Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 24 novembre 2011

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 24 november 2011

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14.16 heures et présidée par M. André Flahaut.

De vergadering wordt geopend om 14.16 uur en voorgezeten door de heer André Flahaut.

 

Le président: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.

 

Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l’ouverture de la séance:

Tegenwoordig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:

Yves Leterme

 

Excusés

Berichten van verhindering

 

Willem-Frederik Schiltz, pour raisons de santé / wegens gezondheidsredenen;

Elio Di Rupo, pour devoirs de mandat / wegens ambtsplicht;

Ronny Balcaen, Eva Brems, Maggie De Block, François-Xavier de Donnea, Leen Dierick, Caroline Gennez, Peter Luykx, Bart Somers, en mission à l'étranger / met zending buitenslands.

Gouvernement fédéral / Federale regering:

Olivier Chastel, en mission à l'étranger / met zending buitenslands.

 

01 Ordre du jour

01 Agenda

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 23 novembre 2011, je vous propose d'inscrire à l'ordre du jour de la séance plénière de cet après-midi:

- le projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers (nos 1825/1 à 8);

- le règlement d'ordre intérieur du Comité parlementaire chargé du suivi législatif (n° 1882/1);

- la proposition de résolution relative à la conférence sur le climat de Durban qui aura lieu du 28 novembre au 9 décembre 2011 (n° 1898/1).

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 23 november 2011, stel ik u voor op de agenda van de plenaire vergadering van deze namiddag in te schrijven:

- het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (nrs 1825/1 tot 8);

- het huishoudelijk reglement van het Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie (nr. 1882/1);

- het voorstel van resolutie met betrekking tot de klimaatconferentie van Durban van 28 november tot 9 december 2011 (nr. 1898/1).

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Questions

Vragen

 

02 Samengevoegde vragen van

- de heer Bruno Valkeniers aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "het afronden van het reddingsplan voor Dexia en de gevolgen voor de staatsfinanciën" (nr. P0594)

- de heer Jean Marie Dedecker aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "het afronden van het reddingsplan voor Dexia en de gevolgen voor de staatsfinanciën" (nr. P0595)

02 Questions jointes de

- M. Bruno Valkeniers au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile, sur "l'achèvement du plan de sauvetage de Dexia et son impact sur les finances de l'État" (n° P0594)

- M. Jean Marie Dedecker au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile, sur "l'achèvement du plan de sauvetage de Dexia et son impact sur les finances de l'État" (n° P0595)

 

02.01  Bruno Valkeniers (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de staatswaarborg die België in afspraak met Frankrijk in oktober aan Dexia Holding heeft toegekend, moet haar toelaten om zo ongeveer 54,5 miljard euro uit de obligatiemarkt te halen. Helaas is sinds oktober de eurocrisis alleen maar toegenomen, zijn de obligatiemarkten aan het opdrogen, zijn de interbancaire markten aan het opdrogen en wordt het dus met de dag moeilijker om aan liquide middelen te geraken, een probleem waar ook België mee te maken heeft en zelfs Duitsland. Dat betekent dus dat Dexia Holding maximaal, zo ziet het er naar uit, 20 tot 25 miljard zal kunnen komen ophalen. En dan, klap op de vuurpijl, coup de théâtre, de berichten van de laatste dagen dat België blijkbaar het akkoord met Frankrijk zou willen hernegotiëren.

 

Ik heb daarover een aantal vragen, mijnheer de eerste minister.

 

Ten eerste, heeft België zich in oktober dan laten rollen door de Fransen, toen België ermee akkoord is gegaan dat 60,5 % van de totale staatswaarborg van 90 op Belgisch conto zou komen? Heeft België zich laten rollen? Iedereen wist toen al dat de voornaamste risico’s in Frankrijk zaten. Trouwens, op wat is die 60,5 % gebaseerd?

 

Ten tweede, wordt over die staatswaarborgen opnieuw genegotieerd? Hoe? Of is het zoals u gisteravond in Terzake zei, met name dat het slechts gaat om een concretisering van afspraken? Wat betekent “concretisering van afspraken”?

 

Ten derde, de meest dramatische vraag, mocht het gebeuren. Betekent al wat nu gebeurt, dat een effectuering van die garanties nakende is? Ik bedoel dat het moment nakende is dat het geld door België op tafel zal moeten worden gelegd? Ja of nee? Ik kijk uit naar het licht dat u in de duisternis zult laten schijnen.

 

02.02  Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de voorzitter, collega’s, één zaak moet ik de eerste minister nageven, met name dat hij erin geslaagd is van België een verzorgingsstaat te maken, zij het een verzorgingsstaat voor de banken. Toch bent u erin geslaagd van België een verzorgingsstaat te maken, mijnheer de eerste minister.

 

Als ik luister naar wat Morgan Stanley verklaart, dan is België de schuldslaaf van Europa. U hebt de toekomst van dit land met 139 miljard euro bezwaard, wat 40 % is van wat wij met zijn allen verdienen. En als ik vandaag De Standaard mag geloven, dan gaat het om een nog hoger bedrag, te weten 189 miljard. Dat is meer dan de helft van wat wij allen samen verdienen. Mijnheer Leterme, luister goed, dat is 17 000 euro per Belg.

 

Mocht er vandaag een prijskamp voor de beste onderhandelaar met de banken worden uitgeschreven, dan kreeg u van mij zelfs geen inschrijvingsformulier!

 

U hebt zich in 2008 door de Fransen laten rollen. In het Fortisverhaal hebt u zich door de Nederlanders laten rollen. En in het ARCO-verhaal hebt u uw eigen ACW-achterban een prachtig plezier gedaan.

 

Mijn vraag vandaag is heel concreet de volgende. Waar stopt dit, mijnheer Leterme?

 

Hoever staat u met Ethias, dat ook 280 miljoen vraagt boven op het bedrag van 1,5 miljard dat ze al heeft gekregen?

 

Hoe staat het met Cera? KBC komt onder druk, wat 420 000 extra coöperanten boven op de 800 000 coöperanten van ARCO betekent, voor een bedrag van minimum 1,3 miljard frank. Immers, als u de deur uitgaat, vliegen de miljarden in het rond.

 

Mijnheer Leterme, de voorbije veertien dagen hebt u 5,5 miljard euro uitgegeven. Dat is de helft van wat Di Rupo zoekt in de bossen van Ciergnon. Er wordt voor de begroting naar 11 miljard euro gezocht; u hebt de helft daarvan uitgegeven.

 

Hoever staat het met de genoemde banken?

 

Hoever staat het met Dexia in Frankrijk, waarover u nu hebt onderhandeld en natuurlijk slecht hebt onderhandeld, zoals de Fransen zelf zeggen?

 

Hoever staat het met de staatswaarborg ten opzichte van Dexia? Zal die al dan niet verminderen?

 

02.03 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Valkeniers, collega’s, na aankoop van Dexia Bank België heeft de regering begin oktober verdere stappen ondernomen met het oog op het volledig autonoom, onafhankelijk maken van Dexia Bank België. In dit kader zijn reeds de volgende stappen gezet.

 

Ten eerste, wij hebben uiteraard, gelet op de tussenkomst van de overheid, onderhandelingen met de Europese Commissie opgestart om de goedkeuring te krijgen voor de operatie. Het resultaat van die stappen, van dat overleg, is dat de aankoop van Dexia Bank België voorlopig is goedgekeurd. Wij verwachten nu dat deze aankoop ook definitief zal worden goedgekeurd.

 

Ten tweede, de regering heeft, om uiting te geven aan de vaste wil om te komen tot een niet-gepolitiseerde directie en bestuur van de bank, een headhunterkantoor aangesteld om de governance van Dexia Bank België te verstevigen.

 

Na positief advies van het zogenaamde comité de pilotage, het speciaal comité van topmedewerkers dat het bankendossier beheert en adviseert, heeft het kernkabinet vanmorgen beslist om de heer Alfred Bouckaert te vragen als voorzitter van de raad van bestuur van Dexia Bank België. De heer Bouckaert kan, zoals u weet, bogen op een succesvolle carrière van bijna veertig jaar op het hoogste niveau van de financiële sector. Het is op basis van unaniem gunstige adviezen en van de voordracht van die ene persoon dat het kernkabinet beslist heeft om de leiding van Dexia Bank België aan de heer Bouckaert toe te vertrouwen.

 

In de komende weken zal het comité van topmedewerkers op basis van de aanbevelingen van het daartoe aangestelde headhunterkantoor en in samenspraak met het directiecomité en de nieuwe voorzitter, ook kandidaten voorstellen voor de raad van bestuur. Het is daarbij uitdrukkelijk de bedoeling, zoals ik reeds zei, om te komen tot een gedepolitiseerd bestuur van Dexia Bank België. Bovendien is het ook de bedoeling om te komen tot een afgeslankte bestuursstructuur. Vandaag zijn er, als ik mij goed herinner, zesentwintig bestuurders, het moet met minder kunnen.

 

Uiteraard worden de formateur en de collega’s, die onderhandelen over de vorming van een nieuwe regering, permanent op de hoogte gehouden van de stappen die wij in dit dossier zetten, en die volgens ons geen uitstel kunnen verdragen.

 

Het directiecomité van Dexia Bank België is ook bezig met het uitwerken van een nieuwe strategie die tegen begin december zal voorgesteld worden.

 

Op basis van deze beslissingen alsook van de fundamentele troeven waarover Dexia Bank België beschikt, met uitstekend en toegewijd personeel dat zich ten volle inzet, waarvoor alle waardering, zal de federale overheid dan ook eigenaar zijn van een gezonde en zeer winstgevende bankinstelling.

 

Wat de restbank betreft, Dexia NV, het volgende. Bij de aankoop van Dexia Bank België hebben de Franse, Luxemburgse en Belgische overheid voorzien in staatswaarborgen voor de financiering van Dexia NV. De ministers van Financiën van de drie overheden zijn momenteel deze regeling concreet aan het vertalen in overleg met de Europese Commissie en met de instanties van Dexia NV. In het kader hiervan is Dexia NV bezig met het uitwerken van een business- en financieringsplan.

 

Collega’s, uiteraard ben ik op dit moment helemaal niet bereid om hier in het openbaar details te geven over die voorbereidende gesprekken, aangezien Dexia NV een beursgenoteerde onderneming is. Zodra de regeling gefinaliseerd is, zullen wij hierover het Parlement in plenaire vergadering kunnen inlichten.

 

Wat een vraag betreft die nog gesteld is door collega Valkeniers, ik heb reeds vroeger aangegeven, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering, dat de 60,5 % teruggaat naar de opspoorbare nationaliteit van aandeelhouders. Het is zo dat op het moment van de transactie iets meer dan 63 % van het aandeelhouderschap van de betrokken maatschappij, in handen was van Belgische onderdanen.

 

02.04  Bruno Valkeniers (VB): Mijnheer de eerste minister, ik vraag mij af of het te maken heeft met de akoestiek in dit bijna-museum, maar keer op keer wordt er geen antwoord gegeven op de vragen. U komt hier dingen vertellen die wij daarnet in het radionieuws van 13 u 00 al gehoord hebben. Er worden namen gelanceerd van mensen die via headhunterbureaus zijn aangetrokken. U zegt dat die 60,5 % gebaseerd is op een oude regeling. Maar dat waren mijn vragen niet.

 

Heeft België zich laten rollen door de risico’s die vooral in Frankrijk zitten? Geen antwoord.

 

Wordt er genegotieerd of niet? Hoe? Geen antwoord.

 

Wat met de mogelijke effectuering van de garanties? Geen antwoord.

 

Mijnheer de eerste minister, het gaat wel degelijk om een tijdbom. Al maanden, al sinds het begin van het jaar, wordt vraag na vraag over Dexia gesteld. Elke keer komt de waarheid pas achteraf aan het licht.

 

Het gaat hier om 54,5 miljard euro. Dat is trouwens maar een peulschil van de 130 miljard euro die België aan garanties geboden heeft. De 54,5 miljard euro die de belastingbetaler boven het hoofd hangt, haalt de kredietwaardigheid van dit land, helaas ook van Vlaanderen, totaal onderuit en stuwt de rente naar Griekse hoogten. U blijft echter wazig.

 

Wij zullen u blijven achtervolgen met vragen, keer op keer. Zoals in het verleden, zal de waarheid vroeg of laat naar boven komen, want al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt ze wel.

 

Le président: Merci pour votre réplique, monsieur Valkeniers. Méditez ceci: il n’est pire sourd que celui qui ne veut entendre.

 

02.05  Jean Marie Dedecker (LDD): Mijnheer de eerste minister, zoals gebruikelijk spreekt de flou artistique in uw antwoord boekdelen.

 

Ik zal eerst mijn vragen herhalen.

 

Bent u in onderhandeling met Ethias voor 280 miljoen extra? Ja of nee?

 

Nee? Dit is de eerste minister van het land, dames en heren, collega’s, die erin geslaagd is België tot schuldslaaf van Europa te maken, met cijfers die gevaarlijker zijn dan die van Griekenland. Vandaag vraag ik hem wat hij gaat doen met Ethias. Hij speelt de stomme van Portici. Zo is dit land ontstaan, zo zal het waarschijnlijk ook ophouden.

 

Wat zult u inzake Dexia doen, mijnheer de eerste minister? Dat hebben wij ook niet gehoord.

 

Gelieve even te luisteren, mijnheer de eerste minister.

 

Bent u in onderhandeling met Cera voor de 430 000 coöperanten, ja of nee? Nogmaals, onze premier speelt de stomme van Portici.

 

Ik zou u nochtans een voorstel willen doen, premier. U moet eens goed luisteren hoe men geld kan sparen in dit land door uw vrienden van de ACW-vleugel te plezieren. U hebt het Gemeentekrediet gekocht. U hebt Dexia gekocht voor 4 miljard euro. Geef 15 % van die aandelen terug aan uw ARCO-vrienden en u trekt die 1,5 miljard euro die u moet betalen voor die aandeelhouders, voor die coöperanten, terug. Alzo doet u een plezier aan de Vlaamse en de Belgische belastingbetaler.

 

Typisch voor uw beleid zijn een flou artistique, niet antwoorden op concrete vragen en een fait accompli achteraf. Ik hoop dat u zo vlug mogelijk naar Parijs vertrekt, daar uw vrienden van Dexia ontmoet en er in alle luwte voortdoet. Wij zullen wel de rekening betalen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- de heer Siegfried Bracke aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "de begroting 2012" (nr. P0596)

- de heer Stefaan Van Hecke aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "de begroting 2012" (nr. P0597)

- mevrouw Gwendolyn Rutten aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "de begroting 2012" (nr. P0598)

- de heer Josy Arens aan de eerste minister, belast met de Coördinatie van het Migratie- en asielbeleid, over "de begroting 2012" (nr. P0599)

03 Questions jointes de

- M. Siegfried Bracke au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile, sur "le budget 2012" (n° P0596)

- M. Stefaan Van Hecke au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile, sur "le budget 2012" (n° P0597)

- Mme Gwendolyn Rutten au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile, sur "le budget 2012" (n° P0598)

- M. Josy Arens au premier ministre, chargé de la Coordination de la Politique de migration et d'asile, sur "le budget 2012" (n° P0599)

 

03.01  Siegfried Bracke (N-VA): Mijnheer de eerste minister, ik sta hier weer. Er heerst heel veel negativisme dezer dagen, maar ik zou het ietwat over een andere boeg willen gooien.

 

Om te beginnen wil ik de partijen die in de voorbije tien jaar niet nagelaten hebben om een gat te maken in de begroting en die dus geen buffer hebben gemaakt, feliciteren.

 

Ik wil u ook feliciteren met de manier waarop de meerderheid het Dexiadossier afhandelt. Het klopt wat u zegt: wij worden daar elke dag beter van. We verdienen daar geld aan.

 

Vanzelfsprekend moet ik ook felicitaties uitspreken voor de manier waarop de zes partijen een regering aan het vormen zijn. Het schiet echt op. Het is te zien dat de N-VA er niet bij is.

 

Drie keer wil ik u dus feliciteren. (Rumoer en protest)

 

Le président: La parole est à M. Bracke.

 

03.02  Siegfried Bracke (N-VA): Blijkbaar valt het bijzonder moeilijk om te moeten constateren dat wij met zijn allen in de afgelopen dagen weer een beetje meer Griekenland zijn geworden, want dat is dus de weg waar u naartoe wil. Oké!

 

Mijnheer de eerste minister, ik kom tot uw begroting. U wilt staatsbons uitschrijven. Ik heb gelezen dat u dat wilt doen aan een rente van 4 %. U moet mij eens uitleggen hoe het komt dat men op de secundaire markt 4,5 % kan krijgen. Hoe zou ik dan kunnen inschrijven op uw staatsbons? Of bent u nu een een-tweetje aan het voorbereiden met de vrienden daar? Zult u eerst uw staatsbons uitschrijven en zullen zij nadien op de rente een belasting komen heffen? Is dat de bedoeling? Dat vraag ik mij af.

 

U kondigt ook voorlopige kredieten aan, nietwaar? U kondigt niet alleen voorlopige kredieten aan, maar u voegt er ook nieuwe belastingen aan toe, geheel in de lijn van uw partij. Ik zag, bijvoorbeeld, de heer Bogaert op de televisie zeggen dat het betalen van belastingen een teken van beschaving is. Mijnheer Bogaert, dat is ontzettend goed nieuws. Wij zijn bijna het beschaafdste land van de wereld!

 

Heel concreet, mijnheer de eerste minister, hoe zit het met uw scenario? Welk begrotingsscenario volgt u? Waarom kondigt u alleen bijkomende belastingen aan en geen bijkomende bezuinigingen? Zult u bijvoorbeeld – ik zeg maar wat – de uitgaven in de gezondheidszorg op het niveau van 2011 bevriezen? Zult u bijvoorbeeld ook iets doen – ik weet niet wat – met de notionele intrest? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat u tegelijk bij zowel de beleggers als de mogelijke investeerders uit het buitenland het vertrouwen schendt?

 

03.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de eerste minister, eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat we vandaag niet u zouden moeten ondervragen, eigenlijk zouden we de fractieleiders van de zes onderhandelende partijen moeten ondervragen in het Parlement over de reden waarom er vandaag nog altijd geen regering is en waarom het land al wekenlang gegijzeld wordt. Helaas laat het Reglement dat echter niet toe. Ik ben dus verplicht om mij tot u te wenden, mijnheer de eerste minister, omdat u het stuur in handen hebt.

 

De situatie is ernstig en gevaarlijk, dat weten we allemaal. De druk wordt opgevoerd door Europa en de stijgende rente. Terwijl die druk toeneemt, zit iedereen naar elkaar te kijken en is de politiek op dit moment aan het surplacen. De onderhandelaars maken zich daar nog altijd niet druk over. We krijgen een vreemd schouwspel. Enerzijds wordt er onderhandeld in de ambtswoning van de voorzitter en raken de zes onderhandelende partijen er niet uit. Ze maken ruzie. De koning moet ingrijpen. Anderzijds, in de Wetstraat 16, een paar huizen verder, bent u vanmorgen bijeengekomen met het kernkabinet en stelde u een pakket maatregelen op, met vijf van de zes. Daar lukt het wel. De mensen begrijpen dat niet meer, mijnheer de eerste minister. Mensen begrijpen het niet wanneer ze dat zien. Het is net alsof we met twee parallelle regeringen aan het werken zijn, een in opmaak en een die nog uitloopt. Dan kondigt u aan dat u met voorlopige kredieten zult werken en dat u een pakket maatregelen zult nemen. U noemt de nucleaire rente. Ik hoor ook iets over het aanpakken van de farmaceutische industrie.

 

Wat zult u het Parlement precies toesturen, mijnheer de eerste minister? Met welke maatregelen zult u precies komen? Dat had ik graag geweten. Welke impact zullen die maatregelen en de voorlopige kredieten hebben op het begrotingstekort voor volgend jaar?

 

03.04  Gwendolyn Rutten (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, al meer dan een jaar bent u onze goede huisvader. Het moet gezegd: die rol gaat u bijzonder goed af. It’s a dirty job, but somebody ’s got to do it en er zijn hier fracties die dat beter in hun oren zouden knopen.

 

U bent een goede huisvader. Wij lezen vanmorgen dat u, in het kader van dat goede huisvaderschap, samen met de minister van Begroting en uw collega’s aan het werken bent aan een begroting op basis van voorlopige kredieten.

 

Wij begrijpen dat. Dat is uit voorzorg, soms tegen wil en dank, maar er moeten immers lonen worden betaald, de Staat moet draaien en het land moet verder.

 

Een begroting met voorlopige kredieten kan men op twee manieren doen. Men kan dat heel voorzichtig doen, heel defensief en kijken wat het minimum minimorum is, of men zou in het Parlement steun kunnen zoeken, waar er een draagvlak is om wat meer ambitie aan de dag te leggen, wetende dat ons die norm van 3 % van Europa boven het hoofd hangt.

 

Collega van Groen!, ook ik lees dat er allerlei maatregelen in zitten. Mijnheer de eerste minister, wat omvat uw ontwerpbegroting van voorlopige kredieten en welk niveau van ambitie zult u tonen?

 

03.05  Josy Arens (cdH): Monsieur le premier ministre, il y a trois semaines, en commission des Finances et du Budget, la présidente nous consultait pour connaître nos priorités. Représentant le cdH à cette commission, j'ai répondu que les budgets étaient notre priorité. Á l'époque, c'est vrai, je ne m'attendais pas au blocage des négociations que nous connaissons aujourd'hui. Je n'imaginais pas un seul instant que certains négociateurs seraient incapables de mesurer la gravité de la situation dans laquelle se trouve notre pays. Se rend-on vraiment compte du coût financier de cette crise politique? Celui-ci sera, in fine, payé par le contribuable. On parle aujourd'hui, déjà, d'une somme de 1,8 milliard d'euros.

 

Ce matin, Herman De Croo, ancien président de cette assemblée, présentait le mea culpa de sa génération politique envers la nouvelle génération de présidents de partis et disait: "L'hypothèque que leur ont laissée les anciens est grave. Ils sont en train de payer toutes les charges que nous avons indirectement, dans un État de bien-être, laissé filer sur les générations futures." Á la lumière des événements de ces derniers jours, je pense que certains, appartenant à cette nouvelle génération, vont devoir présenter bientôt leur mea culpa aux générations futures.

 

Monsieur le premier ministre, vous disiez que vous êtes responsable – et c'est vrai – de la stabilité financière de ce pays. Vous avez évoqué, ce matin, la préparation d'un projet de loi de finances et d'un projet de loi relatif aux douzièmes provisoires. Où en êtes-vous à cet égard? Confirmez-vous qu'il s'agira uniquement de crédits provisoires purement techniques, permettant à l'État belge de payer ses dettes en janvier et de prolonger certaines recettes du type taxes bancaires? Envisagez-vous plutôt d'aller au-delà pour tenir compte des exigences européennes et de la pression des marchés?

 

03.06 Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, collega’s, het is onnodig te beklemtonen dat de toestand op de financiële markten met betrekking tot het overheidspapier van de landen van de eurozone algemeen zorgen baart. Immers, zelfs Duitsland – en dit is een nieuw element sinds gisteren – is er niet in geslaagd om een herfinanciering te verkrijgen voor het bedrag dat vooropgezet was voor de uitgevoerde operatie.

 

Wat we nu meemaken, collega’s, is dus een crisis van het vertrouwen tegenover de gehele eurozone. Ik kijk dan ook met bijzonder veel belangstelling uit naar de voorstellen van de Europese Commissie en vooral naar de akkoorden die op 8 en 9 december kunnen worden gevonden om ervoor te zorgen dat de eurozone een efficiënter, effectiever en geloofwaardiger antwoord kan bieden op het algemeen wantrouwen.

 

Met dat op de achtergrond ontsnapt België niet aan een zekere malaise.

 

En effet, chers collègues, il y a une tension générale sur les marchés financiers. Un taux d'endettement plus élevé que la moyenne de la zone euro et le fait qu'il n'y ait pas, jusqu'à présent, de budget approuvé pour 2012 qui respecte le Programme de stabilité sont clairement des faiblesses. Notre pays présente cependant des paramètres fondamentaux solides.

 

Inderdaad, ons economisch groeipotentieel – de Europese Commissie heeft dat de afgelopen uren nog bevestigd – is minder beschadigd dan op andere plaatsen in de eurozone. De werkgelegenheid, bijvoorbeeld, zal volgens de Nationale Bank volgend jaar blijven toenemen.

 

Een belangrijke rots in de branding is het particuliere vermogen, het spaarvermogen van de inwoners van ons land. Onze mensen, de Belgische bevolking, de particulieren, hebben samengenomen een vermogen van 734 miljard euro netto. Dat is ongeveer twee keer het bedrag van onze staatsschuld. Alleen al op onze traditionele spaarboekjes staat zowat 200 miljard euro. Ook de financiële markten moeten weten dat dat een bijzonder belangrijke potentiële financieringsbron is voor de Belgische Staat, wanneer het erop aankomt keuzes te maken met betrekking tot de wijze van herfinanciering van de schuld.

 

Vandaar hebben wij enige aandacht gevraagd voor het feit dat, conform een vooraf vastgelegde kalender – het is dus geen reactie op een bepaalde toestand – vandaag en de komende dagen alle Belgen, alle inwoners, alle spaarders van ons land kunnen intekenen op een staatslening tegen zeer voordelige voorwaarden. Het zijn voordelige voorwaarden voor de overheid, die zich op die manier goedkoper kan bevoorraden dan op de secundaire markt, wat de herfinanciering van de staatsschuld betreft. Het is ook zeer voordelig voor de burgers, inbegrepen de Parlementsleden, die kunnen intekenen op een staatslening die op vijf jaar tijd 4 % opbrengt, wat een rendement geeft dat netto meer dan het dubbele bedraagt van wat mensen op een traditioneel spaarboekje krijgen.

 

Dames en heren, ik meen dat het een heel mooi aanbod is aan de Belgische burgers om hun spaargeld, waarvan er gemiddeld genomen gelukkig bijzonder veel aanwezig is in ons land, tegen voordelige voorwaarden te beleggen. Het is dus zowel voordelig voor de betrokken burger, als voor de overheid.

 

Ik kom nu tot de beslissingen die wij vanmorgen genomen hebben en die, enerzijds, betrekking hebben op de begroting 2012 en, anderzijds, bedoeld zijn om de continuïteit van het functioneren van de overheid te verzekeren. Vanmorgen hebben wij in het kernkabinet de situatie op de financiële markten besproken. Wij hebben beslist dat de voorbereiding van het wetsontwerp betreffende de voorlopige kredieten en van de financiewet voortgaat en dat wij normaal maandagmorgen in de Ministerraad de ontwerpen ter zake zullen goedkeuren. Daarnaast hebben wij in het kader van het normale beheer van de lopende zaken de grote lijnen goedgekeurd van drie wetsontwerpen die de continuïteit van het functioneren van de overheid moeten garanderen.

 

Ten eerste, in antwoord op de beslissing van het Grondwettelijk Hof in het zogenaamde Argenta-arrest ligt een wetgevend initiatief inzake de bankenheffing klaar. Het betreft een bijdrage van de banken, die voortaan ook met het systemische risico van de betrokken financiële instellingen rekening zal houden en niet meer zal neerkomen op een heffing uitsluitend op de spaardeposito’s.

 

Collega’s, de budgettaire impact van die maatregel zal in 2012 gelijkwaardig zijn aan de impact voor 2011, met name zowat 380 tot 390 miljoen euro meeropbrengsten ten opzichte van de ramingen van het Monitoringcomité.

 

Ten tweede, wij hebben ook beslist komende week een wetsontwerp houdende diverse bepalingen voor de energiesector goed te keuren, waarin onder meer de bijdrage van de nucleaire sector in 2011 op 250 miljoen euro wordt vastgelegd, conform de begroting voor het jaar 2011, die door het Parlement is goedgekeurd.

 

Ten derde, de regering bereidt ook een wetsontwerp voor, dat maandag zal worden goedgekeurd. Het betreft een wetsontwerp houdende diverse bepalingen die nodig zijn voor de goede werking van de diensten. Eén bepaling voorziet bijvoorbeeld in een jaarlijkse heffing op de omzet voor farmaceutische firma’s en brengt 270 miljoen euro op in 2012.

 

Mijnheer de voorzitter, behalve de genoemde bepaling zal in het laatstgenoemde, derde ontwerp ook een geheel van andere, wettelijke bepalingen opgenomen worden, die aan de goedkeuring van uw Kamer zullen worden voorgelegd. Zij moeten, zoals ik reeds opmerkte, de continuïteit van het functioneren van de overheid verzekeren. Zij moeten ook een antwoord bieden op een aantal problemen die tussen vandaag en eind 2011 rijzen.

 

Collega’s, maandagochtend zal de Ministerraad die wetsontwerpen in eerste lezing goedkeuren. Maandagochtend wordt uiteraard ook opnieuw een evaluatie gemaakt, zowel van de politieke toestand in ons land als van de toestand op de financiële markten en van de economische situatie.

 

Collega’s, één zaak is zeker: alle partijen zijn het erover eens dat de budgettaire doelstelling van een tekort of vorderingensaldo van maximaal –2,8 % voor 2012 hoe dan ook moet worden gehaald.

 

Ik herhaal dat het heel democratisch is dat wij voor de keuze van de instrumenten om de genoemde doelstelling te bereiken, maximaal de ruimte geven aan de onderhandelaars die onder leiding van de formateur een regeerakkoord moeten onderhandelen en een begrotingstraject moeten uitstippelen. Vanuit een democratisch principe is het normaal dat wij hun maximaal de ruimte daartoe bieden.

 

Ik herhaal echter ten aanzien van al wie het behoeft, dat de huidige regering niet zal aarzelen om, na de belangrijke beslissingen die vanochtend al zijn genomen en die de regering maandag in de Ministerraad zal goedkeuren, ook bijkomende, opvolgende stappen te zetten, ter vrijwaring van het belangrijkste van wat ons hier als opdracht is toebedeeld, namelijk de vrijwaring van het algemeen belang en van de toekomst van ons land.

 

03.07  Siegfried Bracke (N-VA): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Toen ik naar hier kwam, was de rentestand 5.60. Daarstraks was het 5.61 en ik neem aan dat ook dat de schuld van de N-VA is.

 

Mijnheer de eerste minister, natuurlijk is het een Europese crisis, maar wanneer u letterlijk zegt dat België niet ontsnapt aan een zekere malaise, is dat het understatement van het jaar. België is een probleemland en het wordt tijd dat we dat zien.

 

Ik heb vanmorgen trouwens uw voorzitter horen zeggen dat het tijd is om een brug te slaan. Wel, ik geloof dat niet. Het is een beetje van dit en een beetje van dat, terwijl ik denk dat er moet gekozen worden.

 

Voor ons is de keuze het Europees programma, niet alleen budgettair, maar ook met betrekking tot de index en de pensioenen. Voor alle duidelijkheid, dat is geen politieke keuze, die Europa ons oplegt. Het is een keuze die de enige weg naar de oplossing is. Het is de enige manier om eruit te komen.

 

Wij hebben een voorstel gedaan. Ik maak mij geen illusies. Ik weet hoe u daarop reageert. Wat ik ook zeker weet, is dat de hele bevolking van dit land u ontstellend dankbaar zal zijn.

 

03.08  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen!): Mijnheer de eerste minister, ik weet niet of we nu gerustgesteld moeten zijn door het antwoord dat wij daarnet hebben gehoord. U somt enkele maatregelen op, u spreekt over de nucleaire rente en u zegt dat u 250 miljoen euro zult vragen.

 

Ik dacht dat er al een politiek akkoord was met de zes onderhandelende partijen om 550 miljoen euro te vragen. Nu zegt u dat u het bij 250 miljoen euro zult houden. Ik kan alleen maar vaststellen dat er 300 miljoen euro afgevallen is op de 100 meter tussen de Wetstraat 16 en de plaats van de onderhandelingen. Dat is toch wel een heel groot verlies.

 

Mijnheer de eerste minister, u bent een wielerkenner. Renners in de zesdaagse durven wel eens te surplacen. Zij krijgen daarvoor een daverend applaus als dat goed lukt, maar het is zeer gevaarlijk, want als ze dat doen op de steilste stukken van de piste, kan men ook naar beneden vallen met alle gevolgen van dien. Ik vrees dat de regering die weg aan het opgaan is.

 

In de hele discussie die wordt gevoerd, ook over Europa die ons alles oplegt, zie ik een eenzijdige benadering. Men bekijkt dat vanuit het rechteroog. Europa spreekt ook over andere maatregelen, zoals de regulering van de bankensector, waarover u niets zegt. Europa spreekt ook over de energieaanpak en het openmaken van de markt. Het wordt evenwel nogal eng, vanuit het rechteroog, bekeken. Ik zou zeggen, neem uw tijd om ook de andere punten van wat Europa oplegt, grondig te analyseren.

 

03.09  Gwendolyn Rutten (Open Vld): Premier, u hebt gezegd: de toestand baart zorgen. Dat is zeer terecht. De crisis is heel ernstig. Ik hoorde iemand een vergelijking maken, die ik bijzonder pertinent vond. Men vergeleek het met een veenbrand: men ziet het misschien niet branden en men ziet de vlammen misschien niet uitslaan, maar onder de grond wordt wel alles verwoest. Dus, met andere woorden: als u doet wat u moet doen, is dat terecht.

 

Maar, collega’s, het is niet alleen de taak van die goede huisvader daar. Het is ook onze verdomde plicht als Parlement en als Parlementsleden om te doen wat nodig is. Wat ik u hoor aankondigen, premier, sta mij toe, is een veeleer voorzichtige, weliswaar noodzakelijke begroting van voorlopige kredieten. Als wij allemaal, elk van ons, een goede huisvader of een goede huismoeder willen zijn, dan moeten wij misschien ook in die begroting van voorlopige kredieten wat ambitie tonen.

 

Daarom lanceer ik de volgende oproep. Wij steken de hand uit. Beste heren van het Vlaams Belang, u hebt de gewoonte om bokshandschoenen uit te delen, wij steken de hand uit en wij reiken de hand aan andere personen. Wij vragen aan iedereen in het Parlement om ambitie te tonen, ook voor de begroting van voorlopige kredieten. We zitten in de procedure voor Europa, min drie procent. Laten we doen wat nodig is en op zoek gaan naar meerderheden, mijnheer de premier, om bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, bijvoorbeeld voor de notionele intrestaftrek, beter te doen dan het absolute minimum.

 

03.10  Josy Arens (cdH): Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour ces différentes réponses. Personnellement, j'espère toujours que les négociations vont aboutir très rapidement. En l'absence d'accord pour la formation d'un nouveau gouvernement, je suis convaincu, monsieur le premier ministre, que le signal qu'il faut donner à l'extérieur, c'est un budget 2012 avec un déficit inférieur à 2,8 %. Je compte vraiment là-dessus!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de M. Laurent Louis à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "l'arrivée en Belgique d'une nouvelle drogue dévastatrice appelée Krokodil" (n° P0600)

04 Vraag van de heer Laurent Louis aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de nieuwe en levensgevaarlijke drug 'Krokodil', die nu ook België verovert" (nr. P0600)

 

04.01  Laurent Louis (indép.): Monsieur le président, madame la ministre, permettez-moi, avant de commencer, de m'inquiéter de votre santé – avec un peu d'ironie, certes. Mais j'espère que vous allez bien en dépit de la situation actuelle. Et je puis vous certifier que la population, elle aussi, connaît des moments difficiles. Malgré tout, j'espère que vous aurez la force de répondre à ma question.

 

Comme vous devez le savoir - si vous vous occupez toujours de la Santé publique, en plus des négociations -, une drogue aux effets particulièrement dévastateurs vient de faire son apparition en Europe: le "krokodil". Ses effets sont dix fois supérieurs à ceux de l'héroïne pour un prix trois fois moins élevé. Elle n'en est que plus attirante pour les jeunes. De nombreux Russes en ont déjà été victimes. Apparemment, cette drogue se propage très rapidement, puisque des cas ont aussi été dénombrés en Allemagne. On craint donc qu'elle ne soit aux portes de notre pays.

 

Particulièrement dangereuse, elle provoque des trous dans la peau et va jusqu'à ronger les os. Il en résulte des amputations, des empoisonnements du sang et des phénomènes de pourrissement. Il est évident que nous ne pouvons rester sans réagir et que des mesures doivent être prises rapidement.

 

Je sais que, par électoralisme, le monde politique est souvent conduit à banaliser la consommation de drogues. Le président d'Ecolo vante le mérite du cannabis, qui circule aussi lors des fêtes des Jeunes Socialistes. Quant aux étudiants libéraux, ils vont même jusqu'à exiger la dépénalisation complète de toutes les drogues. C'est un mauvais signal que nous donnons, parce que nous savons que les jeunes qui sont accoutumés aux drogues dures ont tous commencé en fumant un joint. Quand se laisseront-ils tenter par le "krokodil"? C'est la question que je me pose.

 

Nous devons tous réagir face à ce poison! Avez-vous lancé des campagnes de sensibilisation? Avez-vous averti la police de l'existence de cette nouvelle substance? Comptez-vous prendre des mesures pour combattre sa propagation?

 

04.02  Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, cher collègue, la drogue "krokodil" est particulièrement dévastatrice et constitue un substitut à moindre prix de l'héroïne. Elle est ainsi surnommée en raison de ses effets, rendant la peau verdâtre avant de l'écailler et de déclencher la gangrène. Vous imaginez la situation.

 

Son existence nous a été signalée par l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies.

 

Cet Observatoire suit l'évolution de cette drogue depuis plusieurs mois. Il nous a assuré qu'aucun cas connu, confirmé scientifiquement d'un point de vue toxicologique, n'a été recensé en Europe.

 

L'Observatoire suit l'évolution de très près, car des cas sont apparus sur le territoire russe. C'est d'ailleurs à partir de là que tout le mouvement d'information a pris naissance.

 

Pour la Belgique, dès que l'Observatoire nous a contactés, j'ai prié l'Institut scientifique de Santé publique de se montrer particulièrement vigilant; les services de police le sont également. Pour le moment, aucun signal ne nous est parvenu.

 

En outre, la desomorphine, une des composantes essentielles de cette drogue, n'est évidemment disponible en Belgique que sur prescription médicale.

 

Nous restons attentifs, tant l'Institut de santé publique, l'administration de la Santé publique, l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de Santé, que les Communautés: au moindre indice d'une possible propagation dans notre pays, tout serait mis en œuvre dans un plan général de prévention et de réaction contre cette drogue particulièrement dévastatrice.

 

04.03  Laurent Louis (indép.): Monsieur le président, madame la ministre, votre réponse semble assez peu alarmiste. En ce qui me concerne, je pense que la Russie c'est la porte à côté. Les substances circulent donc très facilement et l'Europe offre un large marché pour les initiateurs de cette drogue. Il s'agit donc bien de rester attentif, mais il conviendrait d'aller encore plus loin: il faut prévenir.

 

Mieux vaut prévenir que guérir. Il me semble donc nécessaire de mener dès à présent des campagnes de sensibilisation et montrer les images des effets de cette drogue: les jeunes ont besoin de se rendre compte de la réalité. Aujourd'hui, bien des jeunes recourent à diverses substances pour découvrir des paradis artificiels, telles le gaz, les vernis, les sels de bain et, maintenant, le "krokodil".

 

Il est temps que l'État se saisisse de cette question et protège enfin sa jeunesse!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- mevrouw Maya Detiège aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de sterilisatie van fopspenen en zuigflessen met ethyleenoxide" (nr. P0601)

- mevrouw Colette Burgeon aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de sterilisatie van zuigflessen met behulp van een kankerverwekkend gas" (nr. P0602)

- mevrouw Catherine Fonck aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de sterilisatie van zuigflessen met behulp van een kankerverwekkend gas" (nr. P0603)

05 Questions jointes de

- Mme Maya Detiège à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la stérilisation des tétines et des biberons à l'oxyde d'éthylène" (n° P0601)

- Mme Colette Burgeon à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la stérilisation des biberons avec un gaz cancérogène" (n° P0602)

- Mme Catherine Fonck à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la stérilisation des biberons avec un gaz cancérogène" (n° P0603)

 

05.01  Maya Detiège (sp.a): Mevrouw de minister, ik ga het vandaag met u over zuigflessen en fopspenen hebben.

 

Het is zo dat uw collega, de Franse minister van Volksgezondheid, alarm heeft geslagen omdat in een aantal ziekenhuizen en kraamklinieken zuigflessen, fopspenen en ook voedingssondes gebruikt werden die gesteriliseerd worden met het kankerverwekkende gas ethyleenoxide. Het bedrijf dat dit levert in Frankrijk, Beldico, blijkt ook te leveren in ons land. Het gebruik van het gas werd wegens het carcinogeen effect verboden door de Europese wetgeving. Ik zal dit even specificeren, want ik zie u kijken. Het is verboden wanneer het gaat over materieel dat in contact komt met voeding. Naar mijn weten komen fopspenen en ook zuigflessen in contact met voeding, maar worden die in België gecatalogeerd onder het medisch materieel. Om die reden kunnen wij de wetgeving eventueel omzeilen als we dat willen. Frankrijk haalde de flessen uit de omloop. U hebt gezegd dat u de FOD Volksgezondheid een onderzoek zou laten doen. Ik vond dit een beetje raar omdat België normaal een heel streng beleid voert en omdat de Europese wetgeving duidelijke signalen geeft en heel duidelijk is. Vandaar mijn vragen.

 

Klopt het dat de zuigflessen die hier op de markt zijn soms ook via die bepaalde procedure gesteriliseerd worden, namelijk met het kankerverwekkende ethyleenoxide?

 

Europa zegt dat steriliseren hiermee verboden is voor producten die met voeding in contact komen. Gaat u de wetgeving rechtzetten? Zult u ook medisch materieel dat in contact komt met voeding zo streng behandelen?

 

Wat zijn de resultaten van het onderzoek van de FOD Volksgezondheid? Intussen zijn we immers al enkele dagen verder.

 

Wat zal u hier in België beslissen? Zullen die producten al dan niet uit de markt gehaald worden? Waarom volgt u eigenlijk de piste van een onderzoek door de FOD Volksgezondheid en reageert u niet onmiddellijk zoals Frankrijk om dit terug te trekken?

 

05.02  Colette Burgeon (PS): Monsieur le président, madame la ministre, la semaine passée, la presse française s'est fait l'écho qu'un gaz cancérigène, l'oxyde d'éthylène, était utilisé pour la stérilisation des biberons et des tétines dans les maternités, en particulier pour les enfants prématurés. Ce procédé de stérilisation était normalement interdit. On peut cependant se poser des questions lorsque les firmes disent que ce produit n'est pas destiné aux denrées alimentaires mais que c'est un produit médical.

 

À la suite de la révélation en France, le ministre français de la Santé a ordonné l'ouverture d'une enquête, je le cite, "pour comprendre comment un tel dysfonctionnement a pu se produire aussi bien de la part des entreprises qui commercialisent ces produits que des établissements hospitaliers qui les auraient achetés". Les autorités françaises ont, à ce moment-là, appelé à un retrait progressif de ces produits.

 

Madame la ministre, disposez-vous d'informations quant à l'utilisation, dans les maternités belges, de ce type de biberons et de tétines? Disposez-vous d'avis scientifiques quant au risque réel encouru par les nouveau-nés qui ont été en contact avec de tels matériaux? Peut-on mettre en balance le risque qui existe mais aussi le bénéfice important de ces biberons qui sont parfaitement stérilisés? Existe-t-il une alternative à ce procédé de stérilisation? Envisage-t-on d'informer spécifiquement les maternités de ce problème? Pour ce qui est de la commercialisation des produits, compte-t-on retirer immédiatement ou progressivement, comme en France, les produits du marché belge? Enfin, comment les firmes incriminées ont-elles pu détourner de telle sorte la législation?

 

05.03  Catherine Fonck (cdH): Madame la ministre, j'interviens sur le même sujet. Sur la base des directives européennes, il n'y a pas de doute possible, à la fois sur l'examen de la directive 1993/42 du 14 juin 1993 sur les dispositifs médicaux, mais plus encore avec la directive 2008/84 du 27 août 2008.

 

Par ailleurs, l'oxyde d'éthylène est maintenant considéré comme un gaz cancérigène et ce, depuis 1994 par le Centre international contre le cancer.

 

En Belgique, depuis dix ans maintenant, ces biberons sont utilisés essentiellement au niveau des hôpitaux. On peut, dès lors, légitimement s'interroger et s'étonner sur le fait que le SPF semblait ne pas être au courant de cela. En sachant que la France, confrontée à la même réalité, a décidé directement d'adopter une autre position, madame la ministre, comment expliquez-vous votre position divergente tant au regard des directives européennes que de la décision de la France?

 

05.04  Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, chères collègues, suite à la décision prise en France, j'ai immédiatement demandé à mon administration d'évaluer la situation, en concertation avec le Conseil supérieur de la Santé. En première analyse, et je considère que c'est seulement une première analyse, l'expert en toxicologie du Conseil supérieur de la Santé a affirmé qu'il n'y a pas de danger pour la santé publique.

 

Er is dus volgens een eerste analyse van de toxicoloog van de Hoge Gezondheidsraad geen gevaar voor de volksgezondheid.

 

Je rappelle que cette stérilisation est indispensable pour éviter toute infection au sein d'un public particulièrement fragile puisqu'il s'agit de prématurés. Il reste à savoir si le procédé utilisé depuis plus de dix ans par la firme de Marche-en-Famenne respecte les normes applicables pour les dispositifs médicaux. Pour s'en assurer, mon administration s'est déjà rendue sur place pour faire des prélèvements.

 

Deze analyse is nu bezig. Het resultaat zal begin volgende week bekend zijn. Bovendien zal de Hoge Gezondheidsraad mij ook een formeel advies bezorgen in de komende weken.

 

J'attire aussi votre attention sur le fait qu'il n'y a pour ainsi dire pas d'alternatives ou très, très peu. En effet, les alternatives disponibles posent d'autres problèmes. Ainsi la stérilisation à la vapeur peut détruire des produits sensibles à la chaleur et l'irradiation aux rayons gamma peut dégrader certains matériaux.

 

Quand on aura reçu les analyses sur échantillons et les conclusions du Conseil supérieur de la Santé, il faudra faire le bilan risque-bénéfice.

 

Je dis et je répète que, sans une stérilisation des biberons adéquate, un prématuré est en grand danger.

 

Nous devrons, tous ensemble, travailler à cette évaluation risque-bénéfice de la manière la plus précise possible.

 

05.05  Maya Detiège (sp.a): Mevrouw de minister, ik begrijp dat het belangrijk is, rond prematuriteit, dat men op een goede manier die kinderen begeleidt. Wij hebben dat in de commissie van dichtbij gevolgd, ik geef zelfs een aanbeveling.

 

Voor een product dat kankerverwekkend is, moet er absoluut een alternatief komen. U zegt dat er weinig of geen zijn. Als er weinig zijn, zou ik opteren om het alternatief te gebruiken dat bestaat op dit ogenblik en trek het dan terug. U bent er wat dubieus in, want u zegt dat er weinig of geen alternatieven zijn. Dus ik volg dan toch de piste van weinig alternatieven, doch geen kankerverwekkende producten.

 

05.06  Colette Burgeon (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je retiens les mots "peu ou pas d'alternatives". Il est clair que, lorsque nous disposerons de tous les résultats, nous devrons choisir la meilleure méthode. C'est important car la santé de ces enfants est en jeu. Vous nous parlez de la semaine prochaine, et également d'un délai de quelques semaines. Lorsque vous aurez tous les documents, il conviendra de faire le point en commission de la Santé.

 

05.07  Catherine Fonck (cdH): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Vous avez certains avis. Je m'en réfère aussi à d'autres avis qui ont également du poids, pour ne pas dire davantage. En effet, le président de l'Association Toxicologie-Chimie, qui a exercé les fonctions d'expert auprès de l'Union européenne pour la fixation des normes des produits chimiques en milieu de travail, est limpide à ce sujet. Il insiste énormément sur le fait que ce n'est pas à partir d'une certaine dose que ce produit est toxique; au contraire, il ne présente pas de dose seuil!

 

Il s'agit d'un élément important qui signifie deux choses pour moi. L'interdiction réglementaire de ce gaz doit être appliquée avec toute la rigueur nécessaire. Il faut également une concertation avec l'ensemble des acteurs, l'entreprise comprise, pour être à même de proposer une formule alternative.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van mevrouw Nadia Sminate aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, over "de instructienota betreffende sociale fraude" (nr. P0604)

06 Question de Mme Nadia Sminate à la vice-première ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale, sur "la note d'instruction relative à la fraude sociale" (n° P0604)

 

06.01  Nadia Sminate (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik was ondertussen al veel van u gewoon, maar wat ik nu in handen kreeg, is echt het toppunt. Dit is iets dat de mensen een pure schande gaan vinden.

 

Uw voorzitter verkondigde via de televisie dat hij het land zou redden met onder andere een besparing van 2 miljard euro via de strijd tegen de sociale fraude. Mevrouw de minister, laten wij echter eerlijk zijn, u bent niet bezig met het land te redden, u bent bezig met uw kiespubliek te redden. Immers, hoe verklaart u anders dat in deze instructienota van het RIZIV staat dat de sociale controleur niet meer mag schorsen? Waarom maakt u het werk van de sociale controleur onmogelijk?

 

Betrapt op zwartwerk? Geen probleem, schorsen kan toch niet. Geen zin om opgeroepen te worden door de RVA als men werkloos is? Geen probleem, meldt u ziek, schorsen kan toch niet.

 

Ik ben inderdaad degene die deze nota aan de pers heeft gelekt. Ik heb dat inderdaad gedaan. Maar in plaats van ervoor te zorgen dat het probleem wordt opgelost, wordt er een tweede nota verstuurd, dit keer om de sociale inspecteurs een schop onder hun kont te geven omdat ze deze nota aan mij bezorgd hebben!

 

Mevrouw de minister, ik vind dit een schande en ik heb maar één vraag voor u. Hoe gaat u zich hier nog uitpraten?

 

06.02 Minister Laurette Onkelinx: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Sminate, ten eerste, het gaat hier om een interne beslissing van het RIZIV.

 

Ten tweede, ik heb uiteraard inlichtingen gevraagd aan het RIZIV. Met deze instructie wordt een bepaling uit de ZIV-wet verduidelijkt. Dit was nodig, aangezien deze bepaling op het terrein soms verkeerd werd toegepast.

 

Ten derde, het RIZIV heeft vastgesteld dat sommige sociale controleurs buiten hun bevoegdheid opereren en beslissen om op basis van medische elementen de uitkering te schorsen.

 

Dat gaat niet! Die bevoegdheid is voorbehouden aan de controlerende geneesheren, na een medisch onderzoek. Deze situatie is onduidelijk en zou kunnen leiden tot geschillen.

 

De instructie van het RIZIV bevestigt dus expliciet de bevoegdheid van de twee diensten in het kader van de medische controle. Het is evident dat de sociale controleurs nog steeds uitkeringen moeten schorsen of aanpassen in geval van fraude, bijvoorbeeld bij cumul van een uitkering met een loon uit arbeid, of volgens de gezinssamenstelling.

 

Mevrouw Sminate, de strijd tegen sociale fraude is voor mij een echte prioriteit. Dat is de reden waarom in 2010 de sancties in geval van cumul werden versterkt.

 

06.03  Nadia Sminate (N-VA): Mevrouw de minister, u hebt nu wel mooi uw lesje opgezegd, maar voor mij blijft dit een lesje in zelfbediening. Uw populistisch verhaaltje over het redden van de sociale zekerheid wordt hier toch wel onderuitgehaald door dit soort instructienota’s. Waarschijnlijk is dit zelfs uw einddoel, want in PS-land is fraudeur koning.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Mme Zoé Genot au ministre de la Justice sur "les violences conjugales" (n° P0608)

07 Vraag van mevrouw Zoé Genot aan de minister van Justitie over "partnergeweld" (nr. P0608)

 

07.01  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, comme vous le savez, le 25 novembre est la Journée internationale pour l'élimination des violences à l'égard des femmes. Cela pourrait être une journée thématique de plus. Mais ce n'est pas seulement cela. Cela recouvre des souffrances très concrètes. Chaque jour en Belgique, 121 plaintes sont déposées; 121 femmes se rendent au commissariat parce qu'elles ont été violentées par leur compagnon. La première cause de mortalité des femmes entre 15 et 40 ans, c'est un meurtre par leur compagnon. Une femme a plus de chances de mourir dans son salon que dans la rue.

 

C'est pour cela qu'en 2006, beaucoup d'acteurs se sont regroupés et ont décidé de déposer cette fameuse circulaire de "tolérance zéro", qui prévoyait entre autres un magistrat de référence par arrondissement, un policier de référence par zone, plus de collaboration, plus de soutien aux victimes, un véritable suivi des auteurs de violences. Mais, malheureusement, on doit constater que, sur le terrain, les efforts ont parfois tendance à se relâcher, d'autres priorités à s'imposer et que la prise en charge devient plus légère.

 

De plus en plus, on voit des policiers décourager des victimes de violences, en leur demandant si elles veulent vraiment porter plainte, si cela ne va pas aggraver leur situation. De nombreux auteurs ne sont même plus convoqués par la police, ne passent pas devant un juge qui leur rappellerait au minimum la loi. Et je ne vous parle pas des dossiers qui sont classés sans suite.

 

Face à cela, je pense qu'il est important de refaire le point. Entre 2007 et 2010, seulement 25 juges avaient été formés. Où en est-on à présent? Quel est l'état d'avancement de l'application de cette circulaire de 2006?

 

Autre élément, la Belgique a été le moteur de l'adoption d'une convention relative à la lutte contre les violences faites aux femmes au niveau international. Bizarrement, nous ne sommes pas les premiers à la ratifier, alors que nous avons été le moteur de sa construction. Pourquoi?

 

07.02  Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, chère collègue, il est clair que la lutte contre les violences conjugales est et reste une priorité et que la circulaire reste d'application. Ce n'est pas le moment de vous donner tous les chiffres, on vous les fera parvenir.

 

Je vais vous démontrer qu'on continue à avancer. Hier encore se tenait un débat au Sénat au sujet de propositions de loi, que le gouvernement a soutenues, visant à donner davantage de possibilités au procureur du Roi de prendre des mesures pour les cas de violence conjugale et de demander qu'une décision soit prise pour que, pendant dix jours, on défende l'accès à la maison où la personne se trouve. C'est une nouvelle mesure que nous essayons de faire avancer. Il s'agit d'une proposition de la présidente du Sénat, Mme Sabine de Béthune.

 

Le débat est en cours et nous espérons pouvoir voter cette nouvelle mesure concrète et efficace la semaine prochaine.

 

Quant à la convention dont vous avez parlé, je peux vous fournir le texte de la Convention du Conseil de l'Europe sur la prévention et la lutte contre la violence à l'égard des femmes et la violence domestique. Cette Convention date du 11 mai 2011 et sera signée avant la fin de l'année. Des discussions ont eu lieu avec les Communautés. Tout le monde souhaite avancer. Après la signature à la fin de l'année, nous pourrons la ratifier le plus vite possible et avancer dans la lutte que vous prônez. Je soutiens donc vos demandes sans aucun problème.

 

07.03  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le ministre, en mars 2010, vous aviez annoncé à la Chambre une grande évaluation de la fameuse circulaire "tolérance zéro". Vous aviez parlé d'un volet statistique et d'un volet qualitatif dans lequel on vérifie la qualité des interventions tant policières que judiciaires. J'imaginais qu'un an et demi après, vous auriez beaucoup de choses à nous dire à la suite de cette évaluation mais je constate qu'il n'en est rien.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Mme Valérie Déom au ministre de la Justice sur "la réquisition de la police en cas de grève des gardiens de prison" (n° P0609)

08 Vraag van mevrouw Valérie Déom aan de minister van Justitie over "het rekwireren van politieagenten in geval van een cipierstaking" (nr. P0609)

 

08.01  Valérie Déom (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, on a appris aujourd'hui par la presse que le Conseil d'État avait annulé cinq arrêtés par lesquels le directeur de la prison d'Andenne réquisitionnait la zone de police pour assurer la sécurité dans l'établissement pénitentiaire.

 

Monsieur le ministre, confirmez-vous que la justification de l'annulation est bien un problème de compétences, à savoir que le directeur de la prison n'a pas la capacité de réquisitionner les services de police mais bien le directeur général des établissements pénitentiaires? Outre le directeur de la prison d'Andenne, d'autres directeurs ont-ils ou avaient-ils l'habitude de demander directement la réquisition de la zone de police sans passer par le directeur général des établissements pénitentiaires? Cette pratique se fait-elle également en cas d'émeutes?

 

08.02  Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, madame Déom, je vous remets le texte de l'arrêt qui a été rendu par le Conseil d'État. Dans cet arrêt du 28 octobre dernier, le Conseil d'État a reconnu que la loi sur la fonction de police donne le droit à l'administration pénitentiaire de réquisitionner. Elle en a la possibilité mais, au regard de la loi, c'est le directeur général et non pas le directeur de la prison qui doit en faire la demande.

 

En l'occurrence, ce sont les décisions prises par le directeur de la prison d'Andenne qui ont été discutées. On a tenté de faire dire au Conseil d'État qu'il était impossible d'intervenir. Non! C'est clair. Le Conseil d'État précise en effet que "la loi sur la fonction de police donne un fondement législatif au pouvoir de réquisition de la police pour pallier les effets d'une grève des agents pénitentiaires". Il est évident que c'est possible en cas d'émeutes. La question est de savoir s'il est possible de le faire en cas de grève. Cela a été confirmé. Mais cela doit venir du directeur général. Nous verrons quelle suite sera donnée à cette instruction du Conseil d'État. Il est très important que ce principe ait été confirmé, à savoir que nous avons la possibilité de le faire.

 

08.03  Valérie Déom (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Il était en effet très important d'avoir la confirmation de la possibilité légale de la réquisition de la zone de police. Il faudrait peut-être donner une information à l'ensemble des directeurs de prison et mettre en place une procédure pour qu'ils sachent, dans ces cas-là, quelle procédure ils doivent suivre pour demander au directeur général des établissements pénitentiaires de prévoir la réquisition de la zone de police.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Questions jointes de

- M. Joseph George au ministre de la Justice sur "Google Street View" (n° P0610)

- Mme Jacqueline Galant au ministre de la Justice sur "Google Street View" (n° P0611)

09 Samengevoegde vragen van

- de heer Joseph George aan de minister van Justitie over "Google Street View" (nr. P0610)

- mevrouw Jacqueline Galant aan de minister van Justitie over "Google Street View" (nr. P0611)

 

09.01  Joseph George (cdH): Monsieur le président, monsieur le ministre, nous vivons une drôle d'époque. Notre monde est d'un côté celui du virtuel, de l'apparence, de l'éphémère, de l'à peu près, et, de l'autre, celui de l'hyper-communication, où, derrière un écran d'ordinateur, nous voulons tout savoir, tout connaître. Entre les deux, nous sommes bien esseulés. Nous essayons de protéger notre vie privée.

 

Comme vous l'avez certainement appris, le site internet Google Maps a mis à la disposition des internautes une nouvelle fonction, Street View. Nous pouvons ainsi visiter virtuellement la quasi-totalité des rues de notre pays. Le système, déjà disponible dans d'autres pays, est très populaire. Chacun peut dire qu'il y trouve son compte. Cependant, il soulève de nombreuses questions sur le plan du respect de la vie privée.

 

Nous le savons par les images qui fleurissent sur les réseaux sociaux: peu de temps après la mise en service de ce site, des citoyens se sont vus apparaître dans des situations embarrassantes. Des délits et des infractions ont pu être surpris. Il est évident que ce système contient malgré tout des données à caractère personnel.

 

Google a utilisé un logiciel censé rendre méconnaissables les visages et les plaques d'immatriculation, mais nous nous sommes rendu compte que celui-ci n'était pas efficace à 100 %.

 

Monsieur le ministre, je souhaite vous poser quelques questions.

 

Le lancement de la version belge de Street View est l'aboutissement d'un processus étalé sur plusieurs années. La Commission de protection de la vie privée a conclu plusieurs accords avec Google à cette occasion. Quel est le contenu de ces accords? Quelles sont les garanties données et vous paraissent-elles suffisantes? Sont-elles pour l'heure toutes respectées et surtout quelles sont les sanctions prévues en cas de non-respect?

 

Google offre à chacun la possibilité théorique de s'opposer à la publication et au traitement de données à caractère personnel. L'outil proposé à cet effet est-il facilement accessible et utilisable? Des articles récemment publiés ont fait état de procédures judiciaires en Allemagne, en Suisse et en France. Google ne semble pas obtempérer dans le cadre de ces procédures. De quels recours nos citoyens disposent-ils? Y aura-t-il une évaluation du fonctionnement de ce site? Dans quel délai et selon quelles modalités?

 

09.02  Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, depuis hier, Google a installé une nouvelle fonctionnalité appelée Street View dans une application Google Maps.

 

Cette fonctionnalité pose certains problèmes, notamment au niveau de l'atteinte à la vie privée et au droit de l'image.

 

Ces problèmes se posent même si Google a déjà pris soin de flouter les plaques d'immatriculation et les visages des personnes photographiées lors du passage des fameuses Google cars, mais ce floutage présente des défauts. Ainsi, il arrive que des erreurs soient commises et qu'il soit parfois possible de reconnaître des personnes ou des plaques d'immatriculation.

 

Street View existe déjà depuis plusieurs années dans d'autres pays et des procès sont déjà en cours suite à des plaintes déposées pour atteinte à la vie privée, notamment en Allemagne, en Suisse et en France. Mais Google ne semble pas vraiment se préoccuper de ces procès et adopte plutôt un comportement assez arrogant par rapport à cette problématique.

 

Monsieur le ministre, de quels moyens la Belgique dispose-t-elle pour contrer les éventuelles atteintes à la vie privée et au droit de l'image? La Commission de la protection de la vie privée s'est-elle déjà exprimée au sujet de cette nouvelle fonctionnalité? Quelles sont les mesures concrètes que vous envisagez de prendre pour éviter d'éventuelles dérives? Quid des données personnelles qui ont été scannées par Google lors du passage des Google cars? Il semble, en effet, que des adresses, des accès au wifi aient été piratés.

 

En outre, il semblerait que 150 000 euros aient été dégagés en vue d'un règlement à l'amiable et d'un dédommagement des personnes lésées. Quels sont les termes de cet accord? À quoi correspond le montant précité?

 

09.03  Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, chers collègues, j'ai interrogé la Commission de la protection de la vie privée au sujet de la fonctionnalité Google Street View.

 

Je tiens à répéter aux parlementaires qu'ils ont toujours la possibilité de poser directement leurs questions à cette commission qui dépend directement du parlement et qui pourra leur expliquer l'attitude qu'elle adopte à ce sujet.

 

Cela dit, on m'a informé que plusieurs contacts avaient eu lieu entre Google et la Commission de la protection de la vie privée et que celle-ci avait décrit les mesures à prendre par le moteur de recherche.

 

Quelles sont ces mesures? Il est ici question de la possibilité de flouter le visage des personnes et les signes distinctifs. Un outil doit permettre de s'opposer, par simple demande, à la publication et au traitement ultérieur de données à caractère personnel. Il s'agit-là de l'une des règles de base de notre loi sur la vie privée.

 

Cela a été repris dans une recommandation élaborée par la Commission de la protection de la vie privée à propos des applications de mobile mapping. Bien sûr, une évaluation sera faite. Il faudra attendre un peu pour connaître la nature des plaintes. La Commission a demandé que les règles en vigueur dans les autres pays soient respectées chez nous. Chaque citoyen dispose légalement du droit de les contester.

 

Néanmoins, une infraction a été commise. La Commission de la protection de la vie privée a réagi, de sorte qu'une amende de 150 000 euros a dû être payée. L'infraction visait du hacking d'informations au moyen du wifi, ce qui est interdit.

 

Pour le reste, il ne se pose pas de problème de principe. C'est une question d'application, car ce qui est fait est parfaitement correct.

 

09.04  Joseph George (cdH): Monsieur le ministre, ce qui apparaît sur les réseaux sociaux laisse entendre que le floutage et l'absence d'identification n'est pas la réalité. Ce qui est inquiétant, c'est que, une fois le processus lancé, récupérer une information qui a été transmise par les réseaux sociaux est quasiment impossible. C'est là que réside toute la difficulté: l'irréparable est commis avant même que l'on ait pu réagir. Il faudra être absolument attentif en la matière.

 

Cela dit, je ne reprendrai pas le vieux débat initié au moment où l'on a lancé les premières photographies dans les grands parcs parisiens. Les Parisiens s'étaient émus de la possibilité de les voir se promener dans les grands parcs. C'était à la fin du XIXsiècle!

 

09.05  Jacqueline Galant (MR): Monsieur le ministre, je vous entends bien, mais nous avons déjà des remarques de citoyens, qui ont demandé le floutage, parce que la précision était insuffisante, et leurs demandes ont été rejetées.

 

Il s'avérerait intéressant que l'on puisse avoir en commission une audition de la Commission de la protection de la vie privée pour avoir un point de vue très précis à ce sujet. Je solliciterai la convocation auprès de votre commission concernée et de sa présidente.

 

Le président: Nous ferons le nécessaire!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Question de Mme Kattrin Jadin au ministre de la Justice sur "le délai entre une condamnation à une peine de prison et la délivrance du billet d'écrou" (n° P0612)

10 Vraag van mevrouw Kattrin Jadin aan de minister van Justitie over "de termijn tussen de veroordeling tot een gevangenisstraf en de afgifte van de akte van opsluiting" (nr. P0612)

 

10.01  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, il s'agit d'un fait divers qui s'est produit dans la région namuroise, mais qui a suscité beaucoup d'émoi bien au-delà via la presse francophone.

 

Une dame qui avait tenté d'assassiner son mari a été condamnée. Entre la condamnation et la réception du billet d'écrou, plus de quatorze mois se sont écoulés. Comme cette dame a interjeté appel, je crois inopportun de nous exprimer sur son geste. Il n'empêche que cette affaire inspire diverses questions.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler les dispositions légales en matière de délivrance du billet d'écrou? Quelle est la norme? Par comparaison à cette norme, quelle est la situation dans les faits? Existe-t-il des statistiques? Quelles sont les causes de ces importants retards? Des solutions sont-elles mises en œuvre ou préconisées pour y remédier?

 

10.02  Stefaan De Clerck, ministre: Monsieur le président, chère collègue, en principe, il faut donner exécution immédiatement après le jugement ou l'arrêt, pour autant qu'il soit définitif: c'est alors qu'est réalisé le calcul.

 

La pratique, en principe identique partout, est très différente. De là, apparaissent énormément de différences dans son application. Je n'ai pas interrogé tous les parquets ni toutes les cours d'appel, mais une première demande le démontre.

 

Par exemple, à Anvers, la réaction a lieu endéans les deux mois après jugement; les cours d'appel de Gand et d'Anvers, endéans la semaine: le parquet général réagit donc plus vite. J'apprends qu'à Bruxelles, la réaction peut se faire attendre six mois. Les différences sont donc marquées.

 

Cela dit, la Chambre connaît déjà des débats similaires, tels celui concernant l'exécution des jugements à l'étranger ou celui traitant de l'exécution à l'étranger des jugements rendus en Belgique. Le parquet aura en ces affaires un rôle bien plus important à remplir.

 

Il en va de même pour la détention à domicile, système que nous voulons instaurer à partir du début de l'année prochaine. On constate à chaque fois que le ministère public doit jouer un rôle plus important. Cette branche de la pratique judiciaire, l'exécution des peines, devient de plus en plus une responsabilité du ministère public. Il faudra veiller à plus d'efficacité dans son intervention.

 

Je soutiens donc le rôle du ministère public mais il vaut mieux attendre les différentes mesures pour organiser davantage son intervention et faire en sorte qu'il travaille plus vite, dans des circonstances parfois très difficiles étant donné la surpopulation de nos prisons.

 

10.03  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je suis tout à fait d'accord avec vous sur le fait qu'il faille œuvrer à une meilleure efficacité dans l'application des peines après jugement. Bien évidemment, nous savons que nos prisons sont surpeuplées et qu'il faudra se pencher sur cet aspect.

 

Je suis entièrement d'accord avec vous quand vous dites que le ministère public doit jouer un rôle plus important pour remédier à ce problème. Je répète qu'il va de soi que cela devra aller de pair avec la mise à disposition des moyens adéquats pour que les agents et le ministère public puissent effectuer leur travail dans de bonnes conditions.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Samengevoegde vragen van

- de heer Herman De Croo aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over "financiële sancties tegen Iran" (nr. P0605)

- mevrouw Els Demol aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over "financiële sancties tegen Iran" (nr. P0606)

11 Questions jointes de

- M. Herman De Croo au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur "l'imposition de sanctions financières à l'égard de l'Iran" (n° P0605)

- Mme Els Demol au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur "l'imposition de sanctions financières à l'égard de l'Iran" (n° P0606)

 

11.01  Herman De Croo (Open Vld): Mijnheer de minister, collega’s, ik heb hier reeds een vraag over Iran gesteld. U kan misschien zeggen dat dit allemaal ver van ons bed is, maar dat geloof ik niet. Ik voel een spanning in dat deel van de wereld die ook ons rechtstreeks kan beïnvloeden.

 

Wat mij getroffen heeft, is een beslissing op 20 november, een paar dagen geleden, door de Britse regering, die de grote Britse banken in Londen – het centrum van het financiële gebeuren in de wereld – verbiedt om nog financieel in contact te komen met banken in Iran, de Iraanse centrale bank incluis. Dit is nooit gehoord of gezien. Daarenboven zijn er ook toepassingen van zogenaamde smart sanctions, kleine sancties die men probeert te maken, zoals geen visum geven, geld inhouden en zo meer.

 

Wij komen dan terecht in een enorm debat dat ik toch kort zou willen aansnijden. De kanselier Osborne, kanselier in het Britse regeringsgebeuren, zegt de overtuiging en bewijzen te hebben dat die banken in Iran het nucleair programma, de productie van splijtstof, financieren en dat men dus de financiering naar, of de contacten met die banken moet droogleggen.

 

Nu mijn vraag, op 1 december aanstaande hebben de ministers van Buitenlandse Zaken een bijeenkomst. Zal die beslissing die Londen naar voren heeft gebracht, gevolgd en besproken worden? Ik ken de terughoudendheid van China, Rusland en andere derdewereldlanden, als dat nog mag gezegd worden. Dit geheel is zo belangrijk dat, indien wij tot de last resort, de eventuele aanval, vernietiging door misschien Israël of de USA, zouden moeten overgaan, men eerst al de andere tussenstadia zou moeten gebruiken. Ik zou u willen aanmoedigen om in die lijn verder te ageren.

 

11.02  Els Demol (N-VA): Geachte collega’s, mijnheer de minister, op 7 november bracht het Internationaal Atoomagentschap een nieuw rapport uit over het Iraanse atoomprogramma. De vrees bestaat al enkele jaren dat Iran ook werkt aan een atoombom. In dit rapport suggereert men inderdaad dat het wel eens echt mogelijk zou kunnen zijn.

 

Uiteraard reageert de Iraanse ambassadeur bij het Internationaal Atoomagentschap dat het een politiek gekleurd rapport is. Hij verwerpt het dan ook.

 

De internationale gemeenschap is echter wel degelijk bevreesd voor de gevolgen. Indien Iran zou beschikken over een atoombom, zou er wel eens een nieuwe nucleaire wapenwedloop kunnen volgen. Israël gaat nog een stapje verder en wil zelfs het gebruik van militaire acties tegen die Iraanse installaties niet eens uitsluiten.

 

Mijn vraag heb ik twee weken geleden reeds ingediend. Er is ondertussen veel water naar de zee gevloeid. We weten dat er inderdaad al een aantal zaken is gevolgd. Enkele landen hebben al bijkomende maatregelen genomen en sancties afgekondigd.

 

Ook weten we dat er intussen door de ministers van Buitenlandse Zaken van Europa een principeakkoord bereikt is dat donderdag ondertekend zal worden.

 

Mijnheer de minister, ik heb daarover drie vragen voor u.

 

Ten eerste, hoe evalueert de Belgische regering dat nieuw rapport van het Internationaal Atoomagentschap?

 

Ten tweede, heeft België de vraag naar meer internationale sancties tegen Iran volmondig gesteund? Over welke concrete sancties gaat het dan?

 

Ten derde, is België rechtstreeks betrokken partij bij een van die sancties?

 

11.03 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, sta mij toe te beginnen met te herhalen wat hier veertien dagen geleden ook al aan bod kwam, toen het rapport van het agentschap nog kersvers was. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie die er daarna over vergaderd hebben, spraken duidelijk over een “growing concern”. Met andere woorden, op de vraag van mevrouw Demol hoe ernstig wij dat moeten nemen, is het antwoord uiteraard: zeer ernstig. Collega De Croo heeft er terecht op gewezen dat dit geen licht op te nemen aangelegenheid is.

 

Als het gaat over sancties, heeft België altijd gezegd dat ze allemaal “smart” moeten zijn. Met “smart” bedoelen we dat zij een impact moeten hebben op de situatie, dat zij vooral het regime moeten raken en niet disproportioneel de bevolking.

 

Tegelijkertijd is het duidelijk dat wij die sancties altijd beschouwen als een onderdeel van een dubbele strategie, die ten aanzien van de Iraanse overheid nog altijd de bedoeling moet hebben om ze aan de onderhandelingstafel te krijgen.

 

Als dat niet lukt, als de onderhandelingen niet vooruitgaan – en het is duidelijk dat het rapport een nieuw element is dat aantoont dat Iran de internationale verplichtingen niet helemaal ernstig neemt – kan men niet anders dan tot sancties overgaan. De groep van Europese ministers heeft tijdens de vorige vergadering gesproken over “reinforced sanctions”.

 

Ik kan u zeggen dat het een halfuurtje duurde om van “strong sanctions” naar “reinforced sanctions” te gaan. Ik laat u raden wat de nuance tussen die twee is. In elk geval is het duidelijk dat wij op onze volgende vergadering, op 1 december, ongetwijfeld sterkere druk zullen uitoefenen.

 

Mijnheer De Croo, ik wil u op één ding wijzen. Verklaringen over nieuwe sancties zijn één zaak, de implementatie ervan is een andere zaak. Er is een VN-sanctiecomité op bezoek geweest in België. Het comité heeft uitdrukkelijk gezegd dat de implementatie van de sancties door België bij de beste en de meest gerespecteerde van de hele wereld is.

 

Met andere woorden, wij zitten in het kamp van diegenen die de druk willen opvoeren. Wij zitten in het kamp van diegenen die zeggen dat de sancties versterkt moeten kunnen worden. Wij dringen er echter eerder op aan dat de sancties die al afgesproken zijn, zeker worden uitgevoerd.

 

Wat de financiële sector betreft, weet ik dat er berichten zijn over financiële transacties, maar die gebeurden in de periode voor de sancties van kracht waren. Bij ons weten hebben de Belgische banken vandaag geen relaties met de Iraanse overheid.

 

Ik meen dat iedereen het erover eens is dat sancties enkel acceptabel zijn als zij niet retroactief werken. Wie op een correcte manier te goeder trouw contracten afsloot, moet uiteraard het recht hebben ze uit te voeren.

 

Kortom, mijnheer De Croo, op 1 december zal België wel degelijk tot de groep landen behoren die spreken over “reinforcing”, maar ik zal bijzondere nadruk leggen op onze excellente implementatie van de huidige sancties. Ik meen dat België wat dat betreft een voorbeeld is.

 

11.04  Herman De Croo (Open Vld): Mijnheer de minister, ik ben gelukkig met de appreciatie die internationale beoordelaars hebben van onze wijze van toepassen van sancties. Ik weet dat men heel veel Latijn begint te spreken in Vlaanderen en ik wil niet doorgaan voor iemand die zichzelf herhaalt, maar ik zou bijna durven zeggen: “Carthago delenda est”, zoals Cato de Oude het zei in de Senaat. Wij moeten blijven aandringen, we mogen dat niet loslaten. Waarom zeg ik dat? Indien er sancties zijn, indien een algemene consensuele veroordeling van financiële of andere aard dit land en zijn bestuursgroep treft – u weet dat die bestuursgroep niet alleen religieus maar ook financieel bijzonder naar de buitenwereld kijkt en blijkt te moeten kijken –, is dat een veel minder riskant alternatief dan de veel zwaardere unilaterale wijze van optreden. De wereldvrede raakt ons allemaal. Wat zouden wij zijn indien het Verre Oosten of Midden-Oosten zou exploderen in een conflict waarvan wij noch de gevolgen kunnen inschatten, noch de miserie onderschatten.

 

11.05  Els Demol (N-VA): Mijnheer de minister, ik meen dat het inderdaad een zeer onrustwekkende situatie is. We nemen dus sancties tegen Iran. Ik wens echter ook te benadrukken dat een kernwapendreiging niet alleen een westers probleem is, niet alleen een probleem van de Verenigde Staten en Europa, maar ook een probleem van China, Rusland en de hele wereld. Het zou dus het beste zijn als zij aan een zeel trekken met de gehele internationale gemeenschap. Ik vraag u dan ook om op de internationale fora iedere gelegenheid die u hebt te baat te nemen om deze landen dit signaal te geven.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van de heer Dirk Van der Maelen aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over "de Congolese verkiezingen" (nr. P0607)

12 Question de M. Dirk Van der Maelen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur "les élections au Congo" (n° P0607)

 

12.01  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, midden 2006 behoorde ik tot degenen die met steile verwachtingen uitkeken naar de verkiezingen. Er was grote hoop dat dit land en vooral dit volk de vruchten zouden kunnen plukken van verkiezingen.

 

Een eerste vraag. Bent u het met mij eens dat de oogst zeer mager is? Als ik kijk naar de armoedebarometer van de Verenigde Naties, stel ik vast dat Congo op de voorlaatste plaats staat. Alleen in het Zimbabwe van Mugabe is het slechter om te leven. Moet dit ons niet aanzetten tot enig nadenken? Hebben wij wel het goede beleid ten aanzien van Congo en het regime van de heer Kabila gevoerd? Zijn we niet te meegaand geweest? Zijn we niet te weinig kritisch geweest?

 

Mijn tweede vraag. Ik ben bijzonder ongerust over de verkiezingen die maandag zullen georganiseerd worden. Er is het logistieke probleem, maar dat is minder erg. Er is het meer fundamentele probleem. Zullen die verkiezingen een legitieme president en een legitieme regering geven? Ik heb daar grote vrees bij. Verkiezingen in een eerste ronde betekenen waarschijnlijk dat iemand verkozen zal zijn met 30 % tot 40 % van de stemmen.

 

Wat mij nog het meest van al zorgen baart, is de laatste informatie die we krijgen over georganiseerde fraude. Het Belgisch bedrijf Zetes speelt een belangrijke rol in de organisatie van de verkiezingen en zegt dat er honderdduizenden dubbele registraties van kiezers zijn. De International Crisis Group zegt dat het niet toevallig is dat die dubbele registraties zich net voordoen in de regio’s waar de partij van de president het sterkst staat en dat onderregistratie juist gebeurt in die hoeken van het land waar de oppositie het sterkst staat.

 

Er is een kiescommissie met aan het hoofd een medestander van de president. Hij staat erbij en kijkt ernaar.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag is de volgende.

 

Meent u dat in dergelijke omstandigheden het land Congo een president kan krijgen die democratisch gelegitimeerd is en de kracht en de geloofwaardigheid heeft om het land van de voorlaatste plaats op de Afrikaanse armoedebarometer weg te leiden?

 

12.02 Minister Steven Vanackere: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van der Maelen, ik zal vooral ingaan op uw tweede vraag over de verkiezingen. Uw eerste vraag is immers de gewetensvraag die ieder westers politicus en iedere minister van Buitenlandse Zaken die geen verantwoordelijke in Congo is, zichzelf regelmatig moet stellen. Met name, wat moet zijn of haar houding zijn ten opzichte van de situatie in een land waar merkbaar is welke schrijnende onderbenutting van mogelijkheden er is en welke kansen er worden vergooid?

 

Echter, tegelijkertijd ziet men dat er vooruitgang is. Ik denk dat ook u dat niet ontkent; als het gaat over een aantal aspecten van veiligheid en van economisch beheer, is het geen toeval dat, bijvoorbeeld met de steun van het IMF en een aantal andere internationale organisaties, Congo wel degelijk vooruitgang boekt, zij het stapsgewijs en op een tempo dat ieder rechtgeaard politicus een onvoldaan gevoel moet geven.

 

Er is het feit dat Congo tot schuldherschikkingen kan komen, dankzij het feit dat de bewindvoerders in Congo een aantal macro-econonomische evenwichten terugvinden. Er is ook het feit dat bijvoorbeeld recent nog in het voor ons bijzonder belangrijke Kimberley Process, dat ervoor moet zorgen dat de handel in diamanten op een eerlijke manier gebeurt, het voorzitterschap van Congo met een diplomatiek gesproken sterke ondersteuning van de Belgische overheid tot successen heeft geleid, terwijl iedereen voorspelde dat het zou mislukken.

 

Het betreft hier het oude debat over het glas dat halfvol dan wel halfleeg is. Wie weet, zal u opmerken dat ik met de helft nog te royaal ben. Over die vraag kunnen wij echter bijzonder vaak spreken.

 

In antwoord op uw tweede vraag over de verkiezingen moet ik u melden dat ik ze niet organiseer. Ik organiseer de verkiezingen in Congo niet.

 

De internationale gemeenschap biedt zo veel mogelijk ondersteuning in de tweede kans voor de bevolking om de confrontatie met de democratische oefening aan te gaan, waarbij deze keer de Congolese overheid een groter deel van het electorale proces zelf zal financieren.

 

Ik zie een paar positieve tekenen. Het vaste voornemen om deze keer de lokale verkiezingen ook te houden, is een positief teken.

 

Het feit dat men de presidentiële verkiezingen en de parlementaire verkiezingen niet heeft ontkoppeld, ook al droomde men daar eventueel van en is men daar onder druk van Brussel op teruggekomen, is een goed teken.

 

Er is ook het feit dat men presidentiële verkiezingen organiseert in één ronde. Daar mag kritiek op worden geformuleerd. Wij hebben dat in dit Parlement trouwens ook gedaan. Ik ken echter een grote bondgenoot van ons, de VS, waar dat systeem ook zo werkt.

 

De waarheid is natuurlijk ook dat iedereen die zegt dat dit model de zittende president te veel bevoordeelt, vooral moet bedenken dat samenwerking tussen de oppositie ook iets is wat de opposanten moeten willen.

 

Ik heb met de opposanten gesproken toen ik daar was in mei. Iedereen was voorstander van een unieke kandidaat tegen president Kabila, op voorwaarde dat het over henzelf ging. Je moet dat ook vaststellen.

 

Wat de organisatie van de verkiezingen betreft, wordt maandag nog steeds als de datum naar voren geschoven. De heer Meece van de VN heeft dat nogmaals opnieuw bevestigd. Ik zeg u – ik heb dat enkele weken geleden in het Parlement ook gezegd – dat enkele dagen uitstel perfect denkbaar is omwille van logistieke problemen.

 

De fatidieke datum lijkt mij 6 december te zijn. Dat is het ogenblik waarop het mandaat van de president vervalt. Ook de oppositiepartijen hebben altijd gezegd dat, zolang het gebeurt binnen de periode van het mandaat van Kabila, zij daarmee genoegen kunnen nemen.

 

Zullen wij een goede stembusgang hebben? Alles is naar verhouding te nemen. De internationale diplomaten en observatoren die daar massaal aanwezig zijn, schijnen mij toch wel te bevestigen dat het alles samen relatief voldoeninggevend is.

 

Een zaak moet duidelijk zijn. De weg naar de democratie is er een die in een land niet in een, twee, drie kan worden gezet. Daarom is het zo belangrijk om duidelijk te maken aan de Congolezen dat het democratisch proces blijvend en recurrent moet worden voortgezet. Ik wijs op het belang van de lokale verkiezingen. Men moet voorts voldoende aangeven dat een democratie niet alleen verkiezingen zijn, maar ook democratische instellingen. Dat heb ik in mijn gesprek met president Kabila, waarin ik een uur lang over rechtsorde en justitie heb gesproken, heel nadrukkelijk onderstreept.

 

Ik blijf vinden dat een engagerende, lucide houding tegenover dat land, ziend wat er nog niet in orde is, daarover durven spreken maar dat doen op een respectvolle manier, de beste manier is om vooruitgang te helpen verwezenlijken. Een zaak is duidelijk. Het zullen de Congolezen zijn die het voor elkaar moeten krijgen.

 

12.03  Dirk Van der Maelen (sp.a): Mijnheer de minister, ik zal even terugkomen op beide punten.

 

Ten eerste, Congo is potentieel het rijkste land van Afrika. Wat het regime van president Kabila heeft gerealiseerd, is ondermaats. Een land met zo’n potentieel staat op de voorlaatste plaats van de armoedebarometer van heel de wereld. Dat is een ondermaatse prestatie. Het Congolese volk verwacht van België dat wij meer doen dan zwijgzaam meelopen met het regime van president Kabila.

 

Ten tweede, gelukkig hebben wij niet echt veel Belgisch geld geïnvesteerd in de verkiezingen, hoewel we nog tot de grootste investeerders behoren. Congo kan wat mij betreft het land blijven dat het meest onze ontwikkelingshulp geniet. Ik meen dat wij samen met de rest van de internationale gemeenschap veel meer op onze strepen moeten staan om ervoor te zorgen dat dat land met een dergelijk potentieel beheerd en bestuurd wordt in het belang van het volk en niet in het belang van sommige leiders en de kaste die errond hangt.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

13 Question de M. Anthony Dufrane à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur "la nouvelle carte MOBIB de la SNCB" (n° P0613)

13 Vraag van de heer Anthony Dufrane aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over "de nieuwe MOBIB-kaart van de NMBS" (nr. P0613)

 

13.01  Anthony Dufrane (PS): Madame la ministre, on dit souvent que la Belgique se divise. Aujourd'hui, je suis particulièrement heureux de constater que la technologie permet de l'unifier. À l'horizon 2014, on pourra voyager sur l'ensemble du réseau de transports en commun en utilisant un système de paiement unique. Le voyageur aura alors à sa disposition un outil simple et efficace, qui lui permettra de profiter pleinement de l'intégralité des moyens de transport qui s'offrent à lui: trains, trams, bus, métro, mais également les vélos et les voitures partagées. La seule limite sera alors l'imagination.

 

En annonçant l'arrivée de sa carte MOBIB, la SNCB franchit un pas très important qui devrait rencontrer les attentes des usagers. Néanmoins, la technologie ne doit pas dédouaner la SNCB des responsabilités les plus importantes. Je pense tout d'abord au respect absolu de la vie privée. On se rappelle toutes et tous la polémique autour de la carte MOBIB de la STIB. La technologie ne doit pas être également un prétexte à la dégradation des conditions de travail des membres du personnel ni même à la suppression de guichets. Ce serait en détourner l'usage.

 

Madame la ministre, pouvez-vous nous assurer que la SNCB aura un total respect de la protection de la vie privée des usagers et aura tiré toutes les leçons de la polémique née de la carte STIB? Les usagers auront-ils la possibilité de bloquer la carte MOBIB en cas de perte ou de vol et de se la voir remplacer gratuitement le cas échéant?

 

Pour le personnel, quels seront les impacts au niveau des conditions de travail? Je pense notamment au contrôle des titres de transport par les accompagnateurs de train ou encore au renouvellement des abonnements.

 

13.02  Inge Vervotte, ministre: Monsieur le député, pour le contrôle, les accompagnateurs de train devront demander la carte à puce du client et l'approcher de leur portable de contrôle, IBIS.

 

Ce portable vérifiera automatiquement la présence d'un abonnement virtuel et, au moyen d'une coloration verte ou rouge d'un champ qui apparaît sur l'écran IBIS, si le trajet de l'abonnement virtuel correspond bien à un trajet autorisé en fonction du positionnement du train au moment du contrôle; si la classe de l'abonnement virtuel correspond bien à la classe dans laquelle le contrôle s'effectue et si la période de validité de l'abonnement virtuel correspond bien à la date du contrôle.

 

La procédure de contrôle ne change donc fondamentalement pas. L'accompagnateur effectue toujours un contrôle visuel à bord des trains. Donc pas de remplacement par une validation sur le quai avant l'embarquement, comme c'est le cas en France.

 

En revanche, le contrôle actuel est remplacé par la lecture de la couleur des champs – vert ou rouge – sur l'écran IBIS. Cela va rendre la procédure plus aisée et plus systématique. Si un client perd sa carte, il peut la faire bloquer immédiatement en s'identifiant auprès de l'opérateur, émetteur de la carte. Celle-ci sera alors bloquée et ne pourra être utilisée par aucune autre société de transport public recourant à MOBIB. De la sorte, toutes les données électroniques deviendront inaccessibles. La protection de la vie privée est donc totalement respectée.

 

Si vous avez des questions supplémentaires à me poser à ce sujet, nous pourrons en discuter en commission, car le sujet risque de devenir trop technique.

 

13.03  Anthony Dufrane (PS): Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses. Je vous poserai, dès lors, d'autres questions.

 

Par ailleurs, j'insiste sur l'importance de l'intermodalité, puisqu'elle rend le voyage plus facile. La mise en service de la carte MOBIB par la SNCB n'empêchera certainement pas les retards, pas plus qu'elle n'évitera les trains bondés, mais elle contribuera à améliorer la mobilité des citoyens.

 

Néanmoins, nous nous montrerons très attentifs à sa mise en œuvre, afin d'éviter d'éventuels effets pervers sur les conditions de travail du personnel et sur les services offerts aux voyageurs.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Projets et propositions

Ontwerpen en voorstellen

 

14 Projet de loi portant sur la Résolution 612 intitulée "Augmentation sélective du capital social autorisé 2010 pour renforcer le droit de vote et la participation des pays en développement et en transition" et sur la Résolution 613 intitulée "Augmentation générale du capital 2010" du Conseil des Gouverneurs de la Banque internationale pour la Reconstruction et le Développement relatives à la souscription de la Belgique à l'augmentation sélective et générale du capital de la Banque internationale pour la Reconstruction et le Développement (1838/1-2)

14 Wetsontwerp houdende de Resoluties 612 getiteld "2010 Selectieve verhoging van het toegelaten maatschappelijk kapitaal om het stemgewicht en deelname van ontwikkelings- en transitielanden te versterken" en 613 getiteld "Algemene kapitaalsverhoging 2010" van de Raad van Gouverneurs van de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling met betrekking tot de inschrijving van België op de selectieve en algemene kapitaalsverhoging van de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (1838/1-2)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

Le président: La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

M. Clarinval renvoie à son rapport écrit.

 

14.01  Laurent Louis (indép.): Monsieur le président, chers collègues, comme vous le savez, nous cherchons en vain, depuis plusieurs semaines, à mettre la main sur 11 milliards d'économies. Chaque jour qui passe, la situation économique empire et notre pays se rapproche un peu plus encore du gouffre. Ces derniers jours, le taux d'emprunt à dix ans est monté en flèche, atteignant presque 5,5 %. Notre dette est plus importante que la moyenne européenne.

 

La crise politique, à n'en point douter, a affaibli notre pays face au marché. Nos concitoyens ressentent au quotidien les conséquences de la crise actuelle. Les Belges ont de plus en plus de mal à finir le mois. Leur pouvoir d'achat a diminué. Le travail, pour les salariés, mais aussi et surtout pour les indépendants, se fait de plus en plus rare.

 

Et nous, que faisons-nous? Nous décidons d'octroyer près de 46 millions d'euros à la Banque internationale pour la Reconstruction et le Développement. Á quoi sert cette Banque? Elle sert à réduire la pauvreté dans les pays pauvres par le biais de prêts ou d'autres services du même type.

 

Voilà bien une mesure qui intéresse vraiment nos concitoyens! Voilà bien une mesure qui va améliorer leur qualité de vie! Cette nouvelle décision est, selon, moi, totalement intolérable. En outre, le 13 octobre, il y a un peu plus d'un mois, nous avons déjà versé 730 millions d'euros pour l'aide au développement. En y ajoutant les 46 actuels, nous approchons les 800 millions!

 

Comme vous le savez, j'ai refusé d'approuver ce versement de 730 millions. Vous comprendrez dès lors que je ne pourrai pas non plus soutenir le présent projet. Je pense que tout ceci est tout simplement indécent.

 

Ce qui l'est encore plus, c'est que les négociateurs – s'il y en a toujours – ne cessent de dire à la population qu'elle devra faire des efforts et se serrer la ceinture. C'est bien! Tous les jours, on entend parler de nouvelles taxes sur le dos des travailleurs et des indépendants, alors même que nos dirigeants se plaisent à dépenser allègrement de l'argent qui ne leur appartient pas et qui a été créé à la sueur de nos contribuables. C'est totalement inadmissible! Nous assistons là, chers collègues, à un manque total de respect envers les citoyens.

 

Ils ne sont bien sûr jamais informés de ces aides. La presse n'est plus là! Jamais, on ne commente ces discussions dans les médias! Jamais, la population n'est informée de cette réalité. J'estime qu'il est temps de montrer clairement à quoi l'État dépense l'argent de nos impôts.

 

Il n'est pas normal que nos dirigeants jouent la carte de la solidarité extérieure et de la générosité, alors même qu'un Belge sur sept vit sous le seuil de pauvreté! Pire, chez nous, un enfant sur six connaît la pauvreté au quotidien! Que fait-on pour eux? Rien! Strictement rien! On leur demande simplement de payer de nouvelles taxes. Cela suffit! Je trouve que cette injustice ne peut plus perdurer.

 

J'en entends déjà certains me traiter de raciste, de nazi ou je ne sais quoi encore, mais le débat n'est pas là! On ne peut pas continuer à cacher les erreurs de notre gouvernement en accusant ceux qui les dénoncent des pires maux. Refuser cette proposition, ce n'est pas du racisme! C'est juste la volonté de servir la population que je tiens à représenter et qui m'a fait confiance, sans jamais cesser de défendre en priorité ses intérêts. C'est tout simplement ce que je fais, madame Burgeon.

 

Ensuite, quand vous aurez cessé de gaspiller l'argent des Belges, quand vous aurez fait en sorte d'améliorer leur quotidien, quand vous aurez éradiqué la pauvreté en Belgique et que plus aucun Belge ne dormira sous un bout de carton en pleine rue, à ce moment-là, oui, nous pourrons jouer la carte de la générosité! Avouez que nous en sommes loin aujourd'hui. C'est la raison pour laquelle je suis assez fier, cet après-midi, de rejeter ce projet qui est en fait un vol manifeste de l'argent des contribuables!

 

14.02  Muriel Gerkens (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, je souhaitais intervenir car c'est un sujet important sur lequel nous n'avons pas été nombreux à interagir en commission. Mais, après l'intervention de M. Louis, je suis d'autant plus contente d'avoir demandé à prendre la parole aujourd'hui en plénière sur ce sujet.

 

Monsieur Louis, je suis en effet tout à fait scandalisée par les propos que vous avez tenus. Je pense vraiment qu'il est de la responsabilité de tout citoyen, qui a la chance de vivre dans un pays comme la Belgique qui est un pays riche malgré tout – et nous devons en être fiers –, d'aider les personnes qui, sur cette terre, sont encore moins bien nanties, qui sont particulièrement mal nanties pour des raisons économiques, politiques, environnementales ou climatiques.

 

En fait, ce projet permet aux citoyens belges d'être solidaires et de participer au développement et à la reconstruction des pays en difficulté, en voie de développement ou qui ont vécu des situations dramatiques.

 

Nous soutiendrons ce projet de loi qui vise l'augmentation de la participation des États membres à la Banque internationale de Reconstruction et de Développement. Et je prie le gouvernement belge d'inciter ses représentants au sein de cette institution à réclamer que l'on accorde une place de plus en plus importante en son sein aux pays en voie de développement.

 

Comme le ministre l'a rappelé en commission, il y a des États qui prêtent ou donnent de l'argent, et d'autres qui reçoivent de l'aide. Il est normal que les premiers aient un regard sur l'usage qui sera fait de l'argent. Mais il est aussi important que les pays bénéficiaires puissent participer à la réflexion sur la manière d'utiliser ledit argent, la façon dont il sera réparti et sur les projets qui seront soutenus en priorité.

 

Un premier pas a été fait puisqu'on a permis une meilleure représentation des pays en voie de développement au sein de la Banque internationale, mais ce n'est pas suffisant.

 

Cela dit, parmi les pays considérés comme étant en voie de développement, certains disposent de moyens financiers. Il ne faut pas confondre des pays comme l'Arabie Saoudite et le Koweït qui sont des pays riches, et des pays en voie de développement qui manquent de moyens pour assurer la subsistance de leur population.

 

Nous soutenons donc ce projet qui augmente la participation au financement de la Banque internationale pour la Reconstruction et le Développement et qui concrétise une amélioration de la représentation des pays en voie de développement, même si nous pourrions encore aller plus loin. En tout cas, selon nous, la Belgique pourrait essayer d'influer dans les négociations qui auront lieu en la matière.

 

Pour terminer, monsieur Louis, sachez qu'en aucun cas, nous ne pouvons partager l'analyse que vous avez faite de ce projet.

 

14.03  Didier Reynders, ministre: Monsieur le président, je remercie Mme Gerkens d'avoir déjà répondu aux propos de M. Louis. Il faut rester conscient de ce que représente notre intervention dans le monde pour lutter contre la pauvreté et pour permettre à des populations, qui se trouvent dans des situations totalement déplorables, d'accéder parfois à des biens de toute première nécessité. Par exemple, des projets sont réalisés pour leur permettre d'accéder à l'eau, à l'éducation, à la santé, à tout ce qui fait le développement humain.

 

Ensuite, je voudrais rassurer Mme Gerkens. Nos représentants siégeant au Comité de développement de la Banque mondiale et au sein des instances concernées défendent la participation accrue des pays les plus pauvres et des pays en développement aux décisions de la Banque. J'ai fait remarquer en commission que nous sommes dans le cadre d'une banque où la représentation dépend également du nombre de parts de l'investissement réalisé. Nous continuerons à défendre une implication et une participation plus fortes des pays les plus pauvres et des pays en développement.

 

14.04  Laurent Louis (indép.): Monsieur le président, permettez-moi de réagir puisque j'ai été visé par les discours de Mme Gerkens et de notre ministre Reynders.

 

Je voudrais que mes collègues aient le courage de descendre dans la rue pour dire cela aux Belges qui meurent de faim ou qui ont des difficultés à se chauffer, à ceux qui ont du mal à terminer le mois, à ceux qui regardent à tout, qui évitent de dépenser de l'argent ou qui n'arrivent pas à offrir des produits de première nécessité à leurs enfants.

 

Quand on ose tenir ce genre de propos au parlement, il faut avoir le courage de descendre dans la rue et de les répéter devant les familles démunies qui vivent sous le seuil de pauvreté. De la sorte, vous verrez ce que pensent vraiment les Belges que vous êtes censés représenter, même si je ne vois plus beaucoup de monde dans ce parlement qui les représente réellement. C'est le grand problème de notre politique aujourd'hui en Belgique; nous avons une classe politique qui est totalement déconnectée de la réalité. Elle ne se rend pas compte de ce que vivent les citoyens au quotidien. C'est le plus grand mal dont souffre notre pays. Je vous demande sincèrement d'en prendre conscience, de changer votre politique et, surtout, de revenir à l'essentiel: vous occuper prioritairement de la population et de ses préoccupations.

 

Le président: Comme président de cette assemblée, je ne peux pas accepter qu’on dise que les gens qui siègent ici ne représentent pas ceux qui les ont élus. Désolé, mais cela, je ne peux pas le laisser passer.

 

14.05  Laurent Louis (indép.): (…)

 

Le président: C’est votre avis, ce n’est pas le mien.

 

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1838/1)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1838/1)

 

Le projet de loi compte 2 articles.

Het wetsontwerp telt 2 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

15 Proposition de règlement d'ordre intérieur du Comité parlementaire chargé du suivi législatif (1882/1)

15 Voorstel van huishoudelijk reglement van het Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie (1882/1)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

M. De Croo était inscrit. Il n’est pas là.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

Vraagt iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par le comité sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1882/1)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door het comité aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1882/1)

 

La proposition compte 19 articles.

Het voorstel telt 19 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 19 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 19 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

Le président de la commission en fera le meilleur usage. N’est-ce pas, monsieur Dewael? Je sais que vous avez beaucoup insisté pour qu’on mette cette commission en route. Elle y est. Maintenant, vous avez tous les outils pour la faire fonctionner. Il y a beaucoup de travail.

 

16 Projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers (1825/1-10)

16 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (1825/1-10)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

Nous avons deux rapporteurs. Mme Galant qui est aussi inscrite comme intervenante. Je voulais savoir si vous faites tout ensemble. Oui, vous faites tout ensemble. Ensuite, M. Francken renvoie à son rapport écrit mais il interviendra immédiatement après pour présenter les dix amendements qu’il a déposés. J’ai insisté, peut-être est-ce un vœu pieux, pour qu’il ne soit pas trop long pour ne pas recommencer la discussion de la commission. Puis, nous avons 9 inscrits.

 

16.01  Jacqueline Galant, rapporteur: Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, le projet de loi vise la transposition de la directive 2008/115/CE du 16 décembre 2008, également appelée directive Retour. Les États membres étaient tenus de transposer les dispositions de cette directive au plus tard le 24 décembre 2010. Leur manquement à cette obligation compromettait l'efficacité et l'équité de la procédure commune en matière de retour et sapait également les fondements de la politique migratoire de l'Union.

 

La Belgique avait jusqu'ici failli à cette obligation à cause de la période d'affaires courantes – nous y sommes toujours. Il était cependant devenu impérieux de ne pas reporter davantage cette transposition.

 

La directive Retour prévoit les règles communes qui sont claires, transparentes et équitables en ce qui concerne le retour, l'éloignement, la rétention et la nouvelle entrée de certains migrants, tout en tenant pleinement compte du respect des libertés et droits fondamentaux de ceux-ci. Auparavant, la législation et la pratique des États membres en matière de retour divergeaient fortement. La directive Retour confère un cadre juridique commun contraignant à la politique européenne en matière de migration et garantit que les retours ont tous lieu dans des conditions humaines et dignes.

 

Il s'agit tout d'abord d'introduire un ordre de quitter le territoire qui aura en principe un délai d'exécution permettant à la fois de rencontrer une véritable possibilité de retour volontaire et de cadrer avec les délais proposés par la directive.

 

Cette mesure permettra également d'être conforme aux délais de recours et aux conséquences qui en découlent en matière d'accueil, telles qu'elles viennent d'être modifiées suite à l'adoption par la Chambre du projet de loi modifiant la législation concernant l'accueil des demandeurs d'asile déposé par M. Bart Somers et consorts.

 

Tout le monde ne peut bien entendu prétendre bénéficier d'un délai de 30 jours. C'est pourquoi il est proposé, conformément à la directive, de limiter ce délai dans différents cas, comme les risques de fuite, le non-respect de l'ordre de quitter le territoire, le non-respect des mesures préventives, le danger pour l'ordre public ou pour la sécurité nationale et le risque de fraude en cas de deuxième demande d'asile non prise en considération.

 

Dans tous ces cas, le délai sera limité entre zéro et sept jours. Si le délai est de zéro jour, la personne concernée se verra immédiatement accorder une entry ban. Il s'agit d'une impossibilité pour la personne éloignée de revenir dans la zone Schengen. Par ailleurs, si une personne ne respecte pas le délai qui lui est imposé par l'ordre de quitter le territoire, elle se verra également imposer une entry ban.

 

L'entry ban vaudra pour l'entièreté du territoire européen. Dès lors, l'obligation de quitter le territoire belge va avoir des conséquences sur l'ensemble de l'Union européenne et de la zone Schengen, à l'exception de l'Irlande et de la Grande-Bretagne.

 

En ce qui concerne les personnes emprisonnées, il y avait jusqu'ici des difficultés pour les renvoyer dans leur pays d'origine. Le projet installe un nouveau système afin d'éviter qu'une personne qui ne dispose pas de titre de séjour légal et qui devait quitter le territoire soit tout simplement remise en liberté.

 

Autre nouveauté, le texte prévoit que sera établie une liste de pays sûrs reprenant des pays dont les ressortissants ont peu de chances d'obtenir le droit d'asile car, sur base de la situation légale, de l'application du droit dans le cadre d'un régime démocratique et des circonstances politiques générales, il peut être démontré que d'une manière générale et uniformément dans les pays concernés, il n'est pas recouru à la persécution au sens de la Convention de Genève.

 

Président: André Frédéric, vice-président.

Voorzitter: André Frédéric, ondervoorzitter.

 

La procédure liée à cette liste de pays sûrs devrait être raccourcie grâce à un renversement de la charge de la preuve. Les demandeurs seront tenus de prouver qu'ils ont réellement besoin de protection de la Belgique. La décision à leur égard sera prise dans les 15 jours.

 

Ces dispositions rappellent tout d'abord l'importance du retour volontaire; il reste le moyen le plus efficace pour que les personnes retournent vers leur pays d'origine. Si le retour volontaire n'est pas exécuté dans le délai imparti, le retour forcé s'imposera, éventuellement accompagné d'une interdiction d'entrée.

 

Enfin, un véritable système d'éloignement à partir des prisons est mis en place.

 

Au cours des travaux en commission, le texte a fait l'objet d'une attention minutieuse de la part de l'ensemble des groupes politiques. La N-VA, notamment, a déposé plus de 70 amendements.

 

Les groupes politiques de la majorité soutiennent quant à eux le texte. Ce sont d'ailleurs ces groupes qui ont notamment déposé l'amendement qui introduit la liste des pays sûrs dans le texte.

 

Le président: Vous pouvez poursuivre avec votre intervention personnelle.

 

Chers collègues, si cela vous intéresse, vous restez; si cela ne vous intéresse pas, vous vous rendez à l'extérieur.

 

16.02  Jacqueline Galant (MR): Monsieur le président, merci.

 

Le groupe MR se réjouit du fait que la directive Retour puisse enfin être transposée en droit belge. Bien entendu, il aurait été possible d'aller plus loin, mais il s'agit d'un bon signal. Les choses sont désormais plus claires en ce qui concerne la politique de retour, d'éloignement, de rétention et de nouvelle entrée de certains migrants.

 

Une bonne politique migratoire comporte différents éléments. Elle commence par la prévention, elle implique l'existence d'un contrôle du flux entrant, une procédure décisionnelle rapide, une bonne lisibilité de la réglementation, ainsi qu'une politique d'intégration et d'éloignement efficace.

 

Le projet insiste sur la politique des retours volontaires, ce qui est certainement la meilleure méthode. Au cours des débats antérieurs, nous nous sommes d'ailleurs souvent déclarés favorables au retour volontaire. Toutefois, lorsque le retour volontaire n'est pas possible, un retour forcé s'impose. Le projet de loi à l'examen répond au souci de mener une politique correcte en matière de retour forcé, dans le respect des droits de l'homme et de l'intégrité des personnes concernées.

 

Si nous saluons la priorité désormais donnée au retour des illégaux, nous restons convaincus que cette mesure doit être accompagnée du raccourcissement de la procédure de demande d'asile et d'un travail en vue de limiter l'afflux d'illégaux, et ce tant dans l'intérêt des demandeurs individuels que des services concernés.

 

La liste des pays sûrs y contribuera sans doute. Notre groupe avait déjà déposé une proposition de loi concernant la liste des pays sûrs (document 53/1146/001). Nous soutenons donc cette mesure sans aucune réserve. Toutefois, nous regrettons qu'elle intervienne aussi tardivement.

 

L'élaboration concrète de la liste des pays sûrs sera suivie avec attention par notre groupe au moyen du débat parlementaire. Il est en effet important que l'Albanie et les pays de l'ex-Yougoslavie y figurent. C'est nécessaire si nous voulons faire diminuer le nombre de demandes d'asile.

 

La possibilité d'éloignement à partir des prisons permettra de régler partiellement le problème de la surpopulation carcérale. Nous nous en réjouissons également.

 

Enfin, je termine mon intervention en rappelant combien il nous semble important que le prochain gouvernement n'ait plus qu'un seul ministre chargé de la politique d'asile et d'immigration, afin de prendre des mesures cohérentes et d'assurer un suivi complet de la personne.

 

16.03  Theo Francken (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, geachte collega’s, het is vandaag een goede dag om in de plenaire vergadering over het migratiebeleid te debatteren. Ongeveer twee uur geleden is er een heel belangrijk Eurostatrapport vrijgegeven waaruit nogmaals blijkt dat wij toch wel degelijk op de hoogste tree staan inzake het aantal migrantennieuwkomers per duizend inwoners.

 

De cijfers zijn toch wel opvallend. Gemiddeld ontvangt de Europese Unie 1,8 nieuwkomers per duizend inwoners. Het gaat ook over Europese nieuwkomers, dus niet alleen over nieuwkomers uit derde landen. In België ligt dat op 5,9 per duizend inwoners, dus drie keer zo hoog als het Europese gemiddelde.

 

Daarmee staan wij op de derde plaats in de Europese Unie van 27. Op de tweede plaats staat Zweden met 6,7. Op de eerste plaats staat, misschien wat verwonderlijk, Luxemburg met 13,2 nieuwkomers per duizend inwoners. Dat zal ongetwijfeld ook veel te maken hebben met de financiële sector in de hoofdstad van het Groothertogdom Luxemburg.

 

Het is vandaag dus een zeer goede gelegenheid om toch eens te praten over een van de essentiële knelpunten, een van de essentiële elementen in het migratiebeleid, namelijk het terugkeerbeleid.

 

Geachte voorzitter, beste staatssecretaris, beste collega’s, ik ga heel vaak te velde spreken, zoals velen hier in de zaal waarschijnlijk, en bij mij gaat het dan vaak over migratie. Ik zeg steeds: als er twee grote uitdagingen zijn voor het migratiebeleid voor de komende jaren – dat zal niet alleen zo zijn voor de volgende regering, maar ook nog na 2014 en later –, dan zijn die het herstellen van het evenwicht tussen de actieve en de passieve migratiestroom en het herstellen van het evenwicht tussen instroom en uitstroom.

 

Met het eerste bedoel ik het volgende. Klassiek zijn er twee actieve migratiekanalen, namelijk arbeidsmigratie en studentenmigratie. In België is de actieve migratie goed voor ongeveer twintig tot dertig procent van het volledige migratieplaatje. Vorig jaar waren er 136 000 nieuwkomers en ongeveer twintig tot dertig procent kwam via het actieve migratiekanaal. Zeventig tot tachtig procent komt echter via de passieve migratiekanalen, namelijk asiel, regularisatie en gezinshereniging. Daarmee zijn wij de koploper in de Europese Unie. In geen enkel ander land is er zo’n onevenwicht tussen actieve migratie en passieve migratie.

 

De actieve migratie hebben wij nodig voor de arbeidsmarkt, die hebben wij nodig om de vergrijzing te bestrijden, die hebben wij nodig om op lange termijn onze welvaartstaat goed, stevig en sterk te kunnen houden.

 

Over passieve migratie heb ik ooit stevig in de clinch gelegen met mevrouw Lanjri. Inderdaad, het is niet omdat iemand komt via een passief migratiekanaal, dat hij niet actief op de arbeidsmarkt kan zijn. Het migratiemotief is echter een passief motief, men kan verblijfsrecht krijgen zonder dat er een actief element is. Bij actieve migratiekanalen zoals arbeids- en studiemigratie, is er wel een actief element.

 

In België ligt het zwaartepunt bij de passieve migratiekanalen. Dat is niet zo in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en andere Europese landen. In Nederland ligt de verhouding op 60/40 en in Frankrijk op 50/50. De grootste uitdaging voor de komende jaren is om de verhouding tussen actieve en passieve migratie in evenwicht te brengen.

 

Ik denk dat onze wet op de gezinshereniging er minstens voor zorgt dat er meer actieve migratie is, zodat het evenwicht niet volgend jaar, maar op lange termijn hersteld kan worden.

 

Dat is de eerste grote uitdaging, beste collega’s, voor de N-VA en ongetwijfeld voor heel veel collega’s hier die dag in dag uit met migratiebeleid bezig zijn.

 

De tweede grote uitdaging bestaat erin om het evenwicht tussen de in- en uitstroom te herstellen. Ik ben wat dat betreft in goed gezelschap, want de heer Somers heeft ook al verschillende keren in de Kamer de problematische situatie betreffende de in- en uitstroom aangeklaagd. Inderdaad, het terugkeerbeleid is de missing link van het migratiebeleid in België. Vandaag bespreken we de omzetting van de terugkeerrichtlijn. Welnu, dat kon een prachtige opportuniteit worden om effectief de missing link uit te werken en het onevenwicht tussen in- en uitstroom aan te pakken. Ik ben, samen met mijn collega’s van de N-VA-fractie en dan vooral Sarah Smeyers en Daphné Dumery, die de migratiethematiek opvolgen, enorm ontgoocheld over de omzetting van de richtlijn. Het was een prachtige opportuniteit om iets ten goede te veranderen, maar de kans is niet aangegrepen.

 

Ik zal toelichten waarom. Volgens mij zijn er drie grote lijnen waaraan we onze kritiek kunnen vasthaken. We hebben in de commissie een zeventigtal amendementen ingediend, waarvan we er nog een tiental overhouden. Ik zal niet amendement per amendement toelichten. Ik zal meer algemeen de grote lijnen proberen te schetsen, beste collega’s.

 

De eerste algemene kritiek is het feit dat de richtlijn te laat is omgezet. De richtlijn dateert van 2008. Mijnheer de staatssecretaris, u bent in juli 2009 bevoegd geworden voor migratiebeleid. Wij hebben tot nu moeten wachten op de omzetting. We staan daarmee niet alleen, de Europese klas doet het ter zake zeer slecht. We zijn bijna allemaal gebuisd, want nog maar een land heeft, denk ik, de richtlijn omgezet. We zullen dus het tweede land worden. In die zin is de laattijdige omzetting dus niet het grootste drama, maar dat is het mijns inziens wel in een land met een groot probleem met de terugkeer, wat toch in België het geval is, en waar het aanzuigeffect groot is. Een en ander had toch sneller gekund. Ik vind het dan ook jammer dat het zo lang heeft moeten duren.

 

Mijnheer de staatssecretaris, een veel fundamentelere kritiek is dat de richtlijn slecht is omgezet. Onze migratiewetgeving is enorm complex. De vreemdelingenwet is vrijwel onleesbaar. Dat heeft gezorgd voor een enorm grote advocatenlobby. Advocatenkantoren verdienen tonnen geld met het zoeken naar achterpoortjes in de migratiewetgeving. Ik noem dat de migratie-industrie.

 

De heer Di Rupo heeft in zijn nota, alsook in het ontwerp van regeerakkoord, geschreven dat er een nieuwe en leesbare immigratiecode moet komen, die de zaken verduidelijkt, die ervoor zorgt dat er minder procedureslagen zijn en dat er duidelijkheid komt in de migratiewetgeving met een nieuw wetboek Migratie en een nieuw wetboek Vreemdelingenrecht. Laten wij dat zo snel mogelijk doen. Dat is een van de heel goede elementen uit de nota-Di Rupo, dat voorlopig ook is overgenomen in het voorlopig ontwerp van regeerakkoord, hoofdstuk Migratie. Ik denk dat dat een goede zaak is.

 

Van onderhavige tekst kan ik echter alleen maar vaststellen dat hij een voorbeeld is van een slechte omzetting. Het zorgt ervoor dat de teksten nog onleesbaarder worden en dat de migratie-industrie op volle toeren zal blijven draaien in de zoektocht naar het eeuwige verblijf van personen die eigenlijk zouden moeten terugkeren, maar blijven hopen om vroeg of laat toch te worden geregulariseerd en permanent verblijf te krijgen, omdat zij blijven procederen.

 

Ik denk dat wij hier echt een kans hebben gemist en ik protesteer daartegen. Daarom heb ik ook zoveel amendementen ingediend. Er was een aantal heel technische – geen politieke – amendementen, precies om die leesbaarheid te verhogen en het risico van procedures te verkleinen.

 

Collega’s, ik kan u daarvan drie concrete voorbeelden geven. Ten eerste, als de tekst straks wordt goedgekeurd, zal er in de vreemdelingenwet een definitie komen van “kwetsbaar persoon”, die verder nergens in die wet voorkomt. Ik heb dit nog nooit meegemaakt: men definieert iets wat verder niet wordt gebruikt in de andere artikelen in die wet. Men kan zo heel de Van Dale definiëren in die wet. Dat heeft totaal geen zin.

 

Ik heb nooit een antwoord gekregen op mijn vraag waarom die definitie erin staat. Ik heb een amendement ingediend om ze opnieuw te schrappen. Wij mogen geen termen in een wet schrijven, die verder nergens in die wet worden gebruikt. Dat is totaal absurd.

 

Ten tweede, volgens mij worden de definities niet consequent toegepast. Ik geef een heel concreet voorbeeld. U kunt mij uiteraard altijd verbeteren, mijnheer de staatssecretaris. Als iemand binnen de dertig dagen nadat hij of zij het bevel heeft ontvangen om het grondgebied te verlaten, toch gedwongen wordt gerepatrieerd, noemt men dat vrijwillig vertrek. Dat valt onder de definitie van vrijwillig vertrek.

 

Mocht men die persoon vragen of hij dit een vrijwillig vertrek vindt, zal hij dat niet beamen. Die man wordt tegen heug en meug op het vliegtuig gezet, met een escorte. Het gaat dus om gedwongen repatriëring, bijvoorbeeld van openbare orde, maar dan nog valt het onder de definitie “vrijwillig vertrek” volgens uw wet. Ik vind dat totaal absurd. Dat is geen vrijwillig vertrek, dat is gedwongen vertrek.

 

Het staat u natuurlijk vrij ons amendement te steunen, dan kunnen wij dat veranderen.

 

Ten derde, is er nog een absurde situatie. Enkel onderdanen van een derde land kunnen terugkeren naar dat land. Dat betekent concreet dat iemand die verblijfsrecht heeft in bijvoorbeeld Congo, maar die niet de Congolese nationaliteit heeft, niet naar Congo kan worden teruggestuurd, ook al heeft hij daar twintig jaar gewoond. Ik geef het voorbeeld van een Rwandees die twintig jaar in Congo heeft gewoond. Die kan volgens u niet terug naar Congo, want hij is geen onderdaan van Congo, hij heeft de nationaliteit niet. Dat is een totaal absurde situatie. Een Rwandees die al twintig jaar verblijfsrecht heeft in Congo en die illegaal naar België komt, kan niet teruggestuurd worden naar Congo, maar moet naar Rwanda, ook al heeft hij met Rwanda totaal geen band meer. Dat is absurd. Op dit moment wordt het zo niet toegepast, maar u wil het in de wet inschrijven. Ik vind dat een aberratie.

 

Mijnheer Dewael, de wet is totaal onleesbaar. U zit ook in de advocatuur. Ik meen dat iemand die dag in dag uit met dergelijke zaken bezig is dat wel weet.

 

Ik heb drie concrete voorbeelden gegeven. Ik vraag de steun van de Kamer voor onze amendementen om minstens die drie aberraties eruit te halen. Ik heb op die punten trouwens nooit een antwoord gekregen van de staatssecretaris. Als uw steun niet kan – want N-VA is oppositie – hoop ik ons amendement terug te zien in de programmawet op het einde van het jaar. Dan kunnen die aberraties tenminste weggewerkt worden.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, beste collega’s, dankzij N-VA zijn er gelukkig al enkele aberraties bijgestuurd. Wij hebben in de commissie een goede discussie gehouden en twee of drie van onze amendementen zijn overgenomen. Het belangrijkste strekt ertoe dat iemand die een inreisverbod krijgt van de Franse overheid ook hier een inreisverbod krijgt. Ik geef het voorbeeld van een illegale Algerijn die wordt aangetroffen in Frankrijk, waar hij betrokken is bij een gewelddelict of een roof, en die naar België vertrekt. Hij krijgt een inreisverbod van de Franse overheid, maar hij slaagt erin toch naar België te vertrekken. Mijnheer de staatssecretaris, volgens uw wetsontwerp moeten wij, wanneer die man door de Belgische politie wordt opgepakt, overleg plegen met de Franse overheid voor wij hem kunnen verwijderen.

 

Ik meen dat we nu zeggen – het amendement is ook goedgekeurd door de meerderheid – dat alleen als die Algerijn verblijfsrecht zou vragen in België er overleg moet komen met de Franse overheid. Anders moeten wij niet meer overleggen en kunnen wij die gewoon verwijderen. Ik meen dat dit niet meer dan logisch is. Waarom nog overleg plegen als hij al een inreisverbod van de Franse overheid op zak heeft? Dit was een amendement dat de staatssecretaris en de collega’s van de toekomstige meerderheidspartijen wel gesteund hebben. Ik ben dan ook blij dat dankzij de N-VA toch een aantal van de grootste aberraties uit dat wetsontwerp zijn gehaald. Dat bewijst toch ook dat wij als partij proberen om op een zeer consciëntieuze manier dat migratiewetboek ten goede te veranderen, volgens onze inzichten en analyses.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, collega’s, ten slotte, naast het feit dat de richtlijn te laat en gewoon heel slecht is omgezet, is de fundamentele kritiek van de N-VA dat ze te laks is omgezet. Die wet is te laks omgezet. Onze amendementen gaan ook in die richting. Ik meen dat het in dit land gedaan moet zijn met het minimaal invullen van Europese richtlijnen. Het moet gedaan zijn dat de Belgische overheid inzake wat Europa voorlegt – het is steeds een vork waarbinnen men moet bewegen, in die mate is er keuzevrijheid voor de lidstaten – altijd kiest voor de meest minimale en lakse oplossing, of het nu om gezinshereniging, terugkeer of opvang gaat. Ik meen dat dit fout is en dat we moeten gaan voor de maximale oplossing. Ook andere landen doen dat. Nederland doet dat en in Duitsland en Frankrijk wordt er veel meer gekeken naar de maximale invulling van Europese richtlijnen, niet naar de minimale invulling.

 

Ik kan daar een aantal heel concrete voorbeelden bij geven die ook onmiddellijk een toelichting vormen bij de amendementen. Ik zal ze dus niet meer apart toelichten.

 

Ten eerste staat er in het voorliggend wetsontwerp dat de overheid illegalen aan de grenzen kan terugdrijven, terwijl de richtlijn toelaat dat dit d’office moet. Als er een illegaal aan de grens wordt aangetroffen zonder papieren, zonder verblijfsvergunning voor België, dan moet die teruggedreven worden naar het land van herkomst. U zegt dat dit niet moet, het kan. Ik meen dat het beter zou zijn als we zouden inschrijven dat dit moet. Er hoeft daar geen discretionaire bevoegdheid meer te zijn voor de bevoegde minister of staatssecretaris. Neen, dat moet gebeuren. Als iemand wordt gepakt aan de grens, dan moet die teruggedreven worden als die geen verblijfsrecht heeft in dit land, als die illegaal is.

 

Ten tweede gaat het wetsontwerp uit van een vasthouding van maximaal acht maanden. Dat is de situatie zoals ze nu is. Ik ben deze week het centrum voor illegalen in Brugge gaan bezoeken. Mijnheer de staatssecretaris, we hebben een zeer interessante discussie gehad over die acht maanden. Wij gaan voor achttien maanden. De Europese richtlijn maakt het mogelijk om illegalen desnoods tot achttien maanden vast te houden voor men ze verwijdert. Dat is een Europese mogelijkheid. Ik zeg niet dat wij ervan uitgaan dat iedereen achttien maanden moet vastgehouden worden; ik zeg wel dat het een verschil maakt of we met acht maanden zwaaien dan wel met achttien maanden. Als we met achttien maanden zwaaien, zullen veel meer illegalen meewerken met de identificatie. Ze willen immers echt geen achttien maanden opgesloten worden.

 

Nu blijven heel veel mensen er toch in. Zij blijven weerspannig en weigeren mee te werken met de identificatie. Op het einde moeten zij toch vrijgelaten worden. In het centrum voor illegalen in Brugge gaat het om vierhonderd mensen, vorig jaar. Zij weigerden pertinent om mee te werken, maar werden uiteindelijk toch opnieuw vrijgelaten.

 

Ook op dat punt gaan wij dus opnieuw voor de maximale invulling van de richtlijn: vasthouding mogelijk tot achttien maanden. Het is niet de bedoeling dat het altijd op achttien maanden uitkomt. Integendeel, hoe sneller verwijderd, hoe beter.

 

Beste collega’s, mijnheer de staatssecretaris, ten derde, de N-VA kiest voor de maximale invulling van de richtlijn, in die zin dat wij stellen dat een opgelegd inreisverbod altijd geldt voor vijf jaar. Wat doet u? U zegt dat een inreisverbod drie jaar geldt, en vijf jaar als er fraude is gepleegd. In geval van terroristische aanslagen of een grote bedreiging voor ons land, wordt de termijn langer dan vijf jaar. Dat laatste is nu al het geval; het is de evidentie zelve en het bestaat zo ook in alle andere Europese landen. Wij zeggen heel duidelijk dat wat van Europa mag, we ook doen. Leg het inreisverbod d’office vast op vijf jaar, niet op drie jaar.

 

Ten vierde, dit punt gaat over iets wat ik totaal niet begrijp. We hebben erover gediscussieerd in de commissie. Mijnheer de staatssecretaris, misschien kunt u straks in uw antwoord nog even de reden of de motivatie toelichten.

 

Iemand kan, volgens het voorliggend wetsontwerp, de opheffing van zijn inreisverbod vragen in België. Dat begrijp ik niet. Als Belgische overheid beslissen wij om iemand een inreisverbod te geven en we verwijderen hem. Die man gaat dus terug naar zijn land. In bepaalde humanitaire situaties kan ik mij voorstellen dat iemand om opheffing van het inreisverbod verzoekt. Veronderstel dat het om een Congolees gaat die hier al twintig jaar woont als illegaal, die hier kinderen heeft, alles erop en eraan. Hij wordt gepakt, krijgt een inreisverbod en moet terug naar Congo. Die man zal wel een opheffing vragen van zijn inreisverbod. Ik denk dat die man het recht heeft om op zijn minst zijn gezin te zien, zijn vrouw en zijn kinderen. Dat lijkt mij niet meer dan logisch. Wij zullen de laatste partij zijn om daar tegen te zijn.

 

Ik vind echter wel dat de aanvraag tot de opheffing van het inreisverbod moet gebeuren in Congo, in mijn voorbeeld, en niet in België.

 

Immers, wat betekent het voorliggend voorstel? Nog voordat hij zijn inreisverbod heeft gekregen, zal hij in België al een aanvraag indienen voor de opheffing ervan. Dat heeft natuurlijk geen zin. Als we iemand een inreisverbod geven en die persoon vraagt twee uur later de opheffing ervan, wat is dan de effectiviteit van die maatregel?

 

Ik vind dat we heel duidelijk moeten zeggen dat wie een inreisverbod krijgt, moet terugkeren. Wil die persoon een opheffing, dan mag hij ze ginder aanvragen. Misschien wordt ze toegekend, misschien niet. De aanvraag moet wel in het buitenland gebeuren, op de ambassade of het consulaat van België. Niet hier in België.

 

De aanvraag van de opheffing in België, ondergraaft volgens mij volledig de logica van het doel van dit wetsontwerp. Dat ondergraaft totaal de logica van de omzetting van de terugkeerrichtlijn waarover de Europese mandarijnen zich gebogen hebben.

 

Ten vijfde, ik kom tot de discussie over het bevel op dertig dagen. Wij hebben altijd gezegd dat het een uitvoerbaar bevel moet zijn. Wij kiezen voor een bevel op zeven dagen. Een bevel wordt nu vaak op vijf dagen uitgeschreven. Europa zegt dat het tussen de zeven en de dertig dagen moet zijn. De Belgische overheid legt dat op dertig dagen. Opnieuw is dat een mooi voorbeeld van de meest minimale, lakse invulling van wat Europa toestaat.

 

Kies dan toch voor zeven dagen! Waarom moet men kiezen voor dertig dagen, als men voor zeven dagen kan kiezen! Het lijkt toch veel logischer te kiezen voor zeven dagen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, over de administratieve vereenvoudiging wens ik het volgende te zeggen. Uiteindelijk hebben wij een extra amendement ingediend waarvoor de heer Somers en andere collega's volgens mij wel aandacht hadden. Het ging over de betekening van de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken. Nu gebeurt dat door de gemeenten, voor asiel en gezinshereniging, maar niet meer voor de regularisatie. Ik meen dat wij moeten kiezen voor hetgeen vorig jaar werd beslist. Vorig jaar heeft de Kamer een wet goedgekeurd die bepaalt dat in het kader van de regularisatie de betekening moet gebeuren door de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat is een administratieve vereenvoudiging, dat is minder werk voor de gemeentelijke ambtenaren van de dienst Bevolking en het vergemakkelijkt de procedures. Dit is een goede zaak.

 

Welnu, wij vragen, ten eerste, de uitbreiding hiervan naar asiel, gezinshereniging, kortom, naar alle procedures in België. Als het oordeel negatief is, laat dan het bevel betekenen door de Dienst Vreemdelingenzaken, niet meer door de gemeente.

 

Ten tweede, en nog veel belangrijker, moet men de gemeenten daarvan op de hoogte houden. Nu is er geen informatieplicht. Ik neem het voorbeeld van een kleine gemeente, zoals de gemeente waar ik woon. Die gemeente beschikt over een kleine, maar consciëntieuze dienst Bevolking. Die dienst telt niet veel personeelsleden, maar zij vormen een hecht team. Die mensen weten graag wie er in hun gemeente woont. Dat is logisch. Het is trouwens een van de kernopdrachten van elke ambtenaar van een bevolkingsdienst om te weten wie er op het grondgebied van die gemeente woont.

 

Wat gebeurt er nu? Een geregulariseerde is uitgeprocedeerd en krijgt een negatief advies. Het bevel om het grondgebied te verlaten wordt betekend door de Dienst Vreemdelingenzaken. Vroeger gebeurde dat door de gemeente, dan wisten de ambtenaren van de bevolkingsdienst dat de betekening was gebeurd en dat die persoon of die familie weg moest. Nu de Dienst Vreemdelingenzaken dat doet, weet de gemeente nergens meer van. Er is dus geen informatieplicht tegenover de gemeenten. Ik vind dat totaal onwijs. Dat is een foute en onlogische beslissing.

 

Wij moeten ervoor kiezen om de gemeente hiervan altijd op de hoogte te houden. De gemeente moet het niet zelf meer doen, maar wij kunnen minstens de beleefdheid opbrengen om de gemeente op de hoogte te houden van de situatie van vreemdeling X of Y, via een schrijven van de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat is niet meer dan logisch.

 

Jammer genoeg is de heer Somers niet aanwezig. Als burgemeester van de kleinste grootstad van Vlaanderen, had hij daar natuurlijk oor naar. Het is logisch dat een stad als Mechelen, maar ook andere steden, aandacht heeft voor het feit dat de gemeentes op de hoogte worden gehouden wie al dan niet op hun grondgebied verblijft. Vandaar het amendement om die administratieve vereenvoudiging in te voeren. Als het vandaag niet wordt goedgekeurd, zie ik het met plezier in de programmawet terugkomen.

 

Ten slotte, mijnheer de staatssecretaris, een heikel thema, namelijk de controle-instantie. Ik heb heel goed naar u geluisterd. Ik weet dat u ook soms goed naar mij probeert te luisteren. Komt er een nieuw controleorgaan?

 

U zegt dat er geen nieuw controleorgaan is en dat het er ook niet zal komen omdat wij dat moeten organiseren van Europa. Ik kan akte nemen van uw antwoord. Er komt onder uw voogdij dus geen nieuw controleorgaan op de gesloten centra of op de verwijderingsprocedure. Ik denk dat ik daarmee tevreden kan zijn. Er is in dit land geen enkele overheidsdienst of -instelling die zo veel wordt gecontroleerd als de gesloten centra voor illegalen. Ik ben maandag nog in Brugge geweest en ik kan u zeggen dat die mensen elke week bezoek krijgen; is het geen geaccrediteerd lid van een ngo, dan is het wel iemand van de Raad van Europa, de UNHCR, de federale ombudsman, de dienst Inspectie van Binnenlandse Zaken, de dienst Inspectie van Dienst Vreemdelingenzaken of noem maar op. Zij komen allemaal. Dat is daar een heen-en-weergeloop van mensen die een controle doen van de controle van de controle. Zo gek is het al.

 

Dat stoort mij mateloos. Het stoort mij niet dat er controle is. Het stoort mij wel dat in dit wetsontwerp staat dat er een mogelijkheid wordt gecreëerd voor een nieuwe, onafhankelijke controle-instantie. Mijnheer de staatssecretaris, u zegt mij dat ik moet stoppen met mijn kritiek, want er komt er geen. Het migratiebeleid onder uw voogdij kan binnen enkele uren of dagen gedaan zijn. Het migratiebeleid zal echter niet stoppen met het einde van uw kabinet, want ik neem aan dat er ook na u nog ministers zullen komen. Wat mij vooral stoort, is dat wij daar een mogelijkheid laten om toch een zoveelste controleorgaan op te richten via een KB. Ik vind dit persoonlijk een motie van wantrouwen ten aanzien van het betrokken personeel. Personeelsleden van die gesloten centra hebben een heel moeilijke en delicate opdracht. Het is een bijzonder moeilijk evenwicht tussen een soort van humanitaire invulling en een strengere, sanctionerende opdracht. Persoonlijk vind ik dit niet van respect getuigen.

 

Vorig jaar zijn er officieel zeven klachtenbrieven geschreven op verschillende honderden en zelfs duizenden mensen die in detentie hebben gezeten. Zo slecht zal het dus toch wel niet zijn. Die mensen doen heel consciëntieus hun job. Nog maar eens een controleorgaan in hun nek gooien, vormt volgens mij geen oplossing, zelfs al heb ik van u vernomen dat dit er onder uw gezag nooit zal komen.

 

Président: André Flahaut, président.

Voorzitter: André Flahaut, voorzitter.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, collega’s, ik kom tot mijn conclusie.

 

Ik ben ontgoocheld in de omzetting van de terugkeerrichtlijn. Mevrouw Smeyers zal straks nog iets zeggen over de lijst van de veilige landen. Dat heeft hiermee natuurlijk totaal niets te maken, maar dat wordt hier gewoon bovenop gegooid om toch iets interessant in de saus te hebben.

 

U zult zien dat de meeste uiteenzettingen over de lijst van de veilige landen zullen gaan – mevrouw Galant was de eerste – en dan over de essentie van de terugkeerrichtlijn, want dat is natuurlijk niet iets om fier over te zijn.

 

Mevrouw Smeyers zal straks dus iets over de lijst van de veilige landen zeggen. Wij hebben in dat verband twee amendementen ingediend.

 

Dat is op zich een goede zaak. Wij zijn blij dat de regering soms luistert naar wat de N-VA voorstelt.

 

Ik ben ontgoocheld in de omzetting van de terugkeerrichtlijn, mijnheer de staatssecretaris. Dit zal het migratiebeleid niet omkeren. Dit is, om het met de woorden van mijn voorzitter te zeggen, geen systemische hervorming.

 

De N-VA-fractie zal tegenstemmen. Ik ben ervan overtuigd dat de heer Liégeois, de procureur-generaal van Antwerpen, met deze wet zijn pen al klaar kan houden voor zijn openingsrede van 2012.

 

16.04  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, chers collègues, le projet de loi actuellement en discussion est, comme on l'a dit déjà deux fois à cette tribune, en grande la partie la transposition d'une directive européenne, à savoir la fameuse directive Retour. Celle-ci s'inscrit, avec d'autres, dans la volonté de l'Union européenne d'harmoniser l'ensemble des politiques d'asile et de migration des 27 États membres.

 

Mon groupe a toujours défendu un régime d'asile commun au sein de l'Union. Il faut tendre à harmoniser les règles en ce domaine, de manière à éviter à l'avenir ce que l'on appelle "le shopping migratoire" dans les 27 États membres.

 

Globalement, ce projet me semble équilibré. Certes, nous avons émis quelques remarques, mais il nous satisfait dans l'ensemble. Tout d'abord, nous pouvons nous réjouir que le texte insiste de manière transversale, sur la prépondérance donnée à une politique de retour volontaire. Il s'agit certainement de la meilleure façon de procéder à un retour. C'est une vision juste et humaine qui permet de rapatrier dans son pays ou dans un pays d'accueil dans de bonnes conditions un demandeur d'asile débouté ou une personne qui a séjourné illégalement sur notre territoire.

 

Il est important que le recours au retour forcé soit une décision ultime intervenant après que toutes les tentatives de retour volontaire aient échoué. Il va de soi que le retour forcé doit être strictement encadré et réglementé. C'est ce que prévoit le projet dont nous débattons aujourd'hui.

 

Nous pouvons également nous féliciter du délai maximum de 30 jours fixé pour l'exécution de l'ordre de quitter le territoire. Je ne rentrerai pas dans le détail car il s'agit plutôt d'un travail de commission. La décision sera désormais rendue immédiatement après qu'une décision négative ait été rendue par le Conseil du Contentieux des Étrangers. Cela permettra de procéder en douceur au retour volontaire en garantissant que l'étranger soit véritablement installé de manière humaine dans son pays d'origine ou dans un pays tiers.

 

Le projet prévoit aussi la possibilité de réduire ce délai de zéro à sept jours au lieu de trente. Cela concerne des hypothèses comme le risque de fuite, le non-respect d'un précédent ordre de quitter le territoire. Cela peut s'appliquer aussi si l'étranger représente un danger pour l'ordre public ou pour la sécurité nationale.

 

Ce texte envisage la possibilité de délivrer une interdiction d'entrée de trois ans pour certains étrangers et ce, lorsqu'aucun délai n'aura été accordé pour le départ volontaire ou lorsqu'une décision d'éloignement antérieure n'aura pas été exécutée.

 

Ce délai pourra aussi être porté à cinq ans si le ressortissant d'un pays tiers a recouru à la fraude, afin d'être admis au séjour ou de maintenir son droit de séjour. Pour finir, la décision d'éloignement pourra être assortie d'une interdiction d'entrée de plus de cinq ans, lorsque le ressortissant d'un pays tiers constitue une menace pour la sécurité publique.

 

Un autre point important de ce texte réside dans le fait que, désormais, la loi consacrera la détention des étrangers en centre fermé comme une mesure de dernier ressort et ce, après que toutes les mesures alternatives moins coercitives aient été épuisées. Ce projet coulera également dans la loi l'interdiction de l'enfermement des mineurs étrangers non accompagnés.

 

De plus, il prévoit que l'Office des Étrangers devra, avant de procéder au retour d'un mineur étranger non accompagné, s'assurer que ce dernier puisse bénéficier dans son pays d'origine ou d'accueil d'une prise en charge appropriée en fonction des besoins déterminés par son âge et son degré d'autonomie.

 

En ce qui concerne la procédure d'éloignement des étrangers détenus en prison et qui ont reçu – je simplifie – un ordre de quitter le pays, ce texte propose aussi quelques nouvelles dispositions. En effet, il prévoit notamment une identification immédiate de l'étranger au moment de son incarcération, un transfert immédiat de l'étranger en centre fermé après l'exécution de sa peine et, pour le détenu en fin de peine, l'Office des Étrangers pourra procéder à son éloignement à partir de deux mois avant la fin de celle-ci.

 

Je terminerai mon intervention en vous parlant de la création, via ce texte, d'une liste de pays sûrs, une disposition qui est prévue dans la directive Procédure de l'Union européenne. Pour faire bref, les étrangers provenant d'un pays inscrit sur cette liste seront soumis à une procédure plus rapide, à l'image de ce qui existe déjà pour les demandeurs d'asile issus de l'Union européenne; une procédure plus rapide, certes, mais avec un maintien des droits procéduriers pour les demandeurs.

 

En effet, dans tous les cas, le CGRA se prononcera sur la question de savoir si l'intéressé remplit bien les conditions pour être reconnu comme réfugié ou pour entrer en considération pour l'octroi de la protection subsidiaire. Il pourra être auditionné et aura aussi droit à une aide juridique.

 

S'agissant de l'établissement de la liste, il était fondamental pour mon groupe de transposer intégralement la directive "procédure", afin qu'elle soit inspirée par des critères humains et objectifs. Ce texte prévoit qu'un pays ne pourra être considéré comme étant d'origine sûre que s'il ne recourt ni à la persécution, ni à la torture, ni à des peines ou traitements inhumains ou dégradants, et lorsqu'il n'y a pas de menace en raison de violences indiscriminées dans des situations de conflit armé – international ou interne.

 

L'évaluation d'un pays d'origine sûre devra également reposer sur plusieurs sources d'information, qu'elles proviennent d'États membres, du Haut Commissariat des Nations unies pour les Réfugiés, du Conseil de l'Europe ou d'autres organisations internationales reconnues.

 

Je tiens à préciser que cette liste sera révisable au moins une fois par an et que, de facto, elle pourra être modifiée très rapidement en fonction du contexte géopolitique mondial.

 

Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, chers collègues, comme je viens de le démontrer, ce texte permettra une meilleure intégration européenne en termes d'asile et de migration.

 

Je terminerai en disant que, pour mon groupe, il importe de définir une politique européenne d'asile, basée sur un principe d'harmonisation vers le haut des normes et des procédures. Nous pensons que ce projet de loi atteint cet objectif. C'est la raison pour laquelle nous le voterons.

 

16.05  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, mijnheer de minister, collega’s, het is niet de eerste keer dat wij hier met voorstellen over asiel en migratie staan. Een reden is ook dat wij tijdens het voorbije jaar heel wat belangrijke discussies over het onderwerp hebben gevoerd. Ondertussen hebben wij in het asiel- en migratiedossier ook heel wat belangrijke stappen gedaan. Ik verwijs onder meer naar de wet inzake gezinshereniging, die hier ook is goedgekeurd.

 

Echter, wanneer wij het over de asielprocedure en de asielproblematiek hebben, komen wij telkens terug op de noodzaak om op de verschillende fases van de procedure in te grijpen. Enkel door een dergelijke handelwijze zal het totaalbeleid een goed resultaat opleveren.

 

Wij moeten dus steeds opnieuw focussen op, enerzijds, een beperking van de instroom door een verkorte asielprocedure alsook op het aanpakken van misbruiken in die procedure en, anderzijds, last but not least, op de verbetering van de uitstroom met het oog op een effectieve terugkeer.

 

Gisteren hebben wij in de commissie voor de Binnenlandse Zaken een belangrijk ontwerp van de staatssecretaris goedgekeurd, dat een heel belangrijke bijdrage zal leveren tot de aanpak van de misbruiken, inzonderheid die op het vlak van de medische regularisatie.

 

Maar daarover gaat het hier vandaag niet. Vandaag hebben wij het over de omzetting van de terugkeerrichtlijn, terwijl tegelijk, via een heel belangrijk amendement, ook wordt gewerkt aan de instroom.

 

Wij zijn heel blij dat eindelijk, na zovele maanden, de omzetting wordt gerealiseerd. Eigenlijk moeten wij wat wij hier vandaag bespreken, zien als complementair aan hetgeen we vorige maand hebben goedgekeurd op basis van het wetsvoorstel van de heer Somers, waaraan wij allen hebben meegewerkt.

 

Wij hebben toen gesteld dat het belangrijk is om aan de opvang en aan de vrijwillige terugkeer te werken. Dit ontwerp is eigenlijk het verlengstuk daarvan. Wij moeten er inderdaad voor zorgen dat wie niet in aanmerking komt voor asiel, effectief het land verlaat.

 

Er wordt dus een wettelijk kader gecreëerd dat moet worden gevolgd wanneer een asielprocedure negatief is afgesloten en asielzoekers te horen krijgen dat hun aanvraag niet aanvaard is. Dat gebeurt in meer dan 80 % van de gevallen. In de regel zal worden voorzien in een periode van dertig dagen waarin de afgewezen asielzoeker begeleid zal worden voor een vrijwillige terugkeer, maar het is uiteraard niet altijd dertig dagen. In geval van fraude, wanneer er een risico bestaat op onderduiken of wanneer men meerdere aanvragen heeft ingediend, kan dat veel korter zijn, bijvoorbeeld zeven of zelfs nul dagen. Het is dus niet juist dat iedereen altijd sowieso dertig dagen krijgt. Als men vroeger reeds de kans heeft gehad om het land vrijwillig te verlaten en dat niet heeft gedaan en er een risico op onderduiken bestaat, dan zal de periode veel korter zijn.

 

Mijnheer de minister, er wordt ook gewerkt aan een betere samenwerking tussen Justitie en de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat is ook een vraag die wij vanuit Antwerpen gesteld hebben, maar ze is uiteraard voor iedereen van belang. Waarom is die samenwerking belangrijk? Het mag niet meer voorkomen dat een illegaal die eerst in de gevangenis zijn straf heeft uitgezeten, na het uitzitten van zijn straf doodleuk op straat terechtkomt, en dat dan pas de DVZ op de hoogte wordt gebracht, waarna die tracht de betrokkene te repatriëren.

 

Voortaan zal er, terwijl een persoon nog in de gevangenis zit of in voorhechtenis is genomen, contact zijn tussen verschillende diensten bij Justitie en de DVZ, zodat gestart kan worden met het beantwoorden van de vragen wie hij of zij is, of er een visum nodig is en of wij de terugkeer al kunnen voorbereiden. De wet voorziet er zelfs in dat men een aantal periodes kan verlengen, als dat nodig is, zodat men naadloos kan aansluiten en zodat betrokkene effectief naar zijn of haar land van herkomst kan terugkeren nadat hij of zij zijn of haar gevangenisstraf heeft uitgezeten.

 

Het is ook belangrijk dat men een inreisverbod kan opleggen aan vreemdelingen die zich niet aan hun uitwijzing gehouden hebben. Als de aanvraag negatief werd beantwoord en de aanvrager de kans heeft gekregen om het land te verlaten, maar dat niet doet of niet meewerkt, dan zal men hem of haar een inreisverbod opleggen, waardoor men noch in België, noch in de EU, noch in de Schengenlanden en de geassocieerde landen mag binnenkomen.

 

Er wordt in het ontwerp niet alleen op de terugkeer gewerkt, maar ook op de instroom. Zo heb ik samen met mevrouw Annick Van Den Ende een amendement ingediend, ertoe strekkend een lijst van veilige landen op te stellen. Dat principe bouwt eigenlijk verder op hetgeen wij vandaag ook al doen voor EU-onderdanen. Voor inwoners uit EU-landen geldt er vandaag ook al een verkorte procedure van maximaal 15 dagen. Men kan nog wel in beroep gaan, maar dat is slechts een annulatieberoep. Het amendement is mede geïnspireerd op wetsvoorstellen van mevrouw Smeyers, mevrouw Temmerman en mevrouw Galant. Wij hebben de kans aangegrepen om zo'n lijst nu snel, dus via een amendement, te realiseren.

 

Op die manier werken we niet alleen aan de uitstroom, maar nog beter, preventief, aan de instroom. We ontraden aldus inwoners uit veilige landen, waar de noodzaak om te vluchten voor bijvoorbeeld geweld niet bestaat, om naar België te komen. Daarbij hebben wij bovendien rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State.

 

Wat mij ook bijzonder positief stemt, is dat in het ontwerp van de minister rekening is gehouden met de positie van de niet-begeleide minderjarigen, conform het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Voor ons moet men steeds het belang van het kind voor ogen houden. Om gevallen zoals Mauro in Nederland te vermijden, zal worden bekeken of het in het belang is van de minderjarige wiens asielaanvraag binnen het jaar negatief werd beantwoord, dat hij of zij wordt teruggestuurd. In ons land wordt ongeveer 30 tot 40 % van de niet-begeleide minderjarigen teruggestuurd, herenigd met hun familie of opgevangen door ngo’s in het land van herkomst. Dat is echter niet altijd een oplossing. Het is goed dat de wet bepaalt dat men steeds het belang van het kind voor ogen houdt.

 

Ik ga even in op kritiek die hier werd geformuleerd. Laat ik zeer duidelijk zijn over de lijst met veilige landen. Onmiskenbaar komen er heel wat aanvragen uit landen die echt wel als veilig kunnen worden beschouwd. In oktober kwam maar liefst 23 % van de aanvragen uit landen die als veilig worden beschouwd. Het gaat onder meer over Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Macedonië en Servie. We zullen uiteraard nog het advies afwachten van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

 

Ik hoop dat wij na onder meer het advies van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en van de UNHCR zulke misbruiken aan banden kunnen leggen. Zo zullen personen die terecht asiel aanvragen en bescherming nodig hebben, niet meer al te lange procedures moeten doorlopen, omdat al te veel personen er een beroep op doen, terwijl ze daar niet het recht toe hebben. Daarom is bepaald dat inwoners uit veilige landen binnen de 15 dagen moeten aantonen dat zij recht hebben op asiel. Er is een omkering van de bewijslast. Gaan zij in beroep, dan volgt er een versnelde procedure van maximaal twee maanden. Het heeft uiteraard, beste collega’s, geen zin dat wij een versnelde procedure vragen aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, als we nadien de zaak bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een half jaar laten aanslepen.

 

Ook daar zal het dus snel verlopen. Dat vinden wij natuurlijk ook heel positief.

 

16.06  Theo Francken (N-VA): Mevrouw Lanjri, we hebben in de commissie natuurlijk al wat gediscussieerd, maar ik begrijp dat u vooral de positieve kanten van het wetsontwerp belicht. Dat is natuurlijk ook de bedoeling.

 

Wat de lijst van veilige landen betreft, meen ik dat er in het akkoord dat de heer De Clerck heeft kunnen bereiken zaken staan die zeker niet slecht zijn, die een stap vooruit zijn. Dat is zeker zo.

 

Ik wil u echter wel vragen waarom u en uw fractie instemmen met het feit dat iemand niet meer kan worden teruggestuurd naar een land waar hij verblijfsrecht heeft maar geen nationaliteit. Dat wordt dus niet mogelijk. Het moeten nu onderdanen zijn. De Rwandees die al twintig jaar in Congo woont, heeft verblijfsrecht maar het is geen Congolees. Waarom zou die niet naar Congo kunnen worden teruggestuurd, waar hij verblijfsrecht heeft? Waarom moet hij teruggestuurd worden naar het land van zijn nationaliteit? Dat begrijp ik niet. Volgens de definitie die u en uw fractie straks waarschijnlijk zullen goedkeuren, kunnen alleen onderdanen van een derde land naar dat land terugkeren. Ik zou graag weten waarom u daar voor bent?

 

Ik dacht voorts dat CD&V een partij was die heel fier was op haar lokale gebondenheid en inbedding. Ik begrijp ook niet waarom u mijn amendement hebt weggestemd, dat ertoe strekt dat de DVZ de dienst Bevolking van de gemeente op de hoogte moet brengen van een betekend bevel. Ik begrijp niet waarom u dat hebt weggestemd. U hebt veel meer burgemeesters dan mijn fractie, honderden keren meer. Ik begrijp niet waarom u dat amendement wegstemt. Dat is een heel goed amendement. Het is een vraag aan mevrouw Lanjri.

 

16.07 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Francken, zelfs wanneer u rapporteur bent, hebt u moeilijkheden met uw eigen verslag.

 

16.08  Jan Jambon (N-VA): Heet u Lanjri?

 

16.09 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Jambon, mijn naam is niet mevrouw Lanjri, maar ik mag toch tussenbeide komen? Mag dat niet? U zegt mij dat ik niet antwoord, maar wanneer ik dat doe, is het nog te veel. Dat is altijd hetzelfde met u. U hebt altijd iets te zeggen. Ik wil antwoorden als dat kan.

 

Mag ik iets zeggen?

 

Het probleem is dat u weet dat ik zal wijzen op problemen in de redenering van de heer Francken.

 

16.10  Nahima Lanjri (CD&V): (…)

 

16.11 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Francken, u hebt gezegd absoluut niet te begrijpen dat men de opheffing van het inreisverbod in België mag vragen. Ik heb in de commissie het volgende gezegd, en dat staat in het door u ondertekend verslag, mijnheer Francken. Ik lees voor: “Een aanvraag kan worden ingediend tot opheffing of opschorting van het inreisverbod, maar het moet gebeuren in het land van herkomst. Dat heeft de staatssecretaris zelf gezegd.”

 

16.12  Theo Francken (N-VA): Neem het dan op in uw ontwerp.

 

16.13 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Mijnheer Francken, ik heb er dus al op geantwoord. Het staat in uw eigen verslag. En toch zegt u nu iets anders. Ik heb het soms moeilijk met uw schizofrenie.

 

Over de gemeenten hebben wij gisteren in de commissie nog een discussie gehouden. Het ging concreet over artikel 9quater. Wat hebt u toen gedaan? U hebt uw amendement ingetrokken. Over de mogelijkheid die documenten naar de gemeente te sturen, hebt u het volgende gezegd: “Mijnheer de staatssecretaris, ik heb gehoord dat u er niet tegen bent, maar het moet praktisch nagekeken worden door DVZ, en dan kunt u terugkomen met een voorstel.” Dat is inderdaad mijn engagement. Ik zal het doen. Daarom hebt u uw amendement gisteren ingetrokken. Maar vandaag stelt u de vraag opnieuw. U vraagt aan mevrouw Lanjri waarom zij uw amendement niet steunt, terwijl u het gisteren in de commissie hebt ingetrokken. Stop met uw schizofrenie, mijnheer Francken.

 

Le président: Une fois de plus, on refait le débat qui a eu lieu en commission!

 

16.14  Theo Francken (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik was er niet van op de hoogte dat het amendement was ingetrokken. Ik was niet aanwezig in de commissie. Ik was in de commissie voor de Landsverdediging.

 

Ik neem vooral akte van het engagement van u en van uw diensten dat u zult zorgen voor de mogelijkheid dat de gemeenten op de hoogte worden gesteld van een bevel om het grondgebied te verlaten. Dat is volgens mij het belangrijkste. U moet mij hier niets verwijten. Als ik niet aanwezig was, kon ik het moeilijk weten.

 

16.15  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer Francken, bij deze bent u gerustgesteld. De gemeentebesturen worden ook op de hoogte gebracht. Zij worden trouwens ook onder meer betrokken bij de woonstcontrole. Dat werd gisteren ook gezegd.

 

Wat de omzetting betreft van de termijn die men de mensen geeft om te vertrekken, is de keuze gemaakt voor 30 dagen. Dat is geen keuze die wij pas gisteren hebben gemaakt. Die keuze werd al gemaakt in het ontwerp van de heer Somers dat wij allemaal hebben gesteund, inclusief de N-VA.

 

Wij vonden allemaal dat het belangrijk was om een werkbare termijn te hebben. In het allereerste voorstel was er zelfs sprake van 45 dagen. Wij hebben dat uiteindelijk op 30 dagen gebracht. Het is dus niet correct dat u dat eerst voorstelt, wanneer wij het hebben over de opvangwet, en dat u een maand later zegt dat 30 dagen te veel is.

 

Voor alle duidelijkheid, mijnheer Francken, het is trouwens niet altijd 30 dagen. U weet dat er gevallen voorzien zijn waarin het 0 dagen kan zijn, dat wij mensen zelfs geen dag langer op dit grondgebied geven omdat zij een gevaar betekenen of omdat het risico bestaat dat zij onderduiken. In dat geval wordt er onmiddellijk gerepatrieerd. Voor mensen die niet meewerken is de termijn geen 30 dagen, maar 0 dagen.

 

Ik vind het nog veel belangrijker om een termijn binnen de 30 dagen te bepalen — 28 of 21 dagen bijvoorbeeld — om effectief het land te verlaten, en dat men er dan ook zeker van is dat zij het land verlaten. Dat is beter dan een termijn van 5 dagen, zoals nu het geval is, of van 7 dagen, zoals u voorstelt, en te moeten vaststellen dat betrokkenen onderduiken.

 

Het belangrijkste is dat het signaal heel duidelijk wordt gegeven dat wij aan die vrijwillige terugkeer werken. Vrijwillig betekent echter niet vrijblijvend. Voor wie niet meewerkt aan de vrijwillige terugkeer, wordt het een gedwongen terugkeer en dan moet die termijn ook worden aangepakt.

 

Ik heb nog een punt met betrekking tot het inreisverbod. Er is inderdaad gekozen voor periodes tussen 3 jaar, 5 jaar, 10 jaar of langer. Er is een minimuminreisverbod van 3 jaar, maar wanneer er fraude is geweest, of wanneer men niet heeft meegewerkt, kan dat 5 jaar worden. Wanneer er een gevaar is voor de openbare veiligheid kan dat 10 jaar of zelfs veel langer zijn. Belangrijk is dat het signaal wordt gegeven.

 

Het is een inreisverbod dat niet alleen in ons land geldt maar in de hele EU en dus ook in de geassocieerde landen.

 

Mijnheer Francken, het is vooral belangrijk dat wij erover waken dat het inreisverbod wordt nageleefd en dat ook mensen die van een ander EU-land een inreisverbod hebben gekregen, ons land niet binnenkomen.

 

Wij zijn dus heel tevreden met deze maatregel omdat hij zowel werk maakt van een beperking van de instroom als van een verbetering van de terugkeer en van een betere uitstroom van degenen die aan het einde van de procedure zijn. Dat is echt nodig, zodat wij ervoor kunnen zorgen dat voor diegenen die terecht asiel aanvragen een kortere procedure mogelijk is en dat zij daadwerkelijk de bescherming kunnen krijgen die zij nodig hebben.

 

Mijnheer de voorzitter, wij zullen dit ontwerp, waarin het Parlement heel duidelijk is gehoord, met heel veel enthousiasme steunen.

 

16.16  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, mijnheer de minister, collega’s, wij zullen dit wetsontwerp dat de omzetting regelt van de Europese richtlijn, met overtuiging steunen.

 

Ik heb op deze tribune al een paar keer gezegd dat een degelijk asielbeleid bestaat uit een goede monitoring van de instroom, een degelijke opvang van de aanvragers en een snelle procedure. Voor zij die hier kunnen blijven, moet er vervolgens een aanbod komen zodat zij zich heel snel kunnen integreren. Voor zij die hier geen toekomst hebben, moet er een degelijk uitwijsbeleid zijn. Alleen als al deze elementen worden aangepakt, kunnen wij spreken van een degelijk asielbeleid. Wij zijn dan ook blij dat eindelijk – op dit punt hebt u gelijk, mijnheer Francken – het sluitstuk, namelijk de terugkeer, wordt aangepakt.

 

Voor ons moet het terugkeerbeleid twee uitgangspunten bevatten. Ten eerste, het moet humaan zijn met eerbied voor de fundamentele rechten van zij die moeten worden gerepatrieerd. Ten tweede, de terugkeer moet duurzaam en doeltreffend zijn. Voor het eerste punt vinden wij in deze wet voldoende elementen. Zo kunnen mensen die slachtoffer zijn van mensenhandel niet worden gerepatrieerd. Verwijdering kan worden uitgesteld als het non-refoulementprincipe dreigt te worden geschonden. Verwijdering kan ook worden uitgesteld op grond van fysieke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld mentale en fysieke gesteldheid.

 

Laten wij terugkeren naar het eerste uitgangspunt. Aangezien wij het essentieel vinden dat het terugkeerbeleid efficiënt en doeltreffend moet zijn, vinden wij het zeer belangrijk dat, in navolging van wat wij hebben goedgekeurd in de opvangwet van de heer Somers, de nadruk wordt gelegd op de vrijwillige terugkeer. Al deze voorwaarden zijn vervuld in dit wetsontwerp. Iemand die een negatief antwoord heeft gekregen, krijgt 30 dagen de tijd om het Belgisch grondgebied te verlaten. Deze termijn, mijnheer Francken, is nodig om die mensen voor te bereiden. Zij die dat veel te lang vinden, realiseren zich niet dat deze mensen, die heel lang de hoop hebben gekoesterd om hier een toekomst uit te bouwen, definitief die hoop verloren zien gaan. Het is nodig hen voor te bereiden op die vrijwillige terugkeer.

 

Indien men echter niet wenst in te gaan op dit traject, dan zal er onverbiddelijk een gedwongen terugkeer moeten volgen.

 

Ook dat moet echter gebeuren met respect voor de mensenrechten. De opsluiting van mensen kan alleen in specifieke gevallen. Zo kan de minister preventieve maatregelen nemen wanneer er een risico bestaat van onderduiken.

 

Ik wil hier nog eens expliciet vermelden dat ook het risico van onderduiken duidelijk gedefinieerd is op basis van principe 6 van de voorwaarden waaronder opsluiting kan worden bevolen uit de 20 richtsnoeren inzake gedwongen terugkeer van het Comité van ministers van de Raad van Europa.

 

Voor ons is het ook essentieel dat er bij niet-begeleide minderjarigen steeds rekening wordt gehouden met de belangen van het kind. Als een gezin moet worden vastgehouden, dan zal dat moeten gebeuren in een woonunit, aangepast aan de noden van gezinnen met minderjarigen.

 

Belangrijk is ook dat voor degene die hier illegaal verblijft en die bovendien een misdrijf heeft gepleegd en veroordeeld is, de procedure tot verwijdering kan worden opgestart voor het einde van de straf. Wie in voorlopige hechtenis zit, kan ook nog zeven dagen worden vastgehouden om het land te worden uitgezet.

 

Tot slot, iedere teruggestuurde illegaal kan ook een inreisverbod opgelegd krijgen.

 

Ik kom nu tot de introductie van het principe van de veilige landen. Wij hebben dat reeds aangekaart, zoals verschillende collega’s al hebben gezegd, in de opvangwet en ook in de asielprocedure. Wij zijn het absoluut eens met dat principe. Waarom? Welnu, daardoor wordt de efficiëntie van de asielprocedure verhoogd, de termijn wordt verkort, en vooral wordt het oneigenlijk gebruik van de asielprocedure beperkt. Daarmee beoogt men een duidelijke andere behandeling voor een andere categorie asielzoekers, namelijk zij die afkomstig zijn uit wat men een veilig land zal noemen.

 

Ook wat een veilig land is, wordt duidelijk gedefinieerd. Ik citeer: “Een land van herkomst wordt als veilig beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden, kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van het internationaal Verdrag van Genève.” Die lijst zal worden opgesteld door de minister van Migratie en de minister van Buitenlandse Zaken op advies van de commissaris-generaal en zal minstens eenmaal per jaar worden opgesteld en herbekeken. Dit betekent dat bij een veranderde situatie in een land onmiddellijk een initiatief kan worden genomen om dat land van de lijst te verwijderen.

 

Collega’s, de invoering van dit principe betekent niet dat wie uit een veilig land komt, geen asiel meer kan aanvragen. Alleen wordt deze aanvraag behandeld in een snellere procedure en komt de bewijslast nu toe aan de asielzoeker. Hij zal moeten aantonen dat zijn land voor hem niet als veilig kan worden beschouwd. Dat wil zeggen, collega’s, dat indien na individueel onderzoek blijkt dat de asielzoeker onvoldoende kan aantonen dat hij in zijn land van herkomst werkelijk wordt vervolgd, zijn asielaanvraag niet in overweging zal worden genomen. Als hij dat wel kan aantonen, zal zijn aanvraag wel in overweging worden genomen.

 

Collega’s, ik heb het al in de inleiding gezegd. Een degelijk asielbeleid staat of valt ermee dat alle elementen van het beleid op elkaar worden afgestemd en efficiënt worden toegepast. Dit geldt ook voor de laatste stap, het sluitstuk, namelijk als er geen mogelijkheid tot legaal verblijf meer is in ons land: de uitwijzing. Wij vinden dat er voldoende garanties zitten in dit wetsontwerp en zullen het dan ook goedkeuren.

 

16.17  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een aantal collega’s heeft het reeds aangehaald. Ik zal het nog eens herhalen. We hebben inderdaad nood aan een coherent, integraal en vooral continu asiel- en migratiebeleid, niet alleen aan een lijst met veilige landen. Een dergelijk beleid start inderdaad met preventie, zoals u tijdens de bespreking in de commissie hebt gezegd, mijnheer de staatssecretaris. Tegelijk is ook controle op de instroom nodig, collega Temmerman, een snelle en transparante procedure waarvoor Open Vld al geruime tijd ijvert, een leesbare en werkbare regelgeving die duidelijk is, makkelijk toe te passen en te controleren op het terrein. Minstens even belangrijk, collega’s, is dat indien nodig ook de verwijdering van het grondgebied volgt.

 

De omzetting van deze terugkeerrichtlijn zal geen oplossing bieden voor alle problemen, maar dit wetsontwerp zoals geamendeerd zal een noodzakelijke schakel zijn in de ketting van een humaan beleid dat tegelijk de asiel- en migratieproblematiek beheersbaar zal moeten maken. De krachtlijnen van het ontwerp sluiten naadloos aan bij de uitgangspunten van de eerder door dit Parlement goedgekeurde opvangwet.

 

Het is te zeggen, er is opvang tijdens de asielprocedure doch eindigend wanneer het bevel om het grondgebied te verlaten uitvoerbaar is geworden. Wij zijn daarbij uitgegaan van een uitvoeringstermijn van 30 dagen. Dit is te lezen in de toelichting bij de opvangwet. Een termijn van 30 dagen is in de praktijk uitvoerbaar voor degenen die het bevel krijgen om het grondgebied te verlaten. Wij spreken hier niet over een deportatie waarbij mensen weggejaagd worden uit het land; wij spreken hier over een bevel om het grondgebied te verlaten, waarbij mensen de kans krijgen om op vrijwillige basis rustig alles in gereedheid te brengen om terug te keren naar hun land van herkomst.

 

Zoals ik reeds zei, heeft het ontwerp dezelfde uitgangspunten als de opvangwet. Dat betekent dat wij humaan zijn en zorgen voor een efficiënt beleid. Indien er kan gewerkt worden met een vrijwillige terugkeer, is dit effectief de goedkoopste oplossing voor iedereen die daarbij betrokken is. De termijn van 30 dagen om het grondgebied te verlaten — dat is coherent — start op het ogenblik waarop een negatieve beslissing wordt betekend door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

 

Het ontwerp blijft uiteraard niet blind voor een en ander. Wij beseffen maar al te goed, de minister in het bijzonder, dat niet iedereen in aanmerking komt voor vrijwillige terugkeer. Als effectief het risico bestaat dat wordt ondergedoken, als werd aangetoond dat preventieve maatregelen niet werden gevolgd, als de openbare orde of de veiligheid in het gedrang komt, als, zoals collega Lanjri heeft gezegd, een eerder bevel werd genegeerd en als er sprake is van fraude of van meervoudige aanvragen, dan kan het bevel worden verkort tot 7 dagen, desgevallend samengaand met een inreisverbod.

 

16.18  Theo Francken (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Cauter, ik begrijp dat het niet aangenaam is de heer Somers ter zake te vervangen. Hij heeft het voorbije jaar de eerste minister of de staatssecretaris een tiental keer op een nogal cassante manier ondervraagd over het terugkeerbeleid. U moet hem nu vervangen. Wellicht zal hij een goede reden hebben om vandaag niet aanwezig te zijn, al had ik natuurlijk liever gehad dat de persoon die de felste criticaster van het beleid is, zelf aanwezig was.

 

Le président: Monsieur Francken, M. Somers est excusé puisqu'il se trouve, en tant qu'observateur, en République démocratique du Congo, dans le cadre des élections qui y sont organisées.

 

Sachez que je n'apprécie pas beaucoup que l'on fasse remarquer l'absence de membres qui se sont excusés en bonne et due forme. Cette pratique n'est pas correcte.

 

Si vous le souhaitez, à chaque début de séance, je donnerai la liste de ceux qui se sont excusés afin d'éviter toute observation qui pourrait faire planer des doutes quant aux absences des uns et des autres.

 

16.19  Theo Francken (N-VA): Mijnheer de voorzitter, in het Vlaams Parlement worden volgens traditie, indien ik mij niet vergis, bij het begin van de vergadering de verontschuldigde leden altijd genoemd. Gelieve mij dus te excuseren.

 

Niettemin is de heer Somers al heel lang met de voorliggende thematiek bezig.

 

Mevrouw Van Cauter, ik begrijp u, wanneer u zegt dat in het ontwerp goede elementen zitten, zoals het akkoord met Justitie en de lijst met veilige landen. Een aantal zaken wordt inderdaad verduidelijkt. Echter, nu stellen dat het een fantastische, goed leesbare wet is en dat een van de sterke punten van voorliggend wetsontwerp is dat de vreemdelingenwet door de bepalingen ervan beter leesbaar wordt, is de waarheid geweld aandoen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het advies van de Raad van State, dat opmerkte dat de opsteller van het voorontwerp voor de samenhang tussen de bepalingen diende te zorgen. De Raad van State vroeg zich af waarom een nieuwe titel werd ingevoerd, terwijl de aanpassingen perfect in de bestaande hoofdstukken kunnen worden gedaan.

 

Een hele resem technische opmerkingen hebben wij in amendementen gegoten, net om de leesbaarheid te verhogen.

 

Net de leesbaarheid als het sterkste punt van voorliggend wetsontwerp in de verf zetten, is niet helemaal correct.

 

16.20  Carina Van Cauter (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, mijnheer Francken, ten eerste, de heer Somers heeft een geldige reden om hier vandaag niet aanwezig te zijn, zoals de voorzitter zopas heeft opgemerkt.

 

Ik heb mijn punt ook tijdens de bespreking in de commissie aangehaald. Wij zijn twee verschillende persoonlijkheden, maar spreken dezelfde taal. Wij delen in onze fractie dezelfde standpunten.

 

Over asiel en migratie en over de leesbaarheid van voorliggend ontwerp hebt u de staatssecretaris in de commissie herhaaldelijk horen verklaren – hij heeft dit ook met zoveel woorden geduid – dat de regering is ingegaan op de punten van het ontwerp waarbij u terecht een aantal technische opmerkingen had. De verbeteringen werden aangebracht.

 

Echter, nu komen verklaren dat het ontwerp met haken en ogen aan elkaar hangt en dat het opstellen ervan absoluut niet op deskundige wijze gebeurde, is werkelijk de waarheid geweld aandoen.

 

Vandaag wordt een sluitstuk geboden in een coherent beleid waarbinnen in opvang wordt voorzien tijdens de periode waarin een asielzoeker terecht asiel aanvraagt. Als vervolgens, na de beslissing, het bevel wordt gegeven om het grondgebied te verlaten en als dat bevel hem gedurende een redelijke termijn de kans biedt om zich in bepaalde omstandigheden – met name dat er geen twijfel mag zijn dat de betrokkene zal onderduiken, in de illegaliteit zal verdwijnen of dat hij absoluut geen blijk geeft van fraude of van een gevaar voor de openbare orde – voor te bereiden op de gedwongen of vrijwillige terugkeer die zal volgen, dan lijkt zulks mij effectief overeen te stemmen met een coherent beleid, zoals onze fractie dat van de bevoegde minister verwacht.

 

Wanneer wij bovendien de procedures kunnen verkorten en het aantal procedures kunnen verminderen door een lijst van veilige landen in de wet in te voegen, dan zullen wij uiteraard tevreden zijn als het Parlement straks die lijst goedkeurt. Een en ander biedt de mogelijkheid aan de regering om de lijst in kwestie in de wet in te voegen, zodat de procedures zullen verminderen en sneller zullen worden afgehandeld. Vervolgens kunnen de bevoegde diensten zich concentreren op de dossiers waarin mensen terecht een aanvraag hebben ingediend tot het verkrijgen van het recht op asiel.

 

Dan kunnen deze dossiers grondiger worden bekeken en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. Dat lijkt mij in overeenstemming te zijn met een humaan beleid zoals wij dat verwachten. Dat is de reden waarom wij het ontwerp zullen goedkeuren.

 

Mijnheer de staatssecretaris, zoals ik gezegd heb in de commissie, moet er uiteraard samengewerkt worden met Justitie om te vermijden dat illegalen die misdrijven hebben gepleegd en die zich in de gevangenis bevinden, nadien opnieuw in de illegaliteit terechtkomen en opnieuw misdrijven begaan. Zij moeten worden overgedragen aan de Dienst Vreemdelingenzaken om ervoor te zorgen dat zij effectief worden verwijderd. Dat lijkt mij een goede zaak, waarmee wij niet alleen de werking van Justitie verbeteren maar waarmee wij er ook voor zorgen dat de overbevolking in de gevangenissen wordt aangepakt.

 

Tot daar mijn betoog, collega’s. Wij zullen het ontwerp steunen. Ook de heer Somers, die op dit ogenblik op missie is in het buitenland, steunt het.

 

16.21  Gerolf Annemans (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, er heeft in het Parlement een tijdje zo’n sfeer gewaaid waarin er een grote vreugde was over de afwezigheid van een deftige regering. De meestal jonge en nieuwe Parlementsleden die hier gearriveerd waren, verheugden zich erover dat het Parlement een grote autonomie had herwonnen. De afwezigheid van een regering was een zegen voor het land, want daardoor konden grote initiatieven in een grote en brede consensus tot stand worden gebracht.

 

Een van de paradepaardjes die altijd naar voren werden gebracht, was het nieuwe immigratiebeleid, dat het land ten goede zou komen. Het zou ontstaan op basis van een coalitie, die toen geen coalitie was, maar zich toch als coalitie gedroeg en overigens buiten het halfrond aan het onderhandelen was over de vorming van een regering. Aan Vlaamse zijde betrof het een coalitie gebaseerd op de N-VA, Open Vld en CD&V. Er was vreugde alom. Er was een naïeve vreugde over het feit dat er een nieuw immigratiebeleid voor België op stapel zou staan.

 

Ik was altijd – dat is natuurlijk het nadeel van mijn jaren en mijn ervaring in de Kamer – cynisch toen ik die vreugdekreten vernam, want politiek in België heeft uiteindelijk met macht te maken. Dat soort coalities is altijd heel wankel wanneer blijkt dat er een andere coalitie in de maak is, aan de macht is of aan de macht zal komen.

 

Die sfeer die hier een tijdje heeft gehangen, is een verklaring voor het feit dat wij hier nu het merkwaardige fenomeen van onderhavige immigratiewet moeten dulden. Hoewel België het verzamelpunt is van asielzoekers in de hele wereld – we staan op de tweede plaats, na Zweden, wat asielzoekers betreft –, is België er toch als de kippen bij om de terugkeerrichtlijn van de Europese Unie in een wet om te zetten. Dat mag merkwaardig heten, want de terugkeerrichtlijn van de Europese Unie is vooral een beperking van de autonomie, die wij hier zouden grijpen om op onze manier, zoals onze publieke opinie dat verlangt, een terugkeerbeleid voor illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers op poten te zetten.

 

Daarvoor hebben wij vooral het Europese recht niet nodig, want het Europese recht is altijd een beperking. Wat stellen wij nu vast? België was er als eerste bij om de terugkeerrichtlijn in een wet te gieten en daarbij benutte het nog niet eens alle mogelijkheden die zelfs Europa, in al zijn beperktheden, nog toeliet. Wij hebben dus nu een coalitie – voor een stuk een voormalige coalitie, want de N-VA is nu in de oppositie geraakt ten opzichte van de oorspronkelijke afspraken – die een terugkeerrichtlijn van de Europese Unie zal uitvoeren en minder ver gaat en minder dynamische mogelijkheden creëert om een terugkeerbeleid op poten te zetten dan de Europese richtlijn toelaat.

 

Het Vlaams Belang vraagt zich af waar wij het in vredesnaam aan verdiend hebben dat wij bestuurd worden door politici, zelfs potentiële meerderheden die zich als regering aandienen, die altijd een migratiebeleid voeren dat zwakker en softer is dan alles wat, niet alleen Vlaanderen zou nodig hebben en in zijn stembussen ooit naar voren heeft gebracht, maar dat ook veel softer is dan wat zelfs de Europese richtlijnen ons toestaan.

 

De verklaring, beste collega’s, kennen we allemaal. De verklaring is dus dat sfeertje van daarnet, waarin er een soort klavertje vier werd gecreëerd na de vorige verkiezingen. Het is een klavertje vier van immigratiewetjes – verkleinwoord vanwege het Vlaams Belang – over de opvang van asielzoekers, over de gezinshereniging, over de terugkeerrichtlijn en over misbruiken inzake de medische regularisaties, dat volgende week zal worden besproken. Alle vier worden ze overgoten met de dikke, vette saus van het Parlement, dat autonoom mocht handelen, zonder dat een regering of een coalitie kwam zeggen wat er moest gebeuren, en dat autonoom zou bepalen hoe het immigratiebeleid moest worden verbeterd.

 

Het zijn er vier netjes op een rij, met – voor zover ik tijdens de besprekingen die ik heb bijgewoond, vernomen heb – ook een coalitieakkoord over wie de hoofdindiener mocht zijn van de teksten: de tekst over gezinshereniging was voor collega Lanjri, Somers kreeg de tekst over de opvang, wat asielwet werd genoemd. Dat werd achter de schermen afgesproken, want de regering in lopende zaken zou zich daar niet mee bemoeien. Het zou een stroom van democratie zijn, die de vier wetten door het Parlement ging jagen. De vier hoofdindieners waren mooi verdeeld. Ik meen dat voor onderhavige tekst oorspronkelijk was afgesproken dat het de heer Francken zou worden, vandaar zijn klacht. Ik weet niet wie het was voor medische regularisatie, maar dat speelt nu geen grote rol.

 

De vette saus "wij zijn het Parlement en wij zijn autonoom" verdween op een goede dag. Immers, de onderhandelingen, achter de schermen, hier buiten, in het niet-democratische politieke veld zorgden ervoor dat de N-VA werd buitengewipt. Plots werd dat klavertje vier brutaal verscheurd. Die mooi afgewerkte nieuwe immigratiestructuur voor Vlaanderen en België moest helemaal in een ander carcan gegoten worden.

 

De politieke situatie werd een beetje vervelend. De N-VA zat er mee tussen, maar moest er terug uit. En de N-VA, die een aantal zaken mee had goedgekeurd, begon plots die zaken terug af te keuren. Het is een beetje zoals met Brussel-Halle-Vilvoorde; de N-VA had mee onderhandeld, maar toen zij eruit vlogen vonden zij het een slecht akkoord waarover wellicht later nog zou worden onderhandeld. Zij noemden het akkoord dat de anderen gesloten hadden geen nachtmerrie, maar toch onaanvaardbaar.

 

En net zoals bij Brussel-Halle-Vilvoorde deden CD&V en Open Vld gewoon voort, alleen. Zij zegden u de wacht aan en stuurden u wandelen met uw visie op de terugkeerrichtlijn, die u had uitgeprobeerd in dit Parlement, achter de schermen, los van een regering en een coalitie, in alle vrijheid en met al de democratische daadkracht die u tentoonspreidde.

 

Open Vld en CD&V lieten u zitten. Waarom? Niet omdat zij het niet meer eens waren met uw visie op de terugkeerrichtlijn, maar gewoon omdat zij de N-VA achter zich lieten.

 

Ik haal dat maar aan als bewijs dat de sfeer waarover ik het heb, de vette saus waarmee het klavertje vier van vier nieuwe immigratiewetjes is overgoten, wel wordt bepaald door coalities, politieke verhoudingen, krachtverhoudingen en vooral door een compromis dat in die vier ontwerpen was geslopen.

 

16.22  Theo Francken (N-VA): Mijnheer Annemans, u bent met spek aan het schieten. De terugkeerrichtlijn zat nooit in die vier. Over de terugkeerrichtlijn is er nooit een informele vergadering geweest. U zit er totaal naast. Dat is altijd binnen de regering geweest. De N-VA is nooit bij een bespreking over de omzetting geweest.

 

Ik geef dit enkel mee ter informatie. Hou alstublieft op met verzinsels of veronderstellingen te poneren. Dat is niet waar. Over een aantal andere zaken wel, u weet dat, maar over de terugkeerrichtlijn nooit.

 

Voorts had ik graag van u vernomen welk voorstel de N-VA heeft ingediend of gesteund en daarna weer ingetrokken? Over welk voorstel hebt u het, waar wij zogezegd een maand of twee maanden geleden of misschien vijf maanden geleden voor waren en nu tegen? Ik wil dat graag van u vernemen.

 

16.23  Gerolf Annemans (VB): Ik doe daar geen gok over. Ik zie hier nu dat u amendementen indient. Het waren er eerst veertig en nu nog tien. Ik neem aan dat u zich in het voorstel dat de regering heeft ingediend niet kunt terugvinden.

 

Ik neem ook aan, vermits u in de commissie hebt tegengestemd, dat u dat hier ook zult doen, waarmee u zich, o gruwel, aan de kant van het Vlaams Belang bevindt.

 

Dit is uiteindelijk een ontwerp geworden van de regering, inclusief van de PS. Een zeer indrukwekkend spektakel kan die terugkeerrichtlijn dus onmogelijk zijn. Het is een beetje primitief van mijnentwege, maar het is een a contrario-redenering: als de PS dat goed vindt, kan ik dat moeilijk een interessante immigratiewet vinden.

 

Ik waardeer het en ik vind het zelfs logisch dat u dat zelfs mee met ons amendeert. Alleen gaan wij natuurlijk verder in onze amendementen en daar scheiden onze wegen dan weer. Daar zal ik straks op terugkomen.

 

Wat ik maar wil zeggen is dat het klavertje vier, voor mijn part het klavertje drie, waaraan u hebt meegewerkt, volgens het Vlaams Belang een manier is om de publieke opinie om de tuin te leiden. De gezinshereniging die werd voorgesteld als “een beperking van de gezinsherenigingen”, en de asielwet of opvangwet zo u wil, waren zo futiel dat zelfs de Antwerpse magistraten hier in de hoorzittingen zeiden dat men het mocht vergeten, want dat men er daarmee niet zou geraken. Daarover wordt nu gedaan alsof de materiële hulp voor asielzoekers wordt teruggeschroefd. Dat is de toon ten aanzien van de publieke opinie.

 

Président: André Frédéric,vice-président.

Voorzitter: André Frédéric, ondervoorzitter.

 

Hier ook weer. De invoering van de terugkeerrichtlijn wordt door de regering misbruikt om plots via een amendement te doen alsof er een lijst met veilige landen bestaat. Telkens wijs ik op de propagandistische waarde daarvan. Men wil de publieke opinie, die – op dit punt zult u het met me eens zijn – in Vlaanderen zeer verontrust is inzake migratie, en terecht, om de tuin leiden. Er wordt gedaan alsof dit wetje inzake gezinshereniging de gezinshereniging aan banden zal leggen.

 

De publieke opinie wordt ook om de tuin geleid met het wetje inzake opvang dat wordt voorgesteld als een beperking van de materiële hulp aan asielzoekers. Nu wordt ook over de terugkeerrichtlijn gedaan alsof er een lijst van veilige landen wordt ingevoerd, terwijl de regering niets anders doet dan een klein artikel van de procedure wijzigen, waardoor de bewijslast wordt omgedraaid. De publieke opinie begrijpt dit echter zoals Vlaams Belang het jaren in zijn propaganda heeft verwerkt, namelijk dat mensen uit een veilig land eruit gaan.

 

De publieke opinie denkt – dat is de reden waarom u het ontwerp goedkeurt – dat men nu met een zogenaamde lijst van veilige landen zal werken om een dossier ten gronde goed of af te keuren, terwijl het enkel om een pietepeuterige omdraaiing van de bewijslast gaat, en de procedure voor de rest onaangetast blijft.

 

Voor mijn part zijn die drie – geen vier – asielwetjes die wij hebben een soort propaganda waarmee de publieke opinie in Vlaanderen om de tuin wordt geleid. Wij wikken onze woorden wanneer wij dat zeggen.

 

Ik wil nog aannemen dat N-VA het niet bedoelde als misbruikte propaganda. Mijnheer Francken, ik zou niet durven denken dat u de politieke opinie in Vlaanderen om de tuin durft te leiden. Maar het is in ieder geval een gevolg van uw strategie te proberen het haalbare binnen te halen terwijl u desnoods het noodzakelijke opzijzet. Dat is het grote verschil tussen uw strategische, deels ideologische aanpak en onze invalshoek. Onderhandelen is voor N-VA bijna een ideologie. U gaat voor het haalbare, Vlaams Belang blijft voor het noodzakelijke gaan. Ik kom straks terug op wat wij noodzakelijk vinden.

 

U zegt dat u samen met de andere partijen iets realiseert. Wat nu gebeurt, bewijst eigenlijk dat zij het zonder u kunnen. Zodra zij beslist hebben N-VA uit de onderhandelingen te gooien – over BHV, de staatshervorming en de begroting, al mag de heer Bracke vier keer zeggen dat hij de begroting mee wil goedkeuren –, doen zij het zonder u.

 

Zolang ze het zonder u doen, zullen ze ook de propagandamachine rond de migratie, het misbruiken van de termen waarover ik het daarnet had, het zand in de ogen strooien bij de Vlaamse publieke opinie, door uw strot rammen. Voor een deel is die strategie van het haalbare ergens mislukt, want het haalbare is niet haalbaar gebleken. U hebt niet binnengehaald wat in Vlaanderen inhoudelijk zou kunnen verkocht worden als een reële terugdringing van het asielprobleem of van de immigratiestroom.

 

Wij blijven tot spijt van wie het benijdt en tot de zaken ten goede keren, gaan voor wat noodzakelijk is. Wij voorspellen hier vandaag dat geen enkele van die immigratiewetjes – verkleinwoord van het Vlaams Belang –, ook niet die van vandaag, enige gunstig effect zal hebben op wat de basis is van het probleem. Wij worden overspoeld vanuit de hele wereld. We zijn het enige land dat daar zo onder lijdt. Wij worden overspoeld door asielzoekers en zij zullen blijven komen.

 

Wij zijn van oordeel dat we niet moeten redeneren in de Europese logica. Het grootste deel van die Europese wetgeving is als een blok aan ons been. Natuurlijk moeten wij internationale verdragen respecteren en natuurlijk wil ik ook in mijn uiteenzetting vier keer zeggen dat het humaan moet zijn. Dat spreekt vanzelf, dat hebben wij ook altijd onderstreept. Wat de conventie van Genève betreft, is het ons daar niet om te doen. Waar het ons om gaat, is dat die Europese wetgeving een veel te zware last legt op de souplesse waarmee wij zelf een immigratiebeleid willen blijven voeren.

 

Als het Europees recht optreedt, kunnen wij tenminste bewijzen dat België veel te soft is aan de hand van het feit dat het zelfs die richtlijnen niet invult, wat dan blijkt uit amendementen van de N-VA die probeert dat nu wel te doen, om te gaan tot zover de Europese richtlijn het toelaat. Wij gaan ervan uit dat nood wet breekt. Wij moeten naar een asielbeleid zoals dat in Australië en de Verenigde Staten, dat op dit moment gebaseerd is op het opsluiten in gesloten instellingen van asielzoekers. Dat zal de procedure verkorten, want het zal de motivatie om ons te overbelasten met louter economische vluchtelingen sterk doen afnemen. Binnen dat kader – ik zou bijna zeggen het kader van de Verenigde Staten en Australië – is Vlaams Belang van oordeel dat we veel verder moeten gaan, dat we niet zo naïef moeten zijn om hier die terugkeerrichtlijn in Belgisch recht om te zetten en dat dan nog niet eens te doen op een manier die Europa ons toelaat. Er zijn geen andere mogelijkheden.

 

De feiten zullen Vlaams Belang – zoals dat de afgelopen twintig jaar zo dikwijls het geval is geweest – andermaal gelijk geven. Die asielstroom zal niet stilvallen met deze wetjes. De asielstroom zal blijven voortgaan. Wij zijn van oordeel dat al wat hier vandaag en de afgelopen maanden gebeurd is en wat hier volgende week zal gebeuren – ik zal er volgende week dan ook op terugkomen – bedrog van de publieke opinie is geweest. Een van de bewijzen of voorbeelden die ik kan geven, is dat niets ons verplicht om die terugkeerrichtlijn om te zetten. Duitsland, Oostenrijk en Nederland, allemaal beschaafde landen waar beschaafde lieden aan het bewind zijn, denken er op dit moment niet eens aan om die terugkeerrichtlijn om te zetten.

 

Wat wel het geval is, is dat de regering in lopende zaken, inclusief de Parti Socialiste, dit heeft misbruikt om met dat amendement over de lijst van veilige landen de indruk te wekken dat het asielbeleid nu aan de hand van die lijst zal worden aangepakt.

 

Een ander voorbeeld ten overvloede, de Europese Unie zegt dat België een lijst van veilige landen mag hanteren. De regering dient dat als amendement in. De N-VA probeert constructief te zijn en stelt voor om de EU-landen op die lijst van veilige landen te zetten. De N-VA durft niet, zoals het Vlaams Belang, in een amendement te vragen om in die lijst op te nemen dat mensen uit EU-landen geen asielzoeker kunnen zijn. Wij zijn het enige land dat aan EU-burgers een asielrecht toestaat, en dit omdat de N-VA ooit in een ver verleden onder leiding van Geert Bourgeois heeft gevraagd dat de Basken hier als asielzoekers zouden kunnen landen. Daarom is België het enige EU-land dat EU-burgers als vluchteling erkent. Dat was een historische vergissing. De N-VA blijft echter logisch en zegt te proberen om de EU-landen op die lijst van veilige landen van minister Wathelet te zetten. Wij vragen om in de wet te laten opnemen dat er geen asielzoekers meer worden aanvaard uit de EU. Geen van de twee zal het halen.

 

Wij ondervinden dat dit allemaal voorbeelden zijn waaruit blijkt dat men in die zaken niet radicaal genoeg kan zijn en dat men niets constructief kan oplossen met de wetjes die de afgelopen maanden werden goedgekeurd.

 

16.24  Theo Francken (N-VA): Mijnheer Annemans, u zegt dat het Vlaams Belang een heel humane partij is, helemaal niet extremistisch, en dat u wil wat Amerika en Australië doen, met name gesloten centra voor asielzoekers.

 

Volgens mij worden asielzoekers in Australië, in tegenstelling tot wat u beweert, niet meer in detentie gehouden wanneer zij asiel aanvragen. U beweert dat nochtans en u voegt eraan toe dat het Vlaams Belang niet extreem is en heel proper; u vraagt wat in beschaafde landen zoals Amerika en Australië ook gebeurt. Volgens mij is dat niet eens waar.

 

Voorts zegt u dat asielzoekers uit Europa voor u nooit asiel kunnen aanvragen. Ik begrijp niet wat het probleem is. Ik denk dat het Vlaams Belang ook een volksnationalistische partij is. Die mensen krijgen geen opvangrecht. Die procedure kost de Belgische Staat vrijwel niets. De papieren moeten worden bekeken, wat inderdaad misschien manuren op de ambtenarij kost, maar dat kost geen opvang. Dankzij ons krijgen die mensen geen opvang meer.

 

Voor ons geldt: geen opvang, maar wel nog de aanvraag. De mogelijkheid moet bestaan voor mensen die hun land ontvluchten, al komen ze uit een ander EU-land of van elders over heel de wereld, om bescherming te krijgen, bijvoorbeeld omwille van hun politieke overtuiging.

 

Ik zie daar totaal het probleem niet van in. U zegt dat dit ons enorm veel geld kost en dat de N-VA op die manier meer geld in de asielinstanties willen pompen. Dit kost de asiel- en opvanginstanties absoluut niets. Ik vind het een heel goede zaak dat het Baskische echtpaar Moreno-Garcia naar hier kon vluchten en hier werd beschermd.

 

16.25  Gerolf Annemans (VB): Ik heb het helemaal niet over die Baskische kwestie willen hebben. Ik heb het enkel als voorbeeld willen aanhalen. Er zijn altijd wel redenen waarom het asielbeleid in België tot aberrante toestanden heeft geleid. Ik heb niet beweerd dat de N-VA per se EU-asielzoekers wil bekostigen of wat dan ook. Ik verneem hier dat zij niets kosten, en des te beter, maar daarover gaat het niet. Het gaat over aberrante zaken, zoals een EU-land dat als enige EU-land EU-burgers asiel verleent. Men moet dan gaan kijken of dit historische oorzaken heeft. Ja. Dit neemt echter niet weg dat wij telkens kunnen vaststellen dat België in aberrante toestanden terechtkomt met zijn asielwetgeving, ook al is er geen enkele internationale verplichting om het zo te doen. Wij vragen dat het anders zou gebeuren.

 

Ik steun u als u zegt dat het logischer moet. Er moet in die wetgeving een zekere logica komen. Die logica is er momenteel niet. Wij gaan daar natuurlijk verder in, want volgens ons kan men geen modern asielbeleid voeren wanneer men niet werkt met een vorm van gesloten centra, detentiecentra. U doet hier alsof dit een uitvinding van de duivel is en ik zeg u dat dit niet zo is. Als dit in Amerika en Australië wel kan — al is dat volgens u niet het geval — dan moeten wij niet vrezen met de vinger te worden gewezen.

 

Wij zijn na Zweden het enige land dat zo veel asielzoekers per hoofd van de bevolking opvangt. Wij moeten iets doen en niet alleen wegens de cijfers, maar natuurlijk ook omdat de democratische realiteit iedereen van ons de boodschap heeft meegegeven om hieraan iets te doen.

 

Het enige dat ik hier doe als oppositie binnen de oppositie is zeggen dat er met deze maatregelen niets zal veranderen. Men kan de publieke opinie proberen te overtuigen dat men een lijst van veilige landen hanteert, dat men asielzoekers geen materiële hulp meer geeft en dat men de gezinshereniging aan banden heeft gelegd, maar dat is gewoon niet waar. Dat wilde ik onderstrepen. Dat is onze invalshoek om te zeggen dat wij een ander denkkader hebben.

 

Wij zullen door de feiten gelijk krijgen, is het niet nu dan later, inzake de manier waarop men in de eenentwintigste eeuw een modern asielbeleid zal moeten ontwikkelen. Tenzij wij bij de vaststelling blijven steken dat wij onze publieke opinie moeten overspoelen met mensen en inwoners waar onze publieke opinie niet om gevraagd heeft. Wij moeten dus tegen onze publieke opinie ingaan. Als wij een door de regering van lopende zaken en dus door de PS goedgekeurde immigratiewetgeving willen volhouden, zullen wij tegen de Vlaamse bevolking moeten ingaan en dan zult u de moed moeten hebben om dit ook te doen.

 

Maar stop er dan mee om hier kleine asielwetjes te maken in een sfeer van “we doen er iets aan”, terwijl u er juist niets aan doet. Dat is het enige wat ik wilde zeggen. Ik heb de kwestie van de EU-burgers die hier asiel krijgen, alleen maar als voorbeeld willen noemen.

 

Wat is mijn conclusie? Het is zoals met de begroting de afgelopen dagen. Er is veel misbruik van de Europese Unie en van de wetgeving en afspraken op het Europese niveau, om uiteindelijk softere regelingen te bedingen, die de PS beter uitkomen. Dat voel ik aan bij die Europese richtlijnen. Zij gebruiken die, misbruiken ze desnoods – de lijst van veilige landen is een heel goed voorbeeld daarvan – om daarna aan de hand daarvan softere wetgeving hier bij ons binnen te gooien dan we eigenlijk Europees zouden verplicht zijn en dan we zeker internationaal verplicht zijn. Een modern asielbeleid kan er niet komen, zolang wij die toestand, dat mechanisme van misbruik van de Europese wetgeving om hier softere wetgeving in te voeren, toelaten. Houd ermee op.

 

Onderhandelen – dit is de afgelopen maanden gebleken – is een gevaarlijke zaak. Op een gegeven moment springen de onderhandelingen af en dan is het beter, zeker in onderhavige zaak, waar de publieke opinie in Vlaanderen al zo lang op hamert, om zich rechtlijnig aan zijn principes te houden en te gaan voor het noodzakelijke van een modern asielbeleid. Men zoekt dus beter niet het haalbare, zoals we hebben gezien met de tekst over de gezinshereniging. Inderdaad, maandenlang werd geprobeerd om de PS en de heer Madrane aan boord te houden. Dat is uiteindelijk mislukt en daarna is een klein koekoeksei in ons nest beland, dat geen beperking van de gezinshereniging inhoudt. Het is dus beter de principes en het noodzakelijke rechtlijnig vast te houden; de toestand is dringend genoeg.

 

Er is geen nood aan propagandawetjes. Over enkele weken treedt de vrieskou weer in en dan staan de media met camera’s en de ngo’s allemaal weer met hun zakdoek aan het Noordstation. Het kot zal weer te klein zijn, er zal dringend weer een regeling nodig zijn en uiteindelijk zullen er opnieuw ten overvloede en ontegensprekelijk bewijzen op tafel komen dat al die teksten geen regelingen, geen beperkingen van de problemen zijn geweest. Ik wil aannemen dat de oplossingen die wij aandragen op dit moment in België, niet haalbaar zijn. Ik heb nooit een noodzakelijke oplossing, zelfs niet de meest extreme van een onafhankelijk Vlaanderen en de ontbinding van de Belgische Staat, verzwegen of achter de tanden gehouden, omdat ze eventueel niet haalbaar zou zijn.

 

Ik heb zeker nooit het haalbare nagestreefd wanneer ik zeker wist dat ook dat zelfs niet haalbaar was. Wij mogen onszelf geen blaasjes wijsmaken. U mag uw kiezers geen blaasjes wijsmaken. En vooral uzelf mag u geen blaasjes wijsmaken.

 

Het zogenaamd nieuwe immigratiebeleid op basis van de aanvankelijk met de N-VA aangevulde maar nadien met een afgevallen N-VA toch nog voortgezette immigratiewetjes, is geen beleid, waar het Vlaams Belang achter kan staan. Wij hebben met een aantal verregaande en principiële amendementen geprobeerd om de tekst ten gunste aan te passen. Wij hopen dat die amendementen het halen. Wij hebben geen vrees dat het ook zo zal zijn, want er is geen enkel teken geweest dat er over een deftig, modern, eenentwintigste-eeuws asielbeleid, zoals wij dat wensen, een debat op gang kon komen. Vandaag of morgen zal dat echter toch moeten gebeuren, want de problemen zijn groot en het is niet met wat u nu op tafel legt, dat er ook maar iets zal veranderen.

 

16.26  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, chers collègues, ce projet de loi qui vise à transposer la directive Retour comprend, en fait, un ensemble de petites mesures.

 

Un premier paquet de ces mesures a trait au délai relatif à l'ordre de quitter le territoire. Ce délai peut être de trente jours, il peut être raccourci en cas de problème ou prolongé si l'intéressé peut prouver que son retour volontaire ne peut avoir lieu dans ce délai. Toujours est-il qu'elles visent à encadrer l'ordre donné de quitter le territoire.

 

Ce projet de loi traite également de toute la question de la détention. Qui peut ordonner la détention et pour combien de temps? On y établit que la détention n'est possible qu'en cas de risque de fuite et qu'elle est limitée à une période de deux mois.

 

Cela dit, ce projet de loi présente une lacune. En effet, depuis plusieurs années, il est question de l'importance d'une décision judiciaire en cas de décision de détention. Décider de priver une personne de sa liberté n'est pas anodin. Il nous semble donc important qu'un contrôle de proportionnalité puisse être effectué à ce niveau, raison pour laquelle nous avons déposé deux amendements afin qu'en cas de privation de liberté, une instance indépendante puisse vérifier que la détention est bien nécessaire.

 

À l'heure actuelle, qui se retrouve en centre fermé? Les personnes qui arrivent en avion, celles qui relèvent du Règlement Dublin, celles qui se sont trouvées au mauvais endroit au mauvais moment. Mais il n'existe pas vraiment de règle permettant de déterminer quelles sont les catégories de personnes qui seront transférées et maintenues en centre fermé. C'est l'administration qui prend la décision de placer des personnes en centre fermé.

 

Selon nous, cette pratique n'est pas légitime. Quand une détention est décidée, il doit y avoir intervention d'un juge. C'est pour cette raison que nous avons déposé nos deux premiers amendements.

 

Pour ce qui concerne la politique d'expulsion forcée, le projet de loi prévoit l'existence d'une instance de contrôle sans donner plus d'explication à ce sujet. Cependant, le ministre a annoncé que c'est le service de contrôle des polices qui sera chargé de ces contrôles. Or, cette instance ne nous semble pas être très indépendante.

 

En effet, entre le moment où la personne sort d'un centre fermé, pénètre dans la camionnette, est emmenée à l'aéroport, est détenue dans un cachot, se trouve sur le tarmac puis s'installe dans l'avion, il s'est parfois produit des dérapages regrettables. Il me paraît donc préférable, tant pour les expulsés que pour les policiers qui effectuent correctement leur tâche, qu'une véritable instance indépendante assiste aux expulsions, de façon impromptue, et contrôle leur bon déroulement.

 

Selon nous, cette instance aurait pu être le Centre pour l'égalité des chances. Le choix du service de contrôle des polices ne nous paraît pas judicieux.

 

Un autre sujet abordé dans le projet est la question de l'entry ban. Cette notion est intégrée dans le droit belge. L'entry ban est la notion d'interdiction d'entrée; c'est une décision qui interdit l'entrée et le séjour sur le territoire de l'ensemble des États membres pendant une durée déterminée. Elle peut être imposée pour trois ou cinq ans.

 

Le ministre peut décider que, pour des cas humanitaires – non précisés –, il n'assortit pas l'ordre de quitter le territoire d'une interdiction d'entrée. L'interdiction d'entrée peut être levée ou suspendue pour des raisons humanitaires, d'études ou professionnelles.

 

À ce sujet, j'aurai quelques questions à vous poser. Malgré nos débats en commission sur cette question de l'entry ban, la façon de l'accorder ou de la lever reste peu claire.

 

Ce nouvel article 74/12, § 1eralinéas 1 à 3 doit-il être interprété comme voulant dire que, au premier alinéa, le ministre peut suspendre ou lever à tout moment l'interdiction d'entrée pour raison humanitaire, vu que l'alinéa 2 prévoit que, pour des raisons professionnelles ou d'études, elle peut être levée sur demande aux deux tiers de la durée de l'interdiction d'entrée.

 

16.27  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Oui.

 

16.28  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Nous pouvons donc noter que le ministre répond oui à cette interprétation.

 

Dans ce deuxième alinéa, il est donc noté que le ministre peut lever l'interdiction. Cela signifie-t-il qu'il s'agit d'un pouvoir discrétionnaire du ministre? Dans quelle hypothèse acceptera-t-il de la lever pour tel étudiant et pas pour tel autre, alors que les deux remplissent les conditions, c'est-à-dire avoir le statut d'étudiant et avoir passé les deux tiers de leur entry ban? Tous les étudiants pourront-ils profiter de ce droit ou bien d'autres critères doivent-ils encore intervenir?

 

16.29  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Ce n'est pas un droit; c'est au pouvoir discrétionnaire du ministre d'évaluer si les conditions sont remplies et de décider ou non de lever l'entry ban après les deux premiers tiers de sa durée; dans ce cas, il ne serait pas nécessairement de trois ans, mais de trois ans, cinq ans ou plus.

 

16.30  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Les raisons humanitaires ne sont pas non plus définies. Le secrétaire d'État pourrait-il nous en donner quelques exemples? Risque-t-on de se trouver de nouveau devant le même problème que celui posé par l'article 9bis, où les circonstances exceptionnelles n'ont pas été définies et où on a souvent l'impression qu'elles sont interprétées par l'administration de manière assez arbitraire? Lorsqu'il s'agit d'une demande introduite par une personne qui se trouve ici et a introduit une demande de régularisation, pourraient-elles se confondre avec les circonstances exceptionnelles de l'article 9bis?

 

16.31  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Nous n'avons pas voulu dresser une liste exhaustive, au risque d'oublier des cas humanitaires auxquels nous n'aurions pas pensé. C'est la raison pour laquelle nous avons conservé la notion d'humanitaire telle qu'elle est prévue dans le cadre de la directive. Une nouvelle fois, il sera laissé à l'appréciation de l'administration et du ministre de décider si oui ou non les circonstances humanitaires justifient la levée ou la suspension de l'entry ban.

 

16.32  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Si aucune décision n'est prise dans les quatre mois de la demande de suspension ou de levée de l'entry ban, la décision est réputée négative. C'est un peu fou! En général, quand une administration ne répond pas, on considère que c'est au bénéfice du citoyen et on dit que la décision est réputée positive. Ici, on propose exactement le contraire. Si l'administration ne fait pas son travail, la personne sera pénalisée et recevra d'office une réponse négative.

 

De plus, outre le fait que c'est assez absurde et étonnant comme pratique, et contraire à toute logique de bonne gouvernance, cela risque de surcharger le Conseil du Contentieux des Étrangers qui verra arriver des gens parce que l'administration n'a pas fait son travail. Cela me paraît vraiment de la mauvaise gestion. Là aussi, nous proposons de revenir à un système plus classique, qui dit que, si au bout de quatre mois – ce délai me paraît convenable — on n'a pas répondu, la réponse est réputée positive.

 

Comment va se dérouler la procédure de demande de levée d'une entry ban donnée par un autre État membre? Le projet prévoit que c'est le ministre ou son délégué, donc l'Office des Étrangers, qui, lorsqu'il envisage de délivrer un titre de séjour à une personne frappée d'une interdiction d'entrée, doit consulter au préalable l'État membre qui l'a délivré, pour tenir compte de ses intérêts.

 

En commission, je vous ai interrogé sur la procédure et vous m'avez répondu qu'il s'agissait de celle prévue par le Code frontières. Or, je n'ai pas trouvé de telle procédure dans le Code frontières — établi par le règlement 562 de 2006 —, ni rien de précis sur ce qui se passe au cas où l'État ne répondrait pas à la question. Pouvez-vous m'en dire plus, ou éventuellement me confirmer qu'il convient de considérer que, lorsque l'État en question ne donne pas de réponse dans un délai raisonnable – un mois, deux mois —, c'est qu'il n'a pas d'intérêt au maintien de l'entry ban et que notre pays s'estime compétent pour pouvoir travailler dans ce cas-là.

 

16.33  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame Genot, je ne suis pas d'accord avec votre interprétation. L'entry ban ne peut être levée que par l'État qui l'a émise. Je vous ai dit en commission que c'est le Code frontières Schengen qui évalue les flux d'informations entre les différents États.

 

16.34  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): À ce propos, nous allons nous trouver face à une série de difficultés lorsque les États concernés ne répondront pas. Nous devrons bloquer toute une série de cas, alors qu'ils mériteraient peut-être d'être examinés par notre administration. Cela risque de nous poser de nombreux problèmes, d'autant plus qu'aucune limite n'est fixée dans le temps à ces autres États de nous répondre.

 

Une autre difficulté se présente. Pour lever ces fameuses entry ban, il faut avoir quitté le territoire. Cela signifie que certaines personnes recevront un ordre de quitter le territoire, même si, entre-temps, elles ont fondé une famille. Dans ce cas, on ne pourra suspendre leur entry ban. Si elles invoquent le regroupement familial avec leur fils ou leur fille, il leur faudra retourner dans leur pays d'origine. Voilà ce qu'il faudra leur dire! C'est totalement inconcevable et contraire à la protection de la vie familiale qui prévoit que les enfants ont le droit d'être auprès de leurs parents! Je prévois de nombreuses discussions et de ratés en la matière.

 

Examinons l'élément nouveau de ce projet de loi, à savoir l'amendement déposé par la nouvelle majorité dans le cadre de la discussion de ce projet: la liste des pays sûrs. On l'a beaucoup présenté comme une réponse à la crise de l'asile, à la crise de l'accueil. Coupons d'emblée les ailes à ce canard! Cela ne résoudra nullement la crise de l'accueil ni la crise de l'asile. On a pu constater en France qu'après avoir adopté la liste des pays sûrs, le nombre de demandeurs d'asile émanant de ces pays a doublé! Les listes de pays sûrs n'ont jamais rien résolu. La France en est le meilleur exemple.

 

D'où vient la majorité des personnes qui demandent l'asile en Belgique? D'Afghanistan: 11 %, de Guinée: 8 %, d'Irak: 8 %.

 

Ce ne sont pas des pays sûrs. Donc, la crise de l'asile et de l'accueil ne va pas être résolue.

 

16.35  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Et les pays des Balkans totalisent quel pourcentage? Combien?

 

16.36  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Ils ne sont pas dans les trois premiers pays en termes de demandes d'asile, sauf certains mois où ils occupent la troisième et la quatrième places.

 

16.37  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Les pays des Balkans, c'est 22 %.

 

16.38  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Exactement. Donc, si je comprends bien, vous les considérez comme des pays sûrs. C'est ce que vous me dites!

 

16.39  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Vous venez de citer l'Afghanistan. Je suppose que vous ne le considérez pas comme un pays sûr.

 

Certains pays balkaniques pourraient être visés. En tout cas, je l'espère – étant donné que, pour certains d'entre eux, nous avons libéralisé les visas. Simplement, cela concerne un nombre très important de demandeurs d'asile. De plus, madame Genot, j'aimerais que vous ayez la correction de reconnaître que ce sont les pays qui augmentent le plus ces derniers mois.

 

Le président: Madame Genot, on atterrit!

 

16.40  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Revenons donc aux pays des Balkans. Qui sont les gens qui viennent ici? Majoritairement, il s'agit de personnes issues de minorités ethniques: en l'occurrence, les Roms. Sont-elles idéalement protégées? Quand vous lisez les rapports européens, qui sont pourtant écrits dans des termes particulièrement diplomatiques, vous vous apercevez qu'ils pointent les discriminations et les graves atteintes aux droits de l'homme qui sont perpétrées contre ces communautés.

 

Du reste, même le CGRA, qui est l'instance officielle pour vérifier si des gens sont persécutés là-bas, a reconnu plusieurs individus provenant des Balkans comme étant des réfugiés nécessitant une protection. En début d'année, la Belgique a octroyé ce statut à 128 Kosovars. Si nous prenons l'exemple de la Serbie, là aussi, plus d'une trentaine de personnes ont reçu ce même statut. C'est bien parce que l'on estime que, dans plusieurs cas, ces gens connaissent des problèmes.

 

Quel est l'inconvénient posé par cette fameuse liste? On a tendance à ne plus travailler de manière fine et individuelle. On renverse la charge de la preuve en demandant qu'une personne démontre que, bien qu'elle vienne d'un pays sûr, elle est vraiment en danger. Malheureusement, la plupart des demandeurs d'asile n'ont pas de petit classeur dans lequel ils ont rangé les preuves à produire.

 

C'est pour cela que l'on a créé des instances. Elles travaillent sur chaque cas et vérifient si la personne a effectivement besoin de protection ou non.

 

Que va-t-il très probablement se passer? Cette liste des pays sûrs va constituer un prétexte pour rendre des réponses rapides et stéréotypées à toute une série de catégories de gens issus de pays que l'on estimera sûrs.

 

Soyons clairs: il y a, à mon estime, un grand nombre de pays où les personnes vulnérables comme les homosexuels, les femmes ou les MENA ne se trouvent pas dans une situation sûre. Je suis curieuse de voir la liste que vous nous présenterez.

 

Certains pays ont rendu leur liste de pays sûrs publique. Un seul pays est le même sur toutes les listes: le Ghana, et encore, uniquement pour les personnes de sexe masculin. Si certains pays étaient vraiment sûrs, tous les pays européens qui constituent des listes de pays sûrs les feraient figurer sur leur liste! Si les pays des Balkans, que vous avez cités, ne sont pas sur toutes les listes de pays sûrs des autres pays européens, je pense que c'est parce qu'il ne s'agit pas de pays sûrs.

 

Á cet égard, je suis étonnée par la définition qui a été faite des "pays sûrs". Nous avons choisi une définition figurant dans la directive, comme nous l'avons dit en commission. Nous n'avons cependant pas choisi d'utiliser la traduction française, qui prévoit qu'un pays sûr ne pouvait jamais recourir à la persécution. Selon cette définition en version française, un pays est sûr lorsqu'il ne s'y passe jamais de persécution. On a préféré une traduction maison, où le terme "jamais" n'apparaît plus. Je trouve cela regrettable. Pour moi, ce mot "jamais" avait beaucoup d'importance.

 

Le dernier élément sur lequel je souhaite intervenir est la question du recours. Quand la personne estime avoir été refusée sur la base d'une liste de pays sûrs, elle doit pouvoir se défendre au cours de cette procédure. Même la N-VA, le CD&V et l'Open Vld ne disaient rien de différent en juillet.

 

Dans l'amendement qu'ils ont déposé, le 19 juillet, Sarah Smeyers, Nahima Lanjri et Bart Somers prévoient que "l'ouverture d'un recours contre cette décision se déroule suivant la procédure accélérée prévue à l'article 39/77. Il s'agit d'un recours accéléré quant au fond, qui offre toutes les garanties d'un recours effectif et qui satisfait aux normes prescrites à l'article 37 de la directive 2005 85/CE".

 

Même la N-VA, le CDd&V et l'Open Vld trouvaient, en juillet, qu'un recours effectif et sur le fond était indispensable. Selon moi, c'est de la bonne politique. Ils avaient bien écouté l'avis donné par les divers barreaux du pays qui avaient très clairement établi qu'il était important de maintenir un examen individuel et que le renversement de la charge de la preuve ne pouvait avoir lieu. Ces barreaux rappelaient diverses jurisprudences dont un ancien arrêt de la Cour d'arbitrage de 1993 selon lequel il est disproportionné de demander aux gens de prouver qu'ils sont réellement en danger, selon lequel le renversement de la charge de la preuve est hors proportion. Ce que ces barreaux disaient a été entendu – je l'imagine – par la N-VA, le CD&V et l'Open Vld lorsqu'ils ont déposé leur amendement.

 

Suite à l'avis du Haut Commissariat des Nations unies pour les réfugiés, que vous avez tous reçu, nous avons déposé un amendement qui vise à prévoir un véritable recours lorsqu'une personne est refusée sur la base de la liste des pays sûrs. Cette lacune dans le texte nous semble importante. Notre amendement ayant été préparé un peu dans la précipitation, cet élément n'a pu être intégré. J'ai maintenant la possibilité de le faire. Vous me direz que nous pouvions le faire au Sénat, mais j'estime qu'il est préférable de nous épargner du temps et du travail.

 

Toujours est-il qu'un recours effectif est nécessaire et notre amendement n° 134 vise à rendre le texte acceptable.

 

Le Haut Commissariat des Nations unies pour les réfugiés dont la fonction est de surveiller l'application de la Convention de Genève considère "qu'en cas d'utilisation de la notion de pays d'origine sûr comme outil procédural…". Il accepte donc cette utilisation. Il considère également qu'une fois que cela est établi et que l'on procède à l'examen de certains pays en priorité, chaque demandeur d'asile doit avoir la possibilité effective de réfuter la présomption d'un pays d'origine sûr et d'accéder à un recours effectif tant en droit qu'en fait sous la forme d'un réexamen indépendant du cas. Le Haut Commissariat déclare, dans son avis rendu à la commission, qu'une procédure accélérée, et sur la base du concept de pays d'origine sûr, doit inclure la possibilité d'un recours effectif en fait et en droit. De plus, cet examen doit être fait ex nunc. En effet, si l'effet suspensif du recours n'est pas prévu, la possibilité effective de le demander est nécessaire.

 

Dans ce contexte, le recours en annulation qui semble envisagé devant le Conseil du Contentieux des Étrangers ne remplirait pas ces conditions. En effet, cet examen est un examen en droit et non en fait et il est à craindre que l'évaluation se fasse ex tunc, dans le passé, au moment où le CGRA a pris sa décision et non ex nunc, maintenant, c'est-à-dire au moment où la juridiction d'appel se prononce.

 

De plus, il est probable que la suppression du bénéfice des conditions d'accueil rendra plus difficile l'accès à la procédure d'appel. C'est le HCR qui le dit.

 

En ce qui concerne la possibilité de demander la suspension en extrême urgence de l'ordre de quitter le territoire, le HCR attire l'attention sur le fait que la situation d'extrême urgence ne sera pas prise en compte si la personne n'est pas détenue et qu'il n'y aura pas de prise en compte des nouveaux éléments. Ne s'agissant pas d'un recours au fond, l'instance de recours ne pourra pas examiner des motifs relatifs à la Convention de Genève ou à la protection subsidiaire.

 

À cette même occasion, il nous faut connaître l'avis du Pr Vanheule de l'Université d'Anvers qui, lui aussi, a été communiqué aux membres de la commission. Il confirme également que le recours en annulation n'offre pas les garanties imposées par la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme sur les articles 3 et 13 de la Convention européenne des droits de l'homme, c'est-à-dire un recours effectif qui s'applique en cas de grief défendable relatif au possible refoulement de demandeurs d'asile vers un pays où ils risquent la torture ou un traitement inhumain ou dégradant. Il cite l'arrêt Salah Sheekh du 11 janvier 2007 dont la Cour a signalé l'importance d'un examen complet, au fond et ex nunc. Il cite d'autres cas où la Cour européenne des droits de l'homme a clairement établi qu'il fallait pouvoir avoir un recours au fond, par exemple, les arrêts Gebremedhin du 26 avril 2007 mais aussi M.S.S. contre la Belgique du 21 janvier 2011.

 

Il n'est pas nécessaire d'aller plus loin. Ce texte présente une lacune. C'est ce recours effectif sur le fond. Je vous propose donc de voter l'amendement 134 pour rendre ce recours possible.

 

16.41  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, collega’s, tijdens de bespreking van de opvangwet hebben wij al opgemerkt dat tienduizend mensen op straat een triest record betekent.

 

Ook toen heb ik de verschillende partijen die met het thema bezig zijn, horen verklaren dat het belangrijk is aan preventie te doen. Ik reken daar de doelstelling van 0,7 % inzake ontwikkelingssamenwerking en de oefeningen te lande zelf bij, evenals het goed bekijken van de instroom en een goede, effectieve asielprocedure, integratie en een degelijk uitwijsbeleid, gebaseerd op de principes van menselijkheid, alsook van zakelijkheid. Een en ander moet gebaseerd zijn op een principe dat willekeur evenals perverse effecten uitsluit.

 

Dus hebben wij hier verschillende wetsvoorstellen ingediend gezien over het al dan niet opsluiten van kinderen en over de opvangwet, waaraan jammer genoeg altijd een aantal losse eindjes zaten, die niet altijd even fraaie resultaten gaven.

 

Op 19 oktober 2011 diende de regering in lopende zaken haar langverwachte projecten inzake de omzetting van de terugkeerrichtlijn van 15 december 2008 in. De indiening komt er dus drie jaar later.

 

In bedoeld voorstel wordt bovendien het debat over de veilige lijsten, dat wij al een tijdje geleden in de commissie voor de Binnenlandse Zaken hebben gehouden, geïncorporeerd.

 

Ik heb de debatten ter zake toen goed kunnen volgen. Ik heb jammer genoeg het laatste debat over de terugkeerrichtlijn niet kunnen volgen, omdat ik op dat moment de commissie-Dexia bijwoonde. Sta mij niettemin toe een woordje over mijn sentiment daaromtrent te plaatsen.

 

Men is ingegaan op de gelegenheid die de terugkeerrichtlijn ons biedt om voorrang aan de vrijwillige terugkeer te geven, wat een heel goede zaak is. Werken aan de vrijwillige terugkeer binnen een duidelijk tijdsbestek is belangrijk. Het is heel belangrijk dat wij nu ook eindelijk dat signaal geven en de beslissing in kwestie nemen. Zulks was broodnodig.

 

Dat ter zake met een lijst van veilige landen wordt gewerkt, is het voorwerp van discussie geweest. Dat is begrijpelijk, want het is ook niet erg evident. Immers, op alle veilige lijsten die tot nu toe bestonden, komt slechts één gemeenschappelijk land voor, met name Ghana. Het is daarnet al naar voren gebracht. Bovendien komt het land enkel voor mannen op de lijsten voor.

 

Het benieuwt mij dan ook bijzonder om te zien wat nu het resultaat van het debat over de veilige landen is geworden, te meer omdat ik op het moment dat het thema in de commissie aan bod kwam, ook had aangegeven dat ik graag mee mijn licht op de kwestie wilde laten schijnen. Het is echter duidelijk dat wat uit de bus is gekomen, ook een deel is van de onderhandelingen bij de meerderheid, waarvoor ik alle begrip heb.

 

Jammer genoeg is de omzetting van de richtlijn, net als de andere twee wetsvoorstellen waarnaar ik daarnet het verwezen, niet helemaal zorgvuldig gebeurd, en dan wik ik mijn woorden.

 

Ik zal niet al hetgeen mijn collega voor mij heeft gezegd herhalen, maar ik ben bezorgd om de term “risico op onderduiken”. Dat risico op onderduiken is voor discussie vatbaar. Ik merk dat de mening van het middenveld verschilt van het compromis van de meerderheid.

 

De regering opteert ervoor om af te wijken van de definitie van de richtlijn en kiest voor “actuele en reële risico’s gebaseerd op objectieve en ernstige elementen”. In de memorie van toelichting somt men dan een hele lijst van situaties op waaruit de Dienst Vreemdelingenzaken een afleiding kan doen. Het is natuurlijk een afleiding op basis van een grond van vermoeden.

 

En dan wordt het natuurlijk tricky. Een vermoeden is in strijd met de overweging die vraagt dat beslissingen op basis van individuele elementen worden genomen. Ik verklaar mij nader: als de Dienst Vreemdelingenzaken de lijst uit de memorie van toelichting gebruikt, bestaat het gevaar dat er gestandaardiseerde beslissingen worden genomen, zo zegt het middenveld.

 

Ik heb in het verslag onvoldoende antwoord gelezen op die bekommernis. Vluchtelingenwerk, Amnesty en CIRÉ hebben allemaal die bepaling betwist en hebben ook een alternatief voorgesteld. Waarom wordt dat alternatief niet gevolgd? Dat is een heel concrete vraag. Zij verwijzen naar de werkelijke houding van het individu, naar objectieve aanwijzingen "dat men zich onttrekt" – dat zijn hun woorden – "aan alternatieve controlemogelijkheden". Er is met name een actieve werking, omdat men zich onttrekt aan alternatieve controlemaatregelen.

 

Het behoud van de tekst zoals hij is, geeft geen antwoord op die bekommernis. Heel veel personen zou onterecht een risico op onderduiken kunnen worden toegeschreven. Dat geeft er mogelijk aanleiding toe – opnieuw, ik ga steeds uit van de goede wil van de administratie en de procedure – dat de betrokkenen onterecht een risico op onderduiken wordt aangewreven. Het gevolg is dat zij dan ook geen gebruik meer kunnen maken van het traject van vrijwillige terugkeer, dat zo centraal staat in het project en waar wij ook achter staan. Dat werpt toch vragen op. Ze kunnen ook meteen worden opgepakt, wat natuurlijk ook wel verontrustend is.

 

Enig inzicht in menselijke reacties doet vermoeden dat de uitvoering van die bepaling zo'n afschrikwekkend effect zal sorteren dat personen misschien zelfs vaker en nog vroeger zullen onderduiken, waardoor wij dus een tegenovergesteld resultaat krijgen van wat wij eigenlijk beogen.

 

Als personen bovendien meteen in opvangcentra door de politie kunnen worden opgepakt, dan kan dat ook paniek doen ontstaan bij alle andere bewoners van de opvangcentra en een grimmige sfeer creëren. In 2005 hebben wij de realiteit daarvan al gezien. Er zijn toen heel veel vreemdelingen ondergedoken. Die maatregel houdt dus het gevaar in contraproductief te zijn en is zeker niet efficiënt, hoewel – daar ga ik ook van uit – efficiëntie toch de bedoeling van de wet moet zijn.

 

Ik kom tot het tweede probleem en het amendement over de lijst van veilige landen. Bij de eerste discussie die wij daarover in de commissie hebben gehouden, heb ik gezegd dat ik gerust wilde nadenken over dat gegeven, wetende welke tekortkomingen – mevrouw Genot heeft ze daarnet allemaal opgenoemd – ter zake op het moment al bestaan. Ik ben niet a priori tegen de notie van een veilig land als instrument in een asielprocedure, mits de nodige evaluatie, de flexibiliteit om zaken te kunnen herbekijken en de nodige waarborgen. Daarom ben ik ook bezorgd over de huidige tekst. Ik heb daarnet het debat over de Balkanlanden gehoord. Als men het probleem van de immigratie uit Balkanlanden wil aanpakken, dan zal Europa dringend moeten werken aan zijn sociale integratie en niet alleen aan de economische integratie. Dat zal het middel zijn. Dat is ook beter dan land per land te bezoeken en de mensen af te raden om naar hier te komen. Europa moet zijn prioriteiten misschien anders stellen.

 

Vandaag staat in de tekst dat het beroep tegen een negatieve beslissing niet de nodige rechtswaarborgen geeft. Het gaat enkel om een annulatieberoep. Dat is problematisch. De voorgestelde procedure keert niet enkel de bewijslast om, ze leidt zelfs tot een verhoging van de bewijslast. Professor Vanheule en UNHCR geven aan dat er een risico ontstaat op een schending van de Grondwet en de universele rechten van de mens. Collega’s, dat is geen klein bier. Als die opmerking wordt gemaakt door personen die er verstand van hebben, en door instanties die met de thematiek bezig zijn, dan moeten wij daarmee toch rekening houden als wij naar een menselijke, maar zakelijke procedure willen gaan die willekeur uitsluit en de losse eindjes zo veel mogelijk tracht weg te werken. Overigens waren verschillende meerderheidspartijen het tijdens het debat over de veilige landen in commissie met die opmerking eens.

 

Die opmerking wordt door diezelfde meerderheidspartijen vandaag gewoon vergeten, alhoewel ze bevestigd en herbevestigd wordt vanuit het werkveld, door mensen die verstand van zaken hebben over fundamentele rechtsprincipes in ons eigen land en internationaal. Daar kan ik niet bij. Als het onze doelstelling is om de procedure rond asiel van begin tot eind performant te maken, dan is dit een pervers effect van jewelste dat u vandaag zomaar zonder boe of ba zult goedkeuren. Dit zal ertoe leiden dat er in de toekomst alleen maar meer discussies, meer debat en meer procedures zullen komen. Waartoe leidt deze oefening dan? Is het alleen maar een sterk staaltje van het soort compromis dat de meerderheid kan bereiken? Ik hoop dat dit geen voorbode is van wat nog gaat volgen in dit Parlement, want dan resten er ons nog zeer lastige jaren.

 

Zoals gezegd is deze opmerking niet zomaar gemaakt door mij, door onze fractie. Ze is gemaakt door andere partijen die vandaag dit wetsontwerp gaan stemmen. Ze is gemaakt door mensen die verstand van zaken hebben uit het middenveld, uit het rechtsveld enzovoort. De afwezigheid van een effectief rechtsmiddel in de voorgestelde procedure is dus niet zomaar iets onrustwekkend. Wij hebben ons amendement ingediend. Ik denk dat iedereen met enig gezond verstand dat amendement vandaag ter hand pakt en goedkeurt. Er is perfect een oplossing mogelijk, een beroep ten gronde, dat gepaard gaat met een streng terugkeerbeleid voor zij die op basis van grondig onderzoek geen risico blijken te lopen op vervolging of geen risico blijken te lopen op schade, en die dus effectief ongegrond hier zijn. Dat gaat perfect samen, dus ik zie eigenlijk niet waar het probleem zit.

 

Een derde opmerking moet mij echt van het hart. Tijdens de discussie over de opvangwet – dit kan de heer Wathelet niet beantwoorden en het is jammer dat de heer Somers hier niet is, maar ik zal er hem ongetwijfeld later nog eens over aanspreken – hebben we vastgesteld dat er tussen de eerste en de tweede asielaanvraag een periode is waarin de Dienst Vreemdelingenzaken moet beslissen of de tweede aanvraag ontvankelijk is of niet. In de helft van de gevallen wordt dat toegekend. Als iemand dat doet na de 23e dag – gezien de termijn die via deze omzetting van de terugkeerrichtlijn is vastgesteld, namelijk de dertig dagen – bestaat de kans dat hij in afwachting van de al dan niet ontvankelijkheidsverklaring geen recht op opvang heeft. Ik heb dit indertijd in de discussie in de Kamer ook nog eens herhaald en de partijen die de opvangwet toen hebben goedgekeurd, hebben op hun communiezieltje beloofd dat men dat ging regelen in het raam van de omzetting van deze terugkeerrichtlijn.

 

Ik vind daar vandaag niets van terug.

 

Er is mij, met de hand op het hart, gezegd dat men die lacune uit de opvangwet ging remediëren. Zij is niet geremedieerd. Geachte collega’s, voor wie ons voorhoudt dat wij een menselijk en zakelijk asielbeleid moeten hebben, dat willekeur uitsluit en dat de losse eindjes aanpakt, is tot nu alleen het omgekeerde bewezen. Deze wet doet opnieuw hetzelfde.

 

Het losse eindje van de opvangwet dat u met deze wet zou oplossen, hebt u niet opgelost. U hebt er nieuwe bij gecreëerd. Ondertussen heeft de preventie, volgens wat wij horen, daaronder te leiden. Het budget voor de opvang gaat nu omlaag. Ik vind het alles bijeen een triest resultaat voor wie zegt een betere procedure te willen.

 

Wij zullen vandaag dus tegenstemmen. Dat is de logica zelve. Ik hoop dat u ons amendement alsnog goedkeurt. Iets anders betekent absolute willekeur, en kiezen voor perversiteiten in het systeem in plaats van voor degelijkheid.

 

16.42  Theo Francken (N-VA): Mevrouw Almaci, ik heb één vraag aan u. Ik heb uw discours redelijk goed gevolgd. Wij kunnen het eens zijn over sommige punten, en over andere minder. Dat is niet verwonderlijk, gelet op de positie van onze partijen op het maatschappelijke veld.

 

Ik heb iets niet goed begrepen. U zegt dat men hetzelfde risico creëert als in 2005, dat er onrust ontstaat in de opvangcentra omdat de politie mensen in die centra zou kunnen oppakken. Ik begrijp niet hoe dat risico gecreëerd zou worden. Dit is een vraag naar informatie, want ik snap uw punt niet.

 

16.43  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Als men effectief te werk gaat zoals in deze wet beschreven staat, wordt het mogelijk mensen zonder enig voortraject op te pakken in de centra en ze weg te sturen. Dat kan onrust veroorzaken omdat mensen zich dan gaan afvragen of dat ook op hen kan worden toegepast. Volgens deze wet is een vermoeden immers voldoende. Een logische reactie is dat sommige mensen angst krijgen dat in hun geval dat vermoeden ook kan gelden. Dan krijgt men situaties waarin de ene de andere aansteekt met zijn ongerustheid. Wij hebben in 2005 gezien dat wanneer men op die manier overgaat tot gedwongen terugkeer, andere mensen in de opvangcentra zich gaan verzetten. Dat creëert een zelfversterkend effect, terwijl een andere omschrijving, een betere procedure, dat perfect zou kunnen wegwerken. Het moet voor de mensen duidelijk zijn wie er wanneer onder valt, en wanneer niet.

 

16.44  Annick Van Den Ende (cdH): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, chers collègues, on l'a dit à de nombreuses reprises, depuis 2007, le nombre de demandeurs d'asile augmente de façon importante. En 2007, nous avions 11 587 demandeurs d'asile et au mois d'octobre 2011, nous en sommes déjà à 20 726. Nous l'avons dit aussi, la Belgique n'est pas la seule à connaître ce phénomène d'accroissement. Une augmentation importante du nombre de demandeurs d'asile s'observe également au niveau européen; je pense au Grand-Duché de Luxembourg ou encore à l'Allemagne.

 

Face à ce phénomène, le réseau d'accueil est complètement saturé. Le taux frôle les 96 % et on voit chaque semaine, dans la rue, des personnes qui ne trouvent pas de place.

 

Dans ce contexte, il était important de réagir avec des réponses structurelles, susceptibles d'accélérer le traitement des demandes d'asile et de diminuer le nombre de dossiers en suspens, tout en remplissant nos obligations qui découlent de la Convention de Genève. Des mesures, il en fallait! Et des mesures ont déjà été prises. Depuis juillet 2009, le secrétaire d'État à la Politique d'Asile et de Migration, Melchior Wathelet, a pris un certain nombre de mesures structurelles. Je vais en rappeler quelques-unes: les campagnes d'information menées par l'Office des Étrangers, l'augmentation du personnel des instances d'asile (en 2009, 56 personnes engagées, en 2010, 93 personnes engagées et en 2011, 99 personnes engagées), la simplification de la procédure d'asile, le traitement prioritaire de certaines demande d'asile, la mise en place d'un protocole de collaboration entre l'Office des Étrangers et Fedasil.

 

Des mesures ont donc déjà été prises et le projet de loi à l'examen va également dans cette direction. Il a été largement développé en commission, beaucoup de questions ont été posées, beaucoup d'amendements ont été déposés et nous avons reçu beaucoup de réponses à nos questions.

 

Par son adoption, ce projet permet de réaliser des avancées importantes. Il vise à transposer la directive Retour afin de mettre en place une politique d'éloignement et de rapatriement basée sur des normes communes.

 

La préférence du retour volontaire à l'éloignement forcé est ancrée dans la loi sur les étrangers. Ce principe constitue la clef de voûte d'une politique de retour effectif. En prévoyant une période suffisamment longue de trente jours pour un départ volontaire, l'efficacité de la procédure de retour est favorisée. Il est important d'avoir une réglementation efficace plutôt que simplement sévère.

 

Par ailleurs, le droit à l'accueil pendant les procédures de recours, trente jours comme je l'ai dit, reste inchangé. De cette manière, une politique de retour efficace peut être réalisée sans charger davantage le réseau d'accueil. Par contre, l'interdiction d'entrée qui, jusqu'à présent, ne s'appliquait qu'aux condamnés est élargie aux étrangers en séjour illégal qui ne respectent pas l'obligation de retour dans les délais de départ impartis.

 

Le texte de la transposition prévoit également un système efficace de surveillance des éloignements forcés ainsi qu'un certain nombre de garanties pour les mineurs étrangers non accompagnés. Le projet de loi crée la base légale nécessaire pour l'éloignement efficace d'étrangers en séjour irrégulier qui séjournent dans une institution pénitentiaire.

 

Enfin, nous avons déposé des amendements à ce sujet; la disposition relative à l'introduction de la liste des pays sûrs se situe tout à fait dans le prolongement de la proposition du CGRA. Celui-ci dressera une liste de pays sûrs.

 

Eu égard à la situation actuelle, il est très important d'envoyer un signal fort dans les meilleurs délais. L'utilisation abusive de la protection d'asile à des fins qui ne visent pas l'obtention d'un statut de protection compromet la position de ceux qui ont réellement besoin de protection et d'accueil.

 

L'ensemble de ces mesures prises, dont l'adoption de la liste des pays sûrs, répond aux attentes largement exprimées dans cette assemblée et nous soutenons fermement le texte développé ce soir.

 

Le président: Je donne la parole à Mme Smeyers pour la deuxième intervention de la N-VA.

 

16.45  Sarah Smeyers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, inderdaad, wij voeren met twee het woord vanuit dezelfde fractie.

 

Mijnheer de staatssecretaris, zoals u weet, is de asielprocedure iets wat ik ter harte neem.

 

U doet aan sluipende besluitvorming door twee amendementen in te lassen over de veilige landen, in een dossier dat eigenlijk helemaal niet over de asielprocedure gaat. Wij klagen evenwel niet; wij zijn blij dat die amendementen erin staan. Die amendementen doen in het voorliggend wetsontwerp weinig ter zake en ze staan er ook helemaal niet op hun plaats, maar misschien hebt u ze wel doelbewust in de omzetting van de terugkeerrichtlijn ingelast, omdat u weet dat het twee zeer goede ideeën zijn en er zo toch iets positief gecommuniceerd kan worden over de omzetting van de terugkeerrichtlijn.

 

Wij zijn ook blij met het inzicht van de meerderheid en van uzelf dat de opvang en de asielprocedure samen bekeken moeten worden. Verstrenging van het ene moet samengaan met verstrenging van het andere. Dat zeggen wij al lang. De opvangwet werd recent gewijzigd. Dat gebeurde niet zeer doorgedreven; op dat vlak heeft de heer Annemans gelijk. Het is alleszins een stap in de goede richting, waarbij wij hoopten dat tegelijk de asielprocedure bekeken zou worden, anders zou de verstrenging van de opvangwet effectief dode letter blijven.

 

De asielprocedure is wel wat veranderd door de invoeging van de lijst van veilige landen, maar dat alleen is natuurlijk niet genoeg. Dat is cherry picking, zoals we dat in mooi Nederlands noemen, het snoepje van de hele verstrenging van de asielprocedure, iets waarover trouwens een akkoord bestond met Open Vld, CD&V, sp.a en N-VA. Het snoepje — de veilige landen — is er uitgehaald en is in de voorliggende terugkeerrichtlijn geslopen als amendement.

 

Wij gaan echter helemaal niet zielig doen, maar het is eigenlijk wel een zielige manier van werken. Wij zullen het amendement van de lijst van veilige landen uiteraard steunen, want het is ons initieel idee.

 

Mijnheer de staatssecretaris, wij zijn ook aangenaam verrast. Inderdaad, bij de hoorzitting over de wetwijziging inzake de asielprocedure, in de commissie voor de Binnenlandse Zaken, stond u nog zeer negatief tegenover het idee van de lijst van veilige landen. Ook de heer Van den Bulck stond zeer negatief tegenover dat idee. Zowat iedereen die daar werd opgevoerd om zijn mening te geven over de lijst van veilige landen, vond dat idee zeer slecht en onwerkbaar.

 

Plots ziet u het licht. De andere partijen die ervoor waren konden u overtuigen om dat idee in te voeren.

 

Jammer dat wij met de partijen, met wie wij een jaar goed hebben gewerkt en goed op weg waren om de asielprocedure te verstrengen, niet konden voortwerken aan een totaalaanpak. Het is alleszins goed dat nu een klein stapje wordt gezet.

 

Ik heb daarover toch nog een vraag. Nu leggen wij de wettelijke basis. Wij voeren het principe van de lijst van veilige landen in de wet in. In de wet staat echter ook dat die lijst via een KB zal moeten worden bepaald. Welnu, ik vraag om hiervan snel werk te maken. Maak u er niet vanaf door ons tevreden te stellen en de buitenwereld voor te houden dat er een lijst van veilige landen is. Dat KB moet worden opgesteld. Ik hoop dat u niet de schijn ophoudt, maar dat u daadwerkelijk werk van dat KB zult maken. Het Parlement zal daarin niet gekend worden. Dat zal gebeuren in samenspraak met het Commissariaat-generaal, uiteraard de bevoegde instantie. Ook wij wilden dat zij daartoe de eerste aanzet gaven, maar het is wel jammer dat het Parlement daarin niet zal worden gekend.

 

Daarom hebben wij een amendement ingediend om minstens drie groepen van landen zeker en vast als veilig land op te nemen. Dat zijn uiteraard EU-landen. Dat spreekt voor zich, want ik ken geen enkel Europees land waar er momenteel oorlog is. Dat zijn de visumgeliberaliseerde landen. Dat is ook vrij logisch, want als een land een vrijstelling van visum geeft, kan men veronderstellen dat het om een veilig land gaat. Tot slot denk ik aan de Balkanlanden, omdat systematisch blijkt dat enorm veel asielaanvragen uit de Balkanlanden komen, zoals Servië en Macedonië, maar dat de erkenningsratio van die asielaanvragen quasi nihil is.

 

Wij hadden voorgesteld om op zijn minst die drie landen als veilig te definiëren, maar het is jammer dat u daarvoor geen oor had in de commissie.

 

Ik weet dat u zult zeggen dat zulks onmogelijk is, omdat de situatie gaat fluctueren. Dat is waar. Wij zeggen ook niet dat mensen uit die landen geen asiel mogen aanvragen. Wij vragen alleen om daar een vermoeden van te maken, dat uiteraard weerlegbaar is. Onderwerp die aanvragen aan een versnelde procedure en als blijkt dat er toch ernstige aanwijzingen van vervolging of foltering zijn, zoals bepaald in de Conventie van Genève, dan kunnen die asielaanvragen uiteraard in overweging worden genomen.

 

Het is jammer dat mevrouw Lanjri er niet is. Zij wou daarnet niet onderbroken worden, dus ik kon niet antwoorden op haar kritiek aan ons. Zij zegt dat wij akkoord waren gegaan met die 30 dagen in de opvangwet en dat wij nu daarop terugkomen.

 

Bij de bespreking van de opvangwet werd nergens over 30 dagen gesproken. Er werd gezegd dat er een uitvoerbaar bevel moet zijn vooraleer iemand kan terugkeren. Er is toen nergens over die 30 dagen gesproken.

 

Dat kon ook niet, want de terugkeerrichtlijn was nog niet omgezet. Hoe konden wij weten over hoeveel dagen u het zou hebben? Daarover hebben wij op dat moment nooit ons akkoord gegeven.

 

Waarop wij wel ons akkoord hebben gegeven, is dat er een consistentie in de wetgeving moet zijn tussen de opvangwet en de vreemdelingenwet. Die moeten op mekaar afgestemd zijn.

 

Wij hebben op dat moment uiteraard nooit gezegd dat dit voor ons 30 dagen mocht zijn. Mevrouw Lanjri zal dit in het verslag kunnen lezen. Dertig dagen is helaas ook onwerkbaar. Dat zal de praktijk wel uitwijzen.

 

Dat moest nu in deze wet worden besproken, in de omzetting van de terugkeerrichtlijn. Nu wordt door u beslist om een beleid te voeren dat het mogelijk maakt om pas 30 dagen na het bevel om het grondgebied te verlaten, terug te keren.

 

U verwijt ons dat wij toen maar hadden moeten amenderen, maar dat konden wij toen niet doen omdat u al een jaar te laat was met de omzetting van de terugkeerrichtlijn. U komt nu af met iets dat eigenlijk eind december had moeten gebeuren. Dat wou ik nog even rechtzetten.

 

Mijnheer de staatssecretaris, misschien kan het toch nog de moeite waard zijn om onze amendementen goed te bekijken. U hebt blijkbaar meer en meer de gewoonte om goede ideeën van de N-VA over te nemen.

 

Mijnheer Annemans, wij wegen wel degelijk op het beleid. U zegt dat ze zonder ons kunnen. Dat kan misschien wel zijn, maar ze kunnen blijkbaar toch niet zonder onze goede ideeën.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik hoop dat u die andere goede ideeën ook overneemt.

 

16.46  Laurent Louis (indép.): Monsieur le président, chers collègues, en matière d'immigration et d'asile, je n'ai en fait qu'un seul et unique regret: c'est que ce ne soit ni mon parti ni la N-VA qui se charge de ce dossier. En effet, depuis des années, les mesurettes succèdent aux mesurettes et le problème de l'immigration illégale ne cesse de s'aggraver.

 

Selon moi, ce projet n'est qu'une énième mesurette frileuse supplémentaire. À cause des politiques "socialistico-humanistes" et grâce à l'inaction des libéraux, notre pays est devenu un eldorado pour tous les sans-papiers. Quand notre législation est particulièrement laxiste et tolérante, voire généreuse, notre pays joue un rôle dément.

 

Si seulement nous accueillions des personnes persécutées dans leur pays, des personnes en danger à cause de leur orientation politique, ce serait un honneur et ne poserait pas le moindre problème. Malheureusement, c'est loin d'être le cas.

 

Nous attirons surtout des profiteurs en tout genre, qui viennent bénéficier des incroyables avantages sociaux que nous leur octroyons: un logement, l'hôtel et parfois même la régularisation si, pendant tout ce temps, ils n'ont pas simplement disparu dans la nature, venant gonfler un peu plus encore le nombre des illégaux fantômes qui recourront au vol, au trafic, à la mendicité ou parfois – c'est un moindre mal – au travail au noir.

 

Comprenez que, selon moi, ces illégaux, ces personnes qui décident volontairement de venir chez nous alors qu'elles ne remplissent pas les conditions ne méritent pas que nous dépensions de l'argent public pour elles. C'est pourtant ce que nous faisons depuis de trop nombreuses années. Malgré ce qui est prévu par la loi, seulement 15 % des illégaux hors Union européenne, qui ont reçu un ordre de quitter le territoire l'année dernière, ont effectivement quitté la Belgique. J'ignore si vous trouvez cela normal, mais personnellement je trouve que c'est une aberration totale.

 

Pourquoi n'appliquons-nous pas déjà la loi existante? Pourquoi devrions-nous faire confiance à la présente proposition, qu'on nous annonce comme "la" solution, alors même qu'elle est soutenue par les mêmes partis, ces mêmes partis qui ont créé cette situation inadmissible?

 

Il ne faut pas se leurrer. Je ne vous crois pas et la population ne vous croit plus non plus. La position de mon parti est très claire: aucune personne arrivée illégalement en Belgique, hormis les demandeurs d'asile, ne doit pouvoir bénéficier d'une régularisation ni voir sa présence autorisée sur le territoire national, car le non-respect initial de la loi ne peut en aucun cas octroyer des droits et des avantages.

 

Il faut quand même bien se rendre compte que les sans-papiers sont des illégaux et des personnes qui ne respectent pas nos lois. Il faut donc avoir le courage de leur dire qu'ils ne sont pas les bienvenus dans notre pays. Nous devons, dès lors, procéder à leur expulsion immédiate. Il n'y a pas à tourner autour du pot, monsieur le secrétaire d'État.

 

Pour ce faire, nous devons créer une liste claire, une liste complète de pays sûrs, de pays démocratiques qui respectent leur population. On peut dire que nous sommes loin du compte, car dans le présent projet, rien n'est prévu. C'est le flou artistique le plus total. Comme on l'a dit précédemment, le parlement n'aura même pas son mot à dire sur l'élaboration de cette liste. C'est bien malheureux!

 

Personnellement, je crains que ce ne soit une nouvelle fois un effet d'annonce. Je ne vois ici qu'une nouvelle opération "poudre aux yeux". Finalement, me direz-vous, pourquoi changer les bonnes vieilles habitudes?

 

Ce qui est plus grave encore selon moi, c'est de donner la priorité aux retours volontaires. Ça, c'est vraiment la mascarade la plus totale! J'invite l'État à se lancer dans des voyages organisés, car c'est vraiment ce à quoi la politique actuelle ressemble.

 

Je ne peux bien entendu pas y souscrire, parce qu'il est clair que nous nous faisons berner et que notre système actuel est beaucoup trop laxiste. Il faut cesser d'avoir peur, il faut oser faire respecter nos lois. Il faut arrêter! De grâce, arrêtez de régulariser à tour de bras ou de brader notre nationalité à des personnes qui ne la méritent pas.

 

Il faut en outre travailler plus rapidement, réduire encore les procédures. Pour ce faire, il faut une législation claire, ferme, une législation précise. Ce n'est clairement pas le cas dans cette législation que je qualifierais de fourre-tout, qui a selon moi comme objectif réel, non avoué, de faire croire à la population que le gouvernement agit, alors qu'il n'en est rien.

 

C'est un peu la même chose que ce qui existe au niveau du transfèrement des détenus étrangers. On a entendu dans la presse de grands effets d'annonce comme quoi le ministre de la Justice allait renvoyer chez eux tous les détenus de nationalité étrangère.

 

Le président: Monsieur Louis, je vous demanderai de rester dans le sujet, s'il vous plaît.

 

16.47  Laurent Louis (indép.): Monsieur le président, je suis tout à fait dans le sujet. En la matière aussi, des lois existent. Des conventions ont été signées, mais malgré tout il y a encore aujourd'hui 45 % de détenus étrangers dans nos prisons, nourris et logés aux frais du contribuable belge alors même qu'ils n'ont rien à faire ici.

 

Nous avons aussi eu droit à une soi-disant prise en compte de la situation. Le gouvernement allait tout régler en signant des conventions avec différents pays étrangers. Au final, sur près de 5 000 étrangers détenus dans nos prisons, moins de 50 personnes ont été transférées depuis 2005. L'effet d'annonce dans toute sa splendeur! On parle, mais rien ne suit.

 

C'est la raison pour laquelle la population ne fait plus confiance au monde politique. Les annonces ne sont pas suivies de mesures réelles sur le terrain. Et je crains que nous n'assistions ici au même phénomène. C'est la raison pour laquelle je voterai contre ce projet.

 

Pour le reste, je soutiens totalement la position de la N-VA en la matière. Inutile donc de répéter ce que les collègues Francken et Smeyers ont brillamment exprimé. Je soutiendrai bien entendu l'ensemble des amendements proposés par la N-VA parce que je pense qu'ils sont utiles, élémentaires et qu'ils vont dans le bon sens.

 

16.48  Olivier Maingain (MR): Monsieur le président, monsieur le secrétaire d'État, chers collègues, le débat a été long et riche de données juridiques. Je vous dis d'emblée que les députés FDF apporteront leur soutien à ce projet de loi.

 

En ces matières touchant au statut des étrangers, chaque fois que l'Europe peut unifier les procédures et les conditions juridiques, la citoyenneté européenne se renforce. J'avoue préférer ce débat-ci à celui que nous avons eu voici quelques mois sur le regroupement familial, au cours duquel j'avais déploré que le projet porte atteinte à notre conception de la citoyenneté européenne.

 

Certes, il reste beaucoup à faire pour que l'Union européenne améliore et renforce l'uniformité du droit en la matière. Un des grands enjeux sera évidemment la définition des pays dits "sûrs". J'avoue que cette expression me laisse un peu sur ma faim, je la trouve insatisfaisante et je ne l'aime pas spécialement. Qu'importe, on distingue bien l'intention.

 

Je ne sais si vous pourrez nous dire dans votre intervention jusqu'où la collaboration entre les États membres qui appliqueront la directive Retour pourra concrétiser à tout le moins la définition d'une liste commune de ces pays sûrs. Il est évident que, si l'on veut donner un sens à cette notion, il convient que l'Union européenne l'applique de la manière la plus uniforme sur l'ensemble des territoires des pays liés par la directive.

 

Il y a encore fort à faire pour que les délais de procédure soient identiques. Je veux parler aussi bien des délais pour l'application de l'ordre de quitter le territoire, que des délais de recours devant les juridictions. Il est évident qu'il subsiste là une multitude de différences ou de divergences entre États de l'Union européenne. En effet, la directive n'impose pas de délais stricts et laisse des marges de manœuvre à chaque État. J'ose croire que, progressivement, la lisibilité de l'application de cette directive sera renforcée par les évolutions législatives complémentaires que l'Union européenne nous amènera à traduire en dispositions de droit interne.

 

Contrairement à l'intervenant qui m'a précédé, ce que je retiens de ce projet de loi, c'est que tout en étant ferme à l'égard de ceux qui abusent des procédures pour tenter de conquérir le droit au séjour dans un pays alors qu'ils ne se trouvent pas dans les conditions pour y résider, parmi les mesures préconisées, le retour volontaire reste la mesure la plus appropriée. Vous avez raison en la matière, monsieur le secrétaire d'État. Ce qui n'interdit pas le retour forcé quand il sied. On constate en tout cas la volonté de trouver un équilibre entre la fermeté et le respect des droits fondamentaux.

 

Je rejoins néanmoins la représentante du groupe Ecolo, Mme Genot, lorsqu'elle s'est inquiétée, à juste titre, de l'absence d'effectivité de recours dans certaines hypothèses. L'amendement qu'elle dépose à l'article 9 mérite d'être pris en considération.

 

Je serais heureux de vous entendre en réponse à cet amendement quant au raisonnement juridique que vous pourrez tenir pour rencontrer les arguments du professeur Vanheule et du Haut Commissariat des Nations unies pour les réfugiés, dont il faut bien dire, qu'il bénéficie, à tout le moins, d'une autorité pour apprécier l'effectivité des droits de recours, tels qu'il recommande.

 

Voilà l'intervention que je voulais faire sur ce projet de loi en souhaitant, une fois de plus, que l'Union européenne poursuive l'approfondissement de l'harmonisation des dispositifs ou des lois de chacun des États dans le sens d'une plus grande clarté et d'une plus grande compréhension pour toutes les personnes qui se verront appliquer les dispositions en cours.

 

16.49  Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur le président, je vais tout d'abord essayer de répondre à un certain nombre de questions qui ont été posées et faire part de quelques critiques vis-à-vis de certaines interventions. Je me permettrai ensuite, en quelques mots, de rappeler la philosophie de ce texte et le but qu'il veut poursuivre.

 

Misschien nog enkele elementen in verband met uw interventie, mijnheer Francken. Wij zijn het gewoon om daarover te debatteren. Soms houdt uw betoog tegensprekelijke punten in. Op een bepaald ogenblik noemt u de omzetting te laks en daarna maakt u de vergelijking met andere landen, bijvoorbeeld Nederland. U moet nochtans toegeven dat Nederland die omzetting nog niet heeft gedaan. Neemt u het mij niet kwalijk, maar vergelijken met iets dat niet bestaat, dat ligt voor mij een beetje moeilijk. De manier waarop Nederland de omzetting zal doen, kennen wij nog niet. Wij weten dat Frankrijk de omzetting al heeft gedaan en tijdens de besprekingen heb ik kunnen aantonen dat het daar voor bijna alle punten op dezelfde manier gebeurde als bij ons.

 

Wij hebben ook gedebatteerd over de mogelijkheid van 18 maanden opsluiting in een gesloten centrum. Op dit moment bedraagt de opsluiting in een gesloten centrum maximaal 8 maanden. Er is absoluut geen nood om naar 18 maanden te gaan. De gemiddelde termijn van opsluiting in een gesloten centrum is minder dan 30 dagen. Als wij in onze gesloten centra een plaats langer dan 8 maanden moeten vrijhouden omdat we iemand misschien niet kunnen verwijderen tijdens 18 maanden, wil dat zeggen dat wij die plaatsen bezet houden in plaats van andere mensen in een gesloten centrum te plaatsen, om die personen dan echt te verwijderen. Nogmaals, een gesloten centrum is geen alternatief voor de gevangenis, maar de ultieme manier om iemand te verwijderen. Als wij niet in staat zijn om iemand te verwijderen in een periode van 18 maanden, dan houd ik deze plaatsen liever beschikbaar om mensen effectief te verwijderen.

 

U had het ook over de tekst die absoluut niet correct is, die niet begrijpbaar is. U had het bijvoorbeeld over de uitdrukking “onderdaan” die niet goed gedefinieerd was. Lees het advies van de Raad van State op pagina's 5 en 6. De Raad van State heeft ons gevraagd om die uitdrukking te gebruiken in onze tekst.

 

U hebt het ook over de personen aan de grens. Zoals ik tijdens de commissievergadering zei, deze richtlijn is niet van toepassing voor de personen aan de grens. Zij vallen niet onder het kader van deze richtlijn. Deze richtlijn is niet van toepassing voor deze personen. Zij vallen buiten de scope van deze richtlijn.

 

Ik heb het verslag al gelezen over de mogelijke opheffing van het inreisverbod. Mijnheer Francken, dat staat in uw verslag, het moet gevraagd worden in de landen van herkomst.

 

U hebt ook gezegd dat men personen niet kan verwijderen naar een land waarvan zij niet de nationaliteit hebben. Als iemand bijvoorbeeld een verblijf zou hebben in een ander land, zouden wij die persoon niet naar dat land kunnen verwijderen. Dat is niet correct. Het staat in de tekst en hier volgt de bepaling van artikel 3: "Un ressortissant d'un État tiers peut être éloigné, ou dans son pays d'origine ou dans le pays transit, conformément aux accords de réadmission, ou dans un autre pays tiers dans lequel le ressortissant concerné décide de retourner volontairement et sur le territoire duquel il est autorisé ou admis au séjour."

 

Het betreft dus ook derde landen waarvan de personen niet de nationaliteit hebben. Een en ander staat duidelijk in de tekst.

 

U hebt opgemerkt dat de tekst niet duidelijk was. Misschien is hij voor u niet duidelijk genoeg, maar het voorgaande is wel duidelijk.

 

Een laatste element waarover wij in de commissie grondig hebben gediscussieerd, is de controle op de verwijdering as such. Ik heb aangegeven dat wij niets aan de huidige praktijk veranderen, wat zelfs door mevrouw Genot wordt betwist. Wij behouden de controle zoals ze nu gebeurt. Wij moesten echter in de tekst ter zake een bepaling opnemen, die in artikel 8, § 6 van de richtlijn staat: "Les États membres prévoient un système efficace de contrôle de retour forcé."

 

Wij hebben geopteerd voor een KB, waarin zal worden bepaald dat alles zal blijven zoals het nu is. Dat zal worden uitgevoerd door de inspecteur-generaal van de politie.

 

Hiermee heb ik bewezen, mijnheer Francken, dat uw woorden niet correct waren.

 

Une nouvelle fois, madame Genot, vous dites que l'enfermement n'est pas contrôlé. Quand une personne est enfermée, elle peut directement contester son enfermement en introduisant une requête de mise en liberté. C'est le système actuel et c'est donc cet enfermement qui, par ce mécanisme, est contrôlé comme il l'est aujourd'hui.

 

Vous dites aussi qu'il faut que la réponse soit positive si elle n'intervient pas dans un délai de quatre mois. Je vous l'ai dit, la suspension d'une entry ban est une faveur qui peut être accordée par les États. Il faut une autorisation expresse pour suspendre cette entry ban. Nous ne pouvons pas faire en sorte d'avoir un système dans lequel, en cas de non-réponse, c'est positif. Cela ne correspond pas à l'esprit de la directive. Je vous l'avais également dit en commission.

 

Vous aviez aussi donné l'exemple de la personne qui doit quand même retourner dans son pays d'origine, alors qu'elle a une famille, en vue de pouvoir bénéficier de la suspension de l'entry ban. Une nouvelle fois, vous ne racontez pas toute l'histoire. Cela veut dire que cela concerne quelqu'un qui a eu une entry ban. Si elle a eu une entry ban, cela veut dire que soit elle a eu des problèmes d'ordre public, soit elle a eu des problèmes de fraude, soit, à tout le moins, elle n'a pas respecté son précédent ordre de quitter le territoire.

 

À un moment, il faut mettre des limites. On donne un certain nombre de chances à ces personnes. Premièrement, elles peuvent contester l'ordre de quitter le territoire qui leur est donné. Par exemple, invoquer l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme, invoquer leur situation familiale pour refuser de voir cet ordre de quitter le territoire comme étant exécutable. Deuxièmement, elles peuvent aussi respecter l'ordre de quitter le territoire en tant que tel. Si elles respectent cet ordre de quitter le territoire, on ne pourra pas leur infliger une entry ban.

 

Ce n'est que pour des personnes qui se sont vu notifier un ordre de quitter le territoire, pour lesquelles cet ordre de quitter le territoire était assorti d'une entry ban, ce n'est qu'à celles-là que l'on demande de retourner dans leur pays d'origine pour demander une suspension de l'entry ban. Il me semble assez logique qu'à un moment, quand tous ces éléments et tous ces filtres ont été passés, ces personnes doivent respecter les règles et retourner dans leur pays d'origine en vue de demander une suspension de l'entry ban.

 

Quant au recours en annulation – question évoquée par M. Maingain –, il concerne uniquement la procédure de prise en considération. Le recours en annulation par rapport à une liste de pays sûrs signifie que le dossier n'a pas été pris en considération par l'Office. C'est la non-prise en considération qui est susceptible d'un recours en annulation. Si le dossier est pris en considération, le recours qui est offert est le recours classique, également au fond.

 

Le fait de prévoir une procédure en annulation ne retire pas le droit à la personne dont le dossier n'a pas été pris en considération d'introduire une procédure et un recours en extrême urgence pour suspendre l'éloignement. C'est possible, mais pas certain d'être accepté. Ce n'est pas un droit garanti: il faut introduire la procédure.

 

En résumé, un, ils peuvent toujours introduire un recours en suspension en extrême urgence; deux, c'est un recours en annulation mais uniquement sur l'élément pris en considération.

 

Je tiens à vous dire que, juridiquement, la Cour constitutionnelle a validé ce mécanisme de recours. En effet, le mécanisme utilisé est parfaitement identique à celui que nous utilisons pour les citoyens européens. Si un citoyen européen introduit une demande d'asile en Belgique, la décision de prise en considération ou non doit être donnée dans les cinq jours et, selon le résultat, un recours en annulation reste possible devant le Conseil du Contentieux.

 

En Belgique, ce recours a été considéré comme effectif par la Cour constitutionnelle en 2008. Nous n'avons fait que transposer le même mécanisme à l'égard des personnes issues de la liste des pays sûrs. Donc, la Cour constitutionnelle a purement et simplement validé ce type de recours.

 

Mevrouw Almaci, daarmee heb ik geantwoord op uw tweede vraag, vermits die dezelfde was als de vraag van mevrouw Genot.

 

Wij hebben een definitie gegeven van de term "risico op onderduiken" en hebben in de memorie van toelichting verschillende voorbeelden opgesomd. Dat moet nagekeken worden op individuele basis door DVZ en DVZ moet dat motiveren, waartegen beroep bij de RvV mogelijk is.

 

Dus zeggen dat het op algemene manier kan gemotiveerd worden, is absoluut niet juist, het moet geval per geval gemotiveerd worden. Daarom staat er daaromtrent een brede definitie in de tekst. De uitleg van de definitie bestaat uit voorbeelden in de memorie van toelichting.

 

Ik kom aan de laatste vragen, namelijk de vragen van mevrouw Smeyers. Het was een beetje provocerend, maar dat zijn we gewoon. U zei dat u het een beetje vreemd vindt, omdat het gebruik van een lijst van veilige landen mogelijk wordt via een amendement bij een tekst die niet gaat over de asielprocedure. Excuseer mij, maar terugkeer is voor mij een belangrijk deel van de asielprocedure, misschien is het zelfs het belangrijkste deel. Wanneer u zegt dat het niet gaat over de asielprocedure, dan kan ik u absoluut niet meer volgen, maar misschien was uw opmerking provocerend bedoeld.

 

Ik wil hier duidelijk het Parlement bedanken, omdat het de tekst heel snel heeft behandeld. Het Parlement heeft een belangrijk amendement ingediend over de mogelijke procedure met de lijst van veilige landen. Dat betekent een heel belangrijk signaal aan alle personen die vanuit veilige landen zouden komen.

 

Mevrouw Smeyers, het koninklijk besluit ligt reeds ter advies bij het CGVS, maar men kan geen koninklijk besluit publiceren of een beslissing nemen als de wetgeving nog niet bestaat. Het KB is in voorbereiding en zal heel vlug worden uitgevaardigd door mezelf of mijn opvolger. Dat kan natuurlijk pas wanneer de wet bestaat.

 

Mevrouw Smeyers, u had het ook over drie mogelijke categorieën van landen die als veilig zouden moeten worden beschouwd.

 

Wij hebben niet voor een dergelijke mogelijkheid gekozen. De mogelijkheid staat ook niet in de tekstvoorstellen. Ik wil er u opmerkzaam op maken dat wij het advies van het CGVS nodig hebben, om na te gaan welke landen als veilig kunnen worden beschouwd. Op basis daarvan zullen wij een beslissing nemen.

 

Met een van uw opmerkingen kan ik absoluut niet akkoord gaan. U vraagt om in de wet op te nemen dat de Europese lidstaten op de lijst van veilige landen worden ingeschreven. Dat zou echter betekenen dat de procedures voor Europese landen zouden worden verlengd. Op het moment duurt de procedure voor de Europese landen vijf dagen. Indien zij op basis van voorliggende tekst als veilige landen worden beschouwd, zou de procedure voor inwoners uit die landen vijftien dagen in beslag nemen.

 

Een dergelijke verlenging wil ik absoluut niet. Ik wil bij de huidige tekst blijven. Nu beslaat de procedure voor de Europese landen vijf dagen. Ik zie niet in waarom wij de procedure naar vijftien dagen zouden uitbreiden, zoals u voorstelt. Ik wil de huidige regeling behouden. Daarom kies ik absoluut niet voor uw voorstel.

 

Monsieur le président, je dirai, pour conclure, que ce texte n'a pas pour vocation de tout résoudre. On sait que la question de l'asile et de la migration est extrêmement complexe. Et on sait que l'on doit s'attaquer à tous les aspects. C'est ce que j'ai essayé de faire dans le cadre des changements de procédures au CCE. C'est ce que l'on a essayé de faire avec le personnel complémentaire dans l'ensemble des instances d'asile. C'est ce que l'on essaie de faire dans le cadre des campagnes de prévention. Le directeur général de l'Office des Étrangers, M. Roosemont, est, aujourd'hui, en Guinée, pays dont on sait qu'il est le deuxième pays d'origine des demandeurs d'asile en Belgique. C'est ce que l'on fait dans le cadre de la directive Retour. C'est ce que l'on fait dans le cadre de la liste des pays sûrs. C'est ce que l'on a encore fait, hier, dans le cadre de la procédure 9ter. Vous pouvez constater que l'on essaie d'avancer sur l'ensemble des aspects.

 

Ce texte ne résoudra pas tout, mais il doit contribuer à faire en sorte d'avoir – et j'ai assez bien aimé l'expression utilisée par M. Maingain tout à l'heure – ce subtil équilibre entre la fermeté et un caractère humain de l'ensemble de nos procédures, de la fermeté et du respect de l'ensemble des droits des citoyens.

 

Avec cette transposition, nous avons vraiment voulu donner la priorité au retour volontaire – c'est là que se situe le changement –, une vraie priorité en donnant un délai aux personnes pour leur retour volontaire, un délai "humain" de trente jours pour leur permettre de préparer leur retour tout en leur faisant savoir que si elles n'utilisent pas la possibilité qui leur est donnée, elles seraient sanctionnées. Leur sanction, ce sera le retour forcé accompagné d'une possible entry ban, d'une impossibilité de retour sur l'ensemble de l'espace Schengen.

 

Par ailleurs, la liste des pays sûrs doit non seulement nous permettre d'avoir des procédures plus rapides, prioritaires avec un changement de charge de la preuve, mais aussi et surtout de donner un signal important à ces pays d'origine sûrs pour que ces personnes n'introduisent plus abusivement une procédure d'asile.

 

Madame Genot, je suis désolé de devoir vous dire que je ne suis pas du tout d'accord avec votre raisonnement. Ce qui me pose un énorme problème, c'est que, dans notre pays, un certain nombre de personnes qui ont véritablement besoin de protection sont mises en difficulté dans le cadre de leur procédure d'asile et des conséquences en termes d'accueil parce que des personnes abusent de nos procédures d'asile. Cela, on ne peut pas l'accepter!

 

Voir aujourd'hui que, de temps en temps, des personnes d'origine afghane – plus de 60 % des personnes ont un statut lorsqu'elles sont d'origine afghane – sont aujourd'hui mises en difficulté dans le cadre de leur procédure ou dans le cadre de l'accueil qui leur est donné, parce qu'un certain nombre de personnes, issues de pays avec lesquels nous entretenons vraiment d'autres types de relation et pour lesquels le taux de reconnaissance est infinitésimal, viennent abuser de nos procédures d'asile, nous ne pouvons plus accepter cette situation.

 

Priorité doit être accordée à des personnes qui ont véritablement besoin de cette protection et on ne peut mettre en difficulté l'ensemble de nos systèmes à cause de personnes qui en abuseraient. C'est ce que l'on doit faire avec les pays sûrs. C'est ce que l'on doit faire avec la procédure 9ter pour se concentrer sur les personnes qui ont besoin d'une protection véritable.

 

Par ailleurs – je voudrais remercier mon collègue, ministre de la Justice –, nous avons enfin mis un système au point permettant d'avoir cet échange d'informations entre la Justice et l'Office des Étrangers pour que les personnes, qui sont dépourvues d'un titre de séjour sur le territoire et qui, en plus, ont encouru des condamnations, c'est-à-dire qu'elles ont troublé l'ordre public, soient éloignées le plus rapidement possible et de la manière la plus efficace possible. S'il y a bien des personnes qui doivent être éloignées, ce sont celles-là! Nous avons fait en sorte que cet échange d'informations, que ces procédures soient simplifiées entre l'Office et la Justice. Ce n'est pas encore gagné, soyons clairs! Le plus difficile sera la mise en pratique et l'effectivité des mesures prises aujourd'hui. Mais ce cadre juridique permet cet échange d'informations et d'optimaliser ces éloignements à partir des prisons. C'est une avancée fondamentale.

 

Donc, ce texte constitue une avancée en ce qui concerne les retours, le signal donné aux pays sûrs et les relations avec la Justice. Cela ne résoudra certainement pas tout, mais ce sont des éléments indispensables pour progresser, améliorer et rendre plus efficace, dans ce mélange de fermeté et de respect des droits fondamentaux, notre politique d'asile.

 

16.50  Theo Francken (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, ik heb uw toespraak aandachtig gevolgd. Ik heb het laatste deel van uw toespraak zeker gewaardeerd. Ik meen dat die inzet aan de orde is, waarover u zich elke dag moet bekommeren, namelijk dat de asielprocedure wordt gebruikt door zij die er nood aan hebben en niet langer door zij die er misbruik van maken.

 

U hebt een aantal zaken gezegd waarop ik kort wil ingaan. Ten eerste, u zegt dat die 18 maanden absoluut niet nodig is, aangezien de gemiddelde termijn in de gesloten centra 30 dagen bedraagt. Als men 8 maanden als maximumtermijn hanteert, zal een aantal mensen volgens mij hardnekkig blijven weigeren om mee te helpen aan hun identificatie. Als men die lat op 18 maanden legt, zullen zij dit volgens ons niet doen.

 

Ten tweede, u hebt gezegd dat ik verslaggever ben van mijn eigen verslag en daarin staat dat zij in België geen opschortingsaanvraag meer zullen kunnen indienen. In uw wetsontwerp staat te lezen, ik citeer: “…met uitzondering van internationale verdragen, KB’s enzovoort.” Ik heb geen enkel probleem met die internationale verdragen, maar in uw wetsontwerp staat heel duidelijk dat een KB dit kan overrulen. Via een KB kan een lijst van landen worden opgesteld waarvoor in België toch nog een opschortingsaanvraag kan worden ingediend. Wij vragen om dit op te schorten. U moet misschien eens in het verslag kijken.

 

Ten derde,…

 

16.51 Staatssecretaris Melchior Wathelet: Er zijn internationale verdragen die…

 

Le président: Monsieur le secrétaire d'État, essayons de travailler dans l'ordre. M. Francken et Mme Genot apportent leurs plus-values. Vous réagirez, ensuite, le cas échéant, si c'est important.

 

16.52  Theo Francken (N-VA): Mijnheer de staatssecretaris, ik wil ten slotte nog twee zaken aanhalen. U hebt een aantal zaken uit mijn toespraak gepikt, maar u hebt niets gezegd over de vraag waarom “kwetsbare personen” gedefinieerd is, als dat nergens in de vreemdelingenwet als term gebruikt wordt. Volgens mij is dat totaal aberrant.

 

Ten tweede, u – en de Kamer die dit straks zal goedkeuren – beschouwt iemand die gedwongen gerepatrieerd wordt binnen de termijn van dertig dagen van zijn bevel, blijkbaar als een vrijwillig vertrek. Ik meen dat dit niet correct is.

 

16.53  Zoé Genot (Ecolo-Groen!): Il y a une chose que je ne peux pas laisser dire, c'est que si on laisse une institutrice afghane dehors avec ses trois enfants pendant quinze jours, c'est à cause d'autres gens qui font ceci ou cela. Non! Si des familles afghanes sont à la rue, c'est parce que le gouvernement laisse traîner le dossier de l'accueil depuis trois ans. En 2007, les premiers Afghans se sont trouvés dehors, et nous n'avions jamais eu un nombre de demandeurs d'asile aussi faible. De plus, au cours des années précédentes, on avait choisi de fermer plusieurs centres ouverts.

 

Ce sont donc des décisions politiques qui ont mis ces gens dehors, et pas d'autres demandeurs d'asile. Je trouve honteux que l'on affirme cela!

 

Le président: Quelqu'un encore demande-t-il la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Le projet de loi règle des matières visées aux articles 77 et 78 de la Constitution.

Het wetsontwerp regelt aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 77 en 78 van de Grondwet.

 

Conformément à l’article 72.2, alinéa 2 du Règlement, les dispositions relevant de l’article 77 de la Constitution sont disjointes du projet de loi.

Overeenkomstig artikel 72.2, tweede lid van het Reglement, worden de bepalingen die ressorteren onder artikel 77 van de Grondwet uit het wetsontwerp gelicht.

 

Nous passons à la discussion des articles du projet de loi n° 1825/7 (matière visée à l’article 77 de la Constitution). Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1825/7)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan van het wetsontwerp nr. 1825/7 (aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet). De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1825/7)

 

L'intitulé a été modifié par la commission en "projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten".

 

Le projet de loi compte 5 articles.

Het wetsontwerp telt 5 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 5 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 5 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

Nous passons à la discussion des articles du projet de loi n° 1825/8 (matière visée à l’article 78 de la Constitution). Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1825/8)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan van het wetsontwerp nr. 1825/8 (aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet). De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1825/8)

 

Le projet de loi compte 26 articles.

Het wetsontwerp telt 26 artikelen.

 

*  *  *  *  *

Amendements déposés ou redéposés:

Ingediende of heringediende amendementen:

 

*  *  *  *  *

Art. 3

  • 124 - Theo Francken cs (1825/9)

  • 89 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

  • 90 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

  • 91 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 3/1(n)

  • 92 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 4

  • 125 - Theo Francken cs (1825/9)

Art. 5

  • 78 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 126 - Theo Francken cs (1825/9)

  • 93 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

  • 94 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

  • 95 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 6

  • 96 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 6/1(n)

  • 130 - Theo Francken cs (1825/9)

Art. 7

  • 77 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

Art. 7/1(n)

  • 76 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 97 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 8/1(n)

  • 101 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

  • 133 - Sarah Smeyers cs (1825/9)

Art. 8/2(n)

  • 75 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

Art. 8/3(n)

  • 74 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

Art. 8/4(n)

  • 110 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 111 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

Art. 9

  • 134 - Zoé Genot cs (1825/10)

  • 132 - Sarah Smeyers cs (1825/9)

  • 73 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 100 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 9/1(n)

  • 98 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 9/2(n)

  • 99 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 14/1(n)

  • 63 - Zoé Genot cs (1825/3)

Art. 14/2(n)

  • 64 - Zoé Genot cs (1825/3)

Art. 18

  • 72 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 127 - Theo Francken cs (1825/9)

  • 102 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

Art. 19

  • 71 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 103 - Gerolf Annemans cs (1825/4)

  • 128 - Theo Francken cs (1825/9)

  • 66 - Zoé Genot cs (1825/3)

Art. 21

  • 70 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 129 - Theo Francken cs (1825/9)

  • 112 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 113 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 114 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 115 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 116 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

Art. 22

  • 69 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 117 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 118 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 119 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 131 - Theo Francken cs (1825/9)

Art. 23

  • 120 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

Art. 24

  • 121 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

Art. 26

  • 68 - Gerolf Annemans cs (1825/3)

  • 122 - Gerolf Annemans cs (1825/5)

  • 123 – (en ordre subsidiaire/in bijkomende orde)               Gerolf Annemans cs (1825/5)

*  *  *  *  *

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen en artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.

 

*  *  *  *  *

Conclusion de la discussion des articles:

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Réservé: le vote sur les amendements et les articles 3-7, 9 (avec une correction de texte), 18, 19, 21-24 et 26.

Aangehouden: de stemming over de amendementen en artikelen 3-7, 9 (met een tekstverbetering), 18, 19, 21-24 en 26.

Adoptés article par article: les articles 1-2, 8, 10-17, 20 et 25.

Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1-2, 8, 10-17, 20 en 25.

*  *  *  *  *

17 Proposition de résolution relative à la conférence sur le climat de Durban qui aura lieu du 28 novembre au 9 décembre 2011 (1898/1-2)

17 Voorstel van resolutie met betrekking tot de klimaatconferentie van Durban van 28 november tot 9 december 2011 (1898/1-2)

 

Discussion

Bespreking

 

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1898/1)

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1898/1)

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

17.01  Christiane Vienne, rapporteur: Monsieur le président, chers collègues, le texte dont nous faisons rapport aujourd'hui est le fruit du travail de la commission spéciale Climat et Développement durable, qui a été chargée par la Conférence des présidents d'arrêter une position de la Chambre en vue du prochain sommet climatique de Durban.

 

Les débats ont été animés et ont essentiellement porté sur la formulation de la réduction de 30 % des gaz à effet de serre d'ici 2020.

 

Une première partie de la discussion a porté sur la place laissée aux Régions. M. Calvo a estimé que le fait de demander l'accord des Régions en plus d'autres conditions rendait impossible la concrétisation d'un tel objectif. M. Wollants a répondu que le fait de demander l'accord des Régions est logique, compte tenu des compétences qui leur sont reconnues dans les lois spéciales. Mme Lalieux a alors proposé d'utiliser le terme "concertation" plutôt qu'"accord". Dans le même état d'esprit, Mme Muylle a proposé de reprendre les termes de l'accord intervenu entres les négociateurs d'un futur gouvernement. Dans ce texte, il est fait mention de négociations entre le gouvernement fédéral et les Régions.

 

M. Clarinval a estimé que la décision de ne pas prolonger la durée de vie des centrales rend aujourd'hui l'objectif d'une réduction de 30 % impossible. De plus, l'absence d'accord global et de négociation en vue d'un futur gouvernement lui permettait de ne pas soutenir l'amendement de Mme Muylle. Cet amendement a cependant été adopté par neuf voix contre deux et une abstention.

 

Une seconde partie des débats a porté sur l'opportunité de conditionner expressément la réduction de 30 % des gaz à effet de serre au fait de ne pas entraver la position concurrentielle de l'Europe. Telle fut la position de MM. Wollants et Clarinval. Mmes Fonck et Lalieux se sont opposées à ce que cette condition soit expresse. M. Calvo a, quant à lui, proposé un amendement distinct où les préoccupations économiques et l'accès à l'énergie sont repris. L'amendement de M. Calvo a été adopté par l'ensemble de la commission moins une abstention.

 

M. Clarinval a introduit un amendement visant la suppression du point relatif à la création d'un mécanisme de revenu indépendant pour garantir le financement du Fonds Climat. Selon M. Clarinval, cela pourrait constituer un moyen d'instaurer une taxe CO2, ce à quoi il s'oppose. Cet amendement a été rejeté.

 

L'ensemble de la proposition a été adopté par 9 voix contre 2 et 1 abstention. Mme De Bont s'est abstenue sur l'ensemble des votes.

 

17.02  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik had met mevrouw Vienne afgesproken dat zij het volledige rapport zou brengen, omdat het een beperkte tekst betrof. Ik zou graag overgaan tot mijn eigen betoog.

 

Op het moment ligt er een voorstel van resolutie voor die past in het kader van Durban. Dat is, net zoals vorig jaar, alweer een manier om te onderzoeken hoe we ons moeten opstellen om op de klimaatconferentie een internationaal akkoord te bereiken.

 

Het internationaal akkoord waarnaar we zoeken, zou er eigenlijk steeds sneller moeten komen. Immers, het Kyotoprotocol loopt op zijn einde en dat noopt ons tot het zoeken naar een alternatief. Het belangrijkste van de conferentie van Durban is voor mij dan dat internationaal akkoord, of toch de weg daarheen, zodat we de gevaarlijke klimaatopwarming kunnen vermijden en bij de algemene temperatuurverhoging van twee graden Celsius blijven. Uiteraard moet er ook gesproken worden over onder andere omkaderende maatregelen en financiering, maar naar mijn aanvoelen is het internationaal akkoord het allerbelangrijkste.

 

Vandaag ligt hier een resolutie voor die niet onmiddellijk betrekking heeft op Durban. Het signaal dat wij vanuit de Kamer willen geven, is dat we initiatieven willen ontplooien in de strijd tegen de klimaatopwarming en ter verwezenlijking van onze doelstellingen. Net als vorige keer focust de discussie op de vraag of we de doestelling van 30 % unilateraal moeten optrekken, dan wel in het kader van de Europese Commissie, die sowieso de stap zet naar de 30 %.

 

We hebben gewerkt met de basistekst van de Ecolo-Groen!-fractie. Die tekst gaat uit van een aantal concrete punten in verband met de 30 %-doestelling. Ten eerste moet er een internationaal akkoord worden bereikt. Ten tweede moeten we het goede voorbeeld geven. Ten derde wordt vastgesteld dat we er bijna zijn, maar nog niet helemaal. Ten vierde moeten we stappen vooruit doen.

 

We kunnen erin slagen om naar een nieuw niveau te gaan. We kunnen ervoor zorgen dat alle landen ons mogelijk volgen.

 

Als wij het eerste punt, namelijk het internationaal akkoord, bekijken, dan moeten wij vaststellen dat de stap van de geconditioneerde 30 % naar 30 % unilateraal er niet noodzakelijk voor zal zorgen dat de andere landen ons zullen volgen. Ik verklaar mij nader. Wij hebben, aangezien de Europese Unie meestapt, altijd aangeboden om naar 30 % te gaan, als de andere lidstaten mee zouden doen. Vandaag zeggen wij dat wij sowieso opteren voor de 30 %-doelstelling. Dat is alleszins geen reden voor andere landen om ons te volgen. Dat lijkt mij evident. Maar een dergelijke stellingname zal het debat ook geen kwaad doen.

 

Ik kom tot het tweede punt: wij zijn er bijna. De oorspronkelijke indieners hebben gezegd dat er nog 4 % te overbruggen is, tot 20 %. Wij moeten er natuurlijk ook bij zeggen dat dat geldt voor de EU-27 en dat het gaat over de cijfers voor 2009. Ondertussen zijn wij weer een stuk verder weggegaan van die doelstelling. Als wij kijken naar de EU-15, dan stellen wij vast dat wij op dit moment niet op 16 % zitten, maar op 10 %, wat eigenlijk vooral gebaseerd is op het feit dat wij de uitstoot van alle broeikasgassen, zoals F-gassen en ammoniak, hebben gereduceerd, behalve die van CO2.

 

De reductie van de uitstoot van CO2 is vooral te danken – wij moeten ter zake eerlijk zijn – aan de huidige economische crisis. Wij hopen echter dat wij daar snel opnieuw uit geraken, waardoor wij wellicht de emissies opnieuw zullen zien pieken en de kloof opnieuw groter zal worden. Door de sluiting van een aantal nucleaire centrales – mevrouw Vienne heeft het aangehaald – in het kader van de kernuitstap, zal het voor ons land natuurlijk nog een stuk moeilijker worden.

 

Voorts laat ik, zoals de indieners, opmerken dat het voor ons eigenlijk een goede zaak zou zijn als we naar 30 % gaan. Het maakt eigenlijk absoluut niet uit of andere landen ons volgen, want het is sowieso goed voor onszelf. Het is goed om kosten te besparen, het is goed voor de concurrentiepositie van onze bedrijven.

 

De tekst bevat dus heel wat goede bepalingen, wat we ook bij de start van de bespreking hebben aangegeven. Wij willen een stap in de goede richting zetten, wij kunnen discussiëren over de tekst en willen aan de uitvoering meehelpen.

 

Wil dat zeggen dat wij het met alles eens zijn? Dat is een andere kwestie. Wij willen meehelpen, in tegenstelling tot CD&V met de heer Van den Bergh, waarvoor de tekst zelfs geen basis kan zijn. De heer Calvo zal zich dat wel herinneren. Ik citeer uit het verslag: “De heer Jef Van den Bergh bevestigt nog eens dat zijn fractie vasthoudt aan de EU-benadering van de reductiedoelstelling. Dit is een geconditioneerde verhoging van de doelstelling naar 30 % als andere landen gelijkaardige inspanningen leveren. CD&V zal nooit met een ander standpunt hierover kunnen instemmen.” Er zijn echter wel meer dingen, die de CD&V nooit zou doen. Alleszins vind ik het een straffe zet dat zij binnen een maand van mening is veranderd.

 

17.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik ben natuurlijk niet de woordvoerder van de CD&V-fractie. Ik heb heel veel ambitie, maar die ambitie heb ik niet. Ik begrijp dat een en ander voor de heer Wollants zeer confronterend is, want het is de tweede keer in relatief korte tijd dat de N-VA in snelheid gepakt wordt door CD&V. Eerst was dat inzake staatshervorming. CD&V koos ervoor om haar verantwoordelijkheid te nemen en samen met ons B-H-V te splitsen. Vandaag gebeurt het inzake klimaat. CD&V zet zich rond de tafel met de klimaatprogressieve partijen. U kiest voor de zijkant en CD&V kiest samen met ons voor een resolutie inzake 30 %.

 

Ik dank de collega’s van CD&V daar oprecht en met heel veel overtuiging voor.

 

17.04  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer Calvo, ik begrijp dat u dit een toptransfer vindt, maar enige rechtlijnigheid zou ook wel leuk zijn, denk ik dan.

 

Een aantal van de dingen die ik daarnet heb opgenoemd en die eigenlijk een inspiratie waren van de heer Calvo, liggen ons ook na aan het hart. Ik meen dat het internationale akkoord belangrijk is omdat wij weten dat Europa op dit moment slechts 14 % van die emissies uitstoot. Dit percentage wordt elk jaar kleiner, zelfs als onze uitstoot op hetzelfde niveau blijft, omdat de andere landen steeds meer uitstoten. Om die reden is dat internationaal akkoord van zo groot belang.

 

Het tweede punt dat voor ons belangrijk is: als onze bedrijven beter worden van het streven naar 30 %, dan moeten we dat ook doen.

 

Een derde punt is dat wij de emissiereductie moeten houden op het niveau dat daarvoor bevoegd is. Wij weten allemaal dat de Gewesten in de eerste plaats bevoegd zijn voor milieu en de uitstoot van broeikasgassen. Dat staat zo in de bijzondere wet. De FOD Leefmilieu zegt dit trouwens zelf ook. Het Grondwettelijk Hof heeft dit in maart nog maar eens bevestigd.

 

Wij zitten hier dus op een niveau dat zal beslissen over de doelstelling die uiteindelijk door anderen moet worden uitgevoerd. Als wij onze huidige doelstelling bekijken – 15 % in de non-ETS – dan moeten wij vaststellen dat de inspanningen ervoor tot op heden nog altijd niet werden verdeeld tussen de Gewesten. Ik kan u ook zeggen waarom dit zo is. De Nationale Klimaatcommissie heeft zich gebogen over de manier van aanpak. Dit zou gefaseerd verlopen omdat niet alle zaken tegelijkertijd kunnen worden behandeld. De doelstellingen uit het klimaat- en energiepakket situeren zich op een aantal verschillende tijdstippen.

 

Binnen die Nationale Klimaatcommissie zijn er twee kabinetten geweest die zich daartegen formeel hebben verzet. Zij wilden enkel het totale pakket aanpakken. Dit was, ter informatie, het kabinet van de heer Henry en dat van mevrouw Huytebroeck.

 

Mijnheer Calvo, u schudt uw hoofd? Ik wil u met plezier het verslag bezorgen waarin het allemaal te lezen staat.

 

Als wij een emissiereductie willen, is het hoog tijd dat wij de Gewesten aan zet laten om iets te realiseren, in plaats van de federale schoonmoeder een aantal zaken te laten bepalen waarvoor het federale niveau uiteindelijk niet zelf opdraait. Het is heel leuk de doelstellingen zo hoog mogelijk te maken zolang men ze zelf niet moet uitvoeren.

 

Ondanks dit alles hebben wij in de werkgroep van de bijzondere klimaatcommissie gewerkt aan een tekst waar volgens mij iedereen grotendeels achter kon staan. De heer Schiltz heeft de tekst uitgewerkt. Ik was het er toen mee eens. Vele partijen waren het er toen mee eens, maar wij zijn tot de conclusie gekomen dat – opnieuw – de fractie Ecolo-Groen! zich daar niet in kon vinden, om een aantal redenen.

 

Ten eerste vindt men de rol van de Gewesten te groot. De Gewesten zullen het uiteindelijk allemaal moeten uitvoeren, en toch wil men ze van op het federale niveau buitenspel zetten.

 

Ten tweede, om een internationaal klimaatakkoord te bereiken. Dat vind ik heel belangrijk. Die 86 %, waar Europa niet over beslist, is precies de emissie die wij zullen moeten meenemen om de temperatuurstijging tot 2°C te beperken.

 

Ten derde, een verhoging tot 30 % kan enkel als zij de concurrentiepositie van onze bedrijven niet in het gedrang brengt. De indieners stelden dat de bedrijven er zelfs op zouden vooruitgaan. Toch wilde men dat niet aan elkaar linken. Volgens mij betekent dit dat men zelf niet gelooft dat de concurrentiepositie erop verbetert, maar dat men vreest dat zij achteruit zal gaan.

 

Het spijt mij zeer, maar onze fractie vindt de concurrentiepositie dermate belangrijk dat wij een verhoging tot 30 % enkel willen steunen wanneer de concurrentiepositie verzekerd is.

 

Op zich is onze voorwaarde niet onredelijk. Wanneer ik de motivatie van een aantal partijen hoor, moet ik immers vaststellen dat iedereen met de concurrentiepositie begaan is, maar ze niet wil linken. Onder voornoemde voorwaarde moet u dus ook begrijpen dat wij de tekst niet kunnen steunen.

 

De tekst die uiteindelijk in de plaats is gekomen, is bovendien de tekst die uit de onderhandelingen zou komen en ondertussen tussen alle partijen is afgesproken. Groen! zou er wellicht ook mee akkoord gaan.

 

De tekst gaat heel ver. De tekst die door mevrouw Muylle is ingediend, is bovendien niet de tekst die effectief is afgesproken.

 

17.05  Nathalie Muylle (CD&V): U weet dat.

 

17.06  Bert Wollants (N-VA): Ik weet dat.

 

Mevrouw Muylle, wij hebben uw collega’s op het kabinet-Schauvlieghe gecontacteerd. Zij hebben ons bevestigd dat de tekst niet klopt.

 

Als er dus een akkoord komt, zullen wij wellicht kunnen lezen wat ter zake in het akkoord staat. Wat u hebt gedaan, is zelfs dat akkoord nog eens uithollen.

 

Collega’s, wij willen nog een poging doen om hier tot een gedragen tekst te komen. Wij hebben een amendement ingediend waarin de verhoging naar 30 % is opgenomen, maar ook het internationale klimaatakkoord en de concurrentiepositie van onze bedrijven.

 

Wij bieden het amendement in ieder geval aan jullie aan. Mogelijkerwijs kunnen wij dan komen tot een tekst waar iedereen achter kan staan. Onder de huidige vorm kunnen wij niet met de tekst verder.

 

17.07  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer Wollants, ik dank u voor uw uiteenzetting en ook om te verwijzen naar verschillende punten die tijdens de besprekingen zijn aangehaald. Ik wil niettemin enige nuance aanbrengen.

 

Wanneer ik uw uiteenzetting hoor en het amendement lees dat u op de banken hebt neergelegd, dan ben ik enigszins verwonderd dat u in de tekst de bepaling “van 30 % tot 30 %” opneemt. Zulks betekent dat u akkoord gaat met een reductie op Europees niveau van 28 à 29 %, maar dat u er de concurrentiepositie aan koppelt. In het raam van de resolutie hebben wij echter ook de concurrentiepositie aan het percentage gekoppeld.

 

Collega’s, wat wij er ook aan hebben gekoppeld, is een sociale rechtvaardigheidsagenda, die wij eveneens belangrijk vinden.

 

Wij zijn dus wel in staat geweest beide zaken te koppelen. Wij vinden ze even belangrijk als u. Behalve de concurrentiepositie achten wij echter ook de sociale rechtvaardigheid belangrijk. In de tekst die vandaag voorligt, zit dus wat meer evenwicht.

 

Ik wil de commissieleden bedanken voor de samenwerking.

 

Ik denk dat deze resolutie op een goede manier tot stand is gekomen en dat datgene wat voorligt een goede en verregaande resolutie is. Op basis van de start die we hebben genomen, zijn er een paar elementen in de tekst – de basistekst die door de collega’s van Ecolo en Groen! werd neergelegd – gekomen die voor ons belangrijk waren, zodat het een evenwichtigere tekst is geworden, vooral op het vlak van inspanningen die internationaal moeten gebeuren. Ik denk dat de vorige spreker ernaar verwezen heeft dat Europa maar 10 à 15 % van de wereldwijde emissies voor haar rekening neemt, wat betekent dat er heel wat andere spelers tot engagementen moeten komen. Wij zijn vragende partij geweest om de percentages, de range die internationaal afgesproken is – zowel voor de geïndustrialiseerde landen als voor de ontwikkelingslanden en niet in de geringste mate ook voor de BRIC-landen, die toch op een andere manier moeten behandeld worden dan de ontwikkelingslanden – in de tekst op te nemen, wat voor ons toch wat meer evenwicht geeft aan de tekst.

 

Een tweede punt dat eraan toegevoegd is, is de langetermijnvisie. Ik hoor meer en meer in de debatten dat we wat weggaan van 2020 of 2030 en eigenlijk al een positie gaan innemen ten opzichte van 2050. In die zin ben ik ook blij dat de collega’s onze aanpassingen inzake de percentages en de range die moet worden gehaald tegen 2050 in het raam van de globale opwarming, aan de tekst hebben toegevoegd. Ik denk dat dit de tekst enkel nog versterkt.

 

Het belangrijkste element dat wij graag aan de resolutie veranderd hadden gezien, is dat doelstellingen meetbaar, rapporteerbaar en verifieerbaar moeten zijn. Daarom volg ik de N-VA-collega niet, wanneer hij zegt dat de tekst weinig te maken heeft met Durban. Als er juist iets belangrijk is in Durban, dan is het net dat we gaan kijken wat internationaal de stand van zaken is, zowel voor de landen die in bijlage 1 staan opgesomd als voor diegene die in bijlage 2 staan. We moeten de verwezenlijkingen in het raam van Kyoto kunnen vaststellen en wat er bijkomend nog moet gebeuren, zoals de mechanismen voor de toekomst vastleggen om dit te meten en te verifiëren. Dat is juist het belangrijkste van Durban, collega, en in die zin is de tekst ook aangepast.

 

Als laatste punt wijs ik erop dat we in het raam van het United Nations Framework met één stem zullen spreken. Ik wil de commissieleden danken om op onze voorstellen te zijn ingegaan.

 

De voorliggende tekst is, mijns inziens, evenwichtig en maakt ons klaar om naar Durban te gaan.

 

17.08  Rita De Bont (VB): Mijnheer de voorzitter, ik ben niet ingeschreven, maar wil toch graag reageren op de uiteenzetting van mevrouw Muylle. Anders zou u misschien uw dromen voor waarheid kunnen nemen en denken dat de Vlaams Belangfractie al niet meer bestaat. Als u het hebt over een tekst waarmee iedereen het eens is, denkt u natuurlijk niet meer aan het Vlaams Belang.

 

Ik wil erop wijzen dat door die bemiddelende uiteenzetting…

 

Le président: Madame, vous réagissez à l'intervention, mais si vous voulez intervenir sur le fond, vous me ferez le plaisir de vous inscrire. Et vous aurez la parole à votre tour!

 

17.09  Rita De Bont (VB): Mijnheer de voorzitter, ik reageer op hetgeen mevrouw Muylle heeft gezegd.

 

Le président: Si c'est une question à Mme Muylle, vous intervenez maintenant. Si c'est une intervention, vous vous inscrivez!

 

17.10  Rita De Bont (VB): Ik reageer op de heel bemiddelende uiteenzetting van mevrouw Muylle.

 

Ik wil erop wijzen, zoals ook N-VA daarop heeft gewezen, dat dit Belgisch links op een heel perverse manier de kans geeft om zijn slag thuis te halen, na het Vlaams Belang ook al buiten de besprekingen te houden door het oprichten van een speciale werkgroep onder het voorzitterschap van de heer Schiltz.

 

De heer Schiltz gaf op de laatste commissievergadering niet thuis. Toen moest enkel nog de enige van de vier stemgerechtigde N-VA’ers worden overhaald om tegen de Vlaamse belangen in te stemmen.

 

Daarom heeft mevrouw Muylle die heel gematigde uiteenzetting gehouden.

 

Ik denk en hoop dat dit niet gelukt is, maar deze resolutie kon zo dankzij CD&V in de commissie met een aanzienlijk Belgisch-linkse meerderheid worden aanvaard.

 

Ze heeft momenteel nog maar weinig waarde, want het cruciale punt, de unilaterale opvoering van de Europese CO2-reductie …

 

Le président: Madame De Bont, ce n'est plus une question, mais une intervention. Si vous voulez intervenir, inscrivez-vous comme tout le monde.

 

Quelle est votre question à Mme Muylle?

 

17.11  Rita De Bont (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw Muylle zegt dat zij dat eerst met de Gemeenschappen wenst te onderhandelen. Ik zou graag aan haar willen vragen wanneer zij dat wilt doen, vermits de koffers reeds klaar staan om naar Durban te gaan.

 

17.12  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de voorzitter, wij gaan dat te gepasten tijde doen.

 

17.13  Rita De Bont (VB): Nu de koffers voor Durban reeds klaar staan!

 

17.14  Karin Temmerman (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega’s, de tijd dringt. Als wij willen vermijden dat de klimaatinspanningen na 2012, na Kyoto, helemaal plat vallen, moeten wij volgende maand in Durban nieuwe doelstellingen naar voren schuiven. Nieuwe doelstellingen, maar vooral ambitieuzere doelstellingen. Collega’s, 20 % volstaat niet meer, wij moeten de lat hoger leggen en de broeikasgassen met 30 % terugdringen.

 

Collega’s, uiteraard moeten wij overleggen met de Gewesten. Zij moeten volledig achter deze doelstellingen kunnen staan. Ik heb niemand in de commissie het tegengestelde horen beweren. De federale regering moet hierin echter ook haar verantwoordelijkheid nemen. Zij moet de motor zijn achter een ambitieuzer klimaatbeleid en moet met al haar overtuigingskracht proberen om de deelstaten mee aan boord te krijgen.

 

Collega’s, België is geen eiland. Een ambitieuzer klimaatbeleid heeft pas echt effect als het op veel grotere schaal wordt toegepast. Idealiter op wereldvlak uiteraard. Wij kunnen echter niet dezelfde inspanningen vragen aan de ontwikkelingslanden als aan de industrielanden. Laten wij niet vergeten dat de industrielanden historisch de grootste vervuilers zijn.

 

Het is noodzakelijk dat wij het minstens op Europees niveau eens geraken over een overkoepelende aanpak. België moet ook een rol spelen in deze discussie.

 

Uiteraard zijn wij ons ervan bewust dat er een zware economische storm opsteekt. Wij moeten erover waken dat het Europees klimaatbeleid het de Europese economie niet extra moeilijk maakt, maar mogen ons ook niet verschuilen achter de economische moeilijkheden. Het forser terugdringen van de broeikasgassen hoeft de economische groei absoluut niet in de weg te staan. Integendeel, het is perfect mogelijk om ecologie en economie te verzoenen. De vergroening van de economie is ook een manier om de groei te realiseren en misschien, collega Wollants, zelfs een veel betere manier.

 

De sp.a zal deze resolutie voluit goedkeuren en dankt iedereen die eraan heeft meegewerkt.

 

17.15  David Clarinval (MR): Monsieur le président, chers collègues, à l'occasion de ce débat, le MR souhaite réaffirmer son soutien à l'obtention d'un prolongement du Protocole de Kyoto. Il importe de conclure un accord international pour les années à venir en termes de réduction des gaz à effet de serre. Toutefois, il convient de ne pas handicaper la compétitivité de nos entreprises sur le marché mondial. Le MR est particulièrement attentif à cet enjeu.

 

En effet, il faut noter que, depuis le Sommet mondial de Cancún, plusieurs éléments neufs sont intervenus en Belgique et dans le monde et vont exercer une influence indéniable sur notre position socio-économique. Tout d'abord, les crises financière et budgétaire auxquelles notre pays doit faire face sont plus graves que jamais. Il deviendra de plus en plus difficile de recourir à des marges financières en faveur de ces questions, alors que notre pays devra diminuer de plusieurs milliards d'euros son budget. Les urgences sociales et économiques vont relativiser de plus en plus les sommes à débloquer pour ces politiques.

 

Ensuite, l'incertitude actuelle autour de la sortie du nucléaire va rendre financièrement et énergétiquement de plus en plus incertaine la possibilité d'atteindre les objectifs de réduction des gaz à effet de serre. En cas de sortie non contrôlée du nucléaire, il faudra craindre une forte augmentation des importations des énergies carbonées et une importante augmentation des tarifs d'électricité pour nos concitoyens. À cet égard, le Bureau du Plan parle d'au moins 21,5 milliards d'investissements à réaliser dans les vingt prochaines années pour simplement atteindre les objectifs actuels. Il évoque également un accroissement annuel de 840 mégawatts de production nouvelle d'énergie. À titre de comparaison, cela représente 420 éoliennes onshore par an pendant vingt ans!

 

Ces chiffres représentent un doublement des investissements réalisés en moyenne depuis dix ans sur notre territoire. Cet objectif est donc très ambitieux.

 

Il est dès lors urgent de mettre en place un plan d'investissement massif en matière de production d'énergie – dans la négative, nous n'atteindrons pas nos objectifs –, sans subir des augmentations de tarifs et des augmentations d'importations mettant en danger notre indépendance énergétique.

 

Par ailleurs, dans la résolution que nous avons votée l'année dernière, nous avions très clairement indiqué que les objectifs de réduction de gaz à effet de serre devaient être répartis de manière spécifique entre les secteurs du transport, du bâtiment et de l'industrie. En effet, il est évident que le secteur résidentiel est particulièrement en retard par rapport au secteur industriel et que ce dernier devra bénéficier des investissements, des efforts importants qu'il a réalisés par le passé. Cet aspect des choses ne figure pas assez clairement dans le présent texte, et je le regrette.

 

Enfin, le texte de la résolution innove par rapport au texte de l'année dernière, en parlant en son point 2.16 d'un mécanisme de recettes spécifique et indépendant pour le climat. Au MR, nous interprétons cela comme étant une taxe CO2. Dès lors, afin de lever toute ambiguïté par rapport à notre position, nous avons déposé un amendement qui est sur votre table et qui prévoit qu'au cas où ce mécanisme, cette taxe serait mise en place, elle devrait être compensée par une diminution des charges qui pèsent sur le travail, afin de ne pas pénaliser la compétitivité de nos entreprises.

 

Si nous obtenons un vote favorable sur notre amendement, notre groupe reconsidérera le vote tenu en commission et soutiendra le texte de compromis, car c'est un texte de compromis, tel qu'amendé. Dans la négative, nous maintiendrons notre opposition.

 

Monsieur le président, chers collègues, à l'aube du Sommet mondial de Durban, il importe, certes, de montrer l'exemple en termes de développement durable mais il importe également d'être particulièrement attentif à ne pas pénaliser nos entreprises déjà très durement touchées par les crises.

 

Je vous remercie pour votre attention.

 

Président: André Flahaut, président.

Voorzitter: André Flahaut, voorzitter.

 

17.16  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, chers collègues, je voudrais, tout d'abord, émettre une considération d'ordre technique. Ainsi, à la page 40, j'insiste sur le fait que la bonne version est la version néerlandaise. En effet, à la dernière phrase du point 2.11 figure une petite "coquille" dans la version française du texte.

 

Chers collègues, il n'aurait pas été responsable que le parlement n'adopte pas de position avant la Conférence de Durban en vue d'un "après Kyoto", d'un "après 2012" et que la Belgique y soit, en quelque sorte, arrivée les mains vides.

 

S'il ne s'agit que d'une résolution, elle constitue néanmoins un élément important au vu de la Conférence de Durban, mais aussi au regard des enjeux liés au réchauffement climatique.

 

Cet "après 2012", cet "après Kyoto" doit avant tout être défini sur une base scientifique. En la matière, les travaux du GIEC sont "la" référence et doivent être "notre" référence.

 

Le cdH voulait une position forte de la Belgique, une position ambitieuse, sans ambiguïté, plaidant clairement en faveur d'un objectif de réduction de 30 % des émissions de gaz à effet de serre pour 2020 et ce, sans conditionnalité.

 

Cela étant, être ambitieux sur le plan environnemental signifie-t-il que l'on met à mal la compétitivité de nos entreprises? Non! Bien au contraire, à condition de le faire de façon intelligente. Car être ambitieux au niveau environnemental, c'est tout à fait compatible avec la même ambition sur le plan économique. D'ailleurs, plusieurs éléments en témoignent. En effet, nous avons besoin d'une véritable révolution sur le plan industriel qui favorise les métiers d'avenir, les secteurs et des emplois verts. Une augmentation du niveau d'ambition européen à 30 % permettra de donner du souffle à ces entreprises et de créer de l'emploi.

 

Nous sommes également favorables à une diminution de la fiscalité sur le travail et à un glissement de cette fiscalité vers une fiscalité environnementale.

 

Enfin, il ne peut être question d'accepter que des entreprises européennes soient pénalisées par rapport à des entreprises non européennes, singulièrement de pays qui ne n'auraient pas ce type d'ambitions. Pour n'en citer que deux, il est vrai que les États-Unis et la Chine sont manifestement réticents à ce stade au fait de se donner un objectif ambitieux.

 

Or, pour préserver la compétitivité de nos entreprises sur le plan mondial, l'instrument le plus adéquat, c'est un accord international dans lequel les efforts sont comparables pour tous les pays. Mais, à défaut, le cdH a voulu introduire la possibilité de recours à d'autres instruments tels qu'une taxe à l'importation pour les entreprises non européennes bien sûr, intégrant alors la composante carbone. Ainsi, les entreprises européennes n'auraient pas à pâtir d'un désavantage particulièrement déloyal par rapport aux autres entreprises.

 

Ces différents éléments témoignent du fait que nous avons été attentifs - l'enjeu est majeur compte tenu du contexte actuel - à préserver la compétitivité de nos entreprises et dès lors à préserver l'emploi.

 

Deux solutions s'offrent à nous sur le plan environnemental et sur le plan de la préservation de notre planète: subir ou agir. Notre choix est clairement d'agir et de ne pas laisser une dette environnementale majeure à nos enfants et à nos petits-enfants.

 

Nous soutenons largement ce texte et j'espère que, malgré tout, nous aurons tout à l'heure une très large majorité, plus large qu'en commission. Tout le monde peut changer d'avis!

 

17.17  Julie Fernandez Fernandez (PS): Monsieur le président, chers collègues, le groupe socialiste se réjouit de l'adoption de cette résolution par notre assemblée. Cette résolution soutient un objectif sérieux de réduction des émissions de gaz à effet de serre, qui est avant tout une nécessité pour notre environnement. En effet, seule une réduction considérable de nos émissions limitera efficacement l'augmentation de la température mondiale.

 

En prenant les mesures suffisantes aujourd'hui, nous évitons les impacts négatifs et irréversibles sur la biodiversité, le niveau des mers, l'économie ou encore notre bien-être en général. Dès lors, en soutenant au sein de l'Union européenne une réduction de 30 % des gaz à effet de serre, sans condition, la Belgique prend une position non seulement indispensable, mais également obligatoire et responsable vis-à-vis des générations futures.

 

Ainsi que les auditions en commission nous l'ont rappelé, les impacts positifs qu'une telle diminution aura sur notre société se porteront notamment sur la diminution de la facture énergétique, l'amélioration de notre santé et la création d'emplois.

 

À ce propos, la présente résolution rappelle également un point essentiel pour le PS: l'importance d'organiser une transition vers une économie pauvre en carbone, qui soit juste. Il s'agit pour les responsables publics de veiller à organiser une transition vers une économie plus verte, qui tienne réellement compte des travailleurs. Car, n'en doutons pas, bon nombre de secteurs sont appelés à s'adapter aux nouvelles exigences environnementales.

 

Mais, de façon générale et en filigrane de cette résolution, c'est une vision porteuse d'un projet de société durable qui se dessine, tant au niveau social, environnemental qu'économique.

 

La semaine prochaine, à Durban, les pays du monde entier se réuniront dans le cadre de l'ONU pour discuter des efforts de chacun. L'Europe devra y parler d'une seule voix si elle veut avoir une position forte, c'est-à-dire exiger des efforts ambitieux de chacun, qui s'inscrivent dans un cadre commun et contraignant.

 

Afin que l'Union européenne demeure cohérente entre, d'une part, ses objectifs et, d'autre part, ses moyens, le gouvernement belge doit dès à présent faire partie de ceux qui soutiennent une politique européenne commune de réduction unilatérale de 30 % des gaz à effet de serre.

 

C'est donc parce que nous sommes conscients des enjeux pour notre planète et pour les générations futures que le groupe socialiste et moi-même voterons en faveur d'un texte qui fixe des objectifs constructifs et ambitieux.

 

17.18  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, chers collègues, je tiens à remercier l'ensemble des membres de la commission Climat ainsi que son président d'avoir fait en sorte qu'un texte de résolution de consensus ait pu être présenté aujourd'hui, et sera, le cas échéant, adopté durant cette séance.

 

Même si certaines formations n'ont, en fin de compte, pas souhaité soutenir le texte, je pense pouvoir dire que la volonté de la plupart des parlementaires qui ont participé à cette commission était de trouver un consensus rassemblant la majorité des formations politiques. Les nouveaux amendements déposés ce jour en sont la preuve. Ils nous permettront peut-être d'obtenir une majorité encore plus large.

 

Après Copenhague et Cancún, la Conférence de Durban doit représenter une nouvelle étape importante, que nous souhaiterions décisive, dans la lutte contre le réchauffement de notre planète.

 

Cela étant, dans un débat comme celui-ci au sein de ce parlement, il existe deux manières d'aborder la question. La première manière est de l'aborder dans le cadre du "poto-poto" belge, où des institutions et des Régions se regardent en chiens de faïence en se demandant qui va commencer. Je ne pense pas qu'il s'agisse de la meilleure option, pour répondre à M. Wollants qui évoquait le cas des ministres Henry et Huytebroeck. Si vous avez des documents à nous fournir, je vous demande de le faire.

 

Je vous demande aussi de comparer les chiffres de la Région wallonne et de la Région bruxelloise dans le cadre du "Fast Start", c'est-à-dire des moyens financiers additionnels, et de comparer ces chiffres avec ceux issus des autres niveaux de pouvoir. Cela vous fera peut-être revoir votre copie.

 

Ceci étant dit, la seconde option consiste à prendre de la hauteur et à se donner des objectifs plus larges.

 

17.19  Bert Wollants (N-VA): Ik zal met veel plezier die documenten overmaken. Ik heb nog documenten, ook eentje waarin een verdeelsleutel wordt voorgesteld, zoals opgenomen in de regeerakkoorden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest. Zowel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als het Waals Gewest hebben daarop carrément njet gezegd. Als het gaat om doelstellingen vast te stellen, is het allemaal goed en wel, maar als er een verdeling moet worden gemaakt, geeft men niet thuis. Ik vind dat niet correct.

 

17.20  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Il y a à peine deux jours, la Région wallonne a encore dégagé deux millions supplémentaires dans le cadre du "Fast Start", ce qui n'est pas le cas de toutes les Régions dans ce pays. Mais ce n'est pas grave!

 

En déposant une proposition de résolution, mes collègues Kristof Calvo et Thérèse Snoy et moi-même avons souhaité déposer un premier texte de proposition en rapport avec la Conférence de Durban. Ce texte ayant été accueilli positivement par la plupart de nos collègues, un groupe de travail a pu être formé de sorte qu'un texte de consensus soit produit. Ce texte a été voté hier par une majorité des membres de la commission.

 

La Commission de Durban sera, à n'en point douter, une conférence de transition. Après les attentes sans doute excessives de Copenhague et la déception unanime qui s'en est suivie, la Conférence de Cancún a permis de remettre le processus multilatéral de négociation sur les rails. Aujourd'hui, alors que la première période d'engagement du protocole de Kyoto s'achèvera en 2012, la Conférence de Durban s'ouvre la semaine prochaine après une année de piétinement dans les négociations internationales.

 

Il est pourtant essentiel que la communauté internationale se fixe de nouveaux objectifs et se dote à tout le moins d'une road map pour l'après-Kyoto. Dans ce cadre, le rôle de l'Europe nous semble crucial.

 

En demandant que la Chambre s'empare du débat sur les enjeux de la Conférence de Durban, les écologistes ont souhaité rappeler l'urgence d'agir. Les rapports se multiplient et tous indiquent la même tendance: les engagements actuels ne permettront pas de maintenir le réchauffement sous la limite des 2°C d'ici la fin du siècle. Si ce scénario se confirme, les conséquences du dérèglement climatique seront colossales et dramatiques pour des centaines de millions de personnes à travers le monde et pour la situation politique, sociale et économique de nombreux pays.

 

Je tiens également à rappeler que selon un récent rapport Stern, le coût estime d'une lutte efficace contre le dérèglement climatique s'élève à seulement 1 % du PIB mondial alors que l'impact du laisser-faire laisser-aller serait au minimum de 20 % de ce PIB.

 

Lors de son audition, Peter Wittoeck, chef du Service Changements climatiques du SPF Environnement n'allait pas dans une autre direction. Monsieur Wollants quand vous dites que ce sont les auteurs qui disent qu'il y a un avantage à réduire les émissions, il s'agissait là d'une audition d'un expert – vous y étiez aussi – et ce dernier a clairement évoqué les avantages sociaux, économiques, sanitaires et environnementaux de la réduction des gaz à effet de serre.

 

17.21  Bert Wollants (N-VA): Ik wil u graag geloven, maar ik zie dan niet direct het probleem waarom dit niet in de tekst mocht komen. Als de verhoging naar 30 % effectief een voordeel vormt voor de concurrentiepositie, waarom wordt dat dan niet opgenomen in de tekst?

 

17.22  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Simplement, parce qu'on a l'impression que l'urgence avance! Il y a un an, on a voté une résolution que votre groupe n'avait, certes, pas votée et qui allait dans le sens des 30 % au niveau européen sans mentionner de conditions. Aussi, ajouter de nouvelles conditions, alors que la compétitivité des entreprises est défendue dans le texte, ne nous semblait pas relevant.

 

17.23  Bert Wollants (N-VA): Het zou een voorwaarde zijn waarvan u nu zegt dat ze op voorhand vervuld is. Waarom wordt het dan niet opgenomen in de tekst? Waar is het probleem om ermee akkoord te gaan, als u zelf weet dat het al in orde is?

 

17.24  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Mais c'est dans le texte! Kristof Calvo a déposé un amendement qui reprend la défense des personnes défavorisées et la compétitivité des entreprises.

 

17.25  Bert Wollants (N-VA): Het amendement dat de heer Calvo heeft ingediend, gaat over de uitvoering van het Europees klimaatbeleid. Ik stel voor om dat te koppelen aan de verhoging naar 30 %. Dat is niet bij de uitvoering, maar bij de bepaling van de doelstelling. Dat is iets anders.

 

17.26  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): C'est un point identifié dans la résolution. La compétitivité doit être envisagée pour toutes les mesures qui doivent être prises en faveur de la lutte contre le réchauffement climatique.

 

17.27  Bert Wollants (N-VA): U voelt zich dus niet zeker genoeg om het toe te voegen aan de verhoging van de doelstelling. Dat is het enige wat ik vaststel. Ik heb het daarnet op het spreekgestoelte ook vastgesteld. Als u het zou toevoegen, dan denk ik dat wij de resolutie zouden steunen, maar dat wenst u blijkbaar niet.

 

17.28  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur Wollants, je veux bien vous faire plaisir. Ce que je constate, c'est que dans ce parlement, une majorité de formations politiques est d'accord sur un texte et vous chicanez sur deux mots. Je peux continuer à en parler, mais…

 

17.29  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Ik zal zeer kort zijn, mijnheer de voorzitter. De belangrijkste vaststelling die wij vandaag moeten maken, mijnheer Wollants, is dat er een groep fracties is die een echte stap willen zetten en dat uw fractie een schijnmanoeuvre wil uitvoeren.

 

U hebt een aantal bepalingen rond de 30 % vooral willen opnemen om te verduidelijken dat die 30 % niet moet worden gerealiseerd. Dat is het grote verschil tussen uw fractie, het Vlaams Belang — zowat een cordon climatique, twintig jaar na Zwarte Zondag — en onze fracties. Wij zetten graag echte stappen, op basis van Duitse rapporten bijvoorbeeld. Normaal gezien, mijnheer Wollants, dweept uw fractie met Duitse rapporten, Duitse studies en Duits beleid. Het gaat hier om een studie van de Duitse regering waarin staat dat men in de Europese Unie zes miljoen extra jobs kan realiseren en 0,6 % additionele groei kan halen als de stap wordt gezet naar 30 %.

 

Wij hebben die Duitse studies gelezen en wij zetten vandaag een echte stap in plaats van een schijnmanoeuvre. Dat is het verschil.

 

17.30  Bert Wollants (N-VA): Ik wil uiteraard graag reageren op de uitlatingen van de heer Calvo.

 

Telkens opnieuw komen die studies naar boven. Telkens opnieuw zegt de heer Calvo dat het zo zal zijn. Als wij dan vragen om het in de tekst op te nemen, zegt de heer Calvo dat het dan niet zal worden gerealiseerd, want dat wij het zullen tegenhouden.

 

Welnee, wij willen die 30 % realiseren, maar laat dan in de tekst opnemen wat u hier zegt!

 

17.31  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat er iets is misgelopen tijdens de praktische werkzaamheden. Mag ik u vragen om de resolutie nog even te laten ronddelen op de N-VA-banken, zodat zij kunnen vaststellen dat in 2.12 de competitiviteit van de Europese economie is opgenomen?

 

17.32  Éric Jadot (Ecolo-Groen!): Monsieur le président, toutes les formations qui vont soutenir ce texte forment l'espoir que la conclusion de l'accord à Durban favorisera le retour nécessaire d'un climat de négociation plus fructueux. Pour nous, le sommet doit déboucher sur des décisions concrètes tant au sujet d'une nouvelle période d'engagement en termes de réduction des émissions de gaz à effet de serre qu'en faveur d'un calendrier de négociation pour les thèmes qui ne sont pas encore arrivés à maturité.

 

Pour parvenir à ces résultats partiels mais indispensables, il est essentiel que l'Union européenne fasse entendre sa voix à Durban. D'où l'intérêt de la proposition qui vous est présentée ce jour. Je ne reviendrai pas sur les différents points qui la composent.

 

Évidemment, après Durban et les prises de position au niveau international, il appartiendra à la Belgique de prendre ses responsabilités sur un plan domestique, en mettant en œuvre la transition écologique. Ces responsabilités pèseront sur les épaules des membres du futur gouvernement. Il va de soi que les écologistes y seront attentifs et ne manqueront pas d'interroger celui-ci à ce propos.

 

Comme je l'ai dit au début de mon intervention, je ne puis que me réjouir que le texte qui nous est soumis aujourd'hui fasse l'objet d'un consensus et je salue l'effort fourni par les différents groupes politiques pour y parvenir. Il ne peut être que bénéfique à chacun que le parlement puisse donner une ligne directrice à un gouvernement en affaires courantes pour un événement d'une telle envergure internationale. Il y va du sérieux de notre pays; il y va d'une certaine idée de la défense de la justice sociale internationale; il y a va de l'avenir de notre planète.

 

17.33  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, collega’s, laten wij een kat een kat noemen. Als het klimaat een bank was, dan was het wellicht al lang gered. Ik vind het aanpakken van de financiële crisis bijzonder belangrijk, laat daar geen twijfel over bestaan. Het is echter symptomatisch dat deze namiddag om 14 u 15, onder ruime belangstelling veel vragen werden gesteld over de financiële crisis, maar dat pas op een later uur, en op een iets minder prominente plek op onze agenda, aandacht wordt besteed aan de klimaatcrisis. De gigantische aandacht die, terecht, naar de financiële crisis gaat, is omgekeerd evenredig aan de aandacht die het klimaatprobleem krijgt.

 

Er is, om in dezelfde sfeer te blijven, een ongelofelijke spread tussen wat wetenschappelijk noodzakelijk is en wat politiek haalbaar is. Ik verwijs naar de stappen die men zet op Europees niveau, op Belgisch niveau en op het niveau van de Verenigde Naties. Wie de krantenkolommen van de voorbije maanden heeft geraadpleegd, kon vaststellen dat wij vandaag op weg zijn naar een temperatuurstijging van 3 tot 5 graden, terwijl wij volgens klimaatwetenschappers moeten mikken op een stijging van maximaal 2 graden.

 

U hebt allen het rapport gekregen van de Belgische Noord-Zuidbeweging. Als wij op dat elan voortgaan, als wij kiezen voor een business-as-usualscenario, dan dreigen er 250 miljoen klimaatvluchtelingen te komen en dan dreigen wij op termijn te worden geconfronteerd met een half miljard klimaatdoden. U lijkt een beetje genoegzaam te lachen. U lijkt dat humoristisch te vinden, mijnheer Valkeniers. Mijn fractie vindt het leven van elkeen op deze planeet belangrijk, ongeacht zijn cultuur of achtergrond. Dat is opnieuw een verschil tussen onze fractie en uw fractie. Het is ook een van de redenen waarom wij vandaag op de barricade staan voor de aanpak van de internationale klimaatproblematiek.

 

Collega’s, ik ben een jong Parlementslid. Ik zou me kunnen bezondigen aan naïviteit, maar dat probeer ik binnen de perken te houden. Ik weet dat onderhavige resolutie van het Belgische federale Parlement het klimaatprobleem niet zal oplossen. Toch vind ik het een uitermate boeiend politiek debat, omdat de resolutie een belangrijke signaalfunctie heeft voor de Europese overheid en voor de burgers, en ook omdat zij een indicatie is van de posities die in het Parlement in andere debatten worden ingenomen en zullen worden ingenomen.

 

De resolutie is een indicator om het onderscheid te maken, collega Wollants en collega De Bont, tussen de klimaatprogressieve fracties en de klimaatconservatieve fracties, tussen de fracties die hun verantwoordelijkheid willen nemen inzake de klimaatcrisis en andere fracties die onze planeet met de glimlach verder naar de vaantjes willen helpen, tussen de fracties die de klimaatcrisis als een kans beschouwen en de fracties die kiezen voor platgetreden paden, die in de Vlaamse economie, de Vlaamse kmo’s, de Vlaamse tewerkstelling, de Vlaamse sociale rechtvaardigheid geen stappen willen ondernemen.

 

Er is een verschil tussen de Vlaamse fracties die de toekomst van de Vlaamse kinderen belangrijk vinden, en zij die dat niet doen, mevrouw De Bont.

 

Collega’s, zoals in elke onderhandeling – en als onze partij de kans krijgt deel te nemen aan onderhandelingen, grijpt zij die kans met beide handen – is aan de resolutie een compromistraject voorafgegaan. Er is een verschil tussen de initiële tekst van Ecolo-Groen! en de tekst die voorligt. Toch meen ik dat het resultaat om een aantal redenen gezien mag worden. Het is een waardevolle resolutie met een aantal belangrijke punten.

 

Eerst en vooral houdt het federale Parlement, wellicht met een vrij uitgesproken meerderheid, opnieuw een pleidooi voor meer Europese klimaatambities.

 

De argumenten werden daarvoor aangereikt door de sceptici. Ik dank daarvoor de heer Wollants, die uitgebreid ingaat op de argumenten die onze fractie hanteert om voor meer Europese klimaatambitie te gaan. Dat is goed: we tonen op die manier klimaatleiderschap, we slaan de weg in van de groene economie. Ook zijn er, heel belangrijk, volgens een recent rapport van de Europese Commissie gezondheidsvoordelen. Dat brengt opnieuw budgettaire voordelen met zich mee. We kunnen met een ambitieuzer klimaatbeleid een budgettaire besparing van 3 tot 8 miljard realiseren in de gezondheidspolitiek.

 

17.34  Bert Wollants (N-VA): Ik vind het wat onterecht dat u mij hier verwijt een klimaatscepticus te zijn. U hebt de tekst gelezen, die ik trouwens samen met CD&V heb uitgewerkt. Vindt u dat een tekst van een klimaatscepticus? Vindt u dat?

 

17.35  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Natuurlijk is er progressie inzake klimaatstandpunten bij de N-VA. U maakt van de gelegenheid gebruik om de verschillende standpunten te beluisteren en die inspireren u, maar het gaat te traag. Helaas, onze fractie is niet bereid te wachten op de traagste fractie in het Parlement. De klimaatwetenschap is ook niet bereid om te wachten tot de Vlaamse Beweging het klimaatprobleem heeft ontdekt, sorry. Ons verantwoordelijkheidsgevoel is daar te groot voor, mijnheer Wollants, ons groen hart is daar te sterk voor.

 

17.36  Bert Wollants (N-VA): U zegt dat wanneer wij een standpunt innemen, dat voor u de aanleiding zou zijn om uw standpunt te veranderen. U voelt zich er niet goed bij dat een regionale partij, die de N-VA toch is, eventueel in dezelfde richting zou durven te gaan. U voelt dat niet. U wilt dat niet. U wilt niet erkennen dat er partijen zijn, die in de juiste richting gaan.

 

17.37  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Ik heb een ongelooflijke…

 

17.38  Bert Wollants (N-VA): U wilt het niet en dat is de enige waarheid.

 

17.39  Kristof Calvo (Ecolo-Groen!): Het gebruik van termen als de ‘absolute waarheid’: dat is een beetje de huisstijl van de N-VA. Mijnheer Wollants, ik heb een ongelooflijke bekeringsdrang, maar ik heb de hoop opgegeven om samen met uw fractie een klimaatambitieuze resolutie goed te keuren. Ik heb die hoop na een aantal debatten opgegeven. Ik excuseer mij daarvoor, mijn energie is hernieuwbaar, maar niet eindeloos.

 

Collega’s, een tweede belangrijk punt is het duidelijk engagement om met de Europese Unie te gaan voor een tweede verbintenisperiode voor Kyoto. Het Kyotoprotocol is niet perfect, maar het is het beste wat we hebben. Laten we er dus vooral mee doorgaan, ook als andere grote uitstoters zich niet inschakelen in dat systeem.

 

Ten derde, ook in een budgettair moeilijke periode zijn we verplicht om onze historische verantwoordelijkheid inzake klimaatopwarming als geïndustrialiseerde westerse landen om te zetten in euro’s en dollars. De resolutie kiest ervoor om de engagementen van Kopenhagen te hernemen.

 

Sta mij toe om nog heel kort iets te vertellen over Belgische discussies tussen de Gewesten en Gemeenschappen en het federale niveau. Dat zijn gesprekken, die we allemaal heel erg belangrijk vinden. Nu het federaal Parlement zich voor de tweede keer formeel achter een hogere klimaatambitie voor de Europese Unie schaart, nu de zes onderhandelende partijen, in de mate waarin daar nog sprake van is, zich ertoe geëngageerd hebben om in het Belgisch overleg die 30 % met kracht en overtuiging op tafel te leggen, verhoogt de druk op de Vlaamse regering wat hun standpunt betreft. Het Waals Gewest, het Brussels Gewest en het federaal Parlement – vandaag voor de tweede keer – zijn allen overtuigd van meer Europese klimaatambitie. Alleen is er hier ook wat de Verenigde Staten op internationaal niveau is, een beetje de dwarsligger, de klimaatconservatieve speler. Dat is vandaag de Vlaamse regering in het Belgisch overleg. Alle andere entiteiten zijn ervan overtuigd dat België op Europees niveau moet verdedigen dat we voor 30 % gaan.

 

Na deze resolutie, collega Wollants, staat het Vlaams Gewest en de regering-Peeters voor de keuze. Ofwel kiest men de kant van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, die ondertussen allemaal hebben gepleit voor 30 %, ofwel kiest men de kant van Polen, de lidstaat die tegenwoordig niet méér Europese klimaatambitie wenst op te brengen maar eerst kijkt naar de Verenigde Staten, Rusland en Japan. Dat is de keuze waarvoor de Vlaamse regering vandaag staat, en meer nog na deze resolutie. Volgt zij het pad van Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje en Frankrijk of voegt zij zich bij het kamp van het conservatieve Polen?

 

Ik hoop dat u, gezien uw belangrijke contacten bij de Vlaamse kabinetten, die boodschap wil meegeven.

 

Een tweede interne aangelegenheid, collega’s, is de volgende. Wie A zegt, moet ook B zeggen. Wie de ambitie uitspreekt wat Europa betreft, moet ook voor het interne beleid, de nodige stappen durven zetten.

 

De Parlementsleden die zeggen dat wij 30 % minder broeikasgassen moeten uitstoten in 2020, zouden ervoor moeten kiezen om de nucleaire woekerwinst van Electrabel af te romen en te investeren in hernieuwbare energie en energiebesparing. De Parlementsleden die zeggen dat wij een traject moeten uitzetten op Europees en internationaal niveau, hoop ik ook te horen pleiten voor een klimaatwet op Belgisch niveau. De Parlementsleden die zeggen dat er meer Europese klimaatambitie moet komen, hoop ik terug te vinden in het debat rond de fiscaliteit om iets af te kalven van de 4,1 miljard fiscale stimuli aan bedrijfswagens in het kader van een grote fiscale hervorming.

 

Van diezelfde collega’s die vandaag samen met de Ecolo-Groen!-fractie deze mooie compromistekst goedkeuren, hoop ik dat zij ook bereid zullen zijn om de bijdrage te leveren voor de klimaatfinanciering, die wij in Kopenhagen hebben afgesproken.

 

Voor een groene fractie is het gemakkelijk om dit standpunt in te nemen. Voor andere fracties, die met een andere bril naar de samenleving kijken, is dat moeilijker, en daarom heb ik heel veel respect voor de positie die collega Clarinval vandaag en tijdens eerdere debatten heeft ingenomen.

 

Het is zoeken naar een politiek en maatschappelijk draagvlak voor klimaatbeleid. Dat creëer je niet op één, twee, drie.

 

Ik zal in elk geval, met deze resolutie in de hand, jullie allemaal bij de interne Belgische en Vlaamse debatten zeggen dat wat we aan Europa vragen, we ook zelf moeten doen. En we zullen dat met Groen! en Ecolo met dezelfde overtuiging doen als waarmee we voor deze resolutie stemmen.

 

17.40  Rita De Bont (VB): Het is dankzij CD&V dat deze minderheid en mijnheer Calvo deze slag hebben binnengehaald. Om zijn populistische woorden te gebruiken: mijn kinderen en kleinkinderen zullen mij dankbaar zijn dat ik hem niet blindelings volg om de Vlaamse meerderheid van dit land verder de economische afgrond in te trekken.

 

Le président: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

*  *  *  *  *

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Punt/point 2.5

  • 1 - Bert Wollants (1898/2)

Punt/point 2.16

  • 3 - David Clarinval (1898/2)

*  *  *  *  *

 

Le vote sur les amendements est réservé.

De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

 

Le vote sur les amendements réservés et sur l’ensemble de la proposition aura lieu ultérieurement.

De stemming over de aangehouden amendementen en over het geheel van het voorstel zal later plaatsvinden.

 

18 Prise en considération de propositions

18 Inoverwegingneming van voorstellen

 

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

 

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considérerai la prise en considération comme acquise et je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik deze als aangenomen; overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 23 novembre 2011, je vous propose également de prendre en considération la proposition de loi de M. Stefaan Vercamer et consorts modifiant la réglementation en vue de régler le problème que pose, pour la pension, l'intégration des formations académiques des écoles supérieures au sein des universités (n° 1896/1).

Renvoi à la commission des Finances et du Budget.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 23 november 2011, stel ik u ook voor in overweging te nemen het wetsvoorstel van de heer Stefaan Vercamer c.s. tot wijziging van de regelgeving naar aanleiding van de pensioenproblematiek bij de integratie van academische opleidingen van hogescholen in universiteiten (nr. 1896/1).

Verzonden naar de commissie voor de Financiën en de Begroting

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

19 Wetsontwerp houdende de Resoluties 612 getiteld "2010 Selectieve verhoging van het toegelaten maatschappelijk kapitaal om het stemgewicht en deelname van ontwikkelings- en transitielanden te versterken" en 613 getiteld "Algemene kapitaalsverhoging 2010" van de Raad van Gouverneurs van de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling met betrekking tot de inschrijving van België op de selectieve en algemene kapitaalsverhoging van de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (1838/1)

19 Projet de loi portant sur la Résolution 612 intitulée "Augmentation sélective du capital social autorisé 2010 pour renforcer le droit de vote et la participation des pays en développement et en transition" et sur la Résolution 613 intitulée "Augmentation générale du capital 2010" du Conseil des Gouverneurs de la Banque internationale pour la Reconstruction et le Développement relatives à la souscription de la Belgique à l'augmentation sélective et générale du capital de la Banque internationale pour la Reconstruction et le Développement (1838/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

100

Oui

Nee

1

Non

Onthoudingen

8

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Senaat worden overgezonden. (1838/3)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera transmis au Sénat. (1838/3)

 

20 Voorstel van huishoudelijk reglement van het Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie (1882/1)

20 Proposition de règlement d'ordre intérieur du Comité parlementaire chargé du suivi législatif (1882/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

110

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel aan. (1882/2)

En conséquence, la Chambre adopte la proposition. (1882/2)

 

21 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (nieuw opschrift) (1825/7)

21 Projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine (nouvel intitulé) (1825/7)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(…): (…)

 

Le président: Il semble qu'il y ait confusion parmi les membres. Je vous rappelle que nous votons sur le projet n° 1825/7. Je vais annuler le présent vote et nous allons recommencer.

 

(Le vote n° 3 est annulé)

(Stemming nr. 3 wordt geannuleerd)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

70

Oui

Nee

39

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Senaat worden overgezonden. (1913/1)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera transmis au Sénat. (1913/1)

 

Mme Snoy a voté contre.

 

22 Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (1825/1-10)

22 Amendements et articles réservés du projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers (1825/1-10)

 

Stemming over amendement nr. 124 van Theo Francken cs op artikel 3.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 124 de Theo Francken cs à l'article 3.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

33

Oui

Nee

71

Non

Onthoudingen

7

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 89 van Gerolf Annemans cs op artikel 3.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 89 de Gerolf Annemans cs à l'article 3.(1825/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

10

Oui

Nee

101

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 90 van Gerolf Annemans cs op artikel 3.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 90 de Gerolf Annemans cs à l'article 3.(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 6)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 91 van Gerolf Annemans cs op artikel 3.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 91 de Gerolf Annemans cs à l'article 3.(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 6)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 3 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 3 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 92 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 3/1 (n).(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 92 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 3/1 (n).(1825/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

33

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 125 van Theo Francken cs op artikel 4.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 125 de Theo Francken cs à l'article 4.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

32

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 4 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 4 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 78 van Gerolf Annemans cs op artikel 5.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 78 de Gerolf Annemans cs à l'article 5.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

10

Oui

Nee

98

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 126 van Theo Francken cs op artikel 5.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 126 de Theo Francken cs à l'article 5.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 10)

Ja

33

Oui

Nee

78

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 93 van Gerolf Annemans cs op artikel 5.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 93 de Gerolf Annemans cs à l'article 5.(1825/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 11)

Ja

10

Oui

Nee

99

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

22.01  Maya Detiège (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik heb tegen gestemd.

 

De voorzitter: Stemming over amendement nr. 94 van Gerolf Annemans cs op artikel 5.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 94 de Gerolf Annemans cs à l'article 5.(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 11)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 95 van Gerolf Annemans cs op artikel 5.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 95 de Gerolf Annemans cs à l'article 5.(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 11)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 5 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 5 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 96 van Gerolf Annemans op artikel 6.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 96 de Gerolf Annemans à l'article 6.(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 11)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 6 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 6 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 130 van Theo Francken cs tot invoeging van een artikel 6/1 (n).(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 130 de Theo Francken cs tendant à insérer un article 6/1 (n).(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 12)

Ja

31

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

107

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 77 van Gerolf Annemans cs op artikel 7.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 77 de Gerolf Annemans cs à l'article 7.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 13)

Ja

10

Oui

Nee

98

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 7 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 7 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 76 van Gerolf Annemans tot invoeging van een artikel 7/1 (n).(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 76 de Gerolf Annemans tendant à insérer un article 7/1 (n).(1825/3)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 13)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 97 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 7/1 (n).(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 97 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 7/1 (n).(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 13)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 101 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 8/1 (n).(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 101 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 8/1 (n).(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Nee)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 14)

Ja

32

Oui

Nee

78

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 133 van Sarah Smeyers cs tot invoeging van een artikel 8/1 (n).(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 133 de Sarah Smeyers cs tendant à insérer un article 8/1 (n).(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 15)

Ja

33

Oui

Nee

78

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 75 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 8/2 (n).(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 75 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 8/2 (n).(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 16)

Ja

10

Oui

Nee

100

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 74 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 8/3 (n).(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 74 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 8/3 (n).(1825/3)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 16)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 110 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 8/4 (n).(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 110 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 8/4 (n).(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 16)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 111 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 8/4 (n).(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 111 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 8/4 (n).(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 16)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 134 van Zoé Genot cs op artikel 9.(1825/10)

Vote sur l'amendement n° 134 de Zoé Genot cs à l'article 9.(1825/10)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 17)

Ja

8

Oui

Nee

103

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 132 van Sarah Smeyers cs op artikel 9.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 132 de Sarah Smeyers cs à l'article 9.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 18)

Ja

32

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 73 van Gerolf Annemans cs op artikel 9.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 73 de Gerolf Annemans cs à l'article 9.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 19)

Ja

10

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

23

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 100 van Gerolf Annemans cs op artikel 9.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 100 de Gerolf Annemans cs à l'article 9.(1825/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 20)

Ja

10

Oui

Nee

100

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 9 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 9 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 98 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 9/1 (n).(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 98 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 9/1 (n).(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 20)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 99 van Gerolf Annemans cs tot invoeging van een artikel 9/2 (n).(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 99 de Gerolf Annemans cs tendant à insérer un article 9/2 (n).(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 20)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 63 van Zoé Genot cs tot invoeging van een artikel 14/1 (n).(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 63 de Zoé Genot cs tendant à insérer un article 14/1 (n).(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 21)

Ja

8

Oui

Nee

103

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 64 van Zoé Genot cs tot invoeging van een artikel 14/2 (n).(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 64 de Zoé Genot cs tendant à insérer un article 14/2 (n).(1825/3)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 21)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 72 van Gerolf Annemans cs op artikel 18.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 72 de Gerolf Annemans cs à l'article 18.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 22)

Ja

10

Oui

Nee

78

Non

Onthoudingen

23

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 127 van Theo Francken cs op artikel 18.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 127 de Theo Francken cs à l'article 18.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 23)

Ja

32

Oui

Nee

78

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 102 van Gerolf Annemans cs op artikel 18.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 102 de Gerolf Annemans cs à l'article 18.(1825/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 24)

Ja

32

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 18 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 18 est adopté.

 

(De heer David Geerts heeft zoals zijn fractie gestemd)

 

Stemming over amendement nr. 71 van Theo Francken cs tot weglating van artikel 19.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 71 de Theo Francken cs tendant à supprimer l'article 19.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 25)

Ja

10

Oui

Nee

100

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 103 van Gerolf Annemans cs op artikel 19.(1825/4)

Vote sur l'amendement n° 103 de Gerolf Annemans cs à l'article 19.(1825/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 25)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 128 van Theo Francken cs op artikel 19.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 128 de Theo Francken cs à l'article 19.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 26)

Ja

33

Oui

Nee

72

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

105

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 66 van Zoé Genot cs op artikel 19.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 66 de Zoé Genot cs à l'article 19.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 27)

Ja

17

Oui

Nee

92

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 19 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 19 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 70 van Gerolf Annemans cs tot weglating van artikel 21.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 70 de Gerolf Annemans cs tendant à supprimer l'article 21.(1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 28)

Ja

10

Oui

Nee

96

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

107

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

(De heer David Geerts heeft zoals zijn fractie gestemd)

 

Stemming over amendement nr. 129 van Theo Francken op artikel 21.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 129 de Theo Francken à l'article 21.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 29)

Ja

33

Oui

Nee

73

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

106

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 112 van Gerolf Annemans cs op artikel 21.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 112 de Gerolf Annemans cs à l'article 21.(1825/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 30)

Ja

33

Oui

Nee

78

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 113 van Gerolf Annemans cs op artikel 21.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 113 de Gerolf Annemans cs à l'article 21.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 30)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 114 van Gerolf Annemans cs op artikel 21.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 114 de Gerolf Annemans cs à l'article 21.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 30)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 115 van Gerolf Annemans cs op artikel 21.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 115 de Gerolf Annemans cs à l'article 21.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 30)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 116 van Gerolf Annemans cs op artikel 21.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 116 de Gerolf Annemans cs à l'article 21.(1825/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 31)

Ja

10

Oui

Nee

100

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 21 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 21 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 69 van Gerolf Annemans cs. op artikel 22.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 69 de Gerolf Annemans cs. à l'article 22.(1825/3)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 31)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 117 van Gerolf Annemans cs. op artikel 22.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 117 de Gerolf Annemans cs. à l'article 22.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 31)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 118 van Gerolf Annemans cs. op artikel 22.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 118 de Gerolf Annemans cs. à l'article 22.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 31)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 119 van Gerolf Annemans cs. op artikel 22.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 119 de Gerolf Annemans cs. à l'article 22.(1825/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 32)

Ja

32

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

108

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 131 van Theo Francken cs. op artikel 22.(1825/9)

Vote sur l'amendement n° 131 de Theo Francken cs. à l'article 22.(1825/9)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 33)

Ja

33

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 22 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 22 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 120 van Gerolf Annemans cs. op artikel 23.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 120 de Gerolf Annemans cs. à l'article 23.(1825/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 34)

Ja

33

Oui

Nee

76

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 23 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 23 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 121 van Gerolf Annemans cs. op artikel 24.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 121 de Gerolf Annemans cs. à l'article 24.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 34)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 24 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 24 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 68 van Gerolf Annemans cs. tot weglating van artikel 26.(1825/3)

Vote sur l'amendement n° 68 de Gerolf Annemans cs. tendant à supprimer l'article 26. (1825/3)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 35)

Ja

10

Oui

Nee

99

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

22.02  Laurent Devin (PS): Monsieur le président, j’ai voté contre.

 

Le président: Stemming over amendement nr. 122 van Gerolf Annemans cs. op artikel 26.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 122 de Gerolf Annemans cs. à l'article 26.(1825/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 36)

Ja

10

Oui

Nee

99

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 123 inbijkomende orde van Gerolf Annemans cs. op artikel 26.(1825/5)

Vote sur l'amendement n° 123 en ordre subsidiaire de Gerolf Annemans cs. à l'article 26.(1825/5)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 36)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 26 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 26 est adopté.

 

23 Geheel van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (1825/8)

23 Ensemble du projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers (1825/8)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 37)

Ja

70

Oui

Nee

39

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

109

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Senaat worden overgezonden. (1825/11)

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera transmis au Sénat. (1825/11)

 

24 Amendements réservés à la proposition de résolution relative à la conférence sur le climat de Durban qui aura lieu du 28 novembre au 9 décembre 2011 (1898/1-2)

24 Aangehouden amendementen op het voorstel van resolutie met betrekking tot de klimaatconferentie van Durban van 28 november tot 9 december 2011 (1898/1-2)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Stemming over amendement nr. 1 van Bert Wollants op punt 2.5.(1898/2)

Vote sur l'amendement n° 1 de Bert Wollants au point 2.5.(1898/2)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 38)

Ja

23

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

10

Abstentions

Totaal

110

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is punt 2.5 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et le point 2.5 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 3 van David Clarinval cs op punt 2.16.(1898/2)

Vote sur l'amendement n° 3 de David Clarinval cs au point 2.16.(1898/2)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 39)

Ja

111

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

111

Total

 

Bijgevolg is het amendement aangenomen en is punt 2.16 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est adopté et le point 2.16 est adopté.

 

25 Ensemble de la proposition de résolution relative à la conférence sur le climat de Durban qui aura lieu du 28 novembre au 9 décembre 2011 (1898/1)

25 Geheel van het voorstel van resolutie met betrekking tot de klimaatconferentie van Durban van 28 november tot 9 december 2011 (1898/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem gecontroleerd?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Vote/stemming 40)

Oui

78

Ja

Non

33

Nee

Abstentions

0

Onthoudingen

Total

111

Totaal

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution amendée. Il en sera donné connaissance au gouvernement. (1898/3)

Bijgevolg neemt de Kamer het geamendeerde voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht. (1898/3)

 

26 Adoption de l’ordre du jour

26 Goedkeuring van de agenda

 

Nous devons nous prononcer sur le projet d’ordre du jour que vous propose la Conférence des présidents.

Wij moeten ons thans uitspreken over de ontwerp-agenda die de Conferentie van voorzitters u voorstelt.

 

Pas d’observation? (Non) La proposition est adoptée.

Geen bezwaar? (Nee) Het voorstel is aangenomen.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 1 december 2011 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 1er décembre 2011 à 14.15 heures.

 

De vergadering wordt gesloten om 21.08 uur.

La séance est levée à 21.08 heures.

 

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 53 PLEN 055 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 53 PLEN 055 bijlage.

 

 

 


  


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

100

Ja

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

001

Nee

 

Louis Laurent

 

 

Abstentions

008

Onthoudingen

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

110

Ja

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Colen Alexandra, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bont Rita, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Ponthier Annick, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Veys Tanguy, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

034

Ja

 

Bacquelaine Daniel, Battheu Sabien, Burgeon Colette, Clarinval David, Collard Philippe, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, De Meulemeester Ingeborg, Demol Elsa, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dumery Daphné, Francken Theo, Galant Jacqueline, Grosemans Karolien, Jadin Kattrin, Laruelle Sabine, Maertens Bert, Moriau Patrick, Reynders Didier, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Somers Ine, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Vandeput Steven, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Vanhengel Guy, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Wollants Bert

 

 

Non        

056

Nee

 

Almaci Meyrem, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Calvo y Castañer Kristof, Coëme Guy, Courard Philippe, De Bue Valérie, Dedecker Jean Marie, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Frédéric André, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Lanjri Nahima, Leterme Yves, Logghe Peter, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van den Bergh Jef, Van der Auwera Liesbeth, Van Hecke Stefaan, Vanheste Ann, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Veys Tanguy, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

004

Onthoudingen

 

Bastin Christophe, Beuselinck Manu, De Ridder Min, Landuyt Renaat

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

070

Ja

 

Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, George Joseph, Giet Thierry, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Non        

039

Nee

 

Almaci Meyrem, Beuselinck Manu, Calvo y Castañer Kristof, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Genot Zoé, Gilkinet Georges, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Jadot Eric, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

033

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

071

Nee

 

Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, George Joseph, Giet Thierry, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

007

Onthoudingen

 

Almaci Meyrem, Genot Zoé, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Jadot Eric, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Van Hecke Stefaan

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

101

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Louis Laurent, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

033

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

077

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

032

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

077

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 009

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

098

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Louis Laurent

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 010

 

 

Oui        

033

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

078

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 011

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

099

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Louis Laurent

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 012

 

 

Oui        

031

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

076

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 013

 

 

Oui         

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

098

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Louis Laurent

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 014

 

 

Oui        

032

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

078

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 015

 

 

Oui        

033

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

078

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 016

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

100

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Louis Laurent

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 017

 

 

Oui        

008

Ja

 

Almaci Meyrem, Calvo y Castañer Kristof, Genot Zoé, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Jadot Eric, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Van Hecke Stefaan

 

 

Non        

103

Nee

 

Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Clarinval David, Coëme Guy, Colen Alexandra, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bont Rita, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, George Joseph, Giet Thierry, Goffin Philippe, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Ponthier Annick, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Veys Tanguy, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 018

 

 

Oui        

032

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

077

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 019

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

076

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

023

Onthoudingen

 

Beuselinck Manu, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, Dumery Daphné, Francken Theo, Grosemans Karolien, Louis Laurent, Maertens Bert, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 020

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

100

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Louis Laurent

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 021

 

 

Oui        

008

Ja

 

Almaci Meyrem, Calvo y Castañer Kristof, Genot Zoé, Gerkens Muriel, Gilkinet Georges, Jadot Eric, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Van Hecke Stefaan

 

 

Non        

103

Nee

 

Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Clarinval David, Coëme Guy, Colen Alexandra, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bont Rita, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, George Joseph, Giet Thierry, Goffin Philippe, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Ponthier Annick, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Veys Tanguy, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 022

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

078

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

023

Onthoudingen

 

Beuselinck Manu, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, Dumery Daphné, Francken Theo, Grosemans Karolien, Louis Laurent, Maertens Bert, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 023

 

 

Oui        

032

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Louis Laurent, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

078

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 024

 

 

Oui         

032

Ja

 

Beuselinck Manu, Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Peter, Dedecker Jean Marie, Degroote Koenraad, De Man Filip, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, De Ridder Min, De Wit Sophie, D'haeseleer Guy, Dumery Daphné, Francken Theo, Goyvaerts Hagen, Grosemans Karolien, Logghe Peter, Maertens Bert, Ponthier Annick, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Uyttersprot Karel, Valkeniers Bruno, Vandeput Steven, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Veys Tanguy, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Non        

077

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Delizée Jean-Marc, Déom Valérie, De Permentier Corinne, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, Dufrane Anthony, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Frédéric André, Galant Jacqueline, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Louis Laurent

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 025

 

 

Oui        

010

Ja

 

Colen Alexandra, De Bont Rita, Dedecker Jean Marie, De Man Filip, D'haeseleer Guy, Goyvaerts Hagen, Logghe Peter, Ponthier Annick, Valkeniers Bruno, Veys Tanguy

 

 

Non        

100

Nee

 

Almaci Meyrem, Arens Joseph, Bacquelaine Daniel, Bastin Christophe, Battheu Sabien, Becq Sonja, Beuselinck Manu, Blanchart Philippe, Bonte Hans, Burgeon Colette, Calvo y Castañer Kristof, Clarinval David, Coëme Guy, Collard Philippe, Courard Philippe, De Bue Valérie, De Croo Herman, Dedecker Peter, Degroote Koenraad, Delizée Jean-Marc, De Meulemeester Ingeborg, Demir Zuhal, Demol Elsa, Déom Valérie, De Permentier Corinne, De Ridder Min, Detiège Maya, Devin Laurent, Devlies Carl, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dufrane Anthony, Dumery Daphné, Fernandez Fernandez Julia, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Frédéric André, Galant Jacqueline, Geerts David, Genot Zoé, George Joseph, Gerkens Muriel, Giet Thierry, Gilkinet Georges, Goffin Philippe, Grosemans Karolien, Henry Olivier, Jadin Kattrin, Jadot Eric, Kindermans Gerald, Kitir Meryame, Lalieux Karine, Lambert Marie-Claire, Landuyt Renaat, Lanjri Nahima, Laruelle Sabine, Leterme Yves, Maertens Bert, Maingain Olivier, Mayeur Yvan, Moriau Patrick, Musin Linda, Muylle Nathalie, Onkelinx Laurette, Özen Özlem, Reynders Didier, Rolin Myriam, Seminara Franco, Smeyers Sarah, Sminate Nadia, Snoy et d'Oppuers Thérèse, Somers Ine, Temmerman Karin, Thiébaut Eric, Thiéry Damien, Tobback Bruno, Tuybens Bruno, Uyttersprot Karel, Van Cauter Carina, Van den Bergh Jef, Van Den Ende Annick, Vandeput Steven, Van der Auwera Liesbeth, Van der Maelen Dirk, Van Eetvelde Miranda, Van Esbroeck Jan, Van Hecke Stefaan, Vanhengel Guy, Vanheste Ann, Vanlerberghe Myriam, Van Moer Reinilde, Van Vaerenbergh Kristien, Vanvelthoven Peter, Vercamer Stefaan, Verherstraeten Servais, Vervotte Inge, Vienne Christiane, Wollants Bert, Wouters Veerle

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen