|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 24 september 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 24 septembre 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.19 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 19 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
Bart De Wever, David
Clarinval, Maxime Prévot.
Collega's, ik neem aan dat de aanstaande, misschien ogenschijnlijk bizarre eedaflegging van collega Weydts u via de fracties werd meegedeeld. Wij verwelkomen dus iemand die hier al zijn sporen heeft verdiend.
Mijnheer Weydts, u bent waarschijnlijk een van de weinigen die in eenzelfde legislatuur twee keer de eed aflegt. U bent straks een superparlementariër.
De heer Jeroen Soete heeft ontslag genomen als lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers met ingang van 1 september 2026.
M. Jeroen Soete a démissionné de son poste de membre de la Chambre des représentants à compter du 1er septembre 2026.
Op 3 oktober 2024 heeft de heer Axel Weydts de eed afgelegd ter vervanging van mevrouw Melissa Depraetere, gekozen tot lid van de Vlaamse regering, voor de duur van haar ambt van minister.
Le 3 octobre 2024, M. Axel Weydts a prêté serment en remplacement de Mme Melissa Depraetere, élue membre du gouvernement flamand, et ce pour la durée du mandat ministériel de cette dernière.
Ten gevolge van het ontslag van de heer Soete heeft mevrouw Jessy Salenbien op 17 september de eed afgelegd ter vervanging van mevrouw Melissa Depraetere voor de duur van haar ambt van minister.
À la suite de la démission de M. Soete, Mme Jessy Salenbien a prêté serment le 17 septembre, en remplacement de Mme Melissa Depraetere, et ce pour la durée du mandat ministériel de cette dernière.
Bijgevolg dienen wij nu over te gaan over tot de eedaflegging van de opvolger die in aanmerking komt om de heer Jeroen Soete, ontslagnemend op 1 september 2026, te vervangen.
Par conséquent, nous devons à présent procéder à la prestation de serment du suppléant appelé à remplacer M. Jeroen Soete, démissionnaire à compter du 1er septembre 2026.
De opvolger die hem zal vervangen, is de heer Axel Weydts, opvolger voor de kieskring West-Vlaanderen.
Le suppléant appelé à le remplacer est M. Axel Weydts, suppléant pour la circonscription électorale de la Flandre occidentale.
De geloofsbrieven van de heer Axel Weydts werden tijdens onze vergadering van 10 juli 2024 geldig verklaard.
Les pouvoirs de M. Axel Weydts ont été validés en notre séance du 10 juillet 2024.
Daar het aanvullend onderzoek, door artikel 235 van het Kieswetboek voorgeschreven, uitsluitend slaat op het behoud van de verkiesbaarheidsvereisten, gaat het, gelet op de verkregen stukken, in de huidige omstandigheden om een loutere formaliteit.
Comme la vérification complémentaire, prévue par l'article 235 du Code électoral, ne porte que sur la conservation des conditions d'éligibilité, il apparaît que cette vérification, n'a, au vu des pièces obtenues, qu'un caractère de pure formalité.
Ik stel u dus voor tot de toelating over te gaan van dit lid.
Je vous propose donc de passer à l'admission de ce membre.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Ik memoreer de bewoordingen van de eed: "Ik zweer de Grondwet na te leven" "Je jure d'observer la Constitution" "Ich schwöre die Verfassung zu befolgen".
Je rappelle les
termes du serment: "Je jure d'observer la Constitution" "Ik
zweer de Grondwet na te leven" "Ich schwöre die Verfassung zu
befolgen".
Ik verzoek de heer Axel Weydts de grondwettelijke eed af te leggen.
Je prie M. Axel Weydts de prêter le serment constitutionnel.
Axel Weydts legt de grondwettelijke eed
achtereenvolgens af in het Nederlands, in het Frans en in het Duits.
Axel Weydts prête le serment constitutionnel
successivement en néerlandais, en français et en allemand.
De heer Axel Weydts zal deel uitmaken van de Nederlandse taalgroep.
M. Axel Weydts fera partie du groupe linguistique néerlandais.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 23 september 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 23 septembre 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
We starten het vragenuurtje en verwelkomen de eerste minister voor de eerste reeks vragen.
03.01 Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de premier, op 15 september was ik eerlijk gezegd hoopvol. U hebt toen gezegd dat we voor moeilijke begrotingsonderhandelingen staan, maar dat u geen begrotingsmaatregelen wou nemen die de economie zouden schaden. Dat is de juiste houding, want we moeten bedrijven, ondernemers, zelfstandigen en onze burgers meer zuurstof en ruimte om te groeien geven. Als de economie erop vooruitgaat, is dat ook een goede zaak voor de begroting.
Welke voorstellen hebben we sindsdien allemaal in de pers kunnen lezen? De fiscale kortingen voor ploegenarbeid werden in vraag gesteld. De fiscale kortingen voor nachtarbeid werden in vraag gesteld. De btw zou opnieuw worden verhoogd. De managementvennootschappen zouden zwaarder moeten worden belast. De flexi-jobs zouden zwaarder moeten worden belast . De bedrijfssubsidies worden in vraag gesteld. Dat zijn allemaal voorstellen die de economie net veel schade zouden berokkenen.
We hebben inderdaad nood aan een economie die zuurstof heeft. Vandaag is er opnieuw hoop, want gisteren hebben de collega's van de MR een heel goed voorstel gelanceerd. Zij komen met een plan dat de economie zuurstof geeft en opnieuw een impuls geeft aan de groei. Het is een plan met minder regels, met naast de afgesproken belastingverlaging op arbeid nog een bijkomende belastingverlaging, met administratieve vereenvoudigingen, met een lager btw-tarief voor nieuwbouw, zodat we de bouwsector een impuls geven en wonen opnieuw betaalbaar maken.
Dat is een supergoed plan van de MR. Ik hoop dat jullie voet bij stuk houden en dat ook zullen realiseren. Ik hoop vooral ook dat de premier jullie gaat steunen en dat hij niet gewoon een akkoord wil maken, maar een goed akkoord wil maken. We hebben geen premier nodig die alleen maar analyses maakt. We willen een premier die een duidelijk standpunt inneemt en goede voorstellen omarmt en steunt.
03.02 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, vous préparez votre budget et, vous l'avez dit, ça va faire mal! Un peu comme depuis le début de l'Arizona, toute la population passe à la caisse: les travailleurs de nuit, les pensionnés, le saut d'index… Toute la population? Non! Un groupe d'irréductibles millionnaires résiste encore et toujours à l'effort budgétaire. Une situation particulièrement incompréhensible au vu du contexte: un nombre record de milliardaires, un système fiscal dépassé, où les plus riches payent deux fois moins d'impôts qu'un travailleur, tandis qu'un Belge sur six est aujourd'hui à risque de pauvreté.
La question n'est plus de savoir si on va taxer les plus riches, mais comment on va le faire! Trois quarts des Belges y sont favorables, et même une majorité de vos électeurs soutiennent cette piste budgétaire.
Je suis certaine que cela ne vous a pas échappé: ce mardi, en commission, nous avons passé un cap important à la Chambre, avec des experts du Bureau du Plan, des fiscalistes, des économistes. Nous avons discuté concrètement des pistes pour pouvoir faire en sorte que les plus gros patrimoines contribuent davantage au budget de l'État et à l'effort budgétaire.
Monsieur le premier ministre, quand allez-vous sortir de votre dogmatisme sur le sujet et explorer l'ensemble des pistes présentes sur la table? Vous nous dites que l'effort est titanesque. Dès lors, il est de votre responsabilité d'explorer l'ensemble des pistes et non pas de toujours retomber sur les mêmes solutions, qui ne mènent pas à ce que vous souhaitez obtenir.
03.03 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le premier ministre, vous êtes devant un exercice qui n’est pas facile: le budget 2027. Les perspectives ne sont pas bonnes. Il paraît même, vous l'avez dit, que vous ne dormez pas bien. Je peux vous dire que les gens en Belgique ne dorment vraiment pas bien non plus. Rien qu'en voyant le prix à la pompe, ils ne dorment plus du tout. La question qu’ils se posent est celle de savoir si, comme en 2026, vous allez encore une fois aller chercher l'argent chez les simples gens, par exemple en augmentant les taxes.
Pourtant, ces dernières semaines, on a eu de bonnes nouvelles: le 1 % le plus riche s'est enrichi en 2025 de 22 milliards d'euros. Pendant la même année, les 50 % les plus pauvres de la population ont vu leur pouvoir d'achat diminuer. Cela, je peux vous l’assurer, les gens le ressentent vraiment. Il y a deux jours, ici même, l'Université de Gand a présenté une étude qui montre noir sur blanc qu'il est tout à fait possible de mettre en place une taxe des millionnaires. Elle pourrait rapporter, monsieur le premier ministre, jusqu'à 8 milliards d'euros. C'est énorme et cela pourrait déjà constituer une partie de la solution.
Ici encore, au mois de juin dernier, M. Nuino des Engagés demandait à la tribune que l'on taxe les millionnaires. On a aussi le parti Vooruit, membre du gouvernement, qui, sur les réseaux sociaux, demande une fois encore de taxer les millionnaires.
La question que je me pose et que beaucoup de gens se posent, face à l'exercice budgétaire difficile, face aux 10 milliards d'euros qu’il faut trouver pour combler le déficit, est de savoir si aujourd'hui, une taxe des millionnaires est réellement sur la table du gouvernement.
03.04 Youssef Handichi (MR): Monsieur le premier ministre, c'est toujours spécial pour moi de passer après l'intervention du PTB, mais voilà, nous allons prendre le contre-pied. Je voudrais d'abord remercier mon collègue de Anders. qui a bien planté le décor. Le MR, monsieur le premier ministre, arrive avec une autre voie, concrétisée par un paquet de 17 mesures. L'objectif n'est pas de taxer, taxer et taxer encore, mais plutôt de réfléchir à notre taux de croissance.
Pour 2029, les prévisions ne sont que de 1,1 %, alors qu'en 2000, nous étions à 2,6 %. Le MR veut se pencher sur cette réflexion. Je remercie nos ministres, M. Clarinval, M. Bihet et Mme Simonet, de développer 17 propositions axées sur la simplification. Ce ne sont pas toutes des mesures coûteuses mais il s'agit plutôt de simplifications administratives ou de l'extension des flexi-jobs aux indépendants. Ces 17 mesures reçoivent, d'ailleurs, l'approbation des syndicats patronaux, le Voka et la FEB. C'est un point fondamental. Je vois que cela fait directement réagir un parti et demi. Mais le patronat réfléchit véritablement dans ce sens: ce sont les entreprises qui iront chercher la croissance nécessaire pour rehausser le bien-être de nos concitoyens et des travailleurs car tout passe effectivement par le taux de croissance.
Dès lors, monsieur le ministre, ma question principale est la suivante. Confirmez-vous que ces propositions seront intégrées aux discussions budgétaires? Plusieurs pays européens s'engagent déjà dans cette voie de la simplification administrative, comme l'Italie, l'Allemagne ou la France de Macron. La Belgique emboîtera-t-elle le pas, pour relancer son taux de croissance et améliorer le bien-être des travailleurs et des concitoyens belges?
03.05 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le premier ministre, le conclave budgétaire s'ouvre et, comme nous l'avions promis, Les Engagés y arrivent sans tabou. Nous savons que des efforts sont indispensables, mais pour qu'ils soient acceptés par nos concitoyens, il faut qu'ils aient du sens. Nous ne pouvons pas systématiquement demander à certains Belges de se serrer la ceinture alors que d'autres continuent à s'enrichir.
En effet, ce que nous vivons n'est pas une crise énergétique, mais bien une crise des énergies fossiles. Je rappelle que le soleil n'envoie pas de facture et que le vent ne fait pas de chantage. Depuis trop longtemps, nous dépendons des prix fixés par d'autres. Rester dépendants revient à accepter de demeurer vulnérables.
Notre première exigence est la mise en œuvre d'une véritable politique nationale d'investissement visant à nous libérer des énergies fossiles, pour notre population mais également parce qu'il s'agit d'un enjeu stratégique pour la croissance de nos entreprises, qui subissent de plein fouet ces fluctuations de prix. Les soutenir, c'est soutenir la croissance et la création d'emplois. Rester prisonniers des choix du passé, c'est accentuer le problème.
Cependant, il faut aussi donner du sens à l'effort. Il faut récompenser ceux qui travaillent. Les efforts ne doivent pas toujours venir des mêmes. Chacun doit contribuer selon ses moyens, y compris les grands patrimoines et toutes les formes de revenus. De plus, il faut traquer les fraudeurs sociaux et fiscaux.
Enfin, monsieur le premier ministre, donner du sens à l'effort, c'est aussi faire vivre la solidarité. Nous ne redresserons pas le pays en fragilisant les malades, les personnes en situation de handicap ou celles qui subissent les accidents de la vie. Un budget se juge aussi à la manière dont il protège les plus fragilisés.
Dès lors, monsieur le premier ministre, ferons-nous en sorte, ensemble, que ces efforts soient équilibrés, qu'un cap très clair soit dressé, non seulement pour demain mais aussi pour les décennies à venir?
Je vous remercie.
03.06 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, mesdames et messieurs du MR et des Engagés, en début de semaine, vous avez découvert la note budgétaire de votre premier ministre. Et, selon les dires de vos vice-premiers ministres, vous la trouvez imbuvable, trop flamande, trop proche du programme de la N-VA.
Monsieur le président, face à cette surprise des membres du MR et des Engagés, je suis confus qu'après près de deux ans de gouvernement Arizona, ils ne connaissent toujours pas la N-VA et leur premier ministre. Des présentations s'imposent donc aujourd'hui.
Mesdames et messieurs du MR et des Engagés, je vous présente la N-VA et son leader historique, M. Bart De Wever. Un homme de droite, conservateur, ami de Giorgia Meloni. Un homme issu d'un parti qui revendique toujours l'indépendance de la Flandre, et donc la fin de la Belgique. Un homme qui est toujours bourgmestre en titre d'Anvers. Un indépendantiste qui menace aussi, puisque pour le premier ministre et la N-VA, ce sera de nouvelles taxes, des travailleurs qui doivent à nouveau passer à la caisse, et au final, aussi une réforme de l'État.
Monsieur le premier ministre, je vous présente le MR et les Engagés. Ne soyez pas impressionné par leurs sorties récentes. S'ils crient fort pour certains, ils mordent peu et au final se couchent, puisqu'ils feront, comme depuis le début, votre politique: oubliés les 500 euros nets en plus; place aux diminutions de pensions et à une baisse généralisée du pouvoir d'achat, à l'exception des ultra-riches.
Monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs du MR et des Engagés, je vous présente maintenant le résultat de votre politique. Une croissance faiblarde, un taux d'emploi qui stagne, un déficit qui explose, un pouvoir d'achat en berne. À force de voir l'économie belge uniquement à travers le port d'Anvers, et en tapant systématiquement dans la poche des ménages, c'est l'économie, c'est le commerce, c'est le petit commerce et les indépendants que l'on fragilise en Belgique.
Monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs du MR et des Engagés, quelle est votre vision commune de ce gouvernement?
De voorzitter: Mijnheer de premier, ik meen een paar licht kritische noten te hebben gehoord. Aan u het woord om daarop te reageren. U hebt tot 5 minuten de tijd.
03.07 Bart De Wever, premier ministre: Chers collègues, je vous remercie pour vos questions. La tradition de la semaine dernière se poursuit. Une nouvelle fois, vous me posez des questions auxquelles, à ce stade, il m’est impossible de répondre au nom du gouvernement. Je pourrais exprimer une position à titre personnel, mais il m’appartient ici de m’exprimer au nom du gouvernement. Comme vous le savez, l'accord budgétaire doit encore être conclu. Tant que celui-ci n’est pas finalisé, il est logique qu’en ma qualité de premier ministre, je ne puisse pas faire de déclaration.
Ik kan evenmin concrete uitspraken doen over wat er allemaal op de tafel ligt en wat er niet op de tafel ligt in deze onderhandelingsfase. Er kan trouwens nog veel op de tafel komen. Ik heb genoteerd dat van mij wordt verwacht dat ik niet een akkoord maak, maar een goed akkoord. Ik denk dan in stilte bij mezelf: was dat maar de geest geweest van al mijn voorgangers de afgelopen 25 jaar; dan zouden we er veel beter voor staan. Ik kan de vraagstellers geruststellen dat dat alleszins mijn geest is. (Geroezemoes) Ja, die waarheid kwetst, ik weet het, maar ze moet wel herhaald worden.
Het is evident dat men bij het opstellen van een begroting eerst en vooral rekening houdt met de impact van de maatregelen op het economisch groeipotentieel. Economische groei is immers bepalend voor de budgettaire evolutie, zowel aan de kant van de teller – meer groei is meer inkomsten – als aan de kant van de noemer – meer groei betekent hoger bbp en lagere schuldgraad. Dat neemt niet weg dat de situatie vandaag – men zal dat beseffen als men een klein beetje realistisch is – ons zal nopen tot het nemen van maatregelen die louter gericht zijn op het corrigeren van onze balans. Dat is altijd onaangenaam, hoe men dat ook doet.
Dat is ook onvermijdelijk, als men een oefening moet doen van de omvang die voor ons ligt. Wie verantwoordelijkheid draagt in dit land, moet ook de volwassenheid opbrengen om dat onder ogen te zien. Stoere kreten, dat is het privilege van de oppositie. Ik heb net de PS weer horen brullen. Die partij brult hard, maar zal geen enkele maatregel van de arizonaregering terugdraaien als ze de kans krijgt. Ze weet dat dat niet realistisch is. Onzin is het privilege van de oppositie; verantwoordelijkheid is de taak van de meerderheid.
Het opnemen van die verantwoordelijkheid dicteert voor mij de logica dat men zelfs bij moeilijke maatregelen altijd moet zoeken naar de weg die de economische groei maximaal vrijwaart of, als het mogelijk is, de economische groei zelfs stimuleert.
En outre, il me paraît tout aussi évident que la notion d'équité devra être pleinement intégrée dans l'accord final. Chacun des cinq partenaires de la coalition y veillera sans aucun doute, conformément à sa propre vision de la société. D'une certaine manière, cela résume bien la mission du gouvernement: éviter la catastrophe budgétaire qui nous menace en prenant des mesures claires, à la fois justes et susceptibles de préserver notre croissance économique. Cet exercice est loin d'être simple. Je pars toutefois du principe que chacun des partenaires de la coalition est pleinement conscient qu'un échec risquerait de nous placer dans le collimateur des marchés financiers, ce qui serait désastreux.
De maatregelen van deze regering hebben de tekortprognoses volgens het IMF verbeterd met 2 % van het bbp op een horizon van vijf jaar. Het is nu aan ons om een geloofwaardige nieuwe meerjarenbegroting af te leveren die bewijst dat we het daar niet bij laten. We zouden eigenlijk nog eens ongeveer hetzelfde moeten doen. Het is niet anders. We moeten op ons elan verdergaan en de breuk met het verleden geloofwaardig maken. Alleen zo kunnen we het vertrouwen van de internationale markten versterken en onze bevolking perspectief bieden op een welvarende toekomst zonder wurgende rentelasten. Ik dank u wel, je vous remercie.
03.08 Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de eerste minister, uw antwoord was natuurlijk opnieuw geen antwoord. U komt elke keer hier en zegt: "Ik kan niet veel zeggen." U doet uitspraken over uw voorgangers die goede en minder goede zaken hebben gedaan. U doet dat elke keer. U doet echter niet wat u uw voorgangers verweet. U zegt over uw voorgangers dat zij alleen maar akkoorden maakten, maar geen duidelijke standpunten innamen, geen leiding namen en geen goede akkoorden maakten. U doet exact hetzelfde. U neemt geen standpunt in over het plan van de MR. Eindelijk een plan, na talloze voorstellen voor lastenverhogingen. Ik was er inderdaad nog eentje vergeten: de rijkentaks, dank u om mij eraan te herinneren. Het is taks na taks na taks.
We hebben hier een plan van een grote coalitiepartner dat we vanuit de oppositie mee gaan steunen. Een plan met lagere lasten op arbeid, minder regels en een verlaging van de btw. We gaan dat vanuit de oppositie steunen en hopen dat de premier dat mee steunt.
03.09 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, on entend beaucoup de choses dans ce Parlement, notamment beaucoup de volontarisme du côté des Engagés. Il est quand même dommage d'avoir attendu les questions d'actualité du jeudi pour proposer votre taxe des millionnaires, plutôt que de l'avoir déposée sur la table du kern de lundi. Encore une occasion manquée!
Monsieur le premier ministre, comment faut-il vous dire que les vieilles recettes que vous mettez en place ne fonctionnent pas? Avec tout ce que vous avez mis en place depuis le début de cette législature, qui devait normalement réduire le déficit de 18 milliards en limitant l'index, en plafonnant les primes de nuit, en plafonnant les pensions, vous avez seulement réussi à dégager le tiers de vos objectifs. Aujourd'hui, vous devez changer de braquet et vous demander comment faire davantage contribuer les plus hauts patrimoines, ceux qui en ont les moyens?
03.10 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Nous nous y attendions quelque peu: vous ne répondez pas vraiment à la question de savoir si cette mesure est sur la table ou non. Je m'adresse alors à Vooruit et aux Engagés. J'espère que ce que vous êtes venus dire ici n'est pas un simple coup de communication, mais marque bien le début d'une véritable négociation visant à instaurer une taxe des millionnaires.
Aujourd'hui, nous rencontrons effectivement un problème d'investissement, car les investissements ne sont pas suffisants. Une taxe des millionnaires pourrait justement dégager une marge pour que nous puissions investir dans notre économie. Aujourd'hui, 80 % de la population soutient une taxe sur les millionnaires, et M. Apostel a encore démontré, il y a deux jours, que cette mesure était tout à fait réalisable. Les citoyens ne veulent pas d'une nouvelle politique antisociale, ils ne la soutiennent pas et ils n'en peuvent plus de voir leur pouvoir d'achat s'éroder. Le 9 octobre, les gens seront dans la rue avant même la présentation de votre accord, pour faire entendre leur voix.
03.11 Youssef Handichi (MR): Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. L'État est-il obèse? C'est vrai. Dix milliards d'économies? C'est vrai. Est-ce que ce sera difficile? C'est vrai. Mais on apporte une solution assez concrète. Et, comme vous l'avez dit, monsieur le premier ministre, plus de croissance, c'est plus de recettes.
Si l'on intègre ces mesures dans l'accord de gouvernement pour le budget, effectivement, 0,5 % d'augmentation de la croissance d'ici 2029, c'est 1,5 milliard d'euros dans les caisses de l'État. Ici, la réflexion principale consiste à dire qu'à un moment donné, il va falloir faire croître le gâteau pour qu'il puisse être réparti entre tous les travailleurs, entre tous les Belges, pour le bien-être de nos concitoyens. C'est la solution qui est portée par le MR.
Monsieur le premier ministre, nous avons entendu votre réponse et une majorité dans ce Parlement vous soutiendra dans ce sens-là.
03.12 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le premier ministre, les différentes crises que nous vivons fragilisent nos concitoyens, aussi ceux qui entreprennent. Et, grâce à des investissements qui nous libèrent de notre dépendance énergétique, nous pourrons favoriser la croissance et l'emploi.
Vous savez, la population a très bien compris qu'il fallait faire des efforts. Et là, je me fais le chantre de la population. Certains ont vraiment le sentiment que c'est toujours la classe moyenne qui trinque, les PME qui trinquent. La population attend autre chose. Elle attend que les hommes et les femmes politiques qui la représentent – nous tous ensemble – transcendent leurs clivages politiques pour trouver des solutions équilibrée, que chacun participe selon ses moyens au redressement de notre État que certains ont laissé dériver depuis trop longtemps. Nous comptons y arriver, monsieur le premier ministre, mais pas à n'importe quel prix.
03.13 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs du MR et des Engagés, votre responsabilité, c'est d'avoir passé des mois à négocier un accord de gouvernement qui repose sur du sable.
Votre responsabilité, c'est d'avoir visé un déficit ramené à 22 milliards d'euros alors qu'il est aujourd'hui estimé à 41 milliards d'euros.
Votre responsabilité, c'est d'avoir fixé un objectif de taux d'emploi de 80 % alors qu'aujourd'hui le nombre de faillites explose.
Votre responsabilité, c'est d'avoir affirmé vouloir soutenir les travailleurs alors que leur pouvoir d'achat s'effondre sous l'effet de l'explosion des prix de l'énergie et de vos nouvelles taxes.
Votre responsabilité, monsieur le premier ministre, mesdames et messieurs du MR et des Engagés, c'est cette liste de promesses non tenues et de trahisons qui ne cesse de s'allonger.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04.01 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer De Wever, de situatie wordt elke week ernstiger. De prijs aan de pomp is nog altijd onbetaalbaar: 2,40 euro per liter diesel en benzine is onbetaalbaar. De mensen zeggen dat ze leven om te werken en niet meer werken om te leven.
U zegt al een paar weken dat u niets kunt doen. Wat stelde de N-VA echter drie jaar geleden voor, toen het crisis was en de prijzen aan de pomp toen al hoog waren? Op 8 maart 2022, toen de prijs op 2,20 euro stond, is de N-VA met keigoede voorstellen gekomen, collega’s. Ik heb ze bij mij. U moet ze eens lezen. Er staat: "De N-VA biedt de federale regering maatregelen aan om de koopkracht onmiddellijk te ondersteunen." U zat toen wel in de oppositie, maar dat maakt geen verschil, want het is uw partijprogramma.
De N-VA stelde toen maatregelen voor om de prijzen aan de pomp te drukken, mijnheer de eerste minister. De N-VA, volgens u toch een goede partij, is voorstander van een substantiële verlaging van de accijnzen op diesel en benzine. De N-VA zegt er nog bij: "Deze verlaging kan en dient onmiddellijk in een wet te worden omgezet."
Dat is fantastisch. Echt waar, wij staan daar ook achter met de PVDA. Die sense of emergency, die onmiddellijkheid: wij staan daarachter.
Mijnheer de minister, hoe komt het dat de N-VA in de oppositie zegt dat de accijnzen omlaag moeten, terwijl de N-VA in de regering volhoudt dat de accijnzen blijven wat ze zijn? Dat begrijp ik echt intellectueel niet. Mijn vraag is dus duidelijk. Welke N-VA moeten we geloven, die van drie jaar geleden of die van nu? Laten we de accijnzen verminderen.
04.02 Lode Vereeck (VB): Mijnheer de premier, vandaag staat de maximumprijs op 2,40 euro per liter voor diesel en op 2,06 euro voor benzine. Dat weegt zwaar op de koopkracht van de mensen en op onze bedrijven. Dat doet pijn voor wie een auto nodig heeft en voor wie de brandstofprijzen uit eigen zak moet betalen.
U noemde kanselier Merz uw bondgenoot en Giorgia Meloni la mia grande amica, uw grote vriendin. Kijk echter eens naar wat uw vrienden doen. Duitsland verlaagt vanaf 1 oktober 2026 de belastingen op benzine en diesel met 17 cent per liter. Italië verlaagde de accijnzen op diesel en schrapt in 2027 de autobelasting. Plots zijn zij dan geen vrienden meer. Politieke vriendschap stopt blijkbaar wanneer een belastingverlaging begint.
Ook in België verklaarde uw coalitiepartner David Clarinval vorige week nog op de RTBF dat de Staat door de hoge brandstofprijzen al ruim 100 miljoen euro extra heeft ontvangen. Zijn conclusie was om dat geld terug te geven aan de burgers via het omgekeerde cliquetsysteem. Daarvoor pleit het Vlaams Belang al jaren. Dat is verstandig beleid, tegelijk sociaal en economisch.
U staat echter op de rem. U laat onze mensen in de steek. Een accijnsverlaging zou te veel kosten, namelijk 200 miljoen euro per maand. Die 200 miljoen euro is echter ook 200 miljoen euro meer koopkracht, meer geld dat mensen kunnen uitgeven.
Welke prijsdrempel komt er dus? Welke accijnsverlaging komt er en voor hoelang?
Ons voorstel is om de accijnzen tot het Europese minimum te verlagen. De prijzen aan de pomp kunnen dan al meteen zakken met 29 cent voor benzine en 33 cent voor diesel. Als u dat niet doet, wordt heel de grote fiscale hervorming van u een maat voor niets.
Tot slot, de regering beloofde in het voorjaar bij monde van Jambon om het prijsbeschermingsmechanisme voor gas opnieuw te bekijken. De bovengrens ligt op maximaal 100 euro per megawattuur. Wij zijn dat niet vergeten. Wat wordt dus de nieuwe maximumprijs voor gas?
Wanneer zal de regering eindelijk eens iets beslissen?
04.03 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, steeds meer mensen voelen de energieprijzen. Mijn buurvrouw Annemarie vertelde me dit weekend dat het vullen van haar stookolietank nu 1.600 euro kost in plaats van 800 euro. Dat kan ze zelf echt niet betalen. En dus dreigt die tank niet gevuld te raken en dreigt ze een stuk in de kou te moeten zitten komende winter.
Het is evident dat veel mensen, zoals mijn buurvrouw, in de problemen komen met hun energiefactuur. Of het nu voor de woning of voor de wagen is, via gas of via olie, één ding is constant, onze blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen kost de mensen geld, kost de bedrijven geld en kost de overheid geld. Het is evident dat er op korte termijn nood is aan steun, vooral voor Annemarie en de mensen die het echt nodig hebben.
Het is echter nog veel belangrijker om aan de lange termijn te denken. Wat doen we vandaag om dit debat volgend jaar niet opnieuw te hebben? Wat doen we aan die afhankelijkheid van fossiele brandstoffen? Het is duidelijk wat we zouden moeten doen. We moeten ons elektriciteitsnet versterken, meer duurzame energie opwekken en een collectief plan maken over alle overheden heen, zodat ook Annemarie van haar stookolietank afraakt, zodat het openbaar vervoer beter en goedkoper is en zodat verwarmen en koelen met een warmtepomp de goedkoopste optie is.
Dat is niet wat deze regering doet. Terwijl Trump en Poetin de boel verder opstoken, vertraagt uw regering vooral, met als stuitendste voorbeeld het blijvende uitstel van de ontwikkeling van windenergie in de Noordzee. Ondertussen is er al meer dan anderhalf jaar vertraging en nu durft minister Bihet zelfs geen datum meer te geven. De bedrijven die het willen bouwen, haken zelfs af.
Mijnheer de premier, welke actie zullen u en
de regering nemen om uit te stappen uit (…)
04.04 Sophie Thémont (PS): Monsieur le premier ministre, vous nous dites que les caisses sont vides. Pourtant, hier encore, c'était la foire aux milliards du côté du MR. Mais, avec le MR, nous en avons l'habitude: lorsqu'il est question de distribuer des milliards, c'est généralement au bénéfice des grandes entreprises. Pendant ce temps, les ménages, eux, ne savent plus comment se chauffer ni comment se déplacer.
Monsieur le premier ministre, j'ai l'impression que cela fait bien longtemps que vous n'avez plus fait vous-même le plein de votre voiture. Car aujourd'hui, le diesel atteint 2,50 euros le litre. Réalisez-vous ce que cela représente? Faire le plein coûte désormais 125 euros. Et encore, lorsqu'on peut se le permettre! En effet, je vois de plus en plus de personnes qui, à la pompe, ne font plus le plein de leur véhicule. Elles se disent: "Oufti, j'espère que le prix baissera un tout petit peu demain." Quand allez-vous enfin prendre des mesures pour faire diminuer les prix du carburant?
Les travailleurs n'en peuvent plus, monsieur le premier ministre! Vous voulez des exemples? Je vais vous en donner. Nathalie est infirmière à domicile. Elle doit utiliser sa voiture pour aller soigner ses patients. Que faudrait-il faire? Demander aux patients d'attendre? Michelle est aide-ménagère. Son travail est déjà difficile et son salaire est un salaire de misère. Aujourd'hui, elle doit payer pour aller travailler, simplement pour pouvoir faire le plein de son véhicule.
Ces travailleurs devront-ils finir par travailler à perte parce que votre gouvernement refuse d'agir sur le prix des carburants? Est-ce cela, pour vous, la valorisation du travail? Monsieur le premier ministre, au-delà des hausses de taxes, qui semblent être devenues votre leitmotiv, quand allez-vous enfin vous réveiller?
04.05 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le premier ministre, vous l'avez vu comme nous: les prix de l'énergie explosent. Le diesel a atteint un prix record. Les autres énergies, qu'il s'agisse du gaz, de l'électricité ou de l'essence, affichent elles aussi des prix extrêmement élevés. Tout cela n'est pas sans conséquences sur le portefeuille de nos citoyens.
Quand on regarde autour de nous, on constate que d'autres pays réagissent. La France, notre voisine, a pris cette semaine toute une série de mesures pour venir en aide à la population.
Certes, on doit agir, mais on doit le faire de manière intelligente. Cela suppose une solution pérenne, automatique et neutre budgétairement. C'est essentiel par rapport aux enjeux face auxquels nous sommes.
Notre solution, c'est celle du mécanisme de protection des prix. Ce mécanisme existe, mais on doit le réformer. Il comprend deux éléments: un plafond et un plancher. Quand les prix dépassent le plafond, les accises diminuent automatiquement; et quand les prix descendent en dessous du plancher fixé, les accises réaugmentent automatiquement. Cela permet d'avoir, sur le long terme, une solution neutre budgétairement. C'est essentiel.
Ce mécanisme, comme on le dit, doit être changé. Pour l'instant, il ne concerne que le gaz et l'électricité. Il faut, évidemment, l'étendre aux carburants: diesel, essence et mazout également. Sa protection est trop limitée. Elle ne couvre que 6 % de la hausse au-delà du plafond. Nous devons aller au moins jusqu'à 50 %, soit la moitié de la facture supplémentaire que paie le citoyen. Nous devons l'élargir aussi aux entreprises. À l'heure actuelle, ce mécanisme ne concerne que les citoyens. Il faut également qu'il soit beaucoup plus réactif. Aujourd'hui, trois mois sont nécessaires avant que le mécanisme ne se déclenche. C'est beaucoup trop long. Pour être efficace, il doit pouvoir s'activer dans un délai d'un mois, voire moins.
Pourquoi cette solution est-elle importante? Parce qu'elle est automatique. Il faut arrêter de se poser la question, lors de chaque crise énergétique, de la solution à mettre en place pour protéger nos citoyens. Cette solution, elle est là. Je pense qu'il faut la saisir pour pouvoir répondre de manière pérenne, automatique et neutre budgétairement pour l'ensemble de nos citoyens.
Monsieur le premier ministre, quand allez-vous mettre en place ce type de solution?
04.06 Eerste minister Bart De Wever: Collega’s, hartelijk dank voor uw vragen. Het spreekt voor zich dat ook de aangekaarte materie zeer sterk in het vaarwater van de begroting komt, waarover we zonet hebben gesproken. Aangezien er nog geen begrotingsakkoord is, waarvan eventuele maatregelen rond de energieprijzen een onderdeel zouden kunnen zijn, kan ik ook over die materie zeker namens de regering geen concrete uitspraken doen.
C'est pourquoi je vous renvoie à la réponse apportée par le ministre des Finances, en commission, le 16 septembre, à des questions similaires. Cette réponse contient des chiffres intéressants qui, je l'espère, donneront matière à réflexion.
J'en retiens un seul. Si nous voulions faire baisser le prix du diesel et de l'essence de 25 centimes par litre, cela coûterait à l'État environ 200 millions d'euros par mois, soit plus de 2 milliards pour une année. Donc, pour réduire de quelques euros le prix d'un plein, il faudrait rapidement dépenser des centaines de millions d'euros par mois aux frais du contribuable. Il va de soi que cet argent devrait être récupéré ailleurs d'une manière ou d’une autre.
Comme l'a également indiqué le ministre des
Finances dans sa réponse, le recul de la consommation annulerait les recettes
supplémentaires éventuelles. Donc, il ne faut pas rêver de ça. Je ne parle même
pas de tous les autres coûts qu'une hausse des prix de l'énergie entraîne pour
les pouvoirs publics. Comme je l'ai déjà dit au printemps dernier, l'État ne
s'enrichit absolument pas avec cette hausse. Au contraire, cela nous coûte très cher.
Ten persoonlijken titel geef ik u allen graag mee dat elke econoom en elke energie-expert die de afgelopen periode aan bod is gekomen – dat waren er heel veel –, de overheid afraadt om een aanbodcrisis van de vastgestelde aard te remediëren met een stimulering van de vraag. Het klopt dat de partij waartoe ik behoor, in 2022 toen de prijs ten tijde van de invasie van Oekraïne enorm piekte, een dergelijk voorstel deed. Ik vestig er wel meteen uw aandacht op dat de N-VA toen ook compenserende maatregelen voor de begroting lanceerde. Dat is de facto ook mijn boodschap die ik de coalitiepartners publiekelijk heb gegeven: degenen die graag maatregelen willen nemen, moeten beseffen dat onze budgettaire toestand vandaag van die aard is dat iedere uitgave die men wil doen, fiscaal zal moeten worden gecompenseerd met inkomsten. Ik heb ook begrepen dat de vraag van de spreker van de meerderheid in die geest was opgesteld en dat vind ik goed.
Hoe dan ook denk ik – en ik dacht dat eigenlijk toen ook, om heel eerlijk te zijn – dat het niet zo verstandig is om naar de vraag te kijken. Het is altijd verstandiger om maatregelen te nemen inzake het aanbod. In die zin vind ik de brief van 18 september van president Macron over de materie aan Europese Commissievoorzitter von der Leyen wel interessant. Hij wijst daarin op allerlei maatregelen die men op Europees niveau zou kunnen nemen om het aanbod in deze crisistijd zoveel mogelijk te vrijwaren. Dat lijkt mij wel zinvol. Dat zijn oplossingen die naar de oorzaak van de problematiek gaan en niet naar de symptomen, welke laatste olie op het vuur dreigen te gooien. De regering zal zeer binnenkort ongetwijfeld dergelijke maatregelen op Europees niveau, evenals eventuele nationale maatregelen bespreken in het kader van de budgetopmaak.
04.07 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de premier, wat de inkomsten betreft, u vermijdt om één actor te noemen, namelijk de olieproducenten. Die acht multinationals hebben op drie maanden tijd 80 miljard euro winst geboekt. Die actoren zijn gewoon oorlogsprofiteurs, die miljarden binnenrijven. U kunt het geld bij hen halen. Dat is in het verleden trouwens voor een stuk gebeurd, maar dat is blijkbaar taboe voor cd&v, Vooruit, N-VA en consoorten.
Andere landen doen het wel: Spanje met 0,30 euro minder, Ierland met 0,27 euro minder en Zweden met 0,28 euro minder. In België zou men echter niet kunnen beslissen om de accijnzen te verlagen? Dat krijgt men toch niet uitgelegd, komaan! Men moet nu wel maatregelen nemen.
Wat het aanbod betreft, wat kunt u dan over de oorlog van Trump zeggen? De heer Francken zegt dat Trump een goede oorlog voert, terwijl die nochtans de economie de afgrond inrijdt en de regio kapotmaakt. De houding van België ten aanzien van Trump is er een van wow, we zullen maar niets zeggen en we zullen de VS maar eens helpen door wapens naar de regio te sturen. Daar ligt het probleem, mijnheer de premier.
04.08 Lode Vereeck (VB): Premier, we kennen de begrotingssituatie van dit land en we weten dat u er nog altijd niet in slaagt het rotten te stoppen.
Kom echter niet af met de slogan dat er geen geld is. Natuurlijk is er geld! Er is heel veel geld. De overheid heeft inkomsten en uitgaven voor meer dan de helft van het bbp. België heeft geen kleine overheid met lege zakken, België heeft een grote overheid met een gat in haar zak.
Als u zegt dat er geen geld is, dan bedoelt u eigenlijk dat er geld is voor van alles en nog wat, maar niet voor de gewone mensen. Het Vlaams Belang stelt opnieuw voor om de accijnzen te verlagen tot het Europese minimum. Dan zou de benzine vandaag al dalen naar 1,77 euro per liter en de diesel naar 2,08 euro. Dat is nog genoeg, maar dat herstelt de koopkracht en zorgt voor economische groei.
Het geld, collega's, halen we uit besparingen, niet bij onze mensen, maar uit het politieke bestel, de Europese Unie, een Deense sociale zekerheid voor nieuwkomers, asiel en migratie en ontwikkelingssamenwerking. Ik dank u.
04.09 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, mijn vraag ging heel duidelijk over de langetermijndoelstellingen. Ik kan niet anders dan vaststellen dat uw antwoord daarop is: de president van Frankrijk heeft een brief geschreven. Dat is natuurlijk een ultiem zwaktebod. U hebt het daarnet zelf gezegd, het privilege van een regering is verantwoordelijkheid nemen. Neem dan ook die verantwoordelijkheid!
Het magere plan dat deze regering al had om onze elektriciteitsmix te verduurzamen ligt in de gracht. De windmolenparken worden niet gebouwd. Bedrijven haken af om ze te bouwen. Dat drijft op lange termijn steeds opnieuw onze prijzen omhoog, ongeacht welke compenserende maatregelen u neemt in de begroting.
Ik roep u dan ook op om daar toch spoed achter te zetten, bij te sturen en zo snel mogelijk onze elektriciteitsmix te verduurzamen.
04.10 Sophie Thémont (PS): Monsieur le premier ministre, vous ne voyez rien, mais surtout, vous n'écoutez rien. Vous ne voyez pas aujourd'hui la détresse des Belges, des travailleurs et des travailleuses qui paient une fortune pour faire le plein de leur cuve. Cela fait plus de six mois que les gens attendent, et pendant ce temps, vous ne faites rien.
Pourtant, des solutions existent. Regardez ce qui se passe dans les autres pays européens, où des aides massives sont mises en place. Les choses bougent partout, sauf chez nous. L'Allemagne, l'Espagne ou encore le Luxembourg interviennent pour soutenir les travailleurs. Pendant ce temps, ici, on abandonne tout le monde. Vous nous dites que les caisses sont vides et que vous n'en dormez plus.
Mais, monsieur De Wever, les solutions existent. Taxez les surprofits! Taxez les grands groupes pétroliers qui engrangent des milliards de bénéfices et s'en mettent plein les poches! Il faut arrêter de faire passer les Belges à la caisse. Ce n'est pas aux travailleurs de payer le prix de votre inaction ni de s'adapter (…)
04.11 Xavier Dubois (Les Engagés): Je vous remercie, monsieur le premier ministre, pour vos réponses.
Je retiens trois éléments positifs. Premièrement, vous indiquez que cette question sera discutée dans le cadre du budget. C'est normal et c'est une bonne chose.
Deuxièmement, vous évoquez l'action du président Macron. Bien entendu, il est essentiel d'agir au niveau européen. Cependant, le président Macron prend également des mesures au niveau national. Nous pouvons donc aussi nous inspirer de ce qui se fait chez notre voisin.
Troisièmement, notre proposition est budgétairement neutre. Il faut l'analyser de manière très concrète.
Ce qui est également positif, c'est que nous avons déjà déposé une proposition en ce sens. Cette dernière a fait l'objet d'avis. Nous disposons notamment de l'avis du SPF Finances sur cette proposition. Tous les éléments sont donc réunis pour pouvoir la mettre en œuvre. Je rappelle qu'il s'agit d'une solution pérenne, automatique, budgétairement neutre et qui protège le pouvoir d'achat de nos concitoyens. C'est important. Nous comptons donc sur vous, monsieur le premier ministre, pour la mettre en œuvre.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de minister, onze economische groei bedraagt 0 %, de schuld 570 miljard euro en de rente daarop nog eens 4 %. Wie dat durft aan te pakken, krijgt weerstand.
Mijnheer de minister, collega's, niets is echter een verhaal van enkel werkgevers tegen werknemers. Meestal is het een verhaal van ons allemaal: van zelfstandigen, van ambtenaren en van arbeiders. De emmer der vernedering in onze economische en financiële toestand is vol. Wie die emmer durft uit te kieperen, verdient geen opstand, die verdient een verenigd front.
Meer dan ooit hebben we nood aan zo'n verenigd front om onze sociale welvaartsstaat net te redden. Betogen tegen besparingen die nog niet zijn afgeklopt, is onbegrijpelijk voor de burgers die in dit land wel durven inzien dat hervormen broodnodig is, ook in het overheidsapparaat.
Mijnheer de minister, u trok in het verleden al vaak de kaart van sociaal overleg en steun. Twee vakbonden kiezen nu echter voor het conflictmodel. We praten nochtans met elkaar en niet over elkaar. Het gaat om een escalatie tegen maatregelen die nog niet eens beslist zijn, gevolgd door nog eens een extra aangekondigde actiedag van de socialistische vakbond in de openbare sector. Mijnheer de minister, hoe kijkt u daar eigenlijk tegenaan? Hoe gaat dat dan met uw verdere gesprekken?
05.02 Minister David Clarinval: Mevrouw Verkeyn, u wijst terecht op de essentiële uitdagingen voor ons land: meer economische groei, meer investeringen en meer jobs. Dat zijn net de uitdagingen die ik gisteren naar voren heb geschoven bij de presentatie van ons groeiplan. Groei en concurrentiekracht moeten opnieuw centraal staan in het begrotingsconclaaf. We hebben een strategie voorgesteld met 17 concrete maatregelen, waarvan verschillende op korte termijn kunnen worden uitgevoerd, met de duidelijke ambitie om tegen 2029 0,5 procentpunt bijkomende groei te realiseren.
