Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 31 octobre 2019

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 31 oktober 2019

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 04 et présidée par M. Patrick Dewael.

De vergadering wordt geopend om 14.04 uur en voorgezeten door de heer Patrick Dewael.

 

Le président: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l’ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Sophie Wilmès, Koen Geens, Alexander De Croo, Maggie De Block, Daniel Bacquelaine, Marie-Christine Marghem, Daniel Ducarme, David Clarinval.

 

Excusés

Berichten van verhindering

 

Björn Anseeuw, Melissa Depraetere, Koen Metsu, Cécile Thibaut, devoirs de mandat / ambtsplicht;

Greet Daems, Kattrin Jadin, Zakia Khattabi, Emir Kir, à l'étranger / buitenslands.

 

Gouvernement fédéral / Federale regering:

Didier Reynders, Nathalie Muylle, à l'étranger / buitenslands.

 

01 Modifications au sein du gouvernement

01 Wijzigingen binnen de regering

 

Par lettre du 28 octobre 2019, la première ministre transmet copie des arrêtés royaux du 27 octobre 2019 intitulés "Gouvernement - Nomination" et "Gouvernement – Démission - Nomination".

Bij brief van 28 oktober 2019 zendt de eerste minister een afschrift over van de koninklijke besluiten van 27 oktober 2019 met als opschrift ”Regering – Wijziging - Benoeming” en “Regering – Ontslag - Benoeming”.

 

Ik heet mevrouw de eerste minister, in lopende zaken weliswaar, welkom.

 

(Applaus)

 

Mevrouw de eerste minister, wij weten allebei wat het regime van lopende zaken betekent. U vormde de voorbije maanden en jaren een uitstekende verbinding tussen de regering en het Parlement.

 

Ik wens u in de context van lopende zaken veel succes toe, samen met de andere ministers die tot uw ploeg zijn toegetreden.

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

02 Ensemble du projet de loi ouvrant des crédits provisoires pour les mois de novembre et décembre 2019, tel qu'amendé (413/1+4+6)

02 Geheel van het wetsontwerp tot opening van voorlopige kredieten voor de maanden november en december 2019, zoals geamendeerd (413/1+4+6)

 

Ik wil in herinnering brengen dat wij de vorige keer de discussie over de amendementen en de stemming over de amendementen hebben gehad. Wij zijn nu gekomen aan het moment dat wij ons moeten uitspreken over het ontwerp als geheel.

 

J'insiste sur cela. Le débat sur le projet et sur les amendements a eu lieu. Il reste la possibilité de demander la parole pour une justification de vote.

 

Wat de stemverklaring betreft, wil ik de Kamer meedelen dat een stemverklaring maximaal twee minuten kan duren. De stemming is het enige punt op de agenda, dus ik zal soepel zijn, maar per fractie krijgt u maximaal twee tot drie minuten spreektijd.

 

Vraagt iemand het woord? Ik vestig de aandacht van de Kamer op het feit dat de regering te allen tijde tot vóór de eindstemming het woord kan vragen.

 

Monsieur le ministre du Budget, pour votre maiden speech?

 

(Rires)

 

02.01  David Clarinval, ministre: Merci, monsieur le président.

 

Je serai très bref. Je ne vais pas empiéter sur le temps de parole.

 

Mesdames et messieurs les députés, chers collègues, le gouvernement a entendu le message du Parlement et prend acte du vote de l'amende­ment qui augmente le montant des crédits provisoires pour la période de novembre et décembre 2019 d'un montant de 67 millions d'euros.

 

Le gouvernement comprend l'importance de prendre en compte la situation difficile du personnel infirmier, en particulier au niveau de la charge de travail.

 

De regering begrijpt het belang van het aanpakken van de benarde situatie van het verplegend personeel, in het bijzonder op het vlak van de werklast.

 

Cependant, le texte adopté ne peut être exécuté directement pour des raisons de techniques budgétaires. En effet, une disposition dans les crédits provisoires ne peut créer de manière effective un fonds budgétaire.

 

Op basis van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat vereist de oprichting van een organiek fonds een organieke wet die sommige ontvangsten voor bepaalde uitgaven bestemt en waarvan de wet het voorwerp vastlegt. Die organieke basis voor het zorgpersoneelfonds ontbreekt momenteel echter.

 

Je note également que l'amendement au projet de loi ne reprend pas la répartition entre les hôpitaux publics et privés. En l'absence d'une base organique et de plusieurs informations, le document budgétaire reprend, à mon initiative, une répartition arbitraire de 50/50.

 

Une initiative législative devra donc être prise afin de régler la création d'un fonds budgétaire et d'en prévoir le mode de fonctionnement. Cependant, il conviendra de rester attentif au risque de consolidation du secteur hospitalier en termes de Système européen des comptes (SEC). Ma collègue Maggie De Block et moi-même nous tenons à la disposition du Parlement pour fournir l'assistance technique qu'il jugera nécessaire.

 

Il importe que cette initiative législative soit prise dans le respect de la concertation sociale avec tous les acteurs concernés. Les infirmiers et infirmières jouent un rôle de premier plan dans les soins prodigués aux patients – un rôle qui doit être reconnu et respecté.

 

Voilà, monsieur le président, la déclaration liminaire que je comptais prononcer.

 

Je vous remercie de votre attention.

 

02.02 Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Clarinval.

 

Er wordt via dit ontwerp in extra middelen voorzien voor de zorgsector en dat is welkom. Iedereen kent immers de noden in deze sector, waar het personeel dag en nacht in de weer is om zieke mensen zo goed mogelijk te verzorgen.

 

Hiermee is de kous natuurlijk niet af. Zoals gezegd, het wetgevend werk is niet gebeurd. Er moet dus een wet komen tot regeling van dat fonds. Zo lang dat niet is gebeurd, kunnen de middelen niet worden besteed.

 

Daarnaast is het de regel, de verplichting zelfs, om in deze zaken sociaal overleg te plegen. Ik neem aan dat dit zo snel mogelijk zal worden opgestart.

 

Wij weten ook dat het beroep van verpleeg­kundige een knelpuntberoep is. Er worden tegenwoordig niet genoeg verpleegkundigen gevonden waardoor de talrijke vacatures niet ingevuld geraken. Wij staan dus voor een grote uitdaging en wij zullen de zaken niet kunnen oplossen met een toverstokje.

 

Het is nu aan het Parlement om de nodige oriëntaties aan te leveren voor het wetgevend werk. Zoals de heer Clarinval zei, staan wij ter beschikking van het Parlement om daaraan de nodige medewerking te verlenen. Er ligt dus veel werk op de plank.

 

De voorzitter: Mag ik misschien, vooraleer wij overgaan tot de stemverklaringen, de boodschap van de regering als volgt vertalen. Wij hebben een amendement goedgekeurd.

 

L'amendement a été repris dans les tableaux, comme vous avez pu le constater.

 

Dit is trouwens gebeurd door de diensten van het Parlement en door de diensten van het departement Begroting, zoals het hoort.

 

Vous trouvez l'amendement dans les tableaux budgétaires. Pour implémenter cet amendement, un travail législatif est requis.

 

Daarmee kom ik op een moeilijker punt. Als begrotingsfonds grijpt het fonds in op de basiswetgeving op de begrotingsfondsen die dateert van 1991. Men moet dus in die wetgeving ingrijpen en ik noteer dat de regering bereid is om samen met de bevoegde commissies na te gaan op welke manier dat zo snel en zo optimaal mogelijk kan worden gerealiseerd.

 

Il faut donc un certain travail législatif et je note que le gouvernement est à la disposition du Parlement. Il appartient aux commissions compétentes d'organiser leurs travaux dans la semaine à venir.

 

Anderzijds, leggen beide regeringsleden er de nadruk op dat sociaal overleg nodig is. Er is weliswaar het bedrag, maar de manier waarop dat bedrag moet worden besteed, moet het onderwerp uitmaken van sociaal overleg.

 

Dat zijn de logische gevolgen van de goedkeuring van het amendement vorige week. Dat kan operationeel worden gemaakt, als de Kamer uiteindelijk instemt met het wetsontwerp.

 

02.03  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, vous appelez à ce que les commissions compétentes – Affaires sociales, Santé et Finances – se réunissent la semaine prochaine.

 

J'aimerais pouvoir entendre une confirmation des présidents desdites commissions ou, s'ils ne sont pas présents, de leurs chefs de groupe. Je souhaite que l'engagement soit pris ici et maintenant que ces commissions se réuniront la semaine prochaine.

 

02.04  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le président, je suis un peu étonné des déclarations du nouveau ministre du Budget. Je suis content qu'on ait changé d'avis car, il y a cinq jours, le ministre nous disait qu'il était impossible que ces fonds aillent vers le secteur.

 

Madame la ministre, vous avez pris en septembre un arrêté royal qui permettait un transfert de fonds vers le secteur des maisons médicales. Pourquoi ce qui était possible en septembre, alors qu'on était déjà en période de douzièmes provisoires, ne l'est-il plus aujourd'hui pour cet amendement du PTB?

 

J'ai l'impression qu'on est en train d'essayer de retarder une décision qui a été prise démocratiquement par ce Parlement!

 

De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, ik stel voor dat u dat volgende week herneemt. De heer Laaouej vraagt gewoon of de Kamer ermee kan instemmen dat de bevoegde commissies volgende week samenkomen om dit amendement en bonne et due forme in uitvoering te brengen. Dat is het belangrijkste. Ik meen dat de sector waaraan u veel belang zegt te hechten op dit signaal wacht. Laat ons dus als Parlement samen met de regering de kans grijpen om dit snel te implementeren.

 

Niet iedereen hoeft het woord te vragen, het gaat nu enkel om de regeling van de werkzaamheden.

 

02.05  Marie-Colline Leroy (Ecolo-Groen): Monsieur le président, en tant que présidente de la commission des Affaires sociales, je marque bien évidemment mon accord pour que les membres de ladite commission puissent se réunir dès la semaine prochaine.

 

À cette occasion, nous envisagerons la faisabilité de cet amendement. Nous nous en réjouissons, bien entendu.

 

02.06  Jan Bertels (sp.a): Mijnheer de voorzitter, ik ondersteun de vraag van de heer Laaouej om snel samen te komen.

 

Wij moeten in de commissies echter ook de intellectuele eerlijkheid hebben om verschillende logica's te respecteren. De begrotingswet van 22 mei 2003, waarnaar verwezen werd door de nieuwe minister van Begroting, laat immers ook andere mogelijkheden toe, zoals rechtstreekse dotaties naar een fonds, bijvoorbeeld het sociale­maribelfonds. Daarbij is er onmiddellijk sociaal overleg. Mevrouw de minister van Sociale Zaken, u weet dat goed want ook in lopende zaken werden reeds dergelijke koninklijke besluiten genomen. Wij mogen dus niet zomaar de logica van de regering volgen dat er een amendement moet zijn, wij moeten ook de andere potentiële mogelijkheden die de wet toelaat, in alle eenvoud bekijken. Wij moeten dus volgende week in alle openheid de verschillende mogelijkheden bediscussiëren.

 

Mevrouw De Block, u kent die koninklijke besluiten met betrekking tot dotaties voor de socialemaribel­fondsen. U neemt ze ook in lopende zaken. In deze zou dat ook mogelijk zijn.

 

De voorzitter: Mijnheer Bertels, ik ga nog even herhalen wat ik daarnet zei, anders gaan wij een heel technisch debat voeren.

 

De techniek waarvoor gekozen werd in het amendement is een begrotingsfonds. Ik merk dat gewoon op. Ik heb verwezen naar de wet van 1991. Ik heb dat niet zomaar uit eigen beweging gedaan. Ik heb daarover met de diensten gepraat. Zij zeggen dat wanneer men de wet van 1991 wil veranderen, die tabel moet worden toegevoegd aan de wet van 1991. Begrotingsfondsen, ik weet dat nog uit mijn verleden, zijn een uitzondering op de normale begrotingstechniek.

 

Als wij vandaag kunnen overeenkomen dat de betreffende commissies kunnen vergaderen, zal ik na de vergadering overleg plegen met de commissievoorzitters om een datum te prikken voor volgende week, zodat technisch kan gezocht worden naar de beste mogelijkheid om de wil van het Parlement, die vorige week bleek bij de stemming over het amendement en die moet blijken bij de eindstemming, te vertalen. U kunt daarvan op aan.

 

J'ai encore M. Piedboeuf qui est inscrit sur ma liste. Je voudrais le féliciter comme nouveau chef de groupe. (Applaudissements)

 

02.07  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, je vous remercie.

 

En ce qui concerne notre groupe, il y a une volonté de finaliser ce fonds et de le rendre opérationnel. Nous n'avons donc aucune objection à la proposition de mon collègue Laaouej de réunir les trois commissions la semaine prochaine.

 

02.08  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, je voudrais faire une déclaration de vote au sujet des crédits provisoires.

 

Nous allons évidemment les voter. C'est particulièrement important durant cette période d'être responsables et d'assurer le fonctionnement de l'État.

 

Je voudrais néanmoins revenir à cet amendement "blouses blanches" puisque…

 

Le président: (…)

 

02.09  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, nous sommes bien dans les déclarations de vote?

 

Le président: Non.

 

02.10  Catherine Fonck (cdH): Veuillez m'excuser. Je vais donc me réinscrire pour une déclaration de vote.

 

Le président: D'accord.

 

Mevrouw Fonck, de tijd die u nu gebruikt hebt, zal ik niet van uw spreektijd aftrekken.

 

De collega's De Roover, Pas, Lachaert, Vanbesien, Laaouej, Bertels, Mertens, Verherstraeten, Fonck en Dedecker vragen het woord voor een stemverklaring.

 

Ik vestig de nadruk op het feit dat de spreektijd twee minuten bedraagt; maximaal ken ik drie minuten toe.

 

Men krijgt het woord voor een stemverklaring zonder dat het debat wordt heropend.

 

02.11  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de voorzitter, wij zitten hier samen voor de voorlopige twaalfden. Mensen met een slecht karakter zouden kunnen denken dat het over de samenstelling van de regering gaat, maar het gaat wel degelijk over een noodgreep.

 

Hier ligt immers geen begroting ter stemming. Er werd vorige week in de debatten gezegd dat een regering nodig is om een echte begroting op te stellen. Er is ook een oproep geweest, vooral aan de N-VA en de PS, om daarvan werk te maken. Dat is een terechte oproep, weze het dan het een oproep is om een consistent regeerakkoord te vormen en dat wij een regeringsvorming niet reduceren tot de optelling om in zetels tot aan 76 te komen.

 

Het is duidelijk dat er een kloof bestaat in de visie over een goede, consistente regering tussen het noorden en het zuiden van het land. Ook de voorstellen om de begroting op orde te krijgen – daarover gaat het hier – lopen een beetje uit elkaar.

 

Collega Loones heeft vorige week hier met een open geest gezegd dat wij met de regering-Michel hebben hervormd en bespaard, maar dat de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het meer had mogen zijn. In dit debat zou die eerlijkheid ons allen sieren. Indien de restregering werk had gemaakt van de uitvoering van het Zomerakkoord 2018, met belangrijke budgettaire implicaties, dan hadden wij het voorliggende ontwerp anders kunnen benaderen. Dat werd hier reeds gezegd.

 

Wat er vorige week is gebeurd, heeft echter de situatie nog verergerd. Wij hebben hier een amendement goedgekeurd dat de budgettaire evenwichten nog verder in het gedrang brengt. Voor alle duidelijkheid, wij hebben geen probleem met parlementaire meerderheden. Het is aan iedereen om daarin zijn verantwoordelijkheid te nemen. Het Parlement is autonoom en een meerderheid is een meerderheid. Ik citeer echter een collega in het debat van vorige week: "Het Waalse je-m'en-foutisme is totaal onbegrijpelijk en onverantwoordelijk." Wij vinden de zorgwoede belangrijk, vandaar dat het Vlaams regeerakkoord bijvoorbeeld een maximumfactuur voor de rusthuizen vooropstelt. Toch hebben wij bedenkingen bij het goedgekeurde amendement en dat is niet wegens de inhoud, maar wegens het feit dat er hier een uitgave werd goedgekeurd, terwijl er op geen enkele manier is nagedacht over de financiering ervan.

 

Vandaar mijn oproep aan dit Huis: laten wij geen uitgave goedkeuren die niet gepaard gaat met een antwoord op de vraag naar de concrete financiering. Geen theoretische voorstellen, maar wel een akkoord dat zowel een uitgave impliceert, als de financiering ervan, iets wat vorige week niet gelukt is. Stop met sinterklaas­politiek, als u niet weet waar de financiering gevonden moet worden.

 

Omdat de akkoorden van de zomer van 2018 niet werden nageleefd, zullen wij tegenstemmen. Tegelijk doen wij expliciet een oproep tot verantwoordelijkheid. Uitgaven moeten worden gefinancierd, zorg daar dus voor.

 

02.12  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, zoals ik vorige week hier reeds zei, zal onze fractie de voorlopige kredieten goedkeuren. Daar wil ik wel bij herhalen dat het niet van ganser harte is. De voorlopige kredieten zijn gebaseerd op de begroting 2018, die door onze fractie niet werd goedgekeurd. Toch zullen wij de voorlopige kredieten goedkeuren, omdat onze zin voor verantwoordelijkheid groter is dan onze afkeer van die begroting.

 

Die houding staat haaks op die van de N-VA. De N-VA heeft de begroting van 2018 mee opgesteld, maar weigert de voorlopige kredieten op basis daarvan goed te keuren. Wat sommigen ook mogen beweren, het zijn telkens de linkse en de groene oppositiepartijen, die hun verantwoordelijk­heid opnemen. Wij zullen niet de verantwoor­delijkheid dragen voor de shutdown in ons land.

 

Naast alle wijzigingen en aanpassingen aan de begroting die door de regering werden voorgesteld, is er deze keer ook een bescheiden aanpassing door een parlementaire meerderheid: een noodfonds van 67 miljoen euro voor de zorgsector. Uit de uitspraken van de ministers begrijp ik dat de regering ertoe bereid is om samen met het Parlement te bekijken hoe de middelen best kunnen worden besteed. De parlementaire aanpassing aan de begroting respecteren lijkt ons evident en een minimum, maar hopelijk kan het ook het begin zijn van een betere samenwerking tussen regering en Parlement.

 

Het is een oproep, die wij richten aan de Kamervoorzitter. Tegelijk is het misschien ook een mooie opportuniteit voor de nieuwe eerste minister van de regering in lopende zaken. Collega's, als er op deze manier kan worden samengewerkt in het Parlement, zal men altijd op onze fractie kunnen rekenen. Meer zelfs, wij kijken ernaar uit!

 

02.13  Ahmed Laaouej (PS): Monsieur le président, chers collègues, la semaine dernière, le Parlement vous a rappelé qu'il n'était pas en affaires courantes.

 

Oui, le gouvernement se réfugie de semaine en semaine derrière le fait d'être en affaires courantes pour ne pas voir les urgences sociales et ne pas y répondre, parce qu'il ne s'en donne pas les moyens, et pour se réfugier derrière un grand nombre d'artifices. On vient encore de le voir maintenant. Ce que le Parlement vote, le Parlement peut le voter pour en faire autre chose. C'est vrai dans n'importe quel domaine, en particulier dans le domaine budgétaire. Il est possible de trouver rapidement une formule législative qui permettra de trouver un financement pour les infirmiers.

 

Mais revenons d'abord au fond de l'affaire. Cela fait des mois que nous attirons votre attention sur la souffrance endurée par le personnel hospitalier, les aides-soignants et les infirmiers en particulier. Cela fait des mois que nous vous disons que les deux milliards d'euros de coupes de la législature précédente ont instauré une tension intenable pour ces personnes qui, au quotidien, s'occupent des personnes malades et en souffrance. Vous n'avez pas voulu l'entendre, Maggie De Block, tout comme vous ne m'écoutez pas pour le moment.

 

Je trouve cela particulièrement irresponsable, alors que nous parlons, madame De Block, de quelque chose qui vous concerne immédiatement. Si nous en sommes là aujourd'hui, c'est parce que la situation est le résultat de votre politique. Il appartient donc au gouvernement de réparer les dégâts qu'il a lui-même causés dans notre société, et en particulier dans le secteur hospitalier.

 

Nous vous avons tendu la main, par une proposition d'amendement, votée dans ce Parlement. C'est à vous de trouver le financement. En même temps, je voudrais dire aussi à celles et ceux qui font croire que tout est réglé, et qui organisent des manifestations avec des infirmiers, que le problème n'est pas encore résolu. Il ne faut pas donner de faux espoirs aux gens. En effet, le combat doit continuer ici au Parlement.

 

C'est la raison pour laquelle, monsieur le président, j'entends que vous fassiez respecter l'accord pris, et que vous fassiez réunir les commissions, pour faire en sorte de trouver concrètement les moyens qui permettront de revaloriser comme il se doit le statut de celles et ceux qui s'occupent aujourd'hui de la santé de nos concitoyens.

 

02.14  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, collega's, de voorlopige kredieten die vandaag voorliggen zijn een verlenging van de laatste begroting die de regering-Michel in de Kamer heeft voorgesteld. Dat was geen goede begroting. Wij hebben altijd tegen die slechte begroting gestemd en bijgevolg consequent ook tegen de verlenging ervan. Onze goede collega Wouter Vermeersch heeft vorige week in de plenaire vergadering nog uitvoerig beargumenteerd waarom ook de voorliggende voorlopige kredieten eigenlijk een tegenstem verdienen.

 

Sinds vorige week is er in deze context een en ander gewijzigd. Dan heb ik het niet over de vijftiende ministerswissel in deze regering, waardoor ondertussen een nieuwe minister van Begroting is aangetreden, maar dan bedoel ik uiteraard dat er een amendement van de oppositie werd goedgekeurd. Dat amendement kreeg onze steun, wat voor velen een verrassing was. Nochtans, wie ons stemgedrag doorheen de jaren analyseert, ziet dat wij steeds, zoals dat hoort voor democraten, kijken naar de inhoud en niet naar de indiener. Wij hebben dat amendement goedgekeurd omdat wij het vrijmaken van meer middelen en het tonen van meer respect voor de zorgsector ondersteunen.

 

Het verbaast mij eigenlijk niet helemaal dat de regering nog niet eens in staat is om zelf uit te voeren wat het Parlement haar oplegt. De regeringsleden stellen dat het amendement een wetswijziging vergt. Nochtans, deze regering is ervaringsdeskundige in het in een hoog tempo door het Parlement jagen van belangrijke wetsontwerpen. Het is alleszins veelzeggend dat deze regering zelfs daartoe niet meer in staat is.

 

Het Parlement kan uiteraard verhelpen, aangezien het ons toekomt om wetgevende initiatieven te nemen. Wij verlenen dan ook onze constructieve medewerking. Begrotingstechnische problemen vallen altijd op te lossen, dus paniekzaaierij, bijvoorbeeld over een shutdown, laat ik aan anderen over.

 

Aan degenen die jarenlang voor miljarden tekorten in de begroting hebben gezorgd en die er vandaag over zeuren dat het tekort door dit amendement nog groter wordt, wil ik zeggen dat zij vorige week dan ook maar onze amendementen hadden moeten goedkeuren, stuk voor stuk besparings­amendementen, onder andere op Fedasil en het Koningshuis.

 

Ook al zijn wij tegenstander van de voorlopige kredieten, er zijn twee redenen waarom wij vandaag ons stemgedrag zullen aanpassen. De hoofdreden is, zoals ik al zei, dat wij meer middelen voor de zorgsector steunen. De tweede reden is van algemene aard, met name dat vorige week in de Kamer voor een keertje de parlementaire democratie heeft gespeeld. Het is een goede zaak en een mooi precedent, dat voor herhaling vatbaar is, dat in dit Huis niet de particratie maar de parlementaire democratie speelt.

 

Daarom zal onze fractie zich bij de stemming over de voorlopige twaalfden onthouden.

 

02.15  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, je constate qu'on dit tout et son contraire à propos d'un gouvernement en affaires courantes.

 

Il est clair que nous sommes parfaitement sensibles à la situation des infirmières et du secteur hospitalier. Nous savons aussi que certaines des difficultés résultent, dans certaines régions du pays, de la prolongation de la durée des études.

 

Quoi qu'il en soit le personnel infirmier est partout en souffrance. C'est également le cas au Grand-Duché de Luxembourg. En effet, malgré que les Luxembourgeois aient plus de moyens que nous, le Grand-Duché est en pénurie d'infirmières.

 

On sait qu'il y a des choses à faire tant dans le monde médical que dans le monde infirmier. Nous soutenons les initiatives visant à améliorer les choses et la situation des travailleurs en tenant compte de leur souffrance.

 

Mais notre gouvernement est en affaires couran­tes et nous devons agir en bons gestionnaires en ne faisant pas n'importe quoi. Tout le monde parle de réduction des dépenses, mais on en ajoute de nouvelles. Peut-être faudra-t-il qu'un jour, on se retrouve au pied du mur au regard de la situation financière de notre pays.

 

Tout cela ne fait que confirmer qu'il est grand temps qu'un gouvernement soit formé. Il est grand temps que ceux qui ont des leçons à donner tirent leur propre leçon et se mettent au travail pour constituer un gouvernement, avoir un vrai budget et des politiques que l'on peut financer.

 

02.16  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de voorzitter, collega's, het blijft mijn overtuiging dat we in lopende zaken geen meerderheid of oppositie zouden mogen hebben. In lopende zaken moeten we tevens behoedzaam zijn op budgettair vlak. Dat is een van de redenen waarom we hier deze legislatuur hebben afgesproken dat wetgevende initiatieven door het Rekenhof zouden worden bekeken.

 

Lopende zaken mogen echter ook niet te lang duren en op dit ogenblik is dat al veel te lang het geval. We moeten dan ook niet verbaasd zijn dat het Parlement af en toe, onder druk van terechte maatschappelijke verlangens, de behoefte voelt om de budgettaire behoedzaamheid even naast zich neer te leggen, om een antwoord te kunnen geven op bepaalde vragen.

 

Collega's, we moeten echter ook beseffen dat als we van vandaag beslissen om een euro uit te geven dit ook betekent dat we morgen moeten uitzoeken hoe we die euro betaald gaan krijgen. Zonet zei een collega dat we onze verantwoor­delijkheid moeten nemen. Onze belangrijkste verantwoordelijkheid is nu een regering vormen die met een volwaardige begroting, met inkomsten en uitgaven, naar dit Huis komt. Het wordt daar hoog tijd voor.

 

Collega's, met betrekking tot wat er vorige donderdag gebeurd is moet het me van het hart dat ik vind dat we daar in lopende zaken beter vooraf met elkaar over gepraat hadden. Onze fractie is hoe dan ook bereid om volgende week mee invulling te geven aan de wensen die een meerderheid in dit Parlement heeft goedgekeurd. We zullen bekijken hoe dat moet gebeuren, met een sociale maribel of met een organieke wet. Dat moet het voorwerp uitmaken van een bespreking. We zullen echter ook keuzes moeten maken want er zijn in deze sector diverse behoeften die niet noodzakelijk gelijklopend zijn.

 

Ik nodig u tevens uit om niet alleen daarover te praten. Ik verwacht niet dat we voor 31 december een federale regering met een goedgekeurde begroting zullen hebben. Ik hoop dat ik ongelijk zal krijgen maar ik vrees dat dit niet zo zal zijn. We zullen hoe dan ook nog eens voorlopige twaalfden moeten goedkeuren. We moeten daar dan vooraf met elkaar over praten en bekijken hoe de extra euro die we uitgeven betaald moet worden.

 

Ik rond af, mijnheer de voorzitter. Het bedrag van 67 miljoen zal een hopelijk zo efficiënt mogelijke invulling krijgen. Wat de komende weken in de zorgsector minstens even belangrijk is, is dat de sociale akkoorden kunnen worden afgewerkt zodat de verlofstelsels van de verpleging kunnen worden geregeld, dat de uurroosters kunnen worden verbeterd en dat er kan worden gepraat over de tweede pijler, want dat zijn ook vragen en zorgen die in de sector leven.

 

02.17  Peter Mertens (PVDA-PTB): Mijnheer Verherstraeten, op voorhand praten… In juli is hetzelfde amendement ingediend in de Kamer. In juli! Verschillende fracties zeggen dat zij respect hebben voor de mensen in de zorgsector, dat zij luisteren naar de mensen in de zorg en dat zij elk amendement op basis van zijn inhoud bekijken. In juli is precies hetzelfde amendement verworpen. In juli hebben wij gezegd dat, als de mensen van de zorgsector zelf vragende partij zijn om extra geld te krijgen, wij het amendement opnieuw zouden indienen, niet omwille van de Partij van de Arbeid, maar omdat de noden op het terrein zo groot zijn.

 

Ik hoor hier vandaag heel veel lippendienst aan de zorgsector. Wij hebben daarnet een manifestatie gehouden, mijnheer Laaouej, omdat men manifestaties nodig heeft om druk te zetten, omdat men die getuigenissen nodig heeft. Al die mensen op het terrein zeggen hetzelfde: het water staat hen aan de lippen, zij kunnen niet meer.

 

Mevrouw de minister, u spreekt over een knelpuntberoep, maar de mensen op het terrein vragen een betere verloning, niet alleen maar 1.725 euro netto na vier jaar studie voor een vroege dienst, een late dienst, een nachtdienst, om tijdens de vakantie op te draven, voor het feit dat men geen twee weken vakantie na elkaar kan nemen. Zij vragen een serieuze verloning, zij vragen verbeterde arbeidsvoorwaarden en verbeterde loonvoorwaarden. Verbeter de loonvoorwaarden, zorg dat er meer mensen aan het werk zijn in de zorgsector en het knelpunt­beroep zal geen knelpuntberoep meer zijn. Dat is een politieke verantwoordelijkheid van de regering, niet alleen vandaag, maar al veel langer, mevrouw de minister.

 

Ik rond af, mijnheer de voorzitter.

 

Er moet mij iets van het hart. Sinds vorige week donderdag valt het woord 'schande' erg vaak. Velen menen dat alles beter op voorhand was bedisseld zodat het Parlement deze week niet meer hoefde samen te komen. De heer Verherstraeten liet in de pers optekenen – ik citeer: "De regering heeft het Parlement niet onder controle." Dat is ook niet de bedoeling, mijnheer Verherstraeten. Het is niet de bedoeling dat de regering het Parlement onder controle heeft, maar wel dat het Parlement de regering controleert. Dat is de bedoeling!

 

De voorzitter: U moet afronden.

 

02.18  Peter Mertens (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, collega's, wij zullen ervoor zorgen dat de regering niet wegkomt met haar doorzichtige tactiek. Men verklaart zich nu immers akkoord met het bedrag van 67 miljoen euro, maar gaat vervolgens alles trachten te begraven in de bevoegde commissies. Door gedurende weken of zelfs maanden wetgevend complex werk te leveren, gaat men ervoor zorgen dat die 67 miljoen euro niet terechtkomen waar dat zou moeten. Wij zullen waakzaam blijven in die commissies. Wij zullen echter ook manifestaties blijven organiseren om dat noodfonds van 67 miljoen euro effectief te realiseren.

 

02.19  Egbert Lachaert (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, collega's, op zich hadden wij hier vandaag inderdaad niet hoeven te zijn om over de voorlopige twaalfden te spreken. Op zich zit dit land nu al tien maanden zonder volwaardige regering. De verkiezingen vonden plaats op 26 mei. Sindsdien is een aantal partijen aan het praten over een eventuele nieuwe regering met een volwaardige begroting. Wij zijn zover nog niet.

 

Het debat dat nu over de voorlopige twaalfden gevoerd is, was eigenlijk net hetzelfde als dat van juli. De voorlopige twaalfden zijn een puur technische maatregel om de overheid te kunnen laten functioneren, om de inkomsten te kunnen innen en om de uitgaven te kunnen doen.

 

Het was mijn grote frustratie, en die van mijn fractie, vorige week dat daarover op die manier aan politiek gedaan werd. Ik begrijp de noden die door een aantal partijen naar voren worden gebracht, maar als wij de overheid in de situatie brengen dat zij vanaf vannacht bepaalde uitgaven niet meer kan doen, zijn wij niet verantwoord bezig als Parlement.

 

Inderdaad, mijnheer Mertens, ik vind het op zich positief dat het Parlement vandaag meer vrijheid heeft dan in de gewone constellatie, met een regering. Ik ben een parlementair. Ik hou van het Parlement en van het werk dat een parlementslid daar kan doen, maar wij moeten dat wel op een verantwoorde manier doen. Als men het aanpakt zoals vorige week, zonder overleg, riskeert men in de situatie van vandaag te komen, en is er vanaf morgen mogelijk een probleem. Laten wij proberen dat in de toekomst te vermijden.

 

Dit gezegd zijnde, de voorlopige twaalfden liggen vandaag voor met het amendement dat vorige week goedgekeurd is door verschillende partijen in het halfrond: 67 miljoen extra voor de zorg in de maanden november en december. Wie kan daar op zich tegen zijn? Op zich is het begrijpbaar. In de zorgsector zijn er al een hele tijd acute noden, vooral door een gebrek aan personeel. Zoals de minister gezegd heeft: verpleegkundige is nu eenmaal een knelpuntenberoep. Wij vinden geen verpleegkundigen genoeg. Het is niet door nu in 67 miljoen te voorzien dat het probleem onmiddellijk opgelost wordt. Zelfs toen u het oorspronkelijke amendement indiende, wist u heel goed dat dit geen 67 miljoen, maar – op kruissnelheid – 1 miljard per jaar vergt. Dat is een gigantisch bedrag.

 

Ik kom nu terug op wat de heer Verherstraeten heeft opgemerkt. Wij moeten opletten dat, wanneer wij extra uitgaven doen, wij ze ook op de ene of de andere manier compenseren. In het andere geval zal alles wat het Parlement vandaag onder het motto 'vrijheid, blijheid' uitgeeft, morgen in ons gezicht terugkeren, omdat wij op de kap van anderen besparingen zullen moeten doen. Dat is niet de bedoeling.

 

Op dat vlak moeten wij onze democratie goed toepassen. Er is een Parlement met volheid van bevoegdheid.

 

Mijnheer Laaouej, ik wil het engagement aangaan, om volgende week zo snel mogelijk in de commissies aan de slag te gaan rond de situatie in de zorgsector. Laten wij de sociale partners uitnodigen en hen vragen waarom zij er niet toe zijn gekomen in de zorgsector de cao's te sluiten die het statuut van het betrokken personeel kunnen verbeteren. Laten wij ons huiswerk echter op een rustige en goede manier doen.

 

Wij weten ook dat een begroting op zich geen wetsontwerp is. Dat wetsontwerp zal ook niet meer komen van de regering in lopende zaken. Het is aan ons, aan de 150 Kamerleden, om effectief een initiatief te nemen en werk te maken van een betere situatie in de zorgsector binnen een correct kader.

 

02.20  Jan Bertels (sp.a): Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wil u drie boodschappen meegeven.

 

Ten eerste, het idee is, naar ik heb begrepen, niet algemeen breed gedeeld, maar bijkomend geld voor meer verpleegkundigen is terecht. De sp.a heeft dat vóór de verkiezingen gesteld. Wij hebben dat bij de bespreking van het amende­ment in juni 2019 gesteld en wij stellen dat ook na de verkiezingen. Wij zijn dus consequent en ja, wij hebben het amendement mee goedgekeurd.

 

De kreet van de verpleegkundigen is effectief oorverdovend. Er is een te grote werkdruk. De kwaliteit van de zorg komt in het gedrang. Zelfs de patiëntveiligheid komt in het gedrang. Meer geld voor de verpleegkundigen is dus absoluut nodig. Ik ben blij dat de regering dat nu ook ruiterlijk erkent.

 

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, het bijkomende geld, waarvoor wij vandaag hopelijk de tekst zullen goedkeuren, kan snel en goed besteed worden. Daar zijn pistes voor. U verwijst naar het sociaal overleg. Er is overleg over bijvoorbeeld de besteding van het socialemaribel­fonds. De minister weet dat. Dat moeten we niet meer organiseren. Laten wij ervoor zorgen dat het geld zo snel mogelijk terechtkomt bij het fonds voor de sociale maribel van de privésector. Er is ook het sociale­maribelfonds van de openbare sector. Dan zullen de sociale partners wel verpleegkundigen proberen aan te werven en voor de nodige opleidingen zorgen. De tools bestaan al. Laten we ze gebruiken.

 

Mijnheer de voorzitter, het kan snel gaan in de commissies. Ik neem aan dat u het engagement van de Kamer hebt om dat snel te doen, zonder vertragingsmechanismes.

 

Ten tweede, wil ik ook even het geheugen opfrissen van sommige collega's die vorige week ineens het torenhoge begrotingstekort ontdekten en nu schande roepen.

 

Collega's, het moet mij van het hart: wij hebben dat torenhoge tekort niet gecreëerd; wij zijn niet de onverlaten. (Protest op verschillende banken) U moet maar eens de cijfers bekijken. Het nominaal begrotingstekort is nooit zo groot geweest als onder deze regering. Wie zijn daar de schuldigen van? Dat zijn de partners in de Zweedse coalitie, degenen die er nog zijn en degenen die weggelopen zijn. Zij zijn allebei even schuldig. Het gat in de begroting werd door de Zweedse coalitie geslagen. U mag dat betwisten, maar u moet maar eens de cijfers bekijken.

 

Het is nog erger, collega's. sp.a is tot nu toe de enige partij die voorgesteld heeft om het gat niet groter te laten worden. U zegt dat er moet worden voorzien in compensatie voor de financiering. U hebt beslist, en wil dat niet rechtzetten, tot een nieuwe fase in de vennootschapsbelasting voor de multinationals, 2 miljard zonder financiering, en wij mogen er niet aankomen. Ik heb hier 'vrijheid, blijheid' gehoord, blijkbaar gaat het om 'vrijheid, blijheid' voor de multinationals maar niet voor de verpleegkundigen.

 

Mijnheer Verherstraeten, u sprak over budgettaire behoedzaamheid. Wij stellen voor om zo snel mogelijk de effectentaks, uw trofee die vernietigd werd, te herstellen.

 

Mevrouw de minister, de maatregelen die wij voorgesteld hebben voor de big farma, kunnen meer opbrengen dan de maatregelen voor de verpleegkundigen kosten.

 

Mijnheer de voorzitter, sp.a is wel een verantwoordelijke partij. Wij zullen, net als bij de vorige drie schijven van voorlopige twaalfden, ervoor zorgen dat de overheid kan blijven functioneren. Wij zullen dus ook deze vierde schijf van voorlopige twaalfden goedkeuren. Wij willen een overheid die werkt. Wij willen dat voor alle departementen, ook voor de gezondheidszorg, mevrouw de minister. En wij zullen daarvoor een initiatief nemen.

 

02.21  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le président, madame la première ministre, mesdames et messieurs les ministres, nous voulons être responsables et, en tant que parti responsable, nous voterons ces crédits provisoires. C'est très important de pouvoir assumer le bon fonctionnement de l'État, d'autant plus en période d'affaires courantes.

 

Madame la ministre De Block, je vais évidemment m'exprimer ici sur la santé et sur l'amendement de la semaine dernière.

 

Jour après jour, mois après mois, année après année pendant cette législature, je vous ai pourchassée compte tenu des coupes sombres que vous avez réalisées dans le secteur des soins de santé. Faut-il refinancer les soins de santé? La réponse est oui! Les blouses blanches sont-elles sous pression à l'hôpital, à domicile ou en maison de repos? La réponse est encore oui! Faut-il également améliorer les conditions de travail des infirmiers et des aides-soignants? La réponse est toujours oui!

 

Mais nous voulons le faire vraiment. Et c'est pour cette raison que nous nous sommes abstenus la semaine dernière. Le pire serait en effet de jouer avec les pieds des soignants. Nous ne voulons pas faire semblant.

 

Reconnaissez, chers collègues, que cet amendement de la semaine dernière pose de nombreuses questions en matière de crédibilité et de sérieux. Madame la ministre, en même temps que cet amendement sur le budget, vous auriez pu amener une base légale correcte et la proposer ici au vote. Par ailleurs, prévoir 67 millions d'euros en deux mois pour 20 000 infirmiers supplémentaires, cela signifie qu'ils seraient payés à 50 % du barème actuel. Le calcul est vite fait et c'est évidemment inacceptable.

 

Nous ne voulons pas du vent, mais nous voulons du sérieux. Nous ne voulons pas un crédit provisoire, nous voulons un financement structurel. Au cdH, nos demandes sont très claires en ce qui concerne la santé. Ce sont des propositions que nous redéposerons, puisque nous les avons déjà clairement défendues.

 

C'est un refinancement des soins de santé. C'est l'amélioration des conditions de travail, la prise en compte de la réalité du quotidien des blouses blanches, que ce soit à l'hôpital ou en dehors de celui-ci. C'est également, compte tenu de la pénurie actuelle et du fait que les hôpitaux cherchent désespérément à engager des infirmiers manquants, remettre sur la table le plan d'activité des infirmiers et des aides-soignants.

 

Ces trois priorités sont pour nous cruciales. C'est en ce sens que nous espérons pouvoir travailler à la Chambre dans les jours et les semaines à venir. Je vous remercie.

 

02.22  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de voorzitter, collega's, wat hier vorige week is gebeurd, is een overwinning voor de democratie. Ik vind het altijd mooi als het Parlement zijn tanden toont. Deze regering in leeglopende zaken, deze draaideurregering waaruit zowat iedereen op de loop gaat, werd hierdoor in haar hemd gezet. Voor een keer in de geschiedenis hebben wij trouwens ook kunnen vaststellen dat extreemrechts en extreemlinks hetzelfde hebben gestemd.

 

Collega's, toch vind ik het maar een pyrrus­overwinning wegens het zeer hoog hypocrisie­gehalte. Ik verklaar mij nader. Iedereen, ook de fractieleiders van de zogenaamde meerderheids­partijen, stond te klagen over de grootte van het gat in de begroting. Momenteel bedraagt dat 11,8 miljard en als men zo voortdoet, loopt het op tot 14 miljard. Iedereen had de mond vol van besparen en dat het zo niet verder kan, maar voor de politique politicienne keurt men een amendement goed waardoor de voorlopige begroting wordt opgeblazen.

 

Wel, ik zal straks tegenstemmen omdat het gat in de begroting te groot is. Inderdaad, zoals de heer Lachaert erop wees, nu komt er voor twee maanden een bedrag van 67 miljoen bij, maar op jaarbasis komt men uit op 400 miljoen. Vandaag hebt u het over de zorgsector, mijnheer Hedebouw, en in december zult u hier terug staan om het te hebben over de laagste pensioenen. Het gat in de begroting wordt alsmaar groter en wij belasten de jeugd in dit land met de schulden die wij vandaag maken.

 

Weet u waarover wij vandaag zouden moeten stemmen? Wij zouden moeten stemmen over een Fransdolle minister van Begroting, die voor dat gat heeft gezorgd en die vandaag premier wordt. Zij heeft dat gat mee veroorzaakt en mag vandaag premier worden en dit land leiden. Dat vind ik op zich ook al een schande.

 

De voorzitter: Iedereen die om het woord heeft verzocht in het kader van de stemverklaringen heeft het woord gekregen.

 

Wij zijn nu op het punt gekomen dat de Kamer zich moet uitspreken.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

83

Oui

Nee

18

Non

Onthoudingen

15

Abstentions

Totaal

116

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi tel qu'amendé. Il sera soumis à la sanction royale. (413/7)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp zoals geamendeerd aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (413/7)

 

02.23  Yngvild Ingels (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik heb mij onthouden wegens een stemafspraak met de heer Franky Demon.

 

De voorzitter: U hebt zich onthouden wegens een stemafspraak. Dat is genoteerd.

 

Collega's, ik zal het nodige doen, opdat de nodige handtekeningen onder het ontwerp worden geplaatst, zodat het tijdig aan het staatshoofd kan worden voorgelegd.

 

Wij hebben onze werkzaamheden beëindigd.

 

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 7 novembre 2019 à 14 h 15.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 7 november 2019 om 14.15 uur.

 

La séance est levée à 14 h 53.

De vergadering wordt gesloten om 14.53 uur.

 

Ce compte rendu n'a pas d'annexe.

 

Dit verslag heeft geen bijlage.

 

 

 


  


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

083

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Ben Achour Malik, Bertels Jan, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Chanson Julie, Clarinval David, Colebunders Gaby, Crombez John, Dallemagne Georges, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Croo Alexander, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriëls Katja, Geens Koen, Gilkinet Georges, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Jiroflée Karin, Kherbache Yasmine, Kitir Meryame, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Marghem Marie-Christine, Matheï Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Piedboeuf Benoît, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Schlitz Sarah, Senesael Daniel, Soors Jessika, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tison Philippe, Vanbesien Dieter, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Van der Straeten Tinne, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Quickenborne Vincent, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wilmès Sophie, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

018

Nee

 

Buysrogge Peter, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Donné Joy, Gijbels Frieda, Houtmeyers Katrien, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Wollants Bert

 

 

Abstentions

015

Onthoudingen

 

Bury Katleen, Creyelman Steven, Depoortere Ortwin, De Spiegeleer Pieter, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Gilissen Erik, Ingels Yngvild, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Sneppe Dominiek, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans