CRIV 56 COM 485

Logo_Kamer_zwartwit_outline

CRIV 56 COM 485

 

Niet citeren zonder bronvermelding

De definitieve versie bevat ook de integrale vertaling. De bijlagen zijn in een aparte brochure opgenomen.

 

 

 

Ne pas citer sans mentionner la source

La version définitive comprend aussi la traduction intégrale. Les annexes sont reprises dans une brochure séparée.

 

Belgische Kamer van

volksvertegenwoordigers

Chambre des représentants

de Belgique

 

Voorlopig Verslag

Compte Rendu Provisoire

Commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen

Commission des Affaires sociales, de l'Emploi et des Pensions

Woensdag

Mercredi

21-10-2026

21-10-2026

Voormiddag

Matin

 

 

 

 

De teksten werden nog niet door de sprekers nagezien. Zij kunnen hun correcties schriftelijk
meedelen vóór

Les textes n’ont pas encore été révisés par les orateurs. Ceux-ci peuvent communiquer leurs corrections par écrit avant le

26-10-2026, om 16 uur

 

aan de Dienst Integraal Verslag.

26-10-2026, à 16 heures

 

au Service du Compte rendu intégral.

 

 

e-mail: CRIV@dekamer.be

 

e-mail: CRIV@lachambre.be


N-VA

Nieuw-Vlaamse Alliantie

VB

Vlaams Belang

MR

Mouvement Réformateur

PS

Parti Socialiste

PVDA-PTB

Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique

Les Engagés

Les Engagés

Vooruit

Vooruit

cd&v

Christen-Democratisch en Vlaams

Ecolo-Groen

Ecologistes Confédérés pour  l’organisation de luttes originales – Groen

Anders.

Anders.

DéFI

Démocrate Fédéraliste Indépendant

INDEP-ONAFH

Indépendant – Onafhankelijk

 

Afkortingen bij de nummering van de publicaties :

Abréviations dans la numérotation des publications :

DOC 56 0000/000

Parlementair stuk van de 56e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer

DOC 56 0000/000

Document parlementaire de la 56e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif

QRVA

Schriftelijke Vragen en Antwoorden

QRVA

Questions et Réponses écrites

CRIV

Voorlopige versie van het Integraal Verslag

CRIV

Version provisoire du Compte Rendu Intégral

CRABV

Beknopt Verslag

CRABV

Compte Rendu Analytique

CRIV

Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen)

CRIV

Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit des interventions (avec les annexes)

PLEN

Plenum

PLEN

Séance plénière

COM

Commissievergadering

COM

Réunion de commission

MOT

Moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)

MOT

Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige)

 

Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers

Bestellingen :

Natieplein 2

1008 Brussel

Tel. : 02/549 81 60

www.dekamer.be

e-mail : publicaties@dekamer.be

Publications officielles éditées par la Chambre des représentants

Commandes :

Place de la Nation 2

1008 Bruxelles

Tél. : 02/549 81 60

www.lachambre.be

e-mail : publications@lachambre.be

 


 

INHOUD

 

SOMMAIRE

 

 

 

 

 

Vraag van Wouter Raskin aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De KUL-studie over het automatisch leefloonadvies" (56018127C)

1

Question de Wouter Raskin à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'étude de la KUL sur l'automatisation de l'avis relatif à l'octroi du revenu d'intégration" (56018127C)

1

Sprekers: Wouter Raskin, Anneleen Van Bossuyt, minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid

 

Orateurs: Wouter Raskin, Anneleen Van Bossuyt, ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

2

Questions jointes de

3

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het ontbreken van centraal toezicht op en registratie van leefloners in het buitenland" (56018202C)

2

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'absence de contrôle central et d'enregistrement des bénéficiaires du RIS à l'étranger" (56018202C)

3

- Ellen Samyn aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De leefloners die langdurig in het buitenland verblijven" (56018217C)

3

- Ellen Samyn à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les bénéficiaires du revenu d'intégration qui séjournent à long terme à l'étranger" (56018217C)

3

Sprekers: Sandro Di Nunzio, Ellen Samyn, Anneleen Van Bossuyt, minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid

 

Orateurs: Sandro Di Nunzio, Ellen Samyn, Anneleen Van Bossuyt, ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

5

Questions jointes de

5

- Marie Meunier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het Gas- en Elektriciteitsfonds voor 2026" (56018259C)

5

- Marie Meunier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Fonds gaz et électricité 2026" (56018259C)

5

- Pierre-Yves Dermagne aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De explosieve stijging van de energieprijzen" (56018725C)

5

- Pierre-Yves Dermagne à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'explosion des prix de l'énergie" (56018725C)

5

- Anne Pirson aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het spijzen v.h. Gas- en Elektriciteitsfonds en de continuïteit van de OCMW-steun tijdens de winter" (56018817C)

5

- Anne Pirson à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le renforcement du Fonds gaz et électricité et la continuité des aides des CPAS durant l’hiver" (56018817C)

5

- Jeroen Van Lysebettens aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De energiemaatregelen en het stijgende sociale tarief" (56019337C)

6

- Jeroen Van Lysebettens à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les mesures en matière d'énergie et l'augmentation du tarif social" (56019337C)

5

- Sarah Schlitz aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het Gas- en Elektriciteitsfonds" (56019486C)

6

- Sarah Schlitz à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Fonds gaz et électricité" (56019486C)

5

Sprekers: Marie Meunier, Anne Pirson, Sarah Schlitz, Anneleen Van Bossuyt, minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid, Denis Ducarme

 

Orateurs: Marie Meunier, Anne Pirson, Sarah Schlitz, Anneleen Van Bossuyt, ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes, Denis Ducarme

 

 

 

 

 

Vraag van Marie Meunier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het vermogen van de OCMW's om steun te bieden aan gezinnen die tegen hogere schoolkosten aankijken" (56018406C)

9

Question de Marie Meunier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La capacité des CPAS à soutenir les familles confrontées à l'augmentation des frais scolaires" (56018406C)

9

Sprekers: Marie Meunier, Anneleen Van Bossuyt, minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid

 

Orateurs: Marie Meunier, Anneleen Van Bossuyt, ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes

 


 

 

Commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen

Commission des Affaires sociales, de l'Emploi et des Pensions

 

van

 

Woensdag 21 oktober 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 21 octobre 2026

 

Matin

 

______

 


La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 05 et présidée par M. Denis Ducarme.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door de heer Denis Ducarme.