Ik respecteer uiteraard ten volle het stakingsrecht, maar ik betreur tegelijk de opeenstapeling van acties die de economische activiteiten, ondernemingen en burgers ernstig verstoren. In een open economie als de onze heeft elke dag waarop de economische activiteit wordt geblokkeerd concrete gevolgen: ondernemingen die niet kunnen produceren of leveren, werknemers die niet op hun werk geraken, kmo’s die verliezen lijden die niet altijd kunnen worden gerecupereerd, onze economische aantrekkingskracht die onder druk komt te staan en het imago van ons land dat op het internationale toneel verslechtert.
Ik betreur dat stakingen en andere manifestaties al te vaak politiek zijn. Op een ogenblik waarop we gezamenlijk weer groei moeten creëren, verkies ik sociaal overleg boven een logica van blokkering.
05.03 Charlotte Verkeyn (N-VA): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Wie voortgang wil maken met hervormingen, maakt zichzelf inderdaad niet altijd even populair, maar wie verantwoordelijkheid neemt, laat zich daardoor ook niet tegenhouden. Ik wens u heel veel succes met de komende actiedagen en de betogingen die op til zijn. Ik hoop voor u dat het sociaal overleg wel vaart maakt en dat daar iets uitkomt. Mijnheer de minister, als u een front nodig hebt, dan zit de N-VA in uw front.
L'incident est
clos.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: Mijnheer Prévot, we komen tot de vragen die aan u gericht zijn. Het is zonde dat ik u moet onderbreken op het ogenblik waarop we een doorbraak forceren binnen de regering. Onthoud op welk punt u aanbeland was.
06.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Deze week kwamen alle wereldleiders in New York samen in de gebouwen van de Verenigde Naties. De boodschap van al die leiders was heel duidelijk: de wereld staat in brand; onze koopkracht, onze veiligheid en onze democratie worden meer dan ooit bedreigd.
Net nu wil Trump het Internationaal Strafhof afschaffen. Hij wil niet meer meewerken aan de berechting en het achter de tralies zetten van oorlogsmisdadigers. Dat betekent dat de ayatollahs de mensen in Iran mogen blijven terroriseren. Dat wil zeggen dat Poetin Oekraïne mag blijven aanvallen. Dat wil zeggen dat Netanyahu de genocide op de Palestijnen in Palestina mag voortzetten. Dat is wat Trump zegt. Net nu saboteert Trump het Strafhof. Net nu bedreigt Trump iedereen, alle bedrijven die met het hof samenwerken. Net nu chanteert Trump rechters en onderzoekers.
Kiezen we voor de jungle? Kiezen we voor de chaos? Of kiezen we voor regels, voor stabiliteit en voor mensen die onze veiligheid en onze koopkracht beschermen? Dat is te beantwoorden vraag. Voor Vooruit is het heel duidelijk. Europa moet er alles aan doen om het Internationaal Strafhof te beschermen. Mijnheer de minister, zult u alles in het werk stellen vanuit uw functie om het hof te beschermen?
06.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, vous revenez de New York. Vous avez peut-être encore un peu le décalage horaire dans les jambes. Nous vous avons vu à cette belle tribune où, peu avant vous, le président Trump a pris la parole. À cette occasion, il a appelé tous les États parties "à se retirer officiellement et immédiatement de la Cour pénale internationale (CPI)", qu'il a qualifiée "d'institution hors de contrôle".
La vice-présidente de la CPI, elle-même sous sanctions des États-Unis depuis juin 2025, déclarait récemment qu'il s'agit de la première fois dans l'histoire du droit international qu'une institution de cette importance fait face à des menaces de destruction. Cela ressemble fort, monsieur le ministre, à un appel au secours de la part de cette vice-présidente. Un appel adressé aux États parties à la CPI et, dès lors, à la Belgique.
Monsieur le ministre, les sanctions et les menaces prises par les États-Unis à l'encontre de membres de la Cour pénale internationale, mais aussi de l'institution elle-même, sont inadmissibles. Elles bafouent la nature même du droit international et son caractère universel. Rappelons que la Belgique est un État partie au Statut de Rome. Elle a historiquement joué un rôle actif dans la création de cette Cour. Elle a également cosigné plusieurs déclarations collectives de soutien à cette institution.
Par ailleurs, plusieurs institutions financières et prestataires de services établis dans l'Union européenne ont suspendu leurs relations avec certaines personnes sanctionnées, par crainte de mesures secondaires américaines. Les conséquences de ces décisions pourraient donc également se faire sentir sur notre territoire.
Monsieur le ministre, quelle est la position de la Belgique face à ces sanctions et à ces nouvelles menaces? Des ressortissants belges, des résidents en Belgique ou des personnes travaillant pour la Cour sont-ils visés ou susceptibles de l'être par ces mesures? Quelles conséquences concrètes ces sanctions pourraient-elles avoir sur le territoire belge? Enfin, quel soutien financier et politique la Belgique est-elle prête à apporter à la Cour dans ce contexte particulièrement difficile?
Pour ma part, je crois que nous ne pouvons pas détourner le regard lorsque la principale institution judiciaire pénale de la planète, qui permet de poursuivre les auteurs de crimes de guerre et de crimes contre l'humanité, est attaquée par des empires en résurgence.
06.03 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le ministre, la Cour pénale internationale (CPI) joue un rôle essentiel dans la défense du droit international et humanitaire et dans la lutte contre l'impunité de celles et ceux qui commettent les crimes les plus graves contre l'humanité. Hier encore, la Cour pénale internationale condamnait une personne reconnue pour de tels crimes en République centrafricaine. C'est ce type de décision qui rappelle très concrètement pourquoi cette juridiction est indispensable.
Il est dès lors essentiel de garantir qu'elle puisse exercer sa mission librement, sans entrave ni menace à l'encontre de ses membres. La justice internationale doit pouvoir travailler dans la sérénité, à l'abri des pressions politiques et bénéficier du soutien sans faille du plus grand nombre possible d'États.
Or, aujourd'hui, les menaces qui pèsent sur la CPI et sur celles et ceux qui la font vivre se multiplient. Pour ses membres, elles peuvent avoir des conséquences très concrètes: difficulté d'accès aux services financiers, aux outils numériques ou à certaines prestations indispensables au fonctionnement quotidien de l'institution. Ces menaces peuvent aussi avoir un effet dissuasif sur les personnes, les organisations ou les acteurs appelés à coopérer avec la CPI.
La Belgique a toujours fait de la lutte contre l'impunité et du respect du droit international des principes fondamentaux. Il est donc essentiel que nous continuions à préserver l'indépendance et la capacité d'action de la Cour.
Monsieur le ministre, comment la Belgique, avec ses partenaires européens, entend-elle soutenir concrètement ces membres de la CPI qui font aujourd'hui l'objet de sanctions et de menaces? Une concertation a-t-elle eu lieu entre les États européen afin d'anticiper d'éventuelles sanctions supplémentaires contre la Cour et de prévoir, le cas échéant, des mesures permettant d'en limiter les effets? Enfin, quelles actions diplomatiques la Belgique entend-elle mener afin d'élargir et de renforcer le soutien international à la Cour pénale internationale?
Je vous remercie pour votre réponse.
06.04 Maxime Prévot, ministre: Messieurs les députés, le droit a besoin de gardiens et le pouvoir ne peut pas être son propre juge. C'est ce que j'ai ardemment souligné lors de mon discours à la tribune des Nations Unies avant-hier. Et vous avez raison de porter ce sujet dans cette enceinte.
La Cour pénale internationale a plus que jamais besoin de notre soutien. La Cour a pour mission noble, vous l'avez rappelé, de lutter contre l'impunité en poursuivant et en jugeant des personnes accusées des crimes internationaux les plus graves.
Lorsque des magistrats ou des membres du personnel subissent des sanctions ou des pressions parce qu'ils exercent simplement leur mandat, la Belgique se tiendra toujours à leurs côtés pour les protéger. C'est pour cette raison que la Belgique condamne systématiquement les sanctions prises ou annoncées visant à intimider la Cour.
Onze positie is publiek bekend. Wij steken ons standpunt ook niet onder stoelen of banken bij bilaterale contacten of Europese en multilaterale bijeenkomsten.
L'indépendance et l'impartialité de la Cour sont d'une importance capitale. Celles-ci ne doivent pas être compromises par des moyens de pression, tels que des sanctions. La Belgique appelle donc les États à coopérer pleinement à ces enquêtes et à ces procédures judiciaires.
Bovendien draagt België jaarlijks bij aan de reguliere begroting van het hof en verstrekt het waar relevant bijkomende vrijwillige bijdragen ter ondersteuning van specifieke noden.
België pleit reeds geruime tijd voor de uitbreiding en activering van het blocking statute. Naar aanleiding van de meest recente sancties hebben wij die oproep uitdrukkelijk herhaald.
J'ai d'ailleurs approché le secteur bancaire
pour le conscientiser à la situation délicate que vit la Cour et à l'importance
de la soutenir en lui fournissant les services nécessaires à la poursuite de
ses activités. À l'heure actuelle, monsieur De Smet, aucun Belge ni aucune
personne résidant en Belgique ne fait l'objet de sanctions. À l'heure actuelle!
Beste Kamerleden, via die politieke, diplomatieke en financiële inspanningen blijft België bijdragen aan de doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof en aan de handhaving van de internationale rechtsorde.
06.05 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de minister, een wereld zonder strafhof is een wereld zonder regels. Trump pest de rechters, blokkeert hun bankkaarten en zorgt ervoor dat zij niet meer aan hun familiefoto's op de cloud kunnen. Dat is nog maar het begin.
Zover gaat Trump dus om de mensenrechten terug te draaien. Zover gaat Trump om oorlogsmisdadigers zoals zijn goede vriend Netanyahu te ontzien en weg te houden van het Internationaal Strafhof.
Laten wij dat gebeuren? Neen, wij mogen dat niet laten gebeuren. Europa moet er alles aan doen om het Internationaal Strafhof te redden en te beschermen voor al wie geterroriseerd wordt door enkele zotten, voor al wie in oorlog moet leven en vooral voor al wie gerechtigheid verdient.
06.06 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour vos propos, très clairs, de condamnation sur ce sujet. Je n'en doutais pas, mais il était, néanmoins, importants qu'ils soient exprimés ici. Merci d'avance pour le suivi sur les deux aspects que vous avez indiqués et qui relèvent, au moins en partie, de notre compétence: d'une part, l'extension du règlement de blocage aux situations susceptibles de concerner des personnes faisant l'objet de sanctions en raison de leur travail à la Cour et, d'autre part, le travail avec le secteur bancaire. Dans ce domaine-là, comme dans plein d'autres, nous découvrons, nous Européens, nous Belges, à quel point nous pouvons être dépendants.
Or, le hasard du calendrier fait que nous avons appris aujourd'hui, à la faveur d'une fuit, que la diplomatie belge et votre cabinet considèrent que l'administration Trump n'est plus tout à fait un allié fiable. Ce n'est pas exactement un scoop et personne ne peut vraiment vous en vouloir. Comme tout le monde ici, nous espérons que les États-Unis redeviendront des alliés davantage fiables, avec un sens de l'universalisme qui devrait être celui des États les plus forts.
06.07 Michel De Maegd (Les Engagés): Merci monsieur le ministre pour votre réponse sans équivoque. Dans un monde où les équilibres se bousculent à toute vitesse, le droit international doit rester notre boussole.
Regardons l'Ukraine, chers collègues! Depuis quatre ans et demi, l'impérialisme russe tente, par la force, de soumettre un État souverain. Combien de populations vivent dans la crainte de subir la puissance militaire qui les entoure? Avec des collègues, je reviens aujourd'hui de Taïwan. Que dirions-nous si la force devait s'y abattre, avec des conséquences majeures, notamment pour l'Europe? Et c'est précisément pour cela que le droit international est fondamental. Sans lui, que reste-t-il aux petits États face aux plus puissants? Vous le disiez vous-même, monsieur le ministre, il y a deux jours aux Nations unies, cette boussole a besoin de gardiens.
La Cour pénale internationale est l'un de ses plus grands gardiens. Chers collègues, nous sommes un pays par nature largement tourné vers le monde. Nous sommes un pays qui prône la sécurité, la prospérité, et celles-ci reposent sur l'existence du droit international. Un monde libre implique bien entendu des institutions solides, des contre-pouvoirs et des juges indépendants.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, er is eindelijk wat licht aan het einde van de tunnel, in de duisternis. Na jaren van het invoeren van nieuwe taksen, zoals de meerwaardetaks, en na maanden van ballonnetjes van de socialisten van Vooruit over de rijkentaks of miljonairstaks, gaat het vandaag eindelijk eens over economische groei en lastenverlaging. Dat is te danken aan de MR, de Franstalige liberalen die een plan op tafel hebben gelegd om de lasten te verlagen.
Mijnheer de minister, eerlijk gezegd, dat is de logica zelve. We zijn het zwaarst belaste land ter wereld en dan is het logisch dat het over economische groei en lastenverlaging gaat.
Ik wil er één maatregel uitnemen, mijnheer de minister: de btw-verlaging voor het bouwen van een nieuwe woning. Vandaag is de situatie zo dat jonge gezinnen, alleenstaanden en jonge dertigers de centen niet meer bij elkaar krijgen om een betaalbare woning te kunnen kopen, laat staan een betaalbare woning te kunnen bouwen.
Mijnheer de minister, een btw-verlaging voor nieuwbouw zou zuurstof en perspectief geven, zuurstof aan onze economie, die vandaag volledig stilstaat, zuurstof aan de bouwsector, aan zelfstandigen en ondernemers, die in Vlaanderen geen twee stenen op elkaar gelegd krijgen, maar die maar één ding moeten doen: bouwen, bouwen, bouwen, zodat er voldoende woningen zijn voor de toekomstige generatie en perspectief voor jonge mensen, zodat zij opnieuw kunnen dromen van die baksteen in de maag en opnieuw een woning kunnen verwerven.
Mijnheer de minister, ik heb maar twee vragen voor u. Bent u ook tevreden dat het in plaats van over taksen nu eindelijk over economische groei gaat? Wat gaat u doen met dat voorstel? Gaat u het voorstel van de liberalen voor een btw-verlaging voor nieuwbouw steunen?
07.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van der Elst, het is handig geprobeerd. Gisteren werd deze vraag in commissie gesteld en heb ik erop geantwoord. Daardoor moest u uw vraag hier een beetje een andere titulatuur geven. Ik begrijp dat. Het is creatief.
Met betrekking tot de btw heb ik gisteren in de commissie een heel uitgebreid antwoord gegeven. U moet dat maar nalezen.
Met betrekking tot het plan van een van de regeringspartijen kan ik u zeggen dat er in de regering consensus is over het feit dat het groeiluik ook een belangrijk deel moet zijn van de moeilijke, zware oefening die we nu moeten maken.
Met betrekking tot het plan van de MR, uw collega Orlians heeft daarnet de eerste minister daarover ondervraagd. Repetitio est mater studiorum. Ik kan alleen de eerste minister citeren. Evenmin ga ik concrete uitspraken doen over wat op tafel ligt en wat niet in deze onderhandelingsfase, want dat lijkt mij contraproductief. In algemene termen wil ik u wel zeggen dat het mij evident lijkt dat bij het opstellen van een begroting rekening wordt gehouden met de impact op onze economische groei. De eerste minister ging daar al verder op in. Ook daar lijkt het mij evident dat we zoeken naar maatregelen die onze economische groei maximaal vrijwaren of zelfs stimuleren. Ik zit voor honderd procent op dezelfde golflengte als de eerste minister.
07.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik begrijp ergens wel uw terughoudendheid bij lopende onderhandelingen. Het helpt niet om dan ballonnetjes op te laten. U laat echter geen ballonnetjes op. Als het over economische groei gaat, als het over lastenverlagingen gaat, laat u geen ballonnetjes op. De socialisten van Vooruit laten echter wel ballonnetjes op: de rijkentaks, de miljonairstaks, daar mag het wel. Aan die zijde van uw coalitie mogen er dus wel ballonnetjes worden opgelaten, maar u blijft muisstil als het over lastenverlagingen of over het verlagen van de btw gaat. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de minister, ik verwacht van u dat u vecht voor lastenverlagingen. Ik verwacht van u dat u vecht voor een btw-verlaging op nieuwbouw, zodat er terug ruimte komt om te bouwen in dit land. De bouwsector, de zelfstandigen en de ondernemers moeten ruimte krijgen om dat te doen. Zo krijgen jonge gezinnen opnieuw perspectief in dit land en kunnen ze een woning verwerven of een woning bouwen.
Mijnheer de minister, nogmaals, mijn fractie rekent op u om dit uit te voeren.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, onze politiemensen staan dag en nacht klaar voor onze veiligheid en die van onze kinderen. Denk maar aan de politiemensen bij de grote interventies tegen het drugsgeweld in Brussel, of aan de wijkagent die in de Dorpstraat aan de schoolpoort toezicht houdt en de mensen bij naam kent, of nog aan de inspecteur die ter plaatse komt na een ongeval of een inbraak, of nog aan de interventiepolitie, die meteen ter plaatse komt in het geval van overlast of bij een vechtpartij op café, van het Meetjesland tot Brussel. Goede politie is nabij, aanwezig en aanspreekbaar. Ik wil hier daarom mijn diepste waardering en respect voor onze politiemensen uitdrukken.
Mijnheer de minister, laten we eerlijk zijn, aan onze woorden en ons applaus alleen hebben ze niet veel. Dat was ook een veelgehoorde boodschap in de coronaperiode. We hebben die waardering toen omgezet in iets concreets. We hebben gezorgd voor meer loon en betere arbeidsvoorwaarden voor het zorgpersoneel, dankzij onze fantastische minister Frank Vandenbroucke. Ik vind het ook zeer goed dat we vandaag concrete stappen vooruitzetten voor ons operationeel politiepersoneel. We komen daarmee een belofte die allang geleden gemaakt is, eindelijk na. Vanaf volgend jaar krijgen zij 700 euro netto extra.
Achter al die uniformen op straat gaan er echter ook zeer veel medewerkers schuil, die logistieke taken vervullen en dossiers verwerken, alsook IT'ers die computersystemen doen werken. Zonder al die mensen is er ook geen blauw op straat. Daarom is de kritiek van het administratief en logistiek personeel bij de politie vandaag terecht, want al die medewerkers vallen buiten het loonakkoord.
Wat is uw antwoord op de kritiek van het administratief en logistiek personeel bij de politie? Welk perspectief zult u hun bieden?
08.02 Maaike De Vreese (N-VA): Minister, dag in, dag uit, zeven dagen op zeven, in zeer gevaarlijke en moeilijke omstandigheden zorgt de politie voor onze veiligheid. Wanneer wij ’s avonds naar huis gaan en in onze zetel gaan zitten, blijven zij voor ons paraat.
Dat engagement verdient niet alleen onze waardering en ons respect, maar natuurlijk ook een correcte waardering. Daarom is het sociaal akkoord dat u hebt onderhandeld met de politievakbonden, zeer belangrijk. De belofte werd reeds zeer lang geleden gemaakt en tijdens de vorige regering niet waargemaakt. U bent daar nu wel in geslaagd.
Dat komt ook doordat de arizonaregering een veel breder kader ziet, als het gaat over veiligheid. We zetten prioritair in op veiligheid, niet alleen op onze binnenlandse veiligheid, waarin ons politieapparaat zo belangrijk is, maar natuurlijk ook op onze internationale veiligheid en defensie. Dat is een rode draad in het arizonabeleid.
Tijdens de regeringsonderhandelingen werd ook uitgebreid gesproken over de vraag hoe we een job bij de politie aantrekkelijk kunnen maken en hoe we ervoor zorgen kunnen zorgen dat de juiste mensen voor die job solliciteren. De loonsverhoging voor het operationeel politiepersoneel is natuurlijk één aspect van een beleid om de job aantrekkelijker te maken. Het is een eerste belangrijke stap in de verdere vakbondsonderhandelingen. Er komt nog een tweede deel in de onderhandelingen aan en dat slaat op het burgerpersoneel.
Mijnheer de minister, wanneer komt u met dat tweede luik? Ik moedig u aan om na vandaag niet te stoppen, maar gewoon vollenbak door te zetten.
08.03 Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, onze politiemensen staan elke dag in voor onze veiligheid. We moeten ze dus de financiële waardering geven die ze verdienen. Minister Verlinden zette daarvoor in de vorige legislatuur al stappen door de brutoweddes te verhogen. U bouwt daarop voort en hebt nu een nieuw akkoord met de grootste politiebonden gesloten. Concreet betekent het dat politieagenten ongeveer 700 euro netto per jaar extra zullen verdienen. Dat is dus goed nieuws.
We hebben echter ook bezorgdheden. U gaat voor een verhoogde premie. Dat is goed, maar cd&v ziet liever meer loon, want dat telt ook mee voor het pensioen. Ook de CALog-medewerkers zijn we jammer genoeg vergeten.
Er is afgesproken om in een tweede fase verder te onderhandelen over de verhoging van de maaltijdcheques. Cd&v steunt uw inspanningen om het politieberoep aantrekkelijker te maken. We moeten nu voortgaan op de ingeslagen weg en tegelijk oog blijven hebben voor de noden van het administratief personeel en andere zorgen van de vakbonden.
We vragen u ook om de lokale besturen nauw te betrekken. We moeten vermijden dat hun in de toekomst zonder overleg facturen worden doorgestuurd.
De aantrekkelijkheid van het beroep vertaalt zich ook in andere maatregelen, zoals de randpremie voor de zones rond de hoofdstad of een kwalitatief nieuw uniform. Ook op dat vlak moeten we snel stappen vooruit zetten.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u. Wat zijn uw volgende stappen?
08.04 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, notre police traverse une crise de vocation profonde qui fragilise notre sécurité – mission essentielle de l'État fédéral et de nos communes. Cela fait des années que je tire la sonnette d'alarme. Il y a des difficultés de recrutement. Il y a un manque d'attractivité du métier de policier. C'est d'autant plus inquiétant aujourd'hui, quand on connait la montée de la violence qui touche notre pays.
Les jeunes se pressent pour entrer à l'armée, mais les recrutements au niveau de la police restent en berne. C'est assez catastrophique, surtout au niveau de la police fédérale. Cela menace le bon fonctionnement de nos zones de police, mais également la capacité de l'État fédéral à combattre le crime organisé.
