|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 08 oktober 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 08 octobre 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.16 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 16 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
Bart De Wever,
David Clarinval, Maxime Prévot.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 7 oktober 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 7 octobre 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij worden op de website van de Kamer en in de bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans l'annexe du compte rendu intégral de cette séance.
02.01 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, je ne vous avais plus posé de question sur le budget pendant environ trois semaines, parce que je me disais qu'il fallait quand même vous laisser travailler un peu, mais là il commence à être minuit moins une. Rappelons que c'est depuis le mois de juin que ce gouvernement sait qu'il devra venir, avant le deuxième mardi d'octobre, avec un budget comptant 10 milliards de plus! Quatre mois plus tard, cinq jours avant l'échéance, vous n'êtes toujours nulle part.
Vous êtes tellement nulle part que vous avez dû, hier soir en kern, faire venir le directeur de l'Agence Fédérale de la Dette et le gouverneur de la Banque nationale pour venir expliquer à vos vice-premiers ministres à quel point la situation est sérieuse. On peut donc en conclure que, dans ce gouvernement, on n'a même pas encore passé le stade où chacun peut admettre que l'intérêt général doit prévaloir sur les intérêts partisans.
Vous commencez à me connaître. Vous le savez, je suis là pour rendre service et je veux encore une fois être constructif. Une fois encore, je vous dis qu'à côté de ceux qui veulent plus d'impôts et ceux qui veulent moins de services publics, il y a une troisième voie qui vous permettra de puiser beaucoup d'argent. C’est la voie d'une plus grande efficacité de l'État.
Je vais prendre un exemple concret qui est sur la table des négociations, la TVA. Il est vrai que la facilité, a priori, serait de l'augmenter d'un point. Mais le défi, si j'ose dire, serait d'abord de faire rentrer la TVA qui ne rentre pas et qui pourtant le devrait. En effet, la Commission européenne nous dit qu’en Belgique, il y a 12 % de la TVA qui ne rentrent pas. On parle de plus de 5 milliards d'euros. Si on se rapprochait de la moyenne européenne qui est de 9 %, on pourrait déjà engranger entre 1,5 et 2 milliards d'euros. Voilà une piste! Le Bureau fédéral du Plan nous dit d'ailleurs qu'il serait plus efficace d'aller chercher cette TVA plutôt que de l’augmenter d'un point, parce que le point que vous allez ajouter sera avalé par l'indexation et l'inflation. Cet exemple-là, vous pourriez le dupliquer dans toute une série de domaines que je n'ai pas le temps d'énumérer.
Monsieur le premier ministre, quand allez-vous opter pour l'efficacité? Quand aurons-nous enfin un gouvernement qui parle d'une seule voix et qui n'est plus l'otage ou plutôt le jouet d'un (...)
02.02 Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de premier, u staat met uw regering voor een moeilijke opdracht. U zoekt naar 10 miljard euro en waarschijnlijk nog een paar miljard meer. De inflatie stijgt, de economie slabakt, de rentesneeuwbal dreigt op ons af te komen. Ik sta hier vandaag dus niet om een sneer te geven. Ik sta hier vandaag oprecht om een constructief voorstel te doen.
Het was de ambitie van de regering om werken meer te doen lonen. Dat is een ambitie die onze partij steunt. De manier waarop u werken meer wilt doen lonen, is voor ons echter de foute aanpak. U voorziet in de begroting 3,5 miljard euro, maar uiteindelijk gaat dat over helikoptergeld, voor het optrekken van de belastingvrije som en in 2029 gaat dat over 40 euro per maand. U geeft met de ene hand een habbekrats en met de andere hand zit u in de zakken van de mensen om die belastinghervorming te financieren. U geeft aan de ene kant een kleine belastingverlaging, maar u voegt aan de andere kant de ene taks na de andere toe om die belastingverlaging te financieren.
Wij stellen een alternatieve belastingverlaging voor, iets wat uw eigen kabinetschef ook had voorgesteld, namelijk werken op de tarieven en de hoogste belastingschijf van 50 % afschaffen. Dat is een besparing. Dat zou uw begroting 2 miljard euro meer opleveren dan de plannen die u vandaag voorziet. Dat zou een belastingverlaging zijn die zich puur richt op de werkende middenklasse: 2 miljoen Belgen zouden daaronder vallen. Dat zou een belastinghervorming zijn, geen helikoptergeld, maar specifiek gericht op de werkende middenklasse.
Mijn vraag is dan ook, mijnheer de premier: overweegt u in het kader van de begrotingsonderhandelingen om de oorspronkelijk voorziene belastingverlaging te herzien en te vervangen door een voorstel dat beter is voor de begroting en beter voor de werkende middenklasse?
02.03 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de eerste minister, twee jaar geleden stond ik hier en vroeg ik me af welke zot dit land hier wil leiden. Dit land heeft immers een zwaar overheidstekort, 570 miljard schulden en veel meer uitgaven dan inkomsten. De uitkeringen zijn hier ook het snelst gestegen van heel Europa. En houdt u vast: toen u de Wetstraat 16 binnenwandelde, kreeg u een aantal extra facturen: meeruitgaven voor defensie en de pensioenen.
U bent er desondanks in geslaagd door al die hervormingen die we hier hebben doorgevoerd verdorie om op twee jaar tijd de uitgaven ten opzichte van ons bruto binnenlands product met 1 % te doen dalen. Internationale instanties feliciteren u, maar als ze u zien, zeggen ze: "On est désolé, vous n’avez vraiment pas de chance." Het is dikke miserie: die rente op die schuld blijft maar stijgen. We hebben 570 miljard schulden. We hebben gisteren ook gehoord dat de rente in 2029 nog met 1,8 miljard gaat stijgen, tot boven de 20 miljard, dus we zullen moeten lenen om interesten te betalen.
We hebben echter geluk. In Brussel is er een opvolger van Sven Gatz, Dirk de Smet. Dat is een tovenaar. Hij heeft een begroting gemaakt, un budget, waarin hij zegt dat de rentekosten zullen dalen. Al die instanties: je m’en fou. De rentekosten zullen dalen.
Monsieur Piedboeuf, avez-vous vu le budget de Bruxelles négocié entre Anders. et le PS?
Er zijn zelfs geen tabellen. Het staat blijkbaar enkel op een whiteboard. Een extra housingpremie, noem maar op. Dat zal nog een groot gat in onze begroting slaan, die Brusselse toestanden.
Mijnheer de eerste minister, kunt u ons uitleggen wat de impact daarvan is op onze miserie hier?
02.04 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de premier, gisteren hebt u de topmannen van de Nationale Bank van België en het Federaal Agentschap van de Schuld naar uw begrotingsconclaaf geroepen om uw ministers nog maar eens uit te leggen hoe dramatisch de financiële toestand van dit land is. We vragen ons allen af of het uw ministers dan ontbreekt aan hoogdringendheidsbesef, aan dossierkennis of aan allebei?
De cijfers zijn immers duidelijk en tegelijk alarmerend. De rentelasten lopen tegen 2029 op tot ruim 20 miljard euro. De gevreesde rentesneeuwbal dreigt niet pas in 2031, maar al in 2029 te zullen rollen. Dat is precies waarvoor het Vlaams Belang nu al maanden in de commissie waarschuwt. Dat is geen sneeuwbal meer, mijnheer de premier, maar een lawine die op de belastingbetaler afkomt.
Uw regering raakt het zelfs niet eens over de manier waarop de begrotingsonderhandelingen moeten verlopen. Intussen leveren de beloofde begrotingsmaatregelen niet op wat werd voorspeld. De veel te optimistische terugverdieneffecten komen als een boemerang terug. Dus zoekt uw regering opnieuw geld bij de btw, de ondernemingen en de managementvennootschappen.
Mijnheer de premier, ik ben verkozen in West-Vlaanderen. Mijn provincie telt verhoudingsgewijs de meeste managementvennootschappen. Ik kan u als West-Vlaming echter verzekeren dat wij, Vlamingen, niet van plan zijn nog meer belastingen te betalen om het geld vervolgens in bodemloze Waalse putten te zien verdwijnen. Misschien moet men in het zuiden van het land eindelijk eens beseffen dat als men zou werken en ondernemen zoals de Vlamingen, er helemaal geen begrotingsproblemen zouden zijn in dit land. We hebben in West-Vlaanderen een werkzaamheidsgraad van nagenoeg 80 %.
Mijnheer de premier, kunt u vandaag garanderen dat de tegenvallende regeringsmaatregelen niet opnieuw worden afgewenteld op onze gezinnen en onze ondernemingen via nieuwe en hogere belastingen en btw?
02.05 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de premier, ik vrees dat u de wanhoop nabij bent. U stond voor een cruciaal begrotingsweekend, een cruciaal begrotingsconclaaf, maar dat heeft niets opgeleverd. Helemaal niets, geen besparingsmaatregelen, geen besparingsplannen, geen plan voor de toekomst, geen visie op ons land, zelfs geen manier van werken. U onderhandelt nu over hoe u de komende dagen en uren zult onderhandelen. Dat is hallucinant in deze tijden.
Op de koop toe schakelt u een hulplijn in, namelijk een informatiesessie met het Agentschap van de Schuld over de ernst van de situatie. Bent u nu echt serieus? Moet u echt nog aan uw coalitiepartners uitleggen wat de ernst van de situatie in dit land is? Ik zal het voor u doen. U hebt de slechtste begroting van de eurozone. Uw schuld stijgt naar 120 %. Uw economische groei staat volledig stil. De rentesneeuwbal komt niet in 2031 op ons af, maar in 2028. Het is dus hallucinant dat u een extern iemand nodig hebt om de ernst van de situatie aan uw regering te schetsen.
Mijnheer de premier, ik roep u op om te stoppen met talmen, te stoppen met treuzelen. Blijkbaar hebt u de resultaten van Moody's al gekregen. Wat zeggen die resultaten van Moody's? Komt er een daling? Komt er een verlaging?
Er zijn vandaag nog heel wat mensen, voorlopig nog, die in u geloven. Gelooft u er zelf nog in?
02.06 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le premier ministre, vous êtes en train d'essayer de confectionner le budget. J'entends beaucoup d'inquiétudes à propos de vos plans. Demain, les syndicats appellent à une grande manifestation à Bruxelles parce qu'ils veulent être entendus.
Je prendrai l'exemple d'Annie, qui travaille dans le secteur des titres-services. (…) Oui, elle est inquiète! Cela vous fait rire? Elle se demande comment elle va tenir le coup jusqu'à sa retraite. Elle n'en peut plus à cause du prix du carburant: comment peut-elle faire pour se rendre chez ses clients? Elle s'inquiète aussi des autres factures, de l'abonnement TEC, des repas scolaires pour les enfants, du minerval, de la taxe poubelles, de la vignette automobile… Je m'arrête là, car je n'ai que deux minutes.
Si l'on vous laisse faire, la situation d'Annie ne fera qu'empirer. Vous proposez d'augmenter la TVA sur les courses de 6 à 9 %. Cela représente des centaines d'euros en plus par an! Et vous voulez aussi vous en prendre à son droit à se soigner et à se rendre chez le médecin en augmentant le prix des médicaments. Elle ne sera pas seule demain, mais avec des milliers d'autres travailleurs qui ne veulent pas de vos plans concernant la TVA, l'indexation des salaires et les services publics, ces derniers étant déjà très mal en point.
Les gens demandent que vous arrêtiez d'aller
chercher l'argent dans les poches des travailleurs et des travailleuses de ce
pays. Allez chercher l'argent là où il y en: chez les ultra-riches, les
entreprises, dans certains subsides, etc. Je crois que nous serons nombreux
demain et qu'il y aura beaucoup de jeunes dans la rue, car la jeunesse en a
marre d'être sacrifiée. Monsieur
le premier ministre, allez-vous les écouter?
02.07 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de eerste minister, ik weet dat ik u vandaag geen vragen moet stellen over concrete maatregelen binnen uw begroting, want ik weet dat u daar niks over zult zeggen, dus ik ga dat ook niet doen.
De voorbije zomer zijn er in ons land 3.000 medeburgers wegens extreme weersomstandigheden overleden. Dat gaat niet alleen over ouderen met onderliggende aandoeningen, maar ook over jonge mensen. Daarnaast zijn verschillende oogsten van onze landbouwers mislukt. De natuurbranden, die klassiek in het zuiden van Europa woedden, waren er deze zomer ook in ons land.
In rapporten staat dat de economische schade, alleen door het verlies van productiviteit in ons land, tussen de 6 en 9,5 miljard euro bedraagt. Dat is enorm. Dat is niet eens het slechte nieuws, collega's. Het slechte nieuws is dat de kans bestaat dat het volgende zomer opnieuw hetzelfde zal zijn.
Mijnheer de minister, ik ga u vandaag dus niet vragen of u in uw begroting bepaalde maatregelen ter zake zult opnemen, maar ik had wel graag een antwoord gekregen op de volgende twee vragen.
Ten eerste, erkent u dat de extreme weersomstandigheden van de voorbije zomer ertoe hebben geleid dat er 3.000 Belgen zijn overleden, dat oogsten zijn mislukt, dat duizenden hectaren natuurgebied zijn afgebrand en dat de economische schade tussen de 6 en 9,5 miljard euro bedraagt? Erkent u dat?
Ten tweede, erkent u ook dat het de taak van de overheid is om ervoor te zorgen dat bij gelijkaardige weersomstandigheden volgend jaar onze burgers, onze landbouwers, onze natuur en onze economie beter worden beschermd? Of vindt u dat een speling van het lot waaraan u niks kunt veranderen?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
De voorzitter: Daarmee verwoordt u ons aller wens. Wij kijken allemaal uit naar het antwoord. Premier, u hebt vijf minuten.
02.08 Eerste minister Bart De Wever: Dank u voor de vragen. De afgelopen maanden is er rond het budget al veel gewerkt, veel becijferd en veel vergaderd. Het is tijd om de knoop door te hakken, want de situatie is inderdaad ernstig. De oppositie is zo vriendelijk geweest om de balans op te maken van wat ze zelf hebben nagelaten. Dat is inderdaad niet fraai. Dat zijn waarheden die kwetsen, maar die telkens elke keer worden herhaald.
Waarom hebben wij gisteren toch de gouverneur van de Nationale Bank van België en de directeur van het Federaal Agentschap van de Schuld uitgenodigd voor een korte informatiesessie over onze budgettaire en geo-economische vooruitzichten? Omdat wij momenteel, as we speak, zeer verontrustende bewegingen op de financiële markten zien.
De boodschap was bijzonder duidelijk. Als de huidige trends zich doorzetten, dreigt tegen 2029 die bewuste rentesneeuwbal en in een ongunstiger scenario zou dat zelfs nog vroeger kunnen gebeuren. Er zijn echter geopolitieke en geo-economische redenen om uit te gaan van een nog ongunstiger scenario dan vandaag en de gevolgen daarvan zijn exponentieel. In 2026 geeft onze federale overheid 2,5 % van het bbp uit aan rente. Dat is 16,7 miljard euro, geld dat dit jaar naar de rente gaat. Dat zijn cijfers van gisteren.
Volgens de Nationale Bank zal dat bij ongewijzigd beleid en volgens de huidige projecties oplopen tot 5,9 % van het bbp in 2035. Dat is binnen negen jaar. Dan zullen we meer dan 50 miljard euro per jaar aan rente moeten uitgeven. Dat is exponentieel. Dat is geen incrementele groei, dat is een explosie. Om u een idee te geven, in 2035, nog vóór we dan op 1 januari 1 euro primair kunnen uitgeven aan bijvoorbeeld politie, justitie of defensie zitten we al vele miljarden onder 0.
De situatie wordt vaak vergeleken met de jaren 80, toen er ook een rentesneeuwbal rolde, maar helaas zijn de omstandigheden inzake economische groei, monetair beleid, demografie en geopolitiek nu veel complexer dan toen.
Notre sens des responsabilités doit aujourd'hui l'emporter sur les divergences politiques en présence. Ceux qui n'ont pas le courage de dépasser leurs propres tabous contribuent à un endettement que nous ne pourrons bientôt plus résorber sans consentir à une perte de prospérité considérable.
De maatregelen waarover wij vandaag discussiëren zijn zeker niet allemaal aangenaam. Ik besef dat maar al te goed. Ze vallen echter in het niets bij wat op korte termijn op ons afkomt als we niets doen.
Ik hoor heel vaak zeggen dat we de rekening niet mogen doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen. Dat is echter een heel zware onderschatting van hoe dicht wij staan bij het punt waarop ons draconische maatregelen zullen worden opgelegd. Dat zal niet voor onze kinderen en kleinkinderen zijn, dat zal voor heel binnenkort zijn.
Voor mij is de situatie dus heel eenvoudig: ofwel pakken we nu door en doen we het nodige om de welvaartsstaat te stutten en echt perspectief te geven aan onze burgers, ofwel zal ons op zeer korte termijn de rekening voor het wanbeleid van het verleden en de onverantwoordelijkheid van vandaag worden gepresenteerd.
02.09 François De Smet (DéFI): Je vous remercie, monsieur le premier ministre, pour vos réponses.
Comme nous nous y attendions, vous avez remis un coup de pression sur vos partenaires. Je constate toutefois un drôle de paradoxe. Que l'on vous apprécie ou non, vous êtes sans doute le premier ministre qui dispose du plus grand poids politique depuis 10 ou 15 ans. Dans le même temps, nous n'avons jamais connu une coalition aussi faible. À un certain moment, cette tension devra se résoudre: soit la coalition se renforce, soit vous vous transformez en Alexander De Croo de la Vivaldi. Il va falloir choisir. Nous saurons à l'issue de ce week-end.
L'efficacité que je défends est, selon moi, la clé parce qu'elle rapporte de l'argent, mais aussi parce qu'elle permet d'envoyer aux citoyens le message que l'État est lui aussi prêt à prendre sa part de l'effort. Ce message s'adresse également aux jeunes, à ceux qui sont dans la rue, à ceux qui n'y sont pas et à ceux qui doutent fortement de leur avenir. Pour eux aussi, parce que nous ne sommes pas exempts de responsabilités à l'égard de la jeunesse, vous devez parvenir à trouver un budget, surtout un budget qui soit juste.
02.10 Arthur Orlians (Anders.): Collega's, het Vlaams Belang begint over Wallonië, de heer Ronse begint over Brussel en de heer De Wever begint over het verleden, maar ik hoor weer geen voorstellen van oplossingen. Over het verleden gesproken: wij hebben met onze partij in het verleden belastingschijven afgeschaft.
(Tumult)
Rustig blijven, collega's. Ik weet dat het pijn doet. Met deze regering kiest u echter voor een belastingverlaging waar de mensen niets van zullen voelen. Het gaat om 40 euro per maand in 2029, maar ondertussen wordt de ene taks na de andere ingevoerd om die 40 euro te financieren. De mensen zullen op het einde van de maand, na al deze hervormingen, minder overhouden.
Wat wij voorstellen, is hetzelfde voorstel als dat van uw kabinetschef: schaf de hoogste schijf af. Dat is een belastinghervorming die geen helikoptergeld inhoudt, maar die puur gericht is op de werkende middenklasse, zodat de mensen echt iets overhouden op het einde van de maand.
02.11 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de premier, toen u uw antwoord gaf, waren de mensen van de PS en van Anders. naar u aan het kijken met een blik van opluchting: gelukkig zitten wij niet op zijn plaats om onze vuile boel op te kuisen, gelukkig moeten wij dat niet doen.
Ik zag echter ook onze coalitiepartners met wat angst in de ogen kijken: dat zullen verdorie nog zware weken worden om ervoor te zorgen dat die boel kan worden opgekuist, dat de overheidsuitgaven ten opzichte van het bbp dalen en dat de inkomsten ten opzichte van het bbp dalen. Dat is wat u doet.
Ik zou zeggen: laat u vooral niet inspireren door de waanzin die men inderdaad opnieuw in Brussel heeft toegepast. Waar Anders. bestuurt, doet het hetzelfde als wat de VLD 25 jaar lang heeft gedaan: veel meer uitgeven, lucht in tabellen spuwen en tekorten opbouwen, zodat wie na hen komt de boel mag opkuisen. Doe dat niet.
02.12 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de premier, nog voor de begrotingsonderhandelingen gestart waren, waarschuwde u al dat iedereen de gevolgen zal voelen. De Vlamingen voelen vandaag echter al het beleid van uw regering door de stijgende prijzen, het aftoppen van lonen en pensioenen en de veel te hoge prijzen aan de pomp.
U weet ook wie helemaal nog niets heeft gevoeld van de maatregelen van uw regering: de vele tienduizenden gelukszoekers die jaarlijks naar dit land komen. Of denk maar aan de vele miljarden die uw regering nog deze regeerperiode aan het buitenland stort via ontwikkelingssamenwerking en internationale klimaatfinanciering.
Mijnheer de premier, u zit samen met cd&v en de Vlaamse socialisten in de verkeerde zakken. Steeds meer kiezers die strategisch voor de N-VA hebben gestemd, beginnen dat eindelijk te beseffen. Eerder vroeg dan laat zal die kiezer u de rekening presenteren.
02.13 Kjell Vander Elst (Anders.): Alweer niets nieuws onder de zon en alweer een analyse van het verleden. Mijnheer de premier en N-VA, zet alstublieft die plaat eens af. U bent twee jaar aan het besturen in deze federale regering. U bent al 20 jaar aan het besturen in Vlaanderen, maar de schuld is verdrievoudigd! Ik heb dus weinig lessen te leren van de Vlaams-nationalisten als het gaat over de begroting.
Premier, eerlijk gezegd heb ik hierin echt geen plezier. Ik hoop immers dat u slaagt. Ik hoop dat u die 10 miljard vindt voor de toekomst van ons land en voor de toekomst van de toekomstige generaties. De mensen zien af. De zelfstandige ondernemers en de hardwerkende middenklasse hebben schrik voor wat op hen afkomt. Premier, ik begrijp dan ook echt niet dat u experten uitnodigt om de ernst van de situatie te schetsen op een aantal dagen van uw deadline. Dat begrijp ik niet. Alsof de situatie niet erg genoeg is.
Premier, u bent twee jaar bezig. Maak een akkoord, want uw getalm kost ons geld.
02.14 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le premier ministre, la situation est effectivement sérieuse, je ne la balaye pas. Vous parlez de courage. Le courage est de ne pas toujours s'en prendre aux mêmes, aux travailleurs. Si vous parlez de mettre des tabous de côté, il faut alors oser taxer les ultra-riches!
Finalement, pas un mot n'est prononcé sur les milliers de personnes qui seront dans la rue demain, pas un mot sur la situation des citoyens qui peinent à payer leurs factures tous les jours. En tous cas, avec le PTB, nous serons demain dans la rue pour soutenir les travailleurs.
02.15 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Collega's, de belangrijkste opdracht van een overheid is haar burgers te beschermen. Onze burgers, onze natuur en onze economie hebben deze zomer een zware klap gekregen en we waren niet beschermd.
De vraag is: hoe kijken we naar de toekomst? Hoe gaan we ervoor zorgen dat er de volgende keer minder doden zijn? Uit niets in de begroting van de Vlaamse regering, die wel al bekend is, blijkt dat er maatregelen worden genomen om de mensen daartegen te beschermen. Dat is een harde vaststelling.
Nu zijn de ogen op u gericht, premier De Wever. Zult u in de federale begroting in middelen voorzien met dat specifieke doel voor ogen? Uw gebrek aan antwoord doet het ergste vermoeden. Ook dit, mijnheer de premier, is een rekening die u doorschuift naar onze kinderen en kleinkinderen. Ook dit is een rekening waarvan de effecten vandaag al heel reëel zijn.
Het oordeel daarover zal volgende week bij uw begroting worden geveld. Zo hopen wij toch.