 

01 Vraag van Wouter Raskin aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De KUL-studie over het automatisch leefloonadvies" (56018127C)

01 Question de Wouter Raskin à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'étude de la KUL sur l'automatisation de l'avis relatif à l'octroi du revenu d'intégration" (56018127C)

 

01.01  Wouter Raskin (N-VA): Mevrouw de minister, de KU Leuven voerde onlangs een onderzoeksproject uit naar een theoretisch model dat op basis van administratieve gegevens uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) automatisch een beslissingsadvies over het recht op een leefloon genereert. Die methode werd onder meer bij het OCMW van Turnhout getest om na te gaan in welke mate men dat automatische advies volgde en welke andere factoren daarbij eventueel een rol spelen. Het eindverslag is onlangs gepubliceerd. Het project past in het streven naar administratieve vereenvoudiging en een kortere doorlooptijd van leefloondossiers. Dat is volkomen begrijpelijk.

 

Toch heb ik daarover enkele vragen.

 

Hoe beoordeelt u of de POD MI de versnelde procedure die werd ontwikkeld? Welke voor- en nadelen ziet u? Bent u van oordeel dat die procedure in overeenstemming is met de wettelijke vereisten inzake het individueel sociaal onderzoek?

 

Hoe ziet u de verhouding tussen het gebruik van administratieve gegevens en het wettelijk verplicht individueel sociaal onderzoek? Volstaan die administratieve gegevens om alle toekenningsvoorwaarden, zoals de werkbereidheid, de feitelijke gezinssamenstelling enzovoort, correct te beoordelen?

 

In de versnelde procedure lijkt het huisbezoek optioneel te zijn en dus niet doorslaggevend voor een toekenningsbeslissing. Hetzelfde geldt blijkbaar voor het opvragen van uittreksels en huurcontracten. Hoe staat u daar tegenover? Beschouwt u die elementen eveneens als optioneel?

 

Welke rol ziet u voor een dergelijke versnelde procedure weggelegd? Zult u daarmee al dan niet verder gaan?

 

01.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Raskin, het gebruik van de KSZ-stromen is geen nieuw gegeven. Elk OCMW kan de KSZ raadplegen in het kader van het sociaal onderzoek. Meer nog, het mag de steunaanvrager in principe niet vragen om gegevens aan te leveren waartoe het reeds toegang heeft via die stromen.

 

Wat betreft de versnelde procedure voor de toekenning van leefloon die door de KU Leuven wordt voorgesteld, heeft mijn administratie, de POD MI, een analyse gemaakt. Deze is sinds kort beschikbaar op zijn website.

 

Wat betreft uw eerste en tweede vraag over de beoordeling van de versnelde procedure en de verhouding tussen het gebruik van administratieve gegevens en het wettelijk verplicht individueel sociaal onderzoek, de versnelde procedure biedt een kader voor het voeren van het sociaal onderzoek. Ze beschrijft de verschillende te doorlopen stappen en geeft aan welke informatie via de KSZ moet worden geraadpleegd.

 

Op bepaalde punten sluit de procedure echter onvoldoende aan bij het wettelijk kader. Mijn administratie beoordeelt onder andere de volgende elementen als onvoldoende.

 

Ten eerste, de zes toekenningsvoorwaarden worden onvoldoende onderzocht, zeker wat betreft de werkbereidheid en het uitputten van eventuele andere rechten. Er worden dus voorbarige conclusies getrokken op basis van de KSZ-gegevens zonder die af te toetsen aan de feitelijke situatie van de betrokkene. Dat is niet correct.

 

Daarnaast zijn bepaalde elementen niet af te leiden uit de KSZ, zoals een feitelijk samenwonen met iemand met inkomsten. De KSZ geeft geen informatie over de samenstelling van het feitelijke huishouden. Als de aanvrager aangeeft alleen te wonen, terwijl hij of zij samenwoont met iemand die over middelen beschikt, kan de verklaring van de aanvrager niet worden gestaafd enkel via een raadpleging in een KSZ. Dat kan alleen gecontroleerd worden door middel van een gesprek met de aanvrager en een huisbezoek.

 

Ten tweede, er wordt ook niet verwezen naar een huisbezoek voor de toekenning van het recht op maatschappelijke integratie. Het huisbezoek is wel opgenomen in de procedure, maar vormt geen doorslaggevend element bij een toekenningsbeslissing.

 

Ten derde, de inschatting van bestaansmiddelen wordt niet of onvoldoende onderzocht en er worden geen stavingsdocumenten opgenomen in het dossier. De procedure benadrukt dan wel dat de bewijslast tot een minimum beperkt moet blijven, maar bepaalde documenten, zoals huurovereenkomsten of bankafschriften bij vermoeden van onjuiste verklaringen, zijn wel essentieel. Omdat de feitelijke situatie van de betrokkene in kaart moet worden gebracht, is de POD MI van mening dat de versnelde procedure ontoereikend is.

 

De POD MI benadrukt in zijn advies ook dat de maatschappelijk werker de hoeksteen van de sociale bijstand vormt. Een algoritme kan en mag die taak niet overnemen. De POD MI heeft vastgesteld dat vier van de zes toekenningsvoorwaarden niet sluitend kunnen worden geëvalueerd op basis van de stromen alleen. Ik sluit me dus aan bij de aandachtspunten die mijn administratie naar voren schuift.

 

Wat uw derde en vierde vraag betreft, er loopt momenteel een studie over de werklast van maatschappelijk werkers. Zowel onderzoekers van de KU Leuven als van de hogeschool Odisee zijn hierbij betrokken. De versnelde procedure wordt meegenomen in die studie. De studie moet uitmonden in concrete, direct implementeerbare voorstellen die de werklast van maatschappelijk werkers op korte termijn kunnen verminderen, alsook in voorstellen die op iets langere termijn kunnen worden uitgevoerd. Om er zeker van te zijn dat de voorstellen implementeerbaar zijn, worden ze dit najaar nog afgetoetst met een aantal piloot-OCMW's.

 

Mijn kabinet en de administratie volgen deze studie op. Het doel is te komen tot werkbare voorstellen die de administratieve lasten verminderen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het sociaal onderzoek.

 

01.03  Wouter Raskin (N-VA): Dank u wel, mevrouw de minister.

 

Ik denk net zoals veel collega's dat een aantal hervormingen waartoe de regering heeft besloten heel wat bijkomende druk leggen op de OCMW's, de maatschappelijk assistenten en de sociale diensten. We moeten daar ook oog voor hebben. Ik hoor in uw antwoord op mijn derde en vierde vraag dat hieraan verder wordt gewerkt en dat de kwestie verder wordt bestudeerd. Ook op relatief korte termijn zouden concrete voorstellen moeten worden afgetoetst. Dat biedt toch enig perspectief.

 

Ik had daarentegen ook heel wat vragen bij het eindverslag dat nu is neergelegd. Het leek me inderdaad, zoals u bevestigt, quasi onmogelijk om een aantal essentiële gegevens te verkrijgen om tot een goed afgewogen voorstel te komen op basis waarvan een bijzonder comité een beslissing kan nemen. Ik ben het helemaal met u eens, mevrouw de minister, dat de maatschappelijk assistent de hoeksteen van een sociaal onderzoek is en dat ook moet blijven. Mensen die daarvoor zijn opgeleid en de nodige expertise hebben, kan men niet zomaar door algoritmes vervangen.

 

Ik ben het dus met u eens, maar ik wil u ook blijven aansporen om, samen met de OCMW's, naar andere oplossingen te blijven zoeken voor de hoge werklast.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het ontbreken van centraal toezicht op en registratie van leefloners in het buitenland" (56018202C)

- Ellen Samyn aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De leefloners die langdurig in het buitenland verblijven" (56018217C)

02 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'absence de contrôle central et d'enregistrement des bénéficiaires du RIS à l'étranger" (56018202C)

- Ellen Samyn à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les bénéficiaires du revenu d'intégration qui séjournent à long terme à l'étranger" (56018217C)

 

02.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, mijn vraag over het leefloon heb ik al enige tijd geleden ingediend.

 

Bijna 174.000 mensen in ons land ontvangen een leefloon. In principe mag iemand die een leefloon ontvangt maximaal één maand per jaar in het buitenland verblijven om het recht op de uitkering te behouden. Wie langer in het buitenland wil verblijven, moet daarvoor een uitzondering bij het lokale OCMW aanvragen. Hoewel de federale overheid een belangrijk deel van die uitkeringen financiert, is er blijkbaar geen centraal dataregister van de toegekende uitzonderingen. Die gegevens zijn dus over de lokale OCMW's verspreid.

 

Ik wil daarover dan ook een aantal vragen stellen.

 

Ik heb in de pers gelezen dat een centralisering op dit moment te veel administratieve lasten met zich zou meebrengen. Klopt dat? Ik stel die vraag omdat het volgens mij nuttig zou zijn om daar op zijn minst een zicht op te hebben. Zeker als we met de federale overheid een bepaald beleid inzake de toepassing van de uitzonderingscriteria willen voeren. Uiteraard hebben lokale besturen daarin een zekere autonomie en moeten we ons niet te veel met hun beleid bemoeien, maar aangezien de federale overheid toch een belangrijk deel van die uitkeringen financiert, bestaat er misschien toch nood aan inzicht in hoe de uitzonderingscriteria worden gehanteerd, in welke omstandigheden, in welke regio's en bij welke OCMW's. Kunnen die gegevens op termijn worden gecentraliseerd, zodat de federale regering, uzelf en uw diensten daar een zekere sturing aan het beleid kunnen geven?

 

In tweede instantie stel ik vast dat de federale inspectiedienst in 2025 in heel het land blijkbaar geen inbreuken op de regels voor die uitzonderingen heeft vastgesteld. Ik ben een goedgelovig mens, maar ik vraag me toch af of die steekproeven representatief en duidelijk genoeg zijn, als er niet één inbreuk is vastgesteld. Hoe worden die controles precies uitgevoerd? Welke conclusies kunt u daarover met ons delen?

 

02.02  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

In mijn schriftelijke vraag 742 bevroeg ik u naar het aantal leefloners die langer dan de toegelaten termijn in het buitenland zouden verblijven, de uitzonderingen hierop en de controles binnen dit systeem. U gaf aan dat deze informatie door de afzonderlijke OCMW's wordt bijgehouden en dat de federale overheid met regelmaat controles uitvoert. In de krant gaf u daarnaast aan dat de oprichting van een centraal register net meer werkdruk voor de OCMW-medewerkers tot gevolg zou hebben.

 

Hoe kan u garanderen dat de afzonderlijke OCMW's geregeld controles uitvoeren en dat er geen verschillen bestaan tussen de OCMW's onderling afhankelijk van bijvoorbeeld de werkdruk en opvolging van dossiers?

Heeft uw administratie pistes onderzocht voor de oprichting van een centraal register en kan dit tegenwoordig niet via automatische tools gebeuren zodat er nauwelijks sprake is van verhoogde werkdruk? Zo nee, waarom niet? Bent u van plan pistes te onderzoeken eventueel in samenwerking met de ministers van de gewesten?

U gaf aan dat 861 leeflonen geschorst werden omdat iemand te lang in het buitenland verbleef. In hoeveel gevallen ging het hierbij om een persoon van buitenlandse herkomst en bij welke OCMW's zaten deze 861 dossiers? Geeft dit aanleiding voor uw controlediensten om meer controles bij deze OCMW's uit te voeren?

Er werd bij geen enkel OCMW vastgesteld dat de regels niet gevolgd werden. Bij hoeveel OCMW's voeren de federale diensten jaarlijks controle uit, hoe gebeuren deze controles en acht u deze adequaat? U gaf aan dat u gerichter op zoek zou gaan naar OCMW's waar er toch problemen zouden zijn, hoe zal u dit concreet aanpakken en zijn er nu reeds dergelijke OCMW's bekend?

 

02.03 Minister Anneleen Van Bossuyt:  Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Samyn, de huidige regelgeving bepaalt dat een leefloonbegunstigde maximaal vier weken per kalenderjaar in het buitenland kan verblijven met behoud van het leefloon. Wanneer die termijn wordt overschreden, wordt de uitbetaling in principe geschorst. Er geldt een meldingsplicht vanaf een verblijf in het buitenland van één week of langer.

 

Het OCMW kan afwijken van de maximale verblijfsduur als er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Die beoordeling gebeurt op basis van het sociaal onderzoek en de concrete omstandigheden in het dossier. Het gaat altijd om een individuele beslissing. Een verblijf in het buitenland in het kader van een duidelijk afgebakend studieprogramma kan bijvoorbeeld zo'n uitzonderlijke omstandigheid zijn. Het OCMW moet over voldoende concrete elementen beschikken om te kunnen beoordelen of een afwijking gerechtvaardigd is. Het kan hieraan ook voorwaarden verbinden, zoals het voorleggen van een inschrijvingsbewijs of een bewijs dat de opleiding daadwerkelijk wordt gevolgd.

 

Dat neemt niet weg dat het nuttig kan zijn om de huidige regeling te herzien. We kunnen bekijken of de regels duidelijker en eenvoudiger kunnen worden vormgegeven, en of een betere afstemming met andere regelingen, zoals die voor de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) wenselijk en mogelijk is. Vandaag wordt voor leeflooncliënten bijvoorbeeld in weken gerekend. Een verblijf van dertien opeenvolgende dagen wordt als één week aangerekend. Een berekening op basis van het effectieve aantal verblijfsdagen zou in dat opzicht eenvoudiger zijn. Dat is een van de mogelijkheden die we momenteel onderzoeken. Ook de verhouding tot de voorwaarden inzake werkbereidheid verdient aandacht. Werkbereidheid is een wettelijke voorwaarde voor het recht op maatschappelijke integratie. Een verblijf in het buitenland kan de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt beperken. Daarnaast kan ook de regeling inzake uitzonderlijke omstandigheden worden geëvalueerd. De mogelijkheid om af te wijken moet behouden blijven, maar is vandaag te algemeen geformuleerd, waardoor er in de praktijk een ruime beoordelingsmarge bestaat.

 

Ik wil dus samen met mijn administratie verschillende mogelijke sporen verder onderzoeken. Uiteraard zal een eventuele wettelijke aanpassing van de huidige regeling binnen de regering en het Parlement verder moeten worden besproken.

 

Een centrale registratie van alle individuele beslissingen over uitzonderingen lijkt mij op dit moment echter niet passend. Een dergelijke registratie zou voor de OCMW's bijkomende administratieve lasten met zich meebrengen. Bovendien zou die registratie altijd afhankelijk blijven van de bereidheid van de OCMW's om de beslissingen aan het centrale register door te geven. Als bepaalde OCMW's te kwader trouw handelen, zullen ze die informatie evenmin doorgeven. Het centrale register zou dan geen representatief beeld opleveren.

 

Het enige alternatief zou erin bestaan alle personen die een leefloon ontvangen een tracker te geven, zodat kan worden nagegaan wanneer ze zich in het buitenland bevinden. Ik denk echter niet dat we in een samenleving willen belanden met een Big Brother-overheid.

 

Wat de controle betreft, de inspectiedienst heeft de laatste zes jaar geen fouten vastgesteld bij de behandeling van dossiers door de OCMW's. Dat betekent dat de gecontroleerde dossiers waarin sprake was van een verblijf in het buitenland, correct werden afgehandeld. Als het OCMW een sanctie moest opleggen, is dat gebeurd. Als er voor een uitzondering werd gekozen, dan was die ook voldoende gemotiveerd. In 2025 heeft de inspectiedienst in totaal 4.500 dossiers gecontroleerd bij 221 OCMW's.

 

Samengevat, we bekijken of we de regels kunnen aanpassen, maar een centraal register lijkt mij niet opportuun.

 

02.04  Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden.

 

Uiteraard zijn we er ook geen voorstander van om de lokale besturen te veel administratieve lasten op te leggen.

 

Het is goed dat u de regels bekijkt, zeker als uit de analyse blijkt dat die te vaag of te algemeen zouden zijn. Het is ook de eerste keer dat ik verneem dat die dertien dagen eigenlijk slechts voor een week meetellen. Dat moet natuurlijk worden geëvalueerd.

 

Het is wel jammer dat we niet echt over gegevens beschikken om zo'n evaluatie uit te voeren. Die zouden de evaluatie veel beter kunnen maken. Dat was vooral de insteek van mijn vraag. Op welke manier kunnen we aan representatieve cijfers komen om te zien waar het fout loopt?

 

We horen immers vaak verhalen of politieke uitspraken dat bepaalde zeer progressieve of linkse besturen veel soepeler zouden zijn dan andere centrumrechtse of heel rechtse besturen. Dat maakt het debat moeilijk. Hoe zit het precies? Klopt dat of niet? Ik denk dat u als lokaal mandataris ook op straat verhalen hoort, soms schandalige verhalen over vreemdelingen die lange tijd in het buitenland verblijven en toch een leefloon ontvangen. Daardoor ontstaat er ongenoegen. Kloppen die verhalen? Dat is natuurlijk moeilijk te controleren.

 

Ik denk dus dat het niet slecht zou zijn als we over die gegevens konden beschikken. Dat mag inderdaad niet ten koste gaan van een overdreven administratieve belasting van de OCMW's en hun diensten. Ik vind het dan ook jammer dat we die gegevens niet hebben.

 

Ik zou u willen vragen om bij de evaluatie van de regels ook aan die bekommernis aandacht te besteden. Ik kan u geen bijkomende vraag stellen, maar ik zou graag weten tegen wanneer die evaluatie zal plaatsvinden. Ik neem aan dat u nog tijdens deze legislatuur naar het Parlement wilt terugkomen om dat te bespreken.

 

Mijn bekommernis is dat persoonlijke vaststellingen over bepaalde personen, vaak vreemdelingen of mensen met migratieroots, tot ongenoegen leiden. We zouden dat toch moeten kunnen kwantificeren en evalueren. Hoe erg is het probleem eigenlijk? Zijn er verschillen tussen de besturen? Waar zitten de eventuele onevenwichten?

 

02.05  Ellen Samyn (VB): Mevrouw de minister, ik heb een gemengd gevoel bij uw antwoord.

 

Enerzijds is het goed dat de regels worden herbekeken. Ik hoop dat dat nu ook vrij snel gebeurt. Anderzijds stel ik vast dat u heel vaak geen cijfergegevens verstrekt over de onderwerpen waarover ik u bevraag – ik stel u veel schriftelijke vragen.

 

We hebben het in de commissie ook al gehad over geweld tegen OCMW-medewerkers, het verblijf in het buitenland en de hoogte van de totale bijstand. Ook daarover geeft u geen cijfergegevens, omdat die niet centraal worden bijgehouden. We moeten blijkbaar rekenen op de bereidheid van de OCMW's om die gegevens door te geven. Ik vind dat enigszins tegenstrijdig met het GPMI-verhaal. Daar verwachten we ook dat de OCMW's de regels met betrekking tot het GPMI opvolgen, omdat er anders sancties kunnen volgen.

 

Ik vind het daarom een bijzonder antwoord. Los van het feit dat er geen administratieve lasten mogen bijkomen voor de OCMW's, lijkt het ons toch goed dat bepaalde gegevens ergens centraal worden bijgehouden. Wat ons betreft natuurlijk op regionaal niveau.

 

Hoe kunnen we anders wantoestanden controleren? Die bestaan wel degelijk. Ik zeg niet dat iedereen die in het buitenland verblijft, moedwillig misbruik maakt van het systeem, maar hoe kunnen we anders dat systeem controleren? Ik vind het vreemd dat u zegt dat de OCMW's de gegevens moeten doorgeven en dat het op moedwilligheid wijst als ze dat niet doen. Er moet toch ergens een controlefunctie bestaan?

 

Ik blijf uw antwoord dus enigszins speciaal vinden. Er gaat immers veel belastinggeld verloren als er sprake is van fraude of moedwilligheid.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Questions jointes de

- Marie Meunier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Fonds gaz et électricité 2026" (56018259C)

- Pierre-Yves Dermagne à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'explosion des prix de l'énergie" (56018725C)

- Anne Pirson à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le renforcement du Fonds gaz et électricité et la continuité des aides des CPAS durant l’hiver" (56018817C)

- Jeroen Van Lysebettens à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Les mesures en matière d'énergie et l'augmentation du tarif social" (56019337C)

- Sarah Schlitz à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le Fonds gaz et électricité" (56019486C)

03 Samengevoegde vragen van

- Marie Meunier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het Gas- en Elektriciteitsfonds voor 2026" (56018259C)

- Pierre-Yves Dermagne aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De explosieve stijging van de energieprijzen" (56018725C)

- Anne Pirson aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het spijzen v.h. Gas- en Elektriciteitsfonds en de continuïteit van de OCMW-steun tijdens de winter" (56018817C)

- Jeroen Van Lysebettens aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De energiemaatregelen en het stijgende sociale tarief" (56019337C)

- Sarah Schlitz aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het Gas- en Elektriciteitsfonds" (56019486C)

 

03.01  Marie Meunier (PS): Madame la ministre, cet été, de nombreux CPAS m'ont alertée sur la diminution particulièrement drastique de leur enveloppe Fonds gaz et électricité pour l'exercice 2026. Ce fonds constitue un outil de première ligne dans la lutte contre la précarité énergétique. Les CPAS ont été notifiés de cette diminution le 3 juillet 2026, en pleine année budgétaire, alors que la période de subvention a pris cours à partir du 1er janvier 2026. Cette information est donc arrivée six mois plus tard, alors qu'ils avaient déjà commencé à fonctionner avec une enveloppe qui, en réalité, était revue à la baisse.

 

Le résultat est connu et est assez préoccupant: plusieurs CPAS ont constaté que leur enveloppe 2026 était, dans le meilleur des cas, déjà largement entamée, et, dans le pire des cas, déjà dépassée, alors que l'hiver n'a même pas encore commencé. Cela signifie que certains CPAS pourraient devoir refuser des demandes d'aide ou puiser dans leurs fonds propres pour des ménages en précarité énergétique en plein hiver.

 

Il est demandé aux CPAS une gestion rigoureuse, une planification sérieuse et un contrôle budgétaire strict. Mais comment voulez-vous qu'ils planifient et gèrent correctement des deniers publics quand l'autorité fédérale ne leur communique les règles du jeu qu'à mi-parcours, une fois que l'année est largement entamée?

 

Madame la ministre, comment justifiez-vous qu'une décision de diminution de Fonds gaz et électricité, applicable dès le 1er janvier 2026, n'ait été notifiée aux CPAS que le 3 juillet de la même année? Disposez-vous d'un état des lieux, CPAS par CPAS, ou à tout le moins par arrondissement, du taux de consommation de l'enveloppe 2026? Combien de CPAS, à ce stade, ont déjà épuisé ou dépassé leur enveloppe annuelle? Quelles solutions comptez-vous apporter aux CPAS qui ont déjà épuisé leur enveloppe, alors que l'hiver, période de pic de demande, n'a pas encore commencé? Ces CPAS devront-ils refuser des demandes d'aide légitimes, faute de moyens?

 

Une réforme du fonds de la CREG, avec réinjection de moyens supplémentaires, a été évoquée en avril 2026. Nous avons rediscuté hier avec votre collègue, le ministre de l'Énergie, Mathieu Bihet. Où en est ce dossier, concrètement? Pouvez-vous vous engager sur un calendrier précis? À ce stade, les CPAS n'ont pas vu arriver ce budget complémentaire qui leur avait été annoncé. Il s'agit tout de même d'un montant de 15 millions d'euros. Comptez-vous prendre l'engagement pour les exercices futurs de communiquer les montants définitifs du Fonds gaz et électricité avant le début de l'année de subvention, afin que les CPAS puissent gérer leurs moyens en connaissance de cause?

 

Monsieur le président, je vous signale que M. Dermagne ne sera pas présent pour poser sa question.

 

03.02  Anne Pirson (Les Engagés): Madame la ministre, le Fonds gaz et électricité est un outil essentiel pour les CPAS. Il leur permet d’accompagner les ménages confrontés à des difficultés de paiement et de financer des interventions préventives ou curatives en matière d’énergie.

 

La fin progressive des moyens exceptionnels mobilisés durant la crise énergétique et l’évolution de la répartition du fonds se traduisent toutefois par une diminution sensible des dotations de certains CPAS. Je ne viens pas du Hainaut, mais j’ai lu qu’à Charleroi, la dotation relevant de l’article 6 de la loi du 4 septembre 2002, directement destinée aux aides financières et aux actions préventives, est ainsi passée de 1,78 million d'euros en 2025 à 590 000 euros en 2026. Selon les informations relayées par la presse, cette enveloppe serait déjà entièrement mobilisée, alors que l’hiver n’a pas encore commencé.

 

Ce gouvernement est bien conscient des difficultés persistantes rencontrées par certains ménages. Il a d’ailleurs annoncé en avril une enveloppe supplémentaire de 15 millions d’euros afin de renforcer à parts égales le Fonds gaz et électricité et le Fonds Social Chauffage. Cette décision constitue une réponse importante pour soutenir les publics les plus vulnérables et les CPAS chargés de les accompagner.

 

Ces moyens complémentaires doivent maintenant être répartis dans les meilleurs délais, en tenant compte des besoins réellement constatés sur le terrain. Cette situation invite également à réfléchir à une meilleure prévisibilité des dotations, afin de permettre aux CPAS de planifier au mieux leurs interventions tout au long de l’année.

 

Madame la ministre, pouvez-vous nous informer de l’état d’avancement de la répartition et du versement des 7,5 millions d’euros supplémentaires destinés au Fonds gaz et électricité, ainsi que du calendrier et des critères envisagés? Un suivi de la consommation des dotations par les CPAS est-il organisé afin d’identifier ceux qui rencontrent les besoins les plus importants? Comment entendez-vous sécuriser la continuité des aides durant l’hiver et améliorer la prévisibilité du fonds pour les prochains exercices?

 

Je vous remercie déjà pour vos réponses.

 

03.03  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, les CPAS tirent la sonnette d'alarme. Le Fonds gaz et électricité n'est pas suffisant pour subvenir aux besoins de leurs bénéficiaires. Ils observent une explosion des demandes liées à la crise énergétique, notamment dans les passoires énergétiques.

 

En 2025, je vous faisais déjà part des inquiétudes des CPAS sur la diminution brutale de ce fonds. En 2026, il apparaît qu'une diminution supplémentaire a été actée, pour mettre fin aux aides mobilisées lors de la crise énergétique de 2022, mais sans compter la nouvelle crise que l'on traverse. En effet, les prix énergétiques augmentent de manière vertigineuse.

 

À Charleroi, l'enveloppe est passée de plus d'un million d'euros à environ 590 000 euros, soit une baisse de 45 % du fonds. En parallèle, rappelons que l'arrêt des mécanismes des primes à l'isolation piège les familles modestes propriétaires de leur logement dans des passoires énergétiques. Pour les locataires, la situation est encore bien pire, puisqu'aucun mécanisme public n'existe, à ce jour, pour leur permettre de voir l'isolation de leur logement s'améliorer.

 

Cela signifie un calvaire, en été, avec des fortes chaleurs qui vont continuer à se multiplier. En hiver, c'est le froid, y compris pour les familles avec enfants. Le gouvernement a annoncé une enveloppe de 15 millions pour tous les CPAS. La fédération des CPAS est toujours en attente d'informations au sujet des modalités de répartition et d'octroi de cette aide.

 

Madame la ministre, confirmez-vous une diminution figurant dans l'article 6 de la loi du 4 septembre 2002 dans le fonds 2026? De quel montant exactement? Comment la décision a-t-elle été prise? Quand les 15 millions d'euros promis au fonds seront-ils distribués, et de quelle manière? Que répondez-vous aux CPAS qui disent devoir utiliser leurs fonds propres pour combler les trous?

 

03.04  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Mesdames Meunier, Pirson et Schlitz, je voudrais tout d'abord clarifier un point. Les moyens de base du Fonds gaz et électricité n'ont pas diminué. Grâce à l'indexation, le financement de base passe de 72,4 millions d'euros en 2025 à 74,1 millions d'euros en 2026. À ce montant s'ajoutent les moyens non utilisés par les CPAS l'année précédente ou récupérés par mon administration. Pour 2026, cela représente 2,6 millions d'euros. Au total, le fonds dispose donc d'environ 76,7 millions d'euros. Ce montant est inférieur à celui de certaines années précédentes, parce que des moyens supplémentaires exceptionnels avaient alors été accordés dans le contexte de la crise énergétique. Le financement de base du fonds n'a donc pas été réduit.

 

Sur ces moyens, environ 65 millions d'euros financent le personnel des CPAS, et environ 12 millions d'euros sont consacrés aux aides financières, notamment pour les aides énergétiques et les mesures préventives. Le montant définitif du fonds n'est connu qu'en avril, car il faut d'abord connaître les moyens que les CPAS n'ont pas utilisés l'année précédente. Les CPAS communiquent ces informations pour la fin du mois de février.

 

Pour le financement du personnel, les CPAS ont toutefois la garantie de recevoir au moins les mêmes montants que l'année précédente. En 2026, 1 003,5 équivalents temps plein sont ainsi financés. En ce qui concerne les moyens destinés aux aides financières, nous ne connaîtrons leur utilisation effective par les CPAS en 2026 qu'en février 2027, après leur rapportage.

 

Enfin, concernant les 15 millions d'euros supplémentaires destinés aux mesures énergétiques, les discussions sont toujours en cours au sein du gouvernement et avec le ministre de l'Énergie. Aucune mesure n'a encore été prise. Nous voulons utiliser ces moyens de manière aussi ciblée que possible pour soutenir les ménages vulnérables, tout en limitant au maximum la charge administrative supplémentaire pour les CPAS. Les mesures concrètes seront communiquées dès qu'un accord aura été trouvé au sein du gouvernement.

 

03.05  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre, pour votre réponse.

 

J'entends qu'il s'agit d'enveloppes séparées, mais le résultat global est quand même une diminution des montants disponibles pour soutenir les ménages dans le besoin par le biais des CPAS en matière de dépenses énergétiques. C'est un problème, parce qu'aujourd'hui, rien n'indique – au contraire – que nous n'allons pas au-devant d'une grave crise énergétique. Pour moi, il est inenvisageable de continuer de cette façon. Aujourd'hui, les CPAS – en tout cas ceux qui sont les plus en difficulté – se retrouvent à devoir choisir de ne pas aider certaines personnes qui l'auraient été auparavant, ou de diminuer le montant des aides allouées.

 

Voorzitter: Wouter Raskin.

Président: Wouter Raskin.

 

On voit actuellement le refus de votre gouvernement d'aller récupérer les surprofits du secteur énergétique, qui pourtant engrange des milliards d'euros de bénéfices sur le dos des citoyens; on voit la stratégie énergétique catastrophique de votre collègue de l'Énergie, qui a débranché l'appel d'offres pour la construction d'un parc éolien offshore dont on n'a toujours aucune nouvelle – alors que si cet appel d'offres avait été mis en place comme prévu, ce projet aurait déjà abouti et nous aurions accès à une énergie moins chère et plus stable, de sorte que nous pourrions être davantage résilients par rapport au contexte international. Mais il n'en est rien et, aujourd'hui, le projet patine. Cet aspect-là, vous n'en êtes pas responsable, bien évidemment, mais vous devez faire en sorte que votre ministre de l'Énergie soit plus efficace. Aujourd'hui, nous sommes face à un réel problème d'effectivité de la stratégie énergétique de ce gouvernement.

 

Par ailleurs, j'attire également votre attention sur le fait que la part du budget des ménages en matière de logement explose. Le prix de l'immobilier ne cesse d'augmenter, que ce soit pour les achats ou pour les locations. Cela veut dire qu'aujourd'hui, en raison du plafonnement de l'indexation et de l'appauvrissement d'une partie de la population – qui a notamment été exclue du chômage et qui n'a pas la possibilité de recourir aux aides du CPAS en raison de son statut de cohabitant –, nous assistons à un appauvrissement général de la population, qui va se retrouver dans des difficultés encore plus grandes pour faire face à des factures d'énergie qui explosent. J'attire vraiment votre attention sur cet élément, parce qu'aujourd'hui, ce dont on aurait besoin, c'est d'une forte augmentation du Fonds gaz et électricité.

 

Je vous remercie.

 

03.06  Marie Meunier (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Vous nous dites que l'enveloppe n'a pas diminué mais qu'elle a augmenté. Dans de ma région, il n'y a pas un seul CPAS dont l'enveloppe n'a pas diminué: à Boussu, elle a diminué de 11,7 %, à Colfontaine de 11,20 %, à Dour, de 4,9 %, et à Mons de près de 20 %. Peut-être que d'une manière générale, l'enveloppe a augmenté. Mais dans les gros CPAS wallons, et en tout cas dans ceux du Borinage, cette enveloppe a drastiquement diminué. L'enveloppe du CPAS de La Louvière a aussi diminué.

 

Vous ne pouvez pas donner les chiffres des enveloppes avant avril, parce que justement, nous n'avons pas connaissance de l'utilisation de cette enveloppe l'année précédente, avant le mois d'avril. Je peux le comprendre. Mais cela signifie qu'en avril, vous connaissez pertinemment les sommes utilisées l'année précédente. En tout cas, vos services sont au courant.

 

Pourquoi, à Charleroi et dans l'ensemble de ces CPAS, constate-t-on, en juillet, que l'enveloppe a été fortement diminuée? Si vous avez les chiffres de l'enveloppe utilisée l'année précédente, vos services doivent savoir qu'à ce moment-là de l'année, l'enveloppe est déjà utilisée en grande partie ou, en tout cas, que la subvention en tant que telle est nécessaire. Diminuer drastiquement cette enveloppe n'a pas beaucoup de sens.

 

Vous et votre collègue avez annoncés en avril 15 millions. Nous sommes en octobre, aux portes de l'hiver. Il serait tout de même intéressant de commencer à capter l'urgence, pour pouvoir mettre en œuvre cette enveloppe. Il ne faudrait pas la donner aux CPAS l'année prochaine en plein été. Il serait bien de prendre les devants. Encore une fois, vous l'avez annoncé en avril.

 

Comme je l'ai dit à votre collègue hier, cette enveloppe-là, ce serait formidable qu'elle soit financée avec ce qui a été retiré de ces enveloppes-là au niveau des CPAS au mois de juillet. Ce n'est pas une aide complémentaire mais c'est une aide redistribuée. C'est tout à fait différent.

 

03.07  Anne Pirson (Les Engagés): Madame la ministre, merci pour vos réponses.

 

Le renforcement du fonds est évidemment le bienvenu, mais il est vrai que les CPAS ont quand même besoin de savoir rapidement quand les moyens seront disponibles, et selon quels critères ils seront répartis.

 

Nous espérons vraiment que vous veillerez à ce que les moyens soient répartis et parviennent rapidement aux CPAS qui en ont le plus besoin, de manière à ce qu’ils aient une visibilité suffisante pour organiser leurs différentes interventions.

 

Les ménages ne peuvent pas se retrouver sans aide au moment où leurs difficultés de paiement risquent de s'aggraver. Nous comptons sur vous, madame la ministre. Nous suivrons aussi avec beaucoup d'attention les avancées sur ce sujet au sein du Conseil des ministres.

 

Je vous remercie.

 

De voorzitter: Collega's, de heer Ducarme vraagt om kort tussen te komen. Mijn voorstel zou zijn om dat toe te staan, mits uw goedkeuring, maar dan ook andere leden de gelegenheid te geven om tussen te komen indien zij dat wensen. Kunt u daarmee akkoord gaan? (Instemming)

 

03.08  Denis Ducarme (MR): Madame la ministre, je vous demande d'éclaircir deux points sur le sujet parce que les chiffres que vous nous avez donnés me sidèrent. Vous nous avez bien dit que sur 76 millions, 65 millions étaient consacrés au personnel et seulement 12 millions à l'aide. C'est le premier point à soulever, parce que cela fait partie du problème. Si sur le Fonds, 75 ou 80 % sont consacrés au personnel plutôt qu'à l'aide, cela devient ridicule.

 

L'autre élément est un élément d'incompréhension qui peut rejoindre ce qui a été souligné par certains collègues. Vous nous dites que le Fonds, à l'inverse de ce qui a été indiqué par certains collègues, n'a pas diminué. Ça c'est le premier élément. Pourtant, les informations dont nous disposons, c'est que dans certaines villes, il a diminué de 40 %. Que se passe-t-il, madame la ministre? Vous nous parlez de l'accord qui doit intervenir, mais si le Fonds ne diminue pas au niveau de l'enveloppe globale, pour quelles raisons diminue-t-il dans les enveloppes attribuées à un certain nombre de grandes villes? En conclusion, madame la ministre, avez-vous la volonté de rencontrer un objectif qui voit au moins les CPAS profiter des moyens dont ils ont bénéficié l'année dernière?

 

De voorzitter: Zijn er nog collega’s die kort wensen te repliceren? (Nee)

 

03.09  Denis Ducarme (MR): Pourrais-je avoir la réponse complémentaire, monsieur le président?

 

Le président: Je ne pense pas que ce soit prévu.

 

03.10  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Non, mais je peux répéter ce que j'avais dit.

 

Le financement est effectivement de 65 millions d'euros pour le personnel et d’environ 12 millions d'euros consacrés aux aides financières. C'est tout à fait le cas. C'est aussi pourquoi j'ai dit à la fin que nous voulons que les 15 millions d'euros soient dépensés de la manière la plus efficace possible, parce que la charge de travail administrative pour les CPAS ne peut pas être sous-estimée.

 

03.11  Denis Ducarme (MR): (…)

 

03.12  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Oui, c'est parce cela demande beaucoup de travail. Des assistants sociaux doivent traiter chaque dossier individuel.

 

03.13  Denis Ducarme (MR): (…) Quelque chose dans les chiffres ne doit pas correspondre à la réalité. Mais si c'est le cas, c'est absurde.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de Marie Meunier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "La capacité des CPAS à soutenir les familles confrontées à l'augmentation des frais scolaires" (56018406C)

04 Vraag van Marie Meunier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het vermogen van de OCMW's om steun te bieden aan gezinnen die tegen hogere schoolkosten aankijken" (56018406C)

 

04.01  Marie Meunier (PS): Madame la ministre, la rentrée scolaire est une période qui, financièrement, est difficile pour de nombreuses familles. Cette année n'y échappe pas, dans un contexte où les coûts liés à la scolarité augmentent et où le soutien aux plus précarisés est constamment sacrifié, tant au niveau fédéral que régional. Si l'organisation et le financement de l'enseignement relèvent principalement des communautés, les CPAS jouent par contre un rôle essentiel pour permettre aux familles de faire face à ces dépenses de rentrée et pour garantir aux enfants un accès égal à la vie scolaire et extrascolaire.

 

Or, dans le même temps, le Fonds de Participation et Activation sociale (PAS), qui permettait notamment de soutenir les activités scolaires et extrascolaires pour des enfants issus de familles précarisées, a été supprimé à partir de 2026.

 

Madame la ministre, avez-vous évalué l'impact de la suppression du PAS sur les aides accordées par les CPAS pour les frais scolaires? Avez-vous eu des retours de terrain ou du SPP Intégration sociale à ce sujet?

 

Disposez-vous de chiffres sur le nombre de CPAS qui ont pu dégager des moyens pour aider les familles à payer les frais scolaires pour cette rentrée?

 

Quelle concertation avez-vous menée avec les régions, les communautés et les CPAS afin d'éviter que la suppression du PAS touche directement les enfants en situation de pauvreté, en particulier pour leur participation à la vie scolaire?

 

Enfin, au vu du contexte, envisagez-vous de rétablir un financement fédéral spécifique permettant aux CPAS de soutenir les familles les plus fragiles face aux dépenses scolaires?

 

04.02  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Meunier, en ce qui concerne votre première question, je suis consciente que la rentrée scolaire peut représenter une charge financière considérable pour les familles, en particulier celles qui connaissent une situation de précarité. La participation des enfants à la vie scolaire et extrascolaire constitue à cet égard un enjeu crucial dans la lutte contre la pauvreté des enfants.

 

Cependant, il convient de rappeler que la décision de ne pas renouveler le subside de participation et d'activation sociale s'inscrit dans la volonté du gouvernement de mettre progressivement fin aux interventions fédérales dans les compétences dites usurpées, c'est-à-dire les initiatives et matières qui relèvent en réalité des entités fédérées. Je le répète une nouvelle fois, l'autorité fédérale est compétente en matière de droits fondamentaux dans le domaine de l'aide sociale. La subvention pour la participation et l'activation sociale ne constitue pas un nouveau droit fondamental. Les CPAS pouvaient décider eux-mêmes, à leur entière discrétion, de la manière dont ils utilisaient ces subventions, et il était clair que celles-ci ne bénéficiaient pas toujours aux personnes en situation de précarité. C'était précisé dans un avis du Conseil d'État.

 

Je ne dois pas vous rappeler le cas du CPAS de Bruges, qui a utilisé la subvention PAS pour financer les abonnements Netflix de ses bénéficiaires. Le Conseil d'État, comme je viens de le dire, avait déjà constaté par le passé que l'autorité fédérale n'était pas compétente en la matière. L'Inspection des finances l'a également indiqué. Dans le contexte budgétaire tendu, il est primordial de clarifier les responsabilités entre les différents niveaux de pouvoir, de rationaliser les instruments existants et d'éviter les doublons dans les mécanismes de subventionnement dans le but d'assurer une utilisation plus efficace des moyens publics et une meilleure cohérence dans la répartition des compétences.

 

Sur votre deuxième question, je ne dispose pas, au niveau fédéral, de données concernant les moyens dégagés par les CPAS pour cette rentrée scolaire. Les modalités de leur intervention relèvent de décisions prises au niveau local.

 

En ce qui concerne votre troisième question, aucune concertation intrafédérale spécifique n'a été organisée concernant la prise en charge des frais scolaires. Il appartient en premier lieu aux communautés, compétentes pour l'enseignement et l'égalité d'accès à la vie scolaire, d'organiser les dispositifs structurels visant à limiter les frais supportés par les familles.

 

Enfin, concernant la possibilité de rétablir un financement fédéral spécifique, il n'est actuellement pas envisagé de rétablir le subside participation et activation sociale dans le cadre fédéral. Le gouvernement fédéral entend en effet concentrer les moyens disponibles sur les missions qui relèvent sans ambiguïté de la compétence fédérale, dans un contexte budgétaire particulièrement contraint.

 

04.03  Marie Meunier (PS): Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse.

 

Nous parlons régulièrement des compétences usurpées. Soit. Toutefois, vous êtes aussi ministre de l'Intégration sociale. Par conséquent, vous êtes de ce fait responsable du sort des allocataires des CPAS, pas uniquement des travailleurs sociaux. Par définition, vous l'êtes aussi du sort des enfants en situation d'extrême précarité. À mes yeux, il ne me semble pas inopportun que vous puissiez envisager d'apporter l'aide nécessaire aux enfants les plus précarisés, j'y insiste, dont les parents dépendent des CPAS. Je note que ce n'est pas votre volonté et, en tout cas, que ce ne sera pas le cas. Encore une fois, je le regrette.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitter: De vraag nr. 56018724C van de heer Jeroen Van Lysebettens wordt uitgesteld.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.16 uur.

La réunion publique de commission est levée à 11 h 16.

 

 

De schriftelijk behandelde mondelinge vragen worden later aan het verslag toegevoegd.

 

Les questions orales traitées par écrit seront rajoutées au compte rendu ultérieurement.