Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 1 oktober 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 1 octobre 2026

 

Après-midi

 

______

 

De vergadering wordt geopend om 14.15 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.

La séance est ouverte à 14 h 15 et présidée par M. Peter De Roover, président.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Bart De Wever, David Clarinval.

 

01 Agenda

01 Ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 30 september 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 30 septembre 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

 

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

 

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

 

Mondelinge vragen

Questions orales

 

02 Vraag van Axel Weydts aan Bart De Wever (eerste minister) over "De vergadering van de Nationale Veiligheidsraad over de Russische dreiging" (56001969P)

02 Question de Axel Weydts à Bart De Wever (premier ministre) sur "La réunion du Conseil national de sécurité consacrée à la menace russe" (56001969P)

 

02.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de premier, het lijstje dat ik meegebracht heb, zal ik niet volledig opsommen, maar ik zal een bloemlezing geven. In Estland werd brand gesticht in een defensiebedrijf dat onder andere materiaal levert aan Oekraïne. In Roemenië werd een explosieve zeedrone onderschept die kritieke energie-infrastructuur wilde aanvallen. In Polen werd brand gesticht in een Starlinkstation. Een Deense helikopter werd door een Russisch fregat met lichtkogels onder vuur genomen omdat die volgens de Russen te dichtbij kwam. In Duitsland werd een aanslag op de luchthaven van Leipzig verijdeld. Leipzig is voor alle duidelijkheid geen Oekraïense, maar een Duitse stad, op zeven uur rijden van hier. Tot slot vernoem ik de drieste aanval op een diplomatieke trein, veel gebruikt door staatshoofden die Kiev bezoeken, op twee kilometer van de Poolse grens. Die trein heb ik enkele weken geleden zelf nog genomen. Dat is een bewuste strategie van Poetin, het is testen en pesten in het kwadraat.

 

Gisteren deed hij er nog een schepje bovenop door duidelijk te verklaren dat doelwitten in Europa volgens hem legitiem zijn. Poetins acties nemen duidelijk toe, zowel qua intensiteit als in aantal, en komen dichterbij. Ook België wordt bedreigd. Tijdens mijn bezoek aan onze militaire inlichtingendienst stelde men duidelijk dat België 24/7 het doelwit is van Russische cyberaanvallen. Dat tast onze welvaart, economie en bedrijven aan. België is dus overduidelijk ook een doelwit.

 

Mijnheer de premier, het is goed dat u de Nationale Veiligheidsraad morgen bijeenroept. Wat zult u voorstellen om onze veiligheid te garanderen en onze welvaart te vrijwaren van die Russische aanvallen?

 

02.02 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer Weydts, uw lijstje is mij bekend, ook wat u niet hebt gezegd. Ik weet wat erop staat.

 

De onverholen, dreigende taal uit Moskou heb ik gehoord en die is ook rechtstreeks op België gericht. We hebben interessante doelwitten. Ik heb ook op die bewuste trein gezeten. In plaats van schaapjes te tellen om te kunnen slapen, heb ik de bomkraters naast de sporen geteld. Dat brengt ons bij de ondertussen genoegzaam bekende boutade: we leven niet in staat van open oorlog, maar eigenlijk ook niet meer in vrede. We zitten er ergens tussenin, waarbij onze stabiliteit en onze veiligheid actief door vijandige actoren worden ondermijnd.

 

In die context is de Nationale Veiligheidsraad enkele maanden geleden al samengekomen, specifiek toen om de dronebedreiging te bespreken. De dreiging die van drones uitgaat is, zoals u hebt gezegd, eigenlijk maar één element binnen een steeds bredere veiligheidsuitdaging. Hybride dreigingen kunnen zich op verschillende manieren manifesteren, met bijzonder ontwrichtende gevolgen, zoals het viseren van kritieke infrastructuur, energievoorzieningen en overheidsdiensten. Het kan enorme schade aanrichten.

 

Daarom heeft men binnen het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid de laatste tijd bijzonder hard gewerkt om in beeld te brengen wat onze kwetsbaarheden allemaal zouden kunnen zijn en uiteraard, nog belangrijker, wat we daar tegenover zouden kunnen stellen. Morgen is het de bedoeling dat we aan de Nationale Veiligheidsraad vragen waar we nu staan. Hoe staat het met de werkzaamheden? Wat is er in beeld gebracht? Wat willen jullie daar tegenover stellen?

 

We schrijven vandaag in bijna iedere veiligheidsstrategie dat een whole-of-government- of whole-of-societybenadering nodig is. Dat betekent dat niet alleen de federale overheid daar morgen zal zitten, maar ook de deelstaten, de veiligheids- en inlichtingendiensten en de beheerders van kritieke infrastructuur, om preventief te coördineren en te anticiperen. Het is een beetje een hoogmis, maar niet in het ijle, op basis van werkzaamheden die al maanden worden voorbereid.

 

Het moet duidelijk zijn dat informatie moet worden gedeeld, dat duidelijk moet zijn bij wie men terechtkan en hoe we gemeenschappelijk gaan reageren. We moeten daadkrachtig (…)

 

02.03  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord.

 

Collega's, ik ben een beetje verwonderd dat ik vandaag de enige ben die hierover een vraag stelt. Er worden hier wekelijks vragen gesteld over een begroting die er nog niet eens is, maar deze actuele dreiging leeft hier niet. Blijkbaar ligt niemand daarvan wakker. Wel, bij Vooruit liggen wij er wel wakker van. Dit gaat over de veiligheid van onze mensen en wij vinden het belangrijk dat dit ook op de agenda van de plenaire vergadering komt.

 

Mijnheer de premier, het zal ook belangrijk zijn dat u goed communiceert over de Nationale Veiligheidsraad. Gisteren stelde de sociaaldemocratische premier van Denemarken heel duidelijk dat we niet langer meer zomaar in vrede leven in Europa. Er is duidelijke communicatie nodig, enerzijds om het hoofd koel te houden en onze mensen gerust te stellen, zodat we ons voorbereiden, maar anderzijds ook om te waarschuwen voor wat mogelijk kan komen en om duidelijk te maken aan Poetin dat hij ver over de schreef gaat.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Matti Vandemaele aan Bart De Wever (eerste minister) over "De begroting en de uitspraken van de premier over zelfkastijding" (56001974P)

- Kjell Vander Elst aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het begrotingsconclaaf van dit weekend" (56001975P)

- Kim De Witte aan Bart De Wever (eerste minister) over "De begroting en de nieuwe besparingen op de pensioenen" (56001982P)

- Ludivine Dedonder aan Bart De Wever (eerste minister) over "De uitspraken van de eerste minister over de sociale zekerheid en de begroting" (56001989P)

03 Questions jointes de

- Matti Vandemaele à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le budget et les déclarations du premier ministre relatives à une forme de mortification" (56001974P)

- Kjell Vander Elst à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le conclave budgétaire de ce week-end" (56001975P)

- Kim De Witte à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le budget et les nouvelles économies en matière de pensions" (56001982P)

- Ludivine Dedonder à Bart De Wever (premier ministre) sur "La déclaration du premier ministre sur la sécurité sociale et le budget" (56001989P)

 

03.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, ik stond gisteravond aan het voetbalveld te kijken naar de match van mijn zonen, samen met een aantal andere ouders en het ging daar uiteraard over de Vlaamse besparingen. Er heerste eigenlijk heel veel eensgezindheid, ten eerste over het feit dat er iets moet gebeuren. Iedereen is bereid om inspanningen te leveren, maar dan moeten ze eerlijk verdeeld zijn. Men deelde, ten tweede, onbegrip voor het feit dat de factuur opnieuw volledig bij de middenklasse komt te liggen, bij leerkrachten, verpleegsters, arbeiders, bedienden, bij gewone mensen. Ten derde was men het erover eens dat de regering bescherming zou moeten bieden en inzetten op weerbaarheid en zekerheid. Dat hebben we op Vlaams niveau niet gezien. Er was, ten vierde, heel veel eensgezindheid over het feit dat er niet wordt gekeken naar de allerrijksten, de grote vervuilers en degenen die in een privéjet onze luchthavens aandoen. Men voelde dat als zeer, zeer oneerlijk aan. Ook over het gebrek aan klimaatbeleid was er veel eensgezindheid. Het is dus zonneklaar, mijnheer de premier, dat we moeten ingrijpen.

 

Ten eerste, zult u er wel in slagen om de uitdaging van onze tijd, namelijk het klimaat, mee te nemen in uw oefening?

 

Ten tweede, zult u ervoor zorgen dat de factuur van uw oefening niet opnieuw helemaal bij de middenklasse komt te liggen en bij degenen die met tegenslag in het leven worden geconfronteerd?

 

Ten derde, zult u ervoor zorgen dat er een eerlijke bijdrage komt van de grote vervuilers en de superrijken en dat de vluchtwegen die onze solidariteit ondergraven, worden geblokkeerd?

 

Dat zijn drie eenvoudige vragen. U zult zeggen dat u nog niet kunt antwoorden, omdat u nog met de begroting bezig bent. Mogen wij niet meer verwachten van een premier? Moet een premier geen kader stellen? Moet een premier niet op voorhand de contouren aangeven waarbinnen wordt gewerkt? Mogen we van u verwachten dat eerlijkheid een onderdeel van uw beleid zal zijn?

 

De voorzitter: Collega Vandemaele, u bent vergeten te zeggen welke voetbalploeg dat was. Dat zou misschien veel verklaren. Misschien was het de ploeg van uw fractie.

 

Mijnheer Vander Elst, hoe is de situatie langs uw veld?

 

03.02  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de premier, u staat voor een heel belangrijk weekend. Eindelijk, zou ik zeggen, komt dat weekend eraan, want na maanden van stilstand, de slechtste begroting van de eurozone en een economie die volledig stilstaat, met een bijna-nulgroei, wordt het tijd dat u eindelijk aan de slag gaat.

 

Ik denk dat ik uw antwoord van vandaag al ken: we mogen niet vooruitlopen op de zaken; we moeten alles achter gesloten deuren bespreken; stoere verklaringen leggen we vandaag niet af; geen rode lijnen. U hebt echter al een rode lijn getrokken, mijnheer de premier, want in mei luidde het: geen besparingen op defensie. Mijn fractie is het met u eens. In tijden zoals vandaag mag men niet besparen op onze veiligheid.

 

Waar ik u echter niet over hoor, waarvoor u geen rode lijnen trekt noch uw hakken in het zand zet, is de factuur voor de middenklasse, de hardwerkende Belgen, zelfstandigen en ondernemers. Managementvenootschappen zwaarder belasten, geen rode lijn; flexi-jobs aanpakken, geen rode lijn; het aanpakken van studentenjobs, dus jobs voor of all people de student die een klein beetje wil bijverdienen, die zijn kot wil betalen, geen rode lijn; vermogenstaksen, geen rode lijn; woningen duurder maken, geen rode lijn.

 

Mijnheer de premier, u bent geen notaris. U bent de leider van de coalitie, van dit land. U bent de kopman van een ploeg en dan wordt er verwacht dat u richting geeft aan uw ploeg en richting geeft aan uw land. Ik heb dus maar één duidelijke vraag voor u, mijnheer de premier. Welke richting gaat u het komende weekend uit met dit land? Is dat opnieuw de richting van extra taksen op de middenklasse en op de zelfstandigen en ondernemers of is dat de richting van economische groei en zuurstof voor al degenen die heel hard werken in dit land?

 

De voorzitter: Collega De Witte, ook u hebt waarschijnlijk verwachtingen jegens de eerste minister.

 

03.03  Kim De Witte (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, dat klopt helemaal.

 

Mijnheer De Wever, we lazen in de pers dat u nieuwe besparingen op de pensioenen overweegt. Dat betekent dat u boven op de malus, de besparingen op de minimumpensioenen en de afbraak van het ambtenarenpensioen nog eens wilt knippen in de koopkracht van ouderen.

 

Collega’s, de uitleg die in de pers staat, is wel bijzonder straf. Onder druk van de sociale beweging, de brede publieke opinie en de linkse oppositie in het Parlement zijn een aantal schandalige voorstellen uit het regeerakkoord geschrapt. Iemand die kanker heeft gehad, wordt geen tweede keer gestraft in zijn pensioen. Iemand die tijdelijk werkloos is geweest om economische redenen, wordt evenmin een tweede keer gestraft in zijn pensioen. Mijnheer de premier, wat verklaart u in de pers? De wijzigingen die er onder druk van de sociale beweging zijn gekomen, wil de regering laten betalen door de rest van de werknemers. Uw strategie is heel erg doorzichtig. Die bestaat erin om mensen tegen elkaar op te zetten.

 

Het pensioen is geen cadeau of gunst van de regering aan werknemers; het is niet het gevolg van vrijgevigheid. Het is een recht waarvoor werknemers zelf hebben gewerkt en sociale bijdragen hebben betaald. U en uw regering moeten daarvan afblijven.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega’s, na een lang debat hier in het Parlement heeft Jan Jambon verklaard dat er tijdens de huidige legislatuur geen besparingen meer op de pensioenen zouden komen. Mijnheer De Wever, was dat alweer een valse belofte?

 

03.04  Ludivine Dedonder (PS): Chaque jour, nous découvrons une annonce d'une violence inouïe à propos des efforts budgétaires encore à venir. Oui, monsieur le premier ministre, c'est une honte!

 

Après avoir fait passer la pire réforme des pensions, qui va appauvrir tous les retraités, vous nous dites que ce n'est pas encore assez et qu'il va falloir aller taper dans le budget de la sécurité sociale. Après avoir bloqué les salaires, reporté, puis plafonné l'indexation, coupé dans le budget de la santé, renvoyé des dizaines de milliers de demandeurs d'emploi vers les CPAS, vous n'en avez pas encore assez!

 

Vous décidez de cogner à nouveau sur les retraités. Vous aviez déjà fait leurs poches, mais, allez, encore un petit effort! Vous décidez de cogner à nouveau sur les malades et les soignants, sur nos hôpitaux et nos infirmières, ceux que tout le monde applaudissait il y a quelques années. Ils sont épuisés, en sous-effectif, et ce sont encore eux qui doivent fournir un effort d'au moins 1 milliard.

 

Notre sécurité sociale, c'est notre plus grande richesse dans ce pays. Grâce à elle, notre économie a notamment supporté la crise du covid. Et vous, vous la saccagez depuis des mois et des mois. Et ça ne marche pas: la croissance stagne, les prix explosent, les gens ne peuvent plus payer leurs factures; mais, vous, vous continuez tête baissée, comme un taureau qui charge sur la cape rouge.

 

Je vous entends toutes et tous parler de courage politique. Quel courage? Celui d'une mise à mort de ceux qui ont déjà un pied à terre? C'est ça, votre courage? Le courage politique serait d'aller chercher ces 10 milliards là où ils se trouvent, chez ceux qui n'ont encore fourni aucun effort et qui profitent tranquillement de la crise.

 

Je vous le demande, monsieur le premier ministre, comme la plupart des gens dans ce pays: qu'attendez-vous?

 

03.05 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer Vandemaele, een inspanning doen is niet gaan kijken naar het voetbal, dat is op het veld sporten en zweten. In Vlaanderen heeft men die match gespeeld, maar het is niet aan mij om daar hier commentaar op te geven, noch aan u om mij daar hier over vragen te stellen.

 

Het is ook niet aan mij, mijnheer Vander Elst om rode lijnen te trekken. Ik heb dat ook nooit gedaan. Dat is namelijk het prerogatief van de partijvoorzitters.

 

C’est la prérogative des présidents de partis de mettre des lignes rouges qui me compliquent les choses. C’est la vie!

 

Dat is geen probleem, maar ik heb dat nooit gedaan. Ik heb met betrekking tot Defensie wel gezegd dat we gaan naar 2 %. Dat is eigenlijk slechts het oude minimum. We hebben nog steeds de rode lantaarn in de NAVO. Eigenlijk moeten we stijgen naar 3,5 %. We hebben een incrementeel groeipad nodig, dat hebben we beloofd en dat hebben we niet. Dus, aan wie wil besparen op die 2 %, ik sta open voor alle voorstellen, maar we moeten ons toch een beetje rekenschap geven van de geopolitieke situatie. Mijnheer Weydts heeft me daar net over ondervraagd. Die situatie ziet er niet zo rooskleurig uit. Ik pleit dus niet voor rode lijnen, maar voor een beetje realisme.

 

Ik heb ook gewezen - maar dat is ook geen rode lijn, dat is gewoon de realiteit - op de logica van de grote getallen. Big numbers never lie. Als men die op lange termijn uitzet - ik denk dat ik ze hier al eens heb geschetst - ziet men dat sinds het jaar 2000 de uitgaven van dit land in reële termen, de primaire uitgaven, dus los van de rente, met 60 miljard zijn gestegen, in 25 jaar. Dat hebben de voorgangers georganiseerd. Er was een uitgavenstijging van 60 miljard. Dat is gigantisch.

 

De inkomsten zijn over heel die periode gelijk gebleven. Ze gaan een beetje omhoog en dalen dan weer. Ze bedragen 49,5 % van het bbp. Er is niet veel marge om daar nog meer inkomsten te zoeken, we zitten al op 49,5 %. Dat is hoog in vergelijking met Duitsland en Nederland. Dat zijn geen rode lijnen, dat zijn wel evidenties.

 

Als men dit land wilt saneren en men kijkt naar die grote getallen, waar zal dan de klemtoon van de inspanning moeten liggen? Die zal op de uitgaven moeten liggen, op het samendrukken van de uitgaven, het platduwen van de delta's van de uitgavenstijging. Het is gemakkelijk om daar populistisch tegen te roepen, maar dat is een realiteit waaraan men nooit kan ontsnappen.

 

Men kan natuurlijk ook zeggen dat die 49,5 % moet stijgen, totdat de overheid heel de economie overheerst. Dat is een ideologie die ik niet kan appreciëren. Ik ken ze en weet tot wat ze leidt en ik zie in de wereld nog steeds tot wat die leidt. Zoiets brengt zeker geen welvaart voor de mensen en over het algemeen ook geen vrijheid voor de mensen. Daar willen we dus niet naartoe.

 

Dan moet men de enige andere logica die bestaat volgen. Dan moet men die uitgaven samendrukken. Dat is een principe dat klaar en duidelijk verankerd staat in het regeerakkoord. Dat is geen standpunt dat de eerste minister inneemt of een rode lijn die de eerste minister zou trekken, dat staat zwart op wit verankerd in het regeerakkoord. De sanering moet gebeuren en ze zal in hoofdzaak aan de uitgavenzijde moeten gebeuren. Die 49,5 % zal niet stijgen, bij ongewijzigd beleid zal die zeer duidelijk dalen. Dat heeft te maken met de fiscale hervorming die u in dit Parlement hebt goedgekeurd.

 

Une chose est sûre, le gouvernement fédéral fera de son mieux pour parvenir à un accord politique qui permettra de poursuivre l’assainissement budgétaire de l’entité I, après les efforts importants déjà consentis. Je constate qu’au niveau wallon également, plusieurs choix courageux ont déjà été posés en vue d’assainir les finances publiques et que de nouvelles réformes allant dans ce sens sont attendues.

 

Net als in Vlaanderen, en dat is goed. Mijnheer Vander Elst, ik kijk met iets meer bezorgdheid naar het Brusselse bestuursniveau. Ik vraag me af of men daar na 25 jaar donkerrode cijfers het begrotingsbeleid eindelijk eens ‘anders’ zal aanpakken. Dat zou heel mooi zijn, dat zou helpen.

 

C'est pourquoi, en tant que premier ministre, je lance l'appel suivant: faisons en sorte, à tous les nouveaux pouvoirs de ce pays, d'assainir à nouveau les finances publiques, afin d'offrir de nouvelles perspectives partout, grâce à une réduction des charges d'intérêts et, dès lors, à une plus grande marge de manœuvre pour relever les défis de l'avenir.

 

Je vous remercie.

 

03.06  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, uw antwoord stelt mij niet gerust. Ik denk ook dat de 11 miljoen supporters aan de zijlijn geen zekerheid krijgen door wat u hier hebt gezegd.

 

In de wandelgangen wordt al eens gezegd dat het de ambitie van premier De Wever is om een groot staatsman te worden, maar ik zie twee problemen. Ten eerste, u reduceert uw beleid tot tabellen en u vergeet de impact op de mensen. Ik denk dat dat eerlijke keuzes in de weg staat. Een tweede groot probleem, als u ooit staatsman wilt worden, is dat u de uitdaging bij uitstek van onze tijdsgewricht, namelijk het klimaat, benoemt en dat u daarvoor oplossingen op tafel legt. U hebt er in uw antwoord geen woord aan vuilgemaakt.

 

Ik wil u in alle bescheidenheid drie tips meegeven: zorg voor rechtvaardigheid, neem het klimaat mee en bied zekerheid aan de burgers. Dan zal het oordeel aan het voetbalveld misschien iets positiever zijn dan dat over uw collega's in Vlaanderen, want die hebben de middenklasse gepluimd, het klimaat genegeerd en de onzekerheid aangewakkerd.

 

03.07  Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de premier, uw antwoord stelt mij totaal niet gerust. U maakt wat analyses en spreekt wat verwijten uit over het verleden. U bent kopman van een ploeg en dan gaat het eigenlijk niet over al dan niet rode lijnen trekken. U moet een visie op tafel leggen. U bent de leider van een club die een visie voor ons land moet uittekenen. Doen alsof alles op wieltjes loopt, is de mensen echt wel iets wijsmaken, want de belastingen zijn gestegen, zeker voor de middenklasse.

 

Premier, u bent kopman en u moet dus richting geven. Dan moet u er niet opnieuw voor kiezen om die factuur, zoals in Vlaanderen, bij de middenklasse te leggen. Dan moet u niet kiezen, zoals in uw vorige werkwijze, om opnieuw lelijke, stinkende kamelen te produceren. Dan moet u niet kiezen voor de linkse voorstellen die werken opnieuw moeilijker zullen maken in dit land. U moet kiezen voor economische groei en zuurstof geven aan zelfstandige ondernemers en de hardwerkende Belg in dit land.

 

03.08  Kim De Witte (PVDA-PTB): Mijnheer De Wever, een sterke publieke sociale zekerheid is een ideologische keuze, dat is waar, en die keuze verdedig ik. De taxshift die uw regering heeft doorgevoerd, is echter geen keuze en die verdedig ik niet. Daarmee verdwijnt elk jaar 8 miljard euro uit onze sociale zekerheid. Uw regering, de regering-Michel, heeft tien jaar geleden die beslissing genomen en nu zitten we met de gebakken peren.

 

Waar is dat geld? Dat geld is niet verdwenen, maar dat zit bij aandeelhouders en bij de allerrijksten in onze samenleving. De cijfers van de Nationale Bank tonen aan dat de 1 % rijksten vorig jaar 22 miljard euro rijker zijn geworden. Waarom gaat u niet bij hen enkele miljarden euro halen, in plaats van alweer geld te halen bij gepensioneerden, die gemiddeld 1.560 euro pensioen krijgen? Die keuze kunnen we niet verdedigen. Onze keuze is een ideologische keuze en daar ben ik fier op.

 

Beste collega's, gelukkig sta ik daarin niet alleen, want op 9 oktober zullen de vakbonden opnieuw actievoeren. Wij, met de PVDA, zullen er opnieuw naast staan.

 

03.09  Ludivine Dedonder (PS): Monsieur le premier ministre, vous dites que vous mouillez votre maillot. Laissez-moi rire! Je pense que vous faites surtout mouiller le maillot des autres! Vous avez déjà saigné les pensionnés, les travailleuses et les travailleurs de tous les secteurs, avec vos réformes, avec votre double saut d'index, avec vos suppressions de primes de nuit, avec votre malus pension.

 

La lâcheté de ce gouvernement est d'avoir promis à ceux qui bossent qu'ils allaient être récompensés, pour ensuite les sacrifier et laisser les plus riches continuer à s'enrichir. Votre lâcheté est de faire croire que la seule solution est de détruire notre sécurité sociale, notre solidarité et la justice sociale. Mais ce n'est pas vrai. La vérité est que vous avez fait un choix, celui de protéger les banques, les grandes fortunes, les multinationales de l'énergie et de faire payer ceux qui triment. C'est votre choix. Ce ne sera jamais notre choix, et ce n'est pas celui de la population non plus.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Anja Vanrobaeys aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De nieuwste cijfers van het IGVM over de loonkloof" (56001970P)

- Vincent Van Quickenborne aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "Het terugdraaien van de loontransparantiewet en de bepalingen inzake de prikklok" (56001995P)

04 Questions jointes de

- Anja Vanrobaeys à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les nouvelles statistiques de l'IEFH sur l'écart salarial" (56001970P)

- Vincent Van Quickenborne à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "L'abandon de la loi sur la transparence salariale et des dispositions relatives à la pointeuse" (56001995P)

 

04.01  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, collega's, ondanks dezelfde job, dezelfde werkuren en dezelfde werkdruk, verdienen vrouwen met dezelfde ervaring toch nog altijd minder dan hun mannelijke collega’s, en ze weten het zelfs niet. Vandaag tonen nieuwe cijfers dat opnieuw aan. De loonkloof bedraagt 6,6 % en bij arbeidsters zelfs meer dan 19 %. U gaat mij toch niet vertellen dat die vrouwen zoveel trager werken aan de band.

 

Dat zijn nieuwe cijfers, maar de loonkloof bestaat al langer. Dat weet iedereen. Zestig jaar geleden staakten de vrouwen bij FN Herstal voor gelijk loon voor gelijk werk. Ondertussen hebben we wetten en regels en zijn er stappen vooruitgezet, maar de nieuwe cijfers tonen aan dat er nog werk aan de winkel is.

 

Die loonkloof sleurt men immers heel zijn leven mee. Ze betekent minder inkomen, minder financiële onafhankelijkheid en later een lager pensioen. Daarom is de Europese transparantierichtlijn zo belangrijk, want hij geeft vrouwen niet alleen op papier gelijke rechten, maar ook de middelen om dat verschil effectief aan te tonen en er daadwerkelijk iets aan te doen.

 

De deadline is ondertussen drie maanden verstreken. Vlaanderen heeft zijn werk gedaan, maar de federale regering heeft om uitstel gevraagd. Sindsdien is het stil. Er gebeurt niets, er bougeert niets.

 

Nederland en Frankrijk hebben hun voorbereidingen klaar. België riskeert miljoenenboetes wegens het uitstel.

 

Mijnheer de minister, tegen wanneer zult u de richtlijn omzetten? Wanneer mogen vrouwen eindelijk gelijke rechten verwachten? Wanneer mogen ze eindelijk gelijk loon voor gelijk werk verwachten?

 

04.02  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de groei staat stil in ons land. De inflatie gaat naar 5%, alles wordt steeds duurder. Bedrijven sluiten, werknemers worden ontslagen. Wat doet de regering-De Wever? Geeft zij zuurstof? Stimuleert zij groei? Nee, ze voert nieuwe kafkaiaanse regeltjes in.

 

Ingevolge de loontransparantiewet zullen alle zelfstandigen en alle ondernemers in ons land met minstens één werknemer verplicht worden allerlei administratieve documenten in te vullen. Collega's, weet u over hoeveel bedrijven het gaat in ons land? 250.000. Het is zo absurd dat men, zodra men één werknemer heeft, verplicht is een loonstructuur op te stellen, waarin dus beschreven staat welk loon men voor welke job krijgt. Dat is totaal absurd.

 

Dat is des te absurder, gelet op het feit dat de loonkloof in ons land volgens Eurostat 0,7% bedraagt en we de tweede beste van heel Europa zijn. Hoe denkt u dat we aan die 0,7 % zijn geraakt? Door wetten, door regels, door verplichtingen? Nee, door vertrouwen te hebben in bedrijven, door vertrouwen te hebben in zelfstandige ondernemers. Uiteraard, mevrouw Vanrobaeys, het loon kan niet afhangen van het feit of men een man of vrouw is. Het loon moet afhangen van het feit of men goed, minder goed of slecht werkt.

 

Mijnheer de minister, u hebt inderdaad begin juni gevraagd aan de Europese Commissie om de fameuze inbreukprocedure niet op te starten, nadat u kritische vragen had gekregen, onder meer van de N-VA, van de MR en ook van ons. Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. Kunt u garanderen voor al onze zelfstandige ondernemers dat het uitstel dat u hebt gevraagd, afstel wordt en dat u doet wat eerste minister De Wever heeft beloofd in Alden-Biesen, met name geen loontransparantiewet en geen omzetting van de loontransparantierichtlijn?

 

Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.

 

04.03 Minister David Clarinval: Beste Kamerleden, net als u heb ik kennisgenomen van de persartikelen over de loonkloof en de omzetting van de Europese richtlijn inzake loontransparantie.

 

Ik wens dit debat eerst in de juiste context te plaatsen. Inderdaad, mijnheer Van Quickenborne, volgens de meest recente cijfers van Statbel, volgens de geharmoniseerde Eurostatmethodologie, heeft België na Luxemburg de op één na kleinste loonkloof tussen mannen en vrouwen in de Europese Unie. Dat toont aan dat de instrumenten en het beleid die vandaag al bestaan, hun effecten hebben.

 

Het feit dat de loonkloof kleiner is, betekent uiteraard niet dat alle ongelijkheden zijn verdwenen. Wat de Europese richtlijn betreft, is België verplicht om die om te zetten. We zullen dat ook doen.

 

Er hebben inmiddels inderdaad contacten en uitwisselingen plaatsgevonden met de Europese Commissie. Die hebben verschillende juridische en technische aspecten van de richtlijn verduidelijkt. De Commissie heeft daarbij bevestigd dat ze blijft uitgaan van een volledige en correcte omzetting van de richtlijn en dat ze momenteel geen voornemen heeft om de richtlijn op te nemen in een algemene stop-de-klokmaatregel of een toekomstig vereenvoudigingspakket. We nemen kennis van haar positie en zetten de werkzaamheden dan ook verder.

 

Sinds de start van deze regering zijn al concrete stappen gezet. De bevoegde administraties hebben een eerste voorontwerp van wet opgesteld dat momenteel door de betrokken kabinetten wordt onderzocht, mede in het licht van de verduidelijkingen die tijdens de contacten met de Europese Commissie zijn verkregen.

 

Tegelijkertijd werken de sociale partners aan de aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 25 en nr. 38. Ook in de publieke sector worden de nodige werkzaamheden voortgezet, rekening houdend met de verschillende bevoegdheidsniveaus.

 

Het dossier blijft technisch complex. Als minister van Werk is het mijn verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de omzetting juridisch sluitend, werkbaar en proportioneel is. Onze lijn is daarom duidelijk: een getrouwe en volledige omzetting van de Europese richtlijn, maar zonder gold-plating. We zullen dus geen bijkomende verplichtingen invoeren die niet door het Europees recht worden opgelegd. Dank u voor uw aandacht.

 

04.04  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor u opnieuw klagen over administratie. Is dat de reden waarom de liberalen het hebben over ‘gelijke rechten, afvoeren die handel’ en ‘gewoon gedaan daarmee’? Is dat de boodschap van Anders. aan de vrouwen, namelijk dat ze die gelijke rechten gewoon op hun buik mogen schrijven?

 

Dat is voor ons onaanvaardbaar. Administratie mag geen excuus zijn om vrouwen in de steek te laten. Dat mag echt geen excuus zijn. Administratie kan worden opgelost, maar discriminatie moet worden aangepakt.

 

Mijnheer de minister, Europa heeft duidelijk gesproken. Zet die richtlijn om en wacht niet langer, zodat vrouwen eindelijk na 60 jaar kunnen rekenen op gelijk loon voor gelijk werk. Alle vrouwen in België rekenen op u.

 

04.05  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mevrouw Vanrobaeys, socialisten, weet u wat de loonkloof in ons land opnieuw zal vergroten? Dat is een beslissing van uw Vlaamse regering. Wanneer de dienstencheques met 30 % duurder worden gemaakt, zal er minder externe huishoudhulp zijn en zal er thuis meer moeten worden gepoetst. Weet u wie dat in de meeste gevallen zal moeten doen? De vrouwen zullen dat moeten doen. Uw Vlaamse regering zorgt daarvoor. Dat is de realiteit.

 

Mijnheer de minister, ik begrijp dat u daartoe wordt gedwongen. Nochtans heeft de premier van dit land, de heer De Wever, samen met de heer Ronse beloofd de klok te zullen stoppen en dat niet te zullen doen. Wat antwoordt de heer Clarinval hier? Ik moet het doen, ik moet het uitvoeren.

 

Collega’s, kafkaregels hebben echter nog nooit problemen opgelost. Ze zorgen integendeel voor meer controles, meer ambtenaren en meer vervelende zaken. Schaf dus de kafkaregels af in plaats van er nieuwe uit te vinden. Vertrouw zelfstandigen en ondernemers in plaats van ze te wantrouwen. Dat moet u doen. Leve de vrijheid.

 

De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, u hebt woorden in de mond gelegd van een collega die zich niet correct geciteerd voelt.

 

Persoonlijk feit

Fait personnel

 

04.06  Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, mag ik wijzen op enig cynisme? Alexander De Croo lanceert met zijn boek De eeuw van de vrouw het idee om een richtlijn inzake payrolltransparantie in te voeren en overtuigt de Europese Commissie daarvan. Ik ben zelf totaal geen voorstander van die richtlijn. Die richtlijn schaadt de competitiviteit en verplicht bedrijven om elk jaar rapporten over de loonverschillen tussen mannen en vrouwen te publiceren, kortom om te werken zoals overheden, waarbij werknemers niet meer op basis van competentie maar op basis van hun functie worden verloond. Ik raad u aan eens aan het oor te luisteren te leggen bij ambtenaren: de ene doet keihard zijn best en krijgt evenveel als een andere, omdat ze dezelfde functie uitoefenen. Dat is waanzin.

 

Wat zal er gebeuren, als de richtlijn van toepassing wordt? Dan krijgt men in de private sector ook zoiets. Erger nog, er is ook een retroactief element. De vakbond is zich nu al aan het opwarmen om rectroactief een motivatie te vragen wanneer werknemers met dezelfde functie verschillend verloond worden en juridische procedures te starten, als de motivatie niet voldoet. Sommige bedrijven stellen daardoor hun investeringen uit. Dat zorgt voor onzekerheid.

 

Mijnheer Van Quickenborne, ik vind dat u eerlijk moet toegeven dat u en Alexander De Croo de geestelijke vaders zijn van die waanzinnig zotte richtlijn, waarvan we nu de schade proberen te beperken.

 

Ik heb hier net ook een liberaal horen pleiten voor het feit dat de overheid nog meer belastinggeld moet inbrengen en subsidies moet geven om mensen hun huis te helpen schoonmaken. Mijnheer Van Quickenborne, ik ben heel blij dat u niet meer in de regering zit en vooral Alexander De Croo niet.

 

04.07  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik zal kort repliceren, maak u geen zorgen.

 

Eerst en vooral, mijnheer Ronse, onze fractie heeft niet voor de loontransparantierichtlijn gestemd. U moet de laatste stemming eens goed verifiëren.

 

Collega's, na de soepkip van de heer Mahdi is er nu de waanzin van de heer Ronse. De heer Ronse zegt hier letterlijk, zoals u allemaal hebt gehoord, dat die richtlijn waanzin is, dat die omzetting waanzin is, want dat zal de bedrijven alleen maar opzadelen met extra kosten. Wat zal de heer Ronse echter doen binnen een paar maanden? Ik verzeker het u: hij zal hij die wet bij de stemming goedkeuren. Zoals de heer Mahdi destijds de soepkip van de centenindex heeft goedgekeurd, zullen de heer Ronse en zijn hele fractie dat goedkeuren, terwijl iedereen weet dat hij gelijk heeft.

 

Axel, als ik u zo mag aanspreken, op dat punt hebt u echt gelijk. Uw strijd in de commissie daartegen, samen met mij, was fantastisch, maar als de eindmeet in zicht komt, dan geeft u op. Dat mag u niet doen. U moet blijven strijden, ook samen met de collega's van de MR, want dit is, zoals de heer Bouchez mij net heeft verteld, schieten met een kanon op een mug. Dat is zo. Het gaat om 0,7 %, mevrouw Vanrobaeys, volgens Eurostat; dat is de essentie.

 

Mijnheer de voorzitter, collega's, ons standpunt is absoluut bekend. Wij zijn natuurlijk voor gelijke berechtiging, dat is evident, maar niet op de manier waarop dat nu zal gebeuren. Dit zal administratie en kosten veroorzaken bij 250.000 werkgevers. Als men één werknemer heeft, zal men de hele rimram al moeten vervullen. Wie gaat dat betalen? De bedrijven gaan dat weer betalen. De zelfstandigen en ondernemers gaan dat weer betalen, dus dit moet stoppen. We rekenen dus op de N-VA en de MR om hier een halt aan toe te roepen. Dank u wel.

 

De voorzitter: Mijnheer Ronse, u hebt daarnet al misbruik gemaakt van het persoonlijk feit, laat staan dat ik u nog het woord voor een repliek zou geven.

 

Collega Van Quickenborne, uw betoog is van die aard dat straks de helft van het Parlement een persoonlijk feit moet inroepen. U debiteert immers namen aan een razend tempo.

 

Collega's, ik zal me toch, als u dat toestaat – als u het mij niet toestaat, zal ik het ook doen – even bezinnen over de techniek van het persoonlijk feit, want het geeft eigenlijk aanleiding tot misbruik. Het systeem zit namelijk pervers in elkaar, want het geeft een bonus aan degene die een persoonlijk feit uitlokt. Ik zie collega Hedebouw nadrukkelijk knikken, want hij beheerst die techniek als geen ander. Als slachtoffer, zo kennen we hem. Ik denk dat we ons daarover moeten bezinnen, want dit geeft bij een vraag van twee minuten een extra spreektijd van vijf minuten. Dat is allemaal een beetje buitenproportioneel. Opnieuw, we moeten ons toch even bezinnen op welke manier we daarmee omspringen.

 

Ik hoop dat ik u niet gemotiveerd heb om dadelijk een overzicht te geven van de namen van collega's die in het halfrond zitten om op die manier een uur persoonlijk feit te kunnen organiseren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Irina De Knop aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De hogere inflatie als gevolg van de duurdere dienstencheques" (56001976P)

05 Question de Irina De Knop à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "La hausse de l'inflation découlant du renchérissement des titres-services" (56001976P)

 

05.01  Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, inflatie maakt het leven duurder en ons geld minder waard, maar dat moet ik u niet uitleggen. De inflatie bereikt met bijna 5 % een historisch hoogtepunt, of eerder dieptepunt. De inflatie indijken zou dan ook de topprioriteit van deze regering moeten zijn, van iedere regering trouwens. Die inflatie blijft echter stijgen, wat dramatisch is voor onze economie en onze bedrijven, want de loonkosten stijgen uiteraard mee. Dat zorgt voor een sneeuwbaleffect, dat nog zeer moeilijk onder controle te krijgen valt. Dat geldt misschien nog het meest voor onze zelfstandigen: de loodgieters, de elektriciens, de bouwfirma's, de winkeluitbaters enzovoort. Overal waar ik kom, spreken ze mij daarover aan. De hoge kosten fnuiken de economische groei en de zelfstandigen zijn het beu.

 

Gisteren nog besliste de Vlaamse regering om de prijs van de dienstencheques van 10 euro naar 12 euro en 13 euro op te trekken. Dat is een zeer slechte maatregel en daarover ben ik het dus niet eens met de collega’s van N-VA, maar dat is een discussie voor het Vlaams Parlement. Die prijsverhoging zorgt er echter voor dat de Belgische index stijgt en de gevolgen daarvan voelen we hier. Zowat de helft van het effect van de centenindex wordt zo alweer tenietgedaan. Al die moeite van die soepkip was dus voor niks, het is een slag in het water.

 

Mijnheer de minister, wat moet deze regering doen? Ze moet de inflatie temperen, onze loonkosten onder controle krijgen, onze concurrentiekracht versterken en onze economie doen groeien. Hoe gaat u dit doen?

 

05.02 Minister David Clarinval: Mevrouw De Knop, sinds de zesde staatshervorming behoren de organisatie en de financiering van de dienstencheques tot de bevoegdheden van de gewesten, met name het vaststellen van de prijs die gebruikers betalen en van de subsidies aan ondernemingen. Het komt de federale minister van Werk dan ook niet toe om commentaar te geven op beslissingen die een gewestregering binnen haar eigen bevoegdheden neemt.

 

U wijst erop dat een prijsverhoging waartoe een gewest beslist gevolgen kan hebben voor de indexering in het hele land. Dat is juist, dat vloeit voort uit de werking van onze nationale consumptieprijsindex, die de ontwikkeling van de consumptieprijzen weerspiegelt. Deze situatie voorstellen als een koopkrachtwinst voor Walen en Brusselaars en een factuur voor de federale overheid, vraagt echter om nuance. De indexering dient om de inflatie te compenseren. De gevolgen voor de koopkracht verschillen naargelang de uitgaven die gezinnen daadwerkelijk dragen.

 

Mijn verantwoordelijkheid is te waken over een evenwicht tussen de bescherming van de koopkracht, het concurrentievermogen van de ondernemingen en het behouden van de werkgelegenheid. Dat is de inzet van ons beleid om de loonkosten te beheersen, de sociale werkgeversbijdragen te verlagen en het netto-inkomen van werknemers te verhogen.

 

De gevolgen van deze beslissing moeten objectief worden onderzocht, met respect voor de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van elk bestuursniveau.

 

05.03  Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, dat is een politiek heel correct antwoord. Het is goed dat u en uw partij, de MR, absoluut willen strijden voor groei. U zegt dat u ook wilt strijden voor de beperking van de loonkosten. Alleen zit u jammer genoeg in een regering die net het omgekeerde doet. Deze regering voert taks na taks na taks in, voor zelfstandigen en voor gezinnen. U pest ondernemers eigenlijk weg in plaats van dat u ze beloont.

 

Het is de partij van uw premier die er via Vlaanderen voor zorgt dat de loonkosten verder zullen doorstijgen. Ik weet niet of de mensen van de N-VA, de heer Diependale en de heer De Wever, met elkaar praten, maar het is toch heel duidelijk dat de prijs van die dienstencheques niet alleen slecht is voor de sector, maar ook slecht nieuws is voor al onze gezinnen.

 

Voor iedereen in dit land is het nu vijf (…)

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de Patrick Prévot à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Le saut d’index intervenu ce mois" (56001990P)

06 Vraag van Patrick Prévot aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De in deze maand toegepaste indexsprong" (56001990P)

 

06.01  Patrick Prévot (PS): Monsieur le ministre, ce week-end, des milliers d'enseignants ont découvert leur fiche de paie. Ce qu'ils y ont vu a provoqué un véritable émoi: un salaire brut revu à la baisse, des barèmes qui diminuent. Pour justifier ce fait, nous avons vu déferler une avalanche d'explications alambiquées: barèmes fictifs, prise en compte de la non-indexation, et j'en passe.

 

Tout cela révèle une nouvelle fois l'impréparation de vos réformes, mal torchées, mal préparées, mal communiquées et donc mal comprises. Pendant ce temps-là, les prix à la pompe flambent; et ça, ce n'est pas fictif.

 

Vous ne faites rien pour y remédier, car le double saut d'index partiel ne touche pas que les enseignants. Il concerne également les ouvriers, les employés, des travailleurs de nombreux secteurs. Vous promettiez de récompenser le travail, mais dans les faits, vous appauvrissez la classe moyenne.

 

Comme si cela ne suffisait pas, votre réforme sème la pagaille dans les entreprises. Certaines ont même été contraintes de reporter l'indexation partielle. Ce seront d'ailleurs mes premières questions: combien de secteurs sont-ils concernés et combien de travailleurs attendent-ils toujours leur indexation?

 

Monsieur le ministre, le problème va bien au-delà de l'indexation. Vous aviez promis, avec ce gouvernement, de redresser les finances publiques. C'est raté. Vous avez même réussi à doubler le déficit. Vous aviez promis une économie relancée, mais vous nous laissez avec une croissance en panne. Vous aviez promis de soutenir l'emploi et les entreprises, mais vous êtes devenu, monsieur le ministre, le ministre du Chômage et des Faillites. Vous promettiez un redressement, mais vous semez le chaos à chacune de vos décisions.

 

Face à ce bilan, quelle est votre réponse? Toujours plus de sacrifices pour les travailleuses et les travailleurs. Monsieur le ministre, arrêtons les discours et parlons concret, parlons résultats. Ce que les Belges ont perdu avec vos réformes, ils le voient très bien sur leur fiche de paie, à la pompe et quand ils font leurs courses. Mais dites-nous sincèrement: qu’ont-ils gagné concrètement?

 

06.02  David Clarinval, ministre: Monsieur Prévot, contrairement à ce que vous affirmez, il n'y a pas eu de saut d'index en Belgique. Répéter sans cesse une contre-vérité n'en fait pas une réalité. Au contraire, un très grand nombre de travailleurs ont bénéficié d'une indexation complète, à 100 %. Seule une partie des travailleurs n'a pas bénéficié d'une indexation intégrale au-delà d'un certain niveau de rémunération, mais tous les travailleurs ont été indexés.

 

L'application de l'indexation en centimes n'intervient pas au même moment pour l'ensemble des travailleurs. Cela s'explique tout simplement par les différents mécanismes d'indexation applicables selon les secteurs et les commissions paritaires. Le choix de cette méthode d'indexation poursuit trois objectifs: protéger le pouvoir d'achat – rappelons que les travailleurs dont la rémunération est inférieure à 4 000 euros conservent leur pouvoir d'achat à 100 % –, renforcer la compétitivité et contribuer à l'assainissement des finances publiques.

 

Pour nos entreprises, l'évolution des coûts salariaux détermine leur capacité à investir. Du côté des travailleurs, notre politique de pouvoir d'achat repose également sur la réforme fiscale, destinée à augmenter le salaire net et à mieux récompenser le travail, avec une attention particulière réservée aux bas et moyens revenus. Je pense que vous l'oubliez quelque peu.

 

Enfin, la maîtrise des dépenses publiques ainsi que la contribution patronale associée à ces dispositifs participent au redressement budgétaire. La responsabilité budgétaire est aussi une responsabilité envers les travailleurs et les générations futures.

 

À ce stade, monsieur le député, nous n'avons reçu aucun signal faisant état de difficultés particulières dans la mise en œuvre de cette mesure. Les secrétariats sociaux ne font pas non plus état, à ce jour, de difficultés significatives dans son application.

 

Je vous remercie pour votre attention.

 

06.03  Patrick Prévot (PS): Tout va très bien, madame la marquise. Monsieur le ministre, à vous écouter, on a presque l'impression que vous ignorez les enseignants qui se sont indignés et qui ont pris peur ce week-end, tout comme les travailleuses et les travailleurs à qui vous avez volé de l'argent. Si vous aviez écouté ma question plutôt que de chipoter sur votre téléphone, vous auriez entendu que j'ai parlé de saut d'index partiel, et que dès lors, des centaines de milliers de personnes sont évidemment concernées par cette mesure.

 

Cher collègue, je vois que vous êtes en pleine tempête émotionnelle... Allez prendre un peu l'air si vous le souhaitez, c'est votre demi-heure hebdomadaire au Parlement! Soufflez, s'il vous plaît…

 

Le président: Monsieur Prévot, continuez, s'il vous plaît!

 

06.04  Patrick Prévot (PS): Monsieur le président, je voudrais pouvoir continuer ma réplique.

 

Monsieur le ministre, je disais que, malheureusement, ce gouvernement agit systématiquement comme l'âne qui emprunte le même chemin et bute sur la même pierre. Vous continuez, malgré les signaux, malgré les cris de la population, malgré ce que l'on vous répète de semaine en semaine, à prétendre que "tout va bien". Vous avez volé de l'argent aux travailleurs, vous avez volé de l'argent (…)

 

06.05  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, va-t-on encore longtemps devoir supporter M. Bouchez qui hurle sur les personnes qui sont simplement en train de faire leur travail parlementaire? Combien de temps va-t-on encore devoir subir cela sans que vous n’interveniez?

 

De voorzitter: Collega’s, wat van op de banken en in de wandelgangen wordt gezegd, wordt niet geregistreerd en niet in het verslag opgenomen. Gelieve daar dus geen aandacht aan te besteden en nog meer tribune te verlenen door ernaar te verwijzen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- Anne Pirson à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "La recherche d'une solution pérenne pour les aidants proches" (56001978P)

- François De Smet à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "L'état de la question du statut des aidants proches" (56001984P)

- Julie Taton à Rob Beenders (Protection des consommateurs, Lutte contre la fraude sociale, Personnes handicapées et Égalité des chances) sur "La Semaine des aidants proches" (56001985P)

- Sarah Schlitz à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Le statut des aidants proches" (56001988P)

07 Samengevoegde vragen van

- Anne Pirson aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De zoektocht naar een duurzame oplossing voor de mantelzorgers" (56001978P)

- François De Smet aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De stand van zaken betreffende het statuut van de mantelzorgers" (56001984P)

- Julie Taton aan Rob Beenders (Consumentenbescherming, Socialefraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen) over "De Week van de Mantelzorg" (56001985P)

- Sarah Schlitz aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "Het statuut van de mantelzorgers" (56001988P)

 

07.01  Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur Clarinval, une date doit retenir toute votre attention. C'est le 1er janvier 2027. Pour certains aidants proches, elle risque d'être le jour où tout bascule. Cette semaine, c'est la semaine des aidants proches, des hommes et des femmes qui accompagnent au quotidien un enfant avec un handicap, un conjoint gravement malade ou encore un parent en perte d'autonomie. Les aidants proches ne sont pas inactifs. Sans eux, des milliers de familles et notre système de soins ne tiendraient tout simplement pas, ni budgétairement ni humainement.

 

Au début de cette année, la réforme du chômage a failli laisser les aidants proches au bord du chemin. Les Engagés ont immédiatement tiré la sonnette d'alarme. Nous nous sommes mobilisés, oui, au sein de la majorité pour obtenir une réponse urgente, une allocation revalorisée et un report de l'exclusion du chômage de 12 mois. Monsieur le ministre, le temps passe, le temps presse. Pour les premiers bénéficiaires du chômage, le sursis prendra fin le 31 décembre prochain.

 

On ne peut pas mettre les aidants proches à l'honneur cette semaine et les laisser sans solution dans trois mois. Le chômage, on est bien d'accord, ne constitue pas une réponse durable mais la perte de tout revenu ou le renvoi vers les CPAS ne le sont pas non plus. Monsieur le ministre, nous comptons sur vous. Allez-vous décider de prolonger le report de l'exclusion du chômage pour les aidants proches dans l'attente d'une solution structurelle?

 

07.02  François De Smet (DéFI): Messieurs les ministres, il y a des gouvernements qui affichent des bilans et il y a des gouvernements qui font des victimes. Vous, vous faites des victimes: les femmes pensionnées, les travailleurs exclus de diverses manières, les exclus du chômage, les artistes et j'en passe. Les aidants proches sont peut-être les plus injustement frappés, ces hommes et ces femmes qui doivent prendre soin d'un enfant, d'un parent, parfois même d'un frère ou d'une sœur, à temps plein ou à temps partiel.

 

Je parle de ces personnes dont vous avez refusé de considérer l'existence au moment de votre réforme, en les excluant du chômage comme tous les autres, sans pour autant leur créer un statut propre. À l'époque, vous aviez bricolé, sous la pression de l'opposition, à partir d'une disposition transitoire, une solution d'urgence pour une partie des exclus du chômage. Celle-ci se termine le 1er janvier prochain. Combien sont-ils? On ne sait pas, mais il est à craindre qu'ils soient un certain nombre, surtout vu l'attitude particulière du gouvernement, qui ne met en place aucune démarche proactive d'information envers les exclus concernés.

 

Mais surtout, ce gouvernement s'était engagé à dégager un statut durable pour cette population, avant l'expiration de cette disposition transitoire pour la première vague d'exclus. Nous avions demandé que les revenus associés soient décents et évitent toute vie sous le seuil du pauvreté aux personnes concernées. On attend toujours! On nous a dit que ce répit servirait à construire un véritable statut correctement rémunéré. Or, à trois mois de l'échéance, il n'y a rien, aucun texte, aucun arrêté, aucun calendrier.

 

Combien de dispenses ont été accordées depuis votre bricolage d'urgence? L'ONEM a-t-il au moins une seule fois écrit individuellement aux exclus pour les informer de cette possibilité aménagée? Que va-t-il se passer concrètement le 1er janvier? Surtout, quand déposerez-vous un statut d'aidant proche qui soit pérenne? Messieurs les ministres, il ne suffit pas que les aidants proches disparaissent de l'actualité pour qu'ils s'évaporent. Ils sont au travail chaque jour, ils méritent notre reconnaissance et ils méritent votre action.

 

07.03  Julie Taton (MR): Monsieur le ministre, c'est la semaine des aidants proches. C'est assez magique parce qu'ils ont droit à une semaine, alors que ce serait déjà bien qu'ils aient simplement un statut. Que faisons-nous pour eux? Allons-nous enfin apporter un peu de douceur dans leur vie? Allons-nous les épargner et les aider? Ces personnes n'ont pas choisi la situation dans laquelle elles se trouvent. Elles assument une responsabilité immense. Il s'agit de leur bébé gravement malade, de leur enfant polyhandicapé qui ne peut pas rester seul ou encore de parents devenus particulièrement vulnérables. Et nous, que leur proposons-nous?

 

Monsieur Clarinval, vous avez fait votre part. Vous avez prolongé l'allocation de 12 mois et doublé son montant. C'est une avancée importante. Cette mesure arrive cependant à son terme dans quelques mois. Dès lors, que se passera-t-il à la fin de l'année?

 

Je rappelle que les aidants proches ne sont pas au chômage parce qu'ils ne veulent pas travailler. Pensez-vous seulement à la situation de ces personnes, au stress dans lequel vivent ces familles? Franchement, elles n'ont pas besoin de cela en plus. Je suis en contact avec l'ASBL Aidants Proches, avec Christian. Je suis en contact avec des parents, notamment Julie, que j'ai encore eue au téléphone ce matin et qui m'a parlé de Milan. Elle était en pleurs. Elle n'allait pas bien. Elle me posait des questions. Elle m'a même transmis toute son énergie et toute sa force pour que je puisse parler devant vous aujourd'hui. Honnêtement, je ne sais pas quoi lui répondre.

 

Monsieur Beenders, que proposez-vous concrètement pour ces familles? Nous savons que la Flandre est aujourd'hui plus avancée sur cette question que le Sud du pays. Quelles démarches comptez-vous entreprendre avec les entités fédérées, notamment avec le ministre Coppieters, comme l'avait proposé il y a déjà plusieurs mois le ministre Clarinval?

 

07.04  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Chers collègues, messieurs les ministres, c'est la semaine des aidants proches. Vous le savez, ce sont ces personnes sans lesquelles notre système de santé croulerait, parce qu'elles prennent le relais de la société pour prendre soin d'un proche malade, en situation de lourde dépendance ou handicapé. L'ASBL qui les représente a, du reste, annoncé que c'était peut-être la dernière semaine des aidants proches, faute de moyens.  Ce qu'il se passe est absolument lamentable.

 

Avec ce gouvernement, leur situation a tout simplement empiré. La réforme des pensions refuse de reconnaitre comme du travail les soins que ces personnes ont apportés pendant des années. On nous explique, encore cette semaine, qu'on veut rapprocher les périodes de travail et de retraite et que nous devrions comprendre pourquoi on ne respecte pas ces périodes – comme si ces personnes ne travaillaient pas davantage que beaucoup d'autres.

 

Et puis, surtout, il y a l'exclusion du chômage, avec cette solution temporaire trouvée in extremis, par laquelle on a donné à chaque aidant proche 760 euros par mois. Que voulez-vous faire avec un tel montant?

 

On a évidemment entendu de grandes promesses à ce moment-là. Un statut a ainsi été promis, et on allait y travailler. Toutefois, que se passe-t-il concrètement? Des députées de la majorité viennent ici pleurer des larmes de crocodile, nous expliquer à quel point c'est difficile. Elles vont sur des plateaux télé nous indiquer que la situation est vraiment compliquée.

 

En réalité, nous savons très bien ce qu’il se passe. Le ministre de la Santé, lui, avance. Il a proposé un plan d'action dans lequel il a, en effet, facilité certaines démarches. Cependant, ce plan d'action ne donne aucun revenu et n'octroie aucun droit.

 

Mes questions sont simples. Combien d’aidants proches bénéficient-ils du gel? Et puis, surtout, un travail est-il véritablement en cours? Ce sujet a-t-il été mis à la table du conclave? Je vous remercie.

 

Le président: Messieurs les ministres, vous disposez de cinq minutes pour répondre à ces quatre questions. 

 

07.05  David Clarinval, ministre: Chers collègues, vous êtes nombreux à l'avoir rappelé, le chômage est une assurance financée par les cotisations des travailleurs qui recouvre le risque de perte d'emploi, à condition d'être disponible et de rechercher activement un emploi. Par sa nature, l'assurance chômage n'a donc jamais constitué une solution structurelle pour les aidants proches et elle ne le sera pas davantage à l'avenir.

 

Leur situation appelle des réponses ambitieuses et adaptées à leur réalité et à leurs besoins, relevant d'autres politiques publiques en priorité des entités fédérées et, à la marge – je dis bien "à la marge" –, de certaines compétences fédérales, notamment en santé et en soutien aux personnes en situation de handicap.

 

Conscients de leurs difficultés et de leur engagement quotidien considérable, nous avons toutefois prévu un régime transitoire spécifique dans le cadre de la limitation du chômage dans le temps. Il permet aux aidants proches au chômage de conserver leurs allocations de chômage jusqu'à 12 mois supplémentaires après la date normale de fin de droit. Nous avons également amélioré leur situation en matière d'emploi, qu'ils soient travailleurs ou demandeurs d'emploi. Nous avons décidé une flexibilisation et un renforcement du congé d'aidant proche, un doublement des allocations de chômage pour les aidants proches dispensés, ainsi que d'autres mesures spécifiques.

 

Enfin, récemment, l'arrêt 96/2026 de la Cour constitutionnelle a porté à 12 mois la durée du droit aux allocations des chômeurs de longue durée, relevant des trois premières vagues, celles de janvier, mars et avril, auparavant limitées respectivement à 6, 8 et 9 mois. Cet arrêt a également une incidence indirecte sur les prolongations de ce droit, notamment pour les aidants proches, qui verront, en principe, leur droit prolongé de 3, 4 ou 6 mois au-delà de la date initialement prévue et, bien évidemment, en fonction de leur situation.

 

Je pense donc qu'en matière d'emploi, et donc dans le champ de mes compétences, nous avons fait preuve de créativité et pris plus que notre part de responsabilité. J'ai également alerté en temps utile, par courrier, les ministres des entités fédérées sur l'urgence d'agir dans leur champ de compétences. J'ai d'ailleurs vu récemment, qu'en Wallonie, le ministre Coppieters semblait, enfin, prendre des initiatives en ce sens. Je m'en réjouis sincèrement. Je vous invite dès lors à interroger mes homologues régionaux sur les suites concrètes qu'ils vont apporter à ce dossier. Je vous remercie pour votre attention.

 

07.06  Rob Beenders, ministre: Chers collègues, ce gouvernement reconnaît le rôle crucial des aidants proches, tant au sein de la famille que pour la société dans son ensemble, car ils soulagent considérablement le secteur des soins au sens large.

 

L'aide informelle joue également un rôle essentiel pour les personnes en situation de handicap, mais sa portée est bien plus vaste. Les aidants proches ne se limitent pas aux personnes qui s'occupent de quelqu'un en situation de handicap. Il ne faut absolument pas réduire les aidants proches à cette seule réalité, car cela exclurait un groupe important de personnes. C'est précisément pour cette raison qu'il est essentiel de disposer d'une stratégie globale en faveur de ce groupe.

 

Madame Schlitz, je vous invite à lire le plan d'action, car il est véritablement en faveur des aidants proches. Ce plan répond à leurs besoins, leur apporte la reconnaissance qu'ils méritent et veille à supprimer autant que possible les obstacles auxquels ils sont confrontés. Il doit permettre aux aidants proches de se concentrer sur les soins qu'ils prodiguent plutôt que de devoir se préoccuper de toutes sortes de questions annexes.

 

L'administration s'emploie actuellement à concrétiser un premier ensemble de mesures et à examiner comment une politique coordonnée avec les entités fédérées peut être organisée dans le cadre de la Conférence interministérielle. Ce plan se concentre donc sur l'amélioration de la situation des aidants proches, dans le respect du cadre de reconnaissance existant.

 

Par ailleurs, dans le cadre de mes compétences, j'ai travaillé ces derniers mois à une importante réforme de la loi de 1987. Je souhaite en effet améliorer et moderniser le système des allocations destiné aux personnes en situation de handicap. Cette réforme bénéficiera naturellement, de manière directe ou indirecte, à l'ensemble des ménages ainsi qu'à toutes celles et tous ceux qui s'occupent d'une personne en situation de handicap.

 

07.07  Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur Clarinval, le sort des aidants proches qui bénéficient des allocations de chômage est entre vos mains. Vous pouvez décider du gel de l'exclusion des aidants proches qui bénéficient des allocations de chômage. Je me permets encore d'insister sur l'urgence du dossier. Le 1er janvier 2027, c'est dans trois mois et pour les familles concernées, ce n'est pas une échéance administrative abstraite, c'est la crainte de perdre leurs revenus, alors que leur situation d'aidance reste inchangée.

 

Monsieur le ministre, Les Engagés sont des partenaires constructifs, mais aussi exigeants, et nous voulons évidemment aboutir à un régime structurel qui reconnaisse pleinement la réalité de l'aidance. Toutefois, dans l'intervalle, on n'a pas le choix. Il faut garantir la continuité de la protection existante. Je vous remercie.

 

07.08  François De Smet (DéFI): Merci pour vos réponses. C'est toujours émouvant de voir des ministres se renvoyer une patate chaude, en direct, dans l'hémicycle. Vous dites chacun avoir fait ce qu'il fallait dans vos compétences: c'est pas moi, c'est l'autre; et, si c'est pas l'autre, ce sont les entités fédérées.

 

Vous aviez promis très clairement un statut durable et pérenne. Je n'en ai pas entendu un seul mot. Je dois donc conclure que cette promesse est en train d'être reniée. Vous l'enterrez dans des plans, renvoyez les choses vers les entités fédérées, dites "c'est pas moi, c'est l'autre", mais c'est bien ce qui est en train de se passer. Vous êtes en train de revenir sur une promesse que vous aviez faite de manière très claire et on a tous compris qu'à part les dispositifs transitoires qui vont se prolonger à cause de l'arrêt de la Cour, plus rien ne sera possible pour les aidants proches de la part de l'État fédéral à partir du 1er janvier. J'espère que tout le monde a bien entendu le message.

 

07.09  Julie Taton (MR): Ce dossier est passé dans les mains du ministre Vandenbroucke et du ministre Clarinval, alors que ce n'était pas sa place. On vient encore de l'expliquer. Il est passé par les entités fédérées, chez le ministre Coppieters. Il est revenu chez M. Vandenbroucke. Maintenant, il arrive chez vous, monsieur Beenders.

 

Va-t-on arrêter de se refourguer la patate chaude, comme vient de le dire mon collègue? Va-t-on trouver, enfin, une vraie solution pérenne pour toutes ces familles?

 

D'après l'ASBL Aidants Proches, on parle d'environ 1 000 personnes qui H 24, 7 sur 7, s'occupent d'un être cher. Peut-on faire quelque chose pour ces 1 000 personnes, s'il vous plaît?

 

Monsieur Beenders, j'ai travaillé sur un dossier et j'ai déposé un texte. Je vais vous le donner, car cela pourrait être une super base de travail pour qu'on travaille ensemble avec la majorité.

 

Enfin, je voudrais préciser qu'à force de se refourguer la patate, on en oublie aussi les compétences de chacun et que, normalement, il y a plus de 7 milliards à l'Agence pour une Vie de Qualité (AVIQ), dans les compétences du ministre Coppieters. Je pense que celui-ci pourrait aussi faire sa part.

 

07.10  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Vraiment, c'est beau! C'est magnifique! On a une députée, Mme Taton, membre de la majorité et du parti MR, qui introduit un texte parlementaire. Elle l'imprime pour le donner au ministre de son propre parti qui dit que ce n'est pas à lui de mettre les mesures en place mais que cela revient aux entités fédérées. Savez-vous pourquoi il dit cela? En fait, il n'a pas envie de payer. Il veut que ce soit le ministre Vandenbroucke qui prenne sur ses budgets. C'est cela qui se passe ici! Admettez-le simplement! Puis, il renvoie la responsabilité vers les entités fédérées, dans lesquelles siègent exactement les mêmes partenaires de majorité francophones. Vous n'avez qu'à organiser un bureau politique commun, cela ira plus vite!

 

Je vais quand même vous lire ce qu'en pensent les associations. Selon elles, c'est un texte creux qui évite les demandes cruciales. Elles vous demandent (...)

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Robin Tonniau aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De prijzen aan de pomp" (56001972P)

- Hugues Bayet aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De nood aan dringende maatregelen in het licht van de energieprijzen" (56001993P)

08 Questions jointes de

- Robin Tonniau à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Les prix à la pompe" (56001972P)

- Hugues Bayet à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La nécessité de prendre des mesures urgentes face aux prix de l'énergie" (56001993P)

 

08.01  Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, moet u, zoals zoveel werknemers tegenwoordig, betalen om te gaan werken? Nee. Weet u waarom niet? Uw kabinet beschikt namelijk over zeven auto's, vier chauffeurs en zeven tank- en laadkaarten. Het is logisch dat u geen last hebt van de hoge benzineprijzen. U tankt en u laat zich rondrijden op kosten van de belastingbetaler. Degenen die hun auto nodig hebben om te gaan werken, de zelfstandige loodgieter met zijn bestelwagen, de poetshulp of de thuisverpleger, die van huis tot huis moet rijden, voelen elke dag keihard de hoge brandstofprijzen in hun portefeuille, want zij betalen hun benzine en diesel zelf.

 

Mijnheer de minister, u hebt de macht om dat probleem op te lossen. U kunt ingrijpen. Bijna de helft van de prijs aan de pomp bestaat vandaag bestaat uit taxen. U kunt vandaag de accijnzen verlagen tot het Europese minimum, zodat de prijs aan de pomp morgen met ongeveer 0,30 euro per liter daalt. Waarom doet u dat niet, mijnheer de minister? Meer dan 15 Europese landen hebben al ingegrepen en de taxen op brandstof verlaagd. Waar wacht België eigenlijk op? U zegt altijd dat er geen geld is, maar het geld dat mensen extra aan de pomp betalen, verdwijnt niet en spekt de zakken van Shell, BP, ExxonMobil en Chevron. Dat geld verdwijnt in hun zakken en zij keren het uit als dividend aan hun aandeelhouders. In drie maanden tijd hebben de acht grootste oliemultinationals 80 miljard euro winst geboekt. Ze profiteren dus van de oorlog.

 

Mijnheer de minister, waarom belast u de automobilisten aan de pomp en beschermt u de oliemultinationals? Wanneer zult u de oliewinsten, de overwinsten van die profiteurs belasten en daarmee het geld (…)

 

08.02  Hugues Bayet (PS): Bonjour, monsieur le ministre. Je ne sais pas si vous suivez l'actualité et les réseaux sociaux, mais je vais vous donner deux informations qui comptent pour les Belges. La première est que, demain, les prix à la pompe vont encore augmenter. Et la deuxième est que l'été indien, c'est fini. On nous annonce pour vendredi prochain une nuit à six degrés. Et vous, que faites-vous pendant ce temps-là? Vous regardez ailleurs alors que les Belges n'en peuvent plus. Demain, ce sont les métallos qui vont se rendre dans les stations-service: " Faire le plein pour finir à sec, c'est non". C'est le mot d'ordre de leur manifestation. Et ils ont raison, monsieur le ministre, parce que les travailleurs n'en peuvent plus de payer de 120 à 150 euros afin de faire le plein, simplement pour aller bosser. Les Belges n'en peuvent plus, et ce n'est pas un slogan, monsieur le ministre. C'est un fait, et c'est cela qui est préoccupant. Ils n'en peuvent plus de payer, payer, payer. Et pendant ce temps-là, que fait le gouvernement? Rien, rien, rien. Pire, il aggrave la situation puisque, avec le MR et les Engagés, désolé de le dire, il a pris toute une série de mesures qui augmentent le pouvoir d'achat des travailleurs, des retraités et des familles. Vous étiez pourtant censés récompenser le travail. En réalité, vous ne faites que matraquer les travailleurs.

 

Alors que d'autres pays européens ont pris leurs responsabilités, vous, vous attendez. Vous attendez que le temps passe. Et c'est d'autant plus révoltant, monsieur le ministre, que, pendant ce temps-là, les multinationales de l'énergie s'enrichissent. Elles engrangent des surprofits colossaux: des milliards et des milliards.

 

Alors, monsieur le ministre  je voudrais simplement que vous répondiez à trois questions. Premièrement, quels prix devront-ils être atteints pour que vous vous décidiez enfin à agir? Deuxièmement, allez-vous proposer des mesures fortes et, surtout, en urgence pour soutenir les Belges face au prix exorbitant de l'énergie? Enfin, troisièmement, allez-vous, enfin, avoir le courage d'aller puiser dans les poches des entreprises de l'énergie plutôt que dans celles de nos concitoyens? On sait que votre dicton, c'est "être fort avec les faibles et faible avec les riches".

 

08.03  Jan Jambon, ministre: Monsieur Bayet, j'ai bien entendu que vous aviez reconnu que ce gouvernement avait augmenté le pouvoir d'achat grâce à certaines mesures. Cela confirme pleinement l'objectif que nous poursuivons. Merci! Nous venons donc d'apprendre quelque chose de neuf de la part de l'opposition. C'est une belle évolution. Un grand merci à vous, monsieur Bayet, pour cette clarification!

 

Geachte Kamerleden, ik denk dat we dat onderwerp hier in de plenaire vergadering en ook in de commissievergaderingen eigenlijk al vaak hebben behandeld. Het klopt dat zich voor een mondelinge vraag nieuwe feiten moeten voordoen, maar elke dag verandert er wel iets aan de prijs van de benzine en men kan die vragen dus elke dag opnieuw stellen. Vorige week heeft ook de eerste minister hier geantwoord op soortgelijke vragen. Het zal u niet verwonderen dat mijn antwoord vandaag identiek hetzelfde blijft.

 

Ik weet dat de financiële situatie van nogal wat medeburgers moeilijk is. Ik begrijp ook de bezorgdheid van de mensen en van de leden hier in het halfrond.

 

Mais comme vous le savez, les prix de l’énergie restent volatils et fortement dépendants de la situation géopolitique. Nous sommes actuellement confrontés à ce que les économistes appellent un "choc d’offre". Dans ces circonstances, stimuler davantage la demande risque d’accentuer encore la pression sur les prix et de nous faire entrer dans un cercle vicieux.

 

Le gouvernement a d’ailleurs déjà pris plusieurs initiatives. Il a notamment mobilisé 15 millions d’euros supplémentaires pour le financement du Fonds gaz et électricité ainsi que du Fonds social chauffage.

 

Compte tenu de notre situation budgétaire, j’ai déjà indiqué en commission que toute aide supplémentaire éventuelle devait être ciblée, temporaire et limitée. Je renvoie également à cet égard aux constats de la Banque nationale.

 

Een verlaging van de accijnzen zou, volgens de ramingen die de eerste minister hier vorige week al heeft toegelicht, een daling van 25 eurocent per liter voor diesel en benzine betekenen. Dat zou de schatkist en dus de belastingbetaler een dikke 200 miljoen euro per maand kosten. Dat is meer dan 2 miljard euro op jaarbasis. Een dergelijke extra uitgave kunnen we ons natuurlijk niet veroorloven.

 

Ik wil trouwens ook nog duidelijk stellen dat hogere prijzen helemaal niet automatisch extra inkomsten voor de overheid betekenen.

 

Comme je l'ai déjà expliqué, les recettes de TVA dépendent également des volumes consommés. Ces recettes supplémentaires ne sont donc pas garanties.

 

Je vais répéter ce que j'ai déjà dit à plusieurs reprises: cette question sera examinée dans le cadre de discussions au sein du gouvernement lors de la préparation du budget.

 

Ik geef volgende week dus rendez-vous, want waarschijnlijk zult u opnieuw dezelfde vraag komen stellen, waarvoor dank.

 

De voorzitter: Als de prijzen zouden dalen, is dat ook een nieuw feit, natuurlijk.

 

08.04  Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Jambon, zulke hoge brandstofprijzen zijn slecht voor de gezinnen, voor de werkende mensen, voor de economie en dus ook voor de inkomsten van de staat. Ik hoop dat u snapt dat we in een spiraal zitten, waarin onze economie krimpt en achteruitgaat, waardoor we nog minder inkomsten zullen hebben. U moet dus ingrijpen op die prijs. Ja, dat kost geld, maar waar gaat het geld naartoe dat de mensen aan de pomp betalen? Dat heb ik daarnet al uitgelegd, het verdwijnt in de zakken van een paar oliemultinationals.

 

Het is dus vrij eenvoudig. U moet het geld daar gaan halen. Jullie hebben dat in het verleden al gedaan via een overheidsbelasting. U kunt dat perfect opnieuw doen. De PVDA staat trouwens niet alleen met die eis. We zien dat de lijnen verschuiven. Ik toon u een visual van Les Engagés. Proficiat, kameraden. Ook zij zijn nu overtuigd dat we het geld moeten gaan halen waar het zit, namelijk bij die enkele supergrote oliebedrijven. Daarmee kan men vervolgens de accijnzen in België verlagen.

 

08.05  Hugues Bayet (PS): Monsieur le ministre, je suis vraiment très triste de voir que, pour seule réponse, vous utilisiez l'un de mes lapsus – qui n'a rien de révélateur – et qu'en plus, vous rigoliez de la situation des Belges qui n'en peuvent plus. Moi, je crois qu'il faut tout simplement arrêter avec l'hypocrisie. Les gens en ont marre des paroles, ils veulent des actes!

 

Ce matin, Les Engagés ont découvert l'idée du siècle: on va enfin taxer les surprofits des multinationales. Cette proposition, nous l'avons déposée il y a six mois et vous ne l'avez pas soutenue! C'est peut-être pour cette raison que plus personne ne vous croit: vous parlez beaucoup, mais quand il faut voter des mesures pour aider les Belges, vous n'êtes plus là. On vous a proposé de bloquer les prix à la pompe et les prix du mazout et, parallèlement, de taxer les surprofits des multinationales pour compenser; vous n'en avez pas voulu. Qu'avez-vous proposé d'autre? Absolument rien! Ou plutôt si! Je mens, car vous êtes quand même le seul gouvernement à avoir osé augmenter les taxes sur le mazout, l'essence, le diesel et l'électricité en pleine crise mondiale.

 

Alors, continuez à rire, monsieur le ministre! Moi, je trouve que la seule plume qu'on puisse mettre à votre chapeau, c'est d'être le gouvernement qui appauvrit les Belges. C'est cela que l'Histoire retiendra de vous, malheureusement.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Eva Demesmaeker aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "Het steeds grotere aantal werkende 65-plussers" (56001973P)

09 Question de Eva Demesmaeker à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Le nombre croissant de travailleurs de plus de 65 ans" (56001973P)

 

09.01  Eva Demesmaeker (N-VA): Mijnheer de minister, we hebben het afgelopen jaar meermaals gedebatteerd over de pensioenen en de pensioenhervorming. Het ging daarbij heel weinig over de financiële kater die we zouden doorschuiven naar de volgende generaties, maar wel over hoe onmogelijk en onmenselijk het is om mensen te vragen iets langer door te werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Wanneer we argumenteerden dat we met z'n allen iets langer zullen moeten doorwerken en mensen hun gedrag zullen aanpassen, was het kot te klein. Het stond in elke krant in het groot en het kwam in elk journaal. De media-aandacht was groot.

 

Wat lezen we vandaag echter in een piepklein artikeltje in de krant? We lezen wel iets heel bijzonders en ik lees het graag voor de oppositie voor: "Het is de eerste keer dat we de pensioenhervorming zo duidelijk terugzien in onze statistieken." Dat is geen quote van de minister en ook niet van mezelf. Dat is zeker geen quote van de oppositie, maar wel een van de RSZ. Vandaag zijn er 83.500 65-plussers aan de slag. Dat getal op zichzelf zegt natuurlijk niet veel, maar in vergelijking met twee jaar geleden, is dat 52 % meer. Er zijn 52 % meer 65-plussers aan het werk. Mensen passen dus wel degelijk hun gedrag aan.

 

Mijnheer de minister, omdat ik niet verwacht had dat de oppositie dat goede nieuws hier vandaag zou brengen en u van positieve vragen houdt, zullen de hervormingen die wij hebben doorgevoerd, die trend in de toekomst versterken?

 

09.02 Minister Jan Jambon: Mevrouw Demesmaeker, de trend is inderdaad ingezet: alsmaar meer 65-plussers blijven langer werken.

 

Ik moet eerlijk zijn. De cijfers van vandaag zijn het gevolg van de hervorming die we destijds met de Zweedse regering hebben doorgevoerd. Daar zien we nu de effecten van.

 

Dat is goed nieuws. We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet. De effectieve pensioenleeftijd ligt gemiddeld nog altijd vier jaar onder de wettelijke pensioenleeftijd, maar volgens mij zal de afstand verminderen, zodra onze pensioenhervorming vanaf 1 januari 2027 grotendeels in werking treedt. We zullen bijkomend vaststellen dat werknemers worden gestimuleerd om langer te werken en daardoor ook een hoger pensioen opbouwen. Werknemers die ervoor kiezen om vroeger of te vroeg uit te treden, zullen daarvan eveneens gevolgen ondervinden.

 

Wat we willen, is dat langer en effectief werken wordt beloond. De cijfers die we vandaag zien, geven het effect van de hervorming van 2014 weer. De pensioenhervorming die we nu hebben doorgevoerd, zal die trend nog versterken zodat de werkelijke pensioenleeftijd dichter bij de wettelijke pensioenleeftijd aansluit. Dat is nodig om ons prachtige pensioenstelsel te vrijwaren, ook voor onze kinderen en kleinkinderen.

 

09.03  Eva Demesmaeker (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Wij moeten inderdaad proberen ons pensioenstelsel voor de toekomstige generaties te vrijwaren. Dat kan alleen als er voldoende mensen aan de slag zijn en blijven. Daarom hebben we ook de werkloosheid in de tijd beperkt en het pensioensysteem hervormd.

 

We zijn er echter nog niet. We moeten de grote groep werkenden uitbreiden en daar gaan we voor. De cijfers tonen aan – in de toekomst zal dat niet anders zijn - dat hervormen werkt. Daarom dring ik er bij u op aan om vraag ik u om die hervormingslogica het komende weekend mee aan tafel te nemen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De terugkeer van illegale moslimextremisten" (56001968P)

- Georges-Louis Bouchez aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De nakende vrijlating van Fouad Belkacem en de verdere ontwikkelingen" (56001986P)

10 Questions jointes de

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le retour d'extrémistes musulmans en séjour illégal" (56001968P)

- Georges-Louis Bouchez à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La fin de l'incarcération de Fouad Belkacem et la suite des événements" (56001986P)

 

(Het antwoord zal door de minister van Defensie, belast met Buitenlandse Handel worden gegeven / La réponse sera donnée par le ministre de la Défense, chargé du Commerce extérieur)

 

10.01  Francesca Van Belleghem (VB): Alle vrouwen moeten een hoofddoek dragen. Als uw partijgenoot Bart De Wever, Filip Dewinter of Geert Wilders geen berouw zouden tonen voor hun daden, dan zouden ze daar de gevolgen van moeten ondervinden. Fouad Belkacem, leider van Sharia4Belgium, wil van dit land een islamitische staat maken. Hij ronselde en indoctrineerde Syriëstrijders. Over de dood van Marie-Rose Morel zei hij het volgende: “Waar is jullie afgod nu? Zij is onderweg naar de hel, het eindstation van de goddelozen, samen met Hitler en Stalin en alle vijanden van Allah. Hij heeft haar goed laten lijden met kanker.” Belkacem zit nu in de gevangenis, maar hij is op strafeinde. Hij verloor zijn Belgische nationaliteit en vreest om teruggestuurd te worden naar Marokko. Wat doet hij? Zoals 77% van de asielaanvragers misbruikt hij het systeem, het veel te gulle systeem dat u in stand houdt. Lukt dat niet, dan zal hij wel gezinshereniging aanvragen, want hij is getrouwd in de gevangenis - u weet dat maar al te goed - en hij heeft daar nog een kind gekregen. Die man, die onze waarden en normen compleet veracht, heeft geen enkel recht meer om hier nog in deze samenleving te zijn.

 

Twee vragen voor de regering. Wanneer gaan jullie dit sujet, die van het vrije Vlaanderen een islamitische staat wil maken, terugsturen naar waar hij hoort, naar Marokko? Een tweede en nog belangrijkere vraag, gaat dat eigenlijk wel? Klopt het dat Marokko geen veroordeelde terroristen terugneemt en dat de uitspraak van minister Van Bossuyt gisteren eigenlijk dus een dikke leugen was?

 

10.02  Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le ministre, c'est toujours un plaisir de vous retrouver. Je dois toutefois avouer que je suis quelque peu surpris de ne pas voir la ministre de la Justice à cette tribune aujourd'hui, car elle avait toute sa place dans ce débat.

 

M. Belkacem a été condamné à 15 ans de prison, dont 12 ans pour avoir été l'instigateur et le moteur de Sharia4Belgium. Ce qui lui a été reproché, et ce pourquoi il a été condamné, c'est notamment d'avoir radicalisé des jeunes, d'avoir contribué à l'envoi de certains d'entre eux en Syrie, mais aussi d'avoir porté atteinte à notre pays en souhaitant, par exemple, y instaurer la charia. En 2018, il a été déchu de sa nationalité belge par la Cour d'appel d'Anvers. Il est donc aujourd'hui uniquement de nationalité marocaine.

 

Ce qui est déjà particulièrement interpellant, c'est que cet homme ne souhaite pas retourner au Maroc. Il craint d'y retourner. Que fait-il dès lors? Il demande la protection internationale de la Belgique. Autrement dit, le pays qu'il voulait détruire serait aujourd'hui suffisamment digne à ses yeux pour lui offrir sa protection.

 

Une première chose me surprend est que M. Belkacem doit sortir de prison en mai 2027 et qu'à ce stade, nous ne savons toujours pas ce qu'on va en faire. Je m'interroge également sur le fait qu'il ait été détenu pendant 15 ans dans une prison belge, ce qui veut dire que les impôts de nos concitoyens ont permis de le loger, de le soigner, de le nourrir. Il aurait peut-être été plus intelligent d'organiser un renvoi immédiat au Maroc pour qu'il y purge sa peine de prison.

 

Monsieur le ministre, je vous demande trois choses aujourd'hui. La première, c'est d'avoir une loi qui organise automatiquement le renvoi des personnes de nationalité étrangère qui s'en prennent à notre pays. La deuxième, c'est que le gouvernement prenne toutes les dispositions juridiques nécessaires pour permettre ce renvoi. La troisième, c'est de faire en sorte qu'à l'avenir, ces personnes puissent purger leur peine dans leur pays d'origine.

 

10.03 Minister Theo Francken: Collega's, het is een interessante vraag. Ik antwoord hier in naam van mijn collega-ministers Van Bossuyt en Verlinden, die momenteel in het buitenland andere bezigheden hebben in het kader van hun functie.

 

Het nieuws dat de veroordeelde moslimextremist Fouad Belkacem asiel wil aanvragen in ons land, maakt mij bijzonder kwaad. De persoon die onze democratie verafschuwt en de sharia hier in België wil invoeren, zoekt nu bescherming van datzelfde land. Dat is uiteraard hypocriet tot en met. Allerhande migratie-experten verklaarden in de pers dat ze verwachten dat zijn asielaanvraag niet zal worden goedgekeurd. Zoals u weet, worden de asielaanvragen in dit land behandeld door een onafhankelijke instantie, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Dat zal die beslissing moeten nemen op het moment waarop de asielaanvraag wordt genotuleerd. Eens die procedure afgerond is en de man geen asiel krijgt, want daarvan ga ik uit, moeten we klaarstaan om hem van het grondgebied te verwijderen.

 

In dat kader boekt deze regering geweldige resultaten. Zo herinner ik u graag aan het feit dat er in 2025 maar liefst 1.575 criminele illegalen konden worden verwijderd van het grondgebied. Dat is een stijging met maar liefst 25 % ten opzichte van de vorige regering. In 2026 werden tot nu toe al meer dan 1.200 criminelen verwijderd. Dat is het hoogste aantal verwijderde criminele illegalen ooit. Deze regering doet dus wat ze beloofd heeft. Het record staat nog steeds op mijn naam, met meer dan 1.600 verwijderingen. Dat was een aantal jaren geleden, toen ik staatssecretaris was. Ik was er heel fier op. Ik denk dat minister Van Bossuyt mijn record zal verbreken. Ik wens haar dus veel succes. Er is heel veel werk als het gaat om het verwijderen van illegale criminelen. Onze gevangenissen puilen ervan uit.

 

Les prêcheurs de haine, les extrémistes et les terroristes n'ont pas leur place chez nous. Ils doivent être expulsés, monsieur Bouchez. À cette fin, le gouvernement a déjà pris plusieurs initiatives telles que l'interdiction d'entrée à vie pour les terroristes, mesure qui est entrée en vigueur plus tôt cette année, ainsi que le projet de loi relatif aux visites domiciliaires que nous finaliserons bientôt. En outre, ce gouvernement présentera prochainement un projet de loi visant à lutter contre l'utilisation abusive des procédures d'asile et de séjour introduites dans le seul but d'empêcher le retour.

 

Dès que cela sera possible, tous les moyens seront mis en œuvre pour expulser Belkacem du territoire belge. Nous comptons pour cela sur la coopération – par ailleurs excellente – avec les autorités marocaines. Comme vous pouvez le constater, ce gouvernement tient ses promesses: rendre notre société plus sûre en luttant contre l'extrémisme et en expulsant en priorité les criminels sans droit de séjour de notre territoire.

 

Hij zal dus een asielaanvraag indienen en het CGVS zal die behandelen. De kans dat die aanvraag wordt goedgekeurd, lijkt mij, gelet op de asielwetgeving, quasi nihil. Als de asielaanvraag wordt afgewezen, zal zijn terugkeer worden voorbereid met de Marokkaanse overheden. Die visa worden momenteel goed afgeleverd. De resultaten van de afgelopen maanden zijn echt goed. Het aantal teruggestuurde Marokkanen stijgt sterk. We gaan er dus van uit dat het ook zal lukken met dit bijzonder kwalijke sujet, dat de sharia wilde invoeren en nu meent bescherming te moeten krijgen van dit land. Daarvoor dient de asielprocedure uiteraard absoluut niet.

 

10.04  Francesca Van Belleghem (VB): “Allah is groot, maar België is groter”, zei u negen jaar geleden over Belkacem.  Nu zegt u alles in het werk te zullen stellen om Belkacem uit te wijzen. Mag ik u eraan herinneren dat ik hier een jaar geleden stond met betrekking tot Nizar Trabelsi, die een aanslag op Kleine-Brogel plande en die 500.000 euro kreeg van de regering? De regering stelde toen ook hem naar Tunesië uit te wijzen, maar een jaar later is hij nog steeds in België. Nu staat Belkacem klaar en het is exact hetzelfde verhaal. Ik zeg het u nog één keer: u hebt al deze mensen, die van dit land een islamitische staat willen maken, eerst binnengelaten en daarna doet u alsof u ze zult terugsturen. Zelfs Verhofstadt heeft nog meer geloofwaardigheid dan u.

 

10.05  Georges-Louis Bouchez (MR): Je reste très surpris et j'invite les collègues à faire preuve de moins de naïveté.

 

Quand je vois les difficultés et les circonvolutions nécessaires pour autoriser des visites domiciliaires visant des personnes qui représentent un danger pour notre pays ou lorsque je constate que toute une série de partis situés gauche de cet hémicycle ont refusé de voter le texte prévoyant une interdiction d'entrée à vie pour les personnes coupables de faits de terrorisme – ce qui constitue à mes yeux une véritable honte pour notre pays –, je me dis qu'il est grand temps de nous réveiller sur ce sujet et de regarder la réalité en face.

 

Monsieur le ministre, pour ce faire, la ministre de la Justice doit agir avec davantage de rapidité et de volonté afin de renvoyer avec effet immédiat les plus de 3 000 personnes en séjour illégal qui se trouvent dans nos prisons. À ce titre, ma formation politique proposera la tenue d'un Conseil des ministres thématique consacré à la lutte contre l'immigration illégale, qui constitue aujourd'hui un problème majeur pour notre pays.

 

Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Samengevoegde vragen van

- Bert Wollants aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De persconferentie over de vluchten boven Brussel en de windnormen" (56001971P)

- Britt Huybrechts aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De geluidsnormen voor de luchthaven van Zaventem" (56001977P)

- Tine Gielis aan Jean-Luc Crucke (Mobiliteit, Klimaat, Ecologische Transitie en Duurzame Ontwikkeling) over "De persconferentie over de vluchten boven Brussel en de windnormen" (56001983P)

11 Questions jointes de

- Bert Wollants à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La conférence de presse sur les survols de Bruxelles et les normes de vent" (56001971P)

- Britt Huybrechts à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "Les normes de bruit applicables à l'aéroport de Zaventem" (56001977P)

- Tine Gielis à Jean-Luc Crucke (Mobilité, Climat, Transition environnementale et Développement durable) sur "La conférence de presse sur les survols de Bruxelles et les normes de vent" (56001983P)

 

11.01  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, de luchthaven van Zaventem is een belangrijke groeimotor van dit land. Dat wil zeggen dat er heel veel lusten zijn, maar daarnaast zijn er ook tal van bezorgdheden, onder meer over het vliegtuiglawaai. Daarom wil deze regering een vliegwet realiseren en dat is redelijk dringend, want we moeten de economische belangen kunnen verzoenen met de bescherming van onze inwoners tegen het vliegtuiglawaai. Als het aan ons ligt, moet die vliegwet er voor het einde van het jaar zijn.

 

Mijnheer de minister, u hebt vanmiddag een persconferentie gehouden, niet over de vliegwet, maar wel over de geluidshinder, en u hebt een aantal maatregelen aangekondigd, waaronder een verhoging van de windnormen, een aanpassing van het banengebruik en blijkbaar ook het verleggen van de vliegroutes. U wilt er op die manier voor zorgen dat een stuk van de hinder van Brussel naar Vlaanderen verhuist. We weten dat de concentratie van de hinder in de Vlaamse Rand echter al vrij groot is. Dat heeft de rechtbank ook al vastgesteld. Het is dan ook niets bijzonders als uw coalitiepartners zeggen dat zij niet akkoord gaan met uw voorstellen ter zake. De vraag is alleen hoe u nu verder gaat.

 

Mijnheer de minister, kunt u toelichten welke maatregelen u wilt nemen? Kunt u ons een volledig afschrift bezorgen van het verweerschrift dat u bij de rechtbank zult neerleggen?

 

Ten tweede, wilt u de windnormen eenzijdig verhogen? Daarmee bedoel ik of u dat zult doen zonder rekening te houden met de andere partijen in de coalitie.

 

Ten derde, hoever staat het met de vliegwet? Kunt u ervoor zorgen dat hier voor het einde van het jaar een vliegwet ligt?

 

11.02  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, het dossier rond de geluidshinder van de luchthaven van Zaventem zit weer muurvast. In Brussel neemt de druk toe om vliegroutes aan te passen om zo minder vliegtuigen boven het eigen gewest te krijgen. De oplossing kan natuurlijk niet zijn dat die vliegtuigen vervolgens gewoon boven de Vlaamse Noordrand terechtkomen. De nachtrust van iemand in Anderlecht of Schaarbeek is immers niet meer of minder waard dan die van iemand in Dilbeek of Grimbergen.

 

Veiligheid moet altijd vooropstaan. We moeten vooral streven naar een rechtvaardige verdeling van de lasten en de lusten van onze luchthaven.

 

Brussel neemt daarin een bijzondere positie in. Van alle meetnetten rond de luchthaven is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het enige dat zijn geluidsmetingen gebruikt om te beboeten. Die betaalde boetes vloeien vervolgens naar een Brussels milieufonds. Dat geld gaat dus niet automatisch terug naar de getroffen omwonenden, naar geluidsisolatie of maatregelen die de problematiek kunnen oplossen. Integendeel, we weten hoe Brussel met dat geld omgaat.

 

Ook de toekomst van de luchthaven zelf staat op het spel. De luchthaven is een van de belangrijkste economische motoren van Vlaanderen en zorgt voor duizenden rechtstreekse en onrechtstreekse jobs, ook voor Brusselaars. Vlaanderen is intussen ook de grootste aandeelhouder. Ook zij moet haar tanden beter tonen, beste N-VA en cd&v, zeker wanneer blijkt dat de Vlaamse Noordrand de dupe kan worden.

 

Mijnheer de minister, bent u dus bereid om te kiezen voor een rechtvaardige verdeling van de lasten en de lusten, waarbij we de hinder verminderen zonder die simpelweg naar een andere regio te verschuiven?

 

Waar blijft die vliegwet? Vorige legislatuur stond de N-VA nog samen met ons op de barricade om ze te eisen. Vandaag zit de N-VA aan de knoppen, maar van die vliegwet is nog altijd niets te zien. Wanneer volgen nu eindelijk de daden?

 

11.03  Tine Gielis (cd&v): Mijnheer de minister, ik ken u als een heel redelijk man, als een gedegen politicus, maar wat ik de afgelopen dagen in de pers vernam, stoot me toch wel tegen de borst. Terwijl er geen akkoord is over uw voorstel over de vliegroutes dat u op de regeringstafel gelegd hebt, hebt u op eigen houtje beslist om de geluidshinder van de ene regio naar de andere te verschuiven. Hinder door vluchten boven Brussel zomaar richting Vlaanderen en Vlaams-Brabant duwen, zou totaal respectloos zijn. Zo kunnen we natuurlijk allemaal politiek bedrijven. Vlaamse ministers zouden bijvoorbeeld kunnen beslissen dat alle nieuwe asielcentra voortaan in Brussel of in Wallonië moeten openen. Is dat hoe we in dit land met elkaar willen omgaan? Is dat hoe we onze Vlamingen willen behandelen? Wel, niet met cd&v. Cd&v zal niet aanvaarden dat Vlamingen zo getroffen worden.

 

Mijnheer de minister, het is heel simpel. Voer het regeerakkoord uit. Kom met een degelijke vliegwet. Bespreek die met uw partners in de regering. Ik heb twee vragen. Bent u dat van plan? Wat hebt u nu eigenlijk beslist? Laat één ding duidelijk zijn. Als u doorzet met uw plan om de vliegtuigen boven Vlaanderen te laten vliegen, komt er een belangenconflict. Als u dat bovendien op eigen houtje doet, zonder de regering erbij te betrekken, dan heeft de regering echt een groot probleem. Cd&v vraagt respect voor de Vlamingen. Indien nodig zullen we dat respect ook afdwingen.

 

11.04 Minister Jean-Luc Crucke: Geachte leden, mijn standpunt is duidelijk en ondubbelzinnig en rust op twee pijlers, die mij onbetwistbaar lijken: de naleving van het regeerakkoord en de eerbiediging van de rechtspraak.

 

Ten eerste, wat de naleving van het regeringsakkoord betreft, sta mij toe daar enkele regels uit te citeren: "Gezien het cruciale belang van de luchthaven Brussel-Nationaal voor onze economie, de werkgelegenheid en de bereikbaarheid van ons land zal de regering de economische ontwikkeling van de luchthaven ondersteunen, waarbij rekening wordt gehouden met de levensomstandigheden van de omwonenden en alle burgers die getroffen worden door geluidsoverlast." De maatregelen die ik neem, waarborgen de capaciteit van de luchthaven en haar economische ontwikkeling. Ze zijn ook bedoeld om bepaalde omwonenden te ontlasten door een versterking van het PRS en dat alles met het oog op evenwicht. Ik weet dat er in het dossier geen wondermiddelen bestaan, maar het is mijn verantwoordelijkheid om het nodige overzicht te behouden om te proberen een structurele oplossing te bieden voor het probleem van het overvliegen.

 

Door voor Brussels Airport een aanpassing van de windnormen aan te kondigen naar 8 knopen gemiddelde windsnelheid, volg ik alleen wat vandaag de dag van toepassing is op Brussels South Airport. Ik heb het DGLV en skeyes gevraagd de nodige stappen te ondernemen, wat minimaal 6 maanden in beslag zal nemen.

 

Alle aangekondigde operationele maatregelen zijn er bovendien op gericht de situatie te verbeteren voor alle omwonenden die getroffen worden door de overlast, of ze in Brussel, in Vlaanderen of in Wallonië leven.

 

Alle maatregelen die vliegroutes wijzigen, zullen het voorwerp uitmaken van de nodige voorafgaande studies en zullen in de vliegwet worden behandeld, zoals het regeerakkoord mij oplegt. De werkzaamheden met betrekking tot de vliegwet lopen en zullen naar verwachting uitmonden in een concreet voorstel in de eerste helft van 2027, desgevallend zelfs tegen het einde van het jaar, maar we moeten de auteurs van een voorstel, dat internationaal overleg vereist, de tijd geven om hun werk te doen.

 

Ten tweede, we moeten ook de rechtspraak ter zake naleven. Aangezien de rechtbank van eerste aanleg van Brussel mij, in het kader van de door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangespannen milieustakingsvordering, oplegt om de partijen uiterlijk op 1 oktober op de hoogte te brengen van de concrete maatregelen en de vastgestelde termijnen om een einde te maken aan de kennelijke schending in verband met het gebruik van baan 01 en de bocht naar links op baan 25R.

 

De aangekondigde maatregelen vormen een door de rechter opgelegd antwoord. Dat antwoord stelt u wellicht niet tevreden, maar ik herhaal dat het noch afwijkt van het kader dat mij door het regeerakkoord is opgelegd, noch van de verplichting die mij door de rechter is opgelegd.

 

Ik zou het jammer vinden om mijn antwoord te sluiten zonder de wijze woorden van de rechter van de rechtbank van eerste aanleg te vermelden. Hij stelt in zijn beschikking van 26 februari 2025: “In een dossier zoals dat betreffende het overvliegen, is het onmogelijk om alle belangen, die zo tegenstrijdig zijn, in een enkele oplossing te verzoenen. Men moet dus trachten de geluidsoverlast te verminderen en tegelijkertijd de economische ontwikkeling te stimuleren.” Dat is hoe ik in het dossier te werk ben gegaan.

 

11.05  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Als u denkt dat wij zullen meegaan in een verhaal waarin u de vliegtuigen weghaalt boven Brussel om ze vervolgens boven Vlaanderen te laten vliegen, dan zal dat niet passeren. Het is overduidelijk en bijzonder doorzichtig welke stappen u wilt zetten, maar uw plan zal niet doorgaan.

 

Ik moet u er misschien aan herinneren dat niet alleen de Franstalige rechtspraak telt, maar ook de Nederlandstalige rechtspraak. Die laatste veroordeelde immers de concentratie van de vluchten boven de Noordrand, waarvan de termijn begin volgend jaar eveneens afloopt. Wat zult u dan doen, de vluchten boven Vlaanderen weer weghalen en boven Brussel zetten? Ik geloof dat niet. Ik denk dat u erg omzichtig te werk moet gaan om te onderzoeken wat men in deze kwestie moet doen. Ik ga ermee akkoord dat deze regering een evenwichtige oplossing moet vinden. Echter eenzijdig beslissen om als oplossing alle vluchten naar Vlaanderen te verplaatsen, zal met de N-VA niet passeren.

 

11.06  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, dit dossier vraagt al erg lang om een duurzame en rechtvaardige oplossing, niet om routes zomaar af te schaffen of de hinder van Brussel naar de Vlaamse Rand te verschuiven. Het kan niet de bedoeling zijn dat Brussel wel de lusten van de luchthaven wil, maar de lasten vooral in Vlaanderen wil leggen. Die lusten en lasten moeten eerlijk en realistisch worden verdeeld.

 

Vlaanderen is vandaag de grootste aandeelhouder van de luchthaven, maar waar blijft die Vlaamse slagkracht? Dus, beste N-VA en cd&v, zult u blijven plooien voor die luidere Franstalige stemmen, terwijl Zaventem dreigt te worden verzwakt ten voordele van Charleroi en Luik? Als de Franstaligen hun snavel tonen, dan verwachten we dat Vlaanderen zijn klauwen en zijn tanden toont, niet om de hinder weer boven Brussel te duwen, maar om ervoor te zorgen dat Vlaanderen met evenveel gewicht aan tafel zit wanneer over de toekomst van ónze luchthaven wordt beslist.

 

11.07  Tine Gielis (cd&v): Mijnheer de minister, ik begon mijn vraag met te zeggen dat ik u als een heel redelijk man ken. Laat die redelijkheid dan ook zegevieren. Ga opnieuw rond de tafel zitten, overleg met uw partners en zoek een evenwichtige oplossing voor het bijzonder moeilijke dossier. Wij erkennen immers wel de complexiteit van het dossier.

 

Wij raden u zeker aan om voor het overleg te kiezen. In het andere geval dreigt u immers een communautaire oorlog te ontketenen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Samengevoegde vragen van

- Leentje Grillaert aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "De digitale uitsluiting" (56001987P)

- Dieter Keuten aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "De digitale uitsluiting" (56001994P)

12 Questions jointes de

- Leentje Grillaert à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "L'exclusion numérique" (56001987P)

- Dieter Keuten à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "L'exclusion numérique" (56001994P)

 

12.01  Leentje Grillaert (cd&v): Mevrouw de minister, in 2026 kunnen we ons eigenlijk geen leven meer voorstellen zonder onze smartphone, apps en QR-codes. De digitale trein raast verder, maar niet iedereen raakt erop en mensen raken uitgestoten.

 

Ik heb geluk. Enfin, mijn ouders hebben geluk. Ze zijn 82 jaar en verkeren in redelijk goede gezondheid. Een tablet heeft al enige tijd ingang gevonden in mijn ouderlijk huis. We hebben zeker geluk. Als er iets is, zijn we maar een belletje van elkaar verwijderd. Kinderen en kleinkinderen staan klaar om te helpen. Niet iedereen heeft echter zo'n sociaal vangnet. Niet iedereen heeft familie die klaarstaat om te helpen. Niet iedereen heeft de middelen om dingen aan te kopen. Niet iedereen ziet nog door de bomen het bos.

 

Wie denkt dat dit gaat over een kleine minderheid vergist zich, collega’s. Volgens een studie van de Koning Boudewijnstichting over digitale inclusie is 40 % van de Belgen digitaal kwetsbaar. Dat is niet weinig. Dat is zelfs heel veel. Er zijn drie internationale organisaties die ook aan de rem trekken. Zij zijn naar de rechter gestapt. Zij hebben gezegd: dit is te complex, heel veel mensen zijn uitgesloten.

 

Ook voor cd&v is dit te veel, mevrouw de minister. Ook wij trekken aan de alarmbel. Wij hebben uw wetsontwerp over de toegang tot fysieke dienstverlening goedgekeurd. Ik weet dat u de problematiek ter harte neemt, maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. De wet is er nu, maar welke praktische bezwaren zult u op korte termijn uit de weg helpen, mevrouw de minister? Zult u ervoor zorgen dat mensen in een precaire toestand niet nog meer in de problemen raken?

 

Ik kijk uit naar uw antwoorden, mevrouw de minister.

 

12.02  Dieter Keuten (VB): Mevrouw Grillaert, het is goed dat u het onderwerp aansnijdt. Ik heb u in de commissie ook horen pleiten voor minimumnormen. Ik heb die minimumnormen omgezet in amendementen maar vervolgens heb ik u niet meer gehoord in het debat. Dat betreur ik.

 

Mevrouw de minister, u beloofde 600 dagen geleden om de digitale kloof in ons land te verkleinen, maar die kloof wordt niet kleiner. Dat ondervinden de burgers, de ondernemingen en uiteraard ook de allerzwaksten in onze samenleving. Steeds meer essentiële diensten worden immers digitaal bevoordeeld of zelfs verplicht.

 

U kreeg begin dit jaar al een waarschuwing, want meer dan 400 organisaties richtten zich met een open brief tot u en vroegen om meer en betere niet-digitale alternatieven. Ook het Vlaams Belang gaf u de oplossing op een blaadje met drie amendementen, maar het was allemaal niet nodig.

 

Nu hebt u een klacht aan uw been, nota bene van organisaties die door uw federale regering worden gesubsidieerd. Dat toont pijnlijk aan dat u absoluut geen overleg hebt met die organisaties. Uw wetsontwerp dat half juli 2026 werd goedgekeurd, is blijkbaar bijna drie maanden later nog altijd niet bekrachtigd.

 

Daarom vraag ik u opnieuw het volgende. Wat zult u doen om behalve kwantitatieve ook kwalitatieve normen op te leggen, de digitale kloof in ons land te verkleinen en overheidsdiensten te verplichten ook niet-digitale dienstverlening aan te bieden?

 

De voorzitter: Mevrouw de minister, u krijgt vier minuten spreektijd om te reageren.

 

12.03 Minister Vanessa Matz: Mevrouw Grillaert, mijnheer Keuten, ik heb inderdaad kennisgenomen van de klacht die tegen de Belgische Staat werd ingediend. Ik ben ervan overtuigd dat onze rechten niet mogen afhangen van leeftijd, van het gebruik van een smartphone of van onze capaciteit om digitale toestellen te kopen. Veertig procent van de bevolking heeft moeite met digitale toepassingen. Wanneer een overheid niet bereikbaar is, verdwijnt ook het vertrouwen van de burger.

 

Na jaren van strijd hebt u mijn wetsontwerp goedgekeurd. Die wet is bovendien vandaag in het Staatsblad gepubliceerd. Die wet zorgt voor drie niet-digitale alternatieven bij de federale overheidsdiensten en overheidsbedrijven. Niet iedereen heeft immers dezelfde noden. Sommige mensen hebben hulp nodig via de telefoon, anderen hebben nood aan persoonlijk contact of aan communicatie via de post. Andere oplossingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit mobiele diensten, tijdelijke loketten of samenwerking tussen administraties. Een jaarlijks rapport door de FOD BOSA zal de uitvoering van de wet evalueren. Zo kunnen we waar nodig aanpassingen doen.

 

Ik zal ervoor zorgen dat burgers hun overheid kunnen bereiken en hulp kunnen krijgen, ook zonder scherm.

 

12.04  Leentje Grillaert (cd&v): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord. U verwijst naar uw wetsontwerp over de fysieke dienstverlening, dat vandaag is gepubliceerd. Binnen elf dagen kunnen we dus op u en uw diensten rekenen om ervoor te zorgen dat een inbreuk gesanctioneerd kan worden. We rekenen er ook op dat u daar nauwgezet op zult toezien en dat er inderdaad een versnelling komt in al die problematieken.

 

Dat neemt uiteraard niet weg dat een wetsontwerp een wetsontwerp is. Er komt een evaluatie, dat hebt u ook net aangehaald. Ik kijk zeker uit naar bijkomende initiatieven op dat vlak om ervoor te zorgen dat niemand achterblijft. U kunt daarvoor op cd&v rekenen.

 

12.05  Dieter Keuten (VB): Het ontwerp is vandaag gepubliceerd, dat is goed nieuws. Dat had ik nog niet gezien. U had beloofd dat het binnen tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad van kracht zou worden. Dat gaan we nauw opvolgen.

 

U hebt gezegd dat 40 % van onze burgers moeite heeft met digitale hulpmiddelen en digitaal kwetsbaar is. Wel, uw regering heeft dus 40 % van onze burgers uitgesloten van ondernemen, van een bijberoep. Zelfstandigen en zelfstandigen in bijberoep worden door deze regering verplicht om digitaal te gaan. U belooft enerzijds meer loketten, maar anderzijds doet u alles om zoveel mogelijk postkantoren af te schaffen.

 

Uw wetsontwerp is veel te beperkt. Dat hebben wij u gezegd en dat blijkt nu uit die klacht. Wij accepteren niet dat u nog eens 600 dagen belooft om de digitale kloof te verkleinen. Wij eisen een loket dat open is, een telefoon die wordt opgenomen en dat brieven aan de overheid binnen de tien dagen worden beantwoord.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

13 Question de Carmen Ramlot à Rob Beenders (Protection des consommateurs, Lutte contre la fraude sociale, Personnes handicapées et Égalité des chances) sur "Le suivi de la loi-cadre sur les féminicides" (56001980P)

13 Vraag van Carmen Ramlot aan Rob Beenders (Consumentenbescherming, Socialefraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen) over "De opvolging van de kaderwet betreffende femicides" (56001980P)

 

13.01  Carmen Ramlot (Les Engagés): Monsieur le ministre, la Belgique ne dispose toujours pas d'un comptage officiel des homicides liés au genre. Pourtant, la loi "Stop féminicide" de 2023 le prévoyait très clairement. Un arrêté royal devait être pris et appliqué avant la fin de l'année 2025. Or nous sommes en octobre 2026 – presque un an de retard, monsieur le ministre, et toujours pas d'arrêté en vue.

 

Derrière ce retard, il n'y a pas que des chiffres ou des statistiques. Il y a des femmes, il y a des victimes, il y a des familles. On estime qu’environ 30 personnes par année perdent la vie dans des homicides liés au genre. Si nous ne comptons pas correctement ces drames, nous nous privons d'une information essentielle pour pouvoir comprendre, prévenir et, surtout, agir.

 

On ne peut pas combattre efficacement ce qu'on ne mesure pas. Les entités fédérées, elles, l'ont très bien compris et n'ont pas attendu pour agir. Le ministre Coppieters a développé un plan ambitieux de lutte contre les violences faites aux femmes.

 

Voici mes questions, monsieur le ministre. Où en est exactement cet arrêté royal? Quand sera-t-il enfin adopté? Et puis, surtout, comment allez-vous récupérer les données pour cette année, qui est perdue? Parce que compter les victimes, ce n'est pas les réduire à un chiffre; c'est faire en sorte que leur histoire puisse contribuer à en sauver d'autres.

 

13.02  Rob Beenders, ministre: Merci, madame Ramlot, pour votre question très importante. En effet, en Belgique, une femme sur trois a déjà subi des violences physiques ou sexuelles. Derrière ces chiffres, vous l'avez dit, il y a des mères, des sœurs, des amies. Trop souvent, ces violences se terminent par un féminicide. Protéger ces femmes est pour moi une priorité. Pour mener une politique efficace, nous devons pouvoir mesurer l'ampleur du problème. C'est tout l'objectif du recensement officiel prévu par la loi "Stop Féminicide" de 2023. C'est une loi ambitieuse – et c'est une bonne chose, mais sa mise en œuvre se heurte à plusieurs obstacles. Les données doivent venir de la police et de la justice. Ce sont des données très sensibles. De plus, il faut un système qui respecte la vie privée tout en fonctionnant sur le terrain.

 

Nous mettons tout en œuvre pour trouver des solutions, et j'y travaille avec ma collègue la ministre Verlinden. Nous étudions aussi des alternatives pour avoir l'arrêté royal le plus vite possible ici au parlement. Par ailleurs, j'ai également appris que le blog Stop Féminicides avait perdu une partie de ses subsides. Or cette association accomplit un travail essentiel, puisqu'elle recense ces drames et relate l'histoire des victimes pour qu'elles ne soient pas oubliées et afin de montrer qu'il ne s'agit pas de cas isolés. J'examine en ce moment différentes pistes pour la soutenir, de sorte qu'elle puisse tout de même poursuivre ses activités. Je vous remercie de votre attention.

 

13.03  Carmen Ramlot (Les Engagés): Le problème, monsieur le ministre, est que le calendrier avance, mais que l'arrêté n'a pas l'air d'avancer assez rapidement. Un an, ce n'est quand même pas rien! Alors, même si vous annoncez une bonne nouvelle, ce n'est pas suffisant. Il faut vraiment quantifier le phénomène parce que, pendant ce temps-là, des femmes meurent. Nous ne savons pas exactement si on peut les quantifier. Sans quantifier, il est impossible de mettre le doigt sur ce qui ne va pas et d'agir. Compter les féminicides n'est pas compter les mortes, c'est se donner les moyens d'éviter que cela arrive aux autres. Je vous remercie monsieur le ministre.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Dat brengt ons aan het einde van het vragenuurtje.

 

Wetsontwerp

Projet de loi

 

14 Wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, tot wijziging van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht, in het kader van overdracht van de wettelijke taken van de ondernemingsloketten aan de socialeverzekeringsfondsen voor zelfstandigen (1672/1-3)

14 Projet de loi modifiant l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, modifiant la loi du 30 décembre 1992 portant des dispositions sociales et diverses et modifiant le Code de droit économique, dans le cadre du transfert des missions légales des guichets d'entreprises aux caisses d'assurances sociales pour travailleurs indépendants (1672/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

14.01  Anthony Dufrane, rapporteur: Je renvoie à mon rapport écrit.

 

14.02  Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de voorzitter, het wetsontwerp waarvan de titel een hele mond vol is, beoogt de overdracht van de ondernemingsloketten naar de socialezekerheidsfondsen. In mensentaal, er komt één aanspreekpunt voor onze zelfstandigen, er komt één loket. Dat is een administratieve vereenvoudiging.

 

We kunnen dat alleen maar toejuichen, want ons motto is ondernemers laten ondernemen. Ondanks soms heel wat negatieve berichten daarover zien we dat de minister op kousenvoeten heel wat initiatieven neemt om de administratieve rompslomp voor de ondernemers weg te werken. Ze schrapt regelmatig heel wat bepalingen, zodat er wel degelijk meer ademruimte komt. Aan het einde van de rit, als het zo verder gaat, zullen we een mooi pakket kunnen presenteren, waardoor de ondernemers wel degelijk voelen dat we die ademruimte geven.

 

Een belangrijk punt naast de administratieve vereenvoudiging, is voor onze fractie dat de kans wordt benut om duidelijker de aangelegenheden die met de zesde staatshervorming een gewestelijke bevoegdheid werden, te omschrijven.

 

Kortom, iets wat nodeloos complex was, werd geschrapt, er is administratieve vereenvoudiging; er komt één aanspreekpunt en er is duidelijkheid over aangelegenheden die geen federale bevoegdheid meer zijn. Dat kunnen we alleen maar ondersteunen. We hopen dat we in de toekomst nog meer van dergelijke wetteksten zullen mogen goedkeuren.

 

14.03  Reccino Van Lommel (VB): We gaan het hele debat uiteraard niet opnieuw voeren, mevrouw de minister, maar ik ga toch een aantal punten samenvatten.

 

Uiteraard is administratieve vereenvoudiging een goede zaak. Wanneer er administratief vereenvoudigd wordt, dan zult u in ons altijd een bondgenoot vinden. De vraag is natuurlijk hoe men dat doet. Als het aan ons ligt, moeten we er wanneer we spreken over ondernemingsloketten voor zorgen dat die ondernemers ook zoveel mogelijk zelf kunnen doen. Dat betekent dat we een aantal taken van die ondernemingsloketten zoveel mogelijk overbodig moeten maken. Op dit moment werkt u My Enterprise uit. Dat is een goede eerste stap, maar wat ons betreft mag het zeker verder gaan.

 

Uw oplossing is klaarblijkelijk om de ondernemingsloketten samen te voegen met de sociale verzekeringsfondsen. Ik heb u al gezegd, mevrouw de minister, dat ondernemingsloketten over heel wat kernexpertise beschikken. De kernexpertise van sociale verzekeringsfondsen is trouwens heel verschillend. Ik vind dat u in uw wetsontwerp, dat gekaderd wordt in die administratieve vereenvoudiging, nogal gemakkelijk voorbijgaat aan de specifieke expertise van erkende ondernemingsloketten. Zij verrichten vandaag trouwens niet alleen de administratieve KBO-formaliteiten, maar moeten in bepaalde gevallen ook wettelijke voorwaarden controleren en effectief beslissingen nemen die rechtsgevolgen kunnen hebben. Daarom gelden voor hen vandaag heel specifieke erkenningsvoorwaarden. Het voorliggend wetsontwerp heft die erkenningsvoorwaarden op, zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat de deskundigheidsvereisten in de toekomst zouden moeten zijn.

 

Dan heb ik het nog niet gehad over de aanvullende, adviserende en vaak ook begeleidende dienstverlening die ondernemingsloketten vandaag aanbieden. Die wordt dan op haar beurt weer niet overgedragen aan de sociale verzekeringsfondsen. Daarvoor moeten ondernemers zich dan tot andere entiteiten wenden.

 

Ik stel ook vast, mevrouw de minister, dat de Nationale Hulpkas wordt uitgebouwd tot een publieke dienstverlener voor ondernemingsformaliteiten.

 

Ondernemingsbeleid is sinds de laatste staatshervorming in grote mate een regionale bevoegdheid geworden. In de plaats van een federale overheidsinstelling uit te bouwen, kunt u misschien beter inzetten op gewestelijke ondernemingsloketten, mevrouw de minister. Dat lijkt me een veel logischere stap.

 

Het toezicht dus ook de Economische Inspectie en de externe audit van het RSVZ - verschuift van de FOD Economie naar de minister. Dat geeft mij toch een déjà-vugevoel, mevrouw de minister, want ik merk dat dit wetsontwerp opnieuw een stap is om het rechtstreekse zeggenschap van de minister te versterken. We hebben dat ook al gezien bij de Orde van Architecten. Nu doet u het eigenlijk opnieuw. De minister krijgt ook sanctiebevoegdheid, waarbij we merken dat het bestaande administratieve beroep tegen sanctiebeslissingen van de minister verdwijnt. Het wetsontwerp voorziet ook niet in een vervangend administratief beroep.

 

Dat zijn toch allemaal vragen die bij ons rijzen als we kijken naar dit wetsontwerp dat u kadert in die grote administratieve vereenvoudiging. We vinden het uiteraard een goede stap dat er administratief wordt vereenvoudigd, maar we hadden het graag op een andere manier gezien. We hadden graag gezien dat het met minder greep, of geen nieuwe greep, van een federale minister zou gebeuren. Wij gaan ons daarom vandaag onthouden.

 

14.04  Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, we hebben het wetsontwerp dat de taken van de ondernemingsloketten overdraagt naar de sociale verzekeringsfondsen, uitvoerig besproken in de commissie voor Economie en daarbij onze opmerkingen meegegeven. We zijn niet tegen administratieve vereenvoudiging. Als een zelfstandige straks naar één loket kan in plaats van naar twee loketten, is dat alleen maar positief. Zelfstandigen hebben immers wel wat beters te doen dan twee keer dezelfde administratie te regelen.

 

Voor ons zit het probleem echter in wat erachter schuilgaat. Met het wetsontwerp wordt de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) gekoppeld aan het sociaal verzekeringsfonds. We vinden het belangrijk dat een zelfstandige vrij blijft om later van fonds te veranderen zonder extra kosten of administratieve drempels.

 

Bovendien zijn alle sociale verzekeringsfondsen private organisaties. Wij willen vermijden dat een wettelijke overheidstaak steeds verder wordt vermarkt en dat daarbij commerciële belangen spelen. Ook moet duidelijk zijn wie voor de nieuwe taak zal betalen en dat de rekening niet bij de zelfstandige terechtkomt.

 

Dat zijn voor ons belangrijke voorwaarden. Daarom kiezen wij vandaag voor een onthouding.

 

14.05  Steven Coenegrachts (Anders.): Collega's, wat hier vandaag voorligt, komt neer op administratieve vereenvoudiging. Daar zijn we altijd voorstander van en dergelijke ingrepen steunen we altijd.

 

Zoals collega Verkeyn gezegd heeft, mevrouw de minister, gaat het een beetje op kousenvoeten. Het gaat soms wat te langzaam, naar onze goesting althans. Het mag van ons wat sneller en het mag van ons wat meer zijn.

 

Ik weet dat u wat administratieve vereenvoudiging betreft een plan hebt. Er zijn, zoals in de adviezen bij het wetsontwerp aanbevolen wordt, op dat vlak nog grote stappen te nemen. Een van de suggesties houdt bijvoorbeeld verband met de dubbele publicatie in de KBO en het Belgisch Staatsblad. Is dat nog wel van deze tijd? Onze fractie heeft daaromtrent een eigen wetsvoorstel.

 

We hopen alvast dat we heel snel heel veel nieuwe stappen kunnen doen om de lasten voor ondernemers en zelfstandigen te verminderen. Onze fractie zal alleszins de voorgestelde stap met open armen aanvaarden en voorstemmen.

 

14.06 Minister Eléonore Simonet: Collega's, dank voor uw vragen. In de commissie hebben we hierover al goed gedebatteerd. Zoals u hebt kunnen zien, houdt het wetsontwerp puur een totale administratieve vereenvoudiging in voor onze ondernemers. Het is niet meer dan normaal om na 20 jaar de vraag te stellen of het wel nodig is dat twee verschillende entiteiten in de praktijk dezelfde ondernemers begeleiden, dezelfde processen gebruiken en vaak zelfs onder hetzelfde dak werken. Mijns inziens is het onze plicht om ons af te vragen of de bestaande organisatie nog wel de efficiëntste is.

 

Vous l'avez vu, on supprime les doublons et on regroupe les missions.

 

Mijnheer Coenegrachts en mevrouw Verkeyn, ik ben het volledig met u eens dat we bezig moeten zijn met administratieve vereenvoudiging. Mijn Kmo-plan bevat meer dan 20 prioritaire maatregelen voor administratieve vereenvoudiging. In de groeistrategie hebben we er nog met de MR. Wij blijven dus werken.

 

Mijnheer Van Lommel, wat uw vragen over mijn bevoegdheden en de transfer van de controle aan de minister van Zelfstandigen betreft, de hervorming brengt de regeling in overstemming met de sanctieprocedures die al gelden voor de opdrachten van de sociale verzekeringsfondsen in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen. Terwijl vandaag de sanctie in eerste aanleg wordt opgelegd door de controledienst en vervolgens kan worden aangevochten bij de minister, wordt in de nieuwe regeling de sanctiebevoegdheid onmiddellijk toegekend aan de minister zelf, zoals al het geval is in het kader van het sociaal statuut.

 

Een administratief beroep bij dezelfde minister verliest in die context zijn bestaansreden.

 

De afschaffing van het administratief beroep gaat evenwel niet gepaard met een vermindering van de procedurele waarborgen. Vooraleer de minister een geldboete kan opleggen, moet het sociale verzekeringsfonds eerst een waarschuwing hebben ontvangen en de gelegenheid krijgen om te worden gehoord. Daarbij wordt het fonds geïnformeerd over de ten laste gelegde feiten, de overtreden bepalingen, de mogelijkheid tot raadpleging van het dossier en de datum van de hoorzitting.

 

Donc, non, ce n'est pas moi qui prends encore plus de compétences.

 

Het gaat om een administratieve vereenvoudiging.

 

Mevrouw Van den Bosch, het is absoluut niet de bedoeling …

 

Je maintiens que le financement ne change pas, dans le sens où les missions légales des guichets d'entreprises sont maintenant intégrées au sein des caisses d'assurances sociales, avec les tarifications pour les inscriptions et les modifications. Ces tarifications sont indexées, comme cela se pratique depuis 2003.

 

Je n'ai jamais caché, pendant la commission, que cette volonté de transparence et de rationalisation des structures avait pour objectif final de faire diminuer les coûts pour nos indépendants, et non pas de les faire augmenter. Ce n'est vraiment pas le but que les indépendants payent la note, je vous rassure.

 

Je pense avoir répondu à toutes vos questions en commission.

 

Mijnheer Van Lommel, u sprak over de bevoegdheden.

 

Vous parliez des compétences des guichets d'entreprise.

 

Er werden inderdaad voorwaarden inzake beroepsbekwaamheid vastgesteld in 2003, via het ministerieel besluit van 19 mei 2003 houdende de vaststelling van de bewijsmiddelen van de beroepsbekwaamheid van de erkende ondernemingsloketten. Dat was aangewezen, aangezien de ondernemingsloketten een nieuwe opdracht moesten uitvoeren.

 

De situatie vandaag is volgens mij anders. De sociale verzekeringsfondsen nemen de opdrachten van de ondernemingsloketten over en de medewerkers van de ondernemingsloketten stappen over naar de sociale verzekeringsfondsen. Bovendien werd geen enkel probleem inzake beroepsbekwaamheid vastgesteld bij de ondernemingsloketten.

 

Ten slotte, de sociale verzekeringsfondsen beschikken al over verantwoordelijken en medewerkers met voldoende ervaring en kennis van de wereld van de zelfstandigen en de kmo's.

 

Mijnheer de voorzitter, meer kansen, minder obstakels, het is een speerpunt van mijn beleid sinds anderhalf jaar en we zijn ermee bezig.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

We vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1672/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1672/3)

 

Het wetsontwerp telt 45 artikelen.

Le projet de loi compte 45 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 45 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 45 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

Interpellaties

Interpellations

 

15 Samengevoegde interpellaties van

- Frédéric Daerden aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De opschorting v.d. privatisering/verkoop van Belfius en de versterking van de publieke verankering" (56000312I)

- Lode Vereeck aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De gedeeltelijke privatisering van Belfius" (56000313I)

- Kemal Bilmez aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De privatisering van Belfius" (56000314I)

- Alexia Bertrand aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De verkoop van 20 % van Belfius" (56000315I)

15 Interpellations jointes de

- Frédéric Daerden à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La suspension de la privatisation/cession de Belfius et le renforcement de l'ancrage public" (56000312I)

- Lode Vereeck à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La privatisation partielle de Belfius" (56000313I)

- Kemal Bilmez à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La privatisation de Belfius" (56000314I)

- Alexia Bertrand à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La vente de 20 % de Belfius" (56000315I)

 

15.01  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les indicateurs sont au rouge: le taux d'emploi stagne, le nombre de faillites explose, le déficit se creuse. Nous l'avons dit et répété, ce qui manque à ce gouvernement, c'est une vision, une stratégie économique pour soutenir les ménages et créer de l'activité. En effet, l'économie ne se développe pas en réduisant les dépenses publiques, en affaiblissant le pouvoir d'achat ou en espérant que le marché réglera spontanément tous les problèmes. Un État doit également être capable de fixer un cap, de soutenir l'investissement et de mobiliser les outils dont il dispose pour préparer l'avenir.

C'est cela, un État stratège.

 

Or que constate-t-on aujourd'hui? Faute de soutenir le pouvoir d'achat et l'économie, le gouvernement décide, dans une certaine opacité, de vendre jusqu'à 20 % de Belfius. Monsieur le ministre, ma première question est donc simple. Quel problème cette vente est-elle censée résoudre? S'agit-il de réduire structurellement la dette publique ou notre déficit? Non, car il s'agit d'une opération unique, un one-shot qui constitue une goutte d'eau pour la dette de notre pays. S'agit-il de renforcer financièrement la banque? Non, l'argent de la vente irait dans les caisses de l'État, pas dans celles de Belfius. S'agit-il alors de construire un nouveau projet économique ou industriel pour Belfius? À ce stade, aucun projet de cette nature ne nous a été présenté.

 

Dès lors, quelles sont les véritables motivations du gouvernement? S'agit-il, pour certains, d'une volonté communautaire visant à réduire progressivement les instruments économiques de l'État fédéral? S'agit-il, pour d'autres, d'un choix purement idéologique selon lequel tout ce qui appartient au secteur public devrait nécessairement être vendu ou réduit? La N-VA et le MR rêvent d'un État fédéral dépouillé de tous ses actifs. Les Engagés semblent avoir choisi de les laisser faire.

 

Monsieur le ministre, en commission des Finances et du Budget, les auditions ont confirmé qu'il subsistait d'importantes zones d'ombre. Première zone d'ombre: les autres possibilités ont-elles réellement été étudiées? Pourquoi ne pas envisager d'autres formes de partenariat qui apporteraient réellement de nouveaux moyens à la banque? Deuxième zone d'ombre: quels sont réellement les besoins financiers de Belfius? S'agit-il de garantir sa solidité, de financer sa croissance, de développer ses services, de soutenir davantage l'économie belge ou de lui permettre de rester autonome face au mouvement de consolidation du secteur bancaire européen?

 

M. Colmant a, à juste titre, rappelé que cette opération n'apporterait pas de nouveau capital à Belfius. La politique de dividendes évoquée risque aussi, demain, de peser davantage sur les capacités de développement de la banque.

 

Troisième zone d'ombre, quelles seraient les conséquences concrètes de l'arrivée de nouveaux investisseurs? Les investisseurs pourront-ils revendre leurs actions à des tiers? Pourront-ils demander à l'État de les racheter? Une future introduction en bourse serait-elle envisagée pour leur permettre de sortir? Ces questions sont apparemment techniques, mais elles sont en réalité très concrètes. Qui pourra, demain, entrer dans le capital de Belfius, en sortir et à quelles conditions? Certains experts ont également soulevé toutes les incertitudes et les dangers autour de cette question.

 

Quatrième zone d'ombre, quel serait le juste prix de Belfius? Quelle est la valorisation retenue par le gouvernement? Monsieur le ministre, le Parlement ne peut pas accepter que l'État vende une partie d'une banque stratégique sans disposer d'une vision.

 

Cinquièmement, aucune analyse globale n'a été présentée sur les conséquences de cette cession. Quant à la stratégie de Belfius et à ses missions auprès des pouvoirs publics, des ménages, des entreprises que nous connaissons, sans être unanimes sur la solution à privilégier pour l'avenir de Belfius, plusieurs experts ont également regretté le manque d'analyse fouillée.

 

Monsieur le ministre, chers collègues, la véritable question est celle du rôle que nous voulons confier à Belfius. Pour le groupe PS, une banque publique n'est pas simplement une banque dont l'État possède les actions. C'est un outil. Un outil qui doit travailler pour le pays. Elle doit être un instrument au service d'une stratégie économique et de priorités collectives. Elle doit également pouvoir investir, notamment là où les secteurs privés ne répondent pas toujours suffisamment présents. Elle doit soutenir la croissance de nos PME, de nos indépendants et aider les ménages à accéder à un logement, à financer sa rénovation. Elle peut mobiliser une partie de l'épargne considérable disponible en Belgique pour financer l'économie réelle. Voilà ce que signifie pour nous disposer d'une banque publique dans un État stratège!

 

Belfius dispose évidemment déjà d'une stratégie d'entreprise et remplit de nombreuses fonctions importantes. Ses dirigeants nous l'ont d'ailleurs rappelé lors des auditions. Il ne s'agit pas de nier le travail accompli, mais nous devons aller plus loin.

 

Qu'attend précisément l'État de Belfius? Quels investissements doit-elle soutenir prioritairement? Quel volume de financement doit-elle mobiliser? Au bénéfice de quels secteurs, de quels territoires et de quels publics? Avec quels objectifs et sous quel contrôle démocratique? Aujourd'hui, ces missions ne sont pas suffisamment définies, pilotées ni évaluées au regard du caractère public de la banque.

 

Monsieur le président, chers collègues, le gouvernement souhaite modifier l'actionnariat de Belfius, mais sans véritable projet, si ce n'est l'opportunité de percevoir une recette budgétaire unique. Pour notre part, nous ne proposons pas le statu quo. Nous proposons de renforcer Belfius, de la renforcer financièrement, de consolider son ancrage belge et de développer pleinement son rôle de banque publique au service de l'économie.

 

Face aux nombreuses questions qui demeurent sans réponse, la décision la plus responsable consiste à suspendre, ou à tout le moins à temporiser, le processus de cession. Mettre ce processus sur pause ne signifie pas renoncer à toute évolution. Cela signifie prendre le temps de définir une véritable stratégie et d'évaluer les différentes options en toute transparence. Cela signifie également permettre au Parlement de se prononcer avant qu'une décision irréversible ne soit prise.

 

Monsieur le ministre, quels objectifs précis le gouvernement poursuit-il en vendant jusqu'à 20 % de Belfius? Quelles autres options ont été étudiées avant de privilégier un placement privé? Quelle serait l'incidence de cette cession sur la stratégie de Belfius, sa politique de dividendes, sa solidité financière et ses missions à l'égard des pouvoirs publics, des ménages et des entreprises?

 

Belfius a-t-elle besoin de capital supplémentaire? Si oui, pour quel montant, pour quels objectifs et selon quel calendrier? Comment la vente d'actions existantes, dont le produit reviendrait à l'État, permettrait-elle de répondre à ce besoin? Quelle est la valorisation actuelle de Belfius et quel produit le gouvernement attend-il de cette vente? Si le produit attendu est inférieur à 2 milliards d'euros, qu'envisagez-vous de faire?

 

Quel projet économique, industriel et stratégique commun justifierait l'entrée d'investisseurs privés dans le capital de Belfius? Enfin, le gouvernement accepterait-il de suspendre le processus de cession et de présenter au Parlement une stratégie complète avant toute décision définitive concernant l'actionnariat de Belfius?

 

Je vous remercie déjà pour vos réponses.

 

15.02  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, stel dat u een huis hebt dat ieder jaar huur oplevert. U verkoopt een vijfde. U zult dan niet alleen kijken naar de som geld die u vandaag krijgt, maar ook naar de huurinkomsten die u kwijt bent de daaropvolgende jaren, naar de rechten die de nieuwe mede-eigenaar krijgt en naar wat er gebeurt indien de mede-eigenaar later opnieuw wil verkopen.

 

Dat geldt ook voor de verkoop van 20 % van de aandelen van Belfius, dat nu nog voor 100 % in handen is van de staat. De vraag is dus niet alleen wat de staat vandaag krijgt, maar ook wat de staat morgen opgeeft en welke rechten aan die 20 % verbonden zijn. Dat is de essentie van het dossier.

 

Als u meent dat u met die 2 miljard euro de financiële markten zult kalmeren, zult u rap iets anders moeten denken. De operatie vermindert de staatsschuld met amper 0,3 % van het bruto binnenlands product en de rentelasten met amper 70 %.

 

Een eerste punt is dat de waarde van de operatie niet alleen bestaat uit de verkoopprijs van die 20 %, maar ook uit de waarde van de resterende 80 % en de toekomstige rol van Belfius als kredietverlener in onze economie. Wat is uw visie daarop? We hebben ze nog niet gehoord.

 

Het tweede punt is het dividendbeleid. Omdat de staat evenveel dividend wil blijven ontvangen, wordt de uitkeringsratio verhoogd van 40 % naar 50 %. Hoe u het ook draait of keert, dat verzwakt de bank. Geld dat als dividend uit de bank vertrekt, kan immers niet worden gebruikt voor kredieten of als kapitaalbuffer.

 

Het dividendbeleid mag echt niet worden bepaald door wat de federale begroting elk jaar nodig heeft, maar wel door wat gezond is voor de bank.

 

Het derde punt is de prijs. De waarde van Belfius wordt geschat op 11,5 tot 13 miljard euro. 20 % daarvan is 2,3 tot 2,6 miljard euro. Als de verkoopprijs effectief 2 miljard euro bedraagt, is de vraag waarom een korting van 300 à 600 miljoen euro moet worden gegeven.

 

We kennen natuurlijk een deel van het antwoord. De kopers krijgen namelijk een minderheidsbelang van niet-beursgenoteerde aandelen. Ze hebben dus geen controle en kunnen er niet zomaar uitstappen. Dat maakt die aandelen minder waard. Op een dag wil de privé-investeerder echter wel zijn investering te gelde maken.

 

Dat brengt mij bij het vierde punt. Hoe wilt u de lokale verankering van België eigenlijk combineren met de noodzaak van private investeerders om ooit te kunnen verkopen? Vandaag worden de nieuwe aandeelhouders via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij geselecteerd en uitgekozen. Het gaat dus om een onderhandse verkoop of een private plaatsing, in plaats van een beursgang waarbij iedereen een aandeel zou kunnen kopen.

 

Wat zijn de exitvoorwaarden? Mogen de private investeerders hun 20 % later verkopen? Binnen welke termijn? Aan wie, aan een buitenlandse bank, aan een investeringsfonds, aan een staatsfonds? Kan de staat dat tegenhouden? Heeft de staat een voorkooprecht? Moet een nieuwe koper aan dezelfde selectievoorwaarden voldoen? Mogen de private aandeelhouders uiteindelijk alsnog verkopen via de beurs? Strijken ze dan die 300 à 600 miljoen euro op die ze nu als korting krijgen? Wat als de investeerder zelf wordt overgenomen? U ziet dat al die exitvoorwaarden vooraf contractueel geregeld moeten zijn. Hoe sterker u die aandeelhouders vastzet, hoe sterker natuurlijk de verankering. Hoe sterker u ze vastzet, dus hoe sterker de verankering, hoe minder interessant en hoe minder waardevol hun belang natuurlijk wordt en hoe minder ze ervoor willen betalen. U kunt dus niet tegelijkertijd een maximale prijs en een maximale verankering hebben. U moet daarin een keuze maken.

 

Vijfde en laatste punt. Waarom wordt die 20 % of een deel ervan niet opengesteld voor het brede publiek, voor kleine spaarders en beleggers? Een private plaatsing zou zogezegd zorgen voor aandeelhouders met meer expertise en strategische betrokkenheid, maar ook die willen er op een bepaald moment uit. Waarom dus geen beursnotering? Die heeft als voordeel dat er een marktprijs is en voldoende liquiditeit, met andere woorden, beleggers kunnen makkelijk kopen én verkopen. Bovendien zorgt dat voor een bredere spreiding en meer draagvlak.

 

Mijnheer de minister, na de hoorzitting zijn er heel veel vragen opgedoken. Wat is 20 % van Belfius echt waard? Welke rechten krijgen die nieuwe aandeelhouders? Hoelang moeten zij hun aandelen bijhouden? Wat is die 80 % nog waard? Is eigenlijk wel berekend of die private plaatsing beter is dan de huidige situatie of een beursgang? Dat zijn, voor alle duidelijkheid, geen vragen voor of tegen de privatisering, maar dringende vragen om te weten wat we precies verkopen en wat we terugkrijgen.

 

15.03  Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, privatiseren als het goed gaat, nationaliseren als het slecht gaat. Dat is de rode draad van de geschiedenis van Belfius, het vroegere Dexia.

 

Vandaag staan we opnieuw op dat punt. Het Gemeentekrediet, de voorganger van Dexia, financiert de gemeenten al sinds de 19de eeuw en was lange tijd in handen van de gemeenten zelf. In de jaren negentig heeft de bank zich echter blindgestaard op privatisering en buitenlandse groei. Daaruit is de Dexiagroep ontstaan. We weten allemaal hoe dat is afgelopen. Dexia speelde een hoofdrol in de bankencrisis van 2008 en kon in 2011 alleen nog worden gered door een volledige nationalisering. Zo is het huidige Belfius ontstaan.

 

U zegt graag en vaak dat het niet aan de overheid is om bankier te spelen. Tenzij het slecht gaat natuurlijk, dan mag de overheid wel bankier zijn. Dan mag de belastingbetaler wel de rekening betalen. Dat is toch echt een cynisch systeem: de winsten privatiseren, de verliezen collectiviseren.

 

Sinds 2011 hebben opeenvolgende regeringen zich tot doel gesteld de bank terug te verkopen. Ondertussen is Belfius vooral een melkkoe geweest. Men keek naar het rendement en naar de dividenden om op korte termijn de gaten in de begroting te vullen en nu ook om het defensiefonds te spijzen. Nu zet de regering die lijn voort. U focust op rendement en privatisering en niet op het maatschappelijk rendement en potentieel van deze bank.

 

Tijdens de hoorzitting hebben we verschillende malen gehoord dat het belangrijk is de strategische lokale verankering te garanderen. Onze bankensector wordt immers in grote mate door buitenlandse groepen gecontroleerd. Nu wilt u 20 % van onze enige overheidsbank verkopen. Daarom heb ik een aantal concrete vragen voor u.

 

Ten eerste, vindt u die lokale verankering belangrijk? Zo ja, hoe wilt u die garanderen? Tijdens de hoorzitting pleitte de directie van Belfius voor een privatisering die gepaard gaat met buitenlandse expansie en hogere dividenden. Dat is natuurlijk de tegenovergestelde richting. Privé-investeerders komen immers niet voor de lokale verankering. Die komen voor rendement. Dat is het hele punt.

 

De gedeeltelijke privatisering van Belfius zal die verankering alleen maar verder onder druk zetten. Bovendien is er ook geen enkel democratisch mandaat voor de rol van Belfius op lange termijn.

 

Over de voorwaarden voor de potentiële investeerders zal ook in het geheim worden onderhandeld. Dit Parlement, en dus de bevolking die de bank heeft gered, weet niet wat er wordt afgesproken over iets wat zijn eigendom is.

 

Ik vraag het u dus expliciet, is de lokale verankering een expliciete doelstelling of primeert het rendement?

 

Ten tweede, wat met de publieke en sociale sector? Gemeenten, ziekenhuizen, scholen, woonmaatschappijen en verenigingen zijn allemaal historische klanten van Belfius. Zij hebben nood aan gepaste financiering en diensten waarbij winst niet centraal staat. Hoe zorgt u ervoor dat de dienstverlening aan precies deze klanten niet achteruitgaat? Of geeft u het eigenlijk toe: de gemeenten en scholen kunnen u niet echt schelen, u wilt vooral dat Belfius veel winst maakt?

 

Hoe combineert u lokale dienstverlening met buitenlandse groei? Goede spaarrentes voor lokale klanten en voor de economie, dat past niet bij een groep die naar het buitenland kijkt om snel winstgevender te worden. Laten we eerlijk zijn, het is net die buitenlandse groei, met hogere winsten als doel, die aan de basis lag van het faillissement van Dexia in 2008. Welke les hebt u daaruit getrokken?

 

Stabiliteit, lokale verankering, een goede maatschappelijke financiering en dienstverlening, uw privatisering zet dat allemaal op de helling. Wij zeggen dan ook duidelijk neen tegen de privatisering. Gok niet opnieuw met onze toekomst. Houd de bank publiek en zet niet in op hoge dividenden, maar zorg ervoor dat de bank echt publiek wordt, met een publiek mandaat om haar middelen in te zetten om de samenleving te dienen.

 

Er is een ander verhaal mogelijk, minister. Er wordt vaak gezegd dat het niet aan de overheid is om bankier te spelen. Wie dat zegt, heeft oogkleppen op. Er zijn heel wat publieke banken in Europa die erg performant zijn en een steeds belangrijkere rol in het economische beleid spelen. De opeenvolgende crisissen tonen aan dat er nood is aan instellingen die niet stoppen met financieren als het economisch slecht gaat, maar die net wel durven te investeren. Belfius publiek houden is dus perfect mogelijk en zou veel voordelen kunnen opleveren. Mijn laatste vraag is dan ook of u de piste om Belfius publiek te houden serieus hebt onderzocht of totaal niet.

 

15.04  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, uw houding roept bij mij eerlijk gezegd herinneringen op aan het debat over de meerwaardebelasting, toen experten afraadden om die in te voeren en volhielden dat er andere manieren zijn om de kas te stijven. Wat hoorden wij eergisteren in de commissie? Zeven experten onderstreepten dat de manier waarop de transactie wordt georganiseerd, niet de juiste is Toch zet u uw plan door. Ik trek één conclusie uit de hoorzitting, namelijk dat er twee grote verliezers zijn, de belastingbetalers en Belfius.

 

De eerste grote verliezer is de belastingbetaler. De regering heeft beslist om 20 % te verkopen voor een opbrengst van ongeveer 2 miljard euro. De kleine belegger, die een aantal jaren geleden Belfius gered heeft, mag echter niet meedoen. De kleine spaarder wordt uitgesloten van de transactie, net op een moment waarop iedereen zegt dat het spaargeld geactiveerd moet worden om het naar de reële economie te laten vloeien. Wat is er dan beter voor de reële economie dan Belfius, de bank van de collectiviteiten, van de kmo's, van de gemeenten? De kleine belegger mag echter niet meedoen.

 

De belastingbetaler verliest eigenlijk twee keer: één keer omdat hij niet mag meedoen en een tweede keer omdat de bank met een korting wordt verkocht. Waarom wordt die met korting verkocht? U hebt dat zo geregeld. De private partner krijgt 20 %, maar daarmee is die nog geen referentieaandeelhouder en beschikt die niet over een minderheidsblokkering. Dat leidt tot de toepassing van een korting; dat zijn basisprincipes van de economie.

 

Als 20 % goed is voor 2 miljard euro, zou Belfius 10 miljard euro waard zijn, maar is dat wel zo, mijnheer de minister? Mikael Petitjean, professor aan de UCL en expert in waarderingen, schatte de waarde van Belfius eergisteren in de commissie immers tussen 11,5 miljard euro en 13,2 miljard euro. Ben Granjé, verwees naar de berekeningen van Pascal Dendooven, die tot 18 miljard euro gaan. Zelfs als men daar een korting op toepast, gaat het nog om 16 miljard euro. Dat is dus een vermenigvuldiging met 1,5; wat gewoon is in de bankensector. Het lijkt dus niet helemaal overdreven. Benoît van den Hove van Euronext stelde dat een beursgang de beste manier is om te weten wat dat bedrijf echt waard is. Die kans zullen we nu niet krijgen.

 

De tweede grote verliezer is Belfius zelf. Er is totaal geen langetermijnstrategie en geen visie. Er zullen wel meer dividenden uitbetaald worden. Dat is de overheid niet vergeten. Men gaat van 40 % naar 50 %, los van de solvabiliteit van het bedrijf. Wat is de economische logica op de lange termijn van de operatie? Econoom Bruno Colmant zag er alvast geen.

 

Wat gebeurt er? We verkopen 20 % en daarna blijft de Staat structureel aandeelhouder voor 80 %? Geen idee. Komt er later alsnog een beursgang? Dat is onduidelijk. Er gaat geen euro nieuw kapitaal naar Belfius, collega’s. Het is geen operatie voor Belfius. Het is een operatie voor de Staat, want die krijgt een hoger dividend.

 

De heer Van de Cloot had heel harde woorden voor de overheid. Hij noemde het opportunisme en verwees naar de Proximuslogica van sinterklaas. Hij noemde het de kwalijke gulzigheid van de overheid. Eerst de begroting, dan de balans, maar zal de transactie de begroting echt helpen? Eigenlijk niet. De schuld zal dalen met 0,35 %. Dat zijn peanuts, maar u wilt uw operatie rond hebben, want de coalitie heeft dat beslist. Dan komt er nog een superdividend voor het einde van het jaar. Dat is de echte reden van de verkoop. Het gaat niet over execution certainty, zoals we dat gisteren hoorden van Belfius. Het gaat over execution speed. De transactie moet afgerond zijn tegen het einde van het jaar, want de Staat moet zijn superdividend krijgen.

 

Waarom kiest u voor een onderhandse verkoop? Hoeveel waarde bent u bereid om op te geven? Wat is de strategische finaliteit van de operatie, mijnheer de minister? Blijft de Staat structureel voor 80 % aandeelhouder of is het een eerste stap naar een verdere afbouw?

 

Waarom krijgt de burger bij die privatisering geen mogelijkheid om aandeelhouder te worden, bijvoorbeeld via een retailtranche? In welke mate heeft de begrotingsdoelstelling om de opbrengst nog in 2026 te realiseren, de keuze voor de verkoopmethode beïnvloed? Bent u bereid om een onderhandse verkoop nog te evalueren?

 

15.05  Jan Jambon, ministre: Monsieur le président, chers collègues, de nombreuses questions ont été posées aujourd'hui au sujet de l'ouverture prévue du capital de Belfius. Comme plusieurs d'entre elles portent sur le même sujet, je les ai regroupées autant que possible.

 

Permettez-moi d'abord de rappeler l'essentiel. Le gouvernement a choisi d'ouvrir au maximum 20 % du capital de Belfius à des investisseurs privés, tandis que l'État, via la Société Fédérale de Participations et d’Investissement (SFPIM), conservera une participation de 80 % et donc le contrôle de Belfius. Cette opération n'est pas uniquement motivée par des considérations budgétaires. L'ouverture du capital doit aussi permettre d'attirer des actionnaires expérimentés, prêts à s'engager sur le long terme, à soutenir le plan stratégique de Belfius, à apporter une expertise utile, tant sur le plan stratégique qu'opérationnel, et à contribuer à une création de valeurs durables.

 

Cela se reflète d'ailleurs dans les critères de sélection. Outre le prix, nous examinerons également l'expérience, l'approche en matière de gouvernance, la crédibilité en tant que partenaire ainsi que l'adhésion à la stratégie à long terme et à l'ancrage belge de Belfius.

 

Laissez-moi premièrement développer le rôle stratégique et la vision à long terme pour Belfius. Une première série de questions concerne ce rôle fondamental de Belfius. Cela rejoint directement la question de savoir si Belfius continuera à jouer un rôle stratégique en matière d'épargne, d'investissement, de logement, de financement des entreprises locales et des différentes transitions. Toutes les banques ont pour objectif, en tant qu'intermédiaires financiers, de collecter l'épargne et de l'utiliser pour financer des investissements publics et privés. Une banque collecte l'épargne des ménages et des entreprises et l'utilise notamment pour octroyer des crédits hypothécaires aux particuliers, des prêts aux entreprises et des financements aux pouvoirs locaux.

 

Belfius remplit elle aussi pleinement ce rôle. Ce qui distingue Belfius, c'est son ancrage très fort dans le secteur public de ce pays, où elle occupe une position de leader dans les secteurs public et non marchand. À ce titre, elle constitue un partenaire de financement important pour de nombreux pouvoirs locaux et institutions sociales. Belfius revêt également une importance stratégique, parce qu'en tant que banque belge dirigée depuis la Belgique, elle contribue à la stabilité à long terme de notre système financier. Et cela vaut aussi dans les périodes difficiles.

 

Imaginons qu'une grave crise financière survienne. Il est alors essentiel de pouvoir compter sur de grandes institutions financières capables de continuer à fonctionner de manière stable et sur lesquelles l'économie belge peut continuer à s'appuyer.

 

Dus ja, als referentieaandeelhouder heeft de staat een langetermijnvisie voor Belfius. Het gaat daarbij uiteraard niet om het dagelijkse commerciële beleid van de bank. Dat behoort tot de verantwoordelijkheid van het management en van de bestuursorganen. Wij vinden het belangrijk dat Belfius op lange termijn een belangrijke rol blijft spelen in de financiering van de Belgische economie. Dat betekent dat Belfius gezinnen en ondernemingen blijft ondersteunen, maar ook lokale besturen, ziekenhuizen en de publieke en non-profitsector. Daarnaast kan een bank een belangrijke rol spelen bij de financiering van de vele investeringsnoden van ons land en onze economie. Vanuit die langetermijnvisie behoudt de staat een meerderheidsbelang.

 

Ik kom tot het tweede punt. Waarom opteren we voor een private kapitaalopening en niet een beursgang? Daarvoor zijn verschillende redenen.

 

Een eerste element is de zekerheid van de transactie. Een private plaatsing biedt meer controle over timing en uitvoering dan een beursintroductie, die sterker afhankelijk is van de heersende marktomstandigheden.

 

Een tweede element is dat we bij een private plaatsing ook de kwaliteit van de investeerder kunnen selecteren. De bedoeling is ervaren langetermijnaandeelhouders aan te trekken, die het strategisch plan van Belfius kunnen ondersteunen, relevante strategische en operationele expertise kunnen bijdragen en als een geloofwaardige partner kunnen optreden. Daarom kijken we in de selectiecriteria niet alleen naar de prijs, maar ook naar die eerder genoemde criteria.

 

Een private plaatsing biedt bovendien een langetermijngerichte aandeelhoudersbasis zonder Belfius onmiddellijk bloot te stellen aan de kortetermijndruk van een beursnotering.

 

Op de vraag of de private plaatsing objectief is vergeleken met alternatieven zoals het behoud van honderd procent staatsbezit of een gedeeltelijke beursgang, verwijs ik naar het antwoord van de heer Van Loo tijdens de recente hoorzitting. Er is een fairness opinion uitgevoerd van de waarde van Belfius. Die kan niet worden gedeeld. De keuze voor de private kapitaalopening steunt op de combinatie van transactiezekerheid en de mogelijkheid om investeerders op kwalitatieve criteria te kunnen selecteren.

 

Troisièmement, j'en viens à la question de l'objectif budgétaire et du délai. Nous avons examiné attentivement l'ensemble des points de vue exprimés lors des auditions. Si les recettes pour l'État constituent évidemment un élément important de la logique de l'opération, les objectifs de la transaction, tels qu'ils ont été convenus au sein du gouvernement, vont au-delà d'une simple recette budgétaire immédiate.

 

Comme je l'ai indiqué dans ma réponse précédente, la stratégie à long terme de Belfius, la qualité de l'investisseur et la création de valeurs futures jouent également un rôle. L'opération ne répond donc pas uniquement à une logique budgétaire.

 

Quatrièmement, il me faut évoquer la valorisation, la gouvernance et les autres conditions de négociation. Sur ce point, je dois fixer une limite claire. Je ne peux évidemment pas vous communiquer d'informations sur les éléments qui font actuellement l'objet de négociations avec les candidats et les investisseurs, et je ne le ferai pas. Cela vaut pour les éléments de valorisation, d'éventuelles réductions, les paramètres de prix, les accords de gouvernance, les droits d'information et de représentation, une éventuelle durée minimale de détention, les conditions de sortie, ainsi que tout autre élément faisant directement partie des négociations en cours et susceptible d'influencer ou d'affaiblir notre position de négociation.

 

La réponse est donc la même pour toutes ces questions. Tant que le processus est en cours, je ne vais pas m'avancer sur des conditions qui font l'objet de négociations avec les candidats investisseurs.

 

Cinquièmement, j'aborderai la valeur de la participation restante de 80 %. Je peux être bref sur ce point. L'objectif de l'ouverture du capital est de renforcer Belfius et, ce faisant, de maximiser à terme la valeur de la participation de 80 % qui restera détenue par l'État.

 

J'en viens à l'ancrage national et local. Pour nous, cet ancrage constitue un aspect essentiel. Il entre également en ligne de compte dans la sélection des candidats investisseurs. L'enjeu n'est donc pas de choisir entre une banque solidement ancrée localement et une banque rentable. Il s'agit de concilier les deux. Belfius doit rester une banque belge forte qui soutient ses clients locaux et l'économie de ce pays, tout en continuant à développer ses activités de manière disciplinée et durable, là où cela se justifie économiquement.

 

De heer Bilmez vraagt zeer specifiek hoe we willen vermijden dat hogere winstdoelstellingen leiden tot een slechtere dienstverlening aan de publieke en de sociale sector, twee historische klantsegmenten van Belfius. Ik ben het met hem eens over die klantsegmenten. Hij suggereert daarbij dat winstgevendheid en maatschappelijke dienstverlening met elkaar in tegenspraak zouden kunnen zijn. Daar moeten we vaststellen dat wij vanuit een andere economische analyse vertrekken. Winstgevendheid is voor ons geen doelstelling die haaks staat op de maatschappelijke rol van Belfius. Integendeel, een bank moet juist voldoende winstgevend en kapitaalkrachtig zijn om op lange termijn kredieten te kunnen verstrekken, investeringen te kunnen financieren en economische schokken te kunnen opvangen. Een structureel onvoldoende rendabele bank kan haar maatschappelijke rol uiteindelijk minder goed vervullen.

 

Er zijn vandaag bovendien grote investeringsnoden. Zowel het rapport van de heer Draghi over het concurrentievermogen van Europa als het rapport van de heer Letta over de interne markt wijzen op de noodzaak om de investeringen in Europa aanzienlijk op te trekken. Het gaat onder meer om energie, infrastructuur, digitalisering, defensie en de transitie naar een koolstofarme economie. Die zijn ons hier natuurlijk ook niet vreemd. Die investeringen zullen voor een belangrijk deel door de private sector en de financiële sector moeten worden gefinancierd. We hebben bijgevolg sterke, gezonde en winstgevende banken nodig om die investeringen mogelijk te maken.

 

De heer Bilmez legt ook expliciet de link met buitenlandse groei en met Dexia. De les van Dexia is volgens mij niet dat een bank niet mag groeien, maar dat groei nooit los kan worden gezien van risico, financiering, liquiditeit en kapitaal. Op die vlakken is het regelgevende kader sinds de financiële crisis aanzienlijk versterkt, met meer mogelijkheden om buitensporige risico's en kwetsbare groeimodellen tijdig te detecteren en, in voorkomend geval, te begrenzen.

 

Ten slotte zijn er verschillende vragen over alternatieve scenario's: Belfius volledig in overheidshanden houden, alsnog kiezen voor een beursgang, burgers via een retailtranche laten participeren of het huidige proces opschorten. De regering heeft gekozen voor een beperkte private kapitaalopening, met behoud van 80% en dus van de controle door de Staat. Een opschorting is niet aan de orde. De argumenten voor die keuze heb ik in mijn antwoorden tot hiertoe uiteengezet: de transactiezekerheid, de mogelijkheid om ook kwalitatief investeerders te selecteren en de langetermijnontwikkeling van Belfius.

 

Ik dank u.

 

15.06  Frédéric Daerden (PS): Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie. Je vous ai évidemment écouté avec attention et vous avez tenté de justifier la poursuite de cette opération, notamment par ses conséquences budgétaires, par la nécessité de réduire l'endettement. Même si vous ne l'avez pas dit ainsi, on sent bien que cette opération doit aller vite car il faut vite avoir deux milliards pour le budget de l'État.

 

Sur l'essentiel, vous n'avez pas répondu à nos questions. Vous ne nous avez pas expliqué – en tout cas je n'ai pas été convaincu – le projet économique qui justifie cette vente. Vous n'avez pas précisé les besoins financiers de Belfius. Vous n'avez pas davantage donné de garantie sur le prix, sur les droits des futurs investisseurs, sur le contrôle futur de la banque.

 

C'est soi-disant, et je peux l'entendre, confidentiel à ce stade et nous n'aurons qu'à dire oui, qu'à constater ce que vous allez faire. Je crains que ce soit contraire à l'intérêt de notre pays et de ses citoyens. Votre réponse confirme ce que nous craignions. Cette opération ne repose pas sur une stratégie pour Belfius. Elle repose essentiellement sur une préoccupation budgétaire immédiate. On ne peut pas réparer durablement les finances publiques en vendant progressivement les outils économiques de l'État. Le budget ne peut pas devenir un puits sans fond dans lequel disparaissent les uns après les autres nos actifs stratégiques.

 

Une suspension, une temporisation pourrait entraîner des conséquences sur le prix et sur la crédibilité du processus, dites-vous, mais une mauvaise vente coûte toujours plus cher que le temps nécessaire pour prendre une bonne décision. Vous continuez à considérer Belfius principalement comme une ligne budgétaire dans un tableau budgétaire. Nous la considérons comme un levier économique, un levier important et au moment précis où notre économie manque de leviers, vous choisissez d'en céder une partie.

 

Je suis certain que vous avez demandé – ou que vous allez demander – à votre majorité d’adopter une motion pure et simple. Je serais étonné du contraire. Cela ne fera toutefois pas disparaître les questions restées sans réponse. Une telle motion ne remplacera ni une stratégie économique, ni une analyse sérieuse, ni la transparence que le Parlement et les citoyens sont en droit d’attendre.

 

C’est pourquoi nous déposons une motion de recommandation demandant la suspension du processus de cession et la présentation au Parlement d’une stratégie complète visant à renforcer Belfius dans son rôle de banque publique.

 

15.07  Lode Vereeck (VB): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik heb goed geluisterd en geprobeerd uw antwoorden te begrijpen.

 

Laten we beginnen met uw langetermijnvisie en de strategische rol die u blijkbaar nog ziet voor Belfius. Ik heb eigenlijk niets anders gehoord dan dat Belfius zal doen wat Belfius doet, namelijk kredieten verlenen aan onze gezinnen, onze bedrijven en onze lokale besturen, gemeenten en provincies. Dat is ook een beetje de historische functie van die bank. Als dat het geval is, waarom verkopen we de bank dan? Waarom privatiseren we ze dan voor 20 %? Het antwoord luidt dan dat we met de verkoop van 20 % expertise binnenhalen.

 

Dat wil ik nog wel eens zien, want waar zit bancaire expertise? Die zit bij banken, maar die hebt u a priori al uitgesloten. ING was te Hollands en de Franse banken waren te Frans. Wat we tot nu toe horen, is dat het hier gaat om families die blijkbaar over voldoende bancaire expertise zouden beschikken.

 

Dat geeft geen antwoord op de vraag, wie het ook is, wat de exitvoorwaarden zijn. U zult dat gedeelte van de bank niet tegen een degelijke prijs kunnen verkopen, als die families of die kandidaten hun aandelen ook niet kunnen verkopen. Wat is die expertise dan waard? U geeft geen enkele toelichting bij de exitvoorwaarden, wat informatie daarover behoort zogezegd tot het geheim van de onderhandelingen. Geheim, allemaal goed en wel, maar dat is natuurlijk precies waarom u een korting moet geven.

 

Professor Petitjean schat de waarde van de bank voorzichtig tussen 11,5 en 13 miljard euro. Dus 20 % is 2,3 tot 2,6 miljard euro. Dat is de standalonevalue van Belfius. Aangezien u zult verkopen voor 2 miljard euro, weten we wat de expertise waard is, namelijk 300 à 600 miljoen euro, die we dus ook kwijt zijn als overheid en als burgers - wij bezitten die bank nu - op het moment dat we eruit stappen.

 

U argumenteert dat de winstgevendheid en de budgettaire gevolgen u allemaal niet interesseren. Neen? Dan is mijn voorstel om de uitkeringsratio niet te wijzigen. Dat is ook wat Ivan Van de Cloot heeft voorgesteld. Er zijn zoveel vragen, ook over de beursgang bijvoorbeeld. Die gaat er uiteindelijk natuurlijk wel komen, want de betrokkenen moeten hun aandelen kwijtraken.

 

Ik ben dus niet overtuigd. Ik vind het voorstel, zoals zo vaak, eigenlijk redelijk amateuristisch. We horen veel frasen zoals de rol van de bank is dat ze een rol heeft. Men vaart weer blind en het Parlement mag veel niet weten. Als we geen onderbouwde argumenten horen, kunnen we dat natuurlijk ook zeer moeilijk goedkeuren.

 

Ik heb een motie van aanbeveling ingediend niet om de zaken te vertragen of op de rem te staan, maar, mijnheer de minister, om u aan te sporen gas te geven om wel met zeer concrete, goed onderbouwde beslissingen te komen en die ook mee te delen. De argumenten moeten sterker en verfijnder en ik wil veel meer feiten en cijfers.

 

Ik heb, mijnheer de voorzitter, trouwens tegen beter weten in een motie van aanbeveling ingediend, want die zal toch via de eenvoudige motie worden weggestemd, systeem dat een van de stomste is waarmee ik ooit in mijn parlementaire carrière werd geconfronteerd. Het is echt ronduit stupide. Mijn fractieleider heeft al geprobeerd om dat van tafel te krijgen. Het is volgens mij intrinsiek ondemocratisch, want het is een beslissing om niet te stemmen. Ik snap dat niet. U mag van mij gerust tegen elke motie die wij indienen, stemmen. Ik denk dat het vooral intellectuele luiheid is. U bent gewoon te lui om moties van aanbevelingen te lezen en een standpunt in te nemen. Mijn collega's en ikzelf hebben er tijd in gestoken. Bekijk onze motie eens en stem erover. Stem eventueel tegen en geef een goede verantwoording.

 

15.08  Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, net zoals na de hoorzitting, ben ik nu ook na uw antwoorden nog altijd niet overtuigd van waarom Belfius geprivatiseerd moet worden.

 

U zegt dat het niet enkel om budgettaire redenen gaat. Natuurlijk gaat het wel vooral om budgettaire redenen. U zegt dat er een langetermijnvisie is die de lokale verankering zal behouden. Maar welke visie is dat? Waar staat die, ligt die ergens vast? Kunnen we die lezen? Is die bindend? Nee, u zegt dat hier gewoon, maar er is geen enkele garantie dat de lokale verankering behouden blijft.

 

Uit de hoorzitting bleek immers dat Belfius vooral bezig is met buitenlandse expansie en zich daarom wel aan het voorbereiden is op die privatisering. Het gaat niet om de lokale verankering, het gaat niet om het financieren van de lokale overheden, enzovoort.

 

We weten hoe dat gaat. U zegt ook dat de overheid een meerderheidsaandeelhouder blijft. We weten heel goed hoe dat gaat, want het begint met een gedeeltelijke privatisering, met specifieke privé-investeerders, en het eindigt met een beursgang. Zo ging het ook bij alle andere privatiseringen in ons land.

 

Met de PVDA gaan we daar niet mee akkoord. Onze economie en samenleving hebben nood aan een echte overheidsbank waarop mensen kunnen vertrouwen, waar spaarders een gewaarborgde en goede rentevoet krijgen en particulieren goedkope leningen kunnen krijgen. We willen een publieke bank, die economische ontwikkeling stimuleert met investeringen in lokale openbare diensten en aantrekkelijke leningen kan aanbieden aan zelfstandigen en kmo's met sociale en ecologische doelen.

 

Wij willen dat Belfius echt publiek beheerd wordt. We willen dus geen bank die bestaat om de regering te bedienen met hoge dividenden, maar een publieke bank die de economische hefboom benut van haar 124 miljard euro aan kredieten en haar andere financiële diensten, om net te kunnen antwoorden op die zoveel maatschappelijke uitdagingen.

 

Met een sterk publiek mandaat kan Belfius voluit haar rol spelen: kantoren in de buurt, voldoende personeel met deftige arbeidsvoorwaarden, spaarrekeningen voor de klanten en leningen aan gunstige voorwaarden voor de lokale kmo's, de sociale sector en de lokale overheden.

 

Wij verzetten ons tegen die privatisering. Wij vinden het onbegrijpelijk dat er geen lessen worden getrokken uit de crisis van 2008 en dat er opnieuw geprivatiseerd wordt, nadat de belastingbetaler moest opdraaien voor die financiële catastrofe. Belfius is van ons en dat moet zo blijven.

 

Mijnheer de voorzitter, ik dien een motie in met exact dezelfde eisen die ik heb vernoemd.

 

De voorzitter: Ik dank u voor uw consequentie.

 

15.09  Alexia Bertrand (Anders.):Mijnheer de minister, u hebt mij niet overtuigd. Het is jammer dat u niet aanwezig was op de hoorzitting, want klaarblijkelijk hebben we niet hetzelfde gehoord. U sprak over Belgische verankering, dat is een van de redenen voor deze transactie. Wie, beter dan de Belgische spaarder, kan voor Belgische verankering zorgen? Dat begrijp ik helemaal niet.

 

U zei dat er expertise nodig is. Ik moet eerlijk toegeven dat ik heel verrast was om een Vlaams Belanger te horen pleiten voor buitenlanders, dat was de eerste keer, maar de heer Vereeck had eigenlijk gelijk. Waar zit die expertise vandaag? Die zit bij de banken en de verzekeraars. Uiteraard zullen we waarschijnlijk komen tot een consolidatie in de bankensector. Dat zal een Europese consolidatie zijn.

 

Dus dan rijst volgende vraag. Het was een vraag van Bruno Coleman. Als u toch voor een onderhandse verkoop wilt gaan, waarom wilt u dan de banken en de verzekeraars uitsluiten? Dat zijn immers de mensen met expertise.

 

U had evengoed een private partner kunnen combineren met een partiële beursgang. De twee waren mogelijk. Waarom hebt u dat niet gedaan? Daarop heb ik geen antwoord gekregen.

 

U zei dat de reden zit bij de zekerheid van de transactie, execution certainty. Dat is jammer, want de markten zitten op een hoogtepunt. Als u dat allemaal goed had voorbereid, dan waren we nu klaar voor een beursgang. Die had veel meer opgeleverd dan de 10 miljard waarop u mikt. Wat een gemiste kans, wat een verloren opportuniteit! We gaan ten minste een half miljard verliezen met uw transactie. Uw transactie komt er eigenlijk op neer dat u een superdividend wilt uitkeren voor het einde van het jaar, twee maal 375 miljoen euro. Dat is het sinterklaasbeleid waarnaar de heer Van de Cloot naar verwees. We kennen dat vooral van bij Proximus. We hadden niet verwacht dat u dat met deze regering zou voortzetten.

 

Ik spreek dan nog niet over het Arcodossier, dat vandaag niet eens werd vermeld. U zult garanties en waarborgen moeten geven aan een koper. Daar zullen we over een aantal jaren misschien meer voor moeten betalen en daardoor zal de waarde nog eens afnemen. Mijnheer de minister, het is een gemiste opportuniteit. Na de lelijke kameel en de soepkip is dit de uitverkoop van de eeuw, maar jammer genoeg niet voor de kleine man. Daarom zal ik een motie van aanbeveling indienen met het verzoek om de verkoop op te schorten en om voor een beursgang te kiezen.

 

De voorzitter: Mevrouw Bertrand, ik begrijp niet helemaal waarom u een vorige spreker hierbij betrokken hebt. Ik geef de heer Vereeck het woord voor een feitelijke rechtzetting, indien hij dan wenst

 

Persoonlijk feit

Fait personnel

 

15.10  Lode Vereeck (VB): Eerst en vooral wil ik collega Bertrand van harte danken om mijn naam te noemen. Dat geeft mij immers de mogelijkheid om iets recht te zetten. Ik heb niet gepleit voor het binnenbrengen van buitenlandse expertise in de bank Belfius, ik heb louter een feitelijke situatie beschreven zoals ik die via de pers heb vernomen. Er was sprake van twee buitenlandse banken, maar die opties zijn niet gevolgd. Of het wenselijk is dat het buitenlandse banken zijn, daar spreek ik me vandaag niet over uit.

 

De voorzitter: Dank u, collega Vereeck. Dat was een feitelijke reactie en dat zou bij persoonlijke feiten meer mogen gebeuren. Er zijn momenten geweest waarop ik de fractie iets ruimer heb zien gebruikmaken van het fenomeen.

 

Moties

Motions

 

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Frédéric Daerden en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Frédéric Daerden, Lode Vereeck en Kemal Bilmez en mevrouw Alexia Bertrand

en het antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,

- overwegende dat de regering een proces in gang heeft gezet met het oog gericht op de verkoop van maximaal 20 % van de aandelen van Belfius;

- overwegende dat uit de parlementaire hoorzittingen is gebleken dat er over de doelstellingen, de modaliteiten en de gevolgen van die operatie grote onduidelijkheid bestaat;

- overwegende dat de verschillende opties voor de toekomst van Belfius onvoldoende met elkaar werden vergeleken en dat er geen globale analyse van de impact van de verkoop op de financiële draagkracht, de strategie en de publieke opdrachten van Belfius werd gepresenteerd;

- overwegende dat de verkoop van huidige aandelen de schatkist slechts eenmalig zeer geringe ontvangsten zou opleveren, maar geen nieuw kapitaal zou inbrengen voor Belfius;

- overwegende dat Belfius een strategisch instrument is om de overheid, de gezinnen, de bedrijven en de Belgische economie te ondersteunen;

geeft de federale regering de aanbeveling

- het verkoopproces onmiddellijk op te schorten en geen bindende juridische verbintenissen aan te gaan;

- samen met SFPIM en Belfius een langetermijnstrategie uit te stippelen om de financiële draagkracht van Belfius, de aansturing van de bank door de overheid, haar opdracht als staatsbank en haar opdrachten van algemeen belang te versterken;

- de kapitaalbehoeften van Belfius te evalueren en de verschillende opties om de bank te consolideren te vergelijken, en tegelijk de Belgische verankering ervan te vrijwaren, evenals het effectieve toezicht door de Staat en de verwezenlijking van doelstellingen van algemeen belang inzake de ondersteuning van de gezinnen, de reële economie, de overheden en het algemeen belang;

- de resultaten van die werkzaamheden binnen drie maanden voor te stellen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en geen definitieve beslissingen te nemen over het aandeelhouderschap van Belfius alvorens er een debat en een stemming hebben plaatsgevonden in het Parlement."

 

Une première motion de recommandation a été déposée par M. Frédéric Daerden et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Frédéric Daerden, Lode Vereeck et Kemal Bilmez et Mme Alexia Bertrand

et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,

- considérant que le gouvernement a engagé un processus visant à céder jusqu’à 20 % des actions de Belfius;

- considérant que les auditions parlementaires ont révélé d’importantes zones d’ombre concernant les objectifs, les modalités et les conséquences de cette opération;

- considérant que les différentes options pour l’avenir de Belfius n’ont pas été suffisamment comparées et qu’aucune analyse globale des effets de la cession sur sa solidité financière, sa stratégie et ses missions publiques n’a été présentée;

- considérant que la vente d’actions existantes apporterait une recette minime et ponctuelle à l’État, mais aucun capital nouveau à Belfius;

- considérant que Belfius constitue un outil stratégique pour soutenir les pouvoirs publics, les ménages, les entreprises et l’économie belge;

recommande au gouvernement

- de suspendre immédiatement le processus de cession et de ne prendre aucun engagement juridiquement contraignant;

- de définir, en collaboration avec la SFPIM et Belfius, une stratégie de long terme renforçant Belfius financièrement, son pilotage public et ses missions de banque publique et d’intérêt général;

- d’évaluer les besoins en capital de Belfius et de comparer les différentes options permettant de consolider la banque, tout en préservant son ancrage belge et le contrôle effectif de l’État et la réalisation d’objectifs d’intérêt général de soutien aux ménages, à l’économie réelle, aux collectivités et à l’intérêt général;

- de présenter les résultats de ce travail à la Chambre des représentants dans un délai de trois mois et de ne prendre aucune décision définitive concernant l’actionnariat de Belfius avant l’organisation d’un débat et d’un vote au Parlement."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Lode Vereeck en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Frédéric Daerden, Lode Vereeck en Kemal Bilmez en mevrouw Alexia Bertrand,

gelet op de op 29 september 2026 in de commissie voor Financiën en Begroting gehouden hoorzitting over hetzelfde onderwerp,

en het antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,

- overwegende dat te veel vragen onbeantwoord blijven om een correcte beslissing te kunnen nemen over de gedeeltelijke privatisering van de staatsbank Belfius door de private plaatsing van 20 % van de aandelen, onder andere over de waarde van de 20 %, de langetermijnwaarde (van onder meer de resterende 80 %), het dividendbeleid, de kapitaalbuffers, de illiquiditeitskorting, de keuze van strategische aandeelhouders, de exitmogelijkheden, de lokale verankering en de strategische rol van Belfius;

vraagt de regering

- haar beslissing over de gedeeltelijke privatisering van de staatsbank Belfius door de private plaatsing van 20 % van de aandelen beter te onderbouwen;

- op basis van die onderbouwing haar beslissing desgevallend op gemotiveerde wijze beter te verantwoorden, dan wel niet uit te voeren, dan wel uit te stellen, dan wel te wijzigen bijvoorbeeld in een beursgang."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Lode Vereeck et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Frédéric Daerden, Lode Vereeck et Kemal Bilmez et Mme Alexia Bertrand,

compte tenu de l’audition tenue le 29 septembre 2026 au sein de la commission des Finances et du Budget sur le même sujet,

et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,

- considérant que de trop nombreuses questions demeurent sans réponse pour qu'une décision adéquate puisse être prise concernant la privatisation partielle de la banque publique Belfius par le placement privé de 20 % de ses actions, ces questions portant, entre autres, sur la valeur des 20 %, la valeur à long terme (des 80 % restants, entre autres), la politique en matière de dividendes, les réserves de capitaux, la décote d'illiquidité, le choix d'actionnaires stratégiques, les possibilités de sortie, l'ancrage local et le rôle stratégique de Belfius;

demande au gouvernement

- de mieux étayer sa décision concernant la privatisation partielle de la banque publique Belfius par le placement de 20 % de ses actions,

- sur cette base, de mieux justifier le cas échéant sa décision en la motivant ou de ne pas la mettre à exécution, de la reporter ou de la modifier, par exemple en prévoyant une entrée en bourse."

 

Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kemal Bilmez en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Frédéric Daerden, Lode Vereeck en Kemal Bilmez en mevrouw Alexia Bertrand

en het antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,

- overwegende dat de Belgische Staat in oktober 2011 Dexia Bank België voor 4 miljard euro heeft overgenomen om de Belgische activiteiten en het spaargeld van de klanten te vrijwaren, en dat Belfius daaruit is voortgekomen;

- overwegende dat de Belgische Staat, via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM), sindsdien de enige aandeelhouder van Belfius is;

- overwegende dat de federale regering heeft beslist om maximaal 20 % van de aandelen van Belfius via een private plaatsing te verkopen aan private investeerders, met een verwachte opbrengst van ongeveer 2 miljard euro;

- overwegende dat Belfius over het boekjaar 2025 een recordwinst van 1,16 miljard euro boekte;

- overwegende dat Belfius, als opvolger van het Gemeentekrediet, van oudsher een centrale rol speelt in de financiering van lokale besturen en de publieke en sociale sector;

- overwegende dat private investeerders een hoog rendement op hun investering verwachten, wat in spanning kan staan met een lokale verankering en dienstverlening die niet op winstmaximalisatie is gericht;

- overwegende dat de val van Dexia ten laste van de overheid en de belastingbetaler is gekomen en dat de bank mede door een snelle buitenlandse expansie in de problemen is geraakt en dat de directie van Belfius de privatisering nu ook motiveert met de ambitie om in het buitenland te groeien en de winstgevendheid te verhogen;

- overwegende dat in andere Europese lidstaten publieke banken bestaan die lokale besturen en cruciale maatschappelijke investeringen financieren, zoals de BNG Bank in Nederland en de KfW in Duitsland;

- overwegende dat het Parlement onvoldoende inzicht heeft in de voorwaarden waaronder met potentiële investeerders wordt onderhandeld en dat er geen democratisch mandaat bestaat dat de maatschappelijke opdracht van Belfius vastlegt;

vraagt de regering

- af te zien van de verkoop van aandelen van Belfius en de bank volledig in handen van de Belgische Staat te houden;

- in overleg met het Parlement een democratisch mandaat vast te leggen dat de maatschappelijke opdracht van Belfius bepaalt, met onder meer basisbankdiensten en een kantorennetwerk in de buurt, gunstige financiering voor lokale besturen, de sociale sector en kmo's, en het behoud van het beslissingscentrum in België;

- vóór elke definitieve beslissing een studie te laten uitvoeren naar het scenario waarin Belfius volledig publiek blijft, met aandacht voor de economische, sociale en ecologische voordelen, en die studie samen met de voorwaarden van de gesprekken met potentiële investeerders aan de Kamer te bezorgen."

 

Une troisième motion de recommandation a été déposée par M. Kemal Bilmez et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Frédéric Daerden, Lode Vereeck et Kemal Bilmez et Mme Alexia Bertrand

et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,

- considérant que l’État belge a racheté Dexia Banque Belgique en octobre 2011 pour un montant de 4 milliards d’euros afin de préserver ses activités belges et l’épargne des clients, et que Belfius est issue de cette opération;

- considérant que l’État belge, par l’intermédiaire de la Société Fédérale de Participations et d’Investissement (SFPIM), est depuis lors l’unique actionnaire de Belfius;

- considérant que le gouvernement fédéral a décidé de vendre 20 % au maximum des actions de Belfius à des investisseurs privés dans le cadre d’un placement privé, pour un produit attendu d’environ 2 milliards d’euros;

- considérant que Belfius a enregistré un bénéfice record de 1,16 milliard d’euros pour l’exercice 2025;

- considérant que Belfius, en tant que successeure du Crédit Communal, joue depuis toujours un rôle central dans le financement des administrations locales ainsi que des secteurs public et social;

- considérant que des investisseurs privés s’attendent à ce que leur investissement produise un rendement élevé, ce qui peut entrer en conflit avec un ancrage local et une prestation de services qui ne visent pas la maximisation des profits;

- considérant que la faillite de Dexia a été supportée par l'État et par les contribuables, que la banque a été exposée à des difficultés dues partiellement à une expansion rapide à l’étranger et que la direction de Belfius justifie aujourd'hui également la privatisation par son ambition de se développer à l’étranger et d’accroître sa rentabilité;

- considérant que dans d’autres États membres de l’Union européenne, des banques publiques, comme la BNG Bank aux Pays-Bas et la KfW en Allemagne, financent les administrations locales et des investissements sociétaux essentiels;

- considérant que le Parlement ne possède pas d’informations suffisantes sur les conditions régissant les négociations avec les investisseurs potentiels et qu’aucun mandat démocratique ne fixe la mission sociétale de Belfius;

demande au gouvernement

- de renoncer à la vente d’actions de Belfius et de maintenir la banque entièrement entre les mains de l’État belge;

- de définir, en concertation avec le Parlement, un mandat démocratique précisant la mission sociétale de Belfius, comprenant notamment des services bancaires de base et un réseau d’agences de proximité, des conditions de financement avantageuses pour les administrations locales, le secteur social et les PME, ainsi que le maintien du centre de décision en Belgique;

- de faire réaliser, avant toute décision définitive, une étude portant sur le scénario selon lequel Belfius resterait entièrement publique, en s'attachant aux avantages économiques, sociaux et écologiques, et de transmettre à la Chambre cette étude, accompagnée des conditions régissant les négociations avec des investisseurs potentiels."

 

Een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Alexia Bertrand en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Frédéric Daerden, Lode Vereeck en Kemal Bilmez en mevrouw Alexia Bertrand

en het antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen,

verzoekt de regering, en in het bijzonder de minister van Financiën, de onderhandse verkoop van 20 % van de aandelen van Belfius op te schorten en te kiezen voor een beursgang."

 

Une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Alexia Bertrand et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Frédéric Daerden, Lode Vereeck et Kemal Bilmez et Mme Alexia Bertrand

et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,

demande au gouvernement, et en particulier au ministre des Finances, de suspendre la vente de gré à gré de 20 % des actions de Belfius et d’opter pour une introduction en bourse."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en door de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.

Une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Nawal Farih et Aurore Tourneur.

 

15.11  Kathleen Depoorter (N-VA): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.

 

De voorzitter: Aangezien de urgentie voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)

Étant donné que l'urgence de la motion pure et simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions tout à l'heure. (art. 140, n° 6, deuxième alinéa, Rgt.)

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

16 Parlementen – wettig- en voltalligverklaring

16 Parlements – constitution

 

Brengen ons ter kennis dat zij ter vergadering van die dag voor wettig en voltallig verklaard zijn:

- bij brief van 21 september 2026: het Brussels Hoofdstedelijk Parlement

- bij brief van 22 september 2026: de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

- bij brief van 23 september 2026: de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie

Nous font connaître qu'ils se sont constitués en leurs séances de ce jour:

- par lettre du 21 septembre 2026: le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale

- par lettre du 22 septembre 2026: l'Assemblée réunie de la Commission communautaire commune

- par lettre du 23 septembre 2026: l'Assemblée de la Commission communautaire française

 

17 Federale ombudsmannen – Hernieuwing van de mandaten – Benoeming

17 Médiateurs fédéraux – Renouvellement des mandats – Nomination

 

Aan de orde is de benoeming van de Nederlandstalige en de Franstalige federale ombudsman.

L'ordre du jour appelle la nomination des médiateurs fédéraux néerlandophone et francophone.

 

De kandidaturen voor deze mandaten werden aangekondigd tijdens de plenaire vergadering van 28 mei 2026.

Les candidatures pour ces mandats ont été annoncées au cours de la séance plénière du 28 mai 2026.

 

Op 15 september 2026 heeft de commissie voor Verzoekschriften de kandidaten gehoord.

Le 15 septembre 2026 la commission des Pétitions a entendu les candidats.

 

De rapporteur heeft verslag uitgebracht over deze hoorzitting tijdens de Conferentie van voorzitters van 23 september 2026.

Le rapporteur a fait rapport de cette audition au cours de la Conférence des présidents du 23 septembre 2026.

 

Aangezien er slechts één kandidaat is voor elk van de te begeven mandaten, dient de Kamer niet over te gaan tot een geheime stemming.

Étant donné qu’il n’y a qu’un seul candidat pour chacun des mandats à pourvoir, la Chambre ne doit pas procéder à un vote secret.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 23 september 2026, en met toepassing van artikel 157, nr. 6, van het Kamerreglement, verklaar ik de heren David Baele en Jérôme Aass verkozen tot respectievelijk Nederlandstalige en Franstalige federale ombudsman.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 23 septembre 2026, et en application de l’article 157, n° 6, du Règlement de la Chambre, je déclare élus MM. David Baele et Jérôme Aass respectivement médiateur fédéral néerlandophone et francophone.

 

Geen bezwaar ? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation ? (Non)

Il en sera ainsi.

 

18 Inoverwegingnemingen

18 Prises en considération

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Er zijn geen vragen tot urgentie.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

Stemafspraken

Pairages

 

Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.

Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.

 

Zijn er stemafspraken?

Y a-t-il des accords de pairage?

 

18.01  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le président, je prends la parole au nom de mon groupe, puisque notre chef de groupe, Pierre-Yves Dermagne, est souffrant. Mon collègue M. Philippe Courard, va pairer pour M. Benoît Lutgen et Caroline Désir va pairer pour M. Alain Yzermans.

 

18.02  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega Vander Elst blijft een stemafspraak hebben met collega Vincent Scourneau.

 

18.03  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, Mme Rajae Maouane va pairer pour Mme Charlotte Deborsu.

 

De voorzitter: Die afspraken zijn genoteerd.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

19 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Kurt Ravyts over "Het advies van de CREG over het Federaal Ontwikkelingsplan 2028-2038" (nr. 299)

19 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Kurt Ravyts sur "L'avis de la CREG sur le Plan de développement fédéral 2028-2038" (n° 299)

 

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat van 22 september 2026.

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat du 22 septembre 2026.

 

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 299/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kurt Ravyts;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Hervé Cornillie.

Deux motions ont été déposées (MOT n° 299/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Kurt Ravyts;

- une motion pure et simple a été déposée par M. Hervé Cornillie.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

19.01  Kurt Ravyts (VB): Collega's, ik denk dat elke fractie in dit halfrond bezorgd is over de energiefactuur van onze gezinnen en bedrijven. Het gaat ook over bedrijven die niet kunnen genieten van de korting op de transmissienettarieven, die vanaf volgende maand ingaat.

 

Zowel de CREG als netbeheerder Elia bevestigen dat de federale nettarieven vanaf 2028 met 50 tot 60 % zullen stijgen als gevolg van de miljardeninvesteringen die de netbeheerder van plan is te realiseren, die opgenomen zijn in het Federaal Ontwikkelingsplan. In een iets verdere toekomst zullen die tarieven onvermijdelijk verder oplopen.

 

Het is voor onze fractie en hopelijk ook voor jullie allemaal belangrijk dat de rol van de toezichthouder, de CREG, maar ook van andere overheidsinstanties bij de totstandkoming van de talrijke miljoenen- en miljardenprojecten, zeg maar de investeringskeuzes van de netbeheerder, wordt versterkt. De rol van de CREG moet worden versterkt en daartoe moeten ook wettelijke initiatieven worden genomen.

 

Gelet op het gegeven dat de energietransitie, de facto de elektrificatie, een beleidskeuze is, zou minstens een deel van de in de nettarieven verrekende netinvesteringen op de algemene middelen dienen te worden verhaald. De Europese Commissie wil dit zelfs faciliteren.

 

Mijnheer de voorzitter, ik hoop op unanieme bijval voor deze motie. Een niet onbelangrijke Vlaamse meerderheidspartij in dit halfrond heeft hiertoe zelf een wetgevend initiatief ingediend. Ik ben er tevens van overtuigd dat hier een ruime meerderheid voorhanden is die een sterkere positie van de CREG bij het sturen van de investeringskeuzes voor de energietoekomst van België genegen is, dit in het algemeen belang.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

 

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

94

Oui

Nee

38

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

133

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

20 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van:

- de heer Frédéric Daerden over "de opschorting van de privatisering/verkoop van Belfius en de versterking van de publieke verankering" (nr. 312)

- de heer Lode Vereeck over "de gedeeltelijke privatisering van Belfius" (nr. 313)

- de heer Kemal Bilmez over "de privatisering van Belfius" (nr. 314)

- mevrouw Alexia Bertrand over "de verkoop van 20% van Belfius" (nr. 315)

20 Motions déposées en conclusion des interpellations de:

- M. Frédéric Daerden sur "la suspension de la privatisation/cession de Belfius et le renforcement de l'ancrage public" (n° 312)

- M. Lode Vereeck sur "la privatisation partielle de Belfius" (n° 313)

- M. Kemal Bilmez sur "la privatisation de Belfius" (n° 314)

- Mme Alexia Bertrand sur "la vente de 20% de Belfius" (n° 315)

 

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

 

Vijf moties werden ingediend (MOT nr. 312/1):

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Frédéric Daerden;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Lode Vereeck;

- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kemal Bilmez;

- een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Alexia Bertrand;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en door de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.

Cinq motions ont été déposées (MOT n° 312/1):

- une première motion de recommandation a été déposée par M. Frédéric Daerden;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Lode Vereeck;

- une troisième motion de recommandation a été déposée par M. Kemal Bilmez;

- une quatrième motion de recommandation a été déposée par Mme Alexia Bertrand;

- une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Nawal Farih et Aurore Tourneur.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

70

Oui

Nee

57

Non

Onthoudingen

4

Abstentions

Totaal

131

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

 

(MM. Youssef Handichi et Anthony Dufrane ont voté comme leur groupe.)

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

21 Hulde aan Militair Commandant Axel Desfossés

21 Hommage au Commandant militaire Axel Desfossés

 

Chers collègues, avant de procéder au vote, je tiens à vous faire observer que c’est aujourd’hui la dernière fois que nous avons été en compagnie du général de brigade Axel Desfossés, commandant militaire du Palais de la Nation.

 

Met de pensionering van generaal Desfossés vertrekt een zeer gewaardeerd en heel bekend gezicht, altijd trouw geposteerd aan de ingang van de plenaire zaal, zoals ook vandaag het geval was.

 

Ik weet niet of ik vandaag met betrekking tot een militair over de heer dan wel generaal Desfossés mag spreken, maar in ieder geval zag hij het levenslicht in het prachtige Berchem in de Antwerpse zuidrand, waar ook ik mocht opgroeien. Hij begon in 1979 aan zijn militaire opleiding, behaalde zijn licentiaat aan de Koninklijke Militaire Academie, werd tot onderluitenant benoemd, specialiseerde zich bij de infanterie en voegde zich in 1986 bij het eerste bataljon grenadiers.

 

Au long de sa carrière à la Défense, le général Desfossés a servi dans plusieurs unités opérationnelles en Belgique et en Allemagne.

 

Hij nam ook deel aan zeven buitenlandse missies, onder andere in voormalig Joegoslavië, Kosovo en Afghanistan. Iemand die daar zijn inzet heeft bewezen, is rijp om naar de Kamer te komen, waar zijn carrière pas echt op de proef werd gesteld. De meest afschuwelijke taferelen maakte hij immers pas hier mee, maar hij heeft die met brille doorstaan.

 

Le 1er octobre 2016, il y a dix ans jour pour jour, Axel Desfossés est entré en service en tant que 15e commandant militaire du Palais de la Nation. L'année suivante, il a été promu général de brigade. 

 

In die hoedanigheid hebben wij hem leren kennen. Steunend op zijn ervaring bij Defensie, zette generaal Desfossés zich altijd efficiënt en tactvol in voor de beveiliging van ons gebouw en het beheer van het gedetacheerde personeel.

 

Lors de sa prise de fonction, la tension était à son comble à la suite d'une vague d'attentats terroristes islamistes qui a frappé l'Europe. Notre architecture de sécurité a alors subi un profond changement. Un changement que le général Desfossés et son équipe ont mené à bien avec sérieux, sans panique, ni excès.

 

We zijn hem daarvoor zeer erkentelijk. Ik heb die periode meegemaakt. Die was best wel uitdagend, om geen andere woorden te gebruiken.

 

Geachte collega’s, generaal Desfossés staat bij zowel parlements- als personeelsleden in hoog aanzien. Wars van grootspraak en tierelantijnen en gekenmerkt door pragmatisme en oplossingsgerichtheid, dat is zijn handelsmerk. Hij beschikt daarbij over een om het met de woorden van een leidinggevende ambtenaar te zeggen zeldzaam talent om een no-nonsenseaanpak te koppelen aan een gevat gevoel voor humor. Het is zonde dat u nooit parlementslid bent geworden, want mensen zoals u kunnen we in he halfrond zeker gebruiken.

 

In naam van onze assemblee wil ik u, generaal Desfossés, oprecht danken voor uw vele jaren dienst aan onze instelling en aan dit land. (Applaus)

 

Dat betekent niet dat u vanaf volgende week onbeveiligd in het Parlement moet verschijnen, collega’s.

 

Cela signifie aussi qu’il y aura un remplaçant, et en cette occasion, je souhaite la bienvenue au successeur, le général de brigade Xavier Deneys.

 

Je lui adresse tous mes vœux de réussite dans l'exercice de la fonction que le général Desfossés a rempli avec tant de brio.

 

Ik denk dat ik met die woorden niet alleen voor mezelf spreek, maar voor het hele Huis. Bedankt voor uw komende inzet!

 

(Applaus)

(Applaudissements)

 

We gaan over tot de naamstemming over het behandelde wetsontwerp van vandaag.

 

21.01  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le président, je ferai une petite remarque constructive. Je vois que, dans le précédent vote, on dénombrait 70 votes positifs. La majorité étant à 76, le quorum n'est pas atteint, malgré les pairages. Et donc, cela ne fait qu'un de plus, malgré votre carrure, cher collègue. Nous sommes encore loin des 76. Mon groupe va voter. Nous n'allons pas poser de problèmes de quorum, mais je tiens quand même à souligner que c'est tout de même un peu déplaisant de ne pas avoir le quorum de la majorité, même pour ceci.

 

(Applaudissements sur les bancs du Vlaams Belang)

(Applaus op de banken van het Vlaams Belang)

 

Le président: Je fais le même constat que vous.

 

22 Wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, tot wijziging van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen en tot wijziging van het Wetboek van economisch recht, in het kader van overdracht van de wettelijke taken van de ondernemingsloketten aan de socialeverzekeringsfondsen voor zelfstandigen (1672/3)

22 Projet de loi modifiant l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, modifiant la loi du 30 décembre 1992 portant des dispositions sociales et diverses et modifiant le Code de droit économique, dans le cadre du transfert des missions légales des guichets d'entreprises aux caisses d'assurances sociales pour travailleurs indépendants (1672/3)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

80

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

55

Abstentions

Totaal

135

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

23 Goedkeuring van de agenda

23 Adoption de l’ordre du jour

 

We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 8 oktober 2026.

Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 8 octobre 2026.

 

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 8 oktober 2026 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 8 octobre 2026 à 14 h 15.

 

De vergadering wordt gesloten om 17.46 uur.

La séance est levée à 17 h 46.

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 142 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 142 annexe.

 


DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN

DETAIL DES VOTES NOMINATIFS

Naamstemming - Vote nominatif: 1

 

Ja

94

Oui

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

38

Non

 

Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, D'Amico Roberto, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

1

Abstentions

 

Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 2

 

Ja

70

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

57

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, Depoortere Ortwin, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

4

Abstentions

 

Courard Philippe, Désir Caroline, Maouane Rajae, Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 3

 

Ja

80

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

0

Non

 

 

 

 

Onthoudingen

55

Abstentions

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, Depoortere Ortwin, Désir Caroline, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse