B
ELGISCHE
K
AMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
Handelingen
Annales
I
NTEGRAAL VERSLAG
VAN DE PLENAIRE VERGADERING
C
OMPTE RENDU INTÉGRAL
DE LA SÉANCE PLÉNIERE
VAN
DU
19-01-2000
19-01-2000
namiddag
après-midi
HA 50
PLEN 035
HA 50
PLEN 035
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
2
HA 50
PLEN 035
AGALEV-ECOLO
:
Anders gaan leven / Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales
CVP
:
Christelijke Volkspartij
FN
:
Front National
PRL FDF MCC
:
Parti Réformateur libéral - Front démocratique francophone - Mouvement des Citoyens pour le Changement
PS
:
Parti socialiste
PSC
:
Parti social chrétien
SP
:
Socialistische Partij
VLAAMS BLOK
:
Vlaams Blok
VLD
:
Vlaamse Liberalen en Democraten
VU&ID
:
Volksunie&ID21
Afkortingen bij de nummering van de publicaties :
Abréviations dans la numérotation des publications :
DOC 50 0000/000 : Parlementair Document van de 50e zittingsperiode +
DOC 50 0000/000 : Document parlementaire de la 50e
het nummer en het volgnummer
législature, suivi du n° et du n° consécutif
QRVA
: Schriftelijke Vragen en Antwoorden
QRVA
: Questions et Réponses écrites
HA
: Handelingen (Integraal Verslag)
HA
: Annales (Compte Rendu Intégral)
BV
: Beknopt Verslag
CRA
: Compte Rendu Analytique
PLEN
: Plenumvergadering
PLEN
: Séance plénière
COM
: Commissievergadering
COM
: Réunion de commission
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Officie¨le publicaties uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Commandes :
Bestellingen :
Place de la Nation 2
Natieplein 2
1008 Brussel
1008 Bruxelles
Tél. : 02/549 81 60
Tel. : 02/549 81 60
Fax : 02/549 82 74
Fax : 02/549 82 74
www.laChambre.be
www.deKamer.be
e-mail : aff.generales@laChambre.be
e-mail : alg.zaken@deKamer.be
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Inhoud
Woensdag 19 januari 2000, 14.15 uur
PLEN 035
BERICHTEN VAN VERHINDERING
5
WETSONTWERPEN (VOORTZETTING)
5
Wetsontwerp tot wijziging van een aantal bepalingen
betreffende de Belgische nationaliteit (292/1 tot 8)
(aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet)
Wetsontwerp tot wijziging van een aantal bepalingen
betreffende de Belgische nationaliteit (293/1 tot 5)
(aangelegenheid bedoeld in artikel 77 van de Grondwet)
5
bespreking van de artikelen van het wetsontwerp nr.
5
bespreking van de artikelen van het wetsontwerp nr. 2
20
BIJLAGE
23
INTERNE BESLUITEN
23
VOORSTELLEN
23
TOELATING TOT DRUKKEN
23
MEDEDELINGEN
24
REGERING
24
INTERDEPARTEMENTALE
COMMISSIE
DUURZAME
ONTWIKKELING
24
RAPPORT-AANBEVELINGEN
24
WERKGROEP INZAKE DE DETENTIE VAN
AL DAN NIET BEGELEIDE
MINDERJARIGEN IN GESLOTEN CENTRA VOOR ILLEGAAL IN HET
LAND VERBLIJVENDE VREEMDELINGEN
24
RESOLUTIES
24
EUROPEES PARLEMENT
24
Sommaire
Mercredi 19 janvier 2000, 14.15 heures
PLEN 035
EXCUSE
´ S
5
PROJETS DE LOI (CONTINUATION)
5
Projet de loi modifiant certaines dispositions relatives a` la
nationalite´ belge (292/1 a` 8) (matie`re vise´e a` l'article 78 de
la Constitution)
Projet de loi modifiant certaines dispositions relatives a` la
nationalite´ belge (293/1 a` 5) (matie`re vise´e a` l'article 77 de
la Constitution)
5
discussion des articles du projet de loi n°
5
discussion des articles du projet de loi n° 2
20
ANNEXE
23
DE
´ CISIONS INTERNES
23
PROPOSITIONS
23
AUTORISATION D'IMPRESSION
23
COMMUNICATIONS
24
GOUVERNEMENT
24
COMMISSION INTERDE
´ PARTEMENTALE DU DE
´ VELOPPEMENT
DURABLE
24
RAPPORT-RECOMMANDATIONS
24
GROUPE DE TRAVAIL RELATIF A
` LA DE
´ TENTION DES MINEURS,
ACCOMPAGNE
´ S ET NON ACCOMPAGNE
´ S, DANS LES CENTRES
FERME
´ S POUR E
´ TRANGERS EN SITUATION ILLE
´ GALE
24
RE
uSOLUTIONS
24
PARLEMENT EUROPE
´ EN
24
HA 50
PLEN 035
3
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
4
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
SE´ANCE PLE´NIE`RE
PLENAIRE VERGADERING
du
van
MERCREDI 19 JANVIER 2000
WOENSDAG 19 JANUARI 2000
14.15 heures
14.15 uur
De vergadering wordt geopend om 14.16 uur door de
heer Herman De Croo, Kamervoorzitter.
La se´ance est ouverte a` 14.16 heures par M. Herman De
Croo
, pre´sident de la Chambre.
Tegenwoordig bij de opening van de vergadering is de
minister van de federale regering :
Ministre du gouvernement fe´de´ral pre´sent lors de l'ouver-
ture de la se´ance :
Marc Verwilghen.
De voorzitter : De vergadering is geopend.
La se´ance est ouverte.
Een reeks interne besluiten en mededelingen moeten ter
kennis gebracht worden van de Kamer. Zij zullen in de
bijlage bij de handelingen van deze vergadering opgeno-
men worden.
Une se´rie de de´cisions internes et de communications
doivent e^tre porte´es a` la connaissance de la Chambre.
Elles seront reprises en annexe des annales de cette
se´ance.
Berichten van verhindering
Excuse´s
Jose´ Canon, Greta D'Hondt, Jef Valkeniers, Ferdy
Willems, wegens ziekte / pour raison de sante´;
Jacques Lefevre, Patrick Moriau, Paul Timmermans,
Geert Versnick, Interparlementaire Unie / Union interpar-
lementaire.
Wetsontwerpen (voortzetting)
Projets de loi (continuation)
Wetsontwerp tot wijziging van een aantal bepalingen
betreffende de Belgische nationaliteit (292/1 tot 8)
(aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grond-
wet)
Wetsontwerp tot wijziging van een aantal bepalingen
betreffende de Belgische nationaliteit (293/1 tot 5)
(aangelegenheid bedoeld in artikel 77 van de Grond-
wet)
Projet de loi modifiant certaines dispositions relati-
ves a` la nationalite´ belge (292/1 a` 8) (matie`re vise´e a`
l'article 78 de la Constitution)
Projet de loi modifiant certaines dispositions relati-
ves a` la nationalite´ belge (293/1 a` 5) (matie`re vise´e a`
l'article 77 de la Constitution)
Nous passons a` la discussion des articles du projet de loi
n° 292.
Wij vatten de bespreking van de artikelen aan van het
wetsontwerp nr. 292.
Le texte adopte´ par la commission sert de base a` la
discussion des articles. (Rgt 66,4)
De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis
voor de bespreking van de artikelen. (Rgt 66,4) (292/8)
Le projet de loi compte 14 articles.
Het wetsontwerp telt 14 artikelen.
Amendements de´pose´s :/Ingediende amendementen :
Art. 1 a`/tot 14 :
n° 58 de MM. Bart Laeremans, Jan Mortelmans et Bert
Schoofs/nr. 58 van de heren Bart Laeremans, Jan Mortel-
mans en Bert Schoofs(292/4).
Art. 2 :
HA 50
PLEN 035
5
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
voorzitter
n° 13 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais
Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nr. 13 van de
heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais Verher-
straeten en Karel Van Hoorebeke (292/4);
n° 4 de Mme Joe¨lle Milquet/nr. 4 van mevrouw Joe¨lle
Milquet(292/3).
Art 2bis (nouveau-nieuw) :
n
os
57 et 54 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nrs. 57
en 54 van de heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 3 :
n° 5 de Mme Joe¨lle Milquet/nr. 5 van mevrouw Joe¨lle
Milquet (292/3);
n
os
55 et 17 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nrs. 55
en 17 van de heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 4 :
n
os
43, 21, 19, 24 et 22 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van
Parys,
Servais
Verherstraeten
et
Karel
Van
Hoorebeke/nrs. 43, 21, 19, 24 en 22 van de heren Jo
Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais Verherstraeten en
Karel Van Hoorebeke (292/4);
n
os
8, 6 et 7 de Mme Joe¨lle Milquet/nrs. 8, 6 en 7 van
mevrouw Joe¨lle Milquet(292/3).
Art. 5 :
n° 44 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais
Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nr. 44 van de
heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais Verher-
straeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 5bis (nouveau-nieuw) :
n° 45 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais
Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nr. 45 van de
heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais Verher-
straeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 5ter (nouveau-nieuw) :
n° 46 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais
Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nr. 46 van de
heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais Verher-
straeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 6 :
n
os
27, 29 et 30 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nrs. 27,
29 en 30 van de heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten en Karel Van Hoorebeke (292/4);
n° 59 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van
de Casteele/nr. 59 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele (292/5);
n° 9 de Mme Joe¨lle Milquet/nr. 9 van mevrouw Joe¨lle
Milquet(292/3).
Art.6bis (nouveau-nieuw) :
n° 60 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van
de Casteele/nr. 60 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele(292/5).
Art. 8 :
n
os
31 et 32 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nrs. 31
en 32 van de heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 9 :
n
os
11 (en ordre principal) et 12 (en ordre subsidiaire) de
Mme Joe¨lle Milquet/nrs. 11 (in hoofdorde) en 12 (in
bijkomende orde) van mevrouw Joe¨lle Milquet(292/3).
Art. 10 :
n° 10 de Mme Joe¨lle Milquet/nr. 10 van mevrouw Joe¨lle
Milquet(292/3).
Art. 10bis (nouveau-nieuw) :
n° 61 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van
de Casteele/nr. 61 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele (292/5);
n° 111 de M. Bart Laeremans/nr. 111 van de heer Bart
Laeremans(292/6).
Art. 13 :
n
os
35, 36 et 37 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nrs. 35,
36 en 37 van de heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys,
Servais Verherstraeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 13bis (nouveau-nieuw) :
n° 53 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais
Verherstraeten et Karel Van Hoorebeke/nr. 53 van de
heren Jo Vandeurzen, Tony Van Parys, Servais Verher-
straeten en Karel Van Hoorebeke(292/4).
Art. 14 :
n
os
41 et 39 de MM. Jo Vandeurzen, Tony Van Parys et
Servais Verherstraeten/nrs. 41 en 39 van de heren Jo
Vandeurzen, Tony Van Parys en Servais Verherstraeten
(292/4);
n° 62 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van
de Casteele/nr. 62 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele (292/5);
n
os
108, 110 et 109 de M. Bart Laeremans/nrs. 108, 110
en 109 van de heer Bart Laeremans(292/6).
De Conferentie van voorzitters is overeengekomen een
goed en constructief debat te voeren over de artikelsge-
wijze bespreking.
Il a e´galement e´te´ convenu que les amendements re´in-
troduits - ils sont nombreux - seraient de´fendus avec la
concision qui s'impose.
Mijnheer Laeremans, het Vlaams Blok heeft enkel het
amendement nr. 58 opnieuw ingediend.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, onze fractie heeft gisteren 5 amendementen
opnieuw ingediend.
6
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
De voorzitter : Het amendement nr. 58 is een volledig
nieuwe tekst.
Normaliter is de spreektijd voor de verdediging van een
amendement beperkt tot 5 minuten.
Mijnheer Laeremans, ik stel voor dat u ruimschoots de
tijd neemt om amendement nr. 58 te verdedigen en uw
spreektijd met betrekking tot de andere amendementen
wat inkort.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Ik ga daarmee
akkoord.
De heer Fred Erdman (SP) : Mijnheer de voorzitter, u
hebt het recht terzake een beslissing te nemen.
Ik vestig uw aandacht erop dat de commissie voor de
Justitie dit amendement heeft besproken. Ik heb echter
vastgesteld dat dit amendement eveneens werd inge-
diend als wetsvoorstel. Als dit amendement niet wordt
goedgekeurd, moet het voorstel niet meer worden be-
handeld omdat het vervalt.
De voorzitter : We zijn nog niet zover.
Mijnheer Vandeurzen, u hebt eveneens een reeks amen-
dementen ingediend.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
de CVP zal bepaalde amendementen toelichten, voor de
andere amendementen verwijst mijn fractie naar de
schriftelijke verantwoording.
De voorzitter : Ik zal al de amendementen behandelen.
De leden krijgen ruimschoots de tijd de door hun gekozen
amendementen te verdedigen op voorwaarde dat ze hun
spreektijd met betrekking tot de andere amendementen
inkorten. (Instemming)
Ik heb een amendement nr. 58 van de heren Bart
Laeremans, Jan Mortelmans en Bert Schoofs.
De heer Bert Schoofs (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ons amende-
ment is inderdaad een geheel wetsvoorstel tot invoering
van een Wetboek Staatsburgerschap.
Wij hebben bewust niet voor de term nationaliteit geko-
zen, omdat dit impliceert dat men tot een volk, een natie
behoort. Belgie¨ bestaat volgens ons uit twee volkeren,
Vlamingen en Walen, en daarom hebben wij ons wets-
voorstel het Wetboek Staatsburgerschap genoemd.
Het feit dat wij dit wetsvoorstel bij wijze van amendement
hebben ingediend, maakt een kleine vergelijkende studie
mogelijk met het huidige wetsontwerp. Ik zal beknopt zijn.
Ik wil de kanttekening erbij maken dat dit amendement
als wetsvoorstel al ingediend was een maand vo´o´r de
aanvang van de bespreking van het wetsontwerp in de
commissie.
De diensten waren niet tijdig klaar. Dit is geen verwijt
naar die mensen, maar ik dank u dan ook dat wij vandaag
de tijd en de gelegenheid krijgen om dit wetsvoorstel bij
wijze van amendement iets uitvoeriger te bespreken.
Ik zal u de vijf krachtlijnen schetsen. Het grondbeginsel
van waaruit het Vlaams Blok vertrekt, is het afstammings-
beginsel. Dit is meer dan een eeuw zo geweest in het
Belgische recht, zelfs meer dan 150 jaar.
De eerste krachtlijn, het ius sanguinis, is het meest
toegepaste rechtsbeginsel als basis voor de verwerving
van nationaliteit in heel de wereld. Wie zich daarop
beroept, heeft een stevige grond om een wetsvoorstel uit
te werken. Het Vlaams Blok is inderdaad voorstander van
het ius sanguinis.
Laten we meteen duidelijk zijn, zodat we alle kritiek op
voorhand kunnen afweren. Het afstammingsbeginsel, het
ius sanguinis, is niet gebaseerd - ook niet volgens het
Vlaams Blok - op basis van ras, culturele of etnische
afkomst. Dat speelt voor ons geen rol. Er zijn wellicht
zwarte Vlamingen, er zijn natuurlijk vooral blanke Vlamin-
gen - dat is nu eenmaal zo in de geschiedenis -, er zijn
ook gele Vlamingen. Dat is voor ons geen probleem. Zij
kunnen allemaal de nationaliteit van Vlaming verwerven
eens Vlaanderen een staat zal worden. Zij zullen natuur-
lijk het staatsburgerschap in Belgie¨ kunnen verwerven
zolang Belgie¨ nog bestaat.
Om alle kritiek van racisme voor te zijn, collega's, het
Vlaams Blok is voorstander van het ius sanguinis maar
dat heeft dan ook niets met ras te maken.
De heer Jef Tavernier (AGALEV-ECOLO) : Dat heeft
niets met ras, maar met bloed te maken.
De heer Bert Schoofs (Vlaams Blok) : Ik weet niet,
mijnheer Tavernier, of een Chinees ander bloed heeft dan
een Vlaming. Ik denk dat zij perfect een bloedtransfusie
van elkaar kunnen ondergaan. De culturen zijn weliswaar
een verschil. Maar ik weet zelf niet hoeveel Vlaams bloed
ik in mijn aderen heb. Dat speelt voor mij ook geen
enkele rol, collega Tavernier.
Het huidige wetsontwerp gaat uit van een andere strek-
king, namelijk het feit dat men in Belgie¨ geboren is, het
ius soli.
Een tweede beginsel dat ingevoerd en krachtiger uitge-
werkt wordt, is het ius domicilii. Op basis van een vrij kort
verblijf gedurende zelfs maar drie jaar, kan men de
Belgische nationaliteit verwerven. Dat is volgens ons veel
te kort. Men heeft geen enkele band met dit land, tenzij
men er kort verbleven heeft. Dat kan voor het Vlaams
Blok geen grond zijn om een nationaliteit te verwerven.
HA 50
PLEN 035
7
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bert Schoofs
De gevolgen zullen dan ook spoedig duidelijk worden. De
maatregelen die in de wet zijn ingeschreven, het ius soli
en het feit dat men hier verbleven heeft, zullen een
aanzuigeffect hebben. Dat kan iedereen al vaststellen.
De heer Jo Vandeurzen van de CVP merkte al op dat
wanneer bijvoorbeeld iemand van Marokkaanse afkomst,
die meerderjarige kinderen heeft in het buitenland, dat zij
de Belgische nationaliteit kunnen verwerven door een
verklaring af te leggen op het Belgische consulaat.
Dat zijn de meerderjarige kinderen van een in Belgie¨
verblijvende Turk of Marokkaan die de nationaliteit hier
zou hebben verworven. Het gevolg daarvan zal een
instroom van vreemdelingen zijn. Tussen haakjes, het zal
tevens een weerslag hebben op de kiesresultaten.
Een tweede krachtlijn van het Vlaams Blok-voorstel, bij
amendement ingediend, is de afschaffing van de auto-
matische nationaliteitsverwerving, gekoppeld aan - de
derde krachtlijn - een burgerschapsproef. Wie zijn lot aan
de Belgische Staat wil verbinden, zal volgens het Vlaams
Blok het bewijs moeten leveren dat hij kennis heeft van
de taal van de respectieve gemeenschap waarin hij zich
heeft gevestigd, van de cultuur, de zeden en de gewoon-
ten. Wij laten de burgerschapsproef over aan de Fran-
stalige en de Vlaamse Gemeenschap omdat elke ge-
meenschap wel haar eigen klemtonen zal leggen en
volgens de eigen culturele verschillen en eigenheden de
zaak zal aanpakken.
Deze twee krachtlijnen stellen duidelijk de integratie als
voorwaarde voor iemand die de nationaliteit of het staats-
burgerschap wil verwerven. Dat is een bezorgdheid van
het Vlaams Blok. Wie hier wil blijven, mag dat, maar er
zijn duidelijke en vrij strenge - wij geven dat inderdaad
toe - richtlijnen aan verbonden.
Het huidige wetsontwerp laat van de integratiebereidheid
geen enkele spaander heel. Ik verwijs terzake naar mijn
eigen gemeente. Het rampzalige van deze wet voor de
eigen Beringse gemeenschap zou wel eens vlug kunnen
blijken, nu wij weten dat Milli Go¨ru¨s en de Grijze Wolven
in Beringen sterk zijn vertegenwoordigd. Dat zijn Turkse
fundamentalistische en extremistische organisaties. Die
groepen zijn allerminst uit op integratie. Zij staan voor de
pure en zuivere desintegratie van de samenleving. De
duizenden schotelantennes in Beringen blijven steevast
richting integristische zenders in Mekka gericht. Dat is al
jaren zo en zal nog jaren zo voortduren. Alleen zullen
degenen die in die huizen wonen met schotelantennes
gericht naar Mekka dan de Belgische nationaliteit dra-
gen, met alle gevolgen van dien voor de gemeente-
politiek.
Met ons voorstel zou het een ongelukje kunnen zijn
wanneer een extremist per toeval de Belgische nationa-
liteit verkrijgt, maar ik vrees dat het met deze wet eerder
de regel zal worden.
De conclusie van het Vlaams Blok is duidelijk : de
nationaliteit moet men verdienen. De leden van groepe-
ringen zoals Milli Go¨ru¨s en de Grijze Wolven verdienen
die volgens ons allerminst. Zij zullen nu wel de gelegen-
heid krijgen de Belgische nationaliteit te verkrijgen.
De vierde krachtlijn van ons voorstel - deze krachtlijn had
in dit wetsontwerp ingeschreven kunnen worden - is dat
de toekenning van de nationaliteit onder voorbehoud
gebeurt. Men zou de nationaliteit kunnen verliezen wan-
neer bepaalde feiten worden vastgesteld. Het Vlaams
Blok stelt terzake geen extreme regel of al te loodzware
bepaling voor. Wie binnen de vijf jaar een zwaar misdrijf
pleegt - geen verkeersovertreding -, zou met ons wets-
voorstel de nationaliteit verliezen. Na vijf jaar kan men
volgens ons de nationaliteit niet meer afnemen. Dan zal
voor wie de wet heeft overtreden, alleen nog het straf-
recht aan de gemeenschap de voldoening moeten ge-
ven.
Zo komt ook de veiligheidsproblematiek aan de orde. Het
huidige wetsontwerp geeft het parket slechts 1 maand
om controle uit te oefenen. Ik heb gisteren ook op
meerderheidsbanken, weliswaar schoorvoetend, horen
toegeven dat de termijn van 1 maand toch te kort zal zijn.
Elke tweedejaars stagiaire aan de balie kan vaststellen
dat het parket vaak mankracht en middelen tekort komt
en kan vaststellen dat precies deze dossiers vaak door
de mazen van het parketnet zullen glippen.
Op de Veiligheid van de Staat, dienst Vreemdelingen-
zaken, zal het er idem dito aan toegaan om binnen een
termijn van e´e´n maand advies te moeten verlenen.
Daarbovenop komt het feit dat de dienst Vreemdelingen-
zaken zal worden geherstructureerd, wat in het begin ook
voor de ambtenaren in kwestie bijkomende problemen
zal geven. Kinderziektes zullen moeten worden overwon-
nen. Precies op het ogenblik dat die diensten het zwakst
staan, zal dit wetsontwerp over de naturalisaties een
eerste en wellicht grote lichting van nieuwe Belgen bij
cree¨ren.
Mijnheer de minister, met betrekking tot die dienst
Vreemdelingenzaken heb ik u tijdens de laatste debatdag
horen vertellen dat de dienst Vreemdelingenzaken niet
werkt zoals de aboriginals in de brousse. Dat is toch een
pikante uitspraak. Eerst en vooral wil ik wijzen op een
mogelijk gevaar dat in deze uitspraak schuilt. De partij-
financiering van de VLD zou gevaar kunnen lopen omdat
het door de betrokken bevolkingsgroep als denigrerend
zou kunnen worden ervaren. Dat zal u niet in dank
worden afgenomen. Er is trouwens een foutje in geslo-
pen. De aboriginals leven niet in de brousse, maar in de
bush. Ik zal u aantonen dat die verspreking wel degelijk
van belang is. De aboriginals zijn, zoals u weet, een van
de enige overblijvende natuurvolkeren en als nationalist
ben ik uiteraard benieuwd naar het leven en de gewoon-
ten van de aboriginals, wat niet wil zeggen dat meteen
8
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bert Schoofs
duizend aboriginals naar mijn gemeente moeten worden
gehaald of iets dergelijks. Dan krijgen we namelijk grote
problemen, zoals we nu al met andere bevolkings-
groepen hebben. Ik wil die cultuur, zoals alle culturen,
respecteren. En uit de les aardrijkskunde heb ik onthou-
den dat aboriginals in de bush leven en met de boeme-
rang werken. In de brousse is het gebruik van dit werktuig
uiteraard onmogelijk.
Deze wet, mijnheer de minister, - en ik kom tot mijn
standpunt - zal voor u een boemerangeffect hebben.
Want op commando van de SP en Agalev katapulteert u
deze wet in de richting van de bevolking en de kiezers. U
zult met deze boemerang niets meepikken. De boeme-
rang maakt enkel de scheiding tussen de linkse en de
rechtse kiezers, respectievelijk SP en Agalev aan de ene
kant en het Vlaams Blok aan de andere kant. Zij zullen in
de toekomst de twee polen in dit debat vormen. Ik vrees,
mijnheer de minister, dat deze boemerang uiteindelijk in
uw nek zal belanden. Aboriginals kunnen ermee overweg
en u wellicht niet. Daarom was uw vergelijking met de
aboriginals ongelukkig voor het voorstel in kwestie.
Ik ben blij dat mijnheer Cortois met het nodige GSM-
geschal de vijfde krachtlijn van het Vlaams Blok-
wetsvoorstel wil aankondigen. Het vijfde element is toch
wel het belangrijkste uit ons voorstel. Het gaat om het
afschaffen van de dubbele nationaliteit. Het is belangrijk
omdat bijvoorbeeld Milli Go¨ru¨s en de Grijze Wolven op
basis van hun Turkse identiteitskaart naar Turkije kunnen
afreizen en daar een huwelijkspartner zoeken. Het gaat
veelal om minderjarigen die niet toestemmen. Het is
echter de plaatselijke cultuur en ik heb ook geen enkel
bezwaar tegen uithuwelijkingen. Met die Turkse identi-
teitskaart treedt men het land van herkomst binnen en
men haalt een partner naar Belgie¨ met de Belgische
identiteitskaart. Er ontstaat dus een nieuwe eerste gene-
ratie van Turkse vrouwen die zich keer op keer niet
integreren. Zo wordt telkens een nieuwe eerste generatie
ingevoerd. Burgemeester Mondelaers heeft erop gewe-
zen dat 85% van de moslims in Beringen zo handelt. Ik
heb dat in de commissie ook al aangehaald. Zij halen dus
een huwelijkspartner uit Turkije naar Belgie¨. Er is een
belangrijk nieuw feit en ik wil het degenen die de
commissievergaderingen hebben bijgewoond, niet ont-
houden. In een televisie-uitzending op TV-Limburg op
3 en 4 januari jongstleden heeft burgemeester Monde-
laers - van de CVP - een uitspraak gedaan die voor
sommigen in het cordon sanitaire verbijsterend zal zijn.
Hij werd bovendien gesteund door een hoogleraar en
een professor van de KU Leuven. De burgemeester had
het over een
slang van moslimfundamentalisten die
ontstaat tussen Beringen en Maasmechelen.
De vertegenwoordiger van Milli Go¨ru¨s in dezelfde uitzen-
ding sloot niet uit dat er op termijn in Limburg een
islamitische partij zou worden opgericht. Dat is nog niet
voor de komende verkiezingen, maar hij stelde dat in
bedekte termen wel in het vooruitzicht voor de verkiezin-
gen van 2006. Milli Go¨ru¨s is een beweging waarvoor de
islam
het
overheersende
werktuig
wordt.
CVP-
burgemeester Mondelaers van Beringen waarschuwde
dus voor Kosovo-toestanden. Hij verzekerde dat hij dit
via de Veiligheid van de Staat vernam. Hij werd daarin
bijgetreden door de eerder vernoemde professor Ver-
meulen, hoogleraar islamkunde.
Dat doet vragen rijzen in de richting van de CVP. Het is
ronduit belachelijk om als CVP in het parlement te
spreken over
democratische partijen wanneer een bur-
gemeester van zijn eigen partij de boodschap van het
Vlaams Blok mee uitdraagt. Ik raad de CVP aan te
luisteren naar die burgemeester. Ik respecteer de mening
van de heer Van Parys wanneer hij een amendement
indient om de toelage voor de moslims te verhogen. Dat
is zijn democratisch recht, maar hij moet dan aan die
CVP-burgemeester toch maar eens uitleggen waarom hij
dat nu precies doet. Het zorgt in die bepaalde gemeente
namelijk voor grote problemen als dat geld in de handen
van mensen van Milli Go¨rus valt.
Ik wijs er terloops op dat het
cordon sanitaire in
Beringen eergisteren is doorbroken. Het Vlaams Blok
heeft een eis gesteld met het oog op het goedkeuren van
de begroting en de CVP en de VLD zijn daarop ingegaan.
Dat de CVP ons niet meer komt lastig vallen met dat
cordon sanitaire. Zij maakt zich daar in Beringen zeker
niet populair mee. Ik triomfeer niet, ik stel alleen maar
vast dat de CVP met een dubbele tong spreekt.
Volgens het Vlaams Blok moet men de Belgische natio-
naliteit kunnen verwerven, ongeacht het ras, de etnische
oorsprong of de nationaliteit die men tevoren had, maar
niet zonder meer. De onderliggende factor is voor ons de
lotsverbondenheid. Het vereist aanpassing en inpassing
van iemand die naar hier komt, die zich hier vestigt om tot
ons volk toe te treden.
Ik wijs er trouwens op dat het wetsvoorstel van het
Vlaams Blok minder streng is dan de Zwitserse wetge-
ving terzake en Zwitserland is toch ook een democrati-
sche staat. Dus dat vooroordeel over het
ondemocra-
tisch gedachtegoed
mag stilaan ook tot het verleden
gaan behoren. Het is nu wel genoeg geweest. We
hebben genoeg gelachen. Ik ben er trouwens van over-
tuigd, en dan richt ik mij tot de collega's van VLD
- ostentatief afwezig - en CVP, dat het wetsvoorstel van
het Vlaams Blok de goedkeuring van de meerderheid van
het Vlaamse volk kan krijgen. De Vlaming kan zichzelf
daarin terugvinden en niet in het huidige wetsontwerp. Ik
ben er zelfs van overtuigd dat vele CVP- en VLD-kiezers
bij een objectieve en eerlijke lezing van het voorstel,
zonder de Vlaams-Blokhoofding erop gedrukt, de inhoud
van de tekst zouden bijtreden.
HA 50
PLEN 035
9
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bert Schoofs
Wat mij vooral getroffen heeft, is dat ik in het debat over
dit toch fundamenteel wetsontwerp weinig heb horen
terugkeren naar de basisprincipes van de ideologie van
de diverse partijen. Ik kan begrijpen dat de collectivisti-
sche inslag van SP en Agalev mede aan de basis ligt van
de voorliggende tekst. Men wil een massa mensen in e´e´n
maal laten integreren, alhoewel ik daar een andere
mening over heb. De CVP heeft het echter geen enkele
keer gehad over het beginsel van het personalisme, over
het feit dat iemand als menselijk persoon kiest voor de
toetreding tot een bepaald volk. De VLD heeft op geen
enkel moment de term keuzevrijheid in de mond geno-
men. Geen enkele keer is de vrijheid van het individu ter
sprake gekomen.
De minister had met de terminologie van de keuzevrijheid
kunnen schermen, maar hij weet dat dit in dit wetsont-
werp niet thuishoort. Wie de Belgische nationaliteit wil,
moet geen keuze meer maken; hij krijgt er gewoon een
mogelijkheid bij. Er wordt geen keuze geboden, maar
een gelegenheid geschonken. Om die reden menen wij
dat de nationaliteit naar de hoofden van de in ons land
verblijvende vreemdelingen wordt geworpen. Daarom
zullen veel Vlaamse kiezers, toevallig of niet zijn dat
meestal rechtse kiezers, dit wetsontwerp niet accepte-
ren.
Ik zie nog een andere nefaste factor. Sommige vreem-
delingen die inderdaad hun best deden om zich te
integreren, zoals ook het Vlaams Blok voorstelt, worden
nu niet langer gemotiveerd om voort te doen. De VLD is
hieraan schuldig en zal de kop van jut worden. Om die
reden heb ik nog een boodschap aan de minister. Geluk-
kig is hij tijdig teruggekeerd in de vergadering zodat hij
mijn kritiek aan het adres van de VLD kan aanhoren. We
hebben tijdens het debat meermaals vastgesteld dat hij
het Vlaams Blok tracht te diaboliseren met het beeld van
de bokshandschoen. Dit symbool werd inderdaad ge-
bruikt tijdens een van de meest spectaculaire verkie-
zingscampagnes uit de naoorlogse periode, met een
even spectaculair resultaat tot gevolg, namelijk de zoge-
naamde Zwarte Zondag van november 1991. Ook 13 juni
1999 was zo een dag, zij het dan zonder bokshand-
schoen.
Ik zal mijn partijbestuur voorstellen om bij de volgende
verkiezingen de bokshandschoen terug boven te halen.
Ik zeg dit zonder ge`ne, schuldgevoel of angst om als
agitator of provocateur te worden bestempeld. Ik richt
mijn bokshandschoen naar de VLD en zal de partij ermee
een rechtse hoekstoot verkopen. Misschien volgt daarop
wel de knock-out of de technische knock-out. Ik zeg dit
zonder schuldgevoel omdat de bokshandschoen geen
moordwapen is, ze is zelfs geen wapen. Ze wordt in de
sport gebruikt. Het symbool toont aan dat het Vlaams
Blok de traditionele partijen volgens de regels van het
spel aanpakt terwijl de kiezer de traditionele partijen
soms wel met de blote vuist wil te lijf gaan. De VLD ziet
onze klappen dan ook sportief aankomen. De minister
kan de sportieve uitdaging aangaan; niets belet hem om
de handschoenen aan te trekken en met ons in de
boksring te stappen. De metafoor van de bokshand-
schoen is dus helemaal niet zo extreem als de minister
denkt.
De minister zou beter opletten voor de fluwelen hand-
schoen die hem wordt aangereikt door SP en Agalev, die
de VLD hebben verleid. Hij mag niet vergeten dat de
fluwelen handschoen wel een wapen is, een moordwa-
pen zelfs; ze laat geen vingerafdrukken na. Met dit
wetsontwerp houden SP en Agalev de VLD in een
wurggreep. Als de minister tijdens de gemeenteraads-
verkiezingen van 8 oktober 2000 in ademnood dreigt te
raken, dan moet hij dit niet wijten aan het Vlaams Blok.
De fluwelen handschoen die om zijn hals zal knellen,
moet hij niet in het kamp van het Vlaams Blok zoeken,
maar elders...
De voorzitter : Hiermee is het amendement nr. 58 be-
sproken.
Op artikel 2 heb ik een reeks amendementen. Mijnheer
Vandeurzen, u hebt een amendement nr. 13 ingediend.
We zullen daarmee beginnen, de rest is een beetje
ingewikkeld. Ik wil ook het volgende laten akteren.
Mme Milquet s'excuse de ne pouvoir e^tre pre´sente.
Comme le disait M. Van Acker, si elle n'est pas ici, c'est
qu'elle se trouve ailleurs.
Hetzelfde geldt voor mijnheer Van Hoorebeke. Hij is in
het buitenland omwille van beroepsredenen en vraagt de
Kamer hem te verontschuldigen omdat hij de amende-
menten niet kan verdedigen.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
ik kan het amendement kort toelichten. Het heeft betrek-
king op een aspect van het debat van gisteren, namelijk
de veiligheid. Het ontwerp cree¨ert een aantal risico's. Het
artikel 2 bepaalt dat men een akte kan laten vervangen
wanneer men in de onmogelijkheid verkeert om de akte
van geboorte te verkrijgen. Men kan zich daarvoor tot de
diplomatieke overheid wenden. Indien dit echt onmogelijk
is, is in ondergeschikte orde ook de procedure van akte
van bekendheid voorzien. De Raad van State heeft
opgemerkt dat er een wetboek van internationaal privaat-
recht aan het advies van de Raad van State is onderwor-
pen en dat dit ontwerp juist de bedoeling heeft om de
controle op de erkenning van buitenlandse authentieke
akten te verbeteren. Daarom heeft ons amendement het
doel dit te schrappen. In de commissie hebben wij
beklemtoond dat er op die akte, zeker wanneer ze
volgens het ontwerp op consulaire of diplomatieke pos-
ten zou kunnen worden afgehaald, geen sluitende con-
trole is op de juistheid van de informatie. Daarom had de
10
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Jo Vandeurzen
vorige regering een voorontwerp van wet opgesteld.
Zoals de Raad van State, suggereren ook wij dat het
beter is om te wachten op dit globale ontwerp in de plaats
van het accidenteel te regelen. Dit cree¨ert een onnodig
risico.
De voorzitter : Mijnheer de minister, wenst u tussen-
beide te komen ? U hebt het woord als u het wenst. Dat
weet u wel ? U geeft maar een teken. Dus, amendement
nr. 13 is toegelicht. Het artikel zal natuurlijk weerhouden
blijven. We zullen daar morgen over stemmen.
Mme Milquet est excuse´e. Son amendement n° 4 est
donc re´serve´.
Mijnheer Vandeurzen, met uw amendementen nrs. 57 en
54 wilt u een artikel 2bis (nieuw) invoegen. Wenst u ze
kort toe te lichten ?
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Ik zal ze kort samen
toelichten. Het is iets dat zich later zal herhalen. Ik zal
dan naar deze toelichting verwijzen.
In de tekst wordt naar de term hoofdverblijf verwezen. In
de Memorie van Toelichting wordt beklemtoond dat het
hier over een wettelijk verblijf of een verblijf gebaseerd op
een rechtsgeldige vergunning zou gaan. Men kan ook
stellen dat het een tijdelijke appreciatie is. Wat is het
hoofdverblijf ? Dat valt ook uit een aantal feitelijke ele-
menten af te leiden. Het is ook de intentie van het
ontwerp om op alle plaatsen waar de term wordt gebruikt,
te spreken over een verblijf dat op een wettelijke titel is
gebaseerd en dat tevens in de feiten de hoofd-
verblijfplaats is. Wij suggereren om de tekst aan te vullen,
zodat daarover geen misverstanden kunnen bestaan.
Minister Marc Verwilghen : Mijnheer de voorzitter, ik
begrijp dat men bij de verdediging van de amendemen-
ten het werk van de commissie voor de Justitie overdoet.
Dat recht heeft men. Ik verwijs naar de antwoorden die ik
daar heb verstrekt. Ik heb telkens het woord gevraagd
om het standpunt van de regering duidelijk te maken.
Een van de punten die mij minder bekommeren is dat
met betrekking tot het hoofdverblijf. De wetgeving heeft
aanleiding gegeven tot een vrij constante rechtspraak,
die ik trouwens heb toegelicht en die ik in de Memorie
van Toelichting heb laten opnemen om elk misverstand
terzake te vermijden. De meeste van mijn uiteenzettin-
gen zullen van die aard zijn. Vandaar dat ik mij zal
beperken om alleen tussenbeide te komen op die amen-
dementen die hetzij nieuw zijn, hetzij een nieuwe discus-
sie opwekken.
De voorzitter : De Grondwet geeft u dat recht, mijnheer
de minister.
J'ai alors l'amendement n° 5 de Mme Milquet. Je le
retiens donc pour demain, ainsi que le vote sur l'article 3
que Mme Milquet visait, par son amendement, a` suppri-
mer.
De heer Vandeurzen heeft amendement nr. 55 ingediend
op artikel 3, 1° en amendement nr. 17 op artikel 3, 2°.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
amendement nr. 55 heeft betrekking op de term
hoofd-
verblijf
. De minister verwijst naar de rechtspraak. Het is
onze bedoeling deze in de wet te verankeren. Amende-
ment nr. 17 heeft betrekking op het feit dat de regering de
adviestermijn reduceert tot e´e´n maand. Uit het debat van
gisteren zult u zich herinneren dat wij er voorstander van
zijn om de huidige termijn van twee maanden te hand-
haven, al is het maar om veiligheidsredenen en om geen
risico's te cree¨ren. Wij hebben overigens nog altijd geen
reden gehoord waarom deze termijn absoluut e´e´n maand
moet bedragen.
De voorzitter : De Kamer is voldoende voorgelicht door
het debat van gisteren. De stemming over artikel 3 en de
amendementen wordt aangehouden. Wij zullen daarover
morgen stemmen.
De heer Vandeurzen heeft het amendement nr. 43 inge-
diend op artikel 4. Geldt voor dit amendement en voor het
amendement nr. 21 dezelfde redenering ?
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Inderdaad.
De voorzitter : Voorts is er het amendement nr. 19 van
de heer Vandeurzen, eveneens op artikel 4. Dit amende-
ment strekt ertoe het 2° weg te laten.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
dit amendement heeft betrekking op de termijn binnen
dewelke het Openbaar ministerie advies moet geven. Wij
willen de oorspronkelijk vastgestelde termijn handhaven.
De voorzitter : Voorts is er het amendement nr. 24 van
de heer Vandeurzen, eveneens op artikel 4.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
dit amendement heeft betrekking op de bepaling die luidt
dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de aanvraag,
zodra hij ze heeft ontvangen, onmiddellijk voor advies
aan het Openbaar ministerie moet bezorgen advies. De
tekst bevat het woord
onmiddellijk. Wij willen verduide-
lijken dat de ambtenaar zich er eerst moet van vergewis-
sen dat de aanvraag volledig is alvorens ze naar het
Openbaar ministerie te sturen en de adviestermijn te
doen ingaan. Zeker nu deze termijn voortaan e´e´n maand
zal bedragen, is het belangrijk dat de klok voor het
HA 50
PLEN 035
11
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Jo Vandeurzen
Openbaar ministerie start op het ogenblik dat de aan-
vraag volledig is. De ambtenaar moet weten dat zijn
verplichting om te verzenden, uiteraard pas ingaat wan-
neer hij over alle stukken beschikt.
De voorzitter : Ik merk geen reactie bij de minister. Ik
kan daaruit afleiden dat hij verwijst naar het verslag.
De heer Fred Erdman (SP) : Mijnheer de voorzitter, ik wil
de aandacht van de heer Vandeurzen erop vestigen dat
in sommige omstandigheden, wanneer men een amen-
dement indient dat eventueel in de commissie wordt
verworpen, mogelijk aanleiding kan ontstaan tot contraire
interpretatie. Ik geef het voorbeeld dat hij heeft aange-
haald. Hij zegt dat zijn amendement ertoe strekt duidelijk
te maken dat de ambtenaar van de burgerlijke stand zich
ervan moet vergewissen dat het dossier volledig is. Dit
lijkt mij evident. De ambtenaar kan geen onvolledig
dossier doorsturen. Indien de heer Vandeurzen het
amendement aanhoudt en het eventueel wordt verwor-
pen, zou men hieruit later verkeerdelijk kunnen afleiden
dat het niet nodig is dat het dossier volledig is. Om dit
risico te vermijden, roep ik de heer Vandeurzen dan ook
op om zijn amendement in te trekken indien de minister
nu duidelijk verklaart dat zijn interpretatie correct is.
De voorzitter : Ik moet de Kamer erop wijzen dat een
amendement steeds kan worden ingetrokken ingevolge
een verklaring van de regering.
Minister Marc Verwilghen : Mijnheer de voorzitter, ik ben
geneigd de suggestie van de voorzitter van de commissie
voor de Justitie te volgen. Ik heb in het verslag verklaard
dat het vanzelfsprekend is dat het om een volledig
dossier moet gaan. Er zullen dienaangaande overigens
richtlijnen worden rondgestuurd. We mogen bovendien
niet vergeten dat de ambtenaren van de burgerlijke stand
- zij zijn overigens niet de enigen; deze regel is ook op
een aantal andere categoriee¨n van ambtenaren van
toepassing - een enorme verantwoordelijkheidsplicht
hebben, wat hen ertoe aanzet nauwgezet toe te zien op
de volledigheid van het dossier.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
het is belangrijk dat in de Handelingen van de Kamer
genotuleerd wordt dat de minister ons amendement
overbodig vindt omdat het de evidentie zelf is. Dat stelt
mij in staat om het te handhaven. Als de Kamer beslist
dat het overbodig is, zal dat uit de stemming blijken. Dit
amendement werd niet zomaar uit het academisch milieu
geplukt, het werd ons aangereikt uit de praktijk omdat
daar onduidelijkheid over bestaat. Als de meerderheid
van oordeel is dat dit overbodig is, zal het uit haar
stemgedrag blijken.
Ik zal de wijze raad van de voorzitter van de commissie
voor de Justitie ter harte nemen en in de toekomst de
amendementen die wij in plenaire vergadering indienen
zeer zorgvuldig overwegen. U begrijpt dat het e´e´n van de
eerste keren is dat wij vanuit deze positie werken. Wij
zullen ons amendement handhaven en men zal noteren
wat de mening van de meerderheid hierover is.
De voorzitter : Mijnheer Vandeurzen, deze voorzitter
heeft wat meer ervaring in de oppositie. Overweeg goed
dat een ingetrokken amendement aan een interpretatie
meer gewicht geeft dan een verworpen amendement. Ik
zeg dit alleen vanuit de kennis van zaken die ik meen te
hebben.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Binnenkort wordt het
een teken van wijsheid om geen amendementen in te
dienen. Dat is onze intentie niet.
De voorzitter : Dat is een middel dat destijds meer dan
eens werd gebruikt.
Nous avons ensuite l'amendement n° 8 de Mme Milquet;
il est re´serve´, ainsi que les amendements n
os
6 et 7 de
Mme Milquet. Ces trois amendements se rapportent a`
l'article 4. Ils verront demain le sort qui leur est re´serve´.
Mijnheer Vandeurzen, in amendement 22 stelt u voor
artikel 12bis, 2°, derde lid in artikel 4 aan te vullen met de
zinnen die uw amendement vermeldt. Wenst u hierop in
te gaan ?
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
de regering schrapt het criterium van het gebrek
aan integratiewil of de integratiebereidheid in de
nationaliteitswetgeving. Alle gewicht wordt dus gelegd bij
de adviezen van de Veiligheid van de Staat, de dienst
Vreemdelingenzaken en het openbaar ministerie. Het
openbaar ministerie mag advies uitbrengen over de
vraag of er gewichtige feiten zijn eigen aan de persoon.
Dat is een vaag begrip en om de inhoud van dat begrip
beter de definie¨ren hebben wij een amendement opge-
steld dat aangeeft dat men onder gewichtige zaken het
gerechtelijk verleden rekent maar ook een aantal zaken
zoals mogelijke schijnhuwelijken, deelname aan een
aantal integristische bewegingen of de aanduiding dat de
betrokkene zich manifest niet integreert of geen bereid-
heid vertoont om zich te integreren. Wij suggereren dus
dat deze definitie van het gewichtig feit in de wet zou
worden opgenomen.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, ik wens mij daar zeker bij aan te sluiten. Wij
hebben dit debat gevoerd in de commissie. Dit hing
onder meer samen met de bestaande richtlijnen voor de
parketten om advies te geven. De bestaande koninklijke
besluiten en deze die de minister in de toekomst wil
uitvaardigen stellen ons niet gerust, ook al omwille van
het feit dat een minister van Justitie, dus evengoed de
opvolger van de huidige minister, op eigen houtje en naar
eigen believen de koninklijke besluiten kan wijzigen en er
12
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bart Laeremans
een heel andere interpretatie aan kan geven dan nu het
geval is. Wij vinden dat het best heel uitdrukkelijk in de
wet staat dat mensen die zich met onder meer funda-
mentalisme en integrisme bezighouden niet in aanmer-
king komen om de Belgische nationaliteit te verkrijgen.
Zo niet vrees ik dat dit massaal het geval zal zijn en dat
men dit niet meer grondig zal kunnen onderzoeken.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
om elke vergelijking onmogelijk te maken wil ik opmerken
dat ons amendement gebaseerd is op de rechtspraak
van de commissie voor Naturalisaties die daar unaniem
door alle partijen werd gevolgd.
De voorzitter : Ik heb alle amendementen op artikel 4 in
bespreking gebracht. Het artikel en de amendementen
worden aangehouden voor de stemming van morgen.
Op artikel 5 is er een amendement nr. 44 van de heer
Vandeurzen.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
de amendementen 44 en 45 behandelen dezelfde pro-
blematiek.
De voorzitter : Over het amendement zal morgen wor-
den gestemd.
Via amendement nr. 45 wil u een nieuw artikel 5bis
invoegen. Amendement nr. 46 strekt ertoe een nieuw
artikel 5ter in te voegen.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Zelfde argumentatie,
mijnheer de voorzitter.
De voorzitter : Over deze amendementen zal morgen
worden gestemd.
Op artikel 6 is er een amendement nr. 27 van de heer
Vandeurzen.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
het gaat hierbij om de toevoeging van de terminologie
wanneer de stukken volledig zijn. Aan de tekst wordt
toegevoegd dat de ambtenaar van de burgerlijke stand
de stukken onmiddellijk moet overzenden aan het parket.
Precies om deze reden willen wij deze verduidelijking
aanbrengen.
De voorzitter : Dit amendement ligt in dezelfde lijn als
uw vorige amendementen. Denk toch aan wat ik daar-
straks heb gezegd. Over dit amendement zal morgen
worden gestemd.
Er is een amendement nr. 59 van de heer Van Hoorebeke
op artikel 6. Ik herhaal dat de heer Van Hoorebeke zich
verontschuldigt voor het feit dat hij zijn amendementen
niet kan verdedigen in plenaire vergadering. Artikel en
amendement worden aangehouden.
Via amendement nr. 29, mijnheer Vandeurzen, wil u het
tertio van artikel 6 vervangen door de tekst die u hebt
ingediend.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Dit amendement heeft
betrekking op de procedure van nationaliteitskeuze.
De voorzitter : De integratiewil.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Wij willen het begrip
integratiewil hanteren en definie¨ren.
De voorzitter : Het gaat hierbij om een degelijke kennis
van de landstaal.
J'ai alors l'amendement n° 9 de Mme Milquet a` l'article 6.
Cet amendement est e´galement re´serve´.
Amendement nr. 30 op artikel 6 van de heer Vandeurzen
bepaalt dat u de
quarto van artikel 6 wenst weg te laten.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
dit amendement heeft betrekking op de termijn van 4
maanden die wij willen herstellen.
De voorzitter : Dit is gisteren langdurig besproken.
Amendement nr. 30 is behandeld. Ik denk dat de amen-
dementen op artikel 6 allemaal werden besproken, er zal
morgen over worden gestemd. Vooraleer ik artikel 6
aanhoudt, geef ik het woord aan mevrouw Talhaoui.
Mevrouw, u weet dat u daarvoor 5 minuten de tijd krijgt.
Mevrouw Fauzaya Talhaoui (AGALEV-ECOLO) : Mijn-
heer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, aller-
eerst wil ik in naam van de Agalev-Ecolo-fractie duidelijk
maken dat ik het ten zeerste betreur dat de globale
teneur van de debatten in de commissie voor de Justitie
en gisteren in de plenaire vergadering door de oppositie
werd bepaald en zich vooral situeerde op het vlak van
eventuele neveneffecten die uit onderhavige wetsontwer-
pen kunnen ontstaan. Bovendien werd voortdurend ge-
wezen op het eventuele misbruik dat daarvan kan wor-
den gemaakt. Het positieve signaal van erkenning naar
de allochtone gemeenschappen dat door de regering met
deze ontwerpen werd beoogd, kwam zelfs niet ter
sprake. De voortdurende verwijzingen naar potentie¨le
malafide praktijken kwam soms neer op de criminalise-
ring van om het even welke potentie¨le aanvrager bij
sommige leden van de oppositie.
Daarnaast wil ik ook ingaan op de kritiek die op de
ontwerpen werd geuit naar aanleiding van het weglaten
van de integratiewil. Er werd in deze context vaak
verwezen naar het Nederlandse inburgeringsmodel voor
nieuwkomers. Welnu, het inburgeringstraject dat door de
Nederlandse regering enkele jaren geleden werd gei¨n-
troduceerd, had betrekking op het onthaalbeleid van
nieuwkomers, personen die pas gearriveerd zijn in de
HA 50
PLEN 035
13
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Fauzaya Talhaoui
Nederlandse samenleving. Dit model slaat niet zozeer op
mensen die reeds geruime tijd op het Nederlandse
grondgebied verblijven; ik denk hierbij aan de eerste en
tweede generatie migranten. Deze nieuwkomers moeten
hun verblijfsduur op het grondgebied nog ontwikkelen en
komen de eerste jaren sowieso niet in aanmerking voor
de nationaliteitsverwerving. Hetzelfde geldt voor de men-
sen die op dit moment hun regularisatieaanvraag indie-
nen en waarvan in de debatten herhaaldelijk werd ge-
suggereerd dat zij
en masse de nationaliteit zouden
aanvragen. Ook dat was een intellectueel oneerlijke
uitspraak daar hun verblijf in Belgie¨ begint te lopen vanaf
hun wettelijke verblijfsvergunning.
Mijnheer de voorzitter, deze misverstanden wilde ik
graag rechtzetten.
Wat de weglating van het integratiebegrip in de teksten
betreft, wil ik het volgende kwijt. Het integratiebegrip
zoals nu toegepast door de parketten is naar mijn mening
veel te willekeurig. De procureur des Konings belast met
het onderzoek naar de integratiewil of de wijkagenten in
de praktijk hebben uiteenlopende visies inzake het begrip
integratiewil. Soms was de kennis van de taal zelfs niet
zo determinerend als wel het aantal Belgische vrienden
of de kledij die men droeg. Ik zwijg dan nog over de
andere, niet relevante vragen die werden gesteld en die
vaak betrekking hadden op het prive´-leven van deze
personen. Het huidige wetsontwerp wilde daarmee
komaf maken. De regering wilde de reeds lang op het
grondgebied verblijvende vreemdelingen de kans geven
volwaardige burgers van dit land te worden. Hierbij denk
ik dan, samen met de regering, in de eerste plaats aan de
eerste generatie migranten die hier reeds meer dan 30 of
40 jaar verblijven en bijna geheel hun leven hier hebben
gewerkt. Deze personen hebben hun integratie via hun
werk verworven.
Wat de taal betreft hebben zij niet zoals de huidige
nieuwkomers de kans gehad de taal aan te leren. In die
tijd werden zij aan hun lot overgelaten en moesten zij
enkel de Belgische economie draaiende houden. Van-
daar dat hun kennis van onze taal misschien wel wat
gebrekkig is.
Wat de tweede generatie betreft, gaat het over jongeren
van mijn leeftijd. Als integratie gelijk is aan de vereiste om
onze taal te kennen, kan ik u verzekeren dat dit voor de
meeste van hen geen probleem is. Hun integratie-
problemen zijn eerder gesitueerd op het gebied van
gelijkheid van kansen. Hier is een heel belangrijke taak
weggelegd voor onze overheid. Ik verwijs hierbij ook naar
de clausule die werd opgenomen in het Vlaamse regeer-
akkoord inzake de inburgering van de allochtone ge-
meenschappen. Als het de Vlaamse overheid menens is
met de inburgering van de allochtone gemeenschappen,
dan moet zij investeren in kwalitatief goed onderwijs voor
deze generatie en in het tegengaan van discriminatie die
deze jongeren vaak ontmoeten op de arbeidsmarkt en op
andere terreinen. Dan moet zij ook investeren in huisves-
ting. Er is dus geen contradictie tussen dit wetsontwerp
en de paragraaf uit het Vlaamse regeerakkoord in ver-
band met de inburgering. Ik denk dat de verwerving van
de Belgische nationaliteit door deze personen ertoe zal
leiden dat de Vlaamse overheid zal worden gestimuleerd
aandacht te schenken aan en te blijven investeren in
deze mensen en hun sociale integratie. Het zijn dus in de
eerste plaats deze twee generaties waaraan de regering
heeft gedacht om hen op een juridische manier te laten
inburgeren in onze Belgische samenleving.
De meeste migranten tenslotte willen integreren en als
gewone burgers worden aanvaard. Men moet er niet van
uitgaan dat zij zich niet willen integreren. Met een goed
en beter multicultureel management door de overheid,
kunt u ervan uitgaan dat deze mensen zich in de toe-
komst als volwaardige en respectvolle Belgische burgers
zullen gedragen.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, ik zou een en ander toch willen tegenspreken.
Wat Nederland betreft, heb ik dat nagekeken. Wij hebben
een hele vergelijking gemaakt van de voorwaarden om
de nationaliteit te verwerven. In bijna alle landen is de
kennis van de taal wel degelijk een expliciete voor-
waarde. Ook in Nederland is dat zo. Die inburgering is er
inderdaad voor nieuwkomers het geval, met onder meer
trajectbegeleiding. Als men daar de nationaliteit wil ver-
werven, moet men echter ook blijk geven van de kennis
van het Nederlands. Dat is toch niet onbelangrijk voor
heel veel mensen die de taal niet kennen.
Daarnaast zegt u dat dit wetsontwerp eigenlijk is ge-
maakt voor mensen die hier al heel lang zijn, met name
de tweede en derde generatie, met de bedoeling de stap
wat te verlichten. Dat is onzin, dat is niet waar. Dit
wetsontwerp is speciaal gemaakt voor mensen die hier
kort verblijven. De nationaliteit kan nu worden aange-
vraagd via een eenvoudig briefje aan de Kamer als men
hier drie jaar verblijft. Dat heeft niets met de tweede of de
derde generatie te maken. Voor de tweede en de derde
generatie geldt op dit moment de regel dat de tweede
generatie automatisch de nationaliteit krijgt en de derde -
vroeger de tweede - via een eenvoudige nationaliteits-
verklaring de nationaliteit kan verkrijgen, zonder dat
daarna nog de integratiewil wordt getoetst. Dat is precies
het
onderscheid
tussen
nationaliteitsverklaring
en
nationaliteitskeuze. Bij de keuze - artikel 15 - speelt de
integratiewil nog duidelijk, net zoals bij de naturalisatie,
maar dit is niet zo bij de nationaliteitsverklaring.
U spreekt dus eigenlijk heel dit wetsontwerp tegen. Het is
niet bedoeld voor mensen die hier al lang wonen. Daar-
voor bestaat sinds lang andere wetgeving. Dit wetsont-
werp strekt ertoe zo snel mogelijk zo veel mogelijk
mensen een nieuwe nationaliteit te geven. Ik ga u een
14
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bart Laeremans
voorbeeld geven. In Brussel zijn er 290 000 buitenlan-
ders. Daarvan komen er 240 000 in aanmerking om via
een eenvoudig briefje, zonder enige controle thuis, de
Belgische nationaliteit aan te vragen. Met dit wetsont-
werp wil men zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk
vele nieuwe kiezers aantrekken.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Collega Talhaoui, het is
dramatisch dat deze meerderheid met dit debat een
totaal verkeerde voorstelling van de discussie geeft ten
aanzien van de publieke opinie en de migranten-
populatie. Dat is niet de schuld van de oppositie, want als
men weet dat men verkeerd bezig is, moet men natuurlijk
niet verwachten dat de oppositie dat stilzwijgend accep-
teert. Ik durf dit te zeggen omdat ik uit een regio kom die
fanatiek kiest voor een integratiebeleid. Mensen met uw
talent en wetenschappelijk inzicht zouden moeten wor-
den uitgenodigd om te onderzoeken hoe men het ele-
ment van de integratiebereidheid kan objectiveren en
kwaliteitsvol laten toetsen. Ik heb meegewerkt aan het
uitwerken van die juridische basis, aangezien ik wist dat
de bestaande regelgeving niet voldeed. Het mocht even-
wel niet zijn.
Uw verwijzing naar de Nederlandse wet inzake de inbur-
gering is niet juist. Wij hebben het hier over de Neder-
landse nationaliteitswetgeving, die uiteraard convergent
moet zijn met de wet inzake de inburgering. De Neder-
landse nationaliteitswetgeving van augustus 1994 be-
paalt uitdrukkelijk dat overheidsfunctionarissen een on-
derzoek moeten voeren naar de mate van inburgering
van degene die de Nederlandse nationaliteit aanvraagt.
Uiteraard is het logisch dat men in de nationaliteits-
wetgeving de basisopvattingen moet hanteren die in de
regelgeving op de inburgering worden opgenomen. Zo
niet geeft men twee tegenstrijdige signalen.
Om de vergelijking met Nederland door te trekken zou de
Vlaamse Gemeenschap 1 miljard frank ter beschikking
moeten stellen voor de inburgering. Ik kijk met grote
belangstelling daarnaar uit.
Ten slotte wil ik u geruststellen. Voor personen van de
eerste generatie heeft de commissie voor de Naturalisa-
ties tot nu toe nooit gee¨ist dat iemand perfect Nederlands
of Frans zou spreken alvorens de Belgische nationaliteit
te verkrijgen. Er is altijd zeer veel respect geweest voor
het historische perspectief van de mensen. In de com-
missie hebben wij er altijd naar gestreefd de omstandig-
heden te beoordelen waarin iemand zich bevond.
Mevrouw Fauzaya Talhaoui (AGALEV-ECOLO) : Ik her-
inner mij dat de heer Van Peel het hele Nederlandse
inburgeringsmodel voor nieuwkomers uit de doeken
heeft gedaan tijdens een vergadering van de commissie
voor de Justitie. Ook de heer De Crem heeft daarnaar
gerefereerd.
Wat het begrip integratiewil betreft, ben ik er, samen met
andere wetenschappers, niet van overtuigd dat een
dergelijk vaag en onduidelijk begrip in de nationaliteits-
wetgeving moet worden ingekapseld. In de praktijk zorgt
het immers voor willekeur. Bijgevolg verheugt het mij dat
dit begrip uit het wetsontwerp werd geschrapt.
De voorzitter : Amendement nr. 60 van de heer Van
Hoorebeke strekt ertoe een artikel 6bis (nieuw) toevoe-
gen.
De stemming over het amendement wordt aangehouden.
Artikel 7 wordt aangenomen.
Op artikel 8 werden de amendementen nrs. 31 en 32 van
de heer Vandeurzen ingediend.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : De nieuwe wettekst
verwijst niet langer naar artikel 15 inzake de controle van
het parket. De CVP wil deze controle herstellen.
De voorzitter : De stemming over de amendementen en
het artikel wordt aangehouden.
Op artikel 9 werden de amendementen nr. 11 en
12 (bijkomende orde) ingediend door mevrouw Milquet.
De stemming over de amendementen en het artikel wordt
aangehouden.
Op artikel 10 werd het amendement nr. 10 ingediend
door mevrouw Milquet.
De stemming over het amendement en het artikel wordt
aangehouden.
Amendement nr. 61 van de heer Van Hoorebeke wil een
artikel 10bis (nieuw) toevoegen.
De stemming over het amendement wordt aangehouden.
Amendement nr. 111 van de heer Laeremans wil een
artikel 10bis (nieuw) toevoegen.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, dit is een belangrijk amendement dat tot doel
heeft in bepaalde gevallen de verkrijging van de nationa-
liteit ongedaan te maken. Ik verwijs uitdrukkelijk naar de
interviews die de heer Verwilghen voor de verkiezingen
heeft weggeven waarin hij een pleidooi houdt om de
verkrijging van de nationaliteit ongedaan te maken bij
criminele feiten.
Het Vlaams Blok stelt voor de nationaliteit van rechts-
wege te laten vervallen wanneer binnen de vijf jaar na de
verkrijging komt vast te staan dat ze verkregen werd door
middel van fraude, verkeerde informatie of door het
verzwijgen van enig relevant feit.
HA 50
PLEN 035
15
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bart Laeremans
Als men de mogelijkheden om de nationaliteit te verwer-
ven vergemakkelijkt door de geboorteakte te vervangen
door een akte van bekendheid of een consulaire akte,
moeten
er,
ons
inziens,
eveneens
bestraffings-
mechanismen worden uitgewerkt naar situatie waarin
deze documenten vervalst blijken te zijn, zodat men het
strafrechtelijk verleden, niet langer kan onderzoeken.
Op dit ogenblik kan de verkrijging van de nationaliteit
alleen ongedaan worden gemaakt door artikel 23. Dit is
een zeer zware procedure die sinds de Tweede Wereld-
oorlog op een aantal repressiegevallen na niet meer
wordt toegepast. De minister is niet van plan artikel 23
toe te passen als mocht blijken dat er grootschalige
fraude werd gepleegd bij de nationaliteitsverwerving.
Wij vrezen dat op die manier zeer veel mensen op
frauduleuze wijze onze nationaliteit zullen krijgen, zonder
dat wij op een ordentelijke manier kunnen reageren. Wij
vinden dan ook dat nationaliteit niet enkel op vordering
van het openbaar ministerie maar ook van rechtswege
zou moeten vervallen indien de fraude wordt vastgesteld.
Mijnheer de voorzitter, wij hadden ook een aantal amen-
dementen, en daar zat de verwarring, in verband met de
afname, bij het plegen van criminele feiten na x jaar, van
de verwerving van nationaliteit. Niettegenstaande zij een
heel pak vormden, hebben wij die amendementen laten
vallen omdat wij van oordeel waren dat deze wetgeving
zo dramatisch slecht is voor zowel de eigen bevolking als
voor de vreemdelingen - die wel een inspanning zouden
willen doen om zich te integreren, maar op een hoop
worden gegooid met degenen die geen enkele inspan-
ning leveren - dat amendering zinloos was.
Daarom
willen
wij
uit
principe
geen
grote
amendementenslag voeren. Wij hebben vastgesteld dat
geen enkel amendement van de oppositie in de loop van
de commissiebespreking is aanvaard. Dit is bijna nog
nooit gebeurd voor een dergelijk wezenlijk en belangrijk
wetsontwerp. Het is dan ook bij wijze van protest dat wij
dit plenair halfrond niet overstelpen met honderden
amendementen, maar het tegenovergestelde doen. Wij
willen precies opvallen door dit keer wat minder amen-
dementen in te dienen.
Wij hebben een algemeen amendement ingediend, col-
lega Schoofs heeft dit toegelicht, om aan te tonen dat wij
een radicaal andere koers willen varen, met uiteindelijk
hetzelfde doel, met name dat mensen die hier willen
blijven en zich echt willen aanpassen, hier ook kunnen
blijven en welkom zijn.
Voor het overige wensen wij ons te beperken tot een
principeargumentering.
De voorzitter : Wij komen thans bij artikel 11 waarop
geen amendementen werden ingediend, met uitzonde-
ring van het algemeen amendement nummer 58. Artikel
11 is aangenomen.
Op artikel 12 werden naast het amendement nr. 58, geen
andere amendementen ingediend.
Artikel 12 is ook aangenomen.
Op artikel 13 zijn er amendementen nrs. 35, 36 en 37 van
de heer Vandeurzen.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
wij hebben gisteren van de voorzitter van de commissie
voor de Naturalisaties gehoord dat men, alleszins in de
eerste fase, kan vermoeden dat het aantal aanvragen
sterk zal toenemen.
Als die stelling juist is, en we denken dat er alle reden is
om aan te nemen dat het aantal aanvragen zal toene-
men, dan wordt het respecteren van de termijn van een
maand voor het verlenen van advies des te moeilijker. Uit
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en van
de advocaat-generaal blijkt dat deze termijn in de huidige
omstandigheden al niet mogelijk is.
Voor de beide gevallen - voor de dienst Vreemdelingen-
zaken en het openbaar ministerie - lijkt men nu inspan-
ningen te willen leveren om de administraties uit te rusten
teneinde die termijn te kunnen respecteren. Het is na-
tuurlijk evident dat, door een toename van het aantal
dossiers en het feit dat men die maatregelen nog te velde
moet nemen, daar enige tijd zal overgaan.
Onze drie amendementen strekken er dus toe in te gaan
op de nog altijd niet geargumenteerde termijn van een
maand. Wij willen die termijn pas invoeren in een afbouw-
scenario. Hier zouden we eerst nog bij de huidige termijn
van vier maanden blijven en het volgende jaar evolueren
naar een termijn van drie maanden en zo na vier jaar
komen aan een termijn van een maand zoals de meer-
derheid het wil. Dit evenwel zonder de administratie te
forceren en zonder dat er een risico ontstaat in de eerste
periode dat men de facto geen behoorlijk onderzoek kan
doen, laat staan in het buitenland.
De voorzitter : Over het artikel 13 en amendementen 35,
36 en 37 zal morgen worden beslist.
Mijnheer Vandeurzen, ik heb nog een artikel 13bis, uw
amendement nummer 53.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : De nationaliteits-
wetgeving bevat ook nog een artikel in verband met de
term
hoofdverblijf.
16
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Minister Marc Verwilghen : Ik weet wel dat we hier net
hebben geprobeerd om mijnheer Vandeurzen te laten
aanvoelen dat er soms onterecht een amendement wordt
ingediend.
Amendement nr. 53 is er zo een. Artikel 28 van de wet op
de Belgische nationaliteit is een overgangsbepaling die
sedert 1987 niet meer wordt toegepast. De voorrangs-
regeling ingevolge de dekolonisatie van Congo had ons
genoopt een aantal maatregelen te treffen, maar die zijn
ondertussen zonder enig voorwerp geworden. In die
omstandigheden is het zinloos dit amendement te behou-
den.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Ik heb geen enkel
probleem om te vertrouwen in de juridische inzichten van
de minister. Ik geef toch nog even het bewijs van het feit
dat een adequate registratie van de actuele wetgeving
nodig is. In de kopie uit ons wetboek van 1999 wordt
artikel 28, paragraaf 2 nog vermeld. Indien zou blijken dat
de minister het bij het rechte eind heeft, dan heb ik er
geen enkele moeite mee mijn amendement in te trekken.
De voorzitter : Amendement nr. 53 van de heer Van-
deurzen wordt, onder die omstandigheden en na de
uitleg van de minister gehoord te hebben, ingetrokken.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
de uitleg van de minister handelt over artikel nr. 28,
paragraaf 1, waar inderdaad naar de Republiek Congo
wordt verwezen. Dit is niet zo voor paragraaf 2. Ik
veronderstel dat het in e´e´n lezing moet worden gezien. Ik
trek mijn amendement dan ook in.
De voorzitter : Ik neem er nota van.
Amendement nr. 41 van de heren Vandeurzen, Van
Parys en Verherstraeten strekt ertoe in artikel nr. 14 de
slotbepaling te vervangen door een andere datum.
De heer Jo Vandeurzen (CVP) : Mijnheer de voorzitter,
de amendementen 39 en 41 zijn pogingen om alternatie-
ven te formuleren op de inwerkingtreding van de wet, met
name om alzo de adviestermijnen later te doen intreden,
nadat iedereen zich heeft aangepast aan de nieuwe
eisen die door het parlement worden gesteld inzake
prioriteitsstelling door het openbaar ministerie en de
dienst Vreemdelingenzaken. Wij stellen voor dat de
gemeentehuizen, de ambtenaren van de burgerlijke
stand, de parketten, de rechtbanken en het parlement
zelf de nodige tijd wordt gegeven om zich conform deze
wet te organiseren. Daarom stellen wij twee varianten
voor om de wet in werking te doen treden, namelijk vijf
maanden of drie maanden na de publicatie. Het is een
kwestie om de meerderheid alternatieven voor te stellen
die misschien kunnen worden overwogen.
De voorzitter : De inwerkingtreding van een wet wordt
door de uitvoerende macht bij afkondiging bepaald. Toch
zijn er voorbeelden op te sommen van wetten die heel
lang op publicatie hebben gewacht. Wij herinneren ons
uit onze wetboekjes de afschaffing van de casino's en de
wet op het verbieden van de boksmatchen. Het is oude
literatuur voor zij die universiteit hebben gelopen. De
stemming over de amendementen nrs. 39 en 41 wordt
aangehouden.
Bij artikel nr. 14 is er het amendement nr. 62 van de heer
Van Hoorebeke. Dit amendement ligt in dezelfde lijn als
het vorige besproken amendement. De stemming over
dit amendement wordt aangehouden.
Amendement nr. 108 van de heer Laeremans volgt ook
dezelfde redenering.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, ik koppel de bespreking van amendement nr.
108 aan de bespreking van amendement nr. 110, alsook
aan de twee gelijkaardige amendementen die bij het
andere wetsontwerp zijn ingediend.
De voorzitter : U verdedigt dus nu de amendementen
nr. 108 en 110.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Inderdaad. De
amendementen nrs. 108 en 110 hebben te maken met de
datum van inwerkingtreding. Die heeft dan vooral weer te
maken met de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Wij willen absoluut vermijden dat deze wet van kracht
wordt vo´o´r de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Het is immoreel vlak vo´o´r de verkiezingen een wet in te
voeren, speciaal met het oog op het vergroten van zijn
electoraat.
Dat is zeer laag en allesbehalve democratisch. Ik heb in
de commissie ook voldoende uitgelegd dat het precies
een overblijfsel uit het Ancien Re´gime is om zijn eigen
aanhang en kiespubliek te manipuleren en achter zich te
krijgen. Als reactie daartegen is het afstammingsbeginsel
voor de nationaliteit ingevoerd om de bevolking tegen de
willekeur en de manipulatie van de vorst te beschermen.
Ik vergelijk dan bijvoorbeeld met de situatie in de Sovjet-
Unie waar men hele volkeren heeft vervangen door
andere. In Estland, Letland, Litouwen en nog andere
plaatsen heeft men volkeren bewust door elkaar geschud
om de bevolking te manipuleren. Wij zijn van oordeel dat
het ondemocratisch is om het electoraat vlak voor de
verkiezingen te wijzigen met de bedoeling om in Antwer-
pen een bepaalde partij te vloeren en in Brussel het
Vlaamse kiespubliek zo snel mogelijk weg te zuiveren of
te marginaliseren.
Ik zou ook collega Erdman van antwoord willen dienen
omwille van de stupiditeit die hij gisteren heeft verkon-
digd. Hij zei dat Brussel in handen van het Vlaams Blok
HA 50
PLEN 035
17
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Bart Laeremans
zou komen, als we voor een gewaarborgde vertegen-
woordiging zouden zorgen. U heeft dat gisteren gezegd,
mijnheer Erdman. Het enige wat u gisteren geantwoord
hebt, op mijn vraag wat u voor de Brusselse Vlamingen
wil doen, is dat u niets wil doen omdat dat het Vlaams
Blok zou vooruithelpen. Dat is het enige dat u daarop
geantwoord hebt.
De heer Fred Erdman (SP) : U moet de tekst maar eens
lezen.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : U weet even-
goed dat het om een beknopt verslag gaat en niet om de
integrale tekst. Ik zal hem inderdaad herlezen. U zei dat
de situatie van het Vlaams Blok in Brussel uitsluit dat er
op dit moment terzake iets gebeurt. Ik zou willen verwij-
zen naar de unanieme resolutie die ook door uw partij is
goedgekeurd en geamendeerd is door uw partijgenoot
Michiel Vandenbussche. Hij zei niet alleen dat het Euros-
temrecht moet worden tegengehouden omwille van de
situatie van de Brusselse Vlamingen, maar hij voegde er
ook expliciet aan toe dat er een gewaarborgde vertegen-
woordiging moet komen op alle Brusselse niveaus, met
inbegrip van de gemeenteraden. Uw eigen fractie heeft
dat unaniem ondersteund. Die resolutie had toen een
enorme steun in het Vlaams Parlement. Men zou er toch
rekening moeten mee houden. Wat men nu doet, is de
situatie nog veel erger maken dan op het moment dat de
resolutie werd besproken. Toen was alleen nog maar het
Eurostemrecht ter sprake. Nu gaat het om iets veel erger,
namelijk stemplicht voor mensen die nu de nationaliteit
verwerven, met alle gevolgen van dien.
Ik zou er ook op willen wijzen dat de migratie niet stopt en
dat ze op een zeer snel tempo blijft doorgaan. Alleen al in
1998 is het aantal buitenlanders in Brussel netto toege-
nomen met 4 000 mensen. Wat de Marokkanen betreft,
gaat het netto om 1 884 inwijkelingen op een jaar tijd in
Brussel. Van de immigratie trekt men de emigratie plus
de ambtshalve ingeschrevenen en uitgeschrevenen af.
Het gaat enkel om Brussel, dus niet om heel Belgie¨. Dat
is dan nog maar een klein deel van de nieuwe immigran-
ten in Brussel op een jaar. Dan spreken we nog niet over
de toename van het aantal buitenlanders door de demo-
grafische evolutie. Het verschil tussen geboorten en
sterften op een jaar tijd is ook significant. Ik heb een
prognose van al deze getallen gemaakt, met inbegrip van
de allochtonen die nu al Belg geworden zijn. We komen
dan aan een bevolkingsevolutie van 10 000 nieuwe bui-
tenlanders per jaar in Brussel en 10 000 autochtonen die
Brussel verlaten.
Dit is een zeer snelle metamorfose van de Brusselse
bevolking, die er vooral toe zal leiden dat de Vlaamse
autochtone bevolking - want die vertrekt dubbel zo snel
dan de Franstalige bevolking - in Brussel wordt gedeci-
meerd. Daarom is het zo belangrijk dat er niet na de
gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober, waar het
blijkt op uit te draaien, kan worden gesproken over de
gewaarborgde vertegenwoordiging, maar wel voordien.
Als men wacht tot na de halvering van het aantal
gemeenteraadsleden - dat nu nog op 70 kan worden
geraamd - gaan de Franstaligen met die Vlaamse eis
natuurlijk lachen. Dan is er geen enkele kans meer dat er
met de verzuchtingen van de Brusselse Vlamingen nog
rekening wordt gehouden.
Met betrekking tot het referendum dat wij graag zouden
invoeren met het amendement nr. 109, werd terecht de
kritiek geformuleerd dat het op federaal niveau nog altijd
niet mogelijk is om een bindend referendum in de praktijk
te brengen. Daarom ook is dit consequent met de twee
andere amendementen die wij hebben ingediend, name-
lijk het wachten met de verdere behandeling van dit
wetsontwerp en zeker van de inwerkingtreding tot na de
gemeenteraadsverkiezingen. Als men wacht met de in-
werkingtreding kan men ook wachten met de eind-
stemming over het ontwerp en eerst het oordeel van de
burger vragen over deze toch wel ingrijpende wetswijzi-
ging.
Ik refereer wat dat betreft aan de standpunten van VLD
en Agalev, die uitdrukkelijk pleiten voor de invoering van
referenda. Welnu, als de bevolking met e´e´n punt begaan
is, is het wel met de problematiek van de inburgering, van
de immigratie en al wat daarmee samenhangt.
Tot slot verwijs ik naar de precedenten die er in Zwitser-
land op dat vlak zijn gebeurd. Er zijn daar twee referenda
georganiseerd over de nationaliteitswetgeving en iedere
keer heeft dit geleid tot een afwijzing van een versoepe-
ling met als gevolg dat Zwitserland nog altijd een zeer
strenge nationaliteitenwet heeft, eigenlijk nog strenger
dan ons voorstel. Zo is er de Zwitserse bepaling dat de
nationaliteit niet voor eeuwig wordt toegekend, maar wel
voor drie jaar. Buitenlanders die de Zwitserse nationaliteit
op die manier verwerven, moeten die nationaliteit nadien
telkens opnieuw aanvragen. Wij gaan zover niet. Wij
willen Zwitserland niet voor alles als voorbeeld nemen.
Mensen die echt blijk hebben gegeven van hun bereid-
heid tot inburgering en integratie, en die gedurende een
periode van vijf jaar geen criminele feiten hebben ge-
pleegd, kunnen voor ons definitief Belg worden. Wij zijn
wel van mening dat de bevolking het recht heeft zich over
een dergelijke belangrijke wetswijziging uit te spreken.
Daar zijn VLD en Agalev blijkbaar erg benauwd van.
Daarom handhaven wij ons amendement en wij hopen
dat het gezond verstand ooit zal zegevieren, of dat de
bevolking deze zaken tijdens de verkiezingen manifest
zal afstraffen.
De voorzitter : Mijnheer Laeremans, u hebt dus tegelij-
kertijd de amendementen 108, 109 en 110 toegelicht.
18
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
De heer Fred Erdman (SP) : Mijnheer de voorzitter, de
uiteenzetting van de heer Laeremans toont eens te meer
aan dat hij ervan overtuigd is dat een verhaal zal worden
geloofd als het maar genoeg wordt herhaald. Hij stelt dat
dit wetsontwerp is opgesteld met het oog op de
gemeenteraadsverkiezingen. Ik maak een eenvoudig
rekensommetje. Als de Kamer dit wetsontwerp morgen
goedkeurt, dan moet de Senaat deze tekst krachtens een
overeenkomst van het overlegcomite´ binnen een termijn
van 25 dagen bespreken. Op dat ogenblik kan de minis-
ter de wet laten publiceren. Ik heb hem erop gewezen dat
hij en de regering de verantwoordelijkheid moeten opne-
men om middelen vrij te maken voor de diensten die
adviezen moeten verlenen. Ik stel geen termijn in het
vooruitzicht, maar de wet bepaalt dat ze pas in werking
zal treden in de tweede maand na de publicatie. Dan zijn
we bijna drie maanden verder.
Laten we aannemen dat dit allemaal van een leien dakje
loopt. Vervolgens wordt een aanvraag ingediend. Dan
volgt de maand die nodig is voor het verlenen van een
advies. Ik hou zelfs geen rekening met de termijn voor de
indiening. In totaal zijn we dan aan vier maanden. Als ik
goed reken, maar waarschijnlijk reken ik verkeerd, zitten
we dan reeds in juni. Op dat ogenblik moet de commissie
voor de Naturalisaties de aanvragen behandelen. Ieder-
een weet dat die commissie tijdens de vakantie niet
vergadert. Bovendien moeten de kiezerslijsten voor de
gemeenteraadsverkiezingen op 1 augustus worden afge-
sloten. De heer Laeremans mag in de wijken gaan
vertellen dat dit wetsontwerp moet worden goedgekeurd
met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen, maar
hier moet hij ons dit niet proberen wijs te maken. Men zou
zijn verkeerde versie bijna geloven. Dat is een truuk die
hij blijkbaar heeft geleerd uit de geschiedenis.
Ik kom nu bij het persoonlijk incident dat de heer Laere-
mans heeft uitgelokt. Ik roep hem op om mijn tekst na te
lezen. Ik heb hem gisteren gezegd dat wij er wel zullen
voor zorgen dat zijn partij geen oplossing moet aanreiken
voor de positie van de Vlamingen in Brussel.
De voorzitter : De heer Bart Laeremans heeft het woord,
maar ik vraag hem het kort te houden. Er zijn immers
regels en ik weet dat zijn partij voorstander is van regels
en orde.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, wij hebben het debat op geen enkel wijze
gesaboteerd. Ik heb niet gezegd dat wij hic et nunc een
oplossing moeten aandragen voor de positie van de
Vlamingen in Brussel. Onze voorstellen hadden - samen
met de naturalisatie problematiek - in de Costa moeten
worden besproken. Van in het begin was het mijn opvat-
ting dat heel de naturalisatieproblematiek in de Costa
thuishoort, waarvan wij geen deel uitmaken. Het gaat er
niet om dat wij deelnemen aan het debat, maar wel dat
men moet weten waarover het gaat.
De gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen
in Brussel is geen eis van het Vlaams Blok alleen, het
gaat om een unanieme vraag van het Vlaams Parlement.
Natuurlijk eisen we ook andere zaken; wij eisen dat de
internationalisering en de europeanisering waardoor
Brussel en de Brusselse rand wordt verfranst, worden
omgebogen door een aantal instellingen uit Brussel te
verwijderen. De gewaarborgde vertegenwoordiging is
een oplossing die ook wordt voorgedragen door de partij
van de heer Erdman. Blijkbaar weigert men om hiervan
werk te maken vo´o´r de gemeenteraadsverkiezingen van
2000. Ook hier kan een rekensommetje worden ge-
maakt.
Als men pas over enkele maanden met een akkoord
komt over die gewaarborgde vertegenwoordiging van de
Vlaming in Brussel, moet dat ook nog naar de Senaat,
moet dat ook nog in het Staatsblad verschijnen, moet dat
ook nog worden uitgevoerd. Dat kan bijna niet meer voor
de gemeenteraadsverkiezingen van 2000. Nadien is het
te laat. Dan zijn de Vlamingen van de kaart geveegd en
blijven
er
in
Brussel
nog
nauwelijks
Vlaamse
gemeenteraadsleden over. Dus, ofwel doet men het nu,
ofwel is het te laat en hebt u met de resolutie in het
Vlaams Parlement en de debatten over het Eurostem-
recht de mensen wijsgemaakt dat de SP iets zou doen
voor de Brusselse Vlamingen. Het is te laat als het nu niet
gebeurt.
Nadien
is
het
voor
de
gemeenteraads-
verkiezingen van 2006 en dan zal de naturalisatiewet
honderdduizenden extra nieuwe Belgen hebben ge-
cree¨erd. Alleen al in Brussel komen immers 240 000
mensen in aanmerking om op eenvoudige vraag met
onze nationaliteit te worden gebombardeerd.
De voorzitter : Dames en heren, ik meen dat alle amen-
dementen werden verdedigd. Dat is rustig verlopen.
Morgen zullen zowel de amendementen als de ontwer-
pen ter stemming worden voorgelegd. Mijnheer de minis-
ter, hebt u nog opmerkingen ?
Minister Marc Verwilghen : Mijnheer de voorzitter, ik zou
twee opmerkingen willen maken. Ik ga niet in op de
obsessies en fobiee¨n die de heer Laeremans al vanaf het
begin van het debat aanvoert. Het antwoord van de heer
Erdman is voldoende duidelijk. Ik sluit mij daarbij aan. Ik
stel mij alleen de vraag wat hij met nettomensen bedoelt,
tenzij er een verschil bestaat tussen netto- en bruto-
mensen.
Ik kom nog even op de inleiding terug, toen het Vlaams
Blok het Wetboek Staatsburgerschap voorstelde. Ik vind
dit een zeer bevreemdend en afschrikwekkend uitgangs-
punt. Ik houd mij vast aan de takken van de bomen als
we zouden worden overspoeld door de reeks bijzonder
negatieve elementen die hij aanbrengt. Het lijkt wel of wij
uitsluitend met een bevolking van Grijze Wolven leven.
Indien ik mij verkeerd zou hebben uitgedrukt ten aanzien
van de aboriginals, dan wil ik mij bij hen officieel veront-
HA 50
PLEN 035
19
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
Marc Verwilghen
schuldigen. Er is wel e´e´n zaak waarop ik even zou willen
terugkomen. Er werd gesproken over de afschaffing van
de dubbele nationaliteit. U kunt er elk werk van rechts-
geleerden uit dit land op nalezen. Telkens heeft men
gezegd dat een moderne democratie erover moet waken
dat ze maatregelen neemt om te verhinderen dat een
dubbele nationaliteit kan totstandkomen. Zo moet men
ook internationaalrechtelijke maatregelen nemen om de
staatloosheid te verhinderen. Het probleem doet zich
echter niet bij ons voor, maar op het internationale forum.
Het is veel te gemakkelijk om hier met dat argument te
komen aandraven. Men moet dat op een totaal ander
niveau regelen. Het is al te gemakkelijk om het hier als
een koud kunstje van het Vlaams Blok voor te stellen.
Men kan via haar Wetboek Staatsburgerschap geen orde
op zaken stellen. Dat is een van de fundamentele rede-
nen waarom de regering onmogelijk op dergelijke voor-
stellen kan ingaan.
De heer Bert Schoofs (Vlaams Blok) : Mijnheer de
voorzitter, wat de fobie betreft die de heer Erdman aan
het Vlaams Blok verwijt, wil ik erop wijzen dat er geen
sprake is van een fobie. Als Vlaamse partij in Brussel
behalen wij de meerderheid van de Vlaamse stemmen.
Hij weet best wat ik bedoel. Wij behalen scores van om
en bij de 30%. Dit is uiteraard geen meerderheid, maar
het Vlaams Blok is alleszins de grootste partij.
Wat de heer Erdman verkondigt, is een fantasma. In zijn
verbeelding lopen wij nog altijd rond in uniformen met
swastika's. Ik heb liever dat hij het duidelijk zegt. Ik zeg
dat dit beeld niet klopt. Houd in godsnaam op met
dergelijke insinuaties en suggesties. Deze denkbeelden
mogen dan in de fantasiewereld van de heer Erdman
leven, het hoort zeker niet tot de wellevendheid hierover
in het parlement te spreken. Wat de fobie betreft, bewij-
zen de verkiezingsresultaten dat de Brusselse Vlamin-
gen in de verdrukking geraken.
Voorts wil ik even ingaan op de opmerking van de
minister over de dubbele nationaliteit. Ik wil de collega's
van Agalev en Ecolo erop wijzen dat een Turkse of een
Marokkaanse jongere, of een jongere met een andere
vreemde nationaliteit die ervoor kiest om de Duitse
nationaliteit aan te nemen, tussen de leeftijd van 18 en 23
jaar afstand kan doen van zijn oorspronkelijke nationali-
teit. (Onderbreking van mevrouw Fauzaya Talhaoui)
Dit is een Duitse wet, mevrouw Talhaoui kan het contro-
leren.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : En dat met een
groene regering ! (Onderbreking van mevrouw Fauzaya
Talhaoui)
De voorzitter : Mevrouw Talhaoui, indien u wenst te
repliceren, doe het dan kort.
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : De Marok-
kaanse wetgeving voorziet in de mogelijkheid van af-
stand van nationaliteit. (Onderbreking van mevrouw Fau-
zaya Talhaoui)
De heer Bart Laeremans (Vlaams Blok) : Wij hebben het
geverifieerd.
Mevrouw Fauzaya Talhaoui (AGALEV-ECOLO) : De mi-
nister kan hieraan niets veranderen, dit moet op interna-
tionaal vlak worden geregeld en is eigenlijk een taak voor
de Marokkaanse en Turkse wetgever.
De heer Bert Schoofs (Vlaams Blok) : Er wordt steeds
op aangedrongen - ook in internationale verdragen - om
de dubbele nationaliteit te vermijden. Met deze wet wordt
hiervan een karikatuur gemaakt. Vele mensen zullen
voordeel halen uit het feit dat zij de Belgische nationaliteit
krijgen zonder afstand te moeten doen van hun oorspron-
kelijke nationaliteit. De minister verwijt ons dat wij aan
een fobie lijden en dat deze toestand geen problemen zal
opleveren. Ik kan hem met zekerheid zeggen dat Milli
Go¨ru¨s en de Grijze Wolven in Beringen sterk genoeg zijn
om op korte of op middellange termijn een islamitische
partij uit de grond te stampen. Ze doen overigens geen
enkele moeite om dit te verhullen. Aangezien de Belg
geworden vreemdelingen de stemplicht verwerven, werkt
de minister de problemen in de hand.
M. Claude Desmedt (PRL FDF MCC) : Monsieur le
pre´sident, je voudrais, en tant que mandataire bruxellois,
protester contre les propos de M. Schoofs qui pre´tend
que les Flamands sont opprime´s a` Bruxelles.
En fait, les Flamands sont minoritaires a` Bruxelles mais
ils sont prote´ge´s le´galement : il n'y a aucune oppression
a` leur e´gard. Il faudrait donc tout de me^me veiller a` ne
pas se livrer ici a` des exce`s de langage.
Le vote sur les amendements et les articles 1 a` 14 est
re´serve´.
De stemming over de amendementen en de artikelen 1
tot 14 wordt aangehouden.
Le pre´sident : La discussion des articles est close. Le
vote sur les amendements et les articles re´serve´s ainsi
que sur l'ensemble aura lieu ulte´rieurement.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming
over de aangehouden amendementen en artikelen en
over het geheel zal later plaatsvinden.
Nous passons a` la discussion des articles du projet de loi
n° 293.
Wij vatten de bespreking van de artikelen aan van het
wetsontwerp nr. 293.
20
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
pre´sident
Le texte adopte´ par la commission sert de base a` la
discussion des articles. (Rgt 66,4)
De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis
voor de bespreking van de artikelen. (Rgt 66,4) (293/5)
Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in
wets-
ontwerp tot wijziging van de artikelen 569 en 628 van het
Gerechtelijk Wetboek
.
L'intitule´ a e´te´ modifie´ par la commission en
projet de loi
modifiant les articles 569 et 628 du Code judiciaire
.
Le projet de loi compte 4 articles.
Het wetsontwerp telt 4 artikelen.
Amendements de´pose´s :/Ingediende amendementen :
Art. 3bis (nouveau-nieuw) :
n° 4 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van de
Casteele/nr. 4 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele(293/3).
Art. 3ter (nouveau-nieuw) :
n° 5 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van de
Casteele/nr. 5 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele(293/3).
Art. 4 :
n° 1 de M. Karel Van Hoorebeke et Mme Annemie Van de
Casteele/nr. 1 van de heer Karel Van Hoorebeke en
mevrouw Annemie Van de Casteele (293/2);
n
os
3 et 2 de M. Bart Laeremans/nrs. 3 en 2 van de heer
Bart Laeremans(293/3).
Quelqu'un demande-t-il la parole sur ces amende-
ments ? (Non)
Vraagt iemand het woord over deze amendementen ?
(Nee)
- Les articles 1 a` 3 sont adopte´s article par article.
- De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangeno-
men.
Le vote sur les amendements et l'article 4 est re´serve´.
De stemming over de amendementen en artikel 4 wordt
aangehouden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les
amendements et l'article 4 re´serve´s ainsi que sur l'en-
semble aura lieu ulte´rieurement.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming
over de aangehouden amendementen en het aangehou-
den artikel 4 en over het geheel zal later plaatsvinden.
La se´ance est leve´e.
De vergadering is gesloten.
- La se´ance est leve´e a` 15.55 heures. Prochaine se´ance
ple´nie`re jeudi 20 janvier 2000 a` 14.15 heures.
- De vergadering wordt gesloten om 15.55 uur. Volgende
plenaire
vergadering
donderdag
20
januari
2000
om 14.15 uur.
HA 50
PLEN 035
21
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
22
HA 50
PLEN 035
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
BIJLAGE
ANNEXE
PLENAIRE VERGADERING
SEANCE PLENIERE
WOENSDAG 19 JANUARI 2000
MERCREDI 19 JANVIER 2000
INTERNE BESLUITEN
DE
uCISIONS INTERNES
VOORSTELLEN
Toelating tot drukken
Rgt art 64-2
1. Wetsvoorstel (mevrouw Annemie Van de Casteele) tot
wijziging van de artikelen 46 en 53, § 5, van de wet van
15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
nr.386/1.
2. Wetsvoorstel (de heren Filip De Man, Hagen
Goyvaerts en Luc Sevenhans) tot wijziging van de pro-
vinciewet, nr. 387/1.
3. Wetsvoorstel (de heren Gerolf Annemans en Filip De
Man) tot versoepeling van de vervolgingen en opsporin-
gen in het kader van het drugsbeleid, nr. 388/1.
4. Wetsvoorstel (de heren Gerolf Annemans en Filip De
Man) tot verstrenging van de straffen zoals bepaald in de
wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen
van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende midde-
len, ontsmettingsstoffen en antiseptica, nr. 389/1.
5. Wetsvoorstel (mevrouw Magda De Meyer) betreffende
de rechten van de patie¨nt, nr.390/1.
6. Voorstel van resolutie (de heer Daniel Bacquelaine)
betreffende de uitlevering van generaal Augusto Pino-
chet Ugarte, nr.391/1.
PROPOSITIONS
Autorisation d'impression
Rgt art 64-2
1. Proposition de loi (Mme Annemie Van de Casteele)
modifiant les articles 46 et 53, §5, de la loi du 15 juin 1935
concernant l'emploi des langues en matie`re judiciaire,
n° 386/1.
2. Proposition de loi (MM. Filip De Man, Hagen Goyvae-
rts et Luc Sevenhans) modifiant la loi provinciale,
n° 387/1.
3. Proposition de loi (MM. Gerolf Annemans et Filip De
Man) assouplissant les re`gles relatives aux poursuites et
aux recherches dans le cadre de la politique en matie`re
de drogue, n° 388/1.
4. Proposition de loi (MM. Gerolf Annemans et Filip De
Man) renforc¸ant les peines pre´vues par la loi du 24 fe´vrier
1921 concernant le trafic des substances ve´ne´neuses,
soporifiques, stupe´fiantes, de´sinfectantes ou antisepti-
ques, n° 389/1.
5. Proposition de loi (Mme Magda De Meyer) relative aux
droits du patient, n° 390/1.
6. Proposition de re´solution (M.
Daniel Bacquelaine)
relative a` l'extradition du ge´ne´ral Augusto Pinochet
Ugarte, n° 391/1.
HA 50
PLEN 035
23
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
PLENAIRE VERGADERING
SEANCE PLENIERE
WOENSDAG 19 JANUARI 2000
MERCREDI 19 JANVIER 2000
MEDEDELINGEN
COMMUNICATIONS
REGERING
Interdepartementale Commissie Duurzame
Ontwikkeling
Bij brief van 12 januari 2000 zendt de staatssecretaris
voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, toegevoegd
aan de minister van Mobiliteit en Vervoer, met toepassing
van artikel 4, § 1, van de wet van 5mei1997 betreffende
de coo¨rdinatie van het federale beleid inzake duurzame
ontwikkeling, het voorontwerp over van federaal plan
inzake duurzame ontwikkeling 2000-2003 van de Inter-
departementale Commissie Duurzame Ontwikkeling.
Rondgedeeld en verzonden naar de commissie voor het
Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de
nationale wetenschappelijke en culturele Instellingen, de
Middenstand en de Landbouw, naar de commissie voor
de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappe-
lijke Hernieuwing, naar de commissie voor de Sociale
Zaken en naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen
RAPPORT-AANBEVELINGEN
Werkgroep inzake de detentie van - al dan niet
begeleide - minderjarigen in gesloten centra voor
illegaal in het land verblijvende vreemdelingen
Bij brief van 16 december 1999 zendt de algemeen
afgevaardigde van de Franse Gemeenschap voor de
rechten van het kind het rapport-aanbevelingen over van
de werkgroep die zich buigt over de detentie van - al dan
niet begeleide - minderjarigen in gesloten centra voor
illegaal in het land verblijvende vreemdelingen.
Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse
Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt
RESOLUTIES
Europees Parlement
Bij brief van 13 januari 2000 zendt de secretaris-generaal
van het Europees Parlement de teksten over van acht
resoluties en e´e´n besluit aangenomen door deze
vergadering :
GOUVERNEMENT
Commission interde´partementale
du De´veloppement durable
Par lettre du 12 janvier 2000, le secre´taire d'Etat a`
l'Energie et au De´veloppement durable, adjoint a` la
ministre de la Mobilite´ et des Transports, transmet, en
exe´cution de l'article 4, § 1er, de la loi du 5mai1997 re-
lative a` la coordination de la politique fe´de´rale de de´ve-
loppement durable, l'avant-projet de plan pour un de´ve-
loppement
durable
2000-2003
de
la
Commission
interde´partementale du De´veloppement durable.
Distribution et renvoi a` la commission de l'Economie, de
la Politique scientifique, de l'Education, des Institutions
scientifiques et culturelles nationales, des Classes
moyennes et de l'Agriculture, a` la commission de la
Sante´ publique, de l'Environnement et du Renouveau de
la Socie´te´, a` la commission des Affaires sociales et a` la
commission des Relations exte´rieures
RAPPORT-RECOMMANDATIONS
Groupe de travail relatif a` la de´tention des mineurs,
accompagne´s et non accompagne´s,
dans les centres ferme´s pour e´trangers
en situation ille´gale
Par lettre du 16 de´cembre 1999, le de´le´gue´ ge´ne´ral de la
Communaute´ franc¸aise aux droits de l'enfant transmet le
rapport-recommandations du groupe de travail relatif a` la
de´tention des mineurs, accompagne´s et non accompag-
ne´s, dans les centres ferme´s pour e´trangers en situation
ille´gale.
Renvoi a` la commission de l'Inte´rieur, des Affaires
ge´ne´rales et de la Fonction publique
RE
´ SOLUTIONS
Parlement europe´en
Par lettre du 13 janvier 2000, le secre´taire ge´ne´ral du
Parlement europe´en transmet le texte de huit re´solutions
et une de´cision adopte´es par cette assemble´e :
24
HA 50
PLEN 035
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000
1. resolutie over de derde ministersconferentie van de
Wereldhandelsorganisatie in Seattle;
2. resolutie over het vredesproces in Sierra Leone;
3. resolutie over de Europese Raad te Helsinki;
4. resolutie over Indonesie¨;
Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen en naar het Adviescomite´ voor de Euro-
pese Aangelegenheden
5. resolutie over de ratificatie van het Verdrag van Rome
tot
oprichting
van
een
permanent
internationaal
Strafgerechtshof;
Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen, naar de commissie voor de Justitie en naar
het Adviescomite´ voor de Europese Aangelegenheden
6. besluit over het onderzoek van de geloofsbrieven na
de vijfde rechtstreekse verkiezing van de leden van het
Europees Parlement, van 10 tot en met 13 juni 1999;
Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen, naar de commissie voor de Justitie, naar
de commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Alge-
mene Zaken en het Openbaar Ambt en naar het Advies-
comite´ voor de Europese Aangelegenheden
7. resolutie over klimaatsverandering : follow-up van de
5de conferentie van de partijen bij de UNFCC (Bonn, 25
oktober tot en met 5 november 1999);
8. resolutie over de overstromingen in Zuid-Frankrijk;
Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen, naar de commissie voor de Volksgezond-
heid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing
en
naar
het
Adviescomite´
voor
de
Europese
Aangelegenheden
9. wetgevingsresolutie betreffende het voorstel voor een
besluit van de Raad tot sluiting van de Overeenkomst
betreffende de vaststelling van mondiale technische re-
glementen voor wielvoertuigen, uitrusting en onderdelen
die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wiel-
voertuigen (
Parallelle Overeenkomst).
Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen, naar de commissie voor de Infrastructuur,
het Verkeer en de Overheidsbedrijven en naar het Ad-
viescomite´ voor de Europese Aangelegenheden
1. re´solution sur la troisie`me confe´rence ministe´rielle de
l'Organisation mondiale du commerce a` Seattle;
2. re´solution sur le processus de paix en Sierra Leone;
3. re´solution sur le Conseil europe´en d'Helsinki;
4. re´solution sur l'Indone´sie;
Renvoi a` la commission des Relations exte´rieures et au
Comite´ d'avis charge´ de Questions europe´ennes
5. re´solution sur la ratification du traite´ de Rome cre´ant
un tribunal pe´nal international permanent;
Renvoi a` la commission des Relations exte´rieures, a` la
commission de la Justice et au Comite´ d'avis charge´ de
Questions europe´ennes
6. de´cision sur la ve´rification des pouvoirs a` la suite de la
cinquie`me e´lection directe du Parlement europe´en, du
10 au 13 juin 1999;
Renvoi a` la commission des Relations exte´rieures, a` la
commission de la Justice, a` la commission de l'Inte´rieur,
des Affaires ge´ne´rales et de la Fonction publique et au
Comite´ d'avis charge´ de Questions europe´ennes
7. re´solution sur les changements climatiques : suivi de
la cinquie`me confe´rence des Parties a` la Convention-
cadre des Nations unies sur les changements climati-
ques (Bonn, 25octobre au 5novembre1999);
8. re´solution sur les inondations dans le Sud de la
France;
Renvoi a` la commission des Relations exte´rieures, a` la
commission de la Sante´ publique, de l'Environnement et
du Renouveau de la Socie´te´ et au Comite´ d'avis charge´
de Questions europe´ennes
9. re´solution le´gislative sur la proposition de de´cision du
Conseil relative a` la conclusion de l'accord concernant
l'e´tablissement de re`glements techniques mondiaux ap-
plicables aux ve´hicules a` roues, ainsi qu'aux e´quipe-
ments et pie`ces qui peuvent e^tre monte´s et/ou utilise´s sur
les ve´hicules a` roues (
Accord paralle`le).
Renvoi a` la commission des Relations exte´rieures, a` la
commission de l'Infrastructure, des Communications et
des Entreprises publiques et au Comite´ d'avis charge´ de
Questions europe´ennes
HA 50
PLEN 035
25
19-01-2000
KAMER - 2e ZITTING VAN DE 50e ZITTINGSPERIODE
CHAMBRE - 2e SESSION DE LA 50e LEGISLATURE
1999
2000