De voorzitter: Daarmee sluiten we dit onderdeel af. Het is een uitstekend opstapje naar het volgende. Dat betreft de klimaatmars, la marche pour le climat.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, het Akkoord van Parijs, dat ons land ondertekende, verbindt ons ertoe om de mensen te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatcrisis. Als we nu, meer dan tien jaar later, de balans opmaken voor ons land, dan oogt die vrij somber.
We importeren nog steeds meer aardolie. Onze industrie blijft er volledig van afhankelijk. Dat is niet alleen slecht voor het klimaat, het is ook slecht voor de economie zelf. De huidige perikelen in de Straat van Hormuz zijn slechts het laatste voorbeeld in een lange reeks van internationale gebeurtenissen die hier de prijzen opdrijven, de industrie doen bloeden en de inflatie alleen maar doet stijgen.
Op het vlak van bescherming is het niet veel beter. Deze zomer hebben de verschillende regeringen zwaar gefaald om de mensen te beschermen. Er is meer dan 6 miljard economische schade door droogte en hitte, er vielen meer dan 3.000 hittedoden tijdens de hittegolven en we kregen te maken met de grootste natuurbrand ooit in een van onze schaarse natuurgebieden.
Er werd gesmeekt om maatregelen, maar als we de offers aan de weergoden buiten beschouwing laten, kregen we pas in september als antwoord dat men het onderzoekt. Wat financiering betreft, slaagt uw minister van Klimaat er nog niet eens in om de Europese middelen te gebruiken. Er staat 2 miljard geblokkeerd op een spaarrekening omdat hij er niet in slaagt om een interfederaal akkoord te sluiten. Dat zijn 2 miljard verloren middelen.
Dat alles zorgt voor frustratie, woede en ontgoocheling bij de Belgen, bij hen die wel willen investeren in fossielvrijheid, die wel klimaatzekerheid willen, die wel meer groen willen, die simpelweg een leefbare toekomst willen. Ze komen daar zondag voor op straat.
Mijnheer de premier, mijn vraag is
eenvoudig. Hoe zal uw begroting erop gericht zijn om eindelijk een ernstig
klimaatbeleid te voeren? Zult u,
in tegenstelling tot de Vlaamse (…)
03.02 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le premier ministre, cet été, nous avons connu des chaleurs exceptionnelles – faut-il le rappeler? –: une surmortalité particulièrement élevée; 3 000 ha de forêts dans les Fagnes partis en fumée; des rivières à sec; un rendement agricole en chute libre – finalement, des milliards d'euros perdus.
Cela nous rappelle une chose – faut-il le dire? La Belgique n’échappe pas au dérèglement climatique. Le sujet est loin d'être un tabou. Il transforme nos conditions de vie, touche notre agriculture, nos ressources en eau, notre santé publique.
La marche pour le climat a lieu dimanche. Des milliers de concitoyens y participeront, et notamment beaucoup de jeunes. Parmi leurs revendications, figure notamment celle d'un véritable plan de sortie des énergies fossiles. J'en profite pour le dire: nous y travaillons activement avec notre ministre Jean-Luc Crucke – et le ministre Mathieu Bihet..
Il y a aussi un message clair: le coût de l'action sera toujours moins élevé que celui de l'inaction, n'est-ce pas? Nous le voyons aujourd'hui avec la crise des énergies fossiles que nous traversons. L'avenir est devenu aussi source d'incertitude et de beaucoup d'inquiétudes pour les jeunes, tout comme pour moi et pour vous aussi, monsieur le premier ministre. Je parle d'incertitudes économiques, géopolitiques, mais aussi climatiques. Nos concitoyens attendent de nous des perspectives et des réponses concrètes. Pour Les Engagés, l'environnement est un marqueur important, vous le savez.
Nous sommes convaincus qu'il est possible de mener une politique climatique ambitieuse. Du reste, avons-nous le choix? Cependant, cette politique doit aussi tenir compte des réalités économiques et sociales de notre pays. C'est le sens de notre soutien au redéveloppement du nucléaire et aux énergies renouvelables.
Monsieur le premier ministre, ma question est
donc simple. Dans le cadre des discussions actuelles et d'ici la fin de la
législature, comment le gouvernement entend-il concrètement prendre en compte
l'enjeu climatique? Et surtout, comment garantir que cette transition restera
socialement et économiquement soutenable? Je vous remercie déjà.
03.03 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Mijnheer de premier, afgelopen zomer beleefden we de dodelijkste hittegolf ooit in ons land en brandden duizenden hectare af in de Hoge Venen. Elk jaar sterven 60.000 mensen in Europa door hitte. In ons land vielen voorbije zomer bijna 3.000 hittedoden. Wat deed u op dat moment? Een schietgebedje van op vakantie. Sommigen vonden het ook nodig om te minimaliseren, door te zeggen: drink een pintje aan je zwembad en leef. 3.000 doden, mijnheer de premier.
Het ergste is dat u gewaarschuwd was. Rapport na rapport verscheen om België te waarschuwen dat we niet klaar zijn voor hitte en bosbranden en dat er extra moet worden geïnvesteerd. Wat was het antwoord? Uw minister van Binnenlandse Zaken zei hier vorig jaar dat het risico van bosbranden op zich niet rechtvaardigt dat er zoveel middelen weggetrokken zouden worden. Dus jullie wisten het, maar kozen ervoor om niet te investeren. Het is een keuze.
Deze regering heeft de keuze gemaakt om 5 miljard extra per jaar te voorzien voor wapens. Dat is exact het bedrag dat volgens het Planbureau nodig is op federaal niveau om de klimaatverandering tegen te gaan. U vindt dus wel geld voor dure F-35's, maar niet voor eigen bluscapaciteit bij natuurbranden. U koopt gepantserde voertuigen om in de Sahel in te grijpen, terwijl onze woonzorgcentra, scholen en crèches kreunen onder de hitte in verouderde gebouwen. We moeten in de ziekenhuizen reddingsdekentjes tegen de ramen plakken om onze patiënten te beschermen tegen de hitte. Vindt u dat normaal?
Ondertussen wordt de bouw van de windmolenparken op zee uitgesteld, de bouw van het energie-eiland wordt uitgesteld. België heeft het kleinste aandeel aan hernieuwbare energie in de energiemix van de hele Europese Unie en de CO2-uitstoot stijgt. Er moet dringend iets gebeuren. Dat is de reden waarom er komende zondag tienduizenden mensen op straat komen in Brussel op de klimaatmars.
Mijnheer de premier, welke lessen trekt u uit afgelopen zomer? Wat zegt u aan de mensen die zondag op straat komen?
03.04 Eerste minister Bart De Wever: Bedankt voor uw vragen.
Mijnheer Van Lysebettens, u zegt dat de balans op het vlak van het klimaat de afgelopen tien jaar heel negatief is. U mag echter niet vergeten dat u gedurende vijf van die tien jaar aan het roer stond, met een groene minister van Klimaat en een partijgenoot van u als minister van Energie, die erin geslaagd is om een vreselijke deal te sluiten met ENGIE, om CO2-vriendelijke kerncentrales te sluiten en om massaal subsidies te geven aan fossiele centrales. Om dat te verrechtvaardigen, zei ze dat men soms eerst door het stof moet gaan. Dat zijn haar woorden. Ik denk inderdaad dat u nu door het stof moet gaan. Het is heel moeilijk om uw commentaar nog ernstig te nemen na die afgelopen periode.
Le gouvernement entend les inquiétudes qui s'expriment autour de cet enjeu et les prend au sérieux. Cet après-midi, une délégation, comprenant notamment le professeur van Ypersele, a d'ailleurs été reçue par mon cabinet. Il appartient naturellement au ministre Crucke, en tant que ministre du Climat, de poursuivre le développement et la mise en œuvre de la politique climatique au niveau fédéral. Cela dit, les compétences principales en matière de climat relèvent du niveau régional.
De afgelopen zomer heeft inderdaad de urgentie benadrukt om niet alleen te focussen op klimaatmitigatie, wat ons op de lange termijn zal helpen, tenminste als de rest van de wereld wil meedoen – daar heeft het op dit moment niet zoveel schijn van – maar we moeten de focus in toenemende mate ook op klimaatadaptatie leggen. Daarom heeft de federale regering op 18 september beslist om een actieplan uit te werken om de nationale capaciteit voor natuurbrandbestrijding te versterken, mede op basis van de lessen die we hebben getrokken uit de brand in de Hoge Venen.
Verder wil de regering de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen, bijvoorbeeld door kernenergie hier opnieuw een toekomst te geven. Dat is niet alleen goed voor het klimaat, maar ook om voor onze energiebevoorrading niet afhankelijk te zijn van naties die niet altijd het beste met ons voorhebben. Die naïviteit uit het verleden betalen we nu zeer duur, letterlijk en figuurlijk, uw naïviteit.
Ten slotte mogen we niet uit het oog verliezen dat de duurzame transitie alleen zal slagen als ze haalbaar en betaalbaar is voor iedereen, voor onze gezinnen, als ze onze energiebevoorrading verzekert en ook de competitiviteit van onze industrie vrijwaart. Het is met die ingesteldheid dat we ook over dit thema aan de Europese tafel meespreken, maar u zult het mij vergeven dat ik mij de komende dagen vooral zal toeleggen op een fenomeen dat helaas niet wegsmelt door de opwarming van de aarde, namelijk de rentesneeuwbal.
03.05 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, u hebt het over de erfenis van het verleden. Het is niet nieuw maar ik wil er toch op wijzen dat de vorige minister van Energie ook gestart is met een erfenis uit het verleden van een Zweedse regering die helemaal niet heeft ingestaan voor de energiezekerheid. Zij heeft daar maatregelen rond genomen. Zij heeft centrales geopend. Zij heeft windenergie op zee mogelijk gemaakt. Zij heeft zelfs nucleaire reactoren verlengd. Als uw minister van Energie hetzelfde doet, mag u hier terugkomen.
Er is nood aan meer klimaatbeleid. Er is nood aan urgente actie als we ons willen voorbereiden op extreem weer, zoals het weer van de voorbije zomer, en als we willen dat er in ons land een toekomstbestendig economisch weefsel ontstaat. Daarom doe ik een oproep. Neem dit weekend in de begroting al actie om aan het klimaat iets te doen. Ondertussen zal ik zondag samen met velen in de klimaatmars lopen en die actie vragen.
03.06 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le premier ministre, on ne fera pas marche arrière en un claquement de dents ou de doigts, d'après ce que je viens d'entendre. Ce qui se passe aujourd'hui, je regrette, est le résultat de politiques antérieures qui ont manqué d'ambition, qui ont fait de mauvais choix. Mais à présent, nous avons décidé d'aller de l'avant et, heureusement, ce gouvernement prend des décisions en matière de nucléaire, en matière de transition, en matière d'énergie renouvelable!
Ce qui se passe aujourd'hui est l'occasion de revoir notre modèle, d'accélérer les alternatives notamment énergétiques, de diminuer notre dépendance et d’augmenter notre souveraineté. Bien sûr, nous devons rendre notre société plus résiliente mais la résilience ne doit pas devenir résignation. Nous ne devons pas penser que le mal est incurable. Nous avons besoin d'une politique volontariste, avec des solutions à court et à long terme. Nous devons aussi dialoguer avec tous les niveaux de pouvoir. C'est un peu compliqué en Belgique, on le sait, mais le ministre Jean-Luc Crucke s'y attelle. Nous devons aussi parler à nos concitoyens, dialoguer, expliquer davantage car aujourd'hui, nous sommes tous responsables, à tous les niveaux de pouvoir, de l'avenir de notre environnement, de notre jeunesse et de la planète.
03.07 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Mijnheer de premier, u vat het samen door te zeggen dat
het haalbaar en betaalbaar moet zijn. Het gaat echter over de keuzes die u maakt.
Lorsque Theo Francken avait prétendument repéré des drones au-dessus de Zaventem, une réunion d'urgence du Conseil national de sécurité a été convoquée sans délai et 50 millions d'euros ont immédiatement été mobilisés.
En revanche, face aux quelque 3 000 décès liés à la canicule cet été ou aux incendies qui ont ravagé les Fagnes, il n'y a eu ni réunion d'urgence, ni plan exceptionnel, ni un euro supplémentaire débloqué à ce moment-là. Les gens doivent se débrouiller seuls. Ce sont les choix que vous faites. Pour la guerre, près de 5 milliards d'euros supplémentaires sont prévus chaque année. Or c'est précisément ce qu'il faudrait investir pour nous défendre contre le changement climatique.
Rien n'est inévitable. Il s'agit bien de choix politiques. Et c'est précisément pour cette raison que nous serons nombreux à manifester ce dimanche pour le climat.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04.01 Patrick Prévot (PS): Monsieur le ministre, je ne vous lâcherai pas et je serai le caillou dans votre chaussure. Preuve en est que, ce jeudi, vous êtes là uniquement pour moi. En tant que ministre de l'Économie, vous devriez certainement être le premier à vous inquiéter du pouvoir d'achat des travailleurs. Malheureusement, dans les faits, vous êtes le ministre du chômage et des faillites.
J'ignore si vous avez récemment fait vos courses. Si ce n'est pas le cas, je peux vous donner une indication: 9 % supplémentaires pour le shampoing, pour la farine et pour les tomates. Alors, je vous entends évidemment déjà me répondre que l'inflation baisse légèrement.
Monsieur le ministre, il y a vos chiffres; et puis, il y a la réalité. Celle-ci, malheureusement, ne rentre pas dans vos statistiques. Pendant ce temps, les prix de l'énergie, eux, continuent de flamber: le diesel est à 2,39 euros le litre, le mazout coûte deux fois plus cher qu'il y a un an. En France et en Espagne, des mesures ont été prises pour aider les travailleurs et les travailleuses. En Belgique, rien! Votre plan énergie, parlons-en, c'était un flop total: moins d'un employeur sur mille a augmenté l'indemnité kilométrique, moins de un sur mille! Ce n'était donc évidemment pas une réponse au problème – nous vous l'avions dit –, mais uniquement un plan de communication.
Parlons un peu de celles qui paient cette énergie au prix fort. Et je pense aux aide-ménagères. Les avez-vous vues, monsieur le ministre? Non, je pense que vous ne les voyez pas. Pourtant, elles étaient encore hier devant le cabinet de votre ami, le ministre Jeholet. Elles font des centaines de kilomètres par semaine et elles ont l'impression de payer pour aller travailler. Face à cette réalité, quelle est la réponse de votre gouvernement? Deux sauts d'index partiels.
Alors, vous me direz peut-être me rétorquer que quelqu'un qui gagne 2 500 euros net par mois est un nanti, qu'un retraité qui touche 1 700 euros de pension après avoir travaillé toute sa vie est quelqu'un de fortuné. Non, monsieur le ministre, soyons un peu sérieux! À quel moment ces personnes sont-elles devenues des privilégiées? Ma question, monsieur le ministre, est bien simple. Quand en prendrez-vous enfin la mesure et quand prendrez-vous enfin de vraies décisions?
04.02 David Clarinval, ministre: Monsieur le député, aujourd'hui les tensions au Moyen-Orient entraînent une forte hausse des cours du pétrole et du gaz, entre autres. Ces chocs extérieurs se répercutent directement sur la facture énergétique des ménages, mais aussi sur les coûts de production, de transport et de distribution des entreprises. Dans une économie ouverte comme la nôtre, ces augmentations finissent inévitablement par exercer une pression sur certains prix à la consommation.
Les dernières données de Statbel pour septembre 2026 montrent que l'inflation en Belgique atteint en effet 4,6 %. Cette accélération s'explique principalement par la hausse des prix de l'énergie. L'inflation énergétique a atteint 24 % en septembre, contribuant à hauteur de 2,1 % à l'inflation totale, soit près de la moitié de celle-ci. Les prix du gaz naturel ont augmenté de 35 % sur un an, ceux de l'électricité de 13 % et ceux des carburants de 34 %.
Concernant le caddy alimentaire, la situation est toutefois plus nuancée. Les dernières données montrent que les prix des produits alimentaires et des boissons non alcoolisées sont globalement stables. Cette évolution s'explique notamment par la détente des cours de plusieurs matières premières agricoles. Cela ne signifie bien évidemment pas que les ménages ne ressentent plus de pressions sur leur budget. Il faut distinguer le ralentissement de l'inflation d'une baisse des prix.
En Belgique, le gouvernement a pris plusieurs mesures pour protéger le pouvoir d'achat: le centenindex, qui maintient à 100 % l'indexation automatique des salaires de moins de 4 000 euros; une augmentation des chèques repas de 2 euros, a été permise; enfin, une réforme fiscale, qui va renforcer le pouvoir d'achat jusqu'à 150 euros nets par mois pour un travailleur au salaire minimum, grâce à la réduction de la fiscalité sur le travail et au renforcement du bonus à l'emploi, a été votée récemment. Ces mesures nous permettent donc de protéger autant que possible le pouvoir d'achat des citoyens. Je vous remercie de votre attention.
04.03 Patrick Prévot (PS): Merci, monsieur le ministre. Comme je n'attendais pas grand-chose de vos réponses, je n'ai pas été déçu. En tout cas, vos quelques fans de la N-VA sont très contents de votre absence de mesures. Quand je vous écoute lire la réponse qui a été préparée par votre cabinet, je me dis que vous êtes complètement déconnecté de la réalité. Vous nous sortez des chiffres en nous retraçant l'historique du conflit et des tensions au Moyen-Orient. Or ces tensions produisent les mêmes effets en France et en Espagne. Pourtant, ces deux pays ont pris des mesures, qui sont bien plus importantes que celles que vous prenez aujourd'hui.
(…)
Puis-je continuer à parler? Merci. Monsieur le ministre, je vous sens évidemment fortement mal à l'aise à cet égard, parce que vous ne prenez aucune mesure.
Nous savons que le MR, depuis des mois, crie
qu'il veut le cliquet inversé. Nous avons même entendu des déclarations selon
lesquelles, s'il ne l'obtenait pas, il quitterait le gouvernement. Quelques
mois plus tard, vous êtes toujours là. Votre impuissance apparaît désormais aux
yeux de toutes et tous. (Micro
coupé)
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Francesca Van Belleghem (VB): Minister Prévot van Les Sabotés, u eist dat dertien Gazaanse studenten worden overgebracht. De N-VA laat zich gewillig chanteren en gaat daarmee akkoord als er een deal komt over de illegale Afghanen en over de terugkeerhubs. Is die deal er?
Immers, hoewel vijf EU-landen bouwen aan terugkeerhubs in bijvoorbeeld Oeganda en Rwanda om afgewezen asielzoekers buiten de EU op te vangen, doet België niet mee. Bij de stemming over de terugkeerverordening onthield ons land zich als enige, gesaboteerd door u.
Mijnheer de minister, klopt het dus dat u vandaag de terugkeerhubs volledig van tafel hebt geveegd?
Ik kom nu bij de illegale Afghanen. Klopt het dat u saboteert dat Afghanistan een ambassade opent in Brussel met het oog op terugkeer? Weigert u ook consulair personeel? Weigert u ook identificatiemissies? Als dat het geval is, blijft die ene illegaal die daar de voorbije zomer per ongeluk is teruggestuurd de enige teruggestuurde Afghaan, omdat hij te dom was om zijn paspoort weg te gooien.
Tot slot, wij zijn duidelijk. De overbrenging van de Gazaanse studenten is een grote vergissing. Wie dertien Gazaanse studenten een uitzondering geeft op de migratieregels, zet het hele migratiebeleid op zijn kop en bedient activistische rechters op een presenteerblaadje. Het is dan ook een schande dat de N-VA overweegt om daarmee akkoord te gaan.
Minister Prévot van Les Sabotés, hoe zit het dus met de terugkeerhubs? Hoe zit het met de illegale Afghanen? Hoe zit het met de Gazaanse studenten?
05.02 Maxime Prévot, ministre: Madame la députée, à chaque fois que vous êtes caricaturale à mon égard, cela me flatte.
Mevrouw, ik heb mijn collega bevoegd voor Migratie voorstellen gedaan om tot een compromis te komen dat deze studenten de mogelijkheid zou bieden hun academisch traject in België voort te zetten. Ondanks onze uitwisselingen en gesprekken bleek het tot nog toe niet mogelijk om over deze voorstellen tot een akkoord te komen, terwijl er concrete oplossingen op tafel liggen die echte resultaten kunnen opleveren.
Laat mij duidelijk zijn. Ofwel komen wij hier morgen tot een waardige overeenkomst, ofwel stel ik voor om een einde te maken aan deze ellendige situatie, enerzijds omdat met elke week die verstrijkt de studenten verder verwijderd zijn van de voortzetting van hun academische loopbaan die al een maand geleden kon worden aangevat en de onzekerheid over hun toekomst wordt verlengd en anderzijds omdat ik weiger dat deze 13 studenten worden gebruikt als onwaardig onderhandelingsmiddel om onmiddellijke beslissingen af te dwingen over een migratiebeleid dat mogelijks afwijkt van ons regeerakkoord.
Ik herhaal dat ik nooit heb geweigerd om over welke maatregel dan ook in debat te gaan, noch wat betreft personen zonder wettig verblijf in het algemeen, noch wat betreft criminelen in het bijzonder. Als burgemeester van een grote stad ben ik mij eveneens bewust van de moeilijkheden die de niet-uitvoering van bevelen om het grondgebied te verlaten op het terrein kunnen veroorzaken, maar het gaat hier echter om gevoelige dossiers die een genuanceerde en proportionele aanpak vereisen.
05.03 Francesca Van Belleghem (VB): Minister, u verklaart dus dat er twee mogelijkheden zijn: ofwel komt u tot een overeenkomst, ofwel stelt u voor een einde te maken aan deze ellendige situatie. Horen de N-VA-leden dat goed? Les Engagés eist dus dat die studenten worden overgebracht, zo niet valt de regering. Of hoe moet ik dit anders interpreteren?
Jullie, N-VA'ers, laten zich saboteren omwille van de terugkeerhubs. België is het enige land in de EU dat zich heeft onthouden. Jullie laten zich saboteren over de terugkeer naar Afghanistan. Zelfs Frankrijk maakt er ondertussen werk van. Jullie hebben zich laten saboteren over de flop die de woonstbetredingen zijn geworden. Jullie zijn in feite de dweil van de Wetstraat geworden.
Hoelang zullen jullie die chantage nog aanvaarden?
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, eerder deze week gaf u het openingscollege aan de UGent. De eerste student zat nog niet op zijn stoel of het was al zover. Elke zelfstandige, elke ondernemer in dit land is volgens u een profiteur die aan het zwembad ligt, met een Porsche voor de deur, miljoenen op de bankrekening en vooral de schuld van alle problemen in dit land.
Het begrotingstekort is de schuld van de zelfstandigen en ondernemers. De rentesneeuwbal komt eraan, dan moeten die zelfstandigen en ondernemers maar wat meer belastingen betalen. Er is geen economische groei, dan moeten die zelfstandigen en ondernemers maar wat meer investeren. Het is volgens u allemaal de schuld van diegenen die eigenlijk dit land recht houden, die risico's nemen, die welvaart creëren en zorgen voor jobs voor andere mensen. U vindt al die mensen een probleem, mijnheer de minister.
Ik sta hier vandaag om de ondernemers te bedanken, voor alle initiatieven die zij nemen. De ondernemers zijn de ruggengraat van onze economie. Zij zijn niet het probleem, maar de oplossing.
Het echte probleem zit hier. U bent het probleem, mijnheer de minister, want u weigert te besparen op de overheid zelf. Het aantal ambtenaren verminderen? Neen, dat gaan we niet doen. De groeinorm naar beneden? Dat gaan we zeker niet doen. Het remgeld bij de dokter voor iedereen op één euro, een ideetje van u. Niet besparen op de overheid, dat is het echte probleem in dit land.
Mijnheer de minister, ik wil u vragen om hier aan het spreekgestoelte uw verontschuldigingen aan te bieden aan al die zelfstandigen en ondernemers die u deze week geschoffeerd hebt, onterecht geschoffeerd.
