CRIV 56 PLEN 145

Logo_Kamer_zwartwit_outline

CRIV 56 PLEN 145

 

Niet citeren zonder bronvermelding

De definitieve versie bevat ook de integrale vertaling. De bijlagen zijn in een aparte brochure opgenomen.

 

 

 

Ne pas citer sans mentionner la source

La version définitive comprend aussi la traduction intégrale. Les annexes sont reprises dans une brochure séparée.

 

Belgische Kamer van

volksvertegenwoordigers

Chambre des représentants

de Belgique

 

Voorlopig Verslag

Compte Rendu Provisoire

Plenumvergadering

Séance plénière

Donderdag

Jeudi

15-10-2026

15-10-2026

Namiddag

Après-midi

 

 

 

 

De teksten werden nog niet door de sprekers nagezien. Zij kunnen hun correcties schriftelijk
meedelen vóór

Les textes n’ont pas encore été révisés par les orateurs. Ceux-ci peuvent communiquer leurs corrections par écrit avant le

20-10-2026, om 16 uur

 

aan de Dienst Integraal Verslag.

20-10-2026, à 16 heures

 

au Service du Compte rendu intégral.

 

 

e-mail: CRIV@dekamer.be

 

e-mail: CRIV@lachambre.be


N-VA

Nieuw-Vlaamse Alliantie

VB

Vlaams Belang

MR

Mouvement Réformateur

PS

Parti Socialiste

PVDA-PTB

Partij van de Arbeid van België – Parti du Travail de Belgique

Les Engagés

Les Engagés

Vooruit

Vooruit

cd&v

Christen-Democratisch en Vlaams

Ecolo-Groen

Ecologistes Confédérés pour  l’organisation de luttes originales – Groen

Anders.

Anders.

DéFI

Démocrate Fédéraliste Indépendant

INDEP-ONAFH

Indépendant – Onafhankelijk

 

Afkortingen bij de nummering van de publicaties :

Abréviations dans la numérotation des publications :

DOC 56 0000/000

Parlementair stuk van de 56e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer

DOC 56 0000/000

Document parlementaire de la 56e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif

QRVA

Schriftelijke Vragen en Antwoorden

QRVA

Questions et Réponses écrites

CRIV

Voorlopige versie van het Integraal Verslag

CRIV

Version provisoire du Compte Rendu Intégral

CRABV

Beknopt Verslag

CRABV

Compte Rendu Analytique

CRIV

Integraal Verslag, met links het definitieve integraal verslag en rechts het vertaalde beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen)

CRIV

Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit des interventions (avec les annexes)

PLEN

Plenum

PLEN

Séance plénière

COM

Commissievergadering

COM

Réunion de commission

MOT

Moties tot besluit van interpellaties (op beigekleurig papier)

MOT

Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige)

 

Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers

Bestellingen :

Natieplein 2

1008 Brussel

Tel. : 02/549 81 60

www.dekamer.be

e-mail : publicaties@dekamer.be

Publications officielles éditées par la Chambre des représentants

Commandes :

Place de la Nation 2

1008 Bruxelles

Tél. : 02/549 81 60

www.lachambre.be

e-mail : publications@lachambre.be

 


 

INHOUD

 

SOMMAIRE

 

 

 

 

 

Agenda

1

Ordre du jour

1

 

 

 

 

Schriftelijke voorstellen tot vordering van een regeringslid (Art. 50, Rgt)

1

Propositions par écrit en vue de requérir la présence d'un membre du gouvernement (Art. 50, Rgt)

1

Sprekers: Pierre-Yves Dermagne, voorzitter van de PS-fractie, Barbara Pas, voorzitster van de VB-fractie, Raoul Hedebouw, Matti Vandemaele, voorzitter van de Ecolo-Groen-fractie, Kjell Vander Elst, Axel Ronse, voorzitter van de N-VA-fractie

 

Orateurs: Pierre-Yves Dermagne, président du groupe PS, Barbara Pas, présidente du groupe VB, Raoul Hedebouw, Matti Vandemaele, président du groupe Ecolo-Groen, Kjell Vander Elst, Axel Ronse, président du groupe N-VA

 

 

 

 

 

MONDELINGE VRAGEN

7

QUESTIONS ORALES

7

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

7

Questions jointes de

7

- Sofie Merckx aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De 1.217 aangekondigde ontslagen bij GSK" (56002028P)

7

- Sofie Merckx à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les 1 217 licenciements annoncés chez GSK" (56002028P)

7

- François De Smet aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De ontslagen bij GSK" (56002029P)

7

- François De Smet à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les licenciements chez GSK" (56002029P)

7

- Sarah Schlitz aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De ontslagen bij GSK" (56002030P)

7

- Sarah Schlitz à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les licenciements chez GSK" (56002030P)

7

- Dimitri Legasse aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "Het aangekondigde sociale bloedbad bij GSK" (56002032P)

7

- Dimitri Legasse à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Le bain de sang social annoncé chez GSK" (56002032P)

7

- Irina De Knop aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De ontslagronde bij GSK als kanarie in de kolenmijn" (56002033P)

7

- Irina De Knop à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "La vague de licenciements chez GSK en guise de signal d'alarme" (56002033P)

7

- Anne Pirson aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "Een taskforce voor GSK" (56002037P)

7

- Anne Pirson à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Une task force concernant GSK" (56002037P)

7

- Koen Van den Heuvel aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De toekomst van de farmasector" (56002041P)

7

- Koen Van den Heuvel à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "L'avenir du secteur pharmaceutique" (56002041P)

7

- Florence Reuter aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De herstructurering bij GSK" (56002043P)

7

- Florence Reuter à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "La restructuration chez GSK" (56002043P)

7

- Anja Vanrobaeys aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "GSK" (56002048P)

7

- Anja Vanrobaeys à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "GSK" (56002048P)

7

Sprekers: Barbara Pas, voorzitster van de VB-fractie, Sofie Merckx, voorzitster van de PVDA-PTB-fractie, François De Smet, Sarah Schlitz, Dimitri Legasse, Irina De Knop, Anne Pirson, Koen Van den Heuvel, Florence Reuter, Anja Vanrobaeys, David Clarinval, vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw

 

Orateurs: Barbara Pas, présidente du groupe VB, Sofie Merckx, présidente du groupe PVDA-PTB, François De Smet, Sarah Schlitz, Dimitri Legasse, Irina De Knop, Anne Pirson, Koen Van den Heuvel, Florence Reuter, Anja Vanrobaeys, David Clarinval, vice-premier ministre et ministre de l'Emploi, de l'Économie et de l'Agriculture

 

 

 

 

 

Vraag van Sandro Di Nunzio aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken, Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding) over "De open brief van Carolien Van Den Bosch aan Frank Vandenbroucke" (56002034P)

15

Question de Sandro Di Nunzio à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales, Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté) sur "La lettre ouverte de Carolien Van Den Bosch à Frank Vandenbroucke" (56002034P)

15

Sprekers: Sandro Di Nunzio, Frank Vandenbroucke, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding

 

Orateurs: Sandro Di Nunzio, Frank Vandenbroucke, vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

 

 

 

 

 

Vraag van Frieda Gijbels aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken, Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding) over "De vaststelling dat een kwart van de nieuwe artsen en tandartsen een buitenlands diploma heeft" (56002049P)

16

Question de Frieda Gijbels à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales, Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté) sur "Le constat qu'un quart des nouveaux médecins et dentistes sont titulaires d'un diplôme étranger" (56002049P)

16

Sprekers: Frieda Gijbels, Frank Vandenbroucke, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding

 

Orateurs: Frieda Gijbels, Frank Vandenbroucke, vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

18

Questions jointes de

17

- Pierre-Yves Dermagne aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De begrotingsonderhandelingen" (56002031P)

18

- Pierre-Yves Dermagne à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les négociations budgétaires" (56002031P)

17

- Raoul Hedebouw aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De begrotingsonderhandelingen" (56002044P)

18

- Raoul Hedebouw à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les négociations budgétaires" (56002044P)

17

- Matti Vandemaele aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De gevolgen van de begrotingskeuzes" (56002047P)

18

- Matti Vandemaele à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les conséquences des choix budgétaires" (56002047P)

17

- Wouter Vermeersch aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De begrotingsonderhandelingen" (56002054P)

18

- Wouter Vermeersch à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les négociations budgétaires" (56002054P)

18

- Arthur Orlians aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De toestand van de Belgische overheidsfinanciën" (56002055P)

18

- Arthur Orlians à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "L'état des finances publiques de la Belgique" (56002055P)

18

Sprekers: Pierre-Yves Dermagne, voorzitter van de PS-fractie, Raoul Hedebouw, Matti Vandemaele, voorzitter van de Ecolo-Groen-fractie, Wouter Vermeersch, Arthur Orlians, Vincent Van Peteghem, vice-eersteminister en minister van Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging

 

Orateurs: Pierre-Yves Dermagne, président du groupe PS, Raoul Hedebouw, Matti Vandemaele, président du groupe Ecolo-Groen, Wouter Vermeersch, Arthur Orlians, Vincent Van Peteghem, vice-premier ministre et ministre du Budget, chargé de la Simplification administrative

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

22

Questions jointes de

22

- Barbara Pas aan Bart De Wever (eerste minister) over "De bestaansreden van de regering-De Wever, namelijk budgettair orde op zaken stellen" (56002026P)

22

- Barbara Pas à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'assainissement budgétaire ou la raison d'être du gouvernement De Wever" (56002026P)

22

- Raoul Hedebouw aan Bart De Wever (eerste minister) over "De begroting" (56002056P)

22

- Raoul Hedebouw à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le budget" (56002056P)

22

- Sarah Schlitz aan Bart De Wever (eerste minister) over "De begroting 2027" (56002051P)

22

- Sarah Schlitz à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le budget 2027" (56002051P)

22

- Alexia Bertrand aan Bart De Wever (eerste minister) over "De stand van zaken met betrekking tot het conclaaf" (56002050P)

22

- Alexia Bertrand à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'état de la situation concernant le conclave" (56002050P)

22

Sprekers: Barbara Pas, voorzitster van de VB-fractie, Raoul Hedebouw, Sarah Schlitz, Alexia Bertrand, voorzitster van de Anders.-fractie, Jan Jambon, vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen

 

Orateurs: Barbara Pas, présidente du groupe VB, Raoul Hedebouw, Sarah Schlitz, Alexia Bertrand, présidente du groupe Anders., Jan Jambon, vice-premier ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales

 

 

 

 

 

Vraag van Denis Ducarme aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De omgekomen politieagenten en de explosieve toename van de wapenhandel" (56002045P)

25

Question de Denis Ducarme à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les policiers tués et l'explosion du trafic d'armes" (56002045P)

25

Sprekers: Denis Ducarme, Annelies Verlinden, minister van Justitie, belast met de Noordzee

 

Orateurs: Denis Ducarme, Annelies Verlinden, ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord

 

 

 

 

 

Samengevoegde vragen van

26

Questions jointes de

26

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het dodelijke geweld tegen de politie" (56002027P)

26

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences meurtrières envers la police" (56002027P)

26

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Geweld tegen de politie" (56002036P)

26

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences contre la police" (56002036P)

26

- Xavier Dubois aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De veiligheid van onze politieagenten" (56002038P)

26

- Xavier Dubois à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La sécurité de nos policiers" (56002038P)

26

- Franky Demon aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Geweld tegen de politie" (56002039P)

26

- Franky Demon à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences contre la police" (56002039P)

26

- Brent Meuleman aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Geweld tegen de politie" (56002046P)

26

- Brent Meuleman à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences contre la police" (56002046P)

26

- Arthur Orlians aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De straffeloosheid inzake geweld en agressie tegen politieagenten" (56002053P)

26

- Arthur Orlians à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'impunité dans les cas de violences et d'agressions contre des policiers" (56002053P)

26

Sprekers: Ortwin Depoortere, Maaike De Vreese, Xavier Dubois, Franky Demon, Brent Meuleman, Arthur Orlians, Bernard Quintin, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris

 

Orateurs: Ortwin Depoortere, Maaike De Vreese, Xavier Dubois, Franky Demon, Brent Meuleman, Arthur Orlians, Bernard Quintin, ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de Beliris

 

 

 

 

 

WETSVOORSTELLEN EN WETSONTWERPEN

30

PROPOSITIONS ET PROJETS DE LOI

30

 

 

 

 

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten wat betreft de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart (1295/1-4)

30

Proposition de loi modifiant la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour, en ce qui concerne la durée de validité de la carte d'identité électronique (1295/1-4)

30

 

 

 

 

Algemene bespreking

31

Discussion générale

31

Sprekers: Catherine Delcourt, rapporteur, Wim Van der Donckt, Ridouane Chahid, Arthur Orlians

 

Orateurs: Catherine Delcourt, rapporteur, Wim Van der Donckt, Ridouane Chahid, Arthur Orlians

 

 

 

 

 

Bespreking van de artikelen

32

Discussion des articles

32

 

 

 

 

Wetsontwerp tot wijziging van de boeken I, XV en XVI van het Wetboek van economisch recht (1751/1-3)

32

Projet de loi portant modifications des livres I, XV et XVI du Code de droit économique (1751/1-3)

33

- Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van economisch recht teneinde de consumentenombudsdienst bevoegd te maken voor geschillen die betrekking hebben op syndici (1247/1-2)

33

- Proposition de loi modifiant le Code de droit économique afin d'habiliter le Service de Médiation pour le Consommateur à traiter les litiges relatifs aux syndics (1247/1-2)

33

 

 

 

 

Algemene bespreking

33

Discussion générale

33

Sprekers: Lieve Truyman, Annik Van den Bosch, Julien Matagne, Jessy Salenbien, Leentje Grillaert, Steven Coenegrachts, Rob Beenders, minister van Consumentenbescherming, Socialefraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen

 

Orateurs: Lieve Truyman, Annik Van den Bosch, Julien Matagne, Jessy Salenbien, Leentje Grillaert, Steven Coenegrachts, Rob Beenders, ministre de la Protection des consommateurs, de la Lutte contre la fraude sociale, des Personnes handicapées et de l'Égalité des chances

 

 

 

 

 

Bespreking van de artikelen

37

Discussion des articles

37

 

 

 

 

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische spoorwegen betreffende de modernisering van het personeelsbeheer van de Belgische Spoorwegen (II) (1601/1-5)

38

Projet de loi modifiant la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, en ce qui concerne la modernisation de la gestion du personnel  des Chemins de fer belges (II) (1601/1-5)

38

 

 

 

 

Algemene bespreking

38

Discussion générale

38

Sprekers: Dorien Cuylaerts, Frank Troosters, Dimitri Legasse, Farah Jacquet, Serge Hiligsmann, Staf Aerts, Irina De Knop, Jean-Luc Crucke, minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling

 

Orateurs: Dorien Cuylaerts, Frank Troosters, Dimitri Legasse, Farah Jacquet, Serge Hiligsmann, Staf Aerts, Irina De Knop, Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable

 

 

 

 

 

Bespreking van de artikelen

43

Discussion des articles

43

 

 

 

 

INTERPELLATIES

44

INTERPELLATIONS

44

 

 

 

 

Samengevoegde interpellaties van

44

Interpellations jointes de

44

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De visa voor de Gazaanse studenten" (56000320I)

44

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les visas pour les étudiants de Gaza" (56000320I)

44

- Khalil Aouasti aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het uitreiken van visa aan Gazaanse studenten" (56000323I)

44

- Khalil Aouasti à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'octroi de visas à des étudiants de Gaza" (56000323I)

44

- François De Smet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De regeringsbeslissing om dertien Gazaanse beursstudenten en onderzoekers niet op te vangen" (56000324I)

44

- François De Smet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La renonciation du gouvernement à l'accueil des treize étudiants et chercheurs boursiers gazaouis" (56000324I)

44

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De studenten uit Gaza" (56000326I)

44

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les étudiants de Gaza" (56000326I)

44

- Nabil Boukili aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De studenten en gezinnen die vastzitten in Gaza" (56000328I)

44

- Nabil Boukili à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les étudiants et familles bloqués à Gaza" (56000328I)

44

Sprekers: Rajae Maouane, Khalil Aouasti, François De Smet, Meyrem Almaci, Nabil Boukili, Maxime Prévot, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking

 

Orateurs: Rajae Maouane, Khalil Aouasti, François De Smet, Meyrem Almaci, Nabil Boukili, Maxime Prévot, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement

 

 

 

 

 

Moties

56

Motions

56

Spreker: Aurore Tourneur, voorzitster van de Les Engagés-fractie

 

Orateur: Aurore Tourneur, présidente du groupe Les Engagés

 

 

 

 

 

Parlementen – wettig- en voltalligverklaring

60

Parlements – constitution

60

 

 

 

 

Urgentieverzoeken van de regering

61

Demandes d'urgence émanant du gouvernement

61

Spreker: Bernard Quintin, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris

 

Orateur: Bernard Quintin, ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de Beliris

 

 

 

 

 

Inoverwegingnemingen

61

Prises en considération

61

 

 

 

 

Urgentieverzoek

62

Demande d'urgence

62

Spreker: Alexia Bertrand, voorzitster van de Anders.-fractie

 

Orateur: Alexia Bertrand, présidente du groupe Anders.

 

 

 

 

 

NAAMSTEMMINGEN

62

VOTES NOMINATIFS

62

 

 

 

 

Stemafspraken

62

Pairages

62

Sprekers: Matti Vandemaele, voorzitter van de Ecolo-Groen-fractie, Alexia Bertrand, voorzitster van de Anders.-fractie

 

Orateurs: Matti Vandemaele, président du groupe Ecolo-Groen, Alexia Bertrand, présidente du groupe Anders.

 

 

 

 

 

Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Kjell Vander Elst over "De slogan 'Alcohol schaadt de gezondheid' i.h.k.v. het antialcoholbeleid van de regering" (nr. 302)

62

Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Kjell Vander Elst sur "Le slogan "L'alcool nuit à la santé" dans le cadre de la politique en matière d'alcool" (n° 302)

62

Sprekers: Kjell Vander Elst, Barbara Pas, voorzitster van de VB-fractie

 

Orateurs: Kjell Vander Elst, Barbara Pas, présidente du groupe VB

 

 

 

 

 

Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

64

Motions déposées en conclusion des interpellations de

64

- de heer Ortwin Depoortere over "De opvang en de ondersteuning van politieambtenaren die tijdens de dienst zwaargewond raken" (nr. 311)

64

- M. Ortwin Depoortere sur "La prise en charge des fonctionnaires de police grièvement blessés pendant leur service" (n° 311)

64

- de heer Matti Vandemaele over "De bejegening door de federale politie van het eigen personeel na een arbeidsongeval" (nr. 310)

64

- M. Matti Vandemaele sur "La prise en charge par la police fédérale de son personnel après un accident du travail" (n° 310)

64

Sprekers: Ortwin Depoortere, Matti Vandemaele, voorzitter van de Ecolo-Groen-fractie

 

Orateurs: Ortwin Depoortere, Matti Vandemaele, président du groupe Ecolo-Groen

 

 

 

 

 

Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Vincent Van Quickenborne over "Het nakomen van het gegeven woord over de VVPRbis-regeling" (nr. 316)

65

Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Vincent Van Quickenborne sur "Le respect de l'engagement pris concernant le régime VVPRbis" (n° 316)

65

Spreker: Vincent Van Quickenborne

 

Orateur: Vincent Van Quickenborne

 

 

 

 

 

Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

66

Motions déposées en conclusion des interpellations de

66

- mevrouw Rajae Maouane over "De visa voor de Gazaanse studenten" (nr. 320)

66

- Mme Rajae Maouane à sur "Les visas pour les étudiants de Gaza" (n° 320)

66

- de heer Khalil Aouasti over "Het uitreiken van visa aan Gazaanse studenten" ((nr. 323)

66

- M. Khalil Aouasti  sur "L'octroi de visas à des étudiants de Gaza" (n° 323)

66

- de heer François De Smet over "De regeringsbeslissing om dertien Gazaanse beursstudenten en onderzoekers niet op te vangen" ((nr. 324)

66

- M. François De Smet sur "La renonciation du gouvernement à l'accueil des treize étudiants et chercheurs boursiers gazaouis" (n° 324)

66

- mevrouw Meyrem Almaci over "De studenten uit Gaza" ((nr. 326)

66

- Mme Meyrem Almaci sur "Les étudiants de Gaza" (n° 326)

66

- de heer Nabil Boukili over "De studenten en gezinnen die vastzitten in Gaza" ((nr. 328)

66

- M. Nabil Boukili sur "Les étudiants et familles bloqués à Gaza" (n° 328)

66

 

 

 

 

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten wat betreft de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart (1295/4)

66

Proposition de loi modifiant la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour, en ce qui concerne la durée de validité de la carte d'identité électronique (1295/4)

66

 

 

 

 

Wetsontwerp tot wijziging van de boeken I, XV en XVI van het Wetboek van economisch recht (nieuw opschrift)  (1751/3)

67

Projet de loi modifiant les livres I, XV et XVI du Code de droit économique (nouvel intitulé)  (1751/3)

67

 

 

 

 

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen betreffende de modernisering van het personeelsbeheer van de Belgische Spoorwegen (II) (nieuw opschrift) (1601/5)

67

Projet de loi modifiant la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, en ce qui concerne la modernisation de la gestion du personnel des Chemins de fer belges (II) (1601/5)

67

 

 

 

 

Goedkeuring van de agenda

67

Adoption de l’ordre du jour

67

 

 

 

 

Bijlage bij punt 2

69

Annexe au point 2

69

 

 

 

 

DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN

73

DÉTAIL DES VOTES NOMINATIFS

73

 

 

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 145 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 145 annexe.

 


 

Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 15 oktober 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 15 octobre 2026

 

Après-midi

 

______

 


De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.

La séance est ouverte à 14 h 17 et présidée par M. Peter De Roover, président.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:

Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:

David Clarinval.

 

01 Agenda

01 Ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 14 oktober 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 14 octobre 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

 

Schriftelijke voorstellen tot vordering van een regeringslid (Art. 50, Rgt)

Propositions par écrit en vue de requérir la présence d'un membre du gouvernement (Art. 50, Rgt)

 

Bij mail van 14 oktober 2026 heeft mevrouw Barbara Pas (VB) een schriftelijk voorstel ingediend om de aanwezigheid te vorderen van de eerste minister tijdens de plenaire vergadering van 15 oktober 2026.

Par mail du 14 octobre 2026, Mme Barbara Pas (VB) a déposé une proposition formulée par écrit visant à requérir la présence du premier ministre lors de la séance plénière du 15 octobre 2026. 

 

Bij mail van 15 oktober 2026 heeft de heer Matti Vandemaele (Ecolo-Groen) een schriftelijk voorstel ingediend om de aanwezigheid te vorderen van de eerste minister tijdens de plenaire vergadering van 15 oktober 2026.

Par mail du 15 octobre 2026, M. Matti Vandemaele (Ecolo-Groen) a déposé une proposition formulée par écrit visant à requérir la présence du premier ministre lors de la séance plénière du 15 octobre 2026. 

 

Bij mail van 15 oktober 2026 heeft de heer Raoul Hedebouw (PVDA-PTB) een schriftelijk voorstel ingediend om de aanwezigheid te vorderen van de eerste minister tijdens de plenaire vergadering van 15 oktober 2026.

Par mail du 15 octobre 2026, M. Raoul Hedebouw (PVDA-PTB) a déposé une proposition formulée par écrit visant à requérir la présence du premier ministre lors de la séance plénière du 15 octobre 2026.

 

Bij mail van 15 oktober 2026 heeft de heer Pierre-Yves Dermagne (PS) een schriftelijk voorstel ingediend om de aanwezigheid te vorderen van de eerste minister tijdens de plenaire vergadering van 15 oktober 2026.

Par mail du 15 octobre 2026, M. Pierre-Yves Dermagne (PS) a déposé une proposition formulée par écrit visant à requérir la présence du premier ministre lors de la séance plénière du 15 octobre 2026.

 

Bij mail van 15 oktober 2026 hebben de heren Vincent Van Quickenborne en Kjell Vander Elst (Anders.) een schriftelijk voorstel ingediend om de aanwezigheid te vorderen van de eerste minister tijdens de plenaire vergadering van 15 oktober 2026.

Par mail du 15 octobre 2026, MM. Vincent Van Quickenborne et Kjell Vander Elst (Anders.) a déposé une proposition formulée par écrit visant à requérir la présence du premier ministre lors de la séance plénière du 15 octobre 2026.

 

Overeenkomstig art. 48, nr. 1, 6°, van het Reglement kan de indiener van het voorstel en één spreker per fractie hierover gedurende maximaal 5 minuten het woord voeren.

Conformément à l'article 48, n° 1, 6, du Règlement, l'auteur de la proposition et un orateur par groupe politique peuvent prendre la parole à ce sujet pendant cinq minutes au maximum.

 

Vraagt iemand het woord?

Quelqu'un demande-t-il la parole?

 

01.01  Pierre-Yves Dermagne (PS): Chers collègues, je voudrais intervenir sur la modification de l'ordre du jour puisque, normalement, nous aurions dû aujourd'hui achever les débats sur la déclaration du premier ministre et sur le State of the Union qu'il aurait dû prononcer ce mardi à 14 heures. En effet, comme c'est inscrit dans la Constitution, ces débats sont organisés lors de la rentrée parlementaire officielle.

 

Le premier ministre et cette majorité auraient dû venir avec un programme pour l'année, ou même pour les années à venir, ainsi qu'avec un projet de budget. Nous savons qu'il n'en a rien été et que, pour l'instant (...)

 

Le président: Comme vous demandez de modifier l'ordre du jour, vous disposez de cinq minutes, mais d'autres groupes le demandent également. Je vais en prendre compte pour l'organisation.

 

01.02  Pierre-Yves Dermagne (PS): Parfait, monsieur le président. J'utiliserai mon temps de parole à bon escient.

 

Nous aurions donc dû, depuis mardi, débattre de cette déclaration de politique générale du premier ministre, de son gouvernement. Il n'en a rien été et il n'en sera rien aujourd'hui, ce que nous regrettons.

 

Nous caressions toutefois l'espoir que le premier ministre prenne malgré tout quelques minutes de son temps pour venir s'expliquer aujourd'hui devant le Parlement, pour permettre aux parlementaires de l'interroger sur la situation de crise au sein de son gouvernement, sur son incapacité à trouver un terrain d'entente et à présenter un projet de budget pour l'année à venir et les années suivantes.

 

Nous regrettons donc aujourd'hui, monsieur le président, chers collègues, et nous condamnons même l'absence du premier ministre, qui n'a pas daigné dégager un peu de son temps pour venir assumer ses responsabilités devant le Parlement et, à travers nous, devant la population belge.

 

Pourtant, tous les signaux sont au rouge. Au niveau économique, les faillites explosent, avec à la clé des pertes d'emplois. La croissance est en berne et les créations d'emplois comme d'entreprises sont au plus bas. Au niveau social, le taux de pauvreté repart à la hausse et des ménages ne savent pas comment ils vont finir le mois. Et au niveau politique, nous sommes face à une crise qui ne dit pas son nom, puisqu'un gouvernement est incapable de présenter un projet de budget et de conclure des accords.

 

Face à cela, nous avons un premier ministre qui déserte le Parlement, qui refuse d'assumer ses responsabilités et de répondre aux questions que les citoyens se posent légitimement à travers le pays. Bref, un premier ministre en affaires fuyantes.

 

Monsieur le président, hier, en Conférence des présidents, nous avons proposé toute une série d'options afin que le premier ministre puisse, malgré le sommet européen, dégager un peu de son temps. Nous avons même proposé de faire débuter la séance plénière à 8 h du matin, puisque le sommet européen commençait à 10 h, afin qu'il puisse consacrer une heure à cette Assemblée et enfin répondre aux questions légitimes des Belges. Il a refusé. Une fois de plus, je le regrette et je le condamne.

 

C'est la raison pour laquelle nous avons déposé une motion demandant que le premier ministre trouve une heure dans son agenda pour venir s'expliquer et répondre à nos questions et, à travers nous, aux questions que les Belges se posent de plus en plus au sujet de leur vie quotidienne, de leur pouvoir d'achat, du coût de la vie qui ne cesse d'augmenter et, plus largement, de leur avenir. J'espère, monsieur le président, que nous trouverons une majorité pour faire en sorte que le premier ministre vienne enfin assumer ses responsabilités et répondre à nos questions.

 

De voorzitter: Er is een motie gesuggereerd van dezelfde strekking. Ik geef het woord aan mevrouw Pas.

 

01.03  Barbara Pas (VB): Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

 

Ik stel vast dat we niet alleen een regering hebben – een regering die nota bene budgettair orde op zaken ging stellen – die geen enkel begrotingsakkoord tijdig weet te sluiten, we hebben blijkbaar ook een bange wezel als premier: Bart De Wezel, zoals hij zich in dit Huis gedraagt.

 

Ik heb eens opgezocht hoe een wezel zich gedraagt. Wezels hebben een gespannen lichaamshouding en controleren voortdurend hun omgeving. Bij naderend onheil vluchten ze. Ze steken voorzichtig even de kop op om die bij de minste prikkel meteen weer in te trekken. Dat is precies wat premier De Wever doet. Hij komt alleen naar dit Huis als hij goed nieuws te melden heeft. Als hij vervelende vragen krijgt, schuift hij die naar goede gewoonte door naar zijn collega's. Ook dinsdag wilde hij niet komen en vandaag durft hij dat blijkbaar evenmin. Nochtans is het aan de verantwoordelijke van de regering om te komen uitleggen waarom hij faalt. Het is aan de verantwoordelijke van de regering om uit te leggen waarom hij vandaag, 15 oktober, bij de Europese Commissie geen ontwerp van begroting kan indienen, hoewel dat de deadline is. We willen van Bart De Wever horen voor wie hij het snelste en het diepste buigt: voor de socialisten of voor de heer Bouchez?

 

Zoals de vorige spreker al heeft gezegd, hebben we er alle begrip voor dat een premier aanwezig moet zijn op een belangrijke Europese top. Gisteren hebben we tijdens de Conferentie van voorzitters allerlei mogelijkheden voorgesteld. We willen ons aanpassen aan zijn agenda. De Kamervoorzitter heeft hem op vraag van de voltallige oppositie gevraagd om vandaag een uurtje vrij te maken. De premier weigert dat.

 

We kunnen dan ook niet anders, collega's, dan een beroep doen op artikel 50 van het Kamerreglement, dat ons de mogelijkheid biedt een regeringslid op te vorderen. Voor wie zegt dat zijn agenda voor de Europese top van vandaag daartoe een onoverkomelijk probleem vormt, hij had hier ook dinsdag aanwezig kunnen zijn en dan was er vandaag helemaal geen agendaprobleem geweest. Net zoals vorig jaar, bij gebrek aan een State of the Union, stuurt hij ook nu respectloos en laf zijn kat.

 

Mijnheer de voorzitter, ik heb u dinsdag op de radio horen verklaren dat onze premier er net heel goed aan deed om niet naar dit Huis te komen. U vond dat een goed idee, omdat hij zich dan niet tot uitspraken kon laten verleiden en dat het goed was om achter de schermen te werken. Eigenlijk zei u daarmee dat Vlaams minister-president Matthias Diependaele dom is omdat hij dat wel doet. Hij heeft immers wel het lef en de elementaire beleefdheid om, wanneer de Vlaamse regering niet tot een akkoord komt, daarover in het Vlaams Parlement tekst en uitleg te komen geven. Anders dan bijvoorbeeld een Kamervoorzitter in Nederland, is het niet neutraal dat u als Kamervoorzitter dergelijke uitspraken doet. U deed nogal lacherig over de oppositie door te beweren dat we de premier alleen opvorderen voor het showelement. Dat is evenmin een neutrale opmerking. Ze zegt vooral iets over de manier waarop u wellicht zelf aan oppositie deed.

 

We vragen niet meer of niet minder dan dat de premier, de leider van de ploeg, zich politiek komt verantwoorden. Dat lijkt me de logica zelf in een parlementaire democratie.

 

Collega's van de meerderheid, als u volksvertegenwoordigers bent met enig respect voor een parlementaire democratie, als u niet louter de applausmachines en cheerleaders van deze regering wilt zijn, en als u niet alleen in de pers maar ook in dit Huis, waar dat zou moeten gebeuren, van de regering wilt horen waarom ze faalt, dan kunt u niet anders dan de motie steunen die de voltallige oppositie indient om de premier hier vandaag te vorderen.

 

De voorzitter: Ik weet niet of het Kamerreglement toelaat dat ik een persoonlijk feit inroep, aangezien ik dat ook zelf moet beoordelen. Laten we zeggen dat uw tussenkomst er een was zonder aanhalingstekens.

 

01.04  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le président, nous avons également introduit une demande conformément à l’article 50 du Règlement pour demander au premier ministre de venir. Ce serait quand même la moindre des choses qu’il vienne rendre des comptes ici, au Parlement! Les décisions qui sont en train d’être prises derrière notre dos sont quand même incroyables.

 

Nous apprenons, chers collègues, que hier, Bart De Wever, le MR et Les Engagés se seraient mis d’accord sur le fait que s’il n’y a pas un accord avant le 31 décembre, on déciderait de bloquer l’indexation des pensions, des allocations pour les malades, le salaire des travailleurs et – c’est incroyable – toute forme de dépense publique.

 

Vous imaginez? Cela signifie que, parce que vous n’arrivez pas à trouver un accord, parce que vous ne vous en sortez pas…. – Et vous êtes bien payés pour ça! Combien gagnent les vice-premiers ministres? Onze mille euros chaque mois dans la poche? – Parce que vous n’arrivez pas à trouver un accord, on coupe dans les pensions, alors que les pensionnés touchent 1 500 euros en moyenne en Belgique! Parce que vous ne trouvez pas un accord, on coupe dans les allocations des malades de longue durée! Parce que vous ne trouvez pas un accord, on commence à couper dans les chemins de fer, dans les services publics. C’est incroyable! Parce que vous ne trouvez pas un accord, on va couper dans les moyens des pompiers et des policiers! Allez! Mais comment est-ce possible, cette arrogance?

 

Hoe is het mogelijk dat jullie daarmee afkomen, omdat jullie geen akkoord vinden? De politici gaan alles bevriezen vanaf 31 december. Ga dat maar uitleggen aan de gepensioneerden, die bij  ons gemiddeld 1.400 à 1.500 euro krijgen. De N-VA valt de gepensioneerden aan omdat ze er niet uit geraakt bij de onderhandelingen. Het is een schande, beste collega's.

 

Wij willen dat de eerste minister zijn verantwoordelijkheid neemt en hier uitleg komt geven. We willen een politiek debat kunnen voeren. Wat is dat met die Schuldenbremse en al dat gedoe?

 

Ce n'est pas parce que c'est dit en allemand qu'on ne comprend pas, les gars, hein! Franchement, c'est un peu facile! Nous demandons au premier ministre de venir un peu parler de Schuldenbremse. Et qu'est-ce qu'il fait? "Ah non, je ne viens pas." Même son chat Maximus n'est pas là.

 

Dat kan toch niet? Wij eisen een politiek debat met de eerste minister, een debat dat duidelijk maakt wat er gisteravond precies werd besloten. Heeft de regering besloten tot bevriezing van de pensioenen, als er geen akkoord is? Wij hebben het recht om dat te weten. We zullen vandaag vragen stellen aan de ministers Jambon en Van Peteghem. Waarom mogen wij daarover geen vragen stellen aan de eerste minister?

 

Collega's, in toepassing van artikel 50 vragen we de aanwezigheid van de eerste minister Ik denk dat velen onder u, ook bij cd&v, Vooruit en andere partijen, willen dat hij hier zelf komt uitleggen wat hij bedoelt met zijn Schuldenbremse. Waarom moet cd&v dat komen uitleggen? Waarom zou Vooruit dat mogen komen uitleggen? Wij vragen dat De Wever het komt uitleggen. Collega's van Vooruit en cd&v, we vragen de toepassing van artikel 50. We kunnen uw probleem oplossen door De Wever uit te nodigen om het hier te komen uitleggen. Probeer het, stem mee. Niemand zal dat zien.

 

Mettez-vous à l'aise, votez en vitesse. On ne verra rien.

 

Het is zoals aan de onderhandelingstafel: niemand weet hoe de anderen hebben gestemd. Dat is geen probleem.

 

Ik dien mijn verzoek, in toepassing van artikel 50, in bij de voorzitter en we hebben goede hoop op een goede uitslag.

 

De voorzitter: Collega Hedebouw, ik mag aannemen dat als u succes hebt met uw initiatief, het wel opvalt.

 

01.05  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega's, de eerste minister komt al weken wel hierheen om te waarschuwen dat, als we niet ageren op heel korte termijn, we zwaar afgestraft zullen worden door de financiële markten. Hij zegt al weken dat ons land zonder meerjarenbegroting recht de ravijn ingaat. Al weken krijgen wij hier het ene doembeeld na het andere voorgespiegeld, maar al weken krijgen we geen enkele visie, geen enkel plan van aanpak.

 

Afgelopen dinsdag konden we vaststellen dat de eerste minister er voor het tweede jaar op rij niet in geslaagd is om zijn huiswerk op tijd af te krijgen. We kunnen daar lang over discussiëren. Is hij op tijd begonnen? Is er geen goesting bij de coalitiepartners? Het doet er niet toe. Ik wil het vragen aan de eerste minister. Ik had het hem vorige dinsdag ook willen vragen, maar helaas, geen eerste minister.

 

Gisteren hoorden we dan plots dat er een nieuwe ambitie is. We zullen geen 10 miljard op drie jaar besparen, maar slechts 3 of 4 miljard volgend jaar en dan komt er misschien nog wel iets voor de volgende jaren; we zullen wel zien. Ondertussen zullen we ook nog een schuldenrem invoeren.

 

Dat zijn allemaal ideetjes en suggesties, maar geen plan. Blijkbaar hebben we een eerste minister die wel tijd heeft om met journalisten over dat soort ideetjes te praten, maar niet om naar het Parlement te komen. De premier komt naar hier als hij zelf iets wil zeggen, als hij een frame wil opzetten, maar hij komt niet naar hier als wij vragen stellen. Nu hij met zijn billen bloot staat, krijgen we hem dus opnieuw niet te zien en het is de tweede keer deze week dat hij hier aanwezig had moeten zijn.

 

Het nieuwe voorstel, goed voor 3 of 4 miljard euro, wie zal het zeggen, zal wellicht opnieuw de middenklasse midscheeps treffen. We horen dat er aan de index en de gezondheidszorg zal worden gemorreld, maar meer weten we daar niet over. De regering zal wellicht opnieuw naar beneden stampen, vrienden van Vooruit die daarvoor zo gevoelig zijn.

 

Collega's, we hebben een premier die aan het improviseren is en zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Hij verschuilt zich nu achter een Europese top. Elk weldenkend mens zal zeggen dat hij op die Europese top moet zijn en hij niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn. Dat klinkt heel logisch, maar in het verleden heeft dat probleem zich al vaak voorgedaan. Dan wordt er naar oplossingen gezocht en komt de premier wel voor een uur.

 

Op de Conferentie van voorzitters hebben we met de voltallige oppositie gezegd dat we bereid zijn om de agenda aan te passen om ervoor te zorgen dat er een moment wordt gevonden dat haalbaar is voor de premier en dat ook voor de Kamer werkt. We hebben daarop een koude non gekregen.

 

Beste collega's, wij zijn de vertegenwoordigers van het volk. Een premier moet zich verantwoorden tegenover de bevolking, zeker als het de ambitie is om de bevolking opnieuw bijzonder veel pijn te doen. Collega's, ook van de meerderheid, het is niet meer dan normaal dat de premier vandaag naar hier komt, al is het maar voor een uur, zodat we onze vragen kunnen stellen en hij zich kan verantwoorden. De bevolking verdient veel, veel, veel beter dan dit trieste schouwspel van gekibbel tussen de regeringspartijen. Het water staat veel inwoners van ons land aan de lippen. Op een dergelijk onverantwoorde manier spelen met de overheidsfinanciën en met de uitdagingen waarvoor we staan, is gewoon gênant. Ik hoop dat de gêne niet te groot is en dat de premier zijn hoofd recht en toch naar hier komt om te vertellen dat hij wel een project heeft en dat wil komen verdedigen, maar blijkbaar is de premier daar te bang voor.

