|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 5 februari 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 5 février 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 21 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série
de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la
Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans
le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
David
Clarinval, Maxime Prévot.
De voorzitter: Collega's, we staan alweer voor een boeiende namiddag. De voorbije weken hebben wij hier het werk moeten klaren met 149 leden, aangezien mevrouw Van der Straeten ontslag heeft genomen. Zij wordt vandaag vervangen.
We gaan over tot de eedaflegging van de opvolgster die in aanmerking komt om mevrouw Tinne Van der Straeten, ontslagnemend op 12 januari 2026, te vervangen.
Nous procédons à la prestation de serment de la suppléante appelée à siéger en remplacement de Mme Tinne Van der Straeten, qui a démissionné le 12 janvier 2026.
De opvolgster die haar zal vervangen, is mevrouw Claire Hugon Lecharlier, opvolger voor de kieskring Brussel-Hoofdstad.
La suppléante appelée à la remplacer est Mme Claire Hugon Lecharlier, suppléante de la circonscription électorale de Bruxelles-Capitale.
De geloofsbrieven van mevrouw Claire Hugon Lecharlier werden tijdens onze vergadering van 10 juli 2024 geldig verklaard.
Les pouvoirs de Mme Claire Hugon Lecharlier ont été validés en notre séance du 10 juillet 2024.
Daar het aanvullende onderzoek, door artikel 235 van het Kieswetboek voorgeschreven, uitsluitend slaat op het behoud van de verkiesbaarheidsvereisten, gaat het, gelet op de verkregen stukken, in de huidige omstandigheden om een loutere formaliteit.
Comme la vérification complémentaire, prévue par l'article 235 du Code électoral, ne porte que sur la conservation des conditions d'éligibilité, il apparaît que cette vérification, n'a, au vu des pièces obtenues, qu'un caractère de pure formalité.
Ik stel u dus voor tot de toelating over te gaan van het lid.
Je vous propose donc de passer à l'admission de ce membre.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Ik memoreer de bewoordingen van de eed: "Ik zweer de Grondwet na te leven" "Je jure d'observer la Constitution" "Ich schwöre die Verfassung zu befolgen".
Je rappelle les
termes du serment: "Je jure d'observer la Constitution" "Ik
zweer de Grondwet na te leven" "Ich schwöre die Verfassung zu
befolgen".
Ik verzoek mevrouw Claire Hugon Lecharlier de grondwettelijke eed af te leggen.
Je prie Mme Claire Hugon Lecharlier de prêter le serment constitutionnel.
Claire
Hugon Lecharlier legt de grondwettelijke eed (achtereenvolgens) af in het Frans, in het
Nederlands en in het Duits.
Claire Hugon Lecharlier prête le serment constitutionnel
(successivement) en français, en néerlandais et en allemand.
Mevrouw Claire Hugon Lecharlier zal deel uitmaken van de Franse taalgroep.
Mme Claire Hugon Lecharlier fera partie du groupe linguistique français.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 4 februari 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 4 février 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
03.01 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, stel u eens voor dat u op het werk een fout maakt, en dat u daarvoor 8.000 euro moet betalen. Of stel u eens voor dat u uw opdracht in twee minuten klaar moet hebben. Stel u eens voor dat u voor die opdracht 1 euro krijgt. Dat is de dagelijkse realiteit van de pakjeskoeriers in ons land. Ze kloppen lange dagen, maar ze lopen elke maand de kans om tot 500 euro te moeten betalen voor zogezegd verdwenen pakjes.
Wat is de reden? Ze zijn zogezegd zelfstandigen. Maar in werkelijkheid gaat het om schijnzelfstandigen, betaald per pakje, 250 leveringen per dag, een tijdsdruk die niemand hier aanvaardbaar zou vinden. En als het mis loopt, draaien zij zelf op voor de kosten.
WinWin is niet de eerste reportage die alarm slaat. Winwin levert niet het eerste bewijs dat in de pakjessector de risico’s systematisch worden doorgeschoven naar de zwakste schakel in de keten, onderaan: de pakjeskoerier.
Ja, er is een pakjeswet, maar de wanpraktijken gaan gewoon door.
Voor Vooruit is het al jaren helder: beperk de keten van onderaannemers. Maak de pakjesbedrijven verantwoordelijk en maak van de koeriers werknemers. Zo eenvoudig is het. Dat geeft bescherming aan de koeriers, maar dat geeft ook bescherming aan de consumenten die online kopen.
Mijnheer de minister, mijn vraag is eenvoudig. Wanneer komt u met een duidelijk en afdwingbaar plan zodat de pakjeskoeriers onderaan de ladder niet langer voor alle risico’s moeten opdraaien?
De voorzitter: Mevrouw Vanrobaeys, ongetwijfeld zal de minister u van antwoord dienen.
03.02 Minister David Clarinval: Mevrouw Vanrobaeys, ik heb kennisgenomen van het artikel van de VRT over de pakjeskoeriers. Ik ben mij ervan bewust dat de werkdruk bij koeriers hoog kan liggen. De regels rond arbeidsduur, loon en veiligheid voor werknemers blijven evenwel onverminderd van toepassing.
Momenteel werken we samen met de bevoegde kabinetten en onder leiding van het kabinet van minister Matz aan een evaluatie van het huidige kader van de postwet. Die evaluatie heeft tot doel de arbeidsomstandigheden van pakjesbezorgers merkbaar te verbeteren.
Daarbij zal een hoofdelijke aansprakelijkheid worden ingevoerd, waarbij een vermoeden van aansprakelijkheid geldt wanneer wordt samengewerkt met onderaannemers die niet correct zijn aangemeld bij het BIPT. Bij veroordelingen voor mensenhandel of ernstige schendingen van arbeidsvoorwaarden, zoals zwartwerk, wordt de opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk.
Bovendien voorzien we in een verplichte verzekering voor zelfstandige platformmedewerkers. De inwerkingtreding van die verzekering werd noodgedwongen uitgesteld, omdat de wetgeving in haar huidige vorm simpelweg niet uitvoerbaar is. Er zijn ernstige lacunes in de definiëring van het toepassingsgebied van de wet en in de definiëring van de verplichte verzekeringsprestaties. Ik werk dus momenteel aan de nodige correcties en zal de stakeholders daarbij betrekken. De uitstelperiode heeft geen impact op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.
03.03 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik ben blij dat u eindelijk met een evaluatie en een plan zult komen. Het is goed dat u daarvoor meer dan twee minuten hebt, dat u geen pakjeskoerier bent. Eigenlijk wachten we daar al jaren op. Onze minister van Vooruit, Rob Beenders, staat klaar om die pakjeswet te handhaven en te controleren, maar we wachten inderdaad op de evaluatie en een plan om die keten van onderaannemers bloot te leggen, zodat die effectief kan worden aangepakt. Wij wachten op de tijdsregistratie om de werkdruk te verminderen. Op die manier krijgen de pakjeskoeriers eindelijk de sociale bescherming en het eerlijk loon waarvoor ze elke dag hard werken. Vooruit zal daarop blijven toezien en vragen blijven stellen totdat het in orde is.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
(La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires
européennes et de la Coopération au développement /
Het antwoord zal door de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse
Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden gegeven)
04.01 Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le président, chers collègues, normalement, le rôle d'un gouvernement est de défendre ses ressortissants. Or, en Iran, on assiste actuellement exactement à l'opposé, puisque le gouvernement s'en prend à la vie de ses propres ressortissants. On parle aujourd'hui de près de 30 000 morts et de 50 000 détenus dans une indifférence assez grande, compte tenu de la gravité des faits.
Aujourd'hui, on peut se dire qu'ils n'arriveront pas à s'en sortir seuls et que l'ensemble des démocraties de notre monde doivent se mobiliser pour les aider. Ce silence est d'autant plus regrettable et peut-être hypocrite lorsqu'on se souvient, dans cette Assemblée en juin 2023, à quel point certaines formations politiques avaient voulu combattre la ministre des Affaires étrangères de l'époque, qui avait simplement octroyé des visas à la suite de l'invitation du gouvernement bruxellois, gouvernement dans lequel les partis de gauche sont très majoritaires et uniquement présents. Finalement, à l'époque, on avait le sentiment que c'était la pire chose que le pays avait pu faire. Et, aujourd'hui, face à l'ensemble de ces crimes, c'est le silence et très peu de mobilisation.
Monsieur le ministre, mes questions sont très simples. Qu'en est-il d'une intervention militaire de nos alliés américains. Disposez-vous d'informations à ce propos? Une coalition internationale est-elle envisageable? Par ailleurs, aujourd'hui, la Belgique doit clairement annuler le traité de transfèrement qui concerne l'Iran et notre pays, tel que déposé par Daniel Bacquelaine et Denis Ducarme. Enfin, monsieur le ministre, il est temps d'envoyer un signal clair en déclarant l'ambassadeur d'Iran en Belgique comme persona non grata. Nous ne pouvons plus collaborer avec ce régime.
04.02 Maxime Prévot, ministre: Merci monsieur le président, et merci monsieur le parlementaire. Je n'ai pas d'élément qu'il me soit possible de communiquer publiquement quant à une intervention américaine potentielle dans la région. Vous imaginez bien que la sensibilité du sujet ne s'accommode pas d'une prestation en séance publique.
S'agissant de la volonté que vous exprimez d'annuler le traité de transfèrement, je vous avoue être, à titre personnel et sous toute réserve d'analyse plus ample par mes services, circonspect si d'aventure cela devait amener à une sorte d'encouragement fallacieux des autorités iraniennes à procéder à nouveau à notre égard à la politique qui est la leur de prise d'otage en vue d'obtenir un échange. Mais je conçois qu'il soit utile de faire analyser la question par le ministère.
S'agissant de la question de déclarer persona non grata l'ambassadeur d'Iran, là aussi j'avoue avoir plutôt des réserves dans la mesure où, inévitablement, cela s'accompagnerait de mesures de rétorsion similaires, et je ne pense pas que cela rendrait service, au-delà de la démarche symbolique qui pourrait nous ravir, à la population iranienne elle-même. Cela n'aiderait pas non plus nos compatriotes qui se trouvent dans ce pays si nous avions notre propre ambassadeur qui s'en trouvait par conséquence exclu, incapable de pouvoir faire bénéficier par ses oreilles, ses yeux et notre expertise ainsi que les canaux de communication, de l'ensemble des renseignements et informations qui sont importants et nécessaires.
Du reste, je vois que, même avec la Russie, nous avons – et pourtant Dieu sait si nous sommes critiques à l'égard de la politique de Poutine – maintenu l'ambassadeur et ses services en Belgique. Donc je pense que, plus que jamais, si on doit dialoguer entre amis, (…)
04.03 Georges-Louis Bouchez (MR): Les rires des membres de la gauche montrent bien à quel point ils ne comprennent pas l'enjeu humanitaire, mais aussi l'enjeu de sécurité pour notre pays. Car faire tomber l'Iran, n'en déplaise à M. Hedebouw, puisque manifestement ce sont ses amis – mais n'hésitez pas! – ne vous en déplaise, c'est la plus grande force de déstabilisation de la région. C'est un pays qui a organisé des attentats sur notre territoire. C'est un pays qui soutient le Hamas et le Hezbollah et d'autres organisations terroristes.
Je dois vous avouer, monsieur le ministre, que je ne comprends pas bien en quoi l’annulation de ce traité de transfèrement rendrait plus facile la prise d’otages. Ce serait au contraire l'inverse. Aujourd'hui, ils savent qu'ils peuvent prendre des ressortissants en otage en échange de certains détenus de droit commun iraniens.
Nous devons donc stopper ces relations. Nous devons renvoyer l'ambassadeur, parce qu'il y a une grande différence avec la Russie ou d'autres pays: c'est que nous devons négocier avec ces pays. Nous ne (…)
Fait
personnel
04.04 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Je ne vais pas être très long, monsieur Bouchez, pour ce fait personnel. Je pense que beaucoup de gens du MR en ont honte aussi.
Il est incroyable qu'aujourd'hui, on entende le MR demander d'expulser l'ambassadeur iranien, alors qu'à aucun moment donné, depuis deux ans que le génocide est en cours contre le peuple palestinien, à aucun moment donné, l'ambassadeur israélien n’a été expulsé de Belgique. C'est honteux, monsieur Bouchez! C'est honteux!
04.05 Georges-Louis Bouchez (MR): Vous savez, monsieur – et je ne citerai pas votre nom, comme ça, vous vous reconnaîtrez. Vous savez, je vais vous dire une chose. Il y a une différence fondamentale, et je l'ai dit tout à l'heure dans ma réponse: nous devrons négocier avec la Russie, par exemple. Nous devons être des acteurs de paix avec Israël. (Brouhaha)
Ici, nous sommes face à un régime… Ne vous agitez pas. Nous sommes ici face à un régime qui tue sa propre population. Nous sommes ici face à un régime dont les gardiens de la révolution ont été placés sur la liste des organisations terroristes. Nous sommes face à un régime où il n'y a pas d'élections. Nous sommes face à un régime qui viole tous les droits fondamentaux.
Ne vous en déplaise, monsieur Hedebouw, si Israël commet des crimes, Israël a un système judiciaire qui a condamné des militaires, qui a condamné des politiques. Ici, vous défendez un régime qui est la négation même de ce qu'est une démocratie libérale. Mais cela ne m'étonne pas, venant de vous, parce que votre parti est la négation même des valeurs du libéralisme. C'est la raison pour laquelle vous êtes aussi dangereux que l'extrême droite. Vous êtes des ennemis de la démocratie, et nous vous mettons sur le même pied qu'eux.
Le président: Merci chers collègues pour cette petite polémique.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, zorg in eigen taal is betere zorg. Patiënten hebben het recht om te weten wat er aan de hand is. Ook voor artsen is het belangrijk dat ze hun patiënten kunnen verstaan om te weten welke symptomen ze vertonen en om de juiste zorgen te kunnen verstrekken. Wat dat betreft, stelt zich in de Brusselse ziekenhuizen al jarenlang een probleem. Heel wat ziekenhuizen kunnen totaal geen geneeskundige zorgen verzekeren in het Nederlands.
Tot voor kort bestond er een uitzonderingsmogelijkheid voor inwoners van de Vlaamse Rand die, zolang dat geen onredelijke vertraging met zich meebracht, konden vragen om naar een ziekenhuis te worden gebracht waar wel Nederlands wordt gesproken, in plaats van naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Over die uitzonderingsmogelijkheid heeft de Raad van State vier maanden geleden geoordeeld dat ze niet kan blijven bestaan, omdat ze niet werd bekrachtigd door een ministerieel besluit. Dat is een ernstig probleem. Inwoners van de Vlaamse Rand, Nederlandstaligen, verdienen ook kwalitatieve zorg in het Nederlands.
Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dan ook zeer duidelijk. Is dat arrest van de Raad van State volgens u correct en kunt u de situatie verhelpen met een ministerieel besluit, of is er meer nodig? Als er meer nodig is, willen wij u alvast helpen. De N-VA vindt het cruciaal dat zorg in het Nederlands mogelijk is voor Nederlandstaligen. Wij hebben daarom een wetsvoorstel opgesteld. Ik zal het u overhandigen om dat te garanderen.
05.02 Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, ik woon zelf reeds meer dan 35 jaar in de Vlaamse Rand. In die vele jaren heb ik het onderwijs achteruit zien gaan, woningprijzen zien stijgen en het Vlaamse gemeenschapsleven bijna zien wegkwijnen onder invloed van de Franstalige inwijking. Wat zich vandaag afspeelt in de Vlaamse Rand is allerminst een juridisch randverschijnsel, maar het is een gevaarlijke situatie op leven en dood. Nederlandstalige patiënten kunnen bij dringend ziekenvervoer niet langer afdwingen dat zij naar een Nederlandstalig ziekenhuis worden gebracht, zelfs wanneer dat binnen een omweg van twaalf minuten perfect mogelijk is en medisch verantwoord. In momenten van angst en verwarring worden zij opnieuw overgeleverd aan Nederlandse taalanalfabeten.
De Raad van State vernietigde die befaamde twaalfminutenregeling, een regeling die sinds 2023 een beperkte maar hoogst noodzakelijke correctie bood op een structureel probleem in de Vlaamse Rand. Deze vernietigingen gebeurden niet omdat de regeling fout was, maar omdat ze juridisch slordig was uitgewerkt. De betreffende protocollen werden blijkbaar nooit formeel goedgekeurd door u, mijnheer de minister. Er is echter meer, het beroep kwam er na een klacht van de Franstalige Brusselse ziekenhuizen, die weigeren te investeren in Nederlandstalige zorg, maar wel verwachten dat Vlaamse patiënten zich aanpassen, zelfs in noodsituaties en dit heeft mogelijk desastreuze gevolgen. Franstalige zorgverleners die complexe diagnoses moeten stellen, vinden het niet noodzakelijk de taal van hun patiënten te begrijpen. Dat is totaal onbegrijpelijk en medisch gevaarlijk.
Mijnheer de minister, hoe verantwoord u dat de Vlaamse patiënten vandaag opnieuw in een noodsituatie terechtkomen die hun veiligheid ondermijnt? Neemt u persoonlijk de verantwoordelijkheid voor het feit dat deze regeling in 2023 juridisch onduidelijk werd uitgewerkt? Hoe snel en welke stappen zult u ondernemen om deze levensgevaarlijke beslissing van de Raad van State ongedaan te maken?
05.03 Minister Frank Vandenbroucke: Goede gezondheidszorg is gezondheidszorg die wordt gegeven in een taal die mensen begrijpen. Voor Vlamingen betekent dat het Nederlands, of ze nu in Brussel wonen, in de Rand of elders. Dat is absoluut essentieel.
Precies daarom heb ik het in 2023, met de enthousiaste steun van de gouverneur van de provincie en de burgemeesters uit de regio, mogelijk gemaakt dat een ambulance een uitzonderlijke procedure kan volgen en, op aangeven van de patiënt, kan rijden naar een ziekenhuis waar die patiënt verzekerd is van dienstverlening in het Nederlands, ook al ligt dat ziekenhuis iets verder weg. Uiteraard gebeurde dat onder voorwaarden: de veiligheid van de patiënt moet gegarandeerd blijven en het ziekenhuis mocht niet overbelast zijn. Iedereen was daar zeer gelukkig mee en men ziet het gunstige effect daarvan ook in de cijfers. Ik was dan ook bijzonder teleurgesteld dat enkele Brusselse ziekenhuizen daartegen een klacht hebben ingediend, naar de Raad van State zijn gestapt en daar gelijk hebben gekregen.
Ik denk echter niet dat het volstaat dat ik hier eenvoudigweg mijn handtekening zou onder zetten. Het is iets moeilijker dan dat. Het zou naïef zijn te denken dat dit probleem kan worden opgelost door louter te stellen dat we er een handtekening onder zetten en het een koninklijk besluit noemen. We hebben dat grondig bekeken en zijn van oordeel dat we dit fundamenteler moeten aanpakken.
Het doel blijft hetzelfde, mensen moeten naar een ziekenhuis in de Rand kunnen gaan waar ze zich goed voelen wat betreft de taal waarin ze worden geholpen. Dat zal echter moeten gebeuren via een regeling die juridisch stevig en robuust is. Enkel mijn handtekening onder een tekst plaatsen zal dus niet volstaan. We zijn dat aan het bekijken.
Ik vind het echter absoluut noodzakelijk dat een dergelijke regeling opnieuw wordt ingevoerd. Dat is voor mij essentieel en ik zal alles doen om dat mogelijk te maken. Dat zal nog enige analyse, studie en overleg vergen, maar ik vind dat absoluut nodig. Overigens hebt u gelijk dat hier ook een meer fundamentele uitdaging speelt met betrekking tot het taalgebruik en de taalverplichtingen in de Brusselse ziekenhuizen. Hoewel ik daarvoor geen rechtstreekse bevoegdheid heb, heb ik een aantal ziekenhuizen daarover al een aantal keer op de vingers getikt. Ik ben van oordeel dat we dat ook in de toekomst verder moeten blijven opvolgen.
05.04 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben ervan overtuigd dat u het probleem wilt oplossen. Het arrest van de Raad van State was op zich vrij duidelijk. Ook de oplossing werd vrij duidelijk geschetst.
In ieder geval ligt voor u een tekst die de zaak juridisch robuust kan oplossen. Of u dat op die manier doet of op een andere manier, interesseert mij niet zoveel. Wat mij en naar ik hoor ook u interesseert, is dat er een oplossing komt en dat Nederlandstaligen in het Nederlands zorg kunnen krijgen.
Collega’s, het is immers hallucinant dat de Brusselse ziekenhuizen, die al jarenlang in overtreding zijn met de basisrechten van patiënten, meer tijd en meer middelen investeren in juridische procedures om patiënten te dwingen naar hun ziekenhuizen te komen dan die tijd en die middelen te investeren in het leren van Nederlands aan hun personeel en in het voorzien van basisrechten in hun ziekenhuizen, met name Nederlandstalige zorg voor Vlamingen in onze hoofdstad.
05.05 Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
In de eigen taal geholpen worden in het eigen taalgebied is natuurlijk een communautaire eis, maar is in feite een basisvoorwaarde voor veilige zorg. Het is een mensenrecht.
Het gaat hier niet over taalgevoeligheden of over symptomen, maar over diagnoses die verkeerd kunnen worden begrepen met mogelijke schadelijke gevolgen voor de patiënt. Dat Vlamingen in 2026 opnieuw moeten vrezen dat zij in een noodzakelijke situatie niet worden begrepen, is een zoveelste historische vernedering. Dat dat alles gebeurt omdat de minister in 2023 half werk heeft geleverd, is des te schrijnender.
De situatie vraagt geen begripvolle woorden, maar snelle daadkracht, zelfs als een en ander fundamenteel moet worden herbekeken. Wie mensenrechten ernstig neemt, corrigeert een en ander onmiddellijk met bindende sancties voor ziekenhuizen die structureel weigeren de taalwetgeving te respecteren.
Alles minder dan dat aanvaarden, betekent dat Vlaamse patiënten risico lopen wegens hun taal. (…)
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
(La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et ministre du Budget, chargé de la Simplification
administrative / Het antwoord zal door de vice-eersteminister en
minister van Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging worden
gegeven)
06.01 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le ministre, je n'arrête pas d'entendre ces derniers jours les anciens membres de la coalition Vivaldi affirmer que les mesures qui sont prises par le gouvernement Arizona sont difficiles et inefficaces. Difficiles, oui, nous le disons. Tous les députés de la majorité ici présents ne prennent aucun plaisir à les voter, mais ils ont un sens aigu des responsabilités et les assument avec courage.
Dire qu'elles sont inefficaces, c'est pousser le bouchon un peu loin. Qu'entend-on par une politique budgétaire efficace, monsieur le ministre, celle qui évite les décisions, qui reporte les réformes et laisse les problèmes s'aggraver, comme avant, en se cachant bien la tête dans le sable, ou celle qui s'attaque enfin au déséquilibre structurel, même quand c'est politiquement inconfortable?
L'État fédéral consacre 12,2 milliards d'euros par an au paiement d'intérêts de sa dette, et ce sera 21 milliards d'ici 2030, si on n'agit pas. Cette dérive s'explique parce que la dette continue d'augmenter dans un contexte de croissance affaiblie, marquée par les tensions internationales, le vieillissement de la population et les nouveaux emprunts. Mais on paye aujourd'hui les intérêts du manque de courage politique de la Vivaldi. Sans nos mesures, la trajectoire ne serait pas de 21 milliards d'intérêts, mais irait bien au-delà.
Monsieur le ministre, ma question est double. Pouvez-vous confirmer que la trajectoire engagée est la bonne et qu'elle permettra de stabiliser, puis de réduire la dette et sa charge d'emprunt? Pouvez-vous confirmer également qu'en l'absence de réformes courageuses prises depuis le début de cette législature, la situation financière de notre pays serait nettement plus préoccupante?
06.02 Vincent Van Peteghem, ministre: Madame Tourneur, les défis budgétaires sont connus et nous n’hésitons pas à les relever. Si nous en sommes arrivés là, c’est en raison du report des réformes structurelles. Malheureusement, cet héritage continuera de peser sur nous pendant quelque temps encore. Dans les années à venir, le déficit budgétaire primaire restera en effet le moteur de la dette publique et des charges d’intérêts.
Les réformes mises en œuvre par le gouvernement actuel dans les domaines des pensions, de la fiscalité et du marché du travail permettent enfin d’inverser cette tendance. Il ne s’agit pas là d’un détail, mais d’une condition indispensable à la viabilité financière de notre sécurité sociale. Par ailleurs, notre prospérité dépend de notre sécurité. C’est pourquoi ce gouvernement investit dans la Défense et dans la Justice. Et oui, ces investissements pèsent davantage sur notre dette et sur notre déficit.
Les chiffres que j’ai présentés cette semaine en commission montrent que l’assainissement de nos finances publiques porte ses fruits. Il y a un an, le Comité de monitoring nous avait mis en garde contre un déficit qui, à politique inchangée, risquait d’atteindre environ 43 milliards d’euros, sans compter les investissements dans la Défense et la Justice. Grâce aux mesures actuelles, ce déficit sera ramené à 31,2 milliards d’euros.
Sommes-nous déjà sortis d’affaire? Non! Une stabilisation durable du taux d’endettement n’est possible que si le déficit budgétaire primaire continue d’être résorbé. C’est bien ce que le gouvernement actuel entend faire, pour l’avenir de nos enfants et de nos petits-enfants. Et cet avenir sera meilleur demain!
06.03 Aurore Tourneur (Les Engagés): Merci monsieur le ministre. Vous ne me rassurez pas, car je n'étais pas vraiment inquiète. J'ai confiance. Vous l'avez dit, l'assainissement porte ses fruits. Vous confirmez simplement ce à quoi nous travaillons ensemble depuis des mois: redresser la barre budgétaire et inverser la tendance.
Si ceux qui nous reprochent des réformes n'ont pas réussi à le faire en 30 ans, qu'ils ne viennent simplement pas nous dire aujourd'hui que ce que nous faisons en un an n'est pas magique. Nous travaillons, nous avançons avec courage pour assurer, comme vous l'avez dit, la pérennité d'un système qui ne tenait plus.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: We verwelkomen hier vandaag ook een aantal burgemeesters, namelijk die van Dilsen-Stokkem, Wuustwezel, Tremelo en Blankenberge. Ik heet hen hartelijk welkom. De afstand tussen wat er in Brussel gebeurt en wat er in de Dorpsstraat gebeurt is soms groot, dus ik ben blij dat zij die afstand verkorten.
Er zijn natuurlijk ook collega’s die deze afstand verkorten, zoals de gewezen burgemeester van Brasschaat die we hier in zijn hoedanigheid van minister mogen verwelkomen. De vragen die aan hem zullen worden gesteld, werden aan de eerste minister gericht, maar die laat zich verontschuldigen wegens ziekte.
(La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé
de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales /
Het antwoord zal door de vice-eersteminister en minister van Financiën en
Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele
Instellingen worden gegeven)
De voorzitter: De eerste minister is verontschuldigd wegens ziekte.
07.01 Paul Magnette (PS): Monsieur le ministre, cela fait donc un an que votre gouvernement est installé. C’est tellement pénible que, en ressenti, on a l’impression que cela fait plutôt dix ans. Cela fait pourtant un an. Il y a un an, vous nous aviez promis la prospérité, des comptes qui allaient revenir à l’équilibre, le plein emploi qui allait s’annoncer et un fort soutien au pouvoir d’achat. On allait enfin récompenser les travailleurs.
Un an plus tard, quand on prend les chiffres officiels, les chiffres européens et ceux de nos institutions comme la Banque nationale de Belgique et le Bureau fédéral du Plan, c’est tout l’inverse qui est en train de se produire. La prospérité? Notre taux de croissance est plus faible que dans tous les pays voisins et il y a des faillites en cascade. Le soutien au pouvoir d’achat? Trois Belges sur quatre disent que, depuis que votre gouvernement s’est installé, leur pouvoir d’achat s’est dégradé. Des pensionnés et des travailleurs vont subir une pluie de nouvelles taxes et un double saut d’index. Le taux d'emploi? Le taux d’emploi diminue, pour la première fois depuis très longtemps. Le chômage repart à la hausse. C'est plus de 25 000 chômeurs en plus en Wallonie au cours de la dernière année.
Quant au déficit, c’est le comble du comble! Votre déficit, vous le faites doubler. Vous avez hérité d’un déficit de 18 milliards, qui vient au passage du tax shift du gouvernement MR-N-VA d’il y a dix ans. Quinze milliards, ce sont l’Office national de sécurité sociale (ONSS) et le SPF Finances qui nous le disent, votre ministère. Vous faites doubler ce déficit. Alors, monsieur Jambon, j’ai beau chercher, je n’ai pas trouvé un seul pays européen qui fasse pire! Avec votre gouvernement, la Belgique est en train de devenir l’homme malade de l’Europe.
Ma question est donc très simple, monsieur le ministre. Quand allez-vous réagir? Quand allez-vous reconnaître que vos politiques ne marchent pas et changer radicalement de cap? C’est ce que les Belges attendent de vous.
07.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, pour moi le bilan de l'Arizona en un an, c'est trois choses.
D'abord, c'est un rouleau compresseur idéologique qui se moque complètement des situations individuelles. Votre grande réforme, celle du chômage en deux ans, vous l'avez menée au pas de charge, brutalement, parce qu'il fallait une victoire idéologique rapide. Et peu importe les conséquences, peu importe le sort des travailleurs ALE, peu importe le sort des aidants proches, peu importe le fait qu'il n'y a pas d'emploi pour tout le monde alors que vous savez que c'est le cas, vous avez choisi de faire une réforme centrée sur le chômage et non sur l'emploi, et vous allez récolter de la précarité.
Ensuite, et ça, ça va vous plaire, l'Arizona, c'est aussi la victoire culturelle du nationalisme flamand, bravo! C'est la régionalisation de la solidarité fédérale via le renvoi des exclus vers les CPAS. C'est la fin du Sénat, non pas par souci d'efficacité, mais parce qu'il fallait à la N-VA, comme trophée, un morceau de la Belgique de 1830. C'est encore la fusion des zones de police de Bruxelles, contre l'avis des Bruxellois. En fait, à la N-VA, je crois que vous n'en revenez pas d'avoir enfin trouvé des francophones, avec le MR et Les Engagés, assez dociles pour vous aider à démanteler ce pays tout en douceur. Encore bravo pour ça!
Enfin, et peut-être surtout, l'Arizona, c'est une vraie régression en termes de droits humains. Et ça, c'est un festival! Vous contestez la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme. Vous essayez d'interdire des associations par voie extrajudiciaire. Vous ressuscitez les visites domiciliaires, pour qu'on puisse aller voir chez les gens si, par hasard, ils n'hébergent pas des migrants. Vous gardez des prisons surpeuplées. Vous négociez même avec les talibans, qui est le régime le plus moyenâgeux du monde, au rayon migration. C'est sans doute le premier gouvernement de ce pays qui soit fier d'être illibéral.
Je pourrais en rajouter. Je pourrais dire que la première année de l'Arizona est la pire en matière de fusillades à Bruxelles, que vous n'êtes nulle part sur le nucléaire, mais aussi nulle part sur le renouvelable et que, même pour le budget, vous ne nous en sortez pas. En fait, l'Arizona, en un mot, monsieur le ministre, c'est un mirage, c'est un désert. Il nous appartient désormais de prouver que les citoyens méritent beaucoup mieux que ce mirage et de les en sortir.
07.03 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de minister, ik zou het niet beter kunnen zeggen dan Paul Magnette. Hij heeft 100 % gelijk. Hij gaf een mooi interview over één jaar Arizona. Weet u wat de titel van dat interview was? “Bart De Wever doet exact wat Vlaanderen wil.” Dank u wel, Paul. Merci beaucoup. Hij doet niet alleen wat Vlaanderen wil, hij doet ook wat Wallonië nodig heeft. Les Engagés, MR, bravo, grand bravo.
Iedereen heeft de fameuze reportage over de Rue de Dison gezien. Iemand krijgt acht jaar lang een ziekte-uitkering omwille van een gebroken enkel. Mensen die 20 jaar aan de dop zitten, verliezen nu hun uitkering, maar 13% daarvan werkt al. Onze belastingdruk daalt.
Migratie: mensen kunnen hier pas na vijf jaar sociale voordelen opbouwen. Als men gezinshereniging wil, moet men een echt loon kunnen tonen.
Defensie: eindelijk zijn we bezig met de uitbouw van een deftige defensie, in een wereld die in brand staat, waar onze veiligheid niet meer verzekerd is en waarin bedrijven moeten vechten tegen Amerikaanse en Chinese bedrijven, met duurdere energie en hogere loonkosten.
Dat doen we met MR, met Les Engagés, met Vooruit, met cd&v en uiteraard met de N-VA. Dat is een fantastische regering.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is: doe zo voort.
De voorzitter: Eindelijk een collega met een heel concrete vraag.
07.04 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Un an d'Arizona: quel anniversaire, monsieur le ministre! Quel anniversaire! Pendant toute la campagne électorale, vous aviez promis deux choses. Avec le MR, Les Engagés et compagnie, vous aviez dit: "Nous allons revaloriser le travail, et il n'y aura pas de nouvelles taxes."
Jullie hebben tijdens de verkiezingscampagne twee beloften gedaan: het werk moest meer lonen en er zouden geen extra belastingen komen.
Het werk moest meer lonen. U beslist echter, mijnheer de minister, om een malus op het vervroegd pensioen in te voeren van 200 à 300 euro voor al wie niet tot 67 jaar kan werken.
Het werk moest meer lonen. U beslist echter om de indexering boven 2.600 euro netto af te schaffen.
Het werk moest meer lonen. Jullie vallen bovendien de nachtpremies aan van al die werkende Belgen vandaag.
Het werk moest meer lonen. U zult alle lonen in het land blokkeren. Dat zorgt ervoor dat 16 miljard euro per jaar uit de zakken van de werknemers naar het kapitaal gaat.
Dat is wat het betekent als men zegt dat het werk meer moet lonen. Jullie beloften worden met Arizona totaal niet nageleefd.
La deuxième promesse que vous avez faite, c'est que les taxes n'allaient pas augmenter. On les a entendus: selon les messieurs Bouchez et Prévot, les taxes n'allaient pas augmenter.
Les taxes n'allaient pas augmenter, mais vous augmentez les accises sur le gaz. Les taxes n'allaient pas augmenter, mais vous augmentez les accises sur les frites à emporter. Les taxes n'allaient pas augmenter, et vous avez augmenté la TVA sur les tickets pour aller au fitness, pour aller aux concerts, etc. Les taxes n'allaient pas augmenter, mais 1,3 milliard d'euros vont partir des poches des travailleurs dans la poche de l'État et des grands bourgeois.
Et vous nous dites que les taxes n'ont pas augmenté. En fait, en un an, vous avez fait exactement le contraire de ce que vous aviez dit dans la campagne.
U hebt gewoon het tegenovergestelde gedaan van wat u tijdens de campagne gezegd hebt. Dat noemt men in de politiek liegen. Dat is de reden waarom u geen draagvlak hebt voor uw maatregelen.
Daarom stel ik u de vraag, mijnheer Jambon, gaat u door (…)
De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, ik kan me voorstellen dat de heer Jambon uw vraag impliciet begrepen heeft.
07.05 Alexia Bertrand (Anders.): We hebben vernomen dat de eerste minister ziek is en niets is zo erg als ziek zijn op zijn eigen verjaardagsfeestje. Namens de Anders.-fractie wens ik hem veel beterschap toe.
Mijnheer Jambon, de arizonaregering is intussen een jaar bezig. Ivan De Vadder duidt de eerste minister aan als de dominante figuur van de regering. Bij zijn internationale optredens over Euroclear en in Davos heeft hij punten gescoord. Hij krijgt 26 Europese leiders op één lijn, maar ondertussen gaat het in zijn regering alle richtingen uit.
Mijnheer de minister, u zou de belastingen verlagen en de pensioenen hervormen. Wat zien we echter? De meerwaardebelasting is een monsterlijke koterij, de btw-hervorming is totale chaos en de pensioenhervorming is uitgesteld en laat op zich wachten.
Uw regering zou Justitie moderniseren en de overbevolking aanpakken. Onder minister Verlinden is het aantal grondslapers echter opgelopen tot 600. Nog nooit waren het er zoveel en er wordt openlijk geruzied over de noodzakelijke aanpak.
Op vlak van mobiliteit zou de arizonaregering de NMBS klaarmaken voor de eenentwintigste eeuw. Wat gebeurt er onder de heer Crucke? De trein staat stil, de vakbonden staken en de pendelaar is opnieuw de dupe.
Het regeerakkoord stipuleerde dat de levensduur van de kerncentrales op korte termijn verlengd zouden worden met het oog op de energiebevoorrading. Met Atomic Boy staan we volgens De Tijd vandaag helemaal nergens.
Voor de gezondheidszorg rolt u de rode loper weer uit voor minister Vandenbroucke. Er wordt daarin alsmaar meer geld geïnvesteerd, maar de dienstverlening gaat er niet op vooruit. Het systeem van de verhoogde tegemoetkoming ontspoort en het aantal langdurig zieken explodeert.
Over één ding bent u het wel eens: meer controles, meer regels en meer taksen. Met de arizonaregering wordt het alleen maar complexer. (…)
07.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, nous regrettons évidemment que le premier ministre ne puisse être parmi nous pour souffler sa première bougie. C'est sûr, il y a des vents contraires. La situation n'est pas simple et on ne peut pas vraiment dire que le cœur soit à la fête.
Voici un an, alors que nous étions ici ensemble, le premier ministre nous invitait tous, tous les Belges, à une grande balade à vélo. Il nous disait que ce ne serait pas simple, qu'il y aurait comme une grosse côte, mais que, quand nous serions arrivés tout en haut, tous ensemble, – nous avions quand même déjà des doutes car on ne part pas tous avec les mêmes chances, certains en tricycle, d'autres avec un pneu crevé et d'autres avec un super vélo électrique – la vue serait magnifique, une fois l'effort collectif mené. Que constate-t-on un an plus tard? Le gouvernement semble avoir rangé les bécanes pour les troquer contre une grande partie de chasse dont les Belges sont les proies.
Alors, cela a commencé avec les demandeurs d'emploi, entraînant dans le même lot des dégâts collatéraux: les travailleurs et travailleuses des ALE, les aidants proches, les travailleurs âgés licenciés, comme ceux de chez Cora qui ne retrouveront pas de travail et qui se retrouveront sur le carreau, les pensionnés évidemment, les parents dont toutes vos politiques rendent la vie plus compliquée chaque jour, les personnes migrantes, les jeunes dont vos politiques climato-sceptiques obstruent complètement l'avenir, les fonctionnaires, les profs, les travailleurs des arts ou encore le secteur horeca avec vos dernières mesures de réforme fiscale.
Alors, après un an, les Belges sont franchement très inquiets. Je constate qu'ils n'espèrent même plus que vous puissiez améliorer leur vie. Ce qu'ils espèrent, c'est ne plus être dans votre viseur et que le gouvernement ne s'occupe plus d'eux. Pourquoi toutes ces politiques? Pour répondre au chant des sirènes des lobbies et des multinationales, qui vous demandent chaque jour une main-d'œuvre moins chère, taillable et corvéable à merci.
Monsieur le ministre, qu'allez-vous faire pour améliorer vraiment la vie des Belges?
07.07 Minister Jan Jambon: Mijnheer de voorzitter, collega's, zoals u weet, is de eerste minister geen grote fan van verjaardagsfeestjes en daarom heeft hij mij gevraagd om de vragen over te nemen. Dat is natuurlijk niet waar. De eerste minister is eergisteren ziek geworden en moet sinds gisteren het bed houden. Ik wens hem ongetwijfeld in u aller naam veel beterschap.
Niemand zal ontkennen dat de regering is aangetreden in woelige tijden en ze viert haar eerste verjaardag ook in woelige tijden. Jaren van stilstand hadden dit land bijzonder kwetsbaar achtergelaten. Toen de regering een jaar geleden de eed aflegde, zat dit land budgettair en sociaal-economisch in een diepe put, nog los van de geopolitieke omstandigheden die het afgelopen jaar alleen maar grimmiger zijn geworden.
Door dag en nacht te werken – en u kunt dat bijna letterlijk nemen –, kunnen we na een jaar al de eerste resultaten zien doorschemeren. Onze arbeidsmarkt is grondig hervormd en de werkloosheidsuitkering is eindelijk beperkt in de tijd. De betaalbaarheid van de pensioenen is grondig versterkt en de toename van de pensioenkosten zelf zal tegen 2060 gehalveerd zijn. Vergeleken met een ongewijzigd beleid is in deze legislatuur al 32 miljard aan schuldopbouw vermeden. De kernuitstap ging op de schop en wie werkt, zal op het einde van de legislatuur zo'n 100 euro netto per maand meer overhouden. Ten slotte eist dit land op internationaal niveau opnieuw zijn rol op, zeker als het erover gaat om onze eigen belangen te verdedigen en onze verantwoordelijkheid in de NAVO en op Europees niveau op te nemen om bij te dragen aan internationale stabiliteit en duurzame vrede.
Cela signifie-t-il que le gouvernement peut se reposer sur ses lauriers ? Absolument pas. Nous n'y sommes pas encore.
Le gouvernement est pleinement conscient de cette réalité. Sur le plan budgétaire, nous répondons désormais aux exigences de l'Europe. La première étape intermédiaire sur la route vers le sommet est ainsi atteinte. Cette étape n'a pas vocation à nous faire relâcher nos efforts. Elle doit au contraire nous permettre de veiller à ce que les réformes décidées jusqu'à présent soient pleinement mises en œuvre. À l'heure actuelle, le gouvernement travaille d'arrache-pied pour y parvenir.
Lorsque ce sera fait, nous pourrons à nouveau lever les yeux vers l'objectif suivant. Car ne vous y trompez pas, chers collègues, il reste encore beaucoup de travail à accomplir. Après la norme européenne des dépenses, nous pouvons déjà apercevoir la prochaine étape.
Comme au cours de l'année écoulée, le gouvernement continuera d'avancer et de surveiller attentivement l'impact ainsi que les éventuels effets indésirables de ces réformes. Mais ceux qui pensent que notre population s'en sortirait mieux en revenant aux vieilles recettes dont on a usé et abusé, et qui nous ont conduit à cette situation, se trompent lourdement. Nous devons persévérer. Nous devons poursuivre les réformes. La prospérité de tous les habitants de ce pays est en jeu, dixit le premier ministre.
07.08 Paul Magnette (PS): Merci, monsieur le ministre, mais quand je vous écoute, je suis encore un peu plus inquiet. Vous avez annoncé il y a quelques jours dans la presse que vous alliez bientôt prendre votre retraite. À vous écouter ici, on a l’impression que vous êtes déjà un peu en prépension.
Vous prenez votre temps, tranquillement. Vous expliquez que la situation est compliquée, qu’il y a un héritage du passé. Il y a pourtant quelque chose qu’il faut regarder, monsieur le ministre, ce sont les faits. Les faits ne vous donnent pas raison.
L’économie belge va très mal. Elle va beaucoup plus mal que toute une série d’autres économies européennes qui sont confrontées exactement à la même situation internationale que la nôtre. C’est le résultat de vos choix politiques, de vos choix politiques du passé que l’on continue à payer et de vos choix politiques d’aujourd’hui. Quand vous généralisez l’austérité, comment voulez-vous que cela aille bien? Quand les pensionnés vont perdre entre 1 000 et 1 500 euros, quand les travailleurs vont perdre 500 euros et quand des milliers de personnes vont perdre leurs droits, eh bien, ils vont moins dépenser. Les premières victimes seront les petits indépendants, les petites entreprises et le commerce de proximité (...)
07.09 François De Smet (DéFI):
Monsieur le ministre, il faut vous laisser une chose, c’est que vous assumez. En réalité, il y a deux types de partis dans cette coalition Arizona.
Il y a ceux qui assument, grosso modo le MR et la N-VA. Vous savez que vous prenez des mesures horribles, mais vous les assumez pleinement parce que vous êtes dans votre schéma de guerre culturelle. Il y a ensuite les autres, ceux que j’appellerais les planqués, les planqués de la nuance, qui essaient de passer entre les gouttes.
Je parle évidemment notamment des Engagés. Ce sont ceux qui regardent en l’air dès que l’on parle de droits humains, ceux qui ont approuvé la fusion des zones de police bruxelloises alors que même leurs bourgmestres sont contre, ceux qui ont changé d’avis sur les visites domiciliaires mais qui ont des larmes de crocodile lorsqu’ils parlent de régularisation en commission. Il faut donc être clair. Chaque mesure Arizona sera aussi le bilan des Engagés. L’exclusion des aidants proches, ce sera aussi Les Engagés. Le tapis rouge aux nationalistes, c’est aussi Les Engagés. Les visites domiciliaires, c’est aussi Les Engagés. Les négociations avec les talibans, c’est aussi Les Engagés.
Vous n’allez pas vous en sortir pendant trois ans en jouant l’adoucissant moelleux de la lessive Arizona.
07.10 Axel Ronse (N-VA): Het is een bizar verjaardagsfeestje: alle andere sprekers vragen om in één generatie alle welvaart die de vorige generaties hebben opgebouwd, erdoor te draaien. Geen politieke moed om de pensioenfactuur aan te pakken. Geen politieke moed om de migratie aan te pakken. Geen politieke moed om meer mensen aan het werk te krijgen.
De vijf arizonapartijen, Les Engagés, de MR, cd&v, Vooruit en de N-VA, hebben wel politieke moed. We doen dat onder één gezamenlijke vlag, namelijk de arizonavlag en die is nog niet veranderd, namelijk een sociale welvaartsstaat in de geest van Daens, waarbij wij ervoor zorgen dat wie werkt, netto meer verdient en dat ondernemers zin hebben om te ondernemen en waarbij wij heel de boel die hier is achtergelaten, opkuisen.
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u daarmee doorzet en ik hoop dat we nog veel verjaardagen mogen vieren.
De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, die woorden zult u ongetwijfeld ondersteunen, of misschien niet?
07.11 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, het is nu de eerste verjaardag van Arizona. Het tweede politieke feit – ik heb al gesproken over uw balans – is dat de sociale beweging nog altijd intens druk zet. Dat heb ik nog nooit gezien. In één jaar waren er dertien nationale mobilisaties. De strijd gaat in maart nog verder, met een grote betoging. Dat is du jamais vu, echt waar.
C'est du jamais vu. Ce matin, j'étais présent au piquet. Je suis allé à Charleroi, j'ai été à la Sonaca, j'ai été à Strépy, je remercie tous les camarades pour leur accueil là-bas.
Ils m'ont dit: "Dis un truc, Raoul. Dis-leur, à tous ces ministres. Dis-leur de notre part. Nous produisons la richesse dans ce pays. Que ces ministres viennent un jour travailler dans nos entreprises, où nous travaillons de 18h à 2h puis de 2h à 10h la nuit! Où nous travaillons dur! Un jour! Nous demander de travailler jusqu'à 67 ans, nous casser l'indexation de nos salaires, c'est tout à fait inhumain!"
Je leur ai dit – et je vais vous le dire – qu'ils m'ont donné espoir que ce combat va continuer, monsieur le ministre des Pensions, pour vous faire reculer sur vos mesures "pension" qui n'ont pas encore été déposées ici au Parlement.
07.12 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u spreekt over de internationale politiek, maar wat telt, is wat hier gebeurt. Wat gebeurt hier? U beweert dat de pensioenen betaalbaar zijn maar dat is niet waar. De implementatie van uw pensioenhervorming is uitgesteld tot 2027. De schuld blijft stijgen richting 120 % tegen 2029. De fiscale hervorming is uitgesteld tot de volgende legislatuur. Resultaten zijn er niet, of toch wel, namelijk taks, taks, taks. Daarover zijn jullie het wel eens.
De industrie bloedt, de schuld stijgt, de begroting blijft ontsporen en er komen alleen maar nieuwe regels die alles nog complexer maken. Ik wil u wel geloven op uw woord maar ik zal kijken naar uw daden. Het moet nu anders.
07.13 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, depuis un an, en commission des Affaires sociales comme en commission des Finances – les deux commissions où nous nous retrouvons le plus souvent –, je me demande chaque fois comment vous osez. Vous prétendez vouloir créer de l’emploi et garantir à chacun un travail digne, parce que le travail permet de vivre dignement. Mais lorsqu’on ouvre le premier projet de loi que vous avez déposé, portant des dispositions diverses – vous adorez les lois-programmes et les dispositions diverses, des textes toujours incompréhensibles en espérant que les citoyens ne comprennent pas ce que vous êtes en train de faire –, on voit que la seule mesure du chapitre consacré à l’emploi consiste à exclure des chômeurs. Je me suis dit: "Wow, ça, c’est tout de même culotté!" Aucune mesure ne crée le moindre emploi.
Ensuite, vous prétendez vouloir sauver la sécurité sociale, alors même que vous créez toute une série d'emplois qui la définancent structurellement, comme notamment les flexi-jobs et le travail des pensionnés et des étudiants. Aujourd’hui, même un enfant de 10 ans comprend que vos mesures sont incohérentes et (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: We hebben de heer Van Quickenborne nog niet zo heel veel gehoord, dus geef ik hem graag de gelegenheid om dat nu recht te trekken.
08.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, dag na dag, uur na uur, wordt het dossier van de meerwaardetaks complexer.
Collega’s, in het begin zei de minister dat het om één tarief ging, heel simpel, namelijk 10 %. Wanneer men echter die 272 bladzijden bekijkt, blijkt het te gaan om negen tarieven: 0 %, 1,25 %, 2,5 %, 5 %, 10 %, 16,5 %, 33 %, 33 % vermeerderd met gemeentetaks en zelfs 50 %.
Iedereen zegt dat het de miljardairs zijn die zullen betalen, maar dat klopt niet. De ouders die sparen en beleggen voor hun kinderen zullen de meerwaardetaks moeten betalen. Mensen die beleggen om later een pensioen te hebben op het niveau van een ambtenarenpensioen, zullen de taks moeten betalen, mijnheer de minister. Jongeren die zeggen dat ze niet meer geloven in het spaarboekje omdat het geen rendement oplevert, zullen die taks moeten betalen, aangezien ze investeren in crypto en in ETF’s. Zij zullen allemaal de meerwaardetaks moeten betalen.
Het probleem is het volgende. Vandaag staat in de krant dat familiebedrijven in hun voortbestaan worden bedreigd door de meerwaardetaks. Dat komt doordat een bakker die aan zijn kinderen een overdracht doet, zonder dat daar ook maar één euro cash tegenover staat, toch de meerwaardetaks zal moeten betalen. Intussen blijft de regering echter doofstom, omdat Vooruit natuurlijk zijn symbool moet hebben, zijn trofee.
De realiteit is dat intussen, koste wat het kost, de economie enorm veel schade oploopt. In plaats van mensen aan te zetten tot investeringen in beleggingen, worden ze weggejaagd naar spaarboekjes.
De meerwaardetaks zet een rem op investeringen en op groei, mijnheer de minister. Deze meerwaardetaks is slecht voor onze economie. U zou beter iets anders doen, bijvoorbeeld de Einstein-rekening: elke maand 100 euro beleggen. Als men dat systematisch doet, van bij de geboorte tot de leeftijd van 65 jaar, bouwt men een kapitaal op van 1,4 miljoen euro. Dat is wat we zouden moeten aanmoedigen, maar u jaagt de mensen weg van beleggingen.
Mijnheer de minister, collega’s, wie de meerwaardetaks grondig bekijkt en bestudeert – sommigen doen dat – ziet dat ze een meerwaardemonster is geworden. Daarom heb ik maar één vraag voor u, mijnheer de minister, met betrekking tot die 272 bladzijden: begrijpt u het zelf nog?
De voorzitter: Voilà, dat is een duidelijke vraag, mijnheer de minister.
08.02 Minister Jan Jambon: Ja.
De voorzitter: Duidelijke vragen verdienen duidelijke antwoorden.
08.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, uw antwoord zegt veel over het respect dat u toont voor de mensen. Wat u hier duidelijk maakt, is dat u het niet begrijpt. Als u het wel zou begrijpen, dan begrijp ik niet waarom familiebedrijven vandaag in de krant om hulp vragen. Als u het zou begrijpen, dan begrijp ik niet waarom mensen met interne meerwaarden geconfronteerd worden met tarieven van 33 %. Als u het zou begrijpen, dan begrijp ik niet waarom er op X zoveel mensen zijn met vragen die onbeantwoord blijven. Op den duur ben ik het callcenter van deze regering geworden om op al die vragen te antwoorden.
U zou zich eigenlijk moeten schamen, mijnheer de minister. Dat is de realiteit. De meerwaardetaks is zo complex, en dat in combinatie met uw btw-circus, dat trouwens nog altijd bezig is. Kijk naar het filmpje van Marc Coucke op Instagram. Dat is het resultaat van één jaar Arizona op het vlak van belastingen: complexer, complexer, complexer. Mijnheer de minister, maak het eenvoudig. Doe zoals in Estland: één tarief voor alles. Geen koterijen, geen uitzonderingen. Dat is wat wij voorstellen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de minister, acht op de tien jonge Vlamingen kunnen geen woning aankopen. De gemiddelde leeftijd waarop de eerste woning wordt aangekocht in ons land schommelt tussen 38 en 41 jaar. Het duurt tot zijn 38 of 41 jaar voor een Vlaming zijn eerste woning kan kopen.
Dat moet ons niet verrassen als we zien dat in het voorbije jaar de prijzen op de woningmarkt met liefst 6 % gestegen zijn. Dat wordt dan ook rechtstreeks vertaald in een eigen inbreng van 96.000 euro.
Ik hoef het u niet te vertellen, er zijn niet veel mensen van 30 jaar die 96.000 euro hebben om hun eerste woning te kopen. Niet de jonge politieagent, niet de jonge zorgkundige, en zeker niet de jonge leerkracht.
We hebben daarom met cd&v een plan ontwikkeld waardoor mensen die verantwoordelijkheid opnemen, en die aan pensioensparen doen voor hun toekomst, dat potje ook kunnen gebruiken als eigen inbreng voor de aankoop van hun eerste woning. We zien het immers allemaal in onze steden en gemeenten: jonge mensen die afgestudeerd zijn, maar opnieuw thuis moeten gaan wonen tot hun 40 jaar, jonge mensen die genoodzaakt worden om een oude woning te kopen, met renovatieverplichtingen om u tegen te zeggen en met een renovatiefactuur waar we allemaal van achterover zouden vallen.
Wij vragen dus gewoonweg: morgen moet beter. Zult u ons voorstel, waardoor we jonge mensen wat soelaas bieden doordat ze hun pensioensparen mee kunnen gebruiken voor hun eerste woningaankoop, steunen?
Voorzitter:
Wouter Vermeersch.
Président: Wouter Vermeersch.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u hebt twee minuten voor uw antwoord.
09.02 Minister Jan Jambon: Op een gesloten vraag kan men een gesloten antwoord geven, maar soms zijn de vragen nog niet eerder gesteld, mijnheer Van Quickenborne, en dan kan men wat ruimer antwoorden.
Soms zijn de besprekingen nog niet gedaan en gaan ze nog voort.
Mevrouw Farih, ik kom nu tot uw vraag. De regering wil het rendement van de pensioenspaarders inderdaad verhogen. Volgens de aanbevelingen in studies van de FSMA kan dat onder meer door het pensioensparen te vereenvoudigen, te zorgen voor meer transparantie en meer concurrentie op de markt. Er werd al een voorontwerp opgemaakt, dat nu in technische werkgroepen wordt besproken. De FSMA zal ook een tool ontwikkelen om vergelijkingen te maken.
Wat uw specifiek voorstel betreft, kan ik mij volledig vinden in de doelstelling en in de betrachting om vooral jonge mensen aan te moedigen om te sparen en om een eigen woning te verwerven. Ik moet wel één opmerking maken. De verwerving van de eerste woning is in ons complexe land een regionale bevoegdheid. Daarvoor zal dus een juridisch sluitende oplossing moeten worden gezocht. Conclusie, we zullen uw voorstel meenemen in onze besprekingen en bekijken hoe we eventuele obstakels kunnen wegwerken.
09.03 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik denk dat het belangrijk is om daar inderdaad snel op in te zetten, want de woonmarktcrisis mag geen crisis blijven voor de jonge generatie. We weten allemaal dat het bezit van een woning ervoor zorgt dat er maar liefst een derde minder kans is op armoede. Blijf dus inzetten op dat verhaal. Wij kijken met cd&v uit naar morgen beter.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, afgelopen week verklaarde u dat u de lokale politiezones van 176 naar 60 zou laten inkrimpen. Ik viel bijna van mijn stoel. De grote politiehervorming naar een federale en lokale politie, uitgevoerd in 2001 door uw partijgenoot Antoine Duquesne ingevolge het Octopusakkoord, kostte 20 miljard Belgische frank. Iedereen kreeg een loonsverhoging van 20 % en er waren zoveel graadverhogingen dat de politie een Mexicaans leger werd, met meer officieren dan soldaten.
We zijn nu 25 jaar later. De federale politie zou instaan voor het gerechtelijke deel, de ordehandhaving en de ondersteuning van de lokale politie. Ondertussen is de federale politie na allerhande omzwervingen, denk maar aan de canapébenoemingen en recent nog aan i-Police, bijna in de palliatieve zorg beland.
Wat is nu de oplossing? We keren terug naar de lokale zones. De lokale zones zullen waarschijnlijk het gelag moeten betalen. Het is niet omdat er in Brussel sprake is van malgoverno en de stad eindelijk één politiezone heeft, dat we hetzelfde elders moeten doen.
U wilt bovendien minder politiezones. Een groot probleem van de politie is de kloof met de burger. Er zijn vandaag al politiezones waar het, na een oproep, een half uur duurt voor er een combi komt. Dat zal alleen maar erger worden. Bovenal zal men, omdat de federale financiën het niet meer toelaten, de lasten naar de gemeenten doorschuiven. Dat is mijn grote vrees.
Bij de brandweerhervorming is men van 250 naar 35 korpsen gegaan. Op vijftien jaar tijd zijn voor de gemeenten de lasten van die brandweerkorpsen verdrievoudigd. In mijn eigen gemeente betaalden we in 2015 een half miljoen euro en nu anderhalf miljoen euro. Moeten we met de politiehervorming hetzelfde verwachten, mijnheer de minister?
10.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Dedecker, ik wil de veiligheidsarchitectuur in ons land grondig hervormen. Vandaag is het politielandschap te versnipperd. Daarom heb ik de voorbije maanden gewerkt aan een wetsontwerp over de fusie van politiezones. Dat wetsontwerp wordt volgende week in commissie besproken. U bent zeker welkom.
Mijn voorstel steunt op twee pijlers: de verhoging van de interventiecapaciteit en de versterking van de nabijheid en zichtbaarheid van de politie. Als burgemeester weet u hoe essentieel dat is. We zijn het daarover eens.
Politiezones die fuseren, krijgen een eenmalige financiële injectie. Fusies hebben ook gevolgen voor de pluricommunale financiering, aangezien de verdeelsleutel van de gemeentelijke dotatie vastligt in een koninklijk besluit uit 2005. Vandaag gebeurt die verdeling meestal volgens de KUL-norm, die vaak onevenwichtig en niet langer aangepast aan de realiteit is. Na een fusie blijft de gemeentelijke dotatie momenteel twee jaar behouden. Die termijn wordt herzien in het wetsontwerp.
Voorts heb ik mijn administratie en de ULB gevraagd te werken aan een herziening van de KUL-norm. Over enkele weken wens ik met een nieuwe financieringsnorm voor de politiezones naar de regering te stappen. Ons land telt vandaag ongeveer 180 politiezones. Mijn ambitie is om dat aantal op termijn meer dan te halveren, dus minder kolonels en generaals en meer soldaten op straat. De overlappende structuren leiden vandaag tot een versnippering van middelen en uiteindelijk tot minder veiligheid voor de burger. Door het aantal politiezones te verminderen, kunnen we zones versterken, middelen bundelen en de slagkracht van onze politie aanzienlijk verhogen.
10.03 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, ik ben het niet met u eens. Ten eerste, het zijn net de lokale zones, die de slagkracht van de politie en de nabijheid van de politie bij de burger vormgeven. U wilt de lokale zones vergroten, waardoor u de nabijheid vermindert.
Ten tweede, de financiële lasten komen altijd bij de gemeenten terecht. In alle jaren dat ik zelf burgemeester ben, heb ik van het federale niveau nog geen halve euro verhoging gezien.
U zou ook eens naar het buitenland moeten kijken. Nederland heeft zijn 26 verschillende korpsen onder centraal beheer geplaatst en dat werd een drama. Het land is opnieuw bezig met decentralisatie. Denemarken deed iets hetzelfde: daar was er één korps voor twaalf districten. Dat leidde evenwel tot het verlies van de lokale aanwezigheid en tot bureaucratisering. Momenteel is Denemarken bezig om opnieuw te decentraliseren.
Wat doen wij om de catastrofe van de federale politie op te vangen? Wij leggen de lasten op het lokale bestuur.
Ik ben het daar niet mee eens. Ik kom volgende week (…).
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11.01 Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, iemand die met benzine overgoten en in brand gestoken wordt, het lijkt wel een scène uit een Netflixserie. Helaas is het geen fictie, maar bittere realiteit. Een jongen van 15 jaar werd vorige week door drie leeftijdsgenoten in brand gestoken. Hij is fysiek en mentaal getekend voor het leven. Het zou een van onze kinderen kunnen zijn. Het is werkelijk walgelijk.
Jammer genoeg is dat geen alleenstaand feit, want de laatste maanden waren er meer gevallen van ernstig geweld tussen jongeren. Telkens weer stel ik mij dan de vraag welke opvoeding die jongeren wel hebben gekregen. In de eerste plaats is het aan de ouders om hun kinderen op het juiste pad te houden, maar als deze zich niet kunnen gedragen, moet de overheid keihard optreden. We moeten laten voelen dat zinloos geweld geen plaats heeft in onze samenleving.
Op het federale niveau heeft cd&v al meerdere keren gepleit om te investeren in meer nabije politiezorg en in het verbeteren van de relatie tussen jongeren en politie. De jeugdbrigades moeten waar nodig uitgebreid worden en meer onderzoeksmogelijkheden krijgen, maar de politie moet vooral kordaat optreden bij elk incident, want alleen zo wordt het morgen effectief beter.
Voorzitter:
Peter De Roover.
Président:
Peter De Roover.
Mijn vragen zijn dan ook duidelijk. Welke initiatieven zult u nemen om het stijgend geweld tussen jongeren een halt toe te roepen en wanneer zult u deze initiatieven nemen om te voorkomen dat het geweld volledig ontspoort?
11.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Demon, uw vraag verbaast mij een beetje. Ik heb gisteren tijdens de bespreking van mijn beleidsnota een vraag van uw fractiegenoot over hetzelfde onderwerp beantwoord, in uw naam en bij uw afwezigheid. Dat antwoord blijft nog altijd van toepassing en daarom zal ik het herhalen.
“We zijn allen geschokt door de recente feiten van extreem jeugdgeweld. Het is onvoorstelbaar dat zulke feiten zich kunnen voordoen. Zoals u ongetwijfeld weet, zijn de gemeenschappen bevoegd voor het jeugddelinquentierecht. Toch nemen wij ook op dat vlak onze verantwoordelijkheid.
Binnen de hervorming van de strategische veiligheids- en preventieplannen krijgt het fenomeen jeugdcriminaliteit en jeugdgeweld een belangrijke plaats. Daarbij zetten we bewust in op een mix van preventieve en repressieve maatregelen. Preventie waar het kan, kordate handhaving waar het moet.
Mijn kabinet heeft overlegd met de gemeenschappen, onder meer over de afstemming van de verschillende wetgevingen met betrekking tot jeugdrecht. Die afstemming is noodzakelijk, zeker wat de afhandelingsmogelijkheden op parketniveau betreft.
Uit de bevraging die ik heb uitgevoerd blijkt dat ruim 75 % van de politiezones vandaag al werkt met jeugdinspecteurs. We onderzoeken nu op welke manier we dat percentage verder kunnen verhogen. Als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken zal ik dan ook alle maatregelen nemen die ik kan nemen.
Ik doe echter ook een oproep aan de gezinnen, die een zeer belangrijke rol te spelen hebben in opvoeding en preventie, en meer in het algemeen in wat ik graag de organisatie van de samenleving noem. Het is hier kwestie van een maatschappelijke aanpak."
11.03 Franky Demon (cd&v): Minister, de feiten van de afgelopen weken in Kampenhout-Sas, waarbij een 15-jarige jongen in elkaar geslagen werd terwijl een tiental andere jongeren het incident aan het filmen waren, en de steekpartij in Halle, waarbij een 16-jarige werd neergestoken door twee minderjarige broers, tonen pijnlijk aan hoe ernstig het geweld onder jongeren is.
Ja, ik wil dit herhalen in deze plenaire vergadering. Dat geweld mag niet verder ontsporen. Het eist een kordaat optreden van de politie.
Ik vraag om deadlines. Ik vraag u wanneer u effectief zult handelen. Wijkinspecteurs en jeugdbrigades zijn hierbij namelijk cruciaal. Voor het regeerakkoord werd door cd&v gevraagd om het aantal wijkinspecteurs te verdubbelen. Dat wetsontwerp staat volgende week op de agenda van de commissie. Dat stemt ons hoopvol. Enkel door in ons veiligheidsbeleid in te zetten op nabijheid zullen we er geraken, en…
De voorzitter: Dank u, mijnheer Demon.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12.01 Funda Oru (Vooruit): Australië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en nu ook Spanje. Al die landen voeren een verbod in op sociale media voor kinderen en jongeren. België zou ook in dat rijtje kunnen staan. Terwijl de geesten in andere landen stilaan rijpen, zijn wij bij Vooruit er al langer van overtuigd. Wat onze kinderen vandaag op sociale media zien, is giftig, gevaarlijk en verslavend. Samen met heel veel andere ouders maak ik mij vandaag enorm veel zorgen. We staan daarin niet alleen. We zien dat vandaag in Amerika, het land van de techgiganten, verschillende rechtszaken lopen tegen Meta, tegen Google en tegen andere sociale mediabedrijven. De aanklachten, collega’s, zijn niet min. Ze zijn zwaar en heftig: pedofilie, kindermisbruik en seksuele uitbuiting, allemaal via sociale mediaplatformen.
Het mentale welzijn, de gezondheid en de veiligheid van onze kinderen en jongeren zijn voor ons bij Vooruit een absolute prioriteit. Daarom dienden we een voorstel in voor een verbod op sociale media voor kinderen en jongeren tot 15 jaar. Dat is simpel en heel duidelijk. We zien ook dat Europa zich vandaag over die kwestie buigt, met een verbod op sociale media en leeftijdsverificatie.
Mevrouw de minister, ik heb maar één vraag. Een aantal maanden geleden hebt u hier ook heel duidelijk gezegd dat u ons voorstel steunt. Bent u vandaag al in overleg met Europa, met de Europese partners en met de sociale mediabedrijven zelf, zodat we ook onze Belgische kinderen en jongeren beschermen en ouders daarin kunnen ondersteunen?
12.02 Minister Vanessa Matz: Mevrouw Oru, we hebben gisteren tijdens de voorstelling van de beleidsnota in de commissie voor Justitie lang gesproken over leeftijdsverificatie op sociale netwerken. Ik zal herhalen wat ik gisteren heb gezegd. De hoorzittingen over dit onderwerp zijn eergisteren afgesloten. De gesprekken waren leerrijk en hebben bijgedragen aan de vooruitgang van het werk dat we samen doen.
Bepaalde landen, zoals Frankrijk en misschien ook Spanje, evolueren snel. Dat juich ik toe. Snel handelen en een verbod opleggen, is echter niet voldoende. Men moet immers ook werken aan concrete oplossingen. Dat is wat ik doe. Ik wil België voorzien van een robuust legislatief kader dat leeftijdsverificatie op digitale platformen invoert. Daarbij maak ik gebruik van een mechanisme dat expliciet door de Europese Commissie is erkend. Er bestaan verschillende Europese en Belgische technische oplossingen die op Europees niveau erkend zijn.
Tot slot blijf ik overtuigd van de noodzaak van een transversale aanpak. Mijn administratie richt zich echter op de hefbomen waarover ik beschik. Het preventie- en educatieve luik behoort namelijk tot de bevoegdheden van de gemeenschappen. Ik ondersteun hun initiatieven. Wees gerust, mijn doel is helder: jongeren beschermen met een solide juridisch kader en technisch doeltreffende oplossingen.
12.03 Funda Oru (Vooruit): Bedankt voor uw antwoord.
Het is goed dat u hiermee aan de slag gaat, want we moeten vandaag écht doorpakken. Het ene na het andere Europese land legt immers die verslavende en schadelijke algoritmes van Meta en TikTok aan banden, onder andere met een verbod op sociale media voor kinderen en jongeren. Er lopen in Nederland nu zelfs onderzoeken tegen bijvoorbeeld Roblox na heel wat alarmsignalen en in de Verenigde Staten worden techgiganten op het matje geroepen. Nu is dus hét moment.
Ook België kan een rolmodel zijn. Europa kan en moet stappen nemen om onze kinderen en jongeren te beschermen en ouders te ondersteunen. Ons voorstel daartoe ligt klaar. We reken er dan ook op dat u ermee aan de slag gaat. Het gaat immers niet alleen over schermtijd of verslaving, maar ook over de veiligheid van onze kinderen en onze samenleving.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
(Het antwoord zal eveneens door de minister van
Justitie, belast met de Noordzee worden gegeven / La réponse sera également
donnée par ministre de la Justice, chargée de la Mer du
Nord)
13.01 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, u bent samen op werkbezoek naar Estland getrokken. Het ging uiteraard niet om een vakantietrip, maar om een werktrip omdat u in Estland oplossingen hebt gezocht voor de overbevolking van onze gevangenissen.
Dat is op het eerste gezicht niet onlogisch want Estland kampt met het omgekeerde probleem. Dat land heeft geen overbevolking in de gevangenissen. Integendeel, er staat een gevangenis volledig leeg. Dat zou eventueel de druk op onze gevangenissen kunnen verlichten door een deel van de 4.000 illegalen die hier in de cel zitten, over te brengen naar Estland. Dat is althans wat u de voorbije twee dagen hebt verkondigd. U hebt dat met heel veel bombast aangekondigd.
Minister Van Bossuyt, u bent echter ook naar de VRT-studio’s getrokken. U bent naar De Afspraak gegaan en u hebt daar iets heel opvallends verklaard. Ik citeer u: “Wat wij nu concreet hebben afgesproken, is dat wij technische onderhandelingen zullen opstarten, zodat tegen maart 2027 alles klaar ligt om het dossier ook operationeel te laten worden.”
Wat blijkt nu? Wij zijn nagegaan hoe in Estland zelf naar die zaak wordt gekeken. Daar is er een heel andere kijk op de zaak. Estland stelt dat een en ander gewoon niet waar is. De Estse minister van Justitie geeft compleet het omgekeerde aan. Zij stelt heel duidelijk dat er geen onderhandelingen met België zijn en dat die er ook niet komen. Meer nog, er zou enkel zijn gekeken naar een vergelijking tussen onze rechtssystemen. Het was een studiereis. Dat waren geen onderhandelingen over gevangenisverhuur. Ik quoot de Estse minister van Justitie.
Dat is een probleem. Het is gênant. Het is een probleem, omdat de enige pertinente vraag die wij vandaag kunnen stellen, is wat daar is besproken, verteld en beloofd. Vooral spreekt een van beide de waarheid niet. Ofwel spreekt de Estse regering vandaag de waarheid niet, ofwel spreekt de huidige regering vandaag de waarheid niet.
13.02 Victoria Vandeberg (MR): Mesdames les ministres, en Belgique, la justice fait son travail mais l'État peine à suivre. La surpopulation carcérale fait la une depuis plusieurs semaines et pour cause, nos prisons affichent un taux de surpopulation de 21 %. La situation est indigne d'un État de droit. Les conditions de détention sont intenables, celles du personnel pénitentiaire le sont tout autant.
À cela s'ajoute un coût financier important et même colossal. Depuis des années, la Belgique est condamnée à répétition par des juridictions belges et européennes, avec des astreintes qui se chiffrent en dizaines de millions d'euros.
Nous devons agir rapidement et efficacement. Dans ce contexte, la coopération avec d'autres États apparaît comme une solution pragmatique. Le MR soutient cette démarche et vous l'avez déjà soutenue aussi lors de votre visite en Albanie et au Kosovo il y quelques temps: une telle solution permettrait évidemment de désengorger concrètement nos prisons.
Parmi les pays encore récemment visités nous avons l'Estonie qui constitue une option crédible: un État membre de l'Union européenne respectueux des droits de l'homme et de l'État de droit. Mais les déclarations de ces dernières heures interrogent évidemment. Selon les autorités pénitentiaires estoniennes, un accord existerait uniquement avec la Suède. Il ne serait pas possible pour eux d'accueillir des détenus originaires de deux pays différents au même moment.
Mes questions sont assez simples: quel est l'état réel des discussions? Avez-vous eu un accord et une volonté politique estonienne lors de votre visite? Quel est le calendrier que vous pouvez avancer? Et si accord il y a, quelles seraient les contreparties demandées par l'Estonie dans ce dossier?
13.03 Annelies Verlinden, ministre: Chers collègues, face à la surpopulation carcérale, je le répète, je suis du côté des solutions et je n'exclus donc aucune piste susceptible d'augmenter notre capacité carcérale et de lutter contre la surpopulation extrême de nos prisons.
C'est une question de respect envers notre personnel pénitentiaire et leur sécurité mais aussi de réelles opportunités de réinsertion pour les détenus. Aujourd'hui, 13 456 détenus sont incarcérés dans nos prisons. Or, la capacité actuelle – qui a déjà été augmentée d'environ 250 places cette législature – n'est que de 11 296 places. Il est donc question d'une surpopulation d'environ 20 %. Par conséquent, 552 personnes ont dormi sur un matelas posé à même le sol la nuit dernière. Des chiffres qui, après la période de Noël, repartent à la hausse avec un afflux de 20 à 25 détenus chaque semaine.
De aanpak van decennialange overbevolking vereist daadkrachtige creativiteit. In die context was de missie in Estland en in Kosovo een logische demarche. Onze prioriteit op die missies was zeer duidelijk: onderzoeken of de huur van capaciteit in het buitenland kan bijdragen aan de oplossing.
We hadden maandag een eerste constructieve vergadering met de Estse autoriteiten, waarna we de gevangenis in Tallinn bezocht hebben. In Estland bedraagt na een daling de jongste jaren, de bezetting van de capaciteit ongeveer 60 %. Dat betekent dat daar een aanzienlijke en moderne capaciteit beschikbaar is. Een samenwerking met Estland is dus het onderzoeken waard. Het land kan, na ons eerder bezoek aan Kosovo, als potentiële partner worden beschouwd.
Estland zal samenwerken met Zweden. Die constructieve samenwerking inspireerde ons tot een verkenning of we, als de samenwerking met Zweden een succes blijkt, een gelijkaardig partnerschap kunnen opzetten.
Tijdens onze ontmoetingen in Tallinn werd afgesproken, geheel in lijn met de gebruikelijke benadering, de besprekingen op technisch niveau voort te zetten. Die technische besprekingen, die de komende weken en maanden plaats zullen vinden, zodat er tijd verloren gaat, moeten antwoorden bieden op vragen over een mogelijke samenwerking en de praktische, juridische en budgettaire afspraken. Uiteraard zal de regering finaal de politieke beoordeling maken.
Kortom, de missie heeft perspectieven geopend. Het werk zal worden voortgezet en de toekomst zal uitwijzen welke opties daadwerkelijk haalbaar zijn.
Als minister van Justitie neem ik dus verantwoordelijkheid op, collega’s. Daarbij ligt mijn focus op vooruitgang en niet op blokkering. Ik zal me steeds engageren voor werkbare oplossingen. Rumoer in de media zal me niet afhouden van dat doel. Alleen op die manier zullen we echte verbeteringen voor het gevangeniswezen tot stand brengen. Dag na dag werken we daarom aan oplossingen en bestrijden we criminaliteit en onveiligheid.
13.04 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Vandeberg, comme l’a déjà indiqué ma collègue Mme Verlinden, les prisons belges sont confrontées à une surpopulation structurelle.
Environ un détenu sur trois ne dispose pas d’un droit de séjour en Belgique, comme Mme Verlinden vient de le dire. Toute personne qui séjourne illégalement sur notre territoire et se rend en outre coupable d’actes criminels n’a pas d’avenir ici.
L’exécution de la peine dans le pays d’origine reste le premier choix. Lorsque cela n’est pas possible, nous envisageons une détention hors de Belgique. Non seulement nous renforçons ainsi la sécurité de nos citoyens, mais nous allégeons également la pression sur nos prisons.
Er is geen wonderoplossing voor de overbevolking en het groot aantal personen zonder verblijfsrecht in onze gevangenissen. Het onderzoek van buitenlandse detentie is slechts een van de vele werven van de regering.
Mijnheer Van Hoecke, uw partij pleit herhaaldelijk voor de zo snel mogelijke verwijdering van illegale gedetineerden. Wanneer wij dan concrete stappen zetten die daaraan kunnen bijdragen, staat u opnieuw klaar met kritiek. Weet u eigenlijk zelf nog wat u wilt? Ik ben hierover in De Afspraak zeer duidelijk geweest.
Het inzetten van buitenlandse capaciteit voor gedetineerden brengt, zoals minister Verlinden er zopas op wees, complexe juridische, operationele en politieke vraagstukken met zich. In afwachting van de verkiezingen in Estland volgend jaar, in maart 2027, starten we met het onderzoeken van de juridische obstakels en welke wetswijzigingen nodig zouden zijn. We houden de lijnen met Estland open op technisch niveau. Zo beschikken we over een helder beeld van de mogelijkheden, zodra er in Estland een nieuwe regering aantreedt. Intussen verrichten we het nodige voorbereidende werk. Ik heb uiteraard alle begrip voor de politieke gevoeligheid in Estland over de verhuur van gevangeniscapaciteit aan andere landen, zeker in verkiezingstijden.
We beperken ons niet tot een denkspoor. Zo lopen er ook nog gesprekken met Kosovo, waar we ook eerder geweest zijn.
Tegelijk boeken we vooruitgang. De terugkeer van illegale criminelen vanuit de gevangenissen naar hun land van herkomst op het einde van hun straf is onder de arizonaregering al met 25 % gestegen. Dat is het hoogste aantal in de voorbije 7 jaar. We verhogen het aantal escorteurs, zetten in op bijkomende terugkeerakkoorden, breiden de capaciteit in de gesloten centra uit en willen ook het aantal beschikbare plaatsen op lijnvluchten voor gedwongen terugkeer verhogen.
We kregen van de kiezer een mandaat om een beleid te voeren met maatregelen die al heel lang door de bevolking en de migratiediensten worden gevraagd, en we handelen daarnaar.
13.05 Alexander Van Hoecke (VB): Het is toch wel straf: twee dagen lang toetert u in uw goednieuwsshow dat Estland uw illegale criminelen zal opnemen. Vandaag blijkt dat de Esten zelf bij monde van hun minister van Justitie dat ontkennen en onderstrepen dat daar niets van aan is. U beiden antwoorden hier acht minuten lang en negeren dat feit gewoon gewoon. U doet alsof er niets aan de hand is. Weten ze in Estland dat u beiden hier gewoon doen alsof er niets aan de hand is?
Zou het kunnen, mevrouwen ministers, dat de hele trip naar Estland een lege doos is die vooral als afleidingsmanoeuvre moet dienen voor wat vorige week boven water is gekomen? Dat zijn met name de echte plannen van de regering voor de overbevolking in de gevangenissen. Enerzijds wil de N-VA de koning inschakelen om gratie aan veroordeelde criminelen te geven. Anderzijds wil cd&v aan zoveel mogelijk criminelen die vandaag al in de cel zitten, een strafkorting geven. Dat zijn de enige echte plannen van de regering.
13.06 Victoria Vandeberg (MR): Mesdames les ministres, merci pour vos éléments de réponse. J'entends qu'il y a des contacts, des échanges, des analyses en cours, mais, effectivement, rien de concret ni de ficelé pour le moment.
Madame la ministre de la Justice, il y a quelques mois, je vous disais que les constats ne vidaient pas les prisons, mais les contacts diplomatiques sans intention réelle d'accord non plus. Vous nous parlez d'avenir, mais rien ne vaut l'instant présent et rien ne vaut d'avancer rapidement.
Le MR souhaite vraiment que ces accords puissent aboutir. C'est une priorité absolue pour nous. Nous serons également attentifs à ce que les décisions prises ne permettent pas de recourir à des mesures qui impliquent une libération anticipée de criminels et qui contribuent au sentiment d'impunité que nous combattons. Les citoyens veulent une justice appliquée, et pas une impunité de fait.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14.01 Anne Pirson (Les Engagés): Madame la ministre, comme vous le savez, cette semaine marque une étape concrète dans la réforme du chômage. En effet, la première vague de personnes exclues ne percevra plus ses allocations à partir de cette semaine. C'est un moment que nous avons voulu, que nous avons assumé et nous savions que ce ne serait pas un moment neutre ni abstrait. Nous le voyons tous sur le terrain. Derrière ces mécanismes, il y a des familles, des personnes, et des travailleurs sociaux qui, dès les premiers jours, doivent parfois encaisser les effets très concrets de cette réforme.
Nous avons soutenu cette réforme sans naïveté, fidèles à nos engagements électoraux et avec une ligne claire: nous voulons davantage encadrer, accompagner, mais aussi assumer pleinement la responsabilité fédérale de cette réforme vis-à-vis des CPAS. C'est la raison pour laquelle la compensation intégrale via une enveloppe ouverte était pour nous une condition indispensable.
Aujourd'hui, nous commençons à avoir les premiers retours de terrain. Pour certains CPAS, la vague semble maîtrisée. Pour d'autres, elle semble parfois plus compliqué, puisque certains alertent déjà sur une pression vraiment plus importante. Nous savons que les situations sont parfois très différentes d'une province à l'autre, même d'une commune à l'autre ou d'un bassin d'emploi à l'autre.
Madame la ministre, premièrement, comment votre ministère suit-il, dès cette semaine, le nombre de personnes exclues du chômage qui se présentent aux CPAS? Deuxièmement, où en sommes-nous concrètement avec la mise en place d'un monitoring opérationnel pour collecter les informations sur le nombre de personnes exclues qui vont frapper à la porte des CPAS? Troisièmement – et c’est peut‑être le plus important – quand le Parlement et les CPAS disposeront‑ils d’un état des lieux pour que (…)
14.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Pirson, comme vous le savez, une task force a été créée pour suivre l'impact sur les CPAS et assurer une bonne coordination. Le monitoring des demandes de revenu d'intégration est un point fixe à l'ordre du jour. La task force s'est à nouveau réunie hier. Tous les acteurs concernés y sont représentés, à savoir les fédérations des CPAS, les autorités régionales, les administrations fédérales et les trois services de l'emploi. Mes services ne disposeront de données chiffrées qu'après le remboursement effectif des CPAS par le SPP Intégration sociale. Il n'existe donc pas de données en direct disponibles pour chaque demande. De plus, l'introduction d'une demande ne garantit pas l'obtention d'un revenu d'intégration. Ce n'est qu'au moment du remboursement effectif que nous aurons une vue d'ensemble complète.
Nous devons également tenir compte du délai dont disposent les CPAS pour introduire leur demande de remboursement, ce qui signifie que les premiers chiffres ne seront connus qu'à la fin du mois de février. L'impact total de la forme des allocations de chômage sur nos CPAS ne pourra en outre être correctement évalué qu'une fois les vagues entièrement absorbées.
Il faut s'attendre à ce que les personnes qui sont au chômage depuis le plus longtemps et qui perdent maintenant leurs allocations soient plus éloignées du marché du travail et donc plus susceptibles de faire appel à un CPAS.
Enfin, je tiens à signaler que les mesures de compensation sont liées à des dossiers individuels et qu'il s'agit d'une subvention légale. Il a été clairement convenu que le financement fédéral serait assuré à tout moment, même si le nombre de nouveaux bénéficiaires du revenu d'intégration s'avérait plus élevé que prévu. Madame Pirson, la situation sur le terrain fait l'objet d'un suivi méticuleux.
14.03 Anne Pirson (Les Engagés): Madame la ministre, merci pour vos réponses. Je tiens à rappeler que, pour nous, il est vraiment important de disposer de ce monitoring en temps réel. Les CPAS en effet n’agissent pas à retardement, ils sont dans le temps réel. C’est donc essentiel pour eux. La disponibilité de ces informations était aussi la base de cette compensation financière. Elle est nécessaire pour pouvoir ajuster et soutenir nos CPAS ainsi que soutenir nos communes. Pour nous, pour que cette réforme puisse être réellement efficace, il faut qu’elle puisse être suivie, mesurée et corrigée rapidement si nécessaire. Le monitoring – j’ai entendu que nous aurons les premiers chiffres fin février – n'est pour nous, vraiment pas un détail technique mais un élément absolument essentiel.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
15.01 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la ministre, on a vu ici tous les partis s'indigner des méthodes inhumaines et des atrocités commises par ICE aux États-Unis dans leur chasse aux migrants. J'ai aussi entendu tous les partis s'offusquer de la proposition du Vlaams Belang de créer chez nous une version belge de ICE. Mais ces mêmes partis indignés discutent aujourd'hui, au sein du gouvernement Arizona, de la mise en place de visites domiciliaires. Vous voulez en fait autoriser la police à violer un domicile pour arrêter et déporter des personnes en situation irrégulière.
Madame la ministre, depuis plusieurs mois, une vidéo circule d'un livreur de repas poursuivi par ICE. La personne ayant commandé le repas l'a caché chez elle, de manière à ce que ce livreur puisse échapper à ICE, à l'arrestation, à une longue détention et à une expulsion. L'irruption dans ce type de logement est précisément ce que le projet de l'Arizona veut désormais rendre possible. Avec ce genre de loi, vous allez petit à petit dans la même direction que les États-Unis de Trump. Ce n'est pas la première fois.
La Suédoise a en effet voulu tenter le coup, mais sa proposition avait été rejetée par l'ensemble de la société civile (les avocats, les juges, les spécialistes, les juges d'instruction). Et pourtant, aujourd'hui, vous remettez le couvert et revenez avec ce projet qui menace les valeurs fondamentales de notre État de droit. Ce n'est pas seulement la société civile qui le dit; le Conseil d'État est très sévère avec votre projet. Il le qualifie d'un projet qui atteint les droits fondamentaux, comme le droit à la vie privée ou le droit à l'inviolabilité du domicile.
Madame la ministre, vu l'avis assassin du Conseil d'État, comptez-vous revenir sur ce projet qui attaque les valeurs fondamentales de notre État de droit?
Cette mesure s'inscrit dans un cadre juridique strict et proportionné. Une visite domiciliaire ne peut être menée qu'après autorisation préalable d'un juge d'instruction. Ce contrôle judiciaire se situe au cœur même de la mesure. Toute comparaison avec la situation aux États-Unis et leur service d'immigration ICE n'a donc pas lieu d'être. Pire encore, la même comparaison que d'aucuns établissent avec nos services de police et l'Office des étrangers est inappropriée et irrespectueuse du travail qu'ils accomplissent.
Enfin, je tiens à signaler que je ne comprends absolument pas les motions introduites par certaines administrations locales. C'est, par exemple, le cas de Verviers, une ville qui a fait la une des journaux voici quelques années en tant que foyer de l'extrémisme à la suite de plusieurs arrestations dans le cadre d'une enquête antiterroriste.
En ce qui concerne les textes de loi, tous les avis nécessaires ont, entre-temps, été reçus, notamment ceux du Conseil d'État, de la police fédérale, du Collège des procureurs généraux, etc. Ils seront pris en compte, pour autant que cela soit opportun, lors de la modification des textes qui seront soumis au Parlement. En tout cas, l'essentiel reste que quiconque séjourne illégalement dans notre pays et menace notre sécurité n'a pas sa place ici.
Le président: Monsieur Boukili, vous avez la parole.
15.03 Nabil Boukili (PVDA-PTB): J’attends que ça se calme, monsieur le président.
De voorzitter: Collega’s, er is één persoon die het woord heeft: M. Boukili.
15.04 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la ministre, votre réponse est hallucinante. Vous niez. Vous dites que vous respectez la loi, mais le Conseil d'État dit que vous vous attaquez à des droits fondamentaux. Pour poursuivre les personnes qui ont commis des délits, le Code pénal est déjà suffisant. Vous n’avez pas besoin de cette loi. Cette loi est inutile, à part pour s’attaquer à des droits fondamentaux.
Collègues du cd&v, de Vooruit, des Engagés, vous vous offusquez de la politique de ICE aux États-Unis, de la politique de Trump, mais vous votez ce genre de projet de loi. C’est incroyable!
D’ailleurs, nous avons déjà l’équivalent de ICE en Europe. Frontex mène déjà une politique équivalente à celle de l’ICE ici, en Europe. La Méditerranée est devenue la frontière la plus meurtrière au monde, avec 31 000 victimes depuis 2014.
Et vous voulez faire ça! Déjà, avec la Vivaldi, nous avons permis à Frontex de venir en Belgique et (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik had onlangs een gesprek met een groep Afghaanse vrouwen. Een van die vrouwen zei dat ze haar dochter in het geniep heeft leren lezen en schrijven, omdat dat in Afghanistan niet is toegestaan. Ik heb gesproken met mensen die in het geniep les hebben gegeven. Ik heb gesproken met vrouwen die in het geniep lessen hebben gevolgd, omdat het niet mag van de taliban.
Iedereen in deze zaal weet het: vrouwen zijn voor de taliban tweederangsburgers. Het gaat om een regime dat onze normen en onze waarden haat in elke vezel van zijn lijf. Ik kan die vrouwen niet beloven dat ik Afghanistan zal bevrijden van de taliban. Wat ik hen wel kan beloven, is dat ik u zal aanspreken, mevrouw de minister. Ik spreek u aan op uw waanzinnige plan om met dat regime samen te werken en het te legitimeren. U wilt talibangezanten op ons grondgebied toelaten en hen laten helpen bij de deportatie van hun landgenoten.
Mevrouw de minister, de taliban onderhandelen uiteraard niet met u omdat ze u sympathiek vinden of omdat ze vinden dat u mooie ogen hebt. Ze onderhandelen omdat ze er iets voor terug willen krijgen. Dat brengt me bij mijn eerste vraag: wat krijgen de taliban van u terug? Wat krijgen zij van de regering in ruil voor deze samenwerking? Ik ben benieuwd.
Intussen heeft het regime deze week aangekondigd dat het nog bonter en driester wordt, met lijfstraffen, klassenjustitie, slavernij en dergelijke meer. Het wordt alleen maar erger. Werk dus niet samen met zo’n regime, mevrouw de minister.
Ik richt mij ook tot de vrienden van Les Engagés, cd&v en Vooruit: recht uw rug, bied weerstand, trek een streep in het zand en zeg: “Tot hier en niet verder, het is genoeg voor ons”. U hoeft het niet voor mij te doen. Doe het voor de miljoenen meisjes en vrouwen die elke dag opnieuw worden onderdrukt en vernederd. Dat is wat u moet doen, hier en nu.
16.02 Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, chers collègues, nous avons découvert cette semaine que vous avez envoyé le directeur général de l’Office des étrangers, M. Roosemont, en mission en Afghanistan – pas n’importe où: en Afghanistan –, avec le mandat précis de négocier pour renvoyer les Afghans présents en Belgique vers le régime des talibans.
Madame la ministre, vous avez déclaré dans une interview: "La Belgique n’a aucune affinité avec le régime afghan." Heureusement! Vous y évoquez aussi des divergences de vision. Quel cynisme, madame la ministre!
Laissez-moi vous décrire la vision du monde des talibans. Violations massives et systématiques des droits humains; persécution des femmes et des filles, qui sont privées d’accès à l’éducation, à la liberté d’expression, au travail et désormais à l’espace public; disparitions d’opposants et condamnations à mort arbitraires. Les Nations Unies qualifient l’Afghanistan ni plus ni moins que de régime de persécution.
Dans ce contexte, madame la ministre et chers collègues, toute coopération avec les talibans devrait constituer une frontière morale, éthique, juridique et politique infranchissable. Madame la ministre, la fin ne peut justifier les moyens.
Au regard du principe de non-refoulement consacré par la convention de Genève, vous ne pouvez accepter que la Belgique renvoie un être humain vers un État qui rétablit l’esclavage. Vous ne pouvez accepter que la Belgique renvoie une personne, même condamnée, vers un pays qui torture pour rendre justice. Vous ne pouvez accepter de renvoyer une femme vers un pays où le féminicide est une pratique socialement acceptable.
Madame la ministre, comment vous justifiez-vous? Comment est-il possible que des contacts soient rétablis entre la Belgique et les talibans? Comment la Belgique garantit-elle le respect du principe de non-refoulement? À quel moment les talibans sont-ils devenus fréquentables pour votre majorité?
16.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, een week voor u de eed aflegde als minister van Asiel en Migratie kondigde oud-staatssecretaris Nicole de Moor, de u welbekende huidige kabinetschef van minister Van Peteghem, aan dat ze een oplossing had gevonden om Afghanen terug te sturen naar Afghanistan. "Nicole de Moor maakt gedwongen terugkeer naar Afghanistan opnieuw mogelijk," kopte een krant een jaar geleden. Ze zei dat een jaar geleden en zou dat op vrij korte termijn doen.
Intussen is die vrij korte termijn een vrij lange termijn geworden. Er zijn 375 dagen voorbij, en wat is het bilan? 1.600 illegale Afghanen hebben een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten en 131 werden gedwongen teruggestuurd, niet naar Afghanistan, maar wel naar een ander land in de Europese Unie. Ze zijn dus nog in de EU. Intussen zijn er al 4.000 nieuwe asielaanvragen door Afghanen ingediend. Dat aantal ligt trouwens hoger dan onder de vorige regering.
Oostenrijk heeft al illegale Afghanen teruggestuurd en Duitsland heeft er al effectief werk van gemaakt, maar bij u blijft het tot nog toe bij een blaadje papier. U hebt een brief gestuurd en de Dienst Vreemdelingenzaken is naar Afghanistan getrokken.
Mevrouw de minister, wanneer zult u, in plaats van zendingen en brieven, illegale Afghanen daadwerkelijk terugsturen? En dan bedoel ik niet 10 of 20. Graag een antwoord.
16.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, met bijna 4.000 geregistreerde verzoeken om internationale bescherming stonden de Afghanen op de eerste plaats in 2025. Sinds de inwerkingtreding van onze maatregelen is het aantal aanvragen wel sterk afgenomen ten opzichte van bijvoorbeeld Duitsland.
Mijnheer Vandemaele, het spreekt voor zich dat mensen die effectief recht hebben op bescherming, die ook krijgen. Meestal gaat het om vrouwen. Mensen die recht hebben op bescherming, sturen we natuurlijk niet terug. Over die mensen gaat het niet. Echter, minder dan de helft van die 4.000 aanvragers had effectief recht op bescherming. Meer dan de helft van de Afghaanse verzoeken om internationale bescherming wordt dus afgewezen door het CGVS, een onafhankelijke instelling; ik beslis daar niet over. Wie geen recht heeft op bescherming, moet terug naar zijn land van herkomst, vrijwillig of gedwongen.
Mijnheer Aouasti, ik herinner u eraan dat de DVZ voor wie geen recht heeft op verblijf in België steeds een toetsing aan artikel 3 uitvoert, alvorens een terugkeer te organiseren.
Monsieur Aouasti, le principe de non-refoulement est donc toujours évalué au cas par cas, pour chaque dossier.
Eind vorig jaar nam ik op Europees niveau het initiatief om de terugkeer naar Afghanistan opnieuw op de Europese agenda te plaatsen. In mijn brief aan Europees commissaris Magnus Brunner riep ik op tot de deblokkering van de terugkeer naar Afghanistan. We staan voor een heel duidelijke keuze. Ofwel aanvaarden we de stilstand en gedogen we het illegaal verblijf van duizenden Afghanen, met alle gevolgen van dien voor onze samenleving en voor die mensen zelf, ofwel durven we de moeilijke gesprekken te voeren die nodig zijn om eindelijk duidelijkheid te scheppen over wat we met die vele duizenden Afghanen zullen doen in de Europese Unie zonder recht op bescherming. Het gaat over degenen zonder recht op bescherming, ik herhaal het nog een keer.
Het feit dat ik voor mijn Europees initiatief steun kreeg van een ruime meerderheid van de lidstaten, is een duidelijk signaal dat het niet louter een Belgisch probleem is.
De directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken heeft, als vertegenwoordiger van twintig Europese landen, deelgenomen aan een verkennende administratieve missie naar Afghanistan, die werd georganiseerd door de Europese Commissie.
Les contacts se déroulent au niveau technique et avec la Commission européenne, plus spécifiquement la Direction générale de la migration et des affaires intérieures (HOME), en collaboration avec les États membres intéressés.
La Belgique n'a évidemment aucune affinité avec le régime des talibans en Afghanistan – et je l'affirme d'autant plus en tant que femme –, mais il existe sur la scène internationale des pays dirigés par des personnes ayant une vision de l'homme et du monde totalement différente de la nôtre et avec lesquels nous devons coopérer sur le plan administratif en raison de contacts dans le cadre du retour de leurs ressortissants, comme le Venezuela. Il ne s'agit en aucun cas d'une reconnaissance du régime taliban.
Mijnheer Vandemaele, u toetert hier graag dat alles wat wij doen, onmenselijk zou zijn. Wanneer burgemeesters, politici en burgers echter aan de alarmbel trekken na het zoveelste incident waarbij illegale Afghanen betrokken zijn, soms zelfs met dodelijke afloop, dan kijk ik niet weg.
De regering is verplicht om de veiligheid van onze burgers en van onze samenleving te vrijwaren. De positie van België over de terugkeer naar Afghanistan en de diplomatieke en administratieve stappen die daartoe eventueel moeten worden genomen, zullen de komende weken aan de regering worden voorgelegd.
16.05 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. U steekt het niet onder stoelen of banken. Deze regering zal samenwerken met de taliban. U probeert dat nog weg te zetten als een technisch of administratief gegeven, maar het is regeringsbeleid. Het is een keuze van de huidige coalitie om met de taliban samen te werken. Deze regering erkent op die manier impliciet dat regime. Deze regering legitimeert het talibanregime door die samenwerking.
Op mijn vraag over het tweerichtingsverkeer hebt u gewoon niet geantwoord. Wat krijgen de taliban van ons in ruil voor hun medewerking? Zij doen dat immers niet voor uw mooie ogen, zij willen daar natuurlijk iets voor terugkrijgen.
Beste vrienden van Vooruit, van cd&v en van Les Engagés, als parlementsleden gaat u de geschiedenis in als zij die het talibanregime hebben gelegitimeerd en ermee hebben samengewerkt. Dat is wat u doet. Dat is een duidelijke beleidskeuze. Het is een schande. Schaam u.
16.06 Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je vais être clair. Entre trouver une solution pour 3 000 êtres humains sur notre territoire, et traiter avec les talibans, je sais de quel côté de l'histoire je me situe. Je vais vous le dire aussi.
Les Belges
n'ont pas voté pour criminaliser l'étranger. Ils n'ont pas voté pour faire de
notre police, à travers votre projet de visite domiciliaire, un ICE à la Belge.
Ils n'ont pas voté pour que vous vous compromettiez, sous prétexte de politique
migratoire. Car cela, c'est vous compromettre avec les talibans. Vous savez,
Bertolt Brecht disait que le fascisme n'est pas le contraire de la démocratie,
c'est son évolution en temps de crise. Et c'est ce que nous vivons ici. Il est
terrible, ici, dans ce parlement, de devoir rappeler qu'on ne quitte pas sa
famille par plaisir, qu'on ne fuit pas par loisir. Derrière vos chiffres,
derrière vos statistiques, il y a des visages, il y a des histoires, il y a des
familles, il y a des blessures. Et surtout, il y a des vies humaines en jeu.
16.07 Francesca Van Belleghem (VB): Minister, u kunt zo goed goochelen met cijfers dat zelfs Houdini ertegen verbleekt. Ik zal u de echte cijfers geven. Onder uw beleid is het aantal asielaanvragen van Afghanen met 11 % gestegen, van 3.500 naar 4.000.
De enige reden waarom het aantal asielaanvragen vorig jaar is gedaald, is omdat er minder asielaanvragen van Palestijnen en Syriërs waren. Het aantal aanvragen van Palestijnen daalde omdat u het linkse beleid van Vivaldi uitvoerde. De andere daling was bij de Syriërs.
Als men alle andere nationaliteiten in de top van de aanvragen bekijkt, ziet men een stijging van de aanvragen uit Afghanistan, Eritrea, Turkije, Congo, Guinee, Kameroen en Burundi. Niet de daling van het aantal Palestijnen en Syriërs is het gevolg van uw beleid, maar de stijging bij alle andere nationaliteiten. Dat is uw bilan.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is onze vragenronde alweer geschiedenis.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heren Steven Matheï en
Benoît Piedboeuf, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
17.01 Dieter Keuten (VB): Collega's, dit wetsontwerp diverse bepalingen inzake btw behandelt hoofdzakelijk de verplichting van gestructureerde elektronische facturatie. Ik zal mijn betoog beginnen met de theoretische voordelen van die e-facturatie. In normale omstandigheden is er sprake van tijdswinst voor ondernemingen, want geautomatiseerde verwerking kan facturatie versnellen en administratieve lasten verminderen. Daarnaast verwacht men een efficiënter innen van bestaande belastingen. Het moeten niet altijd belastingverhogingen zijn, mijnheer de minister. Het efficiënter innen van bestaande belastingen kan ook helpen. Met name de verhoogde btw-efficiëntie en het dichten van de btw-nalevingskloof zou het efficiënter innen mogelijk moeten maken.
Ook vanuit het veld, vanuit de boekhoudkundige sector, van de accountants horen wij dat de grote meerderheid, dat de grote kantoren relatief tevreden zijn. Dat is logisch, want e-facturatie zorgt voor extra klantenbinding. Voorts biedt het kansen tot upsell, waarbij bestaande abonnementen worden uitgebreid. Dit wetsontwerp tempert, verfijnt en corrigeert enkele juridische vraagstukken van de verplichte e-facturatiestappen in de goede richting.
Naast deze praktische voordelen zien wij op dit moment op het terrein echter een lange lijst van praktische nadelen en risico's die vandaag onvoldoende worden erkend of opgelost. Eerst en vooral stellen wij goldplating vast. België gaat verder dan wat Europees strikt wordt voorgelegd. België heeft ook beslist om het veel eerder in te voeren, maar hiervoor hebben wij geen afdoende motivering of impactanalyse gekregen. Daarbij werd er beslist om geen gefaseerde of graduele invoering te voorzien, hoewel de twee andere Europese landen die ons zijn voorgegaan dat wel hebben gedaan. Een gefaseerde of graduele invoering is een gemiste kans, wat vooral voor kleinere ondernemingen nefast is. Vandaag heerst er helaas te veel chaos op het terrein. Er wordt onder andere gecommuniceerd dat Peppol verplicht is en pdf-facturen verboden zouden zijn, terwijl het technisch perfect mogelijk is om een leesbare pdf te embedden in de UBL-code van een Peppol-factuur. Deze mogelijkheid wordt echter onvoldoende gecommuniceerd. Het is een tip voor uw volgende communicatiecampagne, mijnheer de minister, want het gevolg is dat ondernemingen facturen ontvangen die uitsluitend uit voor de mens onleesbare code bestaan.
Om dat op te lossen vinden onze ondernemers natuurlijk oplossingen en sturen ze leveranciers vaak dezelfde factuur nogmaals in pdf of op papier na, met tot dubbel of driedubbel werk voor de boekhouding of voor de dienst facturatie en verwarring over factuurnummers en administratieve chaos tot gevolg. Stel u voor dat u als ondernemer ook nog eens buitenlandse facturen moet versturen of verwerken. Daar blijft men met verschillende formaten werken. Chaos dus. Nochtans had ik een jaar geleden iets gelezen over administratieve vereenvoudiging.
Meer dan een maand na de verplichte invoering van e-facturatie zijn er nog steeds zeer veel onbeantwoorde vragen. Op Radio 2 is er ondertussen al een wekelijks item aan het thema gewijd. De vragen komen vooral van kleine organisaties, eenmanszaken, btw-plichtige vzw's en sportclubs. Die kleine organisaties worden geconfronteerd met extra kosten. Anderzijds zijn de boekhouders natuurlijk blij met al die extra vragen. Zij kunnen extra factureren. De boekhouders worden nu evenwel overbevraagd, wat extra werkdruk oplevert. Helaas, mijnheer de minister, bent u niet ingegaan op hun vraag om de btw-aangiftetermijn niet te verlengen. Dat verhoogt de druk alleen maar. Ook grote organisaties worstelen nog met de implementatie. De efficiënte omzetting van bestaande commerciële contracten naar e-facturatie vraagt heel wat extra manuren en bijkomende handelingen. Ik heb hierover een zeer concreet voorbeeld uit de telecomsector van de grote spelers persoonlijk bezorgd aan het kabinet van minister Matz. Tot op heden is daar helaas nog geen antwoord op gekomen.
Dat brengt mij naadloos bij het gebrek aan een centraal aanspreekpunt met permanente ondersteuning. Er bestaan wel diverse websites, maar als men op zoek gaat naar de hulplijn, vindt men nergens een centraal aanspreekpunt met permanentie. Ondernemingen weten dus vaak niet waar ze terechtkunnen met technische of juridische vragen.
Laten we het dan even hebben over de data, want data zijn de nieuwe olie van onze economie. Dat is toch de boutade die ik nu al 10 jaar moet aanhoren. Ik zal het met u hebben over de dataveiligheid, databetrouwbaarheid, datasoevereiniteit en datamining, want rond al deze aspecten blijven grote onduidelijkheden bestaan. Het is misschien nog een tip voor de Belgische, in opbouw zijnde datastrategie van minister Matz, waarnaar ik enorm uitkijk.
De fraude- en veiligheidsrisico’s blijven onderbelicht. Het gebruik van Peppol verlaagt weliswaar bepaalde operationele risico's, door gestandaardiseerde en beveiligde uitwisseling, maar het introduceert tegelijk nieuwe know-your-customer-risico's. Wanneer registratieprocedures bij serviceproviders onvoldoende strikt zijn, kunnen fraudeurs zich met valse identiteiten of bestaande btw-nummers registreren. Dit fenomeen staat nu al bekend als Peppol-hijacking. Een term waarvan u nog zult horen, vrees ik, collega’s.
Daarmee samenhangend zijn wij zeer bezorgd over de databetrouwbaarheid. Het huidige systeem verhindert niet dat valse e-facturen worden ingevoerd. Klassieke factuurfraude blijft dus perfect mogelijk. Ook dataveiligheid baart zorgen. Risico’s van datalekken en data-exposure zijn reëel. De overheidsambtenaren die toegang hebben tot die gigantische pool van informatie van al die netwerken, zouden ooit wel eens gecorrumpeerd kunnen worden.
Daarnaast is er het fundamentele vraagstuk van datasoevereiniteit en datamining. Datasoevereiniteit, nochtans een heel actueel onderwerp, wordt op dit moment niet beantwoord. We zijn bijzonder bezorgd over de realtimetoegang tot alle transactie- en facturatiedata, die vaak uiterst confidentiële en gevoelige bedrijfsinformatie bevatten. Letterlijk bedrijfsgeheimen, de kookprocessen van onze ondernemingen, kan men terugvinden in die datapool van facturatiegegevens.
Als het van deze regering afhangt, volgt vanaf 2028 zelfs invoice control, hoewel er niets van in de beleidsnota 2026 staat en er nog geen impactanalyse werd voorgelegd. Mijnheer de minister, u hebt nog wat huiswerk te maken om in 2028 die invoice control grondig voorbereid te kunnen invoeren.
Ik kom tot de boetes die ondernemingen vanaf 1 april riskeren. De huidige voorziene sanctionering houdt helaas geen rekening met de bedrijfsgrootte. Andere landen hebben zich daar beter op voorbereid. Kleine bedrijven die een foutje maken, moeten daar een lagere boete betalen, grote multinationals krijgen iets hogere boetes, maar dat is niet het geval in België. In België riskeren kleine ondernemingen dezelfde sancties als multinationals. Dat is dus disproportioneel.
Wat betreft de digitale inclusie, dat staat nochtans in het regeerakkoord, maar door de invoering van de verplichte elektronische facturatie wordt de digitale kloof een gigantische ravijn. Er is geen niet-digitaal alternatief voorzien en gratis begeleiding voor digitaal zwakkeren ontbreekt. Dit is een asociale tekortkoming.
Collega's, ik rond af met het toppunt, want de overheid past dit verplicht systeem zelf nog niet consequent toe. Walk the talk? Ik denk het niet. Reguleren, verplichten, communicatiecampagnes voeren en dreigen met boetes? Ja, maar zelf het goede voorbeeld geven, dat is nog niet gelukt. Ondernemers die vandaag een verplichte publicatie in het Belgisch Staatsblad aankopen, ontvangen maanden later nog steeds een papieren factuurtje. De FOD Justitie, die verantwoordelijk is voor het Belgisch Staatsblad, geeft zelf het slechte voorbeeld.
Minister Matz is in datzelfde bedje ziek, want ook de Regie der Gebouwen stuurt geen e-facturen uit. Leg dat maar eens uit aan ondernemend Vlaanderen, dat smeekt om lastenverlaging. Waarom ontspringen de overheidsdiensten deze dans? Mijnheer de voorzitter, collega's, in theorie zijn er voordelen aan Peppol – ik heb ze benoemd –, maar in de praktijk blijven veel bezwaren onbeantwoord en bereiken ons talrijke signalen van de meest productieve klasse, die onvoldoende ernstig worden genomen.
Voor de volledigheid moet ik nog zeggen dat dit wetsontwerp hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend gaat over e-facturatie. De modernisering van de btw-keten is volgens het Vlaams Belang een voorzichtige stap in de goede richting. Het uitstel van de provisierekening en de nieuwe terugbetalingsprocedure was verstandig, met het oog op grondige technische en functionele testen, maar ook hier vernemen wij vanuit de sector dat de nieuwe aangifte- en betalingsmodaliteiten het risico op meer discussie met de FOD Financiën vergroten.
Ten slotte bevat het wetsontwerp technische wijzigingen die een uitgebreidere rol voor het geregistreerde kassasysteem voorzien. Dat biedt opportuniteiten voor een betere fraudebestrijding, wat wij uiteraard toejuichen, maar helaas is ook hier de wettelijke uitwerking op dit moment nog te onduidelijk.
Rekening houdend met al deze nuances zal de Vlaams Belangfractie zich onthouden bij de stemming. Naast een onthouding zullen wij de vele onvolmaakte voorbereidingen, kinderziektes en het gebrek aan duidelijkheid en omkadering blijven aankaarten en de regering blijven aansporen om die problemen structureel aan te pakken. Ik dank u voor uw aandacht.
17.02 Patrick Prévot (PS): Monsieur le ministre, chers collègues, je ne serai pas très long, mais je voudrais quand même rappeler quelques éléments. Tout d'abord, la facturation électronique est une harmonisation européenne qui est censée rendre la facturation plus simple et plus rapide pour les indépendants. Nous ne sommes évidemment pas opposés au principe même.
Nous en remettons pas non plus en cause la mise en œuvre de ce qui devra être – on l'espère – une simplification administrative importante.
Ce que je dénonce, en revanche, c'est la mise en œuvre chaotique et surtout la non-organisation de votre gouvernement. Alors qu'un nombre important d'entreprises ne se disaient pas prêtes à la transition vers le réseau Peppol, qu'avez-vous fait pour les accompagner? Qu'avez-vous fait pour les conseiller? Rien.
En quelques semaines, nous avons assisté à des problèmes de factures erronées, illisibles ou invalides, à des doublons dans les envois et, ironie du sort, à une surcharge administrative pour de nombreux indépendants. L'objectif était d'avoir une Belgique pionnière pour la facturation électronique. Pourtant, de nombreuses indépendantes et de nombreux indépendants sont en grande difficulté en ce début d'année 2026.
Monsieur le ministre, j'ai interrogé à de nombreuses reprises votre collègue Mme Simonet, mais aucun de vous deux n'a cru important de mieux préparer et donc de mieux encadrer cette réforme et donc aussi, par extension, de mieux soutenir nos indépendants.
J'ai demandé de faire preuve de souplesse, voire de mettre en place un moratoire; mais comme il n'y a aucun pilote dans l'avion, votre gouvernement tombe des nues. Rien n'a été anticipé – comme souvent, serais-je tenté de dire. C'est d'ailleurs devenu votre marque de fabrique.
Monsieur le ministre, après cet énième couac, une certitude s'impose à moi; une certitude s'impose à nous: les indépendants et les PME ne sont définitivement pas la priorité de votre gouvernement.
17.03 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, mon collègue Dieter Vanbesien est malheureusement également malade aujourd'hui. Il ne peut pas porter cet amendement avec moi. Il a peut-être attrapé la même maladie que le premier ministre. Je suis donc amenée à présenter au nom de mon groupe cet amendement que je porte avec lui.
Petit rétroacte: au moment du State of the Union et de l'atterrissage des négociations budgétaires, ce gouvernement, en voulant taxer Uber Eats, a taxé les repas scolaires, les repas en crèche, les repas dans les maisons de repos, soit les repas de collectivités qui sont livrés par un prestataire externe. Celles qui ont une cuisine interne à leur établissement ne sont évidemment pas concernées; mais par contre, toutes celles qui se font livrer des repas par un prestataire externe sont soumises à cette TVA.
Nous nous posons la question: était-ce voulu? Souhaitez-vous réellement augmenter l'inaccessibilité de ce type de repas, des repas de qualité pour permettre à chaque enfant de manger à sa faim à l'école? Est-ce une maladresse? Dans ce cas, pourquoi ne pas la corriger vous-même? Toute une série de questions restent en suspens.
Quoi qu'il en soit, nous déposons cet amendement pour corriger cette erreur commise par le gouvernement.
Le présent amendement vise à maintenir le taux de TVA réduit à 6 % sur les livraisons de repas destinés à être servis aux enfants fréquentant les crèches et les écoles, aux patients admis dans les hôpitaux ou aux résidents des maisons de repos, afin de préserver leur accès à des repas de qualité. Pour ce faire, une catégorie spécifique est insérée dans le tableau A de l’arrêté royal fixant les biens et services soumis au taux à 6 %. Donc, on crée une catégorie. La conséquence en sera que les repas destinés aux élèves, patients et résidents de ces institutions seront exclus de la modification générale des règles relatives aux plats préparés qu'a annoncée le gouvernement et dont il apparaît qu'elle touchera également les crèches, les écoles, les hôpitaux et les maisons de repos qui font appel à un prestataire de service externe pour la préparation de repas.
Par ailleurs, c'est un enjeu pour les familles, puisque cette augmentation tarifaire va se répercuter inévitablement sur celles-ci. Cela prouve, une nouvelle fois, que ce gouvernement grève leur budget tout en limitant la hausse des salaires. Je vous remercie de votre attention.
17.04 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, goedemiddag. Ik hoop dat u straks wat meer antwoorden zult geven dan alleen maar ‘ja’.
Eerst en vooral is er Peppol. In dit wetsontwerp wordt er gesproken over Peppol. Ik zou zeggen: practice what you preach. De overheid legt de zelfstandigen en bedrijven op verplicht elektronisch te facturen, maar de overheid respecteert dat zelf niet altijd. Ik vind dat vreemd. Ik heb u het voorbeeld gegeven van het Belgisch Staatsblad. Ik doe dat nu ook in deze plenaire vergadering. Het Belgisch Staatsblad stuurt facturen. Als men iets publiceert in het Belgisch Staatsblad moet men daar btw op betalen. Een publicatie in het Belgisch Staatsblad is btw-plichtig. Men stuurt die factuur via mail, maar eigenlijk moet het gebeuren via Peppol. Dan vragen de personen die de factuur krijgen hoe het nu zit. Het Belgisch Staatsblad zegt dan technisch niet in staat te zijn die digitaal te versturen.
Dus, collega’s, de overheid zegt dat u het zo moet en zult doen, maar zelf doet ze er niet aan mee. De minister zal antwoorden dat het niet zijn verantwoordelijkheid is en dat ik het moet vragen aan mevrouw Verlinden. Mevrouw Verlinden heeft op dit ogenblik echter wel andere zorgen, meen ik. Ik meen niet dat ik haar nu moet lastigvallen met Peppol.
Mijnheer de minister, ik meen dat het goed zou zijn als u uw collega’s bij de les houdt en ervoor zorgt dat iedereen die btw-plichtig is bij de overheid Peppol gebruikt.
Daarnaast, mijnheer de minister, gaat het over de btw. Er staat: 1205, diverse bepalingen inzake btw. Diverse bepalingen, diverse hoofdgerechten, als ik het zo mag zeggen. Collega Schlitz heeft ter zake zonet een aantal amendementen aangekondigd.
Collega’s, ik weet niet of u af en toe de sociale media checkt? Ik meen dat dit wel gebeurt, in deze zaal. Er is een filmpje viraal gegaan van Marc Coucke.
Hebt u het filmpje al gezien, mijnheer de minister?
17.05 Minister Jan Jambon: (…)
17.06 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ja, u hebt het gezien. Ik vind het goed gemaakt.
17.07 Minister Jan Jambon: (…)
17.08 Vincent Van Quickenborne (Anders.): U ook. Als Coucke iets kan, is het goed, ja.
Collega’s, voorzitter van de commissie, ik wil u eraan herinneren dat de eerste keer dat we erover gesproken hebben, was toen ik een vraag stelde in het debat over de meerjarenbegroting, aan de heer Ronse die hier aanwezig is.
Mijnheer Ronse, bent u er nog?
17.09 Axel Ronse (N-VA): (…)
17.10 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ja. Dat is fantastisch.
Ik stelde toen de vraag: mijnheer Ronse, hoe zit het eigenlijk met de btw op meeneemmaaltijden? Dat was eind november. De heer Ronse zei toen, als Comical Ronse: er is niets aan de hand; dat is fantastisch; er is niets aan de hand. We zijn nu twee maanden verder en het circus is nog altijd volop aan het draaien, zelfs zo erg dat bekende ondernemers zich nu ook beginnen te ergeren. De heer Coucke zegt dat hij niet had verwacht dat het zo zou ontploffen. Dus, Mark Coucke, als u meekijkt: het circus is hier volop bezig. Hij zei in Het Laatste Nieuws ook dat zelfs politici uit de meerderheid – dat gaat dus voor alle duidelijkheid niet over mij – zeggen dat hij gelijk heeft en dat het zo niet verder kan. Dat is dus interessant.
Ik lees ook, mijnheer de minister, dat professor Maus, die altijd een interessante kijk heeft op de fiscaliteit, meent dat die fameuze regels met het onderscheid tussen ontbijt, de voormiddag en de namiddag, intussen zouden zijn geschrapt. Klopt het, mijnheer de minister, dat die kafkaregel eruit is?
Is er intussen al een advies van de Raad van State? Gisteren was dat er immers niet. U zult dat echter onmiddellijk checken. Als het er is, kunt u misschien zeggen wat er instaat. We zijn immers allemaal benieuwd. Heel België vraagt zich af wat de Raad van State zegt over het btw-circus. Dat zal namelijk revelerend zijn.
Het gaat hier dus om diverse bepalingen houdende de btw, waarover we u toch graag kort uw licht zouden willen laten schijnen. De heer Ronse mag natuurlijk ook antwoorden. Twee maanden geleden zei hij namelijk dat er niks aan de hand was. We zijn twee maanden verder en het circus is volop bezig. Zo werkt Comical Ronsy natuurlijk. Zo kennen we hem.
Ja, mijnheer Ronse, op 13 november stond u hier en zei u dat er geen probleem was met de meeneemmaaltijden, maar het is alleen maar groter geworden. Wat zegt u? Nee, nee. De minister heeft deze week in een antwoord op een mondelinge vraag gezegd dat hij dacht dat ik zou beginnen over het circus in de regering, maar ik heb dat niet gedaan. Ik heb niet geprovoceerd, mijnheer D’Haese. De minister had mij nochtans een voorzet gegeven, maar ik heb het niet gedaan. De minister kan dat bevestigen, dus geen probleem. Een luchtige noot moet af en toe kunnen, nietwaar, mijnheer de minister? We zien elkaar immers heel vaak.
Voorzitster:
Sophie De Wit, oudste lid in jaren.
Présidente:
Sophie De Wit, doyenne d’âge.
Dan kom ik tot de problematiek van de btw-herzieningstermijn, vervat in stuk 1205. Dat klinkt allemaal heel technisch, maar het wordt pas interessant als het technisch wordt. Dat is een les die ik in de politiek heb geleerd. Het gaat over het fameuze arrest-Drebers van het Europese Hof van Justitie, waarin men in bepaalde gevallen een verlenging doorvoert van de btw-termijn van 5 naar 15 jaar of 25 jaar. Men moet dat arrest dus volgen en u hebt de definitie aangepast in die zin dat ook werken "met kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegewezen" aanleiding geven tot een termijn van 15 of 25 jaar. Ik heb in de commissie gezegd dat dit vragen oproept. Zo zouden bepaalde werken, bijvoorbeeld schilderwerken, al dan niet tot een verlenging aanleiding kunnen geven.
Het tweede probleem is dat er twee definities zijn. Er is een definitie voor de aanpassing van de herzieningstermijn. Daarnaast is er ook een definitie van nieuwbouw met betrekking tot de zogenaamde verhuring met btw.
Ik heb u na de eerste lezing gevraagd of u bereid was om met de sector in overleg te gaan. U hebt dat gedaan. Dat is ook een tip voor de andere ministers in deze regering. De heer Jambon neemt het overleg ernstig.
Ik hoop dat u dezelfde houding zult aannemen bij de meerwaardetaks. Uw antwoord daarnet was niet veelbelovend. De familiebedrijven maken zich grote zorgen. Ontvang ze eens bij u op uw kabinet, mijnheer de minister. Ik wil ze gerust naar u doorverwijzen. Ik heb het over FBN Belgium, de federatie van Belgische familiebedrijven, mijnheer de minister. U kent ze waarschijnlijk. Ik denk dat de premier daar vorige week nog is gaan spreken. Hij heeft blijkbaar niet goed geluisterd. Daarom heeft men een brief moeten sturen. Zo werkt dat in ons land, collega’s.
De minister ontmoet de sector. Dat is een goede zaak. Wat zegt het kabinet? Ten eerste, er is bereidheid om te werken aan een rondzendbrief om die tekst te verduidelijken. Ten tweede, er is ook bereidheid om te werken aan een nieuwe definitie van nieuwbouw, zoals voorzien in het regeerakkoord. Dat is ook een goede zaak. In het Btw-Wetboek van 1973 was er sprake van nieuwbouw als de draagstructuur werd vervangen. Ik richt mij tot de collega's van Groen. Dat betekende toen dat men alles moest afbreken om van nieuwbouw te kunnen spreken.
In 2026 betekent nieuwbouw dat men zoveel mogelijk structuren probeer te behouden, dat men een warmtepomp plaatst, dat men denkt aan het klimaat, dat men fossielvrij werkt. Men streeft daarbij naar een laag ESG. Dat staat voor Environmental, Social and Governance.
De minister zegt: we zijn bereid om die definitie aan te passen. Dat is belangrijk, mijnheer de minister. In Brussel realiseert men vandaag quasi geen nieuwbouw meer in de zin van een volledige afbraak. Men gaat er voor nieuwbouw in de moderne zin. Er is ook een groot project waarbij de SFPIM 40 gebouwen in hartje Brussel van de Europese Commissie heeft gekocht om te vernieuwen en te verhuren. Als dat mogelijk zou zijn met btw-aftrek, dan zou dat een zeer goede zaak zijn.
Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden. Dat was positief. Ik hoor dat er intussen een tweede gesprek met de administratie erbij heeft plaatsgevonden, dat blijkbaar minder goed is verlopen. De administratie zei namelijk dat dit niet met een rondzendbrief kan worden opgelost. Daarvoor moet de wet worden gewijzigd. Daarom vraag ik, net voor de stemming, of dit klopt, mijnheer de minister.
De administratie heeft blijkbaar ook gezegd dat de aanpassing van de definitie van nieuwbouw ook budgettair enige implicaties zal hebben. Mijnheer de minister, wat zijn die budgettaire implicaties? Over hoeveel geld gaat dat? Zult u het uiteindelijk doen of niet? Zult u de administratie volgen of zegt u tegen de administratie dat u het toch met een rondzendbrief zult oplossen?
Ik vraag dat omdat dit een belangrijke sector is. U weet dat. Zij verzamelen de verhuurders, de verkopers, de promotors. Zij doen fantastische zaken in ons land. Zij willen de vastgoedsector tegen 2050 klimaatneutraal krijgen. Dat zijn zeer geëngageerde kleine en grote bedrijven. Ik kijk samen met hen uit naar uw antwoorden. Als die in de positieve richting gaan, zijn we bereid om onze onthouding van in de commissie om te zetten in een voorstem in de plenaire vergadering. Ik wil liefst een antwoord dat iets meer is dan ja. Dank u wel.
De voorzitster: Dank u wel, mijnheer Van Quickenborne. Als er geen andere vragen zijn, is het woord aan de minister.
17.11 Minister Jan Jambon: Op uw laatste vraag, mijnheer Van Quickenborne, zal ik ‘ja’ antwoorden. Ik zal meer zeggen dan ‘ja’.
Mijnheer Keuten, op dit moment gebruiken 1.050.824 Belgische ondernemingen e-facturatie. Dat is 89 %. Het is logisch dat er bij een nieuw project in het begin wat kinderziektes zijn. Daarom hebben we een tolerantieperiode.
Je m’adresse aussi à M. Prévot, qui ne semble pas s’intéresser à ma réponse.
Oké, dan ga ik voort in het Nederlands.
We hebben een tolerantieperiode van drie maanden ingebouwd. De administratie heeft daar ook over gecommuniceerd. Als er zaken zijn die niet met nalatigheid te maken hebben, maar met technische problemen of iets dergelijks, zullen er natuurlijk geen boetes worden opgelegd.
Madame Schlitz, vous avez raison. Comme vous n'avez déposé qu'un amendement, qui porte sur les repas scolaires, cela veut dire que vous êtes d'accord avec toutes les autres adaptations de la TVA. C'est déjà un pas en avant. Nous avons bien noté que le groupe Ecolo-Groen est d'accord avec tous les changements de la TVA, sauf sur les repas scolaires. Nous verrons, dans le futur, madame Schlitz et monsieur Van Quickenborne…
Mevrouw Schlitz, mijnheer Van Quickenborne, over de btw zullen wij het nog een aantal keer hebben. U kunt natuurlijk amendementen indienen, maar de zaken die u terecht aanhaalt en die belangrijk zijn, liggen vandaag niet op tafel.
Mijnheer Van Quickenborne, ik heb u in de commissie meegegeven dat wij inderdaad het motto practice what you preach ter harte moeten nemen. Als er hier en daar nog dossiers zijn waarin we dat niet toepassen – u had het over betalingen voor publicaties in het Belgisch Staatsblad; ik ken nog andere voorbeelden –, dan zijn we daar niet fout maar wel minstens nalatig en dan moet worden bijgestuurd. Als de regering facturatie via Peppol aan het bedrijfsleven oplegt, moet zij dat zelf ook doen. Ik zal inderdaad met de collega’s bekijken hoe wij een en ander in de kortst mogelijke tijd kunnen rechtzetten.
Adviezen van de Raad van State worden meestal op donderdag bezorgd, maar het advies over de btw-regeling is nog niet binnen.
Wat het arrest-Drebers betreft, ik heb al in commissie onderstreept dat we bereid zijn om de regeling daaraan aan te passen. Wij hebben ook al een eerste gesprek gehad met de sector en er is nog een tweede afspraak gepland. Trouwens, ook in het regeerakkoord stond al dat wij de definitie van grondige renovatie willen aanpassen. Wij zijn daarover nog met de sector in overleg. Ik kan dus vandaag nog geen budgettaire inschatting geven.
De vragen van de sector zijn in ieder geval terecht. In mijn ogen moeten wij samen met de sector tot een vergelijk komen om een goede definitie uit te werken en die nadien ook te kunnen toepassen. Wij werken daaraan verder.
17.12 Dieter Keuten (VB): Dank u, mijnheer de minister, voor uw beperkte antwoorden op de vele bezorgdheden.
U gaat prat op een adoptiegraad van 89%. Vanmorgen om negen uur op de radio sprak de ambtenaar van de FOD Financiën, die toch een zeer goed geïnformeerde ambtenaar leek, echter over 80 %. We zitten dus aan 89 %. Hoera! We zouden op dat cijfer trots kunnen zijn, mocht de betaling via Peppol vrijwillig gebeuren. Maar het gebruik van Peppol is niet vrijwillig; het is verplicht, u zet de zelfstandigen en ondernemers een revolver tegen het hoofd van de mensen.
We zijn bijna halfweg de tolerantieperiode van drie maanden. Ik vrees dat er veel boetes zullen worden uitgeschreven.
Ten slotte bent u niet ingegaan op mijn belangrijkste vraag, namelijk waarom kleine ondernemingen hetzelfde boetebedrag betalen als grote ondernemingen, die daarvoor een heel team kunnen opzetten. Dat antwoord had ik graag van u gehoord.
17.13 Minister Jan Jambon: Het verschil tussen de cijfers 80% en 89% heb ik in de commissie toegelicht, maar u was er waarschijnlijk toen niet bij. Er zijn bedrijven die verplicht zijn om Peppol toe te passen, en bedrijven die daar niet toe verplicht zijn, maar die vrijwillig instappen. Als men alle bedrijven samenneemt, de bedrijven die verplicht zijn en degenen die niet verplicht zijn, dan komt men aan 80%. Voor de discussie nu is het belangrijk om te kijken naar de bedrijven die verplicht zijn Peppol te gebruiken. In dat geval komt men aan 89%.
17.14 Dieter Keuten (VB): Dank u voor de nuance, mijnheer de minister. In ieder geval blijft mijn belangrijkste vraag jammer genoeg onbeantwoord. Waarom moeten kleine bedrijfjes even hoge boetes betalen in de toekomst als grote bedrijven? Dat is een constructiefout.
U bent teruggekomen op uw motto practice what you preach. Ook collega Van Quickenborne heeft dat aangeklaagd Ik zou graag het adoptiecijfer voor de overheid kennen. Misschien moet u dat eens uitzoeken. Welk percentage overheidsinstanties maakt gebruik van Peppol voor hun elektronische facturatie?
17.15 Patrick Prévot (PS): Effectivement, quand M. le ministre a répondu, j'étais avec des stagiaires. Des jeunes qui viennent dans le berceau même de la démocratie. Mes collègues m'ont dit que comme je n'étais pas là, vous n'avez pas pu répondre à mes questions légitimes. Mais le questionnement reste quand même essentiel, monsieur le ministre.
J'ai régulièrement interrogé – comme elle est au sein de ma commission – la ministre Simonet. Elle n'a rien fait pour anticiper les choses. Aujourd'hui, nous avons des indépendantes et des indépendants qui nous écrivent, qui nous disent que c'est compliqué, qu'il y a des difficultés d'implémentation et de basculement avec le réseau Peppol.
J'avais demandé qu'on ait des aménagements, qu’on fasse preuve de souplesse et qu'on puisse peut-être mettre un moratoire. Rien n'a été fait, la ministre a dit "j'ai confiance", que cela allait fonctionner et que ça allait aller. Il y a aujourd'hui malheureusement des difficultés sur le terrain. On dit souvent que "gouverner, c'est prévoir". Malheureusement, j'ai encore une fois l'impression que l'Arizona n'a rien prévu.
17.16 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Alors non, nous ne validons pas toutes vos réformes en matière de TVA. Nous en avons déjà parlé longuement et nous continuerons à en parler. Ici, nous nous attaquons au problème le plus urgent, que vous auriez dû corriger vous-même, mais vous ne l'avez pas fait. Soit.
Nous saisissons donc aujourd'hui une opportunité avec ce texte pour corriger cette injustice qui pourrait causer de graves difficultés sur le terrain.
17.17 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat dit keer wel duidelijk was, ook al was het behoorlijk neerbuigend ten aanzien van al wie zich zorgen maakt en dat vind ik jammer. U moet de kwestie toch iets ernstiger nemen. De meerwaardetaks is als een moeras.
Wat onderhavig wetsontwerp betreft, ik dank u voor uw engagement voor de sector. Uw administratie had blijkbaar wat misbaar gemaakt, maar u kunt ze altijd overrulen. Gebruik uw kracht als minister dan ook om dat te doen.
Wat de adoptiegraad door de overheid de bezetting van de capaciteit, ik heb daarover intussen al 15 schriftelijke vragen ingediend, die de heer Keuten eventueel mee kan ondertekenen, om te achterhalen welke administraties en diensten gebruikmaken van Peppol en welke niet. Die vraag kunnen we eigenlijk niet aan u stellen, mijnheer de minister, want het is de verantwoordelijkheid van elke minister. Het is alvast een heel terechte bekommernis en ik hoop dat men snel en ook duidelijk antwoordt. Dat is immers niet altijd het geval, alhoewel schriftelijke vragen aan u meestal tijdig en ook vrij vaak in detail worden beantwoord. Op dat punt is het aangenaam samenwerken met u.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is op die positieve noot gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1205/7)
Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1205/7)
Het
wetsontwerp telt 22 artikelen.
Le projet de loi compte 22 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements
déposés:
Art. 21/1(n)
• 8 –
Sarah Schlitz cs (1205/8)
Art. 23(n)
• 9 –
Frédéric Daerden cs (1205/8)
• 10
– Frédéric Daerden cs (1205/8)
Art. 24(n)
•
11 – Frédéric Daerden cs (1205/8)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de amendementen.
Réservés: les amendements.
Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1 tot 22.
Adoptés article par article: les articles 1 à 22.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heren Wouter Vermeersch
en Stéphane Lasseaux en mevrouw Charlotte Verkeyn, verwijzen naar het
schriftelijk verslag.
18.01 Charlotte Verkeyn (N-VA): Beste collega's, ik zal u niet vervelen met al te technische bemerkingen en vragen bij deze vrij technische wet. Ik wil wel even stilstaan bij een volgens mij belangrijk aspect, waarover we ook lang in de commissie hebben gesproken, namelijk het registratierecht voor de nationaliteit. Het belang ervan wordt ook duidelijk onderstreept door wie na mij nog op de sprekerslijst staat. De N-VA-fractie is een sterke voorstander van een hoog registratierecht, dat uiteindelijk werd vastgelegd op 1.000 euro. Dat is een groot verschil met vroeger, toen het 150 euro bedroeg. Er ligt met dit wetsontwerp één kleine wijziging, met name omdat voor staatlozen een aanpassing doorgevoerd moet worden naar het aanvankelijke bedrag. Daarover zijn uiteraard wat bemerkingen gekomen en daar zal zeker nog kritiek op volgen.
We moeten echter eerlijk zijn: het gaat hier om het specifieke geval van de staatlozen. Dat heeft betrekking op artikel 32 van het Verdrag van 1954. Het gaat dus niet om het Verdrag van 1951. Bepaalde partijen hoeven er dus niet voor te vrezen dat dit nog een weerslag zal hebben op andere categorieën. Bovendien is zeer duidelijk en gedetailleerd uiteengezet waarom dat geen weerslag zal hebben op andere categorieën en waarom het beperkt blijft tot die dossiers van mensen die, onafhankelijk van hun wil, helemaal geen land hebben.
Samen met de collega’s van de commissie voor Financiën en Begroting brengen we heel wat uren door op de banken in de commissievergaderingen. De collega’s die daar zetelen, weten dat we heel wat maatregelen nemen. Dat zijn niet altijd even aangename maatregelen, maar het zijn wel maatregelen die broodnodig zijn voor de sociaal-economische hervormingen.
Binnenkort volgen onder meer de hervorming van de personenbelasting voor meer nettoloon, de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en wel degelijk ook een strenger migratiebeleid. De maatregelen die we in de commissie nemen, moeten dat ook mogelijk maken. Als er hier nadien kritiek komt dat voor deze beperkte categorie, op basis van een verdrag van 1954, waaraan we gebonden zijn, dus niet dat van 1951, een uitzondering wordt gemaakt, dan denk ik dat die kritiek onterecht is. De nadruk van de regering blijft zeer duidelijk liggen op het voeren van een strenger migratiebeleid.
Zoals gezegd, is het voorts een zeer technisch wetsontwerp. Vanuit de sector is er eigenlijk nog maar één vraag ter verduidelijking van belang voor de parlementaire voorbereiding, met name over artikel 5 van het wetsontwerp en amendement nr. 10. In dat artikel wordt de term 'schatkistcertificaten' gebruikt. In andere EER-landen kent men die term uiteraard niet. Daar gebruikt men andere certificaten of andere benamingen. Vanuit de sector is de vraag gekomen of bevestigd kan worden, zodat het in de parlementaire werkzaamheden nog kan worden meegenomen, dat het hier gaat over de effecten met een looptijd van hoogstens één jaar, uitgedrukt in euro, uitgegeven door middel van aanbestedingen en gedematerialiseerd. Als die bevestiging gegeven kan worden, zal de sector voor die duidelijkheid zeer dankbaar zijn.
18.02 Francesca Van Belleghem (VB): Mijnheer de minister, links verwijt mij vaak harteloos te zijn, misschien omdat ik een deel van mijn hart bij de fiscaliteit heb verloren. Collega Vermeersch heeft al geprobeerd u rede bij te brengen en collega Vereeck heeft dat ook al gedaan. Verandering van spijs doet eten; de derde keer is wellicht de goede keer, vandaar probeer ik het vandaag nogmaals.
Voor de zomer werd een akkoord bereikt om de registratierechten voor een nationaliteitsverklaring op te trekken naar 1.000 euro. Dat stond in alle kranten. Een streng migratiebeleid, joepie. Toch krabbelt u nu al deels terug, niet met alle, maar toch al met één hangend pootje, inzake wat jullie verwezenlijkt hebben.
Het registratierecht voor staatlozen wordt nu, na enkele maanden, alweer verlaagd tot 150 euro. Met deze wet maakt u uw eigen wetgeving vernietigbaar. Dat lijkt mij eigenlijk ook wel de rode draad in uw beleid: u schrijft graag vernietigbare wetgeving. Uw wetsontwerpen hebben zeer veel weg van zelfsabotage. Zelfsabotage in de psychologie is het proces waarbij iemand zijn eigen doelen, succes of welzijn belemmert door destructief gedrag, zoals uitstelgedrag, perfectionisme of negatieve zelfpraat.
Van perfectionisme lijkt u mij geen last te hebben. Denk aan de meerwaardebelasting, die u weer moet laten uitstellen wegens imperfecte teksten. Denk echter ook aan de programmawet van 18 juli 2025 over die belastingverhoging, waarover al veel gesproken is, waarbij de mildere werking van de strafwet geldt. Die blonk ook niet uit in perfectionisme.
Onder fiscalisten is het gevoel dubbel. Enerzijds is het frustrerend om belastingplichtigen te moeten uitleggen dat er weer brolwetgeving is goedgekeurd. Dat is natuurlijk nog veel frustrerender voor de belastingplichtigen zelf. Anderzijds is hun toekomst wel gegarandeerd. Ze zullen blijvend veel werk hebben.
Wat nu voorligt, lijkt me dus weer doelbewust destructief gedrag. Door die verlaging van 150 euro alleen voor staatlozen in te schrijven, creëert men een vernietigbare wet. Als die uitzondering wordt toegestaan, kan dat leiden tot een schending van het gelijkheidsbeginsel, waardoor dus ook erkende vluchtelingen in de toekomst een beroep zullen kunnen doen op dat verlaagd tarief van 150 euro.
Bovendien is deze verlaging totaal niet noodzakelijk. Staatlozen zouden immers ook een eerlijke bijdrage moeten leveren voor de verwerving van hun nationaliteit. Zij worden evengoed burger. Het is niet dat ze maar voor een bepaald percentage burger worden.
U antwoordde collega Wouter Vermeersch, op zijn vragen naar cijfers, dat de impact op de begroting verwaarloosbaar is, namelijk 50 keer 850 euro, dus iets meer dan 42.000 euro. Dat houdt natuurlijk geen rekening met de stelling van de Raad van State dat u vluchtelingen gelijk moet behandelen. Dan zal de impact op de begroting vele malen hoger zijn. U fronst. Is dat omdat ik gelijk heb of omdat ik geen gelijk heb? Ik hoor het graag straks.
Ik sta hier vandaag ook om u te helpen. Collega's Vermeersch en Vereeck hebben u al proberen te helpen en ook ik wil u graag helpen. Jaarlijks krijgen 60.000 mensen de Belgische nationaliteit. Hoe kunt u het gat in de begroting met meer dan 300 miljoen euro kleiner maken? Dat is niet door 150 euro te vragen voor de verwerving van de nationaliteit, ook niet door 1.000 euro te vragen, maar wel 5.000 euro. Dat stond toevallig ook in uw partijprogramma, dus ik kan u hier vandaag helpen om uw partijprogramma te realiseren. Wij hebben een amendement ingediend om die 5.000 euro te vragen. Dat is niet meer dan de logica zelve. Dat was destijds een goed voorstel, maar goede voorstellen komen natuurlijk altijd net voor de verkiezingen. Binnen een paar jaar zullen we dat voorstel dus wellicht opnieuw van u mogen verwachten, maar dat zou niet nodig zijn als u vandaag ons amendement goedkeurt.
18.03 Minister Jan Jambon: Mevrouw Van Belleghem, we hebben het punt dat u aanhaalt inderdaad uitgebreid besproken in de commissie. U hebt een poging ondernomen, en derde keer zou goede keer kunnen zijn, maar ik moet u ontgoochelen. De derde keer was niet de goede keer.
De analyse die wij gemaakt hebben, klopt. Een vluchteling en een staatloze, dat zijn twee verschillende zaken. Staatloos, apatride, dat blijft men altijd, terwijl voor een vluchteling de situatie in elk land anders kan zijn. We passen dus artikel 32 van het Verdrag van New York toe.
Mevrouw Van Belleghem, ik kan een politieke beschouwing maken, maar dat zou toch een beetje umsonst zijn. Een partijprogramma is één zaak, maar als men met vijf partijen rond de tafel moet zitten en een akkoord vinden, dan zoekt men naar de grootste gemene deler. Dat is gebeurd, maar dat is iets waar u nooit last van hebt gehad en waarschijnlijk ook niet zo gauw last van zult hebben, behalve dan op gemeentelijk niveau. Daar hebt u al akkoorden gesloten, bijvoorbeeld in Ranst. Daar staat in het akkoord dat men deze legislatuur niet zal praten over al wat naar nationalisme of identiteit ruikt. Dat stond waarschijnlijk ook wel in uw partijprogramma, maar dat is uiteindelijk lokale politiek en daar houden we ons hier niet mee bezig.
Mevrouw Verkeyn, uw technische vraag verdient dat ik daar toch even op antwoord. Ik bevestig inderdaad dat de nieuwe bepaling de door een nationale of federale identiteit van een EER-lidstaat, dus andere dan België, uitgegeven schuldinstrumenten in euro of in de munt van die lidstaat vrijstelt van de TOB, ongeacht de naam. Dat omvat dus uitdrukkelijk de kortlopende instrumenten, zijnde met een looptijd van hoogstens één jaar, ook als ze niet schatkistcertificaten worden genoemd, alsook lineaire obligaties en effecten met een looptijd van ten minste één jaar. De fiscale behandeling is immers gebaseerd op jurisdictie, looptijd en valuta en niet op de benaming van het instrument. Voor Belgische schuldinstrumenten heeft de vrijstelling van de taks op de beursverrichtingen betrekking op in euro of in de munt van een EER-lidstaat uitgedrukte schatkistcertificaten, lineaire obligaties of effecten met een looptijd van ten minste één jaar, waaronder ook staatsbons.
De voorzitster: Vraagt iemand het woord voor een repliek?
18.04 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw bevestiging.
Mevrouw Van Belleghem, ik kan ook alleen maar bevestigen dat beleid voeren nog iets anders is dan roepen aan de zijlijn. Wij hebben hier al een hele themanamiddag gehad over asiel en migratie. Ik heb in artikels gelezen dat u een fiscale achtergrond hebt. In die zin wisselen wij enigszins van petje, want ik heb een andere achtergrond. Daarom heb ik ook de technische uitleg gegeven dat de bepalingen over het registratierecht voortvloeien uit een heel specifiek artikel, namelijk artikel 32 van het verdrag van 1954. Daar hoeft geen verhaal aan te worden opgehangen, zoals telkens terugkomt, alsof wij niet ver genoeg zouden gaan in wat wij willen doen inzake asiel en migratie. Wij hebben hier een hele themanamiddag gehad waaruit blijkt dat de cijfers effectief dalen. Er wordt dus werk van gemaakt.
In zekere zin vind ik het dan ook misplaatst om nu, over een technisch aspect in een wet met diverse fiscale bepalingen, te vallen over één artikel, namelijk artikel 32, waardoor wij naar 150 euro terug moeten, hoewel wij daadwerkelijk, niet langs de zijlijn maar in het voeren van beleid, 1.000 euro hebben opgelegd.
Ik neem die kritiek dus niet, want de cijfers die ons werden voorgelegd tonen een daling aan. Uw partij zou daar dankbaar voor moeten zijn, omdat gedaan wordt wat gedaan moet worden.
18.05 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw Verkeyn, niet alleen minister Jambon heeft last van zelfdestructief gedrag, het is alsof die ziekte in heel uw fractie zit. U snapt toch dat u meer van uw eigen partijprogramma zou kunnen realiseren als u zouden samenwerken met het Vlaams Belang, niet alleen op federaal niveau, maar ook op lokaal niveau?
Jullie blijven de kop in het zand steken, en daardoor moet u zoveel van uw eigen partijprogramma in de vuilnisbak gooien. U zou zelf minder compromissen moeten sluiten, en meer kunnen realiseren. Het asiel- en migratiebeleid zou werkelijk meer verstrengd kunnen worden, maar dat interesseert jullie blijkbaar niet. Alleen de machtsdeelname telt.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1127/12)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1127/12)
Het wetsontwerp telt 59 artikelen.
Le projet de
loi compte 59 articles.
Ingediend amendement:
Amendement déposé:
Art. 31
• 31 – Lode Vereeck cs
(1127/13)
Besluit van de artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la
discussion des articles:
Aangehouden: het amendement en artikel 31.
Réservés:
l’amendement et l’article 31.
Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1 tot
30 en 32 tot 59.
Adoptés article par
article: les articles 1 à 30 et 32 à 59.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het aangehouden amendement en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l’amendement réservé ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Eva Demesmaeker,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
19.01 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik feliciteer de minister met voorliggende wettekst. We hebben het eerste wetsontwerp zeer uitgebreid besproken en de aangebrachte correcties zijn nodig en goed.
Ik dank alle collega’s voor de constructieve bespreking in de commissie en wens de minister alle succes met de verdere uitwerking.
De voorzitster: Kort en bondig, bedankt, mijnheer Ronse.
19.02 Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, het wetsontwerp werd inderdaad een aantal weken geleden uitvoerig besproken. Voor onze fractie blijven er echter een aantal vragen onbeantwoord.
Vooreerst beklemtonen wij opnieuw dat het de arizonaregering ontbreekt aan respect voor de werkende bevolking, de langdurig zieken, de ziekenfondsen en, in het verlengde daarvan, de volledige bevolking, tot in het Parlement toe. Voor het feit dat de regering eind vorig jaar niet alles rond kreeg, kunnen we nog enig begrip opbrengen, maar niet voor uw beslissing om alle wetsontwerpen tegelijk en last minute door het Parlement te jagen, met alle gevolgen van dien.
Dat al de wetsontwerpen daarbovenop tot op heden retroactief ingaan, is voor ons compleet onbegrijpelijk. De bevolking zou niet de dupe mogen zijn van het ondoordachte beleid van de regering. Als uw regering die koers aanhoudt, zult u niet het record breken van de snelste aanpassing van een wet, zoals een collega van de meerderheid het de vorige keer omschreef, maar wel dat van de slordigste regering.
Mijnheer de minister, tijdens de eerste en tweede bespreking hebben we het reeds uitvoerig gehad over de solidariteitsbijdragen die bedrijven met meer dan 50 werknemers verschuldigd zijn, als werknemers langdurig ziek worden. Dat blijft voor onze partij een belangrijke struikelblok. Gewone bedrijven met meer dan 50 werknemers moeten die solidariteitsbijdragen wel betalen, maatwerkbedrijven niet. In mijn eerste betoog noemde ik het al logisch dat maatwerkbedrijven die bijdragen niet moeten betalen, aangezien zij een hoger risico lopen op langdurige uitval. Het verschil in behandeling is evenwel voor ons onvoldoende gemotiveerd. Dat merkte ook de Raad van State op. Mijnheer de minister, het is bijzonder moeilijk uit te leggen waarom de verplichting voor de ene wel geldt en voor de andere niet. U kondigde nader onderzoek aan, maar wat is momenteel de stand van zaken? Doet uw administratie werkelijk onderzoek? Zo ja, welke oplossingen ziet u?
In het licht daarvan dienen we opnieuw ons amendement in voor de volledige afschaffing van de solidariteitsbijdrage. Het onderscheid tussen bedrijven wordt onvoldoende onderbouwd, zoals de Raad van State ook aangaf. Het gaat hier in essentie om een bijkomende belasting voor bedrijven. Van echte responsabilisering of solidariteit is geen sprake. De solidariteitsbijdrage zal er net toe leiden dat bedrijven minder geneigd zullen zijn om werknemers die bijvoorbeeld ooit een burn-out, een depressie of iets anders hebben gehad, kansen te geven, aangezien het risico op herval en dus de bijhorende kosten hoger zijn.
Bovendien zullen bedrijven minder geneigd zijn om individueel maatwerk aan te bieden, terwijl Vlaams minister Crevits in haar beleidsnota inzake sociale economie het systeem net wil uitbreiden. Dat is bijzonder jammer. Hoe rijmt u dat met het ontbreken van een vrijstelling van de solidariteitsbijdrage, mijnheer de minister?
Dat brengt ons bij de samenwerking en de gesprekken met de gewesten. Het is onbegrijpelijk dat in het Vlaams Gewest wordt gesproken over een uitbreiding van het systeem van individueel maatwerk, terwijl we op federaal niveau zien dat dat net wordt tegengewerkt. Dat is niet te verklaren, mijnheer de minister.
Hoe verloopt de samenwerking met de regio's verder? Ik heb u daar tijdens de twee vorige besprekingen al over ondervraagd. Uw hele beleid staat en valt met die samenwerking. Het is niet logisch dat we vandaag stemmen over wetgeving, terwijl de regionale samenwerking nog steeds niet is uitgeklaard. Als die samenwerking niet duidelijk zwart-op-wit wordt vastgelegd – in commissie had men het vaag over goede samenwerking -, dreigt opnieuw een communautair fiasco op z’n Belgisch, mijnheer de minister. Dat verzeker ik u. Ik had hierover graag een duidelijke stand van zaken van u gekregen.
Algemeen kunnen we stellen dat uw beleid een omgekeerde logica volgt. U vraagt dat we stemmen over regio-overschrijdende wetgeving, terwijl nog niet alles in detail met de regio's is geregeld. U kunt zelfs geen concrete details geven over de gesprekken die zogezegd nog bezig zijn.
Het preventieve luik van uw hele terug-naar-werkbeleid schuift u bovendien door naar uw vierde golf. Zolang er niets gebeurt aan de instroom, blijft u dweilen met de kraan open. U kunt blijven strooien met nieuwe wetsontwerpen, maar de echte oorzaken laat u ongemoeid. Een lichte stijging of zelfs een status quo van het aantal langdurig zieken is geen overwinning, maar gewoon een patstelling, mijnheer de minister.
Ik besluit. U wilt een kathedraal bouwen, maar u begint bij de torenspits in plaats van bij de fundering. Zo’n kathedraal kan alleen maar instorten.
19.03 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, ce projet de loi ajoute encore à votre politique une couche de mépris envers les malades de longue durée. Vous avez déjà durci les contrôles, multiplié les sanctions et mis les mutualités sous pression pour remettre un maximum de malades au travail. Aujourd’hui, vous ajoutez une punition collective pour toutes celles et ceux qui sont en incapacité depuis 5 ou 15 ans, en gelant la revalorisation de leurs indemnités.
Ce ne sont pas des slogans ou des paroles en l’air, mais bien 140 151 malades de longue durée qui verront leurs allocations rabotées. Parmi eux, monsieur le ministre, beaucoup vivent déjà en dessous du seuil de pauvreté. Nous parlons de montants très concrets. Un travailleur isolé avec un salaire médian touche environ 2 050 euros d’indemnité d’incapacité par mois. Avec votre mesure, il perdra près de 500 euros par an. Pour un malade du cancer en incapacité depuis 2020, cela représente 2 000 euros en moins sur cette législature, puis 500 euros chaque année.
Vous allez ainsi rogner, année après année, un revenu déjà souvent insuffisant pour payer les soins, les médicaments, les transports et l’énergie. Vous prenez des centaines d’euros par an dans la poche de personnes qui ne peuvent plus travailler, de patients chroniques, de malades du cancer, de personnes brisées par un accident ou par une maladie professionnelle.
Votre mesure s’inscrit évidemment dans une large offensive contre la sécurité sociale, dont nous constatons déjà les dégâts très concrets, jour après jour, sur le terrain. Avec la réforme du chômage, les témoignages se multiplient chaque jour et des situations de plus en plus absurdes éclatent au grand jour: des aidants proches sans revenu et sans statut, des travailleurs ALE sommés de chercher un emploi alors qu’ils en avaient déjà un, ainsi que des professeurs d’académie contraints de retourner au chômage. La réforme des pensions à venir est tout aussi idéologique: réduire les dépenses en traitant les retraités comme des variables d’ajustement.
Toutes vos politiques sociales suivent la même logique: vous serrez toujours un peu plus la vis sur les mêmes, sur ceux qui n’ont ni dividendes, ni parachute doré, ni compte‑titres. Si vous cherchez des marges, allez les prendre auprès des grandes fortunes, et non dans le portefeuille des malades de longue durée!
19.04 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, collega’s, mijnheer de minister, ik heb een enveloppe bij. Eigenlijk niet voor u, mevrouw de voorzitster, en niet voor de minister. Jullie zijn al rijk genoeg. Hij is ook niet voor de cafégangers van Café Sportpaleis in Zingem. Nee, die enveloppe is bedoeld voor de meest kwetsbaren in onze samenleving.
Hier zit superveel geld in. Hier zitten veel flappen in, 2,8 miljard euro zit er in die enveloppe. Die enveloppe, mijnheer Ronse, is niet uit de lucht komen vallen. Voor die enveloppe is er jarenlang sociale strijd gevoerd.
We hebben hier ook een boek van Jef Maes. Ik weet niet of u het ondertussen gelezen hebt, mijnheer Ronse? In dat boek van Jef Maes, ex-federaal secretaris van het ABVV, staat heel mooi omschreven hoe we tot de welvaartsenveloppe gekomen zijn. Hij schrijft dat de sociale strijd voor de welvaartsenveloppe eigenlijk begonnen is in september 1998, met grote manifestaties, 20.000 of 25.000 mensen in de straten. In 1999 gebeurde juist hetzelfde.
In het jaar 2000 waren er opnieuw grote mobilisaties. In 2004 opnieuw, in Oostende. Daar waren acties. Daar waren stakingen. Daar waren betogingen.
De vakbonden waren de drijvende kracht achter het behalen van de welvaartsenveloppe. Ze hebben dat niet eens voor zichzelf gedaan. Die enveloppe was niet voor de arbeiders die in staking gingen, die enveloppe is voor de mensen die het minimumpensioen krijgen, voor de mensen in de invaliditeit. Met andere woorden, ze versterkten de sociale zekerheid en ze deden dat vanuit een maatschappelijke visie, niet voor zichzelf.
Mijnheer Ronse, ik heb ook uw opiniestuk gelezen in De Morgen, gisteren. U zei dat de vakbonden vandaag de eersten zijn om onze sociale zekerheid af te breken. Waar gaat die enveloppe nu naartoe? Niet naar die mensen. Jullie steken die in jullie eigen zak! In de begrotingsput! Jullie willen 2,8 miljard euro besparen door het niet toekennen van de welvaartsenveloppe.
De voorzitster: Excuseer, mijnheer Tonniau, de heer Ronse wenst te reageren.
19.05 Axel Ronse (N-VA): Eerst en vooral, de begroting is niet onze eigen zak. Ik weet niet of u rechtstreeks toegang hebt tot de middelen van de begroting en die voor private doeleinden kunt gebruiken. Als dat zo zou zijn, zou dat zeer strafbaar zijn. Ik hoop dat niemand hier begrotingsmiddelen voor de eigen zak gebruikt.
Ten tweede ben ik de vakbonden eigenlijk bijzonder genegen. Ze zijn opgekomen in een tijd dat er in de textielfabrieken geen veiligheid op de werkvloer was, dat mensen geen vakantiedagen hadden, geen ziektedagen, dat er totaal geen sociale rechten waren. Dat was vreselijk. Ik ben die mensen zeer dankbaar. Dat was altijd welkom in Kortrijk. Weet u dat de Guldensporenslag eigenlijk een sociale strijd was? In Tsjechië is er zelfs een museum over het communisme, waar de Guldensporenslag als eerste sociale strijd in de wereldgeschiedenis wordt voorgesteld.
Er zijn heel goede mensen bij de vakbondsvertegenwoordigers, zoals collega Vanrobaeys, die ik een warm hart toedraag. Met haar verschil ik over een aantal thema’s van mening, maar ik weet wel dat zij wil dat onze sociale zekerheid en datgene waarvoor die vakbondsmensen in de tijd hebben gevochten, blijven bestaan. Ik vind echter dat woordvoerders van de vakbonden, om de heer Engelaar bijvoorbeeld niet te noemen, vooral voor sociale afbraak staan. Zij ontmoedigen mensen die kunnen werken om te werken en proberen mensen die meer willen werken dan ze mogen dat te verbieden.
Uw kritiek over de welvaartsenveloppe houdt volgens mij helemaal geen steek, want we hanteren hier nog steeds de index. De middelen worden nog altijd behoorlijk verhoogd, zeker in vergelijking met de buurlanden. Daar heeft onder meer collega Vanrobaeys ook voor gezorgd. Dit hier afdoen als het verhaal zoals u het brengt, dat neem ik niet. Ik zou wel opletten met die enveloppe van 2,8 miljard euro. Ik zou die niet te snel uit het oog verliezen, want ik zie dat de voorzitster de hand al richting die enveloppe heeft gereikt.
19.06 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Ze zit nu even in mijn zak.
U zei dat het fout is om te zeggen dat we die enveloppe in eigen zak steken, maar het gaat over 2,8 miljard euro die verdwijnt uit onze sociale zekerheid. De werkende klasse heeft jarenlang gestreden voor de welvaartsenveloppe en heeft die uiteindelijk afgedwongen. Dat is gebetonneerd in een wet: de generatiepactwet van 23 december 2005. Het is expliciet in de wet gegoten dat die enveloppe moet worden uitgekeerd, maar u gaat dat niet doen. Dat is fundamenteel verkeerd. Het staat in de wet, maar u negeert de eigen wetgeving. Via een achterpoortje wordt dat nu geblokkeerd.
Het is maar logisch dat het ABVV, andere vakbonden en armoedeorganisaties nu naar de Raad van State stappen om een annulatieverzoek in te dienen, zodat de welvaartsenveloppe alsnog wordt toegekend zoals het in de wet van 23 december 2005 staat, een wet die niet is aangepast. U leeft dus gewoon de wet niet na.
Verder in het boek van Jef Maes waarschuwt hij ook. Hij zegt dat de welvaartsenveloppe is verkregen via sociale strijd, maar waarschuwt ook dat in de toekomst de rechtse politieke krachten bij elke begrotingscontrole of begrotingsopmaak druk zullen uitoefenen om die welvaartsenveloppe te verminderen of niet toe te kennen. Daar waarschuwt hij ons voor.
De heer Maes zal waarschijnlijk serieus zijn verschoten dat deze regering – met Vooruit, cd&v en Les Engagés – juist nu, terwijl het voor zoveel mensen moeilijk is, de welvaartsenveloppe niet uitkeert, terwijl - ik herhaal het - het uw wettelijke plicht is om dat te doen. Ik wijs daarbij naar minister Vandenbroucke. We hebben hierover een discussie gehad bij zowel de eerste als de tweede lezing.
Mijnheer de minister, waarom wacht u de uitspraak van de Raad van State niet af? De vakbonden en armoedeorganisaties deden een annulatieverzoek. Waarom wacht u die uitspraak niet af en wilt u nu toch per se via het voorliggende wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken die blokkering al opleggen?
We lezen ook in het boek van Jef Maes dat als we dat doen, we die mensen in armoede storten. Als we de welvaartsvastheid loslaten, heeft dat een impact op pensioenen van heel oude mensen, heel oude pensioenen, heel lage pensioenen en invaliditeitsuitkeringen die dan niet mee zouden evolueren met de welvaart die we samen creëren, die grote koek die de werkende klasse maakt, terwijl die mensen daar recht op hebben.
Ik snap het niet. U bent socialist, u zit in de regering en uitgerekend u moet hier die maatregel komen verdedigen. U zult die maatregel waarschijnlijk doorvoeren, u zult zeggen dat die nodig is, maar u creëert wel een precedent. Wat met de volgende regering zonder socialisten? Wat zal die doen? Ze zal zeggen dat ze met Frank Vandenbroucke die welvaartsenveloppe niet heeft moeten uitkeren. Denkt u echt dat die regering dat dan wel zal doen? Natuurlijk niet. Dat is het precedent dat u hier vandaag dreigt te creëren.
Mijnheer Vandenbroucke, u bent een beetje uw mojo kwijt. Hebt u het rapport gezien in Het Laatste Nieuws? Het was niet het rapport van de journalisten, het was het rapport van de Vlamingen. Ik weet niet meer hoeveel personen deelnamen aan dat panel. U had 3,8 op 10 op uw rapport. Denkt u dat die score zal stijgen, na het wegstemmen van de welvaartsenveloppe voor de meest kwetsbaren? Daarvoor hebt u meer dan een PR-manager nodig, sorry.
19.07 Isabelle Hansez (Les Engagés): Madame la présidente, chers collègues, après l'adoption, il y a quelques semaines, du premier projet de loi à ce sujet, le gouvernement revient avec un nouveau projet consacré à l'incapacité de travail. Le rythme témoigne à la fois de l'ampleur des réformes engagées et de l'urgence des enjeux auxquels nous faisons face. Le texte que nous examinons aujourd'hui s'inscrit pleinement dans la continuité du projet voté récemment. Les deux forment un ensemble cohérent avec une ambition commune: améliorer l'accompagnement des personnes en incapacité de travail et prévenir l'installation durable dans la maladie de longue durée.
Sur le fond, Les Engagés soutiennent l'objectif qui est poursuivi. Le constat est connu: le nombre de maladies de longue durée augmente de manière structurelle. Et derrière ces chiffres, il y a des parcours de vie fragilisés, mais aussi un système de sécurité sociale qui est mis sous tension. Une incapacité qui se prolonge sans perspective n'est bénéfique ni pour la personne, ni pour la collectivité.
Sans entrer dans le détail du débat que nous avons eu durant de longues heures en commission, je voudrais aborder les apports majeurs de ce texte.
Le premier concerne l'introduction de la notion de potentiel de travail. Il s'agit d'un véritable changement de perspective, de regard, qui permet de sortir d'une vision strictement binaire de l'incapacité. Le projet reconnaît que les capacités à travailler peuvent évoluer et qu'un accompagnement adapté peut, dans certains cas, rendre une reprise d'activité progressive possible et soutenable. Cette approche correspond pleinement à la philosophie des Engagés: considérer les personnes dans leur globalité, en valorisant les compétences restantes, sans nier leur fragilité. C'est une conception humaniste de l'État social actif qui accompagne plutôt qu'il ne subit, chers collègues. Nous appelons toutefois, et je l'ai déjà souligné à plusieurs reprises, à la vigilance dans la mise en œuvre de cette notion de potentiel de travail, en particulier pour les situations psychosociales, afin qu'elle reste un outil d'accompagnement et non une source de pression.
Le deuxième point concerne le trajet du retour au travail, qui aborde une simplification des parcours en multipliant les points d'entrée. L'ouverture vers les services régionaux de l'emploi va dans le bon sens et permet une meilleure articulation entre les compétences fédérales et les dispositifs de réinsertion qui sont dévolus aux entités fédérées.
Enfin, l'adaptation de la cotisation de solidarité des employeurs, combinée aux exemptions prévues pour les entreprises de travail adapté et les publics les plus vulnérables, témoigne d'un souci d'équilibre et de justice sociale. En somme, c'est un projet de loi trans-partisan. Cela ne fait aucun doute, chers collègues.
Pour ces raisons, Les Engagés soutiendront ce projet de loi qui combine activation et accompagnement, efficacité et humanité, à condition qu'il soit mis en œuvre de manière attentive aux situations les plus fragiles.
Monsieur le ministre, vous le savez, nous serons attentifs aux effets et aux réalités du terrain.
Voorzitter: Peter De Roover,
voorzitter.
Président: Peter De Roover, président.
19.08 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega's, ik hoor het Vlaams Belang hier spreken over ondoordacht beleid. Ik begrijp het eigenlijk niet. Na de reportage van de heer Deborsu schreeuwde het Vlaams Belang moord en brand, dat Vlaanderen moest opdraaien voor al die kosten. En nu zegt het tegen de minister dat het te snel gaat.
Ik bedenk dat ik hier regelmatig ministers moet vragen om wat sneller gaan. Als het gaat over uitzendkrachten en pakjeskoeriers, smeek ik om wat sneller te gaan, omdat ik eindelijk maatregelen wil die een einde stellen aan uitbuiting. Nu is er een minister die snel gaat en is het ook niet goed. Eerlijk gezegd, ik begrijp dat niet.
19.09 Ellen Samyn (VB): Er is wederom geen coherent beleid. Elke regio doet maar iets. Hoe zal u erop toezien dat elke regio hetzelfde zal implementeren? Dat is het net. U werkt weer met twee maten en twee gewichten. De ene regio zal dit aanpakken, de andere regio zal het anders aanpakken. Dat is het net.
De minister is al sinds december of november aan het overleggen. Hij is nog steeds aan het overleggen met de regio's. Dat is het net. Zolang er geen uniform beleid is, zal het gewoon niet werken.
19.10 Axel Ronse (N-VA): Holy macaroni. Ik dacht dat er naast N-VA nog Vlaams-nationalisten in het Parlement zaten, maar het Vlaams Belang pleit hier voor de herfederalisering van een bevoegdheid. Het pleit hier voor geen vrijheid voor regio's om het aan te pakken zoals ze willen. Wie had dat ooit gedacht? Wow, wow, wow. Dat had ik niet verwacht.
Mevrouw Vanrobaeys heeft groot gelijk. Als u wilt dat die toestanden in Rue de Dison stoppen, moet u deze wetgeving liever gisteren dan vandaag goedkeuren. Dus ik hoop dat heel het Parlement dit zal goedkeuren en dat mevrouw Vanrobaeys mevrouw Samyn heeft kunnen overtuigen om voor te stemmen. Laat de regio's toch vooral autonoom kiezen hoe zij beleid willen voeren. Anders kan men zich toch geen Vlaams-nationalist noemen.
19.11 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Ik heb dat hier eigenlijk al dikwijls aangegeven. Ik hoor echter ook parlementsleden beweren dat er een minachting is voor langdurig zieken. Het Vlaams Belang noemt dat dan een patstelling, omdat de maatregel niet substantieel zou leiden tot minder langdurig zieken.
Het hele debat door heeft de minister ook opgemerkt dat wij nu eenmaal een oudere bevolking hebben die ook langer aan het werk zal zijn. Uiteraard heeft dat invloed en impact op het aantal zieken. De bedoeling is net om mensen op te volgen.
Voor mij komt het dan tot de essentie. Het gaat over solidariteit en over de kern van solidariteit. Wie ziek is, moet niet met de vinger worden gewezen. Zij moeten niet worden weggezet als profiteurs of alsof zij in de hangmat hangen. Zij zijn ziek. Zij moeten echter ook worden opgevolgd om te bekijken wat nog kan. Daarover gaat het toch? Het gaat over mensen kansen geven en mensen niet af te schrijven.
Ik zal niet alle namen opnieuw herhalen, maar ik heb hier al meerdere voorbeelden gegeven van mensen die vragen om opnieuw aan de slag te gaan en van mensen die echt smeken om aan de slag te mogen gaan. Vriendinnen van mij met borstkanker worden gewoon aan de kant geschoven, hoewel zij hun kans willen.
Ook daarop zet het wetsontwerp in. Wij zullen opnieuw kijken naar wat iemand wel kan. Wij willen geen mensen afschrijven. Wij willen mensen perspectief geven. Dat helpt ook bij hun genezingsproces. Dat sociaal contact, het opnieuw aan de slag gaan en het opnieuw opnemen van hun job op maat van hun mogelijkheden doet die mensen echt deugd. Dat vraagt natuurlijk een verantwoordelijkheid van iedereen. Het is een mindshift en die mindshift is al voor een deel in gang gezet.
Ik ben dan ook heel tevreden dat ook werkgevers, die ter zake inderdaad moeten inzetten op meer omkadering en meer preventie, op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Zij moeten voortaan ook hun verantwoordelijkheid opnemen. Als zij dat niet doen en te veel langdurig zieken en ziekteverzuim hebben, moeten zij een responsabiliseringsbijdrage betalen.
Tot slot heb ik nog iets toegevoegd over die mojo. Ik moet zeggen dat ik daarnet zelfs niet wist waarover het ging. Ik heb het moeten opzoeken. Over die mojo kan ik alleen maar zeggen dat, als er één minister is die elke dag opnieuw strijdt voor betaalbare gezondheidszorg, voor de afschaffing van die dure supplementen, die ook de mutualiteiten verdedigt en die dag in, dag uit vecht om te voorkomen dat onze gezondheidszorg geprivatiseerd wordt en die deze ochtend nog een plan om mantelzorgers te beschermen heeft voorgesteld, het wel onze minister is. Dat is Frank Vandenbroucke.
Ik begrijp u echt niet, want net omdat hij dat gevecht zo hard voert, staat hij telkens opnieuw onder druk van rechtse krachten. Die willen immers net dat Amerikaanse systeem dat onbetaalbaar is en waarin men niet meer kan rekenen op gezondheidszorg.
Ik begrijp dan ook echt niet dat de PVDA meesurft op die rechtse golf om onze minister aan te vallen, terwijl hij net staat voor betaalbare gezondheidszorg. Het enige wat ik kan zeggen, mijnheer de minister, is dat u alle steun van ons hebt. Doe zo verder, voer dat gevecht en onze hele Vooruitfractie staat achter u om de gezondheidszorg betaalbaar te houden.
19.12 Axel Ronse (N-VA): Collega Vanrobaeys, ik heb het woord mojo opgezocht. In een andere context, uit de Canarische Eilanden, is mojo een pittige, op olie gebaseerde saus. In slang betekent het soms ook drugs of cocaïne, maar dat bedoelt u helemaal niet. Er staat ook: innerlijke kracht, zelfvertrouwen, charisma. Dat is de minister toch totaal niet kwijt. Als ik punten mag geven voor de minister, hier op deze werf, dan krijgt hij van mij 9 op 10, collega’s.
Laten we vooral niet in de waan van de dag blijven hangen. Er zullen nog moeilijke maatregelen worden genomen, maar het doel dat ons als zeer verschillende partijen bindt, mijnheer Tonniau, mevrouw Samyn, is dat we geloven in de sociale zekerheid en dat we die koste wat kost willen redden. We willen dat hier binnen 30 jaar mensen zitten die zeggen dat we nu gelukkig een mojo hebben waardoor we er via goede maatregelen voor zorgen dat ze dan nog altijd toegang zullen hebben tot onderwijs, gezondheidszorg en werkloosheidsbescherming. Als ze het moeilijk zullen hebben in het leven, zullen ze nog steeds via de sociale zekerheid worden geholpen.
Mijnheer de minister, ik sluit mij dus ook aan bij de mooie woorden van collega Vanrobaeys.
19.13 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, vous connaissez notre avis sur ce texte. Pour répondre à Vooruit, bien sûr que nous soutenons le ministre lorsqu’il s’agit de défendre un système de santé public qui reste abordable et dans lequel on décide des suppléments d’honoraires. Sur la question de l’activation, en revanche, nous avons toujours eu une divergence de vues avec le professeur Vandenbroucke.
Ce que nous constatons, dans ce contexte, de la part du parti socialiste flamand, c’est qu’il ne joue pas son rôle comme nous le souhaiterions, puisqu’il s’accorde sur ce point avec les visions d’autres partis de droite de ce gouvernement, que nous ne rejoignons absolument pas. Nous ne pensons pas que c’est avec des sanctions et des diminutions de revenus que l’on parviendra à remettre des personnes malades au travail. Nous ne partageons pas cette manière de faire de la politique, fondée sur une suspicion généralisée et permanente à l’égard des personnes qui bénéficient d’une allocation, et en particulier des personnes malades.
Nous ne pensons pas que toutes les personnes malades doivent faire l’objet d’un accompagnement. Si pour certaines c’est indiqué, pour d’autres au contraire, et des avis l’indiquent, cela peut même être contre-productif. Lorsqu’une personne est en burn-out, il faut lui laisser le temps de se déconnecter et d'admettre que la guérison et le retour aux capacités antérieures peuvent prendre du temps.
Aujourd’hui, ce n’est pas en harcelant, en houspillant ou en coupant les vivres à ces personnes que l’on améliorera le vivre-ensemble, la qualité de vie des personnes, ni, a fortiori, leur capacité à se soigner correctement. Une personne malade a des frais supplémentaires par rapport à une personne en bonne santé, c’est une réalité. Aujourd’hui, on vous entend parler, notamment chez Les Engagés, d’une explosion annoncée des malades de longue durée dans les prochains mois et les prochaines années.
Mais où sont les politiques de prévention? Où sont les politiques qui permettraient d’assurer, d’une part, un environnement sain afin d’éviter que les personnes ne tombent malades? Je pense, par exemple, aux politiques en matière de PFAS. Nous sommes aujourd’hui face à une bombe à retardement et rien ne bouge en la matière. Il s’agit d’une bombe à retardement sanitaire, et cela est attesté. Des rapports existent aujourd’hui qui prouvent le lien entre les PFAS et certaines maladies, comme les cancers. Aujourd’hui, on continue pourtant à nous dire que l’on va attendre l’Europe, qu'il faut attendre jusqu’en 2041. Mais imaginez-vous les conséquences sur le système de santé dans cinq ou dix ans?
On n'entend rien non plus du côté de la prévention des maladies professionnelles. Les employeurs ont une paix royale. Il n'y a pas de plan en matière de bien-être au travail, on diminue certaines obligations à l'égard des employeurs et, par ailleurs, quand on parle de responsabilisation des employeurs, c'est également fait de travers. En effet, que vous soyez un employeur scrupuleux qui pratique le bien-être au travail, ou que vous soyez un employeur peu scrupuleux qui exploite et qui rend malades ses travailleurs, vous êtes traité de la même manière. Pour nous, ce n'est pas une bonne façon de mettre en place des politiques publiques, car elles ne vont rien arranger à la situation.
