je tiens à l'en remercier. Je ne pense pas être totalement étranger à l'initiative.

 

La délégation belge des pouvoirs publics se compose de 25 personnes. Je participerai, pour ma part, au "High Level Segment" mardi et mercredi prochains.

 

En ce qui concerne les subsides nuisibles à la biodiversité, un exercice interfédéral de collecte de données et de développement méthodologique a été mené avec les administrations fédérales et régionales concernées, avec le soutien d'un projet d'assistance technique de la Commission européenne. Cet exercice a permis d'améliorer notre compréhension des effets environnementaux de certaines mesures de soutien public, mais plusieurs difficultés méthodologiques subsistent. Une mesure peut notamment avoir des effets négatifs sur un objectif environnemental, tout en produisant des bénéfices considérables pour d'autres objectifs environnementaux, économiques ou sociétaux.

 

La ligne directrice européenne laisse également une certaine marge d'interprétation. Ces préoccupations ont été transmises à la Commission européenne et devront être clarifiées. La Belgique estime donc que les résultats doivent encore être clarifiés et consolidés avant de pouvoir être considérés comme un inventaire définitif. Elle reste pleinement engagée à poursuivre ses travaux et à contribuer au développement d'une méthodologie européenne plus robuste, équilibrée et harmonisée.

 

Enfin, concernant la mise en œuvre de nos engagements, la stratégie nationale reste le cadre de référence en Belgique. Un groupe de travail interfédéral en assure le suivi dans le respect des compétences de chaque entité.

 

10.04  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Wat het financieringsluik betreft, er moet natuurlijk internationaal worden gekeken naar een rechtvaardige financiering. Daarbij moet ook worden bekeken hoe de privésector kan bijdragen. Ik zou echter niet willen dat we vervallen in een soort van aflatensysteem waarbij grote bedrijven schade toebrengen aan de biodiversiteit en vervolgens een bedrag op tafel leggen, zodat armere landen of landen in het Globale Zuiden maar wat inspanningen moeten leveren. Los van de financiering is er volgens mij ook nood aan een sterk kader dat schadelijke acties voorkomt.

 

Wat de Belgische acties betreft, was u toch iets minder uitgebreid. In 2025 heeft België, naar ik aanneem onder uw bevoegdheid, nochtans een geactualiseerde versie van de Nationale Biodiversiteitsstrategie gepubliceerd. Verschillende van de daarin opgenomen acties zijn echter nog niet uitgevoerd. Tegen eind 2025 zou er een Belgische inventaris van schadelijke subsidies voor de biodiversiteit beschikbaar moeten zijn. Bij mijn weten is die inventaris nog niet beschikbaar.

 

Tegelijkertijd zien we dat de financiering van natuurbescherming en natuurontwikkeling steeds verder achteruitgaat. Dat is weliswaar een gewestelijke bevoegdheid, maar ook op dat vlak is opvolging nodig. Biodiversiteit is immers niet mogelijk zonder natuurontwikkeling. Door de grote natuurbrand in de Hoge Venen hebben we een van de belangrijkste koolstofputten van dit land gedeeltelijk beschadigd. Het zal erop aankomen om die te herstellen, terwijl de oorspronkelijke doelstelling er zelfs in bestond om die verder uit te breiden.

 

Ik ben dus wel degelijk bezorgd. Ik begrijp dat u niet rechtstreeks bevoegd bent voor natuurontwikkeling, maar ik wil u toch vragen om tijdens het interfederaal overleg op die nagel te kloppen.

 

10.05  Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre, je prends acte du fait que nous ne disposons toujours pas réellement d’un inventaire belge des subventions nuisibles à la biodiversité, puisqu'il reste encore certains éléments à déterminer et à revoir. Vous partez dans une petite semaine. Nous vous réinterrogerons à votre retour afin de connaître les conclusions. Peut-être en saurons-nous alors un peu plus.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Président: Jeroen Van Lysebettens.

Voorzitter: Jeroen Van Lysebettens.

 

11 Question de Marie Meunier à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Le blocage des budgets belges pour le climat" (56020236C)

11 Vraag van Marie Meunier aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De blokkering van de Belgische klimaatbudgetten" (56020236C)

 

11.01  Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre,

 

Pendant que votre gouvernement impose des efforts budgétaires indécents à la population et aux services publics, des moyens considérables destinés à soutenir la transition climatique et sociale restent immobilisés. Pourtant, ils sont bien là.

 

Premièrement, près de deux milliards d'euros de recettes de l'ETS1 perçues depuis 2023 attendent toujours un accord de répartition entre l'État fédéral et les Régions. Ensuite, le Fonds social européen pour le climat, qui représente 2,21 milliards d'euros et qui est toujours bloqué à cause de l'absence de plan belge. Pour rappel, la Belgique devait soumettre son plan en juin 2025. Nous sommes en octobre 2026 et toujours rien.

 

Ces retards sont très inquiétants, monsieur le ministre, encore plus à l'approche de l'entrée en vigueur de l'ETS2, qui concernera notamment les combustibles utilisés pour le chauffage et le transport routier. Les ménages les plus fragiles doivent pouvoir bénéficier d'un accompagnement concret, ils n'ont pas besoin de financements qui restent inutilisés à cause de blocages au niveau politique. Alors non, les désaccords entre les différents niveaux de pouvoir ne peuvent justifier que la Belgique se prive de tels moyens pour financer la transition et protéger les citoyens.

 

Monsieur le ministre,

 

Quand la Belgique déposera-t-elle enfin son plan social belge pour le Climat à la Commission européenne? Quelles difficultés empêchent encore sa finalisation? Où en sont les discussions sur la répartition des deux milliards d'euros de recettes ETS1 non réparties depuis 2023? Comment comptez-vous précisément faire de ces différentes ressources un véritable levier d'investissement dans la transition énergétique au bénéfice des citoyens?

 

11.02  Jean-Luc Crucke, ministre: La Belgique soumettra son Plan Social Climat à la Commission européenne – c'est une lapalissade – dès que possible. Des facteurs expliquant ce retard interviennent à tous les niveaux de pouvoir, tant au niveau fédéral que régional. Il est vrai qu'il est essentiel de trouver un accord le plus rapidement possible, afin d'atténuer l'impact de l'ETS2 sur les ménages et les micro-entreprises vulnérables, tout en rapprochant la transition climatique de ces groupes cibles. L'absence d'un plan approuvé, donc le blocage des fonds, sont, de ce point de vue, regrettables, même si cela ne compromet pas – me semble-t-il et comme déjà annoncé – la possibilité d'accéder à l'intégralité des fonds prévus au niveau européen.

 

Afin de soutenir au mieux cette transition climatique, il est important d'évaluer l'impact des mesures et de veiller à ce que celles prises aux différents niveaux de pouvoir soient complémentaires. Comme je l'ai déjà expliqué, les régions prévoient des mesures qui visent à investir dans ou à accéder à des alternatives moins émettrices de CO2, et donc moins impactées par l'ETS2, alors que les mesures fédérales devraient plutôt protéger directement les plus vulnérables d'une hausse de leur facture d'énergie.

 

Un premier point a déjà été accepté par le gouvernement fédéral: la diminution du taux d'accises sur l'électricité pour les consommateurs protégés constitue en effet un pas dans cette direction. Il permet, d'une part, de réduire la facture d'électricité, ce qui compense l'augmentation probable de la facture de chauffage aux énergies fossiles et, d'autre part, d'encourager l'électrification.

 

Toutefois, cette mesure pose un problème au regard de l'utilisation des fonds européens. En effet, l'impact doit toujours pouvoir être évalué de manière concrète. Or, dès lors que les mesures proposées sont de nature fiscale, il est complexe d'identifier les bénéficiaires et de prouver à la Commission européenne la solidité de l'éventuelle mise en œuvre. En la matière, la Commission a en effet un niveau d'exigence très élevé en termes de contrôles et d'audit, ce qui nécessite un temps considérable pour la préparation des mesures fédérales.

 

Cette mesure devrait représenter deux tiers des ressources fédérales. Une seconde mesure à caractère économique est actuellement en cours d'élaboration par le cabinet de la ministre Simonet.

 

Je suis néanmoins convaincu que nous pourrons déposer à court terme un plan regroupant toutes les contributions des différentes entités, sur la base duquel les négociations formelles avec la Commission européenne pourront alors débuter.

 

En ce qui concerne les discussions sur la répartition des recettes ETS, il importe de rappeler que celles-ci se font dans le cadre du burden sharing, qui concerne également la répartition des efforts et responsabilités par rapport aux objectifs européens.

 

La question de la répartition des recettes ETS ne peut se dissocier des autres volets de négociations interfédérales en matière de politique climatique, et notamment de la répartition des objectifs et des efforts entre les différentes entités. Ces différents éléments sont étroitement liés et doivent être examinés dans le cadre d'un équilibre global entre les responsabilités, les efforts à fournir et les moyens disponibles. Les discussions interfédérales ont commencé en juin dernier et sont toujours en cours. J'espère qu'elles ne tarderont pas, mais je préfère ne plus me prononcer sur un calendrier.

 

Quant au fait que ces 2 milliards d'euros relatifs à l'ETS1 seraient encore bloqués sur un compte, sachez que ces moyens ont déjà été valorisés budgétairement par chacun des gouvernements à des fins variées, sur la base de la dernière clé de répartition acceptée en 2022, dont des financements relatifs à la politique climatique – même s'ils n'ont pas été versés en termes de trésorerie aux différentes entités. Je ne les verserai pas tant qu'il n'y a pas d'accord global.

 

C'est ainsi que, depuis 2023, la Belgique rapporte auprès de la Commission européenne l'usage qui est fait de ces recettes. Dès qu'un accord sera survenu sur l'utilisation des futurs moyens dans le cadre de la répartition des charges, nous entendons faire de ces ressources un levier d'investissement, en les concentrant sur des priorités clairement définies: la décarbonation, l'électrification, le déploiement d'infrastructures énergétiques – bas carbone évidemment –, d'énergies renouvelables et, de manière plus générale, les politiques climatiques et énergétiques qui réduisent de façon durable les émissions et les coûts pour les citoyens. Ceci doit permettre d'accélérer les investissements là où les besoins de transformation sont les plus criants, tout en soutenant la compétitivité de l'industrie européenne et l'emploi.

 

11.03  Marie Meunier (PS): Je suis quelque peu sans voix, et je vous avoue que mon rire est nerveux. Mais quel échec! Tant sur le retard d'un an que sur le fait que vous-même ne vouliez plus nous donner de délais, tellement cela a l'air compliqué d'aboutir à quelque chose. Ce sont pourtant, d'un côté comme de l'autre du pays, les mêmes partis qui sont autour de la table des différents gouvernements. Dès lors, cela soulève des questions sur l'efficacité générale et sur la volonté de faire avancer la question du climat dans notre pays. Je suis donc sans voix. Il m'arrive rarement dans cette commission d'être déçue.

 

J'essaye toujours de trouver un peu de positivité et de m'accrocher à quelque chose pour essayer de venir à votre aide dans ce gouvernement. Mais ici, clairement, c'est un aveu d'échec, c'est triste. C'est triste pour le climat, c'est triste pour notre Belgique, parce qu'en attendant, lorsque nous vous demandons quelles sont les différentes ressources et quels sont les leviers d'investissement dans la transition énergétique au bénéfice des citoyens, ce que j'entends dans les propositions que vous nous faites est séduisant. Dès lors, le fait qu'on n'utilise pas l'ensemble de ces différents leviers d'investissement pénalise directement le citoyen, et je trouve cela dramatique.

 

C'est décevant, monsieur le ministre. C'est tout ce que je peux vous dire, malheureusement.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Collega’s, we hebben alle vragen van vandaag behandeld, behalve vraag nr. 56019813C van mevrouw Gielis. Conform artikel 127, lid 10, vervalt die vraag.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.07 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12 h 07.