Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

zondag 23 december 2007

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

dimanche 23 décembre 2007

 

Matin

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 10.06 uur en voorgezeten door de heer Herman Van Rompuy.

La séance est ouverte à 10.06 heures et présidée par M. Herman Van Rompuy.

 

Tegenwoordig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Guy Verhofstadt, Didier Reynders, Yves Leterme.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Ulla Werbrouck, wegens ambtsplicht / pour devoirs de mandat;

Sarah Smeyers, zwangerschapsverlof / congé de maternité.

 

Collega’s, welkom op deze zondagmorgen.

 

01 Bespreking van de verklaring van de regering

01 Discussion de la déclaration du gouvernement

 

Aan de orde is de bespreking van de verklaring van de regering.

L'ordre du jour appelle la discussion de la déclaration du gouvernement.

 

01.01  Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Mijnheer de voorzitter, ik meen dat wij kunnen beginnen, of niet? Ongeveer alle eerste ministers zijn er: alle kandidaat-eerste ministers en aanstaande eerste ministers zijn er, ik meen dus dat wij kunnen beginnen.

 

Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik moet om te beginnen al de collega’s bedanken, uit alle politieke fracties, die de afgelopen dagen naar mij zijn gekomen met allerlei ideeën voor mijn toespraak. Er waren heel wat constructieve ideeën bij, gaande van “de kerstkalkoen” tot “de paashaas”, “de aprilvis”. “Geen verrijzenis zonder kruisiging”, dat was voor de heer Leterme bedoeld. “Heimwee naar de oppositie”, “Zelfs Hugo Schiltz haalde nog wetsontwerpen binnen voor hij zich in een regering waagde”. Dat was meer voor N-VA bedoeld. “Het paaslam dat geslacht wordt.” “De blanco cheque van een regering zonder programma.”, “De os en de ezel.” Dat was ook een heel goeie. “De kerstman en zijn rendier.” Bollie en Billie…”

 

Allemaal erg bedankt, goede collega’s, voor die vele ideeën waarvan ik er een heel deel zal kunnen verwerken in deze toespraak over de hoe dan ook merkwaardige situatie waarin wij ons bevinden.

 

Ik moet al die collega’s bedanken, want zij illustreren eigenlijk door de suggesties die zij hebben gedaan, hoe weinig groot de samenhang is in de groep die zich nu manifesteert als regering. Ik dank hen daar dus voor.

 

Het was natuurlijk even wennen voor de collega’s van CD&V, dat hebben we kunnen zien aan het applausincident. Het is niet zo moeilijk om dergelijk akkoord in abstractum in de stille kamers van de partijlokalen goed te keuren en te zeggen dat men er wil aan beginnen. Dat is niet zo moeilijk. Als men dan hier in de spots komt en lijfelijk moet zien hoe Verhofstadt naar voren komt en als men weet dat men alles wat hij zegt goed moet vinden en aan het einde moet applaudisseren, dan is dat inderdaad nog even wennen. Maar zoals Hendrik Bogaert heeft gezegd, degene die nu sinds enkele uren ook Brave Hendrik moet worden genoemd in de betekenis van het West-Vlaamse bier: “We kunnen moeilijk meteen een mini-wave inzetten, dus dames en heren van de VLD en van de rest van de meerderheid, wacht nog even, we zullen dat wel leren, applaudisseren voor Guy Verhofstadt”.

 

Globaal genomen kunnen we vaststellen, zoals we dat hier fysiek hebben kunnen vaststellen op het kleine incident met het applaus na, dat de bocht is genomen. De staatsbehoudende krachten in CD&V hebben het gehaald en daar staat dus die regering. Men weet nog niet precies wat er in de hoofden van de ministrabelen of geministreerden omgaat, in de hoofden van die CD&V’ers. Ik probeer mij dat voor te stellen. Als men aandachtig kijkt, ziet men dat toch. Ik heb dat zelf voor de eerste keer gezien in de studio van Terzake. Voor ik daar een kort debatje had, kon ik een filmpje aanschouwen met Pieter De Crem die zijn eerste stappen zet als minister van Landsverdediging. Men kon het aan hem zien – hij is van hieruit als fractievoorzitter vertrokken naar het ambt en ik heb hem toen vaarwel gewenst – hoe hij de dag nadien met een verzaligde blik het kabinet binnenschreed en de trappen van Flahaut opging. Dat was een bijna mystieke ervaring die hij onderging. De transformatie was volledig: hij schreed als een boeddhistische monnik, alsof hij over lucht wandelde.

 

Wanneer men dat aandachtig bekijkt, ziet men dat het bestijgen van de kabinetstrappen iets doet met zo’n man. Dan ziet men dat die transformatie, die bocht die CD&V moest nemen, genomen is.

 

Men kon dat ook zien, weliswaar wat minder openlijk, aan de vreugde van Yves Leterme op de voorpagina van Het Laatste Nieuws gisteren, aan het dansje dat hij deed in het koninklijk paleis met de armen in de lucht.

 

“Eindelijk” zag men ze denken. “We zijn het, we zijn erdoor, het is gebeurd, we zijn gearriveerd waar we wilden uitkomen”. En misschien zit er in hun achterhoofd wel iets van “Hoe is het eigenlijk op het einde toch nog zo vlug kunnen gebeuren? Hoe is het eigenlijk gebeurd dat wij hier nu toch nog, tegen alle verwachtingen in, minister zijn kunnen worden?” Dat is wat men in hun ogen nog kan ontwaren, slechts heel ver, want in hoofdzaak ziet men toch die tevredenheid.

 

Goede collega’s van CD&V, ik zal u vertellen hoe die omschakeling zo snel is kunnen gebeuren. Dat heeft een reden: u hebt zich uiteindelijk bij de hand laten nemen door de bekwame gids, niet de bekwame gids die Jean-Luc Dehaene zichzelf noemde bij de laatste verkiezingscampagne, maar door een nog veel bekwamere gids, namelijk Guy Verhofstadt.

 

U hebt zich bij de hand laten nemen door Guy Verhofstadt. U hebt hem het stuur van uw politieke loopbaan in handen gegeven. Zodra u dat had gedaan, is het inderdaad heel snel gegaan.

 

Die man, die Guy Verhofstadt, heeft u geleerd wat het verschil is tussen uw geweten en uw politieke loopbaan. Zodra u van hem hebt geleerd dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen uw politiek geweten en uw politieke loopbaan, is het in orde gekomen met uw politieke loopbaan. De ministeriële loopbaan van de CD&V’ers is uiteindelijk toch, against all odds, van start gegaan.

 

Guy Verhofstadt is u trouwens in die methodiek niet alleen nu voorgegaan, hij is u daarin al voorgegaan in 1999. Reeds in 1999 heeft hij u getoond wat u moet doen met de principes, met wat u aan de kiezer hebt beloofd. Dat moet u daar onmiddellijk achterlaten.

 

Zodra u dat doet - en hij heeft dat acht jaar lang gedaan -, is het vormen van een federale regering in België helemaal geen enkel probleem. Dat gaat vlot. Dat gaat op veertien dagen. Ik denk niet dat Verhofstadt ooit langer dan veertien dagen heeft gedaan over het vormen van zijn federale regeringen.

 

Het enige wat u hebt moeten doen, is doen wat Verhofstadt altijd heeft gedaan, met name vergeten wat u uw kiezers hebt beloofd, uw principes opzij zetten en ervoor gaan. Zet dat allemaal opzij. Ga nu maar meteen in die regering en we zien dan wel hoe het verder afloopt.

 

Wat het model-Verhofstadt betreft, dat is wat u van hem hebt geleerd. Als u het zich dus nog zou afvragen, ik heb het u bij deze uitgelegd. Daarom is het op het einde zo vlot gegaan.

 

Eigenlijk had u daarmee zelf al een beetje ervaring in 2004, mijnheer Leterme. U zou toen ook niet in een Vlaamse regering stappen zonder dat Brussel-Halle-Vilvoorde zou zijn gesplitst. Toen zei u ook al: laten wij er maar in stappen en wij zullen wel zien. In feite doet u nu net hetzelfde. U vergeet de staatshervorming. U vergeet zelfs andermaal Brussel-Halle-Vilvoorde. U stapt opnieuw in de regering en u zult wel zien hoe het afloopt. Getransformeerd bent u dus in de echte Belgische politiek, naar het voorbeeld van Verhofstadt, uw bekwame gids. Getransformeerd bent u tot een soort van politieke belgitude. Dat is natuurlijk zeer specifiek voor de Belgische situatie. In de hele wereld, in alle democratieën, is een politicus die zijn principes vasthoudt, die zich als het ware aan zijn principes vastklampt en er ook naar handelt, iemand die door de bevolking wordt toegejuicht, iemand die zijn verantwoordelijkheid neemt. Dat is in heel de wereld een staatsman of een staatsvrouw. In België is dat echter andersom. Als men in België wordt opgeroepen om zijn verantwoordelijkheid te nemen – dat is de laatste weken, zeker aan Franstalige kant ettelijke keren gebeurd – dan bedoelt men het omgekeerde. Men moet dan zijn principes achterlaten. Men moet zijn principes loslaten. Verantwoordelijkheid nemen betekent hier dat men moet vergeten want men aan de kiezers heeft beloofd en dat men in de regering moet stappen. Dat betekent verantwoordelijkheid nemen in de terminologie van de belgitude.

 

Ik heb de voorbije week in een aantal commentaren gehoord dat zij eindelijk hun verstand hebben teruggevonden. In heel de wereld is een politicus die zijn verstand gebruikt, iemand die zijn principes vasthoudt en ernaar handelt. Alleen in België is dat niet zo. Het verstand terugvinden betekent zijn principes vergeten en in een regering stappen, zelfs zonder een programma. Een omgekeerde wereld. Dus, goede collega’s van CD&V, het is op die manier dat u bent terechtgekomen in die gelukzalige toestand die u kon zien in de ogen van Pieter De Crem als u naar Terzake hebt gekeken.

 

Vandaar dat het op het laatste moment toch nog snel ging. U volgde de bekwame gids. Ik moet u echter wel een waarschuwing toezenden, die u niet mag vergeten. De Vlaamse bevolking mag dan wel in een omgekeerd land leven waar de criteria inzake getrouwheid aan de principes worden omgekeerd, maar de Vlaamse kiezer is natuurlijk wel een echte mens. De Vlaamse kiezer straft zoiets af. Het is niet omdat hij in dat omgekeerde land leeft, dat hij electoraal uiteindelijk niet de rekening aanbiedt.

 

Die Vlaamse kiezer blijft wie hij is. Neem het voorbeeld van uw ervaren gids, uw grote roerganger Guy Verhofstadt, niet als een aanbeveling van mijnentwege, maar let op de gevolgen ervan: als men eerste minister of minister wil worden op federaal niveau, dan moet men bereid zijn zijn kiezers achter te laten en ze dus ook ipso facto te verliezen. Dat is een kleine waarschuwing bij deze korte inleiding.

 

Ik heb Guy Verhofstadt hier eergisteren aandachtig beluisterd. U ook natuurlijk, want u moest nagaan of u zou applaudisseren of niet. Ik heb hem aandachtig beluisterd en dacht bij mijzelf hoe doorzichtig het allemaal was. Ik weet niet, goede collega’s van de CD&V, of het u is opgevallen – het was heel subtiel – hoe doorzichtig het was. Mij is het in ieder geval opgevallen.

 

Ik kijk naar de plaats waar nu Servais Verherstraeten zit. Welgekomen, goede collega.

 

Ik moet toch nog even wennen. Ik zie dat het iemand van het ACW geworden is. Brave Hendrik troost zich met de gedachte dat het maar met één stem verschil is geweest. Ik moet mij niet met uw interne aangelegenheden bemoeien, maar als men de zes N-VA’ers ervan aftrekt, die waarschijnlijk toch voor Bogaert zullen gestemd hebben, dan mag ik toch wel zeggen dat het ACW het heft terug in handen heeft genomen.

 

Mijnheer Doomst, bent u ook van het ACW? U zit daar namens Brussel-Halle-Vilvoorde waarschijnlijk.

 

In alle ernst, van op de plaats waar nu Servais Verherstraeten zit, is Leterme vertrokken als fractieleider van de CD&V uit deze Kamer en hij komt hier nu terug binnen. Ik roep hem tot getuige. Hij zal zich toch nog wel herinneren hoe vaak hij van op de plaats van Servais Verherstraeten Verhofstadt heef aangehoord en hoe vaak Verhofstadt gedaan heeft alsof in 1999 de wereld ontstaan was, goede collega’s. Het was subtiel, maar eergisteren hoorde ik Verhofstadt plots zeggen dat het herstelbeleid al vijftien jaar bezig is. Hebt u het gehoord? Het was al vijftien jaar bezig. Als ik een CD&V’er zou zijn, zou ik die Verhofstadt van u een komediant vinden. Ik heb hem in acht jaar tijd nooit zelfs maar de geringste erkenning of verwijzing horen doen naar iets dat voor 1999 zou kunnen gebeurd zijn, tenzij om te zeggen dat het allemaal slecht was.

 

Nu schijnt er voor ’99 plots een herstelbeleid te zijn geweest. Dan denk ik – ik ben CD&V’er – in wat voor circus ben ik terechtgekomen? Wat voor komediant staat hier nu aan het hoofd van een regering waarvoor ik geacht word op het groene knopje te drukken, denk ik dan bij mezelf. Hebt u ook de manier aangevoeld waarop hij doet alsof hij de uitvinder, de krachtige ondersteuner of de begeleider van de dialoog is en dat dialoog in dit land iets is dat afwezig was voor hij hier op het spreekgestoelte stond. Integendeel, het wantrouwen, de chaos, de wanorde, dat was wat zes maanden lang door CD&V was gecreëerd voor hij hier kwam. Zes maanden lang was het land in chaos gestort, in wanorde en in wantrouwen. Dat wantrouwen is nu allemaal weg want – applaudisseren of niet – nu staat u achter een regering-Verhofstadt. Dan denk ik – ik ben CD&V’er – wat voor komediant staat daar voor mij. In wat voor circus ben ik terechtgekomen? Dan denk ik dat het misschien wel logisch is dat er niet wordt geapplaudisseerd omdat men nog moet wakker worden in dat circus, in die komedianterij.

 

De zaak van de communautaire nota. Leterme heeft het nu op zich genomen. Hij heeft gezegd dat hij het wist, dat zijn partij het niet wist en dat het een communicatieprobleem was. In essentie is het zo dat Verhofstadt – het doet er eigenlijk niet toe of hij het Leterme heeft gezegd of niet – zegt dat het tot nu toe allemaal geknoei is geweest: “Hij kan het niet, ik zal eens tonen hoe men een communautaire dialoog op gang brengt. Ik zal een nota schrijven en u zult zien hoe het, zoals bij de vorming van deze regering, eens zal vooruitgaan”. In die sfeer, ongeacht de vraag of Leterme ervan afwist of niet want dat doet er eigenlijk niet toe, weet men natuurlijk wat men zal krijgen. Die VLD’ers hebben u wel zes maanden gevolgd. Soms was die Somers nog Vlaamser dan jullie. Soms sprong die Somers nog vlugger op het Vlaamse theater dan jullie. Hij stak u soms aan uw Vlaamse kant voorbij. De VLD liet geen enkele kans onbenut om te zeggen dat zij de echte mensen van de communautaire doorbraak waren. Hij heeft zes maanden gezwegen maar nu hij het communautaire heft in handen neemt, goede collega’s van CD&V, nu hij de leiding in handen neemt en jullie geacht worden hem te volgen, nu weet u waar u communautair terecht zult komen. Dat weet u toch? U zult terechtkomen bij de kleinzoon van Willy De Clercq, bij de toekomstige aanbidders van de federale kieskring. Daar zult u terechtkomen.

 

Het volstaat het communautaire programma van de VLD vast te pakken en te zien wat er u te wachten staat, wat voor een schamele habbekrats er zal overblijven van al uw communautaire beloftes. U weet dat nu al. Ik ben hier zelfs niet nodig om u daarvoor te waarschuwen.

 

Reynders heeft het nog eens onderstreept. Er ging de laatste drie weken langs Franstalige kant geen enkel debat voorbij zonder dat Reynders zei dat hij samen met Guy Verhofstadt campagne had gevoerd. Ze hadden dat samen gedaan, ze hadden dat Belgisch gedaan, over de taalgrenzen heen en in dialoog, enzovoort. De profielen van die staatshervorming die de heer Verhofstadt, uw grote leider en roerganger, in zijn nota zal gieten, kent u nu al. Het gaat daarbij inderdaad om de federale kieskring, het herfederaliseren van bevoegdheden en het uitbreiden van de Brusselse gemeenten. U weet dat dit op de agenda zal komen want de VLD is daarmee naar de kiezer gegaan. U weet toch wat voor gasten dat zijn waarmee u nu in bed duikt, die nu het communautaire heft uit uw handen hebben genomen en zeggen dat Guy Verhofstadt het nu zal doen? U weet toch wat voor gasten dat zijn? Dat zijn er die zes maanden gedaan hebben alsof ze Vlaamser waren dan u. U moest zich verdraaid aan de takken van de bomen vasthouden om nog Vlaamser te kunnen blijven dan die VLD. Dat zijn echter dezelfden die naar de kiezer zijn gegaan met een minimumprogramma dat communautair op niets gelijkt.

 

Als CD&V’er zou ik mij afvragen in wat voor een komedie, in wat voor een circus ik ben terechtgekomen en of ik daarvoor straks wel zal kunnen applaudisseren? Ga ik wel kunnen applaudisseren voor een VLD waarmee wij nu verder moeten? Een VLD die op minder dan 14 dagen tijd haar Vlaams jasje heeft verwisseld voor dat van de heer Reynders waarmee zij op communautair vlak samen campagne heeft gevoerd?

 

Ik zou echt niet graag CD&V’er zijn geweest, eergisteren. Ik denk bijvoorbeeld aan het punt over de koopkracht. Weet iemand van u, goede collega’s van CD&V en N-VA, wat dat betekent, wat dat zal inhouden? Een begroting voor 2008. Weet iemand in welke richting die zal gaan? Kan iemand mij zeggen of daarover werd onderhandeld? Nee, dat is een volledige blanco cheque. Wat voor een begroting zal dat zijn? Een linkse? Een rechtse? U gaat een begroting met de PS moeten maken. Het wordt een begroting met mevrouw Onkelinx die uw handje zal vasthouden. Wat een hallucinante wereld en wat een vaag gedoe. Een regeerverklaring met een belofte over koopkracht, waarvan niemand weet hoe die moet worden gerealiseerd en een begroting waarvan niemand weet wat de krachtlijnen zullen zijn. Ik zou niet graag CD&V’er zijn geweest, eergisteren.

 

Er zijn ook dingen die echt steken in die regeringsverklaring van Verhofstadt.

 

Ik geef het voorbeeld: “De arbeidsmarkt organiseren.” Dan luister ik. Dan denk ik: nu volgt een paragraaf over het voorbereiden van een stap naar autonomie, of zoiets, maar neen: de vage praatjes die wij hier al acht jaar hebben gehoord over de arbeidsmarkt, die federaal georganiseerd zal worden.

 

Nu moet u zich maar eens voorstellen wat die kiezer denkt, die uw leider Yves Leterme – ik was al in de war: Guy Leterme, zei ik bijna – de boer op heeft zien gaan.

 

Yves Leterme, herinner u het debat met Elio Di Rupo, dat rechtstreeks voor de tv-camera’s werd vertaald voor RTL, waar u briljant – waarvoor de kiezer u ruim heeft beloond – Di Rupo klem wist te zetten. Het enige wat hij kon doen was met zijn strikje draaien en een beetje glimlachen. U wist hem klem te zetten met de vergelijking tussen West-Vlaanderen en Charleroi. Herinnert u zich nog met welke boodschap over de arbeidsmarkt u naar de Vlaamse kiezer bent gegaan?

 

Zelfs sp.a sloot zich bij u aan en versterkte, in een groot Vlaams front, de hervorming van de arbeidsmarkt. Wanneer ik dan aanvoel dat hier Guy Verhofstadt het lef heeft te doen alsof hij op drie maanden de arbeidsmarkt zal organiseren, terwijl u aan de Vlaamse kiezer meer dan een jaar lang hebt uitgelegd dat er in de federale arbeidsmarkt niets meer te organiseren valt, zonder dat er autonomie voor Vlaanderen komt, denk ik zoals eergisteren: “Ik zou niet graag CD&V’er zijn.” “In wat voor circus,” zou ik denken, “ben ik terechtgekomen?”

 

In de kerstsfeer – natuurlijk zit u allemaal in de kerstsfeer, met de kerstboom en Jingle Bells – blijft het voor de kiezer, waarvan u hoopt dat die alleen maar in de winkels rondwaart op zoek naar kerstversiering, fundamenteel, in zijn buik, hallucinant dat u van het noodzakelijke – u bent immers naar de kiezer gegaan met de boodschap wat er noodzakelijk was om hervormingen te kunnen realiseren, om onze arbeidsmarkt te organiseren, om onze pensioenen te kunnen blijven vrijwaren, onze sociale zekerheid op gang te houden en onze economie te herlanceren – geruisloos bent overgeschakeld naar het haalbare, wat de Franstaligen u duidelijk hebben gemaakt dat haalbaar is.

 

De beperkingen van wat u aan de kiezer hebt beloofd, hebt u nu ontmoet, op de meest hallucinante manier, want u moet nu een regering steunen die Guy Verhofstadt hier komt presenteren. U bent zeer goed op de hoogte van de manier waarop uw CVP ten onder is gegaan in het moeras van het haalbare. U weet zeer goed hoe uw CVP heeft geregeerd tot zij kapot was. U weet zeer goed – zeker Herman Van Rompuy, want het was zijn boodschap toen hij partijvoorzitter was: “Wij doen wat ons de nek zal breken, maar wij doen het om het land overeind te houden.” – hoe uw CVP kapot is geregeerd. U weet zeer goed hoe zij is kapotgegaan aan het Belgische haalbare. En toch doet u nu opnieuw hetzelfde.

 

Toch laat u het noodzakelijke, datgene dat u aan Vlaanderen hebt wijsgemaakt dat het noodzakelijk is voor de toekomst, achter voor het haalbare.

 

Voor mij is het dus ook hallucinant dat u geen enkele les hebt getrokken uit het verleden. Integendeel, dat u met nog meer verdwazing dan ooit, omwille van wat dan ook – ik zal de analyse straks maken – besloten hebt in het ijle te springen. Ik herhaal dat u dit doet met meer verdwazing dan ooit want zelfs Dehaene had nog zijn Sint-Michiels-akkoorden, zelfs Martens en Dehaene hadden op een of andere manier nog altijd een soort van schaamlap om te zeggen wij doen het hiervoor. De verhouding was helemaal zoek, maar u doet het zonder enige voorwaarde. Er is zelfs geen verhouding meer. Het is de eerste keer sinds de teloorgang van de CVP, maar zelfs van voordien, dat u als christendemocraten met die waan van het haalbare, van de staatsraison en van de noodzakelijkheid om te doen wat het land van u verlangt, dat u gewoonweg in het ijle springt. Ik heb het nog nooit zo straf gezien.

 

Ik weet overigens niet of u het zelf beseft – ik kan het niet meer zien, ik heb het daarnet beschreven in verband met collega De Crem – maar die verzaligde blik verblindt ook een beetje de analyse van wat jullie denken. Ik wacht dus nog een beetje maar u weet toch dat u opnieuw zult moeten vaststellen – alleen doet u het nu niet meer samen met mij, in de oppositie maar in de meerderheid – dat Verhofstadt een regering gaat leiden die wordt gedomineerd door de Franstaligen. Dat is in vele opzichten het geval. Deze keer wordt de pariteit zelfs niet gerespecteerd. Ik denk dat er in de rechtsleer, als u goed gaat zoeken, misschien wel voorbeelden zijn van regeringen waar de eerste minister in zijn taalgroep wordt geïntegreerd, maar dan was het altijd de minderheidstaalgroep zijnde de Franstaligen. Ik denk dat u terug moet gaan naar Leburton om nog zo'n voorbeeld te vinden. Dat de Vlaamse eerste minister echter wordt geïntegreerd in de Nederlandse taalgroep om aan een pariteit te komen, is du jamais vu. Ik zeg dus dat er hier geen pariteit is. Verhofstadt is geen Vlaming. Hij laat trouwens geen enkele kans voorbijgaan om dat uitdrukkelijk te onderstrepen. Hij is helemaal niets. Hij had dus minstens buiten die pariteitsregel moeten staan. De rechtsleer laat trouwens toe dat eerste minister uit die pariteitsregel wordt gehaald.

 

Maar ook Leterme is niets. Immers, Leterme heeft maar één kans om eerste minister te worden en dat is dat hij net zoals Verhofstadt, niets wordt. Dit is dus een regering met een pariteit van vijf Vlamingen en zeven Franstaligen. Als u zegt dat dit technische onzin is dan wil ik dit aannemen maar dit is geen politieke onzin. Het is een politieke realiteit. De dominantie van de Franstaligen staat gestempeld in de samenstelling van deze regering.

 

Er zijn trouwens ook veel meer Franstalige Kamerleden die uw regering zullen steunen dan Vlaamse dat zullen doen. Ook dat zal zijn effect niet missen. Maar bovenal is, natuurlijk, Verhofstadt de premier van de Franstaligen.

 

Ik heb de moeite nog eens genomen om het allemaal op te zoeken. Het illustratieve verleden laat ik daarbij even voor wat het is. Laurette Onkelinx, in het begin van het jaar: "Avec Verhofstadt, c'est génial!" Toen was hij de chouchou van de Franstaligen. Maar vooral op het laatst is het zeer opvallend geworden, op het ogenblik dat Leterme de handdoek in de ring moest gooien en langs Franstalige kant onbeschaamd werd gedebatteerd over zijn onbekwaamheid om wat dan ook te leiden. Hoe, met een gemak, alsof het een toverstokje was – het is natuurlijk geen toverstokje, maar een koninklijk bevel, dat weten we allemaal, maar goed – de krantentitels langs Franstalige kant verschenen, die zegden dat Verhofstadt de man is die het moet doen, "Verhofstadt Zorro", "Verhofstadt, maître-tailleur”, "Zorro est arrivé et il est pressé", "cet homme d'État a toutes les allures de Guy Verhofstadt car il a démontré qu'il ne roule pas que pour les seuls Flamands, que pour la seule Flandre, et qu'il n'avait pas comme programme la constitution d'un gouvernement de destruction nationale".

 

Met grote toeters en bellen werd er vanuit Franstalig België geroepen: "Geef ons Verhofstadt!" En wij, Vlamingen, dachten: dat kan niet. Maar enfin, ze zijn zot geworden. Waar halen ze het, Verhofstadt opnieuw? Dat kan toch niet, die man heeft de verkiezingen verloren! Iedereen met een normaal Vlaams buikgevoel zei dat het weer die typische wereldvreemdheid was van de Franstaligen, om op dit ogenblik om Verhofstadt te staan roepen.

 

Maar het gebeurde, en het resultaat zit hier! Ik vraag mij af: wat een verdwazing van die CD&V'ers, om te vergeten wat het Vlaamse buikgevoel was.

 

"Stop aux exclusives!" Lu dans "Vers l"Avenir", Laurette Onkelinx: "C'est quelqu'un qui a beaucoup de valeur. Il a montré sa capacité à gouverner le pays dans la paix communautaire". Ja, dat zal wel. Er was helemaal niets: geen vrede, geen oorlog, niets! De woestijn.

 

"Il a également su prouver qu'il connaissait bien les francophones et leur sensibilité". Ja, natuurlijk! Natuurlijk is dat de ideale man voor de Franstaligen! Natuurlijk stonden zij op het laatste te roepen: geef ons allemaal Verhofstadt. Dat verbaast niet; langs Vlaamse kant verbaast dat niet.

 

"L"anti-Leterme, Guy Verhofstadt, dispose d'une carte précieuse: la confiance des francophones". "L'Écho" van 4 december. Verhofstadt III op een moment dat er nog geen Verhofstadt III was. 4 december.

 

En "La Meuse": "Vive Verhofstadt III" … "Il restait donc un homme d'État" in "Le Soir".

 

Ik ga het u allemaal besparen. Franstalig België vraagt Verhofstadt. Doe die onbekwame Leterme weg, die man kan het namelijk niet. Daarover werd openlijk en tot in de details gedebatteerd. Daaraan werd openlijk toegevoegd dat alleen nog Verhofstadt geaccepteerd zou worden. Dat is wat er nu gebeurt.

 

En dan mag ik, als pover Vlaams lid van de oppositie die nog is overgebleven, niet vragen wat er met Leterme is gebeurd, of niet vragen wat er met zijn partij is gebeurd?

 

Ik mag dat toch nog vragen? U weet toch, goede collega’s, dat dit een regering is die zoals alle regeringen Verhofstadt – ik gebruik de woorden van de heer Leterme zelf toen hij op de bank van de heer Verherstraeten zat – door de Franstaligen wordt gedomineerd, door een eerste minister die door de Franstaligen wordt toegejuicht omdat hij een dienaar is geweest van de Franstalige belangen gedurende acht jaar. Die man verdient het vertrouwen, ja, maar van de Franstalige Kamerleden. Hoe kan het in vredesnaam zo zijn dat hij het vertrouwen verdient van die CD&V’ers van 11 juni 2007? Dat mag ik mij toch afvragen? Want bovenal, met het recept van deze regering maakt u het mij niet heel moeilijk.

 

Ik moet niet gaan kijken wat u hebt beloofd of afgesproken inzake communautaire aangelegenheden. Ik moet niks doen, ik moet alleen vaststellen dat u inzake Vlaamse eisen, inzake autonomie voor Vlaanderen niks op papier hebt, niks hebt gerealiseerd en dat u dus toch in die regering stapt. U laat daarmee een unieke historische kans voorbijgaan om een grote staatshervorming te realiseren, want Vlaanderen heeft daarvoor maar één sleutel in de hand: het vormen van een federale regering. Natuurlijk is het moeilijk om te blijven volhouden: het been stijf houden is niet iets wat men gedurende zes maanden moet doen en dan niet meer. Dat moet u tot op het einde doen, als u tenminste van plan bent om uw Vlaamse autonomie te realiseren. Dat is iets wat uw Dehaene van vroeger en wat uw Martens zeer goed wist: alle staatshervormingen die CD&V dan heeft gerealiseerd – bij monde van de voorzitter beroept u zich daar soms nog op – en waarvan ik dikwijls opposant was omwille van de interne complicaties en compensaties die ze met zich meebrachten, werden gerealiseerd naar aanleiding van de vorming van een federale regering.

 

Wat u nu doet is met een blanco cheque de sleutel uit handen geven. We zullen binnen drie maanden zien of u gelijk hebt als u zegt dat u pas over drie maanden zult zien, op het ogenblik dat de bel rinkelt. Ik weet een ding: als die verzaligde blik optreedt die ik heb gezien in de ogen van Pieter De Crem toen hij de trap van Flahaut besteeg, als die blik optreedt bij een CD&V’er of vroeger CVP’er, dan is het te laat. Dan zijn ze vertrokken. Dan ontstaat er een interne dynamiek die u met niets meer tegenhoudt. Dat kunt u niet meer terugdraaien. Die blinkende Mercedes van Flahaut staat daar. U weet dat u daarin gaat zitten en dat u daar niet meer uit zult geraken. Dat is het probleem en dat is wat ik u verwijt: u laat deze unieke kans voorbijgaan. Op de dynamiek van het regeren gokken de Franstaligen: laat ze er al maar aan beginnen.

 

Is het geen Mercedes, mijnheer De Crem? Ben ik verkeerd ingelicht? De heer De Crem reageert! Weet ik veel. Ik zeg Mercedes, maar het kan ook iets anders zijn.

 

Als de Franstaligen erop rekenen dat als men al in een regering stapt, er een dynamiek ontstaat, er appetijt ontstaat, als het ware een appetitis governementalis, vraag ik mij af waarom u dan op 8 november, toen net hetzelfde voorlag en de Koning de nota-Milquet in een persmededeling goot en sprak over een noodregering die de sociaaleconomische problemen zou regelen en een conventie waarin alles begraven zou worden, u hier toen in de internationale zaal, De Wever en Vandeurzen hand in hand, bent komen zeggen dat dit niet kon en dat men zeer goed moest noteren dat u niet in een regering stapte die de staatshervorming niet op papier zette?

 

Waarom hebt u dat dan allemaal gedaan? Waarvoor heeft dat dan allemaal gediend? Zeg mij waarom. Nadat u dat in de internationale zaal hebt gedaan, is de hetze tegen Leterme immers pas echt begonnen. Misschien zullen we dat lezen in zijn memoires, al moeten we daarop misschien 50 jaar wachten tot hij dood is, want dat is een schandalige episode, althans wat ik ervan heb gehoord. U zult natuurlijk nog meer weten. Na 8 november is de hetze tegen Leterme pas echt begonnen. Dan is de chaos van de teksten die Milquet over u heeft uitgegoten, pas echt begonnen. Dan is de sabotage pas echt begonnen. Ondertussen begon de Parti socialiste ook openlijk te solliciteren. Ik weet niet of jullie zich dat nog herinneren.

 

Ik heb toen een kleine column geschreven op mijn webstek, waaruit ik nog even zal citeren: “Na het interview met Elio Di Rupo in het RTBF-nieuws van gisteren” – ik spreek over 6 november – “is het natuurlijk onvermijdelijk dat men een lijn trekt doorheen beide socialistische interviews. De dag voordien immers was Frank Vandenbroucke in De Zevende Dag fel uitgevaren tegen Bart De Wever en de N-VA. Beide, zowel PS als sp.a, koppelden dit media-initiatief en de uitval naar De Wever aan de totstandkoming met de socialisten van een brede staatshervorming en uitweg uit de crisis. Naar mijn oordeel is deze dubbele, maar eensluidende stellingname geen toeval en kan ze worden beschouwd als een sollicitatie voor een tripartiete”. Let op, dit dateert van begin november. “Als het alleen Di Rupo zou zijn geweest, dan had men hem nog kunnen beschouwen als een manoeuvre om Reynders een beetje onder druk te zetten en te pesten. In combinatie met Vandenbroucke echter, lijkt het mij veel meer te zijn dan een oppositiemanoevre. Ook Willy Claes zal wel niet totaal cavalier seul hebben gespeeld toen hij als ex-coryfee van de sp.a het hele weekend overal was gaan pleiten voor staatsmanschap en tegen een BHV-stemming in de commissie voor de Binnenlandse Zaken. Voor de sp.a-parlementsleden die in de commissie voor de Binnenlandse Zaken zitten moeten doen alsof ze fel oppositie voeren, leidt dit dat natuurlijk tot schizofrene toestanden. Hoe dan ook, volgens mij zijn de socialisten opnieuw in beeld”. Dat schreef ik. Dat was wat er ondertussen gebeurde, terwijl u hier probeerde te zeggen dat een sociaaleconomische regering met een conventie uitgesloten was. Het land ging verder, het land van de Franstaligen, het Belgische land draaide verder.

 

By the way, de sp.a is er heel erg aan toe. Ze is er bijna zo erg aan toe als CD&V in 1999. Ik hoop voor hen dat het ook geen vier jaar gaat duren vooraleer ze nog eens de verkiezingen winnen. Ik moet me niet met hun interne aangelegenheden bemoeien, maar het was schoon om zien. Tobback die hier buiten loopt en aan de camera’s verklaart hoe onbeleefd het wel niet is om niet te applaudisseren voor Verhofstadt. De strekking “wij moeten er later ook nog bij, dus houden we nog een deurtje open, tenminste na Verhofstadt”. Caroline Gennez daarentegen die doet alsof ze oppositie voert, sociale oppositie, want het is allemaal niet sociaal genoeg, maar ze mag dat niet te luid en te hard zeggen, want dan rijdt ze tegen de kar van de PS. Dat is dus een schizofreen beeld. Voorlopig houd ik, wat de oppositie betreft, geen rekening met de sp.a, tot het daar wat duidelijker wordt. Tot daar aan toe.

 

Waarom hebt u dat allemaal gedaan op 8 november? Waartoe diende dat eigenlijk? Dan kwam die episode waarin u de N-VA niet wou laten vallen. Daarna kwam de absolute sabotage, totdat Leterme moest opgeven. Totdat hij zijn theater heeft opgevoerd met zijn drie vragen en afgedekt is. Waarom, als u dat allemaal zag gebeuren, terwijl jullie ondertussen onbeschaamd de Franstalige kranten lazen, waarin stond dat Verhofstadt un génial maître tailleur was? Terwijl jullie dat allemaal zagen gebeuren, waren jullie dan aan het slapen?

 

Waren jullie toen misschien aan het slapen? Ik vraag mij af waarom u dat allemaal hebt gedaan. Waarom?

 

Ik heb daarvoor maar een verklaring. Dat is de volgende verklaring van mijn goede - vriendschappelijk gezegd - collega van het ACW die nu fractievoorzitter is geworden. Er is bij CD&V op een bepaald moment iemand gekomen - ACW-top of niet - die heeft gezegd: “Yves, hou ermee op. Het is nu genoeg geweest. Wij zijn de vertegenwoordigers van de staatsbehoudende krachten. U moet nu in een regering stappen. Wij weten dat die regering geen programma heeft. Zoek maar een uitleg, verzin maar iets. U stapt nu in een regering, want anders doen wij u iets aan dat u niet zult herkennen.”

 

Er is een nijptang op de neus van Yves Leterme gezet en de staatsmansfractie van CD&V heeft de bovenhand gehaald, tegen de zeer zware prijs van een eersteministerschap van Guy Verhofstadt.

 

U had nochtans beter uw gevoelens wat verder laten spelen. Het onafhankelijke Vlaanderen, het Vlaanderen waar wij twintig jaar mee werden uitgelachen, is de afgelopen maanden immers niet ver weggeweest. Dat beseffen we allemaal. Anders moet u er nog maar eens de Franstalige kranten op nalezen.

 

Wij worden daarmee niet meer uitgelachen in het Vlaamse land. Dat weet u toch. Het Vlaams Belang wordt daarmee niet meer uitgelachen.

 

Ik heb nooit beweerd dat wij de uitvinders waren van het onafhankelijke Vlaanderen. Wij zijn maar vertolkers van iets dat wij aanvoelden als de historische onderstroom in de richting van het einde van België. Wij hebben vertolkt en wij hebben volgehouden.

 

Wij hebben als Vlaams Belang het pad van de nieuwe tijden geëffend, onvermoeibaar, soms tegen belangrijke takken van de eigen Vlaamse Beweging in, ook - en vooral - tegen Vlaams-nationale politici in die ons vanuit de Volksunie de plicht probeerden op te dringen te denken dat de Belgische staatshervormingen een betere weg naar autonomie zijn dan de Vlaamse onafhankelijkheid.

 

De Singalezen hebben daarvoor een mooi spreekwoord: “Wie meeloopt in de Perra Harra, ziet de Perra Harra niet”. Wie alsmaar in het Belgisch kader blijft denken, en dat is natuurlijk wat u vanaf nu oneindig veel zult doen vanuit die ministeriële limousines, ziet de hoofdlijn en de werkelijkheid niet.

 

Nu alle methodieken van de Belgische staatshervorming mislukt waren, ziet langzaamaan iedereen de werkelijkheid in, met name dat dit land niet meer te besturen valt. België is niet meer te besturen zonder dat daardoor Vlaanderen anders en slechter wordt bestuurd dan het zelf wil, of anders en slechter dan het zou bestuurd worden wanneer het bestuurd zou worden zonder dat eerst aan Onkelinx of aan Reynders moet worden gevraagd hoe zij willen dat België, en dus ook Vlaanderen, zou moeten worden bestuurd.

 

Ik hoor ze graag bezig, de staatslieden, zoals Bart De Wever, die deze zomer in Hertoginnendal de meerwaarde van België als uitgangspunt hebben genomen voor hun politieke hoofdrol in deze komedie. Ik hoor ze graag bezig, maar zeg hun van hieruit toch al twee zaken.

 

Ten eerste, Belgische staatshervormingen, welke ook, zijn tijdverlies. Ze zijn tijdverlies en wie er toch aan deelneemt, zal vanaf nu moeten uitleggen waarom hij dat doet. De Belgische meerwaarde voor Vlaanderen is immers nihil geworden. Zij is onbestaande. Ze is dat altijd geweest, maar nu is het ook voor iedereen zichtbaar. Belgische staatshervormingen zijn tijdverlies dat wij met een rechtstreekse lijn naar onafhankelijkheid zouden kunnen vermijden.

 

“Quousque tandem abutere Catilina, patientia nostra” van de Romeinse Cicero, is geheel van toepassing op de vraag of Vlaanderen nog naar een staatshervorming moet verlangen of niet en of wij ons nog kunnen veroorloven om de autonomie van een onafhankelijke staat af te wijzen. Kunnen politici nog verantwoorden dat onze Vlaamse ingezetenen, onze gepensioneerden van de toekomst, de werklozen van vandaag, de slachtoffers van de criminaliteit en het banditisme van vandaag, de kiezers van CD&V van vandaag, een beleid krijgen voorgeschoteld dat desastreus is gebleken op zoveel beleidsdomeinen? Waarom blijven Belgisch verder prutsen? Waarom Belgisch blijven volhouden? Heeft België dan zoveel meer zin? U kent het antwoord want u hebt het antwoord gekregen van uw kiezers op 11 juni. Alleen door het fnuiken van de Vlaamse drang naar autonomie kan België voortbestaan. Alleen als een eerste minister zoals Verhofstadt vergeet dat hij Vlaming is en door Vlamingen verkozen is, kan en mag hij eerste minister worden. U hebt het zelf aan den lijve kunnen ondervinden. België bijeenhouden kan alleen door in Vlaanderen de kiesuitslag opzij te zetten en democratie zal dus onvermijdelijk leiden tot meer staten in Europa. Ja, als er uiteindelijk in Vlaanderen vrijheid en democratie zal komen, dan zal een ontbinding van de Belgische Staat het gevolg moeten zijn.

 

Mijn eerste waarschuwing is dat een staatshervorming tijdverlies is ten opzichte van de ontmoeting die wij hoe dan ook in Vlaanderen met de toekomst zullen hebben.

 

Mijn tweede en laatste waarschuwing is de volgende. Laat de ontbinding – in het licht van de gehechtheid die u blijkbaar toch allemaal hebt kunnen vinden aan dat Belgisch geheel – misschien niet voor morgen zijn maar nu de onvermijdelijke ontbinding van het koninkrijk nakende is – laat ik het zo formuleren – moet aan Vlaamse kant meer dan ooit strategisch worden nagedacht. Strategisch denken wil zeggen dat alle Vlaamse politici, ook degenen die zeggen België te willen behouden, moeten handelen in het besef dat het weldra gedaan kan zijn. Ze moeten dus handelen met het oog niet op morgen, maar op overmorgen. Zij moeten handelen niet met het oog op de gazet van de dag nadien, maar met het oog op de mogelijkheid van het einde van België. Welnu, er mag geen ruil worden opgezet waarbij een staatshervorming wordt afgekocht met toegevingen in de Vlaamse rand rond Brussel. Er mogen in de slotfase van het Belgisch geval geen Vlaamse vergissingen meer worden begaan. De internationale erkenning van de nakende ontbinding van de Belgische unie zal helaas verlopen volgens de interne grenzen van België. Het zal trouwens al erg genoeg zijn met dat Brussel dat ingevolge de fatale vergissing van de vorming van een derde gewest internationaal op dezelfde hoogte staat als Vlaanderen. Vlaanderen zal al een hele resem geschiedenisprofessoren en juristen nodig hebben om uit te leggen dat Brussel ten minste een gebied van gemeenschappelijk bestuur was. We hebben bovendien op dit moment geen nood aan geschiedenisprofessoren die al op voorhand – zoals Bruno De Wever – komen zeggen dat Brussel mag verruimd worden en dat de Vlaamse rand niet meer Vlaams is.

 

De hoe dan ook relatief schamele overdracht van bevoegdheden die de onderhandelaars nu al dan niet in de tripartite voorbereiden maakt het niet nodig om ons strategisch verstand te verliezen. Daar roep ik u toe op. De bevoegdheidsoverdracht zal in het perspectief van de onvermijdelijke toekomst per definitie slechts een tijdelijke zaak zijn. Eenvoudig gezegd, straks krijgen we alle bevoegdheden toch in die Vlaamse onafhankelijkheid. Gebiedsoverdracht rond Brussel is echter een langlopende zaak die wegens het gevaar van een corridor en de nabijheid van Frankrijk – ik geloof dat de heer Maingain heeft gepleit voor meer territorialisme in de Franstalige strategie – een hoge mate van onomkeerbaarheid heeft en een ernstige strategische belemmering zal betekenen na de Vlaamse onafhankelijkheid. Het zou dus een magistrale blunder zijn zoals de Brusselse gewestvorming er een was bij de laatste belangrijke staatshervorming in 1988.

 

Ik roep dus de dames en heren politici van de deftige partijen aan Vlaamse zijde op, die nu staan te smekkebekken bij de wieg van de Belgische regering: ga niet van verraad tot verraad naar de Vlaamse staat, zoals Bart De Wever blijft propageren. Trap niet in de val die Milquet, Reynders en Maingain voor u gespannen hebben, met Di Rupo erbij. In gebiedsaangelegenheden is geen enkele vorm van verraad nog toegestaan. Nu België op zijn laatste benen loopt, zeggen wij duidelijk: liever geen staatshervorming dan een heropening van het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde.

 

De Vlaamse onderhandelaars moeten overigens hic et nunc, voorafgaand aan ieder gesprek, eisen dat de Franstaligen de sabotage van de splitsing stopzetten. Ik neem aan dat de heer De Crem daarvan de behoeder zal zijn, want hij is de creator van de eerste stap naar de splitsing. Zij moeten de sabotage stopzetten. Dat moet u eisen, wanneer u nog met hen gaat praten. Blijkbaar gunt het koninkrijk aan zijn Franstalige onderdanen in totaal vijf parlementen, zodat Franstaligen volgens alle tellingen bijna 600 dagen gelijk welke wet die hun niet zint, kunnen tegenhouden.

 

Aan die sabotage van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde moet onmiddellijk een einde komen. Kieskringen zijn niet beschermd door de Grondwet of door bijzondere wetten. De stemming in de Kamercommissie was dus geen aanslag op het samenleven in België. Het was gewoon voor een keer een uiting van elementaire democratie in dit land. Het is dus bijzonder ondemocratisch om de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde terug te draaien ten bate van een zogenaamde onderhandelde oplossing. Het is nog veel ondemocratischer om aan te kondigen en niet te blokkeren dat de alarmbelprocedure vijf keer zal worden misbruikt om die wetten tegen te houden. Wanneer zullen Vlaamse onderhandelaars beseffen dat grendels en alarmbellen behoren tot het jargon van het gevangeniswezen en dat het tijd wordt dat Vlaanderen zich uit deze gevangenis bevrijdt? Wanneer?

 

Volgens mij is de situatie voor CD&V zeer ernstig, want alles is nu in de handen van een man die acht jaar lang verantwoordelijk was voor de roes waarin de Franstaligen zijn gebracht. U bent met uw neus op de muur van die Franstaligheid gebotst, maar de verantwoordelijke daarvan is hij. Hij is het concept van het blokkeren van een normaal communautair proces in België. U hebt die Franstaligen, collega Leterme, in zes maanden tijd niet uit die roes kunnen brengen waarin hij hen heeft gebracht.

 

Het is dus een leugen – en het is geen verworvenheid van uw zes maanden onderhandelen – dat de Franstaligen ervan overtuigd moesten worden dat er een staatshervorming moest komen. Ik wil dat hier toch nog even onderstrepen. Dat er een staatshervorming moest komen, wisten zij theoretisch al van in 1999. Zodra zij de resoluties van het Vlaams Parlement zagen en zagen dat ze keer op keer werden bevestigd, wisten zij dat er iets moest gebeuren. Zij wisten het ook toen zij met Leterme begonnen te onderhandelen en de eerste incidenten zich voordeden met CD&V, dat blijkbaar op een heel andere manier optrad dan het staatsbehoudende CD&V, dat zij vroeger hadden gekend. Het is dus niet waar dat zij wakker geschoten zijn en gezegd hebben dat zij een staatshervorming moeten verhinderen. Wat Milquet heeft verhinderd, is niet een staatshervorming. Wat Milquet heeft verhinderd, is een staatshervorming die op iets trekt.

 

Het is de manier waarop die staatshervorming tot stand zal komen die bepalend is en het is daar dat de confrontatie en de knoop zich bevinden. Zeggen dat u de Franstaligen heeft overtuigd van een staatshervorming en dat nu als een pluim op uw hoed steken, is een leugen, een misvatting en een mythe waaraan ik niet meedoe. Ik wil dat uitdrukkelijk onderstrepen.

 

Wat moet zo’n staatshervorming bevatten? Dat is de vraag! Welnu, in afwachting van die staatshervorming die u zal onderhandelen, stel ik vast dat alle sociale departementen stevig in PS-handen zijn gebracht. Zij hebben u in communautaire aangelegenheden de kruimeltjes van Defensie en de kruimeltjes van Justitie toegeworpen. In de huidige stand van zaken is dat laatste trouwens een “vuile commisse”. De manier waarop Justitie door Onkelinx aan u wordt overgedragen, zou mij veeleer somber stemmen als ik CD&V’er was. De manier waarop alle sociale departementen zijn gegroepeerd in PS-handen, de manier waarop het enige andere departement van de aangekondigde minister van Werk, Inge Vervotte is overgeheveld naar de PSC en de manier waarop door de collega’s van het cdH – het departement Werk is nu in handen van Piette, onmiddellijk van gemeenteraadslid tot provincieraadslid en nu minister -, de grote, hoge omes in het cdH onbeschaamd werd gezegd dat Piette de garantie is dat de sociale zekerheid niet zal worden gesplitst, dat er niet aan zal worden geraakt en dat het debat over de sociale zekerheid niet op gang zal komen, die combinatie doet mij vermoeden dat het gehalte van uw staatshervorming - want daarover gaat het debat: wat zal het gehalte van die staatshervorming zijn - niet veel zal betekenen.

 

Overigens, Maingain kwam mij daar ook weer ter hulp. Hij is het mij niet zelf komen zeggen, ik heb het gevonden in De Standaard. “FDF-voorzitter Olivier Maingain is er bijna zeker van dat de interim-regering onder leiding van Verhofstadt zal voortregeren na 23 maart.” Dat heeft Maingain donderdagochtend al verklaard in de radio-uitzending Le Grand Oral – nomen est omen – op de radiozender Mint. Verhofstadt was hier toen zelfs nog niet geweest. Ik citeer Maingain op radio Mint: “Ik ben bijna zeker dat Verhofstadt III zal voortgaan na 23 maart.” Maingain meent dat de regering misschien wel wat lijkt op een schaap met vijf poten, maar hij is tevreden dat meesterhand Verhofstadt er, in tegenstelling tot Yves Leterme, in geslaagd is de vaak tegengestelde verwachtingen van de verschillende partijen te verzoenen. Maingain waarschuwde er ook voor dat de strubbelingen nog niet helemaal achter de rug liggen.

 

Goede collega’s, het is dus een treurige toestand waarin u zich bevindt en gelukkig ben ik er nog om u daarop te wijzen.

 

N-VA is er natuurlijk ook slecht aan toe. Ik meen dat zij hier allemaal afwezig zijn. Of nee, excuseer, er is een N-VA’er in de zaal! Kijk eens aan: le dernier carré. Maar zij zijn toch vrij efficiënt weggejaagd, moet ik zeggen. Misschien hebben zij het programma van vandaag bekeken en gezegd…

 

(…):(…)

 

01.02  Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Ik heb alleen gezegd dat er een “dernier carré” is. Het siert haar. Er is een N-VA’er die komt luisteren naar het eerste oppositielid dat intervenieert.

 

Hoe dan ook, N-VA, u hebt nog 92 dagen. Ik heb het eens uitgerekend: 2.208 uren, dus 132.480 minuten, of omgerekend 26.496 keer 5 minuten. Kortom, vrienden van N-VA, u hebt heel veel keren de kans om vijf minuten politieke moed te betonen in de komende maanden.

 

Ik lees dat u verwacht dat u de Franstaligen zult kunnen doen openplooien vanuit die regering van CD&V met Verhofstadt en Di Rupo. Maar u weet dat de zaak aan Franstalige kant vaster en steviger zit dan ooit. Tot 2009 gaan Onkelinx, Di Rupo, Reynders en Milquet elkaar geen millimeter lossen. Zij gaan verbaal zeggen dat er een groot Franstalig front moet zijn, een afwijzingsfront, maar zij gaan ook in de praktijk, achter de coulissen, elkaar naar het leven staan. En aan de eindmeet, in 2009 reeds, zal een van hen rechtspringen en zeggen: “Moi, j’étais le seul francophone à la table.”

 

Die vier, die met heel hun partij “le seul francophone à la table” willen zijn, gaan het u niet gemakkelijk maken, collega’s van N-VA, in die regering te blijven. U stapt er in en u moet verdraaid – als illustratie van de situatie waarin u terechtkomt is het wel treffend – lotje trekken om te bepalen wie zich straks zal mogen onthouden ten einde het N-VA-schaamlapje te kunnen ophouden. Vroeger was er in de CVP altijd wel een Suykerbuyk of zo die de rol kreeg zich te onthouden. Dat was afgesproken. Dat was le Flamand de service. Maar nu, in N-VA, wil iedereen zich onthouden. En dus moet men lotje trekken. Ik meen niet dat dit in de politieke geschiedenis al ooit is gebeurd. Ik roep Herman De Croo ter hulp. Misschien heeft hij het ooit meegemaakt dat een partij lotje trekt om te bepalen wat haar stemgedrag zal zijn. Maar het is wel zeer illustratief voor het feit dat N-VA in alle betekenissen van het woord “gestrikt” is. N-VA zit vast en raakt niet meer weg. “Gestrikter” dan N-VA kan men niet zijn.

 

Zij zitten daar, en zij zijn gewaarschuwd. Toen Leterme deze week in Terzake kwam, heb ik dat programma met veel aandacht bekeken, met evenveel aandacht als toen De Crem met zijn verzaligde blik op de trap Flahaut passeerde. Ik heb Leterme beluisterd. Leterme zei het volgende. Ik heb het drie keer teruggespoeld, om zeker te zijn.

 

Leterme zegt niet dat er met Pasen een staatshervorming komt. Goede collega's van N-VA, vergeet niet wat Leterme heeft gezegd. Hij zegt: er moet geen afgewerkt akkoord zijn. Er moet een richting in zitten. Dat heeft hij twee keer gezegd: "Er moet een richting in zitten." Er moet een proces in gang gezet zijn. Dat is alles wat hij heeft gezegd.

 

Het is dat mes, nog wat extra aangedrukt door Bourgeois tegen te spreken over de postjesregering, dat mes, dat Leterme al dan niet namens het ACW en de staatsbehoudende krachten van CD&V, op de keel van Bart De Wever en zijn kornuiten zet. Ik hoop dus, goede vrienden van N-VA, dat u zich de woorden memoriseert van de door u gevenereerde en geëerde minister van Buitenlandse Zaken De Gucht dat u al maar beter helemaal plat op uw buik kunt gaan liggen.

 

Of, als u het mij toelaat om de persmededeling – u zult ze ook wel gelezen hebben – van de Vlaamse Volksbeweging te citeren. De VVB mag toch een voorbeeld of een voorhoede genoemd worden van wat u te wachten staat wanneer u uw militanten zult ontmoeten, goede collega's van de N-VA. Welnu, de Vlaamse Volksbeweging feliciteert Joëlle Milquet met haar standvastigheid in haar streven naar een sterk, gesloten, Franstalig front. Ze is als partijvoorzitter alvast duidelijker dan haar wollige Vlaamse collega's. Men zou haar denigrerend kunnen voorstellen als" – ik citeer – "een lelijke, verwelkte maagd die uit de Kamasutra voorleest, die over haar hoogtepunt is en waarmee niemand nog naar bed wil," naar de woorden van Bart De Wever over het Vlaams Belang. "Maar de Vlaamse Volksbeweging raadt haar aan die communautair naast haar neer te leggen. Die voorstelling komt immers van lui" – Bart De Wever dus –, "jammer genoeg ook in Vlaanderen, die blijkbaar moeilijk kunnen weerstaan aan de drift om nu snel in bed te duiken, maar dan zonder enig voorbehoedsmiddel ook. Terwijl iedereen weet dat dit niet alleen onverstandig, maar ook levensbedreigend is, in dit geval politiek levensbedreigend”. De waarschuwing van een commentaarschrijver van De Standaard is niet zonder betekenis: 'Als de ban op de vorming van een federale regering wegvalt, geven de Vlamingen hun belangrijkste hefboom af'. Verhofstadt III wordt dan voor Vlaanderen en Wallonië nog maar eens een brug naar nergens. De Vlaamse Volksbeweging benadrukt, in overeenstemming met de analyse die de Beweging al vijftien jaar maakt, dat Vlaamse partijen de uitweg uit de huidige impasse enkel zullen vinden als ze de onderhandelingen verplaatsen naar volwaardige gesprekken tussen de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap. Wij hébben twee regeringen, die goed bezig zijn. Laat die werken.

 

01.03  François-Xavier de Donnea (MR): (…)

 

01.04  Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Geneert dat? De Vlaamse Volksbeweging, ça gène. Désolé, monsieur de Donnea.

 

01.05  François-Xavier de Donnea (MR): (…)

 

De voorzitter: Mijnheer Annemans, u hebt nog twee minuten.

 

Ik bepaal hoe lang er hier gesproken wordt, mijnheer de Donnea. De heer Annemans heeft nog twee minuten.

 

01.06  Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Wat CD&V aangaat, spijt het mij dus een beetje, collega Leterme, dat het vertrouwen waar u hier om komt vragen, er wat ons betreft niet zal zijn.

 

U had daar niet op gerekend, maar het zal toch een waarschuwing zijn voor u. U zegt overal dat u woord hebt gehouden, maar precies dat is niet het geval. Het gaat in België al lang niet meer over taal, dat weet u; het gaat over veel meer dan dat. België heeft langs Vlaamse kant het perverse effect dat het alleen kan worden voortgezet als de grote Vlaamse partijen bereid zijn ondemocratisch het omgekeerde te doen van wat ze aan hun kiezers beloven: tegen hun publieke opinie ingaan, tegen hun kiezers ingaan, tegen een historische onderstroom ingaan. België heeft tot effect dat grote regeringspartijen zichzelf moeten kapotmaken. België is voor Vlaanderen dus fundamenteel ondemocratisch.

 

Langs Franstalige kant is dat niet het geval. Franstalig België heeft paars ook niet weggestemd, men zou kunnen zeggen: wel integendeel. Er is daar een links-rechtsverschuiving geweest, maar in wezen zijn de basisopties van het paarse staatsmanschap bevestigd en zelfs in zekere mate versterkt. Daar is er voor en bij ons tegen de vrieskast van Verhofstadt gestemd. Misschien komt er alsnog een Belgische regering omdat de staatsbehoudende krachten binnen CD&V nog eens de bovenhand zullen halen, maar de historische onderstroom zal met niets tegen te houden zijn, collega Leterme. Dat staat in een column die ik al op 30 september heb gepubliceerd en, visionair die ik mij voel als ik dat nu opnieuw lees, durf ik hier zeggen dat ik u het vertrouwen niet kan geven.

 

Aan CD&V zeg ik: Verhofstadt was weg en dit niet zomaar, collega Leterme, want hij was weggejaagd door de Vlaamse kiezer op uw aanraden, in uw opdracht. Dankzij uw pleidooien weggejaagd! U hebt hem nu teruggeroepen, waardoor onvermijdelijk de onuitwisbare indruk is ontstaan dat u de realisatie van uw programma minder belangrijk vindt dan door een sprong in het ijle de macht te verwerven. De kiezer heeft u, toen u dat in 2004 al eens had gedaan, vergeven in 2007, maar deze keer zal het zo vlot niet meer gaan. De schijn van goed bestuur die u met wat theaterstukjes in de Vlaamse regering kon ophouden, kunt u in de federale regering onmogelijk ophouden. Daar ging het trouwens over bij de laatste verkiezingen: het was federaal niet vol te houden om goed te besturen voor de Vlamingen. Daarmee hebt u de verkiezingen gewonnen. Toch begaat u nu dus dezelfde fout en dan nog wel onder leiding van Verhofstadt zelf. U hebt uw programma ingeruild voor uw politieke carrière.

 

Het Vlaams Belang gaat aan de slag om ervoor te zorgen dat de Vlamingen tegen de volgende verkiezingen een echt alternatief hebben, een alternatief dat ze verdienen. Het volstaat om na te gaan wat acht jaar lang hier in deze Kamer, buiten door De Wever, binnen hier door u, mijnheer Leterme, is gezegd over Verhofstadt, over paars en over Di Rupo en dat allemaal te vergelijken met het beeld dat u hier vandaag schept. Dan is er niks anders dat onvermijdelijk opduikt dan de retorische vraag: “Wie gelooft die man nog?”.

 

01.07  Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, le 27 avril 2007, se tenait la dernière réunion d'un gouvernement de plein exercice. Après 240 jours de fonctionnement en affaires courantes, la Belgique aura enfin, ce soir, à nouveau un gouvernement doté des pleins pouvoirs et pouvant se reposer sur un vote de confiance d'une majorité au sein de ce parlement.

 

Monsieur le premier ministre, dans votre discours, vous avez beaucoup insisté sur cette notion de confiance et, plus précisément encore, sur son antonyme, sur cette méfiance qui s'est développée au fil de ces mois de crise et de tension communautaire. Sur ce point, nous vous rejoignons totalement.

 

La raison d'être de ce gouvernement intérimaire, outre la résolution de problèmes urgents, est de mettre un terme à l'accroissement de la méfiance qui s'est emparée du pays. Je vous cite: "méfiance à l'égard de l'avenir, méfiance à l'égard du monde politique, méfiance mutuelle réciproque entre les Communautés de ce pays." Je partage totalement votre réflexion. Cette méfiance est la pire des choses qui puisse arriver à la politique. Elle peut hypothéquer tout ce que nous avons construit ensemble.

 

De ce point de vue et tout en nous situant clairement dans l'opposition, nous voulions, monsieur le premier ministre, vous remercier et vous féliciter. Vous remercier pour avoir accepté cette mission supplémentaire et vous féliciter pour avoir été capable de l'accomplir endéans des délais raisonnables. En un peu plus de deux semaines, vous avez su fédérer là où d'autres ont pris six mois pour diviser.

 

Comme écologistes, nous n'avons eu cesse, au cœur de la crise, de réclamer l'arrivée d'hommes et de femmes d'État capables de prendre distance quand il le faut – et il le fallait – par rapport à leur Communauté d'origine et par rapport à leur propre parti. En imposant l'idée d'un gouvernement avant la réforme de l'État, vous avez été capable de prendre la distance nécessaire, y compris par rapport aux barons de votre propre parti qui, dans un premier temps en tout cas, s'étaient fondamentalement opposés à l'idée même d'un gouvernement d'urgence. Même un Jean-Luc Dehaene est resté bloqué par son propre parti quand il posait pourtant la bonne question: "Quid de la N-VA?".

 

Il en a été de même avec vous, monsieur Van Rompuy, via votre note institutionnelle, qui est restée, pour l'instant en tout cas, un "non paper".

 

Ce n'est pas un hasard, monsieur le premier ministre, si vous avez reçu des applaudissements spontanés en provenance des bancs écologistes lorsque vous avez affirmé, à cette même tribune vendredi, que nous devions opter pour la voie qui a toujours constitué le fondement de notre prospérité: la voie du dialogue. C'est la seule voie possible et c'est celle que nous pratiquons au quotidien dans le cadre de notre groupe commun. Mais, monsieur le premier ministre, ne nous berçons toutefois pas de l'illusion que, par la simple installation d'un gouvernement, tout est réglé.

 

Monsieur le premier ministre, vous avez réussi à arrêter le compteur des jours sans gouvernement, mais bien d'autres compteurs continuent à tourner, à commencer par ceux du gaz, de l'électricité et du mazout. Mon collègue, Stefaan Van Hecke, aura l'occasion d'y revenir plus tard dans la journée. Cependant, en arrêtant à 240 le compteur des jours sans véritable gouvernement, vous avez également enclenché un nouveau compteur, celui des jours qu'il reste à votre collègue Yves Leterme pour se montrer capable et surtout digne de former un gouvernement définitif. Mais ce compteur-là est un compteur à crédit. Son terminus est connu. Vous l'avez vous-même fixé. Il reste 92 jours au grand vainqueur des élections - et il faut le reconnaître comme tel - pour former un gouvernement définitif et jeter les bases d'une nécessaire réforme de l'État; 92 jours et on entend déjà, à chaque seconde qui passe, le tic-tac lancinant de la N-VA et, comme dans la chanson de Jacques Brel, en ce compris dans les silences.

 

Monsieur le premier ministre, vous avez réussi ce que d'aucuns appellent le miracle de Noël 2007: la naissance d'un gouvernement. Si Yves Leterme ne parvient pas à faire, dans les trois mois à venir, ce qu'il n'a pu faire depuis le 11 juillet, il ne faudra pas exclure le besoin d'un second miracle, à Pâques. Et qui dit Pâques ne dit plus naissance, mais résurrection! Même si gouverner, c'est prévoir, il ne faut pas trop anticiper en la matière, cela pourrait encore attiser inutilement les tensions au sein de votre nouveau gouvernement.

 

Monsieur le premier ministre, chers collègues, c'est à dessein que j'ai utilisé le vocable "nécessaire" pour qualifier la future réforme de l'État. Les écologistes du Nord comme du Sud ont pertinemment conscience qu'une réforme de l'État est nécessaire pour bâtir un État fédéral moderne à même de faire face aux défis environnementaux, sociaux et sociétaux qui sont devant nous. Nous n'avons jamais cru qu'un État, quel qu'il soit, puisse affirmer être arrivé à une forme définitive de ses structures. Un État est et reste un outil au service des citoyens.

 

Nous n'avons d'ailleurs pas attendu la mise en place du groupe des Douze pour réfléchir ensemble, Verts du Nord et du Sud, à ce qui est nécessaire pour renforcer la solidarité et l'efficacité de cette Belgique moderne que nous appelons de nos vœux.

 

C'est dans le même état d'esprit, forts de notre expertise de groupe commun et munis de nos propositions qui, peu à peu, trouvent écho dans d'autres partis – je pense ici notamment à l'idée d'un district fédéral, proposition déjà formulée par les écologistes sous la précédente législature – que nous participerons activement aux travaux du groupe des Douze.

 

J'en viens maintenant au programme de votre gouvernement intérimaire.

 

Par cet exercice, nous allons juger votre déclaration non pour ce qu'elle n'est pas – un programme de législature sur quatre ans – mais pour ce qu'elle est – un programme pour trois mois d'un gouvernement "Adecco" qui n'a pour vocation que d'assurer un intérim 90 jours durant.

 

Parlant d'intérim, je ne peux m'empêcher d'établir un lien avec le pacte des générations dont nous avons tant combattu les dérives pour reconnaître, avec un peu d'humour, que cette fois, monsieur le premier ministre, vous avez été cohérent avec vous-même.

 

Vous vous rappellerez que deux de nos principales critiques touchaient justement à l'application des recours à l'intérim et à l'activation forcée des personnes ayant quitté le marché du travail.

 

En reprenant vous-même du service, en imposant au cdH d'aller rechercher M. Piette, en le sortant en quelque sorte de sa prépension méritée, je dois reconnaître une certaine cohérence avec les lignes de force de votre pacte des générations.

 

De même, en n'engageant vos collègues que dans un projet pour trois mois, vous vous inscrivez pleinement dans le développement du secteur de l'intérim tant mis en avant dans votre pacte entre générations. Vous avez même convaincu M. Di Rupo du bien-fondé du recours à ces mécanismes intérimaires puisque, après avoir demandé à M. Magnette de faire l'intérim au gouvernement wallon pendant quatre mois, le voici pour trois mois au fédéral. Je constate dans la foulée que le plus convaincu, le plus acharné sur la notion intérimaire de sa fonction n'est autre que l'ancien leader syndical qui, dans chacune de ces interviews, répète à qui veut bien l'entendre qu'il n'est là que pour trois mois et qu'après, il laissera la place à d'autres. Monsieur le premier ministre, manifestement, votre vision positive de l'activation des plus âgés et de l'intérim gagne du terrain.

 

Toutefois, et je voudrais redevenir totalement sérieux, le fait de travailler sur une échéance aussi courte vous obligera à délaisser certains enjeux qui ne peuvent se concevoir que sur le moyen et le long terme. Nous le regrettons vivement. Par définition, l'idée même d'un projet ambitieux de développement durable est difficilement compatible avec l'idée d'intérim et de court terme. Le découpage des compétences internes à votre gouvernement et l'absence d'un véritable statut particulier pour le ministre chargé du Climat, mais pas de la Mobilité, accroît encore l'écart entre ce qui est nécessaire et ce qui est proposé ici. Pourtant, chaque mois perdu pour engager la Belgique sur la voie du développement durable se paye en termes d'années de dégâts environnementaux et de santé. Moi qui habite dans la région de Charleroi, je peux vous dire que ces jours-ci encore, avec l'explosion des pics de pollution, on aurait bien besoin d'une action efficace et énergique en la matière.

 

C'est la raison pour laquelle, malgré le statut intérimaire de votre gouvernement, nous ne pouvons que vous inviter, au-delà de la gestion des urgences, à placer aussi les premiers jalons de la nécessaire transition écologique.

 

Régler l'urgence, c'est nécessaire, on le voit bien via le caractère insupportable pour les familles à revenu modeste des difficultés qu'elles ont à faire face à l'explosion des coûts de l'énergie.

 

Régler l'urgence, c'est nécessaire, mais en profiter pour, en même temps, poser les jalons de la nécessaire transition écologique, c'est vital.

 

De ce point de vue, en tant qu'écologistes, nous ne pouvons que regretter la faiblesse de votre déclaration.

 

Aucun engagement propre, aucun engagement de la Belgique pour ce qui concerne Kyoto II. À peine une adhésion vague aux objectifs globaux, déjà approuvés par ailleurs, mais aucune volonté de s'aligner, par exemple sur l'Allemagne, qui vient de décider un plan ambitieux visant à réduire ses émissions de CO2 de 40% à échéance de 2020.

 

Monsieur Mayeur, vous êtes d'accord avec moi et votre voix résonne encore dans les couloirs de notre parlement quand, il y a dix jours, vous vous offusquiez avec nous de l'absence de courage de l'orange bleue en la matière. Votre signature en-dessous de notre amendement visant à donner un objectif clair et ambitieux à la Belgique, soit moins 30% d'ici 2020, n'était manifestement qu'un outil de communication. Nous ne sommes plus dans l'orange bleue, mais le texte n'a pas changé. Je m'interroge, monsieur Mayeur: quelle est dès lors la valeur ajoutée de la présence socialiste par rapport à l'orange bleue si le texte n'a pas été modifié d'un iota?

 

Ma réflexion est exactement la même pour ce qui concerne l'enfermement des enfants dans les centres fermés. Quelle est la valeur ajoutée de la présence du PS quand le texte de l'orange bleue disait: "Le gouvernement élaborera des alternatives pour la détention des familles avec des enfants mineurs dans les centres fermés" et que le texte du gouvernement intérimaire reprend mot à mot cette phrase, sans la moindre inflexion, en ce compris sur le terme "détention" que l'on retrouve des deux côtés.

 

Ne me faites pas dire ce que je n'ai pas dit. Je suis parfaitement conscient qu'un seul parti n'est pas en mesure d'imposer tout son programme, qui plus est, dans une pentapartite. Mais, entre placer tout son programme et ne rien changer aux textes de l'orange bleue, il y a une marge. Une marge que vous n'avez manifestement pas voulu utiliser, pas plus en matière d'environnement qu'en ce qui concerne les droits humains les plus fondamentaux.

 

Où est, dans le texte qui nous a été distribué, la première phrase, le premier signe d'espoir pour les sans-papiers? Même pas un mot pour eux. Vous me direz que cela fera partie du programme d'un gouvernement définitif. Je vous répondrai qu'entre-temps, avec les expulsions, on continuera comme si de rien n'était, comme si nous ne savions pas tous ici, les partis démocrates, qu'une réforme était nécessaire et, dès lors, qu'un moratoire s'imposait pour la période intérimaire, un moratoire sur les expulsions dans l'attente que soient dégagés les critères de régularisation.

 

Voilà ce que vous réclamiez, avec nous, il y a dix jours encore. Aujourd'hui, c'est le silence le plus complet dans le texte. Quand on parle de moratoire, on est pourtant clairement dans le cadre des urgences de société, de celles qui ne peuvent pas attendre trois mois de plus, avec toute l'incertitude et la précarité qu'elles entraînent pour les victimes.

 

Par ailleurs, comment pouvez-vous accepter sans broncher le glissement d'une liaison automatique des allocations sociales à une simple adaptation de celles-ci. C'est le texte qui le dit. Ou encore quel espoir offrir aux citoyens en attente alors qu'il n'y a pas une phrase sur la problématique du logement? Le mot lui-même semble devenu tabou comme si en cette matière non plus il n'y avait pas d'urgence!

 

Par rapport au texte de l'orange bleue que vous avez tant critiqué, où est cette fameuse empreinte sociale dont M. Di Rupo nous parle tant en radio ainsi qu'à la télévision depuis qu'il a été rappelé à la table des négociations?

 

Chers collègues, voilà où on en arrive quand le plus important est de participer à la lutte des places plutôt que de négocier un contenu plus humain, plus vert et plus solidaire que ne l'était le texte de l'orange bleue.

 

En effet, l'aspect intérimaire de ce gouvernement – le plus court gouvernement issu de la plus longue négociation que n'ait jamais vue ce pays – ne sera pas la seule originalité qui restera gravée dans les livres! L'autre élément est que vous avez été capables de former un Conseil des ministres avant même qu'il n'y ait la moindre ligne de programme écrite.

 

On marchande d'abord les postes; on discute contenu ensuite!

 

Fait difficilement croyable mais pourtant véridique, ce gouvernement s'est mis sur pied sans qu'aucune réunion des présidents des cinq partis qui le composent ne soit organisée préalablement. Pas une seule fois, Joëlle Milquet n'a négocié la formation du gouvernement en présence de ses quatre collègues! Tout le monde voulait ses postes. Personne ne savait ce qu'il voulait en faire. Cette inversion totale des priorités a de quoi nous interpeller gravement sur les dérives de notre régime politique.

 

De même, monsieur Wathelet, il faudra bien un jour nous expliquer ce qui a changé entre le matin où vous dites non et le soir ou vous dites oui. Certainement pas le texte: il n'y en avait pas! Un poste de vice-premier ministre, histoire d'être considérés sur un pied d'égalité? Certainement pas, on a pu le constater. Mais alors, quoi? Qu'est-ce qui justifie votre changement si rapide d'attitude? J'espère, monsieur Wathelet, que vous serez en mesure d'apporter l'un ou l'autre élément de réponse tout à l'heure dans votre intervention car les citoyens sont en droit de savoir ce qui s'est passé chez vous durant ces 24 heures.

 

En matière budgétaire, monsieur le premier ministre, votre déclaration annonce vouloir réengager le pays sur la voie du pacte de stabilité. C'est un peu comme un conte de Noël mais encore faut-il que celui-ci soit bon. Au travers de cette volonté de réemprunter la voie de la stabilité, nous pouvons aussi lire entre les lignes un aveu de votre part. Vous reconnaissez vous être écarté de cette trajectoire.

 

Les chiffres du comité de monitoring budgétaire ne se trompent pas: le déficit de 2007 pour le pouvoir fédéral, hors sécurité sociale, s'élèvera à 2,5 milliards d'euros. Pour 2008, l'estimation est de l'ordre de 4 milliards, soit un solde de financement de -1,1% du produit intérieur brut. Même en intégrant le boni de la sécurité sociale et de l'entité II, le déficit de l'ensemble des pouvoirs publics sera, pour 2008, de l'ordre de 0,7% du PIB alors que l'objectif déjà revu à la baisse était un boni de 0,5%.

 

En vous donnant maintenant comme objectif d'atteindre l'équilibre pour 2008, vous continuez à vous éloigner de cet objectif assigné par le pacte de stabilité, à savoir, je le répète, un boni de 0,5% en 2008.

 

Mais ce n'est pas tout. Votre déclaration passe totalement sous silence la méthode que vous utiliserez pour trouver cet équilibre. Il n'y a pourtant pas beaucoup d'alternatives. De deux choses l'une: soit le pouvoir fédéral hors sécurité sociale ramène son déficit de 4 milliards à 1,4 milliard, soit l'entité II sera à nouveau sollicitée pour fournir un effort supplémentaire de 2,5 milliards. Un effort combiné du pouvoir fédéral et de l'entité II est également possible mais, dans ces deux derniers cas de figure, cela voudrait dire que ce sont les Régions et les Communautés qui devraient assumer le coût des réformes fiscales fédérales.

 

Monsieur le président, je souhaite revenir à présent sur le chapitre "Environnement" du gouvernement intérimaire. Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire, pour les écologistes, le climat est une urgence. Après une législature de léthargie sur le sujet, on vient de perdre six mois. On sait pourtant que c'est dans les dix prochaines années qu'il aura fallu réussir à inverser la tendance en termes d'émissions de gaz à effet de serre et limiter à deux degrés, à l'échelle mondiale, le réchauffement climatique. C'est un défi considérable. C'est donc un sujet qu'on ne peut se permettre de reporter, même de trois mois. Comme vous le savez, nous plaidons à ce propos pour une grande union nationale pour le climat, coordonnée par le fédéral et impliquant l'ensemble des entités du pays.

 

Face à cet immense défi, chacun doit apporter sa contribution. Par le passé, la Belgique a eu la possibilité, de par son action et notamment celle d'Olivier Deleuze, d'exercer une influence considérable sur l'émergence d'un accord international, notamment au moment de la signature des accords de Kyoto. Aujourd'hui, la politique belge est frileuse. On suit l'Europe et on en fait le moins possible. C'est ce qui résulte clairement de la déclaration. C'est déjà ce que nous avions remarqué de manière criante dans les notes de la défunte orange bleue.

 

À côté de cette question climatique urgente, j'aimerais également attirer l'attention du nouveau ministre de l'Environnement sur une série d'enjeux, relativement à court terme, sur lesquels la déclaration reste muette: les normes de produits, le potentiel de la Mer du Nord, la biodiversité, l'accès à la justice pour défendre l'environnement et la planète.

 

Ecolo-Groen! regrette aussi que la déclaration du premier ministre ne comporte aucune référence au lien entre pollution et santé. Durant ces derniers jours, la Belgique tout entière a pourtant été confrontée à un pic de pollution par des particules fines qui a largement dépassé les normes de concentration fixées au niveau européen. L'absence d'engagement du gouvernement en cette matière nous interpelle pour deux raisons au moins: parce que c'est en diminuant la pollution qu'on diminuera aussi les dépenses en santé publique et parce que c'est précisément une problématique sans frontière qui nécessite un traitement coordonné. Or, il a été flagrant de constater l'absence de cohérence des quelques rares mesures prises par les autorités.

 

Rien n'est dit non plus dans la déclaration de politique quant à la bien nécessaire définition d'objectifs en termes de réduction des consommations d'énergie; aucune indication non plus sur la responsabilité particulière des autorités publiques en termes d'exemples à montrer. Quand on sait que sur les 1.800 bâtiments publics fédéraux, seule une dizaine d'entre eux a fait l'objet d'un audit énergétique, on mesure l'ampleur de l'écart persistant entre le "fais ce que je dis" et le "fais ce que je fais".

 

Il n'y a rien non plus dans la déclaration sur le développement de l'éolien offshore ni sur la contribution particulièrement néfaste du secteur aérien à l'empreinte écologique belge.

 

Enfin, nous voulions également pointer l'absence de tout propos en ce qui concerne la fiscalité énergétique et la fiscalité automobile. Même la nécessité de développer l'application du principe pollueur-payeur n'est pas citée. J'ose espérer que nous aurons l'occasion d'y revenir au moment où nous discuterons de la mise sur pied du groupe de travail Reynders - je l'appelle de la sorte pour l'instant - puisque j'ai noté que celui-ci était aussi chargé de réfléchir non seulement aux défis économiques mais aussi aux défis écologiques majeurs et aux problèmes de cohésion sociale, les deux étant d'ailleurs, selon nous, bien plus liés qu'on ne le pense généralement. J'espère que c'est aussi dans ce cadre qu'on parlera de l'enjeu lié au secteur de la recherche fondamentale.

 

Avant de conclure et de revenir sur le rôle que nous nous donnons en tant que parti d'opposition, je souhaiterais encore dire un mot sur le plan cancer que vous souhaitez mettre en place. Votre proposition peut, si elle se matérialise, soulager la souffrance de nombreuses personnes atteintes de ce terrible fléau qu'est le cancer dans toutes ses formes. Mais un tel plan, isolé d'une approche globale, est une illusion que les citoyens, et plus particulièrement les malades, risquent de payer chèrement. Lutter réellement contre le cancer, c'est lutter contre ce qui le provoque, lorsque les causes sont identifiées: pollution de l'air, substances chimiques, y compris dans l'alimentation, proximité des centrales nucléaires, obésité, tabac, manque de mouvement physique.

 

En tant que présidente de la commission de la Santé et de l'Environnement de notre assemblée, Muriel Gerkens a organisé différentes auditions d'acteurs qui demandent ce plan cancer et d'acteurs qui participent ou doivent participer au plan santé et environnement, au plan nutrition, au plan pesticides. Il ressort de tous ces échanges que nous devons avoir une approche globale, interactive, qui associe les acteurs de la santé, de l'éducation et qui inclut environnement, normes de produits, habitudes de vie et approches de santé efficaces.

 

Si tous ces éléments se retrouvent dans votre plan cancer, alors, monsieur le premier ministre, nous le soutiendrons le moment venu. Mais admettez qu'à ce stade, une ligne sans autre explication dans votre déclaration de gouvernement intérimaire, cela ne puisse nous suffire.

 

Une autre ambiguïté liée à la lecture possible à double sens est relative à la politique d'activation des chômeurs. Le gouvernement intérimaire veut, dites-vous, évaluer la politique d'activation et tirer les leçons afin d'améliorer l'accompagnement des demandeurs d'emploi.

 

En disant cela, le gouvernement ne dit rien du tout et n'arbitre rien du tout. On ne sait pas dans quel sens ira l'action du gouvernement: vers un renforcement de la chasse aux chômeurs ou vers un accompagnement plus humain. Or, depuis que cette politique a été mise en œuvre, il y a quelques années déjà, nous assistons à une explosion du nombre de chômeurs exclus du chômage, sans toutefois observer une hausse significative du taux d'emploi. Par contre, les CPAS, eux, voient bien arriver ces exclus en masse.

 

Monsieur le premier ministre, j'en viens à ma conclusion. Tout à l'heure, la question de confiance nous sera posée. J'aimerais préciser ici le sens qu'il faudra donner à notre vote. Je l'ai dit au début de mon intervention et je le redis maintenant: techniquement, il faut un gouvernement et nous savons qu'une majorité octroiera sa confiance à ce gouvernement intérimaire pour le munir d'un contrat à durée déterminée de trois mois. Dès ce soir, il y aura donc, un gouvernement aux pleins pouvoirs. La question technique sera ainsi réglée et c'est une bonne chose mais les questions politiques resteront pleines et entières.

 

La vraie déclaration du gouvernement, le vrai vote de confiance auront lieu dans trois mois. À ce moment, je le dis déjà maintenant, notre vote sera fonction des options retenues:

- option pour une véritable politique environnementale qui prend à bras-le-corps les enjeux climatiques et oriente les efforts et investissements publics vers les secteurs verts, économiseurs d'énergie, producteurs d'énergie propre et créateurs d'emploi;

- option pour une véritable politique de solidarité entre les générations, redistributive, qui offre des conditions de vie dignes aux allocataires sociaux en s'appuyant sur une réforme de la fiscalité et des perspectives aux sans-papiers installés chez nous, après avoir dû fuir leur terre d'origine;

- option aussi pour une réforme de l'État qui en améliore l'efficacité, en améliorant la collaboration entre entités fédérées et fédérale, en organisant des espaces de dialogue entre celles-ci, en maintenant la solidarité dans le cadre d'un fédéralisme moderne et assumé;

- option pour une politique qui cherche davantage la qualité de vie pour tous que la quantité amoncelée pour certains;

- option pour une véritable gouvernance et plus de démocratie;

- option, enfin, pour une Belgique qui retrouve son rôle dans le concert international et contribue à la paix dans le monde et à un développement durable pour tous.

 

Entre-temps, pendant cette période un peu spéciale mais devenue nécessaire de gouvernement intérimaire, nous comptons jouer pleinement notre rôle d'opposition utile pour les citoyens, pour le pays et la démocratie. Utile pour les citoyens d'abord en contrôlant votre gouvernement, en le soutenant le cas échéant au cas par cas, en imposant certains sujets à votre agenda. À ce propos, monsieur le premier ministre, nous avons pris bonne note de votre engagement à associer plus étroitement le Parlement.

 

Nous souhaitons toutefois en savoir davantage sur les modalités concrètes de cette association. Sachez cependant que nous sommes d'ores et déjà à votre disposition pour travailler à un renforcement de la démocratie et à un renforcement du rôle du Parlement. Utile pour le citoyen, disais-je; utile pour le pays aussi en continuant à travailler dans un groupe commun, en continuant à proposer des outils pour construire cette Belgique fédérale moderne et l'orienter peu à peu sur la voie d'un développement réellement durable; utile pour la démocratie enfin, car nous avons conscience que c'est à partir de l'opposition, en travaillant à l'alternative, que nous pouvons vous aider, monsieur le premier ministre, pour, selon vos propos, "mettre un terme au sentiment croissant de méfiance à l'égard de l'avenir, à l'égard du monde politique et entre les Communautés."

 

Or, monsieur le premier ministre, cet engagement que nous prenons à partir de la place qui est nôtre dans l'opposition, deviendra rapidement inutile si, au sein de votre propre gouvernement, les forces centrifuges reprennent le dessus.

 

Aussi, au moment où vous nous posez la question de confiance, nous aimerions retourner la question à chacun de vos ministres: "Avez-vous, mesdames et messieurs, oui ou non, confiance en votre, en notre capacité collective à créer une Belgique fédérale moderne, qui apporte une valeur ajoutée pour chacun de nos citoyens?" Si la réponse est positive dans le chef de chacun de vos ministres, alors, monsieur le premier ministre, mais alors seulement, le monde politique dans son ensemble, majorité et opposition démocratiques confondues, pourra espérer, pas à pas, retrouver un peu de cette crédibilité perdue au long des six mois de cette crise.

 

01.08  Servais Verherstraeten (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, dames en heren ministers, collega’s, onze fractie leeft vandaag met een dubbel gevoel. Enerzijds is er een gevoel van opluchting, omdat eindelijk de teller kon worden stopgezet. Wij kunnen veel beschouwingen en analyses maken omtrent de lange duur van de regeringsonderhandelingen, maar ik denk dat het weinig zin heeft om achterom te kijken. Als politici kijken wij vooruit, kijken wij naar de toekomst en trachten wij de problemen van de mensen op te lossen. Dat vergt verantwoordelijkheid en die verantwoordelijkheid hebben in de afgelopen maanden zeker ook onze mensen Jean-Luc Dehaene, Herman Van Rompuy en Yves Leterme genomen.

 

Zijn die maanden zinloos geweest? Neen, want er is hard gewerkt. Deelakkoorden zijn gemaakt op tal van maatschappelijke terreinen, die goede, juiste klemtonen leggen om antwoord te bieden op vragen van morgen. Die deelakkoorden kunnen een basis vormen voor de onderhandelingen van een definitieve regering. Men start dus niet met een wit blad.

 

Mijnheer de eerste minister, ik wil van op het spreekgestoelte ook onze waardering uitdrukken voor de inspanningen die u heeft geleverd, samen met anderen, om die interim-regering op het getouw te zetten. Maar u zult het met mij eens zijn dat de vorming van een volwaardige regering uiteraard een zwaardere opdracht is dan een interim-regering met een beperkt programma, hoewel, collega’s, personenkwesties ook de vorming van die interim-regering heel moeilijk hebben gemaakt. Gelukkig is daaraan einde gekomen en is de zin voor verantwoordelijkheid teruggekeerd.

 

Het is goed, collega’s, dat de interim-regering op de been is. Een interim-regering heeft, in tegenstelling tot een kabinet van lopende zaken, volheid van bevoegdheid. Wij konden de lopende zaken niet eindeloos rekken in tijd. Wij konden de lopende zaken niet ruimer interpreteren. Een noodregering was ook geen werkbare optie. Het voordeel van een interim-regering is dat zij het vertrouwen dient te vragen van het Parlement. Het voordeel van een interim-regering is dat zij onder controle van het Parlement staat, dat zij verantwoording dient af te leggen aan het Parlement. Onze instellingen kunnen weer normaal functioneren.

 

Wanneer ik sprak van een dubbel gevoel, dan moet ik ook erkennen dat onze fractie ook met een gevoel van niet-ingeloste verwachtingen zit. Dit is niet de regering, collega’s, die de kiezer en wij op de avond van 10 juni voor ogen hadden.

 

Wij hadden uiteraard gehoopt op een volwaardige regering, met een programma van vier jaar, en uiteraard met een eerste minister gesteund door de kiesuitslag. Een interim-regering is echter nodig om de dringende problemen van de mensen aan te pakken. Wij mogen niet euforisch zijn. Ik meen dat triomfalisme vandaag niet op zijn plaats is: wij hebben wel een regering, met een beperkte levensduur en een beperkt programma. Bijzondere situaties vereisen nu eenmaal bijzondere oplossingen.

 

De regering dient dringende maatregelen te nemen om de problemen aan te pakken. In de eerste plaats is dat uiteraard de begroting 2008. Het zal een zware klus worden. De economische conjunctuur komt minder gunstig voor. Dat was reeds lang in het vooruitzicht gesteld, ook vóór de verkiezingen. De inflatie stijgt. Er is absoluut nood aan maatregelen om de koopkracht van de mensen te verstevigen. In het bijzonder na het Lambermontakkoord zijn er vele financiële middelen overgeheveld naar de Gemeenschappen en de Gewesten. Wij moeten ervoor zorgen dat de federale overheid niet in financiële ademnood komt. Om die reden is het ook absoluut noodzakelijk om een begroting in evenwicht te maken, onder meer om de vergrijzing op te vangen.

 

Sommigen onder ons, collega’s, hebben het de voorbije maanden voorgesteld alsof het kartel de ambities zou hebben en bezig zou zijn om een regering op de been te brengen die een asociaal beleid zou voeren. Het tegendeel is waar. Zij die de deelakkoorden lezen, zullen merken dat er tal van sociale maatregelen in stonden die een waar antwoord zijn op onze rechtvaardigheidsagenda, die wij aan de Vlaamse kiezer beloofd hebben.

 

In het huidige regeerakkoord van de interim-regering vinden wij vele van die sociale maatregelen terug. Ik denk aan de verhoging van de laagste uitkeringen. Ik denk aan de welvaartsaanpassingen van de pensioenen. Ik denk aan de uitbreiding van het Stookoliefonds. Ik denk aan de verbetering van de tegemoetkomingen aan de chronisch zieken. Laten we eerlijk zijn, collega’s, er is inderdaad een dreiging van koopkrachtverlies in ons land, zoals in het buitenland, door prijsstijgingen van voedsel en energie. Naast de sociale maatregelen vinden wij in het regeerakkoord ook absoluut noodzakelijke engagementen inzake lastenverlagingen.

 

Deze zijn uiterst zinvol. Wij horen de concurrentiekracht van de bedrijven te optimaliseren voor meer jobs, voor meer welvaart. Wij weten echter ook dat hiervoor structurele maatregelen, structurele oplossingen noodzakelijk zijn.

 

Veiligheid en justitie hebben altijd onze aandacht getrokken. Wij weten allemaal dat de zwakste schakel in de veiligheidsketen de strafuitvoering is. Maatregelen zijn absoluut noodzakelijk, maar maatregelen op het vlak van de strafuitvoering zullen pas zinvol zijn als er voldoende middelen tegenover worden geplaatst en als ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Om die reden menen wij dan ook dat het hernemen van het actieplan strafuitvoering het absolute minimum is. Een aantal geruchtmakende ontsnappingen en ontsnappingspogingen leert ons ook dat een versterkte beveiliging in onze gevangenissen een absolute prioriteit is en wij ook plaatsen nodig hebben die superbeveiligd zijn.

 

Wij hebben campagne gevoerd voor goed bestuur. In die zin lijkt het absoluut noodzakelijk dat de administratieve vereenvoudiging wordt voortgezet, dat die ook structureel wordt uitgediept. Daarvoor zijn tal van initiatieven en maatregelen nodig zoals bijvoorbeeld responsabilisering van ons management. Mevrouw de minister van Ambtenarenzaken, tijdens de campagne heb ik eens gezegd dat de toekomstige minister van Ambtenarenzaken een minister van dienstverlening zal zijn. Wij wensen u alle succes toe.

 

Een klein land kan groot zijn op internationaal vlak. Ik denk dan ook dat het belangrijk is dat wij onze internationale engagementen honoreren, zowel op het vlak van buitenlandse zaken als op het vlak van defensie en ontwikkelingssamenwerking.

 

Collega’s, de laatste zes maanden hebben ons geleerd dat een nieuw institutioneel evenwicht nodig is. Nieuwe stappen zijn noodzakelijk om een goed, verantwoordelijk en toekomstgericht bestuur te creëren. Daarom is een herdefinitie van de verhoudingen tussen de federale overheid en de deelstaten absoluut noodzakelijk. Ik deel de overtuiging van de heer Nollet die daarstraks zei dat een staat nooit definitief gevormd is en steeds aan noden en vragen dient te worden aangepast.

 

De Gemeenschappen en de Gewesten moeten meer hefbomen krijgen en ze moeten meer financiële verantwoordelijkheid krijgen om maatwerk af te leveren, met het oog op hun noden, behoeften en respectievelijke beleidsvoorkeuren. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben gemeenschappelijke uitdagingen, maar ze hebben ook verschillende uitdagingen. Die verschillende uitdagingen verdienen andere oplossingen.

 

Een vraag tot staatshervorming, collega’s, is er helemaal niet op gericht om Vlaamse welvaart te creëren ten koste van Wallonië. Een staatshervorming is erop gericht hoe we welvaart en welzijn kunnen organiseren in elke regio, zonder dat dit de verantwoordelijke solidariteit in het gedrang hoeft te brengen. Het half jaar onderhandelen heeft minstens die verdienste, collega’s, dat Yves Leterme erin geslaagd is om bij iedereen de overtuiging te doen groeien dat een staatshervorming absoluut noodzakelijk is. Het heeft ons geleerd dat er zonder staatshervorming een radicalisering dreigt en dat het immobilisme moet doorbroken worden.

 

Trouwens, collega’s, de vraag naar economische autonomie was oorspronkelijk een eis van Wallonië. Vaak zeggen sommigen dat Vlaanderen een eigen agenda zou hebben, als we wijzen op verschillen inzake tewerkstelling of werkloosheid. Nee, het is belangrijk dat we op zoek gaan naar de oorzaken van de fenomenale verschillen tussen de regio’s in het land. Hetzelfde federaal beleid geeft aanleiding tot fundamentele regionale verschillen. Daarop moet een antwoord geboden worden.

 

Als de bestaande instellingen en structuren niet volstaan om daarop een antwoord te bieden, dan moeten die instellingen en structuren aangepast worden. In een globaliserende wereld is de kwaliteit van de overheid essentieel en onze staatsstructuur moet een hefboom zijn voor welvaart en welzijn, geen handicap. De besluitvorming moet voor ons zo dicht mogelijk bij de mensen staan. Meer staatshervorming is beter voor de Vlamingen, maar ook voor de Franstaligen.

 

De vorige staatshervormingen, collega’s, waren een compromis. De volgende zullen niet anders zijn, maar ze moeten wel een win-winoperatie zijn. De Octopuswerkgroep zal nieuwe krijtlijnen moeten uittekenen voor een nieuwe staatshervorming, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. Het doet mij dan ook genoegen dat ik vanmorgen op de radio en in deze Kamer heb gehoord dat sommige oppositiepartijen graag bereid zijn daaraan constructief mee te werken. Niet slagen is geen optie. Zij die tegen een staatshervorming zijn, zij die zich tegen een staatshervorming verzetten, dreigen dit land onbestuurbaar te maken.

 

De deelstaten maken geen deel uit van de Octopuswerkgroep. Toch kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren. Mijn vraag aan de minister van Institutionele Hervormingen is dan ook hoe die inbreng kan worden ingevuld in de werkzaamheden en hoe er contacten kunnen worden gelegd.

 

Op de leden van deze werkgroep rust een zware verantwoordelijkheid. Wij wensen hen dan ook succes en moed toe, maar vooral ook veel discretie. Wij zijn ervan overtuigd dat deze interimregering noodzakelijk is om dringende problemen op te lossen en de staatshervorming voor te bereiden.

 

De eerste resultaten zullen hiervan bekend moeten zijn op 23 maart. Wij schenken deze interimregering ons vertrouwen, maar dit vertrouwen is niet blind. Dit vertrouwen is een bezorgd en een waakzaam vertrouwen. (Applaus)

 

01.09  Daniel Bacquelaine (MR): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs les ministres, chers collègues, monsieur le premier ministre, on peut dire que vous en avez vu de toutes les couleurs!

 

Vous avez été à la tête d'un gouvernement arc-en-ciel avec le rouge, le bleu, le vert; vous avez dirigé pendant quatre ans la violette, et aujourd'hui vous y ajoutez de l'orange. La question se pose de savoir s'il s'agit d'une violette dans laquelle on ajoute de l'orange ou une orange bleue dans laquelle on ajoute du rouge.

 

Pour ma part, je plaiderai plutôt pour la première solution car, en fait – et ce n'est pas mon ami Melchior qui me démentira – dans l'orange bleue, il y avait déjà du rouge!

 

(Hilarité et applaudissements sur certains bancs)

 

Plus sérieusement, monsieur le premier ministre, dans votre allocution de vendredi, et au travers de votre mission d'informateur et de formateur, à plusieurs reprises, vous avez appelé au dialogue entre les Communautés. Vous l'avez toujours fait! C'est, me semble-t-il, la voix de la sagesse. Ce n'est pas un hasard. La famille libérale pratique l'écoute réciproque et le dialogue constructif au-delà des appartenances régionales et communautaires. Et ce n'est pas un hasard non plus si aujourd'hui, Guy Verhofstadt et Didier Reynders se retrouvent à la tête de ce gouvernement que l'on peut déjà qualifier de gouvernement Verhofstadt-Reynders.

 

La famille libérale est la première force politique de ce pays; elle est en même temps, semble-t-il, le socle sur lequel le dialogue entre les Communautés peut se développer.

 

Bien sûr, nous ne le cachons pas, sur le plan communautaire et institutionnel entre les Flamands et les francophones, et ce, sans doute, de quelque famille politique que ce soit, il y a des divergences. Nous ne défendons pas toujours les même points de vue. Très certainement! Mais, en tout cas, tous les libéraux pratiquent l'écoute et la tolérance.

 

La tolérance est d'ailleurs à la base du libéralisme. Ce n'est en rien synonyme de complaisance mais c'est sur base d'une écoute et d'un nécessaire respect mutuel que des solutions équilibrées doivent être recherchées.

 

Monsieur le premier ministre, pendant huit ans et demi, vous avez été le premier ministre de tous les Belges. Les Belges ne s'y trompent d'ailleurs pas puisque dans les trois Régions du pays, votre popularité est démontrée. Seuls Didier Reynders et Guy Verhofstadt bénéficient d'un réel soutien populaire à la fois en Flandre, en Wallonie et à Bruxelles. À l'heure où certains s'interrogent justement sur le respect du résultat du scrutin de juin dernier, votre tandem à la direction du gouvernement intérimaire est en tout cas – lui – parfaitement légitime.

 

D'emblée, qu'il me soit permis de souligner que le Mouvement réformateur entend défendre l'acquis des différentes réformes socio-économiques et sociétales qui ont été engendrées au cours des huit dernières années. On ne va pas refaire l'historique de ces huit années, mais il me semble que pendant ce temps, plusieurs réformes ont été menées à bien. Nous tenons à ce que le résultat de ces réformes soit pérennisé. Je pense à l'équilibre budgétaire qui, pendant huit ans, a été une marque de fabrique de ce gouvernement. Nous avons contribué au désendettement du pays et, ensemble, nous avons fait en sorte que les gens qui travaillent puissent bénéficier d'une réforme fiscale de grande ampleur. Nous avons fait en sorte que ceux qui osent entreprendre puissent bénéficier d'une réforme du statut social des indépendants. Nous avons fait en sorte de créer plus de 200.000 emplois – et je sais que cet objectif a été mis en doute. Mais aujourd'hui, ce n'est pas nous qui le disons, ce sont les chiffres de la Banque nationale: le 13 décembre, elle a publié, en ligne, que nous avons créé au cours de cette législature plus de 200.000 emplois dans notre pays. Nous avons mis fin à la guerre des polices et nous avons aussi mené des réformes concernant des grands enjeux de société; je pense à l'euthanasie et à la recherche sur les embryons. Ce sont des acquis des législatures précédentes auxquels nous tenons particulièrement.

 

Après six mois d'instabilité et de crise politique qui ont profondément marqué la population mais aussi les hommes et les femmes politiques, il était temps d'arrêter le compteur de la crise, pour reprendre la formule du vice-premier ministre et ministre des Finances. Il est temps de rétablir la confiance au sein de la population, il est temps de répondre à ses légitimes inquiétudes et de s'attaquer à un certain nombre de dossiers urgents.

 

Vous avez énuméré, monsieur le premier ministre, dix axes prioritaires de l'action du gouvernement intérimaire. Le gouvernement se remet donc au travail. C'est un travail de courte durée, si courte qu'elle nous impose une très grande efficacité dans l'action publique. Soyez déjà assuré de la bonne collaboration du groupe du Mouvement réformateur. Nous aimons la culture du résultat et nous allons faire en sorte que soit élaboré sans délai un budget 2008 en équilibre, qu'on entreprenne sans délai une nouvelle réforme fiscale pour augmenter le pouvoir d'achat des gens, qu'on allège les charges sur le travail, qu'on active les chômeurs, qu'on garantisse la qualité de nos soins de santé, qu'on revalorise nos pensions – et j'ajouterai: qu'on supprime la cotisation de solidarité; c'est un combat que je poursuis et que je tiens à mener à son terme.

 

Il faut aussi mener une politique ambitieuse en matière d'environnement et assurer une véritable concurrence dans le secteur de l'énergie pour faire baisser la facture de nos citoyens au-delà de l'extension du Fonds social mazout. Nous voulons aussi garantir la sécurité de nos concitoyens et lutter contre la menace terroriste; soutenir les PME, les indépendants et rétablir l'image de la Belgique à l'étranger. Ces dernières semaines et ces derniers mois, cette image a été affaiblie. Nous devons faire en sorte qu'en Europe et sur la scène internationale, la Belgique retrouve son crédit. Nous attacherons beaucoup d'importance au budget de la Coopération au développement en la matière et à faire en sorte que notre produit intérieur brut permette à la Belgique d'être considérée comme elle le mérite à l'étranger.

 

Parallèlement au traitement des dossiers les plus urgents, nous allons entreprendre deux négociations fondamentales, l'une sur l'institutionnel, l'autre sur le socio-économique et l'environnement. Il s'agit d'une véritable œuvre de formation d'un gouvernement définitif. Ces négociations seront menées par ceux qui ont gagné les élections, Yves Leterme et Didier Reynders. Nous pensons qu'elles seront déterminantes.

 

S'agissant des réformes institutionnelles, puis-je rappeler que nous ne sommes pas opposés au principe d'une grande réforme institutionnelle et que nous serons à cet égard des partenaires loyaux? Nous participerons à une réflexion sur l'adaptation des structures de l'État. Puisque l'occasion m'en est donnée, je souhaiterais rappeler les principes qui vont guider notre approche dans cette optique et dans ces discussions.

 

Sous un axe double, je pense qu'il faut très fortement faire la différence entre, d'une part, ce qui procède du respect des droits des gens et des droits fondamentaux dans notre pays, et, d'autre part, ce qui a trait à une meilleure efficacité de nos Régions, de nos Communautés et de l'État fédéral.

 

Nous ne souscrirons – et nous sommes très clairs sur ce point – à aucune réforme susceptible d'atteindre aux droits et aux libertés des citoyens. Les droits attachés à la personne revêtent pour nous une portée universelle qu'aucune réforme ne pourra altérer. Il s'agit là d'un principe essentiel sur lequel doivent pouvoir se rejoindre tous les démocrates. Ce serait bien le comble si nous acceptions de bafouer en Belgique des droits fondamentaux que, par ailleurs, nous défendons partout dans le monde et dans tous les pays.

 

Autant nous sommes attachés au respect des droits fondamentaux, du droit des gens, des droits inaliénables pour nous, autant nous considérons que, lorsqu'il sera question de réfléchir à la manière d'améliorer les outils institutionnels, notre réflexion sera animée par le souci de privilégier le niveau de pouvoir le plus efficace, quelle que soit la matière.

 

Il va de soi, en ce qui nous concerne, que la référence au principe de subsidiarité dans l'organisation de l'État s'entend sans aucune exclusive. La redistribution des compétences doit pouvoir s'envisager dans les deux sens, de la même manière que de nouvelles attributions de compétences vers les Communautés et les Régions peuvent être envisagées, le transfert de certaines compétences de ces dernières vers l'autorité fédérale peut se justifier.

 

Je précise cependant que notre réflexion s'inscrira toujours résolument dans un cadre fédéral. Il s'ensuit qu'il est dès lors essentiel pour nous que soient préservées les solidarités interpersonnelles, même si j'admets évidemment qu'il convient de mieux définir ce que l'on entend exactement par "solidarités interpersonnelles". L'exigence de ce cadre fédéral implique également que l'autorité fédérale doit pouvoir disposer de réels moyens financiers pour exercer ses compétences. Nous ne pouvons accepter que, progressivement, l'État fédéral soit privé de moyens financiers qui lui permettent d'exercer réellement les compétences qu'il doit exercer pour le bien de l'ensemble de nos concitoyens.

 

J'en viens maintenant aux volets socio-économique et environnemental, et un mot si vous le voulez bien sur ce qu'on appelle "l'unité des francophones". Cela concerne essentiellement les partis francophones de cette assemblée mais je pense qu'il est bon de rappeler certaines choses à cet égard. Autant, pour nous, l'unité francophone est importante dans le cadre des négociations institutionnelles, il en va tout autrement – me semble-t-il – en ce qui concerne la négociation socio-économique.

 

Soyons clairs, contrairement à d'autres formations politiques francophones, nous ne défendons pas un projet socialiste.

 

Nous avons notre propre projet. D'ailleurs, ce projet a recueilli un large soutien populaire et nous entendons bien le voir appliquer. Il n'y aura donc pas, dans le processus de formation socio-économique, de pensée unique francophone: il faut que vive le débat, il faut que vive l'argumentation démocratique. Il est sain, me semble-t-il, que des partis de gauche comme le PS ou le cdH, expriment leurs propres sensibilités.

 

(Applaudissements)

 

Sans faux-fuyants. Il faut jouer cartes sur table et chacun doit oser ses idées. Nous n'avons rien à redire à cela, mais nous, libéraux, libéraux réformateurs, nous développerons notre propre projet. Nous représentons sans doute le centre, le centre-droit, la droite libérale. Nous voulons plus de liberté, plus de responsabilités individuelles, la possibilité pour chacune et chacun de développer son talent, de réaliser ses objectifs, d'être l'acteur de sa propre vie, dans le respect de l'égalité des droits et des devoirs. En d'autres mots, nous ne nous contentons pas de libertés formelles, nous défendons des libertés réelles, de véritables libertés de choix, le pouvoir d'effectuer des choix plutôt que de devoir subir des contraintes.

 

À propos de choix, je voudrais aborder avant tout des enjeux majeurs pour nous de l'action de tous les décideurs, au sens large, qui sera aussi au centre des discussions du groupe de négociations: l'avenir de notre planète et de notre environnement. Ils doivent être le cœur de nos choix politiques et toute décision doit être évaluée en regard du critère environnemental.

 

Les défis environnementaux sont pour nous une véritable opportunité; c'est une opportunité dans le cadre de changements de mode de vie, de changements de mode de consommation, sûrement, mais c'est aussi une opportunité en matière de développement économique. Les secteurs des économies d'énergie et des énergies renouvelables doivent concourir demain, et de manière significative, à la croissance économique des prochaines années.

 

Je parlais de liberté de choix. Cette liberté, nous voulons d'abord la garantir à ceux qui travaillent; nous avons toujours été très clairs sur cet aspect et nous tiendrons nos engagements. Le travail doit être revalorisé.

 

Nous avons annoncé une réforme importante de la fiscalité sur les bas et moyens revenus, un plan de réforme étayé, chiffré, défendu à la fois par le MR et l'Open Vld. Cette réforme nous paraît juste, opportune, finançable. La première réforme fiscale, je le rappelle, a, rien que sur l'année 2007, rendu 9 milliards d'euros de pouvoir d'achat aux contribuables belges. Il n'est pas abusif de considérer que cette première étape a été salutaire pour le pays, étant donné l'impact qu'elle a eu sur la confiance des gens et des entreprises, sur la consommation intérieure, sur la création d'emplois et plus globalement sur la croissance du produit intérieur brut, qui dépasse ces dernières années la moyenne européenne en la matière.

 

Et nous allons poursuivre nos efforts dans cette voie. S'il convient de libérer et de rendre plus de liberté aux gens qui travaillent, nous voulons également soutenir ceux qui veulent travailler. Lutter contre les pièges à l'emploi, c'est important, en cassant les schémas pernicieux, selon lesquels nous perdons du pouvoir d'achat en optant pour le travail; en soutenant ceux qui ont des craintes légitimes à devoir assumer à la fois la vie professionnelle et la vie de famille. Mais surtout pour ceux qui veulent travailler, il faut créer de l'activité.

 

Le prochain accord de gouvernement doit contenir des engagements forts à ce sujet. Pour nous, il est évident que nos entreprises demandent à se développer. Il faut donc leur en donner les moyens. Il faut créer le climat fiscal et économique favorable au développement. Il faut aller plus loin en cette matière. Nous préconisons très concrètement une nouvelle baisse de l'impôt des sociétés et une baisse drastique des charges qui pèsent sur l'embauche. Je songe aux emplois peu qualifiés mais aussi aux emplois de la connaissance. C'est un défi majeur par rapport aux continents concurrents et nous voulons relever ce défi.

 

Au-delà de la création d'emplois, le soutien à ceux qui veulent travailler passe également par une profonde réforme de notre système d'assurance chômage. Cette dernière doit viser la remise au travail. Telle est sa principale finalité. Il m'apparaît que le futur gouvernement a, à cet égard, une obligation de résultat. Le fait d'avoir aujourd'hui des métiers en pénurie de main-d'œuvre et en même temps un demi-million de chômeurs en Belgique est une aberration. Laisser perdurer cette réalité serait une faute.

 

Lorsqu'on parle de ceux qui veulent travailler, on pense aussi à ceux qui veulent entreprendre, créer leur activité et créer de l'emploi. Les indépendants et les PME constituent, à n'en pas douter, le cœur économique de notre société. On peut même dire que, par nature, la santé économique d'un pays est directement associée à leurs performances. C'est la raison pour laquelle il est primordial de donner aux gens, aux jeunes surtout l'envie de créer leur propre entreprise, l'envie d'embrasser la carrière d'indépendant, de leur offrir en conséquence un statut digne de ce nom. Je voudrais mettre en lumière le travail réalisé ces quatre dernières années, plus particulièrement par la ministre des Classes moyennes, Sabine Laruelle, qui n'a eu de cesse de revaloriser le statut social du travailleur indépendant. (Applaudissements)

 

Je rappelle à cet égard que la dette de l'INASTI qui était de 490 millions d'euros en 2003 est à ce jour complètement apurée et cela, avec même quelques années d'avance sur les prévisions. Plus rien ne nous empêche donc d'être proactifs dans cette matière.

 

Pour ce faire nous proposons notamment toute une série de réformes, comme par exemple la modification du système de calcul des cotisations vers un calcul qui tient davantage compte de la réalité pendant et après l'activité. Nous proposons aussi un rattrapage en matière d'allocations familiales, l'alignement de la pension minimale sur celle des salariés, la suppression des malus "pension", le développement des pensions libres complémentaires. Ceux qui souhaitent travailler et ceux qui travaillent dans ce pays le méritent.

 

Ceux qui souhaitent travailler sont aussi parfois des pensionnés. En cette matière, nous pensons qu'il est nécessaire de poursuivre dans la voie d'une libéralisation totale du travail autorisé des pensionnés après l'âge de la pension. Le MR veut permettre aux pensionnés de travailler comme ils le souhaitent, selon leurs besoins, leur choix tout en conservant leurs droits à la pension.

 

J'ai parlé de gens qui travaillent, de ceux qui veulent travailler. Il y a aussi les gens qui ont travaillé.

 

Quand on a contribué à l'enrichissement de notre pays par son travail pendant de longues années, on a droit à une pension de retraite qui permette de vivre dignement et de profiter légitimement de jours de repos. L'amélioration de la qualité de vie des pensionnés est pour nous une priorité. Nous savons que le défi du vieillissement reste sans conteste l'un des principaux enjeux de notre société pour les prochaines décennies. Il faudra un débat en profondeur sur le sujet.

 

Le pacte entre générations a ouvert la voie à une solidarité intergénérationnelle et des réponses concrètes ont été apportées en faveur des pensionnés.

 

Mais dans l'immédiat, nous pensons qu'il est nécessaire d'augmenter les pensions les plus basses; d'aligner les minima pour les personnes âgées au moins au seuil de pauvreté. Il est nécessaire de continuer le rattrapage des pensions minimales des indépendants, de poursuivre le mécanisme de liaison au bien-être et, je le répète, de supprimer une fois pour toute cette cotisation de solidarité, mesure injuste qui force les pensionnés à cotiser une deuxième fois!

 

Mes chers collègues, à côté des gens qui travaillent, des gens qui veulent travailler, des gens qui ont travaillé, il y a des gens qui ne peuvent plus travailler.

 

Je pense à ceux qui sont confrontés aux maladies chroniques, aux maladies de longue durée.

 

Lorsque la vie bascule, la solidarité doit être, pour nous, totale!

 

Les malades chroniques ou atteints d'infections graves ou de longue durée doivent bénéficier d'une prise en charge maximale.

 

Car bien au-delà de la maladie, c'est souvent un projet de vie qui s'effondre, une vie de famille qui est complètement bousculée, des proches qui souffrent. La maladie est alors un drame humain, social et familial. Cette situation génère des conséquences matérielles, psychologiques et sociales particulièrement lourdes. Il n'y a pas de société solidaire qui ne puisse répondre efficacement à cette problématique; elle doit garantir, à chaque patient chronique, un accès aux meilleurs soins sans qu'aucun obstacle financier ne puisse les limiter. Je pense qu'il faut revoir fondamentalement notre système du maximum à facturer qui est actuellement basé essentiellement sur une notion financière, une notion de revenus alors qu'il devrait être beaucoup plus axé sur la pathologie.

 

Je souligne souvent ce paradoxe qui fait que dans notre société, à l'heure actuelle, si on est peu malade ou seulement victime de maladies bénignes, il n'y a aucun obstacle à recevoir des soins de qualité alors que pour ceux qui souffrent le plus, qui connaissent les maladies les plus graves, quels que soient leurs revenus, il est extrêmement difficile de faire face à ces maladies chroniques. C'est inadmissible dans une société qui se veut réellement solidaire! (Applaudissements)

 

Par ailleurs, nous collaborerons avec beaucoup d'enthousiasme, car nous pensons que c'est vraiment nécessaire, à l'élaboration d'un plan national contre le cancer. Cela s'inscrit résolument dans notre projet. Plusieurs d'entre nous ont déjà déposé des résolutions à cet égard. Nous tenons bien à participer à la mise en place de ce plan qui est absolument nécessaire.

 

Un dernier mot pour finir ce volet.

 

Pour les fêtes, monsieur le premier ministre, les Belges auront sans doute un gouvernement, mais ils auront aussi en matière de soins de santé, une sécurité tarifaire. Et je me réjouis que médecins et mutuelles aient pu se mettre d'accord pour une convention médicomutuelliste qui garantit tant au patient qu'au prestataire une année sereine en la matière.

 

Pour conclure, j'en reviens, monsieur le premier ministre, à votre volonté de dialogue. En fait, deux familles politiques y ont déjà répondu: Ecolo-Groen! dans l'opposition, le MR et le Vld dans la majorité. Sans rien renier - j'insiste sur ce point -, ils sont capables d'établir des ponts entre nos deux grandes communautés nationales et de pratiquer la tolérance constructive. Puisse cette capacité de dialogue gagner l'ensemble des familles politiques de ce pays!

 

Monsieur le premier ministre, ces dernières semaines, vous avez fait preuve d'une grande capacité de "résurrection politique", dirais-je. Votre gouvernement intérimaire naît à Noël et mourra à Pâques.

 

Cela procède en fait d'une certaine logique historique, si ce n'est qu'il y a un gap entre 33 ans et 3 mois. Mais ne doutez pas que les observateurs politiques seront, à la fin du mois de mars, très attentifs au troisième jour.

 

Mais nous n'en sommes pas encore là. Commençons par le commencement. Je souhaite au nom du groupe MR, à vous et à votre gouvernement, un très bon nouveau premier trimestre.

 

(Applaudissements)

 

01.10  Bart De Wever (CD&V - N-VA): Mijnheer de voorzitter, …

 

De voorzitter: Collega’s, we hebben iedereen laten uitspreken deze voormiddag. We gaan dat nu ook doen.

 

01.11  Bart De Wever (CD&V - N-VA): Temeer daar ik nog niet begonnen was, mijnheer de voorzitter.

 

Geachte voorzitter, beste collega’s, dit is inderdaad mijn maidenspeech. Dank u wel voor het algemeen applaus. Het is beter bij de aanvang, bij de afloop reken ik er niet op.

 

Collega’s, als partner van CD&V heeft de N-VA de afgelopen zes maanden deelgenomen aan de onderhandelingen voor een definitieve regering. Daarbij focuste onze partij vooral op de hervormingen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de welvaart en het welzijn van alle burgers in dit land. Ik spreek natuurlijk over de staatshervorming. Mijn partij was daarbij steeds bereid en is nog altijd bereid tot een eerbaar vergelijk. Niet alles kan in een slag worden binnengehaald. Ze is echter niet bereid en was nooit bereid om plat op de buik te gaan zoals sommigen ons hebben toegewenst. Daartoe zijn wij niet bereid, gisteren niet, vandaag niet en dat zal morgen niet anders zijn.

 

L’acoustique est mauvaise dans ce musée.

 

De volharding van het kartel om de problemen die te lang onder de mat geveegd zijn op te lossen heeft allicht bijgedragen tot de lengte van de formatiecrisis. Niemand kiest voor een lange crisis, ook wij niet. Het is en het blijft echter onze overtuiging dat de noodzaak tot hervorming belangrijker is dan het vormen van een regering. Het status-quo nog langer bewaren is echt geen optie. De N-VA en het kartel weten zich in deze overtuiging gedragen door de publieke opinie in Vlaanderen. Velen hebben Vlaanderen op dat vlak verkeerd ingeschat. Ik ben ervan overtuigd dat 2007 op dat vlak een historisch jaar zal blijken te zijn, wat er verder ook moge gebeuren. Vanuit deze overwegingen …

 

(…): (…)

 

01.12 Bart De Wever (CD&V - N-VA): Het is een bijdrage die vele malen overtreft wat uw fractie ooit heeft bijgedragen en ooit zal bijdragen. Het stoort mij niet dat u er even bijzit en dat u ernaar kijkt. Dat stoort mij helemaal niet.

 

01.13  Gerolf Annemans (Vlaams Belang): Ik heb niets anders gezegd, collega De Wever, dan dat het een historische bemerking is om u te beperken tot wat u in 2007 hebt gedaan, wetend dat u eigenlijk niets hebt gedaan. Dat is alles wat ik heb gezegd.

 

01.14  Bart De Wever (CD&V - N-VA): Niets doen is het prerogatief van uw fractie, mijnheer Annemans. U zult daarmee ongetwijfeld uw parlementair pensioen met glans bereiken.

 

Alleszins is het vanuit deze overwegingen dat de N-VA oordeelt dat zij geen plaats moet innemen in deze interim-regering. De dringende zaken kunnen evengoed door anderen worden geregeld. De fundamentele zaken, daar gaat het om. Daar wil mij partij wel bij zijn. Derhalve hebben wij geen minister afgevaardigd uit onze groep in deze regering maar zal de N-VA wel ingaan op de uitnodiging tot communautaire onderhandeling. Wij zijn blij met de tweederdemeerderheid in functie van deze onderhandeling maar beseffen tegelijkertijd zeer goed dat wij opnieuw starten met lege handen, dat we opnieuw starten vanaf nul.

 

De bezorgdheid over de afloop daarvan is zeer groot in Vlaanderen. Dat voelen wij bijzonder goed aan. Aan die bezorgdheid willen wij uiting geven evenals aan onze standvastigheid. Daarom hebben wij één lid van onze groep aangeduid die zich tijdens de vertrouwensstemming zal onthouden.

 

De voorzitter: De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering zondag 23 december 2007 om 14.30 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le dimanche 23 décembre 2007 à 14.30 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 12.31 uur.

La séance est levée à 12.31 heures.

 

 

 

 

Dit verslag heeft geen bijlage.

 

Ce compte rendu n'a pas d'annexe.