19.14 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, wij willen met Anders. graag op een andere manier aan politiek doen. Dat betekent dat wij wat goed is, ook willen steunen. Precies omdat wij hierin heel consequent willen zijn, willen wij hier benoemen waar het pijn doet en waar het niet goed zit.
Mijnheer Ronse, ik vind het altijd wrang als partijen van het rechtse en van het linkse spectrum samen een wetsontwerp verdedigen en uitleggen hoe goed het wel is. Dan kunnen wij al met onze kleine teen aanvoelen dat er iets niet klopt. Dat is ook het geval met onderhavig wetsontwerp, omdat het bol staat van de mooie principes en goede bedoelingen, met name de responsabilisering van zowel de langdurig zieken als de werkgevers en de artsen, terwijl het evenveel ontsnappingsroutes biedt, zodat de wet niet al te dwingend wordt.
Met onderhavig wetsontwerp zullen we de curve zeker niet ombuigen. Men spreekt van honderdduizend minder langdurig zieken. Het is dus vooral de bedoeling om de toename ervan te vertragen door ervoor te zorgen dat er in de toekomst minder zieken zijn. Dat zijn mooie principes, maar de uitvoering is nog wel wat anders.
Voorts ga ik in op het feit dat we vandaag, 5 februari, een wetsontwerp bespreken met maatregelen die al op 1 januari zijn ingegaan. Het Parlement zal dus retroactieve wetgeving goedkeuren, om nog maar te zwijgen van het feit dat het de terug-naar-werkwet nog maar pas eind vorig jaar aannam. Dat is geen detail; dat is symptomatisch voor de chaotische manier van werken van de arizonaregering, die wetteksten in stukken en brokken bij het Parlement indient. Ik ben zeker niet zo streng als de PVDA, die de minister slechte punten geeft, maar van mij krijgt hij voor de vorm zeker en vast een onvoldoende. Het resultaat is dan ook navenant: de mensen op het terrein, de langdurig zieken, de werkgevers en de begeleidingsdiensten weten niet waar ze aan toe zijn. (Samenspraak op de banken)
De heer Ronse vindt het zo boeiend dat hij zelfs een praatje maakt.
Ik zwijg nog over het feit dat vandaag cruciale uitvoeringsbesluiten ontbreken. Er wordt lacherig over gedaan dat een en ander aan de regio's toekomt, maar het is toch een beetje vreemd dat wat de regio’s zullen moeten doen, nog niet eens vastligt. Dat betekent dat we niet kunnen starten met de uitvoering van onderhavig wetsontwerp. Concreet staan we dus nog nergens. Men beweert hier dat het snel gaat, maar het mag nog sneller gaan. Mijnheer de minister, u moet dringend de uitvoeringsbesluiten uitvaardigen en wij moeten zonder verwijl vernemen hoe de regio’s een en ander zullen aanpakken.
Dat is niet het enige. Vandaag focust het terug-naar-werktraject bijna uitsluitend op doorverwijzingen naar regionale arbeidsbemiddelingsdiensten. Die diensten moeten het systeem nog opzetten. Het terug-naar-werkfonds blijft een blinde vlek, terwijl dat fonds net werd opgericht om begeleiding op maat mogelijk te maken. Dat fonds beschikt ondertussen over meer dan 13 miljoen euro aan werkgeversbijdragen. Dat geld is er, maar er werden amper 250 vouchers aangevraagd. Er is dus geen gebrek aan middelen, maar een gebrek aan doorverwijzing omwille van integratie. Daarom hebben we ook amendementen ingediend die ertoe strekken dat de inzet van het terug-naar-werkfonds volwaardig deel uitmaakt van het terug-naar-werktraject en dat adviserende artsen, multidisciplinaire teams en arbeidsartsen actief en niet op basis van vrijwilligheid doorverwijzen. Inderdaad, als werknemers nu het aanbod weigeren – daar knelt de schoen –; gaat het traject niet door. Het is een mooi principe om de werkbereidheid van mensen te testen en hun arbeidspotentieel te meten, maar als ze niet in een traject willen stappen, heeft de wet geen instrument om daartegen in te gaan. Dat is vast en zeker een onvolkomenheid. Ik heb begrepen dat er ondertussen gewerkt wordt aan een derde en vierde golf. Laten we hopen dat met dat aspect wel rekening zal zijn gehouden.
Wat nu de solidariteitsbijdrage betreft, dat is niet zomaar een bijdrage. Vanaf nu zullen werkgevers met meer dan 50 werknemers 30 % van het loon van die werknemers doorbetalen in de tweede en de derde maand, en naar ik heb begrepen voor de vierde golf, ook in de vierde en de vijfde maand. Op zich zou men daar iets voor kunnen zeggen, als werkgevers degelijke instrumenten krijgen om het re-integratiebeleid in hun bedrijf concreet vorm te geven. Dat is vandaag evenwel niet het geval. De instrumenten ontbreken en daardoor is de wetgeving niet sluitend noch heeft ze blijvende impact. Eigenlijk komt de solidariteitsbijdrage voor de betaling van het loon de tweede en de derde maand neer op een platte belastingverhoging voor de bedrijven. Dat zeg ik niet alleen, maar ook VOKA.
U zult in uw repliek ongetwijfeld opwerpen dat u dat later aan de bedrijven terug zult geven via een lastenverlaging. Alleen is die hier nog niet goedgekeurd in het Parlement. Die is er voor ten vroegste 2030.
De voorzitter: Dan zullen we nakijken of uw voorspelling klopt. Eerst horen we wat collega Ronse en daarna collega Vanrobaeys daarop te zeggen hebben.
19.15 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw De Knop, ik heb twee vragen. Ten eerste, als de werkgever in die periode 30 % van de RSZ-bijdrage moet betalen en er wordt via wet bepaald dat die bijdrage integraal terugvloeit naar de werkgevers, kunt u mij uitleggen op welke manier dat een belastingverhoging is? Neem daarvoor gerust de tijd, ik probeer dat gewoon te begrijpen.
De nv Vanrobaeys, een multinational van mevrouw Vanrobaeys, een echte kapitaliste, doet weinig aan preventie in haar bedrijf en haar medewerkers Axel Weydts, Sofie Merckx, Oscar Seuntjens en Achraf El Yakhloufi zijn ziek. De nv Vanrobaeys moet van die verschrikkelijke arizonaregering, die het geld uit de zakken van de bedrijven klopt, 30 % extra RSZ-bijdrage betalen, maar wat gebeurt er? Die verschrikkelijke arizonaregering zegt dat ze dat integraal zal terugbetalen aan alle bedrijven. Kunt u mij uitleggen op welke manier dat een belastingverhoging is?
Ten tweede, de heer Van Quickenborne, nu niet aanwezig, was in zijn toenmalige rol van vicepremier de architect van een systeem. Ik heb gisteren nog iemand ontmoet die een zorgbedrijf, een heel sociaal bedrijf, leidt. Hij zei mij dat hij de Van Quickenborne-boete aan zijn laars had en ik vroeg hem wat hij daarmee bedoelde. Hij had bovengemiddeld meer langdurig zieken in zijn bedrijf dan de andere bedrijven in zijn sector en hij moest daar veel voor betalen. Hij had dat geld liever gebruikt om nog wat zorgkundigen aan te trekken, om de werkdruk te verlagen.
Hij vroeg mij om daar iets aan te doen en ik zei hem dat ik goed nieuws had, aangezien de Van Quickenborne-boete afgeschaft is. Wij hebben ingevoerd, wat u nu een belastingverhoging noemt. Zou u als bedrijf liever de Van Quickenborne-boete gehad hebben dan die bijdrage te betalen, die rechtstreeks terugvloeit naar de bedrijven? Ik ben benieuwd naar uw antwoord, mevrouw De Knop.
19.16 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer Ronse, u vroeg of ik een antwoord heb over de bedrijven, maar ik heb een vraag voor u. Kunt u mij zeggen welke wetgeving voorbereid wordt of al is goedgekeurd om ervoor te zorgen dat de bedrijven het geld dat u nu in de wetgeving voorziet, ook effectief terugkrijgen?
19.17 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw De Knop, deze gehele vergadering wordt opgenomen en wat ik zeg, kunt u dus opnieuw opvragen. Ik beloof u op mijn communiezieltje, op alle liefde die ik heb voor al mijn naasten, in mijn fractie en buiten mijn fractie, dat die wetgeving er komt. Die is in de maak en zal worden goedgekeurd, en dat geld zal terugvloeien naar de bedrijven.
Kunt u mij nu een antwoord geven op mijn twee vragen? Ten eerste, hoe zou dat in godsnaam een belastingverhoging kunnen zijn? Ten tweede, wat vindt u van de Van Quickenborneboete? Hebt u liever een systeem waarbij de nv Vanrobaeys 30 % betaalt, maar waarbij dat integraal terugvloeit via een vermindering van de RSZ-bijdragen, of hebt u liever het systeem met de Van Quickenborneboete?
19.18 Irina De Knop (Anders.): De heer Ronse die iets belooft op zijn communiezieltje, dat belooft. U zei in uw antwoord dat die wetgeving er vandaag nog niet is, maar dat u belooft dat die er zal komen. Als ik zeg dat dit vandaag een platte belastingverhoging is, dan is dat effectief zo vandaag. Wat de toekomst brengt, dat zullen we zien. De proof of the pudding is altijd in the eating.
In antwoord op uw tweede vraag, ik zou liever de Van Quickenborneboete betalen, want dat systeem voorzag in een benchmark ten aanzien van andere bedrijven. Men moest alleen die zogenaamde boete of bijdrage betalen wanneer zijn bedrijf het minder goed deed dan de benchmark in de sector. Dat is een solidariteitsmechanisme, terwijl nu elk bedrijf, ongeacht of het een goed preventiebeleid voert of een slecht preventiebeleid, ongeacht het feit of er veel ziekteverzuim of weinig ziekteverzuim is, evenveel betaalt.
19.19 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw De Knop, ik ben blij. U zei dat het geen belastingverhoging is. U zei het anders dan ik het nu zeg, maar u zei wel dat het geen belastingverhoging is, want u hebt letterlijk gezegd dat als die wetgeving er komt, het inderdaad geen belastingverhoging is. Dat is nuttig en boeiend. Het is een goed parlementair debat. We hebben al geleerd dat het Vlaams Belang niet voor regio's is. We hebben nu ook geleerd dat u inziet dat het geen belastingverhoging is.
Het tweede deel van uw antwoord vind ik wel straf. U blijft de Van Quickenborneboete verdedigen. Die boete gaat niet terug naar de bedrijven. Dat is een belastingverhoging. Ik hoor nu Anders. zeggen, dat het liever iets heeft dat een belastingverhoging is, omdat het zogezegd boven het sectorgemiddelde is. U gaat dan compleet voorbij aan de realiteit dat ook een aantal ziekten niets met het arbeidsluik te maken hebben. Ik zal u eens meenemen naar een aantal bedrijven en zorginstellingen die de Van Quickenborneboete hebben gekregen. Ik zal hun ook uw tussenkomst overmaken. Het is een heel, heel leerrijk debat. Ik dank u, mevrouw De Knop, voor uw zeer goede, beknopte antwoorden.
19.20 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer Ronse, u doet alsof u als enige de waarheid in pacht hebt. Ik heb wel degelijk gezegd dat de solidariteitsbijdrage die vandaag voorligt een platte belastingverhoging voor ieder bedrijf is, terwijl de vorige regeling een systeem was waarbij alleen werd ingegrepen wanneer er een bovenmatige instroom was in de ziekte, in vergelijking met de sector of met het algemeen gemiddelde. Dat model stuurde bij waar nodig. Ik ga dat model niet tot in het oneindige verdedigen. Laten we het hebben over wat nu op tafel ligt. Hier ligt nu een solidariteitsbijdrage voor bedrijven voor van 30 % gedurende de tweede en derde maand en binnenkort ook de vierde en vijfde maand. Dat is een feit.
Ik kan begrijpen dat u dat niet graag hoort, maar dat is nu eenmaal een feit. Het kan niet anders worden genoemd dan een loonkostenverhoging voor bedrijven, terwijl de loonkosten vandaag al enorm hoog zijn.
19.21 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mevrouw De Knop, u zegt dat het een platte belastingverhoging is, maar eerlijk gezegd vraag ik mij af hoe u dat zult uitleggen aan de huishoudhulpen. Telkens wanneer de inspectie langs de sector van de huishoudhulpen gaat, constateert ze dat 90 % van de dienstenchequebedrijven de bestaande welzijnswetgeving niet naleven. Elke keer opnieuw zijn die bedrijven in overtreding.
De prijs daarvoor wordt betaald door de huishoudhulpen, die ik erg belangrijk vind, omdat zij mee onze economie draaiende houden en ervoor zorgen dat wij in een gezin allebei kunnen werken of dat oudere mensen thuis kunnen blijven.
Hoe legt u dat uit aan die mensen? Dat vraag ik me oprecht af, want het zijn die mensen die uitvallen doordat er geen preventie is in de bedrijven. Ik vind dat dus maar logisch. Als bedrijven compleet hun voeten vegen aan elke preventieve maatregel om de gezondheid van hun personeel te verbeteren en op peil te houden, vind ik het logisch dat zij een solidariteitsbijdrage moeten betalen. U doet nu alsof dat een groot drama is, maar in Nederland betalen werkgevers langer gewaarborgd loon door. U ziet daar ook dat er meer preventief wordt gewerkt op het vlak van ziekteverzuim. Als zij het in hun portemonnee voelen, doen ze er ook iets aan.
19.22 Irina De Knop (Anders.): Mevrouw Vanrobaeys, u geeft een argumentatie die niet coherent is met wat nu voorligt. In het huidige beleid wordt immers voorgelegd dat iedere werkgever, ongeacht of hij het slecht of goed doet, zal betalen in de tweede en de derde maand en binnenkort ook in de vierde en de vijfde maand. Als een dienstenchequebedrijf slecht werkt, dan zou het goed zijn mocht enkel dat dienstenchequebedrijf geviseerd worden. Dat is exact wat in de oude regeling wel was opgenomen.
Mijnheer de voorzitter, als ik mag doorgaan met mijn uiteenzetting, had ik graag nog enkele punten aangehaald.
Het voorliggende wetsontwerp probeert een aantal uitzonderingen te voorzien. Men heeft beslist dat alle bedrijven de tweede en de derde maand moeten betalen, maar niet de beschutte werkplaatsen, niet de sociale werkplaatsen en niet de maatwerkbedrijven.
Mijnheer de minister, ik kan daar deels begrip voor opbrengen maar ik wil wel iets benadrukken. Dit zal u zeker ook verontrusten. Ziekenhuizen en zorgbedrijven zullen die belasting en die loonkostenverhoging wel moeten betalen. Daarover was de Raad van State bijzonder duidelijk. Ook andere werkgevers stellen kwetsbare groepen te werk, waardoor dit onderscheid mogelijk discriminerend is. Daar sluiten wij ons graag bij aan.
Kortom, collega’s, dit is symptoombestrijding. Het is slechte regelgeving en ze wordt er niet beter op door er uitzonderingen aan toe te voegen.
Daarom hebben wij een aantal amendementen opnieuw ingediend die wij ook al in de eerste en de tweede lezing hebben ingediend. Ze gaan zowel over de versterking van het terug-naar-werkfonds en de terug-naar-werktrajecten als over het gewaarborgd loon, waarbij wij voorstellen om dat gewoon af te schaffen en de bedrijven niet op te zadelen met bijkomende loonlasten.
De voorzitter: Mijnheer de minister, ik vermoed dat er hier en daar iets gezegd is waarop u wilt reageren.
19.23 Minister Frank Vandenbroucke: Collega’s, ik heb gisteren gesproken met een mevrouw die jarenlang geworsteld heeft met een depressie en die veel medicamenten nam. Ze was dankzij een atelier waar men mensen helpt opnieuw aan het werk te gaan, aan de slag, op voorzichtige basis. Die mevrouw was zo gelukkig dat haar een kans geboden werd te werken, met kleine stappen. Het gaat beter. Ze neemt minder medicamenten.
Ik sprak met een mevrouw die, voor zover ik weet, een ernstige aandoening heeft aan haar hart. Die was ook aan de slag. Ze was zo ongelooflijk gelukkig dat ze opnieuw wat kon werken. Ik sprak met een man van 55 jaar die, als ik het goed begrepen heb, een zeer zwaar cerebrovasculair accident heeft gehad. Zeer ernstig. 55 jaar. Hij werkte vroeger in de industrie en had daar een mooie job. Maar dat ging niet meer. Hij was daar in het atelier opnieuw aan de slag. Zeer gelukkig.
Collega’s, meent u dat één van die mensen me heeft aangesproken over sancties die we zouden willen nemen? Meent u dat één van die mensen me daarover heeft aangesproken? Meent u dat één van die mensen me heeft aangesproken over een jacht op langdurig zieken, of zoiets? Daarover hebben ze niets gezegd, hoor. Niets hebben ze daarover gezegd.
Ze hebben me verteld hoe buitengewoon belangrijk het was opnieuw iets te kunnen betekenen in de samenleving door te werken. Hoe gelukkig ze daarvan werden. Ze hebben vooral gevraagd en ook die organisatie waar ik was heeft vooral gevraagd, hoe we meer mogelijkheden kunnen creëren zodat mensen op hun maat, vaak met een kleine job, opnieuw aan het werk kunnen gaan. Dat is de inzet. Het debat dat hier wordt gevoerd gaat daar totaal, maar dan ook totaal, aan voorbij.
Ik wil komen tot een meer technische beschouwing, want mevrouw Samyn, ik denk dat wat we doen zeer doordacht en evenwichtig is. Er zijn een aantal misverstanden die ik graag op een rijtje zet. Ten eerste maken we het interessanter en op een bepaalde manier ook ‘minder riskant’ voor een werkgever om iemand terug een kans te bieden die vandaag een uitkering arbeidsongeschiktheid ontvangt. Wat we zeggen, is dat als men iemand aanwerft die in invaliditeit zit, men daarvoor een premie van 3.000 euro krijgt als ondersteuning, ook al gaat het maar om een deeltijdse job.
Ten tweede, als men iemand aanwerft in het regime van progressieve wedertewerkstelling, dus iemand die stap voor stap met een uitkering terug begint te werken en die persoon wordt ziek, zal de werkgever een klein stukje van die uitkering moeten bijdragen. Volgens wat hier nu voorligt, zal die werkgever dat niet moeten doen. Als die werkgever dus iemand aanwerft in progressieve wedertewerkstelling, krijgt hij om te beginnen een premie van 3.000 euro. Bovendien hoeft hij, als die persoon terug ziek wordt, de solidariteitsbijdrage voor die persoon niet te betalen, omdat hij het risico heeft genomen om die persoon aan te werven. Daarnaast hebben we bepaald dat als die persoon terug ziek wordt en terugvalt op een uitkering, de werkgever geen gewaarborgd loon moet betalen. Werkgevers lopen immers niet graag het risico dat iemand snel terug ziek wordt en zij toch het gewaarborgd loon moeten betalen.
We maken het dus veel interessanter voor een werkgever om iemand aan te werven die vandaag leeft van een invaliditeitsuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering. We laten toe dat die mensen stap voor stap opnieuw beginnen. Die werkgever krijgt een premie en moet, als die persoon meteen weer ziek valt, wat kan gebeuren, geen gewaarborgd loon betalen, want die persoon valt terug op de uitkering.
Bovendien is de solidariteitsbijdrage die hier wordt voorzien niet van toepassing als men iemand in progressieve wedertewerkstelling neemt. Ze is overigens ook niet van toepassing als men iemand van 56 of 57 jaar op de werkvloer heeft, want we weten dat die mensen vaker ziek zijn. We vragen een bescheiden bijdrage in de kosten voor de ziekteverzekering voor het feit dat mensen langer dan vier weken afwezig zijn omdat we denken dat verzuimbeleid in bedrijven daar echt wel een verschil maakt.
Madame Schlitz, je trouve ce que vous dites un peu invraisemblable. Vous dites que l'employeur qui s'en fiche, propose des emplois pénibles et qui rendent les gens malades, et l'employeur qui est scrupuleux, aide les gens et essaie de prévenir tout cela, sont traités de la même façon. Oui, exactement, mais celui qui s'en fiche va payer beaucoup tandis que celui qui est scrupuleux va payer beaucoup moins.
Wat we hier doen, is zeer evenwichtig voor de werkgevers die langdurig zieken aanwerven. We helpen en ondersteunen hen en verminderen het risico dat ze daarbij nemen. Als werknemers langer dan vier weken afwezig zijn door ziekte, dan willen we dat werkgevers, uitgezonderd de maatwerkbedrijven, die kwetsbare mensen tewerkstellen, een klein beetje mee bijdragen aan de kosten voor de ziekteverzekering voor die werknemers, met uitzondering van degenen die 56 jaar of ouder zijn. Dat is goed doordacht, mevrouw Samyn. Dat is een zeer evenwichtige regeling.
De regering neemt zich voor om ook een solidariteitsbijdrage te vragen op de uitkering in de vierde en vijfde maand arbeidsongeschiktheid. Het bedrag dat we op die manier zullen verzamelen, wordt volledig gerecycleerd voor de bedrijven. Dan ontstaat er inderdaad een soort van bonus-malus voor die vierde en vijfde maand. Bedrijven die het goed doen, zullen minder sociale bijdragen betalen. Bedrijven die het minder goed doen, zullen meer sociale bijdragen betalen. Maar dat is nog niet in onderhavige tekst vervat.
Men formuleert hier ook tegenstrijdige opmerkingen. Enerzijds klaagt men aan dat er nog niets geregeld is met de regio’s en anderzijds is men erop tegen dat ik met de regio’s verschillende regelingen tref en pleit men voor een eenheidsworst, die hier uitgewerkt moet worden. Dat is niet juist. We hebben met de regio's in de voorbije jaren vele afspraken gemaakt. We hebben samenwerkingsprotocollen over het optreden van de VDAB, Actiris en Forem en ook al ben ik soms kritisch, ik zie de dingen wel vooruitgaan.
Ik ben nieuwe afspraken aan het maken met mijn collega's in de regio's. Gisteren had ik nog een zeer goede vergadering met Vlaams minister Demir, waarbij we alle onderdelen van het plan hebben doorgenomen. We zullen nog zaken beter afstemmen met het oog op een zo efficiënt mogelijk beleid op maat van de problemen waarmee mevrouw Demir geconfronteerd wordt. Dat zijn niet helemaal dezelfde problemen als die waarmee de heer Jeholet in Wallonië af te rekenen heeft. Ik overleg ook met de heer Jeholet met steeds hetzelfde doel voor ogen, namelijk langdurig zieken weer aan het werk helpen. De praktische uitwerking kan evenwel verschillen van de ene regio tot de ander. De lat ligt even hoog voor de heer Jeholet als voor mevrouw Demir. Ze zullen allebei werk maken van dezelfde doelstelling. Dat is ook wat we moeten doen. We zijn al gestart met het overleg met de regio’s. Dat is inderdaad maatwerk naar de regio’s en ik denk dat dat ook zo moet.
Collega’s, ik ben zeer blij met de steun van mevrouw Vanrobaeys en de heer Ronse. We hebben hier nog zeer veel werk aan. We proberen nu een vliegende start te nemen met de derde golf van maatregelen en we denken ook al na over een vierde golf van maatregelen. Dat doen we voor de werknemer met een depressie die zo blij is om weer aan het werk te kunnen gaan, voor de werknemer met een zware hartkwaal, die zo tevreden is opnieuw in een werkomgeving te zijn, voor de man van 55 jaar die een zeer ernstig probleem had en zo blij is om opnieuw iets te kunnen doen. Dat is niet gemakkelijk voor die mensen. Het zal ook niet gemakkelijk zijn om tienduizenden en honderdduizenden langdurig zieken opnieuw te helpen. We hebben dus nog zeer veel te doen, maar we doen dat samen. Voorliggende tekst is een beginpunt.
Mijnheer Tonniau, u zegt dat we hier een precedent creëren, maar dat is niet het geval. In regeringen met alle mogelijke politieke samenstellingen, met de PS erbij of niet, met Vooruit erbij of niet, heeft men de welvaartsenveloppe geheel of slechts zeer gedeeltelijk uitgekeerd. Daar is dus niets nieuws onder de zon. Er is niets nieuws aan het feit dat die samenstelling geen garantie is dat die bijkomende uitgaven per se zullen gebeuren. De wetgeving creëert een kader daarvoor. We hebben nu uit voorzichtigheid beslist om boven op de index, die voor de meeste uitkeringen gegarandeerd volledig zal zijn, want werkloosheids- en invaliditeitsuitkeringen gaan zelden boven het niveau waar de gezondheidsindex echt iets betekent – ik ga niet uit de weg dat de centenindex, die de vertaling is van solidariteit, wel een zekere impact zal hebben voor gepensioneerden met een beter pensioen –, geen extra jaren toe te voegen. Dat is juist.
Vechten voor solidariteit, collega’s, is niet in de lucht fietsen. Dat is niet hier komen zeggen dat het geld uit de hemel valt en dat men het maar moet uitdelen. Dat is niet het gevecht voor solidariteit. Het gevecht voor solidariteit bestaat erin dat we, op een economisch, budgettair en internationaal bijzonder moeilijk moment, met gevaarlijke mensen zoals Trump in de Verenigde Staten en Poetin in Rusland, het hoofd koel houden, de noodzakelijke beslissingen nemen en onze prioriteiten juist leggen. In die context zeggen we dat uitkeringen fatsoenlijk moeten zijn en geïndexeerd moeten worden. Boven op de indexatie pauzeren we de komende jaren even. Tegelijk brengen we boven op de indexatie nog verbeteringen aan. Voor personen met een handicap die alleenstaand zijn, geven we wel 2 % bij.
Collega’s, we doen dus wat moet. Dat is solidariteit. U zult ongetwijfeld nog een groot betoog houden dat we zo veel meer zouden moeten doen. Dan denk ik echter dat u in de lucht fietst. Dat is gemakkelijk, maar dat is geen solidariteit. Dat is in de lucht fietsen.
Zie daar, voorzitter, ik denk dat we voor de rest de debatten in de commissie hebben gehad. De regering onderneemt belangrijk werk en zet met onderhavig wetsontwerp een eerste stap. Ongetwijfeld zullen we nog heel wat bijkomende maatregelen moeten nemen.
De voorzitter: Het woord is aan de leden die dat wensen, voor een repliek.
19.24 Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, u bent nu zes jaar minister van Sociale Zaken en u probeert al zes jaar lang om het aantal langdurig zieken in te perken, maar we zien alleen maar een stijging. U bevestigde zelf mijn cijfers en u hoopt dat de cijfers tegen het einde van de legislatuur zullen stagneren, geen daling en hopelijk ook geen stijging, maar dan zitten we nog altijd met 600.000 langdurig zieken. U spreekt altijd van golven. In de eerste golf zouden 100.000 langdurig zieken opnieuw aan het werk gaan en u zei hetzelfde voor de tweede en de derde golf, maar wat is het resultaat? Tegen eind 2029 zullen er nog steeds 600.000 langdurig zieken zijn. Dat moet u mij eens uitleggen.
Sta mij toe om dat ondoordacht beleid te vinden. Er moeten ook andere maatregelen worden genomen. U bent nu al zes jaar bevoegd voor dat departement en u werkt al zes jaar aan die problematiek, maar we zien nog steeds hetzelfde, namelijk 600.000 langdurig zieken. Dat was uw eigen prognose, mijnheer de minister. U hebt zelf gezegd te hopen dat het cijfer zou stagneren, maar tegen 2029 zullen er 600.000 langdurig zieken zijn.
De voorzitter: Mevrouw Samyn, de minister wil daarop reageren.
19.25 Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw Samyn, ik had het misschien moeten herhalen. Ik dacht dat ik het niet hoefde te herhalen, omdat het bekend is, maar ik zal het toch maar doen. Van die iets meer dan 500.000 mensen die langdurig ziek en afwezig zijn, zijn er ondertussen 100.000 deeltijds terug aan het werk. Dat is het resultaat van een beleid dat over heel wat jaren is gevoerd en ik steek die pluimen overigens niet alleen op mijn hoed, want dat zou flauw zijn. Dat is het resultaat van beleid.
Die groep is sterk gegroeid en moet ook blijven groeien, maar dat zegt u nooit. Zelden wordt gezegd dat de groep mensen die volledig thuis zit en dus niet deeltijds terug aan het werk gaat, geen 600.000 en ook geen 500.000 mensen omvat. Dat zijn er veel minder, want al 100.000 van hen zijn deeltijds aan het werk. Dat is een teken van hoop, van mogelijkheden en van kansen. Het is onze opdracht om die kansen te creëren en te ondersteunen. Daarover gaat het.
19.26 Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, niemand in dit halfrond, die niet hoopt dat die mensen opnieuw aan de slag kunnen. Velen onder hen willen opnieuw aan de slag. Daar gaat het niet over. Volgens cijfers die u zelf gegeven hebt, is de prognose dat er 600.000 langdurig zieken zullen zijn tegen eind 2029. Dat zijn uw eigen woorden.
Ik kijk toch even naar de collega’s van de N-VA. Mijnheer Ronse, ik distantieer me van uw infantiele uitspraken. U weet wat ik wil zeggen, maar u trekt het op flessen. Vlaanderen is altijd de beste leerling van de Belgische klas. Wallonië en Brussel mogen er een voorbeeld aan nemen. Gelooft u nu werkelijk dat er ineens een ander beleid zal gevoerd worden in Franstalig België? Geloof me vrij, de lat ligt daar niet zo hoog.
Wat ik wel weet, is dat Vlaanderen opnieuw de factuur zal mogen betalen. Dat is mede uw verantwoordelijkheid. Het gaat niet over herfederalisering, jongens toch, dat zou ik nooit beweren. Het gaat over het zoveelste communautair fiasco dat de N-VA mee in de hand werkt. Tot zover dus het Vlaams-nationale karakter van de N-VA. Leef maar gerust voort in uw Belgische bubbel.
Mijnheer Ronse, als u als Vlaams-nationalist volop de kaart wil trekken van de regio’s, had u moeten beginnen met het splitsen van de sociale zekerheid.
19.27 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw Samyn, we kunnen hier van mening verschillen. Ik wil dat altijd heel respectvol doen. Ik heb hier nog niemands mening infantiel genoemd.
U vindt dat het federale niveau moet bepalen wat de regio’s mogen doen. U hebt dat letterlijk gezegd. We kunnen altijd de opnames herbekijken. Ik vind juist niet dat het federale niveau aan de regio’s moet zeggen hoe ze hun bevoegdheden moeten invullen. De regio’s zijn daar voluit autonoom in.
Als het Vlaams Belang vindt dat dat infantiel is – want dat zegt u – vind ik dat een zeer jammerlijke zaak. Ik kan dat alleen maar betreuren. Ik vind daar niets infantiels aan.
19.28 Ellen Samyn (VB): In ieder geval heb ik niet over herfederalisering gesproken, mijnheer Ronse.
19.29 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Bedankt, mijnheer de minister, voor uw antwoorden. Het is een interessant debat. We hebben het al gevoerd qua techniciteit, vooral in de tweede lezing, en zullen dat niet opnieuw doen.
Politiek gezien is het niet-toekennen van de welvaartsenveloppe aan de meest kwetsbaren in onze maatschappij de brutaalste besparing die Arizona doorvoert. Ik hoop dat u dat beseft. Dat zijn niet alleen mijn woorden. Het zijn de woorden van de armoedeorganisaties en van de vakbonden. Het is niet voor niets dat zij naar de Raad van State moeten trekken, opdat u de wet, de generatiepactwet, zou naleven.
Die wet bepaalt dat de welvaartsenveloppe elke twee jaar moet worden uitgekeerd. Wat er in die enveloppe zit en hoe dat verdeeld wordt, is de zaak van de sociale partners. Dat is hun verantwoordelijkheid. Het enige dat u moet doen, is dat uitbetalen. Dat weigert u nu.
Er wordt gezegd dat dit geen precedent is en dat er nog regeringen waren die een rem hebben gezet op de welvaartsenveloppe. Dat is juist. Dat was ook zo onder de regering-Di Rupo en de regering-Michel, maar altijd hebben zij wel iets uitgekeerd. U geeft gewoon niets, nul, noppes. Die mensen zijn niets waard.
Mevrouw Vanrobaeys, u valt de PVDA aan en zegt dat wij op een rechtse golf surfen tegen minister Vandenbroucke. Ik denk dat uw kompas kapot is. U bent het die altijd maar kiest voor de derde weg. Wij kiezen de weg van het socialisme en de welvaartsenveloppe is socialisme in de praktijk want een deel van de gecreëerde welvaart wordt herverdeeld aan mensen onderaan de ladder, aan de pechvogels en de sukkelaars. Voor die mensen is dat bedoeld.
Mijnheer de minister, u weet en zegt ook zelf dat het een politieke keuze is. U werkt met andere partijen. U kiest ervoor miljarden euro’s uit te geven aan F35's die we niet nodig hebben. U kiest ervoor om de welvaartsenveloppe niet toe te kennen aan mensen die deze nodig hebben. Wie dat dossier een beetje kent, weet welke goede dingen die welvaartsenveloppe al heeft gedaan, onder andere ook voor gepensioneerde zelfstandigen. De pensioenen zijn tot 81 % gestegen, onder andere dankzij het toekennen van die welvaartsenveloppe in het verleden. De vakbonden kwamen op straat om de pensioenen van de zelfstandigen te verdedigen. Dat is socialisme in de praktijk, want dat is het geheel van de werkende klasse. Dat u daar zo licht overgaat, begrijp ik niet. Maar goed, u kiest voor de derde weg en dat blijft zo.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1220/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1220/4)
Het wetsontwerp telt 11 artikelen.
Le projet de
loi compte 11 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 3
• 7 – Irina De Knop (1220/7)
Art. 9
• 6 –
Ellen Samyn cs (1220/7)
• 8 –
Irina De Knop (1220/7)
Art. 10
• 9 –
Irina De Knop (1220/7)
Art. 11
• 10 – Irina De Knop (1220/7)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de
amendementen en de artikelen 3 en 9 tot 11.
Réservés: les
amendements et les articles 3 et 9 à 11.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 1, 2 en 4 tot 8.
Adoptés article par article: les articles 1, 2 et 4 à 8.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, de aangehouden artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel
ingediend door:
Proposition déposée par:
Nathalie
Muylle, Els Van Hoof, Nawal Farih, Steven Matheï, Nahima Lanjri, Eva
Demesmaeker, Florence Reuter, Anne Pirson, Funda Oru.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heren Axel Ronse en
Wouter Raskin, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
Met uw goeddunken, collega’s, want het is een wetsvoorstel, zal ik collega Muylle straks als laatste het woord geven. Het is aan mevrouw Demesmaeker om het debat te openen.
20.01 Eva Demesmaeker (N-VA): Collega’s, mijnheer de voorzitter, we zullen het voorstel uiteraard steunen. Ik wil ook de collega’s hier links van mij bedanken voor het initiatief. Eindelijk kunnen vrouwen onbezorgd hun politiek mandaat blijven uitoefenen tijdens de moederschapsrust. Kunnen, mogen, niet moeten, uiteraard. Dat kon tot nu toe niet. De regeling was veel te streng, super betuttelend ook, niet hetgeen waar we voor staan. Het is dus niet omdat een vrouw is bevallen, dat ze gedurende al die maanden helemaal niets meer kan en dat ze alleen maar in bed mag liggen. Vrouwen moeten zelf kunnen inschatten wat ze met de moederschapsrust willen combineren, ze moeten zelf kunnen beslissen wat ze nog aankunnen. We zijn dus heel blij dat de regelgeving wordt aangepast. We zijn ook blij dat de collega’s openstonden om vrijwilligerswerk mee in het voorstel op te nemen. Dat is ook absoluut noodzakelijk. Zo wordt uiteraard ook een deel van het regeerakkoord beslist. We zijn dus zeer tevreden.
20.02 Ellen Samyn (VB): Collega’s, zoals soms gebeurt in de commissie is het wetsvoorstel ingrijpend geamendeerd. Ik heb daar mijn bezorgdheden over geuit, onder meer omdat bijvoorbeeld amendementen van de meerderheid en verwijzingen naar zelfstandigen uit het wetsvoorstel waren verdwenen. Op basis van de antwoorden van collega Muylle in de commissie heb ik begrepen dat het hier uitsluitend om vrijwilligerswerk gaat, in de zin van de vrijwilligerswetgeving. Het is dus geenzins de bedoeling dat iemand, al dan niet vergoed, voltijds als vrijwilliger aan de slag zou gaan. Er werd ook duidelijk een onderscheid gemaakt met het verenigingswerk. Die bijkomende verduidelijking was voor onze fractie noodzakelijk, dus dank daarvoor.
Aangezien vrouwen een bewuste en vrijwillige keuze mogen maken om tijdens hun moederschapsrust vrijwilligerswerk uit te oefenen en aangezien het, zoals de indiener van het voorstel aangaf, absoluut niet de bedoeling is dat dat vrijwilligerswerk een voltijdse activiteit wordt, zal ook onze fractie het wetsvoorstel steunen. Daarnaast merken we dat vrouwen vandaag in de praktijk tijdens hun moederschapsrust al regelmatig vrijwillige activiteiten uitvoeren, maar daar dan geen overeenkomst over ondertekenen of zich niet registreren, omdat ze bang zijn om hun uitkering te verliezen.
Ook vanuit verzekeringstechnisch oogpunt biedt het wetsvoorstel meer duidelijkheid.
Tot slot, collega’s, wil onze fractie er bij minister Simonet op aandringen om zo snel mogelijk werk te maken van de aanpassing van het koninklijk besluit zodat ook voor zelfstandigen de situatie wordt gelijkgetrokken. Ik kon niet wachten en onze fractie dient dus in afwachting daarvan een amendement in om vrijwilligerswerk ook voor zelfstandigen nu al mogelijk te maken. Ik licht het graag nog kort toe.
Onze fractie begrijpt dat het koninklijk besluit pas na de goedkeuring van het voorliggende wetsvoorstel zal worden aangepast. Met ons amendement willen wij er echter voor zorgen dat zelfstandigen vanaf dezelfde datum als bepaald in het wetsvoorstel al vrijwilligerswerk kunnen uitoefenen. Dat sluit bovendien aan bij de eenmaking van de statuten, waarvoor deze regering zo sterk pleit.
De voorzitter: Mevrouw Samyn, had u aangegeven dat u nog een amendement aanhield voor de stemming straks?
20.03 Ellen Samyn (VB): Het amendement zou normaal gezien deze middag zijn doorgestuurd.
De voorzitter: Het amendement heeft ons niet bereikt, maar we zullen het bekijken.
20.04 Florence Reuter (MR): Monsieur le président, je voudrais, moi aussi, commencer par remercier Mme Muylle et ses collègues pour ce texte qui met fin à une injustice qui persistait en politique, notamment pour les jeunes femmes.
Je suis maman mais je suis aussi bourgmestre, et je sais que les jeunes femmes qui s'engagent le font avec énormément d'énergie, d'investissement, d'implication, de volonté et d'enthousiasme. être maman et en congé de maternité, cela ne signifie pas mettre fin à toute vie sociale, à toute activité, qu'elle soit d'ailleurs familiale, sociale ou politique.
Se rendre à une activité de manière volontaire, que ce soit un conseil communal ou un autre mandat local, provincial ou au sein d'une association, ce n'est pas une entrave au congé de maternité, et ce n'est évidemment pas inconciliable.
Pour nous, libéraux, il y a un principe de base. C'est la liberté de choix. Aucune femme ne doit subir la moindre pression pour reprendre une activité ou un mandat pendant son congé de maternité. Son droit à se consacrer pleinement à son enfant et à cette petite bulle de bonheur doit être pleinement respecté. Mais celles qui ont envie, ont besoin ou souhaitent tout simplement continuer à siéger une soirée par mois, par exemple, et garder un lien avec leur association ne doivent plus être sanctionnées.
Comme je le disais, l'engagement citoyen des jeunes femmes dans nos communes, nos provinces, nos associations n'est pas inconciliable avec leur vie de famille. Et, aujourd'hui, grâce à ce texte, elles ne seront plus punies si elles décident – c'est leur choix – de continuer à avoir une vie publique ou associative. C'est ce message que nous voulons absolument faire passer.
Chers collègues, nous soutiendrons ce texte parce qu'il respecte le congé de maternité tout en offrant une possibilité de choix, parce qu'il reconnaît le volontariat et les mandats locaux comme des formes légitimes de service à la collectivité, et parce que, surtout, il fait confiance aux femmes. Nous soutenons donc ce texte avec force.
Nous entendons l'argument selon lequel certaines élues souhaiteraient pouvoir reprendre plus rapidement une partie de leurs activités politiques ou bénévoles. Votre proposition se base sur une liberté de choix. Toutefois, dans un milieu politique compétitif et très médiatisé, où la crainte d'être remplacée ou de perdre sa visibilité sont des réalités, il nous semble que les risques de pression sont énormes. Notre collègue Ducarme l'a, du reste, souligné lui-même en commission: il ne faudrait pas que les femmes qui souhaitent profiter de leur congé de maternité ou qui en ont besoin pour exercer pleinement leur droit au repos soient critiquées pour cette raison. Une fois n'est pas coutume, je suis d'accord avec cette inquiétude exprimée par M. Ducarme. Je vais même plus loin: il faudrait être profondément naïf pour croire qu'il serait possible d'échapper complètement à cette pression. À ce titre, il suffit de se rappeler les propos scandaleux qui ont déferlé sur Melissa Depraetere.
Que dire aussi des inégalités inévitables entre celles qui sont physiquement ou psychologiquement capables de reprendre certaines activités et celles qui ne le peuvent pas, entre celles qui sont entourées et celles qui ne le sont pas, entre celles qui partagent équitablement les soins prodigués aux enfants et celles qui les supportent toutes seules, entre celles qui peuvent payer un baby-sitter et celles qui ne le peuvent pas. Le seul véritable levier pour plus d'égalité dans la vie politique et active n'est pas d'aménager le congé de maternité, mais d'inciter au maximum à partager les responsabilités maximales. L'un des leviers majeurs consiste en des congés de naissance obligatoires et de durée égale aux congés de maternité. Au demeurant, nous avons déposé un texte à ce sujet.
Par conséquent, si nous estimons que les questions posées sont pertinentes, votre proposition s'inscrit davantage dans une logique de flexibilisation individuelle des droits que dans un renforcement général de l'égalité entre les femmes et les hommes. Pour cette raison, notre groupe ne la soutiendra pas.
Présidente: Florence Reuter,
vice-présidente.
Voorzitster: Florence Reuter,
ondervoorzitster.
20.06 Anne Pirson (Les Engagés): Madame la présidente, chers collègues, la législation actuelle ne nous paraît plus adaptée à la réalité. Le texte dont nous parlons aujourd'hui ne remet pas en cause le repos de maternité, qui reste bien un droit fondamental, essentiel pour la santé de la mère et de l'enfant, et il reste pleinement conforme à nos obligations européennes. Ce que nous proposons aujourd'hui consiste en un ajustement ciblé, strictement encadré, pour corriger des situations qui n'ont tout simplement plus de sens.
Le droit fonctionne encore sur une logique rigide et dépassée, puisque toute activité, quelle qu'elle soit, est encore aujourd'hui considérée comme une reprise de travail. Cela ne correspond plus, il faut le reconnaître, aux formes d'engagement aujourd'hui. Le bénévolat, ce n'est pas un emploi. Un mandat électif, ce n'est pas non plus une fonction classique. Et pourtant, aujourd'hui, les femmes sont mises face à un choix absurde: soit elles disparaissent temporairement de la vie démocratique, soit elles continuent à s'engager, mais au prix de leurs droits sociaux.
Ce texte met fin à cette absurdité. En effet, à partir du quinzième jour après l'accouchement, il reconnaît que certaines activités, clairement définies et limitées, peuvent être compatibles avec le repos de maternité, sans remettre en cause les indemnités. On ne crée pas de privilèges non plus. On n'ouvre pas la porte à des abus. Mais le message politique qui est donné ici nous semble fort. La maternité ne doit pas rimer avec une mise à l'écart. Et devenir maman ne doit pas signifier disparaître de la vie publique, démocratique ou encore associative. Et, justement, si on veut plus de femmes en politique, si on veut plus de femmes engagées, on doit adapter les règles aux réalités de la vie d'aujourd'hui.
Pour nous, cette proposition va vraiment dans le bon sens: elle protège toujours les femmes, elle reconnaît l'engagement et elle renforce l'égalité entre les hommes et les femmes. Et si je veux résumer cette proposition, finalement, il s'agit simplement de faire davantage confiance aux femmes quant à la capacité à gérer elles-mêmes leur vie sociale, leur vie de famille, tout en prenant en compte leur santé, qu'elles connaissent sans doute mieux que quiconque. C'est pourquoi notre groupe soutiendra cette proposition de loi.
20.07 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Collega’s, de zwangerschap en een kindje verwelkomen in het gezin, zou de mooiste tijd van iemands leven moeten zijn. Dat is voor veel mensen een heel mooi moment. Het is dan ook belangrijk dat men dat zonder druk kan beleven, zodat men in alle rust tijd kan doorbrengen met het gezin. Daarom is de moederschapsbescherming zo belangrijk. Niemand hier betwist dat die moederschapsbescherming echt noodzakelijk is en zelfs nog mag worden verbeterd.
Dat betekent nog niet dat we jonge mama's met hun kindje in hun kot moeten opsluiten. Het is uiteraard afhankelijk van de situatie, maar er zou nooit druk of verplichting mogen zijn. Ik heb tijdens de debatten zelf verteld dat ik als jonge mama in een ouderraad van de kleuterschool zat en dat we daar allemaal, de ene naast de andere, met een draagzak zaten te vergaderen om te bekijken hoe we activiteiten konden organiseren en zo een extraatje voor de kinderen konden voorzien. Wij zouden het absurd hebben gevonden als daar plots een soort politie-inspectie was binnengevallen om te beslissen dat wie zwangerschapsverlof had, daar niet mocht zitten. Dat sociaal contact was net belangrijk voor alle mama’s. We wisselden daar ook ervaringen uit. Ik denk dat elke mama wel weet hoe het voelt als een baby veel weent, als het niet goed gaat met de borstvoeding of als de voeding niet lukt. Alle babykwaaltjes kwamen daar eveneens aan bod. We hebben daar banden voor het leven gesmeed. We zijn nog altijd vriendinnen en we volgen onze kinderen nog altijd op in wat ze allemaal doen. Ondertussen zijn dat allemaal volwassen.
Wij deden dat onbetaald, maar ook wanneer een vergoeding wordt uitbetaald, bijvoorbeeld bij een lokaal politiek mandaat of bij vergoed vrijwilligerswerk, mag dat geen probleem vormen. Het ergste is dat vrouwen die dat deden en die daar net zoals bij vrijwilligerswerk misschien niet eens bij stilstonden, gedwongen zouden kunnen worden om hun uitkering voor moederschapsbescherming terug te betalen. Dat kan niet de bedoeling zijn, collega’s. Dat kan echt niet de bedoeling zijn.
Daarom ondersteunen wij het voorliggend wetsvoorstel en ik wil mevrouw Muylle bedanken om dat initiatief te nemen. Wij zullen dat met onze fractie ondersteunen, omdat wij vinden dat de moederschapsbescherming belangrijk is. Er kunnen weliswaar nog stappen vooruit worden gezet. Zo zal binnenkort een extra week geboorteverlof worden goedgekeurd.
Daartegenover, iedereen moet voor zich uitmaken wat men doet en wat men wel kan of niet kan, want elke situatie is anders, maar we moeten jonge mama’s de ruimte geven om een lokaal politiek mandaat op te nemen of vrijwilligerswerk te doen.
20.08 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Je vais rejoindre largement ce que ma collègue Désir a exprimé – même si je n'ai pas, pour cause, eu l'occasion de participer au débat en commission –. Pour le groupe Ecolo-Groen, il est évident que cette proposition de loi soulève une vraie question. Je pense que la réponse qui a été apportée à cette question n'est pas la bonne, pour plusieurs raisons.
Premièrement, cette proposition vient toucher à la cohérence du droit social et de la protection de la maternité. Par nature, ce congé est pensé parce qu'il est incompatible avec l'exercice de toute activité. Le Conseil National du Travail a bien souligné que si l'on ouvrait la réflexion, il fallait le faire non de façon sectorielle ou ciblée mais pour toutes les activités, sinon on va rompre la cohérence du système, on va créer des inégalités et une hiérarchisation dans les droits.
Pour continuer dans la même veine, le congé de maternité n'est pas un revenu de remplacement ordinaire, c'est une protection très spécifique pour une période tenue courte dans le temps, pour la mère comme pour l'enfant. Ouvrir une possibilité de cumul là-dedans banaliserait en quelque sorte cette période. Cela va ouvrir la porte au fait de voir cette période comme pouvant être aménageable sous certaines conditions. Nous y voyons donc un risque réel de remise en cause du droit au repos de maternité.
Le Conseil de l'Égalité a bien souligné que ce droit est le fruit d'une longue évolution sociale et juridique ayant été arrachée contre des logiques productivistes. Ici, nous nous voyons dire que les femmes ont quand même le droit d'être productives durant les trois mois où elles s'arrêtent. Alors que non, c'est une victoire d'avoir obtenu le droit de rester dans son petit cocon familial – comme il était mentionné – et c'est un droit qui est indissociable de l'égalité socio-économique entre les femmes et les hommes.
Si on touche à un seul élément du système, c'est un précédent dangereux et ça ouvre la porte à une relecture utilitariste de ce congé. C'est un pied dans la porte. On va se dire que c'est sur base d'un choix qu'il est possible de travailler un petit peu. Bonne chance pour vérifier qu'il n'y a pas eu de pression dans ce choix.
J'ai entendu plusieurs personnes des groupes MR-Les Engagés nous dire qu'il fallait faire confiance aux femmes. Je retiens attentivement cela pour les débats relatifs à l'IVG car cela m'intéressait beaucoup comme prise de position. Dès lors, ce qui est possible va devenir ce qui est attendu.
On va inverser le principe de l’immunisation de ces quelques semaines juste après la naissance. Il y aura des pressions possibles de l’employeur. Si tu peux aller à ton conseil communal, est-ce que tu ne peux pas faire cette petite tâche aussi? On exerce également une pression symbolique sur les femmes pour qu’elles restent engagées, même pendant un temps qui est prévu pour leur repos.
C’est donc un faux progrès. Ce texte suggère qu’il existerait un conflit entre le droit à la protection de la maternité et le droit à l’égalité, à l’égal accès des femmes et des hommes à l’exercice d’un mandat électif. La réalité, c’est qu’autoriser ce cumul risque de mettre à mal la protection de la maternité sans renforcer l’égalité, parce que cela individualise un problème qui est en réalité structurel.
On revient à cette question du libre choix. À notre avis, il est complètement illusoire de penser que ce choix pourra, dans tous les cas, être libre. Cela fait peser cette responsabilité sur les femmes elles-mêmes. Cela va favoriser les femmes qui ont la possibilité, pour diverses raisons, de prendre cette liberté.
Il faut bien entendu imaginer un cadre qui continue à protéger cette période postnatale. On peut envisager d’organiser le remplacement ou la suppléance des femmes concernées. Voilà quelque chose que nous pourrions tout à fait soutenir. Ce qui est vrai, c’est que le système actuel n’est pas égalitaire. Les femmes ont une interdiction de cumuler toute activité avec leur repos de maternité, alors que ce n’est pas le cas des hommes en congé de paternité ou des coparents.
Il existe donc une inégalité à cet endroit-là. Nous sommes d’accord sur le fait qu’il faut des droits égaux autour de la naissance. Pour nous, la manière d’y parvenir n’est toutefois pas d’affaiblir la protection de la maternité.
Il s’agit plutôt de mettre les pères ou les coparents sur le même pied que les mères, à tous les égards, tant pour la durée du congé que pour l’impossibilité d’exercer des activités en parallèle. Tout le monde sur le même pied. Voilà ce que je voulais dire ce soir.
La présidente: Nous allons donner la parole à un homme pour parler du congé de maternité des femmes. Monsieur De Smet.
20.09 François De Smet (DéFI): Merci, madame la présidente. Si nous étions deux, ce serait sans doute une collègue qui parlerait. Je ne doute pas de la bonne intention des auteurs mais, moi aussi, je suis un peu perplexe parce qu'on peut se demander si cette idée de pousser à tout prix les femmes à reprendre leur travail, ici, politique, alors qu'elles sont en congé de maternité, ne constitue pas une forme de masculinité déguisée. Un conseil communal, pour prendre ce seul exemple, peut durer des heures en soirée, et certains collègues le savent. On peut se demander comment une jeune femme, maman de quelques semaines, assumerait cela, simplement pour être à la hauteur de son mandat et pour recevoir 100 euros de jetons de présence.
La balance risque-bénéfice n'est donc pas assurée, sauf pour une élue qui, peut-être, n'aurait pas beaucoup de moyens, et alors ce seraient les élues les plus précaires qui se sentiraient obligées d'assister à leur réunion, même peu de temps après un accouchement. Le Conseil d'État l'a rappelé dans son avis relatif à ce projet: l'indemnité de maternité constitue un revenu de remplacement destiné à favoriser le repos complet – on dit bien complet – de la mère.
De surcroît, l'instauration d'un régime permettant une reprise rapide des activités politiques durant le congé de maternité présente le risque que les femmes puissent ne pas être exemptes d'une certaine pression sociale, dès lors que ces élues seraient poussées à exercer leur mandat, éventuellement au détriment de leur santé ou du bien-être de leur enfant.
Il faut se garder de toute forme de pression exercée sur les femmes pour les pousser à rester actives durant leur congé de maternité, car cette période demeure essentielle pour se remettre de l'accouchement et nouer le lien avec l'enfant.
J'ai ainsi appris à la lecture du rapport qu'en Flandre un décret prévoit la possibilité de se faire remplacer temporairement par le premier suppléant, notamment en cas de grossesse ou de maladie de longue durée. Voilà qui me semble une piste plus intéressante. Il ne fait nul doute que le débat doit être mené de manière plus large sur la répartition des tâches entre les hommes et les femmes, en particulier pendant les premières semaines après la naissance. C'est essentiel. La majorité parlementaire l'a d'ailleurs reconnu dans les travaux parlementaires: le chemin est encore long pour tendre vers plus d'égalité. Pour toutes ces raisons, je m'abstiendrai sur cette proposition de loi. Je vous remercie, madame la présidente.
20.10 Nathalie Muylle (cd&v): Mevrouw de voorzitster, collega’s, ik dank u voor de verschillende uiteenzettingen en zal het gelet op de uitgebreide discussie in commissie kort houden.
Het initiatief tot onderhavig wetsvoorstel vindt zijn oorsprong in enkele schrijnende situaties die bij de hervorming van het statuut voor de lokale besturen op Vlaams niveau de vorige legislatuur aan het licht kwamen. Zo moesten mandatarissen die toevallig een vergadering van de lokale commissie voor Ruimtelijke Ordening hadden bijgewoond en daarvoor een kleine bijdrage hadden gekregen, hun moederschapsuitkering achteraf terugbetalen. Ook vrijwilligers die een kleine vergoeding van maximaal 50 euro ontvingen voor hun werk in een rusthuis of in een school of voor hun deelname aan een vergadering van een oudercomité of een schoolbestuur één keer per maand, waren met hun moederschapsrust in de problemen gekomen, meldde de VVSG mij. Wij moesten daar iets aan doen en rechtszekerheid bieden. Dat doen we met onderhavig voorstel.
Het was in het parlementaire debat – ik haak in op het uitgangspunt van mevrouw Vanrobaeys – van in het begin duidelijk dat niemand van ons de moederschapsrust ter discussie stelde, ook al is er nog heel wat werk op de plank wanneer het erom gaat de taken in het huishouden gelijk te verdelen. Wat dat betreft, kunt u mijn partij niet verwijten dat we geen voorstellen daarover indienen. We hebben in onze fractie zelfs de boutade – mevrouw Lanjri naast mij kan dit beamen – dat elk voorstel over een betere verdeling van de taken tussen mannen en vrouwen, vrouwen en vrouwen en mannen en mannen in het gezin van haar hand is. Denk maar aan ons voorstel inzake het familiekrediet, en daar moeten we zeker over debatteren, maar dat is een andere discussie. Wij moeten inderdaad zoeken naar maatregelen, zodat men job en gezin beter kan combineren. Het Parlement zou wat dat betreft inderdaad straffer en coherenter moeten optreden.
Wat onderhavig voorstel betreft, we zijn uitgegaan van de situatie van vrouwen. Laat ik heel duidelijk zijn: het betreft een vrije keuze. Ik hoor vaak dat vrouwen in gemeenteraden of bepaalde organisaties onder druk zouden worden gezet om bepaalde taken te vervullen. Dat gaat volgens mij uit van een oud beeld van vrouwen. Ik zeg niet dat dat niet gebeurt, maar we moeten ook vertrouwen hebben in onze vrouwen in de keuzes die ze maken.
De collega van Ecolo had het over het contrast tussen productiviteit en moederschapsrust. De binding met het kindje is belangrijk. Die periode is inderdaad cruciaal, maar betekent het dat vrouwen in die periode niet productief kunnen zijn? Ik heb in mijn familie gezien dat vrouwen tijdens de zwangerschap de zorg opnemen voor het gezin, ook als er een tweede of derde kind is en tegelijk ook mantelzorg verlenen voor ouders of anderen. Zijn die vrouwen dan niet productief? Betekent het dat vrouwen die actief zijn in een bibliotheek, in een woon-zorgcentrum of in een school hun engagement tijdens hun moederschapsrust moeten neerleggen? Neen, het gaat hier niet over productiviteit.
Met het voorstel willen we niet dat vrouwen na drie, vier of vijf weken weer moeten werken, productief moeten zijn of op de werkvloer aanwezig moeten zijn. Het voorstel geeft vrouwen de vrije keuze om een engagement op te nemen in de gemeenteraad, voor vrijwilligerswerk, in een school, in een woon-zorgcentrum, in een raad van bestuur, ook tijdens hun moederschapsrust. Vaak gaat het om één of twee uur, één of twee keer per maand. Ze moeten dat veilig en rechtszeker kunnen doen, zonder dat ze problemen krijgen met hun uitkering.
Uiteraard zijn er situaties waarin vrouwen kiezen om zich te laten vervangen. Collega De Smet verwijst naar nachtelijke vergaderingen, ook op het gemeentelijk en stedelijk niveau. Er zijn vandaag ook vrouwen die beslissen om zich in die periode te laten vervangen, bijvoorbeeld omdat de coalitie maar een nipte meerderheid heeft of omdat er een traditie van lange vergaderingen is in de gemeenteraad. In Vlaanderen kan een gemeenteraadslid zich laten vervangen door de eerste opvolger.
Wat we hier doen, is het engagement van vrouwen eren. Hett gaat niet over wel of niet productief zijn, maar over vrije keuzes die vrouwen kunnen blijven maken. Het is fundamenteel dat vrouwen hun sociale contacten onderhouden, weten wat er gebeurt met de dingen waarmee ze bezig waren en hun collega's weerzien. Ze kunnen perfect voor zichzelf beslissen op welke manier ze dat in het moederschapsverlof passen. Dat geldt trouwens niet alleen voor moeders, maar ook voor vaders in het kader van het vaderschapsverlof en voor ouders in het kader van het adoptieverlof, vandaar dat het voorstel ook op hen van toepassing is. Laten we in ieder geval uitgaan van vertrouwen.
Wat het amendement van collega Samyn betreft, minister Simonet heeft aangegeven dat te steunen, maar als de tekst in die zin zou worden gewijzigd, dan moet de zelfstandigenwet met betrekking tot de combinatie van een lokaal mandaat, bezoldigde of niet-bezoldigde activiteit worden aangepast. Dat is vrij complexe wetgeving. Daarom kiest zij ervoor om een en ander via een koninklijk besluit te regelen. Zij heeft zich ertoe geëngageerd om, zodra de wet in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, meteen het KB te publiceren en ik zal daarop toezien. Mevrouw Samyn heeft gelijk dat we hier geen onderscheid kunnen maken. Zelfstandigen in die periode hebben evenveel recht op de regeling die we vandaag zullen goedkeuren.
Collega's, dank u voor de vele steun. We moeten het debat rond gezin, gezinsondersteuning en combinatie werk-gezin verder voeren. Ik vraag hier om vrouwen en mannen te ondersteunen die in die periode een engagement willen opnemen of een eerder genomen engagement willen voortzetten en zich daar goed bij voelen. Een baby heeft meer baat bij een mama die zich goed voelt, dan bij iemand die dat niet is.
20.11 Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, mevrouw Muylle, ik hoop echt dat dat engagement waargemaakt wordt. Daarom hebben we expliciet een amendement ingediend. Nu goed, ik maak mij geen illusies, ik denk niet dat er voor ons amendement zal worden gestemd.
Ik begrijp dat de wetgeving complex is, maar ik wil er toch nog een keer de aandacht op vestigen, want we zijn de enige partij die daar via ons amendement echt een antwoord op biedt. We verwerpen elk verschil tussen de statuten en menen dat ze gelijkgetrokken moeten worden. Met mijn amendement vestig ik echt de aandacht op de zelfstandigen.
Ik hoor liever niet dat u hoopt dat de minister haar engagement nakomt, want dat wil zeggen dat u nog niet zwart op wit hebt dat ze dat inderdaad zal doen. De minister is hier niet. Ik hoop dat het niet alleen bij hopen blijft en dat er ook daadwerkelijk wetgeving of een koninklijk besluit komt.
20.12 Nathalie Muylle (cd&v): Collega Samyn, het voorstel treedt in werking op 1 april. Het kabinet heeft gezegd dat het koninklijk besluit in voorbereiding is en dat het tegen 1 april zal worden gepubliceerd. Ik ga er dus van uit dat het in orde komt.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (177/9)
Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (177/9)
Het
wetsvoorstel telt 3 artikelen.
La proposition de loi compte 3 articles.
Ingediende amendement:
Amendement déposé:
Art. 2/1(n)
• 7 – Ellen Samyn (177/10)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden:
het amendement.
Réservé:
l'amendement.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 1 tot 3.
Adoptés article par article: les articles 1 à 3.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het aangehouden amendement en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'amendement réservé ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
(Het antwoord zal
door de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met
de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen worden gegeven / La
réponse sera donnée par le vice-premier ministre et ministre des Finances et
des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles
fédérales)
De voorzitster: Mijnheer Van Lysebettens, u hebt 10 minuten.
21.01 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de vicepremier, om hier aanwezig te zijn en de premier te vertegenwoordigen. Allereerst, mijn beste wensen voor de premier. Moge hij snel hersteld zijn, maar zijn uitspraken op de nieuwjaarsreceptie van De Tijd doen wel enige twijfel rijzen over de mindset waarmee deze regering volgende week naar de top in Alden Biesen gaat. Ik meen dat het goed is dat we vandaag deze discussie kunnen houden, om zo elke twijfel weg te nemen.
De premier sprak namelijk op die receptie over een crackdown op de Europese Commissie, waarmee hij in ieder geval zijn eigen agenda blootgeeft. Bart De Wever wil de competitiviteitsagenda kapen voor een dereguleringsverhaal en het afremmen van het Europese klimaatbeleid. Maar dat staat in schril contrast met het regeerakkoord, waarin staat dat een ambitieus klimaatbeleid hand in hand gaat met economische groei. Het doet in elk geval de vraag rijzen met welk mandaat de premier straks als vertegenwoordiger van ons land die crackdown en die uitholling van het Europese klimaatbeleid wil organiseren.
Het staat ook in schril contrast met een aantal beleidsnota’s van de ministers. Minister Crucke schreef in zijn beleidsnota dat de regering zich in Europa zal blijven inzetten voor onze ambities op het vlak van klimaat en duurzame ontwikkeling. En ondertussen leiden we af uit de retoriek van de premier dat hij eerder op de rem wil gaan staan voor diezelfde ambities.
Mijnheer de vicepremier, we zitten op een scharnierpunt. We laten ons op dit moment gijzelen door een slow motion tragedie van hoge energiekosten en verouderde infrastructuur. In plaats van moedige keuzes te maken en investeringszekerheid te bieden voor de toekomst lijkt de premier vast te houden aan de recepten van gisteren. In het actuadebat, mijnheer de minister, hebt u al gezegd wat u vond van de recepten van gisteren, nietwaar? U hebt gewaarschuwd voor de de-industrialisatie door decarbonisatie, maar de feiten vertellen een ander verhaal. Het is de status quo die onze industrie kapotmaakt.
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
Président:
Peter De Roover. Président.
Onze Europese chemische sector staat voor een enorme uitdaging, maar dat komt niet door de klimaatdoelstellingen. Onze installaties zijn gemiddeld meer dan 40 jaar oud. Ik weet dat de premier van wielermetaforen en cols houdt, dus ik had er een voor hem voorbereid, maar ik denk dat u die ook wel zult appreciëren. Met een fiets van de jaren '70, zelfs al is het die van Eddy Merckx, zal Remco dit jaar de Tour niet winnen.
Hetzelfde geldt voor onze industrie. De structurele oorzaken zijn die verouderde infrastructuur, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de structurele overcapaciteit op de wereldmarkt. Dat laatste is niet alleen de boodschap van Groen, maar ook van ArcelorMittal zelf, dat vanochtend zijn kwartaalrapport publiceerde. Wat staat daar letterlijk in? Dat de Europese maatregelen en de Green Deal ervoor zorgen dat de productie van Europees staal rendabeler wordt. Het is de Green Deal die de beste garantie is voor de arbeiders van ArcelorMittal, dixit ArcelorMittal.
Een verstandig klimaatbeleid vraagt om toekomstgerichte steun en een transformatie van ons industrieel weefsel, geen defensieve reflexen die de verouderde energie-intensieve fossiele industrie kunstmatig overeind proberen te houden. In plaats van te pleiten voor louter deregulering, wat overigens nauwelijks een job heeft gecreëerd, moeten we moeilijke keuzes durven te maken. We moeten nu investeren in de transformatie van onze industrie en inzetten op de beloftevolle bedrijven van de toekomst. Dat betekent investeren in de richting van klimaatneutraliteit en meer circulariteit. Dat is de industrie van morgen, met onder andere groen staal, batterijen en windturbines.
Dat vraagt om publieke investeringen in infrastructuur, zoals onze elektriciteitsnetten. Het regeerakkoord spreekt over het verhogen van de investeringsintrek voor alles wat transitie een impuls geeft. Waarom horen we de premier daar niet over in zijn speeches? Waarom spreekt de premier in Hamburg over offshore ambities en gaat hij vrolijk op de foto met de andere regeringsleiders, maar noemt hij tegelijkertijd de noodzakelijke financiering en instrumenten groene fantasieën, terwijl het minister Bihet is die de hele sector tegen zich in het harnas jaagt door de ontwikkeling van de Prinses Elisabethzone eindeloos te rekken?
Mijnheer de vicepremier, concurrentievermogen en duurzaamheid zijn geen tegenstrijdige begrippen. Ze zijn twee kanten van dezelfde medaille. Bedrijven zijn geen slachtoffer van de transitie, ze zijn onze partners. Veel bedrijven tonen vandaag al de weg. Belgische baggeraars bouwen overal ter wereld mee aan de offshore. Bedrijven in warmtepompen en windmolens hebben industriële en academische expertise. Ze vragen niet minder ambitie, ze vragen investeringszekerheid en een duidelijk kader.
Terwijl u praat over haalbaar en betaalbaar om de fossiele status quo te beschermen, is de burger al lang begonnen. Elk zonnepaneel op een dak is een daad van verzet tegen de energieafhankelijkheid van autocratische regimes. Mensen willen woningen die koel blijven in de zomer, willen gezonde lucht voor hun kinderen en een energiefactuur die eindelijk naar beneden gaat omdat de zon inderdaad voor niets opkomt.
Uw minister van Klimaat pleit voor het principe Do No Significant Harm en een rechtvaardige transitie. Dat betekent een aanpak in de industrie zelf met alle stakeholders: de bedrijven, de werknemers, de vertegenwoordigers van de industrie en de vakbonden. Dat betekent ook dat we de meest kwetsbare gezinnen en ondernemingen ondersteunen via een sociaal klimaatplan, zodat niemand achterblijft in die noodzakelijke omwenteling. Dat is een hoopvol verhaal. Dat is bouwen aan een leven dat echt leefbaar is. Mijnheer de vicepremier, ik heb dan ook de volgende vragen naar aanleiding van de inconsistenties in het arizonadiscours.
Blijft de ambitie van de regering onverminderd om de Europese klimaatdoelstellingen na te streven, zoals ook vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs en de Green Deal of worden de uitspraken van de premier rond de Europese crackdown en het afzwakken van klimaatbeleid gedragen door de regering?
Zal de regering, zoals aangegeven in de beleidsnota’s en de regeerverklaring, onverminderd streven naar een duurzaam energiemix en daar ook de nodige strategische investeringen voor doen en de ontwikkeling van windparken op zee zo snel mogelijk terug op gang trekken, waarin ook de burgers kunnen participeren of zal de premier ervoor kiezen het klimaatbeleid af te zwakken? Heeft de premier daarvoor het mandaat van de federale regering en de gewesten en wordt het regeerakkoord in die zin bijgestuurd?
Hoe rijmt u de uitspraken van de premier over de de-industrialisatie met de analyses die aantonen dat juist de afwezigheid van een versnelde transitie en investeringen in nieuwe technologie de grootste bedreiging vormt voor ons industrieel weefsel?
Is de regering bereid om, in lijn met de Clean Industrial Deal, werk te maken van lead markets voor groene producten en de federale aankoopmacht in te zetten om onze eigen duurzame industrie te verankeren?
Mijnheer de vicepremier, laten we de toekomst niet gijzelen door angst voor verandering. Laten we kiezen voor vooruitgang, die onze bedrijven en gezinnen al aan het opbouwen zijn. Een verstandig klimaatbeleid is niet de vijand van onze welvaart, het is de enige manier om die welvaart ook voor de volgende generaties veilig te stellen.
21.02 Sam Van Rooy (VB): Dames en heren, minister Jambon, de premier De Wever, als hij van thuis zou volgen, eergisteren debatteerden we met de minister van Klimaat over zijn nieuwe beleidsnota. Dat is een CO2-dogmatische tekst die zo uit de koker van de vorige klimaathysterische vivaldiregering had kunnen komen. Zo komt de potsierlijke term klimaatneutraliteit herhaaldelijk als doelstelling voor.
Ook zonder Groen en Ecolo in de regering wordt in dit land een klimaathysterisch beleid gevoerd. Dat staat nog los van het feit dat de CO2-uitstoot van Europa en zeker van België nagenoeg niets betekent. België zogenaamd klimaatneutraal maken zal de aardse temperatuur met welgeteld 0,0 graden Celsius veranderen, en dat nota bene volgens de rekenmethode van het gepolitiseerde en door u allen aanbeden IPCC. Maar geen nood, want deze regering gaat blijkbaar zelfs klimaatbeleid voeren in Afrika, uiteraard op kosten van de hardwerkende belastingbetalers in dit land. Ook wat dat betreft verschilt Arizona niet van Vivaldi.
Het ergste van die CO2-waanzin is niet dat het onwetenschappelijk is. Iedereen heeft recht op zijn bijgeloof, zijn dogma. Het ergste is dat de klimaatregelneverij peperduur is en resulteert in steeds meer bureaucratie, dat ze onze economie kapotmaakt en onze bedrijven en burgers opzadelt met steeds meer paperassen en kosten. Het ergste is dat de klimaatregelneverij in dit land niet de temperatuur regelt, maar wel onze welvaart vernietigt.
Net zoals de vivaldiregering wil ook deze regering-De Wever slaafs het Klimaatakkoord van Parijs en de Green Deal blijven uitvoeren. Nochtans werd de Green Deal ook door de N-VA, dames en heren, minister Jambon, een Mean Deal of een Green Steal genoemd, uiteraard geheel terecht.
De beleidsverklaring Klimaat van deze regering is een aaneenrijging van onderwerpingen aan internationale en supranationale instellingen en doelstellingen, met name van de EU en de VN. Dat toont hoezeer België wordt geregeerd door het buitenland. Uit lafheid of lichtzinnigheid – wellicht is het een combinatie van beide – onderwerpt deze regering zich slaafs aan allerhande duurzaamheids- en klimaatdictaten.
Het slachtoffer daarvan zijn onze burgers en bedrijven. Hun toekomst en hun portemonnee zijn voor deze regering blijkbaar ondergeschikt aan het vooral van bovenaf aangestuurde CO2-dogmatisme. Verwarmen, autorijden, reizen, ondernemen: het werd allemaal reeds moeilijker en duurder in dit land. Ook met het klimaatbeleid van de regering-De Wever zal het alleen maar moeilijker en duurder worden.
Minister Jambon, hoeveel ondernemende, vaak jonge mensen vertellen dat ze België verlaten of overwegen te verlaten? Het is ongezien. Zij ruilen het CO2-hysterische, dure en bureaucratische België in voor een land, vaak buiten Europa, waar ondernemerschap wel wordt gevierd en lage belastingen effectief centraal staan. Zij hebben lak aan de klimaatpropaganda die ook deze regering wil voeren, onder het mom van communicatie, sensibilisering en workshops. Onze burgers en bedrijven hebben lak aan een zoveelste klimaatcampagne van de regering. Ze willen gewoon veel minder regelneverij en veel minder belastingen. Al jaren wordt aan diezelfde alarmbel getrokken, en steeds luider.
De vraag is nu of premier De Wever, door plots te zeggen dat hij de agenda van het overkoepelende klimaatbeleid van de EU verwerpt, eindelijk de deur opent naar het loslaten van de welvaartsvernietigende Green Deal. Mijnheer de minister, de klimaatregelneverij en klimaattaksen maken onze burgers, bedrijven en dus onze samenleving steeds armer. Mijn vraag is dan ook: zult u het CO2-dogmatisme laten varen? (…)
De voorzitter: Het antwoord zal worden gebracht door de vicepremier.
21.03 Minister Jan Jambon: Mijnheer de voorzitter, goede collega’s, het is lang geleden dat ik hier nog heb gestaan. Ik moet zeggen dat het een bijzondere ervaring is. Omdat de standpunten zo geprofileerd waren, vond ik het belangrijk om vanop deze historische tribune antwoord te geven.
Collega's, het verbaasde de eerste minister enigszins dat zijn uitspraken u tot een interpellatie hebben genoopt. Vorige week heeft de eerste minister inderdaad enkele vragen beantwoord op het evenement The Future of Europe. Zoals de naam aangeeft, gaat het niet over engagementen uit het verleden, bijvoorbeeld op het vlak van klimaat, maar wel over de richting die het Europese schip in de toekomst uit moet varen.
Hij heeft daarbij een aantal kritische opmerkingen geuit over de koers die de Europese Commissie in het verleden heeft uitgestippeld. Ik citeer er enkele: “Er is te veel nadruk gelegd op bepaalde regulatie. Er is te weinig nagedacht over de gevolgen van die regulatie, bijvoorbeeld voor onze afhankelijkheid van Russische energie. Er is te weinig nagedacht over de levensvatbaarheid van onze industrie en de competitiviteit van onze bedrijven”.
Wie kan dit ontkennen na de afgelopen maanden en jaren? Wie kan ontkennen dat er de voorbije decennia in Europa foute strategische keuzes zijn gemaakt? Betekent deze vaststelling dat we dogmatisch zijn geworden in de andere richting, dat we plots niet meer geven om bijvoorbeeld het klimaat? Absoluut niet. Het blijft de doelstelling van deze regering om inspanningen te leveren op het vlak van klimaat en vergroening, zeker als we daarbij kunnen profiteren van schaalvoordelen door intensief samen te werken met andere Europese lidstaten, zoals onlangs op de North Sea Summit.
Ook over de energiezekerheid en het garanderen van een betaalbare, zekere en veilige energiemix hebben we in ons regeerakkoord duidelijk de richting aangegeven. Bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid zijn uiterst belangrijk.
Het is echter van cruciaal belang dat wij ook zorgen voor competitieve prijzen voor onze energie-intensieve industrie. Daarvoor dient onder meer de energiekorting, en op langere termijn een heropleving van onze nucleaire capaciteit. De wet op de kernuitstap is in dat kader al op de schop gegaan en nu is het zaak om zo snel mogelijk meer kerncentrales open te houden en opnieuw te openen. Dat is niet evident, want de fouten uit het verleden blijven vandaag nog zwaar doorwegen in dit dossier.
Iets waar de eerste minister in Europa wel voor pleit en waar hij voor zal blijven pleiten, is een Europese koerswijziging, weg van de foute prioriteiten die ik net heb opgesomd en richting prioriteiten die veel te lang verwaarloosd zijn, met name het verhogen van de concurrentiekracht van onze industrie en bedrijven, het verminderen van de administratieve druk, de voltooiing van de Europese interne markt en een eengemaakte Europese kapitaalmarkt, een diepere integratie op het vlak van defensie en energie en het sluiten van eerlijke en rendabele handelsovereenkomsten met derde landen en regio’s.
Wij moeten met andere woorden de paarden opnieuw voor de kar spannen in plaats van het omgekeerde te doen. Vanuit een zwakke concurrentiële positie bereiken wij met regulering immers helemaal niets, tenzij de eigen economische ondergang. Europese regelgeving kan alleen vanuit een sterke concurrentiële positie globaal zaken ten goede veranderen. Anders leidt ze louter tot de vlucht van onze industrie naar landen met minder regelgeving. In dat geval verliezen wij zowel economisch als ecologisch.
Collega’s, de voorbije maanden hebben hopelijk iedereen doen inzien dat die herkalibratie van het beleid onontbeerlijk is om de welvaart van onze burgers te beschermen, zeker voor een open economie in het hart van Europa.
De regering zal zich daar alleszins voor blijven inzetten. Op 12 februari komt de Europese Raad bijeen in Alden Biesen, op ons initiatief, om de competitiviteitsagenda een nieuwe impuls te geven. Het signaal van de industrie dat op 11 februari gegeven zal worden op de European Industry Summit in Antwerpen moet hen daarbij inspireren.
De Europese top van maart moet vervolgens leiden tot een formalisering en een verdere concretisering van de richting die volgende week zal worden aangegeven. De Europese Raad zal zo datgene doen waarvoor hij bestaat: de nodige impulsen geven voor de verdere ontwikkeling van de Unie en de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten bepalen. Zijn functie staat immers letterlijk zo omschreven in het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het lijkt dus niet meer dan logisch dat de Europese Raad, die bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten, de roadmap voorlegt aan de Commissie.
Eén ding is zeker, als we de koers die de groene partijen hebben uitgestippeld blijven volgen, varen we recht op een ijsberg af. Hoeveel noodkreten zijn er nog nodig voor jullie dat gaan beseffen? Collega’s, als zelfs groene industrieprojecten naar China trekken, zouden er dan niet bij iedereen van ons alarmbellen moeten afgaan? Is dat de groene boost waarover u spreekt? De realiteit is dat zonder een overkoepelende competitiviteitsagenda ook de groene Europese economie ten onder zal gaan. De regering erkent deze realiteit en slaat de handen aan de ploeg om onze economie opnieuw weerbaar te maken. Men kan geen groen paradijs bouwen op een economisch kerkhof.
Tot daar, collega’s, de reactie van onze eerste minister.
21.04 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Minister Jambon, na uw antwoord blijft het onduidelijk wat de regering van plan is in Alden Biesen. Het doel blijft inspanningen te leveren voor het klimaat, maar u zegt volgens mij bewust niet tot waar u wilt gaan. Blijven we de doelstellingen uit het klimaatakkoord van Parijs ondersteunen? Dat hebt u niet gezegd. U sprak over het signaal van de industrie. Ik heb tien minuten geleden verwezen naar een signaal van de industrie. ArcelorMittal zegt net dat de Green Deal hen helpt om het staal hier te houden.
De heer Van Poelvoorde zei in een interview met De Standaard dat er een plan op tafel lag om alle staalvestingen in Europa van ArcelorMittal te sluiten. Wat heeft hen tegengehouden? De European Green Deal heeft hen hier gehouden. Dat is wat onze industrie helpt, een duidelijk kader met duidelijke doelstellingen en een duidelijke financiering die daar tegenover staat. U sprak over de groene industrieprojecten die naar China vertrekken. Waarom vertrekken die naar China? Dat is omdat ze hier geen groene energie kunnen krijgen. Ze vertrekken naar China, omdat Atomic Boy ligt te slapen, terwijl de windparken op zee zouden kunnen worden uitgerold. Dat is waarom de industrie vertrekt, minister Jambon. Dat is de actie die deze regering zou moeten nemen.
Het lijkt me duidelijk dat er maar twee mogelijke wegen voorwaarts zijn. Ofwel kiezen we volop voor de industrie van de toekomst, de verdere vergroening en decarbonisering van de productie en de welvaart van ons land. Dat is geen gemakkelijke piste. Het vereist dat elke minister aan de slag gaat, dat wij hier in het Parlement het wetgevend heft in handen nemen. Het vereist dat minister Crucke het mandaat van de regering krijgt om zijn beleidsnota uit te voeren. Het vereist dat minister Bihet uit zijn sloffen schiet en het werk van zijn voorganger afmaakt en nu eindelijk die windparken ontwikkelt in de Prinses Elisabethzone. Het vereist dat u zelf als minister van Financiën werk maakt van de vergroening van onze fiscaliteit.
Bovenal vereist het van de premier dat hij zijn rol opneemt om deze ploeg en de bevolking te begeesteren, te motiveren en mee aan de kar te trekken. Ofwel kiezen we daar niet voor, wat zeker de gemakkelijkste weg is. Minister Crucke kan dan zijn mooie woorden op papier blijven zetten en verder niets doen. Atomic Boy kan rustig verder slapen en u kunt zich verder concentreren op het nog meer absurditeiten steken in de btw-wetgeving. De premier kan dan zijn cynische zelf blijven en de projecten van mensen die wel aan de kar willen trekken de grond inboren, maar ik garandeer u dat dat het einde van onze industrie is.
Collega's, het komt mij voor dat een dergelijk dilemma hier al eens werd gepresenteerd. Het komt mij voor dat de keuze tussen gemakzucht en voorspoed, tussen Kakia en Arete, hier al eens gepasseerd is. Ik meen te weten waarnaar de voorkeur van de premier en deze regering uitgaat. De Ecolo-Groenfractie dient dan ook een motie in om het regeerakkoord te ondersteunen. Dat is nogal straf hé, mijnheer Ronse? In die motie vragen wij drie zaken, die alle drie in het regeerakkoord staan: de Europese klimaatdoelstellingen volgen, het vergroenen van de Belgische industrie via de Clean Industry Act en het verduurzamen van de energiemix door de Prinses Elizabethzone zo snel mogelijk te ontwikkelen. Ik reken op uw volle steun.
21.05 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, terwijl de behoefte aan energie en elektriciteit alleen maar toeneemt, hebben opeenvolgende regeringen in dit land onze belangrijkste, betrouwbaarste en efficiëntste energievoorziening, zijnde kernenergie, kapotgemaakt. Ze hebben zich door de groenen en door de Greta's en de Anuna's van deze wereld laten wijsmaken dat zon en wind, die onbetrouwbaar en heel inefficiënt zijn, ons voldoende en zelfs goedkope energie zouden kunnen leveren. Dat zijn onwetenschappelijke nonsens, een gevaarlijke illusie. Windmolens vervuilen ons landschap en zijn slecht voor het milieu. Ze draaien op subsidies en niet op wind. Zonnepanelen zijn misschien goed voor bepaalde mensen die daarvan kunnen genieten, maar we weten hoe het is gegaan met de decennialange subsidies die daarvoor nodig waren, om nog te zwijgen van de enorme afhankelijkheid van China voor al die zonnepanelen en batterijen.
De kernuitstap is, laten we dat nooit vergeten, de grootste naoorlogse fout in de Belgische geschiedenis geweest. Elke partij, behalve de mijne, heeft daaraan meegewerkt. Het proberen recht te zetten van die fundamentele, onvergeeflijke fout zal nog veel ellende veroorzaken en de belastingbetaler zal daar nog veel voor moeten betalen. Mocht begin deze eeuw geen kernuitstap, maar een kerninstap zijn beslist, dan stond dit land er vandaag niet zo slecht voor.
Daarnaast, naast honderd procent inzetten op kernenergie, moet het enige klimaatbeleid in dit land klimaatadaptatie zijn. Zich aanpassen aan een veranderd klimaat en aan weerfenomenen, is wat de mens altijd al heeft gedaan en ook met steeds meer succes doet. Klimaat- en weerfenomenen leiden vandaag tot minder slachtoffers dan ooit in de geschiedenis.
Het klimaat verandert al zolang de aarde bestaat. Denk aan de pre-industriële ijstijden en perioden van opwarming. Geloven dat wij door onze CO2-uitstoot met veel bloed, zweet en tranen tot nul te herleiden, de aardse temperatuur zouden kunnen regelen, getuigt van hybris, een megalomaan godcomplex.
Dat de invloed van de mens op het klimaat groot of zelfs bepalend zou zijn, is voer voor wetenschappelijk debat, niet voor politiek beleid. Mijnheer de minister, stop dus met uw beleid van CO2-dogmatisme, uw beleid van klimaatregelneverij en klimaattaksen, want daardoor wordt energie alleen maar duurder en ondernemen moeilijker. Daardoor trekken bedrijven weg en daardoor geven vandaag zoveel ondernemende, vaak jonge mensen aan dat ze België verlaten of willen verlaten. Ze ruilen het CO2-hysterische en dure België in voor een land waar ondernemerschap wel wordt gevierd en waar lage belastingen wel centraal staan.
Minister Jambon, het is vijf na twaalf voor onze bedrijven en onze industrie. Afgaande op uw antwoord en blijkens de nieuwe beleidsnota Klimaat, die hier wordt toegejuicht door Groen – proficiat, N-VA – wilt ook u, wil deze regering dat niet inzien. Ook wat het klimaatbeleid betreft, is deze regering oude wijn in nieuwe zakken, Vivaldi 2.0.
Zolang deze regering de Green Deal en het Klimaatakkoord van Parijs niet in de vuilnisbak gooit, zolang deze regering het CO2-dogma en de zogenaamde klimaatneutraliteit niet laat varen en zolang deze regering niet stopt met klimaatregelneverij en klimaattaksen, zal onze samenleving verder verarmen. Om dat te vermijden leg ik een motie voor ter stemming.
Ten slotte, mijnheer de minister, dames en heren, mark my words, over een aantal jaren of regeerperiodes zal het besef ook hier volledig zijn doorgedrongen, in deze politieke ivoren toren, dat het dogmatische, peperdure beleid van razendsnelle verplichte CO2-reductie en elektrificatie, de zogenaamde ideologie van klimaatneutraliteit, allemaal een maat voor niets is geweest. Helaas zal op dat moment onze welvaart wel al voor een zeer groot deel zijn vernietigd.
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Jeroen Van Lysebettens en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de heren Jeroen Van Lysebettens en Sam Van Rooy
en het
antwoord van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen,
belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,
- gelet op de klimaatcrisis;
- gelet op de doelstellingen en ambitie van het regeerakkoord;
- gelet op de aanstaande Europese top in Alden Biesen;
vraagt de regering
- het Europese klimaatbeleid niet af te remmen maar integendeel onze afgesproken doelstellingen na te streven;
- het vergroenen van de Belgische industrie te bespoedigen via de Clean Industry Deal;
- het verduurzamen van de energiemix te versnellen door zo snel mogelijk de Prinses Elisabethzone te ontwikkelen voor offshore windenergie, met burgerparticipatie."
Une première motion de recommandation a été déposée par M. Jeroen Van Lysebettens et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. Jeroen Van Lysebettens en Sam
Van Rooy
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,
- eu égard à la crise climatique;
- eu égard aux objectifs de l’accord de gouvernement et à son ambition;
- eu égard au prochain sommet européen à Alden Biesen;
demande au gouvernement
- de ne pas freiner la politique climatique européenne mais, au contraire, de poursuivre les objectifs qui ont été fixés;
- d’accélérer le verdissement de l’industrie belge par le biais du pacte pour une industrie propre;
- d’accélérer le mouvement visant à rendre plus durable le bouquet énergétique en développant dans les meilleurs délais la zone Princesse Elisabeth pour l’énergie éolienne en mer, avec la participation des citoyens."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Sam Van Rooy en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de heren Jeroen Van Lysebettens en Sam Van Rooy
en het
antwoord van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen,
belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,
- gelet op de uitspraak van premier De Wever dat de agenda van de EU niet moet bestaan uit overkoepelend klimaatbeleid;
- gelet op het feit dat de C02-uitstootreductiedoelstellingen en de daaruit voortvloeiende klimaatregels en -taksen onze burgers en bedrijven steeds harder treffen, zowel financieel als praktisch;
- overwegende dat de impact van België op de wereldwijde temperatuur, volgens de rekenregels van het IPCC, verwaarloosbaar is;
- overwegende dat die verstikkende C02-uitstootreductiedoelstellingen vervat zitten in de Green Deal en het klimaatakkoord van Parijs;
vraagt de regering
uit de Green Deal en het klimaatakkoord van Parijs te stappen en de C02-uitstootreductiedoelstellingen op te geven."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Sam Van Rooy et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de MM. Jeroen Van Lysebettens en Sam
Van Rooy
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,
- vu les propos tenus par le premier ministre Bart De Wever selon lesquels l'agenda de l'UE ne doit pas consister à chapeauter la politique climatique;
- eu égard au fait que les objectifs de réduction des émissions de CO2 et les règles ainsi que les taxes climatiques qui en découlent touchent de plus en plus durement nos concitoyens et nos entreprises, tant financièrement que pratiquement;
- considérant que l'incidence de la Belgique sur la température mondiale est négligeable selon les règles de calcul du GIEC;
- considérant que ces objectifs anxiogènes de réduction des émissions de CO2 sont inscrits dans le Pacte vert pour l’Europe et l'accord de Paris sur le climat;
demande au gouvernement
de se retirer du Pacte vert pour l’Europe ainsi que de l'accord de Paris sur le climat et de renoncer aux objectifs de réduction des émissions de CO2."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en door de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.
Une motion pure et simple a été déposée par
MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Nawal
Farih et Aurore Tourneur.
21.06 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.
De voorzitter: Aangezien de urgentie
voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks
over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)
Étant donné que l'urgence de la motion pure et
simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions
tout à l'heure. (art. 140, n° 6,
deuxième alinéa, Rgt.).
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
Chers collègues, la semaine dernière, j'ai
oublié de vous signaler que notre collègue, Marie Meunier, est devenue maman d'une
petite Olympe. (Applaudissements) C'est un beau début d'année! Et
M. Magnette est devenu papa. (Applaudissements)
De vicepremier heeft de taak uitbesteed. Hij is grootvader geworden. Als dit land een demografisch probleem heeft, zal het niet aan ons liggen.
Mijnheer Van Tigchelt, u kunt zich aansluiten bij het goede voorbeeld van uw buurman.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demandes
d'urgence
De voorzitter: Het eerste urgentieverzoek betreft het wetsvoorstel nr. 1326/1 van mevrouw Dillen, de heer Van Hoecke, mevrouw Van Belleghem, de heer Somers en mevrouw Bury tot wijziging van het Wetboek van strafvordering teneinde de onderzoekrechters toe te laten in specifieke gevallen anoniem te kunnen optreden in het strafonderzoek.
Het voorstel zelf is niet anoniem ingediend. Mevrouw Dillen zal het denkelijk proberen te verkopen aan ons allen, althans de urgentie ervan.
22.01 Marijke Dillen (VB): Mijnheer de voorzitter, collega's, bedoeld wetsvoorstel is geïnspireerd op de samenkomst van de commissie voor de Justitie van ondertussen een aantal maanden geleden in de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen met alle korpsoversten.
Zoals u zich allen zult herinneren, is er bij die gelegenheid een getuigenis geweest van een onderzoeksrechter die haar verhaal deed over de wijze waarop zij door criminelen uit de georganiseerde misdaad werd aangepakt. Ten gevolge daarvan heeft zij lang in een safehouse moeten verblijven.
Tijdens die vergadering werd de mogelijkheid gesuggereerd om onderzoeksrechters die zich bezighouden met zware criminaliteit, meer op een anonieme manier te laten werken.
Daarom is voornoemd voorstel ingediend. Ik ga ervan uit dat iedereen het zal steunen, gezien het belang ervan en aangezien het om een vraag van op het terrein zelf gaat.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over
deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De voorzitter: Vervolgens hebben we een voorstel van resolutie van de collega’s Van Tigchelt en Gabriëls tot het instellen van een onderzoek door het Rekenhof naar de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven van de federale Staat, en in het bijzonder de federale Politie, in het kader van het project I-Police en het uitvoeren van een financiële audit omtrent het project I-Police, nr. 1340/1.
22.02 Paul Van Tigchelt (Anders.): Mijnheer de voorzitter, we zeggen niet E-Police, maar I-Police.
De voorzitter: De tweede keer heb ik ‘I’ gezegd, zodat u zou kunnen kiezen uit beide mogelijkheden.
22.03 Paul Van Tigchelt (Anders.): Sommigen zeggen ook AiAi-Police. (Hilariteit)
Wij hebben bij voorstel van resolutie een audit gevraagd, mijnheer de voorzitter, en ik zou graag de urgentie vragen. De meerderheid heeft vorige week ook een audit aan het Rekenhof gevraagd. Dat is enkel een audit naar het beheer van het I-Policecontract. Ons voorstel van resolutie geeft inhoud en precisie aan het onderzoek en zou aan het Rekenhof aangeven wat precies moet worden onderzocht. Het zou immers zonde zijn, als de audit van het Rekenhof een slag in het water wordt, doordat hij onderzoekt wat niet moet worden onderzocht en niet onderzoekt wat wel moet worden onderzocht. Daarom vragen wij de urgentie voor ons voorstel van resolutie over I-Police.
De voorzitter: Ik zou hier bij wijze van uitzondering kunnen zeggen: aye or no, wie is voor of tegen, maar we doen het toch met zitten en opstaan.
Ik stel u voor om ons over de vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
Le président:
Proposition de résolution du collègue Christophe Lacroix relative à la reconnaissance du génocide en cours commis par l'État d'Israël dans les Territoires palestiniens occupés, n° 1341/1.
22.04 Christophe Lacroix (PS): Mes chers collègues, je sollicite aujourd’hui l’inscription en urgence de la résolution relative à la reconnaissance du génocide qui est en cours dans les territoires palestiniens occupés, parce que les faits exigent que la Chambre parle avec la même cohérence, la même voix, la même humanité et la même rigueur juridique que celles qui l’ont guidée par le passé.
Ces derniers jours, le poste frontière de Rafah, à l’entrée de Gaza, a été partiellement rouvert après 20 mois de fermeture, mais cette réouverture reste extrêmement limitée, contrôlée par l’armée israélienne, et n’autorise évidemment ni l’aide humanitaire ni un flux suffisant de personnes. Pourtant, malgré ces restrictions, des familles ont pu se retrouver, parfois après des années de séparation, dans le chaos et la destruction. Ces images d’étreintes et de larmes nous rappellent pourquoi nous devons agir, et agir aujourd’hui.
Un total de 70 000 morts, chers collègues. Ce sont des chiffres qui proviennent du ministère de la Santé palestinien mais qui ont été confirmés par Israël elle-même. Au‑delà de ces 70 000 morts – essentiellement des civils, des personnes âgées, des enfants, et même des bébés à peine âgés d’un an –, il faut constater une crise humanitaire massive: 80 % des infrastructures détruites, des milliers de blessés et de malades sans accès aux soins et un simulacre de cessez‑le‑feu.
Notre regard est également tourné vers d’autres souffrances: l’Iran, où les contestations contre le régime des mollahs auraient déjà fait plus de 30 000 morts cette année; la République démocratique du Congo, où les accords de paix s'enlisent et les victimes de l’occupation par le M23, piloté par le Rwanda, ne cessent d’augmenter; le Soudan, plongé dans une guerre qui détruit des vies chaque jour.
Notre vigilance est donc constante, et nous savons que le Parlement n’a jamais détourné les yeux d’autres crises. C’est d’ailleurs cette cohérence qui doit nous guider aujourd’hui. Chers collègues, je voudrais faire référence à l’année 2021, lorsque notre Assemblée a adopté à l’unanimité une résolution reconnaissant et condamnant le génocide commis par l’État islamique contre les Yézidis. Elle a montré que nous pouvions être factuels, juridiques, et avoir une démarche (…)
L’urgence est rejetée par assis et levé.
De urgentiel wordt verworpen bij zitten en opstaan.
Tot slot heb ik een urgentieverzoek voor het voorstel van de collega’s Depoortere, Van Belleghem en Pas tot instelling van een parlementaire onderzoekscommissie, belast met het onderzoek naar het gefaalde digitaliseringsproject i-Police, nr. 1351/1.
Ik denk dat dit hetzelfde project is als datgene waar het daarnet over ging, mijnheer Depoortere?
22.05 Ortwin Depoortere (VB): Ik trap een open deur in als ik zeg dat het dossier van i-Police zeer onfris is. We hebben deze week al een actualiteitsdebat met de eerste minister gehad. Ook de eerste minister is vragende partij om duidelijkheid in dit dossier te scheppen. Hij kijkt uit naar de hoorzittingen die we met de commissie voor Binnenlandse Zaken zullen organiseren.
Een audit, zoals collega Van Tigchelt heeft voorgesteld, is uiteraard een goede zaak. Het organiseren van hoorzittingen is uiteraard een goede eerste stap. We doen daar ook het nodige voor in de commissie. Een onderzoekscommissie zou pas echte klaarheid scheppen. Dat zou betekenen dat we getuigen verplicht naar onze commissie kunnen laten komen. Dat zou betekenen dat documenten verplicht kunnen worden opgevraagd.
Kortom, voor echte transparantie, waar de burger recht op heeft, zou in dit dossier een onderzoekscommissie meer dan ooit van pas komen. Ik hoop, collega’s, dat we over meerderheid en oppositie heen allemaal deze transparantie willen en dat we allemaal voorstander kunnen zijn van echte klaarheid, van het echt doorspitten van dit dossier via een onderzoekscommissie. Ik reken op uw steun.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en
opstaan.
L'urgence
est rejetée par assis et levé.
Uw pleidooi was hartstochtelijk maar tevergeefs, mijnheer Depoortere.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er
stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
22.06 Patrick Prévot (PS): Monsieur le président, notre collègue Charlotte Deborsu étant toujours souffrante, elle m'a demandé de pairer pour elle, ce que je ferai. (Applaudissements)
22.07 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik heb al enige tijd een stemafspraak met collega Yzermans. (Applaus)
De voorzitter:
Dan gaan we nu over tot de naamstemmingen.
Nous allons donc maintenant procéder aux votes nominatifs.
Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Justitie van 28 januari 2026.
Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Justice du 28 janvier 2026.
Twee moties werden ingediend (MOT nr. 218/1):
- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Alexander Van Hoecke;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï.
Deux motions ont été déposées (MOT n° 218/1):
- une motion de recommandation a été déposée par M. Alexander Van Hoecke;
- une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het
woord voor een stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un
demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van
de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 1) |
||
|
Ja |
92 |
Oui |
|
Nee |
46 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.
Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.
Drie moties werden ingediend (MOT nr. 221/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Jeroen Van Lysebettens;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Sam Van Rooy;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih.
Trois motions ont été déposées (MOT n° 221/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par M. Jeroen Van Lysebettens ;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Sam Van Rooy;
- une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin
van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde
van de stemming / Fin du vote.
Uitslag
van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 2) |
||
|
Ja |
76 |
Oui |
|
Nee |
61 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Stemming
over amendement nr. 8 van Sarah Schlitz tot invoeging van een artikel 21/1(n). (1205/8)
Vote
sur l'amendement n° 8 de Sarah Schlitz tendant à insérer un article 21/1(n). (1205/8)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
61 |
Oui |
|
Nee |
76 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming
over amendement nr. 9 van Frédéric Daerden cs tot invoeging van een hoofdstuk
9(n). (1205/8)
Vote
sur l'amendement n° 9 de Frédéric Daerden cs tendant à insérer un chapitre
9(n). (1205/8)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 4) |
||
|
Ja |
46 |
Oui |
|
Nee |
84 |
Non |
|
Onthoudingen |
8 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming
over amendement nr. 10 van Frédéric Daerden cs tot invoeging van een artikel
23(n). (1205/8)
Vote
sur l'amendement n° 10 de Frédéric Daerden cs tendant à insérer un article
23(n). (1205/8)
Mag
de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on
considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 4)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming
over amendement nr. 11 van Frédéric Daerden cs tot invoeging van een artikel
24(n). (1205/8)
Vote
sur l'amendement n° 11 de Frédéric Daerden cs tendant à insérer un article
24(n). (1205/8)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
27 |
Oui |
|
Nee |
83 |
Non |
|
Onthoudingen |
29 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Vraagt
iemand het woord voor een stemverklaring?
(Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
95 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
44 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Stemming
over amendement nr. 31 van Lode Vereeck cs op artikel 31. (1127/13)
Vote
sur l'amendement n° 31 de Lode Vereeck cs à l'article 31. (1127/13)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
20 |
Oui |
|
Nee |
119 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 31 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 31 est adopté.
Vraagt
iemand het woord voor een stemverklaring?
(Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 8) |
||
|
Ja |
84 |
Oui |
|
Nee |
20 |
Non |
|
Onthoudingen |
34 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Stemming over amendement nr. 7 van Irina De
Knop op artikel 3.(1220/7)
Vote sur l'amendement n° 7 de Irina De Knop à
l'article 3.(1220/7)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 9) |
||
|
Ja |
27 |
Oui |
|
Nee |
109 |
Non |
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 3 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 3 est adopté.
Stemming over amendement nr. 6 van Ellen
Samyn cs op artikel 9.(1220/7)
Vote sur l'amendement n° 6 de Ellen Samyn cs à
l'article 9.(1220/7)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 10) |
||
|
Ja |
20 |
Oui |
|
Nee |
119 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 8 van Irina De
Knop op artikel 9.(1220/7)
Vote sur l'amendement n° 8 de Irina De Knop à
l'article 9.(1220/7)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 11) |
||
|
Ja |
27 |
Oui |
|
Nee |
110 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 9 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 9 est adopté.
Stemming over amendement nr. 9 van Irina De
Knop tot weglating van artikel 10.(1220/7)
Vote sur l'amendement n° 9 de Irina De Knop
visant à supprimer l'article 10.(1220/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
11)
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 10 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 10 est adopté.
Stemming over amendement nr. 10 van Irina De
Knop tot weglating van artikel 11.(1220/7)
Vote sur l'amendement n° 10 de Irina De Knop
visant à supprimer l'article 11.(1220/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
11)
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 11 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 11 est adopté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 12) |
||
|
Ja |
76 |
Oui |
|
Nee |
34 |
Non |
|
Onthoudingen |
29 |
Abstentions |
|
Totaal |
139 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Stemming over amendement nr. 7 van Ellen
Samyn tot invoeging van een artikel 2/1(n).(177/10)
Vote sur l'amendement n° 7 de Ellen Samyn
tendant à insérer un article 2/1(n).(177/10)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 13) |
||
|
Ja |
20 |
Oui |
|
Nee |
118 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Le président: M. Ducarme a voté comme son groupe.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 14) |
||
|
Ja |
102 |
Oui |
|
Nee |
21 |
Non |
|
Onthoudingen |
14 |
Abstentions |
|
Totaal |
137 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
De voorzitter: De heer Michel heeft met zijn fractie meegestemd.
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 12 februari 2026.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 12 février 2026.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 12 februari 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 12 février 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 20.00 uur.
La séance est levée à 20 h 00.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 093
bijlage. |
|
L'annexe
est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 093
annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
92 |
Oui |
Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
46 |
Non |
Almaci Meyrem, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bury Katleen, Daems Greet, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
76 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
61 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven, Prévot Patrick
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
61 |
Oui |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Nee |
76 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven, Prévot Patrick
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
46 |
Oui |
Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Nee |
84 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
8 |
Abstentions |
Almaci Meyrem, Hugon Lecharlier Claire, Maouane Rajae, Prévot Patrick, Schlitz Sarah, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
27 |
Oui |
Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik, Yigit Ayse
|
Nee |
83 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
29 |
Abstentions |
Almaci Meyrem, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Maouane Rajae, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
95 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
44 |
Abstentions |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
20 |
Oui |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
119 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 8
|
Ja |
84 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
20 |
Non |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
34 |
Abstentions |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 9
|
Ja |
27 |
Oui |
Bertrand Alexia, Bury Katleen, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
109 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven, De Smet François, Ramlot Carmen
Naamstemming - Vote nominatif: 10
|
Ja |
20 |
Oui |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
119 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 11
|
Ja |
27 |
Oui |
Bertrand Alexia, Bury Katleen, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
110 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven, De Smet François
Naamstemming - Vote nominatif: 12
|
Ja |
76 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
34 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
29 |
Abstentions |
Bertrand Alexia, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 13
|
Ja |
20 |
Oui |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
118 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 14
|
Ja |
102 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
21 |
Non |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, Hugon Lecharlier Claire, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Mutyebele Ngoi Lydia, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
14 |
Abstentions |
Bilmez Kemal, Daems Greet, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Patrick, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik, Yigit Ayse