 

Ook vanuit mijn fractie komt er dus een motie om de premier naar hier te vorderen en te doen wat in elke democratie de normaalste zaak van de wereld is. De vertegenwoordigers van het volk hebben vragen. Wij willen die vragen aan de premier stellen. Dat is de logica zelf in een democratie. Ik hoop, collega's, ook van de meerderheid, dat u deze motie straks zult steunen, zodat de democratie hier kan zegevieren.

 

01.06  Kjell Vander Elst (Anders.): Collega's, kent u het spelletje Waar is Wally?, Où est Charlie? Daarbij moet men Wally zoeken in een mensenmassa. Het is een spelletje voor kleuters en kinderen. Het is niet iets wat men verwacht van de premier, van de leider van dit land. U hoeft geen moeite te doen, u zult hem hier niet vinden in de mensenmassa, tussen de vertegenwoordigers van het volk. Hij is hier niet aanwezig. De premier is geen Wally, maar Houdini. Hij is nergens te zien.

 

Dat gebeurt op het moment waarop de economie volledig stilstaat. We hebben de slechtste begroting van de eurozone. De schuld gaat door het dak. De regering verkeert in complete crisis. Ze hangt met haken en ogen aan elkaar. Net op dat moment voert de premier een grote verdwijntruc op. Hij vindt het niet nodig om hier vandaag aanwezig te zijn en tekst en uitleg te geven aan de vertegenwoordigers van het volk. De premier vindt dat niet nodig. In een week waarin we in principe de State of the Union hebben en de begroting bespreken, slaagt hij erin om een hele week niet naar het Parlement te komen. Il faut le faire.

 

Zelfs Matthias Diependaele, die ook te laat was, had nog de culot om langs te komen en dat te verantwoorden. Zelfs Matthias Diependaele. De premier zien we nergens. Er is dus geen regeerverklaring en geen begroting. De premier vindt het niet nodig om het volk te woord te staan.

 

Mijnheer de voorzitter, er zijn heel wat interpellatieverzoeken ingediend over een niet-onbelangrijk thema, namelijk over de begroting, over de centen van ons land en over de toekomstige belastingen, die de mensen opnieuw zullen treffen. Die interpellaties worden dan maar uitgesteld tot volgende week, want de premier heeft blijkbaar geen tijd voor het Parlement of voor het volk. Of hij heeft er geen goesting in.

 

Op een moment waarop ons land door een gigantische crisis gaat, is het minste wat de premier, de leider van dit land, kan doen, tekst en uitleg geven aan de volksvertegenwoordigers. Hij moet verantwoording afleggen aan de mensen die vandaag in angst leven en vrezen voor wat hun opnieuw te wachten staat, aan de middenklasse, de zelfstandigen en de ondernemers. Wat zullen zij allemaal opnieuw moeten slikken?

 

Het minste wat we mogen verwachten, is dat de premier hier aanwezig is en tekst en uitleg komt geven. Ook mijn fractie roept daarom artikel 50 van het Reglement in om de premier op te vorderen, zodat hij tekst en uitleg komt geven voor dit halfrond. Dat is het minste wat men van een premier mag verwachten.

 

De voorzitter: Zijn er andere leden die zich in dit debat willen mengen?

 

01.07  Axel Ronse (N-VA): We zijn ontroerd door alle vragen om de eerste minister hier te zien. Wij horen hem ook zeer graag bezig, maar we zullen de motie niet steunen.

 

Hij is op dit moment immers aanwezig op een Europese top die bijzonder cruciaal is. Daar wordt onder meer gesproken over een mogelijke verhoging van de bijdrage van de lidstaten aan het EU-budget. Ik denk dat we er alle belang bij hebben dat hij daar vandaag en morgen volledig geëngageerd aanwezig is en onze belangen verdedigt.

 

Hij is trouwens de afgelopen vier weken op rij aanwezig geweest in het Parlement. (Tumult)

 

Doen alsof hij hier nooit aanwezig is, is totaal absurd. Hij is zeer geëngageerd en beantwoordt vragen altijd ad rem.

 

Ik ben het eens met de betogen van heel wat fractieleiders van de oppositie en van bijna-fractieleiders – hoe moet ik het noemen? – en voorzitters. Ik weet niet waarom mevrouw Merckx het woord niet meer neemt namens de communistische partij. Mijnheer Hedebouw, ik ben het met u eens. De situatie is zeer precair. De rente blijft stijgen op een historisch hoge en gigantische schuld.

 

Onze fractie is in elk geval blij dat er niet is gekozen voor een oplossing zoals de afgelopen 25 jaar, waarbij men met een snel ineengeflanst voorstel naar het Parlement trekt om vervolgens netjes te kunnen afvinken dat men op tijd klaar is. Het is net die oude politieke methode die ervoor heeft gezorgd dat we nu in de problemen zitten.

 

Sinds ik de politiek volg, heb ik nooit begrepen waarom men zo graag wil debatteren over iets wat er nog niet is. Hoe kan men nu debatteren over een akkoord en een begroting die nog niet zijn gesloten? Voor mij is dat puur theater. Ik denk dat de mensen die nu thuis onze vergadering aan het bekijken zijn, daar geen behoefte aan hebben. De mensen willen liever dat de partijen, de MR, Les Engagés, cd&v, de N-VA en Vooruit, zoals we ze kennen, in alle ernst verder onderhandelen over de moeilijkste begrotingsuitdaging waarmee een groep politici deze eeuw ooit is geconfronteerd. Bij de oppositie, zeker bij de PS, zie ik vooral veel opluchting, omdat zij dat werk gelukkig niet hoeven te doen. Ze zijn blij dat anderen hun handen vuilmaken.

 

Beste collega's, ook ik ben blij dat de eerste minister en zijn vicepremiers hun handen vuilmaken. Ik hoop dat ze er grondig verder naar zullen kijken en dat de Europese top voor ons een goede afloop kent. Ik weet niet of u allen goed en wel beseft wat ons daar boven het hoofd hangt, namelijk een extra miljardenfactuur vanuit Europa. Ik hoop en denk dat niemand die wil. Als oppositielid zou ik willen dat de eerste minister niet alleen vandaag, maar ook volgende week hier afwezig is, opdat hij vooral ervoor zorgt dat die Europese top goed afloopt voor ons, zonder extra kosten.

 

Laten we dus overgaan tot de orde van de dag. Vice-eersteminister David Clarinval, een zeer degelijk man, staat hier klaar om vragen te beantwoorden over een tragedie. Voor het eerst maak ik namelijk een verlies aan jobs in de farmasector mee. Gelukkig werden daarover veel vragen ingediend. Volgens mij zijn de mensen thuis nu meer geïnteresseerd in het antwoord van minister Clarinval op de vragen over GSK dan in de eerste minister die moet komen vertellen dat er nog geen akkoord is, maar dat daaraan nog lang en hard zal worden gewerkt.

 

De voorzitter: Aangezien de inhoud van de voorstellen identiek is, stel ik u voor om ons over de kwestie in één stemming uit te spreken.

Étant donné que le contenu des propositions est identique, je vous propose que nous nous prononcions sur cette question par un seul et même vote.

 

01.08  Barbara Pas (VB): Ik vraag daarover een naamstemming, mijnheer de voorzitter.

 

De voorzitter: Dan zullen wij een naamstemming organiseren.

 

Wie de premier wenst te vorderen, stemt groen. Wie daartegen is, stemt rood.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

59

Oui

Nee

72

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

131

Total

 

Het voorstel is verworpen. De Kamer vordert de aanwezigheid van de eerste minister niet.

La proposition est rejetée. La Chambre ne demande pas la présence du premier ministre.

 

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

 

Mondelinge vragen

Questions orales

 

02 Questions jointes de

- Sofie Merckx à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les 1 217 licenciements annoncés chez GSK" (56002028P)

- François De Smet à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les licenciements chez GSK" (56002029P)

- Sarah Schlitz à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Les licenciements chez GSK" (56002030P)

- Dimitri Legasse à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Le bain de sang social annoncé chez GSK" (56002032P)

- Irina De Knop à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "La vague de licenciements chez GSK en guise de signal d'alarme" (56002033P)

- Anne Pirson à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Une task force concernant GSK" (56002037P)

- Koen Van den Heuvel à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "L'avenir du secteur pharmaceutique" (56002041P)

- Florence Reuter à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "La restructuration chez GSK" (56002043P)

- Anja Vanrobaeys à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "GSK" (56002048P)

02 Samengevoegde vragen van

- Sofie Merckx aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De 1.217 aangekondigde ontslagen bij GSK" (56002028P)

- François De Smet aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De ontslagen bij GSK" (56002029P)

- Sarah Schlitz aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De ontslagen bij GSK" (56002030P)

- Dimitri Legasse aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "Het aangekondigde sociale bloedbad bij GSK" (56002032P)

- Irina De Knop aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De ontslagronde bij GSK als kanarie in de kolenmijn" (56002033P)

- Anne Pirson aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "Een taskforce voor GSK" (56002037P)

- Koen Van den Heuvel aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De toekomst van de farmasector" (56002041P)

- Florence Reuter aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De herstructurering bij GSK" (56002043P)

- Anja Vanrobaeys aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "GSK" (56002048P)

 

De voorzitter: Mevrouw Merckx is de eerste van vele vragenstellers.

 

Mevrouw Pas?

 

02.01  Barbara Pas (VB): U zegt terecht dat er heel wat vragenstellers zijn, maar er had er nog één bij moeten zijn.

 

De voorzitter: De vraag waarnaar u verwijst, is de vraag van collega Van Lommel. Ik heb dat nagegaan, want ik heb uw vraag ernstig genomen. In die vraag ging het uiteraard niet over de ontslagronde bij GSK, want die had nog niet plaatsgevonden toen de vraag werd ingediend. Ik kan die vraag dus niet toevoegen. Het woord is aan mevrouw Merckx.

 

02.02  Barbara Pas (VB): (…)

 

De voorzitter: Nee, mevrouw Pas, ik ga daar geen debat over voeren. Ik heb beslist om die vraag niet toe te voegen, omdat ze niet over het thema ging. Ik probeer dat altijd op een objectieve manier te beoordelen.

 

U kunt hier protesteren, maar ik probeer dat op een objectieve manier te beoordelen. Er is een vraag gesteld over de problemen bij GSK. In de vraag waarnaar u verwees, kwam de afkorting GSK niet eens voor. Ik geef het woord dus aan mevrouw Merckx.

 

02.03  Barbara Pas (VB): (…)

 

De voorzitter: Mevrouw Pas, we zullen in de plenaire vergadering geen discussie voeren over dit soort zaken. Ik heb u een antwoord gegeven en u zult mij niet overtuigen, want ik heb een objectief criterium gehanteerd.

 

Mevrouw Merckx heeft het woord. Gelieve haar het woord te verlenen.

 

02.04  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, ce matin, j'étais chez GSK où une grève a été entamée parce qu'hier, les travailleurs ont reçu l'annonce du souhait de l'entreprise de licencier 1 217 personnes. Ce sont 1 217 personnes qui ont tout donné pour que GSK devienne un fleuron de notre industrie pharmaceutique. Aujourd'hui, ils ne comprennent pas cette décision car l'entreprise se porte bien. Ils sont en colère et déçus, mais ils ont aussi été déçus par vous, monsieur le ministre. En effet, vous les avez reçus hier et, ce matin, ils m'ont expliqué que vous leur aviez signifié que vous n'alliez pas les aider, que vous n'alliez rien faire.

 

Monsieur le ministre, les travailleurs ne comprennent pas. Cela signifie-t-il qu'en Belgique, une entreprise peut être largement bénéficiaire – GSK a réalisé plus de 2 milliards d'euros de bénéfices l'année passée, distribué plus de 5 milliards d'euros de dividendes et reçu quelque 500 millions d'euros d'aides publiques sous forme de réductions fiscales, entre autres – et licencier ainsi plus de 1 200 personnes sans que personne ne dise rien? Il y a manifestement quelque chose qui cloche. Je ne le comprends pas et je pense que de nombreuses personnes se posent la même question: comment est-ce possible?

 

Dès lors, monsieur le ministre, la première question, et la plus importante, que j'ai à vous poser est la suivante: qu'allez-vous faire dans le bras de fer qui oppose aujourd'hui les employés de GSK à leur direction face à ce plan de licenciement? Les soutiendrez-vous en demandant à GSK le retrait de son plan de licenciement?

 

02.05  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, GSK a donc décidé de supprimer jusqu'à 1 200 emplois à Wavre, à Rixensart, à Gembloux. Nous parlons d'un groupe qui a doublé son bénéfice. Nous parlons d'un groupe qui a distribué six milliards d'euros de dividendes, et qui a bénéficié d'environ 480 milliards d'euros d'aides publiques, essentiellement par le fait d'incitants fiscaux. Même du point de vue d'une économie libérale bien ordonnée, monsieur le ministre, il y a quelque chose ici qui ne tourne pas rond!

 

Alors, bien sûr, le gouvernement a agi, il a demandé à la direction de bien vouloir limiter au maximum l'impact social. C'est gentil, c'est même très gentil dans tous les sens du terme, mais ce dossier est un double crash-test pour vous: d'abord un crash-test de votre réforme du chômage, puisque des centaines de cadres expérimentés vont se retrouver sur un marché de l'emploi déjà étroit, avec une protection réduite; mais c'est aussi un crash-test pour la recherche de vos dix milliards récurrents – pardon de vos quatre milliards, ou trois, ou bientôt zéro? On ne sait pas! –, puisque le lobby du MR pour faire fondre les efforts d'assainissement porte visiblement ses fruits. Si ça se trouve, dans quelques jours vous allez nous annoncer un boni!

 

Toujours est-il que nous comptons, au fédéral, des aides aux entreprises, pour environ huit milliards d'euros. Vous avez indiqué très fortement en début de conclave qu'on n'y toucherait jamais. Ne serait-il pas temps de revoir ce dogme? Ne serait-il pas temps de sortir de ce dogme et de conditionner plus sérieusement ce soutien aux effets levier sur l'emploi? Ne serait-il pas temps d'agir enfin sérieusement sur les prix de l'énergie, qui sont en train de tuer nos entreprises? Ne serait-il pas temps d'avoir une véritable stratégie industrielle et de création d'emploi qui repose sur autre chose que les flexi-jobs et les CPAS? Comment allez-vous aider les victimes de ce crash social, comment allez-vous aider les victimes de ce qui est une politique économique à la fois cynique et indigne?

 

Je vous remercie.

 

02.06  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, GSK avait déjà fait parler de lui l'année dernière en supprimant les politiques de diversité, à la demande de Donald Trump. Déjà à l'époque, je vous interrogeais pour savoir quelles initiatives vous alliez prendre pour éviter les conséquences de cette décision.

 

Aujourd'hui, GSK annonce le licenciement massif de plus de 1 200 travailleurs. C'est aberrant de la part d'une entreprise qui a engrangé sept milliards de bénéfice en 2025 et qui, dans le même temps, a perçu un demi-milliard de subsides publics belges. Vous comprendrez bien que, aujourd'hui, les citoyens s'interrogent: pourquoi la Belgique accorde-t-elle autant d'aides publiques aux entreprises sans même les conditionner au maintien de l'emploi ni les évaluer. C'est quand même troublant.

 

En 2012, avec la fermeture d'ArcelorMittal, nous avons eu exactement les mêmes débats. Mon groupe avait soumis une proposition de loi pour récupérer les subsides, précisément dans le même cas de figure. Qu'est-ce qui a changé depuis? Rien du tout! On continue à laisser faire.

 

En revanche, ce qui a changé, c'est la situation des travailleurs licenciés qui, elle, par contre, s'empire nettement, en raison des politiques de l'Arizona. Vous avez supprimé l'accès à une prépension payée par l'employeur lors de restructurations. Vous avez plafonné le montant des préavis et limité le chômage dans le temps. Cela va inévitablement frapper de plein fouet certains travailleurs ici concernés. Et puis, la Wallonie a, elle, réformé les cellules de reconversion, qui fonctionnaient et avaient fait leurs preuves, et qui sont à présent transformées par des outils majoritairement au service de l'intérim.

 

Monsieur le ministre, ces licenciements, c'est la mise en situation réelle de votre méthode. J'aimerais dès lors savoir si vous êtes fier de ce bilan. Par ailleurs, pouvez-vous me dire ce qu'a donné la rencontre avec les syndicats et les employeurs? Surtout, qu'allez-vous faire pour préserver ces emplois et récupérer les montants?

 

02.07  Dimitri Legasse (PS): 1 217 travailleuses et travailleurs menacés. C’est un chiffre très précis, convenons-en. C’est un choc immense, d’abord pour les travailleurs de GSK, évidemment, comme Nico, Fabian, Sarah et Cindy, que j’ai rencontrés ce matin, à qui j’ai apporté mon soutien. Mais on en cite pour la Wallonie toute entière, et même pour la Belgique toute entière.

 

Aujourd'hui, c’est GSK, mais c’est toujours le même scénario. D’un côté, des aides massives, des aides publiques, des patrons qui engrangent des bénéfices; de l’autre, des milliers de familles plongées dans l’angoisse.

 

En 2025, GSK a doublé ses bénéfices pour atteindre près de 7 milliards d'euros, un chiffre d’affaires de 40 milliards et des dividendes distribués par milliards, en prenant 500 millions d'euros d’aides d’État. À la clé, des pertes d’emplois et des médicaments encore plus chers.

 

Cette année, déjà 63 procédures Renault, monsieur le ministre: un record de licenciements. Votre record. Une véritable épidémie; et maintenant, GSK vient allonger cette liste.

 

Depuis des années, nous assistons aux même conséquences. Makro, Delhaize, Cora, Carrefour, UPS, Nike et bien d’autres encore. Des directions qui enrichissent les actionnaires et ensuite qui annoncent des restructurations. L’emploi, lui, passe à la trappe. C’est votre ministère, le ministère de l’Emploi.

 

Décidément, l’Arizona ne tient aucune de ses belles promesses. Valoriser le travail, c’est raté: aucun emploi créé, des travailleurs dégagés, le chômage qui grimpe. Où ces personnes qui vont être licenciées vont-elles chercher un nouveau boulot demain? C’est ce qu’elles m’ont demandé ce matin.

 

Un pouvoir d'achat qui chute; une croissance qui stagne; un budget que nous attendons toujours: votre bilan est un fiasco.

 

Monsieur le ministre, quand allez-vous enfin prendre des mesures pour protéger les travailleurs et les travailleuses?

 

02.08  Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, gisteren kregen meer dan 1.200 werknemers van GSK te horen dat hun job op de helling staat. Vanmorgen volgde nog de klap van Covestro. Wat een alarmsignaal voor onze economie! Het zou ook een alarmsignaal moeten zijn voor onze regering. De farmasector is de absolute motor van onze industrie. Al jarenlang staan we aan de top van de Europese Unie. De sector is goed voor meer dan 300.000 jobs en zorgt voor veel toegevoegde waarde.

 

Collega’s, het gaat niet alleen over de farma-industrie. Het gaat ook over wetenschappelijk onderzoek, innovatie en geneesmiddelen, die patiënten hard nodig hebben. Op een dag als vandaag mag dat wel eens in de kijker staan. Onze toppositie op dat vlak dreigen we vandaag kwijt te spelen. Nochtans zijn er al veel langer waarschuwingen. Onze export daalt en investeringen gaan naar Amerika en China. De sector trekt al maanden aan de alarmbel, maar zijn noodkreet krijgt hier in de Wetstraat geen gehoor. Integendeel, de regering is vooral met zichzelf bezig, met geruzie over nieuwe belastingen en met zich wegstoppen. Erger nog, u beslist om vanaf volgend jaar ook de steun voor onderzoek en ontwikkeling te verminderen, terwijl we net méér investeringen nodig hebben.

 

In juni beloofde de eerste minister hier nog een nieuwe lifesciencestrategie. Waar blijft die? Terwijl de regering stilstaat, draait de wereld door. Internationale bedrijven beslissen vandaag waar ze morgen investeren.

 

Zonder economische groei krijgt u de begroting al helemaal niet in orde. Hoeveel waarschuwingen heeft de regering nog nodig? Hoeveel jobs moeten er nog verdwijnen? Wanneer zult u werk maken van een ernstig groeibeleid?

 

02.09  Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur le ministre, confirmez-vous les 1 217 emplois menacés chez GSK? Ce chiffre a fait passer une mauvaise nuit à des centaines de travailleurs et de familles, dont celle de notre collègue Marc Lejeune, dont les enfants y travaillent. Sans parler des sous-traitants et des emplois indirects, qui risquent eux aussi de vivre des drames humains et professionnels. Pourtant, le secteur pharmaceutique fait la fierté de la Belgique. Il représente des milliers et des milliers d'emplois. Aujourd'hui, c'est tout un pays qui est inquiet, et pas seulement le Brabant wallon.

 

En commission, il y a quelques semaines, nous avions déjà évoqué les défis auxquels ce secteur est confronté. Des centaines de jobs ont déjà disparu ces dernières années. Aujourd'hui, une nouvelle vague s'annonce chez GSK. Pendant ce temps, la concurrence mondiale avance. La Chine ne se contente plus de copier les Européens. Elle investit, elle mène des essais cliniques et elle innove. La bataille pour la recherche, la production et les compétences se joue maintenant, monsieur le ministre.

 

Soutenir la recherche et l'innovation est donc indispensable. Et, bien sûr, les aides publiques sont essentielles pour attirer les investissements et maintenir les activités en Belgique. Mais le demi-milliard d'euros d'aides publiques dont bénéficie annuellement GSK soulève des questions. Comment s'assurer que ce soutien public contribue effectivement à préserver nos emplois et notre ancrage industriel? C'est pourquoi, vous l'avez déjà entendu, Les Engagés demandent la mise en place d'un groupe de travail interfédéral.

 

Monsieur le ministre, où en est la procédure Renault? Quels échanges avez-vous eus avec la direction et le personnel? Allez-vous demander l'activation des moyens européens disponibles? Allez-vous réunir rapidement ce groupe de travail interfédéral afin de limiter les licenciements, d'accompagner au mieux chaque travailleur et chaque travailleuse et de soutenir l'avenir de ce fleuron belge?

 

02.10  Koen Van den Heuvel (cd&v): Gisteren kondigde GSK een herstructurering van zijn Belgische activiteiten aan. Meer dan 1.200 arbeidsplaatsen zijn bedreigd. Dat is bijzonder zorgwekkend, want de impact op werknemers, hun gezinnen en de totale Belgische economie is heel erg belangrijk.

 

Collega’s, dit is niet het verhaal van één bedrijf. De hele farmasector in ons land heeft het moeilijk, onder meer door het beleid van de Amerikaanse president. Dat beleid gaat ten koste van onze Europese industrie en onze Europese jobs. Dat is bijzonder problematisch, want de farmasector is een sterke motor van onze Belgische economie. De sector is goed voor meer dan 30.000 jobs en 80 miljard euro aan export, goed voor ongeveer 15 % van onze totale uitvoer. De voorbije 20 à 25 jaar is de farmasector bovendien vijf keer sneller gegroeid dan de Belgische economie in haar geheel. Vandaag sputtert die motor echter en zijn de cijfers minder goed. Onze farmaceutische uitvoer daalde vorig jaar met 7 %. Ook de werkgelegenheid loopt terug. Die cijfers zijn alarmerend. We mogen niet langer lijdzaam toezien hoe deze strategische en innovatieve sector, die onze werkgelegenheid en welvaart stut, achteruitgaat.

 

Voor ons, cd&v, is het heel duidelijk. We hebben drie prioriteiten om de Belgische Pharma Valley te redden en verder te ondersteunen. Ten eerste moeten we werk maken van een versnelling van de erkennings- en terugbetalingsprocedures voor innovatieve medicatie. Ten tweede moeten we onderzoek en ontwikkeling ondersteunen. Ten derde moeten we inzetten op Europese coördinatie, want samen staan we sterk tegenover Trump.

 

Mijnheer de minister, deelt u die prioriteiten en maakt u werk van een groeiplan voor de farmasector?

 

02.11  Florence Reuter (MR): Monsieur le ministre, 1 217 licenciements annoncés chez GSK, c'est évidemment un séisme économique pour notre pays et en particulier pour le Brabant wallon. Ce que je regrette toutefois, c'est d'entendre les partis de l'opposition, qui profitent de ce drame qui est d'abord humain – et d'ailleurs je voudrais apporter mon soutien aux familles et aux travailleurs qui sont directement concernés – pour s'en prendre aux mesures prises par le gouvernement.

 

Mais avant tout, il faut penser au secteur pharmaceutique. Ce secteur, c'est 45 000 emplois en Belgique, c'est 15 % des exportations. Et les signaux d'alarme, ils existaient déjà. D'ailleurs, monsieur le ministre, vous les avez partagés vous-même avec vos collègues: la concurrence avec la Chine, avec l'Inde, l'effet Trump – on le sait – des investissements massifs aux États-Unis, la stagnation du secteur du vaccin étaient autant de signes. Vous avez d'ailleurs annoncé le Pharma Boost pour soutenir l'entreprise pharma avec la mise en place de médicaments innovants de manière beaucoup plus rapide, des procédures qui doivent être simplifiées.

 

Et donc, comme le disait très bien hier le ministre wallon de l'Économie, Pierre-Yves Jeholet, il ne faut pas jeter le bébé avec l'eau du bain. Au contraire, il faut continuer à soutenir nos entreprises. C'est un fleuron de l'économie belge. GSK, quoi qu'il arrive, c'est encore 8 000 emplois, c'est le premier employeur privé wallon. Et donc, il est important de continuer à soutenir notre entreprise, nos pôles de recherche en développement. Je rappelle qu'à Rixensart, un pôle spécialisé a été inauguré, il y a un mois à peine. Et donc, il faut évidemment continuer.

 

Mes questions sont simples, monsieur le ministre. Vous avez rencontré hier la direction, les représentants des travailleurs chez le premier ministre, avec le ministre Jeholet. Quelles sont les garanties que vous avez pu obtenir quant à la pérennité de l'entreprise, mais aussi, évidemment, le soutien aux travailleurs par rapport aux pertes d'emploi? Et quelles mesures comptez-vous prendre pour pérenniser l'activité du secteur pharma?

 

Je vous remercie.

 

02.12  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, collega’s, wat een klap was dat gisteren bij GSK: 1.217 jobs zijn er bedreigd. Medewerkers die daar jarenlang hun kennis, hun talent en heel hun hart in hebben gestoken, zitten nu in angst en onzekerheid.

 

Collega’s, dat zou ons allen moeten raken, want GSK staat voor meer dan tachtig jaar onderzoek. Het bedrijf ligt aan de basis van het poliovaccin, dat heeft bijgedragen aan de uitroeiing van een vreselijke ziekte. De uitvoer van vaccins staat nu echter onder druk. Door een VS-president Trump die met zijn handelstarieven oorlog boven gezondheid stelt, en door een minister van Volksgezondheid die beweert dat vaccins autisme veroorzaken. Hoe zot is dat allemaal? Dat beleid bedreigt echter onze gezondheid, onze jobs en onze welvaart.

 

In tegenstelling tot Trump weten wij hoe belangrijk onderzoek en innovatie zijn. Daarom investeren we daar als overheid ook in. Als we daarin investeren, mogen we toch ook enige verantwoordelijkheid terugverwachten? Het is immers niet zo dat GSK krap bij kas zit. Het bedrijf heeft miljarden euro aan de aandeelhouders uitgekeerd, miljarden winst gemaakt en miljoenen aan overheidssteun ontvangen.

 

Mijnheer de minister, u zei gisteren dat u zult proberen om zoveel mogelijk jobs te redden. Dat is terecht, want we mogen echt trots zijn op de expertise en de traditie van de productie van geneesmiddelen in België.

 

Zult u ook Europa aanspreken en onder druk zetten om samen een vuist te maken tegen het beleid van Trump? Wat zult u anders zeggen tegen de medewerkers die ondanks die overheidssteun toch op straat dreigen te belanden?

 

De voorzitter: De minister heeft gevraagd om zijn vijf minuten spreektijd te mogen uitbreiden. Ik ga daarop in, maar zal dan ook de repliektijden uitbreiden. U hebt zeven minuten, mijnheer de minister.

 

02.13  David Clarinval, ministre: Monsieur le président, chers collègues, ma première pensée va naturellement aux 1 217 travailleurs de GSK dont l'emploi est aujourd'hui menacé, ainsi qu'à leurs familles. Je mesure pleinement l'inquiétude, la colère et l'incertitude que suscite une annonce d'une telle ampleur. Derrière ces chiffres, il y a des femmes et des hommes, des parcours professionnels et des familles dont l'avenir est aujourd'hui fragilisé.

 

Dès l'annonce de cette restructuration, nous avons souhaité réagir rapidement. C'est la raison pour laquelle j'ai participé, hier après-midi, aux côtés du premier ministre, du ministre-président wallon et du ministre wallon de l'Emploi, à des rencontres avec les représentants des travailleurs et de la direction de GSK. Ces échanges ont permis d'entendre les préoccupations des organisations syndicales et le projet de restructuration de GSK.

 

Selon les informations communiquées, la restructuration pourrait concerner jusqu'à 1 217 emplois, dont 735 cadres et 482 employés sur les sites de Wavre, Rixensart et Gembloux. Les ouvriers ne seraient pas concernés. Cette annonce s'inscrit dans une réorganisation internationale du groupe. Il est toutefois encore trop tôt pour en mesurer toutes les conséquences précises. C'est précisément tout l'enjeu de la procédure Renault qui vient de débuter.

 

J'attends de GSK une transparence totale sur les motivations de cette restructuration et sur ses conséquences. Les représentants des travailleurs doivent disposer de toutes les informations nécessaires pour pouvoir proposer des alternatives. J'ai également demandé à GSK que toutes les pistes permettant de préserver l'emploi soient examinées, notamment la mobilité interne, les départs volontaires, la formation et le redéploiement vers d'autres activités du groupe. À ce stade, il est toutefois prématuré de parler d'accords concrets. Les différentes possibilités devront être approfondies dans le cadre du dialogue social, qui doit pouvoir se dérouler pleinement.

 

Je serai particulièrement attentif au respect de ces obligations légales, en lien étroit avec mon administration, le SPF Emploi, qui dispose de l'expertise nécessaire pour veiller au respect du cadre légal. Je rappelle que les conciliateurs sociaux peuvent, dans le respect de leur indépendance, faciliter le dialogue entre les parties si nécessaire. Nous veillerons également à assurer une bonne coordination avec les autorités régionales compétentes afin de mobiliser les dispositifs de formation, de reconversion et d'accompagnement des travailleurs.

 

Cette restructuration soulève aussi une question plus large: celle de l'avenir de notre industrie en général, et du secteur pharmaceutique en particulier. En effet, au-delà du cas spécifique de GSK, nous faisons face à une concurrence internationale devenue féroce dans la course aux investissements, à l'innovation et aux emplois industriels. Sous l'administration du président Trump, les États-Unis développent une politique protectionniste assumée, notamment au travers des droits de douane, pour relocaliser sur leur territoire les activités de production et de recherche. GSK y a d'ailleurs annoncé 30 milliards de dollars d'investissements l'année dernière.

 

L'administration Trump développe, par ailleurs, une stratégie sanitaire peu propice à la vaccination, ce qui n'est pas sans conséquence pour l'industrie pharmaceutique.

 

La Chine, quant à elle, est désormais un concurrent majeur dans les sciences de la vie. En moins de dix ans, elle a quadruplé sa part mondiale dans les essais cliniques. Or, les essais cliniques ne représentent pas seulement de la recherche. Ils permettent d'attirer l'ensemble de la chaîne de valeur, la recherche, les partenariats avec les universités et les hôpitaux, les start-up innovantes, les investissements industriels et, à terme, les emplois qui y sont liés.

 

In die context mogen België en Europa niet op hun lauweren rusten. Ons land beschikt over aanzienlijke troeven. De farmaceutische sector vertegenwoordigt vandaag 45.000 directe jobs, 6 miljard euro aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling en 15 % van onze export. De Pharma Valley is daarom strategisch voor onze economie.

 

Het is precies om die positie te vrijwaren dat we actie moeten ondernemen. Als minister van Economie heb ik in die zin verschillende initiatieven genomen. Zo zet ik mij onder meer in voor Pharma Boost, een hervorming die tot doel heeft de procedure te vereenvoudigen en het op de markt brengen van geneesmiddelen te versnellen, om ons land aantrekkelijker te maken voor investeringen. Dat zou ook de patiënten ten goede komen.

 

Ik heb op 15 september jongstleden het observatorium van de farmaceutische sector opnieuw gevat om te beschikken over een actueel en objectief beeld van de sector, sneller waarschuwingssignalen te identificeren en ons overheidsbeleid bij te sturen om de competitiviteit van de sector daadwerkelijk te versterken.

 

Op Europees niveau steun ik de Biotech Act, die tot doel heeft de regelgevende en financiële belemmeringen weg te nemen die de ontwikkeling van biotechnologiebedrijven afremmen.

 

Mais il faut aller plus loin. J'entends certains propos caricaturaux remettre en cause les incitants fiscaux accordés aux entreprises, ou prétendre qu'ils seraient dépourvus de toute condition relative à l'emploi. Selon certains collègues ici présents, les aides fiscales ne seraient pas conditionnées. Il est pourtant essentiel de tenir compte des réalités économiques. Prenons l'exemple de la dispense de versement du précompte professionnel pour la recherche et le développement. Cet avantage est directement lié à l'emploi effectif de chercheurs en Belgique. Sans emploi ancré dans le territoire belge, il n'y a pas d'avantage fiscal. Sans ces incitants, ce sont précisément des emplois et des investissements que nous risquons de perdre. Cette aide est donc bel et bien conditionnée à des jobs sur notre territoire.

 

Nous évoluons dans un environnement international extrêmement concurrentiel, où personne ne se fait de cadeau. Dans ce contexte, nous devons tout mettre en œuvre pour préserver notre activité, maintenir les multinationales déjà présentes sur notre territoire et en attirer de nouvelles. Ces entreprises jouent un rôle essentiel dans notre économie, non seulement du point de vue de l'emploi et de l'investissement, mais aussi parce qu'elles soutiennent tout un tissu de PME, de sous-traitants et de fournisseurs locaux. Je rappelle qu'en 25 ans, la part de l'industrie dans la valeur ajoutée belge est tombée de 20 à 13 %. Ce recul n'est pas une fatalité. Nous devons l'enrayer et inverser la tendance.

 

Notre ambition doit être de préserver et de renforcer notre base industrielle en Belgique aussi bien qu'en Europe. J'ose espérer que nous partageons tous cette ambition. En effet, la meilleure politique pour protéger durablement l'emploi ne consiste pas à décourager l'investissement, mais à réunir les conditions permettant aux entreprises de choisir la Belgique pour y investir, produire, innover et créer de la valeur. C'est en renforçant notre compétitivité, et non en l'affaiblissant, que nous préserverons les emplois d'aujourd'hui et créerons ceux de demain.

 

Je vous remercie de votre attention.

 

02.14  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je vous ai posé une question à laquelle vous n'avez pas répondu. Trouvez-vous normal qu'une entreprise qui réalise plein de bénéfices licencie en masse? Votre réponse relève de l'indécence. En résumé, elles reçoivent plein de cadeaux, et vous allez leur en offrir encore davantage alors qu'elles sont occupées à licencier! Rien ne change! Voilà comment cela se passe en Belgique.

 

Aujourd'hui, une chose est claire: un bras de fer se joue entre les travailleurs qui se battent pour leur emploi et la multinationale. Là-bas, quelqu'un m'a dit: "Sofie, ici, ils font du bénéfice à crever. Ce que nous produisons rapporte à crever! Et que recevons-nous en guise de remerciements? Nous sommes licenciés, du jour au lendemain." Ce n'est pas normal!

 

En tout cas, il est clair que vous êtes du côté de GSK: pas un mot sur l'indécence de cette décision. C'est scandaleux! Nous, nous sommes du côté des travailleurs qui se battent pour leur emploi, mais également pour l'avenir de l'industrie pharmaceutique. Celui-ci doit-il dépendre uniquement de questions géostratégiques ou de rentabilité à court terme? À présent, GSK ne veut plus investir dans les vaccins et se tourne vers l'oncologie, parce que cela rapporte davantage. Or on a besoin de vaccins et d'antibiotiques partout dans le monde. Voilà quelques années, on en produisait encore chez nous.

 

02.15  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je pense qu'il est temps d'ouvrir les yeux sur ce qu’il se passe aujourd'hui. On n'entend pas un mot sur le caractère extrêmement problématique de percevoir autant d'aides publiques – on parle d'un demi-milliard d’euros – et de licencier du jour au lendemain plus de 1 200 personnes. Trouvez-vous cela normal?

 

Avec n'importe quel autre secteur, vous seriez déjà en train de dénoncer cela dans toute la presse. Si c'était des allocataires sociaux… Quand ce sont des associations, il faut carrément un doctorat pour arriver à remplir les justificatifs pour toucher 1 000 euros de subsides. Mais ici, un demi-milliard, et tout va bien!

 

En fait, ce qu’il se passe ici n'est pas du tout de votre faute; c'est la faute des États-Unis, de la Chine. À quel moment allez-vous prendre vos responsabilités? Je suis désolée, monsieur le ministre, mais vous avez créé des conditions favorables à la catastrophe sociale qui est en train de se produire ici, en facilitant les licenciements, en affaiblissant la concertation sociale. Vous avez facilité la tâche à GSK, et vous avez potentiellement pesé dans cette décision. Vous devez regarder la réalité en face. C'est important!

 

Monsieur le ministre, je pense qu'aujourd'hui, il est temps justement de faire en sorte que ces aides d'État puissent véritablement maintenir de l'emploi, en renforçant les conditionnalités, en montrant les dents et en disant qu’aujourd'hui, GSK, s'il ne maintient pas ses emplois, va rembourser ces aides; et que les aides d'État ne seront pas maintenues.

 

C'est ce qu'il faut faire face à des géants pareils, qui sont sans scrupules; et face aux États-Unis qui, eux, n'hésitent pas à mettre en place des politiques de ce type.

 

Je vous remercie.

 

02.16  Dimitri Legasse (PS): Monsieur le ministre, ce qui m'inquiète, ce n'est pas ce que vous avez dit, mais ce que vous n'avez pas dit. Pas un mot pour les travailleurs et les travailleuses, si ce n'est de la compassion. Celles et ceux que j'ai rencontrés ce matin, monsieur le ministre, ne veulent pas de belles paroles ou de la compassion. Ils veulent des actes.

 

Certains parmi vous sont nés avant le culot, manifestement. Le bilan de votre politique de l'emploi est catastrophique. Vous offrez des cadeaux dont vous nous dites qu'ils sont conditionnés. Ils le sont une paire de mois, six mois; mais après, tant pis. Les cadeaux, ils les ont eus, et voilà ce qu'il advient: des licenciements par centaines.

 

Vous nous sortez l'excuse Trump. Vous savez, les 30 ou 35 milliards d'euros que GSK investit aux États-Unis, ce sont les milliards qu'on paie pour les F-35. Vous êtes le ministre de l'Emploi en Belgique. Votre job, c'est de le maintenir; ce n'est pas de créer les conditions pour qu'il disparaisse.

 

Vous avez prêté serment comme ministre de l'Emploi, monsieur le ministre, mais, aujourd'hui, vous semblez être le ministre du Chômage!

 

Une entreprise tourne grâce à ses travailleurs. Ce sont eux, la véritable richesse. Votre rôle est de les soutenir et de tout faire pour arrêter la casse sociale.

 

02.17  Irina De Knop (Anders.): Met de oplossingen van de socialisten komen we er zeker niet.

 

Het is vijf over twaalf voor onze industrie, onze zelfstandigen en onze ondernemers. De farma-export daalt met bijna 7 %. De productie daalt en de investeringen wijken uit naar het buitenland.

 

Het is te iets te goedkoop om alleen maar te verwijzen naar het protectionistische beleid van Trump. Het is wel uw regering, die belasting na belasting invoert en de steun voor onderzoek en ontwikkeling heeft teruggeschroefd.

 

Wij waarschuwen al twee jaar dat België zijn toppositie in de farma-industrie verliest. We hebben daarom ook het initiatief genomen voor een resolutie om de toekomst van de farma-industrie veilig te stellen. Vandaag staan bij GSK inderdaad 1.200 jobs op de helling.

 

Mijnheer de minister, ik zeg u dat dat het topje van de ijsberg is. Het gaat over meer dan de farma-industrie. Het gaat over ondernemers, onderzoekers, werkgelegenheid en economische groei, alsook over patiënten die wachten op een levensreddende behandeling.

 

Hoeveel waarschuwingen heeft de regering nog nodig? Hoeveel jobs moeten er nog verdwijnen? Stop gewoon met bedrijven weg te belasten.

 

02.18  Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Je ne commenterai pas les réactions des socialistes qui ne sont visiblement pas sur la même longueur d'ondes que M. Di Rupo qui, ce matin, expliquait que les défis d'aujourd'hui étaient la Défense et la réindustrialisation.

 

Comme vous l'avez dit, monsieur le ministre, il faut clairement agir sur plusieurs fronts. Il faut travailler pour essayer de réduire les pertes d'emplois, en explorant vraiment toutes les alternatives en matière de reconversion. Il faut accompagner les travailleurs par la formation. Il faut soutenir les fournisseurs et les sous-traitants. Et il faut aussi préserver nos compétences, notre recherche et notre production, tout en corrigeant nos handicaps de compétitivité, notamment le coût de l'énergie et la fiscalité sur le travail. C'est un véritable défi.

 

Certes, les aides publiques à l'innovation sont essentielles, mais force est de constater qu'elles ne suffisent pas à compenser ces handicaps. Elles doivent s'accompagner sans doute de davantage d'engagements concrets en faveur de l'emploi. On le voit aujourd'hui: il y en a déjà, mais visiblement, ce n'est pas suffisant.

 

Monsieur le ministre, défendre les travailleurs et notre avenir industriel relève de la responsabilité collective de tout un chacun aujourd'hui. Et Les Engagés y seront très attentifs.

 

02.19  Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Collega’s, de farmasector is van strategisch belang voor onze economie. Dat geldt trouwens voor de beide landsdelen. We kunnen ons dus absoluut niet veroorloven dat die motor van onze economie begint te sputteren. Wat wij nodig hebben, is een duidelijke strategie en vooral daadkracht om de strategie uit te voeren.

 

Voor ons zijn er dus drie prioriteiten, namelijk de versnelling van de erkenningsprocedure voor innovatieve medicatie, het behoud van de ondersteuning aan onderzoek en ontwikkeling en een Europese coördinatie. Samen staan we immers sterk om Trump te weerstaan.

 

Mijnheer de vice-eersteminister en minister van Economie, de speeltijd is voorbij. Geen woorden maar daden. Geen profilering maar concrete resultaten dankzij moedige maar noodzakelijke ingrepen met visie. Dat is heel erg belangrijk voor de farmasector. Ook de komende dagen en weken is die daadkracht nodig om structurele hervormingen door te voeren met het oog op een stevige begroting en een meerjarenbegroting.

 

02.20  Florence Reuter (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

J'insiste: je trouve déplorable que l'annonce du licenciement de 1 217 personnes soit utilisée pour critiquer les mesures du gouvernement qui, depuis le début, œuvre au renforcement de la compétitivité de nos entreprises. Il faut arrêter d'opposer les uns aux autres.

 

Bien évidemment, il faut encadrer cette annonce de licenciement, accompagner les travailleurs, essayer de les réorienter et de trouver des solutions de reconversion. Bien évidemment, il faut les soutenir et tenter de réduire le nombre de licenciements. Mais, à côté de cela, nous devons continuer à travailler à la compétitivité de nos entreprises. Le secteur pharmaceutique est indispensable à l'économie belge. Il faut continuer à le soutenir. Et les incitants fiscaux servent aussi à cela, dans un contexte mondial de concurrence effrénée.

 

Alors, s'il vous plaît, travaillez sur ces mesures fiscales dans le cadre des négociations budgétaires. Faisons en sorte de poursuivre les investissements et de susciter ceux des groupes internationaux, avec les avantages, mais aussi les inconvénients, que cela comporte. Il faut absolument combattre tout misérabilisme, aider lorsque c'est nécessaire, mais surtout soutenir l'entrepreneuriat.

 

02.21  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, u zegt dat het voor GSK nog te vroeg is. Ik hoor wel woorden, maar zie geen concrete daden. Voor de medewerkers van GSK gaat het echter om hun job, hun gezin en hun toekomst. Zij dreigen nu de rekening te moeten betalen voor het beleid van Trump.

 

Collega's van het Vlaams Belang, eerlijk gezegd, daarnet voerde u hier een hele cinema op om een vraag toe te voegen. Ik vraag me af of u opnieuw zou applaudisseren bij de eedaflegging van Trump. Met wat u weet, zou u dat opnieuw doen? Dat beleid heeft immers gevolgen voor onze jobs, onze gezondheid en onze welvaart.

 

Mijnheer de minister, dit is opnieuw een wake-upcall. Ik hoor hier spreken over begeleiding van die werknemers, alsof het al gebeurd is. We moeten echter vechten voor die jobs. Daarom vraag ik u om Europa onder druk te zetten. Maak samen met Europa een vuist tegen het smerige antivaccinatiebeleid van Trump. Dat beleid bedreigt de gezondheid van ons allemaal, wereldwijd. Het bedreigt onze jobs en onze welvaart. Het is superbelangrijk dat die jobs, maar ook die levensreddende geneesmiddelen en vaccins in België blijven.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Sandro Di Nunzio aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken, Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding) over "De open brief van Carolien Van Den Bosch aan Frank Vandenbroucke" (56002034P)

03 Question de Sandro Di Nunzio à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales, Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté) sur "La lettre ouverte de Carolien Van Den Bosch à Frank Vandenbroucke" (56002034P)

 

03.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, u hebt intussen ongetwijfeld, dat hoop ik althans, de open brief van Carolien Van Den Bosch gelezen. Voor de collega's die hem niet gelezen zouden hebben, Carolien Van Den Bosch is een onderneemster met een vennootschap zonder personeelsleden, wat men dus een managementvennootschap noemt.

 

Carolien schrijft dat ze een aantal jaren geleden zwaar ziek geweest is en een helse periode heeft doorgemaakt. Zoals iedere zelfstandige die zo'n situatie meemaakt, heeft zij daarvoor geen betaald ziekteverlof gekregen. Zij heeft het zonder inkomen moeten stellen en heeft een moeilijke tijd doorgemaakt. Verder schrijft Carolien dat wanneer ze als zelfstandige met een managementvennootschap vakantie neemt, geen vakantiegeld krijgt en dus geen inkomen heeft. Ze heeft ook geen dertiende maand. Als ze geen klanten meer heeft om aan te factureren, gaat ze uiteraard failliet en in dat geval heeft ze geen recht op een werkloosheidsuitkering.

 

Een ondernemer, een zelfstandige, klaagt daar niet over. Die neemt dat erbij, die neemt dat risico, want dat zit in het DNA van een ondernemer. Die zaagt daar niet over en vraagt ook geen medelijden. Wat Carolien echter wel vraagt, is respect, respect voor wat ze doet en voor wat zoveel ondernemers doen.

 

Maar wat doet u, mijnheer de minister? U zet mensen met een managementvennootschap weg als profiteurs en als fraudeurs die niets anders doen dan belastingen ontwijken. Dat maakt die ondernemers boos. Er zijn 1,3 miljoen ondernemers die zorgen voor welvaart, die belastingen betalen en die maken dat solidariteit effectief mogelijk is. U ging als vicepremier namens ons land spreken aan de UGent en maakte daar ondernemers verdacht. In plaats van creativiteit, vennootschappen en ondernemerschap te promoten, raadde u de studenten dat eigenlijk af en maakte hen bang om te ondernemen.

 

Ik vind dat ongehoord, dus ik heb maar een vraag voor u, mijnheer de minister. Vindt u niet dat ondernemers al genoeg belastingen betalen? Wat zegt u aan mensen zoals Carolien?

 

03.02 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer Di Nunzio, een getuigenis over een ernstige ziekte laat niemand onberoerd, maar gelukkig hebben wij een solidaire gezondheidszorg, waarin die dame als zelfstandige juist dezelfde rechten heeft en dezelfde zorg krijgt als elke werknemer of ambtenaar. Dat is solidariteit. De ziekte-uitkering waarop ze recht heeft als ze niet kan werken, is precies dezelfde als die van elke andere zelfstandige, ook van een zelfstandige die niet via een vennootschap werkt. Dat zijn solidaire systemen.

 

De vraag is of ze ook solidair gefinancierd worden. Een zelfstandige die een arbeidsinkomen op kunstmatige wijze omzet in een kapitaalinkomen, uitgekeerd door een vennootschap, is een freerider ten opzichte van de vele zelfstandigen die dat niet doen, maar hun inkomen uit arbeid ook als arbeidsinkomen aangeven. Op kapitaalinkomen betaalt men immers veel minder belastingen en sociale bijdragen, terwijl men precies dezelfde rechten heeft. Dat is freeriden. Er is sprake van een kunstmatig kapitaalinkomen als er achter dat inkomen niet echt kapitaal zit. Precies daarom is het belangrijk dat alle zelfstandigen dezelfde rechten hebben.

 

Dat we kritisch willen kijken naar vennootschappen die louter fiscale constructies zijn, uitsluitend bedoeld om een zelfstandig arbeidsinkomen om te zetten in een kapitaalinkomen, is in het belang van alle zelfstandigen die hun arbeidsinkomen correct aangeven. Het is ook in het belang van alle ondernemers die echt kapitaal investeren en terecht een kapitaalinkomen krijgen, dat minder wordt belast. (…)

 

03.03  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar ik denk dat u mijn vraag niet goed hebt begrepen, want daarover gaat het uiteraard niet.

 

U zegt soms, en niet ten onrechte, dat het kloppen op zwakkeren moet stoppen. Wat wij met onze partij Anders. vragen, is om te stoppen met te kloppen op onze ondernemers. Stop daarmee!

 

Wij aanvaarden niet dat u 1,3 miljoen ondernemers en zelfstandigen wegzet als een melkkoe waaruit u geld moet halen om de veel te vette overheid te financieren. U koeioneert hen met overdreven veel regels en complexiteit. Onze ondernemers dragen bij aan onze welvaart. Zij zorgen ervoor dat solidariteit mogelijk is.

 

Als u misbruik wilt aanpakken, dan moet u dat overal doen, ook bij wie misbruik maakt van uitkeringen, bij mensen die langdurig ziek zijn maar niet werkelijk ziek zijn, en bij de verhoogde tegemoetkoming. Pak misbruiken overal aan en stop met ondernemers te viseren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Frieda Gijbels aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken, Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding) over "De vaststelling dat een kwart van de nieuwe artsen en tandartsen een buitenlands diploma heeft" (56002049P)

04 Question de Frieda Gijbels à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales, Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté) sur "Le constat qu'un quart des nouveaux médecins et dentistes sont titulaires d'un diplôme étranger" (56002049P)

 

04.01  Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, een op de vijf nieuwe artsen heeft een diploma in het buitenland behaald. Bij de tandartsen ligt dat aandeel nog hoger. Bijna de helft komt met een buitenlands diploma hierheen.

 

Voor veel mensen voelt dat heel wrang aan, zeker omdat wij aan de eigen studenten strenge eisen opleggen. We hebben quota ingevoerd, wat een goede zaak is, omdat we de kwaliteit van de opleiding willen bewaken, voldoende patiëntencontact willen garanderen en ons gezondheidsbudget willen beschermen. Die quota zijn dus belangrijk.

 

Als tegelijkertijd tandartsen en artsen uit het buitenland ongehinderd kunnen binnenstromen, zonder dat daarop een rem staat of zonder dat er quota van toepassing zijn en zonder dat ze zelfs de taal van de regio moeten spreken, is dat niet alleen oneerlijk, maar mogelijk ook problematisch voor de kwaliteit van onze zorg.

 

Mijnheer de minister, gisteren verwoordde een collega-parodontoloog het mij naar aanleiding van de nieuwsberichten als volgt: "Dit is zo nodig. Het loopt de spuigaten uit. Soms kan ik zelfs niet meer communiceren of overleggen met de tandartsen die patiënten naar mij doorverwijzen. Ik spreek namelijk geen Russisch, Roemeens of Portugees. Volgens mij hoef ik die talen ook niet te spreken, onze patiënten hoeven dat al zeker niet. Snelle actie is nodig."

 

Daar komt nog bij, mijnheer de minister, dat meer dan de helft van de artsen die vanuit het buitenland naar hier komen, geen specialisatie heeft. Ze zijn geen huisarts en geen specialist. We weten ook niet waar ze werken, want van slechts 11 % van onze zorgverleners kennen we het werkadres.

 

Ik denk dat we ons zorgsysteem dringend beter zullen moeten bewaken. Vandaag varen we blind. We laten artsen en tandartsen toe zonder de kwaliteit van hun diploma ernstig te controleren, zonder een taaltest af te nemen, zonder te eisen dat ze de taal van de regio spreken en zonder te weten waar ze werken.

 

Wat kunt u daaraan doen?

 

04.02 Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw Gijbels, om de kwaliteit van de zorg hoog te houden, moeten we ervoor zorgen dat we niet te veel, maar ook niet te weinig artsen en tandartsen opleiden. Dat is in de eerste plaats bijzonder belangrijk voor de kwaliteit van de opleiding. We hebben het quotum voor artsen de vorige regeerperiode zeer sterk verhoogd en dat zal zich over enkele jaren ook op het terrein laten voelen. Dat hebben we dit jaar opnieuw gedaan. Daarbij houden we uitdrukkelijk rekening met het feit dat ook een belangrijke en groeiende groep artsen uit het buitenland komt. De quota zijn zo berekend dat we geen buitenlandse artsen of tandartsen nodig hebben. Natuurlijk komen ze wel hierheen en zolang we lidstaat zijn van de Europese Unie, kunnen we dat ook niet verhinderen. Dat is het Europese kader.

 

De essentie is de kwaliteit van die zorgverstrekkers. Om een visum te krijgen, moet men voldoende kennis hebben van de drie landstalen, een verplichting die we, naar ik meen met uw steun, hebben ingevoerd. We hebben dus al een belangrijke stap gedaan. Ik zeg er meteen bij dat we de taalvereiste zeer graag nog beter en strenger maken als dat juridisch mogelijk is.

 

De deelstaten controleren de kwaliteit van de diploma's en de opleidingen van de betrokkenen. Wij kijken na of ze over de juiste licentie beschikken en of ze eventueel sancties hebben opgelopen of tuchtproblemen hebben gehad. U weet dat dat beter moet. We vragen ook aan de Europese Unie om de informatie over sancties en tuchtkwesties te verbeteren.

 

De realiteit is, zoals u zelf ook aangeeft, enigszins genuanceerd. Een zeer grote groep komt natuurlijk niet als arts of tandarts werken, maar werkt bijvoorbeeld als onderzoeker of in de industrie.

 

Eigenlijk is de grond van de zaak: vindt u dat we uit de Europese Unie moeten stappen? Zo ja, zeg het dan. Dan hebben we dat probleem niet. Of vindt u dat we een lidstaat van de Europese Unie moeten blijven? Alle Europese lidstaten werken op dezelfde manier: ze hanteren quota voor de eigen opleidingen, laten mensen uit het buitenland toe en stellen kwaliteitseisen. Dat moeten we ook doen.

 

Kunnen we de taalvereisten nog strenger maken? Zeer graag. Dan zijn we bondgenoten. We blijven echter wel een lidstaat van de Europese Unie.

 

04.03  Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, het vrije verkeer van personen is inderdaad een belangrijke afspraak in Europa en we zijn daar zeker niet tegen. Dat mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteit van ons zorgsysteem.

 

Onze gezondheidszorg is kwaliteitsvol en waardevol. We mogen daar gerust nog trotser op zijn en moeten die kwaliteit nog beter bewaken. We stellen heel hoge eisen aan de eigen studenten. We mogen minstens even hoge eisen stellen aan degenen die hun diploma in andere landen hebben behaald.

 

Werken ze in de industrie of niet? We weten het gewoon niet en dat is ook een van de problemen. We moeten daarvan echt een scherper beeld krijgen.

 

Het is voor ons echt niet voldoende dat men een van de drie landstalen spreekt. Voor de kwaliteit van de zorg is het heel belangrijk dat artsen en patiënten goed met elkaar kunnen communiceren en zelfs tussen de regels door kunnen lezen. We hebben een wetsvoorstel om de taal van de regio op te leggen. We hopen dan ook dat u en uw partij ons daarin zullen steunen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- Pierre-Yves Dermagne à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les négociations budgétaires" (56002031P)

- Raoul Hedebouw à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les négociations budgétaires" (56002044P)

- Matti Vandemaele à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les conséquences des choix budgétaires" (56002047P)

- Wouter Vermeersch à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "Les négociations budgétaires" (56002054P)

- Arthur Orlians à Vincent Van Peteghem (VPM Budget, chargé de la Simplification administrative) sur "L'état des finances publiques de la Belgique" (56002055P)

05 Samengevoegde vragen van

- Pierre-Yves Dermagne aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De begrotingsonderhandelingen" (56002031P)

- Raoul Hedebouw aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De begrotingsonderhandelingen" (56002044P)

- Matti Vandemaele aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De gevolgen van de begrotingskeuzes" (56002047P)

- Wouter Vermeersch aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De begrotingsonderhandelingen" (56002054P)

- Arthur Orlians aan Vincent Van Peteghem (VEM Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging) over "De toestand van de Belgische overheidsfinanciën" (56002055P)

 

05.01  Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le ministre du Budget sans budget, où est passé le premier ministre, Bart De Wever? Vous vous rappelez de ce premier ministre qui, depuis des semaines, depuis des mois, alerte sur l'état de nos finances publiques? C'est lui qui a dit qu'il fallait gravir des cols hors catégorie et grimper l'Everest pour sauver les finances publiques, en pointant systématiquement la responsabilité de ses prédécesseurs. Ce premier ministre qui, cette semaine encore, sonnait l'alarme: "La dette menace, les marchés sont sur notre dos, il serait criminel de ne pas s'accorder sur un effort minimum de 10 milliards d'euros", disait-il. Et depuis, peu de réunions, pas d'accord, pas de déclaration, pas de budget et pas de premier ministre pour répondre devant ce Parlement. Celui qui promettait de gravir l'Everest n'arrive même plus à monter à la tribune de ce Parlement!

 

Alors, à côté de Bart De Wever le déserteur, on a des partis qui disent "grâce à nous, pas d'augmentation de taxes; nous, nous protégeons le pouvoir d'achat des Belges." Ah oui? Pourtant, les 500 euros promis aux travailleurs et aux travailleuses sont envolés; les carburants, le mazout, les soins de santé sont plus chers; les pensions sont rabotées; le minerval, les transports: des centaines d'euros en plus, et j'en passe!

 

Alors, on a appris hier qu'en une soirée, on était passé de 14 ou 10 milliards à un peu moins de 4 milliards d'euros, pour rassurer les marchés. Monsieur le ministre, non seulement vous n'avez pas rassuré les marchés, les taux vont continuer à augmenter, et les taux de demain seront les impôts d'après-demain pour les Belges mais, surtout, vous n'avez pas rassuré la population belge.

 

En effet, on entend que ces 4 milliards d'euros, c'est à nouveau dans la poche des travailleuses et des travailleurs, dans la poche des pensionnés, dans la poche des malades, que vous iriez les chercher, avec des soins de santé plus chers, avec des pensions rabotées ou avec un nouveau saut d'index. Alors, monsieur le ministre du Budget sans budget, rassurez, je vous en prie, les Belges. Dites-nous: où est le premier ministre? Quand va-t-il enfin prendre ses responsabilités? Et quand allez-vous changer de cap?

 

05.02  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer Van Peteghem, we wilden vandaag de eerste minister vragen stellen over de begroting voor 2027. Naar verluidt wordt volop onderhandeld, maar hij wil hier niet komen opdagen. We moeten ons dus tot iemand anders wenden. Het lijkt me logisch om de vraag aan de minister van Begroting te stellen. Mijnheer de minister, we hopen vandaag dus enkele antwoorden te krijgen. Er wordt hevig onderhandeld. U zit zelf mee aan tafel en dus beschikt u over de antwoorden. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we antwoorden zullen krijgen.

 

Naar verluidt is gisteravond een oplossing uit de hoed getoverd. We hebben vernomen dat, als de regering tegen eind december 2026 geen akkoord bereikt, alle uitgaven van de federale Staat zouden worden bevroren. Als we het goed begrepen hebben, houdt het voorstel in dat de pensioenen worden geblokkeerd als de regering geen akkoord bereikt. Dat betekent dat er geen indexering komt. Ook de uitkeringen voor langdurig zieken zouden worden geblokkeerd als de regering geen akkoord bereikt. Als de regering geen akkoord bereikt, zouden ook de uitgaven voor brandweerlieden, politiemensen en alle andere uitgaven van de federale Staat worden geblokkeerd.

 

Dat is toch te gek voor woorden. De regering geraakt er niet uit en de mensen moeten daarvoor betalen. Dat krijgt u toch niet uitgelegd? Cd&v had immers geopperd dat er niet meer aan de pensioenen zou worden geraakt. Dat was een rode lijn voor cd&v. We begrijpen het dus niet goed.

 

Mijn vraag is duidelijk. Ik heb vernomen dat de regering het geld niet bij de superrijken wil halen en dat ze daardoor in een dogmatisch keurslijf zit. Volgens mij heeft de bevolking het recht te weten wat er precies op tafel ligt. Gaat cd&v daarmee akkoord? In de pers wordt gesuggereerd dat dat het geval is. Staat iedereen achter dat voorstel of is het alleen een voorstel van de heer De Wever? Staat de MR van Georges-Louis Bouchez daar volledig achter?

 

Wat is uw standpunt, mijnheer de minister? Gaat u akkoord met het scenario waarbij er eind december 2026 geen indexering meer zou zijn?

 

05.03  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de vice-eersteminister en minister van Begroting zonder begroting, ik wil het met u eens hebben over de vorige begroting. U zult straks immers zeggen dat u over deze begroting nog niets kunt zeggen. Daarom wil ik het over vorige oefeningen hebben.

 

Ik vraag me af of u soms evalueert wat er beslist is en welke gevolgen die beslissingen hebben gehad. In de voorbije week hebben we immers kunnen vaststellen dat de regering erin geslaagd is een hele hoop mensen van de kolom werkloosheid naar de kolom leefloon of naar de kolom ziekte te verplaatsen. Op die manier worden mensen eigenlijk gereduceerd tot een getalletje in een kolom. Voor het eerst hebben we in ons land nu meer mensen met een leefloon dan in volledige werkloosheid.

 

Nochtans had de regering gezegd dat ze een derde van de mensen aan het werk zou krijgen, waardoor die hervorming geld zou opleveren. Nu blijkt dat het slechts over 14 % gaat. Er is dus geen arbeidsmarktbeleid meer. Mensen worden de armoede in geduwd. Arbeidseconomen zijn het erover eens dat u mensen op die manier naar het laatste vangnet duwt, maar zeker niet naar een job.

 

Op papier kan de regering dus zeggen dat ze goed gewerkt heeft, maar is dat het samenlevingsmodel van uw partij en de regering? Kuist u alleen nog statistieken op, terwijl u mensen in de miserie duwt? Zult u bij de begrotingsoefening die u nu maakt opnieuw naar beneden stampen of is het ook een optie om eens naar boven te stampen? De sterkste schouders zouden immers ook een bijdrage kunnen leveren.

 

Tijdens de vorige regering zijn we erin geslaagd om voor de allereerste keer de armoede te doen dalen. Daar ben ik nog altijd bijzonder trots op. Deze regering slaagt erin de armoede opnieuw te doen toenemen. Is dat, mijnheer de vicepremier, uw visie, de visie van uw partij en de visie van deze regering? Mogen we opnieuw een begroting verwachten die naar beneden zal stampen?

 

05.04  Wouter Vermeersch (VB): Collega’s, de regering-De Croo was een circus, maar de regering-De Wever wordt zo mogelijk nog een groter circus. De afgelopen dagen hebben we opnieuw een aantal indrukwekkende acrobatische toeren gezien.

 

Mijnheer de Kamervoorzitter, begin deze week zei u op Radio 1 "dat het wat fantasierijk is om te beweren dat er ergens een toverformule bestaat die iedereen vergeten zou zijn". Blijkbaar heeft Bart De Wever toch een konijn uit zijn hoge hoed getoverd. De toverformule bestaat er gewoon in om de lat lager te leggen. De btw verdwijnt van tafel, de grote sanering van 10 miljard euro wordt uitgesteld en in plaats van een meerjarenbegroting tot 2029 komt er voorlopig slechts een begroting voor 2027. Dat is exact wat de MR al weken eiste. Georges-Louis Bouchez is blijkbaar niet langer de schaduwpremier van deze regering, maar de feitelijke premier geworden. Bouchez wikt en De Wever slikt. Bien joué, monsieur Bouchez.

 

Ondertussen gebruikt Bart De Wever precies dezelfde techniek als Alexander De Croo. Als we niet over de lat geraken, leggen we de lat gewoon lager. Nochtans beloofde premier De Wever het helemaal anders aan te pakken: geen uitstel meer, geen begrotingstrucs en geen rekeningen doorschuiven naar de volgende generaties. Wat zien we vandaag? De politieke verpakking verandert, maar de begrotingskrater blijft bestaan. Nu komt er zelfs een zogenaamde schuldenrem, een Schuldenbremse, op tafel naar Duits voorbeeld. Graag krijg ik daarover toelichting.

 

Mijn vraag is heel eenvoudig. Wie bepaalt nu nog de agenda van de verdere begrotingsonderhandelingen binnen de regering? Is dat premier De Wever of premier Bouchez?

 

05.05  Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de minister, collega's, laat ons eerst beginnen met de vrienden en collega's van de MR te bedanken, want het is dankzij hun verzet van de afgelopen weken en dagen dat er geen btw-verhoging komt. Dat was een terecht verzet dat wij vanuit de oppositie hebben gesteund. In een land waarin de koopkracht sowieso al onder druk staat vanwege de vele belastingen is het een slecht idee om die koopkracht nog te verminderen met een simpele btw-verhoging. Want laat ons eerlijk zijn, het was geen hervorming, het was gewoon een verhoging in de zoektocht naar 10 miljard.

 

Het is een heel goede zaak dat die btw-verhoging van tafel is, maar de vraag is dan natuurlijk wat er nu in de plaats  komt. Zal deze regering eindelijk kijken naar de overheidsuitgaven? Daar zit immers nog veel vet op de soep. Of zal deze regering opnieuw nieuwe inkomsten zoeken, nieuwe belastingen voor de werkende middenklasse of nieuwe taksen voor onze ondernemers en zelfstandigen? Dat is mijn eerste vraag aan u, mijnheer de minister.

 

Ik heb nog een tweede vraag. U bent minister van Begroting. Wat vindt u nu eigenlijk van dit nieuwe voorstel van onze premier? Op den duur kunnen we niet meer volgen. In 2025 werd er gezegd dat we een kleine begroting zouden maken, maar dat we in 2026 werk zouden maken van een meerjarenplan. Dan werd er gezegd dat dat plan klaar zou zijn voor de zomer. Voor de zomer hebben we niets gezien en werd er gezegd dat we het zouden doen in september en oktober. Het is vandaag oktober. Er is geen State of the Union, en er is geen meerjarenplan. Er werd alleen beslist om toch geen meerjarenplan op te stellen, maar gewoon een begroting voor een jaar.

 

U bent minister van Begroting. Vindt u dat de juiste aanpak of maakt men beter werk van een echte begroting in plaats van het probleem nog verder vooruit te schuiven?

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, u krijgt vijf minuten om te antwoorden.

 

05.06 Minister Vincent Van Peteghem: Collega’s, we beseffen allemaal dat de situatie waar we voor staan ernstig is en dat de tijd die we hebben om die aan te pakken steeds korter wordt. De druk van de financiële markten is hoog, net als hun verwachtingen voor de oefening waaraan deze regering momenteel werkt. De markten verwachten terecht dat ons land zijn verantwoordelijkheid neemt, een geloofwaardig verhaal vertelt en een antwoord biedt op de uitdagingen waarvoor we staan.

 

Deze regering heeft zich in juli collegiaal geëngageerd om tegen 2029 een meerjarig begrotingstraject van 10 miljard euro uit te werken.

 

Non parce qu'il s'agit d'un objectif en soi, mais parce que des finances publiques saines sont essentielles à la préservation de notre prospérité, de notre protection sociale et de notre avenir.

 

Et depuis lors, la situation s'est encore détériorée. Les dernières prévisions montrent que nous risquons d'être confrontés, dès 2029, à un effet boule de neige des charges d'intérêts. C'est un scénario que nous devons absolument éviter. J'espère donc que chacun prend conscience des conséquences possibles si nous ne parvenons pas à gagner la confiance des marchés financiers et à poursuivre cet exercice avec sérieux.

 

Dat betekent dat we moeten toewerken naar oplossingen die de markt voldoende zekerheid bieden dat België de problemen aanpakt, een stabiel en zeker traject dat het vertrouwen in ons land versterkt door de noodzakelijke structurele hervormingen door te voeren, maar ook een traject dat rechtvaardig is, dat de inspanningen evenwichtig verdeelt en dat elke euro belastinggeld zo efficiënt mogelijk inzet.

 

Deze oefening gaat immers uiteindelijk niet alleen over het vertrouwen van de financiële markt, maar ook over het vertrouwen van onze eigen bevolking, over de zekerheid dat we ook morgen onze pensioenen kunnen betalen, onze gezondheidszorg kunnen financieren en in onze economie en veiligheid kunnen blijven investeren. Die verantwoordelijkheid dragen we als regering samen. Die verantwoordelijkheid is te groot om ze voor ons uit te schuiven en alleen naar morgen te kijken.

 

Ce que notre pays ne peut pas se permettre aujourd'hui, c'est l'immobilisme. Ce vers quoi nous devons absolument continuer à tendre, c'est un budget qui remette de l'ordre dans les finances publiques, sans perdre de vue l'équité.

 

Dat is onze gezamenlijk opdracht. Ik ben ervan overtuigd dat deze regering haar verantwoordelijkheid zal nemen en tot een akkoord zal komen.

 

05.07  Pierre-Yves Dermagne (PS): Je vous remercie, monsieur le ministre du Budget sans budget, pour votre réponse qui est plutôt un plaidoyer adressé à vos partenaires de la majorité, nous l'avons clairement entendu: ce n'était pas une réponse aux questions que nous vous avons posées. Mais au moins, vous, vous étiez là. Vous avez pris vos responsabilités pour venir au sein de ce Parlement répondre aux questions de l'opposition.

 

Soyons clairs, hier soir, le premier ministre a gagné un peu de temps. Il a prolongé son contrat à durée déterminée de quelques semaines, de quelques mois ou peut-être de quelques années, l'avenir nous le dira. Mais à quel prix? Hier, dans le money time – pour le coup, cette expression porte vraiment bien son nom –, le premier ministre a transigé. Alors qu'il réclamait il y a encore quelques jours 14 milliards d'euros d'effort à ses partenaires, il a atterri hier soir aux alentours de 4 milliards d'euros. Il a donc acheté la prolongation de son contrat à durée déterminée pour 10 milliards d'euros!

 

Et pour présenter ou proposer quoi à la population? Un "filet de sécurité", dit-il. Mais ce filet de sécurité, vous l'avez taillé dans les pensions, dans les salaires et dans les soins de santé! Ce n'est pas un filet de sécurité, c'est une toile d'araignée qui enserre, qui étouffe et qui (…)

 

05.08  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister van Begroting, u hebt veel over de markten gesproken, maar weinig over de gepensioneerden. Ik heb u nochtans een duidelijke vraag gesteld. Ligt er een voorstel op tafel om de pensioenen te bevriezen als u geen akkoord bereikt? Dat is uw probleem, dat is het probleem van de ministers.

 

Het gemiddelde pensioen in België bedraagt 1.500 euro. Daarmee kan men geen rusthuis betalen. Het zijn weer eens de gepensioneerden die zullen moeten betalen omdat u er niet uit geraakt. Hoe lang gaat cd&v zich nog laten doen? Dit is een puur rechts voorstel. Het volk moet betalen als u er niet uit geraakt. Ik had liever gehoord dat cd&v hier duidelijk zou zeggen: no way, no way. U beloofde dat de gepensioneerden niet opnieuw zouden worden getroffen en toch doet u dat.

 

Beste collega's, het verzet van de mensen is volkomen gerechtvaardigd. We laten ons niet doen. Ik vind het onrechtvaardig dat de gepensioneerden weer eens moeten betalen voor uw geknoei.

 

05.09  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik ben al blij dat u wel durft te komen. Dat kan niet van iedereen gezegd worden. Ik vraag me af of alles goed is met u, na alles wat we de voorbije weken hebben gezien. Ik kan me inbeelden dat het bijzonder moeilijk werken is. U zit met een MR die afblokt. U zit met Bart De Wever, die alleen maar tabellen en voorstellen recht uit het N-VA-programma op tafel legt. U zit met een premier die blijkbaar geen compromissen kan sluiten.

 

Ik vraag me af waarom iemand uit een warme gezinspartij als cd&v dat blijft steunen. Waarom blijft u meewerken aan dat afbraakbeleid, aan dat beleid dat naar beneden stampt? Hoe komt het toch dat u niet verder geraakt? Hoe komt het dat u niet echt kunt wegen op dit beleid?

 

Ik kan u alleen maar veel courage wensen. Ik hoop dat u echt tot een evenwichtig akkoord komt, met niet alleen evenwicht in de tabellen, maar ook in de verdeling van de lasten.

 

05.10  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, het lijkt erop dat u aan ChatGPT hebt gevraagd hoe u zich hieruit kunt lullen in het Parlement.

 

Eigenlijk is het een goede zaak dat er geen akkoord is. Er lagen immers nieuwe belastingen en een hogere btw op tafel, een zoveelste aanslag op de koopkracht van onze mensen. In een land dat nu al tot de belastingkampioenen behoort, is nog meer belasten simpelweg onaanvaardbaar.

 

Het probleem is dat de regering-De Wever blijkbaar maar twee oplossingen kent: meer belasten of de problemen verder uitstellen. Het is eigenlijk wel ver gekomen dat de N-VA en de Vlaamse partijen een Franstalige partij, de MR, nodig hebben om hen ertoe te dwingen naar de uitgaven te kijken.

 

Collega’s, de Vlamingen hebben geen nieuwe belastingen nodig. Ze hebben een regering nodig die eindelijk durft te besparen waar dat echt kan, niet door te besparen op onze mensen, maar op migratie, Europa, het klimaat en het politieke systeem.

 

05.11  Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de minister, u komt vandaag in de plaats van Bart De Wever antwoorden, maar u doet dat eigenlijk op exact dezelfde manier, met veel analyses, veel nonsens en geen antwoorden op de vragen. Inderdaad, u mag daarvoor applaudisseren. Dat is natuurlijk niet wat het Parlement, de economie en de burgers verdienen.

 

U zegt in uw antwoord meermaals dat we een begroting op lange termijn nodig hebben, dat het geen tijd meer is om de zaken vooruit te schuiven en dat we structurele hervormingen moeten doorvoeren. Dat is allemaal juist, maar u doet radicaal het omgekeerde. Op de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd na, voert u deze legislatuur geen enkele hervorming door. U realiseert niets anders. Er komen alleen extra belastingen en extra taksen. Zelfs aan het begrotingstekort wordt niet meer gewerkt. Er is geen begrotingsplan op lange termijn, alleen een begroting voor dit jaar.

 

Mijnheer de minister, wees een minister van Begroting en probeer een plan voor de komende jaren op te stellen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- Barbara Pas aan Bart De Wever (eerste minister) over "De bestaansreden van de regering-De Wever, namelijk budgettair orde op zaken stellen" (56002026P)

- Raoul Hedebouw aan Bart De Wever (eerste minister) over "De begroting" (56002056P)

- Sarah Schlitz aan Bart De Wever (eerste minister) over "De begroting 2027" (56002051P)

- Alexia Bertrand aan Bart De Wever (eerste minister) over "De stand van zaken met betrekking tot het conclaaf" (56002050P)

06 Questions jointes de

- Barbara Pas à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'assainissement budgétaire ou la raison d'être du gouvernement De Wever" (56002026P)

- Raoul Hedebouw à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le budget" (56002056P)

- Sarah Schlitz à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le budget 2027" (56002051P)

- Alexia Bertrand à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'état de la situation concernant le conclave" (56002050P)

 

(Het antwoord zal door de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen worden gegeven / La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales)

 

06.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, u bent de aangeduide vrijwilliger van dienst. U hebt in de regering het kortste strootje getrokken. De eerste minister blijft katje-duik spelen. Ik heb hem daarom meegebracht, zodat hij af en toe nog eens in het halfrond aanwezig is. (Mevrouw Pas plaatst een kader met een foto van eerste minister Bart De Wever op het spreekgestoelte.) In de psychiatrie bestaat daar trouwens een term voor: schaamtevermijding.

 

De Wever slaagt er niet in om ook maar één begrotingsdeadline tijdig te halen, terwijl de regering nu net van budgettaire orde op zaken stellen haar bestaansreden maakte.

 

U was er vorige dinsdag ook niet, mijnheer de minister. Ik heb u toen wel geciteerd uit de tijd dat u nog vond dat premiers aanwezig hoorden te zijn bij een officiële openingsvergadering van het Parlement. Dat waren nog eens tijden. U hebt een duidelijke kracht van verandering ondergaan. Vroeger reed u met wagens vol nepgeld naar Strépy om daar de transfers naar het zuiden van het land aan te klagen. We hebben die beelden afgelopen week nog in elk overzicht naar aanleiding van 25 jaar N-VA gezien. Vandaag stuurt uw partij geen vrachtwagens, maar treinwagons vol echt geld naar het zuiden.

 

In plaats van die geldstromen aan te pakken, liggen vooral belastingverhogingen op de onderhandelingstafel. Hoe zullen we de Vlamingen nog meer belasten? De asielopvang kost jaarlijks 1,1 miljard euro in dit land. Maar liefst 86 % van de leefloonontvangers is Franstalig of niet-Belg. Wanneer er echter bespaard moet worden, kijkt de regering naar de werkende Vlaming.

 

Mijnheer de minister, wanneer zult u eindelijk de uitgaven aanpakken, in plaats van opnieuw bij de belastingbetaler aan te kloppen? Van elke 100 euro, die we verdienen, geven we meer dan de helft af en nog krijgt de regering haar begroting niet op orde.

 

06.02  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, on essaie d'avoir le premier ministre pour obtenir des réponses mais il ne vient pas. C'est vous qu'on a envoyé et je vais quand même poser les questions: vous êtes en pleine négociation actuellement; on entend aujourd'hui que beaucoup de décisions ont été prises par le MR, Les Engagés, la N-VA, on essaie de mettre la pression sur les gens et on n'arrête pas! La vignette automobile passe à 100 euros: on trinque. On a le minerval à 1 200 euros: open bar, on fait payer les gens. Les académies, on les fait payer à 95 euros; les repas scolaires, on les fait payer; le cadastre, on le gonfle de plus en plus; la taxe poubelles dans les communes, on l'augmente grâce à M. Bouchez et aux Engagés. On fait payer un peu partout.

 

Les accises sur le gaz, le gouvernement décide de les augmenter en pleine crise énergétique. Et j'entends ici, maintenant, qu'on voulait même augmenter la TVA! Faire passer la TVA à 22 % sur l'essence et le diesel et de 6 à 9 % sur le gaz et l'électricité. Mais c'est fou! Vous vivez dans quel monde, monsieur le ministre? Et hier soir, qu'a-t-on entendu? Une idée de Bart De Wever, de M. Bouchez, des Engagés – enfin je n'entends personne qui dément: si vous n'arrivez pas à un accord, si vous n'arrivez pas à sortir de votre shift, vous allez bloquer les pensions dès le 31 décembre! C'est fou! On vit déjà en Belgique avec une petite pension de pas même 1 500 euros, avec laquelle on ne peut même pas payer des soins de qualité, une maison de repos, et vous allez proposer, monsieur le ministre des Pensions, qu'on bloque les pensions si vous n'arrivez pas à un accord! Mais c'est incroyable: comment osez-vous prendre cette décision?

 

Ma question est très claire, monsieur le vice-premier ministre: vous qui étiez autour de la table pour cette proposition, pouvez-vous confirmer ici, à la Nation, que cette proposition d'un blocage automatique des pensions si vous n'arrivez pas à un accord a été discutée et approuvée hier soir?

 

Merci de votre réponse.

 

06.03  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Aïe, aïe, aïe... Quel capharnaüm en Belgique! En la matière, vous êtes véritablement des champions. Des champions, parce que c'est historique: c'est la première fois qu'un gouvernement parvient, non pas une, mais deux fois, à ne pas déposer son budget dans les délais.

 

Vous nous aviez pourtant expliqué que: "Oui, nous allons nous compliquer la tâche, mais nous allons faire ce que les autres n'ont pas fait: planifier sur trois ans." Parce que vous êtes des ingénieurs et que, donc, vous alliez vous faire mal pour remettre les comptes dans les clous et pouvoir avancer ensuite. Et puis, finalement, tout ça pour ça: ce ne sera que pour un an. Vous allez chercher 4 milliards d'euros, soit exactement le même objectif. Et ne me faites pas croire que ce sera plus facile l'année prochaine. Nous rejouerons peut-être encore la même pièce en 2027. Quant à 2028, à quelques mois des élections, franchement, je ne sais pas comment cela se passera, mais une chose est sûre: nous sommes partis pour de belles aventures!

 

Monsieur le vice-premier ministre, il y a encore 24 heures, j'étais prête à prendre rendez-vous pour prendre mes photos de campagne. Je me disais: "Nous sommes cuits, c'est parti, on y va." Et puis, finalement, non. Vous nous annoncez que vous allez seulement chercher les 4 milliards d'euros, que vous revoyez vos ambitions à la baisse et que vous renoncez à la hausse de la TVA. Et il était temps! Franchement, à un moment donné, il faut aussi écouter ce que vous disent les citoyens dans la rue: ce n'est plus possible! Vous ne pouvez pas, une fois de plus, faire payer les mêmes. Enfin, je ne comprends même pas dans quel monde vous vivez.

 

Mais ce que je n'ai pas compris non plus, c'est le moment où la N-VA avait un boulevard devant elle pour remporter la mise et où, au dernier instant, elle a sauté à pieds joints dans le piège tendu par le MR, lui offrant finalement la victoire. C'est incroyable! Vous leur servez une victoire sur un plateau d'argent alors que, depuis le début, ce sont eux qui sèment le chaos. Franchement, cela, je ne l'ai vraiment pas compris.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire qui paiera finalement la facture du budget 2027?

 

06.04  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de vicepremier, ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen. Wat een farce! Elke dag glijden we verder weg van het grote doel van 10 miljard euro. U zou 10 miljard euro saneren en de lat niet lager leggen. Wat horen we vandaag? Het wordt slechts 3 miljard euro, bovendien zonder meerjarenbegroting.

 

Mijnheer de minister, hoe kan dat? Hoe kan dat voldoende zijn in het licht van het feit dat alleen al de rentelasten de voorbije vier maanden met 1,8 miljard euro zijn gestegen? Hoe zal een oefening van 3 miljard euro de financiële markten kalmeren?

 

U noemt het een schuldenrem. Dat is geen schuldenrem, maar een schuldenmasker. U remt de schuld niet af. U remt alleen uw eigen falen af. Dat is dweilen met de kraan open. Het is niets anders dan een afleidingsmanoeuvre. De financiële markten zullen daardoor niet kalmeren. Dat kan ik u verzekeren. U toont immers aan dat u geen akkoord kunt sluiten.

 

Mijnheer de minister, nog straffer is – een scoop op basis van wat we horen in de wandelgangen – dat u de belastingschijven niet zult indexeren. U zult de mensen nog meer belastingen laten betalen. We hebben net minder belastingen nodig en niet meer. Minder belastingen, dat was de strijd van de heer Bouchez. Die strijd steunt Anders. ook.

 

Mijnheer Jambon, 3 miljard euro in plaats van 10 miljard euro is toch niet ernstig? Dat is toch niet ernstig? Moet de gouverneur van de Nationale Bank van België nog eens komen? Wat hebt u eigenlijk nodig om de ernst van de situatie te beseffen? Dat is mijn enige vraag vandaag.

 

06.05  Jan Jambon, ministre: Comme le cabinet du premier ministre l'a indiqué au Parlement dimanche dernier, aucun accord sur le budget n'a encore été trouvé au sein du gouvernement. Dès lors, le premier ministre n'a pas pu prononcer son State of the Union devant le Parlement cette semaine.

 

De eerste minister is vandaag verontschuldigd vanwege een bijeenkomst van de Europese Raad die al lang vastlag en waarvan u allen ook tijdig op de hoogte werd gesteld. Het is evident dat er op dit moment nog niet kan ingegaan worden op inhoudelijke vragen over de besprekingen in de regering. Zodra er een akkoord gevonden is, zal de regering zoals altijd in alle transparantie de nodige toelichting in het Parlement verschaffen.

 

Ik wil heel duidelijk stellen dat de ambitie om het deficit met minstens 10 miljard te verminderen in 2029 onverkort blijft aangehouden. De geruststelling van de internationale markten en de duurzame bescherming van de welvaart van de bevolking zijn voor de regering essentieel.

 

06.06  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik heb plaatsvervangende schaamte bij het horen van zo'n flutantwoord. U zegt niets en verdedigt zelfs nog de arrogantie van de premier om geen tijd vrij te maken voor het Parlement. Het enige wat ik van uw partij al heb gehoord, is de herhaaldelijke uithalen naar de begrotingstekorten in Wallonië en Brussel, terwijl ik mij afvraag wanneer u dat oude systeem eindelijk eens zult kraken.

 

Stop met het blijven aanmodderen. U zit voor de tweede keer met dezelfde verkiezingsbeloftes aan de federale knoppen, maar u keert de tanker niet. Hij is aan het zinken. Fiscale autonomie en een splitsing van de sociale zekerheid, dat is wat nodig is om in dit land orde op zaken te stellen. U weet dat goed genoeg, maar men durft het niet op tafel te leggen. Men durft het hier nog niet eens komen te verdedigen.

 

06.07  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u hebt gewoon niet geantwoord. U wordt er goed voor betaald, maar u komt hier gewoon niets zeggen. Ik stelde u de vraag over de blokkering van de pensioenen in het licht van de Schuldenbremse. U bent minister van Pensioenen en wat antwoordt u? Dat de eerste minister er niet is. Dat hadden we natuurlijk al lang gezien.

 

De vraag was niet waarom hij er niet is. De vraag aan u, mijnheer Jambon, was of er een voorstel op tafel ligt om de uitgaven automatisch te blokkeren als u er niet uit geraakt. Dat is toch een simpele vraag? Het volk mag dat toch weten? U bent minister van Pensioenen. Dat is uw bevoegdheid, maar er komt geen antwoord. Dat wil dus gewoon zeggen dat dat op tafel ligt. Qui ne dit mot, consent. U bent beschaamd; het voorstel ligt gewoon op tafel.

 

Collega's, dat is democratisch heel erg, want dat wil zeggen dat geen beslissing wel een beslissing betekent en nog wel een totaal antisociale beslissing.

 

06.08  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses, mais vous n’avez absolument rien dit. Nous n’avons rien entendu. Je pense que, vu la situation extrêmement grave que vous nous décrivez d’ailleurs à longueur de journée, vous pourriez avoir un minimum de transparence sur les objectifs que vous vous fixez en matière d’équilibre et de justice fiscale.

 

Je veux dire: aujourd'hui, vous êtes déjà allés chercher l’argent chez les demandeurs d’emploi, les fonctionnaires, les pensionnés, les aidants proches, les malades. Je pense que nous pourrions quand même vous entendre pour rassurer ces citoyens, pour dire: "Nous savons. Nous vous avons entendu. Vous avez déjà fait votre part".

 

Il faut que d’autres fassent la leur aujourd'hui, par exemple en réformant les sociétés de management, par exemple en allant chercher l’argent chez ceux qui ont les plus hauts patrimoines, et qui réclament même que vous les taxiez davantage. Je pense aujourd'hui que des citoyens ont le droit de savoir.

 

06.09  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, zelfs de heer Van Peteghem heeft meer gezegd dan u. Van een tjeef verwacht ik een tjevenantwoord, maar toch niet van u. Van u zijn we dat niet gewend. Wat is er met de N-VA gebeurd? Het lijkt alsof u constant op zoek bent naar nieuwe manieren om de mensen te belasten, om in de zakken van de mensen te zitten. Is het niet de btw, dan wel de personenbelasting.

 

Mijnheer de minister, u weet even goed als ik dat het probleem van de begroting niet aan de inkomstenzijde ligt, maar aan de uitgavenzijde. Snoei eens in de uitgaven van die dikke, vette overheid. Wij hebben een besparingsplan gemaakt voor 17 miljard euro. Het kan anders. Ik wil dat plan gerust eens met u delen. Stop eens met afleidingsmanoeuvres. U hebt 10 miljard euro beloofd, maar wat is die belofte waard? U hebt dat ook vorig jaar beloofd. We hebben gezien waar we uiteindelijk zijn geland. Neem uw verantwoordelijkheid. Doe met deze centrumrechtse regering wat u beloofd hebt. Zet de begroting op orde en verlaag de belastingen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Denis Ducarme à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les policiers tués et l'explosion du trafic d'armes" (56002045P)

07 Vraag van Denis Ducarme aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De omgekomen politieagenten en de explosieve toename van de wapenhandel" (56002045P)

 

07.01  Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, je vais sortir un peu de l'ambiance festive, si l'on peut dire, parce que je souhaite vous interpeller sur Nordine El Talbi, ce policier qui a été abattu à Bruxelles. Enregistrons bien ce nom: Nordine El Talbi. Il a donné son nom dans le cadre …

 

(Mots supprimés à la demande du président)

 

Lorsqu'on aborde une situation aussi grave, j'attends de tout le monde – que l'on soit de l'opposition ou de la majorité – un minimum de respect. Non pas pour moi, mais pour sa famille, pour ses proches et pour ses collègues!

 

Madame la ministre, comme vous le savez, la réponse doit être sévère. La justice doit apporter la réponse la plus sévère possible. C'est pourquoi nous avons travaillé, au sein du MR, pour isoler un point de notre législation qui nous semble devoir être modifié. En effet, l'article 195 du Code d'instruction criminelle permet au juge, en cas d'assassinat d'un fonctionnaire de police, c'est-à-dire un homicide prémédité, de prononcer une période de sûreté. C'est évidemment important, mais ce n'est pas le cas dans le cadre d'un meurtre, soit un homicide sans préméditation.

 

Madame la ministre, je souhaite donc vous appeler, au nom de ma formation politique, à introduire cette modification. Il s'agit d'offrir au juge cette possibilité facultative, non automatique, de prononcer également une période de sûreté dans le cadre du meurtre d'un fonctionnaire de police.

 

07.02  Annelies Verlinden, ministre: Chers collègues, lorsqu'un policier meurt en service, tout s'arrête. Mes pensées vont donc à sa famille, à ses amis et à ses collègues. La cérémonie d'hommage au premier inspecteur El Talbi, demain, sera, comme les funérailles d'aujourd'hui, un moment de recueillement, mais aussi l'occasion de saluer le courage et l'engagement quotidien de nos policiers.

 

Le procureur a informé en toute transparence sur les faits et mène l'enquête avec la police judiciaire fédérale (PJF). La violence envers la police est inacceptable. Le nouveau Code pénal renforce la protection des personnes exerçant une fonction sociétale, comme les policiers. Le message est clair: quiconque s'en prend à ceux qui garantissent notre sécurité s'expose à des sanctions sévères.

 

La violence extrême qui frappe notre société est étroitement liée à la narcocriminalité internationale. Les réseaux criminels recourent de plus en plus aux armes à feu. Cette violence ne touche pas seulement les milieux de la drogue, mais également les riverains et les policiers.

 

La lutte contre le trafic d'armes est donc devenue une priorité absolue pour la police et la justice, en particulier pour le parquet fédéral, qui mène des enquêtes internationales. Nous allons également renforcer la PJF et le ministère public afin de durcir l'approche pénale. Nous allons aussi alourdir les peines liées au trafic d'armes.

 

Je suis par ailleurs convaincue qu'il faut étudier les pistes que vous évoquez aujourd'hui pour aller encore plus loin, car il est clair que cette criminalité est inacceptable. Nous allons également octroyer des moyens supplémentaires à l'Institut National de Criminalistique et de Criminologie (INCC) afin de permettre un traçage plus rapide des armes à feu et de poursuivre plus efficacement les auteurs. C'est dans cette même ambition de lutter contre cette violence aiguë que nous agissons.

 

Le décès du premier inspecteur El Talbi nous rappelle les risques que les policiers courent chaque jour. Nous rendrons hommage à son engagement en poursuivant résolument notre lutte contre le crime organisé, le trafic d'armes et la violence envers celles et ceux qui protègent notre société.

 

07.03  Denis Ducarme (MR): Je vous remercie, madame la ministre.

 

Je constate que vous ne fermez pas la porte à notre proposition. Nous y reviendrons donc afin de prévoir, dans notre Code pénal, une période de sûreté applicable aux personnes condamnées pour l'homicide, même non prémédité, d'un fonctionnaire de police.

 

Par ailleurs, vous avez anticipé un point que je souhaitais aborder: les trafics d'armes. Ces armes viennent bien de quelque part. Lorsque l'on examine les statistiques policières, on constate une série de faits liés aux armes, mais aussi aux explosifs, qui montrent à quel point le trafic d'armes dans notre pays prend une ampleur inquiétante. Cela vaut également pour un certain nombre d'armes et de munitions de guerre qui sont aujourd'hui utilisées par des malfaiteurs et qui proviennent de trafics liés au théâtre d'opérations ukrainien.

 

Je vous remercie, et à bientôt en commission.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het dodelijke geweld tegen de politie" (56002027P)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Geweld tegen de politie" (56002036P)

- Xavier Dubois aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De veiligheid van onze politieagenten" (56002038P)

- Franky Demon aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Geweld tegen de politie" (56002039P)

- Brent Meuleman aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Geweld tegen de politie" (56002046P)

- Arthur Orlians aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De straffeloosheid inzake geweld en agressie tegen politieagenten" (56002053P)

08 Questions jointes de

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences meurtrières envers la police" (56002027P)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences contre la police" (56002036P)

- Xavier Dubois à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La sécurité de nos policiers" (56002038P)

- Franky Demon à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences contre la police" (56002039P)

- Brent Meuleman à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les violences contre la police" (56002046P)

- Arthur Orlians à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'impunité dans les cas de violences et d'agressions contre des policiers" (56002053P)

 

08.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik wil mijn vraag naar aanleiding van het tragische voorval van de moord op Nordine El Talbi in Jette in alle sereniteit stellen. Ik wil mijn medeleven betuigen aan collega's, familie en vrienden.

 

Het onderzoek is lopende, dus daarover zal ik het niet hebben, maar het is wel duidelijk dat het geweld tegen politieagenten explodeert. Voor een deel gaat het om geweld door relschoppers; daarover hebben we het vorige week nog gehad. Voor een deel gaat het ook om geweld door georganiseerde criminaliteits- en drugsbendes. Uit recente cijfers van de politievakbond VSOA gaat het om bijna 22 geweldsfeiten per dag tegen de politie. Volgende week start trouwens een VRT-reeks F*ck you, flik, waarin getuigenissen van politieagenten op het terrein aan bod zullen komen.

 

De politieagenten zijn echter niet de enigen die door geweld worden getroffen. Het overkomt ook ambulanciers, brandweerlui, treinpersoneel en medewerkers van bus en tram. Wie een gezagsfunctie uitoefent of een uniform draagt, is steeds vaker de boksbal waarop geweld wordt uitgeoefend.

 

Mijnheer de minister, ik vraag u dan ook om komaf te maken met de straffeloosheid. U pleit, heel terecht, voor strenge straffen, maar de moordenaars van Kitty Van Nieuwenhuysen lopen intussen alweer vrij rond. Ik vraag u vandaag om niet de paraplu op te steken en niet de verantwoordelijkheid af te schuiven. Ik vraag van deze regering om een collectief antwoord, om dat geweld tegen gezagsdragers te stoppen en recht en orde te herstellen.

 

08.02  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, een van onze politiemensen, Nordine, werd koelbloedig vermoord. Woorden schieten tekort om mijn afschuw en afkeer over die gruwel te verwoorden. Ons diepste medeleven gaat uit naar de familie en de collega’s van de omgekomen inspecteur.

 

Het is zeer pijnlijk om vast te stellen dat dit geen alleenstaande incidenten zijn. Het geweld tegen gezagsdragers en tegen onze politie is ontspoord. Zeker in het Brusselse hebben bepaalde lokale machtshebbers de situatie op het terrein volledig laten ontsporen. Ze hebben een voedingsbodem gecreëerd voor georganiseerde criminaliteit, drugshandel en mensenhandel, waarbij rivaliserende bendes het tegen elkaar opnemen.

 

Het gebrek aan respect voor onze politiediensten gaat echter verder dan dat. Ik heb de cijfers zelf opgevraagd. In 2024 waren er meer dan 10.000 feiten per jaar, dat zijn er bijna 30 per dag. Dat is slechts het topje van de ijsberg. Het gaat om de feiten die worden geregistreerd en aangegeven. Feiten waarbij agenten worden bespuwd of verbaal agressief worden bejegend, zijn daarin nog niet eens opgenomen.

 

Wie de ordediensten aanvalt, valt ons persoonlijk aan. Onze partij pleit duidelijk voor nultolerantie, geen seponering van feiten. Wie het slachtoffer wordt van geweld of bedreigingen, moet kunnen rekenen op steun. Daadwerkelijke, psychologische en juridische steun, vanaf dag één en zolang dat nodig is.

 

Onze politie moet zich ook kunnen wapenen en kunnen reageren bij rellen, bedreigingen en agressie. Wanneer zullen we eindelijk kijken naar het Genegotieerd Beheer van de Openbare Ruimte?

 

Mijnheer de minister, ik heb verschillende vragen.

 

U zei: vandaag mogen we rouwen, morgen moeten we lessen trekken. Ondertussen zijn we morgen. Welke lessen kunt u nu al trekken? (…)

 

08.03  Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le ministre, chers collègues, la nuit du 12 au 13 octobre, Nordine El Talbi, membre de la brigade anti-agression de la zone de police Bruxelles-Capitale-Ixelles, a été tué dans l'exercice de ses fonctions. Je tiens tout d'abord à lui rendre hommage et à présenter, au nom de mon groupe, nos plus sincères condoléances à sa famille, à ses proches, à ses collègues, à son équipe.

 

D'après les informations que nous avons obtenues du parquet, les faits se seraient déroulés à la suite d'un car-jacking opéré à Tubize. La voiture aurait été retrouvée à Jette. C'est là qu'est intervenu Nordine El Talbi dans le cadre d'une mission de reconnaissance. Ses collègues n'ayant pas de nouvelles de sa part sont arrivés près du véhicule et ont, malheureusement, retrouvé Nordine El Talbi mortellement blessé. La voiture a été fouillée, des armes ont été retrouvées, ainsi que des stupéfiants en grande quantité. Plusieurs individus ont été interpellés. Une instruction est en cours pour meurtre avec circonstances aggravantes en raison de la fonction de Nordine El Talbi.

 

Ce nouveau drame, monsieur le ministre, appelle de nombreuses questions légitimes. Je souhaite, en l'occurrence, vous interroger sur deux sujets en particulier. Le premier concerne le niveau de protection de nos agents de police lors d'opérations particulièrement dangereuses. Dans ce cas précis, pouvez-vous nous indiquer comment a été organisée la coordination des services mobilisés? Quel niveau d'information a été donné, notamment quant à la dangerosité potentielle de l'intervention? Quelles analyses de risque ont été menées avant que l'intervention ait été décidée? Il est essentiel de savoir comment les choses se sont déroulées.

 

Le second thème porte évidemment sur la lutte contre le narcotrafic. Il me semble évident, vu ce qui a été retrouvé dans la voiture, qu'un lien fort existe. Monsieur le ministre, il est absolument urgent que nous puissions enfin prendre toutes les mesures prévues dans l'accord de gouvernement afin de renforcer la lutte contre le narcotrafic.

 

08.04  Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, "als u straks overweegt om een lijn coke bij elkaar te vegen, denk dan eens aan Nordine." Dat zijn de pakkende woorden van een collega van de politieman die maandag in Jette werd gedood.

 

Onze fractie betuigt dan ook haar diepste medeleven aan de familie, vrienden en collega’s van Nordine. Het onderzoek loopt nog, maar het lijkt erop dat Nordine het slachtoffer is geworden van het nietsontziende drugsgeweld.

 

Nooit, maar dan ook nooit, mogen we dat normaal vinden. Onze politiediensten waken dag in dag uit over onze veiligheid. Dat verdient meer dan respect. Agressie, aanslagen en geweld tegen politiemensen zijn volstrekt onacceptabel. We moeten daarvoor een nultolerantie hanteren. Geen mitsen en maren, van onze politiemensen blijft men af. Punt. Ik hoop dat de daders van die laffe moord streng zullen worden gestraft.

 

Nordine is de zesendertigste agent die de voorbije vijfentwintig jaar tijdens de dienst het leven heeft gelaten. Dat zijn er zesendertig te veel.

 

Het komt ons toe mensen ervan te overtuigen een carrière bij de politie uit te bouwen. Mijnheer de minister, er lopen momenteel onderhandelingen over een sectoraal akkoord. Er zou momenteel geen luik over geweld tegen de politie in opgenomen zijn. Na wat we de laatste weken hebben gezien, is het voor cd&v essentieel dat dat thema wel op tafel komt.

 

Ik heb maar één vraag. Hoe zult u de veiligheid van onze politiemensen garanderen?

 

08.05  Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, collega's, ik wil eerst en vooral mijn diepste medeleven betuigen aan de familie, de vrienden en de vele collega's van Nordin El Talbi, een zeer geliefde en gewaardeerde politieman. Hij werd gedood terwijl hij zijn job uitoefende, namelijk criminelen oppakken en onze samenleving beschermen. Nordin keert nooit meer terug naar huis. Dat is de keiharde realiteit voor zijn familie, zijn vrienden en alle politiemensen in ons land. Het onderzoek loopt nog en we kunnen daar niet op vooruitlopen.

 

We moeten echter absoluut luisteren naar onze politiemensen. Vandaag is er niet alleen intens verdriet om Nordin, maar ook boosheid, woede en verontwaardiging. Nordin is de zesendertigste politiemedewerker die sinds de politiehervorming het leven laat tijdens de uitvoering van zijn job. Dat getal is niet zomaar een cijfer, collega's, dat getal staat voor zesendertig families, zesendertig vriendenkringen en zesendertig politiekorpsen.

 

Mijnheer de minister, wie het uniform aantrekt om ons te beschermen, moet weten dat de overheid ook hem beschermt. Elke crimineel die een politieman of -vrouw aanvalt, moet weten en voelen dat onze rechtsstaat hem opspoort, vervolgt en straft. We moeten er vooral voor zorgen dat er geen slachtoffers meer kunnen vallen.

 

Dat veronderstelt een hele ketenaanpak, collega's. Het veronderstelt dat de politie haar werk kan doen, dat Justitie snel kan vervolgen en dat straffen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Ook daar knelt het schoentje.

 

Mijnheer de minister, u kent de verontwaardiging en de verwachtingen van de samenleving en van de politie. Welnu, dan kent u ook mijn vraag.

 

08.06  Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de minister, onze politieagenten worden steeds vaker geconfronteerd met extreem geweld. Deze week verloor een politieagent zelfs het leven. Jammer genoeg gebeurt dat niet voor het eerst. De laatste jaren hebben zesendertig agenten het leven verloren tijdens hun dienst. Vorig jaar waren er 7.800 feiten van geweld tegen de politie. We praten daar veel over en zeggen dan altijd dat het onaanvaardbaar is en dat de straffeloosheid moet worden aangepakt, maar in de feiten verandert er niet veel.

 

We staan hier vandaag met vragen voor u, maar we zouden die vragen ook moeten stellen aan de minister van Justitie. De politie kan nog zoveel mensen oppakken tijdens betogingen en wegens geweld tegen de politie, de vervolging en berechting van die personen is de taak van Justitie. Als Justitie niet kan volgen wegens achterstand, en die mensen niet naar de gevangenis kan sturen door aanslepend plaatsgebrek, dan is dat uiteraard een probleem van Justitie.

 

Mijnheer de minister, hoe is het contact met de minister van Justitie? Wat moet er allemaal nog gebeuren voordat we eindelijk de straffeloosheid van geweld tegen de politie kunnen aanpakken?

 

Welke nieuwe wetten zijn er volgens u nodig? Wij hebben een wetsvoorstel ingediend voor een manifestatieverbod voor gekende relschoppers die het eerder al te bont hebben gemaakt op betogingen. Een rechter kan in voorkomend geval beslissen om hen niet meer toe te laten op betogingen. Hoelang zullen we nog moeten wachten om die wetgeving in het Parlement te kunnen bespreken en goedkeuren, teneinde die gekende relschoppers een halt toe te roepen?

 

Mijn derde vraag is misschien wel de belangrijkste. Veel nieuwe wetten en ideeën zijn belangrijk en misschien zelfs wenselijk, maar hoe zult u aan de slag gaan met de huidige wetten? U kunt relschoppers en mensen die geweld vertonen tegen de politie nu al hoge boetes en straffen geven. Hoe zult u dat met de huidige wetgeving aanpakken?

 

08.07  Bernard Quintin, ministre: Mijnheer de voorzitter, beste Kamerleden, dans la nuit de lundi à mardi, le temps s'est arrêté. Un policier expérimenté, l'inspecteur principal Nordine El Talbi, a été abattu dans la rue alors qu'il accomplissait son devoir, son métier. Je tiens ici à exprimer une nouvelle fois mes sincères condoléances et mon soutien total à sa famille et à ses proches: leur perte est indescriptible, leur peine est partagée par l'ensemble du pays. Et toutes les mesures nécessaires, prévues par la circulaire GPI 100 pour les soutenir, sont prises – j'y veille personnellement.

 

L'enquête de justice et le RetEx (retour d'expérience) mené par la police devront faire la lumière sur les circonstances et en tirer toutes les leçons, comme toujours.

 

Met het verlies van Nordine is niet alleen de Brusselse politie getroffen, maar de hele politiegemeenschap in ons land, van Aarlen tot De Panne, van Brussel tot in elke uithoek van België. De dood van onze politieman raakt ons allemaal. Ze moet ons doen beseffen welke risico's onze politiemensen elke dag nemen om ons te beschermen. Dit drama herinnert ons aan onze gezamenlijke verantwoordelijkheid – politiek, gerecht, de hele samenleving – om pal achter onze politiemensen te staan.

 

Ceux qui assassinent un policier méritent la perpétuité.

 

Laat ons hier dan ook van links tot rechts een duidelijke grens trekken: blijf met uw handen af van onze politie!

 

La violence à l’encontre de nos forces de police doit cesser. Rien ne justifie que l’on tire sur nos policiers, qu’on leur jette des cocktails Molotov, qu’on leur balance des pavés. Rien ne justifie cela.

 

S’attaquer à nos forces de l’ordre et à leurs collègues des autres services d’aide à la population est d’une gravité extrême. Cela ne doit jamais être minimisé. Cela ne doit jamais être excusé. Fini les excuses, fini l’impunité!

 

Respect voor onze politiemensen mag niet bij woorden blijven, het moet zich vertalen in concrete daden. Daarom investeren we volop in onze politie. In 2025 investeerden we bijna 60 miljoen euro extra in de federale politie, met meer rechercheurs in Brussel, nieuwe voertuigen, kogelwerende vesten en betere uitrusting. Daarnaast voorzien we 25 miljoen euro voor veiligheidscamera’s en 65 miljoen euro voor de fusie van de Brusselse politiezones.

 

In de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en de drugshandel heb ik eind augustus de nationale urgentie, l'urgence nationale, uitgeroepen, om alle betrokken overheden en beleidsniveaus te mobiliseren, zodat iedereen zijn of haar verantwoordelijkheid opneemt.

 

C'est ce que nous faisons au sein du gouvernement fédéral, et c'est ce que je fais en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur.

 

Dames en heren, laten we vooral niet vergeten, nooit vergeten, dat achter elk uniform, al de uniformen, een mens staat. Iemand die 's morgens vertrekt om anderen te beschermen, in de verwachting 's avonds weer veilig thuis te komen bij familie en dierbaren. Nordine is niet meer thuisgekomen.

 

Nordine n'est pas rentré à la maison. En tant que responsables politiques, nous ne pouvons pas nous contenter d'être attristés ou bouleversés. Cette tragédie doit nous faire prendre conscience, à toutes et à tous, de la réalité. Celles et ceux qui risquent chaque jour leur vie pour nous protéger méritent une protection optimale ainsi qu'un soutien total. Nous continuerons à agir avec la même détermination. Nous le devons à Nordine, à sa famille et à ses collègues.

 

Dat zijn we Nordine en zijn familie en collega's verschuldigd.

 

08.08  Ortwin Depoortere (VB): Met het Vlaams Belang wil ik een weerbare samenleving, waarin de angst van kamp verandert. Daarvoor moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Ik geef er twee.

 

Ten eerste is er de versnippering van bevoegdheden. We willen één minister van Veiligheid die zowel de politie als justitie onder zijn hoede heeft.

 

Ten tweede is er dringend opnieuw nood aan een rijkswacht 2.0, die de georganiseerde criminaliteit op een doortastende manier kan aanpakken. Dat is mogelijk als we ervoor zorgen dat iedereen opnieuw respect krijgt voor het uniform. Dat is immers een maatschappelijk probleem.

 

Mijnheer de minister, dit zijn slechts twee voorstellen uit een hele reeks van 117 voorstellen die we in een veiligheidsbrochure hebben gebundeld. Ik geef u die brochure graag mee. Ik heb één exemplaar bij me, maar u mag het gerust ook doorgeven aan uw collega van Justitie.

 

(De heer Depoortere overhandigt de brochure aan de minister.)

 

08.09  Maaike De Vreese (N-VA): Onze agenten verdienen inderdaad meer dan enkel woorden. Ze verdienen echte daden. Ze verdienen een overheid die onvoorwaardelijk achter hen staat, te allen tijde. Ze verwachten steun, mijnheer de minister. Dat hebben ze me ook laten weten.

 

Vandaag zien we de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Defensie samenwerken op het terrein. Er zijn militairen op straat. Vandaag vindt ook een eerste actie plaats, met militairen die ter ondersteuning van grote controles meegaan op de trein. Dat is ongezien. Ik vind dat een stap voorwaarts.

 

Als je op het terrein hebt gestaan, weet je wat het betekent om achtervolgd en bespuwd te worden, en met fysieke en verbale agressie te maken te krijgen. Je weet dan ook wat het betekent om een klacht in te dienen die niet wordt gehoord.

 

Ik wil u dan ook uitdrukkelijk vragen, mijnheer de minister, ervoor te zorgen dat die mensen, hun familie en de slachtoffers op het terrein daadwerkelijk worden ondersteund. U kunt dat en u moet zich daarvoor 1.000 % inspannen.

 

08.10  Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Vous avez mentionné un point essentiel: le soutien psychologique qui a été apporté immédiatement à la famille ainsi qu'aux collègues. C'est fondamental. Le soutien psychologique, mais aussi le soutien administratif et financier, doivent être mis en place dès la connaissance des faits. C'est absolument primordial.

 

Le deuxième élément concerne la protection de nos policiers. Je vous interrogeais sur les procédures en vigueur. J'entends que l'enquête est bien entendu en cours et qu'elle devra déterminer si tout a été mis en œuvre comme prévu. Mais même si tel est le cas, je pense qu'il faudra également évaluer ces procédures. Sont-elles les plus adaptées? Sont-elles les plus efficaces en matière d'analyse des risques et de transmission de l'information concernant la dangerosité des situations? Je pense qu'il faudra en tirer toutes les conséquences et les conclusions qui s'imposent.

 

Enfin, le dernier point concerne la lutte contre le narcotrafic. Vous avez déclaré l'urgence nationale. Cela étant, il faut aller bien au-delà et mettre pleinement en œuvre les mesures prévues dans l'accord de gouvernement: le Fonds drogues, le commissariat national aux drogues, le soutien et, surtout, des effectifs sur le terrain.

 

08.11  Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, we zijn het eens: we moeten als één blok achter onze politiemensen staan. Vandaag betuigen we hier ons diepste medeleven en respect, maar het mag niet bij woorden blijven. De rellen van de afgelopen weken en de moord op Nordine drukken ons met de neus op de feiten. De veiligheid van de politiemedewerkers kan beter. Leg dit thema dus op tafel bij de sectorale onderhandelingen. Ga erover in gesprek met de vakbonden en zoek samen naar antwoorden. Schouder aan schouder staan we het sterkst.

 

08.12  Brent Meuleman (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Collega’s, we hebben het hier allemaal terecht over woorden en daden, maar het gaat ook over vertrouwen.  Vertrouwen ontstaat pas wanneer woorden en daden ook effectief samenvallen. Politieagenten moeten niet alleen horen dat de overheid achter hen staat, maar dat ook voelen in hun bescherming, in het straffen van daders en vooral in de effectieve uitvoering van straffen. Op dat vlak is er nog veel werk aan de winkel.

 

08.13  Arthur Orlians (Anders.): Dank u, mijnheer de minister, voor uw steun aan de politie, maar het moet allemaal veel aanklampender en doortastender.

 

Er ligt een wetsontwerp klaar. Al twee jaar staat in uw regeerakkoord dat er een manifestatieverbod zou komen voor bekende relschoppers op betogingen, voor mensen van wie we weten dat ze geweld plegen tegen onze ordediensten. Dat ontwerp ligt klaar, maar er wordt momenteel niets mee gedaan. Het kan verder gaan dan mooie woorden. We moeten dat gewoon goedkeuren. Dat wetsontwerp moet naar het Parlement komen, zodat het Parlement erover kan stemmen.

 

Daarnaast hebt u verschillende acties aangekondigd die belangrijk zijn voor de politie. De straffeloosheid wordt echter niet alleen opgelost door de politie te versterken. De politie kan nog duizend mensen oppakken, als ze nadien niet kunnen worden vervolgd of indien nodig naar de gevangenis gestuurd wegens plaatsgebrek, dan blijft de straffeloosheid bestaan. We hebben momenteel een onzichtbare minister van Justitie. Ga met haar samenzitten en zorg ervoor dat de straffeloosheid eindelijk ophoudt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Daarmee zijn alle vragen voor vandaag gesteld.

 

Wetsvoorstellen en wetsontwerpen

Propositions et projets de loi

 

09 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten wat betreft de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart (1295/1-4)

09 Proposition de loi modifiant la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour, en ce qui concerne la durée de validité de la carte d'identité électronique (1295/1-4)

 

Voorstel ingediend door Wim Van der Donckt, Jeroen Bergers en Maaike De Vreese.

Proposition déposée par Wim Van der Donckt, Jeroen Bergers et Maaike De Vreese.

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

09.01  Catherine Delcourt, rapporteur: Monsieur le président, je me réfère au rapport écrit.

 

09.02  Wim Van der Donckt (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega's, in 2002 werden de elektronische identiteitskaarten, met een geldigheidsduur van 5 jaar ingevoerd. In 2014 werd die geldigheidsduur verlengd tot 10 jaar en zelfs tot 30 jaar voor burgers van 75 jaar en ouder. In 2025 stelden we evenwel vast dat de identiteitskaarten met een geldigheidsduur van 30 jaar niet meer naar behoren werkten. Identiteitscontroles waren niet meer mogelijk, mypension kon niet meer worden geraadpleegd enzovoort. Blijkbaar ging het om een technisch probleem, want de chip in de identiteitskaart werkt slechts 10 jaar. Onze wetgeving was in 2014 blijkbaar iets te vooruitziend, want de technologie kon niet volgen.

 

De minister van Binnenlandse Zaken, hier aanwezig, die ik daarover heb ondervraagd, heeft onmiddellijk gereageerd met een rondzendbrief waarin duidelijk werd gesteld dat de identiteitskaarten met een geldigheidsduur van 30 jaar die nog in omloop waren gratis konden worden ingeruild voor een nieuwe identiteitskaart met een geldigheidsduur van 10 jaar. Daarmee was een vervelend probleem voor de houders van die identiteitskaarten van de baan.

 

Mijnheer de minister, dat is een goede zaak, maar ook de wetgever moet zijn werk doen. Dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat er geen identiteitskaarten met een langere geldigheidsduur dan 10 jaar meer kunnen worden afgegeven. Dat is eigenlijk gewoon een aanpassing aan de realiteit. Het voordeel van dit wetsvoorstel is dat we komen tot een noodzakelijke aanpassing aan de technologische actualiteit, juridische conformiteit en digitale toegankelijkheid van de identiteitskaart.

 

Niet onbelangrijk is ook dat de verschillende gemeenten ondertussen, gestimuleerd door de overheid, over een Mobio-kit beschikken. Daardoor moeten mensen die minder goed te been zijn niet naar het gemeentehuis gaan om hun identiteitskaart te vernieuwen. De gemeente komt dan bij hen langs, in het rusthuis of thuis, om de nodige formaliteiten te vervullen.

 

Collega's, ik denk dat dit eenvoudige wetsvoorstel een goed wetsvoorstel is. Ik reken dan ook op uw steun.

 

09.03  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le président, chers collègues, derrière une carte d'identité, il y a évidemment un enjeu essentiel: celui de l'accès aux services publics, mais aussi à la santé et à la lutte contre les obstacles administratifs auxquels trop de citoyens, et particulièrement nos aînés, sont encore confrontés. C'est dans cette perspective que nous abordons cette proposition de loi que nous allons soutenir, comme nous l'avons fait en commission.

 

Mon collègue l'a rappelé, ce texte vise à mettre fin à une zone grise qui entourait le retour à 10 ans de la validité de la carte d'identité électronique délivrée aux personnes de plus de 75 ans. Nous soutiendrons cette proposition de loi tout simplement parce que l'objectif initial est de pouvoir assurer une réglementation qui soit cohérente avec les exigences européennes, mais qui tienne compte également de l'évolution des usages numériques. Il existe en effet un problème très concret: alors qu'une carte d'identité pouvait rester physiquement valable pendant 30 ans, ces certificats électroniques, eux, expiraient après 10 ans, entraînant des démarches supplémentaires, des complications et, parfois, une incompréhension totale de la part des citoyens.

 

C'est un exemple parmi d'autres de situations où une mesure, présentée au départ comme une simplification, finit par compliquer la vie de celles et ceux que l'on devrait aider, et qui ne côtoient pas forcément le numérique. La numérisation ne peut pas devenir une condition d'accès aux droits et la simplification administrative ne peut pas se transformer en un parcours du combattant.

 

Au-delà de cette mesure technique, je voudrais ici insister sur un principe fondamental: simplifier l'administration, ce n'est pas seulement numériser davantage. Et ce n'est certainement pas non plus justifier une diminution des moyens humains nécessaires pour accompagner les citoyens. Oui à une administration plus simple et à une administration numérique, lorsque cela facilite réellement la vie des citoyens; mais jamais au prix d'un recul de l'accès aux services publics. Une administration moderne ne se mesure pas uniquement à la rapidité de ses outils numériques. Elle se mesure aussi à sa capacité à rester accessible, humaine et compréhensible.

 

Voorzitter: Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.

Président: Wouter Vermeersch, vice-président.

 

09.04  Arthur Orlians (Anders.): Onze fractie zal het wetsvoorstel niet goedkeuren.

 

In de politiek en het Parlement gaat het veel over gold-plating. We kennen het allemaal. Europa legt een bepaalde richtlijn op. Boven op de algemene richtlijn kiezen wij voor de meest strenge versie van de interpretatie of kiezen wij ervoor om nog extra regels op te leggen.

 

Dit gaat over de vervanging van de identiteitskaarten. Er is inderdaad een Europese richtlijn die bepaalt dat dit om de 10 jaar moet gebeuren. De richtlijn bepaalt echter uitdrukkelijk dat voor 70-plussers in een uitzondering mag en kan worden voorzien. Met dit wetsvoorstel kiezen we ervoor om die uitzondering niet toe te staan. Dat betekent in de praktijk dat mensen van 75 of 85 jaar opnieuw naar het stadhuis moeten om hun identiteitskaart te laten vervangen.

 

Er kunnen inderdaad problemen zijn met de chip, maar wij stellen voor om mensen die een nieuwe identiteitskaart nodig hebben, bijvoorbeeld omdat de chip niet meer werkt, die kaart te laten vervangen wanneer dat nodig is. Als dat nodig is om naar het buitenland te reizen, kunnen mensen er vrijwillig voor kiezen. Dit hoeft niet standaard om de 10 jaar te gebeuren.

 

Een ander argument dat wordt aangehaald, is dat senioren anders Tax-on-web niet zouden kunnen gebruiken, maar als senioren Tax-on-web willen gebruiken, kunnen ze naar het stadhuis gaan om een nieuwe identiteitskaart aan te vragen.

 

We vinden het geen goed idee om bij wet te verplichten dat ook 70-plussers om de 10 jaar hun identiteitskaart moeten vervangen, terwijl dat in andere landen niet het geval is en de Europese richtlijn toelaat om die verstrenging voor 70-plussers achterwege te laten.

 

Daarom steunen wij het wetsvoorstel niet.

 

09.05  Wim Van der Donckt (N-VA): Mijnheer Orlians, ik ben enigszins verrast door de tegenstem van Anders. Uw argument is gold-plating. De Europese richtlijn voorziet inderdaad in de mogelijkheid om voor 70-plussers en 75-plussers een langere geldigheidsduur toe te kennen. Technisch is dat echter niet mogelijk. We hebben ons ook afgevraagd of het niet mogelijk is om die chip langer dan 10 jaar te laten werken. Dat blijkt echter niet mogelijk.

 

Het gaat niet alleen om het feit dat men dan niet meer op reis zou kunnen gaan, niet voorbij de grenscontrole geraakt en niet meer op Tax-on-web kan, maar er is ook een privacyprobleem. Na 10 jaar valt de garantie weg dat de gegevens op de chip niet terechtkomen waar ze niet thuishoren. Dat is volgens mij de reden waarom we dit wetsvoorstel wel moeten steunen.

 

Ik begrijp eigenlijk niet goed waarom Anders., dat toch veel belang hecht aan privacy, nu plotseling zal tegenstemmen, op basis van argumenten die naar mijn aanvoelen niet te volgen zijn. Misschien hebt u te weinig stilgestaan bij het privacy-aspect, collega Orlians. U hebt nog tijd om er rustig over na te denken en uw stemgedrag te wijzigen. Dan kunnen we dit wetsvoorstel unaniem goedkeuren.

 

De voorzitter: Er wordt mij ingefluisterd dat de minister wel een toelichting kan geven, mocht hij dat nodig achten.

 

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

We vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1295/4)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1295/4)

 

Het wetsvoorstel telt 2 artikelen.

La proposition de loi compte 2 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

10 Wetsontwerp tot wijziging van de boeken I, XV en XVI van het Wetboek van economisch recht (1751/1-3)

- Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van economisch recht teneinde de consumentenombudsdienst bevoegd te maken voor geschillen die betrekking hebben op syndici (1247/1-2)

10 Projet de loi portant modifications des livres I, XV et XVI du Code de droit économique (1751/1-3)

- Proposition de loi modifiant le Code de droit économique afin d'habiliter le Service de Médiation pour le Consommateur à traiter les litiges relatifs aux syndics (1247/1-2)

 

Voorstel ingediend door Leentje Grillaert.

Proposition déposée par Leentje Grillaert.

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Le rapporteur, M. Anthony Dufrane, renvoie au rapport écrit.

 

10.01  Lieve Truyman (N-VA): Mijnheer de minister, het voorliggende wetsontwerp bevat zeer veel goede maatregelen om de consumenten te beschermen en de Consumentenombudsdienst meer slagkracht te geven. Die dienst is al jaren onderbemand en zal door de voorgestelde hervorming meer zuurstof krijgen.  De consument heeft recht op een performante ombudsdienst waardoor gerechtelijke geschillen kunnen worden vermeden. Gerechtelijke geschillen duren immers lang en kosten sowieso altijd zeer veel geld.

 

Het is ook een goede zaak dat de verenigingen van mede-eigenaars (VME’s) met de voorliggende tekst erkend worden als consument. Ik ontvang geregeld mails van eigenaars van appartementen die aangeven dat zij niet weten waar terecht te kunnen in geval van problemen tussen de VME en de syndicus of bedrijven die in opdracht van de VME werken uitvoeren aan de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw. Voorts is het ook zeer positief dat het eerdere wetsvoorstel van collega Leentje Grillaert om de Consumentenombudsdienst bevoegd te maken voor geschillen met betrekking tot syndici, in het wetsontwerp is verwerkt.

 

Met deze wet worden er drie gespecialiseerde kamers opgericht bij de Consumentenombudsdienst, meer bepaald de Kamer voor de bouwsector, de Kamer voor de detailhandel en de Kamer voor de auto-, motor- en fietssector. Elke kamer is belast met de buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen. Het is voor de uitvoering van de wettekst wel belangrijk dat elke specifieke kamer de nodige inhoudelijke deskundigheid heeft, opdat de dossiers met kennis van zaken kunnen worden behandeld.

 

De ondernemingen zullen per ontvankelijk verklaarde klacht bij de ombudsdienst 250 euro betalen. De onderneming is verplicht om bij elke procedure aanwezig te zijn. Ze moet documenten aanleveren en kan zich op geen enkel moment terugtrekken uit de procedure. De consument daarentegen kan op elk moment een beroep doen op de gerechtelijke instanties. Aangezien de consument in bepaalde sectoren zwakker staat ten opzichte van malafide bedrijven – die vinden we helaas in de bouwsector –, is het zonder meer terecht dat het wetsontwerp aan dat probleem tegemoetkomt. Een retailer echter, die bijvoorbeeld schoenen of elektronica verkoopt, betaalt ook 250 euro als een ontevreden klant naar de Consumentenombudsdienst stapt. Een paar schoenen of een keukenmixer kost bij aankoop doorgaans geen 250 euro. Ik denk dan aan onze lokale zelfstandige schoenhandelaar, die het nu al vaak moeilijk heeft.

 

Wij zien hier een ongelijkheid ontstaan. We moeten een heksenjacht tegen onze ondernemers, handelaars en retailers, doordat de deur naar klachten openstaat, vermijden. Diverse ondernemersorganisaties hebben er inderdaad op gewezen dat de procedure tot misbruik kan leiden, en gevraagd om financiële drempels in te voeren, zodat er geen procedures worden opgestart bij kleine of minimale geschillen.

 

De maatstaf blijft uiteraard dat de klant eerst met de ondernemer of handelaar in overleg gaat over het probleem, en niet meteen een klacht indient bij de ombudsdienst. We mogen ook niet de illusie wekken dat wie ontevreden is over een aangekocht product of een aangekochte dienst, vlot een dossier door de Consumentenombudsdienst kan laten behandelen, omdat de ondernemer, handelaar of aannemer toch de kosten zal betalen.

 

Het is belangrijk dat we de toepassing van de wettekst op de voet volgen om misbruiken ervan op te sporen, en de wet indien nodig bijsturen. We moeten erover waken dat er geen heksenjacht ontstaat tegen onze ondernemers. Als uit de evaluatie blijkt dat dit nodig is, moeten we zeker de mogelijkheid overwegen om met verschillende tariefschijven te werken. Het kan niet dat een ondernemer bijvoorbeeld 250 euro aan de Consumentenombudsdienst moet betalen, terwijl het een product betreft dat slechts 50 euro kostte. Voorts moet de consument aantonen dat men eerst met de ondernemer of handelaar heeft overlegd, voordat men een klacht indient bij de Consumentenombudsdienst.

 

Kortom, het wetsontwerp bevat zeer veel goede elementen, maar evenzeer elementen die we van nabij moeten volgen en die wij, na evaluatie, desgevallend moeten bijsturen.

 

10.02  Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, collega's, een woning is voor veel mensen de grootste investering van hun leven. Bij problemen met een aannemer kunnen de financiële en menselijke gevolgen bijzonder groot zijn. Daarom is een laagdrempelige en toegankelijke bemiddeling belangrijk.

 

Met de oprichting van de gespecialiseerde kamers bij de Consumentenombudsdienst, in het bijzonder de bouwkamer, wordt een belangrijke stap gezet om consumenten beter te begeleiden bij bouwgeschillen. Daarom is het wetsontwerp een goed begin, maar het mag geen eindpunt zijn. Verplichte deelname aan bemiddeling betekent immers niet dat een aannemer ook verplicht is om een oplossing te aanvaarden of uit te voeren. De aanbevelingen zijn niet bindend, de kosten van technische expertise kunnen zwaar doorwegen voor consumenten en bij een faillissement biedt de hervorming op zich geen bijkomende financiële bescherming.

 

Het is dan ook essentieel dat we de werking van de nieuwe bouwkamer in de praktijk nauwgezet opvolgen. Bemiddeling moet niet alleen toegankelijk zijn, maar ook werkelijk bijdragen aan de oplossing. Daarbij moeten we oog blijven houden voor de betaalbaarheid van technische expertise, de positie van consumenten wanneer bemiddeling geen resultaat oplevert, en de onafhankelijkheid van de Consumentenombudsdienst.

 

Met die aandachtspunten voor ogen steunen wij het wetsontwerp.

 

10.03  Julien Matagne (Les Engagés): Monsieur le ministre, l'appareil judiciaire étant aujourd'hui fortement sollicité, renforcer les modes extrajudiciaires de règlement des litiges ne peut être que bénéfique. Nous saluons donc la simplification et l'harmonisation des procédures ainsi que la création de chambres spécialisées, notamment dans le secteur de la construction, comme mes collègues l'ont déjà signalé.

 

Nous soutenons également le nouveau mécanisme de financement. Jusqu'à présent, les entreprises ne contribuaient qu'à partir de la 5e plainte. Désormais, une contribution à hauteur de 250 euros sera due pour chaque demande de médiation – recevable, bien évidemment. Il est légitime que les entreprises concernées participent au financement du service plutôt que de faire reposer durablement cette charge uniquement sur les finances publiques. Cette obligation de participation pour les entreprises est positive afin de les mettre face à leurs responsabilités, afin qu'elles puissent aussi coopérer de manière active et constructive.

 

Monsieur le ministre, ce projet privilégie des solutions pragmatiques au bénéfice des consommateurs: simplifier les procédures, responsabiliser toutes les parties, favoriser le règlement amiable des litiges. Voilà une réforme que Les Engagés vont donc soutenir.

 

Je vous remercie, chers collègues, pour votre attention.

 

De voorzitter: Het woord is nu aan een collega die nieuw is in het Parlement, collega Salenbien. Een West-Vlaamse collega dan nog. U krijgt het woord.

 

10.04  Jessy Salenbien (Vooruit): Mijnheer de minister, voor mij is dit wetsontwerp een belangrijke stap vooruit in de bescherming van de consument. Zeker in de bouwsector kunnen geschillen heel ingewikkeld, technisch en duur worden. Ze kunnen bovendien de voortgang van werven in het gedrang brengen.

 

We moeten eerlijk toegeven, voor heel wat mensen en jonge gezinnen is bouwen of renoveren een heel grote investering. Als een werf stilvalt of een aannemer gebreken achterlaat, gaat het niet alleen over bakstenen, maar ook over hun zuurverdiende spaargeld. Met deze wet beschermen we rechtstreeks de koopkracht van gezinnen die anders duizenden euro dreigen kwijt te spelen.

 

Het is dus een goede zaak dat er voor die sector een specifieke bemiddelingsdienst komt met experten ter zake. Het is goed dat mensen ergens terechtkunnen zonder meteen naar de rechtbank te hoeven stappen.

 

Met de oprichting van een specifieke kamer voor de bouwsector en de verdere uitbouw van gespecialiseerde kamers binnen de Consumentenombudsdienst, zoals voor de detailhandel en de auto-, motor- en fietssector, zetten we een belangrijke stap naar een betere bescherming van de consument. Tegelijk zorgen we voor minder logge procedures voor bouwondernemingen die een klacht ontvangen. Zo kan er sneller worden geschakeld en gehandeld.

 

Dat komt dus alle partijen ten goede. Enerzijds is er voor de consument een kosteloze toegang om op een duidelijke en toegankelijke manier een bemiddelingsprocedure op te starten. Anderzijds kan een efficiëntere buitengerechtelijke geschillenregeling ook de onderneming en justitie ten goede komen. Consumenten krijgen zo sneller toegang tot een oplossing. Tegelijk kunnen ondernemingen langdurige en prijzige rechtszaken vermijden en kan de druk op onze rechtbanken verminderen. De Consumentenombudsdienst wordt dus duidelijk versterkt, zodat hij beter gewapend is om een toenemende vraag op te vangen en om consumenten ook in de toekomst kwaliteitsvolle dienstverlening te bieden.

 

Mijnheer de minister, dit is een hervorming met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Betere en toegankelijkere consumentenbescherming, meer efficiëntie en vooral de mogelijkheid voor ondernemingen om op een betaalbare manier tot een oplossing te komen.

 

We steunen dit wetsontwerp zonder twijfel.

 

De voorzitter: Collega's, dat was de maidenspeech van collega Salenbien.

 

(Applaus)

(Applaudissements)

 

10.05  Leentje Grillaert (cd&v): Collega Salenbien, proficiat met uw eerste uiteenzetting in de plenaire vergadering.

 

Mijnheer de minister, ik heb eerder al het belang van de buitengerechtelijke geschillenbeslechting onderstreept. U weet dus dat u daarvoor op de volledige steun van onze fractie kunt rekenen. Het is belangrijk om zoveel mogelijk zaken ook buiten het gerecht te proberen op te lossen. Dat zal niet altijd lukken, maar de intentie en de manier waarop we dat nu proberen aan te pakken, verdienen onze steun.

 

De duidelijke ambitie in het regeerakkoord wordt nu uitgevoerd met de oprichting van een bouwkamer, de hervorming naar sectorale kamers en het nieuwe toezichtmodel van de FOD Economie.

 

Ik wil nog eens benadrukken dat collega Muylle, destijds als minister, het wetsontwerp heeft geïnitieerd. Ik wil haar daarvoor ook graag een bloempje toewerpen.

 

Mijnheer de minister, in de commissie hebben we al gesproken over de bezorgdheden vanuit de sector, vooral bij de kmo’s, die deze wetgeving met lede ogen aanzien en als een bedreiging kunnen beschouwen. Wij denken dat dit niet zo hoeft te worden ervaren. We zien een mogelijkheid om malafide ondernemingen eruit te krijgen en onze goede ondernemingen, die zeer zeker in de meerderheid zijn, meer vertrouwen te geven. U hebt in de commissie ook gezegd dat u met hen het gesprek wilt aangaan om te bekijken hoe u aan hun bezorgdheden kunt tegemoetkomen. U hebt ook een evaluatie aangekondigd. Uiteraard zullen we dat vanuit de commissie opvolgen en u aan uw woord houden. Ik heb er echter alle vertrouwen in.

 

Collega’s, ik wil ook graag even aandacht vestigen op mijn wetsvoorstel, dat aan voorliggend wetsontwerp is gekoppeld. Meer dan vier miljoen Belgen wonen vandaag in een appartement. Dat is een aanzienlijk aantal. Dat betekent dat ongeveer één op de vier Belgen te maken krijgt met een syndicus. Veel syndici leveren goed werk, maar er zijn ook andere praktijken. Die zijn al meerdere keren bij mij aangekaart en ongetwijfeld ook bij u, mijnheer de minister. Vanuit cd&v willen we die frustraties aanpakken om appartementsbewoners meer rechten, duidelijkheid en bescherming te bieden in hun contacten met syndici. Ik heb al verschillende wetsvoorstellen ingediend. Dit is er een van, en het werd dus gekoppeld aan voorliggend wetsontwerp, waarvoor dank.

 

Vandaag bestaat er geen centraal aanspreekpunt voor klachten over syndici. Klachten zijn verspreid over verschillende beroepsverenigingen. Syndici die niet professioneel werken, vallen zelfs nergens onder. Daardoor belanden veel zaken uiteindelijk bij de vrederechter. Dat moeten we toch wel vermijden. Op die manier hopen we ook om geschillen zonder dure procedures op te lossen.

 

Ik heb nog twee andere voorstellen ingediend. Ik kijk ernaar uit om daaraan samen met de collega’s verder te werken en een meerderheid te vinden, zodat we ook die voorstellen ter stemming kunnen voorleggen. Zo kunnen we de bescherming verbeteren voor die vier miljoen Belgen, en vooral zij die problemen ondervinden.

 

10.06  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega's, het voorliggende wetsontwerp houdt inderdaad een verbetering in met betrekking tot de werking van de Consumentenombudsdienst. De opsplitsing in kamers maakt het mogelijk om specialistischer te werken en dossiers met meer expertise te behandelen. Dat is een verbetering.

 

We zijn echter zeer kritisch over de gekozen weg met betrekking tot de financiering van die ombudsdienst, namelijk de weg waarbij de geviseerde onderneming verantwoordelijk is voor het betalen van 250 euro. No questions asked. Gewoon omdat een klant klacht indient bij de ombudsdienst, dient het bedrijf te betalen. Dat zorgt voor een onevenwicht in de procedure. Vooral in de manier waarop men ondernemers beschouwt kunnen wij ons niet vinden. De schuld wordt steeds bij de onderneming gelegd. Dat zal volgens mij niet helpen.

 

Die argumenten zijn in de commissie zeer uitvoerig besproken. Ik hield er echter aan om ook hier in plenum uit te leggen waarom mijn fractie tegen dit wetsontwerp zal stemmen.

 

10.07 Minister Rob Beenders: Geachte Kamerleden, dit wetsontwerp bewijst dat samenwerking met parlementsleden ervoor zorgt dat er alleen maar betere voorstellen in het Parlement worden ingediend.

 

Ik deel de bezorgdheden die de leden in de commissie en in de plenaire vergadering hebben geuit, namelijk dat het evenwicht bewaard moet blijven. Dit mag geen verhaal worden waarbij een ontevreden consument misbruik kan maken van een hervorming die net bedoeld is om een gelijk speelveld te creëren, ook voor ondernemers en lokale handelaars. Zij zijn zelf ook vragende partij om de cowboys uit het systeem te halen en mogen geen slachtoffer worden van een soort pestadministratie.

 

Volgens mij hebben we daarvan het bewijs al. De ombudsdiensten bestaan al jaren en doen hun werk uitzonderlijk goed. Ze tonen aan dat bemiddeling, verzoening en mensen samenbrengen tot een positief resultaat kunnen leiden. Het feit dat we nu een financieringsmodel invoeren dat misschien een beetje verschilt van dat van andere ombudsdiensten, hoeft niet te betekenen dat er plots pestklachten zullen ontstaan.

 

Ik begrijp die bezorgdheid van de lokale ondernemers. Ik heb ook goede afspraken met UNIZO gemaakt. Ik heb hen na de commissievergadering nog gezien. We gaan daar samen mee aan de slag.

 

De ombudsdienst zegt uiteraard hetzelfde. Het is logisch dat een klacht over een klein gaatje in een trui van 25 euro niet kan dienen om een bedrag van 250 euro te eisen van een lokale handelaar. Dat is niet de bedoeling van dit wetsontwerp en daarover zal ik heel hard waken. We zullen ook evaluatiemechanismen inbouwen. U hebt mijn woord. Ik denk ook dat het verleden en alle jaarrapporten van de ombudsdienst hebben bewezen dat de klachten die ze behandelen en waarvoor ze een oplossing proberen te vinden, daar thuishoren.

 

Mijnheer Coenegrachts, wat u zegt, hebben we in de commissie al bediscussieerd. Ik ben de eerste om toe te geven dat er goede en slechte consumenten zijn. Sommige consumenten maken misbruik van een systeem, omdat ze iets willen verkrijgen waarop ze misschien geen recht hebben. De eerlijkheid gebiedt ons ook te erkennen dat er bonafide en malafide ondernemers zijn. Het lijkt me dan ook niet meer dan logisch dat we de bedrijven die betrokken zijn bij een verzoenings- of bemiddelingsprocedure de rekening laten betalen. Iemand moet de ombudsdienst en die hervorming financieren, omdat dat wettelijk zo geregeld is en ook omdat alle andere ombudsdiensten integraal door de sector worden gefinancierd. We hadden het ook anders kunnen aanpakken. Moesten we de honderdduizenden lokale handelaars een factuurtje van 2,5 euro sturen om de jaarlijkse werkingskosten te betalen? Dat kan niet.

 

De discussie over de financiering hebben we dus gevoerd en ik denk dat we een goed evenwicht hebben gevonden. Ook dat zullen we evalueren, dat is niet meer dan logisch. We willen wel dat degenen die misbruik maken van een systeem en niet gebruikmaken van rechten waarop consumenten wel recht hebben, de kosten laten betalen van de ambtenaren die hun tijd in die bemiddeling steken. Dat moet niet door bonafide ondernemers worden betaald. Dat laatste veronderstelt immers dat lokale handelaars en ondernemers die elke dag keihard werken en het beste met hun consumenten voorhebben, moeten meebetalen voor ondernemers die bewust de boel oplichten en consumenten in de zak zetten. Dat zou niet eerlijk zijn.

 

Als u een betere manier wist om deze ombudsdienst te hervormen, waarom hebt u dat dan niet gedaan? Collega Bertrand is hier nu niet, maar toen zij staatssecretaris voor Consumentenbescherming was, heeft ze een aantal maanden voor de verkiezingen met grote trom verkondigd dat er een ombudsdienst zou komen voor de bouw omdat het toch zo schandalig was dat er malafide ondernemers waren in de bouw en dat zoveel slachtoffers in de kou bleven staan. Behalve die aankondiging is er niets gebeurd. U had dat kunnen uitgevoeren en hier ter stemming brengen. U had de pen vast en u kon een model voorstellen aan het Parlement waar u wel achter stond. Het is hypocriet om dan nu met het vingertje te wijzen en te zeggen dat het niet goed is. Ik heb met deze regering gedaan waar uw staatssecretaris niet in geslaagd is.

 

We moeten deze hervorming alle kansen geven en natuurlijk evalueren. Daar hebt u mijn woord.

 

Ik dank alle andere collega's voor hun steun. We leggen hier volgens mij iets voor waarmee we Justitie echt zullen ontlasten, waar we de consument tonen dat bemiddeling voor oplossingen kan zorgen, maar waar we ook de ondernemers het signaal geven dat we voor een gelijk speelveld zijn. Wanneer er ondernemers zijn die als cowboys het systeem verzieken, dan treden we op, dus ik zie hier een win-win-winverhaal in en die evaluaties zullen bijsturen waar het nog beter kan. U hebt mijn woord.

 

De voorzitter: Zijn er collega's die wensen te reageren?

 

10.08  Lieve Truyman (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord dat mij geruststelt.

 

U hebt onlangs nog samengezeten met de sector, wat positief is.

 

Wat betreft de uitvoering van het wetsontwerp, die accenten zullen nog gelegd worden en ik heb het volste vertrouwen in u. Het is goed dat die bezorgdheid vandaag werd geuit en dat u daarop een geruststellend antwoord hebt gegeven. We zullen dit uiteraard verder vanuit de commissie opvolgen.

 

10.09  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik was niet van plan om tussen te komen, maar de minister heeft mij toch getriggerd.

 

In zijn uitleg bevestigt hij precies waarom ik tegen deze maatregel ben. Hij zegt letterlijk dat als je bij de Consumentenombudsdienst terechtkomt met een ontvankelijk dossier, je per definitie een malafide ondernemer bent en 250 euro moet betalen ter bescherming van al die bonafide ondernemers die nooit voor de Consumentenombudsdienst worden gebracht. Dat is natuurlijk een heel verkeerde manier om te kijken naar buitengerechtelijke geschillenprocedures. Er zijn perfect bonafide ondernemers die een conflict hebben met een klant over de uitvoering van een werk en daardoor terechtkomen bij de Consumentenombudsdienst. Dat zijn niet altijd malafide ondernemers of cowboys, zoals de minister ze noemt. Dat kunnen ook perfect legitieme aannemers van goede wil zijn die een meningsverschil hebben met een klant. Het punt is dat je al die ondernemers over dezelfde kam scheert. Je zegt hen allemaal dat ze vooraf 250 euro moeten betalen. Dat voelt al aan als een schuldbekentenis, nog voor het begonnen is.

 

Aan de andere kant zegt de minister dat er ook malafide consumenten zijn, maar die blijven altijd buiten schot. Ben je een malafide consument en ga je naar de ombudsdienst om een onderneming onder druk te zetten, so be it. Daar zijn geen consequenties aan verbonden. Het blijft gewoon zoals het is.

 

Dat is het verschil dat hier wordt gemaakt tussen ondernemers en consumenten. Dat weerspiegelt een visie op ondernemers die ik absoluut niet kan delen en niet wil onderschrijven. Vandaar mijn tegenstem. Dank u wel.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

We vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1751/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) 1751)

 

Het opschrift in het Frans werd door de commissie gewijzigd in "projet de loi modifiant les livres I, XV et XVI du Code de droit économique."

L'intitulé a été modifié par la commission en "projet de loi modifiant les livres I, XV et XVI du Code de droit économique."

 

Het wetsontwerp telt 33 artikelen.

Le projet de loi compte 33 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 33 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 33 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

11 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische spoorwegen betreffende de modernisering van het personeelsbeheer van de Belgische Spoorwegen (II) (1601/1-5)

11 Projet de loi modifiant la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, en ce qui concerne la modernisation de la gestion du personnel  des Chemins de fer belges (II) (1601/1-5)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De rapporteur, mevrouw Britt Huybrechts, verwijst naar het schriftelijk verslag.

 

11.01  Dorien Cuylaerts (N-VA): Met het voorliggende wetsontwerp wordt het paritair overleg over de spoor-cao, die geldt voor het contractuele spoorpersoneel, in lijn gebracht met wat elders in het land reeds geldt. Dat is in geen geval een aanval op het personeel of de vakbonden, maar gewoon een broodnodige overstap naar een normaal sociaal overleg in het spoorwezen.

 

Ik wil eigenlijk niet in herhaling vallen waarom wij als N-VA-fractie dergelijke hervormingen al lang bepleit hebben en waarom het dan ook is opgenomen in het regeerakkoord, maar daarvoor wil ik graag integraal verwijzen naar mijn tussenkomst bij het eerste wetsontwerp rond de modernisering van het personeelsbeleid bij het spoor, dat we hier enkele maanden geleden al hebben goedgekeurd.

 

Het is gewoon van cruciaal belang dat de spoorbedrijven zich hier kunnen voorbereiden op de geliberaliseerde spoormarkt. Een marktconform HR-beleid is daarbij essentieel om de overlevingskansen van de NMBS in haar geliberaliseerde markt te waarborgen en om de maatschappelijke kosten bij de liberalisering onder controle te houden.

 

Onze fractie zal dit wetsontwerp dan ook met overtuiging steunen.

 

11.02  Frank Troosters (VB): Zoals al aangegeven, borduurt dit wetsontwerp inderdaad verder op een eerder wetsontwerp in verband met de modernisering van het personeelsbeheer van de spoorbedrijven dat we hier enige tijd geleden al hebben behandeld. Dit is deel twee. Eigenlijk gelden daarbij in grote lijnen dezelfde bedenkingen als wat het eerste deel betrof.

 

Die modernisering van het personeelsbeheer is namelijk absoluut noodzakelijk. In 2033 zullen we immers met geheel andere omstandigheden, een heel andere organisatie van de spoormarkt geconfronteerd worden. Het is dan ook belangrijk dat de spoorbedrijven daar dan vlot, snel en efficiënt op kunnen inspelen. De hervorming is dus absoluut nodig.

 

Er kunnen wel wat vragen gesteld worden bij de manier waarop een en ander wordt vormgegeven en nu eigenlijk wordt doorgedrukt. Daarbij kan wat voorbehoud worden gemaakt. Vandaar dat onze fractie, net zoals bij het eerste deel, zich ook hier zal onthouden.

 

11.03  Dimitri Legasse (PS): Je serai plus long, quant à moi, car j'aimerais que le ministre réentende ce qu'il me semble ne pas vouloir entendre.

 

Il est question de modernisation, certes, sur laquelle nous pourrions nous rejoindre sur certains points. Mais la privatisation ou la libéralisation du rail, pour reprendre le terme qu’il préfère, ne garantit en rien l’amélioration tant attendue par les navetteurs et les travailleurs. Ce n'est pas en libéralisant le rail qu'on va améliorer les conditions de travail des cheminots. Partout en Europe, la démonstration est faite et c'est un échec. Partout, on voit que les conditions de travail se détériorent, les trains sont plus souvent en retard et les problèmes se multiplient. Et surtout, on constate que cette fragmentation du réseau, cette ouverture à la concurrence – si chère aux yeux d'aucuns – fait exploser par ailleurs les coûts pour l'État.

 

Encore une fois, l'Arizona a choisi de mener une réforme qu'on peut qualifier d'idéologique. Dès lors, nous ne pouvons pas cautionner cette démarche en l'état. Aujourd'hui, monsieur le ministre, avec ce projet, cette deuxième partie de ce que vous appelez la modernisation de la gestion du personnel, vous poursuivez votre œuvre de destruction des services publics – je n'ai pas peur des mots.

 

Pour notre groupe, c'est une forme de mépris des travailleurs, de mépris aussi de la concertation sociale, même si nous ne serons pas d'accord sur ce sujet. Nous avons déjà beaucoup échangé et les syndicats vous l'ont dit; ils ont dénoncé l'affaiblissement des prérogatives de la Commission paritaire nationale, qui était bien paritaire. C'est ainsi une forme d'atteinte à l'autonomie de la Commission et de la négociation collective. C'est un risque de remise en question des droits acquis que cette intervention du législateur que vous nous proposez aujourd'hui.

 

Mais plus fondamentalement, le gouvernement s'immisce finalement directement, en quelque sorte, dans la négociation collective. Monsieur le ministre, contrairement à ce que vous pensez peut-être sincèrement, vous resterez le ministre qui prépare l'affaiblissement du rail, qui remet en cause la concertation sociale et qui diminue le droit des cheminots.

 

Et on se rappellera que c'est la vision des Engagés pour l'avenir des entreprises publiques.

 

Je vous remercie.

 

11.04  Farah Jacquet (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, avec ce deuxième projet de loi qui, selon vos termes, vise à moderniser le rail, et avec les dernières annonces du Conseil des ministres, une chose m'est apparue de plus en plus clairement: c'est que ce gouvernement a décidé d'accélérer l'ouverture à la concurrence du rail belge. Ce projet de loi, comme le précédent, nous donne un avant-goût de ce qui nous attend.

 

Je voudrais d'abord rappeler que cette libéralisation est un choix politique que vous faites; ce n'est pas une fatalité ni une obligation imposée par l'Europe. D'ailleurs, monsieur le ministre, on en a déjà discuté en commission; je sens bien que vos réponses sont souvent assez vagues à ce sujet et j'ai l'impression qu'on vous a quand même instillé un léger doute. Je suis constructive: je vous conseille d'aller voir sur YouTube la chaîne "Fakto", où vous trouverez une vidéo expliquant pourquoi la libéralisation est une mauvaise chose.

 

Pour revenir au projet de loi, le cadre européen permet toujours, sous certaines conditions, l'attribution directe de services publics. C'est d'ailleurs une possibilité qui figurait dans l'accord de gouvernement. Mais force est de constater qu'aujourd'hui vous avez fait votre choix, et ce n'est pas celui de renforcer le service public. Vous avez choisi la mise en concurrence. Je le répète, cette orientation risque de se faire au détriment de trois acteurs: d'abord les usagers et les cheminots, et ensuite la collectivité.

 

Les usagers, tout d'abord, seront lésés parce que l'ouverture à la concurrence ne garantit absolument pas que les billets de train seront moins coûteux. Au demeurant, partout ailleurs, l'on constate des hausses tarifaires, principalement pour l'offre ferroviaire en France. J'en viens aux cheminots: derrière les promesses de compétitivité se cache souvent une même logique selon laquelle on demande encore plus de flexibilité, en exerçant une pression sur les effectifs, les salaires et les conditions de travail. Enfin, la collectivité en subira les conséquences parce que la concurrence ne signifie pas que les subsides publics disparaîtront. Dans plusieurs pays, les pouvoirs publics continuent de financer généreusement les opérateurs privés, sans que soit garanti le maintien de lignes moins rentables.

 

Dans le fond, votre logique consiste à soumettre à la concurrence un service qui devrait, avant tout, répondre aux besoins de la population. Et puis, il faut le dire, derrière le mot "modernisation", c'est une nouvelle étape dans la flexibilisation des conditions de travail que vous êtes en train d'organiser. En mai dernier, vous aviez voté un premier texte qui s'attaquait au statut des cheminots et qui réduisait la place des syndicats dans la concertation sociale. À présent, au moyen de ce deuxième projet, vous vous en prenez aux droits des travailleurs contractuels. Vous voulez préparer le rail à la concurrence et vous souhaitez un cadre de travail plus flexible dans lequel les droits et les conditions de travail peuvent être plus facilement remis en question.

 

Concrètement, avec votre projet, vous entendez faciliter la remise en cause des accords qui protègent les cheminots. Je pense notamment à la convention collective de travail 0, pour parler techniquement, qui fixe les droits de base des travailleurs contractuels du rail. Aujourd'hui, il faut une majorité des deux tiers pour mettre fin à cet accord. Avec votre réforme, 50 % suffiront.

 

C'est certes mieux que la première version, qui permettait à la direction de HR Rail de prendre la décision toute seule, mais cela reste quand même un recul. Derrière ce changement, c'est l'équilibre entre la direction et les syndicats que vous êtes en train de modifier.

 

En facilitant la remise en cause des accords qui existent, vous donnez plus de pouvoir à la direction, vous mettez les syndicats sous pression pour négocier des nouveaux accords, qui seront potentiellement moins favorables aux travailleurs. C'est un risque réel, puisque la direction a déjà annoncé qu'elle voulait mettre en place une nouvelle CCT dès l'année prochaine.

 

Vous imposez aussi de nouvelles règles pour les futurs accords, notamment sur leur durée et les conditions pour y mettre fin, au risque de rendre les protections des travailleurs moins stables. Le dialogue social dans les chemins de fer belge a pourtant déjà fait ses preuves, depuis des années. Il a permis de protéger les travailleurs et garantissait en même temps une stabilité du secteur et une qualité du service public. J'insiste là-dessus. Alors, pourquoi vouloir fragiliser ce système-là?

 

Vous dites que c'est de la modernisation, mais moi, je vois surtout une volonté de préparer le rail à la concurrence en affaiblissant progressivement les droits et les protections de l'ensemble des cheminots. Pour nous, c’est évidemment inacceptable.

 

Tout cela arrive à un moment où on devrait, au contraire, mobiliser toutes nos forces pour renforcer le service public ferroviaire. Je vous le demande: en quoi la libéralisation va-t-elle répondre aux besoins des citoyens? En quoi l'ouverture à la concurrence va-t-elle encourager les travailleurs à délaisser leur voiture au profit du train pour aller travailler? Que pensez-vous qu’ils feront quand les opérateurs privés ne desserviront plus les lignes non rentables? C'est en totale contradiction avec l'urgence écologique.

 

Ensuite, en quoi l'ouverture à la concurrence diminuera-t-elle le coût de nos transports en commun pour les travailleurs, pour les jeunes, pour les seniors?

 

Le prix des carburants explose et, plus que jamais, nous avons besoin d'alternatives moins chères pour nous déplacer.

 

Avec la libéralisation et la soif de profit des entreprises privées, nous savons que le prix des billets augmentera. Il suffit de regarder ce qui s'est passé avec les trains régionaux en France. Nous avons donc besoin d'investir dans les trains, dans les infrastructures, dans les gares et dans le personnel, et non d'organiser une concurrence qui risque, en réalité, de fragiliser davantage le service public ainsi que les conditions de travail.

 

Pour le PTB, les cheminots ne doivent pas payer le prix de votre politique de libéralisation, pas plus que les usagers. C'est pourquoi nous voterons contre ce projet de loi.

 

Je vous remercie.

 

11.05  Serge Hiligsmann (Les Engagés): Monsieur le ministre, chers collègues, comme nous l'avons fait lors de la première étape de cette réforme, nous soutenons aujourd'hui également ce deuxième volet de la modernisation des ressources humaines au sein des services publics du rail.

 

Il est important de rappeler que ce projet ne supprime pas la convention collective de travail n° 0 (dite "CCT 0") et ne remet pas en cause les droits acquis des travailleurs. Il vise avant tout à apporter davantage de sécurité juridique et à éviter qu'une convention conclue pour une durée indéterminée, sans mécanisme d'évolution, ne devienne impossible à adapter aux réalités de demain.

 

Monsieur le ministre, le Conseil d'État a demandé des garanties, et vous les avez intégrées. D'une part, la possibilité de dénoncer la CCT n° 0 n'est plus réservée au seul conseil d'administration de HR Rail. Elle peut également être exercée par les représentants syndicaux, selon les mêmes conditions strictes. D'autre part, le maintien des droits individuels intégrés dans les contrats de travail est désormais explicitement garanti.

 

Il faut aussi rappeler que la dénonciation ne constitue pas l'objectif de cette réforme. Il ne faut pas partir du principe que le blocage constitue la norme. Ce n'est pas parce qu'un mécanisme de dénonciation de la CCT n° 0 est prévu qu'il sera systématiquement utilisé. La priorité demeure la négociation et la conclusion d'un accord. Ce n'est qu'en cas d'absence d'une nouvelle convention collective – après plusieurs mois de concertation et de préavis – qu'un tel mécanisme pourrait être envisagé. Nous sommes donc face à une solution de dernier recours, équilibrée et encadrée.

 

Moderniser le rail public, ce n'est donc ni le privatiser ni l'affaiblir.

 

C'est lui donner les moyens de ses ambitions pour qu'il reste attractif, performant et capable de relever les défis d'un secteur en évolution. C'est aussi permettre à la concertation sociale de rester un outil de progrès plutôt qu'un facteur d'immobilisme.

 

Pour toutes ces raisons, monsieur le ministre, chers collègues, notre groupe soutiendra ce projet de loi.

 

Je vous remercie.

 

11.06  Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega's, mijnheer de minister, onze groene fractie wil dat iedereen zich vlot, veilig en betaalbaar kan verplaatsen. Wat ons betreft, heeft de trein daarin een cruciale rol. Zeker wanneer de prijzen aan de pomp de pan uitrijzen, moeten we nog meer inzetten op betrouwbaar, betaalbaar en comfortabel openbaar vervoer. Dat is absoluut onze overtuiging. Elke pendelaar die kiest voor een trein, helpt meteen om het fileprobleem aan te pakken en levert ook zijn bijdrage in de strijd tegen de klimaatopwarming.

 

Daarom zijn wij uiteraard voor een moderne en aantrekkelijke spooronderneming. Zij moet de reiziger centraal stellen, door meer en stiptere treinen en genoeg en gemotiveerde medewerkers. Bij dit wetsontwerp en bij het wetsontwerp van vorig jaar stel ik mij ernstige vragen. Ze zijn telkens bedoeld om het sociaal overleg moeilijker te maken, om de vertegenwoordiging van de werknemers minder instrumenten te geven, terwijl men aan werkgeverszijde meer instrumenten krijgt. Dan is de vraag waarom dit telkens in die richting gaat. Het heeft misschien iets te maken  met uw eigen trackrecord.

 

Mijnheer de minister, u hebt als minister van Mobiliteit al een kampioenstitel behaald, met meer dan 30 stakingsdagen. Die stakingsdagen van het spoorpersoneel waren niet gericht tegen de NMBS, Infrabel of de werkgevers van de spoorwerknemers. Neen, ze waren gericht tegen uw beleid en dat van uw hele regering, aangezien er plots voorstellen komen om het sociaal overleg aan werknemerszijde te ondergraven.

 

Ik stel mij daar vragen bij. Wij zijn niet de enigen die daar vragen bij hebben, dat geldt ook voor andere oppositiepartijen en evenzeer voor de sociale partners en de vakbonden.

 

Misschien is dat het spelletje tussen meerderheid en oppositie, zou men dan kunnen denken, maar dan is het tijd om naar de scheidsrechter te kijken. Voor mij is de Raad van State een goede scheidsrechter. Over het vorige wetsontwerp zeggen zij dat het een aanzienlijke achteruitgang van de bescherming van het recht op collectief onderhandelen is, dat nochtans in onze Grondwet gewaarborgd is. Over dit wetsontwerp heeft de Raad van State opnieuw een negatief advies uitgebracht, met fundamentele opmerkingen over het sociaal overleg. Dan heeft de scheidsrechter hier wat mij betreft gesproken. Ik begrijp de Raad van State hierin ook absoluut. De collectieve overeenkomst aanpassen is niet niks. Dat is geen fait divers, geen administratief documentje, maar de basis van het collectieve afsprakenkader tussen de werkgevers en het spoorpersoneel. De werknemerszijde wordt hier gebypasst en de werkgever krijgt extra middelen om zijn zin op korte of lange termijn door te drijven.

 

Mijnheer de minister, u kiest voor flexibilisering en liberalisering. Wij kiezen vooral voor een betere dienstverlening, een betere arbeidskwaliteit en meer sociaal overleg, sterk sociaal overleg. Dat is niet wat u hier voorlegt. Wij willen stiptere treinen, meer treinverbindingen, goedkopere treintickets en de treinreiziger opnieuw centraal stellen. Dit wetsontwerp, net als het vorige wetsontwerp, draagt daar niet toe bij. Wij zullen dit wetsontwerp dan ook niet steunen. We kijken wel uit naar een wetsontwerp dat wél kiest voor een betere dienstverlening aan de reiziger. Dat hebben we hier helaas nog niet gezien. Wie weet, volgende keer.

 

11.07  Irina De Knop (Anders.): Collega's, met dit wetsontwerp zetten we een volgende stap in de modernisering van onze spoorwegen. Eerder dit jaar keurden we hier al een eerste belangrijke hervorming goed, waarmee een einde werd gemaakt aan de statutaire aanwerving van spoorpersoneel. Ook werd een mechanisme ingevoerd om blokkeringen binnen de Nationale Paritaire Commissie te doorbreken.

 

Ik begrijp dat we met dit ontwerp nu een stap verder gaan door ook de regels voor collectieve overeenkomsten voor contractueel personeel in lijn te brengen met die van de private sector. Voor onze fractie zijn dat zeker noodzakelijke hervormingen, die we ook zullen steunen. Vanaf 2033 moet de NMBS immers klaar zijn om de concurrentie met andere spoorwegoperatoren aan te gaan. Als we verwachten dat de NMBS straks in concurrentie treedt met andere ondernemingen, dan moeten wij haar natuurlijk ook de mogelijkheden daartoe geven. Dat betekent inderdaad een modern personeelsbeleid en mogelijkheden om de werking van de onderneming aan te passen aan die veranderende omstandigheden.

 

Als het echter gaat over de liberalisering van het spoor, maken we ons wel wat zorgen. Terwijl de regering bezig is de NMBS voor te bereiden op die liberalisering, blijft het vandaag zeer onduidelijk hoe die er concreet zal uitzien. Er zijn al een aantal principes voor een gefaseerde marktopening in de ministerraad vastgelegd, maar we hebben geen concreet tijdschema. We weten niet welke spoorverbindingen zullen worden aanbesteed en op welke schaal. Het zijn allemaal vragen waarop er vandaag geen antwoord is. Het is nog erger. De regering heeft nu al beslist om ook na 2032 nog rechtstreeks een deel van de openbare dienstverlening aan de NMBS toe te kennen, zonder dat andere operatoren kunnen meedingen. Dat is een monopolie dat in stand wordt gehouden. Hoe groot dat monopolie zal blijven, is vooralsnog niet duidelijk. Dat vinden wij een bijzonder vreemd uitgangspunt. Het gaat helemaal in tegen de intenties van een verdere liberalisering.

 

Zoals gezegd gaan we er wel mee akkoord dat het personeelsbeleid wordt hervormd om de NMBS klaar te maken voor de concurrentie. Tegelijk stellen we vast dat nu al de mogelijkheid wordt ingebouwd om een deel van die concurrentie uit te stellen.

 

We hadden graag een verdere liberalisering gezien. We zijn er immers van overtuigd dat concurrentie zal leiden tot een betere dienstverlening voor de reiziger, meer efficiëntie en een beter gebruik van ons belastinggeld.

 

We hebben dan ook een duidelijke oproep aan u, mijnheer de minister: maak eindelijk werk van een concreet plan voor de liberalisering van het personenvervoer per spoor.

 

11.08  Jean-Luc Crucke, ministre: Chers collègues, ce projet a fait l'objet de nombreuses discussions au sein de la commission et je remercie l'ensemble des collègues – de la majorité ou de l'opposition – pour leurs interventions et leurs propos.

 

Il est clair que nous avons des divergences quant à la manière dont doivent évoluer la SNCB, Infrabel et HR Rail, mais je pense que ces débats se sont toujours déroulés dans le respect mutuel. La démocratie permet ces différences de vue. Cependant, elle permet aussi d'écouter et d'entendre des observations qui, comme je l'ai déjà dit, ne me paraissent pas toujours fondées.

 

Ne confondons pas tout! La libéralisation, qui constitue une obligation européenne, n'est pas ce qui est traité dans ce texte. Comme l'indique l'intitulé du projet de loi, ce deuxième texte – oserais-je dire – concerne la modernisation du rail. Si la libéralisation est une obligation, la modernisation du rail est une nécessité.

 

En d'autres termes, et pour vous livrer une conviction plus personnelle, même sans libéralisation du rail, cette évolution de la structure et de la concertation sociale au sein du rail était nécessaire. C'est de cela qu'il est question aujourd'hui. Je ne doute pas que nous reprendrons le débat sur la libéralisation, auquel nombre d'entre vous attachent de l'importance, et sur lequel les divergences persisteront sans doute.

 

Mais aujourd'hui, nous parlons bien de modernisation et de la convention collective qui régit les relations au sein du monde ferroviaire, au sein de la famille du rail. Sur ce point, nous avons deux visions très différentes. L'une est-elle meilleure que l'autre? Chacun estimera évidemment que la sienne est la plus pertinente. Cependant, ce n'est pas ce qui compte; il ne s'agit pas de savoir qui a raison ou qui a tort.

 

Nous avions une convention collective conclue pour une durée indéterminée et qui ne pouvait pas être dénoncée.

 

Mais qu’est-ce d’autre, sinon une forme de conservatisme, qui risque de conduire à l’immobilisme? Quand j'entends parfois certains qui veulent avoir des actions plus progressistes défendre ce modèle-là, je me demande vraiment si on défend ce dont le rail a besoin. Libéralisation ou pas, c'est cette possibilité de pouvoir affronter la concurrence qui, à un moment donné, sera obligatoire. Et l'autre modèle, c'est un modèle plus évolutif, un modèle plus progressiste, un modèle négocié. La négociation se retrouve dans toutes les strates de ce dossier.

 

Et donc, soit on ne touche à rien et, en ne touchant à rien, c'est la rue qui décide, et si ce n'est pas la rue, ce sont les obligations économiques qui vont faire en sorte qu'effectivement les prix de la SNCB et du rail augmenteront. Soit on crée un système, un cadre. Ce n'est pas le Parlement qui va le remplir, ni le ministre non plus. On crée un cadre dans lequel il y a des règles qui, certes, ont évolué entre le premier débat en commission, ou plutôt en première lecture au gouvernement, et le texte qui a été proposé en commission. Pourquoi a-t-il évolué? Pour répondre au Conseil d'État. Ne nous critiquez pas en disant que nous ne tenons pas compte de ce qui est dit au Conseil d'État, alors qu'on y a répondu et qu'on a fait évoluer le texte pour, justement, qu'il puisse être tenu compte d'un certain nombre de mécanismes qui renforcent l'équilibre.

 

Cela a été dit avec nuance par certains d'entre vous; ce n'est plus une entreprise – HR Rail pour ne pas la citer – qui peut décider, même si c'est son objet social, de mettre fin à cette convention collective. Il y a une parfaite équité entre le banc patronal et le banc syndical. Il faut qu'il y ait unanimité sur ces bancs pour pouvoir faire évoluer cela.

 

Et même lorsqu'on dénonce, on donne des garanties qui sont des garanties dans le délai de négociation, des garanties en termes de justice sociale.

 

Je pense qu'avec ce texte, on permet réellement au rail de prendre ses responsabilités, et en même temps, de considérer qu'il est le partenaire de l'évolution de ces sociétés ferroviaires. Demain, elles devront faire en sorte que, sur un plan durable également, il y ait plus de transport public, plus de service public, et des transports – publics ou privés – accessibles pour les uns et les autres. Ce que je veux, c'est que ce service, pour affronter cette concurrence-là, soit le mieux armé. C'est ce que ce texte vous propose.

 

Ik denk dat ik het al in de commissie heb gezegd, maar ik wil het graag herhalen in plenum: we willen sterke openbare spoorwegen, ondernemingen die in staat zijn hun taken duurzaam uit te voeren, we willen een sociaal kader dat beschermt, en we willen echte collectieve onderhandelingen. Op dit moment bestaan die onderhandelingen niet. Ze zijn zelfs niet mogelijk. Tegelijk willen we dat het kader kan evolueren wanneer de omstandigheden dat vereisen.

 

Ik durf te stellen dat de goedkeuring van deze tekst niet betekent dat we het sociaal model van de spoorwegen zouden verzwakken. We zorgen er integendeel voor dat het een sterk model blijft, zonder dat het immobiel wordt. Onderhandelingen blijven centraal, zonder dat ze de dienstverlening blokkeren. Dat was tot nu toe wel het geval. U had het over een staking van 26 dagen. Welnu, de oude regeling was precies een van de oorzaken van de blokkering. Daarom moeten we vandaag zeker het wetsontwerp goedkeuren. We houden de onderhandelingen dus centraal in het systeem. We beschermen de individuele rechten en bieden tegelijkertijd ruimte voor de ontwikkeling van het collectieve kader.

 

In het politieke leven verdedigen alsmaar meer mensen dat de beste maatregel om iets te veranderen, erin bestaat om niets te veranderen. Dat is niet mijn mening en evenmin die van de regering. Omdat wij kansen, ook op sociaal vlak, willen geven aan onze spoorwegen, alle personeelsleden en alle gebruikers van die diensten, is dit wetsontwerp de juiste keuze. Daar ben ik vandaag meer dan ooit van overtuigd.

 

11.09  Farah Jacquet (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je vous ai écouté attentivement. Il est certain que nous aurons encore des débats à ce sujet. Je vous le promets.

 

Comment allez-vous gérer un réseau émietté, alors qu’un train sur trois passe par la jonction Nord-Midi et que cela nécessite une coordination minutieuse. Vous dites: "Soit on ne fait rien, soit on impose un cadre libéralisé." Nous ne demandons pas de ne rien faire, monsieur le ministre, là n'est pas notre propos.

 

Nous, nous défendons des structures publiques intégrées où la gestion de l’infrastructure et celle du transport ne font qu’un. C’est à la fois plus efficace et moins coûteux. Ensuite, nous voulons une vision pour notre rail: il faut s’assurer que les horaires et l’offre correspondent aux besoins des usagers. Et surtout, nous voulons des investissements, parce que le rail constitue l’une des solutions face à l’urgence climatique, d'autant plus au vu de la flambée du prix des carburants.

 

Vous affirmez vouloir développer les transports publics – vous venez encore de le dire –, mais je ne crois pas que ce projet de loi permette d'évoluer en ce sens. Je pense, au contraire, que vous suivez une ligne claire qui consiste à vider les services publics de leur substance pour pouvoir dire, par la suite, que le modèle ne fonctionne pas. Telle est votre ligne.

 

Nous aurons l’occasion d’en reparler en commission. Je vous remercie.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1601/5)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1601/5)

 

Het opschrift in het Nederlands werd door de commissie gewijzigd in "wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen betreffende de modernisering van het personeelsbeheer van de Belgische Spoorwegen (II)."

L'intitulé en néerlandais a été modifié par la commission en "wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen betreffende de modernisering van het personeelsbeheer van de Belgische Spoorwegen (II)."

 

Het wetsontwerp telt 2 artikelen.

Le projet de loi compte 2 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 en 2 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

Interpellaties

Interpellations

 

12 Samengevoegde interpellaties van

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De visa voor de Gazaanse studenten" (56000320I)

- Khalil Aouasti aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het uitreiken van visa aan Gazaanse studenten" (56000323I)

- François De Smet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De regeringsbeslissing om dertien Gazaanse beursstudenten en onderzoekers niet op te vangen" (56000324I)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De studenten uit Gaza" (56000326I)

- Nabil Boukili aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De studenten en gezinnen die vastzitten in Gaza" (56000328I)

12 Interpellations jointes de

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les visas pour les étudiants de Gaza" (56000320I)

- Khalil Aouasti à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'octroi de visas à des étudiants de Gaza" (56000323I)

- François De Smet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La renonciation du gouvernement à l'accueil des treize étudiants et chercheurs boursiers gazaouis" (56000324I)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les étudiants de Gaza" (56000326I)

- Nabil Boukili à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les étudiants et familles bloqués à Gaza" (56000328I)

 

12.01  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, certains dossiers révèlent les priorités d'un gouvernement. D'autres témoignent de son absence totale de boussole morale. Celui des 13 étudiants et chercheurs palestiniens bloqués à Gaza relève de la seconde catégorie.

 

Ces 13 personnes ont obtenu une bourse pour venir étudier dans nos universités, poursuivre leurs recherches et construire leur avenir. Elles ont fait ce que ce gouvernement prétend encourager: étudier, travailler, se former, contribuer à la société. Elles ont été sélectionnées par des institutions universitaires sur base d'un projet académique, et ont reçu une promesse d'avenir. Pour la plupart, elles ont obtenu un visa. Or, aujourd'hui, ces 13 personnes sont toujours bloquées à Gaza sous les bombes israéliennes.

 

Pendant ce temps, ici, on négocie des visas contre des expulsions. On négocie leur avenir et leur vie contre des résultats en matière migratoire. Et puis, que faites-vous à la fin? Vous abandonnez. Voilà donc ce que vaut la parole de la Belgique: plus grand-chose.

 

Monsieur le ministre, comment en est-on arrivé là? Comment ce gouvernement peut-il regarder ces jeunes dans les yeux et leur expliquer que leur avenir a été compromis par des négociations politiques de bas étage? Ces personnes qui voulaient préparer leurs examens, étudier et échanger avec des chercheurs de nos universités se demandent à présent si elles pourront rester en vie à Gaza.

 

Je voudrais que, dans cet hémicycle, nous prenions un instant pour mesurer ce que cela signifie. Nous sommes ici en sécurité. Nous pouvons débattre, nous opposer, parfois avec véhémence; mais, après cette séance, nous pourrons rentrer chez nous en sécurité. Eux et elles vivent une réalité dans laquelle la sécurité la plus élémentaire n'est pas garantie. Ils ne savent pas ce que sera demain puisqu'un génocide est en cours.

 

Je voudrais parler un instant du MR – ou le parti fier d'être indécent. D'après les informations rendues publiques par vos soins, monsieur Prévot, un compromis aurait été trouvé avec la ministre de l'Asile et de la Migration Anneleen Van Bossuyt. Ce compromis aurait reçu le soutien de quatre des cinq partis de la coalition – quatre sur cinq!

 

Mais le MR aurait refusé de le soutenir en exigeant des résultats concrets supplémentaires en matière migratoire. Des résultats supplémentaires concrets en matière migratoire! Le MR a considéré que ce qui était proposé ne suffisait pas, qu'il fallait obtenir davantage.

 

Mais davantage de quoi, en fait? Davantage de garanties sur des expulsions. Davantage de concessions sur des personnes en grande précarité. Pourquoi faudrait-il que des jeunes qui ont obtenu une bourse, et pour certains un visa, deviennent les otages d'un bras de fer entre partis de la majorité? Parce que c'est littéralement ce qu'ils sont: des otages de marchandages politiques.

 

Et surtout, depuis quand la politique migratoire autorise-t-elle à suspendre toute considération humaine? Le MR veut nous faire croire qu'il défend la responsabilité, la rigueur, le sérieux, la maîtrise des flux migratoires. Mais quelle responsabilité y a-t-il à laisser des étudiants dans une situation de danger? On ne leur laisse même pas la possibilité d'obtenir un visa, en les bloquant même quand un visa a été obtenu. Ce n'est pas de la fermeté. C'est une politique de l'obstruction; et c'est une politique de la honte.

 

Mais le MR n'est pas le seul responsable de ce désastre. La N-VA, et en particulier sa ministre Van Bossuyt, porte également une responsabilité dans cette affaire. Souvenons-nous de ce qui nous a été rapporté. Pour accepter l'octroi des visas, la ministre aurait réclamé la mise en place d'une task force destinée à améliorer l'efficacité du retour des personnes, notamment afghanes, en séjour irrégulier. Cela signifie renvoyer des gens crever la gueule ouverte sous les griffes des talibans, contre une solution pour des étudiants palestiniens. C'est le mécanisme qui était demandé. D'un côté, des personnes dont la vie est en danger et qui ont une possibilité concrète de venir étudier chez nous; et de l'autre, une exigence de concession sur une politique migratoire de renvoi de gens vers un régime qui, je le rappelle, vient de dépénaliser le viol et le mariage des petites filles.

 

La question ici n'est pas de savoir si un gouvernement peut débattre de sa politique migratoire. Bien sûr qu'un gouvernement le peut. La question est de savoir si on peut décemment utiliser la détresse des personnes menacées pour arracher des concessions politiques dans un autre dossier. La réponse est claire pour nous: c'est non. Les droits fondamentaux ne sont pas une monnaie d'échange; parce que pendant que votre gouvernement négocie, la situation à Gaza n'attend pas.

 

Israël ne suspend pas ses frappes le temps que le gouvernement belge trouve un compromis. Les familles ne peuvent pas mettre leur angoisse sur pause et le génocide continue de faire rage.

 

Je voudrais également m'adresser aux Engagés et à vous tout particulièrement, monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur Prévot. Monsieur le ministre, vous avez publiquement dénoncé ce blocage. Vous avez parlé, je vous cite, d'une situation "humainement scandaleuse". Vous avez expliqué que l'avenir de ces 13 jeunes ne pouvait pas servir de monnaie d'échange dans des négociations migratoires. Sur ce point, nous sommes pleinement d'accord. Oui, leur avenir ne peut pas être une monnaie d'échange. Oui, il est absolument scandaleux que ce dossier soit pris en otage. Oui, il fallait trouver une solution.

 

Monsieur le ministre, pourquoi dénoncer le chantage si, au bout du compte, les personnes concernées restent bloquées? À quoi bon dire qu'une situation est inacceptable si l'on n'arrive pas à y mettre fin? À quoi bon affirmer que la dignité humaine est une priorité si cette priorité disparaît dès qu'elle entre en collision avec les exigences des partenaires de coalition?

 

Monsieur le ministre, vous n'êtes pas un simple ministre. Vous êtes membre de ce gouvernement et même vice-premier ministre. Vous ne pouvez donc pas vous contenter de commenter l'échec de votre propre gouvernement comme si vous en étiez un simple observateur. Vous avez une responsabilité politique. Et cette responsabilité ne disparaît pas parce que le MR a bloqué un compromis. Elle ne disparaît pas davantage parce que la N-VA a posé ses conditions. Elle ne disparaît pas non plus parce que vous avez estimé, à un moment donné, avoir fait suffisamment de concessions. Votre responsabilité consiste à chercher une issue, à trouver une solution et à maintenir la pression. Je ne prétends pas, même si vous avez beaucoup de talent, que vous disposez de tous les pouvoirs. Je vous demande simplement d'assumer ceux que vous avez.

 

Si même un ministre des Affaires étrangères, si même un vice-premier ministre, reconnaît publiquement l'injustice d'une situation sans parvenir à la résoudre, que reste-t-il de la promesse d'humanisme des Engagés au sein de cette majorité? Car Les Engagés ne peuvent pas, d'un côté, dénoncer le chantage et, de l'autre, continuer à participer à un gouvernement dont les arbitrages conduisent à l'échec de cette solution, sans en tirer les conséquences politiques. À un moment donné, il faut choisir entre la communication et l'action, entre l'indignation et la responsabilité. Force est de constater que nous attendons toujours que ce choix soit posé.

 

Il y a enfin un autre point sur lequel nous exigeons des réponses claires. Ce dossier ne concerne pas uniquement les 13 étudiants et chercheurs. Il concerne également l'absence de perspective d'évacuation pour les Palestiniens de Gaza qui disposent déjà d'un visa belge et cherchent à rejoindre la Belgique, notamment dans le cadre du regroupement familial. Nous parlons de personnes qui ont des proches ici, de familles qui attendent de pouvoir être réunies. Il serait question d'environ 1 500 Palestiniens concernés par cette situation. Je souhaiterais dès lors savoir combien de personnes sont effectivement concernées, combien disposent d'un visa valide et quelles possibilités concrètes de départ existent aujourd'hui.

 

Nous savons que les évacuations depuis Gaza sont extrêmement complexes et qu'elles dépendent de conditions de sécurité et de possibilités qui dépassent parfois la Belgique. Nous ne demandons donc pas au gouvernement de promettre l'impossible. Nous lui demandons juste de faire tout ce qui est en son pouvoir pour mobiliser les canaux diplomatiques nécessaires, préparer les opérations possibles et communiquer clairement sur ce qui peut être fait. Quand des personnes ont obtenu une autorisation de venir en Belgique, nous devons pouvoir les accueillir.

 

Le MR accuse les autres partis de ne pas avoir accepté ses exigences, la N-VA défend sa ligne migratoire, Les Engagés dénoncent le blocage, et pendant ce temps, les étudiants, eux, restent sous les bombes. Les familles sont épuisées, décimées, bombardées. Les universités belges, elles, sont consternées.

 

Monsieur le ministre, le gouvernement entend-il toujours permettre aux 13 étudiants et chercheurs boursiers de rejoindre la Belgique ou bien avez-vous totalement abandonné la partie? Nous demandons également une clarification concernant les Palestiniens titulaires d'un visa.

 

Je voudrais terminer en disant que, dans cet hémicycle, nous entendons souvent des discours sur le mérite, l'effort, la responsabilité individuelle et la nécessité de saisir les opportunités. Ces 13 jeunes ont rempli tous ces critères. Ils ont saisi cette opportunité, ils ont étudié, ils ont travaillé, ils ont obtenu une bourse et ont été sélectionnés pour poursuivre leur parcours dans une université. Ils ont fait tout cela dans un contexte où les écoles sont bombardées, où les universités sont explosées, où les professeurs sont tués, où les étudiants sont assassinés et où la famine est organisée, bref, dans un contexte de génocide. Ces étudiants ont fait leur part, mais la Belgique qui n'a pas fait la sienne.

 

Monsieur le ministre, vous avez déclaré que leur avenir ne pouvait pas servir de monnaie d'échange. Nous vous prenons donc au mot. Prouvez-le-nous! À tous ceux qui ont bloqué cette solution, je rappelle que vous pouvez gagner une négociation au kern, et que vous pouvez imposer une ligne politique, mais vous ne pourrez jamais effacer ce que cette décision signifie pour ces étudiants Ces 13 personnes attendaient une chance de construire leur avenir mais ce gouvernement leur a répondu par un échec.

 

Et cet échec n'est pas une fatalité. Vous pouvez encore le corriger, notamment en soutenant la motion que je dépose avec ma collègue Meyrem Almaci. Il y aura également une session de rattrapage pour les plus hésitants ou les plus distraits, puisque nous déposons également une proposition de résolution visant à permettre à ces étudiants de rejoindre la Belgique.

 

Une autre voie est possible. Nous savons qu'une majorité est possible dans ce Parlement, puisque quatre partis de la coalition sur cinq avaient validé l'arrivée de ces étudiants gazaouis. Je pense qu'avec d'autres partis de l'opposition, une majorité existe également pour soutenir leur venue. Chers collègues, vous aurez l'occasion de vous prononcer.

 

Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre.

 

12.02  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, quel désaveu! Depuis quelques jours c'est officiel: les 13 étudiants, les 13 chercheurs de Gaza ne viendront pas étudier et se former en Belgique. Ils ne demandaient qu'une seule chose: étudier, se perfectionner, et retourner en Palestine pour contribuer à sa reconstruction. Monsieur le vice-premier ministre, une fissure s'ajoute à notre humanité qui était déjà blessée. On ne pourra pas vous reprocher de ne pas avoir essayé, mais vos partenaires, qui sont aussi vos adversaires, sont coriaces. On aura un regret, celui de vous avoir vu renoncer.

 

Lors de ma dernière interpellation, ici même, j'avais rappelé l'importance d'aider les Gazaouis à étudier dans la dignité, car ce sont ceux-là même qui devront reconstruire leur pays et soigner ses plaies et celles de son peuple. Nous aurions pu rendre service à la Palestine. Au lieu de cela, nous contemplons ses ruines avec effroi. Accueillir et former, n'était-ce pas là un effort minimal à demander à la Belgique? Honorer son engagement vis-à-vis de ces 13 personnes dont le seul désir était d'étudier, qui s'étaient engagées elles-mêmes à ne rester que le temps d'apprendre, n'était-ce pas là une exigence?

 

Monsieur le ministre, je vous le dis: cette affaire signe les excès de l'air du temps. Clamer partout, clamer tout le temps que l'on participe à la politique migratoire la plus dure et la plus ferme d'Europe a pour résultat unique que ce qui devait constituer une simple procédure administrative devient un symbole pour les réactionnaires. Et ce symbole a aujourd'hui plus de valeur que la dignité humaine, que la liberté académique ou simplement que la paix.

 

Ce dossier marque aussi une différence fondamentale avec vos partenaires: comme je vous le disais, au gouvernement, un seul "non" suffit. Ce dossier le démontre. Pourquoi alors, dans tous les dossiers touchant à l'asile et à la migration, ne pas avoir dit une seule fois "non"?

 

Monsieur le ministre, cette décision est aussi politique. Elle est symbolique avec d'autres qui ont été prises ces derniers mois. Elle constitue un message fort à tous les peuples qui subissent la violence de la guerre, de la faim, des changements climatiques: vous leur dites simplement mais puissamment: "la Belgique ne sera jamais plus au rendez-vous".

 

Regardons la Palestine. Aujourd'hui, à plus de 1 850 autres personnes, vous avez donné un espoir sans jamais honorer vos engagements. Je parle de ces familles qui attendent d'être réunies sur notre sol, de ces femmes et hommes qui possèdent un visa mais ne peuvent rejoindre le territoire belge sans évacuation.

 

Monsieur le ministre, j'en appelle à votre humanisme. Vous devez procéder à ces évacuations. Des bombardements ont encore eu lieu ce matin à Gaza. Des personnes sont encore décédées aujourd'hui même. Combien de temps allons-nous contempler l'horreur sans agir? Combien de grèves de la faim faudra-t-il? Combien de manifestations? Combien de dizaines de milliers de personnes dans nos rues pour enfin agir, être à la hauteur de ce qu'exige la situation?

 

Monsieur le vice-premier, vous vous offusquiez de l'inhumanité de la décision de ne pas accueillir les 13 étudiants gazaouis. Cette décision est aujourd'hui prise et consommée. Vous indiquez que cette décision resterait le symbole du regard que porte de manière détournée la Belgique sur la Palestine. Aujourd'hui pourtant, nombreux sont les citoyens qui s'interrogent, qui se demandent comment faire plus, comment faire mieux, comment aligner vos propos et nos actions. Alors c'est pour cela qu'aujourd'hui je prends la parole solennellement depuis cette tribune, pour réaffirmer ici, dans ce Parlement, notre solidarité avec la Palestine et avec son peuple, son peuple libre.

 

Et donc mes questions, monsieur le vice-premier ministre, sont simples. Quelles sont les raisons précises de la décision de refus de ces 13 visas, si ce n'est l'opposition de principe d'au moins un de vos partenaires? Cette décision est-elle définitive? Ce renoncement est-il définitif? Comment justifiez-vous la position de votre gouvernement qui assure d'une part vouloir aider Gaza, mais refuse à 13 personnes ses accès à nos universités et hautes écoles belges? Et pouvez-vous me dire pour ces 1 850 familles en attente, pour ces cinq personnes en grève de la faim depuis près de 30 jours, si des évacuations seront programmées depuis Gaza et, si oui, quand nous pouvons enfin les attendre?

 

12.03  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, ou oserais-je dire, mon cher Maxime, vous avez annoncé que le dossier des 13 étudiants et chercheurs gazaouis "ne connaîtrait pas d'issue positive". Vous avez même parlé d’un "épilogue brutal". Vous avez qualifié ce blocage d'"humainement scandaleux" et de "politiquement regrettable", vous avez dénoncé une logique de chantage, puis, vous avez refermé le dossier. Merci, au revoir! Là, j'avoue que j'en suis resté sidéré. Tout ça pour ça!

 

Rembobinons un tout petit peu le film. Le 11 septembre, votre note est rejetée au kern. Vous la retirez, vous parlez de prise d'otages et vous affirmez, avec raison, que la dignité ne s'achète pas. Le 16 septembre, la ministre de l'Asile confirme en commission de l'Intérieur que l'accueil de ces 13 personnes est conditionné à des avancées sur les hubs de retour et l'expulsion des ressortissants afghans. Et, le 8 octobre, ici même, vous posez un ultimatum: un accord digne de ce nom le lendemain, sans quoi vous mettriez fin à cette situation. J'avoue, entre nous, que je n'ai toujours pas compris la dynamique de cet ultimatum "débloquez mon dossier, ou sinon, je retire mon dossier".

 

Moi-même, je n'ai pas réussi toutes les négociations dans ma vie, mais, honnêtement, si c'est ainsi que cela fonctionne au sein de la coalition Arizona, je commence à comprendre un peu mieux une série d'autres dossiers. Pourtant, entre-temps, vous obtenez une victoire que l'on pensait impensable: un compromis avec la N-VA, c'est-à-dire avec le parti qui menait farouchement l'opposition à ce dossier. Quatre partis de la majorité sur cinq acceptent votre texte, et le cinquième, le MR visiblement, bloque. Monsieur le ministre, vous aviez convaincu la N-VA! Franchement, convaincre la N-VA sur un dossier de migration, chapeau! Ce n'est pas spécialement facile. C'est, je crois, encore plus difficile que de s'accorder sur un budget. Or, c'est précisément à ce moment-là que vous choisissez de rendre les armes, alors qu'il ne restait plus qu'un seul partenaire à convaincre.

 

Que se passe-t-il donc au sein de ce gouvernement? Avez-vous, vous aussi, à l'instar du premier ministre, plier devant tous les caprices et les oppositions émanant du MR? Que s'est-il réellement passé ce fameux samedi? Selon votre version, le MR a exigé des résultats concrets supplémentaires en matière de migration. Selon la version de M. Clarinval, le MR demandait seulement que le compromis passe d'abord en intercabinet avant d'y revenir le vendredi.

 

Ces deux versions ne peuvent être vraies en même temps. Si la première est exacte, le Parlement a le droit de savoir quel prix avait été exigé, par qui et en échange de quoi. Si la seconde est exacte, alors vous avez abandonné 13 personnes pour vous éviter une semaine de délai. Dans les deux cas, je pense que nous avons le droit à la vérité.

 

J'entends l'un de vos arguments: l'année académique a commencé, l'évacuation peut prendre des semaines et chaque semaine perdue éloigne ces étudiants de leurs études. C'est vrai, mais c'est précisément pour cette raison qu'il ne fallait pas renoncer!

 

Si le temps presse, on se bat plus fort, on saisit le premier ministre, on exige l'arbitrage. Vous me direz qu'il n'arbitre pas grand-chose ces temps-ci, mais quand même, on ne transforme pas l'urgence des autres en motif de capitulation.

 

Pour ces 13 personnes, une semaine de retard était un problème. Votre renonciation a l'air définitive.

 

Il faut aussi parler du contenu de ce compromis. Il aurait prévu, semble-t-il, que les étudiants s'engagent à ne pas introduire de demande d'asile ou de regroupement familial. Soit. Ils s'y étaient déjà engagés, et les recteurs aussi. Mais il prévoyait également une task force, sous la direction de la ministre de l'Asile, chargée d'accélérer les retours des personnes en séjour régulier.

 

Autrement dit, le lien entre 13 visas d'études et la politique de retour – que vous dénonciez le 11 septembre comme une prise d'otages –, vous l'auriez inscrit dans un texte noir sur blanc. Vous auriez accepté de payer une partie de la rançon. Est-ce exact? Je suppose et j'espère que non.

 

En un mot, je ne vous reproche pas d'avoir cherché une issue – vous avez fait beaucoup dans ce dossier – mais d'avoir accepté le principe du marchandage, puis d'avoir quitté la table au moment où il restait un seul verrou.

 

Voici mes questions. Confirmez-vous que cette décision est définitive? Existe-t-il une décision formelle du gouvernement de refuser ces visas? Ou s'agit-il de votre retrait unilatéral du dossier après le kern du 10 octobre?

 

Qu'a exigé précisément le MR? Quels résultats concrets supplémentaires en matière de migration, chiffrés comment et à quelle échéance? Confirmez-vous ou démentez-vous la version de M. Clarinval selon laquelle il ne s'agissait que d'un examen en intercabinet avant un retour au kern?

 

Quel était le mandat de la task force sur les retours prévus par votre compromis avec Mme Van Bossuyt? Cette task force est-elle par ailleurs maintenue, si jamais elle existe?

 

Comment conciliez-vous le fait d'avoir inscrit un volet retour dans ce compromis?

 

Des juridictions belges, par ailleurs, ont apparemment condamné votre département à enregistrer à distance des demandes de visa et au moins une ordonnance a été exécutée. La Cour d'appel a condamné l'Office des Étrangers à statuer sur le fond. Votre renonciation change-t-elle quelque chose à l'exécution de ces décisions?

 

Deux permis uniques auraient été délivrés. Est-ce vrai? Que deviennent-ils? Si l'un de ces boursiers parvient à quitter Gaza par ses propres moyens, nos postes diplomatiques enregistreront-ils sa demande?

 

Enfin, quelles démarches avez-vous entreprises auprès des recteurs et rectrices qui portaient ces dossiers? Comment comptez-vous restaurer la confiance des universités dans la parole de l'État?

 

Je vous remercie.

 

12.04  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): In Palestine, time means blood. Dat zijn de woorden van een Palestijnse delegatie die ik gisteren in het federaal Parlement heb ontvangen. Ze zijn glashelder. De levensomstandigheden ter plaatse worden alleen maar gevaarlijker. Terwijl andere landen vooruitgaan, weigert de arizonaregering zijn eigen akkoord uit te voeren. De regering weigert Palestijnen met een geldig visum voor ons land te evacueren en ze weigert ook halsstarrig dertien Palestijnse beursstudenten toe te laten.

 

De toelating van die studenten zou nochtans de beste bijdrage kunnen zijn die ons land kan leveren aan de toekomstige heropbouw van Gaza en Palestina, om nog maar te zwijgen over hun wetenschappelijke bijdrage, ook aan ons land.

 

Dat zou een taak moeten zijn die we met trots opnemen. Italië doet het, net als Frankrijk en Spanje. Al maandenlang roept onze partij, samen met het middenveld, rectoren en inmiddels ook met de Vlaamse Jeugdraad en de Vlaamse Vereniging van Studenten, op om van koers te veranderen. Dat is ook wat de meerderheid van onze bevolking vraagt.

 

We zijn anderhalve maand ver in het academiejaar en over nog eens anderhalve maand – ik weet dat, want ik heb een zoon die aan de unief studeert – start de examenperiode. Terwijl studenten zich volop inzetten, blijft deze regering vechtend over straat rollen in plaats van haar huiswerk te maken. Dat geldt voor de begroting, maar minstens evenzeer voor het klimaat en de mensenrechten. Het laatste kernkabinet, afgelopen zaterdag is, zo bleek uit de pers, zelfs ontaard in een conflict tussen uw partij en de MR over de aanslepende visumsaga.

 

Die studenten staan te trappelen om te kunnen starten. Ze barsten van het talent en hebben net daarom van onze universiteiten een beurs gekregen. Toch wachten ze al maanden.

 

Nochtans leek het de goede richting uit te gaan. De heer De Smet heeft dat daarnet ook gezegd. Blijkbaar werd een compromis bereikt met minister Van Bossuyt. Het is onduidelijk of dat alleen over de beursstudenten gaat, dan wel ook over de meer dan 1.500 Palestijnen die eveneens op evacuatie wachten.

 

Na het kernkabinet leek het alsof alle hoop de grond was ingeslagen. Dat is illustratief voor het totale gebrek aan verantwoordelijkheid van deze regering. Of toch niet? Coup de théâtre, collega’s, want vandaag keurden de Vlaamse meerderheidspartijen N-VA, Vooruit en cd&v in het Vlaams Parlement samen met de oppositie een resolutie goed waarin ze de federale regering vragen om het nodige te doen voor de dertien Palestijnse beursstudenten uit Gaza.

 

Waar de Vlaamse parlementsleden van N-VA in het Vlaams Parlement toe oproepen, hielden hun ministers hier tegen in de federale regering. Van Bossuyt en De Wever wilden een politieke prijs in de vorm van deals met de taliban of met een terreurregime zoals dat in Rwanda.

 

Collega's van de N-VA, dat is hypocrisie ten top. U kunt niet in het Vlaams parlement, uw voorkeurniveau, een oproep doen om studenten te evacueren en tegelijkertijd de federale deur dicht te houden en de MR verder te laten blokkeren, terwijl u hier de premier levert. Wat is dat voor onzin, collega's van de N-VA? Het academiejaar is al anderhalve maand bezig, maar die studenten, die een beurs en een studieplaats hebben, zitten nog altijd vast in Gaza.

 

Het was oorspronkelijk alleen Van Bossuyt die het voortouw nam in de blokkade en in De Zevende Dag zei dat we het domino-effect niet mochten vergeten. Maar wat is het nu, beste N-VA? Is het nu de positie van een Vlaamse meerderheid en uw resolutie, of die van Van Bossuyt? Hoe belangrijk is dat Vlaamse niveau hier vandaag voor u?

 

Mijnheer de minister, wat is eigenlijk de inhoud van het compromis dat u met de N-VA hebt bereikt? Wat is de politieke deal, de politieke prijs die u misschien voor de derde keer op rij hebt moeten betalen? Houdt dat compromis nog stand? Is dat de reden waarom de collega's in het Vlaams Parlement die resolutie plots indienden?

 

Op welk punt blokkeert de MR uw compromis, eigenlijk koehandel, met de collega's van de N-VA, en vanuit welke bevoegdheden? Wat vragen zij? Wat is de positie van de andere regeringspartijen, Vooruit en cd&v, die daarnet mede dat resolutievoorstel in het Vlaams Parlement hebben ingediend?

 

Bent u nog van plan om verder te gaan, of is de hoop effectief vervlogen na zaterdag? Zullen die beursstudenten nog kunnen starten vóór de examenperiode? Zullen de 1.500 Palestijnen nog geëvacueerd kunnen worden, of gaan we nog meer levens verliezen? Ondertussen is er al een kind overleden vanwege uw schuldig verzuim, want dat is een politieke keuze. Gooit u echt de handdoek in de ring of komt er een doorbraak?

 

12.05  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, nous en sommes à trois ans de génocide. Depuis octobre 2023, plus de 74 000 Palestiniens, dont 21 000 enfants, ont été tués à Gaza. Israël ne détruit pas seulement des vies, mais également tout ce qui permet à un peuple de préserver son identité, de transmettre son histoire, de construire son avenir.

 

C'est particulièrement visible dans la destruction du système éducatif palestinien: en trois ans, 20 748 étudiants palestiniens et 1 058 membres du personnel éducatif et administratif ont été tués à Gaza et en Cisjordanie. À Gaza, environ 93 % des écoles nécessitent une reconstruction complète. Au moins 63 bâtiments universitaires ont été détruits. Détruire une université, ce n'est pas simplement raser un bâtiment; c'est priver des générations entières de connaissances et de perspectives d'avenir. Pour le peuple palestinien, dans un contexte d'occupation et de colonisation, l'éducation est aussi un moyen de préserver sa mémoire collective, sa culture et son identité. C'est ce qui permet de former des médecins, des ingénieurs et les enseignants qui pourront rebâtir leur société. C'est exactement cela qu'Israël veut détruire. C'est aussi cela, un génocide.

 

C'est précisément dans ce contexte que 13 étudiants et chercheurs palestiniens ont réussi à obtenir des bourses en vue de poursuivre leurs études en Belgique. Parmi eux: Ahmed Abu Jami, un médecin palestinien de 28 ans qui a obtenu une bourse couvrant l'intégralité de ses études. Il explique: "Étudier en Belgique signifierait tout pour moi." Malgré trois années de bombardements, ces étudiants ont continué à étudier. Nos universités leur ouvrent leurs portes, que votre gouvernement a violemment refermées.

 

Monsieur le ministre, notre pays est aussi responsable de ce qu'il se passe à Gaza. Pendant qu'Israël détruisait les écoles et universités palestiniennes, notre pays continuait à entretenir des relations commerciales et militaires avec Israël.

 

Entre octobre 2023 et fin 2024, 17 licences d'exportation de matériel militaire vers Israël ont été délivrées en Belgique. Pendant cette même période, l'armée belge a acheté 100 tonnes de munitions à une entreprise israélienne d'armement. Et aujourd'hui encore, un embargo militaire complet contre Israël n'est toujours pas en vigueur. Et voilà la contradiction: la Belgique maintient des relations avec l'industrie militaire d'un État génocidaire qui détruit les universités palestiniennes, mais elle ne parvient même pas à accueillir 13 étudiants qui tentent de poursuivre leurs études après cette destruction.

 

Et ce blocage ne concerne pas seulement les étudiants: près de 1 800 Palestiniens, déjà autorisés à rejoindre la Belgique, restent bloqués à Gaza. Des enfants, des parents, des épouses, des époux attendent de retrouver leurs proches. Depuis décembre 2025, la Belgique n'organise aucune évacuation. Pourtant elle l'a déjà fait!

 

Ce blocage n'est pas juste technique, c'est un blocage politique. Le 11 septembre, vous avez proposé au kern d'évacuer les étudiants et de reprendre progressivement les évacuations mais la N-VA a bloqué, en voulant lier ces opérations à son agenda migratoire et aux politiques de retour. Voilà le cynisme de notre époque: faire du sort de personnes enfermées dans l'enfer de Gaza, une monnaie d'échange dans les négociations gouvernementales. Et quand la N-VA a cédé et que vous avez trouvé un compromis, c'est le MR, qui soutient depuis le début la politique destructrice d'Israël contre les Palestiniens, qui a bloqué.

 

Monsieur le ministre, vous avez-vous-même qualifié ce chantage et ce marchandage d'indigne. Mais dénoncer ce blocage ne suffit pas, quand on fait partie de ce même gouvernement qui bloque. Alors comment allez-vous surmonter cette situation? Allez-vous remettre votre proposition sur la table? Êtes-vous prêt à chercher une majorité alternative – parce que je pense que, dans ce Parlement, cette majorité alternative existe? Ou bien allez-vous tout simplement abandonner? Et surtout, quand les 13 étudiants et les 1 800 Palestiniens déjà autorisés à rejoindre la Belgique pourront-ils enfin quitter l'enfer de Gaza?

 

Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.

Président: Peter De Roover, président.

 

12.06  Maxime Prévot, ministre: Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, cela fait maintenant un mois et demi que j’ai déposé ce dossier sur la table du gouvernement.

 

Ter herinnering: dit dossier omvat drie verzoeken. Ten eerste ging het om de komst naar België van dertien Gazaanse studenten en onderzoekers. Ten tweede ging het om de evacuatie van een eerste groep van 320 personen, verspreid over vier evacuatieoperaties. Die groep maakt deel uit van de meer dan 2.000 personen die zich in Gaza bevinden en mogelijk in aanmerking komen voor gezinshereniging met een familielid in België. Ten derde werd een bijdrage van 4 miljoen euro gevraagd voor een project dat gezamenlijk wordt geleid door de Wereldgezondheidsorganisatie en Jordanië. Het doel is om 2.000 zieke kinderen over te brengen uit Gaza naar Jordanië, zodat ze daar medische zorg kunnen krijgen. De bijdrage zou worden gefinancierd via de interdepartementale provisie.

 

D'emblée, le 11 septembre dernier donc, deux partenaires du gouvernement ont réservé un accueil pour le moins froid à ces demandes.

 

Lors de la discussion de celles-ci pendant la réunion du kern, l'un de ces partenaires a voulu procéder à un chantage demandant à obtenir plusieurs mesures sur le plan migratoire en échange de la venue des 13 étudiants et chercheurs. J'ai jugé, à l'époque, cette façon de procéder inacceptable et j'ai en conséquence décidé de retirer mes trois demandes de la table et de faire publiquement part de mon indignation.

 

Peu après, le kern a cependant décidé, à l'unanimité, de nous charger, la ministre Van Bossuyt et moi-même, de trouver un terrain d'entente pour débloquer la situation. Et pour cause, puisque contrairement à une idée reçue et très largement répandue, les visas ne sont pas octroyés par le ministre des Affaires étrangères, mais par l'Office des Étrangers qui dépend de la ministre de l'Asile et de la Migration. À ce moment, mesdames, messieurs les parlementaires, ces étudiants et chercheurs avaient encore une chance de pouvoir arriver en Belgique en temps utile pour pouvoir commencer l'année académique.

 

Mais les discussions s'éternisaient, raison pour laquelle j'ai dit à cette tribune la semaine dernière que je fixais à vendredi la dernière limite pour pouvoir décider, ce qui, finalement, fut reporté à samedi, puisqu'il n'y a pas eu de kern vendredi. On ne pouvait plus faire lanterner, me semble-t-il, davantage ces étudiants, car tous les éléments étaient connus et étaient sur la table. C'était, au final, uniquement une question de volonté politique ou pas.

 

Mes équipes et celles de la ministre Van Bossuyt ont travaillé à un compromis juste et équilibré, ne tombant ni dans le travers du marchandage ni dans celui du chantage, tel qu'initialement envisagé. La solution avait été trouvée. Son adoption ne pouvait plus attendre, compte tenu du fait que près d'un mois s'était déjà écoulé depuis la rentrée académique et que le temps requis pour l'organisation d'une évacuation est toujours imprévisible, en raison des situations sur place; à tout le moins, cela prend toujours plusieurs semaines.

 

Prolonger cette attente aurait donc été aussi une insulte à l'égard des personnes concernées, un public vulnérable dont il fallait justement assurer un parcours académique commençant dans les meilleures conditions possibles et au plus vite.

 

Het bereikte compromis voorzag onder meer in de verbintenis dat de komst van de dertien beursstudenten niet als voorwendsel zou kunnen dienen voor een asielaanvraag of een aanvraag tot gezinshereniging, overeenkomstig hun eigen verklaringen en die van de rectoren. Daarnaast voorzag het compromis in een taskforce onder leiding van minister Anneleen Van Bossuyt, die belast werd met het onderzoeken van maatregelen om de terugkeer van personen die onregelmatig op het grondgebied verblijven sneller en doeltreffender te laten verlopen.

 

J'avais accepté de discuter, au sein de cette task force, de propositions et d'en soutenir certaines au terme de leur examen, si elles s'avéraient efficaces, proportionnées et légales. En revanche, je n'avais nullement accepté de garantir à l'avance un accord sur des mesures dont je doute parfois de la pertinence, et qui auraient concerné des milliers de personnes, pour obtenir en échange la venue de 13 personnes.

 

J'ai beaucoup de compassion pour ces étudiants, mais, au regret de devoir le formuler ainsi, leur sort ne peut pas non plus décemment affecter celui de milliers d'autres personnes à l'avenir à travers la validation forcée de mesures à mes yeux inadéquates, uniquement parce qu'ils se trouvent aujourd'hui sous les feux des projecteurs médiatiques et parlementaires.

 

Alors même que quatre partenaires du gouvernement apportaient leur soutien à l'accord trouvé, l'un d'entre eux a décidé de le bloquer, demandant de postposer la décision, de réunir la task force et d'examiner les différentes mesures migratoires envisagées, sur lesquelles je pourrais offrir des avancées, avant de se prononcer. Ce faisant, ce partenaire a laissé le dossier replonger dans un cadre de marchandage, duquel le travail des dernières semaines avait précisément permis de l'extirper.

 

La posture de ce parti était claire, et elle me fut d'ailleurs ensuite confirmée à très bonne source: "pas d'entrée tant qu'il n'y a pas de retour". En agissant de la sorte, ce partenaire a coulé les chances d'obtenir la venue de ces 13 étudiants et chercheurs, ce que je regrette. Et, paradoxalement, il a, dans le même temps, coulé le projet de task force, laquelle devait précisément se pencher sur la question des retours des personnes en séjour illégal.

 

Ik herinner eraan dat het om 13 personen ging. Slechts 13. Het is niet correct om hun toekomst als pasmunt te gebruiken in migratieonderhandelingen. Dat hebt u zelf gezegd, mevrouw Almaci. Op een bepaald moment kan men geen twee of drie keer de prijs betalen voor hetzelfde dossier.

 

Het spijt me oprecht voor deze 13 jongvolwassenen. Door het uitblijven van een akkoord – nochtans zonder dat er kosten zijn voor de Staat – komt er een brutaal einde aan hun mogelijkheid om de hel van Gaza te verlaten, een toekomst op te bouwen en vervolgens bij te dragen aan de toekomst van hun regio van herkomst.

 

Je n'ai personnellement jamais refusé de discuter de mesures migratoires, ni même d'en approuver, et j'assume toutes celles auxquelles j'ai apporté mon soutien jusqu'à présent au sein de ce gouvernement. Comme bourgmestre, fort de l'expérience acquise sur le terrain, je défends depuis longtemps une politique de retour plus efficace et plus rapide pour les personnes ayant reçu un ordre de quitter le territoire, mais toujours dans le respect du droit et, singulièrement, des droits humains.

 

Mais je refuse que le sort de certaines personnes soit utilisé comme levier pour imposer d'autres décisions. Je n'ai donc pas, chers parlementaires, contrairement à ce que certains ont affirmé, cherché à abandonner les étudiants. J'ai voulu abandonner toute logique de chantage. J'ai pris, et je l'assume, mes responsabilités en refusant ce genre d'instrumentalisation. Libre à vous de me blâmer si vous le souhaitez. Il n'en demeure pas moins que le résultat est là. Le chapitre relatif à ces 13 étudiants est donc clos à ce jour et le restera tant que quiconque opérera un marchandage inapproprié.

 

Mais sachez, mesdames et messieurs les parlementaires, que je continuerai à plaider pour obtenir une suite favorable à mes deux autres demandes, en pensant également aux familles concernées. Néanmoins, soyons aussi francs et honnêtes. Penser que le gouvernement et moi-même, allons organiser l'évacuation des désormais quelque 2 000 ayants droit de Gaza est un leurre.

 

La Belgique figure déjà parmi les pays européens qui ont, proportionnellement, accueilli le plus grand nombre de réfugiés palestiniens: nous n'avons pas à rougir de ce qui a déjà été fait. Et il est vrai – il faut rendre à l'Histoire sa noblesse – que ce qui a été mis en œuvre par ce gouvernement avait été décidé par le précédent. Mais je veux croire qu'il reste malgré tout une marge de manœuvre pour les publics les plus vulnérables, à commencer par les enfants.

 

12.07  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je les ai écoutées attentivement et je vous remercie également pour les éléments chiffrés apportés.

 

La dernière fois que je vous ai interpellé sur cette question, je vous ai dit que je me sentais parfois désolée pour vous de devoir siéger dans ce gouvernement. Et aujourd'hui, en vous entendant, je ressens la même chose. Vous réexprimez votre déception ainsi que votre colère. Mais, dans les faits, ces étudiants ont été abandonnés par la Belgique. Ils ne quitteront pas l'enfer gazaoui. Aujourd'hui, la parole de la Belgique ne vaut plus rien.

 

Vous nous dites que le dossier est clos à ce jour. Vous nous dites également que vos partenaires de majorité vous font du chantage, avec des dingueries comme: "Vous ramenez des Palestiniens, alors je retoque des Afghans." Et vous dites que le dossier est clos! Cela me perturbe profondément. Et le flegme avec lequel vous l'affirmez me perturbe également. Je comprends que cela relève de votre personnalité, mais il est tout de même sidérant de refermer ce dossier de cette manière.

 

En réalité, cette affaire dit quelque chose de beaucoup plus profond sur notre situation politique. Elle nous oblige à nous poser une question fondamentale: quelle Belgique voulons-nous être? Quand nous observons ce qu'il se passe dans d'autres parlements – comme ma collègue Almaci l'a rappelé – nous constatons qu'une majorité existe! Une majorité existe, puisqu'un seul parti de la coalition gouvernementale a bloqué cette solution.

 

Dès lors, la solution serait de passer par le Parlement, où une majorité existe. Ce qui me rend dingue, c'est l'idée d'une Belgique qui proclame son attachement à la dignité humaine tout en acceptant que des personnes soient renvoyées vers un enfer génocidaire ou vers l'enfer des talibans. Ce qui me choque dans cette affaire, ce n'est pas seulement l'échec d'un accord. Les désaccords politiques peuvent exister, les négociations sont parfois difficiles et les gouvernements doivent parfois revoir leurs propositions. Mais ce qui me perturbe vraiment, c'est la logique qui conduit à cet échec.

 

Ces étudiants nous écrivent. J'imagine qu'ils vous écrivent également. Ils vous demandent régulièrement de faire tout ce qui est en votre pouvoir pour leur permettre de rejoindre la Belgique. Et moi, aujourd'hui, je ne sais pas quoi leur répondre.

 

Je peux leur répondre que la Belgique les a abandonnés, que leur sort a été intégré dans un marchandage, que leur dignité a été "dealée" politiquement. Qu'avez-vous obtenu en échange de cet abandon? C'est aussi une question que je me pose et qui n'est pas claire. Je ne le sais pas.

 

Monsieur le ministre, madame la ministre Van Bossuyt – si vous nous écoutez –, chers collègues du MR, vous pouvez continuer à vous rejeter mutuellement la responsabilité, en expliquant que l'autre parti a bloqué, que l'autre ministre a refusé, que l'autre partenaire n'a pas fait les concessions nécessaires; mais, à la fin, il faudra bien regarder la réalité en face. La réalité est que ces étudiants gazaouis et ces familles restent sous les bombes israéliennes et subsistent dans un enfer où ils sont victimes d'un génocide. Leur avenir est de même entièrement compromis. Les familles restent séparées. C'est encore notre pays qui manque à ses responsabilités.

 

C'est pourquoi je dépose une motion avec la collègue Almaci. Une majorité existe pour la soutenir. Si, aujourd'hui, vous n'assumez pas de vous prononcer en ce sens, mon groupe va introduire une proposition afin que les étudiants gazaouis puissent nous rejoindre. C'est possible, puisque le Parlement flamand l'a fait. La différence est que le MR n'y siège pas…

 

12.08  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, vous avez prononcé cette phrase: "Le dossier est clos." Elle sonne comme un couperet, comme treize dossiers que l'on range dans une armoire, comme si ce n'étaient pas des vies, des visages, des êtres humains; ce ne sont que des dossiers, qui sont clos…

 

Toutefois, derrière ces dossiers, ce sont des hommes et des femmes dont l'avenir est aujourd'hui compromis par une décision qui constitue tant une défaite qu'un renoncement. C'est une défaite parce que vous déteniez les outils. Le 17 septembre dernier, dans cet hémicycle, nous demandions l'urgence sur une proposition de résolution enjoignant à votre gouvernement de décider dans ce dossier. Le 17 septembre dernier, j'indiquais que le vote sur l'urgence était déjà un vote sur le fond. En effet, à défaut d'accorder l'urgence, le dialogue et la discussion en commission se seraient tenus après le 30 octobre. Et nous avions déjà raison.

 

Vous auriez pu utiliser, avec votre parti, avec votre mouvement des Engagés, ce levier politique complémentaire pour exercer une pression sur ces partenaires de majorité dont, aujourd'hui, vous indiquez qu'ils sont responsables de cette défaite et de ce renoncement, parce qu'il s'agit des deux à la fois.

 

C'est une défaite parce que vous la subissez, de l'extérieur comme de l'intérieur, de la part vos partenaires, qui sont également vos adversaires politiques sur ce dossier comme sur d'autres. C'est un renoncement parce que c'est votre choix personnel de clore ce dossier pour préserver – vous le dites vous-même – d'autres intérêts. C'est un renoncement dans le dossier des 13 étudiants de Gaza, et ce sera probablement un renoncement dans celui des 300 personnes à rapatrier et des 2 000 enfants à venir faire soigner dans nos hôpitaux, parce que – vous le dites effectivement –, la Belgique peut s'enorgueillir de les avoir accueillis. Mais cet argument ne tient pas. Elle ne doit pas s'enorgueillir de les avoir accueilli en présentant cet accueil comme s'il s'agissait d'une faveur faite aux Palestiniens. Ces Palestiniens sont venus parce qu'ils fuyaient les bombes, fuyaient la guerre, et que, dans le cadre d'une procédure d'asile régulière, ils n'ont pas reçu de faveur, mais simplement exercé leurs droits. Et donc, présenter cela aujourd'hui comme une faveur qui se doublerait d'une autre, celle du regroupement familial, où la gentille Belgique déciderait de délivrer aujourd'hui ses 1 850 visas, ne tient pas la route. En effet, ces 1 850 familles, ce sont 1 850 travailleurs. Or, le regroupement familial étant soumis à des conditions, notamment financières, vous savez que toutes et tous les remplissent. Ils ont introduit des dossiers réguliers, ils se sont pliés aux conditions de la loi. Ils ne demandent donc pas une faveur, mais simplement à exercer leurs droits. Il est dès lors inacceptable de présenter cela comme un acte de générosité!

 

C'est inacceptable parce que ce, dans ce que vous faites ici, monsieur le ministre – et vous jouez sur la différence entre les Affaires étrangères et l'Office des Étrangers –, vous vous renvoyez la balle sans jamais assumer que ce dossier pourrit en réalité votre gouvernement, pourrit d'autres intérêts. Et j'ai une question à vous poser. Vous, le ministre des Affaires étrangères, qui êtes également ministre de la Coopération au développement, qu'allez-vous dire demain? Enabel réalise des programmes, réalise des projets en Palestine, construit des écoles, construit des hôpitaux, mais à quoi sert-il de fabriquer des briques ou de poser des briques s'il n'y a pas d'ingénieur pour les mettre en oeuvre? À quoi sert-il de construire des hôpitaux s'il n'y a pas de médecin pour y soigner les patients? À quoi sert-il, en réalité, de payer tout cela s'il n'y a pas de cerveau à former pour reconstruire la Palestine libre de demain?

 

Toute cette discussion, monsieur le vice-premier ministre, me rappelle une phrase, un adage de Frantz Fanon: "Si tu ne veux pas l'homme qui est en face de toi, comment croirais-je en l'homme qui est en toi?" Pour le paraphraser, j'aurais envie de vous dire: "Si tu ne veux pas de ces 13 étudiants, si tu ne veux pas de ces 13 chercheurs, si tu ne veux pas de ces 1 800 Palestiniens qui te font face, comment croirais-je en l'homme qui est en vous?"

 

12.09  François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse que j'ai sentie très honnête, mais aussi infiniment triste. J'ai rarement entendu une réponse aussi triste et désabusée dans cet hémicycle.

 

Vous avez renoncé devant un nouveau carrousel de marchandages. Humainement, je peux le comprendre, sauf que, comme pour tous les dossiers où cette coalition se compromet – les visas aux talibans, les visites domiciliaires, les hubs humanitaires –, rien ne serait possible sans les Engagés, puisque vous avez donné vie à ce gouvernement et serez comptables de l'ensemble de son bilan, de ses actions, mais aussi de ses absences d'actions.

 

J'ai quand même cru comprendre, au détour d'une phrase, que vous laissiez la porte ouverte si ledit marchandage disparaissait. Je pense qu'il y a des interlocuteurs ici qui auront peut-être entendu le message, même si je vois bien que vous-même n'y croyez pas trop.

 

Depuis le début, je ne politise pas ce dossier sous l'angle du conflit israélo-palestinien, même si c'est sans doute légitime. Mais qu’envoyons-nous comme message à cette population et ses étudiants? Qu'ils sont condamnés, enfermés à double tour dans ce territoire avec le Hamas. La meilleure manière de soutenir ce peuple, c'est précisément d'encourager la circulation des idées, et c'était une formidable occasion de le faire.

 

Il ne s'agit même pas ici de politique. Il s'agit de liberté académique, et c'est un volet qu'on ne souligne pas assez. Nos universités ont le droit de choisir leurs étudiants et leurs chercheurs. Les recteurs et rectrices de tout le pays ont parlé d'un marchandage politique indigne et de la disparition de la boussole morale de plusieurs partenaires de la coalition.

 

Ce précédent est grave, et il est désormais à porter au bilan humain des victimes de l'Arizona, même si, je le rappelle, c'est une coalition que vous avez vous-même choisie.

 

La seule chance pour votre parti d'éviter ce que je trouve être une tache, pour les Engagés et aussi pour les deux autres partis qui vous soutiennent, c'est d'oser rompre avec la tradition parlementaire et de voter les motions qui demandent d'accueillir ces 13 étudiants, auxquelles, monsieur le président, j'ajoute ma propre motion, en espérant que, pour une fois, un vote se fasse ici librement et seulement sur les valeurs.

 

Je vous remercie.

 

12.10  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Collega's, hebt u goed geluisterd naar de minister daarnet? Wat een vriendenclubje is me dat in deze regering. Het beeld dat u hebt geschetst, is onwaarschijnlijk.

 

U bent vicepremier voor een partij die al rechtszaken heeft gesteund tegen de minister van Asiel en Migratie, terwijl de N-VA, die de premier levert, echt last heeft van schizofrenie. Dan kan men zich afvragen waarvoor al die symmetrische regeringen eigenlijk nog dienen.

 

Mijnheer de minister, ik heb u daarnet de resolutie bezorgd waarin het Vlaams Parlement de Vlaamse regering verzoekt om de federale regering te vragen het nodige te doen om de gesprekken te hervatten en te bekijken of er een oplossing kan komen voor de studenten en onderzoekers uit Gaza. Wij, de N-VA, vragen aan de N-VA om dit probleem op te lossen. Wij, de N-VA, richten ons tot de premier. Wat een vriendenclubje! Wat een efficiënte manier van werken. Het zou absolute slapstick zijn, mocht het niet zo ernstig zijn, collega's, mocht het niet zo cynisch zijn en op kap van echte mensen.

 

Ik heb gehoord wat u zei over het compromis dat u hebt gesloten. U zult niet opnieuw betalen, zoals ik u had gevraagd. Er komt een taskforce over de terugkeer, maar daar blokkeert de MR. Misschien vinden ze dat het te ver gaat of hebben ze meer tijd nodig.

 

Er is geen taskforce rond de terugkeer van gewelddadige kolonisten en hun visa. Minister Van Bossuyt blijft dat blokkeren. Er is momenteel geen taskforce die onderzoekt hoe we die 1.500 mensen kunnen evacueren. Ik ben daarnet nog bij de hongerstakers in de Begijnhofkerk geweest. Er is geen taskforce die onderzoekt hoe we ervoor kunnen zorgen dat de importban eindelijk effectief wordt ingevoerd. Die taskforces zijn er niet.

 

Collega's, 25% van het Parlement, de N-VA en de MR, blokkeert de wil van de meerderheid in het Parlement en de wil van de bevolking om de mensenrechten te respecteren en niet te marchanderen op kap van echte mensenlevens. Dat is de hypocrisie van de N-VA en de MR vandaag.

 

Het is een ideologische keuze van deze regering om geen actie te ondernemen om de genocide te stoppen en te weigeren verantwoordelijkheid op te nemen ten aanzien van Palestijnen die een geldig visum en een studiebeurs hebben gekregen.

 

Ik betreur dat oprecht, want het gebeurt ondanks het feit dat hier een meerderheid voor bestaat.

 

We hebben vandaag een motie klaar waarin we u vragen, om het met de woorden van Bart De Wever te zeggen, to put your money where your mouth is. Collega’s van de N-VA, die deze resolutie in het Vlaams Parlement hebben ingediend, collega’s van Vooruit, cd&v en Les Engagés, die al rechtszaken hebben gesteund, wij roepen u op om iets heel eenvoudigs te doen. We vragen u om alle noodzakelijke diplomatieke en operationele maatregelen te nemen zodat de studenten eindelijk aan hun studies kunnen beginnen en de hel in Gaza kunnen verlaten.

 

Dat is niet zo moeilijk. Er staat een heel apparaat klaar om dat mogelijk te maken. Italië heeft het al gedaan, net als Frankrijk en Nederland. Het kan perfect. Het is een eenvoudige politieke keuze. Put your money where your mouth is. Toon dat u niet de gijzelaars bent van een minderheid in dit land en dit Parlement. Toon dat die mensenrechten u iets waard zijn en dat u zich niet laat chanteren om telkens opnieuw een politieke prijs te betalen. De Vlaamse meerderheidspartijen, Vooruit, cd&v en N-VA, hebben een resolutie ingediend en die meteen ook goedgekeurd. Stop dus de hypocrisie en steun onze resolutie.

 

12.11  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, on savait que, sur le plan politique, la Belgique était un État complice de la politique israélienne. C'est le cas! Nous sommes un partenaire commercial. D'ailleurs au niveau de l'Union européenne, la Belgique est le septième partenaire commercial d'Israël. Nous sommes dans l'accord d'association qui donne des privilèges à Israël sur le marché européen et dès lors sur le marché belge. On fait des contrats avec des entreprises impliquées dans la colonisation. Donc, sur le plan politique, ce n'est pas une surprise.

 

Surtout qu'on a, au sein du gouvernement, des partis qui soutiennent pleinement la politique israélienne: le MR et la N-VA ne s'en cachent pas. Nous avons un premier ministre qui dit: "Israël est du côté de la lumière, et nous devons être du côté d'Israël"! D'autres trouvent que ce que fait Israël, c'est du génie, et que tous les massacres commis contre la population palestinienne étaient légitimes et justifiés. Sur le plan politique, donc, il n'y a pas de surprise.

 

Mais même sur le plan humanitaire, même là, vous n'êtes pas capable d'au moins avoir quelque chose de concret, juste pour sauver la face. On parle d'humains! Même par rapport aux conventions internationales, que nous avons signées, par rapport au droit international, qui est brandi ici à chaque fois qu'on en parle! Même une aide humanitaire, à savoir accueillir des gens qui vivent dans l'enfer, même cela, on n'en est pas capable. Et là, le cynisme… Je pense que la honte elle-même serait gênée à notre place!

 

Vous avez parlé d'un dossier clos. Mais ici, nous ne parlons pas de dossier, nous parlons d'êtres humains. Pour humaniser quelque peu cette question, je vais donc vous raconter l'histoire de Raed Al Malouani, que j'ai personnellement rencontré. C'est un père de famille dont l’épouse et les enfants sont actuellement bloqués à Gaza. Raed est un Palestinien originaire de Gaza. Après des mois d'attente, les autorités belges ont approuvé leur demande de regroupement familial. Pourtant, en raison de la guerre, ils n'ont pas pu quitter la bande de Gaza. Depuis lors, Raed vit dans l'espoir, mais aussi dans l'angoisse. Au cours du conflit, il a déjà perdu ses parents, et plusieurs de ses enfants ont été grièvement blessés.

 

Franchement, en tant que papa, je ne sais pas comment je pourrais vivre en sachant que mes enfants vivent chaque jour sous les bombes et risquent, à chaque minute, de mourir sous les bombes israéliennes. Or, Raed a fait tout ce qu'il fallait. Depuis la Belgique, à l'instar de centaines de personnes concernées, il a lancé une campagne intense afin d'obtenir leur évacuation. Il a participé à des manifestations pacifiques, il a rencontré des journalistes, des parlementaires, des ministres, des chefs de parti, et il a notamment adressé une lettre au Roi. Son message est toujours resté le même: les familles qui disposent de visas et qui sont toujours bloquées à Gaza doivent être évacuées. Il ne demande pas la lune.

 

Ces longues années d'incertitude ont eu un impact considérable sur sa vie. Selon Raed, cette lutte permanente l'a épuisé, tant sur le plan financier que sur le plan psychologique. Malgré tout, il continue à se battre, non seulement pour sa propre famille, mais aussi pour toutes les autres familles palestiniennes qui vivent la même situation.

 

Il déclare lui-même qu'il ne demande pas de faveur, mais souhaite simplement pouvoir serrer sa femme et ses enfants dans ses bras, en sécurité. C'est son seul rêve.

 

Voilà les humains dont nous parlons aujourd'hui! Ici, de manière complètement déshumanisée, d'autres partis utilisent ces dossiers-là pour faire du chantage politique. Franchement, je pensais que nous avions touché le fond, mais je constate que chaque jour, nous continuons de creuser. Vous devriez avoir honte de vous! Franchement, vous pouvez avoir honte de cette politique que vous menez par rapport à Israël et envers le peuple palestinien.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de dames Rajae Maouane en Meyrem Almaci en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Rajae Maouane, van de heer Khalil Aouasti, van de heer François De Smet, van mevrouw Meyrem Almaci en van de heer  Nabil Boukili

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,

- gelet op de aan de gang zijnde genocide in de Gazastrook;

- gelet op de rampzalige humanitaire toestand in de Gazastrook en de gevaren die de plaatselijke bevolking loopt;

- overwegende dat dertien Gazaanse studenten en onderzoekers een beurs gekregen hebben om hun studie of hun onderzoek aan Belgische universitaire instellingen voort te zetten;

- overwegende dat die studenten en onderzoekers ondanks het feit dat ze aan de universiteiten toegelaten werden en ze demarches ondernomen hebben om naar België te kunnen overkomen, in Gaza vastzitten;

- overwegende dat politieke onenigheid in de federale regering geen rechtvaardigingsgrond is om die personen in een onveilige situatie te laten zitten;

- gelet op de resolutie in het Vlaams Parlement, die door de Vlaamse meerderheidspartijen gesteund werd, waarbij de federale regering verzocht wordt om te onderzoeken of er een oplossing gevonden kan worden voor die studenten en onderzoekers uit Gaza;

- overwegende dat België alle noodzakelijke maatregelen moet nemen om de verblijfsvergunningen die het verstrekt heeft uitvoerbaar te maken;

verzoekt de regering

- onverwijld alle noodzakelijke diplomatieke en operationele maatregelen te treffen (met inbegrip van het verstrekken van visa) opdat de Gazaanse studenten en onderzoekers met een studiebeurs en/of een uitnodiging van een Belgische universiteit uit Gaza geëvacueerd en naar België overgebracht kunnen worden;

- te garanderen dat politieke overwegingen die los staan van de individuele situatie en academisch traject van deze personen hun komst naar ons land niet in de weg staan."

 

Une première motion de recommandation a été déposée par Mmes Rajae Maouane et Meyrem Almaci et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Rajae Maouane, de M. Khalil Aouasti, de M. François De Smet, de Mme Meyrem Almaci et de M. Nabil Boukili

et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,

- considérant le génocide en cours dans la bande de Gaza;

- considérant la situation humanitaire catastrophique dans la bande de Gaza et les dangers auxquels sa population est exposée;

- considérant que 13 étudiants et chercheurs gazaouis ont obtenu une bourse pour poursuivre leurs études ou leurs recherches dans des institutions universitaires belges;

- considérant que ces étudiants et chercheurs restent bloqués à Gaza malgré leur admission et les démarches entreprises pour leur permettre de rejoindre la Belgique;

- considérant que les désaccords politiques au sein du gouvernement fédéral ne peuvent justifier le maintien de ces personnes dans une situation de danger;

- vu la résolution du Parlement flamand, soutenu par les partis de la majorité flamande qui demande au gouvernement fédéral "d’examiner si une solution peut être trouvée pour ces étudiants et chercheurs de Gaza";

- considérant que la Belgique doit prendre toutes les mesures nécessaires pour rendre effectives les autorisations de séjour qu’elle a délivrées;

demande au gouvernement

- de prendre sans délai toutes les mesures diplomatiques et opérationnelles nécessaires (y compris la délivrance de visas) afin de permettre l’évacuation vers la Belgique des étudiants et chercheurs gazaouis détenteurs d’une bourse et/ou d'une invitation d’une université belge;

- de garantir que leur venue ne soit plus entravée par des considérations politiques étrangères à leur situation individuelle et à leur parcours académique."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Rajae Maouane, van de heer Khalil Aouasti, van de heer François De Smet, van mevrouw Meyrem Almaci en van de heer  Nabil Boukili

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,

- gelet op de aan de gang zijnde genocide en de massale verwoesting van het onderwijssysteem in Gaza;

- gelet op de toezegging van de Belgische universiteiten en hogescholen om Palestijnse studenten uit te nodigen;

- gelet op het acute risico voor de studenten in kwestie om een academiejaar te verliezen;

- gelet op de beslissing van het kernkabinet van 9 oktober 2026,

geeft de regering de aanbeveling

- terug te komen op de beslissing van het kernkabinet en ervoor te zorgen dat de dertien studenten uit Gaza met een studiebeurs onverwijld naar België kunnen overkomen;

- een snelle en specifieke procedure in te voeren voor de door Belgische instellingen voor hoger onderwijs geselecteerde Palestijnse studenten, onderzoekers en docenten;

- met de bevoegde diplomatieke overheden en de Europese partners samen te werken om het vertrek van de personen in kwestie uit Gaza te faciliëren;

- samen met de gemeenschappen en de instellingen voor hoger onderwijs initiatieven te ondersteunen om te voorkomen dat het academische parcours van de Palestijnen in kwestie onderbroken wordt;

- alles in het werk te stellen om de repatriëring te organiseren van de Belgen en rechthebbenden die in de Palestijnse enclave Gaza vastzitten."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Rajae Maouane, de M. Khalil Aouasti, de M. François De Smet, de Mme Meyrem Almaci et de M. Nabil Boukili

et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,

- considérant le génocide en cours et la destruction massive du système éducatif à Gaza;

- considérant les engagements pris par les universités et hautes écoles belges en faveur de l'accueil d'étudiants palestiniens;

- considérant le risque imminent de perte d'une année académique pour les étudiants concernés;

- considérant la décision du Kern du 9 octobre 2026;

recommande au gouvernement

- de revenir sur la décision du Kern et de permettre sans délai l'arrivée en Belgique des 13 étudiants gazaouis bénéficiaires de bourses académiques;

- de mettre en place une procédure spécifique et rapide pour les étudiants, chercheurs et enseignants palestiniens sélectionnés par des établissements d'enseignement supérieur belges;

- de travailler avec les autorités diplomatiques compétentes et les partenaires européens afin de faciliter leur sortie de Gaza;

- de soutenir, avec les Communautés et les établissements d'enseignement supérieur, des initiatives visant à préserver la continuité des parcours académiques palestiniens;

- de mettre tout en œuvre pour organiser le rapatriement des Belges et ayants-droits bloqués dans l’enclave palestinienne de Gaza."

 

Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Rajae Maouane, van de heer Khalil Aouasti, van de heer François De Smet, van mevrouw Meyrem Almaci en van de heer  Nabil Boukili

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,

- overwegende dat dertien Gazaanse beursstudenten, die geselecteerd werden door zes Belgische – zowel Franstalige als Nederlandstalige – universiteiten, Gaza niet kunnen verlaten en hun studie dus niet in ons land kunnen komen voortzetten;

- overwegende dat de tien rectoren van onze universiteiten samen een open brief gepubliceerd hebben, waarin zij hekelen dat het morele kompas bij verscheidene partners van de arizonacoalitie zoek is en zeggen dat de genoemde studenten gegijzeld worden;

- overwegende dat de minister van Buitenlandse Zaken op 22 september jongstleden een nota aan het kernkabinet heeft voorgelegd die uit drie delen bestaat: het onthaal van die dertien beursstudenten, de hervatting van 'geleidelijke en redelijke' evacuaties uit Gaza en de financiering van een humanitaire WHO-operatie in Jordanië voor zieke kinderen;

- overwegende dat er over de bewuste nota geen akkoord is in de meerderheid;

- overwegende dat de minister van Asiel en Migratie een koehandel voorstelt waarbij de beursstudenten naar ons land mogen overkomen op voorwaarde dat er ingestemd wordt met de terugkeerhubs;

- overwegende dat het hof van beroep in een rechtszaak met betrekking tot dit dossier een arrest heeft gewezen waarbij de Dienst Vreemdelingenzaken veroordeeld wordt tot het nemen van een beslissing ten gronde, die echter tot op heden niet genomen werd "in afwachting van een actualisering van het dossier";

- overwegende dat verscheidene Europese landen – Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje – 170 Palestijnse studenten uit Gaza hebben opgevangen zonder dat er enig systemisch effect aangetoond kon worden en nadat de veiligheidscontroles uitgevoerd werden aan de grensovergang;

- overwegende dat inzake de binnenlandse veiligheid de universiteiten zelf een eerste selectie gemaakt hebben en alle universiteiten uitgesloten hebben die te dicht bij Hamas zouden kunnen aanleunen, en dat zij enkel gekozen hebben voor domeinen die essentieel zijn voor de heropbouw van Gaza;

- overwegende dat dit een dossier is dat onder de academische vrijheid valt en geen betrekking heeft op het migratiebeleid;

- overwegende dat deze dertien studenten niet de prijs zouden moeten betalen voor hun herkomst, noch voor onze debatten over de terugkeerhubs, en dat we niet kunnen aanvaarden dat dertien universiteitsbeurzen als pasmunt worden gebruikt voor uitzettingen;

- overwegende dat het kernkabinet tijdens het weekend van 10 oktober een compromis heeft besproken dat erop neerkomt dat de studenten zich ertoe zouden verbinden geen asielaanvraag of aanvraag tot gezinshereniging in te dienen en dat tevens voorziet in de oprichting van een taskforce, onder leiding van de minister van Asiel en Migratie, die als taak heeft de terugkeer van illegaal in ons land verblijvende personen te versnellen;

- overwegende dat daarmee duidelijk is aangetoond dat de dertien studentenvisa gekoppeld worden aan het terugkeerbeleid;

verzoekt de regering

- de goed geregelde komst naar België van die dertien studenten toe te staan;

- de ambassade van België in Caïro officieel aan te wijzen als bevoegde diplomatieke post voor de dossiers betreffende Gaza."

 

Une troisième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Rajae Maouane, de M. Khalil Aouasti, de M. François De Smet, de Mme Meyrem Almaci et de M. Nabil Boukili

et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,

- considérant le blocage de treize étudiants boursiers gazaouis sélectionnés par six universités belges, tant francophones que néerlandophones qui ne sont pas en mesure de venir effectuer leurs études dans notre pays;

- considérant la lettre ouverte commune des dix recteurs et rectrices de nos universités, dénonçant la disparition de "la boussole morale" de plusieurs partenaires de la coalition Arizona et parlant de prise d’otage desdits étudiants;

- considérant la note du ministre des Affaires étrangères du 11 septembre dernier soumise au kern et comportant trois volets: l'accueil de ces treize boursiers, la reprise d'évacuations "progressives et raisonnables" depuis Gaza, et le financement d'une opération humanitaire OMS-Jordanie pour des enfants malades.

- considérant l’absence d’accord de la majorité sur ladite note;

- considérant le marchandage proposé par la ministre de l’Asile et de la Migration conditionnant leur arrivée à des hubs de retour;

- considérant le contentieux judiciaire de ce dossier dont un arrêt de la cour d'appel condamnant l'Office des étrangers à statuer au fond, sans décision à ce jour, "dans l'attente de la mise à jour du dossier";

- considérant que plusieurs pays européens ont accueilli 170 étudiants palestiniens de Gaza - la France, l'Italie, les Pays-Bas, l'Espagne - sans qu'aucun effet systémique n'ait été documenté, et en effectuant les contrôles de sécurité au point de transit;

- considérant qu’en termes de sécurité intérieure, les universités elles-mêmes ont procédé au premier tri et ont exclu toutes les universités qui pouvaient être trop proches du Hamas et n'ont retenu "que les domaines essentiels pour la reconstruction de Gaza", qu’il s’agit là d’un dossier relevant de la liberté académique et non de la politique migratoire;

- considérant que ces treize personnes n'ont à payer ni le prix de leur origine, ni celui de nos débats sur les hubs de retour et qu' il ne peut être admis que treize bourses universitaires deviennent une monnaie d'échange contre des expulsions;

- considérant le contenu du compromis du week-end du 10 octobre en kern qui aurait prévu que les étudiants s'engagent à ne pas introduire de demande d'asile ou de regroupement familial et prévoyait également une task force, sous la direction de la ministre de l'Asile, chargée d'accélérer les retours des personnes en séjour irrégulier;

- considérant que le lien entre treize visas d'études et la politique de retour serait désormais avéré;

demande au gouvernement

- d’autoriser l’arrivée encadrée en Belgique de ces treize étudiants;

- de désigner formellement l'ambassade de Belgique au Caire comme poste diplomatique compétent pour les dossiers de Gaza."

 

Een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Nabil Boukili en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Rajae Maouane, van de heer Khalil Aouasti, van de heer François De Smet, van mevrouw Meyrem Almaci en van de heer  Nabil Boukili

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking,

- overwegende dat de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de Verenigde Naties geconcludeerd heeft dat de Israëlische autoriteiten en veiligheidsdiensten een genocide gepleegd hebben op de Palestijnen in de Gazastrook en dat die genocide nog altijd doorgaat, en vastgesteld heeft dat Palestijnse kinderen moedwillig als doelwit genomen en gedood werden;

- overwegende dat België als verdragsluitende Staat bij het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide gebonden is door de verplichting genocide te voorkomen;

- overwegende dat ongeveer 1.800 Palestijnen die al een visum hebben waarmee ze naar België mogen afreizen in de Gazastrook vastzitten en materieel verhinderd worden dat grondgebied te verlaten;

- overwegende dat België sinds oktober 2023 al meerdere evacuatieoperaties uit Gaza georganiseerd heeft en dus over operationele ervaring op dat vlak beschikt;

- overwegende dat de Palestijnse studenten en onderzoekers die geselecteerd waren voor studie- of onderzoeksbeurzen bij Belgische instellingen voor hoger onderwijs eveneens nog altijd in Gaza vastzitten;

- overwegende dat sommige van die studenten en onderzoekers hun visumaanvraag nog moeten indienen of afronden, maar materieel in de onmogelijkheid verkeren om de verplichting om zich fysiek bij een diplomatieke post aan te melden, na te komen, aangezien ze Gaza niet kunnen verlaten;

- overwegende dat ze door die toestand, buiten hun wil om, hun toelating, hun beurs of hun plaats aan een academische instelling dreigen te verliezen, terwijl andere Europese landen, onder meer Nederland, mechanismen hebben ingevoerd waardoor Palestijnse studenten Gaza kunnen verlaten;

- gelet op de hoogdringendheid, gelet op de situatie in Gaza en de academische kalender, waardoor een onmiddellijke beslissing van de federale regering noodzakelijk is;

verzoekt de regering

- de evacuatie uit Gaza van personen met een visum of verblijfrecht op grond waarvan ze naar België mogen overkomen, onverwijld te hervatten, en alle nodige diplomatieke en operationele demarches te ondernemen opdat ze Gaza veilig kunnen verlaten en naar België kunnen worden overgebracht;

- onverwijld een aangepaste procedure in te voeren opdat er visa afgeleverd en de betrokken Palestijnse studenten en vorsers naar België geëvacueerd kunnen worden, in overleg met de instellingen voor hoger onderwijs."

 

Une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Nabil Boukili et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Rajae Maouane, de M. Khalil Aouasti, de M. François De Smet, de Mme Meyrem Almaci et de M. Nabil Boukili

et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,

- considérant que la Commission d’enquête internationale indépendante des Nations unies a conclu que les autorités et les forces de sécurité israéliennes ont commis et continuent de commettre un génocide contre les Palestiniens dans la bande de Gaza et a établi que des enfants palestiniens ont été délibérément ciblés et tués;

- considérant que la Belgique, en tant qu’état partie à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide, est tenue par l’obligation de prévenir le génocide;

- considérant qu’environ 1 800 Palestiniens disposant déjà d’un visa leur permettant de rejoindre la Belgique restent bloqués dans la bande de Gaza et sont matériellement empêchés de quitter le territoire;

- considérant que la Belgique a déjà organisé plusieurs opérations d’évacuation depuis Gaza depuis octobre 2023 et dispose donc d’une expérience opérationnelle en la matière;

- considérant que les étudiants et chercheurs palestiniens, sélectionnés pour bénéficier de bourses d’études ou de recherche auprès d’établissements d’enseignement supérieur belges, restent également bloqués à Gaza;

- considérant que certains de ces étudiants et chercheurs doivent encore introduire ou finaliser leur demande de visa mais sont matériellement empêchés de satisfaire à l’obligation de se présenter physiquement auprès d’un poste diplomatique en raison de leur impossibilité de quitter Gaza;

- considérant que cette situation, indépendante de leur volonté, risque de leur faire perdre leur admission, leur bourse ou leur place académique, alors que d’autres États européens, notamment les Pays-Bas, ont mis en place des mécanismes permettant à des étudiants palestiniens de quitter Gaza;

- considérant que l’urgence de la situation à Gaza et du calendrier académique exige une décision immédiate du gouvernement fédéral;

demande au gouvernement

- de reprendre sans délai les opérations d’évacuation depuis Gaza des personnes disposant déjà d’un visa ou d’un droit de séjour leur permettant de rejoindre la Belgique, et d’entreprendre toutes les démarches diplomatiques et opérationnelles nécessaires pour permettre leur sortie sûre et leur transfert vers la Belgique;

- de mettre en place sans délai une procédure adaptée permettant la délivrance des visas et l’évacuation vers la Belgique des étudiants et chercheurs palestiniens concernés, en concertation avec les établissements d’enseignement supérieur."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Aurore Tourneur, de heren Axel Ronse en Oskar Seuntjens, mevrouw Nawal Farih en heer Benoît Piedboeuf.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Aurore Tourneur, MM. Axel Ronse et Oskar Seuntjens, Mme Nawal Farih et M. Benoît Piedboeuf.

 

12.12  Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le Président, je demande l'urgence pour le vote sur la motion pure et simple.

 

De voorzitter: Aangezien de urgentie voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)

Étant donné que l'urgence de la motion pure et simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions tout à l'heure. (art. 140, n° 6, deuxième alinéa, Rgt.)

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

13 Parlementen – wettig- en voltalligverklaring

13 Parlements – constitution

 

Bij brief van 28 september 2026 brengt het Vlaams Parlement ons ter kennis dat het ter vergadering van die dag voor wettig en voltallig verklaard is.

Par lettre du 28 septembre 2026, le Parlement Flamand nous fait connaître qu'il s’est constitué en sa séance de ce jour.

 

Ik heb de andere parlementen afgelopen week trouwens ter kennis gesteld van de formele start van de Kamer.

 

14 Urgentieverzoeken van de regering

14 Demandes d'urgence émanant du gouvernement

 

De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van diverse bepalingen inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten, (nr. 1785/1).

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant diverses dispositions relatives aux marchés publics et aux contrats de concession, (n° 1785/1).

 

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

 

14.01  Bernard Quintin, ministre: Cette demande est motivée par le fait que ce projet de loi doit être examiné en urgence. Il contient en effet des dispositions visant à assurer la transposition partielle de l'article 7 de la directive 2023/1791 de l'Union européenne relative à l'efficacité énergétique.

 

Cette disposition engendre une complexité supplémentaire ainsi que des charges administratives considérables pour les pouvoirs adjudicateurs. C'est pourquoi sa transposition a été traitée conjointement avec plusieurs autres mesures visant à simplifier les procédures. Le délai de transposition de ladite directive, fixé au 25 octobre 2025, étant déjà dépassé, il est nécessaire de transposer rapidement la disposition concernée afin d'éviter que l'affaire ne soit portée devant la Cour de justice de l'Union européenne. Il importe également que les mesures de simplification soient adoptées rapidement afin de faciliter l'accès des PME aux marchés publics.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

De regering heeft eveneens de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot uitvoering van een versterkt terug naar werk-beleid in geval van arbeidsongeschiktheid (II), nr. 1789/1).

Le gouvernement a également demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi exécutant une politique renforcée de retour au travail en cas d'incapacité de travail (II), n° 1789/1).

 

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

 

14.02 Minister Bernard Quintin: Wij vragen de urgentie, omdat de wetsbepalingen tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid zo snel mogelijk in werking moeten treden gelet op de aan de vierde golf verbonden belangrijke budgettaire impact. Bovendien willen we alle betrokken partijen zo snel mogelijk duidelijkheid geven over de geldende maatregelen.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons bij zitten en opstaan over de vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande par assis et levé.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

15 Inoverwegingnemingen

15 Prises en considération

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Urgentieverzoek

Demande d'urgence

 

Er is een urgentieverzoek van mevrouw Bertrand betreffende het wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de toewijzing van strafzaken aan een kamer met drie rechters, nr. 1815/1.

 

15.01  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, dit is eigenlijk een kwestie die de partijgrenzen zou moeten overstijgen. Het gaat om een fout in het Gerechtelijk Wetboek die is ontstaan bij de aanpassing van het Strafwetboek.

Het gaat om een belangrijke kwestie. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg is die correctie in de commissie komen vragen. De problematiek heeft te maken met de drugscriminaliteit, die voortaan door kamers met drie rechters moet worden behandeld in plaats van door een kamer met één rechter. Dat verzwaart hun werklast aanzienlijk, waardoor ze de zaken niet meer kunnen bijhouden.

 

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg heeft uitdrukkelijk gevraagd om die correctie door te voeren. Ik vraag dan ook om de fout zo snel mogelijk recht te zetten, zodat de organisatie van Justitie flexibeler wordt, zonder de mogelijkheid af te schaffen om zaken door drie rechters te laten behandelen wanneer dat nodig is en blijft. Ik denk dat we het daar allemaal over eens kunnen zijn.

 

Ik hoop dat de hoorzittingen gevolgen hebben en dat we lessen trekken uit wat we in die commissies horen. Het was echt een schrijnend verhaal. Ik denk dat we hier het best snel werk van kunnen maken.

 

J'espère que tout le monde soutiendra cette demande d'urgence, qui vise à corriger une erreur technique qui s'est glissée dans le Code judiciaire lors de l'adaptation du Code pénal.

 

Cette correction est demandée explicitement par le président du tribunal de première instance afin que les affaires de criminalité en matière de drogue puissent être traitées par des chambres à juge unique plutôt que par des chambres composées de trois juges, comme c'est actuellement le cas. Il s'agit donc bien d'une erreur technique.

 

Je vous demande dès lors de voter tous l'urgence pour ce texte, car cette question dépasse les lignes de partis.

 

Ik dank u.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.

L'urgence est rejetée par assis et levé.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

Stemafspraken

Pairages

 

Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.

Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.

 

Zijn er stemafspraken?

Y a-t-il des accords de pairage?

 

15.02  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): De collega’s Almaci en Maouane hebben respectievelijk een stemafspraak met de heer Yzermans en mevrouw Deborsu.

 

15.03  Alexia Bertrand (Anders.): Collega Vander Elst heeft een stemafspraak et de heer Scourneau.

 

De voorzitter: Dan gaan we nu over tot de naamstemmingen.

Nous allons donc maintenant procéder aux votes nominatifs.

 

16 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Kjell Vander Elst over "De slogan 'Alcohol schaadt de gezondheid' i.h.k.v. het antialcoholbeleid van de regering" (nr. 302)

16 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Kjell Vander Elst sur "Le slogan "L'alcool nuit à la santé" dans le cadre de la politique en matière d'alcool" (n° 302)

 

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Gezondheid en Gelijke kansen van 7 oktober 2026.

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Santé et de l'Égalité des chances du 7 octobre 2026.

 

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 302/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kjell Vander Elst;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Jan Bertels.

Deux motions ont été déposées (MOT n° 302/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Kjell Vander Elst;

- une motion pure et simple a été déposée par M. Jan Bertels.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

16.01  Kjell Vander Elst (Anders.): Collega’s, ik denk dat iedereen ondertussen de campagne van de Belgische bierbrouwers kent. Is die schadelijk? Het is geen campagne die oproept tot alcoholgebruik. Ze sensibiliseert minderjarigen en jongeren en blijft de strijd aangaan tegen alcoholmisbruik. Waar de bierbrouwers het niet mee eens zijn, is het activistische anti-alcoholbeleid van minister Frank Vandenbroucke, die de slogan wil uitbreiden tot “Alcohol schaadt de gezondheid”. Wat is daarvan het doel? Iedereen die een pint, een glas wijn of na het eten een digestief drinkt, een schuldgevoel aanpraten. Dat is de bedoeling van Vooruit en van meester Frank Vandenbroucke.

 

Collega’s, de hoop dat we sfeerbederver Frank Vandenbroucke of de Vooruitfractie nog kunnen overtuigen, heb ik al lang opgegeven. Op deze campagne staan met de handtekeningen van twee fractieleiders van de meerderheid echter twee interessante namen: de heer Piedboeuf en collega Axel Ronse. Axel Ronse, die hier aanwezig is en die de bierbrouwers en de strijd tegen het activistische beleid van Frank Vandenbroucke steunt.

 

Mijnheer Ronse, ik richt mij tot u. Wat wordt het? Zult u voor de eenvoudige motie stemmen en dus overgaan tot de orde van de dag, waarmee u het beleid van Frank Vandenbroucke volgt? Is het opnieuw “Vandenbroucke go, go, go”? Of zult u tegen deze eenvoudige motie stemmen en opkomen voor wat u in deze campagne verdedigt? Zult u “Vandenbroucke no, no, no” zeggen? Zult u eindelijk komaf maken met dat anti-plezierbeleid van Frank Vandenbroucke?

 

16.02  Barbara Pas (VB): De heer Vander Elst zei eigenlijk al exact wat ik van plan was te zeggen. Het Vlaams Belang zal die motie uiteraard met veel overtuiging steunen. We zijn voor keuzevrijheid. Als ik vanavond bij mijn avondeten een glas wijn wil drinken, heeft de regering zich daar niet mee te moeien. Als mijn kameraden op vrijdagavond een of twee pintjes willen drinken, heeft de regering zich daar niet mee te moeien. Als Frank Vandenbroucke of Bart De Wever een glas azijn willen drinken, heeft de regering zich daar evenmin mee te moeien.

 

Het was inderdaad een zeer interessant en uitgebreid debat in de commissie. Er waren echter ook opvallende afwezigen in het debat: de collega's van de N-VA. Er is hier al verwezen naar de twee fractievoorzitters die de – terechte – campagne van de brouwers hebben ondertekend. Mijnheer Piedboeuf had tenminste het lef om zich in het actuadebat te mengen en zijn visie te motiveren.

 

Ik ben echter zeer benieuwd naar de motivatie van de collega's van de N-VA. Is het inderdaad ‘go, go, go Vandenbroucke’? Zullen we opnieuw de cheerleaders zien van de regering die deze onterechte maatregelen zal doorvoeren? Is de handtekening gemeend of is het puur windowdressing, zoals we van de N-VA gewend zijn: luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden?

 

We zullen dat zo dadelijk bij de stemming weten. Ik ben zeer blij dat er een motie voorligt, zodat dit voor iedereen duidelijk wordt.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

73

Oui

Nee

59

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

135

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

 

17 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

- de heer Ortwin Depoortere over "De opvang en de ondersteuning van politieambtenaren die tijdens de dienst zwaargewond raken" (nr. 311)

- de heer Matti Vandemaele over "De bejegening door de federale politie van het eigen personeel na een arbeidsongeval" (nr. 310)

17 Motions déposées en conclusion des interpellations de

- M. Ortwin Depoortere sur "La prise en charge des fonctionnaires de police grièvement blessés pendant leur service" (n° 311)

- M. Matti Vandemaele sur "La prise en charge par la police fédérale de son personnel après un accident du travail" (n° 310)

 

Deze interpellaties werden gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van 7 oktober 2026.

Ces interpellations ont été développées en réunion publique de la commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives du 7 octobre 2026.

 

Drie moties werden ingediend (MOT nr. 311/1):

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Ortwin Depoortere;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Matti Vandemaele;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Catherine Delcourt.

Trois motions ont été déposées (MOT n° 311/1):

- une première motion de recommandation a été déposée par M. Ortwin Depoortere;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Matti Vandemaele;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Catherine Delcourt.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

17.01  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de voorzitter, de aanleiding voor de interpellatie was een incident in maart 2024 waarbij een agent van de speciale eenheden tijdens een interventie in Lodelinsart werd neergeschoten en levenslang verlamd raakte. Ik heb de minister daarover op 14 april 2026 ondervraagd. Volgens de minister mogen financiële tegemoetkomingen van de federale politie, die een wettelijke zelfverzekeraar is, niet afhankelijk zijn van de beschikbare budgettaire ruimte, maar moeten ze worden beoordeeld op basis van objectieve en wettelijke criteria, met name de medische noodzaak en de proportionaliteit. Daarbij kunnen vragen worden gesteld, zeker als we de vele getuigenissen vanop het terrein horen.

 

Er is echter meer. Wij vinden dat een politieambtenaar die tijdens de uitoefening van zijn functie zwaargewond raakt, niet zelf moet uitzoeken welke arts, welke personeelsdienst, welke commissie of welke administratie bevoegd is. De minister heeft dat ook met zoveel woorden bevestigd in de commissie.

 

De overheid verwacht van politiemensen dat zij optreden in levensbedreigende situaties. De overheid moet hen dan ook garanderen dat ze maanden en jaren later op hun werkgever kunnen rekenen. Als we het vandaag hebben over de broodnodige steun aan onze politie, niet alleen met woorden, maar ook met daden, dan mogen politiemensen bij een ongeval niet worden tegengewerkt. Integendeel, zij moeten maximaal worden ondersteund.

 

17.02  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Collega’s, het verhaal van Vador was inderdaad de aanleiding voor de interpellatie en de motie. Sindsdien zijn er verhalen bijgekomen. Al die verhalen tonen telkens opnieuw hetzelfde beeld. Agenten die dagelijks hun fysieke integriteit in de weegschaal leggen om onze veiligheid te garanderen, kunnen niet rekenen op de federale politie. Ze krijgen geen steun als het helemaal fout loopt.

 

We hebben dat aangekaart in de commissie. De minister stelde toen dat we een vendetta voeren tegen de top van de federale politie. Dat was een bijzonder gênant antwoord, een slag in het gezicht van de vele tientallen slachtoffers. Er komt binnenkort een tv-reeks met een volledige uitzending gewijd aan het feit dat de federale politie tientallen mensen gewoon laat vallen wanneer het fout loopt. Het antwoord van de minister was extreem gênant.

 

Ik kan niet anders dan onze motie van aanbeveling aanhouden, in de hoop dat de minister niet blindelings de top van de politie blijft volgen en dus wegkijkt van de belangen van de agenten die dagelijks op het terrein staan. De vraag aan de minister is dan ook om in te grijpen bij de federale politie. De manier waarop zij met onze agenten omgaan, is gewoon beneden alle peil.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

76

Oui

Nee

60

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

139

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

 

18 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Vincent Van Quickenborne over "Het nakomen van het gegeven woord over de VVPRbis-regeling" (nr. 316)

18 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Vincent Van Quickenborne sur "Le respect de l'engagement pris concernant le régime VVPRbis" (n° 316)

 

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Financiën en Begroting van 7 oktober 2026.

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission des Finances et du Budget du 7 octobre 2026.

 

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 316/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Vincent Van Quickenborne;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Charlotte Verkeyn.

Deux motions ont été déposées (MOT n° 316/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Vincent Van Quickenborne;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Charlotte Verkeyn.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

18.01  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega's, als een minister in het Parlement een dure eed zweert, dan is het goed om hem daaraan te herinneren. Ik zal dat doen met een klein geluidsfragment van de vergadering van 12 mei 2026 in het Parlement.

 

(De heer Van Quickenborne speelt het volgende geluidsfragment af:

Van Quickenborne: … garanderen dat u na die twee verhogingen, programmawet 1 en programmawet 2, niet nog eens de roerende voorheffing zult verhogen voor die kleine vennootschappen.

Jambon: Ik denk dat er aan alles bovengrenzen zijn. We hebben rond die VVPR-BIS nu twee keer belastingmaatregelen genomen. Op een bepaald moment houdt het ook op. Dus neen, ik zal geen verhoging van de 18 % verdedigen.)

 

Concreet, als men geld uit een vennootschap haalt, heeft de regering al twee keer de belastingen verhoogd, van 13,5 % naar 15 % en van 15 % naar 18 % in twee programmawetten en op minder dan zes maanden tijd. Iedereen dacht dat, aangezien minister Jambon dat had gezegd, het in orde is en dat men de belastingen niet meer zou verhogen.

 

Wat blijkt nu? In de huidige begrotingsonderhandelingen denkt men eraan om dat voor kleine vennootschappen zonder personeel te verhogen van 18 naar 30 %, dus + 66 %. U kunt begrijpen dat nogal wat zelfstandigen en ondernemers, vennootschappen en managementvennootschappen op dit ogenblik klamme handen hebben.

 

Dankzij de heer Bouchez is de btw-verhoging van tafel. We hebben hem daarin gesteund en wensen hem proficiat, maar nu is de schrik dat er in plaats van een btw geen BDW komt, maar wel een verhoging van de roerende voorheffing.

 

Mijnheer de voorzitter, ik vraag dus met aandrang om niet tot de orde van de dag over te gaan door de stemming over de eenvoudige motie, maar wel om onze motie van aanbeveling te steunen en minister Jambon te houden aan zijn woord en geen verdere belastingverhogingen door te voeren.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

74

Oui

Nee

62

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

139

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

 

19 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

- mevrouw Rajae Maouane over "De visa voor de Gazaanse studenten" (nr. 320)

- de heer Khalil Aouasti over "Het uitreiken van visa aan Gazaanse studenten" ((nr. 323)

- de heer François De Smet over "De regeringsbeslissing om dertien Gazaanse beursstudenten en onderzoekers niet op te vangen" ((nr. 324)

- mevrouw Meyrem Almaci over "De studenten uit Gaza" ((nr. 326)

- de heer Nabil Boukili over "De studenten en gezinnen die vastzitten in Gaza" ((nr. 328)

19 Motions déposées en conclusion des interpellations de

- Mme Rajae Maouane à sur "Les visas pour les étudiants de Gaza" (n° 320)

- M. Khalil Aouasti  sur "L'octroi de visas à des étudiants de Gaza" (n° 323)

- M. François De Smet sur "La renonciation du gouvernement à l'accueil des treize étudiants et chercheurs boursiers gazaouis" (n° 324)

- Mme Meyrem Almaci sur "Les étudiants de Gaza" (n° 326)

- M. Nabil Boukili sur "Les étudiants et familles bloqués à Gaza" (n° 328)

 

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

 

Vijf moties werden ingediend (MOT nr. 320/1):

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de dames Rajae Maouane en Meyrem Almaci;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti;

- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet;

- een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Nabil Boukili;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih en de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens.

Cinq motions ont été déposées (MOT n° 320/1):

- une première motion de recommandation a été déposée par Mmes Rajae Maouane et Meyrem Almaci;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti;

- une troisième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;

- une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Nabil Boukili;

- une motion pure et simple a été déposée par Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih et MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

74

Oui

Nee

62

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

138

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

 

20 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten wat betreft de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart (1295/4)

20 Proposition de loi modifiant la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour, en ce qui concerne la durée de validité de la carte d'identité électronique (1295/4)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

131

Oui

Nee

7

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

21 Wetsontwerp tot wijziging van de boeken I, XV en XVI van het Wetboek van economisch recht (nieuw opschrift)  (1751/3)

21 Projet de loi modifiant les livres I, XV et XVI du Code de droit économique (nouvel intitulé)  (1751/3)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

130

Oui

Nee

7

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

22 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen betreffende de modernisering van het personeelsbeheer van de Belgische Spoorwegen (II) (nieuw opschrift) (1601/5)

22 Projet de loi modifiant la loi du 23 juillet 1926 relative à la SNCB et au personnel des Chemins de fer belges, en ce qui concerne la modernisation de la gestion du personnel des Chemins de fer belges (II) (1601/5)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

84

Oui

Nee

35

Non

Onthoudingen

20

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

23 Goedkeuring van de agenda

23 Adoption de l’ordre du jour

 

We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 22 oktober 2026.

Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 22 octobre 2026.

 

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 22 oktober 2026 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 22 octobre 2026 à 14 h 15.

 

De vergadering wordt gesloten om 19.23 uur.

La séance est levée à 19 h 23.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 145 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 145 annexe.

 


Bijlage bij punt 2

Annexe au point 2

 

[NL]Voorstel tot vordering van de eerste minister met toepassing van artikel 50 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers

 

De Kamer,

- gelet op de interpellaties en vragen, ingediend voor de plenaire vergadering van 15 oktober 2026 en gericht aan de Premier;

- gelet op de bijzonder zorgwekkende toestand van de federale overheidsfinanciën en de hoogdringendheid van de begrotingswerkzaamheden;

- gelet op het uitblijven van een begrotingsakkoord en het daaruit voortvloeiende uitstel van de federale beleidsverklaring;

- gelet op het grondwettelijke recht van de Kamer om de regering te controleren en de noodzaak om de volksvertegenwoordiging onverwijld en rechtstreeks te informeren over de financiële toestand van het land;

- gelet op de talrijke precedenten waarbij een Premier ondanks Europese verplichtingen wél tijd wou vrijmaken om verantwoording af te leggen aan de volksvertegenwoordiging;

 

stelt, met toepassing van artikel 50 van het Kamerreglement, voor om de aanwezigheid te vorderen van de heer Bart De Wever, eerste minister, teneinde op donderdag 15 oktober 2026 in de plenaire vergadering te antwoorden op de tot hem gestelde interpellaties.

 

Barbara Pas

Voorzitster de VB-fractie

 

Proposition visant à requérir la présence du premier ministre en application de l'article 50 du Règlement de la Chambre des représentants

 

La Chambre,

- vu les interpellations et les questions déposées en vue de la séance plénière du 15 octobre 2026 et adressées au premier ministre;

- eu égard à la situation particulièrement préoccupante des finances publiques fédérales et à l'urgence des travaux budgétaires;

- eu égard à l'absence d'accord budgétaire et au report de la déclaration de politique générale que cette situation implique;

- eu égard au droit constitutionnel de la Chambre de contrôler le gouvernement et à la nécessité d'informer le Parlement, directement et sans délai, de la situation financière du pays;

- eu égard aux nombreux précédents où un premier ministre a consenti, malgré des obligations européennes, à libérer du temps pour rendre des comptes au Parlement;

propose, en application de l'article 50 du Règlement de la Chambre, de requérir la présence de M. Bart De Wever, premier ministre, afin qu'il vienne répondre aux interpellations qui lui sont adressées le jeudi 15 octobre 2026 en séance plénière.

 

Barbara Pas

Présidente du groupe VB

 

Motie tot vordering van de eerste minister met toepassing van artikel 50 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers

 

De Kamer,

- gelet op de vastgelopen begrotingsonderhandelingen binnen de regering;

- gelet op het uitblijven van een Regeringsverklaring bij de opening van het parlementaire jaar op 13 oktober 2026

- gelet op de zeer recente verklaringen van de Eerste Minister over de draagwijdte van de begrotingsoefening en over concrete maatregelen dienaangaande;

- gelet op de recurrente weigeringen door de Eerste Minister om de Kamer te woord te staan;

- gelet op de grondwettelijke bepaalde en beschermde controlefunctie van het Parlement;

vordert, met toepassing van artikel 50 van het Kamerreglement, de aanwezigheid van de Eerste Minister op donderdag 15 oktober 2026 in de plenaire vergadering teneinde te antwoorden op de aan hem gestelde vragen.

 

Matti Vandemaele

Voorzitter van de Ecolo-Groen-fractie

 

Proposition visant à requérir la présence du premier ministre en application de l'article 50 du Règlement de la Chambre des représentants

 

La Chambre,

- compte tenu du blocage des négociations budgétaires au sein du gouvernement;

- compte tenu de l'absence d'une déclaration du gouvernement lors de l'ouverture de l'année parlementaire le 13 octobre 2026;

- compte tenu des déclarations faites très récemment par le premier ministre sur la portée de l'exercice budgétaire et sur les mesures concrètes y afférentes;

- compte tenu des refus répétés du premier ministre de venir répondre aux questions à la Chambre;

- compte tenu de la fonction de contrôle du Parlement prévue par la Constitution;

requiert la présence du premier ministre le jeudi 15 octobre 2026 en séance plénière, en application de l'article 50 du Règlement de la Chambre, pour qu'il vienne répondre aux questions qui lui sont adressées.

 

Matti Vandemaele

Président du groupe Ecole-Groen

 

Betreft: verzoek om de aanwezigheid van de eerste minister tijdens de plenaire vergadering van vandaag

 

Mijnheer de Voorzitter,

 

Het is onontbeerlijk dat de eerste minister vandaag aanwezig is tijdens de plenaire vergadering om de Kamer officieel te informeren en om een debat te kunnen voeren over het uitstel van de State of the Union, de stand van zaken met betrekking tot de begrotingsonderhandelingen en zijn plan in verband met een "schuldenrem". Ondanks de Europese top moet het mogelijk zijn om hiervoor vandaag een uur vrij te maken.

 

Volgens de pers wil mijnheer De Wever uit voorzorg een schuldenrem voorleggen aan het federaal Parlement. Als de regering tegen het einde van het jaar geen akkoord bereikt over de meerjarenbegroting tot 2029, zou dat mechanisme geactiveerd worden. Dat zou betekenen dat de federale overheidsuitgaven grotendeels bevroren worden. Voorts zou de regering ervan afzien om eerst een begroting voor 2027 op te maken om te voorkomen dat er op basis van voorlopige twaalfden gewerkt moet worden, en blijven uitgaan van een begrotingsinspanning van 10 miljard euro.

 

Dergelijke ingrijpende keuzes zouden directe gevolgen hebben voor de openbare diensten, de sociale zekerheid en de burgers. Het kan niet door de beugel dat ze via de pers aangekondigd worden zonder dat het Parlement hierover geïnformeerd werd en erover kan debatteren voordat er een beslissing genomen wordt.

 

Overeenkomstig artikel 50 van het Reglement van de Kamer vordert de PVDA-PTB-fractie daarom de aanwezigheid van de heer De Wever in de plenaire vergadering van vandaag, donderdag 15 oktober 2026.

 

Hoogachtend,

 

Raoul Hedebouw

 

Objet : demande de présence du Premier ministre lors de la séance plénière de ce jour

 

Monsieur le Président,

 

Il est indispensable que le Premier ministre soit présent lors de la séance plénière de ce jeudi afin de faire une communication officielle à la Chambre et de permettre un débat sur le report de la déclaration gouvernementale, l’état des négociations budgétaires et son projet de "frein à l’endettement". Malgré le sommet européen, il doit être possible de dégager une heure aujourd’hui à cette fin.

 

Selon la presse, M. De Wever entend déposer "préventivement" au Parlement fédéral un frein à l’endettement. Si le gouvernement n’aboutit pas d’ici la fin de l’année à un accord sur la trajectoire budgétaire jusqu’en 2029, ce mécanisme serait activé. Il impliquerait un gel à grande échelle des dépenses publiques fédérales. Le gouvernement renoncerait par ailleurs à établir d’abord un budget 2027 pour éviter les douzièmes provisoires, tout en maintenant un effort budgétaire de 10 milliards d’euros.

 

Des choix d’une telle ampleur auraient des conséquences directes pour les services publics, la sécurité sociale et les citoyens. Ils ne peuvent pas être annoncés par voie de presse sans que le Parlement en soit informé et puisse en débattre avant toute décision.

 

Conformément à l’article 50 du Règlement de la Chambre, le groupe PVDA-PTB requiert donc la présence de M. De Wever en séance plénière de ce jeudi 15 octobre 2026.

 

Je vous prie d’agréer, Monsieur le Président, l’expression de notre considération.

 

Raoul Hedebouw

 

Motie tot vordering van de eerste minister met toepassing van artikel 50 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers

 

Overeenkomstig artikel 50 van het Reglement van de Kamer vordert de PS-fractie de aanwezigheid van de eerste minister, de heer De Wever, in de plenaire vergadering van vandaag, donderdag 15 oktober 2026, teneinde hem vragen te kunnen stellen over:

 

- het onvermogen van de regering om de State of the Union te houden tijdens de plenaire vergadering van 13 oktober 2026;

- het uitblijven van een akkoord over de begroting;

- de herziening en/of de neerwaartse bijstelling van de begrotingsinspanning;

- het tijdpad dat de regering voor ogen heeft voor de presentatie van een nieuw akkoord over de begroting aan de Kamer.

 

Pierre-Yves Dermagne

Voorzitter van de PS-fractie

 

Proposition visant à requérir la présence du premier ministre en application de l'article 50 du Règlement de la Chambre des représentants

 

Conformément à l'article 50 du Règlement de la Chambre, le Groupe PS requiert la présence du premier ministre, M. De Wever, en séance plénière de ce jeudi 15 octobre 2026 afin de pouvoir l’interroger sur:

- l’incapacité du gouvernement à présenter le discours sur l’Etat de l’Union lors de la séance du 13 octobre 2026;

- l’absence d’accord budgétaire

- la révision et/ou la baisse de l’effort budgétaire;

- le calendrier envisagé par le gouvernement pour présenter à la Chambre un nouvel accord budgétaire.

 

Pierre-Yves Dermagne

Président du groupe PS

 

Motie tot vordering van de eerste minister met toepassing van artikel 50 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers

 

De Kamer,

- gelet op de interpellatie van volksvertegenwoordiger Kjell Vander Elst aan de eerste minister over het uitblijven van een begrotingsakkoord en de verklaring van de regering, waarvoor de urgentie en de behandeling in plenaire vergadering worden gevraagd;

- gelet op het feit dat de eerste minister op dinsdag 13 oktober 2026 niet in de Kamer is verschenen om de gebruikelijke verklaring van de regering af te leggen, bij gebrek aan een begrotingsakkoord binnen de federale regering;

- overwegende dat de eerste minister de politieke verantwoordelijkheid draagt voor de coördinatie van het regeringsbeleid en het bereiken van een begrotingsakkoord;

- overwegende dat het uitblijven van een begrotingsakkoord ernstige vragen oproept over de budgettaire toestand van het land, de economische groei en de beleidskeuzes van de federale regering;

- overwegende dat het parlementaire controlerecht vereist dat de eerste minister hierover persoonlijk verantwoording aflegt aan de volksvertegenwoordiging en dat Europese verplichtingen geen afbreuk doen aan deze verantwoordelijkheid;

stelt, met toepassing van artikel 50 van het Kamerreglement, voor om de aanwezigheid te vorderen van de heer Bart De Wever, Eerste minister, teneinde op donderdag 15 oktober 2026 in de plenaire vergadering persoonlijk te antwoorden op de tot hem gerichte interpellaties, waaronder die van de heer Kjell Vander Elst.

 

Vincent Van Quickenborne

Kjell Vander Elst

 

Proposition visant à requérir la présence du premier ministre en application de l'article 50 du Règlement de la Chambre des représentants

 

La Chambre,

- vu l’interpellation adressée par le député Kjell Vander Elst au premier ministre concernant l’absence d’accord budgétaire et de déclaration gouvernementale, pour laquelle l’urgence et l’examen en séance plénière sont demandés;

- eu égard au fait que le premier ministre ne s’est pas présenté à la Chambre le mardi 13 octobre 2026 pour prononcer la traditionnelle déclaration gouvernementale, en l’absence d’accord budgétaire au sein du gouvernement fédéral;

- considérant que le premier ministre assume la responsabilité politique de la coordination de la politique gouvernementale et de la conclusion d’un accord budgétaire;

- considérant que l’absence d’accord budgétaire suscite de graves questions quant à la situation budgétaire du pays, à la croissance économique et aux choix politiques du gouvernement fédéral;

- considérant que le droit de regard parlementaire exige que le premier ministre rende personnellement compte de cette situation devant les députés et que des obligations européennes ne diminuent aucunement cette responsabilité;

propose, en application de l’article 50 du Règlement de la Chambre, de requérir la présence du premier ministre, M. Bart De Wever, afin qu’il réponde en personne, au cours de la séance plénière du jeudi 15 octobre 2026, aux interpellations qui lui sont adressées, dont celle de M. Kjell Vander Elst.

 

Vincent Van Quickenborne

Kjell Vander Elst

 

 

 

 

 


 

Detail van de naamstemmingen

Détail des votes nominatifs

Naamstemming - Vote nominatif: 1

 

Ja

59

Oui

 

Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Boukili Nabil, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Meunier Marie, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Nee

72

Non

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Onthoudingen

0

Abstentions

 

 

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 2

 

Ja

73

Oui

 

Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

59

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

3

Abstentions

 

Almaci Meyrem, Di Nunzio Sandro, Maouane Rajae

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 3

 

Ja

76

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

60

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

3

Abstentions

 

Almaci Meyrem, Maouane Rajae, Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 4

 

Ja

74

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

62

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Ducarme Denis, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

3

Abstentions

 

Almaci Meyrem, Maouane Rajae, Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 5

 

Ja

74

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

62

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

2

Abstentions

 

Almaci Meyrem, Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 6

 

Ja

131

Oui

 

Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse

 

 

Nee

7

Non

 

Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Van Quickenborne Vincent

 

 

Onthoudingen

1

Abstentions

 

Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 7

 

Ja

130

Oui

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse

 

 

Nee

7

Non

 

Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Van Quickenborne Vincent

 

 

Onthoudingen

2

Abstentions

 

Almaci Meyrem, Vander Elst Kjell

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 8

 

Ja

84

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert

 

 

Nee

35

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

20

Abstentions