Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 1 avril 2021

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 1 april 2021

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 19 et présidée par Mme Eliane Tillieux, présidente.

De vergadering wordt geopend om 14.19 uur en voorgezeten door mevrouw Eliane Tillieux, voorzitster.

 

La présidente: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le Compte Rendu Intégral de cette séance ou son annexe.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kan deze terugvinden op de webstek van de Kamer en in het Integraal Verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

 

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Alexander De Croo, Annelies Verlinden.

 

Questions

Vragen

 

01 Samengevoegde vragen van

- Reccino Van Lommel aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De nieuwe exitstrategie in het kader van de covidcrisis" (55001508P)

- Maxime Prévot aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het communicatiebeleid van de ministers en de meerderheid na de vergaderingen van het OCC" (55001516P)

01 Questions jointes de

- Reccino Van Lommel à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La nouvelle stratégie de sortie de la crise du coronavirus" (55001508P)

- Maxime Prévot à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La politique de communication des ministres et de la majorité à l'issue des Codeco" (55001516P)

 

01.01  Reccino Van Lommel (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de premier, toen u afgelopen zaterdag de eerste beelden van de leeggelopen winkelstraten op het nieuws bekeek, dacht u ongetwijfeld: yes, het schokeffect werkt. Dat de handelaren een gemiddeld omzetverlies van 60 tot 85 % lijden en de ene na de andere retailer failliet gaat, is uiteraard maar bijzaak in uw ogen.

 

De vraag is waarom u kiest voor winkelen op afspraak, terwijl u bijvoorbeeld de kappers, die nochtans alles deden om coronaproof te heropenen, na enkele weken terug sluit. Zijn de kappers verantwoordelijk voor het stijgend aantal coronagevallen, of doet het Overlegcomité maar wat? Ik stel alleen maar vast dat elke wetenschappelijke basis voor specifieke maatregelen ontbreekt.

 

Als klap op de vuurpijl zorgt uw trial-and-errorbeleid ervoor dat niemand het nog weet, en net daarom heeft geen 30 % van de bevolking nog vertrouwen in uw ploeg. Dan zwijg ik nog over de verwarring die geschapen wordt door sommige virologen en sommige van uw coalitiepartners.

 

Er is nog meer, want de omschakeling van het winteruur naar het zomeruur heeft u zeker geïnspireerd om alle perspectieven die u onze economie had gegeven, te laten wegsmelten als sneeuw voor de zon. U stelt immers geen datum meer voorop en neemt zodoende alle hoop weg voor heel wat sectoren waaraan u als premier concrete beloften had gedaan. Als een bedrijf in crisis handelt zoals u met uw regering, dan was dat bedrijf reeds lang failliet geweest.

 

Mijnheer de premier, wat zult u doen voor onze handelaars die voor de zoveelste keer getroffen worden? Kunt u klaar en duidelijk zeggen wat nu juist uw exitstrategie is?

 

01.02  Maxime Prévot (cdH): Monsieur le premier ministre, chers collègues, nous sommes le 1er avril mais depuis de nombreux mois, c'est le 1er avril tous les jours. C'est pourtant une très mauvaise farce. À chaque fois que le Comité de concertation se réunit, il sort de son chapeau une série de mesures qui sont aussitôt détruites et remises en cause par vos propres partenaires de gouvernement. Un président de parti de la majorité a reconnu publiquement ne pas respecter les règles. Un autre a reconnu, à peine l'encre sèche, que ce que vous veniez de demander comme efforts à la population était une chose à laquelle il n'adhérait pas. Comment voulez-vous que les citoyens se disciplinent et respectent avec efficacité les mesures quand ceux qui sont censés les incarner les démolissent eux-mêmes?

 

Plus récemment encore, nouveau coup de massue pour les commerçants confrontés à une fermeture. En effet, c'est quasi cela: quand vous imposez aux clients de prendre rendez-vous de manière fictive en envoyant vite un sms devant la vitrine, c'est peu de dire qu'on est dans une démarche relativement hypocrite. Vous aviez pourtant dit à l'époque que vous alliez amplifier les soutiens. Cela s'est traduit par le fait que même dans ce cas de figure-là, il n'y aurait pas de double droit passerelle, malgré ce que l'un de vos ministres a annoncé. Comment voulez-vous que l'on s'y retrouve?

 

Y a-t-il un capitaine dans le navire qui trace une voie et qui est suivi, écouté? On a le sentiment qu'une série de vos partenaires pagaient en sens contraire. Si vous décidez de fermer - ou quasiment - assumez, et payez, notamment avec le droit passerelle. Merci pour vos précisions.

 

01.03 Eerste minister Alexander De Croo: Mijnheer Van Lommel, uw vraag naar perspectief is een zeer terechte vraag die niet alleen in ons land gesteld wordt maar ook in andere landen in Europa. Jammer genoeg stellen wij vast dat vandaag meer virulente varianten van het virus de bovenhand gekregen hebben en dat men bijna overal in Europa gedwongen is bijkomende maatregelen te nemen, bijkomende verstrengingen om ervoor te zorgen dat het aantal besmettingen onder controle gehouden kan worden, en vooral dat de toevloed in onze ziekenhuizen maximaal geremd kan worden. Zo kunnen mensen die een andere behandeling moeten krijgen, vaak een levensnoodzakelijke behandeling, die behandeling kunnen krijgen binnen de bestaande ziekenhuiscapaciteit. Dat is de reden waarom men in ons land, maar ook in andere landen, de maatregelen verstrengt.

 

Mijnheer Van Lommel, ik ben ervan overtuigd dat geen enkele ondernemer, geen enkele restauranthouder, geen enkele caféhouder zijn zaak per se open wil terwijl hij tezelfdertijd weet dat mensen niet de gepaste zorgen krijgen in de ziekenhuizen omdat hij enkel bezig is met het openhouden van zijn zaak. Dat is het evenwicht waar wij als regering een maatschappelijke beslissing over moeten nemen. Dat evenwicht, mijnheer Van Lommel, is geen eenvoudig evenwicht, dat is waar. Dat is crisisbeheer.

 

Crisisbeheer wil zeggen dat men soms plannen maakt maar dat die plannen op een bepaald moment aangepast moeten worden aan de omstandigheden waarin men zich bevindt. Ik heb geen schroom toe te geven dat het voor mij belangrijker is bij te sturen als dat nodig is dan mij te laten vastpinnen op iets wat ik eerder gezegd heb, in eer en geweten, maar waarvan ik moet vaststellen dat de omstandigheden veranderd zijn. Als de omstandigheden veranderd zijn, is de gezondheid van de bevolking belangrijker dan mijn eigen ego en het feit dat ik moet terugkomen op een beslissing.

 

Ik mag hopen dat u, mijnheer Van Lommel, in dezelfde situatie, exact dezelfde beslissing zou nemen.

 

Monsieur Prévot, après le Comité de concertation, il y a eu une communication très claire non pas du gouvernement mais des gouvernements. Tout le monde a compris que nous sommes dans une situation délicate. Comme je l'ai dit au début de ma réponse, nous voyons que les hôpitaux commencent vraiment à être en difficulté.

 

Dans ma réponse à une question plus ou moins similaire la semaine dernière, j'ai dit qu'en effet, dans notre pays, prendre des décisions en période de crise n'est pas une chose aisée et demande parfois une patience angélique. Toutefois, je pense que cette concertation est importante. Selon moi, en Belgique, la prise de décisions doit impérativement se faire en concertation. Mais si nous procédons de la sorte, il importe que les paroles soient tenues et que la décision prise collectivement par les gouvernements soit clairement communiquée.

 

Comment peut-on attendre de la population qu'elle respecte des règles qui sont difficiles et qui commencent vraiment à peser après plus d'une année si, au niveau politique, on ne dit pas la même chose? Ce que je constate – et je ne vais pas fermer les yeux là-dessus –, c'est qu'une discussion politique a effectivement eu lieu rue de la Loi. Néanmoins, en dehors de la rue de la Loi, les citoyens comprennent que les mesures que nous avons prises étaient nécessaires. On voit d'ailleurs qu'une semaine plus tard, d'autres pays tels que la France prennent des mesures comparables.

 

S'agissant du fait que les magasins ne travaillent que sur rendez-vous, il y a toujours une balance entre des mesures simples et des mesures proportionnelles. Les mesures simples seraient de dire qu'il faut fermer les magasins. Toutefois, je suis convaincu que nos commerçants sont capables d'ouvrir leurs magasins mais avec une certaine modération. Telle est la raison pour laquelle la mesure de réservation est en effet une mesure très simple. Prendre rendez-vous en entrant dans un magasin n'est pas interdit. Notre objectif n'est pas de chasser les consommateurs des magasins mais plutôt d'éviter qu'il y ait trop de monde en même temps dans les magasins.

 

À ce sujet, la mesure est très claire: les magasins ou les commerces (les coiffeurs, par exemple) qui doivent fermer touchent le double droit passerelle, ceux qui sont capables d'ouvrir bénéficient du simple droit passerelle à partir du moment où leur chiffre d'affaires baisse de 40 %.

 

01.04  Reccino Van Lommel (VB): Mijnheer de premier, het wordt tijd dat u stopt met te staren als een uil in de zon. Het wordt tijd dat u stopt met uw beleid van schokeffecten. Het wordt tijd dat u overgaat tot het nemen van maatregelen die een wetenschappelijke basis hebben. Het wordt tijd dat u stopt met het broodroven van onze handelaars en de kleine man, die uw Vivaldiregering hoe langer hoe meer beu wordt. Het zal niet ú zijn die hun ondergang zal betalen. Het wordt tijd dat u stopt met de bevolking een wortel voor te houden en die dan weg te trekken als het doel bijna bereikt is. Het wordt tijd dat u de communicatie niet langer aan de virologen overlaat, maar ze in eigen handen neemt. Het wordt met andere woorden tijd voor een doordacht exitplan uit deze crisis.

 

01.05  Maxime Prévot (cdH): Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Votre conclusion était enfin limpide: un droit passerelle unique malgré la décision prise de fermer, sauf rendez-vous. Cela veut dire qu'il y a manifestement des décisions qui sont prises rue de la Loi mais qui ne sont pas nécessairement correctement communiquées une fois hors de la rue de la Loi. Au final, qui sont les dindons de la farce? Ceux qui ont cru aux bonnes paroles de votre ministre des Indépendants, qui s'est manifestement fourvoyé ou qui a cherché à leurrer.

 

Je le regrette et je ne peux vous inviter qu'à une chose: veiller à ce que ce qui est négocié rue de la Loi soit compris et accepté partout, y compris avenue de la Toison d'Or!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- Barbara Pas aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het vonnis van de Brusselse rechtbank betreffende de coronamaatregelen" (55001509P)

- Sophie Rohonyi aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De onwettigheid van de bij ministerieel besluit genomen coronamaatregelen" (55001513P)

- Peter De Roover aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De juridische grondslag van de coronamaatregelen" (55001523P)

- Jean-Marie Dedecker aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het vonnis van de Brusselse rechtbank betreffende de coronamaatregelen" (55001524P)

- Patrick Dewael aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De coronamaatregelen versus de beschikking van de Brusselse kortgedingrechter" (55001527P)

- Servais Verherstraeten aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "De beschikking van de Brusselse rechtbank inzake de coronamaatregelen" (55001528P)

02 Questions jointes de

- Barbara Pas à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le jugement rendu par le tribunal de Bruxelles concernant les mesures de lutte contre le coronavirus" (55001509P)

- Sophie Rohonyi à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L’illégalité des mesures anti-covid prises par arrêté ministériel" (55001513P)

- Peter De Roover à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La base juridique des mesures de lutte contre le coronavirus" (55001523P)

- Jean-Marie Dedecker à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le jugement rendu par le tribunal de Bruxelles concernant les mesures de lutte contre le coronavirus" (55001524P)

- Patrick Dewael à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les mesures anti-covid versus l'ordonnance du juge des référés de Bruxelles" (55001527P)

- Servais Verherstraeten à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "L'ordonnance rendue par le tribunal de Bruxelles concernant les mesures anti-covid" (55001528P)

 

02.01  Barbara Pas (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, dat voor uw coronamaatregelen een wettelijke basis ontbreekt, zeggen wij al lang en wij niet alleen. Alle grondwetspecialisten waarschuwen al maanden dat die maatregelen op juridisch drijfzand zijn gebaseerd. Het gebeurt zelden dat die het allemaal ergens over eens zijn.

 

Het is dan ook geen verrassing dat de rechtbank van eerste aanleg van Brussel dat gisteren heeft bevestigd en deze regering oplegt om binnen de 30 dagen in een wettelijke basis te voorzien, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag.

 

Die uitspraak is een blamage voor u, mijnheer de eerste minister, want u hebt nooit naar die waarschuwingen willen luisteren. Integendeel, u ontkende dat er een probleem was. U hebt in februari zelfs nog gezegd dat de pandemiewet net voor juridische onzekerheid zou zorgen, terwijl er vandaag volop rechtsonzekerheid is, chaos die u zelf creëerde.

 

Ik had dan ook verwacht dat de uitspraak van de rechtbank een les in nederigheid voor deze regering zou zijn, maar helaas, het kan uw totalitaire viceminister Frank Vandenbroucke duidelijk niets schelen. Ik ben niet onder de indruk, was zijn ongepaste reactie. Hij duwt dat vonnis gewoon opzij. Hij heeft net niet gezegd dat het vonnis wat hem betreft mocht worden verbrand.

 

Mijnheer de eerste minister, zeg maar tegen uw onverkozen minister van Volksgezondheid dat het virus niet graag dwangsommen en schadeclaims heeft. Dan begrijpt hij misschien de ernst van onwettige maatregelen.

 

Minister Verlinden heeft gisteren al verklaard dat er beroep zal worden aangetekend. Dat is in principe niet schorsend. Vandaar mijn vragen voor u, mijnheer de eerste minister.

 

Zult u de lopende maatregelen ter stemming aan het Parlement voorleggen? Zal de pandemiewet onverwijld volledig worden herschreven, zodat er nog tijdig een wettelijke basis kan komen? Zult u de ongrondwettelijke avondklok binnen de 30 dagen afschaffen?

 

02.02  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, monsieur le premier ministre, cela aurait pu être un très mauvais poisson d'avril et pourtant, le tribunal de première instance de Bruxelles vous a sommé de mettre fin à l'illégalité des mesures sanitaires et ce, dans un délai de trente jours. Du pain bénit pour ceux qui relativisent la gravité du virus ou encore de la troisième vague mais aussi pour tous ceux qui souffrent de ces mesures, tous ceux qui sont en décrochage scolaire, ceux qui sont coincés auprès de leur conjoint violent, ceux qui sombrent dans la dépression ou encore ceux qui voient leur entreprise couler.

 

On vous avait pourtant prévenu, monsieur le premier ministre! Autant la voie que vous avez choisie était justifiée par l'urgence au début de la pandémie, autant elle est aujourd'hui illégale et même anticonstitutionnelle parce qu'elle suspend sans débat démocratique et depuis plus d'un an maintenant – vous l'avez d'ailleurs répété tout à l'heure – nos libertés fondamentales.

 

À l'annonce de cette décision, nous avons entendu vos différents ministres réagir et relativiser la gravité de la situation. Pour M. Vandenbroucke, "même pas peur, nous allons continuer à appliquer telles quelles les mesures sanitaires". Pour Mme Verlinden, "nous irons en appel et de toute façon, notre loi pandémie va régulariser la situation". Pour M. Van Quickenborne, le gouvernement essaiera de convaincre la cour d'appel de Bruxelles de prendre une décision dans les trente jours.

 

Aujourd'hui, c'est vous que nous voulons entendre, monsieur le premier ministre. Croyez-vous sincèrement que la loi pandémie qui persiste à donner les pleins pouvoirs à votre ministre de l'Intérieur pour adopter des mesures sanitaires, qui sont attentatoires aux libertés fondamentales et qui n'auront pas d'effet rétroactif, sera la réponse à apporter à cette décision? Croyez-vous sincèrement que la cour d'appel accèdera à votre demande de bypasser les justiciables qui, eux, attendent une décision de justice depuis des années, en tout cas depuis un trop grand laps de temps? Ne serait-il pas plus responsable de mettre fin à l'illégalité des mesures plutôt que d'espérer une réponse favorable en appel? L'adhésion de la population aux mesures en ressort très franchement entamée. Comment comptez-vous la regagner?

 

02.03  Peter De Roover (N-VA): Premier, mevrouw Verlinden, ik heb het toch gezegd! Op 22 oktober – uw regering was kersvers – heb ik de kwestie hier voor de eerste keer aangesneden. Zes dagen later stelde een collega van Ecolo-Groen, de heer Van Hecke, in de commissie een soortgelijke vraag en dat was al vanuit de meerderheid, weliswaar maar een keer, want hij is daar later niet op doorgegaan. Week na week hebben wij onwettelijkheid hier aangekaart, maar u hebt er de schouders voor opgehaald; het was volgens u niet waar.

 

Aangezien het uw verantwoordelijkheid is, komt u nu in de ellende terecht, maar dat is wel het minste van mijn zorgen. Dat de coronamaatregelen over zeer afzienbare tijd wegvallen – intussen resten er nog maar 29 dagen –, betekent de totale chaos, waarvoor wij hebben gewaarschuwd. Het is niet dat al die maatregelen fout zouden zijn, maar u hebt ze wel verkeerd ingevoerd. Voor een regering die graag een progressief etiket draagt, moet het toch wel bijzonder pijnlijk zijn dat u via de rechtbank tot de orde werd geroepen door de Liga voor de Mensenrechten. U hebt een mensenrechtenprobleem met de regering! Hoe progressief kunt u zich dan nog noemen? Ik hoop dat er geen andere landen in de Europese Unie de kwestie op een hoger niveau zullen aankaarten, wat wel al eens gebeurt.

 

Vandaar mijn vraag: wat zult u nu doen. Het betreft een manifest probleem, geen kleinigheid. U zult misschien zeggen te rekenen op een uitspraak in beroep, maar we weten niet wat die zal brengen. Ten eerste, werkt het arrest niet opschortend. Ten tweede, als zelfs rechtbanken bij de interpretatie van de basis die u gebruikt om vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, schijnbaar de ene keer zus en de andere keer zo oordelen, dan is die basis wankel.

 

Dus, mijnheer de premier, mevrouw de minister, wat zult u doen? Vooral, hoe zult u ervoor zorgen dat we die fout niet herhalen met een pandemiewet, waarover alle grondwetspecialisten het eens zijn dat die fundamenteel ongrondwettelijk is? (…)

 

02.04  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, het blunderboek van uw coronamaatregelen wordt stilaan een encyclopedie. Eergisteren zaten de treinen stampvol, door uw schuld. U hebt 2.300.000 gratis tickets uitgedeeld, die tegen eergisteren moesten worden opgenomen. De treinen zaten stampvol. Iedereen was verontwaardigd over de raamregel. Gisteren werd u terecht teruggefloten door een rechter in eerste aanleg in Brussel. Uw linkse regering doet niks liever dan het vingertje opsteken in de wereld, als het over de mensenrechten gaat en nu wordt u zelf gedagvaard door de Liga voor Mensenrechten en u wordt ook nog veroordeeld, en dat voor uw linkse regering die zo graag het vingertje opsteekt. Ik zou rood aanlopen van schaamte of minstens blauw zijn van woede.

 

Als het niet zo triest was, zou men denken dat het een aprilgrap is. De rechterlijke macht roept de uitvoerende macht terug, omdat ze geen rekening houdt met de wetgevende macht. U steekt zich altijd weg achter de rug van experten en van kijkbuisvirologen om een sterk, draconisch beleid te voeren. Minderjarigen worden in de bak gestoken, pizzadozen worden geteld en nog meer van dat. U weigert echter te luisteren naar de waarschuwingen van grondwetspecialisten al maandenlang voor de wijze waarop u onze fundamentele grondrechten en onze vrijheden verkracht. U gaat nu in beroep, wat uw volste recht is. Op 28 oktober vorig jaar oordeelde datzelfde hof van beroep in Brussel al dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens niet werd gerespecteerd.

 

Wanneer zal de regering van socialisten, liberalen, ecologisten en christendemocraten de mensenrechten, de Grondwet en het Parlement respecteren?

 

02.05  Patrick Dewael (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, wij worden nu al meer dan een jaar geconfronteerd met dat dodelijke virus. Wij beseffen allemaal hoe belangrijk het is om er heel snel tegen te kunnen optreden, met andere woorden maatregelen te kunnen nemen om de verspreiding van het virus ook effectief tegen te gaan en op die manier ook mensenlevens te redden. Wij zien hetzelfde in alle ons omringende landen. Wij vinden niets uit. Of het nu gaat over federale staten zoals Duitsland of centralistisch bestuurde staten zoals Frankrijk, in al die landen gaat het over identieke maatregelen die moeten worden genomen en over regeringen die effectief ook hun verantwoordelijkheid opnemen.

 

De regering baseert zich voor de maatregelen op de wet met betrekking tot de civiele veiligheid van 2007. Ik ken die wet: zij is destijds ontstaan in de nasleep van Ghislenghien. Die wet is eigenlijk niet gemaakt om een langdurige pandemie te bestrijden. Dat was niet de bedoeling van de wetgever toentertijd, maar rechtbanken en de Raad van State hebben die basis meermaals goedgekeurd.

 

Gisteren was er een andersluidende uitspraak. Als de uitspraak over asiel en migratie zou zijn gegaan, dan zou men hebben gewaagd van linkse rechters, activistische rechters of wereldvreemde rechters. Ik heb respect voor een onafhankelijke rechterlijke macht, ongeacht waarover het gaat.

 

Het is goed dat het voorontwerp dat wij gisteren in de plenaire vergadering hebben besproken, nu snel door het Parlement wordt goedgekeurd. Voor mijn fractie zijn daarbij drie principes belangrijk. Ten eerste, het Parlement moet de regering de machtiging geven om binnen een pandemiewet op te treden, ten tweede, de maatregelen moeten effectief onmiddellijk in voege kunnen treden – een burgemeester gaat ook niet eerst naar de gemeenteraad om een brand te laten blussen – en, ten derde, het Parlement moet de maatregelen meteen daarna bespreken, zo nodig aanpassen en erover stemmen.

 

Ik kijk met belangstelling het advies van de Raad van State tegemoet. (…)

 

02.06  Servais Verherstraeten (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, de rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel heeft gisteren een vonnis in kort geding uitgesproken. Wij respecteren dat vonnis, zoals wij ook 6 arresten van de Raad van State in algemene vergadering en meer dan 20 arresten van de Raad van State in een andere kamer respecteren, zoals wij ook de arresten van het hof van beroep te Mons en te Brussel respecteren, zoals wij ook de honderden vonnissen van politierechters. Zo respecteren wij ook twee vonnissen van dezelfde rechtbank van eerste aanleg te Brussel, zetelend in kort geding, met weliswaar een andere magistraat, die de vorderingen hebben afgewezen.

 

Als sommige collega's de regering verwijten, zoals de heer De Roover dat gisteren deed en mevrouw Pas vandaag, dat dit ene vonnis een blamage zou zijn voor haar, dan moeten wij misschien zeggen dat die honderden vonnissen en arresten een kaakslag zijn voor de oppositie.

 

Collega's, in een rechtsstaat heeft iedereen het recht om beroep aan te tekenen, ook de Belgische Staat. Als het om een principiële aangelegenheid als deze gaat, dan meen ik dat dit ook aangewezen is.

 

Belangrijker is dat het vonnis de bal in het kamp van de wetgever legt. We moeten de komende periode dus wetgeving creëren die de eerste minister in zijn brief als volgt omschreef: "wetgeving die enerzijds een goed evenwicht inhoudt tussen snelheid en flexibiliteit en anderzijds tussen de noodzaak van een welomschreven set van maatregelen die omgeven zijn met de nodige grondrechtelijke en democratische toetsen".

 

Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, ik vraag u naar de timing voor die wetgeving.

 

02.07 Eerste minister Alexander De Croo: Mevrouw de voorzitster, geachte Kamerleden, ik zal deze vraag beantwoorden samen met de minister van Binnenlandse Zaken, die op enkele zaken meer gedetailleerd zal ingaan.

 

Zelf wil ik enkele elementen aanraken. Ten eerste, laten wij het debat zuiver houden. Dit arrest in kortgeding slaat enkel op de wettelijke basis van de maatregelen. Het arrest zegt niets over de grondwettelijkheid van de maatregelen zelf. De maatregelen zelf worden niet in vraag gesteld. Ze blijven natuurlijk ook geldig. Ik stel vast, niet enkel in het Parlement, dat die twee zaken vaak door elkaar gehaald worden.

 

De minister van Binnenlandse Zaken heeft gisteren inderdaad aangekondigd dat de regering in beroep gaat, zoals door velen hier reeds aangehaald. De Raad van State heeft reeds meermaals aangehaald dat de wet op de civiele veiligheid van 2007 een voldoende wettelijke basis is. De uitspraak van de rechtbank geeft daarover inderdaad een andere mening.

 

Wat moet deze regering nu doen? Sta me toe om daarvoor een Russisch spreekwoord te gebruiken, dat als volgt gaat: bid tot god, maar roei toch altijd naar de oever. Vrij vertaald: heb vertrouwen, maar werk ondertussen toch maar oplossingen uit. Dus, ja, wij gaan in beroep omdat wij denken dat we een punt te maken hebben, maar intussen is het logisch dat we ook wel aan oplossingen werken.

 

Bij die oplossingen, waaraan wij werken, is het Parlement op een uitzonderlijke manier zeer nauw betrokken geweest. Gisteren vond er een zeer ruim debat plaats over de pandemiewet. Bij de bespreking zijn alle fracties in het Parlement betrokken.

 

Ce débat sur la loi pandémie doit se dérouler de manière approfondie pour offrir une solution stable. Pour ce faire, il faut tenir compte des avis rendus par le Conseil d'État ainsi que des nombreuses remarques émises dans ce Parlement. Au total, je pense qu'on parle de plus de 600 pages de remarques à examiner dans le détail pour vérifier si elles sont pertinentes et applicables.

 

Une base légale stable est nécessaire, mais elle doit être également flexible. Comme certains l'ont dit, en période de crise, il convient de pouvoir agir rapidement. À cette fin, la flexibilité est indispensable.

 

Het is duidelijk dat de timing een uitdaging zal zijn. Dat is overduidelijk. Echter, met een gezonde spoed moet het mogelijk zijn de pandemiewet binnen de gepaste termijn af te werken.

 

Ik wil ook de vinger leggen op het feit dat intussen de huidige regering verantwoording aflegt. Maandag was de minister van Binnenlandse Zaken aanwezig in de commissie en is daar in debat getreden met de commissieleden over de inhoud van het ministerieel besluit. Zij is er in debat gegaan en heeft geluisterd naar de gemaakte opmerkingen. Dat is logisch.

 

Dat brengt mij bij mijn laatste punt. Wij bevinden ons in uitzonderlijke omstandigheden, die ons dwingen absoluut uitzonderlijke maatregelen te treffen. Het gaat om maatregelen waar geen enkele regering licht over kan gaan. Het gaat om uitzonderlijke beperkingen van onze vrijheid. Dus lijkt het mij ook logisch dat ten opzichte van een uitzonderlijke omstandigheid en uitzonderlijke maatregelen ook een uitzonderlijke zorgvuldigheid wordt gevraagd van de regering die de maatregelen treft. Dat betekent dat de regering inderdaad verantwoording moet afleggen.

 

Als er een uitspraak is van een rechtbank, is het logisch dat met die uitspraak rekening wordt gehouden en dat met dat nieuwe punt rekening moet worden gehouden. Wij hebben natuurlijk de mogelijkheid in beroep te gaan, maar het betreft een uitspraak waarvoor wij in alle neutraliteit respect moeten hebben. Wij moeten ter zake natuurlijk verantwoording afleggen ten aanzien van de rechterlijke macht, maar ook ten aanzien van het Parlement.

 

Het is de voorbije weken duidelijk dat de huidige regering zich bewust is van de verantwoordelijkheid voor de zorgvuldigheid die zij draagt in de huidige hoogst zorgvuldige tijden. Dat zal de leidraad van de regering blijven.

 

02.08 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw de voorzitster, de kortgedinguitspraak van de rechtbank van eerste aanleg gisteren is het bewijs dat onze rechtsstaat functioneert. Zoals altijd is de enig mogelijke houding het respectvol kennis nemen van een gerechtelijke uitspraak, zelfs als die uitspraak bijkomende uitdagingen in zich draagt. We hebben de uitspraak geanalyseerd en we zijn ondertussen in beroep te gaan, want we geloven dat er argumenten zijn om het hof van beroep ervan te overtuigen om de uitspraak te herzien. Immers, het werd hier al een paar keer gezegd, de Raad van State, maar ook vele andere hoven en rechtbanken oordeelden al herhaaldelijk in een heel aantal uitspraken dat de rechtsbasis voor de maatregelen geldig is.

 

Mag ik het selectief vinden dat sommigen minder respect lijken te hebben voor de ene gerechtelijke uitspraak dan voor de andere? Is het niet kieskeurig om rechters te appreciëren wanneer zij een uitspraak doen die politiek goed uitkomt, maar die appreciatie veel minder te uiten wanneer de uitspraak politiek niet goed lijkt uit te komen? Omdat we overtuigd zijn van de argumenten, zullen we de zaak verdedigen en zullen we de uitspraak van het hof van beroep afwachten. Finaal komt het immers aan het hof van beroep toe om een eindoordeel te vellen.

 

Voor alle duidelijkheid: wat er intussen ook gebeurt, de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19-virus blijven van kracht. Mijnheer De Roover, die vallen dus niet zomaar weg, ook niet na 30 april. Het is belangrijk dat we ons daaraan blijven houden, niet omdat wij dat vinden, maar wel omdat we ook vandaag zien dat de cijfers nog steeds de slechte kant op gaan. Daarom doen we dat, omdat we willen dat iedereen gezond kan blijven en omdat we willen dat het virus niet iedereen zou besmetten.

 

Intussen uiteraard, en dat is het vertrekpunt ook na de kennisname van de beschikking van gisteren, gaan we niet zomaar over tot de orde van de dag. In elk geval heb ik de afgelopen weken al herhaaldelijk gedebatteerd met het Parlement over de maatregelen en ben ik nooit het debat uit de weg gegaan. Daarenboven heb ik na de start van de regering als één van de eersten gepleit voor een aanvullende en specifieke rechtsbasis voor de sanitaire maatregelen. Het resultaat daarvan is dat er vandaag een voorontwerp van pandemiewet voorligt, met een voorstel tot vergrote betrokkenheid van en controle door het Parlement. Gisteren hebben we, in een uniek traject, een debat gevoerd in het Parlement over de opmaak van die pandemiewet.

 

Velen spreken over deze aangelegenheid die een belangrijke aangelegenheid is voor dit Parlement, maar nog veel belangrijker voor alle burgers in België daarbuiten. Een debat voeren over een voorontwerp van wet, nog voor het advies van de Raad van State er is, getuigt mijns inziens van een grote openheid en transparantie, ofwel democratische vernieuwing in de praktijk.

 

Il y a eu des auditions. Des avis ont été rédigés. L'ampleur du débat montre qu'il n'a laissé personne indifférent. Nous avons écouté attentivement et nous prenons à cœur toutes les réflexions et les commentaires.

 

Nous soumettrons, dès que possible et après avoir reçu l'avis du Conseil d'État, un projet de loi modifié pour que celui-ci soit voté. Comme vous le savez, l'avis du Conseil d'État est attendu le 15 avril 2021.

 

Je veux également profiter de cette occasion pour inviter tout le monde, y inclus l'opposition, à continuer à travailler de manière constructive car il n'y a qu'un seul combat. C'est un combat pour notre santé et contre le virus.

 

Laten we dat zeker niet vergeten. We proberen hier samen een crisis te beheersen die de algemene volksgezondheid bedreigt. Er overlijden vandaag nog steeds mensen aan dit virus en de druk op onze ziekenhuizen blijft bijzonder groot. Daarom mogen wij ons niet vergissen van vijand. Er is maar één vijand, er is maar één iemand in de oppositie, en dat is het virus.

 

Het belang en de complexiteit van deze crisis vragen dat we taboes loslaten, dat we vertragingsmanoeuvres omzetten in versnellingen en dat we tegenwerking omzetten in vooruitgang.

 

Ik ben alvast vastberaden. Voor mij telt alleen dat we zo snel mogelijk samenwerken, met respect voor onze rechten en vrijheden en onze democratie, om de onzichtbare tegenstander te verslaan.

 

02.09  Barbara Pas (VB): Mijnheer de eerste minister, u hebt een slechte Russische tolk. Het echte gezegde is: bid tot God, maar vertrouw op uw gezond verstand. En laat dat net zijn waaraan het de regering lijkt te ontbreken.

 

Ik zeg het u al sinds oktober en ik zal het u nog eens zeggen: uitzonderlijke situaties behoeven inderdaad uitzonderlijke maatregelen, maar in een rechtsstaat moeten die wel op een correcte manier genomen worden, met een wettelijke basis.

 

Vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen niet via ministeriële besluiten genomen worden, wat hier al een jaar gebeurt. Voorbijgaan aan het Parlement is een rechtsstaat en een democratie onwaardig.

 

Handel daar dus eindelijk naar. Stop met uw therapeutische hardnekkigheid. Onderneem actie en doe dat binnen de termijn, die u jammer genoeg opgelegd moest worden door de rechtbank, want de bevolking heeft daar na een jaar geknoei meer dan recht op.

 

02.10  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le premier ministre, à force de jouer avec le feu, vous vous êtes brûlé! L'appel que vous avez interjeté n'y changera strictement rien. Pire encore, il donne l'impression à la population que vous ne voulez pas respecter les règles, alors que dans le même temps, vous demandez aux citoyens et à la population d'en respecter, et ce, avec d'énormes sacrifices.

 

Que vous le vouliez ou non, l'ordonnance d'hier fera jurisprudence et les citoyens, les indépendants lésés par ces mesures s'en serviront pour introduire de nouvelles actions en référé. Vous ne pourrez chaque fois introduire des actions en appel ni payer des indemnités, des dommages et intérêts auxquels vous serez condamné, qui plus est avec l'argent du contribuable.

 

Vous n'avez pas d'autres choix que de corriger le tir. À défaut, qui en profitera? Le virus bien sûr! Mais aussi, et on vient de l'entendre, l'extrême droite. Je vous remercie.

 

02.11  Peter De Roover (N-VA): Het zal interessant zijn om de volgende dagen de uitspraak van de minister dat de maatregelen op 30 april schijnbaar gewoon van toepassing blijven, te bekijken. Ik weet niet of dat strookt met de rechtspraak die we gisteren hebben gekregen.

 

Als die maatregelen zo belangrijk voor de volksgezondheid zijn - en dat is het geval -, dan is het uw beider taak om ervoor te zorgen dat die deugdelijk en rechtsconform kunnen worden nageleefd. Als u dat niet kunt, dan hebt u blijk gegeven van manifeste onbekwaamheid.

 

Ik heb ook een Russisch spreekwoord: als de uitdaging op de Wolga ligt, maak dan eerst uw schuit waterdicht.

 

02.12  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Veel coronamaatregelen raken aan de fundamentele rechten. Een inperking van die vrijheden kan alleen bij wet gebeuren. Dat is een uitspraak van het hof van beroep van 20 oktober 2020, mevrouw.

 

Ik hoor dat uw ministers zich meer beroepen op God dan op de wet. Ik hoorde de minister van Justitie vanmorgen een beroep doen op de regengod. Hij hoopt dat het regent, zodat er minder reizigers naar de kust komen. Als kustburgemeester heb ik absoluut geen nood aan een regendansje, zelfs niet van een overgesubsidieerde danseres uit Antwerpen.

 

Ik nodig u beiden uit om een plaatsje te veroveren aan het venster en met de trein naar de kust te komen. U zult fantastisch ontvangen worden in mijn gemeente Middelkerke. Iedereen, elke mens, elke werkmens, aussi les francophones, tout le monde est le bienvenu à la côte.

 

Ik zal u ontvangen op een unieke manier. Ik zal wachten tot morgen om dat kenbaar te maken. U zult ontvangen worden op de zeedijk, op een passende manier, zoals wij onze toeristen ontvangen.

 

02.13  Patrick Dewael (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, ik heb twee opmerkingen.

 

Ik denk dat het belangrijk is dat wij zo snel mogelijk na het parlementair reces de bespreking van het voorontwerp hervatten. Ik kijk ernaar uit. Ik denk dat het Parlement blijk moet kunnen geven van bekwame spoed om binnen de gestelde termijn, aldus ook respect opbrengend voor de rechterlijke macht, die wet goed te keuren.

 

De N-VA-fractie wil ik oproepen om te stoppen met selectieve verontwaardiging. Ik heb Vlaams minister Weyts horen zeggen – die uitspraak staat op band – dat er geen sprake meer kon zijn van een sluiting van scholen zonder beslissing van het Vlaams Parlement. Na de beslissing van het Overlegcomité, eenparig genomen door de federale regering en alle deelstaatregeringen, heb ik geen enkel debat in het Vlaams Parlement gezien. Dat was niet voor beslissingen werden genomen en al zeker niet nadien. Ziedaar het beeld van de N-VA: luister naar mijn woorden, maar kijk vooral niet naar mijn daden.

 

02.14  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de eerste minister, mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik denk dat het debat van gisteren en het debat van vandaag leren dat de meerderheid absoluut vastberaden is om een aanvullende rechtsbasis te creëren, waardoor wij, in de uitzonderlijke omstandigheden waarin wij leven, uitzonderlijke maatregelen kunnen nemen die wij liever niet hadden genomen en waarvan wij hopen dat ze zo snel als mogelijk ingetrokken kunnen worden, als de gezondheidstoestand dat toelaat.

 

In een democratie is het de normale gang van zaken dat de regering bij de indiening van een wetsontwerp in het Parlement eerst het advies van de Raad van State opvraagt, na dat advies de teksten verfijnt en dan pas de tekst daadwerkelijk in het Parlement voorlegt.

 

Wij zullen ons huiswerk doen en ik hoop dat de collega's van de oppositie dat ook zullen doen. Een voorstel op een blaadje papier dat zelfs veel verder reikt dan de scope van de pandemie, dat vind ik eigenlijk onvoldoende.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Gaby Colebunders aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het ipa en de staking van 29 maart" (55001515P)

03 Question de Gaby Colebunders à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "L’AIP et la grève du 29 mars" (55001515P)

 

03.01  Gaby Colebunders (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, zoals u weet, legden de twee grootste vakbonden ABVV en ACV voorbije maandag het werk neer in het hele land. Zij willen twee zaken, respect en een hoger brutoloon.

 

De acties zijn heel goed opgevolgd in het hele land, zowel in het noorden als in het zuiden en het centrum van het land.

 

Hoewel VOKA van de daken schreeuwde dat die acties niet coronaveilig konden gebeuren in de huidige tijden, hebben de vakbonden bewezen dat het wel kon. U hebt zelf deze week herhaald dat nergens een incident is voorgevallen. Het komt er dus op neer dat heel veel werkgevers daar een lesje uit kunnen leren, wanneer het over coronaveilig werken gaat.

 

Wat vooral duidelijk werd aan de piketten, was dat de mensen niet begrijpen hoe in dit land miljarden euro aan dividenden worden uitgekeerd, maar dat er voor hen maximaal 0,4 % loonsopslag in zit. Mijnheer de minister, dat krijgt u toch gewoon niet meer uitgelegd?

 

Onder druk van de sociale beweging begint binnen de politieke lijnen van uw regering een en ander te bewegen. U knijpt telkens terug naar één richting, de eenmalige premies, deelname in de winst, extra verlofdagen en dies meer.

 

Als er één zaak duidelijk is, dan is het dat onze werknemers essentieel zijn. U wil zich ervan afmaken met een pot choco of een paar sokken. Trouwens, hoeveel sociale zekerheid gaat eraf van een paar sokken? Dat is de vraag die ik mij stel.

 

Die eenmalige bonussen neemt een werknemer niet mee in zijn carrière. Laat dat duidelijk zijn. Ze moeten elk jaar opnieuw worden onderhandeld.

 

Ze dragen ook niet bij aan de sociale zekerheid, niet aan de financiering en niet aan de pensioenopbouw. Wanneer iemand bovendien de pech heeft ziek te worden, heeft hij of zij een heel stuk minder loon.

 

Een verhoging van het brutoloon kan niet meer worden afgenomen. Daarom vragen wij en de vakbonden de loonwet van 1996 eindelijk aan te passen.

 

Ik heb twee korte vragen. U zat gisteren samen met de sociale partners. Wat bent u met hen overeengekomen? Wat zijn de volgende stappen?

 

03.02 Minister Pierre-Yves Dermagne: Mevrouw de voorzitster, mijnheer Colebunders, ik heb de afgelopen weken talrijke bilaterale gesprekken gevoerd. Dankzij deze discrete contacten zijn we erin geslaagd om gisteren op mijn kabinet alle sociale partners rond de tafel te krijgen.

 

De standpunten over verschillende onderwerpen blijven ver uit elkaar liggen, maar beide kampen hebben bevestigd bereid te zijn de onderhandelingen voort te zetten. Gisteren hebben we op het einde van de vergadering afgesproken om niet publiek te communiceren over de inhoud van de gesprekken. U zult begrijpen dat ik de confidentialiteit respecteer die beide kampen vragen.

 

In de komende dagen zal ik contact hebben met de verschillende actoren om het werk verder te zetten.

 

03.03  Gaby Colebunders (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, dit lijkt hier al sinds januari de zoveelste herhaling van FC De Kampioenen. Ik hoef u geen vragen meer te stellen, want ik ken uw antwoord al. Telkens opnieuw geeft u hetzelfde antwoord en u doet er niets aan.

 

Elke keer opnieuw trekt u de paraplu open. Zelfs na de derde actie op rij blijft u uw paraplu opentrekken. U zegt in de media dat die staking niet tegen u is gericht, maar tegen de werkgevers. Dat is niet waar. Ze is wel tegen u gericht. Als u niets doet aan de wet van 1996, dan is de staking tegen u gericht.

 

Zolang u dit blijft doen en aan het handje van de liberalen blijft lopen, steunt u de wensen van de liberalen en is het duidelijk welke richting u uitgaat. U moet niet zeggen dat u de vakbonden voor 200 % steunt, want u steunt hen niet. En ondertussen wrijft de N-VA zich in de handen als ze hier openlijk kan verkondigen dat de stakers radicale zotten zijn en bedanken zij u nogmaals. Als dat de weg is die u wil bewandelen, dan zeg ik danuwel in naam van al de mensen die hebben gestaakt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Joris Vandenbroucke aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "Het ultimatum van de NMBS-CEO over het reizen naar de kust" (55001510P)

- Franky Demon aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De treinen naar de kust" (55001514P)

- Maxime Prévot aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De problematiek van de treinen naar de kust" (55001517P)

- Mélissa Hanus aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De treinen met een toeristische bestemming" (55001518P)

- Raoul Hedebouw aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De treinen naar de kust" (55001519P)

- Nicolas Parent aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De beperking van de capaciteit van de treinen naar de kust" (55001520P)

- Tomas Roggeman aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "Het ongenoegen van de NMBS" (55001522P)

- Christophe Bombled aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De treinen naar de kust" (55001525P)

04 Questions jointes de

- Joris Vandenbroucke à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "L'ultimatum de la CEO de la SNCB concernant les voyages vers la côte" (55001510P)

- Franky Demon à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "Les trains vers le littoral" (55001514P)

- Maxime Prévot à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "La problématique des trains vers la côte" (55001517P)

- Mélissa Hanus à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "Les trains à destination touristique" (55001518P)

- Raoul Hedebouw à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "Les trains vers le littoral" (55001519P)

- Nicolas Parent à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "La réduction de la capacité des trains vers la mer" (55001520P)

- Tomas Roggeman à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "Le mécontentement de la SNCB" (55001522P)

- Christophe Bombled à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "Les trains à destination de la côte" (55001525P)

 

04.01  Joris Vandenbroucke (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, op mooie dagen stromen de stations en de treinen richting kust vol. Dat weten we, maar het kan simpelweg niet omwille van de gezondheidsrisico's. Hoe kunnen we veilige treinreizen naar het strand mogelijk blijven maken? Het voorstel van de CEO om desnoods het treinverkeer stil te leggen, is natuurlijk geen oplossing. Dat is een ramp. Dat duwt de mensen in de auto of laat heel veel mensen in de steek. Die brief is een cynische demarche die van de mensen een speelbal maakt in het pingpongspel tussen de NMBS en de regering. Daarvoor bedank ik feestelijk.

 

Hoe geraken we hier dan uit, als volle treinen geen optie zijn, volle  stations geen opties zijn en geen treinen uiteraard geen optie zijn? Het is een goede zaak dat de regering alvast beslist heeft, en vasthoudt aan de beslissing, om het aantal mensen op de trein te beperken, om ook de gezondheidsrisico's te beperken. Het probleem is natuurlijk dat mensen met een ticket en hun strandzak naar het station komen om daar dan pas te zien dat ze heel lang in de rij moeten staan, zelfs niet op de trein geraken. De NMBS moet stoppen met tickets te verkopen aan mensen die nooit de binnenkant van een trein zullen zien. Dat zorgt voor een overrompeling en frustraties bij mensen die wel betalen, maar niet op de trein geraken.

 

Er is nochtans een constructieve oplossing. Maak werk van een reserveringssysteem. Een systeem dat ervoor zorgt dat wie een ticket koopt ook de garantie heeft dat hij veilig met de trein op zijn bestemming geraakt. Dat is dus de kwestie van vandaag. Kiezen we voor de chaos of maken we gebruik van de tijd tot de volgende zomerse dagen om zo'n systeem op poten te zetten? Mijnheer de minister, u kan dit in gang zetten, bent u bereid om dat te doen?

 

04.02  Franky Demon (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, het mooie weer was voorspeld en het waren de laatste dagen waarop de gratis treinpas geldig was. Het stond dus in de sterren geschreven. Een klein kind wist eigenlijk al dat er miserie zou komen met de treinen naar de zee. Niet alleen voor diegenen die een bezoekje wensten te brengen aan de zee, ook voor de mensen die de trein nodig hadden om te gaan werken en voor diegenen die de kunststeden wilden bezoeken. De kunststeden Gent en Brugge hebben ook veilige toeristen nodig. Nu zijn die afgeschrikt door overvolle treinen.

 

Iedereen heeft het recht erop uit te trekken. Iedereen heeft het recht van de zon te genieten. De kust is van iedereen. De dijk is van iedereen. Het strand is van iedereen. CD&V past ervoor de mensen in de wagen te jagen. CD&V past ervoor de mensen te verplichten in de file te gaan staan, met ronkende motoren, om van de zee te genieten. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat er maatregelen moeten worden genomen, want de realiteit is dat de huidige maatregelen niet voldoende zijn.

 

Op 3 april begint de regeling dat men aan het raam moet zitten. Wij vinden die wat vreemd, maar wij geven die een kans. Zo kunnen er natuurlijk minder mensen op één trein. Sommige mensen zullen meer dan vier treinen moeten laten passeren voor zij kunnen opstappen. Wij geloven er dan ook in dat de regering de NMBS de kans moet geven opnieuw meer treinen naar de kust in te zetten, maar dat de capaciteit dan beperkt moet worden.

 

Gebruik ook de evenementensector. De evenementensector is het gewoon grote mensenmassa's te begeleiden. Die mensen hebben op dit moment geen job. Zij hunkeren naar een job. Zet hen in.

 

Op de TGV kan men reserveren. Ook bij de NMBS moet dat kunnen. Het is niet normaal dat iemand die een ticket koopt aan het loket niet weet hoeveel tickets er al gekocht zijn, online of via de automaten. Laten wij een goed reservatiesysteem maken.

 

Mijnheer de minister, wil u meer treinen inzetten met een beperkte capaciteit? Blijft u achter de raamregeling staan? Zult u werk maken van een reservatiesysteem? Ik ben niet naïef. Dat kan niet meer voor de paasvakantie, maar misschien wel voor de zomer.

 

04.03  Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, décidément, vos relations avec le management de la SNCB ne ressemblent guère à un long fleuve tranquille. Quand ce n'est pas dans un dossier, c'est dans un autre. En l'occurrence, celui-ci nous rappelle que le temps des Railpass gratuits - grâce auxquels nous pouvions tous découvrir, à gauche ou à droite, les charmes de notre pays - est un temps bien lointain. Aujourd'hui, un grand nombre de commerçants ne comprennent pas qu'ils ont dû empêcher leurs clients de rentrer - sauf sur rendez-vous et à condition que ce soit une personne à la fois -, alors qu'ils voient au JT du soir des wagons bondés de passagers écrasés les uns contre les autres.

 

Dans un pays aussi moderne que le nôtre, il est quand même ahurissant d'assister à de telles scènes. Sur le plan strictement sanitaire, et bien que je confesse ne pas être virologue, je ne pense pas que le virus décide de se propager plus massivement à l'aller qu'au retour. Se pose donc bien une question de cohérence quant à la manière dont les décisions ont été prises. Il en découle un manque total de compréhension et d'adhésion.

 

Qu'il faille renforcer les lignes, c'est évident. Toutefois, le management en vient désormais à tirer le signal d'alarme en prévenant que, face à la cohue qui est ainsi générée, il ne lui incombe pas de remplir une fonction de police, tout en se demandant s'il n'y sera pas finalement contraint. Monsieur le ministre, c'est votre rôle de veiller à ce que le Comité de concertation prenne des mesures cohérentes et opérationnelles. Et ce n'est pas faute d'avoir été averti, la veille même du Codeco, par un courrier officiel de Mme Dutordoir! Quelle suite lui avez-vous réservée? Comment allez-vous gérer cette situation? En effet, la SNCB menace de recourir à la grève, si aucune solution n'est apportée. C'est tout de même le plus bel aveu d'échec - un quatrième, puisque trois autres avaient déjà été décelés la semaine dernière! Je vous remercie d'avance pour vos précisions.

 

04.04  Mélissa Hanus (PS): Monsieur le ministre, qui aujourd'hui n'a pas envie d'évasion? Qui aujourd'hui n'a pas envie d'aller s'oxygéner l'esprit et le moral dans les belles forêts ardennaises? Qui n'a pas envie d'aller chercher le réconfort de jouer avec ses enfants à construire des châteaux de sable?

 

Après un an de pandémie, de confinement en confinement, avec aujourd'hui les écoles fermées et à l'approche des vacances de printemps, nombreux sont les citoyens et nombreuses sont les familles qui ont besoin d'air. Et que dire des familles qui vivent dans des logements sans jardin ni terrasse? Que dire des femmes et des hommes qui, sans voiture, ont envie de quitter le bitume des villes?

 

Pouvoir quitter son quartier pour respirer, prendre l'air de la mer ou de la campagne n'est pas un luxe. C'est même une nécessité qui, pour de nombreuses familles et de nombreux citoyens, repose sur le train. Comme décideurs politiques, il nous revient de protéger tant la santé publique que la santé psychologique de nos concitoyens, et nous devons avoir conscience que certaines mesures, telles que la suppression de trains vers la côte, affecteraient plus sévèrement les populations qui sont déjà les plus précarisées et les plus fragilisées.

 

Aujourd'hui, pour le groupe PS, cela ne peut pas être une option. À la veille des vacances de printemps, il faut permettre à la SNCB - comme le demande sa CEO - d'exploiter toutes ses capacités vers les zones touristiques, afin de préserver le droit de chaque Belge de se rendre librement et en toute sécurité là où il le souhaite, que ce soit à la côte ou à la campagne.

 

Libérer des capacités revient également à assurer des conditions de travail sûres pour le personnel de la SNCB en gare et dans les trains. Récemment, ces conditions sont devenues pratiquement intenables pour ces travailleurs, et je ne peux que les comprendre.

 

Dès lors, monsieur le ministre, permettez-moi de vous poser les questions suivantes.

 

Allez-vous permettre à la SNCB d'augmenter le nombre de trains vers les zones touristiques et ainsi de garantir la distanciation sociale dans les trains et les gares?

 

Quelles mesures sont-elles prises pour promouvoir les autres destinations touristiques telles que les belles contrées ardennaises, gaumaises, entre autres?

 

04.05  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, vorige week vernamen wij iets heel bijzonders, namelijk dat de ramen van de NMBS een antivirale functie hebben. Wie had dat gedacht? Geen virus meer dankzij dubbelglas. Deze week vernamen we echter dat die antivirale werking alleen in de richting van de kust bestaat. Als men terugkeert, dan werkt dat niet meer.

 

Mijnheer de minister, ik weet wel dat het vandaag 1 april is maar we mogen toch een beetje ernstig blijven. Dacht u nu echt dat de mensen bij mooi weer, met gesloten winkels en scholen, niet naar zee zouden willen? Had u dat echt niet voorzien? Ik hoor hier nu oplossingen als van tevoren boeken of treinen afschaffen. Wat is dat voor gedoe? Het zijn juist de mensen uit de volkse wijken die de trein nemen om naar zee te gaan.

 

Beste collega's, wat is dan wel de oplossing? Ik zal het u zeggen, men moet meer treinen inleggen. Dat moet mogelijk zijn, bijvoorbeeld door de P-treinen die doordeweeks rijden ook in het weekend in te zetten. Ten tweede kan men de eerste klasse in het weekend afschaffen, dan is er meteen 10 % à 15 % extra capaciteit. Laat iedereen daar plaatsnemen. Ten derde zijn er ook goede werkomstandigheden nodig voor de spoorvrouwen en –mannen.

 

Dat is de oplossing, niet weer de mensen de schuld geven of de politie op hen afsturen om hen buiten de stations te houden. Neen, er moeten oplossingen komen die de mensen ademruimte bieden. We zijn hier nu al een jaar mee bezig en even een luchtje scheppen aan de kust zou iedereen deugd doen, vooral ook de ministers.

 

04.06  Nicolas Parent (Ecolo-Groen): Madame la présidente, monsieur le ministre, la limitation des capacités des trains vers la côte, décidée par le dernier Codeco, suscite un débat légitime depuis plusieurs jours.

 

Nouvel épisode aujourd'hui avec la prise de position de la CEO de la SNCB, 24 heures à peine après avoir dit dans Le Soir "une fois que la décision a été prise, qu'elle soit bonne ou mauvaise, il faut l'appliquer" et présenté un éventail de mesures pour gérer la situation.

 

Il semblerait donc qu'elle ait changé d'avis. En effet, dans ce courrier, nous notons un ultimatum adressé au gouvernement pour revoir les décisions du dernier Codeco en évoquant notamment l'option d'une mise à l'arrêt du trafic vers les destinations visées. L'arrêt du trafic. C'est étonnant, pour un opérateur ferroviaire. C'est même incompréhensible.

 

Monsieur le ministre, si la décision du Codeco soulève des difficultés logistiques, il est également inquiétant de voir la SNCB dans un tel état de détresse dans la gestion prévisible d'un grand nombre de flux de passagers, et ce, alors que des solutions existent, puisque un certain nombre d'entre elles ont déjà été appliquées dans l'urgence.

 

Par ailleurs, nous rappelons, en tant qu'écologistes, que les voyages d'un jour vers la mer en train constituent pour bon nombre de Belges la seule manière de se rendre à la côte. C'est un bol d'air indispensable. Je pense à celles et ceux qui  vivent dans de petits appartements, qui n'ont pas de voiture, pas les moyens de réserver un logement. Pour tous ces Belges, nous vous soutenons dans vos efforts pour garantir ce droit à la mobilité, y compris dans un contexte sanitaire défavorable.

 

Monsieur le ministre, quelles réponses le gouvernement adresse-t-il à la CEO de la SNCB? Des mesures complémentaires sont-elles prévues en collaboration, notamment, avec l'Intérieur? 

 

Sachant que ce type de situation peut se reproduire, comment la SNCB compte-t-elle améliorer la gestion de l'embarquement dans les trains? 

 

Enfin, la mesure prise par le Codeco va-t-elle faire l'objet d'une évaluation sur ses implications logistiques et ses conséquences sociales? 

 

04.07  Tomas Roggeman (N-VA): Mijnheer de minister, al een jaar lang zien wij op elke zonnige vakantiedag hetzelfde verhaal: volle treinen, volle perrons, volle stations. Al een jaar lang vragen alle partijen hier aanwezig extra maatregelen voor het managen van de reizigersstromen, voor de gezondheid op de trein, voor crowdcontrol in de stations. Dat voorstel over reservatie is vorig jaar al aangebracht, maar elke keer opnieuw hebt u ervoor gekozen om de voorstellen af te wijzen, van het eerste tot het laatste, of het nu kwam van de meerderheid, de oppositie of zelfs uw eigen groene fractie. Alles hebt u afgewimpeld, u hebt er een jaar lang voor gekozen om helemaal niets te doen rond corona op de trein. Zelfs de halfbakken raamregel is doorgedrukt door schaduwpremier Vandenbroucke omdat u die zelf opnieuw niet wou.

 

Zelfs als men op voorhand ziet aankomen dat het druk zal worden op de trein en aan de kust, dan nog weigert u vlakaf de mensen op te roepen om te kiezen voor een andere bestemming, waardoor de NMBS met de gebakken peren zit en achter uw rug de brokken van uw non-beleid moet opruimen. U doet gewoon niets. Het contrast kan niet groter zijn met de man in de straat aan wie telkens opnieuw nieuwe inspanningen worden gevraagd, of met de ondernemer die moet knokken voor zijn overleven.

 

Voor de tweede keer op twee maanden tijd moet de CEO van de NMBS een brief schrijven met de noodkreet dat het zo niet verder kan. Het wantrouwen is blijkbaar torenhoog en de tijd van stilzitten en niets doen is voorbij. Doe alstublieft iets, mijnheer de minister. Wat zal u doen met de roep om actie van de NMBS? Zult u eindelijk bijkomende maatregelen nemen voor de gezondheid op de trein en, bovenal, hebt u eigenlijk nog het gezag om dit departement te leiden?

 

04.08  Christophe Bombled (MR): Madame la présidente, monsieur le ministre, le Codeco du 24 mars 2021 a décidé, pour les trains à destination de la côte, une règle selon laquelle les passagers devront s'asseoir sur les sièges situés à la fenêtre. Cette mesure s'appliquera pendant les vacances de printemps, c'est-à-dire du 3 au 18 avril 2021 et le week-end des 24 et 25 avril 2021.

 

Ce matin encore, on nous indique qu'une lettre de la CEO de la SNCB juge cette mesure inapplicable. Elle menacerait même de suspendre les trains vers la côte si aucune décision n'était prise au niveau politique.

 

Ces voyages en train pour l'ensemble des Belges qui subissent les diverses mesures imposées par la crise restent un dossier très délicat. En effet, il est légitime que nos concitoyens souhaitent profiter des beaux jours et de l'effet ressourçant d'un séjour à la mer, comme en témoigne, monsieur le ministre, l'afflux massif de passagers vers la côte ce mardi 30 mars 2021.

 

Comme vous le savez, cela a provoqué une énorme pagaille sur le rail: gares et trains bondés et impossibilité de garantir les mesures sanitaires adéquates. La CEO de la SNCB a estimé qu'il s'agissait d'une responsabilité collective.

 

Outre le constat que la communication avec la CEO de la SNCB ne semble pas s'être établie de manière optimale, il faut bien reconnaître que ce dossier est problématique.

 

Monsieur le ministre, comment répondre à l'ultimatum de Mme Dutordoir pour les trajets pendant les congés de printemps? Comment éviter à l'avenir le chaos qu'on a connu ce mardi 30 mars 2021? Monsieur le ministre, êtes-vous favorable à la mise en place d'un système de réservations pour les voyageurs en direction de la côte? La coordination entre votre cabinet et la SNCB a-t-elle été optimale, tant pour la problématique du 30 mars 2021 que pour le système de voyages à la fenêtre? Comment expliquer cette sortie unilatérale de la CEO de la SNCB?

 

04.09  Georges Gilkinet, ministre: Chers collègues, merci pour vos questions. Je me réjouis à chaque fois de pouvoir débattre avec vous du train et de la mobilité ferroviaire dans cette assemblée. Je vous confirme que je partage votre intérêt pour ce sujet. 

 

Nous avons largement débattu mardi en commission des mesures relatives à l'organisation du service de trains dans le contexte de la pandémie, notamment pendant les prochaines vacances de Pâques. J'y reviens volontiers aujourd'hui

 

Le gouvernement fédéral et le Comité de concertation ont décidé de permettre aux Belges de continuer à circuler librement malgré la pandémie, contrairement à d'autres pays, par exemple la France qui limite fortement les possibilités de déplacement de ses concitoyens. Il est essentiel de permettre cette liberté de mouvement malgré la pandémie parce la mobilité est une liberté et parce qu'un équilibre doit être recherché entre la préoccupation pour la santé physique et celle pour la santé mentale.

 

La SNCB a assuré depuis le début de la pandémie le transport des personnes par train, avec le soutien de son ministre. Je souligne le travail remarquable effectué par son personnel, notamment les accompagnateurs de trains, dans ces périodes difficiles pour tout le monde. Vu l'augmentation du nombre d'infections par le coronavirus, et surtout vu le nombre d'hospitalisations dans les services de soins intensifs qui risque de mettre à mal notre système de soins de santé, le Comité de concertation a décidé il y a deux semaines de nouvelles mesures qui visent notamment à éviter des rassemblements trop importants.

 

We weten dat op de treinen naar de Belgische kust het heel druk kan zijn, zeker bij mooi weer. Dat zagen we opnieuw deze week. Vandaar ook de beslissingen die werden genomen. De bedoeling is om de grote druk in de treinen naar zee te beperken.

 

Over de aanpak van een veilig beheer van de coronasituatie in de treinen is er al zeer regelmatig overleg geweest tussen mijn kabinet en de NMBS. Sinds deze beslissing van het Overlegcomité staan mijn kabinet en ik in permanent contact met de NMBS, met het federaal Crisiscentrum en met het kabinet van de minister van Binnenlandse Zaken om deze maatregel uit te voeren. De NMBS heeft daar gisteren ook al over gecommuniceerd.

 

De maatregel zal dus worden toegepast op treinen naar de kust. De NMBS zet extra personeel in in de stations en op de treinen om de situatie zo goed mogelijk te beheren. Ze doet ook aan proactieve communicatie naar de volgende stations om het aantal nog beschikbare plaatsen aan te geven. Voor het eerst zal ook een systeem worden getest om het aantal reizigers naar de kuststations te voorspellen.

 

Je soulignerai l'effort réalisé par la SNCB pour répondre aux demandes du Comité de concertation et répéter que les concertations sont permanentes entre nous.

 

La SNCB invite également les voyageurs à envisager d'autres destinations que la Mer du Nord. Je me joins à elle et à d'autres collègues pour rappeler, madame Hanus, que notre pays regorge, du nord au sud en passant par le centre et l'ouest, de magnifiques régions à visiter.

 

Ik heb ook veel vragen gekregen over de mogelijkheid om een reservatiesysteem voor treinen in te voeren. Deze vraag moet objectiever worden bekeken. Daarom heb ik aan de administratie van de FOD Mobiliteit gevraagd om dit te bestuderen.

 

Er moet in kaart worden gebracht of dit in andere landen met een gelijkaardig spoorwegnet wordt toegepast en op welke manier dat kan. Voor mij is het daarbij belangrijk dat de trein voor iedereen gemakkelijk toegankelijk blijft. De vrijheid om gemakkelijk het openbaar vervoer te nemen voor onze dagelijkse verplaatsingen is cruciaal. Ons openbaar vervoer is een openbare dienst, waarin klantgerichtheid centraal moet staan. Ik denk niet dat het verstandig is om dat te willen veranderen zonder een degelijke analyse.

 

La CEO de la SNCB m'a effectivement adressé un courrier, ainsi qu'au premier ministre et à la ministre de l'Intérieur, pour indiquer combien il était difficile pour l'entreprise et ses travailleurs de mettre en oeuvre ces mesures. Et je dois vous dire que je comprends tout à fait ses préoccupations et celles du personnel de la SNCB, qui a d'ailleurs rapidement réagi ces mardi, mercredi et jeudi pour activer son plan d'urgence et pour gérer la demande en fonction du nombre de voyageurs souhaitant légitimement se rendre à la côte belge pour y profiter du bon air de la mer.

 

Is dat gemakkelijk uit te voeren? Zeker niet. Zullen we de NMBS steun verlenen om dat te kunnen doen? Jazeker.

 

Le Centre de crise, les polices locales ainsi que la police fédérale soutiendront les travailleurs et les travailleuses de la SNCB dans la réalisation de cet effort.

 

In antwoord op deze brief heb ik aan de gedelegeerd bestuurder van de NMBS bevestigd dat de maatregel vanaf zaterdag 3 april zal worden toegepast, zoals bepaald in het ministerieel besluit van 26 maart.

 

Je lui ai également demandé de mettre en oeuvre tous les moyens nécessaires afin de gérer la situation, et ce, notamment en assurant une capacité suffisante de trains vers la mer et d'autres directions.

 

Vervolgens zal dat met alle betrokken partijen worden geëvalueerd.

 

Parallèlement à la gestion de cette situation complexe, je continue de travailler avec mes équipes, avec la SNCB, avec Infrabel, pour faire du rail la colonne vertébrale de la mobilité de demain, à mener un projet qui met le voyageur au centre et encourage de plus en plus de Belges à emprunter ce mode de déplacement. Ce sera d'autant plus facile quand nous en aurons fini avec cette pandémie.

 

Pour conclure, je tiens à rappeler qu'il s'agit de mesures exceptionnelles liées à une situation exceptionnelle que personne n'a voulue ni souhaitée. Il s'agit de mesures qu'en tant que ministre de la Mobilité, même si ce n'est pas de gaieté de cœur, j'assume parce qu'elles sont temporaires et nécessaires.

 

La présidente: Monsieur le ministre, je sais que le sujet est important et que cinq minutes, c'est peu. Mais puis-je vous inviter à formuler votre réponse endéans les délais impartis?

 

04.10  Joris Vandenbroucke (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, iedereen is het erover eens dat mensen een dagje moeten kunnen uitblazen aan de kust of elders en dat ze dat met de trein moeten kunnen doen.

 

De NMBS levert inderdaad inspanningen.

 

Collega's, volle treinen en volle stations zijn echter spijtig genoeg geen magische plekken die virusvrij zijn. Daarom is het goed, mijnheer de minister, dat u hebt herhaald dat de regering verwacht dat drukte op de treinen en in de stations wordt vermeden. Wij rekenen ook op de NMBS dat zij dat waarmaakt.

 

Mijnheer de minister, ik ben heel blij dat u ons voorstel voor het invoeren van een reserveringssysteem wil bekijken. Dat is alvast een heel constructieve houding die wij veel meer appreciëren dan de brieven die wij vanochtend hebben gelezen en waarin wordt gedreigd het treinverkeer stil te leggen.

 

Dat zullen wij nooit aanvaarden.

 

04.11  Franky Demon (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, u zal voorspellen en bekijken hoeveel volk er naar de stations komt. Dat is goed. U zal bekijken of extra treinen kunnen worden ingelegd, zodat de treingebruikers niet als haringen in een ton zitten. Dat is goed. U geeft aan dat u het reservatiesysteem zal bestuderen. Dat is goed, maar ik geloof ook dat België vooruitstrevend kan zijn. Laat ons de kansen grijpen. Dat zal meer zal lukken voor de paasvakantie en ook Hemelvaart wordt moeilijk. Waag het echter tegen de zomer zodat wij geen hectische toestanden krijgen in de zomer.

 

Tot slot, wanneer de regering beslissingen neemt over de spoorweg en over de te treffen maatregelen om veilig aan zee te geraken, meen ik dat we best vooraf met het bestuur van de NMBS spreken, waardoor de kansen op slagen nog groter zullen zijn.

 

Ik dank u en heb er alle vertrouwen in.

 

04.12  Maxime Prévot (cdH): Monsieur le ministre, je terminerai peut-être en disant aussi "dank u wel" mais pas "alle vertrouwen".

 

Pour ce qui me concerne, je reste un peu sur ma faim. Finalement, nous n'en savons pas davantage sur vos intentions et pourtant, vous avez même fait monter l'un de vos collègues Ecolo pour poser la question: "Monsieur le ministre, qu'allez-vous répondre, le premier ministre et vous-même, à cette lettre de Mme Dutordoir?"

 

On va avoir une meilleure communication, on va mettre à l'étude la capacité d'opérer des réservations et probablement que cela sera utile pour la prochaine crise, mais je ne crois pas qu'à brève échéance, cela pourra être mis en œuvre. Ce n'est pas grave. C'est toujours quelque chose d'utile pour la suite.

 

Je pense qu'il y a certes un appel à aller découvrir d'autres zones touristiques très charmantes en Belgique et vous l'avez fait, mais il y a aussi très probablement de manière exceptionnelle et temporaire – pour reprendre vos adjectifs – une réorganisation des trains à envisager pour condenser au maximum, vers la côte belge, les trains qui pourraient être disponibles. Je vous en remercie.

 

04.13  Mélissa Hanus (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je tiens à saluer l'intérêt de tous mes collègues de la commission de la Mobilité pour leurs nombreuses interventions, aujourd'hui en séance plénière, à ce sujet.

 

C'est effectivement une vraie urgence que de permettre aux citoyens de profiter de la mer, de nos forêts ou de nos musées. Il faut permettre à chacun d'y aller en train, s'il le souhaite. Il n'y a pas que ceux qui disposent de voitures qui ont le droit à la mobilité.

 

Augmentons les trains touristiques, augmentons les capacités de transport! Le droit à la mobilité passe par la SNCB. Je vous rappelle qu'en ces temps si durs, le besoin de bouger, de se promener et de s'aérer est vital. Souvenons-nous que le train, c'est déjà un goût du voyage! Donnons à la SNCB les moyens de nous emmener en voyage! Merci.

 

04.14  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, en fait, si j'ai bien compris, vous n'allez rien faire! En synthèse, c'est clair pour tout le monde, même si vous avez un peu tourné autour du pot. Vous avez une lettre de la CEO de la SNCB. Vous allez tranquillement attendre que le week-end passe. C'est quand même fou! "On va un peu améliorer la communication"… Mais en réalité, vous n'allez rien faire!

 

Cette règle de la fenêtre, tout le monde dit qu'elle est ridicule. Et vous ne revenez pas là-dessus. Je trouve cela assez incroyable. Vous espérez juste que la météo se dégrade, histoire que cela passe. C'est votre seule stratégie. C'est quand même fou!

 

Vous avez dit une petite phrase, et j'aimerais que vous la développiez un peu. Vous avez dit: "Nous allons augmenter les capacités." Le CD&V est déjà tout chaud. C'est une petite phrase que vous avez dite à la toute fin de l'intervention. Pouvez-vous nous dire, ici, aujourd'hui – à mon avis, ce sera l'information de la séance – que les capacités de trains vont être doublées samedi et dimanche? Est-ce que c'est une petite phrase en vitesse?

 

Je crois que les gens ont besoin de savoir ce qui va réellement être fait sur le terrain, monsieur le ministre. Augmenter les capacités me semble effectivement être la solution à adopter, ainsi que de déclasser la première classe. Je pense que nous avons tous le droit d'aller à la mer ce dimanche. C'est une mesure que vous devez prendre.

 

04.15  Nicolas Parent (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Monsieur Prévot, merci pour vos bons mots. Je pense que vous n'avez pas très bien entendu ou compris la réponse du ministre. Quand une décision est prise, elle est prise. En l'occurrence, le courrier ne remet en rien en cause la décision qui a été prise par le Codeco. Je pense que c'est ainsi qu'il faut traduire les explications qui nous ont été données.

 

Comme M. le ministre l'a rappelé, dans d'autres pays, le couperet est tombé avec une limitation des déplacements, ce qui renforce les inégalités entre les citoyens dans la manière de vivre cette crise. L'équilibre recherché rend ici la situation complexe. Je n'ai pas entendu beaucoup de solutions magiques. Mais effectivement, il y a des pistes de solutions, de créativité, notamment par rapport à la disponibilité des places dans les trains et à la capacité à vérifier cette information.

 

Cette complexité repose sur la volonté de préserver les droits fondamentaux. Il est important et indispensable que cela reste possible. Nous vous soutenons dans ce principe et encourageons chacun des acteurs concernés à faire les efforts nécessaires pour que, dès demain, il soit possible de se déplacer vers la mer aussi facilement en train qu'en voiture. 

 

04.16  Tomas Roggeman (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, onze mobiliteitsminister heeft de controle over het stuur verloren.

 

Mijnheer de minister, wij hebben zonet voor de zoveelste keer een aantal concrete acties voorgesteld, oproepen gedaan en voorstellen geformuleerd. Dat u geen engagement uitspreekt, zijn wij ondertussen gewoon, dat is een beetje de politieke cultuur van deze regering. U negeert echter ook de NMBS. De NMBS luidde tot twee keer toe de alarmbel met de boodschap dat het zo niet meer lukt, dat u met hen moet praten. Dat u dan echter gewoon doorgaat en weigert bij te sturen, kan ik niet begrijpen.

 

In september bent u gestart met grote beloftes en ambities. U ging het helemaal anders doen, met groter, beter en meer spoorvervoer. Wij zijn niet eens een half jaar verder en u bent reeds twee keer publiek frontaal in botsing gekomen met de NMBS. U sukkelt van incident naar incident, in wat stilaan een open oorlog dreigt te worden met de NMBS, die nochtans uw belangrijkste partner zou moeten zijn.

 

04.17  Christophe Bombled (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Tant que les mesures sanitaires réduisent les possibilités de rassemblement dans des lieux où la promiscuité est très grande, les mesures de la SNCB doivent bien entendu correspondre à la situation et s'adapter plus rapidement à elle. Nous ne souhaitons pas que la mesure "fenêtres", si je peux l'appeler ainsi, provoque des ratés. En tout cas, nous espérons ne pas revivre un 30 mars et ne pas revoir ces images où la population ne respectait plus les gestes barrières du fait du chaos dans certaines gares.

 

Pour nous, monsieur le ministre, une partie de la solution passe aussi évidemment par la résolution des problèmes éventuels de concertation et de communication avec la SNCB et sa CEO.

 

Enfin, rappelons-nous également ceci: la SNCB a du personnel de qualité et il faut que celui-ci puisse travailler de manière sereine.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de Laurence Zanchetta à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "Les autotests et leur agrément" (55001529P)

05 Vraag van Laurence Zanchetta aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De zelftests en de goedkeuring ervan" (55001529P)

 

05.01  Laurence Zanchetta (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, la troisième vague frappe réellement nos hôpitaux. C'est ce que vous avez déclaré hier lors de votre visite à l'hôpital universitaire de Gand. En effet, là-bas comme ailleurs dans notre pays, du Nord au Sud, les services de soins intensifs réservés aux patients covid sont saturés ou quasi saturés. Les transferts s'organisent et le personnel soignant répond toujours présent, comme c'est d'ailleurs le cas depuis un an, mais c'est dur. Vous l'avez constaté hier encore.

 

En soins intensifs, les patients sont plus jeunes que lors de la deuxième vague, tandis que les décès et les hospitalisations chez les personnes âgées diminuent. Une lumière donc dans cette période à nouveau extrêmement difficile pour la plupart d'entre nous: la vaccination fonctionne.

 

Monsieur le ministre, pour combattre cette troisième vague, rien de neuf! Toujours les mêmes armes: les gestes barrières, le testing, le tracing et l'isolement mais également aujourd'hui la vaccination. À côté des tests PCR, nous élargissons enfin notre stratégie de testing via les tests antigènes en entreprise mais également via les autotests en pharmacie.

 

Qu'en est-il des firmes qui ont demandé la commercialisation de leurs tests antigènes comme autotests? Quand seront-ils disponibles en pharmacie? Disposerons-nous d'une quantité suffisante de ceux-ci? Les pharmaciens devront ici jouer un rôle essentiel, notamment en matière d'accompagnement des citoyens. Qu'est-il prévu avec eux dans ce cadre?

 

Quant à la vaccination, on sait qu'elle progresse. C'est indéniable! Nous espérons évidemment toujours aller plus vite mais nous dépendons toujours aussi des livraisons des firmes pharmaceutiques. Pourriez-vous aujourd'hui faire le point sur les livraisons des prochaines semaines?

 

Enfin, nous constatons qu'avoir impliqué les hôpitaux pour la vaccination des patients chroniques a incontestablement accéléré le processus. Avec l'arrivée du vaccin Johnson & Johnson, envisagez-vous enfin une implication plus grande des médecins généralistes? C'est une question qui revient car elle est importante

 

05.02  Frank Vandenbroucke, ministre: Madame Zanchetta, vous avez absolument raison: la stratégie de testing constitue l'un des éléments clés pour vaincre le virus. C'est la raison pour laquelle nous y ajoutons deux nouvelles lignes de défense. Tout d'abord, il s'agit de déployer un dépistage répétitif au sein des entreprises, tant privées que publiques, ainsi que des services publics. À cette fin, le gouvernement met à leur disposition, de façon temporaire, des tests antigéniques rapides et gratuits.

 

Vos questions s'intéressent plus précisément aux autotests. Le 18 mars, l'AFMPS a publié la procédure de dérogation qui permet la mise sur le marché des tests antigéniques rapides en tant qu'autotests. Il faut savoir que, jusqu'à présent dans l'Union européenne, il n'existe pas à proprement parler d'autotests labellisés CE. Par conséquent, il faut recourir à des tests qui peuvent en faire office dans les circuits professionnels et prévoir une dérogation pour les rendre disponibles en pharmacie. Depuis le 18 mars, deux dossiers complets ont été introduits et approuvés, tandis qu'au moins six autres dossiers ont été soumis, mais sont encore incomplets.

 

Après obtention de la dérogation, les firmes doivent conditionner les autotests pour qu'ils soient distribués vers les pharmacies, tout en étant accompagnés d'un mode d'emploi. Dès le 6 avril, celles-ci vont recevoir les livraisons au fur et à mesure des commandes effectuées. Les pharmaciens remplissent véritablement un rôle clé dans cette démarche. Nous comptons vraiment sur eux pour informer leurs clients quant à l'usage de ces autotests et à la suite à réserver à leurs résultats. En particulier, ils doivent leur indiquer qu'en cas d'autotest positif, une confirmation doit être apportée au moyen d'un test classique PCR à effectuer dans un centre de testing ou par l'intermédiaire d'un médecin généraliste.

 

En ce qui concerne la délivrance de deux autotests par semaine aux bénéficiaires de l'intervention majorée, il est prévu un honoraire de délivrance pour les pharmaciens. Le ticket modérateur sera limité à un euro par test, et le nombre de tests à deux tests par membre du ménage par semaine. En collaboration avec les associations professionnelles, une information spécifique sera mise à la disposition des pharmaciens.

 

S'agissant de la vaccination, quelque 15 % des Belges adultes ont actuellement reçu au moins une première dose. Dès lors, cette campagne progresse. Sur la base des informations les plus récentes, nous attendons dans le courant du mois d'avril environ 1 700 000 doses de vaccins AstraZeneca, Pfizer et Johnson & Johnson, en plus des livraisons Moderna, pour lesquelles je ne dispose pas de chiffres. Au total, 1 700 000 doses sont donc attendues pour les semaines à venir.

 

Vous avez posé une question sur les médecins généralistes. Je tiens tout d'abord à rappeler que les médecins généralistes jouent actuellement un rôle-clé, parce qu'il leur a été demandé d'indiquer quels sont leurs patients qui présentent des comorbidités et qui font donc partie du groupe prioritaire pour la vaccination après les personnes âgées. Les médecins généralistes ont, dès lors, une responsabilité importante.

 

Vous vous posez bien évidemment des questions sur leur rôle encore plus actif en tant que vaccinateurs. Étant donné que le vaccin Johnson & Johnson ne nécessite qu'une dose, il sera privilégié pour la vaccination de personnes plus difficiles à atteindre telles que les personnes grabataires via la vaccination à domicile par des équipes mobiles ou par le médecin généraliste, qui aura donc un rôle encore plus actif.

 

J'ai toujours dit que je n'étais pas opposé à l'attribution d'un rôle supplémentaire aux médecins généralistes dans des phases ultérieures.

 

La présidente: Monsieur le ministre, votre temps de parole est largement écoulé. Pourriez-vous conclure?

 

05.03  Frank Vandenbroucke, ministre: Nous avons demandé un avis au Conseil Supérieur de la Santé sur le déroulement de la campagne. Cet avis nous informera davantage.

 

La présidente: Le sujet est toujours d'une extrême importance mais je vous demande néanmoins de tenter de respecter le temps de parole imparti.

 

05.04  Laurence Zanchetta (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Les efforts déployés ces prochaines semaines en matière de testing et de vaccination, notamment, devront être colossaux, on l'entend, mais nous devons relever ce défi pour nous montrer à la hauteur des efforts demandés aux citoyens depuis longtemps, depuis trop longtemps, des plus jeunes aux plus âgés, des étudiants aux pensionnés, des travailleurs aux personnes qui ont perdu leur emploi. Nous devons nous montrer à la hauteur pour que les objectifs fixés ne s'envolent pas en fumée mais aussi pour être à la hauteur des efforts demandés au personnel soignant depuis trop longtemps. Les vacances qui approchent et avec elles les festivités qui les entourent ne doivent pas compromettre tous ces efforts.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Marianne Verhaert aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De decriminalisering en de regulering van het sekswerk" (55001512P)

06 Question de Marianne Verhaert à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "La décriminalisation et la réglementation du travail du sexe" (55001512P)

 

06.01  Marianne Verhaert (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de coronacrisis heeft ook voor de sekswerkers dramatische gevolgen. De situatie is voor sommigen zo dramatisch dat ze in de illegaliteit werken, werken zonder noodknop, werken in onhygiënische omstandigheden, werken zonder veiligheid, allemaal om te kunnen overleven.

 

De verhalen zijn schrijnend. We spreken over een groep van 25.000 vrouwen, mannen en transpersonen die actief zijn als sekswerker. Zij hebben geen sociaal en arbeidsrechtelijk vangnet en hadden dat ook niet voor de coronacrisis. Daarmee zijn ze uitermate kwetsbaar voor malafide praktijken. Uitbuiting en sekswerk onder dwang komen jammer genoeg nog veel te vaak voor. Ook Payoke trekt vandaag aan de alarmbel.

 

Sekswerkers werken nu in een wettelijk vacuüm, want in ons land staat het huidige strafrecht in de weg. Alhoewel betaalde seks niet verboden is, is elke derde partij, zoals een eigenaar van een sekshuis of een boekhouder, dat wel. Een gedoogbeleid zoals in Antwerpen is niet genoeg om sekswerk onder dwang kordaat aan te pakken.

 

Samen met mijn collega's Tania De Jonge en Katja Gabriëls deed ik een oproep aan de regering om de problematiek aan te pakken en niet langer weg te kijken. Sekswerk voor meerderjarigen, zonder uitbuiting en zonder dwang, moet wettelijk mogelijk worden. Dat is de enige manier om praktijken zoals uitbuiting en mensenhandel bij de wortel aan te pakken.

 

Mijnheer de minister, ik heb de volgende pertinente vragen. Bent u van plan om meerderjarig sekswerk uit vrije keuze een wettelijke plaats te geven? Zult u het strafrecht aanpassen, in overleg met de betrokken organisaties? Wat zult u nog meer doen tegen minderjarig sekswerk (…)

 

06.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Sekswerker is het oudste beroep ter wereld. Het bestaat en iedereen weet dat. Toch zijn we bijzonder hypocriet, want volgens ons Strafwetboek is sekswerk strafbaar, maar het wordt in realiteit gedoogd. Sommige steden en gemeenten heffen er zelfs een taks op. Die aanpak is ook gevaarlijk, want doordat het in een grijze zone zit, staat de deur wagenwijd open voor misbruik, met pooiers die veel geld verdienen op de kap van sekswerkers, straatprostituees die geen enkele bescherming genieten en kwetsbare mensen die in de prostitutie gedwongen worden. Daarom roep ik op om te stoppen met hypocrisie. Van duidelijkheid wordt iedereen beter, zowel de sekswerkers als de veiligheidsdiensten, die strijden tegen uitbuiting.

 

Laten we de dingen benoemen zoals ze zijn, sekswerk als een reguliere economische activiteit, op voorwaarde dat het gaat om meerderjarigen die er vrijwillig voor kiezen. Als iemand als sekswerker aan de slag wilt, is dat zijn of haar persoonlijke beslissing, zijn of haar beschikkingsrecht, zijn of haar vrijheid. Daarom zal ik aan de Ministerraad een voorstel doen om het Strafwetboek aan te passen en sekswerk te decriminaliseren, zodat sekswerkers hun beroep kunnen uitoefenen op een manier die voor u en voor mij vanzelfsprekend is. Ze kunnen dan een boekhouder inhuren, een contract sluiten met een bank en sociale bescherming genieten.

 

Daar staat tegenover dat we zeer streng zullen optreden tegen elke vorm van misbruik, tegen uitbuiting, tegen mensenhandel, tegen kinderprostitutie en tegen sekswerk onder dwang. Justitie en politie zullen zich richten tegen de criminele uitbuitingsnetwerken. Binnenkort zullen we een actieplan betreffende mensenhandel goedkeuren met een betere bescherming voor de slachtoffers en een hardere aanpak van de daders.

 

We hebben de kans om een historische stap te zetten in ons land, waarbij we sekswerkers eindelijk geven waar ze recht op hebben, namelijk erkenning en bescherming, en om de criminele aasgieren een halt toe te roepen. Ik reken op de steun van het Parlement. Ik reken op u.

 

06.03  Marianne Verhaert (Open Vld): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik ben blij te vernemen dat het oudste beroep ter wereld mogelijks een kans maakt om een plaats te krijgen in onze maatschappij. Nadien kan ook werk worden gemaakt van een echt statuut voor de 25.000 betrokkenen.

 

Er is nog een element. Door de decriminalisering kunt u uw focus verleggen naar de zaken die echt van belang zijn, namelijk een erg strenge aanpak van prostitutie van minderjarigen, van seks onder dwang en van de ermee gepaard gaande mensensmokkel.

 

Ik deel uw mening. Wij creëren daardoor een betere maatschappij. Ik dank u dus voor uw antwoord. Ik dank u, omdat u op onze oproep wil ingaan. Ik dank u ook voor uw inzet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Samengevoegde vragen van

- Kris Verduyckt aan Zakia Khattabi (Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal) over "Het OESO-rapport over de Belgische prestaties inzake milieu en klimaat" (55001511P)

- Kim Buyst aan Zakia Khattabi (Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal) over "Het OESO-rapport over de klimaatprestaties van België" (55001521P)

07 Questions jointes de

- Kris Verduyckt à Zakia Khattabi (Climat, Environnement, Développement durable et Green Deal) sur "Le rapport de l'OCDE sur les performances climatiques et environnementales de la Belgique" (55001511P)

- Kim Buyst à Zakia Khattabi (Climat, Environnement, Développement durable et Green Deal) sur "Le rapport de l'OCDE sur les performances climatiques de la Belgique" (55001521P)

 

07.01  Kris Verduyckt (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, vervuild grondwater, slechte kwaliteit van onze lucht, steeds minder dieren in de lokale natuur, veel pijnlijker moest het OESO-rapport niet worden. Het ergste vind ik eigenlijk wel dat niemand van ons daar nog van schrikt. We weten immers dat bijna elke Belg in dit land ongezonde lucht inademt. We weten ook dat er op verschillend plaatsen in ons land huizen beginnen te scheuren door de aanhoudende droogte. Gisteren konden we onze korte broek al aantrekken omdat het de warmste maartdag ooit was. Dat is wel fijn, maar de hitterecords in de zomer brengen ons steeds meer in de problemen.

 

Ik heb soms het gevoel dat we een grote sneeuwbal zijn die van een heuvel afrolt, omdat de problemen alleen sterker en groter worden. Tegen zij die denken dat de milieuproblemen hen niet raken, zeg ik dat hun kinderen op de speelplaats van de school fijnstof inademen. Hun ouders of grootouders komen de zomer door in een rusthuis met een hitteplan. Ons land is er immers niet op gebouwd om het binnenland van Spanje te worden, maar elke dag schuiven we een klein beetje op in die richting.

 

Mevrouw de minister, we hebben constructieve oplossingen nodig, in samenwerking met de landen rondom ons. Het helpt dan niet dat de politiek in dit land helemaal vastzit wat de klimaatproblematiek betreft. De OESO waarschuwt ons trouwens, door te stellen dat dit probleem niet met meerdere ministers kan worden opgelost. Wij weten dat zelf ook want elke week discussiëren we hier over de coronacrisis, waarbij we steeds weer moeten vaststellen dat het heel moeilijk is om die met meerdere ministers aan te pakken. Ook dit is een gezondheidscrisis, maar tevens een biodiversiteitscrisis, een voedingscrisis, een woningcrisis en een landbouwcrisis. We hebben nood aan crisismanagement, aan eenduidige klimaatpolitiek voor dit land.

 

Mevrouw de minister, ik weet dat het een hele opgave is, maar ik zou graag van u willen horen hoe u dat gaat aanpakken.

 

07.02  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, het zijn spannende dagen voor onze kinderen en onze jongeren, want vandaag of morgen krijgen zij hun rapportje waarop zij een waardeoordeel krijgen over hun prestaties van de voorbije moeilijke weken, waarin zij in speciale omstandigheden moesten leren en presteren. Ik ben er echter van overtuigd dat ieder van hen op een of andere manier zal schitteren.

 

Wat een tegenstelling met het rapport dat België gisteren kreeg van de OESO. Uitgerekend op de warmste 31 maart sinds het begin van de metingen kreeg België een aantal serieuze onvoldoendes voor het klimaatbeleid van de voorbije jaren.  Voor ik parlementslid was, was ik leerkracht, dus ik kan mij wel iets voorstellen bij het gesprekje dat België zou hebben als het zijn rapport komt ontvangen: "Dag België, hoe denk je dat je het gedaan hebt en waaraan denk je dat dat te wijten is?" Dan volgt het antwoord: "Je bent eigenlijk niet goed bezig als het gaat over de biodiversiteit, over de broeikasgasemissie die moet verminderen, over de lucht- en waterkwaliteit. Je bent helemaal niet op schema om je duurzame doelen te bereiken: je hebt stappen gezet, maar de evolutie is onvoldoende."

 

Eigenlijk is dat geen vreemde conversatie, want het rapport vertelt ons wat wij elke dag zien. Elke hittegolf, elke periode van droogte, elke overstroming duwt ons met de neus op de feiten: wij moeten veel voorzichtiger omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen en met de klimaatverandering. Dat weten wij echter.

 

Hoe gaan wij dat aanpakken? De Duitse econome MaJa Göpel zegt dat onze klimaatdoelen onze volgende curves zijn die wij moeten platslaan. Dat is een beeld dat wij spijtig genoeg allemaal heel goed kennen, maar waarvan wij ook weten dat wij ons doel bereiken als wij samenwerken.

 

Mevrouw de minister, welke hefbomen ziet u om onze klimaatdoelen te bereiken en ervoor te zorgen dat (…)

 

07.03 Minister Zakia Khattabi: Mevrouw de voorzitster, het rapport bevat belangrijke opmerkingen. Het onderstreept de noodzaak voor transversale en proactieve acties in een geïntegreerde visie op nationaal vlak. Er staan helaas weinig verrassingen in omdat de analyses en aanbevelingen samenvallen met eerdere verslagen over de toestand van het milieu en de analyse van het NEKP in de commissie.

 

Ik betwist geen enkele analyse in het rapport. Dit is een situatie die we hebben geërfd. Het is belangrijk dat wij naar de toekomst kijken om opgewassen te zijn tegen de uitdagingen van deze eeuw.

 

Wat de toekomst op federaal niveau betreft, heeft de regering het ontwerp van een federaal plan voor duurzame ontwikkeling, het eerste in meer dan tien jaar, goedgekeurd. Daarover wordt nu een openbare raadpleging gehouden.

 

Zoal u weet, gaat het om een geïntegreerde visie van ons beleid, om een mechanisme voor klimaatgovernance voor de uitvoering van een federaal klimaatbeleid en federale klimaatmaatregelen voor de periode 2021-2030 ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen op basis van de policies and measures (PAM's) die zijn geïdentificeerd in de federale bijdrage aan het NCCP en de acties die zijn aangekondigd in het regeerakkoord voor de ontwikkeling van een samenhangende pakket van federale maatregelen voor aanpassing.

 

Bij vele aspecten zal rekening moeten worden gehouden met de noodzaak om samen te werken met al onze partners en met de drie regio's in het bijzonder. De verbetering van de samenwerking tussen alle entiteiten vormt de kern van ons regeerakkoord, maar dat geldt ook voor de dialoog met de samenleving als geheel. Dat is immers een voorwaarde voor het bereiken van de systemische verandering die nodig is voor een groene en rechtvaardige overgang. Dit was ook een aandachtspunt van de OESO.

 

België schaart zich volledig achter het Europese actieplan voor de circulaire economie en de nieuwe industriële strategie. Er zal inderdaad een nieuw federaal actieplan inzake circulaire economie worden aangenomen. Productbeleid zal van het grootste belang zijn, met de nadruk op ontwerp met het oog op demontage en hergebruik en recycling van hoge kwaliteit. Ook de bestrijding van voortijdige veroudering zal een prioriteit zijn.

 

Zoals de OESO heeft opgemerkt, ontbreekt het België aan gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen voor de circulaire economie. Ik zal deze kwestie behandelen in het raam van het Nationaal platform voor de circulaire economie, daar zij inderdaad belangrijk is om onze ambitieuze doelstellingen te bereiken.

 

De federale ministers steunen en bevorderen het beginsel One World, One Health, door gezondheid in al haar componenten op de voorgrond te plaatsen.

 

Wat de zorg om de luchtkwaliteit betreft, steunen wij de versterking van het beleid, en de maatregelen en de activiteiten op het gebied van markttoezicht inzake luchtverontreinigende stoffen die afkomstig zijn van het wegvervoer en/of van motoren en verwarmingstoestellen op Belgisch en Europees vlak.

 

Vorige week was ik verheugd over de goedkeuring van de Europese strategie voor chemische stoffen, waarin een ambitieuze en proactieve koers wordt uitgezet om tot een duurzame chemie te komen. De ontwikkeling van producten met meer respect voor biodiversiteit, hier en elders, is voor mij een essentieel belang. Naast onze verbintenissen jegens de EU heeft ons land er zich toe verbonden de ontbossing te bestrijden via een taskforce die concrete maatregelen zal voorstellen, waaronder ambitieuze publiekprivate partnerschappen en samenwerking binnen de Benelux.

 

Het verheugt mij dat België zich, zoals aanbevolen door de OESO, heeft aangesloten bij het partnerschap van de Verklaring van Amsterdam.

 

Tot slot zal mijn laatste antwoord zijn: wij moeten en zullen dat samen halen.

 

07.04  Kris Verduyckt (Vooruit): Mevrouw de minister, het is een belangrijk rapport met heel wat aanbevelingen. Ik denk dat het een belangrijk signaal is voor ons land. Het is goed dat u ermee aan de slag gaat.

 

Veel mensen maken zich zorgen over de komende zomer. Zullen er hitterecords worden verbroken? Zullen we ons gazon kunnen sproeien? Zullen er nog huizen scheuren? De zorgen nemen toe.

 

U zegt terecht dat wij samen deze stilstand zullen moeten doorbreken. Daar is heel wat politieke moed voor nodig, maar die is vandaag niet overal aanwezig. Toch is politieke moed absoluut nodig om vooruitgang te boeken zodat we van ons land inderdaad het beste land van de wereld kunnen maken.

 

07.05  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u hebt gelijk: we moeten naar de toekomst kijken. Als beleidsmakers moeten we ons elke dag opnieuw afvragen of wij voldoende doen om de opwarming van de aarde onder 1,5 graden te houden. Als wij onvoldoende doen, dan is dat niet goed voor onze burgers, hun gezondheid en hun omgeving.

 

Europa is vorig jaar een versnelling hoger geschakeld. Met België moeten wij daaraan op een constructieve en proactieve manier deelnemen. Dat kan, als wij samenwerken met alle overheden in dit land, met lokale besturen en het middenveld, en als wij ook burgers laten participeren. Het kan, als wij inzetten op schone en betaalbare energie, als wij investeren in openbaar vervoer en als wij onze industrie en onze landbouw verduurzamen. Het kan, als wij daarvoor een rechtvaardig en duurzaam financieel kader uittekenen.

 

Mevrouw de minister, samen met u roep ik ertoe op om energie te steken in het vinden van oplossingen, in samenwerking zodat duurzame keuzes de logische keuzes worden, en zodat wij de volgende keer een schitterend rapport (…)

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Marie-Christine Marghem à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le rapport du JRC et l'avis de l'UE concernant la durabilité de l'énergie nucléaire" (55001526P)

08 Vraag van Marie-Christine Marghem aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het JRC-rapport en het standpunt van de EU m.b.t. de duurzaamheid van kernenergie" (55001526P)

 

08.01  Marie-Christine Marghem (MR): Madame la ministre, pour compléter le cadre politique existant sur le plan européen, la Commission a adopté, après son règlement taxonomie, une attitude consistant à désigner un groupe d'experts techniques sur le financement durable, chargé de conseiller la Commission. Ce groupe d'experts n'a pas fourni de recommandations concluantes sur l'énergie nucléaire, à laquelle on se réfère de manière indirecte dans le rapport sur la taxonomie, de telle manière que la Commission a décidé qu'un service scientifique, appelé le JRC - un service interne à la Commission européenne -, regarderait de manière très approfondie et très technique tous les aspects qui ne sont pas signifiants pour la santé humaine dans le cadre de la production d'électricité nucléaire et de la gestion à long terme des déchets radioactifs.

 

Ce rapport, qui est sorti un peu plus tôt que prévu, dit deux choses fondamentales. La première est que selon les études d'impact du cycle de vie, "l'impact total sur la santé humaine des émissions radiologiques et non radiologiques de la chaîne de l'énergie nucléaire est comparable à l'impact sur la santé humaine de la chaîne de production éolienne marine". Deuxième chose, sur les aspects plus radiologiques de la gestion des déchets, ce groupe conclut: "Pour les déchets radioactifs de haute activité et le combustible usé, il existe un large consensus parmi les communautés scientifiques technologiques et réglementaires sur le fait que le stockage définitif dans des dépôts géologiques profonds est la solution la plus efficace et la plus sûre pour garantir l'absence de dommages significatifs à la vie humaine et à l'environnement pendant la période requise".

 

Si je suis bien informée, la consultation publique sur la prolongation de Doel 1 et Doel 2 va démarrer très bientôt, dans le cadre des conséquences de l'arrêt de la Cour constitutionnelle en relation avec la prolongation de ces deux centrales. J'aurais voulu savoir quelle lecture vous faites de ce rapport de 387 pages et quelles conséquences ou quelles conclusions vous en tirez pour la Belgique dans le cadre de la production d'énergie nucléaire et de l'enfouissement des déchets radioactifs de haute activité. Je vous remercie.

 

08.02  Tinne Van der Straeten, ministre: Madame Marghem, je vous remercie pour votre question.

 

L'heure n'est plus aujourd'hui à l'élaboration de plans mais à leur exécution. Dans ce contexte, la faisabilité financière est la première préoccupation. Les pays qui disposent de beaucoup d'énergie nucléaire souhaitent des règles de taxonomie favorables pour donner à leurs projets une chance de survie financière. Le rapport auquel vous référez est un rapport du Centre commun de recherche qui doit encore être complété par d'autres rapports.

 

Ne mélangeons pas la recherche sur le financement de nouvelles centrales nucléaires avec notre situation belge! Dans notre pays, cinq des sept réacteurs nucléaires seront fermés dans tous les cas. Ils sont trop vieux. Ils présentent des fissures et ils nécessitent des investissements de sécurité non rentables de plus d'un milliard d'euros. L'opérateur lui-même ne demande pas leur extension.

 

Le gouvernement se concentre sur le développement des énergies renouvelables et des capacités flexibles afin de garantir l'approvisionnement, le caractère abordable et la durabilité. De nouvelles centrales nucléaires n'ont jamais été une piste dans notre pays. Il y a l'obstacle du prix. Sans soutien massif de l'État, les nouvelles centrales nucléaires ne sont pas rentables. Prenons l'exemple de Hinkley Point au Royaume-Uni. Elle bénéficie d'un prix d'électricité garanti de 92,5 livres sterling par mégawattheure (MWh) pendant 35 ans. Nos derniers parcs éoliens en Mer du Nord ont un prix garanti de 79 euros/MWh.

 

N'oublions pas les autres défis! Quelle est la durabilité d'une technologie si nous n'avons pas de solution opérationnelle pour les déchets nucléaires? Je vous rappelle que ces déchets sont dangereux pour plus de cent mille ans, soit plus longtemps que les structures les plus anciennes de la planète. La prochaine décennie annonce celle des énergies renouvelables. Il y aura plus d'énergie renouvelable qu'aujourd'hui. Elle devient de moins en moins chère. Notre pays détient tous les atouts et nos entreprises belges ont beaucoup d'expertise pour en faire une réussite économique et sociale.

 

08.03  Marie-Christine Marghem (MR): Madame la ministre, je constate que vous faites une lecture idéologique qui vous est personnelle de ce rapport. Ma question est beaucoup plus vaste et beaucoup plus neutre sur le plan technique puisqu'il y a d'une part l'accord de gouvernement et la situation belge des réacteurs nucléaires et d'autre part, notre mix électrique, le besoin de sécurité d'approvisionnement et le coût sur la facture des ménages et des entreprises. Ce sont des éléments fondamentaux qui doivent être considérés avec un oeil technique neutre pour pourvoir notre pays en suffisance en électricité à un prix abordable.

 

C'est toute la question. Vous parlez des réacteurs, vous dites qu'on en fermera cinq  sur sept. C'est votre point de vue dans l'accord de gouvernement mais la vérité, c'est qu'au moment où vous ferez l'évaluation avec le monitoring que l'accord de gouvernement exige de vous – et dont je n'ai pas encore vu une ligne à ce jour –, nous devrons prendre une décision cruciale qui sera fondée sur les deux motifs fondamentaux que sont la sécurité d'approvisionnement et les factures d'électricité, et non pas l'idéologie. Je tenais à vous le rappeler.

 

Je crois (…)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

La présidente: Madame la ministre, je profite de votre présence dans notre hémicycle pour vous souhaiter een gelukkige verjaardag.

 

Wetsontwerpen en -voorstellen

Projets et propositions de loi

 

09 Projet de loi portant assentiment à l'accord de coopération entre l'État fédéral, la Communauté flamande, la Région flamande, la Région wallonne, la Région de Bruxelles-Capitale, la Communauté française et la Communauté germanophone concernant l'utilisation de SURE (1827/1-3)

09 Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap inzake het gebruik van SURE (1827/1-3)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteur is de heer Vermeersch, hij verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

 

09.01  Vanessa Matz (cdH): Madame la présidente, dans l'attente impatiente de nos collègues, je débute.

 

Le projet de loi concrétise l'accord de coopération ente l'État fédéral, la Communauté flamande, la Région flamande, la Région wallonne, la Région de Bruxelles-Capitale, la Communauté française et la Communauté germanophone concernant l'utilisation de SURE, l'instrument européen de soutien temporaire à l'atténuation des risques de chômage en situation d'urgence.

 

Le 5 février dernier, le Conseil d'État remettait son avis sur l'accord de coopération entre les entités précitées. Suite à celui-ci, à en croire l'exposé des motifs du projet de loi, les rédacteurs de l'accord de coopération ont entamé un dialogue. Compte tenu, d'une part, du pouvoir des parlements respectifs de ratifier en tout état de cause l'accord de coopération et, d'autre part, la nécessité de progresser rapidement, il a été décidé d'un commun accord avec toutes les parties concernées de poursuivre le processus législatif de ratification. Cette poursuite des ratifications a été décidée d'un commun accord par toutes les entités signataires, à la lumière de l'urgente nécessité pour les entités fédérées de pouvoir faire appel à l'instrument SURE.

 

Deux remarques relevées dans l'avis du Conseil d'État méritent toutefois que l'on s'y attarde.

 

Premièrement, pourquoi la COCOF n'est-elle pas associée à l'accord de coopération? Elle a, en effet, adopté le décret du 26 novembre 2020 accordant des pouvoirs spéciaux au Collège de la Commission communautaire française dans le cadre de la pandémie de covid-19 qui permet notamment la prise en charge des effets socio-économiques de la pandémie dans le cadre des compétences de la Commission communautaire française et des institutions qui en dépendent. Or, selon l'article 1, § 2 du règlement (UE) 2020/672, l'assistance doit être destinée au financement à titre principal des dispositifs de chômage partiel ou des mesures similaires visant à protéger les travailleurs salariés et les travailleurs indépendants et à réduire ainsi l'incidence du chômage et de la perte de revenu ainsi qu'au financement à titre accessoire de certaines mesures liées à la santé en particulier sur le lieu de travail.

 

Dès lors, selon le Conseil d'État, on pourrait ainsi considérer que l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française n° 2020/2145 du 17 décembre 2020, modifiant l'arrêté n° 2020/618 du Collège de la Commission communautaire française du 11 juin 2020 relatif à l'adoption de mesures exceptionnelles en faveur des maisons d'accueil dans le cadre de la pandémie de covid-19 entre dans les prévisions du règlement. Pourquoi la COCOF n'a-t-elle donc pas été associée à cet accord de coopération?

 

Deuxièmement, en cas de moyens devant être récupérés auprès d'une entité fédérée signataire, l'avant-dernière phrase de l'article 5 de l'accord de coopération dispose que cette récupération peut prendre la forme d'une retenue sur les moyens financiers à transférer, en vertu de la loi, à l'entité fédérée concernée. Il convient de souligner que l'accord de coopération à l'examen ne peut porter atteinte aux montants qui reviennent aux Communautés et  Régions, en vertu de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative à leur financement. Il n'appartient pas à l'autorité fédérale de modifier unilatéralement des moyens attribués sur la base de cette loi spéciale. Même lorsque c'est le cas par l'effet de l'accord de coopération examiné, les Communautés et Régions consentent à cette diminution unilatérale des moyens financiers qui leur reviennent de plein droit par/en vertu de la loi spéciale de financement. 

 

Nous notons que les signataires de l'accord de coopération estiment que l'article 5 précité n'a pas de valeur jurisprudentielle, mais là n'est pas la question. Ce texte dont la valeur légale dans l'arsenal juridique fédéral sera celle d'une loi modifiera dans son application le principe d'une loi spéciale – norme qui est légalement supérieure. Quel précédent nous apprêtons-nous à créer!

 

Pourtant, malgré ces deux remarques fondamentales soulevées par le Conseil d'État, le cdH – qui ne souhaite pas faire prendre de retard à la mise en œuvre du programme SURE – votera en sa faveur, mais, d'une part, avec le sentiment de la propreté et de la sécurité juridique bafouées et, d'autre part, en regrettant l'oubli d'un partenaire francophone essentiel: la COCOF. 

 

09.02  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de minister, verontschuldiging voor mijn lichte vertraging. Het gaat nochtans over een bijzonder belangrijk dossier. U weet dat alle Europese debatten onze extra aandacht vragen, zowel in de commissie als in plenaire vergadering. Collega Van Bossuyt is ook zeer betrokken bij het gehele Europese debat.

 

In de politiek zijn er plezante en moeilijke debatten. De moeilijke debatten vat men meestal samen in twee fases. Er is de fase waarin de regels van het spel worden afgesproken. In een tweede fase wordt het spel gespeeld. De eerste fase is meestal de plezantste: het afspreken van de regels van het spel. Dat gaat dan over de grote, ideologische debatten. Waar staat iedereen voor? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de afspraken zo scherp en duidelijk mogelijk worden vastgelegd, zodat de spelregels zijn bepaald? De tweede fase is dan, eenmaal alles vaststaat, de meer realpolitieke beslissingen nemen. Wat gaan we daar nu mee doen? Waar positioneren we ons, eenmaal men vaststelt dat misschien niet alles gelopen is zoals men wil? Het klinkt abstract, maar ik maak het concreet.

 

Een aantal weken geleden hebben we hier in de Kamer een debat gevoerd over het Europese eigenmiddelenbesluit. We hebben zeer duidelijk gemaakt dat wij daar een aantal heel sterke, principiële bezwaren bij hebben. Dat gaat vooral over de vaststelling van een aantal partijen dat er een vorm van Europese fiscaliteit moet worden uitgebouwd, dat er Europese belastingen moeten komen boven op de nationale en andere belastingen die er al zijn, ook in dit land.

 

U weet dat wij daar heel sterk en principieel bezwaar tegen hebben gemaakt en nog altijd maken. Wij zijn daar geen voorstander van. Tot onze grote spijt hebben wij dat pleit niet gewonnen. De meerderheid in dit Parlement vindt het blijkbaar een goede zaak dat er nieuwe Europese belastingen komen. Ik vind dat bijzonder jammer.

 

De regels van het spel zijn bij deze vastgelegd, waardoor we nu in de tweede fase komen, het spel zelf dat moet worden gespeeld binnen het kader zoals dat is bepaald. We stellen vast dat de Europese Unie hier nu met een voorstel komt, waarbij de lidstaten leningen kunnen afsluiten om hun werkloosheidsuitkeringen deels mee te financieren. Dat is een bijzonder systeem en er wordt 100 miljard voor uitgetrokken op Europees niveau.

 

Dat zijn leningen. Daaraan zitten zowel goede punten als punten van kritiek. Ik begin met de kritiek, zodat ik positief kan eindigen. Het hele ideologische debat dat wij in het kader van het Europees eigenmiddelenbesluit hebben gevoerd en de kritiek die daar werd geformuleerd, blijft bestaan en zal ik niet herhalen. Eerste nadeel, er wordt een systeem opgezet van risicodeling, van garantiestelling waarvoor wij heel wat geld zullen betalen. Dat is Belgisch belastinggeld dat wordt betaald door mensen in Vlaanderen, Wallonië en Brussel en waarover voortaan niet meer in dit land zal worden beslist, maar waarover Europees zal worden beslist. Dat is een garantiestelling die ook risico's voor ons inhoudt. Dat is het tweede nadeel.

 

Derde nadeel, het is zonneklaar voor welke Europese lidstaten dit systeem is opgezet, vooral voor de Zuid-Europese lidstaten. Ik heb wat statistieken bekeken. Als we bekijken wie intekent op dit SURE-mechanisme, zien we dat bijvoorbeeld België dat doet en dat het ons een voordeel van 2,4 % oplevert als we kijken naar de intrestbesparing die we daarmee doen. Dat genereert een voordeel van 2,4 % voor onze begroting.

 

In vergelijking met wat de andere landen ontvangen, is dat eigenlijk geen gigantisch voordeel. Griekenland bijvoorbeeld heeft met dit nieuwe Europese systeem een profijt van 9,7 %. Dat is vier keer meer dan voor België. Voor Griekenland betekent dat een besparing van 264 miljoen euro. Voor Spanje is dat 7,7 %, een besparing van 850 miljoen euro en Italië bespaart met dit systeem 2,8 miljard.

 

Bij het opsommen en overlopen van het lijstje kan worden vastgesteld dat de besparingen en het voordeel vooral gesitueerd zijn bij een aantal landen in het zuiden van Europa. Het valt ook heel sterk op welke landen geen beroep doen op het systeem. Duitsland is nergens te bespeuren; Finland is niet te zien; Denemarken komt niet voor in de statistieken; Nederland komt er ook niet in voor net zomin als Oostenrijk. Ook Zweden doet er geen beroep op. Alle Noord-Europese landen beslissen om niet in te tekenen op het project. Het is op zich jammer dat wij niet tot die groep behoren. Dat zou immers de groep moeten zijn waarmee wij ons het meest zouden moeten associëren binnen de Europese Unie, namelijk de Unie van de noordelijke lidstaten binnen de Europese Unie.

 

Inzake de negatieve punten is er een principieel bezwaar tegen een systeem dat is opgezet in een transferlogica veeleer dan in het profijt van Noord-Europese landen. Ik verheel echter niet dat er een licht budgettair voordeel is, waarop wij een beroep kunnen doen. Dat is onmiddellijk een eerste klein voordeel, namelijk dat wij er budgettair winst mee maken.

 

Voor het overige zie ik drie andere punten die aanleiding geven tot een enigszins positiever oordeel.

 

Ten eerste, wij praten hier over leningen en niet over giften. Het gaat dus om geld dat zal moeten worden terugbetaald, ook al betreft het een systeem van garantstelling. Principieel gaat het echter wel degelijk over leningen, wat een belangrijk verschil is.

 

Ten tweede, er zit enige subsidiaire logica in het model. Het klopt niet dat de Europese Unie rechtstreeks werkloosheidsuitkeringen zal betalen. Het zijn de lidstaten die dat zullen moeten doen. De bevoegdheden blijven op dat vlak onveranderd. Dat betekent in ons land, in België, dat Vlaanderen bevoegd blijft voor bijvoorbeeld het activeringsbeleid en dat de federale overheid bevoegd blijft voor het uitkeringsbeleid. Dat is trouwens de reden waarom wij hier vandaag een debat hebben, omdat daarover een samenwerkingsakkoord moet worden gesloten.

 

Het klopt echter niet dat de Europese Unie rechtstreeks zal ingrijpen op Vlaamse bevoegdheden en trouwens ook niet op federale bevoegdheden. Er is dus nog enigszins een notie van subsidiariteit verweven in het model.

 

Ten derde, er blijft een gedeeltelijk confederalisme verworven in het systeem, omdat in eerste instantie de deelstaten of de lidstaten van de Europese Unie zelf verantwoordelijk blijven voor de terugbetaling van de leningen.

 

Het is dus een genuanceerd verhaal. We willen het systeem eigenlijk niet, want het geeft een aantal ideologische bezwaren aan de andere kant en een pragmatischere, realistischere, ook wat mercantielere houding. Als het spel dan toch gespeeld moet worden, waarom zouden we dan niet meespelen? Als we de nadelen dan toch moeten aannemen, waarom zouden we dan ook niet de voordelen aannemen? Als alle elementen in dit dossier worden samengebracht, vertaalt zich dat voor de N-VA-fractie in een onthouding. We zijn ideologisch niet heel erg tevreden, maar we stellen wel vast dat er een aantal voordelen gehaald kunnen worden. Dan zegt de West-Vlaming in mij dat het misschien geen kwaad kan als er wat mercantiel gedacht kan worden.

 

Vanochtend hadden we hier een communautair debat. Ook hier zit er weer deels een communautaire as in. Dit systeem zal in België immers vooral gebruikt worden door de federale overheid en door Vlaanderen. Het is zeer opmerkelijk dat de Franstalige overheden eigenlijk heel wat minder een beroep doen op dit systeem. Dit systeem zal dus meer in het voordeel spelen van Vlaanderen om bijvoorbeeld coronahinderpremies te betalen, compensatiepremies te betalen, ondersteuningspremies verder te financieren, weliswaar in een leningslogica.

 

Onze stemhouding is dus niet gewijzigd ten opzichte van de commissie. Wij blijven onze principiële bezwaren handhaven, maar staan open om een mercantiele benadering niet geheel uit te sluiten.

 

09.03  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, ik was iets te laat om verslag uit te brengen, wat op een misverstand berustte. Ik probeer dat recht te zetten.

 

SURE is het zoveelste nieuwe fonds van de Europese Commissie. Ze wil hiervoor 100 miljard euro ophalen op de kapitaalmarkt en ook België moet zich hiervoor garant stellen. Dat hebben wij hier in het Parlement intussen ook gedaan. België zal in het kader van SURE garant staan tegenover de Europese Unie en tegenover andere lidstaten. Dat is bijzonder verregaand en ingrijpend. Uit de bepalingen van SURE blijkt immers dat de financiële risico's niet in de begroting van de Europese Unie terechtkomen, maar wel in die van de lidstaten. Daar komt nog eens bovenop dat een lidstaat niet alleen garant moet staan voor het eigen aandeel maar eventueel ook voor het aandeel van andere lidstaten, als die niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De mogelijke financiële gevolgen, ook voor België, kunnen dus bijzonder omvangrijk zijn. Overigens geldt bij het Europees herstelfonds een soortgelijke redenering.

 

Artikel 125 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevat een zogenaamde no-bail-outclausule. Op grond daarvan kunnen lidstaten niet aansprakelijk gesteld worden voor de verbintenissen van een andere lidstaat en kunnen ze die verbintenissen ook niet overnemen. Door de wederzijdse garantstelling, onder andere bij het Europees herstelfonds maar ook hier bij SURE, wordt daar echter op grote schaal van afgeweken. De Europese verdragen worden dus aan de kant geschoven, maar daar kraait geen haan naar, ook niet in het Parlement.

 

Ik heb vanmorgen al gezegd dat Duitsland zich vorige week leek te voegen bij het twintigtal lidstaten, waaronder België, dat zijn zegen al gaf aan het eigenmiddelenbesluit. Het constitutioneel hof kwam inmiddels echter tussenbeide. Het hof in Karlsruhe wil zich namelijk eerst buigen over de bezwaren van tegenstanders, onder wie leden van onze zusterpartij Alternative für Deutschland.

 

Die stelt namelijk, net zoals het Vlaams Belang, dat het Europees herstelfonds, maar ook SURE, de deur openzet om gemeenschappelijke Europese schulden aan te gaan en dat laten de Europese verdragen simpelweg niet toe. Die partij is, door hiertegen in verzet te gaan, voor ons ook een lichtend voorbeeld in Europa.

 

Maar er is nog meer. Op basis van de staatsgaranties van de 27 Europese landen zal het SURE-fonds geld lenen op de financiële markten en dat weer uitlenen aan landen die daarom vragen. Dat principe staat ook in de samenwerkingsovereenkomst ingeschreven. In feite geeft SURE dus een soort van euro-obligaties uit, coronabons, omdat alle Europese landen samen garant staan voor de overheidsleningen. Ook op dat vlak wordt dus de coronacrisis misbruikt. Die Europese obligaties komen er natuurlijk niet om corona te bestrijden, maar wel om de eurozone te stabiliseren. Wij verwerpen elke poging om de coronacrisis aan te grijpen voor de bevordering van een steeds nauwere integratie in de eurozone, door middel van de wederzijdse waarborging van schulden.

 

Normaal gezien kan de Europese Commissie hoogstens 60 miljard euro zelf lenen op de financiële markten. Maar dan kwam daar nog eens 100 miljard bij via SURE, via de samenwerkingsovereenkomst. Uiteindelijk is er ook nog eens 750 miljard via het Europees Herstelfonds. Eerst ging het om 60 miljard, daarna kwam er nog eens 100 miljard en intussen is er sprake van 750 miljard extra, waarvoor hier in België al goedkeuring is gegeven. Het zou voor de minister intussen al duidelijk moeten zijn. Wat ons betreft, mag hij deze boodschap ook meenemen naar Ecofin in Europa: geeft men een vinger aan de Europese Unie, dan pakt de Europese Unie uiteindelijk een hele arm. SURE vormt ook een eerste stap naar een Europese sociale zekerheid. Die 100 miljard euro waarvan sprake, zal vooral worden besteed aan werkloosheidsuitkeringen in Spanje en Italië, twee landen die toch in een moeilijk financieel vaarwater verzeild zijn geraakt.

 

Spanje heeft al een lening van zeker 15 miljard euro toegezegd gekregen. Italië wil zeker 20 miljard euro uit het fonds halen. Zo gaat de Europese sneltrein razend snel vooruit. We moeten de samenwerkingsovereenkomst hier nog goedkeuren, maar het meeste geld werd ondertussen al verdeeld om een Europese sociale zekerheid te kunnen uitbouwen.

 

Als corona en de aankoop van de vaccins iets hebben aangetoond, dan is het wel dat de Europese Unie geen deel is van de oplossing maar net de oorzaak van heel wat problemen.

 

De sleutel tot het herstel van onze economie ligt natuurlijk bij de lidstaten zelf. Dat bewijzen de vele coronamaatregelen die wij hier met het Vlaams Belang hebben meegestemd

 

De Europese Unie heeft niet alleen veel te laat op de coronacrisis gereageerd, de recepten waarmee de Europese elite vandaag naar voren komt is ook nieuwe wijn in oude zakken: investeringsfondsen, garantiefondsen, coronafondsen, een herstelfonds met miljarden aan subsidies en leningen, het pakket van de Eurogroep met SURE, het covidpakket van de ESM, de EIB en alle andere afkortingen die ze in de Europese Unie blijven verzinnen.

 

De Europese Unie is ondertussen specialist geworden in het herverpakken van oude ideeën. De aloude wensdromen van de Europese elite voor het gemeenschappelijk maken van schulden en eigen belastingen wil men er dus onder het mom van corona doordrukken en invoeren. Dat kunnen wij hier niet voldoende benadrukken.

 

Ook de positie van de N-VA is opvallend. De N-VA heeft gisteren over exact dezelfde samenwerkings­overeenkomst voorgestemd in het Vlaams Parlement en zal zich voor exact dezelfde overeenkomst in dit Parlement onthouden.

 

Ik was nog meer verbijsterd toen ik verslag van de discussie in Vlaams Parlement las, want ik heb die ook gevolgd. Minister Diependaele zei daar het volgende: "Daardoor ontleent de Europese Commissie tegen iets betere voorwaarden dan de voorwaarden die momenteel gelden voor Vlaanderen, met andere woorden 20 tot 30 basispunten goedkoper dan de Vlaamse overheid die zelf  kan financieren". Dan vraag ik mij af waarom Vlaanderen dan instapt, als het toch weinig verschil maakt? Er is wel degelijk een precedentwaarde. Dat hebt u heel duidelijk onderbouwd en uitgelegd, mijnheer Loones. Vervolgens zei Diependaele: "De minister verzekert dat er geen precedentwaarde is".

 

Nochtans is er wel degelijk een drieledige precedentwaarde.

 

Ten eerste, sinds het herstelfonds en SURE kan Europa voor het eerst een eigen schuldenberg opbouwen.

 

Ten tweede, met SURE wordt voor het eerst een aanzet gegeven tot een Europese sociale zekerheid. Wij staan in Vlaanderen mee garant voor werkloosheidsuitkeringen tot in Spanje en Italië.

 

Ten derde, met SURE staan wij garant tegenover de Europese Unie, maar ook tegenover de andere lidstaten. Die garantstelling heeft ook een belangrijke precedentwaarde in dit ontwerp. Daarom stellen wij vragen bij de manier waarop er gestemd wordt. Voor ons is het alvast duidelijk: wij zullen het ontwerp niet steunen.

 

09.04  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, het Vlaams Belang blinkt graag uit in oppositie voeren tegen de oppositie – ieder zijn stijl en aanpak – maar ik wil graag twee punten maken.

 

Ten eerste, het is wat verwonderlijk dat het Vlaams Belang zijn kar heeft gekeerd. In de commissie hebt u zich onthouden, net zoals wij, maar blijkbaar bent u teruggefloten door uw fractie, mijnheer Vermeersch. Het is bijzonder dat u uw stemgedrag wijzigt.

 

Ten tweede, er is inderdaad een verschil tussen uw partij en de mijne. Wij doen ook op een ideologische manier aan politiek, maar tegelijkertijd zijn wij niet naïef. Uw partij vindt blijkbaar dat wij het nadeel mogen krijgen, maar niet mogen profiteren van het voordeel. U staat blijkbaar voor een partij die vindt dat Vlaanderen mag betalen, maar dat wij niet ook voor een stuk profijt mogen halen uit een bestaande regeling. Dat is een verschil.

 

Wij vinden dat men keihard het debat moet voeren over de spelregels, maar wij gaan niet aan de kant staan wanneer Vlaanderen een voordeel kan doen. U gaat liever wel aan de kant staan: Vlaanderen kan daar profijt uit halen, maar u wil daar geen gebruik van maken. U hebt liever dat onze centen alleen worden gebruikt door Griekenland, Spanje en Italië en dat Vlaanderen daar geen beroep op doet. Dat is het verschil.

 

09.05  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Loones, sta me toe om kort te reageren, want ik vind dat we intellectueel eerlijk moeten zijn. Gisteren vond in het Vlaams Parlement een stemming over exact hetzelfde plaats. Bij het gegeven dat er nu compleet anders gestemd wordt, stel ik mij gewoon vragen. Dat mag toch?

 

In de parlementaire commissie zegt de minister van Financiën dat er geen precedentswaarde is, terwijl iedereen die het dossier kent, weet dat er een drieledige precedentswaarde is aan wat er hier voorligt. Ik vind dat dit dus toch even moet worden rechtgezet en benoemd mag worden.

 

Het is geen spel van oppositie tegen oppositie, wel van intellectuele eerlijkheid. Het mag benoemd worden dat er hier anders wordt gestemd dan in het Vlaams Parlement. Sommige van de zaken die gezegd worden, zijn niet volledig correct, niet meer, niet minder.

 

Vanmorgen heb ik overigens het tegenovergestelde gedaan. Vanmorgen zei ik dat Vlaanderen zijn centen beter op orde heeft dan de rest van het land. Als wij bloemen kunnen gooien naar de Vlaamse minister van Financiën, dan doen we dat, maar als er zaken verkeerd uitgelegd worden, dan zeggen wij dat evenzeer. Dat is een kwestie van inhoudelijke consequentie. In het Parlement mogen de zaken juist benoemd worden.

 

09.06 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw de voorzitster, ik merk dat er een ideologisch debat op gang komt in de bespreking over SURE, wat op zich natuurlijk niet vreemd is, aangezien de bespreking inderdaad deels een ideologische inhoud heeft en ook draait rond de vraag welke rol wij aan Europa willen geven.

 

Soms wordt Europa erg negatief belicht, maar ik denk dat SURE een voorbeeld is van een project van samenwerking en solidariteit in Europa. Deze methode, het opgericht fonds, werkt namelijk. Dat zien we heel duidelijk aan het feit dat wij goedkoop kunnen leven door samen te werken en zodoende verder geraken.

 

Mijnheer Loones, dat is dan inderdaad de pragmatische kant om naar dit verhaal te kijken. Het klopt echt wel dat wij goedkoper lenen vanuit de positie van Europa dan wanneer België of een van de deelstaten van ons land leent.

 

Mevrouw Mats, ik heb twee korte antwoorden op uw vragen.

 

Waarom zit de COCOF niet mee in dat samenwerkingsakkoord? Welnu, wij hebben ervoor gekozen om de vraag te stellen aan elke regio en elke mogelijke entiteit in ons land om meer in te tekenen. Namens de COCOF heeft noch mijn kabinet, noch het Agentschap enige vraag gekregen om middelen te mogen opvragen van het SURE-programma. Daardoor is de COCOF ook niet betrokken bij het samenwerkingsakkoord.

 

De andere deelstaten hebben dat wel gedaan. Vlaanderen voor 1,2 miljard, het Waalse Gewest voor bijna 600 miljoen, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor 95 miljoen, de Franstalige Gemeenschap voor 86 miljoen, de Duitstalige Gemeenschap voor 13 miljoen en de federale Staat voor 6,2 miljard. Er is in totaal meer dan 8 miljard opgehaald, aan een zeer voordelige rentevoet. Maar, zoals gezegd, is de vraag van de COCOF niet gekomen. Vandaar dat zij niet meegenomen is in het samenwerkingsakkoord.

 

U stelde een vraag over de terugbetaling. Dat is natuurlijk een opmerking die door de Raad van State gemaakt is en waar wij in de commissie heel duidelijk naar verwezen hebben. Dat is iets wat wij afgesproken hebben met de verschillende ondertekenaars van het samenwerkingsakkoord. Wij hebben eigenlijk aangegeven dat dit juridisch geen prudentiële waarde heeft. De afweging die wij moesten maken was: lossen wij dit probleem op tot in de details, of gaan wij snel vooruit om die middelen effectief te kunnen ophalen? Zonder dit samenwerkingsakkoord kan het Agentschap immers niet aan de slag en kunnen wij dus die middelen niet krijgen.

 

Ik meen dat wij erop moeten rekenen dat elke deelstaat en elke entiteit zijn deel van de lening zal terugbetalen. Dat is ook de afspraak die wij gemaakt hebben. Dit project, dit samenwerkingsakkoord en het gebruik van SURE is een heel mooi voorbeeld van het samenwerkingsfederalisme in ons land.

 

09.07  Sander Loones (N-VA): Mijnheer de minister, het is inderdaad goed dat er vanuit verantwoordelijkheid wordt samengewerkt. Dat is de beste garantie om tot betere akkoorden te komen.

 

U zegt dat dit een supergoed voorstel is omdat, ik citeer: "we kunnen genieten van een zeer voordelig tarief." Zeer voordelig is het toch niet helemaal. De cijfers bewijzen dat dit model vooral een voordeel is voor de landen in het zuiden van Europa. In Italië is het 13% goedkoper, in Griekenland en Spanje is dat ongeveer 10% goedkoper. Voor ons is dat maar 2%. Dit instrument is dus opgezet voor andere landen, niet voor ons.

 

Daarnaast had de federale overheid wel voor heel wat extra geld ingetekend, als dat echt aan zo'n zeer voordelig tarief zou zijn. Dat hebt u echter niet gedaan. U hebt in de commissie ook gezegd waarom u dat niet doet. U zei dat we wel enig voordeel doen, maar ook niet gigantisch veel voordeel. U kadert het eerder in een politiek van risicospreiding, waarbij gewoon een diversificatie wordt toegepast van financieringsprojecten van de federale staatsschuld en –tekorten. Zo kan het risico wat gespreid worden.

 

We doen hier wat voordeel mee, inderdaad, en dat verklaart onze onthouding. Het zou echter niet correct zijn om te stellen dat dat echt zeer voordelig is voor ons. Dat is het wel voor andere landen, maar niet voor ons.

 

09.08  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, als in deze zaal een fakenewsalarm zou staan, was het zeker afgegaan tijdens uw uiteenzetting. U zegt dat wij goedkoper kunnen lenen dankzij SURE. Dat is absoluut fake news. Er is amper een verschil. Dat werd ook letterlijk zo benoemd door de heer Diependaele in de commissie in het Vlaams parlement. Er is amper een verschil van 20 basispunten. Dat is verwaarloosbaar.

 

Daartegenover staat natuurlijk een enorme prijs. De prijs die we zullen betalen, is dat er voortaan Europese schulden worden opgebouwd. Daarnaast is er een garantiestelling ten opzichte van andere lidstaten, schuldzieke landen die nog schuldzieker zijn dan België, zoals Spanje en Italië.

 

Ten slotte is er een aanzet tot een Europese sociale zekerheid. Vlamingen staan voortaan garant voor werkloosheidsuitkeringen tot in Spanje en Italië. Dat is natuurlijk een onaanvaardbare prijs voor enkele basispunten verschil. Dat is een prijs die de Vlaams Belangfractie alleszins nooit zou willen betalen.

 

09.09  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, où s'arrêtera-t-il? Après la Wallonie, l'Europe! Bientôt il s'en prendra au monde entier!

 

09.10  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, het volgende zal misschien een aantal leden interesseren. Ik verneem hier net dat de Vlaams Belangfractie zich zal onthouden. Wij krijgen hier dus een gigantisch kritisch betoog dat alles slecht, ideologisch en verfoeilijk is, dat Vlamingen moeten betalen voor Griekenland, dat er principieel tegen alles bezwaar is en dat de heer Diependaele een halve rover is. Dat vertaalt zich voor het Vlaams Belang in een onthouding, waarvoor trouwens goede argumenten zijn. Wij onthouden ons immers ook.

 

Mijnheer Vermeersch, het zou misschien goed zijn om in dat geval uw betoog meer in lijn te brengen met uw stemgedrag.

 

09.11 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vermeersch, ik dank u voor uw uiteenzetting.

 

Ik draai op dergelijke momenten graag het verhaaltje even om. Ik vraag mij altijd af wat uw reactie zou zijn, mocht blijken dat wij dergelijke bedragen op de markt zouden gaan lenen, waar ze twintig basispunten duurder zijn dan wat wij vandaag lenen. In dat geval zou u staan roepen dat wij veel te duur lenen.

 

Wat wij nu doen, is er net voor zorgen dat wij onze risico's spreiden. Op dat punt geef ik u volledig gelijk, mijnheer Loones. Wij proberen echter inderdaad op die manier ook de kostprijs voor onze leningen zo laag mogelijk te houden. Wij lenen goedkoper dan wat de federale Staat vandaag leent. Wij moeten dat voordeel zeker en vast meenemen.

 

09.12  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, de N-VA weet soms niet van welk hout pijlen maken. Eerst wordt ons verweten dat wij ons stemgedrag aanpassen. Nu wordt ons verweten dat wij ons stemgedrag gelijk houden. De essentie is dat wij tegen het ideologische principe zijn. Het werd ook door de minister onderschreven dat het hier om een inhoudelijke uiteenzetting gaat. Ideologisch zijn wij tegen het principe van SURE.

 

Hier gaat het over een samenwerkingsovereenkomst en een concrete verdeling. Er is geen verdeelsleutel afgesproken, wat ook duidelijk naar voren is gekomen in de commissie. Het zijn de deelstaten die hebben aangegeven welk deel van de koek zij willen. Vlaanderen vroeg 1 miljard euro en heeft, als ik het goed heb begrepen, ook 1 miljard euro gekregen. In andere samenwerkingsovereenkomsten inzake Europa wordt Vlaanderen echter systematisch benadeeld ten opzichte van de andere deelstaten. In dit geval is dat absoluut niet het geval gezien de bottom-upbenadring.

 

Ideologisch en inhoudelijk hebben wij zowel tegen het eigenmiddelenbesluit als tegen het herstelfonds en SURE gestemd. Wij zijn immers tegen. Kijk het gerust na in de documenten van het Parlement. Op 15 juli 2020 is hier over de garantiestelling vanuit België voor SURE gestemd. Wij hebben toen tegengestemd, omdat in dat geval een land garant staat tegenover de andere landen. Kijk het gerust na in de documenten van de Kamer. Wij zijn de enige partij die inhoudelijk consequent stemt. Het is de N-VA die in het Vlaams Parlement voorstemt en zich hier onthoudt. Trouwens, bij het eigenmiddelenbesluit hebben jullie in het Europees Parlement voorgestemd, hebben jullie zich in het Vlaams Parlement onthouden van enig commentaar en hebben jullie in de Kamer tegengestemd.

 

09.13  Sander Loones (N-VA): Enerzijds Vlaams belang, anderzijds Vlaams Belang. Principieel een gigantisch commentaar en daarom dus een onthouding. Waarvan akte.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1827/1)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1827/1)

 

Le projet de loi compte 2 articles.

Het wetsontwerp telt 2 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

10 Projet de loi portant assentiment à l'accord de coopération du 24 mars 2021 entre l'État fédéral, la Communauté flamande, la Région wallonne, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune concernant le transfert de données nécessaires aux entités fédérées, aux autorités locales ou aux services de police en vue du respect de l'application de la quarantaine ou du test de dépistage obligatoires des voyageurs en provenance de zones étrangères et soumis à une quarantaine ou à un test de dépistage obligatoires à leur arrivée en Belgique (1882/1-3)

10 Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers afkomstig uit buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België (1882/1-3)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

10.01  Laurence Zanchetta, rapporteur: Madame la présidente, j'ai opté pour la version synthétique de ce rapport. J'espère qu'il conviendra.

 

Pour résumer, dans le contexte de la crise sanitaire que nous traversons, et afin d'enrayer la poursuite de la propagation du virus et de ses variants, le Comité de concertation a été chargé de prendre des mesures concertées. Afin de mieux faire respecter l'application de ces mesures, un transfert de données vers les entités fédérées, les autorités locales et les services de la police est indispensable.

 

Le 22 janvier dernier, le Comité de concertation a invité le ministre de la Justice et la ministre de l'Intérieur à examiner, en concertation avec les autorités compétentes, comment optimiser le flux d'informations vers les autorités policières et judiciaires.

 

Les ministres de la Justice, de l'Intérieur et de la Santé publique ont exposé les articles de l'accord de coopération. À la suite de cet exposé introductif, un débat a eu lieu. Les membres suivants ont pris la parole: Mme Matz, Mme Thibaut, Mme De Wit, Mme Gilson, Mme Bury, M. D'Haese, M. Boukili et M. De Caluwé.

 

Les trois ministres ont ensuite répondu aux différentes questions posées. Les thèmes abordés au cours de la discussion ont concerné notamment les modalités de la transmission des données des voyageurs aux autorités locales et de police; le délai de conservation des données des voyageurs et les modalités d'effacement de celles-ci; le rôle du Comité de sécurité de l'information; les aspects de prévention et de répression en matière de suivi de la quarantaine d'une part, et du testing d'autre part; enfin, le rôle des entités fédérées.

 

À la suite de la discussion, les articles ont été successivement adoptés. L'ensemble du projet de loi a été adopté par un vote nominatif par 14 voix et 2 abstentions. Le résultat du vote nominatif est le suivant. Ont voté pour M. D'Haese, Mme De Wit et Mme Van Vaerenbergh (N-VA); Mme Hugon, Mme Thibaut et M. Van Hecke (Ecolo-Groen); M. Aouasti, Mme Özlem et moi-même (PS); M. Goffin et Mme Gilson (MR); M. Geens (CD&V); M. De Caluwé (Open VLD); M. Segers (sp.a). Se sont abstenus Mme Bury (Vlaams Belang) et M. Boukili (PVDA-PTB). Personne n'a voté contre.

 

La présidente: Madame Zanchetta, merci pour ce rapport succinct.

 

10.02  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, madame la ministre, monsieur le ministre, ce texte vise à instaurer un traitement massif de données sensibles des citoyens sous la forme du transfert aux autorités locales et à la police des données des formulaires PLF ainsi que des données relatives au testing obligatoire. L'objectif est d'assurer le contrôle de la bonne réalisation de ce test et du suivi de la quarantaine.

 

Ce texte pose un problème au regard du principe de légalité. Je rebondis ici sur l'actualité récente qui a été abondamment discutée cet après-midi. Le tribunal de première instance de Bruxelles a jugé illégales les mesures prises par arrêté ministériel. Il s'agit notamment de ces mesures de quarantaine et de testing obligatoires au retour d'une zone rouge. L'accord de coopération qu'on nous demande aujourd'hui de voter vise à assurer le respect de ces mesures. Mais peut-on, en toute connaissance de cause, réaliser de tels transferts de données visant à assurer le respect de mesures dont l'illégalité a été constatée par un tribunal? Le gouvernement est-il prêt à assumer le risque de réaliser des transferts de données illégalement si le jugement était confirmé en appel?

 

Enfin, mon groupe regrette à nouveau une approche répressive pour laquelle on opte dans ce texte. Il ne s'agit pas ici de contester en bloc les mesures. Je pense qu'il faut mettre des mesures en place et qu'il est nécessaire qu'elles soient respectées. Il faut des mesures pour lutter contre le coronavirus, des mesures de soutien, des investissements dans les soins de santé, des mesures visant à renforcer l'adhésion des citoyens et non uniquement des mesures de sanction.

 

S'est-on déjà demandé dans ce Parlement pourquoi les gens ne respectent pas la quarantaine pour déterminer quelles en sont les causes et voir si on peut agir sur ces causes? Ne pensez-vous pas que cela peut avoir un lien avec la baisse de revenus de 30 % pour ceux qui doivent subir une quarantaine? Mon groupe plaide depuis longtemps pour que les travailleurs en quarantaine bénéficient de 100 % de leur salaire. Voilà un exemple de mesure qui permettrait une adhésion de la population.

 

La logique de cette proposition nous pose problème. C'est la raison pour laquelle nous nous abstiendrons.

 

10.03  Vanessa Matz (cdH): Madame la présidente, madame la ministre, monsieur le ministre, nous avons déjà eu l'occasion de discuter abondamment, il y a quelques jours, de cet accord de coopération. Je vous redis que la forme nous pose problème, même si je sais que vous rétorquerez qu'il est exceptionnel d'avoir pu le conclure en six semaines. Mais cet accord de coopération arrive beaucoup trop tard, évidemment, par rapport à des mesures restrictives des libertés de déplacement. Il aurait dû venir avant les vacances de Noël. Cela rend difficile l'adhésion et la situation est compliquée concernant la base légale.

 

Aucun des trois ministres présents – puisque le ministre Vandenbroucke assistait à nos travaux également – n'a répondu concernant la base légale sur laquelle est pris cet accord de coopération. Je ne suis pas monomaniaque, je vous rassure, mais 48 heures après, un tribunal signalait qu'il n'y avait pas de base légale suffisamment robuste pour prendre toute une série de mesures restrictives de liberté. Je pense que la base légale est essentielle dans un dossier comme celui-ci.

 

Je vous rappelle que, selon le Conseil d'État, on ne peut pas prendre un arrêté pour base légale. Ce n'est pas une base légale assez forte. Vous avez l'air de vous justifier en disant que le règlement sanitaire international signé à Genève le 23 mai 2005 est une base légale suffisante pour ce PLF. Je me permets de vous interroger à nouveau tous les deux quant aux doutes juridiques que j'ai à ce sujet. En effet, même si ce règlement a été publié au Moniteur belge, il n'a jamais fait l'objet d'un assentiment parlementaire, alors que c'est requis par l'article 167 de la Constitution, qui prévoit que les traités n'ont d'effet qu'après avoir reçu l'assentiment de la Chambre des représentants. Il ne saurait donc en aucun cas créer par lui-même des obligations dans le chef des Belges.

 

La formulation de l'article 23 n'impose rien aux États parties. Il dit simplement qu'un État partie "peut à des fins de santé publique, à l'arrivée et au départ, interroger les voyageurs au sujet de". Ce faisant, le règlement ne semble pas imposer une obligation mais bien une faculté. Il faut donc un acte juridique de niveau approprié dans l'ordre juridique interne pour instaurer une obligation en la matière. Je peux vous fournir, comme je l'ai dit en commission, la doctrine française à ce propos. Elle signifie que ce n'est pas un acte suffisant et qu'il n'est pas dans l'ordre juridique interne par lui-même.

 

À ce titre, pour notre accord de coopération, il ne peut pas être une base légale suffisante. Je me permets d'insister parce que c'est sur cela notamment que le tribunal à Bruxelles a statué hier. On a déploré le fait que vous n'ayez pas soumis au Conseil d'État la question de savoir si, au fond, ce règlement est suffisant pour constituer une base légale. Le Conseil d'État vous a dit, en tout cas, que ce n'était pas un arrêté ministériel. Ici, on ne sait pas si c'est suffisant. Le Conseil d'État ne le dit pas. Il s'agit d'un problème juridique dont certains n'ont cure, ai-je entendu. Comme légaliste, comme démocrate, comme juriste, je suis particulièrement attentive, avec mon groupe, lorsque des mesures sont restrictives. Nous devons asseoir cet accord de coopération sur une base légale solide; ce n'est, à notre sens, pas le cas actuellement sur la base du règlement de l'OMS. Il faut savoir aussi que ces mesures permettront, à un moment donné, à nos concitoyens de voyager à nouveau; c'est en cela que c'est également important.

 

C'est en synthèse ce que je voulais dire sur la base que nous devons prendre. Je voudrais redire aussi que cet accord de coopération a l'air de se décharger pas mal sur les entités fédérées et, plus particulièrement, sur les communes, sur les pouvoirs locaux qui ont beaucoup de travail à réaliser dans cette pandémie. Vous me direz probablement que c'est l'affaire des entités fédérées et de ces communes. Je souhaite néanmoins rappeler que c'est à elles qu'on doit énormément dans la gestion de crise. Les bourgmestres, les collèges et conseils communaux, les services communaux et la police sont mobilisés dans cette crise. On les sollicite beaucoup.

 

Dès lors, il importe également, pour leur demander ces choses, que la base légale soit forte et robuste. Je me permets donc de vous réinterroger sur la fragilité – à notre sens – de ce règlement de l'Organisation mondiale de la Santé (OMS), afin que vous puissiez me rassurer sur le plan juridique et me préciser qu'il s'agit d'une base légale suffisamment solide.

 

10.04  Katleen Bury (VB): Ik ben eigenlijk blij dat ik een beetje later aan het woord mag komen. In de commissie ging het ook zo: we kregen maandagmiddag voor onderhavig wetsontwerp anderhalf uur de tijd om het op een drafje te behandelen met de boodschap dat het deze week in alle parlementen aan de orde zou komen en erover zou worden gestemd. Er kwam zelfs geen antwoord op het zeer goede betoog van mevrouw Matz over het verdrag als wettelijke basis. Dat zal alleszins aanleiding geven tot heel wat geschillen voor de rechtbank. Ik meende dat de minister nu zijn lesje zou hebben geleerd, zeker na wat er de jongste dagen in de kranten is verschenen. Maar neen, men begaat hier gewoon dezelfde fout.

 

Het kan gewoon niet dat een initiatief inzake de verwerking van persoonsgegevens zo snel door onze strot geramd wordt in de verschillende commissies en nu in de plenaire vergadering. Wij staan voor voldongen feiten. Wij moeten daarmee instemmen. Er was enkel een bespreking in de commissie voor de Justitie, zonder dat experts of het middenveld in hoorzittingen aan het woord kwamen.

 

Bovendien moeten we vaststellen dat, gelet op de korte verwerkingstermijn, verschillende opmerkingen van de Raad van State, de Gegevens­beschermings­autoriteit en het Controleorgaan op de politionele informatie gewoon niet werden verwerkt.

 

Is de rol van het Informatieveiligheids­comité GDPR-conform, luidde een vraag van collega D'Haese, die hier nu niet aanwezig is? Moet dat comité zich beperken tot het bepalen van de technische modaliteiten? Is de gegevensoverdracht aan derden, aangezien het zelf niet over beleidsmarge beschikt om daar toelating voor te geven, wel GDPR-conform? Ik heb maandag goed geluisterd, maar ik heb op al die vragen geen antwoord gekregen. Dat verontrust mij.

 

Vandaar dat wij ons bij de stemming zullen onthouden.

 

10.05  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, on l'a dit, cet accord de coopération vise à assurer un meilleur respect de la quarantaine ou du test de dépistage obligatoire, avec la transmission des données recueillies grâce au fameux Passenger Locator Form (PLF), dans un premier temps aux entités fédérées, et ensuite aux autorités locales ainsi qu'aux services de police.

 

Sur le plan de la santé publique et de la gestion du risque sanitaire, cet accord de coopération a bien évidemment tout son sens. Il n'en demeure pas moins que le traitement des données à caractère personnel des citoyens dans le cadre de la lutte contre le coronavirus continue de poser question, à l'instar du premier accord de coopération, qui portait sur le suivi des contacts et qui avait, à l'époque, fait l'objet de vifs débats.

 

Votre gouvernement n'a eu de cesse d'être interpellé par la société civile et les constitutionnalistes vous faisant part de leurs craintes quant au droit à la vie privée qui, malgré sa consécration à l'article 22 de notre Constitution, est plus que jamais malmené, voire entravé. Mon collègue François De Smet a d'ailleurs interrogé tout récemment votre collègue, le secrétaire d'État Mathieu Michel, sur des dérives attestées en la matière, qu'il s'agisse de la régionalisation larvée de la protection des données par le gouvernement flamand, du recours à la plate-forme Doclr pour les convocations vaccinales, du sinistre projet Putting Data at the Center ou encore de la sous-traitance par l'Office national de sécurité sociale (ONSS) des données des travailleurs.

 

À chaque fois, les réponses étaient évasives, donnant ainsi le sentiment que les règles relatives à la protection des données à caractère personnel sont aujourd'hui en proie à un affaiblissement qui est dangereux pour nos libertés fondamentales. À cet égard, ayez l'honnêteté, cher collègue, de reconnaître que les remarques pertinentes et du Conseil d'État et de l'Autorité de protection des données, suscitent un certain malaise en termes de définition des concepts, de délai de conservation des données, de processus décisionnel, de carence de réglementations servant de base au traitement des données, mais aussi de délégation de pouvoirs au très controversé Comité de sécurité de l'information.

 

Tant le Conseil d'État que l'Autorité de protection des données ont mis en évidence que le principe de légalité n'était pas rempli en tous points par cet accord de coopération. Il suffit de s'en référer au principe de finalité - à savoir, "lutter contre la propagation du covid, assurer le traçage et le suivi des contacts" - pour comprendre à quel point il est libellé de manière trop générale. Trop d'aspects relatifs à la collecte, au traitement, voire au partage des données communiquées dans le cadre des PLF restent flous.

 

Je n'aurais donc qu'une seule question à vous poser, madame et monsieur les ministres: la fin justifie-t-elle les moyens? La lutte contre le covid doit, bien évidemment, requérir notre énergie à tous, mais au moyen de balises juridiques sûres. Or force est de constater que l'accord de coopération n'offre pas cette indispensable sécurité juridique. C'est pourquoi mon parti s'abstiendra sur ce projet de loi. Je vous remercie de votre attention.

 

10.06  Vincent Van Quickenborne, ministre: Chers collègues, je ne vais pas refaire le débat que nous avons eu en commission. En ce qui concerne l'ordonnance du tribunal de Bruxelles, j'ai l'impression que certains d'entre vous tirent des conclusions qui n'en sont pas. Monsieur Boukili, vous dites que les mesures sont annulées par l'ordonnance. Pas du tout!

 

L'ordonnance dit au gouvernement qu'il faut une base légale pour l'arrêté ministériel au plus tard dans trente jours, sous peine d'astreintes. Les mesures ne sont pas annulées – et ne le seront pas non plus après le 30 avril – sur base de cette ordonnance. Le fait de dire que tout l'accord de coopération tombe à l'eau…

 

Eerlijk gezegd slaan die redeneringen nergens op.

 

Quelle est la base légale de cet accord de coopération? Cet accord de coopération dans la hiérarchie des normes juridiques équivaut à une loi. Selon la jurisprudence constante de la Cour constitutionnelle, la loi doit fixer les éléments essentiels du transfert de données. C'est précisément ce que fait l'accord de coopération, madame Matz. Cet accord de coopération constitue donc bien une base juridique pour le transfert des données en question.

 

10.07  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, j'ai dit que le tribunal a remis en question la légalité des mesures. Il ne se positionne pas sur le fond des mesures, mais sur la manière dont ces mesures ont été prises, c'est-à-dire par arrêté ministériel.

 

Je vous ai posé une question. Vu l'ordonnance du tribunal sur la légalité de ces mesures, sur la manière dont elles ont été prises, est-il opportun aujourd'hui de discuter d'une loi qui aura une action sur des mesures faisant partie de cet arrêté ministériel? C'est une question que je vous pose. Prenez-vous ce risque d'apposer une loi sur des mesures qui sont remises en question par la justice? J'ai lu le jugement. Il remet en question la base légale de ces mesures.

 

Ou alors, ni le juge ni la presse n'ont compris!

 

10.08  Vincent Van Quickenborne, ministre: L'ordonnance du tribunal s'est attaquée à un arrêté ministériel. La question qui se pose est de savoir s'il y a une base légale. C'est le débat. Mais ici, une loi est prise car un accord de coopération équivaut à une loi. On est ici au Parlement avec les parlementaires. Nous allons bientôt voter, espérons-le. On ne peut pas dire qu'il n'y a pas de débat parlementaire! Il y en a un à l'instant où je vous parle! C'est différent d'un arrêté royal. La nature en est tout à fait différente.

 

Je voudrais aussi ajouter ce que le Conseil d'État notamment a explicitement dit. Je m'excuse de devoir le citer en néerlandais.

 

"De federale overheid kan maatregelen nemen in de strijd tegen de pandemie in het kader van haar residuaire bevoegdheid inzake onder meer civiele bescherming, civiele veiligheid en algemene politie. De federale overheid is eveneens bevoegd voor de controle van de buitengrenzen, wat inhoudt dat de toegang tot het grondgebied kan worden geweigerd omwille van de aanwezigheid of dreiging van besmettelijke ziekten."

 

En ce qui concerne les avis du Conseil d'État, de l'Autorité de protection des données et du COC, nous avons bien répondu. Nous avons tenu compte de ces remarques en grande majorité et pour celles dont nous n'avons pas tenu compte, nous l'avons expliqué dans le memorie van toelichting.

 

Nous avons travaillé vite, certes, mais nous l'avons fait d'une manière substantielle. Nous avons introduit cet accord de coopération avec les cinq autres gouvernements de ce pays. Nous en avons discuté au sein du Comité de concertation à plusieurs reprises. Depuis le début de cette semaine, les différents gouvernements et parlements – sauf le parlement bruxellois – se sont mis d'accord.

 

Mme Rohonyi a posé une question sur la proportionnalité. Là aussi, nous avons traité différemment les mesures de quarantaine et le testing. Pour le testing, quelques données vont directement à la police tandis qu'avec la quarantaine, c'est en cascade. Nous avons bien tenu compte de la proportionnalité. Il y a eu des voyages pendant les vacances de Noël. Si un quart des personnes ne se font pas tester, que voulez-vous que nous fassions? On ne peut les laisser ramener le virus, il faut que les autorités puissent intervenir. D'abord d'une manière préventive, c'est-à-dire en appelant les gens et ensuite avec le testing, monsieur Boukili. Si une personne refuse le testing, cela équivaut à un refus de porter un masque. Si les règles ne sont pas respectées, je pense qu'une amende pourrait finalement être opportune. Si vous croyez que la lutte contre la pandémie se fait sans amende, sans procès-verbal, vous êtes dans un monde complètement différent.

 

10.09  Annelies Verlinden, ministre: Madame la présidente, s'agissant de la question de Mme Matz, il y a une base légale: l'article 23 du International Health Regulations. Il a été transposé en droit belge et a été publié au Moniteur le 18 juin 2007. C'est la base juridique pour cet accord de coopération.

 

Ik heb nog twee aanvullende opmerkingen.

 

Zoals de minister van Justitie al gezegd heeft, is er wel degelijk rekening gehouden met alle opmerkingen van onder andere de Raad van Staten de Gegevensbeschermingsautoriteit en het COC.

 

Bovendien hebben we een akkoord bereikt met alle regeringen van het land, niet op basis van zomaar een tekst, maar op basis van de oprechte overtuiging dat dit samenwerkingsakkoord noodzakelijk is om de pandemie te bestrijden. Het moet het sluitstuk vormen van de controlemaatregelen. We hebben deze regels immers omdat we menen dat ze noodzakelijk zijn en daarbij vormt de handhaving het sluitstuk.

 

Het Informatieveiligheidscomité is wettelijk geregeld en ook in dit samenwerkingsakkoord wordt er niet afgeweken van de wettelijke rol ervan. Er is dus geen beleidsmarge, het enige wat dat comité zal doen is de gegevensmededeling machtigen voor de doeleinden in de bestaande regelgeving, uiteraard op basis van het evenredigheidsbeginsel. Als men suggereert dat er verder wordt gegaan dan wat door het Parlement eerder wettelijk voorzien was, dan wordt dat tegengesproken door teksten zoals ze vandaag voorliggen.

 

10.10  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, je tiens à apporter une petite clarification.

 

Monsieur le ministre, si, à chaque fois, vous déformez mes propos avec autant de panache, cela ne va pas enrichir le débat. Je n'ai pas dit qu'il ne fallait pas du tout de sanction. Vous dites que 25 % des gens ne respectent pas la quarantaine. Je posais la question de savoir pourquoi. Pourquoi ne le font-ils pas? La solution serait que tout le monde respecte les règles. Il faut dès lors se poser la question. Ne serait-ce pas dû au fait qu'ils ont peur de perdre 30 % de leur salaire? Si on garantissait les salaires à 100 %, les gens ne seraient-ils pas plus volontaires pour se mettre en quarantaine? Pourquoi les règles ne sont-elles pas respectées? S'est-on posé cette question dans ce Parlement?

 

Vous dites qu'à un moment donné, il faut les sanctionner. Mais, avant de les sanctionner, a-t-on mis en place toutes les conditions nécessaires pour que les mesures soient respectées, suivies et qu'il y ait une adhésion de la population? Voilà la question!

 

10.11  Vanessa Matz (cdH): Madame la présidente, je suis très interrogative. J'entends le ministre de la Justice qui me dit que la base légale, c'est l'accord de coopération, tandis que la ministre me dit que non, que la base légale est le Règlement de l'OMS.

 

Monsieur le ministre, pourquoi consacrez-vous une page d'exposé des motifs dans votre projet de loi pour dire que la base légale c'est le Règlement de l'OMS si vous me dites que c'est l'accord de coopération lui-même? Non! Il faut une base légale à l'accord de coopération dans lequel est contenu un certain nombre de choses.

 

La réponse que Mme la ministre me donne me semble juridiquement plus probante, sauf que, comme je vous l'ai dit, bien qu'il ait été publié au Moniteur, il n'a pas reçu l'assentiment des Assemblées. Par conséquent, selon l'article 167 de la Constitution, il n'est pas loi au sens juridique du terme. Madame la ministre, nous avons donc une divergence d'appréciation. Je continue de penser que cette base juridique n'est pas une base légale suffisante parce que ce Règlement n'est pas devenu une loi.

 

Mais il est vrai que je suis un peu perturbée, monsieur le ministre, de vous entendre dire qu'au fond, l'accord de coopération est la base légale de l'accord de coopération. Pourquoi consacrez-vous une page entière de votre exposé à expliquer que c'est le RSI qui l'est?

 

Je pense que nous ne lèverons pas ce différend, en tout cas sur la valeur juridique. Mais nous continuons de penser que, quelque part - je m'excuse d'une expression un peu triviale - vous vous êtes fait avoir une fois sur une base légale insuffisante pour prendre des mesures. Il ne faudrait pas que vous vous fassiez avoir une deuxième fois, avec une base juridique qui n'est pas assez robuste.

 

Voilà ce par quoi je voulais conclure; parce qu'on peut se tromper une fois, mais pas persister.

 

10.12  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, monsieur le ministre, j'aimerais quand même qu'on ne caricature pas mes propos. D'ailleurs, je pense que vous avez confondu mes questions, qui portaient davantage sur le principe de légalité, avec celles posées par M. Boukili, qui portaient plutôt sur le principe de proportionnalité.

 

En aucun cas, je ne plaide pour une absence de suivi pour ce qui concerne les personnes qui reviennent de voyage. Ces personnes doivent bien évidemment se conformer aux règles et doivent pouvoir se faire tester et se mettre en quarantaine.

 

Ce sur quoi j'ai mis le doigt, c'est que les remarques formulées par le Conseil d'État et par l'Autorité de protection des données n'ont pas été suivies.

 

J'ai encore un exemple pour vous, qui concerne la définition du PLF. Les données à caractère personnel qui doivent être réclamées ne sont énumérées nulle part de manière exhaustive dans la réglementation. Le contenu du formulaire, tel qu'il est disponible sur le site du SPF Affaires étrangères, est donc susceptible d'être modifié à tout moment. C'est une insécurité juridique à laquelle vous ne répondez pas.

 

C'est un autre exemple de craintes légitimes qui ont été émises et qui n'ont pas été prises en compte. C'était vraiment ce sur quoi je voulais mettre le doigt. Je n'ai malheureusement toujours pas obtenu de réponses à ces questions. Je vous remercie.

 

10.13  Vincent Van Quickenborne, ministre: Madame Matz, vous avez posé une question au sujet de la base légale. Le transfert des données se fonde à présent sur l'accord de coopération. Par ailleurs, ma collègue de l'Intérieur a répondu à propos du fameux PLF qui s'appuie, lui, sur l'article 23 de l'International Health Regulations que le Moniteur belge a publié en 2007. Il ne faut pas confondre ces différents volets.

 

Monsieur Boukili, vous proposez que les gens qui ont les moyens de partir en voyage soient rémunérés à 100 % pendant leur quarantaine. C'est bien votre proposition? Vous me dites que les gens ne vont pas respecter la quarantaine parce qu'ils vont alors perdre de l'argent. Monsieur Boukili, cette mesure en faveur de quelqu'un qui dispose de moyens financiers pour partir en voyage - ce qui est pourtant fortement déconseillé par le gouvernement -, je la qualifie de "justice de classe"!

 

Dat is klassenjustitie! De gewone man die niet kan reizen, zit in quarantaine en geniet tijdelijke werkloosheid, maar van iemand die op reis gaat, zegt u dat wij hem voor honderd procent moeten betalen. Dat is de klassenjustitie van deze communist. Ondertussen kennen we dat. We weten hoe het is afgelopen in die andere landen. Dat is wat u voorstaat, maar dat is niet waar wij voorstaan.

 

10.14  Nabil Boukili (PVDA-PTB): C'est incroyable, monsieur le ministre, de vous voir vous emporter de telle manière! Et vous m'accusez de justice de classe, vous! Alors que je vous ai posé de nombreuses questions en commission de la Justice. Il suffit d'aller les consulter pour voir qui est du côté de la justice de classe.

 

Monsieur le ministre, vous parlez des gens qui ont de l'argent et qui partent en voyage. Ne connaissez-vous personne qui voyage pour des raisons familiales, pour rendre visite à un membre de sa famille qui est malade, ou pour des raisons de travail? Ne connaissez-vous pas ces gens-là? N'ont-ils pas le droit de se demander s'ils vont ou non subir une perte de salaire?

 

Ce que je vous demande ici est: accompagnez-vous les mesures que vous mettez en place, dans votre politique, par des mesures de soutien, des mesures de mise en place d'une logistique garantissant que ces mesures soient suivies et respectées? Lorsqu'il y a un refus du respect des mesures, se pose-t-on la question : la faute n'est-elle pas du côté du gouvernement qui n'a pas mis les moyens nécessaires pour que ces mesures soient respectées?

 

Je prends l'exemple de la vaccination. Quand un centre de vaccination s'ouvre mais que les convocations ne sont pas envoyées, de qui est-ce la faute? Des gens qui ne veulent pas se faire vacciner? Non, c'est la faute du gouvernement qui n'envoie pas les convocations! Vous posez-vous ces questions-là, quand vous imposez des sanctions adossées à des mesures?

 

Franchement, vous me faites le coup de "ceux qui vont en voyage ont de l'argent". Vous êtes déconnecté de la réalité. Ne connaissez-vous personne qui part en voyage pour rendre visite à une personne malade ou mourante, surtout en cette période-ci? Celui-là doit-il être sanctionné via son salaire s'il se met en quarantaine? Vous ne vous posez jamais la question.

 

10.15  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, merci pour votre honnêteté. Vous avez montré, encore une fois ici, la vision libérale qui est la vôtre. Lundi, les travailleuses et les travailleurs de ce pays se sont mis à l'arrêt. Nous avons visité des dizaines et des dizaines de piquets de grève. Savez-vous ce qui ressortait, monsieur le ministre? Ces gens demandent le respect, parce que ce sont eux qui font tourner le pays. Et vous, aujourd'hui, vous osez dire ici que quelqu'un, dont vous resserrez déjà les moyens en lui octroyant un chômage à 70 %, n'aurait pas le droit de partir en vacances! Mais pour qui vous prenez-vous, monsieur le ministre? Cela fait un an que nous vivons avec la pandémie. Vous n'avez pas perdu un franc, et vous venez donner des conseils, et porter un jugement de valeur sur ces travailleurs! Oui, j'espère bien qu'il y a encore des travailleurs dans ce pays qui, malgré qu'ils gagnent 70 % de leur salaire, auront quand même un peu le droit de respirer. Mais merci: au moins votre vision libérale sur la question est claire!

 

10.16  Vanessa Matz (cdH): Monsieur le ministre, je voudrais insister sur deux points qui me semblent essentiels. 

 

Premièrement, je pense que vous ne devez pas, et vous le savez probablement au fond de vous-même, tomber dans des raccourcis qui reviendraient à dire que parce qu'à un moment donné, on interroge juridiquement les choses, on serait, sur le fond, opposé aux mesures. Ce n'est pas le cas. Vous le savez très bien. Le but de nos interventions non seulement sur l'avant-projet de loi pandémie examiné hier mais aussi sur ce dossier important qui nous est soumis aujourd'hui, c'est de blinder juridiquement le dispositif et de pouvoir débattre de la question de savoir si cette législation est suffisamment robuste.

 

Deuxièmement, nous continuons de penser – et nous en reparlerons peut-être plus tard – que l'article 23 du RSI ne constitue pas une base suffisante parce qu'il n'a pas été intégré en droit belge et n'a pas reçu l'assentiment. Toute la doctrine française, notamment sur cette question, tend à signifier que ce n'est pas une loi en tant que telle, et donc pas une base juridique pour le PLF.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1882/3)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1882/3)

 

L’intitulé en néerlandais a été modifié par la commission en "wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht van noodzakelijke gegevens naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers komende van buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België".

Het opschrift in het Nederlands werd door de commissie gewijzigd in "wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht van noodzakelijke gegevens naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers komende van buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België".

 

Le projet de loi compte 2 articles.

Het wetsontwerp telt 2 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

11 Projet de loi portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19 (1851/1-13)

11 Wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1851/1-13)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteurs zijn de heren Laaouej en Vanbesien en de dames Thémont en Jirofléé. Ik zie dat het een mondeling verslag is. Ik geef het woord aan mevrouw Jiroflée.

 

11.01  Karin Jiroflée, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, de bespreking in de commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen van het wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie beperkte zich tot de artikelen 22 en 23.

 

Op artikel 22 werd een amendement ingediend door het cdH. Het amendement werd weerlegd door de minister en later verworpen in de stemming, waarna de artikelen 22 en 23 met eenparigheid van stemmen werden aangenomen.

 

11.02  Björn Anseeuw (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, met onderhavig wetsontwerp worden vooral heel wat steunmaatregelen in het kader van de aanpak van coronapandemie verlengd.

 

Wij steunen veel van die maatregelen, zoals we dat de voorbije maanden ook hebben gedaan. Dat doen wij niet voor onder andere het quarantaineverlof voor werknemers die zogezegd op hun kerngezonde 17-jarige koter moeten passen, om er maar eentje te noemen. Dat steunen wij niet, want die kan gerust voor zichzelf zorgen, maar dat hebben we al eerder gezegd.

 

De nood aan de steunmaatregelen ontstaat niet door het coronavirus, maar wel door de resem aan coronamaatregelen die de regering aan heel veel mensen, onze kmo's en onze middenstand oplegt, zonder dat die wetenschappelijk onderbouwd zijn of minstens daarover transparantie is. Dat is toch wel kwalijk.

 

Daarom wil ik hier het pleidooi van andere leden van mijn fractie en mezelf pleidooi voor meer transparantie over de wetenschappelijke onderbouw van coronamaatregelen herhalen. Onze economie en onze middenstand bloeden vandaag en dat gaat ten koste van heel wat mensen en gezinnen. Daarover gaat het.

 

Komt daar nog eens bij dat de manier waarop de regering met mensen en ondernemers omgaat, onaanvaardbaar is. Vorige week zagen wij een heel pijnlijk voorbeeld. Sinds afgelopen weekend mogen niet-essentiële winkels enkel nog op afspraak werken of met click & collect. Meteen bleek dat heel wat winkeliers met een omzetdaling van 75 tot 85 % worden geconfronteerd, omdat de drempel voor de klanten door de extra coronamaatregel die hun werd opgelegd, veel te hoog is om nog te gaan winkelen. Die winkelier heeft intussen heel wat kosten gedaan om alles in goede coronabanen te leiden en om tegemoet te komen aan al die extra maatregelen, zoals de ingebruikname van een afsprakensysteem en de inzet van extra personen voor het onthaal in de winkel, zodat alles ordentelijk zou verlopen.

 

Maar er volgde na het weekend nog een tweede koude douche. Het dubbel overbruggingsrecht dat voor het weekend voor de winkeliers werd aangekondigd, bleek na het weekend iets om te lachen te zijn. Eerder deze week stelde ik daarover in de commissie voor Sociale Zaken vragen aan minister Clarinval en het enige antwoord dat de arme man kon geven, was dat als men dubbel overbruggingsrecht wil krijgen, men zijn winkel maar moet sluiten. Dat is natuurlijk onbegonnen werk, want een winkelier blijft open omdat zijn concurrent aan de overkant openblijft en vice versa. Commercieel komt het neer op zelfmoord, als men sluit, terwijl de concurrent openblijft. Men stoot dan klanten af en die gaan ergens anders heen. Dat is het laatste wat een winkelier wil.

 

Zo voert u niet ordentelijk beleid, nog wel nu onze middenstand, ook in Vlaanderen, het ontzettend moeilijk heeft. Minister Clarinval kon natuurlijk niet anders dan het antwoord geven dat hij heeft gegeven. De voorbije maanden hebben voldoende aangetoond dat minister Clarinval inderdaad wel strijdt voor onze zelfstandigen, voor onze kmo's en voor onze middenstand, maar kennelijk mocht hij dat nu niet meer, want iemand moest blijkbaar iemand anders een lesje leren.

 

De voorbije weken hebben we het wel gezien. Vooral bij de PS, maar ook bij Open Vld vond men dat Georges-Louis Bouchez al te vaak zijn boekje te buiten ging en dus moest de MR worden gestraft. Wie wordt hier eigenlijk echt gestraft door een plat politiek spel, onder andere van Open Vld? Dat is onze middenstand. In Vlaanderen hebben we wel nogal wat van die middenstanders en kmo's. Het is eigenlijk zeer kwalijk dat zij het slachtoffer worden van een plat politiek spel, omdat er onenigheid is in de regering, terwijl de bevoegde minister van de MR alles uit de kast haalt om de middenstanders en winkeliers te ondersteunen.

 

Mijn eerste oproep aan de regering luidt dan om te stoppen met onderlinge politieke spelletjes. Geef steun aan wie die nodig heeft. Zorg voor fijnmazige maatregelen, zodat degenen die het hardst lijden onder de corona-aanpak, het best ondersteund worden. Dat doet u alleszins niet ten aanzien van de middenstanders. Nogmaals, ik roep dus op tot eensgezindheid en tot het stoppen van politieke spelletjes op de kap van onze middenstand.

 

Overigens, het is allemaal wel goed en wel om steunmaatregelen te nemen, maar als men een en ander bekijkt in het licht van de politieke spelletjes, kan men daar toch vragen bij stellen. Hoe dan ook – daarover gaat mijn tweede oproep -, moet u het probleem bij de wortels aanpakken. Dat betekent voortaan dat u enkel coronamaatregelen die wetenschappelijk aantoonbaar het gewenste effect sorteren, neemt. Vandaag weet blijkbaar niemand echt goed welke maatregel in welke mate wel of niet zou werken. Ik verwijs naar de onverkwikkelijke uitspraken van een paar dagen geleden van minister Verlinden dat nog eens goed moet worden nagekeken of de niet-essentiële winkels al dan niet een rol spelen in de cijfers van de besmettingen. Die uitspraken deed ze wel, nadat men de winkeliers het werken nagenoeg onmogelijk had gemaakt. Dat is echt onverantwoord beleid, dat is echt een onverantwoorde manier van besturen. Het is zeker onverantwoord om de vele kmo's, de vele middenstanders, de vele winkeliers en hun werknemers zomaar het bos in te sturen zonder enige steun die naam waardig, met vooral heel wat extra verplichtingen die hen het werken onmogelijk maken.

 

Ik rond af met mijn twee oproepen. Ten eerste, stop met platte politieke spelletjes te spelen in de regering. U hoeft de MR niet te straffen. U mag zeker onze middenstand niet straffen. U moet de winkeliers daarentegen steunen door, ten eerste, inderdaad te voorzien in een overbruggingsrecht dat in verhouding staat tot het inkomen dat ze verliezen – het is inderdaad een vervangingsinkomen – en door, ten tweede, op te houden met het opleggen van coronamaatregelen waarvan niemand weet, ook de regering zelf kennelijk niet, of ze eigenlijk wel werken of niet.

 

11.03  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, collega's, op dit ogenblik woekert de gezondheidscrisis nog altijd in onze samenleving. Er zijn nog altijd ondernemingen die gedwongen worden om hun activiteiten neer te leggen of sterk te beperken. Het is bijzonder belangrijk dat wij de ondernemingen blijven ondersteunen. Dat is precies wat wij vandaag met de voorliggende maatregelen zullen doen, want de economie bloedt, zoals de heer Anseeuw terecht zegt.

 

Ik weet dat sommige collega's bezorgd zijn over het steeds weer geld uitgeven in dit kader en ik begrijp die bezorgdheid, maar we mogen een aantal zaken toch niet uit het oog verliezen. Het gaat hier over bedrijven die in se gezond zijn, maar die omwille van een gedwongen sluiting of een beperking van de activiteiten steun krijgen omdat ze het nu moeilijk hebben.

 

Het gaat ook om steun die tijdelijk is. Het is geen structurele, blijvende steun. Het gaat ook niet over het in stand houden van zombiebedrijven, bedrijven die geen kans maken, bedrijven in moeilijkheden. We hebben van in het begin gezegd dat de steun gaat naar bedrijven die vóór de crisis gezond waren. Het is de bedoeling dat we die bedrijven door de crisis loodsen.

 

Zowel economen als de Nationale Bank verzekeren ons dat tijdelijke eenmalige maatregelen misschien wel pijn doen aan de openbare financiën, maar op langere termijn niet zo'n problemen zijn. Met eenmalig wordt hier bedoeld: gedurende de periode van de gezondheidscrisis, die dus nog altijd bezig is. Als we tijdelijke maatregelen kwartaal per kwartaal verlengen, omdat we voorzichtig blijven, dan beschouwen we dat nog altijd als eenmalige maatregelen. Het zijn geen structurele maatregelen die blijvend wegen op de overheidsfinanciën.

 

De heer Leysen heeft daarover vanmorgen nogmaals zijn bezorgdheid geuit, maar we zijn het daarover eens. We moeten waken over die tijdelijkheid.

 

Het gaat trouwens niet alleen over de tijdelijkheid. De maatregelen moeten ook doelgericht zijn. Dat zijn ze ook, mijnheer Anseeuw. Dat wordt ons bevestigd door de gouverneur van de Nationale Bank. We schieten niet zomaar in het wilde weg. De steun is gericht op die sectoren die het nodig hebben. Daarmee verzekeren we dat elke euro die wordt uitgegeven een goed en verstandig uitgegeven euro is.

 

We zijn ook niet de enigen met dergelijke maatregelen, mijnheer Anseeuw. Alle andere Europese landen nemen gelijkaardige maatregelen. Als alle andere Europese landen ook maatregelen nemen zonder enige wetenschappelijke achtergrond, dan gaan we allemaal richting de afgrond, maar we zijn daarin niet alleen.

 

Een tweetal weken geleden vond een vergadering van de Eurogroep plaats en een van de duidelijke statements die daar werd gemaakt, is dat de landen van de Eurogroep het erover eens zijn dat fiscale ondersteuning van de economie, van de bedrijven en van onze inwoners, waarmee wij nu bezig zijn, behouden moet blijven zolang de gezondheidscrisis niet voorbij is en het herstel duidelijk begonnen is. De Eurogroep zegt dat het prematuur intrekken van fiscale maatregelen te allen prijze moet worden vermeden.

 

Wij vragen veel inspanningen aan onze bevolking. Telkens opnieuw moeten wij de bevolking vragen om die inspanningen vol te houden. Op bepaalde momenten moet er zelfs opnieuw verstrengd worden. Welnu, ook voor ons, voor de overheid, geldt dat wij de inspanningen moeten blijven volhouden, ook als ze pijn doen, voor het welzijn van onze inwoners, voor het welzijn van onze bedrijven en ook om een nog groter economisch en financieel bloedbad te vermijden.

 

Zodra de gezondheidscrisis onder controle is en het economisch herstel duidelijk is ingezet, moeten wij bekijken hoe wij onze koers kunnen aanpassen. Dat zal onder andere moeten gebeuren met een ambitieus investeringsplan. Vanmorgen bespraken wij al dat de regering een investeringsplan had opgesteld tot 130 % van het herstelbudget dat wij van Europa zullen krijgen. De regering heeft beslist om die 30 % extra niet te schrappen, maar daar zelf investeringsmiddelen voor in te zetten. Vanmorgen liet de heer Loones uitschijnen dat dat onverantwoord was, maar ik ben het daar niet mee eens. Investeringen in infrastructuur en digitalisering zullen een sleutelelement zijn in de relance en in de heropbouw van onze samenleving.

 

Echter, tot zolang, tot wanneer wij daaraan kunnen beginnen, moeten wij de huidige inspanningen volhouden. Onze fractie zal de nu voorliggende maatregelen dan ook volmondig steunen.

 

11.04  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer Vanbesien, met alle respect maar ik pleit voor coronamaatregelen die een wetenschappelijke onderbouwing kennen. Er moet bovendien enige transparantie zijn over die wetenschappelijke onderbouwing. U haalt eigenlijk het flauwste argument aan dat men kan aanhalen. U zegt namelijk dat er wetenschappelijke onderbouwing is want als die er niet was, dan hadden alle andere Europese landen geen soortgelijke maatregelen genomen. Bewijs uit het ongerijmde dus. Als dat uw sterkste argument is, dan rijst de vraag waarom nagenoeg alle Europese landen op een bepaald moment gestopt zijn met het toedienen van AstraZeneca terwijl België het wel bleef gebruiken. Uw argument snijdt dus geen hout.

 

Verder zegt u dat we een inspanning vragen van de bevolking. Dat klopt echter niet, we vragen niets van de bevolking, we leggen de bevolking echter wel heel wat vrijheidsbeperkende maatregelen op. Als men de pretentie heeft om dat te doen, in de mate waarin daar een wettelijke basis voor bestaat, dan moet men dat goed kunnen uitleggen, met objectieve gegevens en een wetenschappelijke onderbouwing. Die onderbouwing is er vandaag niet want anders was die uitleg al lang gegeven. Het is dan voor alle duidelijkheid ook geen wonder dat het draagvlak voor die maatregelen smelt als sneeuw voor de zon. Dat is geen toeval, het draagvlak verdwijnt omdat er geen transparante wetenschappelijke onderbouwing is.

 

We zijn gestart met een aantal vrijheidsbeperkende maatregelen in het kader van de corona-aanpak, zonder dat er wetenschappelijke evidentie was. Er waren vermoedens en een goed ontwikkeld buikgevoel maar een echte wetenschappelijke onderbouwing was er niet. Dat is ook de reden waarom het nu zo moeilijk is om hiervan af te stappen. Men kan nu immers ook geen wetenschappelijke onderbouwing voorzien om de maatregelen af te bouwen. Dat is bijzonder kwalijk. Het is dus meer dan ooit nodig om daar wel klaarheid over te scheppen. Uw flauw argument dat de anderen het ook doen snijdt geen hout, AstraZeneca is daar het mooiste bewijs van.

 

11.05  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik voelde mij persoonlijk aangesproken door de heer Vanbesien. Ik wil een korte repliek geven, want ik zou niet willen dat er geen debat is in het Parlement.

 

De heer Vanbesien zegt dat ik deze ochtend bezwaar zou hebben gemaakt tegen het feit dat deze regering wil investeren. Aanvankelijk was een Europees investeringsprogramma van 130% van de voorziene budgetenveloppe uitgewerkt. Nu is dat teruggebracht tot 100 %. De regering heeft echter besloten om daar niet in te gaan snoeien en de resterende 30 % te financieren via de gewone begroting.

 

Het punt dat ik vanochtend gemaakt heb, is blijkbaar niet goed overgebracht, dus ik probeer het graag nogmaals toe te lichten. Ik stel vast dat de Europese Centrale Bank zegt dat België het slechter doet dan alle buurlanden. Ons tekort omwille van corona is groter dan dat van alle anderen. Boven op die slechte budgettaire toestand omwille van corona, stelt de Europese Centrale Bank dat België een extra nadeel oploopt omdat hier een uitdaging rond vergrijzing is. Die uitdaging is hier veel groter dan in een aantal andere landen. De Europese Centrale Bank maakt zich daar zorgen over.

 

Onder andere de minister van Financiën Van Peteghem repliceert dat paniek niet nodig is en dat dit opgelost zal worden door hervormingen. Zo kunnen overheidsmiddelen beter besteed worden, waar mogelijk kan er bespaard worden om beter te kunnen investeren. Volgens de minister mag de Europese Commissie daar zelfs gigantisch streng op toezien: dat hervormingsbeleid zal effectief gerealiseerd worden. De Europese Centrale Bank slaat alarm, minister Van Peteghem zegt dat het allemaal in orde komt. Tot daar de woorden, nu moeten de daden komen.

 

In het Parlement stellen we vast dat de regering gewoon geld uitgeeft. Er wordt voordurend geld uitgegeven, maar van die hervormingsagenda zien we niks. Er wordt gewoon meer en meer gefinancierd, maar er wordt niet hervormd. Daar maak ik mij zorgen om, mijnheer Vanbesien. Ik vind het goed dat er geïnvesteerd wordt, dat er productieve investeringen worden gedaan, maar die moeten gepaard gaan met een hervormingsbeleid. Ik zie enkel een regering die het blikje voor zich uit schopt. De regering gebruikt het Europees geld als excuus om niet te moeten hervormen, omdat ze weer een tijdje verder kan. Dit punt maakte ik vanmorgen.

 

11.06  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Dank u wel voor uw verklaring, mijnheer Loones.

 

Ik onthoud dat het hier gaat hier om investeringen die onze infrastructuur zullen verbeteren en die ook tot doel hebben om de productiviteit te verbeteren. Dat is dus met andere woorden geld dat geïnvesteerd wordt en waar ook een return op komt. Dat geld zijn we dus niet kwijt. Het is evident dat ook hervormingen nodig zijn. Dat staat ook in het regeerakkoord. Die hervormingen zullen ook wel komen. Dat betekent niet dat die investeringen niet moeten gebeuren.

 

Mijnheer Anseeuw, wat wetenschappelijk bewijs betreft, meen ik dat iedereen het er wel over eens dat wat ervoor zorgt dat mensen ziek worden, contact is met andere mensen die de ziekte hebben. Dat is hoe het virus overgedragen wordt. Maatregelen die contacten beperken en contacten verminderen, zijn maatregelen die helpen tegen de verspreiding van het virus. Het bewijs dat zij werken, kunt u zien in de curven van de besmettingen.

 

11.07  Björn Anseeuw (N-VA): De ene maatregel die het contact beperkt, is de andere niet, natuurlijk. De vraag is of de mate waarin men strengere maatregelen neemt evenredig meer effect sorteert, of niet. Ik meen dat het antwoord daarop minstens bijzonder onduidelijk is. Dat debat moet worden gevoerd in alle transparantie.

 

Als men natuurlijk alles op een hoop gooit, is het makkelijk om dat debat niet te moeten voeren. Ik stel alleen vast dat heel wat maatregelen die worden opgelegd aan de bevolking steeds minder worden nageleefd. En als men met die realiteit ook geen rekening houdt, maakt men alleen zichzelf iets wijs, maar maakt men voor heel wat middenstanders het werken en het leven onmogelijk.

 

11.08  Sophie Thémont (PS): Madame la présidente, chers collègues, nous traversons une crise inédite depuis plus d'un an. Elle creuse les inégalités présentes dans notre société et il fallait donc des mesures inédites mais également exceptionnelles pour contrer ce mouvement et maintenir à flot les travailleurs, les personnes précarisées et les étudiants. Avec mon groupe, nous nous réjouissons que ce projet de loi apporte des réponses concrètes aux personnes impactées d'une façon ou d'une autre, d'abord en prolongeant et en étendant certaines mesures antérieures comme le congé de quarantaine. Le droit pour les parents de s'absenter du travail en cas de fermeture d'une école a été étendu à toutes les quarantaines d'enfants et les annulations de stages de Pâques seront assimilées à une fermeture d'école. Il y a également la prolongation d'une prime de 50 euros aux bénéficiaires du revenu d'intégration sociale, de la GRAPA et d'allocations de remplacement.

 

En outre, de nouvelles dispositions sont mises en place. Je pense aux jeunes fragilisés par la crise avec la décision d'augmenter la subvention octroyée aux CPAS dans le cadre du projet individualisé d'intégration sociale. Les jeunes disposeront de plus de moyens pour affronter cette période difficile. Je pense aussi aux secteurs de la culture et de l'événementiel, qui pourront limiter leurs coûts salariaux pour faire face à la réouverture sans avoir tiré de bénéfices de la saison précédente.

 

Je voudrais conclure en ajoutant qu'il est aujourd'hui important d'insister sur le fait que toutes ces mesures sont et doivent être temporaires. Elles devront être évaluées pour envisager des changements plus structurels des dispositifs à long terme pour que la relance soit le levier d'une plus grande justice sociale.

 

11.09  Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, aangezien de meeste noodmaatregelen die de regering nam om de sociaal-economische gevolgen van de coronacrisis te verzachten gisteren ten einde liepen, worden zij logischerwijs met het voorliggend wetsontwerp verlengd. Het spreekt voor zich dat onze fractie dat wetsontwerp tot verlenging van de tijdelijke covidondersteuningsmaatregelen zal goedkeuren, maar wij hebben wel wat kritische bemerkingen bij een aantal principiële kwesties.

 

De economische gevolgen van de lockdownmaatregelen opgelegd door de regering zijn voor heel wat zelfstandigen en bedrijven levensbedreigend. Bovendien zijn bepaalde genomen maatregelen spartaans te noemen en de ondersteuning is wat ons betreft maar minimaal. Als er dan nog eens loze beloften worden gedaan door de regering – ik verwijs in deze, net zoals collega Anseeuw, naar de discussie over het dubbele overbruggingsrecht voor zelfstandigen die op afspraak werken – is het toch ontstellend hoe men de ene week een maatregel kan afkondigen om die een week later zonder verpinken en zonder enige schaamte weer in te trekken. De ondersteuning – dat moeten wij vlakaf zeggen – is dus volstrekt onvoldoende voor de meeste handelaars. Veel van die zelfstandigen zien op een jaar tijd hun levenswerk kapotgaan en zien het letterlijk niet meer zitten, met alle droevige gevolgen van dien.

 

De betaling van de jaarlijkse bijdragen ten laste van vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen mag iets later gebeuren, namelijk uiterlijk tegen eind 2021. Dit soort forfaitaire belasting is een doorn in het oog van de bedrijven, zeker nu veel bedrijven, onder andere in de horeca en de toeristische sector, niet kunnen openen. Voor die specifieke sectoren blijft het overigens nog steeds de vraag wanneer zij überhaupt zullen kunnen openen. Ook zij zitten al meer dan een jaar te wachten op perspectief, op een lichtpuntje.

 

Wij mogen bovendien niet vergeten dat een bedrijf dat geen omzet kan genereren, belastingen blijft betalen: gemeentetaks, provincietaks, onroerende voorheffing, sociale bijdragen, SABAM, verplichte bijdragen aan de diensten voor bescherming en preventie op het werk enzovoort. Bedrijven die min of meer in staat zijn hun gewone bedrijfactiviteit voort te zetten, kunnen dat betalen, maar bedrijven die verplicht gesloten zijn, moeten dat betalen met de steun die zij krijgen. Dat is een vestzak-broekzakoperatie voor die zelfstandigen en bedrijven. Wij betreuren dus dat de maatregel totaal geen rekening houdt met de specifieke problemen die zich stellen voor de verplicht gesloten bedrijven. Wie verplicht gesloten is, zou in dezen op zijn minst pro rata niet hoeven te betalen.

 

Ik kom bij het schadeloosstellingfonds voor vrijwilligers die het slachtoffer zouden zijn van hun engagement in de covidcrisis. Het fonds werd reeds in juni 2020 opgericht.

 

Met de desbetreffende artikelen wordt de werking van het fonds verlengd tot 1 januari 2022.

 

Het is een goede zaak dat een en ander reeds preventief werd geregeld. Wij vernamen echter helaas in de commissie dat er een slachtoffer te betreuren is.

 

Inzake de aangeboden kapitalen plus de maximaal 1.020 euro begrafeniskosten blijven wij erbij dat die bedragen aan de lage kant zijn.

 

Het is spijtig dat minister Vandenbroucke hier niet aanwezig is, maar in de commissie wees ik op het, weliswaar administratief, feitje dat op de webstek van Fedris nog melding wordt gemaakt van een foutieve einddatum. Ook vandaag nog staat de datum van 1 juli 2020 op de webstek. Om te verhinderen dat er een non-take-up zou plaatsvinden, lijkt het aangewezen de datum aan te passen.

 

Ik ga door naar de artikelen 38 en 39. De commissie voor Sociale Zaken vatte veel ministers en het ging dus ook om veel artikelen. Met die artikelen uit het wetsontwerp wordt de regeling waarbij vrijwilligers ook in de privaatcommerciële sector aan de slag kunnen, verlengd tot eind juni 2021.

 

Het is de bedoeling de vrijwilligers niet enkel actief te laten zijn in de organisaties die als vzw geboekstaafd staan, maar ze ook actief te laten zijn in de commerciële rusthuizen.

 

Zoals ik in de commissie reeds aangaf, zonder de maatregel in vraag te stellen, hebben wij toch enkele bezorgdheden. Minister Vandenbroucke moest het antwoord schuldig blijven op de vraag hoeveel vrijwilligers in die organisaties actief zijn.

 

De vraag blijft nog steeds in welke mate de regel wordt gecontroleerd en opgevolgd dat de betrokken vrijwilligers de reguliere tewerkstelling niet mogen innemen. De minister erkende dat een evaluatie van de huidige maatregel nuttig kan zijn en dat eventuele klachten over misbruik steeds zullen worden onderzocht.

 

Ik mag dus hopen dat dat ook daadwerkelijk zal gebeuren en worden opgevolgd.

 

In de commissie benadrukte de minister evenwel dat het vrijwilligerswerk in de commerciële rusthuizen ook voor die regeling een uiterst uitzonderlijke maatregel en dus tijdelijk van aard is.

 

Ik verwees in mijn uiteenzetting ook naar het feit dat door de hoge sterftecijfers wegens COVID-19 de bezettingsgraad van de kamers in de betrokken zorginstellingen een flink stuk lager ligt dan vóór de crisis. De leegstand loopt volgens cijfers van begin februari 2021 op van 10 tot 20 %.

 

De vraag blijft dus of dat een invloed heeft op het vast personeelsbestand binnen die instellingen. Met andere woorden, als de reguliere tewerkstelling in die instellingen daalt door de lagere bezetting, dan lijkt het inzetten van vrijwilligers een contradictie. Voor alle duidelijkheid, wij zijn niet tegen die maatregel, maar wij wensen toch te benadrukken dat verder moet worden ingezet op het behoud van reguliere tewerkstelling.

 

Mevrouw de minister, ik ben blij dat u hier aanwezig bent. Betreffende de verlenging van de coronapremie, toegekend aan gerechtigden van bepaalde sociale bijstandsuitkeringen, wijzen wij er, zoals in de commissievergadering, op dat een deel van de personen met een handicap van die regeling werd uitgesloten, namelijk diegenen die een invaliditeitsuitkering krijgen via het ziekenfonds. Naar onze mening gaat het nog steeds om een onrechtvaardigheid ten opzichte van die groep, omdat de personen met een handicap die via de FOD een uitkering genieten, die premie van 50 euro wel krijgen. Ik kaartte dat reeds enkele keren aan en u beaamde overigens dat die regeling onrechtvaardig is, maar ik vermoed dat er daarover geen consensus werd bereikt binnen de regering. Volgens ons is dat nog steeds een gemiste kans. Om die reden hebben wij bij dat artikel opnieuw ons amendement ingediend om aan de verzuchtingen van die mensen gevolg te geven. Wij hopen dan ook op steun voor ons amendement om die sociale ongelijkheid recht te zetten.

 

Een amendement, ingediend door mijn collega's uit de commissie voor Financiën, zal ik eveneens toelichten. Het uitsluiten van de maatregel van vennootschappen die als gevolg van de COVID-19-crisis in moeilijkheden zijn geraakt, zou betekenen dat de vennootschappen die dringend herkapitalisatie nodig hebben, buiten het toepassingsgebied van de maatregel vallen. Wij stellen dus vast dat ondernemingen die in moeilijkheden verkeren, geen beroep kunnen doen op de belastingvermindering in het kader van het verwerven van nieuwe aandelen. Ook daarover hebben wij dus opnieuw een amendement ingediend.

 

Zoals ik in het begin al zei, onze fractie zal, niettegenstaande onze kritische opmerkingen, dit wetsontwerp mee steunen in het belang van de rechthebbenden.

 

11.10  Marie-Christine Marghem (MR): Il s'agit d'un ensemble de mesures cohérentes, certaines étant nouvelles, d'autres prolongées. Comme tout le monde l'a dit, nous souffrons tous - beaucoup moins dans cette enceinte qu'à l'extérieur - de la crise sanitaire qui se prolonge, avec toutes les conséquences dommageables que l'on connaît.

 

Il nous tarde bien évidemment de pouvoir participer et travailler au redémarrage réel de notre économie, au travers de réformes structurelles telles qu'une réforme fiscale, qui est prévue durant cette législature et qui doit faire en sorte que nous disposions d'un système fiscal plus simple et plus juste. Aujourd'hui, nous sommes dans le tourbillon de la crise, et nous devons poursuivre et augmenter nos aides ainsi que les mesures de soutien que nous avons lancées depuis le début de cette crise dans notre pays.

 

D'aucuns l'ont dit, ces mesures sont destinées à tous les segments de la société touchés par la crise, et ils sont nombreux, que ce soit dans les secteurs de soins, dans l'enseignement, auprès des étudiants, des CPAS et des pensionnés, mais aussi, soulignons-le, auprès de nos indépendants, de l'horeca et de l'événementiel, qui connaissent d'immenses difficultés depuis plus d'un an et que nous ne pouvons pas non plus - bien au contraire - laisser au bord du chemin, parce qu'ils sont le sel et le liant de toute notre société et de son activité économique.

 

Nous souhaitons remercier le gouvernement et les collègues au sujet de l'amendement qui concerne la possibilité d'une nouvelle modification des conventions-cadres dans le cadre du tax shelter pour les secteurs de l'audiovisuel et des arts de la scène. Il s'agit d'une mesure simple, mais qui va aider énormément ce secteur qui en a vraiment besoin.

 

Malgré toutes les critiques que l'on entend de part et d'autre dans cet hémicycle, je crois que tout le monde - et cela a encore été dit il y a quelques instants - reconnaît le besoin de soutien, que ce besoin de soutien est essentiel, ne peut cesser et doit se poursuivre dans l'intérêt de notre économie et de notre société, pour que nous puissions relancer le plus rapidement possible notre économie.

 

11.11  Steven Matheï (CD&V): Mevrouw de voorzitster, ook onze fractie zal dit wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen steunen. Het ontwerp omvat de verlenging van bepaalde maatregelen die we in het recente verleden reeds hebben genomen, maar voegt er nog een aantal belangrijke, nieuwe steunmaatregelen aan toe. Ik onderstreep dat het tijdelijke maatregelen zijn, die als dusdanig een voorbode moeten zijn van bepaalde relancemaatregelen voor bepaalde sectoren wanneer deze opnieuw open kunnen, zoals de horeca.

 

Die steunmaatregelen situeren zich in een heel specifiek economisch klimaat. Een aantal weken geleden hebben we Pierre Wunsch van de Nationale Bank het relaas horen brengen van de economische effecten van deze crisis. Kort samengevat, dit is een zware, maar ook atypische economische crisis. Zwaar omdat met een pennentrek drie jaar economische groei verloren gaat en bepaalde sectoren bovenmatig hard worden getroffen, zoals de dienstensectoren, waar er direct contact met de consument is. De crisis is ook atypisch omdat de particuliere consumptie daalt, terwijl de spaarquota globaal gezien spectaculair de hoogte ingaan.

 

Pierre Wunsch zei toen ook dat dankzij de maatregelen die vorig jaar en in de loop van dit jaar werden genomen de economische effecten heel goed zijn gemanaged en opgevangen, en dat een instorting van ons economisch systeem daardoor is vermeden. Dat is net de bedoeling van steunmaatregelen, dat is net de bedoeling van de steunmaatregelen in dit wetsontwerp.

 

Wij moeten echter ook goed beseffen dat na de steunmaatregelen op een bepaald moment de stap moet worden gezet naar echte steun- en relancemaatregelen, die we hier waarschijnlijk heel uitgebreid zullen bediscussiëren.

 

Niet alleen wij nemen steunmaatregelen. Ook de lokale besturen en de deelstaten zijn zeer actief. Het federale niveau kon dus niet achterblijven. In dit ontwerp worden heel wat maatregelen doorgetrokken. Denk maar aan de 6 % op handgels, de 15 % bedrijfsvoorheffing voor de tijdelijke werklozen, de vrijstelling voor de steunmaatregelen die door de deelstaten en de lokale besturen zijn gegeven. Kortom, deze maatregelen treffen velen van ons: zelfstandigen, burgers, kmo's, vrijwilligers enzovoort.

 

Ik wil een aantal maatregelen belichten. Een maatregel gaat over een belastingvermindering voor het verwerpen van nieuwe aandelen. Dit is een belangrijk maatregel voor de ondersteuning van onze kmo's, omdat het inwerkt op de solvabiliteit en de liquiditeit. Het zet onze burgers tegelijkertijd aan om hun spaargeld te investeren in onze eigen kmo's.

 

Een andere belangrijke, nieuwe maatregel is het belastingvoordeel voor het kwijtschelden van huur. Dat is een maatregel die wij zeer genegen zijn, want wij hadden daarvoor zelf ook voorstellen gedaan. Wij zijn blij dat dit in dit ontwerp ook terugkomt. Dat is een maatregel waarbij de huur en de huurvoordelen door de verhuurders kunnen worden kwijtgescholden, wat de verhuurders dan als een belastingvoordeel kunnen inbrengen. Dat is een heel concrete maatregel die voor bepaalde sectoren, die hard getroffen zijn en die vaste kosten hebben die blijven doorlopen zoals het betalen van de huur, een groot effect kunnen genereren. Belangrijk hierbij is dat hierover ook de nodige communicatie zal gebeuren, zodat de maatregel op het terrein zal worden toegepast. Als deze maatregel immers veel wordt toegepast, zal het effect ervan des te groter zijn.

 

Nog een maatregel die ik even wil toelichten, naast de vele andere waardevolle maatregelen, is de doelgroepvermindering voor de hotelsector en de toeristische sector, zodat zij ook een deel van de vaste kosten voor het personeel, dat zij moeten inschakelen om in een minimumbezetting te voorzien, kunnen recupereren.

 

Dit zijn dus heel wat belangrijke, tijdelijke steunmaatregelen die voortbouwen op de steun die het afgelopen jaar al werd opgezet. Het is belangrijk dat we die steunmaatregelen opvolgen, evalueren en eventueel bijsturen. Het is ook belangrijk dat daaraan de nodige communicatie wordt verbonden.

 

Onze fractie zal dit wetsontwerp ten volle steunen.

 

11.12  Gaby Colebunders (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, ik wil het graag hebben over een paar punten.

 

Ten eerste, de uitbreiding van het aantal vrijwillige overuren voor 2020 in de cruciale sectoren. Die regel wordt nu al voor de derde keer op rij verlengd, zonder overloon, zonder inhaalrust, zonder socialezekerheidsbijdrage. Als iemand mij als jonge snotter en beginnend vakbondsafgevaardigde in een kartonbedrijf, had voorspeld dat ik 30 jaar later in het Parlement zou zetelen, had ik die persoon gek verklaard. Als iemand mij toen had voorspeld dat ik 30 jaar later de afgang van de betaling van overuren en het vrijwillig toestaan van overuren zou meemaken, had ik hem nog gekker verklaard.

 

Wij moeten echt beseffen hoeveel mensen hiervoor op straat zijn gekomen, hoeveel jaren van sociale strijd er zijn geweest om de overuren meer betaald te krijgen, en dat op een moment dat het goed gaat in een bedrijf. Wij snappen dat het nu wat moeilijk gaat in bepaalde sectoren, maar als er iets is wat ik op die 30 jaar heb geleerd, dan is dat dat er geen normaal is. Er is altijd wel een reden om iets goedkoper te maken voor de werkgevers. Ik herinner mij – ik kom uit Limburg – het tijdelijk goedkoper maken van de overuren in de fruitsector en daarna in de automobiel- en de staalsector. Als ik juist heb geteld, dan zijn er in België al 83 loonsystemen. De afwijkingen inzake de overuren wil ik helemaal niet tellen, want ik denk dat zij gewoon niet meer bij te houden zijn.

 

Na deze epidemie zal het leven weer verder gaan en mijn angst is dat dit het nieuwe normaal zal zijn. Ik hoop van niet, maar welk signaal geven wij trouwens? Terwijl de Nationale Bank van België een verlies van 100.000 jobs verwacht, staat u toen dat mensen zonder werk blijven zitten en dat wie aan het werk is in de cruciale sectoren, zich dubbel moet plooien.

 

Ik ben de jongste weken veel op het terrein geweest bij de vakbonden, onder andere in een voedingbedrijf in Genk. Eind vorig jaar hebben de personeelsleden daar te horen gekregen dat het voedingbedrijf in november van dit jaar zal sluiten. Zij hebben daar tegen de sterren op gewerkt in de eerste coronagolf en dat in de tweede coronagolf herhaald, ook al zullen zij in november geen werk meer zullen hebben. Hoe vrijwillig zijn de overuren dan nog? Ik wil dat wel graag weten. De werknemers werken er aan hongerlonen en draaien overuren om toch nog iets te kunnen meepikken., ook al was er de ene –uitbraak na de andere en wisten ze niet of hun leven wel veilig was. Als wij dat normaal beginnen te vinden, maak ik mij echt ongerust.

 

En wat doet men dan met het dubbel overbruggingsrecht? Afgelopen week hadden we al discussies met de minister over de beslissing dat het dubbel overbruggingsrecht niet wordt toegekend aan niet-essentiële bedrijven die op afspraak klanten ontvangen. Laat het duidelijk zijn in het halfrond: daar kunnen wij absoluut niet mee akkoord gaan. Na de eerste klap voor de niet-essentiële winkels, die enkel nog op afspraak mogen werken, volgde enkele dagen later de tweede klap: het dubbel overbruggingsrecht zal uiteindelijk toch niet worden toegekend aan de niet-essentiële winkels die op afspraak klanten ontvangen.

 

Wij hebben hier vandaag al enkele keren de cijfers gehoord: men spreekt van een omzetverlies van 65 % tot 80 %. Vele van die winkeliers hebben mij al aangeschreven en duidelijk gemaakt dat ze zijn blijven strijden, maar dat het voor hen met zo'n beleid stopt.

 

Ik doe nogmaals een oproep om het juiste te doen en het dubbel overbruggingsrecht ook te verlenen aan winkeliers die op afspraak open zijn.

 

De verlenging van de tijdelijke werkloosheid wegens de sluiting van de klassen is een goede maatregel. Dat geef ik toe. Dat gaat evenwel gepaard met inkomensverlies. Daarom hebben wij een amendement ingediend om het inkomensniveau te handhaven. Waarom? Dat is heel duidelijk. De scholen sluiten om de epidemie tegen te gaan. Maar als ouders hierdoor hun kinderen massaal bij grootouders of andere familieleden brengen, werken ze de verspreiding van het virus in de hand. De crisiswerkgroep inzake de sociale impact van COVID-19 heeft in zijn jongste nota trouwens vastgesteld dat hoe lager het inkomen is, hoe minder de ouders coronaouderschapsverlof opnemen. Dat betekent dat de laagste inkomens minder gebruikmaken van dat verlof, waarop zij recht hebben, omdat zij niet over de nodige middelen beschikken. Dat is onzes inziens niet eerlijk. Iedereen moet in staat zijn voor zijn kind te zorgen op uitzonderlijke momenten, zoals wij die nu meemaken.

 

Ten slotte, wat de tijdelijke premie voor uitkeringsgerechtigden betreft, wij vinden dat de sociale uitkeringen inderdaad moeten worden opgetrokken, maar de verhoging moet structureel, duurzaam en aanzienlijk zijn. Een eenmalige, tijdelijke en onvoldoende bonus zoals in onderhavige tekst wordt voorgesteld, is naar onze mening absoluut onvoldoende. Zelfs met de premie blijven veel uitkeringsgerechtigden nog steeds onder de armoedegrens. De crisis is over drie maanden echt nog niet gedaan. De sociale gevolgen zullen misschien nog veel zwaarder zijn. Daarom dringen wij aan op een aanzienlijke en langdurige verhoging om de uitkeringsgerechtigden effectief te helpen in plaats van dat ze enkel drie maanden 50 euro op de rekening krijgen.

 

11.13  Tania De Jonge (Open Vld): Mevrouw de minister, fijn dat u hier bij ons bent. We zijn het er allemaal over eens dat heel wat sectoren momenteel zware tijden doormaken en zwaar onder druk staan. Het is dus enorm belangrijk om de maatregelen te verlengen, bij te sturen en flexibiliteit in te bouwen, om heel snel te kunnen schakelen. Het wetsontwerp werd uitvoerig toegelicht door de bevoegde ministers en onze fractie steunt het.

 

Ik ga even in op een paar elementen die we besproken hebben in de commissie voor Sociale Zaken. Voor de zelfstandigen is het positief dat de forfaitaire bijdrage voor het sociaal statuut pas in de maand december moet worden vereffend, in plaats van in de maand juni. Dat is een goede maatregel die enige ademruimte creëert voor onze zwaar getroffen ondernemers. Verder zijn er, zoals eerder al werd aangehaald, voor hen ook heel wat steunmaatregelen van de regionale en lokale overheden.

 

Wat het domein werk betreft, is het positief dat mensen die tijdelijk werkloos zijn op een eenvoudige manier kunnen bijspringen in bepaalde sectoren. Dat zorgt voor een vlotte organisatie van het werk in de zorgsector en in de privésector maar ook in de vaccinatiecentra en de centra voor contactopsporing. Het is een goede zaak dat werknemers heel vlot ter beschikking kunnen worden gesteld en dat men eenvoudig opeenvolgende contracten van bepaalde duur kan afsluiten met tijdelijk werklozen. Zo doen deze mensen ook ervaring op in andere sectoren, waardoor ze ondervinden dat ze ook daar hun talenten kunnen ontwikkelen. Ik zie zelfs een opportuniteit om daar ook opleidingen te volgen. Wij vinden dat dus heel positief.

 

Nog een positieve maatregel is dat het Sschadeloosstellingsfonds voor vrijwilligers operationeel kan blijven. Uiteraard zijn wij ook tevreden dat de verenigingswerkers hieraan toegevoegd werden. De verenigingswerkers, die wij allemaal kennen, zijn aan de slag bij sportverenigingen waar –13-jarigen mogen sporten, waardoor ze toch ook in een heel kwetsbare positie verkeren bij het lesgeven. Verder is het ook zeer goed dat de inzet van vrijwilligers in private woonzorgcentra verder kan worden gezet, omdat de druk door de aanpak van de crisis en de personeelstekorten wel vrij groot was in het verleden. Dat zal ook na corona nog het geval zijn.

 

Tot slot vinden we het positief dat er bijkomende financiële impulsen zijn voor de OCMW's. De cijfers tonen aan dat in alle OCMW's het aantal aanvragen voor een leefloon gestegen is. De druk op die OCMW's is ook ontzettend groot. Zo is er ook een toename van aanvragen van een leefloon voor jongeren, wat duidelijk maakt dat zij ook heel hard getroffen zijn. De tien procent extra subsidie is vooral bestemd voor de geïndividualiseerde begeleiding en opvolging. Het OCMW is er niet alleen voor het leefloon, maar ook voor andere vormen van hulpverlening. Daar moeten we absoluut ook rekening mee houden. Ik heb het al eens gezegd in een aantal besprekingen in de commissie: ook de maatschappelijk werkers van het OCMW staan in de vuurlinie bij de aanpak van deze crisis.

 

Mevrouw en heren ministers die ons toelichting hebben gegeven, onze fractie steunt met veel enthousiasme dit wetsontwerp.

 

11.14  Sander Loones (N-VA): Mevrouw De Jonge, u hebt heel treffend een aantal maatregelen uit het wetsontwerp – maatregelen die wij ook steunen – aangehaald.  U hebt het echter op geen enkele manier gehad over de dingen die er niet in staan.

 

Twee zaken blinken uit door afwezigheid en daarover had ik graag het standpunt van de Open Vld gehoord. Ten eerst, de horeca. Die is nu al maanden toe en smeekt om extra maatregelen. We weten allemaal wel wat er moet gebeuren: de btw moet weer verlaagd worden naar zes procent. Er moeten ook maatregelen worden genomen inzake RSZ-betalingen. We weten dat allemaal, het staat ook in de kranten, verschillende ministers zeggen dat het er komt. Minister van Financiën Van Peteghem zegt keer op keer, week na week, maand na maand, dat hij daaraan werkt, maar het komt er niet.

 

Waarom wordt die duidelijkheid niet gegeven aan de horecasector? Waarom worden maatregelen voor alle sectoren verlengd maar niet voor de horeca? De minister van Financiën is ermee bezig, maar blijkbaar komt het er niet.

 

Mijn vraag aan u is dan ook de volgende. Trekt de Open Vld ook aan de kar? Indien het niet bij u stokt, bij wie stokt het dan? Waar ligt het probleem?

 

Ten tweede, over het dubbel overbruggingsrecht hebben wij het vandaag al een aantal keer gehad. Ook daar heb ik echter een expliciete vraag voor u, want de Open Vld zou toch de partij moeten zijn voor de winkeliers en de kleinhandelszaken.

 

Wij stellen vast dat minister van Middenstand en Kleine Ondernemingen Clarinval stelt dat de winkels nu moeten werken met een reservatiesysteem, dat echt tot drama's leidt, alsook dat de regering een dubbel overbruggingsrecht zal uitwerken voor de sector. Hij stuurt er zelfs een persbericht over uit. Nadien komt de kern, dus de vice-eersteministers, samen, die beslist het dubbel overbruggingsrecht niet door te voeren.

 

Waarom hebben minister Van Quickenborne en eerste minister Alexander De Croo, zijnde twee Open Vld'ers, gewoon Clarinval teruggefloten op dat punt? Waarom wil uw partij geen dubbel overbruggingsrecht voor de kleinhandelszaken?

 

11.15  Tania De Jonge (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, ik voel mij rechtstreeks aangesproken.

 

Het klopt dat een wetsvoorstel voorligt. Het is belangrijk dat wij het wetsvoorstel op zijn inhoud bespreken. Het is evident dat het nooit ver genoeg zal kunnen gaan voor iedereen. Wie in de oppositie zit, kan daar natuurlijk heel hard over roepen.

 

Ik wil toch even meegeven dat Open Vld een partner is in de regering en uiteraard samen met de regering de ondersteuningsmaatregelen voorbereidt en uitvoerig ondersteunt. Dat staat buiten kijf.

 

Over het dubbel overbruggingsrecht was minister Clarinval heel duidelijk in de commissie. Wij staan er ook achter. Er is een dubbel overbruggingsrecht voor de middenstand, de horecazaken en de contactberoepen omdat zij volledig gesloten zijn. Dat is duidelijk gesteld. Een enkel overbruggingsrecht is er voor de niet-essentiële winkels voor wie blijkt dat zij meer dan 40 % verlies hebben. Dat is heel duidelijk. Indien die zaken moeten sluiten, kunnen ook zij beroep doen op het dubbel overbruggingsrecht, wat ook duidelijk is gesteld door de minister.

 

Wij ondersteunen dat.

 

Ik heb in het begin van mijn uiteenzetting ook gezegd dat maatregelen altijd geëvalueerd moeten worden en kunnen worden bijgestuurd. Op dit moment staan wij volledig achter het voorstel dat vandaag op de tafel ligt.

 

11.16  Sander Loones (N-VA): Het is goed om bevestigd te horen dat Open Vld duidelijk geen voorstander was van een dubbel overbruggingsrecht voor de handelaars die moeten werken met een reserveringssysteem, en waarvan minister Clarinval wel voorstander was. Dat is wel spijtig en pijnlijk.

 

U stelt de vraag waarom ik in godsnaam begin over de horeca. Wij spreken hier van een verlenging van een aantal tijdelijke ondersteuningsmaatregelen die al lang gelden. Ongeveer alle maatregelen worden verlengd, behalve voor één sector, de horeca. De horeca is hier de grote afwezige. Dan verwijt u mij dat ik vragen stel over de horecasector. Alles wordt verlengd, behalve voor de horeca. Al maanden aan het stuk horen we dat eraan gewerkt zal worden en dat er misschien wel iets komt.

 

De nacht voordat ze mogen openen, zal er weer een of ander KB'tje worden goedgekeurd. Die nacht zelf zullen al die mensen in de sector hun kassasystemen mogen omschakelen en hun personeel moeten informeren. Toch is het perfect mogelijk om dat op een deftige manier voor te bereiden en nu al zekerheid te geven aan de sector. We weten welke maatregelen er komen. Het staat in de kranten. Minister Van Quickenborne maakte er in De Tijd een aantal weken geleden graag reclame voor. Overal lezen we het, in de kranten en magazines. Alleen hier in het Parlement, waar het er echt toe doet, zien we er niets van. Wanneer er wetsontwerpen komen van de regering wordt door de regering één sector vergeten, en dat is de horecasector.

 

11.17  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, collega's, wie gisteren op Het Journaal de beelden van het UZ zag, weet dat het coronavirus gewoon doorraast. Daarom is het noodzakelijk dat wij de mensen en de sectoren ondersteunen die zwaar getroffen zijn door de maatregelen. Uiteraard kan onze fractie dit wetsontwerp, waarmee ondersteuningsmaatregelen worden verlengd, bijgestuurd en geactualiseerd, ondersteunen. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat ouders nu inderdaad kunnen rekenen op tijdelijke werkloosheid tijdens de verlengde paasvakantie. De zelfstandigen, ook de zelfstandige freelancers thuis, zoals de minister bevestigde, kunnen eveneens op ondersteuning rekenen, net zoals mensen die het bijzonder moeilijk hebben op een coronapremie kunnen blijven rekenen, en net zoals wij ondersteuning geven aan de zwaar getroffen cultuursector en de reissector. Daarbij richten wij ons specifiek op behoud van tewerkstelling. Daarmee heb ik een aantal voorbeelden opgenoemd.

 

Naast de maatregelen die mensen en sectoren verder moeten ondersteunen doorheen deze coronacrisis, signaleer ik nog een drietal aandachtspunten.

 

Een eerste aandachtspunt betreft de poetshulpen. De poetshulpen werken al een jaar door, in veel gevallen zonder al te veel beschermingsmiddelen, aangezien het gebruik van beschermingsmiddelen in die sector soms moeilijk ligt. Werkgevers zijn blijkbaar niet altijd even overtuigd van het nut van investeringen daarin. Op Vlaams niveau zijn er nu extra maatregelen genomen om de gezondheidsrisico's voor die mensen te beperken, maar ik wil toch ook de federale regering ertoe oproepen – dat doe ik niet voor het eerst, ik zei dit al meermaals in de commissie – om er eens over na te denken hoe wij de controles en de handhaving van de maatregelen kunnen verzekeren en hoe wij daarvoor inspectie kunnen inzetten. Aangezien poetshulpen bij de mensen thuis hun poetswerk verrichten, is controle niet evident, maar toch denk ik dat inspectie belangrijk is, gewoon al uit respect voor het werk dat de poetshulpen al een jaar lang uitvoeren. De poetshulpen zetten zich in opdat andere mensen, veelal kwetsbare oudere mensen, langer thuis kunnen blijven wonen, zelfs in moeilijke omstandigheden.

 

Een tweede aandachtspunt betreft de overuren. Ik heb vanuit de sector gehoord dat de druk nog altijd heel hoog is en dat het noodzakelijk is om overuren te maken om de toevloed aan te kunnen, maar het moet duidelijk zijn dat dit voor ons een tijdelijke en uitzonderlijke maatregel is. Dat geldt ook voor het hele pakket van maatregelen.

 

Ik heb gisteren in het UZ verpleegkundigen met tranen in de ogen horen zeggen dat de eerste keer zwaar was, dat de tweede keer zwaarder was en dat de derde keer nog zwaarder is, maar dat ze toch doorzetten. De toevloed aan patiënten is er en ze willen voor hen zorgen en gaan niet naar huis omdat ze hun uren hebben gepresteerd. Ze blijven en doen verder.

 

Het is belangrijk om dat stelsel te evalueren en te bekijken welke impact dat heeft en op welke manier die impact kan worden opgevangen. Het kan immers niet zijn dat de coronacrisis zou zorgen voor een enorme toename van langdurig zieken en burn-outs omwille van de mentale druk die de werknemers ervaren. We moeten goed bekijken op welke manier we de mentale druk die deze mensen voelen, kunnen opvangen.

 

Ten derde, de vaccinatiecentra. Dit wetsontwerp bevat een aantal maatregelen die de vaccinatiecentra moeten toelaten om goed te functioneren. Dat is heel belangrijk. We stellen allemaal onze hoop daarop. Ik wil de regering en minister Vandenbroucke bedanken voor het feit dat zij vrijwilligers toelaten om zich tijdelijk 70 dagen in plaats van 40 in te zetten in de vaccinatiecentra. Ook tijdelijk werklozen en zelfstandigen die nu van een overbruggingsrecht leven, krijgen de toelating om zich zonder verlies van uitkering en zonder bijkomende fiscale lasten in te zetten in een vaccinatiecentrum en op die manier mee te helpen aan ons aller bescherming, zodat we die miserie waarin we ons nu al een jaar bevinden achter ons kunnen laten.

 

Wij steunen dit wetsontwerp, maar het zijn tijdelijke en uitzonderlijke maatregelen. Zolang ze nodig zijn, moeten we die ondersteuning bieden, maar ik hoop, net als iedereen hier, dat we zo snel mogelijk kunnen overgaan tot relance en naar het gewone normaal kunnen terugkeren.

 

11.18  Maxime Prévot (cdH): Madame la présidente, chers collègues, le projet de loi qui est l'étude aujourd'hui vise à prolonger toute une série de mesures de soutien temporaire en matière fiscale, sociale et de santé en raison de la pandémie. Il est évident qu'à ce titre, le cdH ne pourra que la soutenir.

 

Pourtant, nous le ferons avec un certain regret: celui d'assister continuellement à un jeu majorité contre opposition dans des moments aussi délicats que ceux que nous traversons. Et pour cause, alors que le cdH s'est voulu constructif au cours des débats en commission des Finances et du Budget, en commission des Affaires sociales et en commission de la Santé, en proposant une série d'amendements destinés à améliorer la portée du texte au profit de citoyens durement touchés par la crise, ces propositions ont été jugées dénuées de tout intérêt par une majorité se prétendant omnisciente et qui aura à peine pris le temps de lire ces propositions d'amélioration avant de les balayer d'un revers de main.

 

Que souhaitions-nous? Tout d'abord, donner un coup de pouce au tissu associatif. De nombreuses organisations et ASBL d'un intérêt social important ont vu leurs revenus diminuer ces derniers mois entre autres parce que les activités qu'elles organisent pour récolter des fonds n'ont pu être poursuivies à cause de la pandémie de la covid-19, parce qu'elles ont simplement été privées de leurs recettes ou ont dû augmenter leurs dépenses pour ces mêmes raisons.

 

Plus de libéralités pourraient compenser cette perte de revenus et cette augmentation des dépenses. Afin d'encourager les libéralités en faveur des institutions agréées pour l'année 2020, deux mesures ont été introduites par le biais de l'article 3 de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie.

 

Premièrement, le pourcentage de la réduction d'impôt de 45 % a été porté à 60 % pour les libéralités faites en 2020. Deuxièmement, le montant total des libéralités pour lesquelles une réduction d'impôt peut être octroyée est en principe limité à 10 % de l'ensemble des revenus nets du contribuable qui sont imposés globalement avec un maximum de 397 850 euros, montant indexé pour l'exercice d'imposition 2021.

 

Ce taux de 10 % a été porté à 20 % pour les libéralités versées en 2020 par des personnes physiques. Deux de nos amendements comportaient des mesures identiques pour celles qui seront versées au cours de cette année, en raison de la poursuite de la pandémie et de ses effets délétères sur les bénéficiaires des libéralités. Comme déjà mentionné, ces propositions furent rejetées par la majorité, qui a préféré ainsi abandonner le tissu associatif à son sort. Nous en prenons acte.

 

D'autres amendements visaient à préserver le principe d'équité dans les relations entre État et redevable, notamment en matière de charges d'intérêts de retard ou moratoires dus par l'un ou l'autre. À nouveau, la majorité a préféré conserver des taux distincts et a balayé nos amendements d'un revers de main.

 

En ce qui concerne l'exonération de cotisations à l'AFSCA pour le secteur horeca, nous la soutenons, puisque Catherine Fonck avait proposé la même mesure en septembre dernier au travers d'un amendement au projet de loi n° 1513 modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'AFSCA. Une fois encore, l'amendement fut rejeté. Pour rappel, son objectif était d'étendre à l'exercice 2021 l'exonération prévue pour 2020 pour les secteurs de l'horeca et du commerce de détail ambulant. Néanmoins, nous souhaitions étendre cette exonération à cette dernière activité, car elle traverse également de grandes difficultés – bien qu'elle puisse officiellement ouvrir, contrairement à l'horeca. C'est pourquoi nous déposons un amendement demandant que le secteur du commerce ambulant puisse bénéficier de la même exonération que l'horeca pour 2021. Nous considérons en effet que l'accompagnement à la relance en sortie de crise est essentiel.

 

S'agissant du volet examiné en commission des Affaires sociales, le projet de loi vise à prolonger certaines aides dans le contexte pandémique. Ces mesures sont nécessaires, mais insuffisantes à nouveau.

 

Ma cheffe de groupe Catherine Fonck avait plaidé en commission en faveur d'une compensation à 100 % des bas salaires lorsqu'un travailleur est mis en quarantaine pour avoir été testé positif ou pour raison de contact à risque. Cette disposition nous paraît de nature à favoriser un meilleur respect des mesures d'isolement – respect qui est essentiel dans le cadre de la gestion de la pandémie.

 

Elle avait également plaidé pour des mesures plus égalitaires entre les différents secteurs: le secteur des voyages, de l'événementiel et des hôtels.

 

Elle avait enfin déposé un amendement visant à prolonger la suspension du dispositif selon lequel la période d'incapacité de travail des indépendants ne peut débuter que le jour de la signature du certificat médical au plus tôt. En effet, à la suite de la troisième vague, il ne sera pas toujours possible de consulter un médecin dès le premier jour d'incapacité de travail des indépendants. Les indépendants risquent donc d'en être à nouveau préjudiciés.

 

Il nous a été répondu que le ministre des Indépendants le ferait en tout état de cause. Mais il nous semblait plus prudent de le prévoir dans le projet de loi, tant on n'est jamais à l'abri d'une fausse promesse. Nous l'avons encore vu récemment. C'est pourquoi nous redéposons cet amendement aujourd'hui, ainsi que celui supprimant définitivement la disposition anti-abus en question, puisqu'elle nous paraît excessive.

 

En ce qui concerne l'octroi du double droit passerelle aux commerces victimes de l'arrêté ministériel du 26 mars dernier, il semble désormais clair qu'une fausse promesse a été faite aux indépendants. En effet, le gouvernement a décidé la fermeture des magasins non essentiels tout en leur permettant de fonctionner selon un mécanisme de rendez-vous. Face à cette situation, le ministre Clarinval, en charge des Classes moyennes, Indépendants et PME, annonçait que ces commerces non essentiels pourraient bénéficier du double droit passerelle.

 

Quelques jours plus tard: bardaf, c'est l'embardée! Sans doute rappelé à l'ordre par le gouvernement, et en tout cas par la secrétaire d'État au Budget, en commission des Finances et du Budget à l'occasion de l'examen du deuxième ajustement, voici que le même ministre revient sur son annonce et précise que ce n'est que dans le cas où il s'avère impossible pour un commerce non essentiel de travailler sur rendez-vous, et qu'il doit donc cesser ses activités ou se reposer uniquement sur le Click & Collect ou la livraison, que le commerçant pourra alors avoir droit au double droit passerelle pour les mois de mars et avril 2021.

 

Pire, pour y accéder, il devra même fournir les preuves justifiant l'impossibilité d'ouvrir sur rendez-vous à sa caisse d'assurance sociale, a même précisé le ministre.

 

C'est une obligation supplémentaire de devoir se justifier pour des indépendants qui rament déjà. C'est une claque additionnelle à l'égard du tissu économique.

 

Face à cette situation, nous ne pouvons tout d'abord que déplorer une nouvelle fois la cacophonie du gouvernement dans ses annonces aux secteurs touchés par ses décisions de fermeture, avec une furieuse tendance à ce que cela vienne toujours des mêmes partenaires.

 

Ensuite, au niveau du cdH, nous estimons que qui décide de fermer doit décider de payer. Si le gouvernement prend des mesures restrictives vis-à-vis de un ou plusieurs secteurs, c'est à lui à dédommager le préjudice économique qu'il crée vis-à-vis de ces secteurs. C'est pourquoi nous avons déposé un amendement qui vise à concrétiser les annonces initiales du ministre. On veut lui faire plaisir et sauver le soldat David!

 

Un double droit passerelle pour les commerces non essentiels qui ouvrent sur rendez-vous depuis le 27 mars dernier, nous ne doutons pas du fait que les députés du parti qui avait initialement revendiqué cette mesure, tout comme ceux qui prétendent défendre les intérêts des indépendants dans cette assemblée, y souscriront. Cet amendement devrait donc bénéficier d'un large soutien. Nous nous en réjouissons déjà. Nous compterons donc les votes des uns et des autres. Nous sommes sûrs que les indépendants en feront de même.

 

Voilà, madame la présidente, ce qui clôture mon intervention.

 

11.19  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la ministre, chers collègues, cela fait plus d'un an que nous vivons avec le coronavirus, un virus qui nous a contraints à voir nos libertés fondamentales mises à l'arrêt. Parmi ces libertés, figure celle de travailler. Nos indépendants ont vu leur activité ralentie voire stoppée. Cette situation qui a engendré des difficultés économiques, fiscales et administratives sans précédent est devenue intenable pour nombre d'indépendants qui peinent à voir la lumière au bout du tunnel.

 

Soyons de bon compte! Des aides ont été accordées par chaque niveau de pouvoir en vue de permettre à de très nombreux indépendants et à leurs salariés de garder la tête hors de l'eau. Il n'empêche qu'en plus de voir leurs perspectives de reprise s'éloigner avec la troisième vague de l'épidémie mais aussi avec les retards pris dans notre campagne de vaccination, notre économie mettra du temps, énormément de temps à s'en remettre.

 

La grande majorité des sociétés impactées ne verront leur chiffre d'affaires atteindre celui des années précédentes qu'après de longs mois de travail mais aussi de nouveaux coûts à assumer, de nouvelles limitations dans le nombre de clients ou de spectateurs autorisés, et ce, en raison des règles sanitaires qui entoureront leur reprise.

 

Depuis la fin du moratoire sur les faillites ce 31 janvier, les entreprises en retard de paiement sont à nouveau menacées de faillite. Pour DéFI, ce moratoire doit être réinstauré tant que la pandémie sera présente et qu'un retour à la normale ne sera pas envisagé. Peu importe la réforme de la procédure de réorganisation judiciaire que nous avons votée, peu importe le moratoire tacite qui existerait pour les créanciers institutionnels puisque tous les autres créanciers peuvent encore et toujours initier la faillite de leurs entreprises débitrices.

 

C'est donc dans ce contexte que ce projet de loi nous est soumis, un projet qui nous est quelque peu familier puisqu'un certain nombre de ces dispositions consistent à prolonger des mesures qui ont déjà été prises. Mon intervention sera dès lors très brève, étant entendu que notre groupe avait déjà soutenu nombre de ces mesures durant la période des pouvoirs spéciaux. À titre d'illustration, le système du tax shelter covid-19 approuvé en juillet 2020 au niveau fédéral est une mesure que mon groupe avait vivement soutenue et même proposée et qui prend aujourd'hui la forme d'une réduction d'impôt pour l'acquisition de nouvelles actions ou parts d'entreprises qui accusent une forte baisse de leur chiffre d'affaires à la suite de la pandémie. À cet égard, nous ne manquerons pas d'interroger le gouvernement lorsque les premiers avertissements-extraits de rôle auront été envoyés, et ce, afin de vérifier si ces deux mesures auront finalement été un succès, ce que nous espérons évidemment.

 

Je me permets également de citer le prolongement de l'exonération fiscale des différentes indemnités mises en place aux niveaux régional et local au 31 décembre 2021. Comme nous l'avons déjà indiqué par le passé, il serait absolument inconcevable pour les indépendants qui subissent de plein fouet la crise sanitaire de se voir imputer par taxation une partie des aides leur permettant tout juste de survivre.

 

Ce projet de loi instaure aussi de nouvelles mesures. À cet égard, mon groupe tient à saluer la mise en place de l'exonération fiscale pour la renonciation de loyer et ce, en vue de soutenir les entreprises qui ont été contraintes de fermer leurs portes en raison des mesures sanitaires.

 

Depuis le début de la crise, les coûts fixes des indépendants n'ont effectivement cessé d'augmenter. Par manque de liquidités, les commerçants - souvent locataires de leur bien immobilier - ont éprouvé et éprouvent encore aujourd'hui d'énormes difficultés à honorer leur loyer. À cet égard, je rappelle qu'une mesure similaire a déjà été prise par le gouvernement bruxellois, et ce sous la forme d'un prêt sur le loyer commercial pendant une période maximale de quatre mois par immeuble.

 

En conclusion, chers collègues, tant que la crise sanitaire ne sera pas derrière nous et que la campagne de vaccination ne sera pas optimale, DéFI est et restera en faveur d'une prolongation de toute mesure à même d'atténuer les conséquences sanitaires mais aussi socioéconomiques liées à la pandémie, raison pour laquelle nous soutiendrons ce projet de loi.

 

Quand les indépendants pourront enfin reprendre leurs activités de manière pleine et entière, il leur faudra encore énormément de courage, de résilience et d'énergie pour maintenir leur entreprise, qui - on ne le répétera jamais assez - est souvent le projet de toute une vie. Nous sommes et resterons à leurs côtés.

 

La présidente: Étant donné qu'il reste d'autres intervenants, nous allons faire un deuxième tour avant de vous entendre, madame la ministre.

 

11.20  Marie-Colline Leroy (Ecolo-Groen): Chers collègues, vous devez sans doute être un peu désespérés d'entendre les mots "deuxième tour", mais vous vous en doutiez, puisque vous aviez bien entendu que mon éminent collègue de Groen avait évoqué le volet fiscal. Dès lors, il fallait bien que nous abordions le volet social.

 

Je vais néanmoins essayer de faire court, d'abord en précisant - pour en finir avec le suspense le plus entier - que nous soutiendrons ce projet de loi, et ensuite en disant que beaucoup de choses ont déjà été dites quant aux différents éléments contenus dans ce projet de loi.

 

Mon groupe souhaite tout de même revenir sur deux ou trois éléments. Tout d'abord, il a à plusieurs reprises été question des jeux politiques qui auraient eu cours durant l'élaboration et l'écriture des articles de ce projet de loi. Je suis toujours un peu dubitative quand on parle de jeux politiques. En l'occurrence, on parle simplement d'un équilibre qui a été trouvé entre sept partis qui forment la coalition Vivaldi, sept partis qui ont des fondamentaux, des valeurs, des dynamiques culturelles différents et qu'il s'agit de concilier.

 

Je me félicite toujours un peu lorsqu'on y arrive, parce que je me dis qu'au moins, nous parvenons à présenter aujourd'hui un projet de loi qui, à la suite de mesures déjà prises ou encore à prendre, continue à soutenir au maximum - dans la limite de notre dynamique et de nos valeurs respectives - l'ensemble des secteurs particulièrement touchés par la crise.

 

Ceci inclut les indépendants avec le report de cotisations, et les travailleurs. Nous sommes toujours un peu inquiets quand il s'agit de prolonger des mesures sur les heures supplémentaires. On se dit que bon nombre de secteurs et de travailleurs sont épuisés. Il ne faudrait pas à un moment donné que la corde trop tendue lâche. Ces mesures doivent être temporaires; les partenaires sociaux le demandent. Bien entendu, il faudra faire extrêmement attention avec ce troisième renouvellement, pour éviter l'affaiblissement du droit du travail et l'épuisement des travailleurs.

 

Rappelons notre volonté d'évaluer cette mesure et de favoriser un engagement à plus long terme, un engagement structurel dans l'emploi et non pas la rémunération des heures supplémentaires. Répétons-le car c'est important. Il en va de même pour les contrats à durée déterminée. Certains l'ont évoqué et j'y reviens à l'instant: le chômage pour les parents qui ne pourraient pas s'occuper de leurs enfants et qui devraient faire appel à ce chômage. Rappelons peut-être que nous partions de rien en mars 2020 et qu'il a été très compliqué de mettre des choses en place. Nous l'avons fait, avec à peu près l'ensemble des partis de ce Parlement, parce que nous estimions qu'il y avait un problème. Faut-il améliorer ce chômage, le rémunérer? Faut-il que tout le monde puisse le prendre? Bien entendu. Mais c'est un autre dossier, que j'espère nous pourrons ouvrir bientôt. C'est celui du partage du temps de travail et du temps familial. Bien entendu, davantage de personnes devraient pouvoir bénéficier d'un équilibre et d'une meilleure répartition.

 

On a évoqué la réduction des groupes cibles, le secteur de l'événementiel, des voyages, et le secteur hôtelier. Je trouve qu'il est parfois un peu dur de dire que des secteurs ont été complètement oubliés. Surtout, je tiens à insister. Cet après-midi, on a parlé de choses qui n'étaient pas dans ce projet de loi parce que manifestement, beaucoup de choses ne s'y trouvent pas, mais sont réglées par des arrêtés royaux. Je pense par exemple à l'augmentation des allocations de chômage pour ceux qui bénéficient du mal nommé statut d'artiste. Ce n'est qu'un exemple. Il y en a d'autres.

 

J'en viens à la prolongation des primes de 50 euros. Bien entendu, ce n'est que 50 euros et ce n'est que pour quelque temps. Mais cela représente aussi un message symbolique. Bien sûr, les enfants sont à la maison plus qu'il n'était prévu, donc le coût de la vie augmente: énergie, eau… même si ce sont des choses assez limitées. Et 50 euros peuvent permettre d'éviter de basculer. Faut-il faire plus, et lutter davantage contre la pauvreté? Je pense que nous sommes très nombreux dans cet hémicycle à n'attendre qu'une chose, c'est de s'engager dans ce combat au lieu de lutter contre un virus.

 

S'agissant de la lutte contre la pauvreté, sur les aménagements qui sont pris, sur les subsides qui sont trouvés, il y a aussi à chaque fois un accompagnement, assorti de budgets supplémentaires. Par exemple, pour les CPAS, il y a un accompagnement en termes de ressources humaines. Il faut relever qu'il y a quand même une forme de cohérence dans ces décisions.

 

Hier, mon neveu de 16 ans m'a envoyé des messages en me demandant "ce qu'on foutait" au Parlement et en me disant "on en a marre, on veut notre liberté et vous nous en privez". Je ne sais pas trop quoi lui répondre. Il n'y a pas de cocorico sur ce qu'on fait mais je peux lui dire, ainsi qu'à tous les jeunes, qu'il y a un Parlement de 150 personnes qui travaillent beaucoup, qu'il y a un gouvernement qui prend des décisions. Notre volonté est de ne pas renoncer et d'accompagner les mesures dans cette crise infernale et insupportable. Je veux dire aux jeunes que, bien entendu, ce n'est pas une fin, ce n'est qu'un moment. Nous continuons, au travers de notre travail en commission, au travers des interpellations, au travers de l'opposition qui dit en permanence ce qu'il faudrait faire. Je veux envoyer ce message aux jeunes qui pensent être abandonnés. Je leur dis qu'il y a beaucoup de monde qui bosse à la lutte contre ce virus et surtout à la préservation de leur dignité, de leur identité et de leur futur. Je trouvais qu'il était important de le rappeler ce soir.

 

11.21  Christophe Bombled (MR): Madame la présidente, madame la ministre, chers collègues, j'éviterai d'être redondant et compléterai simplement l'intervention de Mme Marghem pour les articles de ce projet de loi qui ont été traités en commission des Affaires sociales.

 

Voici un an que nous subissons cette pandémie, un an que chacun de nos concitoyens – quelle que soit sa fonction dans la société – en subit les conséquences à des degrés divers. La crise sanitaire a rapidement évolué vers une crise économique, sociale et sanitaire. Dès le début, le gouvernement Wilmès avait pris les mesures sanitaires qui s'imposaient pour éviter la propagation du coronavirus. Elles ont dû être complétées par des mesures de soutien à nos concitoyens les plus vulnérables, à nos travailleurs et, en particulier, aux secteurs en première ligne, mais également à nos entrepreneurs et nos indépendants.

 

Ces dispositions ont connu plusieurs prolongations depuis un an. Aujourd'hui, nous nous trouvons toujours dans l'œil du cyclone. Le spectre du virus étant toujours bien présent, le gouvernement a pris une série de mesures en février dernier. Certains dispositifs ont été prolongés jusqu'à la fin juin, mais de nouvelles mesures sont venues compléter les premières. Les prolongations sont nombreuses, en faveur de nos indépendants et de nos entreprises, à l'égard des volontaires venus en soutien depuis le début de la crise, mais également des allocataires sociaux et des jeunes qui sont de plus en plus précarisés. Enfin, les mesures de soutien aux travailleurs salariés ont également été prolongées et complétées par des aides spécifiques à certains secteurs.

 

Le groupe MR tient à remercier les ministres impliqués dans ce projet de loi, mais aussi l'ensemble du gouvernement qui œuvre quotidiennement et qui adapte les mesures en fonction de l'évolution de la situation. Elles contribuent à soutenir les citoyens les plus vulnérables, les travailleurs et leur emploi, ainsi que nos entreprises. Elles sont nécessaires, dans l'attente de nouvelles décisions qui permettront à notre économie de se relancer.

 

Aujourd'hui, comme hier et comme demain, mon groupe et moi-même serons derrière le gouvernement dans cet objectif de relance. 

 

11.22  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Madame la présidente, je vais me concentrer sur trois articles qui font partie de ce projet de loi et qui traitent de l'instauration du chômage temporaire en demi-journées pour le secteur des titres-services.

 

Aujourd'hui, il existe bien une loi qui met des garde-fous dans le contrat de travail. C'est la loi du 3 juillet 1978 qui permet à chaque travailleur d'avoir le droit de maintenir sa rémunération, une fois que la journée est commencée. Dans le secteur des titres-services, quand le travailleur commence son travail en matinée mais que l'après-midi un bénéficiaire se décommande, soit on lui trouve un autre bénéficiaire, soit on le renvoie chez lui. Dans de nombreux cas, les employeurs ne paient pas cette journée à laquelle le travailleur a droit.

 

C'est problématique, d'autant plus que ce secteur est largement subsidié. Ce secteur bénéficie de plus de 70 % de subsides. Par ailleurs, ce secteur compte une grande majorité de femmes qui travaillent pour des salaires de misère. C'est entre autres pour cette raison qu'elles participaient à la grève de lundi dernier. Elles réclament un salaire minimum de 14 euros.

 

Pour faire face à cette situation, le gouvernement a pris les choses en main. Mais, selon nous, il a trouvé une très mauvaise solution en instaurant ce chômage en demi-journées. Pourquoi est-ce une mauvaise solution? C'est tout d'abord la conséquence du choix qu'a fait ce gouvernement de ne pas appliquer la loi. C'est quand même un peu fou! On n'avait pas une revendication particulière pour arracher de nouveaux acquis sociaux. Non! Il y a bel et bien une loi qui vise à protéger les travailleurs et qui leur donne droit au salaire garanti. Or, au lieu de faire respecter cette loi, on met sur pied ce chômage en demi-journées. Voici la première raison pour laquelle on ne pouvait l'accepter. Il fallait d'abord appliquer la loi.

 

La deuxième raison, c'est que cela repose à nouveau sur le dos de la sécurité sociale. À un moment donné, il faudra quand même qu'on discute de son refinancement.

 

La troisième raison, et ce n'est pas la moindre, est que cette disposition aggrave encore plus les rémunérations de misère de toutes ces femmes. Les organisations syndicales ont calculé qu'en moyenne sur un mois, elles seront payées deux demi-journées en chômage temporaire. Elles perdront ainsi 70 euros par mois! Je ne sais pas si on se rend compte ici ce que cela signifie 70  uros par mois! Avec 70 euros par mois, on remplit un caddie dans une grande surface, un frigo pour une famille de quatre personnes!

 

Ce qui nous interpelle également, c'est que le ministre a lu le rapport du Conseil national du Travail. Ce dernier n'est pas du tout unanime sur ce choix. Il y a quelques divergences entre les interlocuteurs sociaux mais, sur le fond, il n'y a pas de consensus du tout. Pour un ministre qui répète régulièrement qu'il veut respecter la concertation sociale, on aurait pu s'attendre à ce qu'il ne prenne pas la décision de mettre ce projet au vote aujourd'hui vu le faible consensus.

 

À la lecture du rapport, c'est principalement le patronat qui se réjouit de la proposition que vous voterez tout à l'heure. Nous ne la soutiendrons pas et nous avons d'ailleurs demandé que l'on puisse voter ces trois articles séparément.

 

Dans ses propos à la presse la semaine dernière, Thierry Bodson met en avant le fait que l'on utilise la période de la covid-19 et la situation des titres-services pour ressortir cette vieille recette patronale que les organisations syndicales avaient pourtant réussi à garder dans le tiroir.

 

Il est clair que pour nous, l'enjeu est fondamental. On entend souvent dire "à période exceptionnelle, mesures exceptionnelles". Il est vrai que le projet parle de période temporaire. Mais nous estimons qu'il est inacceptable de faire payer ces travailleuses encore davantage pour ne pas avoir simplement fait respecter la loi.

 

Nous ne serons pas seulement vigilants pour la suite. Nous resterons surtout sur le terrain à côté des travailleurs qui seront confrontés à de gros problèmes à cause de la décision qui est sur le point d'être prise aujourd'hui. Des abus devront probablement être constatés dans le chef des employeurs. Nous soutiendrons toutes les actions de ces femmes qui lutteront pour leur dignité.

 

11.23  Karine Lalieux, ministre: Madame la présidente, chers collègues, merci pour le soutien de la majorité d'entre vous. Comme l'a dit à peu près tout le monde, le gouvernement aurait préféré ne pas devoir déposer ce projet de loi. La prolongation des mesures, cela signifie effectivement que la crise sanitaire dure, et que nombre de nos concitoyens, si pas la majorité d'entre eux, souffrent. Ils souffrent parce qu'ils ne peuvent plus exercer leur métier, parce qu'ils ne peuvent plus avoir de relations sociales, parce qu'ils ne peuvent plus aller à l'école.

 

Seulement, le gouvernement, par ce projet de loi, se voulait d'être à côté de chacun pour effectivement diminuer au maximum les effets négatifs de cette crise sur l'ensemble de nos citoyens.

 

Je ne vais évidemment pas refaire tout le débat. Vous l'avez très bien fait entre vous. Je voudrais juste répondre à un amendement du cdH, notamment par rapport aux dispositions anti-abus. Vous avez semblé dire que vous préfériez déposer l'amendement parce que vous ne faisiez pas confiance au ministre Clarinval. Je voudrais simplement vous dire que demain, en Conseil des ministres - dont j'ai l'agenda ici -– figurera un arrêté royal pour prolonger la non-application des dispositions anti-abus.

 

J'imagine donc que l'amendement peut tomber, mais c'est bien évidemment à vous d'en décider. Mais je peux vous garantir que c'est inscrit à l'ordre du jour et qu'il y a un accord au sein du Conseil des ministres.

 

Pour le reste des dispositions anti-abus, le ministre Clarinval estime qu'il faut aussi de la souplesse; mais c'est un vrai débat qu'il faudra mener en dehors de la crise.

 

Madame la présidente, chers collègues, voilà pour les éléments que je souhaitais ajouter.

 

11.24  Maxime Prévot (cdH): Je me réjouis de l'annonce de la ministre. C'est une très bonne chose. Pour anticiper cette bonne nouvelle de demain, nous poserons déjà un acte de soutien à l'amendement.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1851/13)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1851/13)

 

Le projet de loi compte 68 articles.

Het wetsontwerp telt 68 artikelen.

 

*  *  *  *  *

 

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Art. 12

  • 1 – Wouter Vermeersch cs (1851/14)

Art. 24

  • 3 – Catherine Fonck (1851/14)

Art. 34/1(n)

  • 4 – Nadia Moscufo cs (1851/14)

Art. 63/1(n)

  • 5 – Vanessa Matz cs (1851/14)

  • 6 – Vanessa Matz cs (1851/14)

Art. 63/2(n)

  • 7 – Vanessa Matz cs (1851/14)

Art. 63/3(n)

  • 8 – Catherine Fonck (1851/14)

  • 9 – Catherine Fonck (1851/14)

Art. 66

  • 2 – Ellen Samyn (1851/14)

*  *  *  *  *

Conclusion de la discussion des articles:

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Réservé: de amendementen en artikelen 12, 24 en 66.

Aangehouden: les amendements et les articles 12, 24 et 66.

Adoptés article par article: 1-11, 13-23, 25-65, 67-68.

Artikel per artikel aangenomen: 1-11, 13-23, 25-65, 67-68.

*  *  *  *  *

 

La discussion des articles est close. Auront lieu ultérieurement:

- le vote sur les amendements et articles réservés;

- à la demande du groupe PVDA-PTB le vote sur les articles 36 à 38;

- le vote sur l'ensemble.

De bespreking van de artikelen is gesloten. Zullen later plaatsvinden:

- de stemming over de aangehouden amendementen en artikelen;

- op verzoek van de PVDA-PTB-fractie de stemming over de artikelen 36 tot 38;

- de stemming over het geheel.

 

12 Wetsvoorstel inzake antigeen- en zelftesting (1886/1-4)

12 Proposition de loi relative aux tests antigéniques et à l'autotesting (1886/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Karin Jiroflée, Laurence Zanchetta, Caroline Taquin, Laurence Hennuy, Nawal Farih, Robby De Caluwé, Barbara Creemers.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

12.01  Hervé Rigot, rapporteur: Madame la présidente, chers collègues, je tiens à remercier les services pour la rapidité et l'efficacité avec lesquelles ils ont travaillé. Ce texte a été examiné en commission de la Santé le 30 mars et, au regard de l'urgence, nous avons sollicité de nos services un travail rapide pour pouvoir vous présenter ce texte aujourd'hui en séance plénière.

 

Mme Jiroflée, qui est auteur de ce texte, a exposé la proposition de loi et a souligné la volonté d'élargir la stratégie de dépistage. En plus du traçage et de la quarantaine, le dépistage est une arme importante dans la lutte contre la covid-19. Grâce aux progrès technologiques réalisés l'année dernière, il est aujourd'hui également possible d'utiliser les autotests. Si ces tests n'ont pas été jugés suffisamment fiables au début de la crise, leur qualité s'est améliorée avec le temps et ils répondent désormais aux critères de fiabilité que nous attendons d'eux.

 

Concrètement, la proposition de loi abroge l'interdiction de vendre des tests antigéniques rapides en pharmacie. Les pharmacies agréées ne pourront toutefois mettre ces tests antigéniques rapides qu'à la disposition des praticiens des professions de soins de santé. En outre, la proposition de loi à l'examen crée un cadre pour l'utilisation des autotests. À cet égard, il importe de souligner que toute personne dont l'autotest sera positif devra contacter un centre de vaccination ou un médecin afin de faire exécuter un test PCR. La proposition de loi modifie également le tarif des test PCR. Enfin, l'obligation d'exécuter un test PCR lorsque le test antigénique a produit un résultat négatif ou douteux est abrogé.

 

Mme Jiroflée a également présenté un amendement cosigné par Mmes Zanchetta, Taquin, Hennuy, Farih, et Creemers et M. De Caluwé tendant à permettre aux personnes dont les revenus sont faibles d'avoir aussi facilement accès aux autotests. Le Roi pourra prévoir une intervention pour ces personnes.

 

Nous avons eu un débat au sein de la commission de la Santé. Les principales questions et observations des membres peuvent se résumer comme suit. Les membres ont salué la création d'un cadre légal pour la vente des tests rapides en pharmacie et la possibilité offerte de réaliser des autotests. Plusieurs membres ont posé des questions concernant la mise à disposition gratuite et temporaire de ces tests à des entreprises. Pourquoi une limitation dans le temps d'une telle mesure? Certains se sont inquiétés du choix d'un seul test actuellement. Plusieurs de nos collègues ont fait état de leur inquiétude sur le timing.

 

Les tests seront-ils bel et bien disponibles lorsque les citoyens viendront les demander? Les arrêtés royaux nécessaires seront-ils prêts, de sorte que les pharmaciens puissent récupérer les montants nécessaires en cas d'intervention majorée?

 

Au niveau des réactions des différents collègues, Mme Depoorter a interpellé les auteurs sur divers points. Concernant la limitation de l'enregistrement de la vente d'autotests dans le cas où l'acheteur a droit à une intervention majorée, il lui semblait important de disposer des données relatives au nombre de tests vendus. Il serait logique que les résultats positifs des tests soient également enregistrés par la pharmacie.

 

La proposition de loi prévoit qu'en cas de test positif, le patient doit s'adresser au médecin généraliste ou à un centre de tests en vue de la réalisation d'un test PCR. Or, Mme Depoorter le souligne, les tests PCR sont relativement coûteux. Ne serait-il pas préférable de ne renvoyer le patient chez son médecin que lorsque les soins sont nécessaires? Quel est le budget inscrit pour les tests PCR? Elle s'est également inquiétée des raisons pour lesquelles il n'était pas prévu de réaliser des tests rapides en pharmacie.

 

Mme Laurence Hennuy a insisté sur la nécessité d'une bonne communication sur la manière dont les tests doivent être utilisés et sur les conditions de leur utilisation. Selon elle, les détails pratiques devraient être davantage précisés afin que les tests rapides et les autotests puissent être utilisés efficacement et systématiquement comme un outil supplémentaire dans la stratégie de dépistage.

 

Mme Zanchetta a, pour sa part, mis l'accent sur la nécessité d'une bonne concertation avec les pharmaciens pour permettre le meilleur accompagnement qui soit pour nos concitoyens. Elle se réjouit de la mise en œuvre d'une stratégie à destination des entreprises. Ce qui est également important, c'est la mise en œuvre d'une stratégie de suivi des tests positifs. Ce qui est important enfin, dit-elle, c'est d'impliquer les pharmaciens dans la stratégie de testing. C'était une disposition à revoir. C'est aujourd'hui chose faite.

 

M. Creyelman a demandé que le délai pour enregistrer un test positif soit davantage précisé. Il a également regretté l'absence de dispositions concernant la vente en ligne et en particulier la vente en ligne d'autotests sur les sites internet étrangers. Il a indiqué ne pas comprendre pourquoi dans notre pays ces autotests n'étaient pas disponibles dans les supermarchés notamment.

 

M. De Caluwé a indiqué qu'il trouvait que c'était une bonne idée que, dans un premier temps, la vente d'autotests se limite à la pharmacie qui a un rôle important à jouer, selon lui, dans la sensibilisation du citoyen.

 

Mme Muylle a interpellé le ministre sur la gestion des stocks notamment prévus, sur la capacité et la facilité d'approvisionnement pour les pharmacies.

 

Mme Merckx a pour sa part signalé que les tests PCR n'étaient pas suffisamment utilisés et que la stratégie de test en général présentait des lacunes. Elle a également exprimé son opposition à la règle selon laquelle une personne dont le test est positif doit prendre contact avec son médecin généraliste. Ce serait en effet une tâche supplémentaire pour ces médecins qui sont déjà débordés.

 

Pour sa part, Mme Fonck a plaidé pour une disponibilité bien plus grande des autotests, en estimant que la stratégie de tests pèche actuellement par un manque flagrant d'ambition, car elle ne permet pas de sortir du semi-confinement dans lequel notre pays est plongé depuis déjà si longtemps. Mme Rohonyi a souhaité savoir si les pharmaciens aideraient également à interpréter les résultats des tests. Des erreurs pourraient en effet être commises si les citoyens devaient s'en charger eux-mêmes.

 

Enfin, il a également été signalé qu'il n'existait pas encore de bonne stratégie de tests pour les écoles. Pourtant, des tests appropriés pour les enfants sont déjà disponibles.

 

Cinq amendements ont été déposés. L'amendement n° 1 de Mme Fonck tendait à mettre gratuitement un autotest par semaine à la disposition du citoyen. Mme Merckx a présenté le sous-amendement n° 5 tendant à offrir gratuitement deux autotests par semaine. Mme Depoorter a présenté un amendement tendant à faire enregistrer la vente d'autotests et leur résultat par le pharmacien et un autre tendant à faire acheter les tests rapides et les autotests par les entreprises elles-mêmes, et non par les pouvoirs publics. Enfin, l'amendement n° 4 de Mme Jiroflée et consorts tendait à prévoir une intervention majorée pour les ayants-droit. Seul ce dernier a été adopté.

 

Le ministre a évidemment apporté diverses réponses - j'imagine qu'il ne manquera pas de vous les présenter - notamment quant à la stratégie. Il a précisé que la première ligne de défense - le testing de personnes symptomatiques et de celles qui ont entretenu un contact à haut risque - restait essentielle. La deuxième ligne de défense concerne le testing dans les entreprises où il est impossible de travailler. Il est également urgent de la mettre en œuvre. Pour le moment, ce testing n'est malheureusement guère pratiqué, en raison de la charge administrative. Les obligations administratives ont, dès lors, été allégées. En outre, les pouvoirs publics ont stimulé les entreprises en mettant à leur disposition la réserve disponible de tests antigéniques, qui seront offerts gratuitement jusqu'à épuisement du stock. Le ministre ne définit pas quelles entreprises doivent tester leurs travailleurs, puisque toutes peuvent bénéficier de cette possibilité. Des projets pilotes sont actuellement développés pour le testing dans les écoles.

 

Quant aux autotests, il s'agit de tests antigéniques, et non sérologiques. Le pharmacien joue un rôle essentiel, dit-il, dans leur délivrance - une mission que les supermarchés ne peuvent pas remplir. En effet, le pharmacien est en mesure de fournir une explication à l'acheteur et il traite les remboursements. Son rôle ainsi que celui des médecins généralistes pourront encore évoluer au fil des mois et être adaptés par la voie d'arrêtés royaux, précise-t-il.

 

Le ministre souhaite éviter que les citoyens ne commencent à s'approvisionner massivement en autotests, ce qui pourrait se produire s'ils étaient gratuits. Les autotests ne sont en effet que la troisième ligne de défense dans la lutte contre le coronavirus. Le gouvernement évaluera toutefois si les autotests peuvent, dans le futur, être vendus en supermarché.

 

Le ministre ne croit pas que les citoyens qui ont la possibilité de recourir à l'intervention majorée en abuseront pour revendre les tests. Après un autotest positif, il est encore nécessaire de faire réaliser un test PCR car celui-ci est plus fiable et son résultat est enregistré. Il peut en outre donner lieu au traçage, qui est toujours un élément essentiel dans les mesures de lutte contre la pandémie.

 

Le vote de la loi a été adopté par 15 voix pour et 2 abstentions. Chers collègues, j'en ai fini pour ce soir et je peux vous assurer que je n'ai glissé aucun poisson d'avril dans mon rapport. Je vous souhaite à toutes et tous un bon congé pascal, qui vous permettra de recharger vos batteries. Prenez soin de vous, à bientôt!

 

12.02  Kathleen Depoorter (N-VA): Mevrouw de voorzitster, onze fractie zal het voorliggend wetsvoorstel steunen. Eindelijk wordt een absurditeit rechtgezet, absurditeit die in december nog werd goedgekeurd, namelijk het feit dat sneltesten niet aan artsen in de apotheek mochten worden verkocht, ook al hebben die daar toch heel nauw contact mee. Ik weet wel niet wat de zeven extra gezondheidsinspecteurs, die werden aangesteld om te controleren of apothekers toch geen test onder of boven de toog verkochten, nu zullen doen, maar ik neem aan dat men wel een invulling van hun taken voor hen zal vinden.

 

Het is de logica zelve dat wij die stap zetten in de teststrategie, waarin sneltesten en zelftesten meer zullen worden ingezet. Mijn fractie vraagt daar ook al heel lang naar. Een vorige spreker verwees daarnet naar de pilootprojecten in de scholen. Na de paasvakantie moeten de scholen absoluut weer open, zodat onze kinderen onderwijs kunnen genieten. Wij moeten dan effectief testen in clusters kunnen doen, al dan niet gepoold. Daarvoor vindt u dus zeker in ons een partner. Wij zijn ook een partner wanneer het erom gaat dat zelftesten worden verkocht in de apotheek gelet op het laagdrempelig, alomtegenwoordig en de klok rond beschikbare fijnmazig netwerk.

 

Een gemiste kans is dat de sneltest onder volgens het wetsvoorstel niet kan worden afgenomen in de officina. Ik begrijp het discussiepunt dat nog niet alle apothekers bereid zouden zijn om sneltesten af te nemen of dat nog niet iedereen een opleiding zou hebben genoten, maar toch wil ik onderstrepen dat het noodzakelijk wordt, wanneer het exitplan wordt uitgevoerd, dat sneltesten en zelftesten overal beschikbaar zijn en dat de patiënten die het niet zien zitten, om die zelf uit te voeren, dat kunnen laten doen bij de apotheker. Dat is immers de juiste richting.

 

Een aantal fracties meende tijdens de bespreking in commissie dat het niet snel genoeg ging en zag graag dat zelftesten ook zouden kunnen worden verkocht in de supermarkten of via het internet.

 

Maar in mijn ogen is de in het wetsvoorstel gekozen weg, de juiste. Het uitvoeren van een zelftest is niet niets, zeker niet in het begin. Dat moet deskundig gebeuren; er is advies nodig en dan is de apotheker de geschikte persoon. Naar verluidt zouden de kassiersters in landen waar de zelftest wel in de supermarkt worden verkocht, niet zijn opgeleid om advies te geven. Men zou hier eventueel een extra drempel kunnen invoeren in de vorm van een opleiding, maar dat is hier nu niet aan de orde.

 

Hoe zou dat trouwens in de praktijk verlopen? Er zijn drie mogelijkheden als men een zelftest zonder enig farmaceutisch advies in de supermarkt koopt. Ofwel voert de patiënt de test correct uit en krijgt een negatief of positief resultaat. In dat laatste geval zoekt hij of zij desgevallend de nodige farmaceutische of geneeskundige zorg van een zorgverstrekker. Ofwel voert de patiënt de test niet correct uit en krijgt een vals positief of een vals negatief resultaat. Of nog – en dit zien we in de praktijk vaak gebeuren met dergelijke testen -, de patiënt koopt een test in de supermarkt en gaat daarmee naar de apotheek om uitleg vragen. Ik denk niet dat dat de bedoeling kan zijn. De apotheker is de zorgverstrekker en mag vergoed worden, net zoals de supermarkt een vergoeding zal ontvangen, want er is een economische marge op de verkoop van die testen.

 

In het licht van de zorgnood van de patiënten in de beginfase van de zelftesten pleit ik absoluut voor de verkoop in de apotheek. Ik roep de indieners van het voorstel op om dat ook gedurende een voldoende lange periode in te schrijven, zodat de bewustwording bij patiënten kan groeien. Men kan zelftesten inderdaad niet ad aeternam in de apotheek blijven verkopen, maar zeker in de beginfase zullen we dat op die manier moeten doen.

 

De sneltests en de zelftests, zo heeft de minister in de commissie aangegeven, zullen moeten bijdragen tot de teststrategie maar ook om een antwoord te kunnen bieden op de vraag over de regionale verschillen die er vandaag nog altijd zijn. Daar zet ik wel wat vraagtekens bij. Wij zien nog altijd heel duidelijk dat de taalgrens een zorggrens is. Het verschil in de hoeveelheid testen die per 100.00 inwoners worden afgenomen in de verschillende regio's, is heel groot. Wij moeten inderdaad inzetten op het verkleinen van dat verschil om de positiviteitsratio in bepaalde regio's naar beneden te halen, en beter screenen.

 

Het komt niet zo duidelijk uit het rapport maar een discussiepunt is hoe dit wetsvoorstel tot stand is gekomen. Ik blijf het bijzonder vinden dat men eerst een koninklijk besluit vorm geeft, dan naar de pers stapt en daarna pas naar het Parlement komt. Dat is niet de weg die gevolgd moet worden. Respect voor het parlementaire debat is iets wat wij in deze covidcrisis al heel vaak hebben aangekaart in dit Huis. Het is wel een probleem als een minister in een coviddebat aangeeft dat de parlementsleden een verplicht nummertje moeten opvoeren. Wij zijn er toch allemaal om ervoor te zorgen dat onze maatschappij zo goed mogelijk door deze crisis geraakt.

 

Ik vind het problematisch dat men eerst in de pers zegt dat patiënten met een verhoogde tegemoetkoming een gratis zelftest zullen kunnen afhalen in de apotheek om daarna nog aan het juridische kader te moeten werken. Het werd gecommuniceerd. Wie een apotheker kent, kan gerust eens vragen hoeveel telefoons er al geweest zijn in de voorbije dagen over die gratis zelftests.

 

De eerste levering die mogelijk is in de apotheek is op 9 april, terwijl men op 30 maart heeft gecommuniceerd. Als men echt het diepe respect heeft voor de zorgsector, voor de apothekers, waarover de minister getuigd heeft in de commissie, zorgt men er ook voor dat het kader er is, en dat het materiaal er is.

 

Nu wij het over dat materiaal hebben, collega's, die sneltesten zijn zelftesten met een kortere swab. Dat weten wij allemaal. Die sneltesten zijn al gevalideerd door het FAGG. Heel bijzonder is dat op het moment dat er gecommuniceerd werd één zelftest gevalideerd was.

 

De dag nadien werd de tweede zelftest gevalideerd. De zelftesten van onze Vlaamse kmo's, waarvoor in de maand maart al een aanvraag was gedaan, zijn vandaag echter nog steeds niet gevalideerd. Op mijn vraag naar de reden daarvoor heeft de minister niet geantwoord. Hij geeft wel aan dat het FAGG de producenten zelf heeft gecontacteerd. We hebben hier zojuist het debat gehad over de steunmaatregelen voor onze bedrijven en kmo's en we zullen die straks goedkeuren. In dat licht begrijp ik niet waarom buitenlandse concerns hun zelftests minimaal ongeveer een week vroeger gevalideerd zien dan de lokale bedrijven, die het ook heel moeilijk hebben tijdens de covidcrisis. Dat is trouwens absoluut geen detail want vandaag is zowat elke apotheker op zoek naar zelftesten. In dit geval is tijd zeer zeker een competitief nadeel voor de kmo's, dat wil ik sterk benadrukken.

 

Dat deze bedrijven en kmo's geen prioriteit vormen in het wetsvoorstel van deze paars-groene meerderheid wordt ook duidelijk bij een andere bepaling in de tekst, namelijk het gratis ter beschikking stellen van 1 miljoen zelftesten aan de bedrijven. Men zegt dat men er nog 570.000 in voorraad had en dat er ongeveer 500.000 bij gekocht werden. Ik heb mijn amendement ingediend om ervoor te pleiten dat de federale regering wel sneltesten zou aankopen voor eigen gebruik in instellingen en organisaties maar dat ze de bedrijven hun sneltesten bij bedrijven waarmee ze samenwerken zou laten aankopen en met een onkostennota zou gaan werken. Dat kan ook. Als de federale overheid echter aankondigt dat men bij haar gratis testen krijgt, dan gaat men de lokale markt opnieuw fnuiken. Ik begrijp niet dat dezelfde partijen enerzijds bepleiten om de lokale ondernemingen te ondersteunen maar anderzijds voor distributie door de overheid pleiten. De overheid blijkt hier opnieuw roder dan blauw te zijn.

 

Ik blijf bij mijn standpunt dat een patiënt met een positieve test niet noodzakelijk moet worden doorverwezen naar de arts of naar een testcentrum, zoals in het wetsvoorstel is opgenomen. Tussen het KB en het wetsvoorstel is daar ook nog een beetje miscommunicatie. De oproep van de artsen is daar wel duidelijk geworden. De huisartsen zijn overbevraagd, ze zijn doodop van een jaar covid. Nu zullen ze nog eens telefoons moeten ontvangen van patiënten die lichte symptomen hebben, een duidelijk positieve test hebben, maar nog eens een extra PCR moeten afnemen die inderdaad duur is, maar die ook voor overbelasting zorgt. De apotheker het recht op registratie geven en de patiënt onmiddellijk in quarantaine laten gaan, is een veel efficiëntere werkwijze.

 

Ik kom tot mijn besluit. We weten allemaal dat de echte exitstap de vaccinatie is, maar dat loopt aan een slakkengangetje. We hebben vandaag nog het gelekte rapport van Europa gekregen waarin heel duidelijk staat dat het rijk der vrijheid echt nog niet in aantocht is. Dat is jammer, want onze bevolking had dit wel verdiend.

 

De snel- en zelftesten die we nu zullen goedkeuren en in omloop zullen brengen, kunnen we nu maar het best goed benutten. Wij moeten perspectief creëren voor onze bevolking. Nu op de nieuwssites wordt verteld over de mensen die massaal samentroepen in het Ter Kamerenbos, moeten we met zijn allen inzien dat dit het moment is waarop wij ook als beleidsmakers dat perspectief moeten creëren. Dat kunnen we via goed omlijnde pilootprojecten, waar we zullen testen en waar we na een eventuele samenkomst, na een organisatie opnieuw zullen controleren. Het is enkel door te meten dat we zullen weten. Door te meten en in goed omlijnde pilootprojecten te werken, kunnen we ook kijken welke maatregelen we in de toekomst nog kunnen ondersteunen. Dan zal het misschien niet nodig zijn om niet-essentiële zaken op afspraak te doen werken en erna te declareren dat we toch nog eens moeten kijken of dit wel effect heeft of niet.

 

12.03  Laurence Zanchetta (PS): Madame la présidente, nous nous réjouissons qu'enfin il y ait un élargissement de notre stratégie de testing. Comme je le disais en commission, pour les autotests, la concertation avec les pharmaciens sera essentielle pour permettre le meilleur accompagnement qui soit pour les citoyens. En outre, la stratégie est élargie avec l'utilisation des tests antigéniques au sein des entreprises. Ce texte doit être vu comme une première étape à franchir rapidement si l'on veut garder les objectifs fixés en point de mire.

 

Il faut également souligner le fait que ces tests, s'ils sont positifs, devront faire l'objet d'un enregistrement via le médecin généraliste ou un centre de testing pour les autotests, et via la médecine du travail pour les tests antigéniques. Les pharmaciens pourront délivrer ces derniers aux professionnels de soins alors que ceci leur était interdit jusqu'ici. C'était une disposition à revoir; c'est aujourd'hui chose faite!

 

12.04  Steven Creyelman (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, sinds begin vorig jaar stelt dit huis vragen over testen, sneltesten en zelftesten. Zeker wanneer het ging over zelftesten, werden veel van die vragen afgewimpeld met het element van de onbetrouwbaarheid van die testen. Als dat al zo was – daar kunnen we over discussiëren, ik denk dat daar weinig onenigheid over zal bestaan – moeten we toch vaststellen dat dit eigenlijk niet de kern van de zaak was. De kern van de zaak is dat men toen al had kunnen voorzien dat, zelfs wanneer men die sneltesten en zelftesten nog onbetrouwbaar vond, de technologie niet stil zou staan en dat de betrouwbaarheid van die testen op relatief korte termijn met rasse schreden zou vooruitgaan. De collega's weten dat deze regering, en trouwens ook de vorige, zich hierop hadden kunnen voorbereiden, maar dat is niet gebeurd. Deze regering heeft dus een trucje uitgehaald om snel te kunnen handelen. Een en ander wordt er nu doorgeduwd door enkele collega's een wetsvoorstel te laten indienen en de urgentie te laten inroepen, terwijl iedereen beseft dat dit eigenlijk een wetsontwerp is, of toch had moeten zijn. Wat onze goede vriend Girardin daarover zou gezegd hebben, is waarschijnlijk niet heel moeilijk in te schatten, want ik denk dat er weinig sprake is van vooruitziendheid in dit geval. Van de door de minister aangekondigde turbo is ook al geen sprake, het is eerder een kwestie van te laat uit de startblokken schieten.

 

Los van het feit dat dit wetsvoorstel, of ontwerp zo u wil, al minstens een half jaar op het schab klaar had moeten liggen, kunnen we duidelijk zien dat een en ander snel is moeten gaan. Ik zal niet heel de redenering uit de commissiebespreking overdoen, maar ik wil ze toch wel even aanhalen. Getuige daarvan zijn een aantal vage begrippen.

 

In artikel 2 wordt gesteld dat de gebruiker van een zelftest die te maken krijgt met een positief resultaat, dat zo snel mogelijk moet meedelen aan zijn huisarts of aan een testcentrum. Ik heb de minister gevraagd wat dat is, zo snel mogelijk. Is dat 24 uur? 48 uur? 72 uur? Een week? Een maand? Een half jaar? Hoe moet men dat eigenlijk interpreteren? De minister was zo goed om mij deze keer wel te antwoorden. Ik kreeg in de commissie het antwoord: "Zo snel mogelijk, mijnheer Creyelman, dat is" - houd u even vast, collega's, gelukkig zitten we allemaal - "zo snel mogelijk." Ik was stomverbaasd door zoveel inventiviteit, maar achteraf bekeken ben ik al blij dat hij het niet heeft gedefinieerd als "onverwijld".

 

Zelfs zonder die onduidelijkheid blijft de vraag open – de rapporteur die deze vergaderzaal ondertussen verlaten heeft, moet ik daarin toch even corrigeren – of een goed afgebakende termijn voor de melding van een positieve test op de een of andere manier haalbaar of zelfs afdwingbaar zou zijn. Hoe wordt bepaald en wie zal bepalen wanneer een test is afgenomen? Ook daar had de minister eveneens een antwoord op, een leuk antwoord zelfs, moet ik toegeven. "Wij hebben vertrouwen in de burgerzin van de mensen", klonk het in de commissie uit de mond van de minister. Bij zoveel vertrouwen, zoveel mooie woorden, heb ik in alle stilte, zonder dat iemand het zag, een traantje weggepinkt. Daar kom ik later nog op terug.

 

In artikel 4 – niet onbelangrijk, want dat is volledig verdwenen – van het oorspronkelijke voorstel werd bepaald dat de Koning de terbeschikkingstelling van zelftests kan koppelen aan – houd u vast – de registratie van de identiteit van de persoon. Los van het feit dat die koppeling in schril contrast stond met de toelichting, waarin werd gesteld dat het noodzakelijk is dat de apotheker registreert aan welke personen hij de zelftest aflevert, hebben wij met Vlaams Belang ons afgevraagd wat de registratie van de identiteit van de persoon, een hele mond vol, precies inhield. Werd daarmee de koper bedoeld die zich bij de apotheker aanbiedt? In de toelichting stond dat het gaat om de persoon aan wie de zelftest wordt afgeleverd, maar ook die verklaring was en is niet echt een toonbeeld van duidelijkheid.

 

In de commissie heb ik meerdere voorbeelden gegeven. Wat dient er te gebeuren als een persoon zich in een apotheek aanbiedt om een zelftest op te halen voor een persoon met een beperking? Wat bijvoorbeeld als ik een zelftest ophaal voor mijn gepensioneerde buurvrouw die wat minder goed ter been is? Wat bijvoorbeeld als ik, bij wijze van vriendendienst, een zelftest voor iemand ophaal omdat ik toch bij de apotheker moest zijn? De vraag rijst dus op wiens naam de registratie moest gebeuren.

 

Bij het originele wetsvoorstel kon men zich daarbovenop afvragen waarom de Koning het aantal zelftests moest kunnen beperken, want in de genoemde voorbeelden was er potentieel geen enkele test bij voor de persoon die zich bij de apotheek aanbiedt. Het begrip "afleveren" uit de toelichting behoefde dus nadere uitleg. Voor ons was dat onduidelijk en ik denk dat het ook onpraktisch en zelfs onwerkbaar zou zijn geweest.

 

Gelukkig kwamen mevrouw Jiroflée, mevrouw Zanchetta, mevrouw Taquin, mevrouw Hennuy, mevrouw Farih, mevrouw Creemers en de ondertussen in mijn uiteenzettingen onvermijdelijk geworden collega Robby De Caluwe met de redding door middel van een amendement. Zij dienden een amendement in, waarmee het begrip "registratie van de identiteit van de persoon" volledig verdween.

 

Voorzitter: André Flahaut, oudste lid in jaren.

Président: André Flahaut, doyen d'âge.

 

Het voor ons heel goed amendement bepaalde, natuurlijk tot meerdere eer en glorie van de leden die het hebben ingediend, dat de zwaksten in onze samenleving een tegemoetkoming voor een zelftest zullen krijgen. Uit het antwoord van de minister bleek dat zij voor dat recht op die tegemoetkoming wel zouden worden geregistreerd. Collega's, dat is, eerlijk gezegd, totaal niet onlogisch in tegenstelling tot de originele algemene registratie. Dus ondanks dat het wetsvoorstel van de meerderheid achter de feiten van de onlinerealiteit aanholt – de zelftesten kunnen al maandenlang online worden besteld - maakte het amendement komaf met onze kritiek dat bij onlinebestellingen de registratie nauwelijks te controleren valt, zeker niet in de duistere krochten van wat het internet moet heten.

 

Exit de algemene registratie, zal ik het gemakshalve maar noemen. Wij zouden soms nog de indruk krijgen dat rekening wordt gehouden met de opmerkingen van de oppositie. Ik vrees echter dat ik nuchterder ben dan dat.

 

De zelftest zal volgens de verklaringen van de minister vanaf 12 april 2021, dus niet zo lang meer, met name elf dagen vanaf vandaag, worden terugbetaald aan wie het niet breed heeft. Dat kan alleen maar worden toegejuicht. Zij zullen een remgeld betalen van 1 euro per lid van het gezin. De rest van de bevolking betaalt de volle pot, zijnde ergens tussen 5 en 10 euro, wat een niet onaardige winst voor de apotheker betekent, gelet op de aankoopprijs tussen 2 en 5 euro. Daar kunnen toch wel vraagtekens bij worden geplaatst, vooral gezien de toch wel verzekerde verkoopvolumes van de zelftest.

 

Collega's, ik maak even een zijsprongetje naar de gratis zelftests die aan de bedrijven ter beschikking worden gesteld en die, indien ik het goed heb begrepen in de commissiebesprekingen, tot 1 mei 2021 zullen worden besteld. De grote bedrijven met een eigen interne bedrijfsgeneeskundige dienst kunnen die tests via die dienst bestellen. Andere bedrijven zullen een beroep moeten doen op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Corrigeer mij, indien ik onjuist ben; ik nodig u daar zelfs toe uit. Ik meen echter te mogen stellen dat bedrijven met een interne bedrijfsgeneeskundige dienst meestal niet echt de kleintjes zijn. Ik meen zelfs te mogen stellen dat het meestal om de grotere bedrijven gaat. Voor hen zijn de tests effectief echt gratis. Dat is echter niet het geval voor de kleine tot middelgrote bedrijven zonder een interne bedrijfsgeneeskundige dienst.

 

Zij moeten beroep doen op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, zoals Liantis en Mensura. Het zal u niet onbekend zijn dat die externe diensten niet gratis werken.

 

Tenzij ik de actualiteit van de afgelopen vier uur heb gemist, is de enige conclusie die ik voorlopig kan trekken dat de testen niet voor alle bedrijven gratis zijn. Tot zover het gratisverhaal. In het geval van de kleinere bedrijven betekent gratis dus al snel enkele tientallen euro per test.

 

Ik had de minister graag hierover ondervraagd, maar ik zal dat dus maar doen bij het eerstvolgende actualiteitsdebat in de commissie, aangezien collega Depraetere mijn vraag nuttig genoeg vindt om daar gesteld te worden. Ik breng u het debat van gisteren over de pandemiewet even in herinnering.

 

Mijnheer de voorzitter, de kernvraag was en is voor ons nog altijd waarom de verkoop van zelftesten moet worden beperkt tot het welbekende lijstje dat in de wet is opgenomen en dat nu wordt uitgebreid met de vergunde apotheken. Zoals collega Depoorter al zei, zijn die testen in onze buurlanden veel gemakkelijker beschikbaar. Onze fractie vraagt zich af waarom die zelftesten bij ons niet kunnen worden verdeeld via bijvoorbeeld de supermarkten, zoals dat in Duitsland en Nederland gebeurt. Waarom zullen we dat pas overwegen na een evaluatie?

 

Mevrouw Depoorter, ik wil geen welles-nietesdiscussie beginnen, maar u zegt dat het allemaal te moeilijk is en dat de mensen dat niet zullen begrijpen. Ik weet niet of de Duitsers en de Nederlanders zoveel slimmer zijn dan de Vlamingen of de Walen; ik citeer alleszins even professor Tom Coenye, microbioloog, op Twitter – bepaalde van uw partijgenoten kent daar ook wat van -: "Die zelftesten zijn géén kernfysica, beste mensen. Deed er al heel wat, en geloof me vrij: quasi iedereen kan dat. Je hebt daar noch arts noch apotheker voor nodig."

 

Ik heb geen reden om aan uw woorden te twijfelen, mevrouw Depoorter, maar ik heb evenmin reden om aan de woorden van de professor te twijfelen. Ik denk dat het verschil tussen u en mij gewoon is dat u dat door een apothekersbril ziet en ik door een bredere aanbodbril. Beide meningen mogen worden geuit, meen ik.

 

12.05  Kathleen Depoorter (N-VA): Mijnheer Creyelman, ik wil toch even verduidelijken wat ik heb gezegd, want ik heb niet gezegd dat de mensen het niet zullen begrijpen.

 

Ik heb gezegd dat er drie mogelijkheden zijn: ofwel gaan de mensen de testen goed gebruiken en dan is er geen probleem en kunnen wij ons vragen stellen bij de zorgnood, ofwel gaan de mensen de testen fout gebruiken en dan kunnen wij ons vragen stellen bij de veiligheid, ofwel gaan de mensen de testen kopen in de supermarkt en gaan zij ermee naar de apotheek om te vragen hoe de test moet worden gebruikt. Ik vraag u dan hoe vaak u al naar de bakker bent gegaan met een brood en met de vraag om dat voor u te snijden.

 

12.06  Steven Creyelman (VB): Ik moet u teleurstellen, maar ik bak mijn brood zelf. Dat ga ik met het vaccin niet doen en met de zelftesten nog veel minder waarschijnlijk.

 

Waar het over gaat, is echter niet zozeer of iemand zijn test gaat kopen bij de apotheker. Ik vind dat men dat overal moet kunnen doen, omdat zij zo breed mogelijk moeten worden verkocht. U vindt dat niet. U zegt dat de mensen zullen vergeten hoe de testen gebruikt moeten worden. U gaat ervan uit dat mensen de zelftest ter plekke gebruiken of dat zij een verschrikkelijk goed geheugen hebben. Ik kan immers nu een zelftest kopen in een apotheek, maar die pas veertien dagen later gebruiken. U gaat ervan uit dat mijn geheugen zo verschrikkelijk goed is dat ik nog precies weet wat de apotheker heeft gezegd. U zult mij bij de aankoop van de test in uw apotheek zonder twijfel een goede uitleg geven, maar de kans is heel reëel dat ik die over veertien dagen al een beetje vergeten ben en dan zal ik nog eens langskomen. Er zullen niet elke dag 100 mensen bij u of bij andere apotheken langskomen. Wij zijn het er toch over eens dat u, in het kader van uw beroep, mensen bijstaat en dat u daar geen al te grote overlast van zult ondervinden.

 

12.07  Kathleen Depoorter (N-VA): Mijnheer Creyelman, ik denk dat u een aantal zaken door elkaar haalt. Zoals ik heb gezegd heeft een zelftest een korte swap. Dat gaan we nooit in de apotheek doen. Een sneltest heeft een lange swap. Wij vinden dat dit in de officina kan worden uitgevoerd. Ik heb gezegd dat het een gemiste kans is dat wij dat niet mee hebben opgenomen.

 

Wat de andere discussie betreft, daar zal ik u in een volgend debat zeker nog eens op wijzen.

 

De voorzitter: Mijnheer Creyelman, komt u tot uw conclusie?

 

12.08  Steven Creyelman (VB): Mijnheer de voorzitter, zoals u in de commissie Legeraankopen stilaan tot de conclusie komt, zal ik dat hier ook doen. Soms ben ik misschien te cynisch?

 

De vraag was waarom wij dat niet in de supermarkten gaan verkopen, of pas na enige tijd, na de evaluatie die door de minister werd aangekondigd, maar waarvan we niet zeker weten wanneer dat gaat gebeuren. Het antwoord dat ik in de media las, was de vrees voor zelftestfeestjes. Als de vrees voor zelftestfeestjes de echte reden is, vindt het Vlaams Belang dit getuigen van een fundamenteel gebrek aan vertrouwen in de bevolking, in de geroemde burgerzin van de bevolking. Het Vlaams Belang is van mening dat zelftests zo toegankelijk mogelijk moeten zijn.

 

Zoals ik tijdens de bespreking in de commissie al zei, past dit perfect in het credo van de minister: testen, testen, testen. Het past daarenboven ook nog in het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie. De echte reden is niet de vrees voor zelftestfeestjes, volgens mij niet echt een onterechte vrees, maar waarschijnlijk een hopelijk, voorlopig tekort aan zelftests in ons land. Ik had die vraag graag aan de minister gesteld, maar ik zal dat dan ook maar in de commissie doen, met goedkeuring van mevrouw Depraetere.

 

Kan de minister ons garanderen dat de er voldoende individueel verpakte zelftests beschikbaar zullen zijn? Ik vernam dat er bij Roche een beperkte voorraad individueel verpakte zelftests beschikbaar is. Een bulkverpakking bevat 25 stuks. Dat is ook bij Abbott zo. Daar is er zelfs nog een ander probleem, want in hun bulkverpakking van 25 zit maar een potje met reagens.

 

Dan vraag ik mij af of onze apothekers dan die testen, die zij in bulk verkrijgen, moeten herverpakken? Misschien kan collega Depoorter daarop antwoorden, want ik weet het echt niet. Ik stel de vraag maar.

 

Ik vraag mij trouwens ook af hoe het zit met de handleiding als die tests individueel zouden kunnen verkocht worden. Ik kan mij inbeelden dat iemand die wel eens wil nalezen, als de zeer goede en deskundige uitleg van de apotheker veertien dagen later niet meer in zijn geheugen zit, en als hij aan de hand van de handleiding wil hoe het precies in elkaar zit. Wij gaan er wel van uit dat hij dan nog altijd bij de apotheker terechtkan. Ik ga er alleszins van uit dat de bedoeling is dat de apothekers die handleiding zullen moeten kopiëren of er zelf eentje zullen moeten maken.

 

Mijnheer de voorzitter, collega's, ook al hebben wij met de zelftesten geen 100 % zekerheid over een negatief resultaat, wij halen er toch de positieve gevallen mee uit. Dat is meteen de reden waarom wij van Vlaams Belang ons zullen onthouden op dit voorstel, niet omdat wij ons om de ene of de andere bizarre reden zouden keren tegen het ter beschikking stellen van sneltesten of zelftesten aan de bevolking, maar omdat wij van mening zijn dat die testen zo breed mogelijk moeten worden aangeboden.

 

Dat, en niets anders dan dat, collega's, is de reden van onze onthouding.

 

12.09  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wil nog even ingaan op de weg die dit wetsvoorstel heeft afgelegd in het Parlement. Het was immers heel bijzonder dat de minister bij de bespreking in de commissie aanwezig was en de verdediging van dit wetsvoorstel opnam alsof het een ontwerp was. Hij heeft op alle argumenten geantwoord. De dag voor de eerste bespreking in de commissie had hij trouwens alles al uitgelegd in de media, alsof alles al beslist was en het Parlement dit voorstel zeker en vast zou goedkeuren. Op die manier werd de oppositie aan de kant geschoven, hoewel ze in dit debat enkele interessante pistes heeft aangebracht. De minister gaf echter aan dat het voorstel urgent was en dat men op deze manier de wat moeilijker piste van een wetsontwerp kon omzeilen, zodat de tekst sneller kon worden goedgekeurd.

 

Ik heb daar vragen bij want we weten allemaal dat professor Goossens eind oktober al de gevraagde nota over het gebruik van sneltesten en zelftesten indiende bij de minister. Die nota is echter dode letter gebleven en nu komt men 5 maanden later snel, snel met een wetsvoorstel aan.

 

Ik kom dan bij een tweede punt. We zullen dit wetsvoorstel steunen maar ik vraag me wel af in welke mate het de problemen met onze teststrategie zal oplossen. Riskeren we niet gewoon de chaos te vergroten? Wordt zo niet een deel van de verantwoordelijkheid voor het falend beleid bij de burger gelegd, door de zelftesten toe te laten? We kunnen vandaag tot 150.000 PCR-testen per dag doen maar het grote probleem is dat we er vorige week slechts zo'n 66.000 van gebruikten, hoewel we in de derde golf zitten. Dit voorstel zal hier eigenlijk niets aan veranderen, alleen zullen mensen met een positieve zelftest ook een PCR-test moeten ondergaan. Is dat echter wel de nuttigste manier om die PCR-capaciteit in te zetten? Volgens ons moet er veel sterker worden ingezet op het testen van asymptomatische mensen en mensen die al lang symptomen hebben. Daar zijn de PCR-testen het meest van nut. Dit voorstel zal niets veranderen aan de falende teststrategie.

 

Een volgend probleem is dat de snelle antigeentesten niet genoeg gebruikt worden. Een oplossing is effectief dat apothekers die nu kunnen verkopen aan bijvoorbeeld huisartsen, kinesisten of andere zorgverleners. Het echte probleem is dat er niet genoeg personeel is om die testafnames te doen, bij de huisarts of in de testcentra. In mijn regio is er nu bijvoorbeeld weer een hogere vraag naar testen. Mensen moeten op sommige ogenblikken opnieuw dagenlang wachten vooraleer ze een afspraak kunnen krijgen voor die testen. Daar wordt natuurlijk ook geen antwoord op gegeven. Dan wordt het laatste probleem wel opgelost, dus dat de zelftesten nog steeds niet toegelaten waren in België.

 

Een ander probleem waarover het ook een beetje gaat in het wetsvoorstel, maar waar ook echt geen fundamentele oplossing voor komt, is dat er niet genoeg getest wordt, noch in de bedrijven, noch in de scholen. Nu zullen er dus gratis testen ter beschikking gesteld worden tot 1 mei. Het grote probleem is natuurlijk dat we hier nog steeds geen plan hebben. Elk bedrijf zou echt een uitbraak- en een preventief testplan moeten hebben, in overleg met de vertegenwoordigers van de werknemers natuurlijk, in de comités voor preventie en veiligheid op het werk. We zouden ook een teststrategie moeten hebben voor de komende maanden, bijvoorbeeld met de afbouw van het telewerk. Hoe is dat mogelijk met eventueel inzet op een preventieve teststrategie in de bedrijven? Daar wordt eigenlijk ook geen enkel antwoord op gegeven in dit wetsvoorstel. Ondertussen zijn er wel al heel wat gratis testen besteld. Zullen die ook echt efficiënt ingezet worden? Het is een beetje paniekvoetbal van de meerderheid door die derde golf en het hoge aantal clusters in de bedrijven. Dit werk hadden we al maanden geleden moeten doen. Er is dus nog steeds geen oplossing voor.

 

Zelftesten kunnen een pluspunt zijn, door die aan de bevolking ter beschikking te stellen. Voor ons blijft het belangrijkste punt dat wie een test echt nodig heeft door bepaalde indicaties of in bepaalde situaties, die test ook krijgt. Ik heb het dan vooral over het ontbreken van een goed preventief testbeleid in zowel onze scholen als de bedrijven. Ik denk dan aan het inzetten van testbussen. Dat bestaat maar zeer weinig. Het was één van de projecten uit de nota van professor Goossens. Zeer interessant, maar we blijven daar op onze honger zitten.

 

Indien zelftesten mogelijk zijn, vinden wij het wel belangrijk dat die, net als PCR-testen en antigeentesten, gratis zijn. We hebben een falend testbeleid van de overheid, maar nu kan de patiënt zichzelf gaan testen. Wij hebben dan ook een amendement ingediend om mensen twee keer per week gratis een zelftest ter beschikking te stellen, tot op het moment waarop men gevaccineerd is. Zo kunnen we er effectief voor zorgen dat mensen die zich willen testen, dat ook kunnen.

 

Wie een positieve zelftest heeft, moet zijn huisarts of een testcentrum contacteren. Wij zijn het daar niet mee eens. De huisartsen zijn al zeer overbelast en dit zorgt voor extra overbelasting. Mensen die ziek zijn of vragen hebben voor hun huisarts, moeten daarheen kunnen blijven gaan. We zullen sowieso heel veel vragen krijgen over de zelftesten, zoals we vandaag ook heel veel vragen krijgen van onze patiënten over de vaccinatiestrategie. Daar kunnen we niet altijd op antwoorden omdat de strategie heel veel gebreken kent. Het is niet de huisarts die de secretaresse van de regering moet spelen. Het zou logisch zijn geweest dat iemand die positief test, gewoon naar de tracing belt en daar zijn testresultaat meldt. Zo kan eventueel de PCR-test worden voorgeschreven aan die persoon en zijn nauwe contacten en zo kan men ook de tracing verder zetten waar nodig. Dat is volgens ons niet de taak van de huisarts.

 

12.10  Karin Jiroflée (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega's, onderhavig voorstel is eigenlijk heel eenvoudig; het betekent niets meer of niets minder dan een uitbreiding van het testbeleid en de teststrategie. De verdedigingslinie tegen COVID-19 is drieledig: testen, tracen en quarantaine. In het begin van de pandemie werden er vooral hoogrisicocontacten getest en later patiënten met symptomen, waarbij er sneltests werden ingezet in scholen en bedrijven. Nu zijn we aan een volgende fase bezig.

 

In het afgelopen jaar hebben wij heel wat geleerd. We leerden dat het testen cruciaal is om de pandemie te lijf te gaan. Ook op technologisch vlak, meer bepaald inzake de kwaliteit van de tests, is er in een jaar tijd heel wat vooruitgang geboekt. Wij kunnen nu de volgende fase dus ingaan. Het gaat dan vooral over antigeentests, bij de apotheker verkrijgbaar voor zorgverleners, en de zelftests die mensen kunnen gebruiken als er daartoe volgens hen om wat voor reden dan ook behoefte is.

 

Middels een eigen amendement van de indieners op het voorstel hebben wij kunnen zorgen voor gelijkheid in de apotheek. Dat vinden wij bijzonder belangrijk. De Koning kan de tegemoetkoming bepalen voor personen met een laag inkomen, zodat zij op een gelijke manier aanspraak kunnen maken op zelftests en in dezen hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen. Iedereen die behoefte heeft aan een zelftest, kan die zodoende op gelijke manier verkrijgen. In deze fase van de pandemie is dat toch wel belangrijk.

 

Het gaat, zoals ik al zei, eigenlijk gewoon om een verdere stap in de strategie van het testen. Zo komen wij langzamerhand, stapje voor stapje, dichter bij het einde van de crisis.

 

12.11  Maxime Prévot (cdH): Monsieur le président, chers collègues, il était temps d'intégrer les autotests et les tests rapides dans l'arsenal dont nous disposons pour lutter contre la covid-19. Nous le réclamions du reste depuis longtemps, puisque nous estimons qu'une stratégie ambitieuse de testing doit être mise en place. D'une part, elle doit être fondée sur le diagnostic des personnes présentant des symptômes via un test PCR accompagné d'un tracing et d'un isolement efficace en cas de test positif. D'autre part, nous voulons aussi miser sur un dépistage préventif massif de la population par l'utilisation des autotests et des tests antigéniques rapides. C'est du reste ce à quoi s'emploie l'Autriche, par exemple, depuis déjà de nombreux mois.

 

Malheureusement, par rapport à cela, la proposition de loi prévoit une stratégie de testing encore trop faible. Le choix de la majorité quant à la prise en charge des autotests ne nous semble pas satisfaisant. Vous prévoyez un coût d'un euro pour les plus fragilisés mais pour de nombreuses familles, l'achat de ces autotests pourrait se révéler très lourd financièrement. Ce ne serait donc pas mis en œuvre. C'est le risque.

 

Si on imagine une famille de cinq personnes, les parents et trois ados, et un coût de dix euros par autotest, cela reviendrait à cinquante euros par semaine pour l'achat d'un test par personne et donc à deux cents euros par mois pour cette famille. Pour de nombreuses familles qui ne sont pas bénéficiaires de l'intervention majorée, cela représentera une charge très importante.

 

Votre stratégie est donc problématique si on veut utiliser efficacement ce levier pour détecter le plus vite possible les personnes contaminées et les isoler. Votre stratégie ne permettra tout simplement pas d'y arriver. Il faut que la stratégie qu'on met en place pousse les citoyens à avoir le réflexe du recours aux autotests de façon régulière. Le dépistage préventif massif peut être un levier efficace dans la maîtrise de l'épidémie par un meilleur contrôle des contaminations et dans la gestion de la stratégie de déconfinement pour la reprise progressive de certaines activités, tant qu'on n'aura pas un taux de vaccination suffisant.

 

Plus on contrôle la situation, plus on pourra déconfiner avec un rythme soutenu. Mais pour cela, les autotests doivent être accessibles à tous. C'est la raison pour laquelle nous avions déposé un amendement prévoyant que chaque citoyen a le droit d'obtenir gratuitement un autotest par semaine sur présentation de sa carte d'identité, et laissant au Roi la possibilité de modifier le nombre d'autotests par période.

 

Nous nous interrogeons également sur la stratégie du gouvernement concernant le testing massif dans les entreprises et institutions. Le ministre a indiqué lors des débats que la proposition "vis-à-vis des entreprises et services publics est qu'ils ont droit à des tests antigéniques rapides à hauteur de huit tests par travailleur qui ne peut pas faire de télétravail (quatre semaines, deux tests par semaine), que la demande doit être introduite avant le 1er mai et que l'offre est limitée au stock que nous avons (570 000 tests plus une commande en cours de 500 000 supplémentaires). Après, ce sont les employeurs ou les responsables d'entreprises publiques qui doivent payer. L'idée est de lancer une campagne en donnant un boost via la gratuité, mais l'idée n'est pas de continuer comme cela".

 

Cette approche nous semble problématique. Vous ne soutenez les entreprises que durant quatre semaines. Vous ne prévoyez rien pour les secteurs qui ne sont pas en télétravail actuellement, pour toutes ces entreprises qui pourtant se trouvent aussi dans des situations très difficiles. Nous considérons que le testing préventif massif dans les entreprises doit être intégré dans une politique de santé publique forte et que les autorités doivent se donner les moyens pour la mener à bien.

 

Aussi, et en raison du caractère trop peu ambitieux de cette proposition, alors qu'une stratégie forte de testing doit être l'un des piliers d'une lutte efficace contre la pandémie pour, dès à présent, mieux contrôler les contaminations et pour, dans les prochaines semaines, accompagner la stratégie de déconfinement, nous nous abstiendrons sur le texte qui est proposé.

 

12.12  Sophie Rohonyi (DéFI): Chers collègues, je ne serai pas longue vu l'heure tardive, et vu l'intensité des débats que nous avons eus en commission mardi sur cette proposition de loi. Je me devais toutefois d'intervenir pour souligner l'avancée que constitue ce texte dans notre gestion de crise, pour ne pas dire le virage à 180 degrés. Car voici des mois que mon groupe demandait, notamment auprès des ministres De Block et De Backer, et ensuite auprès du ministre Vandenbroucke, d'inclure les tests rapides et les autotests, non plus dans quelques projets pilotes mis en place ici et là, mais bien dans notre stratégie de testing.

 

Tant Karine Moykens, présidente du comité interfédéral testing et tracing, que M. Herman Goossens, le microbiologiste, l'ont rappelé lors de leur audition en commission spéciale covid, et de manière on ne peut plus claire. Je tenais à citer M. Goossens: "Les tests rapides sont tout à fait fiables. Les projets pilotes ont à chaque fois été un succès et, pourtant, ils n'ont jamais été généralisés. Certes la loi du 22 décembre 2020 a encadré le recours à ceux-ci mais elle est beaucoup trop stricte". Autrement dit, alors que nous savons depuis un an que tester, isoler et tracer constitue le triptyque élémentaire de notre gestion de crise, auquel s'est récemment ajoutée évidemment la vaccination, nous n'utilisons toujours pas toutes les armes qui sont à notre disposition. Autant au printemps dernier je pouvais comprendre la prudence relative aux tests rapides et aux autotests, et donc la préférence accordée aux écouvillons naso-pharyngés et à la technique de la PCR, autant aujourd'hui, les tests rapides et les autotests ont prouvé leur efficacité. On agit donc aujourd'hui avec des mois de retard, des mois dont le virus a clairement tiré profit.

 

Toujours est-il qu'aujourd'hui, comme je l'ai dit, nous avons enfin une stratégie de testing articulée autour de trois lignes de défense: les tests PCR, le dépistage régulier dans les entreprises avec les tests antigéniques rapides, et enfin les autotests. Les pharmaciens pourront donc enfin délivrer les tests rapides afin que le personnel soignant de première ligne puisse les réaliser.

 

La loi du 22 décembre 2020 sur laquelle nous nous étions abstenus en raison notamment de leur exclusion, est donc corrigée. Il était en effet indispensable de respecter l'expertise des pharmaciens en particulier pour les autotests. Si ceux-ci sont délivrés sans conseils avisés, peuvent donner un faux sentiment de sécurité aux utilisateurs. Tout citoyen qui sera amené à utiliser ces autotests doit avoir conscience qu'un test négatif ne l'autorise pas à ne plus respecter les gestes barrières. Il doit également avoir conscience des règles élémentaires entourant la bonne utilisation de ces tests, leur lecture et leur interprétation.

 

Les pharmaciens joueront donc un rôle crucial dans ces informations. Mais j'ose espérer que l'emballage ou la notice les contiendront également.

 

Les entreprises vont également pouvoir recourir aux tests rapides et autotests, afin de permettre aux secteurs de reprendre et aux travailleurs de travailler sereinement, sans cette boule au ventre. Ceci répond à la promesse qui a été faite par le Comité de concertation du 5 mars dernier, à savoir de mobiliser massivement les tests rapides et autotests en vue d'une reprise des secteurs à l'arrêt pour le 1er mai au plus tôt.

 

Le ministre de la Santé me l'a précisé en commission: les entreprises et institutions qui en bénéficieront doivent être entendues de manière large. J'en déduis donc que les activités culturelles, sportives, les foires, l'horeca en font partie. Mais cette imprécision dans le texte n'est-elle pas source d'insécurité juridique? S'agira-t-il de tests rapides utilisés dans le cadre de projets pilotes, ou de protocoles de reprise?

 

Je me pose d'autant plus la question que la reprise est annoncée, comme je le l'ai dit, pour le 1er mai au plus tôt, soit la date limite qui a été fixée pour les demandes de remboursement de ces mêmes tests. Ces secteurs sont ainsi privés des armes qui sont indispensables à leur reprise, et ce, avant l'effectivité de cette reprise.

 

Cette question se pose avec d'autant plus d'acuité que le dernier rapport du RAG déconseille les autotests pour les événements de masse.

 

Le ministre a finalement précisé que ces tests ne pourront être utilisés, par exemple, pour autoriser l'entrée dans un événement public ou encore dans un restaurant. Par contre, les autotests pourraient, eux, toujours d'après les réponses du ministre en commission, contribuer à ce que le personnel d'un restaurant, par exemple, soit testé afin de s'assurer qu'il puisse accueillir la clientèle en toute sécurité.

 

Je comprends donc que le ministre souhaite établir une distinction entre les tests rapides et les autotests. D'une part, il promeut l'utilisation des tests rapides dans le cadre des entreprises et des institutions, entendues au sens large et englobant donc les activités culturelles, sportives mais aussi les foires, l'horeca et autres. Nous pouvons donc en déduire que les tests rapides pourraient très bien être utilisés pour une réouverture de ces secteurs.

 

D'un côté, le ministre souhaite interdire les autotests comme moyen d'entrée à un événement public ou encore un restaurant, qui rentre donc dans la notion, vue au sens large, d'institution.

 

Le problème, c'est que cette distinction, qui est tout à faite compréhensible, ne transparaît pas dans le dispositif de la proposition de loi.

 

La proposition indique en effet que, dans le cadre du dépistage à répétition en entreprises et institutions, seuls les résultats des tests rapides et des autotests qui sont positifs sont notifiés à Sciensano.

 

L'autre problème réside dans le fait que cette proposition de loi accorde une large latitude au gouvernement pour les conditions, les modalités et le remboursement de ces tests, précisément au moment où le gouvernement est tenu d'inclure le Parlement dans ses réflexions relatives à la gestion de crise. Pire, cette proposition de loi ne vise en réalité qu'à créer la base légale sur laquelle s'appuiera, non pas de futurs arrêtés royaux, mais un arrêté royal qui a déjà été adopté le 24 mars dernier.

 

S'agissant des autotests en particulier, on sait qu'ils seront particulièrement utiles pour détecter les supercontaminateurs. Or, la proposition de loi instaure une vision très restrictive de leur utilisation, puisqu'il faudra passer par un arrêté royal pour définir les conditions et règles de mise à disposition des autotests ainsi que le nombre d'autotests par période.

 

Je me dois aussi de relever, à l'instar de certains de mes collègues, que leur coût pose une vraie question en matière d'accessibilité financière. En effet, si le prix à l'unité reste à définir, il oscillera entre 5 et 10 euros, contre par exemple 4,40 euros dans les supermarchés Lidl en Allemagne. Un coût qui ne sera, certes, que d'un euro pour maximum deux tests par semaine et par personne composant le ménage à partir du 12 avril, mais uniquement pour les personnes qui bénéficient de l'intervention majorée de la sécurité sociale.

 

Autrement dit, pour les familles qui ne bénéficient pas d'une allocation spécifique, qui ne sont pas inscrites à une mutualité sous un statut particulier ou qui sont juste au-dessus du plafond de revenus de plus ou moins 1 657 euros brut par mois, ce test sera payant. Pour une famille nombreuse, cela représentera un sacré budget. Aujourd'hui, nous utiliserons donc enfin les armes à notre disposition, mais nous empêcherons, dans le même temps, les plus précarisés - ou à tout le moins ceux qui ne répondent pas aux conditions très strictes de ce texte - d'en bénéficier.

 

Les familles risquent en tout cas d'être mises en difficulté, ainsi que le ministre l'a d'ailleurs reconnu en commission. Nous soutiendrons donc les amendements des collègues du PTB et du cdH, qui visent à permettre à chaque citoyen d'obtenir gratuitement un autotest par semaine dans le cas de l'amendement déposé par les collègues du cdH, et deux par semaine, jusqu'à ce qu'il ait été vacciné, dans le cas de l'amendement déposé par les collègues du PTB.

 

En conclusion, nous soutenons l'objectif poursuivi par cette proposition de loi mais nous ne pouvons que regretter le flou qui entoure ses modalités d'utilisation mais aussi son manque d'ambition. C'est pourquoi nous nous abstiendrons.

 

12.13  Kathleen Depoorter (N-VA): Mijnheer de voorzitter, in de tweede ronde wou ik nog iets meegeven. Het is inderdaad jammer dat de minister niet aanwezig is. Het betreft immers een belangrijk gegeven.

 

Eerst en vooral, collega Creyelman is weg, maar volgens het FAGG moeten alle tests apart verpakt zijn. Dat is dus geen enkel probleem.

 

Ik verneem echter dat de voorwaarden, die zijn meegedeeld aan de verschillende producenten die zich zouden kunnen inschrijven voor de goedkeuring van de tests, op 21 maart 2021 zijn gepubliceerd. Een van de voorwaarden is het voorleggen van drie klinische analyses, die de werkzaamheid van de test zonder begeleiding bewijzen. Ik herhaal: drie klinische analyses.

 

De labo's hebben het op dit moment ongelooflijk druk. Onze lokale producenten geraken nergens binnen. Het is onmogelijk om op zo een korte tijd die drie klinische analyses in een voldoende groot spectrum te laten organiseren. Ik vraag nu aan de leden van de regering of zulks betekent dat het FAGG extra informatie heeft gegeven aan de grote producenten, die nu wel al gevalideerd zijn, en niet aan de kleinere kmo's, die mij laten weten dat in de instructions for use niet was opgenomen dat die drie klinische analyses zonder begeleiding bij de registratie moesten worden meegedeeld.

 

Dat is een heel belangrijk feit. Ik heb al vaker gemeld dat het gebrek aan transparantie bij het FAGG over de beslissingsboom gigantisch is. Ik zou dan ook aan de regering willen vragen een en ander te onderzoeken. Ik zal het in elk geval onderzoeken. Wij hebben veertien dagen tijd daarvoor. Indien het echter blijkt te kloppen, gaat het om handelen met voorkennis, wat mij een ernstig feit lijkt.

 

Le président: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1886/4)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1886/4)

 

La proposition de loi compte 6 articles.

Het wetsvoorstel telt 6 artikelen.

 

*  *  *  *  *

 

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Art. 4

  • 6 – Catherine Fonck (1886/5)

  • 7 – Sofie Merckx (1886/5)

 

 

*  *  *  *  *

Conclusion de la discussion des articles:

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Réservé: les amendements et l’article 4.

Aangehouden: de amendementen en artikel 4.

Adoptés article par article: 1- 3, 5, 6.

Artikel per artikel aangenomen: 1- 3, 5, 6.

*  *  *  *  *

 

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l’article réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel en over het geheel zal later plaatsvinden.

 

13 Wetsvoorstel houdende wijziging van artikel 203ter van het Burgerlijk Wetboek, teneinde een machtiging tot het ontvangen van onderhoudsbijdragen in te stellen (295/1-4)

13 Proposition de loi modifiant l'article 203ter du Code civil, visant à instaurer une délégation de sommes en cas de contribution alimentaire (295/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Vanessa Matz, Catherine Fonck, Maxime Prévot, Georges Dallemagne, Josy Arens.

La commission de la Justice propose de rejeter cette proposition de loi. (295/4)

De commissie voor Justitie stelt voor dit wetsvoorstel te verwerpen. (295/4)

 

Conformément à l'article 88 du Règlement, l'assemblée plénière se prononcera sur cette proposition de rejet après avoir entendu le rapporteur et, éventuellement, les auteurs.

Overeenkomstig artikel 88 van het Reglement spreekt de plenaire vergadering zich uit over dit voorstel tot verwerping, na de rapporteur en eventueel de indieners te hebben gehoord.

 

Le rapporteur est Mme Gilson qui renvoie au rapport écrit.

 

13.01  Vanessa Matz (cdH): Monsieur le président, je me permets de soumettre à nouveau à notre assemblée cette proposition de loi car je pense qu'au-delà des clivages politiques, elle partage un objectif que l'ensemble des groupes politiques partagent, celui de soulager les familles monoparentales.

 

Cette proposition vise simplement à permettre au juge d'inscrire dans son jugement la délégation de sommes afin d'éviter à des familles de devoir refaire une démarche vis-à-vis de la Justice pour obtenir cette délégation de sommes et/ou de se diriger directement vers le SECAL, dont on sait qu'il est particulièrement surchargé. C'est une simplification pour ces familles pour obtenir un jugement plus facilement pour l'obtention de leurs créances alimentaires.

 

J'espère que depuis les quatre semaines qui nous séparent du vote de la commission de la Justice, les choses ont pu mûrir. Il faut se rendre compte que cela ne coûte pas un euro à l'État. Cela risque même de lui rapporter en soulageant la Justice, en soulageant le SECAL. Il s'agit de donner la possibilité au juge – et pas l'obligation – d'inscrire cet élément important en fonction de la situation du créancier et du débiteur. Ceci vise simplement à permettre aux familles monoparentales d'être soulagées dans un quotidien qui est souvent bien rude, particulièrement en cette période de pandémie.

 

Le président: Plus personne ne peut prendre la parole.

Geen andere spreker mag het woord nemen.

 

Le vote sur la proposition de rejet de cette proposition de loi aura lieu ultérieurement.

De stemming over het voorstel tot verwerping van dit wetsvoorstel zal later plaatsvinden.

 

Voorzitter: Eliane Tillieux, voorzitster.

Président: Eliane Tillieux, présidente.

 

14 UNIA/MYRIA – Désignation d’un membre suppléant francophone – Candidatures introduites

14 UNIA/MYRIA – Aanduiding van een Franstalige plaatsvervanger – Ingediende kandidaturen

 

Conformément à la décision de la séance plénière du 4 février 2021, un appel aux candidats a été publié au Moniteur belge du 15 février 2021 pour un mandat de membre suppléant masculin francophone du conseil d’administration d’UNIA.

Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 4 februari 2021 werd een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2021 bekendgemaakt voor een mandaat van Franstalig, mannelijk plaatsvervangend lid van de raad van bestuur van UNIA.

 

Les candidatures suivantes ont été introduites:

- M. Jean-François Cannoot, coordinateur général Rainbouwhouse Brussels

- M. Christophe D’Alsoisio, inspecteur de cours philosophiques - membre du groupe ACAT

- M. Luc Donnay, membre du Conseil d’Etat et maître de conférences à l’ULiège

- M. Arnaud Huberty, coordinateur certifications FWB

- M. Jean-Marie Huet, membre de la Commission d’Accompagnement représentant la Commission Wallonne des Personnes Handicapées

- M. Yassine Kadi, gestionnaire de projets au service de la petite enfance à la commune de Saint-Gilles

- M. Khalid Seghiar, adjoint d’accueil et administratif, archiviste à la CFWB Namur

- M. Daniel Soudant, administrateur délégué de l’asbl CLARA

- M. Gaël Waonry, commissaire de police de la zone Arlon

- M. Vincent Yzerbyt, professeur de psychologie sociale à l’UCL.

De volgende kandidaturen werden ingediend:

- de heer Jean-François Cannoot, algemeen coördinator Rainbouwhouse Brussels

- de heer Christophe D’Aloisio, onderwijsinspecteur philosophie - lid ACAT

- de heer Luc Donnay, lid van de Raad van State en docent aan ULiège

- de heer Arnaud Huberty, coordinator certificering FWB

- de heer Jean-Marie Huet, lid van de Commission d’Accompagnement représentant la Commission Wallonne des Personnes Handicapées

- de heer Yassine Kadi, projectbeheer bij de dienst petite enfance in de gemeente Sint-Gillis

- de heer Khalid Seghiar, adjunct onthaal en administratie, archivaris bij de CFWB Namur

- de heer Daniel Soudant, gedelegeerd bestuurder bij de vzw CLARA

- de heer Gaël Waonry, politiecommissaris bij de zone Aarlen

- de heer Vincent Yzerbyt, hoogleraar sociale psychologie aan UCL.

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose:

- de déclarer la candidature tardive de M. Gaël Waonry irrecevable et

- de transmettre les candidatures aux groupes politiques.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021, stel ik u voor:

- de laattijdige kandidatuur van de heer Gaël Waonry onontvankelijk te verklaren en

- de kandidaturen aan de politieke fracties te bezorgen.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

15 Conseil central de surveillance pénitentiaire – Remplacement de membres

15 Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen – Vervanging van leden

 

Conformément à la décision de la séance plénière du 11 février 2021, un appel aux candidats a été publié au Moniteur belge du 18 février 2021 pour le mandat de membre suppléant médecin francophone du Conseil central de surveillance pénitentiaire.

Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 11 februari 2021 werd in het Belgisch Staatsblad van 18 februari 2021 een oproep tot kandidaten bekendgemaakt voor het mandaat van Franstalig, plaatsvervangend lid arts van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Aucune candidature n’a été introduite.

Er werden geen kandidaturen ingediend.

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose de publier un nouvel appel aux candidats au Moniteur belge pour le mandat de membre suppléant francophone du Conseil central de surveillance pénitentiaire avec la qualité de médecin.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021 stel ik u voor een nieuwe oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor het mandaat van Franstalig, plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen met de hoedanigheid van arts.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Conformément à la décision de la séance plénière du 18 mars 2021, un appel aux candidats a été publié parmi les membres effectifs néerlandophones, titulaires d’un diplôme de master en droit, pour le mandat du bureau du Conseil central de surveillance pénitentiaire.

Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 18 maart 2021 werd een oproep tot kandidaten bekendgemaakt onder de Nederlandstalige effectieve leden, die houder zijn van een diploma van master in de rechten, voor het mandaat van lid van het bureau van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Aucune candidature n’a été introduite.

Er werden geen kandidaturen ingediend.

 

Par courriel du 26 mars 2021, M. Tony Van Parys démissionne en tant que membre effectif. M. Marc Allegaert, en possession d’un master en droit, achèvera son mandat.

Bij e-mail van 26 maart 2021 dient de heer Tony Van Parys zijn ontslag als effectief lid in. Hij zal worden opgevolgd door de heer Marc Allegaert; die over een diploma van master in de rechten beschikt.

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose de demander à M. Marc Allegaert s’il souhaite se porter candidat en tant que membre du bureau.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021 stel ik u voor aan de heer Marc Allegaert te vragen of hij zich kandidaat wenst te stellen voor het mandaat van lid van het bureau.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

M. Raf Gerits, qui devait remplacer Mme Valérie Arickx en tant que membre effectif, a communiqué par courriel du 25 mars 2021 qu’il présente sa démission avec entrée en vigueur immédiate en tant que membre suppléant du Conseil central de surveillance pénitentiaire.

De heer Raf Gerits, die mevrouw Valérie Arickx zou vervangen als effectief lid, diende bij e-mail van 25 maart 2021 zijn ontslag in met onmiddellijke ingang als plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Vu que Mme Valérie Arickx ne peut être remplacée par un membre suppléant, la Chambre doit procéder à la nomination d’un nouveau membre effectif ainsi que d’un nouveau membre suppléant.

Aangezien mevrouw Valérie Arickx niet kan worden vervangen worden door een plaatsvervangend lid, dient de Kamer over te gaan tot de benoeming van een nieuw effectief lid en van een nieuw plaatsvervangend lid.

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose de publier un nouvel appel aux candidats au Moniteur belge pour le mandat de membre effectif néerlandophone ainsi que pour le mandat de membre suppléant néerlandophone du Conseil central de surveillance pénitentiaire.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021 stel ik u voor een nieuwe oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor het mandaat van Nederlandstalig effectief lid en van Nederlandstalig plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Par lettre du 23 mars 2021, M. Ralf Bas présente sa démission en tant que membre effectif et membre du bureau du Conseil central de surveillance pénitentiaire, avec entrée en vigueur le 1er mai 2021.

Bij brief van 23 maart 2021 dient de heer Ralf Bas zijn ontslag als effectief lid en lid van het bureau van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen in, met ingang van 1 mei 2021.

 

En vertu de l’article 24, § 7, alinéa 3, de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l’administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, un membre dont le mandat prend fin avant l’expiration du terme de cinq ans est remplacé par son suppléant pour la période restante du mandat.

Gelet op artikel 24, § 7, derde lid, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, wordt het lid wiens mandaat een einde neemt voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar voor de resterende duur van het mandaat vervangen door zijn plaatsvervanger.

 

Au cours de la séance plénière du 28 février 2019, M. Pieter Houbey a été nommé suppléant de M. Ralf Bas. Il achèvera le mandat de membre effectif de M. Ralf Bas.

Tijdens de plenaire vergadering van 28 februari 2019 werd de heer Pieter Houbey tot plaatsvervanger van de heer Ralf Bas benoemd. Hij zal het mandaat van effectief lid van de heer Ralf Bas voltooien.

 

Conformément à l’article 24, § 7, alinéa 4, de la loi précitée, la Chambre doit sans délai nommer un nouveau membre suppléant lors de la vacance d’une place de suppléant.

Overeenkomstig artikel 24, § 7, vierde lid, van de voormelde wet, dient de Kamer bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid onverwijld over te gaan tot de benoeming van een nieuw plaatsvervangend lid.

 

La Chambre doit donc nommer un nouveau membre suppléant pour M. Pieter Houbey.

De Kamer dient dus een nieuwe plaatsvervanger voor de heer Pieter Houbey te benoemen.

 

L’article 24, § 3, de la loi précitée dispose que le Conseil central de surveillance pénitentiaire compte parmi ses membres suppléants néerlandophones au moins deux membres titulaires d’un master en droit, parmi lesquels au moins un magistrat du siège, et un médecin.

Artikel 24, § 3, van de voormelde wet bepaalt dat de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen onder haar Nederlandstalige plaatsvervangende leden ten minste twee leden die houder zijn van een diploma in de rechten, waarvan minstens één magistraat van de zetel, en een arts telt.

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose de publier un appel aux candidats au Moniteur belge pour le mandat de membre suppléant néerlandophone du Conseil central de surveillance pénitentiaire.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021 stel ik u voor een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor het mandaat van Nederlandstalig plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Comme M. Ralf Bas est membre du bureau du Conseil central de surveillance pénitentiaire, il revient à la Chambre de désigner un nouveau membre du bureau parmi les membres effectifs.

Aangezien de heer Ralf Bas lid is van het bureau van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, dient de Kamer een nieuw bureaulid onder de effectieve leden aan te wijzen.

 

Conformément à l’article 24, § 7, alinéa 1, de la loi précitée, la Chambre désigne, parmi les membres effectifs du Conseil central de surveillance pénitentiaire, un bureau composé de deux membres francophones et de deux membres néerlandophones, dont au moins un membre par rôle linguistique est titulaire d’un master en droit.

Overeenkomstig artikel 24, § 7, eerste lid, van de voormelde wet, wijst de Kamer onder de effectieve leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, een bureau aan, bestaande uit twee Nederlandstalige en twee Franstalige leden, waarvan ministens één lid per taalrol houder is van het diploma master in de rechten.

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose de publier un appel aux candidats parmi les membres effectifs néerlandophones pour le mandat de membre du bureau du Conseil central de surveillance pénitentiaire.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021 stel ik u voor een oproep tot kandidaten bekend te maken onder de Nederlandstalige effectieve leden voor het mandaat van lid van het bureau van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Par courriel du 26 mars 2021, M. Tony Van Parys présente sa démission en tant que membre effectif du Conseil central de surveillance pénitentiaire, avec entrée en vigueur le 17 avril 2021.

Bij e-mail van 26 maart 2021 dient de heer Tony Van Parys zijn ontslag als effectief lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen in, met ingang van 17 april 2021.

 

En vertu de l’article 24, § 7, alinéa 3, de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l’administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, un membre dont le mandat prend fin avant l’expiration du terme de cinq ans est remplacé par son suppléant pour la période restante du mandat.

Gelet op artikel 24, § 7, derde lid, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, wordt het lid wiens mandaat een einde neemt voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar voor de resterende duur van het mandaat vervangen door zijn plaatsvervanger.

 

Au cours de la séance plénière du 28 février 2019, M. Marc Allegaert a été nommé suppléant de M. Tony Van Parys. Il achèvera le mandat de membre effectif de M. Tony Van Parys.

Tijdens de plenaire vergadering van 28 februari 2019 werd de heer Marc Allegaert tot plaatsvervanger van de heer Tony Van Parys benoemd. Hij zal het mandaat van effectief lid van de heer Tony Van Parys voltooien.

 

Conformément à l’article 24, § 7, alinéa 4, de la loi précitée, la Chambre doit sans délai nommer un nouveau membre suppléant lors de la vacance d’une place de suppléant.

Overeenkomstig artikel 24, § 7, vierde lid, van de voormelde wet, dient de Kamer bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid onverwijld over te gaan tot de benoeming van een nieuw plaatsvervangend lid.

 

La Chambre doit donc nommer un nouveau membre suppléant pour M. Marc Allegaert.

De Kamer dient dus een nieuwe plaatsvervanger voor de heer Marc Allegaert te benoemen.

 

L’article 24, § 3, de la loi précitée dispose que le Conseil central de surveillance pénitentiaire compte parmi ses membres suppléants néerlandophones au moins deux membres titulaires d’un master en droit, parmi lesquels au moins un magistrat du siège, et un médecin.

Artikel 24, § 3, van de voormelde wet bepaalt dat de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen onder haar Nederlandstalige plaatsvervangende leden ten minste twee leden die houder zijn van een diploma in de rechten, waarvan minstens één magistraat van de zetel, en een arts telt.

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 31 mars 2021, je vous propose de publier un appel aux candidats au Moniteur belge pour le mandat de membre suppléant néerlandophone du Conseil central de surveillance pénitentiaire;

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 31 maart 2021 stel ik u voor een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor het mandaat van Nederlandstalig plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

16 Prise en considération de propositions

16 Inoverwegingneming van voorstellen

 

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

 

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Demande d'urgence

Urgentieverzoek

 

Madame Matz, vous demandez l'urgence pour la proposition de loi n° 1881/1 prolongeant jusqu'au 30 septembre 2021 les mesures prises par la loi du 15 juillet 2020 améliorant la situation des travailleurs du secteur culturel.

 

16.01  Vanessa Matz (cdH): Madame la présidente, nous sollicitons l'urgence pour une proposition de loi qui vise à prolonger les mesures que nous avons adoptées en juillet dernier concernant les artistes. Il s'agit des mesures relatives au chômage. Nous proposons, au travers de cette proposition de loi, de soutenir le secteur culturel qui en a bien besoin jusque fin septembre, considérant le calendrier très incertain de la reprise des activités de ce secteur. Nous sollicitons l'urgence parce que ces mesures ont pris fin et qu'il est important que ce secteur puisse être soutenu à tout le moins jusqu'à la fin du mois de septembre.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est rejetée.

De urgentie wordt verworpen

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

17 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Bert Wollants sur "La réduction de valeur annoncée par ENGIE pour les centrales nucléaires les plus récentes" (n° 115)

17 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Bert Wollants over "De aankondiging door ENGIE van de waardevermindering voor de jongste kerncentrales" (nr. 115)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l’Énergie, de l’Environnement et du Climat du 23 mars 2021.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat van 23 maart 2021.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 115/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Bert Wollants;

- une motion pure et simple a été déposée par M. Samuel Cogolati.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 115/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Bert Wollants;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Samuel Cogolati.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

17.01  Marie-Christine Marghem (MR): Madame la présidente, je ne parviens pas à brancher mon appareil sur le système de vote; je reçois un message d'erreur. Mes votes seront conformes à ceux exprimés par mon groupe. Je vous demande de bien vouloir en tenir compte.

 

La présidente: Dont acte.

 

17.02  Bert Wollants (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, als het gaat over de kernuitstap en alles wat daarmee te maken heeft, dan vaart de regering een wat blinde koers, in die zin dat ze zich niet voorbereidt op een alternatief.

 

Er is in het regeerakkoord wel voorzien dat er in november wordt beslist, maar de regering blijkt vandaag geen enkele stap te zetten om dat voor te bereiden, alsof we dat als een kleine voetnoot moeten beschouwen. Het zou verstandig zijn om vandaag al gesprekken aan te knopen met de exploitant, zodat die in november niet moet beginnen onderhandelen met het mes op de keel, maar dat doet deze regering niet. Ze kiest ervoor om alles op alles te zetten in het kader van het bouwen van de gascentrales, waar we vandaag nog geen enkele bevestiging hebben dat de Europese Commissie die bouw zal goedkeuren en dat het project betaalbaar zal zijn.

 

Ondanks de bijna-stemverklaring van mevrouw Marghem moet ik vaststellen dat het debat enkele uren geleden in een iets andere richting wees en dat het toch absoluut geen evidentie is. Als u wijs bent, neemt u vandaag maatregelen. Ik begrijp dat de minister haar uiterste best doet om de kerncentrales te sluiten, maar uw best doen, wil niet zeggen dat het gebeurt. Ik doe elke dag mijn uiterste best om mijn huis niet in brand te steken, maar toch betaal ik mijn brandverzekering.

 

U moet die stap zetten. U kunt dus kiezen voor een motie van aanbeveling die dat terdege voorbereidt en die ervoor zorgt dat we financieel onze broek niet scheuren aan het laattijdig voorbereiden door de regering of u kunt doen wat de heer Cogolati met zijn eenvoudige motie doet, en dat is zijn brandverzekering niet betalen. Ik kijk uit naar uw stemgedrag.

 

La présidente: Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

79

Oui

Nee

56

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

135

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

17.03  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, mevrouw Cécile Thibaut heeft verbindingsproblemen maar ze sluit zich aan bij het stemgedrag van de fractie; wat iets minder groot nieuws is dan bij mevrouw Marghem.

 

17.04  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ook mijn collega Ben Segers heeft verbindingsproblemen en stemt mee met de fractie.  Hij  probeert zo snel mogelijk aan te sluiten.

 

La présidente: Dont acte.

 

18 Wetsontwerp houdende de tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2021 (1875/1)

18 Projet de loi contenant le deuxième ajustement du Budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2021 (1875/1)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

76

Oui

Nee

17

Non

Onthoudingen

40

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

(M. Maxime Prévot s'est abstenu)

(M. Eric Thiébaut a voté comme son groupe)

 

19 Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap inzake het gebruik van SURE (1827/1)

19 Projet de loi portant assentiment à l'accord de coopération entre l'État fédéral, la Communauté flamande, la Région flamande, la Région wallonne, la Région de Bruxelles-Capitale, la Communauté française et la Communauté germanophone concernant l'utilisation de SURE (1827/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

                       

(Stemming/vote 3)

Ja

97

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

41

Abstentions

Totaal

138

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

20 Wetsontwerp tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen (1816/3)

20 Projet de loi modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires (1816/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

139

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

(M. Eric Thiébaut a voté comme son groupe)

 

21 Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht van noodzakelijke gegevens naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers komende van buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België (1882/3)

21 Projet de loi portant assentiment à l'accord de coopération du 24 mars 2021 entre l'État fédéral, la Communauté flamande, la Région wallonne, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune concernant le transfert de données nécessaires aux entités fédérées, aux autorités locales ou aux services de police en vue du respect de l'application de la quarantaine ou du test de dépistage obligatoires des voyageurs en provenance de zones étrangères et soumis à une quarantaine ou à un test de dépistage obligatoires à leur arrivée en Belgique (1882/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

105

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

36

Abstentions

Totaal

141

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

(M. Nabil Boukili s'est abstenu)

 

22 Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1851/1-14)

22 Amendements et articles réservés du projet de loi portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19 (1851/1-14)

 

Stemming over amendement nr. 1 van Wouter Vermeersch cs op artikel 12.(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 1 de Wouter Vermeersch cs à l'article 12.(1851/14)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

42

Oui

Nee

101

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

143

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is het artikel 12 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 12 est adopté.

 

(Mevrouw Karin Jiroflée heeft tegengestemd)

 

Stemming over amendement nr. 3 van Catherine Fonck op artikel 24.(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 3 de Catherine Fonck à l'article 24.(1851/14)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

35

Oui

Nee

83

Non

Onthoudingen

24

Abstentions

Totaal

142

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is het artikel 24 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 24 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 4 van Nadia Moscufo cs tot invoeging van een artikel 34/1 (n).(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 4 de Nadia Moscufo cs tendant à insérer un article 34/1 (n).(1851/14)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

14

Oui

Nee

125

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming op artikel 36. (1851/13)

Vote sur l'article 36. (1851/13)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

102

Oui

Nee

14

Non

Onthoudingen

26

Abstentions

Totaal

142

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer artikel 36 aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'article 36..

 

Stemming op artikel 37. (1851/13)

Vote sur l'article 37. (1851/13)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 9)

 

Bijgevolg neemt de Kamer artikel 37 aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'article 37.

 

Stemming op artikel 38. (1851/13)

Vote sur l'article 38. (1851/13)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 9)

 

Bijgevolg neemt de Kamer artikel 38 aan.

En conséquence, la Chambre adopte l'article 38.

 

Stemming over amendement nr. 5 van Vanessa Matz cs op artikel 63.(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 5 de Vanessa Matz cs à l'article 63.(1851/14)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 10)

Ja

36

Oui

Nee

81

Non

Onthoudingen

23

Abstentions

Totaal

140

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 63 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 63 est adopté.

 

Stemming over amendement nr. 6 van Vanessa Matz cs tot invoeging van een artikel 63/1(n).(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 6 de Vanessa Matz cs tendant à insérer un article 63/1(n).(1851/14)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 7 van Vanessa Matz cs tot invoeging van een artikel 63/2(n).(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 7 de Vanessa Matz cs tendant à insérer un article 63/2(n).(1851/14)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 10)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 8 van Catherine Fonck  cs tot invoeging van een artikel 63/3(n).(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 8 de Catherine Fonck  cs tendant à insérer un article 63/3(n).(1851/14)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 11)

Ja

38

Oui

Nee

107

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

146

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

(De heer Ben Segers heeft tegengestemd)

 

Stemming over amendement nr. 9 van Catherine Fonck  cs tot invoeging van een artikel 63/3(n).(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 9 de Catherine Fonck  cs tendant à insérer un article 63/3(n).(1851/14)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 11)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 2 van Ellen Samyn op artikel 66.(1851/14)

Vote sur l'amendement n° 2 de Ellen Samyn à l'article 66.(1851/14)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 12)

Ja

19

Oui

Nee

125

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

144

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is het artikel 66 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 66 est adopté.

 

23 Geheel van het wetsontwerp houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (1851/13)

23 Ensemble du projet de loi portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19 (1851/13)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 13)

Ja

102

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

36

Abstentions

Totaal

138

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

(De heren Christian Leysen en Kristof Calvo en mevrouw Tania De Jonge hebben voorgestemd)

(Mme Özlem Özen a voté comme son groupe)

(M. Philippe Goffin a voté pour)

 

24 Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsvoorstel inzake antigeen- en zelftesting (1886/1-5)

24 Amendements et articles réservés de la proposition de loi relative aux tests antigéniques et à l'autotesting (1886/1-5)

 

Stemming over amendement nr. 6 van Catherine Fonck op artikel 4.(1886/5)

Vote sur l'amendement n° 6 de Catherine Fonck à l'article 4.(1886/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 14)

Ja

19

Oui

Nee

82

Non

Onthoudingen

42

Abstentions

Totaal

143

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 7 van Spohie Merckx op artikel 4.(1886/5)

Vote sur l'amendement n° 7 de Spohie Merckx à l'article 4.(1886/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 15)

Ja

14

Oui

Nee

88

Non

Onthoudingen

43

Abstentions

Totaal

145

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is het artikel 4 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 4 est adopté.

 

25 Geheel van het wetsvoorstel inzake antigeen- en zelftesting (1886/4)

25 Ensemble de la proposition de loi relative aux tests antigéniques et à l'autotesting (1886/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 16)

Ja

117

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

25

Abstentions

Totaal

142

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

(Mevrouw Frieda Gijbels heeft zoals haar fractie gestemd)

 

26 Proposition de rejet faite par la commission de la Justice de la proposition de loi modifiant l'article 203ter du Code civil, visant à instaurer une délégation de sommes en cas de contribution alimentaire (295/1-4)

26 Voorstel tot verwerping door de commissie voor Justitie van het wetsvoorstel houdende wijziging van artikel 203ter van het Burgerlijk Wetboek, teneinde een machtiging tot het ontvangen van onderhoudsbijdragen in te stellen (295/1-4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 17)

Oui

108

Ja

Non

37

Nee

Abstentions

0

Onthoudingen

Total

145

Totaal

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de rejet. La proposition de loi n° 295/1 est donc rejetée.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel tot verwerping aan. Het wetsvoorstel nr. 295/1 is dus verworpen.

 

(M. Jean-Marc Delizée a voté pour)

 

27 Adoption de l’ordre du jour

27 Goedkeuring van de agenda

 

Nous devons procéder à l’approbation de l'ordre des séances des 21 et 22 avril 2021.

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergaderingen van 21 en 22 april 2021.

 

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 21 april 2021 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 21 avril 2021 à 14 h 15.

 

De vergadering wordt gesloten om 21.08 uur.

La séance est levée à 21 h 08.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 55 PLEN 097 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 55 PLEN 097 bijlage.

 

 

 


  


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

079

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

056

Nee

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

076

Ja

 

Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Flahaut André, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

017

Nee

 

Creyelman Steven, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Gilissen Erik, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans

 

 

Abstentions

040

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Donné Joy, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

097

Ja

 

Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

041

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

139

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

105

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Haese Christoph, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Safai Darya, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

036

Onthoudingen

 

Arens Josy, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

042

Ja

 

Anseeuw Björn, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Non         

101

Nee

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

035

Ja

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Smet François, De Vuyst Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

083

Nee

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

024

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Buysrogge Peter, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

014

Ja

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Smet François, De Vuyst Steven, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Rohonyi Sophie, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

125

Nee

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gabriels Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 009

 

 

Oui        

102

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Ducarme Denis, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van den Bergh Jef, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

014

Nee

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Vuyst Steven, Goblet Marc, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

 

Abstentions

026

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Buysrogge Peter, D'Haese Christoph, Dallemagne Georges, De Roover Peter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Donné Joy, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 010

 

 

Oui        

036

Ja

 

Arens Josy, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Gilissen Erik, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

081

Nee

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

023

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Buysrogge Peter, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 011

 

 

Oui        

038

Ja

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Segers Ben, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

107

Nee

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Haese Christoph, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Safai Darya, Scourneau Vincent, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Metsu Koen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 012

 

 

Oui        

019

Ja

 

Bury Katleen, Creyelman Steven, De Spiegeleer Pieter, Dedecker Jean-Marie, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Gilissen Erik, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans

 

 

Non        

125

Nee

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 013

 

 

Oui         

102

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buyst Kim, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van den Bergh Jef, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

036

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 014

 

 

Oui        

019

Ja

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Smet François, De Vuyst Steven, Fonck Catherine, Hedebouw Raoul, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Maxime, Rohonyi Sophie, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

082

Nee

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, De Maegd Michel, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

042

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 015

 

 

Oui        

014

Ja

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Smet François, De Vuyst Steven, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Rohonyi Sophie, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

088

Nee

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

043

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 016

 

 

Oui        

117

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Safai Darya, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

025

Onthoudingen

 

Arens Josy, Bury Katleen, Creyelman Steven, Dallemagne Georges, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gilissen Erik, Matz Vanessa, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 017

 

 

Oui        

108

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Haese Christoph, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Marghem Marie-Christine, Mathei Steven, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Safai Darya, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

 

Non        

037

Nee

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen