Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

dinsdag 22 december 2009

 

Avond

 

______

 

 

du

 

mardi 22 décembre 2009

 

Soir

 

______

 

 


De vergadering wordt geopend om 21.02 uur en voorgezeten door de heer André Flahaut, tweede ondervoorzitter.

La séance est ouverte à 21.02 heures et présidée par M. André Flahaut, deuxième vice-président.

 

Tegenwoordig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Jean-Marc Delizée, Annemie Turtelboom, Guy Vanhengel, Melchior Wathelet.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Berichten van verhindering

Excusés

 

Daniel Ducarme, Karine Lalieux, Luc Sevenhans, Sarah Smeyers, Tinne Van der Straeten, Flor Van Noppen, wegens gezondheidsredenen / pour raisons de santé;

Jean Marie Dedecker, wegens ambtsplicht / pour devoirs de mandat;

Marie-Martine Schyns, zwangerschapsverlof / congé de maternité;

Jean Cornil, buitenslands / à l'étranger.

 

Begrotingen en rekeningen

Budgets et comptes

 

01 Wetsontwerp houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 (2222/1-7) (2221/1)

- Wetsontwerp houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 (2223/1-19) (2224/1-24) (2225/1-29)

01 Projet de loi contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2010 (2222/1-7) (2221/1)

- Projet de loi contenant le budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2010 (2223/1-19) (2224/1-24) (2225/1-29)

 

Hervatting van de algemene bespreking

Reprise de la discussion générale

 

De algemene bespreking is hervat.

La discussion générale est reprise.

 

Er zijn twee ministers aanwezig, wij kunnen beginnen.

 

01.01  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de voorzitter, we kunnen misschien wachten tot twee van uw partijgenoten ook aanwezig zijn?

 

De voorzitter: Ik ben de partij. (Hilariteit)

 

01.02  Bruno Tobback (sp.a): Ik heb dat precies nog ergens gehoord.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de vice-eerste minister, mevrouw de minister, heren staatssecretarissen, dames en heren collega’s, mijnheer Waterschoot, ik begin graag met u, omdat u mij twee keer hebt verrast, ten eerste, met een voor een lid van de meerderheid vergaande concessie dat wat voorligt, niet meer is dan kleine steentjes. Ik ben het met u eens, voor alle duidelijkheid. Ik had niet verwacht dat u dat zou zeggen namens CD&V. Ik ben het met u eens dat het redelijk kleine steentjes zijn en dan druk ik mij nog voorzichtig uit.

 

01.03 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Tobback, u kent het bekende Vlaamse spreekwoord: wie het kleine steentje niet begeert, is het grote niet weerd.

 

01.04  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de minister, met u ben ik het ook eens, maar als de heer Waterschoot mijn stelling van kleine steentjes persoonlijk wil nemen, zou ik dat debat in zijn plaats niet aangaan.

 

In alle ernst, om op uw tweede ambitieuze doelstelling terug te komen, mijnheer Waterschoot, ik heb u horen zeggen dat de regering volgens u veel meer zou moeten doen dan die kleine steentjes en minstens moet proberen om de doelstellingen van de Europese Commissie te respecteren, namelijk om tegen 2012 in de plaats van tegen 2010 het tekort van 3 % te halen.

 

Ik heb van de tijd waarop u waarschijnlijk bent gaan eten, gebruikgemaakt om eens uit te rekenen wat dat betekent, zelfs rekening houdend met de huidige blijkbaar positiever ingeschatte economische groei. Wanneer wij uitgaan van de jongste groeivooruitzichten van 7 december van de Nationale Bank, hebt u zelfs met de positieve effecten daarvan voor 2011 nog altijd 3 miljard euro te kort op die norm van 3 %, en moet de volgende regering tegen 2012 nog altijd 7 miljard euro besparen om de norm van 3 % te halen in 2012 in de plaats van in 2013.

 

Zo ver bent u daar nog altijd af, zelfs rekening houdend met de voorlopig positief ingeschatte economische groei. Het is nog maar zeer de vraag of de Nationale Bank niet een beetje te optimistisch is. Zo ver bent u er minstens van af.

 

Dat is op voorwaarde, ten eerste, dat u de begroting die hier voorligt, perfect uitvoert en, ten tweede, er geen foutjes in zitten. Die 7 miljard is een begin. Laat ik daarmee beginnen. Dat is nog te doen.

 

Getuigt uw begroting die hier voorligt van die ambitie? Ik heb niet de indruk. Ik heb wel de indruk dat het document dat hier voorligt, de ongelooflijke ambitie heeft in 2011 de meet te halen met deze regeringscoalitie zonder veel verdere accidenten. Dat is een eerbare ambitie, mijnheer De Croo, absoluut, maar of het er ook een is die ons land vooruithelpt en die een uitzicht op zekerheid biedt, al of niet rustige zekerheid, voor de inwoners, daar valt over te discussiëren. Dat het een diepgewortelde ambitie is voor u en uw coalitiepartners, daar zijn wij het allemaal over eens, meen ik. Het is jammer genoeg zowat de enige ambitie die hieruit blijkt.

 

De kers op de taart was, nadat u de begroting 7 keer hebt aangepast tijdens de bespreking ervan in het Parlement, zelfs tot op het laatste moment vorige week in de loop van de plenaire vergadering, dat u toen een commissievergadering moest bijeenroepen om uw begroting nog even aan te passen, omdat u vergeten was er iets in te zetten. Een mens zou op de duur heimwee krijgen naar de tijd toen termen als “goed bestuur” naar voren werden geschoven en toen de brandende wil leefde om in 5 minuten de wereld op zijn kop te zetten, te beginnen met één Belgische provincie, men ons sociaal stelsel grondig wou moderniseren, onze arbeidsmarkten dynamiseren, de overheidsfinanciën op orde brengen, enzovoort. Waar is die tijd, collega’s van de meerderheid?

 

Ik merk er in de praktijk niet veel meer van. Even dacht ik dat die tijd van dromen en ambities terug was, toen ik vorige week de eerste minister hoorde. Hij is hier niet. Hij is misschien opnieuw naar Afghanistan vertrokken, ik weet het niet. Vorige week deed hij een oproep aan de burgers van ons land: help ons alstublieft daklozen, die het in de huidige omstandigheden moeilijk hebben, op te vangen.

 

Even dacht ik: er is weer ambitie. Maar die oproep kreeg spijtig genoeg zeer snel een pijnlijke kant. Ten eerste bleek dat men niet voor mogelijkheden had gezorgd, eender waar, waar mensen van goede wil terechtkonden om zelfs maar een kamer aan te bieden. Ten tweede bleek dat de regering er zelf niet in slaagt het goede voorbeeld te geven. Kijk maar naar de heer De Crem. Ik veronderstel dat hij niet durfde terug te komen uit Afghanistan. Ondanks herhaald aandringen uit alle hoeken blijft de minister van Defensie op dat vlak zich mordicus verzetten tegen extra inspanningen van het leger. Niet alleen zet hij zijn deuren niet open, hij stelt zelfs geen mensen beschikbaar voor het vervoer van families naar een plaats waar zij een dak boven hun hoofd kunnen krijgen. Dan is het antwoord van minister De Crem vandaag: neen.

 

Dat staat in schril contrast met de snelheid waarmee hij antwoordt op de vragen van mevrouw Clinton, maar ik neem aan dat dat een kwestie van prioriteiten is.

 

Collega’s, die oproep past daarmee spijtig genoeg naadloos in de rest van de retoriek, die ons nu al bijna twee jaar regeert, los van de variërende samenstelling van de regeringen. Wie houdt het nog bij? Deze retoriek maakt ook de kern uit van de begroting die hier voorligt: grote woorden en kleine daden, kleine steentjes, mijnheer Waterschoot, verantwoordelijkheid afschuiven en problemen vooruit schuiven en pijnpunten benoemen, maar ze niet oplossen.

 

Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom zowat ieder onafhankelijk rapport bijzonder kritisch is voor uw werkstuk.

 

01.05  Kristof Waterschoot (CD&V): Dank u wel mijnheer Tobback dat u mijn beeldspraak over kleine steentjes zo hard apprecieert. Ik wou daar toch wel een beetje uitleg bij geven, want ik begrijp dat u niet zo goed bent in de Chinese filosofie en in Chinese zegswijzen. Ik heb daar alle begrip voor. Het behoort niet tot uw dagelijkse job. Maar, voor alle duidelijkheid, met die kleine steentjes bedoelt men de uitspraak die ik daarstraks heb gedaan, met name dat een man die een berg wil verzetten, begint met het verplaatsen van kleine steentjes. Daar bedoel ik dus niet mee dat wat hier voorligt kleine steentjes zijn. Daar bedoel ik wel mee dat om een grote uitdaging aan te gaan, men moet overgaan tot concrete maatregelen, dat men concrete beslissingen moet nemen. Ik blijf er achter staan dat in deze begroting concrete maatregelen en beslissingen vervat zijn, waarmee we deze uitdaging van de grote financiële en economische crisis kunnen aangaan.

 

01.06  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer Waterschoot, ik wil even verder gaan in die retoriek. Op het moment dat de grond aan het wegzakken is, moet u niet met kleine steentje beginnen. Dan moet u er voor zorgen dat u met een grote schop heel vlug begint te scheppen en dat u voor de berg bent of u ligt eronder. Als wij u laten voortdoen, liggen wij met zijn allen onder die berg.

 

01.07  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Waterschoot, vermits u mij uitdaagt, zal ik u ook even meenemen in de Chinese filosofie. Lichtjes gekleurd, want ik denk dat ook hij het uit oudere teksten heeft, maar ik denk dat het Mao was die zei dat de langste mars begint met de eerste stap.

 

01.08  Herman De Croo (Open Vld): … maar wel in de goede richting.

 

01.09  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer De Croo, u legt de vinger op de wonde. Ik stond op het punt de vraag te stellen of u nu de eerste stap gezet hebt, of dat in de goede richting was en of iemand gezien heeft dat u bewogen hebt? Ik was bij de onafhankelijke rapporteurs over de begrotingsambities van deze regering. De eerste die vindt dat die eerste stap zelfs nog niet gezet is, is dezelfde Europese Commissie die eigenlijk voor het goed en wel opgestuurd was uw stabiliteitsprogramma al gebuisd had en zei dat het niet goed genoeg was.

 

01.10 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Tobback, ofwel gaan wij ons nog wat verblijden met een wat komische act, ofwel gaan wij serieus zijn. Als wij ernstig willen blijven en wij analyseren wat de Europese Commissie letterlijk zegt, wat er te lezen staat in de teksten van de Europese Commissie, niet wat ervan gemaakt wordt door sommigen die eventueel moedwillig geïnspireerd zijn om kwade taal te spreken, dan zullen wij merken dat de Europese Commissie zegt dat de eerste stap die gezet moet worden, de opmaak is van de begroting 2010. Dan zullen wij merken dat de Europese Commissie zegt dat die begroting 2010 structureel goed in mekaar steekt en de eerste belangrijke stap is om het traject te volgen naar een evenwicht in 2015. Dan zult u merken dat in die commentaar van de Europese Commissie staat dat de Belgische regering lof krijgt voor de wijze waarop ze de begroting 2010 heeft opgesteld.

 

(Protest)

 

Ik kan lezen! Ik weet niet of jullie kunnen lezen, maar ik kan lezen. Dat zult u zien. Overigens, uw kameraad socialistische vriend die achter u zit en de zaak hier voorzit, knikt ook instemmend. Het zal toch misschien wel zo zijn dat dat de waarheid is. Als u bij uw eerste interventie al begint te zeggen dat de Europese Commissie brandhout maakt van onze begroting 2010 die hier vandaag wordt besproken, dan moet ik u terechtwijzen, want dan verkoopt u leugens.

 

01.11  Hendrik Daems (Open Vld): De minister van Begroting heeft gevraagd om het kort te houden en ik zal dat ook doen. Het enige wat ik vraag is dat u het document dat ik u na mijn betoog overhandig, toevoegt aan het verslag. Dat document is met name de aanbeveling van Europa aan België. Het document is in het Engels gesteld en ik zal het hier niet voorlezen.

 

Het eerste punt van de Europese Commissie is letterlijk dat het budget voor 2009 een adequaat antwoord is op de situatie. In het tweede punt zegt de Europese Commissie effectief, zoals de minister van Begroting zegt, dat de begroting voor 2010 exact zoals gepland uitgevoerd moet worden. Exact zoals gepland, zoals ze hier voorligt, moet ze uitgevoerd worden. Wat de Europese Commissie wel zegt is het volgende. Waar in de meerjarenplanning van de regering voorzien is dat de norm van 3 % in 2013 wordt gehaald, beveelt de Europese Commissie aan om die eerder in 2012 te halen. Dat is wat in de aanbeveling van de Europese Commissie staat.

 

Hoe gaan we dat doen? Door een aantal bijkomende maatregelen te nemen, mijnheer Tobback. Aangepast heeft de huidige begroting geen globaal deficit van 6 % maar van 5,1 % nota bene. Ik vind dat niet uit. Het tweede document dat ik voorleg en toevoeg aan het verslag stelt – zoals de minister van Begroting terecht heeft aangegeven - dat een bijkomende groei van 1 % nominaal automatisch meer dan 0,5 % reductie van het deficit geeft. Tel de twee bij elkaar op en u komt aan 1,5 %. Dan is men eigenlijk mechanisch al vrij dicht in de buurt van de 3 % in 2012. Dat is echter niet de uitdaging. De uitdaging – ik zal het daar straks over hebben – is om tot een evenwicht te komen zoals wij samen in de vorige legislaturen effectief een evenwicht hebben bereikt, mijnheer Tobback.

 

01.12  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer Tobback, het spijt me. Ik wens uw plezier van oppositie voeren niet te ondermijnen door u telkens te onderbreken, maar het frappeert mij toch wat deze minister van Begroting over zijn lippen krijgt, met name dat uw eerste interventie een bepaalde richting uitgaat, terwijl zijn eerste interventie als minister van Begroting luidde dat dit land virtueel failliet is.

 

Mijnheer de minister, wat een gebrek aan structurele maatregelen in deze begroting. Wat zal u doen, op termijn, voor de pensioenen? Hoe zult u het sociaal zekerheidsstelsel verder ondersteunen? Dat zijn elementen die u niet beantwoordt. Het enige dat u doet is inderdaad met kleine steentjes naar een grote pot mikken en hopen dat er eentje in valt. Dat is alles.

 

01.13  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Vanhengel, uw ongeduld staat mij niet toe om mijn redenering af te maken. Ik was begonnen met te spreken over de kritiek van de onafhankelijke Europese Commissie op uw meerjarig stabiliteitsprogramma, los van uw begroting. Ik neem aan dat het nogal eigenaardig zou zijn, moest de Commissie u dit jaar aanbevolen hebben om de begroting van 2008 op te maken, dus als de Commissie zegt dat het die van 2010 moet zijn, dan lijkt mij dat nogal logisch.

 

Zelfs als u het programma uitvoert, luidt de opmerking van de Europese Commissie dat u, met een land waar de staatsschuld verhoudingsgewijs veel hoger ligt dan in zowat alle andere Europese landen, zich niet kunt permitteren om die 3 % in 2012 niet te halen. Dat is wat de Commissie zegt.

 

Mijnheer Daems, ook u wil ik antwoorden. Ook u had beter moeten luisteren. Misschien had ik niet alleen tot de heer Waterschoot moeten spreken. Ik ben namelijk begonnen met de rekening te maken, mechanisch, van waar u staat. U staat nu, op basis van de voorzieningen van de Nationale Bank, tegen 2011 aan een tekort van 4,96. Omgerekend betekent dat 7 miljard te gaan voor het halen van die 3 %.

 

Mijnheer de minister, u hebt de ambitie om hier te komen met een begroting waarvan u zegt dat ze voor twee jaar dient, dat ze visionair is, langdurig, vooruitkijkend, de pot vullend, weze het met kleine steentjes. Dan vind ik het nogal normaal dat ik u vandaag vraag om mij te zeggen waar die 7 miljard vandaan zal komen en om mij te zeggen waar u eraan begonnen bent, want u bent er niet aan begonnen. Dan spreek ik nog maar in de veronderstelling dat het optimistisch beeld, de goodwill van de Europese Commissie, enigszins terecht is en dat u inderdaad uw begroting…

 

01.14 Minister Guy Vanhengel: (…) Landuyt overigens vroeger deed met het vliegtuiglawaai rond Zaventem.

 

01.15  Bruno Tobback (sp.a): … en dat het u zal lukken om uw begroting, zoals ze hier voorligt…

 

(Rumoer)

 

U wou serieus praten.

 

01.16 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Tobback, ik vraag niet liever, maar het is uw fractie die mij uitdaagt.

 

01.17  Bruno Tobback (sp.a): U wou serieus praten, mijnheer Vanhengel, en ik zal u op uw woord nemen.

 

Uw steun en toeverlaat op de Europese Commissie hangt af van één zaak, en dat is dat de Europese Commissie zou verklaren dat uw begroting 2010 goed zou zijn, in de veronderstelling dat u ze uitvoert zoals ze voorligt.

 

Ik heb slechts vijf minuten nodig om u uiteen te zetten waarom u er zelfs niet in slaagt uw begroting uit te voeren. Ik zal echter met iets anders beginnen.

 

01.18 Minister Guy Vanhengel: De begroting 2010 is volgens de Europese Commissie goed.

 

01.19  Bruno Tobback (sp.a): Ze zou goed zijn, indien u ze zou uitvoeren.

 

Ik stel vast dat u in het hele debat tot nu toe niet intervenieerde. Het moet zijn dat mijn woorden voor het eerst pijn beginnen te doen.

 

01.20 Minister Guy Vanhengel: Nee! Nee! Het is de eerste keer vandaag dat ik een spreker hoor die start met dergelijke “enormiteiten”.

 

01.21  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Vanhengel, ik concludeer dat hoe meer u de drang voelt om te roepen, zonder zelfs het woord te vragen, hoe meer u de drang voelt om termen zoals “enormiteiten” en “leugens” in de mond te nemen, hoe meer pijn het doet en hoe meer u bewijst dat ik in de buurt kom en dat mijn stelling klopt.

 

Laat ik echter eerst even gewoon vertrekken van het standpunt dat de begroting wordt uitgevoerd zoals ze voorligt. Ik zal u voorlopig het voordeel van de twijfel gunnen. Als u de begroting uitvoert van a tot z zoals ze voorligt, dan belandt u in 2011 nog steeds met een tekort van 7 miljard euro. Dat is, ten eerste, een te vullen put en dat betekent, ten tweede, Mijnheer Daems, dat de volgende regering zal vertrekken met een achterstand die nog eens 7 miljard euro bedraagt.

 

Immers, mijnheer Vanhengel, op basis van deze begroting zult u vanaf 2011 hoe dan ook jaarlijks 1 miljard euro meer besteden dan vandaag aan de schuldaflossing. Dat is bovendien in de veronderstelling dat een eventuele rentestijging binnen de perken blijft, want als dat niet zo is, zal het bedrag van 1 miljard snel 2 miljard worden.

Ook op dat punt gun ik u in alle vriendelijkheid het voordeel van de twijfel. Laten wij ons hopen dat de economische groei niet te vlug gaat, dat de rente niet te snel stijgt en dat u niet te snel op 2 miljard uitkomt.

 

Tegelijk zult u, ook al voert u de voorliggende begroting uit van a tot z, 76 miljard euro minder schulden hebben afgebouwd dan gepland in de scenario’s die ons op de vergrijzing moesten voorbereiden. Dat is per jaar nog eens 3 miljard euro beleidsruimte minder voor de volgende regering, die ten opzichte van het Stabiliteitsprogramma al start met 7 miljard euro minder.

 

01.22 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Tobback, u was toch aanwezig in de commissie toen wij de hoorzitting van het Rekenhof hielden? Wat was de opmerking van het Rekenhof? Het Rekenhof zei dat wij, rekening houdend met de cijfers, te voorzichtig waren geweest. U was ook aanwezig, hoewel misschien niet tot het einde van het debat.

 

Ik illustreer dit aan de hand van de volgende voorbeelden. Het terugverdieneffect van de horeca werd niet in de begroting opgenomen en het terugverdieneffect van de banken werd onderschat. Vervolgens zei Het Rekenhof dat wij op het vlak van macro-economische gegevens meer dan voorzichtig zijn geweest. Meer dan voorzichtig! Wat is het gevolg daarvan? Het gevolg is dat wij nu door de betere macro-economische gegevens meer vooruitgang hebben geboekt in vergelijking met de bepalingen van het Stabiliteitsprogramma.

 

U zegt dat wij de doelstellingen niet zullen uitvoeren. Dat kan zijn, maar wij zullen ze alleen uitvoeren in de goede richting, omdat het onafhankelijke Rekenhof ons heeft gezegd dat wij te voorzichtig zijn geweest op verschillende vlakken.

 

Mijnheer Bonte, u mag daarmee lachen, maar ik lacht niet met de opmerkingen van het Rekenhof. Ik wil alleen benadrukken dat het Rekenhof heeft gezegd dat wij te voorzichtig zijn geweest.

 

01.23  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, met alle sympathie, maar ook u hebt niet geluisterd naar wat ik heb gezegd. Ik ben veel roekelozer geweest dan u. Als ik zeg dat wij tegen 2011 7 miljard euro tekort zullen hebben ten opzichte van de doelstellingen van de Europese Commissie, dan heb ik niet uw voorzichtige inschattingen genomen, maar wel de meest roekeloze inschatting die er is, met name de laatste schatting van de Nationale Bank van België, die veel verder gaat inzake economische groei dan u. Zelfs als ik veel roekelozer ben dan u in uw begroting bent, en een veel grotere economische groei aanneem, dan komt u nog altijd 7 miljard euro tekort in 2012. U zegt daar geen woord over.

 

01.24 Staatssecretaris Melchior Wathelet: (…)

 

01.25  Bruno Tobback (sp.a): U kletst uit uw nek, mijnheer Wathelet! U kletst uit uw nek. U bewijst dat u het eigenlijk niet wil zien. Ik neem aan dat u het Rekenhof hebt verstaan zoals u mij nu verstaat, namelijk niet.

 

01.26 Staatssecretaris Melchior Wathelet: U was toch aanwezig in de commissie?

 

01.27  Bruno Tobback (sp.a): Ja, ik was aanwezig in de commissie, mijnheer de staatssecretaris, maar probeer toch in uw hoofd te prenten, dat het Rekenhof zegt dat u een zeer voorzichtige economische groei aanneemt. Dat u daar zeer voorzichtig in bent.

 

Het Rekenhof heeft gelijk, maar ik zeg u al de hele tijd dat zelfs als ik een economische groei aanneem die de helft groter is dan wat u in uw budget heeft ingeschreven, u nog steeds 7 miljard euro tekort komt in 2011. Prent dat nu eens in uw hoofd! Dan nog komt u op het einde van de legislatuur 7 miljard euro tekort ten opzichte van het tekort van 3 % dat u moet hebben. Dan nog! En het zal waarschijnlijk meer zijn — plus 1 miljard wegens geen beleidsruimte, plus 4 miljard, plus 3 miljard verminderde beleidsruimte wegens het niet afbouwen van de schuld. Dat allemaal in de zeer welwillende veronderstelling dat u uw begroting effectief uitvoert zoals ze voorligt, mijnheer Vanhengel.

 

Ik kom thans tot het Rekenhof, mijnheer de minister, want daar was ik niet eens toe gekomen. Het Rekenhof merkte op dat de stijgende belastinginkomsten voor 2010 voornamelijk het product zijn van wat creatief schuiven met de inkohiering van de belastingen. Mijnheer Bogaert en mijnheer Devlies zouden dat in hun gouden dagen heel verontwaardigd een one-shot hebben genoemd. Mijnheer Bogaert, voor alle duidelijkheid en voor u reageert, zal ik eerst mijn zin afmaken. Dat daarmee de begroting 2010 een beetje wordt opgefleurd is niet meteen het voornaamste probleem. Ik heb geen principieel bezwaar tegen een one-shot om een begroting in orde te brengen. Het grote probleem is dat in de fantasie van de regering de one-shot een tweeloop is geworden die zelfs de lijn van de toenemende belastinginkomsten doortrekt tot in 2011. Want ook daar nog, mijnheer Vanhengel, voorziet u een verhoging van 5,4 % van de belastinginkomsten.

 

Waarop is dat gebaseerd? Ik heb u die vraag in de commissie gesteld, en ik heb ze aan het Rekenhof gesteld. Welnu, u noch het Rekenhof wist daarop een antwoord te formuleren. Dus boven op die 4 miljard hebben we in 2011 nog een gat van 1 miljard fictief begrote belastinginkomsten waarvan niemand weet waar ze in godsnaam vandaan zouden moeten komen. Laat staan dat de regering ons dat kan vertellen. Of dit uitvoerbaar is of ooit kan worden gerealiseerd, is maar zeer de vraag.

 

01.28 Minister Guy Vanhengel: De minister van Financiën heeft het al een paar keer uitgelegd, maar wij hebben een nieuw…

 

01.29  Bruno Tobback (sp.a): Ik heb van geen enkel regeringslid noch van het Rekenhof een antwoord gekregen op mijn uitdrukkelijke vraag waarop u zich baseert wat betreft de raming van 5,4 % toename van de belastinginkomsten in 2011. Daarop heeft niemand mij een antwoord kunnen geven. U niet, het Rekenhof niet en de minister van Financiën niet, al zult u mij toelaten te zeggen dat de ervaring mij leert dat de ramingen van de minister van Financiën niet altijd even geloofwaardig zijn.

 

01.30 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn antwoord behouden voor de repliek, want iets anders heeft geen zin.

 

01.31  Hendrik Bogaert (CD&V): Ik geef wel een antwoord op de opmerking inzake 1 miljard euro. Er is absoluut geen sprake van een truc. Het is het normale effect wanneer u de inkohiering naar voren trekt. Wij zijn er als fractie altijd voorstander van geweest om de renteloze lening van de burgers aan de overheid drastisch te verminderen. Ik moet vaststellen dat de regering daar iets aan doet: ze inkohiert sneller, nog niet voor iedereen. Ik denk dat er een tweede patch komt, die ook sneller zal ingekohierd zijn, en wellicht zal dat een positief effect geven op 2011.

 

Dat is natuurlijk niet vergelijkbaar met het moedwillig binnen trekken van 5 miljoen euro van het Pensioenfonds of het verkopen voor 2 miljard euro van overheidsgebouwen. Dat heeft er niets mee te maken.

 

Wij stellen gewoon een snellere inkohiering vast, die een positief effect heeft op de begroting van 2010. U was er trouwens bij en u weet dat 40 % wegvloeit naar de gemeenten. Ik heb gezien dat u uw opmerking ook in een vrije tribune hebt geschreven. Het getal klopt niet, want 40 % vloeit weg naar de gemeenten. Die moeten een en ander ook in het oog houden. Het netto-effect op de begroting is niet 1 miljard, maar 0,6 miljard.

 

In 2011 zou er in principe een tegengesteld effect kunnen zijn, omdat 600 miljoen dan terugkeert. Maar u vergeet één ding - en ik heb dit ook in de commissie aangebracht -: de inkohiering is versneld, maar nog niet voor iedereen. Stel dat er afgerond 3 miljoen belastingplichtigen zijn, dan is de inkohiering voor die 1,5 miljoen al naar voren getrokken. De tweede patch van inkohieringen voor 1,5 miljoen belastingplichten moet ook naar voren getrokken worden. Als zich dat voltooit, zal het negatief effect, dat u nu beschrijft voor 2011 – wat u een truc noemt, wat ik intellectueel onjuist vind – dichtgemaakt worden, doordat het effect naar voren schuift. In principe zal dat geneutraliseerd worden.

 

Het is in alle geval qua natuur helemaal niet vergelijkbaar met de trucs die uw sp.a-ministers in het verleden veelvuldig hebben toegepast. Hier stelt men gewoon vast wat voor iedereen in de zaal trouwens bijzonder positief is, namelijk dat de belastingen sneller ingekohierd worden, zodanig dat belastingplichtigen wat ze nog te goed hebben van de overheid, een jaar vroeger terugkrijgen dan in het verleden. Ik kan dat alleen maar toejuichen. Ik weet niet wat u daarvan denkt.

 

01.32 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijn opmerking gaat in dezelfde zin als die van de heer Bogaert. Neem pagina 174 van de begroting. Hier wordt in volle transparantie het inkohieringsritme van de personenbelasting uitgelegd en u kunt zien of het in de basis genomen wordt of niet. Het wordt gewoon maar uitgelegd, in volle transparantie.

 

Ten tweede hebt u het over de 5,4 % voor de fiscale ontvangsten. Dat zijn gewoon de cijfers die werden meegedeeld door de administratie. In het verleden, bijvoorbeeld in 2007 in Leuven, waren er verschillende schattingen van de fiscale ontvangsten, die tijdens bepaalde weekends omhoog gingen met 11 tot12 %. Ik weet niet hoe het kwam.

 

Voor 2008 heb ik in de commissie ervoor horen pleiten om de nota van de administratie te volgen. Welnu, dat hebben we gedaan. Die cijfers hebben we gehanteeerd.

 

Wij hebben gewoon de ramingen van de administratie genomen. Wij hebben die niet laten stijgen zoals in het verleden. Dat is gewoon een andere manier van werken, meer transparant, met meer respect voor de administratie. Ik denk dat dat een goede manier van werken is.

 

01.33  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Bogaert, u verdedigt wat ik zelfs niet heb aangevallen. Ik heb niet betwist dat er een mogelijke one shot kan zijn.

 

01.34  Hendrik Bogaert (CD&V): U beweert dat het een truc is!

 

01.35  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Bogaert, ik heb u laten uitspreken. Laat u mij ook uitspreken. U hebt niet eens het woord gevraagd.

 

Mijnheer Bogaert, u verdedigt wat ik zelfs niet heb aangevallen. Ik heb er geen probleem mee dat er een positief effect is van de vervroegde inkohieringen. Ik zeg u alleen dat dat hoe dan ook een oneshoteffect is, dat leuk uitkomt in 2010.

 

Voorts begrijp ik niet waar u het haalt dat dat effect zich nogmaals zal voordoen in 2011. Dat is niet zo.

 

01.36 Minister Guy Vanhengel: Nooit gehoord van Tax-on-web, mijnheer Tobback?

 

01.37  Bruno Tobback (sp.a): U legt het ook niet uit, want u kunt dat blijkbaar niet, anders zou u dat met veel overtuiging doen.

 

U mag zwaaien waarmee u wilt, mijnheer de staatssecretaris, maar uw 5,4 % in 2011 is even onverklaarbaar als de procenten uit Leuven of daarvoor en u hebt daarvoor geen enkele uitleg. Niets, nul, nada. U geeft geen woord uitleg, maar u hebt daarop wel uw hele stabiliteitsprogramma gebaseerd, dat zelf al een tekort van 7 miljard euro heeft.

 

01.38 Minister Guy Vanhengel: Als de heer Tobback de vriendelijkheid zou willen hebben om nog even de aanvulling te aanhoren die ik zou willen geven, de uitleg van de heren Wathelet en Bogaert is perfect sluitend. U moet weten dat wij sinds enige tijd met Tax-on-web werken, waarbij miljoen mensen hun aangifte via het elektronische systeem doen. Dat laat toe om de inkohiering geweldig te versnellen. Eens die versnelling op gang komt en iedereen met dat systeem blijft werken, zal het fenomeen van die versnelling zich blijven voordoen van jaar tot jaar.

 

(Protest)

 

Er is dus geen sprake van een one shot. Dat meen ik echt. Als u dat niet begrijpt, hebt u een probleem.

 

01.39  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de minister, wilt u de moeite doen om even te luisteren? U moet het mij eens uitleggen, maar ik denk dat ik het nu begrepen heb. U bent een believer geworden van de wonderbaarlijke vermenigvuldiging der broden?

 

Of, om een jaar of tien terug te gaan, bent u gaan geloven dat als men het met de computer doet, het omhoog blijft gaan? Zoiets? Aan mijn grootmoeder kan men dat nog wijsmaken, maar een normale mens weet dat dit effect misschien één keer speelt maar dat het dan stopt. Men kan de incohiering desnoods doen voordat de mensen hun geld verdiend hebben, maar ooit stopt het toch, mijnheer Vanhengel. Uw uitleg slaat op niets.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik wil terugkomen op het verslag van het Rekenhof. Het Rekenhof merkt inderdaad op dat u een aantal terugverdieneffecten voorzichtigheidshalve niet meerekent. Dat is goed. Absoluut. Ik vind het een fantastische prestatie om als liberaal in de regering te weerstaan aan de verleiding waanzinnige terugverdieneffecten in te schrijven.

 

Ik trek wat dat betreft deemoedig het boetekleed aan, mijnheer de staatssecretaris. Het doet mij pijn u deels in hetzelfde euvel te zien vervallen. Ik weet immers waartoe het kan leiden.

 

Het Rekenhof merkt tegelijk op dat u niet alleen een aantal positieve terugverdieneffecten vergat aan te rekenen, maar dat u ook vergat een aantal negatieve effecten in te schrijven. Bijvoorbeeld, het feit dat de bijdragen die de banken aan u moeten betalen ook aftrekbare kosten vormen en de vennootschapsbelastingen zelfs negatief beïnvloeden voor een bedrag van ongeveer 77 miljoen. Dat is ook niet in uw begroting voorzien!

 

Met andere woorden, waar u zich op beroept heeft in het beste geval een nuleffect. En dan ben ik nog zeer mild.

 

Wat ik ook nog leer uit het verslag van het Rekenhof, mijnheer de staatssecretaris en mijnheer Vanhengel, is dat u bezig bent met het uitschrijven van ongedekte cheques in het sociaal stelsel van de zelfstandigen. Ik ben er voor alle duidelijkheid voor – heel mijn partij is ervoor – dat wij stappen ondernemen om het minimumpensioen voor zelfstandigen op te trekken. Ik ben er zelfs een groot voorstander van dat wij zouden komen tot een veel verdergaande harmonisering van de sociale stelsels die op dit ogenblik bestaan. Het Rekenhof wijst er wel terecht op, collega’s, dat het stelsel van de zelfstandigen in 2010 alleen ontsnapt aan een deficit omdat het zo in elkaar zit dat de bijdragen berekend worden op basis van de inkomsten van 3 jaar geleden.

 

Met andere woorden, de bijdragen die u mag ramen voor 2010 zijn bijdragen die nog geen effect weerspiegelen van de economische crisis. Desondanks houdt het stelsel van de zelfstandigen in 2010 zijn hoofd maar nipt boven water, nadat u in die genereuze verhoging van het minimumpensioen hebt voorzien.

 

Ik leer daar één ding uit: wanneer wij over 3 jaar de bijdragen van de zelfstandigen zullen berekenen op basis van de inkomsten van vorig jaar en van dit jaar, zal het stelsel in zijn geheel deficitair zijn.

 

In uw toelichting, noch bij de maatregel, noch bij de begroting, wordt er daarover met geen woord gerept, behalve in het rapport van het Rekenhof. Ik neem aan dat dit laatste ook nog eens een probleem is dat u samen met alle andere en met al de rest van het slechte nieuws zult doorschuiven naar uw opvolgers, tenzij u ervan uitgaat dat de zelfstandigen het wel zullen betalen. Daarover valt te discussiëren, maar zeg het hun dan ten minste eerlijk vandaag in plaats van cheques uit te schrijven waarvoor u geen geld op de rekening hebt staan.

 

Wat u in u in elk geval niet meer kunt doorschuiven is de meer dan 730 miljoen waarvan u beslist hebt om ze op te nemen in uw algemene middelen in plaats van ze te affecteren op reserves voor de toekomst. Het was ook heel interessant om te zien hoe men ons probeerde uit te leggen dat het een lege doos was, terwijl het Rekenhof ons tegelijkertijd zei dat uit die lege doos 738 miljoen werd gehaald. Dat is een zeer interessante contradictie die ik toch wel vaststel.

 

Collega Bogaert, ik merk op dat u zich weer aangesproken voelt. Als het dan toch een lege doos was - u was daarvoor kwaad in het verleden, als u gelijk had zou u terecht kwaad zijn - wat zijn dan uw inspanningen om die lege doos te vullen? Het is immers niet alleen voor zelfstandigen dat men met geen woord rept over het rechthouden van ons sociaal systeem, het is in het algemeen dat men daarover geen woord zegt, behalve dan die 738 miljoen die verdwijnen naar uitgaven voor volgend jaar.

 

01.40  Hendrik Bogaert (CD&V): Mijnheer Tobback, ik discussieer graag met u, maar ik heb er een beetje last mee dat ondanks het feit dat u in de commissie was en een bepaald antwoord van de minister hoorde, u dan in de plenaire vergadering komt en gewoon negeert dat daarop ooit een antwoord is gekomen.

 

Het gaat hier over de 700 miljoen. De 700 miljoen is een dossier van 2006. In 2006 had de toenmalige regering geen overschot op de begroting en wilde toch 700 miljoen euro in het Zilverfonds stoppen.

 

Dat is natuurlijk complete nonsens. Als men een deficitaire begroting heeft, kan men helemaal geen geld stoppen in een spaarpot. Om Frank Vandenbroucke te citeren: “Als er geen overschot is, is het Zilverfonds een lege doos.” Zelfs technisch en volgens de wet kunt u als er geen overschot is in de betreffende jaren, geen geld stoppen in het Zilverfonds.

 

Dat is compleet tegen de geest van het Zilverfonds. Het Zilverfonds had als bedoeling om overschotten op de begroting te storten in dat fonds als er een overschot was. Al de rest, en u kent onze opinie daarover reeds lang, is technisch gezeur en kan gewoon niet.

 

Het Rekenhof heeft dan gezegd dat er 700 miljoen euro is die men onterecht gaat toewijzen aan het Zilverfonds en dat men die operatie moet terugdraaien. Dat is het antwoord geweest van de ministers. U was in de commissie. U hebt dat beluisterd. Ik heb u zien noteren. Nu komt u naar de plenaire vergadering en doet u alsof u dat antwoord nog nooit gehoord hebt. Ik vind dat van een laag niveau.

 

01.41  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Bogaert, ik heb in de commissie die uitleg gehoord. Ik heb ook geen probleem met uw stelling, die trouwens ook de mijne is, dat als men geen overschot realiseert in een bepaald jaar, men in dat jaar geen bijkomende middelen moet affecteren aan het Zilverfonds. Dat is trouwens inderdaad de geest van de wet die ik mee gemaakt heb.

 

Wat u gedaan hebt, is iets anders. U hebt geld dat al geaffecteerd was aan of voorzien voor het Zilverfonds, er terug weggehaald. Onterecht, mijnheer Bogaert! Nog eens: zonder zelfs maar een woord van uitleg, of visie zoals de heer Van Rompuy dat noemde, zonder een zweem of een schijn van visie over hoe u bij het ontbreken van die 738 miljoen en al die van de vorige jaren er ooit in gaat lukken om na 2015 – tot dan mogen we volgens de heer Daerden gerust zijn – nog pensioenen te betalen aan mensen die vandaag bijdragen betalen op het loon dat ze iedere maand verdienen. Minstens dat, los van de technische discussie, moet u op zo’n moment doen. Ook daarover vind ik geen woord, geen komma, geen cijfer, geen zweem van een schijn van een schaduw van een visie in heel uw begroting of beleidsverklaring. Daar zult mij niet vanaf brengen.

 

01.42  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Je vous répète que la logique que nous avons suivie est celle de la Cour des comptes. La Cour des comptes nous reprochait de ne pas avoir affecté un montant. Ces 738 millions d'euros n'étaient justement pas dans le Fonds de vieillissement parastatal. Nous avons régularisé une situation de 2006 sans aucune conséquence sur le solde de 2010! Cette opération a uniquement affecté le solde de 2006. Si, en 2006, vous n'avez pas affecté ce montant au Fonds de vieillissement, c'est votre problème! Aujourd'hui, sur l'avis de la Cour des comptes, nous devions réaffecter ce montant-là.

 

Quelle alternative avions-nous pour régulariser une situation qui avait été mal gérée en 2006? Soit, on injectait ce montant dans le Fonds de vieillissement, auquel cas cela coûtait plus cher à l'État. Soit, on régularisait la situation en n'affectant plus la recette, ce qui nous permettait d'obtenir une diminution en termes d'intérêts. C'est tout! Nous avons respecté ce que la Cour des comptes nous a demandé de faire. Cela n'affecte en aucun cas le solde! Si vous l'affectez au fonds, comme vous le proposez, cela coûtera plus cher aux Belges. Soyez un peu cohérent dans votre raisonnement!

 

01.43  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, zoals iemand op deze tribune al zei en zoals ik al eerder heb gezegd, u bent effectief bezig met alle potten leeg te maken om uw lopende uitgaven te dekken. Uw uitleg onderstreept dat des te meer.

 

Mijnheer de staatssecretaris, laat ik echter vooral niet de indruk wekken dat alleen het Rekenhof gezien heeft dat u gaten in uw hand hebt. De CREG liet ons een paar weken geleden weten dat niet alleen de 500 miljoen heffing die u voor 2009 nog altijd - fictief volgens de heer Vanhengel - in uw begroting heeft staan waarschijnlijk nooit geïnd zal worden maar dat ook het contract dat u dit jaar hebt gesloten met Suez voor 245 miljoen plus een storting in een fonds voor duurzame energie eigenlijk niet eens rechtgeldig is en dat het bedrag waarschijnlijk nooit in de kas zal komen. Collega’s van de meerderheid, u keurt hier een contract goed dat een deal bevat die gesloten is door de regering om de bevoegdheden van de wetgever te beperken. Dat is iets wat per definitie volgens onze Grondwet zelfs niet kan. Hoe dan ook, de kans dat u van die 245 miljoen ooit meer dan een paar symbolische euro’s gaat zien is bijzonder klein, mijnheer Vanhengel. Dat heeft betrekking op de uitvoering van uw begroting voor 2010 voor alle duidelijkheid.

 

Wat betreft de miljoenen voor dat fonds voor duurzame energie, misschien kunnen we daar beter over zwijgen. Daar is immers iets unieks gebeurd. Diegene die ze moet storten heeft bekomen dat als we die ooit terugzien, we ze zullen zien in de vorm van nieuwe productiecapaciteit voor Electrabel. Men is er immers in geslaagd om de bijdrage zo te regelen dat men die moest storten in een fonds dat men ten eerste zelf mag beheren en waaruit men ten tweede zelf mag putten om die investeringen te financieren. Dat komt erop neer dat één speler op de energiemarkt een bijdrage mag storten die fiscaal aftrekbaar is om ze dan vervolgens zelf weer op te nemen om zelf te investeren in eigen nieuwe productiecapaciteit. Collega’s, u hebt het pensioensparen voor bedrijven uitgevonden, fiscaal aftrekbaar sparen, tenminste voor één bedrijf waarvoor in dit land blijkbaar alles kan. Collega’s van Open Vld – de twee aanwezigen tenminste, het doet mij plezier dat ook eens te kunnen zeggen – toen ik uw kersverse voorzitter gisteren nog hoorde pleiten voor een ambitieus Europa dat vooruit moet met nieuwe technologie en hernieuwbare energie, vroeg ik mij af of hij wel goed wist wat u hier gaat goedkeuren. Blijkbaar heeft hij nog de tijd niet gehad om eens aan te schuiven aan de tafel van de heer Vanhengel en de rest van de partijtop. Anders zou hij moeten beseffen dat hetgeen u hier nu zal goedkeuren een onvoorstelbaar concurrentienadeel vormt voor alle andere bedrijven, grote en kleine, die vandaag investeren in die nieuwe technologieën, die vandaag proberen op die nieuwe markt actief te worden. Degene die vandaag de markt controleert, dankzij overheidssteun uit het verleden, krijgt er nu nog eens op maat gemaakte ondersteuning bij die voor geen enkel ander bedrijf toegankelijk is.

 

Zelfs een democratische controle op het beheer van die middelen, collega’s van Open Vld en anderen, heeft men u niet gegund. Het is spijtig dat ze hier niet zijn, maar als de lovenswaardige pogingen van de collega’s Schiltz en Partyka iets hebben duidelijk gemaakt, behalve dat ze blijkbaar voor hun beurt hadden gesproken, dan is dat u zelfs niet geacht wordt enige zeggenschap over de middelen te hebben die in dat fonds zullen terechtkomen. Het amendement dat ze hebben voorgesteld en dat ertoe strekte om te voorkomen dat de monopolist alleen de controle zou hebben over dat fonds, is onder druk van de regering weggehaald uit de tekst.

 

Collega’s Daems en Vanhengel, ik moet daaruit concluderen dat zelfs de liberalen in dit land niet meer geloven in eerlijke concurrentie.

 

01.44  Hendrik Daems (Open Vld): (…)

 

01.45  Bruno Tobback (sp.a): Ik wil daarop graag terugkomen, mijnheer Daems, maar u zult mij vergeven dat het gebrek aan beginselvastheid mij niet overdreven verwondert. Als ik die 250 miljoen namelijk optel bij de 77 miljoen aan vergeten bijdragen van de banken, de 730 miljoen uit het Zilverfonds, de 3 miljard aan verminderde beleidsruimte en de, in het beste geval, 1 miljard aan toegenomen schuldafbetalingen, dan kom ik aan een gat van 6 miljard, bovenop de 7 miljard die u al te kort hebt in 2013. Dat is geen gat van 6 miljard dat achterblijft, maar een extra tekort van 6 miljard euro, veroorzaakt door het beleid dat u met deze regering voert. Dat is veroorzaakt door de begroting, zoals u ze denkt uit te voeren, mijnheer Vanhengel, en waaruit blijkt dat het niet komt. Dat komt nog eens bovenop de uit de hand lopende kostprijs van het mechanisme van notionele intrestaftrek, dat van 2 miljard euro naar 4 miljard euro is gestegen en dat, collega’s van CD&V, zo goed als geen enkele impact meer heeft op de tewerkstelling. Het komt bovenop het tekort van 5 % van het bnp, dat sowieso op het einde van de legislatuur klaarligt voor een volgende regering.

 

De heer Waterschoot heeft verwezen naar de sterke jaren van Dehaene en Van Rompuy. Ik herinner mij nog een paar andere mensen uit die regering, maar dat laat ik voor uw rekening. Ik ga u het verschil uitleggen, mijnheer Waterschoot. De 5 % die u achterlaat in 2011 is even veel als wat men toen heeft gedaan. Als u dat tegen 2015 moet besparen, is dat wel op de helft van de tijd die zij hebben gehad om het te doen. Met andere woorden, de inspanning voor de volgende roekelozen die zin hebben om in de federale regering te stappen, zal twee keer zo groot zijn als die van het globaal plan, twee keer zo groot als Dehaene, Van Rompuy en een aantal anderen ooit hebben gedaan.

 

Daarmee is onderstreept waar we naartoe gaan, collega’s. Daarmee ga ik besluiten. Een aantal CD&V’ers – ik denk zelfs dat het de heer Van Rompuy was – heeft de afgelopen maanden gewezen op het absurde kantje aan de zogenaamde Maddens-doctrine. Wie het federaal niveau bewust drooglegt, hypothekeert ook de financiering van de gezondheidszorg, van de pensioenen en – om het alleen maar daarover te hebben – van miljoenen Vlamingen.

 

Hij ondergraaft de sokkel waarop onze hele, sociale bescherming rust, die er vandaag voor zorgt dat heel wat van onze landgenoten de huidige crisis relatief ongeschonden doorkomen.

 

Met het begrotingsparcours dat u nu volgt en met de ambities die u voor de komende twee jaar hebt uitgetekend, bent u een onwaarschijnlijke regering. U bent de enige regering die ik mij kan voorstellen die vrijwillig de Maddoxdoctrine op zichzelf toepast. Het immobilisme van de voorbije regeringen tijdens de huidige legislatuur en de daaruit voortvloeiende, budgettaire erfenis die u nu voorlegt, zal immers nog jaren als een molensteen rond de opvolgers van de huidige regering hangen en daarmee ook van ongelooflijk veel van onze burgers. Uiteindelijk zijn zij het immers die de factuur zullen betalen.

 

Mijnheer de minister, mijnheer de staatssecretaris, het zal u niet verwonderen dat mijn fractie de voorliggende begroting niet zal goedkeuren.

 

01.46  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, veel is op de uitgebreide bespreking van de begroting al gezegd. Wij zullen proberen toch nog een aantal eigen accenten te leggen.

 

Ik heb daarstraks heel geamuseerd toegekeken naar de discussie tussen de heren Wathelet, Tobback en Vanhengel, die mekaar met miljarden om de oren sloegen en aan alles een eigen interpretatie gaven, zodat het in het eigen vakje paste.

 

Indien wij kijken naar het begrotingstraject dat de huidige regering voert, is, om uit de discussie te geraken, de enige mogelijkheid een historische vergelijking te maken. De heer Tobback heeft zulks op het einde van zijn discours wèl gedaan.

 

Het traject dat de huidige regering zichzelf, of beter de volgende regering, oplegt, is om in drie tot vier jaar tijd evenveel te besparen als destijds de regering Dehaene-Van Rompuy met de toenmalige SP op zes jaar moest doen. Dat is dus de helft van de tijd voor dezelfde inspanning.

 

Wij weten allen – iedereen herinnert zich dit – dat het destijds geen eenvoudige oefening was. Het heeft offers van de burgers en van de bedrijven gevergd. Nu zullen wij hetzelfde traject op een veel kortere periode volgen. De zaak zal dus ook pijnlijker zijn.

 

Daarbij komt nog dat de regering-Dehaene toen de stok van de toetreding tot de euro achter de deur had. Zij kon achter voornoemd feit veel verstoppen. De besparingen moesten omwille van de euro gebeuren.

 

Collega’s, voornoemde stok valt nu min of meer weg. Wij staan dus voor draconische besparingen in de volgende regering. Wij kunnen uren van gedachten wisselen over de vraag of de genoemde doelstelling al dan niet haalbaar is. Mij lijkt het echter logisch dat, wanneer de inspanningen die daartoe moeten gebeuren, in plaats van in drie jaar te worden samengebald, over vijf of zes jaar worden gespreid, een en ander natuurlijk bevattelijker en menselijker is. Wanneer de huidige regering niet of slechts heel mondjesmaat aan de uitvoering van het traject wil beginnen en een en ander naar de volgende regering wil doorschuiven, doet zij aan schuldig verzuim.

 

De regering – ik zou in haar plaats hetzelfde doen – rekent op de aangepaste groeicijfers. Mijnheer Wathelet, u hebt erin gelijk dat u het voorzichtigheidsprincipe toegepast met een groei van 0,4 %. De bevoegde instanties, zoals de Nationale Bank, zeggen vandaag dat het waarschijnlijk rond de 1 % zal zijn. Dat zal een effect hebben op de begroting. Gelukkig maar.

 

Wat zult u met de meeropbrengsten van die verbeterde groeicijfers doen? Zult u dat effectief, zoals moet gebeuren en zoals de Nationale Bank ons ook oplegt, aanwenden voor de schuldafbouw? Van CD&V-zijde zie ik dat daarop aangedrongen wordt, net als bij VLD. Maar ik vind het oorverdovend stil aan Franstalige zijde, zeker bij onze PS-broeders, en niet alleen op dit moment, omdat er hier nu niemand van de PS aanwezig is.

 

01.47 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Jambon, u stelt een zeer interessante en pertinente vraag. Wat zullen we doen met de groeicijfers die zich aankondigen? Zullen wij met het surplus ons tekort verder helpen afbouwen? Ik vind die vraag des te meer interessant, omdat ze van u komt, mijnheer Jambon.

 

Mijn antwoord daarop is, zoals u zelf al hebt gezegd, ondubbelzinnig ja. We moeten dat absoluut proberen.

 

Ik hoop dan, vermits de vraag van u komt en dat u verwacht dat ik daar ja op antwoord, dat alle entiteiten in dit land daar ja op zullen antwoorden. Dat is namelijk ook wel een heel belangrijk onderdeel van het verhaal. Als wij toekomstgericht willen denken, gelet op het feit dat 65 % van de inspanningen die wij leveren om het traject af te leggen, van de federale overheid komt en dat 35 % door de Gewesten en de Gemeenschappen wordt bijgedragen, is het mijn mening en de mening van de collega’s op het federaal niveau, dat het traject dat ingezet is en dat aanleiding moet geven tot het verder terugdringen van de tekorten, ook aangevat kan worden door de schuld te verminderen. Dat traject moet solidair gevolgd worden door alle entiteiten. Als we overschotten hebben, moet iedereen dus zijn best doen om die niet te gebruiken.

 

01.48  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, dat is duidelijk.

 

01.49  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister van Begroting, ik wil daar toch wel eens op terugkomen. Ik heb namelijk ook uit uw mond gehoord dat ons land virtueel failliet was. In het groot akkoord dat door de echte regeringsleiders, buiten het Parlement, gemaakt wordt, namelijk het communautair akkoord, moet er ook sprake zijn van de herziening van de financieringswet. Ik hoor u dat nog zo zeggen en ik denk dat u daar een punt hebt.

 

Maar leg mij dan toch eens uit hoe het komt dat er in de federale begroting, onder meer in het hoofdstuk Werk en ook in Sociale Zekerheid, middelen staan waarvan de minister van Werk zegt dat het voor een stuk effectief gaat om de ondersteuning van onderwijs, dus om de ondersteuning van bevoegdheden die zich bij de regio's bevinden.

 

Er worden dus met andere woorden in deze begroting fderale sociale zekerheidsmiddelen bijkomend getransfereerd, ter financiering van een aantal knelpunten in de regio’s, los van de bevoegdheden en zonder samenwerkingsakkoorden. Rijm dat eens met hetgeen u zegt, met name dat wij ons overheidstekort in eerste instantie op het federaal niveau moeten wegwerken vooraleer over bijkomende transfers te spreken.

 

01.50 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Bonte, wij moeten malkander geen liezebet heten. Wij weten zeer goed dat het staatshuishoudingsmodel dat wij hebben ontwikkeld, ons federale systeem, onvoldragen is. Wij zitten nog altijd met schemerzones van bevoegdheden die naargelang van de situatie door de ene of andere entiteit kunnen worden ingevuld. Men heeft daar aan Vlaamse zijde een uitgesproken mening over, die voornamelijk wordt verkondigd door degenen die in het Vlaams Parlement of de Vlaamse regering zetelen. Die mening wordt niet altijd gedeeld door de mensen op het terrein. Ik geef u daar een voorbeeld van. Als we spreken over een van de fameuze usurperende bevoegdheden, zoals het Stedenfonds, dan zal men aan Vlaamse zijde en zeker in het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering ervan uitgaan dat dat moet stoppen en worden overgeheveld naar de Gewesten. Daarover zeggen in eerste instantie de schepenen van Financiën, zowel van Vlaanderen, Brussel als van Wallonië dat men dat zeker niet onmiddellijk en ondoordacht mag doen en dat daarover moet worden gepraat omdat men daar aan beide kanten van de taalgrens anders over denkt; ook een aantal Vlaamse schepenen denken daar anders over dan in de Vlaamse regering.

 

(…): (…)

 

01.51  Hans Bonte (sp.a): Ik heb nog maar weinig mensen zo rond de pot zien draaien en alles behalve een antwoord horen formuleren. Mijnheer de minister, ik probeer het opnieuw. U begint over schepenen…

 

De voorzitter: Mijnheer Tobback, u krijgt het woord voor een korte opmerking, maar daarna geef ik het woord terug aan de heer Jambon.

 

01.52  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de voorzitter, heel kort. Om te beginnen stel ik een eigenaardige wijziging van uw organisatie van het debat vast op het moment dat er iemand anders de tribune betreedt, want daarnet was dat allemaal geen probleem. Daarnet was iedereen in de zaal met iedereen aan het discussiëren. Ik wil er alleen maar op aandringen, mijnheer de voorzitter, dat u minstens consequent blijft.

 

Vermits de heer Vanhengel terug aan het roepen was, wil ik de vraag van collega Bonte even herhalen, want ik had evenmin de indruk dat de minister ze had beantwoord.

 

Mijnheer de minister, al uw omwegen, filosofische uiteenzettingen, lange termijnmijmeringen en dwalingen die u misschien ook eens in boekvorm of in een gedicht moet formuleren, hebben mij toch nog altijd geen antwoord gegeven op de contradictie waar de heer Bonte op wijst. Dat is namelijk dat u aan enerzijds zegt dat de inspanning zal moeten komen van de Gewesten en de Gemeenschappen — ik neem aan met het Brussels Gewest op kop — maar dat u anderzijds in uw huidige begroting…

 

01.53 Minister Guy Vanhengel: (…)

 

01.54  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Vanhengel, het zou zowel de kwaliteit van het debat als van de omgang en van uw antwoorden ten goede komen als u niet iedere keer tussendoor begon te roepen. Ik heb dat ook nog niet gedaan. U luistert zelfs niet naar wat ik aan het zeggen ben. U roept en bralt en ik neem aan dat u ondertussen nadenkt over een antwoord. Wel, geeft u het mij eens.

 

U vindt dat de Gewesten en de Gemeenschappen allemaal een bijdrage moeten leveren, een inspanning moeten doen voor het rechttrekken van wat u niet kunt in uw federale begroting. Tegelijk staan er in uw federale begroting posten die eigenlijk alleen maar dienen om gaten te dichten in bepaalde Gewesten en Gemeenschappen. De vraag is hoe u dat met mekaar doet rijmen in 2010. Ik verwacht geen grote filosofieën, maar een concreet antwoord.

 

Le président: Je passe la parole à M. Jambon.

 

01.55  Jan Jambon (N-VA): Collega Tobback, ik zou gemakshalve de vraag kunnen doorsturen aan de minister. Mijnheer de minister, ik stel u vanop de tribune de vraag: zou u het antwoord willen geven?

 

(Tumult)

 

01.56  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de voorzitter, voor de orde. Als u mij het woord geeft om een vraag te stellen aan de minister en ik stel die, dan verzoek ik u dat u de minister te willen uitnodigen om te antwoorden op die vraag die hem werd gesteld door een parlementslid dat van u het woord heeft gekregen. Dat is de manier waarop een parlementair debat verloopt. Als dat niet kan, dan heb ik geen zin meer om nog deel te nemen aan een parlementair debat dat door u wordt geleid, en dat ben ik dan ook niet van plan, net als eender wie van mijn fractie. Ik dank u.

 

(Les membres du groupe sp.a quittent la salle)

(De leden van de sp.a-fractie verlaten de zaal)

 

Le président: Je prie M. Jambon de poursuivre.

 

01.57  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb twee minuten gesproken en het debat wordt eindig in de tijd.

 

Mijnheer de minister, u had mij nog een vraag gesteld. Once upon a time in the west had u mij nog een vraag gesteld.

 

(Rumoer)

 

De voorzitter: Spreekt u verder, mijnheer Jambon.

 

01.58  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal dat met een rustige vastheid doen. Langs liberale kant is de interesse in het Parlement aan de overkant bijzonder groot de laatste tijd. Maar ik zal toch met veel plezier antwoorden op uw vraag. Ons standpunt op dat vlak is heel duidelijk en ongewijzigd. Het plan van mijn partij in de Vlaamse regering is om de begroting zo snel mogelijk, ten laatste in 2011, in evenwicht te krijgen. Alle beleidsruimte die daarna wordt gecreëerd gaan wij aanwenden om beleid te voeren en niet om overschotten te creëren. Wij gaan beleidsruimte benutten voor Vlaamse burgers en Vlaamse bedrijven. Dat zal de Vlaamse regering vanaf 2011 doen. Ik kom straks op het begrotingstraject, verdeling entiteit 1 en 2.

 

Mijnheer de minister, ik heb u heel duidelijk horen zeggen dat u de baten van de hogere groei wil aanwenden voor schuldafbouw. Ik geloof u en ik geloof ook de collega's van CD&V.

 

(Rumoer)

 

Collega's van het Vlaams Belang, niets houdt u tegen om ook de zaal te verlaten. Dat zal het debat enkel maar verkorten.

 

Ik geef toe, aan naïviteit komt soms geen einde. In deze geloof ik de heer Bogaert als hij zegt dat te willen aanwenden voor de schuldafbouw.

 

Ik ben er evenwel niet van overtuigd dat dit het standpunt is dat u binnen een paar maanden of binnen een jaar nog zult verdedigen. Er is hier immers nog een andere club, met een andere agenda. Ik heb ze in dit debat nog niet gehoord. Hun stilte stemt me heel sceptisch. Wij merken trouwens dat de PS de ware teugels van deze regering in handen heeft.

 

Mijnheer de minister, dat brengt mij, en u hebt het aangestipt, bij het evenwicht in 2015.

 

De heer Daems heeft heel terecht gezegd dat het gekissebis is of 2010 nu een goede begroting is dan wel 2012 of 2013. Dat is gekissebis, maar waar het echt over gaat is de vraag of wij met de overheidsfinanciën van dit land in 2015 een evenwicht zullen bereiken. Dat is de echte vraag. Mijn partij is er voorstander van dat wij dat evenwicht in 2015 bereiken, maar dan op een fatsoenlijke manier.

 

Wat zie ik in het traject dat deze regering naar voren schuift? Dat traject bestaat in een evenwicht in 2015, dat is samengesteld als volgt: entiteit 2, zijnde de federale overheid -1,2 % te kort en alle andere entiteiten 2, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies en de gemeenten een overschot van 1,2 %.

 

Mijnheer Laeremans, ik neem aan dat het voor u soms moeilijk is. U kunt altijd de zaal verlaten, daar gaat het niet om. Als u even blijft zitten, zult u het antwoord daarop krijgen. Rustige vastheid is soms op zijn plaats.

 

De 1,2 % van entiteit 2, daar gaat het over. Laten wij het rijtje afgaan. Wij hebben ten eerste Vlaanderen. Vlaanderen is zeer duidelijk en wil zo snel mogelijk een evenwicht bereiken, vooropgesteld wordt ten laatste 2011. Daarna is het overschot nul. Vlaanderen wil de beleidsruimte die zich dan hopelijk voordoet omwille van de economische groei, gebruiken ten bate van de burgers en ten bate van de Vlaamse bedrijven.

 

Het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap zijn ook duidelijk. Zij zeggen dat ten vroegste in 2015 een evenwicht kan worden bereikt. U hebt dus nog niets van de 1,2 % overschot.

 

Zo komen wij bij het Brussels Gewest dat u beter kent dan wie ook in deze assemblee. Zal Brussel een overschot creëren in 2015? Neen, daar zal er een deficit zijn in 2015.

 

01.59 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Jambon, u kent mij. Ik heb niet de gewoonte, omdat ik van assemblee of regering verander, om andere dingen te vertellen. Men moet weten dat de situatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gekenmerkt wordt door een structureel probleem. Meer dan de helft van de inkomsten van dat gewest bestaat uit eigen fiscaliteit. U moet weten collega’s dat de meest verantwoordelijke entiteit van dit land op inkomstenvlak het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is omdat meer dan de helft van de inkomsten uit eigen fiscaliteit voortkomen. Om een voorbeeld te geven, in Vlaanderen is dat 18 %, in Wallonië 14 %. Die fiscaliteit is dan nog eens afhankelijk van één welbepaald type van fiscaliteit, zijnde registratierechten op de immobiliëntransacties. Als u daar een keldering van de markt krijgt zoals wij die nu gekend hebben, dan zit u met een fundamenteel en structureel probleem in uw financieringsmechanisme. Dan verliest dat gewest een kwart van zijn inkomsten van de ene dag op de andere. U moet dat op een zeker moment equilibreren.

 

01.60  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, ik wou hier niet de analyse van de financiën maken.

 

01.61 Minister Guy Vanhengel: Ik zeg graag hoe het werkelijk in mekaar zit.

 

01.62  Jan Jambon (N-VA): Wij kunnen hier heel de analyse maken van de begroting, maar het gaat mij gewoon om de vraag of u gelooft – en u gelooft dat ook niet – dat in 2015 er ook maar enige bijdrage van het Brussels Gewest zal komen. Integendeel, er zal eerder nog een gat bijkomend moeten worden gevuld. Daarover zijn wij het eens.

 

Dan blijven nog de gemeenten en de provincies over, die vandaag al serieus in de problemen zitten en waar de toekomst ook niet rooskleurig is. Daarvoor zijn de Gewesten verantwoordelijk, die vandaag al 0,5 % deficitair zijn. Niemand gelooft dat zij het gat van meer dan 1,2 % zullen dichtrijden.

 

Wanneer u bij dat traject blijft, kunnen wij blijven zeggen dat wij in 2015 in evenwicht zullen zijn, maar wij zullen het niet zijn. Wij zullen in het beste geval, als u, en uw opvolger daarna, uw job goed doet, een deficit van 1,2 % hebben.

 

De Hoge Raad voor de Financiën heeft een ander traject voorgesteld, met name om de verantwoordelijkheid te leggen waar ze moet worden gelegd, en ervoor te zorgen dat elk van de samenstellende delen voor zijn deur veegt. Dan is het hele straatje proper. Dan hebben wij een evenwicht in 2015.

 

Ik denk dat dat de insteek van de federale overheid moet zijn. Eerst voor eigen deur vegen, zorgen voor een evenwicht in 2015 en de andere partners oproepen om hetzelfde te doen tegen 2015.

 

Vlaanderen zal daarin geen spelbreker zijn. Dat evenwicht zal er zo snel mogelijk komen.

 

Ik kom tot de begroting 2010. Mijnheer de minister, mijnheer de staatssecretaris, het is nu gemakkelijk want de collega’s van sp.a hebben de zaal verlaten.

 

Als ik één zaak positief vind aan de begroting 2010, mijnheer Bogaert, dan is dat wij de one shots die wij kennen van paars – volgens het principe dat vandaag de baten binnenkomen en de lasten over de volgende jaren worden uitgespreid – in deze begroting niet meer terugvinden. Dit zijn structurele maatregelen. Ik heb geen enkel probleem om dat toe te geven.

 

Een one shot is bijvoorbeeld wel een probleem wanneer men werkt met pensioenfondsen en gebouwen. Vandaag neemt men daarvan de baten en de kosten spreidt men over de volgende jaren. Dan is een one shot een probleem. Als men een oud gebouw dat niet meer wordt gebruikt verkoopt, is dat een taak van de overheid. Daarover zijn wij het eens. Ik denk dat de maatregelen die jullie nemen inderdaad structureel zijn.

 

Mijn eerste kritiek is dat de lasten te veel bij de bedrijven liggen. De lasten op de bedrijven verhogen. De lasten op de burgers verlagen, een beetje, tamelijk substantieel, maar de lasten op de bedrijven verhogen. Zij betalen meer belastingen, door de aanpassing aan de notionele intrestaftrek, door de aanpassing aan het DBI-stelsel, door de beperking van de fiscale aftrek voor de bedrijfswagens en de tankkaartensystemen en natuurlijk door de bijdrage van de energiesector en de bijdrage van de banken. Op dat laatste kom ik zo dadelijk terug.

 

Het volgende werd daarstraks ontwikkeld, dus ik ga het hier niet verder ontwikkelen. De klap op de vuurpijl is het amendement in verband met de ontslagvergoeding voor de arbeiders, dat nog eens een last bij de KMO’s, bij de meest kwetsbare bedrijven legt.

 

In plaats van wat de regering zou moeten doen, namelijk het de ondernemers gemakkelijker maken, goedkoper maken om te ondernemen en te investeren en uit te breiden, doet ze net het tegenovergestelde. U legt daar het accent op de verkeerde plaats.

 

Ik begrijp het echter, want dat is nu net de kaart, zeker die ontslagvergoeding voor de arbeiders, dat was de insteek van de PS. Daarvoor hebben zij het ABVV het veld ingestuurd. Dat was de insteek van de PS en daarvoor is deze regering door de knieën gegaan. Mijnheer de minister van Begroting, dat verklaart dat 70 % van de Vlaamse ondernemers geen vertrouwen stelt in deze regering.

 

De tweede kritiek op uw begroting is de volgende. Ze is opgebouwd met veel meer nieuwe inkomsten dan besparingen. Dat is eenvoudig. Staatssecretaris Wathelet heeft een tamelijk overzichtelijke tabel gemaakt. Daaruit kan men eenvoudig afleiden dat de nieuwe inkomsten 1,7 miljard bedragen en dat de besparingen een stuk onder het miljard liggen.

 

Er wordt dus eigenlijk niet bespaard. De maatregelen zijn wel structureel, maar ze zijn veel te beperkt. Ze zijn veel te weinig. De besparing is nagenoeg niet aan de orde. Dat was nu net toevallig ook de stelling van de PS. Wij herinneren ons allemaal de heer Di Rupo.

 

Tegen de vraag van zoveel actoren op het veld in is de groeinorm in de gezondheidszorg gehandhaafd. Die groeinorm was toevallig een fetisj van de PS.

 

Er is hier reeds veel naar het Rekenhof verwezen. Het Rekenhof heeft over die groeinorm gezegd dat dit een te ruime marge in dat budget geeft en dat zo’n ruime marge niet aanzet tot spaarzaam omgaan met de uitgaven.

 

Deze regering durft, wil of kan niet besparen. Als wij spreken over besparen, mijnheer de minister van Begroting, dan bedoelen wij niet, wat vaak gezegd wordt, de belastingen verhogen of de uitkeringen verlagen. Dat is geenszins zo. Wij willen de belastingen niet verhogen. Wij willen de uitkeringen niet verlagen. Wij denken dat er moet bespaard worden waar er moet bespaard worden, namelijk in het staatsapparaat. Niet wij, maar de Staat leeft boven zijn stand.

 

Ik kom tot de bijdrage van de financiële sector: de bewuste 500 miljoen, al wordt dat bedrag het eerste jaar gemilderd door het potje dat al bestond.

 

Mijnheer de minister, wij zijn het eens met uw uitgangspunt wanneer het gaat over de bijdrage van de financiële sector. Wij zijn het met u eens dat de Staat zich moet indekken tegen de risico’s van de systeembanken. Systeembanken zijn too big to fail. Het is duidelijk dat wij hun falen niet zomaar kunnen ondergaan en dat de overheid zich daartegen moet indekken. Met dat uitgangspunt, met de bedoeling, zijn wij het eens. Wat de uitwerking betreft, vinden wij dat u de bal grondig misslaat.

 

Waarom? De kleinere banken, die niet too big to fail zijn, delen mee in de kosten. Zij zullen over dezelfde kam geschoren worden als de grote systeembanken. Mijnheer de minister, ik vind dat er een kans gemist is om één van de belangrijkste aanbevelingen van de Bankencommissie uit te voeren. In het systeem van de bijdrage van de financiële sector had u kunnen zorgen voor een opsplitsing tussen systeembanken, dus risicobanken, en gewone banken, en dat deze laatste bevoordeeld werden. U hebt dat niet gedaan. U scheert ze allemaal over dezelfde kam.

 

Wij gaan er niet mee akkoord dat de heffing van de financiële bijdrage van de banken gebeurt op basis van de spaargelden. De belegging van de spaargelden is precies een gezonde, eenvoudige, risicoloze manier. Die moet niet belast worden, die is het probleem niet! U had de bijdrage moeten heffen op basis van het risicoprofiel van de banken en de productenportefeuille van de banken. Wij hebben daar in de commissie over gediscussieerd.

 

01.63  Robert Van de Velde (LDD): (…)

 

01.64  Jan Jambon (N-VA): Ik heb daarnet genoteerd dat de minister van Financiën de deur op een kier zet. Ik heb de nodige contacten bij Febelfin om daarop aan te dringen. Ik meen dat dit een kwestie van rechtvaardigheid is en dat het ook een kwestie is van de spaarders…

 

01.65  Robert Van de Velde (LDD): (…)

 

01.66  Jan Jambon (N-VA): Over die technieken hebben wij het ook al gehad. Wij gaan het Twin Peakmodel installeren. Wij zullen twee belangrijke instanties hebben die toezien op het risico dat banken nemen met hun producten en hun klandizie. Daar zit volgens mij de sleutel: in de audits van de risicoprofielen, die zullen gebeuren door die instanties.

 

Gezien het gevorderde uur en de lengte van het debat, ga ik...

 

01.67  Robert Van de Velde (LDD): Excuseer, mag ik iets zeggen? Hier word ik echt boos door! Ik kan niet zomaar zeggen: daar hebt u gelijk in. Dat is niet waar! Ook internationaal wordt gezegd dat indien de splitsing wordt gemaakt tussen systeembanken en andere, waarbij men risicovolle activiteiten afscheidt, er op lange termijn en zelfs op middellange termijn een uitstoot komt van risicoproducten en risico-investeringen, waardoor de kostprijs voor investeringen gaat stijgen en waardoor men een uitstoot krijgt van investeringen in bedrijven.

 

Alvorens men zomaar zegt dat het klopt, zou het verstandig zijn om op middellange termijn te berekenen welke uitstoot men zal hebben door het risico-effect binnen de banken te spreiden en eigenlijk uiteen te trekken. Vandaag wordt het gespreid. Het zal ervoor zorgen dat de aanvoer van kapitaal gemakkelijker de weg zal vinden naar minder risicovolle bankactiviteiten, waardoor de risicopremie op investeringen zal stijgen en men dus een uitstoot zal krijgen. Dat moet u eerst berekenen.

 

01.68 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, hij heeft ook gelijk. Men moet het juiste evenwicht proberen te zoeken. We kunnen er niet tegen zijn dat een deel van de ongeoorloofde risico’s zou worden afgestoten. Men heeft nu onverantwoorde risico’s genomen. Als in de bepaling van het risicoprofiel de overdreven, onverantwoorde risico’s worden afgestoten, dan is dat een goede zaak. Dat is niet tegenstrijdig met wat de heer Jambon zei. Dat is een kwestie van balanceren, van het zoeken naar de juiste techniek.

 

01.69  Jan Jambon (N-VA): (…)in kaart te brengen zodat men de investeringen buiten gooit.

 

(…): (…)

 

01.70  Jan Jambon (N-VA): We zijn het eens.

 

Er is hier veel over de energiesector gezegd. Ik ga akkoord met wat sommige van de vorige sprekers hebben gezegd. U hebt zich laten rollen. U hebt geen verbetering van de prijs kunnen verkrijgen. U hebt een veel te lage bijdrage van Electrabel verkregen. Het is hier door collega’s al voldoende aangehaald.

 

Collega’s, een bijkomende kritiek op de begroting wil ik laten voorafgaan door een voorbeeld van hoe het wel moet.

 

In heel de begroting en heel de regering heb ik een departement zien opereren, dat voor mij het voorbeeld is hoe het wel moet. Dat is het departement Landsverdediging. Ik heb dat al een aantal keren gezegd. Wat bij Landsverdediging is gebeurd, is tamelijk goed. Wij hebben de herstructurering van het leger tot nu toe ook gesteund. Men heeft een gestructureerd plan, met een doelstelling en een te realiseren besparing voor het departement.

 

Als het moet, kunnen we koffie en koekjes laten brengen.

 

Ik vind het een voorbeeld van hoe het moet, maar het is wel het enige voorbeeld. Al de rest is een rommeltje. Daar wordt alles op een hoop gegooid.

 

Collega’s, de analyse is toch tamelijk eenvoudig. Als we kijken naar dit land, zien we dat dit land bijna de hoogste belastingdruk heeft in Europa en dat het bijna de laagste uitkeringen uitbetaalt in Europa. Als men ziet dat we de hoogste input met de laagste output combineren, dan is de machinerie die er tussenin zit, te duur. Dan zijn de overheidskosten veel te hoog. Dan is het overheidsapparaat te duur en moet het afslanken.

 

Daar zie ik in deze begroting o zo weinig van. Integendeel, het wordt eerder nog wat aangevet. Maar ja, waarschijnlijk zal de PS niet akkoord gegaan zijn met een dergelijke aanpak. Nochtans lagen er een aantal makkelijke besparingsmogelijkheden voor. U laat ze echter liggen. Wij hebben minister Leterme en later eerste minister Van Rompuy de lijst bezorgd. In deze begroting vindt men identiek dezelfde dingen terug, een hele reeks usurperende bevoegdheden. Nochtans was de heer Vanackere heel duidelijk. Bij de opmaak van de begroting schreeuwde hij al van de daken dat hij 350 à 400 miljoen zou besparen. Dat was ongeveer de helft van wat wij gedetecteerd hadden, maar beter één vogel in de hand… Het werd echter niets, nul. Ik denk dat ik de oorzaak ken. Ik weet waarom dat gebeurd is. Ik kijk naar de banken hier, toevallig aan mijn linkerzijde. Zij zullen waarschijnlijk niet akkoord geweest zijn, mijnheer Vanhengel. U zult dat willen doorvoeren hebben en CD&V zal dat zeker willen doorvoeren hebben. Zij wilden echter weer niet. Dat is toch wel een blok aan uw been.

 

01.71 Minister Guy Vanhengel: Ik ben zo een consensueel mens, daar hebt u geen idee van.

 

01.72  Jan Jambon (N-VA): Collega’s, heren ministers, ik ga wat sneller door aan het einde van mijn betoog. Ik wil nog een thema ontwikkelen. Tenminste, u of uw regering had het moeten ontwikkelen maar u hebt dat niet gedaan. Het gaat om het thema van de pensioenen. Er is geen begin van visie, niets. Over dat Zilverfonds wordt er een beetje moeilijk gedaan, zat het er nu in of niet. Dat is eigenlijk totaal naast de kwestie. Er is geen visie, alle heil wordt verwacht van de pensioenconferentie. Alles wordt vooruitgeschoven. Als men in de commissie een vraag stelt aan Daerden verwijst hij naar de nationale pensioenconferentie. Dat moet nogal een volgeladen bak zijn. Eerlijk gezegd, collega’s, de minister van Pensioenen boezemt mij niet bijzonder veel vertrouwen in. Dat is dan nog een understatement. Als de burgers vandaag naast werk ergens van wakker liggen, dan is het van hun pensioen. Dan zien zij een staat met een gigantisch deficit.

 

Zij zien een staat waar de staatsschuld astronomische vormen aanneemt, nog altijd stijgt en de komende jaren nog zal stijgen, tot boven 100 %. Zij zien dat zij vanaf 2012 een draconische besparingsdoelstelling voor zich uitgeschoven krijgen, terwijl er nu en de komende twee jaar quasi niets gebeurt. Zij zien dat in de hele planning en in het vooruitschuiven 0,0 rekening wordt gehouden met de pensioenlast die voor de deur staat. Zij zien een minister van Pensioenen die hen geruststelt en verklaart dat zij tot 2015 op beide oren kunnen slapen.

 

Mijnheer de minister, heren van de regering, ik besluit. Indien wij de hele opsomming maken – wij kunnen over de details van mening verschillen –, beseffen wij allen dat u hier niet meer uitgeraakt. Het is einde verhaal. U geraakt hier niet meer uit. De zaak is niet oplosbaar in de mikmak van het staatsbestel waarin wij ons nu bevinden. Zonder een grondige staatshervorming zal het niet lukken.

 

Ik richt mij opnieuw tot de leden van CD&V, maar eigenlijk ook een beetje tot de leden van Open Vld, die immers dezelfde analyse hebben gemaakt. Het was onze gezamenlijke analyse dat de staatshervorming er moest komen om hier ooit orde op zaken te stellen. Dat was ons gemeenschappelijk programma.

 

Collega’s, indien wij de staatshervorming niet aanpakken – ik zie ook geen begin van aanpak –, is al het overige “kurieren am symptom”. Dat is de reden waarom wij aan de huidige regering en aan de voorliggende begroting geen vertrouwen kunnen geven. Wij zullen tegen stemmen.

 

01.73  Guy Coëme (PS): Monsieur le président, messieurs les membres du gouvernement, chers collègues, il est 22 heures 30 et quarante orateurs sont encore inscrits. Le réalisme doit vous pousser à la synthèse!

 

(Applaudissements)

(Applaus)

 

N'applaudissez pas trop fort quand même car cela pourrait me faire déraper! Tant de choses ont déjà été dites à cette tribune. Beaucoup de bonnes choses que je partage ont été dites par les membres de la majorité. Quelle surprise! Ce budget est tout de même le fruit d'un compromis tout comme la politique qui est menée. J'essaierai dès lors de donner les nuances qui s'imposent de la part du groupe PS que je représente à cette tribune.

 

L'exercice que l'on attendait du gouvernement, c'est-à-dire élaborer ce budget en période de crise financière, économique et sociale, était particulier et extrêmement difficile. Réussir à combiner à la fois des économies dans des secteurs importants pour la vie publique et, en même temps, organiser et approfondir une relance plus que nécessaire tout en veillant à ce que notre système social puisse être maintenu, cela s'apparentait quasi à la quadrature du cercle. Cet exercice difficile, nous pensons que le gouvernement l'a réussi avec un certain brio.

 

Nous souhaitions que les citoyens ne soient pas touchés une deuxième fois, après la crise financière et économique, par des dispositions difficiles que l'on pouvait imaginer. C'est aujourd'hui le cas et c'est le plus largement possible que nous devons essayer de veiller à ce que la crise puisse être vaincue non seulement dans notre pays mais aussi beaucoup plus largement pour que nous puissions relancer la machine économique, tant les drames s'accumulent pour les travailleurs qui perdent leur emploi, pour des entrepreneurs qui doivent mettre la clé sous le paillasson. Quand on voit le désarroi de la population, je pense que nous devons essayer, ce soir, de faire un travail positif par rapport à ce budget.

 

Le fait que vous ayez analysé les éléments de ce budget de manière pluriannuelle nous semble très positif. C'est un signal fort, rassurant pour la population, et il est suffisamment rare pour être souligné. Le déficit est là; il doit être résorbé, mais la priorité est la sortie de la crise. Il faut sortir les gens de la crise.

 

Nous avons choisi la rigueur plutôt que l'austérité. C'est parfois avec étonnement que, voici trois ou quatre semaines, j'ai entendu certains partis pratiquement supplier que le gouvernement obéisse au doigt et à l'œil aux injonctions de la Commission européenne pour réduire plus rapidement et plus brutalement notre déficit. Nous pensons que les dates butoirs qui ont été choisies l'ont été en parfaite connaissance de cause et qu'aller plus vite aurait inutilement créé beaucoup plus de difficultés, mais il est clair qu'aucune faiblesse ne peut être tolérée dans les années qui nous séparent du redressement que nous devons tous essayer de réussir.

 

Je voudrais vous livrer quelques éléments de réflexion sur plusieurs thèmes, mais de manière synthétique. Je commencerai par le secteur de la finance. Dès le début de la crise, nous avons soutenu les efforts du gouvernement pour sauver les banques, mais surtout pour sauver les épargnants et les travailleurs du secteur. La banqueroute repoussée, nous ne pouvions en rester là; nous ne pouvions faire comme si rien ne s'était passé et comme si rien ne devait changer.

 

Après avoir fait trembler les banques et l'économie réelle, aujourd'hui, certains ne regardent même plus le bout de leurs chaussures. Au contraire, ils relèvent la tête, revendiquent des bonus, repoussent les tentatives de régulation, ricanent très souvent des taxes qui pourraient freiner la spéculation et s'engouffrent dans de nouveaux risques. On peut le dire: cette force-là est importante, et nous devons rester vigilants.

 

Le gouvernement a réagi. Il n'a pas fait la révolution, il n'en aurait de toute façon pas eu les moyens, et ce n'était certes pas son intention – mais il a réagi. Il n'a pas fait comme si de rien n'était, comme s'il n'y avait pas eu de crise financière. Il a pris un premier train de mesures pour élever des digues et nous protéger d'une nouvelle crise. Nous le remercions d'avoir pris ses responsabilités face à ceux qui ont provoqué un tel scandale.

 

Nous avons réclamé une contribution des institutions financières. C'est un juste retour des choses, étant donné leur responsabilité avérée dans cette crise et l'aide que l'État leur a apportée pour leur sortir la tête de l'eau.

 

C'est chose faite notamment par ce budget et c'est bien ainsi, puisqu'une contribution en provenance des établissements financiers est amorcée. Nous sommes partisans d'un juste retour des banques à leurs compétences de base. Cela, il ne faudra jamais l'oublier. Nous estimons primordial qu'elles améliorent la gestion des risques, qu'elles cessent de continuer à investir dans des produits de spéculation dangereux et parfois indécents.

 

Nous sommes heureux de constater que le gouvernement a prévu, dans un objectif de protection, de décider d'un certain nombre de mesures en provenance du Fonds de protection des dépôts, afin d'augmenter leurs fonds propres.

 

Le gouvernement a, de plus, décidé d'aller plus loin que le rapport Lamfalussy. Nous en avons discuté pendant des semaines et des mois. Là aussi, il ne faut pas que la tension baisse, mais nous sommes heureux de constater qu'en ce qui concerne l'architecture de contrôle du système des finances des banques et des assurances, le gouvernement a tranché. Le choix qui est fait de ramener sous l'égide de la Banque nationale tout le volet contrôle prudentiel et de renforcer le volet de protection des consommateurs, ce sont des directions que nous devons pouvoir approuver.

 

En commission, le ministre des Finances nous a assurés que les dispositions seraient prises et déposées aujourd'hui, sous forme d'avant-projets de loi, devant le parlement. À ma connaissance, ce n'est pas le cas! Dès lors, nous devons veiller, messieurs les membres du gouvernement, et également en commission des Finances à ce que ce dossier revienne le plus rapidement possible.

 

En ce qui concerne les dispositions fiscales, nous sommes relativement satisfaits des accords et des compromis qui ont été trouvés, notamment en ce qui concerne certaines adaptations en matière de frais professionnels. Les autres mesures peuvent également être approuvées.

 

J'en arrive aux intérêts notionnels qui ont fait l'objet d'un large débat.

 

Les premières mesures qui ont été prises ont fait l'objet de critiques. Cela me rappelle ce que certains ici ont pu connaître jadis à propos des centres de coordination. Le gouvernement de l'époque avait été extrêmement loin, extrêmement généreux, jusqu'à mettre en péril les finances publiques. Après, une série de mesures visant à diminuer ces avantages ont été prises et ont ramené la mesure à un niveau positif au niveau des résultats et sans ruiner les caisses de l'État.

 

Le tournant qui est pris en matière d'intérêts notionnels nous semble intéressant. Il nous semble en effet que, grâce à cette décision, le gouvernement pourra réaliser une économie: 200 millions pour 2010, 300 millions pour 2011. À vérifier! Il faudra évidemment faire les évaluations de coût en temps voulu et réexaminer de manière plus globale la pertinence de la mesure, vu ses carences évidentes à aider les PME en croissance et son inefficacité à répondre à la préoccupation majeure qui est d'axer tous les efforts vers les entreprises créatrices d'emplois plutôt que, comme cela est arrivé, vers des montages parfois purement financiers.

 

01.74  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur Coëme, je voudrais vous poser une question.

 

Vous venez de dire qu'un tournant intéressant est pris, que la mesure devient positive. Il est vrai que l'on a diminué un petit peu – et c'est une bonne chose – l'importance de l'avantage procuré.

 

Toutefois, je n'arrive pas à cerner quels sont les éléments positifs que vous retirez de la mesure telle qu'elle est proposée. Pourriez-vous me donner des explications à ce sujet? Je pensais que vous alliez nous dire qu'elle permet de soutenir l'emploi, de créer de l'activité, etc. Mais, dans votre dernière remarque, vous dites qu'il faudra procéder à une évaluation. Donc, à part la diminution du taux, quels sont les autres éléments positifs des intérêts notionnels d'aujourd'hui?

 

01.75  Guy Coëme (PS): Selon moi, c'est évidemment la diminution du coût pour les finances publiques. Je pensais avoir été clair à ce sujet.

 

Pour le reste, ce n'est pas en période crise qu'il faut abandonner de manière inconsidérée une mesure que nous avons pu critiquer sur le fond. Ce compromis intervenu au sein du gouvernement est intéressant, mais nous devons être vigilants et voir ce que cela pourra donner demain, non seulement en termes financiers mais aussi en termes de conséquences sur la vie de certaines entreprises.

 

Je vous concède volontiers, madame Gerkens, qu'à voir les entreprises, certaines d'entre elles bénéficient de la mesure aujourd'hui et en avaient grand besoin. De celle-là ou d'une autre. Si vous êtes en contact avec la réalité économique de terrain, je pense qu'on aura pu vous le confirmer.

 

Dès lors, un tournant est pris. Attendons. Ce n'est pas aujourd'hui que nous devons abandonner une telle mesure même si, au départ, nous avons été fort circonspects pour l'adopter.

 

En ce qui concerne la fiscalité verte, il est clair que l'environnement prend une place plus importante dans notre budget; nous nous en réjouissons. Nous devons insister sur l'équité sociale qui doit être respectée dans les diverses mesures adoptées. Nous les considérons comme positives, notamment les déductions pour les voitures électriques, les maisons basse énergie. Tout cela est bien, mais bon nombre de mesures sont des mesures temporaires; elles sont prises à l'essai. Dès lors, il faudra que nous cherchions à les pérenniser dans la mesure où elles auront pu apporter les résultats que nous en escomptons et veiller au préfinancement des investissements économiseurs d'énergie. Aller donc dans le sens de l'écologie sociale.

 

J'aurais voulu que M. le ministre des Finances puisse être présent ce soir. Nous lui avons posé des questions en commission; il n'a pas pu répondre à certaines d'entre elles, notamment en ce qui concerne la problématique de la diminution de la TVA.

 

Globalement, monsieur Bacquelaine, je suis d'accord avec vous; je pense qu'un effort était à réaliser dans ce secteur. Tant mieux s'il peut profiter au secteur horeca, à certains cafetiers, à des restaurateurs. Je ne suis pas tout à fait d'accord avec vous quand, à cette tribune, vous avez dit – si j'ai bien compris – que nous avions intérêt, si nous fêtions le réveillon de la St Sylvestre, d'attendre les 12 coups de minuit pour notre portefeuille; malheureusement - je crois que le ministre a été clair -, à 12 % la mesure n'apportera strictement rien au client.

 

L'objectif est net: c'est en termes d'emplois, de régularisation et de lutte contre le travail au noir que tout cela doit s'examiner. Dès lors, oublions cela, mais demain, il faudra un contrôle très strict. La mésaventure qui arrive pour le moment en France, bien connue de tous, doit nous inviter à une vraie circonspection. Lorsque les contrôles trimestriels auront lieu, et je m'adresse au président de la commission des Finances, il serait intéressant que nous en ayons connaissance à temps et à heure, de façon à pouvoir contrôler l'application de cette mesure et à voir si des choses différentes peuvent être effectuées dans ce domaine.

 

En ce qui concerne la modernisation du ministère des Finances, il s'agit d'un secteur tellement important que nous pouvons en dire un mot même en l'absence du ministre. Je pousse, là aussi, à la prudence. Il se trouve ici un membre du gouvernement – et qu'il n'y voie pas une attaque personnelle –, qui a cherché à réorganiser une administration régionale. Dix ans plus tard, nous sommes toujours en train de réorganiser ce département régional qui est dans un état dramatique. On ne compte plus le nombre d'agents faisant fonction, d'agents ad interim. Une incroyable démotivation règne. Il faut faire attention au fait que cela ne s'applique également au ministère des Finances.

 

Dans ce secteur, je voudrais attirer votre attention sur deux points dont la problématique des comités d'acquisition. Il se trouve certainement dans cet hémicycle beaucoup de mandataires locaux. Les retards des comités d'acquisition pour l'estimation des terrains sont inadmissibles; cela vaut tant pour la Flandre que la Wallonie et Bruxelles. C'est un véritable scandale et je le vis au quotidien. Ce n'est pas la faute des agents mais on ne les remplace pas et il y a un manque d'effectif et une désorganisation. On dit vouloir relancer la construction mais il faut d'abord renforcer les comités d'acquisition pour que l'on puisse disposer de terrains à des prix normaux afin de pouvoir investir partout dans les communes.

 

Autre exemple, le cadastre. Si vous connaissez la réalité quotidienne, vous savez que bon nombre de personnes qui bâtissent ne déclarent pas immédiatement leur nouvelle construction. Parfois cela prend des années et il n'y a pas de rétroactivité. C'est une perte inouïe pour le Trésor fédéral et, en aval, pour nos communes. Je n'entends nulle part qu'on va renforcer les services dans ce secteur. Je n'en dis pas plus car je souhaite être synthétique.

 

En ce qui concerne le secteur de l'énergie, je pense que nous pouvons être heureux de constater que la nécessité que nous mettions en évidence de récupérer les bénéfices indus engagés par l'amortissement accéléré des centrales nucléaires devient une réalité. Là aussi, il faut être circonspect. Il faut veiller à ce que demain, après la confection du budget et son approbation, nous puissions effectivement obtenir les montants que votre collègue M. Magnette et l'ensemble du gouvernement ont déterminés.

 

S'agissant de la réforme des services de secours, là également, c'est l'expérience de terrain qui nous amène à en dire un mot. La situation devient dramatique, mais pas tellement pour la population – puisque nous avons affaire à des corps de pompiers remarquables, qu'ils soient volontaires ou professionnels. Pourtant, messieurs les ministres, vis-à-vis de votre collègue de l'Intérieur, quelle dureté! Du moins devons-nous constater que les moyens dont elle dispose ne permettent pas d'avancer de façon suffisante, alors que le travail s'était bien déroulé jusqu'alors dans les zones de police. J'en veux pour preuve ce qui suit.

 

J'ai ainsi lu récemment dans un journal que le bourgmestre de Hamoir voulait "virer le gouverneur". Je ne partage pas cet avis, car il s'en prend à quelqu'un qui n'en peut mais et qui accomplit – je le pense très sincèrement – son travail aussi bien qu'il le peut. Cette querelle oppose deux personnes issues du Mouvement réformateur, mais peu importe. Néanmoins, c'est vous dire le trouble! Un bourgmestre libéral qui veut virer le gouverneur issu du même parti que lui…

 

Mais, bon Dieu, comme le laissait entendre le ministre des Finances en commission, il y aura bientôt un contrôle budgétaire, à l'occasion duquel des moyens devront être accordés pour faire fonctionner nos zones de secours! Ceci m'apparaît absolument fondamental.

 

Je termine par un chapitre cher à notre groupe, celui de la sécurité sociale. Nous sommes fiers du modèle social que beaucoup nous envient. Dans la crise, ce système social a permis de jouer un rôle stabilisateur mais il n'est pas que cela. Il est fondamental pour tous les gens qui souffrent aujourd'hui que la sécurité sociale puisse être préservée. Nous pensons que l'une des plus belles victoires dans ces négociations est d'avoir pu préserver la norme légale de 4,5 % pour l'assurance obligatoire. Défendre et conserver ces normes permet d'investir dans des soins de santé efficaces, accessibles et de créer des emplois de qualité.

 

Une augmentation de 300 millions d'euros est octroyée au Fonds d'avenir des soins de santé 2010 et 2011. Cette mise en réserve nous permet d'économiser pour des soins dérivant des effets du vieillissement de la population. Monsieur Bacquelaine, je partage à cet égard la défense que vous avez faite à cette tribune pour ce qui concerne les cas les plus graves que la population connaît. Plus de 5 milliards d'euros pour renforcer la sécurité sociale, nous n'avons qu'un seul mot à dire: félicitations!

 

Il y a encore une mesure que je voudrais mettre en évidence car elle concerne un très grand nombre de familles et permettra d'alléger leur quotidien: la possibilité de déduire les frais de garde des enfants lourdement handicapés jusqu'à 18 ans. Notre groupe avait déposé cette mesure sous forme de proposition de loi. Nous nous réjouissons de voir que le gouvernement l'a reprise à son compte.

 

C'est dès lors, monsieur le président, messieurs les membres du gouvernement, chers collègues, dans cet esprit positif que nous félicitons le gouvernement pour la qualité de son travail budgétaire.

 

Je vous remercie pour votre attention.

 

Le président: Je tiens à signaler à l'assemblée qu'il y a encore 41 inscrits à raison de 10 minutes par intervention. Suivra ensuite la réplique du premier ministre. Faites le compte!

 

01.76  Hendrik Daems (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, het halfrond is aardig uitgedund. De heer Jambon is er ook niet meer. Hij is er sneller in geslaagd om sp.a weg te jagen dan wij. Hij had maar twee minuten nodig. Dat is knap gedaan.

 

Ik heb een kleine opmerking over het debat zelf. Ik heb in het verleden meegemaakt dat we een heel kort, geconcentreerd debat van vertegenwoordigers van elke fractie hadden. De minister antwoordde tussen zes en zeven. De standpunten stonden heel duidelijk tegenover elkaar. Ik moet u zeggen dat ik daarnaar hunker. Ik heb gevraagd om een volgend debat ook zo te organiseren. Ik hoop dat de collega's het daarmee eens zijn.

 

Ik heb aan niemand te zeggen wanneer men het woord neemt, maar we zijn het er toch allemaal over eens dat men op een bepaald ogenblik toch wat veel over en weer heeft geroepen, zonder dat dat echt tot het debat in de eerste ronde heeft bijgedragen. Ik ben vragende partij voor een andere organisatie.

 

01.77  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je peux rejoindre la demande de M. Daems, mais si, cette fois, en Conférence des présidents, nous n'avons pas limité le temps de parole ni n'avons fixé d'heure de fin de séance, c'est parce que la majorité se rendait compte que, pour l'opposition, la situation devenait infernale. En effet, celle-ci disposait seulement en dernière minute des textes, des amendements, des rapports.

 

La majorité n'a donc pas osé nous demander de nous mettre d'accord sur des temps de parole. Je le regrette comme vous parce que l'on risque de travailler encore très longtemps et que les débats deviennent moins intéressants.

 

S'il y a une critique à faire, c'est celle-là. Auparavant nous sommes toujours parvenus à un accord, y compris à l'occasion des déclarations gouvernementales.

 

01.78  Hendrik Daems (Open Vld): En ce qui me concerne, ce n'est pas une question de majorité ou d'opposition: c'est purement une question d'organisation du débat où chacun et chacune puisse émettre son opinion de façon à ce que, d'abord, l'extérieur le sache et, ensuite, que nous restions un peu décents l'un envers l'autre, ce qui n'a pas été le cas jusqu'à présent. C'est mon opinion et je pense que nous pourrions l'organiser d'une autre façon.

 

Cela dit, il est 23 h 01, belle heure pour commencer un petit discours.

 

Mijnheer de minister van Begroting, mijnheer de staatssecretaris voor Begroting, mijne heren ministers en vicepremiers, ik begin met vast te stellen dat de situatie waarin wij dit jaar en vorig jaar de begroting opmaakten, een heel andere context is dan de begrotingen van de voorgaande jaren. We hebben nogal eens makkelijk de gewoonte om appelen met peren te vergelijken. We hebben een periode van relatief tot interessante economische groei achter de rug. Nu staan wij voor een paar jaar van extreem uitzonderlijke, economisch dramatische toestanden. Dat is de realiteit. Wanneer wij de begroting van vandaag dus analyseren en beoordelen, dan moeten we dat in rekening brengen.

 

Voorzitter: Patrick Dewael, voorzitter.

Président: Patrick Dewael, président.

 

Dat brengt mij tot de conclusie, voorafgaandelijk, dat ik het even makkelijk heb met de verdediging van de begrotingen van de vorige legislatuur als met de verdediging van de begrotingen van deze legislatuur, omdat de situatie verschillend is.

 

Ik zie dat enkele mensen gesticuleren, verwijzend naar de opmerkingen die zij geformuleerd hebben, zoals eenmalige inkomsten. Dat debat wil ik graag aangaan in detail. Ik maak zelf maar een opmerking. Ik heb de tijd meegemaakt dat het pensioenfonds van De Post overgenomen werd, zonder dat De Post één euro op tafel legde. Ook heb ik meegemaakt dat de goudvoorraad geherwaardeerd werd en dat het herwaarderingsbedrag in de begroting ingeschreven werd. Eigenlijk is het dus een beetje een debat van welles-nietes.

 

Het resultaat van de vorige legislatuur was effectief een evenwicht, waarover gediscussieerd kan worden. Maar, belangrijk, omdat er economische groei was, was er een belastingverlaging met 7 miljard euro.

 

Het resultaat van deze legislatuur, van de vorige begroting en de begroting die voorligt, is dat we een pad uittekenen waarmee we, ondanks de gigantisch slechte economische toestand, toch aanknopen om de begroting in evenwicht te brengen.

 

Dat zijn twee verschillende situaties, en twee posities waarin ik mij perfect comfortabel vind. In de vorige legislatuur kon ik grote lastendalingen bij economische groei verdedigen en vandaag kan ik evengoed een pad verdedigen terug naar het evenwicht, na een groot economisch debacle, waaraan niemand van ons schuld heeft.

 

In dat opzicht heb ik een opmerking ter attentie van de collega’s die dat pad betwisten. Om te beginnen, het pad dat wij volgen, is beter dan wat de Hoge Raad van de Financiën in zijn advies schreef. Dat is factueel. We hebben het over de begroting van 2010. Daarnet heb ik het al even van op mijn bank aangehaald en ik zal het aan de voorzitter meegeven. Dat is een autoriteitsargument. Een ander zegt dat het goed is en dat zal dan wel zo zijn.

 

Maar degene tot wie wij ons moeten richten, is de Europese Commissie, die letterlijk zegt dat de begroting van 2009 een juist antwoord was op de situatie, met inbegrip van de aanpak van de bancaire crisis. De begroting van 2010, zoals ze voorligt en zoals wij ze zullen goedkeuren, moet gewoon uitgevoerd worden. Met andere woorden, de Europese Commissie geeft haar fiat. Maar ze zegt inderdaad, hoewel het evenwicht er pas in 2015 moet komen, dat wij moeten proberen om een stuk minder schuld te hebben door de 3 %-norm wat vroeger te behalen.

 

Daar zal ik het dadelijk over hebben, nadat ik een andere autoriteit heb geciteerd. Ik weet het, het zijn weer anderen. Het Monetair Fonds, niet onbelangrijk, zegt letterlijk dat de strategie van de regering om een evenwicht in 2015 te bereiken – collega Tobback, welkom terug – de juiste strategie is en dat de begroting 2010 het juiste evenwicht houdt tussen de maatregelen die vandaag moeten genomen worden om effectief in 2015 het evenwicht te kunnen bereiken.

 

01.79  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer Daems, die selectieve lezing, daar kan ik inkomen, maar ik heb ook gelezen dat het IMF zegt dat wij voor een situatie staan waarbij wij van de toekomstige groei, die van 2010, unusually uncertain zijn ten opzichte van de andere Europese landen.

 

Ik heb daarstraks in het debat gehoord dat we voorzichtig zijn enzovoort. Wel, we moeten verdorie voorzichtig zijn omdat we geen basis hebben tot groei. Als u het dan hebt over de goede aanpak van de banken, zegt het IMF daarover heel duidelijk dat in dit land op dit moment het grote gevaar is dat als er groei komt, wij die zelfs niet kunnen financieren. Dat is een van de grootste problemen die wij tegemoet zien en wel dat uw banken, ondanks het feit dat u declameert dat de aanpak goed is geweest, geen poot meer hebben om op te staan om ervoor te zorgen dat we in de toekomst groei kunnen ondersteunen. Vandaar ook het debat dat ik had met de minister van Begroting: alles wat wij vandaag doen om de kapitalisatie en de investeringsmacht van banken te ondermijnen, is nefast. Dat bent u wel aan het doen.

 

01.80  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer Daems, ik heb vandaag nog niemand in vraag horen stellen dat de doelstelling is om in 2015 in evenwicht te zijn. Er zijn toch heel wat sprekers aan het woord geweest, dus begin daar niet over. De vraag is: hoe geraakt u op 2015? Als de Europese Commissie zegt: 2012 min 3 % en jullie houden de begrotingen aan die nu voorliggen voor 2010 en 2011 – u verdedigt dat nu en ik ga even mee in uw redenering – dan is mijn vraag: wat is dan de inspanning?

 

Laten we daar open en eerlijk over zijn. 2010 en 2011, u doet wat u nu zegt te doen, hopelijk met een betere groei. Dat is hopen. Destijds zegden we dat de groei ver overschat werd. Nu hebt u 0,4 gekozen en we gaan naar 5,2 % toe met deze begroting. Laat dat nog iets beter zijn met een betere groei. Wat is dan, als u in 2012 aan 3 % wilt geraken zoals ik uw minister van Begroting heb horen verdedigen, de draconische besparing die in 2012 moet gebeuren? Ik heb uw minister van Begroting daarstraks horen beamen dat ieder niveau moet vegen voor de eigen deur, maar wat is dan het draconische pad dat van 2013 tot 2015 moet worden bewandeld?

 

Wetend welk draconisch pad daar ligt, is het schuldig verzuim om daar vandaag niet aan te beginnen, mijnheer de minister. Het is natuurlijk comfortabel om dat vandaag niet te doen. Het is logisch dat de Europese Commissie zal zeggen dat we de begroting ten minste moeten uitvoeren. Maar ik zeg dat u de volgende regering gigantisch in de nesten aan het werken bent, omdat u zich vandaag tevreden stelt met een minimale inspanning.

 

01.81 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Jambon, ik begrijp de redenering, ik ben het er alleen niet mee eens. Niet alleen ik ben het er niet mee eens, maar ongeveer alle internationale economisten ook, waaronder diegenen die de begeleiding doen van andere overheden in Europa, zoals de Franse overheid, de Nederlandse, Duitse, Luxemburgse, enzovoort. Die zeggen dat nu niet voorzichtig zijn met de inspanningen die men laat dragen door ons economisch weefsel, het probleem versterkt in plaats van het te verkleinen. Als men voorzichtig is, zoals wij proberen te doen, en desondanks de knik organiseert en het tekort naar beneden haalt, zal men opnieuw een zekere groei kunnen ontwikkelen. Dat tekent zich nu gelukkig al iets rapper af dan dat we verwacht hadden.

 

Dan moet het de bedoeling zijn om in debat terecht te komen waarin we daarstraks zaten. Van zodra we de marge krijgen om het dan beter te gaan doen, moeten we het beter gaan doen, zodat we de draconische operatie, die nu bij ongewijzigd beleid en ongewijzigde parameters toch nog wel tussen 2012 en 2015 zal zitten, kunnen verminderen en opvangen.

 

01.82  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister van Begroting, weet u waarin wij verschillen? U zegt terecht dat we nu geen besparingen mogen doorvoeren op het economische weefsel. U hebt 100 % gelijk. Ik heb vandaag nog niemand hier horen zeggen dat de belastingen verhoogd of de uitkeringen verlaagd moeten worden. Niemand zegt dat. Wat zeggen wij wel? Uw Staat leeft boven haar stand. Een groei van 4,5 % in de gezondheidszorg is voor niets nodig. U zet dat omwille van de PS in de begroting. Ik haal nog andere elementen aan. Een structurele besparing van 100 miljoen euro in uw departementen is te weinig gezien de gegeven omstandigheden.

 

01.83 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer Jambon, ik ben het daar met u over eens: men kan altijd een aantal voorbeelden geven waarbij men zegt dat een en ander nog mogelijk is, dit te veel en dat te weinig. Mijnheer Jambon, dat is natuurlijk allemaal een kwestie van appreciaties. Ik ga u een paar voorbeelden geven. Ik heb in het vooruitzicht van de verkiezing van de Gewestraden in juni geen enkele politicus horen vertellen dat, nu Europa ons de kans ertoe geeft, we niets moesten doen aan de btw-verlaging van de bouwsector. Ik heb alle folders en brieven van alle mensen van alle partijen bijgehouden, waaruit blijkt dat iedereen op dezelfde lijn stond. Niemand durfde iets anders te zeggen.

 

Op een zeker moment moet men dat dan ook doen. Anders maakt men het hele politieke bestel compleet belachelijk. Als men de kans krijgt om de beweging naar een btw-verlaging in te zetten, moet men dat doen en dat hebben wij ook gedaan.

 

Ik geef een ander voorbeeld. Dit was een beperking van de inkomsten, een vergroting van de uitgaven. Het is nu al jaren dat heel het Belgische politieke bestel aan alle nog’s en aan iedereen die met ontwikkelingssamenwerking bezig is, belooft dat we de 0,7 % gaan halen. Dat is een debat dat ik al decennia hoor. Het is de eerste keer dit jaar dat de 0,7 % wordt gehaald.

 

De heer Michel kan daar goed werk mee leveren.

 

Er zijn dus nog keuzes die men moet maken. De heer Vanackere heeft voor het openbaar ambt enorme inspanningen geleverd.

 

01.84 Minister Steven Vanackere: Ik wil toch noteren dat men vindt dat een besparing van 100 miljoen euro op de ambtenaren van de federale overheid een peulenschil is, goed wetende dat de afgelopen jaren het nominaal aantal mensen dat bij de federale overheid in dienst is anders is geëvolueerd dan bij de gemeenten, de Gemeenschappen en Gewesten. Het gaat hier om een effect waarmee veel meer factoren zijn gemoeid dan de zeer bescheiden evolutie van de afgelopen jaren bij de federale overheid. Ik noteer dat N-VA vindt dat daarop 100 miljoen euro besparen, een peulenschil is.

 

Ik zal met groot genoegen uitkijken naar de terreinen waar de N-VA de verantwoordelijkheid mag dragen over dezelfde soort van aangelegenheden en de evolutie van de uitgaven voor het openbaar ambt.

 

De voorzitter: Mag ik voorstellen dat de heer Daems verder gaat? Ik hoor enerzijds dat men vindt dat het allemaal veel te lang duurt en anderzijds staat iedereen hier tot een uur op het spreekgestoelte, mijnheer Jambon. Niet omdat men te lang spreekt, maar omdat iedereen met iedereen debatteert. Voor mij niet gelaten, ik vind dat zeer interessant, maar u moet weten wat u wilt.

 

Mijnheer Daems, gaat u verder.

 

01.85  Hendrik Daems (Open Vld): Ik heb nog een korte reactie op de argumenten omtrent de internationale instellingen: uitzonderlijk onzeker is de 0,4 % groei. Welja, het IMF heeft zijn rapport op 14 december gepresenteerd en een paar dagen geleden hebben wij cijfers gekregen van de banken, waarbij de groei inderdaad niet 0,4 zou zijn maar een pak hoger. Het is natuurlijk moeilijk negatief te noemen dat het IMF zegt te moeten oppassen met de groei, maar dat ze groter is.

 

Ten tweede en toch wel markerend is het feit dat wij het er allemaal over eens zijn dat wij het evenwicht in 2015 moeten bereiken. De discussie gaat over het pad naar 2015, of dat dit pad steiler moet zijn of niet. De discussie gaat over een stukje meer schuld of niet. De grote discussie tussen de 3 % voor de Europese Commissie en wat oorspronkelijk in de meerjarenplanning staat, gaat over 1,4 %. Dat zou de bijkomende schuld zijn, de weerslag op de begroting met 150 tot 200 miljoen, wat veel geld is. Daar spreken wij over. De indruk die gewekt wordt van de heel grote dramatische toestand, is toch wel niet juist. Het gaat over het desgevallend, en wij zijn daar voor, sneller naar dat evenwicht gaan om inderdaad iets minder schuld op te bouwen.

 

Als ik dan collega Tobback het cijfer van 7 miljard hoor noemen, gaat dat uit van een gelijkblijvend beleid wat natuurlijk een vrij mechanische vergelijking is tussen verschillende jaren. In bedrag nota bene is dit kleiner dan het Sint-Annaplan op 1 jaar terwijl dit op 2 jaar is. Mij niet gelaten, maar het debat, mijnheer Tobback, gaat over het pad naar 2015. Ik wil u daar iets over zeggen en als ik iets langer dan 20 seconden kan spreken, zal ik dat met plezier doen. Wat zegt dat pad? Dan krijgt u een half uur voor mijn part. Wat zegt dat pad?

 

01.86  Bruno Tobback (sp.a): Ik wil gewoon vermijden dat u al op de foute piste vertrekt, mijnheer Daems. U citeert mij. (Rumoer)

 

Collega’s, aan het heen-en-weergeroep te zien ligt het niet aan mij dat het hier chaotisch verloopt. Mijnheer Vanhengel, wij zijn daarstraks geëindigd met uw gebral. Wij herbeginnen er nu terug mee. Ik ben voor alle duidelijkheid diegenen die zijn hand omhoog gestoken heeft en het woord gekregen heeft. Geen een van de anderen die hier lopen te roepen, hebben dat gedaan. Mijn micro werkt, dus ik heb het woord gekregen.

 

Mijnheer Daems, uw inschatting, uw interpretatie en redenering kloppen niet. Die 7 miljard is natuurlijk maar het begin van het verhaal en dat is de aansluiting bij de stelling van de heer Jambon. Die 7 miljard is het verschil tussen het pad waar we met deze begroting uitkomen in 2011 en de doelstelling van de Europese Commissie voor 2012. En dat is 7 miljard.

 

Daarmee bent u natuurlijk pas aan het begin van het verhaal. Indien u het tekort van 7 miljard dichtrijdt, bent u nog altijd maar aan een tekort van 3 % en bereikt u dus nog lang geen evenwicht. U bent dus geen 7 miljard maar een paar tientallen miljarden verwijderd van een evenwicht, laat staan dat u een overschot opbouwt. Ondertussen accumuleert u jaar na jaar, tussen nu en 2015, onophoudelijk schulden.

 

De voornoemde 7 miljard is slechts — daarom maakte ik mij daarstraks zo kwaad, aangezien de regering zelfs de voorgaande berekening in vraag stelt — het begin van het eerste stapje, de kleine steentjes van de heer Waterschoot. Daarmee hebt u zelfs nog niets gedaan. Het minste wat u zou moeten doen, als u dat uitgetekend pad volgt, is aangeven hoe u meent dat te doen. Anders let u gewoon op de meubelen, tot de volgende regering echt de problemen mag oplossen.

 

01.87  Hendrik Daems (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, dat is geen probleem. Immers, het verschil tussen het tekort dat wij vandaag maken en de nul procent die wij in 2015 moeten halen, is ongeveer 20 miljard. Zo kunnen wij de bedragen natuurlijk gigantisch opbouwen.

 

De vraag is of het pad dat wij volgen, redelijk is en de goedkeuring kan krijgen van de instellingen die ter zake op ons toezien. Ik merk dat de Europese Commissie de eerste stap die wij vandaag goedkeuren, met name de begroting 2010, positief beoordeelt. De Europese Commissie oordeelt ook dat een evenwicht in 2015 haar goedkeuring kan wegdragen. De Europese Commissie wil echter dat wij de beperking van het tekort tot 3 % in 2013 al in 2012 bereiken.

 

Ik kom nu tot mijn punt van het pad. Als ik alleen al het nieuw akkoord tussen de federale overheid en de Gemeenschappen en Gewesten, dat na de twee door mij vernoemde adviezen is gesloten, erbij neem, komen wij in 2010 uit op 5,06 % in plaats van op 6 %. Tel ik daarbij gewoon even het effect van de redelijkerwijs te verwachten groei, dan komen wij in een bijna mechanische evolutie terecht die ons in 2012 vrij dicht bij de beoogde 3 % brengt.

 

Zeg ik daarmee dat het genoeg is? Nee. Dat is de reden waarom, mijnheer de staatssecretaris, mijnheer de minister, de Open Vld-fractie wil dat, als er een bijkomende economische groei is die meer bedraagt dan wat in de begroting is ingeschreven, het aldus bijkomende bedrag uitdrukkelijk en exclusief wordt gebruikt om het tekort, op een uitzondering na, verder terug te dringen. Voornoemde uitzondering is met name de eventualiteit dat een stuk van de bijkomende groei van de middelen bruikbaar zijn om lasten te doen dalen die de economische grondslag van ons land kunnen verbreden en verbeteren.

 

Dat is toch een heel duidelijke stellingname! Europa zegt ja voor de begroting van 2010. De regering zegt ja om vroeger de 3 %-norm te halen. Open Vld zegt dat meer groei dient voor een daling van het tekort of voor een lastendaling en niets anders. Dat is een heel duidelijke stellingname.

 

De vraag is of de inhoud van deze begroting die qua resultaten is goedgekeurd, het aval krijgt van Europa en of dat ons aanstaat. Wat dat betreft, moet ik u zeggen, mijnheer Tobback en mijnheer Jambon, dat de inhoud van deze begroting om het tekort te verminderen ons meer aanstaat dan wat het beleid dat uw partijen elders voeren. Dat mag u mij ook niet kwalijk nemen.

 

Dit is een begroting waarin wij als liberalen niet alleen onze uitgangspunt van geen belastingverhogingen terugvinden, maar meer nog, waarin wij ons uitgangspunt van minder belastingen terugvinden. Vooral in de bouw en in de horeca. Ik kom daar dadelijk op terug. Dat staat toch wel in schril contrast met de 700 miljoen belastingverhogingen die uw beider partijen in de Vlaamse regering gebruiken om uw eigen tekort te verkleinen.

 

Wat is het verschil in beleid tussen de regering waarvan uw politieke partij deel uitmaakt en deze regering waarop u kritiek komt geven? Het verschil is dat u uw begroting regelt op de kap van de burgers door 700 miljoen belastingverhogingen, terwijl wij het doen zonder één euro belastingverhoging. Dat is politiek!

 

01.88  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer Daems, ik zal niet opnieuw beginnen over de geschiedenis van de jobkorting; ik neem aan dat u het daarover hebt. Ik zal ook niet opnieuw beginnen over de verkiezingscampagne waarin bepaalde van uw partijgenoten — ik meen dat zij hier zitten — de jobkorting als een soort van mercantilistische onzin bestempelden die beter afgeschaft zou worden. Uw eigen partijvoorzitter heb ik toen het Herrera-hotel weten buitenkomen, zeggende: “Weet u wat? Wij schaffen dat af; dat is eigenlijk goed”.

Ik weet wel dat u ondertussen een andere voorzitter hebt.

 

Hoe dan ook, dat is het spel. U mag dat argument gebruiken, maar alleen maar als u zich niet tegelijk beroept op het stabiliteitsprogramma en op de Gewesten. U hebt het twee zinnen geleden nog gedaan, en uw minister van Begroting doet het zowat om het half uur vanavond. U beroept zich op een goed stabiliteitsprogramma, maar een paar zinnen geleden zei u dat het zelfs nog beter is geworden dankzij — en bijna uitsluitend dankzij — de inspanningen die gebeuren op het niveau van de Gewesten.

 

Mijnheer Daems, zonder die oefening van de Vlaamse regering die trouwens veel sneller dan u tot een evenwicht zal komen, klopt er van uw begroting helemaal niets meer!

 

01.89  Hendrik Daems (Open Vld): Met alle respect, om te beginnen heb ik dat zeker niet gedaan. Als u dat zo wilt interpreteren, ook goed. Maar ik heb de tabel hier in handen en ik wil ze, samen met het verslag van IMF en de Europese Commissie, aan het verslag toevoegen, opdat er in de annalen over tien of vijftien jaar geen discussie zou zijn.

 

Dat akkoord heeft duidelijk een federaal deel en een deel gewesten en gemeenschappen. Het punt is hoe we dat resultaat politiek bereiken: u met belastingverhogingen en wij zonder. Dat is het verschil. Zo simpel is dat!

 

01.90  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer Wathelet, u kent die tabel? Ja.

 

Recettes fiscales/fiscale ontvangsten 2010: 695,9. In 2011: 1,75 miljard.

 

Bedrijfswagens: u zegt geen verhoging van de belastingen? Diesel: u zegt geen verhoging van de belastingen? Ik vraag het u gewoon. Ik wil een simpel ja of neen.

 

Mijnheer Van Biezen, het zal pijn doen, dat neem ik aan. Hou u nu even rustig en laat de heer Daems zijn betoog voortzetten.

 

01.91  Hendrik Daems (Open Vld): Er is een verschil tussen een belastingverhoging en een begin van ecofiscaliteit. Laten wij elkaar geen blaasjes wijsmaken. Het is een begin en zelfs een zeer bescheiden begin. Ecofiscaliteit is gebouwd op het concept dat men ze kan vermijden indien men zijn gedrag aanpast. Als liberaal heb ik geen probleem met de invoering van een fiscaliteit die niet hoeft te worden betaald door de mensen die zich ten behoeve van het algemeen belang aanpassen. Daar heb ik absoluut geen probleem mee. Integendeel. Indien er op korte tijd een bijkomende opbrengst ontstaat, omdat er mensen zijn die zich direct willen of kunnen aanpassen, dan wordt die gebruikt voor belastingverlagingen elders. Dat is exact wat we in onderhavige begroting doen.

 

Ik heb een opmerking aan het adres van de vrienden van Ecolo en Groen. Ik noem ze niet de hele Zennegroep, want dat is flauw, dat geef ik toe. Maar goed, uiteindelijk heeft de btw in de horeca betrekking op 50 000 bedrijven, 60 000 zelfstandigen, 100 000 vaste werknemers en 100 000 deeltijdse werknemers. Dat is 260 000 man, 10 miljoen klanten. Daar gaat het over. Ik zeg duidelijk: de verlaging naar 12 % is voor mij in de eerste plaats zuurstof voor die 260 000 mensen, opdat ze hun job niet verliezen! Daar gaat het over!

 

Afleiden dat de sector profiteert van die btw-verlaging, is zeer kort door de bocht. Dat is hopen dat de grootste sector van ons land, nota bene 100 keer Opel, waar we zo hard voor lopen, niet kapot gaat. Het is niet alleen economisch van belang. Geef toe, als er iets in ons land nog iets tot het goede leven bijdraagt, dan is het wel een goede horecasector. Dat is ook waar!

 

01.92  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer Daems, we hebben de discussie in de commissie ook al gehad. U hebt gelijk, de kmo’s en de horeca in ons land creëren werkgelegenheid, die niet zo snel zal delocaliseren. Dat beaam ik. De officiële commentaar bij de maatregel is echter dat ze werkgelegenheid zou scheppen en dat ze de factuur voor de burger zou verlagen. Zowel u als de staatssecretaris heeft in de commissie gezegd dat dat niet het geval zou zijn. Het is dus een maatregel die de sector ten goede zal komen en vooral zwartwerk moet regulariseren. Dat is op zichzelf een nobel doel, geachte collega’s. Zeg echter niet dat die verlaging de consument ten goede komt, want dat doet ze niet. Dat is herhaaldelijk gecommuniceerd.

 

Laat u mij nu gerust even uitspreken voor u op uw dak gaat staan. Ik heb er geen probleem mee om de hoge loonlasten van ons land aan te pakken, maar u en ik zijn samen naar verkiezingen gegaan met een agendapunt waarin we gesproken hebben van de verschuiving van lasten op arbeid op naar die op verbruik. Waar zit dat nobel idee nu? U geeft heel veel geld uit om één sector te helpen, terwijl dat probleem fundamenteel niet wordt aangepakt.

 

U wil het niet horen, mijnheer Schiltz. Ik weet dat u graag grootsprakerig doet over dingen waar u niet bij was. Ik weet dat u graag grootsprakerig doet, vooral als u geen argumenten hebt. Werk daar echter aan, het zou getuigen van een fundamentele visie als u in onderhavige begroting het principe zou huldigen waarmee u en ik naar de verkiezingen zijn getrokken. Dat doet u echter niet. Ik kan alleen vaststellen dat u ligt te zwaaien met een trofee, die de consument niet ten goede komt en waarvan u zelf hebt gezegd dat om echt effect te sorteren u die btw eigenlijk verder zou moeten verlagen tot 6 %. Dan begin ik nog niet eens het debat over het feit dat het Rekenhof de ingeschreven kosten zelfs niet kan berekenen. Het mangelt aan alle kanten.

 

De voorzitter: Mevrouw Almaci, het is een onderbreking, geen discours. U hebt uw punt nu wel gemaakt.

 

01.93  Hendrik Daems (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik wil daar een paar dingen op antwoorden, want ik vind het een interessant punt.

 

Om te beginnen, ja, wij zijn naar de verkiezingen gegaan met de btw-verlaging voor de horeca. En ja, wij liberalen hebben dat in deze regering verkregen. Voilà! Content! We gaan daar toch niet kwaad voor zijn? Goed, samen met de collega’s, uiteraard, want zoiets doe je niet alleen. Natuurlijk.

 

(Rumoer)

 

01.94  Jan Jambon (N-VA): (…) Wij steunen dat met z’n zessen.

 

01.95  Hendrik Daems (Open Vld): Gegeven de mogelijke kostprijs, wil ik de vergelijking toch nog eens maken.

 

We moeten ons allemaal inspannen om bedrijven die in de problemen kunnen komen, te helpen. Opel is een voorbeeld. Ook wij gaan daar voluit voor. Als echter de budgetten die de Vlaamse en de federale regering desgevallend zouden toezeggen voor Opel, naast de hele horecasector geplaatst worden, dan zijn die budgetten groter. Dat is de realiteit.

 

Ik vind dat we beide maatregelen moeten uitvoeren. Echter, stellen dat de btw-verlaging in de horeca een dure maatregel zou zijn en onverantwoord duur is, is onjuist.

 

Mevrouw Almaci, ten tweede, u blijft redeneren in termen van jobs bijcreëren. Weet u hoe ik vandaag redeneer, met de economische crisis? Ik hoop dat we dingen kunnen doen zodat we geen bijkomende jobs verliezen. Dat is de juiste insteek vandaag. Degene die denkt dat er onder een economische laagconjunctuur jobs gecreëerd kunnen worden, is iemand die er niets van verstaan heeft, tenzij dat het om bepaalde sectoren gaat. Wat wij moeten doen, is proberen zuurstof te geven, tijdelijk, opdat die bedrijven hun kop boven water houden. Dat is wat wij doen met de tijdelijke werkloosheid. Dat is wat we ook doen met de tijdelijke werkloosheid voor bedienden; een innovatie. Dat is wat wij doen, zodat we ten minste door die creux van die economische neergang heen kunnen en zodat een stuk van het economisch weefsel ondertussen niet kapot gaat. In andere gevallen gaat het om delokalisatie.

 

In het geval van de horeca: we rijden niet tot in Keulen als we een pint willen drinken, natuurlijk, als we die hier in Brussel of waar ook kunnen drinken. Met andere woorden, de maatregel voor de horeca is essentieel voor 260 000 mensen en 50 000 bedrijven. Dat is de beste maatregel die wij ons hadden kunnen indenken om een stuk van het economisch weefsel te beschermen, om niet verder kapot te gaan.

 

Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik sta hier al lang, hoewel de deelname van collega’s aan mijn uiteenzetting daartoe heeft bijgedragen. Ik wil toch nog een paar kleine elementen aanhalen.

 

In verband met de sociale partners, wil ik nog een punt maken. Ik vind het nogal makkelijk dat vaak de politiek de vinger wordt gewezen als het erom gaat het bekomen van sociale akkoorden, bijvoorbeeld tussen arbeiders en bedienden, te beïnvloeden. Ik kan alleen maar het volgende vaststellen. De sociale partners komen inzake arbeiders en bedienden niet tot een akkoord. Ik betreur dat, maar het is toch een vaststelling waarvan wij als politici ook eens mogen zeggen, zowel tegen patroons als tegen vakbonden: wordt het niet tijd dat u eens probeert om wél overeen te komen?

 

Ik haal een ander voorbeeld aan. In ons regeerakkoord hebben wij ingeschreven dat er voor de 50-plussers lastendalingen moesten komen. De werkloosheidsuitkering moest degressief in de tijd zijn. Waarom is dat er vandaag nog niet? Niet omdat de politiek dat niet wil, maar omdat men daar in het sociaal overleg niet toe komt. Dat is de realiteit.

 

Ik heb toch wel een punt te maken naar de sociale partners. Ik refereer aan de eerste regeerperiode Verhofstadt waarbij wij immense lastendalingen hebben gedaan, de sociale lasten naar beneden, en waarbij dan het sociaal akkoord neerkwam op “dank u, voor de daling van de sociale lasten, alstublieft, de loonsverhoging voor de sociale vrede”. Eigenlijk moeten wij als politiek toch ergens durven zeggen dat misschien de sociale partners toch ook eens anders met elkaar moeten omgaan en misschien moeten proberen akkoorden te sluiten die niet noodzakelijk afgewenteld worden op de gemeenschap.

 

Ik zeg nogmaals duidelijk namens Open Vld dat wij ermee akkoord gaan dat arbeiders- en bediendenstatuut naar elkaartoe groeien. Zeggen dat het arbeidersstatuut verbeterd wordt, zeker weten, maar zonder dat het zelfstandigenstatuut verbeterd wordt? No way! Alletwee!

 

01.96  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer Daems, ik hoor u een beetje herhalen wat ik al jaren hier op het spreekgestoelte zeg: het grote respect voor het sociaal overleg belet niet dat de politiek af en toe zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Als men vaststelt, zoals in het dossier arbeiders-bedienden, dat er effectief, keer na keer, jaren aan een stuk, geen akkoord wordt gesloten terwijl de volksvertegenwoordiging ervan overtuigd is dat het een onverdraagbare discriminatie is op de arbeidsmarkt, dan komt er een dag dat we knopen moeten doorhakken.

 

De regering heeft zich geëngageerd om de volgende zes maanden de discussies aan te moedigen in het Parlement op basis van wetsvoorstellen die ingediend worden om de knoop arbeiders-bedienden op het vlak van het eenheidsstatuut door te hakken. Ik heb nog niet begrepen dat de regering aandringt op evenveel spoed over het zelfstandigenstatuut, maar ik wil u ook daarin steunen.

 

Wat er bij mij niet in kan, mijnheer Daems, is het volgende. Deze regering kent al bij herhaling unanieme akkoorden van de sociale partners, waarbij ik keer na keer vaststel dat de regering er geen gevolg aan geeft. Ik heb de voorbeelden al in de loop van de dag genoemd, bijvoorbeeld schijnzelfstandigen. Ik heb ook verwezen naar het feit dat we hier in deze begroting verschillende…

 

De voorzitter: Mijnheer Bonte, het is een korte onderbreking. Ik houd van onderbrekingen, maar een onderbreking is geen betoog op zich.

 

01.97  Hans Bonte (sp.a): We hebben hier een debat, mijnheer de voorzitter.

 

De voorzitter: Mijnheer Bonte, u hebt al heel lang op het spreekgestoelte gestaan. Een onderbreking is geen uiteenzetting op zich. Als u onderbreekt vind ik dat een goede zaak, maar maakt u dan een puntige opmerking of stelt u een puntige vraag.

 

(Applaus)

 

Dat is toch waar! Ik vind een debat geen opeenvolging van twaalf toespraken, dat is geen debat. Af en toe moet er onderbroken kunnen worden. Maar als iemand die onderbreekt van een onderbreking gebruik maakt om elke keer vijf tot zeven minuten het woord te voeren, dan is dat ook geen debat. Ik zou u willen vragen om uw punt te maken, zodat de heer Daems stilaan kan afronden. U hebt het woord voor een onderbreking, maar niet voor een aparte uiteenzetting.

 

01.98  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik wil er gewoon op wijzen dat ik in dit debat nog niet vanop het spreekgestoelte heb gesproken. Ik ben vast van plan om dat nog te doen.

 

De voorzitter: U hebt een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan het feit dat het nu toch al 23.40 uur is vandaag.

 

01.99  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik wil er u op attent maken dat we dit debat niet konden voeren in de commissie, met dit als gevolg.

 

Ik wil de heer Daems er toch wel op wijzen dat hij naar de verkiezingen is getrokken met de boodschap dat zijn partij ook wenst dat de lasten voor 50-plussers naar beneden gaan. U herinnert zich nog een debat een paar jaar geleden over het feit dat we daarvoor samen een wetsvoorstel gingen indienen. In elk geval stel ik vast dat deze regering vasthoudt aan een maatregel, genomen in het raam van het inter-professionele akkoord door de sociale partners, die niet leidt tot de verlaging van de loonkost van 50-plussers, maar tot een substantiële verhoging. Ik heb het hier meer bepaald over de vereenvoudiging van de banenplannen. Dat is de reden waarom wij, tegen de sociale partners in, zeggen dat dit niet kan, omdat het ervoor zorgt dat oudere werknemers nog sneller van de arbeidsmarkt verdwijnen. Nu wil ik wel eens uw houding daarover kennen. De regering kondigt aan dat ze in januari in het Parlement een wetsontwerp zal indienen over de vereenvoudiging van de banenplannen, met als eerste belangrijke effect dat er een substantiële kostenverhoging voor 50-plussers plaatsvindt. Zal Open Vld dat stemmen of niet?

 

01.100  Hendrik Daems (Open Vld): Als men de sociale partners responsabiliseert om over een bepaald onderwerp een akkoord te maken en ze doen dat, kan u niet zeggen dat u niet volgt, want u hebt zich geëngageerd. Dat neemt niet weg, dat ik er een groot probleem heb dat elementen die wij in het regeerakkoord hebben geschreven zoals een kostendaling voor 50-plussers en degressiviteit van werkloosheidsuitkeringen, wordt tegengehouden door de sociale partners. Ik heb daar een probleem mee. Die maatregelen zouden getroffen worden op het moment dat het economisch wat beter gaat, daarin moeten we mekaar begrijpen.

 

De reden waarom ik met u dat wetsvoorstel nog niet heb ingediend, is omdat mijn partij een lastendaling voor 50-plussers in haar programma had geschreven, en vervolgens dat in het regeerakkoord heeft gezet. Ik ga, met alle respect, toch niet met u in het eerste jaar van de legislatuur een wetsvoorstel indienen dat in het regeerakkoord is ingeschreven. Wat niet wegneemt, mijnheer Bonte, dat we vinden dat dit aspect, net zoals de degressiviteit van werkloosheidsuitkeringen die in het regeerakkoord staat, op korte termijn op de onderhandelingstafel moet komen. Dat dient liefst te gebeuren in een akkoord met de sociale partners. Indien ze daar niet toe komen zal de regering, net zoals over arbeiders en bedienden, ter zake stappen moeten nemen. Ik denk dat dit vrij duidelijk is.

 

Ik rond af, collega’s. Het pad van de begroting dat de regering aangeeft om naar 2015 toe tot een evenwicht te komen, is een pad dat door elke objectieve waarnemer als correct wordt aanzien. Er is enkel een versnelling in 2013, waar onze fractie en de regering zich ook toe engageren. De regering is duidelijk: bijkomende groei betekent een bijkomende daling van het tekort, tenzij we bijkomend lasten kunnen laten dalen, die het economisch draagvlak verbeteren.

 

Ten tweede, de begroting van 2010 is door diezelfde instanties als evenwichtig en goed gebrandmerkt, op een positieve manier. Daar zitten geen belastingverhogingen in. Bovendien zitten er belastingverlagingen in.

 

Dit is voor ons een begroting waar wij nu achter kunnen staan. Wij zullen vooral hard op de gaspedaal duwen voor het pad waarbij wij naar een evenwicht in 2015 gaan en zo mogelijk nog sneller en dat, mijnheer de minister van Begroting, ter uwer ondersteuning maar vooral ter ondersteuning van het algemeen belang.

 

Le président: La parole est à M. Brotcorne.

 

01.101  Christian Brotcorne (cdH): Merci, monsieur le président.

 

De voorzitter: Mijnheer Van de Velde, u vraagt het woord?

 

01.102  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, als wij de volgorde respecteren is het nu terug aan de oppositie als ik mij niet vergis. De heer Coëme en de heer Daems hebben net gesproken als leden van de meerderheid en dan is het nu terug aan de oppositie.

 

De voorzitter: Ik volg dezelfde volgorde als degene die ik heb gevolgd bij bijvoorbeeld het investituurdebat. Dat is een volgorde op basis van de sterkte van de partij. Daarna komt u, daarna komt mevrouw Almaci en het FN is niet ingeschreven. Ik heb dat niet uitgevonden, maar dat werd reeds verschillende keren gevolgd, zonder commentaar uwentwege.

 

01.103  Christian Brotcorne (cdH): Monsieur le président, messieurs les ministres, chers collègues, jamais un budget n'aura été aussi choyé que celui-ci vu les débats que nous y avons déjà consacrés: la déclaration gouvernementale de M. Van Rompuy en octobre, l'intronisation de M. Leterme il y a quelques temps, des débats en commission, le long débat de ce soir et de cette nuit. Bien entendu, c'est un élément essentiel de la vie politique et démocratique de notre pays. Mais sans doute pourrions-nous gagner aussi en efficacité en revoyant la manière de travailler!

 

Notre gouvernement et la majorité qui le soutient étaient confrontés, avec ce budget 2010, à une équation assez difficile: concilier une rigueur budgétaire stricte, parce que le taux d'endettement de notre pays est ce qu'il est et que nous le connaissons bien et, en même temps, une volonté de soutenir la relance économique et de protéger le pouvoir d'achat des travailleurs et des plus démunis.

 

Pour réussir à sortir de ce dilemme, le gouvernement a travaillé de deux manières. Tout d'abord, sur la forme, il y a la réalisation d'une projection pluriannuelle, puisque nous avons un budget pour 2010 et aussi pour 2011, ce qui est assez novateur. La Cour des comptes l'a souligné, considérant que c'est là une approche avantageuse qui permet de mettre en évidence les conséquences plus éloignées d'un certain nombre de mesures nouvelles que le gouvernement propose ou de mesures anciennes qu'il faut évaluer.

 

Nous avons bien fait de travailler de cette façon même si, aujourd'hui, nous n'allons voter que le budget 2010 en fonction du principe de l'annualité. L'important à retenir est que le gouvernement et sa majorité envisagent de ramener ce déficit en dessous de 3 % à partir de 2013 et d'atteindre l'équilibre en 2015. C'est en agissant de la sorte la meilleure réponse que l'on peut apporter à toutes nos interrogations légitimes par rapport aux conséquences de l'allongement de la durée de la vie, mais c'est aussi la manière d'être en conformité avec le programme de stabilité 2009-2013.

 

Sur le fond, le contexte macro-économique dans lequel le budget a été établi est bien connu de nous tous. Les conséquences dramatiques qui se feront ressentir dans le courant de l'année 2010 se situeront principalement au niveau de l'emploi et donc du bien-être de la population. Il fallait donc agir essentiellement à ce niveau. Même si aujourd'hui les indicateurs économiques se redressent, nous savons que les pertes d'emploi seront encore au rendez-vous. Néanmoins, les mesures qui ont déjà été prises et celles qui seront confortées à l'occasion du budget de 2010 vont dans le bon sens.

 

Le 15 décembre dernier, la Commission européenne faisait savoir que les mesures de lutte contre la crise et le soutien financier important apporté par l'Union et les États de l'Union avaient contribué à endiguer l'incidence négative de la récession sur les marchés du travail.

 

Nous savons que la situation ne s'améliorera pas mais, en même temps, nous savons que le gouvernement a travaillé sur la base du budget économique préparé par le Bureau fédéral du Plan. Les chiffres remontent au 12 septembre 2009 et on sait déjà qu'ils pourront s'améliorer, ce qui ne pourra être que bénéfique. Malgré cette faible croissance attendue ou annoncée, le solde de financement est malheureusement influencé négativement par cette prévision d'augmentation du taux de chômage.

 

Le 3 novembre 2009, la Commission européenne publiait ses prévisions d'automne et prévoyait pour la Belgique une croissance réelle de 0,6 % en 2010 et de 1,5 % en 2011. Cela signifie que les hypothèses cumulées sur les deux années en question, 2010 et 2011, à partir desquelles le gouvernement a établi son budget, sont des hypothèses totalement plausibles et correspondent en grande partie avec les prévisions les plus récentes de la Commission européenne.

 

Certes, cette approche prudente au vu de l'incertitude qui pèse sur les données macroéconomiques ne peut qu'être saluée. Elle permettra peut-être – c'est le souhait que nous devons tous formuler – de dégager des marges plus importantes pour soutenir les mesures destinées à sortir de la crise. Le budget qui nous est proposé est un budget de crise imposé par des éléments extérieurs sur lesquels l'autorité publique n'avait pas de prise. Nous – l'autorité publique, notre gouvernement, la majorité, notre responsabilité d'élu – avons néanmoins une prise sur l'emploi et sur les possibilités de relancer la machine économique, lorsque les indicateurs redeviendront positifs.

 

Comme vous le savez, le cdH a, dans ce gouvernement fédéral, la responsabilité de l'Emploi. Nous en avons donc fait une priorité absolue pour que, dans un premier temps, on puisse diminuer les effets de la crise, puis empêcher l'installation d'un chômage structurel et, enfin, par de nouvelles mesures, viser à assurer un maximum le maintien de l'emploi et faciliter le réembauchage, lorsque les indicateurs redeviendront positifs, comme je le disais précédemment.

 

Un autre élément sur le fond concerne la conformité de ce budget avec le programme de stabilité 2009-2013 et le retour à l'équilibre en 2015. En cela, nous répondons fidèlement aux recommandations du Conseil supérieur des Finances qui, je vous le rappelle, avait émis un avis en septembre 2009.

 

Au niveau des dépenses dans le budget, on peut saluer le fait que les dépenses primaires soient manifestement prises à bras-le-corps et que leur augmentation n'existe pas, puisqu'en réalité, c'est 1 % net d'augmentation que l'on pourra observer à leur niveau avec toutefois, ce bémol, cet énoncé important. En effet, au vu des chiffres, on constate une augmentation de ces dépenses primaires mais celle-ci est essentiellement due à la volonté de ce gouvernement de maintenir et de pérenniser notre système de sécurité sociale. C'est une question de solidarité et de volonté de venir en aide aux plus démunis.

 

J'en arrive au quatrième élément sur lequel je veux intervenir.

 

Nous voyons apparaître les débuts d'une fiscalité qualifiée tantôt de verte, tantôt de durable, tantôt d'environnementale. C'est vrai que c'est essentiellement dans la loi-programme que nous avons trouvé les premiers textes relatifs à cette fiscalité.

 

Le pari est fait d'un non-alourdissement de la fiscalité sur le travail, d'opérer des glissements vers une fiscalité plus incitative, cette fiscalité verte qui ne pèsera donc pas sur l'emploi, ni sur le pouvoir d'achat de la population. C'est un changement important, même si ce n'est qu'un début.

 

Je rappelle ce que j'ai souvent dit en commission à M. le secrétaire d'État Clerfayt. Ainsi, je lui ai fait savoir que s'il nous conviait à emprunter un chemin intéressant, il fallait absolument le poursuivre et il fallait qu'il y ait un véritable débat au sein du gouvernement, mais aussi du parlement. Il ne faut pas travailler pièce par pièce. Nous devons avoir une vision d'ensemble.

 

L'objectif, au-delà de cette fiscalité incitative, doit être aussi de faire le transfert – c'est aussi une des raisons de cette fiscalité verte – entre la fiscalité qui pèse sur le travail et l'équilibre bien nécessaire du budget de l'État. C'est d'autant plus important que nous venons de connaître un échec dans le cadre de la Conférence de Copenhague. Les avantages, si ténus soient-ils aux yeux de certains, sont importants pour indiquer la volonté de la Belgique, mais aussi de l'Europe qui a d'ailleurs été, lors de la Conférence de Copenhague, l'un des leaders, de faire en sorte que nous avancions réellement vers une politique visant à combattre les dérèglements climatiques.

 

Je rappelle que, pour nous, – j'ai volontairement voulu être bref eu égard à l'heure tardive – il fallait, à l'occasion de ce budget, et plus précisément au niveau des dépenses, veiller à ne pas remettre en cause les droits acquis en matière de sécurité sociale, ni les politiques en matière de soins de santé. Ce budget respecte cet engagement.

 

En matière de recettes, il fallait que nous refusions de dégrader le pouvoir d'achat des citoyens, des personnes qui travaillent et des plus fragilisés. On ne pouvait – plusieurs l'ont dit – toucher au taux de l'IPP ou augmenter le coût du travail et des charges sociales des entreprises. Ce budget ne le fait pas. En cela, c'est un bon budget.

 

Nous avons également refusé d'hypothéquer les signaux de la reprise économique tout en refusant avec la même force d'amnistier les responsables de la crise financière qui nous ont conduits là où nous en sommes aujourd'hui. Nous devons prendre des mesures parfois difficiles et ce budget le permet.

 

Enfin, je confirme qu'il n'y a pas dans ce budget, en tout cas pour atteindre l'équilibre, de mesures faciles, de mesures one shot, mais des mesures récurrentes (la contribution du secteur énergétique, l'intervention des banques, la diminution des dépenses primaires). Ce sont là autant de mesures structurelles qui apportent un plus pour les budgets des années à venir.

 

Le cdH se retrouve donc tout à fait dans les priorités consacrées par ce budget, d'autant que des mesures nouvelles ont pu être prises en matière d'emploi. Je ne vais pas insister car on en a suffisamment débattu. Nous savons que l'emploi est un élément essentiel dans la reprise de l'économie.

 

Ce sont toutes ces mesures en matière de TVA pour la construction, pour l'horeca. Nous connaissons le drame qu'ont vécu nos agriculteurs: il y aura aussi des mesures de défiscalisation des primes régionales pour les années 2009, 2010 et 2011.

 

La volonté de maintenir un système de sécurité sociale performant et bien financé confirme la protection des plus fragilisés.

 

On notera encore un début de fiscalité verte.

 

Enfin, et nous nous y attelons, il y a des mesures efficaces en matière de lutte contre la fraude fiscale.

 

Il s'agit ici d'autant d'éléments qui retiennent favorablement notre attention et qui ont été salués par la Cour des comptes qui, dans son analyse, et même s'il y a quelques bémols, donne un satisfecit évident pour la manière dont ce budget a été élaboré. Ce satisfecit rejoint celui de la Commission européenne.

 

Dès lors, à la fois techniquement et politiquement, ce budget tient la route. Le cdH s'y retrouve et le votera favorablement.

 

De voorzitter: Mijnheer van de Velde, mocht ik u zijn, ik zou het minstens even goed doen.

 

01.104  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik zal dat zeker doen. Ik dank u voor de support. De duurtijd zal echter niet dezelfde zijn.

 

Mijnheer de voorzitter, ik moet vaststellen dat voor het begrotingsdebat de eerste minister, de minister van Financiën en de minister van Begroting hier niet aanwezig zijn. Ik blijf hier achter met de juniors en met enkele, goedbedoelde medewerkers. In elk geval lijkt het alsof ik een huwelijksaanzoek aan een schoonmoeder doe voor mijn toekomstige vrouw, wat een heel raar gevoel geeft. Eerlijk gezegd, had ik graag gehad dat de juiste ministers hier aanwezig waren geweest.

 

De voorzitter: De heer Vanhengel is op komst.

 

01.105  Bruno Tobback (sp.a): (…).

 

01.106  Robert Van de Velde (LDD): Wij zullen hem in dat geval inlichten. Uit respect voor de collega’s ga ik met mijn uiteenzetting voort. Ik ben blij dat de collega’s aanwezig zijn. Ik vertrouw de voorzitter op zijn woord, wat misschien van te veel naïviteit getuigt. De heer Vanhengel komt echter blijkbaar direct terug.

 

Collega’s, heren ministers, ik begin net zoals de heer Waterschoot met een stukje geschiedenis. Ik hoef niet zo ver terug te gaan als de vijfde of zesde eeuw voor Christus. Ik zal het iets dichterbij zoeken.

 

Mijnheer Waterschoot, na de Tweede Wereldoorlog werd de Nederlandse regering aan alle zijden onder druk gezet, omdat de dijken aan de Noordzee niet langer deugden. Na jaren van smeekbedes om de structurele tekortkomingen aan de dijken te herstellen, deed zich in 1953 de alombekende Westerstorm voor, die in één nacht de sterk verzwakte dijken vernielde. Er vielen toen 1 800 doden. Honderdduizend gezinnen hebben er hun hebben en houden bij ingeschoten.

 

Op dat moment kwam alle goedbedoelde hulp te laat. Niemand had kunnen voorspellen dat de noordwesterstorm zich in de nacht van 31 januari zou voordoen maar iedereen wist dat als hij zich zou voordoen de dijken zouden breken en de schade niet te overzien zou zijn.

 

Wat wij hier vandaag economisch en budgettair meemaken is net hetzelfde. Reeds twintig jaar wordt in dit land met heel veel poeha gesproken over de vergrijzing en de pensioenlast en de ziekteverzekering die zullen verzwaard worden. Reeds twintig jaar wordt er zoals de Nederlanders zeggen geouwehoerd over betere overheidsefficiëntie en al tien jaar wordt de competitiviteit van onze economie onder de loep genomen. Ik veronderstel dat die loep aan een kant dichtgemetseld is want heel veel heb ik nog niet zien gebeuren. Dat waren de zwakke budgettaire dijken van dit land. Op wat kleine zandzakjes als lapmiddel na, zoals een leeg Zilverfonds, het niet vervangen van enkele op rust gestelde ambtenaren of de invoering van de notionele intrest, werd geen enkele van de zwakke Belgische economische dijken structureel versterkt. Daar zijn alle en vooral de paarse voorgaande regeringen mee voor verantwoordelijk. Deze regering biedt er geen enkel maar dan ook geen enkel antwoord op.

 

Het gevolg laat zich raden: we krijgen een financiële crash die niemand en dus ook deze regering niet kon voorspellen. Hoe streng en snel die aankwam, dat was niet voorspelbaar. In elk geval verpulverde hij de met armzalige zandzakjes gestutte Belgische economie.

 

In 1953 trokken de Nederlanders er lessen uit en begonnen aan het Deltaplan.

 

Deze begroting toont echter aan dat we op het economisch equivalent van dat Deltaplan niet moeten rekenen. De Belgische economische dijken zijn daadwerkelijk op alle niveaus gebroken. Laten we kort overlopen welke dijkbreuken we vandaag moeten vaststellen. De begrotingstekorten lopen op met onvoldoende restrictief budgettair beleid. Deze regering mag dan wel fier zijn dat het rampscenario van 7 % niet gehaald of bereikt zal worden, het is in elk geval een feit dat we ons in een uiterst precaire situatie bevinden. Uw regering schermt ook telkens weer met de hoge tekorten en dezelfde situatie in het buitenland. In elk geval is er ten opzichte van het buitenland een belangrijk verschil met onze economie. Ten eerste hebben wij vandaag reeds een zeer hoge staatsschuld. Wij kampen met hoge tekorten en een versnellende vergrijzing. Vriend en vijand is het erover eens, België speelt met zijn geluk als er niet gauw wat verandert. De schade zal op dat moment ook niet te overzien zijn.

 

Voor ons is de 900 miljoen euro besparing die u inschrijft en de 1,7 miljard euro aan nieuwe inkomsten, niet structureel en niet voldoende om het tij te keren.

 

Het IMF, toch geen betrokken of subjectieve partij, schrijft heel duidelijk in zijn jaarlijkse doorlichting van de Belgische financiële situatie dat de economische vooruitzichten voor ons land buitengewoon onzeker zijn. Ik herhaal wat er staat: unusually uncertain.

 

De belangrijkste reden voor het IMF is dat, ondanks een heropleving, het risico bestaat dat onze financiële sector niet in staat zal zijn om, bij groei naar kapitaal, de vraag te beantwoorden omwille van de precaire situatie waarin ze zich vandaag nog steeds bevindt.

 

Wat doet de regering op dat moment? Wij halen de komende drie jaren 220, 670 en 540 miljoen euro op bij die banksector onder het mom van een bijzonder beschermingsfonds en wij pompen dat rechtstreeks in de begroting. Met de verrekening van de reserves van het beschermingsfonds haalt deze regering op drie jaar tijd netto 760 miljoen euro investeringkracht via de banken uit de markt.

 

Daarnaast wijst het IMF ook op duidelijk structureel te hoge uitgaven in dit land. In 2008 stegen de primaire uitgaven, exclusief de noodhulp aan banken, met maar liefst 9,9 %. Ik heb dat hier vandaag nog niet gehoord, maar dat is een gigantisch bedrag.

 

Alle beloften van budgettaire inperking ten spijt, besparen is niet zo maar een optie, beste heren, het is een plicht. Wat blijkt? In 2009 laten wij de primaire uitgaven opnieuw met 2,2 % groeien. Dat is nog niet het ergste, want wij weten dat dit cijfer niet zal worden gehaald. De geschiedenis toont het aan. Uw track record toont aan dat u niet cijfervast bent en dat u voortdurend hoger uitkomt dan de ingeschatte begroting.

 

Een volgend keerpunt en een gebroken dijk is de afhankelijkheid van het buitenland met betrekking tot de uitstaande staatsschuld. In het verleden betrof de staatsschuld hoofdzakelijk een interne aangelegenheid. Dit is nu niet meer het geval. Als onze begrotingsminister, het is spijtig dat hij er nog steeds niet is, die het failliet van het land reeds orakelde, er niet in slaagt om de primaire uitgaven in bedwang te houden zijn wij nog niet klaar met de rentesneeuwbal. U weet dat de rente aan een tempo van op dit moment 30 miljoen euro per dag op ons komt afgestormd.

 

Simultaan met het stijgen van de schuldratio stijgt de financiering van de schuld, in de eerste plaats met behulp van buitenlandse schuldeisers. 88 % van de schatkistcertificaten en 59 % van de OLO’s – de Belgische staatsobligaties – zijn vandaag in buitenlandse handen. Met die stijging van het buitenlandse aandeel in onze staatsschuld neemt ook het risico van een Griekse tragedie toe, daar de split met de Duitse obligaties op dit moment 245 basispunten bedraagt.

 

Het is helemaal niet denkbeeldig dat Fitch Ratings, Moody’s en Standard & Poor’s ook België met een lagere rating bedenken, waardoor ons krediet in prijs zal stijgen. Uiteraard zal dan de rentesneeuwbal dikker en harder worden.

 

De grootste dijkbreuk die wij vandaag vaststellen is die in de sociale zekerheid. De sociale zekerheid verzuipt! Voor de eerste keer volstaan de btw-inkomsten niet meer om via alternatieve financiering de sociale zekerheidskosten te dekken. 2,5 miljard wordt rechtstreeks uit de personenbelasting gelicht en direct toegevoegd aan de black box van de sociale zekerheid. Wetend dat de toelagen van het RIZIV aan de ziekenfondsen voor hun administratie van de uitbetalingen volgend jaar met 4,5 % of 40 miljoen euro stijgen, is dit onaanvaardbaar.

 

Tegelijkertijd worden er extra middelen toegestaan voor de uitbetalingen, terwijl er qua automatisering alles voorhanden is om die kosten te drukken.

 

Wat doet de regering? Wat doet u als begrotingsminister? Met kleine of lege zandzakjes proberen de dijkbreuken te dichten.

 

Zo zijn er – wij hebben het er al over gehad – de onzekere inkomsten uit energie. De elektriciteitshoop kent geen einde. Net als de regering de regularisatieperiode zonder wettelijke basis organiseerde en uit de mouw schudde, fantaseerde u een nieuwe, op maat gemaakte belasting die zonder verpinken en zonder enige vorm van zekerheid vlotjes bij de inkomsten gerekend wordt. De vorige energietovertruc van 250 miljoen is nog niet gerechtelijk verteerd of uw regering maakt snel dezelfde fout.

 

Uiteraard mag de bevolking delen in de malaise. Laten wij wel wezen, het foefje dat de verhoging van de accijnzen op diesel een groen karakter heeft, werkt niet. Het blijven pestbelastingen voor de autogebruiker. Het blijven belastingen die de mensen voor hun broodnodige woon-werkverkeer achteruit helpen, niet vooruit.

 

Tot slot, aan de inkomstenzijde heeft minister Reynders 22 keer in het begrotingsdocument gesteld dat er “getipt” wordt op bepaalde inkomsten.

 

Minister Reynders heeft, met andere woorden, zijn inkomstenbegroting ingevuld als een tiercébulletin. Het is geen begroting, het is een tiercé. Ik houd mijn hart vast voor 2009, want in het laatste kwartaal moet een stijging van 10 % in onze fiscale ontvangsten gerealiseerd worden om het tekort van 5,6 tot 5,7 % te halen, terwijl de voorbije trimesters telkens een daling van 16 % voor ons lag.

 

Wij kunnen eruit geraken, maar dan zullen er effectief duidelijke en structurele maatregelen moeten genomen worden. Herman Van Rompuy had voor zichzelf vijf werven als doelstelling gesteld. Ik wil er u nieuwe geven. Wij geven u vier nieuwe en we zullen niet nalaten om telkens te benadrukken dat uw asiel- en migratiedossier nog lang niet voltooid is. Die vier werven moeten dienen om de dijkbreuken die wij vandaag vaststellen, op een duurzame manier te herstellen.

 

Dat is ten eerste een toekomstgericht pensioenbeleid, ten tweede een opkuis in de sociale zekerheid, ten derde eindelijk fiscale autonomie voor de gewesten en ten vierde een moderne organisatie van de fiscaliteit en van financiën zelf.

 

Het wegwerken van de tekorten ten belope van 7 miljard, waarnaar collega’s Jambon en Tobback hebben verwezen, kan alleen maar slagen als wij ook de redenen voor die tekorten wegnemen.

 

De eerste werf betreft het pensioenbeleid. Het pensioenbeleid is vandaag niet meer dan toogpraat. Dat heeft niet alles te maken met de ministerwissel. In elk geval, hoe smalend ook over minister Daerden wordt gedaan, heeft hij ten minste de culot gehad om duidelijk te stellen dat vanaf 2015 de betaling van de pensioenen effectief een probleem zal zijn.

 

De lang beloofde, maar weinig belovende pensioenconferentie is gewoon dode letter gebleven. Afgezien van een statisch en mooi rood gekleurde – en dat zal wel met Jadot te maken hebben – website is er niet veel meer over vernomen, noch via de pers noch in de Kamer. Veel meer valt er ook niet te verwachten van een gedrocht, dat is gebouwd op een fundering van gebetonneerde taboes. De eigenheid – en het staat letterlijk op de site van de pensioenconferentie – van de verschillende pensioenstelsels mag niet ter discussie gesteld worden. Over het versmelten van de drie wettelijke pensioenorganen mag niet worden gepraat. Het staat letterlijk op de pensioenconferentiesite.

 

Ik ben uiteraard ook voor zelfstandigen en het zelfstandigenstatuut gaat mij ook aan. Maar zolang wij blijven vasthouden aan taboes, zolang elkeen niet uit zijn schulp kan kruipen, is het zinloze politieke praat om hier te komen zeggen dat het eenheidsstatuut van arbeiders en bedienden gekoppeld moet worden aan de verbetering van het zelfstandigenstatuut. Dat is gewoon puur politieke prietpraat en heeft geen zin.

 

Dat zorgt ervoor dat wij telkens weer verzanden in discussies en deadlocks waar wij niet uit geraken.

 

De betaalbaarheid van de wettelijke pensioenen vloeit rechtstreeks voort uit de repartitie, waarop het stelsel is gebaseerd. Daarbij zorgt de toevloed van de babyboomers - er zitten er hier wel een paar - in de pensioenstatistieken ervoor dat de druk op de werkende bevolking steeds groter en stilaan onhoudbaar wordt. Er zullen tegen 2020 in ons land 510 000 zestigplussers zijn bijgekomen. In 2050 zullen 4,7 miljoen mensen op een totaal van 11 miljoen mensen in ons land aankloppen aan de deur van de pensioendiensten.

 

De pensioenkosten zullen volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing in het beste geval stijgen tot 10,3 % van het bbp tegen 2014 en 14,4 % van het bbp tegen 2060. Bij een ongewijzigd beleid en een nulgroei wilt dAt zeggen dat er tegen 2014 4,1 miljard extra moet gevonden worden in de begroting enkel voor de betaling van de pensioenen. In 2060 wordt dat 18 miljard in huidige termen.

 

Dat lost men niet op door uitzonderlijk een begroting te maken waarin twee jaar wordt opgenomen of wordt vooruitgekeken met één jaar. Dat lossen wij op door een geleidelijke omslag van het pure repartitiestelsel naar een deels of zuiver kapitalisatiestelsel. Zo weet iedereen waar hij aan toe is wanneer hij of zij aan de arbeidsmarkt deel begint te nemen.

 

Structurele maatregelen blijven gewoon uit. Waarom injecteren we niet jaarlijks een percentage van de RSZ-bijdragen en van de loonmassa van de ambtenaren in het Zilverfonds? Het kan een eerste stap zijn.

 

Besparen zou kunnen door de wacht- en overbruggingsuitkeringen stop te zetten. Ik kom daarop straks terug. Dan stappen wij ook af van het principe hoe dichter bij de zon hoe meer geluk. Ik viel immers van mijn stoel toen ik de eerste minister in zijn beleidsverklaring hoorde zeggen dat er zal gewerkt worden aan de pensioenen voor de contractuele ambtenaren. Hoe dichter men hier bij de zon zit, hoe meer licht men krijgt. Wat voor hen kan, moet voor iedereen kunnen.

 

De tweede werf is de sociale zekerheid. Het is hier reeds ten overvloede gezegd. Het apparaat van de sociale zekerheid is niet onder controle.

 

Ten eerste is er het veelvoud aan instellingen, dat verlammend en kostenvretend werkt. LDD kaart nu reeds tweeënhalf jaar aan dat de nadelen van het kluwen aan instellingen veelvuldig zijn.

 

Voor een vast en wettelijk recht zoals kindergeld bestaan er vandaag in dit rijke land 27 verschillende instellingen om het geld naar de rechthebbenden te distribueren. Het zijn doorgeefluiken, niet meer, niet minder. De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie heeft 350 ambtenaren in dienst, maar fungeert, samen met de talloze vakantiekassen, enkel als duur en overbodig doorgeefluik voor het vakantiegeld van de arbeiders. Enkel de zuilen varen er wel bij, voor het overige kost het geld.

 

Een tweede zuilgebonden probleem waar deze regering niets, maar dan ook niets, aan doet, zijn de belastingvrijstellingen waarvan instellingen van de sociale zekerheid genieten maar waarvan we zelfs het effect niet kennen. We vroegen onlangs aan het Rekenhof om te becijferen wat de vrijstellingen, voorzien in artikel 180 en volgende in het Wetboek Inkomstenbelasting, zouden kosten aan de schatkist, met tegelijkertijd de vrijstelling voor dezelfde organisaties en dezelfde instellingen voor onroerende voorheffingen. Dan hebben wij het over instellingen zoals vakbonden, mutualiteiten, sociale zekerheidskassen enzovoort.

 

Ik ben het ermee eens dat een eerlijke samenleving een halt moet toeroepen aan de fiscale fraude. Dat is een zeer terechte redenering. Maar alstublieft, laat al diegenen die op de barricade zijn gesprongen om het gevecht tegen de fiscale fraude op te voeren en het bankgeheim op te heffen, ook eens in eigen boezem kijken.

 

Het belastingvoordeel dat aan deze sociale instellingen wordt toegekend is pure competitievervalsing ten opzichte van normale organisaties en ondernemingen. Van informaticadiensten tot thuisverpleging, ze worden benadeeld ten opzichte van de sociale vzw'tjes.

 

Een ander probleem in de sociale zekerheid betreft de teruggaven bij nulaangiften voor asielzoekers. Is het, beste regering, teveel gevraagd dat een sociale zekerheid enkel diegenen erkent die aan het systeem hebben bijgedragen? Vindt u het niet gek dat er jaarlijks 144 miljoen euro wordt uitgekeerd aan 187 491 nulaangiftes? De minister van Financiën kan zelfs niet antwoorden op de vraag wat het aandeel van de dossiers van asielzoekers is. Dan zeggen dat uw beleid met onze sociale zekerheid geen aanzuigeffect heeft op asielzoekers, is puur zelfbedrog.

 

Ik geef een tweede voorbeeld. Binnen de Europese Unie hebben zowat alle landen vandaag de uitbetaling van de werkloosheidssteun in de tijd beperkt.

 

Daaronder zit bijvoorbeeld Spanje. Kijk naar de statistieken en u zult zien dat het aantal steuntrekkers met zogenaamd Spaanse nationaliteit op jaarbasis stijgt met meer dan 46 %. België is verdorie het OCMW van de wereld en het stempellokaal van Europa aan het worden. Dat is onbetaalbaar. Zo kunnen wij niet verder.

 

Dat Belgisch mondiaal sociaalzekerheidsstelsel is gedoemd om te crashen. Ik heb het vorige week nog meegemaakt in de commissie voor de Financiën. Binnen de partij van de premier en ook binnen uw partij, minister De Clerck – u moet zo verbaasd niet kijken – wordt vandaag reeds gerevolteerd tegen het nefast effect van het asielbeleid dat zogenaamd onder linkse druk wordt gevoerd. Ik vraag mij af, als regeringspartij en een van de grootste fracties daarin, waarom u vandaag, als u het asielbeleid dan toch niet de juiste keuze vindt, niet gewoon opstaat en er effectief wat aan verandert, in plaats van het te ondergaan en die linkse druk als argument te gebruiken. Waarom gaat u verder met het oeverloos aanvoeren van extra asielzoekers, van extra mensen? Die mensen hebben spijtig genoeg problemen, maar zij zorgen er wel voor dat wij in een moeilijke situatie komen.

 

De Vlaming heeft daar duidelijk niet voor gekozen. De moed ontbreekt evenwel bij vooral de Vlaamse partijen in deze regering om de electorale kweekvijver van uw Franstalige coalitiepartners droog te leggen.

 

Integendeel zelfs, u voegt nog 3 miljoen toe. U laat minister Milquet nog 3 miljoen toevoegen om de financiering van het fonds voor het migrantenbeleid veilig te stellen. Daarmee werd op slinkse wijze een beslissing van minister Reynders over de netto winsten van de Nationale Loterij nog een keer omzeild. Minister Reynders wilde immers wel de vermindering van de subsidiëring van het knuffelbeleid aanpakken.

 

Dat alles heeft niets, maar dan ook niets, met racisme te maken. Het heeft puur te maken met respect, het eisen van respect voor de toekomst van onze ouderen en onze kinderen. Of is dat ook te veel gevraagd, misschien?

 

Ik kan nog even voortgaan in de sociale zekerheid.

 

De onzin van het voortbestaan van de uitbetaling van de uitkeringen door de vakbonden heeft een kostprijs van 200 miljoen. Wij praten hier continu over posten waarop wij kunnen besparen. Waar kunnen wij in hemelsnaam proberen de voorliggende begroting tot een aanvaardbaar tekort of misschien zelfs tot een evenwicht te krijgen? Welnu, lees de nota en u vindt ettelijke honderden miljoenen.

 

Mijnheer Van Biesen, wij laten nog steeds een ouderwetse situatie bestaan, waarbij de vakbonden tegen een kostprijs van 200 miljoen de uitkeringen aan de uitkeringsgerechtigden betalen, terwijl er een hulpkas voor werklozen is in dezelfde steden waar achter de hoek de RVA-kantoren zijn gehuisvest. Niettemin laten wij de vakbonden nog steeds de uitbetalingen organiseren, telkens gevolgd door een minutieuze controle door de RVA. Dat is dus dubbel werk. Elke uitbetaling wordt dubbel gecheckt.

 

Durf het lef te hebben om een dergelijke praktijk te stoppen. Wij zitten vandaag niet langer in een situatie waarin wij het geld over de balk kunnen gooien. Stop er dus mee.

 

Nog in de sociale zekerheid zijn er de recente banenplannen die via wafelijzerpolitiek tot stand zijn gekomen. Mijnheer Jambon, u weet er alles van. De banenplannen nemen echter de grond van de problemen niet weg.

 

(…): (…).

 

01.107  Robert Van de Velde (LDD): Ik kom er seffens op terug.

 

Collega’s, vandaag genieten 110 000 afgestudeerde jongeren van een wachtuitkering. Het is een systeem dat jaarlijks ongeveer 750 miljoen kost. Spijtig genoeg voor de Vlamingen onder ons draineert dat systeem rechtstreeks 350 miljoen naar Wallonië of Brussel. Erger nog is dat reeds in 2006 de OESO en het IMF dit unieke systeem hebben veroordeeld. Wij zijn uniek. Wij zijn namelijk het enige land dat erin slaagt de jongeren een goede opleiding te geven om vervolgens, op het moment dat zij zijn afgestudeerd en rijp zijn om op de arbeidsmarkt te komen en met al hun kracht en jeugdig enthousiasme aan de slag kunnen, voor hen een wachtuitkering te verzinnen die ons op jaarbasis 750 miljoen kost.

 

Wat doet deze regering? Via de banenplannen voor jongeren probeert men om via de vraag, via de bedrijven, die jongeren aan de slag te krijgen. Zolang echter dat systeem blijft bestaan en jongeren kunnen kiezen tussen een zogezegd ongewilde job of de wachtuitkering, dus wanneer je het aanbod helemaal niet stuurt, dan beweegt er niets op de arbeidsmarkt. Dan krijgt men gewoon een economisch voordeel voor bedrijven — waar ik helemaal niets tegen heb — maar men beweegt het aanbod niet en dat resulteert in een dode kost.

 

Wij zullen de banenplannen voor jongeren niet beoordelen op het aantal gebruikers, maar op de rechtstreekse vermindering van het aantal wachtuitkeringen. Dat is de enige correcte maatstaf, mijnheer Van Biesen.

 

01.108  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer Van de Velde, het is mij niet echt duidelijk wat de positie van uw partij is in de discussie rond het al dan niet splitsen van de sociale zekerheid. U zegt herhaaldelijk dat het stelsel van de wachtuitkering 750 miljoen kost, en dat we daarvan 350 miljoen vanuit Vlaanderen moeten overdragen aan Brussel of Wallonië, tot spijt van wie het benijdt. Als men dat splits, splits men de sociale zekerheid. De eerste vraag die ik wil stellen aan een vertegenwoordiger van Lijst Dedecker is dus wat de positie precies is van zijn partij in de discussie rond de splitsing van de sociale zekerheid?

 

Ten gronde, mijnheer Van de Velde, zou ik het nogal pijnlijk vinden om in deze situatie van harde economische crisis, de wachtuitkeringen voor werkzoekenden die met het noodzakelijke diploma op de arbeidsmarkt komen, in vraag te stellen. Om die wachtuitkering te verkrijgen, die trouwens zeer laag is, heeft men een diploma nodig. Op dit moment die wachtuitkering in vraag stellen vind ik bijna crimineel, wetende dat wanneer men spreekt met vertegenwoordigers van de regering, maar ook met armoedeorganisaties, men te horen krijgt dat de armoede stelselmatig en veel sneller toeneemt bij jonge mensen in verhouding tot de rest van de bevolking.

 

Zo neemt bijvoorbeeld het aantal leefloontrekkers — een veel duurder stelsel dan het wachtuitkeringsstelsel —, dubbel zo snel toe bij jongeren. Met andere woorden, ik zou het bijna crimineel vinden om wat u bepleit uit te voeren, maar ik ben het wel met u eens dat deze regering veel te weinig doet voor het motiveren, activeren, opleiden en herstimuleren van jonge werkzoekenden, zeker in Brussel. Daarin zijn we de absolute kampioen van heel Europa. Onze hoofdstad heeft het grootste aandeel jonge werkzoekenden, laaggeschoolde werkzoekenden en jongeren in armoede. Daar moet deze regering naar mijn mening ook naar kijken en haar activeringsbeleid bijsturen.

 

01.109  Sofie Staelraeve (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik wil even aanvullen op wat de heer Bonte aanhaalt over stimuleren, activeren en omscholen. Activering is een federale materie, vorming is echter een gewestelijke materie. Wij merken dat de samenwerking met de diensten op regionaal niveau niet altijd vlot verloopt. Dat is zeker het geval wat betreft die zwakste klanten, voor wie bijvoorbeeld meer arbeidszorg en tewerkstelling in sociale werkplaatsen nodig is.

 

Naar jongere leefloners toe hebben wij inderdaad een meer trajectmatige benadering nodig. Ik heb de voormalige staatssecretaris daarover in het verleden al aangesproken, alsook de huidige staatssecretaris. Wij hebben een wetsvoorstel ingediend dat ondertekend werd door verschillende parlementsleden, onder anderen ook door een lid van uw fractie, mijnheer Bonte. Dat wetsvoorstel wil een integratiebarometer opstellen om op te volgen hoe vooral jonge personen beter ondersteund kunnen worden.

 

Daarnaast is een wetsvoorstel in de maak dat het mogelijk moet maken dat de GPMI’s voor jongeren beter worden opgevolgd. Er wordt aan gewerkt binnen de meerderheid en zelfs over de partijgrenzen heen. Laten wij dat aanpakken in het nieuwe jaar. Dan doen wij concreet iets voor deze groep mensen over wie wij allemaal zeer bekommerd zijn.

 

01.110  Francis Van den Eynde (VB): Mijnheer de voorzitter, ik wou mevrouw Staelraeve alleen bedanken omdat zij, door aan te duiden dat er problemen zijn in de samenwerking tussen het federaal en het regionaal niveau, in feite een pleidooi heeft gehouden voor het homogeniseren van deze hele zaak op Vlaams niveau. Daar ligt de oplossing.

 

01.111  Sofie Staelraeve (Open Vld): De heer Van den Eynde legt mij woorden in de mond die ik geenszins heb uitgesproken.

 

01.112  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer Bonte, ten eerste, ik meen dat het standpunt van onze partij op het gebied van sociale zekerheid volledig in de lijn ligt van ons standpunt over de staatshervorming. Men moet tot een zo vergaand mogelijke staatshervorming komen. Wij botsen voortdurend op de grenzen van het huidige systeem. Als wij vragen naar fiscale autonomie hangt de sociale zekerheid daar rechtstreeks aan vast en zal die ook worden gesplitst.

 

Ten tweede, wanneer u zegt dat het stopzetten van een wachtuitkering momenteel crimineel zou zijn, moet u eens naar de statistieken kijken. Het gaat in Vlaanderen over ongeveer 20 000 jongeren die redelijk snel roteren. Aan Waalse kant daarentegen gaat het over een groep van ongeveer 75 000 personen waarbij de leeftijdspieken zich situeren tussen de 30 en 40 jaar.

 

Dit zijn geen wachtuitkeringen meer, mijnheer Bonte. Er is een financiële crisis geweest en wij bevinden ons nu in een moeilijke situatie, ik ben het daarmee eens en ik wil zeker geen sociaal slachtveld organiseren, maar dat betekent niet dat wij moeten blijven vasthouden aan negatieve systemen die gedurende jaren hun beperking hebben bewezen. Ik denk dat wij met die fondsen veel betere dingen zouden kunnen doen en meer geld in het activeringsbeleid in Vlaanderen zouden kunnen steken. Dat kan natuurlijk ook in Wallonië, maar het moet dan ook punctueel gebeuren.

 

De enige reden waarom ik het eens was met het verhaal van de jongerenbanenplannen, waar de Vlaamse regering zogezegd op haar poot speelde:, was om meer punctualiteit te verkrijgen. Dat kan niet anders. De discrepantie is zo groot tussen de werkgelegenheidsmarkt in Vlaanderen en in Wallonië. Kijk naar het element van de wachtuitkeringen bij de jongeren. In Vlaanderen zijn er daadwerkelijk jongeren die roteren, maar in Wallonië is het patroon heel anders.

 

Toch blijven we daaraan vasthouden. Als we daaraan blijven vasthouden staat er vandaag 750 miljoen in onze begroting om een systeem in stand te houden dat onze markt negatief beïnvloedt. Dat is niet crimineel, dat is gewoon realistisch.

 

In elk geval, het banenplan zoals het vandaag is ingediend bereikt zijn doel niet. Daarenboven kennen we niet eens de kost. Er is een banenplan ingediend waarvan we de kost zelfs niet kunnen berekenen. We kunnen dat pas ex poste gaan doen. Qua beleid kan dat dus tellen. Voor ons zal het banenplan voor jongeren dus niet afgerekend worden op het aantal gebruikers want dat is puur een switch die men in de markt beweegt door de werkgeverszijde een economisch voordeel toe te kennen. Ik ben daar voor, dat mag. Aan de andere kant zullen wij het wel afrekenen op de daling van het aantal wachtuitkeringen. Ik kan u vandaag al zeggen dat dit zero, niks zal zijn.

 

Wat de sociale zekerheid betreft hebben wij als Parlement geen enkele controle over het grootste budget van dit land. Dat is het budget voor de organisatie van de sociale zekerheid. Het is absurd dat bij de verbetering van de efficiëntie van de overheid enkel wordt gekeken naar de instellingen van de federale administraties en niet naar de instellingen van de sociale zekerheid. Ook daar liggen zoals geciteerd meerdere winstkansen. Deze regering zal ze eindelijk eens moeten grijpen.

 

Een volgend punt is de afhankelijkheid van de begroting van de Gewesten en de gemeenten. Mijnheer Bonte, het antwoord op uw vraag is dat die moet omgezet worden in een doorgedreven autonomie van die Gewesten. De huidige situatie, onder impuls van de financieringswet, is niet houdbaar. Er zijn maar twee mogelijkheden, we moeten elkaar geen Liesbeth noemen: ofwel herfederaliseert men en gaat men de kosten er hier uithalen, ofwel streeft men naar een volledige fiscale autonomie. CD&V die hier zit – jammer genoeg is de premier niet meer aanwezig – heeft naar eigen zeggen die autonomie altijd nagestreefd. Wat er ook gezegd wordt, we komen geen stap vooruit. De communautaire stilstand is zo mogelijk nog ernstiger dan het potverteren van de paarse regeringen die ons hier zijn voorgegaan. Met alle respect, mijnheer Van Biesen, in tijden van economische groei verplicht zijn om eenmalige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de begroting in evenwicht is, dat is het criminele waarvan we vandaag nog steeds de kost en de last dragen.

 

In elk geval, de verkiezingsoverwinning van deze CD&V stoelde op een eerlijker verdeling van de middelen van de tussen de Gewesten binnen een ruime staatshervorming. Ondertussen laat CD&V nochtans oogluikend toe dat inzake de bevoegdheid voor de coördinatie van het asielbeleid de administratieve factuur van de opvang van asielzoekers en geregulariseerden, door de Franstalige ministers en staatssecretarissen doorgeschoven wordt naar vooral de Vlaamse gemeenten. Zij zitten met de last. Als dat uw beeld is van meer autonomie strookt het niet met het onze.

 

Uw streven naar een budgettair sterker Vlaanderen is met stille trom verdwenen. Aan de financieringswet, mijnheer Verherstraeten, is in de tweeënhalf jaar dat CD&V aan de macht is geen letter gewijzigd. Integendeel. Zelfs inzake de usurperende bevoegdheden hebt u geen vinger uitgestoken.

 

Het is spijtig dat minister Vanackere nu niet aanwezig is. In deze begroting zitten nog steeds 45 posten die in principe moeten toegewezen worden aan de Gewesten. Wij kunnen nog discussiëren over welke en over de grootte ervan, enzovoort, maar in principe moeten 45 posten toegewezen worden aan de Gewesten. Minister Vanackere was er in september als de kippen bij om ze naar de Gewesten te vervloeken. Maar geen enkele van de meerderheidspartijen – zeker niet van de Vlaamse – heeft er ook maar één vinger naar uitgestoken.

 

Ik wil hier ook even tot de collega’s van NV-A een woordje richten. Jullie waren de eersten om vorig jaar de usurperende bevoegdheden aan te klagen. Heel consequent is uw gedrag echter niet. Ik kijk naar wat er gebeurd is aan Vlaamse zijde. Uw Vlaamse fractie stemde tegen het belangenconflict dat wij ingeroepen hebben inzake de usurperende bevoegdheden. En waarom? Omdat wij door dat belangenconflict zogezegd de uitbetaling van de salarissen van de ambtenaren in het gedrang brachten.

 

Wel, zelfs met het bevoegdheidconflict – of het belangenconflict, het maakt niet uit – hadden wij verder gekund met voorlopige twaalfden en was er niets in het gedrang gekomen. Het is echter duidelijk dat uw leeuw als het warm wordt maar net zo hard brult als de CD&V-vakbondsafgevaardigden het toelaten.

 

Wij dienen in elk geval onze 45 amendementen opnieuw in om de usurperende bevoegdheden over te hevelen naar de Gewesten, om ervoor te zorgen dat die bedragen uit de begroting geraken. Wij dienen ze opnieuw in!

 

De laatste werf is de volgende…

 

01.113  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer Van de Velde, ik kan te uwer informatie zeggen dat de Vlaamse administratie van de regering de opdracht heeft gekregen om de usurperende bevoegdheid in de begroting waarover we vandaag stemmen, in kaart te brengen. Pas daarna kunnen we daaraan het gepaste gevolg geven. Wees gerust.

 

De voorzitter: Mijnheer Annemans, u vraagt het woord?

 

01.114  Gerolf Annemans (VB): De administratie mag uitzoeken wat ze wil. Het Vlaams Parlement heeft nu reeds een belangenconflict over onderhavige begroting afgewezen. Een bevoegdheidsconflict of een belangenconflict, dat maakt niet veel uit. Daarin heeft de heer Van de Velde gelijk. Wij hebben het in het Vlaams Parlement geprobeerd, maar de meerderheid daar heeft het afgewezen. U mag onderzoeken wat u wil. Het speelt geen rol meer.

 

De voorzitter: Mijnheer Van de Velde, mag ik u vragen stilaan te besluiten?

 

01.115  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, het discours dat ik nog zal houden, is redelijk kort.

 

Beste collega’s, de laatste werf, die we toch niet mogen onderschatten, is de organisatie van Financiën. Het regent de jongste jaren incidenten op Financiën. De organisatie gaat er duidelijk op achteruit in plaats van vooruit. Het recente dossier van de btw-administratie in Brussel 4 toonde alle vormen van incompetentie op alle niveaus aan. Indien het geen incompetentie was, maar kwade wil, was het zo mogelijk nog erger. De Regie der Gebouwen is getroffen door een vloedgolf aan fraudezaken. Niettemin is er over de installatie van nieuwe controlesystemen geen nieuws te ontvangen, worden de gebouwen met zekerheid boven het budget opgeleverd en blijft de achterstand in de jaarrekeningen bestaan, een oud zeer dat bij een aantal instellingen die afhangen van Financiën, nog steeds bestaat. Minister Reynders, die hier jammer genoeg niet aanwezig is, heeft zijn organisatie niet onder controle en slaagt er zelfs niet in om up-to-date te blijven met de inventaris van de fiscale uitgaven. Fiscale maatregelen mogen worden afgekondigd, maar blijkbaar mogen ze niet worden geëvalueerd.

 

Ten slotte, de vereenvoudiging van onze fiscaliteit is geen optie, maar een must, zowel op het gebied van de pure fiscaliteit als op het gebied van de controle op fraude en vergissingen. Het voorbeeld dat ik wil aanhalen, is het aantal documenten dat uw ambtenaren vandaag ter beschikking hebben om voor de btw of de personenbelasting hun job naar behoren uit te voeren. In de personenbelasting gaat het om 46 000 documenten, voor de btw om meer dan 30 000 documenten. Vijf tot zes procent van het effectief van Financiën is continu in opleiding om bij te blijven met de vigerende wetgeving. Niettemin maken we het graag nog wat complexer. Ik heb daarstraks het voorbeeld van de accijnzen gegeven. Het is niet noodzakelijk om accijnzen op koffie en alcoholische dranken door te voeren, zeker niet op de manier waarop we dat doen.

 

Ik heb nog een ander voorbeeld. Op Batibouw is de stand “Hoe krijg ik een deel van mijn renovatie van de overheid terug?” een hit. Dat is een aparte business geworden. Dat moet een aparte business zijn, omdat een kat haar jongen niet meer vindt in alle mogelijke subsidietjes en kortingen die de overheid toestaat in plaats van dat ze op een deftige, rechtstreekse en rechtlijnige manier het budget naar de consument brengt.

 

Politiek zal het u waarschijnlijk allemaal heel moeilijk vallen om mijn pleidooi voor een vlaktakssysteem te onderschrijven, maar ik denk dat het ook niet mogelijk is dat u ons huidig kafkaiaans fiscaal systeem blijft onderschrijven.

 

Mijnheer de voorzitter, zo kom ik tot de conclusies van mijn betoog. De begroting die vandaag voorligt, is onzorgvuldig opgemaakt, wetende dat wij de laatste dag nog een amendement van de regering mochten verteren. Het is een begroting die aan de inkomstenzijde gebaseerd is op een tiercé en aan de uitgavenzijde veel te zwak is op het vlak van besparingen. Dat alles wordt overgoten met een cocktail van onzekere marktomstandigheden en een zekere stijging van de uitgaven onder impuls van de vergrijzing. Het is een begroting die meer van hetzelfde biedt, terwijl men vandaag zou moeten kunnen rekenen op creativiteit, structurele veranderingen en oplossingen, maar die vind ik niet terug.

 

Net op dat moment geeft de grote hervormer, Yves Leterme, met zijn team niet thuis. De steun van de 800 000 stemmen die hij haalde, zou hem als eerste minister moeten inspireren om daadwerkelijk geschiedenis te schrijven en dit land door de helse economische tijden te loodsen, met ingrijpende structurele hervormingen, zowel aan de staatsstructuur, aan de sociale zekerheid, en het pensioenbeleid in het bijzonder, aan de fiscaliteit en vooral aan het onafgewerkte asielbeleid.

 

Op dat moment toont deze regering zich met de eerste minister en enkele andere leden voorop van haar smalste zijde, bleek, stuurloos en ongeïnspireerd. Mijn fractie heeft geen vertrouwen in de correctheid van de voorliggende begroting. Het zal u dan ook niet verbazen dat wij tegen zullen stemmen.

 

Indien u er natuurlijk in slaagt om het economische deltaplan met goede en duidelijke maatregelen op gang te krijgen, kunt u rekenen op onze steun.

 

01.116  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik ben de laatste en ik zie dat er een algemeen enthousiasme is want de gemiddelde aanwezigheid van de meerderheid over de ganse dag bedroeg ongeveer tussen de 15 en de 20 personen en onze premier is, behalve even in het begin, helemaal niet meer aanwezig geweest.

 

01.117 Minister Guy Vanhengel: De premier is tijdens het ochtendgloren teruggekomen uit Afghanistan. De afspraak binnen de regering is dat collega Wathelet en ikzelf iedereen aanhoren geruggensteund door collega’s die ons regelmatig komen vervoegen zoals de heer Delizée die hier trouwens al de ganse dag zit samen met ons, zoals de heer Michel, zoals de heer Vanackere, die hier geweest is en zoals de heer Reynders die hier geweest is. De 2 bevoegden proberen samen met de collega’s van de ploeg iedereen te aanhoren en een goede repliek voor te bereiden op al hetgeen we gehoord zullen hebben.

 

01.118  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik dank u mijnheer Vanhengel, ook voor uw aandachtigheid vandaag. Dat neemt niet weg dat het bijzonder pijnlijk is, dat voor iets dat een kroonstuk zou moeten zijn van de meerderheid, zo weinig enthousiasme te zien, niet alleen hier, maar ook in de commissies. Ik denk dat dit op zich al tekenend was en is.

 

De voorzitter: Mevrouw Almaci, u mist uw entrée niet, want wij kunnen nu natuurlijk opnieuw over de procedure beginnen. Ik zeg nogmaals ten behoeve van de kamerleden: wij hebben 5 dagen, een kleine week verloren omwille van het feit dat de regering gedurende een week het vertrouwen van het Parlement niet had. Dat is een objectieve vaststelling. De premierwissel heeft ons een week doen verliezen.

 

Ten tweede is de regering op het laatste moment met een aantal amendementen afgekomen waar de oppositie op haar rechten heeft gestaan. Ik stel dat gewoon vast.

 

Dat brengt ons vandaag met de start van een begrotingsdiscussie om 5 uur. Ik heb dat niet uitgevonden, maar om 5 uur deze namiddag zijn wij begonnen met een begrotingsdiscussie. Iedereen begint nu naar mij te kijken met ogen van “waarom gaat dat hier niet vooruit?” Normaal wordt er over een begroting soms meer dan een dag gedebatteerd. Ik vind dat het belangrijkste debat van het jaar. Wij gaan het debat dus uitputten, al duurt dat tot morgen vroeg. Er zijn vele sprekers die zich laten schrappen bij de verschillende thema’s die nog aan bod moeten komen. Als u uw uiteenzetting houdt, zijn wij aan het einde van de algemene bespreking. 6,5 uur algemene bespreking van een begroting, is echt niet van het goede teveel. Als men het nog meer wil gaan inkrimpen, kunnen wij even goed iets anders gaan doen. Ik zeg dat in alle duidelijkheid. Ik wil het debat in goede banen leiden. Ik vond trouwens dat er interessante stukken in zaten. Ik houd van onderbrekingen, alleen wil ik nog eens zeggen, als men onderbreekt, doe het dan kort en over de grond van de zaak.

 

01.119  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik wou inderdaad kort een vraag koppelen aan de interventie van de begrotingsminister. Ik denk dat de zeden verwilderen, in die zin dat het bijna logisch aan het worden is dat de premier het debat rond de begroting niet meer volgt. Het is nu reeds het tweede jaar op rij, waarvan akte. De vraag die ik heb, is wie hier de repliek gaat geven. Ik heb in de loop van de namiddag van twee verschillende ministers twee tegengestelde antwoorden gekregen op een zelfde vraag. Ik wil dat wel gecheckt zien of het Parlement een correct antwoord kreeg. Vandaar mijn vraag: wie zal straks de repliek geven rond de algemene beleidslijnen van het budget?

 

Ik wil wel zien of dit Parlement een correct antwoord heeft gehad. Wie zal straks de repliek geven over de algemene beleidslijnen van het budget? De premier zal zelf niet hierheen komen om te antwoorden op allerlei politieke vragen die gesteld worden.

 

01.120 Minister Guy Vanhengel: Het is het werkstuk van mezelf en van collega Wathelet.

 

01.121  Hans Bonte (sp.a): Ik dacht dat het van de regering was.

 

01.122 Minister Guy Vanhengel: Het is altijd zo geweest dat de bevoegde minister van Begroting, dat heb ik altijd geweten in het Parlement, de repliek geeft op de begrotingsdiscussie. Dat heb ik nooit anders geweten. Ik heb hier vele jaren boven in de ambtenarentribune en in de perstribune de werkzaamheden gevolgd. Ik heb hier vele nachten doorgebracht. Veel van de commentaren die ik hier hoor over een en ander, hoorde ik toen ook al.

 

01.123  Hans Bonte (sp.a): Dehaene hing daar in zijn bank.

 

01.124 Minister Guy Vanhengel: Kent u een parlement waar het niet de minister van Begroting is die de repliek geeft bij zijn begroting?

 

01.125  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer Vanhengel, ik had al begrepen dat u en de heer Wathelet zouden antwoorden. Er is inderdaad een cafetaria, maar ik kan alleen maar vaststellen dat wij het in dit Parlement, waar de oppositie toch al heel flexibel is geweest, ooit zo ver hebben gedreven om de premier terug te roepen van zijn bezigheden op dat moment om aanwezig te zijn bij de begrotingsbesprekingen. Dat hebben wij vandaag niet gedaan.

 

Collega’s, de begroting die vandaag voorligt, getuige het enthousiasme, is snel bijeengeplakt tussen alle politieke beslommeringen en regeringsvormingen door en dat is er aan te merken. Je zou denken dat er in deze crisistijd meer dan ooit nood is aan een lange termijnvisie. Terwijl we met een vierde, vijfde regering…

 

(Onderbrekingen)

 

Président: André Flahaut, deuxième vice-président.

Voorzitter: André Flahaut, tweede ondervoorzitter.

 

Hoe later het uur, hoe plezanter de sfeer, mijnheer De Clerck. Kon ik dat ook maar zeggen over wat er in de begroting staat. Ik was bezig met het feit dat wij in crisistijden meer dan ooit nood hebben aan een lange termijnvisie. Wij hebben vier of vijf regeringen gehad, voor degenen die er het eerste ontslag van premier Leterme bijtellen, en 34 regeringsleden sinds het begin van deze legislatuur, maar nog steeds geen enkele lange termijnvisie.

 

Vorig jaar en het jaar daarvoor speelde ons land voor brandweer, om de uitslaande brand van de financiële crisis te blussen. Maar terwijl na elke brand er normaal gezien een heropbouw moet komen en hervormingen om te voorkomen dat een volgende brand ontstaat, stokt het werk. Het werk stokt en de regering blijft dweilen in de ruïnes van het afgebrande huis met alle kranen open.

 

Collega's, we hebben vandaag een mooi schimmenspel opgevoerd. Ik ben daar het sluitstuk van. Het enthousiasme om nog te luisteren is niet meer aanwezig.

 

Mijnheer Waterschoot, ik heb in inderdaad u een waardige collega gevonden om in de commissie te debatteren. Dat mag ook gezegd worden.

 

Maar, mijnheer Waterschoot, u weet evengoed als ik dat er meer nodig is dan wat hier voorligt, als we van een crisismanagement willen overgaan naar een regering met een beleid die naam waardig. Een beleid moet perspectieven bieden op lange termijn. We zien het tegendeel. Het zijn veel kleine maatregelen en hier en daar een besparing. U praatte zelf over kleine steentjes.

 

Mijnheer Verherstraeten, de kleine steentjes in deze begroting lijken al verdacht veel op gruis. Geen van hen biedt een antwoord op de werkelijke uitdagingen van morgen. Geen enkele van hen geeft een antwoord op de economische, sociale en ecologische crises die ons land teisteren en onze toekomst bedreigen.

 

Dit weekend heeft Geert Noels, een bekend analist en niet meteen erkend als groen fundamentalist, in de weekendkrant nog eens bevestigd dat een toekomstgerichte economie vandaag meer dan ooit groen moet zijn en worden. Die groene economie groeit razendsnel in alle werelddelen. Terwijl verschillende landen en economische analisten, ik heb ze al verschillende malen opgenoemd, de sprong naar de duurzame economie hebben gewaagd, blijft ons land ter plaatse trappelen. In Engeland, Frankrijk en Duitsland zien we paradoxaal genoeg hoe de regerende centrumrechtse politici de eerdere kritiek op hun beleid en persoon afgooien en met nieuwe gedurfde plannen naar buiten komen. Ze zetten zich over hun eigen ideologische overtuiging heen en geven de overheden opnieuw een rol in regulering van de economie. Dat is niet het geval bij ons. Dat zien we ook niet in deze begroting.

 

Sommigen onder u zullen tot in den treure blijven antwoorden dat we een klein land zijn en bescheiden moeten bescheiden blijven. Het is niet de Wetstraat die de financiële en economische internationale crisis kan aanpakken.

 

Het is niet omdat we een klein land zijn dat we bescheiden moeten blijven. Het is niet omdat we een klein land zijn dat we passief moeten zijn. Vandaag legt deze regering zich neer bij enorme tekorten. Ze legt zich neer bij een pakket besparingsmaatregelen van nauwelijks 3,3 miljard euro aan besparingen. De meerderheid accepteert een tekort tussen 25 en 30 miljard euro. Zoals een CD&V-medewerker in de wandelgangen ooit heeft gezegd: ik denk dat ik emigreer.

 

Het zou nog anders kunnen zijn, mochten er radicale keuzes worden gemaakt voor de toekomst. Die radicale keuzes voor de toekomstvolle sectoren blijven echter achterwege. Wat door de regering werd beschouwd als de twee pijlers van deze begroting, enerzijds de bijdrage van de banken, anderzijds de bijdrage van de elektriciteitsproducenten, triomfantelijk voorgesteld in het Parlement een achttal weken geleden, blijkt gebouwd op drijfzand. Tegenover het pakket aan schamele besparingsmaatregelen, staan fiscale kranen in deze begroting nog altijd wijd opengedraaid.

 

Voorzitter: Patrick Dewael, voorzitter.

Président: Patrick Dewael, président.

 

Collega’s, laat mij beginnen bij de bankenbijdrage. Normaal is het principe dat de sterkste schouders de grootste lasten dragen. Deze begroting heeft, wat betreft haar twee pijlers, een heel mooie illustratie gemaakt van het omgekeerde. De bankenbijdrage, in onze begroting ingeschreven als een verzekering tegen toekomstige problemen, komt in het bijzonder beschermingsfonds dat onze spaargelden zal beschermen tot een hoogte van 100 000 euro. Alleen, er wordt geen enkel verzekeringspotje gespijsd. De middelen worden nu direct gebruikt om de lopende uitgaven te financieren. Dat is een feit. Het is het omgekeerde van wat er zou moeten gebeuren.

 

We zouden mogen verwachten dat de regering nu als goede huisvader, bij de heropbouw van de financiële sector al lang een goede en sluitende architectuur op zijn minst uitgetekend zou hebben. We zijn nu een jaar na de bijeenkomsten van de bankencommissie. Een sluitende financiële architectuur moet dienen opdat we het spaarpotje, dat we nu in theorie – zelfs niet in theorie, maar met mooie woorden – aanleggen, nooit nodig zouden hebben. Dat is mogelijk, want de bijzondere bankencommissie heeft hele reeksen voorstellen in die richting uitgewerkt. Echter, hoewel we lijvige rapporten hebben, is er in de praktijk nog maar weinig uitgevoerd. Sta me toe een parallel te maken met een redevoering die collega Van Hecke hier enkele weken geleden heeft gehouden: we wachten, wachten en wachten.

 

Het is ondertussen business as usual. Bijna niets beschermt ons vandaag in de feiten tegen de creatie van de volgende financiële zeepbel. Zoals het er nu naar uitziet, hebben we dat spaarpotje dus meer dan nodig.

 

Dan zou je zeggen: goed, een spaarpotje, en zolang die architectuur niet in orde is, zullen we de verzekeringspremie dusdanig structureren dat ze aanzet tot veiliger bankieren. Maar wat zien we? Niet alleen wordt het geld direct gebruikt om lopende uitgaven te stutten, de bijdrage die de regering aan de banken oplegt, raadt diezelfde banken helemaal niet aan om minder risico’s te nemen, eerder het omgekeerde.

 

Hoe komt dat? In ons land zijn er niet veel grootbanken meer over in eigen beheer. Ze zijn uitverkocht. Die discussie wil ik gerust nog eens opnieuw voeren. Na drie moeizame keren zijn ze uitverkocht aan collega’s in Parijs, en zo voort. Wel hebben we verschillende kleine banken die de financiële crisis hebben doorworsteld omdat zij minder risico’s namen. Die kleine banken zijn vooral spaarbanken; zij houden deposito’s aan. Daarnaast staan de grote banken, niet direct meer Belgische banken, die meer risicovolle en gesofisticeerde producten ontwikkelen, zoals CDO’s, waar wij zovelen op hebben zien crashen.

 

Door de vaste bijdrage van 0,15 % op de spaargelden van de banken te berekenen, worden de spaarbanken geviseerd. Risicovolle constructies worden echter niet afgeraden. In de praktijk zal de huidige regering dus onveilig gedrag belonen. Zij zal de centen die zij zou moeten opzijzetten om de gevolgen van dat onveilig gedrag in de toekomst op te vangen, simpelweg opsouperen om een begroting te stutten die fundamenteel rot is.

 

Collega’s, deze regering had ooit plannen om de bijdrage te bepalen in het licht van het risicoprofiel. Voor een dergelijk scenario is niet gekozen. Wij hebben twee maanden verloren tussen de aankondiging van de maatregel en de effectieve inschrijving ervan in de programmawet. Tijdens de discussie in de commissie hebben wij gevraagd om de maatregel te herzien, maar de meerderheid is daar niet op ingegaan. Wij hebben vervolgens aangekondigd dat onze fractie vanuit de oppositie zelf een amendement zou indienen om recht te trekken wat scheef zit. Door de heer Van Biesen en door de meerderheid werd beaamd dat deze maatregel fundamenteel verkeerd is. Een en ander werd door de huidige meerderheid beaamd. Wij dienden een amendement in, dat echter door u, de meerderheid, werd weggestemd.

 

De huidige meerderheid heeft acht weken tijd gehad om het risico in te calculeren, maar heeft zulks pertinent geweigerd. Zij heeft het amendement van de enige fractie die daartoe een poging heeft gedaan en die in haar poging door de socialisten werd gesteund, gewoon van tafel geveegd.

 

Vertel ons dus niet dat de sterkste schouders hier de zwaarste lasten moeten dragen. Dat is gewoon onzin. De kleinste banken betalen het gelag van het risico dat de grootste banken nemen. De belastingbetaler mag ervoor opdraaien, als de zeepbel opnieuw uiteenbarst.

 

Wat een gemiste kans!

 

De conclusie is dat met de bijdrage in kwestie de consument twee keer zal betalen. Op korte termijn zal hij via een verlaging van de vergoeding voor zijn spaarcenten betalen. Op lange termijn zal hij betalen, wanneer het risicogedrag van de banken opnieuw tot een crash leidt.

 

Collega’s, hetzelfde verhaal geldt voor de bijdrage van de nucleaire producent Suez. Deze Franse energiemonopolist heeft tot op heden alles betwist wat ook maar te betwisten was. Er zijn de betwistingen over de heffingen op niet-benutte sites voor de bedragen voor 2006 en 2007; het gaat om telkens 51,5 miljoen euro. Er is de betwisting over de 250 miljoen euro voor 2008, bedrag dat in het Synatomfonds moest worden gestopt en er is dezelfde betwisting voor 2009.

 

Uiteraard staan die bedragen nog altijd in de begrotingen ingeschreven. De discussie loopt echter. De vraag is of de regering in het kader van haar nieuwe deal met Electrabel heeft geregeld dat aan die betwistingen een einde komt. Ik heb op die vraag nog geen enkele keer enig antwoord gehoord.

 

Minister Magnette is hier niet. Voor wie door de bomen het bos niet meer ziet, recapituleer ik even. Alles wordt betwist.

 

Corrigeer mij indien nodig, maar de nieuwe regeling wordt niet betwist. De nieuwe regeling voorziet immers in de oprichting van een nieuw fonds voor de bevordering en ondersteuning van de elektriciteitsproductie — in algemene zin overigens — uit hernieuwbare energiebronnen.

 

Dat is een ronkende naam voor een vehikel dat op initiatief van de kernexploitanten zelf wordt opgericht en waarbij zij uiteraard zelf mogen beslissen wat zij ermee doen. ‘Zij’ is in dit verhaal Suez. De overheid vaardigt vier regeringsvertegenwoordigers uit, maar laat na om het totaal mee te geven. Wat doet onze fractie? Wij reiken onze hand uit naar de meerderheid, net zoals bij het bepalen van het risicoprofiel van de banken, en maken een amendement. Dat amendement wordt gesteund en ondertekend door de meerderheid. Leden van de meerderheid gaan ermee akkoord dat bij de afvaardiging van vier regeringsleiders het totaal misschien vastgelegd moet worden op zeven. Op die manier kan de overheid immers zelf bepalen wat er met dat fonds gebeurt.

 

Toen kwam het kernkabinet bijeen en de ministers beslisten dat het plannetje niet doorging. Meteen krabbelde diezelfde meerderheid terug. De handtekening verdween van onder het amendement en men gooide weg wat een beetje een schijn van gezond verstand zou geven in heel dit dossier met Electrabel. De meerderheid heeft opnieuw slaafs het dictaat van de regering gevolgd.

 

Vergis u dus niet, collega’s, dit fonds is geen fonds voor de bevordering van hernieuwbare energie. Dit fonds is de toekomstverzekering van de monopoliepositie van Electrabel-Suez op elk onderdeel van onze energievoorziening; het stelt zijn toekomst veilig op elk front. Het is het Suez-fonds, waarbij de politiek enkel akte mag nemen van hetgeen beslist wordt. Dit is een koehandel van de ergste soort, beste collega’s, het is ronduit beschamend. In ruil voor een schamele en onzekere bijdrage aan onze begroting, terwijl alle bijdragen van de voorbije jaren nog steeds worden betwist, privatiseert u het energiebeleid in ons land en betonneert u de monopoliepositie van Suez. U zorgt ervoor dat Suez geen concurrenten heeft op het vlak van hernieuwbare energie. Fraai! Fraai! Fraai!

 

Opnieuw wordt de rekening vrolijk doorgeschoven naar de burgers en de bedrijven. Suez mag zijn kerncentrales langer openhouden, mag zelf het potje voor hernieuwbare energie interpreteren en beheren, mag zijn factuur zo hoog houden als hij wil — wij zijn namelijk bij de hoogste van Europa — en mag tot slot de onrechtmatige doorgerekende windfall profit rustig blijven houden, dit alles terwijl dat bedrijf nul euro belastingen betaalt.

 

Ik herinner mij een heel mooi en lang artikel in Knack, collega Verherstraeten, waarin u daarover uw woede uitschreeuwde. Wat een contrast met wat hier in deze begroting staat. Wat een contrast! Durft u het aan om dat soort woede nog uit te schreeuwen, als dit de feiten zijn die in de begroting staan ingeschreven? Luister naar mijn woorden, maar kijk vooral niet naar wat ik nalaat te doen. Het is een schuldige nalatigheid.

 

De rekening van dat alles wordt opnieuw doorgeschoven naar de consument. Mijnheer Van Biesen, de sterkste schouders dragen de grootste lasten, nietwaar? Collega’s, maak uzelf niets wijs. De burger weet allang dat er geen enkele sprake is van enige visie op korte of lange termijn op energiebeleid. Parijs vraagt, onze eerste minister en minister Magnette draaien, het Parlement volgt en de consument is de pineut.

 

Een ander mooi voorbeeld, hoeft het nog gezegd, is de notionele-intrestaftrek. 4 miljard en still rising. Het kostenplaatje explodeert. Die 4 miljard is ondertussen ook reeds achterhaald. Het is mij werkelijk een raadsel waarom de meerderheid, de regering, met op kop minister Reynders, de opmaak van een kostenbatenanalyse weigert. Dat is toch een zeer logische vraag?

 

De vertegenwoordigers van het Rekenhof hebben tijdens de commissievergadering verklaard, in antwoord op mijn vraag of zij de budgettaire weerslag van die maatregel konden berekenen, dat ze dat niet konden, omdat ze er geen enkele informatie over hebben. Ook het Rekenhof weet dus geen jota van wat dat ons kost of opbrengt. Het kan het niet berekenen.

 

Een van de duurste maatregelen van de voorbije zes regeringen kan niet geschat worden. Weet u wat dat betekent? Een van de trofeeën, van de paradepaardjes van de voorbije zes regeringen kan niet worden berekend. Niemand weet wat het kost, wat het opbrengt en waar het schade toebrengt. Dat is hallucinant. Er zijn geen andere woorden voor.

 

Elke redelijke vraag om die maatregel te linken aan jobcreatie en duurzame investeringen, wordt weggewuifd. Nochtans zou dat kunnen getuigen van een visie. Het zou kunnen getuigen van het feit dat men rekening houdt met doelmatigheid. Het zou kunnen getuigen van het feit dat men rekening houdt met het feit dat maatregelen die zo zwaar wegen, misschien een degelijke evaluatie nodig hebben. Het zou kunnen getuigen van het feit dat de regering over een visie beschikt en bekwaam is om zich, waar nodig, te verbeteren. Dat is echter niet waar. Niets van dat is waar.

 

Collega’s en heren ministers, 4 miljard is in het licht van de put echt niet veel. Als wij het extrapoleren naar nu, is het 5 miljard. Dat is slechts een vijfde of een zesde van de put waarmee u zit. Dat is niet belangrijk.

 

Collega’s, wie slim is, kadert zijn maatregelen, zodat ze gestuurd kunnen worden. We zitten hier echter met een minister die koketteert met het omgekeerde en de zaken op hun beloop laat.

 

Collega’s, het is nog erger. Het is bijna onmogelijk, maar de Reyndersdoctrine is zelfs nog erger dan de Mathotdoctrine. De Mathotdoctrine stelde dat het gat in de begroting vanzelf wel weer dicht zou gaan, de Reyndersdoctrine ontkent gewoonweg dat er een gat is. Niemand die het kan controleren, want we hebben geen gegevens, zelfs het Rekenhof niet. Collega’s van de meerderheid – ik zou onze premier aanspreken, maar hij is er niet –, als een minister zijn departement zo teloor laat gaan zoals dat bij Financiën gebeurt, is het aan u om in te grijpen. U kunt bijvoorbeeld beginnen met het wetsvoorstel dat we een tijdje geleden hebben ingediend in het kader van de notionele-intrestaftrek eindelijk eens te lezen en goed te keuren.

 

Dan hebben we nog een ander heikel punt, de fiscale fraude. Dat is voer voor een interessante discussie. Zoals gewoonlijk heeft de regering ook dit jaar beloofd om eindelijk werk te maken van de aanpak van de fiscale fraude. Hij is er niet, maar collega Brotcorne heeft wat dat betreft in de commissie voor de Financiën een aantal opmerkelijke uitspraken gedaan. Het was eigenlijk een ware schuldbekentenis. Mijnheer Michel, ik daag u uit om het verslag eens na te lezen. Het is echt interessant.

 

In de commissie voor de Financiën wees collega Brotcorne erop dat in de vorige begrotingen van deze meerderheid, dus van de regering die we in de voorbije tweeënhalf jaar hebben gehad, het aan fiscale fraude bestede bedrag bedoeld was om op papier een sluitende begroting te realiseren. Mooi. Pas in 2010 is er, nog steeds in zijn woorden, eindelijk voldoende politieke wil om de fraude echt aan te pakken, na tweeënhalf jaar nog wel. Er wordt een bedrag van 182 miljoen euro ingeschreven. Het is frappant dat op het moment dat collega Brotcorne in de commissie claimt dat er eindelijk voldoende politieke wil was om niet alleen op papier de fiscale fraude aan te pakken, maar ook in de praktijk, het ingeschreven bedrag een stukje lager ligt in vergelijking met de voorbije jaren. Weg is de 200 miljoen euro opbrengst die we zouden halen uit de aanpak van de misbruiken van de notionele intrest. Dat zijn we vergeten. Nochtans heeft hier een toch wel eminente minister, mevrouw Onkelinx, zelf gesproken over die fraude. Bestaat die dan niet meer? Wat is daar dan mee gebeurd?

 

Het is wat ongemakkelijk en ik begrijp dat u geen antwoord hebt, maar nu zou er voldoende politieke wil zijn. Vandaar het lage bedrag. Vandaar veel minder dan de voorbije 2,5 jaar waar u opnieuw veel mooie woorden maar geen daden hebt getoond.

 

182 miljoen euro, en dat is dan nog eens voor de aanpak van zowel de sociale fraude als de fiscale fraude. 182 miljoen euro op een moment dat er een proces tegen KB Lux voor 400 miljoen euro loopt, en dat is mislukt. Op een moment dat de schatting van misgelopen bedragen tot 30 miljoen euro oploopt, en dat we puur door de verbetering van onze inning en de werking van Financiën jaarlijks 10 miljard zouden kunnen binnenhouden.

 

Ik weet dat daarover weleens schamper wordt gedaan, mijnheer Waterschoot. Nochtans werden deze uitspraken gedaan door de expert die bij de commissie voor de Fiscale Fraude betrokken was. Zeg me dus niet 182 miljoen euro het beste was wat u kon doen. En zeg me vooral niet dat deze regering eindelijk de intentie heeft om de fiscale fraude aan te pakken. Dit is een lachertje.

 

Collega’s, ronkende woorden bij de bespreking in de commissie voor de Fiscale Fraude. Iedereen riep om ter hardst voor een aanpak van de grote fraudeurs. Het werk van die commissie werd opgericht op vraag van Groen! en Ecolo en leverde niet minder dan 108 maatregelen op, waarop wij nog altijd wachten.

 

Er werd in de commissie ook triomfantelijk verwezen naar de vooruitgang die werd geboekt bij de aanpak van belastingparadijzen en de uitwisseling van fiscale gegevens. Aan het bankgeheim wordt niet geraakt. Nochtans had dit, bijvoorbeeld in het dossier van KB Lux, een behoorlijk handje kunnen helpen.

 

Onze fractie heeft met de heer Gilkinet en de heer Van Hecke een wetsvoorstel ingediend, ik heb het mee ondertekend, dat de voorwaarden versoepelt waaronder het bankgeheim door de belastingsadministratie mag worden opgeheven.

 

Het is misschien tijd om, als u onze voorstellen dan toch niet wil goedkeuren, zelf de pen ter hand te nemen met betrekking tot Suez, de notionele intrestaftrek, het bankgeheim, de fiscale fraude en de bijdrage van de banken. Het voorkomt in elk geval dat de burgers gelaten moeten kijken hoe miljoenenfraude in ons land straffeloos blijft. Dat geeft hun misschien opnieuw het gevoel dat ze tot een rechtvaardig systeem bijdragen.

 

Ik kom tot het laatste aspect dat vrolijk de fiscale rechtvaardigheid in ons land aanvreet en ik vind het jammer dat staatssecretaris Devlies hier niet is.

 

Ten slotte kom ik bij een laatste aspect, dat vrolijk de fiscale rechtvaardigheid in ons land aanvreet. Ik vind het jammer dat staatssecretaris Devlies hier niet is, want op het moment dat ik hem daarmee had geconfronteerd, wilde hij nog hoopvol de antwoorden van staatssecretaris Clerfayt en minister Reynders afwachten. Het gaat om de problematiek van de permanente fiscale regularisaties.

 

Uit de rapporten van de Dienst Voorafgaande Beslissingen van de FOD Financiën zelf blijkt dat vier op de vijf of 80 % van de regularisaties in ons land gedeeltelijke regularisaties zijn. 80 % is dus onvolledig. Het onderliggende kapitaal glipt uit de schatkist weg. In de praktijk betalen fraudeurs in ons land 5 tot 6 % belasting op ontdoken gelden. Dat is een regelrechte schande.

 

Concreet, theoretisch berekend en gemiddeld genomen, betekent het dat ons land sinds 2006 tussen 900 miljoen en 1,8 miljard euro is misgelopen. Collega’s, het kan toch niet dat men met zo’n groot gat zit. Ik heb het vandaag verschillende keren horen zeggen.

 

Blijkbaar wordt u alleen wakker als het theater is. Ik wil gerust mijn best doen, maar het is wel schrijnend. Er is een gat van 25 tot 30 miljard euro.

 

U mag zich onder elkaar over uw spanwijdte bezinnen. Ik denk dat u wint, mijnheer Vanhengel. Ik ben ook een beetje kleiner dan u. U bent ook degene die ons land failliet heeft verklaard. Ondertussen loopt u tussen 900 miljoen en 1,8 miljard euro aan inkomsten mis. Daar wordt niets aan gedaan. Er is gewoon geen politieke wil voor.

 

Het zou gemakkelijk zijn om daaraan een einde te maken. Europa helpt u een handje. De verstrenging van de bankregels en de verdere opheffing van het bankgeheim maken het perfect mogelijk om over te stappen naar een systeem waarin permanente regularisaties tot het verleden zouden kunnen behoren. Blijkbaar wil men dat niet.

 

Als een aantal andere maatregelen niet getuigen van een gebrek aan politieke wil, dan getuigen ze toch op zijn minst van een gebrek aan transparantie.

 

De situatie bij de Regie der Gebouwen is hier vandaag nog niet aangehaald. De laatste vijf jaar werden de huurgelden die de Regie der Gebouwen betaalt, vermenigvuldigd met een factor 3. In 2004 bedroegen ze 128 miljoen euro, in 2009 is het 409 miljoen. Meer dan de helft van de uitgaven van de Regie der Gebouwen wordt betaald aan huurgelden. Geen probleem.

 

Het Rekenhof heeft erop gewezen dat de sale-and-leasebackoperaties aan de oorsprong liggen van de forse stijgingen en dat die financieringsmethode op lange termijn duurder uitkomt. Dat is het bewijs van het wanbeleid van de uitverkoop van gebouwen!

 

Toch heeft ons land vorig jaar nog gebouwen verkocht, mijnheer Wathelet, gebouwen die overbodig zouden zijn, die meer zouden kosten dan zij ons opbrengen. Terwijl de huurgelden de pan uitswingen, vindt men nog gebouwen die blijkbaar overbodig zijn en die de moeite niet meer waard zijn. Ik heb in de commissie dan ook de vraag gesteld of het wel om gebouwen ging die allemaal overbodig waren. Ik heb gevraagd of er een kostenanalyse was gemaakt en of er een evaluatie was.

 

Ik heb ook de vraag gesteld of wij nu eindelijk de lijst van de verkochte gebouwen kon krijgen. Ik heb een lijst gekregen, mijnheer Wathelet. Hebt u die lijst eigenlijk zelf al eens bekeken? Ik zal hem u straks geven. Die lijst roept meer vragen op dan hij antwoorden geeft. Gaat het om inkomsten uit verkoop, mijnheer Wathelet? Gaat het om inkomsten uit huurgelden? Sommige van die gebouwen worden verhuurd, maar dat wordt niet gespecificeerd. Aan wie zijn die gebouwen verkocht? Dat wordt niet gespecificeerd. Waarom zijn die gebouwen gekozen? Dat wordt niet gespecificeerd. Welke worden opnieuw gehuurd? Geen flauw idee! Dat wordt niet gespecificeerd. Het lijstje dat u ons na lang aandringen hebt bezorgd, is zo ontransparant als de begroting zelf.

 

Een andere illustratie van het gebrek aan informatie kunnen wij terugvinden bij de provisionele kredieten. De explosie van die kredieten tussen 2006 en 2010 holt het controlerecht van het Parlement uit. Het gaat in tegen het beginsel van de specialiteit van de begroting. U vraagt een budget dat 1 % van de begroting bedraagt voor diverse uitgaven, waarvan u niet aan het Parlement wil zeggen waarvoor die kredieten gebruikt zullen worden.

 

Mijnheer Wathelet, u had mij duidelijkheid beloofd. Ondanks wat u in de commissie hebt gezegd, heb ik nog steeds geen enkel detail ontvangen. Er is dus 1 %, een steeds groter wordend bedrag onder deze legislatuur, waarvan het Parlement niet mag weten waaraan het zal worden besteed. Dat is veel te veel, 1 %, voor iets waarvan wij het fijne niet kunnen weten.

 

Wat verbergt u daar? Dat u intern controle kunt uitoefenen, kan mij eigenlijk niet schelen. Het gaat er natuurlijk om wat wij kunnen controleren. Daar krijgen wij geen antwoord op.

 

Onduidelijkheid troef ook over de toekomst van de dienst voor Alimentatievorderingen, DAVO, die voor het derde jaar op rij voor de zoveelste keer op rij een structureel tekort vertoont.

 

Men zou verwachten dat zoveel mooie ronkende verklaringen na zo’n sensibiliseringscampagne eindelijk tot structurele maatregelen zouden leiden, maar dat waar u zo graag mee pronkt in de begroting, blijft achterwege. Veel intentieverklaringen, veel mooie woorden, en uiteindelijk blijven 150 000 gezinnen in de kou. In de kou, dat is de realiteit vandaag, en u mag dat behoorlijk letterlijk nemen.

 

Geachte staatssecretaris, u hebt in uw beleidsnota als staatssecretaris bevoegd voor het gezinsbeleid, een interessante zaak aangestipt: de familiale dimensie van de crisis. Wat betreft het behouden van de verhoging van de koopkracht, dient er een bijzondere aandacht uit te gaan naar de familiale dimensie. Dat staat in uw beleidsnota, mijnheer Wathelet. Blijkbaar - en u mag mij corrigeren, en ik heb het nergens anders teruggevonden -valt de DAVO geenszins onder de noemer van aangekondigde familiale maatregelen. Wie zijn dat dan? Wie moet daar dan voor opkomen? De minister van Begroting heeft gezegd: het zal de wil van de meerderheid zijn. U spreekt fraaie woorden over fiscale implicaties voor gezinnen en ik kan ze voor de belangrijkste dimensie niet terugvinden.

 

Er blijven dus veel onduidelijkheid en veel vragen, collega’s, op een moment dat de economische crisis om zich heen slaat en een op zeven Belgen in armoede leeft. Onduidelijkheid is op zo’n moment het laatste wat we ons kunnen permitteren. Ons land gaat 2010, het Europees jaar van de armoede, in vanop de vijfde slechtste plaats wat betreft de kinderarmoede. We hebben de derde staatssecretaris voor armoede gekregen in tweeënhalf jaar. Daar zit de vorige, de heer Delizée, die zelf had verkondigd dat hij zo graag zoveel zou willen doen en mooie plannen had, maar nooit voldoende slagkracht, en nu weer opnieuw.

 

Collega’s, geld kan niet alles oplossen, dat besef ik maar al te goed, maar in dit geval had toch een begin van beleid gemogen. Begin daar toch mee.

 

Hetzelfde geldt voor de pensioenen. Ik zal het debat van daarnet niet recapituleren. Ik was erbij in de commissie toen er werd gesproken over de lege doos van het Zilverfonds, dat sinds 2007 niet meer werd gespijsd. Dit jaar werd een bedrag van 738 miljoen euro gedesaffecteerd. Ik weet heel goed wat dit technisch inhoudt: gedesaffecteerd.

 

Dit jaar werd een bedrag van 738 miljoen euro gedesaffecteerd — ik weet heel goed wat dit technisch inhoudt — voor het verder stutten van de begroting om ervoor te zorgen dat het tekort niet te hoog oploopt. Het ligt tussen 25 en 30 miljard, de spanwijdte van onze vice-eerste minister.

 

Men zou verwachten dat men in ruil daarvoor een aantal voluntaristische antwoorden geeft op de vragen die over deze problematiek worden gesteld. Terwijl minister Daerden in de ene commissie betreurt dat die 738 miljoen wordt gebruikt om de begroting te stutten, blijkt er in de andere commissie, naast een defaitistisch antwoord op de situatie, geen enkel structureel antwoord te zijn. Er is geen perspectief voor de toekomst. Er is enkel gelatenheid. De regering doet zelfs niet meer de moeite om de schijn op te houden. Zij geeft toe dat het Zilverfonds een lege doos is, zonder een alternatief voor te stellen.

 

Ik herinner mij nog heel goed dat de nationale pensioenconferentie hier in het halfrond werd voorgesteld als het middel om onze pensioenen te redden. Waar is het antwoord van de nationale pensioenconferentie? Waar is het?

 

Het beleid dat u voert kan alleen maar tot paniek leiden. Het is een verkeerd signaal aan alle ouderen die bang zijn voor hun pensioen. Het blijft wachten, wachten en nog wachten op de eerste belangrijke conclusies van de nu al ter ziele gegane nationale pensioenconferentie. Wachten, terwijl steeds meer gepensioneerden in armoede leven.

 

Collega's, het is aan ons om geloofwaardige antwoorden te geven aan de huidige en de toekomstige gepensioneerden die willen weten of hun pensioen nog zal worden uitbetaald. Het is de verantwoordelijkheid van de regering om dat antwoord te geven, maar niet om technische discussies te voeren om te verhullen dat u simpelweg geen visie hebt.

 

Het aanpakken van de vergrijzing is belangrijk. Wij willen u daar opnieuw bij helpen, net zoals bij de bankenbijdrage, net zoals bij de aanpak van het nieuwe fonds Suez, net zoals bij het kader van de notionele intrestaftrek. Wij hebben verschillende voorstellen ingediend die moeten helpen om eindelijk werk te maken van de verschuiving van de lasten op lonen naar onder andere deze op verbruik en op inkomsten uit kapitaal.

 

Geachte liberale collega's, dat verhaal wordt hier nooit verteld. De Centrale Raad voor Economie heeft berekend dat het inkomen uit kapitaal in ons land in 2006 44 % van het bbp bedroeg. Dat cijfer is opnieuw gedateerd en ondertussen terug gestegen. Dat betekent dat van alle rijkdom die in een jaar in ons land wordt gecreëerd bijna de helft ter vergoeding van ons kapitaal dient. Bijna de helft!

 

Die intresten, die dividenden, die winsten, enzovoort, worden in vergelijking met de lasten op lonen waarvoor u daarnet zo’n hartstochtelijke pleidooien hield, relatief ongemoeid gelaten. Een eerlijke verhouding tussen de belasting op lonen en de belasting op inkomsten uit kapitaal is meer dan ooit actueel. Wacht u misschien tot de verhouding 40/60 wordt bereikt? Is 44 % nog niet voldoende om een belletje te doen rinkelen.

 

Wij hebben niet alleen nood aan de sterkste schouders om de zwaarste lasten te dragen. Er moeten ook meer schouders bijkomen, ook de schouders van hen die de inkomsten uit kapitaal halen. Stop dus met het voeren van schimmenspellen en technische discussies. Stop met het bepleisteren van de muren, terwijl uw fundamenten verder afbrokkelen en de realiteit reeds keihard in uw gezicht slaat. Stop met het façadewerk, de make-up van deze meerderheid heeft alleen maar geleid tot het steeds opnieuw aanbrengen van een nieuwe laag fond de teint. En u weet wat een lelijk beeld dat geeft.

 

Het is tijd om onze economie te doen herademen. Het is tijd om van de nood een deugd te maken en te investeren in toekomstgerichte sectoren. Ik maak het alleen maar duidelijk voor het geval dat er iemand achteraf ons een gebrek aan een visie zou verwijten. Ik herhaal het dus in de hoop dat onze visie deze maal wordt gehoord. Het is tijd om fundamentele hervormingen aan te brengen, mijnheer Vanhengel, die onze burgers ademruimte geven, in plaats van via vestzak-broekzakoperaties de banken en de energiefactuur nog verder te laten bezwaren. Het is tijd om te beseffen dat ecologie niet tegengesteld is aan een succesvolle economie.

 

Ik hoor graag de collega’s van de meerderheid, onder anderen de heer Daems, op het spreekgestoelte zeggen dat de groene maatregelen — altijd fijn het te horen zeggen vanuit de meerderheid — slechts minimale zaken zijn, een minimaal begin.

 

01.126 Minister Pieter De Crem: (…)

 

01.127  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Het is tijd om werk te maken van een nieuw project en ik weet dat u daar persoonlijk nogal wat moeit mee hebt, mijnheer De Crem. Het is tijd om werk te maken van een nieuw project, een project dat leidt tot een omslag in het denken in uw beleid.

 

01.128 Minister Pieter De Crem: (…)

 

01.129  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Een project, mijnheer De Crem, dat onze economie hervormt tot een stabielere, meer duurzame en groenere economie. Een project, mijnheer De Crem, dat mensen, gezinnen, verenigingen, bedrijven, investeerders, vakbonden en regeringen bijeen brengt om te komen tot een nieuw ecologisch-economisch project, een groene new deal Deal. Het is tijd om op die manier aan de jongeren van vandaag en van morgen opnieuw een perspectief te bieden, in plaats van wat lachwekkend gemorrel in de marge en alle lachwekkende commentaren daarbij en de boel te laten rotten.

 

Het is tijd om de zwakste schouders proportioneel de minste lasten te laten dragen in plaats van omgekeerd. Dat is wat wij hier vandaag jammer genoeg niet zien. De zwaarste lasten worden gedragen door de zwaksten in deze begroting die u zo hartstochtelijk hebt samengesteld om toch maar het evenwicht op alle vlakken te respecteren, maar waarin geen enkele visie te vinden is. De gelatenheid hier en het gespot, mijnheer De Crem, is daar exemplarisch aan.

 

Het is tijd. Tot zolang u dat hebt ingezien, zal onze fractie tegen dit mislukte werk stemmen.

 

De voorzitter: Collega’s, de algemene bespreking is daarmee beëindigd. Het volgende thema betreft Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Europa en Landsverdediging.

 

Ik vraag aan de aanwezige leden van de regering of de regering globaal wil antwoorden, op het einde van het debat. (Instemming)

 

Ik geef nu het woord aan mevrouw Boulet, die zal interveniëren inzake Landsverdediging en Ontwikkelingssamenwerking. Voor dat thema zijn eveneens ingeschreven de heren De Vriendt, De Groote, Van der Maelen en Bonte.

 

01.130  Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, chers collègues, madame et messieurs les représentants du gouvernement, j'interviendrai successivement sur le volet Défense, ensuite sur le volet Coopération au développement.

 

Pour ce qui concerne la Défense, ce sera bref; en effet, la note n'est pas transcendante. Elle se conforme quasiment aux précédentes, signe sans doute de continuité. Cela dit, vu le contexte de la Défense en 2009 et pour les années à venir puisque l'on sait qu'elle va traverser une période de turbulences assez importantes, on ne peut que déplorer que cette note soit identique à celles des années précédentes.

 

Comme d'habitude, le ministre de la Défense considère que les opérations militaires à l'étranger sont et restent le core business de la Défense belge. Selon moi, c'est d'autant plus étonnant que nous avions entendu le chef de la Défense au mois de septembre qui nous faisait savoir que la Belgique était arrivée à la limite de ses capacités d'intervention à l'étranger.

 

C'était bien compréhensible surtout que, via le plan de finalisation de la transformation, la Défense subit une restructuration sans précédent. Le changement n'est donc pas facile. Il nécessite de prendre du temps, d'être à l'écoute du personnel et de leurs familles au cours de cette transition.

 

Dans ces conditions, j'estime qu'il est imprudent notamment d'envoyer des renforts en Afghanistan, comme le demande le président américain Obama, suivi par les demandes pressantes de l'OTAN. Je continue de croire que la présence militaire renforcée en Afghanistan n'est pas une solution pour restaurer la paix et la démocratie dans ce pays.

 

En 2001, nous avions admis que le choix des Américains d'intervenir sur place militairement était conséquent à une volonté légitime, suite au drame des twin towers aux États-Unis, de lutter contre le terrorisme, en l'occurrence Al-Qaida. Un autre argument utilisé était de lutter contre le trafic d'opium de l'Afghanistan vers l'Occident.

 

Aujourd'hui, en 2009 et à l'aube de 2010, nous remarquons que, d'une part, le terrorisme international est toujours bien présent, que mine de rien les nébuleuses terroristes ne sont pas spécifiquement afghanes, mais qu'elles émanent bien souvent de groupuscules présents en Occident. Pour ce qui concerne le trafic d'opium, alors que la marchandise ne provenait que pour 10 % d'Afghanistan, elle en provient à présent pour 90 %.

 

De nombreux rapports internationaux font état de la situation en Afghanistan. D'ores et déjà, il est plus que jamais utile de se focaliser essentiellement sur la reconstruction, la mise en place d'un système politique et démocratique non corrompu, la mise en place d'une sécurité civile et politique et rapidement d'un système de santé et d'éducation accessible à tous. En effet, le conflit en Afghanistan, à l'heure actuelle, touche principalement les femmes et les enfants, qui sont évidemment les premières victimes de la guerre. Le fait de renforcer les opérations militaires à l'étranger constitue davantage une erreur aujourd'hui.

 

Quant au fameux plan de la finalisation de la transformation que subit la défense, en vous déclarant l'humble serviteur de l'accord gouvernemental, votre objectif était de réaliser des économies, d'une part, et de lutter contre la pyramide des âges, d'autre part, notamment avec le service militaire volontaire, dont nous avons discuté la semaine dernière.

 

Tant la majorité que l'opposition ont déploré la manière dont nous avons dû travailler pour faire passer ce plan et le projet de loi sur le service militaire volontaire. Vous avez vraiment joué le rôle de rouleau compresseur de l'urgence. En commission, on a assisté à cette discussion assez surréaliste, alors que le kern, au même moment, donnait son accord sur ce plan. On était vraiment devant le fait accompli. Vous avez assuré que le plan serait exécuté comme tel. Évidemment, cela a engendré la colère du MR, certains parlant même de la "flamandisation" des armes. Pour ce qui concerne le service militaire volontaire, on a entendu le PS dire que les jeunes recrues seraient de la chair à canon! Ensuite, tous sont rentrés dans les rangs.

 

Sont à déplorer les relations tumultueuses avec les syndicats, qui ont voulu jouer le rôle de la concertation avec vous, être présents aux rendez-vous, préparer au mieux les réunions, mais ils sont souvent restés sans réponse.

 

De nouveau, pour réaliser des économies, je dirai à l'humble serviteur que vous êtes, qu'étant donné les budgets précédents – la Cour des comptes le soulignait également –, les ventes prévues alors n'ont pas été réalisées. La question de savoir comment vous allez pouvoir rentrer dans vos comptes, en ce qui concerne la vente des casernes, des différents quartiers, demeure toujours en suspens. Vous avez toujours affirmé être à la disposition des bourgmestres et des autres responsables des entités fédérées. Je souhaite que vous soyez proactif par rapport à ce dossier vis-à-vis du personnel, des syndicats ainsi que des partenaires locaux.

 

Ma conclusion est que le travail n'est toujours pas accompli correctement. J'ose espérer qu'en 2010, nous pourrons nous rencontrer plus régulièrement. Je note un point positif, puisque la commission se réunira tous les mercredis. J'attends aussi que vous y soyez présent.

 

01.131  Guy Vanhengel, ministre: Je n'ai pas cette chance!

 

01.132  Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Cela va de soi. Vous êtes le bienvenu, n'ayez crainte, monsieur le ministre du Budget: vous pourriez ainsi nous éclairer sur les aspects budgétaires de la transformation. En effet, nous avons souffert d'un manque de réponses en ce domaine.

 

Pour la coopération au développement, nous avons eu un bon débat en commission, même si nous fûmes peu nombreux: beaucoup de collègues de l'opposition et très peu de la majorité. Vous vous souviendrez, monsieur Michel, que les membres de l'opposition ont commencé par souligner l'aspect positif de votre note et de votre budget. Au premier regard, nous nous sommes dit qu'un changement était en train de se produire et que nous allions enfin atteindre 0,7 % du revenu national brut. Nous espérons évidemment que ce cap sera franchi cette année et qu'il se maintiendra les années suivantes.

 

Malheureusement, en creusant un peu plus, nous constatons que vous basez cet objectif sur l'allègement de créances de 410 millions d'euros à l'égard de la RDC. Or c'était prévu depuis quatre ans! Vous nous avez rassurés en disant que vous y parviendriez cette année; j'ose espérer que ce sera le cas. Hélas, cette mesure n'est pas structurelle. Notre stock de créances à l'égard des pays pauvres très endettés est de plus en plus réduit.

 

Vous incluez également les frais d'accueil et de rapatriement volontaire des demandeurs d'asile pendant leur première année de procédure. Évidemment, vous me direz que ce sont les critères de l'OCDE. Néanmoins, on voit que la Norvège a fait le choix de ne pas reprendre ces critères pour atteindre les 0,7 %. C'est compréhensible car cette aide ne va pas directement aux pays en voie de développement. Au contraire, elle reste ici sur place. Elle est bien évidemment nécessaire mais le processus mental qui considère que c'est de l'aide publique au développement est assez sournois, surtout qu'il s'agit d'une obligation juridique interne de tous les pays signataires de la Convention de Genève.

 

Monsieur le ministre, comme je vous l'ai dit en commission, nous souhaiterions pouvoir atteindre 0,7 % sans devoir comptabiliser ces différents mécanismes, d'autant plus que ce sont des mesures à court terme. Le fait d'atteindre 0,7 % n'assure aucunement un caractère structurel et ne garantit pas à la Belgique de faire partie du club des pays qui consacrent 0,7 % de leur PIB à l'aide publique au développement.

 

Pour ce qui concerne la modification de la loi de 1999, nous en avons également discuté en commission. Je voudrais insister à nouveau sur le fait que l'on ne vous a pas entendu beaucoup à ce sujet dans votre note de politique générale. Lors du débat en commission, vous nous avez dit que le texte était passé en première lecture au gouvernement et qu'il était actuellement au Conseil d'État. Je voudrais insister sur la nécessité de prendre le temps de cette discussion avec vous, avec les collègues du parlement ainsi qu'avec la société civile, les ONG et les différentes coupoles. Ce n'est pas une grande nouvelle mais la Coopération au développement est plus nécessaire que jamais au vu des crises que nous traversons aujourd'hui. Plus cette modification de la loi de 1999 fera un consensus entre nous, plus elle sera efficace.

 

Je voudrais également évoquer la nécessité d'améliorer les systèmes d'évaluation. Ce point figurait dans votre de note de politique générale, monsieur le ministre.

 

Plus les systèmes d'évaluation seront précis, plus un projet de coopération belge dans tel ou tel pays pourra être mis en œuvre pour atteindre l'objectif poursuivi. Cela permettra d'avoir une vue précise quant à l'efficacité de l'aide mais aussi d'apporter des corrections ainsi que des améliorations. Il existe aujourd'hui des mécanismes assez performants d'évaluation. Il serait intéressant que l'on puisse débattre de cette question pour les mettre rapidement en place.

 

Je voudrais profiter de la présence du ministre des Affaires étrangères pour lui dire que, dans sa note de politique générale, le ministre de la Coopération au développement attirait l'attention sur la nécessité d'orienter la coopération au développement vers le secteur privé, notamment dans les pays où il y a un gros déficit démocratique en termes de gouvernance.

 

Lors de sa malheureuse dernière intervention, le désormais commissaire européen, M. De Gucht, déclarait, par exemple, qu'en RDC il n'y avait pas d'interlocuteur approprié. Cela a valu une réaction immédiate du porte-parole du gouvernement congolais qui a qualifié M. De Gucht de "donateur divin du monde". Aujourd'hui, il est temps de tourner la page car il s'agit là d'un exemple puéril de conflit qui n'est pas nécessaire.

 

Dans le cadre de la coopération au développement, il faut très vite mettre en place une politique globale au Congo. Je souhaiterais donc – et je sais que mon collègue Dallemagne sera attentif à la question – que l'on se réunisse rapidement en présence du ministre des Affaires étrangères, du ministre de la Coopération au développement, mais aussi du ministre de la Défense pour faire le point sur la situation en RDC. Chacun sait que dans l'est de ce pays des actes de violence sont à nouveau en recrudescence et que les femmes et les enfants en sont les premières victimes.

 

Je voudrais encore aborder deux points, monsieur le président, avant de conclure.

 

Je souhaiterais tout d'abord attirer l'attention du ministre de la Coopération au développement sur les rendez-vous de 2010. Au-delà du fait que nous assurerons la présidence de l'Union européenne, n'oublions pas de revoir les accords de Cotonou qui réglementent les relations politiques et économiques de l'Union européenne avec les pays ACP, la réforme du FMI et de la Banque mondiale ainsi que le nouveau round de financement de ladite Banque.

 

Je pense donc que vous avez l'occasion de prendre le leadership en ces domaines et d'être à l'écoute des pays les plus pauvres pour ces nouvelles négociations. C'est un rôle important qui vous attend, sur lequel nous pouvons agir de manière importante.

 

Mon dernier point est un élément que nous avons discuté en commission, mais que je trouvais utile de relever ici: le débat sur la souveraineté alimentaire, d'une part, et l'insécurité alimentaire, d'autre part.

 

J'avais amené le sujet en vous donnant la définition de la souveraineté alimentaire; vous m'aviez répondu qu'avant de mettre en place des mécanismes de souveraineté alimentaire, il fallait lutter contre l'insécurité alimentaire. Vous disiez pouvoir me rejoindre intellectuellement sur le concept de la souveraineté alimentaire mais tout en précisant qu'il fallait préalablement résoudre l'un avant de passer à l'autre.

 

J'ai trouvé cette réponse paradoxale, finalement. En effet, le principe même de la souveraineté alimentaire, quand on le comprend bien, permet aux populations et aux pays pauvres de définir leurs politiques agricole et alimentaire justement pour lutter contre l'insécurité alimentaire.

 

01.133  Charles Michel, ministre: Madame Boulet, merci pour les compliments adressés à propos de la note et des 0,7 %; merci aussi pour votre soutien. C'est la démonstration qu'à partir de l'opposition, on peut formuler des propositions qui participent à une politique volontariste et positive pour l'image de notre pays.

 

Quant à la sécurité alimentaire, je confirme le raisonnement pour lequel je plaide. Certains pays, notamment des pays partenaires de la Belgique, sont en situation de conflit ou de post conflit pour lesquels assurer la sécurité alimentaire est la première des priorités, par le biais de l'aide alimentaire urgente notamment; c'est ce que nous nous efforçons de faire.

 

Effectivement, en même temps que nous travaillons à répondre immédiatement aux besoins urgents de la population, nous favorisons des politiques plus structurelles en faveur du développement agricole, du développement rural dans les pays partenaires. Sur les dix-huit pays partenaires, onze ont été retenus pour mettre en œuvre l'agriculture et le développement rural comme secteurs prioritaires dans un effort de concentration renforcé.

 

Nous ne sommes pas loin dans l'analyse, mais il me semble que le pragmatisme impose, dans certains pays, de traiter en priorité l'objectif de sécurité alimentaire – parfois, malheureusement, nous en sommes loin – tout en travaillant simultanément à atteindre progressivement cette dimension plus importante encore de la souveraineté alimentaire et de l'autosuffisance alimentaire.

 

01.134  Guy Vanhengel, ministre: Monsieur le ministre, vous avez remercié Mme Boulet mais avez-vous déjà remercié M. Wathelet et moi-même?

 

01.135  Juliette Boulet (Ecolo-Groen!): Je ne relèverai pas cette private joke!

 

Monsieur le ministre de la Coopération, je comprends votre démarche. Même dans des pays en situation de conflit, je trouve malheureux que la coopération au développement ne se limite qu'à de l'aide humanitaire urgente. J'entends bien qu'il y a une réponse urgente et je la soutiens entièrement. Toutefois, je pense que la réflexion d'un ministre de la Coopération au développement doit consister à se dire que non seulement il faut répondre à cette situation urgente mais qu'il convient aussi de placer des balises pour l'avenir, afin de créer une autonomie. L'aide humanitaire d'urgence ne permet pas de mettre en place des balises pour un développement durable, pour créer une autonomie des populations.

 

Les collègues de l'opposition ont souligné le volontarisme de votre note par rapport aux précédentes mais n'oubliez pas que nous restons très attentifs à l'évolution des choses, notamment au fait d'atteindre ces 0,7 %!

 

Je terminerai en disant qu'il est important pour un ministre de la Coopération au développement d'avoir une note de politique qui intègre une vision à long terme, un respect des générations futures et un développement durable respectueux des pays du Sud.

 

01.136  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, de vorige uiteenzetting was uitstekend. Nu moet het echter nog beter zijn. We zullen zien.

 

Mijnheer de minister van Ontwikkelingssamenwerking, misschien zal ik u evenwel moeten ontgoochelen. Ik zal wat commentaar geven bij en ook vragen stellen over de beleidsnota en de begroting voor het onderdeel Ontwikkelingssamenwerking. Hetzelfde geldt voor de beleidsnota en de begroting voor het onderdeel Defensie.

 

Voor Ontwikkelingssamenwerking kunnen wij stellen dat 0,7 % een mooie realisatie is, hoewel zulks misschien wel te veel eer is. Laat ons zeggen dat de intenties heel goed zijn. België komt met voornoemde 0,7 % tegemoet aan de terechte vraag van heel wat ngo’s en van de internationale gemeenschap om voor ontwikkelingssamenwerking voldoende, publieke middelen te organiseren.

 

Mijnheer de minister, uw beleidsnota is de moeite waard om te lezen. Het is een lijvig en interessant document waaruit ook een visie spreekt, wat niet kan worden gezegd van de beleidsnota van uw collega naast u, minister De Crem. Zijn beleidsnota is immers een document dat och arme een zeventiental pagina’s beslaat. Het is niet meer dan wat opgewarmde kost. Heel veel visieontwikkeling is er op het kabinet-De Crem niet aanwezig, terwijl er op uw kabinet ongetwijfeld wordt gebrainstormd dat het een lieve lust is.

 

Ik heb echter heel veel geluk. Zoals u weet, mijnheer de minister, is coherentie voor mij immers erg belangrijk: ontwikkelingssamenwerking, wereldhandel, defensie en buitenlandse beleid zijn met elkaar verweven. Ik heb geluk, want de drie bevoegde ministers zijn hier aanwezig. De eerste minister is er niet. Ook ik vind het niet kunnen dat een eerste minister tijdens de bespreking van een begroting niet aanwezig is. Voornoemde discussie hebben wij echter gehad. Ik heb echter geluk, want de drie bevoegde ministers zijn hier.

 

Ik wil proberen voldoende linken tussen de verschillende thema’s te leggen.

 

Mijnheer de minister, zoals ik zei, wordt voor Ontwikkelingssamenwerking het bedrag van 2,4 miljard euro gehaald, zij het op papier. Dat is al iets, maar het is niet alles.

 

Om voornoemd cijfer en het percentage van 0,7 % op papier te behalen, is het blijkbaar nodig geweest erg veel kwijtschelding van schulden in acht te nemen. U weet net zo goed als ik dat zulks kan. Op zich is kwijtschelding geen probleem. Ook de OESO ziet ter zake geen problemen.

 

Echter, de internationale gemeenschap van de ngo’s vindt een en ander niet zo evident. Kwijtschelding van schulden heeft immers niet noodzakelijkerwijs een impact op de armoedebestrijding. De linken tussen beide zijn niet evident. Het lijkt mij dat ontwikkelingssamenwerking in de eerste plaats armoedebestrijding en de verhoging van de kansen op ontwikkeling tot doel moet hebben.

 

In totaal gaat het om 409 miljoen euro kwijtgescholden schulden in de begroting. Ook andere uitgaven vervuilen echter het volledige budget.

 

Er is in een serieuze uitgave voorzien voor de opvang van asielzoekers. Ook dat zit in het budget voor ontwikkelingssamenwerking, wat naar mijn mening niet zo evident is. Hetzelfde geldt voor de kosten voor buitenlandse studenten. We zouden kunnen zeggen dat dit een soort braindrain is, waardoor…

 

01.137  Hendrik Daems (Open Vld): Excuseer, maar het debat must go on. Begrijp ik uit uw interventie dat u vindt dat de Belgische Staat niet aan schuldverlichting moet doen, of begrijp ik dat verkeerd. U zegt dat schuldverlichting niet bijdraagt tot armoedebestrijding. Ik betwist dat omdat schuldverlichting, zeker als het om convertibele schulden gaat, de positie van de niet-convertibele munt in een bepaald land verbetert, waardoor ze financieringen kunnen aangaan om bijvoorbeeld aan armoedebestrijding te doen. Ik klets niet uit mijn nek maar spreek letterlijk vanuit de praktijk. Mijn vraag aan u is de volgende. U vindt dat schuldverlichting niet bijdraagt tot armoedebestrijding, de facto fout is. Vindt u dat schuldverlichting een onderdeel van de ontwikkelingspolitiek moet zijn? Ik vind dat het een essentieel onderdeel is van ontwikkelingssamenwerking, maar ik had graag uw mening gekend.

 

01.138  Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je voudrais réagir aux propos de M. Daems.

 

La question de la dette peut susciter pas mal de réflexions. D'abord, quelle est son origine? Le peuple en a-t-il profité à un moment ou un autre? Se pose donc la question de sa légitimité. Sa déduction du paquet de ce qui pourrait représenter les 0,7 % soulève des questions. Il n'est pas certain que l'argent prêté ait profité au peuple ni que, si on allège aujourd'hui la dette, cela aura un impact direct sur l'économie du pays.

 

Le président: Monsieur Lahssaini, ce n'est pas une interruption, ça.

 

01.139  Fouad Lahssaini (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je serai très bref.

 

Ensuite, la bonne volonté ne suffit pas à alléger une dette. Certains critères doivent être respectés. Le Congo entre-t-il vraiment dans ces critères?

 

De voorzitter: Mijnheer Daems, u hebt het woord. Daarna laat ik de heer De Vriendt verder gaan. Ik ben tegen het monopoliseren van een debat. Mevrouw Boulet is van Ecolo. De heer De Vriendt is van Groen! Als de heer Lahssaini dan nog eens begint te onderbreken, kunnen wij misschien allemaal toetreden tot de Groen!-fractie en een intern debat houden. Ik zou willen dat de heer De Vriendt zijn betoog kan voortzetten. Alle fracties hebben inspanningen gedaan om sprekers te schrappen. Ik zou willen dat iedereen dezelfde inspanning doet. Ik zit nog met acht sprekers van de Ecolo-Groen!-fractie, en ze zijn tot nu toe niet zo beknopt.

 

01.140  Hendrik Daems (Open Vld): Monsieur le président, comment procédons-nous? Puis-je répondre à mon collègue?

 

01.141  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik zou willen antwoorden op uw opmerking, mijnheer Daems. U hebt blijkbaar een zeer, zeer groot vertrouwen in de competentie en de politieke wil van de overheden van ontwikkelingslanden om de financiële ruimte die vrijkomt door schuldkwijtschelding te besteden aan armoedebestrijding. Als u een automatische link veronderstelt tussen schuldkwijtschelding en onmiddellijke armoedebestrijding dan zit u fout want de tussenschakel wordt gevormd door de overheden van de ontwikkelingslanden. Het is zeker niet gezegd dat zij de financiële ruimte die vrijkomt zullen gebruiken om aan armoedebestrijding te doen. Ik weet dat u liberaal bent, u bent optimist maar men kan ook utopist zijn. In uw geval is dat eigenlijk wel het geval vrees ik.

 

01.142  Hendrik Daems (Open Vld): Ik wil daar maar een ding over zeggen, ik ben verbaasd dat ik hier de geboorte zie van het nieuwe groene paternalisme. Dat is wat ik hier geboren zie worden. De autoriteiten zijn de facto slecht. Wij, de grote blanke mannen met de groenen sokken gaan ze leren hoe ze het moeten doen. Alstublieft, dat is puur paternalisme. Dat is du dix-neuvième siècle.

 

01.143  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik denk dat mijn standpunt gedeeld wordt door zeer veel deskundigen, door de ngo’s en door iedereen die materie kent en het complexe en problematische karakter ervan. Dat betekent niet dat wij tegen schuldkwijtschelding zijn. Dat is uiteraard goed. Nogmaals, in een ideale wereld – daar streven wij als politici toch naar – moet schuldkwijtschelding los worden gezien van ontwikkelingssamenwerking. De vervuiling van het budget zit hem dus in dat half miljard euro. Dat is toch niet weinig. Het legt een hypotheek op de geloofwaardigheid van het budget.

 

Een tweede probleem met het budget voor 2010 is dat de federale overheid nogal rekent op zware uitgaven van de decentrale overheden. Het gaat om een stijging van 5 %. Nu al zien we dat dit problematisch is en dat het niet zeker is dat dit zal worden gehaald. U bent dus eigenlijk afhankelijk van inspanningen die gebeuren op een ander niveau.

 

Mijnheer de minister, gezien de begroting voor 2010 in zo’n grote mate afhangt van schuldkwijtschelding, is de belangrijkste vraag wat er zal gebeuren in 2011. Ik wil u een zeer concrete vraag stellen. Hoeveel leningen heeft België lopen aan ontwikkelingslanden? Ik weet niet of u daar nu op kunt antwoorden. Met andere woorden, wat is de marge voor schuldkwijtschelding in de komende jaren, 2011 en verder? Ik stel u die vraag uiteraard om zicht te krijgen op het potentieel aan schuldkwijtschelding voor 2011, 2012 en verder.

 

01.144 Minister Charles Michel: Ik kan een antwoord geven. In beginsel moet het mogelijk zijn in ongeveer 200 miljoen euro te voorzien in 2011. Maar ik blijf zeer voorzichtig, om een zeer eenvoudige reden. Voor de DRC was de schuldkwijtschelding bijvoorbeeld reeds bijna 4 jaar geleden gepland. Wij zijn echter niet zeker dat de betrokken landen in 2011 de voorwaarden zullen vervullen om de schuldverlichting te kunnen uitvoeren.

 

Dat betekent concreet dat het in het begrotingsdebat voor 2011 zeer belangrijk wordt, voor het Parlement en voor de Ministerraad, in de middelen te voorzien om de beoogde 0,7 % te behouden in 2011. Dat is natuurlijk een kwestie van politieke wil. U hebt gemerkt dat de Ministerraad en alle partijen van de meerderheid het eens zijn om in die richting te gaan in 2010. U weet dat moeilijker zal zijn in 2011, maar ik hoop en meen dat ik van iedereen steun zal krijgen om dit te bereiken.

 

01.145  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, u legt de vinger op de wonde. Ik begrijp uit uw antwoord dat de marge voor schuldkwijtscheldingen in 2011 kleiner zal zijn dan in 2010. Als wij het groeipad naar 0,7 % willen behouden, betekent dat, collega’s – ook collega Daems, die net de zaal verlaat – dat de federale regering in 2011 – hij komt terug – niet in dezelfde mate een beroep zal kunnen doen op schuldkwijtschelding als zij doet in 2010.

 

Met andere woorden, er zal netto in een grotere mobilisatie van financiële middelen moeten worden voorzien. Dat is zeer goed. Wij zijn daar absoluut voor.

 

In tijden van crisis is dat echter niet evident. Met andere woorden, mijnheer Daems, dit is de achillespees van het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking dat zeer zwaar afhankelijk is van schuldkwijtschelding om de norm van 0,7 % te halen.

 

Ik wil ook nog een ander punt aansnijden, mijnheer de minister. Dit zijn zaken die ook in uw beleidsnota voorkomen en waarover wij al een debat gevoerd hebben in de commissie. U rekent nogal veel op de synergie tussen directe en indirecte samenwerking in een aantal partnerlanden. U creëert ook een nieuwe basisallocatie voor die synergie. Het gaat om een verdubbeling van het budget voor de samenwerking met lokale organisaties van de civiele maatschappij, tot 12 miljoen euro in 2010. Op die manier wordt volgend jaar in totaal in een 20-tal miljoen euro voorzien voor initiatieven van ngo’s die zich inschakelen in het bilaterale beleid.

 

Dat heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat men zo meer coherentie heeft en dat men middelen kan gaan mobiliseren op overheidsniveau en op indirect niveau. Het nadeel van zo’n operatie is uiteraard dat de kritische functie van ngo’s misschien in het gedrang komt omdat hun financiële kracht afhankelijk wordt van de mate waarin zij zich inschakelen in de bilaterale samenwerking.

 

Dat is een voordeel en dat is een nadeel. Ik wil dat toch aanstippen als kritisch punt; dat is een keuze die u maakt in uw beleid, wat niet noodzakelijk onze keuze is.

 

01.146 Minister Charles Michel: Mijnheer De Vriendt, volgens mij is uw analyse qua eventueel nadeel verkeerd. Vandaag krijgen de ngo’s voor hun projecten in ontwikkelingssamenwerking 80 % publieke financiering. Het saldo van 20 % komt van andere financiering. Dat geeft hun toch de gelegenheid om kritisch te zijn. Dat is een eerste argument.

 

Een tweede argument is het feit dat de ngo’s vrijwillig handelen; zij zijn niet verplicht om projecten in te dienen op deze basisallocatie. Vandaag al is de financiering van ngo’s voor 80 % publieke financiering. Zij hebben toch de gelegenheid, en dat is positief, om zeer kritisch te zijn tegenover de Belgische regering in sommige gevallen, of tegen andere regeringen in de wereld. Ik denk dat uw analyse op dit vlak verkeerd is.

 

01.147  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik vrees dat wij van mening verschillen, maar dat is niet erg want dat maakt deel uit van het debat.

 

Als ngo’s in meerdere mate dan vroeger voor hun inkomsten en financiële middelen afhankelijk worden van de mate waarin zij zich inschakelen in de bilaterale samenwerking, dan denk ik dat dit een zeker risico met zich meebrengt.

 

U zegt dat ngo’s ervoor kiezen en dat vrijwillig doen, maar u weet evengoed als ik dat ngo’s het financieel moeilijk hebben en geneigd zijn zich in te schakelen in een publieke financiering. Als u daaraan bepaalde voorwaarden koppelt — niet volledig of niet in grote mate, dat geef ik toe, maar u gaat wel die richting uit — dan vrees ik dat dit een zeker risico met zich meebrengt.

 

Een volgend punt is waardig werk, mijnheer de minister. Waardig werk ontbreekt quasi in uw beleidsnota. De problematiek van waardig werk is zeer urgent. De helft van alle werkende mensen verdient minder dan anderhalve euro per dag. De basisrechten van werknemers in zeer veel armere landen worden met voeten getreden. De recente financiële crisis heeft aan dat alles geen goed gedaan; 59 miljoen werknemers zijn hun job kwijtgespeeld en het aantal personen dat werkt maar tegen een inkomen dat zich onder de armoedegrens situeert, is drastisch gestegen. Waardig werk kan daar eigenlijk een antwoord op zijn.

 

In uw beleidsnota spreekt u daar niet echt heel uitgebreid over. Toch zijn er internationale campagnes van ngo’s aan de gang. Dit Parlement heeft trouwens een resolutie goedgekeurd inzake waardig werk. Het is dus jammer dat u daaraan zo weinig aandacht besteedt.

 

Ik heb een vraag over de begroting, over de mate waarin volgens u de financiële bijdrage in de strijd tegen de klimaatverandering, van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking moet komen. De afgelopen weken zijn daarover discussies geweest. Het heeft uiteraard te maken met de begroting van 2010. Ik hoop dat de regering in 2010 een aantal uitgaven op het vlak van de strijd tegen de klimaatopwarming zal doen.

 

Wat is uw ideologische keuze, mijnheer de minister? De doelstelling van 0,7 % wordt gehaald, maar als dat percentage wordt gehaald rekening houdend met de mogelijkheid dat dat geld onder meer wordt gebruikt om de strijd tegen de klimaatopwarming aan te gaan, dan denk ik dat wij verkeerd bezig zijn. Ten tijde van het vastleggen van de doelstelling van de 0,7 % was de strijd tegen de klimaatopwarming nog niet echt een issue, zeker niet in regeringskringen. Wij kunnen dus eigenlijk zeggen dat dit een bijkomende opdracht is en dat vereist bijkomende middelen. Het zou dus niet correct zijn om niet in bijkomende middelen te voorzien. Het gaat hier immers over een soort ecologische schuld van de landen van het Noorden die een historische verantwoordelijkheid hebben en die als eerste inspanningen moeten doen om de CO2-uitstoot en de uitstoot van broeikasgassen naar beneden te halen. Dat is een bijkomende opdracht die bijkomende middelen vereist.

 

U hebt een uitspraak gedaan die nogal problematisch is, namelijk dat middelen uit het budget voor Ontwikkelingssamenwerking kunnen worden gehaald. Dat was niet de optie van de voorbije jaren. Daarover had ik graag meer duidelijkheid van u gekregen.

 

Een voorlaatste punt, mijnheer de minister, gaat over beleidscoherentie. Dat is mijn stokpaardje, omdat ik er innig van overtuigd ben dat hoe hoog het budget van Ontwikkelingssamenwerking ook is, dat allemaal weinig zin heeft als de internationale handelsverhoudingen zodanig zijn opgesteld dat ze zeer weinig kansen op ontwikkeling aan landen uit het Zuiden geven. U als liberaal moet weten dat de vrije markt uiteraard een aantal voordelen heeft en een bepaalde dynamiek creëert, maar er moet flexibiliteit zijn. Het kan niet dat zwakke economieën worden blootgesteld aan concurrentie uit het Noorden en worden platgewalst door het Noorden of door overgesubsidieerde producten uit Europa. Ik denk dat daar absoluut een correctie nodig is.

 

Ik zie dat minister De Crem instemmend aan het knikken is.

 

01.148 Minister Pieter De Crem: (…)

 

01.149  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ah, u was met iets anders bezig. Geen probleem.

 

Beleidscoherentie voor ontwikkelingslanden blijft belangrijk en volgens mij komt dat iets te weinig aan bod in uw beleidsnota, mijnheer de minister. De minister van Buitenlandse Zaken is ook aanwezig.

 

Enkel door beleidscoherentie te voorzien kunnen we Ontwikkeling fundamentele kansen geven.

 

Tot slot, mijnheer de minister, een punt over de mensenrechten. De vorige minister van Buitenlandse Zaken heeft zich zeer vaak publiek uitgesproken over mensenrechten, bijvoorbeeld in de DR Congo, met wisselend succes. Er was een groot debat over de efficiëntie daarvan. Ik wil u toch vragen, mijnheer de minister van ontwikkelingssamenwerking, welke garanties u kan bieden opdat mensenrechten, democratisch bestuur en corruptie deel zullen uitmaken en blijven uitmaken van de politieke dialoog met de partnerlanden? In hoeverre zal u daar blijvend de nadruk op leggen?

 

Specifiek wil ik ook aandacht vragen voor de rechten van het kind omdat het een problematiek is die specifieke aandacht vereist. Het moet verder gaan dan een louter transversale benadering. Het moet zeer specifiek, heel concreet en fundamenteel zijn. Dat missen wij in de voorliggende documenten.

 

Ik wil nog een aantal vragen en bedenkingen meegeven op het vlak van Defensie. Er is een beleidsnota van veertien pagina's en een begroting die weinig nieuws bevat, maar sta mij toe om daarover toch een aantal vragen te stellen. Specifiek rond de begroting merken wij dat het Rekenhof fundamentele kritiek geeft over de manier waarop u met het budget van buitenlandse operaties omgaat. U creëert totale onduidelijkheid over de kostprijs van buitenlandse operaties die België aangaat. In het verleden heeft u een aantal cijfers genoemd die door het Rekenhof werden tegengesproken. Voor 2009 spreekt het Rekenhof voor de buitenlandse operatie in Afghanistan over een kostprijs van 76 miljoen euro. In uw documenten die ter stemming voorliggen, geeft u een cijfer van 88,9 miljoen euro voor álle buitenlandse operaties, dus niet alleen Afghanistan. Dat kan niet, mijnheer de minister. Er is een probleem van transparantie. Dat geeft het Rekenhof ook aan. Zij herhalen dat er opnieuw, voor het zoveelste jaar op rij, geen gedetailleerde tabel beschikbaar is met de financiële details per operatie.

 

Ik ben daar mee begonnen omdat de buitenlandse operaties in uw begroting, in uw beleidsnota, in uw beleid en in uw visie de hoofdmoot uitmaken van wat de Belgische Defensie moet zijn.

 

Er zijn twee soorten buitenlandse operaties. We kunnen evolueren naar een Belgisch leger dat zich voluntaristisch inschakelt in humanitaire vredesoperaties, of we kunnen gaan naar een Belgisch leger dat zich inschakelt in militaire operaties, met een hoger risico. U kiest voor dat laatste. Uw Afghanistan-beleid is daar een zeer duidelijke illustratie van. Dat slorpt zeer veel geld op. Ik hoop dat wij binnenkort, zoals aangekondigd, een groot parlementair debat zullen voeren over de Afghanistan-opties van deze regering, want het gaat daar niet de goede kant uit. Ik zeg daarmee niets nieuws, maar ik herhaal het toch nog maar eens, omdat ik niet de indruk heb dat dit besef is doorgedrongen bij de leden van de federale regering, die zeer weinig kritisch staan ten opzichte van de strategie die daar is gevoerd en de strategie die daar nu nog altijd wordt gevoerd.

 

Ik wil het eigenlijk niet hebben over het diplomatiek aspect, over de noodzaak om tot een politiek proces te komen, politieke onderhandelingen met gematigde Taliban, en dergelijke. Dat zijn opties die door de VN op tafel worden gelegd en die ondertussen al bijna mainstream geworden zijn. Wij hebben dat twee jaar geleden al op tafel gelegd. Toen werden wij weggelachen. Gaan praten met de Taliban? Waar zaten we met onze gedachten! Neen, ze moesten gebombardeerd worden. Dat is de beleidsoptie die u hebt gekozen. Nu merken wij dat er toch een consensus over begint te ontstaan dat dit eigenlijk niet de aangewezen weg is om tot een oplossing te komen in Afghanistan. Er is dus meer nodig: de diplomatieke rol van Pakistan in beschouwing nemen, het politiek proces opstarten intern in Afghanistan, maar zeker ook wederopbouw en ontwikkeling. Dat is mijn punt.

 

In de voorbije weken heb ik tijdens de begrotingsbesprekingen telkens gevraagd hoeveel geld er besteed zou worden in 2010 aan wederopbouw en ontwikkeling in Afghanistan, aan ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan. Mijnheer de minister van Ontwikkelingssamenwerking, u hebt geantwoord dat er op dit moment 12 miljoen euro vastligt voor 2010. Voor 2009 bedroeg de kostprijs voor de militaire component al 76 miljoen euro.

 

Heren ministers, laat ons dus toch stoppen met die hypocrisie dat we een evenwicht moeten bereiken tussen de militaire inspanningen en de civiele inspanningen in Afghanistan, als u het in uw budget voor 2010 niet bewijst, maar het bij woorden houdt. U blijft vasthouden aan dat immens groot onevenwicht tussen de inspanningen op militair vlak en de inspanningen op civiel vlak: 76 miljoen euro versus 12 miljoen euro. Waarover hebt u het dan als u zegt dat er in Afghanistan aan wederopbouw moet worden gedaan, aan ontwikkeling en dergelijke?

 

Minister Michel heeft toen ook geantwoord dat er een probleem is omdat de Afghaanse regering niet betrouwbaar is. We moeten weten in welke mate die regering de corruptie aanpakt, en zo voort.

 

Er is uiteraard een andere weg mogelijk, mijnheer de minister. Er is de indirecte, de multilaterale weg. U kunt perfect bepaalde VN-programma’s financieel beter gaan ondersteunen dan de mate waarin u dat nu doet. U kunt los van de Afghaanse overheid werken aan projecten rechtstreeks naar de Afghaanse bevolking. Dat is hetgeen wij zullen moeten doen als wij die operatie tot een goed einde willen brengen, de hearts en minds veroveren van de Afghaanse bevolking. Dit betekent meer geld voor wederopbouw, meer geld voor civiele ontwikkeling en dat weerspiegelt zich niet in het budget dat hier voorligt en waarover wij hier nu zullen moeten stemmen. Terwijl president Obama zegt dat hij een search wil doorvoeren, niet alleen militair, maar ook civiel, dan hobbelt de Belgische federale regering achterop en neemt zij niet de keuzes die nodig zijn in de federale begroting 2010. Dat is bijzonder jammer. Men volhardt in de boosheid, maar men gaat verder dan dat.

 

De begroting 2010 neemt niet alleen niet de correcte opties wat betreft Afghanistan, neen, zij kiest er ook expliciet voor om in te zetten op militaire operaties en civiele operaties nog te gaan afbouwen. Er is sprake van een afbouw in Libanon, Kosovo en er is geen sprake van het willen nemen van een engagement in de grote humanitaire conflictgebieden die wij vandaag de dag kennen zoals Congo of Soedan. Er is geen sprake van een engagement van deze federale regering om bijvoorbeeld te zeggen dat wij met de Belgische regering de MONUC-vredesmacht in Congo – hun mandaat loopt af einde van dit jaar – mee zullen versterken. Wij gaan diplomatiek aan de kar trekken om in dat humanitair rampgebied Oost-Congo mee te gaan interveniëren onder een VN-paraplu. U neemt die optie niet. Neen, u volgt laks het dogma, het credo van het moeten verhogen van de credibiliteit van België binnen NAVO-kringen. Hoe kunt u dat doen, mijnheer de minister? Door ondertussen 6 F-16’s te sturen naar Kandahar. Door militairen te sturen. Door opleidingsteams te sturen naar Kunduz, Belgische militairen die meevechten op het terrein, iets wat u tot voor kort altijd hebt ontkend. U bent echter door de realiteit tegengesproken en trouwens ook door uw ambtsgenoot Hillary Clinton van de Amerikaanse regering. U wordt eigenlijk voorbijgehold door de feiten en u neemt niet de beleidsopties die nodig zijn.

 

Dat is het voor de buitenlandse operaties. Ik verwijs ook naar het debat dat wij al hebben gevoerd in commissie en dat wij nog zullen voeren in dit Parlement.

 

Ik heb nog twee korte punten en dan sluit ik af. Inzake Defensie bent u erin geslaagd om uw hervormingsplan-De Crem dan toch te laten goedkeuren door de regering. Chapeau daarvoor, het was een hobbelig parcours met het verzet vanuit Franstalige liberale kringen binnen uw regering. Maar niettemin hebt u dat erdoor gesleurd.

 

En eigenlijk is mijn voorzichtige conclusie dat de Franstalige liberalen toch wel bakzeil hebben moeten halen, tenzij dat Bastogne toch nog zou gered worden. Ik weet niet of daar al duidelijkheid over bestaat.

 

Het grote punt, mijnheer de minister, is dat hoe positief uw hervormingsplan misschien wel kan zijn, een vermindering van het aantal personeelsleden veronderstelt nu eenmaal logischerwijze een vermindering van infrastructuur, toch vertoont het een groot gebrek. Dat gebrek is de totale afwezigheid van de sociale component, met sociale begeleiding en sociaal overleg. Het sociaal overleg hebt u niet, of zeer gebrekkig en veel te laat gevoerd. De begeleiding voor de militairen die van kazerne moeten verhuizen is er nog altijd niet. U moet daarover nog in overleg gaan, terwijl wij echter van een sociale regering en een sociale minister zouden verwachten - we weten dat jullie dat niet zijn - dat eerst de sociale component verzorgd wordt en dan pas uw hervormingsplan op tafel wordt gelegd in het Parlement en de regering. U hebt dat niet gedaan, u hebt gekozen voor de omgekeerde weg.

 

Dat heeft u zeer veel weerstand opgeleverd, niet alleen bij progressieven, mijnheer de Crem, niet alleen bij Franstalige liberalen, niet alleen bij mensen waaraan u lak hebt, maar ook bij de militairen zelf. Het is toch bijzonder grappig dat de militairen, bij wie u zo hoopte te scoren, uiteindelijk gaan betogen en in verzet komen tegen uw plannen. Het is niet alleen de obligate socialistische vakbond, het is ruimer dan dat. Er worden pamfletten opgehangen in uw kazernes die ingaan tegen uw hervormingsplan. Dat is bijzonder jammer, u had dat echt kunnen vermijden, maar u hebt dat niet gedaan.

 

Een laatste punt dat ik wil aanhalen is de vrijwillige legerdienst. De vrijwillige legerdienst is nog zo’n beslissing die u erdoor wil krijgen. Het is inderdaad beslist, mevrouw Vautmans, maar het Rekenhof maakt daar toch ook wel een opmerking bij. Het punt is dat die vrijwillige legerdienst eigenlijk nergens in de tabellen staat. Is dat nodig? Uiteraard is dat nodig, aangezien er twee grote problemen zijn met die vrijwillige legerdienst.

 

U bent ten eerste van plan om jongeren, die zich inschakelen in de vrijwillige legerdienst, na één jaar al op een buitenlandse militaire operatie te sturen. Dat is veel te vroeg voor ons. Dat betekent dat die jongeren geen voldoende sterke opleiding zullen genoten hebben alvorens naar het buitenland te gaan, aangezien u de nadruk legt op militaire operaties met een groot risico. Ik vind dat toch bijzonder problematisch.

 

Opnieuw geeft u hier blijk van het miskennen van de belangen van de militairen zelf, mensen die u in de eerste plaats zou moeten verdedigen.

 

01.150  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega De Vriendt, ik hoor de minister en ook de fractieleider van Open Vld vlug zeggen dat het beslist is, naar aanleiding van uw openingszin over de vrijwillige legerdienst. Mijnheer de minister, ik vraag mij af wat er beslist is.

 

Niet langer dan een paar uur geleden vroeg ik aan de minister van Werk hoe de vrijwillige legerdienst is geregeld in het KB inzake werkloosheid, dat u moet toelaten om de eersten van de achthonderdtachtig kandidaten die aan uw poort staan te kloppen, binnen te laten. De minister antwoordde dat de regering daarover nog nooit had overlegd. Misschien kunt u nu overleggen. Ik laat u nog even overleggen en dan moet u straks maar antwoorden, mijnheer de minister.

 

01.151 Minister Pieter De Crem: Ik kan u wel zeggen dat alle bevoegde ministers het ontwerp ondertekend hebben na de Ministerraad. Het is opgestuurd naar degene die moet medeondertekenen en het heeft kracht van wet.

 

01.152  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer De Crem, u herhaalt wat u al heeft gezegd. Het ontwerp is inderdaad ondertekend De kernvraag is of werkzoekenden zonder risico kunnen instappen in uw systeem van vrijwillige legerdienst? Het antwoord is bij mijn weten nee.

 

Ik heb in de commissie gevraagd hoe het zit met de aanpassing van het KB inzake werkloosheid. Ik heb de vraag gesteld zoals ik ze hier heb gesteld. Kunnen werkzoekenden zonder risico op sanctie wegens onbeschikbaarheid, deelnemen aan de vrijwillige legerdienst?

 

Ik lees in het antwoord dat u gaf in de commissie dat u van minister Onkelinx een positieve reactie hebt gekregen. Verder lees ik: “De Ministerraad heeft beslist dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. De opvolging van dat aspect is een taak van de specialisten binnen de kabinetten van de respectieve ministers. De beschikbaarheid is geen probleem, want de eerste zes maanden is het mogelijk defensie te verlaten binnen drie dagen, een heuse luxesituatie”. Dat was uw antwoord.

 

Aan de minister van Werk vroeg ik uitleg omtrent de aanpassing van het desbetreffende KB. Een aanpassing moet immers wel, want een werkloze kan geen drie dagen wachten of kan het zich niet permitteren om naar het buitenland te gaan. Een werkloze kan, gelet op de huidige reglementering, niet instappen in uw systeem. De minister van Werk zei vijf uur geleden dat daarover nog nooit is gesproken in de Ministerraad.

 

De voorzitter: Mijnheer Bonte, dat is weer een voorbeeld van een zeer bondige en puntige onderbreking.

 

De heer De Vriendt staat op het spreekgestoelte. Ik heb daarnet gevraagd om, als u onderbreekt, dit puntig te doen. Dat is de zin van een debat. U houdt echter een redevoering.

 

Mijnheer Bonte, u hebt uw punt gemaakt. Ik geef nu het woord aan mevrouw Vautmans voor een onderbreking. Daarna geef ik opnieuw het woord aan de heer De Vriendt, waarna de regering kan antwoorden.

 

01.153  Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, wij hebben over het punt in kwestie in de commissie urenlang gesproken. De heer Bonte is even binnengesprongen. Hij moest nog een andere commissie bijwonen.

 

Vorige week hebben wij in plenaire vergadering gedurende tweeënhalf uur gedebatteerd over dit onderwerp en werden precies dezelfde uiteenzettingen gehouden. Ik heb er geen probleem mee om de nacht door te werken, maar er moet wel een zinvol debat worden gevoerd en niet een herhaling van wat vorige week reeds werd uiteengezet.

 

01.154  Hans Bonte (sp.a): Waar is het koninklijk besluit? Dat is mijn enige vraag.

 

De voorzitter: Mijnheer De Vriendt, wil u uw betoog afronden? Daarnet heeft uw fractieleider gezegd dat de latere uiteenzettingen van de fractie van Ecolo-Groen! beknopt zouden zijn. Ik heb de tijd gemeten. U bent nu drie kwartier op het spreekgestoelte. Nog een geluk dat uw uiteenzetting beknopt is, want wat zou dat anders wel niet geven? Ik laat u nu echter de kans om af te ronden. U speelt het niet correct.

 

01.155  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, mevrouw Vautmans, ik stel mijn vragen omdat wij er tot op heden nog geen afdoend antwoord op kregen.

 

Neemt u het mij niet kwalijk, maar de toelichting van de heer Bonte bewijst dat er nog heel veel vragen resten die niet door de minister werden beantwoord.

 

Mijnheer de voorzitter, ik kom tot mijn laatste punt, met name de vrijwillige legerdienst en de vorming in dat verband.

 

Mijnheer de minister, het probleem is dat de vorming die u binnen het kader van de vrijwillige legerdienst geeft, niet breed genoeg is, hoewel deze als een sociale maatregel naar voren wordt geschoven. Bovendien komt de vorming overeen met deze die aan beroepsmilitairen in opleiding wordt gegeven.

 

Nochtans, mijnheer de minister, kunt u verwachten dat niet alle jongeren die aan de vrijwillige legerdienst zullen deelnemen, in het leger zullen blijven. Het zal om laaggekwalificeerde jongeren met een moeilijke opleiding en weinig kansen op de arbeidsmarkt gaan. Mocht u dus echt van uw departement een sociaal departement willen maken, zou u aan de vrijwillige legerdienst een sociale component kunnen toevoegen door in een brede opleiding te voorzien. Op die manier zouden de betrokken jongeren beter gewapend op de privéarbeidsmarkt terechtkunnen.

 

U hebt altijd verklaard dat er nog koninklijke besluiten zouden volgen.

 

Mijnheer Versnick, het spijt mij, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Is de minister al dan niet van plan om de vrijwillige legerdienst door te voeren?

 

Wij voeren thans een begrotingsbespreking. Ik wil weten wat het standpunt van de minister is en dat heeft hij nog niet gegeven. Ik deed nogmaals een poging. Wil hij niet antwoorden, dan zal ik na het reces in de commissie uiteraard nog een poging moeten doen. Ik zal dat doen, tot wij, parlementsleden, een antwoord krijgen op onze vragen.

 

Het is niet omdat de meerderheid er blijkbaar een gewoonte van maakt parlementaire debatten op een drafje af te afhandelen dat onze fractie zich aan voornoemde gewoonte moet houden.

 

Mevrouw Vautmans, de begroting 2010 afhandelen zonder de aanwezigheid, sinds 17.00 uur deze namiddag, van de eerste minister, dat kan niet. Een dergelijk debat kan net zo goed een dag of twee dagen vergen om iedereen aan bod te laten komen, teneinde er minstens voor te zorgen dat de ministers antwoorden op onze vragen.

 

Dat is nog niet het geval geweest. Vandaar onze herhaalde pogingen. We blijven volhouden.

 

De voorzitter: Ik wil alleen vaststellen dat we bezig zijn met het deel Buitenlandse Zaken, Landsverdediging en Ontwikkelingssamenwerking en dat de drie bevoegde leden van de regering op post zijn: de vicepremier, de minister van Begroting en de staatssecretaris van Begroting. We kunnen er een karikatuur van maken, maar er zijn grenzen aan alles.

 

Mijnheer De Groote, ik begrijp dat u gehaast bent, maar de volgorde heeft nog zijn rechten. De heer Stevenheydens krijgt eerst het woord.

 

In der Beschränkung zeigt zich der Meister.

 

01.156  Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer de minister van Landsverdediging, tijdens de bespreking in de commissie heb ik de wanverhouding aangekaart tussen enerzijds, de forse vermeerdering van het budget voor de buitenlandse operaties en anderzijds, de forse besparingen die u volgend jaar wil doorvoeren bij Landsverdediging. Onze fractie is goed geplaatst om hierop kritiek te geven, want wij hebben in het verleden nooit gepleit voor besparingen of afslankingen bij Landsverdediging, integendeel. Het Vlaams Belang heeft herhaaldelijk gepleit voor een hoger defensiebudget. Van alle NAVO-landen die over een leger beschikken, besteedt België na Luxemburg het kleinste percentage aan defensie-uitgaven in vergelijking met het bruto binnenlands product. Enkele jaren geleden werd beslist dat elke Europese lidstaat minstens 2 % van het bbp aan defensie zou moeten besteden.

 

Tijdens de bespreking in commissie kwam ook vanuit de meerderheid kritiek op de besparingen die u wil doorvoeren. Het in februari van dit jaar gepubliceerde NAVO-rapport over defensie-uitgaven toont aan dat België met 1,1 % uitgaven van het bbp voor defensie in Europa helemaal achteraan huppelt. Litouwen doet het even slecht als ons en alleen Luxemburg geeft, zoals juist gezegd, nog minder uit. Die vermindering van het budget voor defensie in verhouding tot het bbp is niet nieuw. In 1993 gaf ons land nog 2 % uit. Nadien verminderde dat stelselmatig. De vraag rijst of we door de besparingen voor de volgende jaren wel aan onze internationale verplichtingen zullen kunnen voldoen.

 

Mijnheer de minister, enerzijds wil u fors besparen om de beste leerling te zijn in de federale regering, maar anderzijds gaat het budget voor de buitenlandse operaties fors omhoog, om ook daar de beste leerling van de klas te zijn. Het budget voor de buitenlandse operaties gaat fors omhoog, maar niet voor allemaal. In feite gaan vooral de uitgaven voor de operaties in Afghanistan omhoog. Enkele andere buitenlandse operaties worden volgend jaar afgebouwd om toch maar geld vrij te maken om onze aanwezigheid in Afghanistan te versterken.

 

Momenteel is een van de belangrijkste discussiepunten wat we het komende jaar in Afghanistan zullen doen. We hebben vernomen dat u de operatie in 2011 wil verlengen, hoewel de regering zich daar nog over moet uitspreken. De evaluatie van de operaties, die al verschillende keren gevraagd en ook beloofd is, blijft echter uit. President Obama heeft enkele weken geleden beslist nog eens 30 000 Amerikaanse militairen te sturen en vroeg tegelijkertijd een extra inspanning van Europa. Wij stellen vast dat de Europese bondgenoten de strategie van de Amerikaanse president enkel mogen aanhoren. We hebben geen andere rol dan wel of niet instemmen met het zenden van extra troepen.

 

We menen dat u dringend een evaluatie dient voor te leggen. Mijnheer de minister, ik heb in het voorbije jaar en de voorbije maanden dikwijls vragen gesteld in de commissie. In Afghanistan gaat het van kwaad naar erger. De drugsteelt en de handel, die zo belangrijk zijn voor de taliban, is nog steeds geen beslissende slag toegebracht. De corruptie viert hoogtij. De presidentsverkiezingen waren een farce. In een ander land zou iemand als Karzaï na zijn bedrog bij de verkiezingen niet meer in aanmerking komen om het land te besturen.

 

Het opleiden van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie-eenheden is op zichzelf een goede zaak, mits het uiteraard zou gaan om betrouwbare soldaten en politieagenten. We zitten daar echter niet in een Europees land. Ik heb enkele weken geleden al vragen ingediend, die waarschijnlijk in januari zullen beantwoord worden, over het aantal gevallen van desertie in het Afghaanse leger. Een groot aantal deserteert en vanuit de taliban wordt er geïnfiltreerd. Met andere woorden, de vrees bestaat dat wij onder meer de taliban of een toekomstig deel van de taliban beter aan het opleiden zijn om het militair conflict nog jaren voort te zetten.

 

De voortzetting van ons engagement in Afghanistan kan volgens ons enkel als er klaarheid wordt gegeven over de strategie voor het komende jaar. Bestaat er tussen de bondgenoten wel voldoende eensgezindheid over hoe men de oorspronkelijke doelstellingen wil halen, namelijk het bestrijden van het internationaal terrorisme en het in staat stellen van de Afghanen hun land zelf te besturen?

 

Tegenover de forse besparingen van 97 miljoen euro voor Defensie is het gepast om even het kostenplaatje van de operaties in Afghanistan te vermelden. In 2002 begon dat met een half miljoen euro. In 2004 en 2005 liep dat op tot respectievelijk 32 en 33 miljoen euro. In 2009, dit jaar, werd het geschat op 50 miljoen. Ondanks de kritiek van het Rekenhof staan de operaties niet gesplitst vermeld en wordt er geen gedetailleerd overzicht gegeven van het bedrag dat u bestemt voor de buitenlandse operaties, maar u hebt, mondeling, tijdens de bespreking van de beleidsnota toegegeven dat u 54 miljoen euro netto of bruto 109 miljoen euro uittrekt voor de operaties in Afghanistan volgend jaar.

 

De vermeerdering van het budget voor de operaties in Afghanistan staat in schril contrast met de vermindering van de budgetten voor andere buitenlandse operaties. Ik denk bijvoorbeeld aan Libanon. We zijn daar dit jaar geweest en vastgesteld dat onze militairen daar goed werk verrichten. Vanaf eind februari worden de manschappen ginder met twee derde verminderd. Van de huidige 240 militairen zullen er eind februari 2010 slechts 80 overblijven. Ontmijnen is een werk van lange adem. Door de verminderde belangstelling voor Libanon en door de economische crisis worden er minder fondsen gevonden om dat werk door civiele partners voort te zetten. Dat toont nog maar eens aan dat men in crisistijd niet op defensie mag besparen. Ons werk van de afgelopen jaren in Libanon dreigt in vergetelheid te geraken, terwijl we daar nog niet halfweg zijn met het ontmijningswerk.

 

01.157  Hilde Vautmans (Open Vld): Ik kan uw toespraak in het verslag van de commissievergadering volgen. U zit nu ongeveer aan een derde. Zult u gewoon heel uw betoog uit de commissie letterlijk overnemen? De minister heeft toen wel degelijk op de vragen geantwoord.

 

01.158  Bruno Stevenheydens (VB): Mevrouw Vautmans, ik zal een deel van mijn kritiek wel herhalen. Volgens u heeft de minister wel geantwoord, maar volgens mij niet. Soms heeft hij helemaal niet goed geantwoord. Een van de belangrijkste opmerkingen – daarom dat ik er gedetailleerd over doorboom – is het feit dat hij ons maanden een evaluatie beloofde van onze inspanningen in Afghanistan. Als daar zo’n kostenplaatje tegenover staat, dan meen ik dat die evaluatie dient voorgelegd te worden aan het Parlement, aan de commissie vóór over de beleidsnota en de begroting wordt gestemd.

 

01.159  Hilde Vautmans (Open Vld): Mijnheer Stevenheydens, u weet zeer goed dat op mijn voorstel…

 

01.160  Bruno Stevenheydens (VB): Op uw voorstel? Excuseert u mij.

 

01.161  Hilde Vautmans (Open Vld): Mag ik uitspreken? Het is op mijn voorstel dat we een debat, samen met de buurlanden, zullen voeren over de rol in Afghanistan. Die brief heb ik geschreven in oktober en die is op de Conferentie van voorzitters besproken. De twee voorzitters van de commissies voor de Landsverdediging en de Buitenlandse Betrekkingen werken een initiatief uit. Zij hebben mij verzekerd dat begin volgend jaar het debat hier in Brussel met de buurlanden zal doorgaan. Dat zal een interessante debat worden, mijnheer Stevenheydens.

 

01.162  Gerolf Annemans (VB): Mijnheer de voorzitter, men heeft het recht om op dat spreekgestoelte te zeggen wat men wil en hoeft niet berispt te worden door mevrouw Vautmans, omdat zij zelf nog andere plannen heeft of zal ontplooien, over wat men daar mag zeggen of niet mag zeggen.

 

De voorzitter: Ik heb de opmerking van mevrouw Vautmans niet begrepen als een berisping, maar als een vaststelling.

 

01.163  Gerolf Annemans (VB): Het was geen berisping, maar een vaststelling? Verdedigt u nog wat hier gebeurt? Ik had kunnen denken dat u achter Vautmans zou staan. U kunt trouwens niet anders.

 

De voorzitter: Mijnheer Annemans, alsjeblieft. Mevrouw Vautmans zegt gewoon dat de heer Stevenheydens identiek hetzelfde zegt als in de commissie. Dat wordt niet tegengesproken. Hij mag dat herhalen. Als u dat interessant vindt, mag hij dat herhalen.

 

01.164  Gerolf Annemans (VB): Indien in uw reactie nog maar een halve gram afkeuring zou zitten van afkeuring van wat door de heer Stevenheydens wordt gezegd, zeg ik bij deze: hij zegt wat hij wil, en als u niet oppast, zal hij dat nog anderhalf uur lang doen in mijn opdracht.

 

De voorzitter: Het is toch goed dat u ondertussen naar de vergadering teruggekomen bent, mijnheer Annemans.

 

(Rumoer)

(Brouhaha)

 

De heer Stevenheydens heeft het woord.

 

(Rumoer)

(Brouhaha)

 

Dit is mooie televisie voor morgen.

 

01.165  Bruno Stevenheydens (VB): Het is moeilijk om er met mijn decibels bovenuit te komen.

 

Ik moet u tegenspreken, mijnheer de voorzitter. Ik zeg deels hetzelfde van wat ik in de commissie gezegd heb. Ik zeg ook een aantal andere dingen. Nogal een geluk dat ik hetzelfde zeg als in de commissie. Dat kan niet van iedereen gezegd worden.

 

Om er nog eens op terug te komen, mevrouw Vautmans, ik heb in de maand oktober – u was toen waarschijnlijk niet aanwezig in de commissie, maar dat is niet belangrijk – een mondelinge vraag gesteld over Afghanistan. Ik heb de minister er toen op gewezen dat het vragenrecht zeer beperkt is en dat het goed zou zijn dat er over Afghanistan een breed debat gevoerd zou worden. De voorzitter van de commissie is daar toen op ingegaan. Nadien hebt u een gelijkaardig voorstel gedaan om samen met de commissie voor de Buitenlandse Zaken een nog veel uitgebreider debat te organiseren.

 

Mij interesseert het niet wie het gevraagd heeft. Maar ik vind het weinig respectvol dat u vindt dat die pluim volledig op uw hoed moet komen en dat voor de rest iedereen moet zwijgen in de plenaire vergadering. Dat vind ik niet terecht.

 

Ik citeer dezelfde cijfers als in de commissie, om erop te wijzen dat wij die informatie al veel langer hadden gekregen. Wij moeten vandaag over iets belangrijks stemmen. Dat moet gebeuren op het ogenblik dat wij over alle informatie beschikken. Als die vraag zowel door mij als door u al in oktober gesteld is, had men er toch gemakkelijk voor kunnen zorgen dat het debat met de commissie voor de Buitenlandse Zaken al lang georganiseerd was? Ik begrijp niet waarom we voor zo’n belangrijke kwestie als Afghanistan twee maanden moeten wachten.

 

Mijnheer de minister, in de beleidsnota van vorig jaar voorzag men in een bedrag van 65 miljoen euro om de kosten van de buitenlandse operaties te dekken. In de beleidsnota van dit jaar wordt in een netto bedrag van 89 miljoen euro voorzien. Dat is een vermeerdering van 40 % met het jaar ervoor en 50 % met de jaren daarvoor. Een forse vermeerdering voor de operaties, terwijl Defensie moet besparen.

 

U hebt vanaf uw aantreden terecht gezegd dat u veel meer aandacht aan de buitenlandse operaties zou besteden. Terecht, want onze militairen vervullen op verschillende terreinen uitstekend werk en zijn gespecialiseerd in een aantal belangrijke taken.

 

Het is echter opvallend, mijnheer de minister, dat degenen die de zwaarste inspanningen leveren bij de buitenlandse operaties op het thuisfront hard door het herstructureringsplan worden geraakt.

 

Ik zou verschillende kazernes kunnen citeren. Ik ga er vandaag een vermelden. Ik denk dan vooral aan de manschappen van het eerste bataljon Para in Diest. Het Vlaams Belang blijft achter het behoud van het eerste bataljon Para in Diest staan en meent dat het bijzonder onverstandig is te raken aan de gespecialiseerde waarden van de verschillende paracommando-eenheden. Dat heeft onder meer de uitval van waardevolle mansschappen tot gevolg die men niet vlug zal kunnen vervangen zodat Defensie moeite zal hebben om haar buitenlandse operaties te vervullen.

 

U hebt mij daarop een aantal antwoorden gegeven, tijdens het stellen van een mondelinge vraag. Die antwoorden worden vanuit Diest al een groot stuk weerlegd. Mijnheer de minister, het zijn alleen domme mensen die niet op beslissingen terugkomen. Wij hopen dat er nog altijd een mogelijkheid is dat u op die beslissing terugkomt.

 

Ik heb ook al eerder gezegd dat uw herstructureringsplan communautair geladen is. 15 kwartieren in Vlaanderen worden gesloten en 7 in Wallonië. Uw voorganger deed het nog veel slechter. Hij had beslist tot de sluiting van 25 kwartieren in Vlaanderen en slechts 2 in Wallonië.

 

Toch, dat is opvallend, krijgt u voornamelijk van de meerderheid kritiek, van de Waalse partijen die eisen dat u bepaalde beslissingen met betrekking tot de sluiting van kazernes in Luxemburg terugschroeft. Dat is niet alleen bij woorden gebleven,mijnheer de minister . In de commissie hebben twee leden van de MR zich onthouden bij de stemming van de beleidsnota. Zij gaven u eigenlijk een verwittiging. Zij hebben dat met die woorden ook gezegd.

 

Ik ben benieuwd naar de houding van de MR-ministers in de regering. Steunen zij uw beleidsnota of steunen zij hun partijcollega’s in het Parlement? Dat wil ik graag weten.

 

01.166  Patrick De Groote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, men zegt wel eens dat tijdens de kerstperiode niet wordt geschoten. Welnu, daarnet hebben we toch een staaltje van zwaar geschut gezien. U deed maar alsof, mijnheer de minister? Zeg dat dan!

 

Collega's, in den beginne was er het plan De Crem. Ik heb in de commissies vaak horen zeggen en door sommigen zelfs horen roepen dat De Crem zou inbinden en dat zijn plan moest worden gewijzigd omdat er geen overleg was met de kleurvakbonden! Sommigen vonden zelfs dat hij Pinokkio speelde en zij riepen dat hij loog, dat hij een leugenaar was.

 

Er was een staking. Of er veel volk was of niet, laat ik aan u over. De affiches met 'Stop de Creminaliteit' werden uit de kazernes weggenomen. Nochtans heeft de minister gezegd dat hij het een heel spitsvondig idee vond. Hij stond er zelfs achter. Ik heb in een televisiereportage ook een tank gezien waarop gelukkig stond geschreven: Ik rem voor De Crem. Misschien, collega's, was het woordje “niet” gevallen. Wie zal het zeggen?

 

Mijnheer de minister, uw coalitiepartner binnen de regering, MR, trok ten strijde tegen u. Na die kritiek stel ik vast dat het plan er nog altijd is. Dat constateer ik met vreugde.

 

Hier werden heel wat electorale spelletjes gespeeld, collega’s. Op een bepaald moment heb ik mij in de commissie kwaad gemaakt. Sommige leden vonden dat de kazerne in hun gemeente of provincie moest blijven. Sommigen zijn er nog altijd van overtuigd dat het plan geen doorgang vindt. Zij blijven halsstarrig weigeren. Ik denk meer bepaald aan de uitspraken in de laatste commissievergadering, toen men het had over Bastogne. Collega's, het is niet omdat er geen kazerne is dat men geen historische waarde kan koesteren en respect kan betonen.

 

Mijnheer de minister, u heeft zich gedistantieerd van dit soort provincialisme en dat siert u. Indien u daarop was ingegaan dan waren er helemaal geen besparingen. Ik heb in de commissie gezegd dat alles te maken had met plat cliëntelisme.

 

Ik probeer dit plan te kaderen in een sfeer, maar de sfeer rond dit plan was niet goed.

 

U bent de enige minister in deze regering die op zijn budget bespaart. U koppelt dat aan een efficiëntieverhoging. Intussen voert u ook een activeringsbeleid door middel van de vrijwillige militaire dienst. Daarover werd al voldoende gezegd. Ik zal er niet verder over uitweiden.

 

Landsverdediging moest besparen en heeft dat ook gedaan, met 3,5 % op haar begroting, met name 97 miljoen, en zulks op een structurele basis. Dat meen ik toch te mogen zeggen. De N-VA heeft die hele hervorming van meet af aan gesteund. Wij zijn kritisch geweest op een aantal punten, maar we hebben het gesteund. Dat kan niet van elke oppositiepartij worden gezegd.

 

Natuurlijk hebben wij hier te maken met een hervorming die veel sneller gaat dan voorzien. Dat zult u niet ontkennen. Ook in de commissie heb ik al gezegd, voor degenen die dat volgen, dat een leger nood heeft aan investeringen. Er is geld nodig om onze militairen en burgers veiligheid te garanderen in de operaties. Welnu, de personeelsvermindering is een zaak. De wijzigingen in de organisatiestructuur en de rationalisering van de infrastructuur laten precies toe dat de nodige investeringen kunnen gebeuren. Daarbij wordt er gestreefd naar hogere efficiëntie met voldoende inzetbaarheid in binnen- en buitenland.

 

Ik denk dat iedereen ermee akkoord gaat dat onze militairen in het verleden al heel wat grote veranderingen moesten ondergaan. De ingreep of de operatie die nu wordt doorgevoerd is inderdaad drastisch, maar deze ingreep heeft tot doel om een meer stabiele en zekere toekomst te bieden aan onze militairen. Als wij nu immers halfslachtige maatregelen zouden nemen, dan zal defensie binnen de kortste keren alweer worden geconfronteerd met nieuwe hervormingen. Daarom pleit de N-VA voor een goed uitgebouwd individueel begeleidingsplan. Verschillende sprekers, onder wie de heer De Vriendt en mevrouw Vautmans, hebben daar, onder meer in de commissie, veelvuldig voor gepleit.

 

Wij beseffen dat sommige mutaties sociale gevolgen kunnen hebben. Het is dan ook nodig dat iedere individuele situatie afzonderlijk wordt begeleid.

 

Er zijn natuurlijk ook mutaties die zullen gebeuren zonder dat er een verhuizing plaatsvindt, en dus geen echte sociale gevolgen hebben.

 

In het beleidsplan staat dat de essentiële opdracht van Defensie de deelname blijft aan operaties voor vrede en veiligheid, zowel in het kader van de NAVO, de Europese Unie als de Verenigde Naties. N-VA steunt dat, maar we kunnen er niet omheen, collega’s, dat de veiligheidssituatie eigenlijk grondig veranderd is in vergelijking met vroeger. De snelheid van handelen, flexibiliteit en operationele inzetbaarheid zijn nieuwe kernwoorden geworden. We hebben het in de Commissie vaak gehad over de risico’s op het terrein die verbonden zijn aan die operaties. Daarom durven wij stellen dat het heel belangrijk is om hoge eisen te stellen aan zowel de training als het materieel. De opleiding waar zoveel discussie over geweest is, namelijk OMLT, heeft op het terrein bewezen dat ze efficiënt en degelijk is.

 

Ik wil het hebben over de operaties, ik ga daar niet meer over uitweiden omdat ik daar al uitvoering op in ben gegaan tijdens de voorbije commissies. Wat betreft Libanon wil ik zeggen dat we een traditie hebben op het vlak van de ontmijningsdienst. Het is niet alleen een traditie, maar we beschikken eigenlijk ook over de kennis en expertise die vereist is. Wij zijn ervan overtuigd dat onze partners dat ook heel goed beseffen, en de knowhow die wij ter zake hebben zeker zullen inroepen.

 

Wat betreft Kosovo, is er in samenspraak met de NAVO en de Fransen voorgesteld om de aanwezigheid daar af te bouwen. We moeten ons toch afvragen of er voldoende garanties omtrent de rust in Kosovo zijn.

 

Er zijn een aantal collega’s uitvoerig ingegaan op Afghanistan. Tot eind 2010 blijven wij daar verantwoordelijk voor de OMLT, dat het Afghaanse leger verder begeleidt en ondersteunt, tot spijt van wie het benijdt. Zo te horen van de minister komt daar misschien een verlenging van. Het is voor ons dan ook een goede zaak dat België samen met de NAVO-partners zijn verantwoordelijkheid neemt in Afghanistan, aangezien de stabilisatie van Afghanistan naar mijn mening van groot belang is voor de veiligheid van Europa en de wereld. Afghanistan heeft recht op een toekomst na jaren van terreur en burgeroorlog.

 

Wat ons echt niet zo duidelijk is, is het kostenplaatje. Het kostenplaatje van de buitenlandse operaties is door een aantal collega’s reeds aangehaald. Dat is ook één van de kritieken van het Rekenhof. Ik loop er vlug over. Veel parlementsleden hadden ook kritiek op de snelheid waarmee u de voltooiing van die transformatie wil uitvoeren. Wij zijn het niet eens met die kritiek. Wij willen zekerheid over de uitvoering. Wij willen niet, zoals sommige collega’s, dat er nog aan gesleuteld wordt. Wij hebben al ervaring met akkoorden tussen meerderheid en oppositie en zeker met de regeringsplannen. Vele worden gewoon niet, anders of compleet tegengesteld uitgevoerd dan gepland.

 

Ik heb al eens door een eminent oppositielid van de sp.a in deze Kamer horen zeggen dat hij bijvoorbeeld een minister van Justitie zou willen zien voor twee legislaturen, zodat die eigenlijk de tijd zou krijgen om zijn hervorming in dezelfde geest te kunnen voltooien. Wij kunnen dit natuurlijk niet vastleggen, maar ik begrijp dan ook dat u de snelheid waarmee u de hervorming wilde voltooien hebt gebruikt vooraleer uw mogelijke opvolger alles van uw uitgestippelde beleid gaat terugschroeven.

 

Voor N-VA blijft evenwel een grote bezorgdheid en het zal in de toekomst een zeer belangrijk criterium zijn om de uitvoering van de hervorming van het leger te evalueren. En dat is de individuele begeleiding van de militairen. Wij zullen deze begeleiding op de voet volgen. Wij kijken ook uit naar het debat met betrekking tot gemengd loopbaanconcept. Ik hoop dat de individuele begeleiding bij de voltooiing van de transformatie op een ernstige manier gebeurt. Ik vind het eigenlijk wat spijtig dat de mensen van de oppositie die het goed menen, alsof er anderen zouden zijn, niet echt betrokken worden in het speciale comité dat zich daarvoor engageerde. Wij hopen dat de personeelshervorming leidt tot een evenwichtige leeftijdspiramide. Dat was althans toch de bedoeling.

 

Présidente: Corinne De Permentier, première vice-présidente.

Voorzitter: Corinne De Permentier, eerste ondervoorzitter.

 

Mijnheer de minister, wij kijken uiteraard ook uit naar het debat over Afghanistan, dat u beloofd hebt voor januari.

 

Wat hier nog niemand in de mond heeft genomen en dit is eigenlijk de enige boodschap die ik over Afghanistan wil meegeven in deze dagen van Kerstmis en Nieuwjaar, zijn enkele woorden aan onze militairen zelf. Ik wil hen danken voor hetgeen zij doen in Afghanistan. Dat is zeer nuttig werk. Hun inspanningen zijn niet tevergeefs, zoals sommigen stellen. Hetzelfde geldt ook voor de militairen in Libanon, Kosovo en Afrika.

 

Collega’s, reorganisatie is niet altijd plezant, voor sommigen misschien wel, en soms pijnlijk. In ieder geval meen ik dat grondige legerhervormingen noodzakelijk zijn. Wij hebben, ten eerste, de budgettaire realiteit gehad, met de besparing van 98 miljoen tot gevolg. Ten tweede was er de realiteit inzake het personeel: enerzijds moet het aantal militairen sterk worden ingekrompen, anderzijds moeten we weer aanwerven met het oog op de verjonging van ons leger en moeten we garanderen dat er geen ontslagen meer vallen.

 

Samengevat, onze prioritaire aandacht gaat naar de individuele begeleiding van onze militairen. Wij vragen dus een degelijk sociaal begeleidingsplan. Wij vragen ook dat de mogelijke problemen in verband met de mobiliteit, waarvan wij door onze militairen op de hoogte werden gebracht, worden aangepakt.

 

Mijnheer de minister, ten slotte, ik heb gezegd dat mijn uiteenzetting heel kort zou zijn. Ik ben niet zoals de heer De Vriendt; als ik dat beloof, dan doe ik dat ook. Wij ondersteunen uw beleidsnota vanuit, niet de oppositie, maar vanuit de minderheid. Wij willen die een eerlijke kans geven.

 

Wanneer u straks uw nieuwjaarsbrief moet voorlezen voor de kerstboom, mijnheer de minister, dan moet u daar niet met knikkende knieën staan, want de N-VA geeft u voor de beleidsnota een degelijk kerstrapport.

 

01.167  Hilde Vautmans (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ik wil heel graag de heer De Groote bedanken. Hij heeft hier, ook al is het op dit late uur, één punt aangehaald, namelijk dat wij allen in deze kerstperiode even zouden denken aan de militairen die in het buitenland operaties uitvoeren, en aan hun familie.

 

Mijnheer De Groote, u hebt een heel teer punt aangehaald. Alle parlementsleden hier in het halfrond weten perfect hoe goed onze militairen ginds hun job doen. Wij kunnen in deze periode maar beter extra aan hen denken.

 

01.168  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mevrouw de voorzitter, heren vice-eerste ministers, mevrouw de vice-eerste minister, heren ministers, mijnheer de staatssecretaris, ik zal op dit late en gevorderde uur niet terugkomen op het debat dat wij in de commissie voor de Ontwikkelingssamenwerking hebben gevoerd. Ik zal niet terugkomen op het debat dat wij in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen met de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Yves Leterme, hebben gevoerd. Ik kom wel terug op het debat dat wij in de commissie voor de Landsverdediging hebben gevoerd.

 

Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, uiteindelijk wil ik mijn uiteenzetting echter om twee redenen tot u richten.

 

De eerste reden is dat ik op mijn uiteenzetting die ik in de commissie voor de Landsverdediging over Afghanistan heb gegeven, van de minister van Defensie geen antwoord heb gekregen. Normaal gezien zou ik mijn betoog tot hem hebben gericht. Sinds hij vorige week naar de Verenigde Staten is gereisd en er na zijn gesprek met zijn Amerikaanse collega van Defensie publiek te kennen heeft gegeven dat hij een voorstander van de verlenging van de operatie in Afghanistan is, stel ik echter vast dat ik mijn Latijn niet langer aan minister De Crem hoef te verspillen.

 

Ik richt mij tot u. Ik heb intussen immers vernomen dat de regering minister De Crem terecht heeft gewezen. Het officiële standpunt van de regering is dat zij wacht op de internationale vergadering van eind januari 2010 in Londen. Dan zal de regering haar evaluatie van de operatie in Afghanistan maken.

 

Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, het is de voornoemde evaluatie van acht jaar oorlog in Afghanistan die ik samen met u zou willen proberen te maken.

 

Daarvoor moeten we proberen een antwoord te geven op de vraag waarom wij met de interventie in Afghanistan zijn begonnen. Ik denk dat u het met mij eens zult zijn als ik zeg dat er na de aanslagen op de Twin Towers een brede internationale consensus was dat al-Qaida moest worden aangepakt en dat men daarom – daarover was er al geen consensus, zeker niet in Europa – Afghanistan moest binnenvallen in een poging om, in de woorden van de Amerikanen, de oorlog te verklaren aan de terreur, die door de voorganger van president Obama, Bush, op de volgende manier werd samengevat: al-Qaida uitschakelen en Osama bin Laden vatten. Dat was de oorspronkelijke doelstelling van de interventie, die voor de Verenigde Staten in 2001 is begonnen.

 

Vandaag, acht jaar later, denk ik dat u het met mij eens moet zijn als we moeten vaststellen dat bin Laden nog steeds niet gevat is en dat al-Qaida zich al lang niet meer in Afghanistan bevindt. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat een terreurorganisatie zoals al-Qaida eigenlijk geen territoriaal steunpunt meer nodig heeft. De organisatie al-Qaida zit waarschijnlijk voor een deel in Pakistan, maar is intussen ook naar minstens een tiental andere landen uitgezwermd, zoals Soedan, Jemen, Algerije of Marokko. In al die landen zitten er cellen van al-Qaida.

 

Mijnheer de minister, ik hoop dat u het met mij eens bent dat de oorspronkelijke doelstellingen na acht jaar niet zijn gehaald. Osama bin Laden loopt nog steeds vrij rond en al-Qaida is minstens over een tiental plaatsen verspreid in plaats van hoofdzakelijk gecentraliseerd te zijn in dat ene land, Afghanistan, waar het Westen is binnengevallen.

 

Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, u bent het nog met mij eens, neem ik aan? Ik denk dat ik alleen de feiten weergeef.

 

01.169 Minister Steven Vanackere: Ik zal zeker antwoorden, want u verwacht echt een repliek van mij, maar aan mijn lichaamstaal zult u niet veel kunnen opmaken. Ik zal luisteren tot het einde van uw betoog en ik zal zeker antwoorden.

 

01.170  Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik geef u een tweede element mee dat volgens mij belangrijk is om mee te nemen in een evaluatie. Er wordt al heel lang getwijfeld, zeker in Europa, aan de zin van war on terror. Moet men het militaire instrument gebruiken om terreur te bestrijden? Dat is iets waarover ook in 2001 al twijfel bestond. Er is een organisatie geweest – en niet de minste, het Amerikaanse onderzoeksinstituut Rand Corporation – die een zeer uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar 648 terroristische groepen en groeperingen die tussen 1968 en 2006 actief geweest zijn. Wat is de uitkomst van het onderzoek van de Rand Corporation? In 43 % van de gevallen is de terroristische dreiging verdwenen dankzij het opstarten van een politiek proces. In 40 % van de gevallen is de terroristische dreiging ongedaan gemaakt via goed functionerende politie- en veiligheidsdiensten. Het ging dus bij 43 % om politieke processen en bij 40 % om goed politie- en inlichtingenwerk. In slechts 7 % van de gevallen is een terroristische organisatie uitgeschakeld via een militair gevoerde oorlog. Ik denk dus dat we dit tweede element ook mee moeten nemen, naast het feit dat onze oorspronkelijke doelstellingen niet zijn gehaald. Ik neem aan dat u het met mij eens bent dat de Rand Corporation een serieuze organisatie is. De bevindingen van een zeer uitgebreid onderzoek tonen aan dat het eigenlijk zeer twijfelachtig is om via een militaire interventie een terroristische organisatie uit te schakelen.

 

U hebt gezegd dat u geen tussentijdse reactie gaat geven. Ik kom dus bij mijn derde punt.

 

Helaas voor u, collega De Croo, is het niet mijn laatste punt.

 

(…): Dan zou het in drie punten zijn afgehandeld.

 

01.171  Herman De Croo (Open Vld): (…)

 

01.172  Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik heb inderdaad geen jezuïetenachtergrond.

 

Wat heb ik vastgesteld? Nadat degenen die deze oorlog bleven verdedigen, hadden vastgesteld dat de oorspronkelijke doelstellingen niet werden gehaald, werd een reeks van andere, bijkomende doelstellingen geformuleerd.

 

Een eerste doelstelling was om de Taliban te verdrijven. De tweede doelstelling was om Afghanistan democratie en goed bestuur te brengen. De derde doelstelling was om de mensenrechten en bij uitbreiding de vrouwenrechten meer te laten respecteren in Afghanistan. De vierde doelstelling was om de opiumproductie terug te dringen.

 

Dat zijn vier doelstellingen, die stuk voor stuk zeer behartigenswaardig zijn en waar ikzelf en mijn fractie ook achter staan.

 

Wat is daarvan echter gerealiseerd? De eerste doelstelling was de Taliban verdrijven. Niemand minder dan de opperbevelhebber, generaal McCrystal,zei twee maanden geleden dat de Taliban sterker dan ooit stond. Dat staat haaks op wat de Belgische minister van Landsverdediging in onze commissie altijd heeft verklaard. De verhalen van Pieter De Crem waren altijd goed nieuws. Iedere keer als hij terugkwam van ginder achter, ging het beter. Men was heel goed bezig. Men ging vooruit in de richting die wij allemaal wensten. Twee maanden geleden zei generaal McCrystal echter dat de Taliban sterker dan ooit staan en hij vraagt om 30 000 of 40 000 bijkomende manschappen, zoniet verliest men de oorlog tegen de Taliban.

 

01.173 Minister Pieter De Crem: (…)

 

01.174  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik stel voor dat u wacht met reageren tot ik ben uitgesproken. Ik probeer om in deze plenaire vergadering eindelijk een debat tot stand te brengen. U bent namelijk de man, samen met uw fractie, die ervoor gezorgd heeft dat België het enige land is met troepen in Afghanistan, dat niet kan zeggen dat er een uitgebreid plenair debat heeft plaatsgevonden omtrent de deelname van ons land.

 

01.175 Minister Pieter De Crem: Mijnheer Van der Maelen, in 2004 besliste de regering om F16’ te sturen naar KAIA. Meent u dat daarover een plenair debat werd gehouden? Noppes hoor! Nul komma nul! Verhofstadt is naar de commissievergadering gekomen, waar hij zei dat hij aan de vergadering van de NAVO had toegezegd om de luchthaven KAIA te bewaken en om erF16’s naartoe te sturen.

 

La présidente: Excusez-moi, chers collègues, mais cela part dans tous les sens: tout le monde prend la parole. Ce n'est pas un débat de commission. Le ministre répondra à l'issue de l'intervention de M. Van der Maelen. Je passe la parole à M. Dallemagne.

 

01.176  Georges Dallemagne (cdH): Madame la présidente, le ministre vient de le rappeler. Monsieur Van der Maelen, vos propos m'étonnent étant donné que votre groupe était au gouvernement lorsque la décision d'aller en Afghanistan a été prise.

 

Nous avons l'habitude de discuter de ces questions-là en commission. Ce n'est pas facile! Notre présence en Afghanistan pose évidemment bien des questions. Tous les jours, il faut s'interroger pour savoir si cela vaut la peine que l'on expose la vie de militaires belges en Afghanistan. C'est une question difficile et grave, à laquelle nous devons continuer à réfléchir lors des prochaines réunions de commission. Personnellement, je regrette que l'on doive aborder ce genre de question à 3 heures 20 du matin. C'est assez indécent! Il faudra peut-être que l'on revoie le Règlement de la Chambre pour pouvoir aborder ces questions-là de manière sereine et approfondie.

 

Je m'interroge toujours sur ce qui se passera le jour où les troupes de l'ISAF ne seront plus en Afghanistan. Nous connaissons tous la réponse. Les experts que vous citez répondent d'ailleurs à cette question en disant que, s'il devait y avoir un retrait d'Afghanistan, tout ce dont vous avez parlé, toutes ces situations que vous décrivez comme étant aujourd'hui péjoratives, négatives, seraient bien pires sans la présence internationale. C'est une question complexe à laquelle il faut répondre de manière nuancée. Je pense personnellement que nous devons prendre nos responsabilités sur ce terrain comme sur d'autres terrains. J'entends certaines personnes dire que nous ne devons jamais participer à des missions difficiles ou risquées. Je ne crois pas que le rôle de la Belgique soit de rester systématiquement en seconde ligne. De temps en temps, nous pouvons être en première ligne. Cela mérite aussi que l'on réfléchisse attentivement à ce qui se passe en Afghanistan et à la manière dont on peut faire évoluer les choses positivement.

 

Vous opposez souvent, comme on a tendance à le faire, l'aide humanitaire et la coopération. Pour ma part, j'estime que l'aide humanitaire et la coopération seraient encore moins présentes s'il n'y avait pas une protection militaire. On le sait! On sait aujourd'hui que l'espace humanitaire est très restreint et que c'est grâce à la présence de troupes notamment que cet espace peut encore opérer.

 

Je me félicite aussi que le gouvernement ait utilisé une troisième carte, celle du dialogue politique et de la pression politique sur le gouvernement afghan.

 

Cette carte a été utilisée tout récemment lors du voyage du ministre De Crem et du premier ministre. Or nous ne pourrions pas nous en servir sans une présence militaire en Afghanistan. Nous ne pourrions pas nous rendre à Kaboul pour nouer un dialogue politique si nous ne prenions pas nos responsabilités.

 

Je vous engage à réfléchir à ce qui se passerait sans la présence de troupes belges et à ce que représenterait pour les femmes afghanes et, plus généralement, pour la population civile afghane un retour des talibans en Afghanistan.

 

01.177  Dirk Van der Maelen (sp.a):Ik heb met veel aandacht naar de uiteenzetting van collega Dallemagne geluisterd en ik zou er op het einde van mijn verhaal op komen. Ik had alleen de minister en de collega’s uitgenodigd om samen mijn oefening van evaluatie te volgen. Ik zou van jullie willen horen of op een van de punten van evaluatie die ik tot nu toe gegeven heb, u het daar niet mee eens bent. Ik herhaal, ik zat dus bij mijn derde punt, waar ik bij het eerste bijkomende argument, namelijk de taliban verdrijven of verslaan, de simpele vaststelling doe dat niet ik, Dirk Van der Maelen, maar generaal Stanley McCrystal zegt dat dit niet gelukt is. Integendeel staan de taliban op het punt om de westerse troepen te verslaan. Ik citeer hem.

 

Een tweede bijkomend argument dat vaak naar voor wordt geschoven om de aanwezigheid van onze troepen in Afghanistan te verantwoorden is dat wij in Afghanistan democratie en goed bestuur willen brengen. Collega’s, ik verwijs naar het verloop van de verkiezingen. Ik kan verwijzen naar een pak rapporten, onder meer Transparency en andere. Over het verloop van de verkiezingen denk ik dat iedereen het met mij eens is om te zeggen dat het democratisch gehalte van dat proces allesbehalve was en dat wat goed bestuur betreft men zegt dat dit land wordt bestuurd door bendeleiders, halve maffiosi die in opium dealen, dat het een kleptocratie is. Er is een nieuwe regering. Ik stel alleen vast dat de nummer 2 van de VN, of de man die tot kort nummer 2van de VN is, de Amerikaanse diplomaat Galbraith, zeer vernietigend uithaalt naar die nieuwe regering. Hij zegt geen vertrouwen te hebben in die nieuwe regering. De personen die daar de sleutelposities hebben, zijn nog steeds dezelfden. Ik kijk met belangstelling uit wie de viceministers en wie de personen op het niveau van de provincies zullen zijn.

 

Opnieuw, men kan niet zeggen dat daar veel sprake is van democratie en goed bestuur. Wat de toekomst betreft is er een nieuwe regering en personen die de situatie heel goed kennen, die het regime Karzai en het ganse politieke wereldje in Kaboel kennen, zeggen niet te optimistisch te zijn.

 

Zo kom ik tot het onderwerp van onze vrouwelijke collega’s. Ik heb gezegd dat het promoten van mensenrechten en vrouwenrechten een zeer behartigenswaardig doel is waar ik ook achter sta. Evenwel, mag ik jullie wijzen op het feit dat het Parlement in Kaboel, met goedkeuring van president Karzai, een wet heeft goedgekeurd die een man de wettelijke toelating geeft om zijn vrouw uit te hongeren als zij seksueel contact met hem weigert.

 

Van grote vooruitgang van vrouwenrechten en mensenrechten heb ik nog niet veel gemerkt. Het is zeker beter dan onder de taliban, maar het voorstellen alsof het Westen Afghanistan is binnengevallen, dat Bush Afghanistan is binnengevallen om de vrouwenrechten te promoten, is dan wel de ogen sluiten voor het palmares dat Bush heeft met betrekking tot respect voor vrouwenrechten in zijn eigen land, in de Verenigde Staten. Ook op dit punt vind ik de prestaties en de gevolgen van onze aanwezigheid in Afghanistan niet overdonderend.

 

La présidente: Monsieur Van der Maelen, nous n'allons pas recommencer le débat de la commission. Je donne la parole à M. Dallemagne pour une brève intervention. Il me semble que ce n'est pas le moment d'entamer un débat sur la politique de la Belgique en Afghanistan.

 

01.178  Georges Dallemagne (cdH): Madame la présidente, monsieur Van der Maelen, tous les éléments que vous exposez…

 

01.179  Dirk Van der Maelen (sp.a): Si vous continuez, je commence à débattre de la politique de la coopération…

 

La présidente: Le ministre n'a pas encore répondu; il répondra lorsque tous les orateurs se seront exprimés.

 

01.180  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur Van der Maelen, je pense que toutes les questions que vous présentez sont extrêmement graves et sérieuses. Je pense avoir été un des premiers en commission à alerter le gouvernement sur ce qui se passait en Afghanistan. J'ai eu à ce moment les réponses du gouvernement qui prenait les choses très au sérieux et qui l'a dit immédiatement.

 

Encore une fois, il ne faut pas minimiser le constat que vous faites; personnellement, je ne le minimise absolument pas. C'est malheureusement un constat qui peut être fait dans beaucoup de pays où nous avons une coopération majeure. La question de la corruption, la question du manque de transparence, la question de la mauvaise gouvernance sont des questions extrêmement préoccupantes; elles pénalisent deux fois les populations pauvres qui ont peu de ressources et qui voient une partie d'entre elles confisquées par certaines de leurs élites.

 

Est-ce pour autant une raison pour ne pas intervenir? Ou, au contraire, ne serait-ce pas une raison pour intervenir encore plus, à la fois sur le terrain de la sécurité, de la paix, à la fois sur le plan politique et à la fois sur le plan de la coopération?

 

C'est là que je ne suis pas votre raisonnement. C'est sur des terrains pareils qu'il faut être présent massivement; ce sont de tels terrains qu'il ne faut pas abandonner.

 

01.181  Dirk Van der Maelen (sp.a): Collega Dallemagne, ik zal u heel kort antwoorden, en dan ga ik voort met mijn poging tot evaluatie. Ik heb deze punten, het verdrijven van de taliban, democratie en goed bestuur brengen, mensenrechten en vrouwenrechten, aangebracht om samen met u te evalueren of onze interventie in Afghanistan op die drie punten naar uw en mijn gevoelen bevredigende gevolgen heeft gehad. Ik heb daar zelf nog niets over gezegd, maar ik meen te kunnen begrijpen dat de gevolgen van onze aanwezigheid op die drie punten niet denderend zijn, zeker niet wanneer ik er het vierde punt bijneem, de strijd tegen opium. In 2000 werd 10 % van de wereldproductie van opium in Afghanistan gerealiseerd. Dat aandeel is intussen gestegen tot 80 % en zelfs 90 %. De taliban verdienen vandaag meer aan de opiumproductie dan zij verdienden in 2000.

 

Sommigen argumenteren dat wij daar aanwezig moeten zijn om greep te krijgen op de opiumproductie. Het spijt mij, maar de realiteit op het terrein bewijst dat zij totaal fout zijn.

 

Ik kom tot mijn vierde punt. Heel vaak wordt onze interventie in Afghanistan ook verantwoord met de stelling dat we dat nodig hebben voor onze veiligheid in Europa zelf.

 

01.182  Herman De Croo (Open Vld): (…)

 

01.183  Dirk Van der Maelen (sp.a): Dat kan zijn, mijnheer De Croo. Zij zijn blijkbaar met hun eigen debat bezig. Maar ik zie dat u naar mij luistert, mijnheer De Croo, en daar u een senior in het Huis bent, doet het mij toch genoegen dat u naar mij luistert. Maar ook de minister luistert aandachtig.

 

Inzake de terreurdreiging dan…

 

Voorzitter: De heer Patrick Dewael, voorzitter.

Président: M. Patrick Dewael, président.

 

Terroristische groeperingen hebben geen territoriaal gebonden steunpunt meer nodig. Dat is een eerste argument waardoor de interventie in Afghanistan maar moeilijk kan worden verdedigd. Elk mens met enig gezond verstand had voorspeld wat er is gebeurd: toen de grond te heet werd onder de voeten van Al-Qaeda, hebben ze zich naar ergens anders verplaatst.

 

Ten tweede, geen elke aanslag, te beginnen met de aanslag op de Twin Towers tot de recent verijdelde aanslagen in Europa, had een link met Afghanistan. De terroristen die de Twin Towers met twee vliegtuigen hebben neergehaald, waren Saoedi's met een vliegopleiding in de Verenigde Staten. De hele operatie was in Hamburg opgezet. In alle andere operaties stelt men vast dat er geen enkele link met Afghanistan is. De aanslag in Mumbai had een link met Pakistan, maar nergens is er sprake van Afghanistan.

 

De aanslagen in Spanje werden verijdeld dankzij infiltratie van Franse inlichtingsagenten. Terrorisme wordt beter aangepakt wanneer men het inlichtingen- en politiewerk versterkt, in plaats van een oorlog te ontketenen in een bepaald land tegen een terroristische organisatie.

 

Ik kom bij mijn vijfde punt. Telkens de heer De Crem terugkwam, juichte hij dat hij ter plekke geweest was en gezien had dat de situatie op humanitair vlak elke keer verbetert.

 

Ik stel alleen vast dat Oxfam, een respectabele ngo denk ik, een rapport heeft geschreven, getiteld “de kost van de oorlog” of “the cost of war” in het Engels, waarin ze zeggen dat vrouwen en kinderen de eerste en grootste slachtoffers zijn van deze oorlog. Unicef, een andere respectabele organisatie, zegt dat Afghanistan het land met de hoogste kindersterftecijfers in de wereld is, dat 70 % van de bevolking geen toegang heeft tot drinkbaar water en dat 43 % van het grondgebied niet toegankelijk is voor hulpagentschappen, zodat er geen vaccinaties tegen polio en de mazelen mogelijk zijn. Het resultaat op het terrein van die oorlog is dat vele burgers, waaronder vrouwen en kinderen, het slachtoffer ervan zijn.

 

Het zesde punt dat ik in de evaluatie wilde meegeven, collega’s, is de kostprijs. Wat kost die interventie in Afghanistan? Volgens de cijfers van het Amerikaanse Congres, kost alleen de aanwezigheid van de troepen van de Verenigde Staten in Afghanistan per jaar tussen 65 en 70 miljard dollar. Door de charge die McCrystal vraagt, mag je daar 25 tot 30 miljard dollar bijvoegen. Als je daar de kostprijs van de aanwezigheid van de 41 andere landen bijvoegt, collega’s, dan kom je zeker aan een bedrag dat hoger is dan 100 miljard dollar.

 

We hebben daarstraks gesproken over de index van 0,7 % en de noodzaak om internationaal de strijd tegen armoede te voeren via internationale solidariteit. Collega’s, dat bedrag van meer dan 100 miljard dollar gespendeerd aan de oorlog in 1 land, niet tegen een terroristische organisatie die daar niet meer zit, maar tegen de Taliban, kost meer dan alle ontwikkelingshulp die het ganse Westen of het ganse rijke Noorden geeft aan de rest van de wereld. Toen ik daarstraks al die gegevens heb gegeven, collega’s, van wat de povere resultaten zijn van onze aanwezigheid, hou dan alstublieft in het achterhoofd dat die povere resultaten een kostprijs van meer dan 100 miljard dollar hebben. Het gaat dus om meer dan alle ontwikkelingshulp die wij geven aan de Derde Wereld.

 

Wat België aangaat, is de prijs ook niet min. In de commissie, zo heb ik in het verslag gelezen, zegt de minister dat de bruto kostprijs 109 miljoen euro bedraagt. Voor degenen die nog altijd in Belgische franken rekenen, dat is 4,3 miljard frank. Dat bedrag geven wij uit, bruto, aan onze militaire aanwezigheid in Afghanistan.

 

01.184  Herman De Croo (Open Vld): Mijnheer Van der Maelen, dat bedrag komt overeen met twee weken steun aan de Belgische Spoorwegen.

 

01.185  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer De Croo, daarmee wordt iets zinvol en maatschappelijk nuttig geleverd. U zult wel begrijpen dat ik bij de zin en het nut van die oorlog in Afghanistan zeer grote vraagtekens plaats.

 

01.186  Herman De Croo (Open Vld): Mijnheer Van der Maelen, ik wilde u niet storen, want ik luister naar u, maar in oude Belgische franken kosten de drie maatschappijen van de NMBS 115 miljard per jaar. Twee weken daarvan komen overeen met de betalingen voor de oorlog in Afghanistan aan ons leger.

 

01.187  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik kom tot mijn zevende punt.

 

(…): (…)

 

01.188  Dirk Van der Maelen (sp.a): Neen, dat is mijn voorlaatste punt. Zeven is een te heilig getal; ik kan daar niet bij stoppen. Ik moet een ander getal hebben.

 

01.189 Minister Pieter De Crem: (…)

 

01.190  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt de moeite niet genomen om op mijn vragen te antwoorden in de commissie. Aangezien u aan Bob Gates en aan de hele wereld al gezegd hebt dat u voor een verlenging van de operatie bent, heb ik al gezegd dat ik mijn Latijn aan u niet meer verspeel en dat ik mij richt tot de vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken.

 

Een zevende punt dat ik wil meegeven. Als wij de situatie in Afghanistan niet onder controle kunnen houden, is dat al erg. Nog veel erger is het dat het buurland Pakistan gedestabiliseerd dreigt te worden. Vóór de verkiezingen van 2002 in Pakistan was moslimfundamentalisme een te verwaarlozen fenomeen. Er waren twee moslimfundamentalistische partijen die samen geen 10 % van de stemmen behaalden. Sinds de oorlog in Afghanistan, sinds Musharraf daar op vraag van Bush zijn medewerking aan is beginnen te verlenen, is dat de brandstof geweest voor de opbloei van moslimfundamentalisme in Pakistan.

 

Vooral sinds de jongste drie jaren heeft Pakistan, onder druk van de Verenigde Staten, toegelaten, eerst, dat Amerikanen operaties kwamen uitvoeren in de grensgebieden tussen Pakistan en Afghanistan. Nadien, sinds kort, is het Pakistaans leger zich zelf aan het verzetten of de oorlog aan het voeren tegen Al Quaeda en de Taliban in die grensgebieden. Sindsdien stellen wij vast dat er dag na dag verschillende aanslagen gepleegd worden in heel dat land.

 

Er worden niet alleen aanslagen gepleegd in de grensgebieden, maar in het ganse land, tot in de meest westers lijkende steden van Pakistan. Het is niet Dirk Van der Maelen die het zegt, maar het zijn alle specialisten die wijzen op het grote gevaar dat er heerst mocht Pakistan gedestabiliseerd geraken.

 

Afghanistan is een probleem dat wij onder controle hebben. Wij weten dat. De Taliban heeft dat land bestuurd en ging daar enige externe dreiging vanuit? Neen. Toen de Taliban Afghanistan bestuurde, vormde zij geen veiligheidsrisico voor de buitenwereld. Er was wel een groot intern risico, dat geef ik toe, maar niet naar buiten uit.

 

Maar als Pakistan gedestabiliseerd geraakt, dan zitten wij met heel grote problemen. Dit is een enorme, ik zal het in de termen van de militairen zeggen, collateral damage die wij aan het aanrichten zijn tengevolge van de obsessie om Afghanistan militair onder controle te krijgen.

 

01.191  Georges Dallemagne (cdH): Monsieur Van der Maelen, je vous écoute attentivement depuis maintenant presque 30 minutes et, finalement, vous n'avez toujours pas répondu à la question que je vous ai posée.

 

01.192  Dirk Van der Maelen (sp.a): Un peu de patience!

 

01.193  Georges Dallemagne (cdH): Je vous signale qu'il est presque 4 heures du matin.

 

Cela dit, monsieur Van der Maelen, très sérieusement, vous émettez beaucoup de critiques, mais vous ne faites aucune proposition.

 

01.194  Dirk Van der Maelen (sp.a): (…)

 

01.195  Georges Dallemagne (cdH): Si je vous le dis, c'est parce que je suis aussi attentif aux débats organisés en commission et que j'attends toujours cette réponse.

 

Vous avez une expérience des questions internationales qui pourrait être utile au débat. Mais je n'entends pas de propositions de votre part. Ce que je vois, c'est une absence de politique. Et une absence de politique, ce n'est pas une politique, monsieur Van der Maelen. Pour ma part, je préfère que l'on connaisse parfois des échecs relatifs ou des situations qu'il faut revoir car on tente alors quelque chose et on fait en sorte que la situation en Afghanistan s'améliore.

 

Malgré le constat que vous faites, je préfère la situation d'aujourd'hui, même avec tous ses défauts, avec ces lois infâmes qui ont été votées à l'instigation du gouvernement afghan, à ce qui se passait ou qui prévalait auparavant. Je pense notamment aux femmes et aux civils, à l'ensemble même de la population afghane.

 

Au lieu de faire ce constat que l'on peut trouver en lisant la presse, il vaudrait mieux que vous fassiez des propositions. Cela me fait penser à la doctrine américaine avant 2001 qui était à peu près similaire, j'imagine, à celle que vous suggérez et selon laquelle il ne faut rien faire car tout finira par s'arranger.

 

Cette doctrine a montré qu'il fallait au contraire agir de manière préventive et proactive. Je serai donc très heureux de vous entendre sur ces questions.

 

01.196  Dirk Van der Maelen (sp.a): Un peu de patience.

 

Ik kom bij mijn achtste en laatste punt. Wat ik wil meegeven, is de oplossing die nu wordt voorgesteld, met name de afghanisering.

 

Ook België zal binnenkort een tweede OMLT-team sturen. De oplossing die ons nu wordt voorgehouden, is afghanisering. De overheden willen 240 000 militairen en 160 000 politieagenten, zijnde een totaal korps van 400 000 manschappen, opleiden.

 

Ik wil ter zake een aantal opmerkingen aan de regering meegeven.

 

De eerste opmerking is de vraag of iemand hier in de zaal het Afghaanse leger een beetje kent. Is er hier iemand die gelooft dat, hoewel 120 000 à 130 000 goed opgeleide, goed uitgeruste, westerse troepen er niet in slagen de taliban onder controle te krijgen, de voornoemde 240 000 Afghaanse militairen daarin wel zullen lukken?

 

Kent u de evaluaties die van het huidige, Afghaanse leger worden gemaakt? Weet u wat specialisten opmerken? Zij merken op dat het tijd- en geldverlies is te denken dat een pashtun ooit op een andere pashtun zal schieten. Het is tijd- en geldverlies te denken dat een tadzjik ooit op een taliban zal willen schieten.

 

Dit is nu de mirakeloplossing: wij geven Afghanistan zijn eigen leger.

 

Mag ik er nog even op wijzen dat de 150 000 militairen en politiemensen die er nu zijn, 3,5 miljard dollar kosten en dat voornoemd bedrag vijf keer het totale, nationale inkomen van Afghanistan is?

 

Ik weet ook dat Karzaï tijdens uw onderhoud gezegd heeft dat het Westen zal moeten betalen voor die militairen en liefst meer dan het nu betaalt.

 

01.197 Minister Pieter De Crem: Wat heeft de heer Van der Maelen verteld toen de sp.a in de regering zat en hij met zijn partij toestemming heeft gegeven om met Belgen aan de internationale operaties deel te nemen met een opgedreven aanwezigheid in Afghanistan, op Kaia, in Kaboel en met het zenden van F 16’s? Ik heb de heer Van der Maelen toen niet horen piepen. Hij heeft niets verteld. U vertelt hier een leuk oppositieverhaal dat trouwens van geen kanten klopt en totaal ongeloofwaardig is. Wat stelt u dan voor? Dergelijke analyses kan ik nog vijf uur maken. Wat stelt u echter voor? Is het uw voorstel om ermee te stoppen, ons terug te trekken en geen rekening te houden met alle inspanningen die gedaan zijn? Hebt u soms een ander voorstel? Ik denk dat de Kamer na de nietszeggende uiteenzettingen die u al 199 keer hebt gehouden nu moet weten, nog voor de stemming, wat u namens uw fractie voorstelt. Dat zou heel interessant zijn.

 

01.198  Dirk Van der Maelen (sp.a): Ik zal u het bewijs geven dat ik behoor tot wat ik een constructieve oppositie noem. Daar zitten twee woordjes in, constructief en oppositie.

 

01.199  Hilde Vautmans (Open Vld): (…)

 

01.200  Dirk Van der Maelen (sp.a): Nu zal het u niet lukken, collega Vautmans. We zijn op dit ogenblik al negen uur aan het debatteren over de begroting, collega’s. Mochten wij met een goed functionerende meerderheid die erin slaagt haar werkzaamheden goed te regelen, haar wetsontwerpen op tijd in te dienen en om 10 uur begonnen zijn, dan hadden wij vandaag op een deftig uur kunnen eindigen. Het is echter uw parlementair knoeiwerk dat ervoor gezorgd heeft dat we vandaag pas om 18 uur konden beginnen. Ik ga me dus niet laten opjagen, ik ga mijn verhaal afmaken.

 

Ik was gebleven bij de zin of de onzin van de vorming van het Afghaans leger. Ik wou u duidelijk maken dat een arm land als Afghanistan opzadelen met een veiligheidsmacht van 400 000 militairen een zeer dure operatie is.

 

Ik vraag u om ook even in het achterhoofd te houden dat wij ons op een bepaald moment gaan terugtrekken uit Afghanistan. Ik neem immers aan dat wij daar niet eeuwig gaan blijven. Er is dan een regime als dat van Karzai, met 400 000 opgeleide en van wapens voorziene soldaten. Collega’s, dit is zorgen voor een burgeroorlog in Afghanistan, want die 400 000 gaan uiteenvallen volgens clans en bendeleiders en gaan tegen mekaar beginnen vechten. Dat is dan nog het minste, als ze tegen mekaar vechten, ze kunnen ook zorgen voor regionale instabiliteit. Denk dus toch twee maal na alvorens u die piste volgt.

 

Collega’s, de rol van de oppositie is to oppose. Ik heb u hier acht redenen gegeven waarom wij na acht jaar van oorlog in Afghanistan van oordeel zijn dat dit een domme en dure operatie is die alleen wordt voortgezet met valse en foute argumenten.

 

01.201 Minister Pieter De Crem: Wat nu wordt uitgevoerd, is de realisatie van het programma van de heer Obama. Mevrouw Gennez, uw voorzitter, zei tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen dat van alle kandidaten de heer Obama degene is die het dichtst bij het sp.a-programma staat. Wat zegt de heer Obama? Hij zegt dat wij meer troepen gaan sturen naar Afghanistan. Ik zou graag eens weten wat u daarvan vindt. U kunt veel blabla vertellen, maar daar komt het op neer.

 

01.202  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, dat is inderdaad zo. Obama is onder de presidentskandidaten die zich aanboden en onder de presidenten die wij gekend hebben sinds 2000, de president die het dichtst aansluit bij wat Europeanen vinden. Bijvoorbeeld de strijd die hij levert voor een sociale zekerheid, voor een ziekteverzekering in de Verenigde Staten, dat is prima. Ik hoop dat hij daarin slaagt en zo ziet het er ook naar uit. Dit is een schitterende realisatie.

 

U trekt echter de conclusie dat de sp-a zou moeten akkoord gaan met al wat Obama zegt en doet. Het spijt mij, maar die conclusie is veel te verregaand. U weet al langer dan van vandaag dat, zelfs toen Obama nog niet verkozen was, ik steeds hebt gezegd dat ik wilde zien wat zijn buitenlands beleid ten opzichte van Afghanistan zou zijn. Een andere testcase was zijn beleid ten aanzien van het Midden-Oosten. Op die twee punten heeft president Obama mij nog niet overtuigd.

 

Ik ben een andere mening toegedaan. Ik weet dat het voor u moeilijk is. Al wat de Amerikanen tegen u zeggen, neemt u aan voor granted en daar gedraagt u zich naar. We hebben daarvan vorige week nog een staaltje gezien, terwijl uw regering nog niets had beslist op dat vlak. Integendeel, men had beslist om te wachten op Londen en om de situatie dan te evalueren. Nadat u Bob Gates gezien had, bent u buitengekomen om te verklaren dat u in België eens zou verkondigen dat we ons engagement moesten verlengen. Dat is Pieter De Crem, de slaafse poedel van de Verenigde Staten. Ik ben een vrij mens, ook ten aanzien van Obama. Ik gebruik mijn kritische geest en ik kijk na acht jaar naar de operatie in Afghanistan. Op dit moment spreken wij van een kostprijs van 100 miljard dollar, voor de Amerikanen alleen. Ik zou daarvan veel meer resultaten willen zien dan wat ik nu zie.

 

Mijnheer de minister, u kunt er de verslagen op nalezen. Vanaf 2006, toen we nog in de meerderheid zaten, heb ik altijd gezegd dat er nood was aan een strategiewissel, dat wij minder militaire middelen en meer humanitaire middelen nodig hadden. Dat heb ik vanaf 2006 gezegd. Ik ben dat blijven herhalen in 2007, 2008 en 2009. In 2010 zal ik dat ook blijven zeggen.

 

Wat is nu het verschil tussen u als minister van Landsverdediging en minister van Landsverdediging Flahaut, toen wij in de regering zaten? Wat was de situatie in juni 2007? België had toen tweehonderdvijftig militairen in Afghanistan, het gros zat in Kaboel en een klein gedeelte zat in het noorden, in de buurt van Kunduz. U bent er gekomen en het aantal militairen zal in 2009 en 2010 zeker de zeshonderd eenheden bereiken. U hebt ons naar het zuiden gebracht, waar wij zes F-16’s hebben. We zijn ook op de luchthaven van Kaboel aanwezig. Bovendien hebt u ervoor gezorgd dat u ons sluipenderwijs gaat laten meevechten. Op 6 oktober 2008 hebt u in de commissie gezegd dat de Belgische troepen die Afghaanse militairen gaan opleiden, niet mee op het terrein gaan. Enkele maanden later bleek het tegendeel. Zij gaan wel mee op het terrein. Vorige week heb ik u ondervraagd. Ik heb het wel gehoord en begrepen. De Amerikanen zeggen nu dat opleiden betekent dat men mee gaat vechten met de Afghaanse troepen. U sleurt ons land die weg op.

 

Ik heb niets tegen buitenlandse interventies. Ik heb er zelfs meer goedgekeurd dan u, mijnheer de minister. Maar, buitenlandse operaties waar ons land aan deelneemt, moeten zin hebben. Ik wil niet dat wij geld verkwisten. Ik wil niet dat wij het leven van onze militairen in gevaar brengen in operaties die gedoemd zijn te mislukken.

 

Ten tweede, er zijn daar andere landen actief. In de Verenigde Staten heeft president Obama gezegd dat vanaf juli 2011 de terugtrekking begint. Wat ik voorstel, samen met mijn partij, is dat wij gesprekken beginnen met een aantal gelijkgezinde landen als Nederland, Duitsland, Italië, Canada, waar men ook inziet dat die militaire operatie niet eeuwig kan blijven duren en waar er sprake is van plannen om een bepaalde datum te zetten op de terugtrekking.

 

Ten derde, in de huidige situatie wordt 109 miljoen euro uitgegeven aan het militaire aspect en – de minister van Ontwikkelingssamenwerking is hier aanwezig – ongeveer 12 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is een verhouding van 1 op 11, als ik snel kan rekenen. Wat wij voorstellen, is: breng die 11 wat naar beneden en voeg aan die 1 wat meer toe. Ik ben ervan overtuigd dat de militaire aanwezigheid van het Westen niet de oplossing, maar voor een groot deel het probleem is.

 

Er kunnen daar andere militairen komen. Ik ben niet zo naïef te geloven dat daar geen militairen nodig zijn. Maar ik zeg u dat het daarom geen NAVO-militairen hoeven te zijn, want die zijn een deel van het probleem. Die zijn geen deel van de oplossing. Anderen voor mij hebben reeds voorgesteld dat men op zoek zou gaan naar militairen uit moslimlanden.

 

Kortom, collega’s, dat is wat ik voorstel. Laten wij afspreken met een paar andere landen om een einddatum te bepalen. Wij moeten dat niet alleen doen. Wij weten dat België een klein land is. Wij weten dat het een betrouwbare partner moet zijn, maar dan niet zoals minister De Crem dat doet, namelijk volgen vanaf het moment dat de Amerikanen knippen. Neen, wij moeten zoeken naar andere landen die, net als wij, hun twijfels hebben over de zin van de militaire operaties.

 

Daarnaast, verleg de focus: minder op het militaire, meer op ontwikkelingssamenwerking. En alstublieft, doe wat meer dan het sturen van twee politieagenten en een rechter. Dat land heeft politiemensen en rechters nodig. Maar, vergeleken met het uitzenden van 500 of 600 militairen sturen wij 4 of 5 burgers naar het land om het erbovenop te helpen. Alstublieft, verleg de focus!

 

Voilà, u had mij gevraagd wat sp.a voorstelt. Wel, ik heb het voorstel gedaan en ik zal met veel belangstelling uitkijken naar de evaluatie die de regering maakt.

 

Ik hoop dat ik in de evaluatie of de repliek straks antwoorden krijg op de elementen van onze evaluatie. Ik denk dat onze evaluaties niet gratuit zijn. Iedereen die intellectueel eerlijk is, moet toegeven dat die grond raken.

 

De voorzitter: Mijnheer Vanackere, repliceert u nu of straks? De heren Geerts en Ducarme moeten nog het woord krijgen.

 

01.203 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, ik denk dat het de heer Van der Maelen zou frustreren als ik nu niet zou repliceren.

 

Ik heb hem met opzet niet onderbroken tijdens zijn uiteenzetting, anders dan sommige andere collega’s, omdat ik echt nieuwsgierig was naar de conclusie. Ik wist dat, hoe minder ik hem zou onderbreken, hoe sneller de conclusie zou komen. Alles samen is nog eens het bewijs geleverd dat zelfs dergelijke overwegingen relatief zijn.

 

Mijnheer Van der Maelen, ik heb heel aandachtig naar u geluisterd, en ik wil toch nog een en ander zeggen. Ondanks al uw retorische pogingen om te worden onderbroken - want ik denk dat u dat toch wilde -, vond ik het goed om eens uw hele analyse te horen.

 

Uw analyse in acht punten baadde toch in een sfeer die ik als defaitistisch beschouw. Ik hoop dat u mij dat niet kwalijk neemt. Als men een defaitistische analyse maakt, verbaast het mij niet dat de conclusie niet wereldschokkend is. De regering wil, om te beginnen, inderdaad het accent leggen op de civiele opbouw en de economische ondersteuning, wat andere elementen zijn dan het militair aspect. U vergeet echter dat het verzekeren van een basisveiligheid in veel gevallen een voorwaarde is om te kunnen werken aan de civiele opbouw en aan de economische ondersteuning van een land waar acht jaar geleden inderdaad keuzes zijn gemaakt. Ik wil de geschiedenis niet overlopen, maar ik wil wel kijken waar wij staan vandaag.

 

U hebt onder meer beweerd dat de heer De Crem terecht is gewezen. Ik spreek dat formeel tegen. Hij is niet terechtgewezen. Het is in ons land nog altijd niet de gewoonte dat iemand die zijn mening zegt, wordt terechtgewezen. De heer De Crem heeft trouwens ook niet gezegd dat de regering een of andere beslissing heeft genomen. Hij heeft duidelijk zijn mening te kennen gegeven en ik kan u verzekeren dat hij daarvoor in geen enkel opzicht werd terechtgewezen.

 

U gaat ervan uit dat we na London zullen beslissen over de verlenging van onze inspanningen in Afghanistan, maar zelfs dat kan ik u niet bevestigen. Wat wij wel weten, is dat elke discussie over het verlengen van inspanningen uiteraard moeten passen in een toekomstperspectief voor dat land, wat iedereen wenst.

 

Daar is het duidelijk dat engagementen die, laat ons dat hopen, in Londen zullen genomen worden door Karzai, natuurlijk een onderdeel kunnen zijn van zo een evaluatie. Maar ik wil u in ieder geval niet bevestigen dat wij vlak na Londen meteen een beslissing gaan nemen met betrekking tot het verlengen van een eventueel engagement.

 

U maakt een lange analyse van wat u de tegenvallende resultaten noemt. Sta mij toe om te vinden dat het ook het recht is van sommigen om verbeteringen te zien zonder dat u hen meteen moet verwijten dat zij naïef zijn of dat zij altijd euforische berichten geven. Want het heeft ook geen zin in internationale politiek om verbeteringen niet te zien. U spreekt terecht over de situatie inzake mensen- en vrouwenrechten. U bent terecht kritisch daarover. Maar u moet ook zeggen dat 8 jaar geleden het aantal meisjes dat onderwijs genoot in geen enkel opzicht te vergelijken is met datgene wat vandaag de realiteit ter plekke is. En dat zijn verbeteringen. Is daarmee alles perfect? Uiteraard niet, maar het heeft geen zin in dit soort van aangelegenheden te doen alsof er geen enkele vooruitgang wordt geboekt.

 

De fundamentele vraag – de heer Dallemagne heeft het eigenlijk ook een paar maal geformuleerd – is de volgende. U hebt geen aantoonbaar bewijs kunnen geven voor het vraagstuk dat voorligt. Kunt u geloofwaardig maken dat het zich terugtrekken uit Afghanistan voor elke van de elementen die u opsomde, de zaak meer zou vooruit helpen dan wat wij vandaag betrachten met de aanwezigheid van de internationale gemeenschap, die niet alleen militair is, maar die ook te maken heeft met de civiele opbouw en alle andere elementen die u aanhaalt.

 

Obama legt andere accenten dan de vorige regering Bush, inzake het verhaal van de opium kiest hij veel resoluter voor het ondersteunen van alternatieve gewassen in plaats van een wat rechtstreekse en brutale benadering van het verbranden van de opiumvelden als oplossing. Gezant Holbrooke heeft dat ook zeer duidelijk namens Obama laten blijken. Mijnheer Van der Maelen, gelooft u niet in die boodschap van “change” en vindt u dat de troepen moeten worden teruggetrokken? Hebt ge daarmee een grotere kans dat er voor Afghanistan een betere toekomst is? Het antwoord waarvan ik denk dat ik het samen met vele andere collega’s geef, is “u kunt dat eigenlijk niet doen”.

 

U doet mij een beetje denken, mijnheer Van der Maelen, aan een ouder die een kind heeft met een appendicitis, die daarmee naar het ziekenhuis gaat en vervolgens vaststelt dat er bloed bij te pas komt en weer weg wil. Het is op zeker ogenblik inderdaad zo dat de situaties waarin men komt om een oplossing te realiseren, niet ogenblikkelijk aanleiding geven tot datgene wat men wenst te realiseren. Men moet soms kunnen doorbijten. Maar ergens halfweg een operatie weglopen, heeft nog niet vaak een patiënt genezen.

 

U legt een accent dat ook de Belgische regering heeft gelegd in zijn contacten met mijnheer Holbrooke en mevrouw Clinton. Wij leggen sterk de nadruk op het verhaal van de civiele opbouw, de economische ondersteuning, de alfabetisering van de Afghaanse politie en de discipline van het militaire apparaat. Om dat te kunnen realiseren is er nood aan veiligheid en dus ook aan militaire aanwezigheid.

 

Samengevat, de regering pleit niet voor een politiek van naïviteit. De regering pleit ook niet voor een politiek van koppigheid. België kiest, samen met een groot deel van de internationale gemeenschap, voor een politiek die niet defaitistisch is. Met permissie, ik heb heel aandachtig naar uw verhaal geluisterd en ik heb het gevoel dat het grotendeels een van de aftocht is. En dat op een cruciaal ogenblik. Denk maar aan de komende top in Londen binnenkort. President Karzai en de internationale gemeenschap rekenen op duidelijke signalen en duidelijke engagementen met betrekking tot de strijd tegen de corruptie, het opbouwen van een staat die naam waardig.

 

Ik pleit er in ieder geval voor om deze kans te grijpen. België mag niet alleen staan. We moeten een positie innemen die duidelijk met de rest van de Europese Unie en de rest van de internationale gemeenschap is afgesproken.

 

De voorzitter: Ik geef het woord aan mijnheer Geerts.

 

Ja maar, mijnheer Van der Maelen, de regering heeft nu gerepliceerd. In dit hoofdstuk heb ik nog de heren Geerts en Ducarme. Daarna kan de regering nog antwoorden. U krijgt zoals gebruikelijk het laatste woord. U zou nu toch de beleefdheid moeten opbrengen om te luisteren naar uw fractiegenoot.

 

01.204  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mag ik kort reageren?

 

De voorzitter: De regering kan op elk ogenblik tussenbeide komen. We zijn in het hoofdstuk Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking. De minister heeft dat gedaan. Ik heb nog twee sprekers op mijn lijst.

 

01.205  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb van mijnheer De Croo geleerd dat het Parlement altijd het laatste woord heeft.

 

De voorzitter: Ik heb dat daarjuist ook gezegd.

 

01.206  Dirk Van der Maelen (sp.a): De minister van Buitenlandse Zaken heeft uitdrukkelijk het woord gevraagd om meteen op mij te reageren. Ik wacht wel, maar dan beklim ik nog eens het spreekgestoelte, hoor.

 

De voorzitter: Mijnheer Geerts, komt u tussenbeide over Afghanistan? Neen, dan sluit ik dat hoofdstuk af.

 

01.207  David Geerts (sp.a): Ik zal jullie moeten ontgoochelen: ik zal saai en kort zijn. Normaal gezien ga ik om drie uur friet eten en het is al kwart na vier. Ik zal heel sec en zakelijk zijn.

 

Ik heb een vraag aan de collega’s van de MR over het toekomstplan van de minister van Defensie. Collega Ducarme kan misschien straks antwoorden. Misschien is dat ook wel interessant voor minister Michel als lid van de regering hoe het nu eigenlijk staat. Ik heb Vers l’Avenir gelezen. Daar zegt de MR: "Non au plan De Crem à Bastogne". En verder: "Les deux députés qui ont demandé un geste fort de leur parti en s'abstenant sur le plan se désolent par ailleurs de la fébrilité des autres partis francophones".

 

Dus, als er geen Vlaamse meerderheid is in deze regering en als de Franstalige partijen njet zeggen, wat is dan de stand van zaken? Of mag ik dit bij het oud papier gooien? Dat is mijn eerste vraag.

 

Mijn tweede vraag is voor de staatssecretaris en de minister van Begroting die hun begroting zeer goed kennen. Ik heb aan de staatssecretaris vorig jaar tijdens het debat dezelfde vraag gesteld over de basisallocaties in het departement Defensie over de verkoop van infrastructuur en materiaal, waar ik al jaren zeg dat dat telkenmale overgebudgetteerd wordt. Ik ben al eens gaan kijken naar de begroting van vorig jaar, naar de begroting van dit jaar. Ik heb vragen gesteld aan de medewerkers van het kabinet van de minister, die mij heel correct geantwoord hebben. Ik heb de opmerkingen van het Rekenhof doorgenomen, maar hoe meer ik naar de verschillende documenten keek, hoe minder ik er van begreep.

 

Het Rekenhof zegt dat de opbrengsten uit infrastructuur stelselmatig te veel worden begroot en dat er eigenlijk niets wordt gerealiseerd. Men zegt in 2008 71,5 miljoen euro begroot en slechts 36 miljoen gerealiseerd. Als ik dan kijk naar de tabellen die het kabinet van de minister mij gegeven heeft, wordt er nog minder gerealiseerd. Slechts een vastlegging eigenlijk voor 2009 van 28 miljoen euro. Mijn vraag aan de minister en de staatsecretaris van Begroting: hoe zit het nu met dat fonds? Met de cijfers van de minister kan ik niet verder.

 

Een laatste vraag, want ik had gezegd dat ik zeer kort zou zijn, is gericht aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Mijnheer de minister, u had een vrijwillige dienst bij Ontwikkelingssamenwerking. Ik heb in de wet diverse bepalingen of in de programmawet gelezen dat u dit wil veranderen in junior assistent. Hebt u ook uitgelegd aan de minister van Defensie wat uw motivering daarvan was? De minister van Defensie heeft het juist opnieuw willen indienen. Ik weet niet of u daar gepraat hebt in de regering. Ik zou toch wel willen dat u uw collega die naast u zit uitlegt wat uw redenen en motiveringen zijn om juist deze benaming bij uw departement te veranderen en hoe het komt dat een ander departement in de regering dit invoert. Tot daar binnen mijn drie minuten.

 

01.208  Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre de la Défense, je serai bref car il n'existe pas de plaisir qui ne prenne fin!

 

Il est naturellement difficile de distinguer votre note de politique générale de la proposition de transformation de la Défense. Néanmoins, avant de parvenir au second point, il semble nécessaire de se pencher sur d'autres aspects importants de notre politique de la défense. Je pense évidemment aux opérations à l'étranger, dossiers connexes, coopération au développement, affaires étrangères et défense.

 

Le MR soutient pleinement votre participation à l'effort international en Afghanistan à l'heure du terrorisme international. Notre sécurité nationale et internationale se joue également sur ce territoire aux côtés des forces internationales et des organisations non gouvernementales. J'ai bien entendu le débat qui vient de se dérouler à l'instant et les explications du ministre des Affaires étrangères. Nous ne sommes pas là-bas pour construire des écoles, pour le droit des femmes. Nous y sommes avant tout pour assurer notre sécurité et reconstruire le pays nous permet de créer, à terme, la stabilité qui nous permettra de conforter cette sécurité.

 

Ainsi, notre effort de construction et d'investissement est porté par la coopération au développement. À ce titre, qu'il nous soit permis de rappeler notre attachement aux principes mis en avant par Charles Michel qui souhaite ne pas dégager de moyens supplémentaires si un effort conséquent n'est pas fourni par le président afghan pour veiller à faire reculer la corruption et naturellement assurer que les moyens belges et internationaux dégagés en faveur de la reconstruction du pays et à son développement soient bien destinés à ces seules fins!

 

Aussi, il faut naturellement veiller à ce que nos objectifs militaires et humanitaires demeurent toujours compatibles avec l'action collective de nos alliés et des États-Unis, aux côtés desquels nous sommes engagés dans cette opération pour la paix et la sécurité. C'est dans ce sens aussi que le MR souhaite une évaluation régulière de notre situation en Afghanistan et de notre action sur place.

 

Si notre engagement en Afghanistan est central pour la sécurité, nous estimons, par ailleurs, monsieur le ministre De Crem, que nous devons continuer à assurer une présence militaire en Europe – nous pensons au Kosovo – aussi longtemps que cela s'avère nécessaire. Pas de désengagement trop hâtif sans accord total avec nos alliés! Présence également en Afrique pour nos opérations de coopération militaire.

 

À cet égard, le message réformateur est clair: la réforme de l'armée ne pourra avoir pour conséquence un abandon de ses opérations en Afrique. Je pense naturellement au Congo. C'est une responsabilité morale et historique qu'il nous faut continuer à assumer. Au-delà de cette responsabilité, nous ne pouvons perdre ce savoir-faire qui est le nôtre par rapport à l'Afrique, en ce compris en matière militaire et cette référence que nous incarnons pour l'ensemble de nos alliés pour ce qui concerne l'Afrique francophone en particulier.

 

Recevez donc bien notre message tel qu'il est, monsieur le ministre De Crem. Tout ne devra pas être sacrifié à notre seule implication en Afghanistan.

 

À cet égard, vous indiquiez dans votre note de politique générale que, depuis votre arrivée à la tête du département de la Défense, notre participation à des opérations avait augmenté de 35 %. Malheureusement, nous n'avons pas pu prendre connaissance précisément du montant y relatif. Il serait bienvenu que le parlement puisse en disposer en détail assez rapidement.

 

Par contre, nous n'avons trouvé dans votre note aucune ligne tangible ni initiative sérieuse visant à améliorer la coopération militaire européenne ou la construction de la Défense européenne. Je suis bien conscient que cette dernière notion reste encore vague. Toutefois, si nous, fédéralistes européens convaincus, n'activons pas ce concept, ce rêve prendra du plomb dans l'aile. Nous vous demandons donc, messieurs les ministres, de vous engager davantage sur ce plan européen de la défense.

 

J'en viens naturellement au budget. Des chiffres ont été cités, et il peut être utile de les rappeler pour voir où en est la politique de la Défense. Cette fameuse liste produite par l'OTAN en février 2009 reprend le pourcentage des dépenses militaires par rapport au PIB des pays membres. Nous nous situons à 1,1 %. Les recommandations de l'OTAN visaient, vous le savez, 2 %. Nous sommes à la 24e place sur 25 – nous précédons le Luxembourg. À titre de comparaison, la Roumanie et la Slovaquie se situent à 1,5 %.

 

Quelle armée voulons-nous et dotée de quelle vision? Quelles sont les perspectives pour nos militaires? Comment allons-nous respecter nos engagements nationaux et internationaux, vu la faiblesse de nos investissements? Ces questions nous conduisent d'emblée à votre proposition de transformation de la Défense.

 

À cet égard, et pour répondre à d'aucuns, le Mouvement réformateur estime que la réforme de l'armée est essentielle et il adhère au plan du ministre De Crem dans ses grandes lignes. D'autres lignes sont à modifier. Tel est le sens de nos propositions.

 

Monsieur le ministre, si François Bellot et moi-même nous sommes abstenus sur votre note de politique générale – c'est un fait rare mais il était tout à fait réfléchi, mesuré, pesé –, c'est pour vous envoyer un signal. Le fait qu'enfin le groupe de travail se soit réuni jeudi dernier chez le premier ministre et l'ouverture de vos collaborateurs à un certain nombre de nos requêtes – je ne parle pas de suggestions –, nous laissent à penser que vous avez reçu le message cinq sur cinq.

 

Hebdomadairement, à partir du 7 janvier 2010, nous nous réunirons dans le cadre de ce groupe de travail afin de compléter les propositions que nous avons déjà pu vous présenter.

 

L'un des éléments fondamentaux du plan de transformation de la Défense, c'est évidemment le personnel.

 

01.209  David Geerts (sp.a): Mijnheer Ducarme, heb ik het goed begrepen? Zegt u dat de deur op een kier staat en dat er opnieuw wordt onderhandeld in dat plan? Heb ik u goed begrepen?

 

01.210  Denis Ducarme (MR): La porte du 16 était entrouverte, même grande ouverte: nous nous y sommes rendus.

 

01.211  David Geerts (sp.a): Ik heb het niet over de deur van de 16. Staat de deur om te onderhandelen over het plan, nog open?

 

01.212  Denis Ducarme (MR): Je ne vais pas répondre à la place du ministre, mais j'ai le sentiment que c'est le cas. Avec d'autres, comme le ministre Flahaut, nous avons participé à une réunion où nous avons émis diverses propositions qui nous ont semblé être entendues. Bientôt, début janvier, nous aurons des réponses à nos propositions. J'ai donc l'impression que cela fonctionne bien.

 

01.213  David Geerts (sp.a): Dit is een belangrijke boodschap die u nu zendt aan de personeelsleden.

 

01.214  Bruno Stevenheydens (VB): Mijnheer Ducarme, ik heb u daarnet horen zeggen dat er vorige week een werkgroep is bijeengekomen en dat die begin januari verder gaat. Ik heb reeds verschillende vragen daarover gesteld aan de minister, maar heb daarop nooit een duidelijk antwoord gekregen.

 

Wat voor werkgroep is er vorige week bijeengekomen?

 

Wie neemt eraan deel? Op wiens uitnodiging?

 

Waarom zijn de oppositiepartijen daarvan niet op de hoogte?

 

Wat met de belofte van de minister om elke maand de commissie te informeren over de herstructurering? Is het alleen nog maar de werkgroep die geïnformeerd wordt en wordt de rest van het Parlement buitenspel gezet?

 

01.215  Denis Ducarme (MR): Le groupe de travail s'est réuni. Vous posez des questions qu'il faudrait plutôt adresser au ministre. Je le laisserai répondre à vos questions relatives à l'organisation de ce groupe de travail et sur ce qui se passera à l'avenir. Avec d'autres, nous avons senti une ouverture et nous avons fait un certain nombre de propositions. Nous continuons à discuter de certaines propositions que nous avions déjà pu avancer lors de la discussion de la note de politique générale du ministre De Crem. Vous vous doutez bien que je ne vais pas répondre à la place du ministre!

 

Les dépenses de personnel sont naturellement trop importantes. Elles s'élèvent à 72 %. Dans le cadre du plan, le ministre souhaite les faire passer à 55 % car elles rognent naturellement sur les dépenses des investissements que nous devons réaliser. Celles-ci sont de l'ordre de 10 % pour la Belgique, alors que la moyenne européenne est à 10 %. Le sénateur Monfils, dans le cadre de la réunion de la commission mixte, a pu faire part de nos différentes inquiétudes par rapport aux investissements à réaliser. Les investissements qui ne sont pas réalisés sur le plan du matériel rendront clairement caduque une part de la réforme.

 

Monsieur le ministre, je souhaiterais attirer à nouveau votre attention sur un élément. Vous nous indiquez que nous allons passer d'un peu plus de 37 000 unités à 34 000 unités. Selon nos sources, en fonction du niveau d'attrition, du vieillissement et d'un certain nombre de départs probablement consécutifs à la réforme, les effectifs de l'armée seront inférieurs à 25 000 unités en 2020 et inférieurs à 21 000 unités en 2025.

 

En conséquence, s'il n'y a pas de perspectives en termes de recrutement par rapport aux effectifs futurs de l'armée, dans dix ou quinze ans, nous ne pourrons plus rencontrer ces missions et objectifs, tels que vous les présentez aujourd'hui et en respectant un effectif de 34 000 unités que vous annoncez pourtant comme étant le minimorum. Monsieur le ministre, nous serons, ni plus ni moins, des déserteurs par rapport à nos missions, en ce compris à l'étranger.

 

Comme vous le savez, monsieur le ministre, nous avons fait des propositions en matière d'infrastructure. Vous avez entendu nos propositions pour Bastogne. Nous considérons que vous n'avez pas contextualisé pleinement la symbolique de ce lieu ni peut-être le fait que nous pouvons difficilement adhérer à la "flamandisation" d'une arme de la composante Terre – l'artillerie – avec son déplacement à Brasschaat. Nous tenons à ce que les francophones puissent toujours acquérir un savoir-faire en la matière. Les réunions qui se tiennent aujourd'hui à l'École royale militaire invitent déjà de jeunes candidats officiers francophones pour l'artillerie à changer d'option. Cela ne nous agrée pas, nous vous l'avons indiqué.

 

Vous avez également reçu une proposition de Carine Lecomte pour Arlon, où l'aspect formation est important et les questions de François Bellot et David Clarinval au sujet de Jambes. Je résume. Monsieur le ministre, on attend la réunion du 7 janvier.

 

Je conclurai en citant quelqu'un que vous devez apprécier, monsieur le ministre, et qui s'y connaissait en matière de défense, Napoléon Bonaparte. Il disait: "N'interrompez jamais un ennemi en train de commettre une erreur." C'est pour cela que nous vous avons interrompu: parce que vous n'êtes pas un ennemi. Ce sera ainsi tant que nous vous sentirons réceptif à nos propositions dans le cadre de ce plan.

 

De voorzitter: Wenst iemand van de leden van de regering nog te reageren op de verschillende redevoeringen inzake het hoofdstuk Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking? Het woord is nu aan de leden van de regering. Daarna krijgt het Parlement het laatste woord.

 

01.216  Charles Michel, ministre: Monsieur le président, j'interviendrai très brièvement sur les deux questions posées par rapport à la Coopération au développement.

 

M. De Vriendt, à propos des changements climatiques, demandait s'il s'agissait bien, dans l'esprit du gouvernement, de mobiliser des moyens additionnels par rapport à 0,7 %? Aujourd'hui, nous consacrons 5 % du budget de la Coopération au développement à des projets déjà considérés comme projets de mitigation (50 à 60 millions d'euros). Nous pensons que nous devons nous orienter à l'avenir vers des moyens additionnels pour prendre en considération les changements climatiques. C'est un premier élément de réponse.

 

Le deuxième élément que je voulais indiquer à notre collègue sur la question du service volontaire pour la Coopération au développement. Un changement de dénomination très simple a eu lieu: dans de nombreux pays, la dénomination actuelle pose des problèmes pour obtenir des visas. C'est pour cette raison que nous avons changé la dénomination. Punt aan de lijn!

 

01.217  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur le président, je vais répondre à une question directe posée par M. Geerts concernant le budget de la Défense.

 

Comme il n'y a plus de crédits dissociés actuellement dans le budget de par la nouvelle comptabilité de l'État, les fonds budgétaires avaient été initialement estimés à un montant de 80 millions d'euros: environ 59 millions pour la vente de matériel, en ce compris les prestations pour tiers, ainsi qu'une estimation de vente d'immeubles pour 21 millions d'euros pour l'année 2010.

 

Étant donné que dans les précédentes années, l'ensemble des opérations n'avait pas toujours été mené à bien, nous avons volontairement, dans un souci de prudence, diminué ce montant d'à peu près 20 % en le ramenant à 65 millions d'euros. Il s'agit donc d'une estimation basse de l'ensemble des propres réalisations que la Défense devrait pouvoir faire dans le cadre de l'alimentation de son budget sur la part fonds budgétaires.

 

Vous connaissez ce mécanisme propre à la Défense: les fonds budgétaires peuvent être reportés d'année en année. Comme nous ne pouvons plus avoir de crédits dissociés, il s'agit simplement de ces montants revus à la baisse dans le cadre des fonds budgétaires.

 

01.218  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, heren ministers, collega’s, ik zou kort in vier puntjes willen reageren.

 

De minister heeft gezegd dat ik defaitistisch ben, maar ik ben realistisch.

 

Wat gebeurt er nu? In welke fase zitten wij nu? Volgens mij zitten wij in een fase waarin het militair-industrieel complex de nederlaag niet wil toegeven en altijd meer van hetzelfde blijft vragen, namelijk meer troepen. Wij kennen dat fenomeen, degenen die de oorlog in Vietnam gekend hebben, zullen dat duidelijk herkennen.

 

Misschien ligt het volgende nog dichter bij de Afghaanse realiteit. Er werden zeer interessante stukken geleverd door specialisten, die duidelijke parallellen trekken tussen wat wij met het Westen proberen te doen in Afghanistan en wat de Russen hebben gedaan twee jaar voor zij zich terugtrokken.

 

Wat willen de militairen nu? Zij willen met meer troepen terrein veroveren en het vasthouden, en vervolgens daar het vertrouwen van de burgers winnen. Dat heeft men op kleine schaal geprobeerd. Specialisten hebben dat beschreven. In de provincie Helmand waren in 2007 honderdvijftig Amerikanen en drieduizend Britten gestationeerd. Men wilde de strategie, die McChrystal nu wil toepassen op heel Afghanistan, daar eens proberen. In Helmand zijn er nu negenduizend Britten en tienduizend Amerikanen Helmand en het is een complete mislukking geworden. Zij zijn niet in hun opzet geslaagd. U zegt dat ik defaitistisch ben, ik zeg dat ik realistisch ben. De militaire optie verder uitbouwen is gedoemd om te mislukken. Al gedurende twee jaar zeg ik in debatten met minister de Crem dat het niet de goede kant opgaat en al twee jaar zegt minister de Crem dat het wel de goede kant opgaat. Wij hebben nu gezien waar wij staan.

 

Hopelijk zal het geen twee jaar duren, mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, voordat u samen met mij tot de vaststelling komt dat die militaire piste niet de goede is.

 

Ik zou graag schriftelijk een overzicht krijgen van de exacte civiele inspanningen die wij in Afghanistan leveren, zowel uitgedrukt in geld als in mankrachten. U hoeft me dat niet nu meteen te geven. Voor zover ik kan tellen, sturen wij een of andere diplomaat uit, een rechter en twee politiemensen. Voor zover ik er een zicht op heb, is dat de civiele oplossing. Voor ontwikkelingssamenwerking meen ik te weten, uit het hoofd, dat het om 12 miljoen gaat. Ik zou wel eens willen zien wat de huidige verhouding is tussen het civiele en militaire vlak, om vervolgens te kijken waar de regering mee afkomt, nadat zij haar evaluatie heeft gemaakt.

 

Ik wil er nog aan toevoegen, collega Dallemagne — al zal dat misschien niets nieuws zijn — dat de RAND-studie duidelijk heeft gemaakt dat het politieke debat de oplossing is. Men moet in Afghanistan praten met al degenen die daar macht hebben en men moet ook met de buurlanden gaan praten, om tot een politiek-diplomatieke oplossing te komen.

 

Ten slotte wil ik het hebben over de terugtrekking. We moeten een datum vaststellen. Als er iets teruggetrokken moet worden, stel ik voor dat wij zo snel mogelijk komen tot de situatie onder minister Flahaut, met name dat wij Kaboel blijven bewaken en in het noorden zo snel mogelijk de PRT’s in civiele handen geven.

 

Ik stel voor om het geld dat wij door de terugtrekking uit het westen uitsparen, in beter politie- en inlichtingenwerk te investeren. De terroristische dreiging is een zaak die ook wij niet onderschatten. De praktijk toont echter aan dat de terroristische dreiging niet onder controle wordt gehouden door een land militair binnen te vallen. Terroristische dreiging wordt onder controle gehouden door beter inlichtingen- en politiewerk. Dat is wat de sp.a wil.

 

De voorzitter: Mijnheer De Vriendt, spreek niet te luid. Anders zult u de heer Van Hecke, die vóór u zit, wakker maken.

 

01.219  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, dat is zijn manier om interesse te betonen in wat ik nu zal vertellen.

 

Minister Vanackere, ik heb aandachtig naar uw antwoord over Afghanistan geluisterd. U hebt ook heel uitgebreid geantwoord. Uw uitleg is echter niet erg geloofwaardig, omdat u een verhaal van evenwicht brengt. Er moet een evenwicht tussen militaire en civiele inspanningen zijn. U zegt dat president Obama ook een globale benadering voorstelt.

 

Mijn vraag is heel erg simpel. Ik heb ze daarstraks al gesteld, maar heb er geen afdoende antwoord op gekregen.

 

Indien u zo overtuigd bent van de noodzaak aan een evenwicht tussen het militaire en het civiele, waarom reflecteert de begroting 2010 dat dan niet, evenmin als de begroting 2009 dat reflecteerde? In de begroting 2009 was er een uitgave van 76 miljoen euro voor het militaire aspect en 12 miljoen euro voor ontwikkelingssamenwerking en het civiele aspect. Indien u het civiele aspect toch zo belangrijk vindt, waarom besteedt u daaraan dan niet even veel of meer geld dan aan defensie en aan het militaire aspect?

 

01.220 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mijnheer De Vriendt, u spreekt het woord evenwicht uit. U maakt er een lakmoesproef van door na te gaan hoeveel voor het ene en hoeveel voor het andere wordt uitgetrokken.

 

01.221  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Vindt u een evenwicht dan niet nodig?

 

01.222 Minister Steven Vanackere: Het is niet tegenstrijdig om, zoals velen, van mening te zijn dat wij de harten van de Afghanen moeten winnen en het afghaniseringsproces, waarover smalend kan worden gedaan, moeten doorzetten. De wil om in een samenleving een staat te organiseren en ervoor te zorgen dat er politieagenten zijn die kunnen schrijven, dat er een rechtssysteem ontstaat en dat er ondersteuning is voor de landbouw, is niet strijdig met het zorgen voor veiligheid. Het is mogelijk om het voorgaande als een belangrijk element te zien en tegelijk te beseffen dat in 2009, en straks in 2010 de werkzaamheden van de mensen die zulks mogelijk moeten maken, ook in een veilige context moeten gebeuren. Met andere woorden, het realiseren en garanderen van de veiligheid, met name de militaire poot van voornoemd drieluik, heeft een kostprijs.

 

U wil doodgraag dat beide bedragen met elkaar overeenstemmen. Neemt u het mij niet kwalijk, maar dat is in ieder geval niet de lakmoesproef die wij aanvaarden.

 

01.223  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, zeer kort nog, als ik mag.

 

De voorzitter: Jawel, mijnheer De Vriendt, maar ik vind het niet meer correct. De manier waarop er nu wordt gediscussieerd, gaat ontzettend veel meer in detail dan wanneer we dit ooit overdag zouden bespreken. De minister heeft nu opnieuw geantwoord. We kunnen tot het eindeloze doorgaan.

 

01.224  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat het laatste woord aan het Parlement toekomt.

 

De voorzitter: Ja, ja…

 

01.225  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Ik denk trouwens dat we in een goed debat zitten: woord en wederwoord.

 

Mijnheer de minister, u vindt het militaire blijkbaar zes keer belangrijker dan het civiele. Dat is het budget, mijnheer de minister. Als u een evenwicht wil bereiken, waarom reflecteert zich dat dan niet in het budget en in de besteding van financiële middelen,…

 

De voorzitter: Mijnheer De Vriendt, u herhaalt gewoon uw vraag.

 

01.226  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): … zeker omdat we weten dat er nu een achterstand is inzake civiele hulp. Dat wordt erkend door alle ngo’s. Het wordt ook erkend door uw president Obama, bijvoorbeeld, sinds kort toch het grote voorbeeld van deze regering. Er moet dus een inhaalbeweging komen, ook op civiel vlak. Een besteding aan civiele middelen die zes keer lager ligt dan een besteding aan militaire middelen, is niet hetgeen dat moet gebeuren.

 

De voorzitter: Mijnheer De Vriendt, u moet ook wel eens leren, als de regering niet het antwoord geeft dat men wil horen, dat dit niet betekent dat de regering niet antwoordt.

 

01.227  David Geerts (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb nog een korte repliek op het antwoord van de staatssecretaris voor Begroting.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik neem de woorden erbij die de minister van Defensie vorig jaar uitsprak omtrent dat fonds. Hij zei toen: “Voor de periode 2009-2011 zet Landsverdediging een bedrag van 200 miljoen euro aan ontvangsten voorop: 100 miljoen euro uit de verkoop van overtollig materiaal en 100 miljoen euro uit de verkoop van onroerende goederen.” Als ik die woorden langs de voorliggende begroting leg, dan denk ik dat u nog werk zult hebben.

 

De voorzitter: Wij komen nu aan het zeer interessante domein van de Binnenlandse Zaken, Justitie en Openbaar Ambt. Ik heb als sprekers de heer Balcaen over de civiele bescherming, de heer Schoofs over de Justitie, en de heer Landuyt eveneens over de Justitie.

 

01.228  Ronny Balcaen (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, j'interviendrai depuis mon banc.

 

01.229  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb een aantal technische vragen over de begroting.

 

De voorzitter: U was niet ingeschreven.

 

01.230  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, bij deze.

 

01.231  Ronny Balcaen (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, madame la ministre, je dirai quelques mots sur la réforme de la sécurité civile, qui se trouve au point mort faute de moyens budgétaires. Très peu d'arrêtés d'application de la loi de 2007 ont été rédigés et adoptés, malgré les promesses qui ont été réitérées.

 

Je suis allé relire la note de politique générale de votre prédécesseur, qui se montrait assez volontariste, puisqu'elle indiquait: "L'année 2009 sera celle des réalisations concrètes et de la publication progressive des arrêtés d'exécution nécessaires à la mise en œuvre concrète de la réforme." Nous voici en fin d'année, madame la ministre, et à moins que je n'aie été particulièrement distrait, je n'ai pas vu d'arrêté adopté.

 

La note de politique générale pour 2010 est nettement moins ambitieuse, puisqu'elle précise: "Compte tenu du contexte budgétaire, la réforme de la sécurité civile – plus particulièrement, l'exécution de la loi du 15 mai 2007 – doit être réalisée étape par étape." Les textes actuels ne contiennent donc plus de véritable calendrier.

 

C'est une forte déception pour les pompiers qui ont d'ailleurs fait connaître leur mécontentement. Comme cela été dit par plusieurs intervenants dans le cadre du débat général, il faut évidemment des moyens supplémentaires pour mettre en œuvre cette réforme.

 

Quand je vous avais interrogée à ce propos, vous m'aviez répondu que vous vous occuperiez de ce dossier au moment du premier ajustement budgétaire. Nous y serons particulièrement attentifs. Des moyens supplémentaires sont néanmoins indispensables. Une méthode de travail est également sollicitée par les hommes du feu. Ils estiment que le travail est constamment remis sur le métier et qu'il n'y a pas de pilote dans l'avion. Il s'agit de fixer des priorités et un calendrier pour la mise en œuvre de la réforme.

 

Nous ignorons ainsi quel est le coût exact de l'application de la réforme. C'est assez aberrant.

 

Ces conditions me semblent essentielles pour restaurer la confiance des soldats du feu et lancer une réforme au bénéfice de la sécurité des citoyens. Des promesses ont été faites par le monde politique après la catastrophe de Ghislenghien. Elles doivent être tenues.

 

De voorzitter: Als er geen sprekers meer zijn voor het luik Binnenlandse Zaken, stel ik voor dat de minister van Binnenlandse Zaken onmiddellijk antwoordt.

 

01.232  Annemie Turtelboom, ministre: Monsieur le président, comme je l'ai déjà dit, en 2010, mes priorités sont le matériel, la formation, la connaissance et les zones pré-opérationnelles. Pour la formation et le matériel, je peux vous assurer qu'entre 2004 et 2009, le budget a été revu à la hausse à concurrence de 100 %. Pour la formation, l'accent est mis sur une meilleure formation de base et sur l'organisation de formations spécialisées quant aux nouveaux risques, tels que les panneaux solaires et les véhicules hybrides.

 

En 2008, on a installé le Centre de connaissances, qui développe actuellement des procédures opérationnelles uniformes ainsi que différents outils, notamment une méthodologie pour un retour d'expérience après incidents. J'ai déjà dit qu'en raison du conclave budgétaire je mettrai le dossier sur la table du gouvernement début 2010.

 

En ce qui concerne votre question relative au coût réel de la réforme de la sécurité civile, il dépend du statut et de son contenu. Il y a un coût minimum et un coût maximum. Mais cela dépendra de notre négociation avec les syndicats, les fédérations, l'Union des villes et des communes, bref, avec l'ensemble des partenaires sur le terrain.

 

01.233  Ronny Balcaen (Ecolo-Groen!): Madame la ministre, les hommes sur le terrain attendent aussi un calendrier précis quant à l'adoption des arrêtes d'application de la loi. Vous ne répondez pas à cette question. Cela me semble important. En plus de la méthode de travail au niveau de l'administration, c'est un élément symbolique, qui peut rétablir, un tant soit peu, le dialogue entre l'administration et les partenaires de la négociation.

 

01.234  Annemie Turtelboom, ministre: J'ai déjà distribué en commission un tableau reprenant les dates relatives à l'élaboration des arrêtés royaux, aux consultations avec les syndicats, etc. Je pense avoir donné un tableau avec le timing très détaillé. Mais je peux à nouveau le transmettre au secrétariat de la Chambre.

 

Le président: Il existe un tableau, un time sheet, reprenant toutes les étapes à franchir. Il sera remis par Mme la ministre.

 

01.235  Bert Schoofs (VB): Mijnheer de voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, de legislatuur 2007-2011 is meer dan halfweg en de tijd dat CD&V acht jaar in de oppositie zat, is helemaal voorbij. Het is dan ook tijd om een eerste balans op te maken, zeker voor het departement Justitie. Mijnheer de minister, u bent zeer goed geplaatst om achterom te kijken, aangezien u een van de laatste CD&V-ministers was onder het vorige CD&V-regnum. We kunnen even kijken welke beloften CD&V intussen al min of meer heeft waargemaakt, die zij de kiezer heeft voorgespiegeld in de acht jaar waarin ze in de oppositie zat. Zij maakte zich sterk dat zij die beloften binnen afzienbare tijd zou vervuld zien. Mocht ik het daar alleen over hebben, mijnheer de minister, dan zou ik al uitgepraat zijn.

 

Het masterplan van Jo Vandeurzen inzake de gevangenissen werd en wordt toegejuicht. Plannen maken is goed. U schermt met de bouw van gevangenissen. Toch heb ik twee opmerkingen daarover. Ten eerste, u hebt nagenoeg alleen op de lange termijn ingezet. Ten tweede kiest u voor een formule die volgens mij haar nut nog moet bewijzen, de bewuste DBFM-formule, design, build, finance and maintain. Ik vraag mij af of die formule wel voldoende efficiënt zal zijn in de tijd om te komen tot de bouw van gevangenissen tegen het tijdstip waarop ze zouden moeten gerealiseerd zijn. Dat is natuurlijk een heikel punt, want de bouw van gevangenissen is nu eenmaal legislatuuroverschrijdend. Misschien kunnen we u dat niet kwalijk nemen maar in elk geval was het CD&V die als verkiezingsbelofte vooropstelde dat er binnen de twee jaar een extra celcapaciteit van 1 500 eenheden zou gerealiseerd worden. Daar komt u natuurlijk niet aan.

 

Belangrijker is het wanneer we kijken wat er zich binnen de gevangenissen afspeelt. Dat zou de meest veilige en beveiligde omgeving in de samenleving moeten zijn. Daar is het goed bestuur toch wel zoek. Inzake het handhaven van rust, wet en orde in de penitentiaire instellingen faalt het beleid schromelijk: veelvuldig drugsgebruik, drugsdoden, wapens, zware en zelfs dodelijke incidenten, ontsnappingen, stakingen van penitentiaire beambten. Ik zou nog een tijdje kunnen doorgaan. Inmiddels is die celcapaciteit dus niet echt verhoogd. We moeten dat miniem noemen. De gevangenisboten hebben geen eerlijke kans gekregen. Ik zal dat debat niet opnieuw openen maar de inspectie van Financiën zag daar wel iets in, zo bleek achteraf. U hebt echter beslist om de gevangenis in Tilburg te huren. Node staan wij daar achter. Dat is inderdaad een verhoging met 500 eenheden. Het is dan toch dat. In elk geval is dat iets zeer bitters voor onze cipiers, voor de penitentiaire beambten, die in zeer moeilijke omstandigheden in de gevangenissen in dit land hun werk moeten doen. Zij moeten toezien hoe het meer comfortabele werk wordt overgenomen door de collega’s uit Nederland. Bovendien is er een hallucinante tegenstelling zo u wil. Nederlandstalige gevangenen zullen in massa hun straf in het buitenland uitzitten. Dat zullen meestal Vlamingen zijn of toch mensen die Nederlands spreken. Zij zullen naar Nederland gaan om hun straf uit te zitten. We krijgen het blijkbaar niet voor elkaar om gevangenen van vreemde origine die in feite weinig banden hebben met dit land en die zich ook nog nooit aangepast hebben indien het om allochtonen gaat, in hun land van herkomst hun gevangenisstraf te laten uitzitten.

 

Ik kom tot de strafuitvoering, mijnheer de minister. Vertrekkend van het feit dat er te weinig cellen zijn, moeten wij vaststellen dat zeker voor de zogenaamde kortgestraften van minder dan drie jaar de opgelegde straffen te kort of zelfs helemaal onbestaande zijn. Dat leidt er dan weer toe dat er te weinig elektronische enkelbanden zijn om de toevloed uit de gevangenissen op te vangen. Dat leidt er ook weer toe dat er wachtlijsten voor de werkstraffen worden opgebouwd.

 

Alles samen is er dus een te lage bestraffinggraad en een te lage strafuitvoeringsgraad. De straffen zijn volgens het Vlaams Belang al te laag, zeker voor de seksuele delinquenten. En daarmee kom ik op het volgende punt. Voor die criminelen is het strafbeleid te laks. Wetenschappers en juristen oordelen dat de straffen te laag zijn. Mijnheer de minister, wij moeten vaststellen dat de regering absoluut geen prioriteit maakt van de bescherming van de burgers tegen vrijgelaten seksuele delinquenten, vooral tegen pedofielen. Deze regering heeft geen werk willen maken van een woonverbod en van het uitsluiten van het eerherstel.

 

In het Parlement is de discussie ter zake verzand, mede onder invloed van allerlei belangengroeperingen van wie wij mogen veronderstellen dat ze de slachtoffers beschermen, maar die veeleer de kant van de pedofielen kiezen, om Child Focus niet te noemen.

 

Dan is er een aantal pijnpunten, die blijven terugkeren, zoals de snel-Belgwet. Ik ben benieuwd naar de maatregelen die u zult willen nemen om toch minstens een aantal personen de Belgische nationaliteit te kunnen ontnemen. U bent daarmee bezig. De overgrote groep die volgens ons en volgens meer en meer mensen in de samenleving niet de nationaliteit verdient, zal waarschijnlijk niet worden aangepakt.

 

Een ander pijnpunt is de Moslimexecutieve. Ik kan u wat ter zake allemaal misgaat, niet verwijten, omdat het allemaal van voor uw tijd of uit uw eerste ambtsperiode dateert, maar iedereen weet het en niemand durft het te zeggen. Wij durven het wel te zeggen, dat is een miskleun. Men is er niet in geslaagd om de 400 000 moslims die in het land aanwezig zijn, een representatief orgaan te verschaffen.

 

Zij zouden zich dat eigenlijk zelf moeten verschaffen, zonder dat ze erkend of gesubsidieerd worden. Niemand slaagt er in om op een ordentelijke manier de islamitische godsdienst in onze samenleving in te passen. De minister van Justitie is daar dan de pineut van, maar u durft dat zelf niet te zeggen, mijnheer de minister. Dat is een verwijt dat wij u wel degelijk mogen maken.

 

Dan heb ik nog een aantal stokpaardjes. Ik zit al tien jaar in het Parlement en ik zie al tien jaar in alle beleidsnota’s de bemiddeling, de familierechtbank, de werklastmeting, de geïnterneerden terugkeren. Het is op dat vlak ook een mager beestje. De realisaties, ook in deze legislatuur, van Justitie zijn vel over been.

 

We zouden moeten kunnen zeggen dat er gelukkig nog de hervorming van het gerecht is. Gelukkig is er de oriëntatienota. Gelukkig is er de Atomiumwerkgroep. Achter gelukkig moet ik dan wel een enorm vraagteken plaatsen. De oriëntatienota heeft een verdienste, namelijk dat ze duidelijk is, mijnheer de minister. Helaas kan van dat unitair blok van Justitie zelfs niet het kleinste korreltje naar de deelstaten afbrokkelen.

 

Dat stelden wij 2 maanden geleden vast en dat stellen wij nu vandaag ook vast. Als wij als Vlaams Belang ooit al helemaal geen spijt hadden dat wij weer eens niet uitgenodigd waren op een overleg, dan is het deze keer zeker het geval, want die oriëntatienota en die Atomiumwerkgroep zullen inderdaad ook tot de categorie van de magere beestjes of de geiten met de Q-koorts gaan behoren.

 

In deze heb ik moeite om de N-VA te begrijpen. Er is toch nog één collega op de banken aanwezig. Met veel bombarie heeft uw partij, mijnheer Luykx, in de Atomiumbollenwinkel haar intrede gedaan. Na 2 maanden hebt u met veel zin voor drama en vooral gespeelde verontwaardiging de wijk genomen. Het moest toch van in den beginne duidelijk zijn dat die oriëntatienota geen enkel perspectief bood op enige inbreng of inspraak, of op een minieme deling, ik durf het woord splitsing zelfs niet in de mond nemen, van bevoegdheden naar de deelstaten op het vlak van Justitie. Toch is de N-VA in dat overleg gestapt.

 

Wij hadden dus geen 2 maanden nodig om weer eens te concluderen dat het Belgisch model geen soelaas biedt. Die oriëntatienota was destijds al gedrenkt in Belgische inkt en opgehangen aan een Belgische waslijn van die Atomiumwerkgroep. N-VA hing haar bretellen mee aan die waslijn. Het is in feite niet te begrijpen. Nu speelt de N-VA de vermoorde onschuld. Nu redeneert de N-VA als volgt, waar en wanneer hebben wij het nog gehoord, hoe zou de N-VA het vandaag zeggen. Als we eraan zouden gedacht hebben dat iemand zo stupide zou zijn om het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde niet te willen splitsen, dan hadden wij zeker aan de deelname van de Atomiumwerkgroep verzaakt. Zo zou het ongeveer geklonken hebben.

 

De voorzitter: De heer Luykx gaat het zeggen.

 

01.236  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer Schoofs, wij zijn inderdaad niet zoals het Vlaams Belang, die bij voorbaat aan de kant gaan zitten. Wij durven inderdaad die moeilijke oefening aan. Wij durven inderdaad de uitdaging aan om aan tafel te gaan zitten, om effectief dingen te veranderen. Ik denk dat wij op die manier veel meer kansen maken om dingen te veranderen dan het Vlaams Belang dat zolang dat het hier zit aan de kant zit.

 

01.237  Bert Schoofs (VB): Collega Luykx, u bewijst nu toch zelf dat het resultaat uiteindelijk altijd hetzelfde is. U verwijt ons van alles, maar als het op het resultaat aankomt, dan kunt u even weinig voorleggen of helemaal niets. U maakt er maar een show van door elke keer ergens in te stappen en er dan terug uit te vliegen. Maar hoe u zich ook heen en weer beweegt, u komt inderdaad ook tot geen enkel resultaat. Dat is wat wij de N-VA moeten verwijten. Als kameraden Vlaams-nationalisten moeten wij u dat verwijten. Ik heb het al meermaals gezegd. Mijnheer Bogaert, u gaat nu misschien de Vlaamse regering verdedigen, maar toch niet de federale regering. Wij zitten hier wel in het federale Parlement. Mijnheer Bogaert, ik ga u iets zeggen wat ik al meermaals tegen CD&V gezegd heb en ik ga dat nu ook tegen de heer Luykx zeggen. Ik herinner u aan de uitspraak van de voormalige minister van Justitie, de heer Vandeurzen, en het kartel was toen al gesplitst. Hij zei in 2005, even voor de Vlaamse feestdag: er moet een Vlaamse minister van Justitie komen. Stoere karteltaal.

 

Dan heb ik het niet over die 29 miljard euro. Die 29 miljard euro zal er wel zijn. Maar wat de Vlaamse Justitie betreft, die hebben wij helemaal niet. Daar maakte Jo Vandeurzen zich sterk over. Ik heb het meermaals in dit halfrond gezegd en ik zeg het nu ook tegen de heer Luykx.

 

Inmiddels is het kartel al gesplitst, inmiddels is Jo Vandeurzen al federaal minister van Justitie geweest. Een Vlaamse minister van Justitie hebben wij nog niet. Inmiddels heeft de N-VA al een paar keer deelgenomen aan onderhandelingen en is N-VA al een paar keer in een regering gestapt zonder dat Brussel-Halle-Vilvoorde gesplitst is. Noch het gerechtelijk arrondissement, noch de kieskring.

 

Elke keer heeft men die belofte weer gebroken en heeft men toch aan onderhandelingen deelgenomen en is men toch in regeringen gestapt.

 

Inmiddels is Wilfried – B Plus – Martens al enkele keren de revue gepasseerd. Die tricolore CD&V’er is weer helemaal terug. Terloops gezegd, die Wilfried Martens die telkens weer wordt opgerakeld en die men zo graag als neo-Belgicist opvoert, klaagt heel vaak dat hij zoveel alimentatie moet betalen, maar als puntje bij paaltje komt, moet men hem gaan halen in Disneyland Parijs of in Venetië en dergelijke. Hij heeft dus niet zoveel te klagen, meen ik.

 

Inmiddels is ook Jean-Luc – quid N-Va? – Dehaene een paar keer de revue gepasseerd.

 

De voorzitter: Blijf u bij Justitie.

 

01.238  Bert Schoofs (VB): Nee, ik ga uitleggen waarom N-VA uiteindelijk weer eens uit het overleg gestapt is, mijnheer de voorzitter.

 

Inmiddels – en dat moet duidelijk zijn voor N-VA, mijnheer Luykx – is dat Belgische discours al lang terug bij CD&V. N-VA heeft ten onrechte geloof gehecht aan de oriëntatienota, die niets aan tricolore duidelijkheid te wensen overliet. N-VA heeft geloof gehecht aan het Atomiumoverleg, een Belgisch symbool bij uitstek. En zo kom ik bij mijn punt: quid N-VA? Komaan zeg, waarom bent u in godsnaam…

 

01.239  Peter Luykx (N-VA): (…)

 

01.240  Bert Schoofs (VB): Ja maar, wat is uw oplossing nu?

 

01.241  Peter Luykx (N-VA): Wij komen ten minste uit onze startblokken. Wij lopen mee. Wij winnen niet altijd, maar dat hoeft niet. Maar wie nooit meeloopt, blijft zeker op de bank zitten!

 

01.242  Bert Schoofs (VB): Mijnheer Luyckx, dan bijf ik graag nog een tijdje in de startblokken staan, hoor.

 

U verwijt ik het niet, maar N-VA doet het wel. U zegt dat u in de startblokken staat, maar wat doet u? Halfweg stopt u. Welke medaille hangt daaraan vast? Wat wint u daarmee?

 

01.243  Luc Sevenhans (N-VA):

 

01.244  Bert Schoofs (VB): Collega Jambon, ik ben blij dat u weer binnenkomt.

 

Ik wil duidelijk maken dat of u nu deelneemt aan het Belgische federale systeem, of u er nu in zit, of op springt of aan hangt, of u er in kruipt, dan wel of u zich uitschrijft, weggaat, opstapt, of eraf huppelt – het kartel is blijkbaar terug – hoe meer u heen en weer bengelt, het maakt geen verschil.

 

01.245  Peter Luykx (N-VA): Mijnheer Schoofs, dan moet u consequent zijn, uw zetel hier verlaten en niet meer deel uitmaken van dit Parlement.

 

01.246  Bert Schoofs (VB): Dat is uw systeem. Uiteindelijk zou men geen zetels meer overhouden als iedereen blanco zou stemmen.

 

Beste collega's van N-VA, het is een nutteloze verspilling van tijd, energie, moeite en à la limite ook van Vlaamse centen.

 

Een ding is wel duidelijk, en dat was twee maanden geleden ook al het geval: de noodzakelijke, de performante, de rechtvaardige, de efficiënte Vlaamse justitie is verder weg dan ooit met die oriëntatienota, met de Atomium-werkgroep, met de Vlaamse minderheid in de Belgische federale regering en met deze beleidsverklaring en begroting voor Justitie.

 

Daarom zeggen wij neen tegen deze begroting. Wij zullen pas 'ja' zeggen als er een Vlaamse begroting is voor Justitie. Dat realiseert u niet, en u belooft dat ook.

 

01.247  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer Schoofs, ik ben bijzonder gevoelig aan uw kritiek en uw bedenkingen bij onze strategie. U zegt dat wij de afgelopen weken niet de zelfstandige Vlaamse Justitie hebben gerealiseerd. Die kritiek gaat mij bijzonder na aan het hart. Ik zou eens heel graag van u weten wat u de laatste weken hebt bijgebracht aan de Vlaamse Justitie, om de hervormingen te realiseren, om u in het politieke debat te mengen, om een steen in de rivier te veranderen?! Wat heeft u daaraan gedaan?

 

01.248  Bert Schoofs (VB): Wij hebben in elk geval geen twee maanden tijd verspeeld.

 

01.249  Jan Jambon (N-VA): Dat doet u al twintig jaar, man!

 

01.250  Bert Schoofs (VB): Mijnheer Jambon, wat hebt u dan al gerealiseerd? Ik zal u zeggen hoe het twee maanden geleden klonk. U zal zien dat ik een déjà vu heb.

 

De voorzitter: U mag repliceren, maar het heeft geen fluit, maar dan ook geen fluit met de begroting te maken. Maar goed.

 

01.251  Bert Schoofs (VB): Een begroting voor Justitie kan ook voor een Vlaamse Justitie worden aangewend.

 

Mijnheer Jambon, u hebt op een bepaald moment gezegd: 'Mijnheer de minister, de N-VA heeft met overtuiging de uitgestoken hand van de regering aangenomen om mee te onderhandelen over de hervorming van Justitie. Dat een grondige hervorming van het justitiële apparaat meer dan nodig is, zal vandaag niemand meer betwijfelen.'

 

Dat betwijfelen wij ook niet, hoor.

 

'Wij zullen daarom constructief maar kritisch meewerken om die zo noodzakelijke hervorming te verwezenlijken.'

 

Toen verweet u collega Annemans wat u mij verweet.

 

Dan heeft collega Laeremans u het volgende geantwoord: 'De nota die hier werd rondgedeeld over de hervorming van Justitie zei precies het tegenovergestelde van wat u allemaal beweert. Die hield de organisatie en de personeelsformatie volledig op het federale niveau. Er was niets in splitsing voorzien en daar gaat u aan meewerken.'

 

Ik heb daarstraks gezegd dat niet eens het kleinste korreltje, van de unitaire brok die Justitie is, naar de deelstaten afbrokkelt. Daar hebt u inderdaad niets gerealiseerd.

 

(Bart Somers onderbreekt kort zonder micro)

 

01.252  Bert Schoofs (VB): Dat komt dan van Open Vld, mijnheer Somers. U zou beter wat meer de Vlaamse kaart trekken. U hebt ook al veel van parlement naar parlement gewisseld. Wat hebt u op Vlaams vlak gerealiseerd?

 

De voorzitter: De repliek is gepasseerd. Mijnheer Landuyt, u hebt het woord.

 

01.253  Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mevrouw de minister, mijnheer de staatssecretaris, collega’s, goedemorgen. Ik zou iets willen zeggen in drie delen, iets over de begroting, iets over één jaar De Clerck en iets over het Atomiumoverleg.

 

Ik wil mij enkel houden aan de grote lijnen. Wat de begroting betreft, heb ik een opmerking en twee vragen. De opmerking is dat de begroting voor een goede justitie niet het belangrijkste is en dat we niet daaruit de inhoudelijke punten moeten halen. Toch blijf ik in de kou omdat wij wel snel het verdrag van Tilburg hebben goedgekeurd, terwijl daaromtrent in geen enkel budget is voorzien. Ik dacht dat het vandaag met een amendement zou worden geregeld. Is dat nog altijd het geval? Hoe zal het in werking treden zonder dat daarvoor in een budget is voorzien, nu men geen enkel argument meer heeft om het niet uit te voeren, aangezien het is goedgekeurd?

 

Ten tweede, wat het budget voor de Regie der Gebouwen betreft, moet ik mijn vraag misschien aan de minister van Financiën stellen.

 

(…): (…)

 

01.254  Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik ga ervan uit dat de minister van Justitie het antwoord zal kunnen geven, dat hij goed het budget van de Regie der Gebouwen heeft bestudeerd, beter dan de voorbije zomer.

 

Mijnheer de minister, afgelopen zomer hebt u twee keer de fout gemaakt te zeggen dat u geen budget hebt, om dan na een persbericht van mij te moeten vaststellen dat er bij de Regie der Gebouwen wel een budget was. Ik verwijs naar het budget voor de beveiliging van de gevangenissen. Eerst was de 3 miljoen voor de helikopterbescherming in Brugge er niet, maar nadien waren die middelen er wel. Het bedrag van 10 miljoen euro voor de beveiliging van een paar zalen in het Justitiepaleis van Brussel, was u ook u even vergeten.

 

Nu luidt mijn vraag wat er dit jaar eigenlijk zit in het budget van de Regie der Gebouwen voor de noodzakelijke veiligheidswerken en onderhoudswerken van de justitiegebouwen. Ik veronderstel immers dat u niet zult wachten op het Atomiumoverleg om het normaal onderhoud van de gebouwen, en vooral de beveiligingspolitiek daarin, voort te zetten.

 

In verband met het eerste gedeelte zijn mijn vragen dus de volgende. Ten eerste, hoe regelt u de uitvoering van het verdrag van Tilburg? Ten tweede, hoe zit het precies met uw begroting bij de Regie der Gebouwen inzake justitiegebouwen, in het bijzonder de beveiligingspolitiek?

 

Dat lijken mij evidente, te verwachten vragen waarop u wellicht zonder de hulp van de minister van Financiën zult kunnen antwoorden.

 

Ik kom tot het tweede gedeelte. In aansluiting op de beleidsbrief Justitie was ik graag even nagegaan wat wij nu gehad hebben en welke lessen wij kunnen trekken voor het beleid in de toekomst. Ik heb in de commissie benadrukt dat uw beleidsbrief niet de vervelende fout maakt van de beleidsbrieven van uw voorganger, in die zin dat uw brief niet een inventaris is van alles wat er allemaal gedaan is tijdens het jaar. Dat is in feite de evidentie zelf, omdat het wellicht zoeken is naar wat concreet werd gedaan inzake Justitie, terwijl uw aantreden als minister van Justitie blijkbaar het beginsignaal was van een reeks blunders op het vlak van Justitie.

 

(…): (…)

 

De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog, mijnheer Landuyt.

 

01.255  Renaat Landuyt (sp.a): (…) (Tumult)

 

De voorzitter: Wilt u het woord nog voeren, mijnheer Landuyt?

 

01.256  Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de voorzitter, het tweede gedeelte van mijn interventie, deze voormiddag, ging over een jaar justitiebeleid van De Clerck, dat u niet, zoals bij de andere ministers van Justitie destijds, terugvindt in de beleidsbrief. Ik vind daar niet echt een inventaris van. Ik denk ook dat het een moeilijk jaar is geweest, en dat het ook zoeken zou zijn naar effectieve maatregelen.

 

Naar het overzicht van de blunders moeten wij evenwel niet zoeken. In dat verband verwijs ik, zoals de minister mij influistert, naar het blunderboek Justitie, dat een volledige resumé geeft van alle mogelijke incidenten die wij het voorbije jaar gekend hebben. Het boek werd geschreven met de bedoeling om er lessen uit te trekken, omdat er eigenlijk een systematiek zit in de fouten.

 

Met de uitspraak “een jaar blunders op Justitie”, wil ik niet zeggen dat het de schuld van minister De Clerck is, maar bedoel ik wel dat daaruit lessen moeten worden getrokken. Ik zal geen opsomming geven van alle mogelijke blunders die het afgelopen jaar zijn gebeurd, want er zijn er uitzonderlijk veel gebeurd. Sta mij toe om vijf justitieblunders op te sommen, om te zien of wij daaruit de nodige lessen hebben getrokken of de nodige lessen er zullen uit trekken.

 

Het eerste grote punt hebben wij deze week nog besproken. Alles is eigenlijk begonnen, ook de tweede carrière van minister De Clerck, met de Fortis-zaak. Als het gaat over lessen trekken, is er een zeer interessant rapport van de Hoge Raad voor de Justitie beschikbaar, waarin een analyse wordt gemaakt van alle mogelijke problemen, en opgesteld in een taal die eigen is aan juristen. Het is een zeer subtiele analyse, maar bij momenten heel duidelijk. Ik denk dat iedereen die bezorgd is over onze rechtsstaat, toch bepaalde passages uit dat verslag zou moeten lezen. Men krijgt er, op grond van de feiten die men al kende na de onderzoekscommissie, echt een mooie analyse met conclusies van de Hoge Raad voor de Justitie.

 

In het bijzonder wijs ik erop dat die een heel mooie analyse van de positie van de minister van Justitie maakt.

 

Zoals ik al zei, zou ik even een vijftal fouten willen opsommen.

 

Ten eerste is er de Fortiszaak. Het rapport ter zake van de Hoge Raad voor de Justitie kunt u terugvinden op de website van de Hoge Raad voor de Justitie op het deel Publicaties. De nieuwste publicatie is voornoemd rapport.

 

In het bijzonder raad ik iedereen aan specifiek pagina 9 te lezen. U kunt de pagina ondertussen misschien even oproepen. Op pagina 9 staat voor het eerst de duidelijke stelling dat het principe van de scheiding der machten werd geschonden. Er is, behoudens de Hoge Raad voor de Justitie, geen enkele, officiële instelling die voormelde stelling zo duidelijk heeft verwoord.

 

Ik herhaal het voorgaande niet om hier sancties te vragen ten opzichte van ministers die al zijn vertrokken. De beste sanctie die er is gekomen, is het cadeau voor u, minister De Clerck. U bent daardoor nu minister van Justitie.

 

Laten wij uit de feiten echter ook de nodige lessen trekken. Er is een probleem met de verhouding tussen de regering, het openbaar ministerie en zetelende rechters. Alle problemen die er daaromtrent in ons land kunnen zijn, zijn in de Fortiszaak voorgevallen. Dat maakt het zo interessant om een en ander even na te lezen.

 

Wij zullen het ook nodig hebben, indien wij een minister van Justitie verantwoordelijk wensen te stellen voor problemen die op het terrein rijzen. Wij moeten desgevallend heel goed in het oog houden wat een minister van Justitie van zijn openbaar ministerie kan vragen. Wat kan bovendien een openbaar ministerie ten opzichte van zetelende rechters ondernemen?

 

De hele problematiek wordt in voornoemd rapport heel mooi uit de doeken gedaan. Het bevat ook suggesties om een en ander te verbeteren.

 

Er is echter een zaak die mij van het hart moet. Er was een suggestie, die ook de onderzoekscommissie heeft gemaakt.

 

Maandag heb ik de minister van Justitie op de radio horen verklaren dat het probleem van de aanwezigheid van ambtenaren van het openbaar ministerie en van procureurs in de kabinetten voor later is. Ik hoorde minister De Clerck op de radio vertellen – ik vraag mij af of hij dit hier ook officieel zal herhalen – dat men vandaag, ondanks het goedgekeurde rapport van de onderzoekscommissie, geen procureurs meer in andere kabinetten dan het kabinet van Justitie zou plaatsen.

 

Ik hoor de minister van Justitie dan zeggen dat we dat wel zullen regelen in de volgende legislatuur, alsof dat niet direct kan geregeld worden en alsof dat nog niet is geregeld. Dat was mijn grootste verwondering. Wat de Fortiszaak betreft, herhaal ik dat ik niet begrijp dat er op sommige kabinetten, andere dan het kabinet van de minister van Justitie nog steeds zou worden gewerkt met procureurs, terwijl in hetzelfde rapport staat dat het niet past dat een of andere procureur die lid is van het kabinet van Justitie, voor individuele zaken telefoontjes pleegt. We komen op die aanbeveling niet terug en men zou voortaan toch de spelregels in acht moeten nemen. Mijn vraag is heel duidelijk. Mijnheer de minister, kunt u hier in naam van de regering herbevestigen dat er op andere kabinetten dan het uwe voort wordt gewerkt met een systeem van procureurs?

 

Een ander soort blunders resulteerde in nietigheden van strafonderzoeken over onder andere KB Lux, Beaulieu en de cannabisboer. Dat laatste had te maken met de toepassing van de BOM-wet. In juni was u bereid om ter zake wetgevend in te grijpen: u zou de in het Burgerlijke Wetboek gehanteerde stelling ook in het strafrecht binnenbrengen: geen nietigheid zonder schending van het effectieve belang van de betrokken persoon. Waarom is er sedert de verklaring van juni 2009 dienaangaande geen enkel, maar dan ook geen enkel initiatief vanuit de meerderheid gevolgd? Ik heb zelf een wetsvoorstel ingediend, dat u uiteraard mag ondertekenen en een beetje herschrijven, als we daarover maar een tekst op een of andere manier goedkeuren.

 

Ten derde, derde soort blunders die we gehad hebben: het aantal assisenprocessen in ons land die vernietigd worden, zijn en zullen worden. U weet of u weet niet, maar in deze Kamer is voor de zomer nog verklaard dat men een schatting doet dat er een negental zullen vernietigd worden. Er is er al eentje vernietigd dat zes maanden heeft geduurd. We zijn ergens aan vier op negen, denk ik. Vandaar mijn vraag: wat is de stand van zaken op vandaag? Mijn vraag is, mijnheer de minister, of u al zicht hebt op het beëindigen van de werkzaamheden of hoe dat nu zit met de assisenwet. Hoeveel assisenprocessen moeten er nog worden goedgekeurd? Richten alle voorzitters van de hoven van assisen in het land zich nu eindelijk op een zelfde methode van werken?

 

Wat de vierde soort blunders betreft, verwijs ik naar wat nog goed in ons geheugen ligt en wat mij al dichter brengt bij het Atomiumverhaal: de ontsnappingen die ons geleerd hebben dat wat beslist werd rond helikopterbeveiliging van gevangenissen, niet was uitgevoerd. Vandaar mijn vraag: wat is de stand van zaken inzake de uitvoering van deze besliste investeringen? Of is dit doorgeschoven naar volgend jaar? Hoe is de planning daaromtrent?

 

Tweede specifieke vraag naar aanleiding van de ontsnappingen van deze zomer. Wat is de stand van zaken inzake beveiliging waarin al jaren voorzien was en gebudgetteerd is van het justitiepaleis in Brussel? Ik denk dat dit allemaal geen verrassingsvragen zijn.

 

Dan wat betreft de vijfde soort probleemblunders in Justitie, de zaak De Tandt, de voorzitster van de belangrijkste rechtbank van koophandel in het land, in het centrum van Europa, de rechtbank van koophandel van Brussel. Die heeft minstens ergens een probleem van meer dan perceptie, vrees ik, rond de geloofwaardigheid en de functioneringsmogelijkheden van de voorzitster.

 

Als ik de actualiteit goed volg, is er helemaal geen tuchtprocedure meer bezig en is ze terug aan het werk. Ze is terug zaken aan het toebedelen aan zichzelf en aan anderen. Wat is de verdere te verwachten stand inzake strafrechtelijk en tuchtrechtelijk onderzoek lastens de voorzitster van de belangrijkste rechtbank van koophandel van ons land? Tot zover mijn tweede deel met vijf soorten blunders, met vijf evidente vragen over het beleid.

 

Dat brengt mij bij het Atomiumoverleg. Voor iedereen die de beleidsbrief van de minister van Justitie heeft gelezen, u zult merken dat het verwachtingspatroon in het justitieoverleg, het Atomiumoverleg dermate groot is dat daaromheen alle beleidsbeslissingen voor een stuk geblokkeerd zijn of wachtende zijn.

 

Gelet op hetgeen maandag is gebeurd. Zowel binnenskamers als naar buiten toe hoor ik dat de gesprekken tussen meerderheid en oppositie opgeschort zijn voor politiek overleg. Het politiek overleg is dus opgeschort voor politiek overleg. Ik had graag geweten wat u daarmee nu precies bedoelt, mijnheer de minister van Justitie.

 

Is het nog steeds de intentie en de wil om politiek overleg te plegen tussen meerderheid én oppositie of wordt er gewerkt in een systeem van eerst overleg in de meerderheid en dan een uitgestoken hand, niet vinger, ik hoop op een hand, naar de oppositie toe?

 

Hoe ziet u het verdere verloop van de werkzaamheden? Op welke wijze wenst u het overleg te deblokkeren? Is politiek overleg bedoeld als overleg binnen de regering of binnen de groep van de mensen die verder aan tafel wenst te zitten om effectief iets te realiseren in verband met de Belgische justitie?

 

Voor de sp.a is het uiteraard zo dat wij verder wensen te redeneren in de richting van grotere arrondissementen, grotere rechtbanken, een gedecentraliseerd beheer en tuchtrecht dat functioneert. Op dat vlak, inzake tucht van de magistratuur, wil ik toch het volgende opmerken. Als er een probleem is rond het tuchtrecht van de magistratuur is het vooral het probleem dat de tuchtzaken niet opgestart geraken.

 

Naar mijn bescheiden mening is niet de procedure het probleem, maar dat men de procedure niet opstart en dat men, zoals in de zaak De Tandt, de minister van Justitie niet informeert en hem volledig buiten de zaken laat.

 

Dat brengt mij tot de problematiek van de tucht. Ik verwijs in het bijzonder naar de zaak van mevrouw De Tandt. U weet dat men daar tot het hoogste niveau van de magistratuur, tegen de wet in, de minister niet heeft ingelicht over de procedures die nooit werden opgestart of nooit werden voortgezet en waar nooit druk was om ze voort te zetten omdat de minister van Justitie, tegen de letter van de wet in, niet eens werd ingelicht

 

Ik meen dat u op dat vlak iets zult moeten regelen. Wij zijn bereid dat samen met u aan te pakken.

 

Dat brengt ons eigenlijk opnieuw bij de Fortiszaak. Ik meen dat wij de moed moeten hebben, en dat wij de plicht hebben, de verhouding tussen de rechterlijke macht en de uitvoerende macht in dit Parlement te regelen en beter te specificeren. Op dat vlak is er nood aan een betere wederzijdse controle.

 

Tot zover mijn betoog. U zult begrijpen dat wij wat het luik Justitie betreft de begroting moeilijk kunnen goedkeuren, tenzij er een amendement komt. Ik spreek wel enkel voor mijn gedeelte, en laat voor de rest enige spanning bestaan. Voor het gedeelte Justitie is het zoeken naar het budget voor de maatregelen omtrent Tilburg, en is het vooral uitkijken of de minister al weet wat binnen het budget van de Regie der Gebouwen gepland is voor de verdere beveiliging van de Justitiegebouwen.

 

01.257 Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer de voorzitter, ik wil kort op een aantal elementen antwoorden.

 

Ten eerste, ik meen dat wat Tilburg betreft nog eens herhaald moet worden dat bij de begrotingswijziging de nodige schikkingen getroffen worden. Wanneer dat dossier opgestart wordt, kan het bij de eerste begrotingswijziging aangepast worden. Er is daarover een akkoord binnen de regering. Dat is de afspraak. Ik heb dat al enkele keren aangebracht.

 

U vroeg een aantal cijfers over de financiële middelen. Voor de gerechtsgebouwen staan die 3 miljoen opnieuw in de begroting. Natuurlijk is beveiliging binnen de gevangenissen een globale post, voor 25 miljoen. Die 3 miljoen dient specifiek voor de beveiliging van de gerechtsgebouwen.

 

Ik wil in dat verband onmiddellijk bevestigen dat voor het gerechtsgebouw te Brussel verschillende fases in ontwikkeling zijn. De eerste fase omhelst camera’s en enkele andere initiatieven die nu uitgevoerd worden.

 

Er is nu ook een nieuw contract afgesloten om een aantal bijkomende veiligheidsmaatregelen te treffen om een eerste systeem van box in the box te realiseren, zodat meer zalen beveiligd zijn. Het contract is toegewezen, de budgetten zijn uitgetrokken. Dit is meteen ook een antwoord op een vraag.

 

U hebt een aantal andere vragen over Fortis gesteld, collega Landuyt. Ik heb inderdaad gezegd dat ik de aanbevelingen van de parlementaire commissie-Fortis, nu bevestigd door de Hoge Raad, zal volgen. Ik ben van oordeel dat geen nieuwe detacheringen meer zullen plaatsvinden naar andere kabinetten dan Justitie omdat dit de aanbeveling is. Voor een volgende legislatuur wordt best in overleg met het college van procureurs-generaal daaromtrent een richtlijn of een afsprakenkader vastgelegd. Zij zijn ook van oordeel dat dit de beste methodiek is. Binnen Justitie moet dit wel kunnen. Ook rond bepaalde projectmatige interventies vanwege leden van het openbaar ministerie moet het mogelijk zijn. Dat is dan weer projectmatig en niet op systematische basis.

 

U stelt ook vragen over assisen. Over de wet is gestemd en morgen of overmorgen wordt hij gepubliceerd. Dit is nu de basis voor de houding voor alle magistraten om te kijken op welke manier zij moeten motiveren. Ik denk dat daar een goede wetgeving is ontwikkeld die de twijfel ter zake binnen de diverse hoven van beroep en assisenhoven wegneemt. Ik hoop dat dit in de komende jaren voor de motivering stabiliteit brengt.

 

Wat de tuchtzaak betreft hebt u gelijk. Dit is voor mij een van de meest verschrikkelijke vaststellingen die ik doe. Zowel in het dossier-De Tandt, in het dossier-Schurmans, als in het dossier van de Brugse rechter wordt systematisch vastgesteld dat het tuchtsysteem finaal niet functioneert en dat wij daar dus die hervorming moeten doorvoeren. U maakt zelf deel uit van de atomiumgroep en weet dus dat daar teksten ter tafel liggen om de bevoegdheid door te schuiven van de korpschef naar een onafhankelijke rechtbank, een tuchtrechtbank, geïntegreerd binnen de rechterlijke orde. Ik denk dat dat een goede, noodzakelijke stap is waarvan ik hoop dat wij dat op de kortst mogelijke termijn kunnen realiseren. Daar zal een wetgevend initiatief worden genomen op de kortst mogelijke termijn, maar we moeten eerst onze tekst finaliseren binnen de Atomiumgroep.

 

Op dat vlak, voorzitter en collega’s, en ik zeg het ook aan de andere partijen, gaan wij gewoon verder. N-VA heeft zich teruggetrokken. Toen waren we nog met acht. Ik denk dat wij alle redenen hebben op basis van de geleverde prestaties om verder te gaan met de nota’s die voorgelegd zijn. Ik zal overleg plegen, bilateraal en ook binnen de regering, om te kijken op welke manier een aantal knooppunten kunnen worden opgelost. Ik heb er goede hoop op dat die hervorming van Justitie er wel degelijk komt.

 

Er is al te veel vooruitgang geboekt om dat zomaar te laten schieten. Daarnaast is het ook noodzakelijk om de lat hoog genoeg te leggen en niet toe te geven aan een behoudsgezinde benadering. Ik denk dat de werkzaamheden vanaf midden januari kunnen worden voortgezet.

 

Ik denk dat ik daarmee de voornaamste vragen van de heer Landuyt en de heer Schoofs heb beantwoord, mijnheer de voorzitter.

 

In elk geval, in het jaar dat ik met Justitie te maken heb gehad, zijn er al veel incidenten geweest en is er al heel hard gewerkt. Er is heel wat wetgeving afgewerkt en ook het dossier-Tilburg is afgehandeld. Theoretisch zijn 681 plaatsen beschikbaar op korte termijn. Voor DBFM is de jury klaar en kunnen wij starten met de toewijzing aan consortia.

 

Ik denk dat er op dat jaar heel wat vooruitgang met de modernisering van Justitie is geboekt. Ik denk ook dat het nodig was om hard te werken, maar de resultaten zijn in elk geval al zichtbaar. Ik dank alle collega’s die daaraan hard hebben meegewerkt.

 

01.258  Renaat Landuyt (sp.a): Mijnheer de minister, wij blijven uiteraard bereid om mee te werken aan het Atomiumoverleg. Ik hoop alleen dat het op een ernstige manier gebeurt. Ik begrijp ook dat men in de regering overleg pleegt, maar dat mag niet betekenen dat de oppositie er als een extra bijzit. Een ernstig overleg betekent een open overleg, zonder de klassieke meerderheidsbepalingen, zodat men op een zuivere manier een meerderheid kan vinden om hervormingen door te voeren.

 

Voorts mag het huidig rapport van de Hoge Raad voor de Justitie, waarin conclusies worden getrokken inzake het tuchtrecht, niet worden onderschat. Ik vind dat het een goede stand van zaken inzake de juridische en politiek verhoudingen tussen de machten geeft. Ik denk dat wij daaruit lessen moeten trekken.

 

Ik betreur het dat de regering niet bereid is om vanaf vandaag, en eigenlijk vanaf gisteren, komaf te maken met het systeem waarbij procureurs in andere kabinetten dan het kabinet van Justitie aanwezig zijn. Waarom vindt men daartoe niet de moed en de power?

 

Ik zal zelfs meer zeggen. Indien men die maatregel neemt, mijnheer de minister van Justitie, zou het Atomiumoverleg wellicht vlotter kunnen verlopen. Alles hangt hier met alles samen.

 

De voorzitter: Het deel Justitie is hiermee afgerond. Dan heb ik de heer Bonte nog, die vragen heeft voor mevrouw Vervotte, die zich intussen bij ons heeft vervoegd.

 

01.259  Hans Bonte (sp.a): Mevrouw de minister, collega’s, laat ik vooraf zeggen dat ik het bijzonder waardeer dat u nog tot hier geraakt bent. Maar ik denk inderdaad dat het ook zijn nut heeft om in dit algemeen begrotingsdebat toch een aantal punten in verband met het openbaar ambt aan te kaarten.

 

Ik heb drie punten, mevrouw de minister, die volgens mij wijzen op misschien nonchalance of afwezigheden tijdens belangrijke vergaderingen waarop beslissingen genomen worden.

 

Een eerste die ik onder uw aandacht wens te brengen, is de teloorgang van een lange reeks consultancybedrijven, juridische bedrijven, die vooral werken voor lokale besturen ten gevolge van de crisis. Inderdaad, de opeenvolgende schokken die onze economie te verwerken heeft, zijn ook bij die bedrijven voelbaar.

 

Men geeft mij mee dat er een zeer grote barrière zit in de wetgeving betreffende de aanbestedingen bij het openbaar ambt. Conform die wet – ik heb dat nagezien – kan een lokaal bestuur, een provinciaal bestuur of een ander openbaar bestuur geen aanbestedingen toewijzen aan bedrijven in moeilijkheden. Er zit een logica achter. Ik denk dat daar historisch gezien goede redenen voor zijn. Maar, mevrouw de minister, kan daar in crisisperioden niet van worden afgeweken? We nemen toch ook maatregelen voor 6 maanden voor werknemers en bepaalde sectoren?

 

01.260  Servais Verherstraeten (CD&V): Hoe heeft de vraag van collega Bonte betrekking op de bevoegdheden van de minister van Ambtenarenzaken? Dat heeft daar toch niets mee te maken.

 

01.261  Hans Bonte (sp.a): Het heeft toch wel te maken met openbare besturen. Laat misschien de minister van Justitie terugkomen als dat het probleem is. Hoe dan ook rijst er ter zake een groot probleem en ik meen dat we, in deze crisisperiode, tijdelijke maatregelen moeten kunnen nemen om die waardevolle bedrijven, die vooral voor openbaren en lokale besturen werken, verder te helpen. De realiteit van vandaag is dat zij, doordat ze uitgesloten worden in hun traditionele cliënteel, finaal onderuit aan het gaan zijn.

 

Ik kom tot uw core business, mevrouw de minister. Ik heb deze discriminatie ook onder de aandacht gebracht tijdens de bespreking van de beleidsbrief van de minister van Werk. De discriminatie is een gevolg van een besparingsmaatregel op de loopbaanonderbreking. U weet dat men in het budget een bedrag van 10 miljoen euro aan besparingen op de loopbaanonderbreking van ambtenaren heeft ingeschreven. Men probeert de regeling te harmoniseren met de private regeling. Dat betekent dat ambtenaren over een langere periode recht hebben op tijdskrediet of loopbaanonderbreking in vergelijking met wat in de private sector gangbaar is.

 

Twee zaken zijn mij onduidelijk, mevrouw de minister. Waar komt die 10 miljoen euro vandaan? Waar komt die besparing vandaag? Men legt de lat gelijk. Men doet blijkbaar niets aan de gelijkstelling tussen werknemers en ambtenaren op het vlak van de uitkering. Men zal evenveel tijdskrediet kunnen nemen of men nu in de private sector dan wel in de openbare sector werkt. De ambtenaren die dit doen, ook de contractuelen in het openbaar ambt, zullen dit tegen een veel lagere uitkering krijgen.

 

Ik vraag mij ook af, mevrouw de minister, waar u zat. Toen die gelijkstelling werd beslist…

 

Het is een erfenis die u misschien nog kunt rechtzetten. U kent toch de afspraak. U bent hier in volle bevoegdheid aanwezig.

 

Als u daar wil over nadenken, dan wil ik u ook wijzen op een andere discriminatie met betrekking tot het tijdskrediet van ambtenaren en werknemers.

 

Het heeft betrekking op de pensioenberekening. Dat is iets dat zeer sterk leeft bij de mensen, zeker bij mensen die op latere leeftijd komen en nadenken over een vijfde of halftijdse regeling.

 

Mevrouw de minister, dat is wel onderwerp van overleg binnen de overlegstructuur van het openbaar ambt. Dat het consequenties heeft op de pensioenen, zou er nog maar aan mankeren. Het kan in elk geval geen kwaad om, als bevoegd minister van Openbaar Ambt, ook daarnaar te kijken.

 

Het komt er eigenlijk op neer dat mensen in het openbaar ambt het eerste jaar van hun gebruik van tijdskrediet gelijkgesteld zien voor de pensioenrechten, terwijl in de private sector de periodes van het tijdskrediet worden opgeteld. Dat betekent, wanneer u stimuleert of wanneer in de private sector wordt gestimuleerd dat mensen landingsbanen gebruiken – in het kader van het generatiepact wordt dat ook gestimuleerd –, dan scheelt dat meer dan een slok op een borrel voor de pensioenrechten tussen beide stelsels. Mevrouw de minister, ook op dat vlak zou ik graag uw reactie kennen.

 

Voorzitter: Mia De Schamphelaere, ondervoorzitter

Présidente: Mia De Schamphelaere, vice-présidente

 

Mevrouw de minister, ik durf u als minister van Openbaar Ambt al bijna niet meer te vragen hoe het nu zit met de pensioenen van de contractuelen in het openbaar ambt. Het gaat weer over pensioenen. Je zal echter maar gewoon Kamerlid zijn, die vraag gesteld hebben aan minister Daerden, en daar als antwoord te horen krijgen dat het “voor de pensioenconferentie” zal zijn, of “ik weet daar niet veel van.” Daarom probeer ik het nu bij een andere minister die daar ook iets mee te maken heeft, die wat bevoegdheid heeft over openbaar ambt, die wat bevoegdheid heeft over de mensen die daar werken, over de arbeidsvoorwaarden van de mensen die daar werken. Daarom probeer ik dat nu bij u. Ik probeer gewoon duidelijkheid te krijgen over datgene wat de regering doet, wenst te doen, en in elk geval beslist heeft, inzake die 10 miljoen.

 

Uit uw eerste reactie begrijp ik echter dat we het ook hier niet zullen vernemen. Bij wie moet ik dan te rade?

 

Mevrouw de voorzitter, bij wie moet ik te rade om een antwoord te krijgen op de vraag wat deze regering van plan is op het vlak van de pensioenen voor de contractuelen in overheidsdiensten?

 

Ah, de heer Vanhengel kan ons helpen. Mijnheer de minister, u zult ongetwijfeld weten wat de regering van plan is op het vlak van de pensioenen voor de contractuelen in het openbaar ambt.

 

Iedereen hier aanwezig heeft daarmee temaken en voelt dat er een soort gistingsproces aan de gang is dat dreigt te exploderen. Dat moet in elk geval veel lokale bestuurders, provinciale bestuurders en ik vermoed ook bestuurders op een hoger niveau ongerust maken wanneer zij hun budget opmaken. Steeds meer wordt het immers duidelijk dat er ook een inspanning aan te pas zal komen vanuit die besturen.

 

01.262  Camille Dieu (PS): Monsieur Bonte, nous en avons discuté en commission des Affaires sociales. Vous le savez bien! Le ministre des Pensions a clairement indiqué que, normalement, les pouvoirs locaux que vous venez de mentionner auraient dû voir augmenter leurs cotisations de manière assez exponentielle. Vu l'état actuel des budgets de ces administrations locales, il a été décidé de ne pas augmenter le pourcentage requis pour pouvoir alimenter la caisse de pensions. Par conséquent, cette année-ci, un effort a été consenti en allant puiser dans des réserves. Le ministre a même cité trois sortes de réserves datant de 1993. Il a en outre précisé que cet effort ne pouvait être fait que pour un an et qu'il fallait réfléchir à une solution structurelle pour l'avenir.

 

Pour ce qui concerne les contractuels, le ministre a dit tout aussi clairement qu'il voulait réduire l'écart entre la retraite des agents statutaires et celle des agents contractuels, parce qu'il estimait le différentiel beaucoup trop élevé.

 

Monsieur Bonte, c'était à mon sens les deux points forts de sa note de politique générale. Pour ce faire, il a dit qu'il souhaitait, par la négociation syndicale, établir un socle minimum. Vous vous en souvenez. Quant au différentiel à atteindre, il voulait laisser un champ libre aux négociations locales, étant donné que les situations sont évidemment différentes d'une administration locale à l'autre. N'ai-je pas bien résumé la position?

 

01.263 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, ik kan mij alleen maar bij de woorden van mevrouw Dieu aansluiten. Zij heeft heel goed samengevat op welke manier collega Daerden met het dossier omgaat.

 

01.264  Hans Bonte (sp.a): Mevrouw Dieu, ik was in de commissie aanwezig en heb ook het verslag gelezen.

 

Ik heb de minister van Pensioenen inderdaad verklaringen over zijn visie horen afleggen. Hij had het ook over een sokkel die hij wilde en zei tevens dat wij over bepaalde zaken moesten nadenken.

 

Mijnheer de minister van Begroting, wat is er in uw budget voor 2010 en 2011 ingeschreven om die sokkel tot stand te brengen? Wat is in voormelde budgetten ingeschreven om de kloof tussen de contractuelen en de statutairen dicht te rijden? Met andere woorden, had minister Daerden gelijk toen hij verklaarde dat hij zich een notaris voelde van zaken die vóór zijn ambtsperiode waren afgesproken en beslist? Hij verklaarde de beslissingen te zullen uitvoeren en er geen nieuwe beslissingen te zullen aan toevoegen.

 

Mijnheer de minister van Begroting, ik wil dus duidelijk van u horen wat op dat vlak in het budget is ingeschreven.

 

Mevrouw de minister, ik richt mij opnieuw tot u, om verslag uit te brengen van een discussie die ik voerde met andere regeringsleden en parlementsleden, over de crisismaatregel ten aanzien van de arbeiders.

 

Ik hoorde vorige sprekers, ook uit de fractie waarvan u tot voor kort deel uitmaakte, jubelen dat er eindelijk een stapje wordt gezet naar meer eenheid wat het statuut betreft. Er komt met name gedurende de komende zes maanden een premie van 1 666 euro voor arbeiders die worden ontslagen.

 

Mevrouw de minister, ik ben het met het voorgaande niet eens. Een en ander heeft niets met het eenheidsstatuut te maken. Het heeft wel te maken met de bescherming van een groep arbeiders, door hen van een extra inkomen te voorzien op het moment dat er een ontslag valt.

 

De grote discriminatie die ik ter zake zie is dat er een ongelijke situatie tussen twee categorieën van arbeiders ontstaat.

 

01.265  Servais Verherstraeten (CD&V): (…)

 

01.266  Hans Bonte (sp.a): Jawel, ik kom daar nog toe. Mijnheer Verherstraeten, het zou in ieder geval interessant zijn, mocht ik in de huidige regering iemand vinden die soms eens antwoorden kan vestrekken.

 

Mevrouw de minister, wat ik hier onder de aandacht wil brengen, is de discriminatie tussen twee categorieën van arbeiders en de aankondiging door uw collega, de minister van Werk, dat in het overleg binnen het openbaar ambt moet worden nagegaan of de maatregel kan worden doorgevoerd. Dat werd hier gisterenmiddag verklaard. Wij moeten dus nagaan of wij de maatregel binnen het openbaar ambt kunnen uitvoeren, teneinde voornoemde discriminatie tussen twee categorieën van arbeiders weg te werken.

 

Mijnheer Verherstraeten, indien het mij wordt toegestaan, vraag ik aan de minister bevoegd inzake het Openbaar Ambt het volgende. Staat de maatregel op de agenda van het overleg? Zo nee, zult u dat punt dan op de agenda van het overleg plaatsen, mevrouw de minister?

 

Mijnheer de minister van Begroting, is daarvoor een budget voorhanden?

 

Hoeveel contractuelen zullen jaarlijks in alle lokale openbare besturen en in het globaal openbaar ambt worden ontslagen?

 

Dat zijn de vragen die ik aan de bevoegde minister wil voorleggen en waarop ik heel graag een antwoord zou krijgen, mevrouw de minister, al was het opdat wij buiten niet de schijn moeten ophouden dat de arbeiders in globo een betere bescherming verdienen en dat zij deze gedurende zes maanden ook zullen krijgen. Tienduizenden mensen kunnen echter geen stap voorwaarts zetten, omdat de discriminatie wordt ingevoerd.

 

De vragen zijn dus duidelijk. Staat het punt op de agenda? Zo nee, plaatst u het op de agenda? Zijn er middelen beschikbaar?

 

01.267  Camille Dieu (PS): Monsieur Bonte, pour autant que je me souvienne, mais ma mémoire peut me faire défaut, la mesure d'accompagnement relative au licenciement des ouvriers pour les six mois à venir ne concerne pas les ouvriers de la fonction publique.

 

01.268 Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, ik zal proberen een antwoord te geven op de materies aangaande Ambtenarenzaken, misschien specifiek toegespitst op alles wat met de contractuelen te maken heeft, omdat wij het debat over de contractuelen in zijn totaliteit wensen te bekijken en dat ook zo hebben afgesproken met de syndicale partners. In het intersectoraal akkoord dat is gesloten in het Comité B alsook in het Comité A, is een specifiek onderdeel opgenomen dat aandacht besteedt aan de positie van de contractuelen.

 

Er wordt heel veel aandacht besteedt aan de pensionering. Dat is natuurlijk een belangrijke pijler, waarvoor een andere collega bevoegd is. Dat wordt vanuit Ambtenarenzaken ook nauw opgevolgd, maar de positie van de contractuelen gaat uiteraard veel verder dan alleen de pensioenproblematiek. Het gaat onder andere ook over de selectieproblematiek, de doorstromingsproblematiek of de loopbaanmogelijkheden, om een aantal aspecten te benoemen. De regering heeft zich in het syndicaal overleg geëngageerd om daarover het debat ten gronde te voeren, omdat wij het belangrijk vinden dat ook de contractuelen niet alleen zicht hebben op een beter pensioen, maar ook op betere loopbaanmogelijkheden voor de toekomst.

 

Dat ligt momenteel in werkgroepen voor, eerst in het Comité A en voor bepaalde deelaspecten in het Comité B. U kunt opmerken dat het lang kan duren, maar dat is een bewuste keuze met de syndicale partners, omdat wij ervoor gekozen hebben om het debat met betrekking tot de positie van de contractuelen niet te verengen tot een aantal materies, maar om hun positie in haar totaliteit te bekijken. Dat is op vraag geweest van de syndicale partners en het maakt deel uit van een akkoord dat de regering heeft gesloten met de syndicale partners. Het maakt dus deel uit van een grondiger werk dan enkel en alleen bepaalde deelaspecten die u hier aanhaalt.

 

01.269  Hans Bonte (sp.a): Vindt u het dan goed dat er geen verwachtingen moeten worden gecreëerd dat de betere bescherming in de crisismaatregel die in de private sector geldt, ook zou worden toegepast voor contractuelen in het openbaar ambt? Dat kan ik, in alle duidelijkheid, uit uw antwoord afleiden. Daarom bent u deelgenoot van een regering die in volle crisis beslist dat de ene groep arbeiders 1 666 euro krijgt als ze wordt ontslagen, terwijl de andere groep arbeiders dat niet krijgt, maar dat is uw verantwoordelijkheid.

 

De voorzitter: Ik neem aan dat we klaar zijn met dit hoofdstuk. Dan komen we tot het hoofdstuk Sociale Zaken, Gezondheid en Pensioenen. Mme Gerkens, Mme Snoy et M. Bonte veulent intervenir.

 

01.270  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, chers collègues, monsieur le secrétaire d'État, nous avons beaucoup de chance tous les deux: nombre de nos collègues ont travaillé durant la nuit et nous, nous travaillons la première heure de la journée. L'avenir appartient à ceux qui se lèvent tôt et nous en faisons partie.

 

Je souhaitais intervenir – et ce sera ma seule intervention spécifique puisque mes collègues sont déjà intervenus de manière générale et sur d'autres dossiers – à propos des politiques relatives aux personnes handicapées. Je serai brève puisque j'en ai déjà parlé en commission.

 

Si j'ai décidé de prendre la parole, c'est que depuis de nombreuses années, une comparaison des notes de politique générale au bénéfice des personnes handicapées nous indique les mêmes intentions qui reviennent. Ces éléments restent des intentions d'une année à l'autre: intention de travailler avec les associations et avec le terrain; c'est bien. Intention de rendre les bâtiments accessibles aux personnes handicapées, alors que l'administration spécifique pour les personnes handicapées est hébergée dans un bâtiment qui ne leur est pas accessible.

 

Sur la question d'accessibilité, on ne peut plus parler d'intention, ni dire qu'on essaiera de rendre un maximum de bâtiments accessibles et de les aménager raisonnablement. Ici, nous avons adopté une convention des droits des personnes handicapées. Au moment de son adoption, j'ai pris la parole pour insister sur le fait que ce que nous signions, ce que nous adoptions, ce que nous votions était un vrai engagement, entraînant des contraintes concrètes. Ces contraintes reprennent l'accessibilité des lieux, l'accessibilité à l'information, l'accessibilité aux services.

 

Votre note de politique générale contient quelques éléments concrets, mais surtout ces mêmes phrases "nous allons essayer". Vous dites "devoir travailler de manière transversale en impliquant les autres ministres du gouvernement". Vous avez évidemment raison, mais nous ne trouvons trace dans aucune note d'un ministre du gouvernement de cette implication sur l'accessibilité, le respect ou la rencontre des besoins des personnes handicapées. Une seule mesure les concerne: la déductibilité fiscale pour la garde des enfants jusqu'à 18 ans.

 

Si vous consultez les notes de la Régie des Bâtiments entre autres, vous ne trouverez nulle part des dispositions relatives aux personnes handicapées.

 

Il en va de même en matière d'emploi. Cela fait des années que l'on dit qu'il faut augmenter l'emploi des personnes handicapées dans les administrations et les organismes publics. Vous évoquez des pistes qui permettraient de prendre des formes de sanction de manière à stimuler ces administrations et services publics à les engager. Pour ce qui concerne le secteur privé, il faudrait peut-être réfléchir à la mise en place de quotas ou d'un système le meilleur possible.

 

Des études et des expériences sont menées tant dans nos régions que dans les pays voisins. On ne va pas procéder à de nouvelles études mais s'inspirer de ce qui est fait et concrétiser.

 

J'aurais voulu que votre note de politique générale comprenne des mesures concrètes avec des échéances et des engagements précis concernant ces matières.

 

Enfin, il y a la suppression totale de ce que l'on appelle "le prix de l'amour". S'il y a un relevé du revenu cumulable avec une allocation de personne handicapée sans qu'il n'y ait diminution de celle-ci, on constate – pourtant cette demande était soutenue par tous les partis et donc par les partis de la majorité – que la question de l'individualisation de l'accès aux allocations d'intégration ou de remplacement de revenus ne se trouve pas dans votre note. Certes, nous connaissons des difficultés budgétaires, nous traversons une crise, mais les personnes qui vivent grâce à ces revenus sont des personnes qui, en général, ont peu de revenus et en utilisent une grande partie pour pallier leur handicap. Ce sont ces personnes qui ont le plus besoin d'être aidées en période de crise.

 

Je voudrais attirer votre attention sur des dispositions qui figurent dans votre note et qui ont trait aux cartes de parking et à l'accès aux avantages fiscaux liés aux véhicules des personnes souffrant d'un handicap. Votre objectif est d'éviter les abus et l'utilisation des places de parking ou des véhicules en l'absence des personnes handicapées.

 

Autant je partage votre préoccupation qui est également celle des associations de personnes handicapées, autant je me permets de mettre l'accent sur le fait que, pour des familles ou pour des couples, dont l'un des conjoints est handicapé, le fait de pouvoir rouler dans un véhicule en l'absence de la personne handicapée permet souvent l'autonomie de cette personne. En effet, si on veut la conduire au travail et que l'autre membre de la famille puisse lui aussi se rendre à son travail et vaquer à ses occupations et ensuite aller la rechercher, il faut pouvoir rouler seul dans le véhicule, sinon il faut acheter deux véhicules. À ce moment, l'avantage qu'on propose se vide de toute sa substance, car le fait de devoir acheter deux véhicules coûte horriblement cher pour ces familles.

 

Monsieur le secrétaire d'État, je voulais répéter ces craintes de voir ces engagements ne jamais se concrétiser d'année en année, car à la suite de l'adoption de cette convention des droits des personnes handicapées, nous nous devons de respecter notre parole et notre engagement vis-à-vis d'elles.

 

01.271  Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): Messieurs les ministres, je vous remercie d'être restés. Je tenterai de centrer mon intervention sur les questions relatives à la santé et à l'environnement. C'est effectivement mon créneau en commission de la Santé. En la matière, je tente de défendre une politique de prévention tant pour les sujets liés à l'environnement qu'à la santé. C'est dans ce domaine que nous sommes souvent déçus.

 

En ce qui concerne la santé, la note de politique générale de la ministre Onkelinx présente des aspects incontestables. Lorsqu'on considère les mesures une par une, on ne peut s'opposer farouchement à l'amélioration des équipements en matière de santé, aux mesures qu'elle prend pour mieux soigner le cancer, pour mener une politique de médicaments plus accessibles. L'ensemble de ces mesures est effectivement peu contestable, mais se situe toujours dans une optique de réparation dans la politique de soins et donne très peu de moyens à l'aspect prévention, alors que grâce aux mesures prises en matière d'environnement, en matière sociale, en matière d'alimentation et de nutrition, un grand nombre de maladies pourraient être évitées.

 

Depuis deux ans, en commission de la Santé, nous demandons de mettre l'accent sur le dépistage et la promotion de la santé, notamment par le biais de mesures à prendre dans les politiques fédérales de l'environnement. La ministre nous rétorque souvent que la prévention relève de la compétence des Communautés et des Régions. Pour nous, il y a des politiques fédérales de l'environnement, de la mobilité, de la protection des consommateurs, du droit du travail et de l'emploi, au niveau desquelles on peut exercer la prévention santé.

 

Il s'agit, par exemple, de développer la recherche sur les causes environnementales et sociales des maladies, d'identifier les publics cibles les plus exposés, de donner priorité aux publics défavorisés, de diminuer l'exposition des travailleurs aux produits dangereux, qu'il s'agisse d'amiante ou d'autres poussières toxiques, solvants, silice, rayonnements radioactifs ou électromagnétiques et de diminuer l'exposition des consommateurs, surtout des enfants, aux substances chimiques présentes dans nos maisons à notre insu.

 

Étant donné l'heure, je vais abréger mon intervention. Je souhaiterais cependant émettre une suggestion. Monsieur Delizée, pourriez-vous la transmettre à Mme Onkelinx? En réfléchissant sur ces questions de nutrition et au vu du nombre faramineux de cancers que l'on pourrait éviter (30 à 40 %) en ayant une meilleure alimentation, je me demandais dans quelle mesure on ne pourrait pas imaginer une consultation en nutrition tout comme il existe déjà une consultation spécialement tournée vers la prévention contre le tabagisme. Les consultations chez les nutritionnistes sont chères et ne sont pas remboursées. Ces spécialistes se font rares. Les compléments alimentaires ou autres produits qu'ils prescrivent sont également coûteux. Or, on sait qu'il y a moyen de se nourrir autrement avec des aliments très simples et pas chers. Si la formation en nutrition était davantage généralisée chez les médecins, on pourrait imaginer des consultations accessibles à tous tant pour aider, dans ce domaine, les personnes malades à être plus résistantes que de façon tout à fait préventive.

 

J'en arrive ainsi directement au volet environnement. Il est clair que les professionnels de la santé devraient également être formés dans le domaine de l'environnement. Monsieur Magnette, vous en avez d'ailleurs parlé dans le printemps de l'Environnement. Il était alors question d'ouvrir des formations aux professionnels de la santé. J'ignore où cela en est. Comme vous le savez, le printemps de l'Environnement nous déçoit un peu dans sa réalisation. Sa concrétisation traîne! Vous dites que des plans sont en cours d'élaboration et qu'il y a des accords, des concertations avec les entités fédérées. On ne voit toujours pas les choses venir, notamment ce lien entre la santé et l'environnement.

 

En ce qui concerne plus particulièrement la politique de l'environnement, je vous interroge régulièrement, ainsi que la ministre Onkelinx, sur la question des produits et des substances toxiques. Je citerai par exemple l'aluminium et les nanoparticules dans les cosmétiques, le bisphénol A dans les biberons ou encore les phtalates. On a également parlé avec vous, monsieur Magnette, des tapis pour enfants ou de la literie qui contient des pesticides.

 

J'ai chaque fois l'impression d'entendre qu'on n'a pas les moyens de contrôler ou que les doses fixées au niveau européen sont sans danger. Ce n'est pas du tout convaincant quand on voit l'augmentation des substances toxiques dans l'organisme humain et quand on sait que beaucoup de cancers ou d'autres maladies sont liées à l'imprégnation de substances toxiques dans notre organisme.

 

Monsieur le ministre de l'Environnement, par rapport à cela, je souhaitais formuler un ensemble de remarques sur le budget dont vous disposez. Vous disposez d'un budget qui se situe entre 450 et 650 000 euros pour assumer toute la maîtrise des risques liés à ces substances dangereuses, pour assumer toutes les négociations internationales qui doivent accompagner REACH et les plans liés à la réduction des biocides et des pesticides.

 

Je suis sidérée de voir à quel point ce budget est le parent pauvre par rapport au budget de la Santé ou à celui de la sécurité alimentaire.

 

Ne me comprenez pas mal, je ne dis pas qu'il faut diminuer le budget de l'AFSCA mais, quelque part, votre budget est dix fois moins élevé que celui de l'Agence fédérale pour la Sécurité alimentaire.

 

Or, malgré le fait que nous disposions de cette sécurité alimentaire à très haut prix, la qualité de notre alimentation et la protection de l'organisme humain contre les substances dangereuses ne sont pas assurées. Je voulais attirer l'attention sur ce paradoxe et demander si, un jour, on pouvait rééquilibrer ces budgets afin de mieux protéger la santé des gens en ayant un environnement plus sain et une alimentation plus équilibrée et de qualité.

 

De voorzitter: De heer Bonte is de derde spreker. Ik zie hem niet. Als ik de heer Bonte niet zie, dan schrap ik hem van de sprekerslijst. Laat ons de zaken correct spelen. U staat op de principes, wel dan sta ik ook op de principes. Als de spreker niet aanwezig is in de zaal, schrap ik hem. Ik geef het woord eerst aan staatssecretaris Delizée, als antwoord op de eerste uiteenkomst van mevrouw Gerkens, en daarna geef ik het woord aan minister Magnette.

 

01.272  Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Monsieur le président, permettez-moi une remarque d'ordre général sur la sécurité sociale. Au cours de la discussion générale, M. Van de Velde avait dit qu'elle se noyait. La crise économique, conséquence de la crise financière, a pour effet que la sécurité sociale connaît une baisse de recettes (cotisations sociales, recettes fiscales affectées) et une hausse de ses dépenses. Il n'est pas anormal que cet organisme, comme l'État fédéral et les autres instances touchées par la crise financière, traverse un moment difficile.

 

Je voulais revenir sur le début de l'intervention de M. Gilkinet. À juste titre, il a dit qu'il fallait faire intervenir la sécurité sociale pour affronter la crise, un peu à la manière d'un pare-chocs. Elle joue bien ce rôle de stabilisateur automatique. Pour ce faire, il faut lui en donner les moyens. Le gouvernement les a renforcés, notamment par la dotation exceptionnelle de 2 500 000 000 euros en 2010 et 2 800 000 000 en 2011. Je ne parle pas de l'emprunt d'État sans intérêts.

 

Mme Gerkens a abordé la question du handicap. Nous pourrions en débattre fort longuement. Je sais que vous connaissez très bien ce secteur, et vous avez donné en commission votre appréciation sur la note de politique générale en ce domaine. Je la respecte, même si la plupart de vos collègues ne partageaient pas votre opinion. Je dois vous dire que j'ai pu présenter la note au Conseil supérieur des personnes handicapées où elle a reçu un excellent accueil. De plus, beaucoup de défis doivent encore être relevés, mais il n'est pas exact de dire que cette note ne contient que des intentions.

 

Il faut distinguer deux choses. La gestion du département comporte des éléments à court et à plus long terme. Très concrètement, des mesures de court terme ont déjà été prises par mon prédécesseur. Je pense à l'informatisation destinée à réduire les délais de traitement.

 

Si on peut arriver dès 2010 à un délai de traitement de six mois, ce qui sera d'ailleurs la règle au 1er janvier, nous aurons fait quelque chose de concret, au-delà des intentions. Améliorer l'évaluation médicale ou le projet Handiweb, l'accès électronique automatique au dossier, de manière passive dans un premier temps, de manière active ensuite, ce ne sont pas des intentions mais des réalisations.

 

Il y a également la volonté d'entamer un débat avec le secteur sur la législation de 1987. Répond-elle encore aux attentes? Ne doit-on pas repenser l'évaluation du handicap, l'accès à l'emploi, les pièges à l'emploi et d'autres aspects? Le secteur est vraiment demandeur de ce débat avec toutes les parties concernées.

 

Le deuxième élément est la transversalité. Il faut que des départements fédéraux et les entités fédérées se parlent, dialoguent pour avancer sur certaines thèmes. Je reprendrai les quatre sous-groupes de la commission interministérielle. Sur la question de l'emploi, nous n'en sommes pas restés aux intentions. Dans la note de ma collègue de l'Emploi, il est indiqué que nous voulons organiser ensemble début 2010 une table ronde avec les partenaires sociaux sur la mise à l'emploi des personnes handicapées. La volonté est réelle et des actions sont programmées en 2010.

 

J'entends vos remarques en matière de mobilité et je ne vais pas développer davantage parce que je serais trop long. On peut parler de la mobilité à la SNCB, de l'intermodalité et de la concertation avec les Régions et les Communautés. On travaille sur ces thèmes. Je prendrai l'initiative en 2010 avec la présidence de la CIM Handicap, notamment sur les questions de la grande dépendance et du statut de l'aide aux proches. Nous connaîtrons des progrès.

 

Je terminerai par la Convention des Nations unies. Pour les droits des personnes handicapées et pour qu'ils soient exercés concrètement par les personnes en situation de handicap, tous les niveaux de pouvoir doivent se mobiliser. Je remercie Mme Snoy pour son intervention, je transmettrai à Mme Onkelinx sa suggestion sur la nutrition, l'alimentation pour éviter les cancers, ce qui demande une sensibilisation et une formation. Il faut souligner qu'en tant que ministre de la Santé, Mme Onkelinx a mis en œuvre au début de cette législature un plan national de lutte contre le cancer avec des moyens conséquents. Cela va tout à fait dans la direction que vous avez indiquée.

 

01.273  Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, madame Snoy, comme vous le savez, je suis très attentif à la politique des produits qui est un instrument important. En effet, les compétences fédérales en matière d'environnement sont limitées et, à côté de la politique internationale de l'environnement et de la fiscalité, la politique des produits reste le principal instrument du fédéral qu'il faut pouvoir utiliser à la fois pour normaliser davantage et effectuer le maximum de contrôles.

 

On peut dire que l'on a déjà pas mal "boosté" ces politiques et on va continuer à le faire. Rien que cette année deux plans ont été adoptés: un plan produits avec des actions sur toute une série de produits ayant des impacts sur l'environnement, et un plan sur l'air intérieur. En effet, comme vous l'avez évoqué, l'air intérieur est une source de nuisances considérables pour la santé. On se situe donc là vraiment à cheval entre l'environnement et la santé. Cela permettra de réduire les concentrations d'une série de substances dans des produits d'usage tout à fait quotidien dont les consommateurs n'ont pas toujours conscience qu'ils peuvent provoquer des nuisances.

 

Par ailleurs, REACH est un instrument majeur – Mme Gerkens l'a souligné lors d'un récent débat – qui, en 2010, sera l'un des axes essentiels de la politique dans ce domaine.

 

De plus, on essaie au maximum de renforcer les contrôles. Ces derniers sont facilités par le système RAPEX d'échanges d'informations avec nos collègues européens qui nous permettent très souvent de retirer des produits du marché grâce à la bonne transmission de l'information faite par nos pays voisins, membres du marché intérieur. Les plaintes qui sont transmises par les particuliers ou par les associations de protection des consommateurs au service Contrôle et Médiation sont aussi une source extrêmement utile de détection. Enfin, l'administration réalise elle-même ses propres contrôles. Elle parvient à les effectuer avec des budgets qui ont l'air très limités sur papier – 350 000 euros peuvent sembler peu de choses – principalement parce que l'on a veillé à ce que le service Inspection produits pour l'environnement travaille en étroite coordination avec le service Maîtrise des risques; en effet, la plupart du temps, ce sont les mêmes produits qui présentent un risque immédiat pour la santé ainsi que pour l'environnement.

 

Plutôt que de dupliquer les contrôles avec deux administrations différentes, les deux services se partagent, en quelque sorte, les secteurs et veillent à ce qu'une série d'enquêtes préalables puissent être effectuées dans des secteurs dans lesquels on peut penser que les risques les plus nombreux sont présents. Cette orientation sera renforcée en 2010 puisque, comme c'est indiqué dans la note de politique générale, on ne veillera plus seulement à favoriser des synergies naturelles entre des services qui ont des fonctions propres, mais aussi à structurer une collaboration à l'intérieur du SPF Santé publique, ce qui aura pour effet que le budget tel qu'il est inscrit à l'allocation budgétaire concernée ne reflète pas l'intégralité du travail des inspecteurs qui travaillent sur le terrain pour vérifier ces produits.

 

01.274  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je voulais juste répondre à M. Delizée que nous venons de tellement loin que les associations de personnes handicapées ne peuvent que se réjouir lorsqu'elles entendent que le délai de traitement de leurs dossiers sera de six mois, mais six mois c'est quand même énorme.

En effet, voilà des années qu'il faut un temps inacceptable pour traiter les dossiers.

 

Vous ne m'enlèverez pas de l'idée que le contenu de votre note, à partir du moment où il n'y a pas de délai dans le temps, à partir du moment où il n'y a pas eu lecture des études et des expériences réalisées ailleurs, permettant par exemple une meilleure mise à l'emploi, ne reste qu'un ensemble d'intentions. Des intentions louables et que je partage.

 

Je me permettrai donc de vous interroger régulièrement pour savoir comment les choses avancent et d'interroger vos collègues au gouvernement fédéral pour leur demander de quelle manière ils exécutent la transversalité nécessaire, puisque tout ne dépend pas de vous.

Enfin, en ce qui concerne ces groupes de travail, ils existent depuis un an, même deux ans, et il n'en est pas ressorti grand-chose parce que la volonté de réunir et la volonté d'aboutir n'a pas été présente à chaque fois. Il est vrai que vous n'êtes pas ministre depuis longtemps dans ces matières et cela m'énerve dans le dossier: de note politique en note politique, de ministre en ministre, on répète les mêmes volontés, les mêmes intentions mais, concrètement, rien n'avance, ou si peu.

 

Je comprends les associations qui vous disent être satisfaites, car vos objectifs correspondent à ce qu'elles souhaitent.

 

01.275  Thérèse Snoy et d'Oppuers (Ecolo-Groen!): En réponse à M. Magnette, je prends note de sa bonne volonté, mais je constate sur le terrain la lenteur incroyable des événements. Par exemple, la résolution que nous avons votée en avril dernier sur la pollution électromagnétique et la prévention à exercer en matière de vente des produits et équipements électromagnétiques, comme les GPS, les gsm, les WiFi, et autres.

 

J'ai récemment mené une petite enquête dans les magasins: alors qu'il avait été demandé dans cette résolution, très explicitement, que le consommateur puisse au moins être informé de la puissance d'émission des gsm, que le magasin avertisse des risques sur la santé, rien de tout cela n'est fait. La publicité continue, même à l'intention des enfants en leur proposant, à l'occasion de la Saint-Nicolas d'utiliser un gsm, ce qui est absolument aberrant sur le plan sanitaire.

J'aimerais donc que vous mettiez le turbo avec Mme Onkelinx. Nous avons l'impression que les choses ne bougent pas.

 

01.276  Jean-Marc Delizée, secrétaire d'État: Monsieur le président, je souhaiterais intervenir très brièvement sur la question du délai de traitement des dossiers pour le secteur des personnes handicapées. Il existe évidemment un lien avec la législation actuelle. La législation est non seulement ancienne mais a été rendue de plus en plus complexe par une série d'arrêtés royaux qui ont été pris au cours du temps.

 

En conséquence, si l'on veut descendre en deçà des six mois, il faut mener une réflexion sur la législation elle-même et sur sa pertinence en termes d'évolution des comportements mais aussi dans le sens d'une simplification. Je souhaite lancer la réflexion pour que nous ayons matière à revoir les choses et à descendre en deçà des six mois. Nous n'y arriverons pas avec la législation actuelle.

 

De voorzitter: Hiermee hebben wij dit hoofdstuk afgesloten. Met uw goedvinden doe ik het volgende voorstel. In het hoofdstuk fiscaliteit vragen de heren Van der Maelen en Bonte het woord. De aanwezigheid van de minister van Financiën is daarvoor gevraagd en hij is onderweg. Omdat voor de andere hoofdstukken alle sprekers geschrapt zijn, stel ik voor om geen tijd te verliezen en eerst te luisteren naar de algemene repliek van de regering, van de vice-premier en de minister van Begroting, op de gebrachte uiteenzettingen, aangevuld door de staatssecretaris van Begroting. Ik denk dat ondertussen de heer Reynders ons zal vervoegd hebben, zodat wij ook dat laatste stuk nog kunnen afwerken. Daarin krijgen twee sprekers het woord, de heren Van der Maelen en Bonte. Als daarover een akkoord bestaat, dan kunnen wij nadien stemmen.

 

Ik geef thans het woord aan de vice-premier en de minister van Begroting voor zijn repliek op de algemene discussie.

 

01.277 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, als u mij toestaat begin ik even met een persoonlijke noot. Het is de allereerste keer dat ik van op dit spreekgestoelte deze geachte vergadering mag toespreken. Ik moet eerlijk zeggen, men moet daar wel wat geduld voor hebben. Ik denk dat de debatten ongeveer 21 uur geleden gestart zijn, en het eigenlijke begrotingsdebat heeft niet minder dan 14 uur in beslag genomen. Ik herinner mij nog goed, mijnheer de voorzitter, dat ik een vijftiental jaar geleden in de tribune heel veel uren en nachten heb doorgebracht en van daaruit de werkzaamheden van deze Kamer heb mogen volgen.

 

Ik merk dat zovele decennia later het scenario nog altijd ongeveer hetzelfde is en enkel de mensen in de zaal en de collega’s veranderd zijn, met uitzondering van mevrouw Langbeen, journaliste van Belga. Ik denk dat zij de ouderdomsdeken is van het Huis, mijnheer de voorzitter. (Applaus)

 

Mevrouw Langbeen ken ik nog van toen. Collega's, zij bracht hier evenveel uren als ons door, toen zij via het persagentschap Belga berichten over onze werkzaamheden de wereld instuurde.

 

Je profite de l'occasion pour remercier, au nom du gouvernement, les services, le personnel de la Chambre, les rapporteurs, tous les collègues, de même que vous, monsieur le président. En cette heure matinale, je crois qu'il est de bon ton de tous vous remercier pour les débats que nous avons eus.

 

Chers collègues, nous sommes à la fin d'un round budgétaire entamé voici plusieurs mois.

 

Het was nog onder leiding van onze eerste Europese president, Herman Van Rompuy, dat wij de werkzaamheden met betrekking tot de opmaak van die begroting hebben ingezet, nadat we het verslag van de Hoge Raad voor Financiën hadden gekregen en nadat we afspraken hadden gemaakt over hoe we de verdelingen zouden maken tussen de gewesten en de gemeenschappen van de begrotingsinspanningen die moesten geleverd worden. Het is met de rustige vastheid van de gewezen premier die strak de hand heeft gehouden aan de begrotingsopmaak dat we u het werkstuk dat vandaag voorligt hebben kunnen voorleggen. Ik zou van de gelegenheid ook gebruik willen maken om de uitstekende samenwerking met mijn collega Wathelet te onderstrepen.

 

Je crois, mon cher collègue Melchior, que la collaboration qui fut la nôtre au cours des derniers mois fut exemplaire.

 

Na 21 uur vergadering mag men toch even een paar mensen bedanken die hard hebben gewerkt aan het werkstuk dat zo dadelijk ter stemming zal worden voorgelegd.

 

Collega Jambon, u hebt ook onderstreept dat het de grote inzet was om een begroting op te stellen die de knik zou weergeven in het uitgavenpatroon van onze federale overheid en die ervoor zou zorgen dat ons pril economisch herstel niet zou worden gefnuikt, ondanks het feit dat die uitgaven dalen. Dat is een heel moeilijke evenwichtsoefening geworden, waarbij de regering in de verschillende departementen heeft moeten wikken en wegen. Evenwel, op een zeker moment moeten er beslissingen worden genomen.

 

Le gouvernement a tranché en fonction de ce qu'il pensait être le mieux pour le pays et pour ses citoyens.

 

Nadien kan men over dat wikken en wegen een heel debat opzetten, waarbij men het heeft over te veel of te weinig, maar dat maakt deel uit van de klassieke besprekingen rond begrotingen. Het is mijn twaalfde of dertiende overheidsbegroting die ik voor een assemblee moet verdedigen. Mijn ervaring daarbij is dat begrotingen zijn zoals wijn. Men kan er uren over palaveren eens ze zijn neergeschreven.

 

Ik zou ook van de gelegenheid willen gebruikmaken om mij te verontschuldigen bij collega’s zoals de heer Tobback, die ik misschien wat luid heb aangepakt tijdens zijn uiteenzetting. Ik heb inderdaad de gewoonte nogal luid te spreken.

 

Mijnheer Tobback, dat overkomt mij alleen als ik voel dat mijn rechtvaardigheidsgevoel in het gedrang komt. Als men bij de bespreking van de begroting start met het citeren van de verslagen van de officiële en internationale instellingen en men dan beweert dat daarin staat dat de begroting van 2010 niet de waardering zou genieten van de Europese Commissie, van het Rekenhof, van het IMF, dan hebt u de verslagen van deze notoire instellingen niet goed gelezen.

 

In elk verslag dat door de drie instellingen werd gemaakt, staat telkens dat België op de goede weg is en met deze begroting een eerste stap naar het herstel zet, wat moet leiden tot een evenwicht in 2015.

 

Verontschuldig mij wanneer ik dan kribbig word, of zoals De Standaard vandaag zal schrijven: "nogal pisserig doe". Ik kan niet verdragen dat men het goede werk van onze regering soms onrecht wil aandoen.

 

De heer Goyvaerts concludeert dat de voorliggende begroting de ontvangsten te gunstig zou ramen of zelfs zou overramen. Ook die conclusie staat in schril contrast met de vaststellingen van gerenommeerde instellingen zoals het Rekenhof, de Europese Commissie of het IMF. Zo vermeldt het Rekenhof expliciet dat de ontvangsten correct worden geraamd, dat er geen rekening wordt gehouden met terugverdieneffecten en dat ook de aangehouden macro-economische parameters bijzonder voorzichtig zijn.

 

Dat bleek trouwens ook de meest recente ramingen ter zake. Terwijl de regering bij de opmaak van haar begroting 2010 uitging van een economische groei van 0,4 %, komt de recentste raming van het Planbureau uit op meer dan het dubbele, namelijk 1 %.

 

Daarmee is alvast aangetoond dat de begroting opnieuw aansluiting vindt bij de principes van een orthodox begrotingsbeleid.

 

M. Gilkinet a fait remarquer à juste titre que les finances publiques étaient sous pression suite à la crise financière et économique et que les autorités belges se voyaient à nouveau confrontées à un déficit considérable.

 

Pour l'ensemble des gouvernements, le budget, tel que déposé auprès du parlement, part d'un déficit de 5,6 %. Pour cela, des efforts considérables ont été fournis. Il s'agit de véritables efforts et non pas de mesures uniques ou de charges supplémentaires sur le travail. Je citerai par exemple la réduction continue du corps des fonctionnaires, l'utilisation plus efficace des moyens publics, la réduction des mécanismes budgétaires ne correspondant pas aux coûts réels qui doivent être portés par les départements concernés.

 

Dans le même temps, grâce à ces interventions structurelles, l'objectif global a été réduit à 5,1 % dans le cadre d'un nouvel accord de coopération entre les gouvernements du pays, soit 0,96 % de mieux que prévu dans le pacte de stabilité introduit auprès de la Commission européenne le 21 septembre 2009.

 

Ik wil daar nog eens op wijzen, want dat is belangrijk. Het Stabiliteitspact, dat de regering in december heeft goedgekeurd en waarover wij na notificatie een advies van de Europese Commissie hebben gekregen, is al gedeeltelijk achterhaald. In het samenwerkingsakkoord dat de federale regering met de Gemeenschappen en Gewesten heeft gesloten, niet langer dan twee weken geleden, hebben wij de vooropgestelde doelstelling immers al met 0,96 % verbeterd. De stap die wij moeten zetten om de 3 % in 2012 zo dicht mogelijk te benaderen, zoals de Commissie het vraagt, is al voor een stuk gezet, nog voor de begroting is goedgekeurd en is al geconcretiseerd in een samenwerkingsakkoord tussen de verschillende entiteiten.

 

Par ailleurs, le gouvernement fédéral a établi pour la première fois un budget pluriannuel offrant des perspectives pour l'avenir. Malgré cette situation budgétaire difficile qui demandera des efforts continus dans les prochaines années, les initiatives et les décisions prises pour soutenir le pouvoir d'achat, l'emploi et la croissance économique n'ont pas été annulées par le présent gouvernement, et ce contrairement à certains autres gouvernements.

 

La diminution des charges, les mesures en faveur du pouvoir d'achat et les initiatives en faveur du marché de l'emploi atteignent leur vitesse de croisière en 2010 et restent intégralement en vigueur. Au total, il s'agit de 1,7 milliard d'euros consacrés aux mesures anti-crise. Outre cet effort, le gouvernement a pris une série de mesures anti-crise supplémentaires qui équivalent à 660 millions d'euros dans le budget de 2010.

 

Il s'agit de la prolongation de six mois du chômage technique pour les employés, de la simplification des plans d'embauche, du renforcement des mesures temporaires d'activation pour jeunes et personnes âgées, de la prolongation de la réduction de la TVA dans la construction, du renforcement du Maribel social, de la réduction de la TVA dans le secteur horeca, des pensions minimales pour les indépendants, de l'allocation maladie professionnelle, etc.

 

Entre 2007 et 2009, le gouvernement a augmenté les allocations sociales de 2 milliards d'euros, notamment les allocations inférieures et les pensions pour l'équivalent de 50 % de ce montant. Le financement de la sécurité sociale a été renforcé par un financement alternatif supplémentaire et des dotations supplémentaires. En outre, des investissements complémentaires ont été réalisés dans le secteur des soins de santé. Ainsi, plus de 80 millions d'euros ont été affectés pour le personnel soignant des hôpitaux.

 

Collega’s, indien wij de verworvenheden van ons sociaaleconomisch model in de toekomst veilig willen stellen en zelfs verder willen uitbouwen is een terugkeer naar het begrotingsevenwicht op relatief korte termijn absoluut noodzakelijke. Zoals collega Waterschoot terecht stelt is de meest aangewezen weg hiertoe het aanwenden van economische meevallers voor het terugdringen van het tekort. De Europese vraag om reeds in 2012 het deficit te beperken tot 3 % van het bruto binnenlands product mag dan ook niet in dovemansoren vallen maar dient de prioritaire doelstelling te worden van eenieder van ons.

 

Over het Zilverfonds is hier ook reeds gepraat. Ik wil er ook een woordje over zeggen. Na hetgeen gezegd werd door collega Bogaert en de uitleg die reeds gegeven werd in de commissie wil ik nogmaals herhalen dat het Rekenhof onderschrijft dat de constructie van het Zilverfonds in de huidige situatie, als men het verder zou zetten, niet erg zinvol is en toch erg duur. Het Zilverfonds heeft slechts zin, collega Tobback, van zodra er begrotingsoverschotten geboekt worden. Het Zilverfonds had een hoog politiek marketinggehalte. Het was een uitvinding van een van mijn voorgangers. Wat deze regering doet en in deze begroting voorziet is voldoende middelen inschrijven om de vergrijzingskosten te dragen zoals bijvoorbeeld de volledige pensioenlasten van de ambtenaren, ook voor de gewesten en de gemeenschappen. Ik kom daar straks op terug.

 

Over wat collega Jan Jambon opwierp wil ik het volgende zeggen: de federale overheid heeft zich geëngageerd om in 2015 het evenwicht te bereiken. Collega Jambon, dat zal een inspanning vragen van alle entiteiten, inbegrepen entiteiten 2.

 

De Hoge Raad voor de Financiën beveelt een evenwichtige verdeling tussen die entiteiten aan. Dat impliceert dat entiteit 2 tegen 2015 een overschot moet kunnen boeken van 1,2 %. Ik stel vast dat Vlaanderen vooralsnog niet wil bijdragen, of niet in die mate wil bijdragen aan dat traject.

 

Entiteit 1, de federale overheid, zal 65 % van de inspanning voor haar rekening nemen. Gelet op de hoge lasten van de schulden van het verleden, zal entiteit 1 nog een tekort hebben van 1,2 %. Dat is wat wij vermoeden, tenzij de groei ons zou toelaten om beter te scoren.

 

Als we de primaire saldi bekijken, dan zal entiteit 1 een overschot bereiken dat groter zal zijn in 2015 dan dat van entiteit 2, en dat ondanks het feit dat de federale overheid voor meer dan 98 % de kosten van de vergrijzing draagt. U moet dat weten. Het grote onderwerp van de toekomst, de wijze waarop wij de vergrijzing zullen aanpakken, wordt op dit ogenblik voor 98 % gedragen door de federale overheid, door onze overheid.

 

Collega Jambon, dat is dus het debat dat vooral gevoerd zal moeten worden in de loop van de komende weken en maanden. Het is het debat rond de kostprijs van de vergrijzing, dat mede zal toelaten om de doelstellingen die wij op begrotingsvlak willen halen, ook te kunnen halen.

 

Als men het dan heeft – dat heeft men deze nacht en gisteren herhaaldelijk gedaan – over de usurperende bevoegdheden, dan kan ik alleen maar vaststellen, mijnheer Jambon, dat de grootste financiële massa’s niet in ogenschouw worden genomen. Zou ik immers evengoed niet kunnen stellen dat het feit dat de federale overheid de pensioenlasten draagt van alle ambtenaren van Gemeenschappen en Gewesten, ook een usurperende bevoegdheid is?

 

01.278  Jan Jambon (N-VA): (…)

 

01.279 Minister Guy Vanhengel: Ah! En waarom niet?

 

01.280  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister, in welke bijzondere wet staat dat van de pensioenen? Ik wil met u wel verder gaan voor heel de sociale zekerheid, om al het gras te maaien.

 

01.281 Minister Guy Vanhengel: Het gaat niet over wetten, maar over logica en principes.

 

01.282  Jan Jambon (N-VA): Nee, nee.

 

01.283 Minister Guy Vanhengel: Hoe kan u dat nu verantwoorden? Is het niet usurperend indien u ambtenaren aanwerft, dat u ook niet de volledige last, niet alleen van hun loon maar ook van hun pensioen, zou dragen?

 

01.284  Jan Jambon (N-VA): U heeft gelijk. En als die ambtenaren daarna werkloos worden dan is het ook usurperend. En als die ambtenaren ziek worden dan is het ook usurperend en zullen we dat ook overbrengen.

 

Minister Vanhengel, wij gaan tot akkoorden kunnen komen. Laten we er dan aan beginnen. De regering schuift het al twee jaar voor zich uit.

 

01.285  Bruno Tobback (sp.a): Ik begrijp waarom de collega's aan de overkant zo enthousiast geworden zijn, maar ik ben niet zeker of de minister het zelf heeft begrepen. Ik ben het met u eens dat er over de verdeling van de financiële lasten, met name van de ambtenarenpensioenen, heel dringend moet worden overlegd. Ik herinner mij de tijd dat mijnheer Leterme daar een voorstander van was. Dat heeft geduurd tot hij zelf Vlaams minister-president was.

 

Heb ik de draai van Open Vld meegemaakt? Mag ik uw redenering doortrekken en bent u nu aan het pleiten voor een splitsing van de sociale zekerheid? Dat is eigenlijk wat u zegt. Misschien heeft u het niet begrepen. Als u de federale sociale zekerheid een usurperende bevoegdheid noemt dan kan ik niet anders dan concluderen dat u eigenlijk voor een gesplitste sociale zekerheid bent. Anders moet u de logica en de principes opnieuw bekijken. Het is misschien te laat of te vroeg om dat nog te doen.

 

01.286 Minister Guy Vanhengel: U probeert daar eens te meer een draai aan te geven… (rumoer)

 

Laat mij dan zeggen wat ik bedoel! Ik ga er geen draai aan geven, mijnheer Annemans.

 

De meest positieve noot die we vandaag kunnen registeren is dat er ook vanuit de oppositie enige bereidheid bestaat om dat te doen. Ik wil feitelijk het werk voortzetten waar de gewezen minister van Pensioenen allusie heeft op gemaakt.

 

Op een ogenblik moet u in dit land, als u de zaak financierbaar wilt houden, de verantwoordelijkheden plaatsen, waar ze moeten zijn. Dat betekent dat diegenen die ambtenaren aanwerven, ook hun pensioenen betalen. En dat betekent dat als u verder wilt gaan in het doortrekken van de verantwoordelijkheden binnen uw federaal model, u ook op een zeker moment zult moeten kunnen praten over historische schuld van dit land, die alleen al in de begroting die hier voorligt voor niet minder dan 13 miljard uitgaven vertegenwoordigt alleen voor de federale overheid. Ik heb geregistreerd dat, naast het vertrouwen dat ik wil vragen op beleefde wijze, hormis le vote favorable que nous demandons, mon collègue Melchior Wathelet et moi-même, pour ce budget auquel nous avons durement travaillé ces derniers mois et qui permet d'assurer l'avenir de notre pays et de nos citoyens, buiten die goedkeuring van de begroting die we vragen, en waarvan we eerlijk gezegd na alle uiteenzettingen hier hopen dat de oppositie bereid zou zijn ze mee goed te keuren, registreer ik wel de bereidheid van zowel collega Tobback als van collega Jambon om over de wijze waarop we tot eerlijke rekeningen moeten komen binnen de federale entiteit, mee aan tafel te gaan zitten en constructief te zijn in de komende maanden. Daarvoor dank ik u.

 

01.287  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de minister van Begroting, dit jaar zullen wij uw begroting niet goedkeuren. Dat hebben wij daarstraks al gezegd. Als u echter volgend jaar de splitsing van de sociale zekerheid er in zet, zoals u hebt aangekondigd, dan gaan wij mee in uw begroting en zullen we die goedkeuren.

 

01.288 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Bedankt mijnheer de voorzitter, ik wil ten eerste natuurlijk ook vicepremier en minister van Begroting Vanhengel bedanken voor de goede samenwerking tijdens de voorbereiding van de begroting. Wij hebben die samen gemaakt, en…

 

01.289  Bruno Tobback (sp.a): Ik heb de staatssecretaris de minister van Begroting horen bedanken voor de goede samenwerking en al de gezamenlijk gedeelde goede intenties. Ik wil vragen of de staatssecretaris ook, zoals de heer Vanhengel, gewonnen is voor de splitsing van de sociale zekerheid?

 

01.290 Staatssecretaris Melchior Wathelet: U probeert iets in de mond van de heer Vanhengel te leggen dat niet waar is! Dat heeft hij hier niet gezegd! Dat is niet correct.

 

Dat is niet correct. Daarom zult u zeker zijn woordvoerder niet zijn. Ik begrijp dat hij dat nooit zou willen.

 

Néanmoins, je rappelle que cette année 2010 est une année de transition. Il importe de se rappeler le contexte dans lequel on se situe. Nous venons d'avoir une discussion sur un budget. J'ai énormément parlé de perspectives, de vision, etc. Je rappelle que le budget soumis au vote aujourd'hui est le budget 2010. J'ai même entendu des questions qui portaient sur le budget 2011. Je le répète, nous nous apprêtons à voter le budget 2010, qui est un budget de transition. Chacun s'accorde à le dire, y compris toutes les institutions nationales et internationales. Pourquoi? Parce que dans la même année, nous devons retourner vers l'équilibre budgétaire, horizon 2015, et nous figurons parmi les premiers pays européens à le faire…

 

Mijnheer Jambon, u hebt mij ook vragen gesteld. Ik kom met antwoorden. U vraagt een debat, wij komen met antwoorden, … Probeer toch te luisteren. Wij hebben dat correct gedaan. Het is 7 uur en wij komen met antwoorden. Ik vind dat het zo redelijk is. …lange termijn… Dat ken ik, dat heb ik ook meegemaakt.

 

Cette année de transition doit nous permettre non seulement de retourner vers l'équilibre budgétaire en 2015 mais aussi de faire en sorte de ne pas briser le retour de la croissance qui est là et qui s'annonce peut-être encore meilleure que les perspectives budgétaires de 2010. Néanmoins, cela reste très faible. Rappelons-nous que nous sommes dans une perspective de croissance de 0,4 %! Nous nous en réjouissons car, en comparaison avec 2009, c'est beaucoup plus. Toutefois, il faut garder à l'esprit que cela reste extrêmement faible en termes de croissance. Prendre aujourd'hui des mesures qui iraient à l'encontre du retour de la croissance, comme M. Bacquelaine le soulignait précédemment, serait catastrophique non seulement pour notre économie, pour l'emploi mais également pour le budget. Si une politique budgétaire a pour conséquence de tuer toute perspective de retour vers la croissance économique, cela va nous coûter en termes d'emploi et donc d'un point de vue budgétaire! Ne nous y trompons pas! Pour cette raison, il faut que nous comprenions bien que 2010 est cette année de transition nécessaire.

 

J'ai également entendu qu'il n'y avait pas eu de choix dans l'élaboration de ce budget. Ce n'est pas exact. Des choix ont bien entendu été faits, notamment en matière de recettes et au niveau du secteur bancaire. Il est évident que les garanties de dépôt ont été prévues dans le budget. J'ai même expliqué en commission comment les 220 millions d'euros du budget de 2010 devaient se comprendre et comment les 938 millions d'euros devaient se subdiviser dans le budget de l'État. Il y a du dividende, de la garantie interbancaire et de la garantie sur les dépôts! Lorsqu'un pays garantit toute une série de montants et qu'il les a garantis par le passé, il semble normal qu'il soit rétribué pour cette garantie.

 

Pour ce qui concerne le secteur nucléaire, nous nous inscrivons à nouveau dans une perspective de rentrées structurelles.

 

Enfin, j'en terminerai avec tous les éléments liés à cette fiscalité plus environnementale où un certain nombre de comportements susciteront des contributions plus importantes au budget de l'État. Cela nous semblait normal.

 

Mais c'est aussi des réductions structurelles en matière de dépenses. Que ce soit dans le cadre des montants versés dans le fonds de l'avenir, en matière de soins de santé, ou que ce soit dans le cadre de nos dépenses primaires.

 

Je vous donne un élément: les dépenses primaires sont de 33 milliards d'euros; vous en retirez les pensions et l'investissement important l'année dernière pour la SNCB; vous obtenez en dépenses primaires une croissance nulle. Là-dedans, nous atteignons les 0,7 % en matière de Coopération au développement. Cela signifie que si je retire en plus des dépenses primaires la Coopération au développement, nos dépenses primaires sont en diminution.

 

Nous dire que cela n'est pas structurellement assainir nos dépenses primaires au niveau fédéral alors que nous respectons mieux l'engagement que nous avons pris dans le cadre du programme de stabilité avec les Régions et Communautés du pays, c'est faux. Nous l'avons fait dans ce budget.

 

Vous reprocherez que le déficit est important. Oui, il est important, bien sûr, et dans les pays avoisinants, il est encore plus important que le nôtre. Mais nous sommes le premier pays à inverser la tendance.

 

Wij zijn het eerste land in Europa waar het saldo in 2010 beter is dan in 2009. Er is dus een verbetering. Het is eindelijk een stap in de goede richting. Natuurlijk moeten wij vroeger dan de andere landen een evenwicht bereiken. Wij hebben immers een enorme schuld. Wij moeten onze specifieke situatie in aanmerking nemen. Wij moeten leren leven met onze schuld. Daarom moeten wij vroeger dan de andere landen een evenwicht bereiken.

 

En ce qui concerne les différentes questions posées par M. Tobback dans le cadre de l'évaluation d'un certain nombre de montants, je lui répondrai que nous avons adopté cette ligne de montants bruts. Il a notamment cité l'exemple des déductibilités fiscales qui ne pourront avoir lieu. C'est vrai! Nous avons pris le montant brut. En matière de titres-services, nous avons également pris le montant brut. Nous n'avons pas calculé dans le budget l'ensemble des terugverdieneffecten liés aux titres-services.

 

Dans l'horeca, nous n'avons pas non plus repris l'ensemble des éléments de terugverdieneffecten. Il y a une ligne, une logique. Tous les montants sont bruts et lorsque la Cour des comptes vient nous dire en commission que l'ensemble des paramètres adoptés étaient des voorzichtige parameters.

 

Als de voorzichtige parameters op dezelfde lijn zitten als de brutoramingen, dan kan ik niet beter doen dan dat.

 

J'ai beaucoup entendu parler des one shot. Une nouvelle fois, vous constaterez dans le budget, et j'invite chacun à effectuer les calculs, que l'ensemble des one shot de recettes est inférieur aux one shot de dépenses. Cela signifie que les montants de recettes one shot ne couvrent pas à suffisance les montants de one shot dépenses. Cela signifie que nous avons des dépenses one shot plus importantes que les recettes one shot.

 

Structurellement, nous rentrons dans une logique de retour vers l'équilibre 2015. La meilleure preuve en est que, dès que les paramètres macro-économiques changent, le solde s'améliore. Pourquoi? Parce qu'en cas de meilleure conjoncture économique, si structurellement vous avez assaini votre budget, il retourne plus rapidement vers l'équilibre. C'est ce que nous avons fait. Aussi, lorsque le Bureau du Plan sort avec de nouveaux paramètres macro-économiques, notre solde diminue, s'améliore. Cela démontre que notre budget, structurellement, évolue de manière positive.

 

J'ai également entendu M. Tobback nous reprocher notre absence de vision. Monsieur Tobback, avez-vous déjà vu déposer dans ce parlement un budget bisannuel, par lequel le gouvernement s'engage non seulement pour 2010 mais également pour l'année suivante? Prétendre que nous manquons de vision, alors que c'est la première fois que l'on dépose un budget bisannuel, est un peu gonflé!

 

01.291  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de voorzitter, wij moeten toch wil iets uitklaren. Mijnheer Wathelet, het is het ene of het andere. U bent nu de tweede op rij, die het spreekgestoelte bestijgt en klaagt dat alleman toch aan het zeuren is over 2011, 2012 en 2013, terwijl wat op tafel ligt, de begroting van 2010 is en dat het enige is waarover het gaat. Dat hebt u net gezegd. En nu neemt u plots de term "bisannuel" in de mond. Ofwel, mijnheer de staatssecretaris, mijnheer de minister van Begroting, is het bisannuel en ik heb u op uw woord genomen, maar dan praten wij over de sérieux van de twee jaar. In dat geval is er wel sprake van one shot, die u probeert door te trekken tot het jaar daarop zonder motivatie en dat is een probleem in de begroting. Ofwel is het niet bisannuel, maar dan is de begroting ook allesbehalve een illustratie van uw visie. Wat is het nu: het een of het ander? Dat is ook een simpele vraag. Is de begroting nu voor 1 jaar of is ze voor 2 jaar? Bestrijkt de begroting een periode van twee jaar wanneer het u uitkomt, of is dat het geval te allen tijden?

 

01.292 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Tobback, in België is er, zoals in vele landen, iets wat men de Grondwet noemt. Voor u is dat misschien minder belangrijk. En u hebt ook kunnen lezen in de Grondwet dat de tekst waarover wij vandaag moeten stemmen – en ik ben daarmee begonnen – de begroting voor 2010 is.

 

Je vous rappelle que la Constitution mentionne l'annuité du budget. Nous ne pouvons donc que voter un budget pour cette année. Ou alors vous n'avez plus envie de respecter la Constitution, mais ce n'est pas notre choix! Il ne s'agit pas d'un texte que l'on peut mettre sur le côté.

 

On aurait pu en rester là, mais nous avons été plus loin. Nous avons non seulement pris des engagements politiques pour 2011 mais nous avons aussi déposé un programme de stabilité, tous gouvernements confondus, jusqu'en 2015. De plus, l'État fédéral ne s'est pas contenté de respecter le programme de stabilité mais il est en avance sur celui-ci.

 

Nous respectons donc la Constitution, nous avons pris des engagements politiques pour 2010 et 2011 et nous respectons notre ligne de conduite jusqu'en 2015.

 

01.293  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ten eerste, u zegt dat ik onduidelijkheden verspreid, maar u bent degene die mist blijft spuien. U zegt dat u een programma hebt “tout gouvernement confondu jusqu’au 2015”. Bij mijn weten, u mag mij tegenspreken, hebt u “tout gouvernement confondu” alleen een akkoord tot eind 2011. Dat is het enige akkoord dat u met de andere regeringen hebt gemaakt. Daarna, anything goes. Niemand heeft zich verbonden na 2011. Een akkoord tot 2015 bestaat in wezen alleen in uw fantasie.

 

Ten tweede, stop alstublieft met te zeggen dat u voorsprong hebt met het stabiliteitsprogramma. De enige basis van uw voorsprong op het stabiliteitsprogramma is de voorlopig zeer hypothetische nieuwe raming voor de economische groei van 2010.

 

01.294 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Dankzij het structureel karakter van de begroting wordt dat vertaald in een saldo.

 

01.295  Bruno Tobback (sp.a): Het zijn binnenkort solden, maar u bent zich al rijk aan het kopen voor er een afprijzing is.

 

01.296 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Toen ik naar hier kwam met onze begroting en met de nieuwe raming van het Planbureau hebt u gezegd dat ik die ramingen niet mocht gebruiken omdat het hypothetische ramingen waren. Wij zijn voorzichtig gebleven, zoals het Rekenhof heeft gezegd. Door het feit dat die begroting structureel werd gesaneerd, worden de nieuwe macro-economische gegevens vertaald in verbeteringen van het saldo in de begroting. Excuseert u mij, u hebt het moeilijk om dat te horen, maar het is gewoon zo.

 

01.297  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, ik wil het u nog eens proberen uit te leggen. Zelfs met de nieuwe optimistische ramingen komt u eind 2011 aan een tekort van 4,96 %. Van daar tot aan de 3 % is een brug van 7 miljard euro. Uw voorsprong, voor zover ze meer dan louter hypothetisch is, is nog altijd een achterstand van 7 miljard euro. Daarover hoor ik u in al uw visionair langetermijndenken geen woord zeggen.

 

01.298 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Ik heb nooit iets anders gezegd. Ik heb sp.a zelfs horen zeggen dat we dieper in het deficit hadden moeten gaan. Dat hebben we niet gedaan. Dat was zelfmoord voor onze begroting.

 

01.299  Bruno Tobback (sp.a): Mijnheer de staatssecretaris, er is voor alle duidelijkheid geen deficit van 7 miljard euro. Er is een deficit van enkele tientallen miljarden euro. Zelfs uw briljante onvolprezen voorsprong op het stabiliteitsprogramma, waarnaar u keer op keer verwijst, is alleen al op het tekort van 3 % van 2012 al een achterstand van 7 miljard euro. En dat zelfs volgens alle positieve hypotheses. Stop met te zeggen dat u voorsprong heeft, dat het goed gaat en dat u structureel gesaneerd heeft! U heeft in wezen niets anders gedaan dan op de meubelen gelet.

 

De voorzitter: Ik stel voor dat de staatssecretaris hierop voortgaat. Als Parlement krijgt u nadien nog de mogelijkheid tot repliek. Laat de staatssecretaris toe om zijn antwoord af te ronden. Daarna komt het woord terug aan de parlementsleden die daarom verzoeken.

 

01.300  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur le président, on nous a reproché de ne pas avoir pris de mesures. J'ai démontré le contraire, que ce soit en matière de recettes ou de dépenses.

 

J'ai également démontré en quoi l'ensemble des lignes que nous nous étions fixé était respecté; comptage brut, pas de one shot, respect du structurel, prudence dans les prévisions économiques.

 

J'ai encore démontré que ce budget prenait des engagements forts pour 2010, qu'il inversait la tendance par rapport à 2009, contrairement aux autres pays européens, et qu'il nous donnait cet objectif indispensable du retour vers l'équilibre en 2015. Il faut que nous nous rappelions que si nous ne retrouvons pas cet équilibre en 2015, ce sera l'ensemble de la population qui devra le payer parce qu'au plus longtemps nous restons dans un contexte de déficit budgétaire, au plus chacun devra contribuer aux finances publiques. C'est la raison pour laquelle cet inversement de tendance, ce retour vers l'équilibre structurel est la seule politique budgétaire possible qui nous permet de faire la bonne synthèse entre l'assainissement de nos finances publiques et le retour de la croissance économique.

 

01.301  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, Ecolo-Groen! considère aussi que le budget 2010, que nous allons voter, et le budget 2011, qui a été préparé en même temps, manquent de vision.

 

En disant cela, nous n'envisageons pas que les chiffres ou que, au bout de quelques années, nous aurons retrouvé un équilibre ou comblé notre déficit. Les budgets servent à quelque chose et je suppose que c'est aussi pour cela que nous avons des notes de politique générale. Nous vous reprochons les choix que vous avez fait, notamment celui de ne pas investir suffisamment dans des secteurs porteurs d'un retour particulièrement positif pour les citoyens à court et moyen termes.

 

Je prends l'exemple des dispositions prises pour encourager les voitures électriques. On sait que le retour sera faible mais on nous répond qu'on a pris cette mesure car elle ne coûte pas cher. En effet, on sait bien que peu de véhicules seront vendus, étant donné leur coût. Dans un contexte de crise et avec ce que doivent supporter les citoyens, n'était-il pas plus intéressant d'investir massivement dans un soutien plus important à l'isolation de sorte que les factures de chauffage diminuent et qu'on crée de l'emploi dans la construction?

 

Ce sont des investissements plus importants mais avec des retours beaucoup plus importants, tant pour l'État que pour les citoyens.

 

De la même manière, il eût été intéressant de prendre des mesures qui n'excluaient pas et qui, en tout cas, empêchaient les mécanismes d'exclusion de fonctionner. Or, il faut bien constater que, par rapport à toute une série de dispositifs, que ce soit vis-à-vis des personnes nécessitant un accueil en tant que demandeur d'asile ou vis-à-vis des chômeurs, on renforce des mécanismes d'exclusion. Ce sont des visions rétrogrades plutôt que des visions progressistes et évolutives.

 

01.302  Hagen Goyvaerts (VB): Bedankt mijnheer de voorzitter, u zult zich herinneren dat ik bij de aanvang van mijn uiteenzetting heb gezegd dat we in een Spaans schimmenspel zouden terechtkomen, en dat dit tot het ochtendgloren zou duren. We zijn daar dus zo ongeveer geland.

 

Wat mijn repliek betreft op de repliek van de minister en de staatssecretaris, kan ik, als wij het toch enkel over het grondwettelijk aspect moeten hebben en ons moeten beperken tot datgene waarover wij straks stemmen, zijnde de begroting 2010, het volgende zeggen. Wij als Vlaams Belang blijven toch bij onze analyse dat deze begroting in 2010 geen enkele visie bevat inzake de aanpak van de betaalbaarheid van de vergrijzing en de pensioenen, inzake de aanpak van het wegwerken van het begrotingstekort of inzake de structurele aanpak van het wegwerken van de staatsschuld. Wat die zaken betreft blijft het een mager beestje, en blijven wij bij onze eindconclusie, met name dat wij deze begroting niet zullen goedkeuren, niettegenstaande de vele elementen van debat die wij waarover hebben gehad.

 

01.303  Jan Jambon (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik stel vast dat de regering, of ten minste een deel van de regering, namelijk de man die daarstraks op het spreekgestoelte stond en minister van Begroting is, tot dezelfde conclusie komt als wij. Die conclusie houdt in dat hij zijn financiën en budgetten van dit land niet meer in orde kan krijgen zonder een grondige staatshervorming. Ik hoop dat u, mijnheer Vanhengel, daar heel uw regeringsploeg van kunt overtuigen. Ik hoor het u hier toch graag zeggen in uw functie van minister van Begroting, het zou nieuw zijn mocht u dat namens de regering gezegd hebben. Ik hoor u heel graag zeggen dat de pensioenen gesplitst moeten worden. Ik hoor u ook heel graag zeggen dat de staatsschuld gesplitst moet worden. Dat zal natuurlijk een moeilijke discussie worden. Ik hoor u heel graag zeggen, in de logica die u gebruikt hebt, dat wanneer de Gewesten ambtenaren tewerkstellen, zij ook de pensioenen voor hun rekening moeten nemen. Wij gaan daarin door: als zij de pensioenen voor hun rekening moeten nemen, moeten zij ook de gezondheidszorg voor hun rekening nemen en moeten zij ook de werkloosheid voor hun rekening nemen. Ik hoor u dat discours heel graag ontwikkelen, het zal niet aan ons liggen denk ik mocht dat niet doorgaan, het zal aan de overkant liggen.

 

01.304 Minister Guy Vanhengel: Laten wij met die ambtenarenpensioenen beginnen. Uw minister van Begroting zit in Vlaanderen. Als u nu ja zegt, dan kan hij de pensioenen van zijn ambtenaren op zich nemen. Dan zouden wij al een stap vooruit zijn. Zeg gewoon “ja”.

 

01.305  Jan Jambon (N-VA): U stelt mij een vraag. Zelfs op dit ontiegelijk uur zal ik daar rustig op antwoorden.

 

Zoals altijd in de staatshervorming gaat de overdracht van pensioenen gepaard met de overdracht van middelen. Als dat uw voorstel is, dan gaan wij natuurlijk akkoord. Waarom zouden wij daar niet mee akkoord gaan? U zal dat moeten doen om deze zaak ooit op orde te krijgen. Vandaag is daar nog geen beginnen aan.

 

01.306  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, dit wordt kafkaiaans.

 

Minister Vanhengel heeft het over een knik. Hij zegt dat de uitgaven momenteel naar beneden moeten, terwijl wij voor moeilijke keuzes staan. De staatssecretaris komt ons vertellen dat er een nulgroei is als men een en ander uit de primaire uitgaven haalt, zoals de NMBS. Welnu, het is een feit dat de primaire uitgaven thans met 2,2 % stijgen. Of u dat wil zien of niet, het is een feit. Nu zeggen dat er een nulgroei is, is een flagrante leugen.

 

U heeft het vervolgens over een visie en over reële structurele aanpassingen. Welnu, of u een tweejarenbegroting of een tienjarenbegroting opstelt, dat doet niets ter zake wanneer u geen structurele oplossingen inbouwt voor de redenen van onze tekorten. Die redenen zijn de vergrijzing, de efficiëntie van de overheid, de organisatie van de sociale zekerheid en de anomalieën die tegenwoordig in de sociale zekerheid bestaan. Wie daar geen oplossingen voor inbouwt doet niets structureel.

 

Dat is het verwijt dat wij u maken. U heeft geen visie over hoe men de pensioenen binnen vijf, tien of twintig jaar zal betalen. De oplossingen die in Nederland of Zweden worden aangereikt, komen in dit halfrond op geen enkele manier aan bod. We hebben het enkel over een hoop cijfers. U komt niet tot de noodzakelijke structurele oplossingen.

 

Over de staatshervorming stelt u voor om te beginnen met de pensioenen aan Vlaamse kant.

 

De overdracht van middelen lijkt mij alsdan een evidentie, maar u vindt dat eigenaardig. Ook de fiscaliteit moet daarbij worden betrokken.

 

Dat lijkt me dan toch wel heel onbegrijpelijk en heel duidelijk getuigen van redelijk weinig inzicht in wat er moet gebeuren om tot die duidelijke staatshervorming te komen, de overdracht van de kosten en de baten. Als u hier vandaag komt vertellen dat u wil dat de kosten daar zijn waar ze worden gemaakt, dan vind ik het onbegrijpelijk dat u zelfs voor dat kleine pakket aan usurperende bevoegdheden waar wij voor gaan, die 197 miljoen, niet de bereidheid of de moed hebt om tegen de Franstaligen in te gaan. Het pleidooi dat u daar gevoerd hebt om tot die staatshervorming te komen, om effectief een splitsing van de sociale zekerheid te komen, zult u zeker niet doen. Als u vandaag niet de moed hebt om met betrekking tot die 200 miljoen een ei te leggen, zeker ook de CD&V-fractie, dan gaat u zeker inzake de rest geen ei leggen.

 

01.307  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister van Begroting, mijnheer de staatssecretaris, ik heb u goed beluisterd. Na ettelijke uren in deze Kamer komt u uiteindelijk in uw repliek niet verder dan zeggen dat u voorzichtig geraamd hebt. Het zou er nog aan moeten ontbreken. De voorbije drie commentaren van het Rekenhof waren verpletterend. Het was elke keer veel en veel te optimistisch. Op dit moment zeggen alle economische analisten dat voorzichtigheid het enige is wat nog kan, al het andere is absoluut onverantwoord want er is absolute onzekerheid. Koketteer hier dus niet met iets wat een absolute noodzaak is. Tegelijkertijd merk ik dat er op de andere kant van het verhaal – ik heb het boek met het verslag van het Rekenhof hier bij me – met de opmerkingen over de uitgaven en de grote problemen daar niet eens een begin van een antwoord gegeven is.

 

U spreekt over visie. Ik moet ter zake mevrouw Gerkens bijtreden. Uw visie bestaat er enkel in dat u becommentarieert wat hier en daar als maatregelen, die in totaal amper 3,3 miljard euro besparingen betekenen, werd genomen. De maatregelen doen niets aan de grote, structurele uitgaven en de fiscale kranen die gewoon openstaan. Ik heb daarnet ettelijke voorbeelden gegeven. Permanente regularisaties zijn daar een voorbeeld van. Men steekt gewoon het hoofd in het zand. Het zou interessant zijn bijvoorbeeld eens naar Duitsland en Denemarken te kijken, waar werk wordt gemaakt van doorgedreven isolatieplannen en van een alliantie tussen werk en milieu.

 

U hebt geen echte visie als vertrekpunt voor werken als een programmawet.

 

Mijnheer de staatssecretaris, u weet dat ik heel veel respect voor u heb. Wij hebben ook goede discussies gevoerd. Maar uw verklaringen over het Beschermingsfonds of Depositofonds en over de bijdrage van Suez waren een lachertje. U weet goed genoeg dat de factuur telkens naar de consument wordt doorgeschoven. Voor de banken is er bovendien op geen enkele wijze rekening gehouden met het risicoprofiel.

 

U had nochtans als staatssecretaris misschien onze minister van Financiën – ik weet dat hij niet altijd even meewerkend is – de goede richting uit kunnen sturen. U had misschien, wat ook de meerderheid in de commissie heeft beaamd, de regering een en ander diets kunnen maken. Niets van dat echter.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik kan voor de zoveelste keer enkel vaststellen dat u hier iets moet komen verdedigen waarvan ik weet dat u de architect niet bent. U mag het vuile werk van fundamenteel verkeerde beslissingen komen opknappen. Er is het Suezfonds bij de heer Magnette en er is de depositogarantie bij de heer Reynders. Beide, voornoemde ministers doen het – ik begin dit echt te geloven – bijna moedwillig.

 

Ik vraag mij af met wie zij welke afspraken maken. In de sector van de heer Magnette is het duidelijk dat de afspraken met Suez zijn gemaakt. Ik vraag mij af hoe het zit met de heer Reynders en de banken.

 

Ik rond af. U spreekt van een overgangsbudget. Een overgangsbudget zou echter net nieuwe bakens moeten uitzetten. Dat is wat u nalaat te doen. Enerzijds wil u zich van 2011 verwijderen. Anderzijds zegt u dat u twee jaar samen hebt begroot, wat juist een voordeel is.

 

Wat belet u om voornoemde troef uit te spelen en een langetermijnvisie ten toon te spreiden? Voornoemde visie is er niet. Dat is de enige vaststelling hier vandaag. Het heeft niets met overgang te maken. Het heeft alles met het bewaren van evenwichten, met een voortdurend heropstarten en met een gebrek aan visie te maken.

 

U hebt geen enkel duidelijk antwoord gegeven. Het verste dat u geraakt, is verklaren dat u voor de eerste keer in zoveel jaren tijd eindelijk eens niet al te overdreven optimistisch bent geweest.

 

De voorzitter: De laatste repliek is voor de heer Bonte, waarna wij de bespreking van het deel Fiscaliteit aanvatten.

 

01.308  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik wil mij ook richten tot de minister van Begroting. Ik ben het met u eens, mijnheer de minister, dat wij moeten nadenken over een betere responsabilisering van alle bevoegdheidsniveaus, ook van de Gemeenschappen en de Gewesten. Het enige wat ik voorstel en ik dacht het ook onder uw aandacht te hebben gebracht, is dat in de federale begroting zoals zij nu ter stemming voorligt, een pak middelen vanuit de sociale zekerheid naar de Gemeenschappen worden doorgeschoven. Met andere woorden, het federale niveau financiert met socialezekerheidsmiddelen bevoegdheden van de Gemeenschappen. Ik heb het over het Vormingsfonds en over de stimulering van de vormingswerkers. U zult er bovendien nog miserie mee krijgen. U doet precies het omgekeerde van wat u bepleit. Ik hoop dat u dit toch inziet na deze lange discussie.

 

Een tweede zaak, mijnheer de minister, zijn uw uitspraken die u ook herhaalt in verband met de ambtenaren en de ambtenarenpensioenen. Is dat een lapsus? Is dat iets dat op tafel zal worden gelegd bij de heer Dehaene en de staatshervormingsdiscussie? Of is dat een regeringsstandpunt? Mevrouw Vervotte, is dat iets waarmee u kunt leven? Is dat iets wat ook in de regering als standpunt wordt ingenomen? Dat wou ik nu toch wel eens weten.

 

01.309 Minister Guy Vanhengel: Mijnheer de voorzitter, dat is een onderwerp dat ik al meermaals en telkens ik er de kans toe krijg, aankaart. Dat is een anomalie in ons systeem. De anomalie in ons systeem is dat de Gemeenschappen en de Gewesten ambtenaren kunnen aanwerven à volonté en enkel moeten instaan voor het loon van die ambtenaren tijdens hun actieve carrière. Nadien moet de federale overheid, die geen enkele beslissingsmacht heeft in dit verhaal, opdraaien voor de pensioenen. Daar is al regelmatig over gedebatteerd en ik denk dat één van de oplossingen is dat debat aan te kaarten om te komen tot een meer evenwichtige verdeling tussen de financiering van het ene niveau en het andere. Dat zit in de logica van het verhaal van responsabilisering. Dat is het standpunt van het gezond verstand.

 

(Tumult op de banken)

 

Hou nu toch eens op met die onnozele politieke spelletjes.

 

(Gelach)

 

Dat is hetgene waar u hoe dan ook naartoe zult moeten. Wat ik niet begrijp, is dat u zich fixeert op kleine bedragen waarvan u weet dat ze aan de ene kant van de taalgrens veel moeilijker liggen dan aan de andere kant. Dat is om keet te schoppen. Wat de pensioenen betreft, ligt het verhaal toch enigszins anders, maar ik heb genoteerd, mijnheer Jambon, dat we erover gaan praten, dat u er voor bent en dat uw minister van Begroting in Vlaanderen ons gaat helpen.

 

De voorzitter: Collega’s, conform de afspraak stel ik voor dat ik thans het woord geef aan de heer Van der Maelen. De minister van Financiën is nu in ons midden. Ook collega Bonte is voor dit luik ingeschreven. Ik dring erop aan dat u uw betoog kort en zakelijk houdt. Na het antwoord van de minister gaan wij over tot de stemmingen.

 

01.310  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik zal het kort houden. Ik wil slechts twee punten aankaarten.

 

Ten eerste, ik wil duidelijkheid van deze meerderheid. Ik hoop die te horen uit de mond van de minister van Financiën. Ik heb hier De Standaard van 22 oktober waarin staat, en ik citeer Carl Devlies: “Het is de bedoeling te komen tot een superdatabank waarbij de belastingcontroleurs alle fiscale informatie in één keer kunnen raadplegen”.

 

Vervolgens citeer ik uit het verslag van de commissie voor de Financiën de volgende zin van de heer Clerfayt, de andere staatssecretaris: “Er zal dus geen fiscale superdatabank worden opgericht, zoals sommige persartikelen doen uitschijnen”.

 

Ik heb het vorige week gevraagd. Bij CD&V heerste totale radiostilte. De heer Clerfayt kwam niet verder dan te zeggen dat hij dit uit het advies van de privacycommissie had gehaald.

 

Nu richt ik mij tot u, mijnheer de minister. Komt er een fiscale superdatabank? Er is er al een, collega’s van CD&V, voor de strijd tegen de sociale fraude. Eigenlijk zitten wij hier op een cruciaal punt wat de gelijke aanpak betreft van de sociale fraude en van de fiscale fraude. Volgens Carl Devlies komt er een superdatabank, terwijl er volgens zijn liberale collega-staatsecretaris geen fiscale superdatabank komt. Mijnheer de minister, wie van de twee staatssecretarissen heeft het bij het rechte eind? Ik meen dat de hele Kamer recht heeft op dat antwoord.

 

Ten tweede, de collega’s die in de commissie voor de Financiën aanwezig waren, zullen zich herinneren dat ik de beleidsnota had ontleed wat de modernisering betreft van het departement van Financiën. Samengevat, de jongste vijf beleidsnota’s heb ik naast elkaar gelegd. Het eerste wat mij opviel was dat het vijf keer voor ongeveer 90 % om dezelfde tekst ging. Zo werd bijvoorbeeld vijf jaar lang North Galaxy, het informaticacentrum en het drukkerijcentrum in Vorst vermeld, terwijl de realisatie ervan al drie jaar geleden gebeurde. Dat omschrijft de minister van Financiën nog steeds als een grote verwezenlijking van de modernisering van zijn departement.

 

Voor de rest zien wij dat er soms iets verschijnt en dan weer verdwijnt, bijvoorbeeld de vooraf ingevulde aangifte, of identity and access management. Deze nochtans zeer belangrijke zaken zijn verdwenen.

 

Mijn vraag, destijds, in de commissie voor de Financiën, was hoelang men nog zou dulden dat Didier Reynders van de FOD Financiën een departement maakt dat stilstaat? Ik boekte niet al te veel succes bij de commissieleden, maar wie vandaag De Standaard heeft gelezen, zal daarin opnieuw de bevestiging vinden van wat ik al lang beweer.

 

Eerst zal ik een voorbeeld geven. Eigenlijk gaat het om iets heel simpel. Vanaf 1 januari 2007 moesten alle huurcontracten in België door de verhuurder bezorgd worden aan het registratiekantoor voor registratie. Er moesten twee operaties gebeuren. Ten eerste, een aantal gegevens van het huurcontract moesten worden opgenomen in een databank, en, ten tweede, het huurcontract moest worden gescand. Hoe werd dat aangepakt door de FOD Financiën? Welnu, zij kopen scanapparatuur.

 

(…): (…)

 

01.311  Dirk Van der Maelen (sp.a): Daarmee spreek ik niet over de wet zelf, maar over de uitvoering van iets waarvan ik aanneem dat ook u het goedgekeurd hebt, collega van CD&V. Het is hier in elk geval met een ruime meerderheid goedgekeurd. Het is de opdracht van de FOD Financiën om dat uit te voeren.

 

Wat doen zij? Welnu, zij kopen scanapparatuur aan en die wordt naar de registratiekantoren gestuurd. Vervolgens gebeurt er niets. De apparatuur werkt niet. Ik heb het document hier en ik lees: “Om technische redenen kunnen de scanapparaten niet gebruikt worden voor het inscannen”. Twee jaar lang staan die apparaten daar ongebruikt. Intussen liggen er een miljoen huurcontracten verspreid over alle registratiekantoren in België.

 

Begin december schiet de centrale administratie van de registratie wakker en stuurt het document “dossier corporate scanning van geregistreerde huurcontracten” rond. In alle registratiekantoren zijn er sinds 15 december ambtenaren bezig met elk van die huurcontracten manueel ter hand te nemen, het nietje eraf te doen, de bijlagen en de plaatsbeschrijving eraf te halen. Vervolgens worden de drie of vier bladzijden van het huurcontract zelf, samen met een nieuw document, een bladzijde met een barcode, in een kartonnen doos gelegd.

 

Alle huurcontracten worden in een kartonnen doos gelegd en weggevoerd, voor Vlaanderen naar Gent en voor Wallonië en Brussel naar Namen, om aldaar te worden gescand. Collega’s, zo gaat het er in de 21ste eeuw aan toe bij de FOD Financiën. Dat is een moderne administratie onwaardig.

 

Mijnheer de minister, ten eerste, hoe komt het dat de scanapparatuur na twee jaar technisch nog steeds niet werkt? Ten tweede, blijft u bij de opdracht die u de Centrale Administratie hebt gegeven dat de ambtenaren in een termijn van veertien dagen alle nietjes uit de documenten moeten halen? Ook de registratiekantoren kennen nu een vakantieperiode en bovendien komen veel notarissen nog met hun laatste akten voor de dag. Blijft u erbij dat dit nu moet gebeuren?

 

Mijnheer de minister, is het niet tijd dat wij de wetgeving aanpassen en dat wij bijvoorbeeld ervoor zorgen dat de verhuurkantoren die in het bezit zijn van de elektronische huurcontracten, het papieren huurcontract bezorgen aan het registratiekantoor of het elektronisch doorsturen? Op die manier moeten wij geen honderden of misschien wel duizenden manuren besteden aan ambtenaren die nietjes uit papieren moeten halen, ze in kartonnen dozen moeten leggen en ze met wagens naar Gent en Namen moeten brengen.

 

Mijnheer de minister, als dit niet het bewijs is van het falen van uw beheer van de FOD Financiën, dan weet ik het niet meer. Collega’s van CD&V, collega’s van Open Vld, collega’s van de CdH, collega’s van de PS, hoelang gaat u het nog verdragen dat Didier Reynders het departement van Financiën zo blijft mismeesteren?

 

01.312  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de voorzitter, wij heten de vice-eerste minister, welkom.

 

Mijnheer de vice-eerste minister, wij hebben u een beetje gemist vannacht, maar ik wou u toch nog eens ondervragen. U hebt er gisteren naar verwezen toen u het had over het al dan niet witgewassen zijn van ministers.

 

Ik wil nog even terugkomen op wat misschien wel een schande begint te worden, met name de manier waarop deze regering slachtoffers van Citibank bejegent. Het is misschien op vraag van de premier dat ik hier sta. Wie weet?

 

Het begint toch wel schandalig te worden, mijnheer de minister van Financiën. Ik wil het nog eens verduidelijken voor de mensen die niet zo begaan zijn met het feit dat 1 500 mensen hun spaarcenten kwijt zijn. Op 1 december is het proces begonnen in de grootste chaos. Iedereen is dezer dagen, in afspraak met het gerecht, zijn dossiers aan het bekijken in het licht van een burgerlijke partijstelling. Mijnheer de minister, wij moesten hier vorig jaar van de minister van Ondernemen, van de premier en van u horen dat er een class action zou komen, maar dat is er vandaag niet. Het Citibankproces wordt meer een subsidie voor advocaten, heb ik de indruk. Wij weten ook dat een aantal haaien aan het werk zijn die gedupeerde klanten van Citibank nog maar eens proberen te misleiden in de manier waarop ze hun tarieven aannaaien.

 

Het tweede element zijn de tweehonderd dadingen. Dat zorgt soms voor nervositeit, als men nagaat wie er een dading heeft en wie niet. Bepaalde mensen worden dan nerveus en vragen waarom anderen wel en zij geen dading krijgen. Andere mensen vragen zich af waarom zij 100 % krijgen, terwijl een ander slechts 50 % krijgt.

 

In elk geval, mijnheer de minister, het overgrote deel van de gedupeerden zal door de ellenlange procedure van het gerecht moeten passeren.

 

Waarom heb ik gevraagd om u hierover nog eens te kunnen aanspreken?

 

In oktober van vorig jaar hebt u, samen met de heer Van Quickenborne, plotseling aangekondigd dat u bezig was met een onderzoek. Mijnheer Van Quickenborne had de Economische Inspectie, een beetje laat, belast met een onderzoek. Dat heeft ertoe geleid, mijnheer de minister, dat er een dik dossier aan het parket is overgedragen. Het parket heeft het onderzoek gedaan en heeft Citibank voor de rechter gedaagd. Het is trouwens de derde keer dat het gebeurt, op een relatief korte periode.

 

Twee dingen zijn zeer merkwaardig. Er is geen enkel spoor te vinden van het onderzoek of de resultaten van het onderzoek waarmee u de CBFA hebt belast.

 

De CBFA moest op hetzelfde moment een aantal onderzoeken verrichten op vraag van de minister van Financiën. Die laat niets weten. Het proces start. De Belgische overheid, via haar Economische Inspectie, dagvaardt Citibank. Het parket dagvaardt Citibank. Degene die erop moet toezien dat de banken effectief de gedragscodes zoals de MiFID-regels naleven, is vandaag in alle stilte afwezig op het proces. Nochtans is het zonneklaar dat de strafklacht ten aanzien van Citibank en ook de conclusies van de Economische Inspectie zich baseren op de systematische overtreding van de MiFID-regels.

 

Mijnheer de minister, hoe zit het met het onderzoek van de CBFA? Worden daaruit conclusies getrokken? Wordt dat meegenomen in dat proces?

 

Ik heb een tweede vraag, direct daarbij aansluitend. Waarom laat de federale regering het na zich burgerlijke partij te stellen? Een andere minister in dezelfde regering, minister Van Quickenborne, heeft alvast aangekondigd dat de Belgische Staat zich in geval van een proces burgerlijke partij zal stellen. Hebt u dienaangaande meer informatie? Zal de regering dat al dan niet doen?

 

Een laatste vraag heeft betrekking op het budget. Mijnheer de minister, wat onze partij betreft zou het niet meer dan logisch zijn dat de Belgische overheid 130 miljoen in haar begroting inschrijft om alvast de slachtoffers te vergoeden en zich daarna burgerlijke partij stelt ten opzichte van Citibank. Ik denk dat het de meest correcte houding is van een regering die pretendeert de gedupeerde spaarders te verdedigen en daarmee zou ze toch ietwat de belofte van de premier om geen enkele spaarder in de kou te laten staan, hardmaken.

 

01.313 Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, ik zal eerst en vooral een antwoord geven op de vragen van de heer Bonte over Citibank.

 

Er loopt momenteel een gerechtelijke procedure. Ik mag de verklaring van mijn collega van Economie, de heer Van Quickenborne, bevestigen. Wij zullen ons burgerlijke partij stellen. Ik hoop dat zulks in de komende dagen of weken zal gebeuren. Ik weet het niet, maar zal het aan mijn collega vragen. Een en ander werd door de heer Van Quickenborne bevestigd.

 

Mijnheer Bonte, het is een procedure die van de administratie uitgaat. Het is dus geen actie van andere actoren maar van de FOD Economie. Het is dus een actie van de Staat.

 

Over de CBFA heb ik in de commissie al het antwoord gegeven. Het is hetzelfde onderzoek. U kan dezelfde vraag stellen, maar het is voor hetzelfde onderzoek.

 

01.314  Hans Bonte (sp.a): Mijnheer de minister, u hebt drie maanden geleden op de vraag geantwoord. Ondertussen staat Citibank echter wel, gedaagd door de Belgische overheid, voor de rechtbank.

 

De vraag is of er evolutie in het dossier en in het onderzoek is. Is er al een conclusie getrokken? Het volstaat om, ook namens de CBFA, met de FOD Economie contact op te nemen om conclusies te trekken.

 

Ik luister dus graag naar eventuele, aanvullende antwoorden in vergelijking met uw antwoord van drie maanden geleden.

 

01.315 Minister Didier Reynders: Ik herhaal dat ik in de commissie al het antwoord heb gegeven. U zegt nog vele, nieuwe vragen te hebben. Ik heb echter in de commissie al het antwoord gegeven.

 

Over het onderzoek van de CBFA hebben wij geantwoord dat het om twee verschillende zaken gaat. Er is een onderzoek van de CBFA inzake een aantal regels, eerst en vooral op Europees vlak met de Midget richtlijn. Er is nog een ander onderzoek door de FOD Economie.

 

De Staat is nu op basis van een interventie van de FOD Economie met een gerechtelijke procedure bezig. De redenering gaat over dezelfde Staat.

 

Ik heb altijd gezegd om, misschien in januari 2010 – er moet ter zake een akkoord met de voorzitter van de commissie zijn –, tijdens de bespreking van het nieuwe wetsontwerp inzake de regulatie, de CBFA en de Nationale Bank van België een hoorzitting over verschillende zaken te houden, zoals bijvoorbeeld over Citibank. Er zijn echter ook andere zaken.

 

Ik heb in de commissie al een antwoord gegeven op vragen over andere zaken met andere banken. Wij zullen ter zake dezelfde procedure volgen. Er is dus geen probleem om een dergelijke actie voort te zetten en ons burgerlijke partij te stellen.

 

Mijnheer Van der Maelen, de discussie over een grote databank of niet is al een oud debat. Wij zullen tot een uitwisseling van inlichtingen tussen alle diensten van Financiën komen. Het is echter klaar en duidelijk dat er geen fout van de ene of de andere staatssecretaris is. Wij zullen tot een uitwisseling van inlichtingen komen, zij het met veel respect voor het advies van de privacycommissie. Wij komen immers tot een toepassing van de wetgeving dienaangaande.

 

Mijnheer de voorzitter, ik heb er in de commissie altijd op gewezen dat het niet gemakkelijk is om tot een uitwisseling van inlichtingen te komen. Wij moeten een akkoord met vele partijen bereiken.

 

Bijvoorbeeld, in 2007, juist voor de verkiezingen, was het onmogelijk een dergelijke maatregel door te voeren. Ik had een wetsontwerp klaar om tot een verhoogde uitwisseling van inlichtingen te komen. Destijds maakte de sp.a deel uit van de regering. De heer Van der Maelen verklaarde toen dat het onmogelijk was om in de commissie het quorum te bereiken.

 

Hij weigerde om een ontwerp van wet goed te keuren voor de uitwisseling van inlichtingen. Ik begrijp niet echt waarom u de ene dag tegen de uitwisseling van inlichtingen binnen het departement bent, zoals in 2007, en de andere dag een grote databank vraagt.

 

Wij doen voort, mijnheer de voorzitter, aan de normale uitwerking van een betere uitwisseling van inlichtingen tussen de verschillende administraties, waaronder ook de sociale administraties. Het is geen contradictie om naar een grote databank te gaan, zoals gezegd door de heer Devlies, met tegelijk veel respect voor alle regels in ons land.

 

Ten tweede heb ik ook voor de eerste keer een goede commentaar gehoord in de toespraak van de heer Van der Maelen. U hebt gezegd dat er een modernisering van de FOD Financiën is. Ik heb gehoord dat u zei dat sinds enkele jaren een echte modernisering merkbaar is, met North Galaxy en informatica. Het is misschien de eerste keer, maar u hebt gezegd, mijnheer Van der Maelen, dat er een zeer grote continuïteit en een zeer grote coherentie is bij Financiën. Sinds vijf jaar hebben wij dezelfde elementen in onze beleidsnota gehanteerd. Dat is toch normaal, mijnheer de voorzitter en collega’s? Ik voer een dergelijk beleid sedert tien jaar. Er is dus een continuïteit, jaar na jaar. De beleidsbepaling zal niet gaan naar andere elementen.

 

Ik dank u, mijnheer Van der Maelen! Het is zeer vriendelijk wat u zei. Voor het eerst hoorde ik u in dit halfrond zeggen dat er een modernisering is bij de FOD Financiën. Dat is nieuw en u bent, nogmaals, vriendelijk bedankt.

 

Wat de schending van de huurcontracten betreft, heb ik gevraagd aan de baas van de dienst Patrimoniale Documentatie, om binnen een termijn van twee maanden, tot en met 1 maart, naar een echte schending te gaan. In tegenstelling tot wordt beweerd, bestaat er in het departement van Financiën nu wel een schendingmogelijkheid. Het is nieuw. Dat bestuur er voor de aangifte van de personenbelasting, maar ook voor dit geval, dankzij een nieuwe wet inzake de huurcontracten.

 

Op uw vraag of het mogelijk is om de wet aan te passen, mijnheer Van der Maelen, kan ik positief antwoorden. U kunt uiteraard altijd een wetsvoorstel indienen. Waarom niet?

 

Het is voor mij een grote dag, mijnheer de voorzitter, ik had niet verwacht dat ik hier zo vroeg, tal van felicitaties zou krijgen van de heer Van der Maelen.

 

01.316  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, wat de superdatabank betreft, moet ik u bedanken. Het is de eerste keer dat ik u hoor zeggen dat de gegevensuitwisseling binnen Financiën georganiseerd wordt op een manier die verschilt van deze opgenomen in het wetsontwerp dat u in 2007 hebt ingediend.

 

In 2007 had u nog altijd enorm veel schotten binnen het ministerie van Financiën overeind gehouden om de vlotte uitwisseling van informatie te bemoeilijken. Nu is er een veel vlottere manier van uitwisseling. Dat is goed. Wat heel belangrijk is, is dat u nu voor het eerst zegt — het is voor mij dus ook een gelukkige dag — dat u van oordeel bent dat wij ook voor de aanpak van de fiscale fraude nood hebben aan de koppeling van databanken. Niet alleen met gegevens van Financiën, maar ook met gegevens van andere departementen van de overheid.

 

Daarnaast is er het scanningverhaal. Mijnheer de minister, dit is kafkaiaans! U slaagt niet in iets zo eenvoudigs als het organiseren van het scannen van huurcontracten in uw verschillende registratiekantoren. U slaagt er niet in om de eenvoudige reden dat u heel waarschijnlijk foute scanapparaten hebt gekocht. Ik lees u voor wat de heer Debreaune in zijn onderrichting aan de registratiekantoren schrijft: “De scanners op de registratiekantoren konden om technische redenen niet worden gebruikt voor het scannen van huurcontracten”.

 

Mijnheer de minister, u zult van mij een vraag krijgen die ik nu al aanhaal. Hoeveel hebben die scanners gekost die in de registratiekantoren staan? Hoe verklaart u, mijnheer de minister, dat die daar twee jaar ongebruikt staan?

 

Kunt u mij vervolgens zeggen hoeveel manuren u nu gaat vragen aan uw diverse ambtenaren in de registratiekantoren die de nietjes moeten losmaken, de huurcontracten moeten scheiden van de bijlagen en van de plaatsbeschrijvingen en deze in een kartonnen doos moeten leggen die door een wagen van het departement Financiën wordt afgehaald en naar Namen of Gent wordt gebracht om daar de documenten te scannen?

 

Mijnheer de minister, in de 21ste eeuw is het mogelijk om met scanningapparaten op een gedecentraliseerde manier dit soort van problemen aan te pakken. U slaagt er, samen met de leiding van uw departement, vandaag, anno 2009 nog niet in om zoiets eenvoudig en zoiets simpel tot een goed einde te brengen.

 

Mijnheer de minister, in verband met de modernisering van uw departement, dit is het titeltje dat in uw beleidsnota staat. Mijnheer de minister, u hebt tientallen miljoenen euro gekregen om uw departement op het vlak van informatica op peil te krijgen.

 

Mijnheer de minister, behalve misschien Tax-on-web bent u er nog niet in geslaagd om risicobepalingen mogelijk te maken, om gericht onderzoek te gaan doen naar fiscale fraude. Na tien jaar op het departement van Financiën, na tientallen miljoenen euro bent u daarin nog niet geslaagd.

 

Dat verwondert mij niet als u zelfs een eenvoudige operatie als het laten werken van scanningapparaten op een registratiekantoor nog niet rond krijgt.

 

De voorzitter: Collega Van der Maelen, u hebt uw punt gemaakt. De minister heeft geantwoord. U hebt uitvoerig gerepliceerd.

 

01.317  Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je vais faire parvenir au président de la commission des Finances la note qui a été envoyée par l'administration de la Documentation patrimoniale à tous les services. Elle accorde un délai de deux mois aux services pour réaliser l'ensemble des opérations de scanning, donc d'ici le 1er mars 2010. On peut en faire un événement, on peut en faire une très longue discussion, je peux comprendre qu'à cette heure avancée de la nuit, ce soit l'objectif!

 

01.318  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, in de nota die de minister van Financiën aan de voorzitter van de commissie zal bezorgen, lees ik op pagina 3 “splitsen van de huurcontracten, de plaatsbeschrijvingen en de andere wettelijke bijlagen uiterlijk tegen donderdag 31 december 2009" Dat is wat ik gezegd heb. De ambtenaren op de registratiekantoren krijgen dus 14 dagen de tijd om al die nietjes uit de huurcontracten te halen. Dat staat in die nota en het gaat over 1 miljoen huurcontracten. 1 miljoen huurcontracten moeten manueel ter hand worden genomen.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan van het ontwerp van Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2010. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2222/1+3+4)

Nous passons à la discussion des articles du projet de budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2010. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2222/1+3+4)

 

Het wetsontwerp telt 20 artikelen.

Le projet de loi compte 20 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 20 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 20 sont adoptés article par article.

 

De tabel in bijlage wordt zonder opmerkingen aangenomen.

Le tableau annexé est adopté sans observation.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel van het ontwerp van Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble du projet de budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2010 aura lieu ultérieurement.

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan van het ontwerp van algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2010. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2223/1+2+8+9+13) (2222/4)

Nous passons à la discussion du projet de budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2010. Le texte adopté par les commissions sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2223/1+2+8+9+13) (2222/4)

 

*  *  *  *  *

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Art. 1-01-2

  • 21 tot/à 33 – Robert Van de Velde (2223/10)

  • 17 - Koen Bultinck cs (2223/6+12)

  • 34 tot/à 36 – Robert Van de Velde (2223/10)

  • 10 - Hagen Goyvaerts cs (2223/3)

  • 37 tot/à 39 en/et 41 – Robert Van de Velde (2223/10)

  • 8 - Hagen Goyvaerts cs (2223/3)

  • 40 en/et 42 tot/à 62 – Robert Van de Velde (2223/10)

Art. 1-01-9 (n)

  • 20 – Robert Van de Velde (2223/10)

 

*  *  *  *  *

01.319  Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de voorzitter, ik wil dat kort toelichten, zodat de collega’s weten waarover zij straks stemmen.

 

De voorzitter: Misschien kan ik eerst het woord geven aan de heer Van de Velde, zodat hij zijn amendementen toelicht.

 

01.320  Hagen Goyvaerts (VB): Geen probleem.

 

01.321  Robert Van de Velde (LDD): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat een ruime toelichting, gezien het gevorderde uur, misschien niet erg geapprecieerd zou worden. Ik denk echter dat het ook ongepast zou zijn om de CD&V-fractie een grove blunder te laten begaan wanneer ze de usurperende bevoegdheden, die hun vicepremier in september vervloekt heeft en waarvan hij zei dat de bedragen ten belope van 200 miljoen euro naar de Gewesten moeten gaan, niet uit de begroting licht. Het is u wellicht ontgaan, maar het heeft in de kranten gestaan en is het zelfs op tv gekomen. Zo niet doet u eigenlijk twee dingen.

 

Ten eerste, u verzwaart uw eigen begroting, voor uw eigen werk.

 

Ten tweede, u zet ook uw eigen vicepremier voor joker. Dat is toch een belangrijke fout die ik u zou willen laten vermijden.

 

Daarnet hoorde ik dat onze minister van Begroting de kosten wil, waar ze gemaakt worden. Welnu, doe dan die eerste stap, en zet die eerste stap serieus. Doet u dat niet, dan zien wij meteen in hoeverre er in al die woorden, al die mooie zinnen die hier vannacht en vanochtend uitgesproken zijn, een grond van waarheid zit. Ik ben benieuwd of u met ons die amendementen mee zult goedkeuren.

 

De voorzitter: Dan kom ik tot het amendement van de heer Goyvaerts.

 

01.322  Hagen Goyvaerts (VB): Mijnheer de voorzitter, ik heb amendementen nr.17, nr.10 en nr. 8 ingediend.

 

Amendement nr.17 handelt over bijkomende middelen die wij graag naar de palliatieve zorgen willen zien gaan. Jaar na jaar stellen wij vast dat deze federale regering onvoldoende aandacht heeft en dus ook onvoldoende middelen voor de palliatieve zorgen uittrekt.

 

Elk jaar staat de Federatie Palliatieve Zorg met de vraag aan de deur om in meer middelen in de federale begroting te voorzien. Zij hebben daarvoor een plan uitgewerkt. In hun minimalistische visie vragen zij 5 miljoen euro per jaar. Als eerste aanzet bevat amendement nr. 17 de verhoging van de toelage van de financiering van de palliatieve zorg met 5 miljoen euro.

 

Het tweede amendement betreft het inschrijven van meer middelen voor het project MYRRHA. Dat is een veelbelovend project dat ons naar de vierde generatie kerncentrales moet brengen. Het MYRRHA-project werd door de Europese Unie verkozen tot het enige pilootproject waarvoor men in aanzienlijke middelen wil voorzien. Alleen is het zo dat daaraan de voorwaarde is gekoppeld dat de federale regering ook zijn duit in het zakje doet.

 

Wat doet de minister van Energie echter in de plaats van trots te zijn op het MYRRHA-project dat in de Kempen zo veel werkgelegenheid kan scheppen voor hooggeschoolden? Hij torpedeert het project vakkundig. Omdat wij van oordeel zijn dat wij dat niet kunnen toelaten, strekt het amendement nr. 10 ertoe 15 miljoen euro in te schrijven om te vermijden dat het MYRRHA-project verdere vertraging oploopt.

 

Het amendement nr. 8 heeft te maken met een voorbeeld van een usurperende bevoegdheid die minister Vanackere naar voren had geschoven tijdens de begrotingsopmaak. Dat gaat over het grootstedenbeleid dat volgens de wet tot de hervorming van de instellingen van 1980 aan de Gewesten en Gemeenschappen toebehoort.

 

Het Rekenhof heeft een vernietigend rapport van de federale overheid gemaakt omwille van het feit dat de middelen niet altijd consequent worden toegepast, dat er weinig transparantie is en dat niet altijd steden werden geselecteerd die de meeste nood hebben aan bijkomende middelen.

 

Het amendement nr. 8 strekt ertoe om de kredieten, ingeschreven op het grootstedenfonds, te herleiden tot nul zodat het naar de Gewesten en Gemeenschappen kan worden overgedragen, tot zover mijn korte toelichting.

 

De voorzitter: Collega Van de Velde, mag ik er van uitgaan dat u ook een globale toelichting hebt gegeven voor al uw volgende amendementen? Ik denk dat de toelichting gegeven is. Dan worden de amendementen en artikel 1-01-2 aangehouden. We zullen zo dadelijk stemmen.

 

De artikelen 1-01-1, 1-01-3 tot 1-01-8, 2.02.1 tot 2.02.9, 2.03.1 en 2.03.2, 2.04.1 tot 2.04.5, 2.05.1 tot 2.05.3, 2.12.1 tot 2.12.8, 2.13.1 tot 2.13.10, 2.14.1 tot 2.14.27, 2.16.1 tot 2.16.29, 2.17.1 tot 2.17.9, 2.18.1 tot 2.18.8, 2.19.1 tot 2.19.16, 2.21.1 tot 2.21.3, 2.23.1 tot 2.23.4, 2.24.1 tot 2.24.3, 2.24.4 zoals door de commissie aangenomen, 2.25.1 tot 2.25.8, 2.25.9 zoals door de commissie aangenomen, 2.32.1 tot 2.32.4, 2.33.1 tot 2.33.8, 2.44.1 tot 2.44.10, 2.46.1 tot 2.46.10, 2.51.1 tot 2.51.7, 2.52.1, 3-01-1 en 3-01-2, 4-01-1, 4-01-2 en 4-01-3, 5-01-1, 5-01-2 en 5-01-3 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1-01-1, 1-01-3 à 1-01-8, 2.02.1 à 2.02.9, 2.03.1 et 2.03.2, 2.04.1 à 2.04.5, 2.05.1 à 2.05.3, 2.12.1 à 2.12.8, 2.13.1 à 2.13.10, 2.14.1 à 2.14.27, 2.16.1 à 2.16.29, 2.17.1 à 2.17.9, 2.18.1 à 2.18.8, 2.19.1 à 2.19.16, 2.21.1 à 2.21.3, 2.23.1 à 2.23.4, 2.24.1 à 2.24.3, 2.24.4 tel qu'adopté en commission, 2.25.1 à 2.25.8, 2.25.9 tel qu'adopté en commission, 2.32.1 à 2.32.4, 2.33.1 à 2.33.8, 2.44.1 à 2.44.10, 2.46.1 à 2.46.10, 2.51.1 à 2.51.7, 2.52.1, 3-01-1 et 3-01-2, 4-01-1, 4-01-2 et 4-01-3, 5-01-1, 5-01-2 et 5-01-3 sont adoptés article par article.

 

De stemming over de amendementen, het artikel 1-01-2 en de tabellen in bijlage wordt aangehouden.

Le vote sur les amendements, l'article 1-01-2 et les tableaux annexés est réservé.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel 1-01-2, de tabellen in bijlage en over het geheel van het ontwerp van algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements, l'article 1-01-2 réservés et les tableaux annexés ainsi que sur l'ensemble du projet de budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2010 aura lieu ultérieurement.

 

02 Wetsontwerp houdende derde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2009 (2281/1)

02 Projet de loi contenant le troisième ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2009 (2281/1)

 

Zonder verslag

Sans rapport

 

Overeenkomstig artikel 116 van het Reglement wordt een beperkte algemene bespreking gehouden.

Conformément à l'article 116 du Règlement, le projet de loi fait l'objet d'une discussion générale limitée.

 

Beperkte algemene bespreking

Discussion générale limitée

 

De beperkte algemene bespreking is geopend.

La discussion générale limitée est ouverte.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

La discussion générale limitée est close.

De beperkte algemene bespreking is gesloten.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2281/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2281/1)

 

Het wetsontwerp telt 4 artikelen.

Le projet de loi compte 4 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 4 worden artikel per artikel aangenomen, alsmede de tabel in bijlage.

Les articles 1 à 4 sont adoptés article par article, ainsi que le tableau en annexe.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

03 Wetsontwerp houdende vierde aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2009 (2285/1-2)

03 Projet de loi contenant le quatrième ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2009 (2285/1-2)

 

Overeenkomstig artikel 116 van het Reglement wordt een beperkte algemene bespreking gehouden.

Conformément à l'article 116 du Règlement, le projet de loi fait l'objet d'une discussion générale limitée.

 

Beperkte algemene bespreking

Discussion générale limitée

 

De beperkte algemene bespreking is geopend.

La discussion générale limitée est ouverte.

 

De heer Guy Coëme, rapporteur, verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

 

Vraagt iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

 

De beperkte algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale limitée est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2285/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2285/1)

 

Het wetsontwerp telt 5 artikelen.

Le projet de loi compte 5 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 5 worden artikel per artikel aangenomen, alsmede de tabellen in bijlage.

Les articles 1 à 5 sont adoptés article par article, ainsi que les tableaux en annexe.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

04 Rekenhof, Grondwettelijk Hof, Hoge Raad voor de Justitie, Vast Comité van toezicht op de politiediensten, Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, College van de federale ombudsmannen, Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Benoemingscommissies voor het notariaat: - rekeningen van het begrotingsjaar 2008; - aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2008; - aanpassingen van de begrotingen van het begrotingsjaar 2009; - begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 (2295/1-2)

04 Cour des comptes, Cour constitutionnelle, Conseil supérieur de la Justice, Comité permanent de contrôle des services de police, Commission pour la protection de la vie privée, Collège des médiateurs fédéraux, Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité, Commissions de nomination pour le notariat: - comptes de l'année budgétaire 2008; - ajustement du budget de l'année budgétaire 2008; - ajustements des budgets de l'année budgétaire 2009; - propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 (2295/1-2)

 

Bespreking

Discussion

 

De bespreking is geopend.

La discussion est ouverte.

 

04.01  Luk Van Biesen, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

De stemming over de rekeningen 2008, de aanpassing van de begroting 2008, de aanpassingen van de begroting 2009 en de begrotingen 2010 zal later plaatsvinden.

Le vote sur les comptes 2008, l'ajustement du budget 2008, les ajustements du budget 2009 et les budgets 2010 aura lieu ultérieurement.

 

05 Kamer van volksvertegenwoordigers, Belgische leden van het Europees Parlement en financiering van de politieke partijen - rekeningen van het begrotingsjaar 2008; - begrotingen van het begrotingsjaar 2010 (2318/1-2)

05 Chambre des représentants, membres belges du Parlement européen et financement des partis politiques - Comptes de l'année budgétaire 2008; - Budgets de l'année budgétaire 2010 (2318/1-2)

 

Bespreking

Discussion

 

De bespreking is geopend.

La discussion est ouverte.

 

05.01  Luk Van Biesen, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

De stemming over de rekeningen 2008 en de begrotingen 2010 van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Belgische leden van het Europees Parlement en de financiering van de politieke partijen zal later plaatsvinden.

Le vote sur les comptes 2008 et les budgets 2010 de la Chambre des représentants, des membres belges du Parlement européen et du financement des partis politiques aura lieu ultérieurement.

 

Scrutin

Geheime stemming

 

06 Rekenhof – Benoeming van een raadsheer (Nederlandse Kamer)

06 Cour des comptes – Nomination d'un conseiller (Chambre néerlandaise)

 

Aan de orde is de geheime stemming voor de benoeming van een raadsheer in de Nederlandse Kamer van het Rekenhof.

L'ordre du jour appelle le scrutin pour la nomination d'un conseiller de la Chambre néerlandaise de la Cour des comptes.

 

De kandidaturen werden aangekondigd tijdens de plenaire vergadering van 10 december 2009.

Les candidatures ont été annoncées en séance plénière du 10 décembre 2009.

 

De subcommissie "Rekenhof" heeft de kandidaten op 15 december 2009 gehoord.

La sous-commission "Cour des comptes" a entendu les candidats le 15 décembre 2009.

 

Bij brief van 20 december 2009 trekt mevrouw Caroline Penders haar kandidatuur in.

Par lettre du 20 décembre 2009, Mme Caroline Penders retire sa candidature.

 

De kandidatenlijst werd op de banken rondgedeeld onder het nr. 2328/1.

La liste des candidats a été distribuée sur les bancs sous le n° 2328/1.

 

De stembiljetten werden reeds rondgedeeld.

Les bulletins de vote ont déjà été distribués.

 

Daar de stemming geheim is, mogen de stembiljetten niet worden ondertekend.

Le scrutin étant secret, les bulletins ne peuvent être signés.

 

Om te stemmen moet men een kruisje in het vakje tegenover de naam van de gekozen kandidaat plaatsen. Zijn ongeldig de stemmen uitgebracht op meer dan één kandidaat.

Il y a lieu de voter en traçant une croix dans la case figurant en regard du nom du candidat choisi. Sont nuls, les suffrages exprimés en faveur de plus d'un candidat.

 

We moeten eerst een of twee bureaus van stemopnemers bij loting samenstellen. Elk bureau bestaat uit vier leden. Ik stel u evenwel voor om voor de stemopneming de twee secretarissen aan te stellen die heden aan het bureau hebben plaatsgenomen.

Nous devons d'abord procéder au tirage au sort d'un ou de deux bureaux de scrutateurs composés chacun de quatre membres qui seront chargés du dépouillement. Je vous propose cependant de désigner les deux secrétaires siégeant au bureau ce jour pour dépouiller les scrutins.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

De dames Camille Dieu en Maggie De Block worden aangesteld om de stemmen op te nemen.

Mmes Camille Dieu et Maggie De Block sont désignées pour dépouiller les scrutins.

 

Ik stel u voor dat de stembiljetten geteld worden in de Conferentiezaal, in aanwezigheid van de stemopnemers.

Je vous propose de procéder au dépouillement des scrutins à la salle des Conférences, en présence des scrutateurs.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Ik verzoek elk lid om bij het afroepen van zijn naam zijn ongetekende stembiljet in de stembus te komen deponeren. Gelieve langs mijn linkerzijde op het spreekgestoelte te komen en het aan mijn rechterzijde te verlaten.

A l'appel de son nom, chaque membre est prié de venir déposer son bulletin non signé dans l'urne, en montant à la tribune, de ma gauche à ma droite.

 

J'invite les secrétaires à procéder à l'appel nominal.

Ik nodig de secretarissen uit de namen af te roepen.

 

Il est procédé à l'appel nominal.

Er wordt overgegaan tot de naamafroeping

 

Tout le monde a-t-il déposé son bulletin dans l'urne? (Oui)

Heeft iedereen gestemd? (Ja)

 

Je déclare le scrutin clos et invite les scrutateurs à procéder au dépouillement.

De stemming is gesloten. Ik nodig de secretarissen uit over te gaan tot de stemopneming.

 

De voorzitter: Wij gaan nu vijf minuten schorsen voor de telling van de stemmen.

 

De vergadering is geschorst.

La séance est suspendue.

 

De vergadering wordt geschorst om 08.17 uur.

La séance est suspendue à 08.17 heures.

 

De vergadering wordt hervat om 08.20 uur.

La séance est reprise à 08.20 heures.

 

De vergadering is hervat.

La séance est reprise.

 

Collega’s, wij moeten nog even wachten op het resultaat van de stemming. Ik stel voor dat wij intussen onze agenda voort afwerken.

 

07 Urgentieverzoek

07 Demande d'urgence

 

De Senaat heeft het wetsontwerp tot wijziging van artikel 96 van de programmawet van ... december 2009 (nr. 2333/1) overgezonden.

Le Sénat a transmis le projet de loi modifiant l'article 96 de la loi-programme du ... décembre 2009 (n° 2333/1).

 

Met toepassing van artikel 51 van het Reglement stel ik u voor om ons over de spoedbehandeling uit te spreken.

Conformément à l'article 51 du Règlement je vous propose de nous prononcer sur l'urgence.

 

De urgentie wordt met eenparigheid aangenomen.

L'urgence est adoptée à l'unanimité.

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

08 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Rekenhof (2295/1)

08 Comptes de l'année budgétaire 2008 de la Cour des comptes (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

133

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Rekenhof aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 de la Cour des comptes.

 

09 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Grondwettelijk Hof (2295/1)

09 Comptes de l'année budgétaire 2008 de la Cour constitutionnelle (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

96

Oui

Nee

37

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Grondwettelijk Hof aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 de la Cour constitutionnelle.

 

10 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Hoge Raad voor de Justitie (2295/1)

10 Comptes de l'année budgétaire 2008 du Conseil supérieur de la Justice (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

133

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Hoge Raad voor de Justitie aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 du Conseil supérieur de la Justice.

 

11 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten (2295/1)

11 Comptes de l'année budgétaire 2008 du Comité permanent de contrôle des services de police (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 du Comité permanent de contrôle des services de police.

 

12 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (2295/1)

12 Comptes de l'année budgétaire 2008 de la Commission de la protection de la vie privée (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Vote/stemming 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 de la Commission de la protection de la vie privée.

 

13 Comptes de l'année budgétaire 2008 du Collège des médiateurs fédéraux (2295/1)

13 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het College van de federale ombudsmannen (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het College van de federale ombudsmannen aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 du Collège des médiateurs fédéraux.

 

14 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (2295/1)

14 Comptes de l'année budgétaire 2008 du Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 du Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité.

 

15 Rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Benoemingscommissies voor het notariaat (2295/1)

15 Comptes de l'année budgétaire 2008 des Commissions de nomination pour le notariat (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Benoemingscommissies voor het notariaat aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 des Commissions de nomination pour le notariat.

 

16 Aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2008 van de Hoge Raad voor de Justitie (2295/1)

16 Ajustement du budget de l'année budgétaire 2008 du Conseil supérieur de la Justice (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Vote/stemming 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2008 van de Hoge Raad voor de Justitie aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'ajustement du budget de l'année budgétaire 2008 du Conseil supérieur de la Justice.

 

17 Aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2009 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (2295/1)

17 Ajustement du budget de l'année budgétaire 2009 de la Commission de la protection de la vie privée (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2009 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'ajustement du budget de l'année budgétaire 2009 de la Commission de la protection de la vie privée.

 

18 Aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2009 van het College van de federale ombudsmannen (2295/1)

18 Ajustement du budget de l'année budgétaire 2009 du Collège des médiateurs fédéraux (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2009 van het College van de federale ombudsmannen aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'ajustement du budget de l'année budgétaire 2009 du Collège des médiateurs fédéraux.

 

19 Aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2009 van de Benoemingscommissies voor het notariaat (2295/1)

19 Ajustement du budget de l'année budgétaire 2009 des Commissions de nomination pour le notariat (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 3)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2009 van de Benoemingscommissies voor het notariaat aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'ajustement du budget de l'année budgétaire 2009 des Commissions de nomination pour le notariat.

 

20 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Grondwettelijk Hof (2295/1)

20 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 de la Cour constitutionnelle (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

110

Oui

Nee

23

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Grondwettelijk Hof aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 de la Cour constitutionnelle.

 

21 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Rekenhof (2295/1)

21 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 de la Cour des comptes (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

133

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Rekenhof aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 de la Cour des comptes.

 

22 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van de Hoge Raad voor de Justitie (2295/1)

22 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Conseil supérieur de la Justice (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Vote/stemming 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van de Hoge Raad voor de Justitie aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Conseil supérieur de la Justice.

 

23 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten (2295/1)

23 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Comité permanent de contrôle des services de police (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Comité permanent de contrôle des services de police.

 

24 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (2295/1)

24 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 de la Commission de la protection de la vie privée (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Vote/stemming 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 de la Commission de la protection de la vie privée.

 

25 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het College van de federale ombudsmannen (2295/1)

25 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Collège des médiateurs fédéraux (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het College van de federale ombudsmannen aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Collège des médiateurs fédéraux.

 

26 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (2295/1)

26 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 du Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité.

 

27 Begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van de Benoemingscommissies voor het notariaat (2295/1)

27 Propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 des Commissions de nomination pour le notariat (2295/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Vote/stemming 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 van de Benoemingscommissies voor het notariaat aan.

En conséquence, la Chambre adopte les propositions budgétaires pour l'année budgétaire 2010 des Commissions de nomination pour le notariat.

 

Il sera donné connaissance respectivement à la Cour des comptes, à la Cour constitutionnelle, au Conseil supérieur de la Justice, au Comité permanent de contrôle des services de police, à la Commission pour la protection de la vie privée, au Collège des médiateurs fédéraux, au Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité et aux Commissions de nomination pour le notariat, de l’adoption par la Chambre des comptes de l’année budgétaire 2008, de l’ajustement du budget de l’année budgétaire 2008, des ajustements des budgets de l’année budgétaire 2009 et des propositions budgétaires pour l’année budgétaire 2010.

 

Het zal ter kennis van respectievelijk het Rekenhof, het Grondwettelijk Hof, de Hoge Raad voor de Justitie, het Vast Comité van toezicht op de politiediensten, de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het College van federale ombudsmannen, het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Benoemingscommissies voor het notariaat worden gebracht, dat de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008, de aanpassing van de begroting van het begrotingsjaar 2008, de aanpassingen van de begrotingen van het begrotingsjaar 2009 en de begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2010 heeft aangenomen.

 

28 Rekeningen voor het begrotingsjaar 2008 van de Kamer van volksvertegenwoordigers (2318/1)

28 Comptes de l'année budgétaire 2008 de la Chambre des représentants (2318/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Vote/stemming 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Kamer van volksvertegenwoordigers aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 de la Chambre des représentants.

 

29 Rekeningen voor het begrotingsjaar 2008 van de Belgische leden van het Europees Parlement (2318/1)

29 Comptes de l'année budgétaire 2008 des membres belges du Parlement européen (2318/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 5)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de Belgische leden van Europees Parlement aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 des membres belges du Parlement européen.

 

30 Rekeningen voor het begrotingsjaar 2008 van de financiering van de politieke partijen (2318/1)

30 Comptes de l'année budgétaire 2008 du financement des partis politiques (2318/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

131

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de rekeningen van het begrotingsjaar 2008 van de financiering van politieke partijen aan.

En conséquence, la Chambre adopte les comptes de l'année budgétaire 2008 du financement des partis politiques.

 

31 Begroting voor het begrotingsjaar 2010 van de Kamer van volksvertegenwoordigers (2318/1)

31 Budget pour l’année budgétaire 2010 de la Chambre des représentants (2318/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

133

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begroting voor het begrotingsjaar 2010 van de Kamer van volksvertegenwoordigers aan.

En conséquence, la Chambre adopte le budget pour l’année budgétaire 2010 de la Chambre des représentants.

 

32 Begroting voor het begrotingsjaar 2010 van de Belgische leden van het Europees Parlement (2318/1)

32 Budget pour l’année budgétaire 2010 des membres belges du Parlement européen (2318/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 7)

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begroting voor het begrotingsjaar 2010 van de Belgische leden van het Europees Parlement aan.

En conséquence, la Chambre adopte le budget pour l’année budgétaire 2010 des membres belges du Parlement européen.

 

33 Begroting voor het begrotingsjaar 2010 van de financiering van politieke partijen (2318/1)

33 Budget pour l’année budgétaire 2010 du financement des partis politiques (2318/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

131

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de begroting voor het begrotingsjaar 2010 van de financiering van de politieke partijen aan.

En conséquence, la Chambre adopte le budget pour l’année budgétaire 2010 du financement des partis politiques.

 

34 Projet de loi contenant le budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2010 (2222/1+3+4)

34 Wetsontwerp houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 (2222/1+3+4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

 

De voorzitter: Mevrouw Almaci, u hebt het woord.

 

34.01  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik druk mijn appreciatie uit voor de mensen die hier in de diensten werken, zoals de vertalers en de mensen die het verslag maken. Heel de nacht door hebben zij alert gewerkt.

 

De voorzitter: Zulke woorden wilde ik straks ook uitspreken. Mevrouw Almaci, als u de traditie een beetje respecteert? Gewoonlijk spreek ik dat uit voor de laatste stemming. We hebben nog een aantal stemmingen te gaan. Als u mij niet kwalijk neemt…

 

34.02  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, mijn excuses.

 

Ik kom nog tot een tweede, fundamentele zaak. Ik betreur het ten zeerste dat wij hier heel de stemprocedure moeten doorlopen in afwezigheid van onze premier.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

84

Oui

Nee

48

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de budget. Il sera soumis à la sanction royale. (2222/8)

Bijgevolg neemt de Kamer het ontwerp van begroting aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (2222/8)

 

(De heer Patrick Dewael heeft ja gestemd.)

 

35 Aangehouden amendementen en artikel van het wetsontwerp houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2010 (2223/1-19)

35 Amendements et article réservés du projet de loi contenant le budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2010 (2223/1-19)

 

Stemming over amendement nr. 21 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 21 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 10)

Ja

23

Oui

Nee

96

Non

Onthoudingen

14

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 22 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 22 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 23 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 23 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 24 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 24 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 25 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 25 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 26 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 26 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 27 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 27 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 28 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 28 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 29 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 29 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 30 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 30 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 31 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 31 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 32 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 32 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 33 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 33 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 17 van Koen Bultinck cs op artikel 1-01-2.(2223/6)

Vote sur l'amendement n° 17 de Koen Bultinck cs à l'article 1-01-2.(2223/6)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 11)

Ja

23

Oui

Nee

107

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

130

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 34 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 34 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 12)

Ja

23

Oui

Nee

95

Non

Onthoudingen

14

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 35 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 35 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 12)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 36 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 36 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 12)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 10 van Hagen Goyvaerts cs op artikel 1-01-2.(2223/3)

Vote sur l'amendement n° 10 de Hagen Goyvaerts cs à l'article 1-01-2.(2223/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 13)

Ja

23

Oui

Nee

110

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 37 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 37 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 14)

Ja

23

Oui

Nee

95

Non

Onthoudingen

14

Abstentions

Totaal

132

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 38 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 38 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 14)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 39 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 39 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 14)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 41 van Robert Van de Velde op artikel 1-01-2.(2223/10)

Vote sur l'amendement n° 41 de Robert Van de Velde à l'article 1-01-2.(2223/10)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 14)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

35.01  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, j'ai voté contre.

 

Le président: Dont acte.

 

Stemming over amendement nr. 8 van Hagen Goyvaerts cs op artikel 1-01-2.(2223/3)

Vote sur l'amendement n° 8 de Hagen Goyvaerts cs à l'article 1-01-2.(2223/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.