Vous avez enfin obtenu un accord pour revaloriser nos policiers avec une augmentation de 700 euros nets par an. C'est évidemment un premier pas, mais ce n'est pas suffisant, parce que l'argent n'est pas l'unique problème. Il y a le recrutement, la formation, l'encadrement et la valorisation des policiers. Ce sont des chantiers que vous devez absolument mettre en œuvre.
Et puis, monsieur le ministre, les 700 euros n'ont pas fait l'unanimité chez les syndicats policiers. On l'a vu dans la presse.
Pouvez-vous me dire exactement ce qu'il y a sur la table des négociations? S'agit-il d'un financement fédéral supplémentaire? Quelles seront les conséquences pour les zones de police? Allez-vous travailler sur les autres aspects de l'attractivité du métier de policier?
08.05 Bernard Quintin, ministre: Mijnheer de voorzitter, dames en heren, beste kamerleden, permettez-moi de commencer par vous dire que je me réjouis qu’au terme de longues mais fructueuses négociations, nous soyons effectivement parvenus à l’accord suivant: 700 euros nets supplémentaires par an pour nos policières et nos policiers.
Dat geldt voor alle eenheden – interventie, nabijheid, recherche enzovoort – van zowel de federale als de lokale politie.
À partir de 2027, tous les membres du personnel opérationnel de la police intégrée bénéficieront, chaque mois, de 58 euros nets supplémentaires. Cette augmentation s'appliquera aussi bien aux membres de la police fédérale qu'à ceux de la police locale et, afin de rassurer l'ensemble des pouvoirs locaux, elle sera entièrement financée sur mon budget fédéral.
Dans un contexte budgétaire difficile, je
dégage donc des moyens supplémentaires en faveur de notre police. Comme vous
l'avez chacun souligné dans vos introductions, nos policiers revêtent chaque
jour leur uniforme pour nous protéger, parfois au péril de leur propre vie. Cela mérite notre reconnaissance et
notre considération.
Zoals u weet, heb ik voor het zomerreces beslist om binnen mijn eigen budget 60 miljoen euro vrij te maken voor onze politiemensen. Dat is toch geen peanuts, maar een duidelijke keuze om onze politiemensen beter te verlonen en het politieberoep aantrekkelijker te maken.
Een eerste schijf van 30 miljoen euro wordt vanaf 2027 ingezet voor de nettovergoeding van het operationeel personeel. Een tweede schijf van 30 miljoen euro zal in 2028 opnieuw worden ingezet voor het operationeel politiepersoneel. Vanaf 2029 zal in totaal 60 miljoen euro jaarlijks worden ingezet voor maatregelen die zowel het operationeel personeel als het CALog-personeel, dus ook het burgerpersoneel, mijnheer Meuleman en mevrouw De Vreese, ten goede komen. De 30 miljoen euro bijkomende middelen in 2029 zullen worden vrijgemaakt bij een globaal akkoord over zowel het kwantitatief als het kwalitatief luik.
Monsieur Thiébaut, pour vous rassurer, le recrutement dans la police fédérale se porte mieux que lors des années précédentes. Je pense qu'il a aussi fallu y investir de l'énergie. Comme vous l'avez dit, il faut peut-être profiter de l'élan qui a été initié avec le recrutement dans l'armée pour augmenter également le recrutement au niveau de la police fédérale.
Mijnheer Demon, in het kader van goed bestuur heb ik beslist om binnen mijn budget te werken. Het totaal van 60 miljoen euro is vanuit de vakbonden gekomen. Ik heb dus beslist om die 60 miljoen euro in mijn eigen budget te vinden. Dat is in deze tijden een goede beslissing.
Ik kan u bevestigen dat het protocol over de verhoging van de bezoldiging zopas, vandaag, werd ondertekend door twee van de vier vakbonden, nadat een ruime meerderheid van hun leden zich voor het voorstel had uitgesproken. Het ACV heeft het voorstel verworpen. Daar heeft 47 % van de leden tegengestemd en 46 % heeft ten gunste van het akkoord gestemd. Op die manier werkt de democratie: voor die 1 % hebben zij het akkoord verworpen.
Ik betreur dat de leden van de christelijke vakbond een bijkomende bezoldiging van bijna 700 euro netto per jaar afwijzen. De leden van de socialistische vakbond spreken zich op 1 oktober 2026 uit. Ik hoop dat ook zij het voorstel zullen steunen.
Mevrouw De Vreese, de komende maanden zetten wij verdere stappen om het politieberoep aantrekkelijker te maken en nieuw talent aan te trekken. Zoals u weet, hebben wij immers jonge en ambitieuze mensen nodig bij de politie. Wij hebben duidelijkheidshalve ook minder jonge mensen nodig.
De regering maakt van veiligheid een prioriteit. Daarom versterken wij onze politie met de mensen, middelen en uitrusting die ze nodig heeft.
Monsieur Thiébaut, je travaille sur tous les aspects de l'attractivité du métier. Je l'ai dit, il y a bien sûr la question du salaire, des primes que l'on peut accorder, de l'environnement de travail et des bâtiments. Je ne l'élude pas, car cette question est pour moi absolument cruciale. Il faut offrir à nos policières et à nos policiers un environnement de travail de qualité. C'est vraiment une préoccupation majeure pour ma part. Vous le savez, je suis autant que possible sur le terrain et je dois, en effet, parfois constater que les conditions de travail ne sont pas optimales. Ce sera le British understatement du jour: elles sont parfois absolument scandaleuses.
Wie elke dag instaat voor onze veiligheid verdient ook een aantrekkelijke verloning
08.06 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, voor Vooruit is het helder, wij zijn zeer blij dat er eindelijk een loonsverhoging komt voor ons operationeel politiepersoneel. Er komt 700 euro netto bij vanaf volgend jaar. Dat zal natuurlijk de koopkracht van de mensen verbeteren. Collega’s, koopkracht gaat niet over tabelletjes, grafiekjes en zo, koopkracht gaat over wat de mensen aan het einde van de maand overhouden. Daarover gaat het. Dat is de strijd die Vooruit voert.
Mijnheer de minister, het gaat echter niet alleen over de mensen in uniform, maar ook over al die mensen achter het uniform, over het burgerpersoneel. Daarvoor rekenen we ook op u.
08.07 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, dit is een belangrijke eerste stap, en dat in een zeer krap budgettair klimaat. U moest onderhandelen en we zagen dat heel wat politiemensen, ook mensen van de vakbond, zich pragmatisch hebben opgesteld om tot een akkoord te komen. Er was een constructieve samenwerking. We moeten iedereen die aan tafel zat daarvoor bedanken.
Het draait natuurlijk niet alleen om het potje geld. Het betreft een correcte waardering van onze politiemensen. Daarenboven is het zeer belangrijk dat u ook verder werkt aan de herstructureringen die u aan het doorvoeren bent, mijnheer de minister. Ik vind het belangrijk dat u herstructureert en efficiënt met de middelen omgaat en dat u dat doet binnen het kader van uw eigen middelen.
Proficiat met dit akkoord. We mogen daar bijzonder trots op zijn.
08.08 Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, onze politiemensen verdienen waardering en een verloning die hun inzet en de gevaren waaraan ze blootgesteld worden absoluut compenseert. Dit akkoord is een eerste stap en we zijn blij dat die stap gezet is.
Er is echter nood aan meer duurzaamheid en aan nog grotere zekerheid. We verwachten dat we samen in overleg kunnen blijven gaan. We hebben afgesproken om van de politie opnieuw een aantrekkelijke werkgever te maken. Ik ben ervan overtuigd dat die kleinere vakbond ook mee zal kunnen gaan, wanneer we tonen dat het ons menens is met betrekking tot maaltijdcheques, dat we in 2029 ook het burgerpersoneel zullen remunereren en zullen kijken naar de eindeloopbaantrajecten. Nu is het moment om er werk van te maken.
08.09 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, dont certaines sont assez rassurantes, mais pour moi, un constat demeure. Quand un ministre de l'Intérieur doit appeler l'armée à la rescousse dans les rues, c'est qu'il estime qu'il ne dispose pas de suffisamment d'effectif policiers pour assurer la sécurité dans l'espace public. Monsieur le ministre, je sais que vous réclamez des moyens pour la police au sein de votre gouvernement, mais je sais aussi que, malheureusement, votre partenaire, la N-VA, préfère favoriser des achats militaires au détriment de notre sécurité intérieure.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
(Het antwoord zal door de minister van Veiligheid
en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris worden gegeven / La réponse sera
donnée par le ministre de la Sécurité et de
l'Intérieur, chargé de Beliris)
09.01 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, depuis quelques semaines, partout en Europe, nous ressentons une accélération de la guerre hybride d'intimidation que nous mène la Russie. Je crois que ce sont les mots qu'il est temps d'employer.
Cette guerre change également de nature. Cet été, un drone chargé d'explosifs a frappé un avion cargo ukrainien à l'aéroport de Leipzig. Des fabricants d'armes fournissant l'Ukraine ont été la cible d'incendies en Bulgarie, en Italie et en Estonie. L'OTAN a dû abattre un drone au-dessus de la Lituanie il y a 10 jours
La Belgique n'est pas épargnée: un groupe cybercriminel a attaqué au moins 270 organisations belges, dont des administrations locales, tandis qu'un agent a été arrêté pour avoir photographié le port d'Anvers. Nous accueillons l'Union européenne, l'OTAN et, comme chacun le sait désormais, Euroclear. Nous constituons donc une cible évidente.
La France a entamé un plan de protection des infrastructures critiques. L'Allemagne a réuni son Conseil national de sécurité quatre jours après les attaques de Leipzig. La réponse belge, quant à elle, paraît à tout le moins hésitante. Votre propre parti, le MR, vous demande de réunir d'urgence le Conseil national de sécurité. Je n'ai pourtant entendu aucune réponse du gouvernement à cet appel de bon sens. Puisque vous êtes présent aujourd'hui, espérons qu'avec un peu de chance le MR obtiendra enfin une réponse du MR.
Monsieur le ministre, allez-vous réunir le Conseil national de sécurité sur les menaces hybrides et, si oui, dans quel délai? La Belgique va-t-elle disposer, comme la France, d'un plan de protection des infrastructures critiques? Quelle évaluation faites-vous de la menace pesant sur la Belgique, en particulier sur le port d'Anvers ainsi que sur les sites de production et de transit d'armement à destination de l'Ukraine?
Nous ne pouvons plus nous permettre d'être naïfs ou attentistes et nous sommes désormais en droit d'attendre des actes de ce gouvernement.
09.02 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, het Europese continent wordt met heel wat hybride aanvallen geconfronteerd. Er waren voorvallen in Leipzig en Berlijn; er waren de incidenten in Nederland; een Deense helikopter werd vanuit een Russisch vliegtuig beschoten; het Poolse luchtruim werd geschonden en vorige week waren er de zeer opvallende verklaringen van president Macron, waarschijnlijk ingeseind door de CIA, over een grote dreiging van een droneaanval op Frankrijk, Spanje of Italië vanuit de Middellandse Zee.
Ook bij ons worden er weer drones boven de luchthaven van Zaventem gespot. Gelukkig heeft minister Francken sinds de vorige keer geïnvesteerd in counterdronecapaciteit om aanvallen te weerstaan. Hij werd voor die investeringen in het Parlement door het Vlaams Belang, de PVDA en Groen, die met Staf Aerts een wansmakelijke reportage in Pano opzette, verguisd. Laat het duidelijk zijn dat het, gezien de nieuwe context waarin we leven, een goede zaak is dat die investeringen zijn gebeurd.
Mijnheer de minister, de situatie geeft mij het gevoel in een Harry Potterfilm te zitten. Vladimir Poetin is dan Voldemort, he who shall not be named, en u bent een moedig lid van de Orde van de Feniks dat wel zegt waar het op staat. In De Afspraak zei u terecht dat we moeten stoppen met te praten over hybride dreigingen. Het gaat over aanvallen. Het moet eens genoeg zijn. De situatie is nog nooit zo prangend geweest.
Mijnheer de minister, bij die duidelijke uitspraken horen volgens mij ook acties. Mijn vraag is heel simpel. Welke extra maatregelen zult u nemen om de aanvallen op onze kritieke infrastructuur en op onze civiele infrastructuur beter af te weren? Welke maatregelen neemt u voor de veiligheid van onze bevolking?
09.03 Bernard Quintin, ministre: Messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions. Cela me permet de le dire pour la première fois ici en séance plénière: oui, nous faisons face à une "menace hybride". Qu'est-ce que ça veut dire? Comme je sais que vous m'écoutez ou me lisez peut-être de temps en temps, monsieur De Smet, vous savez que c'est quelque chose qui m'insupporte. C'était déjà le cas dans mes fonctions précédentes.
On sectionne des câbles dans la mer de Finlande, on mène des cyberattaques permanentes sur nos infrastructures hospitalières officielles ou même du secteur privé, on envoie des drones pour perturber l'activité aéroportuaire.
De Russen zijn een stapje verder gegaan in Leipzig.
On parle d’un drone chargé d’explosifs dont l’intention était bien de faire exploser l’avion chargé de munitions destinées à l’Ukraine. Je pense qu’il faut arrêter de parle de "menaces hybrides". En fait, on dilue la menace de ce point de vue-là. Cela ne veut rien dire. Cela ne parle pas. Ce sont des menaces absolument réelles.
Je viens, comme vous le savez peut-être, de passer deux jours à Washington, où j’ai rencontré tous les services de sécurité et de renseignement. Je pense que nous partageons en effet une analyse: il est temps de prendre ces menaces au sérieux, ce que peut-être nous n’avons pas fait suffisamment avant.
Je demande donc aussi au premier ministre, et je l’ai déjà fait, de réunir le Conseil national de sécurité. Vous savez que le premier ministre en est le président. Mais pour que le Conseil national de sécurité soit intéressant, il faut qu’il soit bien préparé. Cette préparation est en cours au niveau de tous nos services de sécurité et de renseignement. Ils doivent préparer ce Conseil national de sécurité, qui doit justement déboucher sur des mesures supplémentaires.
Il y a bien sûr des plans de protection de nos infrastructures, mais qui doivent être toujours adaptés, parce que la menace s’adapte. Notre réaction doit aussi s’adapter. L’évaluation de la menace est permanente.
Ik zal niet te veel in detail treden, omdat het over veiligheid gaat. Ik verzeker iedereen in ieder geval dat wij de bedreigingen ernstig nemen en dat wij alle nodige maatregelen nemen. Wij moeten nog meer doen, nog beter doen en ons aanpassen aan de werkelijkheid van de situatie, niet alleen met alle geallieerden in Europa maar ook met de Amerikanen en andere geallieerden om er zeker van te zijn dat wij sterk genoeg zijn voor de toekomst.
Cet avenir, on le voit. Il ne faut pas regarder très loin de chez nous pour observer ce qui se passe. Ce n'est pas être un fauteur de troubles ou un warmonger – un belliciste – que d’affirmer cela.
Nous allons entamer la deuxième phase de l'information à la population avec le Centre de crise national. Je vous avoue que j'espère que l'accueil tant politique que médiatique sera un peu moins sarcastique que celui qu'il a reçu lors de sa première phase où l’on a parlé des brochures et du kit d'urgence, tout cela semblant plus ou moins amusant alors que ça ne l'est absolument pas. Ce sont des choses sérieuses qu'il faut faire. Notre armée se prépare, notre police se prépare, notre société doit absolument renforcer sa culture de sécurité.
Je n'irai pas jusqu'à dire qu'elle est au point mort en Belgique, mais enfin, on ne peut pas dire que ce soit notre point fort non plus. Il faut qu'on travaille sur cette culture de sécurité et tout le monde a une responsabilité à prendre: le niveau politique et les services de sécurité, évidemment, mais notre population doit aussi se préparer. On l'a vu cet été, cela peut concerner des incendies, des inondations, des menaces encore qualifiées d'hybrides mais qui sont très réelles ou encore d'autres menaces.
En tout cas, vous pouvez compter sur moi pour que ce Conseil national de sécurité, que j'appelle de mes vœux, soit sérieusement préparé pour aboutir à des résultats extrêmement concrets qui seront mis en œuvre par tout le monde.
09.04 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie. Vous touchez quelque chose avec le terme "hybride". C'est vrai qu'il a l'air politiquement correct. Je crois qu'il s'est imposé dans le langage parce que c'était une manière de tenir la menace à distance mais les faits sont là. Nous sommes effectivement déjà dans une forme de conflit avec la Russie qui pose des actes qui n'avaient jamais été commis en temps de guerre froide. Donc on est déjà dans quelque chose, oserais-je dire, de plus chaud.
En effet, ce n'est pas toujours évident de l'expliquer à la population parce que ce n'est pas du tout une guerre normale. Ce n'est pas une guerre comme on l’imagine mais elle est bien réelle. Leipzig est en effet, je le crois aussi, une forme de tournant parce qu'ils se sont permis quelque chose d’inédit et qu’ils comptent sur une certaine mollesse supposée des Européens, mais aussi sur nos divisions. On a notamment parlé de la France. Que se passera-t-il si demain un candidat d'extrême droite ou d'extrême gauche arrive au pouvoir à la présidentielle et décide de retirer son soutien à l'Ukraine? C'est pour ça qu'il faut aller très vite parce que la menace ne fera que s'intensifier à partir du printemps prochain. S'il vous plaît, demandez au premier ministre de convoquer ce Conseil et de le préparer le mieux possible!
(Applaudissements)
(Applaus)
09.05 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wij hebben die duidelijkheid in deze tijden nodig.
Ik steun uw geplande hervormingen. Wij moeten inderdaad onder andere het Crisiscentrum zo hervormen dat het sneller acties en aanvallen kan toewijzen en maatregelen kan nemen.
Collega's, ik wou er eigenlijk niet op
terugkomen, maar het Vlaams Belang en Groen, die hier zitten te roepen,
verspreidden wekenlang wansmakelijke leugens over investeringen in onze
weerbaarheid en in de verdediging van onze kritieke infrastructuur. Het parket
heeft dat nu onderzocht en geoordeeld dat minister Francken niets verkeerd
heeft gedaan. Zij vallen nu door de mand. Bied uw excuses aan, dames en heren
van het Vlaams Belang en Groen, in plaats van hier wat te roepen. Schaam u!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10.01 Gilles Foret (MR): Monsieur le ministre, une nouvelle fois, le ciel belge a été perturbé par une grève des contrôleurs aériens de skeyes à Charleroi. Grève qui a causé la suppression de plus de 320 vols et touché plus de 50 000 passagers.
Même si on peut être soulagé de la suspension du mouvement pour donner une chance au dialogue social, la fragilité de la situation et ses menaces de blocage récurrentes ne nous rassurent pourtant pas. Le droit de grève est un droit fondamental, mais il ne peut pas signifier un droit pour une minorité de paralyser à répétition une infrastructure stratégique pour notre pays. Derrière ces mouvements, il y a des voyageurs, des entreprises, des travailleurs, mais aussi toute l'activité économique d'un aéroport, qui se retrouvent pris en otage par un conflit auquel ils sont étrangers.
Pour rappel, l'écosystème de l'aéroport de Charleroi, c'est plus de 3 400 emplois. À force de se répéter, ces conflits finissent surtout par entacher la fiabilité et la crédibilité de l'ensemble de la plateforme aéroportuaire belge dans un secteur soumis à une concurrence internationale particulièrement forte.
Monsieur le ministre, nous ne découvrons pas le problème aujourd'hui. Le 4 juin, d'ailleurs, nous avons déposé, avec plusieurs collègues MR, une proposition de loi visant précisément à garantir la continuité des services essentiels de navigation aérienne et des services aéroportuaires en cas de grève. L'objectif est clair: transposer au secteur aérien une logique qui a fait ses preuves dans le rail sous l'impulsion de votre prédécesseur François Bellot, en conciliant le droit de grève avec la protection de l'intérêt général et la continuité d'une infrastructure stratégique.
L'actualité à Charleroi démontre, aujourd'hui, toute la pertinence et l'urgence de cette démarche. Monsieur le ministre, êtes-vous prêt à soutenir cette proposition et à faire avancer rapidement la mise en place d'un service garanti chez skeyes et dans nos aéroports?
10.02 Jean-Luc Crucke, ministre: Chers collègues, un service minimum du contrôle aérien, bien qu'il ne se retrouve pas dans l'accord de gouvernement – vous l'aurez vous-même constaté – me semble indispensable. Par conséquent, je peux très largement ânonner vos propres propos, ainsi que ceux de notre collègue Vander Elst qui a également déposé une proposition sur le sujet. Nous devons avoir un dispositif qui garantisse le service public – car cela reste un service public – du contrôle aérien. L'actualité que vous évoquez ne fait, me semble-t-il, que le confirmer.
C'est donc dans cet esprit que j'ai entamé, depuis plusieurs semaines et en toute transparence, un dialogue avec Skeyes et les organisations syndicales, un travail qui aboutit à la rédaction d'un avant-projet de loi. Cet avant-projet de loi est aujourd'hui entre les mains de l'Inspection des Finances. Il sera ensuite soumis au ministre du Budget, puis déposé sur la table du gouvernement. J'espère que la première lecture pourra intervenir en octobre.
Ce texte correspond assez fidèlement à ce que vous venez de décrire: nous restons dans des lignes comparables à ce que nous appliquons à la SNCB. Il prévoit des périodes devant faire l'objet de négociations entre les syndicats et la direction, périodes qui s'avèrent parfois plus tendues que d'autres, mais qui sont connues à l'avance et dont il faut pouvoir limiter l'impact.
Le dispositif s'appuie également sur le personnel, qui doit pouvoir exprimer volontairement son souhait de poursuivre le travail. Dans l'hypothèse où le service minimum ne serait pas garanti, le ministre disposera de la possibilité de procéder à des réquisitions.
J'étends également les missions à un certain nombre de cas qui ne sont pas prévus aujourd'hui par la loi. Je pense que, de cette manière, on pourra garantir un service digne des aéroports, digne du personnel qui y travaille, digne des citoyens qui l'utilisent, et digne de l'image de notre pays.
10.03 Gilles Foret (MR): Monsieur le ministre, je ne peux que vous encourager à continuer dans cette voie et vous remercier pour le travail que vous avez entamé. Je pense qu'il est, en effet, crucial pour la crédibilité et la fiabilité de la plateforme aéroportuaire de notre pays de pouvoir disposer, dans le cadre d'un dialogue social, d'un tel dispositif avec des règles claires bien établies et qui a déjà fait ses preuves au niveau du rail, démontrant qu'aujourd'hui, on peut parfaitement concilier le droit de grève avec la continuité du service au public. Il importe de le mener à bien cette année dans le cadre des travaux que vous avez entamés. Le temps presse et, comme je l'ai rappelé tout à l'heure, l'écosystème des aéroports belges est déterminant pour notre économie et pour développer la croissance dont on a tant besoin.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
11.01 Sam Van Rooy (VB): Minister, dit is wat de El Albanimoskee in Gent propageert: “Allah heeft de gehoorzaamheid van de vrouw aan de man verplicht gesteld. De plaats van de vrouw is in haar huis. Vrouwen mogen alleen buitenshuis werken als ze toestemming krijgen van hun man of vader. Vrouwen mogen niet geparfumeerd gaan werken en niet werken in een werkomgeving waarin ze vrij omgaan met mannen. Er moet een scheiding zijn tussen mannen en vrouwen. Vrouwen mogen niet reizen zonder mannelijke begeleiders.”
Dit is om te kotsen, dit is walgelijk! Dit hoort niet thuis in een vrije, westerse samenleving. Dit hoort niet thuis in Europa, dit hoort niet thuis in België, dit hoort niet thuis in Vlaanderen! Vergis u niet, dames en heren: deze minachting voor vrouwen, deze discriminatie, deze vrouwenonderdrukking is gewoon de orthodoxe, mainstream islam, zoals vervat in de heilige islamitische bronnen, de Koran en de Hadith, en zoals uitgedragen door de grote mainstream islamitische rechtsscholen. Verdiep u er eens in.
Minister Beenders, u blaast altijd hoog van de toren als het over discriminatie gaat en nota bene ook over islamofobie. Over deze vrouwenhaatmoskee hebben we u niet gehoord. Dat geldt ook voor het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en Unia. Waar zitten die subsidieslurpers, nu ze zich eindelijk eens nuttig zouden kunnen maken?
De hamvraag is: wat zult u doen aan dit soort vrouwenhaatmoskeeën op ons grondgebied?
11.02 Minister Rob Beenders: Mijnheer Van Rooy, over die uitspraken op de website van de Gentse moskee kan ik heel kort zijn: de gelijkheid van vrouwen en mannen is een absoluut basisprincipe in onze samenleving. Oerconservatieve ideeën die daarmee in strijd zijn, zijn absoluut onaanvaardbaar.
Ik blijf dat herhalen, niet alleen hier, maar ook buiten het Parlement en de commissie. Als minister van Gelijke Kansen heb ik me daarover ook altijd luid en duidelijk uitgesproken.
De stad Gent heeft intussen klacht ingediend en het parket doet nu onderzoek om te kijken of die uitspraken strafbaar zijn. Het parket doet zijn werk. Het is niet aan mij als minister om in een lopend onderzoek tussen te komen of er commentaar op te geven.
Discriminatie, mijnheer Van Rooy, bestrijdt men door ze te benoemen en ze te laten beoordelen door wie daarvoor bevoegd is, niet door ze te misbruiken als voorwendsel voor bijvoorbeeld uw eigen agenda. U veroordeelt, zoals steeds, een hele groep voor de woorden van enkelen. Dat is nu net wat u ook anderen verwijt. Wie echt opkomt voor vrouwen, collega, doet dat overal, niet alleen wanneer dat in een moskee gebeurt.
11.03 Sam Van Rooy (VB): Minister, de El-Albanivrouwenhaatmoskee had al lang gesloten moeten worden. Meer nog, van mij mogen alle moskeeën dicht, want ze doen niets anders dan vrouwenhaat verspreiden en worden toch beschermd onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Dat schreef N-VA-parlementslid Darya Safai. Zij kan het weten.
De N-VA-premier, Bart De Wever, denkt daar helaas heel anders over, want hij zei dat de islam geen enge godsdienst is. Wat een gevaarlijke nonsens! Het Vlaams Belang is wel principieel en duidelijk: sluit alle radicale moskeeën op ons grondgebied, stop met het importeren van islamitische haat en vrouwenhaat, zet alle moslimfundamentalisten het land uit. Kortom, stop de islamisering van onze samenleving!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
(Het antwoord zal door de minister van
Consumentenbescherming, Socialefraudebestrijding, Personen met een handicap en
Gelijke Kansen worden gegeven / La réponse sera donnée par le ministre de la
Protection des consommateurs, de la Lutte contre la fraude sociale, des
Personnes handicapées et de l'Égalité des chances)
12.01 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de minister, opnieuw is er een geval van fraude in de gezondheidszorg. Ditmaal slaagde een tandarts erin om niet alleen financieel te frauderen, maar ook om mensen die totaal niet opgeleid zijn in te zetten voor het bedienen van patiënten in zijn tandartsenpraktijk. Het ontzenuwen van tanden, het verdoven van het gebit, dat werd allemaal gedaan door mensen die er geen diploma voor hebben terwijl wij allemaal weten dat daarvoor jarenlang gestudeerd wordt.
Wat mij echt kwaad maakt, is dat de zaak al langer op de radar staat. Het RIZIV doet jaarlijks een audit van waar er overconsumptie is en waar er te veel ingrepen worden uitgevoerd. Al jarenlang geeft het Verbond van Vlaamse Tandartsen aan dat er in Limburg een overconsumptie blijkt te zijn. Sinds 2021 is er maar liefst 200.000 euro aan fraude vastgesteld. Het Verbond van Vlaamse Tandartsen vraagt al sinds 2016 antwoorden op die overconsumptie. We zien dus jarenlang dat het RIZIV keer op keer te traag reageert.
Thans spreken wij over een controledienst van maar liefst meer dan 300 mensen. Het gaat hier over belastinggeld, over sociale zekerheid en over geld dat moet dienen voor de meest kwetsbaren, voor zieke mensen en gepensioneerden. Als wij vandaag zien dat dat geld gewoon wordt opgesoupeerd door cowboys die het geld in hun eigen zakken deponeren, is de conclusie dat de politiek snel moet reageren en iets anders moet doen dan hier woedend om zijn.
Ik heb één vraag voor u. Hoe zullen wij ervoor zorgen dat de controles veel kordater zijn en dat artsen die misbruik maken van ons systeem sneller gestraft kunnen worden?
12.02 Minister Rob Beenders: Mevrouw Farih, u geeft heel duidelijk aan dat, als we de strijd tegen fraude willen winnen – wat we in de regering absoluut als een prioriteit zien – we vooral een sterke overheid nodig hebben. We hebben ook de juiste instrumenten nodig die ervoor kunnen zorgen dat de controles, de handhaving en de sanctionering snel gebeuren.
Wat betreft de zorg hebben we daar in het Parlement onder andere al een aantal belangrijke beslissingen voor genomen. Laten we ook correct zijn in dit verhaal: elk verhaal dat in de media komt over fraude in de zorg, is ook een kaakslag voor de vele mensen die in de zorg werken en die elke dag het beste van zichzelf geven. Kom maar elke dag buiten als zorgverlener, terwijl er in de krant weer zo'n cowboy staat die het systeem misbruikt. We moeten echt alles op alles zetten om de mensen te beschermen die het correct doen en vooral ook de sociale zekerheid, die vandaag alsmaar meer onder druk staat. We moeten ervoor zorgen dat de schade aan het vertrouwen in de zorg wordt tegengegaan.
Het antifraudeplan van collega Vandenbroucke, dat ondertussen in uitvoering is, geeft de controlediensten extra wapens om fraudeurs sneller op te sporen en uit het systeem te halen. Ook is onlangs het meldpunt sociale fraude, waarvoor ik bevoegd ben, uitgebreid. Daar kunnen onder andere meldingen worden gedaan over zorgverleners als mensen denken dat er misbruik wordt gemaakt, bijvoorbeeld met ziekteattesten door werkgevers. We zien daar al dat het doet wat het moet doen: meldingen komen binnen, worden onmiddellijk onderzocht en er wordt heel snel gehandeld.
De maatregelen die we in het Parlement hebben genomen rond de mogelijkheid om RIZIV-nummers te schorsen, zijn heel belangrijk. Ik verwacht ook dat het RIZIV daar doet wat het moet doen. Het mag niet alleen een boete opleggen, maar moet ook verhinderen dat iemand verder factureert en de sociale zekerheid verder oplicht.
Wat betreft dit concrete dossier kan ik geen uitspraken doen, omdat het in handen is van het arbeidsauditoraat en het RIZIV en zij meewerken aan een gerechtelijk onderzoek. De bottomline is echter duidelijk...
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de minister.
12.03 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik ben het met u eens: dit is opnieuw een kaakslag voor de hele zorgsector.
Het moet echter allemaal veel sneller. We hebben momenteel met de politiek wat grendels gegeven aan de minister van Volksgezondheid om hier sneller op te reageren. In 2021 gaat het over 200.000 euro fraude. God weet hoeveel fraude er heeft plaatsgevonden in 2022, 2023, 2024 en 2025. Het RIZIV weet het wel, want het maakt een jaarlijkse audit, en het RIZIV moet dan ook sneller reageren.
De voorzitter: Dank u wel, collega. Dank u wel, mijnheer de minister.
Dank u wel, alle collega's en alle ministers, voor deze vragenronde.
13.01 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, quel désastre que ce dossier! Quel triste constat que celui d’une Belgique qui accorde finalement plus facilement des visas à des représentants des talibans qu’à des étudiants de Gaza! Quelle incroyable faillite morale d’une coalition qui accepte que le destin de 13 personnes devienne une monnaie d’échange pour un nouveau durcissement de la politique migratoire, notamment sur des dossiers tels que les hubs de retour ou les expulsions vers l’Afghanistan sous le régime taliban.
De quoi parlons-nous exactement? Nous parlons de 13 étudiants et chercheurs sélectionnés par six universités de notre pays, à savoir l’ULB, l’Université de Liège, l’Université d’Anvers, la KU Leuven, l’UHasselt et l’Institut de Médecine Tropicale d’Anvers, sur la seule base de leur mérite académique.
Parmi eux figure un étudiant en master admis à l’Institut de Médecine Tropicale. Parmi eux figure également le doyen d’une faculté d’ingénierie, admis à l’ULB depuis deux ans. Ces personnes ne demandent ni l’asile ni une protection internationale. Elles demandent simplement à pouvoir suivre les études auxquelles elles ont été régulièrement admises, avec une bourse qui leur a été dûment attribuée, dans des disciplines choisies par nos universités en fonction des besoins de la reconstruction de Gaza.
Le 6 septembre, votre collègue en charge de l’Asile et de la Migration annonçait sur la VRT son opposition à leur évacuation au nom d’un effet domino. Le 11 septembre, vous soumettiez au kern une note articulée en trois volets. Nous le savons, cette note a été, selon vos propres termes, accueillie très froidement par un partenaire de la majorité et totalement rejetée par un autre, qui conditionnait son accord à des concessions concernant les expulsions vers l’Afghanistan et les hubs de retour. Vous avez alors retiré cette note. Vous avez parlé de prise d’otages. Vous avez affirmé que la dignité ne se négocie pas. Sur ce point, vous avez raison. Mais qu’avez-vous obtenu depuis lors? Rien.
Le 15 septembre, le premier ministre constatait lui-même que le dossier n’avait pas abouti. De leur côté, les recteurs et rectrices de nos universités dénonçaient, dans une lettre ouverte commune, la perte de la boussole morale de plusieurs partenaires de cette coalition. Même les évêques de Belgique se sont émus en s’adressant à leur tour au gouvernement. Pourtant, rien n’a bougé.
Puis est venue cette commission de l'Intérieur quelque peu lunaire du 16 septembre, au cours de laquelle votre collègue a tenu des propos pour le moins ahurissants. Tout d’abord, et je dois dire que cela me laisse stupéfait, elle a confirmé l’existence d’un marchandage. Elle a demandé aux partenaires de coalition que, lorsqu’il était question d’un régime d’exception et d’un afflux légal supplémentaire, il convenait également de progresser en matière de retour. Avec une franchise ou un cynisme, selon le point de vue adopté, elle a même explicitement nommé la contrepartie attendue: les hubs de retour et le renvoi d’une soixantaine d’Afghans en séjour irrégulier.
Ensuite, elle a affirmé qu'il n'y avait, de son côté, aucun blocage. Elle a déclaré que tout le monde est traité sur un pied d'égalité et qu'elle n'a donné aucune instruction contraire à ses services. Elle a également pris soin de préciser que l'enregistrement des demandes de visa d'études ne relevait pas de l'Office des étrangers, mais du SPF Affaires étrangères, c'est-à-dire de vos services. À propos de l'un des dossiers, elle a même eu cette formule: "Je renvoie à cet égard vers mon collègue le ministre Prévot".
Techniquement, l'argument juridique de votre collègue repose sur l'article 60 de la loi sur les étrangers, qui impose de demander le visa d'études en personne auprès du poste compétent, ainsi que sur le code des visas Schengen et l'article 61/1/3, qui permet un refus lorsqu'il existe des raisons sérieuses de penser que le séjour poursuit un autre objectif que les études. Elle ajoute que la comparution sert à faire remplir un questionnaire dans un environnement contrôlé, à mener un entretien et à relever les empreintes digitales.
Tout cela est exact, mais aucun de ces objectifs n'exige que cette comparution ait lieu à l'intérieur d'un territoire assiégé où la Belgique ne dispose d'aucun poste diplomatique. Les empreintes, les entretiens et les vérifications pourraient être réalisés au point de transit. C'est exactement ce qu'ont fait plusieurs de nos voisins – notamment la France, l'Italie, les Pays-Bas et l'Espagne –, qui ont accueilli, sur la même période, environ 170 étudiants palestiniens de Gaza, sans avoir de problèmes.
Afin de clarifier la situation, je vous demande si cette dérogation est possible, oui ou non. Si elle l'est dans un dossier à la suite d'une injonction judiciaire, elle l'est également pour les autres sur décision politique.
Quant à la question sécuritaire, qui semble beaucoup préoccuper votre collègue, rappelons que ce sont les universités elles-mêmes qui ont procédé à un premier tri. Selon les termes d'un professeur de l'Université de Liège, elles ont écarté toutes les candidatures d'universités susceptibles d'être proches du Hamas et n'ont retenu que des profils dans des domaines essentiels à la reconstruction de Gaza.
Personne ici ne demande de renoncer au moindre contrôle, ni aux empreintes, ni à l'entretien ou criblage sécuritaire. Nous voyons bien que la sécurité est un argument de très mauvaise foi. Nous demandons simplement que ces contrôles soient organisés là où ils sont matériellement possibles, à savoir au point de sortie ou dans un pays tiers, plutôt que dans un consulat qui n'existe pas. Invoquer la sécurité pour maintenir une exigence impraticable, n'est pas de la rigueur mais c'est se donner une raison de ne rien faire.
Monsieur le ministre, comme peut-être d'autres collègues, j'ai reçu des messages de ces 13 personnes. Le 13 septembre, au lendemain de l'échec du kern, un chercheur postdoctoral admis à l'ULB m'a écrit au nom du groupe pour me remercier d'avoir porté leur situation en commission. Je traduis ici ses propos: "Nous restons dans l'attente d'une solution concrète, toujours incapables de rejoindre la Belgique et de commencer les études pour lesquelles nous avons été sélectionnés".
Sachant que cette interpellation allait avoir lieu aujourd'hui, ils m'ont demandé de vous transmettre cette demande précise.
"Pour aider à sortir de cette impasse, nous nous permettons de vous suggérer d’interpeller le ministre Prévot sur deux mesures pratiques:
- Désigner Le Caire comme poste compétent: désigner formellement l’ambassade de Belgique au Caire comme poste diplomatique compétent pour les dossiers de Gaza, et plus uniquement Jérusalem.
- Coordination avec l’Égypte: se coordonner avec les autorités égyptiennes afin d’autoriser un séjour temporaire, le temps de finaliser les procédures de visa, ce qui nous permettrait de nous rendre en Belgique de manière autonome."
Monsieur le ministre, mes questions portent d’abord sur le fond. Combien des 13 demandes votre département a-t-il enregistrées à ce jour? Quand ces étudiants pourront-ils finalement venir? Quel est l’état des lieux complet du volet administratif, mais aussi judiciaire, de ce dossier?
Qu’avez-vous fait des ordonnances condamnant votre administration – exécutées ou frappées d’appel? Si appel a déjà été interjeté, au nom de quoi l’État plaiderait-il contre l’exécution d’une politique que vous défendez vous-même?
Que répondez-vous à la demande très précise des étudiants concernés, que je viens de lire, de désigner rapidement Le Caire comme siège diplomatique compétent pour la Belgique?
Enfin, ce dossier pose question sur votre place dans ce gouvernement. Vous revenez de New York, monsieur le ministre. À la tribune des Nations Unies, vous avez invoqué Maeterlinck, l’universalisme, le droit humanitaire. Comment supportez-vous cet actuel porte-à-faux?
Allez-vous accepter, oui ou non, la contrepartie imposée par votre collègue? Soixante expulsions et un engagement sur les hubs de retour contre 13 visas. Si vous la refusez toujours, quel levier vous reste-t-il, au kern ou auprès du premier ministre, pour que la signature d’un vice-premier ministre pèse enfin davantage que celle d’un juge des référés?
Une rumeur dit que vous avez une rencontre prévue bientôt avec votre collègue de la Migration. Pouvez-vous nous le confirmer?
Je terminerai par ceci. J’ai eu l’occasion de le dire également en commission. Ce n’est pas un dossier migratoire. Ce n’est pas non plus purement un dossier diplomatique. C’est, pour moi, un dossier de liberté académique. Ce sont des universités de l’ensemble du pays qui ont choisi ces candidats dans des disciplines utiles à la reconstruction de leur pays, après avoir écarté les établissements qu’elles jugeaient éventuellement problématiques. Elles ont fait leur travail.
Ces 13 personnes n’ont à payer ni le prix de leur origine ni celui de nos débats sur les hubs de retour. Un pays qui accepte que 13 bourses universitaires deviennent une monnaie d’échange contre des expulsions ne durcit pas sa politique migratoire. Il admet que sa parole, ses titres de séjour et ses universités sont désormais négociables.
Je ne crois pas, monsieur le ministre, que ce soit votre conception de l’État; et je vous demande d’être cohérent avec vos propres engagements. Débloquez ce dossier sans chantage ou reconsidérez ce que vous êtes en train de faire au sein de ce gouvernement.
13.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Minister, collega’s, het dossier van de studenten uit Gaza is alom bekend, helaas, want het had nooit een dossier mogen worden. De berichten van personen die ondanks een visum of beurs door de regering in Gaza vastzitten en die ten einde raad zijn door het uitblijven van evacuaties, vormen al een behoorlijke stapel. Ik heb ze afgedrukt en als u ze niet hebt ontvangen, kan ik ze u straks overhandigen.
Het bevriezen van de evacuaties was een
politieke beslissing. Ik heb mails gekregen van de heer Bahaalddin, de
postdoctorale onderzoeker die de 13 beursstudenten vertegenwoordigt, van de
heer Al-Shanti, die ook uw kabinet al vergeefs probeerde te bereiken, en van de
gezinnen Atef, Al-Jamali, Al-Zamli, Njer, Abu Salim, Nuraldin, Moussa, Eslayeh,
Elhaj, Shamali, Al-Habil en Abu Nada. Ik kan nog wel even verdergaan. Allemaal
hebben ze van ons land een visum of een goedgekeurde beursaanvraag om aan een
universiteit te studeren, gekregen. Zij hebben dus hoop gekregen. Hun mails
zijn hartverscheurend: we have our visas but we are still stuck in Gaza. We face death every single day. And
we are so tired.
Iemand mailde mij dat zijn kind slachtoffer was van een bombardement en een amputatie moest ondergaan. Iemand anders liet me per mail weten dat een familielid ondertussen gestorven was. De politieke keuze die de arizonaregering maakt, kost mensenlevens en brengt mensen echt in gevaar. De betrokkenen vragen geen voorrecht. Ze stellen in de mail zelfs voor om zelf de kosten te dragen, in de hoop dat er beweging komt en hun naasten kunnen worden gered. Sommigen die hier voor hen spreken, geven aan dat zij nu de illegale weg zoeken om in Egypte te geraken om toch aan de absurde eisen van de regering tegemoet te kunnen komen, terwijl ze een rechtmatig visum hebben dat ons land hun heeft verstrekt om hier hun leven voort te kunnen zetten. Ze hebben aan alle wettelijke vereisten voldaan. Ze hebben alle vergunningen en alle papieren. Blijkbaar is niet ieders leven even belangrijk voor de regering.
En het is niet dat evacuatie praktisch niet kan. Evacuatie is niet gemakkelijk, maar kan wel. De Nederlandse overheid heeft eind juni 53 personen uit Gaza geëvacueerd via de grensovergang Kerem Shalom. Recent lieten Italië met Meloni, Frankrijk en Spanje ook beursstudenten toe in hun land. De arizonaregering blijft echter doofstom en blind.
Mijnheer de minister, u hebt uw morele verontwaardiging uitgeschreeuwd. U liet op 11 september een nota op de vergadering van het kernkabinet agenderen om de evacuaties opnieuw op te starten. Uw oproep als minister van Buitenlandse Zaken weegt blijkbaar te licht. Ik moet mijn collega De Smet gelijk geven. De minister van Asiel, Anneleen Van Bossuyt, heeft het dossier namelijk gekoppeld aan de samenwerking van de regering met het talibanregime, het regime dat vrouwen minder waard vindt dan vee, dat hun onderwijs ontzegt, hen stenigt en hen nog vele malen erger behandelt dan de Islamitische Staat van Iran, waarover toch wel bijzonder veel leden van uw regering en van meerderheidspartij N-VA heel sterke woorden spreken. Dat wil wel wat zeggen.
Een akkoord met de taliban was nog niet genoeg. Het dossier van de terugkeerhubs werd er ook bij gesmeten. Dan heb ik het bijvoorbeeld over Rwanda, het land dat in Oost-Congo dood en terreur zaait om er de grondstoffen te kunnen roven en waar Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Griekenland en Denemarken afgewezen mensen zonder papieren naartoe willen brengen in terugkeerhubs. Mijnheer de minister, komt het verzoeningsakkoord waarmee u deze week met een smile in de pers uitpakte, toevallig in deze context tot stand, vraag die ik ook aan de collega’s stel?
Voor de studenten is er door minister Van Bossuyt nog een bijkomende hindernis opgeworpen: ze moeten zich verplaatsen. Dat is allemaal geen toeval. Men kan Jeruzalem niet uit. De rectoren van de universiteiten blijven aandringen op een oplossing en geven aan dat ze flexibel willen omgaan met de aangegeven beurzen.
Mijn vragen zijn dan ook eenvoudig. Zult u uw nota verder verdedigen? Wat is uw reactie op de vraag van de rectoren? Welke pistes liggen er nog op de regeringstafel? Welke concrete stappen worden er nog genomen?
Hoe evalueert u tot slot dat illegale
kolonisten, ondanks de regeringsbeslissing van vorig jaar, nog steeds
ongehinderd met een visum naar ons land kunnen komen? (…)
13.03 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, il y a quelques heures, vous étiez à la tribune des Nations unies. Vous y parliez de droit international et, je vous cite, de "boussole commune". S'adresser au monde avec des formules générales semble aisé. Agir concrètement l'est beaucoup moins. Ici, à la tribune de ce Parlement, monsieur le ministre, quel acte allez-vous poser? Quelle réponse allez-vous donner à ces treize étudiants qui vous écoutent?
Treize jeunes étudiants et chercheurs gazaouis, hommes et femmes, sélectionnés par dix universités et hautes écoles belges, admis, attendus, mais, malheureusement, toujours bloqués à Gaza. Ces jeunes ont étudié sous les bombes. Leurs universités ont été rasées. Ils ont continué, malgré les déplacements forcés et l'effondrement des infrastructures civiles. La destruction du système éducatif palestinien ne concerne, d'ailleurs, pas seulement des bâtiments. Elle menace aussi les perspectives de toute une génération.
Alors, d'emblée, soyons précis, chers collègues, parce que votre gouvernement, monsieur le ministre, entretient la confusion! Ces étudiants ne demandent pas l'asile. Ils ne demandent aucun passe-droit. Ils ont fait exactement ce que font chaque année des milliers d'étudiants étrangers qui viennent étudier en Belgique: une inscription, une admission, une preuve de moyens et une demande de visa. Les mêmes formulaires, les mêmes conditions, les mêmes règles… Enfin, c'est ce que les étudiants palestiniens croyaient pouvoir attendre d'un État de droit. Désormais, nous savons qu'un étudiant de Montréal, de Dakar ou de Séoul qui remplit ces conditions, lui, reçoit son visa. Un étudiant de Gaza, en revanche, ne reçoit qu'une chose: de la suspicion, alimentée par une nouvelle expression, l'effet domino.
Monsieur le ministre, il y a près de deux semaines, un comité restreint s'est réuni spécialement sur ce dossier. Les universités attendaient une décision, les étudiants attendaient une perspective et le gouvernement, lui, a décidé de ne pas décider. Incapable de dépasser ses divergences profondes et paralysé par des marchandages indignes. La séquence a été d'un cynisme sans nom et d'une violence réelle. En réalité, vous avez décidé de communiquer. Votre collègue, la ministre de l'Asile et de la Migration, non contente d'instrumentaliser le sort de treize étudiants à des fins de communication, a agité la peur. Elle exploite même le dossier des étudiants palestiniens pour poursuivre sa volonté de négocier avec le régime des talibans des retours vers l'Afghanistan.
On voit après qui elle court.
Vous, monsieur le ministre, vous prétendez à une solution dont, aujourd'hui, personne ne voit les contours. En clair, chacun communique à des fins électoralistes et chacun feint l'indignation. Alors, vous avez eu raison sur une chose: la raison entre le lien et la venue de ces étudiants et les négociations avec les talibans est un marchandage non pas indigne, mais crapuleux, je n'ai pas d'autre mot. Car ces étudiants, eux, n'ont rien à voir avec ce régime. Ils ont poursuivi des études brillantes dans un contexte de guerre et de destruction. Ils ne demandaient ni une procédure d'asile exceptionnelle ni un accès irrégulier au territoire. Ils ont été sélectionnés pour leur mérite par des établissements belges et sont attendus ici par des institutions belges. Pourtant, à quelques jours de la rentrée, ils demeurent enfermés derrière les checkpoints israéliens, faute pour le gouvernement belge de leur offrir les bases d'un laissez-passer.
Les universités alertent depuis des mois. Les ministres, eux, silencieux pendant l'été, se renvoient la balle depuis des semaines. Dans le même temps, les Pays-Bas et la France notamment ont trouvé des solutions pour permettre à des étudiants chercheurs ou bénéficiaires de programmes académiques de quitter Gaza. La rentrée a commencé, les cours ont repris et les délais d'inscription expirent. Chaque jour de retard rapproche ces étudiants d'une année perdue.
Monsieur le ministre, vous avez dit publiquement qu'une solution existait. Alors, s'il vous plaît, passez des mots aux actes! Ne restez pas indigné! Ne vous couchez pas devant Mme Van Bossuyt! Engagez-vous, imposez-vous et dites-nous concrètement quelle est la position actuelle du gouvernement, quelle est la position du Kern! Le Kern a-t-il décidé de ne pas décider faute d’accord ou va-t-il rapidement remettre ce dossier à l’ordre du jour? Si vous estimez qu'une solution est possible, pourquoi celle-ci n'a-t-elle toujours pas été mise en œuvre? Comptez-vous trancher ce différend gouvernemental? Dans quel délai?
Qui fixe en réalité la politique de votre gouvernement? Vous, le vice-premier ministre, ou elle, simple ministre? Pouvez-vous encore garantir que ces treize étudiants pourront rejoindre les établissements qui les attendent sans perdre leur année académique? Si oui, dans quel délai? Quelle démarche diplomatique concrète votre département a-t-il effectué pour faciliter ces arrivées en Belgique? Enfin, où en est l'accord de septembre et la reconnaissance de l'État palestinien?
13.04 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le ministre, depuis des mois, et pour certains depuis des années, treize étudiants et chercheurs gazaouis sont bloqués à Gaza, alors qu'ils ont obtenu une bourse ou une invitation académique pour venir étudier ou travailler en Belgique. Ce sont des personnes sélectionnées par des institutions universitaires belges reconnues, comme la KU Leuven, l'ULB ou l'Institut de médecine tropicale d'Anvers, etc. pour venir y suivre un master, un doctorat ou effectuer un séjour de recherches. Ces étudiants et étudiantes ne demandent qu'à se former pour pouvoir, un jour, retourner reconstruire leur pays ravagé par un génocide.
Le monde académique belge leur dit: "Vous êtes les bienvenus dans nos universités". Mais, dans les faits, la Belgique fait tout pour ne pas les accueillir, en leur imposant une démarche qu'ils sont concrètement dans l'impossibilité de réaliser. Pour obtenir leur visa, ils doivent en principe introduire leur demande en personne auprès d'une représentation diplomatique belge. Or, il n'y a plus de représentation belge à Gaza puisqu'il n'y a plus rien à Gaza, Israël ayant tout "génocidé"! Ces personnes ne peuvent tout simplement pas se rendre à Jérusalem pour y déposer leur dossier. On nage donc en plein surréalisme.
Le problème ne vient pas de leur admission, puisqu'elles sont acceptées. Le problème ne vient pas de leur financement, puisque les universités belges les attendent et leur ont accordé une place ou une bourse pour certains. Le problème, c'est que l'État belge leur demande aujourd'hui de franchir une porte qui, à Gaza, n'existe tout simplement plus. Votre gouvernement leur dit: "Vous êtes les bienvenus en Belgique, mais on ne va rien faire du tout pour que vous puissiez venir." Ces étudiants ont demandé à la Belgique de trouver une solution, notamment en permettant le dépôt de leurs demandes depuis la Jordanie, mais ils restent bloqués à ce jour.
Pourtant, notre droit prévoit déjà des exceptions lorsqu'une personne est concrètement dans l'impossibilité de se présenter. À la suite de l'arrêt Afrin de la Cour de justice de l'Union européenne, la Belgique a dû prévoir une procédure à distance dans certaines situations de regroupement familial. Le Médiateur fédéral recommande d'ailleurs depuis plusieurs années d'élargir cette possibilité lorsque les circonstances rendent la comparution personnelle impossible.
Aujourd'hui, une étudiante gazaouie a même dû saisir un tribunal pour obtenir cette possibilité et elle a obtenu gain de cause. Cela signifie donc qu'une solution est juridiquement possible, mais que votre gouvernement refuse de l'appliquer.
Monsieur le ministre, pourquoi faut-il attendre une décision de justice pour appliquer une solution pragmatique à une situation que votre administration connaît? J'attends de vous une décision politique: mettez en place une procédure exceptionnelle, rapide et accessible à distance pour ces étudiants et chercheurs bloqués à Gaza!
Malheureusement, le problème ne s'arrête pas là. Même ceux qui disposent déjà d'un visa belge leur permettant de venir légalement en Belgique restent bloqués à Gaza.
Selon le Centre national de coopération au développement (CNCD-11.11.11), environ 1 500 personnes disposent d'un visa, mais ne peuvent toujours pas rejoindre notre pays faute d'évacuation. Aujourd'hui encore, des familles entament des grèves de la faim pour que leur situation soit enfin prise en considération. Alors, vous allez me répondre que ce n'est pas la même chose. Et vous aurez en partie raison. En effet, une demande de visa et une demande d'évacuation ne relèvent pas exactement des mêmes procédures.
Mais derrière cette distinction administrative se pose une question profondément politique. Lorsque la Belgique dit à quelqu'un: "Vous pouvez venir", mais que cette personne est matériellement incapable d'arriver jusqu'ici, que fait-on? La laisse-t-on tout simplement bloquée? C'est là que j'ai besoin de clarté. Votre gouvernement est en train de transformer des vies humaines en monnaie d'échange diplomatique. En substance : "Je te ramène des Gazaouis si tu me remballes des Afghans." C'est ce qui semble se jouer aujourd'hui au sein de la coalition Arizona, entre le MR, la N-VA et Les Engagés. Et, pardonnez-moi, mais je trouve cela dégoûtant!
Monsieur le ministre, quelles solutions concrètes allez-vous mettre en place et quelles démarches sont actuellement entreprises pour permettre aux étudiants et aux chercheurs concernés de rejoindre la Belgique? Combien de personnes concernées sont aujourd'hui identifiées par vos services? Jusqu'où êtes-vous prêt à aller pour que ces étudiants ne deviennent pas une monnaie d'échange dans les négociations migratoires de votre gouvernement, dont vous êtes l'un des vice-premiers ministres? Enfin, depuis quand, pour Les Engagés, l'accueil de personnes en danger est-il devenu une monnaie d'échange diplomatique?
13.05 Peter Mertens (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, elke dag blijft Israël Gaza bombarderen. Elke dag gaan het geweld en de terreur in de Westelijke Jordaanoever verder. Elke dag grossiert de Israëlische politiek in het openlijk oproepen tot genocide en massamoord. Afgelopen maand nog zei de Israëlische minister en oorlogsmisdadiger Ben-Gvir in een podcast: elke nacht moeten er 30 à 40 Gazanen worden vermoord, ook Gazanen die geen specifieke dreiging vormen.
Deze week nog bracht de VRT aan het licht dat men in Israëlische talkshows over Palestijnen spreekt. Wat zegt men daar zoal? “Hoeveel burgers er onder de slachtoffers zitten, houdt ons helemaal niet bezig. We moeten al hun kinderen afmaken. Er zijn geen onschuldige burgers in Gaza.” Zo gaat men maar door, elke dag opnieuw.
In die genocide is er ook nog een scholasticide gaande. Dat is een moeilijk woord om te zeggen dat de hele onderwijsinfrastructuur van Palestina bewust wordt vernietigd. Tachtig procent van alle instellingen van het hoger onderwijs in Palestina is vernietigd. Stel u voor dat men in België 80 % van alle instellingen van het hoger onderwijs vernietigt. Tachtig procent van de scholen, universiteiten en onderzoekscentra, maar ook studenten, onderzoekers en professoren, worden vernietigd.
In die context was er een ongelooflijk mooie kans voor ons land om een signaal te geven en 13 studenten die hel te laten ontvluchten, om 13 studenten en hun families de kans te geven om naar hier zouden komen, om hun talenten hier te verrijken en om Palestina opnieuw op te bouwen. U, regering, hebt hen die kans ontnomen.
U bent een christendemocraat, mijnheer Prévot. Twee weken geleden sprak ik met een andere christendemocraat die ook minister is geweest, de heer Reginald Moreels van cd&v. Hij zei:”Wat is er hoopvoller, wat is er mooier voor een land als België om uit een land, Palestina, dat een genocide heeft meegemaakt, te proberen zoveel mogelijk mensen en menselijk kapitaal naar hier te brengen, zodat ze kunnen studeren, zodat ze hun land technisch en intellectueel verder kunnen opbouwen. Wat is er mooier dan dat?” Dat zei Reginald Moreels.
Nu wordt dat geweigerd door deze regering. Deze regering, zo stelde de heer Reginald Moreels, heeft al haar morele krediet verloren. En hij herhaalde het, al haar morele krediet. Ik vind dat hij gelijk heeft. Hij heeft voor honderd procent gelijk. Hij heeft blijkbaar meer geweten dan deze hele regering samen.
Het gaat namelijk niet alleen over deze 13 jongeren, het gaat over een signaal, dat we vooral niet geven aan mensen als Essam Abu Amro. Die burgerlijk ingenieur wil hier komen studeren om de waterinfrastructuur, die kapot is gemaakt door de bombardementen, weer op te kunnen bouwen. Stel u voor. Het gaat over mensen als Ahmed Abu Jami, die naar hier wil komen om gezondheidszorg te studeren, om te helpen in Palestina. Dat mag niet. Het gaat om Zuhair Dardona, die aan de ULB wil komen studeren en infectieziekten wil onderzoeken, om die kennis daarna mee te nemen naar haar vernietigde land.
Dat gebeurt allemaal niet. In plaats van uw plicht te doen en al die getalenteerde jongeren uit Gaza hier te laten studeren, brainstormt u over de creatiefste manieren om hen dat te ontzeggen. Minister Van Bossuyt spreekt zowaar over een domino-effect. Ik vind dat echt pervers. Wat bedoelt ze met dat domino-effect? Dat getalenteerde jongeren uit een genocide hier in België komen studeren om hun land terug te kunnen opbouwen, is dat een domino-effect? Die uitspraak is bijzonder pervers.
Minister Van Bossuyt zegt dat ze hun visum fysiek moeten aanvragen in Caïro of Jeruzalem. Hoe durft men? Hoe durft men dat zeggen? Is dat een cynische grap? Iedereen weet dat men Gaza vandaag niet zomaar kan verlaten. Men kan niet zomaar de bus of de trein pakken naar buiten Gaza. Dat is onmogelijk. Heeft iemand van de meerderheid eigenlijk enig idee van de reële situatie in Gaza? Heeft iemand hier enig reëel idee van de situatie daar? Maar u brengt wel dergelijke excuses naar voren. Shame on you all.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag, ook aan u als christendemocraat. Zult u uw ruggengraat rechten? Zult u al die slechte drogredenen van de N-VA naast u neerleggen? Zult u eindelijk een beetje een humaan signaal geven aan Palestina?
13.06 Maxime Prévot, ministre: Je vous remercie, mesdames et messieurs les parlementaires.
Permettez-moi d'abord, monsieur Aouasti, de vous préciser que, même s'il vous plaît de croire le contraire, ma posture n'a pas été celle d'un coup de communication politique ou "électoraliste", pour reprendre vos propos. Je viens d'une région où mon sort politique ne dépend pas de la question de ces étudiants mais, au risque de vous surprendre, lorsqu'on parle d'un homme politique, il y a aussi le mot "homme". Et il existe donc, heureusement, encore une capacité à s'indigner sans chercher systématiquement des calculs.
Et non, madame Maouane, jamais l'accueil de personnes en danger n'a été une monnaie d'échange diplomatique pour Les Engagés. C'est précisément pour cette raison que j'ai retiré ma note.
Je vais donc détailler davantage la proposition que j'ai soumise au kern le 11 septembre. Elle comportait trois volets.
Le premier volet concerne l'évacuation et l'accueil de ces 13 étudiants et chercheurs ayant obtenu une bourse d'une université pour l'année académique 2026-2027.
Zoals de rectoren in hun mededeling hebben aangegeven, hebben die studenten en onderzoekers een strenge selectieprocedure moeten doorlopen, wat hun academische excellentie garandeert en laat vermoeden dat zij in de toekomst zullen bijdragen aan de wederopbouw van Gaza.
Le deuxième volet, c’est la reprise progressive et raisonnable des évacuations de Gaza de personnes ayant reçu un accord de l’Office des étrangers pour un visa, pour la grande majorité des visas de regroupement familial.
Je rappelle que le gouvernement actuel a déjà opérationnalisé l’évacuation en 2025 d’environ 500 personnes dans cette situation. Aujourd'hui – puisque la question m’était posée –, nous comptons plus de 1 850 personnes à Gaza qui disposent d’un tel accord et dont la famille en Belgique vit dans la plus grande incertitude sur le sort de leur proche.
Mijn voorstel is te proberen deze evacuaties te hervatten, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren.
Cela me permet aussi de dire que si le focus médiatique, ces dernières semaines, s'est beaucoup porté sur la question des 13 étudiants, il ne faudrait pas non plus que ce soit l'arbre qui cache la forêt de publics peut-être bien plus vulnérables qu'eux, qu'il serait peut-être plus prioritaire encore d'essayer d'évacuer.
Le troisième volet, c'est la participation financière, avec d'autres partenaires de l'Union européenne, à une opération conjointe de l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) et du Royaume de Jordanie visant à fournir des soins spécialisés à plusieurs milliers d'enfants de Gaza en Jordanie. Il nous est là demandé une contribution financière pour être partenaires de cette opération.
Je vous rappelle que la Belgique, entre juillet 2024 et août 2026, a déjà accueilli dans ses hôpitaux 26 enfants malades, avec 78 accompagnateurs, dans le cadre d'évacuations médicales organisées en collaboration étroite avec l'OMS et le mécanisme de protection civile de l'Union européenne.
La raison pour laquelle j'ai fait cette triple proposition est donc assez simple. Face à la situation humanitaire dramatique qui persiste à Gaza et face à l'absence d'améliorations structurelles, malgré les annonces de plans, la Belgique se doit de montrer son humanité. C'est en mettant en œuvre ces trois mesures qu'elle peut le faire, me semble-t-il.
Bien sûr, monsieur De Smet, j'entends aisément votre remarque – classique pour une formation d'opposition. Vous dites: "Si vous n'y arrivez pas, reconsidérez votre place au sein du gouvernement". C'est simpliste. Je ne crois pas, d'ailleurs, que cela aidera davantage la cause palestinienne. Il est cocasse que, quand un ministre de l'Économie propose des mesures en matière économique et qu'il n'obtient pas gain de cause, personne ne dit qu'il doit alors quitter le gouvernement, mais quand il s'agit des Affaires étrangères, il semble que ce soit facile à chaque fois de le suggérer.
Je voudrais rappeler que malgré les efforts considérables que notre pays a déjà déployés dans ce domaine, et n'en déplaise à certains, l'objectivité factuelle m'impose de rappeler que la Belgique est le pays d'Europe qui, aujourd'hui, a accueilli per capita le plus grand nombre de réfugiés palestiniens, et c'est le deuxième pays d'Europe en nombre absolu. Certains le déplorent; d'autres s'en honorent.
Malgré le fait qu'aucune obligation légale ne l'impose, la Belgique, selon moi, doit pouvoir prendre des mesures en matière d'évacuations de Gaza, qui soient nouvelles et complémentaires, et cela ne fût-ce qu'en raison de la situation humanitaire.
Zoals ik na afloop van de vergadering van het kernkabinet van 11 september aan de pers heb toegelicht, heb ik ervoor gekozen om mijn voorstel tijdens die bijeenkomst in te trekken. Ik merkte dat bepaalde partners in de coalitie de bespreking ervan wensten te verbinden aan toegevingen in andere dossiers, zoals de Europese terugkeerhubs of de terugkeer van Afghanen in illegaal verblijf. Ik heb nooit geweigerd om over welk onderwerp dan ook te praten, ook niet over die onderwerpen. Ik kon evenwel niet aanvaarden dat een discussie over maatregelen waarmee we de menselijkheid van ons land zouden tonen, zou worden vermengd met andere discussies over onderwerpen die daar helemaal los van staan. Dat is onwaardig.
Er is dus nog geen beslissing van de regering inzake mijn voorstel. Er is geen positieve, maar ook geen negatieve beslissing. Mijn voorstel blijft gelden en ik ben bereid de meningsverschillen die daarover in de coalitie bestaan, verder te bespreken, in de hoop op een constructieve oplossing.
J'aborde également d'autres aspects de cette problématique que vous avez mentionnée dans vos questions.
En ce qui concerne la question des demandes de visa par les étudiants, a priori, nous tenons effectivement au principe selon lequel une demande de visa d'études doit être introduite en personne par le demandeur auprès de la représentation diplomatique ou consulaire compétente, comme l'impose le cadre juridique et organisationnel. J'ai insisté sur les mots "a priori". Ayez donc un peu de patience!
Les demandes à distance ne peuvent être acceptées que dans le cadre des demandes de visa de regroupement familial, en application de l'arrêt Afrin de la Cour de justice de l'Union européenne. Dire qu'il n'existerait aucune possibilité d'agir autrement est cependant un peu rapide. Encore faut-il qu'une volonté politique existe.
Or, en l'état actuel des choses, ce n'est toujours pas le cas. Dès lors, disposer ou non d'un visa ne permet pas à lui seul de quitter Gaza. En effet, quitter Gaza n'est possible que dans le cadre d'une évacuation organisée par un État ou d'une évacuation médicale coordonnée avec l'Organisation mondiale de la santé (OMS), comme celle que nous avons d'ailleurs organisée par le passé et que j'ai déjà évoquée.
Of de betrokken studenten hun visumaanvraag op afstand kunnen indienen en of ze een visumgoedkeuring verkrijgen of niet, maakt voor hun situatie vandaag geen fundamenteel verschil.
Le premier pas, c'est la décision politique d'évacuer ces personnes. Et soyons clairs: vous le savez, et je le déplore, cette décision politique n'existe pas encore. Le jour où il y aura une volonté gouvernementale, communément assumée, de vouloir opérationnaliser les choses, il nous sera alors possible de voir comment, tout en tenant compte du cadre légal, nous pouvons faire preuve d'une flexibilité opérationnelle de bon aloi.
Dat brengt mij bij een ander belangrijk aspect in het dossier, namelijk het feit dat de moeilijkheden die mijn diensten in 2025 ondervonden bij de evacuaties van de 500 personen, onveranderd blijven. Evacuaties van grote groepen mensen zijn namelijk steeds uitzonderlijke interventies, die aanzienlijke middelen vereisen en een grote druk zetten op de vele betrokken diensten. Bij die operaties moet er ook rekening worden gehouden met de onvoorspelbare evoluties op het terrein en een groot aantal verschillende parameters, die vaak buiten onze controle vallen. Een eventuele politieke beslissing betekent dus niet automatisch dat de evacuaties snel kunnen worden hernomen.
Ce n’est que lorsque l’ensemble des aspects opérationnels auront été réglés, que les autorisations nécessaires des autorités locales concernées auront été obtenues et que les contrôles requis du côté belge auront été effectués que nous pourrons concrètement faire venir ces personnes en Belgique.
Het is om die reden dat mijn diensten blijven zoeken naar alternatieve structurele oplossingen die bijvoorbeeld zouden kunnen bestaan uit het faciliteren van het vertrek uit Gaza, waarna de betrokken families zelf hun reis voort zouden kunnen zetten. Ondanks de inspanningen kon echter nog geen oplossing in die zin worden gevonden.
Sur la mise en œuvre de l'accord de septembre 2025, j'ai déjà eu l'occasion de vous répondre à maintes reprises en commission ou à la tribune. Ce gouvernement a déjà fait bien plus en quelques mois que l'ensemble des gouvernements précédents. Cela ne suffit pas pour m'en enorgueillir et considérer que c'est assez. Cela suffit juste à mes prédécesseurs pour avoir la modestie de réaliser qu'ils ont également disposé du temps et des leviers pour prendre pareilles décisions et qu'ils ne l'ont pas fait.
Vous me demandez plus précisément où en sont les mesures qui relèvent de ma propre responsabilité. Vous aurez lu en début d'année déjà, dans la presse et dans les rapports de la société civile, que celles qui étaient de mon ressort ont été prises. La liste est longue, je vais vous en faire l'économie, mais vous soulevez en particulier la question des colons.
Je peux notamment citer la déclaration de persona non grata en Belgique pour les ministres israéliens Ben Gvir et Smotrich, une attitude qu'on ne parvient toujours pas à obtenir à l'échelle européenne mais que nous avons, nous, adoptée depuis un an. Nous avons aussi pris des mesures à l'égard d'une série d'autres colons violents. Là, il était possible de cheminer avec l'Union européenne.
Nous avons aussi limité l'accès aux services consulaires pour les Belges résidant dans les colonies à la seule assistance d'urgence prévue par la loi. À ma connaissance, nous sommes le seul pays d'Europe à avoir pris pareille disposition, ce qui nous vaut aussi des procès intentés par les familles concernées. Nous avons également opposé un refus, aussi longtemps que la guerre se poursuit, des demandes de survol de notre espace aérien émanant des autorités israéliennes pour les vols militaires. Nous avons décidé l'interdiction d'importer des produits des colonies que nous mettons en œuvre au plus vite, en tenant compte du récent avis reçu par le Conseil d'État.
Vous avez vu qu'une communication forte avait été faite ces derniers jours par la Grande-Bretagne, le Canada, la France, la Norvège et une dizaine d'autres États pour annoncer qu'à défaut d'actions consensuelles européennes, ils allaient également prendre à leur niveau national ces mesures d'import ban. Nous, nous les avons déjà adoptées là où ils viennent de déclarer leur intention de le faire. Donc, cessons de toujours voir le verre uniquement à moitié vide considérant que nous sommes retardataires!
Je peux vous assurer que dans les discussions que nous avons avec les autres partenaires européens, nous figurons dans le quatuor de tête des pays qui sont les plus volontaristes mais avec la transparence sur la limite tantôt opérationnelle, tantôt politique au sein du gouvernement, lorsqu'il s'agit d'aller plus loin.
13.07 François De Smet (DéFI): Monsieur le président, je dépose une motion.
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Vous avez parlé du manque de volonté politique au sein du gouvernement. Voilà une manière, pour les partis de la majorité qui voudraient soutenir votre position, de montrer que nous pourrions tout à fait accueillir ces 13 étudiants boursiers, parce que la motion que je dépose ne demande rien d'autre.
Pour le reste, monsieur le ministre, oserais-je dire mon cher Maxime, je ne pense pas que c'était un coup de com'. Je vous fais tout à fait le crédit de la sincérité, je l'ai toujours fait et le ferai toujours. Mais, justement! Je ne vous demande pas de quitter le gouvernement. Ce que j'ai dit, c'est que je ne comprends pas ce que vous faites dans ce gouvernement. Littéralement, c'est ça.
Vous revenez de New York et des Nations Unies. Vous y avez parlé du respect du droit international, alors que vous siégez dans un gouvernement qui est fier de ne pas respecter une série de décisions de justice. Vous leur avez parlé du financement de l'aide humanitaire, alors que vous siégez dans un gouvernement qui a réduit drastiquement la coopération au développement. Vous avez parlé du droit des femmes à décider de leur propre vie, tout en siégeant dans un gouvernement qui négocie avec les talibans.
Pour être très sincère, on le sait, entre Les Engagés et DéFI, il y a beaucoup de points communs: la fiscalité, la justice, la santé. Mais ce qui a pu faire la différence – ce n'est pas un secret –, notamment dans les discussions que nous avons eues lorsque nous envisagions d'unir nos destins, c'est que vous, Les Engagés, vous estimiez possible de gouverner avec les nationalistes sans perdre votre âme et sans tordre vos valeurs. Et nous, chez DéFI, nous estimions que ce n'était pas possible et que ce que vous alliez gagner en pouvoir, vous le perdriez tôt ou tard sur le plan des valeurs.
L'expérience Arizona, qu'elle dure encore
trois mois ou trois ans, aura permis de prouver que vous n'y êtes pas
parvenu. Monsieur le ministre, cher Maxime, très sincèrement, une brillante victoire
électorale vaut-elle le coup de se retrouver dans cette situation? Vaut-elle le
coup de se retrouver forcé, alors que vous n'en avez pas envie, de délivrer des
visas à des talibans et de ne pas pouvoir accueillir des étudiants boursiers,
qui sont les seules chances de pouvoir reconstruire leur propre pays? Cela
vaut-il le coup d'accepter les visites domiciliaires? Délivrer un beau discours
aux Nations Unies vaut-il vraiment tout cela? Personnellement, je ne le pense
pas et, vous avez eu la franchise de le dire, ce dossier ne constituera pas un
dossier de rupture. Mais c'est tout le drame de l'Arizona, le drame de cette
coalition à laquelle Les Engagés ont donné vie. Et ce que nous avons à
présent tous compris, c'est que ce gouvernement tombera peut-être sur un point
de TVA, mais il ne tombera sûrement jamais sur un point de droits humains. Je vous remercie.
13.08 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik had een operatie damagecontrol verwacht, maar terwijl ik u hoorde spreken, bekroop me eigenlijk het gevoel dat u sprak als een gegijzelde met een knoert van een stockholmsyndroom ten aanzien van de N-VA en ook wel de MR. Het zijn natuurlijk die partijen die puur ideologisch beslissen om mensenrechten in te zetten als een onderhandelingsmiddel om andere doelen te bereiken, zoals bij het behoorlijk vrouwonvriendelijke talibanregime. Zoals ik daarnet zei, vandaag de taliban en morgen Iran.
Dat is bijzonder bedenkelijk en het
illustreert ook de absolute minachting van die partijen -machtspartijen, een
partij ook die de premier levert - voor de universele en de Europese
mensenrechten. U zit daarmee gewrongen, want wij geloven dat iedere mens gelijk
is en dat die mensenrechten tellen, maar niet iedereen in de regering is van
dezelfde mening. Voor
hen geldt: everybody is equal, just don't measure it.
De eenvoudige, maar tegelijkertijd schokkende waarheid die u eigenlijk hebt onderstreept, is dus dat er geen enkele technische of praktische reden is waarom deze mensen, wier leven in gevaar is, op een plaats waar zich een genocide afspeelt, met statistieken die we in de laatste eeuw niet gezien hebben, al was het maar wat betreft het aantal bommen, het soort bommen, het aantal geamputeerde kinderen, het aantal dode kinderen en de gruwel die zich afspeelt in de gevangenissen – al die zaken die we dag na dag te zien krijgen via sociale media en in het nieuws – niet naar België zouden kunnen komen. Er is geen enkele reden waarom die mensen, wier leven in gevaar is en die een visum of een beurs hebben gekregen, niet naar België zouden kunnen komen. Het is louter een kwestie van politieke wil.
Het dossier van de beursstudenten is symbolisch belangrijk. Italië heeft universitaire corridors opgericht en heeft 229 Palestijnse beursstudenten en onderzoekers toegelaten. Dat is het land van de extreemrechtse Meloni, terwijl minister Van Bossuyt hier, zonder enige onderbouwing of bewijs, spreekt van een domino-effect, een hondenfluitje als een mantra.
Collega's, ik ben er inderdaad van overtuigd dat het opleiden en trainen van mensen de beste manier is om Gaza en Palestina een toekomst te geven en om het gebied achteraf weer te kunnen opbouwen. Ons land zou die taak met trots moeten kunnen opnemen. Het doet me pijn om te zien hoe diep Arizona vandaag is gezonken.
Het doet mij pijn om te zien dat onze internationale houding vandaag niet langer wordt geleid door de principes van de verlichting of de rechten van de mens. Het wordt ook u verhinderd om die principes voorop te stellen. Er is een ideologische keuze om geen actie te ondernemen tegen een genocide, maar tegelijkertijd weigert men verantwoordelijkheid te nemen ten opzichte van Palestijnen met een studiebeurs of een legaal visum. Ik betreur dat oprecht, aangezien de meerderheid van het gewone publiek ook wil dat er een einde komt aan dat onrecht.
Dan kom ik aan uw stockholmsyndroom en de windowdressing, mijnheer de minister. Die windowdressing mag stilaan stoppen, collega's van Les Engagés, cd&v en Vooruit. Deze regering heeft van alles beloofd, maar nog nauwelijks iets gerealiseerd, alle holle woorden ten spijt. Die importban - die naam niet eens waardig, want zo lek als een zeef - is nog niet in voege. Er zijn landen die het later dan België hebben beslist, waar het wel al in voege is. Er is geen erkenning van Palestina gekomen, ondanks het feit dat u zelf voorwaarden hebben opgelegd, terwijl 159 landen dat wel al gedaan hebben.
Er zijn geen evacuaties van wie daar recht op heeft. Tegelijkertijd mogen illegale kolonisten nog vrolijk bij ons komen feesten, terwijl u vorig jaar beslist hebt dat ze geen visum meer mochten krijgen. Ze krijgen dat visum echter nog altijd en mogen komen feesten op Tomorrowland, samen met soldaten van de IDF.
Het enige positieve waarmee u zwaait, mijnheer de minister, en zelfs mevrouw Van Bossuyt - il faut le faire - zijn de cijfers van de evacuaties die destijds door Vivaldi in de steigers zijn gezet. Dat is de pijnlijke waarheid! U zwaait met de realisaties van een ander, omdat deze regering liever achter in het peloton wil zitten! Dat is de realiteit.
De harde waarheid is dat hoe erger het wordt, hoe passiever deze regering wordt. Er is gewoon geen rode lijn en daarmee heeft Arizona zich definitief aan de verkeerde kant van de geschiedenis gezet. Laat het duidelijk zijn, dit gebeurt niet in onze naam, en ook niet - om het in Vlaams-nationalistische termen te zeggen - die van de volkswil om aan die kant te staan. We zullen dan ook blijven duwen op dit dossier, tot de redelijkheid terugkeert in ons beleid. We leggen alvast een motie neer om u hopelijk daarbij te helpen.
13.09 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, je regrette deux choses dans votre réponse. La première, c'est que la première partie de votre réponse entretient malheureusement toujours cette confusion. Nous parlons ici de treize étudiants qui ont introduit une demande de visa dans les règles et qui ont respecté les procédures.
Votre réponse rappelle d’abord le nombre de réfugiés accueillis, le nombre de demandeurs d’asile et le nombre de personnes autorisées à séjourner en Belgique pour raisons médicales. Ce faisant, vous entretenez la même confusion que la ministre Van Bossuyt, qui mélange tout, entretient les peurs et les alimente, dans le seul but de flatter son électorat. Or, ici, nous parlons de treize étudiants et chercheurs ayant introduit des demandes régulières.
Et croyez-moi, monsieur le vice-premier ministre, mon sort ne dépend pas du sort de cette région. Il dépend de valeurs partagées, de valeurs partagées avec ma famille politique et avec ma communauté nationale. Ces valeurs sont celles de l’hospitalité et de la fraternité. Ce sont les mêmes valeurs que l’on bafoue lorsqu’on défend des mesures comme les visites domiciliaires ou lorsqu'on refuse, de manière injuste, désincarnée et sans motivation crédible, un droit légitime à treize personnes. Car il s’agit bien de treize hommes et femmes qui demandent simplement à pouvoir venir étudier, se former, apprendre, avant de retourner dans leur pays pour participer, demain, à la reconstruction d’une Palestine en paix.
Vous nous affirmez aujourd’hui qu’il n’y a ni décision positive ni décision négative. Mais alors, monsieur le vice-premier ministre, mon cher Maxime, à quelle date comptez-vous remettre ce dossier à l'ordre du jour? À quelle date, déciderez-vous qu’un sursaut de dignité est nécessaire pour l’honneur de la Belgique? Cette Belgique que vous dépeignez, dont vous affirmez qu'elle a fait davantage que d'autres alliés européens. Pourtant, aujourd’hui encore, vous demeurez silencieux face au sort de ces treize hommes et femmes. En effet, pour l’instant, la seule chose dont nous disposons, c’est un délai, un délai qui s'écoule de manière effrénée. Et chaque jour qui passe éloigne un peu plus ces treize étudiants de la possibilité de réussir leur année académique. Chaque jour qui passe peut représenter une année perdue.
La semaine dernière encore, alors qu’il ne s’agissait même pas de se prononcer sur le fond du dossier, l’urgence d’examiner une résolution permettant un débat démocratique avant le 31 octobre a été refusée. Or, le 31 octobre, date limite des inscriptions académiques, c’est pratiquement après-demain à l’échelle politique.
Ces étudiants n'ont pas le choix. Ils doivent recevoir une décision. Ils doivent recevoir une réponse, qu'elle soit positive ou négative. Ils doivent pouvoir se positionner. Ils doivent savoir si la Belgique les accueillera ou s'ils doivent trouver une alternative pour poursuivre leur cursus. Ils ne peuvent pas être les otages d'un jeu politique qui les prive d'un an de vie, d'un an de parcours, d'une année de parcours universitaire.
Lorsque vous répondez au collègue De Smet qu'il est facile, pour un parti d'opposition, de dire "si vous n'êtes pas content, démissionnez", me rappelle furieusement cette citation de Goethe: "Je préfère l'injustice au désordre". Or, aujourd'hui, l'injustice est concrète. Le désordre, quant à lui, est celui que vous pourriez connaître et que vous refusez d'affronter faute d'y consacrer l'énergie nécessaire, faute d'y mettre le poids nécessaire.
Vous êtes, en effet, vice-premier ministre d'un parti qui participe à la coalition et qui est, lui aussi, indispensable à cette majorité. Il n'y a pas que les autres formations politiques qui permettent d'atteindre les 76 sièges dans cette assemblée. Vous et votre banc, vous et vos députés, comptez autant que chacun des autres groupes de cette majorité. C'est donc aussi votre responsabilité aujourd'hui, monsieur le vice-premier ministre.
13.10 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, cher Maxime, vous savez que je vous respecte beaucoup.
Je suis souvent désolée pour vous. Il ne doit, en effet, pas être évident de siéger dans une coalition avec le MR et la N-VA, qui font souvent preuve d'un cynisme absolu. Cependant, ce jeu de good cop et de bad cop entre Les Engagés d'un côté et le MR et la N-VA de l'autre, ne change rien à notre problème. Quand le MR et la N-VA veulent bloquer un dossier, ils le font. Ils renégocient même des accords qui avaient déjà été conclus.
De votre côté, vous communiquez pour dire que vous n'êtes pas d'accord et que vous êtes fâché. Voilà donc le maximum de votre indignation! Je comprends que vous ne soyez pas d'accord! Je comprends que vous soyez fâché! Mais cela fait énormément de choses à assumer et beaucoup de couleuvres à avaler.
Des talibans ont été accueillis sur notre sol. Merci la N-VA. Des étudiants sont bloqués à Gaza. Merci qui? La N-VA peut-elle remercier Les Engagés pour cela? Vous avez retiré votre note. C'est bien la preuve que vous n'avez pas nécessairement le poids politique suffisant pour la maintenir et que, sans doute, vous ne souhaitez pas instaurer le désordre au sein du gouvernement sur ce dossier.
À part cela, vous dites vous-même: "le jour où il y aura une volonté politique". Nous attendons, mais jusque quand pouvons-nous attendre, monsieur le ministre?
Pendant que nous attendons, le génocide continue à Gaza. Pendant que nous attendons, Israël continue à affamer Gaza, continue à bombarder des écoles, continue à tuer des terroristes, à assassiner des journalistes.
Ce ne sont pas vos communiqués énervés qui vont faire sortir ces personnes de Gaza. Ce sont des décisions politiques.
Monsieur le ministre, allez-vous vous battre pour que ces personnes puissent réellement rejoindre la Belgique? Ou allez-vous finalement laisser le MR et la N-VA décider à votre place?
Je pense aujourd'hui sincèrement qu’il ne suffit plus de dire que nous ne sommes pas d’accord. Merci de le dire, mais en fait, c’est le strict minimum. Il faut prendre ses responsabilités, et c’est à vous de voir comment vous voulez les prendre!
13.11 Peter Mertens (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik heb lang naar u geluisterd. U hebt gezegd dat België een van de meest voluntaristische landen is. Ik denk dat u het voluntarisme moet definiëren in het licht van wat België doet ten opzichte van het probleem in Gaza en de Westelijke Jordaanoever en niet in het licht van landen in het peloton die nog minder hebben gedaan dan België. Voluntarisme betekent dat men de moed heeft om het probleem aan te pakken zonder zich te vergelijken met degenen die nog minder doen, mijnheer de minister.
U hebt gezegd dat u principieel een koehandel met het Palestijns dossier en de trumpiaanse N-VA-dossiers over de taliban en de terugkeerhubs hebt geweigerd. Het is goed dat u geen koehandel wil. Het probleem is echter dat u exact dat wel hebt gedaan door de twee dossiers met elkaar te verbinden. De N-VA heeft alleen maar even geblaft met betrekking tot de terugkeerhubs en de taliban. De grote slachtoffers van het geblaf van de N-VA zijn de Palestijnen. U hebt die twee zaken dus in feite met elkaar verbonden.
De wereld kan niet anders dan vaststellen dat het allemaal erg moeilijk is om studenten met een legaal visum naar ons land te halen, terwijl er geen enkel probleem is met Israëlische kolonisten en met Israëlische militairen die in het apartheidsleger van de IDF dienen. Zij hebben zelfs geen visum nodig, want zij konden vorig jaar en dit jaar rondlopen op Tomorrowland. Kolonels van het Israëlische genocideleger zoals Moshe Tetro, worden hier zelfs geaccrediteerd als militair attaché in Brussel. De wereld ziet dat het heel vlotjes gaat voor de agressor, maar dat altijd bijzonder moeilijk blijkt voor de slachtoffers, die bezetting en genocide willen ontvluchten.
Daarom geef ik nogmaals de andere christendemocraat, Reginald Moreels, gelijk wanneer hij zegt dat u wellicht – ik hoop dat alvast – met een heel groot gewetensdilemma zit. Het omwoelen in bed brengt u niet dichter bij een oplossing voor dat gewetensdilemma; een glas water drinken evenmin. De oplossing voor dat dilemma is om daden te stellen en om eindelijk de rug te richten ten opzichte van de N-VA en Trumpiaanse voorstellen die koehandel spelen met de mensenrechten, mijnheer de minister.
De geschiedenis zal hard oordelen over de manier waarop ons land handelt in tijden van genocide en omgaat met studenten die talent hebben en dat talent hier willen ontwikkelen om hun land weer op te bouwen. De geschiedenis zal ook hard oordelen over een land als België, dat Palestijnse families die legaal een visum hebben verkregen en dus legaal hierheen mogen komen, midden in een genocide de toegang weigert. De geschiedenis zal hard oordelen over een land als België dat nu al vier jaar zoete broodjes bakt met Israël.
Gisteren nog besliste de VRT doodleuk om mee te doen met de liedjeswedstrijd Eurosong, met Israël, terwijl de bommen vallen, terwijl de Israëlische overheid openlijk fantaseert over het uitmoorden van kinderen, het verbannen van alle Palestijnen en het stelen van alle land. In die context wil men gaan dansen en zingen met Israël. Natuurlijk is er ook wat dat betreft aan statements geen gebrek; men zegt dat men niet normaliseert wat daar gebeurt. Natuurlijk wel. Als men in die situatie van genocide en landroof gaat dansen, zingen, spreken, stemmen met Israël, dan normaliseert men de situatie.
Hoe denkt u eigenlijk dat men in Gaza naar ons kijkt, als ze tussen het puin en tussen de bommen het Eurosongfestival met de slogan United by Music op televisie zien? Hoe kijken kinderen in Gaza naar die slogan?
Het is echt een onwaarschijnlijke schande dat dat kan gebeuren, want er is helemaal geen united. Zo lang de bezetting duurt; zo lang is er geen eenheid tussen de bezetter en degene die gekoloniseerd wordt. Zo lang de genocide duurt, zo lang is er geen eenheid tussen de genocideplegers en de slachtoffers. Er is een dader en er is een slachtoffer. Het wordt tijd dat de regering de zijde kiest van de slachtoffers, mijnheer de minister. Daarom dienen wij ook een motie in.
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de heer François De Smet, mevrouw Meyrem Almaci, de
heer Khalil Aouasti, mevrouw Rajae Maouane en de heer Peter Mertens
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
- overwegende dat dertien Gazaanse beursstudenten, die geselecteerd werden door zes Belgische, zowel Franstalige als Nederlandstalige, universiteiten, Gaza niet kunnen verlaten en hun studies dus niet in ons land kunnen komen voortzetten;
- overwegende dat de tien rectoren van onze universiteiten samen een open brief gepubliceerd hebben, waarin zij hekelen dat het ‘morele kompas’ bij verscheidene partners van de arizonacoalitie zoek is en zeggen dat de genoemde studenten gegijzeld worden;
- gelet op de evenwichtige nota van de minister van Buitenlandse Zaken van 11 september jongstleden, die aan het kernkabinet voorgelegd werd en die uit drie delen bestaat: het onthaal van deze dertien beursstudenten, de hervatting van 'geleidelijke en redelijke’ evacuaties uit Gaza en de financiering van een humanitaire WHO-operatie in Jordanië voor zieke kinderen;
- overwegende dat er in de meerderheid geen akkoord is over de bewuste nota;
- overwegende dat de minister van Asiel en Migratie een koehandel voorstelt waarbij de beursstudenten naar ons land mogen komen op voorwaarde dat er ingestemd wordt met de terugkeerhubs;
- gelet op het rechtsgeschil met betrekking tot dit dossier, waarbij de Dienst Vreemdelingenzaken in een arrest van het hof van beroep veroordeeld wordt tot het nemen van een beslissing ten gronde, die echter tot op heden niet genomen werd "in afwachting van een actualisering van het dossier";
- overwegende dat verscheidene Europese landen – Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje – 170 Palestijnse studenten uit Gaza opgevangen hebben zonder dat er enig systemisch effect aangetoond kon worden en nadat de veiligheidscontroles uitgevoerd werden aan de grensovergang;
- overwegende dat inzake de binnenlandse veiligheid de universiteiten zelf een eerste selectie gemaakt hebben en alle universiteiten uitgesloten hebben die te dicht bij Hamas zouden kunnen aanleunen, en dat zij enkel gekozen hebben voor domeinen die essentieel zijn voor de heropbouw van Gaza;
- overwegende dat dit een dossier is dat onder de academische vrijheid valt en geen betrekking heeft op het migratiebeleid;
- overwegende dat deze situatie grenst aan willekeur en de onsamenhangende manier onderstreept waarop België de heropbouw van Gaza en de zorg voor de Gazaanse kinderen financiert, terwijl ons land tegelijk weigert om ingenieurs, artsen en onderzoekers op te leiden die Gaza er weer bovenop zouden helpen;
- overwegende dat deze dertien studenten niet de prijs zouden moeten betalen voor hun herkomst, noch voor onze debatten over de terugkeerhubs, en dat we niet kunnen aanvaarden dat dertien universiteitsbeurzen als pasmunt worden gebruikt voor uitzettingen;
verzoekt de regering:
- de komst naar België van deze dertien studenten toe te staan, volgens de regeling zoals uiteengezet in de nota in 3 delen van de minister van Buitenlandse Zaken die aan het kernkabinet voorgelegd werd;
- de ambassade van België in Caïro officieel aan te wijzen als bevoegde diplomatieke post voor de dossiers betreffende Gaza.."
Une première motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de M. François De Smet, Mme Meyrem Almaci, M. Khalil Aouasti, Mme Rajae Maouane et M. Peter Mertens
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- considérant le blocage de treize étudiants boursiers gazaouis sélectionnés par six universités belges, tant francophones que néerlandophones qui ne sont pas en mesure de venir effectuer leurs études dans notre pays;
- considérant la lettre ouverte commune des dix recteurs et rectrices de nos universités, dénonçant la disparition de "la boussole morale" de plusieurs partenaires de la coalition Arizona et parlant de prise d’otage desdits étudiants;
- considérant la note équilibrée du ministre des Affaires étrangères du 11 septembre dernier soumise au kern et comportant trois volets: l'accueil de ces treize boursiers, la reprise d'évacuations "progressives et raisonnables" depuis Gaza, et le financement d'une opération humanitaire OMS-Jordanie pour des enfants malades;
- considérant l’absence d’accord de la majorité sur ladite note;
- considérant le marchandage proposé par la ministre de l’Asile et de la Migration conditionnant leur arrivée à des hubs de retour;
- considérant le contentieux judiciaire de ce dossier dont un arrêt de la cour d'appel condamnant l'Office des étrangers à statuer au fond, sans décision à ce jour, "dans l'attente de la mise à jour du dossier";
- considérant que plusieurs pays européens ont accueilli 170 étudiants palestiniens de Gaza - la France, l'Italie, les Pays-Bas, l'Espagne - sans qu'aucun effet systémique n'ait été documenté, et en effectuant les contrôles de sécurité au point de transit;
- considérant qu’en termes de sécurité intérieure, les universités elles-mêmes ont procédé au premier tri et exclu toutes les universités qui pouvaient être trop proches du Hamas et n'ont retenu "que les domaines essentiels pour la reconstruction de Gaza"; qu’il s’agit là d’un dossier relevant de la liberté académique et non de la politique migratoire;
- considérant que cette situation confine à l’arbitraire et souligne l’incohérence selon laquelle la Belgique finance la reconstruction de Gaza et le soin de ses enfants, tout en refusant de former les ingénieurs, les médecins et les chercheurs qui relèveront ce pays;
- considérant que ces treize personnes n'ont à payer ni le prix de leur origine, ni celui de nos débats sur les hubs de retour et qu'il ne peut être admis que treize bourses universitaires deviennent une monnaie d'échange contre des expulsions;
demande au gouvernement
- d’autoriser l’arrivée en Belgique de ces treize étudiants encadrée selon les termes de la note présentée au kern en 3 volets par le ministre des Affaires étrangères;
-de désigner formellement l'ambassade de Belgique au Caire comme poste diplomatique compétent pour les dossiers de Gaza."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de dames Meyrem Almaci en Rajae Maouane en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de heer François De Smet, mevrouw Meyrem Almaci, de
heer Khalil Aouasti, mevrouw Rajae Maouane en de heer Peter Mertens
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
verzoekt de minister en de regering om
- de bevriezing van nieuwe registraties op de evacuatielijst uit Gaza met onmiddellijke ingang op te heffen, zodat nieuwe personen zich kunnen laten inschrijven, met inbegrip van rechthebbenden op consulaire bijstand, hun kerngezinsleden en personen met een visum D voor lang verblijf;
- de evacuaties uit Gaza naar België te hervatten voor alle personen die daarvoor in aanmerking komen;
- alle beschikbare diplomatieke middelen, bilateraal en in Europees verband, in te zetten om de veilige doorgang van deze personen mogelijk te maken;
- de mogelijkheid te voorzien om visumaanvragen voor studiedoeleinden digitaal in te dienen, zodat indieners zich niet fysiek naar het consulaat-generaal in Jeruzalem hoeven te verplaatsen;
- aan alle personen die op evacuatie wachten individueel en op korte termijn duidelijkheid te bieden over de stand van hun dossier en de mogelijkheden tot evacuatie;
- het toelaten en evacueren van de 13 beursstudenten en onderzoekers uit Gaza, zodat zij hun opleiding in ons land eindelijk kunnen aanvatten."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mmes Meyrem Almaci et Rajae Maouane et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de M. François De Smet, Mme Meyrem Almaci, M. Khalil Aouasti, Mme Rajae Maouane et M. Peter Mertens
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
demande au ministre et au gouvernement
- de lever avec effet immédiat le gel des nouvelles inscriptions sur la liste des évacuations de Gaza, afin de pouvoir y inscrire de nouvelles personnes, y compris des personnes ayant droit à l'assistance consulaire, les membres de leur famille nucléaire et des titulaires d'un visa D de long séjour;
- de reprendre l'évacuation de Gaza vers la Belgique de toutes les personnes qui y sont éligibles;
- d'user de tous les moyens diplomatiques disponibles, dans un cadre bilatéral et européen, afin de permettre le passage en toute sécurité de ces personnes;
- de prévoir la possibilité d'introduire une demande de visa à des fins d'études par voie numérique, afin que les demandeurs n'aient pas à se rendre physiquement au consulat général à Jérusalem;
- de faire la clarté, individuellement et à brève échéance, pour toutes les personnes qui attendent d'être évacuées, sur l'état de leur dossier et sur les possibilités d'évacuation;
- d'autoriser l'arrivée des 13 étudiants boursiers et chercheurs et de procéder à leur évacuation de Gaza, afin qu'ils puissent enfin commencer leur formation dans notre pays."
Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de heer François De Smet, mevrouw Meyrem Almaci, de
heer Khalil Aouasti, mevrouw Rajae Maouane en de heer Peter Mertens
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
- overwegende de aan de gang zijnde genocide en de massale verwoesting van het onderwijssysteem in Gaza;
- overwegende de toezegging van de Belgische universiteiten en hogescholen om Palestijnse studenten uit te nodigen;
- overwegende het acute risico voor de studenten in kwestie om een academiejaar te verliezen;
geeft de regering de aanbeveling
- ervoor te zorgen dat de dertien studenten uit Gaza met een studiebeurs onverwijld naar België kunnen overkomen;
- een snelle en specifieke procedure in te voeren voor Palestijnse studenten, onderzoekers en docenten die door Belgische instellingen voor hoger onderwijs geselecteerd worden;
- met de bevoegde diplomatieke overheden en de Europese partners samen te werken om het vertrek van de personen in kwestie uit Gaza te vergemakkelijken;
- samen met de gemeenschappen en de instellingen voor hoger onderwijs initiatieven te ondersteunen om te voorkomen dat het academische parcours van de Palestijnen in kwestie onderbroken wordt."
Une troisième motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de M. François De Smet, Mme Meyrem Almaci, M. Khalil Aouasti, Mme Rajae Maouane et M. Peter Mertens
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- considérant le génocide en cours et la destruction massive du système éducatif à Gaza;
- considérant les engagements pris par les universités et hautes écoles belges en faveur de l'accueil d'étudiants palestiniens;
- considérant le risque imminent de perte d'une année académique pour les étudiants concernés;
recommande au gouvernement
- de permettre sans délai l'arrivée en Belgique des treize étudiants gazaouis bénéficiaires de bourses académiques;
- de mettre en place une procédure spécifique et rapide pour les étudiants, chercheurs et enseignants palestiniens sélectionnés par des établissements d'enseignement supérieur belges;
- de travailler avec les autorités diplomatiques compétentes et les partenaires européens afin de faciliter leur sortie de Gaza;
- de soutenir, avec les Communautés et les établissements d'enseignement supérieur, des initiatives visant à préserver la continuité des parcours académiques palestiniens."
Een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Peter Mertens en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de heer François De Smet, mevrouw Meyrem Almaci, de
heer Khalil Aouasti, mevrouw Rajae Maouane en de heer Peter Mertens
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
- overwegende dat de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de Verenigde Naties geconcludeerd heeft dat de Israëlische autoriteiten en veiligheidsdiensten een genocide gepleegd hebben op de Palestijnen in de Gazastrook en dat die genocide nog altijd doorgaat, en vastgesteld heeft dat Palestijnse kinderen moedwillig als doelwit genomen en gedood werden;
- overwegende dat België als verdragsluitende Staat bij het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide gebonden is door de verplichting genocide te voorkomen;
- overwegende dat ongeveer 1.400 Palestijnen die al een visum hebben waarmee ze naar België mogen afreizen in de Gazastrook vastzitten en materieel verhinderd worden dat grondgebied te verlaten;
- overwegende dat België sinds oktober 2023 al meerdere evacuatieoperaties uit Gaza georganiseerd heeft en dus over operationele ervaring op dat vlak beschikt:
- overwegende dat de Palestijnse studenten en onderzoekers die geselecteerd waren voor studie- of onderzoeksbeurzen bij Belgische instellingen voor hoger onderwijs eveneens nog altijd in Gaza vastzitten;
- overwegende dat sommige van die studenten en onderzoekers hun visumaanvraag nog moeten indienen of afronden, maar materieel in de onmogelijkheid verkeren om de verplichting om zich fysiek bij een diplomatieke post aan te melden, na te leven, aangezien ze Gaza niet kunnen verlaten;
- overwegende dat ze door die toestand, buiten hun wil om, hun toelating, hun beurs of hun plaats aan een academische instelling dreigen te verliezen, terwijl andere Europese landen, onder meer Nederland, mechanismen hebben ingevoerd waardoor Palestijnse studenten Gaza kunnen verlaten;
- overwegende de hoogdringendheid, gelet op de situatie in Gaza en de academische kalender, waardoor een onmiddellijke beslissing van de regering noodzakelijk is;
verzoekt de regering
- de evacuatie uit Gaza van personen met een visum of verblijfrecht op grond waarvan ze naar België mogen overkomen, onverwijld te hervatten, en alle nodige diplomatieke en operationele demarches te ondernemen opdat ze Gaza veilig kunnen verlaten en naar België kunnen worden overgebracht;
- onverwijld een aangepaste procedure in te voeren opdat er visa afgeleverd en de betrokken Palestijnse studenten en onderzoekers naar België geëvacueerd kunnen worden, in overleg met de instellingen voor hoger onderwijs."
Une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Peter Mertens et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de M. François De Smet, Mme Meyrem Almaci, M. Khalil Aouasti, Mme Rajae Maouane et M. Peter Mertens
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- considérant que la Commission d’enquête internationale indépendante des Nations Unies a conclu que les autorités et les forces de sécurité israéliennes ont commis et continuent de commettre un génocide contre les Palestiniens dans la bande de Gaza et a établi que des enfants palestiniens ont été délibérément ciblés et tués;
- considérant que la Belgique, en tant qu’État partie à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide, est tenue par l’obligation de prévenir le génocide;
- considérant que environ 1 400 Palestiniens disposant déjà d’un visa leur permettant de rejoindre la Belgique restent bloqués dans la bande de Gaza et sont matériellement empêchés de quitter le territoire;
- considérant que la Belgique a déjà organisé plusieurs opérations d’évacuation depuis Gaza depuis octobre 2023 et dispose donc d’une expérience opérationnelle en la matière;
- considérant que les étudiants et chercheurs palestiniens, sélectionnés pour bénéficier de bourses d’études ou de recherche auprès d’établissements d’enseignement supérieur belges, restent également bloqués à Gaza;
- considérant que certains de ces étudiants et chercheurs doivent encore introduire ou finaliser leur demande de visa mais sont matériellement empêchés de satisfaire à l’obligation de se présenter physiquement auprès d’un poste diplomatique en raison de leur impossibilité de quitter Gaza;
- considérant que cette situation, indépendante de leur volonté, risque de leur faire perdre leur admission, leur bourse ou leur place académique, alors que d’autres États européens, notamment les Pays-Bas, ont mis en place des mécanismes permettant à des étudiants palestiniens de quitter Gaza;
- considérant que l’urgence de la situation à Gaza et du calendrier académique exige une décision immédiate du gouvernement fédéral;
demande au gouvernement
- de reprendre sans délai les opérations d’évacuation depuis Gaza des personnes disposant déjà d’un visa ou d’un droit de séjour leur permettant de rejoindre la Belgique, et d’entreprendre toutes les démarches diplomatiques et opérationnelles nécessaires pour permettre leur sortie sûre et leur transfert vers la Belgique;
- de mettre en place sans délai une procédure adaptée permettant la délivrance des visas et l’évacuation vers la Belgique des étudiants et chercheurs palestiniens concernés, en concertation avec les établissements d’enseignement supérieur."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Aurore Tourneur, de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en mevrouw Nawal Farih.
Une première motion pure et simple a été
déposée par Mme Aurore Tourneur, MM. Axel
Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mme Nawal Farih.
13.12 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le Président, je demande l'urgence pour le vote sur la motion pure et simple.
De voorzitter: Aangezien de urgentie
voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks
over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6,
tweede lid, Rgt.)
Étant donné que l'urgence de la motion pure et
simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions
tout à l'heure. (art. 140, n° 6,
deuxième alinéa, Rgt.)
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demande d'urgence
Er is een urgentieverzoek betreffende het voorstel van de collega’s Orlians, Bertrand, Van Quickenborne, Gabriëls, Coenegrachts, De Knop, Vander Elst en Di Nunzio tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers teneinde het parlementair zomerreces in te korten, nr. 1760/1.
We beginnen aan de herfst, maar u noemt de zomer al urgent. Aan u het woord, mijnheer Orlians.
14.01 Arthur Orlians (Anders.): Dat klopt, mijnheer de voorzitter.
Er is al veel geschreven over het parlementair reces, maar ik wil toch nog even de puntjes op de i zetten. Wij vinden helemaal niet dat parlementsleden te veel vakantie hebben. Wij vinden helemaal niet dat parlementsleden te lui zijn. We vinden trouwens ook niet dat parlementsleden lui zouden zijn als ze artificiële intelligentie gebruiken. Wij vinden ook, net als u, dat het plenaire reces geen vakantie is voor parlementsleden. Parlementsleden werken dan, ze duiken in dossiers, ze doen bedrijfsbezoeken enzovoort.
Wij vinden wel dat de democratische controle tijdens het plenaire reces echt wel beter kan. Commissies komen alleen in uitzonderlijke situaties samen. Er kwam vlak voor de zomer een zomerakkoord in de laatste ministerraad voor het plenaire reces. De commissie wou de regering daarover horen, maar dat ging niet. Wij konden in de pers van alles lezen over dat zomerakkoord, maar wij konden de regering daar niet over ondervragen.
De democratische controle ontbreekt of is toch niet even sterk aanwezig tijdens het plenaire reces als tijdens het parlementaire jaar. Daarom vinden wij dat dat wel degelijk een beetje korter kan worden gemaakt. We hebben al gehoord in de pers dat ook de socialisten voor dat idee openstaan en we hebben ook van andere partijen gehoord dat zij daar voorstander van zijn. Wij hopen dan ook om daar steun voor te vinden.
14.02 Barbara Pas (VB): Ik geef collega Orlians volledig gelijk wat de controlerende functie betreft: ook in de vakantiemaanden moet de regering zich kunnen verantwoorden. We merken dat het niet altijd even evident is om daarvoor een commissie bijeen te krijgen. Ik steun het voorstel dus.
Wat de urgentie betreft, u kunt op de lijst met inoverwegingnemingen zien dat een gelijkaardig voorstel van de Vlaams Belangfractie ook op de agenda staat. Het is niet nieuw. Ik heb dat in dit Huis voor het eerst ingediend, denk ik, in 2014. Ik ben dus zeer blij, collega's van Anders en degenen die zich nu zo positief uitspreken over de inkorting van het zomerreces, met uw voortschrijdend inzicht en ik ben blij dat de geesten zijn gerijpt.
Ik hoop dat u deze keer ons voorstel om het zomerreces te beperken tot vier onafgebroken weken, wel ernstig zult bediscussiëren in de commissie, maar, eerlijk, ik zie de urgentie niet. We beginnen aan de herfst en ik denk dat we, als we het voorstel op een normale manier behandelen in het Parlement, de kwestie perfect tegen het volgende zomerreces kunnen regelen.
De voorzitter: Het geeft natuurlijk een aantal collega's de kans om zich hierover uit te spreken.
14.03 Axel Ronse (N-VA): Ik vind het een beetje bizar dat de leden van Anders., vroeger Open Vld, nu de urgentie vragen voor het voorstel. Ze hebben al sinds de laatste opvoering van De stomme van Portici zitting in het halfrond en ik heb hen daar nog nooit over horen kraaien.
Ik begrijp wel de colère van hun voorzitter en het feit dat hij dat op de agenda heeft gezet. Hij zei aan de media dat hij er niet mee kan leven dat zijn parlementsleden tweeënhalve maand vakantie hebben genomen en dat dat hervormd moet worden. Ik vind het eigenlijk ook wel bizar, collega's van Anders., dat u volgens uw voorzitter tweeënhalve maand vakantie hebt genomen. Ik kan u heel wat inspiratie geven.
De voorzitter: Collega Ronse, we hebben het over de urgentie.
14.04 Axel Ronse (N-VA): Ik wil alleen maar meegeven, in naam van heel veel collega's, niet alleen van mijn partij, dat het een schande is hoe die man het parlementaire metier op zo'n pijnlijke manier in beeld heeft gebracht. We zullen de urgentie en ook dat voorstel dus zeker niet steunen.
De voorzitter: De stemming die nu plaatsvindt, betreft de urgentie van het voorstel, niet de inhoud.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
14.05 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, mon collègue Vanbesien va pairer pour M. Van den Heuvel et ma collègue Maouane va pairer pour Mme Deborsu.
14.06 Alexia Bertrand (Anders.): Net als vorige week heeft collega Vander Elst vandaag een stemafspraak met collega Scourneau van de MR.
De voorzitter: Waarvan akte.
Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van 16 september 2026.
Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives du 16 septembre 2026.
Twee moties werden ingediend (MOT nr. 298/1):
- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas;
- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.
Deux motions ont été déposées (MOT n° 298/1):
- une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas;
- une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring?
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote?
15.01 Barbara Pas (VB): De stilte van onze premier inzake de drugscriminaliteit is omgekeerd evenredig met de hoeveelheid lawaai die hij daarover maakte toen hij burgemeester van Antwerpen was. Toen hebben we hem wekelijks horen schreeuwen dat de federale overheid moest tussenkomen op dat vlak.
We hebben inzake drugscriminaliteit al een hoorzitting gehad met de ministers Quintin en Verlinden. Ook toen was de premier de grote afwezige en bleef hij zich in stilte hullen. Ik heb hem dus geïnterpelleerd over die taskforce die onder zijn bevoegdheid valt.
Hij heeft gezegd dat die al een twintigtal keer heeft vergaderd. Die dient ook ter coördinatie van de aanpak van drugscriminaliteit. Als er iets niet gecoördineerd is, dan bleek dat duidelijk uit het standpunt van ministers Quintin en Verlinden, aangezien zij tijdens die hoorzittingen helemaal naast elkaar aan het praten waren.
Wat het ergste is, collega's, is dat hij helemaal geen antwoord heeft gegeven over de grote oorzaken: het falende migratiebeleid, het strafrechtelijk apparaat dat volledig faalt en de alarmbel die ook procureur des Konings Moinil deze vakantie nog eens heeft geluid. Deze regering doet daar niets aan. Vanuit de gevangenissen worden nog altijd de moorden bevolen door de drugsbaronnen. Deze regering slaagt er niet eens in om die zware criminelen in de gevangenissen te isoleren en hun gsm's te blokkeren of ze wil dat niet eens.
Dus ja, er moet worden ingegrepen. Er is een motie van aanbeveling nodig om deze regering aan te zetten tot extra maatregelen, en niet alleen tot die maatregelen die binnen de taskforce al zijn genomen. Er is meer aan de hand. De strafrechtketen en het catastrofale migratiebeleid moeten worden aangepakt. Ik hoop dat degenen die zeggen dat het menens is met de aanpak van die drugscriminaliteit deze motie van aanbeveling dan ook zullen steunen.
De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 1) |
||
|
Ja |
98 |
Oui |
|
Nee |
39 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
(De heer Peter Mertens heeft gestemd
zoals zijn fractie.)
Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.
Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.
Vijf moties werden ingediend (MOT nr. 301/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De SMet;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de dames Meyrem Almaci en Rajae Maouane;
- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti;
- een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Peter Mertens;
- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Aurore Tourneur, de heren Benoît Piedboeuf, Axel Ronse en Oskar Seuntjens, en mevrouw Nawal Farih.
Cinq motions ont été déposées (MOT n° 301/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mmes Meyrem Almaci et Rajae Maouane;
- une troisième motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti;
- une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Peter Mertens;
- une motion pure et simple a été déposée par Mme Aurore Tourneur, MM. Benoît Piedboeuf, Axel Ronse et Oskar Seuntjens, et Mme Nawal Farih.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 2) |
||
|
Ja |
72 |
Oui |
|
Nee |
63 |
Non |
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 1 oktober 2026.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 1er octobre 2026.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 1 oktober 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 1er octobre 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 17.28 uur.
La séance est levée à 17 h 28.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 141
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 141 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
98 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
39 |
Non |
Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Merckx Sofie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Vereeck Lode, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Vander Elst Kjell
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
72 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
63 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Vereeck Lode, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
Maouane Rajae, Vanbesien Dieter, Vander Elst Kjell