Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 21 janvier 2021

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 21 januari 2021

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 19 et présidée par Mme Eliane Tillieux, présidente.

De vergadering wordt geopend om 14.19 uur en voorgezeten door mevrouw Eliane Tillieux, voorzitster.

 

La présidente: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le Compte Rendu Intégral de cette séance ou son annexe.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kan deze terugvinden op de webstek van de Kamer en in het Integraal Verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

 

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Alexander De Croo, Vincent Van Peteghem, Frank Vandenbroucke.

 

01 Éloge funèbre – M. Cyriel Marchand

01 Rouwhulde – de heer Cyriel Marchand

 

De voorzitster (voor de staande vergadering)

La présidente (devant l'assemblée debout)

 

Dames en heren, geachte collega’s, op 6 januari overleed in Veurne Cyriel Marchand, erelid van de Kamer. Hij was 94.

 

Cyriel Marchand was sinds zijn jeugd actief in het Algemeen Christelijk Vakverbond. Via het Algemeen Christelijk Werkersverbond bekleedde hij al vlug een vooraanstaande rol in de Veurnse afdeling van de Christelijke Volkspartij.

 

Le 1er janvier 1959, Cyriel Marchand devint conseiller communal CVP à Furnes, un mandat qu'il exercera sans interruption durant pas moins de 42 ans jusqu'au 31 décembre 2000. De 1965 à 1976 et de 1983 à 1986, il fut également échevin à Furnes et de 1968 à 1980, membre du conseil provincial de Flandre occidentale.

 

In mei 1980 zette Cyriel Marchand de stap naar de nationale politiek. Als CVP-Kamerlid voor het arrondissement Veurne-Diksmuide-Oostende deed hij zich gedurende elf jaar kennen als een consciëntieus parlementslid, en maakte hij zich bijzonder verdienstelijk in de commissie voor Sociale Zaken, de commissie voor Binnenlandse Zaken en de commissie voor Volksgezondheid. 

 

Ondertussen was Cyriel Marchand burgemeester van Veurne geworden. Tijdens zijn burgemeesterschap, van oktober 1986 tot november 1998, voorzag hij de stad van een moderne sportinfrastructuur en werden de openbare diensten geïnformatiseerd, zodat Veurne al in een vroeg stadium voorbereid was op de digitale toekomst.

 

Fidèle à son engagement social d'inspiration chrétienne, Cyriel Marchand s’investit également sans relâche en faveur du logement social. De 1970 à 2004, il fut d’ailleurs président de la société du logement furnoise.

 

Dames en heren, geachte collega’s, met Cyriel Marchand verliezen we een integere politicus, maar ook een minzame en toegewijde man, die steeds klaarstond met raad en advies, en die elk ogenblik bereid was van dienst te zijn.

 

Namens de Kamer heb ik zijn familie onze oprechte deelneming betuigd.

 

01.01 Minister Vincent Van Peteghem: We hebben met grote droefenis kennisgenomen van het overlijden van de heer Cyriel Marchand, gewezen volksvertegenwoordiger in het Federaal Parlement. De heer Marchand werd 94 jaar en had zitting in de Kamer van 1980 tot 1991 als lid van de toenmalige CVP-fractie.

 

De voorzitster overliep net de commissies waarvan hij lid was. Zijn keuze op dat vlak was weloverwogen: sociale zaken, volksgezondheid en binnenlandse zaken waren onderwerpen dicht bij de mensen. Cyril Marchand was ook een selfmade man. Universitaire diploma's had hij niet, maar die had hij ook niet nodig. Zijn motto luidde: mijn leerschool is de universiteit van het leven. Hij was een mens die graag onder de mensen kwam. Zijn inzet en gedrevenheid ten dienste van de burger waren groot. Zijn sociale bewogenheid kon tellen als voorbeeld voor velen. Hij vond de juiste balans tussen focus op de grote zaken en aandacht voor de kleine dingen.

 

Zijn parlementair werk stond dan ook enerzijds in het teken van zijn sociale bewogenheid, en anderzijds in het teken van zijn grote liefde en thuisstad Veurne, waar hij bijna veertig jaar in de lokale politiek meedraaide. De voorzitster heeft meer dan gelijk wanneer ze Cyriel Marchand een vernieuwer noemt. Hij leidde als schepen van 1965 tot 1976 de fusie van wat nu Veurne is, in goede banen. Ook als burgemeester bleef hij zijn stad klaarstomen voor de toekomst. Veurne was begin jaren negentig al de voorloper op ICT-vlak door als een van de eerste steden computers bij de administratie te gebruiken. Ook op het vlak van socialewoningbouw maakte hij van Veurne een voorbeeld voor het hele land. Dat paste bij zijn grote sociale bewogenheid.

 

We zijn de heer Marchand bijzonder dankbaar voor zijn tientallen jaren inzet voor ons land en voor zijn stad. Hij was een verzoener, een vernieuwer, een man van het volk, een christendemocraat in hart en ziel. De regering betuigt haar innige deelneming aan de familie en naasten van de overledene.

 

La présidente: Observons une minute de silence.

 

La Chambre observe une minute de silence.

De Kamer neemt een minuut stilte in acht.

 

Questions

Vragen

 

02 Questions jointes de

- Catherine Fonck à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'évolution de la pandémie de coronavirus et la stratégie du gouvernement" (55001270P)

- Melissa Depraetere à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "La crise du coronavirus" (55001272P)

- Barbara Creemers à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La réaction face à la pandémie de coronavirus et la stratégie vaccinale" (55001274P)

- Barbara Pas à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La réaction face à la crise du coronavirus et la stratégie vaccinale" (55001276P)

- François De Smet à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La livraison des vaccins Pfizer" (55001279P)

- Jean-Marie Dedecker à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La réaction face à la crise du coronavirus et la stratégie vaccinale" (55001284P)

- Robby De Caluwé à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "La stratégie vaccinale contre la covid-19" (55001288P)

- Steven Creyelman à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "Le compteur des vaccinations contre le coronavirus" (55001294P)

- Kathleen Depoorter à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "La livraison des vaccins Pfizer" (55001291P)

- Sofie Merckx à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "L'état d'avancement de la campagne de vaccination" (55001293P)

02 Samengevoegde vragen van

- Catherine Fonck aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De evolutie van de coronapandemie en de strategie van de regering" (55001270P)

- Melissa Depraetere aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De coronacrisis" (55001272P)

- Barbara Creemers aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De aanpak van de coronapandemie en de vaccinatiestrategie" (55001274P)

- Barbara Pas aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De aanpak van de coronacrisis en de vaccinatiestrategie" (55001276P)

- François De Smet aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De levering van de Pfizervaccins" (55001279P)

- Jean-Marie Dedecker aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De aanpak van de coronacrisis en de vaccinatiestrategie" (55001284P)

- Robby De Caluwé aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De COVID-19-vaccinatiestrategie" (55001288P)

- Steven Creyelman aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De coronavaccinatieteller" (55001294P)

- Kathleen Depoorter aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De levering van de Pfizervaccins" (55001291P)

- Sofie Merckx aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De stand van zaken van de vaccinatiecampagne" (55001293P)

 

02.01  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, il n'y a pas de secret: si on veut éviter un scénario à l'anglaise et que des souches mutantes beaucoup plus contagieuses du covid-19 ne dominent en Belgique d'ici six semaines, il faut mettre le turbo, et le mettre sur la vaccination en premier lieu. 

 

Certes, l'attitude de Pfizer n'est pas correcte. Vous vous lamentez depuis plusieurs jours parce que 40 000 doses de moins que prévu ont été livrées alors que, le 18 janvier, lorsque vous annonciez que 100 000 citoyens avaient été vaccinés, ce sont 250 000 doses sur les 350 000 livrées qui étaient stockées dans les congélateurs.

 

Quand allez-vous, enfin, mesurer l'urgence de vacciner en appliquant le principe suivant lequel un vaccin livré doit correspondre à un vaccin injecté, comme c'est le cas dans toute une série d'autres pays? Quand allez-vous sérieusement examiner les pistes permettant de protéger le maximum de personnes fragiles le plus rapidement possible? 

 

J'ai l'impression que, désormais, vous acceptez l'idée selon laquelle la deuxième dose pourrait être injectée dans les 42 jours et non plus strictement après 21 jours. Le gouvernement semblait considérer ma proposition comme stupide, il y a une semaine. J'ai aujourd'hui le sentiment que les choses bougent, ce dont je me félicite. Mais, dans ce cas, avançons car cette façon de faire permettrait effectivement de protéger plus vite de nombreuses personnes fragiles.

 

Mettre le turbo, c'est aussi traquer le virus dans chaque recoin: procéder systématiquement et régulièrement à des tests salivaires dans les écoles et dans les entreprises; procéder à des tests systématiques dans les communes où il y a des clusters, dans les maisons de repos ou encore dans les écoles; renforcer encore et toujours le tracing et l'aide aux personnes qui doivent s'isoler. Ce sont autant de mesures fortes qui restent encore insuffisantes en Belgique.

 

En outre, nous devons continuer à insister sur l'importance des gestes barrières, sur l'importance d'avoir le moins de contacts rapprochés possible. Chacun doit respecter ces recommandations, y compris les politiques et les ministres. Vous n'êtes pas, nous ne sommes pas au-dessus des règles. Nous sommes dans la même galère et c'est ensemble que nous gagnerons la guerre contre ce virus.

 

02.02  Melissa Depraetere (sp.a): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de premier, mijnheer de minister, na de vaccinatie in de rusthuizen was deze week het personeel van de ziekenhuizen aan de beurt, meer bepaald de mensen die al een jaar in de frontlinie staan op spoed, de covidafdelingen en intensieve zorgen. Aan de vooravond van de vaccinatie kregen zij evenwel te horen dat Pfizer de leveringen aanpast, wat natuurlijk voor grote ontgoocheling zorgt. Juist deze mensen proberen het onderste uit de kan te halen door elke druppel te gebruiken om de vaccinatie sneller te laten verlopen. Met het aanpassen van de leveringen slaat Pfizer helaas hun hoop aan diggelen.

 

We moeten niet naïef zijn want we spreken hier over een commercieel bedrijf. Dit toont toch aan hoe kwetsbaar we zijn. Er werd al een vertraging van de leveringen aangekondigd omdat de fabriek wordt aangepast en nu zijn er opnieuw vertragingen omdat het aantal geleverde dosissen wordt aangepast. Het kan toch niet dat een farmabedrijf week na week gaat pingpongen met het aantal dosissen voor ons land. Dat zorgt voor veel onzekerheid en net die onzekerheid zal de mensen opbreken

 

U hebt zeer terecht gesteld dat we geen einddatum kunnen vooropstellen voor de vaccinaties. Er kan immers altijd iets tussenkomen en het opduiken van de varianten is daar een goed voorbeeld van. Niemand heeft daar schuld aan maar het zorgt er uiteraard wel voor dat de uitdaging groter wordt. We mogen hopen dat de farmabedrijven die uitdaging niet nog groter maken maar dat is helaas wat Pfizer op dit moment wel doet.

 

Mijnheer de minister, ten eerste, Italië overweegt juridische stappen tegen Pfizer. Onderzoekt de regering die ook?

 

Ten tweede, als anderen hun verantwoordelijkheid niet nemen, dan moeten we dat zelf doen. Een verbod op niet-essentiële reizen lijkt mij daarbij essentieel, zelfs als we dat op Europees niveau niet geregeld krijgen. Ik had graag van u gehoord wat we op dat vlak mogen verwachten.

 

02.03  Barbara Creemers (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, "Ik ben gisteren huilend naar huis gereden met het gevoel dat dit toch niet meer kan. Dit is onwezenlijk en onbegrijpelijk." Dat zijn de woorden van Nathalie Coenen, hoofdverpleegkundige van de COVID-19-afdeling in het Jessa Ziekenhuis in Hasselt. Zij staat nu elf maanden in de frontlinie tegen dit virus. Zij hoorde dat ze deze week niet zal worden gevaccineerd.

 

Ik begrijp haar teleurstelling, mijnheer de eerste minister. Ik denk dat we die allemaal begrijpen, want die aankondiging van Pfizer over de leveringen van de vaccins deze week kunnen we op zijn minst ontmoedigend noemen.

 

In het voorjaar keurden wij hier een kamerbrede resolutie goed die aanbeval om ons bij de patent pool van de Wereldgezondheidsorganisatie aan te sluiten. Ik herinner mij mijn eigen woorden: samenwerking als het nieuwe normaal, ook voor farmabedrijven.

 

Blijkbaar telt voor Pfizer op dit moment toch weer die financiële winst. Voor ons wordt winst vandaag uitgedrukt in mensenlevens, in maatschappelijke winst van jongeren die weer naar de les kunnen en hun vrienden weer kunnen ontmoeten, van mentale winst van ons allemaal als we weer samen op café mogen gaan.

 

Dat bedrijven hun winst willen maximaliseren, weten we. Dat farmabedrijven dat doen, ongeacht de immense impact op de bevolking, weten we ook. Door die praktijken van Pfizer stellen zij hun winst lijnrecht tegenover onze maatschappelijke winst en hervallen ze in die oude patronen, in plaats van samenwerking als het nieuwe normaal te zien.

 

Mijnheer de eerste minister, ik verwacht van u een heel krachtig signaal tegen Pfizer. Wat zult u ondernemen om dat bedrijf die verpletterende maatschappelijke verantwoordelijkheid te doen dragen? Zult u zich aansluiten bij de trein die Italië op gang trekt om stappen te ondernemen? Tilt u dat naar een hoger Europees niveau? Maar ook, hoe zult u ervoor zorgen dat de communicatie over de vaccins niet telkens weer tot grote teleurstellingen leidt?

 

02.04  Barbara Pas (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, na de mondmaskersaga, de vaccinatievaudeville. Ondanks alle weddenschappen van uw minister van Volksgezondheid verloopt de vaccinatiecampagne uiterst stroef. We worden geconfronteerd met een nijpend tekort aan vaccins en aan juiste vaccinatiespuitjes. Wat een geklungel! Er zijn contracten voor het aantal dosissen, niet voor het aantal flacons, maar beide worden wel voortdurend door elkaar gehaald in de communicatie.

 

En dan is er Xavier De Cuyper, in dioxinetijden adjunct-kabinetschef van toenmalig minister van Landbouw Karel Pinxten, vandaag FAGG-voorzitter, die zijn handtekening vergeet te zetten, waardoor België 2,5 miljoen vaccins misloopt. De vaccinaties in de Vlaamse ziekenhuizen waren nog niet goed opgestart, of ze moesten al worden stopgezet. Het is hallucinant. Dat vond ook Margot Cloet, de topvrouw van Zorgnet Icuro. Zij stelde, duidelijk geëmotioneerd: "Ik vraag mij af hoe de ministers dit nog gaan uitgelegd krijgen aan de mensen die al bijna een jaar in de frontlinie staan. Dit getuigt echt van bijzonder weinig respect, je voelt de woede zo toenemen."

 

Ondertussen poogt de regering de resultaten van haar vaccinatiecampagne nog wat rooskleuriger voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. We zitten immers niet aan 1,38 % zoals Sciensano het voorstelt, maar aan het nog lagere 1,1 % als men de totale bevolking in rekening neemt en niet alleen het totale aantal meerderjarigen, zoals de overheid doet. U hebt ervaring met creatieve tellingen. Vorig jaar heeft de Belgische regering ook de telling van het aantal coronadoden aangepast, in een poging haar imago wat op te smukken. Het zou mij niet verbazen als u bij het komende verkiezingsresultaat ook anders zult tellen, als u dat niet aanstaat.

 

Mijnheer de eerste minister, ten eerste, hoe zult u de situatie rechttrekken?

 

Ten tweede, wordt uw liberaal knuffelcontact van het FAGG op het matje geroepen voor zijn vergeten handtekening?

 

Ten derde, zult u, zoals Zorgnet Icuro vraagt, vanaf nu behoedzamer en realistischer communiceren, in plaats van op basis van beloftes?

 

02.05  François De Smet (DéFI): Madame la présidente, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, la semaine dernière, comme beaucoup ici, nous nous réjouissions de découvrir qu'il était possible d'utiliser non pas 5 mais 6 doses de vaccin par flacon livré par Pfizer. C'est une découverte qui permettait d'augmenter le nombre de vaccins délivrés à la Belgique de 20 %, contribuant à l'accélération bienvenue de la vaccination du personnel soignant. Et, hier, patatras, le quotidien Le Soir révèle que la Belgique allait se voir en quelque sorte punie par l'entreprise.

 

Chers collègues, c'était trop simple. Pfizer nous facture des doses et non des flacons. Dès lors, Pfizer diminue le nombre de flacons attribués à notre pays. Résultat, la fourniture de vaccins à notre pays se voit impactée et notre calendrier est ralenti, alors même que nous sommes en plein milieu d'une course contre la montre contre les différentes formes de variants. Allez-vous laisser passer ce scandale car, sincèrement, je ne trouve pas d'autre mot?

 

Comme vous-même, monsieur le premier ministre, je me sens libéral sur le plan humain, sur le plan des libertés, sur le plan économique. Je crois à l'économie de marché. Mais comment cautionner de tels comportements qui ressemblent à de la prédation financière et qui, à mon avis, finiront par creuser le tombeau du capitalisme? Comment tolérer, en ces temps de pandémie, des comportements de prédation et d'égoïsme de ce genre, alors que, vous l'avez rappelé dans cet hémicycle, les vaccins sont développés en partie grâce à la recherche et aux fonds publics? Comment est-il possible que le marché puisse l'emporter à ce point sur la santé publique?

 

Mes questions sont dramatiquement simples. Le gouvernement avait-il connaissance des clauses contractuelles de livraison par dose et non par flacon, au moment où il a été décidé d'utiliser six doses au lieu de cinq et donc d'adapter son plan de vaccination? Si oui, n'avons-nous pas pris ici un risque avec la stratégie de vaccination? Entendez-vous, comme le fait l'Italie, réagir auprès de Pfizer et vous battre pour que notre pays conserve bel et bien le nombre de flacons, et non pas de doses, initialement prévu? Enfin, je rebondis sur le débat que nous avons déjà eu ici sur les clauses de confidentialité. Ne serait-il pas grand temps de partager les clauses contractuelles entre notre pays et les entreprises fabriquant des vaccins? Il me semble que c'est aujourd'hui une réelle nécessité démocratique.

 

02.06  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, in West-Vlaanderen werden de voorbije week een aantal woon-zorgcentra gesloten voor de mensen. In mijn gemeente heb ik gisteren vier rusthuizen moeten sluiten. Het gaat om 353 bejaarden die na zes maanden de komende maand opnieuw moeten worden opgesloten.

 

Mijnheer de minister, de reden is eenvoudig. De enige reden is dat er geen vaccins genoeg waren om toe te dienen aan die bejaarden, laat staan aan het zorgpersoneel. Wij zijn nu zover. Ik herhaal dat er zelfs niet genoeg vaccins zijn om aan de bejaarden te geven.

 

Wij moeten bovendien in de krant lezen dat tussen 130.000 en 185.000 vaccins gestockeerd zijn in de diepvries. Wij moeten vernemen dat u bijna vergeten was 2,5 miljoen vaccins extra te bestellen bij Pfizer. Wij moeten zelfs lezen dat er acht miljoen injectienaalden te weinig zijn besteld. Het ergste van alles is nog – ik ben betrokken als lokaal mandataris – te moeten vaststellen dat de vaccinatiecentra veeleer ingegeven zijn door politieke motieven dan om dienst te doen voor de bevolking.

 

Mijnheer de minister, dat doet pijn. Ik zal het straks over Pfizer hebben, maar dat zal voor mijn minuut spreektijd bij de repliek zijn.

 

De vaccins van Pfizer worden geproduceerd in ons land. De injectienaalden worden geproduceerd in ons land.

 

Mijnheer de minister, leg dus eens uit waarom wij op de laatste plaats staan in Europa voor de vaccinatie. Er zijn 5.700 vaccinaties per dag. In Israël gaat het om 177.000 vaccinaties per dag. Tegen dat wij beginnen, ongeacht of dat nu half februari of 1 maart zal zijn, zullen in Groot-Brittannië vijftien miljoen vaccins zijn toegediend.

 

Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag.

 

Wanneer draaien wij de laatste bladzijde van het blunderboek eindelijk om?

 

02.07  Robby De Caluwé (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, begin dit jaar zijn we inderdaad gestart met de vaccinatiecampagne, eerst in de woon-zorgcentra. De bedoeling was om binnenkort ook te starten met het personeel in de ziekenhuizen.

 

We kunnen inderdaad niet ontkennen dat het parcours tot op heden redelijk hobbelig is geweest met leveringen van vaccins die eerst sneller zouden toekomen en dan weer niet. Dit soort van tegenslagen, hopelijk zullen er ook meevallers zijn, zullen de komende maanden wellicht nog voorvallen.

 

Laten we eens terugkijken. Op een jaar tijd werden de vaccins ontwikkeld, getest, op de markt gebracht en worden ze verdeeld. Dat is een huzarenwerk geweest. Momenteel ontspruiten overal in ons land vaccinatiecentra. We mogen niet vergeten dat er heel snel geschakeld is in de opstart van deze vaccinatiecentra en dat de inspanningen van veel mensen gigantisch zijn.

 

Ondanks deze strubbelingen en cours de route zien we toch een lichtpunt op het einde van de tunnel. Als we ons nog enkele maanden aan alle preventiemaatregelen houden, zodat we de besmettingsgraad onder controle kunnen houden, zullen we eindelijk uit deze crisis raken. Daar ben ik heel hoopvol over.

 

Het is vandaag internationale knuffeldag. Het zal voor veel mensen een knuffeldag zonder knuffels zijn. Veel mensen worden ongeduldig. Dat is ook terecht. Daarom is het belangrijk dat de overheid heel duidelijk maar ook heel eerlijk communiceert. Ik hoop dat, als men bepaalde mensen belooft dat ze zullen worden gevaccineerd, men dat in de toekomst ook daadwerkelijk doet en dat we niet meer met dergelijke zaken worden geconfronteerd.

 

Ik had graag van u vernomen hoe de overheid haar communicatie zal aanpassen zodat het in de toekomst duidelijk is voor mensen wanneer ze aan de beurt zijn en ze geen valse beloftes krijgen?

 

Mijn volgende vraag gaat over de timing voor de vrijwilligers. Heel wat vrijwilligers willen zich de komende maanden in de vaccinatiecentra inzetten. Zullen zij ook prioritair zijn voor de vaccinatie?

 

02.08  Steven Creyelman (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, deze regering heeft iets met cijfers, maar niet in de goede zin van het woord.

 

Tijdens de eerste coronagolf werd het zinnetje "We tellen anders" steevast gebruikt om te verbergen dat ons land het wat betreft het aantal coronadoden heel wat slechter deed dan het grootste deel van de wereld, maar blijkbaar tellen we niet alleen onze doden anders, we tellen ook onze gevaccineerden anders dan andere landen. Mochten we onze gevaccineerden tellen zoals de andere landen, dan zou al snel blijken dat we per 100 inwoners een kwart minder gevaccineerden tellen dan we nu laten uitschijnen.

 

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, telt het federale niveau blijkbaar anders dan het regionale niveau. Volgens het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid waren er vorige week woensdag ongeveer 31.500 gevaccineerden, terwijl het federaal coronacommissariaat zegt dat het er maar 15.093 zijn.

 

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is mij een raadsel waar uw toch geroemde eenduidige en eenvormige communicatie naartoe is. Ik wil van u dan ook die beloofde duidelijke en eenvormige communicatie krijgen inzake de beloofde overzichtelijke coronateller. Hebt u daarover ondertussen al contact gehad met uw regionale collega's en welke stappen hebt u gezet om die coronateller te bekomen?

 

Waarom is het niet mogelijk om op basis van dezelfde gegevens te werken en op basis daarvan dezelfde cijfers aan de bevolking mee te delen? Hoe moeilijk kan dat zijn?

 

02.09  Kathleen Depoorter (N-VA): Mevrouw de voorzitster, heren ministers, het is nogal wat, de covidvaccinsaga. Ik herinner mij dat ik die hier aankondigde. U was toen kwaad. Vandaag ben ik een beetje kwaad.

 

Ik heb op 7 januari in deze plenaire vergadering gevraagd hoe het zat met de proportionaliteit van de levering, inzake de hoeveelheden en de timing. Op dat moment hebt u mij niet geantwoord, geen van beiden. U was bezig een flater van jewelste te proberen oplossen. U had een bestelbon vergeten ondertekenen.

 

In de week daarna heb ik in de commissie nog eens specifiek gevraagd: hoe zit het met de proportionaliteit van de levering inzake tijd en hoeveelheid? Ook daar kwam geen antwoord op. U hebt uw flater niet genoemd. Vindt u nu echt dat de mensen thuis en het Parlement niet op de hoogte moeten zijn van zo'n belangrijk gegeven?

 

Ik zal er vandaag nog eens naar vragen. Ik wil heel graag een specifiek antwoord krijgen. Wat is er gebeurd? Hoe hebt u het zogenaamd kunnen rechtzetten? En hoe kan u mij duiden dat er geen verschil zal zijn inzake de proportionaliteit, de tijd en de hoeveelheid? Wie acht u verantwoordelijk voor deze flater? Kunt u mij dat exact uitleggen?

 

Inzake de proportionaliteit heb ik u al een paar keer gevraagd hoe het komt dat Nederland meer dosissen per inwoner heeft ontvangen in de eerste drie weken van de vaccinatiestrategie?

 

Tot slot, deze week is er nog een probleem opgedoken: haalt men vijf dosissen of zes dosissen uit een flacon? U bent deze week te weten gekomen dat u in plaats van flacons dosissen hebt gekocht. Nochtans had u een zesde dosis meegenomen in uw versnelde vaccinatiestrategie. Van andere landen hoor ik dat niet. Was het een inschattingsfout? Of was het naïviteit?

 

02.10  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, hebt u de teleurstelling gelezen op het gezicht van de verpleegkundige, toen ze uiteindelijk te weten kwam dat ze deze week geen vaccin zal krijgen? Hebt u de ontgoocheling gezien? Onze helden van de zorg, na maanden in de frontlinie, zouden eindelijk hun prik krijgen, maar dan gebeurt dit.

 

Dat komt enerzijds door de winsthonger van Big Pharma en anderzijds door het geklungel van de regering. Een tijdje geleden vernamen wij dat er zes in plaats van vijf dosissen uit een flesje met het Pfizervaccin konden worden gehaald, wat als goed nieuws werd aangekondigd. Mijnheer De Croo, u noemde dat een gamechanger. Mijnheer Vandenbroucke, volgens u was het rijk der vrijheid versneld in aantocht.

 

Dat was echter gerekend buiten de winsthonger van de aandeelhouders van Pfizer. Zij hebben het contract, en vooral de kleine lettertjes, nog eens nagelezen. Daaruit blijkt dat wij dosissen gekocht hebben, niet flacons of flesjes. In de komende jaren krijgen de aandeelhouders dankzij het vaccin zowat 30 miljard euro binnen, maar waarom zouden ze daar niet nog 20 % bijdoen? Daar zijn zij voor gegaan.

 

Heren ministers, ik vraag mij af of u dat contract niet hebt gelezen. Hoe komt het dat u dat niet wist?

 

Nu blijkt dat wij uit dezelfde Pfizerflacon zes dosissen in plaats van vijf kunnen halen, vindt u het normaal dat Pfizer daarop beslist om minder flacons te leveren en bijgevolg om meer winst te maken? Ik vind dat niet normaal. Ik vind dat Pfizer de aantallen flacons vastgelegd in het contract, dient te leveren. Dat is dat bedrijf ons verschuldigd.

 

Mijnheer Vandenbroucke, de jongste dagen heb ik u niet vaak kunnen spreken, maar u reageert met bewoordingen als "het is gewoon zo". Sorry, maar eigenlijk is dat helemaal niet gewoon, het is niet normaal, het is farmabanditisme.

 

Mijnheer de minister, zult u eisen dat het aantal beloofde flesjes effectief wordt geleverd? Overweegt u, zoals Italië, om juridische stappen te zetten?

 

De voorzitster: Mijnheer de eerste minister, u krijgt het woord voor vijf minuten. Mijnheer de minister Vandenbroucke, u krijgt vervolgens ook vijf minuten.

 

02.11 Eerste minister Alexander De Croo: Collega's, de voorbije weken was er heel wat informatie over de vaccinatie Soms was er positief nieuws, soms minder positief nieuws. Ik zal de vragen over de vaccinatie beantwoorden samen met de minister van Volksgezondheid, die vooral meer in detail zal antwoorden op een aantal vragen over de cijfers.

 

Ik moet wel duidelijk zijn: de communicatie tussen de producenten en de lidstaten gebeurt via de Europese Commissie, die dan de informatie communiceert met de instanties in de verschillende lidstaten. Bij ons gaat dat over het FAGG.

 

De eerste boodschap die ik wil meegeven, is dat we dramatisering en paniekzaaierij moeten vermijden. Ja, bepaalde producenten hebben aangekondigd een stuk minder te leveren, maar zij hebben ook meegedeeld waarom dat nodig is. Dat is nodig, omdat de hoeveelheden die geproduceerd zullen worden in de komende maanden en de rest van het jaar, significant hoger zullen zijn. Initieel sprak Pfizer over 300 miljoen dosissen, nu gaat het over 600 miljoen dosissen in 2021. Dat is een significante verhoging. Ondertussen hebt u ongetwijfeld begrepen dat de productie van een vaccin een bijzonder complex proces is. Die productie opschalen tot verdubbelen, doet men niet zomaar zonder dat dat enige impact heeft.

 

Als we weten hoe noodzakelijk samenwerking tussen de private sector en de overheden in de komende maanden noodzakelijk is om die marathon tot een goed einde te kunnen brengen, is het laatste wat wij nu moeten doen, wel met getrokken messen tegenover elkaar staan. Ja, het is logisch dat een overheid duidelijkheid wil. Het is logisch dat, als er onvoldoende transparantie is, wij om transparantie vragen, maar wij zullen hier enkel uit geraken, als wij samenwerken en bekijken op welke manier wij het proces zo efficiënt mogelijk kunnen laten verlopen. Ik ben er niet van overtuigd dat de opstart van een juridische strijd vandaag de oplossing zou zijn, waardoor alles veel vlotter zou verlopen. Er moeten transparantie en duidelijkheid zijn, er moet rekenschap worden gegeven van de ene ten opzichte van de andere, maar ik ben niet overtuigd dat de oplossing is om nu met getrokken messen tegenover elkaar te staan.

 

En effet, j'entends beaucoup de gens parler de rapidité: les choses doivent se passer plus rapidement! Mais j'ai aussi entendu parler de prudence. Je vous donne un exemple qui illustre l'intérêt de la prudence. Quand on injecte une première dose de vaccin à une personne, on sait qu'entre la troisième et la sixième semaine, il faudra lui administrer la seconde dose. Être prudent, c'est garder un certain stock de sécurité pour avoir la certitude que cette personne, qui a eu la chance d'être vaccinée une première fois, soit certaine de bénéficier de la seconde dose de vaccin dans les délais impartis. Il ne faudrait pas en arriver à lui dire qu'il y a des changements dans la production et qu'on manque de stocks. Oui, en Belgique, les Régions ont fait le choix de la prudence afin de garantir la seconde étape de la vaccination.

 

Zoals ik echter al vaak heb gezegd, het is niet omdat wij voorzichtig en zorgvuldig zijn, dat we ook niet snel kunnen zijn. We hebben heel vaak met de deelstaten gesproken over de manier waarop de federale overheid en de deelstaten de zaken beter op elkaar te kunnen afstemmen opdat er voldoende snel kan worden gevaccineerd.

 

Il y a eu des questions au sujet de la situation épidémiologique et du Comité de concertation à venir, dont un des points à l'agenda est l'analyse de la situation.

 

Enkele sprekers hebben het over de cijfers gehad. Ik wil dan wel de aandacht leiden naar één cijfer, namelijk de epidemiologische situatie in dewelke wij ons al wekenlang bevinden. Volgens de recentste cijfers van het ECDC staan twee landen er epidemiologisch beter voor staan dan wij, namelijk Bulgarije en Finland. België is een internationaal knooppunt, maar we slagen er al wekenlang in om de cijfers zo laag te houden. Dat is de verdienste van ons allemaal. De regels zijn duidelijk en stabiel, wat er ook voor zorgt dat de omstandigheden waarin wij ons leven organiseren en waarin wij de verdeling van de vaccins organiseren stabiel zijn.

 

Il est clair que les voyages et certainement les voyages de loisirs représentent un certain risque. C'est la raison pour laquelle je défendrai le point de vue de la Belgique au Conseil européen de ce soir. Je me suis également concerté avec d'autres pays et je constate que de plus en plus d'entre eux vont dans notre sens. Je vais plaider, non pas pour la fermeture des frontières car le trafic transfrontalier doit continuer, mais pour la nécessité de faire la différence entre le trafic essentiel et les voyages touristiques non essentiels.

 

We hebben de mensen met kerstmis met aandrang maar zeer vriendelijk gevraagd om niet te reizen. Zeer velen hebben zich daaraan gehouden maar 160.000 anderen hebben dat niet gedaan. We hebben de voorbije weken gemerkt dat mensen die reizen het virus in hun bagage meebrengen naar hier en dat risico kunnen wij niet meer lopen. We zullen er alles aan doen om de gunstige positie waarin wij ons bevinden te kunnen behouden.