Ten tweede, wilt u alstublieft bij de begrotingsonderhandelingen dit weekend pleiten voor besparingen? Wilt u alstublieft kijken naar uw eigen departementen? Daar zit er immers vet op de soep.
06.02 Minister Frank Vandenbroucke: Collega’s, er is geen welvaartsstaat zonder solidariteit. Mijn les ging daarover, maar u was ongetwijfeld in een heel andere les, mijnheer Coenegrachts. In mijn les heb ik uitgelegd dat een welvaartsstaat zorgt voor bescherming, dat hij een schokdemper en een investering is, en dat hij voor vrijheid zorgt en een motor van initiatief is. Daarom moeten we de welvaartsstaat beschermen, hervormen en misbruiken erin aanpakken.
Ik heb gesproken over vennootschappen, want ik zie de vennootschap ook als een zeer kostbaar instrument. De vennootschap laat toe om risico's te spreiden, jobs te creëren en echt te ondernemen. Datzelfde systeem laat echter ook oneigenlijk gebruik toe, zonder of met haast geen investeringen, zonder personeel en zonder risico. De vennootschap wordt dan gebruikt om een inkomen dat eigenlijk een loon is, veel minder te laten belasten.
Dat is niet goed voor de welvaartsstaat, want die loopt daardoor zeer veel geld mis. Ik denk dus dat we dat systeem kritisch tegen het licht moeten houden en ik sta daarin echt niet alleen.
Laat me duidelijk zijn, ondernemers verdienen al onze steun. Het is net de bedoeling om de vennootschap voor te behouden voor degenen die écht ondernemen. Ik wijs mensen die vandaag de vennootschap enigszins oneigenlijk gebruiken, ook niet met de vinger. Het systeem laat het toe, dus moeten we dat veranderen. Misbruik moet worden bestreden. Als het onderaan de sociale ladder voorkomt, moet misbruik worden bestreden, maar als het bovenaan de sociale ladder voorkomt, moet misbruik toch ook worden bestreden, nietwaar?
06.03 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, het zijn die zelfstandigen en ondernemers die de welvaartsstaat waar u zo trots op bent, waar we allemaal trots op zijn, betalen en stutten. Zij zorgen ervoor dat andere mensen daarvan kunnen profiteren en genieten. Waar ik voor pas, is een wereld waarin u, Frank Vandenbroucke, bepaalt wie een echte ondernemer is en wie geen echte ondernemer is. Voor dat systeem zal ik absoluut passen.
Over voorzitters gesproken, toen Patrick Janssens voorzitter was van uw partij zei hij dat hij een zelfstandige was, want de partij had advies gevraagd aan de bedrijfsrevisor. Hij kreeg geen dertiende maand en diende maar wat bonnetjes in. Hij kon alleen maar als zelfstandige werken, want u had hem gevraagd om voorzitter te worden. Aan een ministerwedde wilde hij dat wel doen, maar dan wel als zelfstandige. Dames en heren, de geloofwaardigheid is helemaal weg.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, collega's, voor wie ongeneeslijk ziek is, is tijd het kostbaarste wat er is. Die tijd wil men niet in een ziekenhuis doorbrengen, maar in zijn thuisomgeving met zijn naasten, tijd die gericht is op levenskwaliteit, niet meer op genezing. Jammer maar helaas. Omdat er nog zoveel te leven is, is een campagne van Palliatieve Zorg Vlaanderen, die nu zaterdag start, op 10 oktober.
Toch wachten we vandaag met financiële steun tot mensen nog maar drie maanden te leven hebben. Het palliatief forfait van 850 euro wordt pas dan toegekend. Dat is te laat. Een derde van de patiënten is dan al overleden. Het is ook moeilijk te voorspellen voor een arts, maar de kosten wachten niet. Men heeft medisch materiaal nodig, een aangepaste matras, een ziekenhuisbed, medicatie. Die wachten niet tot de laatste drie maanden.
Zo wordt thuis sterven ook financieel onhaalbaar gemaakt. Facturen duwen mensen het ziekenhuis in, wat ze niet willen. De meeste mensen willen thuis sterven. Dat is het geval voor slechts een op de vier mensen. Nochtans stelt het regeerakkoord heel duidelijk dat thuis sterven betaalbaar moet worden gemaakt.
Het palliatief statuut en het palliatief forfait moeten worden versterkt. Daarom doet cd&v een heel concreet voorstel. Breid het palliatief forfait uit tot een termijn van één jaar, met hetzelfde budget, zodat mensen er eerder gebruik van kunnen maken.
Mijnheer de minister, erkent u dat de
huidige termijn van drie maanden niet meer aangepast is aan de zorgnoden van de
patiënt? Bent u bereid om die
termijn op te trekken?
07.02 Carmen Ramlot (Les Engagés): Monsieur le ministre, les soins palliatifs me tiennent particulièrement à cœur. Aujourd'hui, les besoins augmentent et sont multiples, mais l'offre de soins ne suit pas toujours, malgré le travail remarquable accompli quotidiennement par les professionnels et les bénévoles.
En juillet dernier, vous m'aviez annoncé qu'un projet était en cours à l'Institut national d'assurance maladie-invalidité (INAMI) afin de mettre en place un trajet de soins palliatifs mieux intégré et mieux coordonné. Vous précisiez qu'un groupe d'acteurs de terrain avait formulé des propositions visant à éviter les soins inutiles en fin de vie, sans compromettre la qualité des soins. Vous annonciez également le lancement, pour ce mois d'octobre, d'un groupe de travail transversal, à l'issue des travaux préparatoires et des études du Centre Fédéral d'Expertise des Soins de Santé (KCE).
Monsieur le ministre, nous sommes à la veille de la Journée mondiale des soins palliatifs. Pouvez-vous nous dire où nous en sommes concrètement? Quelles sont les propositions formulées par les acteurs de terrain? Quels travaux préparatoires ont déjà été réalisés et pouvons-nous en prendre connaissance? Enfin, le groupe de travail transversal a-t-il effectivement démarré? Qui en fait partie et quel est son calendrier de travail? En effet, les patients et leurs familles n'attendent pas seulement des projets, mais bien des avancées concrètes.
07.03 Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw Van Hoof, mevrouw Ramlot, ik wil u ten eerste bedanken omdat u hier in het Parlement palliatieve zorg onder de aandacht blijft brengen. Dat is terecht. Zoals u hebt opgemerkt, gaat het over mensen, over levenskwaliteit, over waardigheid en over hoe en waar iemand wil sterven. Dat is inderdaad vaak niet in het ziekenhuis maar liever thuis, omringd door naasten. Het is goed dat u dat onder de aandacht houdt.
U bent het er denkelijk ook mee eens dat we niet van niets vertrekken. Professor Distelmans heeft het onlangs nog herhaald. We beschikken eigenlijk wel over goed uitgebouwde, wettelijk verankerde palliatieve zorg. Dat vraagt een enorme inzet van heel veel mensen, professionals en mantelzorgers, dag in, dag uit.
Ik ben het absoluut met u eens dat het beter kan. In uitvoering van het regeerakkoord, waarvoor ook u hebt geijverd, werken we aan een geïntegreerd palliatief zorgtraject. We bekijken het palliatief forfait, de financiering van de verpleegkundige thuiszorg en de palliatieve zorgteams alsook het uitbreiden van de vroegtijdige zorgplanning.
Ik heb u goed gehoord. Ik zal u zeker niet tegenspreken over die termijn, maar ik zou wel met een samenhangend, geïntegreerd verhaal willen komen over hervorming en vooral verbetering. Dat vraagt tijd. Ik begrijp de frustratie dat dit tijd vraagt, maar ik zou die samenhang wel willen bewaken en er niet één element willen uithalen.
U bent het er ongetwijfeld ook mee eens dat we ter zake ook aan de kinderen moeten denken. Wanneer een kind ernstig ziek wordt, staat een hele familie op zijn kop. Het KCE-rapport over de manier waarop we de toegang tot die zorg voor kinderen kunnen verbeteren, verwachten we over enkele weken.
Madame Ramlot, vous me demandez très concrètement où nous en sommes depuis notre dernier échange en juillet. L'INAMI a poursuivi la préparation du projet avec un état des lieux des soins existants, de leur financement et des initiatives déjà prises. Un premier groupe d'acteurs de terrain s'est également penché sur des pistes concrètes pour diminuer les soins inutiles en fin de vie, sans compromettre leur qualité.
Je vous avais annoncé le lancement du groupe de travail transversal en octobre et cet engagement est respecté. Dans exactement deux semaines, le 22 octobre, les acteurs concernés se réuniront en séance plénière. Des sous-groupes travailleront sur les différentes étapes du parcours palliatif, sur les besoins des patients et sur les adaptations nécessaires de l'organisation et du financement. Bien entendu, nous travaillerons en concertation avec les entités fédérées, notamment au sein de la Conférence interministérielle. Nous n'attendons pas cette concertation pour avancer, l'INAMI a d'ailleurs déjà répondu favorablement aux invitations à participer aux initiatives flamandes en matière de soins palliatifs.
De werkzaamheden moeten eind 2028 afgerond zijn. Ik besef heel goed dat dat nog heel lang is en dat dit voor mensen die vandaag zorg nodig hebben eindeloos lang kan duren. Ik vraag ook begrip, want we hebben een grote ambitie: betere palliatieve zorg voor iedereen die dat nodig heeft, zodat het einde van het leven kan verlopen zoals mensen dat echt wensen. Laat ons dat volledig geïntegreerd uitwerken. Dit moet inderdaad absoluut in deze legislatuur gebeuren. Blijf daarvoor ijveren. Blijf aan mijn mouw trekken. Dat is een goede zaak. Ik probeer met een goed samenhangend plan te komen.
07.04 Els Van Hoof (cd&v): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Dat zal ik zeker blijven doen, dat weet u, maar tijd is er niet meer voor de mensen die het nodig hebben. Dat is het schrijnende van het verhaal. Ik stel daar al tien jaar vragen over. Er zijn studies, risicoanalyses, oriëntatienota's en transversale werkgroepen geweest. In 2016 heb ik geholpen bij de wetswijziging die het palliatief statuut in het leven heeft geroepen. Dat moet nu uitgevoerd worden. Dat blijft echter achterwege.
Het is heel eenvoudig om eenzelfde budget over één jaar te spreiden, aangepast aan de befaamde PICT. Dat is de medische praktijk vandaag en dat is wat de mensen ook willen. Ze willen financiële ademruimte en nog een beetje levenskwaliteit of ademruimte aan het einde van hun leven. Tijd is er niet veel meer. Het mag geen voorrecht van de happy few zijn om thuis te sterven. Het mag niet too little too late zijn.
Ik zou u willen aansporen om hier zo snel mogelijk werk van te maken, want dat staat in het regeerakkoord. Er is een betere ondersteuning van het levenseinde nodig.
07.05 Carmen Ramlot (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous
remercie pour votre réponse.
Il y a encore aujourd'hui un important travail d'éducation à mener car trop de personnes pensent encore que les soins palliatifs concernent uniquement la fin de vie, alors que vous et moi savons qu'ils ne se résument pas à cela. En réalité, les soins palliatifs permettent avant tout de mieux vivre avec la maladie, de mieux soulager la douleur, d'accompagner les familles et, finalement, de remettre l'humain au cœur des soins.
Votre réponse est plutôt positive. Il est vrai qu'il faut désormais mettre le turbo car en matière de soins palliatifs, le temps compte. Pour les patients et leurs proches, chaque jour compte. C'est précisément pour cette raison que ma proposition de résolution, actuellement examinée en commission de la Santé, vise à mettre en place une véritable stratégie interfédérale. J'espère que vous pourrez vous en inspirer.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Ortwin Depoortere (VB): Dit zijn geen scholierenprotesten, dit zijn geen uit de hand gelopen demonstraties, dit zijn geen boze leerlingen die op straat komen. Wie de beelden uit Frankrijk en ons land heeft gezien, weet dat dit georkestreerde, georganiseerde, gewelddadige rellen zijn, die aangestuurd zijn door extreemlinks en uitgevoerd worden door allochtonen! Het doel is om chaos te creëren in onze steden.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om een oproep te doen aan de media. Stop met het vergoelijken! Stop met het minimaliseren! Stop met het zoeken naar excuses! Hier past 0,0 begrip!
Minister Quintin, u hebt vandaag extra hulp aangeboden aan de stad Luik. U hebt terecht verwezen naar extreemlinks. U vergeet echter wel nog enkele andere zaken. Wat vandaag in Luik gebeurt, kan morgen immers ook elders gebeuren.
Mijn eerste vraag, mijnheer de minister, is: zijn onze veiligheidsdiensten hierop voorbereid? Het gaat inderdaad niet alleen om antifa. Laat ons het taboe maar eens doorbreken, het gaat ook voornamelijk over allochtone relschoppers. Wanneer zult u, en deze regering, ook dit taboe doorbreken?
Ten slotte, hoe zal de regering, mevrouw de
minister, de daders effectief straffen? Wie draait op voor de schade? Heeft u
of de stad Luik zich als burgerlijke partij gesteld voor al die gewonde
politieagenten en brandweerlui? Ik
wil vandaag duidelijke antwoorden!
08.02 Paul Magnette (PS): Monsieur le ministre, demain aura lieu une grande manifestation nationale contre les mesures de votre gouvernement, mais aussi contre les mesures de la ministre de l’Enseignement. Il y aura donc, à cette manifestation, de nombreux enseignants et des élèves de tous les âges – des très jeunes, de 13, 14, 15 ans, et des plus âgés, d’une vingtaine d’années.
Ces jeunes, aujourd'hui, sont terriblement inquiets et en colère. Comment ne serait-on pas inquiet quand on a 15 ou 20 ans aujourd'hui et qu'on voit l'état du monde? Comment ne serait-on pas en colère quand on voit la pluie de mesures qui s'abat sur cette jeunesse? Les attaques contre l'école, la hausse – l'explosion – du minerval pour ceux qui veulent faire des études supérieures, l'explosion des prix des transports en commun aujourd'hui.
Ces jeunes, aujourd'hui, ont le sentiment – et on les comprend – que tout est fait pour casser leur avenir. Ce message-là, cela fait des mois qu'ils tentent de l’exprimer, mais personne ne les écoute! Alors, à un moment donné, qu'est-ce qu'ils font? Eh bien, ils s'organisent! Cette formidable jeunesse s'organise, elle manifeste, elle occupe les écoles. Elle le fait avec un calme et une sérénité extraordinaires.
J'en ai rencontré beaucoup, encore ce matin. Ils s'écoutent. Ils se respectent. Ils s'organisent. Beaucoup ici feraient bien d’en prendre de la graine. Ils sont d'une maturité politique extraordinaire. Demain, ils veulent pouvoir aussi manifester librement.
Mais on le sait, il y a des casseurs, des adultes, qui se sont infiltrés dans ces mouvements. Ils doivent être arrêtés et punis. Il n'y a pas de débat là-dessus. Mais la répression des casseurs ne doit jamais servir à détourner l'attention des revendications de ces jeunes, qui sont justes et légitimes. Elle ne doit jamais servir – jamais! – à bâillonner leur volonté de s'exprimer librement.
Monsieur le ministre, pouvez-vous regarder ces jeunes de 14, 15, 20 ans dans les yeux et leur dire que demain, ils pourront manifester librement et sans crainte?
08.03 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer en mevrouw de minister, vandaag komen jonge mensen op straat omdat ze bezorgd zijn over hun toekomst. Als voormalig leraar kan ik dat goed begrijpen. Collega's, ik denk dat we er allemaal goed aan doen om heel goed te luisteren naar wat die jongeren te vertellen hebben, want het gaat nu eenmaal over hun onderwijs, over hun kansen en over hoe wij hen klaarstomen voor de toekomst.
Eigenlijk zou het debat absoluut daarover moeten gaan, maar vandaag moet ik helaas een andere vraag stellen, want dat volkomen legitiem protest wordt overschaduwd door geweld. We zien dat helaas keer op keer opnieuw gebeuren. Legitiem en vredevol protest dat wordt gekaapt door enkelingen die niet komen om hun stem te laten horen of om te protesteren, maar die enkel hun vuisten willen laten spreken. Ze steken de boel in brand, plunderen en zoeken elke keer opnieuw de confrontatie met de politie op.
Dat is voor ons elke grens voorbij. Die beelden in Luik maken mij boos. Er zijn daar tientallen agenten gewond geraakt. Agenten kregen daar van alles naar hun hoofd geslingerd, zoals hekkens, verkeersborden, stenen en kasseien. Brandweerlui konden hun werk niet eens doen. Ze konden niet blussen omdat ze werden tegengehouden door relschoppers en moesten geëscorteerd worden door politiemensen.
Dat kan zo niet verder. Het zal mij worst wezen, collega's van het Vlaams Belang of van de PVDA, of dat geweld van links, rechts, boven of onder komt. Voor mij zijn dat criminelen die stuk voor stuk moeten worden opgepakt en gestraft. Mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat zult u doen om die gasten die telkens opnieuw geweld plegen tegen politie, brandweer en ambulanciers op te pakken en te bestraffen?
08.04 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre de l'Intérieur, depuis plusieurs jours, les jeunes se mobilisent et descendent dans la rue. Certains se demandent encore pourquoi ces jeunes sont dans la rue. M. Bouchez a déclaré qu'ils n'avaient pas de revendications. Il faut juste les écouter un petit peu, monsieur Bouchez. Je vais vous rappeler leurs revendications. Ils veulent le retrait de la réforme qui augmente le minerval à 1 200 euros, une réforme de votre gouvernement MR-Les Engagés. Ils veulent revenir sur l'augmentation de l'abonnement aux TEC qui a augmenté de 12 euros à 384 euros. Ils veulent financer les écoles pour régler le problème des bâtiments et pour avoir des classes moins bondées. Voilà leurs revendications, monsieur Bouchez! Au lieu d'apporter une réponse politique à ces revendications, on apporte une réponse répressive.
Le bourgmestre de Liège, M. Demeyer, a décidé hier d'y interdire les rassemblements de plus de trois personnes. C'est une décision grave. C'est une atteinte grave au droit de manifestation et à la liberté d'expression. Voilà la réalité! Il faut faire preuve d'un peu de discernement. Il faut évidemment prendre les choses en main quand des citoyens sont mis en danger, mais il ne faut pas, pour autant, museler la mobilisation et généraliser l'interdiction sur l'ensemble de la mobilisation. C'est grave!
Je vous ai entendu, monsieur Magnette. J'espère
qu'à Liège subsisteront le droit de manifester et le droit de se rassembler. C'est
ce que veut interdire M. Bouchez, qui souhaite annuler les manifestations de
demain. Ça, c'est génial! D'un côté, vous attaquez la jeunesse, vous attaquez
le droit des travailleurs et, de l'autre côté, vous voulez les empêcher
d'exprimer leur opposition à votre politique de casse sociale. C'est votre
problème, monsieur Bouchez! Monsieur le ministre, allez-vous apporter... (micro coupé)
De voorzitter: Ik wil de heer Boukili en alle collega’s even in herinnering brengen dat de vragen gericht worden aan de regering, en niet aan collega’s.
08.05 Koen Van den Heuvel (cd&v): Het station werd gesloten. Winkels werden vernield. Mevrouw de minister, mijnheer de minister, kunnen we hier eigenlijk nog spreken van schoolprotesten? Of gaat het hier over ordinaire relschoppers die worden opgejaagd door extreemlinks? U wees vanochtend terecht op de verantwoordelijkheid van ouders en scholen. Tegelijk krijgen we signalen dat via WhatsAppgroepen jongeren worden aangemoedigd tot relschoppen.
Collega’s, het is volstrekt, maar dan ook volstrekt verwerpelijk dat jongeren worden aangezet tot haat en geweld. Kinderen en jongeren horen op school in plaats van op straat een spoor van vernieling te trekken. Intussen doen politie en brandweer alles wat ze kunnen om de veiligheid in de steden te herstellen. Wat krijgen ze daarvoor terug? Een dikke middelvinger. Ze worden zelf het slachtoffer van geweld. Dat is voor cd&v absoluut, maar dan ook absoluut onaanvaardbaar.
We willen dat er strenger wordt opgetreden. Wij willen een samenleving waar men respect heeft voor de buurt, waar men respect heeft voor de hulpdiensten die ons elke dag beschermen. Begrijp me niet verkeerd. Betogen mag. Protesteren mag. Het oneens zijn met regeringsbeslissingen is absoluut geen probleem. Maar dat als vrijgeleide zien om de boel af te breken, dat zal niet met cd&v zijn. De daders moeten bestraft worden. Sinds dit voorjaar ligt er een voorontwerp over bodycams voor de brandweer klaar. Waar wachten we op? Laten we dit snel goedkeuren.
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, wat zult u doen om het opjutten van jongeren door volwassenen en extreemlinks te stoppen? Welke bijkomende maatregelen zult u nemen om onze hulpdiensten beter te beschermen?
08.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, il paraît que vous étiez à Liège ce matin. C'est dommage, nous nous sommes loupés. En revanche, j'ai pu lire dans la presse que vous aviez déjà trouvé les coupables des dégradations: les parents et les écoles.
Laissez-moi vous dire, monsieur le ministre, que les pillages n'ont fait plaisir à personne à Liège. Nous espérons que les commerçants, les restaurateurs, qui se trouvent déjà dans de grandes difficultés, notamment en raison de mesures prises par votre gouvernement, rouvriront rapidement, avec l'aide de la Ville. Non, les dégradations ne font plaisir à personne: ni aux parents qui sont inquiets pour leurs enfants ni aux écoles qui font face, chaque jour, à la détresse de leurs élèves.
Monsieur le ministre, avez-vous au moins entendu les élèves qui manifestent? Il est quand même dommage que vous ne soyez pas resté un peu plus longtemps ce matin pour entendre les revendications extrêmement légitimes et concrètes qu'ils avaient à vous adresser.
Avez-vous même conscience du malaise énorme présent dans la jeunesse? Cela fait des mois qu'ils le disent, mais c'est seulement maintenant que vous vous en préoccupez. Les élèves aujourd'hui, dans les classes, sont face à des profs qui sont acculés et désespérés, dans des bâtiments délabrés. À présent, on leur annonce que l'abonnement de bus va passer de 12 à 384 euros. Le minerval, quand ils voudront débuter des études supérieures, va leur coûter 1 200 euros. Les kots sont hors de prix, et ils devront bosser toujours plus pour payer leurs études.
Quid des jeunes qui veulent trouver un boulot? La fin des quotas de jeunes en entreprise, la réintroduction des périodes d'essai: voilà le bilan de votre gouvernement. À plus long terme, c'est travailler plus longtemps, dans de moins bonnes conditions pour toucher, au bout du compte, une pension moindre. Face à la menace d'être remplacé par l'IA, aucune solution n'est apportée et, évidemment, rien du tout pour le climat!
Alors, monsieur le ministre, quelle réponse politique allez-vous apporter à ce mouvement? Je vous remercie.
08.07 Isabelle Hansez (Les Engagés): Madame la ministre, monsieur le ministre, ne confondons pas tout. Depuis plusieurs jours, un mouvement de contestation touche plusieurs établissements scolaires, d'abord à Liège, puis à Charleroi, à Bruxelles et dans d'autres villes de notre pays. De nombreux élèves manifestent pour exprimer leur colère. La grande majorité d'entre eux porte un message qui mérite d'être entendu. Leurs revendications doivent pouvoir trouver un écho et leur liberté de manifester doit, évidemment, être garantie.
Mardi, toutefois, le mouvement a pris une autre tournure. Des individus ont recherché l'affrontement avec les forces de l'ordre et d'importantes dégradations ont été commises. Ces événements font écho au mouvement de contestation lycéen observé en France, où certaines manifestations ont donné lieu à de graves débordements et à d'importantes tensions avec les forces de l'ordre. Je le dis ici avec fermeté: le comportement de cette minorité est inacceptable, monsieur le ministre.
Nous devons éviter qu'une mobilisation légitime de jeunes ne conduise à une escalade de la violence. Nous ne pouvons accepter que des établissements scolaires soient pris pour cible, que des commerces soient vandalisés, que des palais de justice ou d'autres biens publics soient dégradés ni que des violences soient commises à l'encontre des forces de l'ordre. Écoutons cette majorité d'étudiants devenue silencieuse, dont le message est aujourd'hui éclipsé par les agissements d'une minorité de casseurs. Soyons donc également extrêmement fermes à l'égard de ces derniers.
Monsieur le ministre, quel bilan tirez-vous des manifestations de ces derniers jours? À combien d'arrestations administratives et judiciaires ont-elles donné lieu? Par ailleurs, quelles consignes spécifiques ont-elles été données aux services de police afin de privilégier la désescalade et de garantir une intervention proportionnée lorsque les manifestations rassemblent principalement des jeunes et des mineurs? Enfin, une concertation particulière est-elle organisée à cette fin avec les autorités locales et les établissements scolaires?
08.08 Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, j'ai entendu: "la jeunesse se révolte". Il convient de remettre les choses en perspective: les rassemblements qui ont réuni le plus de personnes comptaient tout au plus 500 participants. À titre d'information, il y a près d'un million de jeunes scolarisés dans l'enseignement obligatoire en Fédération Wallonie-Bruxelles; je vous laisse le soin de faire la comparaison.
On nous a dit: "Les casseurs, ce sont des adultes." Monsieur Magnette, vous êtes certainement mal informé, car la police a arrêté des jeunes de 13 et 14 ans. Il suffit de regarder les images qui circulent sur les réseaux sociaux.
On nous dit aussi: "Ils doivent se défendre face à une situation dramatique": un minerval qui n’a plus été indexé depuis 2011, un prix du bus qui est aujourd'hui identique à celui de 2019, puisque vous aviez oublié de financer votre mesure d’un abonnement à un euro par mois, mais surtout, un système d’enseignement qui figure parmi les mieux financés de la planète! Pourtant, ce n’est pas encore assez. Il en faut plus, il en faut toujours plus!
Ce que nous avons entendu de la part de l'ancien bourgmestre de Charleroi est assez effarant. Nous voyons des partis qui ne condamnent pas ces actes, mais aussi toute cette gauche intellectuelle, celle qui vit dans les beaux quartiers, qui explique au petit commerçant de Liège qu'il doit se montrer compréhensif envers l'étudiant venu vandaliser son magasin de jeux vidéo – plus un seul jeu vidéo n'est disponible! – ou au citoyen qu'il doit comprendre pourquoi sa voiture a été détruite devant sa maison. Parce que, voyez-vous, mesdames et messieurs, il faut faire preuve d'empathie!
Enfin, il y a une troisième catégorie, et c'est la pire: ceux qui agitent, qui échauffent les esprits et qui manipulent. Ils sont là, c'est l'extrême gauche. À Liège, on prétendait que c'était ma présence qui provoquait des débordements, mais je constate que je ne dois même pas y aller.
Monsieur le ministre, ma question est très simple. Qu'allez-vous faire pour reprendre le contrôle, sanctionner les parents et interdire l'application TikTok, qui est aujourd'hui un organe de propagande?
08.09 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre de la Justice, certains, à Liège, prennent les rues pour une cour de récréation et les affrontements avec la police pour un jeu. Or, lorsque l'on parle d'incendies et de commerçants contraints de fermer boutique, il est évident que nous sommes loin d'un jeu pour la population liégeoise.
Rien ne peut justifier de telles violences. Aucune colère, aucune revendication, pour autant qu'elle existe, ne donne à des enfants ou à des adolescents de 12, 13 ou 14 ans le droit de prendre leur ville en otage. Notre responsabilité est d'offrir à notre jeunesse un avenir et des perspectives, car la place des jeunes est dans l'instruction, et non dans la destruction. Si s'exprimer est un droit, la violence, elle, constitue évidemment un délit qui doit être puni.
Madame la ministre, nous attendons une réponse judiciaire qui soit rapide, ferme et adaptée à l'âge des personnes concernées. Le sentiment d'impunité ne peut en effet absolument pas s'installer à cet âge, car il ne ferait qu'encourager des comportements qui s'aggraveraient dans les années à venir. S'occuper de l'avenir de ces jeunes, c'est aussi leur fixer des limites claires et les faire respecter.
Pour le MR, le principe du "casseur-payeur" constitue une priorité. Nous en avons encore parlé récemment. Du reste, il figure dans l'accord de gouvernement. Le ministre de l'Intérieur a indiqué que ce dossier se trouvait sur votre bureau. Nous sommes désormais au mois d'octobre. Où en est ce dossier? Il n'est évidemment pas normal que des commerçants, des particuliers ou encore les pouvoirs publics paient pour les casseurs.
En outre, si l'État détient une grande part de
responsabilité, les parents en ont également une. Nos voisins français,
confrontés à ce même type de violences, étudient actuellement la possibilité
d'une saisie encadrée des allocations familiales afin de responsabiliser
davantage les parents. Cette piste devrait également être étudiée chez nous.
Madame la ministre, quand allez-vous concrétiser l'ensemble de ces… (micro coupé)
08.10 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mevrouw en mijnheer de minister, vooraleer ik hier van grensoverschrijdend gedrag word beschuldigd omdat ik mij als Vlaming moei met het Waals onderwijs, wil ik toch iets zeggen. In 2002 werd hier een staatshervorming goedgekeurd, dankzij de hulp van de heer Bourgeois van de N-VA, waardoor het Waals onderwijs 17,9 miljard euro extra kreeg. Ik ben daarom een beetje verwonderd dat ze vandaag weer op straat staan en dat zelfs de onderwijzers op straat staan, omdat ze 22 uur per week moeten werken in plaats van 20.
Dat is echter niet mijn vraag aan u. Als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel. Als het regent in Marseille, dan druppelt het in Luik, al of niet met drugs. Iedere keer zijn het dezelfde rellen en die rellen verlopen altijd volgens hetzelfde scenario. Of het nu gaat over de oudejaarsnachtviering – dat is plezant – of over twee Maghrebijnse nationale voetbalploegen die gespeeld hebben, altijd dezelfde rellen.
Iedere keer mengen islamogauchistische antifa’s zich daarin. Ik ben ontzettend tevreden dat het een keer uitgesproken is: het gevaar komt van links. Ik hoor zelfs, mijnheer Hedebouw, dat uw partij vandaag in Parijs staat met vlaggen van de PVDA om de studentenopstanden en de vernietiging van Parijs te steunen. Beschamend. Iedere keer is het hetzelfde scenario: straatmeubilair wordt vernieuwd, winkels worden geplunderd, bushokjes worden afgebroken en scholen worden in de fik gestoken.
Iedere keer komt dan dezelfde vergoelijkingslobby, maar er is geen vergoelijking voor dat gedrag. Er is geen diepere betekenis voor dat gedrag, dat crapuleus gedrag. Het is vernielzucht van gangsters in de dop.
U kent ze allemaal. We weten wie het zijn. Doe er dan verdorie een keer iets aan. Praat niet over studentenopstanden, maar praat over (...)
08.11 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, mevrouw de minister, ik sta hier helaas opnieuw en dat wil zeggen dat er opnieuw een protest is gekaapt door extreemlinkse relschoppers.
We zagen dat eerst in Frankrijk, waar onder druk van Mélenchon het protest werd gekaapt door relschoppers. We zien dat nu in Luik.
Voor de duidelijkheid, ik heb er geen enkel probleem mee dat Waalse studenten betogen tegen het Waalse onderwijsbeleid. Als ik echter kijk naar de brandstichtingen en naar winkels die worden geplunderd, is er maar één duidelijke conclusie, namelijk dat het protest niets meer met onderwijs te maken heeft. Het gaat opnieuw om een protest dat is gekaapt door extreemlinks, door antifa, door de stootgroepen van de PVDA. We zien dat ook in Vlaanderen, waar nu affiches worden verspreid met een zuivere oproep, niet om te betogen tegen het onderwijs, maar gewoon om rel te schoppen.
Mijnheer de minister, niet alles is slecht. De politie levert goed werk op het terrein. Er worden heel veel arrestaties verricht. Dat is goed nieuws want dat is nodig. Het mag echter niet bij arrestaties blijven.
Binnenkort komt er een reportage uit op de VRT onder de titel F*ck you, flik’ die het hele land wellicht zal shockeren omdat ze duidelijk in beeld brengt hoe frustrerend het is voor onze politiemensen om telkens opnieuw mensen te arresteren en te zien dat aan die arrestaties geen gevolg wordt gegeven. Diezelfde agenten moeten wel een hele proceduremolen doorlopen om simpelweg hun job te doen.
Met onze N-VA-fractie stellen we heel duidelijk dat de straffeloosheid van die relschoppers eindelijk moet stoppen.
Mevrouw de minister, het moet duidelijk zijn voor alle relschoppers. Potje breken is potje betalen.
De voorzitter:
Collega’s, het aantal vragen geeft aan hoe belangrijk het thema wordt geacht
door het Huis. De ministers hebben gevraagd om langer daarop te kunnen
reageren. Dat betekent dat ik ook de vraagstellers de kans geef om hun repliek
uit te breiden tot twee minuten. De
ministers hebben zeven en een halve minuut spreektijd.
08.12 Bernard Quintin, ministre: Mijnheer de voorzitter, mesdames et messieurs les représentants de la Nation, j’ai eu l’occasion de le dire ce matin à Liège – où, madame Schlitz, nous ne nous sommes pas croisés parce que je suis arrivé probablement un peu tôt –, les débordements qui ont eu lieu ces derniers jours sont absolument inacceptables!
La preuve qu’il est possible de manifester pour ses droits sans tout casser, c’est que cela s’est fait. Je l’ai vu hier des fenêtres de mon bureau. Deux cents ou 300 élèves sont venus manifester à Bruxelles aux abords du Parlement de la Fédération Wallonie-Bruxelles sans rien casser, sans rien brûler. C’est donc possible, et cela rend d’autant plus inacceptable ce qu’il s’est passé ces derniers jours à Liège. Cela doit être clair pour moi – et, j'espère, pour tout le monde.
Mon soutien aux forces de police, qu’elles soient locales ou fédérales, est évidemment plein et entier. Je tiens à signaler qu’il y a une quarantaine de blessés du côté des forces de l’ordre – heureusement, des blessés légers. Il n’y en a aucun du côté des protestataires. Cela, je veux aussi le souligner.
Je veux souligner le renforcement qui a été donné à la zone de police de Liège, dont je salue le travail, par les zones de police locale de Bruxelles, d’Anvers et de Gand ainsi que par la police fédérale.
Laat me duidelijk zeggen dat geweld tegen politie onaanvaardbaar is. Personen die geweld plegen op politieagenten, zullen mij op hun weg vinden. Rust en veiligheid zijn het belangrijkste.
C’est cela qui est important. Les jeunes ont le droit de s’exprimer pacifiquement mais il faut aussi que l’on prenne toutes les mesures.
Alle maatregelen van het nieuwe Strafwetboek moeten worden toegepast. Onmiddellijk moet het principe worden ingevoerd dat wie schade aanricht, betaalt. Tal van maatregelen, zoals de identificatie via camera's, moeten nu worden genomen.
Les autorités locales doivent aussi activer tous les leviers qui sont en leur possession – je dis bien tous les leviers qui sont en leur possession –, entre autres via la police administrative et l'approche administrative. Une mesure d'interdiction comme celle qui a été prise ce matin et annoncée hier soir aurait, à mon sens, pu être prise plus tôt. Elle aurait probablement évité les très graves problèmes que nous avons connus hier, dont le pillage de certains magasins.
Ces mesures doivent être prises. Qu'on le veuille ou non, vous les avez votées ici à la Chambre. Elles sont donc légales. Je trouve un peu bizarre qu'aujourd'hui, dans cette même Chambre, on considère qu'elles ne sont pas démocratiques alors qu’elles ont été votées ici, à la Nation représentée. Il me semble dès lors qu'elles ont tout leur lieu d'être. Elles n'empêchent pas de manifester. Elles empêchent simplement de tout casser et on les met en place. De même, il faut continuer à renforcer les sanctions administratives avec une augmentation du montant des amendes et un accès rapide aux bases de données.
Iedereen moet echter zijn verantwoordelijkheid nemen. De politie heeft haar verantwoordelijkheid genomen, maar er zijn ook andere verantwoordelijkheden. Zoals ik vanmorgen heb gezegd, dragen ook de ouders verantwoordelijkheid. Ze moeten hun kinderen in de gaten houden. Dat is voor mij heel duidelijk.
On parle ici d'élèves. Je suis peut-être un peu vieux mais pour moi, on est étudiant une fois qu'on rentre dans l'enseignement supérieur. On parle donc ici d'élèves, donc de mineurs. On parle d'un garçon de 13 ans qui a été arrêté parce que sur internet, il annonçait à ses camarades comment il pouvait aller mettre le feu à son école. C'est de ça dont on parle. On parle de jeunes qui cassent des abribus, qui brûlent des poubelles, qui pillent des magasins. Il me semble qu'il y a une responsabilité pour les parents. Ils doivent être tenus responsables et ils doivent en assumer les conséquences jusqu'au bout.
Il y a une responsabilité, me semble-t-il, aussi au niveau du corps enseignant, et peut-être aussi au niveau d'un certain nombre de regroupements d'entre eux. Peut-être Mars Attack ferait-il bien de revenir sur Terre. Il faudrait des professeurs qui pourraient encourager leurs élèves à aller au cours plutôt que d'aller protester violemment dans la rue.
Il y a aussi une responsabilité des mouvements extrémistes. Oui, j'ai parlé des antifa ce matin dans les médias, parce que j'ai assisté aux deux briefings qui ont été donnés au cours desquels il a été indiqué par les forces de l'ordre, qui me semblent mieux renseignées que quiconque sur le sujet, que les antifas infiltrent ces mouvements d'élèves et les invitent à la violence, ce que je trouve singulièrement irresponsable. J'en ai vu trois à mon arrivée à 6 h 20 au commissariat. Les trois qui étaient devant le commissariat, étaient un peu surpris d'ailleurs de nous voir arriver. Ils n'avaient pas entre 12 et 16 ans. C'étaient des adultes, certainement aussi de ce groupement antifa. À 6 h 30 les jeunes dormaient peut-être encore.
Il me semble qu'on peut attendre ici de chacune et de chacun qu'on puisse dénoncer la violence sans détour et de ne pas trouver d'excuse. Je sens qu'on veut me rendre comptable de ce qui doit se passer au niveau du Parlement de la Fédération Wallonie-Bruxelles et des décisions du gouvernement. Je serai comptable, en tout cas, de mon action.
Vous m'expliquerez, monsieur Magnette, en quoi détruire des abribus va régler l'état du monde, puisque vous avez dit qu'ils étaient inquiets à ce sujet. Je me soucie, en tout cas, de faire mon job, qui est d'assurer l'ordre et la tranquillité publique. C'est le rôle du ministre de la Sécurité et de l'Intérieur et c'est ce que je fais.
Mijnheer Depoortere, dat de daders de schade moeten betalen, is voor mij heel duidelijk. Zowel de lokale als de federale politie zullen klacht indienen.
Monsieur Boukili, nous n'apportons pas une réponse répressive à des revendications. En revanche, nous devons répondre aux actes de vandalisme, et il me semble que c'est précisément notre responsabilité. C'est d'ailleurs la mission qui m'incombe en tant que ministre de l'Intérieur: veiller à ce que l'ordre et le calme règnent. Nous ne nous attaquons pas aux jeunes; au contraire, nous les protégeons. Nous les protégeons notamment en les empêchant de commettre des actes irréparables.
Madame Hansez, en ce qui concerne la gestion négociée de l'espace public, celle-ci prévoit effectivement une gestion différenciée selon les publics qui participent aux manifestations. De la même manière, la formation de base et la formation continuée des policiers prévoient une approche spécifique lorsqu'il s'agit d'appréhender des mineurs ou des adultes. Cela est parfaitement clair.
Monsieur Bouchez, oui, je pense qu'il est temps d'agir vis-à-vis des réseaux sociaux, en particulier d'interdire TikTok. Je rappelle d'ailleurs que cette application est interdite pour les ministres. Chacun devrait dès lors se poser la question de l'utilisation de TikTok, surtout lorsque l'application se trouve sur le même téléphone que celui qui contient l'ensemble de nos échanges.
Mijnheer Dedecker, ik heb over antifa gesproken. Als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel, hebt u gezegd.
Alors, vous me trouverez comme parapluie. Je vous remercie
08.13 Annelies Verlinden, ministre: Monsieur le président, chers collègues, les images en provenance de Liège sont tout simplement choquantes: des policiers agressés alors qu'ils veillent à notre sécurité, des citoyens qui se sentent menacés, des commerces saccagés, des rues devenues le théâtre de violences et de dégradations. Ce déchaînement de violences porte atteinte au sentiment de sécurité de chacun et est en contradiction totale avec les valeurs de notre démocratie. La violence contre nos forces de l'ordre et nos concitoyens, de même que la destruction de biens publics ou privés, est inacceptable et je la condamne avec la plus grande fermeté. Et je remercie également les services de sécurité et la police pour leur travail et pour leur courage.
La Justice assume ses responsabilités et ces violences ne restent pas sans réponse. Les faits font déjà l'objet d'enquêtes et de poursuites, et les arrestations judiciaires se multiplient. Entre le 1er octobre et hier, pas moins de 194 personnes ont été arrêtées à Liège et, à ce jour, 159 d'entre elles ont fait l'objet d'une arrestation administrative et 35 d'une arrestation judiciaire. D'autres arrestations pourront bien évidemment suivre une fois que les identifications auront été menées à bien.
Laat er geen misverstand over bestaan: wie
de regels overtreedt, wie schade toebrengt, moet de gevolgen dragen, daarmee
uit. Die boodschap is bijzonder
simpel.
Le principe du casseur-payeur, oui, en effet!
Vandaag wordt wel degelijk opgetreden tegen relschoppers en vandalen die schade toebrengen aan openbaar en privédomein. De politie identificeert en vervolgens vervolgt justitie. Lokale besturen kunnen plaatsverboden, samenscholingsverboden en of gemeentelijke administratieve sancties opleggen. Facturen voor schadevergoeding wegens aansprakelijkheid worden verstuurd aan de geïdentificeerde relschoppers en vandalen en desgevallend ook aan de ouders van minderjarige daders. Wanneer daders door de politie kunnen worden geïdentificeerd, zal justitie daar altijd gevolg aan geven met snelrechtszittingen, met boetes, met straffen en werkstraffen, met plaatsing van minderjarigen in gemeenschapsinstellingen waar er plaats is en met aansprakelijkheid van ouders voor hun minderjarige kinderen.
Pour renforcer encore la réponse des autorités judiciaires, j'ai demandé, dès avant l'été dernier, au Collège des procureurs généraux de durcir la politique pénale à l'égard des violences collectives dans l'espace public qui portent atteinte à l'ordre public, aux personnes et aux biens. Le Collège de procureurs généraux s'est engagé à nous transmettre prochainement ses propositions afin de rendre, autant que possible, la politique pénale encore plus rapide, plus cohérente et uniforme sur l'ensemble du territoire.
Une politique pénale efficace suppose d'identifier les fauteurs de troubles. Il s'agit d'une priorité absolue. Or cette identification immédiate se révèle souvent difficile, en raison des techniques de dissimulation utilisées et de la rapidité avec laquelle certains individus se fondent dans la foule. C'est pourquoi les images de vidéosurveillance sont un outil indispensable pour identifier par la suite le plus grand nombre de suspects.
Onze samenleving is gebouwd op rechten en plichten, op vrijheden, maar zeker ook op verantwoordelijkheden. Voor het recht om te betogen, voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging is generatieslang gestreden. We mogen nooit toelaten dat die fundamentele rechten worden misbruikt door ze als dekmantel te gebruiken voor geweld en vernieling. Wie voorhoudt dat dit soort gedrag en geweld de eisen aangaande onderwijs kracht zou bijzetten, slaat de bal volledig mis. Au contraire, je dirais.
We verwachten dus verantwoordelijkheidszin van iedereen, van de jongeren die de straat optrekken, maar zeker ook van hun ouders. Minderjarige kinderen moeten tijdens de schooluren op school zitten en niet rellen op straat. Op school zullen ze minstens beter leren begrijpen dat de samenleving gepaard gaat met rechten, maar ook met plichten. Ook alle goedmenende scholen en leerkrachten verdienen alleen maar collega's die verantwoordelijkheid opnemen en die niet opruien of oproepen om afwezig te zijn van school.
Vrijheid van meningsuiting en van betoging hebben niets te maken met het aantasten van de rechten, de veiligheid en de vrijheden van anderen. Uiteraard, collega Vandeberg, volgen we het wetgevend initiatief in Frankrijk dat daar momenteel in het Parlement wordt besproken.
Une chose doit être très claire: tous ceux qui veulent mettre fin aux violences des émeutiers et aux dommages causés par les vandales peuvent compter sur moi. L’impunité n’est pas une option. Défendre nos valeurs démocratiques, c’est aussi agir avec fermeté contre ceux qui les détournent pour légitimer la violence. Sur ce point, nous ne transigerons jamais. Je vous remercie de votre attention.
08.14 Ortwin Depoortere (VB): Ten eerste, de politie moet haar werk kunnen doen, met harde hand omdat het moet, geen compassie met de casseurs. Ten tweede, de straffeloosheid moet stoppen, mevrouw de minister. Vervolg met harde hand, laat de vernielers, of hun ouders, opdraaien voor de schade, richt bootcamps in om die relschoppers opnieuw onze waarden en normen bij te brengen.
Als enige partij in dit halfrond zal het Vlaams Belang blijven herhalen wat de werkelijke oorzaak is. Dat is de import van vreemdelingen, de ongebreidelde massa-immigratie van de voorbije decennia die leidt tot een generatie allochtonen die lak hebben aan onze wetten en normen. Als de kiezer dit wil, dan zal het Vlaams Belang daar paal en perk aan stellen.
08.15 Paul Magnette (PS): Monsieur le ministre, il n'y a pas, d'un côté, ceux qui condamnent la violence et, de l’autre, ceux qui ne la condamnent pas. Je condamne avec la plus grande fermeté toutes les formes de violence, je l'ai dit et redit. En revanche, il y a, d'un côté, ceux qui ne parlent que de cela pour qu'on oublie la cause du problème et, de l'autre, ceux qui disent: "Je condamne la violence parce que je veux que cette jeunesse, qui a des revendications légitimes, puisse les exprimer librement.".
De plus, nous sommes en première ligne. Vous le savez, monsieur le ministre. Nous avons des bourgmestres socialistes qui doivent faire en sorte que ces jeunes puissent manifester librement, dans le calme, sans faire l'objet de mesures qui les empêchent de protester. Monsieur Boukili, je suis le premier à regretter qu'il faille prendre de telles mesures, mais elles sont parfois nécessaires pour permettre des manifestations pacifiques. Il y a eu, pas plus tard que ce matin, une manifestation à Liège. Elle s'est déroulée dans le plus grand calme.
Pour le reste, alors là monsieur Bouchez, franchement, on aura tout entendu! L'école connaît une crise majeure, et quelle est la réponse de M. Bouchez? Il faut interdire TikTok, un réseau social, monsieur Bouchez, sur lequel vous avez publié une vidéo il n'y a pas moins de six heures, mais vous n'êtes pas à une contradiction près! Vous n'allez pas bâillonner la jeunesse! Ce n'est pas en l’empêchant de s'exprimer, de s'organiser que vous allez lui apporter une réponse. C'est en l'écoutant; ce que vous êtes incapable de faire.
Quant à l'extrême droite, mais quelle honte! Stigmatiser certains jeunes en fonction de leur origine alors que ces jeunes viennent de tous les milieux, de toutes les origines et qu'ils sont solidaires. Ils ne se laisseront pas empoisonner par le racisme parce que, ces jeunes ont étudié l'histoire et savent que les pires violences politiques de tous les temps viennent des fascistes, dont vous êtes les héritiers!
08.16 Reccino Van Lommel (VB): (…) (zonder micro)
De voorzitter: Mijnheer Van Lommel, u hebt het woord niet. Het woord is aan collega Meuleman.
(Rumoer)
Collega’s, de heer Meuleman heeft het woord.
(De heer Paul Magnette gaat bij de
voorzitter.)
08.17 Paul Magnette (PS): Monsieur le président, ce député du Vlaams Belang m'a fait un doigt d'honneur! C'est une honte! (…)
(M. Paul Magnette désigne M. Sam Van Rooy).
De voorzitter: Mijnheer Van Rooy, ik geef u een formele blaam voor uw houding. Dit is een onparlementaire handeling en ik wil u daar formeel op wijzen.
08.18 Sam Van Rooy (VB): (…) (zonder micro)
De voorzitter: Mijnheer Van Rooy, ik geef u niet het woord om daarop te reageren.
08.19 Sam Van Rooy (VB): Gaat het hier zo in dit Parlement?
De voorzitter: Mijnheer Van Rooy, een tweede verwittiging en ik laat u uit de zaal verwijderen.
08.20 Brent Meuleman (Vooruit): Collega's, het is eigenlijk schandelijk. We zouden het hier moeten hebben over de kwaliteit van ons onderwijs en over de toekomst van onze jongeren. Dat debat zou hier vandaag moeten worden gevoerd, maar elke keer opnieuw zien we bij dergelijke rellen hetzelfde spelletje ontstaan: nee, het is extreemlinks, en nee, het is extreemrechts. Ik ga het nog een keer zeggen, collega's: het zal mij worst wezen vanwaar dat geweld komt. Komt het van links, van rechts, van boven of van onder? Het zijn criminelen die moeten worden gestraft en gestopt. Punt uit.
Mijnheer en mevrouw de minister, wie dag in, dag uit instaat voor de veiligheid van zijn medeburgers, wie dag en nacht voor onze samenleving klaarstaat, moet ook voelen dat die samenleving achter hem of haar staat wanneer hij of zij wordt aangevallen. De taferelen in Luik doen mij denken aan Kelly, de politieagente die een paar jaar geleden tijdens rellen zwaargewond is geraakt. Zij heeft een zeer zwaar projectiel naar haar hoofd geslingerd gekregen en draagt daar vandaag nog altijd de gevolgen van. Kelly is iemand die met heel veel fierheid in het uniform is gestapt, met een groot engagement voor de samenleving, om haar medeburgers veilig te houden, maar weet u wat Kelly vandaag zegt? "Ik ben mijn fierheid kwijt." Ze wil haar uniform aan de haak hangen.
Collega's, zo ver mogen we het nooit laten komen. Niet voor onze politieagenten. Niet voor onze pompiers. Niet voor onze ambulanciers. Niet voor treinbegeleiders. Voor niemand. Voor ons is het helder en duidelijk: handen af van onze hulp- en veiligheidsdiensten.
08.21 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, les dégradations, les violences et, par exemple, l'attaque contre la foire de Liège ne sont pas acceptables. Il faut que ce soit clair! Mais cela ne doit pas être instrumentalisé pour museler l'ensemble de la mobilisation. M. Bouchez veut interdire TikTok! Pourquoi pas Instagram, Snapchat ou encore Facebook? Bravo, le libéral! Ça, c'est de la liberté!
Et puis, quel mépris vous exprimez pour ces élèves et ces étudiants! Quelques centaines… En 2010, ils étaient aussi quelques centaines, et c'est ce mouvement-là qui vous a battu et a gelé le minerval, que vous attaquez aujourd'hui.
Quel mépris de dire que ces jeunes sont
manipulés, comme s'ils n'étaient pas capables de réfléchir, comme s'ils ne
voyaient pas la violence de vos mesures! Car vous parlez de violences, mais il
en existe dont vous ne parlez pas: la violence de payer des centaines d'euros
supplémentaires pour pouvoir étudier, la violence de ne pas pouvoir prendre le
bus parce que c'est devenu trop cher, la violence de geler les salaires alors
que le coût de la vie augmente, la violence d'augmenter les taxes alors que les
gens sont pris à la gorge… C'est cela, votre violence! Celle-là, vous n'en
parlez jamais. Demain,
nous serons là pour vous le rappeler!
08.22 Koen Van den Heuvel (cd&v): Wie stenen gooit, wie auto's in brand steekt, wie winkels en politieagenten aanvalt, is niet meer aan het protesteren of aan het betogen voor een beter onderwijs. Die is de boel aan het afbreken. Wie zit er uiteindelijk met de brokken? Dat is de winkelier, wiens ruiten aan diggelen liggen. Dat zijn de politiemensen die gewond zijn, omdat ze worden aangevallen. Het is de buurt die zucht onder vernielingen.
Voor ons is het heel duidelijk: dit is niet de samenleving die wij willen, waar wij voor staan. Hier past één antwoord. Een kordaat overheidsoptreden moet deze golf van geweld stoppen.
08.23 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous ai parlé des revendications des jeunes, du malaise profond qui existe aujourd'hui au sein de notre jeunesse, une jeunesse qui se sent acculée par l'ensemble des mesures prises par les différents niveaux de pouvoir auxquels votre parti participe. Vous me répondez par du sécuritaire, de la musculation et quelques provocations.
J'avais pourtant adressé cette question au premier ministre. C'est vous qui représentez aujourd'hui le gouvernement et qui vous exprimez en son nom. Vous méprisez les enseignants, qui attendent depuis des mois un dialogue et des solutions concrètes, et les élèves, en les présentant comme de petites choses manipulées, incapables de penser par elles-mêmes. Je me demande comment vous étiez, vous, à leur âge.
J'entends certains collègues répéter qu'il faut que les auteurs des dégradations paient. Mais enfin, c'est la loi! La loi prévoit déjà que quelqu'un qui casse quelque chose paie les dégâts. Nul besoin de le rappeler ici.
Je voudrais tout de même vous suggérer quelques idées. Aujourd'hui, nous sommes confrontés à une jeunesse en souffrance face à un manque de respect démocratique. La jeunesse n'a pas le droit de vote et, dans le même temps, ne dispose d'aucun véritable espace pour peser sur les décisions qui la concernent directement. À quel moment associe-t-on ces jeunes aux décisions qui hypothèquent leur futur à court, moyen et long terme?
Plutôt que de nous servir votre soupe sécuritaire, discutez avec vos homologues des régions. Parlez du refinancement de l'enseignement. Aujourd'hui, nous avons besoin d'investir dans notre jeunesse et dans nos écoles. Il est inacceptable d'avoir des bâtiments dans un tel état.
Monsieur le ministre, vous pouvez afficher cet air de mépris, mais si vous souhaitez une sortie de crise par le haut, il faudra apporter des solutions constructives (…)
08.24 Isabelle Hansez (Les Engagés): Je vous remercie, madame la ministre, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Nous devons éviter toute logique d'escalade et parvenir à tenir ensemble deux principes: d'une part, nous devons protéger la majorité des jeunes qui nous délivrent un message et d'autre part, nous devons combattre avec la plus grande fermeté les excès d'une minorité violente. C'est cela, protéger le droit de manifester dans notre pays.
La réponse des autorités doit, elle aussi, rester proportionnée, particulièrement lorsque des mineurs sont concernés. Vous avez notamment évoqué une gestion différenciée selon les publics, monsieur le ministre. Garantir l'ordre public et garantir le droit de manifester ne sont pas deux objectifs contradictoires. Dans notre État de droit, notre devoir est précisément de garantir les deux.
08.25 Georges-Louis Bouchez (MR): Manifestement, monsieur le président, les lacunes de l'enseignement se font sentir jusque dans cette Assemblée lorsqu'on constate que certains ne connaissent même pas la répartition des compétences dans ce pays.
Si vous me le permettez, camarades, je voudrais simplement vous donner deux informations. La première, c'est qu'en 2010, ma formation politique ne faisait pas partie du gouvernement de la Fédération Wallonie-Bruxelles. Je ne sais donc pas à quel événement vous faites allusion.
Il est dommage que l'ancien bourgmestre de Charleroi soit parti car la deuxième information que je vous soumets est que TikTok est un réseau social qui appartient aux Chinois. Tous nos services de sécurité nous expliquent qu'il est utilisé comme un outil de propagande. Par exemple, lorsque vous publiez une vidéo sur l'Ukraine, vous obtenez 1 000 vues, et lorsque vous publiez une vidéo sur Gaza, vous en obtenez un million. Ils connaissent les effets que cela produit sur notre opinion publique.
Pour le reste, et n'en déplaise à certains, je continuerai, tant que cela restera légal, à être présent sur TikTok afin d'empêcher des formations comme les vôtres d'avoir le monopole sur ces réseaux. C'est en effet bien ce que vous recherchez: être les seuls à y raconter vos salades à une jeunesse à laquelle vous expliquez du matin au soir qu'elle va mal, plutôt que d'investir dans l'intelligence, le savoir et le travail, plutôt que de lui dire que, dans la vie, on n'a rien sans rien, qu'il faut être capable de faire des efforts et que l'État n'existe pas.
L'État, mesdames et messieurs, c'est chacune et
chacun d'entre nous! Lorsque j'entends certains se plaindre que l'école ne
fournit pas les mouchoirs et qu'il faut les apporter, je me dis que le plus
grand problème de notre société aujourd'hui est un problème de mentalité. Il
faut un retour des valeurs. Il faut un retour du sens de l'effort. Il faut un
retour du sens des responsabilités. C'est-à-dire l'exact opposé de ce qu'est la
gauche, qui prône la chienlit! Et cela, je ne l'accepte pas!
De voorzitter: Er zijn pogingen ondernomen om de vorige spreker het spreken te bemoeilijken. Hij heeft zich daardoor niet laten intimideren, waarvoor ik hem dank. Op die manier heeft hij zijn discours kunnen afronden. Gelieve de collega's ook niet altijd aan te zetten om hun stem te verheffen om zich nog hoorbaar te maken.
Mme Vandeberg a la parole et elle est la seule.
08.26 Victoria Vandeberg (MR): Madame et monsieur les ministres, merci pour vos réponses. J’entends ce que vous dites sur le fait d’avancer sur le principe du casseur-payeur et d’avancer également sur la réflexion concernant les allocations. Je pense que nous devons aussi pouvoir avancer, dans la même veine – et évidemment dans le respect de l’État de droit – sur les interdictions de certains mouvements qui attisent la haine, notamment via les réseaux sociaux. C'est ce que nous voyons actuellement.
Nous parlons d'enfants, de jeunes de 13 ans qui sont arrêtés, pour avoir appelé sur les réseaux sociaux à brûler une école. Nous parlons d'enfants, et je pense que nous ne nous rendons pas compte à quel point ce sont des très jeunes qui sont concernés.
Nous étions habitués au fait que l'extrême gauche ne soit pas responsable, mais je suis quand même surprise – et cela me fait aussi un peu peur pour notre système démocratique – de l’attitude de la gauche. Le PS se sent d'ailleurs obligé de se justifier auprès du PTB sur les mesures prises au niveau communal, alors qu’il s’agit quand même de respect de la police, de respect de l'espace public et de la tranquillité de l'espace public. Le message qui est donné dans ce Parlement est absolument incroyable.
La réponse judiciaire doit évidemment être ferme. Elle doit être rapide. Nous devons vraiment nous rappeler qu'il s'agit de jeunes. Nous devons évidemment faire attention à leur avenir. Quand allez-vous vous réveiller face à ce qui se joue pour l'avenir de notre jeunesse? Nous ne devons pas les habituer à cette violence.
08.27 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister, mijnheer de minister. Wij zitten hier in de tempel van het vrije woord en ik hoorde daarnet termen die volgens mij het niveau van TikTok niet halen. Men verwijt elkaar voor fascisten, in een debat over scholen. Waar wij respect vragen voor de politie, maken jullie verwijten over fascisme. Dat is echt ongegrond. Ik kan jullie nog wel iets vertellen over het nationaal socialisme, maar dat ga ik hier niet doen.
Ik kan alleen maar zeggen dat ik het zielig vind. Waarom? Voor één keer wordt het probleem benoemd, zelfs door cd&v. Het probleem komt nu eens niet van rechts, maar van links, van het islamogauchisme dat al jaren allerhande betogingen verstoort. Ik verwees al eerder naar de Silvesternachten waar men de politie bekogelt en daar ongestraft mee wegkomt.
In de 25 jaar dat ik hier zit, heb ik al verschillende wetten weten goedkeuren. De eerste wet om dat te beteugelen, dateert van 2000. Hebt u al eens gehoord van het snelrecht? De meerderjarige paljassen die vandaag in Luik de straten onveilig maken, kunnen we zo oppakken, naar de rechtbank brengen en met het snelrecht beoordelen.
Op 1 juni 2011, soms laat mijn geheugen mij eens niet in de steek, werd hier een verbod goedgekeurd op het dragen van kleding die het gezicht beschermt. Is het dan zo moeilijk voor de politie om al die mannen met hun bivakmutsen, die te laf zijn om hun kop te tonen, om kleur te tonen, om hun gelaatskleur te tonen, op te pakken en te identificeren? Is het dan zo moeilijk om de ouderen verantwoordelijk te stellen. We hebben geen nieuw strafrecht nodig, want dat hebben wij al. Gebruik het en haal dat multicultureel gespuis van de straten.
08.28 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer en mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Dit is een vrij absurd debat geweest, want Wallonië is al jarenlang bevoegd voor Onderwijs en Mobiliteit, maar toch vinden sommigen het nodig om de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Justitie, de regering en de Vlamingen aan te vallen voor klachten over dat systeem. De collega's die dat gedaan hebben, u hebt ons geen lessen te geven. U bent zelf bevoegd en het is vooral heel kwalijk dat u het daarover wil hebben, alleen om het niet over de realiteit te hoeven hebben.
De realiteit is dat elk protest in dit land gekaapt wordt door extreemlinkse relschoppers. Collega's, ik was heel blij met het antwoord van de minister, met een heel duidelijk engagement om de regels te verstrengen en ervoor te zorgen dat die relschoppers gesanctioneerd zullen worden, maar het mag niet bij woorden blijven. Er moeten ook acties volgen.
We hebben bijvoorbeeld eerder al het vandalisme aan de UGent gehad, waarbij het rectoraat helemaal werd verwoest door leden van de PVDA. De rechtszaak werd gewoonweg geseponeerd, ondanks het feit dat al die mensen werden opgepakt. Ik vrees dat ook hier de rechtszaak tegen de relschoppers die werden gearresteerd, zal worden geseponeerd.
Het mag niet bij woorden blijven. De regels moeten verstrengen, er moet een absolute nultolerantie komen voor geweld tegen de politie, er moeten duidelijke regels komen om ervoor te zorgen dat relschoppers betalen voor de schade die zij aanrichten. Blijkbaar heel controversieel, maar het is niet aan de communisten in China om te beslissen wat onze jeugd ziet. TikTok moet verboden worden en we moeten die relschoppers veel actiever aanpakken.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Dorien Cuylaerts (N-VA): Mijnheer de minister, van het ene agressieprobleem gaan we helaas naar een ander agressieprobleem. Er zijn immers elke dag zeven ernstige agressie-incidenten tegen het NMBS-personeel. Alsof dat nog niet genoeg is, vallen de personeelsleden steeds langer uit als gevolg van die agressie. Het aantal verloren werkuren is in één jaar tijd maar liefst verdubbeld tot bijna 100.000 werkuren.
Dat is een cijfer om stil van te worden. Achter dat cijfer zitten mensen, treinbegeleiders, die ’s morgens gewoon naar hun werk vertrekken, maar niet weten of ze die dag zullen worden uitgescholden, bedreigd of zelfs fysiek aangevallen. Niemand zou met een dergelijke angst naar zijn werk mogen vertrekken, ook onze treinbegeleiders niet.
We spreken al jaren over maatregelen om ons spoorpersoneel beter te beschermen. Een van die maatregelen zijn de bodycams. Ze kunnen de agressie ontmoedigen en tevens helpen om de incidenten beter vast te stellen.
De bodycams werden in mei 2026 goedgekeurd door de ministerraad. We zijn ondertussen alweer vijf maanden later. De vraag is natuurlijk wanneer we ze op het terrein zullen zien. Hoeveel incidenten moeten er nog gebeuren voor die camera’s effectief worden ingevoerd?
Mijnheer de minister, hoever staat u met de invoering van de bodycams voor het treinpersoneel? Wanneer kunnen de treinbegeleiders en de medewerkers van Securail er effectief mee aan de slag? Kunt u ons een concrete timing geven?
09.02 Minister Bernard Quintin: Mevrouw Cuylaerts, ik begrijp uw ongeduld volkomen. Ik deel dat trouwens. Het is moeilijk en duurt altijd heel lang om iets te veranderen in ons land. Ook ik wil zo snel mogelijk vooruitgang boeken in het dossier. De veiligheid van onze treinbegeleiders en van de Securailmedewerkers ligt mij bijzonder na aan het hart. Dat geldt trouwens voor alle veiligheidsdiensten.
Het klopt dat de ministerraad in mei een voorontwerp van wet in eerste lezing heeft goedgekeurd. Die eerste goedkeuring vormt echter slechts één stap in het wetgevende traject, waarbij nog verschillende verplichtingen moeten worden nageleefd.
Na de interkabinettenwerkgroepen moest ik het overleg met de sociale partners organiseren samen met het kabinet van de premier, die daarvoor bevoegd is.
Door de zomervakantie hebben we het overlegprotocol pas na de vakantie ontvangen.
Pas na de afronding van deze fase kon het voorontwerp opnieuw naar de ministerraad gaan en daarna worden voorgelegd aan de verschillende adviesinstanties, waaronder de Raad van State, de Gegevensbeschermingsautoriteit, de gewesten, op vraag van mijn coalitiepartners, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens. We verwachten het advies van de Raad van State in de loop van deze maand en dat van de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen het einde van de maand. We hebben ook het advies van Vlaanderen en Wallonië gekregen. Ik hoop dat ook de andere adviesinstanties de vooropgestelde timing zullen respecteren. Zodra de adviezen zijn ontvangen en onderzocht, moet de tekst nog voor een tweede lezing aan de regering worden voorgelegd, alvorens hij bij de Kamer kan worden ingediend.
Weet dat ik er alles aan doe om dit dossier zo snel mogelijk vooruit te helpen, waarbij we er uiteraard ook over waken dat er een degelijk juridisch kader tot stand komt.
Ik werk in dit dossier nauw samen met mijn collega-minister Crucke. Van mijn kant zorg ik voor de uitwerking van het wettelijke kader dat het gebruik van bodycams mogelijk maakt. Collega Crucke zal vervolgens instaan voor de concrete uitrol, met name de aankoop van de bodycams en de opleiding van het personeel. (…)
09.03 Dorien Cuylaerts (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoop effectief dat we eindelijk vaart kunnen maken met die bodycams, maar u maakt duidelijk dat u dat doet. Het spoorpersoneel verdient die bescherming immers echt.
Met de bodycams en meer bevoegdheden voor Securail alleen zal het agressieprobleem helaas niet worden opgelost. We moeten dus ook inzetten op preventie. Daar wringt ook het schoentje. Met de N-VA-fractie pleiten we al jaren voor toegangspoortjes, want discussies over vervoersbewijzen leiden ook vaak tot agressie. Toch vernamen we gisteren dat de NMBS die poortjes helaas niet ziet zitten.
Mijnheer de minister, laten we alstublieft die piste niet zomaar opgeven, want we zijn het erover eens: als het over de veiligheid van het spoorpersoneel gaat, mogen we het spoor niet bijster raken. Integendeel zelfs, het is tijd om de veiligheid op het juiste spoor te zetten. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.01 Niels Tas (Vooruit): Mijnheer de minister, in de eerste zes maanden van dit jaar vielen er 223 verkeersslachtoffers. Dat zijn 223 verkeersslachtoffers, getroffen families, vrienden en collega's. Dat zijn ook nog eens 13 verkeersdoden meer dan in dezelfde periode van vorig jaar.
Het zijn drama's waarbij in een fractie van een seconde het leven van soms jonge mensen in één klap voorbij is. Het is een telefoontje dat geen enkele ouder wil krijgen.
De oorzaken kennen we, u ook. Een ervan is dat nog te veel Belgen hun gsm achter het stuur gebruiken. Snel een berichtje lezen of beantwoorden achter het stuur, dat lijkt onschuldig. Vias institute schat echter in dat die activiteit verantwoordelijk is voor 50 verkeersdoden en 4.500 gewonde verkeersslachtoffers per jaar. Dat is veel, te veel. Daarom, collega's, zijn er geen excuses meer.
De doelstelling is helder: tegen 2050 willen we evolueren naar nul doden in het verkeer. Vooruit kwam al eerder met een wetsvoorstel om gsm-gebruik achter het stuur met slimme camera's op te sporen. Dat is geen rocketscience, want dergelijke camera's worden vandaag in Nederland al gebruikt. Meer nog, alleen al dit jaar werden er bijna 80.000 Nederlanders betrapt op gsm-gebruik achter het stuur.
Mijnheer de minister, we waren deze week samen op de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid en u kondigde daar aan eindelijk werk te maken van die slimme camera's. Dat is goed, want dat hebben we twee jaar geleden samen al afgesproken in het regeerakkoord.
Daarom heb ik twee simpele vragen voor u. Ten eerste, wanneer zullen die camera's worden ingezet?
De voorzitter: Door uw boeiend betoog over gsm-gebruik achter het stuur ben ik de klok uit het oog verloren.
10.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Tas, hier moet u niet snel rijden, maar snel spreken.
In 2025 verloren 445 mensen het leven op onze wegen. Dat zijn 8 doden per week. Elk verkeersslachtoffer is er een te veel. Deze regering wil het aantal verkeersdoden terugdringen tot minder dan 320 tegen 2030, met als uiteindelijk doel Vision Zero, nul verkeersdoden tegen 2050. Daarvoor blijven preventie en sensibilisering essentieel.
We moeten echter ook sterk inzetten op handhaving. Een van de grootste gevaren is afleiding achter het stuur. Volgens Vias veroorzaakt gsm-gebruik jaarlijks minstens 50 doden en 4.500 gewonden. Wie tijdens het rijden een bericht leest of schrijft, loopt 6 keer meer risico op een ongeval. Bij het intikken van een telefoonnummer is dat zelfs 12 keer meer.
Vandaag kunnen we snelheid efficiënt controleren met camera's. Voor gsm-gebruik zijn we echter nog grotendeels afhankelijk van politieagenten, die de overtreding zelf moeten vaststellen. Dat vraagt veel capaciteit en de pakkans is beperkt.
Daar wil ik verandering in brengen. De technologie bestaat al en wordt in verschillende Europese landen gebruikt. Met aangepaste camera's kunnen we gsm-gebruik achter het stuur beter detecteren. Daarom werken we dit jaar aan een wettelijk kader dat automatische beeldanalyse mogelijk maakt, de bewijswaarde van de beelden vastlegt en tegelijk de privacy waarborgt. In de loop van 2027 willen we een eerste pilootproject opstarten. Als de resultaten positief zijn, kunnen we het systeem verder uitrollen.
Handhaving alleen volstaat echter niet. Ook preventie blijft cruciaal. Mijn boodschap is simpel, wie rijdt, laat zijn gsm liggen, ook op de fiets. Zo vermijdt men niet alleen een boete, maar ook een ongeval, wat nog belangrijker is. Een bericht of telefoontje kan wachten, een mensenleven niet.
10.03 Niels Tas (Vooruit): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Deze week hebben we allebei verkeersslachtoffers recht in de ogen gekeken. U gaf toen zelf aan: “Je suis le ministre de la répression”. Het is tijd om dat nu echt waar te maken. We hebben al twee jaar verloren. Er zijn al 233 verkeersslachtoffers te veel gevallen. Het is dus meer dan ooit tijd om ervoor te zorgen dat we slimme camera's inzetten om dit misbruik op te sporen. We moeten er alles aan doen om de veiligheid van kinderen in het verkeer te beschermen. Met Vooruit zullen we daarop blijven hameren. Dank u wel dat we ook uw steun daarvoor hebben.
De voorzitter: Dank u wel, collega Tas.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Kristien Verbelen,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
11.01 Kristien Verbelen (VB): Collega’s, dit wetsontwerp gaat over de veiligheid van onze havens. We kunnen het er allemaal over eens zijn dat een haven geen werkplek is zoals een andere. Onze havens zijn de economische slagaders van Vlaanderen, maar tegelijkertijd zijn ze ook een grote poort voor criminaliteit en infiltratie. Veel functies hebben toegang tot gevoelige ladinginformatie. Wanneer badges in verkeerde handen zouden vallen, kan dat grote schade aanrichten. Daarom moeten we voorzichtig zijn met elke versoepeling.
We begrijpen het praktische probleem dat hier wordt aangekaart wel. Scheepvaart is een internationale sector. Mensen werken in het buitenland en wonen vaak in het buitenland. Ze brengen buitenlandse expertise mee. Het kan dus wel eens gebeuren dat de diensten niet over alle informatie beschikken, zonder dat er concrete negatieve elementen zijn, maar dat mag op zich geen reden zijn om de lat lager te leggen bij functies die toegang geven tot gevoelige informatie en kritieke infrastructuur.
Voorzitter:
Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.
Président: Wouter Vermeersch, vice-président.
In de tekst staan wel een aantal waarborgen, zoals een beperking tot maximaal één jaar, een jaarlijkse evaluatie door de NAMB en zogenaamde mitigerende maatregelen, maar op dat vlak schiet het ontwerp toch tekort, want veel hangt af van de uitvoering. Welke maatregelen zullen de bedrijven nemen? Hoe streng zullen de regels van de NAMB zijn? Wie zal dat controleren op het terrein? Zijn de diensten, de politiediensten en de lokale comités, wel voldoende uitgerust? Als niemand op het terrein echt controleert of de maatregelen worden nageleefd, kunnen we ons afvragen wat dat nog waard is.
Daarbij komt nog dat er in de commissie een discussie was over de adviezen en over de vraag of het Parlement wel toegang tot alle relevante informatie had.
Als we over veiligheid moeten stemmen, dan is het toch belangrijk dat we zeker zijn dat we over alle relevante informatie beschikken.
Voor alle duidelijkheid, we willen in de haven geen regels opleggen die in de praktijk niet werken. We erkennen het probleem van de sector, maar wie veiligheidsregels versoepelt, moet ook kunnen aantonen dat de controle sluitend is. Daarvan zijn wij vandaag niet overtuigd. Daarom zullen wij ons onthouden. We begrijpen de nood aan werkbare regels, maar in een veiligheidsdossier is "waarschijnlijk goed genoeg" voor ons alleszins niet voldoende.
11.02 Dimitri Legasse (PS): Madame la ministre, votre gouvernement prône encore aujourd'hui plus de sécurité, plus de fermeté et des mesures plus strictes. Le ministre Quintin affirmait d'ailleurs tout à l'heure qu'il était répressif et fier de l'être. Chaque jour, j'entends ces déclarations dans la bouche des membres de votre gouvernement et de votre majorité. Pourtant, lorsqu'il s'agit des intérêts économiques des ports – que dis-je, d'un port en particulier –, on assiste immédiatement à un changement de discours presque radical: la sécurité n'est plus du tout une priorité. On va jusqu'à dire qu'il faut trouver un équilibre pour satisfaire les besoins des entreprises portuaires. Et vous avez été honnête en commission, il faut le reconnaître. Vous avez admis que des entreprises maritimes vous avaient sollicitée et que vous aviez fait en sorte de satisfaire leurs intérêts.
Nos ports sont pourtant des passoires en termes de sécurité, madame la ministre. Ce n'est pas nouveau, vous le saviez déjà et vous en témoignez: le port d'Anvers est la porte d'entrée de la drogue en Europe. Nombreux sont ceux qui le disent, et pas uniquement à Liège, à Charleroi ou à Bruxelles, mais aussi à Gand, à Bruges et dans d'autres villes de notre pays.
C'est donc la porte d'entrée de la drogue, et seul un conteneur sur 40 est contrôlé. Nous disposons de scanners, mais ils ne fonctionnent pas parce que vous avez réduit partiellement les moyens financiers des services de la douane. Des moyens complémentaires ont pourtant été réclamés, tant pour la police que pour la justice. Et vous nous présentez aujourd'hui un texte qui vise en somme à affaiblir les attestations de sécurité dans un secteur stratégique.
Madame la ministre, je vous ai demandé en commission d'entendre l'autorité administrative de la sécurité maritime ainsi que la police fédérale, afin qu'on nous explique si, oui ou non, ce texte diminue la sécurité des Belges. Qu'a fait votre majorité? Elle s'y est opposée encore et encore, sans doute parce qu'elle connaît déjà la réponse. En agissant ainsi, madame la ministre, vous faites le choix de mettre en péril la sécurité des Belges. Votre double discours doit cesser. Garantir la sécurité de nos concitoyens doit être votre priorité, quand bien même cela touche aux intérêts économiques de ports, en particulier du port d'Anvers.
Un collègue a utilisé le vocable d'Anvers
Connection; je pense qu'il a fort bien utilisé ce vocable. Je vous remercie.
11.03 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, we hebben het voorliggende ontwerp uitgebreid besproken in de commissie. Zoals u weet, zoeken we met deze tekst een evenwicht tussen het garanderen van de veiligheid en dus ook de strijd tegen de drugscriminaliteit aan de ene kant en een performant functionerende maritieme sector aan de andere kant. Het lijkt me niet meer dan logisch dat daarvoor contact wordt opgenomen met alle betrokkenen, omdat zij de situatie op het terrein het best kennen en de problematiek ook aan de kaak hebben gesteld.
De vermelde doelstellingen van het garanderen van de veiligheid en van de toekomst van de maritieme sector spreken elkaar niet tegen. Zij kunnen elkaar ook versterken, want als er geen veiligheid is, dan zal er geen verdere groei van de maritieme sector mogelijk zijn. We hebben werkbare regelgeving nodig om de internationale concurrentiepositie en de economische slagkracht van de havens te behouden. De aanpassingen die we met het voorliggend ontwerp doen aan de eerdere regelgeving hebben precies tot doel om de functies waarvoor de bedrijven uit de maritieme sector vandaag al moeilijk personeel vinden, maar die wel essentieel zijn voor het functioneren van de havens en hun activiteiten, verder mogelijk te maken.
De cijfers zeggen ons dat, als we deze wetswijziging niet zouden doorvoeren, er ongeveer 2.440 posities vacant zouden blijven, met alle gevolgen van dien voor de verderzetting van de activiteiten binnen de haven. Dat is voor iedereen, gelet op de positie van de haven als grote economische en logistieke hub, een ontzettend belangrijke aangelegenheid, niet alleen in die regio, maar voor het hele land.
De impact op de ondernemingen in de haven zou groot zijn als we geen gebruik maken van voortschrijdend inzicht om deze regelgeving aan te passen. De impact en de aantallen, zoals ik die net ook aangaf, tonen aan dat het probleem reëel en structureel is en dat we daarvoor dus ook een oplossing moeten zoeken. Dat is wat mensen en bedrijven van ons als politici verwachten.
Il est vrai que la sécurité doit et devra toujours prévaloir. Ainsi le projet de loi – et je veux encore le souligner aujourd'hui – ne va pas affecter la possibilité pour la police fédérale d'émettre des avis de sécurité négatifs lorsque les circonstances le justifient. La seule chose qu'on fait ici concerne des personnes qui ont vécu à l'étranger, qui y ont travaillé. On facilite leur processus pour venir travailler dans des entreprises du secteur maritime. Comme Mme Verbelen l'a déjà expliqué, la validité de l'avis de sécurité positif avec avertissement est limitée à un an au maximum. Cela veut donc dire qu'on ne prend pas de risques sans limite. C'est bien encadré.
De plus, les entreprises pourront mettre en place elles-mêmes des mesures de sûreté ou des mesures dites d'atténuation. À cet égard, le choix d'une approche fondée sur les risques élaborée par les entreprises elles-mêmes est justifiée pour également tenir compte autant que possible de la diversité des entreprises du secteur maritime. Les mesures qui s'avèrent efficaces pour une entreprise peuvent en effet être disproportionnées ou inapplicables pour une autre.
Cette approche renforce également la sensibilisation des entreprises, ce qui revêt une grande importance, non seulement pour ce risque spécifique, mais aussi plus largement dans la lutte contre la criminalité organisée.
Enfin, l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime (ANSM) continuera à superviser la mise en œuvre et l'application de ces mesures; il n'y aura donc ainsi à aucun moment de vide en matière de sûreté, et la sûreté des installations portuaires restera garantie au maximum.
Op het terrein zal er dus wel degelijk controle worden uitgeoefend. Dat mag hier niet anders worden voorgesteld. De haven zelf, de havenbedrijven maar ook DG Scheepvaart zullen die controle uitvoeren en de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging (NAMB) zal beveiligingsplannen met mogelijk mitigerende maatregelen eerst voor een periode van vijf jaar kunnen goedkeuren.
Bovendien zal DG Scheepvaart regelmatig inspecties en audits uitvoeren. Jaarlijks zal een analyse aan de NAMB worden voorgelegd en binnen die organisatie worden besproken. De plannen, de uitvoering ervan en de veiligheidsgaranties zullen dus wel degelijk worden gecontroleerd en opgevolgd.
Voor de rest, mijnheer Legasse, distantieer ik me van het cliché dat ondertussen wel heel erg afgezaagd begint te worden. U kunt niet aan de ene kant beweren dat het grote probleem uit Antwerpen komt en aan de andere kant verwijten dat iemand iets probeert te doen om het probleem op te lossen en veiligheid en de activiteiten van de maritieme sector met elkaar te verzoenen.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1606/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1606/5)
Het wetsontwerp telt 4 artikelen.
Le projet de
loi compte 4 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 4 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 4 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Pierre Jadoul,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
12.01 Kristien Van Vaerenbergh (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, het wetsontwerp dat vandaag voorligt, houdt een aantal technische aanpassingen in rond de wetgeving over videoconferenties, zowel voor burgerlijke zaken als voor strafzaken. Het gaat vandaag dus niet over een fundamentele hervorming van het gebruik van videoconferentie, maar eerder over een technische verfijning van de wet van 25 april 2025, naar aanleiding van een aantal opmerkingen uit de praktijk, maar ook naar aanleiding van een aantal opmerkingen van de Raad van State.
Zo worden de essentiële waarborgen bij videoconferenties verduidelijkt, worden de regels rond identificatie en authenticatie versoepeld wanneer de gewone middelen tijdelijk niet beschikbaar zijn en wordt het mogelijk om ook andere beveiligde IT-systemen te gebruiken. Daarnaast worden een aantal regels verduidelijkt met betrekking tot de deelname van rechters en griffiers via videoconferentie en met betrekking tot het opnemen en archiveren van zittingen.
De wetgeving die vandaag voorligt, moet ervoor zorgen dat videoconferenties breder kunnen worden toegepast. Het regeerakkoord gaat echter nog veel verder en schrijft een fundamentele hervorming voor. Zo zou bij korte zittingen van de raadkamer en van de kamer van inbeschuldigingstelling maximaal gebruik moeten worden gemaakt van videoconferentie, zodat het overbrengen van gedetineerden tot een minimum wordt beperkt.
We steunen uiteraard deze hervorming, die het al mogelijk maakt om videoconferentie ruimer toe te passen. We kijken uiteraard uit naar uw komst naar onze commissie met uw wetsontwerp, waardoor een ruimere toepassing mogelijk wordt, mevrouw de minister.
Wij steunen dit voorstel.
12.02 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, zoals de collega al heeft gezegd, gaat het hoofdzakelijk om een beperkt aantal technische aanpassingen, maar op het principe van de videoconferentie zelf is er in de praktijk toch ook behoorlijk wat kritiek.
Dat blijkt heel duidelijk uit de verschillende adviezen. Beginnen we bij een van de belangrijkste actoren op het terrein, de advocatuur. Ook nu weer formuleert de Orde van Vlaamse balies haar bezorgdheid over de toepassing van een videoconferentie in de praktijk. Een zitting met fysieke verschijning moet de regel blijven, een zitting per videoconferentie de uitzondering, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat alle partijen daarmee instemmen, aldus de Orde.
In bepaalde rechtsdomeinen kan de videoconferentie zinvol zijn, afhankelijk van de rechtszaak. Denk bijvoorbeeld aan een uitstel, het vastleggen van conclusietermijnen, eenvoudige niet-betwiste dossiers en vragen om afkortingsfaciliteiten. Het is ook geen probleem in eenvoudige zaken zonder ingewikkelde stukken en zonder uiteenlopende of ver uiteenlopende standpunten.
Zodra het echter gaat om veel ingewikkelder zaken, zaken met een heel omvangrijk dossier, met ingewikkelde stukken, met uitgebreide expertiseverslagen, moet de videoconferentie worden uitgesloten. Hetzelfde geldt ook voor zaken met een sterke emotionele component, zoals familierechtelijke geschillen. Ook in strafzaken is het gebruik van videoconferentie bijzonder moeilijk, want daarbij is het belangrijk dat de rechter de persoonlijkheid en de houding van de verdachte fysiek kan vaststellen en optimaal beoordelen. Dat is niet mogelijk bij een zitting via videoconferentie.
De Orde van Vlaamse balies is hierin heel duidelijk. De tegensprekelijkheid komt hier in het gedrang en er is een mogelijke impact op het vermoeden van onschuld. Ook het wegvallen van de non-verbale communicatie vormt een moeilijkheid en een videoconferentie bemoeilijkt ook het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en beklaagde.
Het gebruik van een videoconferentie stelt de advocaat voor een dilemma. Zou hij het best bij de cliënt aanwezig zijn en zo efficiënter bijstand kunnen verlenen of zou hij fysiek voor de rechter verschijnen om zijn cliënt beter te kunnen verdedigen?
Daarbij mag toch ook worden opgemerkt dat zowel de Hoge Raad voor de Justitie als de Liga voor Mensenrechten al hebben erkend dat beide keuzes tot een aantasting van de rechten van de verdediging kunnen leiden. De Orde van Vlaamse Balies heeft nog een aantal andere terechte bedenkingen. Daarvoor verwijs ik naar mijn tussenkomst tijdens de bespreking in de commissie.
Niet alleen de advocatuur was heel kritisch, ook het openbaar ministerie - toch een bijzonder belangrijke partner en ervaringsdeskundige - had kritische bedenkingen. Daarbij werd herinnerd aan het zeer kritische advies van het College van procureurs-generaal bij de wet van 25 april 2024 waarmee de videoconferentie in het Wetboek van strafvordering werd ingevoerd.
Ik heb nog een andere bedenking, mevrouw de minister. Waarom hebt u geen advies ingewonnen van de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken, die noodzakelijk zijn in vele zaken die door de rechtbank worden behandeld, zeker in strafzaken? Naar schatting is bij minstens 25 % van de procedures in strafzaken voor een van de verdachten, beklaagden of burgerlijke partijen de inzet van een tolk nodig.
Dit wetsontwerp is inhoudelijk gezien niet rijp en dient te worden herwerkt. Dat blijkt toch wel heel duidelijk uit de verschillende adviezen. Vandaar dat onze fractie zich zal onthouden.
Collega Van Vaerenbergh heeft daarjuist verwezen naar het regeerakkoord, dat nog veel verder gaat. Ik hoop dan ook dat daar, wanneer de andere wetsontwerpen in de commissie zullen worden besproken, een zeer grondige discussie met hoorzittingen met de betrokkenen op het terrein aan vooraf zal gaan.
12.03 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, chers collègues, depuis le premier jour, ce projet de loi nous est présenté comme une simple adaptation technique de la loi du 25 avril 2024. Nous l'avons contesté en commission, en première et deuxième lectures. Je tiens à le redire clairement aujourd'hui: ce texte va bien au-delà de ce que l'on voudrait nous faire croire.
En 2024, ce Parlement a transformé la vidéoconférence – qui n'était jusqu'alors qu'un outil d'urgence utilisé pendant la pandémie – en un instrument structurel de la justice, utilisable tant en matière civile qu'en matière pénale, et ce à tous les stades de la procédure. Notre groupe avait voté contre ce texte. Spoiler alert: qui se trouvait à nos côtés à l'époque? Les Engagés, alors dans l'opposition. J'y reviendrai par la suite.
Les critiques que nous formulions concernaient déjà la confidentialité des échanges entre l'avocat et son client, la réalité du consentement des personnes concernées ainsi que l'absence de moyens humains dans la justice. Deux ans plus tard, vous nous présentez ce nouveau texte comme une correction technique. Regardons donc ensemble ce que ces prétendues corrections changent concrètement.
La première concerne l'authentification des personnes. Auparavant, le recours aux protocoles fédéraux officiels était obligatoire, sans exception. Désormais, lorsque ces protocoles sont indisponibles, même durablement, le juge pourra accepter "tout moyen qu'il estime adéquat".
Madame la ministre, en commission, vous nous avez répondu que cette décision devrait être motivée, qu'elle serait susceptible de recours et que la loi mentionne plusieurs exemples. Ces éléments ne constituent toutefois que des exemples et ne revêtent aucun caractère contraignant. Le texte dit: "tout moyen qu'il estime adéquat", et pas "ces moyens, et aucun autre". Dès lors, la question demeure entière: qui contrôlera ces décisions a posteriori? À ce jour, nous n'avons toujours pas obtenu de réponse.
Le deuxième changement concerne le consentement du juge et du greffier à siéger à distance. Jusqu'à présent, l'accord de toutes les parties et du ministère public était requis. Le texte ouvre désormais une première brèche: lorsque tous les participants sont empêchés de comparaître physiquement et que l'audience ne peut être reportée, cet accord n'est plus nécessaire.
En commission, vous nous avez expliqué que l'exigence d'une approbation du lieu par le chef de corps constituait un durcissement plutôt qu'un assouplissement. Cependant, un contrôle hiérarchique portant sur le choix du lieu ne répond en rien à la question fondamentale, qui reste à ce jour sans réponse.
Comment allons-nous garantir la sécurité informatique de ce lieu, la confidentialité du dossier pénal, la protection contre le piratage, quand le juge ou le greffier siège hors du tribunal?
Le troisième changement, c'est l'enregistrement et l'archivage des audiences. Auparavant, cette fonction faisait partie du système officiel, avec des garanties RgPD qui étaient précises, inscrites dans la loi elle-même. Le texte permet désormais de la confier à un autre système informatique, moins coûteux, comme vous nous l’avez dit en commission, qui sera désigné plus tard par le Roi. Vous nous dites que l'arrêté royal sera soumis au Conseil d'État et à l'Autorité de la protection des données, mais vous nous avez aussi dit que les garanties nécessaires dépendront de la conception technique du système qui peut encore évoluer. Donc, vous nous demandez aujourd'hui de voter avant même de savoir ce qu'il va falloir protéger.
Dans ces trois cas, c'est le même mécanisme qui se répète. Je vous l'ai dit en commission, je vous le répète. Cette règle qui protégeait la personne s'assouplit pour l'institution, tandis que la garantie réelle est systématiquement reportée vers un texte futur.
Alors, comme c'est beaucoup plus qu'un texte technique, permettez-moi, madame la ministre, de revenir sur la critique de fond parce que, tout d'abord, la vidéoconférence, sert d'abord à faire des économies. Dès 2024, le Conseil supérieur de la justice dénonçait ce paradoxe. La présence physique reste la norme sur papier, mais le texte autorise la vidéoconférence en toute matière et à n'importe quel stade. Le ministre de l'époque disait déjà qu'il fallait, je le cite, "rationaliser et économiser".
Donc aujourd'hui, l'OVB rappelle que le gouvernement veut utiliser la vidéoconférence autant que possible – c'est écrit dans le texte – dans les dossiers impliquant des détenus pour libérer de la capacité policière. Vous avez vous-même confirmé en commission que ce texte ne découlait d'aucune évaluation formelle de la loi de 2024, parce que celle-ci n'interviendra que dans plusieurs années. En vérité, ce texte découle d'ajustements réclamés par certains prestataires externes. Donc nous votons aujourd'hui une orientation politique présentée comme une neutralité technique.
La deuxième critique de fond est motivée par l'affaiblissement des droits de la défense. Nous le savons tous, un procès, ce n'est pas une réunion en ligne. Avocats.be le documente fortde même fort bien, études à l'appui: l'effet caméra altère la spontanéité des détenus, de même que l'on constate des effets particulièrement marqués chez les personnes vulnérables et une atteinte structurelle à la relation avocat-client.
Vous nous avez répondu que la confidentialité est garantie par des break-out rules ou la suspension d'audience. Toutefois, rien de neuf n'a été apporté au texte de 2024. Rien n'oblige formellement, dans le texte, que ces salles de break-out soient effectivement activées.
En deuxième lecture, vous êtes allée plus loin, en nous expliquant que les critiques d'Avocats.be porteraient sur la vidéoconférence en tant que telle, et non sur les dispositions précises de ce texte. C'est une manière bien commode de déclarer hors-sujet toute critique sur le fond.
Mais il ne faut pas être dupe, parce qu'il y a la troisième remarque de fond. L'expérience de terrain contredit déjà ces garanties. Vous nous avez dit en commission qu'aucune évaluation formelle ne montrait que les effets de la vidéoconférence se manifestent dans la pratique belge. Comme s'il fallait un laboratoire bruxellois pour confirmer ce que la recherche internationale documente déjà.
Toutefois, madame la ministre, vous vous trompez, parce qu'une évaluation belge existe, et nous en avons déjà discuté en commission. En droit de la jeunesse, l'enquête de l'OVB est sans appel. Dans quatre cas sur cinq, le consentement pourtant obligatoire du mineur n'est même pas demandé, et 86 % des praticiens jugent la concertation confidentielle avocat-client impossible pendant l'audience.
Vous écartez cette enquête en disant qu'elle ne porte pas sur le système prévu par la loi de 2024. C'est bien là tout le problème. Vous étendez aujourd'hui un dispositif sans la moindre évaluation du système de 2024. Et la seule donnée de terrain qui existe montre que les garanties écrites sur le papier ne se vérifient pas dans la pratique.
Ce ne sont donc pas des craintes théoriques, madame la ministre. En réalité, vous en tirez la conclusion contraire de celle qui devrait normalement s'imposer: au lieu de ralentir et de renforcer les garanties, vous facilitez encore le système.
Enfin, ce texte continue d'installer une justice à deux vitesses. Vous nous répondez que la loi de 2024 a déjà anticipé cette critique, puisque l'accord des parties doit être donné en connaissance de cause. Mais ce consentement, madame la ministre, selon la seule évaluation de terrain belge qui soit disponible, n'est même pas demandé dans quatre cas sur cinq.
Donc, celui qui a les moyens, plusieurs avocats, une vraie capacité de négociation, va pouvoir insister sur la comparution physique. La personne détenue, plus précaire ou qui maitrise mal les codes de la justice va devoir accepter plus facilement ce qu'on lui propose.
Soyons clairs: en fait, ceux qui seront jugés derrière un écran ne seront pas les auteurs de grandes fraudes financières, mais les personnes détenues, internées, ainsi que les plus fragiles.
Un mot, enfin, pour nos collègues des Engagés. Madame Tourneur, comme hier, je vais vous poser deux ou trois questions. Vous la connaissez bien: en 2024, notre collègue Vanessa Matz dénonçait dans le même texte de 2024, voilà deux ans, l'arbre qui cache la forêt. Elle parlait de numériser la justice pour éviter d'y investir des moyens. Nous étions entièrement d'accord avec elle à ce moment-là. Elle concluait son speech par, et je vais la citer: "Vous avez fait le choix d'élargir dangereusement, et sans connaissance de cause, la portée des audiences virtuelles." Elle continuait en ajoutant: "Ce choix est le vôtre, et il ne sera résolument pas le nôtre." Les Engagés avaient voté contre ce texte à l'époque.
Pourtant, vous avez voté pour, en commission. Or les problèmes que la collègue Matz dénonçait dans ce texte – et c'est le même texte, vu que seules des corrections techniques ont été apportées – n'ont nullement disparu.
La question que je vous pose, chers collègues, est donc la suivante: qu'est-ce qui a changé
Pour conclure, madame la ministre, davantage de flexibilité pour l'institution, mais jamais plus de droits pour le justiciable, c'est toujours la même trajectoire.
Vous l'aurez donc compris, nous continuerons à nous opposer à ce texte et nous voterons contre.
12.04 Aurore Tourneur (Les Engagés): Madame la ministre, chers collègues, ce projet de loi apporte les clarifications et les corrections techniques bienvenues à la loi de 2024, et il ne touche pas à l'essentiel. La comparution en personne reste donc la règle, et la visioconférence l'exception.
Le prochain projet de loi que vous avez annoncé, madame la ministre, celui qui doit étendre le recours à la visioconférence aux audiences relatives à la détention préventive, nous amènera, lui, à trancher des questions de fond. Il sera alors question de personnes privées de liberté qui attendent qu'un juge décide si elles resteront ou non en prison. Il sera question des droits de la défense, du droit d'être réellement entendu par son juge ainsi que de la confidentialité des échanges entre un avocat et son client.
Ce sont là des garanties fondamentales de notre État de droit. Nous ne pouvons pas les modifier pas à la légère. C'est pourquoi, comme je l'ai dit en commission, ce prochain projet devra faire l'objet d'une large consultation en amont. Il faudra entendre les avocats, les magistrats du siège comme du parquet ainsi que celles et ceux qui travaillent quotidiennement dans nos prisons. Cette réflexion devra aussi s'appuyer sur une évaluation de la loi de 2024. Il faudra analyser ce qui fonctionne, ce qui ne fonctionne pas ainsi que les difficultés qui ont été rencontrées sur le terrain.
Enfin, il existe un cadre fixé par l'accord de gouvernement. Il s'agit des audiences de quelques minutes devant la chambre du conseil et la chambre des mises en accusation. Afin de limiter les transferts de détenus, ces audiences pourront se tenir en prison ou par visioconférence. Cependant, il existe des exceptions, notamment lorsque les droits de la défense l'exigent ou lorsque la prison ne dispose pas des infrastructures adaptées. De plus, si le client le souhaite, son avocat doit toujours pouvoir être présent à ses côtés. Ces balises sont donc essentielles.
Réduire les transferts des détenus est un objectif légitime, mais l'efficacité ne peut jamais se faire au détriment des droits de la défense. L'exception ne doit pas devenir la règle. Donc, madame la ministre, vous nous trouverez à vos côtés pour moderniser notre justice, mais une justice moderne, c'est aussi une justice qui avance avec chacun. Je vous remercie.
12.05 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je vais commencer par rappeler que, par principe, Ecolo-Groen a toujours été particulièrement prudent et réticent par rapport à l'utilisation des vidéoconférences pour les procédures judiciaires. Évidemment, l'opposition est encore bien plus profonde lorsqu'il s'agit de faire intervenir les vidéoconférences dans les procédures pénales.
Certes, la ministre a bien insisté sur le fait que pour elle, il s'agissait ici principalement de modifications techniques. On n'a toujours pas exactement compris quelles données ont mené à devoir adopter maintenant ce projet-ci, alors qu'un projet de loi plus large était annoncé par la ministre pour cet automne. Mais quoi qu'il en soit, on voit bien que l'exception va progressivement devenir structurelle. D'ailleurs, c'est votre propre accord de gouvernement qui prévoit en effet une extension du recours aux vidéconférences.
Encore ici, fin septembre, dans la presse, à l'annonce des modifications qui vont être votées ce soir, il y a eu des réactions inquiètes. Les avocats ont exprimé dans la presse et dans les avis qu'ils nous ont communiqués de nombreuses craintes, notamment par rapport à l'impact que peut avoir la justice en vidéoconférence sur les droits de la défense. Une avocate pénaliste, Mme Paci, se pose la question de savoir où va se trouver l'avocat dans un procès. Est-ce qu'il va être avec le client en prison ou avec les magistrats dans la salle d'audience? Ce qu'elle nous dit, c'est que si on n'est pas avec son client, on ne peut pas l'assister, alors que c'est bien le rôle premier des avocats. Et si on n'est pas avec le magistrat, alors cela pose des questions en termes d'impartialité et d'image renvoyée aux justiciables. Il y a évidemment également des inquiétudes qui sont liées aux conséquences psychologiques et comportementales de la justice par vidéoconférence. Des études en psychologie le prouvent. Les avocats nous l'ont rappelé. La vidéoconférence peut fausser les comportements, peut changer la perception des magistrats, peut avoir un impact sur la confiance dans la façon dont la justice est rendue.
J'invite quiconque ici ayant déjà participé à une réunion sur Zoom ou Teams à comparer cette expérience avec une réunion en personne. Cela n'a rien à voir, notamment en ce qui concerne le degré d'attention que l'on est capable de maintenir dans l'un et l'autre contexte.
S'y ajoutent évidemment des questions de confidentialité quand on est dans des lieux différents, de fiabilité du système informatique, de bugs ainsi que de sécurité des données. Bref, je comprends que nous serons appelés à en reparler bien plus en profondeur lors de la présentation de votre autre projet de loi. Cependant, madame la ministre, la loi de 2024 que nous modifions aujourd'hui prévoit une évaluation trois ans après son entrée en vigueur.
Vous nous annoncez l'arrivée prochaine du projet de loi visant à élargir le recours à la vidéoconférence. Nous devons donc comprendre que ce futur texte interviendra avant la moindre évaluation, puisque celle-ci n'est pas du tout sur le point d'arriver sur nos bancs.
Lors de la première lecture, vous nous avez dit partager les préoccupations concernant la dimension humaine de la justice et ne nullement minimiser les études scientifiques relatives aux effets psychologiques potentiels des vidéoconférences. Mais, comme le rappelait le collègue Ribaudo, vous ajoutez qu'aucune évaluation formelle laissant apparaître que ces effets se manifestent réellement dans la pratique belge n'a encore été réalisée, et qu'il serait dès lors prématuré de tirer d'ores et déjà des conclusions définitives en la matière.
À cet égard, il existe déjà des études et des éléments sur lesquels se baser pour être particulièrement prudent. Par ailleurs, si vous estimez vous-même qu'il est prématuré de tirer des conclusions, il serait précisément nécessaire d'attendre de disposer des données et d'une évaluation correcte avant d'envisager un élargissement. J'entends les précautions avancées ici par notre collègue des Engagés; il n'en reste pas moins que cet élargissement est bel et bien inscrit dans l'accord de gouvernement auquel vous accordez votre confiance. Je crains donc que, comme dans d'autres projets, vous ne déchantiez si vous comptez sur des évaluations pour faire changer les choses.
Néanmoins, cette évaluation étant légalement prévue, je voudrais à nouveau insister auprès de Mme la ministre pour que soient impliqués, outre les cours et tribunaux, d'autres acteurs de la justice, notamment ceux qui aujourd'hui sont tellement critiques: les avocats, les interprètes, qui sont aussi des acteurs de la justice, ainsi que certains acteurs spécialisés dans les droits humains et les droits de la défense. Je pense notamment à l'Institut Fédéral des Droits Humains, qui avait rendu un avis très intéressant sur la loi de 2024. Il serait également utile d'impliquer les premiers concernés, à savoir les justiciables eux-mêmes, ayant fait l'expérience de la justice par écran interposé, et non en personne, afin de récolter aussi auprès d'eux les données nécessaires.
En attendant, étant donné l'opposition de principe de mon groupe à tout ceci, nous voterons contre le texte et nous continuerons à suivre la question avec la plus grande attention.
12.06 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, ik dank u voor de uiteenzettingen en voor de constructieve gesprekken in de commissie.
We hebben het ontwerp inderdaad in twee lezingen besproken. Er is ook een wetgevingstechnische nota geweest van de juridische dienst, waarvoor dank. Alle opmerkingen uit die nota zijn ook gevolgd.
Sta mij toe, zoals ook mevrouw Van Vaerenbergh en mevrouw Tourneur vandaag opnieuw terecht hebben aangegeven, om nog eens te onderstrepen dat voorliggend ontwerp de beginselen, de uitgangspunten en de afspraken in de wet van april 2024 niet wijzigt. Sta mij ook toe om nog even mee te geven dat vele leden die wet mee hebben goedgekeurd toen ze deel uitmaakten van de meerderheid.
Ook de adviesorganen, dus niet ikzelf, hebben het technische karakter van het ontwerp bevestigd.
Met dit wetsontwerp passen we een aantal technische elementen aan om ervoor te zorgen dat op de momenten waarop kan worden gekozen voor een videoconferentie, die optie ook effectief mogelijk te maken. Dat is beoogd in de genoemde wet van 2024, waarbij de fysieke verschijning de regel blijft in voorliggend ontwerp. De instemming van de betrokken partij blijft dus het uitgangspunt. Wie fysiek wil verschijnen in de rechtbank, zal dat ook op basis van het ontwerp blijven kunnen.
Uiteraard blijft het basisprincipe dat de waarborgen voor een eerlijk proces beschermd zullen blijven, waaronder het vertrouwelijk overleg tussen de advocaat en zijn of haar cliënt. Ook het recht op vertolking en het recht op een tegensprekelijk debat gelden onverkort. Ik hoor vandaag eigenlijk niemand iets anders beweren. Het recht op vertolking blijft een waarborg waarvan in het ontwerp niet wordt afgeweken. Waar nodig zal de tolk zich ook fysiek bij de betrokken partij bevinden.
Je comprends les objections. C'est une vision qu'on peut avoir sur le déroulement des procédures et l'efficacité pour la justice, qui sont liées dans ce cas-là à l'usage de la vidéoconférence dans la procédure judiciaire. Je partage bien évidemment le souci de préserver la dimension humaine de la justice.
Toutefois, ces objections portent sur le choix de la vidéoconférence en tant que tel, et ce choix a déjà été longuement débattu et tranché sur le fond par ce Parlement en 2024. Comme l'indiquent les avis rendus, le projet qui est présenté aujourd'hui est essentiellement technique. Comme les collègues Tourneur et Van Vaerenbergh l'ont expliqué, nous pourrons débattre du fond de l'usage de la vidéoconférence à l'occasion du prochain projet de loi relatif à la vidéoconférence devant la chambre du conseil et la chambre des mises en accusation, dans le cadre duquel tous les acteurs concernés seront à nouveau entendus.
Concernant la communication confidentielle, la loi n'impose pas un outil, mais un résultat. Si un espace virtuel séparé ne convient pas, le juge peut suspendre l'audience. Des garanties de procédures existent donc sur ce point.
L'enquête de l'OVB, qui a été citée, porte sur une pratique antérieure à la loi de 2024, en dehors du cadre légal et des garanties que cette loi impose.
Het wetsontwerp zou het technische karakter overstijgen, of dat werd alleszins in vraag gesteld, omdat de instemming in bepaalde gevallen zal verdwijnen, maar nogmaals wens ik erop te wijzen dat die mogelijkheid al sinds 2024 bestaat voor bijvoorbeeld epidemische noodsituaties of bij objectiveerbare aanwijzingen van een ernstig veiligheidsrisico, waarbij niet fysiek kan worden verschenen. Dat blijft ongewijzigd.
Het voorliggende ontwerp voegt alleen toe
dat wanneer alle deelnemers een dergelijk verbod hebben gekregen, bijvoorbeeld
in het geval van een epidemische noodsituatie of onveiligheid, en de wet
verbiedt dat de zitting wordt uitgesteld wegens andere procedurele waarborgen,
bijvoorbeeld een voorlopige hechtenis, de rechter op afstand kan zetelen zonder
de instemming van elke partij. Dat is uiteraard het resultaat van een zoektocht
naar een evenwicht om al die verschillende procedurele waarborgen met elkaar te
verzoenen. Zonder die aanpassing zou de zitting eenvoudigweg niet kunnen
plaatsvinden, ook niet wanneer er een verbod op verschijning geldt vanwege een
epidemische noodsituatie of een ernstige veiligheidssituatie, met alle gevolgen
van dien voor de betrokkenen. In het geval van bijvoorbeeld een voorlopige
hechtenis is dat zeer duidelijk. Het beroepsrecht van elke partij tegen het
verbod op een fysieke verschijning blijft onverlet. Ook daar zijn dus procedurele waarborgen
ingeschreven.
Aucune partie n’est donc obligée de comparaitre par vidéoconférence. Le juge va vérifier que le consentement a été donné de manière libre et éclairée. L’exception est délimitée de manière stricte et cumulative. L'interdiction légale de remettre l’audience n’est pas une opportunité, mais une interdiction claire, reposant sur une base légale. Comme je viens de le dire, elle reste susceptible de recours. Seule cette chambre peut l’entendre.
Pour tous les autres cas, hors situation épidémique ou contexte d’insécurité grave, le consentement reste le point de départ. Le juge doit toujours vérifier si la vidéoconférence est compatible avec les circonstances particulières de l’affaire.
Aucune disposition ne permet d’imposer la
vidéoconférence pour des raisons budgétaires. La Cour constitutionnelle a
clairement établi dans son arrêt 76/2018 que le coût d’un transfèrement ne
constitue pas en soi un but légitime. Cette limite reste pleinement d’application.
De mogelijkheid voor een rechter om per
videoconferentie te zetelen, bestaat sinds de wet van april 2024. Nieuw is
dat de wettekst, zoals we die vandaag bespreken, voortaan vereist dat de plaats
waar de rechter zetelt, geschikt moet zijn voor die videoconferentie en ook dat
de korpschef die vooraf goedkeurt. Dat is een verstrenging en dus een
bijkomende procedurele waarborg, dus geen versoepeling. De memorie van
toelichting in 2024 vereiste al een dergelijke geschikte plaats, maar dit
ontwerp neemt dat beginsel en dat uitgangspunt als principe ook in de wet op. Vervolgens zullen de technische vereisten
worden vastgelegd bij uitvoeringsbesluit.
Nous avons donc adapté le projet de loi sur la
base des signaux transmis par les magistrats et le ministère public, ainsi que
des constats effectués lors de l'élaboration des arrêtés d'exécution. Il est
ainsi apparu que le texte actuel – c'est-à-dire celui de 2024 –
limitait inutilement l'accès à la justice, notamment pour les personnes qui ne
disposent pas d'une carte d'identité belge et qui ne peuvent dès lors pas
s'authentifier au moyen des systèmes fédéraux d'identification. Désormais, dans
de tels cas, le juge pourra accepter un autre moyen d'authentification
approprié. Cela demeure
toutefois, au regard des circonstances, une exception.
Met betrekking tot de archivering staan de essentiële elementen van de gegevensbescherming in de wet zelf en ze worden met dit ontwerp niet gewijzigd. Het besluit dat het systeem aanwijst, zal eerst nog worden voorgelegd aan de GBA en de Raad van State.
Pour répondre à Mme Hugon-Lecharlier, c'est à l'avocat de déterminer depuis quel lieu il est le mieux à même de défendre les intérêts de son client, et ce projet n'y change rien. Quant à l'évaluation, ce texte vise précisément à permettre une application plus large de la loi de 2024. C'est donc l'expérience qui viendra nourrir cette évaluation. Tous les acteurs pertinents seront consultés. L'OVB et Avocats.be siègent d'ailleurs déjà au sein du comité de gestion du système.
Collega’s, dit ontwerp is een noodzakelijke stap om de wet van april 2024 te kunnen uitvoeren.
Het uitvoeringsbesluit dat het systeem zal aanwijzen en de praktische regels zal vaststellen, moet uiteraard in overeenstemming zijn met de aangepaste wet en zal ook worden voorgelegd aan de GBA en de Raad van State. Daarmee hebben we de cirkel rondgemaakt voor deze wet en dit ontwerp.
Uiteraard kijk ik ernaar uit om later met u een debat ten gronde te voeren over het gebruik van videoconferentie op andere momenten, met het oog op de efficiëntie van justitie, maar rekening houdend met de procedurele waarborgen.
De voorzitter: Collega's, vraagt
iemand nog het woord? Quelqu'un
demande-t-il la parole?
12.07 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, vous nous dites que l'avocat pourra choisir. Oui, mais ce que nous disent précisément les avocats, c'est que les deux choix posent un problème. Ils doivent donc choisir entre deux situations dont aucune n’est optimale.
Vous avez répété ici ce que vous aviez déjà répondu concernant les acteurs qui seront consultés pour l'évaluation. Vous me dites que tous les acteurs pertinents. À nouveau, cela reste assez vague. Qui décide qui est pertinent? En tout cas, ce que je peux vous dire, c'est que les interprètes souhaitent être entendus et qu'il me paraît important que les justiciables eux-mêmes qui subissent la justice par visioconférence puissent aussi être entendus.
Enfin, je n'ai toujours pas parfaitement compris l'articulation temporelle qui est prévue entre l'évaluation et le projet de loi qui va étendre le recours à la visioconférence.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1654/6)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1654/6)
Het wetsontwerp telt 18 artikelen.
Le projet de
loi compte 18 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 18 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 18 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend
door:
Proposition déposée par:
Florence Reuter, Denis
Ducarme, Victoria Vandeberg, Julie Taton, Catherine Delcourt, Benoît Piedboeuf,
Axel Ronse, Anne Pirson, Anja Vanrobaeys, Nahima Lanjri.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
Le rapporteur, Mme Isabelle Hansez, renvoie
au rapport écrit.
Ik heb begrepen dat collega’s Ronse en Reuter hun tussenkomsten hebben omgewisseld.
La parole est donc à Mme Reuter.
13.01 Florence Reuter (MR): Chers collègues, il y a des moments dans la vie où quelques jours peuvent avoir une importance immense, quelques jours pour accompagner, pour soutenir ou tout simplement pour être là pour un proche. En cas de deuil, la loi ne va bien évidemment pas atténuer la douleur de perdre un proche, mais elle peut rendre ce moment moins rigide, en tout cas plus simple. C'est tout le sens de la proposition de loi que je vous présente en ce moment.
Cette proposition part en réalité d'un constat très concret. Aujourd'hui, lorsqu'un travailleur perd un proche, il peut prendre son congé de deuil, mais seulement à partir du décès. Dans la plupart des situations, cela semble logique, mais cela correspond moins à la réalité particulière d'une euthanasie programmée, puisque dans ce cas, une date a été fixée à l'avance.
Les familles savent que les jours qui précèdent sont importants, et au-delà des démarches à accomplir, ce qu'elles veulent, pour la plupart en tout cas, c'est passer du temps avec une personne concernée avant la date fixée. Or le cadre légal ne le permet pas, et c'est précisément ce que nous voulons changer. Non pas créer des jours de congé supplémentaires, mais assouplir le congé existant.
Concrètement, le congé de deuil pourra être pris dès le moment où la date de l'euthanasie sera fixée. C'est une adaptation assez simple, mais elle peut faire une réelle différence pour les familles concernées. Le texte a fait l'objet d'un avis unanime du Conseil National du Travail, et toutes les adaptations techniques nécessaires ont été apportées.
Sur le plan éthique, il respecte la vie privée de chacun, puisque le certificat annonçant la date de l'euthanasie pourra être anonymisé.
Au cours des discussions, la réflexion a été élargie au congé pour soins palliatifs, et un deuxième volet a été apporté par mes collègues Anja Vanrobaeys et Nahima Lanjri. Ce congé pourra désormais être pris par semaine – alors qu'aujourd'hui, il est simplement pris par mois – pour s'adapter davantage à la réalité des familles confrontées à la fin de vie.
La proposition a été adoptée à l'unanimité en commission des Affaires sociales. Nous avons donc tous été capables de trouver un accord sur un sujet humain. Je remercie mes collègues, même si certains voulaient aller plus loin.
Mais nous avons fait le choix, dans un contexte budgétaire difficile, de ne pas augmenter le nombre de jours de congé, mais de permettre de mieux les utiliser. Et puis, surtout, nous faisons confiance aux familles, et nous leur donnons la liberté de choisir le meilleur moyen et surtout le meilleur moment d'accompagner leurs proches.
Je vous
remercie d’avance.
13.02 Axel Ronse (N-VA): Collega’s, we mogen hier kosten noch moeite sparen om collega Florence Reuter te feliciteren met La loi Reuter. Gefeliciteerd.
Dit gaat over een heel delicaat thema, namelijk euthanasie. Dit toont aan dat men als parlementslid ook het verschil kan maken in dossiers zonder dat ze een financiële meerkost met zich meebrengen. Dit is echt een kwestie van empathie en zich kunnen inleven in de situatie van mensen.
Collega Reuter, ik dank u voor dit initiatief en voor het feit dat u collega's rond dat idee hebt verzameld. Er is collega Vanrobaeys, die ook een zeer groot hart heeft voor alles wat sociaal is en voor de rouw die mensen meemaken. Ik denk ook aan collega’s Lanjri, Muylle, Hansez en Pirson. Ik denk ook aan de collega's uit de oppositie die hierin zijn meegegaan, zoals collega’s Samyn en Tonniau. Ik denk aan de collega's van Groen-Ecolo, mevrouw Schlitz. Ik denk aan de collega's van de PS, collega’s Désir, Thémont, Dermagne, Thiébaut, Meunier en Aouasti.
Ik wil echter vooral collega Reuter bedanken. Dit is een mooie wet met een hart voor mensen.
13.03 Caroline Désir (PS): Chers collègues, depuis 25 ans, notre pays reconnaît le droit à mourir dans la dignité, et c'est vraiment une fierté pour nous sachant que ce droit est encore refusé dans de nombreux pays. Nous devons faire vivre ce droit et garantir qu'il puisse s'exercer dans les meilleures conditions pour la personne concernée, au premier chef, comme pour ses proches, bien sûr.
Aujourd'hui, la proposition qui nous est soumise permet justement une belle avancée dans l'exercice de ce droit. Parce que mourir dans la dignité, c'est aussi permettre à la personne qui fait ce choix d'être entourée par ses proches, par celles et ceux qui comptent pour elle, et ce, jusqu'au dernier moment. Or, jusqu'à présent, quand une personne fait le choix de l'euthanasie, celles et ceux qui souhaitent être à ses côtés doivent prendre des congés annuels, ce qui n'est pas toujours possible, on le sait. Permettre aux proches de prendre une partie de leur congé de deuil avant le décès en cas d'euthanasie, comme le prévoit le texte, c'est donc leur offrir une liberté, celle d'être là pour entourer la personne, l'aider à préparer son départ.
Et c'est donc effectivement, monsieur Ronse, une avancée que nous allons soutenir pleinement. Mais, parce qu'il y a quand même un mais, nous souhaitons corriger une lacune de cette proposition, parce que celle-ci laisse de côté les personnes qui perdent un frère ou une sœur qui ne vivent pas sous le même toit ainsi que celles qui perdent un enfant accueilli dans le cadre d'un placement de courte durée. Dans ces situations, en effet, la législation ne prévoit qu'un seul jour de congé de deuil, ce qui oblige ces personnes à choisir d'utiliser ce jour de congé soit pour être présentes au moment de l'euthanasie, soit pour être présentes au moment des funérailles, mais pas les deux.
La proposition n'apporte aucune adaptation pour
ces deux situations. C'est pourquoi nous proposons un amendement
accordant, dans ces cas-là, un jour supplémentaire de congé de deuil. Ce jour
pourrait alors être pris le jour où l'euthanasie est pratiquée ou le jour
ouvrable qui le précède ou le suit. L'objectif est simple: permettre à ces
proches, eux aussi, d'accompagner la personne dans ses derniers moments. Donc,
j'espère pouvoir, cette fois, compter sur le soutien de nos collègues sur cet
amendement. Je vous
remercie.
Président: Peter De Roover, président.
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
13.04 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Als er iemand sterft in het gezin, de familie of directe omgeving is dat altijd verschrikkelijk. Dan heeft men even nood aan ondersteuning en samen zijn met familie en vrienden om alles te verwerken. Daarvoor hebben wij het stelsel van rouwverlof, zodat werknemers in zo’n periode recht hebben op rust en tijd.
Dat kan echter altijd beter. Zo zou men eigenlijk niet moeten kiezen tussen aanwezig zijn bij een euthanasie of bij een begrafenis. Het is goed dat dit wetsvoorstel het mogelijk maakt om een deel van het rouwverlof op te nemen voor het overlijden wanneer euthanasie gepland is, zodat naasten aanwezig kunnen zijn om afscheid te nemen.
Ik vind het wel jammer dat de meerderheid dat niet mogelijk maakt voor broers en zussen, want zij hebben recht op één dag rouwverlof. Als een broer euthanasie pleegt, dan kan diens zus geen dag rouwverlof nemen. Dat verschil snap ik niet. Daar heeft de NAR ook op gewezen. Men heeft als zus of als broer evengoed het recht om afscheid te nemen, samen met de familie. Dat is ook superbelangrijk voor hen.
Ik hoop dan ook op uw empathisch vermogen om het amendement van mevrouw Désir van de PS te steunen en van dit voorstel het wetsvoorstel-Reuter-Désir te maken. Collega Ronse, ik roep u op om uw empathisch vermogen straks door te geven aan uw fractie en de rest van de meerderheid om dat amendement te steunen dat de verschillende behandeling van broers en zussen en andere familieleden – waar de NAR ook op heeft gewezen – opheft.
Dank u wel.
13.05 Anne Pirson (Les Engagés): Je serai brève. Nous rejoignons évidemment le MR et notre collègue Florence Reuter sur cette question et cette thématique.
En effet, ce n'est pas parce que l'on connaît la date du décès d'un proche que la séparation n'en est pas moins douloureuse. Lorsqu'une euthanasie est programmée, les proches doivent pouvoir être présents avant le décès lorsque leur accompagnement est essentiel. Pour Les Engagés, accompagner la fin de vie suppose évidemment aussi le soutien aux proches.
Nous enjoignons donc l'ensemble des membres de cet hémicycle à voter en faveur de ce texte.
13.06 Funda Oru (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik sluit me graag aan bij wat er al gezegd is. ik wil namens mijn fractie mevrouw Reuter bedanken voor haar initiatief om het rouwverlof bij geplande euthanasie beter af te stemmen op wat families nodig hebben. Het afscheid bij geplande euthanasie begint voor naasten immers vaak al voor de dag zelf. Mensen willen uiteraard in die moeilijke periode bij een dierbare zijn en die kunnen bijstaan. Het is dus belangrijk dat de verlofregeling ook rekening houdt met die werkelijkheid. Daar zorgen we vandaag voor via dit voorstel.
Diezelfde nood aan ruimte en nabijheid is er ook wanneer mensen zorgen voor een dierbare in de palliatieve fase, de allerlaatste fase van iemand die ongeneeslijk ziek is. Dat is ook een heel moeilijk en emotioneel afscheid, vaak na een slopende strijd. Daarom hebben mijn collega Anja Vanrobaeys en ik een voorstel ingediend om het palliatief verlof ook per week te kunnen opnemen. Ik ben heel blij dat we die verbetering in dit wetsvoorstel hebben kunnen opnemen.
Tot nu toe moest het palliatief verlof minstens voor een maand worden opgenomen. Voor heel veel mensen is dat financieel en praktisch moeilijk haalbaar. Met dit voorstel maken we het mogelijk om palliatief verlof per week op te nemen. Zo kunnen families die zorg dragen voor een dierbare in de allerlaatste levensfase de zorg verdelen, elkaar bijstaan en beter afstemmen op wat er op dat moment nodig is. Dat kan voor een gezin, kinderen, partners en vrienden een wereld van verschil zijn, omdat ze die zorg heel vaak combineren met hun gezin en hun werk. De zorgnoden veranderen voortdurend. Niemand weet hoe een ziekte zal verlopen of wanneer het afscheid komt. Soms wil je meegaan naar een afspraak, soms wil je de zorg verdelen over je zussen of broers. Soms wil je er vooral gewoon zijn voor een dierbare.
Deze stap, deze verbetering, past ook in een bredere visie. Voor ons moet het palliatief verlof ook proportioneel kunnen worden verlengd wanneer iemand het deeltijds opneemt. Niemand zou moeten twijfelen om in de laatste momenten bij een dierbare te kunnen zijn uit angst voor de facturen aan het einde van de maand.
Collega's, we spreken vandaag veel over cijfers, besparingen, de begroting, dat hoort erbij, dat is ook politiek, maar bij al dat afwegen mogen we echter nooit vergeten dat beleid over mensen gaat. Vandaag tonen we over de partijgrenzen heen dat politiek dicht bij mensen kan en moet staan. Gezinnen hebben op de moeilijkste momenten van hun leven ademruimte nodig. Juist dan moet er een overheid zijn en juist dan moet de solidariteit ook voelbaar zijn.
Dankzij dit voorstel zal palliatief verlof nu dus ook per week kunnen worden opgenomen. Zo ondersteunen we mensen op een van de moeilijkste momenten in hun leven. We geven families meer ruimte om de zorg samen te dragen en er in die allerlaatste momenten voor een dierbare te zijn.
Ik wil iedereen bedanken, ook alle collega's uit de verschillende fracties, voor de steun om deze verbeteringen mogelijk te maken. Samen zetten we vandaag een betekenisvolle stap voor mantelzorgers en voor een samenleving die mensen nabij is wanneer ze dat hard nodig hebben.
13.07 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de voorzitter, collega's, ik neem vandaag het woord namens Nahima Lanjri, die om medische redenen niet aanwezig kan zijn.
Dit is een goed moment om een dergelijk wetsvoorstel aan te nemen. We hebben het er daarstraks al over gehad. Zaterdag is het de Dag van de Palliatieve Zorg. Nahima Lanjri is heel opgetogen dat dit wetsvoorstel wordt goedgekeurd omdat zij in het verleden heel wat initiatieven heeft genomen wat betreft die flexibilisering. Dat dit nu vandaag concreet wordt, is een heel mooie zaak. Cd&v vindt het namelijk heel belangrijk dat men mensen kan bijstaan tijdens de moeilijkste en kwetsbaarste momenten van hun leven. Voor een mantelzorger of familielid is dat geen luxe, het zou een fundamenteel recht moeten zijn.
In 2025 hebben maar 326 personen palliatief verlof opgenomen, terwijl er volgens Palliatieve Zorg Vlaanderen tussen de 44.000 en 82.500 mensen per jaar palliatieve zorg nodig hebben. Het palliatief verlof werd dus maar heel weinig opgenomen. Zoals al een paar keer werd gezegd, is een van de redenen uiteraard het feit dat men palliatief verlof niet flexibel kan opnemen. Men heeft vaak geen hele maand nodig, professioneel of financieel ligt dat soms erg moeilijk of een terminale ziekte is erg cyclisch. Soms zijn er momenten waarop een terminale zieke het moeilijk heeft, existentieel of medisch, en dan zou men hem flexibel moeten kunnen bijstaan en niet gedurende een of drie maanden. Daarom zijn we heel blij met die flexibilisering, waardoor palliatief verlof per week of per veelvoud daarvan kan worden opgenomen.
U kent allemaal de kracht van Nahima Lanjri. Zij is ambitieus en heel strijdvaardig als het gaat om kwetsbare mensen. Ze ziet dit als een eerste stap. Vandaag bedraagt de maximale duur van een palliatief verlof drie maanden, ongeacht of iemand dat verlof voltijds of deeltijds opneemt. Wie ervoor kiest om halftijds te werken, zou dat verlof over zes maanden moeten kunnen spreiden, wat vandaag niet het geval is. Er zijn dus nog verdere stappen te zetten.
We menen dat er vandaag een heel positieve stap wordt gezet om de meest kwetsbaren bij te staan tijdens het moeilijkste moment van hun leven, met name het levenseinde, zodat alles waardig kan verlopen. Ik dank alle collega's en uiteraard ook collega Lanjri om de schouders onder dit voorstel te zetten.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1338/6)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1338/6)
Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot flexibilisering van de periode van rouwverlof in geval van geplande euthanasie en van de periode van palliatief verlof".
L'intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi visant à flexibiliser la période du congé de deuil en cas d’euthanasie programmée et du congé pour soins palliatifs".
Het wetsvoorstel telt
17 artikelen.
La proposition de loi compte 17 articles.
Ingediend amendement:
Amendement
déposé:
Art. 2
• 20 – Caroline Désir (1338/9)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la
discussion des articles:
Aangehouden: het
amendement en artikel 2.
Réservés: l'amendement
et l'article 2.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 1 en 3 tot 17.
Adoptés article par
article: les articles 1 et 3 à 17.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het aangehouden amendement, het aangehouden artikel en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'amendement et l'article réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Bij brief van 23 september 2026, brengt de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie ons ter kennis dat hij ter vergadering van die dag voor wettig en voltallig verklaard is.
Par lettre du 23 septembre 2026, l'Assemblée de la Commission communautaire flamande nous fait connaître qu'elle s’est constituée en sa séance de ce jour.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demandes
d'urgence
Er is een verzoek tot urgentie voor een voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet van de heer Somers cs. Met het oog op het verlenen van volledige fiscale en financiële autonomie aan de deelstaten en de invoering van het beginsel van exclusieve financiering van de structurele uitgaven van de federale overheid door de deelstaten. Dat is stuk nr. 1774/1.
15.01 Werner Somers (VB): Mijnheer de voorzitter, ik zal een open deur intrappen. De Belgische overheidsfinanciën zijn aan het ontsporen.
De cijfers zijn bekend. Eind 2025 bedroeg de overheidsschuld bijna 108 % van het bruto binnenlands product. Bij ongewijzigd beleid zal die schuld oplopen tot 112,8 % in 2027. Het begrotingstekort bedraagt dit jaar ongeveer 5,1 % en zal tegen 2031 oplopen tot 6,4 %. Bovendien dreigt sneller dan verwacht een rentesneeuwbal op ons af te komen.
Het probleem kan niet worden opgelost binnen de huidige staatsstructuur. De federale overheid draagt de snel stijgende uitgaven zoals pensioenen en gezondheidszorg en int tegelijkertijd nog steeds de meeste belastingen en sociale bijdragen. Het overgrote deel daarvan wordt echter bijna meteen doorgesluisd naar de sociale zekerheid en de deelstaten.
De deelstaten hangen als het ware aan een dotatie-infuus en zijn onvoldoende verantwoordelijk voor de financiering van hun eigen beleid, terwijl de federale overheid onvoldoende geld overhoudt voor haar kerntaken en dus structureel deficitair is.
Dat is uiteraard niet houdbaar. Daarom moet de financiële verhouding tussen de federale staat en de deelstaten volledig worden herdacht en moet de huidige logica worden omgekeerd.
De deelstaten zouden bevoegd moeten worden voor alle belastingen, inclusief alle aspecten en modaliteiten daarvan. Vervolgens zouden zij met de opbrengst van die belastingen of met een gedeelte van de opbrengst daarvan de federale overheid moeten financieren.
Welke deelstaat welke bijdrage dient te leveren, moet worden geregeld in een nieuwe financieringswet. Dat nieuwe financieringsmodel zal zo snel mogelijk tot stand moeten worden gebracht.
Daarom vragen wij de urgentie voor de behandeling van ons voorstel om de artikelen 170, 174, 175, 176 en 177 van de Grondwet voor herziening vatbaar te verklaren en om de invoeging van een nieuw artikel 170 bis mogelijk te maken.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over
deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée
par assis et levé.
Nous avons également une demande d'urgence pour la proposition des collègues Sarah Schlitz, Matti Vandemaele, Rajae Maouane, Jeroen Van Lysebettens, Staf Aerts, Meyrem Almaci, Claire Hugon Lecharlier, Dieter Vanbesien et Stefaan Van Hecke visant à instituer une commission d'enquête parlementaire chargée d'enquêter sur la protection de la population, des sols, de la nature, de l'agriculture et de l'économie contre les vagues de chaleur, la sécheresse et les feux de végétation de l'été 2026, ainsi que sur la résilience climatique du pays, n° 1791/1.
15.02 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): En effet, monsieur le président, l'été 2026 a été le plus chaud jamais enregistré en Belgique, et le mois d'août 2026 a été le plus chaud jamais enregistré à l'échelle mondiale. Des vagues de chaleur persistantes et successives ont frappé notre pays, entraînant, selon une estimation de Sciensano, près de 3 000 décès liés à la chaleur.
Parallèlement, une sécheresse exceptionnelle a causé de graves dommages à l'agriculture et à l'économie, tandis que des feux de végétation ont éclaté à divers endroits du pays, avec comme triste point culminant les feux de tourbières dans les Hautes Fagnes, qui se sont prolongés pendant des semaines et ont nécessité un engagement considérable de la police, des pompiers, de la Protection civile et de la Défense.
Chers collègues, je pense que nous partageons tous le constat qu'un tel été ne peut pas se reproduire en Belgique et que nous n'étions pas suffisamment préparés à faire face à ces différents événements.
C'est pourquoi nous proposons d'instituer une commission d'enquête parlementaire chargée d'enquêter sur la protection de la population, des sols, de la nature, de l'agriculture et de l'économie contre les vagues de chaleur, la sécheresse et le feux de végétation de l'été 2026, ainsi que sur la résilience climatique de notre pays, afin d'être mieux préparés à réagir à ces épisodes qui risquent de se répéter.
Je demande donc l'urgence sur ce texte. Je vous remercie.
Le président:
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
15.03 Pierre-Yves Dermagne (PS): Mijnheer de voorzitter, de heer Lacroix heeft een stemafspraak met mevrouw De Vreese.
De heer Aouasti heeft een stemafspraak met de heer Yzermans.
Mevrouw Meunier heeft een stemafspraak met mevrouw Lanjri.
Mon collègue M. Patrick Prévot va pairer pour M. Michel De Maegd. Ma collègue Mme Ludivine Dedonder va pairer pour M. Hervé Cornillie et, moi-même, je vais pairer pour M. Denis Ducarme.
Vous voyez, monsieur le président, chers collègues, que le groupe socialiste mène une opposition constructive de chaque instant, tout en tenant compte également des réalités et des contraintes des collègues.
Le président: Y a-t-il des membres de votre groupe qui voteront comme des socialistes?
(Rires)
15.04 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Mme Rajae Maouane va pairer pour Mme Charlotte Deborsu.
15.05 Alexia Bertrand (Anders.): Collega Vander Elst heeft een langdurige stemafspraak met collega Scourneau.
De voorzitter: Minister Francken heeft het woord.
De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd, met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 12 oktober 2025 tot vaststelling voor het jaar 2025 van het bedrag van de repartitiebijdrage bedoeld in artikel 14, § 8, van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage, nr. 1778/1.
Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi portant confirmation de l'arrêté royal du 12 octobre 2025 fixant pour l'année 2025 le montant de la contribution de répartition visée à l'article 14, § 8, de la loi du 11 avril 2003 sur la contribution de répartition, n° 1778/1.
Ik geef
het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.
Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.
16.01 Minister Theo Francken: Mijnheer de voorzitter, collega’s, de regering en minister Bihet hebben de urgentie gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement bij de indiening van het wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 12 oktober 2025 tot vaststelling voor het jaar 2025 van het bedrag van de repartitiebijdrage bedoeld in artikel 14, § 8, van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage. Dat is stuk nr. 1778/1.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over
deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence est adoptée par assis et levé.
Deze interpellaties werden gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Mobiliteit, Overheidsbedrijven en Federale Instellingen van 29 september 2026.
Ces interpellations ont été développées en réunion publique de la commission de la Mobilité, des Entreprises publiques et des Institutions fédérales du 29 septembre 2026.
Drie moties werden ingediend (MOT nr. 300/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Alexander Van Hoecke;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Farah Jacquet;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Serge Hiligsmann en Julien Matagne.
Trois motions ont été déposées (MOT n° 300/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par M. Alexander Van Hoecke;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Farah Jacquet;
- une motion pure et simple a été déposée
par MM. Serge Hiligsmann
et Julien Matagne.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 1) |
||
|
Ja |
79 |
Oui |
|
Nee |
45 |
Non |
|
Onthoudingen |
9 |
Abstentions |
|
Totaal |
133 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 2) |
||
|
Ja |
71 |
Oui |
|
Nee |
14 |
Non |
|
Onthoudingen |
50 |
Abstentions |
|
Totaal |
135 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
77 |
Oui |
|
Nee |
32 |
Non |
|
Onthoudingen |
25 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Geachte collega’s, vooraleer we overgaan tot de laatste stemming wil ik u even in herinnering brengen dat onze tussenkomsten vandaag voor het laatst worden vereeuwigd in een Beknopt Verslag of Compte Rendu Analytique. Sinds 1878 – dat is zelfs voor mij lang geleden – hadden ze hun plaats in de werking van het Parlement.
Met hun afschaffing sluiten we dus een lang hoofdstuk af, niet uit gebrek aan waardering voor het geleverde werk, maar omdat de wereld en context waarin we werken nu eenmaal verandert.
Au nom de la Chambre, je tiens à adresser mes remerciements à tous les collaborateurs des deux services concernés. Je leur souhaite plein succès dans la poursuite de leur mission au service de notre institution.
(Applaudissements)
(Applaus)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergaderingen van volgende week.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour des séances de la semaine prochaine.
Zijn er dienaangaande
opmerkingen?
Y a-t-il une observation à ce sujet?
21.01 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le président, j'avais une remarque concernant l'agenda des commissions de la semaine prochaine. En effet, la situation est quelque peu particulière puisque de nombreuses réunions de commission ont été programmées alors que, normalement, le premier ministre doit présenter sa déclaration mardi et que des débats doivent s'ensuivre.
Cependant, notre principale préoccupation concerne la planification, en commission des Affaires sociales, d'un projet de loi qui semble particulièrement important et qui, à ce jour, n'est toujours pas publié. Nous ne connaissons pas son nombre de pages. Ce n'est pas une manière correcte de travailler.
Nos collaborateurs et nos députés doivent également préparer leurs réactions aux éventuels accords budgétaires qui pourraient être conclus. Dès lors, je ne trouve pas approprié d'inscrire à l'ordre du jour un projet de loi dans ces circonstances. Que des questions ou des textes déjà déposés depuis longtemps soient examinés, je peux le comprendre s'il n'y a pas d'accord budgétaire.
Mais s'agissant de ce projet de loi, nous parlons d'un texte qui concerne des centaines de milliers de personnes, notamment les malades de longue durée. Si je ne m'abuse, il s'agit déjà de la quatrième vague de réformes en la matière. Nous ne sommes pas d'accord sur cette planification et nous demandons que l'examen de ce projet de loi soit reporté à un moment plus approprié.
De voorzitter: Mevrouw Merckx, we hebben het daar natuurlijk gisteren in de Conferentie van voorzitters over gehad. Het is een beetje vreemd dat u terugkomt op het engagement van uw fractie gisteren. Het is net de bedoeling om die debatten hier slechts te voeren als er geen eensgezindheid over is. Ik wil ook opmerken dat deze planning uiteraard alleen van toepassing is indien er ten eerste geen State of the Union is en indien ten tweede aan de normale publicatievoorwaarden is voldaan, zoals gebruikelijk.
Wij moeten dan overgaan tot de goedkeuring van de agenda. Doen we dat bij zitten en opstaan?
21.02 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, er staat wetgevend werk op de agenda, terwijl de State of the Union voor dinsdag is voorzien. Daaruit moeten wij dus afleiden dat er dinsdag geen State of the Union komt. Wij hebben ook overal gelezen dat de kans zeer gering is dat er een State of the Union komt, aangezien de laatste onderhandelingen (…)
De voorzitter: U stelt mij een vraag waarop ik onmogelijk kan antwoorden. De planning van een agenda dient er gewoon voor om onze werkzaamheden volgende week in alle omstandigheden normaal te laten plaatsvinden. Of dat met een State of the Union zal zijn of niet, daar kan ik u echt geen antwoord op geven en ik denk dat niemand hier dat kan.
De agenda is wat de commissies betreft vanzelfsprekend opgesteld onder de voorwaarde dat er geen State of the Union is. Ik wil echter geen voorafname doen op wat er zal gebeuren. Dat zullen we volgende week zien, of misschien al dit weekend.
21.03 Alexia Bertrand (Anders.): Dat betekent dat wij eventueel met agendawijzigingen zullen moeten werken. Dat is hetzelfde als vorig jaar. We hebben dat al meegemaakt. Misschien hadden jullie er vroeger over moeten nadenken, want ik denk namelijk dat wij dinsdag geen State of the Union zullen hebben. Ik kan mevrouw Merckx alleen bijtreden in haar opmerking over het wetgevende werk. Wij hadden begrepen dat er dan geen wetgevend werk zou zijn en de stukken zijn nog steeds niet beschikbaar. Ik moet zeggen dat deze manier van werken het uiterst moeilijk maakt voor de parlementsleden.
De voorzitter: Het spijt me zeer. Puur technisch wil ik opmerken dat we dit debat in de Conferentie van voorzitters hebben gevoerd en dat uw beide fracties akkoord waren met de agenda.
(Tumult)
Natuurlijk wel, mevrouw Bertrand. U was aanwezig, ik was aanwezig. In de Conferentie van voorzitters wordt bekeken waarover wij een consensus hebben en dat wordt hier vervolgens gewoon vastgesteld. Als die consensus er niet is, wordt dat hier besproken, maar gisteren was er een consensus.
Ik wil daar eigenlijk geen verder debat over, ik wil een stemming over de agenda. Wie akkoord gaat met de agenda zoals deze wordt voorgesteld, staat recht.
De agenda
wordt goedgekeurd bij zitten en opstaan.
L'agenda est adopté
par assis et levé.
De voorzitter: Ik stel voor dat we volgende week in de Conferentie van voorzitters nog aandachtiger zijn dan we altijd al zijn.
Stemming over amendement nr. 20 van Caroline
Désir op artikel 2.(1338/9)
Vote sur l'amendement n° 20 de Caroline Désir à
l'article 2.(1338/9)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 4) |
||
|
Ja |
55 |
Oui |
|
Nee |
75 |
Non |
|
Onthoudingen |
5 |
Abstentions |
|
Totaal |
135 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 2 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 2 est adopté.
(MM. Gilles Foret,
Philippe Goffin et Mathieu Michel ont voté comme leur groupe.)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
134 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
135 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering dinsdag 13 oktober 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le mardi 13 octobre 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 18.06 uur.
La séance est levée à 18 h 06.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 143
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 143 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
79 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
45 |
Non |
Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ribaudo Julien, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
9 |
Abstentions |
Aouasti Khalil, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Meunier Marie, Prévot Patrick, Vander Elst Kjell
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
71 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
14 |
Non |
Bertrand Alexia, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Désir Caroline, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Magnette Paul, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Thémont Sophie, Thiébaut Éric
|
Onthoudingen |
50 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Daems Greet, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
77 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
32 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
25 |
Abstentions |
Aouasti Khalil, Bury Katleen, Dedonder Ludivine, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Maouane Rajae, Meunier Marie, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
55 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Depoortere Ortwin, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Foret Gilles, Goffin Philippe, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Michel Mathieu, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Nee |
75 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
5 |
Abstentions |
Dedonder Ludivine,
Dermagne Pierre-Yves, Lacroix Christophe, Maouane Rajae, Meunier Marie
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
134 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Dermagne Pierre-Yves