 

Ik kom aan de internationale reizen. Mochten wij in het Overlegcomité tot de conclusie komen om reizen met een toeristisch doel tijdelijk stil te leggen, wil ik toch nog de aandacht vestigen op wat er in ons land gebeurt. Als we reizen verbieden, dan betekent dat niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten wat betreft het volgen van de regels hier. Zo zal het bijvoorbeeld een absolute prioriteit zijn om de regels op het gebied van telewerk te blijven respecteren. Wij weten immers dat er besmettingen plaatsvinden in de professionele en de private omgeving. De regels respecteren om zo weinig mogelijk met elkaar in contact te komen, blijft nog altijd de beste verdediging tegen om het even welke variant van het virus. Minister Dermagne heeft de controles de voorbije weken zeer fors opgedreven en hierbij werden meer dan 1.200 ondernemingen gecontroleerd. De overgrote meerderheid bleek daarbij de regels te volgen.

 

Collega's, dit zijn turbulente tijden en elke week komen er nieuwe elementen naar boven. Elke week zijn er weer problemen die opgelost moeten worden. We zullen die echter niet oplossen door met getrokken messen tegenover elkaar te staan of door bepaalde feiten op te blazen en paniek te zaaien. We raken hier uit door samen te werken, rustig te blijven en te bekijken hoe we de problemen kunnen oplossen. Ik ga ervan uit dat dit ook de instelling is in deze zaal.

 

02.12 Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw de voorzitster, ik zal beginnen bij de feiten om te eindigen bij een verhaal van hoop, en vervolgens zeer begrijpelijke teleurstelling en frustratie, wat opnieuw een verhaal van hoop moet zijn.

 

Om te beginnen de feiten. België loopt geen enkel vaccin mis. In december heeft het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, het FAGG, niet snel genoeg kenbaar gemaakt in de Europese vergaderingen dat wij wensten in te tekenen op een bijkomende schijf van Pfizer. Dat was een fout. Dit wordt geëvalueerd en blijft niet zonder gevolg. Wij hebben meteen, eind december, ook laten weten dat wij wel volledig mee wilden op de Europese trein. Wij zijn in die onderhandelingen ook geslaagd. Dat was volledig normaal.

 

Mevrouw Depoorter, toen u mij op 7 januari vroeg of België zijn faire aandeel zou hebben, heb ik bevestigend geantwoord. Wij lopen geen enkel vaccin mis, niet in de hoeveelheid en niet in de snelheid. Ik heb u op 7 januari gezegd dat dat onze inzet was en ik ben dat blijven zeggen.

 

Wat betekent dat? In de ziekenhuizen die de hubs zijn voor de verdeling zijn tot op vandaag 285.775 dosissen toegekomen. Een deel ervan is daar al weg. Sinds begin deze week is er een extra levering onderweg van 86.580 dosissen. Die zal waarschijnlijk grotendeels toegekomen zijn.

 

Samen betekent het dat wat beschikbaar is gekomen tot op vandaag, met inbegrip van wat onderweg is van Pfizer naar de hubs, 372.355 dosissen bedraagt.

 

Gisterenavond zijn volgens de officiële telling, die u kan volgen op de website van Sciensano, meer dan 142.000 mensen geregistreerd als gevaccineerd.

 

U zult opwerpen dat er dus nog heel veel dosissen in de diepvries zitten. Dat klopt. Wij zijn ook heel voorzichtig gestart. De taskforce legt ons uit, naar mijn mening correct, dat er ongeveer geen dode stock meer is. Er zitten in de diepvries geen dosissen meer die niet geprogrammeerd zijn om te worden geleverd. U zult dan opmerken dat er wel een enorme programmatie in de diepvries ligt. Dat klopt natuurlijk, omdat wij volgende week beginnen met de tweede prik. Volgende week moet het feitelijk prikken van mensen enorm accelereren, omdat wij de tweede prik moeten zetten.

 

Wij bevinden ons dus in een situatie waarbij er volgens de taskforce op onze vraag ongeveer geen dode stock meer is, wat een belangrijk gegeven is.

 

Inzake het aantal gevaccineerden zitten wij daarmee helemaal in het Europese peloton. U mag dat nakijken.

 

Dat betekent inderdaad dat als er een wijziging optreedt in de leveringen, omwille van voorzichtigheid en omdat er bijna geen dode stock is, meteen moet worden bekeken wat er geprogrammeerd wordt. Wij hebben aan de taskforce gevraagd flexibel en wendbaar te zijn.

 

Collega's, het is van twee dingen één. U moet kiezen wat u wil. Het is van twee dingen één. Ofwel zegt u, met ons, geen dode stock, vaccineren wat toekomt en beschikbaar is, waardoor er altijd onzekerheden in het programma zullen zijn. Dat hangt immers af van de leveringen. Wij zullen dan niet met grote zekerheid op voorhand kunnen aangeven wie precies wanneer wordt gevaccineerd. Dat is de eerste positie.

 

De tweede positie is dat u dat laat vallen en zegt dat we weken en maanden op voorhand moeten vastleggen wanneer mensen worden gevaccineerd. In dat geval zullen we een grote dode stock aanleggen en dan zullen we daarop van u tonnen kritiek krijgen.

 

U moet weten wat u wilt. Als we zeggen flexibel, wendbaar, geen dode stock, dan moet de programmatie voortdurend worden herzien. Waar zit de frustratie, ook bij ons? De frustratie zit daar dat de communicatie van Pfizer inderdaad heel moeilijk is geweest, waardoor zelfs een beperkte wijziging aanleiding geeft tot herzieningen en veel frustratie en teleurstelling in een aantal ziekenhuizen. Dat is uitermate begrijpelijk.

 

U hebt mij geciteerd uit de commissievergadering van 8 januari, namelijk dat de vrijheid in zicht is. Ik blijf daarbij. Dat is zo. Kijk naar het programma dat we toen hebben voorgelegd, en dat is de laatste keer dat ik daarover iets officieel heb gecommuniceerd. Het ziekenhuispersoneel werd in dat programma eind januari gevaccineerd en iedereen vond dat heel goed.

 

We hebben ook gezegd "vaccineren, vaccineren, vaccineren" en de taskforce en de collega's in de gemeenschappen en de gewesten hebben dat gedaan. Ze hebben nog versneld en nu moeten ze een beetje afremmen, maar desalniettemin wordt het ziekenhuispersoneel nu reeds gevaccineerd en is er frustratie bij het personeel in die enkele ziekenhuizen, personeel dat niet heeft gekregen wat het deze week had verwacht. Dat is heel spijtig en hard, maar dit zijn wel de feiten en ik zou graag hebben dat men bij de feiten blijft.

 

U had het over Italië. Italië overweegt inderdaad een juridische procedure omdat het er niet in slaagt de tweede prik te zetten. Dat zal niet onze situatie zijn.

 

Over het aantal dosissen in de flacons valt juridisch niet te procederen. Dat is helaas door het Europese Geneesmiddelenagentschap zo afgeklopt in de bijsluiter. U kunt dat betreuren, maar wat we daarvan ook vinden, daarover valt juridisch niet te procederen.

 

Over de naalden en de spuiten hebt u gelijk, mevrouw Depoorter. U kent het goed. Ik heb in alle transparantie gezegd in de commissie dat wij een probleem hadden. Natuurlijk moest ik dat zeggen. Ik heb het dan ook gezegd. Ik heb niet geaarzeld.

 

Wij hebben ondertussen een bijkomende bestelling van 6 miljoen geplaatst tegen begin februari, waardoor de kloof gedicht wordt. Als wij die leveringen krijgen, hebben wij wat naalden en spuiten betreft geen probleem.

 

De vrijwilligers, mijnheer De Caluwé, zijn geprogrammeerd voor de woon-zorgcentra. Wat de andere collectieve instellingen betreft, kan ik vandaag niets zeggen omdat de taskforce daar nog geen beslissing over genomen heeft.

 

Ik besluit. Wij zijn aan het vaccineren. Wij zijn op snelheid gekomen, en omdat wij op snelheid gekomen zijn, zijn wij ook gevoelig aan het leveringsritme.

 

U moet weten welke kritiek u wil uiten. U mag de kritiek uiten dat er onvoorspelbaarheid is omdat wij inderdaad geen dode stock willen. Of u mag de kritiek uiten dat wij geen dode stock willen en dat er daardoor onvoorspelbaarheid is. U moet echt weten welke kritiek u wil uiten.

 

Is het intussen een moeilijk verhaal voor de mensen op het terrein? Zeker wel. Is het triestig? Ja, het is triestig voor wie verwachtte dat de bevrijding voor vandaag was en toch moet wachten. Ja, dat is erg.

 

Maar wij zullen dit samen waarmaken. Dat is ons engagement, in zeer goede en nauwe samenwerking met de collega's in de deelstaten. Wij zullen ons land intussen ook beveiligen tegen de import van virussen uit het buitenland. Dat is onze verdomde plicht tegenover onze eigen inwoners die de regels en de maatregelen volgen.

 

Wij zullen dat inderdaad doen, mevrouw Depraetere. Daarvoor mag u op ons rekenen.

 

02.13  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, permettez-moi tout d'abord un petit point sur les voyages. Vous parlez toujours des congés de carnaval. Or, les étudiants de l'enseignement supérieur terminent leur session. Par conséquent, ils seront en congé dès ce vendredi. Pour cette raison, je voudrais vous inciter à préciser votre message relatif aux voyages, notamment à l'intention de ces étudiants.

 

Pourquoi suis-je en train de m'agiter tellement en vous demandant de mettre le turbo sur la vaccination? La raison est la suivante: non, monsieur le ministre, nous ne figurons pas dans le peloton de tête européen. La Belgique est capable de faire beaucoup mieux. De nombreux autres pays vaccinent beaucoup plus vite, en disposant pourtant des mêmes quantités de vaccin que nous.

 

Et puis, c'est la vaccination qui va nous permettre de protéger les personnes les plus fragiles avant que les virus mutants ne prennent le dessus. Vacciner plus vite équivaut évidemment à sauver des vies. De même, cette action offrira des perspectives claires de déconfinement aux jeunes et aux aînés. Cela doit rester notre objectif commun. J'espère, dès lors, que les lignes vont bouger en ce domaine!

 

De voorzitster: Collega's, de heer De Roover maakt terecht een opmerking over het voeren van gesprekken. Ik hoor op dit moment ten minste twee gesprekken. Ik vraag u om een beetje stilte, alstublieft.

 

02.14  Melissa Depraetere (sp.a): Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het klopt dat wij vandaag geen paniek hoeven te zaaien, want op het einde van de rit, als de productie wordt opgedreven, zal het misschien niet zo'n groot verschil maken. Wij moeten echter ook begrip opbrengen voor de ontgoocheling die leeft. Ook ik heb die duidelijk gehoord. Wij, en zeker risicopatiënten en werknemers van de zorg en andere sectoren die reeds maandenlang in de frontlinie staan, hopen allemaal dat het nog sneller kan gaan. Ook al gaat het zo snel als mogelijk, de hoop op een grotere snelheid zal altijd bestaan. Ik vind dat wij in dat opzicht toch een beetje menselijkheid mogen verwachten van de grote farmabedrijven die duidelijk winst vooropzetten. Een beetje menselijkheid is het minste wat we kunnen verwachten.

 

Mijnheer de premier, u zegt dat wij het in vergelijking met andere landen zeker niet slecht doen, wat zeker klopt, maar voor de mensen die in de frontlinie staan, duurt het natuurlijk al wel heel lang. In het najaar hebben wij gelukkig enkele maatregelen genomen, maar ook dat is alweer enkele maanden geleden. Wij vragen eigenlijk heel veel. Ik ben dan ook blij met het duidelijk antwoord op mijn oproep om inzake niet-essentiële reizen enkele duidelijke maatregelen te nemen. Ik hoop dat het niet blijft bij een pleidooi vanavond, maar dat het ook wordt uitgevoerd.

 

02.15  Barbara Creemers (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, u zegt dat het geen zin heeft om met getrokken zwaarden tegenover mekaar te staan. U pleit voor een constructieve samenwerking met rekenschap ten opzichte van elkaar. Wij hebben nu echter het gevoel dat Pfizer ons die niet geeft. Ik vind dat wij mogen verwachten dat wij de dosissen krijgen die we besteld hebben. Pfizer geniet immers een fiscaal gunstregime en heeft ook al miljarden euro's van de Europese Unie gekregen voor het onderzoek.

 

Mijnheer de premier, ik meen dat u op een vriendelijke manier op uw strepen kunt staan en ik verwacht dan ook dat de communicatie via Europa verloopt en dat u vanavond met uw Europese collega's een Europese reactie voorbereidt.

 

Ik geloof u als u zegt nu even te moeten vertragen om daarna te versnellen. De klok tikt echter. Op dit moment worden nog steeds 48 overlijdens per dag gemeld, nog steeds veel te veel. Net doordat wij zo snel geschakeld hebben in deze crisis, staan wij goed op het huidig punt. Ik begrijp ten volle dat de meest recente berichten ontmoedigend zijn. Wij hebben nood aan meer hoopvolle berichten.

 

02.16  Barbara Pas (VB): Mijnheer de eerste minister, u maakt er een gewoonte van om op mijn vragen niet te antwoorden. In tegenstelling tot minister Vandenbroucke, die wel de fout van het FAGG toegaf, heb ik u geen woord horen zeggen over de flater waardoor we een bestelling van 2,5 miljoen vaccins hebben misgelopen. Ik kreeg geen antwoord op mijn vraag naar de verantwoordelijkheid.

 

U zegt dat u blij bent met de epidemiologische cijfers. Daar mag u de bevolking dan wel heel dankbaar voor zijn. Helaas zijn het aantal coronadoden en het aantal gevaccineerden heel wat minder reden tot vreugde. 1,1 % gevaccineerden, ruim drie weken nadat Jos uit Puurs als eerste zijn vaccinatie kreeg, dat is een bijzonder, bijzonder bedroevend resultaat. Ik ben niet gerustgesteld wat verbetering betreft. Ik vraag mij af wat de volgende stap zal zijn, want er komen elke week flaters bij. Ik hoop dat we, in navolging van de oproep dat iedereen zijn mondmasker moest naaien, geen oproep zullen krijgen om een eigen spuit te knutselen en die mee te brengen naar de vaccinatiecentra.

 

02.17  François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Monsieur le premier ministre, en général, j'admire votre talent de flegme et de calme. Mais, ces temps-ci, votre calme m'inquiète. La semaine dernière, s'agissant des voyages, nous avions eu la même conversation. Vous expliquiez que "déconseiller les voyages" était tout de même un message clair et je vous avais répondu qu'à mon avis, cela n'allait plus l'être. Depuis lors, vous évoluez sur cette question mais cela fait déjà sept jours et on sait qu'en sept jours, ce virus fait beaucoup de dégâts.

 

Quant aux doses qui passent de cinq à six, sans réaction réelle, malgré que Pfizer nous mette devant le fait accompli, je ne demande pas qu'on aille en justice. Il y avait des tas d'autres choses à faire. Mme von der Leyen, devant le problème de diminution, a pris son téléphone pour appeler le PDG de Pfizer. Je trouve qu'on est face à un état de fait d'une entreprise privée qui ne prend pas en compte sa responsabilité sociétale, qui mériterait de votre part à tout le moins un peu plus d'indignation.

 

02.18  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de eerste minister, u bent stilaan de comical ali van de coronaoorlog. Iedere week zegt u hier dat België de beste van de klas is en dat wij epidemiologisch op een van de beste plaatsen staan in Europa. Wij zijn nochtans wereldkampioen in het aantal coronadoden per aantal inwoners, de oversterfte meegerekend. Wij zijn wereldkampioen, met dat beleid waar u al zo'n 11 maanden van nabij bij betrokken bent.

 

Minister Vandenbroucke, u zegt dat overstock, dode stock, niet nodig zou zijn. Het zijn uw virologen, epidemiologen en taskforce, die een aantal weken geleden hebben gezegd dat het niet nodig zou zijn om vaccins op te sparen voor de tweede inenting, aangezien de voorraden die geleverd zouden worden door Pfizer, voldoende zouden zijn voor de tweede inenting. Dat was echter mijn vraag niet. Ik vroeg waarom er in bepaalde rusthuizen nog altijd geen eerste inenting is gebeurd. Ik vind het trouwens totaal verkeerd dat u wijst naar de producent om de eigen incompetentie te maskeren. Dat doet u, want er zitten 185.000 dosissen in de diepvries, terwijl er dagelijks mensen sterven.

 

02.19  Robby De Caluwé (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, ik onthoud een aantal dingen uit uw beider boodschap.

 

Ten eerste, u wees erop dat de overheid moet samenwerken met de private sector. Dat heeft ook geloond, want wie had zes maanden geleden al durven te denken dat wij vandaag al aan het vaccineren zouden zijn? Ik herinner mij de uitspraken dat dat wellicht niet voor maart 2021 zou kunnen. Wij zijn dus voor op het schema.

 

Ten tweede, het is terecht dat er een zekere voorzichtigheid aan de dag wordt gelegd en dat er een voorraad wordt gehouden om de tweede vaccinatie te kunnen doen. U haalde het voorbeeld van Italië aan dat een hogere vaccinatiegraad dan België haalt, maar waar men nu problemen heeft om de tweede vaccinatie te kunnen zetten.

 

Ten derde, wij moeten stoppen met paniek zaaien. De bevolking geraakt erdoor in de war. Heel wat cijfers zijn niet goed, maar andere cijfers zijn dan weer wel goed. De epidemiologische situatie in ons land is positief. Ook op het vlak van de vaccinaties – want er wordt hier gegoocheld met cijfers – zitten wij in het peloton van Europa met een cijfer van 1,09 %, zoals u aanhaalde, mijnheer de minister. Landen als Nederland hebben 0,58 % van de bevolking een eerste vaccin toegekend.

 

02.20  Steven Creyelman (VB): Mijnheer de premier, mijnheer de minister, ik weet niet of u beiden fan bent van de familie Planckaert, maar uw antwoord deed mij wat denken aan een uitspraak van hen: "Wij zijn goed bezig, ook al zeggen ze van niet." Dat was, kort samengevat, uw antwoord. Of dat een duidelijk en eenduidig antwoord was, is een andere vraag. Nochtans is die vorm van eenduidige, eenvoudige en heel straigthforward antwoorden één van de stokpaardjes van uw regering.

 

Ik herinner mij bijvoorbeeld dat sommige leden van deze meerderheid, niet het minst bij de fractie van Groen, de voormalige minister van Volksgezondheid, dierbare collega De Block, nogal zwaar onder vuur namen en haar verweten dat haar informatie en communicatie onvolledig en soms zelfs onjuist zou zijn geweest. Deze regering is in hetzelfde bedje ziek, laten we eerlijk zijn. Wat we nu zien is geen kwestie meer van anders tellen of een beetje anders berekenen, het is gewoon goochelen met cijfers. Goochelen met cijfers om de realiteit te verbloemen, goochelen met cijfers om de waarheid een beetje te verbergen en, vooral, goochelen met cijfers om te verbergen dat u faalt in de aanpak van deze crisis.

 

02.21  Kathleen Depoorter (N-VA): Heren, u vergeet iets essentieels in uw discours, in uw goed nieuws: elk vaccin dat er niet is, kan een leven kosten, kan meerdere levens kosten. De teller staat op 20.000. U heeft mij geen feiten gegeven over de 60.000 vaccins die Nederland meer heeft gekregen de eerste drie weken. U heeft niet kunnen weerleggen dat er geen verschil in levertijd was. U geeft maar halve antwoorden. Uw flater doet u af als een fait divers: het is niet zo belangrijk.

 

U vergeet een contract niet alleen te lezen, maar u vergeet het ook te tekenen. Stel u voor! Waar is uw respect voor de mensen van de zorg? In maart hadden ze geen mondmaskers. Dan hebt u vergeten te zeggen dat ze verdwenen waren. Vandaag vergeet u een contract te tekenen, dat van levensbelang is voor al die mensen die wachten op het vaccin, die vooruit willen en die naar het rijk van de vrijheid terugwillen, zoals u dat bepleit.

 

02.22  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u hebt het over versnellen en vertragen, maar u hebt de verpleegkundigen wel gezegd dat ze hun spuit deze week zouden krijgen. Dat is echter niet gebeurd en ik meen dat u de teleurstelling op het terrein onderschat.

 

U hebt naar de oppositie gewezen, maar wij hebben de planning niet opgesteld, dat hebt u gedaan. U zei dat wij onze kritiek moeten kiezen en ik zal hier heel duidelijk zijn, ik klaag de winsthonger van Big Pharma aan en het feit dat wij de speelbal zijn van hun leveringen. U zegt dat het is wat is, u wordt bedrogen maar we mogen zeker niet met getrokken messen tegenover elkaar staan. Het gaat zelfs zo ver dat u voor elke geïnjecteerde dosis er een in de diepvries houdt. Bent u dan helemaal niet zeker van de volgende leveringen? Dat is toch ongelooflijk.

 

We moeten ons vragen stellen over het belang van gezondheid en dat van winst in deze maatschappij. Is het normaal dat wij afhangen van die firma's om uit de pandemie te raken, niet alleen hier maar in de hele wereld? Moeten wij ons geen vragen gaan stellen over de patentwetgeving en de prijszetting van Big Pharma? Dat is het echte debat dat we hier moeten voeren.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

03 Question de Marc Goblet à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Le statut des travailleurs des plateformes collaboratives" (55001268P)

03 Vraag van Marc Goblet aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het statuut van de werknemers van de deeleconomieplatformen" (55001268P)

 

03.01  Marc Goblet (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, la révolution internet et la numérisation ont donné naissance à une multitude d'activités et de nouveaux métiers. Les plates-formes numériques sont des intermédiaires qui mettent en relation, via des outils numériques (téléphone, tablette, ordinateur) et grâce à internet, des prestataires et des utilisateurs. En 2018, la Belgique comptait 33 plates-formes agréées. En 2020, il y en a 68, soit une augmentation de 200 %.

 

Leur développement extrêmement rapide semble avoir quelque peu pris de court le législateur. La précarité guette ces collaborateurs faux indépendants à double titre. Ils cumulent de faibles revenus et une protection sociale faible. De plus, ce statut constitue une source de concurrence déloyale et de dumping social dans les secteurs concernés.

 

La loi-programme du 1er juillet 2016 sur l'économie collaborative ne règle que partiellement la question du statut. Elle n'assure en rien le respect des conditions de travail et le recours à de faux indépendants. Certaines plates-formes numériques se définissent uniquement comme des intermédiaires et non comme des employeurs. Un chauffeur Uber n'est pas un travailleur indépendant selon le SPF Sécurité sociale. Les conditions de travail et les règles imposées par la société Uber sont incompatibles avec la qualification de relation de travail indépendante, estime la Commission administrative de règlement de la relation de travail du SPF Sécurité sociale, dans un avis récent.

 

Monsieur le ministre, quelles initiatives comptez-vous prendre pour tenir compte de l'avis du SPF Sécurité sociale et donner aux travailleurs des plates-formes un statut avec une qualification conforme à la relation de travail?

 

03.02  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Monsieur le député, je vous remercie pour votre question. Comme vous le savez, le gouvernement a décidé d'accorder une attention particulière à ces travailleurs et travailleuses de ce qu'on appelle l'économie de plate-forme, afin de pouvoir leur offrir et leur garantir de bonnes conditions de travail et une meilleure protection sociale. Pour moi, ce n'est pas accessoire mais bien une question essentielle. Je pense que nous ne pouvons pas croiser quotidiennement ces travailleurs et travailleuses sur nos routes ou à notre porte en fermant les yeux sur la précarité qui est la leur. Leur travail et leurs revenus sont précaires. Nous ne pouvons pas davantage fermer les yeux sur la concurrence déloyale que cette forme de travail entraîne à l'égard de nos entreprises, de nos entrepreneurs et de nos indépendants, et vous l'avez évoqué.

 

Comme vous l'avez dit également, la Commission administrative de règlement de la relation de travail (CRT), a conclu en effet que cette relation de travail était incompatible avec la qualification et le statut d'indépendant. Il en résulte que le travailleur ou la travailleuse doit bénéficier d'un véritable contrat de travail. Cette décision est conforme à la décision déjà rendue par la Commission en 2018, décision qui, comme vous le savez, a fait l'objet d'un recours. Ce recours, pour l'instant, n'a pas encore été définitivement tranché et est toujours pendant.

 

Je pense, comme vous l'avez évoqué, que ce cas particulier et la décision prise renforcent la nécessité d'évoluer et d'adapter la loi sur les relations de travail pour mieux lutter contre ces phénomènes des faux indépendants, qui sont à la fois une source de précarité et une source de concurrence déloyale pour nos vrais indépendants et pour nos entreprises. Je soumettrai donc tout prochainement au Conseil central de l'économie certaines propositions et cette question, afin que les partenaires sociaux puissent formuler des propositions concrètes sur ce thème.

 

Je suis également particulièrement attentif à ce qui se passe à l'étranger et il ne vous aura pas échappé qu'en Californie même, terre d'accueil et berceau de cette nouvelle forme d'économie, une loi a récemment été ratifiée pour donner un statut de salarié aux chauffeurs de l'économie de plate-forme.

 

03.03  Marc Goblet (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Uber démontre à quel point nous nous trouvons face à un capitalisme débridé, qui ne se refuse aucune des exploitations possibles des travailleurs. Dès lors, il importe de légiférer. Si l'on est reconnu comme indépendant - autrement dit que l'on n'est pas tenu par un lien de subordination -, on fixe soi-même sa rémunération, on peut travailler sans être soumis à la direction d'une entreprise et on peut exercer d'autres activités dans le même secteur. À défaut de ce statut, on doit être considéré en qualité de travailleur salarié, avec toutes les conditions de travail et de salaire qui s'y rapportent.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Questions jointes de

- Sophie Thémont à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les suppressions d'emplois chez FedEx" (55001269P)

- Catherine Fonck à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "L'annonce de la restructuration et des pertes d'emplois chez FedEx" (55001273P)

- Raoul Hedebouw à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les suppressions d'emplois chez FedEx" (55001275P)

04 Samengevoegde vragen van

- Sophie Thémont aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het schrappen van banen bij FedEx" (55001269P)

- Catherine Fonck aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De aangekondigde herstructurering en het daaruit voortvloeiende banenverlies bij FedEx" (55001273P)

- Raoul Hedebouw aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het schrappen van banen bij FedEx" (55001275P)

 

04.01  Sophie Thémont (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, chers collègues, c'est l'incompréhension et la colère. C'est vraiment avec la boule au ventre que je pense aujourd'hui à ces travailleurs et travailleuses de chez FedEx qui, demain, verront leur emploi supprimé, qui verront 700 de leurs collègues se retrouver sans emploi.

 

C'est inadmissible, monsieur le ministre! Le secteur du fret est un des rares secteurs aujourd'hui qui n'a pas été cloué par le covid. C'est un secteur en croissance. Comment voulez-vous aujourd'hui expliquer à ces femmes et ces hommes ce qui leur arrive à Liège avec un aéroport qui n'a pas cessé de tourner? Dois-je rappeler ici, chers collègues, que l'aéroport de Liège a été le hub européen pour l'arrivée des masques? Dois-je vous rappeler l'explosion du commerce en ligne?

 

FedEx, ce géant américain qui, boosté par l'augmentation du transport de marchandises pendant le confinement, a réalisé des bénéfices exceptionnels, 1,28 milliard d'euros, et qui, pour devenir encore plus grand, a intégré TNT décide, aujourd'hui, violemment et cyniquement de supprimer 7 000 emplois en Europe et 700 emplois chez nous à Liège. Et cerise sur le gâteau, pour celles et ceux qui restent, on leur annonce qu'ils pourront soit accepter la flexibilité, soit travailler à temps partiel.

 

Monsieur le ministre, ce matin, j'étais aussi à Liège. Je pense vraiment que nous devons ici réagir et être aux côtés des travailleurs. Il faut empêcher ce scénario catastrophe. Avec le gouvernement wallon, vous avez réagi immédiatement. Vous avez rencontré les travailleurs et la direction a été convoquée.

 

Monsieur le ministre, mes questions sont simples. Où en sont ces contacts? Quel est le devenir des travailleurs de FedEx?

 

04.02  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, monsieur le ministre, on vient de le dire: FedEx: 660 emplois, Solvay: 110 emplois, Bosch: 400 emplois, AGC Glass Europe:50 emplois, L'Oréal: 125 emplois, Duvivier: 32 emplois. En une semaine, c'est la perte annoncée de plus de 1000 emplois.

 

Certes, c'est d'abord et avant tout autant de drames qui se jouent pour chacun de ces travailleurs concernés et pour leur famille. La situation est très difficile, on le sait, dans le cadre de la crise sanitaire pour des entreprises, pour de très nombreux indépendants aussi.

 

Mais permettez-moi quand même de m'arrêter plus particulièrement sur l'annonce de FedEx; parce que cette annonce est surprenante. A priori, ce secteur n'est pas affecté, ou ne semble pas affecté, par la crise sanitaire. Il s'agit donc, me semble-t-il, d'abord et avant tout d'une délocalisation d'activités à Paris.

 

Monsieur le ministre, face à cette annonce terrible pour les travailleurs concernés, quelles actions comptez-vous prendre pour sauver le maximum d'emplois? L'objectif est d'abord de tenter de trouver un plan B et de sauver ces emplois.

 

Manifestement, les travailleurs et leurs représentants n'ont pas été informés en amont. Je trouve que cela justifie, dès lors, d'envoyer un conciliateur social. Allez-vous prendre cette décision?

 

Enfin, avez-vous pris contact avec le gouvernement français qui, pour rappel, est actionnaire majoritaire des aéroports de Paris? Ils ont donc "dragué" FedEx pour organiser une délocalisation entre pays voisins. Avez-vous pris ce contact avec le gouvernement français? Quelle est sa réponse?

 

04.03  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je suis en colère qu'une multinationale telle que TNT-FedEX, qui enregistre 1,28 milliard d'euros de bénéfices par trimestre - par trimestre! -, ait décidé de licencier 671 travailleurs à Liège et de revoir 861 contrats. Nous parlons de travailleurs qui ont continué à bosser durant cette crise du covid - et bosser dans le fret, ce n'est pas de la rigolade! Cela signifie devoir aller dans les soutes des avions, en rampant avec les genoux au sol pour chercher des colis de plus de 30 kilos. Voilà le boulot que tous ces travailleurs ont continué à exercer pendant cette crise!

 

La flexibilité, cela consiste à commencer à travailler tous les jours à 22 h 00 ou à minuit jusqu'à 06 h 00, pour aller retrouver ses enfants à 06 h 30, comme me l'ont expliqué les travailleuses de TNT! Qui, dans cette salle, vit une telle situation? Personne! Personne! Et ces travailleurs vont être jetés à la poubelle par une multinationale bénéficiaire? C'est vraiment scandaleux! Et ce l'est parce qu'est illustrée de la sorte cette Union européenne du capital et de la concurrence. Qu'a donc promis M. Macron à "M. FedEx"? Qu'a-t-il promis à ces multinationales? La concurrence au nom de laquelle on se vole les jobs.

 

Monsieur le ministre, j'attends de vous une réaction. Depuis dix ans, le PTB mène une campagne afin qu'il soit interdit aux multinationales bénéficiaires de licencier. En 2016, le PS avait introduit une proposition de loi allant dans le même sens - juste avant la campagne électorale. Je vous pose la question, monsieur le ministre: allez-vous tenir ces promesses électorales? Allez-vous, en tant que ministre de l'Emploi, interdire aux multinationales qui enregistrent d'immenses bénéfices de licencier 671 travailleurs? Ma question est simple. J'espère que votre réponse sera positive.

 

04.04  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Madame la présidente, mesdames et monsieur les députés, avant toute chose, permettez-moi d'exprimer mon soutien sincère aux travailleuses et travailleurs de FedEx à Liège et à Zaventem, à leurs familles ainsi qu'à tous les travailleurs et travailleuses des sociétés sous-traitantes de FedEx qui pourraient, eux aussi, subir l'onde de choc de cette annonce surprenante et catastrophique.

 

L'annonce de la société FedEx a surpris tout le monde à commencer par les travailleurs qui, comme cela a été évoqué, n'ont pas compté leurs heures, n'ont pas refusé la flexibilité ni les heures supplémentaires dans cette crise du coronavirus qui a vu des entreprises telles que FedEx augmenter leur volume d'activités de manière conséquente. Cette annonce a aussi surpris les représentants des travailleurs. En effet, comme vous l'avez dit, madame Thémont, et comme il ressort des contacts que j'ai pu avoir avec eux hier, il n'y a eu aucun signe avant-coureur ni aucune prise de contact préalable à cette annonce dramatique.

 

Les autorités de l'aéroport de Liège n'ont pas non plus été informées ni concertées avant cette annonce abrupte, de même que le monde politique, le gouvernement de Wallonie ainsi que le gouvernement fédéral. Personne n'avait eu d'informations sur ce qu'il se tramait à Liège et à Zaventem.

 

C'est d'autant plus surprenant et insupportable que ces travailleurs ont fait preuve d'une grande flexibilité, notamment depuis l'absorption de TNT par FedEx en 2016. Ils ont consenti des efforts considérables en matière de régime de travail, d'horaires de travail ainsi que de travail de nuit. C'est encore plus stupéfiant au regard des chiffres que les uns et les autres ont évoqué en matière de résultats et de bénéfices.

 

Comme vous le savez, j'ai immédiatement pris contact avec les représentants des travailleurs avec lesquels j'ai eu une première réunion hier, en début d'après-midi, après qu'ils ont été reçus par le gouvernement de Wallonie. Je me suis engagé auprès d'eux à suivre de près la procédure Renault. FedEx doit respecter scrupuleusement et à la lettre chacune des étapes et des conditions de la procédure Renault. C'est ce que j'ai d'ailleurs dit à la direction de l'entreprise que j'ai reçue après avoir eu des contacts avec les délégués et les représentants du personnel. J'ai dit à la direction toute ma surprise. Je lui ai dit aussi ma colère et je lui ai demandé une série d'explications sur les raisons et les motifs de cette décision.

 

Plus largement, et au-delà du travail qui sera effectué au quotidien pour accompagner le processus et en limiter autant que possible les répercussions sur l'emploi, tant à Liège qu'à Zaventem, je pense que nous devons entamer une réflexion sur l'évaluation et l'amélioration de la loi Renault.

 

Comme vous le savez, le précédent gouvernement avait déjà adressé une série de propositions aux partenaires sociaux. Malheureusement, ceux-ci n'étaient pas parvenus à s'entendre ou à dégager un consensus sur l'évaluation de la loi et les modifications à y apporter. Selon moi, nous devons remettre le travail sur le métier et relancer la négociation sur ce texte fondamental, au regard de ce que nous vivons aujourd'hui, dans ce cas précis ou dans d'autres cas tels que celui cité par Mme Fonck. Nous devons malgré tout pouvoir dissocier ces cas, vu les divers fondements des décisions prises et les situations différentes.

 

En l'occurrence, nous sommes en présence d'une société qui fait des bénéfices, qui a vu son chiffre d'affaires augmenter et qui prend une décision sur une base qui reste à éclaircir pour les travailleuses et les travailleurs.

 

Nous devrons réfléchir à la révision de cette loi Renault et, éventuellement, rendre obligatoire le financement d'un plan social, quelle que soit la taille de l'entreprise. Il nous appartiendra également d'envisager des mesures de contrainte pour améliorer le sort des entreprises sous-traitantes qui sont directement affectées, ainsi que de réfléchir au renforcement du rôle de médiateur ou conciliateur social.

 

Madame Fonck, pour répondre à votre question, il ne s'agit pas d'une demande formulée par les représentants du personnel mais, comme je l'ai dit, les contacts avec ces derniers seront prolongés et seront réguliers pendant toute la durée de la procédure.

 

Mesdames et messieurs les députés, je pense vraiment que les annonces – et en particulier celle-ci – nous amènent à réfléchir à l'évaluation et à l'évolution de cette loi Renault. Nous effectuerons ce travail de concert avec les partenaires sociaux, mais je ne doute pas que vous alimenterez le travail en commission ou au sein de cette plénière. Je me tiens bien entendu à votre disposition pour atteindre cet objectif et faire en sorte que les dispositifs existants en Belgique soient renforcés et tiennent compte des situations et de cas particuliers intolérables tels que cette annonce faite par FedEx.

 

04.05  Sophie Thémont (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Cependant, je ne peux admettre qu'une entreprise en pleine expansion, qui évolue dans un des rares secteurs non touchés par le covid, puisse annoncer des licenciements, plus particulièrement 700 travailleurs à Liège, que l'on licencie en pleine crise sanitaire. Ces travailleurs n'étaient pas à l'arrêt et notre société les considérait comme essentiels. Apparemment, ils sont essentiels pour la société dans son ensemble mais pas pour FedEx, me semble-t-il.

 

Monsieur le ministre, je suis heureuse d'apprendre que vous allez entamer des démarches pour revoir cette loi Renault, afin qu'une réflexion soit menée et que des mesures de renforcement soient prises. J'entends que vous serez à côté des travailleurs. En tout cas, je l'espère. Et nous serons à vos côtés pour trouver des solutions.

 

04.06  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le ministre, vous avez déjà eu des contacts avec les représentants des travailleurs, vous nous dites les soutenir et assurer un suivi strict de la procédure Renault. Vous avez dit votre colère et votre surprise à la direction. Tout cela, c'est bien et nous pouvons partager ces différents éléments. Mais je crois que cela ne suffit pas. Si j'ai insisté sur l'intervention d'un conciliateur, c'est parce que, effectivement, les travailleurs et leurs représentants n'avaient pas reçu aucune information en amont, aucun signal! Rien que cela doit justifier votre décision d'envoyer d'initiative un conciliateur social. En effet, c'est bien de dire que vous allez vous assurer du suivi correct de la procédure Renault, mais comment s'en assurer à distance? Envoyez un conciliateur social! Je pense que c'est important.

 

Par ailleurs, vous ne m'avez pas répondu quant à savoir si vous aviez pris contact avec le gouvernement français qui, je le rappelle, est actionnaire majoritaire de l'aéroport de Paris, qui organise cette délocalisation. Vous ne l'avez pas fait? Il n'est pas trop tard! Faites-le! Appelez le gouvernement français et pesez de tout votre poids comme ministre de l'Économie et de l'Emploi.

 

04.07  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je vous ai posé une question très claire: allez-vous vous appuyer sur la promesse électorale faite par le PS relative à l'application d'une interdiction des licenciements boursiers et financiers, lors de la discussion que vous allez avoir, en vue de mettre sous pression la direction de FedEx? Et vous avez répondu en faisant référence à la procédure Renault alors que vous savez très bien qu'elle aboutit souvent, finalement, à la perte d'emplois.

 

Aujourd'hui, ce dont les travailleurs ont besoin, c'est d'un rapport de force politique. Il faut dire qu'il n'est plus possible de continuer de la sorte!

 

Monsieur le ministre, je crois que les travailleurs vont d'abord devoir se battre personnellement pour aller arracher le maintien des emplois dans leur entreprise. C'est d'ailleurs à eux que je m'adresse: ne lâchez rien! Poursuivez le combat! Après 24 heures de grève, le numéro 1 de FedEx Belgique a déjà été contraint de déclarer dans L'Echo qu'il pensait peut-être revoir à la baisse le nombre d'emplois supprimés.

 

Puisque, après 24 heures de grève, il commence déjà à reculer un peu, j'ai envie de dire aux travailleurs: poursuivez le combat! Il y a moyen d'aller chercher le maintien de l'emploi chez nous! Surtout ne vous laissez pas diviser car c'est ce que le patronat va essayer de faire. Comment les 671 travailleurs qui devront quitter l'entreprise seront-ils sélectionnés? S'agira-t-il des malades? Des plus faibles? Des femmes? Des derniers arrivés? Gardez cette unité pour gagner le combat et obtenir le maintien des emplois car notre région de Liège, la Wallonie, Bruxelles, la Belgique ont besoin d'emplois et d'un avenir!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- Reccino Van Lommel aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De uitspraken van de CEO van Belfius en het perspectief voor de horecasector" (55001277P)

- Katrien Houtmeyers aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het perspectief voor de sectoren" (55001282P)

05 Questions jointes de

- Reccino Van Lommel à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les propos tenus par le CEO de Belfius et les perspectives pour le secteur horeca" (55001277P)

- Katrien Houtmeyers à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les perspectives des secteurs" (55001282P)

 

05.01  Reccino Van Lommel (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de horeca zal in maart, een jaar na het begin van de crisis, acht maanden dicht zijn geweest. Het levenswerk van veel horecabazen, die vaak hun laatste centen in hun zaak hebben gestoken, hangt aan een zijden draadje. De realiteit is dat er, net als in andere sectoren, een golf van faillissementen aankomt. Ik heb de regering daar reeds vaak voor gewaarschuwd. Heel wat horecaondernemers zullen immers ten onder gaan of zelf de handdoek in de ring gooien.

 

De horecafederaties doen tal van voorstellen, maar de regering kijkt alleen maar schaapachtig toe. Horeca Vlaanderen stelde deze week nog voor om op 1 maart met kleine stappen te heropenen, met gezinsbubbels en één knuffelcontact en met aandacht voor de luchtkwaliteit.

 

Mijnheer de minister, u kent ongetwijfeld de uitspraak beter een luis in de pot dan helemaal geen vlees. Het gebrek aan perspectief zit hen duidelijk dwars. Maar wie kan hun ongelijk geven?

 

Als klap op de vuurpijl verklaarde de CEO van Belfius, de heer Marc Raisière, wiens mandaat ironisch genoeg vorige week nog door deze federale regering met vier jaar werd verlengd, dat er te veel horeca in ons land is en dat hij de facto corona als een hulpmiddel ziet voor een sanering van de sector. Wie boter op het hoofd heeft, moet uit de zon blijven. Mooi weer komen maken terwijl de belastingbetaler miljarden euro op tafel heeft gelegd om Dexia te redden, is allesbehalve een toonbeeld van nederigheid.

 

Mijnheer de minister, zal u de horeca, maar ook andere sectoren, eindelijk perspectief geven?

 

Hoe staat u tegenover het voorstel van de stapsgewijze opening?

 

Gaan u en de regering de CEO van Belfius, die onze economie nog meer schade toebrengt, de laan uitsturen?

 

05.02  Katrien Houtmeyers (N-VA): "It's the economy, stupid!". Dat zijn niet mijn woorden, mijnheer de minister, maar die van Bill Clinton. Hij wist dat hij de polarisatie enkel gestopt kon krijgen door het aanzwengelen van de economie.

 

De economie is als een huishouden. Als het goed gaat met onze economie, gaat het ook goed met onze burgers.

 

Tezelfdertijd wist die oud-president ook: "Don't forget the health care."

 

Twee zaken waar wij nu aan moeten denken maar die wij ook constant tegen elkaar moeten afwegen.

 

De burger begrijpt dat zijn vrijheid op basis van wetenschappelijke feiten ingeperkt wordt. De burger begrijpt dat hij niet meer mag samenkomen. Maar dat samenkomen is in onze Bourgondische contreien net zo plezant, met een hapje en een drankje in de horeca. Het is precies die horeca die al zo lang op slot is, hoewel er geen wetenschappelijke bewijzen zijn dat die op slot moet blijven.

 

Hetzelfde zagen wij bovendien bij het sluiten van de winkels. Ineens moesten die dicht. Er zijn nochtans geen wetenschappelijke studies. Wat zien wij vandaag? Zij gaan opnieuw open, en de cijfers stijgen niet. Gelukkig maar, natuurlijk.

 

Ergens is er een wetenschappelijke studie over de impact van de niet-medische contactberoepen en de horeca, maar bijna niemand heeft inkijk gekregen in die studie. Het Parlement al helemaal niet.

 

Mijnheer de minister, wanneer de ondernemer, maar ook de burger, niet langer het gevoel heeft dat zijn vrijheid om objectieve redenen wordt ingeperkt, verdwijnt ook het draagvlak.

 

Ik kom tot mijn vragen, mijnheer de minister.

 

Bent u het met mij eens dat de sectoren perspectief nodig hebben, gesteund op fundamenteel onderzoek?

 

Hebt u genoeg vertrouwen in de burger om dit onderzoek stelselmatig te publiceren?

 

U beloofde dat de burger perspectief zou krijgen via de barometer. Maar wie heeft nog iets over die barometer gehoord?

 

Tot slot, bent u het met mij eens dat er duidelijke en logische regels nodig zijn en nodig blijven?

 

05.03 Minister Pierre-Yves Dermagne: Ik was bijzonder gechoqueerd door de opmerkingen van de CEO van Belfius in Trends / Tendances. Een CEO mag zulke opmerkingen niet maken en de baas van een grote bank al helemaal niet. Bovendien hebben we die bank na de financiële crisis van het faillissement gered en is die voor 100% in handen van de overheid.

 

Achter de cijfers en statistieken staan werknemers, ondernemers, gezinnen, levens. Die zelfstandigen en werknemers verdienen ons respect en onze steun. De economische crisis door COVID-19 treft vele sectoren. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de culturele sector, de evenementensector, de contactberoepen, de reissector en de horeca. De horeca is ongetwijfeld een van de meest getroffen sectoren. Cafés en restaurants zijn al maanden gesloten. Hotels, zelfs als ze officieel open zijn, zien hun aantal klanten tot een minimum gereduceerd.

 

Ik heb hier reeds de gelegenheid gehad om alle steunmaatregelen toe te lichten. De meeste van de maatregelen werden verlengd tot eind maart. Indien nodig kunnen ze nog worden uitgebreid. Zoals ik al heb gezegd, kunnen wij de steun niet van de ene op de andere dag afschaffen. We hebben nieuwe, gerichte, passende maatregelen moeten nemen voor de getroffen sectoren. De crisis zal zeker langetermijneffecten sorteren op de arbeidsorganisatie in de meeste bedrijven. Zo zal telewerken zeker toenemen. Horecazaken in steden zullen daardoor 's middags klanten verliezen. Ook de reissector zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Zakelijke vergaderingen, congressen en symposia zullen ongetwijfeld meer dan vroeger via videoconferentie worden gehouden.

 

Het is belangrijk om perspectief voor die sectoren te bieden. Dat is de taak van de verschillende regeringen en van het Overlegcomité.

 

Als minister van Economie is het mijn opdracht om in overleg met de sectoren hun protocollen aan te passen, teneinde een veilige herstart mogelijk te maken. Daar zijn wij ook mee bezig samen met het coronacommissariaat.

 

Ik ben voorstander van transparantie. Dus ga ik ermee akkoord om rapporten en berichten te publiceren. Daarover bestaat voor mij geen twijfel.

 

05.04  Reccino Van Lommel (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Vandaag geeft u echter opnieuw geen enkel perspectief voor de horeca en de andere getroffen sectoren, terwijl de klok genadeloos tikt. U staart als een konijn naar een lichtbak. Zoals altijd zult u het potje gedekt houden.

 

Voor mij is de CEO van Belfius een CEO onwaardig. Die man, die uw regering heeft benoemd voor nog eens vier jaar, heeft geen enkele voeling met de realiteit. Voor dergelijke flamboyante mensen is er slechts één oplossing en dat is ontslag.

 

Ik roep alle ondernemers en werknemers uit de horeca op, om indien mogelijk geen kredieten meer bij Belfius aan te vragen en het cliëntschap op te zeggen. De belastingbetaler was goed genoeg om Dexia uit de stront te halen, maar krijgt er in ruil niets voor terug, wanneer hij zelf een probleem heeft.

 

Mijnheer de minister, stroop uw mouwen op. Ga aan de slag en red de horeca.

 

05.05  Katrien Houtmeyers (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Steunmaatregelen zijn goed en absoluut noodzakelijk, maar uiteraard niet allesmakend. Daar hebben we het al over gehad.

 

Ik wil u vragen om niet langer de ondernemer en de burger te wantrouwen, wat sommigen van uw collega's wel lijken te doen, maar geef hen duidelijke, ondersteunende en onderbouwde richtlijnen mee, zodat ze zelfs in tijden van crisis creatief en innovatief aan het werk kunnen gaan. Stop alstublieft met absurde regeltjes of onzinnige betuttelingen, want op de duur begrijpt niemand nog de logica. Men mag bijvoorbeeld zijn pak frieten niet op de parking van de frituur in de auto opeten, maar wel als men diezelfde auto 500 meter verder parkeert.

 

Pleit ik er vandaag voor om de horeca te heropenen? Neen. Pleiten de betrokken partijen daar zelf voor? Verwachten ze dat? Neen. Ze verwachten absoluut wel een objectieve onderbouwing en een oplossingsgerichtheid. Daar wordt iedereen beter van: de burger, de ondernemer maar ook onze Schatkist, en dat zeker niet onbelangrijk.

 

Laat 22 januari absoluut niet de verloren dag van de ondernemer zijn, maar geef onze ondernemers perspectief op het terugkrijgen van hun werk, hun leven en hun levenswerk.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- Gaby Colebunders aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord" (55001278P)

- Nathalie Muylle aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het telewerk tijdens de coronacrisis" (55001280P)

- Björn Anseeuw aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De loonnorm" (55001292P)

06 Questions jointes de

- Gaby Colebunders à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les négociations relatives à l'accord interprofessionnel" (55001278P)

- Nathalie Muylle à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Le télétravail en période de coronavirus" (55001280P)

- Björn Anseeuw à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "La norme salariale" (55001292P)

 

06.01  Gaby Colebunders (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, vorige week stelde ik u hier een simpele vraag over de loonnorm en u gaf toen te kennen dat u achter het sociaal overleg staat.

 

We zijn een week later en het stond in de sterren geschreven dat wat ik hier kwam vertellen door de vakbonden werd bevestigd. Er is gewoon geen sociaal overleg. Die schamele 0,4 % waarover men onderhandelt, is een kaakslag, een aalmoes voor de werkende klasse die tijdens de epidemie het land heeft rechtgehouden.

 

In veel sectoren werd meer gewerkt dan ooit. In de voedingsindustrie bijvoorbeeld werd 7 dagen op 7 gewerkt en werden overuren gepresteerd, het kon gewoon niet meer. We kregen getuigenissen te horen, zoals van Brahim en Nadine, die bij –25 graden aan de band hebben gewerkt. Dat is gewoon absurd. En heel wat bedrijven kregen te maken met clusterbesmettingen, vooral in die sectoren. Die mensen hebben allerlei risico's gelopen en nu krijgen ze zo goed als geen opslag.

 

Ik begrijp de vakbonden heel goed wanneer ze zeggen dat ze dit spel niet zullen meespelen, dat ze niet meedoen aan die 0,4 % maximum. Mijnheer de minister, dat is absurd. Dat is niet onderhandelen, dat is regelrecht een loonstop opleggen.

 

Men verwijst in dit halfrond heel vaak naar onze buurlanden. Waarom nu niet? In onze buurlanden durven de vakbonden 3, 4, 5 of 6 % opslag te eisen. Als u het mij vraagt, dan kan dat in België ook in veel sectoren.

 

Aangezien er geen akkoord is tussen de sociale partners, ligt de bal in uw kamp. Ik heb dus slechts één vraag. Ik vraag u vandaag om een duidelijk standpunt in te nemen. Zult u hier bevestigen dat de 0,4 % opslag veel te weinig is en dat het mogelijk is om voor bepaalde sectoren meer te vragen?

 

06.02  Nathalie Muylle (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, we zijn nog geen week nadat de CRW de 0,4 % boven index heeft bekendgemaakt – dat het gaat om een loonstijging boven de index wordt overigens heel vaak vergeten in het debat – en de sociale partners hebben de gesprekken reeds stopgezet en leggen de bal bij u. Zij vragen van de regering oplossingen en vooral geld, zo heb ik althans de jongste dagen begrepen.

 

Wat mij de afgelopen dagen mateloos gestoord heeft, is dat het beeld wordt opgehangen alsof de huidige en de vorige regering nog niets hebben gedaan voor de koopkracht of ter ondersteuning van de bedrijven. Er werden echter al miljarden uitgegeven. De regering, zowel de voorgaande als de huidige, heeft in het kader van de tijdelijke werkloosheid de loonlasten van de bedrijven overgenomen tegen 70 % met daarbovenop 5,63 euro supplement per werkloosheidsdag. De degressiviteit van de werkloosheid hebben we gestuit. Ook het vakantiegeld heeft de regering deels mee gefinancierd. Wij hebben 450 miljoen euro toegekend in het kader van de vermindering van bedrijfsvoorheffingen voor mensen die opnieuw aan de slag zijn gegaan. Zo kan ik nog even doorgaan. Toch wordt vandaag opnieuw naar de regering gekeken om middelen vrij te maken.

 

Afgelopen zomer hebben wij in het kader van de relancegesprekken onder leiding van de premier de sociale partners uitgenodigd. Dat herinner ik mij nog zeer goed. Enkele van de nu aanwezige collega's waren bij die gesprekken eveneens aanwezig. Heel duidelijk is in die gesprekken ook het interprofessioneel akkoord en de verdeling van de welvaartsenveloppe aan bod gekomen. Wij wisten dat het moeilijk zou zijn om verantwoordelijkheid op te nemen in het kader van het sociaal overleg. Welnu, we zijn nu een week ver en er wordt al onmiddellijk een interventie van de regering gevraagd. Dit is niet onze vraag. Er is een maand de tijd om via onderhandelingen tot een akkoord te komen.

 

Mijnheer de minister, geeft u de ruimte, in lijn met onze keuze, om het sociaal overleg volop te respecteren en alle kansen te geven, en zult u de sociale partners motiveren om opnieuw aan tafel te gaan? Of gaat u in op vragen over indicatieve loonnormen en wilt u vandaag reeds extra middelen uittrekken, ook al gebeurt dat niet op ons verzoek? Graag verneem ik wat uw plan van aanpak is in de komende weken.

 

06.03  Björn Anseeuw (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven heeft inderdaad berekend dat onze lonen dit en volgend jaar samen met maximaal 0,4 % mogen stijgen. Die berekening is gebeurd op basis van de loonwet van 1996, die in 2017 nog in goede zin is hervormd.

 

Het naleven van de loonnorm is natuurlijk ontzettend belangrijk, ten eerste, om de competitiviteit van onze bedrijven te vrijwaren, maar ook, ten tweede, om de tewerkstelling in ons land te verzekeren. Tegelijk is het vandaag ook ontzettend moeilijk om de gevolgen van de coronacrisis op onze economie en werkgelegenheid in te schatten. Vandaag zijn er dus, meer dan ooit, heel wat onzekere factoren in dat debat en uitgerekend vandaag vinden de vakbonden het nodig om het loonoverleg tussen werkgevers en werknemers met twee voeten vooruit onderuit te halen, nog voor het goed en wel is gestart.

 

Waarom doen de vakbonden dat zo snel? Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat zij zich zegezeker weten, dat zij ervan overtuigd zijn dat de regering resoluut de kant van de vakbond zal kiezen en de loonnorm zal loslaten. De kiem voor de zegezekerheid van de vakbonden hebt u zelf gezaaid in het regeerakkoord, want daar staat aan de ene kant in dat de loonnormwet behouden zal worden en onaangeroerd blijft, maar aan de andere kant staat er in dat er wel van kan worden afgeweken in omzendbrieven. Zo zet men natuurlijk de kat bij de melk, net op het ogenblik dat onze economie en werkgelegenheid ontzettend onder druk staan door de coronacrisis. Nu is de loonmatiging ontzettend belangrijk, vandaar mijn vragen, mijnheer de minister.

 

Zult u inderdaad toestaan dat de loonnorm, die wordt berekend door de CRB, wordt overschreden in een akkoord? Wat zult u doen als de vakbonden de bal in uw kamp blijven leggen? Overweegt u ook een uitstel tot wanneer er meer duidelijkheid is over de gevolgen van de coronacrisis op onze economie en werkgelegenheid?

 

06.04 Minister Pierre-Yves Dermagne: De onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord en de marge voor loonopslag zijn in eerste instantie de taak van de sociale partners. Zoals u weet is dat nooit een gemakkelijke oefening want zowel de vertegenwoordigers van de werknemers als die van de werkgevers hebben legitieme zorgen. Dit jaar maakt de onzekerheid als gevolg van de coronacrisis de oefening nog moeilijker. Niettemin verricht het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven belangrijk en ernstig werk om oplossingen voor te stellen.

 

Als minister van Werk en Economie volg ik de onderhandelingen uiteraard op de voet. Het gaat immers om fundamentele kwesties voor de regering en het sociaal overleg. Ik heb de sociale partners gezegd dat ik hoop dat de situatie zich positief zal ontwikkelen, dat creatieve oplossingen kunnen worden gevonden en dat het overleg kan worden hervat en tot een goed einde kan worden gebracht.

 

De sociale partners weten dat ik luister en beschikbaar ben om oplossingen te helpen vinden. Het is echter niet aan de regering om de sociale partners op te leggen hoe ze moeten onderhandelen. Dat is een kwestie van fundamenteel respect voor het sociaal overleg.

 

06.05  Gaby Colebunders (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u blijft spreken over het sociaal overleg, maar met zo'n patronaat is er totaal geen sociaal overleg. Laat dat toch duidelijk zijn. Daarom zijn de onderhandelingen ook afgesprongen. De vakbonden vragen dat u een stelling inneemt. Dat is een heel simpele vraag, maar u doet dat niet. Door geen stelling in te nemen, kiest u net voor de norm van 0,4 % en kiest u de kant van de loonblokkeringswet. Dat is het probleem. Zo blijft de politiek constant tussenbeide komen in de loonsonderhandelingen.

 

Van een linkse minister had ik minstens verwacht dat hij een statement maakte, dat hij niet zo bezorgd is over de erfenis van de regering-Michel. De werkende klasse die het land tijdens deze epidemie heeft rechtgehouden, verdient een echte loonsverhoging.

 

Zolang dat niet mogelijk is, zal de PVDA op deze blauwe nagel blijven slaan.

 

06.06  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de minister, ik denk dat positief is dat u het sociaal overleg alle kansen wil geven. U verwijst naar creatieve oplossingen. Voor mijn partij betekent dat binnen het kader van de wet van 1996. Laat dat duidelijk zijn.

 

Het moet mij van het hart. De collega's hebben het in deze discussie graag over het in de vuilbak gooien van de loonwet. Men verwijst daarbij ook naar buurlanden. Ik vind dat men dan ook de intellectuele eerlijkheid moet durven te hebben om ook de discussie over de automatische indexering en andere zaken te voeren. Het is niet de keuze van mijn partij om die discussie te voeren, maar als men het dan toch telkens weer over die loonnorm heeft, met een index van 2,85 % voor dit jaar, dan moet men de volledige discussie durven te voeren.

 

Mijnheer de minister, ik hoop dat u het sociaal overleg alle kansen geeft. Ik heb de indruk dat we elkaar daarover de komende weken nog zullen spreken.

 

06.07  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer de minister, u hebt eigenlijk een ontzettend grote kans gemist vandaag. Het is inderdaad niet uw verantwoordelijkheid te zeggen hoe sociale partners met elkaar moeten omgaan, maar het is wel uw verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid van deze regering duidelijkheid te scheppen over het kader.

 

De loonnorm is een belangrijk onderdeel van dat kader. Ik heb heel duidelijk gevraagd of u zult toestaan dat de loonnorm aan de kant wordt gegooid, of niet? U hebt niet op die vraag geantwoord. Dat is een gemiste kans, natuurlijk. Die duidelijkheid moet u wel degelijk geven.

 

Ik wil u waarschuwen. Als u zult toelaten dat onze bedrijven in de toekomst aan hogere kosten moeten werken dan de bedrijven in de buurlanden, dan weten zowel u als ik, en dan weet iedereen die erbij betrokken is dat dit jobs en koopkracht zal kosten.

 

Wij roepen u op duidelijkheid te scheppen, de loonnorm te handhaven en die niet te omzeilen met een rondzendbrief. De situatie op het vlak van werkgelegenheid is al precair genoeg.

 

Schep duidelijkheid, houd de loonnorm aan, laat het sociaal overleg niet langer aanmodderen en speel niet in de kaart van de vakbonden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Nathalie Muylle aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het telewerk tijdens de coronacrisis" (55001280P)

07 Question de Nathalie Muylle à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Le télétravail en période de coronavirus" (55001280P)

 

07.01  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de minister, ik heb de indruk dat wij met telewerk blijven worstelen. Ik hoorde gisterochtend op de radio dat er tachtig kilometer file stond op de klassieke trajecten van de Leopold II- tot de Kunst-Wettunnel, van Namen richting Luxemburg-Luik-Aken, van Gent naar Antwerpen en van Antwerpen naar Gent. Die tachtig kilometer is natuurlijk maar een fractie van de files op een normale dag in januari in een normaal jaar, terwijl dat toch beter zou moeten zijn dankzij het telewerk.

 

Mijnheer de minister, ook al zet u volop in op flitscontroles tot eind februari en zijn 1.000 inspecteurs de baan op om die controles uit te voeren, verbaasde de voorzitter van de FOD WASO zich er gisteren over dat volgens de cijfers vier bedrijven op vijf het goed doen op het vlak van telewerk, maar een op vijf dus niet. Natuurlijk zeggen mobiliteitscijfers niet alles, maar alleszins blijkt eruit dat vandaag de helft meer mensen aan het werk is dan in november 2020. Toen was 50% van de werknemers afwezig tegenover 25% vandaag, terwijl toch dezelfde regels en afspraken van toepassing zijn. Dat baart mij zorgen.

 

Voorts hoorde ik de voorzitter gisteren toelichten dat kleine ondernemingen vaker geen beleid inzake telewerk hebben. Hoe zult u het probleem aanpakken? Zult u bijvoorbeeld sneller werken met processen-verbaal en voor bedrijven met een beleid ter zake met waarschuwingen?

 

Vandaag is in de discussie met de eerste minister duidelijk gewezen op het belang van telewerk, want niet telewerken draagt bij aan de verspreiding van het virus. Mijnheer de minister, ik hoef u er niet van te overtuigen dat de komende weken essentieel zijn. Zult u dan ook een versnelling hoger schakelen met de controles op telewerk en hardere straffen opleggen?

 

07.02 Minister Pierre-Yves Dermagne: Dank u voor uw vraag, mevrouw Muylle. Telewerk is belangrijk voor de gezondheid van de werknemers, de bevolking in het algemeen en de economie. Ik ben ervan overtuigd dat we onze bedrijven het best kunnen steunen door de epidemie in te dammen. Het ergste zou zijn dat we met een nieuwe golf worden geconfronteerd. Ik heb daarom de verschillende inspectiediensten verzocht meer aandacht te besteden aan de naleving van de verplichting tot telewerk. De meest problematische gevallen kunnen worden bestraft.

 

In totaal zien 1.000 sociale inspecteurs toe op de naleving van de maatregelen. Sinds het begin van de campagne en tot en met 18 januari hebben de diensten 1.235 telewerkcontroles uitgevoerd op in totaal 3.675 werknemers. Er werden 95 inbreuken geconstateerd, waarbij 430 werknemers betrokken waren. Er werden 200 waarschuwingen gegeven, alsook werd in 13 dossiers een termijn opgelegd om orde op zaken te stellen en er werden 8 pro justitia's geschreven. Bovendien werden er tussen 5 januari en 17 januari 66 flitscampagnecontroles uitgevoerd.

 

Het aantal gecontroleerde ondernemingen is tot nu toe niet bekend, maar de focus van de flitscontroles ligt dus op de COVID-risicoanalyse. De checklist die de diensten hanteren, is duidelijk. De verschillende inspectiediensten en de Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk werken daarvoor nauw samen. De gezondheidssituatie wordt uiteraard op de voet gevolgd en de controles worden aangepast aan de ontwikkeling van de epidemie.

 

07.03  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik was verrast dat er in 1.235 bedrijven 3.675 werknemers zijn gevat. Als blijkt dat een duizendtal inspecteurs vandaag op de baan zijn om te controleren, dan ben ik wel verwonderd over de vrij lage cijfers. Hopelijk zult u tegen eind februari met die duizend mensen toch nog een stuk verder kunnen gaan met de controles.

 

Mijnheer de minister, telewerk is geen nieuw gegeven. Telewerk is al tien maanden verplicht, met uitzondering van een periode waarin het sterk aanbevolen was. Vandaag is het opnieuw verplicht voor de jobs waarbij het mogelijk is. Als ik vandaag moet vaststellen dat er nog heel veel ondernemingen geen plannen rond telewerk hebben en er geen afspraken over hebben gemaakt, dan hoop ik dat de regering toch nog een versnelling hoger schakelt, want telewerk wordt essentieel en fundamenteel in het beheersen van de crisis de komende weken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Joris Vandenbroucke aan Vincent Van Peteghem (VEM Financiën) over "De steun van banken aan ondernemers in moeilijkheden" (55001271P)

- Denis Ducarme aan Vincent Van Peteghem (VEM Financiën) over "Een daadwerkelijke ondersteuning door de banken van onze bedrijven tijdens de crisis" (55001285P)

- Kathleen Verhelst aan Vincent Van Peteghem (VEM Financiën) over "Het bankenplan en de steun aan ondernemers in deze moeilijke tijden" (55001287P)

- Sander Loones aan Vincent Van Peteghem (VEM Financiën) over "De uitspraken van de CEO van Belfius" (55001283P)

08 Questions jointes de

- Joris Vandenbroucke à Vincent Van Peteghem (VPM Finances) sur "Le soutien des banques aux entrepreneurs en difficulté" (55001271P)

- Denis Ducarme à Vincent Van Peteghem (VPM Finances) sur "La nécessité d'un réel soutien des banques à nos entreprises pendant la crise" (55001285P)

- Kathleen Verhelst à Vincent Van Peteghem (VPM Finances) sur "Le plan bancaire et le soutien des entrepreneurs en cette période difficile" (55001287P)

- Sander Loones à Vincent Van Peteghem (VPM Finances) sur "Les déclarations du CEO de Belfius" (55001283P)

 

08.01  Joris Vandenbroucke (sp.a): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, ondernemers die buiten hun wil om hun zaak hebben moeten sluiten om ons gezondheidssysteem overeind te houden, verdienen onze steun. Daarover zijn we het eens en daarom hebben wij ook werk gemaakt van steunmaatregelen om te vermijden dat die bedrijven onterecht failliet zouden gaan.

 

Ik stel echter vast dat de partners op wie wij rekenen - de banken - zich gedragen als saboteurs. Hoe anders moet ik de woorden interpreteren van de topman van Belfius, de heer Raisière, wanneer hij zegt dat onze economie wel eens een goede crisis kan gebruiken, dat er eigenlijk te veel horecazaken zijn en dat het helemaal niet erg is wanneer een hoop daarvan failliet gaat?

 

Hoe cru zijn die woorden uit de mond van iemand uit de bankensector, een sector die wij nog geen 15 jaar geleden met tientallen miljarden belastinggeld hebben gered? Hoe weinig empathie kan een bankier hebben met zijn eigen cliënteel dat vecht om te overleven?

 

Mijnheer de minister, ik krijg tientallen berichten van zelfstandigen die door hun bank van het kastje naar de muur worden gestuurd wanneer ze beroep willen doen op de steunmaatregelen die we hebben afgesproken. Blijkbaar zijn er banken die daar extra voorwaarden aan koppelen die wij niet hebben afgesproken. Het resultaat is soms schrijnend. Het gaat over zelfstandigen die worden verplicht om nu al hun pensioenkapitaal op te souperen of, erger nog, om de spaarpot van hun kinderen leeg te halen om toch maar het hoofd boven water te kunnen houden.

 

Ik vind dat onaanvaardbaar. Ik vind het onaanvaardbaar dat zij het slachtoffer zouden worden van het offer dat wij aan hen hebben gevraagd. Daarom, mijnheer de minister, vraag ik u hoe u zult garanderen dat de steunmaatregelen die we met de bankensector hebben afgesproken correct worden toegepast en dat die steun effectief terechtkomt bij de ondernemers die deze steun meer dan ooit verdienen.

 

08.02  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik heb het daarnet niet in de micro gezegd. Collega Vandenbroucke behoort niet tot mijn fractie, vandaar dat ik even heb gewacht, maar ik vond het gebrek aan respect – opnieuw – voor de vraag die hij heeft gesteld van de kant van een aantal mensen in de zaal onaanvaardbaar.

 

Niet alleen de minister – het spijt mij dat ik dat moet opmerken –, maar ook collega Calvo, die wanneer hij in de micro spreekt het woord respect meer dan welk ander woord ook gebruikt, beschouwt het halfrond schijnbaar als een koffiekamer want iedere keer dat hij binnenkomt – het is al meermaals gebeurd – voert hij luidruchtig gesprekken met Jan en alleman.

 

Ik heb de indruk, collega Calvo, dat u best in quarantaine zou gaan om de werkzaamheden hier op een fatsoenlijke manier te kunnen laten plaatsvinden. Het ergert mij buitenmatig. De vraag van collega Vandenbroucke bijvoorbeeld verdiende ons aller aandacht, net zoals elke vraag die wordt gesteld. Wie wil babbelen en keuvelen met collega's, heeft hier heel wat wandelgangen om dat te doen. Ik ben uitermate verontwaardigd over het gebrek aan respect dat hier wordt opgebracht voor de vraagsteller. (Applaus)

 

08.03  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik wil mij verontschuldigen. Ik was inderdaad met mijn collega aan het overleggen. Als mijn… (Tumult)

 

De voorzitster: Het is niet de eerste keer, mijnheer Calvo.

 

08.04  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Het is een beetje vreemd om daarnet te pleiten om elkaar te laten uitspreken en mij dan niet de kans te geven om mij uit te drukken. Ik was inderdaad aan het overleggen met een collega. Mijn excuus, als dat een andere vraag heeft gestoord. Dat is een terecht aandachtspunt van collega De Roover. Mijn excuses daarvoor.

 

08.05  Denis Ducarme (MR): Madame la présidente, M. De Roover a raison: c'est une question importante. Nous devons apprécier à sa juste valeur la réponse de M. Calvo dans ce Parlement, qui le reconnaît. Je trouve que c'est une belle démarche de sa part.

 

Monsieur le ministre, la question est importante. En effet, nos indépendants ont mal. Ils ont mal à leur métier qu'ils ne peuvent plus pratiquer. Selon les informations qui arrivent aujourd'hui, nous craignons que ces métiers de contact ne puissent pas encore rouvrir demain. Pourtant, ils en ont besoin.

 

Mais, comme si ce n'était pas encore assez, ils ont mal à leur banque! Les déclarations du CEO de Belfius sont tout à fait affligeantes. Indiquer dans les médias qu'il y aurait trop de restaurants et de cafés dans ce pays, que certains survivent seulement au noir, et que d'autres finalement pourront renaître sur les cendres de ceux que le covid a écrasés... C'était scandaleux! C'est sans doute pour cela que nous avons été, au Mouvement réformateur, avec Benoît Piedboeuf, les premiers à réagir, tellement nous avons été choqués par cette déclaration.

 

Nous vous remercions d'avoir réagi aussi prestement dans les médias, pour donner votre point de vue sur ces déclarations. Il est naturellement utile que vous le redisiez devant ce Parlement, siège de notre démocratie.

 

Vous l'avez vu, sur le terrain, cela reste très compliqué par rapport aux banques. Alors, avec le groupe du Mouvement réformateur, nous avons demandé, en commission de l'Économie et en commission des Finances – d'autres groupes l'ont fait aussi - d'auditer le secteur bancaire afin de voir pourquoi des problèmes se répètent et pourquoi certaines banques ferment leur porte à nos indépendants quand cela n'est pas justifié. Nous espérons que nous pourrons compter sur votre concours dans le cadre de ces travaux parlementaires. Il nous sera naturellement utile de pouvoir compter sur votre présence.

 

Nous travaillons ensemble, dans ce Parlement, depuis un certain nombre de semaines (9 mois), sur l'accord bancaire pour le report des moratoires de crédit. Monsieur le ministre, cela exclut tout l'événementiel. Cela exclut ceux qui sont fermés depuis le début de la crise. Cela exclut également toutes les boîtes de nuit. Il nous faudra peut-être continuer à travailler ensemble sur le sujet, parce que si nous donnons à certaines banques les outils du refus, nous serions complices de certaines situations.

 

08.06  Kathleen Verhelst (Open Vld): Mijnheer de vice-eersteminister, jammer genoeg zitten wij nog in de coronacrisis. Wij hadden liever gehad van niet.

 

De vorige federale regering had met de Nationale Bank en de bankensector een bankenplan uitgewerkt met twee pijlers: uitstel voor de lopende kredieten die de ondernemingen kregen, en een extra staatsgarantie van 50 miljard euro voor de banken om overbruggingskredieten van een jaar te kunnen geven aan de bedrijven. Midden juli is er nog een kmo-bazooka goedgekeurd: 10 miljard euro met overheidsgaranties om de kmo's nog meer kredieten van 1 tot 3 jaar te kunnen geven.

 

Het bankenplan was voor vele ondernemers zeer belangrijk voor de facturen van de lopende contracten. Er waren ook nog openstaande facturen. Dankzij het bankenplan konden de lopende facturen verder betaald worden en konden de openstaande facturen niet oplopen.

 

Wij hebben gezien dat de zwaar getroffen sectoren hier tevreden over waren. Maar nu zijn deze bedrijven, en nog vele andere, nog steeds zwaar aan het lijden onder de crisis. Hun reserves geraken nu echt op. Er zijn liquiditeit- en solvabiliteitsproblemen, en de maatregelen zijn niet verlengd, terwijl de nood daaraan nog zeer actueel is.

 

Mijn vraag aan u, mijnheer de vice-eersteminister, is: hebt u ook het signaal gekregen dat er een stijgende vraag naar kredieten is wegens de liquiditeit- en solvabiliteitsproblemen? Bent u van plan een nieuwe regeling uit te werken, of een verlenging van de regeling met de bankensector en de Nationale Bank uit te werken, zoals onder uw voorganger, Alexander De Croo? Zo ja, welk plan hebt u voor ogen op dit vlak? Voor welke termijn?

 

08.07  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, het nieuws van de week stond deze keer in Trends. Het ging met name om 2 interviews, een gigantisch dom en een schitterend. Het domme interview was dat met de topman van Belfius, de heer Raisière, die het blijkbaar nodig vond om onze horeca te schofferen, een sector die zo al erg te lijden heeft. Ik kan er echt niet bij dat de topman van een bank, die in een positie verkeert om de sector te helpen en ervoor kan zorgen dat er minder faillissementen komen, ervoor zorgt dat deze sector nog dieper in de miserie wordt geduwd.

 

Het gaat hier trouwens niet om de topman van zomaar een bank, maar de topman van Belfius. Hij vond dat men een aantal ondernemers uit de horeca gewoon failliet kan laten gaan. Dat hoort men dan van de topman van een bank die zelf failliet was gegaan als ze niet gered was met onze belastingcenten. Ik vind dat allemaal bijzonder triest.

 

Gelukkig stond er naast het domme interview ook een schitterend interview in Trends. Ik doel op het interview  met Matthias De Caluwe, de topman van Horeca Vlaanderen, iemand die hart heeft voor de sector en er respectvol en kordaat voor opkomt. Hij vroeg om perspectief. Wat onze horecaondernemers echt nodig hebben, is immers perspectief om te kunnen heropenen.

 

Mijnheer de vicepremier, ik vraag u om op dat vlak uw werk te doen zodat we de horecaondernemers van hun handboeien kunnen bevrijden. We moeten hen een perspectief bieden om te doen wat zij het beste kunnen, namelijk ondernemen.

 

Ten tweede vragen ze om steun in deze moeilijke tijd. We hebben die discussie al meermaals gevoerd en we weten dat ook u voorstander bent van een steunpakket voor de horeca. We hebben trouwens met aandrang gevraagd om dat steunpakket bij het Parlement in te dienen en goed te laten keuren voor de sector opnieuw opent. Intussen is het bijna eind januari en hebben we nog altijd geen teksten gezien.

 

Mijnheer de minister, we moeten hier dringend vooruit mee gaan. Waar blijven de teksten, zodat wij hier snel en kordaat ons werk kunnen doen?

 

08.08 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw de voorzitster, geachte vraagstellers, het zal u niet verbazen als ik zeg dat de huidige periode voor veel ondernemingen bijzonder moeilijk is. Ondernemingen moeten verplicht sluiten of een groot deel van hun activiteiten beperken, waardoor zij grote inkomstenverliezen kennen. In de huidige periode zien de ondernemingen ook amper perspectief. Net voor aanvang van deze vergadering kreeg ik trouwens nog een mail van de Oost-Vlaamse afdeling van UNIZO. De enkele getuigenissen van ondernemers in die mail hakken er heel zwaar in.

 

Met deze regering nemen wij uiteraard zoveel mogelijk maatregelen om de ondernemingen die vóór de COVID-19-crisis gezond waren, te ondersteunen en door deze crisis heen te loodsen. Ik denk onder andere aan maatregelen in verband met de tijdelijke werkloosheid, het overbruggingsrecht en de vrijstelling van RSZ-werkgeversbijdragen.

 

Ook binnen mijn domein werden verschillende maatregelen genomen en verlengd.

 

La garantie de l'État pour les crédits aux PME avait été prolongée une première fois. C'était nécessaire pour garantir l'accès au financement pour les PME. Cette mesure est aujourd'hui prolongée jusqu'à la fin juin.

 

Er is ook een maatregel geweest rond de moratorium op de afbetaling of terugbetaling van ondernemerskredieten. Zoals de heer Ducarme daarnet gezegd heeft, is daar een beperking op van negen maanden. Die beperking is ons opgelegd door de European Banking Authority.

 

Toutefois, la limite de neuf mois ne devrait pas empêcher les banques de trouver les meilleures solutions possible avec les emprunteurs afin qu'ils puissent recommencer à rembourser leur crédit. Une fois franchi le cap des neuf mois, des solutions devront être élaborées, en premier lieu sur une base individuelle. Il est donc recommandé aux entreprises en difficulté financière de s'adresser à leur banque dès que possible.

 

Ondernemingen in financiële moeilijkheden wenden zich best altijd zo snel mogelijk tot een bankier. De overheid vraagt de banken om ook hun rol op te nemen. Wij volgen dat met hen en met de sectoren samen op.

 

De overheid heeft in alle domeinen al een heel pakket aan maatregelen genomen om onze economie en onze bedrijven door de crisis te leiden, crisis die heel veel sectoren, ook de horecasector, ook de evenementensector, bijzonder hard treft. De uitspraken van de heer Rasière stoten dan ook veel mensen tegen de borst. Ik vind die uitspraken ook allerminst verstandig. Ik heb dat ook al in de pers gezegd en ik heb hem daarop aangesproken.

 

Die uitspraken ontkennen niet alleen de moeilijke situatie waarin heel veel mensen zich bevinden. Ze miskennen ook de vele inspanningen die de overheid voor die sectoren neemt. Ik heb hem dan ook aangeraden om zijn uitspraken in elk geval te verduidelijken en recht te zetten. Dat heeft hij ook gedaan.

 

Het is, zoals enkelen al zegden, nu belangrijk dat we de sectoren die hun activiteiten stop moesten zetten, opnieuw perspectief geven en duidelijk maken dat er licht aan het einde van de tunnel is. Daarom heb ik, samen met vele anderen, gepleit voor de opmaak van een exitplan, zodat we aan de betrokken ondernemers opnieuw hoop en een horizon kunnen bieden, waarbij de overheid herstelmaatregelen neemt en onze ondernemingen blijft ondersteunen. De regering is bezig om zo'n pakket op te maken, ook voor de horeca en de evenementensector.

 

We moeten er nu alles aan doen opdat de ondernemers opnieuw de kans krijgen om te doen waar ze zo goed in zijn, namelijk ondernemen. We moeten er alles aan doen opdat ze de relance, die ons land zo nodig heeft, mee kracht kunnen geven en dat die honderdduizend ondernemers in ons land opnieuw de motor kunnen vormen van het herstelbeleid van de regering. In die zin verdienen zij dan ook al onze steun.

 

08.09  Joris Vandenbroucke (sp.a): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Het is heel goed dat u de heer Raisière hebt aangesproken op zijn domme uitspraken.

 

Ik ben ook blij dat u bijkomende steunmaatregelen in het vooruitzicht hebt gesteld, die meer dan welkom zijn.

 

Wij verlangen allemaal naar het einde van die ellendige, aanslepende gezondheidscrisis. Zeker ondernemers die verplicht zijn hun activiteiten te staken, hebben meer dan ooit recht op een toekomst. Zij hebben die toekomst niet, wanneer de bankensector hen verplicht aan hun pensioenkapitaal of aan het spaargeld van de kinderen te zitten. Het is ook goed dat u de rol van de banken nog eens hebt onderstreept. Wij verwachten alle steun en een constructieve rol van hen en niet de rol van saboteur.

 

08.10  Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse engagée. Il est important que vous le soyez sur ce dossier.

 

Vous avez parlé de la limite de neuf mois. Je reste malheureusement convaincu que laisser les acteurs du secteur de l'évènementiel – je pense ici notamment aux boîtes de nuit et aux bars qui seront fermés depuis neuf mois lorsque le mois de mars arrivera – seuls dans leurs relations avec certaines banques est problématique et me laisse perplexe.

 

D'ici mars, nous pourrions réfléchir à un accompagnement de ce secteur, ce qui pourrait peut-être être fait dans le cadre des travaux de la commission conjointe. Ces faillites seront payées deux fois. Elles le seront naturellement dans le cadre du chômage, mais également en termes de recettes fiscales.

 

Comme vous l'avez indiqué, nous devons continuer à être aux côtés de ces indépendants.

 

08.11  Kathleen Verhelst (Open Vld): Mijnheer de minister, ik ben blij dat u zeer goed de nood aanvoelt en de getuigenissen serieus neemt. Ik heb verkeerd begrepen dat er geen staatsgarantie meer is. Het is dan heel belangrijk dat er meer gecommuniceerd wordt met de kmo's dat de banken gesteund blijven en dat de banken zich niet kunnen wegsteken achter andere maatregelen. De communicatie is misschien al een dwangmiddel om de banken ook meer solidair te maken, zoals wij allemaal geweest zijn tijdens de financiële crisis.

 

08.12  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de minister, u weet dat ik van de kust ben. Ik kom eigenlijk ook uit een horecafamilie. Mijn eerste studentenjobs waren in het restaurant van mijn nichtje. Het eerste wat men leert wanneer men werkt in een restaurant in West-Vlaanderen is "chaud, chaud", in West-Vlaams Frans. Warm, warm, wat wil zeggen: het zal vooruitgaan, er zal hier van alles gebeuren, maak dat u aan de kant staat. Ik moet eerlijk zijn: ik had vandaag gehoopt dat uw antwoord zou zijn "chaud, chaud", mijnheer de minister. Het zal vooruitgaan, wij komen hier met nieuwe plannen en specifieke maatregelen voor de horecasector, wij gaan dat allemaal doen. Het spijt mij verschrikkelijk, maar dat is uw antwoord vandaag niet geweest.

 

Ik heb vandaag de opsomming van een aantal generieke steunmaatregelen voor de sector gehoord, die we eigenlijk allemaal al kennen. Ik heb vandaag wel gehoord dat u zegt dat er gepraat moet worden over een perspectief voor heropening, maar op geen enkele manier werd er een engagement aangegaan om specifieke steunmaatregelen voor de horecasector mogelijk te maken. Dat, collega's, is een stap achteruit! U heeft dat engagement wel al genomen in de commissie. U heeft dat niet alleen inhoudelijk gedaan, maar heeft ook het tijdskader aangegeven voor de invoering, namelijk voor de heropening van de sector.

 

Mijnheer de minister, alstublieft, chaud, chaud, laat het vooruitgaan, kom met uw teksten. Wij staan in het Parlement alvast klaar om extra steun aan de horecasector goed te keuren.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Question de Kattrin Jadin à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "L'extrême droite en Belgique" (55001286P)

09 Vraag van Kattrin Jadin aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "Extreemrechts in België" (55001286P)

 

09.01  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le vice-premier ministre, l'intitulé de la question est un peu trop restrictif par rapport mon intention. En effet, j'aimerais vous interroger sur le danger montant de tous les extrêmes, non seulement outre-Atlantique - comme on a pu s'en rendre compte -, mais aussi dans beaucoup de pays d'Europe, y compris chez nous.

 

À ce sujet, j'ai déjà interrogé plusieurs de vos prédécesseurs, qu'ils soient en charge de l'Intérieur ou de la Justice. Régulièrement, on m'a fait état de chiffres que donnait la Sûreté de l'État en ce qui concerne l'observation de groupuscules extrémistes de gauche ou de droite. Ces chiffres sont en perpétuelle augmentation. Je remercie d'ailleurs mon bien estimé collègue Moutquin de vous avoir récemment interrogé à ce sujet. Ceci m'amène à vous poser quelques questions très claires également.

 

Premièrement, la Sûreté de l'État dispose-telle de capacités suffisantes pour mener à bien toutes ses missions, sachant qu'elles sont multiples, eu égard à la montée de certains extrémismes? Deuxièmement, j'ai pu lire dans l'accord de gouvernement qu'il était en phase de préparation d'un "plan radicalisme". Pouvez-vous déjà m'en donner quelques mesures concrètes et le timing de sa mise en oeuvre? Troisièmement, je suis moi-même plongée dans différentes réflexions sur la possibilité de légiférer sur ce que l'on appelle communément les hate speeches dans les forums dits sociaux. J'aimerais également savoir si, d'un point de vue juridique, certains éléments nous permettraient, un peu à l'instar d'autre pays en Europe, d'enrayer ce phénomène. Je vous remercie.

 

09.02  Vincent Van Quickenborne, ministre: Madame Jadin, notre pays n'est pas immunisé, tout comme les autres démocraties occidentales, contre les dangers de l'extrémisme et du terrorisme. Je serai très clair: nous sommes radicaux lorsqu'il s'agit de défendre notre État de droit et nous le serons également à l'égard de ceux qui s'en prennent à lui. Que cette menace vienne de la gauche, de la droite ou des extrémistes islamistes n'a aucune importance. Nous prenons au sérieux toutes les formes d'extrémisme.

 

Ces dernières années, la menace est venue principalement des djihadistes, qui restent le problème le plus important. Cependant, nous constatons également une activité accrue des extrémistes de droite dans le monde entier. Le nombre d'incidents causés par l'extrême droite en Europe occidentale a doublé au cours de la dernière décennie. Nos services de sécurité suivent toutes ces menaces.

 

Comment procédons-nous? Nous travaillons à partir d'un "plan radicalisme" que nous allons convertir en note stratégique relative au terrorisme, à l'extrémisme et au radicalisme. Nous le faisons au moyen de la liste dite "terroristes" ainsi que via les task forces locales et les cellules de sécurité intégrale qui existent dans chaque ville et commune du pays.

 

Comme nous l'avons vu aux États-Unis, l'incitation à la haine et à la violence fondée sur la religion, le sexe, les convictions et l'origine constitue souvent le catalyseur d'actions et d'attaques extrémistes. Ces expressions sont punissables dans notre pays, mais ne sont pas toujours poursuivies. C'est pourquoi le gouvernement prendra l'initiative de modifier l'article 150 de la Constitution, afin que les extrémistes qui incitent à la haine et à la violence ne restent jamais impunis. C'est aussi pour cette raison que, cette année, nous allons encore renforcer la Sûreté de l'État en recrutant 20 agents.

 

09.03  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Voici en tous les cas des réponses claires et satisfaisantes à mon questionnement. Nous avons tous, ici, nous qui sommes démocratiquement élus, non seulement intérêt à continuer à défendre des valeurs de liberté et de démocratie mais aussi à fournir des explications correctes et de manière factuelle. En effet, cela se fait beaucoup moins qu'avant. De plus, la vérité a ses nuances et la nuance, souvent, n'est pas toujours facile à comprendre. Mais il faut fournir cet effort et le faire tous ensemble. J'espère ainsi que ces phénomènes que nous constatons pourront progressivement faire partie du passé.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Question de Claire Hugon à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "La loi pandémie" (55001281P)

10 Vraag van Claire Hugon aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "De pandemiewet" (55001281P)

 

10.01  Claire Hugon (Ecolo-Groen): Madame la présidente, madame la ministre, il y a dix mois, dans l'urgence, face à une situation sanitaire inédite, le premier arrêté covid était pris. Il a été suivi de nombreux autres au travers desquels des libertés fondamentales se voient restreintes voire suspendues. Je veux ici commencer par être très claire. Il n'est pas question pour mon groupe de remettre en question la nécessité des mesures. Les États ont le devoir d'agir à la hauteur des défis pour protéger la vie et la santé de leurs citoyens.

 

Notre priorité collective est de sortir de la crise le plus vite possible et aussi le moins abîmés possible mais dix mois, c'est long. C'est long pour le personnel de première ligne, dans les hôpitaux et les maisons de retraite. C'est long pour les bourgmestres et les forces de police qui doivent faire appliquer des mesures parfois difficiles. Pour les travailleuses et les travailleurs des secteurs dits non essentiels ou sans emploi. Pour les détenus qui, depuis des mois, n'ont pas serré leurs enfants dans leurs bras. Pour certaines femmes contraintes d'accoucher avec un masque ou sans partenaire. Pour celles et ceux qui sont confinés dans des domiciles violents et pour tant d'autres encore. C'est long pour nous tous et nous toutes, privés de contacts, de rencontres, de cohésion, d'actions, d'expression, bref, privés de la plupart des choses qui donnent à nos vies leur saveur.

 

Dix mois, c'est long et cela peut aussi faire craindre une installation dans la durée de mesures pourtant destinées à être temporaires. Gardons-nous bien de nous habituer! Rappelons-nous toujours qu'il s'agit aujourd'hui, comme au premier jour, de mesures tout à fait exceptionnelles et quelque part anormales qu'il convient de limiter à la stricte proportion!

 

Dix mois, c'est long, et des voix se sont élevées, la première urgence passée, pour appeler le pouvoir législatif à clarifier le socle juridique encadrant les mesures. Je voudrais souligner que vous avez été à l'écoute de cet appel. Avec le gouvernement, vous avez mis sur le métier un projet de loi "pandémie" qui devra apporter un cadre juridique clair pour assurer la plus grande effectivité aux mesures, y compris dans leur application par les juges, et pour assurer aussi un débat démocratique salutaire.

 

Madame la ministre, on peut se douter que l'élaboration de cette loi demandera un peu de temps. Que pouvez-vous déjà, à ce stade, nous dire sur cette loi "pandémie"? Dans l'intervalle, que pensez-vous de l'idée de tenir en commission des débats pour discuter des mesures en vigueur ou lorsqu'il faut les adapter ou en prendre de nouvelles? Enfin, que pensez-vous de l'idée défendue notamment par Patricia Popelier d'intégrer dès à présent aux experts qui conseillent le Comité de concertation des spécialistes des droits fondamentaux? De cette façon, les considérations juridiques utiles pourraient être intégrées le plus tôt possible dans le processus de décision.

 

10.02  Annelies Verlinden, ministre: Madame la présidente, madame Hugon, comme vous l'avez dit, un projet de loi "pandémie" est actuellement en préparation. Vu que nous avons déjà une base législative adéquate mais plus générale notamment sur la sécurité civile, cette nouvelle loi "pandémie" constituera une base particulière. Elle introduira une méthodologie et une base pour les mesures qui pourraient être prises en cas d'urgence épidémique.

 

Lors de la rédaction du projet, un équilibre a été recherché entre la flexibilité nécessaire dans l'application de certaines mesures, d'une part, et, d'autre part, la sécurité juridique. Le but n'est pas de fournir une liste exhaustive des mesures, étant donné que nous ne pourrons pas prédire les caractéristiques d'éventuelles futures pandémies. Toutefois, les mesures prévues sont similaires à celles que nous connaissons déjà aujourd'hui.

 

Outre la justification et la limitation dans le temps des mesures, la proportionnalité sera particulièrement importante. Il doit être clair que chaque mesure est proportionnée dans son objectif, à savoir la protection de la santé publique et le droit à la vie. Il ne s'agit ici certainement pas de rendre inopérants les droits fondamentaux. D'ailleurs, le contrôle par les cours et les tribunaux sera toujours possible.

 

Bien évidemment, on doit aussi tenir compte de la répartition des compétences entre l'État fédéral et les entités fédérées afin que celle-ci ne soit pas vidée de sa substance. À cet égard, on examine également de quelle manière un système de contrôle parlementaire peut être introduit, sans remettre en cause l'urgence avec laquelle les décisions doivent être prises ni la sécurité juridique.

 

Aujourd'hui déjà, une commission au Parlement débat de la crise covid et de sa gestion. L'évaluation à laquelle vous faites référence peut donc aussi être faite au sein de cette commission.

 

En ce qui concerne l'entrée en vigueur, je vise une entrée en vigueur prompte. Vous comprendrez que je ne peux pas aujourd'hui prédire l'évolution ni la durée de cette crise mais il n'est en tout cas pas exclu que la loi soit déjà applicable au cours de cette période de crise. Le projet est actuellement en cours de rédaction. Le processus sera poursuivi. Des consultations intercabinets ont lieu. Après délibération au Conseil des ministres et présentation devant le Conseil d'État, le texte sera soumis à la Chambre des représentants.

 

Je conclus en disant que la situation est très difficile pour tout le monde. On demande beaucoup d'efforts aux citoyens et cela dure trop longtemps. Espérons qu'avec le vaccin et les efforts réalisés maintenant, nous retrouverons à court terme notre vie. Je l'espère de tout cœur.

 

10.03  Claire Hugon (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je vous remercie sincèrement pour les réponses et les précisions que vous apportez, pour les perspectives que vous dessinez, pour les balises que vous posez dès à présent et qui sont très importantes. Nous serons évidemment très attentifs au développement de ce projet de loi.

 

Je voudrais encore insister sur un point: inscrire les mesures de lutte contre la pandémie dans une loi n'est pas  uniquement une question technique. Ce n'est même pas une question de sécurité juridique. À notre sens, c'est aussi, et peut-être avant tout, une question de démocratie.

 

Si la Constitution réserve, en principe, au pouvoir législatif la question des restrictions des droits et libertés, c'est que ces restrictions doivent s'accompagner d'une délibération démocratique. Le débat parlementaire public permet d'enrichir les décisions, de faire connaître de façon transparente les éléments et considérations qui conduisent à la prise de mesures. C'est l'assurance d'une meilleure compréhension de celles-ci et donc, d'une meilleure légitimité et d'une meilleure adhésion. C'est l'occasion, à travers des décisions claires, transparentes et prévisibles, de renforcer la confiance avec les citoyens et les citoyennes, auxquels nous demandons tellement.

 

À l'instar de ce qui se passe actuellement aux Pays-Bas, le Parlement est disponible dès à présent et à vos côtés pour poursuivre ce travail.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La présidente: Fin des questions orales.

 

11 Ordre du jour

11 Agenda

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 20 janvier 2021, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 20 januari 2021 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

 

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

12 Renvoi d'amendements en commission

12 Verzending van amendementen naar een commissie

 

J'ai reçu des amendements au projet de loi portant diverses modifications au Code des droits d'enregistre­ment, d'hypothèque et de greffe, au Code des droits de succession, au Code des droits et taxes divers et à la loi hypothécaire du 16 décembre 1851, ainsi qu'au Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, nos 1673/1 à 3.

Ik heb amendementen ontvangen op het wetsontwerp houdende diverse wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, aan het Wetboek der successierechten, aan het Wetboek diverse rechten en taksen en aan de hypotheekwet van 16 december 1851, alsook aan het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, nrs 1673/1 tot 3.

 

Je vous propose de renvoyer ces amendements en commission des Finances et du Budget (art. 93, n° 1, du Règlement).

Ik stel u voor deze amendementen te verzenden naar de commissie voor de Financiën en de Begroting (art. 93, nr. 1, van het Reglement).

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

J'ai aussi reçu des amendements au projet de loi portant dispositions diverses en matière d'Economie, nos 1515/1 à 3.

Ik heb ook amendementen ontvangen op het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake Economie, nrs. 1515/1 tot 3.

 

Je vous propose de renvoyer ces amendements en commission de l’Économie, de la Protection des consommateurs et de l’Agenda numérique (art. 93, n° 1, du Règlement).

Ik stel u voor deze amendementen te verzenden naar de commissie voor Economie, Consumenten­bescherming en Digitale Agenda (art. 93, nr. 1, van het Reglement).

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Scrutin sur les demandes de naturalisation

Geheime stemming over de naturalisaties

 

L’ordre du jour appelle le scrutin sur les naturalisations. (1698/1-2)

Aan de orde is de geheime stemming over de naturalisaties. (1698/1-2)

 

Conformément à la décision de la séance plénière du 7 janvier 2021, les membres ont pu voter du vendredi 8 janvier 2021 à aujourd’hui 14 h 00.

Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 7 januari 2021 hebben de leden vanaf vrijdag 8 januari 2021 tot vandaag 14.00 uur kunnen stemmen.

 

Les deux membres les plus jeunes présents sont invités à assister au dépouillement des scrutins. Celui-ci aura lieu maintenant dans la Salle 3.

De twee jongste, aanwezige leden worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het opnemen van de stemmen. Dit zal nu plaatsvinden in Zaal 3.

 

Les résultats seront proclamés ultérieurement.

De uitslagen worden later bekendgemaakt.

 

Interpellations

Interpellaties

 

13 Interpellatie van Peter De Roover aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het naleven van de coronamaatregelen door de premier" (55000085I)

13 Interpellation de Peter De Roover à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le respect des règles relatives au coronavirus par le premier ministre" (55000085I)

 

13.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de premier, vooreerst wil ik van deze gelegenheid gebruikmaken om even uw aandacht te vestigen op een uitspraak van collega Hugon van Ecolo daarnet. Ik heb haar uiteenzetting zeer op prijs gesteld, omdat ook zij heel erg aandringt op de invoering van een pandemiewet. Dat is van het allergrootste belang. Net vandaag heeft een politierechtbank een vonnis uitgesproken waarin wordt geoordeeld dat ministeriële besluiten geen basis zijn om bijvoorbeeld de mondmaskerplicht te handhaven. Dat is volgens mij een zeer ernstig signaal. Al meermals heb ik als Kamerlid in die zin waarschuwingen uitgesproken, maar die zijn wat in dovemansoren gevallen. Misschien kunnen het vonnis van die politierechter en de uitstekende uiteenzetting van onze collega van Ecolo tot enige spoed ter zake aanzetten, want wij willen natuurlijk geen chaos.

 

De discussie die zich daarstraks heeft ontsponnen, waarin u samen met uw collega-minister Vandenbroucke antwoordde, toont aan hoe moeilijk de communicatie verloopt in deze tijden, waarin wij heel veel vragen krijgen van de bevolking. Er ontstaan communicatieproblemen doordat er eerst enig enthousiasme wordt gewekt over de snelheid van de toediening van vaccins, maar vervolgens loopt er iets mis en dat leidt tot heel veel bezorgdheid. Ik meen dat dit ons tot bescheidenheid moet aanzetten, ook in de communicatie.

 

In dit verband wijs ik er ook op dat in de kerstperiode – de kalkoen zat al in de oven – plots nieuwe regels aan de orde werden gebracht omtrent 12-jarigen. Ook waren in de kerstperiode al mensen op reis vertrokken, toen beslist werd dat reizigers bij terugkomst in quarantaine moesten. De communicatie ter zake kwam laattijdig en dat is toch oorzaak van heel wat ongenoegen en onduidelijkheid.

 

Mijnheer de premier, communicatie omvat natuurlijk een breed spectrum. Als premier communiceert u eigenlijk altijd en in alle omstandigheden. Dat was ook vorige week op de digitale nieuwjaarsreceptie van uw partij het geval. U kent het oude gezegde: één beeld zegt meer dan duizend woorden. Welnu, uw partij heeft duizend woorden nodig gehad om één foto in de juiste context te plaatsen.

 

Nu zult u zeggen dat dat een gebeurtenis is, maar ik denk dat u dat niet mag onderschatten. Ik vraag u in eerste instantie om niet te onderschatten hoe dat is overgekomen bij alle mensen die de zware maatregelen al maandenlang moeten volgen, onder meer omdat u er hier – doorgaans terecht – met een strenge vinger op hebt gewezen dat er veel werd verwacht van de ploeg van 11 miljoen – tous ensemble – en dat wij dat samen zouden moeten doen. Dan dient u natuurlijk een extreme voorzichtigheid aan de dag te leggen in al uw doen en laten. Voor alle duidelijkheid, de storm waarin u terechtkwam vorig weekend naar aanleiding van – ik zal voorzichtig zijn – de indruk die gewekt is, heeft wonden geslagen, vooral ook bij mensen die heel – ik zal daar dadelijk nog op terugkomen – pijnlijke ervaringen hebben gehad naar aanleiding van de maatregelen die zijn genomen.

 

Ik zal milder zijn dan men op de sociale media is geweest voor u, mijnheer de eerste minister, want wij weten dat sociale media wel eens een versterker kunnen zijn, ook van de inhoud, wat niet altijd goed is voor het debat. Ik ben ervan overtuigd, mijnheer de eerste minister, maar ik zal u de vraag toch stellen en ook zelf een antwoord geven, maar u mag mij tegenspreken: bent u van mening dat u toen gezondheidsrisico's hebt genomen? Bent u van mening dat u onverantwoord gedrag hebt vertoond vanuit het oogpunt van het mogelijk oplopen van corona? U zult wellicht 'neen' antwoorden. Ik denk namelijk dat u geen risico's hebt genomen, ik denk dat u daar voorzichtig bent opgetreden. Het tegendeel zou nogal sterk zijn en van een extreme onvoorzichtigheid getuigen en daar verdenk ik u niet van.

 

Mijn tweede vraag is echter of u formeel de regels hebt overtreden, mijnheer de eerste minister. De toestand is immers dusdanig dat men ook met voorzichtig gedrag formele regels kan overtreden en het is op die formele regels dat de bevolking wordt aangesproken, niet altijd op het gezond verstand dat zij gebruikt.

 

Uw partij – uzelf hebt er niet veel of misschien zelfs niet over gecommuniceerd – heeft dan gezegd dat alles in professionele omstandigheden is verlopen, dat het werd opgenomen door een professionele ploeg en dat de afstanden werden gerespecteerd. Wellicht zijn de meeste maatregelen nageleefd, maar ik heb toch een aantal mensen gesproken die het ministerieel besluit kennen: hoe wankel de basis is, zoals ik zei, zij is er natuurlijk wel, dus wij moeten haar als uitgangspunt nemen. Ik weet niet wat u zo dadelijk zult antwoorden. Wij zouden er een feitenkwestie van kunnen maken, het zou voor de rechtbank kunnen komen, maar dat zal niet gebeuren. Ik wil hierover wel uw oordeel kennen, want er kan over worden getwijfeld of u de maatregelen allemaal zo strikt hebt nageleefd.

 

Ik moet u trouwens meegeven dat ik het ministerieel besluit heb herbekeken samen met mensen die dat beter begrijpen dan ik. Het ministerieel besluit is in het Belgisch Staatsblad immers verbrokkeld verschenen en moet dus bij elkaar worden gepuzzeld. De burger die daarin slaagt, is voor hogere zaken geroepen. Daarom ben ik naar de website gegaan die door de overheid ter beschikking wordt gesteld, zijnde www.infocoronavirus.be.

 

Ik zal een voorbeeld geven. Daarop lezen wij het volgende, ik citeer: "Indien je iemand bij je thuis uitnodigt, mag je maximum één knuffelcontact per gezin uitnodigen." Wanneer ik het ministerieel besluit daarnaast leg, dan lees ik dat ieder huishouden per lid maximaal één duurzaam nauw onderhouden contact per zes weken in huis of in een toeristische logeerwoning ontvangen. Dus per lid van het huishouden mag één nauw contact. Dat spoort niet helemaal met wat de bevolking altijd is voorgehouden. Ik herhaal dus dat ik bezorgd ben over de brave burger die in die bepalingen zijn weg moet vinden.

 

Mijnheer de eerste minister, daarom heb ik een laatste en derde vraag. Acht u dat u in die omstandigheden het risico had mogen lopen van het signaal dat onmiskenbaar is uitgegaan van de gebeurtenis het voorbije weekend? Bent u niet van oordeel dat u op die manier het risico hebt gelopen dat uw geloofwaardigheid als pleitbezorger van een strikte naleving van de regels schade zou oplopen?

 

De sociale media waren effectief ongenadig. Dat zijn de mensen die vandaag opmerken dat hun vader of hun moeder in 2020 is overleden en zij niet eens met alle kinderen aanwezig mochten zijn aan het sterfbed. Mijnheer de eerste minister, indien wat u hebt gedaan, in regel is, wat wij zo dadelijk zullen vernemen, dan is het heel vreemd te moeten vaststellen dat diezelfde regels die aanwezigheid aan het sterfbed onmogelijk hebben gemaakt. Het is het een of het is het ander.

 

Daarom zou ik u het volgende willen vragen.

 

Ten eerste, een woord van verontschuldiging tegenover de brede publieke opinie zou hier op zijn plaats zijn. U had dat eigenlijk al moeten doen. U hebt hier een uitstekende gelegenheid, om dat te doen.

 

Vroeger, toen wij te biechte gingen, moesten wij daarna penitentie doen. Wij moesten een weesgegroetje of zo bidden. U zal dat denkelijk niet doen. Ik zal u dat ook niet vragen. Misschien is het hier echter een mooie gelegenheid – ik stel dit in alle ernst, mijnheer de eerste minister – om van de commotie die is ontstaan en de emotionele schade die is berokkend bij de mensen die in heel moeilijke omstandigheden zaken hebben moeten doen die eigenlijk zelfs niet eens menselijk zijn, gebruik te maken om een geste te doen, door hier te verkondigen dat u – ik zal maar één zaak opnoemen, die geen revolutionaire toestanden inhoudt – inspanningen zal leveren, om ervoor te zorgen dat contacten van familieleden bij terminale patiënten op het allerlaatste van hun leven enigszins humaner kunnen plaatsvinden dan ze wellicht hier en daar hebben kunnen plaatsvinden?

 

Kunt u dat ene ding, hier en vandaag, aan ons beloven? Dan breien we nog een mooi einde aan een onverkwikkelijk moment.

 

13.02 Eerste minister Alexander De Croo: Mevrouw de voorzitster, mijnheer De Roover, ik wil eerst enkele zaken preciseren. In niet-covidtijden zou onze bijeenkomst een nieuwjaarsreceptie zijn geweest, in realiteit ging het over een webcast, een online-event zoals wel meer organisaties en bedrijven dat dezer dagen doen.

 

Ik meen niet dat ik door deelname aan deze activiteit de gezondheid van anderen in gevaar heb gebracht.

 

Ik was te gast in de webcast waar het over gaat. Ik was daar niet de organisator van, maar ik heb mij wel voorafgaand laten verzekeren dat het georganiseerd werd volgens de protocollen voor audiovisuele bedrijven die vandaag gelden voor dit soort activiteiten. Die vraag stel ik steeds als ik uitgenodigd word voor dit soort activiteiten. Recent heb ik dat gedaan voor een webcast van Trends voor de uitreiking van de titel Manager van het jaar, of een webcast van Voka.

 

Ik onderschrijf volmondig dat wij allemaal een voorbeeldfunctie hebben. Dat betekent dat we ons rigoureus aan de regels houden. Ik huldig niet het principe dat dit wil zeggen dat ministers moeten thuisblijven. Dat lees ik ook wel eens. Het is belangrijk om fysiek aanwezig te zijn, bijvoorbeeld in dit Parlement om het debat aan te gaan, in commissies of om interviews te geven op televisie omdat een transparante communicatie een essentieel deel is van hoe je met een crisis als deze omgaat. Dat is deel van een democratie. Die democratische rol zal ik blijven vervullen. Dat kan perfect samengaan met het volgen van de regels.

 

13.03  Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de eerste minister, u hebt nog acht minuten spreektijd. U hoeft ze niet te vullen. Het is trouwens altijd opvallend wanneer een minister precies ver over zijn spreektijd gaat, en we hebben daarvan al wat voorbeelden gehad, en wanneer hij of zij heel snel afrondt.

 

Ik ben het helemaal eens met alles Ook N-VA is pleitbezorger om het wetgevend werk te laten doorgaan. Vragen in commissie kunnen op een andere manier worden behandeld. Wij moeten ons ook niet uit de wereld terugtrekken. Anders dreigt het ivorentorensyndroom misschien nog meer dan nu al het geval is. Corona is evenmin een reden is om de parlementaire controle terug te schroeven. Ik ben het volledig met u eens.

 

Ik geloof uw antwoorden dat u geen risico's hebt genomen en dat u de vraag hebt gesteld of alles coronaproof is verlopen, maar ik denk niet dat dit het geval was, of beter gezegd, er is daar zeker gerede twijfel.

 

Ik ben het volledig eens met uw antwoord, maar het was een halve minuut te kort. U stelt mij teleur. U hebt niet eens het gevoel gehad een verkeerde indruk te wekken bij het brede publiek en u hebt hier niet het staatsmanschap aan de dag gelegd door toe te geven dat u daar een verkeerde indruk hebt gewekt en u daarvoor te verontschuldigen. Was dat zo moeilijk? Ik vind dat vreemd. Er zijn echt wonden geslagen bij mensen. Dat had maar 15 seconden in beslag hoeven te nemen.

 

Ik had gehoopt dat u in die laatste 15 seconden die kleine geste zou doen ten aanzien van mensen die het meest moeilijke moment van hun leven moeten meemaken, namelijk het overlijden van een geliefde. Ik had gehoopt dat we er op die manier nog een mooi einde aan hadden kunnen breien. Het siert u niet dat u hier niet die geste hebt gedaan, dat u zich hiervoor niet hebt verontschuldigd, dat u niet zegt begrepen te hebben dat er zich inderdaad mensen in tragische omstandigheden hebben bevonden en aanstoot konden nemen aan de beelden van de toespraak en dat u zult zorgen dat er iets meer humaniteit mogelijk is. U stelt mij erg teleur.

 

De voorzitster: Collega's, er werden geen moties ingediend.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Interpellatie van Annick Ponthier aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het uitleveringsverdrag met China en de ratificatie ervan" (55000087I)

14 Interpellation de Annick Ponthier à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le traité d'extradition avec la Chine et sa ratification" (55000087I)

 

14.01  Annick Ponthier (VB): Mijnheer de eerste minister, men pleegt te zeggen dat stilstaan achteruitgaan is, maar sta mij toe te zeggen dat dit één van de momenten is waarop stilstaan de meest aangewezen optie is. Laten wij beginnen bij het begin. In 2016 was het de regering-Michel, die een akkoord sloot met het communistisch regime van China over een uitleveringsverdrag dat voorziet in de mogelijkheid tot wederzijdse uitlevering van verdachten of criminelen. Eind 2018, net voor de val van de regering, werd die regeringsbeslissing bekrachtigd in het Parlement.

 

Een knap staaltje diplomatie van de Zweedse regering, zou men kunnen denken. Terzijde, verwar de regering niet met die van Zweden, want dat land weigert tot vandaag, net als andere landen om meer dan gegronde redenen het bewuste verdrag goed te keuren.

 

Recentelijk, op tweede kerstdag nota bene, werd het ratificatieproces van het uitleveringsakkoord afgerond en werd het dus officieel van kracht.

 

Is zo'n uitleveringsverdrag een troef dan wel een trofee? Het antwoord op die vraag, mijnheer de eerste minister, hangt uiteraard af van welke partij die bekijkt. In diplomatieke kringen en dus ook voor de regering wordt zo'n uitleveringsverdrag vooral gezien als een troef. Het zou de uitlevering van personen in het kader van de internationale strafrechtelijke samenwerking vergemakkelijken en van essentieel belang zijn om bepaalde ernstige vormen van criminaliteit, waaronder de georganiseerde misdaad, te bestrijden. Zo zei de minister van Buitenlandse Zaken eergisteren in de commissie als antwoord op mijn vraag. Wij moeten het dus zien als een soort positieve wisselwerking. Ik laat de beoordeling aan u over.

 

Door China daarentegen wordt het akkoord vooral gezien als een trofee. De leider van China dringt al jaren wereldwijd systematisch aan op het sluiten van zulke uitleveringsverdragen. Waarom is dat zo? Daar hoef ik u uiteraard geen tekening bij te maken. Op die manier wordt het namelijk voor China veel gemakkelijker de greep op politieke dissidenten te vergroten. Bijkomend legitimeren die uitleveringsverdragen als het ware de interpretatieve manier waarop China het internationaal recht hanteert.

 

Laat dat nu net de bedoeling zijn van het autoritaire communistische regime. De Chinese diplomatie is er zowaar trots op en het triomfantelijke filmpje over het Belgische akkoord dat vertoond werd op de Chinese staatspropagandazender, loog er niet om. Het was een soort open brief aan politieke dissidenten over heel de wereld waarin te lezen staat dat men hen zal weten te vinden en dat men er alles aan zal doen om hen te berechten op de eigen manier. Mijnheer de premier, we kennen die manier. Het gaat om mensen muilkorven, folteren, vermoorden en laten verdwijnen alsof ze nooit bestaat hebben.

 

Wat doet de regering en wat deed de vorige regering? Zij uiten hun bezorgdheid op nationaal en Europees niveau. Men zegt alle nodige beveiligingsmechanismen en garanties te hebben ingebouwd en alle verzoeken tot uitlevering zeer grondig te zullen onderzoeken. Intussen bakt men zoete broodjes met een land dat er, eufemistisch uitgedrukt, een zeer dubieuze agenda op nahoudt.

 

Mijnheer de premier, met die politiek trapt u er met open ogen en vol naïviteit in. U bent hier zelfs enthousiast over en verdedigt het akkoord, samen met uw minister van Buitenlandse Betrekkingen, alsof het peanuts is. De roeptoeters in het halfrond als het gaat over respect voor de mensenrechten, de socialisten en de groenen, staan erbij en kijken ernaar. Begrijpe wie begrijpen kan.

 

Collega's, dat het China menens is met de voortzetting van zijn autoritair beleid, is overduidelijk. De feiten van de afgelopen jaren liegen er niet om. Het communistische regime voert al jarenlang een zwaar repressiebeleid tegen minderheden. Het opsluiten van Oeigoeren in zogenaamde heropvoedingskampen is hier maar één voorbeeld van. Voorts worden bijvoorbeeld Tibetanen in het buitenland bespioneerd en zijn er gedwongen orgaanextracties bij Falung Gongaanhangers. Politieke tegenstanders worden gefolterd en men laat wetenschappers verdwijnen, omdat ze de waarheid durfden te vertellen of soms zelfs maar vragen durfden te stellen over het ontstaan van het COVID-19-virus. Er is ook de toch wel weinig subtiele militaire dreiging in de Zuid-Chinese Zee. Als klap op de vuurpijl nam het Chinese Volkscongres vorig jaar de nationale veiligheidswet voor Hongkong aan.

 

Président: Wouter De Vriendt, vice-président.

Voorzitter: Wouter De Vriendt, ondervoorzitter.

 

Collega's, de invoering van deze nationale veiligheidswet heeft ervoor gezorgd dat de vrijheid en de democratische rechten ernstig ingeperkt en gefnuikt werden, oppositie voeren erg bemoeilijkt, zo niet onmogelijk maakt. Die wet verbiedt overigens ook het streven naar afscheiding, buitenlandse inmenging en zogenaamde staatsondermijnende activiteiten. Vul maar in wat u daar moet onder verstaan.

 

Honderden burgers in Hongkong werden intussen al gearresteerd en nog op 6 januari van dit jaar werden politieke activisten, academici, wetenschappers, voormalige wetgevers, districtsraadsleden en advocaten gearresteerd op basis van, jawel, aanklachten die stuk voor stuk waren afgeleid uit die bewuste nationale veiligheidswet. Het gaat dus heel ver. In de praktijk wordt een ware repressie gevoerd en gaat men regelrecht in tegen eerder gemaakte afspraken en tegen de nationale en internationale verplichtingen van China. Het zo geprezen systeem van one country, two systems – we kennen er hier wel wat van – dat werkt dus ook in Hongkong niet. De rechtsstaat staat daar stevig onder druk. De algemene situatie in autoritair communistisch China inzake mensenrechten enerzijds en anderzijds het feit dat het land en zijn regime al maar meer grip op de wereld krijgen op allerlei vlakken, zorgen ervoor dat het niet hoeft te verbazen dat burgers uit Hongkong, maar ook andere minderheden meer en meer vrezen voor hun leven en dat van hun families bij het horen van dit laatste nieuws.

 

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de premier, ik kom tot mijn vragen. Hoe verklaart u dat België op dit moment een dergelijk uitleveringsverdrag ratificeert? Kunt u voor de duidelijkheid de precieze details en de inhoud van het verdrag, net als de ratificatie ervan, duiden? Hoe zit het overigens met de controlemogelijkheden of mogelijke sancties indien China de voorwaarden die door België werden opgelegd, niet zou naleven?

 

Ter aanvulling. Welke Europese landen hebben op dit moment een gelijkaardig uitleveringsverdrag? Welke hebben dit al geratificeerd? Welke hebben dit geweigerd? Welke zullen dit alsnog evalueren de komende periode?

 

Ik heb u ook een aantal cijfers gevraagd inzake de politieke vluchtelingen uit Hongkong in België. In hoeveel gevallen gaat het om spirituele minderheden als bijvoorbeeld aanhangers van Falun Gong en andere?

 

De laatste, niet minst belangrijke vraag: wanneer zult u de uitwerking van het uitleveringsverdrag evalueren, indien het zou blijven bestaan? Belangrijker, overweegt u, gezien de omstandigheden, het uitleveringsverdrag op te schorten of stop te zetten?

 

14.02 Eerste minister Alexander De Croo: Mevrouw Ponthier, zoals u ongetwijfeld weet is de ratificatie van het verdrag door ons land bijna twee jaar geleden door de vorige regering gebeurd.

 

Het uitleveringsverdrag werd door de toenmalige regering aan deze Kamer voorgelegd en heeft op 3 december 2018 instemming gekregen. Op 30 januari 2019 heeft de toenmalige regering China geïnformeerd over de instemming. De recente ratificatie door China op 27 november 2020 deed het verdrag op 26 december 2020 in werking treden.

 

Het verdrag heeft dus de normale weg afgelegd, waarbij de huidige regering geen initiatief heeft genomen op het vlak van de ratificatie.

 

Voor de inhoud van het verdrag verwijs ik u naar de tekst en naar de bespreking die in deze Kamer heeft plaatsgevonden.

 

De finaliteit van het uitleveringsverdrag is de strijd tegen internationale criminaliteit en in het bijzonder tegen drughandel, internationale fraude enzovoort. Herinner u bijvoorbeeld het gokschandaal van een aantal jaren geleden.

 

Een uitleveringsverdrag maakt het mogelijk om in het kader van internationale strafrechterlijke bijstand mensen naar hun land van herkomst over te brengen.

 

Zoals u zelf in uw vraag zegt, bevat het verdrag een aantal belangrijke grendels. Zo zijn er de verplichte weigeringsgronden. Zo mag ons land niemand uitleveren die voor politieke misdrijven wordt gezocht of het risico loopt op foltering, discriminatie of veroordeling tot de doodstraf.

 

Er zijn ook facultatieve weigeringsgronden waarbij ons land unilateraal kan oordelen dat een uitlevering niet kan doorgaan, bijvoorbeeld omdat het in strijd is met het EVRM.

 

Bovendien wordt elke uitlevering individueel beoordeeld en beslist door de minister van Justitie. Hij zal zich uiteraard laten leiden door het respect voor de mensenrechten.

 

De uitleveringen zijn dus geen automatisme, wel integendeel. Mensen worden niet zomaar overgebracht op eenvoudig verzoek. Ons land werkt binnen een breder internationaal kader, binnen het EVRM. We moeten te allen tijde vermijden dat de strijd tegen internationale misdaad slachtoffers maakt bij politieke activisten of onschuldige minderheden.

 

Het is inderdaad zo dat we vandaag met een nieuwe politieke realiteit worden geconfronteerd, een realiteit die verschilt van januari 2019, toen ons land dit verdrag ratificeerde. U haalt verschillende keren de situatie van de Falun Gong-aanhangers aan en van de democratische activisten in Hongkong. U zult het met mij eens zijn dat de genocide op de Oeigoerse moslims evenzeer zorgelijk is.

 

Daarom zal de regering de feitelijke uitwerking van dit verdrag, dus elk individueel geval, van zeer nabij opvolgen. De praktijk zal ons leren of er verzoeken zullen zijn en hoeveel verzoeken tot uitlevering worden gedaan die buiten het doel van het verdrag vallen, met name het bestrijden van criminaliteit. Als de toepassing van het verdrag in de praktijk problematisch zou blijken, is schorsing of opzegging van het verdrag altijd een optie. Een uitleveringsverdrag kan altijd opgeschort of opgezegd worden, in overeenstemming met het internationaal recht.

 

Een aantal andere Europese landen hebben een gelijkaardig verdrag, zoals Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal. U vroeg naar cijfers over vluchtelingen uit Hongkong, China en België. Het is niet mogelijk om aparte data voor Hongkong of Falun Gong te trekken. Het aantal verzoeken voor internationale bescherming vanuit China is de afgelopen vijf jaar in dalende lijn gegaan, van 446 in 2015 naar 179 in 2019. De cijfers van 2020 zijn nog niet volledig. Op het totaal aantal aanvragen is het Chinese aandeel van 1,7 % in 2016 gedaald naar 0,6 % in 2018 en 2019. Pas wel op om hier grote conclusies aan te verbinden, aangezien het over kleine aantallen gaat, waardoor de schommeling niet altijd statistisch significant is.

 

14.03  Annick Ponthier (VB): Mijnheer de eerste minister, bedankt voor uw antwoord. Over de samenhang binnen uw regering zal ik het niet nog eens hebben. Een blinde kan zien dat het in uw Vivaldionderonsjes zeer gezellig moet zijn, nietwaar, mijnheer de voorzitter? Ook het dossier dat we nu bespreken, maakt een en ander opnieuw pijnlijk duidelijk.

 

Mijnheer de premier, het is bijzonder naïef om vertrouwen te stellen in een land als China als het gaat om respect voor mensenrechten en rechten op een desgevallend eerlijk rechtsproces. Het schermen met de ingebouwde beveiligingsclausules en garanties klinkt voor onze fractie alvast als holle bewoordingen. China zal immers iedere voorwaarde of ieder beveiligingsmechanisme van het verdrag en de uitwerking ervan naar eigen goeddunken interpreteren en, desnoods via een drogreden, toch zijn doel willen behalen. China kent heus wel alle achterpootjes, maakt u zich daarover geen illusies. Geen zinnig mens twijfelt daaraan, behalve deze regering, klaarblijkelijk.

 

Als het over controlemechanismen gaat, is de waarheid dat u gewoonweg geen controle hebt. Eens de uitlevering is gebeurd, na alle controle in ons land door de bevoegde instanties, is het uit uw handen en weet u op geen enkele manier nog wat er in China met de betrokken personen gebeurt. De conclusie van dit alles moet eigenlijk luiden dat u simpelweg niet met gelijke wapens strijdt. Een dergelijke strijd is in de meeste gevallen reeds bij voorbaat verloren. Over de controlemogelijkheden blijft uw antwoord naar onze mening dus alvast zeer onduidelijk.

 

Hetzelfde gaat op voor eventuele sancties of drukkingsmiddelen. Als het u menens is met het respect voor de mensenrechten, dan had u dit verdrag alvast als pasmunt gebruikt in het kader van de recente gebeurtenissen in Hongkong, na de invoering van de bewuste nationale veiligheidswet. U hebt dat niet gedaan, integendeel. Misschien hebt u wel goede bedoelingen, want u zegt dat een evaluatie nog mogelijk is mocht in de praktijk blijken dat een en ander niet wordt gerespecteerd of gehonoreerd zoals bedoeld. Dat zullen we in de toekomst nog kunnen afwegen. De weinige tools die u in handen hebt om over de correcte gang van zaken te waken, hanteert u evenwel niet.

 

Overigens, om te verzekeren dat zware criminelen aan hun thuisland worden uitgeleverd, hebt u zelfs geen bilateraal uitleveringsverdrag nodig. Dat zeg ik niet, dat zeggen experten in het internationaal recht.

 

Ik rond af. Mijnheer de eerste minister, wanneer men zo'n akkoord sluit met een land als China moeten alle rode knipperlichten tot waakzaamheid dringend gaan branden. Ik wil opnieuw waarschuwen voor een naïeve Pekingpolitiek, wat ik ook bij de bespreking van de beleidsbrieven van de minister van Buitenlandse Zaken heb gedaan. Dat schijnt de regering na te streven, maar als men Peking naïef benadert, zijn de gevolgen niet van de minste. Nu het verdrag is afgerond, kan men dus wereldwijd beginnen vrezen voor vervolging wanneer men wordt geviseerd door de Volksrepubliek China.

 

Dat zeg ik heus niet alleen, dat zeggen ook de VN en Human Rights Watch, die zulke verdragen een bedreiging voor activisten en minderheidsgroepen noemen. Bovendien roept ook Reinhardt Bütikofer, voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de Volksrepubliek China van het Europees Parlement, alle Europese lidstaten op om uitleveringen aan China onmiddellijk stop te zetten en alle bestaande uitleveringsverdragen met China te herbekijken. Het is dus onbegrijpelijk dat België net nu de ratificatie doorvoert en formaliseert. Nochtans zijn er tal van landen, zoals ik al zei, die weigeren om zo'n verdrag te sluiten met Peking. Volgens het Vlaams Belang had ook België dat moeten doen. Wij hadden daar de kans voor.

 

Wij doen hierbij dan ook een algemene oproep om de naïviteit te stoppen en onze verhouding met China fundamenteel en strategisch te herzien, en wij doen een specifieke oproep om dit schandalige uitleveringsakkoord stop te zetten. Wij doen dat bij wijze van motie van aanbeveling en ik dien die motie nu in bij de Kamervoorzitter in naam van onze fractie.

 

14.04  Maggie De Block (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik dien een eenvoudige motie in, ondertekend door alle fractieleiders van de Vivaldipartijen. Ik vraag bij deze ook urgentie voor deze motie.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Annick Ponthier en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Annick Ponthier

en het antwoord van de eerste minister,

- overwegende dat op 30 juni 2020 door het Permanent Comité van het Nationaal Volkscongres van China een nationale veiligheidswet is aangenomen, zonder medewerking van het parlement in Hong Kong, dat strekte tot het sanctioneren van oppositie-activiteiten en voorzag in de plaatsing van Chinese veiligheidstroepen in Hongkong;

- overwegende dat VN-mensenrechtenexperts op 1 september 2020 bevestigden dat de bewuste veiligheidswet in Hongkong gekenmerkt wordt door ernstige legaliteitsproblemen en overmatige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, expressie en het recht op vreedzame vergadering inhoudt;

- overwegende dat op 6 januari 2021 53 politieke activisten, academici, voormalige wetgevers, huidige districtsraadsleden en advocaten gearresteerd werden op basis van aanklachten afgeleid uit de Nationale Veiligheidswet;

- overwegende dat prodemocratische Hongkongers in Europa hun bezorgdheid hebben geuit inzake uitlevering van politieke dissidenten zoals hen, in het kader van uitleveringsverdragen met China;

- overwegende de commentaren van Reinhard Bütikofer, voorzitter van de Europese Parlementsdelegatie voor China, die stelde dat elke Europese lidstaat uitleveringen aan Hongkong onmiddellijk dient stop te zetten en alle bestaande uitleveringsverdragen met China herbekeken moeten worden;

- overwegende dat Human Rights Watch en VN-mensenrechtenexperts ernstig bezorgd zijn omtrent uitleveringsverdragen met China, omwille van de mogelijkheid tot mishandeling, foltering en executie van uitgeleverde politieke dissidenten en vervolgde etnische groepen;

- overwegende dat verschillende westerse landen geen uitleveringsverdrag met China onderhouden, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, de Scandinavische landen en de Verenigde Staten, omwille van de zorgen over ernstige mensenrechtenschendingen van politieke dissidenten en vervolgde etnische groepen;

- overwegende dat de beschermingsgaranties in het uitleveringsverdrag om te voorkomen dat etnische groepen en politieke dissidenten uitgeleverd worden, nooit afdoende zijn om te verzekeren dat China zijn verplichtingen nakomt;

- overwegende dat het Hoogste Gerechtshof in Zweden reeds een uitlevering naar China verboden heeft, omdat het de Chinese garanties niet accepteerde en China de Europese rechtsnormen voor uitlevering niet haalde;

- overwegende dat Chinese aanklachten tegen kandidaat-uitgeleverden gefabriceerd kunnen worden en China dit uitleveringsverdrag zodoende als stok achter de deur misbruikt om politieke activisten en minderheden te onderdrukken, overal ter wereld, wat door juridische experts ter zake als Matthieu Burnay, Sebastiaan Veg en Sophie Richardson wordt bevestigd;

- overwegende dat in een recent geval van uitlevering van Chinees zakenman Lai Changxing door Canada aan China, het Chinese regime zijn diplomatieke beloftes evenmin is nagekomen;

vraagt dat de regering

- per direct het uitleveringsverdrag met China opschort of stopzet;

- afziet van onderhandelingen in de toekomst omtrent uitleveringsverdragen met China."

 

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Annick Ponthier et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Annick Ponthier

et la réponse du premier ministre,

- considérant que le Comité permanent de l’Assemblée nationale populaire de Chine a adopté le 30 juin 2020 une loi sur la sécurité nationale visant à sanctionner les activités d'opposition à Hong-Kong et à y stationner des troupes de sécurité chinoises sans que le Parlement de Hong-Kong ait pu collaborer à l'élaboration de cette loi;

- considérant que des experts des droits de l'homme de l'ONU ont confirmé le 1er septembre 2020 que cette loi sur la sécurité posait de graves problèmes de légalité ainsi que des limitations exagérées de la liberté d'expression et du droit de réunion pacifique à Hong-Kong;

- considérant que 53 militants politiques, universitaires, anciens législateurs, actuels membres de conseils de district et avocats ont été arrêtés le 6 janvier 2021 sur la base d'accusations fondées sur la loi sur la sécurité nationale;

- considérant que des prodémocrates de Hong-Kong ont exprimé, en Europe, leurs inquiétudes quant à l'extradition de dissidents politiques tels qu'eux-mêmes dans le cadre des traités d'extradition signés avec la Chine,

- vu les commentaires de Reinhard Bütikofer, président de la délégation du Parlement européen pour la Chine, selon lesquels chaque État membre européen devrait mettre immédiatement fin aux extraditions vers Hong-Kong et l'ensemble des traités d'extradition vers la Chine devraient être réexaminés;

- considérant que Human Rights Watch et des experts des droits de l'homme de l'ONU sont extrêmement préoccupés par les traités d'extradition vers la Chine en raison du risque de maltraitance, de torture et d'exécution des dissidents politiques extradés et des membres de groupes ethniques persécutés;

- considérant que divers pays occidentaux, parmi lesquels le Royaume-Uni, les Pays-Bas, l'Allemagne, les pays scandinaves et les États-Unis, n'ont pas signé de traité d'extradition vers la Chine en raison de leurs inquiétudes découlant de violations graves des droits de l'homme commises sur des dissidents politiques et les membres de groupes ethniques persécutés;

- considérant que les garanties contenues dans le traité d'extradition, qui visent à protéger les groupes ethniques et les dissidents politiques en évitant leur extradition, ne sont jamais suffisantes pour assurer le respect par la Chine de ses engagements;

- considérant que la Cour suprême de Suède a déjà interdit une extradition vers la Chine parce qu'elle n'acceptait pas les garanties fournies par la Chine et que la Chine ne répondait pas aux normes juridiques européennes en matière d'extradition;

- considérant que les accusations formulées par la Chine à l'encontre des candidats à l'extradition peuvent avoir été inventées de toutes pièces et que la Chine abuserait ainsi de ce traité d'extradition pour en faire un moyen de pression en vue de persécuter les militants politiques et les minorités dans le monde entier, autant de thèses confirmées par des juristes experts en la matière tels que Matthieu Burnay, Sebastiaan Veg et Sophie Richardson;

- considérant que dans le cas récent de l'extradition par le Canada de l'homme d'affaires chinois Lai Changxing vers la Chine, le régime chinois n'a pas non plus respecté ses promesses diplomatiques;

demande au gouvernement

- de suspendre l'application du traité d'extradition vers la Chine ou d'y mettre fin avec effet immédiat;

- de renoncer à toute négociation future avec la Chine concernant un traité d'extradition."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maggie De Block, de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre, Servais Verherstraeten en mevrouw Melissa Depraetere.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maggie De Block, MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre, Servais Verherstraeten et Mme Melissa Depraetere.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

Projets et propositions de loi

Wetsontwerpen en -voorstellen

 

15 Proposition de loi modifiant le Code Consulaire en ce qui concerne l’assistance consulaire à des personnes avec plusieurs nationalités (1180/1-5)

- Proposition de loi modifiant le Code consulaire afin d'accorder l'assistance consulaire à nos binationaux (1175/1-2)

15 Wetsvoorstel tot wijziging van het Consulair Wetboek voor wat betreft de consulaire bijstand aan personen met meerdere nationaliteiten (1180/1-5)

- Wetsvoorstel tot wijziging van het Consulair Wetboek teneinde de consulaire bijstand te verlenen aan de Belgen met een dubbele nationaliteit (1175/1-2)

 

Propositions déposées par:

Voorstellen ingediend door:

- 1180: Samuel Cogolati, Wouter De Vriendt, Séverine de Laveleye, Malik Ben Achour, Sophie Rohonyi, Georges Dallemagne

- 1175: Nabil Boukili en Marco Van Hees, Greet Daems, Raoul Hedebouw, Peter Mertens.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

Le président: M. Lacroix, rapporteur, se réfère à son rapport écrit.

 

15.01  Ellen Samyn (VB): Principieel is het Vlaams Belang tegenstander van de dubbele nationaliteit, aangezien men slechts trouw kan zijn aan één nationale identiteit of volkgemeenschap, wanneer het er echt op aankomt. Een klassiek voorbeeld is dat van de hypothetische oorlog tussen twee of meer landen waarvan iemand de nationaliteit bezit. Bij mobilisatie zal hij moeten kiezen bij welk land zijn loyaliteit ligt. De afschaffing van de dubbele nationaliteit zou dus een stap naar meer loyaliteit zijn aan onze naties voor personen met de dubbele nationaliteit.

 

Dat is echter een zeer complex juridisch vraagstuk, aangezien er zo veel allochtone gemeenschappen van zo veel verschillende nationaliteiten aanwezig zijn in Vlaanderen en sommige landen het bijna onmogelijk maken afstand te doen van hun nationaliteit. Sommige partijen proberen de rechten van Belgen met dubbele of meerdere nationaliteiten echter zodanig uit te breiden, dat ze de nationale soevereiniteit uithollen, vanuit een typerende internationalistische logica. Ze halen hiervoor de internationaalrechtelijke ontwikkeling aan naar een uitbreiding van het recht op diplomatieke bescherming van een rechtspersoon met twee of meerdere nationaliteiten, ook in het land waarvan ze de tweede of zelfs derde nationaliteit hebben.

 

Die ontwikkeling steunt op de effectieve nationaliteitstheorie, die stelt dat het land waarmee een onderdaan met twee of meer nationaliteiten de nauwste band heeft, wel degelijk diplomatieke bescherming mag leveren bij een onrechtmatige daad in het land waar die onderdaan eveneens de nationaliteit van heeft. Op basis van die theorie en de ontwikkeling van het internationaal recht trachten linkse partijen nu ook het recht op Belgische consulaire bijstand uit te breiden in landen waarvan onderdanen ook de nationaliteit hebben.

 

Het recht op diplomatieke bescherming bij onrechtmatige daden of humanitaire nood moet echter strikt onderscheiden worden van consulaire bijstand. In het eerste geval gaat het om de bescherming van onderdanen wier rechten zijn geschonden door een andere staat. In het tweede geval gaat het om allerhande situaties, van administratieve zaken tot noodsituaties. Ze beroepen zich hiervoor tevens op de redenering dat mensen met dubbele nationaliteit zouden worden gediscrimineerd ten opzichte van Belgen met enkele nationaliteit, omdat die wel in bijvoorbeeld Marokko recht hebben op Belgische consulaire bijstand en Belgomarokkanen niet.

 

Président: Eliane Tillieux, présidente.

Voorzitter: Eliane Tillieux, voorzitster.

 

Dit is echter een drogredenering aangezien mensen met een dubbele nationaliteit tal van voordelen en rechten putten uit die dubbele nationaliteit en in elk land, behalve de twee landen van hun nationaliteit, aanspraak kunnen maken op consulaire bijstand, terwijl Belgen met enkele nationaliteit in het buitenland deze rechten uitsluitend bij Belgische consulaten hebben.

 

Men kan dus nog eerder stellen dat Belgen met enkele nationaliteit ongelijk worden behandeld in gelijke situaties, dus eigenlijk gediscrimineerd, omdat ze in het buitenland uitsluitend op de Belgische consulaten en diplomatieke bescherming kunnen rekenen. In de hypothetische situatie dat men als Belg met enkele nationaliteit het slachtoffer zou worden van een internationaal onrechtmatige daad kan men ook niet aankloppen bij buitenlandse autoriteiten voor diplomatieke bescherming, iets wat mensen met dubbele nationaliteit wel kunnen.

 

Deze privileges van Belgen met de dubbele nationaliteit overcompenseren dus het gebrek aan een subjectief recht van Belgen met dubbele nationaliteit om bijvoorbeeld in Marokko recht te hebben op Belgische consulaire bijstand wanneer ze naast de Belgische ook de Marokkaanse nationaliteit bezitten.

 

Wanneer we de feitelijke consequenties van deze voorstellen om het recht op consulaire bijstand uit te breiden voor Belgen met dubbele of meerdere nationaliteiten nader bekijken, baren ze ons onmiddellijk grote zorgen. Deze uitbreiding zou het immers mogelijk maken voor Belgen met dubbele nationaliteit die in het buitenland ernstige misdaden hebben gepleegd om gebruik te maken van onze consulaire bijstand. Hierbij denkt men spontaan aan onder meer de foreign terrorist fighters die bijvoorbeeld vanuit Irak hun vonnis proberen om te zetten naar een gevangenisstraf op kosten van onze Staat en dus van onze belastingbetalers.

 

Dit zijn voor onze partij onaanvaardbare gevolgen van zo'n voorstel om het recht op consulaire bijstand uit te breiden. België is immers niet verantwoordelijk voor de misdaden die onderdanen met een dubbele nationaliteit in het buitenland hebben gepleegd en het zou logisch zijn dat men wordt berecht in het land waarin men deze daden heeft gesteld.

 

Daarnaast zijn ons juridisch systeem en onze veiligheidsdiensten niet voorbereid op de repatriëring van zware criminelen of terroristen gezien deze in België veel te lage straffen krijgen omwille van gebrek aan bewijslast in het buitenland, waardoor ze ook te snel op vrije voeten zouden komen, soms nog radicaler dan voor hun gevangenisstraf, en op die manier een permanente bedreiging vormen voor onze nationale veiligheid.

 

Naast de grote nadelen die deze uitbreiding van het recht op consulaire bijstand met zich brengt, zijn er nauwelijks praktische voordelen. Men kan immers, wanneer men bijvoorbeeld een Italiaanse Belg is, als Italiaans staatsburger probleemloos gebruikmaken van de lokale diensten wanneer men administratieve of andere problemen ondervindt.

 

Wanneer Belgen met een dubbele nationaliteit of met meerdere nationaliteiten in een land waarvan zij de nationaliteit hebben zich in een humanitaire noodsituatie bevinden, kunnen zij trouwens al rekenen op hulp van het Crisiscentrum en in de ernstigste gevallen op repatriëring.

 

Collega's, daarnaast wordt door de linkse partijen het voorstel gedaan tot faciliteren van het verzaken aan de vreemde nationaliteit door Belgen met een dubbele nationaliteit. Dit omdat volgens deze partijen de keuzevrijheid wel of niet een dubbele nationaliteit te hebben, primeert.

 

Hoewel men vanuit onze Vlaams-nationalistische ideologie kan argumenteren dat een enkele nationaliteit als Belg voor allochtonen het kroonjuweel moet zijn van een succesvolle integratie, en veel verkieselijker is dan het bezitten van een dubbele nationaliteit, schuilt in dit voorstel een grote adder onder het gras. Via deze weg proberen de linkse partijen het onmogelijk te maken de zogeheten nieuwe Belgen die recentelijk genaturaliseerd zijn nog te repatriëren naar hun land van herkomst waar zij ook de nationaliteit van bezitten.

 

Als allochtone criminelen slechts over de Belgische nationaliteit beschikken, kan men ze niet meer de Belgische nationaliteit ontnemen en hen uitwijzen daar zij zo staatloos zouden worden en dit verboden is volgens het internationaal recht. Hoewel wij in beginsel tegen de dubbele nationaliteit zijn, zien wij achter dit wetsvoorstel een doorzichtige agenda van bescherming van criminelen met een allochtone achtergrond.

 

Een ander nadeel van dit voorstel is van principiële aard. Volgens het vigerende recht blijft de nationaliteitswetgeving een soevereine aangelegenheid van natiestaten. Wij van Vlaams Belang willen uiteraard niet meehelpen aan de verdere uitholling van alles wat nationale soevereiniteit betreft ten voordele van een internationale wetgeving.

 

15.02  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik ben blij dat u terug bent en ik mijn uiteenzetting kan geven bij het wetsvoorstel.

 

Het gaat om een wetsvoorstel dat voor onze fractie belangrijk is. Wij hebben het ingediend samen met een aantal leden van mijn fractie, met name in de eerste plaats Samuel Cogolati en Séverine de Laveleye, Malik Ben Achour van de PS, Sophie Rohonyi van DéFi en Georges Dallemagne van cdH.

 

De tekst heeft een heel proces doorgelopen en is duidelijk ook verbeterd doorheen het proces, ook dankzij de amendementen die zijn ingediend door collega's van de Vivaldimeerderheid.

 

De aanleiding of katalysator voor het initiatief was wat wij hebben gezien bij de uitbraak van de pandemie. Tijdens de eerste maanden hebben wij allen heel wat getuigenissen gehoord van echte onrechtvaardigheid, geuit door een aantal Belgen die ook een andere nationaliteit bezitten.

 

Het ging om pijnlijke getuigenissen, ondanks de inspanningen op dat moment trouwens van toenmalig minister Goffin, die heeft gedaan wat hij kon binnen het wettelijke kader.

 

U moet zich echter zelf eens het volgende indenken. U bent een Belgische Marokkaan of een Belgische Burundees. U bent hier in ons land geboren en hebt hier altijd belastingen betaald. U behoort tot de derde of de vierde generatie. Het is allerminst gemakkelijk om, mocht u dat willen, te verzaken aan uw andere nationaliteit. In dat geval lijkt de wetgeving in ons land het immers mogelijk te maken dat consulaire bijstand voor u onmogelijk zou zijn indien u zich zou bevinden in Marokko of Burundi, zoals in het voorbeeld wordt aangegeven.

 

Dat is onaanvaardbaar en niet echt logisch. Het was dus aan het Parlement om oor te hebben voor dat gevoel van legitiem onrecht. Dat is de geest, de context van het huidige wetsvoorstel.

 

Ik zou u allen echt willen bedanken voor de kwaliteit van het parlementaire debat. Er waren heel nuttige bijdragen van mevrouw Lanjri, mevrouw Liekens en de heer Boukili. Er zijn ook hoorzittingen gehouden, die hebben bijgedragen tot een goede fond en de nodige diepgang in ons debat.

 

Wij hebben een aantal organisaties gehoord, wat onze zaak zeker vooruit heeft geholpen.

 

Het voorstel werd geamendeerd in de commissie en wij zijn tevreden met de aanzienlijke vooruitgang. Met onderhavig wetsvoorstel, hopelijk binnenkort wet, zal de consulaire bijstand tot alle Belgen uitgebreid kunnen worden, waardoor nu ook vluchtelingen, erkende staatslozen en mensen met een dubbele nationaliteit erop een beroep kunnen doen, uitgezonderd in de gevallen waarin de lokale nationale autoriteiten het zouden weigeren, uit respect voor het soevereiniteitsprincipe. Het was in elk geval essentieel om een einde te maken aan iets wat werd gezien als een ernstige belemmering voor het burgerschap van een groot deel van de Belgische bevolking, namelijk degenen die ook een andere nationaliteit bezitten of het statuut hebben van vluchteling of staatsloze.

 

Het probleem schuilde in een interpretatie van de consulaire wetgeving die er vaak toe leidde dat er een automatische weigering kwam om bijstand te verlenen aan die personen, wanneer ze zich in het land van hun andere nationaliteit bevonden. Die negatieve interpretatie voor Belgen met een dubbele nationaliteit wordt duidelijk verworpen in het voorliggende wetsvoorstel.

 

Voor ons is het belangrijk dat er geen nationaliteit van tweede orde bestaat, geen B-nationaliteit. Mensen met een dubbele nationaliteit zijn evenwaardig en moeten over dezelfde bijstand kunnen beschikken. Overigens geeft onze Grondwet dezelfde rechten aan alle Belgen. Het gaat dus niet op dat ons land geen consulaire bijstand zou verlenen aan enkele Belgen, een welbepaalde groep of categorie, en dat bijstand dus zou geweigerd worden aan mensen met een dubbele nationaliteit, vluchtelingen of staatslozen.

 

De gezondheidscrisis heeft zeker en vast aangetoond dat het vaak gaat om cruciale bijstand, bijvoorbeeld wanneer Belgen geblokkeerd worden in het buitenland.

 

Dat is de reden waarom het Parlement de constructiefout wil corrigeren en expliciet preciseert dat de consulaire bijstand ook geldt voor de aangehaalde groepen, als er geen weigering van de lokale autoriteit is.

 

Hoewel de tekst de automatische weigering om bijstand te verlenen, verbiedt, kan de bijstand mogelijks niet worden geboden, als de lokale autoriteit daartoe beslist, maar het is heel belangrijk dat we het voorstel lezen zoals het hoort en dat een verbod niet meer als een totaalverbod kan worden geïnterpreteerd.

 

Wij hebben de mogelijkheid van de consulaire bijstand willen aanbieden aan mensen met een dubbele nationaliteit, dus ook wanneer ze zich in het land van hun andere nationaliteit bevinden.

 

Er zijn twee gevallen mogelijk. Als de lokale autoriteit, bijvoorbeeld de Marokkaanse autoriteit, weigert dat consulaire bijstand aan een Belgische Marokkaan wordt geboden, dan is er uiteraard geen sprake van bijstand. Als de lokale autoriteit die bijstand toelaat, dan is er geen enkele belemmering om die bijstand te verlenen. Alles zal natuurlijk met de vertegenwoordiging van ons land ter plaatse moeten worden bekeken.

 

Collega's, het voorstel is dus een positieve herformulering van het artikel 79, zodat we vermijden dat bepaalde Belgen a priori van het voordeel van de consulaire bijstand worden uitgesloten. Met het voorstel wordt die onrechtvaardigheid gecorrigeerd.

 

Dat is een overwinning met zeer duidelijke, praktische, concrete gevolgen voor Belgen die geblokkeerd zitten in het buitenland. Het is ook symbolisch belangrijk om duidelijk te maken dat alle Belgen gelijk zijn, van waar zij ook komen en of zij al dan niet een tweede nationaliteit hebben.

 

15.03  Malik Ben Achour (PS): Madame la présidente, chers collègues, au printemps dernier, en pleine première vague covid, la fermeture subite des frontières et des espaces aériens avait eu comme conséquence de bloquer des milliers de Belges à l'étranger.

 

La situation avait été particulièrement critique pour nos compatriotes également détenteurs de la nationalité marocaine puisque, selon le Code consulaire – et donc selon la loi –, au Maroc, ils relevaient de l'autorité du Royaume du Maroc et ne pouvaient dès lors pas bénéficier de l'assistance consulaire belge pour rentrer chez eux en Belgique. De même le Burundi avait empêché, dans un premier temps, le rapatriement de certains Belges ayant la double nationalité et leur avait refusé, au dernier moment, l'accès aux vols spécialement affrétés par la Belgique.

 

Cette situation avait éveillé un immense sentiment d'injustice et de discrimination dans le chef de ces binationaux. De véritables drames humains se sont joués. J'ai d'ailleurs personnellement passé des heures et des nuits à me pencher sur ce problème. Je me dois ici de souligner que grâce au volontarisme de Philippe Goffin, alors ministre des Affaires étrangères, des centaines de solutions ont été apportées, mais le mal était fait.

 

Aujourd'hui, le Parlement a corrigé le tir en modifiant le texte du Code consulaire sur la base d'une initiative conjointe de mes collègues notamment d'Ecolo et de DéFI.

 

Pour rappel, en 2018, la séance plénière avait adopté à la quasi-unanimité un premier projet de loi visant à modifier le Code consulaire. Ce texte permettait de clarifier le cadre de l'assistance consulaire dans notre pays, puisqu'il n'existait aucune loi en la matière auparavant. On pouvait lire dans l'exposé des motifs que ledit texte voulait traduire une approche équilibrée qui responsabilise le voyageur en l'informant de l'assistance qu'il peut attendre de son pays de nationalité lorsqu'en dépit de ses déplacements responsables, il est frappé par le sort en terre étrangère.

 

Telle que présentée à la Chambre, cette loi réservait donc l'assistance consulaire aux seuls nationaux belges. Pour ce faire, elle donnait une liste limitative des situations dans lesquelles l'assistance consulaire pouvait être réclamée et délivrée.

 

L'objectif de la proposition que nous sommes amenés à voter aujourd'hui, chers collègues, est de modifier le Code consulaire pour que les binationaux, ces Belges détenteurs d'une autre nationalité - parfois, je le souligne, sans même pouvoir y renoncer - puissent à l'avenir, comme n'importe quel autre Belge, solliciter l'assistance des services diplomatiques et consulaires de leur pays, la Belgique.

 

Évidemment, l'assistance consulaire repose, de manière générale, sur le principe d'une obligation de moyens et non de résultats. Cependant, il ne peut exister aucune justification d'une quelconque différence de traitement entre Belges, et la formulation actuelle de l'article 79 de la loi peut poser question et nourrir le sentiment d'un double standard. Il faut l'admettre.

 

Notre intention, avec la modification ici proposée, n'est pas de remettre en cause les principes invoqués en 2018 et encore moins le principe de la souveraineté de l'autorité de l'autre État concerné. Il n'est pas question que cette proposition permette une quelconque forme d'ingérence. Notre diplomatie doit également maintenir sa liberté d'action en étant attentive au principe de réciprocité qui pourrait in fine, dans certaines circonstances, nuire à la Belgique.

 

En effet, dès lors que la loi belge autoriserait la Belgique à intervenir dans la relation entre un État et un de ses sujets, sous prétexte que ce sujet possède aussi la nationalité belge, elle s'exposerait à voir des États tiers intervenir dans la relation entre la Belgique et les Belges possédant également sa nationalité.

 

Nous visons par contre à inscrire l'article 79 davantage dans une approche et une formulation positives, ne laissant plus aucun doute quant aux efforts que doit déployer notre État en matière d'aide consulaire pour l'ensemble de nos concitoyens, qu'ils aient ou non la double nationalité, qu'ils soient apatrides ou réfugiés. Elle élargit en effet les possibilités d'intervention des postes diplomatiques et a le mérite de ne plus permettre aux postes de refuser purement et simplement cette assistance consulaire, comme on l'avait d'ailleurs remarqué en tout début de crise.

 

En conclusion, aujourd'hui, j'en suis très fier car nous allons faire progresser l'égalité en Belgique et cela mérite d'être souligné. Je vous remercie pour votre attention.

 

15.04  Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, chers collègues, nous sommes ici devant un travail législatif que nous avons effectué en commission des Relations extérieures sur deux articles du Code consulaire. Cela me semble être un très bon exemple de ce que peut être un travail parlementaire fructueux et constructif, et je m'en félicite. C'est important de le souligner de temps à autre.

 

Nous nous appuyons ici sur plusieurs éléments, dont le Code consulaire tel qu'il avait été reformulé au travers de deux réformes qui avaient été initiées en 2013 et en 2018 par l'ancien ministre des Affaires étrangères, Didier Reynders. Nous avons aussi étudié avec beaucoup d'intérêt l'avis de la Cour constitutionnelle sur un des articles de la proposition que nous allons voter ultérieurement.

 

Nous avons tenu compte également de la mise en œuvre de ce Code, cela a été rappelé, au travers des faits dont nous avons été témoins, qui nous ont beaucoup préoccupés au mois d'avril et de mai, qui avaient trait au rapatriement de binationaux lors de la première vague de coronavirus. Et finalement, nous avons auditionné trois spécialistes qui ont fait une riche synthèse de tous ces développements.

 

Nous avons donc pu tirer des conclusions pratiques, mais aussi juridiques, de tous ces éléments, pour proposer aujourd'hui une évolution réfléchie et même intelligente, chers collègues, de cette législation. Je fais une réflexion positive sur la méthode, pour d'autres législations qui nécessitent l'une ou l'autre adaptation.

 

Pour ce faire, nous avons basé nos réflexions sur plusieurs principes: le principe de la souveraineté nationale et territoriale des États; le principe de l'égalité souveraine des États; le principe de non-intervention dans les affaires intérieures et extérieures des États tiers; le principe de non-immixtion dans les affaires intérieures de l'État de résidence; le principe de réciprocité et un bon principe politique qui garantit de bonnes relations diplomatiques bilatérales à l'avenir.

 

J'en reviens aux principales modifications dont nous parlons aujourd'hui et qui visent l'article 79 du Code consulaire. Celui-ci contient une règle classique de l'exclusion - a priori partielle - de l'assistance consulaire en faveur des binationaux, qui est limitée aux actes touchant aux domaines de souveraineté pour lesquels le consentement de l'État de résidence était requis. Cette règle coutumière est, en soi, conforme aux principes généraux du droit international.

 

Pour sa part, la Cour constitutionnelle avait confirmé la constitutionnalité de cette règle dans son arrêt du 24 septembre de l'année écoulée. De plus, différents experts nous ont conforté dans la fidélité de l'interprétation que cette pratique reflétait. Cette formulation de l'article 79 fut jugée trop négative, en raison des termes employés: "Ne peuvent prétendre à l'assistance consulaire les Belges qui possèdent aussi la nationalité de l'État dans lequel l'assistance consulaire est demandée lorsque le consentement des autorités est requis". Comme nous l'avons indiqué dans la justification de notre amendement, l'article 79 a donc souvent été interprété comme un refus automatique de porter assistance aux binationaux dans les pays de leur autre nationalité. C'est évidemment regrettable et a conduit à des situations que nous avons tout particulièrement regrettées lors de la première vague de l'épidémie de covid.

 

En reformulant ledit article de manière positive, nous nous inscrivons aujourd'hui pleinement dans la proposition qui nous est présentée. En outre, nous avons reçu l'assurance que la sécurité juridique serait garantie, au regard des modifications que nous apportons. Bien entendu, nous nous mettons ainsi en conformité avec l'arrêt de la Cour constitutionnelle. J'espère que nous aurons ainsi pu prévenir des situations inconfortables telles qu'en ont vécu plusieurs concitoyens binationaux.

 

15.05  Nahima Lanjri (CD&V): Collega's, ik neem u even mee terug in de tijd, ongeveer een jaar geleden. We zijn begin maart 2020 en u reist voor uw plezier even naar het land van uw verre grootouders, voor een vakantie of voor een bezoek aan uw zieke grootmoeder. Plots gaan de grenzen dicht wegens het coronavirus. Op dat moment worden er uiteraard vliegtuigen ingezet om de Belgen die daar vastzitten terug naar huis te vliegen. Zo hoort het ook, zeker als u vertrokken was op een moment dat alles nog veilig was, dat u nog mocht reizen, dat er nog geen sprake was van een lockdown, en al zeker niet van een sluiting van het luchtruim.

 

Elke Belg die op dat moment vastzat, kon zich melden bij de Belgische ambassade en kreeg de nodige consulaire bijstand. U meldt zich dus ook zelf aan bij de ambassade, omdat u geboren en getogen bent in België en omdat u denkt dat u uiteraard dezelfde consulaire hulp en bijstand zult krijgen als iedereen en omdat u zo snel mogelijk terug naar huis wilt, naar uw vrienden en familie en school of werk. Maar dan zegt men u doodleuk dat u niet zomaar terug kunt, omdat u de dubbele nationaliteit hebt. U bent Belg, maar toevallig ook Marokkaan, ook al bent u geboren en getogen in België, ook al hebt u er zelf niet voor gekozen om de oorspronkelijke nationaliteit te behouden en raakte u er niet zomaar vanaf. Men zal u dus behandelen als Marokkaan en niet als Belg. Voor u blijven de grenzen dicht en u kunt niet terug naar huis en uw familie.

 

Hetzelfde scenario deed zich voor in andere landen, waar andere Belgen met een dubbele nationaliteit ook vastzaten, bijvoorbeeld in Burundi, maar evengoed in Turkije. Duizenden landgenoten, vaak hier geboren en getogen, werden zo letterlijk gegijzeld door het land dat hen beschouwt als zijn onderdanen. Duizenden landgenoten hebben dus maandenlang vastgezeten. Sommigen waren daardoor ook hun job kwijt. Anderen konden hun studies niet afmaken of moesten het stellen zonder hun familie of vrienden.

 

De oorzaak van al die miserie is dat Belgen die ook de nationaliteit bezitten van het land waar zij consulaire bijstand vragen geen aanspraak kunnen maken op consulaire bijstand als de instemming van de lokale autoriteiten vereist is. Zo stond het ook in ons Consulair Wetboek.

 

Die lokale autoriteiten, zo blijkt, geven niet altijd toestemming. Dat bleek ook dit najaar, toen duizenden landgenoten vast kwamen te zitten omdat zij de dubbele nationaliteit hadden, zelfs als zij er niet voor gekozen hadden om die dubbele nationaliteit te bezitten, in landen als Marokko, Burundi, Turkije en Algerije. Het is voor consulaire posten vaak verboden om consulaire bijstand te bieden aan personen met de dubbele nationaliteit, wanneer mensen daarom vragen in het land waarvan ze ook de nationaliteit hebben. Zelfs niet wanneer ze er nooit voor gekozen hebben. Zelfs niet wanneer ze voor het eerst in dat land zijn.

 

Ik moet u meegeven dat het niet altijd een keuze is om twee nationaliteiten te hebben. Soms wel, soms niet. Soms wordt het doorgegeven van generatie op generatie en raakt men er niet van af. Het is dan heel moeilijk of zelfs onmogelijk om daar afstand van te doen. Dat gaat onder meer over landen als Marokko, Griekenland, Burundi, Algerije, Costa Rica, Tunesië, Yemen, Argentinië. Over dat aspect wil ik het graag over twee weken hebben, wanneer we de resolutie bespreken die ik heb ingediend en die gisteren in de commissie werd goedgekeurd.

 

Hier gaat het dus over consulaire bijstand. Belgen die ook een andere nationaliteit hebben, zelfs als dat buiten hun wil om is, genieten in feite dus minder rechten of bescherming dan Belgen met slechts één nationaliteit. Nochtans zeggen wij altijd dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. Zulk een verschillende behandeling is onacceptabel. Belgen zijn Belgen, er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen Belgen met één nationaliteit of Belgen met eventueel een andere nationaliteit.

 

Het voorstel dat vandaag voorligt, maakt een einde aan die ongeoorloofde discriminatie. Het formuleert het recht op consulaire bijstand nu op een positieve manier in de wet, in artikel 79. Daardoor zullen landgenoten maximaal worden bijgestaan wanneer ze consulaire hulp nodig hebben.

 

Ik hoop dat het door onze collega's van Ecolo-Groen ingediende voorstel waaraan door iedereen van de meerderheid werd meegewerkt, straks met een ruime meerderheid zal worden goedgekeurd om een einde te maken aan deze ongeoorloofde discriminatie.

 

15.06  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Chers collègues, nous sommes rassemblés aujourd'hui pour discuter et voter le texte visant à modifier l'article 79 du Code consulaire. Avec le PTB, nous avons aussi déposé un texte ayant ce même objectif, texte qui a été ajouté à celui que nous allons voter aujourd'hui. Nous voulons répondre à deux considérations qui sont aussi les raisons de cette adaptation législative. La première est d'ordre juridique. L'article 79, tel qu'il est aujourd'hui rédigé, est considéré dans un commentaire de la Ligue des droits humains comme "un article discriminant". La Ligue a même écrit que "cet article allait créer une catégorie de citoyens de seconde zone", ce qu'on ne peut pas accepter dans notre pays, dans un État de droit. Il fallait absolument réagir.

 

La deuxième raison, c'est la situation vécue sur le terrain. Comment se traduit ce texte législatif, juridique? On a vu qu'aux mois de mars et d'avril de l'année passée, au début de la pandémie, des milliers de nos concitoyens sont restés bloqués dans d'autres pays, notamment au Maroc et au Rwanda sans aucune assistance consulaire. Ils sont restés bloqués pendant des semaines et des mois. Je rappelle que ces concitoyens travaillent ici, étudient ici, ont leur famille ici. Des familles étaient séparées avec les enfants au Maroc et les parents ici. Ils ne pouvaient pas rentrer. Des gens qui devaient retrouver leur travail ne pouvaient pas rentrer. Cette situation est inacceptable. Il fallait absolument réagir.

 

Ce sont les deux raisons pour lesquelles il fallait modifier ce texte. Je veux aussi profiter de cette occasion pour rendre hommage à la société civile qui s'est mobilisée de manière très forte, par exemple la plateforme des Belges bloqués au Maroc, qui s'est mobilisée jour et nuit pour rassembler les plaintes et les témoignages, pour établir le lien entre ces citoyens bloqués et les différentes autorités qui pouvaient les aider. Je veux les applaudir d'ici et rendre hommage à leur travail qui a été très important et déterminant. C'est aussi grâce à cette pression que la situation législative a avancé.

 

Je veux remercier les différents collègues qui ont travaillé sur cette proposition. Je pense qu'elle agrée tous ceux qui aspirent à un État de droit et à une démocratie qui respecte ses citoyens, peu importe leurs origines, et qui considèrent les Belges en tant que Belges, peu importe leurs origines. C'est une question d'égalité que tous les démocrates peuvent défendre. C'est ce qui a fait que ce texte a pu aboutir aujourd'hui. Nous avons pris la bonne décision, nous avons fait le bon choix et j'espère qu'aujourd'hui, nous confirmerons ce vote, pour garantir l'absence de citoyen de seconde zone dans un État de droit démocratique et que tous les citoyens partagent les mêmes droits et les mêmes devoirs, sans discrimination aucune, qu'il s'agisse de l'origine ou d'autres motifs. C'est la raison pour laquelle nous soutiendrons ce texte. Cela va de soi, puisque nous avons déposé une proposition de loi dans le même sens en vue de garantir cette égalité entre les citoyens, peu importe leurs origines.

 

15.07  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, nous soutenons cette proposition. Georges Dallemagne d'ailleurs, a cosigné la proposition mise sur la table par le groupe Ecolo-Groen. À nos yeux, il importe de confirmer sans ambiguïté que tous les Belges, même lorsqu'ils disposent d'une autre nationalité, peuvent compter sur la protection consulaire de notre pays, en tout cas lorsque le droit international ne s'y oppose pas.

 

Je voudrais préciser qu'il faut saluer le travail, qui ne date pas d'aujourd'hui, mais qui est au contraire déjà réalisé au quotidien par les Affaires étrangères. Reconnaissons-le, de très nombreux Belges ont déjà pu compter, par le passé, sur les gros efforts déployés par les Affaires étrangères! Il me semble important, à l'occasion du passage de ce texte en séance plénière, de saluer tous les efforts consentis au quotidien. Le principe est maintenant clairement réaffirmé dans la loi, et c'est tant mieux!

 

Madame la présidente, vous l'aurez compris ainsi que vous, chers collègues, nous voterons positivement ce texte.

 

15.08  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, chers collègues, je tiens, tout d'abord, à remercier MM. Cogolati, Ben Achour, De Vriendt et Dallemagne ainsi que Mme de Laveleye de m'avoir associée à cette importante proposition de loi. En effet, cette dernière s'inscrit finalement parfaitement dans ce qui guide notre engagement politique, à savoir l'égalité de traitement entre nos concitoyens et concitoyennes.

 

Comme le disait si bien Léon Gambetta, ce qui constitue la vraie démocratie, ce qui constitue l'égalité de traitement, ce n'est pas seulement de reconnaître des égaux, mais c'est d'en faire des égaux.

 

Il était donc de notre devoir, en tant que parlementaires, de veiller à ce que nos lois rencontrent cette exigence d'égalité dont il est question dans l'article 10 de notre Constitution. Il était aussi de notre devoir de corriger les erreurs qui ont été commises, par le législateur, par le passé, quand bien même ces erreurs auraient été commises par nos propres partis. C'est d'ailleurs ce genre de travail qui grandit l'action politique.

 

C'est ainsi que nous nous devions de modifier l'article 79 de notre Code consulaire qui a, certes, eu le mérite de considérer l'assistance non plus comme une faveur, comme c'était le cas avant 2018, mais comme un droit. Toutefois, ce droit n'était, en réalité, accordé qu'à certains Belges. Cette discrimination a été mise en exergue par la crise du coronavirus.

 

Nous nous souviendrons tous, chers collègues, du sort qui a été réservé à des milliers de nos ressortissants qui, suite à la fermeture des frontières et des espaces aériens qui – il faut le rappeler – a été décidée du jour au lendemain, au début de la pandémie, n'ont pas pu être rapatriés en Belgique, leur pays de résidence, et ce uniquement en raison de leur double nationalité.

 

Nous nous souviendrons tous que, pendant des semaines, ces Belges ont été séparés de leur famille, de leurs amis. Pendant des semaines, ces hommes et ces femmes ont été privés de leur travail, voire de soins médicaux pourtant indispensables. Ce fut une situation d'incertitude extrêmement difficile à supporter, en particulier pour toutes celles et tous ceux pour qui cette deuxième nationalité n'a pas été choisie et à laquelle ils ne peuvent pas renoncer. En effet, certains pays n'autorisent pas la renonciation volontaire à la nationalité; c'est notamment le cas du Maroc et de la Turquie. Cela n'a donc strictement rien à voir, chers collègues, avec le fait de vouloir être loyal ou non à l'égard de notre pays. Je tiens d'ailleurs à dire aux partis nationalistes ici représentés qu'il est particulièrement déplacé de donner des leçons de loyauté à l'égard de notre propre pays.

 

L'impossibilité de renoncer à sa deuxième nationalité constitue un autre réel problème auquel le gouvernement devra tenter d'apporter des réponses par la voie diplomatique, comme le demande d'ailleurs la proposition de résolution votée hier en commission des Relations extérieures.

 

Nous devons aider les citoyens belges qui ont plusieurs nationalités à renoncer à l'une d'elles et non les sanctionner. Nous devons les aider parce que, pour ces Belges qui n'ont que très peu, voire plus du tout, de liens avec le pays de leur deuxième nationalité, qu'ils soient de la deuxième, troisième ou quatrième génération, il était particulièrement difficile, voire intenable, de se retrouver privés de l'aide consulaire de leur pays de résidence.

 

Cette situation était pourtant parfaitement légale, puisque ce n'était finalement que l'application de ce fameux article 79 de notre Code consulaire, lequel dispose toujours actuellement que ne peuvent prétendre à l'assistance consulaire les Belges qui possèdent aussi la nationalité de l'État dans lequel l'assistance consulaire est demandée, lorsque le consentement des autorités locales est requis.

 

Il est vrai que la Cour constitutionnelle s'est prononcée sur cette disposition et a estimé, dans son arrêt du 24 septembre 2020, que la différence de traitement ainsi établie entre les Belges disposant de cette seule nationalité, d'une part, et les Belges disposant de plusieurs nationalités, d'autre part, ne constitue pas pour autant une discrimination. Sauf que, dans les faits, comme très justement rappelé par les experts auditionnés en commission, cette disposition crée bien une discrimination à laquelle nous devions mettre fin car la vraie égalité est une égalité qui est reconnue en droit mais aussi en faits.

 

C'est pourquoi notre proposition de loi a prévu d'élargir l'assistance consulaire au bénéfice de tous les Belges, qu'ils soient binationaux ou non, mais aussi aux réfugiés et aux apatrides. Autrement dit, toutes ces personnes pourront solliciter l'aide du SPF Affaires étrangères en cas de difficultés qu'elles rencontreraient à l'étranger, qu'il s'agisse d'un décès, d'un accident grave ou encore d'une pandémie, bref toute circonstance qui les placerait en situation de détresse.

 

Le but de cette assistance est donc d'assurer la protection des droits fondamentaux des Belges à l'étranger parmi lesquels le principe de non-discrimination, le droit à la vie ou à l'intégrité de la personne ou encore le droit au respect de la vie privée et familiale. Ce lien entre protection consulaire et droits fondamentaux a d'ailleurs été précisé très clairement dans la directive (UE) 2015/637.

 

L'assistance consulaire est donc une protection qui est accordée à une personne qui implique nécessairement l'exercice d'un droit subjectif pour pouvoir la solliciter. Ce droit subjectif est consacré par l'arrêt Avena de la Cour internationale de justice mais aussi par la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne ou encore par le Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.

 

Il convenait donc de lever toute ambiguïté et toute discrimination affectant ce droit dans notre législation interne. C'est bien ce que prévoit notre texte.

 

Bien sûr, certains rétorqueront que ce droit n'en sera pas pour autant garanti puisque - étant donné que nous nous sommes montrés soucieux de respecter les principes de souveraineté et de non-ingérence -, nous avons évidemment préservé la condition selon laquelle l'État d'accréditation doit consentir à cette assistance consulaire. La modification que nous introduisons n'en reste pas moins fondamentale. En effet, aujourd'hui, toute demande d'assistance consulaire est a priori exclue lorsque le consentement des autorités locales est requis, et ce, avant même que l'État de résidence ne puisse engager des moyens pour garantir cette assistance.

 

Demain, grâce au vote de cette proposition de loi, cette demande d'assistance consulaire pourra être exprimée. À charge alors à l'État de résidence de tenter de trouver une solution, compte tenu du fait qu'il s'agira toujours d'une obligation de moyens et non de résultats. Autrement dit, à moins que l'État d'accréditation ne s'y oppose, notre pays devra tenter d'élaborer une solution. Comme l'a expliqué très justement le collègue De Vriendt, il ne pourra plus se priver automatiquement d'un instrument d'aide à apporter à ses ressortissants.

 

Aujourd'hui, notre Code consulaire distille l'idée insupportable selon laquelle notre pays compterait des citoyens de seconde zone, des "Belges". Demain, cette idée sera révolue et cèdera la place à une possibilité d'assistance consulaire qui sera ouverte à tous, tout en respectant la marge de manœuvre qui doit être celle des États concernés. Comme nous l'avons indiqué, cette faculté est conforme à l'article 10 de notre Constitution, mais aussi à l'article 46 de la Charte européenne des droits fondamentaux qui garantit l'assistance consulaire à tous les ressortissants des États membres, dotés ou non de plusieurs nationalités.

 

Chers collègues, pour toutes ces raisons, je me réjouis de défendre cette modification législative et vous remercie par avance de la soutenir.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1180/5)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1180/5)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi modifiant le Code consulaire en ce qui concerne l'assistance consulaire aux personnes bénéficiant d'un statut de réfugié ou apatride attribué par la Belgique et aux personnes avec plusieurs nationalités".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van het Consulair Wetboek voor wat betreft de consulaire bijstand aan personen met een door België toegekend statuut van vluchteling of staatloze en aan personen met meerdere nationaliteiten".

 

La proposition de loi compte 3 articles.

Het wetsvoorstel telt 3 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

16 Projet de loi visant à approuver le compte général de l'Administration générale pour l'année 2018 et des comptes d'exécution des budgets des Services de l'État à gestion séparée pour des années précédentes (1701/1-3)

16 Wetsontwerp tot goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur van het jaar 2018 en van de uitvoeringsrekeningen van de begrotingen van Staatsdiensten met afzonderlijk beheer van voorgaande jaren (1701/1-3)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteur, Dieter Vanbesien, verwijst het schriftelijk verslag.

 

16.01  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, we hebben het in deze bespreking over boekhoudkundige prehistorie. Nu, in januari 2021, behandelen wij de rekeningen van het jaar 2018. Bepaalde rekeningen in het nu voorliggend wetsontwerp dateren zelfs van 2013. Aangezien die rekeningen nu, anno 2021, in het Parlement worden voorgelegd, gaat het om boekhoudkundige prehistorie. Bovendien is de goedkeuring van de rekening, wat met de goedkeuring van dit wetsontwerp gebeurt, het eindpunt van het begrotingstraject. Op dit moment kunnen wij vaststellen hoe correct en hoe robuust de toenmalige begroting eigenlijk wel was, in hoeverre die begroting een correcte inschatting was. Terwijl de voorstelling van een begroting steeds op heel wat belangstelling kan rekenen – herinner u het dagenlange debat vóór het kerstreces – kan deze eindafrekening nauwelijks nog op interesse rekenen en wordt deze op een drafje en hopeloos te laat door het Parlement gejaagd.

 

Nu blijkt dat het oordeel van het Rekenhof over de vandaag ter goedkeuring voorliggende cijfers werkelijk vernietigend is. In een persconferentie in december 2019, ondertussen meer dan een jaar geleden, stelde het Rekenhof haar 176ste Blunderboek voor. Het Rekenhof concludeert daarin dat de kwaliteit van de rekeningen die wij hier vandaag goedkeuren ronduit slecht is. Volgens voorzitster Hilde François is de slechte kwaliteit van de boekhouding problematisch en zijn de cijfers van de federale begrotingen niet betrouwbaar. Zonder betrouwbare cijfers kan een regering geen betrouwbare begroting opstellen, wat dan weer zijn weerslag heeft op de geloofwaardigheid van dit land, de regeringen en de gehele begrotingsoefening.

 

Een Vlaamse uitdrukking spreekt over nattevingerwerk, maar de begrotingen in dit land worden niet met de natte vinger, zelfs niet met de natte arm, maar eigenlijk met een volledig nat lijf opgesteld. Er wordt iets op papier gezwierd en het oordeel van het Rekenhof voor het begrotingswerk van de Zweedse regering was en is vernietigend.

 

Het rapport stelt vast dat het reeds aan de basis verkeerd loopt. In de eerste versie van de jaarrekening 2018 zaten bijvoorbeeld grove fouten, die via een eerstelijnscontrole en een beperkt analytisch nazicht hadden kunnen worden opgespoord. Dat is ambtenarentaal om te zeggen dat men eigenlijk al heel veel moeite moest doen om die fouten er niet zelf bij een eerste controle uit te halen.

 

De tweede versie van de jaarrekening gaf overigens nog steeds geen getrouw beeld van de financiële toestand en de vermogenstoestand van het algemeen bestuur. 'Een getrouw beeld' is boekhouderstaal voor het feit dat er nog steeds grove fouten in de cijfers zaten. Voor bepaalde rubrieken zijn heel wat verrichtingen niet of onjuist in de rekeningen geboekt, zo stelt de voorzitster van het Rekenhof, mevrouw François, op de vernietigende persconferentie van december 2019. Dat geldt vooral voor de materiële en immateriële vaste activa, de voorraden, de fiscale vorderingen en de financiële middelen.

 

Het Rekenhof ziet een eerste probleem bij de boeking van de fiscale ontvangsten. Die geeft geen getrouw beeld van de realiteit. Ik geef enkele voorbeelden. De federale overheid heeft minstens 6 miljard euro die in 2018 werd geïnd, niet als opbrengst in dat jaar geboekt. Ook werd 11 miljard euro aan oninvorderbare btw niet in de algemene boekhouding opgenomen, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Volgens voorzitster François gaat het om zulke grote bedragen dat zij de betrouwbaarheid van de financiële rapportering schaden.

 

Een tweede grote oorzaak voor de slechte kwaliteit ligt bij het gebrek aan centrale sturing door de federale accountant. Sommige posten zaten er miljarden euro's naast, bijvoorbeeld het verkeerd toekennen van meer dan 25 miljard euro tussen de personen- en de vennootschapsbelasting. Men zwiert dus iets op papier en op het moment dat bij de sluiting van de algemene rekeningen, vandaag dus, blijkt hoe ernstig verkeerd die raming was, heeft uiteindelijk geen kat nog interesse hiervoor. Dat is een beproefde tactiek in het Parlement, totaal onbegrijpelijk, maar wel de realiteit in ons land.

 

De geloofwaardigheid van België ten opzichte van het buitenland, onze internationale reputatie, staat daardoor ook op de helling. Vanaf het boekjaar 2020 moet het Rekenhof van Europa een certificering van de jaarrekening van de federale Staat uitvoeren. Dat gebeurt dus eind dit jaar. Indien wij dat nu al moeten doen voor het boekjaar 2018 – de cijfers die wij vandaag goedkeuren – dan zouden wij die afkeuren of ons op zijn minst onthouden, zo verklaarde het Rekenhof.

 

U zult ons dus vergeven, mevrouw de staatssecretaris, dat als het Rekenhof deze algemene rekening van het algemeen bestuur over 2018 zou afkeuren, wij dat als oppositiepartij ook zullen doen. Wij zullen dit wetsontwerp niet goedkeuren.

 

Mevrouw de staatssecretaris, ik wil u vandaag zeker niet met de vinger wijzen. Daar wil ik bijzonder duidelijk over zijn. U draagt hier feitelijk geen politieke verantwoordelijkheid voor. U kreeg dit dossier in de schoot geworpen, maar het is natuurlijk een erfenis van uw politieke voorgangers, van de Zweedse regering waar uw partij deel van uitmaakte. In die zin valt de houding van onze goede vrienden van de N-VA wel op, ook vandaag weer. In de commissie heeft de N-VA-fractie deze onbetrouwbare Belgische rekeningen mee goedgekeurd, dit ondanks het vernietigende oordeel van het Rekenhof. Hier in plenaire vergadering vandaag passen zij de tactiek van de verschroeide aarde toe, omdat de partij op dat moment natuurlijk deel uitmaakte van de Zweedse regering en de minister van Financiën leverde, en dus politiek mee verantwoordelijk is.

 

Het was opnieuw collega Piedboeuf die als een soort zendeling van deze nieuwe regering niet alleen in dit Parlement de verrijzenis van de effectentaks predikte, maar ook de verbetering van de kwaliteit van de rekeningen. Dat doet hij ook als voorzitter van de commissie Rekenhof. Mevrouw de staatssecretaris, daar willen wij u wel aan uw politieke verantwoordelijkheid houden. U hebt het in uw beleidsbrieven over de samenwerking tussen de federale accountant en het Rekenhof, het boekhoudsysteem Fedcom, de oprichting van een interne opleiding, de Fedcomschool, en de verbetering van de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de rekeningen. Ik heb daar in de commissie al heel wat vragen over gesteld. U hebt, dat moet gezegd, ons ondertussen een uitvoerig antwoord bezorgd. Ik wil u trouwens bedanken voor die uitvoerige en duidelijke antwoorden, dat is een heel goede en heel correcte manier van samenwerken. Wij zullen als oppositie deze dossiers mee blijven opvolgen in de komende jaren. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd, want reeds volgende week bespreken wij in onze commissie de rekeningen over 2019.

 

Tot slot, collega's, valt vooral het totale stilzwijgen op van collega Leysen van Open VLD. In januari 2020, in een onverdachte periode toen er nog lang geen sprake was van deze paars-groene regering, schreef hij zowaar een vlammend opiniestuk over dit onderwerp. In de commissie is hij zelfs niet meer tussengekomen over ditzelfde onderwerp. Ik citeer even uit zijn opiniestuk, want collega Leysen had gelijk. Hij schreef het volgende: "Een correcte en transparante overheidsboekhouding moet een no-brainer zijn. Wee de slordige burger die zijn belastingbrief onzorgvuldig en te laat invult, heb mededogen met de zaakvoerder die een potje maakt van zijn jaarlijkse balans, de fiscus zal onverbiddelijk zijn en het zal geld kosten, veel geld kosten. Maar als de Belgische Staat ook dit jaar er niet in slaagt om een behoorlijke jaarrekening te publiceren, wachten hooguit het vermanende vingertje in het Blunderboek van het Rekenhof, parlementaire vragen en twee krantenartikels."

 

Het is wat collega Leysen betreft bij dat ene opiniestuk gebleven. In de commissie hebben wij hem over dit onderwerp niet meer gehoord. Vandaag stuurt hij zelfs zijn kat. Regering of geen regering, lid van het Parlement met of zonder regering, het maakt blijkbaar wel een verschil.

 

Het kan verkeren, zei de Nederlandse dichter Bredero.

 

16.02  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, je ne peux pas rester muet quand j'entends tout cela. Je vais m'exprimer aussi au nom de mon collègue, M. Leysen.

 

Je suis effectivement devenu président de la sous-commission de la Cour des comptes, mais tout récemment. J'ai dit dès le début, et tout le monde m'en est témoin, que nous allions assister la secrétaire d'État au Budget en faisant défiler les différents SACA et tous les organismes ou SPF qui sont responsables de la reddition de leurs comptes, pour les inciter justement à se conformer aux remarques de la Cour des comptes. Nous avons déjà programmé l'audition de la Régie des Bâtiments à la fin du mois de mars, et nous allons continuer ce travail.

 

Toute une série de remarques de la Cour des comptes, si elles ne sont pas graves, sont importantes. Par contre, il y en a d'autres qui relèvent des choses que l'on ne peut pas accepter, et notamment des absences d'inventaire. Certains SPF n'utilisent pas les bons logiciels pour permettre une harmonisation de l'ensemble. Ce sont des éléments plus techniques, mais il est important de les pousser à le faire.

 

Le gouvernement lui-même, le ministre du Budget et le précédent ministre du Budget ont mis des choses en place et vont continuer à le faire. Mais il est évident qu'avec le nombre de services, le nombre de fonctionnaires qui travaillent, tout ne peut pas se régler en un coup de cuiller à pot. Il faut donc pousser.

 

Il est heureux de voir que, dans ce travail, la Cour des comptes fait une excellente analyse et donne des conseils très précis. Nous allons continuer, en parfaite intelligence avec la Cour des comptes, à faire évoluer la comptabilité de l'État de façon à obtenir cette certification qui, vous avez raison, est très importante par rapport à notre visibilité internationale.

 

Nous ne sommes pas du tout laxistes par rapport à cela. Nous sommes parlementaires et nous sommes tout à fait conscients qu'il faut y travailler et qu'il faut venir en soutien du ministre ou de la secrétaire d'État responsable. C'est ce que nous allons faire. Rien ne sert de crier fort! L'important n'est pas de frapper fort, mais de frapper juste. Et nous allons frapper juste sur ceux qui n'exécutent pas ce qui leur est demandé par la Cour des comptes.

 

Madame la présidente, c'était juste une petite information que je voulais donner. Mon collègue, M. Leysen, est toujours aussi attentif à cela. Il l'a dit dans une carte blanche. Maintenant, il faut tenir compte du fait qu'il faut faire avancer doucement les choses - et nous allons le faire.

 

16.03  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, wij mogen de uitdaging waarvoor we staan, niet onderschatten – collega Piedboeuf doet dat geenszins -; de uitdaging is inderdaad enorm. Wij komen van heel ver en de weg die we nog moeten afleggen, is nog heel lang.

 

Ik wil beklemtonen dat als een burger of een ondernemer in dit land de argumenten en de vergoelijkingen zou inroepen die men inroept ten opzichte van de fiscus, dan zou de fiscus onverbiddelijk zijn. Als oppositie zijn wij onverbiddelijk voor de fouten die hier worden gemaakt. Een burger mag die niet maken, een ondernemer mag die niet maken en u kunt ons niet verwijten - u zult het misschien zelfs toejuichen - dat wij druk zullen zetten en de ontwikkelingen in het dossier van nabij zullen volgen.

 

Het moet in orde komen tegen het einde van deze legislatuur en eigenlijk al tegen het einde van dit jaar, want tegen dan moet het Rekenhof al een eerste keer de rekeningen van 2020 certificeren. Wij houden ons hart vast of het zal lukken. De termijn is niet lang, maar als alle parlementsleden samenwerken, zeker in de commissie Rekenhof, kunnen wij dat.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1701/3)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1701/3)

 

Le projet de loi compte 11 articles.

Het wetsontwerp telt 11 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 11 sont adoptés article par article, ainsi que les tableaux A à H annexés.

De artikelen 1 tot 11 worden artikel per artikel aangenomen, alsmede de bijgevoegde tabellen A tot H.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

17 Projet de loi sur la dématérialisation des relations entre le Service Public Fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales (1697/1-3)

17 Wetsontwerp betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten (1697/1-3)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteur, de heer Vandenbroucke, verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

 

17.01  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, dematerialisatie is een parlementswoord of ambtenarentaal voor digitalisering.

 

Het wetsontwerp wil van digitale communicatie met de fiscus de regel maken. Papieren communicatie wordt de uitzondering. De digitale communicatie wordt min of meer verplicht voor professionelen en rechtspersonen.

 

Wij kunnen ons daarin wel vinden. Digitalisering is inderdaad de richting die wij moeten uitgaan. Het is een evolutie die niet meer te stoppen is.

 

De digitalisering biedt ook heel wat voordelen, zeker voor de professionelen en rechtspersonen. Bijvoorbeeld, btw-aangiften en aangiftes inzake vennootschapsbelasting moeten al geruime tijd digitaal worden vervolledigd, wat ook voor de belastingplichtigen een aantal voordelen oplevert. Door de ingebouwde controles worden een aantal fouten vermeden. Er is ook geen discussie meer over bijvoorbeeld verloren gegane aangiftes.

 

Natuurlijke personen kunnen nog op papier blijven communiceren. Zij hebben de keuze en kunnen ook op hun gemaakte keuze terugkomen. Ook dat is belangrijk, namelijk dat die optie en keuzemogelijkheid openblijft voor particulieren.

 

In de commissie werd ook duidelijk gesteld dat de keuze voor elektronische communicatie een opt-in is. Burgers moeten dus expliciet kiezen voor elektronische communicatie en worden dus niet gedwongen in de richting van het digitale. Wie papier gebruikt en gewoon is, moet expliciet kiezen voor een overstap naar digitale communicatie. Ook die inslag en aanpak steunen wij. Ten gronde zien wij dus geen bezwaren, om het ontwerp mee goed te keuren.

 

Niettemin wil ik een vijftal kanttekeningen maken.

 

Eerste kantekening, het gaat om een omvangrijk en ingrijpend wetsontwerp dat erg technisch van aard is. Bovendien is er geen enkele hoogdringendheid. De inwerkingtreding wordt vooropgesteld voor 1 januari 2025. Niettemin werd aan de Raad van State een advies gevraagd op dertig dagen.

 

Het werd ontkend door de minister, maar het klopt wel. De adviesaanvrager kan kiezen voor een advies van de Raad van State zonder termijn, op zestig dagen, op dertig dagen of op vijf werkdagen. De gekozen termijn heeft echter wel gevolgen voor de diepgang van het advies.

 

Het was, ons inziens, beter geweest, mocht geen termijn zijn vooropgesteld tegenover de Raad van State, wat wel degelijk een mogelijkheid is. Een nog uitgebreider onderzoek door de Raad van State was volgens ons voor voorliggend technisch wetsontwerp wel degelijk nuttiger geweest.

 

Tweede kanttekening, het keuzerecht tussen papier en elektronisch geldt enkel voor natuurlijke personen die geen beroepsbeoefenaar zijn. De Raad van State merkt op dat dit mogelijk in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De minister betwist dat en argumenteert dat rechtspersonen en beroepsbeoefenaars geacht worden over de nodige informaticamiddelen te beschikken.

 

Toegegeven, het onderscheid valt objectief wel te verantwoorden. Wij kunnen deze redenering wel volgen voor vennootschappen, beroepsbeoefenaars, grote vzw's en stichtingen, maar niet zozeer voor kleine vzw's. Wij dachten toch, zeker omdat het over een minister uit CD&V-kringen gaat, dat een partij als CD&V oog had voor de vele kleine vzw's die ons land rijk is. Kleine vzw's beschikken niet altijd over de nodige kennis en instrumenten en wij hadden liever gezien dat kleine entiteiten, in de zin van het Wetboek van vennootschappen, voor de toepassing van deze regelgeving werden gelijkgesteld aan natuurlijke personen en de mogelijkheid hadden om de aangifte nog altijd op papier te doen.

 

Derde kanttekening, momenteel hebben we voor de indiening van aangiften in de personenbelasting drie termijnen: een voor de belastingplichtigen die aangifte op papier doen, een voor belastingplichtigen die zelf hun aangifte indienen via Tax-on-web en een voor belastingplichtigen die hun aangifte indienen via een gevolmachtigde.

 

Voor rechtspersonen - vennootschappen en verenigingen - voorziet het wetsontwerp in een eenduidige wettelijke regeling. Deze ontbreekt echter voor de aangiften in de personenbelasting. In de rechtspraak wordt de huidige regeling vaak geacht onverenigbaar te zijn met het gelijkheidsbeginsel. Wij willen aansturen op een eenvormige datum. Dat zou het voordeel van de duidelijkheid hebben.

 

Vierde kanttekening, het is jammer dat de minister hier niet is, maar wij willen hem oproepen - we hebben dat in de commissie ook al gedaan - om bij het uitwerken van deze wetgeving het nodige overleg te plegen met de beroepsgroepen en belangenorganisaties die in deze tekst betrokken worden: onder andere de boekhouders en fiscalisten, maar ook de notarissen, curatoren, advocaten, gerechtsdeurwaarders en andere cijferberoepen.

 

Wij willen hem ook vragen om in voldoende ondersteuning te voorzien voor de gebruikers van de nieuwe eBox, zodat hen zeker in de beginfase telefonisch of via een andere weg ondersteuning kan worden geboden bij technische problemen met de eBox. Ik ga ervan uit dat de hier aanwezige collega's van CD&V die boodschap wel aan de minister zullen overmaken.

 

De vijfde kanttekening die wij willen maken: wees als overheid toch consequent.

 

Twee weken geleden hebben wij in de commissie voor het eerst een bespreking gehouden over de effectentaks, of de Van  Peteghemtaks zo u wil. Dit wetsontwerp stelt dat de houder van effecten de aangifte moet doen. In principe moet deze aangifte volgens het wetsontwerp elektronisch gebeuren. En dat is strijdig met de wettekst die wij hier vandaag moeten goedkeuren.

 

In het wetsontwerp inzake de effectentaks is de elektronische aangifte de standaardregeling, ook voor particulieren, waarbij de belastingplichtige uiteindelijk een opt-in moet verrichten als hij de papieren weg kiest. Dat staat haaks op wat wij hier vandaag moeten goedkeuren.

 

Wij willen de minister dus oproepen de principes van deze wettekst systematisch door te trekken in toekomstige wetgeving: elektronisch voor professionelen, papier en elektronisch voor burgers, met een herroepbare keuzemogelijkheid voor elektronisch. Wij kijken alvast uit naar het consequent handelen van de minister.

 

17.02  Steven Matheï (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, de titel van het wetsontwerp is niet echt wervend, maar dat wil niet zeggen dat het een onbelangrijk wetsontwerp is. Het zet heel duidelijk de stap richting verdere digitalisering van Financiën. Dit wetsontwerp zorgt ervoor dat de communicatie tussen de FOD Financiën en de burgers, de bedrijven en de professionelen op een elektronische, digitale manier kan verlopen via een beveiligd elektronisch platform. Dat is een belangrijke en erg noodzakelijke stap in de verdere digitalisering van Financiën.

 

Daarmee wordt er ook verder gewerkt aan wat de heer Van Peteghem in zijn beleidsverklaring heeft verklaard. Daarin is namelijk een groot hoofdstuk gewijd aan die digitalisering, aan het ervoor zorgen dat zo veel mogelijk op een vlotte digitale manier gebeurt. De burgers die niet over de mogelijkheden beschikken, moeten daarbij ook beschermd worden. Dat is net geïntegreerd in het wetsontwerp dat vandaag voorligt.

 

Er is namelijk het systeem van de opt-in voor particulieren waarbij de briefwisseling en de communicatie nog schriftelijk gebeurt, tenzij men ervoor opteert om het elektronisch te doen. Op een handige manier kan een keuze gemaakt worden. Die keuze kan telkens weer worden herroepen wanneer het nodig of noodzakelijk is. Aan de andere kant zitten de professionelen, de vennootschappen en de rechtspersonen waar de regel zal zijn dat er via elektronische weg moet gecommuniceerd worden.

 

In België zijn de vzw's een belangrijke sector, zowel in het economische als in het maatschappelijke veld. Het verenigingslandschap zoals we dat in België kennen, is ook heel divers, met kleinere, grotere en middelgrote vzw's. In dat vzw-landschap is die digitalisering al heel duidelijk ingezet. Die weg is al ingeslagen, in de eerste plaats door de oprichting die heel vaak al elektronisch gebeurt, maar ook door een aantal verplichtingen die inherent zijn aan een vzw, zowel de kleine, middelgrote, als de grotere vzw's. Dit is dan bijvoorbeeld de verplichte elektronische registratie in het UBO-register. Dit kan niet anders dan elektronisch. Ook bijvoorbeeld de verplichte aangifte in de rechtspersonenbelasting, nog altijd de belasting die het meeste van toepassing is op de vzw's, moet digitaal, elektronisch gebeuren.

 

De vzw's die btw-plichtig zijn en een aangifte moeten indienen, moeten dat ook digitaal doen.

 

Wat die vzw's betreft is de digitale weg dus al ingeslagen, er is geen weg terug. Men zou dat echter wel kunnen verfijnen en dit wetsontwerp biedt daar mogelijkheden toe. Door elektronisch communiceren kunnen de zaken die nu al verplicht zo gebeuren mooi aan elkaar gehaakt worden. Hierdoor kan de structurele communicatie met de vzw's heel duidelijk gebeuren, alles wordt samengebracht en zal zeer coherent gecommuniceerd kunnen worden. Dat is een goede zaak en men onderschat het verenigingslandschap als men zegt dat het daar niet mee kan omgaan.

 

Dit neemt niet weg dat het bij het uitrollen van deze wet heel belangrijk is dat er goed gecommuniceerd wordt. We hebben de minister van Financiën daar in de commissie toe opgeroepen en hij heeft daar ook bevestigend op geantwoord. Er moet goed gecommuniceerd worden met de burgers want we moeten hen stimuleren om zich elektronisch aan te melden. Er moet eveneens goed gecommuniceerd worden met de bedrijven, de ondernemingen en zeker ook de vzw's. Als dat op een goede manier gebeurt, met de nodige inzet, en men ook ergens terechtkan met zijn vragen, dan zal dit wetsontwerp juist helpen om verder te gaan op de digitale weg die men al is ingeslagen. Dat kan de werking van vennootschappen en vzw's alleen ten goede komen. Wij steunen dit wetsontwerp dan ook.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1697/3)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1697/3)

 

Le projet de loi compte 229 articles.

Het wetsontwerp telt 229 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 229 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 229 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

18 Proposition de loi modifiant certaines dispositions du Code de droit économique en ce qui concerne la prolongation de la période des soldes d'hiver 2021 en raison de la pandémie de COVID-19 (1710/1-4)

18 Wetsvoorstel tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van economisch recht, betreffende de verlenging van de wintersolden 2021 ingevolge de COVID-19-pandemie (1710/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Denis Ducarme, Florence Reuter, Marie-Christine Marghem.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

18.01  Kathleen Verhelst, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, collega's, onderhavig wetsvoorstel nr. 1710, dat ingediend werd door de heer Ducarme en mevrouw Reuter van de MR-fractie, betreft de eenmalige verlenging van de wintersolden tot 15 februari. Alle partijen waren het eens over de urgentie hiervan.

 

De motivering voor het wetsvoorstel is duidelijk. De solden zijn redelijk traag van start gegaan. Er wordt duidelijk minder verkocht dan vorige jaren. Onze handelaars zitten dus nog met grote stocks. Zij krijgen hiermee meer tijd om die stocks kwijt te geraken.

 

De maatregel getuigt van gezond verstand en geniet een breed draagvlak. Dat kan het consumentenvertrouwen ook positief beïnvloeden. Door de verlenging van de soldenperiode wordt vermeden dat een massa volk koopjes zoekt en kunnen de consumenten beter worden gespreid, een goede zaak vanuit sanitair oogpunt.

 

Sommige leden van de commissie voor Economie wilden evenwel niet overhaast te werk gaan en vroegen schriftelijk advies van alle stakeholders. Alle adviezen, waaronder die van Unizo, Mode Unie, UCM, Comeos en Test Aankoop, waren positief.

 

Ook toonden de ministers Dermagne en Clarinval en staatssecretaris De Bleeker publiekelijk hun steun voor het voorstel.

 

Omdat de sanitaire situatie zelfs veiliger is, achtte de coronacommissaris het wellicht niet nodig om hierover een advies te geven.

 

Er moet wel worden verwezen naar het uitzonderlijk en eenmalig karakter van de ingreep. Dat werd ook zo na amendementen van de MR-fractie opgenomen in het wetsvoorstel.

 

Ook al betekent de maatregel voor onze handelaars een druppel op een hete plaat, alle stakeholders hebben publiekelijk hun tevredenheid erover geuit.

 

Het voorliggende wetsvoorstel van de MR sluit ook aan bij eerder goedgekeurde wetsvoorstellen van CD&V, Open Vld en de N-VA en zelfs bij amendementen van het Vlaams Belang.

 

De leden van de commissie voor Economie zijn tevreden dat, over oppositie en meerderheid heen, het voorstel gisteren unaniem werd goedgekeurd. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven en perspectief geboden aan de handelaars, die hun stocks alsnog zullen kunnen verkopen en nu kunnen communiceren dat de solden worden verlengd.

 

18.02  Albert Vicaire (Ecolo-Groen): Madame la présidente, chers collègues, il faut le reconnaître, le prolongement de la période des soldes pendant 15 jours en février 2021 ne sera pas la panacée pour résoudre la détresse dans laquelle les commerçants se trouvent. Comme vous le savez, les commerçants peuvent aussi après les soldes, contrairement à avant les soldes, faire des promotions pour alléger leurs stocks.

 

Bien sûr, nous avons interrogé le secteur et cette loi ne répond pas à la demande principale du secteur. Faire ses courses à deux pendant un temps plus long, ce n'est toujours pas possible pour des raisons évidentes de sécurité sanitaire. Nous devons aussi respecter le personnel soignant en l'aidant à sauver des vies, en maîtrisant les contaminations par des règles sévères, toujours nécessaires tant que le vaccin n'est pas suffisamment distribué.

 

Le groupe Ecolo-Groen soutient sans réserve cette initiative car nous voulons soutenir les commerçants et les commerces de proximité. Nous espérons que cela pourra leur permettre de payer les fournitures qu'ils ont déjà reçues. Nous sommes en effet devant un risque d'effet domino. Les commerçants doivent payer leurs fournisseurs. Ceux-ci doivent honorer les factures aussi aux fabricants et aux transporteurs. Il est donc important pour nous de leur permettre de communiquer sur les bonnes affaires à faire. C'est le sens de cette loi et nous leur souhaitons un bon succès.

 

18.03  Denis Ducarme (MR): Madame la présidente, chers collègues, ce texte a été tellement partagé au-delà des clivages traditionnels, avec une opposition qui voudrait même le voter plus vite qu'une partie de la majorité. Peu importe!

 

Nous avons, je pense, fait un très bon travail en commission sur un sujet qui nous importe tous au plus haut point, à savoir la crise que nos commerçants et nos indépendants traversent aujourd'hui. Quand j'ai rédigé cette proposition, en novembre, je ne savais pas qu'elle serait saisie comme elle l'a été par l'ensemble des collègues. Je veux vraiment les remercier. Je veux aussi remercier Kathleen Verhelst pour son rapport très juste sur les travaux que nous avons pu produire au sein de la commission de l'Économie, tout au long des deux dernières semaines. Je veux surtout remercier le président Van Hecke qui nous a permis de rester dans les clous en termes de délais. C'était évidemment essentiel si nous voulions rencontrer l'objectif de début de cette prolongation au 1er février.

 

Nous le savons, ce qui est traversé dans nos commerces par nos indépendants est très lourd. D'une part, ils ont subi les fermetures à la fin de l'année dernière et ils ont toujours sur les bras aujourd'hui des stocks importants de la saison hivernale. D'autre part, les soldes, comme nous le voyons, ne sont pas bons. Il reste, au-delà des mesures restrictives sur la manière dont on fait ses courses aujourd'hui, de l'anxiété dans notre société.

 

Il s'agit évidemment de donner, autant aux commerçants qu'aux consommateurs, un petit peu plus d'oxygène pour leur permettre d'aller faire de belles affaires jusqu'au 15 février mais également pour nos amis commerçants, d'espérer gagner un peu plus de trésorerie. Mme Verhelst l'a indiqué: cette proposition ne va pas tout arranger. C'est juste un petit plus et il nous faut naturellement, comme M. Vicaire l'a dit, rester humbles, mais cette proposition constituera certainement un plus.

 

Je veux vraiment remercier, comme – je l'imagine – l'ensemble de mes collègues, les organisations représentant les commerçants pour la manière dont elles se sont saisies du dossier. En effet, pour rester dans les délais, il leur a été demandé de rendre un avis très rapidement. Tant l'UNIZO que l'UCM, le SNI, Mode Unie, Test Achats et le CSIPME ont donné un avis positif. Un certain nombre d'éléments ont été apportés tout au long du débat, ce qui était important. En outre, il fallait veiller au respect de la législation européenne en la matière. Tout a été confirmé par le SPF Économie. Avec cette proposition, nous respectons naturellement la législation.

 

Chers collègues, il est intéressant de voir ce type de proposition émaner du Parlement. Nous avons débattu de cette proposition en commission. Je ne ferai pas une nouvelle fois la démonstration qu'une initiative pour soutenir nos indépendants et nos commerçants peut être prise par le Parlement, au-delà des clivages traditionnels. L'ensemble des partis de l'opposition et de la majorité se sont réunis parce qu'il s'agit d'une mesure de bon sens.

 

Je voudrais terminer mon intervention en remerciant les ministres. Je remercie David Clarinval pour son soutien. Il est en première ligne, il est au front pour apporter un soutien utile à travers un certain nombre de mesures en faveur des indépendants. Je remercie également le ministre Dermagne pour son soutien.

 

Madame la présidente, j'espère qu'il n'y aura pas de surprise et que la proposition à l'examen sera votée à l'unanimité par cette assemblée pour offrir à nos commerçants une belle bulle d'oxygène.

 

Bonnes soldes à tous!

 

18.04  Reccino Van Lommel (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, in eerste instantie wil ik graag de indieners van het wetsvoorstel bedanken, aangezien dit wetsvoorstel logisch en noodzakelijk en trouwens ook welgekomen is. Het is logisch omdat het parallel is aan het voorstel omtrent de zomersolden dat wij in juni 2020 behandeld hebben, en ook omdat er een duidelijke vraag kwam van de handelaren, welk signaal nu vertaald wordt in concrete daden. Het is noodzakelijk omdat de handelaren een dramatische periode achter de rug hebben, terwijl ook de komende periode moeilijk zal blijven, en ook omdat de verkoop in de eerste helft van januari dramatisch was. Er is ook een noodzaak omdat dit voorstel impliciet een spreiding van de bezoekers garandeert. Zoals de indiener net aanhaalde, werd het voorstel in de commissie unaniem goedgekeurd.

 

Daartegenover wil ik mijn bedenkingen omtrent de timing van dit wetsvoorstel even herhalen. Wij hebben in het Parlement vaak de mond vol over het bieden van perspectief aan handelaren. Afgelopen woensdag in de commissievergadering zei de indiener dat dit voorstel op tijd komt, maar naar mijn mening had het beter geweest mocht dit voorstel vóór de start van de solden zijn ingediend, wat wil zeggen dat wij het vóór het kerstreces in het Parlement hadden moeten behandelen.

 

Het viel eigenlijk wel te verwachten dat wij dit wetsvoorstel in het Parlement zouden behandelen. Bij het voorstel van vorig jaar diende ik reeds enkele amendementen in om tegemoet te komen aan de inhoud van het wetsvoorstel en om vooruit te kijken naar de soldenperiode van januari 2021, maar mijn amendementen werden toen niet in aanmerking genomen.

 

Zij hadden nochtans een beter perspectief gegeven aan de handelaren. Het is vandaag 21 januari, en in principe is het nog negen dagen tot het einde van de koopjesperiode zoals het nu in de wet staat. Dat is wel vrij laat, natuurlijk.

 

Maar goed, gedane zaken nemen geen keer. Zoals aangehaald is dit wetsvoorstel niet de grote oplossing voor de handelaren, maar het is wel een noodzaak om aan die slechte periode tegemoet te komen.

 

Vanzelfsprekend zullen wij dit wetsvoorstel ook vandaag steunen. Wij wachten de verdere debatten in de commissie voor Economie af om voor de relance van een aantal sectoren, onder andere deze, een aantal structurele oplossingen uit te werken.

 

18.05  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Madame la présidente, chers collègues, le groupe PTB tenait également à donner son soutien à cette proposition de loi qui, nous l'espérons, permettra de combler quelque peu les pertes de ces derniers mois. Même si nous savons que cette prolongation ne va pas résoudre l'ensemble des problèmes du secteur, elle permettra plusieurs choses: tout d'abord, de sauver un début de soldes catastrophiques. Vous savez, ma femme travaille pour une grande enseigne à Rive Gauche et n'a jamais vu de soldes d'hiver si peu fréquentés.

 

Or, les soldes représentent un moment de l'année important pour renflouer les caisses. C'est ce qui m'amène à la seconde raison, à savoir le besoin pour les commerçants de disposer de liquidités pour payer les frais fixes et les fournisseurs. Les derniers mois et la période de fermeture de novembre ont, en effet, privé les enseignes de vêtements de nombreuses recettes et renforcé leurs difficultés à honorer leurs différents frais.

 

Ensuite, toujours en lien avec la baisse de la fréquentation de ces derniers mois et de la période de fermeture, on assiste à une accumulation des stocks et à une multitude de produits qui ne pourront être vendus que prochainement du fait de changement de saison.

 

Enfin, il y a le contexte sanitaire qui justifie une telle proposition pour deux motifs au moins: d'une part, au plus on allonge la période des soldes et au plus, on évite une concentration de la fréquentation et la hausse des contacts; d'autre part, on évite que des consommateurs belges n'aillent faire leurs soldes à l'étranger.

 

18.06  Melissa Depraetere (sp.a): Mevrouw de voorzitster, de argumenten pro het voorstel werden al aangehaald; de tekst werd ook unaniem in commissie goedgekeurd. Zoals de heer Ducarme al zei, biedt het de ondernemers wat ademruimte. Tegelijk krijgt de consument wat meer tijd om van de solden te genieten en dat is een goede zaak.

 

Een ander aspect, dat heel belangrijk is voor mijn fractie, is dat het voorstel ook het winkelpersoneel wat ademruimte biedt. Het is immers niet evident voor hen om in deze tijden in een winkel te staan en de consumenten attent te maken op de geldende veiligheidsmaatregelen. Dat gaat soms gepaard met al dan niet verbale agressie. Ik hoop oprecht dat het voorstel een bredere spreiding van de klanten tot gevolg heeft en inderdaad het winkelpersoneel ademruimte biedt.

 

Ik dank de MR-fractie voor het initiatief, dat wij uiteraard zullen steunen.

 

18.07  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, nous soutiendrons ce texte, même si la législation actuelle permettait déjà aux commerçants qui le souhaitent de continuer à présenter leurs bonnes affaires après la période officielle des soldes.

 

Je rappelle qu'il s'agit ici d'un petit pas, mais que, par ailleurs, de manière plus large, pour les indépendants et singulièrement les commerçants, de grands pas sont encore à faire en la matière. J'ose espérer que nous pourrons réévaluer rapidement la situation et, surtout, que des décisions seront prises. On a déjà évoqué la situation des banques tout à l'heure. Voici déjà plusieurs semaines que le groupe cdH, notamment par la voix de Maxime Prévot et par la mienne, vous appelle à prendre des décisions fortes. J'espère, monsieur le ministre, que vous-même et l'ensemble du gouvernement – puisque cela concerne plusieurs ministres – poserez des actes au-delà des mots. Je vous remercie. 

 

18.08  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, je tenais à remercier les collègues pour leur proposition de loi, puisqu'elle est le fruit d'une concertation avec les représentants du secteur, mais aussi parce que prolonger la période des soldes jusqu'au 15 février – et ce, à titre exceptionnel pour cette année – aura pour effet d'apporter une véritable bouffée d'oxygène à nos commerçants, en particulier dans le secteur textile.

 

Ces commerces, qui ont été malencontreusement qualifiés de "non essentiels" durant toute cette crise, n'ont pu rouvrir que le 1er décembre. Il en ressort que les commerçants, en l'espace d'un seul mois, n'ont pas pu vendre leurs stocks comme les autres années. Le mois de décembre 2020 a été, en outre, synonyme d'une baisse de 20 % de leur chiffre d'affaires par rapport à celui de l'année précédente, pour les raisons que l'on devine et qui ont été évoquées tout à l'heure: contacts sociaux réduits, fête de Nouvel An réduite à sa bulle, règles sanitaires qui entourent encore aujourd'hui le shopping. Nos commerçants sont donc confrontés à un surplus de stocks rarement observé et qu'il leur serait difficilement possible d'écouler en un tout petit mois.

 

C'est pourquoi prolonger la période des soldes dans tout le pays revient à leur offrir un bonus de trésorerie, en particulier au regard du bilan de ces soldes, pour l'instant, plutôt mitigé. Les soldes ont, de plus, débuté un lundi – et non un samedi –, afin d'éviter le risque d'une affluence qui aurait été difficile à gérer.

 

Cette prolongation est également intéressante d'un point de vue sanitaire, puisqu'elle aura pour effet d'étaler sur six semaines, au lieu de quatre, la clientèle soucieuse de faire de bonnes affaires – ce qui, il faut bien l'avouer, n'est pas négligeable en ces temps de crise économique. Le respect des gestes barrières et de distance physique s'en trouvera ainsi facilité; sans compter que les commerçants sont, eux-mêmes, tenus de les faire respecter dans leur magasin – une difficulté qui s'ajoute à toutes les autres.

 

J'ose donc espérer que cette mesure permettra de booster les ventes de nos commerçants et donc notre économie, mais aussi de booster le moral de la population dont les activités récréatives sont, là aussi, il faut bien le dire, extrêmement réduites en raison des règles sanitaires.

 

Aujourd'hui, malgré ces nombreuses règles sanitaires qui l'entourent, faire son shopping est devenu ce moment rare et précieux où l'on échange avec ses voisins, avec ses commerçants, mais aussi où l'on s'accorde le droit de s'offrir des vêtements chauds dans lesquels on se sent bien, physiquement et mentalement.

 

Bien sûr, cette proposition de loi ne résoudra pas à elle seule les nombreux problèmes que rencontrent nos commerçants. Le vote de cette proposition de loi ne nous dédouane donc pas de notre responsabilité de relancer le secteur de manière structurelle.

 

Prolonger la période des soldes est une aide pour le secteur, oui, mais une aide ponctuelle. Prolonger la période des soldes, ce n'est donc pas de la relance en tant que telle, mais plutôt une sorte de sparadrap qui ne règlera pas à moyen et long terme le problème des charges fixes, du paiement des crédits bancaires, de ces banques qui n'entendent pas assumer leur rôle pour éviter les faillites. Nous l'avons évoqué tout à l'heure dans le cadre des questions d'actualité.

 

Il n'en demeure pas moins que pour les raisons que je viens d'évoquer, mon parti soutiendra cette mesure, comme celles qu'il a pu déjà soutenir jusqu'ici aux côtés du gouvernement, qu'il s'agisse d'un gouvernement de pouvoirs spéciaux ou d'un gouvernement de plein exercice. Comme nous ne cessons de le répéter, mon parti s'inscrit dans une démarche d'opposition constructive. 

 

Il va de soi que nous soutenons et que nous continuerons de soutenir toute mesure que le gouvernement mettra en œuvre pour aider les indépendants et les commerçants en ces temps de crise sanitaire, mais aussi en ces temps de crise économique, qui est déjà présente aujourd'hui et qui sera malheureusement encore plus aiguë dans les prochains mois. Je vous remercie.

 

La présidente: Chers collègues, puis-je demander à ceux qui discutent dans la salle de baisser d'un ton ou de sortir de la salle pour permettre que l'on entende bien nos collègues?

 

18.09  Ahmed Laaouej (PS): Madame la présidente, il est rare, dans notre Assemblée, qu'un texte fasse l'unanimité. Cela arrive, mais pas tous les jours. Si ce texte fait l'unanimité, c'est parce que nous avons toutes et tous à cœur, d'une manière ou d'une autre, d'envoyer un signal positif vers celles et ceux qui souffrent de la crise sanitaire que nous vivons. Parmi ces personnes, on trouve incontestablement les indépendants, les commerçants, celles et ceux pour qui une baisse du chiffre d'affaires peut compromettre l'avenir économique de l'entreprise, peut mettre en péril une situation sociale ou familiale et peut même, pour un grand nombre d'entre eux, aboutir à une situation de précarité.

 

Oui, il nous faut soutenir, bien sûr, d'une manière ou d'une autre, du mieux et du plus que nous le pouvons, les commerçants et les indépendants confrontés à cette crise sanitaire.

 

C'est vrai que cela ne résoudra pas tout. Il nous faut aussi examiner avec le secteur comment agir au mieux. Effectivement, annoncer une prolongation des soldes trop rapide va peut-être aussi leur faire perdre le pic de la Saint-Valentin sur lequel ils misent beaucoup. En même temps, les choses doivent s'organiser, le législateur doit légiférer. Nous le faisons et nous prenons nos responsabilités. Je veux donc remercier les initiateurs du projet et les membres du gouvernement qui ont soutenu cette initiative. En ce qui concerne le groupe socialiste, je veux remercier notre estimée collègue Mme Leslie Léoni qui a participé aux débats lors des travaux en commission.

 

Au fond, il faut faire en sorte que nous nous rappelions notre devise nationale, "L'union fait la force". Je crois que dans les moments comme ceux que nous vivons, c'est plus que jamais d'actualité. C'est donc un signal, une mesure qui dit clairement à ceux qui sont en souffrance durant cette crise que nous sommes à leurs côtés.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1710/4)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1710/4)

 

La proposition de loi compte 3 articles.

Het wetsvoorstel telt 3 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

Scrutin sur les demandes de naturalisation (continuation)

Geheime stemming over de naturalisaties (voortzetting)

 

Voici le résultat du scrutin sur les naturalisations. (1698/2)

Ziehier de uitslag van de geheime stemming over de naturalisaties. (1698/2)

 

Aantal stemmen

96

Nombre de votants

Geldige stemmen

96

Votes valables

Volstrekte meerderheid

49

Majorité absolue

 

Toutes les naturalisations ont obtenu la majorité absolue. Le vote sur la proposition de lois de naturalisation aura lieu dans un instant.

Alle naturalisaties hebben de volstrekte meerderheid gekregen. Over het voorstel van naturalisatiewetten zal dadelijk worden gestemd.

 

La proposition de la commission de Naturalisations est divisée en quatre parties (A, B, C et D) comportant chacune plusieurs articles à adopter.

Het voorstel van de commissie voor de Naturalisaties omvat vier delen (A, B, C en D), die elk verscheidene aan te nemen artikelen tellen.

 

Proposition de lois de naturalisation

Voorstel van naturalisatiewetten

 

19 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 13 avril 1995 modifiant la procédure de naturalisation et le Code de la nationalité belge (partie A) (1698/2)

19 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 13 april 1995 tot wijziging van de naturalisatieprocedure en van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (deel A) (1698/2)

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble de la proposition de loi de naturalisation (partie A) aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel van het voorstel van naturalisatiewet (deel A) zal later plaatsvinden.

 

20 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 1er mars 2000 modifiant certaines dispositions relatives à la nationalité belge (partie B) (1698/2)

20 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit (deel B) (1698/2)

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble de la proposition de loi de naturalisation (partie B) aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel van het voorstel van naturalisatiewet (deel B) zal later plaatsvinden.

 

21 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses et modifiant le Code de la nationalité belge (partie C) (1698/2)

21 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (deel C) (1698/2)

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble de la proposition de loi de naturalisation (partie C) aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel van het voorstel van naturalisatiewet (deel C) zal later plaatsvinden.

 

22 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 4 décembre 2012 modifiant le Code de la nationalité belge (partie D) (1698/2)

22 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (deel D) (1698/2)

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble de la proposition de loi de naturalisation (partie D) aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel van het voorstel van naturalisatiewet (deel D) zal later plaatsvinden.

 

23 Poursuites éventuelles à charge d'un membre

23 Eventuele vervolgingen ten laste van een lid

 

Par lettre du 13 janvier 2021, le procureur général près la cour d'appel de Gand a communiqué des documents afin de mettre la Chambre en mesure d'autoriser éventuellement des poursuites à charge de l'un de nos collègues en application de l'article 59 de la Constitution.

Bij brief van 13 januari 2021 zendt de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent documenten over, om de Kamer in de mogelijkheid te stellen in toepassing van artikel 59 van de Grondwet eventuele vervolgingen ten laste van één onzer collega's toe te laten.

 

Conformément à l'article 160 du Règlement, les documents sont renvoyés à la commission des Poursuites.

Overeenkomstig artikel 160 van het Reglement worden de documenten naar de commissie voor de Vervolgingen verzonden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

24 Remplacement d'un membre du Parlement européen

24 Vervanging van een lid van het Europese Parlement

 

M. Kris Peeters, membre du Parlement européen, a été nommé en qualité de vice-président de la Banque européenne d'Investissement le 11 janvier 2021.

De heer Kris Peeters, lid van het Europese Parlement, is op 11 januari 2021, vicepresident van de Europese Intvesteringsbank geworden.

 

Étant donné l'incompatibilité de ces mandats, il est démissionnaire de plein droit de sa fonction de député européen.

Aangezien deze mandaten onverenigbaar zijn, is hij dus van rechtswege ontslagnemend als Europarlements­lid.

 

Le premier suppléant appelé à le remplacer est M. Tom Vandenkendelaere. L'élection de ce dernier comme membre suppléant du Parlement européen a été validée par notre assemblée au cours de la séance du 27 juin 2019.

De eerste opvolger die in aanmerking komt om hem te vervangen is de heer Tom Vandenkendelaere. De verkiezing van deze laatste als plaatsvervangend lid van het Europese Parlement werd tijdens de plenaire vergadering van onze assemblee op 27 juni 2019 goedgekeurd.

 

L'intéressé remplit les conditions d'éligibilité prévues par les articles 1er et 41 de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection du Parlement européen.

Betrokkene voldoet aan de verkiesbaarheids­voorwaarden, bedoeld bij de artikelen 1 en 41 van de wet van 23 maart 1989 met betrekking tot de verkiezing van het Europese Parlement.

 

Je vous propose donc de présenter M. Tom Vandenkendelaere en qualité de membre effectif du Parlement européen.

Ik stel u dus voor de heer Tom Vandenkendelaere voor te dragen als vast lid van het Europese parlement.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

25 Renvoi d'une proposition de loi à une autre commission

25 Verzending van een wetsvoorstel naar een andere commissie

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 20 janvier 2021 et à la demande des auteurs, je vous propose de renvoyer la proposition suivante à la commission de la Défense nationale: la proposition de loi (M. Kris Verduyckt, Mmes Melissa Depraetere et Vicky Reynaert) instaurant un cadre d'analyse en vue d'évaluer les missions militaires belges à l'étranger, n° 326/1.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 20 januari 2021 en op verzoek van de indieners, stel ik u voor volgend wetsvoorstel te verwijzen naar de commissie voor Landsverdediging: het wetsvoorstel (de heer Kris Verduyckt, de dames Melissa Depraetere en Vicky Reynaert) houdende invoering van een toetsingskader ter evaluatie van Belgische buitenlandse militaire missies, nr. 326/1.

 

Cette proposition avait été précédemment envoyée à la commission des Relations extérieures.

Dit wetsvoorstel werd eerder verzonden naar de commissie Buitenlandse Betrekkingen.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

26 Prise en considération de propositions

26 Inoverwegingneming van voorstellen

 

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverweging­neming is gevraagd.

 

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverweging­neming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Urgentieverzoeken

Demandes d'urgence

 

26.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik vraag de urgentie voor het voorstel van resolutie nr. 1745/1.

 

Collega's, sedert de uitbraak van de coronacrisis in maart moesten reisorganisatoren massaal reizen annuleren, waardoor ze hun activiteiten tot bijna nul herleid zagen. Reizigers kregen een zogenaamde coronavoucher. Hiermee werd de verplichte terugbetaling van pakketreizen tijdelijk opgeschort en werd het mogelijk om de consument gedurende een jaar een tegoedbon te verstrekken waarmee hij op een later tijdstip een nieuwe reis zou kunnen boeken.

 

Binnen twee maanden, een jaar na de uitgifte van de eerste vouchers, zal de reissector die moeten beginnen terug te betalen. Gezien de crisis in de sector zijn velen hier niet toe in staat en dreigt voor hen het faillissement. Deze kmo's hebben steunmaatregelen vanwege de overheid nodig en de consumenten moeten de zekerheid hebben dat zij hun geld terugkrijgen. Met dit voorstel tot oprichting van een coronavoucherbank kunnen we hieraan tegemoet­komen.

 

Gezien de genoemde data is talmen geen optie meer en daarom vragen wij de urgentie voor dit voorstel.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est rejetée.

De urgentie wordt verworpen.

 

De urgentie wordt eveneens gevraagd voor het wetsvoorstel nr. 1754/1 van de heer Björn Anseeuw en consorten tot ondersteuning van werkgevers in het kader van de COVID-19-pandemie bij het activeren en opleiden van tijdelijk werkloze werknemers.

 

26.02  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, de essentie van dit wetsvoorstel is natuurlijk dat werkgevers hun tijdelijk werkloze werknemers op een informele manier moeten kunnen trainen en opleiden. De werknemer behoudt in dat geval de tijdelijke werkloosheidsuitkering, maar de werkgever moet het verschil met het nettoloon bijpassen. Gezien de omstandigheden biedt dat zeker mogelijkheden om de coronatoestand toch nog nuttig te maken.

 

Het is dus een duidelijke coronamaatregel, hij komt tegemoet aan een dringende nood bij de werkgevers en daarom is een urgente behandeling in de commissie praktischer en vragen wij uw aller steun daarvoor.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est rejetée.

De urgentie wordt verworpen.

 

27 Demande d'urgence – Motions

27 Urgentieverzoek – Moties

 

L’urgence a été demandée pour les motions qui ont été introduites à l’occasion de l'interpellation de Mme Annick Ponthier qui a été épuisée dans la séance de ce jour.

Er werd urgentieverklaring gevraagd voor de moties die werden ingediend naar aanleiding van de interpellatie van mevrouw Annick Ponthier die tijdens de vergadering van vandaag werd afgehandeld.

 

Je vous soumets cette demande.

Ik leg u dit verzoek voor.

 

27.01  Ahmed Laaouej (PS): Madame la présidente, s'il n'y a pas urgence, le vote est reporté à la semaine prochaine sans ouverture d'un nouveau débat. Est-ce bien correct? (Assentiment)

 

Dans ce cas, je me tourne vers mes collègues. On peut voter la semaine prochaine, à moins qu'il y ait un problème, sans quoi vous devez modifier le tableau de votes.

 

La présidente: Il n'y a vraiment pas de souci logistique.

 

La demande est rejetée.

Het verzoek wordt verworpen.

 

Nous considérons donc qu'il n'y a pas d'urgence et passons dès lors aux votes.

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

28 Motions déposées en conclusion des interpellations de:

- M. Kurt Ravyts sur "l’accord sur le climat conclu lors du Conseil européen des 10 et 11 décembre 2020" (n° 59)

- M. Kurt Ravyts sur "l’accord sur le climat conclu lors du Conseil européen des 10 et 11 décembre 2020" (n° 60)

28 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van:

- de heer Kurt Ravyts over "het tijdens de Europese Raad van 10 en 11 december 2020 bereikte klimaatakkoord (nr. 59)

- de heer Kurt Ravyts over "het tijdens de Europese Raad van 10 en 11 december 2020 bereikte klimaatakkoord" (nr. 60)

 

Ces interpellations ont été développées en réunion publique de la commission de l’Énergie, de l’Environnement et du Climat du 12 janvier 2021.

Deze interpellaties werden gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat van 12 januari 2021.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 59/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Kurt Ravyts;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Séverine de Laveleye.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 59/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kurt Ravyts;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Séverine de Laveleye.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

28.01  Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, op de Europese Top van 11 december 2020 werd een akkoord bereikt over een verscherpte, bindende en collectief te behalen EU-doelstelling van een netto-CO2-reductie ten opzichte van 1992 van ten minste 55 %. Die doelstelling zal bovendien in een voorstel van een Europese klimaatwet worden verankerd en dus afdwingbaar worden gemaakt.

 

Het Vlaams Belang is daarover niet echt laaiend enthousiast. Wij vrezen immers dat de doelstelling niet echt haalbaar zal zijn en bovendien niet meteen de meest sociale gevolgen zal hebben. Van het destijds politiek geconcipieerde ondersteuningsbeleid voor hernieuwbare energie is ondertussen sinds 2002 op gewestelijk en federaal niveau reeds bijna twintig miljard euro doorgerekend via de elektriciteitsfactuur. U hoort het goed: twintig miljard euro, die door de energieconsumenten in de meest brede zin van het woord moet worden opgehoest.

 

Nu het debat over de interpretatie van het opnemen van een aantal terechte Vlaamse bezorgdheden in het Europese klimaatakkoord onbeslecht is gebleven, wil de voorliggende motie vooral naar de toekomst kijken. Wij vragen de federale regering om bij de volgende Europese Top over de concrete uitvoering van het klimaatakkoord bij de bepaling van de landen- en regiospecifieke doelstellingen, bij de intra-Belgische onderhandelingen en bij het herzieningstraject rond het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan een voor de Gewesten haalbaar en betaalbaar scenario uit te tekenen.

 

Daarbij moeten ook binnen de federale bevoegdheden meer verantwoordelijkheden worden genomen, evenwel zonder de fiscale druk voor consumenten en ondernemingen te verhogen.

 

Ten slotte vragen wij ook om bij de besprekingen in de Europese Raad en met de Europese Commissie erop aan te dringen dat er ook expliciet ruimte blijft voor nucleaire energie als minstens een van de transitietechnologieën voor het meer haalbaar maken van de gezamenlijk te bereiken klimaatdoelstellingen.

 

La présidente: Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

83

Oui

Nee

50

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

133

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

(M. Georges Dallemagne a voté comme son groupe pour tous les votes)

 

29 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de Mme Marijke Dillen sur "l'agression d'un gardien à la prison de Gand" (n° 75)

29 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen over "de aanval op een cipier in de gevangenis van Gent" (nr. 75)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Justice du 13 janvier 2021.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Justitie van 13 januari 2021.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 75/1):

- une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Katja Gabriëls.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 75/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Katja Gabriëls.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

83

Oui

Nee

49

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

132

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

(M. Philippe Tison a voté comme son groupe)

 

30 Proposition de loi modifiant le Code consulaire en ce qui concerne l'assistance consulaire aux personnes bénéficiant d'un statut de réfugié ou apatride attribué par la Belgique et aux personnes avec plusieurs nationalités (nouvel intitulé) (1180/5)

30 Wetsvoorstel tot wijziging van het Consulair Wetboek voor wat betreft de consulaire bijstand aan personen met een door België toegekend statuut van vluchteling of staatloze en aan personen met meerdere nationaliteiten (nieuw opschrift) (1180/5)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

100

Oui

Nee

37

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

137

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale. (1180/6)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1180/6)

 

(De dames Anneleen Van Bossuyt en Katleen Bury en de heren Peter Buysrogge, Björn Anseeuw en Peter Mertens hebben zoals hun fracties gestemd)

 

31 Projet de loi visant à approuver le compte général de l'Administration générale pour l'année 2018 et des comptes d'exécution des budgets des Services de l'État à gestion séparée pour des années précédentes (1701/3)

31 Wetsontwerp tot goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur van het jaar 2018 en van de uitvoeringsrekeningen van de begrotingen van Staatsdiensten met afzonderlijk beheer van voorgaande jaren (1701/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

110

Oui

Nee

28

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

138

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (1701/4)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1701/4)

 

32 Projet de loi sur la dématérialisation des relations entre le Service Public Fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales (1697/3)

32 Wetsontwerp betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten (1697/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

131

Oui

Nee

1

Non

Onthoudingen

11

Abstentions

Totaal

143

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale. (1697/4)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1697/4)

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)   

 

33 Proposition de loi modifiant certaines dispositions du Code de droit économique en ce qui concerne la prolongation de la période des soldes d'hiver 2021 en raison de la pandémie de COVID-19 (1710/4)

33 Wetsvoorstel tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van economisch recht, betreffende de verlenging van de wintersolden 2021 ingevolge de COVID-19-pandemie (1710/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

142

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

142

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale. (1710/5)

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd. (1710/5)

 

(De heer Peter Mertens heeft zoals zijn fractie gestemd)

 

34 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 13 avril 1995 modifiant la procédure de naturalisation et le Code de la nationalité belge (partie A) (1698/2)

34 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 13 april 1995 tot wijziging van de naturalisatie­procedure en van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (deel A) (1698/2)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

121

Oui

Nee

17

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

138

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi de naturalisation (partie A). Elle sera soumise à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van naturalisatiewet (deel A) aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

(De heer Peter De Roover heeft zoals zijn fractie gestemd)

 

(De heer Jean-Marie De Decker heeft voorgestemd)

 

(Mme Nadia Moscufo a voté comme son groupe)

 

35 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 1er mars 2000 modifiant certaines dispositions relatives à la nationalité belge (partie B) (1698/2)

35 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit (deel B) (1698/2)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

128

Oui

Nee

17

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

145

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi de naturalisation (partie B). Elle sera soumise à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van naturalisatiewet (deel B) aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

36 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses et modifiant le Code de la nationalité belge (partie C) (1698/2)

36 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (deel C) (1698/2)

 

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

 

(Stemming/vote 8)

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi de naturalisation (partie C). Elle sera soumise à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van naturalisatiewet (deel C) aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

37 Proposition de loi de naturalisation accordée en application de la loi du 4 décembre 2012 modifiant le Code de la nationalité belge (partie D) (1698/2)

37 Voorstel van naturalisatiewet toegekend bij toepassing van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (deel D) (1698/2)

 

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

 

(Stemming/vote 8)

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi de naturalisation (partie D). Elle sera soumise à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van naturalisatiewet (deel D) aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

38 Proposition de rejet faite par la commission des Naturalisations en ce qui concerne les dossiers repris dans son rapport n° 1698/1, aux pages 4 et 5

38 Voorstel tot verwerping door de commissie voor de Naturalisaties van de dossiers die in haar verslag nr. 1698/1 op bladzijden 4 en 5 zijn opgenomen

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

139

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

139

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de rejet.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel tot verwerping aan.

 

(De heer Jean-Marie Dedecker heeft voorgestemd)

 

39 Adoption de l’ordre du jour

39 Goedkeuring van de agenda

 

Nous devons procéder à l’approbation de l'ordre du jour de la séance de la semaine prochaine.

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van volgende week.

 

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

 

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 28 janvier 2021 à 14 h 15.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 28 januari 2021 om 14.15 uur.

 

La séance est levée à 19 h 45.

De vergadering wordt gesloten om 19.45 uur.

 

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 55 PLEN 084 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 55 PLEN 084 bijlage.

 

 

 


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui         

083

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Zanchetta Laurence

 

Non        

050

Nee

 

Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

083

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

049

Nee

 

Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

100

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

037

Nee

 

Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Loones Sander, Mertens Peter, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

110

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, D'Haese Christoph, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

028

Nee

 

Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Vuyst Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

131

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

001

Nee

 

Warmoes Thierry

 

Abstentions

011

Onthoudingen

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Vuyst Steven, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

142

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Metsu Koen, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

121

Ja

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pivin Philippe, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

017

Nee

 

Bury Katleen, Creyelman Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Gilissen Erik, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

128

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

017

Nee

 

Bury Katleen, Creyelman Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Gilissen Erik, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans

 

Abstentions

000

Onthoudingen


 

 


Vote nominatif - Naamstemming: 009

 

 

Oui        

139

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Tison Philippe, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Willaert Evita, Wollants Bert

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen